Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1. Inhoudelijke toelichting

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een inhoudelijk deel en een artikelsgewijs deel. Per beleidsartikel wordt een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties

Technische mutaties

(stand ontwerpbegroting in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

(ondergrens in miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In de Kamerbrief over Nationaal Programma Onderwijs: steunprogramma voor herstel en perspectief (Kamerstukken II 2020/21, 3...., nr....) van 17februari 2021 is gemeld dat er de komende twee en een half jaar voor 8,5miljard wordt genvesteerd in het gehele onderwijs. Daarnaast wordt er ook structureel 645,0miljoen genvesteerd in het onderwijs vanwege de grotere instroom van leerlingen en studenten. Via deze zesde Incidentele Suppletoire Begroting wordt voor zowel 2,2miljard middelen incidenteel aan de OCW-begroting toegevoegd als 645,0miljoen structureel. De overige middelen (6,3miljard) worden op de Aanvullende post van Financin geplaatst en overgeboekt naar de OCW-begroting als de maatregelen nader zijn uitgewerkt. Hieronder volgt een opsomming van de maatregelen waarvoor de middelen nu naar de OCW-begroting worden overgeheveld.

Uitbreiding en verlenging inhaal- en ondersteuningsprogrammas

In 2021 wordt er voor 255,7miljoen aan extra middelen beschikbaar gesteld voor de verlenging van de inhaal- en ondersteuningsprogramma's. De huidige regeling is uitgeput. Om op korte termijn achterstanden in te halen worden extra middelen vrijgemaakt voor aanvullende aanvragen. Voor de voorschoolse educatie (ve) is 10,7miljoen beschikbaar, voor het primair onderwijs (po) 116,0miljoen, voor het voortgezet onderwijs (vo) 94,0miljoen en voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is 35,0miljoen beschikbaar.

Ondersteuning in de klas: continuteit van het onderwijs

Begin 2021 zijn middelen vrijgemaakt voor scholen om extra hulp in de klas in te schakelen. Scholen kunnen een tegemoetkoming ontvangen ter dekking van de kosten voor vervanging van personeel om de komende maanden te ondersteunen met de continuteit van het onderwijs. Deze middelen zijn reeds uitgeput. Daarom wordt er opnieuw 240,0miljoen vrijgemaakt in 2021 voor scholen in het po, vo, mbo en ho. De middelen worden als volgt verdeeld: voor het po is 102,0miljoen beschikbaar, voor het vo 56,0miljoen, voor het mbo 52,0miljoen, voor het hbo 18,0miljoen en voor het wo is 12,0miljoen beschikbaar. Hiermee wordt de maatregel ook verruimd naar het ho en worden docenten in het ho extra ondersteund.

Extra bekostiging nieuwkomers

Voor alle nieuwkomers in het po en vo wordt de aanvullende nieuwkomersbekostiging verlengd van 1 of 2 jaar naar maximaal 4 jaar per leerling. Hiervoor wordt in 2021 62,0miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is 29,0miljoen voor het po en 33,0miljoen voor het vo. Nieuwkomers hebben door corona xtra vertraging opgelopen. Door de bekostiging te verlengen naar maximaal 4 jaar stellen we internationale schakelklassen, nieuwkomersscholen en reguliere scholen financieel in staat om nieuwkomersleerlingen goed op te vangen en de benodigde extra ondersteuning te bieden. Daarbij wordt ook extra ondersteuning geboden aan het veld.

Ondersteuning en begeleiding examenleerlingen in het voortgezet onderwijs

Op 12februari 2021 is een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over Aanvulling besluit eindexamen voortgezet onderwijs 2021 (KamerstukkenII 2020/21, 3...., nr...). Hierin wordt aangekondigd dat examenleerlingen extra ondersteuning krijgen. Hiervoor is een bedrag van 37,0miljoen vrijgemaakt in 2021.

Extra capaciteitentoets en herijking schooladvies bij brugklassers en leerjaar 2

Gemiddeld genomen hebben leerlingen in 2020 -waaronder relatief veel leerlingen met een hogere kans op een onderwijsachterstand- een lager schooladvies ontvangen en zijn zij op een lager niveau in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs geplaatst. Daarom biedt OCW aan dat scholen bij alle brugklassers vr de zomer van 2021 een korte capaciteitentoets kunnen afnemen, waarbij de capaciteiten van elke leerling worden vergeleken met wat hij of zij zou moeten kunnen. Dit gebeurt ook bij leerlingen die nu in het tweede leerjaar zitten en vorig jaar ten tijde van corona met eventuele achterstanden vanuit de brugklas een niveaukeuze hebben gemaakt. Hiervoor wordt 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Start met schoolscan

Van alle scholen in het funderend onderwijs wordt verwacht dat ze vr de zomer van 2021 zo goed als mogelijk inzicht hebben in de individuele leerlijn van leerlingen op cognitief, executief en sociaal gebied. Scholen kunnen gebruik maken van een leerlingvolgsysteem (LVS) om de ontwikkeling van leerlingen te monitoren en krijgen ondersteuning hierbij door een schoolscan. Bij een schoolscan worden de leerachterstanden in kaart gebracht. Hiervoor wordt 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Focus op kerncurriculum

