Base description which applies to whole site

XI Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

nr. 4MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE blz.

A. Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel2
Leeswijzer3
   
B. Begrotingstoelichting4
Wetsartikel 14
Beleidsartikelen4
Artikel 1.Bevorderen van een goed werkende woningmarkt4
Artikel 2.Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus5
Artikel 3.Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt9
Artikel 4.Optimalisering van de ruimtelijke afweging10
Artikel 5.Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur10
Artikel 6.Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging11
Artikel 7.Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem12
Artikel 8.Verbeteren milieukwaliteit in de bebouwde omgeving12
Artikel 9.Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s14
Artikel 10.Versterken van het (inter)nationale milieubeleid15
Artikel 11.Vergroten van de externe veiligheid19
Artikel 12.Handhaving en toezicht20
Artikel 13.Rijkshuivesting en architectuur20
Artikel 14.Algemeen20
Wetsartikel 223
Baten- lastendienst: Rijksgebouwendienst23
Baten-lastendienst: Nederlandse Emissieautoriteit36

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

De toelichting bij de slotwetmutaties in de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2006 wijzigingen aan te brengen in:

a. de departementale begrotingsstaat van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI);

b. de begrotingsstaat inzake de baten- lastendiensten van dit ministerie.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie

C. P. Vogelaar

Leeswijzer

De slotwet 2006 is de laatste suppletore begroting over de begroting van het jaar 2006. Met de slotwetwijzigingen worden verschillen tussen de begrotingsstand van de 2e suppletore wet en de daadwerkelijke realisatie opgeheven.

Aangezien aansluiting wordt gevonden bij de feitelijke realisatie van het jaar 2006, blijven een overzichtstabel per beleidsartikel, een tabel Budgettaire gevolgen van beleid en een verdiepingsbijlage achterwege. In de kolomstructuur van de begrotingsstaten wordt de cijfermatige financiële informatie gepresenteerd. Er is geen sprake van wijzigingen met meerjarige doorwerking omdat het jaar wordt afgesloten.

De slotwet bevat idealiter slechts mutaties die technisch en niet beleidsmatig van aard zijn. Onder technisch of ook wel «boekhoudkundig van aard» wordt verstaan:

• Wijzigingen van begrotingsbedragen om deze gelijk te maken met de realisatie;

• Mutaties uit hoofde van loon- en prijsbijstellingen;

• Desalderingen die nodig zijn omdat ontvangsten niet in mindering van bezwaar mogen worden geboekt op de uitgaven;

• Overboekingen tussen artikelen of begrotingen die het uitvloeisel zijn van tijdens de begrotingsuitvoering gebleken noodzaak om verplichtingen en of uitgaven elders te verantwoorden dan waar zij oorspronkelijk waren begroot bij gelijkblijvende beleidsuitgangspunten;

• Mineure kasverschuivingen die het gevolg zijn van een ander betaaltempo van lopende verplichtingen dan eerder geraamd;

• De mutaties die het gevolg zijn van de controlebevindingen van de departementale accountantsdienst. Dergelijke mutaties zijn niet zozeer «boekhoudkundig van aard», maar dienen ertoe – achteraf – een wettelijke basis te scheppen voor een noodzakelijke correctie in de boeking van verplichtingen, uitgaven of ontvangsten.

In de artikelsgewijze toelichting wordt aandacht besteed aan mutaties die in principe niet voldoen aan het begrip «boekhoudkundig van aard». Mochten er na 2e suppletore begroting (samenhangende met de Najaarsnota) nog omvangrijke of beleidsmatige mutaties zijn opgetreden dan worden zij in ieder geval toegelicht.

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Wetsartikel 1

Beleidsartikelen

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Aan Aedes is voor het Memorandum of Understanding (MoU) met Zuid-Afrika een bijdrage verleend van € 130 000. De bijdrage is onderdeel van het in mei 2006 tussen het Zuid-Afrikaanse Ministry of Housing en VROM afgesproken actieplan («road map») ter uitvoering van het medio 2005 hernieuwde MoU tussen genoemde ministeries. Deze bijdrage betreft het afgesproken onderdeel «technische assistentie» i.c. de bekostiging van stationering van twee Nederlandse technische assistenten in Zuid-Afrika. Deze kosten worden samen met Aedes gedekt.

Voor de zogeheten «Road Map activities 2005/2006» is aan het «Department of Housing RSA» een bijdrage verstrekt van € 205 000. Deze bijdrage is bedoeld voor andere onderdelen van het afgesproken actieplan en betreft de resterende periode 2005–2006.

Genoemd departement ontving voor dit actieplan tevens een bijdrage van € 191 324, zijnde de contributie 2006.

Aan Aedes, Vereniging van Woningcorporaties is een bijdrage verleend van € 30 000 in de kosten van het symposium «10 Jaar financiële verzelfstandiging van corporaties». Tijdens dit congres, dat 31 mei 2006 plaatsvond, is teruggeblikt op de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting uit 1995 en is vooruitgekeken naar de positie van de woningcorporaties in 2015.

Aan het Institute for Housing and Urban Development Studies (IHS) in Rotterdam is een aanvullende bijdrage verleend van € 150 000 om een cursus op te zetten over het management van hoogbouwrenovatie voor deelnemers uit Midden- en Oost-Europa. De oorspronkelijke bijdrage is toegezegd tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap ter voorbereiding van de in maart 2005 in Praag i.s.m. VROM gehouden EU Ministersconferentie over Wonen.

Als financiële bijdrage voor de organisatie van de internationale Habitat-conferentie, die heeft plaatsgevonden in maart 2006, is aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een bijdrage verstekt van € 15 000.

Een bijdrage van € 23 000 betreft de jaarlijkse contributie van VROM aan de INTA, een internationale organisatie van professionele deskundigen werkzaam op het gebied van stedelijke vernieuwing en wonen.

Voor de Pilot hoogbouwrenovatie Slowakije is aan PRC Bouwcentrum een bijdrage verleend van € 194 902 om te komen tot een Publiek-Privaat Samenwerkingsproject voor hoogbouwrenovatie in Slowakije. De input van Nederland is uitsluitend faciliterend van aard.

De bijdrage van € 19 625 maakt het voor R4R mogelijk om bezoeken van bewoners uit achterstandswijken in enkele Europese landen te bevorderen. Een vergelijkbare bijdrage werd door VROM ook in 2005 vertrekt.

Aan de SEV is een bijdrage verleend van € 75 827 in aanvulling op een experiment naar een nieuwe aanpak van woonfraude. Corporatie de Nieuwe Unie wil samen met de SEV misbruik van haar woningen bestrijden en tot een beheersbaar niveau brengen.

Tevens is aan de SEV een bijdrage verleend van € 250 000 voor het communicatieplan «wijken in beeld».

Aan de TU Delft (OTB) is € 30 000 toegekend voor de sponsoring van het ENHR congres. Dit congres is internationaal gezien hét congres op het gebied van «Housing and Urban Development» en het is dé plek waar wetenschappelijke kennis op het gebied van wonen wordt gepresenteerd en beschikbaar gesteld voor het beleid en de praktijk.

Aan IBR Instituut voor Bouwrecht is een bijdrage verstrekt van € 4 589 voor het organiseren van een Expertmeeting woningcorporaties over de problemen waar woningcorporaties op dit moment mee worden geconfronteerd (zoals de hybride positie van corporaties, aanbodstimulering en bestedingsprioriteiten).

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Aan het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) is voor reguliere adviestaken in 2007 een bijdrage verleend van € 300 000. Het NEN heeft onder meer als taak de bouwnormen te onderhouden. Dit is een door het bedrijfsleven gedragen bezigheid. Voor een aantal normen, waarbij het Rijk belang heeft, geeft VROM als één der belanghebbende partijen een bijdrage.

Tevens ontving het NEN een bijdrage van € 450 000 in de kosten van een aantal projecten die samenhangen met: het Europese normalisatiewerk (vooral Eurocodes, die op termijn de Nederlandse bouwnormen gaan vervangen); projecten welke gericht zijn op de vereenvoudiging van het normalisatiestelsel en op verkenning van nieuwe ontwikkelingen in de relatie normalisatie en bouwregelgeving.

Aan de NEN is een vervolgbijdrage van € 180 109 verleend voor het inbrengen van Nederlandse kennis in de CEN-normen, die in het kader van de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) worden ontwikkeld. Dit om de Nederlandse belangen afdoende te kunnen blijven behartigen, en om de implementatie van EPBD in Nederland te vergemakkelijken.

Ook is aan de NEN een bijdrage verleend van € 240 475. Voor de opdracht «NEN-EPG-2007» is de nadruk nog meer op de Nederlandse implementatie gelegd. Daardoor is de primaire doelstelling gelegd op de ontwikkeling van de ontwerpnorm «NEN-EPG», waarin de CEN-normen t.a.v. nieuwbouw, bestaande bouw, woningen en utiliteitsbouw zijn geïntegreerd. Met als einddoel om eind 2008 een «NEN-EPG» te kunnen publiceren.

Aan de gemeente Mill en Sint Hubert is voor het project «Samenwerking Land van Cuijk» een bijdrage verleend van € 10 000. Dit project betreft één van de stimuleringsprojecten binnen het project Servicegericht Werken met als doel om gemeenten te stimuleren te gaan samenwerken om de kwaliteit van de uitvoering van de bouwregelgeving te verbeteren.

Aan Milieu Centraal is een bijdrage verstrekt van € 32 640 voor het project «Redactieservice Duurzaam Bouwen 2006».

Het hoofddoel van dit project is om woonconsumenten meer inzicht te bieden in hun mogelijkheden om bij het verbouwen en klussen in en om de woning rekening te houden met aspecten als energiebesparing, gezondheid en verantwoordelijk materiaalgebruik, en dat ze de voor- en nadelen van de mogelijkheden kennen.

Dit project maakt deel uit van het Uitvoeringsplan 2006 van het Platform Bewoners en Duurzaam Bouwen.

Voor het project «Inzet van gemeenten richting bewoners 2006» ontving Milieu Centraal een bijdrage van € 24 917. Dit project is een vervolg op twee eerdere projecten die in 2004 en 2005 zijn opgedragen. Gemeenten spelen een cruciale rol in de stimulering van duurzaam wonen, waarbij zij gemeenschappelijk gebruik kunnen maken van uniforme instrumenten en deze verbeteren door ervaringen uit te wisselen.

Het project «Verbeter uw huurwoning» betreft een vervolg op een ander succesvol project van het Platform, te weten: de verbouwwijzers. Bij huurwijzers gaat het niet zozeer om ingrijpende verbouwingen (zoals bij verbouwwijzers), maar om verbeteringen die de huurder zelf kan (laten) doen. Voor dit project zijn aan Milieu Centraal bijdragen verleend van in totaal € 113 308.

Aan de Stichting VACpunt Wonen is een bijdrage verleend van € 9 990 voor «Labeling: de bewoner centraal». Kern van dit project is de toetsing van de beleving van duurzaam wonen in de praktijk. Door middel van een labelingsysteem wordt voor bewoners zichtbaar en inzichtelijk gemaakt wat de duurzame kwaliteit van woningen is. Uiteindelijk moet dit leiden tot verhoging van het (gebruiks)kwaliteitsniveau.

In aanvulling op de eerder verleende jaarbijdrage is aan de Stichting Bouwkwaliteit een aanvullende bijdrage verstrekt van € 130 752. De Stichting Bouwkwaliteit (SBK) heeft op grond van de tripartiete overeenkomst tussen VROM, SBK en de Raad voor Accreditatie de positie van het coördinerend en harmoniserend orgaan voor certificatie in de bouw. SBK ontvangt hiervoor jaarlijks een bijdrage van VROM.

Aan het NIROV zijn bijdragen verstrekt van in totaal € 88 599 voor het organiseren van een aantal excursies. Mede door middel van excursies wordt de kwaliteit van de professionele praktijk van bouwen en wonen bevorderd.

Aan de Stichting Bouwresearch (SBR) is een bijdrage verleend van € 31 238 voor het ontwikkelen van een module SBR-referentiedetails binnen het BRIS-warenhuis. In het BRIS-warenhuis is alle bouwregelgeving te vinden met aanverwante documenten; de SBR-referentiedetails geven direct toepasbare bouwkundige oplossingen. Met de module wordt de relatie tussen bouwregelgeving en bouwkundig detailleren benadrukt, wordt de toegankelijkheid van het Bouwbesluit bevorderd, en wordt ingespeeld op de wensen van gebruikers.

Tevens ontving de SBR een bijdrage van € 17 612 voor het opstellen van informatiebladen over het Bouwbesluit. De infobladen van de SBR geven toelichting op de praktische toepasbaarheid van een groot aantal bouwtechnische onderwerpen, waarvan er vele gerelateerd zijn aan het Bouwbesluit. In overleg met VROM heeft SBR een aantal nieuwe informatiebladen opgesteld over onderwerpen waar de markt veel vragen over heeft. Omdat het hier gaat om uitleg van VROM-regelgeving, heeft VROM daar een financiële bijdrage aan geleverd.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen is een bijdrage van € 12 500 verleend voor het «Onderzoek Erfpacht». Dit onderzoek is gericht op het verkrijgen van wetenschappelijke output van maatschappelijk relevante informatie betreffende het erfpachtsrecht in het verleden, het heden en de toekomst. Deze informatie is van belang voor zowel de gemeentelijke overheid, de rijksoverheid als de wetenschap.

Aan het nationaal jeugdfonds Jantje Beton is een bedrag van € 29 750 verstrekt als aanvulling op de eerdere toekenning t.b.v. het realiseren van de landelijke prijsvraag «kindvriendelijke initiatieven» en het bijbehorende voorbeeldboek. Aanleiding voor deze aanvullende bijdrage zijn de hoger dan geplande kosten van het voorbeeldboek en de wens om deze producten met meer dan aanvankelijk ingeschatte activiteiten te presenteren en in de «markt neer te zetten». Tevens is een bijdrage van € 10 000 verleend naar aanleiding van een verzoek van Jantje Beton om een bijdrage voor de tweede druk van het handboek Speelruimtebeleid. De eerste druk van dit handboek, dat VROM i.s.m. o.a. Janje Beton en het Netwerk Childfriendly Cities heeft gerealiseerd in het kader van de Operatie Jong, was wegens groot succes snel op. Een blijvende vraag rechtvaardigde een tweede druk.

Aan de deelgemeente Hoogvliet is € 40 000 verstrekt als bijdrage aan het onderzoek naar «herstructurering en sociale stijging in Hoogvliet». In het VROM-raad rapport «Stad en Stijging» wordt gepleit voor sociale stijging als leidraad bij stedelijke vernieuwing. Dit onderzoek zal inzicht geven in hoeverre de in het kader van de herstructurering genomen (fysieke en sociale) maatregelen in Hoogvliet hebben bijgedragen aan de ambities en de daadwerkelijke individuele sociale stijging van de oorspronkelijke bewoners.

Aan de Radbout Universiteit Nijmegen is een bijdrage van € 25 000 verleend voor een onderzoek naar gebiedsgerichte arrangementen Wonen en Zorg. Dit onderzoek kan het antwoord geven op de vraag wanneer een arrangement voor wonen, zorg en welzijn effectief en efficiënt is, en wat de (mogelijke) rol is van gemeenten en provincie bij de tot standkoming daarvan.

Aan de gemeente Tilburg, de deelgemeente Feijenoord en het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer zijn bijdragen van elk € 50 000 verstrekt in het kader van het programma Publieksagenda en Burgerparticipatie. Burgers hebben voormalig minister Dekker een beleidsadvies gegeven om – in de vorm van pilots – te experimenteren met sociale cohesie, als motor voor leefbare buurten en wijken. Aan de gemeente Schiedam is een bijdrage van € 50 000 toegekend voor de pilot Sociaal Huis. In het kader van genoemd programma wordt aangetoond dat Sociaal Huis een belangrijke impuls is om de sociale cohesie in de buurt en wijk te versterken.

Voor de pilot «community planning» is aan de gemeente Sittard-Geleen een bijdrage verleend van € 100 000.

Aan de ANBO is een bijdrage verleend van € 12 000 voor het project «Roze ouderen in Nederland», dat tot doel heeft te inventariseren in hoeverre homo en lesbische ouderen in verzorgingshuizen of woonzorgcomplexen hinder ondervinden als gevolg van hun sexuele geaardheid.

Aan de BouwRai is, in het kader van het project Wonen/Zorg/Welzijn een bijdrage verstrekt van € 7 735 voor de deelname aan deze beurs met als doel ouderen bewust te maken van de geschiktheid van hun huidige woning in relatie tot hun leeftijd, dan wel, bij een verhuiswens, de keuze van een nieuwe woning te toetsen aan de geschiktheid voor de mogelijke wens in deze woning oud te worden.

Aan onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft is een bijdrage verleend van € 20 000. Gerelateerd aan de Praktijkproef Certificering Bouwbesluittoets is in het kader van een breder promotie-onderzoek door OTB een verkenning verricht naar de mogelijkheden van een separaat certificaat voor de toetsing van plannen van veelvoorkomende bouwactiviteiten (zoals dakkapellen, uit- en aanbouwen).

Aan Adviesburo Nieman BV is een bedrage verstrekt van € 6 612 als onderdeel van deze praktijkproef. Doel is na te gaan of het (praktisch, juridisch en politiek) mogelijk is om de toets op het Bouwbesluit, die thans uitsluitend door de gemeente wordt gedaan, ook door daartoe gecertificeerde bureaus kan worden verricht. In het kader van dit project is aan Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs een bijdrage verstrekt van € 12 614 voor de bouwplantoetsing van het politiebureau te Zwijndrecht, dat in zogenoemde unitbouw is gerealiseerd.

Aan Satijn Plus Architecten is een bijdrage van € 6 804 verstrekt voor de tweede fase van de praktijkproef certificering Bouwbesluit. Satijn Plus heeft de toetsing verricht van een kinderdagverblijf. De resultaten zijn besproken met VROM en de gemeente. Gebleken is dat deze toets adequaat is uitgevoerd en dat de gemeente op basis van de zogenoemde toetsrapportage de bouwvergunning zou kunnen verlenen.

Het Rijk en ook VROM streeft naar uitwisselingstandaarden ten behoeve van onder meer ICT-toepassingen. Hierdoor kan de één-loket gedachte worden gerealiseerd. RAVI heeft het VROM-belang vertegenwoordigd in de brede werkgroep die de uitwisselingstandaard (IMWE) voor de Welstand heeft ontwikkeld en ontving hiervoor een bijdrage van € 20 000.

Aan Ecofys BV is een bijdrage verleend van € 59 500 voor de coördinatie van het Sentro-project.

Conform artikel 5 van de EPBD dient een onderzoek naar alternatieve energievoorziening te worden uitgevoerd bij nieuwbouw > 1000 m2. Het Sentro-project volgt de ontwikkelingen en effecten van de implementatie van artikel 5 in verschillende lidstaten waaronder Nederland. Op deze wijze kan geëvalueerd worden of het stellen van een verplichting toegevoegde waarde heeft en wordt tevens voldaan aan de monitoringsvereisten van de Europese Commissie. De bijdrage betreft co-financiering en VROM wordt hiermee tevens nauw betrokken bij de uitvoering van het project.

De Vereniging Bouw- en Woningtoezicht (VBWTN) ontving een bijdrage van € 100 000 ter stimulering van de uitrol CKB. VROM heeft de totstandkoming van het toetsprotocol CKB-online financieel ondersteund. Dit systeem bevordert een uniforme manier van toetsing van bouwaanvragen.

Aan BMC (Bestuur & Management Consultants) is een bijdrage verstrekt van € 15 000 voor het onderzoeksproject «RO-projecten: Mensenwerk?». Doel van dit onderzoek is het verzamelen van inzichten rond stagnerende ruimtelijke ontwikkelingsprojecten in Nederland, specifiek gericht op de vraag in hoeverre de factor mens & organisatie een kritische succesfactor is; en voor zover mens & organisatie een kritische succesfactor is: het aanreiken van oplossingsrichtingen.

Aan de provincie Flevoland is een bijdrage verleend van € 67 000 voor het project «Rekenen en tekenen aan duurzame stedelijke ontwikkeling». Doel en resultaat is een catalogus van ontwerpmiddelen die vervolgens in gemeenten in Flevoland worden getoetst in concrete projecten.

Voor het praktijkproject «Duurzame Gebiedsexploitatie» is aan De Wijkplaats BV een bijdrage verstrekt van € 25 000. Door De Wijkplaats worden een zestiental pilots georganiseerd waarin gemeenten, corporaties en zorginstellingen begeleid worden in een proces rond de totstandkoming van maatschappelijk vastgoed in samenhang met woningbouw. Deze pilots worden voor het grootste deel gefinancierd door de deelnemende partijen zelf. Ook de SEV en VROM leveren een bijdrage. Doel voor VROM is het bevorderen van samenwerking en kennisuitwisseling op lokaal niveau op het terrein van maatschappelijk vastgoed, gericht op het vergroten van de leefbaarheid in wijken en buurten.

Aan Concire BV is voor een «Incorporate Masterclass Gebiedsontwikkeling» een bijdrage verleend van € 29 750. Hierdoor konden een aantal accountmanagers van DG Wonen een verdiepingsslag maken op het gebied van gebiedsexploitatie aan de hand van een concrete praktijksituatie in een herstructureringsgebied in Rotterdam. Gezien de specifieke kennis op dit terrein is Concire gevraagd een interactief programma voor die dag, inclusief een huiswerkopdracht, te ontwikkelen.

Aan de Stichting Sureac is een bijdrage verleend van € 39 032 voor het project «Harmonisatie bepalingswijze van milieuprestaties gebouwen», waarin wordt gewerkt aan het opstellen van één LCA (Life Cyclus Analysis) programma als grondslag voor instrumenten voor het berekenen van de milieuprestaties van een gebouw.

Aan de SEV is een bijdrage verleend van € 121 547 voor de ontwikkeling van themabrochures Stedelijke Vernieuwing in uitvoering in 2007.

De Woningstichting De Key ontving een bijdrage van € 7 377 voor de organisatie van het symposium «Vernieuwde stad, vernieuwde emoties».

Aan de Stichting KEI is voor 2007 een jaarlijkse bijdrage van € 373 000 toegekend. De stichting KEI wordt gekenschetst als strategisch partners van VROM bij de uitvoering van en kennisoverdracht op het gebied van de stedelijke vernieuwing.

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

3.11.02 Huursubsidie en huurtoeslag (+ 32,590 mln uitgaven)

De bij 2e suppletore begroting 2006 veronderstelde overschrijding van de uitgaven van de huurtoeslag van meer dan € 100 mln blijkt ruim € 10 mln lager uit te vallen als de ontvangsten worden meegerekend (zie ontvangsten + € 41 mln op instrument 3.11.64). Op basis van door de Belastingsdienst aan te leveren beleidsinformatie zal een analyse worden opgesteld om de reden hiervan te achterhalen.

3.89.32 Uitvoering huursubsidie (– 7,455 mln verplichtingen, – 8,061 mln uitgaven)

Een gedeelte van de voor 2006 geraamde uitvoeringskosten huursubsidie voor de jaren 2006 en de 1e helft van 2007 zal eerst in 2007 worden aanbesteed en betaald. Dit betreft onder meer de inhuur van personeel voor de behandeling van correspondentie en automatiseringkosten.

Ontvangsten

3.11.64 Restituties subjectsubsidies (+ 41,611)

De hogere gerealiseerde ontvangsten dan geraamd voor 2006 zijn een gevolg van hogere ontvangsten op terugvorderingen van zowel de huurtoeslag als de huursubsidie. De Belastingdienst heeft op terugvorderingen huurtoeslag een bedrag van € 37,1 mln meer gerealiseerd dan de geraamde € 12 mln. Bij de huursubsidie zijn hogere ontvangsten gerealiseerd ten bedrage van € 4,5 mln als gevolg van een intensivering van de werkzaamheden op het terrein van de incasso van de huursubsidievorderingen.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Aan de Vereniging VvE Belang is een bijdrage van € 76 621 in de kosten van een voorlichtingscampagne verleend. Doel van de campagne was ondermeer alle appartementsrechteigenaren schriftelijk te informeren over de wijzigingen op de Wet op de appartementsrechten van 1 mei 2005, en bestaande VvE’s te wijzen op de overgangsregeling tot 1 mei 2008. Daarnaast zijn met VvE Belang afspraken gemaakt over het activeren en ondersteunen van (kleine) VvE’s. Dit heeft geresulteerd in een landelijke VvE-krant, die verspreid is onder alle appartementsrechteigenaren en hun VvE’s.

Artikel 4. optimalisering van de ruimtelijke afweging

Ontvangsten

4.99.99 Overige ontvangsten DGR (– 1 087)

De bijdrage voor 2006 van het kadaster aan het project WKPB is niet ontvangen omdat de afspraken hieromtrent niet zijn rondgekomen. In 2007 wordt het bedrag alsnog ontvangen.

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

5.14.01 FES BIRK (– 37,774 mln verplichtingen, – 55,484 mln uitgaven)

De onderuitputting wordt deels veroorzaakt door vertraging latere realisatie van projecten, en deels doordat de planvorming bij diverse projecten meer tijd kost dan verwacht. Een exacte inschatting van tevoren is moeilijk te maken. De middelen komen via de eindejaarsmarge van het FES in latere jaren weer beschikbaar.

5.14.02 FES NSP (– 84 478 mln verplichtingen, – 87,507 mln uitgaven)

De NSP projecten hebben vertragingen opgelopen en worden deels later gerealiseerd. De onderhandelingen tussen de gemeentes, Rijk en NS duren langer dan voorzien. Deze gelden komen via de eindejaarsmarge van het FES in latere jaren weer beschikbaar.

5.15.11 Bufferzones (– 10,300 mln verplichtingen en uitgaven)

Een deel van de geraamde uitgaven wordt gefinancierd uit ontvangsten van verkoop/ruil panden en gronden voor de Bufferzones. Er zijn geen ontvangsten gerealiseerd en derhalve is er minder uitgavenruimte beschikbaar.

Ontvangsten

5.14.69 Investeringen Nieuwe Sleutelprojecten (FES) (– 87,507 mln)

Door een vertraging in het project zijn de ontvangsten niet in 2006 gerealiseerd maar worden vanuit het FES in latere jaren verkregen. Zie ook uitgaveninstrument 5.14.02.

5.14.70 Investeringsbijdrage Vijfde Nota (FES) (– 55,484 mln)

Door een vertraging in verschillende BRIK projecten zijn de ontvangsten niet in 2006 gerealiseerd maar worden vanuit het FES in latere jaren verkregen. Zie ook uitgaveninstrument 5.14.01.

5.15.72 Aankoop Bufferzones (– 10,300 mln)

De verkoop/ruil van gronden en panden in de bufferzones is in 2006 niet gerealiseerd, waardoor de ontvangsten ook lager zijn. Zie ook uitgaveninstrument 5.15.11.

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging

6.16.01 Binnenlandse klimaatinstrumenten (+ 4,8 mln uitgaven; – 6,1 mln verplichtingen)

De kasoverschrijding wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere uitgaven voor de subsidieregeling BANS-Klimaat (Bestuursakkoord Nieuwe Stijl) van ca. € 4,4 mln. Dat is het gevolg van de een aantal jaren geleden aangegane meerjarige verplichting, waarbij in de tussenliggende jaren een lagere realisatie op kas werd verwacht dan nu is gebleken. De regeling is succesvoller geweest dan oorspronkelijk gedacht.

De onderschrijding in de verplichtingensfeer wordt grotendeels veroorzaakt door PIOD (Programma Intensivering Ondersteuning Bevoegd Gezag), waarop in 2006 geen verplichtingen zijn aangegaan terwijl hiervoor wel budget was geraamd (€ 1,1 mln), en het Reductieplan Overige Broeikasgassen (ca. € 5 mln), waarvoor minder toekenningen zijn gedaan dan gepland.

6.16.02 Clean Development Mechanism verplichtingen (+ 13,222 mln verplichtingen, + 2,332 mln uitgaven)

Conform de raamovereenkomsten hebben de uitvoeringsorganisaties eind 2006 in de halfjaarsrapportages aangegeven wat zij in de 1e helft van 2007 aan CER’s (Certified Emission Reduction) verwachten te ontvangen en te moeten betalen. Op basis hiervan hebben zij eind 2006 een voorschot ontvangen. De overschrijding van het kasbudget komt doordat de gevraagde en geaccepteerde voorschotten groter waren dan ten tijde van de najaarsnota nog werd verondersteld.

De verplichtingen overschrijding van €13 mln is te verklaren uit aanvullende contracten met de IBRD (International Bank for Reconstruction Development) en IFC (International Finance Corporation).

Door de inwerkingtreding van het Kyoto-protocol is de vraag naar o.a. CDMemissiereducties sterk toegenomen. Dit heeft mede als gevolg een stijging van de gemiddelde CER-marktprijzen. Als gevolg hiervan zijn in 2006 de in voorgaande jaren afgesloten uitvoeringscontracten met de multilaterale financiële instellingen IFC en IBRD aangepast.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Aan de Stichting Natuur en Milieu (SNM) te Utrecht is een subsidie verstrekt van € 250 000 als bijdrage in de kosten van het door SNM uit te voeren project «Het Groene Energieplan». Dit heeft als doel:

– een schets te maken van een energievoorziening die een halvering van de CO2-emissie in 2030 kan bereiken, hiervoor een instrument uit te werken en om inkomens- en werkgelegenheidseffecten in beeld te brengen;

– een discussie te voeren over keuzes die gemaakt zullen moeten worden om zonder verlies van welvaart een energievoorziening te laten functioneren op basis van afnemende emissies.

Aan het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten is voor het jaar 2007 een subsidie verstrekt van € 2,430 mln. Deze subsidie is bestemd voor de continuering van het milieuonderzoek van ECN dat voorheen werd gefinancierd door het ministerie van EZ en dat conform afspraken tussen EZ en VROM vanaf 2004 wordt gesubsidieerd door VROM. Dit onderzoek richt zich met name op klimaatverandering, verzuring, luchtkwaliteit (fijn stof) en risicobeoordeling van uitloging van stoffen uit afval in de bodem. Via de VROM-subsidie wordt gewaarborgd dat bij ECN de specifieke kennisinfrastructuur op deze terreinen behouden blijft.

Aan het Latin American Nitrogen Centre (CENA) van de universiteit van Sao Paulo is een éénmalige subsidie verstrekt van € 75 000,– als bijdrage in kosten van het organiseren van de 4e Internationale Nitraatconferentie, die in oktober 2007 zal worden gehouden in Brazilië.

Aan the Secretariat of the United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) te Bonn is voor het jaar 2007 een subsidie verstrekt van € 300 000 voor aanvullende activiteiten, die niet bestreden kunnen worden uit het algemene budget van de UNFCCC. Van genoemd bedrag is € 100 000,– bestemd voor het project «Financial and investment flows with particular reference to developing countries needs».

Artikel 7. Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem

7.21.02 Saneren van verontreinigde bodems (– 98,205 mln verplichtingen, + 2,672 mln uitgaven)

Deze kasoverschrijding heeft te maken met de bedrijvenregeling. Er zijn meer subsidies voor bodemsanering bij bedrijven verleend dan geraamd.

Op dit instrument staan de garantieverplichtingen voor regelingen m.b.t. kredieten ten behoeve van bodemsanering van bedrijfsterreinen: het Besluit Borgstelling Midden- en Kleinbedrijf en de Regeling Bijzondere Financiering. Tezamen is het garantieplafond circa € 100 mln. Er zijn in 2006 vrijwel geen garanties verleend; daarom vervalt deze verplichtingenruimte.

Ontvangsten

7.21.75 Kosten verhaal bodemsanering (+ 3,744 mln)

In 2006 zijn in het kader van de uitvoering van het kostenverhaal (ongerechtvaardigde verrijking) jegens particulieren, bedrijven en gemeenten ontvangsten verkregen voor een totaalbedrag van € 3,7 mln. Dit bedrag wordt in 2007 weer toegevoegd aan het uitgavenbudget voor bodemsanering.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Subsidie aan de gemeente Haarlem

De gemeente Haarlem heeft een bijdrage van € 266 918 gevraagd voor het project Lokale Ambities Bodem. Het doel hiervan is het opstellen van een handreiking voor de lokale overheden om een integraal bodembeleid te formuleren, dat gebaseerd is op een samenhangende en duurzame ontwikkeling van de bodem.

Artikel 8. Verbeteren milieukwaliteit in de bebouwde omgeving

8.27.03 Verminderen van geluidshinder (+ 4,182 mln uitgaven)

Deze kasoverschrijding wordt veroorzaakt door een betaling die gedaan moest worden voor de sanering van geluidshinder met betrekking tot een project in Sliedrecht van ca. € 2 mln en het per saldo gerealiseerde meerwerk bij het afrekenen van een aantal andere projecten.

8.28.04 FES middelen Luchtkwaliteit verkeer 2006 (– 4,519 mln uitgaven)

Door opstartproblematiek is het project later gestart dan gepland en is een deel niet in 2006 uitgegeven en verplicht. Dit gedeelte wordt naar latere jaren doorgeschoven.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Subsidie aan de stichting LAOZ (landelijke organisatie autoloze zondag)

De stichting LAOZ heeft een bijdrage van € 100 000,– gevraagd voor de Week van de Vooruitgang, die van 16 t/m 22 september 2006 in Nederland gehouden zal worden. Het doel hiervan is het uitvoeren van concrete activiteiten gericht op de verbetering van de duurzaamheid van het mobiliteitsgedrag en van de leefbaarheid van de woonomgeving.

Subsidie aan de stichting Natuur en Milieu

De stichting Natuur en Milieu ontvangt een bijdrage van € 70 000,voor het project Auto van de Toekomst, waarvan de inzendingen tijdens de AutoRAI tentoongesteld en beoordeeld zullen worden. Het doel is om het belang en de mogelijkheden van schonere, stillere en zuiniger auto’s in brede kring aan de orde te stellen.

Subsidie aan de Rijksuniversiteit Groningen

De Rijksuniversiteit Groningen ontvangt een bijdrage van € 10 000,ten behoeve van het congres «Bridging to the Future». Het congres is op 8 juni 2006 gehouden. Het doel van het congres was de waarde van een integratie tussen ruimtelijke planning en energieplanning onder de aandacht te brengen om zo te komen tot een duurzame leefomgeving.

Subsidie aan de stichting CROW

CROW ontvangt een bijdrage van € 2 009 910,– voor de periode van 3 jaar ten behoeve van het project «Snelle Oplossingen voor Lucht en Verkeer (SOLVE)». Het is gericht op de verbetering van kennis van te treffen maatregelen op het gebied van Luchtkwaliteit bij de lagere overheden.

Subsidie aan de VNG

Voor de ondersteuning van de implementatie van Milieukwaliteit in de leefomgeving (MILO) bij provincies en gemeenten wordt op verzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een additionele bijdrage verstrekt ad € 110 000,–. MILO heeft als doel het versterken van de bijdrage van het milieubeleid aan de kwaliteit van de leefomgeving door een geïntegreerde gebiedsgerichte benadering. De MILO-werkwijze betekent dat de provincies en gemeenten bewuster omgaan met milieukwaliteit in gebieden, rekening houdend met de ruimtelijke functies, ontwikkelingen en mogelijkheden daarvan. Behalve het garanderen van een minimumkwaliteit gaat het daarbij om het streven naar een zo hoog mogelijke milieukwaliteit (de ambitiekwaliteit). Via een projectbureau zal de VNG trachten de MILO-werkwijze in te voeren bij de lokale en regionale overheden en hen daarin te stimuleren en te begeleiden alsmede ervaringen uit te wisselen tussen de lagere overheden.

Subsidie raildempers Tilburg

Aan de gemeente Tilburg is een subsidie van € 2,7 miljoen voor de voorbereiding en aanleg van raildempers toegekend. De wettelijke grondslag voor deze subsidietoekenning is het Besluit Milieusubsidies. Met dit subsidie wordt het gebruik van raildempers gestimuleerd en wordt de geluidsanering bij het spoor in Tilburg op een kostenefficiënte wijze vormgegeven.

Subsidies luchtkwaliteit

Bij najaarsnota is uit de FES middelen een bedrag van € 38,6 miljoen toegevoegd voor de uitvoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Deze middelen zijn aan de gemeenten en provincies met knelpunten op het terrein van luchtkwaliteit beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor het treffen van lokale maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Subsidie aan de stichting CROW

CROW ontvangt een bijdrage van € 2 009 910,– voor de periode van 3 jaar ten behoeve van het project «Snelle Oplossingen voor Lucht en Verkeer (SOLVE)». Het is gericht op de verbetering van kennis van te treffen maatregelen op het gebied van Luchtkwaliteit bij de lagere overheden.

Ontvangsten

8.28.04 FES middelen Luchtkwaliteit verkeer 2006 (– 4,517 mln)

De ontvangsten op dit artikel zijn lager dan geraamd i.v.m. activiteiten op het gebied van luchtkwaliteit m.b.t. verkeer (zie toelichting bij 8.28.04). Het betreft hier FES-middelen waarbij de ontvangsten uit FES gelijke tred houden met de uitgaven.

Artikel 9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s

9.30.02 Reductie van milieubelasting door afvalstoffen (+ 6,477 mln uitgaven)

Deze kasoverschrijding wordt veroorzaakt door toekenningen in het kader van de SAM regeling (Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering) en de PREDO (Preventie door Duurzaam Ondernemen) ten behoeve van andere overheden en een aantal afwikkelingen van schadevergoeding (waarvoor geen verplichtingen- of kasbudget wordt geraamd).

9.31.03 Bescherming tegen straling (+ 8,387 mln verplichtingen)

Dit heeft te maken met een verplichtingenschuif om in 2006 een meerjarige opdracht aan Zorgonderzoek Nederland / Menswetenschappen (Zon/MW) voor de uitvoering van het onderzoeksprogramma met betrekking tot effecten van electromagnetische velden te kunnen verstrekken.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

UNEP Chemicals Branch

Aan de UNEP Chemicals Branch te Châtelaine (Zwitserland) wordt voor het jaar 2007 een subsidie toegekend van € 100 000,– voor de verplichte Nederlandse bijdrage ten behoeve van de werkzaamheden van het Secretariaat van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen.

UNEP Chemicals Branch

Aan de UNEP Chemicals Branch te Châtelaine (Zwitserland) wordt voor het jaar 2006 een subsidie toegekend van € 100 000,– voor de Nederlandse bijdrage aan het Quick Start Programme dat tijdens de International Conference on Chemicals Management (ICCM) in Dubai (februari 2006) is opgericht.

Comité Asbestslachtoffers

Aan het Comité Asbestslachtoffers te Hoorn wordt voor de jaren 2006 en 2007 een bedrag toegekend van € 30 000,– per jaar voor de ondersteuning van asbestslachtoffers, die ziek zijn geworden door asbest in het milieu, in hun strijd om erkenning.

Biosafety Protocol

Aan het Executive Secretary te Quebec, Canada wordt voor het jaar 2007 een vrijwillige bijdrage van € 50 000,– toegekend voor de organisatie van de vergaderingen in het kader van het Cartagena Protocol on Biosafety.

Subsidieverlening platform milieuhandhaving grote gemeenten

Het platform grote gemeenten heeft een plan opgesteld om een landelijk toezichtsprotocol te ontwikkelen om alle (milieu)handhavers op te leiden. Doel is een structurele verbetering van de kwaliteit van toezicht en handhaving te ontwikkelen. Hiervoor is door VROM een subsidie verstrekt van € 500 000,–. voor de duur van ca 1,5 jaar voor de «implementatie van het Activiteitenbesluit».

Subsidieverlening Sense

VROM heeft een subsidie verstrekt van € 150 000,– voor een periode van drie jaar om de banden tussen DGM en de universitaire wereld te versterken. Speciale aandacht wordt gegeven aan de strategische kennisagenda met het oog op toekomstige beleidsvragen.

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid

10.33.01 Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium (+ 76,057 mln verplichting, + 3,300 mln uitgaven)

Bij dit instrument worden zowel de kas- als de verplichtingenoverschrijding in overwegende mate bepaald door het versnellen van uitgaven en verplichtingen zodat extra inspanningen met betrekking tot het landelijk meetnet mest kon worden geleverd en daarmee aan de Europese richtlijn ter zake kon worden voldaan. Daarnaast zijn richting de uitvoeringsorganisatie SenterNovem ca. € 2,5 mln extra verplichtingen aangegaan met betrekking tot de uitvoeringskosten voor het komende uitvoeringsjaar 2007. In de kassfeer is sprake van vertraagde kasuitgaven van ca. € 1,7 mln materiële uitgaven in relatie tot beleidsinspanningen, waardoor per saldo de kasoverschrijding gemitigeerd wordt.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Aan de Stichting Milieukeur (SMK) te Den Haag is een exploitatiesubsidie verstrekt van maximaal € 1 020 746,– ter dekking van de kosten van de in 2007 uit te voeren werkzaamheden in het kader van het Werkplan SMK 2007. Doelstellingen daarbij zijn:

– het in Nederland fungeren als nationale beheerder van certificatiesystemen voor producten en diensten;

– het bevorderen van (inter)nationale bekendheid en aanvaarding van de door SMK beheerde certificatiesystemen;

– het bevorderen van duurzaam produceren en consumeren door de ontwikkeling van instrumenten waarmee de (relatieve) duurzaamheid van producten en diensten kan worden bepaald.

Aan de Stichting Milieukeur (SMK) te Den Haag is eveneens een exploitatiesubsidie verstrekt van maximaal € 183 342,– ter dekking van de kosten van de in 2007 uit te voeren werkzaamheden in het kader van het Werkplan Europees Ecolabel 2007. In dit kader treedt SMK op als competent body namens Nederland voor het Europees Ecolabel.

Voorts is de aan SMK verstrekte éénmalige subsidie van € 253 240,00 voor het project «Voorbereiding en uitvoering testronde gelijkwaardigheid certificatiesystemen voor duurzaam hout» (welke reeds eerder was gemeld, zie Kamerstuk 30 885 XI. nr. 2, blz. 16) met € 48 115,60 verhoogd tot € 301 355,60. Deze verhoging betreft de 19% BTW die eerder abusievelijk niet was meegenomen in de subsidieverstrekking.

VROM draagt in 2007 bij aan de werkelijk gemaakte kosten van de Stichting Milieu Centraal ter grootte van 1 552 500,–. De bijdrage geldt voor de reguliere taken zoals milieu en duurzame energie en voor activiteiten voor het programma Consument en Energie (Coen) van het ministerie van EZ en het programma gezondheid en milieu van het ministerie VROM.

10.34.02 Internationaal Milieubeleid

Toelichting incidentele subsidies (vermelding in de slotwet voor wettelijke grondslag subsidies)

Subsidie aan The Energy and Resource Institute (TERI)

– € 25.000 aan de organisatie van de Delhi Sustainable Development Summit 2006 (DSDS) en

– € 25.000 voor 2007.

Subsidie aan het Programma Uitzending Managers (PUM)

– € 600.000 (2006–2008) voor ongeveer 250 milieumissies. Het doel van deze subsidie is bijdragen aan het oplossen van problemen van een veelvoud aan milieuontwerpen in ontwikkelingslanden.

Subsidie aan de Algemene Inspectiedienst (LNV/AID)Environment

– € 17.731 voor de Expertbijeenkomst Commodity Clustering. Het betreft een vervolg op een project (Increasing the sustainability of EU and Dutch commodity trade through effective policies), dat beoogt commodities (bulkgoederen in de wereldhandel) te clusteren naar gezamenlijke karakteristieken, om daardoor uniforme aangrijpingspunten voor beleid te kunnen formuleren. Dit kan van nut zijn voor de invulling van beleid gericht op natuurlijke hulpbronnen, o.m. vooruitlopend op discussies over de EU thematische strategie Natuurlijke Hulbronnen.

Subsidies aan (OECD) Organisation for Economic Co-operation and Development (OESO)

– € 100.000 voor het project «Promoting Civil Society’s Involvement in Environmental Decision-Making in Eastern Europe, Caucasus and Central Asia (EECCA).

– € 100.000 voor het project «Facilitating and Monitoring Reform of Environmental Compliance Assurance in Eastern Europe, Caucasus and Central Asia (EECCA).

Het doel van deze subsidies is dat de secretariaatswerkzaameheden voor de Task Force for the «Implementation of the Environmental Action Programme for Central and Eastern Europe» (EAP Task Force) zijn ondergebracht bij de OESO (non member branche) te Parijs. Het werkprogramma van de Task Force richt zich op de vier volgende onderwerpen: Reform of the Urban Water Supply and Sanitation Sector, Public Environmental Finance, Effective and Efficient Environmental Policy en Algemene coördinatie van de EECCA Environment Strategy.

Subsidies aan de Economic Commission for Europe (UN/ECE)

– € 50.000 voor het programma «Pan European Programme on Transport, Environment and Health». Deze bijdrage wordt besteed aan het project «Sustainable and Healthy Urban Transport and land-use Planning». Als onderdeel van dit project organiseren de VN-ECE en WHO samen met het ministerie van milieu in Georgië een workshop voor de Zuidelijke Kaukasus over dit onderwerp.

– € 40.000 voor de «Convention on Long-range Transboundary Air Polution». Deze bijdrage wordt in een fonds gestort en wordt tevens gelabelt voor het organiseren van één of meerdere workshops in Centraal Azië , waarmee tevens wordt bijgedragen aan doelstelling 7 van de EECCA Environment Strategy: «Identify and Address Transboundary Problems and Strengthen Co-opeartion within the Framework of International Conventions».

– € 45.000 aan het sixth Ministerial Conference «Environment for Europe». Het doel van deze subsidie is voornamelijk de vergoeding reis- en verblijfskosten om vertegenwoordigers en deskundigen uit het gebied van de voormalige Sovjet-Unie en Westelijke Balkan in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan bijeenkomsten ter voorbereiding van de 6e Ministeriële Conferentie «Environment for Europe» (Belgrado, 2007).

– € 25.000 aan het Environmental Performance Reviews Trust Fund. Het doel van de subsidie (materiële kosten waaronder reis- en verblijfskosten, en eventueel beperkte hoeveelheid consultancy) is on de VNECE in de gelegenheid te stellen landenreviews uit te voeren in Oost-Europa.

– € 23.104 voor het «Aarhus Convention Work Programme for 2006». Het Verdrag van Aarhus gaat over toegang tot informatie, besluitvorming en tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Nederland is partij bij dit verdrag en actief binnen dit verdag. In mei 2006 is het werkprogramma 2006–2008 vastgesteld. Daaruit blijkt dat van Nederland wordt verwacht dat wij een bijdrage voor 2006 van € 23.104 voldoen.

– € 20.000 voor het project «UNECE Strategy Education Sustainable Development (ESD)». Het doel van de subsidie is een bijdrage om het secretariaat voor het programma ter ontwikkeling van de strategie voor natuur- en milieueducatie te kunnen blijven voeren tot aan de 6e Ministeriële Conferentie «Environment for Europe (Belgade 2007)».

– € 10.000 voor het project «Protocol Water and Health – 1st MoP». Het doel van de subsidie is om deelname aan de 1e MoP door zoveel mogelijk partijen bij het Protocol mogelijk te maken. Sinds de ondertekening van het Protocol in Londen in 19 999 is het gerattificeerd door 20 landen. Een deel daarvan is niet in staat op eigen kosten een vertegenwoordiger naar de MoP af te vaardigen.

Subsidies aan het Regional Environmental Center Caucasus in Georgië

– € 60.000 voor het project «LEAPs as a Tool for Public participation in Environmental Decision-making in the EECCA countries».

– € 25.000 voor het project «Conduct an Evaluation of Local Environmental Action Programme in the South Caucasus». Het doel van deze subsidies is het doen uitgaan van extra financiële bijdragen aan diverse organisaties die activiteiten verrichten in het kader van het «Environment for Europe Process».

Subsidie aan het Russian Regional Environmental Center (RREC)

– € 40.000 voor het project «Facilitating the Development of the EECCA Leap Network and Further Promotion LEAP Implementation in the Russian Federation through Strengthening of the EECCA RECs». Het doel van deze subsidie is het doen uitgaan van extra financiële bijdragen aan diverse organisaties die activiteiten verrichten in het kader van het «Environment for Europe Process».

Subsidie aan het Regional Environmental Center in Moldavië

– € 51.000 voor het project «Strengthening Public Participation in Environmental Decision Making Process». Het doel van deze subsidie is het doen uitgaan van extra financiële bijdragen aan diverse organisaties die activiteiten verrichten in het kader van het «Environment for Europe Process».

Subsidie aan het Regional Environmental Center for Central Asia in Kazahkstan

– € 40.000 voor het project «LEAP in Central Asia». Het doel van deze subsidie is het doen uitgaan van extra financiële bijdragen aan diverse organisaties die activiteiten verrichten in het kader van het «Environment for Europe Process».

Subsidie aan de Stichting Alliance for the University in Rotterdam

– € 20.000 voor de 2-daagse conferentie «Environmental Security and Climate Change». Het doel van de conferentie is vierledig:

– Develop the capability of coastal communities and small islands to build relationships;

– Identify education and training needs of coastal communities related to the proactive reduction of climate change vulnerability;

– Catalyse pilot processes of collaborative efforts in strengthening critical technical and social capacities;

– Evaluate the outcomes and examine the potential for replication in other regions.

Subsidies aan het Regional Environmental Center in Hongarije

– € 90.000 voor het project «Enhance regional SEE coopeartion in the field of climate policy». Het doel van de subsidie is steun om de landen van de Westelijke Balkan (d.w.z. in het gebied van voormalig Joegoslavië en Albanië) en Turkije te helpen voldoen aan de verplichtingen van het Klimaatverdrag en het Kyoto Protocol, i.h.b. opstellen van een «national communication».

– € 45.000 voor het project «Greening EU funds in the new programming period 2007–2013». Het doel van de subsidie is dat beoogt wordt de nieuwe lidstaten in Midden-Europa te helpen bij het programmeren van milieuprojecten onder het Cohesiefonds, de Structuurfondsen en het Fonds voor Plattelands Ontwikkeling van de Europese Unie in de komende budgetperiode 2007–2013.

– € 45.000 voor het project «Sustainable Urban Transport Policies in Southern and Eastern Europe Countries». Het doel van de subsidie is een verkennend onderzoek naar goede voorbeelden («good practices») van stedelijke planning voor milieu en transport inclusief een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de landen uit de regio Zuidoost-Europa.

Subsidie aan het Slovenian Forestry Institue in Slovenië

– € 29.678 voor het project «Developing expertise, data and models for establishing a Slovenian National Focal Center for the support of European effect-based air pollution abatement policies». Het doel van de subsidie is steun voor de opzet van een «national focal point» voor luchtkwaliteit in Slovenië in het kader van het VNECE Verdrag voor gensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand in Europa.

Subsidie aan het Ministry of Science and Environmental Protection in Servië

– € 25.000 voor de host country preparatory costs for the Sixth Ministerial Conference «Environment for Europe». Het doel van de subsidie een bijdrage in de organisatiekosten van de conferentie.

Subsidie aan de VN Environment Programme (UNEP)

– € 100.000 voor het project «Partnership for Clean Fuels and Vehicles». Het doel van de subsidie is gericht om schonere brandstoffen in voertuigen te gebruiken waaronder het uitfaseren van lood uit benzine wereldwijd onder de noemer van het global Partnership for Clean Fuels and Vehicles.

Subsidie aan de International Institute for Sustainable Development ( IISD)

– € 79.985 aan het project «Promoting Clean Energy Investment for Sustainable Development». Het doel van de subsidie is versterking van kennis en inzicht en onderhandelingspositie Nederland op van versterking internationale milieu-architectuur en bevorden van klimaatvriendelijke, duurzame, energie-efficiente technologie.

Subsidie ten behoeve van de contributie UNEP/Environmental Fund

– € 617.141 is voor 2007 aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken toegezegd.

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

11.38.02 Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties (+ 2,812 mln uitgaven)

Deze overschrijding wordt veroorzaakt doordat er meer uitgaven maatregelen zoals verbeterde vulslangen, coatings op tankwagens voor de sanering van LPG-tankstations hebben plaatsgevonden dan was verwacht.

11.40.06 Schadeclaims (+ 5 126 mln verplichting, + 5 190 mln uitgaven)

In het kader van de regeling «Schadeclaims ruimte voor de rivier» kunnen diegenen die gedupeerd worden door deze regeling een claim indienen voor de geleden schade. Als de rechter deze claim gegrond vindt wordt tot uitkering overgegaan. De rechter heeft in 2006 voor ruim € 5 mln aan claims toegewezen.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

Subsidie Gemeente Dordrecht

In de vijfde voortgangsrapportage inzake het externe veiligheidsbeleid van 6 januari 2006 heeft staatssecretaris van Geel de Tweede Kamer geïnformeerd dat voor het project Spoorzone Dordrecht–Zwijndrecht een toezegging is gedaan voor een bijdrage aan een onderdoorgang (laan van de Verenigde Naties) van het spoor als onderdeel van het veiligheidspakket dat in ontwikkeling is voor deze spoorzone.

In de rijksbrede middelen voor externe veiligheid die in 2007 aan de VROM-begroting zijn toegevoegd, was een post van € 7 mln. gereserveerd voor dit doel.

Subsidie DCMR

€ 2 mln voor landelijk steunpunt BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen 1999)

Het betreft een subsidie tbv het Landelijk Team Brzo (LAT) tot en met 2010.

In de 6de voortgangsrapportage Externe Veiligheid is de Tweede Kamer geïnformeerd over het afronden van het verbeterprogramma Brzo en de implementatie die nu wordt opgepakt door de uitvoerende overheden. In de voortgangsrapportage is tevens vermeld dat het LAT o.l.v. het IPO een belangrijke rol zal vervullen bij de implementatie van de eindproducten van het verbeterprogramma en actief gaat toezien op uniformiteit en het voldoen aan de kwaliteitseisen voor uitvoerende overheden. Met deze subsidie wordt het LAT in staat gesteld om de overeengekomen afspraken na te komen.

Aan het IPO is in 2006 een subsidie toegezegd van € 1,37 mln t.b.v. de werkzaamheden van het Landelijk Team BRZO. Het LAT gaat opereren in samenwerking met alle betrokken oerheden en instanties t.b.v. de uitvoering van het BRZO. De subsidie heeft betrekking op de jaren 2006 t/m 2010.

Artikel 12. Handhaving en toezicht

12.41.01 Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen (+ 3,015 mln verplichtingen, + 2,139 mln uitgaven)

Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren. Deze uitgaven hebben voornamelijk betrekking de ontwikkeling van informatiegestuurd toezicht. Informatiegestuurd toezicht is een belangrijke strategische doelstelling voor de komende jaren.

Toelichtingen incidentele subsidies (vermelding in Slotwet 2006 voor wettelijke grondslag subsidie)

De organisatie United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) heeft een bijdrage ontvangen ad € 100 000,– t.b.v. het organiseren van «The Convention and Improving Safety Industrial Installations».

Artikel 13. Rijkshuivesting en architectuur

Ontvangsten

13.48.85 Herziening verkoop Plein 1813 (– 4,5 mln)

De geraamde ontvangsten als gevolg van de verkoop van het pand Plein 1813 nr. 4/5 worden niet in 2006 gerealiseerd omdat de RGD nog geen huurder binnen het Rijkshuisvestingsstelsel heeft kunnen vinden. De in het verleden generaal toegevoegde ontvangsten worden daarom eerstens afgeboekt en op een later moment weer toegevoegd aan de begroting. Indien verhuur binnen het Rijk niet mogelijk blijkt zal verkoop op de vrije markt overwogen worden.

Artikel 14. Algemeen

14.49.03 Woningbouw en duurzame kwaliteit (+ 5,0 mln uitgaven)

Eind 2006 heeft VROM een bijdrage van € 5 mln geleverd aan de definitieve afwikkeling van de zogenaamde Groninger stadsmeierrechten. Hiervoor was geen budget gereserveerd. Over deze afwikkeling is de Tweede Kamer inmiddels geïnformeerd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (kamerstukken II, 2006–2007, 30800 XIV en 30800 B, nr. 82).

14.49.07 Overig Vastgoedvoorzieningen (– 3,7 mln verplichtingen)

De totale verplichting ad € 20,0 mln voor het BSIK project GEO-informatie was reeds in 2004 vastgelegd, met daarbij de uitfinanciering vanaf 2004 t/m 2009. Abusievelijk is in 2006 het aandeel van de uitfinanciering ook als verplichting opgenomen. De slotwetmutatie is de onderuitputting van de verplichtingenruimte als gevolg van de ten onrechte opgenomen verplichting..

14.49.12 Afkoop subsidies DGW regelingen (– 7,0 mln verplichtingen; – 8,4 mln uitgaven)

De onderuitputting is het gevolg van wijzigingen in de uitgangspunten en parameters voor afkoop van deze regeling, waardoor er minder afkopen gerealiseerd konden worden. Bovendien hebben niet alle gemeenten in 2006 aan de afkoopregeling meegedaan. In 2007 zal worden gepoogd deze gemeenten ervan te overtuigen om alsnog aan de afkoop mee te doen.

14.81.33 Apparaat DGR (+3,3 verplichtingen, + 3,4 mln)

De mutatie van 3,3 mln verplichtingen en 3,4 mln uitgaven betreft een herverdeling van apparaat over de artikelen van DGR. Dit wordt door verschillende kleinere mutaties op andere artikelen gecompenseerd.

14.81.36 Apparaat departementsleiding, control en overige staf (– 4,7 mln verplichtingen; – 4,3 mln uitgaven)

De lagere apparaatsuitgaven door de departementsleiding, control en overige staf is ontstaan door: minder reis- en bestuurskosten minister, minder interdepartementale bijdragen dan voorzien, minder inhuur voor ICT (meer door interne medewerkers dan voorzien), minder geinvesteerd in onder meer het stabiel houden van het financieel systeem en P&O-projecten, minder uitgaven in relatie met openstaande vacatures en minder algemene apparaatskosten.

14.81.46 Apparaat MNP (+ 4,8 verplichtingen, – 1,8 mln)

De overschrijding van het verplichtingenkrediet heeft m.n. een technische reden. Vanwege de verzelfstandiging vanuit het RIVM en overgang naar VROM diende verplichtingenkrediet dat in voorgaande jaren was verstrekt, nogmaals worden verstrekt. Ten slotte zijn eind 2006 enkele aanvullende opdrachten ontvangen. De uitgaven bleven achter bij de begroting omdat het niet mogelijk bleek de in eerdere jaren opgelopen vertraging in het programma Nationaal Vervolg Klimaat Onderzoek in te halen.

14.84.45 Gemeenschappelijke voorzieningen (+ 5,9 mln verplichtingen en uitgaven)

De Gemeenschappelijke Dienst schiet uitgaven voor het woon-werkverkeer en voor diverse productgebondenkosten (bijvoorbeeld inhuur van uitzendkrachten, mobiele telefonie, drukwerk e.d.) voor, omdat deze vanuit doelmatigheidsoverwegingen zijn ondergebracht in diverse mantelcontracten. De Rgd, de NEa en diverse andere overheden buiten VROM kopen deze diensten en producten in via de Gemeenschappelijke Dienst en betalen hiervoor, waardoor er meer ontvangsten binnenkomen dan wel nog vorderingen openstaan.

14.85.45 Gemeenschappelijke voorzieningen (+ 3,1 mln verplichtingen en uitgaven)

De extra ontvangsten van ca.€ 3,1 mln. die ook zijn toegevoegd aan het uitgavenartikel worden met name veroorzaakt door het doorbelasten van uitzendkrachten en externen die door bemiddeling van Flexchange namens de ministeries van OCW, BZK, EZ en een aantal andere rijksdiensten zijn ingehuurd. Deze uitgaven zijn door VROM voorgeschoten en worden op deze wijze met de opdrachtgevers verrekend.

14.85.45 Gemeenschappelijke voorzieningen (verplichtingen + 23,5 mln, uitgaven + 11,6 mln)

De overschrijding van ca. € 23,5 mln op de verplichtingen en ca. € 11,6 mln van de uitgaven wordt met name veroorzaakt door de instelling van een VROM Shared Service Centre. Hierdoor zijn taken, zoals functioneel en applicatiebeheer, vanuit de Diensten overgeheveld. Tussentijds zijn ook aanvullende opdrachten door de Diensten verstrekt. Daardoor is het GPR-contract aangepast en naar boven bijgesteld omdat VROM meer zal afnemen afnemen dan in het oorspronkelijke contract was opgenomen. Dit heeft met name een gevolg gehad voor de verplichtingen omdat het een meerjarig contract betreft.

Ontvangsten

14.89.97 apparaat MNP (- 3,3 mln)

De ontvangsten bleven achter bij de begroting omdat bij de boedelscheiding met het RIVM is afgesproken de verrekening in 2006 en 2007 te laten plaatsvinden.

14.99.91 Restituties en overige ontvangsten oude regelingen DGW (+ 4,0 mln)

De ontvangsten 2006 zijn hoger dan geraamd vanwege hogere terugvorderingen Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS) 1995.

14.99.92 Apparaat DGM (- 3,5 mln)

Op dit instrument zijn ontvangsten geraamd m.b.t. apparaat. Dit kunnen bijdragen zijn t.b.v. het vervoersmanagementplan, opleidingskosten, enz. Deze ontvangsten zijn € 3,5 mln lager uitgevallen dan geraamd.

Wetsartikel 2

Toelichting bij de begroting van de baten- en lastendiensten

Baten- lastendienst: Rijksgebouwendienst

A. Beleidsdeel bij het Jaarverslag van de baten-lastendienst Rgd

Beleidsdeel bij het Jaarverslag van de baten-lastendienst Rgd

Het beleidsdeel is ingedeeld in drie niveaus.

Niveau 1: Het rijkshuisvestingsstelsel

Verbetering rijkshuisvestingstelsel

Als uitvloeisel van de evaluatie van het rijkshuisvestingstelsel heeft een interdepartementale stuurgroep met drie interdepartementale werkgroepen het actieprogramma verbetering rijkshuisvestingstelsel met de titel «Sturen op efficiency en eenvoud» (Tweede Kamer, 2005–2006, 25 449, nr. 12) medio 2006 afgerond met de eindrapportage «Uitwerking uitkomsten Stelselevaluatie Rijkshuisvesting». Naar aanleiding van het eindrapport is het Rijkshuisvestingberaad opgericht om de besturing van het rijkshuisvestingstelsel te verbeteren. Dit beraad zal een belangrijke, adviserende rol spelen bij de vaststelling door het kabinet van de strategische kaders voor de participanten in het rijkshuisvestingstelsel.

Ter implementatie van de overige verbeteringen uit dit eindrapport, heeft de Rijksgebouwendienst (Rgd) een programma «Implementatie Stelselverbetering en Interne Sturing» opgezet bestaande uit 17 projecten dat naar verwachting eind 2008 wordt afgerond. Voor de afstemming met de klanten is een klankbordgroep gevormd waarin een groot deel van de klanten is vertegenwoordigd.

Rgd Actieprogramma Brandveiligheid

Na de brand in het cellencomplex op Schiphol eind 2005 zijn binnen de Rgd acties benoemd in het programma Brandveiligheid. Het doel van het programma is het borgen van veiligheid in de organisatie en processen en daarmee in de voorraad van de Rgd. Het programma loopt tot eind 2008. In dit programma zullen de toezeggingen aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer, 2006–2007, 24 587, nr. 199, d.d. 18-10-2006) en in het kamerdebat daarna, worden uitgevoerd.

In de kabinetsreactie is ook een aantal specifieke maatregelen met betrekking tot de Rijksgebouwendienst aangekondigd. Deze specifieke maatregelen worden gerealiseerd door middel van het «Rgd Actieprogramma Brandveiligheid». Het doel van het programma is het borgen van veiligheid in de organisatie en de processen en daarmee in de voorraad van de Rijksgebouwendienst.

Met de uitvoering van het Actieprogramma is in 2006 gestart. De ambitie is dat het beleid eind 2007 is vastgesteld en mede op basis daarvan de brandveiligheid van de meest gevoelige onderdelen van de portefeuille inzichtelijk is. Ook is het de bedoeling dat eind 2007 de noodzakelijke instrumenten ontwikkeld zijn en het kennismanagement is neergezet. Er worden brandveiligheidscans uitgevoerd en vervolgens zullen maatregelen genomen worden zodat wordt voldaan aan de (brand-)veiligheidseisen. Eind 2008 zijn de scans gereed en zijn de meest urgente maatregelen getroffen. De doorlooptijd van de overige maatregelen hangt af van de uitkomsten van de brandveiligheidscans.

Met de inhaalslag op het onderwerp «veiligheid» wordt de komende jaren een aanzienlijk beroep gedaan op de Rgd-organisatie.

Programma Inkoop Taakstelling (PIT)

In het kader van het programma Inkoop Taakstellingen heeft de Rgd een efficiencytaakstelling op zich genomen oplopend tot ca. € 4 mln vanaf 2007. Deze taakstelling wordt per 1 januari 2007 ingevuld door een evenredig deel van de uitbreiding van het planmatig onderhoud voor rekening van de Rgd, met het bestaande personeel, uit te voeren en niet in het tarief te verwerken.

Niveau 2: de producten

De Rgd heeft 3 hoofddoelstellingen:

1. Het leveren van adequate huisvesting

2. Het realiseren van baten en lasten in evenwicht (in het financiële deel wordt hier op ingegaan)

3. Het leveren van toegevoegde waarde (hier wordt in artikel 13 «Rijkshuisvesting en architectuur» mede op ingegaan).

De Rgd levert de producten huisvesting, services, adviezen en beleid, waarvan de eerstgenoemde de belangrijkste en meest omvangrijke is.

Indicator klanttevredenheid

Indicator2005Streefwaarde 2006Realisatie 2006
Klanttevredenheid, percentage klanten dat de Rgd een voldoende geeft83%83%80%

De klanttevredenheid is licht gedaald ten opzichte van 2005; wel steeg het gemiddelde cijfer van 6,3 naar 6,4. Hiermee ligt het gemiddelde tevredenheidscijfer boven het overheidsgemiddelde1 dat op 6,2 staat.

Om de klanttevredenheid te verbeteren is een aantal acties ingezet. Deze concentreren zich rond de thema’s prijs, klantgerichtheid en snelheid van handelen.

Voor het thema «prijs» geldt dat de klant vooral behoefte heeft aan transparantie van de prijsopbouw. Op diverse niveaus heeft hiertoe kennisdeling plaatsgevonden. Dat gebeurde ook rondom specifieke thema’s als veiligheid, veranderingen naar aanleiding van de evaluatie van het rijkshuisvestingstelsel (wat zijn de gevolgen voor de klanten) en beheer door middel van klantdagen en masterclasses.

De in 2005 ingestelde klantteams succesvol zijn gebleken. In aansluiting hierop is in 2006 aanvang gemaakt met het meer regionaal laten opereren van deze klantteams. De klantteams hebben als doel de uitwerking van klantvragen binnen de Rgd beter te coördineren. Veilige, digitale informatie-uitwisseling vergroot de snelheid van handelen en de efficiëntie. Hiertoe is het digitale loket «MijnRgd.nl» in ontwikkeling, dat klanten een digitale toegang geeft tot en inzicht geeft in de eigen huisvestingsgegevens. Het portal bevat een module waarmee de klanten de leegstand in hun panden beter kunnen beheersen. Daarnaast is de ontwikkeling van een storingsmeldingsapplicatie ter hand genomen.

Indicator leegstand

Indicator per jaar ultimo in %Realisatie 2005Streefwaarde 2006Realisatie 2006
Leegstand voor rekening Rgd2,33,22,3
Leegstand voor rekening klant0,71,50,3
Totaal leegstand3,04,72,6

De Rgd streeft naar een geringe leegstand zodat de kosten van leegstand worden beperkt, waarbij een acceptabele hoeveelheid frictieleegstand nodig is voor de flexibiliteit in de huisvestingsvoorraad. De gerealiseerde leegstand in 2006 was lager dan begroot, omdat in de begroting rekening was gehouden met meer leegstand als gevolg van de grote hoeveelheid in expirerende contracten. In 2006 is echter een groot deel van deze contracten voor kortlopende tijd verlengd. De beëindiging van deze contracten zal naar verwachting in de komende jaren alsnog gefaseerd plaatsvinden.

De Rgd voert een aantal projecten uit in het kader van anticiperend investeren. Deze projecten hebben in 2006 geen effect gehad op de leegstand.

Indicator technische kwaliteit

IndicatorRealisatie2005Streefwaarde 2006Realisatie 2006
Technische kwaliteit2,12Tussen 2,1 en 2,42,26

Bron: VROM/Rgd

De indicator technische kwaliteit geeft in een cijfer de technische kwaliteit van de vastgoedportefeuille weer op een bepaald tijdstip. Het cijfer loopt van 1 (nieuwbouw) tot 6 (zeer slecht). De indicator is een gewogen gemiddelde van de technische condities van alle gebouwelementen. Deze technische condities worden bepaald door inspecties.

Indicator storingsafhandeling

Bij storingen is het van belang hoe snel een storing wordt opgelost. In voorgaande jaren is gebleken dat 95% van alle storingen binnen de norm (van 4 of 24 uur) wordt afgehandeld. In 2006 is de aandacht meer gericht op het voorkomen van storingen. Er zijn storingsanalyses op portefeuilleniveau gemaakt. De analyses hebben zich gericht op analyse over de disciplines klimaat en elektra. Hierdoor ontstaat een beeld van de specifieke elementen die tot een (storings)melding leiden. Volgend op een dergelijke diepteanalyse wordt met de contractpartners onderzocht wat de relatie is tussen de aard van de storing en de wijze waarop de storing verholpen is. Op deze wijze wordt kennis vergaard die moet leiden tot het efficiënter oplossen van storingen. Dit onderzoek wordt in 2007 voorgezet.

Indicator asbestsanering

Uitgangspunt van de Rgd is dat er sprake is van «gezonde» huisvesting. Daarom inventariseert de Rgd zijn voorraad op de aanwezigheid van asbest. Wanneer uit de inventarisatie blijkt dat een gebouw asbest bevat dat gezondheidsrisico’s kan opleveren wordt het gesaneerd. Asbest wordt altijd verwijderd op het moment dat in het gebouw een renovatie plaatsvindt of het gebouw wordt gesloopt.

De komende 15 jaar zal alle asbest worden verwijderd in eigendomsobjecten die worden gerenoveerd of afgestoten.

Niveau 3: de Rgd als uitvoeringsorganisatie

Indicator efficiency apparaat

 Realisatie 2003Realisatie 2006Raming 2006
Efficiency86%95%97%

Bron: IRIS

Op het niveau van de Rgd als uitvoeringsorganisatie is het van belang dat de Rgd continu streeft naar efficiencyverbetering. De efficiencyindicator is een relatieve maat om de veranderingen in de efficiency van het apparaat door de jaren heen te vergelijken. Een hogere waarde ten opzichte van een voorgaand jaar betekent een verbetering.

Financieel deel bij het Jaarverslag van de baten-lastendienst Rgd

Jaarrekening baten-lastendienst Rgd

Bij opstelling van de jaarrekening is in zijn algemeenheid is uitgegaan van boek 2, titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Voorts zijn de volgende specifieke voorschriften voor een baten-lastendienst toegepast:

– de Regeling rijksbegrotingvoorschriften (o.a. de voorgeschreven modellen);

– de Regeling departementale begrotingsadministratie (o.a. de afschrijvingstermijnen).

Samenvattende verantwoordingsstaat 2006 inzake baten-lastendienst Rijksgebouwendienst van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI)

(Bedragen in € 1 000)

  (1)(2)(3)=(2)–(1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1Rijksgebouwendienst   
     
 Totale baten1 242 1311 421 222179 091
 Totale lasten1 233 0601 403 862170 802
 Saldo van baten en lasten9 07117 3608 289
     
 Totale kapitaalontvangsten510 000481 867– 28 133
 Totale kapitaaluitgaven726 941716 555– 10 386

Balans baten-lastendienst Rgd

Balans

(Bedragen in € 1 000)

 31 december 200631 december 2005
ACTIVA  
   
Vaste activa  
Materiële vaste activa:  
Grond en gebouwen4 495 4304 479 963
Onderhanden huisvestingsprojecten (leenfaciliteit)479 059384 099
Inventaris en overige bedrijfsmiddelen1 2991 574
 4 975 7884 865 636
   
Egalisatierekening661 672628 053
   
Vlottende activa  
Onderhanden werk services, adviezen en overig48 77376 890
Debiteuren en overige vorderingen70 21462 829
Overlopende activa77 093175 230
 196 080314 949
   
Liquide middelen401 645274 313
   
TOTAAL ACTIVA6 235 1856 082 951
   
PASSIVA  
   
Eigen vermogen  
Exploitatiereserve64 27860 193
Onverdeeld resultaat17 36017 094
 81 63877 287
   
Voorzieningen  
Voorziening Planmatig onderhoud290 868283 339
Voorziening Asbestverontreiniging45 08549 738
Voorziening Leegstand54 43444 434
Overige voorzieningen29 09229 698
 419 479407 209
   
Langlopende schulden  
Leenfaciliteit Financiën5 240 2815 099 788
Overige langlopende schulden3 1512 170
 5 243 4325 101 958
   
Kortlopende schulden  
Nazorgbudgetten17 96626 253
Crediteuren60 06446 750
Overige schulden en overlopende passiva149 761183 703
Kortlopend deel langlopende schulden262 845239 791
 490 636496 497
   
TOTAAL PASSIVA6 235 1856 082 951

Toelichting op de langlopende schulden

De totale schuld per 31 december 2006 bestaat voor € 4 739,8 mln uit definitieve convenanten en voor € 710,6 mln uit voorlopige convenanten en voor € 52,7 mln uit nog te ontvangen voorlopige leningen 4e kwartaal 2006. Op basis van het reguliere rente- en aflossingsschema is in 2006 € 265,5 mln afgelost.

