Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2 Rechtmatigheid van de uitgaven in 2012

Het niveau van rechtmatigheid van de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van het Rijk is in 2012 wederom hoog. Het percentage onrechtmatigheden ligt voor het gehele Rijk, evenals voorgaande jaren, ruim onder de tolerantie van 1 procent van de totale uitgaven in 2012.

Voor de rechtmatigheid heeft Nederland de lat hoog gelegd. Er wordt een rapporteringstolerantie van 1 procent gehanteerd voor het begrotingshoofdstukniveau (met uitzondering van kleine begrotingshoofdstukken). Internationaal zijn ruimere toleranties gebruikelijk en worden geen tolerantiegrenzen voor het begrotingsartikelniveau gehanteerd. Voor de Europese uitgaven geldt bijvoorbeeld een tolerantiegrens van 2 procent (alleen voor het begrotingshoofdstukniveau). Dit betekent dat ondanks de genoemde overschrijdingen van de toegestane tolerantiegrenzen het totaalbeeld over de rechtmatigheid in een internationale vergelijking een goede prestatie genoemd kan worden.

Tabel 3.1 Rechtmatigheid van de rijksuitgaven in de afgelopen jaren (in procenten)
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Rechtmatigheid uitgaven Rijk

99,63

99,691

99,69

99,66

99,76

99,80

1

Het percentage over 2008 is exclusief de onrechtmatigheid als gevolg van de kredietcrisis (nationalisatie banken)

In 2012 is de rechtmatigheid van alle begrotingshoofdstukken afzonderlijk eveneens ruim binnen de geldende strenge rapporteringstoleranties gebleven, met uitzondering van de begrotingshoofdstukken van SZW en BZK (zie toelichting hierna). Daarnaast is op een aantal begrotingsartikelen de rapporteringstolerantie overschreden:

  • Bij SZW kan niet in voldoende mate gesteund worden op de accountantscontrole van de SiSa-bijlage (zie paragraaf 3.6) van de gemeenten en provincies over het jaar 2010. Als gevolg hiervan resteert een onzekerheid van 1,1 miljard euro over de rechtmatige besteding door gemeenten van de in 2012 vastgestelde specifieke uitkeringen over 2010. Deze onzekerheid overschrijdt de artikeltolerantie van begrotingsartikel 47 (Aan het werk: Bemiddeling en reïntegratie) en de tolerantie van de financiële verantwoording van SZW als geheel.

  • Bij OCW zijn op begrotingsartikel 4 (Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) voor 204 miljoen euro onjuistheden in de verplichtingen vastgesteld. Hiermee is de tolerantiegrens op dit artikel met 89 miljoen euro overschreden. Het merendeel van de onjuistheden wordt veroorzaakt door het niet naleven van de regelgeving over onderwijstijd bij mbo-opleidingen.

  • Bij BZK is sprake van een meest waarschijnlijke fout voor de uitbetaalde voorschotten huurtoeslag (begrotingsartikel 3) van circa 51 miljoen euro (maximale fout: circa 89 miljoen euro) en voor de definitief vastgestelde huurtoeslagen van circa 53 miljoen euro (maximale fout: circa 94 miljoen euro). De tolerantiegrens voor de verantwoording van BZK als geheel bedraagt circa 57 miljoen euro. Uitgaande van de meest waarschijnlijke fout wordt de rapporteringstolerantie op artikelniveau niet overschreden, maar uitgaande van de maximale fout is wel sprake van een overschrijding van deze rapporteringstolerantie.

    Rekening houdend met de meest waarschijnlijke fouten in de uitgaven op de begrotingsartikelen 4 (Woonomgeving en bouw) en 10 (Vreemdelingen) van in totaal circa 9 miljoen euro wordt ook de rapporteringstolerantie op begrotingshoofdstukniveau bij BZK met circa 3 miljoen euro overschreden.

  • Bij BZK is op begrotingsartikel 11 (Centraal Apparaat) de maximale rechtmatigheidsfout bij de aangegane verplichtingen groter dan de artikeltolerantie. De meest waarschijnlijke omvang van de fouten bedraagt circa 12,8 miljoen euro en de meest waarschijnlijke omvang van de onzekerheden bedraagt circa 9,5 miljoen euro.

  • Bij Koninkrijksrelaties bestaat een onzekerheid van circa 50 miljoen euro over de rechtmatigheid van de gerealiseerde projectuitgaven in 2010 van de Stichting ontwikkeling Nederlandse Antillen. Deze onzekerheid heeft betrekking op begrotingsartikel 2 (Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners). De hiervoor geldende rapporteringstolerantie bedraagt 15 miljoen euro.

