Incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen | 16-06-2020
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vijfde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016. Voor de indiening van deze vijfde incidentele suppletoire begroting is uw Kamer vooraf geïnformeerd via de brief Stand van zaken COVID-19 van 8 december 2020 jl. met kenmerk 1792353–215138-PDC19.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze vierde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
Ik wil er bij deze gelegenheid op wijzen dat de Corona-gerelateerde uitgaven en verplichtingen van het kabinet met grote spoed en onder zeer grote druk tot stand zijn gekomen. Vanwege het spoedeisende karakter van deze maatregelen is ten aanzien van de uitgaven en verplichtingen het risico op fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid in beginsel groter. Dit risico wordt onderkend en inspanningen zullen erop gericht zijn om dit risico zoveel mogelijk te beheersen. En van deze beheersingsmaatregelen is om als hoofdregel te hanteren dat conform wet- en regelgeving wordt gehandeld en daarbij te bezien in hoeverre een beroep kan worden gedaan op wettelijk toegestane uitzonderingsgronden. Zo mag VWS bij aanbestedingen een beroep doen op de uitzonderingsgrond dwingende spoed, zodat goederen en diensten direct bij n marktpartij mogen worden verworven.
Ik sluit op voorhand niet uit dat het spoedeisende karakter niet in alle gevallen te verenigen is met de comptabele wet- en regelgeving. Dit zou kunnen leiden tot onzekerheden of fouten in de rechtmatigheid. Deze gevallen zullen, conform de comply or explain-regel, aan Uw Kamer toegelicht worden.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in: de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze derde incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid2van artikel2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge
A Artikelgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2020 wijzigingen aan te brengen in:
de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswet heeft geautoriseerd. Aangezien uitvoering van de spoedeisende maatregelen die in deze eerste incidentele suppletoire begroting zijn opgenomen in het belang van het Rijk zijn, kan niet worden gewacht tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal en is het kabinet reeds gestart met de uitvoering van de maatregelen. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen
B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen
B Artikelgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf € 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.
1. Leeswijzer
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige- en technische mutaties toegelicht worden vanaf 2,5 miljoen of wanneer deze politiek relevant zijn.
2. Beleid
2. Beleid
2. Beleid
2. Beleid
2. Beleid
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
| Maatregel1 | Bedrag 20202 | Bedrag 2021 | Bedrag 2022 |
|---|---|---|---|
| 1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen | 1.589 | 60 | |
| 2) GGD'en en veiligheidsregio's | 511 | 459 | |
| 3) IC-capaciteit | 118 | 167 | 20 |
| 4) Ondersteuning sportsector | 146 | ||
| 5) Ondersteuning zorgpersoneel | 33 | 3 | |
| 6) Onderzoek inzake COVID-19 | 42 | 25 | |
| 7) Testcapaciteit RIVM en GGD | 300 | ||
| 8) Vaccin ontwikkeling en medicatie | 455 | 300 | |
| 9) Zorgbonus | 1.327 | 834 | |
| 10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland | 57 | 13 | |
| 11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting) | 17 | 111 | |
| 12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg) | 190 | ||
| 13) Overige maatregelen (plafond Zorg) | 16 | 45 | |
| Totaal | 4.801 | 1.897 | 20 |
2019/20, 35450 XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 34493, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr. 5, nr. ISB 2 volgt
Bovenstaand overzicht, dat ook is opgenomen in de ontwerpbegroting VWS 2021, geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten, zoals verwerkt in de eerste suppletoire begroting, de eerste incidentele suppletoire begroting, de nota van wijziging, de tweede incidentele suppletoire begroting en de ontwerpbegroting 2021.
Onderstaand overzicht bevat de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zoals opgenomen in deze tweede incidentele suppletoire begroting, waarvoor de autorisatie van de Kamer wordt gevraagd.
| Rijksbegroting | Artikelnummer | Uitgaven 2020 | 2021 | 2022 |
|---|---|---|---|---|
| 1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen | 2 | 167 | 25 | |
| 2) GGD'en en veiligheidsregio's | 1 | 491 | 459 | |
| 3) IC-capaciteit | 1 en 4 | 118 | 167 | 20 |
| 4) Ondersteuning zorgpersoneel | 4 | 3 | ||
| 5) Onderzoek inzake COVID-19 | 1 | 19 | 25 | |
| 6) Vaccin ontwikkeling en medicatie | 1 | 300 | 300 | |
| 7) Zorgbonus | 4 | 113 | 834 | |
| 8) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland | 4 | 26 | 13 | |
| 9) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting) | 1, 4 en 10 | 15 | 111 | |
| Totaal uitgaven Rijksbegroting | 423 | 1.937 | 20 | |
| Ontvangsten 2020 | 2021 | |||
| Totaal ontvangsten Rijksbegroting | 470 | 85 | ||
| Plafond Zorg | Uitgaven 2020 | 2021 | ||
| 10) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg) | 190 | |||
| 11) Overige maatregelen (plafond Zorg) | 16 | 45 | ||
| Totale uitgaven plafond Zorg | 206 | 45 |
Toelichting
Hieronder treft u per post een korte toelichting. Ook in de artikelen is een toelichting opgenomen.
Aanvullende bevoorschotting van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen ten behoeve van persoonlijke beschermingsmaterialen.
Door de GGD'en en veiligheidsregio's gemaakte kosten voor onder meer bron- en contactonderzoek en het opzetten van teststraten.
Uitgaven voor de geplande opschaling van IC-capaciteit inclusief het opleiden van IC-personeel.
(Her)registratie van personeel dat beschikbaar wil zijn tijdens de coronacrisis.
Onderzoek naar COVID-19, waaronder rioolonderzoek, uit te voeren door ZonMw, RIVM, GGD'en en derden.
Om aan de financile verplichtingen te kunnen voordoen wordt de eerder beschikbaar gestelde 700 miljoen deels beschikbaar in 2021.
Er wordt ook in 2021 een bonusregeling gemaakt van netto 500 voor zorgprofessionals. Daarnaast is een intertemporele compensatie van 2020 naar 2021 van 112,6 miljoen verwerkt.
Het versterken van de publieke gezondheid, extra capaciteit bij medische evacuaties en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen in het Caribisch deel van Nederland.
Meerdere kleine maatregelen (plafond Rijksbegroting) waaronder voor JGZ-instellingen, campagne Samen Sterk en het Landelijk Cordinatiecentrum Patinten Spreiding (LCPS).
Zorgaanbieders in de Wlz maken extra personele en materile kosten in verband met het COVID-19. De NZa heeft hiervoor een beleidsregel opgesteld. Het financile effect hiervan wordt ingeschat op 150 miljoen voor zorg in natura over de periode maart tot en met mei 2020 en 40 miljoen voor pgb-budgethouders over de periode maart tot en met juli 2020.
Deze post bestaat uit diverse maatregelen (plafond Zorg) voor de opschaling van de IC- en Eerstelijnsverblijf (ELV)-capaciteit, alsmede voor een pakketmaatregel voor extra fysiotherapie voor ex-coronapatinten.
| Artikel | Omschrijving | Uitstaande garanties 2019 | Verleend 2020 | Uitstaande garanties 2020 | Vervalt per datum1 | Totaal plafond | Totaalstand risico voorziening |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikel 2. Curatieve zorg | Garantie NVZA | 0 | 20.400 | 20.400 | 31juli 2021 | 20.400 | geen |
| Artikel 2. Curatieve zorg | Garantie LHC (Mediq) | 0 | open | niet gemaximeerd | 24juni 2021 | geen | geen |
Toelichting
Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23maart en 7april 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke genees- en hulpmiddelen te borgen. Met de garantieregeling Landelijk Consortium Hulpmiddelen (Mediq) is beoogd de inkoop van medische hulpmiddelen (waaronder mondkapjes en andere beschermingsmaterialen) te borgen en met de garantieregeling met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) wordt beoogd om de aankoop van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten te borgen.
De garantieregelingen met NVZA en Mediq zijn verlengd tot 31juli 2021 respectievelijk 24juni 2021. In de bijlage zijn de toetsingskaders opgenomen.
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
| Maatregel1 | Bedrag 20202 | Bedrag 2021 | Bedrag 2022 |
|---|---|---|---|
| 1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen | 1.589 | 60 | |
| 2) GGD'en en veiligheidsregio's | 511 | 459 | |
| 3) IC-capaciteit | 118 | 167 | 20 |
| 4) Ondersteuning sportsector | 146 | ||
| 5) Ondersteuning zorgpersoneel | 33 | 3 | |
| 6) Onderzoek inzake COVID-19 | 42 | 25 | |
| 7) Testcapaciteit | 551 | 405 | |
| 8) Vaccin ontwikkeling en medicatie | 455 | 300 | |
| 9) Zorgbonus | 1.327 | 834 | |
| 10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland | 57 | 13 | |
| 11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting) | 17 | 111 | |
| 12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg) | 190 | ||
| 13) Overige maatregelen (plafond Zorg) | 16 | 45 | |
| Totaal | 5.051 | 2.302 | 20 |
2019/20, 35450 XVI, nr.1, Kamerstukken II 2019/20, 34493, nr.1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr.5, nr.ISB 2 en 3 volgen.
Bovenstaand overzicht geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten, zoals verwerkt in de eerste suppletoire begroting, de eerste incidentele suppletoire begroting, de nota van wijziging op de eerste incidentele suppletoire begroting, de tweede incidentele suppletoire begroting, de ontwerpbegroting 2021, de derde incidentele suppletoire begroting en de nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021.
Onderstaand overzicht bevat de COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zoals opgenomen in deze derde incidentele suppletoire begroting, waarvoor de autorisatie van de Kamer wordt gevraagd.
| Rijksbegroting | Artikelnummer | Uitgaven 2020 | 2021 |
|---|---|---|---|
| 1) Testcapaciteit | 1 | 250,4 | 405,2 |
| Totaal uitgaven Rijksbegroting | 250,4 | 405,2 |
Toelichting
In beleidsartikel 1 is een toelichting opgenomen.
| Artikel | Omschrijving | Uitstaande garanties 2019 | Geraamd te verlenen 2020 | Uitstaande garanties 2020 | Vervalt per datum1 | Totaal plafond | Totaalstand risico voorziening |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artikel1. Volksgezondheid | Garantie U-Diagnostics | 0 | 23.400 | 23.400 | 31januari 2021 | 23.400 | |
| Artikel1. Volksgezondheid | Garantie Eurofins | 0 | 169.700 | 169.700 | 31januari 2021 | 169.700 | |
| Artikel1. Volksgezondheid | Garantie Synlab | 0 | 123.600 | 123.600 | 30april 2021 | 123.600 | |
| Artikel1. Volksgezondheid | Garantie testmaterialen | 0 | 230.500 | 230.500 | 1april 2021 | 230.500 | |
| Totaal | 0 | 547.200 | 547.200 | 547.200 | 0 |
Toelichting
De Staat is recentelijk een aantal principeovereenkomsten aangegaan met verschillende leveranciers voor zogeheten polymerase chain reaction-tests (hierna PCR). Het betreft garantstellingen van VWS zodat GGDen de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar gecontracteerde laboratoria. De leveranciers garanderen beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. Deze overeenkomsten zijn nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van het beleid van het kabinet om te testen en daarmee het coronavirus te kunnen traceren, monitoren en beheersen en sluit aan bij de beschikbaar gestelde midddelen in deze derde incidentele suppletoire begroting. In de bijlage van deze derde incidentele suppletoire begroting zijn de toetsingskaders opgenomen.
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
| Maatregel1 | Bedrag 20202 | Bedrag 2021 | Bedrag 2022 |
|---|---|---|---|
| 1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen | 1.810 | 146 | 11 |
| 2) GGD'en en veiligheidsregio's | 477 | 467 | |
| 3) IC-capaciteit | 118 | 174 | 154 |
| 4) Ondersteuning sportsector | 84 | 60 | |
| 5) Ondersteuning zorgpersoneel | 15 | 22 | |
| 6) Onderzoek inzake COVID-19 | 52 | 40 | |
| 7) Testcapaciteit RIVM en GGD | 929 | 1.375 | |
| 8) Vaccin ontwikkeling en medicatie | 123 | 635 | |
| 9) Zorgbonus | 1.201 | 970 | |
| 10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland | 78 | 13 | |
| 11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting) | 62 | 123 | |
| 12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg) | 190 | ||
| 13) Overige maatregelen (plafond Zorg) | 16 | 45 | |
| Totaal | 5.154 | 3.778 | 143 |
Kamerstukken II 2019/20, 35 450 XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35493, nr. 5, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35567, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35585. nr. 1, nr. ISB4 volgt.
Bovenstaand overzicht geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten op de VWS-begroting, zoals verwerkt in de relevante begrotingsstukken. Het betreft de corona gerelateerde mutaties zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2020, de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de nota van wijziging op de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de tweede incidentele suppletoire begroting 2020, de ontwerpbegroting 2021, de derde incidentele suppletoire begroting 2020, de eerste nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de nota van wijziging op de tweede incidentele suppletoire begroting en de tweede nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021. De totaal tabel is inclusief de mutaties van deze vierde incidentele suppletoire begroting. Tevens sluit deze tabel aan bij de, tegelijkertijd ingediende, derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021.
Onderstaand overzicht bevat de belangrijkste COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten zoals opgenomen in deze vierde incidentele suppletoire begroting en tevens derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, waarvoor de autorisatie van de Kamer wordt gevraagd.
| Maatregel | Bedrag 2020 | Bedrag 2021 | Bedrag 2022 |
|---|---|---|---|
| uitgaven | |||
| 1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen | 222 | 113 | |
| 2) GGD'en en veiligheidsregio's | 34 | 8 | |
| 4) Ondersteuning sportsector | 62 | 60 | |
| 5) Ondersteuning zorgpersoneel | 19 | 19 | |
| 6) Onderzoek inzake COVID-19 | 10 | 15 | |
| 7) Testcapaciteit RIVM en GGD | 379 | 970 | |
| 8) Vaccin ontwikkeling en medicatie | 332 | 335 | |
| 9) Zorgbonus | 126 | 136 | |
| 10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland | 21 | ||
| 11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting) | 32 | 12 | |
| ontvangsten | 199 | 11 | |
| Totaal ontvangsten en uitgaven | 90 | 1.469 | 11 |
Toelichting
In de artikelen is een toelichting opgenomen.
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
| Artikelnummer | Uitgaven 2020 | |
|---|---|---|
| 1) Uitbreiding testcapaciteit | 1 | 300,3 |
| 2) GGD en veiligheidsregios COVID-19 | 1 | 20,0 |
| 3) BCG-vaccin | 1 | 4,5 |
| 4) ZonMw Onderzoek COVID-19 | 1 | 3,0 |
| 5) Vaccinontwikkeling | 1 | 700,0 |
| 6) Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen | 2 en 3 | 452,0 |
| 7) Campagne alleen samen | 4 | 4,0 |
| 8) Programma Realisatie Digitale Ondersteuning COVID-19 | 4 en 10 | 9,7 |
| 9) Ondersteuning Sportsector | 6 | 110,0 |
| Totaal uitgaven | 1.603,5 | |
| Ontvangsten 2020 | ||
| Verkoop medische hulpmiddelen | 2 | 180,0 |
| Totaal ontvangsten | 180,0 |
Toelichting
In de beleidsartikelen is een toelichting opgenomen.
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
| Maatregel | Bedrag 20201 | Bedrag 2021 | Bedrag 2022 |
|---|---|---|---|
| A. Begrotingsgefinancierd | |||
| 1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen | 1.810 | – 146 | – 11 |
| 2) GGD'en en veiligheidsregio's | 477 | 467 | |
| 3) IC-capaciteit | 118 | 174 | 154 |
| 4) Ondersteuning sportsector | 84 | 60 | |
| 5) Ondersteuning zorgpersoneel | 15 | 22 | |
| 6) Onderzoek inzake COVID-19 | 52 | 40 | |
| 7) Testcapaciteit RIVM en GGD | 929 | 1.375 | |
| 8) Vaccin ontwikkeling en medicatie | 123 | 635 | |
| 9) Zorgbonus | 2.001 | 970 | |
| 10) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland | 78 | 13 | |
| 11) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting) | 62 | 123 | |
| Totaal A | 5.749 | 3.733 | 143 |
| B. Premiegefinancierd | |||
| 12) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg) | 190 | ||
| 13) Overige maatregelen (plafond Zorg) | 16 | 45 | |
| Totaal B | 206 | 45 | |
| Totaal A+B=C | 5.955 | 3.778 | 143 |
Kamerstukken II 2019/20, 35 450 XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 493, nr. 1, Kamerstukken II 2019/20, 35 493, nr. 5, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35 567, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35 585. nr. 1, ISB4 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35 634, nr. 1, 2e suppletoire begroting 2020 Kamerstukken II 2020/21, nr. 35 650, nr. 1.
Bovenstaand overzicht geeft een totaaloverzicht van alle COVID-19 gerelateerde uitgaven en ontvangsten op de VWS-begroting, zoals verwerkt in de relevante begrotingsstukken. Het betreft de corona gerelateerde mutaties zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2020, de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de nota van wijziging op de eerste incidentele suppletoire begroting 2020, de tweede incidentele suppletoire begroting 2020, de ontwerpbegroting 2021, de derde incidentele suppletoire begroting 2020, de eerste nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de nota van wijziging op de tweede incidentele suppletoire begroting, de tweede nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de vierde incidentele suppletoire begroting 2020, de derde nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2021, de tweede suppletoire begroting 2020 en de nota van wijziging op de tweede suppletoire begroting 2020. Deze vijfde incidentele begroting 2020 betreft alleen verplichtingenmutaties 2020 en heeft geen gevolgen voor de uitgaven in 2020. De verplichtingenmutaties worden toegelicht in de beleidsartikelen.
3. Beleidsartikelen
3. Beleidsartikelen
3. Beleidsartikelen
3. Beleidsartikelen
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 2e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW), ISB3, ISB4 en NvW 2e supp) | Mutaties 5e ISB | Stand 5e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 841.280 | 3.231.667 | 797.500 | 4.029.167 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.039.858 | 2.687.698 | 0 | 2.687.698 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 95,30% | |||||||
| 1. Gezondheidsbeleid | 433.721 | 409.689 | 0 | 409.689 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 25.007 | 23.243 | 0 | 23.243 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 24.520 | 22.743 | 0 | 22.743 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 487 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.080 | 3.465 | 0 | 3.465 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 2.080 | 3.465 | 0 | 3.465 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 108.907 | 127.696 | 0 | 127.696 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 90.474 | 94.594 | 0 | 94.594 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed | 17.846 | 32.909 | 0 | 32.909 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 587 | 193 | 0 | 193 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 297.590 | 255.270 | 0 | 255.270 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ZonMw: programmering | 297.590 | 255.270 | 255.270 | 0 | 0 | 0 | ||
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanpak Gezondheidsachterstanden | 137 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Ziektepreventie | 439.164 | 2.109.551 | 0 | 2.109.551 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 206.085 | 332.247 | 0 | 332.247 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 9.069 | 124.297 | 124.297 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| Bevolkingsonderzoeken | 147.196 | 145.812 | 0 | 145.812 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vaccinaties | 49.820 | 62.138 | 0 | 62.138 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 10.355 | 706.384 | 0 | 706.384 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 10.355 | 706.384 | 706.384 | 0 | 0 | |||
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan agentschappen | 221.680 | 583.321 | 0 | 583.321 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra | 93.396 | 460.231 | 460.231 | 0 | 0 | 0 | ||
| RIVM: Bevolkingsonderzoeken | 37.631 | 37.362 | 0 | 37.362 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Vaccinaties | 89.640 | 85.715 | 0 | 85.715 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.013 | 13 | 0 | 13 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 1.044 | 487.599 | 0 | 487.599 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.044 | 487.599 | 487.599 | 0 | 0 | 0 | ||
| 3. Gezondheidsbevordering | 140.318 | 138.346 | 0 | 138.346 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 116.037 | 115.875 | 0 | 115.875 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Preventie van schadelijk middelengebruik | 19.114 | 23.220 | 0 | 23.220 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezonde leefstijl en gezond gewicht | 23.857 | 30.741 | 0 | 30.741 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Letselpreventie | 4.301 | 4.677 | 0 | 4.677 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevordering van seksuele gezondheid | 67.788 | 56.235 | 0 | 56.235 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 977 | 1.002 | 0 | 1.002 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9.029 | 7.990 | 0 | 7.990 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezondheidsbevordering | 9.029 | 7.990 | 0 | 7.990 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.242 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.242 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Heroïnebehandeling op medisch voorschrift | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Ethiek | 26.655 | 30.112 | 0 | 30.112 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 24.374 | 26.718 | 0 | 26.718 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Abortusklinieken | 17.482 | 17.878 | 0 | 17.878 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 6.892 | 8.840 | 0 | 8.840 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 13.903 | 31.303 | 0 | 31.303 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 13.903 | 31.303 | 0 | 31.303 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Verplichtingen
2. Ziektepreventie
Bijdragen aan agentschappen
RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra
Vaccinimplementatie
Het Ministerie van VWS gaat aan het RIVM de opdracht verlenen om, gegeven de ervaring die het RIVM heeft met de implementatie van vaccinaties, de implementatie van het COVID-19 vaccin te verzorgen. Het RIVM neemt de implementatie inclusief distributie, logistiek, opslag en afstemming met stakeholders en communicatie met professionals ter hand. Het RIVM zal dit zowel in Nederland doen als voor de overzeese gebieden. De opdracht wordt in 2020 verstrekt en leidt tot een verhoging van het verplichtingenbudget van € 797,5 miljoen. De bijbehorende uitgaven zullen in 2021 plaatsvinden en worden verwerkt in de tweede incidentele suppletoire begroting 2021.