Toelichting op de egalisatierekening

Het gebruik van de egalisatierekening is verbonden met de Rekenmethode Rijksgebouwendienst (RMR). Deze methodiek is, als onderdeel van het gekozen rijkshuisvestingstelsel, door de ministerraad vastgesteld. De wijze van verantwoorden ervan heeft de instemming van het ministerie van Financiën.

De gebruiksvergoeding wordt bij aanvang zodanig vastgesteld dat gedurende de contractperiode de netto contante waarden van de kosten (inclusief rente en afschrijvingen) en de opbrengsten elkaar dekken. Hierbij wordt bij de berekening van de gebruiksvergoeding uitgegaan van een verwachte inflatie. Voor de departementen leidt dit over de gehele periode tot een vaste gebruiksvergoeding, die uitsluitend door de stijging van het prijsindexcijfer wordt beïnvloed.

De totale kosten van rente en afschrijvingen dalen over de jaren. Het verschil tussen kosten en opbrengsten wordt jaarlijks op contractniveau geëgaliseerd en in de balans tot uitdrukking gebracht in een langlopende afdwingbare vordering op de gebruikers van de objecten. Op deze wijze worden de baten en lasten uit hoofde van de verhuur van huisvesting met elkaar in evenwicht gebracht. De vordering wordt aldus over de totale contractperiode geneutraliseerd en is bij afloop van het contract nihil. Bij vroegtijdige contractontbinding wordt de opgebouwde vordering (= egalisatie) door de klant afgekocht. Dit bedrag wordt dan gecrediteerd op de egalisatierekening.

De egalisatie is berekend op basis van de aannames bij de berekening van de gebruiksvergoeding en de vooraf geraamde inflatie. De verschillen tussen de geraamde en de werkelijke inflatie komen direct tot uitdrukking in het resultaat.

Egalisatierekening (Bedragen in € 1 000)

Egalisatie afschrijvingskosten 1 januari 2006 266 014 
Egalisatie rentekosten 1 januari 2006+/+362 039 
Stand per 1 januari 2006  628 053
    
Mutaties   
Egalisatie afschrijvingskosten 2006+/+16 361 
Egalisatie rentekosten 2006+/+29 071 
Afgekochte egalisatie afschrijvingskosten–/–3 632 
Afgekochte egalisatie rentekosten–/–8 181 
Totaal mutaties 2006  33 619
    
Egalisatie afschrijvingskosten per 31 december 2006 278 743 
Egalisatie rentekosten 31 december 2006+/+382 929 
Stand per 31 december 2006  661 672

Toelichting op het eigen vermogen

De hoogte van het eigen vermogen is vastgesteld conform de vigerende regelgeving inzake de vermogensvorming bij baten-lastendiensten, de Regeling Vermogensvoorschriften Agentschappen 2000. De exploitatiereserve is bedoeld voor het opvangen van algemene bedrijfsrisico’s, die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering.

Overzicht vermogensontwikkeling over de jaren 2004–2006 (Bedragen in € 1 000)

  Realisatie 2004Realisatie 2005Realisatie 2006
Eigen vermogen per 1 januari 109 46997 08577 287
Saldo van baten en lasten+/+42 76117 09417 360
Directie mutaties in het eigen vermogen:    
– Uitkering aan het moederdepartement–/–– 55 145– 36 892– 13 009
– Bijdrage door het moederdepartement+/+   
– Overige mutaties+/+   
Eigen vermogen per 31 december 97 08577 28781 638

Toelichting directe mutaties in het eigen vermogen

De directe mutatie in het eigen vermogen die bij de baten-lastendienst Rgd in 2006 heeft plaatsgevonden is de afdracht van het overschot van het vermogen over 2005.

De gemiddelde normomzet (totale omzet exclusief egalisatie, rente en buitengewone baten) over de afgelopen 3 jaar bedraagt € 1 302,2 mln. Bij een normering van het eigen vermogen tot 5% bedraagt het eigen vermogen maximaal € 65,1 mln. Het eigen vermogen ultimo 2006 (€ 81,6 mln) is hoger, dit betekent dat € 16,5 mln afgedragen dient te worden aan het moederdepartement.

Op de afgedragen middelen kan de Rgd een beroep doen, indien het eigen vermogen, ultimo enig boekjaar, minder bedraagt dan € 15 mln.

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Niet uit de balans blijkende rechten bestaan uit:

PostOmschrijvingBedrag
Trekkingsrecht op afgedragen eigen vermogenHet totale bedrag waar de Rgd aanspraak op kan maken in het geval er sprake is van interen op het eigen vermogen als gevolg van negatieve resultaten. Van interen is sprake indien het eigen vermogen € 15 mln of minder bedraagt. In 2007 zal nader worden bezien op basis van het risico-profiel van de Rgd of er aanleiding is een correctie op het trekkingsrecht door te voeren.€ 199,3 mln

Niet uit de balans blijkende verplichtingen bestaan uit:

PostOmschrijvingBedrag
MarkthurenDe totale nominale betalingsverplichting voor de gehele contractsduur, die voortvloeit uit panden welke zijn gehuurd uit de markt.looptijd ≤ 5 jaar € 1 256,3 mln looptijd > 5 jaar € 598,7 mln
   
PPSDe renovatie van een rijkshuisvestingsobject is aanbesteed door middel van Publiek Private Samenwerking. In 2006 is het D(esign)B(uild)F(inance) M(aintain)O(perate)-contract aangegaan. Dit contract kent een looptijd van 25 jaar. Na de bouwperiode van 2 jaar (verwachte oplevering 2009) is de Rgd gedurende 25 jaar een beschikbaar-heidsvergoeding en een vergoeding voor variabele dienstverlening verschuldigd. Beoordeeld wordt of de renovatie bij oplevering al dan niet door de Rgd geactiveerd dient te worden, als ware het financial lease. Tot dat moment wordt de verplichting die voortvloeit uit het contract verantwoord als niet uit de balans blijkende verplichting. Omdat de financiële omvang van de verplichting met betrekking tot de variabele diensten nog onbekend is, is de nominale verplichting met betrekking tot de beschikbaarheidsvergoeding als niet uit de balans blijkende verplichting opgenomen. Hierbij is gegeven de onzekerheid geabstraheerd van mogelijke verrekeningen vanuit het bonus-malussysteem dat op het contract van toepassing is. De Rgd levert de huisvesting en de dienstverlening aan de klant en ontvangt hiervoor vergoeding.€ 483,0 mln
   
ProjectenDe definitie voor niet uit de balans blijkende verplichtingen voor projecten stoelt op de voorlopige leningconvenanten. De verplichting is gelijk gesteld aan de geraamde betalingen in 2007 en volgende jaren ten behoeve van de projecten in de voorlopige convenanten. € 1 582,2 mln  alle hebben een looptijd korter dan 5 jaar.
   
Verplichting afdracht eigen vermogen boven 5%In 2006 draagt de Rgd het eigen vermogen af voor zover dit de norm van 5% over de relevante gemiddelde omzet over 3 jaar overstijgt. In 2006 wordt deze afdracht toegevoegd aan het bestaande trekkingsrecht ad € 199,3 mln.€ 16,5 mln  deze verplichting heeft een looptijd korter dan 1 jaar.

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2006 (Bedragen in € 1 000)

 (1)(2)(3)=(2)–(1)
OmschrijvingOors pronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Leveren producten en diensten:   
Opbrengsten departementen1 125 6141 271 253145 639
Opbrengsten moeder97 756111 67113 915
Opbrengsten derden9 76111 9492 188
Bedrijfsvoering:   
Rentebaten4 0008 8544 854
Overige baten5 00017 49512 495
Totaal baten1 242 1311 421 222179 091
    
Lasten   
Product huisvesting:   
Apparaatskosten56 18561 3095 124
Huren vanuit de markt258 308317 43959 131
Rentelasten296 112284 467– 11 645
Afschrijvingen286 912289 7772 865
Dagelijks beheer100 422102 7782 356
Mutaties voorzieningen83 74981 787– 1 962
Belastingen23 01223 423411
Investeringen buiten gebruiksvergoedingen78 926142 06563 139
    
Overige producten:   
Services23 58760 09936 512
Adviezen10 4626 743– 3 719
Beleid10 3859 450– 935
    
Overige lasten:5 00024 52519 525
    
Totaal lasten1 233 0601 403 862170 802
    
Saldo van baten en lasten9 07117 3608 289

Analyse van de baten en de lasten en het gerealiseerde resultaat: 2006 versus 2005

Algemeen

In onderstaande tabel worden de lasten en baten en het gerealiseerde resultaat voor de verslagjaren 2005 en 2006 gepresenteerd. Op Rgd-niveau stijgt het resultaat 2006 ten opzichte van 2005 met € 0,3 mln. De grootste lasten en baten c.q. resultaten zijn evenals vorig jaar toe te schrijven aan het product huisvesting. Gelet op de financiële relevantie van dit product vindt in onderstaande tabel een uitsplitsing plaats naar de diverse componenten. Daarnaast worden de lasten en baten van de overige producten gepresenteerd.

Tabel B: Gedetailleerd overzicht

Posten per product200520052005200620062006
 lastenbatenresultaatlastenbatenresultaat
Huisvesting      
Netto apparaatskosten56,559,42,963,056,3– 6,7
Rente en afschrijving565,9609,643,7573,7605,631,9
Herstel onderhoud0,70,0– 0,72,40,0– 2,4
Planmatig onderhoud76,143,0– 33,160,348,9– 11,4
Dagelijks onderhoud37,046,79,746,446,0– 0,4
Boekwaarderisico20,727,06,3– 14,70,014,7
Asbestverontreiniging17,80,0– 17,82,90,0– 2,9
Bodemverontreiniging0,00,00,00,10,0– 0,1
Leegstand27,027,40,425,516,1– 9,4
Belastingen23,823,80,023,423,40,0
Huren vanuit de markt (excl. input)303,2300,2– 3,0314,9314,7– 0,2
Verlieslatende contracten0,00,00,00,90,0– 0,9
Kleine huisvestingsprojecten91,391,1– 0,298,397,2– 1,1
Derden3,03,60,61,04,73,7
PPS&I4,20,8– 3,42,00,0– 2,0
Overige posten:      
Stelselverbetering6,80,0– 6,80,70,0– 0,7
Overige baten/lasten18,432,514,124,525,71,2
Overige rentebaten/lasten0,05,55,50,08,98,9
Totaal product huisvesting/beheer1 252,41 270,618,21 225,31 247,522,2
Inputfinanciering75,075,00,0111,7111,70,0
Services41,640,4– 1,260,155,5– 4,6
Adviezen4,34,40,16,86,6– 0,2
Totaal1 373,31 390,417,11 403,91 421,317,4

Toelichting op de meest relevante componenten:

Apparaatskosten

De netto apparaatskosten vormen het verschil tussen de bruto apparaatskosten en de verkregen dekking uit producten. De apparaatskosten bestaan uit loonkosten, materiële kosten, overige personele kosten en overige apparaatskosten. Tegenover de netto apparaatskosten staat de component apparaatskosten in de gebruiksvergoeding.

Er is ten opzichte van 2005 sprake van een daling in het resultaat op de apparaatskosten van € 9,6 mln. Deze daling wordt veroorzaakt door een grotere inzet van met name extern personeel vanwege een grotere orderportefeuille in 2006.

Rente en afschrijving

De voornaamste resultaatbepalende post is, evenals in voorgaande jaren, het resultaat op reguliere rente en afschrijving.

Het resultaat kan worden verklaard door de volgende posten:

Het effect netto leenfaciliteit;

De reparatie van de verlieslatendheid;

Het verschil tussen de werkelijke indexering en de indexering volgens de RMR;

Toelichting:

Effect netto leenfaciliteit

Dit effect vindt zijn oorsprong in het feit dat de lening van de Rgd bij de start van het stelsel minder was dan de waarde van de materiële vaste activa. Met dit verschil worden de risico’s tot de vastgoedportefeuille afgedekt. Het effect bedraagt in 2006 € 14 mln.

Reparatie van de verlieslatendheid

Dit effect is toe te schrijven aan de in 2004 doorgevoerde reparatie van het verlieslatende rente- en aflossingsschema. De reparatie leidt tot een positief resultaateffect van € 7 mln.

Effect indexatieverschillen

Het resultaat wordt veroorzaakt doordat de werkelijke indexatie van de gebruiksvergoeding over de afgelopen jaren gemiddeld hoger is geweest dan de indexatie volgens de RMR (2,5% voor contracten die zijn ingegaan per 1 januari 1999 en 1,5% voor contracten die in latere jaren zijn ingegaan).

Het resultaateffect van de indexering bedraagt in 2006 in totaliteit € 11 mln en is daarmee € 5 mln lager dan in 2005. De verklaring voor de afname is de huidige lage inflatie.

Planmatig onderhoud

De vorming van deze voorziening geschiedt vanuit de component planmatig onderhoud in de gebruiksvergoeding. Het resultaat op planmatig onderhoud is het verschil tussen de dotatie aan de voorziening en de ontvangen opslag.

Het resultaat op deze component nam in het jaar 2006 met circa € 21,7 mln toe ten opzichte van 2005. Enerzijds, omdat de dotatie aan de voorziening € 15,8 mln lager is dan in 2005 en anderzijds, omdat de opslag planmatig onderhoud € 5,9 mln hoger uitvalt dan in 2005.

Dagelijks onderhoud

De kosten van dagelijks onderhoud hebben betrekking op regelmatig terugkerende werkzaamheden inzake preventief, klachten- en calamiteitenonderhoud alsmede advieskosten inzake onderhoudscontracten. Curatief en preventief onderhoud zijn de grootste kostenposten. De kosten van dagelijks onderhoud worden gedekt door de opslag in de gebruiksvergoeding.

De baten en lasten van dagelijks onderhoud compenseren elkaar nagenoeg in 2006. In 2006 is er sprake van een daling van het resultaat op deze component van € 10,1 mln ten opzichte van 2005. De daling is te verklaren door een toename in de kosten voor onder andere het voorbereiden en begeleiden van dagelijks onderhoud, de kosten voor het preventief en klachtenonderhoud in 2006.

Boekwaarderisico

Bij de voorziening boekwaarderisico is sprake van een positief resultaateffect van € 14,7 mln in 2006. De belangrijkste verklaring is de vrijval van een boekwaarderisico van een penitentiaire inrichting te Amsterdam, omdat dit object naar verwachting niet meer binnen de tijdhorizon van de voorziening (5 jaar) wordt afgestoten.

Asbestverontreiniging

Er is een inventarisatie gedaan naar asbest in de gebouwenvoorraad. De inventarisatie van de asbestpanden was ultimo 2005 afgerond. Voor de bestrijding van asbest is een voorziening getroffen in 2005. In 2006 bleek deze voorziening te laag. Er is daarom een extra dotatie gepleegd van € 2,9 mln.

Leegstand

Voor het risico inzake leegstand wordt een voorziening gevormd uit de opslag leegstand in de gebruiksvergoeding. De dotatie aan de voorziening leegstand in 2006 bedroeg € 25,5 mln, terwijl de verkregen opslag in de gebruiksvergoeding € 16,0 mln bedroeg.

In 2006 is het resultaat op leegstand met ruim € 9,8 mln gedaald ten opzichte van 2005. De verklaring hiervoor is dat de voorziening op peil wordt gehouden door dotaties, vanwege de verwachting dat leegstand in de toekomst zal toenemen.

Overige baten/lasten

De post overige baten en lasten bevat diverse baten en lasten waaronder resultaten op verkopen en projecten, buitengewone baten en lasten, etc.

Opvallend is dat het resultaat op deze post in 2006 daalt met € 12,9 mln ten opzichte van 2005.

De grootste veroorzakers hiervan zijn projectenresultaten, de buitengewone lasten en de lasten inzake het voorgaand boekjaar.

Services

Services worden in principe kostendekkend geleverd. Bij servicecontracten worden voorschotten verleend en vervolgens wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten. Hierdoor kan soms op jaarbasis een beperkte afwijking ontstaan. Meerjarig is sprake van kostendekkendheid.

Kasstroomoverzicht over het jaar 2006 (Bedragen in € 1 000)

   (1)(2)(3)=(2)–(1)
  OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2006373 904270 980– 102 924
      
2. Totaal operationele kasstroom217 077361 093144 016
      
3a.–/–Totaal investeringen– 500 000– 438 01761 983
3b.+/+Totaal boekwaarde desinvesteringen10 00052 79142 791
3. Totaal investeringskasstroom– 490 000– 385 226104 774
      
4a.–/–Eenmalige uitkering aan moederdepartement– 1 604– 13 009– 11 405
4b.+/+Eenmalige storting door moederdepartement000
4c.–/–Aflossingen op leningen– 225 337– 265 529– 40 192
4d+/+Beroep op leenfaciliteit500 000429 076– 70 924
4. Totaal financieringskasstroom273 059150 538– 122 521
      
5. Rekening courant RHB 31 december 2006374 040397 38523 345
      
  (=1+2+3+4)(maximale roodstand 0,5 mln euro)   

Baten-lastendienst: Nederlandse Emissieautoriteit

Samenvattende verantwoordingsstaat 2006

Nederlandse Emissieautoreit (NEa)

Doelmatigheid van de NEa als baten-lastendienst

Het jaar 2006 was het eerste jaar waarin de NEa volledig op output is aangestuurd door haar opdrachtgever, de directie Klimaatverandering en Industrie van het Ministerie van VROM. In het beginjaar 2005 was er nog geen historie opgebouwd met productieaantallen en kostprijzen en heeft er ook geen eindafrekening plaatsgevonden met de opdrachtgever.

De NEa is in 2006 fors onder haar geprognosticeerde opbrengst (opbrengst vanuit de uitgebrachte offerte over uitvoeringsjaar 2006) van € 4,91 mln. gebleven, ongeveer 17%. Een belangrijk deel van dit bedrag zal de NEa terugstorten naar haar opdrachtgever. De onderschrijding is op hoofdlijnen als volgt opgebouwd:

• Het aantal geleverde producten en diensten in 2006 was lager dan verwacht (veroorzaakt door minder vraag en onvolledige bezetting): ongeveer € 400 000. Dit bedrag wordt conform afspraken teruggestort aan de opdrachtgever;

• Directe materiële kosten, gekoppeld aan de producten en diensten, die wel begroot maar niet gemaakt zijn: ongeveer € 380 000. Dit bedrag wordt eveneens conform afspraken teruggestort aan de opdrachtgever;

• Doelmatigheidsverbetering: € 71 444. Dit onverdeelde resultaat over 2006 vormt een onderdeel van het eigen vermogen van de NEa.

Prestaties op kwaliteitsindicatoren in 2006

IndicatorPrestatie
Vergunningsverlening: % vergunningen verleend binnen wettelijke termijn93,3%
Vergunningsverlening:Aantal dossiers van bedrijven in onderhoud293
Registratie Emissiehandel: % rekening voor bedrijven geopend binnen wettelijke termijn100%
Registratie Emissiehandel: % registers CO2 en NOx online> 99%
Toezicht & Handhaving: Aantal uitgevoerde audits bij bedrijven88
Toezicht & Handhaving:Aantal uitgevoerde adhoc-onderzoeken bij bedrijven73
Algemeen: Aantal klachten over uitoefening taken NEa0

De cijfers zijn niet afgezet ten opzichte van vorige jaren, omdat deze historische gegevens nog niet voorhanden zijn.

De Nederlandse Emissieautoriteit is een baten-lastendienst met één opdrachtgever. De opdrachtgever is de directie Klimaatverandering en Industrie, onderdeel van het Directoraat-Generaal Milieu. Het directoraat is onderdeel van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

De eigenaar van de Nederlandse Emissieautoriteit is de plaatsvervangend secretaris generaal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Algemeen

Onderstaande tabellen en toelichting zijn opgesteld volgens de voorschriften van de Comptabiliteitswet (CW2001) en de nadere uitwerking hiervan in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV, o.a. de voorgeschreven modellen), de Regeling departementale begrotingadministratie (RDB, o.a. de afschrijvingstermijnen), de Regeling Vermogensvoorschriften baten-lastendiensten 2001 en de regeling leen- en depositofaciliteit agentschappen 2003.

Bij opstelling van de jaarrekening wordt verder in beginsel uitgegaan van boek 2, titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

Samenvattende verantwoordingsstaat 2006 inzake baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI)

Nederlandse Emissieautoriteit Bedragen x € 1 000

 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten-lastendienst   
    
Totale baten4 3334 229– 104
Totale lasten4 3334 158– 175
Saldo van baten en lasten071+ 71
    
Totale kapitaalontvangsten1 3500– 1 350
Totale kapitaaluitgaven1 620286– 1 334

Balans van de baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit per 31 december 2006

Balans per 31 december 2006 Bedragen x € 1 000

 Balans 31-12-2006Balans 31-12-2005
Activa  
Immateriële activa8161 006
Materiële activa  
* grond en gebouwen00
* installaties en inventarissen235
* overige materiële vaste activa00
Voorraden00
Debiteuren7721 937
Nog te ontvangen120
Liquide middelen1 1150
Totaal activa2 7382 948
   
Passiva  
Eigen vermogen  
* exploitatiereserve00
* verplichte reserves00
* onverdeeld resultaat710
Leningen bij het MvF8081 011
Voorzieningen00
Crediteuren68928
Nog te betalen1 1701 909
Totaal passiva2 7382 948

Toelichting op de opmerkelijke verschillen

1. Debiteuren

Deze post bestaat uit de vordering op de eigenaar alsmede een nog te ontvangen bijdrage voor het project «Toetsing & Vergunningverlening» van de opdrachtgever. Het verschil met januari 2006 wordt verklaard doordat de lening van het Ministerie van Financiën is ontvangen en de vordering op de eigenaar met bijna € 400 000,– is verminderd. Deze vordering heeft betrekking op de bij de start van de baten-lastendienst van het moederdepartement overgenomen verplichtingen. Op basis van nader onderzoek in 2006 blijkt de vordering per 1 januari 2006 voor het genoemde bedrag niet meer valide.

2. Crediteuren

De omvang van de post crediteuren (€ 689 000,–) wordt met name veroorzaakt door een ontvangen (omvangrijke) factuur voor interne leveringen (ICT dienstverlening, huisvesting, etc.). Deze factuur is vanwege onvoldoende onderbouwing nog niet betaalbaar gesteld.

3. Eigen vermogen

De NEa is per 1 januari 2006 van start gegaan en had op deze ingangsdatum geen eigen vermogen. Gedurende het jaar 2006 is resultaat opgebouwd hetwelk per ultimo 2006 gepresenteerd is als onverdeeld resultaat. Daarmee blijft het eigen vermogen onder de norm van maximaal 5% van de gemiddelde jaaromzet, waardoor er geen afdracht aan het ministerie van Financiën hoeft plaats te vinden.

4. Nog te betalen

Deze post bestaat uit overlopende passiva en een gedeelte nog te betalen omzetbelasting. De overlopende passiva betreffen reguliere reserveringen met betrekking tot vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Het overige deel van deze post wordt gevormd door nog te betalen bedragen. Dit betreft voornamelijk de afrekening over 2006 met de opdrachtgever van de NEa.

Gespecificeerde verantwoordingsstaat baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit

Baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2006 Bedragen x € 1 000

 (1)(2)(3)=(2)–(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement4 3334 217– 116
Opbrengst overige departementen000
Opbrengst derden000
Rentebaten01212
Buitengewone baten000
    
Totaal baten4 3334 229– 104
    
Lasten   
Apparaatskosten    
* personele kosten2 1242 320196
* materiële kosten1 8741 556– 318
Rentelasten6527– 38
Afschrijvingskosten   
* materieel2704– 266
* immaterieel0251251
Dotaties voorzieningen000
Buitengewone lasten000
Totaal lasten4 3334 158– 175
    
Saldo van baten en lasten07171

Toelichting op de gespecificeerde verantwoordingsstaat

1. Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de bijdrage van de opdrachtgever ter dekking van de kosten over het jaar 2006. In jaar t-1 wordt met de opdrachtgever afgesproken welke producten en diensten en in welke aantallen het komende jaar door de NEa geleverd zullen worden. Tevens worden hierbij afspraken gemaakt over de kostprijzen van deze producten en diensten. Dit resulteert in een offerte van de NEa aan de opdrachtgever (KvI). KvI verstrekt na goedkeuring een opdracht aan de NEa. Het opdrachtbedrag wordt door middel van een maandelijks voorschot aan de NEa uitbetaald.

De opdracht voor 2006 en daarmee geprognosticeerde opbrengst bedroeg circa € 4,9 mln. en was in de 1e suppletore begroting 2006 verwerkt. De uiteindelijke realisatie over 2006 bedraagt circa € 4,2 mln. inclusief de opbrengsten uit de extra opdracht van KvI in het kader van het project «Toetsing & Vergunningverlening». Het verschil tussen het opdrachtbedrag en de uiteindelijke realisatie wordt afgerekend met de opdrachtgever en terugbetaald. Deze terugbetaling is verantwoord onder de balanspost «Nog te betalen».

2. Lasten

Apparaatskosten NEa

De materiële kosten zijn in 2006 lager uitgevallen dan verwacht. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de servicefee voor het CO2-register beduidend lager is uitgevallen en de verhoogde toegangsbeveiliging NEa op de registers niet nodig is gebleken. De personele kosten zijn met name door een aantal extra vragen vanuit de opdrachtgever hoger geworden dan in beginsel ingeschat.

Kasstroomoverzicht baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit

Baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2006 Bedragen x € 1 000

  (1)(2)(3)=(2)–(1)
 OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1.Rekening-courant RHB 1 januari 2006000
2.Totaal operationele kasstroom3581 4011 043
3aTotaal investeringen (–/–)– 1 350– 831 267
3bTotaal boekwaarde desinvesteringen (+)   
3.Totaal investeringskasstroom– 1 350– 831 267
4aEenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)000
4bEenmalige storting door moederdepartement (+)000
4cAflossingen op leningen (–/–)– 270– 20367
4dBeroep op leenfaciliteit (+)1 3500– 1 350
4.Totaal financieringskasstroom1 080– 203– 1 283
5.Rekening-courant RHB 31 december 2006 (=1+2+3+4)881 1151 027
 (maximale roodstand 0,5 mln. euro)   

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Inhoudsopgave

  pag.
   
A.Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel2
   
B.Begrotingstoelichting3
   
1.Leeswijzer3
   
2.Het beleid6
2.1.De beleidsagenda6
2.2.De beleidsartikelen21
 Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt21
 Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus.27
 Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt42
 Artikel 4. Optimaliseren van de ruimtelijke afweging50
 Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur53
 Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging58
 Artikel 7. Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem68
 Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving78
 Artikel 9. Verminderen van risico's van stoffen, afval, straling en GGO's85
 Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid92
 Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid101
 Artikel 12. Handhaving en toezicht106
 Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur115
2.3.De niet-beleidsartikelen120
 Artikel 14. Algemeen120
 Artikel 15. Nominaal en onvoorzien127
   
3.Verdiepingshoofdstuk128
   
4.Conversietabel143
   
5.Begroting van de Rijksgebouwendienst155
   
6.Begroting van de Nederlandse Emissieautoriteit166
   
7.Bijlage 1. ZBO's en RWT's172
   
8.Bijlage 2. Overzichtsconstructie Milieu174
   
9.Bijlage 3. Overzichtsconstructie programma Zuidvleugel179
   
10.Bijlage 4. NalevingsstrategieVROM-Inspectie182
   
11.Bijlage 5. Moties en Toezeggingen190
   
12.Bijlage 6. Lijst van afkortingen uit de begroting 2006 van het Ministerie van VROM247
   
13.Bijlage 7. Trefwoordenregister250

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2006 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2006. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2006.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2006 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten «Rijksgebouwendienst» en «Nederlandse Emissieautoriteit» voor het jaar 2006 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lasten stelsel voeren.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Leeswijzer

De memorie van toelichting is opgebouwd uit de volgende onderdelen en is terug te vinden in de hoofdstukken:

2.1. De beleidsagenda

2.2. De beleidsartikelen

2.3. De niet-beleidsartikelen

3. Verdiepingshoofdstuk

4. Conversietabel

5. Begroting van de Rijkgebouwendienst

6. Begroting van de Nederlandse emissieautoriteit

7. Bijlage 1. ZBO's en RWT's

8. Bijlage 2. Overzichtsconstructie Milieu

9. Bijlage 3. Overzichtsconstructie Programma Zuidvleugel

10. Bijlage 4. Nalevingstrategie VROM-Inspectie

11. Bijlage 5. Moties en toezeggingen

12. Bijlage 6. Lijst van afkortingen

13. Bijlage 7. Trefwoordenregister

De beleidsagenda

In het verlengde van het Hoofdlijnenakkoord en het hieruit voortvloeiende beleidsprogramma 2004–2007 van het Kabinet is de beleidsagenda van VROM ingedeeld in de volgende thema's:

• Ruimte voor ontwikkeling;

• Krachtige steden;

• Ruimte voor wonen;

• Ontkoppeling en een eco-efficiënte economie;

• Internationale VROM-agenda;

• Modernisering regelgeving;

• Betere naleving.

Na ieder thema wordt weergegeven wat de doelstelling is van het thema en vervolgens de belangrijkste prestaties voor 2006. De beleidsagenda wordt afgesloten met een overzichtstabel met daarin de belangrijkste beleidsmatige mutaties en bijbehorende toelichting. Deze tabel geeft de aansluiting weer tussen de vorige begroting en de nu voorliggende ontwerpbegroting.

De (beleids)artikelen

Deze begroting 2006 kent een vernieuwde artikelstructuur. Gekozen is om niet de hele begroting anders in te delen maar om de doelstellingen transparanter en meer meetbaar te maken.

De begroting bestaat nu uit 15 artikelen waarvan 3 artikelen op het terrein van Wonen, 2 artikelen op het terrein van Ruimte, 5 artikelen op het terrein van Milieu, 2 brede artikelen op de terreinen externe veiligheid en handhaving en 1 artikel op het terrein van rijkshuisvesting en architectuur. Daarnaast zijn er twee niet-beleidsartikelen te weten «Algemeen» en «Nominaal en onvoorzien».

Om van de «oude» naar de «nieuwe» artikelstructuur te komen is een conversietabel gemaakt op instrumentniveau. Deze tabel maakt inzichtelijk waar instrumenten van de begroting 2005 heen zijn verplaatst in de ontwerpbegroting 2006. Deze tabel is opgenomen in hoofdstuk 4.

Op de niet-beleidsartikelen worden bedragen gepresenteerd die niet aan een afzonderlijke beleidsdoelstelling worden toegerekend. Ook worden op artikel 14 «Algemeen» instrumenten gepresenteerd die in het verleden volledig zijn verplicht en nog alleen worden uitgefinancierd.

Hiervoor is gekozen omdat deze instrumenten in de vernieuwde artikelindeling, met vernieuwde doelstellingen, geen logische plek hebben bij beleidsartikelen. De sturing op deze instrumenten is zeer beperkt aangezien zij volledig verplicht zijn.

Op artikel 14 «Algemeen» worden ook de uitgaven van de Gemeenschappelijke Dienst inzichtelijk gemaakt. De Gemeenschappelijke Dienst werkt voor heel VROM.

In de beleidsartikelen komt het beleid voor de komende jaren specifiek aan bod. Hierbij wordt voor de algemene doelstellingen consequent ingegaan op: omschrijving, bijdrage, verantwoordelijkheid, succesfactoren, effectgegevens en verwijzing naar beleidsstukken. Daarna volgt de tabel budgettaire gevolgen van beleid. Deze tabel kent een vernieuwde opbouw waarin de juridische verplichtingen direct zichtbaar worden gemaakt. Hieruit blijkt dan de budgetflexibiliteit van het betreffende artikel. Dit geeft inzicht in het op korte en lange termijn nog te beïnvloeden deel van de (meerjarige) uitgavenraming.

Bij ieder operationeel doel wordt consequent ingegaan op: motivering, instrumenten, prestaties, doelgroepen, prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden, planning en verwijzing naar beleidsstukken. Ieder artikel wordt afgesloten met een overzicht van geplande beleidsonderzoeken.

Na de algemene doelstelling volgt de tabel budgettaire gevolgen van beleid. Ook deze zijn gewijzigd door de nieuwe artikelstructuur. Bij sommige artikelen worden instrumenten genoemd bij programma-uitgaven die geen budget hebben. Dat betekent dat voor dat instrument geen programmamiddelen zijn gereserveerd maar enkel apparaatsuitgaven. Verder is daar waar de benaming van het instrument identiek is aan de benaming van het operationele doel, alleen het operationele doel opgenomen.

De agentschapsbegrotingen

Bij de agentschapsbegrotingen is voor het eerst de Nederlandse Emissieautoriteit toegevoegd (NEa). Dit omdat NEa per 1 januari 2006 verwacht de status van baten-lastendienst te verkrijgen.

Daarnaast is de Rijkgebouwendienst opgenomen.

Verdiepingshoofdstuk

Wat voorheen de verdiepingsbijlage werd genoemd, is nu omgedoopt naar verdiepingshoofdstuk. Het opstellen van het verdiepingshoofdstuk is voor deze begroting moeilijk geweest door de conversie van «oude» naar «nieuwe» artikelstructuur.

Bijlagen

Dit jaar ontbreekt het Overzicht Voortgang Klimaatbeleid in de bijlagen. De reden hiervoor is dat in het najaar van 2005 een evaluatie verschijnt die dezelfde informatie bevat. Deze evaluatie wordt de Tweede Kamer ter beschikking gesteld waardoor ongeveer tegelijkertijd met het verschijnen van deze begroting de Kamer via de evaluatie uitgebreid wordt geïnformeerd.

2. HET BELEID

2.1. De beleidsagenda

INLEIDING

Wij willen veel op het kleine stukje aarde dat Nederland heet: gezond en veilig wonen, werken en recreëren. Dat daarbij spanning ontstaat tussen verschillende wensen, belangen en maatschappelijke doelstellingen is dan ook niet verwonderlijk. Dat werd in het afgelopen jaar manifest rond onder andere de luchtkwaliteit. Gezondheidseisen en ruimtelijke ontwikkeling bleken soms moeilijk verenigbaar. VROM zoekt samen met andere departementen, medeoverheden, bedrijven en burgers naar concrete oplossingen voor deze complexe ruimtelijke opgaven. Hierbij is het streven naar de integratie van economische en sociale ontwikkeling en naar een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving.

We zoeken de antwoorden niet in nog meer regelgeving. Ook niet in een top-down benadering. Maar in de ontwikkeling van slimme instrumenten, zoals de Europese emissiehandel in broeikasgassen. Er is focus op gebiedsgerichte ontwikkeling, zoals bij de Nota Ruimte is gebeurd, en met een sterke motivatie om zichtbare resultaten te boeken. Door maatschappelijke problemen centraal te stellen en niet de institutionele context waarin we werken. Door concrete programma's te ontwikkelen en uit te voeren samen met andere betrokken overheden, bedrijven en burgers. Door prikkels te geven tot investeren in innovatie en duurzaamheid, in stedelijke ontwikkeling en woningbouw, in infrastructuur en natuur. En door op te komen voor de belangen van Nederland in Europa, waarbij sociale, economische en ecologische belangen in een vroegtijdig stadium worden gewogen en op hun gevolgen doordacht. En niet in de laatste plaats door burgers actief te betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid in een raadplegende, adviserende dan wel coproducerende rol, via burgerplatforms, publieksenquêtes en andere burgerparticipatietrajecten.

Kortom, door burgers, bedrijven en medeoverheden tegemoet te treden als «andere overheid». Een overheid die goed luistert en oog heeft voor de problemen waar burgers en bedrijven mee worden geconfronteerd. Een overheid die oog heeft voor de goede initiatieven die zij nemen, maar ook een overheid die helder communiceert wat wel en niet mag en optreedt wanneer het collectieve (nationale) belang daarom vraagt. En tevens een overheid die verantwoordelijkheden en bevoegheden daar neerlegt waar ze het beste kunnen worden waargemaakt. Een overheid die naar nieuwe evenwichten zoekt om belangentegenstellingen beter te kunnen overbruggen. Een uitgebreidere beschrijving van de ontwikkeling van VROM richting «andere overheid» is beschreven in de publicatie van de PAO eindrapportage departementale takenanalyse van VROM «Blijvende inzet, nieuwe accenten», die gelijktijdig met deze begroting wordt aangeboden aan de Tweede Kamer en tevens is te vinden op onze website (www.vrom.nl).

De begrotingsopzet van VROM is dit jaar aangepast, om duidelijker aan te geven voor welke maatschappelijke opgaven VROM staat. In deze beleidsagenda zijn nieuwe accenten gelegd. Accenten op maatschappelijke vraagstukken die vragen om meer integraliteit en een grotere realisatiekracht van het rijk. Daarom zijn de ambities van VROM in deze beleidsagenda op het gebied van de stedelijke problematiek (stad, agglomeratie en stedelijke netwerken) gebundeld en is een aparte paragraaf opgenomen rond de internationale agenda van VROM. Per beleidsprioriteit wordt aangegeven in welke beleidsartikelen deze is terug te vinden.

RUIMTE VOOR ONTWIKKELING (artikelen 4, 5 en 11)

Met de Nota Ruimte zet het Kabinet in op een samenleving met een bloeiende – internationaal concurrerende – economie, een samenleving waarin zowel de dynamiek als de sociale cohesie in stad en platteland wordt bevorderd, een samenleving waarin de veiligheid en leefkwaliteit optimaal is, met een scherp oog voor het waarborgen van landschappelijke, ecologische, cultuurhistorische en andere belangrijke ruimtelijke waarden. In de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland is de rijksinzet vooral gericht op de gebieden die behoren tot de nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Het rijk biedt daarnaast medeoverheden de ruimte om hun eigen afwegingen te maken en hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Door duidelijkheid te bieden over toekomstige rijksinvesteringen en door nieuw instrumentarium (met onder andere een nieuwe Wet ruimtelijke ordening en Grondexploitatiewet) worden andere overheden in staat gesteld om nog beter regie te kunnen voeren op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in hun gebied.

VROM pakt de uitvoering van de Nota Ruimte als coördinerend departement samen met de andere betrokken ministeries voortvarend op. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur krijgt met de nieuwe programma-aanpak en gerichte investeringsbijdragen een extra impuls. De programmaministers nemen hun verantwoordelijkheid als rijksaanspreekpunt zodat andere overheden, burgers en bedrijven weten tot wie ze zich primair moeten richten als het gaat om de voortgang van rijksprojecten en de afstemming tussen verschillende projecten. De Minister van VROM vervult deze taak voor de Zuidvleugel van de Randstad. In de drie andere gebiedsprogramma's richt VROM zijn inzet op die onderdelen waarvoor het departement primair verantwoordelijk is, zoals de rijksbrede besluiten die in 2006 worden genomen rond de verdere integrale groei van Almere. Voor de langere termijn zet het rijk in op een samenhangende ontwikkeling van de Randstad Holland als geheel.

Belangrijkste prestaties in 2006

• VROM levert in september 2006 de eerste herziening van de Uitvoeringsagenda, waarin een integraal overzicht wordt geboden van alle in de Nota Ruimte aangekondigde rijksacties en programma's. Voorbeelden van grote programma's onder regie van VROM zijn de PKB Waddenzee en de Zuidvleugel. Op basis van een netwerkanalyse worden in 2006 en 2007 prioriteiten vastgelegd voor investeringen in infrastructuur en verstedelijking voor de middellange en lange termijn;

• In 2006 maakt het Kabinet een keuze voor de inzet en verdeling van de € 900 mln uit de FES-middelen (2011–2014) die gereserveerd zijn voor specifieke inrichtingsopgaven die voortvloeien uit de Nota Ruimte;

• De regie van gemeenten en provincies op de gebiedsontwikkeling wordt versterkt als de Grondexploitatiewet, de integrale herziening van de Wet voorkeursrecht en de wijziging van de Onteigeningswet door het parlement in 2006 zijn aanvaard;

• In 2006 gaat een gemeenschappelijk ontwikkelingsbedrijf van start. Met deze interdepartementale uitvoeringsorganisatie – gepositioneerd bij VROM – is het rijk beter in staat om ontwikkelgericht en risicodragend te participeren in voor het rijk cruciale gebiedsontwikkelingen. Gestart wordt met de ontwikkeling van een beperkt aantal projecten gericht op een effectieve en efficiënte gebiedsontwikkeling;

• Het Waddenfonds zal in 2006 operationeel worden. Daartoe wordt een wetsvoorstel Wet oprichting Waddenfonds bij de Tweede Kamer ingediend;

• Het kabinetsstandpunt op het advies van de Adviescommissie Gebiedsontwikkeling wordt in het voorjaar van 2006, tesamen met de resultaten van de voorbeeldprojecten ontwikkelingsplanologie en vervolgactiviteiten van het Rijk aan de Tweede Kamer meegedeeld;

• In 2006 wordt de Invoeringswet ruimtelijke ordening aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin wordt de juridische doorwerking van het strategische beleid uit de Nota Ruimte verankerd;

• Als uitkomst van de PAO departementale takenanalyse van VROM wordt samen met andere betrokken departementen een programma «ruimte voor klimaat» nader uitgewerkt en in uitvoering genomen, waarbij de mogelijke klimaatveranderingen (bijvoorbeeld tot uiting komend in mogelijke overstromingen door stijgende zeespiegel en buiten hun oevers tredende rivieren) worden doordacht in hun gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland.

KRACHTIGE STEDEN (artikelen 2, 5, 7, 8, 10 en 13)

De stad is de motor van economische, sociale en culturele ontwikkeling in ons land. Binnen het grotestedenbeleid wil VROM de economische dynamiek en tegelijk het leefklimaat in de steden – mede in het perspectief van het functioneren in stedelijke netwerken en de relatie tussen stad en ommeland – versterken. In dit kader zijn onder regie van het Ministerie van BVK GSB-convenanten afgesloten. Bewoners moeten het prettig vinden om er te wonen, te werken en te recreëren, bedrijven moeten er zich willen vestigen en steden moeten bereikbaar blijven. Daarom versterkt VROM bewust de economische structuur van de stedelijke regio's, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van stationsgebieden en het in samenwerking met V&W aanpakken van knelpunten in spoorgebieden. Dat schept kansen voor de stad. In veel oude stadswijken is het woon- en leefklimaat minder florissant. Veel mensen met een hoger inkomen trekken weg. VROM prikkelt daarom gemeenten en woningcorporaties om de oude stadswijken ook voor hen weer aantrekkelijk te maken. Door meer wettelijke mogelijkheden om overlast en criminaliteit te bestrijden. En door de woningvoorraad te vernieuwen en te differentiëren. Maar ook door de publieke ruimte en de publieke voorzieningen in deze wijken op peil te brengen, zodat het daar over een paar jaar prettiger en gezonder wonen is, een plek waar bewoners – autochtonen en allochtonen – elkaar vaker ontmoeten, zich veilig voelen en binding en betrokkenheid met elkaar kunnen opbouwen.

Kortom, in het kader van het grotestedenbeleid wil VROM samen met andere betrokken ministeries de steden de ruimte en mogelijkheden bieden om de dynamiek in de stad te bevorderen, de stad krachtiger te maken, en dat met een doelgerichte en integrale programmatische aanpak van wijken en buurten en stedelijke gebieden. Daarvoor stelt VROM de eigen infrastructuur met de 56 wijken aanpak, sleutelprojecten en contacten met de stedelijke netwerken en het eigen netwerk met kennisinstellingen, accountmanagers, corporaties en ontwikkelaars beschikbaar. Met de Nota Ruimte stimuleert VROM de steden een eigen signatuur te ontwikkelen. Zij hebben daarbij een eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast zal vanuit de rijkshuisvesting waar passend binnen de huisvestingsbehoeften en -budgetten van de rijksdiensten een bijdrage aan de economische structuur en het leefklimaat van de stad geleverd worden, bijvoorbeeld door herbestemming van overtollige rijkskantoren en de ontwikkeling van nieuwe huisvestingsprojecten (al dan niet in PPS-verband).

Burgers verwachten van de overheid zichtbaar resultaat van beleid en investeringen in de stad, zowel wat betreft de leefbaarheid in wijken en buurten als wat betreft de economische positie van de stedelijke agglomeratie. Dat rendement moet tot uitdrukking komen in concrete resultaten. Dat kan alleen maar als fysieke investeringen in de steden hand in hand gaan met sociale en economische structuurversterkende maatregelen. Daarbij gaat het ook om maatregelen die de leefbaarheid en het welzijn in wijken ten goede komen, vooral in de oude stadswijken.

Over ongeveer 5 jaar moeten burgers, bedrijven en lokale bestuurders ervaren dat:

• de economische positie van de steden in internationaal perspectief is verbeterd (in termen van investeringen en groei van de werkgelegenheid);

• de negatieve spiraal (verloedering) in de (56) oude stadswijken is gekeerd;

• de leefbaarheid in de fysieke leefomgeving (onder andere luchtkwaliteit) is verbeterd;

• burgers een grotere kans hebben een voor hen betaalbare, goede woning in een aantrekkelijke buurt te vinden (mede in relatie tot ruimte voor wonen).

De resultaten worden gemeten. Afhankelijk van de situatie worden samen met gemeenten meetinstrumenten ontwikkeld en ingezet, zoals burgerpanels en Europees benchmarkonderzoek.

Belangrijkste prestaties in 2006

• Voor de herstructurering van oude wijken in de 30 grootste gemeenten (G30) zijn in het kader van de ISV-convenanten evenzovele gemeentelijke plannen in uitvoering genomen. In de periode tot 2010 moeten die leiden tot:

• 110 000 nieuwbouwwoningen in binnenstedelijk gebied, waarvan 60 000 extra toegevoegd (de rest is vervangende nieuwbouw);

• 30 000 ingrijpend verbeterde woningen;

• toevoeging van 55 000 volledig toegankelijke woningen;

• bodemsanering van 2000 locaties met een totaal oppervlak van 700 hectare;

• geluidsanering bij 9 000 woningen hetzij via isolatie, verkeersmaatregelen of sloop;

• 80 km wegvak binnen de normen voor luchtkwaliteit.

Waar in de uitvoering van de herstructurering stagnatie optreedt, worden ook in 2006 impulsteams (ervaringsdeskundigen met betrekking tot ISV-terrein) in opdracht van VROM ingezet. Deze faciliterende aanpak is onder meer succesvol gebleken in Transvaal (Den Haag), waar afspraken over de verdeling van kosten bij herstructurering zijn gemaakt. Daarbij wordt in 2006 ingezoomd op concrete mogelijkheden om met «nieuwe spelers» zoals supermarkten en scholen zowel de leefbaarheid te bevorderen via een integrale sociaal-fysieke aanpak als de (kleine) stadseconomie te versterken.

• Voor het opheffen van onvoorziene knelpunten in of het versnellen van de uitvoering van plannen en projecten in de 56 aandachtswijken en in wijken (in niet-G30 gemeenten) met een probleemaccumulatie wordt € 100 mln in het kader van het Impulsbudget uitgetrokken;

• In 2005 en 2006 wordt instrumentarium ontwikkeld en van kracht voor verbetering van de luchtkwaliteit. Hierdoor worden bedreigingen voor de gezondheid van mensen die dichtbij infrastructuur of vervuilende bedrijven wonen verminderd. Vanuit het FES-fonds is hiervoor € 400 mln extra beschikbaar gekomen voor de periode 2006–2010, bovenop de maatregelen uit de Nota Verkeersemissies en de Nota Mobiliteit. In totaal reserveert het kabinet ruim € 900 mln voor verbetering van de luchtkwaliteit in de periode 2005–2015, via de begrotingen van VROM, V&W en via de fiscaliteit. Tevens zal in het voorjaar van 2006 de Wet Luchtkwaliteit in werking treden;

• De Interimwet stad en milieu treedt eind 2005 in werking. Gemeenten krijgen hiermee meer ontwikkelruimte op locaties met milieuhinder. In 2006 is een aantal Stad- en Milieuprojecten (gestart onder de Experimentenwet Stad & Milieu) volop in uitvoering; denk aan Scheveningen haven, Arnhem Malburgen en Assen Covecoterrein;

• Voor het benutten van de potenties van de nieuwe HSL-stations zijn zes nieuwe sleutelprojecten door het rijk aangewezen. Bij vijf daarvan, zoals Den Haag Centraal Station, zijn al bouwactiviteiten begonnen. Over de Zuidas Amsterdam besluit het rijk in 2006 over risicodragende participatie. De verwachting is dat VROM in 2006 ongeveer € 50 mln aan de sleutelprojecten bijdraagt. Daarnaast zijn in 2006 voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit 19 BIRK-projecten in de uitvoeringsfase aanbeland. Het gaat onder meer om projecten in Arnhem (Rijnboog), Enschede (Muziekkwartier) en Tilburg (Spoorzone). Inclusief de bijdragen die aan projecten zijn gegeven vóór de inwerkingtreding van de regeling (onder meer A2 Maastricht, Delft) zal met deze projecten in de steden tot 2010 in totaal € 403 mln gemoeid zijn;

• Voor een gecoördineerde inzet van rijksinstrumenten en afstemming van rijksinvesteringen op provinciale en gemeentelijke plannen zijn tussen de betrokken departementen en de zes nationale stedelijke netwerken afspraken gemaakt;

• Om de kloof tussen overheid en burgers te verkleinen, worden burgers actief bij het beleid van VROM betrokken (onder andere via twee burgerplatforms en burgerparticipatietrajecten op onderwerpen die hoog op de publieksagenda staan). De verwachting is dat burgers meer betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun woon- en leefomgeving;

• Om het succes te kunnen meten van de integrale gebiedsgerichte aanpak voor een krachtige stad, wordt de monitoring via burgerpanels en Europees vergelijkend onderzoek in 2006 zo uitgewerkt dat deze voor gemeenten géén extra administratieve last tot gevolg heeft.

RUIMTE VOOR WONEN (artikelen 1 en 3)

Iedereen in Nederland wil betaalbaar, gezond en veilig wonen in een aantrekkelijke en duurzame woonomgeving. De individuele huurtoeslag én de minimum (waaronder EPC, zie ook ECO-efficiënte economie) eisen in de bouw- en milieuregelgeving bieden hiervoor belangrijke randvoorwaarden. Voor veel starters, ouderen en mensen met lagere inkomens is het nu moeilijk om een geschikte woning te bemachtigen. Daarom moeten er de komende jaren meer woningen worden gebouwd om aan de vraag te voldoen en om doorstroming op de woningmarkt te bewerkstelligen mede in relatie tot de doelstelling van krachtige steden. De bouwproductie begint weer op stoom te komen. Maar het is nog niet voldoende. Met de stedelijke regio's heeft het Kabinet afspraken gemaakt over een forse verhoging van de woningbouwproductie tot 2010. Die afspraken zijn erop gericht het woningtekort in 2010 terug te brengen tot gemiddeld 1,5% rekening houdend met een trendmatig niveau van sloop en vervangende nieuwbouw. Uitvoering van deze afspraken moet leiden tot een totale landelijke bouwproductie (inclusief die buiten de stedelijke regio's) van gemiddeld circa 90 000 woningen per jaar.

Tegelijkertijd stuurt VROM aan op een beter werkende woningmarkt. Door een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden en door financiële prikkels wil het de prestaties van woningcorporaties verbeteren. Het huurbeleid wordt gemoderniseerd zodat verhuurders meer gestimuleerd worden te investeren in nieuwbouw en exploitatie van woningen. De ruimte voor een meer marktconforme huur wordt gegeven onder voorwaarde van betaalbaarheid voor huurtoeslag-ontvangers èn onder voorwaarde van hogere prestaties (aantallen) in de woningbouw.

Belangrijkste prestaties in 2006

• De subsidiemiddelen in het kader van het Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS) worden gericht ingezet op concrete verhoging van de woningproductie. Met de inzet van BLS-gelden worden in totaal 445 000 woningen over de periode van de woningbouwafspraken (2005–2010) gerealiseerd. De voortgang en resultaten worden gemonitord;

• Daar waar stagnatie van het bouwproces optreedt, stelt VROM – op verzoek van gemeenten – aanjaagteams (ervaringsdeskundigen mbt BLS-terrein) beschikbaar. Deze teams ondersteunen lokale partijen in het weer op gang brengen van het bouwproces. Die aanpak is succesvol, zoals eerder bleek in onder andere Sittard-Geleen/Middengebied, Drechtsteden/Spoorzone en Arnhem/Schuytgraef;

• Belemmeringen in de VROM-regelgeving worden weggenomen (bijvoorbeeld maatregelen inzake luchtkwaliteit (zie Krachtige steden)). Daarnaast worden diverse wettelijke maatregelen in procedure gebracht waardoor gemeenten een betere regie kunnen voeren bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties (zoals de Grondexploitatiewet, zie Ruimte voor ontwikkeling);

• De herziening van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, gericht op het bieden van meer mogelijkheden voor verhuurders om een betere prijs/kwaliteitsverhouding van woningen te realiseren, wordt in de 2e helft van 2005 aan de Tweede Kamer aangeboden met het oog op inwerkingtreding per 1 juli 2006. Verwacht mag worden dat hierdoor vooral het investeren in middeldure huurwoningen aantrekkelijker wordt. Afspraken in het kader van het huurbeleid hebben er voorts toe geleid, dat woningcorporaties zich hebben gecommitteerd om de komende vijf jaar minimaal 111 000 woningen te bouwen;

• In het verlengde van de grotere ruimte voor verhuurders, zal het wettelijke kader voor een structurele bijdrage van verhuurders aan de betaalbaarheid na parlementaire instemming in 2006 in werking kunnen treden;

• De kabinetsstandpunten over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk, gemeenten en corporaties (Commissie De Boer) en de positie van huurders (Commissie Leemhuis), die in het najaar van 2005 worden aangeboden aan de Tweede Kamer, worden geïmplementeerd;

• In 2006 zal uitvoering worden gegeven aan een actieplan voor de implementatie van de in 2005 aan de Tweede Kamer aangeboden «visie op de woningmarkt»;

• Met het oogmerk om de transparantie van de woningmarkt te verbeteren, worden de mogelijkheden bezien om verschillende (private) informatiebronnen over huur- en koopwoningen te koppelen aan de (publieke) basisregistraties (zie Modernisering regelgeving).

ONTKOPPELING EN EEN ECO-EFFICIENTE ECONOMIE (artikelen 6, 8, 9, 10 en 11)

Mensen willen gezond en veilig wonen en leven. Daar kunnen ze zelf veel aan doen. Het Kabinet spreekt burgers en bedrijven aan op hun verantwoordelijkheid om het milieu te ontzien. Realistisch en met oog voor resultaat. Het Kabinet streeft naar het handhaven van de gerealiseerde ontkoppeling van milieudruk en economische groei en naar een verbetering van de eco-efficiëntie van de economie. Ook bij economische groei moet de milieudruk afnemen. Hierdoor ontstaat een gezonde en veilige leefomgeving. Het Kabinet wil dit bereiken met vernieuwende instrumenten, zoals vergroening van het belastingstelsel, verhandelbare emissierechten en adequate (Europese) regelgeving. De vervuiler betaalt of laat zich door fiscale voordelen prikkelen tot milieuvriendelijk produceren en consumeren. Eco-efficiënte innovaties bieden kansen om de economie zowel schoner als concurrerender te maken, door een efficiënt gebruik van energie en grondstoffen en het ontwikkelen van nieuwe markten. Wie zuinig omgaat met grondstoffen en energie, produceert bovendien goedkoper, ontziet het milieu en blijft de concurrentie voor: milieu als kans dus. Op langere termijn gaat het hierbij om systeemveranderingen, ook wel transities genoemd, zoals duurzame landbouw, duurzame energiehuishouding en duurzame mobiliteit. De doelstellingen uit het NMP4 blijven dus van kracht. Draagvlak in de samenleving is noodzakelijk voor succesvol beleid. Het Kabinet zal daarom de maatschappelijke agenda peilen en partijen uit de samenleving laten meedenken over dilemma's en oplossingen.

Belangrijkste prestaties in 2006

De Toekomstagenda Milieu wordt in februari 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze agenda zal, als vervolg op NMP4, een nieuwe impuls geven aan het milieubeleid met nadruk op de ontwikkeling van praktische haalbare acties, modernisering van het instrumentarium en – waar relevant- de ontwikkeling van visie en agendering van onderwerpen. Uitgangspunten vormen de ontkoppeling tussen milieudruk en economische groei en het voorkomen van afwenteling.

Tegengaan van klimaatverandering

In het streven naar duurzame ontwikkeling kunnen huidige milieuproblemen niet worden afgewenteld op toekomstige generaties. Om klimaatverandering tegen te gaan moet de mondiale uitstoot van broeikasgassen worden beperkt. Nederland heeft zich in Kyoto verplicht om de emissie van broeikasgassen in de periode van 2008 tot 2012 met zes procent te verminderen ten opzichte van 1990. Hieraan wordt invulling gegeven langs drie lijnen: Europese normering van de uitstoot van broeikasgassen (aanpak bij de bron), het ingevoerde systeem van emissiehandel en de stimulering van een doelmatiger energiegebruik en van de toepassing van hernieuwbare energiebronnen in Nederland.

Belangrijkste prestaties 2006

• In 2006 worden op basis van de tweede Evaluatienota Klimaatbeleid (oktober 2005 in de Tweede Kamer) zo nodig aanvullende maatregelen vastgesteld om de Kyoto-doelstelling 2012 te halen. Daarnaast zal het Kabinet zich – onder meer via instrumentele vernieuwing – voorbereiden op een scherpere klimaattaakstelling na 2012;

• Om voor de langere termijn verdergaande reducties van broeikasgassen te bereiken en gevaarlijke klimaatverandering te beperken, wordt het internationaal klimaatbeleid na 2012 – als vervolg op de eerste verplichtingenperiode – ontwikkeld. In 2006 bereidt Nederland standpunten voor ten behoeve van internationale afspraken in VN-verband, gebruik makend van de wetenschappelijke inzichten van het IPCC;

• Vermindering van het energieverbruik in de gebouwde omgeving wordt versneld door een aanscherping van de energieprestatie-eis voor nieuwbouwwoningen (0,8) per 1 januari 2006. De berekende energieprestatie van nieuw te bouwen woningen waarvoor vanaf 2006 bouwvergunningen worden verstrekt, zal daarmee verbeteren met 20%;

• Verder wordt extra geïnvesteerd in een meer duurzame energiehuishouding om in de toekomst minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen en om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Een bedrag van 250 miljoen euro is gekoppeld aan de besluitvorming over het openhouden van de kerncentrale Borssele, die eind van dit jaar moet worden afgerond. De middelen worden ingezet voor energiebesparing, schoon fossiel (CO2-opslag) en hernieuwbare energiebronnen (waaronder innovatieve biobrandstoffen). Beoogd wordt het klimaatvoordeel – beperking van CO2-uitstoot – van het openhouden van Borssele te verdubbelen. Als onderdeel van deze besluitvorming voert het Kabinet gesprekken met energiebedrijven over een substantiële bijdrage van hun kant.

Luchtkwaliteit en duurzame mobiliteit

De lucht in Nederland wordt steeds schoner. Ondanks de grote inspanningen kan Nederland – maar ook andere Europese landen – op veel plaatsen toch niet voldoen aan de Europese normstelling. het Kabinet acht deze situatie ongewenst, omdat dit negatieve effecten op de volksgezondheid heeft. Zo overlijden in Nederland jaarlijks ongeveer 5 000 mensen voortijdig aan de schadelijke effecten van luchtverontreiniging (fijn stof en ozon). Tegelijkertijd mag het niet zo zijn dat deze Europese normstelling de noodzakelijke aanleg van wegen, woningen en gebouwen blokkeert. Het gebrek aan perspectief op het terugdringen van de normstelling is in beroepszaken een belangrijk argument voor de Raad van State om besluiten over gewenste ruimtelijke en infrastructurele projecten te vernietigen.

Het Kabinet pleegt dan ook een intensieve inzet voor oplossing van de problematiek langs drie sporen: maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, inzet in de EU om de uitvoeringseisen van de normen aan te passen en scherpe emissie-eisen aan voertuigen te stellen, en verduidelijking van de nationale regelgeving. Bij de maatregelen ligt een zwaar accent op bronmaatregelen waarmee voer- en vaartuigen schoner worden, maar ook in andere sectoren zoals de landbouw en de industrie zijn maatregelen nodig. Tevens spelen gemeenten en provincies een belangrijke rol bij aanpak van de lokale luchtkwaliteit en zullen daarbij verder worden ondersteund.

Duurzame mobiliteit is breder dan aanpak van de luchtkwaliteit. Zo komt er een regeling voor biobrandstoffen om aan de EU-verplichtingen op dit punt te voldoen. Het gebruik van biobrandstoffen is een belangrijke stap in de richting van klimaatneutrale brandstoffen. Verder zal de aankoopbelasting van nieuwe personenauto's (BPM) voor een deel afhankelijk gemaakt worden van de CO2-uitstoot. Het Kabinet pakt voorts het lawaai van het verkeer over weg en spoor aan met bronbeleid. Aanpak aan de bron is bevordelijk voor de gezondheid van de mensen en ook voor de schatkist: bronbeleid is kosteneffectiever dan geluidsschermen of woningisolatie. Op deze wijze kunnen projecten voor ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden.

Belangrijkste prestaties 2006

• In 2006 worden de maatregelen uit de Nota Verkeersemissies uitgevoerd samen met een aanvullend maatregelenpakket ter verbetering van de luchtkwaliteit. Onder meer zal hierbij een vervroegde marktintroductie van Euro 4- en 5-vrachtwagens fiscaal worden gestimuleerd om de uitstoot van NOx en fijn stof terug te dringen. Tevens wordt de stimulering van roetfilters uitgebreid naar onder meer bestelauto's, openbaar vervoer bussen, taxi's en vuilniswagens om de uitstoot van fijn stof te beperken. Nederland pleit in de Europese Milieuraad voor scherpe Euro-5 (auto's) en Euro-6 (auto's en vrachtwagens) normen. VROM zet hierbij in op een duurzaam niveau voor NOx en fijn stof;

• Om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren worden momenteel een stimuleringsregeling en een verplichtstelling onderzocht.

Omgaan met risico's

Bedrijven en burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om risico's tegen te gaan. Dat neemt niet weg dat de overheid grenzen stelt aan de risico's die bedrijven en burgers voor hun omgeving mogen veroorzaken. Een risicoloze samenleving is echter een illusie. Het Kabinet besluit op basis van een nuchtere afweging of het noodzakelijk is maatregelen te nemen ter voorkoming van de gevaren en risico's die de samenleving bedreigen.

Belangrijkste prestaties 2006

• De Modernisering Kernenergiewet zal in 2006 aan de Tweede Kamer worden aangeboden, waarin onder meer versnelde besluitvormingsprocedures rond vergunningverlening en beperkte geldigheidsduur (40 jaar) van vergunning voor nieuwe installaties zijn vastgelegd;

• Voor een versterking van de veiligheid van burgers langs routes waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, wordt nieuwe regelgeving ontwikkeld. Deze bestaat uit een basisnet voor het vervoer met veiligheidszones voor de ruimtelijke ordening. VenW is verantwoordelijk voor het vaststellen van een basisnet. VROM ontwikkelt de regeling voor de doorwerking van het basisnet in de ruimtelijke ordening en zal samen met VenW een basisnettoets ontwerpen op basis van de verruimde reikwijdte van de Wet milieubeheer. Op 1 januari treedt de Regulering Vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor in werking. Het basisnet spoor volgt hieruit. Zo spoedig mogelijk daarna worden de basisnetten weg en water vastgesteld;

• Het Kabinet biedt in 2006 het vervolg op de nota Nuchter Omgaan met Risico's aan de Tweede Kamer aan, in samenhang met de afronding van het actieprogramma Gezondheid en Milieu. Daarin wordt aangegeven hoe het nuchter omgaan met risico's doorwerkt in de praktijk, wat de burger daarvan zal merken en welke instrumenten van belang zijn bij het maken van de noodzakelijke afwegingen;

• Als uitvloeisel van de nota Nuchter Omgaan met Risico's (onder andere radon, basisstations mobiele telefonie, hoogspanningslijnen) wordt in 2006 een coördinatiepunt opgericht, waarvanuit nader onderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten wordt gecoördineerd en de communicatie met burgers wordt bevorderd;

• Er bestaat in 2006 een politiek vastgestelde visie op buisleidingen (transportleidingen voor gas, olie en chemicaliën). In deze visie wordt vastgelegd hoe de overheid omgaat met de bij buisleidingen betrokken economische-, ruimtelijke- en veiligheidsbelangen.

INTERNATIONALE VROM-AGENDA (artikelen 5, 10 en 12)

Door een ambitieuze inzet in Europa dragen wij als rijksoverheid bij aan de oplossing van nationale en internationale vraagstukken. Op EU-niveau worden de kaders bepaald waarbinnen Nederland invulling kan geven aan het milieubeleid. De inzet vanuit VROM is gebaseerd op het tijdig onderkennen van de gevolgen van nieuwe regelgeving, zodat een bewuste weging van alle belangen binnen en buiten VROM kan plaatsvinden. Zonder het ambitieniveau los te laten spelen maatwerk en het rekening houden met regionale verschillen in Europa daarbij een belangrijke rol.

Internationaal milieubeleid is een belangrijke voorwaarde om gezondheid, welzijn, veiligheid en duurzame ontwikkeling (hier en nu, elders en later) te bereiken. In de Europese milieuagenda ligt het accent op de luchtkwaliteit, de Lissabonstrategie, klimaat, biodiversiteit en REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie van Chemicaliën). In de Mondiale Milieuagenda worden de actuele Pan-Europese en mondiale onderwerpen behandeld. Het gaat om milieuproblemen waarvoor een nationale aanpak tekortschiet en om grensoverschrijdende vraagstukken met een regionale of mondiale effect. Een belangrijk punt op de internationale agenda is klimaatbeleid. Het is van belang instrumenten te gebruiken en te ontwikkelen die de uitvoering van milieuafspraken faciliteren. Beide agenda's richten zich op de Nederlandse inzet in deze kabinetsperiode. In het kader van ontwikkelingssamenwerking wordt voortgegaan met het ondersteunen van internationaal natuur- en milieubeleid zoals dat in een brief van de Minister van Ontwikkelings Samenwerking, mede namens de Staatssecretaris van VROM, aan de Kamer (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 V, nr. 51) is verwoord.

VROM richt zich tevens op de versterking van de ruimtelijke structuur van Nederland in Europa (de Rotterdam Agenda) om daarmee de sterke concurrentiepositie te behouden en streeft ook hier naar tijdige signalering van de effecten van sectoraal EU-beleid op nationaal ruimtelijk beleid.

De toename van internationale regels en afspraken leidt tot een toenemend belang van internationale handhavingsactiviteiten en een toenemende aandacht voor beter handhaafbare en uitvoerbare regelgeving op EU-niveau, zowel bij de Europese Commissie, het Europese Parlement als het Europese Hof. Verschillen in het niveau van handhaving tussen landen hinderen het Nederlandse bedrijfsleven en staan een effectieve oplossing van de nationale problemen in de weg. Juist bij de handhaving komen die verschillen tussen landen aan het oppervlak. VROM zet daarom sterk in op een gelijk speelveld bij internationale handhavingsacties en voor de opbouw van handhaving(scapaciteit) in internationaal verband bijvoorbeeld met het International Network of Environmental Compliance and Enforcement (INECE), waarin wordt samengewerkt met de Europese Commissie, UNEP, OESO, Wereldbank en anderen.

Belangrijkste prestaties in 2006

• Uitwerking van de Europese (en mondiale) milieuagenda om een sterke positie in de Europese besluitvorming te verkrijgen op het gebied van de prioritaire dossiers luchtkwaliteit, Lissabonstrategie, klimaat, biodiversiteit en REACH;

• Organisatie van een Internationale Conferentie met belangrijke landen, waaronder grote snelgroeiende ontwikkelingslanden, en andere relevante actoren waaronder bijvoorbeeld de private sector, waarin verdergaande mogelijkheden van marktwerking voor het behalen van klimaatdoelstellingen worden verkend;

• Een effectieve invulling en doorwerking van de nieuwe EU doelstelling van «territoriale cohesie», gericht op het versterken van de Europese ruimtelijke structuur in het licht van de Lissabon-ambities voor duurzame economische groei. Voor VROM zijn daarbij de Nota Ruimte en de Europese milieuagenda richtinggevend. Invulling vindt plaats via de informele EU-agenda voor territoriale cohesie die is overeengekomen in Rotterdam in 2004. Doorwerking zal moeten plaatsvinden via de 2007–2013 EU-programma's voor Europese Territoriale Samenwerking (opvolger Interreg) en ESPON (ruimtelijke analyses);

• Een gestructureerde en vroegtijdige screening van ruimtelijk relevante EU-beleidsvoorstellen op hun gevolg voor ruimtelijke ontwikkelingen wordt geborgd. Dit biedt kansen voor een betere benutting van het VROM-beleid en voorkomt dat ongewenste beperkingen worden opgelegd;

• VROM is internationale samenwerkingsverbanden aangegaan gericht op realisatie van een gelijk speelveld door internationale handhavingsacties. Concreet speelt dit voor afval in 2006 via een EU-havenproject, de «Trans Frontier Shipment of Waste»-handhavingsprojecten en de controle op de juistheid van bestemmingen van afval.

MODERNISERING REGELGEVING (artikelen 2, 4, 10 en 14)

De overheid heeft wetten en regels om de kwaliteit van de leefomgeving in Nederland op peil te houden. VROM wil regels die werken en die lasten beperken. Wet- en regelgeving moeten duidelijker en eenvoudiger gemaakt worden. De wetten en regels zijn er immers om burgers en bedrijven te stimuleren op een verantwoorde manier bij te dragen aan de ontwikkeling van Nederland. Regels moeten burgers en bedrijven minder geld en tijd kosten dan in het verleden. Daarom vermindert VROM het aantal regelingen van 400 naar 200. Aan het eind van de kabinetsperiode zal het grootste deel van de effecten van de reductie van administratieve lasten zichtbaar worden, door met name de introductie van de (VROM-)omgevingsvergunning en de omzetting van vergunningen in algemene regels (8.40 AMvB's). De beoogde resultaten voor 2006 luiden als volgt:

Vermindering administratieve lastenBedragNetto % van totale administratieve lasten
2006€  13,7 mln0,8%
2007€ 353,5 mln20,6%
Totaal voor periode 2003–2007€ 505 mln29,5%

De (VROM-)omgevingsvergunning vormt een speerpunt in de vereenvoudiging en stroomlijning van regelgeving. Met één vergunningsaanvraag die kan worden ingediend bij één loket voor alle omgevingsvergunningen, één procedure, één beschikking, één beroeps- en bezwaarprocedure en kortere doorlooptijden wordt de dienstverlening aan burgers en bedrijven sterk verbeterd. De dienstverlening wordt daarnaast verder verbeterd door de ontwikkeling van basisregistraties voor gebouwen, adressen, kadastrale percelen en geografie. Hierdoor wordt het mogelijk op termijn te komen tot eenmalige aanlevering van gegevens door burgers en bedrijven en meervoudig gebruik van die gegevens door de overheid.