  • Bij VenJ is de rapporteringstolerantie van 31,35 miljoen euro van de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen overschreden, omdat de geconstateerde fouten (in verband met Europese aanbestedingen) circa 40,6 miljoen euro bedragen.

  • Bij VenJ is op begrotingsartikel 91 (Apparaatsuitgaven) sprake van een onzekerheid van circa 24 miljoen euro. Hierdoor wordt de rapporteringstolerantie van 15 miljoen euro voor de onzekerheden bij de verplichtingen op dit begrotingsartikel overschreden.

  • Bij VWS is de tolerantiegrens van 15 miljoen euro voor de samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastendiensten overschreden, omdat er voor 18,7 miljoen euro aan rechtmatigheidsfouten is geconstateerd en voor 3,0 miljoen euro aan onzekerheden. Deze overschrijding wordt grotendeels veroorzaakt door het niet voldoen aan de Europese aanbestedingsregels door het RIVM21.

  • Bij BuZa is op begrotingsartikel 1 (Versterkte en eerbiediging van mensenrechten) de geconstateerde fout 8,2 miljoen euro. De maximale fout is niet groter dan 14,9 miljoen euro. De geconstateerde fout is lager en de maximale fout is hoger dan de rapporteringstolerantie van 9,5 miljoen euro. Op begrotingsartikel 8 (Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland) doet zich hetzelfde voor. De geconstateerde fout is 5,1 miljoen euro, terwijl de rapporteringstolerantie 7,7 miljoen euro bedraagt. De maximale fout bedraagt 11,8 miljoen euro. De geconstateerde fouten houden verband met de vanuit beheersmatig oogpunt relatief foutgevoelige kleine programmafondsen.

Nadere toelichting op deze overschrijdingen is opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagrafen in de jaarverslagen van de betreffende ministeries.

Een belangrijke oorzaak van de geconstateerde rechtmatigheidsfouten die onder de rapporteringstoleranties blijven is gelegen in het onvoldoende naleven van de Europese aanbestedingregels. In 2012 is geïnvesteerd in structurele oplossingen voor dit probleem (zie paragraaf 3.6).

Meer aandacht voor onderzoek naar doelmatigheid en bedrijfsvoering

Zoals hiervoor blijkt worden de rijksuitgaven reeds jaren gekenmerkt door een zeer hoog rechtmatigheidspercentage. Om de rijksuitgaven te controleren met de genoemde strenge toleranties moeten echter ook de nodige kosten worden gemaakt en de nodige capaciteit worden ingezet binnen het controlebestel. Nu de rechtmatigheid van de uitgaven reeds langere tijd stabiel is dient de vraag zich aan of dit resultaat eveneens kan worden gewaarborgd met minder controle-inspanningen.

De behoefte bestaat bovendien om méér aandacht te gaan besteden aan het onderzoek naar de doelmatigheid van de uitgaven en de verdere verbetering van de rijksbrede bedrijfsvoering. De minister van Financiën wil daarom in nauw overleg met de Algemene Rekenkamer (AR) en de Auditdienst Rijk (ADR) onderzoeken op welke wijze hiervoor capaciteit vrij gemaakt kan worden. Daarbij zal tevens worden beoordeeld of door een verdere harmonisering en uniformering van de (wettelijke) controletaken van de AR en de ADR de efficiëntie en effectiviteit van het huidige controlebestel verder kan worden vergroot. De inzet van risicomanagement kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren (zie paragraaf 3.8).

Nationale verantwoording uitgaven EU-fondsen in gedeeld beheer

Het kabinet heeft in 2013 voor de zevende maal een nationale verklaring afgegeven. De nationale verklaring gaat in 2013 over de EU-Structuurfondsuitgaven 2011 en de EU-Landbouwuitgaven 2012. Hiermee wordt verantwoording afgelegd aan de Tweede Kamer en de Europese Commissie over de Europese subsidiefondsen in gedeeld beheer in Nederland. Het betreft een positieve verklaring over de systemen voor financieel beheer en de rechtmatigheid van uitgaven voor de Europese Landbouwfondsen, het Europees Visserij Fonds, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en de Europese migratiefondsen.

Bij het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EU-bijdrage aan Nederland over 2011: € 158,6 mln.) en het Europees Visserij Fonds (EU-bijdrage aan Nederland over 2011: € 4,5 mln.) is sprake van een voorbehoud bij de verklaring. Hiervoor zijn verbetermaatregelen genomen.

De minister van VenJ en de minister voor SZW hebben een voorbehoud gemaakt voor de werking van twee onderdelen in de financiële systemen voor de Migratiefondsen (EU-bijdrage aan Nederland tussen 2009–2011: € 11,5 mln.). Hiervoor zijn eveneens verbetermaatregelen genomen.

Naast Nederland geven ook Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk een nationale verklaring af.

Licence