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties ISB | Stand ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 841.280 | 748.168 | 1.027.800 | 1.775.968 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.039.858 | 1.172.099 | 1.027.800 | 2.199.899 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 95,30% | 99,00% | ||||||
| 1. Gezondheidsbeleid | 433.721 | 544.989 | 3.000 | 547.989 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 25.007 | 25.389 | 0 | 25.389 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 24.520 | 24.889 | 0 | 24.889 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 487 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 108.907 | 116.334 | 0 | 116.334 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 90.474 | 94.594 | 0 | 94.594 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed | 17.846 | 21.141 | 0 | 21.141 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 587 | 599 | 0 | 599 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 297.590 | 400.338 | 3.000 | 403.338 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ZonMw: programmering | 297.590 | 400.338 | 3.000 | 403.338 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanpak Gezondheidsachterstanden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Ziektepreventie | 439.164 | 454.489 | 1.024.800 | 1.479.289 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 206.085 | 209.339 | 0 | 209.339 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 9.069 | 14.402 | 0 | 14.402 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevolkingsonderzoeken | 147.196 | 145.228 | 0 | 145.228 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vaccinaties | 49.820 | 49.709 | 0 | 49.709 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 10.355 | 3.699 | 700.000 | 703.699 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 10.355 | 3.699 | 700.000 | 703.699 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan agentschappen | 221.680 | 235.574 | 324.800 | 560.374 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra | 93.396 | 116.927 | 324.800 | 441.727 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Bevolkingsonderzoeken | 37.631 | 37.362 | 0 | 37.362 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Vaccinaties | 89.640 | 81.254 | 0 | 81.254 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.013 | 31 | 0 | 31 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 1.044 | 5.877 | 0 | 5.877 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.044 | 5.877 | 0 | 5.877 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Gezondheidsbevordering | 140.318 | 145.661 | 0 | 145.661 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 116.037 | 121.563 | 0 | 121.563 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Preventie van schadelijk middelengebruik | 19.114 | 23.246 | 0 | 23.246 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezonde leefstijl en gezond gewicht | 23.857 | 24.576 | 0 | 24.576 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Letselpreventie | 4.301 | 4.677 | 0 | 4.677 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevordering van seksuele gezondheid | 67.788 | 68.062 | 0 | 68.062 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 977 | 1.002 | 0 | 1.002 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezondheidsbevordering | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Heronebehandeling op medisch voorschrift | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Ethiek | 26.655 | 26.960 | 0 | 26.960 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 24.374 | 23.566 | 0 | 23.566 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Abortusklinieken | 17.482 | 17.878 | 0 | 17.878 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 6.892 | 5.688 | 0 | 5.688 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Gezondheidsbeleid
Bijdragen aan ZBO's en RWT's
ZonMw programmering:
Onderzoek COVID-19
Naast de eerder uitgezette onderzoeken vanwege COVID-19 bij ZonMW is besloten tot aanvullend onderzoek naar mogelijke alternatieven in zowel de diagnostiek als behandeling. Hiervoor is 3 miljoen nodig.
2. Ziektepreventie
Opdrachten
Ziektepreventie
Vaccinontwikkeling
Nederland werkt samen met Duitsland, Frankrijk en Italie in de Inclusieve Vaccin Alliantie. Doel van deze samenwerking is zo spoedig mogelijk te beschikken over een goed werkend, veilig en betaalbaar vaccin voor heel Europa en daarbuiten. Door met deze landen die net als Nederland de faciliteiten in huis hebben om bij te dragen aan de ontwikkeling en productie en met de vaccin ontwikkelende en producerende bedrijven samen te werken, kunnen we sneller een vaccin realiseren. Andere EU-Lidstaten en de Europese Commissie bieden we de mogelijkheid om deel te nemen in de initiatieven die voortkomen uit deze samenwerking. Om op de kortst mogelijke termijn over een vaccin te beschikken, wordt 700 miljoen begroot.
Bijdrage aan agentschappen
RIVM Opdrachtverlening aan kenniscentra:
Uitbreiding testcapaciteit COVID-19
Vanaf 1juni kan iedereen met milde klachten getest worden op COVID-19, hiervoor is een uitbreiding van de testcapaciteit nodig (264 miljoen). De test wordt uitgevoerd door de GGD'en. Op 1juni is het landelijk telefoonnummer 08001202 operationeel geworden (36,3 miljoen) waar mensen naar toe kunnen bellen om te kijken of ze in aanmerking komen voor een test.
GGD'en en veiligheidsregios COVID-19
Het betreft additionele uitgaven vanwege de uitbreiding van de testcapaciteit. De GGD'en wordt hiermee in staat gesteld om bij positief geteste personen bron- en contactopsporing te doen. Tevens wordt, naar aanleiding van de nieuwe noodverordening, mogelijk gemaakt dat meerkosten die hieruit volgen worden gedekt.
BCG-vaccin
Uit onderzoek blijkt een positieve werking van het BCG-vaccin bij COVID-19 patinten. Vanwege dit positieve effect is besloten om het BCG-vaccin aan te schaffen voor een bedrag van 4,5 miljoen.
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW) | Mutaties 2e ISB | Stand 2e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 841.280 | 1.775.968 | 306.100 | 2.082.068 | 968.600 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.039.858 | 2.199.899 | 306.100 | 2.505.999 | 968.600 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 95,30% | |||||||
| 1. Gezondheidsbeleid | 433.721 | 547.989 | 3.900 | 551.889 | 3.900 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 25.007 | 25.389 | 0 | 25.389 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 24.520 | 24.889 | 0 | 24.889 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 487 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 108.907 | 116.334 | 3.900 | 120.234 | 900 | 0 | 0 | 0 |
| Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 90.474 | 94.594 | 0 | 94.594 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed | 17.846 | 21.141 | 3.900 | 25.041 | 900 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 587 | 599 | 0 | 599 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 297.590 | 403.338 | 0 | 403.338 | 3.000 | 0 | 0 | 0 |
| ZonMw: programmering | 297.590 | 403.338 | 0 | 403.338 | 3.000 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanpak Gezondheidsachterstanden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Ziektepreventie | 439.164 | 1.479.289 | 302.200 | 1.781.489 | 964.700 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 206.085 | 209.339 | 6.900 | 216.239 | 8.300 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 9.069 | 14.402 | 6.900 | 21.302 | 8.300 | 0 | 0 | 0 |
| Bevolkingsonderzoeken | 147.196 | 145.228 | 0 | 145.228 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vaccinaties | 49.820 | 49.709 | 0 | 49.709 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 10.355 | 703.699 | 85.100 | 618.599 | 576.200 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 10.355 | 703.699 | 85.100 | 618.599 | 576.200 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan agentschappen | 221.680 | 560.374 | 15.000 | 575.374 | 21.000 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra | 93.396 | 441.727 | 15.000 | 456.727 | 21.000 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Bevolkingsonderzoeken | 37.631 | 37.362 | 0 | 37.362 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Vaccinaties | 89.640 | 81.254 | 0 | 81.254 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.013 | 31 | 0 | 31 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 1.044 | 5.877 | 365.400 | 371.277 | 359.200 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.044 | 5.877 | 365.400 | 371.277 | 359.200 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Gezondheidsbevordering | 140.318 | 145.661 | 0 | 145.661 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 116.037 | 121.563 | 0 | 121.563 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Preventie van schadelijk middelengebruik | 19.114 | 23.246 | 0 | 23.246 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezonde leefstijl en gezond gewicht | 23.857 | 24.576 | 0 | 24.576 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Letselpreventie | 4.301 | 4.677 | 0 | 4.677 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevordering van seksuele gezondheid | 67.788 | 68.062 | 0 | 68.062 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 977 | 1.002 | 0 | 1.002 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezondheidsbevordering | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Heronebehandeling op medisch voorschrift | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Ethiek | 26.655 | 26.960 | 0 | 26.960 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 24.374 | 23.566 | 0 | 23.566 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Abortusklinieken | 17.482 | 17.878 | 0 | 17.878 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 6.892 | 5.688 | 0 | 5.688 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Gezondheidsbeleid
Bijdragen aan agentschappen
RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed
Diverse onderzoeken RIVM op het terrein van Volksgezondheid en Zorg
Het betreft de onderzoeken Gedragsexpertise corona en kennisintegratie (3,8 miljoen), Indirecte Impact Corona op Gezondheid en Zorg (0,7 miljoen) en Corona-inclusieve VTV (0,3 miljoen).
Bijdragen aan ZBO's en RWT's
ZonMw: programmering
Onderzoek BCG-vaccin
De Gezondheidsraad adviseert nader onderzoek te doen naar toepassing van het BCG-vaccin bij kwetsbare ouderen en de veiligheid van deze toediening. Voor 2021 is daarvoor een bedrag van 3 miljoen opgenomen.
2. Ziektepreventie
Subsidies
Ziektepreventie
C-support
Nu de gevolgen van de coronacrisis zo indringend zijn, wordt het belang erkend van goede nazorg die niet alleen medisch is. Met de ervaringen voor de Q-koortspatint als basis zal Q-support een Corona-support inrichten. Er wordt met de patint breed gekeken naar de vragen en behoeften die er zijn ten gevolge van de ziekte. Het gaat om een bedrag van 3,9 miljoen in 2020 en 0,9 miljoen in 2021.
JGZ-instellingen
Vergoeding van de meerkosten die JGZ-instellingen maken voor COVID-19. Hiervoor is 4,5 miljoen opgenomen voor 2020 en 4,5 miljoen voor 2021.
Opdrachten
Ziektepreventie
Meerkosten voor GGD GHOR
De GGD GHOR maakt meerkosten voor onder andere het opzetten van een app, een nieuw digitaal registratiesysteem voor de testen, klantencontactcentrum en bron- en contactonderzoek. Voor deze meerkosten is in 2020 een bedrag van 126 miljoen opgenomen en voor 2021 100 miljoen.
IC-bedden en klinische bedden
Op basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg worden middelen gereserveerd in 2020 en 2021 voor de opschaling naar 1.350 IC-bedden, de flexibele opschaling naar 1.700 IC-bedden en de daarmee corresponderende uitbreiding van het aantal klinische bedden. Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.
Voor de IC-capaciteit betreft dit in 2020 80,1 miljoen en in 2021 93,9 miljoen en voor opleidingen in 2020 37,7 miljoen en in 2021 73 miljoen. Het budget voor de opleidingen is ondergebracht bij artikel 4.
Programma Coronadata
De doelstelling van het programma Coronadata is om met behulp van data sneller op lokale en nationale uitbraken te reageren. Hiervoor is in 2020 een bedrag van 8,8 miljoen opgenomen en 8,8 miljoen voor 2021.
Programmamiddelen COVID-19 directie: Innovatieve behandeling
Voor 2021 is een bedrag van 73,5 miljoen opgenomen voor de ondersteuning van de lokale aanpak en bestrijding van brandhaarden en de ontwikkeling van innovatieve behandeling.
Vaccin Ontwikkeling (Covid-19)
Een deel van de reeds beschikbare 700 miljoen wordt in 2021 uitgegeven. Er valt daarom in 2020 300 miljoen vrij en dit deel van de middelen komt in 2021 weer beschikbaar. Het budget wordt benut om de financile verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de door de EU afgesloten overeenkomsten. Het kan gaan om zowel de aanschaf- als productie en ontwikkelkosten.
Bijdrage aan agentschappen
RIVM Opdrachtverlening aan kenniscentra
Rioolonderzoek
Op basis van rioolonderzoek kan voortijdig een lokale brandhaard worden ontdekt. Voor dit rioolonderzoek, dat wordt uitgevoerd door het RIVM, is 15 miljoen nodig.
Bijdrage aan medeoverheden
Overige
Meerkosten voor de GGD'en en Veiligheidsregio's
De GGD'en (350 miljoen) en veiligheidsregio's (15,4 miljoen) maken meerkosten voor o.a. het opzetten van teststraten, bron- en contactonderzoek, bemonstering en uitgestelde dienstverlening.
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en ISB2 en NvW) | Mutaties 3e ISB | Stand 3e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 841.280 | 2.082.068 | 797.600 | 2.879.668 | 405.200 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.039.858 | 2.505.999 | 250.400 | 2.756.399 | 405.200 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 95,30% | |||||||
| 1. Gezondheidsbeleid | 433.721 | 551.889 | 0 | 551.889 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 25.007 | 25.389 | 0 | 25.389 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 24.520 | 24.889 | 0 | 24.889 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 487 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 108.907 | 120.234 | 0 | 120.234 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 90.474 | 94.594 | 0 | 94.594 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed | 17.846 | 25.041 | 25.041 | 0 | 0 | 0 | ||
| Overige | 587 | 599 | 0 | 599 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 297.590 | 403.338 | 0 | 403.338 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ZonMw: programmering | 297.590 | 403.338 | 0 | 403.338 | 0 | 0 | 0 | |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanpak Gezondheidsachterstanden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Ziektepreventie | 439.164 | 1.781.489 | 250.400 | 2.031.889 | 405.200 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 206.085 | 216.239 | 0 | 216.239 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 9.069 | 21.302 | 21.302 | 0 | 0 | 0 | ||
| Bevolkingsonderzoeken | 147.196 | 145.228 | 0 | 145.228 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vaccinaties | 49.820 | 49.709 | 0 | 49.709 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 10.355 | 618.599 | 250.400 | 868.999 | 405.200 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 10.355 | 618.599 | 250.400 | 868.999 | 405.200 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan agentschappen | 221.680 | 575.374 | 0 | 575.374 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra | 93.396 | 456.727 | 456.727 | 0 | 0 | 0 | ||
| RIVM: Bevolkingsonderzoeken | 37.631 | 37.362 | 0 | 37.362 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Vaccinaties | 89.640 | 81.254 | 0 | 81.254 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.013 | 31 | 0 | 31 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 1.044 | 371.277 | 0 | 371.277 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.044 | 371.277 | 371.277 | 0 | 0 | 0 | ||
| 3. Gezondheidsbevordering | 140.318 | 145.661 | 0 | 145.661 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 116.037 | 121.563 | 0 | 121.563 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Preventie van schadelijk middelengebruik | 19.114 | 23.246 | 0 | 23.246 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezonde leefstijl en gezond gewicht | 23.857 | 24.576 | 0 | 24.576 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Letselpreventie | 4.301 | 4.677 | 0 | 4.677 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevordering van seksuele gezondheid | 67.788 | 68.062 | 0 | 68.062 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 977 | 1.002 | 0 | 1.002 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezondheidsbevordering | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Heronebehandeling op medisch voorschrift | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Ethiek | 26.655 | 26.960 | 0 | 26.960 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 24.374 | 23.566 | 0 | 23.566 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Abortusklinieken | 17.482 | 17.878 | 0 | 17.878 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 6.892 | 5.688 | 0 | 5.688 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
2. Ziektepreventie
Opdrachten
Ziektepreventie
Testcapaciteit
Voor 2020 (250,4miljoen) en de eerste maanden van 2021 (405,2miljoen) worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de laboratoriumcapaciteit te vergroten op basis van de verwachte testen in deze periode. Met deze aanvullende middelen kan het testen, traceren en analyseren verder vorm krijgen. In totaal is er daarmee 1,65miljard beschikbaar voor het testen en analyseren.
Bijlage toetsingskaders garantieregelingen
1. Toetsingskader garantstelling U-Diagnostics
Inleiding
De Staat is op 30augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met U-Diagnostics als leverancier van analysecapaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. U-Diagnostics garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om te verlengen met telkens 3 maanden.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).
De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 160.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. U-Diagnostics is een partij die met behulp van hun samenwerkingspartner, het Duitse laboratorium Labor Dr. Wisplinghoff de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.
U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff heeft afgesproken dat zij garant staan voor de levering van maximaal 5.000 PCR-testen per dag. U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Hierover is ook gesproken met de verantwoordelijke Minister van de Duitse deelstaat van Noordrijn-Westfalen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 2.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een plafond van 23,4miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 2.000 testen voor zes maanden).
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.
Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 2000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.
2. Toetsingskader garantstelling Eurofins
Inleiding
De Staat is op 31augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Eurofins als leverancier van analyse capaciteit polymerase chain reaction tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor het risico dat gemaakte kosten niet kunnen worden terugverdiend als de afname tegenvalt waarbij een minimum afname van het aantal PCR tests wordt gegarandeerd. Eurofins garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om tweemaal te verlengen met telkens 6 maanden.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met (milde) klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te kunnen starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende analysecapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder oploopt (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).
De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analysecapaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Eurofins is een partij die de analysecapaciteit kan leveren die nodig is om de benodigde testcapaciteit op pijl te houden en Nederland in staat te stellen de testcapaciteit verder uit te breiden. Zij zijn ook in tegenstelling tot vele laboratoria in staat het noodzakelijke materiaal zelf te produceren wat de afhankelijkheid van Nederland verkleint. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Eurofins om in de behoefte van analysecapaciteit voor PCR-testen te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.
Eurofins heeft afgesproken dat zij garant staat voor de levering van 44.000 PCR-testen per dag. Eurofins garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Eurofins hiermee een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 15.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Eurofins; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Het materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een plafond van 169,7miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 15.000 testen voor zes maanden).
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatieteam Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Eurofins. Het Landelijke Cordinatieteam Diagnostische Keten (LCDK) cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS, waardoor VWS meer beheersingsmogelijkheden krijgt om de teststromen te sturen.
Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 15.000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.
3. Toetsingskader garantstelling Synlab
Inleiding
De Staat is op 11september 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Synlab Belgium SC/SPRL als leverancier van afname capaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is vastgelegd tot 30april 2021 en kan bij wederzijdse goedkeuring worden verlengd.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).
De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Synlab Belgium SC/SPRL is een partij die de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Synlab Belgium SC/SPRL om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 7 maanden.
Met Synlab Belgium SC/SPRL is afgesproken dat zij uiteindelijk garant staan voor de levering van maximaal 25.000 tests per dag eind december. Afspraken zijn gemaakt over de oploop daar naartoe. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Synlab Belgium SC/SPRL hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 600 PCR-testen per dag oplopend tot 8.750 tests per dag vanaf januari 2021. Met de daarbij afgesproken financile compensatie. Vanaf het ingaan van het contract (eind september) zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Synlab Belgium SC/SPRL; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal afgesproken testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een plafond van 123,6miljoen.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke maatregel tot eind april 2021 waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is de verwachting dat het minimale aantal van 600 testen oplopend tot 8.750 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Synlab Belgium SC/SPRL. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.
Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van de tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling loopt in eerste aanleg tot 30april 2021. Hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.
4. Toetsingskader garantstelling testmaterialen
Garantstelling testmaterialen
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen.
Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 is vanaf 10augustus gestart met de afgifte van nieuwe garanties om de aankoop van testmaterialen gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19 testen uitgevoerd. Dit is noodzakelijk om uitbraken van het virus te voorkomen en beheersen. De vraag naar testmaterialen is op dit moment hoog. Naar verwachting zal de vraag naar testmaterialen in het najaar verder toenemen. Het risico bestaat dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde testmaterialen in het gedrang komt. Tot nu toe is op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen een afzonderlijke garantieovereenkomst afgesloten voor in totaal 41,5mln. Dit gebeurde voornamelijk wanneer de leverancier zonder garantieovereenkomst onvoldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kon garanderen.