Belangrijkste prestaties in 2006

• Het wetsvoorstel Algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in de zomer van 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel biedt de wettelijke basis voor de (VROM-) omgevingsvergunning. Om de invoering van deze integrale vergunning goed voor te bereiden wordt in 2005 en 2006 een groot aantal pilotprojecten uitgevoerd met gemeenten en provincies, maatschappelijke organisaties en burgers;

• Een nieuwe integrale AMvB met algemene milieuregels ter vervanging van de bestaande sectorale 8.40-AMvB's wordt voor advies aan de Raad van State voorgelegd. Door de nieuwe – meer inzichtelijke – opzet worden de administratieve lasten aanzienlijk verlaagd, mede door het vervallen van de vergunningplicht voor minimaal 20 000 bedrijven;

• Het wetsvoorstel tot vereenvoudiging van de regels voor milieu-effect rapportage wordt in 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit leidt tot kortere en eenvoudigere procedures die de voortgang van ontwikkelprojecten bevorderen zonder natuur en milieu tekort te doen;

• In 2006 wordt het Gebruiksbesluit gepubliceerd. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet naar landelijk uniforme regelgeving en behandeling van brandveilig gebruik van gebouwen;

• VROM ontwikkelt 4 van de 6 door het rijk te realiseren basisregistraties. Hiertoe worden wetsontwerpen voor Kadaster en Geografie en voor Gebouwen en Adressen respectievelijk in de 2e helft van 2005 en de 1e helft van 2006 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarnaast wordt ook de haalbaarheid van basisregistraties voor de ondergrond en van een Grootschalige Basiskaart Nederland onderzocht.

BETERE NALEVING (artikel 12)

VROM staat voor een goede naleving van wetten en regels op het gebied van wonen, ruimte en milieu. Voor een succesvol beleid is – naast een helder kader van uitvoerbare en goed te handhaven regels – goed toezicht op die naleving onmisbaar. Het toezichtveld binnen en buiten VROM is volop in beweging. VROM zet krachtig en pro-actief in op meer samenwerking en selectief toezicht. Een voorbeeld hiervan is het project Servicegericht werken waarin VNG, VROM-beleidsafdelingen en de VROM-inspectie op het gebied van bouwregelgeving samenwerken aan goede dienstverlening aan burgers. Verder spelen tal van acties in het kader van de nieuwe «Kaderstellende visie op toezicht». De bouwstenen hiervan zijn onder meer de resultaten van de Commissie Alders (toezichtrelaties rijk, provincies, gemeenten) en de Ambtelijke Commissie Toezicht II (Act II), maar ook de projecten van het Programma Andere Overheid als «Vreemde ogen» en «Public governance» en het PAO-project «Gezamenlijke inspecties» waar de VROM-inspectie trekker van is.

Belangrijkste prestaties in 2006

• De toezichtlast wordt verminderd door:

– professionalisering en verdere standaardisering en uniformering van inspectieprocedures (onder meer resulterend in een ISO 9000/2000 certificaat);

– voortgaande interdepartementale en interbestuurlijke samenwerking. Op termijn wordt hierdoor een vermindering van de toezichtlast met 10 tot 25% mogelijk geacht. In 2006 wordt de samenwerking verbreed. Het gaat dan bijvoorbeeld om afstemming en gezamenlijke uitvoering van taken waarbij de ene dienst namens een andere kan optreden, gezamenlijke ketenhandhaving en structurele uitwisseling van digitale informatie;

• Het interbestuurlijke toezicht wordt selectiever ingezet bij medebewindstaken van de andere overheden op de beleidsterreinen met een nationaal en internationaal belang. Andere vormen van monitoring en aanpassing van inspectiemethodieken (selectiever en daardoor minder frequente, slimmere steekproeven bijvoorbeeld met behulp van risicoprofielen) worden hiertoe in 2006 ontwikkeld;

• Een wijziging van de Woningwet ligt ter behandeling bij de Tweede Kamer. Deze wijziging leidt tot een verbetering van de handhaving en handhaafbaarheid van de bouwregelgeving; met name voor het eerstelijnstoezicht door gemeenten biedt deze wijziging mogelijkheden voor een professionalisering van het Bouw- en Woningtoezicht;

• Andere overheden en bedrijven worden ondersteund bij het verbeteren van de naleving (compliance assistance), zoals financiële impulsen aan innovatieve trajecten die de gemeentelijke dienstverlening kunnen verbeteren, de ontwikkeling van een toezichts- en toetsingsprotocol, de digitale dakkapel en het centraal beschikbaar maken van relevante informatie via internet;

• In 2006 worden nalevingsindicatoren ontwikkeld en ingevoerd om een betere professionele onderbouwing te kunnen geven van de naleving.

Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties ten opzichte van de ontwerpbegroting 2005 (bedragen in € 1000)
 200520062007200820092010art.nr*
Stand Ontwerpbegroting 2005 inclusief Nota van Wijziging3 126 6792 983 1223 071 0172 975 4623 085 131  
        
Mutaties 1e suppletore begroting 2005:       
1.Huursubsidie22 00061 50081 000135 000175 300 3
2.Energiepremieregeling9 768– 7 60013 80010 3503 450 2
3.Investeringen stedelijke vernieuwing4 0004 0004 0004 0004 000 2
4.Subsidies uitvoering bodemsanering17 3109 0988 3188 3188 318 7
5.Rijkshuisvesting18 069– 298– 1 298– 2 150– 2 900 13
Overige mutaties in de 1e suppletore begroting 200531 22949 65145 44856 60441 271  
        
Nieuwe mutaties:       
6.Invulling kan-bepaling30 80054 60055 60056 00056 600 3
7.Harmoniseren vermogensbegrip huurtoeslag  – 15 000   3
8.Rijkshuisvesting 8 0374 9026 4801 373 13
9.Vrijval tbv tegenvaller huursubsidie    – 61 657 15
10.Uitboeken taakstelling huursubsidie en indexering 250 000253 250256 542259 877 15
11.Kasschuif ISV102 500– 30 000– 72 500   2
Overige mutaties12 82434 372– 12 0338 4364 354  
Stand ontwerpbegroting 20063 375 1793 416 4823 436 5043 515 0423 575 1173 530 672 

* Deze artikelnummer is conform de artikelindeling van deze begroting 2006, dit is dus afwijkend ten opzichte van de eerste suppletore begroting en de begroting 2005.

Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties ten opzichte van de ontwerpbegroting 2005 (bedragen in € 1000)
 200520062007200820092010art.nr*
Stand Ontwerpbegroting 2005 inclusief Nota van Wijziging129 999121 977206 454288 255293 730  
        
Mutaties 1e suppletore begroting 2005:       
12.Huursubsidie9 700– 10 900– 22 100– 18  500– 19 100 3
13.Rijkshuisvesting36 892     14
Overige mutaties in de 1e suppletore begroting 200511 664      
        
Nieuwe mutaties:       
14.Bijdrage verhuurders huursubsidie-plus 59 00075 00098 000108 000 3
15.Bijdrage verhuurders taakstelling huursubsidie en indexering (HA) 250 000253 250256 542259 877 3
Overige mutaties– 11 269– 9 000– 731– 9003 900  
Stand ontwerpbegroting 2006176 986411 077511 873623 397646 407691 413 

* Deze artikelnummer is conform de artikelindeling van deze begroting 2006, dit is dus afwijkend ten opzichte van de eerste suppletore begroting en de begroting 2005.

Toelichting mutaties:

De mutaties 1e suppletore begroting 2005 zijn toegelicht in de 1e suppletore wet 2005 (kamerstukken II, 2004–2005, 30 105 XI, nr. 1).

Nieuwe mutaties:

Ad 6) Invulling kan-bepaling

In 2005 worden de normhuren – het gedeelte van de huur dat de huurder zelf moet betalen – geïndexeerd met het percentage van de bijstandsontwikkeling (-0,6%). Dit betekent een verlaging van de eigen bijdrage van de huurder en scheelt de huurder ongeveer € 4 per maand.

Ad 7) Harmoniseren vermogensbegrip huurtoeslag

Als gevolg van het harmoniseren van het vermogensbegrip worden bij het toekennen van de huurtoeslag bepaalde delen van het vermogen (zoals maatschappelijke beleggingen) buiten beschouwing gelaten. Bij de behandeling van de AWIR in de Tweede Kamer is besloten deze uitzondering per 1 juli 2007 niet meer toe te passen. Als gevolg hiervan valt een hiervoor in 2007 gereserveerd budget ad € 15 mln vrij.

Ad 8) Rijkshuisvesting

Bij zowel de 1e suppletore begroting 2005 als bij deze begroting zijn extra middelen toegevoegd ten behoeve van de rijkshuisvesting. Hier wordt onder meer de brandschade in het Catshuis mee hersteld. Voor 2005 is hiervoor € 5,3 mln uitgetrokken en voor 2006 wordt bij deze begroting € 2,3 mln geraamd. Voor de beveiliging van het Binnenhof is geraamd € 1,3 mln en voor de langer benodigde tijdelijke huisvesting van de Raad van State vanaf 2007 € 1,4 mln gereserveerd via een huuroplossing. Verder wordt in 2006 en 2007 respectievelijk € 4,4 en € 2,5 mln gereserveerd voor de verbetering en uitbreiding van de huisvesting van de Dienst Koninklijk Huis.

Ad 9) Vrijval tbv tegenvaller huursubsidie

In 2004 is er een meevaller geweest in de uitgaven van de huursubsidie. De ramingen van 2005 en verdere jaren laten een tegenvaller zien. Deze middelen zijn generaal toegevoegd aan de VROM begroting. Om dit enigszins te compenseren is het restant van de meevaller afgedragen aan het generale beeld.

Ad 10 en 15) Uitboeken taakstelling huursubsidie en indexering

Vanuit het hoofdlijnenakkoord is een taakstelling van € 250 mln per jaar opgelegd aan de huursubsidie. Deze taakstelling wordt geïndexeerd. De invulling van de taakstelling vindt plaats doordat verhuurders gaan bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen. De genoemde bedragen komen als ontvangsten terug bij artikel 3.

Ad 11) Kasschuif ISV

Deze kasschuif is om het kasritme richting gemeente gelijkmatiger te laten verlopen. Ook de totale Rijksbegroting is er bij gebaat.

Ad 14) Bijdrage verhuurders huursubsidie-plus

Bij modernisering huurbeleid is tevens afgesproken dat de verhuurders ook de extra huursubsidie-uitgaven als gevolg van hogere huurstijgingen gaan (mee) betalen. Dit gaat in vanaf 2006.

2.2. De beleidsartikelen

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

1.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Om de maatschappelijk ongewenste effecten van imperfecties van de woningmarkt tegen te gaan.

Bijdrage

VROM zorgt voor een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de partijen die betrokken zijn bij de woningvoorziening.

Verantwoordelijkheid

VROM is verantwoordelijk voor:

• Het toegankelijk maken van informatie en kennis voor de partijen die opereren op de woningmarkt;

• Het opstellen van kaders, wet- en regelgeving voor het bepalen van het werkdomein en voor het functioneren van en het toezicht op de woningcorporaties;

• Het formuleren van wetgeving inzake de positie van de woonconsumenten en ondersteunen van woonconsumentenorganisaties.

Succesfactoren

• Actief kunnen voeren van interdepartementaal overleg en overleg met betrokken private partijen en burgers over het functioneren van de woningmarkt;

• Het tijdig beschikbaar komen van gegevensbestanden van andere partijen, bijvoorbeeld op het terrein van de corporaties en de huursubsidie/huurtoeslag;

• De continuering door het CBS van de registraties gereedgekomen woningen, verstrekte woonvergunningen en bodemstatistieken;

• Effectiviteit van de maatregelen, gericht op het verbeteren van de prestaties van woningcorporaties;

• Bereidheid van verhuurders/gemeenten om tijdig en serieus in gesprek te gaan met huurders(-organisaties);

• Bereidheid èn capaciteit/professionaliteit van huurders (-organisaties) om op te treden als volwaardige gesprekspartner voor verhuurders en gemeenten.

Effectgegevens

Voor de algemene beleidsdoelstelling zijn geen algemene indicatoren beschikbaar. Aspecten van het functioneren van de woningmarkt, zoals bijvoorbeeld woningtekort en doorstroming, komen aan de orde in artikel 2. Een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van partijen wordt zichtbaar in de realisatie van de maatschappelijke prestaties van partijen en een transparante relatie met de burger. Het beschikbaar stellen van kennis krijgt zijn weerslag in lokale en regionale beleidsonderbouwing.

Verwijzingen beleidsstukken

n.v.t.

Tabel 1.1. Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:6 14023 92012 4518 76016 69015 91710 745
Uitgaven:11 84615 61517 37814 66016 27916 07612 345
Programma:8 87013 96315 18012 48814 12213 91910 188
Waarvan juridisch verplicht  9 4473 258000
Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt:0000000
        
Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties:0000000
        
Versterken van de positie van de woonconsument:1 3861 5081 5081 5081 5081 5081 508
Subsidies woonconsumentenorganisaties1 3861 5081 5081 5081 5081 5081 508
        
Overige programmabudgetten:7 48412 45513 67210 98012 61412 4118 680
Onderzoek4 8658 0968 8877 1378 1998 0675 642
Experimenten en kennisoverdracht2 6194 3594 7853 8434 4154 3443 038
Apparaat:2 9761 6522 1982 1722 1572 1572 157
Ontvangsten1000000

* De bijbehorende uitgaven zijn opgenomen onder de overige programma budgetten

1.2. Operationele doelstellingen

1.2.1. Scheppen van randvoorwaarden voor een goed functionerende woningmarkt

Motivering

Om communicatieve sturing door middel van kennisoverdracht maar ook uitwisseling van kennis en informatie tussen VROM en partijen op de woningmarkt te bewerkstelligen.

Instrumenten

• Onderzoek.

• Kennisoverdracht en experimenten.

Prestaties

Visie op de woningmarkt:

• Vanuit een integrale visie op de woningmarkt agenderen, (doen) opstellen en (doen) uitvoeren van een actieplan met als doel de keuzemogelijkheden van de burger te verbeteren.

Kennisoverdracht en kennisuitwisseling:

• Intensiveren van kennisoverdracht aan en kennisuitwisseling met partners in het «woonveld»; periodieke kennisuitwisseling, organisatie van een congres en publicaties in vakbladen;

• Ontwikkelen van internetsite en informatiedesk met informatie over het wonen.

Strategische kennis en extern kennisnetwerk:

• Opstellen meerjarige strategische kennisagenda in overleg met andere departementen, planbureaus, wetenschappelijke wereld, adviesorganen en andere kennisinstituten.

Onderzoek, monitoring en kennisontwikkeling:

• Realiseren en publiceren van de eerste meting van het WoON (WoonOnderzoek Nederland = integratie van Woningbehoefteonderzoek en Kwalitatieve Woningregistratie);

• Bieden van de mogelijkheid voor lokale partijen om te participeren in het WoON om op lokaal niveau te kunnen beschikken over betrouwbare informatie over de woningmarkt. Hiervoor is een bijdrage van € 1,3 mln beschikbaar;

• Onderzoek naar toekomstige ontwikkelingen en processen op de woningmarkt; in het bijzonder naar energieverbruik in woningen (o.a. EPC), investeringsgedrag van corporaties en de invloed van prijs- en woonlastenontwikkelingen op de woningmarkt.

Adviesorganen en kennisinstituten op het gebied van het wonen:

• Bijdragen aan de Stichting Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV): goedkeuring werkplan en begroting 2006; beoordelen prestaties 2005 aan de hand van prestatieverslag en jaarrekening. De SEV ontvangt voor haar activiteiten jaarlijks maximaal € 1,75 mln als basisbijdrage in het exploitatietekort.

Internationale kennisoverdracht en -uitwisseling:

• Bijdragen aan een in Spanje te houden ministersconferentie over wonen (follow up van de, in 2005 in Praag gehouden ministersconferentie);

• Steun verlenen, samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de Stichting Habitat Platform (SHP) voor de naleving van de mondiale Habitat agenda; in 2006 ontvangt SHP van VROM maximaal € 350 000;

• Beschikbaar stellen van kennis op gebied van wetgeving, beheer en toezicht in de sociale huursector in het kader van het Memorandum of understanding met het Ministry of Housing in Zuid Afrika;

• Verlenen van steun van maximaal € 200 000 per jaar aan de werkzaamheden van het VN Comité voor Menselijke Nederzettingen van de Economic Commission for Europe.

Doelgroepen

• Gemeenten, corporaties; universiteiten, bouwwereld;

• Internationale volkshuisvestingsinstellingen.

Prestatie-indicatoren

• Tevredenheid van gebruikers van informatie en kennis;

• Aantal bezoekers van de internetsite met informatie over wonen;

• Aantal kennisoverdrachtsactiviteiten VROM (publicaties, presentaties e.d.).

Basiswaarden

n.v.t.

Streefwaarden

Kennisoverdracht: Streefwaarden aantallen publicaties, presentaties enz.

Tabel 1.2. Minimale aantallen per jaar
rapportenpublicatiespresentatiescongressenaantal bezoekers website
42225 000

Planning

Tevredenheidsonderzoek bij gebruikers van informatie en onderzoeksrapporten: 2007, 2010.

Verwijzingen beleidsstukken

n.v.t.

1.2.2. Bevorderen maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

Motivering

Om te komen tot een vernieuwing van de relatie tussen overheid en corporaties waarin de maatschappelijke prestaties meer dan nu zeker gesteld zijn en waarbij er ruimte is voor corporaties om als maatschappelijke onderneming te functioneren. Daarmee moet een duidelijk kader vanuit het rijk worden aangegeven en dient een eigentijdse governancestructuur van toepassing te zijn.

Een en ander moet gepaard gaan met terugdringing van regelgeving, onder voorwaarde dat het hybride karakter wordt behouden en dat er rijkstoezicht blijft op het behoud van maatschappelijk gebonden vermogen.

Instrumenten

• Woningwet;

• Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh).

Prestaties

• Opstellen en, na besluitvorming, implementeren van een beleidsvisie en maatregelenpakket ten behoeve van het zekerder stellen van de prestaties van de woningcorporaties, op basis van de adviezen van de Commissie de Boer, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Sociaal Economische Raad (SER), Commissie Leemhuis en RIGO Onderzoek en Advies;

• Implementatie zal plaats vinden via voorstellen tot wijziging van de Woningwet en Bbsh;

• De gerealiseerde prestaties van de corporaties worden gevolgd via het jaarlijks Toezichtsverslag;

• Uitbrengen individueel oordeel per corporatie over financiën, rechtmatigheid en volkshuisvestelijke prestaties;

• Tijdig uitbrengen prestatieoordeel woningcorporaties en Toezichtsverslag 2005.

Doelgroepen

Corporaties

Prestatie-indicatoren

Mede op basis van het rapport van de Commissie de Boer zullen, in samenwerking met het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), indicatoren worden ontwikkeld om de prestaties van de corporaties te kunnen volgen.

De bijdrage van de corporaties aan de nieuwbouw van woningen en aan de herstructurering komt aan de orde in artikel 2. De bijdrage van verhuurders, waar onder de corporaties, aan betaalbaarheid is vermeld in artikel 3.

Basiswaarden en streefwaarden

N.v.t.

Planning

• Het streven is de beleidsvisie en voorstellen voor maatregelen, aansluitend op de brief van 22 juni 2005, waarin een visie op hoofdlijnen is gegeven, voor de behandeling van de VROM-begroting, aan de Kamer voor te leggen;

• Wijzigingsvoorstellen Woningwet en Bbsh zijn voorzien in 2006.

Verwijzingen beleidsstukken

• Brief 6 nov. 2003 inzake actieprogramma herstructurering (kamerstukken II, 2003–2004, 29 200 XI nr. 17);

• Brief 1 februari 2005 inzake prestaties corporaties in 2003 en prestatieafspraken 2004 (kamerstukken II, 2004–2005, 29 453 XI, nr. 9);

• Toezichtsverslag sociale huursector 2003 (kamerstukken, bijlage bij 29 543, nr. 9);

• Brief 19 november 2004 over modernisering huurbeleid (kamerstukken II, 2004–2005, 27 926 XI, nr. 39);

• Brief inzake rapport «Lokaal wat kan, centraal wat moet». (kamerstukken II 2004–2005, 29 846 XI, nr. 3);

• Brief 22 juni 2005 over visie op hoofdlijnen inzake toekomst van woningcorporaties (kamerstukken II, 2004–2005, 29 846 XI, nr. 7).

1.2.3. Versterken van de positie van de woonconsument

Motivering

Om de mondigheid en rechtspositie van de woonconsument te versterken.

Instrumenten

Bijdragen woonconsumentenorganisaties.

Prestaties

Positie huurders en huurdersorganisaties:

• Brief aan de Tweede Kamer met beleidsvoorstellen inzake positie huurders en huurdersorganisaties op basis van het advies van het in de zomer van 2005 uit te brengen advies van de Commissie «Zeggenschap en versterking positie huurders en huurdersorganisaties». In de Huurbrief van 19 november 2004 heeft de minister de instelling van deze commissie aangekondigd.

Ondersteunen woonconsumentenorganisaties:

• De Woonbond en de Stichting VAC-punt Wonen (voorheen Vrouwenadviescommissies) worden ondersteund met financiële bijdragen voor de uitvoering van een met VROM overeen te komen programma van activiteiten op gebied van kennisoverdracht, voorlichting en scholing. De bijdrage aan de Woonbond bedraagt maximaal € 987 880 per jaar, die aan het VAC-punt Wonen maximaal € 300 000 per jaar.

Doelgroepen

Huurders, huurdersorganisaties, woonconsumenten.

Prestatie-indicatoren

• Aantallen huurdersorganisaties en aangesloten huurders;

• Aantal Woonadviescommissies.

Basiswaarden

• Op 31 december 2003 waren 721 huurdersorganisaties aangesloten bij de Woonbond en telde de Woonbond 7 765 persoonlijke leden. In totaal vertegenwoordigde de Woonbond toen 1 163 133 huishoudens, 37% van alle hurende huishoudens in Nederland;

• In 2004 waren er circa 190 Woonadviescommissies (rapportage VAC-punt Wonen).

Streefwaarden

N.v.t.

Planning

N.v.t.

Verwijzingen beleidsstukken

Brief 19 november 2004 over modernisering huurbeleid (kamerstukken II, 2004–2005 27 926, nr. 39).

1.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 1.3. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoek naar de effecten van beleidBevorderen maximale prestaties van corporaties:– Onderzoek naar de tussen gemeenten en betrokken woningcorporaties gemaakte prestatieafspraken; Jaarlijks
 – Onderzoekinvesteringsgedrag corporaties.2006
   
Overige beleidsevaluatiesBevorderen maximale prestaties van corporaties: 
 – Monitoren effecten en knelpunten Bbsh;2007
   
 Scheppen randvoorwaarden goed functionerende woningmarkt 
 – Onderzoeknaar de tevredenheid van partijen op de woningmarkt over de informatie, onderzoeksrapporten en kennisuitwisseling.2007

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus.

2.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Om weer voldoende beweging, dan wel doorstroming, op de woningmarkt te krijgen en daarmee:

• De sociale, economische en culturele vitaliteit van steden te borgen en te verbeteren, dan wel ruimte te creëren voor de herstructurering van oude, met name vroeg-naoorlogse, stadswijken en het (weer) accommoderen van de woonwens van midden en hoge inkomens in de steden;

• De keuzemogelijkheden voor alle burgers te vergroten, dan wel het evenwicht tussen vraag en aanbod op de woningmarkt te verbeteren;

• Om in samenhang met de vermaatschappelijking en extramuralisering van de zorg en de inkomenspositie van toekomstige ouderen, te anticiperen op de toenemende vergrijzing en de wens van ouderen en gehandicapten om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen;

• Om de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid van woningen (en gebouwen) duurzaam te borgen, energiebesparing te realiseren en de milieubelasting van woningen en gebouwen duurzaam te verminderen.

Bijdrage

VROM faciliteert, stimuleert (in brede allianties) en monitort (lokaal en regionaal) de woningproductie en de herstructurering van buurten en wijken, en waarborgt de minimale kwaliteit van de woning- (en gebouwen-)voorraad en stimuleert de verbetering daarvan. Daarbij draagt VROM zorg voor een verdere CO2-reductie, onder andere in de gebouwde omgeving.

Verantwoordelijkheid

VROM is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden voor het optimaal functioneren van de woningmarkt (beleid ontwikkelen en uitdragen; uitvoerende partijen aanspreken op hun verantwoordelijkheid en het nakomen van bestuurlijke afspraken) en de bouwregelgeving (en het toezicht daarop).

Succesfactoren

Het behalen van de algemene doelstelling is afhankelijk van:

• De uitvoering van de daartoe met en door regionale en lokale partijen eind 2004/begin 2005 afgesloten, concrete en afrekenbare convenanten en afspraken inzake de woningproductie en de herstructurering van oude wijken;

• De naleving van de bouwregelgeving en het klimaatbeleid in de gebouwde omgeving.

Effectgegevens

Het behalen van de algemene doelstelling heeft als effect dat:

• Per 1-1-2008 in elk van de 20 stedelijke regio's minimaal 90% van de op regionaal niveau overeengekomen woningproductie 2005 t/m 2007 is gerealiseerd, dan wel dat per 1-1-2010 minimaal 90% van de overeengekomen woningproductie 2005 t/m 2009 is gerealiseerd (randvoorwaarde voor de liberalisatie in het kader van het nieuwe huurbeleid; zie artikel 3). Het woningtekort wordt daarmee, naar verwachting, teruggebracht tot 2,2% in 2008, resp. 1,5% in 2010;

• Het aantal volledig geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten in 2010 is toegenomen met 255 000 woningen (t.o.v. 2002);

• De sociaal-fysieke situatie in oude stadswijken is verbeterd; wat betreft woningdifferentiatie, bevolkingssamenstelling en leefbaarheid, met name in 56 prioritaire herstructureringswijken in de G-30;

• Het aandeel middeldure en dure woning in de steden is toegenomen, resp. de bijdrage van randgemeenten aan de huisvesting van lage inkomensgroepen is toegenomen;

• De bouwregelgeving voldoende wordt nageleefd en de CO2-reductie in de gebouwde omgeving wordt gerealiseerd.

Verwijzingen beleidsstukken

• Brief over de woningproductie (kamerstukken II, 2003–2004, 29 200 XI, nr. 3);

• Modernisering AWBZ; brief minister en staatssecretaris met het actieplan «Investeren in de toekomst» (kamerstukken II, 2003–2004, 26 631 XI en 28 951 XI, nr. 99);

• Brief aanvullende maatregelen ter stimulering/versnelling voortgang aanpak steden («Actieprogramma Herstructurering») (kamerstukken II, 2002–2003, 28 600 XI, nr. 88);

• Brief voortgang Actieprogramma Herstructurering/56 wijken (kamerstukken II, 2004–2005, 30 136 XI, nr. 1);

• Brief over de derde convenantsperiode voor het Grotestedenbeleid 2005–2009 (kamerstukken II, 2003–2004, 21 062 XI, nr. 116);

• Grotestedenbeleid 2005–2009; brief over prestatieafspraken derde periode Grotestedenbeleid 2005–2009 (kamerstukken II, 2004–2005, 30 128 XI, nr. 1).

Tabel 2.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:774 0001 651 97854 80434 36134 18234 182338 066
Uitgaven:801 474567 909472 711461 354517 642564 867406 650
Programma:791 156555 902460 642449 375505 718552 943394 726
Waarvan juridisch verplicht  460 642449 375485 065527 34571 568
Stimuleren van voldoende woningproductie:68 71174 588122 262130 277124 826121 53086 746
Budget BLS65 74672 788122 262130 277124 826121 53086 746
Planologische en woningbouwknelpunten VINEX en VINAC2 9651 80000000
        
Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten:0000000
        
Bevorderen van de leefbaarheid van de woonwijken:579 116421 815311 280290 199356 785414 205294 222
Investeringen Stedelijke vernieuwing562 664389 884282 721273 649338 752404 666290 336
Innovatiebudget stedelijke vernieuwing13 27628 75525 38313 37414 8576 3633 886
Stedelijke vernieuwing Lelystad3 1763 1763 1763 1763 1763 1760
        
Garanderen van een minimale bouwtechnische en gebruiktechnische kwaliteit van gebouwen en bevorderen van een hogere kwaliteit daarvan:136 47452 69422 33124 43019 63812 7399 289
Programma energiebudgetten15 50416 81113 1259 3229 2889 2899 289
Subsidies energiebesparing (CO2 reductie) gebouwde omgeving117 80530 6686 90013 80010 3503 4500
Regeling sanering lodendrinkwaterleidingen7581 511870247000
Regeling energiebesparing huishoudens met lagere inkomens7712 435916681000
Innovatief bouwen1 6361 269520380000
        
Overige programmabudgetten:6 8556 8054 7694 4694 4694 4694 469
Onderzoek3 1754 9883 1033 6513 6513 6513 651
Kennisoverdracht3 6801 8171 666818818818818
Apparaat:10 31812 00712 06911 97911 92411 92411 924
Ontvangsten4 5482 7629191919191

2.2. Operationele doelstellingen

2.2.1. Stimuleren van voldoende woningproductie

Motivering

Om de woningmarkt te ontspannen moet de woningproductie, met name in de stedelijke regio's, worden versneld en verhoogd, in overeenstemming met de woningbehoefte.

Instrumenten

• Convenanten woningbouwafspraken 2005 t/m 2009 (inclusief eigenbouw);

• Financiële bijdragen op grond van het Besluit locatiegebonden subsidies 2005;

• De afspraken tussen VROM en de vertegenwoordiging van corporaties (Aedes) over het huurbeleid (en het door gemeenten bieden van voldoende bouwruimte) moeten eveneens leiden tot meer investeringen, met name in betaalbare huurwoningen;

• Grondbeleidinstrumentarium (wet- en regelgeving);

• Stroomlijning en vereenvoudiging van bouwgerelateerde wet- en regelgeving (Brede Herijking VROM-regelgeving);

• VROM-aanjaagteams. Worden ingezet in die gemeenten/regio's waar stagnatie van de woningproductie dreigt;

• Kennisontwikkeling en -overdracht;

• Communicatie.

Prestaties

• Stimuleren en monitoren van de voortgang en uitvoering van de Convenanten woningbouwafspraken 2005 t/m 2009;

• Stimuleren en monitoren van de streek- en bestemmingsplancapaciteit;

• Inzet van aanjaagteams (VROM accountmanagers en externe deskundigen) om het besluitvormings- en bouwproces te bespoedigen;

• Totstandkoming van één VROM-vergunning. Wetsvoorstel 2006 naar Tweede Kamer;

• Implementatie Nota Grondbeleid:

• Implementatie Grondexploitatiewet:

• Nadere uitwerking kabinetsstandpunt inzake concurrentiebevordering;

• Wetsvoorstel stedelijke herverkaveling;

• Stimuleren gebruik Handboek Grondprijsbeleid;

• Hervatting jaarlijks grondprijzenonderzoek;

• Ontwikkelen transparant grondbeleid t.b.v corporaties;

• Volgen EU-grondbeleid;

• Implementatie uitvoeringsagenda Nota Ruimte (uitwerken kabinetsstandpunt inzake regionaal kostenverhaal en verevening).

Doelgroepen

• Alle woningzoekenden;

• Andere overheden, corporaties, marktpartijen en particuliere bouwers. Zij zijn verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering.

Prestatie-indicatoren

1. Woningproductie moet substantieel hoger zijn dan afgelopen jaren;

2. Nieuwbouw door corporaties moet in de periode 2005–2009 minimaal 111 000 woningen (huur en koop) bedragen, ofwel ten opzichte van het huidige niveau geleidelijk toenemen tot in totaal 46 000 woningen extra in de periode tot 2010;

3. Daling woningtekort;

4. Toename doorstroming, met name ten behoeve van lagere inkomensgroepen, starters en ouderen;

5. Omwille van meer en betere keuzemogelijkheden voor alle burgers, een beter evenwicht tussen vraag en aanbod op de woningmarkt, c.q. het beschikbaar zijn van een voldoende, gevarieerd en geschikt aanbod van huur- en koopwoningen in alle prijsklassen (met name in en rond de grote steden) en dus kortere wachtlijsten.

Basiswaarden

Zie tabel

Streefwaarden

Zie tabel

Planning

Zie tabel

Verwijzingen beleidsstukken

Beleidsnota's:

• Brief over de woningproductie (kamerstukken II, 2003–2004, 29 200 XI, nr. 3);

• Brief over modernisering huurbeleid (kamerstukken II, 2004–2005, 27 926 XI, nr. 39).

Voortgangrapportages:

• Verstedelijkingsbeleid tot 2010, voortgang maatregelen ter verhoging van de woningproductie (kamerstukken II, 2004–2005, 27 562 XI, nr. 4);

• Verstedelijkingsbeleid tot 2010, Brief ter aanbieding van de rapportage «Voortgang verstedelijking VINEX 2004» (kamerstukken II, 2004–2005, 27 562 XI, nr. 5);

• Rapport «Voortgang verstedelijking VINEX 2004» (bijlage bij 27 562, nr. 5);

• Verstedelijkingsbeleid tot 2010, brief over woningbouwafspraken 2005 tot 2010 (kamerstukken II, 2004–2005 27 562 XI, nr. 6);

• Nota Bouwprognoses 2004–2009 (kamerstukken II, 2004–2005, 24 508 XI, nr. 66);

• Brief over grondbeleid van de decentrale overheden en vierde voortgangsbrief grondbeleid (kamerstukken II, 2004–2005, 27 581 XI, nr. 20);

• Herijking VROM-regelgeving; brief over vormgeving VROM-vergunning (kamerstukken II, 2003–2004, 29 383 XI, nr. 12);

• Herijking VROM-regelgeving; brief met nadere informatie over vormgeving VROM-vergunning (kamerstukken II, 2003–2004 29 383 XI, nr. 18);

• Rijksjaarverslag VROM 2003 (kamerstukken II, 2003–2004, 29 540 XI, nr. 24);

• Rijksjaarverslag VROM 2004 (kamerstukken II, 2004–2005, 30 100 XI, nr. 1).

Tabel 2.2. Prestatie-indicatoren voldoende woningproductie
Prestatie-indicatoren  
 BasiswaardeStreefwaarden   
Woningproductie20032004200520062005 t/m 2009 
Nieuwbouw 20 stedelijke regio's48 70050 30064 00068 000ca. 360 000 
Nieuwbouw overig Nederland16 10021 30017 00017 000ca. 85 000 
Totale nieuwbouw64 80071 60081 00085 000445 000 
Waarvan overige toevoeging5 2006 3005 0005 00025 000 
Onttrekkingen (-)17 70019 30016 00016 00080 000 
Totale netto-uitbreiding woningvoorraad147 10052 300  365 000 
        
Woningproductiecorporaties  20052006200720082009
huur en koopwoningen13 35014 60015 00015 00021 00027 50032 500
        
Woningtekort(in %)  2005  20082010
   2,7  2,21,5
        
 Basiswaarde  Streefrichting  
Doorstroming(in %)G4G26Totaal Nedmoet toenemen  
Aandachtsgroep in goedkope huur594943    
Aandachtsgroep in goedkope koop588    
Starters in goedkope huur495044    
Starters in goedkope koop151413    
Ouderen in geschikte woning474041    
        
Kwalitatief woningtekort/overschot       
    moet afnemen  
Goedkope huurwoningen13 908– 1 0045 908    
Middeldure huurwoningen– 23 961– 15 753– 89 258    
Dure huurwoningen– 15 865– 22 380– 71 532    
Goedkope koopwoningen– 7 150– 7 599– 44 052    
Middeldure koopwoningen– 9 833– 8 621– 34 103    
Dure koopwoningen– 13 430– 21 012– 89 565    

Opmerkingen bij tabel:

1 exclusief administratieve correcties

– Bron basiswaarden: WBO 2002; VROM-Woonmilieudatabase; Primos 2003; CBS

I.p.v. streefwaarden worden ook streefrichtingen aangegeven. Dit omdat de beoogde maatschappelijke effecten ook door externe factoren worden beïnvloed. Het beleidsstreven, het ombuigen van een negatieve trend, wordt daarmee zo concreet mogelijk weergegeven. In 2006 zijn nieuwe meetwaarden beschikbaar.

2.2.2. Verruiming van aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten

Motivering

Om ouderen en gehandicapten zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen dient het aantal geschikte, zelfstandige woningen voor ouderen en gehandicapten structureel toe te nemen.

Instrumenten

• Convenanten woningbouwafspraken 2005 t/m 2009;

• Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing 2005 t/m 2009 (ISV-II), respectievelijk de in het kader van het Grotestedenbeleid ondertekende Convenanten GSB-III/ISV-II;

• Stimuleren en faciliteren van kennisontwikkeling en -overdracht (onder meer best-practices en benchmarking);

• Communicatie, voorlichting en overtuiging.

Prestaties

• Uitvoeren van (medio 2004 opgesteld) en jaarlijks rapporteren over het gezamenlijk VROM/VWS-Actieplan – «Investeren in de toekomst» –. Bij de uitvoering ligt het accent op;

• Stimuleren inzet van private partijen, via netwerken en koepels (Neprom);

• Stimuleren van voorsorteren door eigenaar-bewoners (woning-aanpassingen; preventief verhuizen);

• Stimuleren dat gemeenten de openbare ruimte toegankelijk inrichten;

• Uitwerken en implementeren van de op wonen betrekking hebbende maatregelen uit de kabinetsnota «Ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing»;

• Beleidsimpuls landelijk wonen (ouderen; wonen/zorg).

Doelgroepen

• Ouderen en gehandicapten;

• Andere overheden, corporaties en marktpartijen. Zij zijn verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering.

Prestatie-indicatoren

Beter evenwicht tussen vraag en aanbod van geschikte woningen (door middel van nieuwbouw, woningverbetering, woningtoewijzing).

Basiswaarden

Zie tabel

Streefwaarden

Zie tabel

Planning

Zie tabel

Verwijzingen beleidsstukken

Beleidsnota's:

• Modernisering AWBZ: brief minister en staatssecretaris met het actieplan «Investeren in de toekomst» (kamerstukken II, 2003–2004, 26 631 XI en 28 951 XI, nr. 99).

• Ouderenbeleid in het perspectief van de vergrijzing (kabinetsnota; kamerstukken II, 2004–2005, 29 389 XI, nr. 5).

Voortgangsrapportages:

• Rijksjaarverslag VROM 2003 (kamerstukken II, 2003–2004, 29 540, XI nr. 24);

• Rijksjaarverslag VROM 2004 (kamerstukken II, 2004–2005, 30 100 XI, nr. 1).

Tabel 2.3. Prestatie-indicatoren geschikte woningen ouderen en gehandicapten
Prestatie-indicatoren
 BasiswaardeStreefwaarden (toename t.o.v. WBO2002)
Aantal geschikte woningen 2010
Aantal gewone nultrede woningen1 650 000156 000
Aantal «verzorgd wonen» woningen95 00099 000
Totaal aantal geschikte woningen1 745 000255 000(55 000 in G-30)
   
  Streefrichting
Aandeel geschikte woningen (%)  
in voorraad moet toenemen
G-431 
G-2626 
Nederland totaal26 
in nieuwbouw  
G-438 
G-2637 
Nederland totaal3440% van jaarlijkse woningproductie
   
Slaagkans ouderen op geschikte woning Moet toenemen
G-428 
G-2632 
Nederland totaal30 
   
Slaagkans ouderen op nul-tredenwoning Moet toenemen
G-432 
G-2644 
Nederland totaal38 

Opmerkingen bij tabel:

Bron basiswaarden: WBO2002; VROM-Woonmilieudatabase; Primos 2003; CBS

I.p.v. streefwaarden worden ook streefrichtingen aangegeven. Dit omdat de beoogde maatschappelijke effecten ook door externe factoren worden beïnvloed. Het beleidsstreven, het ombuigen van een negatieve trend, wordt daarmee zo concreet mogelijk weergegeven. In 2006 zijn nieuwe meetwaarden beschikbaar

2.2.3. Bevorderen van de leefbaarheid van wijken

Motivering

Om de concentratie van lage inkomensgroepen te verminderen, de negatieve effecten van de concentratie van allochtonen op hun integratie tegen te gaan en de gevoelens van verloedering en onveiligheid te verminderen is het noodzakelijk dat:

• Oude woonwijken met een grootschalige en eenzijdig samengestelde woningvoorraad (slechte en veelal kleine huurwoningen) worden geherstructureerd (slopen, nieuwbouw, renovatie, verkoop huurwoningen) en

• De fysieke herstructurering ook bijdraagt aan de verbetering van de leefbaarheid, ofwel de kwaliteit van het samen leven in wijken en buurten (sociaal-fysieke wijkaanpak).

Instrumenten

• Het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing 2005 t/m 2009 (ISV-II), resp. de in het kader van het Grotestedenbeleid ondertekende Convenanten GSB-III/ISV-II:

• Dit budget stuurt op de kwaliteit van de nieuwbouw, woningrenovatie, directe woonomgeving en openbare ruimte.

• Impulsbudget ISV:

• Dit budget is bedoeld voor opheffen van vertraging in de uitvoering van plannen en projecten in wijken als gevolg van onvoorziene problemen.

• Actieprogramma Herstructurering/incl. 56 wijkenaanpak: Prestatieafspraken (zoals ondertekend eind 2004/begin 2005) en specifieke faciliteiten voor 56 prioritaire wijken in de G-30:

• De looptijd van de afspraken is gemiddeld 5 jaar. Door een focus op 56 prioritaire herstructureringswijken wordt beoogd een versnelling en voorbeeldwerking te genereren om de stedelijke vernieuwing, ofwel de samenhang tussen fysiek en sociaal, een impuls te geven;

• Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek;

• Kennisontwikkeling en -overdracht;

• Communicatie, voorlichting en overtuiging.

Prestaties

ISV:

• Verantwoording afleggen over invulling door VROM van rijksverantwoordelijkheid voor stedelijke vernieuwing (doelbereik opgaven ISV-I (2000–2004); rapportage begin 2006;

• Stimuleren en monitoren (zowel inhoudelijk als procesmatig) van de uitvoering van de Meerjarenontwikkelingsprogramma's (MOP's) GSB-III/ISV-II, 2005 t/m 2009.

Actieprogramma Herstructurering/56 wijken:

• Stimuleren en monitoren (zowel inhoudelijk als procesmatig) van de uitvoering van de lokale prestatieafspraken voor de 56 prioritaire herstructureringswijken en zonodig actief ondersteunen van matching van corporatiegelden;

• Inzet van VROM-impulsteams;

• Pilot investeringszones in herstructureringswijken (uitvoering motie Veenendaal/Depla). Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 58);

• Kennis en informatieoverdracht, toegespitst op uitvoering in 56 wijken (onder meer in samenwerking met kenniscentrum KEI; de jaarlijkse bijdrage aan KEI bedraagt maximaal € 284 000)

• Stimuleren van bewonersparticipatie/bewonerspanels.

Sociaal-fysieke wijkaanpak:

Naast bovenstaande activiteiten, in bijzonder:

• Wijziging Huisvestingswet (aanscherping van mogelijkheden voor sturing door gemeenten op de leefbaarheid in wijken); inwerkingtreding 2007;

• Monitoren Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek;

• Tegengaan van onrechtmatige bewoning en verhuur;

• Implementatie van actieplan Operatie Jong.

Bijzondere aandachtsgroepen:

• Bijdragen aan het Breed Initiatief Maatschappelijke Binding;

• Stimuleren dat de in 2005 gedane oproep aan gemeenten en corporaties tot meer activiteiten voor dak- en thuislozen (conform plan Verdaas «Iedereen onder dak»), resultaten afwerpt en indien noodzakelijk, aanpassing van wet- en regelgeving om eenvoudiger «suboptimaal» bouwen voor dak- en thuislozen te realiseren.

Doelgroepen

• Alle burgers in oude stadswijken;

• Andere overheden, corporaties en marktpartijen. Zij zijn verantwoordelijk voor de daadwerkelijke integrale, specifieke aanpak en uitvoering.

Prestatie-indicatoren

1. Toename middeldure en dure woningen (t.b.v. midden en hoge inkomens) in bestaand stedelijk gebied in de G-30;

2. Toename van bijdrage van randgemeenten aan huisvesting van lage inkomensgroepen;

3. Verbeteren van de kwaliteit van de woning, directe woonomgeving en de openbare ruimte, met name in oude stadswijken;

4. Duurzaam en evenwichtig verbeteren van de leefkwaliteit, met name in oude stadswijken;

5. Adequate huisvesting van bijzondere aandachtsgroepen (dak- en thuislozen).

Basiswaarden

Zie tabel

Streefwaarden

Zie tabel

Planning

De in de GSB prestatieconvenanten 2005–2009 en de lokale prestatieafspraken voor de 56 wijken overeengekomen prestaties moeten in 2010 (grotendeels) zijn gerealiseerd.

In G-30 tot 2010: 110 000 nieuwbouwwoningen in bestaand stedelijk gebied, waarvan 60 000 extra toegevoegd en de rest vervangende nieuwbouw. En 30 000 ingrijpend verbeterde woningen.

Verwijzingen beleidsstukken

Beleidsnota's:

• ISV: Brief over derde convenantsperiode voor het Grotestedenbeleid 2005–2009 (kamerstukken II, 2003–2004, 21 062 XI, nr. 116);

• Actieprogramma Herstructurering/56 wijken: Brief aanvullende maatregelen ter stimulering/versnelling voortgang aanpak steden («Actieprogramma Herstructurering» (kamerstukken II, 2002–2003, 28 600 XI, nr. 88);

• Integratie/aandachtsgroepen: Onderzoek Integratiebeleid. Kabinetsreactie op rapport «Bruggen bouwen». Commissie Blok (kamerstukken II, 2003–2004, 28 689 XI, nr. 17);

• Actieprogramma Herstructurering/56 wijken: Brief over o.m. Actieprogramma Herstructurering (kamerstukken II, 2003–2004, 29 200 XI, nr. 17);

• Herstructurering en uitvoering stedelijke vernieuwing, voortgang Actieprogramma Herstructurering/56 wijken (kamerstukken II, 2003–2004 29 200 XI, nr. 136);

• Herstructurering en uitvoering stedelijke vernieuwing, tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing (kamerstukken II, 2004–2005, 30 136 XI, nr. 1);

• Herstructurering en uitvoering stedelijke vernieuwing, voortgang actieprogramma herstucturering/56 wijken (kamerstukken II, 2004–2005, 30 136 XI, nr. 2);

• Rijksjaarverslag VROM 2003 (kamerstukken II, 2003–2004, 29 540 XI, nr. 24).

• Rijksjaarverslag VROM 2004 (kamerstukken II, 2004–2005, 30 100 XI, nr. 1).

Tabel 2.4. Prestatie-indicatoren leefbaarheid
Prestatie-indicatoren  
 Basiswaarde  Streefrichting
 G4G26Totaal Ned  
      
Aandeel middeldure en dure woningen in Bestaand stedelijk gebied     
huur (%)292522 moet toenemen
koop (%)203443 idem
      
Aandeel midden en hoge inkomens (in %)475560 moet in G-30 meer toenemen dan in geheel Ned.
 G4G26G30  
      
Bijdrage randgemeenten huisvesting lagere inkomens (inkomensindex *)0,200,050,15 Inkomensindex G-30 moet afnemen
      
Kwaliteit van woning, directe woonomgeving en openbare ruimte     
 G4G26Totaal Ned.56 wijken 
      
Ontevreden met de woning (in %)9,05,04,010,0moet afnemen
Verhuisgeneigdheid als gevolg hiervan (in %)8,05,04,06,0idem
Ontevreden met de woonomgeving (in %)14,010,08,019,0idem
Verhuisgeneigdheid als gevolg hiervan (in %)0,80,60,51,1idem
Ontevredenheid met groenvoorzieningen (in%)19,015,012,017,0idem
      
Duurzaam en evenwichtig verbeteren van leefkwaliteit     
Ontevreden over bevolkingssamenstelling wijk (in %)18,012,09,024,0moet afnemen
Verhuisgeneigdheid als gevolg hiervan (in %)3,51,91,54,6 idem
Sociale cohesie (in %)5,96,36,65,8moet toenemen
Onveiligheidsgevoel (in %)19,011,011,022,0moet afnemen
Overlast van buren, hangjongeren e.d. (in %)2,72,21,82,8idem
Verloedering (in %)3,72,82,53,6idem

* Inkomensindex: het gaat hier om een zogeheten segregatie index die varieert tussen de 0 en de 1. Bij de waarde nul woont de lage inkomensgroep (laagste vier decielen in de inkomensverdeling) gelijkmatig gespreid, bij de waarde 1 woont ze volledig gesegregeerd. In dit geval gaat het om de inkomenssegregatie tussen de steden en de randgemeenten.

Tabel 2.5.Vervolg 56 Wijken
 Streefwaarde  
Sloop60 000   
Nieuwbouw81 000(70% koop)  
Verkoop huurwoningen8 200   
Renovatie28 000   
     
 BasiswaardeStreefwaarde 
 G-4G-26G-4G-26
Aandeel koopwoningen (in % van de woningvoorraad)22%34%35%44%
Aandeel huurwoningen78%66%65%56%

Opmerkingen bij tabellen

– Bron basiswaarden: WBO2002; VROM-Woonmilieudatabase; Primos 2003; CBS

– I.p.v. streefwaarden worden streefrichtingen aangegeven. Dit omdat de beoogde maatschappelijke effecten ook door externe factoren worden beïnvloed. Het beleidsstreven, het ombuigen van een negatieve trend, wordt daarmee zo concreet mogelijk weergegeven. In 2006 zijn nieuwe meetwaarden beschikbaar.

– De gegevens in de tabel voor de 56 wijken zijn gebaseerd op 53 afgeronde prestatieafspraken, per 31 mei 2005; de looptijd van de afspraken is gemiddeld 5 jaar.

2.2.4. Garanderen van de minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteit van gebouwen en bevorderen van een hogere kwaliteit daarvan

Motivering

Om alle gebouwen aan minimale bouwtechnische eisen te laten voldoen, stelt VROM kaders en formuleert minimale prestaties (bouwregelgeving). Dit om bij bestaande gebouwen en bij de totstandkoming en verbetering van gebouwen een veilig, gezond en bruikbaar bouwwerk neer te zetten dan wel te waarborgen.

Om aansluiting te houden bij technologische, maatschappelijk, bestuurlijke en politieke ontwikkelingen, stimuleert VROM bovenminimale kwaliteit en innovaties.

Om CO2-reductie te bewerkstelligen heeft VROM doelstellingen onder andere voor energiebesparing in de gebouwde omgeving.

Instrumenten

• Woningwet:

De basis voor de bouwregelgeving en het tweedelijns toezicht hierop is vastgelegd in de Woningwet. Het bouwvergunningproces en handhaving zijn de belangrijkste onderdelen van deze wet.

• Bouwbesluit:

De minimale bouwtechnische kwaliteit voor woningen en andere gebouwen is vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Dit geldt voor zowel bestaande bouw als nieuwbouw.

• Stimuleren met expertise en middelen:

Verbeteren van de bouw- en gebruikstechnische kwaliteit en stimuleren innovaties die bijdragen aan een verbetering van gebouwen.

Prestaties

Garanderen van de minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteit van gebouwen:

1. Verbetering en vereenvoudiging bouwvergunningprocedures voor burgers en bedrijven door:

• Invoering en voorlichting wijziging Woningwet ( 2006) en indienen wetsvoorstel wijziging Woningwet ( 2007) bij Tweede en Eerste Kamer;

• Tijdelijk besluit tunnelrichtlijn ter implementatie EU-richtlijn;

• Praktijkproef Certificering Preventieve Toets Bouwbesluitvoorschriften;

• Uitvoering plan van aanpak «Transparantie kwaliteit van woningen»;

• Helpdesk bouwregelgeving.

2. Vaststellen minimale kwaliteit van woningen en overige gebouwen middels:

• Aanscherping Energie Prestatie Coëfficiënt voor nieuwe woningen (EPC-W) van 1,0 naar 0,8;

• Wijziging Bouwbesluit 2003 in verband met deregulering en vereenvoudiging;

• Voorlichting inwerkingtreding wijziging Bouwbesluit per 2007;

• Landelijke uniformering gebruiksvoorschriften in Gebruiksbesluit;

• Afstemmen NEN-normen op regelgeving en vereenvoudigen NEN-normen.

3. Implementatie Europese regelgeving:

• Uitvoering implementatie Europese Normen in Nederlandse regelgeving, implementatie Richtlijn Bouwproducten (CE-markering), en implementatie van de Energy Performance Building Directive (EPBD).

4. VROM-vergunning:

• Wettelijk kader VROM-vergunning: op basis van het concept-wetsontwerp, consultatie van de praktijk en pilots zal het wettelijk kader voor de VROM-vergunning in 2006 verder worden ingevuld;

• Uitvoeren pilots VROM-vergunning;

• Uitwerken ICT-aspecten VROM-vergunning.

Verbeteren van de bouwtechnische kwaliteit van gebouwen en stimuleren van innovatie:

5. Verbetering (brand-)veiligheidsniveau van gebouwen door:

• Update brandbeveiligingsconcept gezondheidszorg en wonen;

• Ontwikkelen inzicht in brandgevaarlijke stoffen (afstemming van de zogenaamde Artikel 8.40 AmvB's Wet milieubeheer op het Bouwbesluit);

• Stimuleren naleving veiligheid, gas en electra van woningen;

• Monitoring veiligheid gas- en elektra.

6. Beperking CO2-emissie in de sector gebouwde omgeving via:

• Uitvoering activiteiten ten behoeve van Energiebewust Wonen en Werken;

• Tijdelijke Regeling CO2-reductie gebouwde omgeving;

• Energiebesparing Lagere Inkomens (TELI).

7. Verhoging gezondheidsniveau in gebouwen:

• Inzichtelijk maken gezondheidskwaliteit van bepaalde delen van de woningvoorraad.

8. Vermindering negatieve milieueffecten bij het bouwen en beheren van gebouwen:

• Evaluatie praktijkproeven bouwen en milieu;

• Projecten Bewoners en (Duurzaam) Bouwen.

Doelgroepen

Het beleid richt zich op burgers, gemeenten, bedrijven. Gemeenten en de bouwbedrijven hebben een duidelijke taak bij de uitvoering van de bouwregelgeving. Zij moeten de regelgeving kunnen toepassen in de bouwpraktijk. Daarbij moeten gemeenten het tevens kunnen uitleggen aan de gebruikers ervan (burger en professionele bouwers).

Prestatie-indicatoren

Zie tabel

Basiswaarden/streefwaarden

Zie tabel

Planning

Het garanderen van een minimale en bovenminimale kwaliteit van de gebouwenvoorraad is een continu proces. Wat betreft het aanpassen van de bouwregelgeving is er een aantal ijkmomenten te benoemen: wijziging Woningwet 2006 en Wijziging Woningwet en Bouwbesluit in 2007.

Verwijzingen beleidsstukken

• Brieven Modernisering van de Bouwregelgeving (kamerstukken II, 2004-2005, 28 325 XI, nr. 17 en nr. 19);

• Brief meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving, actuele stand van zaken (administratieve lastenverlichting; kamerstukken II, 2004–2005, 29 383 XI, nr. 26);

• Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving, herijkingsproject «Modernisering algemene regels» (kamerstukken II, 2004–2005, 29 383 XI, nr. 27);

• Evaluatienota Klimaatbeleid, brief over het klimaatbeleid voor de gebouwde omgeving (kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 17);

• Evaluatie klimaatbeleid, brief Tijdelijke regeling energiebesparing in de gebouwde omgeving (kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 33).

Tabel 2.6. Prestatie-indicatoren bouw- en gebruikstechnische kwaliteitgebouwen
Prestatie-indicatorenStreefwaarden
Garanderen van minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteit van gebouwen. 
–Verbetering naleving bouwgerelateerde voorschriftenVoor de ontwikkeling van een indicator en kwantificering van de streefwaarde zal voor het aspect handhaving gebruik gemaakt worden van de jaarlijkse gemeenteonderzoeken van de VROM-Inspectie.
–Administratieve lastenvermindering van de bouwvergunningprocedureVermindering administratieve lasten binnen deze kabinetsperiode met 10%
  
Verbeteren van de bouwtechnische kwaliteit van gebouwen en stimuleren van innovatie 
–BrandveiligheidAantal van 38 doden/799 gewonden per jaar bij branden in woningen neemt niet toe (* = excl. Brandweerpersoneel en met betrekking tot referentiejaar 2000 (CBS));
–Beperking CO2-emissie in de gebouwde omgevingEmissieplafond van 29 Mton in 2010;
–Gezondheidsniveau in gebouwenEen kwalitatief evaluatieonderzoek naar de gezondheidskwaliteit van woningen.
–Gezondheidsniveau in gebouwen, sanering lodenleidingenIn 2006 100% woningen met loden leidingen gesaneerd in sociale woningvoorraad.In 2006 80% woningen met loden leidingen gesaneerd in de particuliere woningvoorraad.

2.3. Overzicht beleidsonderzoeken

2.7. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoek naar de effecten van beleid: 
  
Woningproductie 
–Bestuurlijk evaluatieoverleg woningbouwafspraken 2005 t/m 2009Jaarlijks
–Nadere evaluatie van effecten van acties ter verhoging woningproductie2006–2009
–Evaluatie particulier opdrachtgeverschap2008
  
Geschikte woningen 
–Evaluatie WGBH/CZ voor het wonen2008
  
Leefbaarheid 
ISV; In kader van GSB-beleid: 
–Doeltreffendheid/doelbereik ISV-I (aan de hand van in juli 2005 door G-30 en provincies, voor de niet-rechtstreekse gemeenten, in te dienen verantwoording over periode 2000 t/m 2004)2006
–Evaluatie ISV-I2005
–Eindmeting ISV-I2005
–Eindmeting GSB-III/ISV-II2010
Actieprogramma Herstructurering/56 wijken 
–Evaluatie aanpak 56 wijken2006
  
Bouw- en gebruikstechnische kwaliteit gebouwen 
–Evaluatie Woningwet2006
–Evaluatie experimenten Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen (lFD)2006
–Kwalitatief evaluatieonderzoek naar de gezondheidskwaliteitvan woningen2006
–Kwalitatief evaluatieonderzoek regeling sanering lodendrinkwaterleiding 
– Evaluatie TELI-regeling 20062007–2009Overige beleidsevaluaties: 
  
Geschikte woningen 
–Voortgangsmeting via VROM basisonderzoek WoON 20062007 en 2010
  
Leefbaarheid 
Algemeen 
–Op basis van VROM basisonderzoek WoON 2006 (samenvoeging van WBO en KWR) twee themapublicaties «Stedelijke Vernieuwing». 2007 en 2010 
ISV; In kader van GSB-beleid: 
–Nulmeting GSB III/ISV-II2005
–Mid-term review GSB-III/ISV-II2007
–Integrale behoefteraming stedelijke vernieuwing 2010–20192005
Sociaal-fysiek 
–3-jaarlijkse voortgangsmeting via VROM Woononderzoek Nederland (WoON) 
–Onderzoek naar belemmeringen bij realiseren van woonvoorzieningen voor de onderste treden van de woonladder 2006 en 20092006
  
Bouw- en gebruikstechnische kwaliteitgebouwen 
–Kwalitatief exante-onderzoeknaar de vermindering van negatieve milieueffecten bij het bouwen en beheren van gebouwen2008
–Monitor Bouwregelgeving2006
–Monitor Energiebesparing Utiliteitsbouw2006

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

3.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Om te garanderen dat alle inkomensgroepen in goede en betaalbare woningen kunnen worden gehuisvest en voldoende keuzevrijheid hebben in de eigen woonsituatie.

Bijdrage

VROM beïnvloedt de vraag en het aanbod op de woningmarkt.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

• Regelgeving ter bevordering van een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad;

• Zorg voor voldoende betaalbare woningen;

• Betaalbaarheid van het wonen voor de lagere inkomensgroepen.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• Investeringen in de nieuwbouw (waaronder huurwoningen);

• Voldoende aanbod van betaalbare woningen;

• Kwalitatief goede uitvoering van de Wet op de huurtoeslag;

• Een beheerst verloop van de uitgaven voor de huurtoeslag;

• Tijdige implementatie van de modernisering van het huurbeleid in wet- en regelgeving.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• De keuzemogelijkheden toenemen;

• De doorstroming in de woningvoorraad verbetert;

• Lagere inkomensgroepen zo veel mogelijk in betaalbare woningen wonen.

Verwijzingen beleidsstukken

VROM-begroting 2005 (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 1).

Tabel 3.1. Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:1 809 5582 686 6381 902 9061 996 4842 052 0692 095 5692 241 110
Uitgaven:1 791 9411 732 5381 929 5061 990 8842 075 9692 123 4692 207 710
Programma:1 733 9931 677 2541 910 0621 973 4512 061 9482 109 4482 193 689
Waarvan juridisch verplicht  1 433 843834678398118
Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen en een evenwichtige verdeling hiervan (aanbodgericht):0000000
        
Garanderen van de betaalbaarheid van het wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht):1 733 7481 675 6651 908 4731 971 8622 060 3592 107 8592 192 100
Huursubsidieen huurtoeslag1 669 6671 634 4581 902 0281 970 4002 058 5002 106 0002 190 200
Vangnetregeling36 63338 2035 0000000
Eenmalige bijdrage huurbeleid26 5091 59200000
Kostenvergoeding verhuurders23      
Bevorderen eigen woonbezit9161 4121 4451 4621 8591 8591 900
        
Overige programmabudgetten:2451 5891 5891 5891 5891 5891 589
Onderzoek229737737737737737737
Kennisoverdracht16454545454545
Overig0807807807807807807
Apparaat:57 94855 28419 44417 43314 02114 02114 021
Apparaat17 74819 08819 44417 43314 02114 02114 021
Uitvoering huursubsidie40 20036 196     
Ontvangsten113 050100 806376 106483 650597 442622 977671 906

3.2. Operationele doelstellingen

3.2.1. Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen en een evenwichtige verdeling hiervan (aanbodgericht)

Motivering

Om de betaalbaarheid van huurwoningen te garanderen voor alle huishoudens die door hun inkomenssituatie daar niet of onvoldoende zelf in kunnen voorzien en om een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse huurwoningen te bewerkstelligen.

Instrumenten

Wet- en regelgeving: Huurprijsregelgeving, Huurwetgeving, Huisvestingswet.

Handhaving: huurgeschillenbeslechting.

Prestaties

Modernisering huurbeleid:

• De uitwerking van de modernisering van het huurbeleid heeft in 2005 plaats gevonden. De contouren hiervan zijn in november 2004 en februari 2005 in brieven aan de Tweede Kamer aangegeven. In 2006 zullen de voorstellen in werking treden;

• Huurbrief opstellen met de voorwaarden van het huurbeleid 2006.

Herziene Huisvestingswet;

• In 2005 en 2006 wordt de herziene Huisvestingswet opgesteld. Deze zal naar verwachting in 2007 in werking treden. Hier zal de aanpassing van de Huisvestingswet per 1 mei 2005 onderdeel van gaan uitmaken.

Huurgeschillenbeslechting:

• Vervangen van de huidige tweezijdige legesheffing door eenzijdige legesheffing. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel in 2006 worden afgerond;

• Afhandelen van huurgeschillen met behandeltermijnen als genoemd in de tabel 3.3;

• Verder uitvoering geven aan de wijziging van de organisatie rondom de huurgeschillenbeslechting, die in 2005 is gestart.

Doelgroepen

• Huurders en kopers met een laag inkomen (de «doelgroep»);

• Vergunninghouders die van woonruimte dienen te worden voorzien;

• Verhuurders die betrokken zijn bij een huurgeschil.

Prestatie-indicatoren

De gemiddelde jaarlijkse huurstijging, onderscheiden naar sociale en overige verhuurders en de verschillende huurregimes die gelden voor de voorraad.

Daarnaast gelden de aantallen huurwoningen, behorend tot de te onderscheiden huurregimes, als prestatie-indicator met betrekking tot de keuzevrijheid.

Basiswaarde en streefwaarden

Tabel 3.2. Maximale toegestane huurstijging boven inflatie
 2006200720082009
Gereguleerd ( 75%)    
Per woning1,5%2,5%2,5%3%
Op instellingsniveau sociale verhuurders0,4%0,8%1,2% 
Overganggebied(20%)    
Zittende huurders zonder huurtoeslag2%3%3,5%4%
Zittende huurders met huurtoeslag1,5%2,5%2,5%3%
Geliberaliseerd (5%)NvtNvtNvtNvt

Planning

De beleidsvoorstellen van de modernisering van het huurbeleid (huurwetgeving) zullen in de loop van 2006 in werking treden;

• In 2008 zal worden bezien of is voldaan aan de woningproductie conform de woningbouwafspraken (zie artikel 2), waaraan de verdere liberalisatie is gekoppeld. De hoogte van de huurstijgingen en de hoogte van het huurprijsplafond zijn daarvan afhankelijk gesteld.

Verwijzingen beleidsstukken

• Brief over modernisering huurbeleid (kamerstukken II, 2004–2005, 27 926 XI, nr. 39);

• Huurbeleid; brief over aanvullende voorstellen (kamerstukken II, 2004–2005, 27 926 XI, nr. 43);

• Brief over de Toekomst van de huurgeschillenbeslechting (kamerstukken II, 2004–2005, 27 926 XI, nr. 77);

• Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (eenzijdige legesheffing). Voorstel van wet (kamerstukken II, 2004–2005, 29 858 XI, nr. 2);

• Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (eenzijdige legesheffing). Memorie van toelichting (kamerstukken II, 2004–2005, 29 858 XI, nr. 3);

• Brief over evaluatie van de huisvestingswet (kamerstukken II, 2004–2005, 29 624 XI, nr. 1);

• Wijziging Huisvestingswet (wijziging bepalingen met betrekking tot huisvesting verblijfsgerechtigden); gewijzigd voorstel van wet (kamerstukken I, 2004–2005, 29 566 XI, nr. A);

• Wijziging Huisvestingswet (wijziging bepalingen met betrekking tot huisvesting verblijfsgerechtigden); eindverslag (kamerstukken I, 2004–2005, 29 566 XI, nr. B).

Toelichting en kengetallen operationele doelstelling 1

Tabel 3.3. Kengetallen huurgeschillenbeslechting2006
 AantalBehandeltermijn
Huurverhogingsuitspraken20 50080% afdoen binnen 6 maanden
Servicekostenuitspraken4 00080% afdoen binnen 7 maanden
Uitspraken in overige geschillen10 00080% afdoen binnen 6 maanden

Daarnaast voeren de voorzitters van de Huurcommissies in 2006 14 000 toetsingen op de redelijkheid van de huurprijs uit (zie 3.3.2).

Bij de productieprognose in tabel 3.3 is uitgegaan van een instroom in 2006 van 20 500 huurverhogingsgeschillen, 4 000 servicekostengeschillen, en 10 000 overige geschillen.

3.2.2. Garanderen van de betaalbaarheid van het wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht).

Motivering

• Om de betaalbaarheid van het zelfstandig wonen voor alle bevolkingsgroepen te garanderen en het effect van stijgende woonlasten voor specifieke groepen te beperken;

• Om het voor huishoudens met een beperkt budget toch mogelijk te maken een eigen woning te kopen.

Instrumenten

Wet- en regelgeving: de huurtoeslag1 uit de Aanpassingswet algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR), Wet bevordering eigen woningbezit (BEW), Nationale hypotheekgarantie (NHG).

Prestaties

Aanpassingswet Algemene Wet Inkomensafhankelijke regelingen:

Per september 2005 zal de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen van kracht worden.

De uitvoering van deze wet berust bij de Belastingdienst.

De voorzitters van de Huurcommissies voeren op verzoek van de Belastingdienst een toets uit op de redelijkheid van de huurprijs. In 2006 wordt uitgegaan van een instroom van 14 000 van dergelijke verzoeken en van een gelijk aantal uit te voeren toetsingen.

Beleid ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O-beleid):

Op grond van de Comptabiliteitswet houdt VROM een verantwoordelijkheid voor de doelmatigheid en rechtmatigheid van de programmauitgaven voor de huurtoeslag.

De veranderingen in wetgeving hebben tot gevolg dat de uitvoering van de huurtoeslag en daarmee de rechtshandhaving overgaat van VROM naar de Belastingdienst. Dit betekent dat de staatssecretaris van Financiën primair verantwoordelijk wordt voor vormgeving en uitvoering van het M&O-beleid. Over de uitvoering van de huurtoeslag (waaronder het M&O-beleid) wordt verantwoording afgelegd in het Beheersverslag Belastingdienst. De accountantscontrole op de door de Belastingdienst geleverde prestaties bij de uitvoering van de huurtoeslag en de daarbij behorende financiële afwikkeling vindt plaats onder de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de Auditdiensten van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van VROM.

Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen:

Verhuurders krijgen een grotere verantwoordelijkheid om de betaalbaarheid van het wonen voor de lagere inkomens te waarborgen. Zij gaan bijdragen aan de huurtoeslag. De wet zal in 2006 in werking treden.

Nationale hypotheekgarantie (NHG):

In 2005 is besloten de normen en voorwaarden in 2006 zodanig verder te wijzigen dat meer mensen in aanmerking kunnen komen voor verantwoorde leningen met NHG. Zo wordt bijvoorbeeld de kostengrens verhoogd naar € 250 000,– en heeft een verdere stroomlijning plaatsgevonden om de normen en voorwaarden in overeenstemming te brengen met de gangbare praktijken bij de financiële instellingen.

Beperken onderhoudsrisico's:

Voor het verder ontwikkelen en (periodiek) uitvoeren van de monitor van de appartementenmarkt wordt aangesloten op het in 2006 af te ronden Woononderzoek Nederland. De eerste resultaten zijn in 2007 beschikbaar.

Wet BEW:

De Wet bevordering eigen woningbezit (BEW) is in 2004 geëvalueerd. Na instemming door de Tweede Kamer met het voorstel tot intrekking van de Wet BEW, zal het daartoe strekkende wetstraject in 2005 worden gestart. In 2006 zal de BEW voor nieuwe aanvragers niet langer toegankelijk zijn.

Doelgroepen

Huishoudens met lagere inkomens.

Prestatie-indicatoren

Betaalbaarheid voor de doelgroep garanderen (huurtoeslag):

• Netto-huurquote en NINKI («netto inkomen na kale huurlastenindex») ter bepaling van het effect van de huurtoeslag op de betaalbaarheid van het huren;

• Huursubsidiedruk: indicator voor de marginale druk;

• NHG-garanties;

• Aantallen verkochte huurwoningen door woningcorporaties;

• Aandeel eigen woningbezit.

Basiswaarden en streefwaarden

Tabel 3.4. NHG-garanties en eigen woningbezit
 Realisatie 2004200520062009
NHG verstrekking95 000100 000100 000100 000
Aandeel eigen woningbezit55,7%56,356,9%58,7%

Planning

Huurtoeslag:

Uitvoering en M&O beleid: Continu.

Verwijzingen beleidsstukken

• Aanpassingswet algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) (kamerstukken I, 2004–2005, 29 765, nr. A);

• Brief over evaluatie Wet bevordering eigen woningbezit (BEW) (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 11);

• Brief aanbieding verslag werking Huursubsidiewet en Wet bevordering eigen woningbezit, alsmede Evaluatie EOS, modernisering uitvoering Huursubsidiewet (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 13).

Ook de achtervangpositie van de overheid bij het Waarborgfonds Eigen Woningen en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, waar kopers respectievelijk woningbouwcorporaties onder bepaalde voorwaarden vrijwillig aan kunnen deelnemen, draagt bij aan de betaalbaarheid van het wonen.

Toelichting en kengetallen operationele doelstelling 2

In de begroting 2006 is, evenals in de begroting 2005, gekozen voor het presenteren van een aantal referentiecases waarbij wordt uitgegaan van standaard inkomenssituaties en een huurniveau gelijk aan de aftoppingsgrens van de huurtoeslag. Hiermee kan de ontwikkeling van de indicatoren in de tijd worden gevolgd. Tevens is ervoor gekozen om – vooruitlopend op de invoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen – de periode van netto woonlasten en inkomen gelijk te schakelen aan een kalenderjaar.

In tabel 3.4 en tabel 3.5. worden de referentiecases gepresenteerd.1

Tabel 3.5. De ontwikkeling van de netto-huurquote2
   20022003200420052006
BijstandAlleenZonder kind.26,0%25,9%27,1%28,2%27,8%
BijstandAlleenMet kind.20,2%20,1%20,7%21,4%21,0%
BijstandMeerpersoonsMet kind.18,3%18,2%18,8%19,4%19,0%
        
UitkeringsgerechtigdMeerpersoons-alleenverdienerMet kind.19,7%19,3%19,9%20,7%20,5%
        
MarktloonAlleenZonder kind.29,6%29,5%30,5%31,6%30,7%
MarktloonMeerpersoons -alleenverdienerMet kind.16,9%16,6%17,1%17,8%17,8%
Huishouden vanaf 65 jaar       
AOWAlleen 24,3%24,3%25,1%25,8%25,1%
AOW+Aanvullend pensioenAlleen 24,3%24,4%25,2%26,0%25,4%
AOWMeerpersoons 17,8%17,8%18,3%18,7%18,6%
AOW+Aanvullend pensioenMeerpersoons 19,1%19,1%19,6%20,2%19,8%

Bron: Huursubsidiewet, CPB-microtax, Min.SZW

2 Bij de cases wordt bij de uitkeringsgerechtigden en marktloon uitgegaan van een inkomensniveau van 100% wettelijk minimumloon.

