Base description which applies to whole site

HOOFDPUNTEN UIT ONS RAPPORT

In Staat van de rijksverantwoording 2010 geeft de Algemene Rekenkamer haar oordeel over de Rijksrekening 2010. Daarnaast geeft de Algemene Rekenkamer met deze publicatie een rijksbreed overzicht van de uitkomsten van het rechtmatigheidsonderzoek 2010. In deze samenvatting geven wij de hoofdpunten weer uit onze rapportage.

Op 4 mei 2011 heeft de minister van Financiën gereageerd op het concept van dit rapport. Zijn reactie is integraal opgenomen in hoofdstuk 7 van deel B, samen met ons nawoord. De brief van de minister is ook te raadplegen op onze website (www.rekenkamer.nl).

Oordelen en bevindingen 2010

Verklaring van goedkeuring

Wij hebben de in het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2010 opgenomen Rijksrekening en de Saldibalans van het Rijk 2010 goedgekeurd, onder het voorbehoud dat de Staten-Generaal het wetsvoorstel van de bij de Rijksrekening behorende slotwetten aannemen. Net als in voorgaande jaren is er sprake van een hoog niveau van rechtmatigheid van de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven, zij het met een lichte stijging van het totaal van fouten en onzekerheden: van 0,32% van de totale uitgaven over 2009 naar 0,34% van de totale uitgaven over 2010. In 2010 bedroegen deze totale uitgaven € 237,6 miljard.

Beschikbaarheid en bruikbaarheid beleidsinformatie vraagt nog aandacht; beleidsinformatie niet altijd deugdelijk tot stand gekomen

In de jaarverslagen moet de minister informatie bieden die inzicht geeft in wat er met het geld dat is uitgegeven, is bereikt. Wij constateren dat ten opzichte van 2009 de hoeveelheid beschikbare informatie hierover in 2010 niet is toegenomen. Van de door ons onderzochte tien doelstellingen bleek in acht gevallen dat niet vastgesteld kon worden in welke mate het betreffende beleidsdoel was gerealiseerd.

Wij onderzoeken ook of de beleidsinformatie deugdelijk tot stand is gekomen. De door ons onderzochte beleidsinformatie is deugdelijk tot stand gekomen met uitzondering van achttien van de 119 door ons onderzochte prestatie-indicatoren, waar wij kanttekeningen bij plaatsen. Wij bevelen aan iets meer (wettelijke) eisen te stellen aan het onderzoek van de auditdiensten naar beleidsinformatie.

Wisselend beeld van de bedrijfsvoering op de ministeries

Wij signaleren vooruitgang in de bedrijfsvoering van verscheidene ministeries. Het gaat onder andere om het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Tegelijkertijd constateren wij dat het subsidiebeheer van het kerndepartement van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voor het twaalfde jaar op rij een onvolkomenheid vormt, waardoor we deze als ernstig kwalificeren. Verder kent het financieel beheer en het materieelbeheer bij het Ministerie van Defensie een groot aantal onvolkomenheden; wij constateren dat er onvoldoende vordering is gemaakt met het oplossen hiervan.

Subsidiebeheer Ministerie van VWS: Algemene Rekenkamer maakt bezwaar

De Algemene Rekenkamer heeft op 8 april 2011 bezwaar gemaakt als bedoeld in artikel 88, lid 1 van de Comptabiliteitswet (CW) 2001, tegen het subsidiebeheer van het Ministerie van VWS.

Er zijn al sinds 1999 problemen in het subsidiebeheer van het Ministerie van VWS. In ons Rapport bij het Jaarverslag VWS 2009 (Algemene Rekenkamer, 2010) hebben wij de minister verzocht om in 2010 zichtbare verbeteringen te realiseren. Dit jaar hebben wij vastgesteld dat de minister in 2010 onvoldoende invulling heeft gegeven aan de interne controlefunctie en het aantal tekortkomingen in het subsidiebeheer nog onvoldoende heeft teruggedrongen.

In februari 2011 heeft de minister een verbeterplan opgesteld voor het subsidiebeheer. Bij de aankondiging van ons bezwaar tegen het subsidiebeheer hebben wij de minister verzocht om het verbeterplan aan te vullen met een analyse van de gemaakte fouten en het benoemen van concrete maatregelen om deze fouten in de toekomst te voorkomen.

Op 27 april 2011 heeft de minister een herziene versie van het verbeterplan aan ons aangeboden. Wij zijn positief over dit plan en hebben besloten om het bezwaar op te heffen.