Het RIVM verwacht dat de vraag naar testen in het najaar oploopt tot 70.000 testen per dag (en max 86.000 in het vroege voorjaar). Deze stijging zal zich ook in andere landen voordoen. Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Het is daarom op dit moment noodzakelijk op centraal niveau afspraken te maken over de aankoop van testmaterialen ten behoeve van COVID-19 diagnostiek in Nederland. Om die reden heeft VWS een aanbesteding opengesteld, waarop leveranciers van testmaterialen zich kunnen inschrijven om de extra benodigde capaciteit te leveren. Zorgaanbieders kunnen decentraal bestellingen plaatsen bij de leveranciers die deze aanbesteding hebben doorlopen.
De uitzonderlijke marktomstandigheden zorgen voor een aantal risicos waardoor het onvoldoende aantrekkelijk is voor leveranciers van testmaterialen om in te tekenen op de aanbesteding (beperkte leverbetrouwbaarheid en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar). Om de testmaterialen beschikbaar te houden voor de Nederlandse markt, is het noodzakelijk een aantal financile risicos van marktpartijen af te kunnen dekken. Het Ministerie van VWS is daarom voornemens garantieovereenkomsten af te sluiten met leveranciers van testmaterialen die de aanbesteding hebben doorlopen en waarbij zorgaanbieders bestellingen hebben geplaatst, om afname van een minimaal aantal testmaterialen te garanderen. Als de Nederlandse markt vervolgens onvoldoende testmaterialen afneemt zal de Nederlandse staat de resterende testmaterialen afnemen.
Het risico wordt afgedekt dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk het gegarandeerd aantal testmaterialen afneemt en dat de ingekochte testmaterialen (deels) niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het is op dit moment noodzakelijk om op centraal niveau de regie te voeren over de beschikbaarheid van testmaterialen voor de diagnostiek van COVID-19. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat de zekerheid van toegang tot deze materialen onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen en zorgaanbieders die hiermee ervaring hebben.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet door de markt te dragen.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
Er worden garanties verstrekt ten behoeve van de vraag in het najaar. Rekening houdend met de reeds afgegeven garanties wordt het maximum plafondbedrag 230,5mln. Dit bedrag is gebaseerd op een gemiddelde prijs van 15 aan testmaterialen per test en 70.000 testen per dag gedurende 6 maanden plus de eerder afgegeven garanties van 41,5mln. Op grond van de behoefte van de capaciteit, ruimte en wensen van laboratoria worden garantieovereenkomsten afgesloten met aanbieders van testmaterialen om in de vraag van Nederlandse laboratoria te voorzien ten hoogste tot het plafondbedrag wordt bereikt.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
In een eerdere fase zijn op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen afzonderlijke garantieovereenkomsten afgesloten voor in totaal 41,5mln.
Op basis van een aanbesteding worden garanties afgegeven voor de periode tussen 1september 2020 tot 1april 2021. De Minister van VWS heeft de mogelijkheid om de garantieovereenkomsten tweemaal met drie maanden te verlengen bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor testmaterialen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft. Na de garantieperiode wordt duidelijk in hoeverre het Rijk garant zal moeten staan voor de risicos die zich tussen 1september 2020 en 1april 2021 voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:
-
de garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende leverancier, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten, de daarmee gepaard gaande risicos en de testmaterialen waarvoor garanties worden afgegeven.
-
de regeling kent een totaalplafond (230,5mln.) en wordt behoudens een aanvullend besluit door de Minister van VWS niet verlengd voorbij 1april 2021.
-
de leveranciers waarmee een garantieovereenkomst wordt afgesloten zijn verplicht maandelijks een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS waarin de hoeveelheid bestelde testmaterialen is vermeld.
-
in de garantieovereenkomsten wordt vastgelegd dat de geleverde testmaterialen minimaal een jaar houdbaar dienen te zijn, zodat de testmaterialen kunnen worden doorverkocht indien de materialen na de garantieperiode door het Ministerie van VWS moeten worden afgenomen.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
De zorgaanbieders die COVID-19 testen uitvoeren betalen zelf de kosten van de testmaterialen. Wanneer minder testmaterialen zijn ingekocht dan het gegarandeerde aantal, dan koopt VWS de overgebleven testmaterialen op. Deze kunnen tegen de kostprijs worden doorverkocht aan zorgaanbieders, zo lang de houdbaarheidsdatum niet is overschreden en er voldoende vraag is. Gezien de aard van de mogelijke uitgave wordt deze generaal ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling ten behoeve van de extra testmaterialen is geldig tot 1april 2021. Indien nodig kan deze 2x 3 maanden verlengd worden.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
Het LCH heeft de aanbesteding uitgevoerd en stelt (op basis van een model-garantieovereenkomst) de garantieovereenkomsten op. Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van het LCH.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.
3.1 Artikel 1 Volksgezondheid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 841.280 | 2.907.918 | 30.210 | 2.938.128 | 1.328.710 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.039.858 | 2.784.649 | 30.210 | 2.814.859 | 1.328.710 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 95,30% | |||||||
| 1. Gezondheidsbeleid | 433.721 | 551.889 | 3.630 | 555.519 | 4.640 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 25.007 | 25.389 | 0 | 25.389 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 24.520 | 24.889 | 0 | 24.889 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 487 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| (Lokaal) gezondheidsbeleid | 2.080 | 2.913 | 0 | 2.913 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 108.907 | 120.234 | 0 | 120.234 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 90.474 | 94.594 | 0 | 94.594 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed | 17.846 | 25.041 | 0 | 25.041 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 587 | 599 | 0 | 599 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 297.590 | 403.338 | 3.630 | 406.968 | 4.640 | 0 | 0 | 0 |
| ZonMw: programmering | 297.590 | 403.338 | 3.630 | 406.968 | 4.640 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 137 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanpak Gezondheidsachterstanden | 137 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 15 | 0 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Ziektepreventie | 439.164 | 2.060.139 | 26.580 | 2.086.719 | 1.324.070 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 206.085 | 324.589 | 2.650 | 321.939 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 9.069 | 129.652 | 2.650 | 127.002 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevolkingsonderzoeken | 147.196 | 145.228 | 0 | 145.228 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vaccinaties | 49.820 | 49.709 | 0 | 49.709 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 10.355 | 788.899 | 77.900 | 710.999 | 987.000 | 0 | 0 | 0 |
| Ziektepreventie | 10.355 | 788.899 | 77.900 | 710.999 | 987.000 | 0 | 0 | |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan agentschappen | 221.680 | 575.374 | 9.300 | 566.074 | 65.300 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra | 93.396 | 456.727 | 9.300 | 447.427 | 65.300 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Bevolkingsonderzoeken | 37.631 | 37.362 | 0 | 37.362 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| RIVM: Vaccinaties | 89.640 | 81.254 | 0 | 81.254 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.013 | 31 | 0 | 31 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage aan medeoverheden | 1.044 | 371.277 | 116.430 | 487.707 | 271.770 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.044 | 371.277 | 116.430 | 487.707 | 271.770 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Gezondheidsbevordering | 140.318 | 145.661 | 0 | 145.661 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 116.037 | 121.563 | 0 | 121.563 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Preventie van schadelijk middelengebruik | 19.114 | 23.246 | 0 | 23.246 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezonde leefstijl en gezond gewicht | 23.857 | 24.576 | 0 | 24.576 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Letselpreventie | 4.301 | 4.677 | 0 | 4.677 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bevordering van seksuele gezondheid | 67.788 | 68.062 | 0 | 68.062 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 977 | 1.002 | 0 | 1.002 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Gezondheidsbevordering | 9.029 | 8.348 | 0 | 8.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.242 | 1.269 | 0 | 1.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 114 | 117 | 0 | 117 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Heronebehandeling op medisch voorschrift | 13.896 | 14.364 | 0 | 14.364 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Ethiek | 26.655 | 26.960 | 0 | 26.960 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 24.374 | 23.566 | 0 | 23.566 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Abortusklinieken | 17.482 | 17.878 | 0 | 17.878 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 6.892 | 5.688 | 0 | 5.688 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische Ethiek | 772 | 785 | 0 | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek | 1.509 | 2.609 | 0 | 2.609 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 33.800 | 11.300 | 0 | 0 |
| Overige | 13.903 | 23.903 | 0 | 23.903 | 33.800 | 11.300 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Gezondheidsbeleid
Bijdragen aan ZBO's/RWT's
ZonMw: programmering
Er worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor onderzoek bij ZonMW in het kader van COVID-19 (3,6 miljoen).
2. Ziektepreventie
Subsidies
Ziektepreventie
Er is minder budget benodigd gebleken in 2021 voor de jeugdgezondheidscentra dan geraamd (2,25 miljoen) en nazorg voor coronapatienten (0,4 miljoen).
Opdrachten
Ziektepreventie
Vaccinontwikkeling
De reeds beschikbaar gestelde 700 miljoen voor de vaccinontwikkeling komt grotendeels in 2021 tot besteding. Er wordt daarom 335 miljoen van 2020 naar 2021 doorgeschoven. Het budget wordt benut om de financile verplichtingen na te komen die voortvloeien uit de door de EU afgesloten overeenkomsten. Het kan gaan om zowel de aanschaf- als productie en ontwikkelkosten. Daarnaast is 3,2 miljoen beschikbaar gesteld voor de implementatiestrategie wanneer er een vaccin beschikbaar is.
Additionele voorziening van persoonlijke en medische beschermingsmiddelen
Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2020 meer bevoorschotting vanuit VWS om additioneel voldoende medische beschermingsmiddelen inclusief (snel)testen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2020 een bedrag van 225 miljoen voor (snel)testen.
Bijdrage GGDen en derden
Het betreft additionele middelen voor de GGDen om uitvoering te geven aan hun taken (totaal 27 miljoen), een vergoeding voor het Landelijk Cordinatieteam Diagnostische Keten om de beschikbare testcapaciteit in kaart te brengen (4,4 miljoen).
Bijdragen aan agentschappen
RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra
Het RIVM ontvangt een aanvullende bijdrage om het medicijn Remdesivir aan te schaffen (33,8 miljoen). Het middel Remdesivir remt de aanmaak van nieuwe virusdeeltjes in het lichaam. Het RIVM schaft de medicijnen aan en ziekenhuizen kunnen het medicijn Remdevisir afnemen. Daarom worden ook ontvangsten geboekt in 2021 en 2022 (ziekenhuizen betalen het geneesmiddel). Daarnaast ontvangt het RIVM een aanvullende bijdrage om uitvoering te geven aan hun taken in het kader van de bestrijding van COVID-19.
GGD GHOR
Per abuis heeft een verkeerde boeking plaatsgevonden en wordt deze in de vierde incidentele begroting gecorrigeerd.
Bijdragen aan medeoverheden
Uitbreiding sneltestcapaciteit
Het betreft de uitbreiding van de testcapaciteit. Met deze middelen wordt de Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk in staat gesteld om sneltesten aan te schaffen via het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) en mensen snel te testen. Het gaat om 150 miljoen in 2020.
Vergoeding veiligheidsregio's
Er is tot nu toe nog zeer beperkt gebruik gemaakt van de beschikbare vergoeding voor veiligheidsregios. De resterende middelen (7,7 miljoen) blijven daarom beschikbaar in 2021.
3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties ISB | Stand ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.080.575 | 4.036.526 | 450.000 | 4.486.526 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 3.117.206 | 4.153.395 | 450.000 | 4.603.395 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 99,40% | 99,40% | ||||||
| 1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg | 193.180 | 1.200.019 | 450.000 | 1.650.019 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 141.236 | 1.142.656 | 970.100 | 172.556 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 80.533 | 70.440 | 0 | 70.440 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 18.909 | 20.059 | 0 | 20.059 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 9.893 | 10.153 | 0 | 10.153 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 20.608 | 18.571 | 0 | 18.571 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 11.293 | 1.023.433 | 970.100 | 53.333 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 17.542 | 17.518 | 1.420.100 | 1.437.618 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 1.157 | 973 | 0 | 973 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 4.887 | 5.217 | 0 | 5.217 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 153 | 156 | 0 | 156 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 8.335 | 7.592 | 0 | 7.592 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 3.010 | 3.580 | 1.420.100 | 1.423.680 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 32.208 | 38.323 | 0 | 38.323 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 1.694 | 1.831 | 0 | 1.831 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 2.200 | 2.200 | 0 | 2.200 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 28.314 | 34.292 | 0 | 34.292 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 2.126 | 1.520 | 0 | 1.520 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 2.126 | 1.520 | 0 | 1.520 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Bijdragen aan medeoverheden | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Ondersteuning van het zorgstelsel | 2.924.026 | 2.953.376 | 0 | 2.953.376 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 118.719 | 146.285 | 0 | 146.285 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen | 1.303 | 1.337 | 0 | 1.337 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 58.531 | 58.635 | 0 | 58.635 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 8.981 | 9.214 | 0 | 9.214 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 8.702 | 8.931 | 0 | 8.931 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 41.202 | 68.168 | 0 | 68.168 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 2.762.515 | 2.761.184 | 0 | 2.761.184 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18- | 2.722.900 | 2.722.900 | 0 | 2.722.900 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen | 39.615 | 38.284 | 0 | 38.284 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inkomensoverdrachten | 18.523 | 18.523 | 0 | 18.523 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel | 18.397 | 18.397 | 0 | 18.397 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 126 | 126 | 0 | 126 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 5.618 | 13.265 | 0 | 13.265 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Risicoverevening | 1.986 | 2.019 | 0 | 2.019 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoering zorgverzekeringstelsel | 1.201 | 1.221 | 0 | 1.221 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 118 | 5.620 | 0 | 5.620 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 417 | 424 | 0 | 424 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 100 | 102 | 0 | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.796 | 3.879 | 0 | 3.879 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CJIB: Onverzekerden en wanbetalers | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.803 | 4.304 | 0 | 4.304 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| SVB: Onverzekerden | 3.778 | 3.877 | 0 | 3.877 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.025 | 427 | 0 | 427 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| VenJ: Bijdrage C2000 | 2 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 5.053 | 296.353 | 180.000 | 476.353 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.053 | 296.353 | 180.000 | 476.353 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Opdrachten
Aanschaf en distributie medische hulpmiddelen
Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt van VWS een voorschot voor de inkoop van medische hulpmiddelen. De raming voor de inkoop van medische hulpmiddelen wordt met 550 miljoen verhoogd.
Hierbij is ook rekening gehouden met een uitbreiding van de doelgroep waarvoor het LCH inkoopt. Het gaat om zorgverleners die zorg verlenen aan clinten thuis en die niet werkzaam zijn voor een zorgorganisatie, waaronder mantelzorgers die intensief zorg verlenen, vrijwilligers in de palliatieve zorg en zorgverleners die op basis van een pgb zorg aan kwetsbare mensen leveren. Daarnaast is minder budget benodigd voor de inkoop van beademingsapparatuur dan bij eerste suppletoire geraamd. Dit wordt bijgesteld met 100 miljoen.
Bij de eerste suppletoire begroting zijn de middelen voor aanschaf en distributie medische hulpmiddelen op medische producten subsidies terecht gekomen, dit had opdrachten moeten zijn. In deze incidentele suppletoire begroting wordt dit juist verwerkt. Dit verklaart de technische correctie van 970.100.
Ontvangsten
Doorverkoop van medische beschermingsmiddelen
Tegenover de uitgaven die hierboven zijn benoemd voor de inkoop van medische beschermingsmiddelen door het LCH staan ook ontvangsten. Deze betreffen de verkoop van beschermingsmiddelen aan zorgaanbieders. De extra opbrengst hiervan wordt geraamd op 180 miljoen.
3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 2e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW), ISB3, ISB4 en NvW 2e supp) | Mutaties 5e ISB | Stand 5e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.080.575 | 4.978.397 | 56.500 | 5.034.897 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 3.117.206 | 4.962.960 | 0 | 4.962.960 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 99,40% | |||||||
| 1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg | 193.180 | 2.035.427 | 0 | 2.035.427 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 141.236 | 180.511 | 0 | 180.511 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 80.533 | 74.356 | 0 | 74.356 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 18.909 | 19.227 | 0 | 19.227 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 9.893 | 2.924 | 0 | 2.924 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 20.608 | 33.271 | 0 | 33.271 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 11.293 | 50.733 | 0 | 50.733 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 17.542 | 1.816.765 | 0 | 1.816.765 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 1.157 | 1.169 | 0 | 1.169 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 4.887 | 1.060 | 0 | 1.060 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 153 | 874 | 0 | 874 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 8.335 | 7.484 | 0 | 7.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 3.010 | 1.806.178 | 0 | 1.806.178 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 32.208 | 36.575 | 0 | 36.575 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 1.694 | 2.595 | 0 | 2.595 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 2.200 | 2.200 | 0 | 2.200 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 28.314 | 31.780 | 0 | 31.780 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 2.126 | 1.574 | 0 | 1.574 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 2.126 | 1.574 | 0 | 1.574 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Ondersteuning van het zorgstelsel | 2.924.026 | 2.927.533 | 0 | 2.927.533 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 118.719 | 102.752 | 0 | 102.752 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen | 1.303 | 1.337 | 0 | 1.337 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden | 14.250 | 35.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Regeling veelbelovende zorg | 25.946 | 344 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 59.431 | 45.062 | 0 | 45.062 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 8.981 | 10.009 | 0 | 10.009 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 8.702 | 10.989 | 0 | 10.989 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 106 | 11 | 0 | 11 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 2.762.515 | 2.770.942 | 0 | 2.770.942 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18- | 2.722.900 | 2.722.900 | 0 | 2.722.900 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen | 39.615 | 48.042 | 0 | 48.042 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inkomensoverdrachten | 18.523 | 24.923 | 0 | 24.923 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel | 18.397 | 24.797 | 0 | 24.797 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 126 | 126 | 0 | 126 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 5.618 | 14.799 | 0 | 14.799 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Risicoverevening | 1.986 | 1.874 | 0 | 1.874 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoering zorgverzekeringstelsel | 1.201 | 2.446 | 0 | 2.446 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 118 | 7.793 | 7.793 | 0 | 0 | 0 | ||
| Curatieve ggz | 417 | 437 | 0 | 437 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 100 | 198 | 0 | 198 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.796 | 2.051 | 0 | 2.051 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CJIB: Onverzekerden en wanbetalers | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.803 | 4.304 | 0 | 4.304 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| SVB: Onverzekerden | 3.778 | 3.877 | 0 | 3.877 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.025 | 427 | 0 | 427 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| JenV: Bijdrage C2000 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 5.053 | 21.054 | 0 | 21.054 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.053 | 21.054 | 0 | 21.054 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Verplichtingen
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Opdrachten
Medische producten
Nederland heeft bij de Europese Commissie een voorstel ingediend als onderdeel van het RescEU-programma om een medische noodvoorraad aan te trekken van € 47 miljoen. Dit voorstel is door de Europese Commissie goedgekeurd. Daarmee vergoedt de Europese Commissie de kosten voor de aankoop, opslag en het beheer van de medische producten met uitzondering van de bijbehorende belastingen. Het betreft hier een bedrag van € 9,5 miljoen. Deze worden toegevoegd aan de VWS-begroting om deze kosten te vergoeden. De opdracht zal op korte termijn in 2020 worden verstrekt en heeft geleid tot een verhoging van het verplichtingenbudget van € 56,5 miljoen in 2020 die is verwerkt in de vijfde incidentele suppletoire begroting 2020. De bijbehorende uitgaven zullen in 2021 plaatsvinden en zijn verwerkt in deze tweede incidentele suppletoire begroting 2021.