De netto huurlasten voor de doorgerekende referentiecases zullen naar verwachting circa € 50 tot € 60 toenemen van 2005 op 2006. Deze beperkte stijging van de netto huurlasten is het gevolg van een matige huurontwikkeling per 1 juli 2006 van 1,7% en een lichte daling van de eigen bijdrage in 2005 met -0,6%

De indicatoren netto huurquote en NINKI zijn gewijzigd door een verwachte verbetering van het netto inkomen van 2006 ten opzichte van 2005. Deze is met name toe te schrijven aan de introductie van het nieuwe zorgstelsel. Deze huishoudens betalen namelijk geen ZFW-premie meer waardoor het netto inkomen toeneemt. In plaats van de ZFW-premie is er een nominale premie die van dit netto inkomen afgaat en die eventueel wordt gecompenseerd door de zorgtoeslag. Daarnaast hebben aanpassingen in de fiscaliteit bijgedragen aan een verbetering van de netto inkomens van deze huishoudens.

Tabel 3.6. De ontwikkeling van de netto-inkomen na kale woonlasten-index (basisjaar=2001)
Huishoudens tot 65 jaar  20022003200420052006
BijstandAlleenZonder kind.104,8108,3107,9106,0110,3
BijstandAlleenMet kind.107,2111,2112,7112,8117,5
BijstandMeerpersoonsMet kind.106,9110,7112,2112,3116,9
        
UitkeringsgerechtigdMeerpers. -alleenverdienerMet kind.107,5111,8113,4113,1117,5
        
MarktloonAlleenZonder kind.106,0109,9110,2107,4113,1
MarktloonMeerpers. alleenverdienerMet kind.107,0112,1114,4113,1115,7
Huishouden vanaf 65 jaar       
AOWAlleen 105,7109,0110,2110,5116,9
AOW+Aanvullend pensioenAlleen 105,4108,3109,5109,3114,7
AOWMeerpersoons 105,9109,2110,9112,4115,2
AOW+Aanvullend pensioenMeerpersoons 105,6109,1110,8111,2115,8

Bron: Huursubsidiewet, CPB-microtax, Min.SZW

Armoedeval en huursubsidiedruk:

De huurtoeslag is een inkomensafhankelijke subsidie. Als het inkomen stijgt, neemt de subsidie af. De huursubsidiedruk laat zien welk deel van de netto-inkomensverbetering teniet wordt gedaan door verlies aan huurtoeslag als gevolg van de netto-inkomensverbetering. Voor een aantal standaard cases wordt de huursubsidiedruk gepresenteerd

Tabel 3.7. Huursubsidiedruk
Van  Naar20022003200420052006
BijstandAlleenZonder kind. 100% WML40,1%39,5%40,0%39,3%38,8%
BijstandAlleenZonder kind. 130% WML48,4%49,2%48,7%49,1%51,1%
MarktloonMeerpersoonsMet kind. 100% WML0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%
MarktloonMeerpersoonsMet kind. 130% WML31,7%31,2%31,7%30,9%32,8%

Bron: Huursubsidiewet, CPB-microtax, Min.SZW

De afname van de huursubsidiedruk bij een alleenstaand huishouden zonder kinderen is toe te schrijven aan de gelijktijdige toename van het netto inkomensverschil en een kleinere toename van de netto woonlasten. De toename van de huursubsidiedruk van de andere casussen is toe te schrijven aan de beperkte verandering van het netto inkomen en een geringe toename van de woonlasten. De geringe toename van de netto huurlasten is toe te schrijven aan de gunstige invulling van de kan-bepaling in de Huursubsidiewet, waardoor de eigen bijdrage (normhuur)minder snel is gestegen. In het algemeen geldt dat een procentueel kleinere stijging van de eigen bijdrage leidt tot een hogere huursubsidiedruk.

3.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 3.8. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoeknaar de effecten van beleidBetaalbaarheid, voldoende (huur-) woningen en verdeling 
 – Onderzoek naar maatschappelijk rendement huurgeschillenbeslechting2006
 Betaalbaarheidwonen voor lage inkomensgroepen 
 – Onderzoek marginale druk in de huursubsidie2005
   
Overige beleidsevaluatiesBetaalbaarheid, voldoende (huur-) woningen en verdeling 
 – Onderzoek naar investeringen door verhuurders in nieuwbouw2008
 – Onderzoek naar investeringen door alle partijen in nieuwbouw2008
 Betaalbaarheid wonen voor lage inkomensgroepen 
 – Onderzoeknaar geleverde bijdrage aan financiering van de huursubsidie2007, 2008
 – Bepalen van de betaalbaarheidsheffing 2009–20132008
 – Onderzoek naar gedrag huishoudens die een woning willen kopen2005
 – Evaluatie SVN-pilot gebundeld individueel lenen2005
 – Monitor functioneren VvE's2005

Artikel 4. Optimaliseren van de ruimtelijke afweging

4.1. Algemene beleidsdoelstelling

4.1.1. De ruimtelijke afweging organiseren door het ontwikkelen en beheren van een ruimtelijk instrumentarium

Omschrijving

Om de ruimtelijke afwegingsprocessen zo in te richten en te onderhouden dat Nederland een leefbaar en aantrekkelijk land is dat zich sociaal en economisch ontwikkelen kan.

Bijdrage

VROM schept randvoorwaarden t.b.v. de ruimtelijke inrichting van Nederland binnen Europese kaders.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

• Het stellen van kaders en regels;

• De coördinatie van de uitvoering op rijksniveau;

• Doorwerking van het rijksbeleid in decentraal beleid;

• Nederlandse bijdrage aan de ontwikkeling van een Europees ruimtelijk beleidskader.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van de mate waarin andere overheden in staat zijn het nationaal ruimtelijk beleid uit te voeren, binnen Europese ruimtelijke beleidskaders.

Effectgegevens

Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat ruimtelijke afwegingen van nationaal belang integraal en gecoördineerd plaatsvinden zowel verticaal (tussen bestuurslagen) als horizontaal (tussen departementen).

Verwijzingen beleidsstukken

Nota Ruimte, deel 3A: Aangepast kabinetsstandpunt, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153.

Tabel 4.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:42 54212 48611 11810 2539 4299 1319 126
Uitgaven:13 93916 63711 97310 7789 6559 1269 126
Programma:7 55110 1165 7344 7503 7503 2213 221
Waarvan juridisch verplicht  1280000
Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren7 55110 1165 7344 7503 7503 2213 221
FESICES/KIS2 0684 333350300300300300
        
MonitoringNota Ruimte4481 4601 3281 5201 5071 2191 219
Subsidies algemeen857906916713426426426
Overige instrumenten algemeen4 1783 4173 1402 2171 5171 2761 276
Apparaat:6 3886 5216 2396 0285 9055 9055 905
Ontvangsten01 19600000

4.2. Operationele doelstelling

4.2.1. Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren

Motivering

• Om ruimtelijk relevante wet- en regelgeving te onderhouden.

• Om ruimtelijke afwegingsprocessen te coördineren.

• Om lagere overheden te ondersteunen bij de uitvoering van het ruimtelijk beleid.

• Om het Nederlandse belang in te brengen in internationale kaders met betrekking tot de ruimtelijke ordening.

Instrumenten

• Kaderstelling en wetgeving (herziening Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), Grondexploitatiewet, Wet voorkeursrecht gemeenten, beoordelen streekplannen en andere regionale plannen, coördinatie programma-aanpak uitvoering Nota Ruimte en Evaluatieprogramma Nota Ruimte);

• Subsidies (Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking/Kennisinfrastructuur (ICES/KIS);

• Voorlichting (Ontwikkelingsplanologie, regionaal grondbeleid, rijksontwikkelbedrijf, digitale uitwisselbare ruimtelijke plannen, ruimteforum).

Prestaties

• Vaststellen van de nieuwe Wet en het Besluit op de Ruimtelijke Ordening;

• Vaststellen en begeleiden van de invoeringswet WRO;

• Vaststellen van de Grondexploitatiewet;

• Vaststellen Wet voorkeursrecht gemeenten;

• Voorbereiden van de invoering van de Wet Kenbaarheid Publiek Rechtelijke Beperkingen onroerende zaken;

• Toetsen van streekplannen en andere ruimtelijk relevante regionale plannen;

• Ondersteunen van het instrument programma-aanpak uitvoering Nota Ruimte;

• Actualiseren van de uitvoeringsagenda Nota Ruimte;

• Verstrekken van ICES/KIS 3 subsidie in het kader van vernieuwend ruimtegebruik;

• Ondersteunen van de toepassing van ontwikkelingsplanologie op regionaal schaalniveau;

• Vaststellen standaarden digitalisering van ruimtelijke plannen;

• Beheren van het digitaal loket Ruimteforum.

Doelgroepen

Gemeenten, provincies, andere departementen, EU-partners en marktpartijen.

Prestatie-indicatoren

De doelstelling en de prestaties zijn gericht op het proces. VROM heeft hier een systeemverantwoordelijkheid. De in het kader van dit operationeel doel genoemde activiteiten zijn daarom moeilijk te kwantificeren. In het kader van de uitvoeringsagenda Nota Ruimte wordt de samenwerking tussen rijkspartners en de sturingsfilosofie op de ruimtelijke ordening geëvalueerd. Aan de hand daarvan wordt de voortgang bepaald.

Basiswaarden

Nvt

Streefwaarden

Nvt

Planning

In 2006 wordt de Uitvoeringsagenda Nota Ruimte geactualiseerd.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte, deel 3A: Aangepast kabinetsstandpunt, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153;

• Uitvoeringsagenda Nota Ruimte, kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3;

• Programma-aanpak Nota Ruimte, kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 16.

4.3 Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 4.2. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Actualisering uitvoeringsagenda Nota RuimtSeptember 2006
  
Overige beleidsevaluaties (waaronder ex ante): 
Evaluatie Wet GrondexploitatieSeptember 2006

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

5.1. Algemene beleidsdoelstelling

5.1.1. Gebiedsontwikkeling stimuleren en de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur realiseren

Omschrijving

Om de internationale concurrentiepositie te versterken, om krachtige steden en vitaal platteland te bevorderen en om (inter)nationale ruimtelijke waarden te borgen en ontwikkelen. (zie ook Nota Ruimte, blz. 12).

Bijdrage

VROM stimuleert de ontwikkeling en uitvoering van projecten of beleid in gebieden met een complexe en/of kostbare ruimtelijke opgave.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de ruimtelijke aspecten van de uitvoering van het rijksbeleid mbt:

• Stedelijke netwerken en verstedelijking;

• Rijksbufferzones;

• Nationale landschappen. LNV is coördinerend minister voor de uitvoering van het Nationale Landschappenbeleid.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van de mate waarin de lagere overheden hun verantwoordelijkheid waar kunnen maken en de mate waarin het rijksbeleid wordt doorvertaald in decentrale ruimtelijke plannen.

Effectgegevens

Het behalen van deze doelstelling heeft als effect dat de nationale stedelijke netwerken, rijksbufferzones en de nationale landschappen als onderdelen van de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur worden gerealiseerd.

Verwijzingen beleidsstukken

Nota Ruimte, deel 3A: Aangepast kabinetsstandpunt, (kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153).

Tabel 5.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:165 54325 55133 26630 12829 31715 99215 890
Uitgaven:31 46826 20942 42833 14626 50418 74918 161
Programma:24 72518 44835 00525 97619 48211 72711 139
Waarvan juridisch verplicht  4 9687738936360
Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:17 3247 34614 39213 0359 0863 5313 431
FESBIRK3 973000000
FESnieuwe sleutelprojecten6 000000000
Onderzoekstedelijk gebied102848884845454
Subsidies stedelijk gebied4 4101 7539 5329 1924 674177177
Overige instrumenten stedelijk gebied3745071 180651840961961
Interreg2 4655 0023 5923 1083 4882 3392 239
        
Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:7 40111 10320 61312 94110 3968 1967 708
FESBirk       
Onderzoeklandelijk gebied       
Subsidies landelijk gebied53647558758758758753
Overige instrumenten landelijk gebied1 0651 614898148148148194
Bufferzones5 8006 45416 60110 0897 5445 3445 344
Belverdere02 5602 5272 1172 1172 1172 117
Apparaat:6 7437 7607 4237 1707 0227 0227 022
Ontvangsten12 0522 73710 3002 2002 20000

5.2. Operationele doelstelling

5.2.1. Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen

Motivering

• Om de leefbaarheid in de steden en de sociaal economische positie van steden te verbeteren.

• Om de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden te versterken.

• Om bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond steden te realiseren.

Instrumenten

• Subsidies (Nieuwe Sleutelprojecten (NSP), Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) , Belvedere en Interreg);

• Bestuurlijk overleg (programma Zuidvleugel, Randstad, andere nationale stedelijke netwerken, (toekomst)visie Mainport Schiphol, Ontwikkeling Almere, Valkenburg).

Prestaties

• Vaststellen rijksstandpunt en rijksbesluiten mbt projecten in het programma Zuidvleugel,

• Vaststellen ontwikkelingsagenda's voor de vijf nationale stedelijke netwerken buiten de Randstad (Brabantstad, Zuid-Limburg, Twente, Arnhem-Nijmegen, Groningen-Assen),

• Vaststellen van de ruimtelijke visie voor het mainportgebied rond Schiphol,

• Voorbereiden besluit over de toekomstige ontwikkeling van Almere,

• Toetsen van de herontwikkeling van het voormalig marinevliegkamp Valkenburg (ZH) aan de Nota Ruimte en bijdragen aan het ontwikkelingsproces.

Doelgroepen

Andere departementen, Provincies, Gemeenten en bedrijfsleven.

Prestatie-indicatoren

• Bundelingspercentages t.a.v. woningen, bedrijventerreinen en arbeidsplaatsen van de 6 nationale stedelijke netwerken,

• Centrumvorming: Intensiteit en diversiteit van het ruimtegebruik in de omgeving van NSP per ha en in aantal woningen en rond knooppunten van infrastructuur per ha,

• Woningaantallen binnen de 20KE contour in de omgeving van Schiphol,

• Aantal ha geherstructureerde bedrijventerreinen,

• Percentage van de uitbreidingsproductie van woningen en arbeidsplaatsen binnen bebouwd gebied 2000.

Basiswaarden

Zie tabel

Streefwaarden

Zie tabel

Planning

Zie tabel

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte, deel 3A: Aangepast kabinetsstandpunt (kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153);

• Uitvoeringsagenda Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3);

• Programma-aanpak Nota Ruimte, (kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 16).

Tabel 5.2. Prestatie indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaardePlanning
    Periode
Bundelingspercentages1 t.a.v. woningen en arbeidsplaatsen van de 6 nationale stedelijke netwerkenWoningen 57,9% Arbeidsplaatsen 61,9 %2002 2002> = 57,9 % > = 61,9 %2020 2020
Intensiteit en diversiteit ruimtegebruik in de omgeving van de NSP23,4 woningen per ha150,4 werkzame personen per ha6,4 werkzame personen per woning2001 2000 2000> 23,4 woningen > 150,4 werkzame personen> 6,4 werkzame personen2020
Woningaantallen binnen de 20KE Schipholbuiten bebouwd gebiedWordt nog bepaald2005geen toename woningen2020
Aantal ha geherstructureerde bedrijventerreinen0 ha20053 500 ha2012
Percentage van de uitbreidings-productie van woningen en arbeidsplaatsen binnen bestaand bebouwd gebied2000n.v.t. 200040 %2020

1 Het «bundelingspercentage» voor woningen is het aandeel van de woningvoorraad binnen een bepaalde provincie dat in het bundelingsgebied is gelegen. Idem voor arbeidsplaatsen.

5.2.2. Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen

Motivering

• Om de vitaliteit van het landelijk gebied te versterken.

• Om bijzondere landschappelijke en cultuur-historische waarden te borgen en ontwikkelen.

Instrumenten

• Subsidies Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit;

• Wetgeving en kaderstelling (Planologische Kernbeslissing Waddenzee, Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier, ontwikkelingsprogramma's, aanwijzen 10 ontwikkelingsgebieden voor glastuinbouw, Wet Investeringsbudget Landelijke Gebieden);

• Evaluatie en monitoring (Nationale landschappen en Reconstructie Zandgebieden);

• Communicatie (Nationale landschappen);

• Investeringsbudget Landelijke Gebieden (Nationale landschappen) Grondaankopen.

Prestaties

• Beoordelen van de gebiedsuitwerking transformatiezone Leiden-Alphen aan den Rijn;

• Versterken kernkwaliteiten in Nationale landschappen door middel van investeringen;

• Vaststellen en publiceren Planologische Kernbeslissing Waddenzee;

• Implementeren kabinetsstandpunt inzake de bestuurlijke organisatie Waddengebied;

• Subsidiëren van Belvedere-projecten en projecten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie;

• Aankoop van grond in de rijksbufferzones.

Doelgroepen

Andere departementen, provincies, gemeenten en bedrijfsleven

Prestatie-indicatoren

Kernkwaliteiten per nationaal landschap zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (pag 134 tot en met 141), maar kunnen nog niet worden gekwantificeerd.

Basiswaarden

De Basiswaarden kunnen pas worden bepaald, wanneer de provincies de nationale landschappen hebben begrensd.

Streefwaarden

Het gaat hier om gebiedsspecifieke streefwaarden die door de provincies zullen worden bepaald. Verwachting is dat deze in de volgende begroting kunnen worden opgenomen.

Planning

Nog niet beschikbaar.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte, deel 3A: Aangepast kabinetsstandpunt (kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153);

• Uitvoeringsagenda Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3);

• Programma-aanpak Nota Ruimte, (kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 16).

5.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 5.3. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Monitoren doelbereiking Nota RuimteMei 006
Voortgang verstedelijking VinexAugustus 2006
  
Overige beleidsevaluaties (waaronder ex ante): 
Evaluatie ReconstructiewetNovember 2006
Evaluatie functieverandering buitengebiedSeptember
Evaluatie bundelingsbeleid2006
Evaluatie Nationale LandschappenSeptember 2006
Monitoren voortgang NSP-projectenSeptember 2006

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging

6.1. Algemene beleidsdoelstelling

6.1.1. Klimaatverandering door menselijke beïnvloeding tegengaan en verzuring en andere milieuschadelijke emissies door de industrie, het verkeer en de binnenvaart beperken.

Omschrijving

Om een duurzame samenleving te bereiken, waarin mens en natuur minder nadelige (gezondheids)effecten ondervinden van temperatuurstijging en van de uitstoot van schadelijke stoffen.

Bijdrage

De overheid geeft het noodzakelijke wettelijke stelsel vorm, voert onderhandelingen over internationale verplichtingen in EUof andere internationale kaders en faciliteert, ook in financiële zin, de uitvoering van het beleid. VROM zet hierbij in op samenwerking in mondiaal en Europees kader en stimuleert dat milieubelangen meegenomen worden in de besluitvorming door overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Verantwoordelijkheid

De Minister is direct verantwoordelijk voor het vormgeven van wettelijke kaders en het voldoen aan internationale verplichtingen. De Minister is indirect verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid als het gaat om aan de overheid gelieerde uitvoeringsinstanties.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• Het bereiken van een voldoende werking van marktconforme instrumenten als emissiehandel;

• Internationale onderhandelingen over (middel) lange termijndoelen;

• Technische haalbaarheid van internationaal vastgestelde emissiereducties en -plafonds.

Effectgegevens

Het algemene effect van dit doel is dat klimaatverandering door menselijke beïnvloeding wordt tegengegaan en dat er minder schadelijke stoffen worden uitgestoten. Concrete effectgegevens zijn opgenomen bij de operationele doelen.

Verwijzingen beleidsstukken

De relevante beleidsstukken zijn bij de operationele doelen vermeld.

Tabel 6.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:147 55870 03546 79743 54937 78637 72537 649
Uitgaven:45 92778 11485 35786 70484 04486 92581 149
Programma:40 02173 15680 80882 07879 50182 38576 685
Waarvan juridisch verplicht  56 48051 91018 72517 1155 765
Realisatie Kyotoklimaatverplichtingen:30 04065 73972 43375 62374 57177 45371 753
Binnenlandse klimaatinstrumenten28 55940 72028 43333 12328 57130 95325 253
Clean Development Mechanism1 48125 01944 00042 50046 00046 50046 500
        
Beperken klimaatverandering door post-Kyotoafspraken:4 0003 8533 4651 498000
        
Beperken aantasting van de ozonlaag:000000 
        
Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging5 9813 5634 9104 9574 9304 9324 932
Apparaat:5 9064 9594 5494 6264 5434 5404 464
Ontvangsten2 000000000

6.2. Operationele doelstellingen

6.2.1. Realisatie Kyoto-klimaatverplichtingen

Motivering

Om klimaatverandering door menselijke beïnvloeding tegen te gaan.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving: Wet milieubeheer (verruimde reikwijdte onderdeel energie), EU-Verordening F-gassen (in ontwerp), Bouwbesluit, EU-richtlijn Energieprestatie gebouwen, diverse EU-richtlijnen op het gebied van energie, EU-richtlijn emissiehandel broeikasgassen, EU-beschikking monitoring broeikasgasemissies;

• Subsidies: Subsidieregelingen ROB en BANS en (bij doel 8.2.4 opgenomen) KOMPAS;

• Aankopen van CO2-kredieten: Clean Development Mechanism;

• Fiscale maatregelen: Energiebelasting, Energie Investerings-aftrek, Groen Beleggen, Milieu Investerings Aftrek;

• Convenanten: BANS uitvoering klimaatbeleid, Benchmarking Energie-efficiency, Meerjarenafspraak Energiebesparing II, CO2-reductie bij kolencentrales, Glami-convenant;

• Voorlichting: via VROM-website en websites van uitvoerings-organisaties.

Prestaties

• Uitvoeren acties uit 2e Evaluatienota Klimaatbeleid (nota wordt in oktober 2005 aan de Tweede Kamer toegezonden);

• Implementeren van het «National System» (verplichting Kyoto-protocol);

• Aanleveren voorstel Assigned Amount Nederland aan de EC;

• Aanleveren definitief voorstel Assigned Amount Nederland aan UNFCCC;

• Rapporteren aan de UNFCCC inzake Demonstrable Progress;

• Rapporteren aan de UNFCCC inzake National Communication;

• Implementeren van de EU-verordening F-gassen;

• Emissiehandel faciliteren: toezenden 2e allocatieplan naar EU-Cie, repareren van wet- en regelgeving, startnotitie uitbrengen voor de evaluatie, en opdrachtverlening aan NEa (zie 6.2.1.1.);

• CDM: Nu de totale reductiedoelstelling nagenoeg is afgedekt met raamcontracten en een Memorandum of Understanding (MoU) met Indonesië, zal CDM vooral in het teken staan van een beleidsmatige vertaling van de internationaal afgesproken spelregels voor het CDM, het beoordelen van individuele CDM-projecten, het aansturen van de gecontracteerde uitvoeringsorganisaties en het bevorderen van de voortgang van het Community Development Fund, waarin Nederland participeert. De inzet moet er zorg voor dragen dat:

• In 2006 de Nederlandse reductiedoelstelling zo goed als volledig met getekende koopcontracten is afgedekt;

• De Executive Board van de UNFCCC voor Nederland zo snel mogelijk relevante CDM-projecten registreert en gegeneerde emissiereducties certifeert;

• Medio 2006 de eerste gecertificeerde emissiereducties door de Executive Board aan Nederland worden geleverd.

NB: bepaalde maatregelen die genomen worden ter uitvoering van de Beleidsnota Verkeersemissies en die genoemd worden bij operationeel doel 8.2.4 – Bevorderen van duurzame mobiliteit (zie aldaar), dragen tevens bij aan het realiseren van de Kyoto-klimaatverplichtingen

Doelgroepen

De nationale emissieruimte is verdeeld naar vijf sectoren, te weten industrie/elektriciteitsproducenten (verantwoordelijk departement EZ), verkeer (V&W en VROM), landbouw (LNV), gebouwde omgeving (VROM) en overige broeikasgassen (VROM).

Prestatie-indicatoren

Zie tabel 6.3 (binnenland) en 6.4 (CDM)

Basiswaarden

Zie tabel 6.3 (binnenland) en 6.4 (CDM)

Streefwaarden

Zie tabel 6.3 (binnenland) en 6.4 (CDM)

Planning

Zie tabel 6.3 (binnenland) en 6.4 (CDM)

Verwijzingen beleidsstukken

Evaluatienota Klimaatbeleid (kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 2).

6.2.1.1. Instelling baten-lastendienst Nederlandse Emmissieautoriteit

Ter implementatie van de per 1-1-2005 van kracht zijnde EU-richtlijn inzake emissiehandel in broeikas-gassen, is in 2004 gestart met de opzet van een (Nederlandse) Emissieautoriteit. De wettelijke basis voor deze Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is gelegd via een aanpassing van hoofdstuk 2 van de Wet milieubeheer (Wm). Vanaf 1-1-2006 zal de werkwijze van de NEa in procedurele, financiële en administratieve zin wijzigen, doordat zij de status krijg van een dienst (onderdeel van het ministerie van VROM) die een baten-lastenstelsel voert. In de agentschapsbegroting (zie hoofdstuk 6) wordt dit verder toegelicht. Financiering van de NEa vindt plaats via opdrachtverlening door VROM, ten laste van het budget van beleidsartikel 6.

Met de overgang van een «normale» VROM-dienst naar een baten-lastendienst wijzigen de doelstelling en de taken van de NEa niet. De doelstelling is om op een effectieve, rechtvaardige en transparante manier uitvoering te geven aan de aan haar toebedeelde taken. Hierbij gaat het uiteraard in eerste instantie om de wettelijke taken (voortvloeiend uit artikel 2.2 Wm):

• Vergunningverlening op basis van ingediende monitoringsprotocollen;

• Goedkeuring van emissieverslagen;

• Beheer van de registers van (handel in) broeikasgasemissies, met alle bijbehorende taken;

• Uitvoering van het handhavings- en sanctiebeleid;

• Behandeling van klachten en bezwaar- en beroepschriften;

• Verzamelen en bijhouden van gegevens en verzorgen van rapportages.

Voor een effectieve taakuitvoering is een resultaatgerichte bedrijfsvoering van groot belang. Hierbij worden de processen, de prijs per dienst of product en het kwaliteitsniveau zichtbaar gemaakt. In combinatie met een zakelijke relatie tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer draagt dit bij aan een vergroting van het kostenbewustzijn en bevordering van de doelmatigheid. In dat kader is het werken met prestatiegegevens van groot belang. Onderstaande tabel geeft de voornaamste prestatiegegevens zoals die vanuit de opdrachtgever worden gehanteerd om het functioneren van de NEa te kunnen beoordelen. In overleg met de NEa zullen gedurende het proefjaar 2005 de prestatie-indicatoren verder worden ontwikkeld en uitgewerkt.

Tabel 6.2. Instelling baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit(NEa)
Onderwerp / taakveld NEaProduct/dienst/prestatieRaming 2005Raming 2006
Validatie & VergunningverleningVerhouding tussen ingediende vergunningaanvragen en op tijd beoordeelde vergunningaanvragen90 %100 %
    
 Gemiddelde kosten van vergunningshandeling per inrichting 50% t.o.v. 2005
    
Toezicht & HandhavingAantal beoordeelde verslagenn.v.t.320
    
 Percentage op tijd beoordeelde emissieverslagenn.v.t.95%
    
 Aantal bezochte bedrijven (en percentage van totale categorie):  
 Categorie I bedrijven9 (100%)9 (100%)
 Categorie II bedrijven40 (45%)40 (45%)
 Categorie III bedrijven40 (33%)40 (33%)
 Categorie IV bedrijven40 (33%)40 (33%)
    
Beheer registerBeschikbaarheid (% tijd dat het register 24 uur online is)90%95
    
 Betrouwbaarheid (aantal door klanten geconstateerde fouten)105
    
 Exclusiviteit (geen onrechtmatige toegang)100%100%

In de periode 2008–2012 moet de emissie van de broeikasgassen CO2, CH4, N2O, HFK's, PFK's en SF6 met 6% worden gereduceerd ten opzichte van het basisjaar 1990 (voor HFK's, PFK's en SF6 is dat 1995). Dit betekent een maximaal toegestaan emissieniveau van 199 Mton CO2-equivalenten per jaar in de periode 2008–2012. Om dit niveau te bereiken heeft Nederland ervoor gekozen de nationale emissies te beperken tot gemiddeld 219 Mton, en daarnaast gemiddeld 20 Mton per jaar buiten Nederland te reduceren door middel van Joint Implementation (JI) en het Clean Development Mechanism (CDM).

Begin 2004 zijn de streefwaarden voor de sectorale verdeling van het binnenlandse emissieniveau per 2010 vastgesteld:

Tabel 6.3. Prestatiegegevens binnenlands klimaatbeleid
Industrie/ electriciteit112 Mton
Landbouw7 Mton
Gebouwde omgeving29 Mton
Verkeer38 Mton
Totale max. CO2-emissie186 Mton
Overige broeikasgassen33 Mton
Maximale emissie broeikasgassen219 Mton
Af: aankoop rechten JI/CDM20 Mton
Kyoto-doel (bij 6% reductie)199 Mton

NB: het genoemde reductiepercentage, het maximaal toegestane emissieniveau en de streefwaarden kunnen worden aangepast aan nieuwe inzichten. De sectorale streefwaarden worden waarschijnlijk in 2005 aangepast i.h.k.v. de 2e Evaluatienota klimaatbeleid.

Tabel 6.4. Prestatiegegevens CDM (x 1 Mton)
 Getekende resp. te tekenen koopcontractenDoor de Executive Board goedgekeurde projectenGegenereerde emissiereductiesDoor de Executive Board gecertificeerde emissiereducties
20032,4 1,0 
20043,42,51,5 
Subtotaal5,82,52,5 
     
200556,220,03,5 
20065,015,08,56,0
2007 10,010,08,5
2008 5,09,510,0
2009 4,59,09,5
2010  8,59,0
2011  8,08,5
2012  7,58,0
2013   7,5
Subtotaal61,264,5  
     
Totaal67,067,067,067,0

6.2.2. Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken

Motivering

Om klimaatverandering door menselijke beïnvloeding tegen te gaan.

Instrumenten

• Voorlichting: VROM-website en vraagbeantwoording;

• Grote onderzoeksprogramma's: Bsik-programma Klimaat voor Ruimte (VROM penvoerder);

• Kennisoverdracht en -ontwikkeling: National Research Programme on Climate Change (NRP-CC), inbreng in IPCC;

• Bestuurlijk overleg en de resultaten daarvan (afspraken, convenanten): formele en informele internationale overleggen en afspraken.

Prestaties

• In interdepartementaal verband ontwikkelen en vaststellen van Nederlandse standpunten ten behoeve van internationale afspraken in EU-, OECD-, IPCC-, ICAO(International Civil Aviation Organisation), IMO- en VN-verband, en op basis daarvan agenderen, organiseren en onderhandelen (informeel en in de genoemde fora);

• Inhoudelijke en financiële inbreng leveren in IPCC en in de onderzoeksprogramma's NRP-CC en Klimaat voor Ruimte;

• Bevorderen van een internationale aanpak van bunkeremissies CO2 van zeescheepvaart en luchtvaart (een onderwerp dat niet gedekt is in de Kyoto-periode).

Doelgroepen

Andere landen en organisaties die gesprekspartners zijn bij de post-Kyoto klimaatonderhandelingen.

Prestatie-indicatoren

De te realiseren maximale emissieniveaus (in Mton/jr).

Basiswaarden

Vertrekpunt voor «post-Kyoto» zijn de waarden die gerealiseerd moeten zijn in de Kyoto-periode 2008–2012.

Streefwaarden

Beperken van klimaatverandering tot een maximale temperatuur-stijging van 2°C ten opzichte van de periode voor de industriële revolutie (1870), dat wil zeggen streven naar beleid van ontwikkelde landen gericht op emissiereducties in ordegrootte van 15–30% in 2020 en 60–80% in 2050 ten opzichte van 1990/1995. Behalen van de doelstelling is mede afhankelijk van het meedoen van belangrijke emitterende landen als India, China en Brazilië en het op gang komen van wereldwijde emissiehandel.

Planning

Is afhankelijk van de internationale agenda in 2006.

Verwijzingen beleidsstukken

«Klimaatverandering, klimaatbeleid: inzicht in keuzes voor de Tweede Kamer» (kamerstukken II, 2004–2005, 29 465 XI, nr. 3). Voorts diverse brieven waarin de Nederlandse inzet in de klimaatonderhandelingen is neergelegd: brief staatssecretaris over de internationale klimaatonderhandelingen (kamerstukken II, 2003–2004, 28 240 XI, nr. 5) en brief minister over goedkeuring van het allocatieplan CO2-emissierechten door de Europese Commissie (kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 9).

6.2.3. Beperken aantasting van de ozonlaag

Motivering

Om gezondheidsproblemen, met name huidkanker, te voorkomen. Er is een nauwe relatie tussen aantasting van de ozonlaag en klimaatverandering door menselijke beïnvloeding.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving: EU-Verordening 2037, Besluit Ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003, Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (methylbromide), Regeling Lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties 1997 (CFK's/HCFK's);

• Voorlichting: Overleg met betrokken bedrijven en brancheverenigingen;

• Kennisoverdracht en -ontwikkeling: Overdracht van kennis over in Nederland ontwikkelde en toegepaste alternatieven (bijvoorbeeld voor methylbromide);

• Bestuurlijk overleg en de resultaten daarvan (afspraken, convenanten): Regulier en op ad hoc basis overleg met verschillende betrokken branches en departementen. Formele internationale overleggen en afspraken.

Prestaties

• Vervullen van een actieve rol van Nederland in het overleg gericht op het bereiken van wereldwijde daling van het gebruik van methylbromide;

• Invoeren van eliminatiedata voor kritische toepassingen halon in de EU Verordening;

• Maken van mondiale en Europese afspraken over n-propyl-bromide consumptie en productie;

• Afspreken van internationale aanpak van productie en consumptie van HCFK's;

• Onder de werking van het Montreal Protocol brengen van nieuwe ozonlaagafbrekende stoffen;

• Goedkeuring bewerkstelligen van eventuele wijzigingen van het Montreal Protocol;

• Implementeren van internationale afspraken in Verordening (EG) nr. 2037/2000, inzake ozonlaag afbrekende stoffen.

Doelgroepen

Producenten, de importeurs en de bedrijven die genoemde stoffen nog (mogen) gebruiken.

Prestatie-indicatoren

Er zijn nog geen bruikbare indicatoren voor de wereldwijde toestand van de ozonlaag. Er zijn wel emissie-indicatoren:

• Productie- en consumptiecijfers van ozonlaagafbrekende stoffen (in volume en aantastingseffect). Hierover wordt ieder jaar aan de Europese Commissie gerapporteerd, die deze gegevens namens de gehele EU indient bij UNEP. Deze cijfers geven weer of de EU als geheel voldoet aan de afgesproken reductiemaatregelen onder het Montreal Protocol;

• Daarnaast geeft Nederland in andere rapportages aan de Europese Commissie weer hoe zij de Verordening uitvoert (onder andere het gebruik, beperking van emissies, inspecties op de uitvoering door bedrijven en de ontwikkeling van alternatieven). Onvoldoende uitvoering leidt tot ingebrekestelling met de gebruikelijke sancties.

Basiswaarden

Voor de basiswaarden van de ozonlaag-afbrekende stoffen wordt verwezen naar de jaarlijkse voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer.

Streefwaarden

Onder het Montreal Protocol zijn afspraken gemaakt over de afbouw van de productie en de consumptie van ozonlaag-afbrekende stoffen. Voor iedere stof zijn er afzonderlijke tijdpaden voor de uiteindelijke uitfasering uitgezet. Via aanpassingen van het protocol zijn deze afspraken steeds strenger gemaakt. De reductieschema's voor ontwikkelde landen zijn strenger dan voor ontwikkelingslanden.

Planning

Internationale afspraken onder het Montreal Protocol worden via aanpassing van Verordening (EG) nr. 2037/2000 in de Europese Unie uitgewerkt. Uitfasering en afbouw liggen op schema.

Verwijzingen beleidsstukken

n.v.t.

6.2.4. Beperking verzuring en grootschalige luchtverontreiniging

Motivering

Om verzuring en andere milieuschadelijke emissies door de industrie, het verkeer en de binnenvaart te beperken

Instrumenten

• Wet- en regelgeving: Kaderrichtlijn Lucht, omzetting dochter-richtlijnen Lucht, Besluit Emissie Eisen Stookinstallaties (BEES) etc., alsmede NOx-emissiehandel;

• Subsidiesverlening: stimuleringsregeling voor roetfilters en Nox-katalysatoren;

• Fiscale maatregelen: stimulering euro 4/5-motoren voor vrachtauto's;

• Voorlichting: gekoppeld aan uitvoeringsnotities «luchtkwaliteit» en «verzuring en grootschalige luchtverontreiniging»;

• Grote onderzoeksprogramma's: onderdeel van ECN Milieu-onderzoeksprogramma, RIVM-MNP en RIVM-MEV;

• Kennisoverdracht en -ontwikkeling: via de uitvoeringsprogramma's voor de Nota verkeersemissies en het Luchtkwaliteitsplan;

• Bestuurlijk overleg en de resultaten daarvan (afspraken, convenanten): interdepartementale afstemming, informatie-uitwisseling met bedrijfsleven, IPO, VNG en milieubeweging.

Prestaties

• Vaststellen van Nederlands standpunt voor besluitvorming review NEC-richtlijn (in 2006);

• Opstellen van Voortgangsnotitie «Emissieplafonds, verzuring en grootschalige luchtverontreiniging 2006» voor EC en Tweede Kamer;

• Evalueren van het Goteborg ECE Protocol tegen verzuring, afgesloten onder het verdrag tegen grensoverschrijdende luchtverontreiniging (evaluatie in navolging van NEC; afronding in 2006);

• Evalueren van de ECE-protocollen voor de stoffen HM en POP's (afronding in 2006);

• Herijken BEES (afronding van besluitvorming over normen);

• Wijzigen van het Besluit VerbrandenAfvalstoffen (BAT-referentiedocument).

NB: bepaalde instrumenten en maatregelen die genomen worden ter uitvoering van de Beleidsnota Verkeersemissies en die genoemd worden bij operationeel doel 8.2.4 – Bevorderen van duurzame mobiliteit (zie aldaar), dragen tevens bij aan de beperking van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging.

Doelgroepen

Industrie, landbouw, verkeer en binnenvaart.

Prestatie-indicatoren

De emissieniveaus voor de diverse verzurende en luchtverontreini-gende stoffen.

Basiswaarden

Zie in onderstaande tabel de jaren 1980, 1990, 2000 en 2002.

Streefwaarden

• Voor de (middel)lange termijn (2005 en 2010) zijn tussendoelen vastgesteld voor luchtkwaliteit en emissies. Over de emissiedoelen is in 2003 gerapporteerd in de notitie «Erop of eronder» (de Uitvoeringsnotitie emissieplafonds verzuring en grootschalige luchtverontreiniging 2003), zie onderstaande tabel;

• Voor de luchtkwaliteit van NO2 en fijn stof zijn concentratie-eisen vastgesteld: NO2: jaargemiddeld 40 microgram/m3 en PM10 jaargemiddeld 40 microgram/m3, daggemiddeld 50 microgram/m3. Deze norm mag max. 35 dagen per jaar overschreden worden (2005).

• Voor wat betreft SO2 en NOx wordt volgens de referentieraming met het huidige vastgestelde beleid het plafond vooralsnog niet gehaald. Bij de NEC-evaluatie in 2006 zal worden bekeken in hoeverre met het nu ingezette beleid de plafonds naar verwachting wel gerealiseerd kunnen worden. Hierover zal in 2006 aan de Tweede Kamer worden gerapporteerd.

Tabel 6.5. Emissies 1980, 1990, 2000 en 2003, doelstellingen en prognose 2010 (Kton/jr)
 19801990200020032010  
     Gotenburg ProtocolNEC-RichtlijnReferentie-raming
SO24811917565505067
NOx596576414393266260288
NH3234249152130128128126
VOS569493269224191185176

Bron: Milieubalans RIVM 2005 en Referentieraming 2005

Tabel 6.6. Sectorplafonds van de doelgroepen voor 2010 (Kton)
 SO2 NOxNH3 VOS
Industrie[11,5]] 3] 
Energie[13,5]]65]61
Raffinaderijen[14,5]] ] 
Consumenten1 127 29
HDO *) en Bouw1 71 33
Landbouw0 596 1
Verkeer4 1583 55
Onverdeeld b)4,5 1318 6
Totaal a)50 260128 185

Bron: notitie «Erop of eronder»

* HDO = Handel, Diensten en OverheidEmissietaakstelling 2010 (Kton/jaar) volgens de NEC-richtlijn. In de begroting 2005 (tabel 11.7) waren voor NH3 en VOS de «onverdeelde emissieruimten» buiten beschouwing gelaten.

Planning

Uit het in 2005 verschenen Nationaal Luchtkwaliteitsplan blijkt dat Nederland voor met name fijn stof en NO2 de gestelde normen niet zal kunnen realiseren. Het is daarom noodzakelijk enerzijds een aanvullend luchtkwaliteitspakket te formuleren en anderzijds met de EC overleg te plegen over mogelijkheden tot aanpassing of uitstel van de EU-regelgeving. In een voorstel tot een samenvoegingsrichtlijn voor de drie dochterrichtlijnen zal de Commissie hierop terugkomen. Naar verwachting kan Nederland met de EU-herziening Dochterrichtlijn Lucht, in combinatie met dit aanvullend luchtkwaliteitspakket en met meer nadruk op EU-breed beleid de normen voor fijn stof (2005) en NO2 (2010), op lokale overschrijdingen na, wel realiseren.

Verwijzingen beleidsstukken

• «Erop of eronder», uitvoeringsnotitie emissieplafonds verzuring en grootschalige luchtverontreiniging 2003 (bijlage bij kamerstukken II, 2003–2004, nr. 28 663 XI, nr. 12);

• Beleidsnota Verkeersemissies (kamerstukken II, 2003–2004, 29 667 XI, nr. 1);

• Nationaal Luchtkwaliteitsplan 2004 (kamerstukken II, 2004–2005, 28 663 XI, nr. 32);

• Referentieramingen 2005, maart 2005 (kamerstukken II, 2004–2005, 28 240 XI, nr. 28).

6.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 6.7. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoek naar de effecten van beleidKlimaatbeleid2006
   
Overige beleidsevaluatiesVoortgangsnotitie Lucht2006
 Actualisatie NLP 20042006
 NEC-plafonds (t.b.v. NEC-richtlijn)2006

Artikel 7. Verbeteren van de milieukwaliteit van water en bodem

7.1. Algemene beleidsdoelstelling

7.1.1. De verbetering van de milieukwaliteit van water en bodem bevorderen

Omschrijving

Om een duurzame milieukwaliteit van het bodem- en watersysteem te realiseren. En om in samenhang daarmee:

• Gebiedsspecifieke rijksmilieudoelen te realiseren;

• Een ecologisch duurzame landbouw te realiseren;

• Een optimale waterketen veilig te stellen;

• Een verantwoord gebruik van de bodem te garanderen.

Bijdrage

• VROM lost milieuproblemen niet met eigen handen op. Dat doen burgers, bedrijven, instellingen en andere overheden;

• VROM ontwikkelt generiek en gebiedsspecifiek rijksbeleid en faciliteert de uitvoering daarvan, enerzijds door normen en kaders te stellen, anderzijds door instrumenten beschikbaar te stellen;

• VROM levert tevens bijdragen aan het Europees (milieu)beleid en aan beleid ten dienste van duurzame ontwikkeling op mondiaal schaalniveau (bijvoorbeeld duurzaam gebruik bodem en water als natuurlijke hulpbronnen).

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van generiek en gebiedsspecifiek rijksbeleid en het faciliteren van de uitvoering daarvan. Voor water betreft dit vooral de normstelling voor grond- en oppervlaktewater; de beheersverantwoordelijkheid ligt bij de Minister van V&W.

De Minister van VROM is daarbij voor wat betreft de EHS verantwoordelijk voor de milieucondities. Voor wat betreft de landbouw gaat het vooral om de milieukaders die voortvloeien uit de normstelling voor bodem en grond- en oppervlaktewater.

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor de realisatie van de EHS en voor het sectorale beleid Duurzame Landbouw (implementatie van het mestbeleid en beleid voor gewasbeschermingsmiddelen).

De Minister van VROM is medeverantwoordelijk voor beleidsvoorstellen van andere ministers, waar deze consequenties hebben voor de milieukwaliteit van het bodem- en watersysteem.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van voldoende maatschappelijk draagvlak in binnen- en buitenland voor de noodzakelijke milieumaatregelen en de daarmee samenhangende gedragswijzigingen van burgers, bedrijven en instellingen.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat:

• Verontreiniging en aantastingen van het bodem- en watersysteem zijn verminderd en binnen maatschappelijk geaccepteerde grenzen komen;

• De gebruiksmogelijkheden van de bodem en van het water nu en in de toekomst in stand gehouden worden;

• De milieucondities van de EHS en de waterwingebieden zijn verbeterd en zijn afgestemd op het maatschappelijk gebruik (natuurdoelen en drinkwaterwinning);

• De milieuhinder veroorzaakt door de landbouw is verminderd en binnen maatschappelijk geaccepteerde grenzen komt;

• De maatschappelijke kosten van de waterketen aanvaardbaar zijn, waarbij de publieke belangen (gezondheid, milieu en bescherming gebonden klanten) goed gewaarborgd zijn;

• Geen onaanvaardbare risico's bestaan bij het huidige bodemgebruik.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) 3 en 4 (kamerstukken II, 1997–1998, 25 887 XI, nr. 1 en kamerstukken II, 2000–2001, 27 801 XI, nr. 1),

• Notitie «Vaste waarden, nieuwe vormen: Milieubeleid 2002–2006» (kamerstukken II, 2002–2003, 28 663 XI, nr. 1).

Tabel 7.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:59 916727 317156 967159 175159 243159 017309 317
Waarvan garantieverplichtingen 40 65940 35940 35940 35940 35940 659
Uitgaven:176 394136 870137 465156 312168 075167 764203 314
Programma:171 521131 899133 000151 862163 625163 314198 864
Waarvan juridisch verplicht  25 27024 30011 45511 43013 920
Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem:1 1541 5321 4361 0501 0501 0501 050
        
Saneren van verontreinigde bodems:165 527123 471120 469124 925130 043129 994165 544
        
Verbeteren van de milieukwaliteit van water:510660763785785785785
        
Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied:5102 8696 63419 99926 64426 38226 382
        
Bevorderen van duurzame landbouw:3 8203 3673 6985 1035 1035 1035 103
Apparaat:4 8734 9714 4654 4504 4504 4504 450
Ontvangsten24 80346900000

7.2. Operationele doelstellingen

7.2.1 Verbeteren milieukwaliteit bodem

Motivering

Om de chemische, fysische en biologische bodemkwaliteit te realiseren, die vereist is voor een optimale benutting van de kansen van het bodemsysteem. Dat wil zeggen geen nadelige effecten meer van handelingen op de bodem en «de juiste functie op de juiste plek» om onnodige beheerskosten en functieverlies van de bodem te voorkómen.

Om nieuwe verontreinigingen en aantastingen van het bodemsysteem «zoveel als redelijkerwijs mogelijk» te voorkómen.

Om de gebruiksmogelijkheden van de al verontreinigde(water)bodems te optimaliseren. Daarbij is essentieel dat de gewenste bodemkwaliteit bestuurlijk wordt vastgesteld.

Instrumenten

• Wettelijke regelingen: Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet verontreiniging oppervlaktewateren en hierop gebaseerde besluiten, met regels voor het toepassen van bouwstoffen en het hergebruik van grond en bagger en met eisen voor bodemintermediairs;

• Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB);

• Thematische EU-strategie bodem: bijdrage VROM via nationale standpunten, waar nodig, uitwerking van deze strategie na vaststelling ervan;

• Ontwikkeling handreikingen voor het bevoegd gezag als toetsingsinstrument voor verbetering van de bodemkwaliteit bij ruimtelijke ingrepen;

• Ondersteuning bevoegd gezag door uitvoeringsorganisatie Bodem+ bij de uitvoering van bodembeleid.

Prestaties

• Uitbrengen van AMvB bouwstoffen, grond en baggerspecie;

• Uitbrengen van AMvB kwaliteitsborging bodembeheer;

• Leveren van nationale bijdrage aan EU-bodemstrategie;

• Uitbrengen van Handreiking «plannen met de ondergrond» als onderdeel van ondergrondtoets.

Doelgroepen

Decentrale overheden, bedrijfsleven, burgers.

Prestatie-indicatoren

Zie tabel 7.2.

Basiswaarden

Zie tabel 7.2.

Streefwaarden

Zie tabel 7.2.

Planning

Zie tabel 7.2.

Verwijzingen beleidsstukken

• Brief Herijking VROM-regelgeving, brief minister over de vorderingen die gemaakt zijn binnen de herijkingsoperatie (kamerstukken II 2003–2004, 29 383 XI, nr. 17) en brief minister met informatie over de quick wins die in het kader van dit project zijn en worden geboekt (kamerstukken II, 2004–2005, 29 383 XI, nr. 23);

• Beleidsbrief Bodem (kamerstukken II, 2003–2004, nr. 28 663 XI nr. 13, p. 5);

• Beleidsnota Bodembeheer op goede gronden (kamerstukken II, 2003–2004, nr. 28 199 XI, nr. 6).

Tabel 7.2. Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeil-datumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Monitoringgegevens bodemkwaliteitHuidige kwaliteit op grond van milieubalans en lands-dek- kend beeld2005Ten minste standstill2007Ten minste standstill2008
Aantal erkende bodemintermediairsGeen200540020065002007

7.2.2. Saneren van verontreinigde bodems

Motivering

Om gezondheidsrisico's weg te nemen of te beheersen en om te voorkomen dat gebruiksbeperkingen moeten worden opgelegd.

Voor de diverse functies die de bodem heeft is de bijbehorende bodemkwaliteit vastgesteld. Op basis van een landsdekkende inventarisatie is berekend dat bij 14 000 locaties de bodemkwaliteit risico's oplevert bij het huidige gebruik en dat bij nog eens 45 000 locaties de bodemkwaliteit risico's zal opleveren bij wijziging van het gebruik. Indien geen saneringsmaatregelen worden genomen, dienen gebruiksbeperkingen opgelegd te worden, dient het gebruik geheel beëindigd te worden of kan een gewenste functieverandering niet gerealiseerd worden. Uiterlijk in 2015 moet in alle gevallen waar op basis van het huidig gebruik de bodem niet voldoet aan de voor het feitelijk gebruik gestelde normen een noodzakelijke sanering zijn aangevangen. Uiterlijk tot en met het jaar 2030 draagt het rijk bij aan de financiering van saneringen die noodzakelijk zijn om gewenst gebruik mogelijk te maken.

Voor de jaren 2007 t/m 2010 wordt vanuit het FES in totaal € 50 mln extra beschikbaar gesteld voor de sanering van spoedeisende gevallen van bodemverontreiniging. Het gaat in al deze gevallen om het versneld wegnemen van ernstige verontreinigingen die economische ontwikkelingen in de weg staan. In concreto gaat het onder andere om projecten gerelateerd aan de ontwikkeling van de Stormpolder in Krimpen a/d IJssel (EMK-terrein), de herinrichting van delen van de Brabantse en Limburgse Kempen en de uitbreiding van een bedrijfsterrein in Olst.

Instrumenten

• Wetgeving: Wet bodembescherming en daarop gebaseerde besluiten;

• Subsidies: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing, subsidies aan provincies en gemeenten op grond van de Wet bodembescherming en subsidieregeling voor de sanering van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen;

• Kennisontwikkeling en kennisoverdracht door (subsidiëring van) de Stichting Kennisontwikkeling en -overdracht Bodembeheer (SKB);

• Ondersteuning Bevoegd Gezag door Bodem+ bij de uitvoering van het bodemsaneringsbeleid.

Prestaties

• Verstrekken milieu-informatie aan belanghebbenden;

• Opstellen internethandleiding beheer en herstel bodemkwaliteit;

• Afspraken met het bedrijfsleven over de aanpak van historische verontreinigingen (ontstaan vóór 1975) buiten in gebruik zijnde bedrijfsterreinen;

• Regeling treffen voor nazorg;

• Bodemsanering opnemen in Investeringsbudget Landelijk Gebied;

• Beoordelen prestatieverantwoordingen periode 2000–2004;

• Begeleiden uitvoering bodemsanering door Bodem+.

Doelgroepen

Burgers, bedrijven en andere overheden.

Prestatie-indicatoren

Zie tabel 7.3.

Basiswaarden

Zie tabel 7.3.

Streefwaarden

Zie tabel 7.3.

Planning

Zie tabel 7.3.

Verwijzingen beleidsstukken

Brief Voortgang bodemsanering (kamerstukken II, 2004–2005, 28 199 XI. nr. 11).

Tabel 7.3. Prestatie-indicator
Prestatie-indicator: informatie voorzieningBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Percentage informatie-inwinningen over bodemkwaliteit bij onroerend-goed transacties01-1-200525 %200675%2010
Aantal geregistreerde gebruikers handleiding beheer en herstel bodemkwaliteit 1-1-20051 000200620002010
 
Prestatie-indicator: productie onderzoeken bodemsanering en bodemsaneringenWerkvoorraadPeildatumTe realiseren productiePeriodeStreefw 2Periode
Oriënterende onderzoeken instedelijk gebied30 0001-1-2005500200602030
Oriënterende onderzoeken in landelijk gebied30 0001-1-2005400200602030
Oriënterende onderzoeken in eigen beheer100 0001-1-2005600200602030
Nadere onderzoeken in stedelijk gebied7 5001-1-2005130200602030
Nadere onderzoeken in landelijk gebied7 5001-1-2005100200602030
Nadere onderzoeken in eigen beheer60 0001-1-20051 100200602030
Saneringen in stedelijk gebied3 0001-1-200550200602030
Saneringen in landelijk gebied3 0001-1-200530200602030
Saneringen in eigen beheer54 0001-1-20051 000200602030

7.2.3. Verbeteren milieukwaliteit water

Motivering

Om de milieukwaliteit van het water te verbeteren, benaderd vanuit de facetten: het watersysteem en het watergebruik.

Watersysteem:

Om de milieukwaliteit van water voor nu en in de toekomst te kunnen waarborgen, is het noodzakelijk dat de gewenste kwaliteit (algemeen of passend bij de functie) van het water – bestuurlijk – wordt vastgelegd. De vast te stellen doelen vloeien voort uit Europese waterrichtlijnen (Kaderrichtlijn Water, Grondwaterrichtlijn, Richtlijn Prioritaire Stoffen, Zwemwaterrichtlijn). De doelstellingen bestaan uit biologische, fysische, chemische en bacteriologische componenten. Tevens moet verontreiniging van het water en ontstaan van afvalwater «zo veel als redelijkerwijs mogelijk is» worden voorkomen.

Watergebruik:

Om voor het watergebruik een duurzame veiligstelling van een optimale waterketen (de drink- en industriewatervoorziening, riolering en afvalwaterzuivering) op een transparante wijze te waarborgen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Daarbij dienen de publieke belangen (gezondheid, milieu en bescherming gebonden klanten) eveneens goed te zijn gewaarborgd.

Instrumenten

• Wettelijke regelingen: Wm, Wbb, Whvbz, Bmw, Wwh en Wvo waarin doelstellingen, en monitoring voor en eisen aan lozingen op water, bodem en riolering worden gesteld;

• Waterleidingwet: voor het duurzaam veiligstellen van de drinkwatervoorziening;

• Subsidieregeling aan particulieren en woningbouwverenigingen voor de vervanging van loden drinkwaterleidingen door niet-loden materialen;

• Kennisontwikkeling via het onderzoeksprogramma bij het RIVM/MEV en het Kennisplatform NBW;

• Bestuurlijk Overleg Waterketen en Landelijk Bestuurlijk Overleg Water.

Prestaties

• Uitvoeren van een programma voor het vergroten van de doelmatigheid en transparantie van de waterketen;

• Rapporteren over de voortgang van de samenwerking in de waterketen 2006;

• Zorgen voor inwerkingtreding AMvB voor de monitoring van oppervlakte- en grondwater;

• Opstellen beleidsbrief (dier)geneesmiddelen en (water)milieu;

• Zorgen voor inwerkingtreding van het Besluit lozingen afvalwater huishoudens en bijbehorende Ministeriële Regeling;

• Zorgen voor inwerkingtreding van het Besluit lozingen afvalwater uit niet-inrichtingen;

• Opstellen rapportage drinkwaterkwaliteit 2005;

• Opstellen ontwerp Drinkwaterwet (ter vervanging van de Waterleidingwet) met bijbehorend ontwerp Drinkwaterbesluit (ter vervanging van het Waterleidingbesluit).

Doelgroepen

Andere overheden (provincies, gemeenten en waterschappen), drinkwaterbedrijven, eigenaren collectieve drinkwaterinstallaties, consumenten/burgers en bedrijven.

Prestatie-indicatoren

Zie tabel 7.4.

Basiswaarden

Zie tabel 7.4.

Streefwaarden

Zie tabel 7.4.

Planning

Zie tabel 7.4.

Verwijzingen beleidsstukken

• Wijzigingen van de Wwh en de Wm t.b.v. de implementatie van de Kaderrichtlijn Water (kamerstukken II, 2002–2003, 28 808 XI, nr. A);

• Pragmatische implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (kamerstukken II, 2003–2004, 28 808 XI, nr. 12);

• Kabinetsstandpunt IBO Bekostiging Waterbeheer (kamerstukken II, 2003–2004 XI, 29 428, nr. 1);

• Beleidsbrief regenwater en riolering (kamerstukken II, 2003–2004, 28 966 XI, nr. 2);

• Rijksvisie Waterketen (kamerstukken II, 2002–2003, 28 966 XI, nr. 1);

• Beleidsplan Drink- en Industriewatervoorziening (kamerstukken II, 1995–1996, 23 168 XI, nr. 4);

• Hoofdlijnennotitie herziening Waterleidingwet (kamerstukken II, 1997–1998, 25 869 XI, nr. 1);

• Beleidsstandpunt Huishoudwater (kamerstukken II, 2002–2003, 264 484 XI, nr. 9);

• Notitie afvalwater buitengebied (kamerstukken II, 2001–2002, 19 826 XI, nr. 23).

Tabel 7.4. Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Percentage meetresultaten dat voldoet aan de wettelijke normen voor drinkwaterkwaliteit99,9%200499,9%2006  
Percentage nieuwe materialen en chemicaliën die in contact staan met drinkwater t.o.v. het totaal aantal nieuwe materialen en chemicaliën met erkende kwaliteitsverklaringen 80%2006100%2007
Mate van voldoen van drinkwaterbedrijven aan basisbeveiligingsniveau50%2003100%2007  
Gemeten voortgang (o.b.v. een nog te ontwikkelen systematiek) in de samenwerking in de waterketen Nader te bepalen   
Percentage gesaneerde huishoudelijke lozingen in het buitengebiedca. 5%2002100%2007  
Aantal oppervlakte- en grondwaterlichamen (in ha) t.o.v. het totaal van oppervlakte- en grondwaterlichamen waarvan de gemeten waarden (ecologische, chemische en kwantitatieve parameters) voldoen aan de geldende normen in KRW en EMS Nader te bepalen2 015  
Percentage locaties t.o.v. het totaal aantal locaties, waarvan de actuele waterkwaliteit voldoet aan de geldende normen die gesteld zijn aan de gestelde gebruiksfunctie van de locatie Nader te bepalen2 015  

7.2.4. Bevorderen gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijk gebied

Motivering

• Om de vereiste milieucondities voor de Ecologische Hoofdstructuur en de waterwingebieden te realiseren;

• Om de gewenste milieukwaliteit met betrekking tot geluid-, stank- en lichthinder in het landelijk gebied te realiseren;

• Om het gewenste gebruik van biodiversiteit buiten de EHS te behouden ofwel te verkrijgen.

Instrumenten

• Subsidie aan de twaalf provincies conform de Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden (SGB);

• Subsidie aan een aantal provincies voor projecten ten behoeve van extensivering melkveehouderij en milieu (deel van de Koopmansgelden);

• Subsidie aan een beperkt aantal extensieve melkveehouders in specifieke, kwetsbare gebieden (deel van de Koopmansgelden);

• Regels inzake het Investeringsbudget landelijk Gebied in de Wet inrichting landelijk gebied (WILG) als opvolger van de Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden (SGB). De WILG moet op 1 januari 2007 in werking treden.

Prestaties

• Implementeren van het systeem «Investeringsbudget Landelijk Gebied» (onder andere wetgeving; monitoringssysteem);

• Het maken van doel- en geldafspraken met de twaalf provincies over milieu, duurzame landbouw, reconstructie en nationale landschappen in 12 bestuursovereenkomsten ILG 2007–2013 (1e generatie échte ILG-contracten);

• Stimuleren van extensivering melkveehouderij met behulp van de zgn. Koopmansgelden;

• (Her)Formuleren van de operationele rijksdoelen «milieucondities EHS» en «duurzame landbouw» in het Meerjarenprogramma Vitaal Platteland 2;

• Stimuleren van duurzaam gebruik van ecosysteem-diensten o.m. door pilotprojecten agrobiodiversiteit.

Doelgroepen

De provincies zijn, als regisseur van de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid, verantwoordelijk voor het realiseren van de met het Rijk afgesproken (bijdrage aan de) rijksdoelen. Het Rijk stelt hiervoor budget beschikbaar. Bedrijven, instellingen en andere overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) voeren de maatregelen daadwerkelijk uit.

Prestatie-indicatoren

De prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden worden in 2005 en 2006 geformuleerd en zo goed mogelijk gekwantificeerd. (onder andere in een project van het Implementatie-programma ILG en het project Meerjarenprogramma Vitaal Platteland 2).

Prestatie-indicatoren, basiswaarde en streefwaarde worden tot nu toe veelal op landelijk schaalniveau geformuleerd en zijn terug te vinden in onder andere de jaarlijkse Milieubalans van het MNP en de website Milieu- en Natuurcompendium.

Basiswaarden

Zie prestatie-indicatoren.

Streefwaarden

Zie prestatie-indicatoren.

Planning

Zie prestatie-indicatoren.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004 , 29 435 XI, nrs. 1–3);

• Agenda Vitaal Platteland (kamerstukken II, 2003–2004 , 29 576 XI, nr. 1);

• Brief minister LNV Bestuurlijk akkoord contouren Investeringsbudget Landelijk Gebied (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XIV, nr. 5).

7.2.5. Bevorderen van duurzame landbouw

Motivering

Om een ecologisch duurzaam gebruik en beheer van bodem, water, lucht en overige natuurlijke hulpbronnen door de agrarische sector te bevorderen, met een «juiste» ruimtelijke inpassing in het landelijk gebied en een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Instrumenten

Ammoniak en geur:

De voor ammoniakgevoelige natuurgebieden worden aanvullend op het generieke emissiebeleid beschermd door de Wet ammoniak en veehouderij (Wav).

De stankwet voor de reconstructiegebieden en de nieuwe Wet geurhinder en veehouderij voor de rest van Nederland geven het wettelijke kader aan.

• Gewasbeschermingsmiddelen:

De nota «Duurzame gewasbescherming» van 2004 bevat het beleid tot 2010, waaronder het convenant duurzame gewasbescherming. Naast monitoring is het wettelijk kader voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen een belangrijk instrument.

• Mest/Nitraat:

De Meststoffenwet omvat de implementatie van het 3e Actieprogramma Nitraatrichtlijn in wet- en regelgeving, inclusief de mogelijkheid voor een derogatie. Naast monitoring spelen diverse onderzoeks- en voorloperprojecten een rol.

Prestaties

• Wijzigen van Wet ammoniak en veehouderij, zodat het areaal natuur waarop de zoneringsmaatregelen van toepassing zijn kleiner wordt op grond van het Regeerakkoord 2003;

• Evalueren van de Nota Duurzame Gewasbescherming en uitbrengen van beleidsconclusies;

• Voldoen aan de Nitraatrichtlijn met ingang van 2006 inclusief de derogatie. Dit betekent uitvoering geven aan de verplichte voorschriften betreffende de aanwending van dierlijke mest, de gebruiksnormen voor totaalstikstof en -fosfaat alsmede aanvullende gebruiksvoorschriften.

Doelgroepen

Het landbouwbedrijfsleven, decentrale overheden en burgers.

Prestatie-indicatoren

• Ammoniak: Afname ammoniakemissie en zonering rondom natuurgebieden;

• Gewasbeschermingsmiddelen: Vermindering milieubelasting;

• Meststoffen: Daling van nitraatgehalte in grondwater en vermindering eutrofiëring.

Voor de basis- en streefwaarden wordt verwezen naar tabel 7.5.

Planning

De transitie naar een duurzame landbouw is in 2030 gerealiseerd.

Verwijzingen beleidsstukken

• Wet ammoniak en veehouderij, brief staatssecretaris over voorgenomen wijziging Wet ammoniak en veehouderij (WAV) (kamerstukken II, 2003–2004, 24 445 XI, nr. 69) en brief staatssecretaris over overleg met IPO en VNG (kamerstukken 2003–2004, 24 445, nr. 70) en brief staatssecretaris over trajecten nieuwe Stankwet en wijziging Wet ammoniak en veehouderij (kamerstukken 2004–2005, 29 930 XI, nr. 33);

• Nota duurzame gewasbescherming (kamerstukken II, 2003–2004, 27 858 XI, nr. 47, blz. 13–16, 22–23);

• Derde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (kamerstukken II 2003–2004, 28 385 XI, nr. 40).

Tabel 7.5. Prestatie-indicator
Prestatie-indicatorBasiswaardePeil-datumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Ammoniak; totale emissie van alle doelgroepen (bron: Milieubalans 2005)130 kiloton2003128 kiloton2010 (Europees)100 kiloton2010 (Nationale inspanning NMP-4)
Gewasbeschermingsmiddelen; procentuele vermindering van de milieubelasting ten opzichte van 1998 (bron: Nota duurzame gewasbescherming)50%200175%200595%2010
Meststoffen; nitraatgehalte in het grondwater (bron: Milieu-balans 2005)90 mg/l zandgrond200250 mg/l2009  

7.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 7.6. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoek naar de effecten van beleidGewasbescherming2006
 Nederlandse richtlijn bodem-bescherming bedrijfsmatige activiteiten (NRB)2007
 Openbare watervoorziening2007
   
Overige beleidsevaluatiesSubsidieregeling gebiedsgericht beleid 2002–20052006/2007

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgeving

8.1. Algemene beleidsdoelstelling

8.1.1. De lokale luchtkwaliteit verbeteren en de overlast door geluid te verminderen en te voorkomen, met bijzondere aandacht voor het verkeer

Omschrijving

Beperken en voorkomen van de schadelijke effecten van luchtverontreiniging en geluidhinder op de gezondheid van mensen.

Het scheppen van de juiste condities voor een goede milieukwaliteit in de bebouwde omgeving.

Bijdrage

VROM stelt de kaders (regelgeving) en stelt financiële middelen beschikbaar. VROM draagt bij aan de transitie naar duurzame mobiliteit. VROM draagt bij aan de evaluatie en uitvoering van het luchtvaartbeleid. VROM faciliteert gemeenten en provincies bij de uitvoering van een integraal milieubeleid.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor:

• De implementatie van de EU-richtlijnen ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit;

• Het beheer en onderhoud van de regelgeving op genoemde beleidsvelden;

• De financiering van geluidsanering als bedoeld in de Wet geluidhinder;

• Bijdragen aan het mobiliteitsbeleid en luchtvaartbeleid.

Succesfactoren

Het behalen van de doelstellingen hangt mede af van de invulling van de regiefunctie die de gemeenten, samenwerkingsverbanden en infrabeheerders ten aanzien van de uitvoering van de maatregelen hebben en de uitvoering door de primaire beheerders van de dossiers. Een tweede factor is adequate normstelling voor (onderdelen van) voertuigen in EU of UN/ECE verband. Daarnaast is uiteraard de beschikbaarheid van middelen om de maatregelen te treffen cruciaal.

Effectgegevens

Concrete effectgegevens zijn waar mogelijk opgenomen bij de operationele doelen.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nrs. 1–3);

• Nota Nota Mobiliteit (www.mobiliteit.nl);

• Nota Verkeersemissies (kamerstukken II, 2003–2004, 29 667 XI, nr. 1).

8.1. Tabel budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:54 01041 13935 06335 01633 97536 08635 996
Uitgaven:48 50041 50940 73341 69036 92635 46035 460
Programma:42 65636 43136 25837 50032 76831 3023 1 302
Waarvan juridisch verplicht  5 4404 5003 9303 7553 755
Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden:5 8915 5625 5286 2102 2082 2082 208
        
Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit:0000000
        
Verminderen van geluidhinder:36 76530 86930 73031 29030 56029 09429 094
        
Bevorderen van duurzame mobiliteit:0000000
Apparaat:5 8445 0784 4754 1904 1584 1584 158
Ontvangsten2 667 0    

8.2. Operationele doelstellingen

8.2.1. Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden

Motivering

Om door het aanreiken van instrumenten andere overheden in staat te stellen om het milieubeleid integraal en gecoördineerd aan te pakken, goede milieukwaliteit in de bebouwde omgeving gebiedsgericht te realiseren, in stand te houden en te verbeteren.

Instrumenten

• Bestuurlijk overleg en bestuurlijke communicatie;

• Wet- en regelgeving gericht op uitvoering en handhaving van het gebiedsgerichte milieubeleid. De milieu component in de Wet Stedelijke Vernieuwing is hier een voorbeeld van;

• Milieusubsidies via Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (zie art. 4);

• Kennisoverdracht en kennisontwikkeling in de vorm van handreikingen om te komen tot samenhangend gebiedsgericht milieubeleid.

Prestaties

• Rapportage gebieden in transitie (binnenstedelijke gebieden die een andere bestemming krijgen) opstellen en aanbieden;

• Stroomlijning van plantoetsen in het kader van Project Andere Overheid;

• Uitvoeren acties uit thematische strategie Urban Evironment;

• Versterken samenhang in de rapportages en de plannen van de lokale overheid op het terrein van lucht en geluid;

• Ondersteuning van provincies bij implementatie Interimwet Stad en Milieu.

Doelgroepen

Gemeenten en provincies

Prestatie-indicatoren

• Bij de activiteiten die op deze doelstelling worden gedaan, gaat het vooral om stimuleren en faciliteren om te komen tot een samenhangend lokaal/regionaal milieubeleid.

Gegeven de aard van de werkzaamheden is het niet zinvol hier prestatie-indicatoren aan te verbinden. De realisatie van het beleid valt af te lezen aan de uitvoering van de prestaties en de instrumenten.

Basiswaarden

n.v.t.

Streefwaarden

n.v.t.

Planning

n.v.t.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nrs. 1–3);

• Nationaal Milieubeleidsplan 4 (kamerstukken II, 2000–2001, 27 801 XI, nr. 1).

8.2.2. Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit

Motivering

Om de luchtkwaliteit te verbeteren om zodoende een bijdrage te leveren aan de verbetering van de gezondheidssituatie en voor het doorgang laten vinden van ruimtelijke en infrastructuur plannen. Bij dit doel gaat het om het verbeteren van de lokale luchtkwaliteit in algemene zin. Bij het doel 8.2.4 (bevorderen van duurzame mobiliteit) gaat het om specifieke maatregelen gericht op het terugdringen van de uitstoot.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving: Wet luchtkwaliteit, wet ruimtelijke ordening, Tracéwet, Wet luchtvaart, Luchtvaartwet, Europese emissienormstelling;

• Subsidieverlening: financiering lokale maatregelen via ISV;

• Bestuurlijk overleg: Loket voor luchtkwaliteit (provincies/gemeenten);

• Voorlichting: ten aanzien van luchtkwaliteit

Prestaties

• Tot stand brengen van aangepast wettelijk kader: Afronden parlementaire behandeling Wet luchtkwaliteit, waarin opgenomen implementatie 4e Dochterrichtlijn;

• Invoeringsbegeleiding nieuwe Wet luchtkwaliteit;

• Leveren VROM inbreng in NL-inbreng bij vaststelling gewijzigde EU-richtlijn n.a.v. CAFE-strategie;

• Rapporteren over de luchtkwaliteit aan de EU;

• Actualiseren Nationaal luchtkwaliteitsplan 2004, mede op basis van nieuwe gemeentelijke plannen;

• Opstellen reken- en meetvoorschrift luchtkwaliteit;

• Faciliteren uitvoering Besluit luchtkwaliteit 2005 en vervolgens Wet luchtkwaliteit door andere overheden, door uitvoeren pilotprojecten, maken handreiking onderbouwing ruimtelijke plannen en instellen loket voor vragen gemeenten en provincies.