Wel hebben wij de minister verzocht om uiterlijk 1 oktober 2011 aan de Tweede Kamer te rapporteren over de voortgang van de uitvoering van het verbeterplan. Wij zullen vervolgens uiterlijk 1 november aan de Tweede Kamer rapporteren wat ons oordeel is over de voortgang. De Tweede Kamer kan op deze wijze de voortgang van het verbeterplan betrekken bij de behandeling van de begroting 2012 van het Ministerie van VWS.

P-Direkt en personeelsbeheer VROM, Justitie en Financiën niet op orde

Dit jaar hebben we bij alle ministeries onderzoek gedaan naar het personeelsbeheer. Hierbij hebben we gekeken naar de betrouwbaarheid van de personeels- en salarisadministratie van de ministeries. Ook hebben we gekeken hoe de ministeries omgaan met de inhuur van extern personeel en naar de verhouding tussen inhuur, uitbesteding en inbesteding. Daarbij hebben we een onvolkomenheid geconstateerd in het controleraamwerk van P-Direkt, het shared service centre van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) dat voor ministeries de geautomatiseerde administratieve afhandeling van personele processen verzorgt.

Verder hebben wij onvolkomenheden vastgesteld in het personeelsbeheer van de Ministeries van Financiën, Justitie en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).

Actuele ontwikkelingen

Verbeteringen in de verantwoording

Wij zijn voorstander van compacte begrotingen en jaarverslagen, waarin per beleidsartikel geld, beleid en resultaten duidelijk aan elkaar zijn gekoppeld. Op die manier krijgt de Tweede Kamer de mogelijkheid de minister aan te spreken op de wenselijkheid en toegevoegde waarde van het betreffende beleid en de uitgaven die daarvoor (moeten) worden gedaan. De minister zou per beleidsartikel moeten aangeven of er sprake is van een causaal verband tussen zijn prestaties en de mate van doelrealisatie. Dit is informatie die de minister ook moet verzamelen om de uitvoering van zijn eigen beleid te kunnen bijsturen.

Naar een nieuw controlebestel

De centralisatie van de auditfunctie die het kabinet nastreeft vraagt aanpassingen in het controlebestel. Daarbij moet een heldere rolverdeling worden gekozen. De ontwikkelingen rond de departementale herverdeling spelen daarbij mee.

De minister en de departementale leiding zijn verantwoordelijk voor de interne beheersing en leggen daarover verantwoording af aan de Staten-Generaal.

De departementale auditfunctie is als intern auditor verantwoordelijk voor de onafhankelijke beoordeling van de opzet en werking van die interne beheersing vanuit een brede, geïntegreerde optiek (financial, non-financial, operational en IT) en geeft assurance en advies dienaangaande.

De Algemene Rekenkamer is verantwoordelijk voor de onafhankelijke externe oordelen bij de jaarverslagen; zij verricht haar werk in overeenstemming met relevante internationale auditstandaarden en maakt daarbij zoveel mogelijk gebruik van het werk van de interne auditfunctie en de beheersingsmaatregelen die de departementen hebben genomen.

Gelet op hun interne positie zouden de departementale auditdiensten, 1 net zoals interne auditdiensten in het bedrijfsleven, geen verklaringen meer moeten afgeven, maar zich moeten concentreren op de toetsing van en advisering over kwaliteit van de interne beheersing en het geven van zekerheid (assurance) hierover aan de leiding van een departement. Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor het opstellen van kwaliteitsnormen voor de verantwoording. De Algemene Rekenkamer behoort als externe controleur te bepalen aan welke normen de controle van het vastgestelde kwaliteitsniveau dient te voldoen.

Staatsbalans: verbeter totstandkoming en controleer aangeleverde informatie

Wij bevelen de Tweede Kamer en de minister van Financiën aan om de totstandkoming van de huidige Staatsbalans te verbeteren. Dit kan door te zorgen voor een Staatsbalans waarvan de informatie voldoet aan de algemeen (internationaal) aanvaarde kwaliteitskenmerken voor financiële verslaggeving in de publieke sector: begrijpelijk, betrouwbaar, relevant en vergelijkbaar.

Concreet betekent dit dat de informatie voor de totstandkoming van de Staatsbalans, die uit diverse bronnen wordt aangeleverd, systematisch en zichtbaar wordt gecontroleerd. Deze controle kan plaatsvinden door de aanleverende departementen (afdelingen Financieel-Economische Zaken en de auditdiensten) en door het Ministerie van Financiën.

Licence