Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1.2 De Nederlandse economie in 2016

De Nederlandse economie groeide in 2016 met 2,2 procent. Daarmee groeide de economie voor het derde jaar op rij en in het hoogste tempo sinds het begin van de crisis in 2008. De lijn van de afgelopen jaren, van steeds sterker herstel, zette door. De crisis liet nog steeds zijn sporen achter in de economie, maar de stand van de Nederlandse economie was veel positiever dan een paar jaar geleden.

De groei kwam in 2016 voor een groot deel uit het binnenland. Figuur 1.2.1 laat zien dat alle categorieën van het bbp in 2016 toenamen. De consumptie van huishoudens groeide met 1,7 procent. Ook de omvang van de investeringen steeg flink, namelijk met 4,8 procent. De investeringen in woningen zijn een belangrijke bron van groei, met een stijging van 19 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. De overheidsconsumptie nam met 1,0 procent toe. Tot slot groeide de export met 3,4 procent, en de import met 3,7 procent. De Nederlandse welvaart groeide dus nog steeds door handel met het buitenland, maar de groei kwam steeds meer uit de ontwikkeling in Nederland zelf.

Figuur 1.2.1 Bbp-groei

Figuur 1.2.1 Bbp-groei

Bron: Centraal Planbureau (Centraal Economisch Plan 2017)

Het bbp per inwoner kwam in 2016 weer op het niveau van voor de crisis. Het bbp is een maatstaf voor de omvang van de economie, en daarmee voor de materiële welvaart van een land. In de crisisjaren kromp deze welvaart in Nederland flink. Het bbp per inwoner daalde zelfs nog iets meer, omdat de bevolking in die periode groeide. Figuur 1.2.2 laat zien dat het totale bbp al in 2014 weer het niveau van vòòr de crisis bereikte, maar dat het bbp per inwoner nog achterbleef. In het najaar van 2016 kwam ook het bbp per inwoner weer op dat niveau.

Figuur 1.2.2 Groei bbp per kwartaal en per inwoner

Figuur 1.2.2 Groei bbp per kwartaal en per inwoner

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, eigen bewerking

De consumptie van huishoudens groeide in 2016 flink. De groei van de consumptie hangt sterk samen met de groei van inkomens, zoals figuur 1.2.3 laat zien. In 2016 steeg de consumptie van huishoudens met 1,7 procent iets minder sterk dan de reëel beschikbare inkomens. Het herstel op de arbeidsmarkt droeg bij aan de inkomensgroei, omdat lonen gemiddeld stegen en de werkloosheid daalde. Ook de lage inflatie droeg bij aan de groei van reële inkomens. De inflatie was in 2016 bijzonder laag, met name door een daling van energieprijzen. De consumentenprijzen stegen op jaarbasis gemiddeld met maar 0,1 procent, en de inflatie lag daarmee op het laagste niveau in 20 jaar. Ook de stijging van huizenprijzen droeg bij aan de consumptie van huishoudens. Volgens het CPB volgt de consumptie van huishoudens de inkomensstijging met enige vertraging. Dat kan verklaren waarom de consumptie minder snel steeg dan de inkomens.

Figuur 1.2.3 Groei reële inkomens en particuliere consumptie

Figuur 1.2.3 Groei reële inkomens en particuliere consumptie

Bron: Centraal Planbureau (Centraal Economisch Plan 2017)

De consumptiegroei in 2016 is aangepast aan de hand van de CBS-realisatie.

Consumenten en ondernemers kregen meer vertrouwen in de economie. Het economische sentiment verbeterde ook, zoals figuur 1.2.4 laat zien. Het consumentenvertrouwen was eind 2015 nog bescheiden positief, maar bereikte in 2016 het hoogste niveau in 9 jaar. Het sentiment bij ondernemers was al eerder positief en verbeterde nog iets meer. Ondernemers waren gemiddeld positief over het economisch klimaat, de productie en omzet en de verwachte investeringen.

Figuur 1.2.4 Economisch sentiment

Figuur 1.2.4 Economisch sentiment

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

De huizenprijzen stegen en het aantal verkochte woningen bereikte een recordniveau. Koopwoningen waren eind 2016 6,7 procent duurder dan een jaar eerder, en de huizenprijzen stegen daarmee in het hoogste tempo sinds 2002. 215 duizend huishoudens (ver)kochten een woning; het hoogste aantal ooit in Nederland gemeten. Figuur 1.2.5 toont beide ontwikkelingen. Stijgende inkomens, de lage hypotheekrente en het vertrouwen in de economie droegen bij aan de prijsstijging. Met name in de grote steden stegen de prijzen snel: huizen in Amsterdam werden 13,5 procent duurder, maar ook in Rotterdam, Utrecht en Den Haag werden woningen 7 tot 10 procent duurder. Het aantal onderwaterhuishoudens, die een grotere hypotheekschuld dan woningwaarde hadden, daalde in 2016 verder. Eind 2015 had nog 25,6 procent van de huishoudens een onderwaterhypotheek, en eind 2016 waren dat er 17,6 procent.1

Figuur 1.2.5 Ontwikkeling huizenprijzen en aantal transacties

Figuur 1.2.5 Ontwikkeling huizenprijzen en aantal transacties

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek

De werkloosheid daalde snel in 2016. In 2015 daalde de werkloosheid op jaarbasis voor het eerst, en die daling zette in 2016 door. De werkloosheid daalde van gemiddeld 6,9 procent van de beroepsbevolking in 2015 tot 6,0 procent in 2016. De werkloosheid kwam in december zelfs uit op 5,4 procent, het laagste niveau sinds eind 2011. Figuur 1.2.6 laat het niveau van de werkloosheid in historisch perspectief zien. Voor het eerst sinds 2009 daalde daarnaast het aantal langdurig werklozen, ook onder ouderen. In 2015 waren er nog ongeveer 260 duizend mensen langer dan een jaar werkloos, en in 2016 daalde dat aantal tot 216 duizend mensen.

Figuur 1.2.6 Werkloosheid

Figuur 1.2.6 Werkloosheid

Bron: Centraal Planbureau

Het aantal mensen met een baan nam toe met 109 duizend personen. Het aantal werkenden groeide daarmee in het hoogste tempo sinds 2008. De werkloosheid daalde met 75 duizend mensen. Dat betekent dat ook het arbeidsaanbod groeide. Er kwamen dus niet alleen genoeg banen bij om de werkloosheid te laten dalen, maar ook om werk te bieden aan mensen die eerder niet op de arbeidsmarkt actief waren. Dat waren bijvoorbeeld jongeren die na een opleiding voor het eerst werk zoeken, maar ook mensen die zich eerder hadden teruggetrokken van de arbeidsmarkt en door het herstel van de economie weer op zoek gingen naar een baan.

Licence