Doelgroepen

Burgers, gemeenten, provincies, andere departementen

Prestatie-indicatoren

Luchtkwaliteit knelpunten, uitgedrukt in μg/m3 per stof

Basiswaarden

Zie tabel 8.2.

Streefwaarden

Zie tabel 8.2.

Planning

Zie tabel 8.2.

Verwijzingen beleidsstukken

Besluit luchtkwaliteit 2005 en zodra die van kracht is de Wet luchtkwaliteit

Tabel 8.2. Prestatie-indicator
Prestatie-indicatorBasiswaardeIndicatiefPeildatum 2006Streefwaarde 1/ grenswaardePlanning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Luchtkwaliteit knelpunten      
NO2 (jaarbasis) 48 μg/m340 μg/m32010  
PM10 (jaarbasis)  40 microgram/m32005  
PM10 (dagbasis; grenswaaarde is maximaal 35 dagen overschrijdng per jaar)  50 microgram/m3 24 uursgemiddelde2005  

Prestatie-indicator is de mate waarin binnen de normstelling gebleven kan worden. Voor NO2 moet de normstelling uiterlijk met ingang van 2010 gerealiseerd worden. Voor PM10 geldt de normstelling vanaf 2005.

8.2.3. Verminderen van geluidhinder

Motivering

Om te zorgen voor een goede akoestische kwaliteit en in elk geval het voorkomen en verminderen van kansen op gezondheidsschade als gevolg van overmatige geluidsniveaus.

Instrumenten

• Wet geluidhinder en Wet milieubeheer met onderliggende regelgeving;

• Subsidieverlening voor de sanering van verkeerslawaai;

• Subsidieverlening toepassing stille technieken bij laden en lossen (PIEK);

• Vergoeding apparaatskosten aan andere overheden voor de uitvoering van de EU-richtlijn omgevingslawaai.

Prestaties

• Verzorgen invoeringstraject wijziging Wet geluidhinder 1e fase;

• Wetsvoorstel wijziging Wet geluidhinder 2e fase aan Tweede Kamer aanbieden;

• Herzien van onderliggende regelgeving naar aanleiding van de wijziging Wet geluidhinder 2e fase;

• Begeleiden uitvoering sanering verkeerslawaai;

• Begeleiding uitvoering subsidieregeling PIEK;

• Afhandelen sanering industrielawaai;

• Rapporteren over gezondheidskundige evaluatie Schiphol.

Doelgroepen

Burgers, andere overheden, andere departementen, EU, UN/ECE, bedrijven.

Prestatie-indicatoren

Voortgang sanering verkeerslawaai

Basiswaarden

zie tabel 8.3.

Streefwaarden

zie tabel 8.3.

Planning

zie tabel 8.3.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Verkeersemissies (kamerstukken II, 2003–2004, 29 667 XI, nr. 1);

• Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nrs. 1–3);

• Nota Mobiliteit (www.mobiliteit.nl).

Tabel 8.3. Prestatie-indicator
Prestatie-indicatorAantal betrokken woningenaantal projecten
VOORBEREIDING  
in voorbereiding eind 20056 82137
in voorbereiding genomen 20061 10912
voorbereiding afgehandeld in 2006 / in uitvoering genomen 20061 97519
totaal in voorbereiding einde 20065 95530
   
UITVOERING  
in uitvoering eind 200516 73556
in uitvoering genomen 20061 97519
afgehandeld 20068 23319
totaal in uitvoering eind 200610 47756
   
totaal in voorbereiding en uitvoering eind 200616 43286
   
Afgewezen projecten3 60220

Bron: Bureau Sanering Verkeerslawaai

8.2.4 Bevorderen van duurzame mobiliteit

Motivering

Om schadelijke gezondheidseffecten weg te nemen en om te voorkomen dat toekomstige generaties met de milieugevolgen van mobiliteit worden opgezadeld. Dat impliceert dat de emissies door verkeer teruggebracht worden tot op het «no-effect level», oftewel het schoon, stil en zuinig maken van het verkeer.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving: EU richtlijn National Emission Ceilings (NEC-richtlijn), EU-emissienormen, Accijnswet, Belastingwet, Besluit luchtkwaliteit (opgevolgd door Wet luchtkwaliteit), Tracéwet, Wet luchtvaart en Luchtvaartwet;

• Subsidie: stimuleringsregelingen voor roetfilters en NOx katalysatoren;

• Fiscale maatregelen: onder andere stimulering Euro 4/5-motoren voor vrachtauto's en CO2 differentiatie BPM;

• Kennisontwikkeling en -overdracht: via het Platform Duurzame Mobiliteit.

Prestaties

• Uitvoeren beleid biobrandstoffen (stimulering, opzet certificeringsysteem, ontwikkelen betere biobrandstoffen en kansen voor Nederland);

• In EU onderhandelen over CO2-emissies van auto's na 2008 (voortzetting convenant of normstelling dan wel emissiehandel);

• Vaststellen met V&W Tracé / Milieu Effect Rapportage (MER) procedures infrastructuur;

• Vormgeven met V&W van prijsbeleid wegverkeer (Commissie Nouwen);

• Het Kabinet zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden voor verdere vergroening van het belastingstelsel;

• Uitvoeren nationale maatregelen uit de Nota Verkeersemissies (CO2-differentiatie BPM, stimulering hybride auto's);

• Verkeersmaatregelen ten behoeve van luchtkwaliteit: uitvoeren maatregelen Nota Verkeersemissies en aanvullend pakket maatregelen (€ 400 mln uit FES voor 2006–2010). Het gaat om de stimuleringsregelingen voor onder meer schone binnenvaart en stimuleringsregelingen voor schone voertuigen, vervroegde marktintroductie van Euro-4 en Euro-5 vrachtauto's, roetfilters op nieuwe bestelauto's en taxi's, roetfilters op bestaande voertuigen (o.a. vrachtauto's, bestelauto's, personenauto's, binnenvaartschepen), en een schoner lokaal wagenpark (o.a. bussen, vuilnisauto's);

• Internationaal onderhandelen over emissiegrenswaarden Euro-5 en -6 voor personenauto's en Euro-6 voor vrachtauto's: de inzet is dat hier normen voor NOx, VOS en fijn stof uitkomen die zo laag zijn dat voertuigen die aan deze norm voldoen duurzaam zijn ten aanzien van deze stoffen;

• Beïnvloeden internationale geluidemissieregelgeving om bronbeleid geluid kostenefficiënt uit te kunnen voeren (aanscherpen geluideisen voor voertuigen en banden);

• Aanpakken van geluidsoverlast rijksinfrastructuur samen met V&W;

• Evalueren Schipholbeleid (geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid);

• Aanpassen Wet luchtvaart (decentralisatie bevoegdheid burgerluchthavens en modernisering regelgeving militaire luchthavens);

• Opstellen AMvB ten behoeve van normstelling burgerluchthavens.

Doelgroepen

Burgers, vervoersector, brandstofproducenten, producenten verkeersmiddelen, andere overheden, EU, VN.

Prestatie-Indicatoren

Er is sprake van duurzame mobiliteit als de verkeersemissies tot het «no-effect level» zijn teruggebracht. Op weg daar naar toe:

1. worden de gemiddelde geluidemissies van wegverkeervoertuigen, personen- en goederentreinen en vliegtuigen verlaagd;

2. worden de milieukosten in de prijs van mobiliteit verdisconteerd;

3. wordt vanaf 2010 een absolute ontkoppeling ingezet tussen de groei van het verkeer en de emissie van broeikasgassen, in de transitie naar duurzame mobiliteit;

4. zijn de milieuaspecten in de uitvoering van mobiliteitsbeleid verwerkt;

5. worden knelpuntsituaties rijksinfrastructuur met geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden (weg) en 70 dB Lden (spoor) vóór 2020 aangepakt;

6. blijft de oppervlakte EHS met geluidsniveaus kleiner dan of gelijk aan 38 dB Lden vanwege de rijksinfrastructuur in 2010 minimaal aan die van 2000;

7. functioneert Schiphol binnen wettelijk vastgelegde milieugrenzen.

Basiswaarden

Er zijn geen zinvolle basiswaarden beschikbaar.

Streefwaarden

Bij deze doelstelling zijn streefwaarden grenswaarden. Dat houdt in dat deze waarden niet overschreden mogen worden.

CO2 : 38,3 Mton/jr.

NOx : 158 Kton/jr.

VOS : 55 Kton/jr.

Planning

Voor het bereiken van duurzame mobiliteit zijn als doelstelling vastgelegd:

• Prestatie indicator 1) 2010;

• Prestatie indicator 2) 2010 en verdere jaren;

• Prestatie indicator 3) 2006 en verdere jaren;

• Prestatie indicator 4) 2010;

• Prestatie indicator 5) 2020;

• Prestatie indicator 6) 2010;

• Prestatie indicator 7) 2006.

Verwijzingen Beleidsstukken

• Nota Verkeersemissies (kamerstukken II, 2003–2004, 29 667 XI, nr. 1);

• Nationaal Luchtkwaliteitsplan 2004, februari 2005 (kamerstukken II, 2004–2005, 28 663, nr. 32);

• Nota Ruimte;

• Wet luchtvaart en AMvB's Schiphol;

• Notitie Erop of Eronder (uitvoeringsnotitie emissieplafonds verzuring en grootschalige luchtverontreiniging 2003 (bijlage bij kamerstukken II, 2003–2004, nr. 28 663 XI, nr. 12));

• Nota Mobiliteit (www.mobiliteit.nl)

8.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 8.4. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
BeleidsdoorlichtingWettelijk stelsel Schiphol2006
   
Overige beleidsevaluatiesNationaal lucht kwaliteitsplan2007

Artikel 9. Verminderen van risico's van stoffen, afval, straling en GGO's

9.1. Algemene beleidsdoelstelling

9.1.1. De beheersing van risico's voor mens en milieu bij het omgaan met stoffen, afvalstoffen, radioactieve stoffen, straling en genetisch gemodificeerde organismen, rekening houdend met sociale en economische factoren

Omschrijving

Om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte, beheersbare gezondheidsrisico's.

Bijdrage

• VROM formuleert beleid, beheer en onderhoud van de normstelling en andere beleidsinstrumenten op het gebied van chemische stoffen, afvalstoffen, straling en genetisch gemodificeerde organismen;

• VROM coördineert het thema Verspreiding en de daaraan gerelateerde doel- en taakstellingen;

• VROM levert expertise op de beleidsvelden stoffen, afvalstoffen, straling en bioveiligheid.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de implementatie en uitvoering van EU-regelgeving en de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van stoffen, voor de acties die voortkomen uit de nota Nuchter Omgaan met Risico's en het Actieprogramma Gezondheid en Milieu, voor de sturing van het afvalstoffenbeleid, voor de bescherming van de burgers tegen de gevaren van ioniserende en niet-ioniserende straling en voor de veiligheid van mens en milieu bij handelingen met genetisch gemodificeerde organismen.

Succesfactoren

Het behalen van deze doelstelling hangt af van een groot aantal factoren (internationale ontwikkelingen, stand van de techniek). Essentieel is de betrokkenheid en inzet van een groot aantal organisaties, het bedrijfsleven, andere overheden en alle burgers.

Effectgegevens

Het behalen van deze doelstelling zal bijdragen aan een situatie waarbij mens en milieu worden beschermd tegen onaanvaardbare risico's als gevolg van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen of radioactieve stoffen, een zodanig beheer van afval dat de gevolgen voor het milieu aanvaardbaar zijn en tenslotte mens en milieu beschermd zijn tegen risico's van GGO's.

Verwijzingen beleidsstukken

De betreffende beleidsstukken zijn bij de operationele doelen aangegeven.

Tabel 9.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:101 08555 31719 60128 44029 64229 63029 630
Uitgaven:88 32543 83940 19640 84234 64229 63029 630
Programma:82 38438 79135 19935 85929 65924 64724 647
Waarvan juridisch verplicht  29 12513 9859 1954 1900
Veilig gebruik van chemische stoffen:4 17113 14413 07313 8558 8553 8553 855
        
Reductie van milieubelasting door afvalstoffen:64 76321 79518 81418 76517 56517 55317 553
        
Bescherming tegen straling:8143 4411 2211 1341 1341 1341 134
        
Verantwoorde toepassing van ggo's:12 6374112 0912 1052 1052 1052 105
Apparaat:5 9405 0484 9974 9834 9834 9834 983
Ontvangsten2 502 0    

9.2. Operationele doelstellingen

9.2.1. Veilig gebruik van chemische stoffen

Motivering

Om een situatie te realiseren waarin mens en milieu hooguit verwaarloosbare risico's lopen als gevolg van de schadelijke effecten van stoffen en andere milieu-agentia.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving, waaronder implementatie van EU-regelgeving op het gebied van stoffen (Registratie, Evaluatie, Autorisatie van Chemicaliën [REACH]);

• Reguliere handhavingacties ten behoeve van de uitvoering van het vigerende stoffenbeleid;

• Subsidieverlening voor sanering asbestwegen;

• Voorlichting in het kader van beleidsvernieuwing omgaan met risico's (Gezondheid en Milieu) en beleidsvernieuwing stoffen (REACH);

• Onderzoeksprojecten ten behoeve van beleidsvernieuwing omgaan met risico's (Gezondheid en Milieu);

• Kennisoverdracht en kennisontwikkeling bij beleidsvernieuwing stoffen (REACH) en bij uitvoering vigerend stoffenbeleid;

• Convenanten/afspraken over de uitvoering van het stoffenbeleid.

Prestaties

• Bijdragen aan de totstandkoming en voorbereiding van de implementatie van de EU-Verordening chemische stoffen (REACH) met als verwacht resultaat in 2006 de tweede lezing van REACH;

• Integreren van de huidige Wet milieugevaarlijke stoffen in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer (stoffen en producten) ten behoeve van de implementatie van REACH;

• Totstandbrengen van een uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering van de taken in het kader van REACH;

• Uitvoeren van de acties uit Convenant Stoffen en evalueren van deze acties;

• Monitoren van emissiereductie van stoffen en rapporteren aan de Tweede Kamer over de gerealiseerde emissiereductie (212 prioritaire stoffen);

• Afhandelen van kennisgevingen nieuwe stoffen en beoordelen van bestaande stoffen (RIVM);

• Uitvoeren acties uit nota Nuchter Omgaan met Risico's en Actieprogramma Gezondheid en Milieu, inclusief rapporteren aan de Tweede Kamer. Er wordt onder andere een Coördinatiepunt voor onderzoek en communicatie opgericht. Ook wordt een vervolg op de nota Nuchter Omgaan met Risico's aan de Tweede Kamer aangeboden;

• Uitvoeren acties WHO-programma en EU-Actieplan Milieu en Gezondheid.

Doelgroepen

Bedrijfsleven, andere overheden, werknemers, burgers en belangenorganisaties.

Prestatie-indicatoren

• Tijdige implementatie van nieuwe regelgeving, EU-Verordening REACH (hoofdstuk 9 Wm) in 2007;

• Het halen van het aantal geregistreerde stoffen, zoals dat per uitvoeringstermijn in REACH is afgesproken (in de jaren 2008, 2010, 2013 en 2018). Welke stoffen er op welke termijn moeten zijn geregistreerd, is nog onderwerp van onderhandeling in Brussel;

• Beleidsindicator emissies prioritaire stoffen en beleidsindicator milieukwaliteit prioritaire stoffen. De indicatoren geven voor het ensemble van prioritaire stoffen aan in hoeverre de streefwaarde nog wordt overschreden (doel is de streefwaarde voor 2010 voor elke prioritaire stof).

Basiswaarden

Basiswaarde voor REACH is het jaar 2005 waarin geen stof is geregistreerd (zie NMP4, bijlage Prioritaire Stoffen).

Streefwaarden

• Implementatie EU-Verordening, (hoofdstuk 9 Wm) in 2007;

• Registratie (gebruik) van de in potentie meest gevaarlijke stoffen uiterlijk per 2010;

• Registratie (gebruik) van de in potentie gevaarlijke stoffen uiterlijk per 2013;

• Registratie (gebruik) van de overige stoffen uiterlijk per 2018.

Planning

• Met alle stoffen wordt uiterlijk 2020 verstandig, voorzichtig en met voorzorg omgegaan door alle gebruikers, producenten en importeurs, doordat kennis over risico's van stoffen bekend is en op basis daarvan adequate maatregelen zijn genomen, zodat mens en milieu geen of verwaarloosbaar risico's lopen;

• Emissies van alle stoffen veroorzaken in 2020 geen of verwaarloosbare risico's voor mens en milieu en de milieukwaliteit wordt in 2020 niet door stoffen aangetast.

Verwijzingen beleidsstukken

• Chemicaliën REACH 1 (kamerstukken II, 2000–2001, 27 646 XI nr. 2), Chemicaliën REACH 2 VROM.001285 en Chemicaliën REACH 3 VROM.020941);

• Nederlands stoffenbeleid in internationaal perspectief: uitvoeringsnota SOMS (kamerstukken II, 2003–2004, 27 646 XI, nr. 13);

• Omgaan met Risico's (VROM.040088).

9.2.2. Reductie van milieubelasting door afvalstoffen

Motivering

Om de afvalstoffen zodanig te beheren dat de gevolgen voor het milieu aanvaardbaar zijn, is het streven erop gericht om lekvrij steeds minder afvalstoffen te beheren en te verwerken.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving op afvalgebied (Wet milieubeheer, Wbm);

• (Bestuurlijk) overleg met andere overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties;

• Handhaving van het afvalbeheer, binnenlands en grensoverschrijdend;

• Fiscale maatregelen: ter voorkoming/vermindering van het storten van afvalstoffen en de inzameling van afvalstoffen;

• Subsidieverlening: voor de bevordering van milieudruk-vermindering, voor preventie door bevordering van duurzaam ondernemen en voor hergebruik van afval en inzet van afval voor energiewinning;

• Convenanten, zoals het Convenant Verpakkingen;

• Voorlichting en communicatie, voorlichting over vastgesteld beleid en communicatie in het kader van voorbereiding van beleid.

Prestaties

• Uitbrengen van de voortgangsrapportage monitoring en evaluatie LAP over de jaren 2003/2004 (juni 2006) en het opstellen Landelijk Afvalbeheerplan 2 (LAP 2) op basis van de evaluatie van LAP 1;

• Voorbereiden en implementeren van Europese richtlijnen, onder andere: annex-II van de Richtlijn storten, Aanpassing Besluit verbranden afvalstoffen aan de Brefs voor verbranding van de IPPC, richtlijnen specifieke afvalstromen, Dienstenrichtlijn, wijziging EVOA;

• Opstellen en aanpassen AMvB's en MR's Wm (herziening van de 8.40 AMvB's) voor wat betreft het afvalbeleid en integratie daarvan in ander beleid;

• Stimuleren van initiatieven voor energiewinning uit afval en biomassa door concretisering van de afspraken uit 2005 uit de Biomassa Energie Realisatie Koepel (BERK) ter stimulering van een adequate vergunningverlening en acceptatieprocedure bij de inzet van afval en biomassa bij energiecentrales en AVI's;

• Ontwikkelen doelstellingen en maatregelen ketenbeleid (onder andere voortkomend uit het stoffenbeleid, productbeleid en de bevindingen van de verdragen van Stockholm en Bazel) mede gericht op preventie van afval;

• Implementeren van maatregelen afvalstromen, voortkomend uit Europese regelgeving: electronische apparaten, verpakkingen, bodemassen en secundaire bouwstoffen;

• Implementeren van regelgeving verpakkingen op basis van het Besluit verpakkingen papier en karton, en maken en uitvoeren van afspraken met het bedrijfsleven over zwerfafval, papier en karton niet zijnde verpakkingen;

• Implementeren van het strategisch handhavingsplan LAP, met maatregelen op het gebied van samenwerking tussen handhavende instanties, informatie-uitwisseling en ketenhandhaving;

• Voorbereiden van de inzet in Europa voor maatregelen gericht op de realisatie van een gelijkwaardig speelveld afval en biomassa en begeleiden van de open landsgrenzen voor te verwijderen brandbaar afval, met nadruk op de herziening van de kaderrichtlijn afvalstoffen, de Europese afvalstrategie, de Europese strategie voor natuurlijke hulpbronnen en de IPPC;

• Uitwerken van maatregelen toekomstig afvalbeleid door verdere concretisering van de drie in 2005 ingezette ontwikkelingslijnen integratie van beleid, internalisatie van milieukosten en innovatie.

Doelgroepen

• Afvalverwerkende, -verwijderende en -transporterende bedrijven;

• Producenten (leden van VNO/NCW en MKB);

• Andere overheden als vergunningverlenend en handhavend gezag;

• Burgers, onder meer voor wat betreft de gescheiden afvalinzameling en zwerfafval;

• Andere maatschappelijke organisaties (NGO's).

Prestatie-indicatoren

De hoeveelheden verbrand, gestort en geloosd afval, de hoeveelheid nuttige toepassing, ten opzichte van (de groei van) het afvalaanbod.

Basiswaarden

Zie onderstaande tabel 9.2.

Streefwaarden

Zie onderstaande tabel 9.2.

Planning

Zie onderstaande tabel 9.2.

Verwijzingen beleidsstukken

Landelijk afvalbeheersplan 2002 2012 (kamerstukken II, 2003–2004, 27 664 XI, nr. 27).

Tabel 9.2. Basiswaarden en streefwaarden afvalaanbod/-verwerking:
OmschrijvingRealisatie (in Mton)Realisatie (in Mton)Doelstelling (in Mton)
 200020032 012
Aanbod636266
Nuttige toepassing515055
Verbranden788
Storten532
Lozen011

Bron: LAP-1

9.2.3. Bescherming tegen straling

Motivering

Om de situatie waarbij mensen en milieu zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, beschermd worden tegen de risico's van ioniserende en niet-ioniserende straling te handhaven.

Instrumenten

• Wetgeving: Kernenergiewet;

• Onderzoeksprogramma CORA (definitieve opslag radioactief afval).

Prestaties

• Uitwerken verkenning kernenergie in beleidsnotitie, voor de Tweede Kamer;

• Voorlichting over radon, ventilatie en binnenmilieu en natuurlijke bronnen van radioactieve straling;

• Implementeren Regeringsnota VITAAL uit najaar 2005 (beveiliging nucleaire inrichtingen en radioactieve bronnen) tegen ongewenste beïnvloeding van buitenaf. Hiertoe zullen de wetgeving en de vergunningen worden aangescherpt;

• Onderzoek laten verrichten naar de gevolgen van niet-ioniserende straling voor de burger en implementeren van beleid voor hoogspanningslijnen en mobiele telefonie;

• Implementeren van en voorlichting geven over het beleidsadvies hoogspanningslijnen;

• Moderniseren Kernenergiewet en aanbieden aan de Tweede Kamer;

• Afhandelen vergunningaanvragen KEW;

• Uitvoeren vervolgonderzoek voor keuze voor definitieve opslag van radioactief afval;

• Deelnemen aan EU-werkgroepen voor het opstellen van richtlijnen op het gebied van radioactief afval, ontmanteling van installaties en de nucleaire veiligheid;

• Implementatie van de afspraken met VNO/NCW met betrekking tot standstill van straling in de woning.

Doelgroepen

Burgers en bedrijfsleven.

Prestatie-indicatoren

Vijfjaarlijks worden emissies en immissies van straling door het RIVM bepaald en gerapporteerd aan de Tweede Kamer. De eerste integrale rapportage zal in 2006 aan de Tweede kamer worden aangeboden.

Basiswaarden

Voor het onderdeel radon (straling in de woning), is met het bedrijfsleven de beleidsdoelstelling afgesproken dat de situatie voor nieuwbouw-woningen niet slechter mag worden dan in 1995. De gemiddelde stralingsdosis bedroeg in 1995 ca. 1,2 mSv (millisievert).

Streefwaarden

Voor het onderdeel hoogspanningslijnen, wordt aan gemeenten, provincies en branche (ENERGIENet) geadviseerd om te vermijden dat nieuwe situaties met blootstellingen van meer dan 0,4 microtesla ontstaan.

Planning

De eerste integrale Beleidsmonitoring Straling wordt in 2006 naar de Tweede Kamer gezonden.

Verwijzingen beleidsstukken

n.v.t.

9.2.4. Verantwoorde toepassing van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's)

Motivering

Om mens en milieu tegen de risico's van GGO's te beschermen en de burger waarborgen te geven voor veiligheid, transparantie van de besluitvorming en keuzevrijheid bij de toepassing van GGO's.

Instrumenten

• Wetgeving: Besluit GGO's;

• Voorlichting inzake GGO's;

• Onderzoeksprogramma ecologische risico's GGO's.

Prestaties

• Uitvoeren van onderzoeksprogramma ecologische risico's GGO's door toetsen van onderzoeksprojecten aan programma-eisen;

• Leveren van een bijdrage aan het opstellen van een Productschap-verordening;

• Moderniseren van het Besluit GGO's met toepassing van meer algemene regels;

• Afhandelen vergunningaanvragen Besluit GGO's;

• Vaststellen van documenten in het kader van Biosafety protocol tijdens de COP/MOP3 (ter bescherming van de biodiversiteit/ bioveiligheid).

Doelgroepen

• Laboratoria bij universiteiten, onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen en bedrijven voor toepassingen inzake het ingeperkt gebruik (laboratoria);

• Veredelingsbedrijven en onderzoeksinstellingen;

• Bedrijfsleven;

• Burgers;

• Andere overheden.

Prestatie-indicatoren

• De milieu-effecten van GGO's die in het milieu worden geïntroduceerd, worden vergeleken met de milieu-effecten die de gangbare landbouw heeft op het milieu;

• De milieu-effecten van GGO's die in laboratoria worden gebruikt, worden vergeleken met de milieu-effecten die werkzaamheden met wildtype organismen hebben op het milieu.

Basiswaarden

Zie streefwaarden

Streefwaarden

• Geen schade aan de biodiversiteit door de doelbewuste introductie van GGO's in het milieu, in vergelijking met de gangbare landbouw;

• De milieusituatie als gevolg van werkzaamheden met GGO's in laboratoria wordt niet slechter in vergelijking met werkzaamheden met wildtype organismen in laboratoria.

Planning

Er is in dit operationeel doel geen sprake van een planhorizon, omdat de bescherming van de biodiversiteit en het milieu een doorgaand item van zorg is. De huidige situatie is stabiel.

Verwijzingen beleidsstukken

Integrale Nota Biotechnologie (kamerstukken II, 2000–2001, 27 428 XI, nr. 2).

9.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 9.3. Overzicht beleidsonderzoeken
EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Overige beleidsevaluaties: 
  
Stoffen 
Emissiereductie van prioritaire stoffen2006
Internationale doelstellingen Omgaan met Risico's)2006
Nationale doelstellingen Omgaan met Risico's2006
Afvalstoffen 
Landelijk Afvalbeheerplan2006
Straling 
Het beleid op het gebied van de bescherming tegen straling2007
GGO's 
Het beleid op het gebied van de verantwoorde toepassing van GGO's2008

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid

10.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Om de effectiviteit en de efficiency van en het draagvlak voor het nationale en internationale milieubeleid te vergroten. In aanvulling op de doelen van de artikelen 6 t/m 9 richt dit algemene milieudoel zich op de kaderstellende en aanvullende coördinatie van de beleidsontwikkeling en het ontwikkelen en toepassen van milieubreed instrumentarium.

Bijdrage

Een brede, integrale aanpak verhoogt de effectiviteit en efficiency van milieubeleid. VROM heeft ook een aanjagende rol, bijvoorbeeld door als grootschalige consument met een totaal inkoopvolume van 30 miljard euro per jaar de markt voor duurzame producten te beïnvloeden.

Verantwoordelijkheid

De Staatssecretaris is ingevolge de portefeuille verdeling in het kabinet Balkenende II in het bijzonder belast met:

• Milieu, duurzaamheid en coördinatie van het beleid gericht op het bevorderen en bewaken van duurzaamheid in de fysieke leefomgeving;

• De internationale aspecten van het milieubeleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daartoe horen onder andere de Milieuraad en relevante VN bijeenkomsten;

De coördinatie van het internationaal milieubeleid ten behoeve van het politieke optreden en vertegenwoordiging van de Staatssecretaris van VROM in de betreffende internationale gremia ligt bij de Minister van Buitenlandse Zaken.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van voldoende maatschappelijk draagvlak in binnen- en buitenland voor de noodzakelijke milieumaatregelen en de daarmee samenhangende gedragswijzigingen van burgers, bedrijven en instellingen.

Effectgegevens

Het beoogde effect van dit algemene doel is, dat de diverse maatschappelijke actoren zich (meer) inzetten voor het bereiken van de gewenste milieudoelen. Zie voor een meer concrete uitwerking hiervan bij de operationele doelen.

Verwijzingen beleidsstukken

Zie bij de operationele doelen.

Tabel 10.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:110 83085 93485 68387 46287 55987 45587 331
Uitgaven:105 020106 36390 64186 67787 74187 45587 331
Programma:96 74498 02482 13778 59979 58079 29179 091
Waarvan juridisch verplicht  61 60052 65019 89517 4456 325
Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium:83 01085 04269 99764 96866 10266 10266 102
        
Internationaal milieubeleid:5 7186 0634 8425 5215 5225 5235 323
Internationaal milieubeleid (HGIS-deel)5 7186 0634 8425 5215 5225 5235 323
Internationaal milieubeleid (niet HGIS-deel)0000000
        
Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB:8 0166 9197 2988 1107 9567 6667 666
        
Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling:0000000
Apparaat:8 2768 3398 5048 0788 1618 1648 240
Ontvangsten8 4286 324917    

10.2.1. Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium

Motivering

• Om de effectiviteit van het milieubeleid ook in de toekomst te vergroten moet het beleid zo goed mogelijk aansluiten bij ontwikkelingen in de samenleving. Daartoe worden verkenningen uitgevoerd en algemene strategieën voor milieubeleid ontwikkeld. Hierbij wordt de internationale dimensie uitdrukkelijk betrokken;

• Om het beleid met milieubrede instrumenten goed uit te laten voeren.

Instrumenten

• Kennisoverdracht en kennisontwikkeling: met name onderzoek door het MNP en MEV ter onderbouwing van het milieubeleid. Het levert de argumenten voor het wel of niet aanpakken van milieuproblemen en voor de selectie uit mogelijke maatregelen en instrumenten. Daarnaast zijn er projecten ter stimulering van burgerbetrokkenheid;

• Wet- en regelgeving: ondermeer de Wet milieubeheer;

• Fiscale maatregelen: Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (VAMIL), de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de regeling Groen Beleggen;

• Subsidies: onder andere Programma Milieu en Technologie (ProMT) en de SMOM.

Prestaties

1. Uitbrengen van de Toekomstagenda Milieu:

Begin 2006 wordt de Toekomstagenda Milieu aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze agenda zal, als vervolg op NMP4, een nieuwe impuls geven aan het milieubeleid met nadruk op de ontwikkeling van praktisch haalbare acties, modernisering van het instrumentarium en – waar relevant – de ontwikkeling van visie en agendering van onderwerpen. Uitgangspunten van de Toekomstagenda Milieu zijn: ontkoppeling tussen milieudruk en economische groei en voorkomen van afwenteling.

2. Kennismanagement:

Uitbrengen strategische onderzoeksagenda. VROM wil een sterkere regie op zijn strategische onderzoeksagenda voeren. De onderzoeksagenda is gericht op de implementatie van beleid in 2010 en later. Begin 2006 is de strategische onderzoeksagenda 2006–2009 gereed.

3. Regelgeving

• Verder uitvoeren van het meerjarenprogramma herijking en modernisering van de VROM-regelgeving;

• Nieuwe integrale AMvB ter vervanging van de 8.40-AMvB's om advies uitsturen naar de Raad van State;

• Wetsvoorstel Algemene bepalingen omgevingsrecht (VROM-vergunning) in de loop van 2006 aanbieden aan de Tweede Kamer;

• Aanbieden eind 2006 van een voorstel tot wijziging van Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (hoofdstuk m.e.r./SMB) aan de Tweede Kamer, in het kader van de vereenvoudiging van de M.e.r./SMB;

• Publiceren van een ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit m.e.r. 1994 (ten behoeve van inwerkingtreding herziene m.e.r. in 2007);

• Ter versterking van de uitvoering en de handhaving van de milieuwetgeving zal in 2006 onder de paraplu van het landelijk Overleg Milieuhandhaving worden gewerkt aan het ontwikkelen van een inhoudelijke maatlat, prestatie-indicatoren en een systeem van benchmarking voor de milieuhandhaving.

4. Bevorderen eco-efficiënte economie

a. Stimuleren milieugerichte technologie en innovaties:

Op nationaal niveau worden in overleg met het bedrijfsleven, kennisinstituten en technologische intermediairs innovatieve technologieën geïdentificeerd. Deze technologieën zullen in de demonstratiefase zo nodig financieel worden ondersteund door het Programma Milieu en Technologie (ProMT). Voor verdere marktintroductie vindt fiscale ondersteuning plaats door de regeling Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (VAMIL), de Milieu Investeringsaftrek (MIA) en de regeling Groen Beleggen.

• De bovengenoemde inzet sluit aan op het Europese Environmental Technologies Action Plan (ETAP) dat in 2004 door de Europese Commissie werd gelanceerd. Nederland neemt actief deel in de verdere uitwerking van dit plan. Ook bij de opzet van het nieuwe Europese Life-programma (2007), het Competitiveness and Innovation Framework Programme (CIFP) en het Zevende Kaderprogramma vraagt Nederland aandacht voor haar beleidsprioriteiten, waaronder het bevorderen van milieugerichte innovaties;

• Het zogenoemde Koplokersloket zal zijn activiteiten in 2006 continueren. De overheid kan optreden als intermediair voor bedrijven die knelpunten ondervinden bij het op de markt brengen van nieuwe technologie.

b. Vergroenen van belastingen:

In 2006 wordt het belastingstelsel verder vergroend.

c. In beeld brengen van kosten/baten van milieubeleid:

• Deelnemen in 2006 aan een OESO-studie naar de «cost of policy inaction», waarbij voor de VROM-bijdrage het accent ligt op voor Nederland belangrijke milieuthema's als klimaat en luchtkwaliteit;

• Starten in 2006 met het ontwikkelen van een handreiking voor het gebruik van maatschappelijke kosten/batenanalyse specifiek voor milieubeleidvragen.

5. Milieu & Maatschappij

Het programma Beleid met Burgers is voertuig van het VROM-breed implementeren van burgergeoriënteerd werken. Dit is van toepassing voor alle VROM-terreinen en beperkt zich niet tot het milieubeleid. In 2006 zal het programma Beleid met Burgers bestaan uit:

• Uitvoeren van VROM-brede projecten (m.n. burgerparticipatie en twee burgerplatforms);

• Inhoudelijk en financieel faciliteren van vijf beleids (ontwikkelende en/of inspectie) projecten;

• Deelnemen aan interdepartementale samenwerking in PAO-kader.

Doelgroepen

Burgers, bedrijven en andere overheden.

Prestatie-indicatoren

• Beleid met burgers:

– Toegenomen tevredenheid over de manier waarop VROM-beleid tot stand komt bij die burgers die in projecten van het programma Beleid met Burgers hebben geparticipeerd.

– Toegenomen tevredenheid van burgers over die onderdelen van het VROM-beleid waarvoor projecten van het programma Beleid met Burgers zijn uitgevoerd.

• Herijking

– Voor herijking zijn 71 projecten bepaald. Eind 2006 zullen hiervan 29 zijn afgerond.

• Duurzaamheid

– Hiervoor zijn indicatoren ontwikkeld. Het kabinet zal de gezamenlijke planbureaus en betrokken wetenschappers vragen om de in de huidige duurzaamheidverkenning genoemde set van duurzaamheidindicatoren kritisch te bezien en zonodig aan te vullen en bij te stellen.

Basiswaarden

n.v.t.

Streefwaarden

Herijking regelgeving

De projecten die worden uitgevoerd in het kader van het programma herijking en modernisering van de VROM regelgeving alsmede maatregelen gericht op beperking van de administratieve lasten die bedrijven moeten maken als uitvloeisel van hun vergunning en ondersteunende maatregelen op het vlak van ICT, zullen tezamen met maatregelen op het gebied van wonen, ruimte en milieu tot een beperking van de administratieve lasten per 31-12-2007 van 29,5% t.o.v. 31-12-2002 moeten leiden. In 2006 zullen acties in gang gezet of doorgezet worden om dit doel te halen.

Planning

n.v.t.

Verwijzingen beleidsstukken

• Herijking (inclusief m.e.r./SMB) (kamerstukken II, 2004–2005, 29 383 XI);

• Beleid met Burgers (kamerstukken II, 2003–2004, 28 663 XI, nr. 10).

10.2.2. Internationaal milieubeleid

Motivering

Om grensoverschrijdende milieuproblemen en nationale beleids-tekorten effectief aan te pakken vindt internationale samenwerking plaats. Milieuverbetering is een belangrijke voorwaarde om gezondheid, welzijn, veiligheid en duurzame ontwikkeling (hier en elders) te bereiken.

Instrumenten

Subsidies en bijdragen:

• Subsidieregeling «Internationale samenwerking milieubeheer»;

• Subsidieregeling «Europese milieusamenwerking»;

• Bijdragen aan secretariaten van diverse milieuverdragen;

• Bijdragen in het Ned. aandeel van de UNEP-contributie;

• Financiële participatie in enkele partnerschappen, aansluitend bij afspraken gemaakt tijdens de World Summit on Sustainable Development in Johannesburg 2002;

De inzet van deze financiële instrumenten is onderwerp van de jaarlijkse interdepartementale programmering in HGIS-kader.

• Kennisoverdracht en -ontwikkeling: Het VROM Platform voor Kennisuitwisseling Internationaal (PKI) stimuleert de uitwisseling van Nederlandse beleidsmatige en technologische kennis met het buitenland;

• Actieve milieudiplomatie:

Nederland voert een actieve milieudiplomatie, zowel binnen de EU, Pan Europees binnen het raamwerk van de VN-ECE als ook mondiaal;

• Bestuurlijk overleg:

Afstemming van het (inter)nationale milieubeleid van de diverse overheden.

Prestaties

Mondiaal:

• Verkennen van de mogelijkheden tot verduurzaming van internationale geldstromen voor 2006 aansluitend bij de thematiek van CSD14 (industriële ontwikkeling, energie, klimaat en luchtkwaliteit);

• Versterken van het mondiale milieubestuur door het benutten van de erkenning dat milieubehoud cruciaal is voor de realisatie van alle Millennium Development Goals en door zowel binnen de VN als op landenniveau meer aandacht te krijgen voor de formulering en implementatie van tijdsgebonden doelstellingen;

• Bij onderhandelingen inzetten op het versterken van het internationaal milieubestuur in VN-kader (m.n. UNEP);

• Verkennen van raakvlakken tussen de Multilateral Environmental Agreements (MEA's) met het WTO-instrumentarium, om synergieën tussen beide beleidsdomeinen in het milieu-instrumentarium te kunnen benutten.

• Follow up organiseren van de conferentie Energy for Development (EfD), die eind 2004 door OS en VROM georganiseerd werd. EfD bracht het belang in beeld van het vergroten van toegang tot energie, rekening houdend met duurzaamheidaspecten. De follow up zal worden gestimuleerd door gebruik te maken van de tweejarencyclus van de CSD, die in 2006–2007 in het teken staat van energie, klimaat, luchtverontreiniging en industriële ontwikkeling;

• Organiseren van een internationale conferentie met belangrijke landen, waaronder grote snelgroeiende ontwikkelingslanden, en andere relevante actoren, waaronder bijvoorbeeld de private sector, waarin verdergaande mogelijkheden van marktwerking voor het behalen van klimaatdoelstellingen worden verkend;

• Samen met de relevante departementen uitvoeren en actualiseren van de mondiale milieuagenda.

Europa:

• Enerzijds wil VROM in de EU-verordeningen, waarmee Agenda 2007 wordt geformaliseerd, openingen creëren voor ruimtelijk (waaronder territoriale samenhang) milieu- en natuurbeleid. Dat concentreert zich vooral in het Cohesiebeleid (structuur- en cohesiefondsen), het Plattelands Ontwikkelingsfonds, LIFE+, Natura 2000, kaderprogramma's voor Onderzoek en innovatie en het Instrument voor Nabuurschapbeleid. Anderzijds wil VROM de thema's en gebieden voor de feitelijke besteding binnen Nederland van eventueel voor VROM beleid ter beschikking komend EU geld (met name doelstelling 2 en 3 van het Cohesiebeleid, LIFE+ en het Plattelandsontwikkelingsfonds) afgestemd hebben met de betreffende Nederlandse partners. Verder wil VROM een behoorlijke toets op de verschillende programma's en projecten bereiken, die in de vorm van een strategische m.e.r. kan plaatsvinden;

• Verder werken aan de verstevigde verankering binnen de Lissabonagenda van milieu als kans voor economische groei en werkgelegenheid («Clean, Clever, Competitive»), en met name concrete uitwerking in (Europese) maatregelen dan wel de Europese Duurzaamheidsagenda. De concrete prestaties omvatten onder meer het leveren van input aan de Voorjaarsraad 2006, het actief werven van steun bij andere EU-lidstaten en het opstellen van een plan van aanpak voor de follow up van de Voorjaarsraad. Verder zal VROM bijdragen aan het doen doorwerken van de herziene Europese Duurzaamheidstrategie naar zowel verschillende Europese beleidsterreinen als naar nationaal niveau;

• Inventariseren van ideeën en bepalen van de concrete inzet bij voorstellen van de Europese Commissie om de milieu-rapportageverplichtingen van de lidstaten te stroomlijnen;

• Uitvoeren en actualiseren van de Europese milieuagenda, om een sterke positie in de Europese besluitvorming te krijgen bij de prioritaire dossiers luchtkwaliteit, Lissabonstrategie, klimaat, biodiversiteit en REACH;

• Evalueren en eventueel aanpassen van de gekozen werkwijze waarbij de andere overheden zo vroeg mogelijk betrokken worden bij de Europese dossiers.

Doelgroepen

Beleidsmakers en bestuurders van andere overheden en internationale organisaties. Bij de subsidieregelingen zijn staten, volkenrechtelijke organisaties en rechtspersonen specifieke doelgroepen.

Prestatie-indicatoren

Voor de internationale milieudiplomatie zijn geen zinvolle effectindicatoren beschikbaar. Internationaal wordt wel gewerkt aan het ontwikkelen van verbeterde allocatie methoden voor middelen, inclusief zinvolle effectindicatoren.

Basiswaarden

n.v.t.

Streefwaarden

n.v.t.

Planning

Zowel de uitvoering van de subsidieregelingen, als de internationale onderhandelingen, vormen een continu proces.

Verwijzingen beleidsstukken

De Europese en mondiale milieuagenda's zullen in het najaar aan de Tweede Kamer gezonden worden, en dan digitaal beschikbaar komen.

10.2.3. Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB

Motivering

Om ervoor te zorgen dat elf specifieke industrietakken voldoen aan de voor 2010 afgesproken milieutaakstellingen, waarbij tevens milieuwinst in de productie- en consumptieketens wordt gerealiseerd.

Instrumenten

• Wet- en regelgeving: milieuvergunning bevoegd gezag, Nederlandse Emissierichtlijn (NeR), Oplosmiddelenbesluit (VOS), Besluit Emissie Eisen Stookinstallaties, Wm (hoofdstuk 16 emissiehandel), Besluit milieuverslaglegging, wet- en regelgeving m.b.t. bodembescherming, externe veiligheid en geluid;

• Subsidies: SMOM-subsidies, met daarin een gedeelte voor duurzame bedrijfsvoering;

• Fiscale maatregelen: VAMIL;

• Voorlichting: facilitering via FO-Industrie en via internetsite (onder andere Duurzaam Inkopen);

• Kennisoverdracht en -ontwikkeling: handboeken met milieumaatregelen; inkoopcriteria;

• Bestuurlijk overleg en de resultaten daarvan: elf convenanten (met eenmaal per vier jaar een bedrijfsmilieuplan en jaarlijkse rapportages over voortgang); flankerend beleid hout.

Prestaties

• Brief uitbrengen aan de Tweede Kamer over de toekomst van het Doelgroepenbeleid Industrie;

• Brief uitbrengen aan de Tweede Kamer over de stand van zaken en de ambities m.b.t. duurzame bedrijfsvoering door het Rijk en andere overheden;

• Uitvoering volgen van de milieuconvenanten met de industrie;

• Vertalen van EU-BREF-documenten naar nationale regelgeving, onder andere voor reductie van het broeikasgas lachgas (reservemaatregel Kyoto);

• Opzetten indicatorenplatform ter stimulering van innovatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen bij bedrijven;

• Inbedden van de uitvoering van een certificatiesystematiek voor duurzaam geproduceerd hout en inkopers bekend maken met inkoopcriteria voor hout.

Doelgroepen

Elf industriële sectoren, midden- en kleinbedrijf, overheden en NGO's

Prestatie-indicatoren

• De jaarlijkse emissieontwikkeling voor een groot aantal stoffen die in de IMT zijn opgenomen (bedrijven rapporteren, gesommeerd geeft dit een landelijk beeld);

• De mate waarin bedrijven procesafspraken nakomen (opstellen bedrijfsmilieuplannen, jaarlijks rapporteren over voortgang);

• Voor het onderwerp «Duurzaam produceren» zijn geen prestatie-indicatoren te formuleren. Dit is een steeds voortgaande activiteit om productieprocessen duurzamer te maken, waarin gaandeweg ook accenten kunnen verschuiven. Gelet hierop zijn ook geen basis- of streefwaarden met een daarvan afgeleide planning te bepalen. Wel zullen indicatoren worden ontwikkeld waarmee bedrijven ten opzichte van elkaar kunnen worden gerangschikt voor wat betreft de mate van duurzaamheid van hun processen. Voor sommige onderdelen, zoals hout, wordt in een beoordelingsrichtlijn vastgelegd wat duurzaam is.

Basiswaarden

Voor de basiswaarden per 1990 van de milieutaakstellingen wordt verwezen naar de Jaarrapportage IMT.

Streefwaarden

Voor de meeste stoffen is in de IMT vastgelegd dat de emissie in 2010 met 80 tot 90% moet zijn gereduceerd ten opzichte van 1990. Er zijn geen tussendoelen geformuleerd.

Planning

Voor een deel van de stoffen is het doel voor 2010 inmiddels gerealiseerd. De opgave is nu te voorkomen dat deze emissies ten gevolge van productiegroei weer gaan stijgen. Voor de meeste overige stoffen is het doel realiseerbaar, in een aantal gevallen is dat echter niet het geval.

Verwijzingen beleidsstukken

• Brief van de Staatssecretaris van VROM over de ontwikkelingen in het Doelgroepenbeleid Milieu en Industrie (DMI) (kamerstukken II 2003–2004, 28 663 XI, nr. 23);

• Rapportage inzake Duurzame bedrijfsvoering (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 103);

• Brief van de Staatssecretaris van VROM over het kabinetsstandpunt inzake het SER-advies «Keurmerken en duurzame ontwikkeling» (kamerstukken. II, 2004–2005, 29 402 XI, nr. 2).

10.2.4. Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling

Motivering

Om de afspraken, gemaakt tijdens de Wereldtop in Johannesburg (2002) en vertaald in het actieplan Duurzame Daadkracht door middel van uitgewerkte doelen en te treffen maatregelen gericht op duurzame ontwikkeling, na te komen. Het Kabinet wil structurele maatschappelijke veranderingen stimuleren die leiden tot duurzame ontwikkeling. De staatssecretaris van Milieubeheer is belast met de coördinatie van het overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling. Transities vormen hierbij een belangrijk instrument.

Instrumenten

• Communicatie;

• Transities.

Prestaties

• Eind 2006 sturen VROM en BZ/OS gezamenlijk de voortgangsrapportage Duurzame Daadkracht naar de Tweede Kamer, opgesteld in samenwerking met andere departementen;

• Voortgangsbericht Transities naar de Tweede Kamer sturen (herfst 2006). Het voortgangsbericht zal worden opgesteld in samenwerking met de andere transitiedepartementen;

• Formuleren van een kabinetsreactie (VROM is trekker) op de duurzaamheidverkenningen van de gezamenlijke planbureaus;

• Eind 2006 start VROM, samen met EZ en LNV, voor diverse segmenten van de chemiesector concrete projecten om de sector duurzamer te maken.

Doelgroepen

Alle maatschappelijke partijen.

Prestatie-indicatoren

Op dit moment zijn er geen prestatie-indicatoren beschikbaar. Deze worden samen met het MNP en de andere departementen ontwikkeld.

Basiswaarden

n.v.t.

Streefwaarden

n.v.t.

Planning

n.v.t.

Verwijzingen beleidsstukken

Voortgangsrapportage Duurzame Daadkracht (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 97). Voortgangsbericht Transities (kamerstukken II, 2004–2005, 28 663, nr. 25)

10.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 10.2. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoeknaar de effecten van beleid Strategische Milieubeoordeling (SMB)2008
   
Overige beleidsevaluatiesProfessionalisering handhaving2006
 ProMT2006
 VAMIL/MIA2006
 Groen Beleggen2006
 Stimuleren Beleid met Burgers2006

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

11.1. Algemene beleidsdoelstelling

Omschrijving

Om een samenleving te bereiken waarin risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en met betrekking tot het gebruik van luchthavens bekend zijn, zoveel mogelijk beperkt zijn en maatschappelijk en bestuurlijk geaccepteerd zijn, en waarbij een bepaald basisveiligheidsniveau niet overschreden wordt.

Bijdrage

• Eenduidige toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan partijen die bepalend zijn voor de veiligheid in (productie) ketens, (transport)netwerken en op locaties;

• Het aanbieden van een kader waarbinnen overheden lokale afwegingen kunnen maken.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• Het ontwikkelen van beleid met betrekking tot gevaarlijke stoffen in inrichtingen;

• Het uitvoeren van het kabinetsstandpunt Ketenstudies;

• De coördinatie van het rijksbeleid met betrekking tot externe veiligheid bij gevaarlijke stoffen;

• De vergunningverlening aan defensie-inrichtingen;

• Buisleidingen, met uitzondering van buisleidingen als transportmodaliteit.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van een adequaat niveau van de uitvoering, goede ondersteuning van de uitvoering, en helderheid over verantwoordelijkheden.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• Het aantal knelpunten (overschrijding van de wettelijke grenswaarde, PR 10–6) afneemt en in 2010 alle zijn weggenomen, behoudens een bewust geaccepteerde restcategorie (de uitzonderingen);

• Het bevoegd gezag een goede verantwoording aflegt over veranderingen in het groepsrisico.

Verwijzingen beleidsstukken

Vierde Voortgangsrapportage EV, VROM.040756 sept. 2004.«Ondergronds transport en buisleidingen», reactie op advies Enthoven, kamerstukken II, vergaderjaar 2004–2005, 26 018 XI, nr. 4.

Tabel 11.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:39 41522 61912 89710 4968 2587 7795 473
Uitgaven:52 27534 10014 45410 2988 0598 2896 019
Programma:48 98730 55810 4336 4424 1794 4112 140
Waarvan juridisch verplicht  1 565775500500250
Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties:2 162625904980940942910
        
Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties:44 46326 8538 3334 2432 0582 2330
        
Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties:2 162624896967941939910
        
Milieu en veiligheidsaspecten vroegtijdig, gebiedsgericht en geïntegreerd in de ruimtelijke planvorming betrekken:2002 457299240241296320
Overige instrumenten en milieu en veiligheid1712 457299240241296320
Schadeclaims29000000
Apparaat:3 2883 5414 0223 8683 8793 8793 879
Apparaat (DGM)2 4952 4602 9892 8712 9032 9032 903
Apparaat (DGR)7931 0811 033997976976976
Ontvangsten25 320 0    

11.2. Operationele doelstellingen

11.2.1. Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties

Motivering

Om uiterlijk in 2008 de risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en van luchthavens alsmede de mogelijkheden deze te verminderen inzichtelijk te maken en duidelijk te krijgen of zij maatschappelijk en bestuurlijk aanvaardbaar zijn of niet.

Instrumenten

Onderzoek (naar de aanvaardbaarheid) van risicovolle situaties

Prestaties

• Afronden inventarisaties van categorale inrichtingen, ammoniakkoelinstallaties, CPR-15 inrichtingen, BRZO-bedrijven, risico's van buisleidingen en van security-aspecten in het kader van moedwillige verstoring;

• Beheren van het Register van risicogegevens.

Doelgroepen

Gemeenten en provincies, burgers, bedrijven.

Prestatie-indicatoren

• De mate van vulling van het Register van risicogegevens;

• Beschikbaarheid van onderzoeksgegevens inzake de categorale inrichtingen en buisleidingen.

Basiswaarden

Momenteel is er geen overzicht van risicovolle situaties en de ontwikkeling daarin als gevolg van toename van de bron en verdichting van de ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving.

Streefwaarden

Voor het Register van risicogegevens wordt gestreefd naar een vulling van tenminste 90% in 2008. Alle relevante risico-informatie over categorale inrichtingen en buisleidingen dient in 2008 beschikbaar te zijn. Op grond van deze gegevens kan dan een politieke beoordeling van het nut en de noodzaak tot vermindering van risico's plaatsvinden.

Planning

2008

Verwijzingen beleidsstukken

Vierde voortgangsrapportage EV-beleid (VROM.040756 sept. 2004).

11.2.2. Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties

Motivering

Om uiterlijk in 2010 alle in 2008 bepaalde niet-aanvaardbare risicovolle situaties op te lossen.

Instrumenten

• Subsidies ten behoeve van saneringsprogramma's voor categorale inrichtingen, urgente gevallen van LPG-stations, ammoniak-koelinstallaties, CPR15-inrichtingen en BRZO-bedrijven;

• Regelgeving (vergunningen door bevoegd gezag).

Prestaties

• Verstrekken van subsidies voor sanering van categorale inrichtingen, urgente gevallen van LPG-stations, ammoniak-koelinstallaties, CPR15-inrichtingen en BRZO-bedrijven;

• Uitvoeren van maatregelenpakketten uit kabinetsstandpunt ketenstudies;

• Uitvoeren van verbeterprogramma terrorismebestendigheid EV-sector.

Doelgroepen

Gemeenten (bij intrekking van vergunningen zoals bij LPG-stations) en bedrijfsleven (bij uitvoeren maatregelen ketentstudies en verbeterprogramma in het kader van terrorismebestendigheid).

Prestatie-indicatoren

Aantal opgeloste knelpunten (gesaneerde LPG-stations, enz.)

Basiswaarden

Aantal nog te saneren LPG-stations: 200. Het aantal overige knelpunten is nog niet gekwantificeerd.

Streefwaarden

Alle knelpunten opgelost die maatschappelijk en/of bestuurlijk niet acceptabel zijn. Dit geeft een plaatsgebonden risico van max. 10–6.

Planning

2008: alle knelpunten bepaald;

2010: alle niet-acceptabele knelpunten opgelost.

Verwijzingen beleidsstukken

• Kabinetsstandpunt Ketenstudies (kamerstukken II, 2004–2005, 27 801 XI, nr. 26);

• 4e Voortgangsrapportages EV-beleid (VROM.040 756 sept. 2004).

11.2.3. Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties

Motivering

Om de kwaliteit en capaciteit van de uitvoering van het EV-beleid te versterken.

Instrumenten

Subsidies (programmafinanciering) aan provincies, gemeenten en rijkspartijen voor zover belast met eerstelijnstaken t.b.v. opbouw van apparaat in de periode tot 2010 om EV-beleid uit te voeren en te handhaven en de kwaliteit van deze activiteiten te verhogen.

Prestaties

• Aanbieden aan Tweede Kamer van nieuwe wetgeving mbt vervoer gevaarlijke stoffen per spoor. VROM regelt de verruimde reikwijdte op basis van de Wm en de doorwerking in de ruimtelijke ordening (V&W zorgt voor een basisnet met vervoersplafonds per categorie aangewezen route);

• Starten eerste jaar programmafinanciering periode 2006–2010;

• Afronden en rapporteren inzake eerste periode (2004–2005).

Doelgroepen

Provincies, gemeenten en rijkspartijen voor zover belast met eerstelijns taken.

Prestatie-indicatoren

De (structurele) capaciteit voor EV bij gemeenten en provincies.

Basiswaarden

De beschikbare capaciteit is ontoereikend voor het vervullen van de uitvoeringstaken. De kennis van het vernieuwde EV-beleid is nog niet doorgewerkt in de uitvoering, bovendien is er nog onvoldoende ervaring.

Streefwaarden

• Door gerichte opleiding, training, uitwisseling van ervaring en andere organisatie van de capaciteit en kwaliteit van de uitvoering in de periode tot 2010 borgen dat geen nieuwe knelpunten ontstaan;

• In het beschikbare budget is rekening gehouden met een toename van ca. 200 fte's bij provincies en gemeenten te bereiken in 2010.

Planning

In 2010 zijn de randvoorwaarden vervuld voor een adequate uitvoering en handhaving van het EV-beleid.

Verwijzingen beleidsstukken

4e Voortgangsrapportage EV-beleid (VROM.040756 sept. 2004).

11.2.4. Milieu en veiligheidsaspecten vroegtijdig, gebiedsgericht en geïntegreerd in de ruimtelijke planvorming betrekken

Motivering

• Om de gevolgen van de klimaatverandering voor de ruimtelijke inrichting in verband met de waarborging van de veiligheid te verminderen;

• Om meer ruimte voor de grote rivieren en de kustverdediging te kunnen bieden om een robuuste oplossing te vinden voor bedreigende hoogwaterstanden;

• Om met behoud van rivierkundige belangen meer ontwikkelingsmogelijkheden te bieden voor ontwikkelingen in en aan de rivier of de kust, met bijvoorbeeld functiecombinaties en innovatieve bouwvormen;

• Om de afstemming tussen regionaal en hoofdwatersysteem in Blauwe Knopen te waarborgen, onder normale en extreme situaties;

• Om de (in wet- en regelgeving vastgelegde) basiskwaliteit voor externe veiligheid te realiseren1;

• Om externe veiligheid in een vroegtijdig stadium in te brengen zodat ruimtelijke plannen niet vertragen of niet doorgaan.

Instrumenten

• Investeringsbudget Ruimte voor de Rivier (RvdR) (V&W);

• Kaderstelling, wetgeving en beleidslijnen (herziening WRO);

• Uitwisseling kennis en informatie.

Prestaties

VROM is (mede-)initiatiefnemer met V&W en LNV (PKB RvdR, IVM2) voor:

• Vaststellen deel 3 PKB Ruimte voor de Rivier;

• Vaststellen aangepaste Beleidslijn Ruimte voor de Rivier;

• Vaststellen Blauwe Knopen;

• Voorbereiden Integrale verkenning Maaswerken (IVM2);

• Voorbereiden Beleidslijn Buitendijks Overig;

• Voorbereiden Beleidslijn Kust;

• Vaststellen nieuwe Wet en Besluit op de Ruimtelijke Ordening, waarin expliciet wordt gewezen op belang om EV-normen in ruimtelijke besluitvorming te betrekken;

• Werkzaamheden «vliegende brigade externe veiligheid» die andere overheden met raad en daad bijstaat waar bestaande of nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en externe veiligheid elkaar niet verdragen.

Doelgroepen

Andere departementen, provincies, gemeenten en bedrijfsleven.

Prestatie-indicatoren

• Behoud ruimte voor de rivier en de kustverdediging;

• Doorwerking beleidslijnen in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Basiswaarden

PR (plaatsgebonden risico) en GR (groepsrisico, door bestuurder af te wegen risico op een ramp waarbij meerdere personen zijn betrokken).

Streefwaarden

Nog niet bekend.

Planning

Nog niet bekend.

Verwijzingen beleidsstukken

• Nota Ruimte, deel 3A: Aangepast kabinetsstandpunt (kamerstukken II, 2004–2005, 29 435 XI, nr. 153);

• Uitvoeringsagenda Nota Ruimte (kamerstukken II, 2003–2004, 29 435 XI, nr. 3);

• PKB deel 1 Ruimte voor de Rivier;

• Beleidslijn Ruimte voor de Rivier (1997).

11.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 11.2. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Evaluatieonderzoek naar de effecten van beleidVuurwerkbesluit2006
 Adviesraad Gevaarlijke Stoffen2007
 Urgente sanering LPG2008
 AMvB Kwaliteitseisen EV2008
   
Overige beleidsevaluatiesMonitor doelbereiking Nota Ruimte2006
 Evaluatie Watertoets2006

Artikel 12. Handhaving en toezicht

12.1. Algemene beleidsdoelstelling

12.1.1. Een betere uitvoering en naleving van de VROM wet- en regelgeving bevorderen

Omschrijving

Om een succesvolle uitvoering en naleving van het beleid voor wonen, ruimte, milieu en veiligheid te bereiken.

Bijdrage

De VROM Inspectie houdt toezicht op en handhaaft de naleving van VROM beleid en -regelgeving. De VROM Inspectie maakt burgers, brancheorganisaties, bedrijven en andere overheden bewust van hun verantwoordelijkheid en helpt hen bij het naleven van de VROM regels.

Verantwoordelijkheid

• De minister ziet rechtstreeks toe op de naleving van VROM beleid en -regelgeving waarvoor het Rijk het bevoegd gezag is;

• De minister ziet toe op VROM beleid en -regelgeving waarvoor andere overheden in het kader van medebewind verantwoordelijk zijn, selectief gericht op het nationale en internationale belang.

Succesfactoren

• Behalen van deze doelstelling hangt af van de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van regels;

• Behalen van deze doelstelling hangt af van de betrokkenheid en een adequate taakuitoefening door de andere overheden;

• Behalen van deze doelstelling hangt af van het kunnen inschatten van maatschappelijke risico's.

Effectgegevens

• Behalen van deze doelstelling heeft als effect dat de risico's van geprioriteerde taken ingedamd worden;

• Behalen van deze doelstelling heeft als effect gedragsverandering en toename van kennis van de VROM regels waardoor naleving wordt bevorderd.

Verwijzingen beleidsstukken

• «VI jaarrapportage 2004 en bijbehorende beleidsbrief»(kamerstukken II, 2004–2005, 30 100 XI, nr. 2);

• «De VROM-Inspectie in het kort» mei 2005;

• Bijlage 4 van deze begroting.

Tabel 12.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:65 13167 02263 34462 27361 78661 78661 680
Uitgaven:65 30068 41063 56462 49361 96161 78661 680
Programma:18 18324 89121 42821 22821 22821 05320 947
Waarvan juridisch verplicht  12 2004 9782 48900
Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen (Primair toezicht):6 6368 9209 8249 7049 7049 6389 599
        
Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies ( Interbestuurlijk toezicht):3 9634 8931 3211 3211 3211 3051 295
        
Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen):2 3703 8203 0743 0743 0743 0343 009
        
Crisismanagementorganiseren:4 5766 2205 8465 7665 7665 7315 709
        
Opsporen en bestrijden van fraude:6381 0381 3631 3631 3631 3451 335
Apparaat:47 11743 51942 13641 26540 73340 73340 733
Ontvangsten715882882882882882882

12.2. Operationele doelstellingen

12.2.1. Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen.

Motivering

• Om een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving te waarborgen;

• Om de invoering, naleving en handhaving van (internationale) regelgeving en -beleid op het VROM-terrein (mede via samenwerkingsverbanden) te bevorderen;

• Om internationaal een gelijk speelveld te realiseren (level playing field) in verband met naleving via VROM-regelgeving;

• Om de effectiviteit en efficiency van handhaving te optimaliseren en de toezichtlast voor de doelgroep en voor de toezichthouders te minimaliseren.

Instrumenten

• Toezicht;

• Handhaving (bestuursrechtelijk, strafrechtelijk, civielrechtelijk);

• Compliance assistance;

• Voorlichting en communicatie.

Prestaties

• Naleving door defensie inrichtingen van VROM beleid en -regelgeving is normconform en op beheersniveau. Dit wordt bevorderd op drie wijzen: door uitvoering van toezichtacties bij defensie inrichtingen, zowel integraal en aangekondigd als op gedragsniveau en onaangekondigd en door het uitvoeren van thematische controles;

• Uitvoering van gerichte handhavingsacties voor risicovolle afvalstromen en deelname aan internationale handhavingsacties in het kader van Trans Frontier Shipment (Europese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA)-regels);

• Faciliteren van de vorming van een permanente handhavingstructuur voor de EVOA in de EU met het doel deze gereed te hebben in 2008;

• Het ondersteunen van het EVOA-netwerk in Nederland;

• Uitvoering van toezichtacties bij afvalverwerkende inrichtingen met radioactief besmet schroot (Kernenergiewet), bij (chemische) industrie ten aanzien van veiligheidsinformatiebladen (Wet milieugevaarlijke stoffen) en bij inrichtingen met eigen winningen leidingwater (Waterleidingwet);

• Behandeling en registratie van meldingen van legionella-besmettingen;

• Uitvoeren van toezichtacties bij prioritaire inrichtingen zoals aangewezen in het Waterleidingenbesluit, ter controle van de risico analyse en het beheersplan;

• Uitvoeren van inspecties en beoordelen ex ante van wijzigingen in techniek/operatie/organisatie van nucleaire installaties;

• De beoordeling van de bedrijfsdocumenten van de twee-, vijf-, en tienjaarlijkse (her)evaluaties en de verbeterplannen, de beveiligingsorganisatie van de nucleaire installaties en de beveiligings- en noodplannen;

• De controle op de veiligheid en beveiliging van transporten van nucleair materiaal;

• Toezicht op de naleving van door Nederland ondertekende verdragen op nucleair gebied zoals het Non Proliferatie Verdrag met betrekking tot safeguards van nucleair materiaal, en non-proliferatie van nucleaire technologie;

• Voorbereiding op de uitvoering van de taken voor de VI die voortvloeien uit de AMvB Kwaliteitsborging bodembeheer die naar verwachting in de loop van 2006 in werking treedt;

• In het kader van Programma Andere Overheid (PAO) uitvoeren van toezichtprojecten samen met andere overheidsinstanties (ziekenhuizen en chemische industrie);

• Samen met provincies, gemeenten, IVW, AID, douane, OM, FIOD en politie uitvoeren van door ALOM/BLOM geselecteerde ketenhandhavingsprojecten (vuurwerk, asbest, sleutelbedrijven bouw- en sloopafval, dierlijk vet);

• Deelnemen aan internationale netwerken van handhavingsorganisaties op VROM-beleidsterreinen, zoals IMPEL (European Union Network for the Implementation and Enforcement of Environmental Law), CLEEN (Chemical Legislation European Network); INECE (International Network for Environmental Compliance and Enforcement), IAEA (International Atomic Energy Agency) etc;

• In een handhavingarrangement, in het lopende begrotingsjaar te sluiten tussen VI en OM, worden de prestaties van de VI afgesproken met betrekking tot de aanpak van strafrechtelijke feiten op het VROM-terrein.

Doelgroepen

• Bedrijven en burgers;

• Nationale handhavingorganisaties van aan de netwerken deelnemende en toetredende landen, de Europese Commissie.

Verwijzingen beleidsstukken

• «Eigen winningen leidingwater», (kamerstukken II, 2002–2003, VROM 030117);

• «Meten moet! Over controle radioactief schroot» (2004);

• «Nucleaire veiligheid, de VI houdt toezicht en controleert» (april 2004);

• «VROM-inspectie controleert naleving Wms-besluiten» (juli 2004);

• Vervolgonderzoek Legionella in overdekte openbare zwembaden (kamerstukken II, 2004–2005, 26 442 XI, nr. 22);

• «Greep op de asbestketen» (kamerstukken II, 2004–2005, VROM 040345);

• «De VROM-Inspectie handhaaft de asbestregelgeving» (april 2005);

• «Eindrapportage pilotproject Delfzijl: samenwerken loont» (jan 2005);

Tabel 12.2. PiBSP-tabel
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaardePlanning
    Periode
Percentage van naleving van VROM wet- en regelgeving (defensie)Redelijk2005Goed2008
Percentage van naleving van EVOA-regels voor de export van risicovolle afvalstromenSlecht2005Goed2010
Permanente handhavingstructuur in de EU ((EVOA)Niet aanwezig2005Aanwezig2008
EVOA-netwerk beschikbaar in NederlandRedelijk2005Goed2007
Percentage van naleving van de KEW door afvalverwerkende inrichtingen tav radioactief besmet schrootMatig2005Redelijk2006
Naleving van de regels voor veiligheidsinformatiebladen door de (chemische) industrieSlecht2005Goed2008
Percentage naleving door de eigenaren van eigen winning van leidingwaterSlecht2005Redelijk2007
Percentage prioritaire inrichtingen (aangewezen in het waterleidingbesluit) met een risicoanalyse en een beheersplanMatig2005Goed2008
De veiligheid en beveiliging bij nucleaire installaties en transporten op peil houdenGoed2005Goed2006
Aantal uit te voeren ketenhandhavingsprojecten door ALOM/BLOM geprioriteerd4200542006
Toelichting: (slecht < 60%, matig 60–80%, redelijk 80–90%, goed > 90%)

12.2.2. Rijksbeleid handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies

Motivering

• Om een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving te waarborgen;

• Om de uitvoering en naleving te bewerkstelligen van VROM beleid en- regelgeving waarvoor andere overheden in het kader van medebewind verantwoordelijk zijn, selectief gericht op het nationale en internationale belang.

Instrumenten

• Toezicht;

• Handhaving (bestuursrechtelijk, strafrechtelijk, civielrechtelijk);

• Compliance assistance;

• Voorlichting en communicatie.

Prestaties

• Uitvoering van gemeente- en provincie onderzoeken. Bij deze onderzoeken wordt maatwerk geleverd, toegespitst op de te onderzoeken gemeente of provincie. Dit geldt ook voor de uit te voeren nazorg;

• Toetsen van gemeentelijke en provinciale besluitvorming en uitvoering ten aanzien van VROM beleid en -regelgeving. Daar waar nodig het ondersteunen en adviseren van gemeenten en provincies bij de uitvoering van de VROM beleid en -regelgeving;

• Uitvoeren van thema-onderzoeken (in afstemming met gemeente- en provincieonderzoeken), waarin speciale aandacht wordt besteed aan luchtkwaliteit, externe veiligheid, illegale bewoning, huisvesting statushouders;

• Ondersteunen bij de realisatie van de woningbouwafspraken die gemaakt zijn voor de 20 regio's. Leveren van feedback naar VROM beleid- en regelgeving.

• Uitvoeren van onderzoek naar die utiliteitsgebouwen die het meest risicovol zijn (veiligheid en bouwconstructie);

• Bijdragen aan de kwaliteit van door het bevoegd gezag te verstrekken vergunningen op het VROM terrein en het ondersteunen van de handhaving daarvan, met specifieke aandacht voor de prioritaire rijksthema's bij de bedrijven die op grond van artikel 8.7 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn aangewezen;

• Identificeren en aanpakken van achterstandssituaties op prioritaire thema's van rijksbeleid waaronder externe veiligheid (specifiek voor de uitvoering van het besluit risico's zware ongevallen(Brzo)), grote emitenten van broeikasgassen en luchtkwaliteit en de doorwerking van het Landelijke Afvalbeheer Plan (LAP), bij de bedrijven die op grond van artikel 8.7 van de Wm zijn aangewezen;

• Ontwikkelen van tenminste één compliance assistance hulpmiddel in relatie tot het Besluit Externe Veiligheid Inrichting (Bevi). Identificeren en aanpakken van een aantal risicoknelpunten in relatie tot het Bevi;

• Adequate beheersing en goede naleving van de meeste risicovolle afvalketen en meest risicovolle gevaarlijke stofketen;

• Waar mogelijk afstemmen en samenwerken bij het realiseren van de prestaties met andere toezichthouders ten einde de effectiviteit en efficiency van de handhaving te optimaliseren.

Doelgroepen

Bedrijven en burgers, provincies en gemeenten.