3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.080.575 | 4.655.491 | 215.010 | 4.870.501 | 113.099 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 3.117.206 | 4.772.360 | 215.010 | 4.987.370 | 113.099 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 99,40% | |||||||
| 1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg | 193.180 | 1.816.984 | 215.010 | 2.031.994 | 112.249 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 141.236 | 173.021 | 6.700 | 166.321 | 6.700 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 80.533 | 70.440 | 0 | 70.440 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 18.909 | 20.059 | 0 | 20.059 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 9.893 | 10.153 | 0 | 10.153 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 20.608 | 18.571 | 0 | 18.571 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 11.293 | 53.798 | 6.700 | 47.098 | 6.700 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 17.542 | 1.604.118 | 220.300 | 1.824.418 | 97.000 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 1.157 | 973 | 0 | 973 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 4.887 | 5.217 | 0 | 5.217 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 153 | 156 | 0 | 156 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 8.335 | 7.592 | 0 | 7.592 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 3.010 | 1.590.180 | 220.300 | 1.810.480 | 97.000 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 32.208 | 38.323 | 1.410 | 39.733 | 8.549 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 1.694 | 1.831 | 0 | 1.831 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 2.200 | 2.200 | 0 | 2.200 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 28.314 | 34.292 | 1.410 | 35.702 | 8.549 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 2.126 | 1.520 | 0 | 1.520 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 2.126 | 1.520 | 0 | 1.520 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Ondersteuning van het zorgstelsel | 2.924.026 | 2.955.376 | 0 | 2.955.376 | 850 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 118.719 | 146.285 | 0 | 146.285 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen | 1.303 | 1.337 | 0 | 1.337 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden | 14.250 | 44.771 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Regeling veelbelovende zorg | 25.946 | 22.365 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 59.431 | 59.656 | 0 | 59.656 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 8.981 | 9.214 | 0 | 9.214 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 8.702 | 8.931 | 0 | 8.931 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 106 | 11 | 0 | 11 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 2.762.515 | 2.761.184 | 0 | 2.761.184 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18- | 2.722.900 | 2.722.900 | 0 | 2.722.900 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen | 39.615 | 38.284 | 0 | 38.284 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inkomensoverdrachten | 18.523 | 18.523 | 0 | 18.523 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel | 18.397 | 18.397 | 0 | 18.397 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 126 | 126 | 0 | 126 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 5.618 | 15.265 | 0 | 15.265 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Risicoverevening | 1.986 | 2.019 | 0 | 2.019 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoering zorgverzekeringstelsel | 1.201 | 1.221 | 0 | 1.221 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 118 | 7.620 | 7.620 | 0 | 0 | 0 | ||
| Curatieve ggz | 417 | 424 | 0 | 424 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 100 | 102 | 0 | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.796 | 3.879 | 0 | 3.879 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CJIB: Onverzekerden en wanbetalers | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.803 | 4.304 | 0 | 4.304 | 850 | 0 | 0 | 0 |
| SVB: Onverzekerden | 3.778 | 3.877 | 0 | 3.877 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.025 | 427 | 0 | 427 | 850 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| JenV: Bijdrage C2000 | 2 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 5.053 | 6.353 | 0 | 6.353 | 165.000 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.053 | 6.353 | 0 | 6.353 | 165.000 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Subsidies
Medische producten
Het Nederlands kenniscentrum voor Geneesmiddelen ontvangt een subsidie zodat de registratie van weesgeneesmiddelen door universiteiten mogelijk wordt gemaakt. Er is in 2020 weinig gebruik gemaakt van de subsidie. De middelen worden doorgeschoven van 2020 naar 2021 (6,7 miljoen).
Opdrachten
Additionele aanschaf van persoonlijke en medische beschermingsmiddelen
Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2020 en 2021 meer bevoorschotting vanuit VWS om medische beschermingsmiddelen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2020 een aanvullende bevoorschotting van 175 miljoen. Tevens is er onderzoek uitgevoerd door Sanquin naar covascelent plasma (12,6 miljoen) en is er budget beschikbaar gesteld voor laboratoria ten behoeve van het testen (21,2 miljoen) en middelen voor isolatiejassen en handgel (7,8 miljoen).
Bijdragen aan agentschappen
Beheer- en ontwikkelingskosten LCH
Voor het beheer en het borgen van voldoende aanbod van persoonlijke beschermingsmiddelen en medische hulpmiddelen wordt het Landelijk Consortium vanuit het CIBG gesteund. Om dit mogelijk te maken ontvangt het CIBG een bijdrage van 1,4 miljoen in 2020.
3.2 Artikel 2 Curatieve Zorg
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW) | Mutaties 2e ISB | Stand 2e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 3.080.575 | 4.486.526 | 168.965 | 4.655.491 | 30.425 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 3.117.206 | 4.603.395 | 168.965 | 4.772.360 | 30.425 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 99,40% | |||||||
| 1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg | 193.180 | 1.650.019 | 166.965 | 1.816.984 | 26.425 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 141.236 | 172.556 | 465 | 173.021 | 1.425 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 80.533 | 70.440 | 0 | 70.440 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 18.909 | 20.059 | 0 | 20.059 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 9.893 | 10.153 | 0 | 10.153 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 20.608 | 18.571 | 0 | 18.571 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 11.293 | 53.333 | 465 | 53.798 | 1.425 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 17.542 | 1.437.618 | 166.500 | 1.604.118 | 25.000 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch specialistische zorg | 1.157 | 973 | 0 | 973 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 4.887 | 5.217 | 0 | 5.217 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 153 | 156 | 0 | 156 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Lichaamsmateriaal | 8.335 | 7.592 | 0 | 7.592 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medische producten | 3.010 | 1.423.680 | 166.500 | 1.590.180 | 25.000 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 32.208 | 38.323 | 0 | 38.323 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 1.694 | 1.831 | 0 | 1.831 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| aCBG | 2.200 | 2.200 | 0 | 2.200 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 28.314 | 34.292 | 0 | 34.292 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 2.126 | 1.520 | 0 | 1.520 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 2.126 | 1.520 | 0 | 1.520 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 68 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Ondersteuning van het zorgstelsel | 2.924.026 | 2.953.376 | 2.000 | 2.955.376 | 4.000 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 118.719 | 146.285 | 0 | 146.285 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen | 1.303 | 1.337 | 0 | 1.337 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 58.531 | 58.635 | 0 | 58.635 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 8.981 | 9.214 | 0 | 9.214 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 8.702 | 8.931 | 0 | 8.931 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 41.202 | 68.168 | 0 | 68.168 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 2.762.515 | 2.761.184 | 0 | 2.761.184 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18- | 2.722.900 | 2.722.900 | 0 | 2.722.900 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen | 39.615 | 38.284 | 0 | 38.284 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inkomensoverdrachten | 18.523 | 18.523 | 0 | 18.523 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel | 18.397 | 18.397 | 0 | 18.397 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 126 | 126 | 0 | 126 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 5.618 | 13.265 | 2.000 | 15.265 | 4.000 | 0 | 0 | 0 |
| Risicoverevening | 1.986 | 2.019 | 0 | 2.019 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoering zorgverzekeringstelsel | 1.201 | 1.221 | 0 | 1.221 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Medisch-specialistische zorg | 118 | 5.620 | 2.000 | 7.620 | 4.000 | 0 | 0 | 0 |
| Curatieve ggz | 417 | 424 | 0 | 424 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Eerste lijnszorg | 100 | 102 | 0 | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.796 | 3.879 | 0 | 3.879 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CJIB: Onverzekerden en wanbetalers | 13.846 | 9.813 | 0 | 9.813 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 4.803 | 4.304 | 0 | 4.304 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| SVB: Onverzekerden | 3.778 | 3.877 | 0 | 3.877 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 1.025 | 427 | 0 | 427 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| JenV: Bijdrage C2000 | 2 | 2 | 0 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 5.053 | 476.353 | 470.000 | 6.353 | 85.000 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.053 | 476.353 | 470.000 | 6.353 | 85.000 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Opdrachten
Medische producten
Additionele voorziening van persoonlijke en medische beschermingsmiddelen
Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ontvangt in 2020 en 2021 meer bevoorschotting vanuit VWS om additioneel voldoende medische beschermingsmiddelen aan te schaffen en te distribueren. Het betreft voor 2020 een aanvullend bedrag van 166,5 miljoen en voor 2021 25 miljoen.
3. Ondersteuning van het zorgstelsel
Opdrachten
Medisch-specialistische zorg
Verlenging van het Landelijk Cordinatiecentrum Patinten spreiding (LCPS)
Het LCPS is onderdeel van het LNAZ en kijkt naar de capaciteitsverdeling van IC-bedden en verdeling van COVID-19 patinten. Daarbij kennen zij een situatie met een lager activiteitenniveau, maar met een hogere verantwoordelijkheid bij opschaling. Voor het opschalingsplan heeft het LCPS reeds werkzaamheden verricht (2 miljoen).
Ontvangsten
Doorverkoop van medische beschermingsmiddelen
Voor de verkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen vanuit het LCH aan zorginstellingen is bij de eerste suppletoire begroting 2020 en eerste incidentele suppletoire begroting 2020 een ontvangstenbudget begroot van in totaal 470 miljoen. Hierbij is vooruit gelopen op de afrekening van de voorschotten die VWS aan het LCH heeft verstrekt. Naar alle waarschijnlijkheid zal afrekening van de verstrekte voorschotten pas in 2021 plaats vinden. De ontvangsten op de VWS-begroting worden bij deze tweede incidentele suppletoire begroting aangepast, zodat de presentatie in de begroting aansluit op de gehanteerde systematiek van bevoorschotting.
3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 7.423.429 | 3.956.180 | 7.300 | 3.963.480 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 7.259.805 | 7.287.154 | 7.300 | 7.294.454 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 99,30% | |||||||
| 1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen | 214.662 | 238.579 | 7.300 | 245.879 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 70.054 | 86.160 | 9.000 | 95.160 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toegang tot zorg en ondersteuning | 18.668 | 13.667 | 0 | 13.667 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Passende zorg en levensbrede ondersteuning | 20.415 | 43.145 | 0 | 43.145 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inclusieve samenleving | 15.256 | 14.147 | 9.000 | 23.147 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis en informatiebeleid | 10.300 | 9.734 | 0 | 9.734 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.415 | 5.467 | 0 | 5.467 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 101.761 | 92.048 | 1.700 | 90.348 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bovenregionaal gehandicaptenvervoer | 63.721 | 60.193 | 0 | 60.193 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toegang tot zorg en ondersteuning | 6.950 | 3.765 | 0 | 3.765 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Passende zorg en levensbrede ondersteuning | 3.200 | 2.978 | 0 | 2.978 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inclusiviteit | 12.056 | 9.261 | 0 | 9.261 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis, informatie en innovatiebeleid | 1.500 | 1.525 | 0 | 1.525 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanbesteden Sociaal Domein | 3.495 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 10.839 | 14.269 | 1.700 | 12.569 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 12.847 | 13.737 | 0 | 13.737 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Doventolkvoorzieningen | 12.847 | 13.737 | 0 | 13.737 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 18.000 | 0 | 18.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 18.000 | 0 | 18.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | ||||||||
| Storting/onttrekking begrotingsreserve | 30.000 | 28.634 | 0 | 28.634 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stimulerings regeling wonen en zorg | 30.000 | 28.634 | 0 | 28.634 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten | 7.045.143 | 7.048.575 | 0 | 7.048.575 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 160.389 | 127.343 | 0 | 127.343 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg merkbaar beter maken | 74.933 | 60.072 | 0 | 60.072 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis, informatie en innovatiebeleid | 40.924 | 23.854 | 0 | 23.854 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Palliatieve zorg en ondersteuning | 44.532 | 43.417 | 0 | 43.417 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 6.741.800 | 6.748.400 | 0 | 6.748.400 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) | 3.691.800 | 3.698.400 | 0 | 3.698.400 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage Wlz | 3.050.000 | 3.050.000 | 0 | 3.050.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 19.472 | 39.686 | 0 | 39.686 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorgdragen voor langdurige zorg | 19.472 | 39.686 | 39.686 | |||||
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 0 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 500 | 500 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 123.482 | 132.646 | 0 | 132.646 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank | 34.306 | 36.086 | 0 | 36.086 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg | 89.176 | 96.560 | 0 | 96.560 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 5.691 | 5.691 | 0 | 5.691 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.691 | 5.691 | 0 | 5.691 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen
Subsidies
Inclusieve samenleving
Het Rode Kruis krijgt een vergoeding voor de kosten die het heeft gemaakt om mensen te ondersteunen die thuis moeten blijven vanwege quarantaine en het meehelpen met de afname van testen (9 miljoen).
Opdrachten
Persoonlijke beschermingsmaterialen mantelzorgers en vrijwilligers
Er zijn minder persoonlijke beschermingsmaterialen voor vrijwilligers en mantelzorgers gratis verstrekt door apothekers dan verwacht. Dit leidt tot een onderuitputting van 1,7 miljoen in 2020.
3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties ISB | Stand ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 7.423.429 | 3.954.180 | 2.000 | 3.956.180 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 7.259.805 | 7.285.154 | 2.000 | 7.287.154 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 99,30% | |||||||
| 1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen | 214.662 | 236.579 | 2.000 | 238.579 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 70.054 | 86.160 | 0 | 86.160 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toegang tot zorg en ondersteuning | 18.668 | 13.667 | 0 | 13.667 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Passende zorg en levensbrede ondersteuning | 20.415 | 43.145 | 0 | 43.145 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inclusieve samenleving | 15.256 | 14.147 | 0 | 14.147 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis en informatiebeleid | 10.300 | 9.734 | 0 | 9.734 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.415 | 5.467 | 0 | 5.467 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 101.761 | 90.048 | 2.000 | 92.048 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bovenregionaal gehandicaptenvervoer | 63.721 | 60.193 | 0 | 60.193 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Toegang tot zorg en ondersteuning | 6.950 | 3.765 | 0 | 3.765 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Passende zorg en levensbrede ondersteuning | 3.200 | 2.978 | 0 | 2.978 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inclusiviteit | 12.056 | 7.261 | 2.000 | 9.261 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis, informatie en innovatiebeleid | 1.500 | 1.525 | 0 | 1.525 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Aanbesteden Sociaal Domein | 3.495 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 10.839 | 14.269 | 0 | 14.269 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 12.847 | 13.737 | 0 | 13.737 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Doventolkvoorzieningen | 12.847 | 13.737 | 0 | 13.737 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 18.000 | 0 | 18.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 18.000 | 0 | 18.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 0 | ||||||||
| Storting/onttrekking begrotingsreserve | 30.000 | 28.634 | 0 | 28.634 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stimulerings regeling wonen en zorg | 30.000 | 28.634 | 0 | 28.634 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten | 7.045.143 | 7.048.575 | 0 | 7.048.575 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 160.389 | 127.343 | 0 | 127.343 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg merkbaar beter maken | 74.933 | 60.072 | 0 | 60.072 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis, informatie en innovatiebeleid | 40.924 | 23.854 | 0 | 23.854 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Palliatieve zorg en ondersteuning | 44.532 | 43.417 | 0 | 43.417 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 6.741.800 | 6.748.400 | 0 | 6.748.400 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) | 3.691.800 | 3.698.400 | 0 | 3.698.400 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdrage Wlz | 3.050.000 | 3.050.000 | 0 | 3.050.000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 19.472 | 39.686 | 0 | 39.686 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorgdragen voor langdurige zorg | 19.472 | 39.686 | 39.686 | |||||
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 0 | 500 | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 500 | 500 | |||||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 123.482 | 132.646 | 0 | 132.646 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank | 34.306 | 36.086 | 0 | 36.086 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg | 89.176 | 96.560 | 0 | 96.560 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 5.691 | 5.691 | 0 | 5.691 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 5.691 | 5.691 | 0 | 5.691 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen
Opdrachten
Distributie en terhandstelling van medische hulpmiddelen
De doelgroep waarvoor het LCH medische beschermingsmiddelen inkoopt wordt uitgebreid voor zorgverleners die zorg verlenen aan clinten thuis en die niet werkzaam zijn voor een zorgorganisatie. Het betreft mantelzorgers die intensief zorg verlenen, vrijwilligers in de palliatieve zorg en zorgverleners op basis van een pgb aan kwetsbare mensen met (symptomen van) COVID-19, en waarbij de afstand van 1,5 meter niet kan worden aangehouden vanwege de noodzakelijke verpleging en verzorging. Voor de distributie van beschermingsmiddelen aan deze doelgroep wordt 2 miljoen geraamd.
3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW) | Mutaties 2e ISB | Stand 2e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 957.990 | 2.374.005 | 54.799 | 2.319.206 | 927.999 | 20.000 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.079.709 | 2.624.003 | 54.799 | 2.569.204 | 927.999 | 20.000 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | ||||||||
| 1. Positie clint en transparantie van zorg | 56.700 | 64.940 | 0 | 64.940 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 42.967 | 34.015 | 0 | 34.015 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Patinten- en gehandicaptenorganisaties | 17.000 | 16.465 | 0 | 16.465 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Transparantie van zorg | 25.927 | 17.509 | 0 | 17.509 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 40 | 41 | 0 | 41 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 8.740 | 23.505 | 0 | 23.505 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ondersteuning clintorganisaties | 3.988 | 6.585 | 0 | 6.585 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Transparantie van zorg | 693 | 704 | 0 | 704 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 4.059 | 16.216 | 0 | 16.216 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 4.993 | 7.420 | 0 | 7.420 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 4.993 | 7.420 | 0 | 7.420 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 562.563 | 2.038.498 | 77.799 | 1.960.699 | 912.499 | 20.000 | 0 | 0 |
| Subsidies | 541.341 | 2.014.758 | 75.923 | 1.938.835 | 910.623 | 20.000 | 0 | 0 |
| Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 541.341 | 2.014.758 | 75.923 | 1.938.835 | 910.623 | 20.000 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 8.809 | 9.352 | 0 | 9.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 8.809 | 9.352 | 0 | 9.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 12.413 | 14.388 | 1.876 | 12.512 | 1.876 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 12.413 | 14.388 | 1.876 | 12.512 | 1.876 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ZiNL | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Informatiebeleid | 74.626 | 100.164 | 2.600 | 97.564 | 2.600 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 35.943 | 35.590 | 2.600 | 32.990 | 2.600 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 10.967 | 15.288 | 2.600 | 12.688 | 2.600 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 24.976 | 20.302 | 0 | 20.302 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 23.592 | 39.856 | 0 | 39.856 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 9.460 | 30.688 | 0 | 30.688 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 14.132 | 9.168 | 0 | 9.168 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 15.091 | 24.718 | 0 | 24.718 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 15.091 | 24.718 | 0 | 24.718 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 4. Inrichting Zorgstelsel | 251.889 | 250.584 | 0 | 250.584 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 200 | 205 | 0 | 205 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma's Zorgstelsel | 200 | 205 | 0 | 205 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 1.839 | 2.369 | 0 | 2.369 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma's Zorgstelsel | 1.300 | 1.821 | 0 | 1.821 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 539 | 548 | 0 | 548 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 247.350 | 247.953 | 0 | 247.953 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CAK | 124.389 | 118.318 | 0 | 118.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| NZa | 59.970 | 60.979 | 0 | 60.979 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorginstituut Nederland | 59.878 | 65.352 | 0 | 65.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CSZ | 2.200 | 2.257 | 0 | 2.257 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 913 | 1.047 | 0 | 1.047 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2.500 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| EZK: ACM | 2.500 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland | 133.931 | 169.817 | 25.600 | 195.417 | 12.900 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 0 | 3.142 | 0 | 3.142 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg en Welzijn | 0 | 3.142 | 0 | 3.142 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 133.331 | 163.761 | 25.600 | 189.361 | 12.900 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg en Welzijn | 133.331 | 163.761 | 25.600 | 189.361 | 12.900 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 600 | 2.914 | 0 | 2.914 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 600 | 2.914 | 0 | 2.914 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 70.655 | 70.655 | 0 | 70.655 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wanbetalers en onverzekerden | 59.502 | 59.502 | 0 | 59.502 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 11.153 | 11.153 | 0 | 11.153 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
Subsidies
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
Zorgbonus
De uitgaven en uitvoering van de subsidieregeling van het Stagefonds wordt van 2020 verschoven naar 2021 om uitvoering te kunnen geven aan de zorgbonus in 2020. Daarvoor is een intertemporele compensatie van 2020 naar 2021 van 112,6 miljoen verwerkt. Daarnaast is besloten dat in 2021 aan zorgprofessionals nogmaals een netto zorgbonus van 500 netto wordt toegekend. De verwachte uitgaven hiervoor bedragen 720 miljoen.
Opleidingen IC-capaciteit
Er wordt een bedrag van 37,7 miljoen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.
3. Informatiebeleid
Subsidies
Informatiebeleid
Onderuitputting beschikbaar stellen huisartseninformatie
Bij de eerste suppletoire begroting 2020 is 5,7 miljoen beschikbaar gesteld voor het digitaal ontsluiten van huisartseninformatie. Een deel van de geplande activiteiten is of wordt in 2020 gerealiseerd. Een deel van de middelen komt dit jaar niet tot besteding en valt vrij (2,6 miljoen). Dit bedrag blijft beschikbaar in 2021 en wordt gebruikt voor het aanpassen van de systemen om de tijdelijke Corona-opt-in technisch te realiseren.
5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland
Bekostiging
Zorg en Welzijn
Het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt op basis van het Koninkrijkstatuut ondersteund in de coronacrisis. Conform adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) wordt de zorgcapaciteit op deze eilanden ondersteund. VWS helpt bij de tijdelijke uitbreiding van IC-capaciteit, het versterken van de publieke gezondheid, extra capaciteit bij medische evacuaties en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Het betreft een bedrag van 26 miljoen voor 2020 en 12,9 miljoen voor 2021.
