Base description which applies to whole site

2.4 Ontwikkeling van de uitgaven

In Nederland spreekt het kabinet bij de start van een kabinetsperiode een jaarlijks maximum aan uitgaven af: het uitgavenkader. Hieronder valt het grootste gedeelte van de uitgaven van het Rijk. Het uitgavenkader bestond in 2017 uit drie deelkaders: het kader Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng), het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid (SZA) en het Budgettair Kader Zorg (BKZ). In deze paragraaf worden de uitgaven in 2017 vergeleken met het voor 2017 geldende uitgavenkader.

Tabel 2.4.1 Kadertoets 2017 (in miljarden euro, – is onderschrijding)
 

MN 2017

FJR 2017

Verschil

Rijksbegroting in enge zin

     

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

108,1

106,1

– 2,0

Uitgavenniveau

109,2

106,7

– 2,5

Over-/onderschrijding

1,1

0,6

– 0,5

       

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

     

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

77,6

78,3

0,7

Uitgavenniveau

77,9

77,1

– 0,8

Over-/onderschrijding

0,3

– 1,2

– 1,5

       

Budgettair Kader Zorg

     

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

70,0

70,5

0,6

Uitgavenniveau

68,5

68,0

– 0,6

Over-/onderschrijding

– 1,4

– 2,6

– 1,2

       

Totale uitgavenkader

     

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

255,6

254,9

– 0,7

Uitgavenniveau

255,7

251,8

– 3,8

Over-/onderschrijding

0,0

– 3,1

– 3,2

Het kabinet wijzigt het uitgavenkader vanwege de inflatieontwikkeling. Het uitgavenkader voor 2017 is zodoende vastgesteld op 254,9 miljard euro. Daar is het kabinet 3,1 miljard euro onder gebleven. De volgende drie paragrafen behandelen de drie afzonderlijke deelkaders en laten in detail de gerealiseerde uitgaven zien.

Licence