Verwijzingen beleidsstukken

• «Veiligheid bij groepsaccommodaties» (maart 2005);

• «Infoblad be1rijding onrechtmatige bewoning» (maart 2005);

• «Gemeentelijke inrichtingen met B&W als bevoegd gezag» (kamerstukken II, 2004–2005, 22 343 XI, nr. 102);

• «Brandveiligheid bij zorginstellingen» (kamerstukken II, 2004–2005, 26 956 XI, nr. 23);

• «Bestrijding onrechtmatige bewoning» (kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 XI, nr. 75);

• «Bodem in zicht II (kamerstukken II, 2004–2005, 28 199 XI, nr. 9);

• «Het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen; een onderzoek naar de uitvoering» (kamerstukken II, 2004–2005, 29 383 XI, nr. 28);

• «Weg met TAG» (kamerstukken II, 2004–2005, 22 343 XI, nr. 101).

Tabel 12.3. Prestatie indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaardePlanning
    Periode
Percentage van gemeenten dat op wezenlijke punten de VROM-taken op een adequaat niveau uitvoertSlecht2005Goed2010
Percentage van provincies dat op wezenlijke punten de VROM-taken op een adequaat niveau uitvoertOnbekendEind 2006 beschikbaarGoed2010 1)
Percentage van de ruimtelijke plannen die voor de doorvoering van rijksbeleid van belang zijn, dat voldoet aan het rijksbeleidOnbekendNa afronding besluitvorming over nota Ruimtegoed2008
Percentage van de utiliteitsgebouwen zonder ernstige bouwkundige gebrekenMatigOnbekend goed2010
Percentage van bedrijven bedoeld in artikel 8.7 Wm dat beschikt over een adequate vergunning op wezenlijke onderdelen en deze en overige VROM regelgeving adequaat naleeftOnbekendnulmeting in 2006Goed2010 1)
Percentage inrichtingen waarbij de externe veiligheidssituatie voldoet aan de in het Bevi gestelde eisenOnbekendOnbekend, nieuw besluitGoed2010 1)
Percentage naleving van de meest risicovolle keten van afval en de meest risicovolle keten van gevaarlijke stoffenNaleving afvalketen is slecht. Naleving gevaarlijke stoffen is onbekend2005Goede naleving2010
Toelichting: (slecht < 60%, matig 60–80%, redelijk 80–90%, goed > 90%)

12.2.3. Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren

Motivering

• Om het brede VI-werkterrein van circa 450 wettelijke taken te prioriteren naar taken die de grootste risico's voor veiligheid, gezondheid duurzaamheid en sociale leefomgeving met zich meebrengen bij onvoldoende naleving;

• Om de signalen uit de maatschappij op te pakken volgens de criteria: politieke wens, risico's voor de leefomgeving, integriteit van het bestuur van een overheidsinstantie of bedrijf, onrust onder de burgers, voorbeeld stellen/precedentwerking door iets/niets te doen in een bepaalde situatie.

Instrumenten

• Compliance assistance;

• Voorlichting en communicatie.

Prestaties

• Realiseren prioriteitenmatrix voor de wettelijke taken;

• Verbeteren van de Nalevingsstrategie (NLS)-methodiek door onderbouwing met wetenschappelijk onderzoek en het uitvoeren van een pilot voor het verkrijgen van inzicht in hoeverre een thematische benadering mogelijk/zinvol is in plaats van een wettelijke benadering;

• Onderbouwen van de methode met kwantitatieve indicatoren (naleefindicatoren), onderzoeksgegevens en controlegegevens. Een naleefindicator is een graadmeter voor het naleefgedrag;

• Voor een deel van de wettelijke taken met hoge prioriteit, naleefindicatoren ontwikkelen en implementeren;

• Uitvoeren van onderzoek naar signalen en incidenten en het oplossen van maatschappelijke problemen op het VROM-terrein en het uitvoeren van een analyse hierop. De behandeling van de signalen uit de omgeving en de maatschappij binnen de termijn;

• Uitvoeren van projecten in het kader van programma Beleid met Burgers;

• Ontwikkelen en implementeren van interventiestrategieën in samenwerking met overige actoren in de ketens van risicovolle afvalstromen en/of gevaarlijke stoffen;

• De VI doet in de praktijk ervaring op over de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid (HUF-toets) van VROM beleid en- regelgeving. Indien aanpassing van regelgeving vanuit het oogpunt van handhaving wenselijk is, koppelt zij dit terug aan het beleid.

Doelgroepen

Bedrijven, burgers en andere overheden.

Prestatie-indicatoren

• Aantal naleefindicatoren ontwikkeld en geïmplementeerd;

• Percentage van de beschikbare operationele tijd van de VI besteed aan signalen uit de omgeving en aan de uitvoering van de wettelijke taken.

Basiswaarden

• Aantal ontwikkelde en geïmplementeerde naleefindicatoren is nul;

• In 2005 is circa 40% van de operationele tijd besteed aan signalen uit de omgeving en 60% aan de wettelijke taken.

Streefwaarden

• Voor een aantal van de wettelijke taken met een hoge prioriteit zijn eind 2006 naleefindicatoren ontwikkeld;

• Besteding van 40% van de operationele tijd voor signalen uit omgeving en 60% voor de wettelijke taken in 2006.

Planning

In 2010 zijn voor 100% van de wettelijke taken met een met hoge prioriteit naleefindicatoren geïmplementeerd.

Verwijzingen beleidsstukken

• «De VROM-Nalevingstrategie»;

• «Visiedocument ketenhandhaving, begeleiden en verleiden» (kamerstukken II, 2003–2004, 22 343 XI, nr. 93).

12.2.4. Crisismanagement organiseren

Motivering

• Om in crisissituaties aantoonbaar voorbereid te zijn;

• Om optredende crises goed en adequaat te kunnen beheersen en afhandelen. VROM is als eerste verantwoordelijk voor de beleidsvelden milieu, chemisch, nucleair en drinkwater.

Instrumenten

• Voorlichting en communicatie;

• Bijdragen aan ZBO/RIVM.

Prestaties

• Implementeren van een meerjarig oefenbeleidsplan. Per beleidsveld wordt training gegeven in de advisering en afhandeling van crises en wordt geoefend in de advisering en afhandeling van crises op de beleidsvelden waar VROM eerst verantwoordelijk voor is;

• Beschermen van vitale infrastructuur door middel van deelname aan interdepartementale werkgroep voor drinkwater, chemische industrie en nucleair met structurele beleggen van het dossier Vitaal binnen VROM;

• Implementeren van een beheerplan nationaal plan kernongevallenbestrijding (NPK), waarin rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken actoren zijn uitgewerkt. Invoeren van overlegstructuur NPK met de (50) betrokken partijen;

• Opzetten van samenwerkingsverbanden met België, Verenigd Koninkrijk en Duitsland op nucleair gebied;

• Implementeren van het landelijk laboratoriumnetwerk terroristische aanslagen (LLN-TA) belast met onderzoek van nucleaire, biologische en chemische (NBC-) agencia.

Doelgroepen

• Overheden: Betrokkenen bij de bestrijding van crises en rampen (zoals GHOR, Brandweer en Politie); andere ministeries; Internationale overheidsinstanties;

• Private en publieke deskundigeninstituten (zoals RIVM en RIZA).

Verwijzingen beleidsstukken

• «Crisismanagement: de VI adviseert, faciliteert en coördineert « (april 2004);

• Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming;

• Beleidsplan crisisbeheersing 2004–2007;

• Departementale Handboek Crisisbesluitvorming.

Tabel 12.4. Prestatie-indicator
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaardePlanning
    Periode
Aantal trainingen per beleidsveldnvtnvt12006
Aantal oefeningen per beleidsveldnvtnvt12006
Aantal bijeenkomsten met crisisbeheersingsorganisaties op nucleair gebiednvtnvt12006
Aantal overleggen met betrokken partijen in het kader van de bescherming van de infrastructuur. nvtnvt152006
Aantal overleggen in het kader van het NPKnvtnvt12007

12.2.5. Opsporen en bestrijden van fraude

Motivering

Om grove misstanden met betrekking tot de aan VROM gerelateerde wetgeving en beleidsinstrumenten tegen te gaan.

Instrumenten

Strafrechtelijke handhaving.

Prestaties

• Uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken van wetgeving op het VROM-terrein in combinatie met het commune strafrecht;

• Inwinnen van informatie;

• Ontwikkelen criminaliteitsbeelden;

• Uitvoeren van opsporingsonderzoeken en strategische (beleids)analyses in opdracht van dan wel onder verantwoordelijkheid van het OM, zelfstandig en/of in samenwerking met andere diensten (VROM-Inspectie, andere BOD'en, politie) ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving op het gebied van wonen, milieu en ruimtelijke ordening.

• Opstellen beleidsrapportages;

• Uitvoeren strafrechtelijke onderzoeken.

Doelgroepen

Bedrijven en burgers.

Prestatie-indicatoren

Prestaties worden gemeten aan de hand van het aantal strafrechtelijke onderzoeken dat is uitgevoerd en het aantal strafzaken dat uiteindelijk ter terechtzitting wordt behandeld, inclusief de opgelegde transacties door het OM.

Basiswaarden

N.v.t.

Streefwaarden

Wordt nader bepaald in het lopende begrotingsjaar na overleg en met instemming van het OM en vastgelegd in het handhavingarrangement.

Planning

Verwijzingen beleidsstukken

N.v.t.

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur

13.1. Algemene beleidsdoelstelling

13.1.1. De advisering over en de implementatie van het overheidsbeleid dat (mede) van toepassing is op de rijkshuisvesting en op de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel; de architectonische kwaliteit stimuleren en de huisvesting verzorgen van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken.

Omschrijving

• Om vanuit de huisvestingsexpertise van de Rijksgebouwendienst (Rgd) aan de realisatie van VROM- en overige rijksdoelstellingen bij te dragen;

• Om cultuurhistorische waarden te koesteren en de kwaliteit van de (on-)gebouwde omgeving te bewaken;

• Om de huisvesting van de genoemde groepen die niet onder het rijkshuisvestingsstelsel vallen, te verzorgen.

Bijdrage

• VROM geeft hiermee binnen de rijkshuisvesting het voorbeeld voor – relevant – nationaal of Europees beleid dat nog in ontwikkeling is of al is vastgesteld;

• De Rijksbouwmeester adviseert het Kabinet over het interdepartementale architectuurbeleid en vervult waar mogelijk hierbij een voorbeeldrol met de rijksgebouwen;

• VROM waarborgt de instandhouding van de monumenten in rijksbezit en, voor de gebruikers, de functionaliteit van de gebouwen.

Verantwoordelijkheid

De minister van VROM is verantwoordelijk voor de rijkshuisvesting, de huisvesting van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van AZ en voor het waar mogelijk toepassen van rijksbeleid in de systematiek van het rijkshuisvestingsstelsel. De minister van VROM is mede verantwoordelijk voor het Actieprogramma Ruimte en Cultuur. De Rijksbouwmeester is onafhankelijk adviseur van het Kabinet voor het architectuurbeleid, het monumentenbeleid van de monumenten in rijksbezit en de rijkshuisvesting.

Succesfactoren

• Behalen van de doelstelling met betrekking tot (advisering over en implementatie van) overheidsbeleid hangt mede af van de wijze waarop de gebruikers van rijkshuisvesting daaraan invulling willen geven bovenop de wettelijke minima in dat beleid;

• Het behalen van de huisvestingsdoelstelling voor de Hoge Colleges van Staat, het ministerie van AZ en het Koninklijk Huis, veelal in monumenten gehuisvest en aan specifieke locaties gebonden, is afhankelijk van de mate waarin deze gebouwen functioneel aangepast kunnen worden voor de betreffende gebruikers.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effect:

• Dat overheidsbeleid op het gebied van huisvesting, architectuur en monumenten zichtbaar wordt in de rijkshuisvesting en daardoor als voorbeeld dient voor andere sectoren;

• Dat architectonische kwaliteit, stedenbouwkundige inpassing (van ontwerpen) en het behoud van cultuurhistorische waarden worden bevorderd en bewaakt;

• Dat de genoemde groepen adequaat worden gehuisvest.

Verwijzingen beleidsstukken

nvt

Tabel 13.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:84 00892 41397 75688 88564 25644 72840 868
Uitgaven:84 00892 41397 75688 88564 25644 72840 868
Programma:84 00892 41397 75688 88564 25644 72840 868
Waarvan juridisch verplicht  57 00038 00014 0008 0006 000
Het adviseren over- en implementeren van beleid dat (mede) van toepassing is op de rijkshuisvesting en op de doelmatige werking van rijkshuisvestingsstelsel:6 2187 0136 7246 2785 6524 9024 902
Beleid (mede) van toepassing op de rijkshuisvesting en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel4 2522 9542 9632 9683 1713 1713 171
OnderzoekRgd626577577577577577577
Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw01 9392 4122 4071 9041 1541 154
Energiebesparing rijkshuisvesting1 0981 543772326000
Duurzaam bouwen rijkshuisvesting242      
        
De architectonische kwaliteit stimuleren en monumentenbeheren:14 55417 50117 81117 81117 81117 81117 811
Stimuleren architectonische kwaliteit3 9734 5014 4334 4334 4334 4334 433
Beheer monumenten in rijksbezit10 58113 00013 37813 37813 37813 37813 378
        
Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken:63 23667 89973 22164 79640 79322 01518 155
Onderhoud HCvS/AZ5 8245 9246 3844 7694 1684 1684 168
Investeringen HCvS/AZ40 13835 22128 15423 3784 0442 5002 500
Huren HCvS/AZ1 9832 4632 5631 8632 1822 197941
Asbestsanering1 343      
Paleizen7 04716 68828 51727 18324 8387 5894 985
Functionele kosten Koninklijk Huis6 9017 6037 6037 6035 5615 5615 561
Ontvangsten03573572 626357357357

13.2. De operationele doelstellingen

13.2.1. Het adviseren over- en implementeren van beleid dat (mede) van toepassing is op de rijkshuisvesting en op de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel

Motivering

Om als overheid het goede voorbeeld te geven en om afzonderlijke gebouwgebruikers niet te belasten met kosten die redelijkerwijs door de rijksoverheid als geheel gedragen moeten worden.

Instrumenten

Financiële bijdragen aan de baten-lastendienst Rgd.

Prestaties

• Bijdragen aan rijksdoelstellingen bijvoorbeeld op het gebied van duurzame kwaliteit en veiligheid van gebouwen, ruimtelijke kwaliteit van de stedelijke gebieden en het rijkshuisvestingsstelsel zelf, vanuit de uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting en met behulp van onderzoek;

• Bundelen en versterken van interne en externe belangen van de aanbestedende overheidsdiensten op het vlak van inkoop van werken, diensten en leveringen, door het visiedocument over het aanbestedingsbeleid verder uit te werken;

• Het realiseren van onderzoeken en toepassingen van innovatieve CO2 – reducerende (energiebesparende) technieken in rijksgebouwen, met behulp van het stimuleringsprogramma innovatieve technieken (PIT), als voorbeeld voor de Nederlandse bouwsector.

Doelgroepen

Deels de bouwsector en deels de gebruikers van de rijkshuisvesting.

Prestatie-indicatoren

• Van een aantal aansprekende huisvestingsprojecten zal worden aangegeven op welke wijze de overheid in 2006 het eigen rijksbeleid heeft toegepast;

• Voor het PIT-programma: aantal projecten waarbij innovatieve technieken zijn toegepast.

Basiswaarden

PIT: 0 bij start van het PIT-programma.

Streefwaarden

PIT: In 2006 bevinden zich 5 à 7 projecten in de uitvoeringsfase.

Planning

Tot en met 2008 10 à 15 projecten uitvoeren waarbij innovatieve technieken zijn toegepast.

Verwijzingen beleidsstukken

• (Visiedocument over het) Aanbestedingsbeleid (kamerstukken II, 2003–2004, 29 709 XI, nr. 1);

• Evaluatie stelselherziening rijkshuisvesting (kamerstukken II, 2004–2005, 25 449, nr. 11).

Tabel 13.2. Prestatie inicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Projecten met toegepaste innovatieve technieken020015 à 7200610 à 152008
       
Aansprekende huisvestingsprojecten  Aanspre- kende pro- jecten toe- gelicht2006  

13.2.2. De architectonische kwaliteit stimuleren en monumenten beheren

Motivering

Om cultuurhistorische waarden te koesteren en de kwaliteit van de (on-)gebouwde omgeving te bewaken.

Instrumenten

Financiële bijdrage aan de baten-lastendienst Rgd.

Prestaties

• Ondersteuning van de acties genoemd in het Actieprogramma Ruimte en Cultuur;

• Studies en activiteiten ter ondersteuning van de Rijksbouwmeester;

• Handhaven van de monumentale waarde van de monumenten in rijksbezit en het bevorderen van de gebruiksmogelijkheden en verhuurbaarheid door periodiek onderhoud en herstel.

Doelgroepen

Opdrachtgevers in de bouw, de in monumenten gehuisveste gebruikers van rijksgebouwen, de vakgemeenschap en een breed publiek geïnteresseerd in architectuur en monumenten in brede zin: gebouwen, landschap en infrastructuur.

Prestatie-indicatoren

Van een aantal aansprekende projecten zal worden aangegeven op welke wijze de overheid in 2006 met de monumentale- en architectonische kwaliteit is omgegaan.

Verwijzingen beleidsstukken

Actieprogramma Ruimte en Cultuur, (kamerstukken II, 2004–2005, nr. 30 081, nr. 1).

Tabel 13.3. Prestatie indicatoren
Prestatie-indicatorBasiswaardePeildatumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Aansprekende projecten  Aansprekende projecten toegelicht2006  

13.2.3. Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken.

Motivering

Om deze doelgroep die buiten het vigerende rijkshuisvestingsstelsel valt adequaat te huisvesten.

Instrumenten

Financiële bijdragen aan de baten-lastendienst Rgd.

Prestaties

Uitvoeren van investeringsprojecten en onderhoudswerkzaamheden voor de paleizen, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken.

Prestatie-indicatoren

Klanttevredenheid

Basiswaarden

77%

Streefwaarden

83%

Planning

In 2010: 92%

Verwijzingen beleidsstukken

Begroting baten-lastendienst Rgd, § 2: indicator klanttevredenheid

Tabel 13.4. Prestatie indicatoren
Prestatie-indicatorBasis-waardePeildatumStreefwaarde 1Planning  
    PeriodeStreefw 2Periode
Klanttevredenheid77%200483%200692%2010

13.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 13.5. Overzicht beleidsonderzoeken
 EvaluatieonderzoeknaarUitkomsten naar de Tweede Kamer
Overige beleidsevaluaties Programma innovatieve technieken2007

2.3. De niet-beleidsartikelen

Artikel 14. Algemeen

Op dit artikel worden alle uitgaven opgenomen die niet specifiek aan een van de beleidsdoelstellingen uit de beleidsartikelen zijn toe te rekenen. Het betreft hier zowel uitgaven voor het apparaat als programma en uitgaven voor postactieven.

Tabel 14.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:297 947180 485166 084157 812156 007167 349167 231
Uitgaven:428 791413 831370 502354 034344 521340 920339 002
Programma:234 728225 860205 550196 500190 066187 841186 041
Waarvan juridisch verplicht  195 735185 124179 590178 265176 465
Betaalbare woonkeuze koop- en huursector42 96432 06624 32618 35214 04512 84511 045
Budget BWS 1992–1994149 909149 093149 082149 069149 069149 069149 069
Woningbouw en duurzame kwaliteit24000000
Huisvesting gehandicapten en woon-zorg27 29727 73716 26712 95711 75711 65711 657
Communicatie-instrumenten6 4947 3157 8157 8157 8157 8157 815
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StaB)4 9175 0104 7594 7464 7194 6944 694
Overige vastgoedinformatievoorziening1 1403 3382 0002 3001 400500500
OnderzoekDGM43      
Ruimtelijk Planbureau1 9401 3011 3011 2611 2611 2611 261
Apparaat:194 063187 971164 952157 534154 455153 079152 961
Departementsleiding, control, expertdiensten en staf:       
Apparaat DGW11 3446 8052 3742 3552 3432 3432 343
Apparaat departementsleiding, control en overig staf35 41522 20722 82221 00620 99520 89920 781
Apparaat Ruimtelijk Planbureau4 2185 4805 3345 3335 3335 3335 333
Apparaat inspectie883043043049304304
Apparaat DGM7 7102 8762 4582 4582 4582 4582 458
Apparaat DGR5 5152 5002 4092 3402 3002 3002 300
Raden:       
VROM-Raad1 9102 1111 9891 9811 9701 9601 960
Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek1 7841 3311 133672666662662
Waddenadviesraad (WAR)492644601590586581581
PIANOo (Professioneel Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers)12 4002 3162 30895600
Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA) 3 72500000
Adviesraad Gevaarlijke Stoffen(AGS)1 0101 0009420000
Postactieven:       
Postactieven DGW2 3972 8762 8762 8762 8762 8762 876
Postactieven Ruimtelijk Planbureau40000000
Postactieven GD/CSt1 5971 3181 7181 7181 9181 3181 318
Postactieven DGM1 2861 2701 2701 2701 2701 2701 270
Postactieven DGR335369369369369369369
Gemeenschappelijke voorzieningen:       
Gemeenschappelijke voorzieningen91 615103 18090 18586 82485 77686 00386 003
Huurbijdrage aan RGD27 30627 57525 85225 13024 63024 40324 403
Ontvangsten78 77461 45322 42422 42422 42522 10018 177

14.2 Apparaat

Omschrijving

De apparaatuitgaven omvatten de verplichtingen en uitgaven van het ambtelijk personeel, overige personele uitgaven, materieel en automatisering en postactieven. Het ambtelijk personeel betreft de algemene leiding van het departement en de beleids- en ondersteunende diensten. De overige personele uitgaven betreffen de inzet van externen en uitzendkrachten. De materiële en automatiseringsuitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor beheer, exploitatie, huisvesting en investeringen om de voorzieningen van VROM op minimaal het huidige niveau te houden en daar waar mogelijk te verbeteren.

14.2.1. Juridisch instrumentarium

Motivering

Het juridisch instrumentarium bestaat onder meer uit de kernproducten op nationaal, Europees en internationaal niveau van het juridisch instrumentarium van VROM zijn wetgeving, overeenkomsten/convenanten, behandeling van (buiten-)rechterlijke procedures, Koninklijke Besluiten, alsmede advisering.

Wetgeving

Prioriteit bij het wetgevingsprogramma hebben de implementatie van EG-richtlijnen, de wetgevingsprojecten voortvloeiend uit het Strategisch Akkoord en het Hoofdlijnenakkoord, toezeggingen aan de Staten-Generaal en ondersteuning bij initiatiefwetsvoorstellen. De resterende centrale wetgevingscapaciteit wordt ingezet voor de overige VROM-prioriteiten. De belangrijkste in voorbereiding zijnde wetsvoorstellen zijn toegelicht bij de artikelen.

Wetgeving met dictum 1, 2 en 3 van de Raad van State

Een wetgevingsproduct wordt «goed» beoordeeld wanneer de Raad van State daaraan het dictum 1, 2 of 3 toekent. Het oordeel van de Raad van State omvat zowel de technisch-juridische als de beleidsmatige aspecten van de wetgevingsproducten. In het overzicht wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt tussen de drie dicta.

Implementatie van EG-richtlijnen

Dit kengetal ziet toe op de tijdige implementatie van EG-richtlijnen. Het kengetal is gebaseerd op de datum in het begrotingsjaar waarop de richtlijn moet zijn geïmplementeerd. In geval van overschrijding gaat het meestal om een geringe termijnoverschrijding. Binnen VROM is een Taakgroep Implementatie Europese richtlijnen ingesteld. Via een maandelijkse rapportage aan de bewindsliedenstaf wordt toezicht gehouden op de voortgang van de implementatie.

Europese Meldingenprocedures

In veel gevallen moet een beleidsvoornemen van VROM eerst bij de Europese Commissie worden gemeld en een bepaalde procedure doorlopen, alvorens het voornemen mag worden geëffectueerd. De bekendste voorbeelden daarvan zijn meldingen van staatssteunmaatregelen en productenvoorschriften en diensten. Dit geldt niet alleen voor wetgeving, maar ook voor bijvoorbeeld convenanten en directe subsidiëring uit de begroting. Het kengetal geeft aan in hoeverre VROM deze procedure succesvol doorloopt, zowel naar de inhoud als naar de presentatie van de beleidsvoornemens. Het betreft hier verschillende procedures waarvoor aparte termijnen gelden.

Overeenkomsten en convenanten

De toenemende behoefte aan flexibiliteit in de uitwerking van beleidsvoornemens heeft geleid tot een uitbreiding van het gebruik van overeenkomsten en convenanten. Het belang van de naleving van afspraken in het publiek domein stelt hoge eisen aan de inhoudelijke kwaliteit van deze producten. De convenanten moeten na beoordeling tenminste voldoen aan de Aanwijzingen voor de Convenanten. Het percentage dat daaraan voldoet brengt de kwaliteit van de convenanten na beoordeling tot uitdrukking.

Procedures

Tegen primaire besluiten van de Minister van VROM wordt soms bezwaar gemaakt. De minister dient dan zijn besluit te heroverwegen en een beslissing op bezwaar te nemen.

Tegen een beslissing op bezwaar en in voorkomende gevallen een primair besluit kan beroep worden ingesteld bij de rechter. Daarnaast heeft de minister (in casu de VROM-inspectie) de mogelijkheid om zelf in bezwaar en beroep te komen tegen besluiten van andere organen.

Het percentage procedures met een goede afloop voor VROM is een indicator voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het beleid voor zover dat gestalte krijgt door middel van primaire besluiten, beslissingen op bezwaar en procedures.

Tabel 14.2. Juridische kwaliteit wetgevingsproducten
 Realisatie2003Realisatie2004OntwerpBegroting 2005OntwerpBegroting 2006
Wetgeving met dictum 1, 2 en 3 van Raad van State81 %94%90%90%
Implement atietermijn EU-regelgeving niet overschreden0 %70%100%100%
Uitvoering bepaalde EG-regelgeving (rapportages, meldingen intern recht) aan termijnen onderhevig75%47%75%75%
Convenanten in overeenstemming met de Aanwijzingen100%100%100%100%
Procedures met positief resultaat80%67%80%80%
Procedures behandeld zonder termijnoverschrijding100%68%100%100%

14.2.2. ICT en bedrijfsvoering

Motivering

In 2006 zal verder worden gewerkt aan het digitaliseren van het documentenbeheer (VIDI). Tevens zullen investeringen noodzakelijk zijn voor de vervanging en programmawijzigingen van diverse bedrijfsvoeringsystemen. Het project Andere Overheid zal in 2006 nog de nodige aandacht opeisen; zowel intern als interdepartementaal zal dit op ICT-gebied verder worden vormgegeven.

Het kengetal geeft weer welke uitgaven per fte voor VROM worden gedaan ten behoeve van ICT via de gemeenschappelijke ICT-dienst. De daling is onder andere het gevolg van de in 2004 afgeronde reorganisatie en outsourcing en SBC.

Tabel 14.3. Automatiseringsuitgaven (ICT-dienst) per fte
 Realisatie 2003Realisatie 2004Ontwerp-begroting 2005Ontwerp-begroting 2006
Raming in €1mln35,223,423,917,7
Aantal fte4 1493 9254 0633 713
Uitgaven per fte in €18 4845 9625 8824 767

14.2.3. Huisvesting

Motivering

De uitgaven voor huisvesting zijn te verdelen in huren, technisch beheer van gebouwen en installaties, en overige huisvestingskosten. Onder overige huisvestingskosten wordt verstaan energiekosten, schoonmaak en klein en technisch onderhoud. De raming vanaf 2005 is hoger als gevolg van uit te voeren groot onderhoud in de hoofdzetel. Het prestatiegegeven geeft weer welke kosten voor het gehele ministerie per fte verbonden zijn aan huisvesting.

Tabel 14.4. Huisvestingsuitgaven per fte ambtelijk personeel
 Realisatie 2003Realisatie 2004Ontwerp-begroting 2005Ontwerp-begroting 2006
Raming in €1mln31,835,538,737,9
Aantal fte4 2273 8344 0633 713
Uitgaven per fte in €17 5239 2599 02510 207

14.3 Programma

14.3.1. Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

Motivering

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) is een bijna volledig door VROM gesubsidieerde instelling. Op verzoek van de Raad van State adviseert de StAB de bestuursrechter in geschillen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu.

Tabel 14.5. Aantal adviesaanvragen
 Realisatie 2003Realisatie 2004Ontwerpbegroting 2005Ontwerpbegroting 2006
Stand per 01–01109897272
Instroom aanvragen435358460460
Aantal afgehandelde aanvragen/adviezen455375460460
Stand per 31–1289727272

De stand ontwerpbegroting 2005 is aangepast op basis van de verantwoording 2004.

De ontwerpbegroting 2006 is geëxtrapoleerd vanuit 2004. De StAB levert de begroting 2006 medio oktober op.

14.3.2. Overige vastgoedinformatievoorziening

Motivering

Door het Kabinet zijn de programma's Stroomlijning Basisgegevens en Andere Overheid aangekondigd. Met de landelijke invoering van de basisregistraties gebouwen, adressen, kaarten en percelen wordt een belangrijke stap gezet in het stelsel van authentieke basisregistraties.

Coördinatie Geo-informatie

Het ministerie van VROM is sinds het Besluit Informatievoorziening Rijksdienst (1990) verantwoordelijk voor de coördinatie van de Geo-informatie (GI). Een belangrijk deel van het GI beleid komt tot stand via de inzet rond een aantal te realiseren Geo-basisregistraties, die in principe deel zullen uitmaken van een samenhangend stelsel van (authentieke) registraties. Door het Kabinet aangemerkte authentieke basisregistratie in het geo-domein zijn een gebouwenregistratie, een adressenregistratie, de perceelregistratie van het Kadaster, een geografische ToptienNL-bestand (1:10 000 topografische kaart) en in de toekomst mogelijk aangevuld met de grootschalige basiskaart Nederland (de GBKN) en informatie over de ondergrond (DINO).

Voor de opzet en implementatie van de basisadministratie Adressen en Gebouwen zal in de jaren 2006 t/m 2008 een wetgevings- en implementatietraject worden uitgevoerd conform de plannen zoals die aan de Tweede Kamer zijn gemeld. Tevens worden de ToptienNL en de kadastrale registratie (percelen) in de kadasterwet als basisregistratie verankerd.

RAVI

In 2001 is gekozen voor een steviger invulling van de regierol door VROM rond eerder genoemde basisregistraties. Daarbij is afgestapt van de coördinatieverantwoordelijkheid langs de lijn van «zelfregulering» – door het veld – verenigd in de RAVI (voorheen Raad voor de Vastgoedinformatie). De RAVI zal begin 2006 fuseren met de stichting Nationaal Clearinghouse Geo-informatie en daarmee ontstaat een nieuwe organisatie met draagvlak in de sector. De door VROM daarbij belangrijke platformfunctie van de RAVI, een centrale factor op het terrein van innovatie en kennisontwikkeling op het terrein van de GI, blijft ook de komende jaren bestaan.

Het kennisprogramma Ruimte voor Geo-informatie heeft voor de jaren 2004 t/m 2009 BSIK-gelden toegewezen gekregen. Dit kennisprogramma zal de coördinatiefunctie op gebied van de Geo-informatie versterken.

14.3.3. Rijksbeleid E-government

Motivering

E-government van het Rijk is vastgelegd in de volgende beleidslijnen:

Programma Andere Overheid, de Rijksbrede ICT-agenda en de notitie «Op weg naar de Elektronische Overheid».

Met als doelstelling om de dienstverlening aan de burger en aan de bedrijven te verbeteren: ketenomkering, redeneren vanuit burger en bedrijf (van buiten naar binnen), eenmalige gegevensverstrekking, terugdringing van administratieve lasten etc. Hoewel de ministers voor BVK en van EZ verantwoordelijk zijn voor de rijksbrede coördinatie op dit vlak is VROM hierbij prominent betrokken. In het jaar 2006 en de jaren daarna zullen op dit vlak vele stappen worden gezet. Over onze basisregistraties, digitaliseren VROM-vergunning, wetswegwijzer, Digitaliseren Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen worden of zijn afspraken gemaakt en ontwikkelingen gestart.

14.3.4. Adviesorganen en kennisinstituten

Omschrijving

Adviesraad Gevaarlijke Stoffen

De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS) zal in 2006 de huidige activiteiten voortzetten. De AGS zal volgens planning voor het eind van het jaar 2006 een voorstel voor herziening van de CPR-richtlijnen 8 en 11 (LPG en propaan), 10 (chloor), 13–1 (ammoniak): 2006 en 13–2 (ammoniakkoelinstallaties) opstellen.

VROM-raad

VROM beoogt met de VROM-raad sectoroverstijgende, niet verkokerde en onafhankelijke adviezen te verkrijgen over het VROM-beleid. VROM draagt bij aan het nieuwe werkprogramma van de Raad in 2006. Zowel in het kader van de reguliere doorlichting van alle adviesraden als in het licht van het Programma Andere Overheid zal de rol en positie van de VROM-raad in de context van de gehele kennisinfrastructuur nader worden bezien.

Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

De RMNO is een sectorraad die de Regering adviseert over het te voeren onderzoeksbeleid op het gebied van ruimte, milieu en natuur. VROM beoogt met zijn bijdrage een visie te laten ontwikkelen op onderzoeksbeleid, kennis en kennisinfrastructuur in verband met ruimte-, milieu- en natuurvraagstukken op de (middel)lange termijn. VROM draagt bij aan het werkprogramma van de Raad.

Raad voor de Wadden

De Raad voor de Wadden adviseert vanuit een grote gebiedsgebondenbetrokkenheid over een breed scala van beleidsterreinen, die hundoorwerking hebben voor de Waddenzee. VROM beoogt met zijn bijdrage aan deze Raad onafhankelijk advies te verkrijgen over het Waddenzee beleid, met name op de relatie tussen economie en milieu.

PIANOo (Kenniscentrum Aanbesteden)

Onder de nieuwe naam PIANOo (Professioneel Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers) is in 2004 een kenniscentrum van start gegaan. Conform de wens van de Tweede Kamer zijn vanaf het begin alle aanbestedingen onderwerp van kennisuitwisseling, dus niet alleen die voor opdrachten in de bouw. Het doel van PIANOo is het professionaliseren van alle overheidsopdrachtgevers door het onderling uitwisselen van kennis en ervaring. Kleine aanbestedende diensten profiteren zo van de knowhow van de grotere. In 2007 zal een evaluatie plaatsvinden van PIANOo

Regieraad voor de Bouw

De Regieraad voor de Bouw is in februari 2004 ingesteld door de ministers van EZ, VROM en V&W om in een tijdsbestek van vier jaar de noodzakelijke veranderingen in de bouw op gang te brengen en te houden. Die zijn nodig om het vertrouwen in de bouw te herstellen en om van de bouw een open, gezonde, concurrerende en innovatieve sector te maken. De Regieraad pakt goede praktijkvoorbeelden op en propageert die in de richting van een brede achterban. Evaluatie door de Regieraad vindt tweejaarlijks plaats, te beginnen in 2006.

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien

15.1. Algemene beleidsdoelstelling

Dit artikel is een administratief en begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 15 worden gedaan. Het artikel dient meestal als tussenstation voor de uitboeking van diverse posten.

Loonbijstelling

Het betreft hier algemene salarismaatregelen, incidentele loonontwikkeling en overige specifieke maatregelen op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling (een vorm van inflatiecorrectie) wordt vanuit vanuit dit artikel aan andere artikelen toebedeeld.

Onvoorzien

In de comptabiliteitswet wordt de mogelijkheid geboden om een post op te nemen voor «Onvoorziene uitgaven».

Nog nader te verdelen

Op dit onderdeel worden intensiveringen, taakstellingen etc. opgenomen die in de begroting nog moeten verwerkt maar waarvan de precieze verdeling over de beleidsartikelen nog niet bekend is.

Tabel 15.1. budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1 000)
 2004200520062007200820092010
Verplichtingen:0822– 682– 2 253– 21 232– 20 127– 7 773
Uitgaven:08221 818–2 253– 21 232– 20 127– 7 773
Loonbijstelling:06 3573 7073 7083 6493 6173 571
        
Prijsbijstelling:05 9865 8085 7355 0714 8854 885
        
Onvoorzien:003 6844 1224 1224 1224 122
        
Nog te verdelen:0– 11 521– 11 381– 15 818– 34 074– 32 751– 20 351
Nog nader te verdelen taakstellingen – 5 247– 8 872– 13 694– 14 004– 14 204– 14 444
Nog nader te verdelen overig0– 6 274– 2 509– 2 124– 20 070– 18 547– 5 907

3. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

In dit verdiepingshoofdstuk staat per artikel de opbouw van het artikel weergegeven. Stand begroting 2005, mutaties 1e suppletore begroting 2005 en nieuwe mutaties maken samen de stand ontwerp begroting 2006. De uitgaven en ontvangsten worden op deze wijze inzichtelijk gemaakt.

De meest bijzondere beleidsmatige mutaties worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en toegelicht.

Voor het begrotingsjaar 2006 en verder heeft binnen VROM een budgetherverdeling plaatsgevonden. Voor alle dienstonderdelen zijn – zero-base – aan de hand van de actuele personeelsomvang, genormeerde kosten van personeel en materieel, en aan de hand van specifieke kostenposten, de nodige apparaatsbudgetten bepaald. In de budgetherverdeling zijn de taakstellingen die nog niet waren verbijzonderd naar beleidsartikelen meegenomen. Het resultaat van de budgetherverdeling is dat iedere dienst bij betreffende artikelen zero-based opgebouwde apparaatsbudgetten heeft. Op artikel 14 is een reeks opgenomen voor de uitgaven van de gemeenschappelijke dienst (die is samengesteld uit bijdragen van diensten die producten afnemen van de gemeenschappelijke dienst). De budgetherverdeling heeft geleidt tot vele mutaties. Die zijn door de conversie niet eenvoudig inzichtelijk te maken. In onderstaande verdiepingsbijlage staan regelmatig nog redelijke bedragen bij overige mutaties. Vrijwel alle onderliggende mutaties bij overige mutaties hangen samen met de budgetherverderling.

Bij de ontvangsten, met uitzondering van artikel 3, wordt niets toegelicht aangezien er maar enkele mutaties zijn geweest. De toegevoegde waarde van het opnemen van deze tabellen is om de standen begroting 2005 en 1e suppletore te kunnen zien in de nieuwe artikelstructuur.

De mutaties 1e suppletore zijn toegelicht bij de 1e suppletore begrotingswet (kamerstukken II, 2004–2005, 30 105 XI, nr. 1).

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

Artikel 01 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 16 31119 22216 47815 06815 0680
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 979797979797
Nieuwe mutaties: – 793– 1 941– 1 9151 11491112 248
Stand ontwerpbegroting 200611 84615 61517 37814 66016 27916 07612 345
Artikel 01 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 9 70010 90022 10018 50019 1000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 – 9 700– 10 900– 22 100– 18 500– 19 1000
Stand ontwerpbegroting 20061000000

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus

Artikel 02 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 449 677460 218473 350464 002507 9230
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 – 8 76839 59266 29659 72155 0250
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen – 1 226– 1 277– 1 277– 1 277– 1 2770
b.Verlenging subsidieregeling sanering lodenleidingen – 217870247000
c.Doorwerking EPR vertraging 2004 90000000
d.Aanpassing kasritme Impulsregeling 16 0000– 8 000– 8 00000
e.Kasschuif ISV 102 500– 30 000– 72 500   
f.Overige mutaties 9 0433 3083 2383 1963 196406 650
Stand ontwerpbegroting 2006801 474567 909472 711461 354517 642564 867406 650

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Ad b) Verlenging subsidieregeling sanering loden leidingen

De subsidieregeling sanering loden drinkwaterleidingen is verlengd. Aanvragen voor deze subsidieregeling kunnen worden ingediend tot 15 november 2005 in plaats van tot 30 september 2004. De subsidie vergoedt een deel van de kosten van de vervanging van de loden waterleidingen. Gemiddeld kost dat zo'n 1 400 euro. De hoogte van het subsidiebedrag hangt af van het aantal strekkende meters nieuwe waterleiding, de hoogte van de kosten van het vervangen van de loden leidingen, en het feit of de sanering door de huiseigenaar wordt uitgevoerd.

Ad c) Doorwerking Energie Prestatie Regeling (EPR) vertraging 2004

Het betreft het restant van de afwikkeling van de eindafrekeningen van de energiebedrijven die in 2005 zullen worden afgerond. Dit heeft o.a. te maken met een andere wijze van uitvoeren van de accountantscontrole bij de energiebedrijven, waarbij de rechtmatigheid van de toegekende bijdragen voorop zal staan.

Ad d) Aanpassing kasritme impulsregeling

In het voorjaar van 2005 zijn afspraken gemaakt met de G4 om specifieke problemen met betrekking tot stedelijke vernieuwing versneld op te lossen. De fasering is hierop aangepast.

Ad e) Kasschuif ISV

Deze kasschuif is om het kasritme richting gemeente gelijkmatiger te laten verlopen. Ook de totale Rijksbegroting is er bij gebaat.

Artikel 02 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 200502 762919191910
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 000000
Stand ontwerpbegroting 20064 5482 7629191919191

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

Artikel 03 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 1 654 8091 764 9671 847 4911 830 6711 851 5710
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 41 99281 000114 900184 500210 6000
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Invulling kan-bepaling 30 80054 60055 60056 00056 60058 500
b.Harmoniseren vermogensbegrip huurtoeslag   – 15 000000
c.Doorschuiven naar 2007 verhoging bovenminimale inkomens  20 000– 20 000000
d.Overige mutaties 4 9378 9397 8934 7984 6982 149 210
Stand ontwerpbegroting 20061 791 9411 732 5381 929 5061 990 8842 075 9692 123 4692 207 710

Toelichting:

Ad a) Invulling kan-bepaling

In 2005 worden de normhuren – het gedeelte van de huur dat de huurder zelf moet betalen – geïndexeerd met het percentage van de bijstandontwikkeling (– 0,6%). Dit betekent een verlaging van de eigen bijdrage van de huurder en scheelt de huurder ongeveer € 4 per maand.

Ad b) Harmoniseren vermogensbegrip huurtoeslagen

Als gevolg van het harmoniseren van het vermogenbegrip worden bij het toekennen van de huurtoeslag bepaalde delen van het vermogen (zoals maatschappelijke beleggingen) buiten beschouwing gelaten. Bij de behandeling van de AWIR in de Tweede Kamer is besloten deze uitzondering per 1 juli 2007 niet meer toe te passen. Als gevolg hiervan valt een hiervoor in 2007 gereserveerd budget van € 15 mln vrij.

Ad c) Doorschuiven naar 2007 verhoging bovenminimale inkomens

Dit is een technische kasschuif. Voor 2006 zijn middelen nodig voor de dekking van deKan-bepaling van vorig jaar.

Artikel 03 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005113 050100 80667 106153 400238 800251 2000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005       
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.bijdrage verhuurders taakstelling huursubsidieHA  250 000250 000250 000250 000250 000
b.bijdrage verhuurders indexering taakstelling huursubsidieHA   3 2506 5429 87713 256
c.bijdrage verhuurders huursubsdie-plus  59 00075 00098 000108 000 
d.overige mutaties   20004 1003 900408 650
Stand ontwerpbegroting 2006113 050100 806376 106483 650597 442622 977671 906

Toelichting:

Ad a) Bijdrage verhuurders taakstelling huursubsidie Hoofdlijnen Akkoord

In het modernisering huurbeleid is afgesproken dat verhuurder gaan bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen. Deze reeks is gelijk aan de taakstelling uit het hoofdlijnen akkoord.

Ad b) Bijdrage verhuurders indexering taakstelling huursubsidie Hoofdlijnen Akkoord

Zie a. De taakstelling wordt jaarlijks vanaf 2007 geïndexeerd.

Ad c) Bijdrage verhuurders huursubsidie-plus

Bij modernisering huurbeleid is tevens afgesproken dat de verhuurders ook de extra huursubsidie-uitgaven als gevolg van hogere huurstijgingen gaan (mee) betalen. Dit gaat in vanaf 2006.

Artikel 4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging

Artikel 04 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 15 75714 23514 01013 94113 7620
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 3 93300000
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen – 22– 22– 22– 22– 22– 22
b.Overige mutaties – 3 031– 2 239– 3 210– 4 264– 4 6149 148
Stand ontwerpbegroting 200613 93916 63711 97310 7789 6559 1269 126

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Artikel 04 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20050000000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 1 19600000
Nieuwe mutaties: 000000
Stand ontwerpbegroting 200601 19600000

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

Artikel 05 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 28 61637 97136 97621 46513 3580
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 000000
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Onderuitputting Interreg III tbv Nota Ruimte – 1 050– 1 995– 1 350– 35000
b.Overige mutaties – 1 3576 452– 2 4805 3895 39118 161
Stand ontwerpbegroting 200631 46826 20942 42833 14626 50418 74918 161

Toelichting:

Ad a) Onderuitputting Interreg III tbv Nota Ruimte

De onderuitputting bij Interreg III wordt met name veroorzaakt doordat minder begrotingsgefinancierde Nederlandse cofinanciering noodzakelijk is gebleken voor het realiseren van EU-projecten dan aanvankelijk was geraamd. Deze middelen worden ingezet voor verschillende doelen uit de Nota Ruimte.

Artikel 05 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 200512 0526 26319 3007 2007 20000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 2 73700000
Nieuwe mutaties: – 6 263– 9 000– 5 000– 5 00000
Stand ontwerpbegroting 200612 0522 73710 3002 2002 20000

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging

Artikel 06 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 58 81875 60181 43174 51573 1960
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 1 219503– 1 9201 1075 2260
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen 665671 1771 1641 1640
b.Terugboeking restant Halonenbudget 0002 5002 5000
c.Compensatie voor NEA tekorten 03 0811 300000
d.Overboeking AP voor Klimaat en CO2 15 0005 5004 6004 6004 6000
e.Overige mutaties 3 01110511615823981 149
Stand ontwerpbegroting 200645 92778 11485 35786 70484 04486 92581 149

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Ad b) Terugboeking restant Halonenbudget

Binnen de klimaatgelden zijn in het verleden gelden overgeboekt ten behoeve van een op te zetten regeling voor inzameling van halonen (ozonlaag-afbrekende stoffen, verboden sinds 2004). Op de Halonenregeling wordt een minder groot beroep gedaan dan vooraf geraamd. Met deze terugboeking blijft het overschot behouden voor het klimaatbeleid.

Ad c) Compenstatie voor NEa tekorten

Nu de NEa daadwerkelijk aan haar proefjaar is begonnen, kon de eerder gemaakte kostenberekening nader geactualiseerd worden. De raming voor de in 2005 extra benodigde gelden is bij 1e suppletore begroting verwerkt voor het verplichtingendeel en een deel van de kas (restant zonodig bij 2e suppletore). Het voor 2006 en 2007 beschikbare budget wordt met deze mutatie aangevuld tot het benodigde bedrag.

Ad d) Overboeking Aanvullende Post voor Klimaat en CO2

In het verleden zijn rijksbrede middelen uitgetrokken voor het CO2-reductieplan en het klimaatbeleid. Deze middelen werden per jaar van een aanvullende post bij Financiën naar de betrokken departementen overgeboekt. De aanvullende post wordt thans opgeheven, en de restanten worden meerjarig naar de departementen afgeboekt. Het betreft dus bestaand beleid, zoals opgenomen in eerdere bijlagen voortgang klimaatbeleid dan wel de 2e Evaluatienota Klimaatbeleid die in het najaar aan de Tweede Kamer wordt gezonden.

Artikel 06 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20052 000000000
Stand ontwerpbegroting 20062 000000000

Artikel 7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem

Artikel 07 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 144 123162 483186 540191 432195 2060
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 – 7 843– 24 555– 29 376– 22 629– 26 7140
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen 777132– 395– 395– 3950
b.Overige mutaties – 187– 595– 457– 333– 333203 314
Stand ontwerpbegroting 2006176 394136 870137 465156 312168 075167 764203 314

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Artikel 07 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 200524 803000000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005046900000
Nieuwe mutaties:0000000
Stand ontwerpbegroting 200624 80346900000

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving

Artikel 08 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 41 69640 95941 95137 04635 4950
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 – 171– 17119571420
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen 0– 189– 189– 189– 1890
b.Overige mutaties – 16– 20– 191121235 460
Stand ontwerpbegroting 200648 50041 50940 73341 69036 92635 46035 460

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Artikel 08 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20052 667000000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 000000
Nieuwe mutaties: 000000
Stand ontwerpbegroting 20062 667000000

Artikel 9. Verminderen van risico's van stoffen, afval, straling en GGO's

Artikel 09 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 44 81242 25540 95035 83230 8200
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 – 3511 6891 7421 8041 7790
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen – 200– 398– 473– 473– 4730
b.Terugboeking restant Halonenbudget    – 2 500– 2 5000
c.Compensatie voor Nes tekorten  – 3 081– 1 300   
d.Overige mutaties – 422– 269– 77– 21429 630
Stand ontwerpbegroting 200688 32443 83940 19640 84234 64229 63029 630

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Ad b) Terugboeking restant Halonenbudget

Binnen de klimaatgelden zijn in het verleden gelden overgeboekt t.b.v. een op te zetten regeling voor inzameling van halonen (ozonlaag-afbrekende stoffen, verboden sinds 2004). Op de Halonenregeling wordt een minder groot beroep gedaan dan vooraf geraamd. Met deze terugboeking blijft het overschot behouden voor het klimaatbeleid.

Ad c) Compenstatie voor NEa tekorten

Nu de NEa daadwerkelijk aan haar proefjaar is begonnen, kon de eerder gemaakte kostenberekening nader geactualiseerd worden. De raming voor de in 2005 extra benodigde gelden is bij 1e suppletore begroting verwerkt voor het verplichtingendeel en een deel van de kas (restant zonodig bij 2e suppletoire). Het voor 2006 en 2007 beschikbare budget wordt met deze mutatie aangevuld tot het benodigde bedrag.

Artikel 09 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20052 502000000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 000000
Nieuwe mutaties:       
Stand ontwerpbegroting 20062 502000000

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid

Artikel 10 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 92 42990 02886 29885 86685 5790
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 13 5681 6141 3732 6742 5300
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen – 3812422352492490
b.Overige mutaties 747– 1 243– 1 229– 1 048– 90387 331
Stand ontwerpbegroting 2006105 020106 36390 64186 67787 74187 45587 331

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch Akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Artikel 10 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20058 4281 2009170000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 5 12400000
Nieuwe mutaties: 000000
Stand ontwerpbegroting 20068 4286 3249170000

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

Artikel 11 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 23 25814 06710 2007 9247 9810
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 7 870– 530– 581– 448– 2730
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen 4554073383383380
b.Overige mutaties 2 5175103412452436 019
Stand ontwerpbegroting 200652 27534 10014 45410 2988 0598 2896 019

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch Akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Artikel 11 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20050000000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 000000
Nieuwe mutaties: 000000
Stand ontwerpbegroting 200625 320000000

Artikel 12. Handhaving en toezicht

Artikel 12 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 73 72270 73769 78769 17969 1790
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 1 926726526526351245
Nieuwe mutaties:       
a.Budgetherverdeling – 7 238– 7 899– 7 820– 7 744– 7 744 
b.Overige mutaties      61 435
Stand ontwerpbegroting 200665 30068 41063 56462 49361 96161 78661 680

Toelichting:

ad a.

De mutatie komt voort uit de binnen VROM uitgevoerde budgetherverdeling. Voor alle dienstonderdelen zijn, zero-base, aan de hand van de actuele personeelsomvang, genormeerde kosten van personeel en materieel, en aan de hand van specifieke kostenposten, de nodige budgetten bepaald. Verschillende taakstellingen waren nog niet verbijzonderd naar de beleidsartikelen; met de budgetherverdeling heeft dit plaatsgevonden. Alle artikelen kennen mutaties met de aangegeven achtergrond.

Artikel 12 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 20057158828828828828820
Stand ontwerpbegroting 2006715882882882882882882

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur

Artikel 13 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 78 12590 74076 19549 01041 2660
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 18 069– 298– 1 298– 2 150– 2 9000
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen – 13– 13– 13– 13– 130
b.Additionele investering/projecten  15 4646 8825 32000
c.Overige mutaties – 3 768– 8 1377 11912 0896 37540 868
Stand ontwerpbegroting 200684 00892 41397 75688 88564 25644 72840 868

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch Akkoord.

Ad b) Additionele investeringen en/of nieuwe projecten

Onderstaande tabel laat een gedetailleerd overzicht zien van de (additionele) uitgaven bij verschillende projecten.

(bedragen in € 1000)
 20062007200820092010
Renovatie Ridderzaal1 7020000
Beveiliging Binnenhofterrein1 2770000
Slotfase masterplan Eerste Kamer1 5431 596000
Klimaatinstallatie Depotgebouw TK851213000
Plenaire zaal Tweede Kamer2 6600000
Aangepast programma van eisen Meldkamer Tweede Kamer5000000
Renovatie klimaatinstallatie AZ85185121300
Herbouw Catshuis2 3620000
Noordeinde 70 – 723 7181 799000
Omzetting leenfaciliteit naar inputbudget RvS02 4235 10700
 15 4646 8825 32000

Toelichting:

Ad c) Overige mutaties

Onderstaande tabel geeft een nader inzicht in de «overige mutaties», die voor een belangrijk deel bepaald worden door vertraging in de uitvoering van diverse investeringsprojecten. De vertragingen zorgen noodzakelijkerwijs voor verschuivingen van budget naar latere jaren.

(bedragen in € 1000)
 200520062007200820092010
Vertraging diverse investeringsprojecten 20040013 783000
Vertraging investeringsproject Koninklijk paleis Amsterdam– 1 675– 9 584– 7 16315 8182 6040
Temporisering diverse investeringsprojecten 00– 5 0002 5002 500
Temporisering diverse groot-onderhoudsprojecten– 2 1161 515601   
Overige mutaties13– 581021 2711 27141 281
 – 3 768– 8 1377 11912 0896 37543 781
Artikel 13 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 200502 6263573573573570
Mutatie 1e suppletore begroting 2005       
Nieuwe mutaties: – 2 26902 26900357
Stand ontwerpbegroting 200603573572 626357357357

Toelichting:

De verschuiving van de geraamde ontvangst van ruim € 2,2 mln van 2005 naar 2007 hangt samen met het uitstellen van de verkoop van een pand. De uitgestelde verkoop wordt veroorzaakt doordat de (ver)nieuwbouw voor de Raad van State (de huidige gebruiker van het pand) later dan oorspronkelijk gepland was, beschikbaar komt.

Artikel 14. Algemeen

Artikel 14 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005 387 024365 814351 311345 787343 0550
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 7 187308– 467– 5 696– 3 9460
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen – 349– 532– 554– 554– 5540
b.Taakstelling adviesraden  – 432– 432– 432– 4320
c.Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 1 2002 0002 3001 4005000
d.Digitale uitvoering Ruimtelijke plannen(DURP) 5005002502502500
e.E-gouvernment  2 0001 0001 0001 0000
f.Overige mutaties 18 2698446262 7661 047339 002
Stand ontwerpbegroting 2006428 791413 831370 502354 034344 521340 920339 002

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

Dit betreft de invulling van de taakstelling externen die bestaat uit een restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord. Deze taakstelling die op verschillende artikelen zijn beslag krijgt moet met name worden gerealiseerd door efficiency voordelen bij regelingen die bij Senter/Novem worden uitgevoerd.

Ad b) Taakstelling adviesraden

De taakstelling adviesraden is een gevolg van de Motie Verhagen.

De taakstelling is als volgt over de verschillende adviesraden uitgeboekt:

Bedragen in € 100020062007200820092010
Vrom-raad– 72– 79– 90– 100– 100
Forum/RMNO/WAR– 66– 73– 83– 92– 92
Kenniscentrum aanbesteding bouw– 84– 92– 4400
Adviesraad Gevaarlijke Stoffen– 350000
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak– 174– 189– 215– 240– 240
Totaal– 432– 432– 432– 432– 432

Ad c) Basisregistratie Adressen en Gebouwen

Het betreft de kosten voor VROM voor de implementatie en onderhoud van de basisregistraties Adressen en Gebouwen.

Ad d) Digitale ruimtelijke plannen

Deze uitgaven zijn benodigd voor het mogelijk maken van het verwerken binnen de relevante processen binnen VROM van gedigitaliseerde ruimtelijke planiformatie alsmede het uitwisselen van dergelijke informatie met andere overheden.

Ad e) E-government

Het betreft hier uitgaven die benodigd zijn voor de diverse ontwikkelingen op het gebied van de digitalisering van de overheid waaronder de voorbereiding van de basisregistraties kaarten en percelen.

Artikel 14 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 200578 77422 42322 42422 42422 42522 1000
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 39 03000000
Nieuwe mutaties: 0000018 177
Stand ontwerpbegroting 200678 77461 45322 42422 42422 42522 10018 177

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien

Artikel 15 Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen in € 1000)
 2004200520062007200820092010
Stand ontwerpbegroting 2005017 503– 266 175– 261 952– 266 275– 198 3270
Mutatie 1e suppletore begroting 2005 23 64816 222– 143– 7 441– 12 478– 7 778
Nieuwe mutaties:       
Beleidsmatige mutaties:       
a.Taakstelling externen 8931 0831 1731 1731 1731 173
b.Taakstelling adviesraden  432432432432432
c.Bijdrage verhuurders taakstelling huursubsidieHoofdlijnenakkoord  250 000250 000250 000250 000250 000
d.Bijdrage verhuurders indexering taakstelling huursubs Hoofdlijnenakkoord   3 2506 5429 87713 256
e.Overige mutaties – 41 2222564 987– 5 663– 70 804– 264 856
Stand ontwerpbegroting 2006 8221 818– 2 253– 21 232– 20 127– 7 773

Toelichting:

Ad a) Taakstelling externen

De taakstelling externen (restant van de efficiencytaakstelling uit het Strategisch akkoord) is nu volledig uitgeboekt over verschillende artikelen (zie taakstelling externen bij verschillende artikelen).

Ad b) Taakstelling adviesraden

De taakstelling adviesraden is een gevolg van de Motie Verhagen. Deze taakstelling uitgeboekt van artikel 15 naar artikel 14 en daar verdeeld over verschillende adviesraden (zie artikel 14).

Ad c) Taakstelling huursubsidie Hoofdlijnen Akkoord

In het hoofdlijnenakkoord een een taakstelling van € 250 mln neergelegd bij de huursubsidie vanaf 2006. Deze wordt ingevuld door de verhuurders mee te laten betalen aan het huurbeleid. De taakstelling wordt van nominaal en onvoorzien afgeboekt en bij artikel 3 ontvangsten tegengeboekt.

Ad d) Indexering taakstelling huursubsidie Hoofdlijnen Akkoord

Zie ad c. De taakstelling wordt jaarlijk geïndexeerd.

4. CONVERSIETABEL

Toelichting bij de conversietabel uitgaven en ontvangsten

De vernieuwde artikelstuctuur maakt de VROM begroting transparanter, concreter en actueler. Hierdoor zijn doelstellingen gewijzigd of geherformuleerd en daaraan zijn instrumenten gekoppeld. De conversietabellen maken inzichtelijk hoe tot de nieuwe budgetten op de instrumenten van deze begroting is gekomen. Hiertoe is een tabel opgenomen waar inzicht wordt geboden van hoe de begroting 2006 (wordt) is opgebouwd vanuit de begroting 2005 (was).

De conversietabel geeft inzicht in:

Per artikel de instrumenten met standen conform de ontwerpbegroting 2006;

Daarachter het nummer van het artikel van de «oude» begrotingsstructuur (begroting 2005);

Daarachter de naam van het instrument(en) van de «oude» begrotingsstructuur.

Sommige «nieuwe» instrumenten zijn opgebouwd uit meerdere «oude» instrumenten. Dan staan alle «oude» instrumenten aan de «was» kant genoemd. Het kan zijn dat een «oud» instrument geheel is opgegaan in het nieuwe instrument maar het kan ook een percentage zijn. Indien het percentages zijn kunnen die meerjarig variëren (dit wordt niet inzichtelijk in de conversietabel).

Instrumenten in de budgettaire tabellen bij de artikelen die geen programmabudget kennen zijn niet opgenomen in de conversietabel.

Conversietabel uitgaven
Wordt artikel/instrument2004200520062007200820092010Was artikelWas instrument
Artikel 1:         
Subsidies woonconsumentenorganisaties1 3861 5081 5081 5081 5081 5081 5082Subsidie woonconsumentenorganisaties
Onderzoek4 8658 0968 8877 1378 1998 0675 6421Kennisontwikkeling en onderzoek wonen
Experimenten en kennisoverdracht2 6194 3594 7853 8434 4154 3443 0381Kennisontwikkeling en onderzoek wonen
Apparaat artikel 12 9761 6522 1982 1722 1572 1572 1571Apparaat DGW
          
Artikel 2:         
Budget BLS65 74672 788122 262130 277124 826121 53086 7464Budget BLS
Planologische en woningbouwknelpunten VINEX en VINAC2 9651 800000004Planologische en woningbouwknelpunten VINEX
Investeringen Stedelijke vernieuwing562 664287 384312 721346 149338 752404 666290 3364Investeringen stedelijke vernieuwing
Innovatiebudget stedelijke vernieuwing13 27628 75525 38313 37414 8576 3633 8864Innovatiebudget stedelijke vernieuwing
Stedelijke vernieuwing Lelystad3 1763 1763 1763 1763 1763 17604Stedelijke vernieuwing Lelystad
Programma energiebudgetten15 50416 81113 1259 3229 2889 2899 2893Programma energiebudgetten
Subsidies energiebesparing (CO2 reductie) gebouwde omgeving117 80530 6686 90013 80010 3503 45003Energiepremieregeling (EPR)
Regeling sanering lodendrinkwaterleidingen7581 5118702470003Regeling sanering loden leidingen
Regeling energiebesparing huishoudens met lagere inkomens7712 4359166810003Regeling Energiebesparing huishoudens met lagere inkomens
Innovatief bouwen1 6361 2695203800003Innovatief bouwen
Onderzoek3 1754 9883 1033 6513 6513 6513 6513OnderzoekDGW
        4OnderzoekDGW
        5OnderzoekDGW
Kennisoverdracht3 6801 8171 6668188188188183Volkshuisvestingsinstellingen, experimenten en kennisoverdracht
        4Volkshuisvestingsinstellingen, experimenten en kennisoverdracht
        5Kennisoverdracht, experimenten e.a.
Apparaat artikel 210 3181200712 06911 97911 92411 92411 9243Apparaat DGW
        4Apparaat DGW
        5Apparaat DGW
          
Artikel 3:         
Huursubsidie en huurtoeslag1 669 6671 634 4581 902 0281 970 4002 058 5002 106 0002 190 2002Huursubsidie
Vangnetregeling36 63338 2035 00000002Bijdrage huurlasten
Eenmalige bijdrage huurbeleid26 5091 592000002Eenmalige bijdrage Huurbeleid
Kostenvergoeding verhuurders23      2Kostenvergoeding verhuurders
Bevorderen eigen woonbezit9161 4121 4451 4621 8591 8591 9002Bevordering eigen woningbezit
Onderzoek2297377377377377377372OnderzoekDGW
Kennisoverdracht164545454545452Kennisoverdracht, experimenten e.a.
Nader aan te wijzen08078078078078078072Nader aan te wijzen
Apparaat artikel 317 74819 08819 44417 43314 02114 02114 0212Apparaat DGW
        2Uitvoering eigen woning-regelingen
Uitvoering huursubsidie40 20036 196     2Uitvoering huursubsidie
          
Artikel 4:         
FESICES/KIS2 0684 3333503003003003006Investeringsbijdragen Vijfde Nota uit FES-fonds
Monitoring Nota Ruimte4481 4601 3281 5201 5071 2191 2191Kennisontwikk eling en onderzoekruimte
        6OnderzoekDGR
        15Coördinatie Geo-informatie
Subsidies algemeen8579069167134264264261Subsidies vakorganisaties
        15Coördinatie Geo-informatie
Overige instrumenten algemeen4 1783 4173 1402 2171 5171 2761 2761Beleidsnota's en wetten ruimte
        1Kennisontwikkeling en onderzoekruimte
        6Stimuleringsregeling intensief ruimtegebruik
        6Overig stedelijk
Apparaat artikel 46 3896 5216 2396 0285 9055 9055 9051Apparaat DGR
        6Apparaat DGR
        9Apparaat DGR
        15Apparaat DGR
          
Artikel 5:         
FESBIRK3 9730000006Investeringsbijdragen Vijfde Nota uit FES-fonds
FES nieuwe sleutelprojecten6 0000000006Investeringsbijdrage nieuwe sleutelprojecten
Onderzoek stedelijk gebied1028488848454546OnderzoekDGR
Subsidies stedelijk gebied4 4101 7539 5329 1924 6741771776Investeringsbijdrage nieuwe sleutelprojecten
        6Stimuleringsregeling intensief ruimtegebruik
        6Investeringsbijdrage uitvoering verstedelijking
Overige instrumenten stedelijk gebied3745071 1806518409619616Investeringsbijdrage uitvoering verstedelijking
        6Overig stedelijk
        6OnderzoekDGR
        9Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR)
Interreg2 4655 0023 5923 1083 4882 3392 2399InterregIII
Subsidies landelijk gebied536475587587587587539Ontwikkeling Waddengebied
        8Overige instrumenten landelijk gebied
Overige instrumenten landelijk gebied1 0651 6148981481481481948Overige instrumenten landelijk gebied
        9Ontwikkeling Waddengebied
        8OnderzoekDGR
        8Ontwikkelingsbijdrage landelijk gebied
        9Overige instrumenten DGR
Bufferzones5 8006 45416 60110 0897 5445 3445 3448Aankoop bufferzones
Belverdere02 5602 5272 1172 1172 1172 1176Belvedere
Apparaat artikel 56 7437 7607 4237 1707 0227 0227 0226Apparaat DGR
        8Apparaat DGR
        9Apparaat DGR
        15Apparaat DGR
          
Artikel 6:         
Binnenlandse klimaatinstrumenten28 55940 72028 43333 12228 57130 95325 25311Subsidies vermindering uitstoot broeikasgassen
        11Overige instrumenten verminderen uitstoot broeikasgassen
        11Overige instrumenten uitstoot verkeer en binnenvaart
        11Operationalisering emissiehandel
        11Overige instrumenten DGM
        11OnderzoekDGM
Clean Development Mechanism1 48125 01944 00042 50046 00046 50046 50011Clean Development Mechanism
Beperken van klimaatveranderingdoor post-Kyotoafspraken4 0003 8533 4651 49800011OnderzoekDGM
Beperken van aantasting van de ozonlaag0      11OnderzoekDGM
Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging5 9813 5634 9104 9574 9304 9324 93211Subsidies uitstoot verkeer en binnenvaart
        11OnderzoekDGM
Apparaat artikel 65 9064 9594 5494 6264 5434 5404 46411Apparaat DGM
          
Artikel 7:         
Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem1 1541 5321 4361 0501 0501 0501 05010Subsidies duurzaam bodembeheer
        10Instrumenten duurzaam bodembeheer
        10OnderzoekDGM
Saneren van verontreinigde bodems165 527123 471120 469124 925130 043129 994165 5447Subsidies uitvoering bodemsanering
        7Bodemsanering VINEX
        7Overige instrumenten uitvoering bodemsanering
Verbeteren van de milieukwaliteit van water:51066076378578578578510OnderzoekDGM
Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied5102 8696 63419 99926 64426 38226 38210Instrumenten vitaal platteland
        10OnderzoekDGM
Bevorderen van duurzame landbouw3 8203 3673 6985 1035 1035 1035 10310Overige instrumenten DGM
        10OnderzoekDGM
Apparaat artikel 74 8734 9714 4654 4504 4504 4504 45010Apparaat DGM
          
Artikel 8:         
Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden5 8915 5625 5286 2102 2082 2082 2087Subsidies gebiedsgerichte milieukwaliteit
        7Overige instrumenten lokale milieukwaliteit
Verminderen van geluidhinder36 76530 86930 73031 29030 56029 09429 0947Subsidies geluidsreductie railverkeer
        7Subsidies geluidsreductie wegverkeer
        7Overige instrumenten geluidsreductie
        7Subsidies geluidsreductie
        7Overige instrumenten DGM
Apparaat artikel 85 8445 0784 4754 1904 1584 1584 1587Apparaat DGM
          
Artikel 9:         
Veilig gebruik van chemische stoffen4 17113 14413 07313 8558 8553 8553 85512Subsidies stoffenbeleid
        12Overige instrumenten stoffenbeleid
        12OnderzoekDGM
Reductie van milieubelasting door afvalstoffen64 76321 79518 81418 76517 56517 55317 55312Subsidies afvalstoffenbeleid
        12Overige instrumenten afvalstoffenbeleid
        12OnderzoekDGM
Bescherming tegen straling8143 4411 2211 1341 1341 1341 13412Subsidies stralingsbeleid
        12Overige instrumenten stralingsbeleid
        12OnderzoekDGM
Verantwoorde toepassing van ggo's12 6374112 0912 1052 1052 1052 10512Overige instrumenten GGO-beleid
        12OnderzoekDGM
Apparaat artikel 95 9405 0484 9974 9834 9834 9834 98312Apparaat DGM
          
Artikel 10:         
Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumen-tarium83 01085 04269 99764 95866 10266 10266 1021Nationaal initiatief voor duurzame ontwikkeling
        1Bijdrage RIVM
        11Subsidies milieuverantwoorde technologie
        11Schadevergoedingen
        11Overige instrumenten duurzame samenleving
        11Subsidies maatschappelijke milieuactiviteiten
Gecoördineerd internationaal milieubeleid (HGIS-deel)5 7186 0634 8425 5215 5225 5235 32311Subsidies internationale samenwerking milieu
        11Overige instrumenten internationale samenwerking milieu
        11OnderzoekDGM
Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB8 0166 9197 2988 1107 9567 6667 66611Subsidies vermindering algemene uitstoot industrie
        11Overige instrumenten vermindering algemene uitstoot industrie
        11Subsidies duurzaam produceren en consumeren
        11Overige instrumenten duurzaam produceren en consumeren
        11OnderzoekDGM
Apparaat artikel 108 2768 3398 5048 0788 1618 1648 2401Apparaat DGM
        11Apparaat DGM
          
Artikel 11:         
Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties2 1626259049809409429107Instrumenten waarborgen externe veiligheid
        7OnderzoekDGM
Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties44 46326 8538 3334 2432 0582 23307Instrumenten waarborgen externe veiligheid
Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties2 1626248969679419399107Instrumenten waarborgen externe veiligheid
        7OnderzoekDGM
Overige instrumenten en milieu en veiligheid1712 4572992402412963206Investeringsbijdrage uitvoering verstedelijking
        8Overige instrumenten landelijk gebied
        8Beleidlijn Ruimte voor de Rivier
        8OnderzoekDGR
Schadeclaims290000008Beleidlijn Ruimte voor de Rivier
Apparaat artikel 11 (DGM)2 4952 4602 9892 8712 9032 9032 9037Apparaat DGM
Apparaat artikel 11 (DGR)7931 0811 0339979769769766Apparaat DGR
        8Apparaat DGR
          
Artikel 12:         
Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen (Primair toezicht)6 6368 9209 8249 7049 7049 6389 59913Bijdrage RIVM
        13Overige instrumenten IG
        13OnderzoekIG
Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies (Interbestuurlijk toezicht)3 9634 8931 3211 3211 3211 3051 29513Overige instrumenten IG
        13OnderzoekIG
        13Servicepunten milieuhandhaving
Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen)2 3703 8203 0743 0743 0743 0343 00913Overige instrumenten IG
Crisismanagementorganiseren4 5766 2205 8465 7665 7665 7315 70913Bijdrage RIVM
        13Overige instrumenten IG
        13OnderzoekIG
Opsporen en bestrijden van fraude6381 0381 3631 3631 3631 3451 33513Overige instrumenten IG
        13OnderzoekIG
Apparaat artikel 1247 11743 51942 13641 26540 73340 73340 73313Apparaat inspecties
          
Artikel 13:         
Beleid (mede) van toepassing op de rijkshuisvesting en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel4 2522 9542 9632 9683 1713 1713 1713Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw
        15Apparaat RGD
OnderzoekRgd6265775775775775775776OnderzoekRGD
        3OnderzoekRGD
Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw01 9392 4122 4071 9041 1541 1543Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw
Energiebesparing rijkshuisvesting1 0981 5437723260003Energiebesparing Rijkshuisvesting
Duurzaam bouwen rijkshuisvesting242      3Duurzaam bouwen Rijkshuisvesting
Stimuleren architectonische kwaliteit3 9734 5014 4334 4334 4334 4334 4336Architectuurbeleid
Beheer monumenten in rijksbezit10 58113 00013 37813 37813 37813 37813 3786Beheer rijksmonumenten
Onderhoud HCvS/AZ5 8245 9246 3844 7694 1684 1684 16814Onderhoud
Investeringen HCvS/AZ40 13835 22128 15423 3784 0442 5002 50014Investeringen
Huren HCvS/AZ1 9832 4632 5631 8632 1822 19794114Huren
Asbestsanering1 343      14Asbestsanering
Paleizen7 04716 68828 51727 18324 8387 5894 98514Paleizen
Functionele kosten6 9017 6037 6037 6035 5615 5615 56114Functionele kosten
          
Artikel 14:         
Betaalbare woonkeuze koop- en huursector42 96432 06624 32618 35214 04512 84511 0452Bijdragen woningen marktsector en premiekoop
        2Gewenningssubsidieregeling eigen woningbezit
        2Afkoop subsidies NWI's
        2Bijdragen nieuwbouw huurwoningen
        2Woonwagens
Budget BWS 1992–1994149 909149 093149 082149 069149 069149 069149 0693Budget BWS 1992–1994
Woningbouw en duurzame kwaliteit240000003Duurzaam bouwen
        4Grondzakeninstrumentarium
Huisvesting gehandicapten en woon-zorg27 29727 73716 26712 95711 75711 65711 6575Huisvesting gehandicapten
        5Woonzorgstimuleringsregeling
Communicatie-instrumenten6 4947 3157 8157 8157 8157 8157 8151Communicatie-instrumenten
        2Communicatie-instrumenten
        3Communicatie-instrumenten
        4Communicatie-instrumenten
        5Communicatie-instrumenten
        6Communicatie-instrumenten
        7Communicatie-instrumenten
        8Communicatie-instrumenten
        9Communicatie-instrumenten
        10Communicatie-instrumenten
        11Communicatie-instrumenten
        12Communicatie-instrumenten
        13Communicatie-instrumenten
        15Communicatie-instrumenten
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StaB)4 9175 0104 7594 7464 7194 6944 69415Stichting Advisering Bestuursrechtspraak
Overige vastgoedinformatievoorziening1 1403 33820002 3001 40050050015Overige vastgoedinformatievoorziening
OnderzoekDGM43      15OnderzoekDGM
Ruimtelijk Planbureau1 9401 3011 3011 2611 2611 2611 2611Bijdrage Planburo RO
Apparaat DGW11 3446 8052 3742 3552 3432 3432 34315Apparaat DGW
Apparaat departementsleiding, control en overig staf35 41522 20722 82221 00620 99520 89920 78115Apparaat CS
Apparaat Ruimtelijk Planbureau4 2185 4805 3345 3335 3335 3335 3331Ruimtelijke Planbureau
Apparaat inspectie88304304304930430415Apparaat Inspecties
Apparaat DGM7 7102 8762 4582 4582 4582 4582 45815Apparaat DGM
Apparaat DGR5 5152 5002 4092 3402 3002 3002 3001Apparaat DGR
        6Apparaat DGR
        8Apparaat DGR
        9Apparaat DGR
        15Apparaat DGR
VROM-Raad1 9102 1111 9891 9811 9701 9601 9601VROM-raad
Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek1 7841 3311 1336726666626621Forum/RMNO/WAR
Waddenadviesraad (WAR)4926446015905865815811Forum/RMNO/WAR
Kenniscentrum Aanbesteding Bouw (KCAB)12 4002 3162 308956001Kenniscentrum Aanbesteding Bouw
Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA) 3 725000001Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA)
Adviesraad Gevaarlijke Stoffen(AGS)1 0101 00094200007Adviesraad Gevaarlijke Stoffen
Postactieven DGW2 3972 8762 8762 8762 8762 8762 87615Apparaat DGW
Postactieven Ruimtelijk Planbureau4000000015Apparaat RPB
Postactieven GD/CSt1 5971 3181 7181 7181 9181 3181 31815Apparaat CS
Postactieven DGM1 2861 2701 2701 2701 2701 2701 27015Apparaat DGM
Postactieven DGR33536936936936936936915Apparaat DGR
Gemeenschappelijke voorzieningen91 615103 18090 18586 82485 77686 00386 0032Juridische instrumenten
        3Juridische instrumenten
        4Juridische instrumenten
        5Juridische instrumenten
        6Juridische instrumenten
        7Juridische instrumenten
        8Juridische instrumenten
        9Juridische instrumenten
        10Juridische instrumenten
        11Juridische instrumenten
        12Juridische instrumenten
        13Juridische instrumenten
        15Juridische instrumenten
        15Overige gemeenschappelijke voorzieningen
Huurbijdrage aan RGD27 30627 57525 85225 13024 63024 40324 40315Huurbi jdrage aan RGD
          
Artikel 15:         
Loonbijstelling06 3573 7073 7083 6493 6173 57116Loonbijstelling
Prijsbijstelling05 9865 8085 7355 0714 8854 88516Prijsbijstelling
Onvoorzien003 6844 1224 1224 1224 12216Onvoorzien
Nog nader te verdelen taakstellingen – 5 247– 8 872– 13 694– 14 004– 14 204– 14 44416Nog nader te verdelen taakstellingen
Nog nader te verdelen overig0– 6 274– 2 509– 2 124– 20 070– 18 547– 5 90716Nog nader te verdelen overig
Conversietabel ontvangsten
Wordt artikel/instrument2004200520062007200820092010Was artikel 
Artikel 1:         
Restituties en overige ontvangsten1      1Ontvangsten kennisontwikkeling en onderzoekwonen
          
Artikel 2:         
Impuls voorde ruimtelijke economische structuur       4Impuls voor de ruimtelijke economische structuur
Restituties en overige ontvangsten DGW4 5482 76291919191912Overige ontvangsten DGW
        3Ontvangsten Volkshuisvestingsinstellingen, experimenten en kennisoverdracht
        4Overige restituties
        3Overige ontvangsten DGW
          
Artikel 3:         
Restituties subjectsubsidies84 949100 80667 106155 400242 900255 100408 6502Restituties subjectsubsidies
Taakstelling Huursubsidie  250 000253 25025 542259 877263 256  
Bijdrage verhuurders huursubsidieplus  59 00075 00098 000108 000   
Eenmalige bijdrage huurbeleid28 101      2Eénmalige bijdrage Huurbeleid
          
Artikel 4:         
Ontv. Investeringsbijdrage Vijfde Nota (FES) 1 196      Ontv. Investeringsbijdrage Vijfde Nota (FES)
          
Artikel 5:         
Investeringsbijdrage nieuwe Sleutelprojecten(FES)6 000       Investeringsbijdrage nieuwe Sleutelprojecten (FES)
Ontv. Investeringsbijdrage Vijfde Nota (FES)6 0412 737000   Ontv. Investeringsbijdrage Vijfde Nota (FES)
Ontwikkeling waddengebied11      9Ontwikkeling waddengebied
Aankoop bufferzones  10 3002 2002 200  8Aankoop bufferzones
Artikel 6:         
Ontvangsten FES2000      11Klimaat voor ruimte (FES)
          
Artikel 7:         
Ontvangsten bodemsanering7 832      7Restituties subsidies uitvoering bodemsanering
Ontvangsten kostenverhaal403      7Ontvangsten kostenverhaal bodemsanering
Ontvangsten FES16 568469     7Ontvangsten bodemsanering VINEX (FES)
          
Artikel 8:         
Ontvangsten2 667      7Restituties subsidies geluidsreductie
          
Artikel 9:         
Ontvangsten2 502      12Overige ontvangsten DGM
          
Artikel 10:         
Ontvangsten6 625      11Overige ontvangsten DGM
Ontvangsten FES1 8036 324917    11Subsidies milieuverantwoorde technologie (FES)
          
Artikel 11:         
Ontvangsten25 320      7Ontvangsten instrumenten waarborgen externe veiligheid
          
Artikel 12:         
Overige ontvangsten inspecties71588288288288288288213Overige ontvangsten inspecties
          
Artikel 13:         
Onderhoud HCvS/AZ000000014Onderhoud
Beheer monumenten in rijksbezit03573573573573573576Beheer rijksmonumenten
Investeringen HCvS/AZ0002 26900014Investeringen
          
Artikel 14:         
Ontvangsten apparaat DGW47564664664664664664615Ontvangsten apparaat DGW
Restituties en overige ontvangsten oude regelingen DGW 4434444444454482142Restituties objectsubsidies
        2Rente
        2Aflossingen
        5Overige ontvangsten DGW
Ontvangsten DGM artikel 14 (programma) 47947947947947947915Overige ontvangsten DGM
Ontvangsten DGM artikel 14 (apparaat)4303 6893 6893 6893 6893 689015Ontvangsten apparaat DGM
Afdracht agentschap55 14536 892     15Afdracht agentschap
Ontvangsten Programma GEO (FES)8622 138     15Geo-informatie (FES)
Ontvangsten apparaat gemeenschappelijke diensten 16 83816 83816 83816 83816 83816 83815Ontvangsten apparaat CS
Ontvangsten apparaat RPB33      1Ontvangsten Planburo (RPB)
Ontvangsten RMNO147      1Forum/RMNO/WAR
Ontvangsten apparaat DGR8253283283283280015Ontvangsten apparaat DGR

5. BEGROTING VAN DE RIJKSGEBOUWENDIENST

Net als vorig jaar is deze begroting ingedeeld in 3 niveaus.