3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 957.990 | 2.290.956 | 113.830 | 2.177.126 | 144.500 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.079.709 | 2.540.954 | 113.830 | 2.427.124 | 144.500 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 98,3% | |||||||
| 1. Positie clint en transparantie van zorg | 56.700 | 64.940 | 1.800 | 66.740 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 42.967 | 34.015 | 0 | 34.015 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Patinten- en gehandicaptenorganisaties | 17.000 | 16.465 | 0 | 16.465 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Transparantie van zorg | 25.927 | 17.509 | 0 | 17.509 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 40 | 41 | 0 | 41 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 8.740 | 23.505 | 1.800 | 25.305 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ondersteuning clintorganisaties | 3.988 | 6.585 | 0 | 6.585 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Transparantie van zorg | 693 | 704 | 0 | 704 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 4.059 | 16.216 | 1.800 | 18.016 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 4.993 | 7.420 | 0 | 7.420 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 4.993 | 7.420 | 0 | 7.420 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 562.563 | 1.932.449 | 144.500 | 1.787.949 | 144.500 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 541.341 | 1.910.585 | 144.500 | 1.766.085 | 144.500 | 0 | 0 | 0 |
| Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 541.341 | 1.910.585 | 144.500 | 1.766.085 | 144.500 | 0 | 0 | |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 8.809 | 9.352 | 0 | 9.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 8.809 | 9.352 | 0 | 9.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 12.413 | 12.512 | 0 | 12.512 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 12.413 | 12.512 | 12.512 | 0 | 0 | 0 | ||
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ZiNL | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Informatiebeleid | 74.626 | 97.564 | 8.270 | 105.834 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 35.943 | 32.990 | 0 | 32.990 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 10.967 | 12.688 | 0 | 12.688 | 0 | 0 | 0 | |
| Overige | 24.976 | 19.971 | 0 | 19.971 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 23.592 | 39.856 | 6.900 | 46.756 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 9.460 | 30.688 | 6.900 | 37.588 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 14.132 | 9.168 | 0 | 9.168 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 15.091 | 24.718 | 1.370 | 26.088 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 15.091 | 24.718 | 1.370 | 26.088 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 4. Inrichting Zorgstelsel | 251.889 | 250.584 | 0 | 250.584 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 200 | 205 | 0 | 205 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma's Zorgstelsel | 200 | 205 | 0 | 205 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 1.839 | 2.369 | 0 | 2.369 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma's Zorgstelsel | 1.300 | 1.821 | 0 | 1.821 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 539 | 548 | 0 | 548 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 247.350 | 247.953 | 0 | 247.953 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CAK | 124.389 | 118.318 | 0 | 118.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| NZa | 59.970 | 60.979 | 0 | 60.979 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorginstituut Nederland | 59.878 | 65.352 | 0 | 65.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CSZ | 2.200 | 2.257 | 0 | 2.257 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 913 | 1.047 | 0 | 1.047 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2.500 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| EZK: ACM | 2.500 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland | 133.931 | 195.417 | 20.600 | 216.017 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 0 | 3.142 | 0 | 3.142 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg en Welzijn | 0 | 3.142 | 0 | 3.142 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 133.331 | 189.361 | 20.600 | 209.961 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg en Welzijn | 133.331 | 189.361 | 20.600 | 209.961 | 0 | 0 | 0 | |
| Bijdragen aan medeoverheden | 600 | 2.914 | 0 | 2.914 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 600 | 2.914 | 0 | 2.914 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 70.655 | 70.655 | 0 | 70.655 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wanbetalers en onverzekerden | 59.502 | 59.502 | 0 | 59.502 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 11.153 | 11.153 | 0 | 11.153 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
Subsidies
Zorgbonus
De zorgbonus 2020 (een netto-uitkering van 1.000) wordt ook voor zorgverleners van pgb-budgethouders beschikbaar gesteld. Uitvoering van deze specifieke regeling wordt geraamd op 126 miljoen in 2021. De met deze regeling geraamde kosten worden naar 2021 verschoven vanuit de in 2020 beschikbaar gestelde 1,44 miljard.
Opleiden extra zorgpersoneel corona
Er komen extra middelen beschikbaar voor het programma Extra handen voor de Zorg. Met dit programma worden mensen uit sectoren die getroffen worden door de coronacrisis begeleid naar ondersteunende banen in de zorg. Er worden hiervoor een viertal regio-overstijgende centra ingericht die vraag en aanbod matchen. Tevens wordt de Nationale Zorgklas opgericht om mensen te op te leiden als crisishulp binnen zorgorganisaties. Tenslotte kunnen mensen worden opgeleid voor bron- en contactonderzoek, testcapaciteit, IC-buddys en beveiliging. Met deze intensivering kunnen 5000 trajecten worden aangeboden.
3. Informatiebeleid
Opdrachten
Informatiebeleid
Programma Realisatie Digitale Ondersteuning (COVID-19)
Voor de doorontwikkeling van onder andere de corona-app die GGDen moet ondersteunen en de doorontwikkeling en beheer van de CoronaMelder worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld (6,8 miljoen).
5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland
Bekostiging
Zorg en Welzijn
Er wordt 20,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de zorg op Caribisch Nederland. Met deze middelen kan genvesteerd worden in vaste teams en meer zorgpersoneel worden ingezet, om zowel de zorg te kunnen leveren vanwege het oplopend aantal besmettingen als uitval van zorgpersoneel vanwege besmetting op te vangen.
3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties ISB | Stand ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 957.990 | 925.205 | 8.800 | 934.005 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 1.079.709 | 1.175.203 | 8.800 | 1.184.003 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 98,30% | |||||||
| 1. Positie clint en transparantie van zorg | 56.700 | 60.940 | 4.000 | 64.940 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 42.967 | 34.015 | 0 | 34.015 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Patinten- en gehandicaptenorganisaties | 17.000 | 16.465 | 0 | 16.465 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Transparantie van zorg | 25.927 | 17.509 | 0 | 17.509 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 40 | 41 | 0 | 41 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 8.740 | 19.505 | 4.000 | 23.505 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ondersteuning clintorganisaties | 3.988 | 6.585 | 0 | 6.585 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Transparantie van zorg | 693 | 704 | 0 | 704 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 4.059 | 12.216 | 4.000 | 16.216 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 4.993 | 7.420 | 0 | 7.420 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 4.993 | 7.420 | 0 | 7.420 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 562.563 | 598.498 | 0 | 598.498 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 541.341 | 574.758 | 0 | 574.758 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 541.341 | 574.758 | 0 | 574.758 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 8.809 | 9.352 | 0 | 9.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 8.809 | 9.352 | 0 | 9.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 12.413 | 14.388 | 0 | 14.388 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CIBG | 12.413 | 14.388 | 0 | 14.388 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| ZiNL | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 3. Informatiebeleid | 74.626 | 95.364 | 4.800 | 100.164 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 35.943 | 35.590 | 0 | 35.590 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 10.967 | 15.288 | 0 | 15.288 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 24.976 | 20.302 | 0 | 20.302 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 23.592 | 35.056 | 4.800 | 39.856 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 9.460 | 25.888 | 4.800 | 30.688 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 14.132 | 9.168 | 0 | 9.168 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan agentschappen | 15.091 | 24.718 | 0 | 24.718 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Informatiebeleid | 15.091 | 24.718 | 0 | 24.718 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
| 4. Inrichting Zorgstelsel | 251.889 | 250.584 | 0 | 250.584 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 200 | 205 | 0 | 205 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma's Zorgstelsel | 200 | 205 | 0 | 205 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 1.839 | 2.369 | 0 | 2.369 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma's Zorgstelsel | 1.300 | 1.821 | 0 | 1.821 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 539 | 548 | 0 | 548 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 247.350 | 247.953 | 0 | 247.953 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CAK | 124.389 | 118.318 | 0 | 118.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| NZa | 59.970 | 60.979 | 0 | 60.979 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorginstituut Nederland | 59.878 | 65.352 | 0 | 65.352 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| CSZ | 2.200 | 2.257 | 0 | 2.257 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 913 | 1.047 | 0 | 1.047 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 2.500 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| EZK: ACM | 2.500 | 57 | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland | 133.931 | 169.817 | 0 | 169.817 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 0 | 3.142 | 0 | 3.142 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg en Welzijn | 0 | 3.142 | 0 | 3.142 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bekostiging | 133.331 | 163.761 | 0 | 163.761 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Zorg en Welzijn | 133.331 | 163.761 | 0 | 163.761 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 600 | 2.914 | 0 | 2.914 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 600 | 2.914 | 0 | 2.914 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 70.655 | 70.655 | 0 | 70.655 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Wanbetalers en onverzekerden | 59.502 | 59.502 | 0 | 59.502 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 11.153 | 11.153 | 0 | 11.153 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
1. Positie clint en transparantie van zorg
Opdrachten
Overige
Campagne alleen samen
Ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 is publiekscommunicatie een essentieel onderdeel van het maatregelenpakket. Onderdeel van de publiekscommunicatie is een multimedia publiekscampagne. Er is 4 miljoen begroot voor de publiekscampagne tot en met de zomer.
3. Informatiebeleid
Opdrachten
Programma Realisatie Digitale Ondersteuning COVID-19
Er is digitale ondersteuning nodig bij bron- en contactonderzoek bij de GGD, dit is geadviseerd door het Outbreak Management Team (OMT). Om deze digitale ondersteuning effectief in te kunnen zetten is een taskforce ingericht. Er is reeds een programma van eisen opgesteld voor digitale ondersteuning van contactonderzoek. De kosten voor de realisatie digitale ondersteuning worden geraamd op 9.3 miljoen, waarvan 4,5 miljoen voor de kosten van ontwikkeling, waaronder het opstellen van het programma van eisen, en de personeelskosten (zie artikel 10) en 4,8 miljoen voor de uitvoering van het programma en de publiekscampagne (Informatiebeleid).
3.5 Artikel 6 Sport en bewegen
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties ISB | Stand ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 343.374 | 366.967 | 110.000 | 476.967 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 373.966 | 402.229 | 110.000 | 512.229 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 98,60% | 99,00% | ||||||
| 1. Passend sport- en beweegaanbod | 976 | 1.484 | 0 | 1.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 976 | 1.484 | 0 | 1.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Passend sport- en beweegaanbod | 976 | 1.484 | 0 | 1.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Uitblinken in sport | 1.284 | 1.318 | 0 | 1.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 1.284 | 1.318 | 0 | 1.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitblinken in sport | 1.284 | 1.318 | 0 | 1.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Sport verenigt Nederland | 371.706 | 399.427 | 110.000 | 509.427 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 162.909 | 183.079 | 0 | 183.079 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 68.307 | 73.571 | 0 | 73.571 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties | 86.871 | 101.601 | 0 | 101.601 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis en innovatie | 7.731 | 7.907 | 0 | 7.907 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inkomensoverdrachten | 13.340 | 13.815 | 0 | 13.815 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financile voorziening topsporters | 13.340 | 13.815 | 0 | 13.815 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 4.143 | 4.440 | 0 | 4.440 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 3.927 | 4.194 | 0 | 4.194 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis en innovatie | 216 | 246 | 0 | 246 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 2.472 | 2.727 | 0 | 2.727 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dopingautoriteit | 2.472 | 2.727 | 0 | 2.727 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 177.924 | 193.265 | 110.000 | 303.265 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties | 177.924 | 182.600 | 0 | 182.600 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 0 | 10.665 | 110.000 | 120.665 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 230 | 325 | 0 | 325 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dopingbestrijding | 230 | 325 | 0 | 325 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 10.688 | 1.776 | 0 | 1.776 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 10.688 | 1.776 | 0 | 1.776 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 740 | 740 | 0 | 740 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 740 | 740 | 0 | 740 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
4. Sport verenigt Nederland
Bijdrage aan medeoverheden
Ondersteuning Sportsector COVID-19
Met deze middelen wordt de sportsector in Nederland geholpen. In overleg met de gemeenten heeft het kabinet besloten om de sportverenigingen de huur vanaf 15maart tot en met 15juni 2020 kwijt te schelden. Deze huur zijn de sportverenigingen verschuldigd aan de gemeente of het gemeentelijk sportbedrijf. Hiervoor zullen de gemeenten een compensatie ontvangen van 90 miljoen.
Sportverenigingen die de accommodatie niet huren maar zelf (gedeeltelijk) in bezit hebben, hebben te maken met de vaste lasten die dit eigendom met zich meebrengt en er zijn op dit moment geen inkomsten. In totaal gaat het hier om 20 miljoen.
3.5 Artikel 6 Sport en bewegen
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 343.374 | 476.967 | 61.800 | 415.167 | 60.000 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 373.966 | 512.229 | 61.800 | 450.429 | 60.000 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan juridisch verplicht (percentage) | 98,60% | |||||||
| 1. Passend sport- en beweegaanbod | 976 | 1.484 | 0 | 1.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 976 | 1.484 | 0 | 1.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Passend sport- en beweegaanbod | 976 | 1.484 | 0 | 1.484 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2. Uitblinken in sport | 1.284 | 1.318 | 0 | 1.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 1.284 | 1.318 | 0 | 1.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitblinken in sport | 1.284 | 1.318 | 0 | 1.318 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 4. Sport verenigt Nederland | 371.706 | 509.427 | 61.800 | 447.627 | 60.000 | 0 | 0 | 0 |
| Subsidies | 162.909 | 183.079 | 22.100 | 160.979 | 37.800 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 68.307 | 73.571 | 22.100 | 51.471 | 37.800 | 0 | 0 | 0 |
| Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties | 86.871 | 101.601 | 0 | 101.601 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Kennis en innovatie | 7.731 | 7.907 | 0 | 7.907 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Inkomensoverdrachten | 13.340 | 13.815 | 0 | 13.815 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Financile voorziening topsporters | 13.340 | 13.815 | 0 | 13.815 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 4.143 | 4.440 | 0 | 4.440 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 3.927 | 4.033 | 4.033 | 0 | 0 | 0 | ||
| Kennis en innovatie | 216 | 246 | 0 | 246 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 0 | 161 | 0 | 161 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan ZBO's/RWT's | 2.472 | 2.727 | 0 | 2.727 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dopingautoriteit | 2.472 | 2.727 | 0 | 2.727 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | 177.924 | 303.265 | 39.700 | 263.565 | 22.200 | 0 | 0 | 0 |
| Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties | 177.924 | 182.600 | 0 | 182.600 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 0 | 120.665 | 39.700 | 80.965 | 22.200 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan (inter)nationale organisaties | 230 | 325 | 0 | 325 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Dopingbestrijding | 230 | 325 | 0 | 325 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken | 10.688 | 1.776 | 0 | 1.776 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Sportakkoord | 10.688 | 1.776 | 0 | 1.776 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 740 | 740 | 0 | 740 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 740 | 740 | 0 | 740 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven
4. Niet-beleidsartikelen
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB en NvW) | Mutaties 2e ISB | Stand 2e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 338.243 | 399.447 | 2.657 | 402.104 | 10.300 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 340.989 | 403.271 | 2.657 | 405.928 | 10.300 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven | 261.246 | 294.954 | 2.657 | 297.611 | 10.300 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan eigen personeel | 248.371 | 274.044 | 761 | 274.805 | 8.205 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan inhuur externen | 9.474 | 17.509 | 1.896 | 19.405 | 2.095 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige personele uitgaven | 3.401 | 3.401 | 0 | 3.401 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Materile uitgaven | 79.743 | 107.917 | 0 | 107.917 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan ICT | 7.148 | 16.154 | 0 | 16.154 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage aan SSO's | 50.021 | 57.072 | 0 | 57.072 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materile uitgaven | 22.574 | 35.091 | 0 | 35.091 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 8.603 | 26.195 | 0 | 26.195 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 8.603 | 26.195 | 0 | 26.195 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Apparaatsuitgaven kerndepartement
Personele uitgaven kerndepartement
De coronacrisis vraagt extra personele inzet op het kerndepartement. Het gaat om een bedrag van 2,6 miljoen in 2020 en 10,3 miljoen in 2021.
4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties ISB | Stand ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 338.243 | 394.547 | 4.900 | 399.447 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 340.989 | 398.371 | 4.900 | 403.271 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven | 261.246 | 290.454 | 4.500 | 294.954 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan eigen personeel | 248.371 | 269.544 | 4.500 | 274.044 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan inhuur externen | 9.474 | 17.509 | 0 | 17.509 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige personele uitgaven | 3.401 | 3.401 | 0 | 3.401 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Materile uitgaven | 79.743 | 107.917 | 0 | 107.917 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan ICT | 7.148 | 15.754 | 400 | 16.154 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage aan SSO's | 50.021 | 57.072 | 0 | 57.072 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materile uitgaven | 22.574 | 35.091 | 0 | 35.091 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 8.603 | 26.195 | 0 | 26.195 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 8.603 | 26.195 | 0 | 26.195 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Apparaatsuitgaven kerndepartement
Personele uitgaven kerndepartement
Programma Realisatie Digitale Ondersteuning COVID-19
Er is digitale ondersteuning nodig bij bron- en contactonderzoek bij de GGD. Dit is geadviseerd door het Outbreak Management Team (OMT). Om deze digitale ondersteuning effectief in te kunnen zetten is een taskforce ingericht. Er is reeds een programma van eisen opgesteld voor digitale ondersteuning van contactonderzoek. De kosten voor de realisatie digitale ondersteuning worden geraamd op 9.3 miljoen, waarvan 4,5 miljoen voor de kosten van ontwikkeling, waaronder het opstellen van het programma van eisen, en de personeelskosten en 4,8 miljoen voor de uitvoering van het programma en de publiekscampagne (zie artikel 4, Informatiebeleid).
Materile uitgaven kerndepartement
Appathon
Op 6april jl. heeft het Outbreak Management Team (OMT) geadviseerd de mogelijkheden voor ondersteuning van bron- en contactopsporing met behulp van mobiele applicaties te onderzoeken om belasting van de GGD te reduceren. Met een Appathon op VWS is een start gemaakt met de ontwikkeling van digitale ondersteuning. Voor de organisatie van de Appathon zijn kosten gemaakt.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge
4. Sport verenigt Nederland
Subsidies
Ondersteuning Sportsector COVID-19
In het voorjaar is voor de amateursport een ondersteuningsregeling getroffen waarbij een deel van de omzetderving werd gecompenseerd. Op deze regeling is in 2020 minder beroep gedaan dan werd voorzien (22,1 miljoen). Gegeven de huidige ontwikkelingen rond het coronavirus is besloten eenzelfde regeling voor de laatste maanden van 2020 op te stellen. Uitvoering zal plaatsvinden in 2021 en hiervoor is 37,8 miljoen beschikbaar gesteld.
Bijdrage aan medeoverheden
Ondersteuning Sportsector COVID-19
Verhuurders van sportaccommodaties hebben, vanwege de coronacrisis, gebruik kunnen van een regeling om de huursom in de periode van 1maart tot 1juni 2020 gecompenseerd te krijgen. Er is onderuitputting opgetreden op deze regeling (39,7 miljoen). Gegeven de huidige ontwikkelingen is besloten om de compensatie voort te zetten met een nieuwe regeling. Uitvoering van deze regeling, die betrekking heeft op 2020, vindt plaats in 2021. Hiervoor is 22,2 miljoen beschikbaar.
5. Financieel beeld zorg
5.1 Effecten COVID-19 op het Uitgavenplafond Zorg (Zvw en Wlz)
5.1.1. Zorgverzekeringswet
Het Zorginstituut Nederland, de Nederlandse Zorgautoriteit, Zorgverzekeraars Nederland, zorgverzekeraars en VWS werken nauw samen om de financile effecten van COVID-19 op de Zorgverzekeringswet in beeld te brengen. Om de relevante kosten zo goed mogelijk te kunnen ramen is onderscheid gemaakt tussen uitgaven op basis van reguliere prestaties en nieuwe prestaties. Deze nieuwe prestaties zijn meerkosten door COVID-19 en de continuteitsbijdrage. Deze paragraaf gaat in op de recente inschatting voor de Zvw-cijfers 2020, zoals ook verwerkt in de ontwerpbegroting 2021 en daar ook uitgebreid is toegelicht. In deze tweede incidentele suppletoire begroting is gekozen om een ingekorte toelichting op te nemen.