Om te voorkomen dat vertragingen en lesprogrammas zich opstapelen en zowel leerlingen als leraren overvraagd worden, is het zinvol om kritisch naar het lesrooster en -programma te kijken en de spreiding daarvan over de leerjaren. Om scholen en leraren hierbij te ondersteunen zal er informatief materiaal worden ontwikkeld zodat leraren en schoolleiders doordachte keuzes kunnen maken in het lesprogramma. De SLO zal hierbij betrokken worden. Hiervoor wordt 0,15miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Extra apparaten voor mbo studenten in 2021

Het hebben van goede apparaten (met name laptops of tablets) is essentieel om het onderwijs op dit moment goed te kunnen volgen. Helaas zijn niet alle studenten financieel in staat om deze apparaten aan te schaffen en daarmee om het onderwijs goed te kunnen volgen; dit brengt risicos met zich mee op studievertraging en zelfs schooluitval. In het mbo blijkt er ook nog steeds extra behoefte aan apparaten. Daarom is hiervoor 10,0miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Tegemoetkoming stagebedrijven (mbo en hbo)

Voor stagebedrijven is een van de factoren die meespeelt de vergoeding die zij krijgen voor het mogelijk maken van leerwerkplekken. Zeker in deze voor veel sectoren financieel moeilijke tijd kan deze tegemoetkoming een doorslaggevende factor zijn. Daarom is het belangrijk dat het budget van de regeling praktijkleren wordt opgehoogd zodat bedrijven die leerwerkplekken aanbieden in de sectoren mbo en hbo ook de maximale tegemoetkoming van 2.700 ontvangen om zo te stimuleren dat meer bedrijven stageplekken aan gaan bieden. Hiervoor wordt in 2021 73,0miljoen vrijgemaakt. Ook zal de 3,8miljoen voor praktijkleren, die bij Miljoenennota 2021 op de Aanvullende Post is gezet, via deze Incidentele Suppletoire Begroting worden overgeheveld naar de OCW-begroting voor 2021.

Grote groei studentenaantallen en langere verblijfsduur studenten (mbo, hbo en wo)

Instellingen zullen vanwege de grote groei van de studentenaantallen direct in plaats van met een jaar vertraging gecompenseerd worden bij de ramingen voor de enorme groei van studentenaantallen. De instellingen blijven zo gequipeerd om onderwijstaken uit te voeren; het budget is na compensatie in verhouding tot het aantal studenten. Hiervoor is 489,0miljoen vrijgemaakt in 2021. Hiervan gaat 90,0miljoen naar het mbo, 243,0miljoen naar het hbo en 156,0miljoen naar het wo.

50% korting op het wettelijk tarief van les-, cursus-, en collegegeld (mbo/hbo/wo)

Er komt een generieke korting voor alle studenten van 50% op het wettelijke tarief van het les-, cursus-, en collegegeld. Alle studenten worden (vooraf) gecompenseerd door hen een halvering van het les-, cursus- en collegegeld op het komend studiejaar (20212022) te verlenen. Hierbij is uitgegaan van een gemiddelde studieduurvertraging van een half jaar. De instellingen worden gecompenseerd voor het gederfde verlies aan inkomsten en er is compensatie voor de lesgeldontvangsten omdat er minder lesgelden worden geind komend studiejaar. Hiervoor is in 2021 350,0miljoen en in 2022 650,0miljoen vrijgemaakt.

Organisatie, onderzoek, monitoring en uitvoering

Het overkoepelende doel voor het gehele pakket maatregelen is om de directe gevolgen van de coronacrisis op korte termijn aan te pakken. Daarnaast zullen we na afloop van het programma meer zicht hebben op effectieve interventies en maatregelen in relatie tot studievoortgang en -vertraging. Dit plan behelst de jaren 2021 en 2022 en 2023. Om dit op korte termijn te organiseren, onderzoeken, monitoren en uitvoeren wordt tot de zomer 8,3miljoen beschikbaar gesteld in 2021.

Structurele middelen

Naast bovenstaande maatregelen worden scholen en instellingen ook structureel gecompenseerd voor de per saldo grotere instroom van leerlingen en studenten dan was geraamd. Hiervoor is per saldo een structureel bedrag oplopend naar 645,0miljoen in 2026 beschikbaar gesteld. De komende jaren zijn er in het primair onderwijs minder leerlingen door een lagere asielinstroom en omdat het afgelopen jaar minder kinderen zijn geboren. Ook in het voortgezet onderwijs zijn er minder leerlingen door een lagere asielinstroom en hogere slagingspercentages afgelopen jaar. Deze lagere aantallen leerlingen in het funderend onderwijs zorgen voor meevallers, die zijn ingezet voor de tegenvallers in het vervolgonderwijs door de hogere instroom van studenten.

Tevens worden generale middelen beschikbaar gesteld om een eventuele tegenvaller op de Studiefinancieringsraming op te vangen. De Studiefinancieringsraming wordt de komende weken afgerond.

Licence