Base description which applies to whole site

2.1 Artikel 3 Effectieve Europese samenwerking

Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleid incidentele suppletoire begroting (ISB) (bedragen x € 1.000)
  

Stand ontwerp- begroting incl. Nota's van Wijziging

Mutaties incidentele suppletoire begroting

Stand na incidentele suppletoire begroting

Mutaties

Mutaties

Mutaties

Mutaties

  

2024

2024

2024

2025

2026

2027

2028

         
 

Verplichtingen

11 322 114

295 000

11 617 114

295 000

531 000

118 000

0

 

Uitgaven:

       
 

Programma-uitgaven totaal

11 494 506

295 000

11 789 506

295 000

531 000

118 000

0

         

3.1

Afdrachten aan de Europese Unie

5 970 130

295 000

6 265 130

295 000

531 000

118 000

0

         
 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       
 

BNI-afdrachten

4 272 701

295 000

4 567 701

295 000

531 000

118 000

0

 

BTW-afdrachten

1 461 809

0

1 461 809

0

0

0

0

 

Invoerrechten

0

0

0

0

0

0

0

 

Plastic-grondslag

235 620

0

235 620

0

0

0

0

         

3.2

Europees Ontwikkelingsfonds

85 983

0

85 983

0

0

0

0

         
 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       
 

Europees Ontwikkelingsfonds

85 983

0

85 983

0

0

0

0

         

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

18 261

0

18 261

0

0

0

0

         
 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       
 

Raad van Europa

11 000

0

11 000

0

0

0

0

 

Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank

7 261

0

7 261

0

0

0

0

         

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

5 376

0

5 376

0

0

0

0

         
 

Subsidies (regelingen)

       
 

EIPA

348

0

348

0

0

0

0

         
 

Opdrachten

       
 

Programmatische ondersteuning: CECP

0

0

0

0

0

0

0

 

Europa College beurzenprogramma

570

0

570

0

0

0

0

 

Programmatische ondersteuning: Taskforce Verenigd Koninkrijk

0

0

0

0

0

0

0

 

EU-sanctiebeleid

208

0

208

0

0

0

0

         
 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       
 

Benelux bijdrage

4 250

0

4 250

0

0

0

0

         

3.5

Europese Vredesfaciliteit

430 756

0

430 756

0

0

0

0

         
 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       
 

Europese Vredesfaciliteit

430 756

0

430 756

0

0

0

0

         

3.6

Invoerrechten aan de Europese Unie

4 984 000

0

4 984 000

0

0

0

0

         
 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       
 

Invoerrechten

4 984 000

0

4 984 000

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

3 882 204

0

3 882 204

0

0

0

0

         

3.10

Diverse ontvangsten EU

1 245 998

0

1 245 998

0

0

0

0

         
 

Invoerrechten

1 245 998

0

1 245 998

0

0

0

0

 

Overige ontvangsten EU

0

0

0

0

0

0

0

         

3.11

Europees herstelfonds

2 635 956

0

2 635 956

0

0

0

0

         

3.30

Restitutie Raad van Europa

250

0

250

0

0

0

0

Toelichting verplichtingen en uitgaven

De Europese Raad heeft op 1 februari jl.  een politiek akkoord bereikt op de tussentijdse herziening (Mid Term Review) van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en in het bijzonder de oprichting van de Oekraïne-faciliteit. Dit leidt in de jaren 2024 tot en met 2027 tot een toename van de raming van de Nederlandse EU-afdrachten met in totaal EUR 1,2 miljard, waarvan EUR 1 miljard voor het onderdeel niet-terugbetaalbare steun van de Oekraïne-faciliteit en EUR 200 miljoen voor onder andere het Flexibiliteitsinstrument en de Solidariteits- en noodhulpreserve.

Gegeven de benodigde flexibiliteit van de Oekraïne-faciliteit, is er op dit moment nog geen informatie beschikbaar over het betaalritme van de steun aan Oekraïne. De verwachting is dat de Commissie dit op korte termijn voor het jaar 2024 zal verwerken in een aanvullende Europese begroting. De opgegeven mutatie is gebaseerd op de inschatting dat er met name in de eerste jaren middelen nodig zijn. In de conceptverordening ter oprichting van de Oekraïne-faciliteit bedragen de jaarlijkse giften ofwel de niet-terugbetaalbare steun maximaal EUR 5 miljard. Daarom wordt er voorlopig vanuit gegaan dat de EUR 17 miljard aan niet-terugbetaalbare steun als volgt wordt verdeeld (op EU-niveau): in 2024 tot en met 2026 EUR 5 miljard per jaar en in 2027 de resterende EUR 2 miljard. De mutatie laat het Nederlandse bni-aandeel (5,9%) zien. Naar verwachting slaan de budgettaire effecten van de overige Mid Term Review-onderdelen (voor Nederland EUR 200 miljoen) met name in het jaar 2026 neer. Dit kan echter worden opgevangen door de onderuitputting op de Europese begroting in andere jaren.

Bij de eerste suppletoire begroting 2024 zal de raming worden bijgesteld op basis van het actuele beeld. Op dat moment zullen ook andere bijstellingen worden verwerkt, waaronder de onderuitputting op de EU-begroting in 2024. Uw Kamer is hier al over geïnformeerd bij de aanname van de Raadspositie in juli 2023, waarbij ook is aangegeven dat ervoor was gekozen om deze aanzienlijke onderuitputting destijds nog niet in de raming te verwerken omdat de uitkomsten van de Mid Term Review nog ongewis waren1.

1

Begrotingsraad | Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstuk 21501-03, nr. 176

Licence