1. Niveau 1: het Rijkshuisvestingsstelsel

1.1. De stelselevaluatie

Bij de totstandkoming van het rijkshuisvestingsstelsel is aangekondigd om de werking van dit stelsel na vijf jaar te evalueren (kamerstukken II, 1996–1997, 25 449 XI, nr. 1). Inmiddels heeft deze evaluatie plaatsgevonden. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie heeft het Kabinet zijn standpunt bepaald.

Daarin heeft het Kabinet besloten het vigerende rijkshuisvestingsstelsel in stand te houden. Wel ziet het Kabinet – in lijn met de aanbevelingen van de evaluatie – drie uitwerkingslijnen voor een voorgestane verbetering, waarmee de potenties die het stelsel in zich draagt voor een doelmatig en efficiënt opererende rijksoverheid op het vlak van zijn eigen huisvesting, beter worden benut. Deze drie uitwerkingslijnen zijn:

1. Verhogen van de efficiency van het stelsel;

2. Verbeteren van de (technische) werking van het stelsel;

3. Verbeteren van de besturing van het stelsel vanuit de gebruikers van de huisvesting.

Bij de start van het nieuwe rijkshuisvestingsstelsel is een aantal organisatieonderdelen van de rijksoverheid om pragmatische redenen buiten dit stelsel gehouden. Het betreft de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken, die conform het oorspronkelijke stelsel door financiering via het moederdepartement in hun huisvesting worden voorzien. Het Kabinet ziet geen dringende aanleiding – ook niet voor de werking van het stelsel zelf – om wijzigingen in die situatie aan te brengen. Wel zal onderzocht worden op welke wijze de doelmatigheidsprikkels voor de huisvesting van deze organisaties verbeterd kunnen worden, met inachtneming van dezelfde hoge kwaliteitseisen als elders binnen het Rijk gangbaar zijn.

Overeenkomstig het kabinetsstandpunt wordt in opdracht van de minister van VROM een actieprogramma opgesteld. Dit programma wordt najaar 2005 vastgesteld, samen met de dan al gereed gekomen acties. De acties zullen van invloed zijn op de werking van het Rijkshuisvestingsstelsel in de begrotingsperiode 2006 – 2010.

1.2. Het Programma Inkoop Taakstelling (PIT)

Op rijkshuisvesting wordt een bedrag, oplopend naar € 21,9 mln in 2007 structureel bezuinigd in het kader van het Programma Inkoop Taakstelling. Deze taakstelling is verdeeld op basis van het bruto vloeroppervlak. De justitiële inrichtingen zijn uitgezonderd. Van de huisvestingstaakstelling zal de Rijksgebouwendienst (Rgd) zelf ook een bedrag dat oploopt tot € 4 mln structureel per jaar met efficiencymaatregelen op het eigen apparaat invullen. Dit zal zichtbaar worden via een tariefsverlaging voor de dienstverlening door de Rgd. Daarnaast adviseert de Rgd zijn klanten op actieve wijze over het concretiseren van de mogelijkheden tot besparingen op huisvesting. Op individueel klantniveau worden de besparingen, door bijvoorbeeld een efficiënter ruimtegebruik gekwantificeerd.

2. Niveau 2: de producten

De Rijksgebouwendienst (Rgd) heeft 3 hoofddoelstellingen:

• Het leveren van adequate huisvesting; daar wordt in deze paragraaf op ingegaan;

• Baten en lasten in evenwicht; paragraaf 4 gaat daar op in;

• Het leveren van toegevoegde waarde; daar wordt in artikel 13 mede op ingegaan.

Het belangrijkste product dat de Rgd aan zijn klanten levert, is huisvesting. Onder dit product valt zowel het ontwikkelen, aankopen of huren van nieuwe huisvesting, als het beheren van de bestaande huisvesting. Naast huisvesting levert de Rgd adviezen, services en beleid.

In onderstaande tabel is aangegeven welke indicatoren en welke doelstellingen voor 2006 zijn benoemd.

Tabel 1. Doelstellingen Rgd 2006
productindicatordoelstelling 2006
alle productenklanttevredenheid83% van de klanten geeft een voldoende
 efficiency97% (verhouding dekking apparaatskosten/apparaatsuitgaven)
   
huisvestingpercentage leegstandvoor rekening van de Rgd: 3,2%voor rekening van de klant: 1,5%
 technische kwaliteittussen 2,1 en 2,4
 storingsafhandeling95% van de storingen binnen afgesproken tijd afgehandeld
 asbestsanering4% asbestschoon

Indicator klanttevredenheid

De Rgd laat jaarlijks de klanttevredenheid meten. Deze meting laat zien in welke mate de klanten tevreden zijn met de producten en diensten van de Rgd. In 2004 gaf 77% de Rgd een voldoende. Dit percentage moet geleidelijk oplopen naar 92% in 2010. Voor 2006 betekent dit dat het percentage klanten waarvan de Rgd een voldoende krijgt, stijgt naar 83%.kst-30300-XI-2-1.gif

Als belangrijkste maatregel om de klanttevredenheid te verhogen, heeft de Rgd klantteams ingesteld. Deze klantteams hebben als doel de uitwerking van de klantvragen binnen de Rgd beter te coördineren. Voorts zal het maken van accountplannen bijdragen aan het goed managen van de verwachtingen van de klant. Ook is klachtenmanagement geïntroduceerd, met als doel om klachten van klanten doeltreffender af te handelen.

Spreiding contracten en leegstandsrisico

De bezuinigingstaakstelling voor de departementen, de concentratietendens in de diverse overheidsorganisaties en het aflopen van een groot aantal contracten in 2006 zal tot vergrote leegstand leiden. Er wordt rekening mee gehouden dat het aantal m2 bruto vloeroppervlak dat de Rgd in beheer heeft op termijn met bijna 7% zal dalen. Voor de kortere termijn wordt mede daardoor rekening gehouden met aanzienlijk meer leegstandskosten dan voorheen. De zwakke conjunctuur heeft tot grote leegstand op de kantorenmarkt geleid, waardoor afstootprocessen meer tijd in beslag zullen nemen.

Dit brengt financiële risico's met zich mee, zowel voor de individuele klanten als voor de Rijksgebouwendienst. Om deze leegstandsrisico's te beheersen stuurt de Rgd nadrukkelijker dan in het verleden, met inachtneming van een bepaalde frictieleegstand, op de beheersing van deze risico's, onder andere door eerdere en meer geïntegreerde samenwerking met Domeinen. De maatregelen zijn erop gericht om een zo laag mogelijke leegstand te realiseren. Gegeven de huidige marktontwikkeling en de grote hoeveelheid af te stoten panden lijkt leegstand echter onvermijdelijk. In onderstaande tabel is de verwachte gemiddelde leegstand per jaar weergegeven.

Tabel 2. leegstand in %
 20062007200820092010
leegstand voor rekening Rgd3,23,92,82,02,0
leegstand voor rekening klant1,51,51,51,51,5
totale leegstand4,75,44,33,53,5

Indicator technische kwaliteit

Voor het planmatig onderhoud hanteert de Rgd de Indicator Technische Kwaliteit (ITK). Deze indicator drukt in één cijfer de technische kwaliteit van een gebouw of verzameling van gebouwen uit, gemeten als momentopname. Het cijfer loopt van 1 (nieuwbouw) tot 6 (extreem slecht). De ITK is een gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwelementen. De technische conditie is door inspecties bepaald en de verschillende elementen worden gewogen op basis van de vervangingswaarden. De nulmeting, die eind 2004 is uitgevoerd, bedraagt 2,12. Dit cijfer drukt uit dat de technische kwaliteit van de (eigendoms-) gebouwen gemiddeld ruim voldoende is. De meerjarige doelstelling is het handhaven van de huidige technische kwaliteit, dat wil zeggen dat de waarde van de ITK mag schommelen tussen de 2,1 en 2,4. Tegenover een automatische veroudering van de gebouwenvoorraad staat de komende jaren de afstoot van relatief oude panden. Deze afstoot houdt onder meer verband met het in 2006 aflopen van veel verhuurcontracten.

Indicator storingsafhandeling

Dagelijks onderhoud omvat contractonderhoud en storingsonderhoud en bestaat uit alle werkzaamheden gericht op het zo goed mogelijk op peil houden van de technische kwaliteit van gebouwelementen. Bij storingen is het van belang hoe snel een storing wordt opgelost.

In 2003 en 2004 bleek de doelstelling dat 95% van alle storingen binnen de norm (van 4 of 24 uur) wordt afgehandeld haalbaar. Dit blijft ook voor de komende jaren de doelstelling.

Asbestsanering

De Rgd heeft in de gehele voorraad op asbest geïnventariseerd. Daaruit blijkt een totale behoefte van € 37 mln aan middelen, exclusief de reeds verrichte saneringen. Overigens is de inventarisatie gebaseerd op visuele inspecties, en heeft geen «destructief onderzoek», op plaatsen in gebouwen die niet bereikbaar zijn zonder slopen, plaatsgevonden. Tevens zijn eventuele kosten voor tijdelijk vervangende huisvesting tijdens een asbestsanering niet in het genoemde bedrag opgenomen. Het tijdens de inventarisatie aangetroffen asbest dat directe gezondheidsrisico's met zich meebrengt, is direct verwijderd. Het overige asbest wordt verwijderd tijdens geplande renovaties. Doelstelling voor 2006 is dat 4% van de voor-raad, alwaar bij de inventarisatie asbest is geconstateerd, asbestveilig is.

3. Niveau 3: de Rgd als uitvoeringsorganisatie

Tabel 3. Efficiency apparaat
 20032004200520062007
Efficiencyindicator in %86899397100

De Rgd streeft continu naar efficiencyverbeteringen. Als indicator hiervoor wordt de verhouding tussen de dekking van de apparaatskosten en de apparaatsuitgaven genomen. Voor mutaties die weliswaar de apparaatskosten beïnvloeden maar geen betrekking hebben op efficiency wordt gecorrigeerd. Het effect van de voorgenomen efficiencymaatregelen als gevolg van de PIT-taakstelling betekent dat in 2007, de indicatorwaarde met 4%-punt gestegen moet zijn ten opzichte van 2004.

4. Baten en lasten

Tabel 4. Rgd – begroting van baten en lasten voor het jaar 2006 (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Baten       
Leveren producten/diensten:       
Opbrengst departementen1 242 6421 185 4131 125 6141 067 6271 037 9531 036 4901 052 711
Opbrengst moeder71 86992 41397 75688 88564 25644 72840 868
Opbrengst derden10 81410 2749 7619 2738 8098 3687 950
        
Bedrijfsvoering:       
Rentebaten4 0144 0004 0004 0004 0004 0004 000
Overige baten14 1425 0005 0005 0005 0005 0005 000
Totaal baten1 343 4811 297 1001 242 1311 174 7851 120 0181 098 5861 110 529
Lasten       
Product Huisvesting:       
Apparaatskosten (netto)36 02961 42756 18555 63054 27155 00755 706
Huren vanuit de markt303 682281 151258 308255 157252 923250 281252 126
Rentelasten283 475288 140296 112301 32130 9 248316 167323 236
Afschrijvingen288 688272 177286 912255 202245 306243 281244 652
Dagelijks onderhoud72 19188 916100 42297 43991 36274 50774 011
Mutaties voorzieningen109 344111 14683 74982 93968 71468 51570 573
Belastingen en heffingen22 99123 59723 01222 99422 43122 63523 724
Investeringen buiten gebruiksvergoedingen122 012116 76478 92653 70434 04432 50032 500
Overige producten       
Services30 81323 58723 58723 58723 58723 58723 587
Adviezen16 19910 46210 46210 46210 46210 46210 462
Beleid10 8349 97110 38510 38510 0859 3359 335
Overige lasten4 4625 0005 0005 0005 0005 0005 000
Totaal lasten1 300 7201 292 3381 233 0601 173 8201 127 4331 111 2771 124 912
Saldo42 7614 7629 071965– 7 415– 12 691– 14 383

4.1. Toelichting bij opbouw Baten

Opbrengst departementen

De opbrengst departementen omvat alle opbrengsten van geleverde producten en diensten aan ministeries en kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 5: Opbrengst departementen (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Huisvesting       
Gebruiksvergoedingen lopende contracten1 018 562983 454915 230890 161839 414812 032816 577
Nog op te leveren projecten 16 91040 33562 41793 490124 409156 085
Subtotaal gebruiksvergoedingen1 018 5621 000 364955 565952 578932 904936 441972 662
        
Kleine projecten ministeries102 73480 00050 00030 00030 00030 00030 000
Egalisatie81 28771 00086 00051 00041 00036 00016 000
        
Services       
Services incidenteel6 5876 5876 5876 5876 5876 5876 587
Servicecontracten17 55812 50012 50012 50012 50012 50012 500
Facility management5 4524 5004 5004 5004 5004 5004 500
Subtotaal services29 59723 58723 58723 58723 58723 58723 587
        
Adviezen       
Adviezen10 46210 46210 46210 46210 46210 46210 462
Totaal departementen1 242 6421 185 4131 125 6141 067 6271 037 9531 036 4901 052 711

Huisvesting: gebruiksvergoedingen

De gebruiksvergoedingen zijn gebaseerd op de Huurprijsmethodiek Rgd en hebben betrekking op de opbrengst van de interne verhuurcontracten met de ministeries volgens het huur-verhuurmodel. Bij de raming van opbrengst gebruiksvergoedingen van de lopende interne verhuurcontracten is rekening gehouden met de aflopende contracten. Contractverlengingen zijn verwerkt in de reeks «Nog op te leveren projecten». Hierbij is rekening gehouden met de verwachte afname in de vraag naar huisvesting, die vooral merkbaar wordt voor de Rgd in de loop van 2006 wanneer de eerste (7,5-jaars) contracten aflopen.

Huisvesting: kleine projecten ministeries

Onder deze post zijn de opbrengsten opgenomen van de kleine, à fonds perdu gefinancierde, huisvestingsprojecten voor ministeries, die door de Rgd worden uitgevoerd.

Huisvesting: egalisatie

De huurprijsmethodiek Rgd heeft als uitgangspunt een (afgezien van de toegepaste indexering) constante huurprijs over de contractperiode. De jaarlijkse opbrengst uit hoofde van de gebruiksvergoedingen kent derhalve een constante reeks, terwijl de kosten van rente en afschrijving variëren over de jaren. Het verschil tussen deze baten en lasten wordt jaarlijks op contractniveau geëgaliseerd. In de balans wordt dit tot uitdrukking gebracht in een langlopende vordering op de gebruikers van de objecten onder de post egalisatierekening.

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement heeft betrekking op onder andere de posten huisvesting voor het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken die buiten de huur-verhuurrelatie valt, het beheer van monumenten in rijksbezit, de functionele kosten van het Koninklijk Huis en de beleidstaken van de Rgd.

Opbrengst derden

De Rgd heeft onder meer als taak de zorg voor de huisvesting van organisaties op het niveau van de centrale overheid, die (vrijwel) geheel bekostigd worden uit collectieve middelen. Indien organisaties die binnen deze definities passen de Rgd daarom verzoeken, kan de Rgd de zorg voor de huisvesting op zich nemen. De voornaamste opbrengst is de huur die via Domeinen ontvangen wordt. Daarnaast is er sprake van opbrengsten van een aantal bijzondere objecten (onder andere parkeergarages en grafelijke zalen).

Rentebaten

De Rgd kent rentebaten als gevolg van positieve saldi op de rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (dagrente) en op de depositorekeningen Rijkshoofdboekhouding.

4.2. Toelichting bij opbouw Lasten

Huisvesting: apparaatskosten

De dekking van de bruto apparaatskosten is opgebouwd uit enerzijds dekking die direct toegerekend kan worden aan de (deel-)producten huisvestingsprojecten, services, adviezen en beleid («verwerkt als productkosten») en anderzijds de dekking die gegenereerd wordt uit de opslag in de gebruiksvergoeding («netto apparaatskosten»).

Tabel 6 Apparaatskosten (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Leveren producten/diensten:       
Bruto kosten Personeel67 77966 73664 78062 03061 29760 65559 970
Huisvestingskosten Rgd7 6297 0007 0887 1767 2667 3577 449
VROM concernkosten11 2679 5189 6379 7589 88010 00310 128
Overige materiële kosten5 77910 8399 28012 46611 62812 79213 959
Totaal bruto apparaatskosten92 45494 09390 78591 43090 07190 80791 506
Verwerkt als productkosten56 42532 66634 60035 80035 80035 80035 800
Apparaatskosten (netto)36 02961 42756 18555 63054 27155 00755 706

Bij de bepaling van de netto apparaatskosten is rekening gehouden met het verkrijgen van minder dekking in verband met de PIT-taakstelling die de Rgd zal realiseren via een tariefverlaging. Een deel van de apparaatskosten van de Rgd wordt gevormd door de kosten van eigen huisvesting en de afdrachten aan VROM voor gemeenschappelijke diensten. Deze kosten worden gemaakt voor alle producten van de Rgd.

In 2004 zijn de apparaatskosten die zijn verwerkt als productkosten eenmalig hoger uitgevallen vanwege de oplevering van een groot aantal projecten in dat jaar. Dit heeft geleid tot extra dekking op het apparaat, waardoor de netto-apparaatskosten eenmalig lager zijn uitgekomen. De totale bruto apparaatskosten zijn redelijk constant gebleven.

Huisvesting: huren vanuit de markt

Deze post bevat de door de Rgd aan de markt te betalen huren. Voor 99% betreft het de rijkshuisvesting binnen het huur-verhuurstelsel en voor circa 1% de rijkshuisvesting buiten het huur-verhuurstelsel.

Huisvesting: rentelasten

De rentelasten zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leenconvenanten met het Ministerie van Financiën.

Huisvesting: afschrijvingen

De afschrijvingskosten betreffen de afschrijvingen op gebouwen en inbouwpakketten. De afschrijvingstermijn op deze componenten kan variëren van 15 jaar op inbouwpakketten tot 60 jaar op het casco.

Huisvesting: dagelijks onderhoud

De kosten van dagelijks onderhoud hebben betrekking op regelmatig terugkerende vaste werkzaamheden (contractonderhoud en wettelijk verplichte keuringen) en storingsonderhoud. Deze activiteiten worden uitgevoerd voor zowel objecten binnen het huur-verhuurstelsel als voor objecten buiten het huur-verhuurstelsel.

De kosten opgenomen onder deze post kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 7. Dagelijks onderhoud (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Binnen huur-verhuurstelsel34 76745 70144 54044 50643 41743 81145 919
Buiten huur-verhuurstelsel5 3175 9246 3844 7694 1684 1684 168
Onderhoud monumenten13 20013 00013 37813 37813 37813 37813 378
Asbest buiten huur-verhuurstelsel10
Paleizen11 23916 68828 51727 18324 8387 5894 985
Functionele kosten Koninklijk Huis7 6587 6037 6037 6035 5615 5615 561
Totaal dagelijks onderhoud72 19188 916100 42297 43991 36274 50774 011

Huisvesting: Mutaties voorzieningen

De volgende dotaties aan voorzieningen zijn in de ramingen verwerkt:

• Dotatie aan de voorziening boekwaarderisico's en asbest- en bodemverontreiniging: ter dekking van de risico's die kunnen ontstaan bij afstoot en bij risico's op het gebied van bodemverontreiniging. De voorziening boekwaarderisico's kent een tijdshorizon van vijf jaar;

• Dotatie aan de voorziening planmatig onderhoud: voor planmatig onderhoud worden jaarlijks de ontvangen opslagen planmatig onderhoud uit de gebruiksvergoedingen gedoteerd. Daarnaast is er in 2005 een extra dotatie aan de voorziening geraamd vanwege de te verwachten uitbreidingen van de lijst van zaken die ten laste van de voorziening planmatig onderhoud worden vervangen;

• Dotatie aan de voorziening leegstand: ter dekking van de kosten van leegstand worden jaarlijks de opslagen leegstand uit de ontvangen gebruiksvergoedingen aan de voorziening leegstand gedoteerd;

• Dotatie aan de overige voorzieningen: dotatie voor wachtgeld is ten opzichte van de voorgaande begroting lager ingeschat. Tevens zijn deze kosten opgenomen onder de apparaatskosten. Overige dotaties worden momenteel niet voorzien.

Tabel 8 Mutaties voorzieningen (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Boekwaarderisico, asbest- en bodemverontreiniging19 01427 00022 00022 00010 00010 00010 000
Planmatig onderhoud90 98166 42544 70144 11542 50442 36043 850
Leegstand28 85217 72117 04816 82416 21016 15516 723
Overige voorzieningen8 525
Totaal mutaties voorzieningen109 344111 14683 74982 93968 71468 51570 573

Huisvesting: belastingen en heffingen

Deze post betreft het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting (OZB) over de voorraad onroerend goed.

Huisvesting: investeringen buiten gebruiksvergoedingen

Onder deze post zijn investeringen opgenomen die niet leiden tot een (aanpassing van de) gebruiksvergoeding. Het betreft hier kleine projecten voor ministeries, investeringen voor klanten buiten het huur-verhuurstelsel en investeringen gefinancierd uit het programma Energiebesparing Rijkshuisvesting.«Kleine projecten voor ministeries» geven de integrale kosten van de uitgevoerde, à fonds perdu gefinancierde, projecten voor ministeries aan. Het betreft hier (ver)bouwactiviteiten van relatief geringe financiële omvang. Naar verwachting zal vooral dit type projecten sterk teruglopen door bezuinigingen op huisvestingsbudgetten.

Investeringen voor klanten buiten het huur-verhuurstelsel en het energiebesparingsprogramma rijkshuisvesting worden gefinancierd via het moederdepartement.

Tabel 9 Investeringen buiten de gebruiksvergoedingen (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Kleine projecten voor ministeries100 98380 00050 00030 00030 00030 00030 000
Investeringen buiten huur-verhuur20 35735 22128 15423 3784 0442 5002 500
Energiebesparing Rijkshuisvesting6721 543772326
Totaal122 012116 76478 92653 70434 04432 50032 500

Services

Deze post betreft de integrale kosten voor werkzaamheden, die volgens de Regeling Taakverdeling Beheer (RTB) tot de taak van de afnemer worden gerekend. Een deel van de kosten bestaat uit de opbouw van een vervangingsverplichting die de Rgd heeft jegens een aantal klanten voor de vervanging van gebruikersinstallaties. Tevens worden onder deze post de kosten van het product facility-management verantwoord.

Adviezen

Onder deze post zijn de integrale kosten van niet-projectgebonden adviezen opgenomen. Deze kosten betreffen zowel de interne als externe kosten.

Beleid

Onder deze post zijn opgenomen de door het moederdepartement gefinancierde kosten voor beleid.

4.3. Begroting van kapitaaluitgaven en -ontvangsten

De staat van kapitaaluitgaven en -ontvangsten geeft aan welke kapitaaluitgaven in de begrotingsjaren worden verwerkt en op welke wijze deze kapitaaluitgaven worden gefinancierd.

Tabel 10. Staat van kapitaaluitgaven en -ontvangsten (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
kapitaaluitgaven       
Investering346 313517 000500 000500 000500 000500 000300 000
Aflossing leningen273 426204 813225 337210 814231 564242 857268 016
afdracht surplus agentschapsvermogen55 14536 8931 60411 9423 50500
Totaal674 884758 706726 941722 756735 069742 857568 016
kapitaalontvangsten       
Afstoot44 09410 00010 00010 00010 00010 00010 000
leenfaciliteit351 055517 000500 000500 000500 000500 000300 000
Totaal395 149527 000510 000510 000510 000510 000310 000

4.4. Kasstroomoverzicht 2006 en meerjarenraming

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zijn gekomen en op welke wijze gebruik is gemaakt van deze middelen. Aan de hand van het kasstroomoverzicht worden de kapitaaluitgaven en -ontvangsten toegelicht. In dit model vormen de posten 3a, 4a en 4b de kapitaaluitgaven, terwijl de posten 3b en 4c de kapitaalontvangsten vormen.

Tabel 11. Kasstroomoverzicht (bedragen in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
1.Begin RHB 1 januari222 579367 295373 904374 041360 291316 719278 032
        
2.Operationele kasstroom434 745238 315217 077199 006181 497194 170214 417
        
3a.investeringen– 346 313– 517 000– 500 000-500 000– 500 000– 500 000– 300 000
3b.desinvesteringen33 80010 00010 00010 00010 00010 00010 000
3.Investeringskasstroom– 312 513– 507 000– 490 000– 490 000– 490 000– 490 000– 290 000
        
4a.afdracht– 55 145– 36 892– 1 604-11 942– 3 50500
4b.aflossing– 273 426– 204 813– 225 337-210 814– 231 564– 242 857– 268 016
4c.beroep351 055517 000500 000500 000500 000500 000300 000
4.financieringskasstroom22 484275 295273 059277 244264 931257 14331 984
        
5.Eind RHB 31 december367 295373 905374 041360 291316 719278 032234 433

Toelichting op het kasstroomoverzicht:

ad 3a, 4c.

De investeringen en het beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op reeds afgesloten voorlopige leenconvenanten, waarin alle projecten zijn opgenomen waarvoor reeds een opdracht is verstrekt aan de Rgd, aangevuld met een raming van nieuwe investeringsprojecten op basis van nieuwe huisvestingswensen van ministeries.

ad 3b.

De raming van de post boekwaarde desinvesteringen is gebaseerd op de veronderstelling dat zich geen boekwinsten of -verliezen zullen voordoen op de af te stoten panden.

ad 4a.

De afdracht aan het moederdepartement betreft de afdracht van eigen vermogen, indien het maximaal toegestane agentschapsvermogen wordt overschreden.

ad 4b.

De raming van aflossingen (en rentebetalingen) is gebaseerd op de uitgangspunten leenfaciliteit die in het mantelconvenant Rgd en Ministerie van Financiën d.d. 5 december 2000 zijn afgesproken tussen de ministeries van VROM en Financiën.

6. BEGROTING VAN DE NEDERLANDSE EMISSIEAUTORITEIT

Nederlandse Emissieautoriteit

Missie

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft als missie «het op onafhankelijke, rechtvaardige en transparante manier verlenen van emissievergunningen en toezicht houden op, en het handhaven van de wet-en regelgeving in het kader van de Wet milieubeheer op het gebied van de handel in CO2- en NOx-emissierechten en het mogelijk maken van deze handel door registratie van de overdracht van rechten».

De wettelijke basis voor de NEa is te vinden in hoofdstuk 2, 16 en 18 van de Wet Milieubeheer.

Baten-lastendienst

De NEa wordt per 1 januari 2006 een baten-lastendienst. Naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer (kamerstukken II, 2004–2005 XI, 29 766, nr. 10) zal het Kabinet pas na de eerste evaluatie van de emissiehandel beoordelen of de NEa de status van ZBO (Zelfstandig Bestuursorgaan) wordt toegekend.

De bijgevoegde openingsbalans is indicatief. De eerste suppletore begroting in het eerste uitvoeringsjaar als baten-lastendienst bevat de definitieve openingsbalans.

Taken van de NEa

Belangrijkste taken van de NEa:

het verlenen van vergunningen en bijhouden van meldingen inzake CO2- en NOx-emissies;

het toezichthouden op de uitvoering van de wet- en regelgeving m.b.t. emissiehandel;

het uitvoeren van handhavings- en sanctiebeleid;

het beheren van de registers voor emissiehandel;

het behandelen van klachten en bezwaar- en beroepschriften;

het administreren en rapporteren.

In 2005 zijn de vergunningen verleend aan de vergunningsplichtige inrichtingen, de emissiehandelregisters zijn operationeel geworden, het toezicht is van start gegaan en alle zaken die samenhangen met het inrichten van een baten-lastendienst zijn opgepakt. In 2006 zullen veel van de zaken die in het voorafgaande proefjaar zijn bedacht en opgezet verder ten uitvoer worden gebracht. De NEa zal dan ervaring opdoen met alle uitvoeringsaspecten van de emissiehandelswetgeving. Zo zullen alle betrokken bedrijven in 2006 voor het eerst emissierechten over het voorafgaande jaar moeten inleveren. Ook zal dit het eerste jaar worden waarin de NEa als baten-lastendienst gaat functioneren.

Organisatie

De NEa is een relatief kleine organisatie (24 fte's) die beoogt op een kosteneffectieve haar werkzaamheden te verrichten. De kernwaarden van de NEa zijn: rechtvaardigheid, transparantie en onafhankelijkheid. Onafhankelijkheid omdat de rijksoverheid tevens deelnemer is in de emissiehandel en de schijn van belangenverstrengeling voorkomen dient te worden.

Beoordeling doelmatigheid

Om te beoordelen of de NEa op effectieve en efficiënte wijze haar taken verricht overlegt de NEa met de opdrachtgever en eigenaar in de loop van het proefjaar 2005 om de prestatie-indicatoren verder te ontwikkelen. Begin 2006 wordt dan de eerste nulmeting verricht.

De prestatie-indicatoren zijn gericht op de verschillende belanghebbenden. Deze zijn:

• Maatschappij en politiek;

• Bedrijven en instellingen;

• Eigenaar;

• Opdrachtgever;

• Personeel.

De indicatoren moeten inzicht verschaffen in onder andere:

• Accurate registratie van de transacties;

• Juiste en tijdige vergunningverlening;

• Efficiënt en adequat toezicht en handhaving;

• Efficiënte en rechtmatige bedrijfsvoering;

• Klanttevredenheid;

• Tijdige, correcte en consequente behandeling van dossiers.

Relatie met andere (Wm)toezichthouders

De NEa streeft naar professionele en harmonieuze samenwerking met de betrokken bevoegde gezagen (vooral provincies) met de ambitie om gezamenlijk te opereren waar de wederzijdse bevoegdheden en verantwoordelijkheden elkaar raken en met respect voor de verschillen in die bevoegdheden en die verantwoordelijkheden. Begin oktober 2004 is op hoofdlijnen overeenstemming bereikt met het Wm-bevoegd gezag over de samenwerking. Essentie van die overeenstemming is dat het Wm-BG de NEa adviseert bij de emissievergunningverlening, dat Wm-BG en de NEa elkaar wederzijds informeren bij meldingen of wijzigingen van de vergunning en dat beide partijen zo veel mogelijk samen optrekken als het gaat om toezichts- en handhavingsbezoeken bij bedrijven. Uitgangspunt is dat bedrijven geen hinder ondervinden van het feit dat er twee bevoegde gezagen zijn.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2006

Bedragen in € x 1 000
 20062007200820092010
Baten     
Opbrengst moederdepartement4 3334 0634 0734 1304 173
Opbrengst overige departementen     
Opbrengst derden     
Buitengewone baten     
Exploitatiebijdrage     
Totaal baten4 3334 0634 0734 1304 173
      
Lasten     
Apparaatskosten3 9983 7413 7803 8443 896
–personele kosten2 1242 0372 0782 1192 161
–materiële kosten1 8741 7041 7021 7251 735
Rentelasten655223167
Afschrijvingskosten     
–materieel270270270270270
–immaterieel     
Dotaties voorzieningen     
Buitengewone lasten     
Totale lasten4 3334 0634 0734 1304 173
      
Saldo van baten en lasten00000

Toelichting:

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement omvat de opbrengsten van geleverde produkten en diensten aan de opdrachtgever, de directie Klimaatverandering en Industrie van het Directoraat Generaal Milieubeheer, die mede namens het Ministerie van EZ deze rol vervult. Financiering van de NEa vindt plaats, via de opdrachtgever, uit art. 6 Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging. De feitelijke (jaarlijkse) opdrachtverlening zal de hoogte van de opbrengst moederdepartement bepalen.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten hebben betrekking op de salariskosten van zowel vast als tijdelijk personeel. De kosten vast personeel zijn in 2006 gebaseerd op een gemiddelde prijs van € 71 871,–.

Daarnaast zijn er kosten geraamd voor de inhuur van derden om werk te kunnen uitvoeren. Het betreft onder andere kosten voor bedrijfsmatige, technische en juridische ondersteuning en advisering.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit personeelsgerelateerde kosten (reis-en verblijfkosten, opleidingskosten) bureaukosten, huisvestings- en automatiseringskosten en directe materiële kosten die verband houden met de wettelijke taken van de NEa.

Rentelasten

De rentelasten zijn de rentekosten voor de nog af te sluiten lening met het ministerie van Financiën (lening van 5 jaar tegen 3,04%: site Fin).

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op de vaste activa (aanschaf en bouw van het Register en de procesondersteunende programmatuur). De afschrijvingen vinden lineair plaats met een afschrijvingstermijn van 5 jaar.

Kasstroomoverzicht 2006

Bedragen in € x 1 000
 20062007200820092010
1.Rekening courant RHB 1 januari088888888
      
2.Totaal operationele kasstroom358270270270270
      
3a.-/- totaal investeringen– 1 350    
3b.+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen     
3.Totaal investeringskasstroom– 1 350    
      
4a.-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement     
4b.+/+ eenmalige storting door moederdepartement     
4c.-/- aflossingen op leningen– 270-270– 270– 270– 270
4d.+/+ beroep op leenfaciliteit1 350    
4.Totaal financieringskasstroom1 080-270– 270– 270– 270
      
5.Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)8888888888

Toelichting:

Ad. 3a, 4d

De investeringen en het beroep op de leenfaciliteit is gebaseerd op het afgesloten (nog af te sluiten) leenconvenant, ter financiering van de boekwaarde van de vaste activa op de indicatieve openingsbalans (initiële conversielening).

Ad. 4c

De raming van de aflossing is gebaseerd op afspraken tussen de Ministeries van VROM en Financiën.

Indicatieve Openingsbalans per 1 januari 2006

Bedragen in € x 1 000
ACTIVA 
Immateriële activa 
Materiële activa 
*grond en gebouwen 
*installaties en inventarissen1 350
*overige materiële vaste activa 
Voorraden 
Debiteuren88
Nog te ontvangen510
  
Liquide middelen 
Totaal activa1 948
  
PASSIVA 
Eigen Vermogen 
*exploitatiereserve88
*verplichte reserves 
*onverdeeld resultaat 
Leningen bij het MvF1 350
Voorzieningen 
Crediteuren 
Nog te betalen510
Totaal passiva1 948

Toelichting:

Activa

Materiële activa

Bij de oprichting van de baten-lastendienst wordt door de NEa een vergoeding betaald aan het moederdepartement VROM voor de boekwaarde van de vaste activa. De vaste activa betreffen de aanschaf en bouw van de in gebruik zijnde informatiesystemen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wettelijke taak.

Nog te ontvangen

Betreft een (technische) post die samenhangt met de overgang van een kasverplichtingenstelsel naar een batenlastenstelsel. De post bestaat uit: aanspraak vakantiegeld, aanspraak tegemoetkoming ziektekosten, overlopende kasbetalingen lopende projecten, nog af te dragen BTW. De post is in evenwicht met de post «te vorderen bedragen».

Debiteuren

Met het moederdepartement zijn afspraken gemaakt over de vorming van het eigen vermogen. Een deel van het toegestane eigen vermogen wordt als bruidschat meegegeven.

Passiva

Eigen vermogen

Exploitatiereserve

In verband met risico's wordt een exploitatiereserve gevormd ter grootte van maximaal 5% van de omzet. In verband met mogelijke risico's die zich reeds voor kunnen doen vanaf de start als baten-lastendienst heeft het moederdepartement een startkapitaal verstrekt in de vorm van een bruidschat.

Lening bij het Ministerie van Financiën

De financiering van de te betalen vergoeding bij oprichting voor de boekwaarde van de vaste activa geschiedt met behulp van een lening bij het Ministerie van Financiën.

Nog te betalen

Zie nog te ontvangen

7. BIJLAGE 1. ZBO'S EN RWT'S

De bijlage inzake zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's)

Begroting 2006 van het Ministerie van VROM

Bedragen x € 1 000
Naam ZBO (tevens RWT):Kadaster
Doelstelling Kadaster:Het bevorderen van de rechtszekerheid bij het maatschappelijk verkeer inzake vastgoed.
Taak Kadaster:Het Kadaster is belast met de kadastrale registratie en het vervaardigen en bijhouden van kadastrale kaarten. Ook houdt het Kadaster een openbaar register bij van registergoederen en wordt de Rijksdriehoeksmeting in stand gehouden. Verder is het Kadaster verantwoordelijk voor de inwinning, bijhouding, beheer en cartografische weergave van geografische basisgegegevens. Tevens verstrekt het Kadaster inlichtingen aan belanghebbenden omtrent de in het kader van de uitvoering van de wettelijke taken verkregen gegevens.
Beleidsartikel:Artikel 14 Algemeen
Raming vanuit VROM-begroting:Nvt
  
Naam ZBO (tevens RWT):Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV)
Doelstelling CFV:Saneringsfonds voor woningcorporaties en financieel toezicht op corporaties.
Taak CFV:Het CFV verstrekt saneringsteun aan financieel zwakkere corporaties en projectsteun ten behoeve van investeringen die corporaties doen in het belang van de volkshuisvesting. Ook houdt het CFV financieel toezicht op alle woningcorporaties en de corporatiesector als geheel.
Beleidsartikel:Artikel 1 Bevorderen van een goed werkende woningmarkt
Raming vanuit VROM-begroting:Nvt
  
Naam ZBO (tevens RWT):College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB)
Doelstelling CTB:Bijdragen aan duurzame landbouw door het beslissen over de toelating van bestrijdingsmiddelen in Nederland.
Taak CTB:Het CTB is belast met de besluitvorming omtrent de toelating van bestrijdingsmiddelen in Nederland en het verzorgen van de Nederlandse inbreng in het Europese beoordelingsproces van stoffen die toegepast worden in bestrijdingsmiddelen
Beleidsartikel:Artikel 7 Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem
Raming vanuit VROM-begroting:€ 400
  
Naam ZBO:Huurcommissies (HC's)
Doelstelling Huurcommissies:Huurgeschillenbeslechting is een instrument om kwalitatief goede betaalbare huurwoningen voor huishoudens met lagere inkomens toegankelijk te maken.
Taak HC's:Het doen van uitspraken in huurgeschillen met name met betrekking tot de (redelijkheid van) aanvangshuur, huurstijgingen, in rekening gebrachte servicekosten. Tevens huurprijstoetsing in het kader van een huursubsidie-aanvraag.
Beleidsartikel:Artikel 3 Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt
Raming vanuit VROM-begroting:€ 351
  
Naam RWT:Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)
Doelstelling StAB:Advisering van de bestuursrechter in geschillen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu.
Taak StAB:De StAB brengt op verzoek van de bestuursrechter onafhankelijke deskundigenberichten uit op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening.
Beleidsartikel:Artikel 14 Algemeen
Raming vanuit VROM-begroting:€ 4 934
Naam ZBO (tevens RWT):Stichting Bureau Architectenregister (SBA)
Doelstelling SBA:De Wet op de architectentitel heeft tot doelstelling het scheppen van waarborgen voor de vakbekwame beroepsuitoefening door bouwkundig architecten, stedenbouwers, tuin- en landschapsarchitecten en interieurarchitecten en het uitvoeren van de EU-architectenrichtlijn en consumentenbescherming. Om deze doelen te bereiken is een Architectenregister ingesteld.
Taak SBA:Het SBA beheert het architectenregister.
Beleidsartikel:Artikel 13 Rijkshuisvesting en architectuur
Raming vanuit VROM-begroting:Nvt
  
Naam RWT:Fonds Luchtverontreiniging (FLV)
Doelstelling FLV:Het vergoeden van schade die ontstaan is als gevolg van luchtverontreiniging die niet op een andere manier verhaalbaar is.
Taak FLV:Uitvoeren van een schadevergoedingsregeling voor niet-verhaalbare schade als gevolg van luchtverontreiniging.
Beleidsartikel:Artikel 6 Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging
Raming vanuit VROM-begroting:€ 0

8. BIJLAGE 2. OVERZICHTSCONSTRUCTIE MILIEU

Toelichting:

In de Ministerraad van 24 augustus 2001 is besloten vanaf 2003 bij de begroting een Overzichtsconstructie Milieu op te nemen als vervanging van het Milieuprogramma. Dit is een overzicht waarin informatie bijeen wordt gebracht van (onderdelen van) beleidsartikelen van verschillende begrotingen met een milieudoelstelling. In de overzichtsconstructie zijn operationele doelen uit beleidsartikelen van de verschillende departementen opgenomen, exclusief de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) en de Baten- en Lastendiensten, die overwegend een uitvoerend karakter hebben.

Het opnemen van een overzichtsconstructie door een daartoe aangewezen minister dient louter een informatiefunctie voor de Staten-Generaal. Op deze wijze wordt het integrale overheidsbeleid zichtbaar gemaakt in één begroting of jaarverslag ook al wordt het beleid door meerdere ministers uitgevoerd. De individuele ministeriele verantwoordelijkheid blijft daarbij gehandhaafd.

Dit jaar is de Overzichtsconstructie Milieu wederom opgezet volgens Model 3 uit de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2004. Hierbij wordt volstaan met een verwijzing naar met milieu in verband staande artikelen en operationele doelstellingen bij VROM en andere ministeries. Begrotingscijfers worden niet opgenomen. In de begroting van andere ministeries kan de precieze invulling van het operationele doel worden teruggevonden. Voordeel van deze vorm is dat het mogelijk is een indeling naar thema's te hanteren en een beknopt overzicht gegeven kan worden.

Voor de thematische indeling is uitgegaan van de kerntaken van het milieubeleid bij het Ministerie van VROM:

• Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging;

• Verbeteren van de milieukwaliteit van het water- en bodemsysteem;

• Verbeteren van de milieukwaliteit van de bebouwde leefomgeving;

• Beperken van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en vliegtuigen;

• Beheersen van de risico's van het omgaan met stoffen, afvalstoffen, straling en ggo's;

• Versterken van het algemene (inter) nationale milieubeleid.

Aangezien een operationeel doel kan bijdragen aan meerdere milieudoelen, komen sommige operationele doelen in de overzichtsconstructie op meerdere plaatsen voor. De overzichtsconstructie bevat geen andere informatie dan in de individuele begrotingen is terug te vinden. De kwaliteit van de informatie is daarom direct afhankelijk van de informatie die is opgenomen in de afzonderlijke departementale begrotingen.

Niet alle ministeries hebben specifieke beleidsdoelstellingen op milieugebied of de milieubijdrage is niet expliciet ondergebracht in een operationeel doel:

III Algemene Zaken (AZ)

Algemene Zaken heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieugebied en ook geen significante milieu-uitgaven.

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK)

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieugebied en ook geen significante milieu-uitgaven. De rijksuitgaven voor milieu en stedelijke vernieuwing in het kader van het Grotestedenbeleid 2005–2009 (GSB III) zijn opgenomen in de VROM-begroting en maken onderdeel uit van het Extra Comptabel Overzicht GSB. De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van BZK heeft als coördinerend minister voor het GSB op deze terreinen een medeverantwoordelijkheid.

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW)

In het kader van wetenschapsbeleid heeft OCenW geen taken en specifieke doelen ten aanzien van milieubeleid, OCenW oormerkt geen subsidies of begrotingsbedragen aan milieubeleid.

IX Financiën (Fin)

Financiën heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieugebied en ook geen significante milieu-uitgaven.

X Defensie (Def)

Naast de zichtbare uitgaven heeft Defensie niet zichtbare milieu-uitgaven in investerings- en exploitatiebudgetten. Deze niet zichtbare uitgaven betreffen onder andere de (meer)kosten voor inkoop groene stroom, basispakket duurzaam bouwen en energie-efficiënte apparaten en voertuigen en personeelsuitgaven voor de milieu-uitvoeringsorganisatie.

OVERZICHTSCONSTRUCTIE MILIEU

Taak 1: Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging
 MinisterieArtikelNr ODNaam OD
XIVROM24Garanderen van de minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteitvan gebouwen en bevorderen van een hogere kwaliteit daarvan
XIVROM (DGM)61Realisatie Kyotoklimaatverplichtingen
XIVROM62Beperken klimaatverandering door Post-Kyotoafspraken
XIVROM63Beperken aantasting van de ozonlaag
XIVROM64Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging
XIVROM122Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies
XIVROM131Adviseren over, en implementeren van beleid dat (mede) van toepassing is op de rijkshuisvesting en op de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel.
XDEF90Milieu-uitgaven
VIJust133Doelmatige handhaving van straf- en ordeningsrecht alsmede een doeltreffend strafrechtelijk optreden (versterking handhaving snelheidslimieten)
XIIVenW344Bewuste vervoerswijze keuze
XIIVenW361Leefomgeving hoofdwegen
XIIVenW364Duurzame zeevaart (Stil en schoon vervoer)
XIIIEZ4BDuurzame energiehuishouding (emissiehandel, afspraken, marktpartijen, convenant benchmarking; meerjarenafspraken; doorlopende meerjarenafspraken en EUconvenanten)
     
XIVLNV2111Duurzame Landbouwproductie
XIVLNV2212Ruimte voor niet-grondgebonden landbouw
Taak 2: Verbeteren van de milieukwaliteit van het water- en bodemsysteem
 MinisterieArtikelNr ODNaam OD
XIVROM (DGM)71Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem
XIVROM72Saneren van verontreinigde bodems
XIVROM73Verbeteren van de milieukwaliteit van water
XIVROM74Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijk gebied
XIVROM75Bevorderen van duurzame landbouw
XIVROM121Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM toezicht bevorderen
XIVROM122Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies
VBZ62Een hoger percentage mensen dat duurzame toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitatie en een aanzienlijke verbetering van de levensomstandigheden van een significant aantal bewoners in sloppenwijken.
XIIVenW314Waterkwaliteit
XIIVenW362Leefomgeving spoorwegen
XIIVenW364Duurzame zeevaart (Stil en schoon vervoer)
XIIVenW383Bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van water voor het transport van personen en goederen.
XIVLNV2111Duurzame Landbouwproductie
XIVLNV2211Ruimte voor grondgebonden landbouw
XIVLNV2212Ruimte voor niet-grondgebonden landbouw
XIVLNV2312Realiseren EHS inrichting
XIVLNV2411Nationale landschappen
XIVLNV2711Uitvoeren reconstructie
Taak 3: Verbeteren van de milieukwaliteit van de bebouwde omgeving
 MinisterieArtikelNr ODNaam OD
XIVROM23Bevorderen van de leefbaarheid van wijken
XIVROM82Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit
XIVROM83Verminderen van de geluidhinder
XIVROM84Bevorderen van duurzame mobiliteit
XIVROM122Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies
XIVROM131Adviseren over, en implementeren van beleid dat (mede) van toepassing is op de rijkshuisvesting en op de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel.
VBZ62Een hoger percentage mensen dat duurzame toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitatie en een aanzienlijke verbetering van de levensomstandigheden van een significant aantal bewoners in sloppenwijken.
XIIVenW344Bewuste vervoerswijze keuze
XIIVenW361Leefomgeving hoofdwegen
XIIVenW362Leefomgeving spoorwegen
XIIVenW363Luchtvaart
Taak 4: Beperken van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen en vliegtuigen
 MinisterieArtikelNr ODNaam OD
XIVROM111Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties
XIVROM112Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties
XIVROM113Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties
XIVROM122Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies
XIIVenW331Externe veiligheid gericht op het verbeteren veiligheid vervoer en gevaarlijke stoffen
XIIVenW333Verbeteren veiligheid LN luchtvaart
XIIVenW381Bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van land voor het transport van personen en goederen.
XIIVenW382Bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van lucht voor het transport van personen en goederen.
XIIVenW383Bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van water voor het transport van personen en goederen.
Taak 5: Beheersen van de risico's van het omgaan met stoffen, afvalstoffen, straling en ggo's
 MinisterieArtikelNr ODNaam OD
XIVROM91Veilig gebruik van chemische stoffen
XIVROM92Reductie van milieubelasting door afvalstoffen
XIVROM93Bescherming tegen straling
XIVROM94Verantwoorde toepassing van ggo's
XIVROM121Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM toezicht bevorderen
XIVROM122Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies
XIVROM124Crisismanagementorganiseren
XIVROM131Adviseren over, en implementeren van beleid dat (mede) van toepassing is op de rijkshuisvesting en op de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel.
XIIVenW331Externe veiligheid gericht op het verbeteren veiligheid vervoer en gevaarlijke stoffen
XIIVenW364Duurzame zeevaart (Stil en schoon vervoer)
XIIVenW383Bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van watervoor het transport van personen en goederen.
XIVLNV2111Duurzame Landbouwproductie
XIVLNV2511Hoogwaardige voedselproductie
XVSZW292Verbetering arbeidsomstandigheden, arbozorg en verzuimaanpak
Taak 6: Versterken van het algemene (inter)nationale milieubeleid
 MinisterieArtikelNr ODNaam OD
XIVROM24Garanderen van de minimale bouwtechnische en gebruikstechnische kwaliteitvan gebouwen en bevorderen van een hogere kwaliteit daarvan
XIVROM81Gecoördineerd milieubeleid voor andere overheden
XIVROM101Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium
XIVROM102Gecoördineerd internationaal milieubeleid
XIVROM103Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB
XIVROM104Nationaal overheidsbeleid voor Duurzame Ontwikkeling
XIVROM121Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM toezicht bevorderen
XIVROM123Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren
VBZ11Een goed functionerende internationale rechtsorde.
VBZ31Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgersvrijheid, recht en veiligheid biedt en in staat is tot duurzame groei.
VBZ32Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen of regio's.
VBZ33Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de EU ten opzichte van ontwikkelingslanden of -regio's.
VBZ42Een significante vermindering van het percentage mensen dat moet rondkomen van minder dan een dollar per dag.
VBZ52Versterking van het gebruik van kennis en onderzoek in beleid en praktijk van ontwikkelingssamenwerking en versterking van onderzoekscapaciteit in partnerlanden. Vermindering van kwalitatieve en kwantitatieve tekorten aan geschoold middenkader en duurzame institutionele versterking van de capaciteit van tertiair onderwijs.
VBZ61Bescherming en duurzaam gebruik van milieu en water in de mondiale context en de nationale context in ontwikkelingslanden.
XDEF90Milieu-uitgaven
XIIVenW354Logistieke efficiëntie goederenvervoer
XIIVenW361Leefomgeving hoofdwegen
XIIVenW362Leefomgeving spoorwegen
XIIVenW363Luchtvaart
XIIVenW364Duurzame zeevaart (Stil en schoon vervoer)
XIIVenW376Duurzaam milieu
XIIIEZ3BMeer en beter ondernemerschap (MVO kenniscentrum en onderzoeken)
XIIIEZ2DMeer ontwikkeling en benutting van technologische kennis door bedrijven
XIIIEZ2EVersterken van de kennisbasis op strategische technologiegebieden door samenwerking van bedrijven en kennisinstellingen
XIVLNV2111Duurzame Landbouwproductie
XIVLNV2113Duurzame ketens
XIVLNV2313Beheren EHS
XIVLNV2314Biodiversiteitnationaal en internationaal
XIVLNV2611Waarborgen kennisstelsel
XIVLNV2612Benutten van samenhang tussen instellingen
XIVLNV2613Vernieuwen van het kennisstelsel
XIVLNV2614Versterken van LNV-beleid met kennis
XIVLNV2711Uitvoeren reconstructie
XVIVWS214Toegankelijkheid en kwalitatieve voorzieningen preventieve zorg
XVIVWS217Consumenten- en productveiligheid
XVIVWS351Breedtesport
XVIVWS986Gezondheidsraad

9. BIJLAGE 3. OVERZICHTSCONSTRUCTIE PROGRAMMA ZUIDVLEUGEL

In de Nota Ruimte is geconcludeerd dat in met name vier regio's in Nederland het beleid van de ministeries van V&W, VROM, LNV en EZ zeer nauw met elkaar verbonden is. Het Kabinet heeft daarom besloten voor elk van deze gebieden een coördinerend bewindspersoon aan te stellen. Om de reikwijdte van die coördinerende verantwoordelijkheid aan te geven, is in de respectievelijke begrotingen van deze vier ministeries een overzichtsconstructie opgenomen van de voor de betreffende regio te nemen besluiten, de primaire verantwoordelijkheidsverdeling en de relatie met de verschillende begrotingen. Deze bijlage bevat het overzicht van de coördinerende verantwoordelijkheid van de minister van VROM.

ClustersTe nemen besluitenVerantwoordelijkheids-verdelingBegrotingOperationeel doelBedrag*
Noordrand Rotterdam
A).A4 Delft-SchiedamInname van een standpunt over de A4-Delft-Schiedam in 2006Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie: V&WTrekker: V&WV&WIFVROMLNV(1)/VROM(2)art 12.05.03 Hoofd-wegen/planstudie-projecten voor trace-besluitart 5.2.1. Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen5352PM
      
B).A13/A16/A20Vaststellen hoe om te gaan met de planstudie in relatie tot de doorkijk MIT 2015–2020 in 2005Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie: V&W Trekker: V&W   
      
C).TechnopolisAfspraak met gemeente en provincie over verdere ontwikkeling in kader A13 kennisboulevardVerantwoordelijkheid: EZVakministerie: EZTrekker: gemeenteEZart 3.10 Zorgen voor aantrekkelijke regio's en steden om te kunnen ondernemen 
      
D).Schieveense polder (bedrijventerrein en groenAfspraak met gemeente en provincie over verdere ontwikkeling in kader A13 kennisboulevardVerantwoordelijkheid: EZVakministerie: EZTrekker: gemeenteEZart 3.10 Zorgen voor aantrekkelijke regio's en steden om te kunnen ondernemen 
      
E).Schiezone (PMR opgave) (3)Afsluiting uitwerkingsovereenkomst Rijk-Regio in 2005Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie: LNV/V&WTrekker: provincieEZ,LNVVROMV&Wart 3.10 Zorgen voor aantrekkelijke regio's en steden om in te kunnen ondernemenPMart 8.2.1. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgevingIF 16.01 Megaprojecten/niet verkeeren vervoer28282828 + 27 + 45
      
F).Schiebroekse polder en Zuidpolder (PMR opgaven)Afsluiting uitwerkingsovereenkomst Rijk-Regio in 2005Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie LNV/V&WTrekker: provincieEZLNVVROMV&W  
G).Groen/blauwe slinger (VINAC strategische groenopgave)Afspraak met provincie over invoering nieuwe normkostenstelsel in 2005Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie: LNV/V&WTrekker: provincieLNV(4)VINACPM
      
H).Boterdorpse Polder (VINAC strategische groenopgave)Afspraak met provincie over invoering nieuwe normkostenstelsel in 2005Verantwoordelijkheid: LNVVakministerie LNVTrekker: provincieLNV(5)VINACPM
      
I).Verstedelijkingslocaties: Noordrand 1, 2 en 3Woningbouwafspraken tusen rijk en regio en besluitvorming over toekomstige verstedelijking in 2005.Verantwoordelijkheid: VROMVakministerie: VROMTrekker: gemeenteVROMBLS2
      
Driehoek Rotterdam-Zoetermeer-Gouda
A).Integrale gebiedsvisie RZG driehoek (Zuidplaspolder en Westergouwe)Inneming standpunt integraal structuurplan RZG driehoek inclusief besluit infrastructurele ontsluiting hoofd/onderliggend wegennet en openbaar vervoer in 2005Verantwoordelijkheid: VROM/V&W/LNVVakministerie: VROM/V&W/LNVTrekker: provincieLNV(6)VINACPM
      
Bundeling van activiteiten die samenhangen met de aanleg van de Tweede Maasvlakte en andere bedrijventerreinen
A).Waal- en eemhavenInname standpunt op herstructurering na 2006Verantwoordelijkheid: EZ/VROMVakministerie: EZ/VROMTrekker: gemeenteEZart 3.10 Zorgen voor aantrekkelijke regio's en steden om te kunnen ondernemen20
      
B).Hoeksewaard, 300 ha bovenregionaal bedrijventerreinVaststelling definitieve omvang bedrijventerreinVerantwoordelijkheid: EZ Vakministerie: EZ/VROM Trekker: provincie  0
      
C).A15 Maasvlakte-VaanpleinOntwerp Tracebesluit gereed in 2005Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie: V&WTrekker: V&WV&W, IFart 12.05.03 Hoofdwegen/planstudieprojecten voor tracebesluit1263
      
D).A4 Zuid (irt bedrijventerreinontwikkeling PMR en de triple A)Inname standpunt over verkenning «Van haven tot haven» en haalbaarheid PPS in 2005Verantwoordelijkheid: V&WVakministerie: V&W Trekker: V&W  0
      
E).Natuurcompensatie zee en kustAfsluiting uitwerkingsovereenkomst Rijk-Regio in 2005Verantwoordelijkheid: V&W Vakministerie: V&W Trekker: V&W  PM
      
F).750 ha natuur in Ijsselmonde, Schiebroekse polder, Zuidpolder en SchiezoneAfsluiting uitwerkingsovereenkomst Rijk-Regio in 2005Zie cluster Noordrand e en fEZLNVVROMV&Wart 3.10 Zorgen voor aantrekkelijke regio's en steden om te kunnen ondernemenPMart 8.2.1. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde leefomgevingIF 16.01 Megaprojecten/ niet verkeer en vervoer28282828 + 27 + 45
G).Bestaand Rotterdams gebiedAfsluiting uitwerkingsovereenkomst Rijk-Regio in 2005Verantwoordelijkheid: VROMVakministerie: V&W/VROMTrekker: provincie en gemeente 0
      
Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid bij stations op de as Dordrecht-Leiden/Katwijk, Rotterdam-Gouda
A).NSP RotterdamAfsluiten uitvoeringsovereenkomst in 2005 en afgifte beschikking in 2006Verantwoordelijkheid: VROMVakministerie: VROM/V&WTrekker: gemeenteVROMV&W, IFart 5.2.1. Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelenart 13.03.01 Spoorwegen/programma aanleg personenvervoer54161
      
B).Integrale MIT verkenning Stedenbaanbesluitvorming over integrale verkenning stedenbaan in 2005Vaerantwoordelijkheid: V&WVakministerie: VROM/V&W Trekker: provincie  0
      
C).Bouw van 2000 tot 10 000 woningen Valkenburg en de ontsluiting daarvanInname standpunt gebiedsuitwerking Valkenburg in 2006Verantwoordelijkheid: VROMVakministerie:VROMTrekker: provincie  0

* Alle bedragen zijn in miljoenen euro's, prijspeil 2005

(1) 50% van LNV voor grondaankoopOp dit moment is nog niet exact aan te geven welke bedragen concreet neerslaan in de gebieden.In de ontwerpbegroting 2007 of zoveel eerder als mogelijk zal de TK hierover geinformeerd worden.

(2) totale inzet van LNV en VROM voor de eco- en recreatieve verbindingen maximaal 4 mln. Euro.

(3) Voor PMR/groen is 112 mln. beschikbaar. Elk departement betaalt 25%. Daarnaast financiert V&W 27 mln voor de groene verginding als onderdeel van de 750 ha. Voor de compensatie zee en kust is door V&W 45 mln gereserveerd.

(4) 322 mln is voor Zuid-Holland voor zowel SGR als VINAC (beide strategisch groen) voor de periode 2004–2010. VINAC is onderdeel van woningbouwafspraken tot 2010;Op dit moment is nog niet exact aan te geven welke bedragen concreet neerslaan in de gebieden.In de ontwerpbegroting 2007 of zoveel eerder als mogelijk zal de TK hierover geinformeerd worden.

(5) uit woningbouwafsprakenV.INAC is onderdeel van woningbouwafspraken tot 2010;Op dit moment is nog niet exact aan te geven welke bedragen concreet neerslaan in de gebieden.In de ontwerpbegroting 2007 of zoveel eerder als mogelijk zal de TK hierover geinformeerd worden.

(6) VINAC Eendrachtspolder als onderdeel driehoek RZG. VINAC is onderdeel van woningbouwafspraken tot 2010;Op dit moment is nog niet exact aan te geven welke bedragen concreet neerslaan in de gebieden.In de ontwerpbegroting 2007 of zoveel eerder als mogelijk zal de TK hierover geinformeerd worden.

10. BIJLAGE 4. NALEVINGSSTRATEGIE VROM-INSPECTIE

Burgers, bedrijven en overheden zelf zijn in hoofdzaak verantwoordelijk voor het naleven van de regels. Waar dat niet gebeurt stelt de overheid alles in het werk om die naleving te verbeteren.

Het is belangrijk om daarbij de juiste prioriteiten te stellen. Daarvoor heeft VROM in 2003 een zogenoemde Nalevingstrategie ontwikkeld die o.a. een methode bevat van prioritering op basis van een analyse van de risico's (voor de leefomgeving) en nalevingstekorten. Uitgangspunt van de Nalevingstrategie is dat de prioriteit van de VROM-Inspectie ligt bij de wetgeving waar een groot naleeftekort is en die tevens veel risico's geeft voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid.

VROM heeft circa 450 wetten en convenanten, subsidieregelingen en beleidsafspraken gescreend op risico en naleving en deze ingedeeld in vier kwadranten:

• Is het risico voor de burger groot en het nalevingstekort groot, dan pakt de VROM-Inspectie deze taak met voorrang op. Hier is de noodzaak tot toezicht en controle immers het grootst;

• Is het risico groot en het nalevingstekort klein, dan wordt vaak uitgegaan van beperkte controles. Door quick scans en een harde aanpak van het relatief geringe aantal overtreders wordt druk op de ketel gehouden;

• Is het risico klein en het nalevingstekort groot, dan is controle vaak toch niet nodig. Het kan namelijk gaan over onbekende, onduidelijke of nauwelijks geaccepteerde regels. In dergelijke gevallen zal de VROM-Inspectie zich al dan niet samen met anderen inspannen om regels te verbeteren, te vereenvoudigen of te verduidelijken. Ook komt het voor dat de VROM-Inspectie adviseert regels in te trekken omdat ze eigenlijk niet zijn te handhaven;

• Bij een klein risico en klein nalevingstekort heeft handhaving van deze wet geen prioriteit.

In de tabellen van de bijlage treft u de prioriteitenmatrix van de VROM Inspectie aan voor de begroting 2006. Dit is afzonderlijk weergegeven voor het primair toezicht, het interbestuurlijk toezicht en het Defensie toezicht.