De cijfers over het eerste half jaar die weergegeven worden in de tabel hieronder zijn voor een deel gebaseerd op daadwerkelijke declaraties, maar voor een groter deel op bijschattingen van verzekeraars op basis van trends en contracten tussen verzekeraars en aanbieders voor het lopende jaar. Uiteraard kunnen deze cijfers nog wijzigen naarmate er meer wordt gedeclareerd. De zorgverzekeraars geven aan dat hun ramingen vanwege COVID-19 met meer onzekerheid dan normaal zijn omgeven. Desondanks bieden deze cijfers een eerste inzicht en wordt daarmee ook voldaan aan de vraag van de Tweede Kamer om deze inzichten te delen. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat de Zvw-uitgaven per saldo niet hoger of lager uitvallen dan eerder geraamd.
In onderstaande tabel zijn de cijfers opgenomen die verzekeraars op basis van de eerste twee kwartalen (Q2) hebben aangeleverd bij het Zorginstituut. Vervolgens worden deze gegevens vertaald naar reguliere prestaties, continuteitsbijdragen en meerkosten door COVID-19.
Hieronder wordt meer toelichting gegeven over de reguliere prestaties, continuteitsbijdragen, meerkosten en andere mutaties in verband met COVID-19.
| Levering Zorginstituut Nederland Q220201 | wv. Reguliere prestaties en tarieven2 | wv. Continuteits- bijdragen3 | wv. Meerkosten4 | Aanpassing begrotingsstanden 5 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Eerstelijnszorg | 6.413,7 | 6.151,8 | 198,3 | 63,6 | 7,5 |
| Huisartsenzorg | 3.294,8 | 3.156,4 | 89,9 | 48,5 | 25,1 |
| Multidisciplinaire zorgverlening | 678,4 | 678,4 | 0,0 | 0,0 | 3,8 |
| Tandheelkundige zorg | 804,8 | 770,0 | 27,5 | 7,3 | 14,9 |
| Paramedische zorg | 848,4 | 778,7 | 62,7 | 7,0 | 18,1 |
| Verloskunde | 260,2 | 259,3 | 0,9 | 0,1 | 2,4 |
| Kraamzorg | 348,6 | 347,2 | 0,8 | 0,7 | 12,2 |
| Zorg voor zintuiglijk gehandicapten | 178,4 | 161,8 | 16,5 | 0,1 | 3,5 |
| Tweedelijnszorg | 25.964,3 | 21.857,7 | 3.617,3 | 489,3 | 3,1 |
| Medisch-specialistische zorg | 24.317,7 | 20.476,4 | 3.411,6 | 429,7 | 14,5 |
| Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf | 1.076,4 | 895,8 | 130,5 | 50,1 | 51,9 |
| Overig curatieve zorg | 570,2 | 485,4 | 75,3 | 9,5 | 34,3 |
| Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg | 4.188,2 | 4060,1 | 85,3 | 42,7 | 82,2 |
| Apotheekzorg en hulpmiddelen | 6.689,8 | 6660,4 | 19,0 | 10,4 | 87,0 |
| Apotheekzorg | 4.978,1 | 4961,6 | 7,9 | 8,6 | 33,3 |
| Hulpmiddelen | 1.711,7 | 1698,8 | 11,1 | 1,8 | 53,7 |
| Wijkverpleging | 3.598,9 | 3.423,6 | 143,4 | 31,9 | 218,2 |
| Ziekenvervoer | 795,5 | 780,3 | 8,0 | 7,3 | 1,5 |
| Ambulancevervoer | 672,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 5,0 |
| Overig ziekenvervoer | 123,3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 3,6 |
| Grensoverschrijdende zorg | 662,0 | 662,0 | 0,0 | 0,0 | 34,8 |
| Nominaal en onverdeeld | 13,7 | 0,0 | 0,0 | 13,7 | 0,0 |
| Totaal | 48.326,1 | 43.595,9 | 4.071,3 | 658,9 | 0,0 |
Bron: VWS, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.
Uitgaven op basis van reguliere declaraties en prestaties
De uitgaven op basis van reguliere prestaties en tarieven zijn als gevolg van zorguitval in het voorjaar van 2020 aanzienlijk lager dan in de ontwerpbegroting 2020 en de eerste suppletoire begroting 2020 werd aangenomen. Verzekeraars geven aan dat het nog lastig is om te bepalen in hoeverre in de reguliere declaraties sprake is van kosten van directe zorg aan corona-patinten. Dit is voor hen van belang omdat zij deze kosten, evenals andere meerkosten als gevolg van COVID-19 kunnen inbrengen in de catastroferegeling op grond van artikel 33 van de Zorgverzekeringswet. In de reguliere uitgaven zijn dus ook de directe kosten die verband houden met COVID-19 voor het kunnen leveren van directe zorg aan patinten inbegrepen.
Continuteitsbijdragen
Zorgaanbieders kunnen van zorgverzekeraars een continuteitsbijdrage ontvangen voor omzetdaling vanuit de basisverzekering en/of aanvullende verzekering vanwege COVID-19. Hiermee wordt de continuteit van de zorg gewaarborgd om ook in de toekomst aan hun zorgplicht te kunnen blijven voldoen en om personeel in de zorg te kunnen behouden. Op dit moment zijn de totale uitgaven aan de continuteitsbijdrage geraamd op 4 miljard. Voor deze raming geldt dat de meeste verzekeraars uitgaan van definitieve of voorlopige afspraken voor de verschillende sectoren.
Meerkosten door COVID-19
Zorgaanbieders die bij het leveren van zorg te maken hebben met aan COVID-19 gerelateerde meerkosten kunnen deze zorg declareren onder door de Nederlandse Zorgautoriteit in het leven geroepen prestaties voor meerkosten door COVID-19.
Doorwerking COVID-19 in 2021 en latere jaren
Met de huidige actualisatiecijfers (twee kwartalen 2020) is geen structureel effect op de Zvw-ramingen voor 2021 e.v. verondersteld. Een deel van de niet geleverde zorg zal nog worden ingehaald in 2020. De mogelijkheid tot inhaalzorg hangt echter nauw samen met de capaciteit van zorgaanbieders en de zorg die zij kunnen leveren in de nieuwe situatie (bijvoorbeeld met 1,5 meter maatregelen). Er wordt geen budgettair effect van inhaalzorg in 2021 verondersteld.
Verder is er veel onzekerheid over mogelijke toekomstige (regionale) uitbraken van het virusen de daarmee samenhangende financile gevolgen voor de zorguitgaven. Er is nu enkel op basis van de tweede kwartaalcijfers 2020 een aanpassing in de raming opgenomen.
In de ontwerpbegroting 2021 worden voorts verschillende beleidsmaatregelen gepresenteerd, die in de raming voor 2021 zijn verwerkt. Het gaat hierbij om de geraamde kosten in het kader van de opschaling van de IC- en ELV- capaciteit, alsmede de pakketmaatregel fysiotherapie.
5.1.2 Wet langdurige zorg
De coronacrisis heeft op verschillende manieren effect op de uitgaven van de Wet langdurige zorg. Er zijn financile maatregelen getroffen met als doel de continuteit van zorg op de korte termijn te garanderen en de continuteit van (het) zorg(landschap) op langere termijn te borgen. Hieronder gaan we nader in op de verschillende specifieke maatregelen (beleidsregels) voor de Wet langdurige zorg, de inschattingen van de budgettaire gevolgen en de onderliggende aannames daarbij.
Omzetderving
Voor 2020 zijn er afspraken gemaakt over de compensatie van omzetderving in verband met COVID-19. De compensatie voor de omzetderving betreft een vergoeding voor de doorlopende kosten voor overeengekomen productie die zorgaanbieders ondanks COVID-19 wel realiseren. De compensatie bedraagt in beginsel het verschil tussen de verwachte omzet in een situatie zonder COVID-19 en de gerealiseerde productie. De beleidsregel, die hiervoor is opgesteld, kende oorspronkelijk een looptijd tot 1juni 2020 en is nadien verlengd tot 1augustus 2020 voor de sectoren gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Voor de sector ouderenzorg is de regeling verlengd tot 1september 2020. De compensatie van de omzetderving wordt bekostigd vanuit het Wlz-kader 2020.
Zoals gebruikelijk adviseert de NZa periodiek de Minister van VWS over de toereikendheid van het Wlz-kader. Hierbij worden ook de budgettaire gevolgen van deze maatregel betrokken. Op basis van het meiadvies van de NZa is geconcludeerd dat het Wlz-kader, dat op 20april 2020 in lijn met het advies uit de maartbrief van de NZa nog is opgehoogd, ongewijzigd te laten. Voor 1oktober 2020 zal aan de hand van het meest recente advies van de NZa opnieuw worden bezien of een bijstelling noodzakelijk is. Dit krijgt vorm in de definitieve kaderbrief 2021, waarmee tevens het Wlz-kader voor 2021 wordt vastgesteld.
Extra kosten
In de tweede incidentele suppletoire begroting is een bijdrage opgenomen van totaal 190 miljoen in de Wlz. Zorgaanbieders en Wlz-clinten met een persoonsgebonden budget (pgb) maken extra kosten in verband met het coronavirus, voor bijvoorbeeld extra zorg en vervangende zorg. Op basis van eerste realisatiecijfers is de inschatting gemaakt dat het financile effect hiervan 40 miljoen bedraagt voor de periode maart tot en met juli 2020.
Waar zorgaanbieders te maken krijgen met extra kosten als gevolg van COVID-19, kunnen ook deze kosten worden vergoed. Op basis van een steekproef wordt geraamd dat de kosten voor de periode vanaf maart tot en met mei 2020 150 miljoen bedragen.
Bijlage Garantieregeling
1. Wijziging Garantstelling NVZA (COVID-19 geneesmiddelen)
Inleiding
De Staat (Minister van VWS) is op 7april 2020 een overeenkomst aangegaan met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), waarbij de Minister een volmacht aan de NVZA heeft verleend om namens de Minister garantstellingsverklaringen uit te brengen waarin de Staat zich ten behoeve van marktpartijen (bijvoorbeeld groothandels en ziekenhuisapotheken) garant stelt, met betrekking tot de inkoop, verkoop en distributie van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten. Het maximale bedrag van de garantstellingen die namens de Minister kunnen worden verstrekt, is gelimiteerd tot 20,4 miljoen (inclusief btw). De volmacht is verstrekt tot en met 20juli 2020.
Met de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst (hierna: Garantieregeling) is beoogd om de aankoop van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten te borgen.
Het oorspronkelijke toetsingskader voor deze Garantieregeling is opgenomen in de 1e suppletoire wet van de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2020. Dit huidige toetsingskader heeft betrekking op de wijziging van de looptijd.
Probleemstelling en rol van de Staat
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement. Dit betreft aanpassingen aan de Garantieregeling op het gebied van de looptijd van de Garantieregeling en de frequentie van het aanleveren van rapportages.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
De COVID-19 uitbraak heeft geleid en kan leiden tot een sterke stijging van het aantal beademde IC-patinten. De vraag naar geneesmiddelen voor zorg aan COVID-19 patinten is daardoor ook de komende periode nog hoog. Daarom is het wenselijk de looptijd van de Garantieregeling (dus: de volmacht van de Minister aan NVZA om namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen te verstrekken) te verlengen naar 31juli 2021.
De oorspronkelijke Garantieregeling kent een begindatum van 30maart 2020. Om recht te doen aan aankopen die al in maart 2020 zijn gedaan maar die door de begindatum van de Garantieregeling niet onder de Garantieregeling vallen, wordt het wenselijk geacht de begindatum met terugwerkende kracht te vervroegen naar 20maart 2020.
Daarnaast is gebleken dat het wekelijks rapporteren (over onder andere de hoeveelheid en kosten van de geneesmiddelen die onder garantieregeling vallen) geen noodzaak is; vaak zijn er geen wijzigingen en er is sowieso afgesproken in de overeenkomst om bij bijzonderheden direct contact te hebben. Een maandelijkse rapportage sluit dan ook beter aan bij de praktijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop van de geneesmiddelen voor de behandeling van COVID-19 centraal te cordineren. Het is, ook voor de komende periode, aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze cordinatie onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de Staat.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a.) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een totaalplafond van 20,4 miljoen. Dit wordt niet aangepast. Het is op voorhand niet duidelijk hoe lang de COVID-19 crisis zal duren en wat exact het effect zal zijn op de vraag en aanbod van relevante geneesmiddelen. Daarom kan geen nadere inschatting worden gemaakt van het risico onder het totaalplafond. Tot dusverre (1september 2020) heeft de NVZA namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen voor afgerond 5 miljoen afgegeven.
b.) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c.) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Er wordt vooralsnog vanuit gegaan dat bovenstaande risicos zich tot 31juli 2021 zullen voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor geneesmiddelen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:
-
de regeling kent een totaalplafond (20,4 miljoen).
-
de risicos waar de garantieregeling betrekking op heeft zijn afgebakend. Het gaat om de volgende risicos: (i) het definitieve verschil tussen de door marktpartijen betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen; (ii) het financile risico dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk betaalt aan de marktpartij; (iii) het financile risico dat de door de marktpartij ingekochte geneesmiddelen niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet; en (iv) het financile risico dat bestelde geneesmiddelen niet geleverd worden maar wel betaald zijn.
-
vooraf is een limitatieve lijst kritieke middelen en grondstoffen vastgesteld die centraal gecordineerd kunnen worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven. Alleen geneesmiddelen die op de limitatieve lijst staan, vallen onder de Garantieregeling.
-
de NVZA is verplicht zich in te spannen om met de zorgaanbieders tot verkoopprijzen van de geneesmiddelen te komen die in een gebruikelijke verhouding staan tot de, eventueel gestegen, inkoopprijzen. De NVZA zal deze verplichting tevens opleggen aan marktpartijen bij het verlenen van een garantstelling.
-
de NVZA is verplicht periodiek een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS. Deze rapportage bevat de volgende informatie: (i) de hoeveelheid bestelde Relevante Geneesmiddelen en de kosten daarvan; (ii) de marktpartijen aan wie een garantstelling is afgegeven; (iii) mogelijke problemen met betrekking tot de (niet) nakoming van hun verplichtingen door toeleveranciers of zorgaanbieders jegens de marktpartijen; en (iv) eventueel gematerialiseerde schades waarvoor een garantstelling is afgegeven.
-
de NVZA is verplicht om er voor te zorgen dat de marktpartijen aan wie zij een garantstellingsverklaring namens de Minister afgeven, ook direct aan de Minister rapporteren.
-
de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien hij voorziet dat het totaalbedrag van de garantstellingen de limiet nadert of dreigt te overschrijden.
-
de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien een individuele garantstelling een relatief groot bedrag behelst, betrekking heeft op zeer hoge prijzen of andere opmerkelijke situaties.
-
de NVZA biedt de Minister de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken nagekomen worden door de NVZA. Indien daartoe verzocht, geeft NVZA per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de relevant geachte delen van de administratie van de NVZA.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling wordt verlengd tot en met 31juli 2021. Hiertoe is besloten gezien de aanhoudende onzekerheid over de beschikbaarheid van bepaalde geneesmiddelen in het geval van een tweede golf. De regeling kan indien nodig nogmaals verlengd worden.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De NVZA voert de regeling uit. De totale operationele kosten voor de werkzaamheden in 2020 worden ingeschat op 3,6 miljoen, de uitvoering van de garantieregeling maakt hier onderdeel van uit.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.
2. Wijziging garantstelling Mediq Nederland B.V.
Inleiding
De Staat is op 23maart 2020 een overeenkomst aangegaan met Mediq Nederland B.V. (hierna: Mediq) als inkopende en leverende partij bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De Minister van VWS staat hiermee garant voor alle directe financile schade die voor Mediq voortvloeit uit hoofde van de garantieovereenkomst en daaruit voortvloeiende overeenkomsten bij de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen voor de bestrijding van COVID-19. Daarbij verstrekt het Ministerie van VWS voorschotten aan Mediq die de voorfinanciering van de inkoop van deze hulpmiddelen mogelijk maakt.
De aanvankelijke garantieovereenkomst is door middel van twee addenda (23april 2020, respectievelijk 22juli 2020) voorzien van nadere bepalingen om verantwoordelijkheden nader te duiden, de in te kopen goederen te specificeren en de overeenkomst te verlengen tot 24juni 2021.
In het bijzonder:
-
in artikel 2 lid 1 is gexpliciteerd dat alle mogelijke toekomstige fiscale risicos ook expliciet onderdeel zijn van de garantieovereenkomst. Dit was al impliciet onderdeel van garantiebepaling iv;
-
artikel 2 lid 4 is gewijzigd om ook wettelijke naheffings- en navorderingstermijnen onder de geldigheid van de garantieovereenkomst te brengen;
-
artikel 4 is aangevuld zodat de verantwoordelijkheden tussen Mediq en VWS ten aanzien van de inkoop en verkoop door Mediq verduidelijkt is;
-
de lijst met producten is gewijzigd door de in te kopen categorien persoonlijke beschermingsmiddelen te beperken en de testmiddelen uit te breiden.
-
de garantieovereenkomst is verlengd tot uiterlijk 24juni 2021, om de duur van de garantieovereenkomst in lijn te brengen met de gemaakte dienstverleningsafspraken met Mediq.
Daarbij is ook aangeven dat testkits in aanvulling op de persoonlijke beschermingsmiddelen onder de relevante scope vallen. Het huidige toetsingskader heeft betrekking op deze wijzigingen van de garantieregeling. Deze wijzigingen zijn toegevoegd aan het oorspronkelijke toetsingskader.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23maart 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke beschermingsmiddelen te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen werd het ingevulde afwegingskader na besluitvorming aan het parlement toegestuurd als bijlage bij de memorie van toelichting op de 1e suppletoire begrotingswet 2020 en had dit een globaal karakter. In de twee addenda is dit globale karakter nader geconcretiseerd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de uitbraak van COVID-19 bestaat de zorg dat er in Nederland een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen en aan een aantal andere producten voor de gezondheidszorg kan ontstaan. De vraag was op het hoogtepunt van de crisis een veelvoud van de reguliere vraag. Daarbij stokte de toevoer door de wereldwijde stijging in gebruik en de handelsbelemmeringen als gevolg van de crisis. Om die reden was het noodzakelijk om de aankoop van deze hulpmiddelen snel centraal te kunnen cordineren met partijen die daar expertise op hadden. Vandaar dat het kabinetsbeleid erop was gericht om, additioneel aan het aanbod van bestaande leveranciers van persoonlijke beschermingsmiddelen, te voorzien in voldoende kwalitatief goede persoonlijke beschermingsmiddelen.
Daartoe is een nationaal consortium gevormd dat ervoor moet zorgen dat er voldoende producten zijn in verband met de COVID-19 crisis (het LCH). In het consortium zijn de krachten van inkopende zorginstellingen, leveranciers, distributeurs en producenten gebundeld. De Minister van VWS staat in directe verbinding met het consortium. De Minister heeft dit consortium, via Mediq, als n van de betrokken partijen, gevaagd om de inkoop van deze producten in Nederland te verzorgen. Juridisch loopt de inkoop, de verkoop en de facturatie via Mediq.
Mediq wil hierbij zoveel mogelijk open en transparant handelen en neemt hierbij als uitgangspunt dat zij deze diensten verleent zonder winstoogmerk. Gezien de uitzonderlijke marktomstandigheden (beperkte leverbetrouwbaarheid, instabiele prijsvorming en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar) loopt Mediq hierbij een aantal financile risicos.
De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de volgende risicos: i) het definitieve verschil tussen de door Mediq betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen voor de persoonlijke beschermingsmiddelen voor de gezondheidszorg en de andere relevante producten die op dit moment in de gezondheidszorg benodigd zijn; ii) het kredietrisico dat Mediq loopt bij de verkoop van de producten; iii) het financile risico dat bestelde producten niet geleverd worden maar wel betaald zijn; iv) alle andere financile risico's die voor Mediq uit de overeenkomst voortkomen (hieronder mede begrepen de risico's met betrekking tot de distributie van de producten) die redelijkerwijs niet zijn af te dekken in de overeenkomsten met de leveranciers en v) fiscale risicos. Daarnaast verstrekt het ministerie voorschotten aan Mediq die voorfinanciering van de inkoop mogelijk maakt.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen en een aantal andere producten te cordineren. De Minister heeft er mee ingestemd dat Mediq als partij van het LCH deze faciliterende rol op zich neemt. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze rol onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen die hiermee ervaring hebben.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid om compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent vanwege de onvoorspelbaarheid van de COVID-19-crisis geen totaalplafond. Ramingen worden in de diverse voortgangsbrieven en in de suppletoire begrotingen gepresenteerd om, gelet op het bijzondere omstandigheden, recht te doen aan het informatie- en budgetrecht van de Tweede Kamer.
b) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is een open overeenkomst waar veel risicos aan zitten. De afgegeven garantie is niet gemaximeerd. Al snel werd duidelijk dat dit in deze uitzonderlijke omstandigheden voor Mediq niet werkbaar is, omdat de omvang van het risico vooraf niet goed in te schatten en te beheersen is.
