Base description which applies to whole site

ARTIKEL I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.42, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De energie-investeringsaftrek bedraagt 41,5 percent.

B

In artikel 3.42a, derde lid, wordt «Bij een bedrag aan milieuinvesteringen in een kalenderjaar van meer dan € 2.300 bedraagt de milieuinvesteringsaftrek» vervangen door: De milieuinvesteringsaftrek bedraagt.

C

In artikel 3.43, tweede lid, wordt «onderdeel b» vervangen door: onderdeel a.

D

Artikel 3.45 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, vervalt onder verlettering van de onderdelen b tot en met h tot onderdelen a tot en met g.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «onderdeel e» vervangen door: onderdeel d.

3. Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel a door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door «, en», een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. behoren tot de bedrijfsmiddelen mede niet de bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 450.

4. In het derde lid wordt «onderdeel e» vervangen door: onderdelen c en d.

5. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Voor de energie-investeringsaftrek en de milieuinvesteringsaftrek behoren tot de bedrijfsmiddelen mede niet bedrijfsmiddelen:

    • a. die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan:

      • 1°. niet in Nederland wonende natuurlijke personen of gevestigde lichamen, of

      • 2°. natuurlijke personen of lichamen voor het drijven van een onderneming of een gedeelte van een onderneming, op de winst waarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is, of

    • b. waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 2.500.

6. In het vijfde lid wordt «onderdeel b» vervangen door «onderdeel a». Voorts wordt «vierde lid» vervangen door: vierde lid, onderdeel a,.

E

Artikel 3.47, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «vierde lid» vervangen door: vierde lid, onderdeel a.

2. In onderdeel c wordt «onderdeel b» vervangen door: onderdeel a.

F

In artikel 3.119a, derde lid, onderdeel 2°, wordt «artikel 33, onderdelen 5° en 6°» vervangen door: de artikelen 33, onderdelen 5° en 6°, en 33a, eerste lid.

G

In artikel 8.10, tweede lid, wordt «€ 1.962» vervangen door: € 2.100, verminderd met 2% van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het eerste bedrag van de eerste kolom van de tarieftabel van artikel 2.10 te boven gaat, doch ten hoogste met 2% van het verschil tussen het eerste bedrag van die kolom en het derde bedrag van die kolom.

H

Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, wordt «€ 1.723» vervangen door «€ 2.097». Voorts wordt «verminderd met» vervangen door: verminderd, doch niet verder dan tot € 367, met

2. In het tweede lid, eerste volzin, onderdeel c, wordt «€ 40 248, met dien verstande dat de vermindering ten hoogste € 1.173 bedraagt» vervangen door: € 40 248.

3. In het tweede lid, tweede volzin, wordt «laatste vermelde bedrag» vervangen door: tweede vermelde bedrag.

I

Artikel 9.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde tot en met elfde lid tot vierde tot en met tiende lid.

2. In het achtste lid (nieuw) wordt «tiende lid» vervangen door: negende lid.

J

In artikel 10.1, eerste lid, wordt «3.42, 3.42a, 3.47» vervangen door «3,42, 3,47». Voorts wordt «en de in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdelen b en c, laatstvermelde bedragen» vervangen door: en het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, als tweede vermelde bedrag.

K

Artikel 10.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, laatstvermelde bedrag» vervangen door: het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, als tweede vermelde bedrag.

2. In het vijfde lid wordt «eerstvermelde bedrag» vervangen door: vermelde bedrag.

L

Na artikel 10a.12 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a.13 Overgangsbepaling stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten

Met betrekking tot op 31 december 2013 bestaande stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten als bedoeld in artikel 11a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat op 31 december 2013 luidde, blijft artikel 9.2, vierde lid, zoals dat op 31 december 2013 luidde, met overeenkomstige toepassing van artikel 39f, eerste en tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, van toepassing.

M

In artikel 10b.1 wordt na het tweede lid, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. De artikelen 3.31, 3.42 en 3.42a vervallen met ingang van 1 januari 2019.

Licence