Met betrekking tot het risico van het prijsverschil tussen inkoop en verkoop is zeker dat kosten zullen ontstaan door de gestegen marktprijzen. Deze kosten zullen zich voordoen ongeacht de uitvoeringsvariant. De Minister voor MZS heeft besloten de prijsstijging per product niet aan de zorgaanbieders door te berekenen, maar als rijksoverheid te dragen.
Aangezien zorgaanbieders te maken hebben met een hoger dan normaal gebruik van beschermingsmaterialen, zullen zij desondanks met hogere kosten worden geconfronteerd (volume-effect). Voor de vergoeding van deze hogere kosten is de toezegging van zorgverzekeraars over de omgang met meerkosten als gevolg van corona van toepassing.
Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen en een logistieke organisatie opzetten. Mediq en de partijen binnen het consortium zijn hiertoe beter toegerust.
In het tweede addendum is bepaald dat de garantstelling geldt tot en met 23juni 2021. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de aanbodzijde van de wereldwijde markt voor beschermingsmiddelen zich op dat moment niet stabiel genoeg is en additionele landelijk gecordineerde inkoop en distributie noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:
-
de garantstelling geldt vooralsnog tot en met 23juni 2021.
-
er is een limitatieve lijst met persoonlijke beschermingsmiddelen die centraal worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven.
-
Mediq is verplicht zich maximaal in te spannen om de risicos zoveel mogelijk te beheersen en te beperken en leveranciers tot nakoming te bewegen.
-
Mediq is verplicht dagelijks en wekelijks VWS schriftelijk te rapporteren over de hoeveelheid en de kosten van de ingekochte persoonlijke beschermingsmiddelen. De rapportage ziet in elk geval ook op problemen in de (niet) nakoming van verplichtingen en eventueel gerealiseerde schades.
-
Mediq biedt de Minister van VWS de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken worden nagekomen door Mediq. Indien daartoe verzocht, geeft Mediq per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de door de Minister relevant geachte delen van de administratie van Mediq.
-
door het besluit van de Minister voor MZS om het verschil tussen de gebruikelijke (pre corona-) prijs en de actuele kostprijs voor zijn rekening te nemen is de materile omvang van de afgegeven garantie beperkt ten laste van een hogere directe uitgave vanuit de begroting van VWS.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling is geldig tot 23juni 2021, maar kan indien nodig verlengd worden.
11.Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen informatie over de uitvoering van deze regeling opleveren voor een toekomstige evaluatie.
Op het moment dat de aan Mediq verstrekte voorschotten worden afgerekend, zullen ook de vijf genoemde garantierisicos moeten worden vastgesteld met rechtmatigheidsbeoordeling.
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 10 Apparaatsuitgaven
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 338.243 | 402.104 | 13.097 | 415.201 | 21.200 | 0 | 0 | 0 |
| Uitgaven | 340.989 | 405.928 | 13.097 | 419.025 | 21.200 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven | 261.246 | 297.611 | 6.631 | 304.242 | 10.000 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan eigen personeel | 248.371 | 274.805 | 600 | 275.405 | 10.000 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan inhuur externen | 9.474 | 19.405 | 6.031 | 25.436 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige personele uitgaven | 3.401 | 3.401 | 0 | 3.401 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Materile uitgaven | 79.743 | 108.317 | 6.466 | 114.783 | 11.200 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan ICT | 7.148 | 16.154 | 113 | 16.267 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage aan SSO's | 50.021 | 57.072 | 966 | 58.038 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materile uitgaven | 22.574 | 35.091 | 5.387 | 40.478 | 11.200 | 0 | 0 | 0 |
| Ontvangsten | 8.603 | 26.195 | 0 | 26.195 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Overige | 8.603 | 26.195 | 0 | 26.195 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Stand ontwerpbegroting 2020 incl. NvW | Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB1 (+NvW), ISB2 (+NvW) en ISB3) | Mutaties 4e ISB | Stand 4e ISB | Mutatie 2021 | Mutatie 2022 | Mutatie 2023 | Mutatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van VWS | 340.989 | 405.928 | 13.097 | 419.025 | 21.200 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven kerndepartement | 160.703 | 194.115 | 6.631 | 200.746 | 10.000 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan eigen personeel | 149.970 | 173.563 | 600 | 174.163 | 10.000 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan externe inhuur | 8.121 | 17.940 | 6.031 | 23.971 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige personele uitgaven | 2.612 | 2.612 | 0 | 2.612 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Materile uitgaven kerndepartement | 57.782 | 80.999 | 6.466 | 87.465 | 11.200 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan ICT | 2.524 | 6.626 | 113 | 6.739 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage SSO's | 45.701 | 52.747 | 966 | 53.713 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materile uitgaven | 9.557 | 21.626 | 5.387 | 27.013 | 11.200 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven inspecties | 80.479 | 80.972 | 0 | 80.972 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan eigen personeel | 78.670 | 79.163 | 0 | 79.163 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan externe inhuur | 1.020 | 1.020 | 0 | 1.020 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige personele uitgaven | 789 | 789 | 0 | 789 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Materile uitgaven inspecties | 16.865 | 20.065 | 0 | 20.065 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan ICT | 3.850 | 7.050 | 0 | 7.050 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage SSO's | 3.950 | 3.950 | 0 | 3.950 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materile uitgaven | 9.065 | 9.065 | 0 | 9.065 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Personele uitgaven SCP en raden | 20.064 | 22.524 | 0 | 22.524 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan eigen personeel | 19.731 | 22.079 | 0 | 22.079 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan externe inhuur | 333 | 445 | 0 | 445 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige personele uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Materile uitgaven SCP en raden | 5.096 | 7.253 | 0 | 7.253 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan ICT | 774 | 2.478 | 0 | 2.478 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan bijdrage SSO's | 370 | 375 | 0 | 375 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| waarvan overige materile uitgaven | 3.952 | 4.400 | 0 | 4.400 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Apparaatsuitgaven kerndepartement
Personele uitgaven kerndepartement
De coronacrisis vraagt extra personele en materile uitagven op het kerndepartement. Het gaat om een bedrag van 13,1 miljoen in 2020 en 21,2 miljoen in 2021.
Bijlage toetsingskaders garantieregelingen
Bijlage Garantieregeling
1. Toetsingskader garantstelling U-Diagnostics
Inleiding
De Staat is op 30augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met U-Diagnostics als leverancier van analysecapaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. U-Diagnostics garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om te verlengen met telkens 3 maanden.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).
De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 160.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. U-Diagnostics is een partij die met behulp van hun samenwerkingspartner, het Duitse laboratorium Labor Dr. Wisplinghoff de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.
U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff heeft afgesproken dat zij garant staan voor de levering van maximaal 5.000 PCR-testen per dag. U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Hierover is ook gesproken met de verantwoordelijke Minister van de Duitse deelstaat van Noordrijn-Westfalen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 2.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een plafond van 23,4miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 2.000 testen voor zes maanden).
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is de verwachting dat het minimale aantal van 2.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting U-Diagnostics/Labor Dr. Wisplinghoff. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.
Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 2000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.
1. Wijziging Garantstelling NVZA (COVID-19 geneesmiddelen)
Inleiding
De Staat (Minister van VWS) is op 7april 2020 een overeenkomst aangegaan met de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), waarbij de Minister een volmacht aan de NVZA heeft verleend om namens de Minister garantstellingsverklaringen uit te brengen waarin de Staat zich ten behoeve van marktpartijen (bijvoorbeeld groothandels en ziekenhuisapotheken) garant stelt, met betrekking tot de inkoop, verkoop en distributie van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten. Het maximale bedrag van de garantstellingen die namens de Minister kunnen worden verstrekt, is gelimiteerd tot 20,4 miljoen (inclusief btw). De volmacht is verstrekt tot en met 20juli 2020.
Met de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst (hierna: Garantieregeling) is beoogd om de aankoop van geneesmiddelen, grondstoffen en andere geneeskundige middelen voor de gezondheidszorg gerelateerd aan de behandeling van COVID-19 patinten te borgen.
Het oorspronkelijke toetsingskader voor deze Garantieregeling is opgenomen in de 1e suppletoire wet van de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2020. Dit huidige toetsingskader heeft betrekking op de wijziging van de looptijd.
Probleemstelling en rol van de Staat
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement. Dit betreft aanpassingen aan de Garantieregeling op het gebied van de looptijd van de Garantieregeling en de frequentie van het aanleveren van rapportages.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
De COVID-19 uitbraak heeft geleid en kan leiden tot een sterke stijging van het aantal beademde IC-patinten. De vraag naar geneesmiddelen voor zorg aan COVID-19 patinten is daardoor ook de komende periode nog hoog. Daarom is het wenselijk de looptijd van de Garantieregeling (dus: de volmacht van de Minister aan NVZA om namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen te verstrekken) te verlengen naar 31juli 2021.
De oorspronkelijke Garantieregeling kent een begindatum van 30maart 2020. Om recht te doen aan aankopen die al in maart 2020 zijn gedaan maar die door de begindatum van de Garantieregeling niet onder de Garantieregeling vallen, wordt het wenselijk geacht de begindatum met terugwerkende kracht te vervroegen naar 20maart 2020.
Daarnaast is gebleken dat het wekelijks rapporteren (over onder andere de hoeveelheid en kosten van de geneesmiddelen die onder garantieregeling vallen) geen noodzaak is; vaak zijn er geen wijzigingen en er is sowieso afgesproken in de overeenkomst om bij bijzonderheden direct contact te hebben. Een maandelijkse rapportage sluit dan ook beter aan bij de praktijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop van de geneesmiddelen voor de behandeling van COVID-19 centraal te cordineren. Het is, ook voor de komende periode, aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze cordinatie onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de Staat.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a.) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een totaalplafond van 20,4 miljoen. Dit wordt niet aangepast. Het is op voorhand niet duidelijk hoe lang de COVID-19 crisis zal duren en wat exact het effect zal zijn op de vraag en aanbod van relevante geneesmiddelen. Daarom kan geen nadere inschatting worden gemaakt van het risico onder het totaalplafond. Tot dusverre (1september 2020) heeft de NVZA namens de Staat garantstellingsverklaringen aan marktpartijen voor afgerond 5 miljoen afgegeven.
b.) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c.) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Er wordt vooralsnog vanuit gegaan dat bovenstaande risicos zich tot 31juli 2021 zullen voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor geneesmiddelen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:
-
de regeling kent een totaalplafond (20,4 miljoen).
-
de risicos waar de garantieregeling betrekking op heeft zijn afgebakend. Het gaat om de volgende risicos: (i) het definitieve verschil tussen de door marktpartijen betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen; (ii) het financile risico dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk betaalt aan de marktpartij; (iii) het financile risico dat de door de marktpartij ingekochte geneesmiddelen niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet; en (iv) het financile risico dat bestelde geneesmiddelen niet geleverd worden maar wel betaald zijn.
-
vooraf is een limitatieve lijst kritieke middelen en grondstoffen vastgesteld die centraal gecordineerd kunnen worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven. Alleen geneesmiddelen die op de limitatieve lijst staan, vallen onder de Garantieregeling.
-
de NVZA is verplicht zich in te spannen om met de zorgaanbieders tot verkoopprijzen van de geneesmiddelen te komen die in een gebruikelijke verhouding staan tot de, eventueel gestegen, inkoopprijzen. De NVZA zal deze verplichting tevens opleggen aan marktpartijen bij het verlenen van een garantstelling.
-
de NVZA is verplicht periodiek een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS. Deze rapportage bevat de volgende informatie: (i) de hoeveelheid bestelde Relevante Geneesmiddelen en de kosten daarvan; (ii) de marktpartijen aan wie een garantstelling is afgegeven; (iii) mogelijke problemen met betrekking tot de (niet) nakoming van hun verplichtingen door toeleveranciers of zorgaanbieders jegens de marktpartijen; en (iv) eventueel gematerialiseerde schades waarvoor een garantstelling is afgegeven.
-
de NVZA is verplicht om er voor te zorgen dat de marktpartijen aan wie zij een garantstellingsverklaring namens de Minister afgeven, ook direct aan de Minister rapporteren.
-
de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien hij voorziet dat het totaalbedrag van de garantstellingen de limiet nadert of dreigt te overschrijden.
-
de NVZA is verplicht de Minister per ommegaande te informeren indien een individuele garantstelling een relatief groot bedrag behelst, betrekking heeft op zeer hoge prijzen of andere opmerkelijke situaties.
-
de NVZA biedt de Minister de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken nagekomen worden door de NVZA. Indien daartoe verzocht, geeft NVZA per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de relevant geachte delen van de administratie van de NVZA.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling wordt verlengd tot en met 31juli 2021. Hiertoe is besloten gezien de aanhoudende onzekerheid over de beschikbaarheid van bepaalde geneesmiddelen in het geval van een tweede golf. De regeling kan indien nodig nogmaals verlengd worden.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De NVZA voert de regeling uit. De totale operationele kosten voor de werkzaamheden in 2020 worden ingeschat op 3,6 miljoen, de uitvoering van de garantieregeling maakt hier onderdeel van uit.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.
2. Toetsingskader garantstelling Eurofins
Inleiding
De Staat is op 31augustus 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Eurofins als leverancier van analyse capaciteit polymerase chain reaction tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor het risico dat gemaakte kosten niet kunnen worden terugverdiend als de afname tegenvalt waarbij een minimum afname van het aantal PCR tests wordt gegarandeerd. Eurofins garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is 6 maanden met de optie om tweemaal te verlengen met telkens 6 maanden.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met (milde) klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te kunnen starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende analysecapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder oploopt (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).
De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analysecapaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Eurofins is een partij die de analysecapaciteit kan leveren die nodig is om de benodigde testcapaciteit op pijl te houden en Nederland in staat te stellen de testcapaciteit verder uit te breiden. Zij zijn ook in tegenstelling tot vele laboratoria in staat het noodzakelijke materiaal zelf te produceren wat de afhankelijkheid van Nederland verkleint. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Eurofins om in de behoefte van analysecapaciteit voor PCR-testen te voorzien voor een periode van minimaal 6 maanden.
Eurofins heeft afgesproken dat zij garant staat voor de levering van 44.000 PCR-testen per dag. Eurofins garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen in Duitsland. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Eurofins hiermee een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 15.000 PCR-testen per dag met de daarbij afgesproken financile compensatie. In de maand september zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Eurofins; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Het materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een plafond van 169,7miljoen (de garantstelling van een minimale dagelijkse afname van 15.000 testen voor zes maanden).
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke maatregel van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging naar maximaal 18 maanden waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is de verwachting dat het minimale aantal van 15.000 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Materialiseren van het garantierisico lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatieteam Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Eurofins. Het Landelijke Cordinatieteam Diagnostische Keten (LCDK) cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS, waardoor VWS meer beheersingsmogelijkheden krijgt om de teststromen te sturen.
Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van 15.000 tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
6 maanden, hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.
2. Wijziging garantstelling Mediq Nederland B.V.
Inleiding
De Staat is op 23maart 2020 een overeenkomst aangegaan met Mediq Nederland B.V. (hierna: Mediq) als inkopende en leverende partij bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De Minister van VWS staat hiermee garant voor alle directe financile schade die voor Mediq voortvloeit uit hoofde van de garantieovereenkomst en daaruit voortvloeiende overeenkomsten bij de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen voor de bestrijding van COVID-19. Daarbij verstrekt het Ministerie van VWS voorschotten aan Mediq die de voorfinanciering van de inkoop van deze hulpmiddelen mogelijk maakt.
De aanvankelijke garantieovereenkomst is door middel van twee addenda (23april 2020, respectievelijk 22juli 2020) voorzien van nadere bepalingen om verantwoordelijkheden nader te duiden, de in te kopen goederen te specificeren en de overeenkomst te verlengen tot 24juni 2021.
In het bijzonder:
-
in artikel 2 lid 1 is gexpliciteerd dat alle mogelijke toekomstige fiscale risicos ook expliciet onderdeel zijn van de garantieovereenkomst. Dit was al impliciet onderdeel van garantiebepaling iv;
-
artikel 2 lid 4 is gewijzigd om ook wettelijke naheffings- en navorderingstermijnen onder de geldigheid van de garantieovereenkomst te brengen;
-
artikel 4 is aangevuld zodat de verantwoordelijkheden tussen Mediq en VWS ten aanzien van de inkoop en verkoop door Mediq verduidelijkt is;
-
de lijst met producten is gewijzigd door de in te kopen categorien persoonlijke beschermingsmiddelen te beperken en de testmiddelen uit te breiden.
-
de garantieovereenkomst is verlengd tot uiterlijk 24juni 2021, om de duur van de garantieovereenkomst in lijn te brengen met de gemaakte dienstverleningsafspraken met Mediq.
Daarbij is ook aangeven dat testkits in aanvulling op de persoonlijke beschermingsmiddelen onder de relevante scope vallen. Het huidige toetsingskader heeft betrekking op deze wijzigingen van de garantieregeling. Deze wijzigingen zijn toegevoegd aan het oorspronkelijke toetsingskader.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 zijn op 23maart 2020 garanties afgegeven om de inkoop van noodzakelijke beschermingsmiddelen te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen werd het ingevulde afwegingskader na besluitvorming aan het parlement toegestuurd als bijlage bij de memorie van toelichting op de 1e suppletoire begrotingswet 2020 en had dit een globaal karakter. In de twee addenda is dit globale karakter nader geconcretiseerd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de uitbraak van COVID-19 bestaat de zorg dat er in Nederland een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen en aan een aantal andere producten voor de gezondheidszorg kan ontstaan. De vraag was op het hoogtepunt van de crisis een veelvoud van de reguliere vraag. Daarbij stokte de toevoer door de wereldwijde stijging in gebruik en de handelsbelemmeringen als gevolg van de crisis. Om die reden was het noodzakelijk om de aankoop van deze hulpmiddelen snel centraal te kunnen cordineren met partijen die daar expertise op hadden. Vandaar dat het kabinetsbeleid erop was gericht om, additioneel aan het aanbod van bestaande leveranciers van persoonlijke beschermingsmiddelen, te voorzien in voldoende kwalitatief goede persoonlijke beschermingsmiddelen.
Daartoe is een nationaal consortium gevormd dat ervoor moet zorgen dat er voldoende producten zijn in verband met de COVID-19 crisis (het LCH). In het consortium zijn de krachten van inkopende zorginstellingen, leveranciers, distributeurs en producenten gebundeld. De Minister van VWS staat in directe verbinding met het consortium. De Minister heeft dit consortium, via Mediq, als n van de betrokken partijen, gevaagd om de inkoop van deze producten in Nederland te verzorgen. Juridisch loopt de inkoop, de verkoop en de facturatie via Mediq.
Mediq wil hierbij zoveel mogelijk open en transparant handelen en neemt hierbij als uitgangspunt dat zij deze diensten verleent zonder winstoogmerk. Gezien de uitzonderlijke marktomstandigheden (beperkte leverbetrouwbaarheid, instabiele prijsvorming en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar) loopt Mediq hierbij een aantal financile risicos.
De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de volgende risicos: i) het definitieve verschil tussen de door Mediq betaalde inkoopprijzen en de verkoopprijzen voor de persoonlijke beschermingsmiddelen voor de gezondheidszorg en de andere relevante producten die op dit moment in de gezondheidszorg benodigd zijn; ii) het kredietrisico dat Mediq loopt bij de verkoop van de producten; iii) het financile risico dat bestelde producten niet geleverd worden maar wel betaald zijn; iv) alle andere financile risico's die voor Mediq uit de overeenkomst voortkomen (hieronder mede begrepen de risico's met betrekking tot de distributie van de producten) die redelijkerwijs niet zijn af te dekken in de overeenkomsten met de leveranciers en v) fiscale risicos. Daarnaast verstrekt het ministerie voorschotten aan Mediq die voorfinanciering van de inkoop mogelijk maakt.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het is op dit moment noodzakelijk om de aankoop en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen en een aantal andere producten te cordineren. De Minister heeft er mee ingestemd dat Mediq als partij van het LCH deze faciliterende rol op zich neemt. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat deze rol onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen die hiermee ervaring hebben.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid om compensatierisicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a) Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent vanwege de onvoorspelbaarheid van de COVID-19-crisis geen totaalplafond. Ramingen worden in de diverse voortgangsbrieven en in de suppletoire begrotingen gepresenteerd om, gelet op het bijzondere omstandigheden, recht te doen aan het informatie- en budgetrecht van de Tweede Kamer.
b) Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c) Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is een open overeenkomst waar veel risicos aan zitten. De afgegeven garantie is niet gemaximeerd. Al snel werd duidelijk dat dit in deze uitzonderlijke omstandigheden voor Mediq niet werkbaar is, omdat de omvang van het risico vooraf niet goed in te schatten en te beheersen is.
Met betrekking tot het risico van het prijsverschil tussen inkoop en verkoop is zeker dat kosten zullen ontstaan door de gestegen marktprijzen. Deze kosten zullen zich voordoen ongeacht de uitvoeringsvariant. De Minister voor MZS heeft besloten de prijsstijging per product niet aan de zorgaanbieders door te berekenen, maar als rijksoverheid te dragen.
Aangezien zorgaanbieders te maken hebben met een hoger dan normaal gebruik van beschermingsmaterialen, zullen zij desondanks met hogere kosten worden geconfronteerd (volume-effect). Voor de vergoeding van deze hogere kosten is de toezegging van zorgverzekeraars over de omgang met meerkosten als gevolg van corona van toepassing.
Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen en een logistieke organisatie opzetten. Mediq en de partijen binnen het consortium zijn hiertoe beter toegerust.
In het tweede addendum is bepaald dat de garantstelling geldt tot en met 23juni 2021. Tot dat moment aangegane overeenkomsten blijven na ommekomst van deze termijn gegarandeerd onder deze garantstellingsverklaring. Indien noodzakelijk bijvoorbeeld omdat de aanbodzijde van de wereldwijde markt voor beschermingsmiddelen zich op dat moment niet stabiel genoeg is en additionele landelijk gecordineerde inkoop en distributie noodzakelijk blijft kan de Minister de duur van deze garantstellingsverklaring verlengen.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:
-
de garantstelling geldt vooralsnog tot en met 23juni 2021.
-
er is een limitatieve lijst met persoonlijke beschermingsmiddelen die centraal worden ingekocht en waarvoor garanties kunnen worden afgegeven.
-
Mediq is verplicht zich maximaal in te spannen om de risicos zoveel mogelijk te beheersen en te beperken en leveranciers tot nakoming te bewegen.
-
Mediq is verplicht dagelijks en wekelijks VWS schriftelijk te rapporteren over de hoeveelheid en de kosten van de ingekochte persoonlijke beschermingsmiddelen. De rapportage ziet in elk geval ook op problemen in de (niet) nakoming van verplichtingen en eventueel gerealiseerde schades.
-
Mediq biedt de Minister van VWS de gelegenheid om te verifiren of de gemaakte afspraken worden nagekomen door Mediq. Indien daartoe verzocht, geeft Mediq per omgaande en zonder enig voorbehoud inzage in de door de Minister relevant geachte delen van de administratie van Mediq.
-
door het besluit van de Minister voor MZS om het verschil tussen de gebruikelijke (pre corona-) prijs en de actuele kostprijs voor zijn rekening te nemen is de materile omvang van de afgegeven garantie beperkt ten laste van een hogere directe uitgave vanuit de begroting van VWS.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling is geldig tot 23juni 2021, maar kan indien nodig verlengd worden.
11.Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen informatie over de uitvoering van deze regeling opleveren voor een toekomstige evaluatie.
Op het moment dat de aan Mediq verstrekte voorschotten worden afgerekend, zullen ook de vijf genoemde garantierisicos moeten worden vastgesteld met rechtmatigheidsbeoordeling.
3. Toetsingskader garantstelling Synlab
Inleiding
De Staat is op 11september 2020 een principeovereenkomst aangegaan met Synlab Belgium SC/SPRL als leverancier van afname capaciteit polymerase chain reaction- tests (hierna PCR). Het betreft een garantstelling van VWS zodat GGD'en de afgenomen testmonsters kunnen sturen naar het gecontracteerde lab en wanneer dit net gebeurt, VWS garant staat om aan te vullen tot het afgesproken niveau. Deze overeenkomst is nodig om tijdig voldoende afname capaciteit voor laboratoria te garanderen om tests te kunnen verwerken. Dit als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie van het kabinet. De Minister van VWS staat hiermee garant voor de gemaakte kosten die voortkomen uit de overeengekomen bedragen gekoppeld aan de afgesproken minimum afname van het aantal PCR tests. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van een afgesproken hoeveelheid tests per dag. De duur van de overeenkomst is vastgelegd tot 30april 2021 en kan bij wederzijdse goedkeuring worden verlengd.
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen. Na besluitvorming in de ministerraad wordt het toetsingskader verstuurd aan het parlement.
Als onderdeel van de beheers- en controleerstrategie voor de beheersing van COVID-19 zijn in augustus en september 2020 garanties afgegeven om voldoende testcapaciteit te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Het kabinet voert sinds de COVID-19 uitbraak in Nederland verschillende maatregelen door om de negatieve gevolgen van het virus zo ver als mogelijk te minimaliseren voor zowel de mens als economie. Een belangrijk onderdeel van het beleid om het virus te kunnen controleren en beheersen, is het testen van burgers met milde klachten en bij positieve testuitslag snel bron- en contactonderzoek te starten. Vanaf 1juni 2020 is het voor iedereen met (milde) klachten mogelijk om zich te laten testen op het Coronavirus. Om dit beleid vast te houden is het noodzakelijk dat er voldoende testcapaciteit beschikbaar is, ook wanneer het aantal mensen dat klachten krijgt volgens de prognoses van RIVM verder zal oplopen (najaar: maximaal 70.000 testen per dag, vroege voorjaar: maximaal 86.000 testen per dag).
De testvraag in Nederland is nu al groot met op dit moment circa 225.000 tests per week. De testvraag is ook harder opgelopen dan verwacht en kent regionaal grote verschillen. Ook valt de (internationale) beschikbaarheid van materialen voor het kunnen uitvoeren van testen op het moment tegen. Dit legt een druk op de beschikbare analyse capaciteit van laboratoria om de tests te kunnen verwerken. Synlab Belgium SC/SPRL is een partij die de analyse capaciteit kan leveren die nodig is om de testcapaciteit die nodig is op pijl te houden en Nederland in staat stelt de testcapaciteit verder uit te breiden. De Minister van VWS heeft een overeenkomst gesloten met Synlab Belgium SC/SPRL om in de behoefte van PCR test te voorzien voor een periode van minimaal 7 maanden.
Met Synlab Belgium SC/SPRL is afgesproken dat zij uiteindelijk garant staan voor de levering van maximaal 25.000 tests per dag eind december. Afspraken zijn gemaakt over de oploop daar naartoe. Synlab Belgium SC/SPRL garandeert beschikbaarheid van deze hoeveelheid PCR-testen per dag, ook wanneer er krapte ontstaat in de beschikbaarheid van materialen. Gezien de onvoorspelbaarheid van de ontwikkeling van de testvraag in Nederland loopt Synlab Belgium SC/SPRL hier een financieel risico. De Minister heeft daarom besloten om zich garant te stellen voor de afname van minimaal 600 PCR-testen per dag oplopend tot 8.750 tests per dag vanaf januari 2021. Met de daarbij afgesproken financile compensatie. Vanaf het ingaan van het contract (eind september) zullen teststromen van GGD'en worden omgeleid naar Synlab Belgium SC/SPRL; het is daarmee de verwachting dat het minimale aantal afgesproken testen per dag (garantstelling) wordt gehaald. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet waarschijnlijk.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het opschalen van de testcapaciteit is een overwogen onderdeel van het kabinetsbeleid om COVID-19 te bestrijden. Meer testen is noodzakelijk om het virus te controleren. Zo houden we zicht op de verspreiding van het virus in Nederland en kan geanticipeerd worden als er brandhaarden ontstaan. De Minister van VWS is doordrongen van de noodzaak om de testcapaciteit te handhaven en geleidelijk verder uit te breiden. De bestaande lab-capaciteit is niet toereikend en de normale gang van zaken (waarbij een GGD een kleine overeenkomst sluit met een laboratorium) leidt, gelet op de noodzakelijke aantallen, niet tot voldoende extra capaciteit. Additionele inzet vanuit VWS is daarom gewenst.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet via de markt te verzekeren.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Gezien het karakter van de maatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
De regeling kent een plafond van 123,6miljoen.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke maatregel tot eind april 2021 waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
Het is de verwachting dat het minimale aantal van 600 testen oplopend tot 8.750 testen per dag (garantstelling) wordt gehaald en dat daarmee ook de testcapaciteit gegarandeerd is. Financiering zonder levering van testen lijkt daarmee niet heel waarschijnlijk.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Het ministerie geeft opdracht aan het Landelijk Cordinatie Team Diagnostische Keten om de teststromen te verleggen richting Synlab Belgium SC/SPRL. Het Landelijke Cordinatie Team Diagnostische Keten cordineert op dit moment de landelijke teststromen voor COVID-19 vanuit GGDen naar de labs. Voornemen is het LCDK een onderdeel te maken van VWS.
Het gaat hier niet om fysieke tests maar om testcapaciteit in laboratoria. Wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van de volledige minimale afname van de tests kan deze capaciteit niet doorverkocht worden.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstel en de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
Er is afgezien van het in rekening brengen van een marktconforme premie gelet op de tijdelijke en kortdurende aard van deze maatregel en omdat de kosten ongeacht de uitvoeringsvariant uit collectieve middelen worden betaald. De uitgaven resulterend uit deze regeling zullen generaal worden ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling loopt in eerste aanleg tot 30april 2021. Hierna wordt bezien of er aanleiding is om de garantie te verlengen.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
De risicoregeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van VWS. Voor de uitvoeringskosten is geen inschatting beschikbaar.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van deze risicoregeling.
4. Toetsingskader garantstelling testmaterialen
Garantstelling testmaterialen
Probleemstelling en rol van de overheid
Conform het beleidskader risicoregelingen (dat onderdeel uitmaakt van de begrotingsregels 20182021) vindt besluitvorming over een nieuwe risicoregeling (garantie, lening en achterborgstelling) en/of aanpassing van een bestaande risicoregeling plaats aan de hand van het Toetsingskader Risicoregelingen.
Als onderdeel van de noodmaatregelen voor de beheersing van COVID-19 is vanaf 10augustus gestart met de afgifte van nieuwe garanties om de aankoop van testmaterialen gerelateerd aan de diagnostiek van COVID-19 te borgen. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de garantieovereenkomst tot stand is gekomen wordt het ingevulde afwegingskader na de besluitvorming aan het parlement toegestuurd.
1. Wat is het probleem dat aanleiding is geweest voor het beleid?
Sinds de COVID-19 uitbraak worden wereldwijd grote aantallen COVID-19 testen uitgevoerd. Dit is noodzakelijk om uitbraken van het virus te voorkomen en beheersen. De vraag naar testmaterialen is op dit moment hoog. Naar verwachting zal de vraag naar testmaterialen in het najaar verder toenemen. Het risico bestaat dat de beschikbaarheid van specifiek voor de diagnostiek van COVID-19 benodigde testmaterialen in het gedrang komt. Tot nu toe is op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen een afzonderlijke garantieovereenkomst afgesloten voor in totaal 41,5mln. Dit gebeurde voornamelijk wanneer de leverancier zonder garantieovereenkomst onvoldoende testmaterialen voor de Nederlandse markt kon garanderen.
Het RIVM verwacht dat de vraag naar testen in het najaar oploopt tot 70.000 testen per dag (en max 86.000 in het vroege voorjaar). Deze stijging zal zich ook in andere landen voordoen. Het is van groot belang dat er voldoende getest kan worden om verspreiding van het virus te controleren en om mensen in Nederland te beschermen tegen besmetting. Het is daarom op dit moment noodzakelijk op centraal niveau afspraken te maken over de aankoop van testmaterialen ten behoeve van COVID-19 diagnostiek in Nederland. Om die reden heeft VWS een aanbesteding opengesteld, waarop leveranciers van testmaterialen zich kunnen inschrijven om de extra benodigde capaciteit te leveren. Zorgaanbieders kunnen decentraal bestellingen plaatsen bij de leveranciers die deze aanbesteding hebben doorlopen.
De uitzonderlijke marktomstandigheden zorgen voor een aantal risicos waardoor het onvoldoende aantrekkelijk is voor leveranciers van testmaterialen om in te tekenen op de aanbesteding (beperkte leverbetrouwbaarheid en de wenselijkheid voorraden aan te kopen met onzekerheid over de toekomstige vraag daarnaar). Om de testmaterialen beschikbaar te houden voor de Nederlandse markt, is het noodzakelijk een aantal financile risicos van marktpartijen af te kunnen dekken. Het Ministerie van VWS is daarom voornemens garantieovereenkomsten af te sluiten met leveranciers van testmaterialen die de aanbesteding hebben doorlopen en waarbij zorgaanbieders bestellingen hebben geplaatst, om afname van een minimaal aantal testmaterialen te garanderen. Als de Nederlandse markt vervolgens onvoldoende testmaterialen afneemt zal de Nederlandse staat de resterende testmaterialen afnemen.
Het risico wordt afgedekt dat de zorgaanbieder niet of slechts gedeeltelijk het gegarandeerd aantal testmaterialen afneemt en dat de ingekochte testmaterialen (deels) niet binnen de uiterste houdbaarheidsdatum kunnen worden verkocht of ingezet.
2. Waarom rekent de centrale overheid het tot haar verantwoordelijkheid om het probleem op te lossen?
Het is op dit moment noodzakelijk om op centraal niveau de regie te voeren over de beschikbaarheid van testmaterialen voor de diagnostiek van COVID-19. Het is aannemelijk, gezien de marktomstandigheden, dat de zekerheid van toegang tot deze materialen onvoldoende tot stand kan komen zonder afdekking van financile risicos door de centrale overheid. Als alternatief instrument kan directe inkoop door de rijksoverheid worden genoemd. De rijksoverheid is hier echter minder goed toe in staat dan marktpartijen en zorgaanbieders die hiermee ervaring hebben.
3. Is het voorstel voor de risicoregeling:
a) ter compensatie van risicos die niet in de markt kunnen worden gedekt, en/of
b) het beste instrument waarmee een optimale doelmatigheidswinst kan worden bewerkstelligd ten opzichte van andere beleidsinstrumenten? Maak een vergelijking met alternatieve beleidsinstrumenten.
Door de onvoorspelbaarheid en wereldwijde omvang van de COVID-19 crisis en daardoor voortdurend wijzigende omstandigheden is dit risico niet door de markt te dragen.
4. Op welke wijze wordt het nieuw aan te gane risico gecompenseerd door risicos vanuit andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen?
Dit gebeurt niet. Gezien het karakter van een noodmaatregel is er geen gelegenheid geweest ter compensatie risicos van andere risicoregelingen binnen de begroting te verminderen.
Risicos en risicobeheersing
5. Wat zijn de risicos van de regeling voor het Rijk?
a. Wat is het totaalrisico van de regeling op jaarbasis? Kent de regeling een totaalplafond?
Er worden garanties verstrekt ten behoeve van de vraag in het najaar. Rekening houdend met de reeds afgegeven garanties wordt het maximum plafondbedrag 230,5mln. Dit bedrag is gebaseerd op een gemiddelde prijs van 15 aan testmaterialen per test en 70.000 testen per dag gedurende 6 maanden plus de eerder afgegeven garanties van 41,5mln. Op grond van de behoefte van de capaciteit, ruimte en wensen van laboratoria worden garantieovereenkomsten afgesloten met aanbieders van testmaterialen om in de vraag van Nederlandse laboratoria te voorzien ten hoogste tot het plafondbedrag wordt bereikt.
b. Hoe staan risico en rendement van de regeling tot elkaar in verhouding?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen marktconforme risicopremie wordt gevraagd. De Staat ontvangt dus geen rendement.
c. Wat is de inschatting van het risico voor het Rijk in termen van waarschijnlijkheid, impact, blootstellingduur en beheersingsmate?
In een eerdere fase zijn op ad hoc basis met een beperkt aantal leveranciers van testmaterialen afzonderlijke garantieovereenkomsten afgesloten voor in totaal 41,5mln.
Op basis van een aanbesteding worden garanties afgegeven voor de periode tussen 1september 2020 tot 1april 2021. De Minister van VWS heeft de mogelijkheid om de garantieovereenkomsten tweemaal met drie maanden te verlengen bijvoorbeeld omdat de wereldwijde markt voor testmaterialen op dat moment nog niet gestabiliseerd is en landelijk gecordineerde inkoop noodzakelijk blijft. Na de garantieperiode wordt duidelijk in hoeverre het Rijk garant zal moeten staan voor de risicos die zich tussen 1september 2020 en 1april 2021 voordoen. De exacte mate waarin is vooralsnog niet goed voorzienbaar. Het alternatief zelf aankopen, distribueren en factureren vanuit de rijksoverheid heeft overigens dezelfde risicos, maar dan moet de overheid de risicos zelf beheersen.
6. Welke risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen worden getroffen om het risico voor het Rijk te minimaliseren? Heeft de budgettair verantwoordelijke Minister voldoende mogelijkheden tot beheersing van de risicos, ook als de regeling op afstand van het Rijk wordt uitgevoerd?
Er zijn de volgende afspraken vastgelegd c.q. maatregelen getroffen om de risicos te mitigeren:
-
de garantieovereenkomsten worden afgesloten door het Ministerie van VWS met de betreffende leverancier, waardoor het ministerie zicht houdt op het aantal afgesloten overeenkomsten, de daarmee gepaard gaande risicos en de testmaterialen waarvoor garanties worden afgegeven.
-
de regeling kent een totaalplafond (230,5mln.) en wordt behoudens een aanvullend besluit door de Minister van VWS niet verlengd voorbij 1april 2021.
-
de leveranciers waarmee een garantieovereenkomst wordt afgesloten zijn verplicht maandelijks een rapportage te overleggen aan de Minister van VWS waarin de hoeveelheid bestelde testmaterialen is vermeld.
-
in de garantieovereenkomsten wordt vastgelegd dat de geleverde testmaterialen minimaal een jaar houdbaar dienen te zijn, zodat de testmaterialen kunnen worden doorverkocht indien de materialen na de garantieperiode door het Ministerie van VWS moeten worden afgenomen.
7. Bij complexe risico's: hoe beoordeelt een onafhankelijke expert het risico van het voorstelen de risico-beheersende en risico-mitigerende maatregelen van Rijk?
Het betreft een tijdelijke noodmaatregel waarvoor geen onafhankelijke expertopinie is gevraagd.
Vormgeving
8. Welke premie wordt voorgesteld en hoeveel wordt doorberekend aan de eindgebruiker? Is deze premiekostendekkend en marktconform. Zo nee, hoeveel budgettaire ruimte wordt het door het vakdepartement specifiek ingezet?
De zorgaanbieders die COVID-19 testen uitvoeren betalen zelf de kosten van de testmaterialen. Wanneer minder testmaterialen zijn ingekocht dan het gegarandeerde aantal, dan koopt VWS de overgebleven testmaterialen op. Deze kunnen tegen de kostprijs worden doorverkocht aan zorgaanbieders, zo lang de houdbaarheidsdatum niet is overschreden en er voldoende vraag is. Gezien de aard van de mogelijke uitgave wordt deze generaal ingepast.
9. Hoe wordt de risicovoorziening vormgegeven?
De regeling is van tijdelijke en kortdurende aard. Daarom wordt geen risicovoorziening ingesteld.
10. Welke horizonbepaling wordt gehanteerd (standaardtermijn is maximaal 5 jaar)?
De regeling ten behoeve van de extra testmaterialen is geldig tot 1april 2021. Indien nodig kan deze 2x 3 maanden verlengd worden.
11. Wie voert de risicoregeling uit en wat zijn de uitvoeringskosten van de regeling?
Het LCH heeft de aanbesteding uitgevoerd en stelt (op basis van een model-garantieovereenkomst) de garantieovereenkomsten op. Er zijn geen operationele kosten bovenop de huidige operationele kosten van het LCH.
12. Hoe wordt de regeling gevalueerd, welke informatie is daarvoor relevant evaluatie en hoe wordt een deugdelijke evaluatie geborgd?
Momenteel zijn nog geen afspraken gemaakt over de evaluatie van noodmaatregelen in de COVID-19 crisis. De aandacht gaat uit naar de beheersing van de acute crisis. De rapportageverplichtingen genoemd onder punt 6 zullen naar verwachting voldoende informatie opleveren over de uitvoering van deze regeling om een toekomstige evaluatie te kunnen informeren.