Primair toezicht
Groot risico/Groot nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Europese verordening 259/93 betreffende toezicht op overbrenging van afvalstoffenbinnen, naar en uit de EU (EVOA) Verdrag van BaselEvoa (ACS/ Oost Europa/ niet OESO) (exportverbod)
2Wet milieugevaarlijke stoffenZorgplicht Wms (ontgassingen)
3KernenergiewetBesluit detectie radioactief besmet schroot
4Europese verordening 259/93 betreffende toezicht op overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de EU (EVOA) Verdrag van BaselEvoa (ACS/ Oost Europa/ niet OESO) (vergunning)
5Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit zwavelgehalte brandstoffen Wlv (zeeschepen)
6WaterleidingwetWaterleidingbesluit collectieve installaties
7Wet explosieven voor civiel gebruik:Wet explosieven voor civiel gebruik:(de wet zelf)
8Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit ozonlaagafbrekende stoffen wms 2004 (eigenaren koelinstallaties scheepvaart)
9Wet milieugevaarlijke stoffenInzamelingsregeling CFK en Halonen
10KernenergiewetArtikel 22/33 Kew / besluit stralingsbescherming Kew
11Wet milieugevaarlijke stoffenVeiligheidsinformatiebladen besluit
12Wet milieugevaarlijke stoffen>Asbestverwijderings besluit (eigenaren objecten)
13Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit Asbestwegen
14Wet milieugevaarlijke stoffen&Productenbesluiten asbest (asbest in puin)
15Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit genetisch gemodificeerde organismen (ingeperkt gebruik)
16Wet milieugevaarlijke stoffenVuurwerkbesluit Wms/Wm
17WaterleidingwetWaterleidingbesluit (eigen winningen)
18Europese verordening 259/93 betreffende toezicht op overbrenging van afvalstoffenbinnen, naar en uit de EU (EVOA) Verdrag van Basel>Evoa (OESO vergunning, export bouw- en sloopafval )
19Europese verordening 259/93 betreffende toezicht op overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de EU (EVOA) Verdrag van Basel&Evoa (OESO nieuwe toetreders EU)
20Woningwet>Bouwbesluit(CE markering)
21Wet milieugevaarlijke stoffenKennisgevingsbesluit nieuwe stoffen
22Wet milieugevaarlijke stoffenPCB, PCT en Chlooretheenbesluit en regeling verwijdering PCB's
23KernenergiewetBesluit stralingsbescherming/artikel 29 en/of 34 Kew (vergunninghouders «handelingen», zoals ziekenhuizen, laboratoria, instellingen)
24KernenergiewetBesluit stralingbescherming/artikel 29 en/of 34 Kew («werkzaamheden»)
25KernenergiewetBesluit vervoer splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen/vergunninghouders (grote bronnen)
26BestrijdingsmiddelenwetBestrijdingsmiddele nwet, creosoot
   
Ruimtelijke Ordening
1Nota Ruimte&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (clustering van chemische bedrijven) (doelgroep gemeenten)
2Wet milieubeheerBesluit externe veiligheid inrichtingen (afstanden in bestemmingsplannen)
3PKB's&Structuurschema burgerluchtvaartterreinen (regionale en kleine luchtvaart)
4PKB's&PKB luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad
5Nota Ruimte&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (300 hectare Hoeksewaard) (doelgroep gemeenten)
6Nota Ruimte&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (gemeenten)
7Nota Ruimte&Vergroting van milieukwaliteit en veiligheid (gemeenten)
8TracebesluitTracebesluit (bouwstoffen)
9Nota Ruimte&Borging van de veiligheid tegen overstromingen (gemeenten)
10Wet luchtvaart&Luchthavenindelingsbesluit
11Nota Ruimte&Vergroting van milieukwaliteit en veiligheid (provincies)
12Nota Ruimte&Borging en ontwikkeling van natuurwaarden (gemeenten)
13Besluit op de Ruimtelijke ordeningBesluit op de Ruimtelijke Ordening (handhaving watertoets, gemeenten)
14Nota Ruimte>>&Ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra*
Primair toezicht
Groot risico, Klein nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit genetisch gemodificeerde organismen (veldproeven)
2Europese verordening 259/93 betreffende toezicht op overbrenging van afvalstoffenbinnen, naar en uit de EU (EVOA) Verdrag van Basel>Evoa (OESO vergunning )
3Bestrijdingsmiddelenwet&Toelating op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet voor wat betreft gasvormende bestrijdingsmiddelen.
4Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit genetisch gemodificeerde organismen (gentherapie)
5Wet milieubeheerBesluit beheer electrische apparatuur ((H)CFK-houdende koel/vriesapparatuur)
6Kernenergiewet&Besluit kerninstallaties, splijtstoffen, ertsen/artikel 15b Kew, vergunningen nucleaire inrichtingen (mbt niet-nuclaire aspecten)
7Wet milieubeheerart 8.1: inrichtingen vallend onder bijlage 2ivb, niet zijnde defensie
8Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit ozonlaagafbrekende stoffen wms 2003 (importeurs, handel)
9KernenergiewetBesluit kerninstallaties, splijtstoffen, ertsen/artikel 15b Kew, vergunningen nucleaire inrichtingen (mbt nuclaire aspecten)
10Kernenergiewet&Beveiligingsrichtlijn Kew (BRK'93)
11Kernenergiewet&Kernenergiewet, Non-proliferatie verdrag, Protocol van Almelo
12WaterleidingwetWaterleidingbesluit (waterleidingbedrijven)
Primair toezicht
Klein risico, Groot nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit PAK-houdende coatings Wms
2Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit koperbehandeld hout
3Wet milieugevaarlijke stoffenRegistratiebesluit Wms
4BestrijdingsmiddelenwetBestrijdingsmiddelen wet, biociden (overige biociden)
5Bestrijdingsmiddelenwet>Bestrijdingsmiddele nwet, koperhoutverduurzaming
6Wet milieubeheerBesluit inzamelen afvalstoffen(vergunningen)
7BestrijdingsmiddelenwetBestrijdingsmiddelen wet, toezicht op de dierplaagbestrijders
8Wet milieugevaarlijke stoffenCadmiumbesluit 1999 Wms
9Kernenergiewet&Regeling natuurlijke bronnen van straling
10Wet milieubeheerRegeling Verpakking en verpakkingsafval (mededelingsplicht)
11Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit verpakkingen en aanduiding Milieugevaarlijke stoffen
12Bestrijdingsmiddelenwet>Bestrijdingsmiddel enwet, biociden (koelwater)
13KernenergiewetBesluit stralingsbescherming (grote bronnen)
   
Ruimtelijke Ordening
1PKB's>PKB Nota Waddenzee 1993 (gemeenten)
2Flora en FaunawetFlora en Faunawet (Ro, gemeenten)
3Besluit Luchtkwaliteit>Besluit Luchtkwaliteit (Ro zonering gemeenten)
4Nota Ruimte>>&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (gemeenten)
5Nota RuimteBorging van de veiligheid van het IJsselmeergebied met behoud van (inter)nationale ruimtelijke waarden (Borging ruimte voor dijkversterking) (RHS) (gemeenten)
6Nota Ruimte>>&Voorkoming knelpunten bij de ondergrondse ordening (gemeenten)
7PKB's>>Structuurschema Buisleidingen (EZ)
8Nota Ruimte>>&Borging en ontwikkeling van natuurwaarden
9Nota Ruimte>>&Borging en ont wikkeling van bijzondere landschappelijke en cultuur historische waarden
10Nota Ruimte>>&Vergroten van de concurrentiepositie van de Randstad als geheel (gemeenten)
11Nota Ruimte>>&Bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond de steden. (gemeenten)
12Vuurwerkbesluit WMS)Vuurwerkbesluit WMS (Ro zonering, gemeenten)
13Vogel- en Habitat richtlijnVogel- en Habitat richtlijn (gemeenten)
14Besluit LuchtkwaliteitBesluit Luchtkwaliteit (Ro zonering provincies)
15Nota Ruimte&Bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond de steden. (provincies)
Primair toezicht
Klein risico, Klein nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Wet milieugevaarlijke stoffenRegeling lekdichtsheidsvoorschriften koelinstallaties (overig)
2Wet milieugevaarlijke stoffenBESLUIT BROEIKASGASSEN
3Europese verordening 259/93 betreffende toezicht op overbrenging van afvalstoffenbinnen, naar en uit de EU (EVOA) Verdrag van Basel>Evoa (OESO groenelijst regime)
4BestrijdingsmiddelenwetBestrijdingsmiddelen wet, TBT
5Wet milieubeheer&Besluit beheer autobanden
6Wet milieubeheerRegeling beheer electrische apparatuur
7Wet milieubeheerStortplaats en stortverboden
8Wet milieugevaarlijke stoffen&Wms, Besluit ozonlaagafbrekende stoffen wms 2003 (eigenaren halonblusinstallaties)
9Wet milieubeheerBesluit beheer electrische apparatuur (producenten en importeurs)
10KernenergiewetBesluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen
11KernenergiewetVrijstellingsbesluit (defensieinrichtingen)
12Wet milieubeheer&Regeling inzamelen afvalstoffen (registratieplicht)
13Wet milieugevaarlijke stoffen>Besluit in- en uitvoer milieugevaarlijke stoffen(exporteurs)
14Wet milieubeheerRegeling Verpakking en verpakkingsafval (eisen aan zware metalen)
15Wet milieugevaarlijke stoffen>Besluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (par. 5 benzeen)
16Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (par. 4 hexachloorethaan)
17Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit ozonlaagafbrekende stoffen wms 2003 (procducentenl)
18KernenergiewetBesluit vervoer splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen/vergunninghouders (kerntransporten)
19Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit organisch Halogeengehalte van Brandstoffen
20Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (par. 3 gechloreerde koolwaterstoffen)
21Wet milieugevaarlijke stoffen&Productenbesluiten asbest (asbest in producten)
22Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit zwavelgehalte brandstoffen Wlv (binnenvaart)
23Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit zwavelgehalte brandstoffen Wlv (landbouw)
24Wet milieubeheerBesluit Kca-logo
25Wet milieubeheerBesluit beheer batterijen
26Wet milieugevaarlijke stoffen>Besluit in- en uitvoer milieugevaarlijke stoffen (importeurs)
27Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit Kwikhoudende producten Wms 1998
28Wet milieugevaarlijke stoffenDBB-besluit
29Wet milieugevaarlijke stoffenUgilec 121, Ugilec 141 en DBBT-besluit
30Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit kwaliteitseisen brandstoffen wegverkeer
31Wet milieubeheerBesluit beheer autowrakken (mededelingsplicht voor producenten en importeurs)
32Wet milieubeheerRegeling beheer autowrakken
33Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit implementatie EG-verbodsrichtlijn Wms 1998 (Besluit PCP)
34Wet milieugevaarlijke stoffenBesluit gechloreerde parafines Wms
   
Ruimtelijke Ordening
1Nota Ruimte&Borging van de veiligheid tegen overstromingen (provincies)
2TracewetTracebesluit (geluid)
3Nota Ruimte>>&Borging en ontwikkeling van bijzondere landschappelijke en cultuur historische waarden
4Nota Ruimte&Borging en ontwikkeling van natuurwaarden (provincies)
5Nota Ruimte&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (provincies) (Versterking luchthavenSchiphol (RHS))
6Nota Ruimte>>&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (provincies) (Bevordering ontwikkeling TOP-projecten (RHS))
7Nota RuimteBorging en ont wikkeling van bijzondere landschappelijke en cultuur historische waarden (provincies)
8Nota RuimteBorging en ont wikkeling van bijzondere landschappelijke en cultuur historische waarden (gemeenten)
9Nota RuimteBorging van de veiligheid van het IJsselmeergebied met behoud van (inter)nationale ruimtelijke waarden (Borging ruimte voor dijkversterking) (RHS) (provincies)
10Nota Ruimte>>&Voorkoming knelpunten bij de ondergrondse ordening (provincies)
11Nota Ruimte>>&Vergroten van de concurrentiepositie van de Randstad als geheel (provincies)
12Nota Ruimte>>&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (clustering van chemische bedrijven) (doelgroep provincies)
13Besluit op de Ruimtelijke ordening&Besluit op de Ruimtelijke Ordening (handhaving watertoets, provincies)
14Nota Ruimte&Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (300 hectare Hoeksewaard) (doelgroep provincies)
15PKB's>PKB Nota Waddenzee 1993 ( provincies)
16PKB's>>Structuurschema Buisleidingen(EZ)
17Vuurwerkbesluit WMS)Vuurwerkbesluit WMS (Ro zonering provincies)
18Vogel- en Habitat richtlijnVogel- en Habitat richtlijn (provincies)
19Flora en FaunawetFlora en Faunawet (Ro, provincies)
20Nota Ruimte&Verbetering van de bereikbaarheid

Legenda –

>> Door de experts als niet handhaabaar, uitvoerbaar en/of fraudebestendige regelgeving bestempeld

> Door experts als matig handhaafbaar, uitvoerbaar en/of fraudebestendige regelgeving bestempeld

& Nieuwe of niet eerder opgenomen regeling of risico en/of naleefgedrag gewijzigd in evaluatieronde 2005

* Als gevolg van politieke wens.

Interbestuurlijk toezicht
Groot risico/Groot nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Wet milieubeheerBesluit externe veiligheid inrichtingen (wm-vergunningen)
2WoningwetWoninwet: sloop (incl asbestverw.)
3Wet explosieven voor civiel gebruik (2e lijn)Wet explosieven voor civiel gebruik (de wet zelf)
4Wet geluidhinder>>Wet geluidhinder (Overheden)
5Wet milieubeheerBesluit Risico's Zware Ongevallen
6Wet milieugevaarlijke stoffen>>&Vuurwerkbesluit (opslag consumentenvuurwerk, bezigers NL)
7Wet milieubeheerWet milieubeheer (top 450 bedrijven, vergunningverlening/ handhaving)
8Wet milieubeheerLAP Landelijk afval beheerplan (ketenhandhaving)
9WoningwetWoningwet: nieuwbouw
10WoningwetWoningwet: bouwtechnische eisen aan bestaande bouw
11WoningwetWoningwet: brandveilig gebruik bestaande bouw
12Wet milieubeheerArt. 10 Wm zorgplicht afvalstoffen
13Huisvestingswet>>Huisvestingswet(onrechtmatige bewoning)
14Wet BodembeschermingWet Bodembescherming
15Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit luchtkwaliteit (rapportage aan EU)
16Wet milieubeheerWet milieubeheer (risicovollebranches en concerns, niet zijnde top 450, vergunningverlening / handhaving)
17HuisvestingswetHuisvestingswet(statushouders)
18Wet milieubeheerWet milieubeheer (overige bedrijven, vergunningverlening/ handhaving)
   
Ruimtelijke Ordening
1Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan(handhaving ruimte voor de rivier) (gemeenten)
2Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan(handhaving externe veiligheid stedelijk gebied, vuurwerkbedrijven, Besluit Luchtkwaliteit en besluit ext. veil. inrichtingen) (gemeenten)
3Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan(handhaving EHS, Vogel- en Habitatrichtlijn, Flora- en Faunawet)
4Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan (handhaving 2e nota PKB Waddenzee) (gemeenten)
5Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan(handhaving permanente bewoning recreatiewoningen) (gemeenten)*
Interbestuurlijk toezicht
Groot risico, Klein nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Wet inzake de luchtverontreiniging>>Besluit verbranding afvalstoffen(BVA)
2LuchtvaartwetDeelname commissies (Schiphol)
3Wet geluidhinderWet geluidhinder (industrie zonering)
4Wet milieubeheerWet milieubeheer 8.40 AmvB's besluit LPGtankstations milieubeheer
5Wet milieubeheerWet milieubeheer 8.40 AmvB's besluit chemische wasserijen milieubeheer
Interbestuurlijk toezicht
Klein risico, Groot nalevingstekort
Wonen en Milieu
1Wet Bodembescherming>>Bouwstoffenbesluit
2Wet inzake de luchtverontreiniging>>Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer B
3Wet milieubeheerWet milieubeheer 8.40 AmvB's (zonder chem wasserijen, en lpg-tankstations)
4Wet milieubeheer>>Besluit stortplaatsen en stortverboden (BSSA)
5Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings en -verwervingsgebiedenWet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings en -verwervingsgebieden
6Wet milieubeheerOplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijnen milieubeheer
7Wet verontreiniging oppervlaktewaterenWet Verontreiniging oppervlaktewater: algemene voorschriften tav lozingen
8Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit uitvoering EG-ozonrichtlijn
9Wet BodembeschermingLozingsbesluit bodembescherming (burgers)
10Wet BodembeschermingLozingsbesluit bodembescherming (bedrijven)
11Wet BodembeschermingStortbesluit (Stortplaatsen)
12Wet milieubeheerLAP Landelijk afval beheerplan (minimum standaarden)
13HuisvestingswetHuisvestingswet(overige onderwerpen, object gericht)
14Wet milieubeheerVerbod op storten en verbranden buiten inrichtingen
15BestrijdingsmiddelenwetLozingenbesluit open teelt en veehouderij
16Wet BodembeschermingStortbesluit (Overheidsbedrijven)
17HuisvestingswetHuisvestingswet(overige onderwerpen, subject gericht)
18HuisvestingswetHuisvestingsbesluit
19Wet milieubeheer>>Instructieregeling lozingsvoorschriften niet inrichtingen milieubeheer
20Wet op de Ammoniak en veehouderijWet op de Ammoniak en veehouderij
21Wet op de OpenluchtrecreatieWet op de Openluchtrecreatie
22Wet milieubeheerWet milieubeheer 8.40 AmvB's afvalwater
23Wet milieubeheer>>Besluit propaan in de bouw milieubeheer
   
Ruimtelijke Ordening
1Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan(handhaving overig buitengebied) (gemeenten)
2Wet op de Ruimtelijke OrdeningUitvoering bestemmingsplan– handhaving (gebieden aangewezen in kader restrictief beleid en bufferzones) (gemeenten)
Interbestuurlijk toezicht
Klein risico, Klein nalevingstekort
Wonen en Milieu
1LuchtvaartwetDeelname commissies (burgerluchtvaartterreinen behalve Schiphol)
2Wet inzake de luchtverontreiniging>>Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
3Wet op de lijkbezorging en omhulselbesluitWet op de lijkbezorging en omhulselbesluit
4Wet BodembeschermingBesluit opslaan in ondergrondse tanks
5Wet BodembeschermingBesluit verplicht bodemonderzoekbedrijfsterreinen
6Wet milieubeheerBesluit scheiden en gescheiden houden
7Wet hygiene en veiligheid bad- en zweminrichtingWet hygiene en veiligheid bad- en zweminrichting (bad- en zweminrichtingen)
8Wet inzake de luchtverontreinigingBesluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken
9Wet milieubeheerAsbestbesluit wm
10Wet milieubeheerBesluit beheer autowrakken (instructie autosloperijen)
11Wet BodembeschermingInfiltratiebesluit bodembescherming
12Wet milieubeheer>>Besluit emissie-eisen titaandioxide-inrichtingen

Legenda

>> Door experts als niet handhaafbaar, uitvoerbaar en/of fraudebestendige regelgeving bestempeld

& Nieuwe of niet eerder opgenomen regeling of risico en/of naleefgedrag gewijzigd in evaluatieronde 2005

* Als gevolg van politieke wens

11. BIJLAGE 5. MOTIES EN TOEZEGGINGEN

BIJLAGE MOTIES EN TOEZEGGINGEN BEHORENDE BIJ DE ONTWERPBEGROTING 2006 VAN HET MINISTERIE VAN VROM

A. OVERZICHT VAN DE MOTIES MILIEUBEHEER

OmschrijvingKamerstuknummerStand van Zaken
Motie Van der Vlies Verzoekt de regering in het najaar van 2004 met voorstellen te komen om mestbe- en verwerking te stimuleren en tevens voorstellen te doen om belemmeringen zoveel mogelijk weg te nemen.28 385 XI, nr. 45Afgedaan met: Via brief aan de TK, d.d. 13-12-2004 (TK, 2004–2005, 28 385 en 26 729, nr. 45)
Koopmans, Verbugt c.s. Verzoek indien de alternatieven niet haalbaar zijn, de benodigde financiële middelen te onttrekken aan de Modernisering fase 2 van de Maasroute door fasering van dit project, zonder dat daarbij de veiligheid in het geding wordt gebracht teneinde een voor de emplacementen Roosendaal en Venlo gedragen oplossingen te vinden.27 628 XI, nr. 5Afgedaan met: Deze motie hoort niet bij VROM.
Verzoek om de Kamer voor 1 oktober 2004 duidelijkheid te verschaffen over het instrument voor gemeenten ter finan-ciering van de gemeentelijke watersysteemtaken. Actie BWL: overleg met V&W, BZK en Fin. Stand van zaken: 1e overleg verliep stroef29 428 XI, nr. 6Afgedaan met: TK, 2004–2005, 29 428, nr. 6
Spies (CDA), De Krom (VVD), v.d. Ham (D66), Samson (PvdA), Duyvendak (GL), Van Velzen (SP); verzoekt de regering de conclusies van het onderzoek van CE als vertrekpunt te nemen voor de beleidsvoorstellen tav het toekomstig klimaatbeleid28 240, nr. 26Evaluatienota verschijnt in oktober-2005
Verzoek aan de regering om:Alles te ondernemen in Europees verband om tot een gezamenlijke effectieve opstelling van de EU te komen teneinde import en handel van niet duurzaam geproduceerd hout te ontmoedigen en het gebruik van duurzaam geproduceerd hout te bevorderen(23 982–26 998)Afgedaan met: Afgehandeld bij brieven aan TK kvI 2004062515 dd 2 juli 2004 en vervolgens KvI 2005014168 dd 16 febr. 2005.
Verzoek om onderzoek naar de mogelijkheden van een wetswijziging tot beper- king kring direct belanghebbenden in verband met lokale overlast of hinder.20 600 XI, nr. 29Afgedaan met: De EK heeft op 24 mei wetsvoorstel 29 421 aangenomen. De Wet treedt binnenkort in werking. Daarmee is de actio popularis geschrapt.
Vormgeven dematerialisatiebeleid. De motie vraagt een monitoringsprogramma op te zetten om de route van materiaalstromen door de economie te volgen; voorstellen voor dematerialisatiebeleid en het invullen van producentenverantwoor- delijkheid te ontwikkelen; te onderzoeken of een materialenheffing een geschikt dematerialisatie-instrument is; en de kamer hierover te informeren.20 600 XI, nr. 29Afgedaan met: NMP4 MT
Motie over verschil in stortkosten voor afval in Nederland en Duitsland27 664, nr. 21 
Aan het Kabinet is verzocht om in overleg met het bedrijfsleven de waarde en inhoud van keurmerken te toetsen en te stroomlijnen door middel van een systeem van benchmarking en de Kamer daarover nader te informeren. 28 000 XI, nr. 36Afgedaan met start project «platform duurzaamheidscriteria producten».
verzoek aan de regering een commissie van wetgevingsjuristen in te stellen om de mogelijkheden na te gaan van het inte- greren van milieu- en natuurwetgeving in één integrale wet29 383, nr. 8Het probleem is opgelost, doordat de natuurbeschermingswetvergunning wordt meegenomen in de VROM-vergunning (omgevingsvergunning). Dat zal een dezer dagen aan de Kamer worden meegedeeld.
N.a.v. AO IBO bekostiging waterbeheer; TK informeren over de verbetering van doelmatig-heid en voortgang van samenwerking. TK 29 428, 3Afgedaan met: UB [12-07-2005] Rapportage samenwerking in de waterketen.
Verzoekt de regering het uitvoeringsbesluit Wbm zo aan te passen dat secundaire bouwstoffen die voldoen aan het bouwstoffenbesluit niet onder WBM vallen (motie is technisch geformuleerd)nr. 27Het Uitvoeringsbesluit Wbm is conform de motie aangepast en van kracht.
Verzoekt de regering de in de AWB wettelijk vastgelegde vergunningstermijnen en de termijnen voor beroep en bezwaar te verkortennr. 28Afgedaan met: Motie is beantwoord in de brief van de Minister van Justitie van 14 april 2005 (29 279 nr. 21). Daarmee is de motie afgedaan. Over die brief vindt op 16 juni nog wel een AO in de Kamer plaats.
Verzoekt de regering om tijdens de Europese Top in het voorjaar van 2005 te bepleiten de waterstofambitie tot een van de duurzaamheiddoelen van de Lissabonagenda te maken. nr. 32Afgedaan met: Eco-efficiënte innovaties (zoals waterstof) kunnen een belangrijk aspect van de Lissabonstrategie vormen. Dit zal tijdens de Europese top worden uitgedragen. Hiermee wordt de strekking van de motie uitgevoerd.
Over een wijziging van de Gemeente- en provinciewet teneinde lokale en provinciale overheden te verplichten gedoogbeschikkingen actief ter beschikking te stellen via internet22 343 XI, nr. 83Momenteel wordt onderzocht en afgestemd bij welke projecten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit aansluit (Actieprogramma Elektronische Overheid). Dit om integraal beleid te vormen en niet slechts voor een aantal beschikkingen, te weten gedoogbeschikkingen, apart beleid op te stellen. Brief hierover is op 1 oktober 2004 naar TK verstuurd (kenmerk SB/RB/2004088062)
Feenstra c.s. Verzoek om een eenduidige systematiek voor het vaststellen van (basis) milieukwaliteiten (met afwijkingsgronden) t.b.v. de wijziging van de Wet milieubeheer. Overleg hierover met IPO en VNG.27 400 XI, nr. 15Afgedaan met: De Tk wordt elk jaar via de begrotingstoelich- ting geinformeerd over de stand van zaken van MILO
Verzoekt de regering het RIVM opdracht te geven een multicriteria-analyse uit te werken (comparative risk). nr. 29Gezien de breedte van het onderzoek is een eindrapportage niet voor het eind van 2005 te verwachten.

B. OVERZICHT VAN DE TOEZEGGINGEN MILIEUBEHEER

OmschrijvingVindplaatsStand van Zaken
Het Kabinet zal nav het RIVM rapport, nuchter omgaan met risico's «een beleidsnotitie maken, die als kader zal dienen voor een discussie over heel concrete zaken24-09-2003 Kamerstukken II 2003–2004 29 200 XI nr. 6 AO TK Opslag en vervoer gevaarlijke stoffenAfgedaan met: Actie is afgerond. Op 30 januari 2004 is hierover een brief aan de TK toegestuurd. Na kabinetsbehandeling volgt nog; kabinetsstandpunt richting Kamer.
AKZO Nobel (chloortransporten). De staatssecretaris is bereid, in overleg met het bedrijf te komen tot een onafhankelijke beoordeling van de incidentele transporten.05-12-02 Kamerstukken II 2002/200322343 nr. 74Afgedaan met: De TK is op 22 juni 2004 geïnformeerd van de afronding van dit dossier; t.w. volledige instemming van de Europese Commissie met de NL aanpak.
Nucleaire zaken. Overleg met BuZa over eventuele aanpassing Euratom verdrag22-06-2004 Verslag AO, TK 2003–2004Afgedaan
Milieuraad. De TK zal schriftelijk worden geïnformeerd over de vraag of de concept verordening (inz. gefluoriseerde broeikasgassen) verder gaat dan de bepaling in de WMS.AO TK 12-02-2004Afgedaan met: Brief is uitgegaan op 21-07-04 K112803–200421501 nr. 183
AmmoniakAO TK ammoniak 17 juniAfgedaan met: bij brief van 23 juli 2004, TK 2003–2004, 24 445, nr. 70.
Milieujaarverslagen. Minister geeft aan dat criteria die aan de wettelijk verplichte rapportage van bedrijven worden gesteld scherper mogen worden en dat de verplichte rapportage voor meer bedrijvenmag gelden.11-12-01 Kamerstuk 2001–2002 22 343, nr. 65, AO TK milieuwethandhavingAfgedaan met: Actie is afgerond. Bij brief van 18 augustus 2004 (TK 28 663) is de TK geïnformeerd over de resultaten van het evaluatie-onderzoek en is medegedeeld dat op korte termijn voorstellen zullen worden gedaan.
VROM-vergunning. Kamer zal worden geïnformeerd over de VROM-vergunningAO Handhaving 16 september 2004 29 800 XI, nr. 9Afgedaan met: brief van 210904, DGM/SB 2004079384
Herijking regelgeving. In mei 2004 volgt nadere informatie over de vormgeving van de VROM-vergunning.Kamerstuk 29 383, nr. 9, pag. 21Afgedaan met: Zie de brieven van 7 juni 2004 (29 383, nr. 12) en 23 september 2004 (29 383, nr. 18).
Schroot. Staatssecretaris zegt toe Kamer te informeren over tussenopslag COVRA ten opzichte van andere mogelijkheden.kamerstukken 2002–2003 22 343, nr. 754 december 2002Afgedaan met: brief naar Kamer d.d. 27-09-2004 (22 343, nr. 95).
Herijking regelgeving. Medio 2004 wordt een voorstel gedaan over de invoering van de positie van de Europese milieuregelgeving op het gebied van milieubeoordeling irt de positie van de mer. Kamerstuk 29 383, nr. 9, pag. 25Afgedaan met: wetsvoorstel (nr. 29 811, nr. 2) strategische milieubeoordeling is 28 september 2004 naar de Kamer gezonden.
Herijking. De Kamer zal worden bericht over tijdschema herziening regelgeving (per regel) incl. effecten van de herijkingAO Handhaving 16 september 2004 29 800 XI, nr. 9Afgedaan met: brief van 25-10-2004 (29 383, nr. 20)
Verpakkingen en PetflessenAO TK 22 juni 2004Afgedaan met: brief van 20 aug 2004 nr. SAS2004080796. Voorts zijn aan de TK gezonden:de NRSV-studie 2 sep 2004 nr. SAS2004085202, Het Rapport PET 5 okt 2004 nr. 2004095065 en Jaarverslag Commissie Verpakkingen 25 okt 2004 nr. SAS 2004100465.
Afhandeling overhandigde brieven (van De Krom, o.a. over self storageAO Handhaving 16 september 2004 29 800 XI, nr. 9Afgedaan met: brief over self-storage is op 28-10-2004 naar de TK gegaan (22 343, nr. 97). Brief aan De Krom voor de overige onderwerpen is verstuurd (SB/RB2004128638
De Kamer zal worden geïnformeerd over het register risicosituaties gevaarlijke stoffen(met name over de advisering van de AIVD)24-09-2003 Kamerstukken II 2003–2004 29 200 XI nr. 6 AO TK Opslag en vervoer gevaarlijke stoffenAfgedaan met: De wijziging van de Wm ivm het register is 8 december in de Kamer besproken (2876TK) en aangenomen.
Milieuraad. Follow-up WSSD/Top van Johannesburg: a) verdere uitwerking van de follow-up WSSD wordt in de week van 14 oktober aan de TK gezonden; b) een uitgewerkt plan voor een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling volgt in een later stadium aan de TK.10-10-02 Kamerstukken II 2002–2003 21 501-08, nr. 151 AO TK MilieuraadAfgedaan met: verzonden aan de Kamer (23 december 2004, DGM/SB2004120761).
AKZO Nobel (chloortransporten). De staatssecretaris zegt toe, naar het punt – ministeries zijn niet verantwoordelijk voor het scheppen van vervangende werkgelegenheid – te kijken en de Kamer via een brief op de hoogte te stellen van zijn bevindingen. 05-12-02 Kamerstukken II 2002/2003 22 343 nr. 74Afgedaan met: Is overbodig geworden, omdat bonden (met instemming van de OR) en AKZO Nobel voor de vestiging Hengelo een zeer goed sociaal plan hebben vastgesteld waardoor werknemers opnieuw geplaatst kunnen worden dan wel vervroegd uit kunnen treden.
Milieuraad. Zwavelgehalte scheepsbrandstoffen: schriftelijke informatie over al dan niet bestaan van flexibiliteit in de richtlijn zwavelgehalte scheepsbrand- stoffen (0,2% versus 1,5%).24-04-03 Kamerstukken II 2002–2003 26 215-01, nr. 165 AO TK MilieuraadIs afgedaan middels brief DGM/2003078197
Opslag en vervoer gevaarlijke stoffen. De minister zegt toe om samen met minister V&W een reactie (kabinetsbrede standpunt) te geven over het advies van de VROM-raad en de Raad voor Verkeer en Waterstaat en dit begin 2004 aan de Kamer toe te zenden.24-09-2003 Kamerstukken II 2003–2004 29 200 XI nr. 6 AO TK Opslag en vervoer gevaarlijke stoffenAfgedaan met: De Kabinetsreactie is in de MR van 17 december vastgesteld. Afgehandeld.
Opslag en vervoer gevaarlijke stoffen. De minister zegt toe dat de resultaten van de ketenstudies eind 2003 aan de Kamer worden toegezonden (incl. een totaalbeeld van de afspraken die in de rapportage zijn gemaakt).24-09-2003 Kamerstukken II 2003–2004 29 200 XI nr. 6 AO TK Opslag en vervoer gevaarlijke stoffenAfgedaan met: De rapportage Ketenstudies zal met het Kabinetsstandpunt 22 december 2004 in de MR worden afgesteld. Afgehandeld.
BiotechnologieDe Kamer zal medio 2004 worden geïnformeerd over de lastenverlichting, de vereenvoudiging en de stroomlijning van wet- en regelgeving op het gebied van de biotechnologieAO TK Biotechnologie 05-11-2003, TK 2003–2004, 27 428, nr. 44Kabinetsstandpunt is inmiddels naar de TK verstuurd (TK 2004–2005, 27 428 nr. 55)
Toezegging AO riooloverstorten. Afschrift antwoord brief stichting naar TKTKAfgedaan met: (TK, 2004–2005, 25 890, nr. 29)
Toezegging minister Dekker:Reactie op de voorstellen Duurzame koffertjes aan TK te zendenTK1 Afgedaan met:UB [11-05-2005] Afhandeling Duurzame koffertje
Toezegging Meststoffenwet M.b.t. termijn herziening meetnormen; vraag Oplaat07-11-02 Kamerstukken II 2002–2003 28 385 nr. 12 AO TK evaluatie meststoffenwet 19-05-2004 28 385, nr. 26 28-04-2004 28 385, nr. 25Afgedaan met: TK, 2004–2005, 28 385 en 26 729, nr. 43
Toezegging Stank; Informeren TK middels briefAO TK stank 10 juniAfgedaan met: VROM 040654 en TK 2003–2004, 27 835, nr. 26
Toezenden bijlagen bij rapport Trendbox aan TKAO Verpakkingen, 3 maart 2005Afgedaan met: kamerstuk 28 694-16 jaar 2004–2005 op 21 maart 2005
Geven van analyse over afzet compost in het nieuwe mestgebruiksnormenstelsel (Koopmans/CDA en Krom/VVD. TK AO afval, 17 november 2004Afgedaan met: UB [28-04-2005] Afbakening afvalstoffenregelgeving en meststoffenregelgeving, afzet compost en relatie compost en C02 (de «groene brief»)
Wijziging Wet Bodembescherming Uitleg over toepassen saneringsplicht bij beperkt budget overheidPlenair debat TK08/10/2004Afgedaan met: Brief aan TK d.d. 5 april 2005, kenmerk LMV 2005000779
De Kamer krijgt binnen 1 maand nadere info/kabinetsreactie op het rapport van de cie-Van DijkAO TK Biotechnologie, 25 januari 2005Besproken in AO dd 16 juni en VAO dd 22 juni. Motie over 0.1% aangenomen.
Toezenden bijlage bij rapport Trendbox aan TKAO TK Verpakkingen, 3 maart 2005Afgedaan met: kamerstuk 28 694-16 jaar 2004–2005, 21 maart 2005
Besluit beheer verpakkingen en papier en karton zsm aan de TK zendenAO TK Verpakkingen, 3 maart 200514 april verzonden met nota MJZ 2005039312
Notitie over de KCB: toekomstscenario's, mogelijke opties, vergelijking met buitenland (vnl. België en Duitsland), onderliggende rapporten, bandbreedte, cijfers, duurzame energie, schadevergoeding, schadevergoeding investeren in duurzame energie, ook optie meenemen van verlieslijdende centrale. Interpellatiedebat TK Kernenergiecentrale Borssele, 24 februari 2005Afgedaan met: UB [29-04-2005] Besluitvorming kerncentrale Borssele
Notitie over de KCB: toekomstscenario's, mogelijke opties, vergelijking met buitenland (vnl. Belgie en Duitsland), onderliggende rapporten, bandbreedte, cijfers, duurzame energie, schadevergoeding, schadevergoeding investeren in duurzame energie, ook optie meenemen van verlieslijdende centrale.Interpellatiedebat TK Kernenergiecentrale Borssele, 24 februari 2005Afgedaan met: UB [29-04-2005] Besluitvorming kerncentrale Borssele
Staatssecretaris heeft aangegeven dat bij de inzet van NL in de EU (bij de discussie over post-Kyotobeleid in de Milieuraad en de Voorjaarsraad) uitbreiding van de deelname tot veel landen (participatie) en verbinding met andere milieuthema's belangrijk is. Belangrijker nog dan vasthouden aan de -30% doelstelling in 2020. AO Klimaatbeleid met vaste commissies voor VROMAfgedaan met: Met vaststelling dat deze lijn wort gevolgd.
Nucleaire zaken Informatie aan EPZ vragen over bestemming Plutonium van Borssele22-06-2004 Verslag AO,TK 2003–2004Afgedaan met: UB [29-04-2005] Besluitvorming kerncentrale Borssele
TK krijgt schriftelijke info over uitkomst onderzoek E-PRTRAO Milieuraad, BNC-fiches, rapportage beleidsdossier hout van 9 maart 2005Afgedaan met: Info naar de TK
INSPIRE Stas informeert TK over voordelen INSPIRE en zend kosten-batenanalyse toe. AO Milieuraad 9 maart 2005Afgedaan met: UB [21-06-2005] Toezending resultaten onderzoek naar de kosten en baten van de ontwerprichtlijn INSPIRE in Nederland
Dakafval: Mogelijkheden aanpassing regelgeving worden bezien. Ook wordt gekeken naar tussenoplossingen voor bedrijven die nu procedures hebben lopen.AO Afval, 17 maart 2005 
De vraag over de ontwikkelingen rond avibodemas zal per brief worden beantwoordAO Afval, 17 maart 2005Afgedaan met: UB [19-07-2005] Hoofdlijnen prioritaire projecten uitvoeringsprogramma bodembeleid.
Stas zal de Kamer binnenkort infomeren over het programma Klimaat voor Ruimte, om de Kamer indruk te geven van wat we doen op het gebied van adaptatie aan klimaatverandering.AO KlimaatbeleidAfgehandeld bij brief dd 4 april 2005, kenm. KvI2005034512.
De Staatssecretaris zal de Kamer in april 2005 informeren over supplementariteit, i.e. het onderzoekdat we daar naar hebben laten doen en wat we hierover aan de EC hebben gerapporteerd.AO Klimaatbeleid 9 maart 2005Voortgangsrapport klimaatbeleid voor EUeind juni naar TK.
Nav voorstel voor motie van Duyvendak (GL) heeft de Stas toegezegd dat hij zijn best zal doen binnen twee weken antwoord te geven op vraag of het mogelijk is het parkeertarief te differentieren obv de milieuprestaties van een auto. Dit is gemeentebeleid, Van Geel zal hiervoor contact opnemen met minBZK.VAO Klimaatbeleid 15 maart 2005Afgedaan met: UB [03-06-2005] Reactie op motie Duyvendak betreffende differentiatie parkeerbelasting
Informeren stand van zaken Venlo, financienAO Externe Veiligheid 23 maart 200511 april brief uit DGR/S89
De Staatssecretaris zal onderzoeken, wat de mogelijkheden zijn van regionale coalities (b.v. met regio rond Beijing???) binnen internationaal klimaatbeleid. AO Klimaatbeleid 9 maart 2005Zal worden afgehandeld in de 2e Evaluatienota Klimaatbeleid.
De kabinetsreactie op de Milieubalans 2005, ontvangt u op 18 mei 2005Uitreiking milieubalans, onder embargo, 10 meiUitstelbriefje kabinetsreactie op 13 mei uitgegaan DBM 2005022165 Verwacht: medio juni 2005
De Kabinetsreactie op de Milieubalans 2005 ontvangt u (= vz. TK) op 18 mei 2005Aanbieding van de Milieubalans, onder embargo, 10 mei 2005medio juni 2005 zal de kabinetsreactie Milieubalans 2005 aan de TK worden aangeboden.
BRZO/veiligheid. Controle actie op uitvoering BRZO vindt in tweede halfjaar 2003 plaats. TK 27 664, no. 6Afgedaan met: brief met rapporten naar de TK d.d. 041109 (VROM041000)
Toezegging herziening waterleidingwet;Vastleggen kerntaken en activiteiten waterleidingbedrijven in wetBrief aan de TK 27 mei 2003 inzake industriewaterHet wetsvoorstel voor de nieuwe Drinkwaterwet gaat na de zomer naar de RMC.
De Kamer: Zal worden geïnformeerd over wat wordt gedaan met de aanbevelingen uit het VROM-Inspectie rapport «Op de korrel» ten aanzien van de herziening van het Bouwstoffenbesluit met name wat betreft het vergroten van het minimaal in een werk toe te passen volume AVI-bodemas en het overwegen van een vergunningenregime voor werken met AVI-bodemas. TK AO bodem, 10 november 2004Afgedaan met: UB [19-07-2005] Hoofdlijnen prioritaire projecten uitvoeringsprogramma bodembeleid.
Op het AO van 10 november 2004 was de Kamer begin 2005 een brief toegezegd over de aanpassing van de Meststoffen wetgeving met daarbij aandacht voor de– het stimuleren van de afzet van compost door aanpassing BOOM.– de relatie tussen composteren en CO2 emissies– innovatieve composteertechnieken– plantaardige reststoffen uit de voedings- en genotsmiddelen industrie– niet van toepassing zijn afvalstoffenwetgeving als een handeling is toe- gestaan op grond van de meststoffenwetgeving (handhaving meenemen). Deze toezegging is herbevestigd.Algemeen Overleg Afval 17 maart 2005Afgedaan met: UB [28-04-2005] Afbakening afvalstoffenregelgeving en meststoffenregelgeving, afzet compost en relatie compost en C02 (de «groene brief»)
In het kader van de herziening van het besluit lozingenvoorschriften zullen de voor- en nadelen van voedselrestvermalers in beeld gebracht worden en wordt de Kamer geïnformeerd.Algemeen Overleg Afval, 17 maart 2005Afgedaan met: Brief op 11-07-2005 naar TK (kenmerk BWL/2005158768)
Champignonvoetjes: het onderzoeksprotocol en de resultaten van het onderzoek op basis van het protocol worden aan de Kamer voorgelegd.Algemeen Overleg Afval, 17 maart 2005Op 4-05-2005 is het Protocol champignonvoetjes aan de TK verzonden. Tijdens het AO Afval op 21 juni is de TK geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek.
Milieu en mobiliteit. Het kabinet zal de brief over duurzaamheid begin juni aan de Tweede Kamer doen toekomen.PA [19-5-2005] Verantwoordingsdebat jaarverslagen 2004 
Begrotingsbehandeling 2001. Er zal aan de SER om advies gevraagd worden over sanering van milieukeuren.31-10-00 Handelingen II 2000–2001, nr. 15, blz. 1093Afgedaan met: Briefnrs. voor beide brieven aan de EK en TK: 2004092200 d.d. 01-01-2005.
Asbest Epidemiologisch onderzoek. Rond 1 juli 2004 informeert de Stas de Tweede Kamer over de mogelijkheden van epidemiologisch onderzoekonder de slachtoffers met mesothelioom. AO Milieuhandwet-having16 dec. 2003; kamerstukken 2003–2004, 25 834, nr. 24De resultaten van het epidemiologisch onderzoek worden medio september-oktober 2005 verwacht. de reden van de vertraging is erin gelegen dat het meer tijd gekost heeft dan verwacht om goedkeuring te krijgen van de betrokken ziekenhuizen voor het uitvoeren van het dossieronderzoek naar niet-beroepsgebonden mesothelioomslachtoffers.
Externe Veiligheid Voor eind 2003 neemt de minister een besluit over een nieuwe systematiek voor de berekening van het groepsrisico en over een nieuwe norm. De nieuwe systematiek en norm worden in de praktijk getoetst, en de norm in een AMVB vastgelegd.05-12-02 TK Kamerstukken II 2002/200 327 801 nr. 21 
Slaapverstoring Over een jaar zal een politiek besluit worden genomen over wat met de resultaten van het slaapversto- ringsonderzoek wordt gedaan. Daarbij zal worden bezien of er aanleiding is voor een tussentijdse aanpassing van het Luchthavenverkeersbesluit.13-03-03 TK Kamerstukken II 2002–200 326 959 nr. 3Afgedaan met:UB [27-04-2005] Kabinetsstandpunt nachtelijke geluidbelasting door vliegtuigverkeeren ecffecten op de slaap.
Nucleaire zaken Plan van aanpak sluiting Borsele. AO 23-10-2003 TKAfgedaan met: UB [29-04-2005] Besluitvorming kerncentrale Borssele
Externe veiligheid. Ik heb mij voorgenomen om u samen met mijn collega halfjaarlijkse voortgangsbrieven te zenden. Dat lijkt me beter dan dat ik een nieuwe nota stuur, omdat dan alles weer stil staat. Binnenkort komt er een AMvB en binnen een halfjaar nadat de brief is verstuurd krijgt u het eerste voortgangsoverzicht dat een substantieel karakter zal dragen.20-11-01 Handelingen II 2001–2002, 28 600 XI Begrotingsbehandeling TK 20, 22 en 27/11/01Afgedaan met: De vierde voortgangsrapportage is op 7 september 2004 naar de TK verzonden. De vierde voortgangsrapportage is op 7 september 2004 naar de TK verzonden. Actie is afgerond.
Asbest De Staatssecretaris zal een gesprek aangaan met Eternit. De TK zal hierover geïnformeerd worden. AO Asbest 09-06-2004 TKDe Belgische moedermaatschappij van Eternit heeft de NL directie tegengehouden om op vrijwillige basis een gesprek aan te gaan met de Stas. De Stas zal na de juridische mogelijkheden onderzoeken om het bedrijf aansprakelijk te stellen en op die basis een gesprek met hen aangaan.
Asbest Er zal schriftelijk worden gereageerd op het voorstel van de heer Samson voor het instellen van een Waarborgfonds.AO Asbest 09-06-2004 TKAfgedaan met: Brief aan TK d.d. 5 april 2005, kenmerk LMV 2005000779
Duurzame daadkrachtNotaoverleg 19 april 2004 AO Administratieve Lasten op 30 juni 2004 TKAfgedaan met: In de begroting 2005 is beschreven hoe de samenhang met de monitoring van de transities, de duurzaamheidverkenning en de begrotingen ingevuld wordt. Zie ook pagina 13.
Nucleaire zaken Brief van de Europese Commissie (inzake informatievoorziening over transacties met Pu en de rol van Euratom en de Lidstaten hierin) wordt aan de TK gezonden22-06-2004 Verslag AO, TK 2003–2004Afgedaan met: UB [29-04-2005] Besluitvorming kerncentrale Borssele
Asbest Informeren Tweede Kamer over de voorgang van de uitvoering van de saneringsregeling asbestwegen 2e faseTK AO asbest 9 juni 2004TK zal op de hoogte worden gebracht vwb uitvoering 2de fase wanneer de inventarisatie door de provincies is afgerond. De inventarisatie zal op zijn vroegst op 1 juli klaar zijn, zodat de TK na het zomerreces op de hoogte wordt gesteld.
Asbest Opstellen landelijk uniforme regels voor (tijdelijke) opslag, transport en (mobiel) reinigen van asbesthoudende grond, baggerspecie en puin(granulaat)TK AO asbest 9 juni 2004Toezegging over over asbest in bodem grond en puingranulaat en de handreiking tbv de uitvoering die door de provincies en gemeenten is gevraagd. De handreiking zal aan de TK worden gemeld voor 1 juli 2005.
Toezegging HerijkingTK AO 3 november 2004Afgedaan met: brief aan TK van 25-11-2004, 29 383 nr. 23
Biotechnologie Er zal een workshop worden georganiseerd om te inventariseren hoe andere EU-lidstaten omgaan met de ethische aspecten van de import van genetisch gemodificeerde dierenTK AO op 17 juni 2004De aangekondigde workshop zal waarschijnlijk in de eerste helft van 2006 plaatsvinden. Projectplan is opgesteld, organisaties worden nu aangeschreven om offerte uit te brengen. Er wordt samengewerkt met LNV en Europese commissie.
De AmvB verpakkingen zal najaar 2004 worden gepubliceerd; de mogelijkheid in het concept om meermaligheid verplicht voor te schrijven, wordt geschrapt. TK AO verpakkingen 8 en 16 september 2004I.o.m. het bedrijfsleven en VNG wordt bezien hoe de invoering van producentenverantwoordelijkheid zowel voor de korte als lange termijn gestalte kan worden gegeven.
1. De kamer nader berichten over de aanpassing van de Meststoffen wet- geving met daarbij aandacht voor- het stimuleren van de afzet van compost door aanpassing BOOM.- de relatie tussen composteren en CO2 emissies- innovatieve composteertechnieken- plantaardige reststoffen uit de voe- dings- en genotsmiddelen industrie- niet van toepassing zijn afvalstoffenwetgeving als een handeling is toe- gestaan op grond van de meststoffenwetgeving (handhaving meenemen).2. Alvorens de meststoffenwetgeving aan te passen, de voornemens per brief aan de Kamer meedelen.3. Kamervragen De Krom cs over afvalstoffen die worden gebruikt als bouwstof in het stortlichaam uiterlijk vrijdag 12–11 naar de Kamer sturen.4. Openstaande vragen van het AO per brief beantwoorden. Betreft Diftar (VROM inschakelen om gemeentente stimuleren/helpen), gemeenten die de hand lichten met gescheiden inzameling van gft-afval, taak en functioneren Platform Gelijkwaardig speelveld afval en biomassaTK AO Afvalbeheer 10 november 2004Afgedaan met: 12-11-04 naar de Kamer gestuurd brief SAS2004114887. Brief SAS2004119314, 30 november 2004
Toezegging AO IBO bekostiging waterbeheer; Informeren TK onderzoek één waterketentariefTK 2003–2004; Handelingen 91. Pag. 5867–5869. Debat nav AO 30/6/04 over IBO bekostiging waterbeheerAfgedaan met: UB [12-07-2005] Rapportage samenwerking in de waterketen.
Toezegging WMS. Informeren TKTKNog geen nieuwe ontwikkelingen.
Toezegging gassingen. Keuze regelgevingTK AO handhaving (medio 2003)Het rapport over de evaluatie van MJP-H is gereed. De beleidsrapportage wordt in september aan de TK aangeboden.
Toezegging ammoniak en stank; aanpassen AmvbTK1 Afgedaan met: Geen aparte brief naar TK gestuurd.
Ammoniak en stank Ter verwezenlijking van de herbegrenzing EHS (compensatie) bezien op welke wijze middelen van VROM- en LNV begroting kunnen worden aangewend binnen de criteria van bijvoor- beeld ruimtelijke kwaliteit. 15-01-02 Handelingen I nr. 15 Blz. 719–744 Wetsvoorstellen ammoniaken stank 15 en 29/01/021 Afgedaan met: Is meegenomen bij besluitvorming rond extra middelen in het regeerakkoord voor EHS en reconstructie.
Toezegging Bodemsanering10-04-02 Kamerstuk II; 2001–2002; 28 199, nr. 2; TK AO Bodemsanering 
Toezegging Biociden. InspanningsverplichtingTKAfgedaan met: (TK, 2004–2005, 27 858, nr. 51).
Riolering en afwateringDe drukte in de ondergrond neemt nog steeds toe. De Kamer stelt dat de kosten voor de rioleringszorg hierdoor worden verhoogd. In overleg met de Minister van RO zal worden bezien of hiervan rijkswege een ordenende taak is weggelegd03-12-02 Kamerstukken II 2002/2003 19 826, nr. 25 AO TK rioleringenAfgedaan met: (TK, 2003–2004, 29 387, nr. 5) Toezegging is overgedragen aan DGR. Er zijn brieven naar de TK gegaan vanuit DG (o.a. beleidsbrief ruimtelijke ordening ondergrond, TK 2004–2005, 29 387 en 28 663, nr. 7
Toezegging Glastuinbouw;Informeren TKAO TK glastuinbouw 17 juni1 Afgedaan met: Is geen toezegging aan de TK geweest om ze te informeren, is ook niet gebeurd. Gemeenten zijn wel geïnformeerd.
Toezegging BodemTK AO bodem op 10 juni 2004Afgedaan met: UB [19-07-2005] Hoofdlijnen prioritaire projecten uitvoeringsprogramma bodembeleid.
Toezegging Stas: Nadere info inzake afstemming tussen de afvalstoffenwet en de meststoffenwet (Koopmans/CDA en Krom/VVD)TK AO afval, 17 november 2004Afgedaan met: UB [28-04-2005] Afbakening afvalstoffenregelgeving en meststoffenregelgeving, afzet compost en relatie compost en C02 (de «groene brief»)
Toezegging duurzaam inkopen en hout Zo mogelijk nog voor de begrotingsbehan- deling zal de TK een programma gericht op duurzaam inkopen van houtworden toegezonden. TK AO Milieuraad 6 oktober 2004Afgedaan met: met toezenden rapportage duurzame bedrijfsvoering overheid aan TK bij brief KvI 200502792 dd. 3-03-2005.
Toezegging duurzaam inkopen en houtDe Stas zal uitzoeken hoe het zit met het inkoopbeleid v.w.b hout bij het min. van VenW. TK AO Milieuraad, 6 oktober 2004Afgedaan met: met informeren TK bij brief KvI 2005014168 dd. 16-02-2005.
Toezegging Illegale houtkapDe Stas zal de Kamer informatie doen toekomen over de eisen aan partnerships worden gesteld, de mogelijkheden voor een wettelijk bindend importverbod en onderzoek naar moge- lijkheden tot optreden tegen illegaal hout in NL.TK AO Milieuraad, 6 oktober 2004Afgedaan met: met informeren TK bij brief KvI 2005014168 dd. 16-2-2005.
Duurzaam inkopenIn nota over duurzaam inkopen wordt ook ingegaan op vermarkting innovatieve producten. Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Nota duurzaam inkopen.
Luchtkwaliteit Plan ligt in januari bij TKBegrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Brief aan vz TK d.d. 20 april 2005 kenmerk 2005042011
Geluidsoverlast BrommersStas zal mogelijke maatregelen tegengaan geluids-overlast brommers en scooters bekijken, anders dan in de brief van Min VenW al is aangegeven.Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Naar verwachting zal de brief aan de TK in de week van 15 augustus verzonden worden.
Doelennotitie irt begroting In de volgende begroting wordt een verbeterslag gemaakt om doelen scherper te omschrijven in termen van haalbaarheid en randvoorwaarden op basis van de doelen notitie. Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Is een aandachtspunt van het Dienstbureau, wordt opgepakt !
HerijkingMogelijkheid tot elektronische aanlevering voor 8.40 AmvB's en milieuvergunning begin 2005. Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Elektronische melding 8.40 AmvB's is reeds mogelijk via site van Infomil; Is aan de Tweede Kamer gemeld bij brief van 29 maart 2005 (vergaderjaar 2004–2005, 29 383, nr. 27)
Duurzaam inkopen Voor DI zullen afrekenbare doelstellingen iedere 2 jaar worden geëvalueerd. Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004 
Duurzaam inkopen Voor DI zal de mogelijkheid van een proefproject worden onderzocht. Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004SMOM tender duurzame bedrijfsvoering is uitgezet. Projecten gaan na 1 september van start. 
Deregulering. Nagegaan wordt hoe bij deregulering op rijksniveau kan worden voorkomen dat op decentraal niveau juist meer regelgeving komt.Begrotingsbehandeling TK Milieu d.d. 29/11/2004Het kabinet heeft op 9 november 2004 in de Code Interbestuurlijke Verhou-dingen met het IPO en de VNG afspraken gemaakt over het terugdringen van de lasten van provincies en gemeenten voor burgers, bedrijven en instellingen. Bij eerdere gelegenheden heeft de Minister aangegeven dat zij in het onver-hoopte geval dat alsnog van extra regels zou blijken, het IPO en de VNG daarop zal aanspreken. In het uiterste geval kan worden vastgelegd dat op een bepaald terrein regels van decentrale overheden niet mogen worden gesteld. Overigens is tot dusverre niet gebleken dat er extra regels op decentraal niveau komen, en er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit in de toekomst wel zal gebeuren.
In een brief over afronding van het voorzitterschap zal straks informatie volgen over de kwestie priori-tering van stoffen versus de registratie, en informatie over uitwisseling in relatie tot dierproeven. Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Brief 16 maart 2005 nummer DGM/SAS/2005028610
1) Tweede evaluatie van het convenant snel uitbesteden burger centraal 2) maart 2005: brief aan TK over a) 2-de evaluatieb) Europese dimensie cq aanpak (bespreking in Telecomraad) c) financiering onderzoek (onderzoeksfonds ism bedrijfsleven?) d) effect in NL van Duitse aanpak uitrol UMTS (weinige hoge masten ipv vele kleine) 3) vóór maart 2005: brief aan TK over aansprakelijkheidTK AO VC EZ en VROM 7 december 2004 over UMTS-Antenne convenantAfgedaan met: Nrs. 1 en 2 met brief EZ mede namens VROM aan TK 11-04-2005,Witte kamerstuknr. 27 561 nr. 23. Nr. 3 met brief van VROM aan TK 29-03-2005, witte kamerstuknr. 28 089 nr. 9
Wijziging Wet BodembeschermingTK periodiek betrekken bij afname adm. lastenPlenair debat TK08/10/2004Afgedaan met: wordt automatisch meegenomen in totale rapportages bij begroting en herijkingsoperaties. Aparte aandacht niet nodig.
Wijziging Wet Bodembescherming Overleg met VNG over nazorgplannenPlenair debat TK08/10/2004Afgedaan met: Brief aan TK d.d. 5 april 2005 kenmerk LMV 2005000779
Wijziging Wet Bodembescherming In de brief over bodemsaneringsbeleid, toegezegd in AO van 10/11/2004 wordt een reactie gegeven op het rapport van de Algemene RekenkamerAO TK10/11/2004Afgedaan met: Brief aan TK d.d. 5 april 2005 kernmerk LMV/2005000770
TK zal in de zomer van 2005 geïnformeerd worden over stroomlijnen procedures/regelgeving en het wegnemen van belemmeringen. Er zal worden gerapporteerd of de eerder voorgestelde procedurele verbeteringen effect hebben gehad. Ook zal worden gekeken naar de mogelijkheden en speelruimte in Europees verband.AO TK Biotechnologie 25 januari 2005Stand van zaken nog niet gewijzigd. Planning najaar 2005
De Stas zal de kwestie van het ethische toetsings-kader en de al of niet integratie van de 3 commissies nader bezien. Hij inventariseert de vragen die daarbij aan de orde zijn en zal die vragen met de Kamer bespreken.AO TK Biotechnologie 25 januari 2005Op ambtelijk niveau (VROM-LNV) gesprek geweest met TK-lid Ormel over de achtergronden en het probleem dat opgelost zou moeten worden door het instellen van een Raad voor de Ethiek en Biotechnologie.
Openbaarheid van veldproeven: de Stas zal samen met Brinkhorst met Donner gaan praten. ook zal de openbaarheid van veldproeven in EU-verband worden aangekaart.AO TK Biotechnologie, 25 januari 2005Afgedaan met: Brief uitgegaan 18 april 2005 met nr. SAS 2005037758
Toezegging Illegale houtkap. De Stas zal de wens van de TK een standpunt voor een invoerverbod voor illegaal gekapt hout in te nemen aan LNV doorgeven.AO TK Milieuraad 6 oktober 2004Brief KvI2005014168 d.d. 16 februari 2005.
Vuurwerk. Stas zal overleggen met gemeenten en provincies over 4e verkoopdag vuurwerkBegrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: VNG heeft de Stas per brief laten weten tegen een 4e verkoopdag te zijn. Afvoeren.
Koopmansgelden. Stas zal in overleg met LNV TK informeren over inzet koopmansgelden(budgetten 2006 2010)Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Brief is verzonden op 13 december. Afgehandeld (TK, 2004–2005, 29 939, nr. 1).
CO2 en emissiehandel. Handel in andere milieuonderwerpen(toezeggingen Samson)AO TK 31 maart CO2 en emissiehandelAfgedaan met: Brief is op 15 november 2004 (28 240, nr. 15) aan de Kamer gestuurd.
Korte notitie over de arbeidsrechtelijke (bedoeld is: bestuursrechtelijke) aspecten van ingrijpen in de positie van werkgever (bestuursorgaan) en werk-nemer (toezichthouder) (amendement 29 285, nr. 9). Plenaire behandeling wetsvoorstel handhavingstructuur (29 285) 8 december 2004Afgedaan met: Brief (briefnummer 2004 126 877) aan de TK is verzonden 10 december 2004
Toezending van een afschrift van het artikel in IPO Milieuwerk over het idee van een provinciale handhavingdienst.Plenaire behandeling wetsvoorstel handhavingstructuur (29 285) 8 december 2004Afgedaan met: Brief (nr. 2004126877) aan de TK is verzonden 10 december 2004.
REACH. Evenwichtig en samenhangend verhaal over kosten.baten van REACH22-04-2004, TK AO-MilieuraadAfgedaan met: Toezegging afgehandeld! middels gezamenlijke brief (15 oktober 2004) van VROM/EZ nav Nederlandse impactstudie REACH is aangegeven welke acties NL gaat ondernemen ivm het noodzakelijke evenwicht tussen kosten en baten.
Asbest. Opstellen protocol saneringscriterium voor asbestTK AO asbest 9 juni 2004Afgedaan met: Het protocol is gereed en aan de TK aangeboden met brief BWL/2004107346 van 29 nov 2004
De Staatssecretaris zal nog nagaan hoe het staat met beantwoording van schriftelijke vragen van mevrouw Van Velzen, (vragen voor Minister VWS) mbt alternatieven voor dierproeven, en de rol van Nederland in relatie tot inbreng in Europa.Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Brief van VWS van 10 jan 2005 nr. DBO-K-U-2547905 en 2040502400
In januari 2005 krijgt de Kamer informatie over de resultaten van de gehouden workshop over impact REACH ihkv voorzitterschap EU (oktober te Scheveningen).Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Brief van EZ van 17 februari 2005 nr. IO/O 5000809.
Over de implementatie via Hoofdstuk 9 van de wet Milieubeheer en voortgang van het proces, cq het Nederlandse traject in juridische zin volgt in 2005 meer informatie.Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Afgedaan met: Brief van VWS van 10 januari 2005 met nrs. DBO-K-U-2547905 en 2040502400 is naar de TK verzonden.
Toezegging Besluit LandbouwBij/na behandeling van de nieuwe Stankwet in de TK zullen de consequenties ervan voor dit besluit worden bezien. Nu al wordt zoveel mogelijk gekoppeld tussen de Stankwet en het Besluit landbouw.AO TK Ontwerp-Besluit Landbouw, 26 januari 2005Het ontwerp-besluit Landbouw gaat naar verwachting op 1 juli 2005 naar de Raad van State.
Nuchter Omgaan met Risico's (NOR)- aansprakelijkheid voor verplaatsen van de basisstations-kosten van negatieve gezondheidseffecten voor omwonenden bij negatieve gevolgen voor de gezondheid door basisstations of hoogspanningslijnenrapportage aan TK over situaties waarbij sprake is van belemmeringen bij het blussen van branden in woningen gelegen onder hoogspanningslijnen-informatie aan TK over reikwijdte NORTK AO 5 oktober 2004– Overleg met Bzk, EnergieNed en Ned. Ver. Branden Rampen-bestrijding. Een notitie aan de TK wordt in juli 2005 verwacht.– Reikwijdte NOR: Brief aan TK d.d. 4 maart 2005 (TK 2004–2005, 28 089 en 29 800 XI nr. 8)
Toezegging BiocidenRapporteren TKHandelingen 2001–2002; 2 juli 2002 ; EK over biociden nr. 32 p. 1532–1536Rapport van de evaluatie van MJP-H is gereed en beleidsrapportage wordt in september aan de TK aangeboden
Toezegging Biociden; stimulering alternatieven.Handelingen 2001–2002; 2 juli 2002; EK over biociden nr. 32 p. 1532–1536Rapport van de evaluatie van MJP-H is gereed en beleidsrapportage wordt in september aan de TK aangeboden
Uien: In het kader van het Besluit stortverbod buiten inrichtingen wordt toepassing oogstrestanten binnen bedrijf mogelijk gemaakt.AO Afval, 17 maart 2005 
Teerhoudend asfaltgranulaat: momenteel vindt onderzoek plaats naar gelijkwaardigheid verwerking dmv immobilisatie. Onderzoekwordt binnen 2–3 maanden afgerond. Kamer wordt vervolgens geïnformeerd over wat met aanbevelingen Inspectieonderzoekwordt gedaan.AO Afval 17 maart 2005 
Ontwerp voor modernisering van de Kernenergiewet in de zomer aan de Raad van State voorleggen.Interpellatiedebat TK Kernenergiecentrale Borssele, 24 februari 2005Afgedaan met: op 18-07-2005 is per mail vanuit JZ de voordracht, wet en MvT aan Raad van State gezonden
De Kamer zal de kabinetsreactie op het rapport van de Cogem over pharmagewassen ontvangenAO TK Biotechnologie 25 januari 2005De uitwerking wordt meegenomen bij de inventarisatie vereenvoudiging biotech regelgeving. Verwacht wel een separate reactie richting Kamer
Asbest De TK zal op de hoogte worden gebracht van de resultaten van de inventarisatie naar de omvang van de asbestveront- reiniging in de bodemAO Asbest 09-06-2004 TKDeze inventarisatie maakt geen deel uit van het landsdekkend beeld bodemverontreiniging. In een aparte actie zullen de meest betrokken provincie deze inventarisatie opstellen. De resultaten zullen niet voor 1-7-2005 bekend zijn
BiotechnologieDe mogelijkheden voor een virtueel kenniscentrum zullen nader worden bezienTK AO Biotechnologie 05-11-2003, TK 2003–2004, 27 428, nr. 44Brief aan TK wordt verwacht na de zomer.
De TK zal vóór de zomer 2005 geïnformeerd worden over de voortgang van het onderzoeks-programma Ecologisch Onderzoek. Daarbij zal ook iets worden gezegd over het verzoek van Van Velzen om een maatschappelijke kosten-batenanalyse.AO TK Biotechnologie, 25 januari 2005Brief naar TK naar verwachting in september.
Onderzoek verwerkingsstructuur ziekenhuisafval wordt rond de zomer afgerondAO Afval, 17 maart 2005 
In de 2e evaluatienota klimaatbeleid, zal ook een hoofdstuk over toekomstgerichte opties worden opgenomen. Dit o.a. op basis van het optiedocument. Hierin zal ook worden onderzocht, wat de mogelijkheden zijn voor gebruikmaking van de FES(?)-gelden (aardgasbaten) voor investeringen in een duurzame energievoorziening en klimaatmaatregelen etc. Belangrijk is dat dit voor de begrotingsbehandeling voor 2006 naar de TK gaat.AO Klimaatbeleid 9 maart 2005Wacht op 2e Evalautienota Klimaatbeleid in oktober 2005
Naar aanleiding van voorstel voor moties van Spies (CDA) heeft de Stas toegezegd de conclusies van het CE-rapport als vertrekpunt te nemen voor de beleidsvoorstellen tav toekomstig klimaatbeleidVAO Klimaatbeleid 15 maart 2005De evalutienota verschijnt in okt. 2005
Naar aanleiding van voorstel voor motie van Van Velzen (SP) heeft de Stas toegezegd dat in de 2e evaluatienota ook vergelijking zal worden gemaakt met klimaatbeleid in andere EU-landen. Hierover rapporteren deze landen aan de EC en UNFCCC.VAO Klimaatbeleid 15 maart 2005Wordt meegenomen in de 2e Evalautienota klimaatbeleid.
De Staatsecretaris zal de Kamer een brief sturen over de voortgang van het onderzoek naar grondlawaai door SchipholAO Schipholbeleid van 28 april 2005Afwachten tot het onderzoek is afgerond (derde kwartaal 2005)
Wetsvoorstel Vos EK Het is zeer wel denkbaar om op dit terrein een convenant te sluiten gericht op het realiseren van de NMP4-doelstelling. De regering is bereid om een convenant na te streven als het wetsvoorstel er eenmaal is en eventueel ook voordat het wetsvoorstel er is.09-07-02 EK Handelingen I 2001–2002, nr. 35 blz. 1739–1757(23 982–26 998)Verwachting is dat najaar 2005 besloten kan worden tot implementatie hiervan over te gaan.
Toezegging Riolering en afwatering; Rapportage sanering lozingen buitengebied naar TKTK 2002–2003; 19 826, nr. 25 (verslag AO over rioleringen)Eerste fase van de evaluatie van de feitelijke voortgang van de sanering lozingen buitengebiedvindt momenteel plaats. Rapportage aan de TK hierover naar verwachting 01-10-2005.
Jaarverslag van de Commissie Verpakkingen over 2004 in oktober aan de TK zendenAO Verpakkingen 3 maart 2005In de maand oktober 2005
Toezegging Besluit Landbouw. De Stas toont zich gevoelig voor een in de inspraak gevraagde verruiming van de werkingssfeer van het Besluit landbouw, als het gaat om de omvang van melkrundveehouderijen (op basis van aantal koeien of anderszins).AO TK Ontwerp-Besluit Landbouw, 26 januari 2005Als besluit terug is van de RvS zal in een brief aan de TK (ca 01/11/05) worden aangegeven hoe deze toezegging is verwerkt.
Toezegging Besluit Landbouw Het akkoord tussen LTO en SNM over assimilatiebelichting kan in dit besluit worden verwerkt; het is al verwerkt in het besluit glastuinbouw.AO TK Ontwerp-Besluit Landbouw, 26 januari 2005Als besluit terug is van de RvS zal in een brief aan de TK (ca 01/11/05) worden aangegeven hoe deze toezegging is verwerkt.
De TK zal dit voorjaar worden geïnformeerd over de uitkomsten en de follow-up van de EU-workshop.AO TK Biotechnologie 25 januari 2005Overleg gehad met EU commissie op 4 mei 2005. De Cie wil meewerken en verzoekt om workshop eind dit jaar te houden.
Herijking regelgevingDe minister zal kijken naar de circa 130 circulaires.Brief 2 september 2004 herijking VROM TK Kamerstuk 29 383, nr. 17In de voortgangsrapportage van 2 september 2004 (kamerstuk 29 383, nr. 17) is aangegeven dat dit in de loop van 2005 zal gebeuren. Inventarisatie van de circulaires is uitgevoerd. In het kader van het programma structurele evaluatie milieu- wetgeving wordt nu een analyse uitgevoerd van nut en noodzaak van deze circulaires.
Administratieve LastenreductieTK AO op 30 juni 2004 AO herijking 3 november 2004Afgedaan met: Op 25 oktober 2004 is er een brief aan de TK gestuurd (n.r 29 383, nr. 19). Op 1 december is er een brief aan gemeenten en provincies gestuurd (zie bijgevoegd document)
Staatssecretaris zal de Kamer te zijner tijd informeren over de «differentiatie»-vorm waarvoor wordt gekozen (i.e. volgens welk mechanisme ontwikkelingslanden mee gaan doen aan klimaatbeleid, b.v. via een staged approach en of dat dan is op basis van BNP of CO2/capita etc.) voordat NL hiermee de boer op gaat in de EU en VN.AO Klimaatbeleid9 maart 2005Wacht op onderhandeling in UNFCCC
Venture CapitalStas zal stimuleren Venture Capital voor milieu-innovaties oppakken -> er moet een initiatief komenBegrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Er loopt een studie met andere departementen en het bedrijfsleven. Het onderwerp wordt eveneens op EU-niveau nader bekeken (in het kader van ETAP). De resultaten van e.e.a. zullen worden gecombineerd en aan de Tweede Kamer worden medegedeeld voor het eind van het jaar.
Informeren TK over multicriteria analyse/ NORAO Externe Veiligheid 23 maart 2005Afgedaan met: Toezegging wordt met motie 57 afgehandeld.
Milieuraad Voorbereiding Voorjaarstop/duurzame ontwikkeling: Toezegging om de TK een overzicht te zenden van niet-duurzame subsidies19-02-03 TK Kamerstukken II 2002–2003 21 501-08, nr. 162Overzicht zal middels een brief in het najaar 2005 naar de TK worden verstuurd
NMP5 Voor de begrotingsbehandeling in 2005 komt er een hoofdlijnennotitie over het NMP5 t.b.v. een debat op hoofdlijnenBegrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Hoofdlijnennotitie aan TK is gepland voor sept. 2005
BiobrandstoffenStreven is om duidelijkheid voor biobrandstoffen (accijns) te scheppen bij voorjaarsnota of anderszins spoedig. BegrotingsbehandelingTK Milieu 29/11/2004Over de dekking van biobrandstoffen moet medio augustus in de MR besloten worden.
Duurzame daadkrachtTK krijgt korte voortgangsnotitie duurzame daadkracht (checklist)Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004Voortgangsrapportage is 17/12/04 in MR besproken. Is op 5 januari '05 naar de TK verstuurd (nr. 29 800 XI 97 (eind 2005 komt een uitgebreidere rapportage/evaluatie). Bespreking aangehouden in afwachting van Plan Duurzame Bedrijfsvoering.
Milieuraad. De Stas heeft toegezegd de TK te zullen informeren over de uitkomst/voortgang van de Thematische Strategie van de Europese Commissie CAFE (Clean Air for Europe)AO TK Milieuraad, 9 december 2004Thematische strategie wordt pas op zijn vroegst in september door COM gepresenteerd. Tekst dan dus pas bekend!
In November 2005 zal VROM de Kamer de verkenning nanotechnologie toezenden.AO TK Biotechnologie, 25 januari 2005Planning: november 2005
Bij Minister Justitie aandringen op snelle behandeling van wetsontwerp bestuurlijke boetes Jaarverslag van de Commissie Verpakkingen over 2004 in oktober aan de TK zenden.AO TK Verpakkingen, 3 maart 2005Gereed: oktober 2005
Export bouw- en sloopafval: de ontwikkelingen na 1 juni 2005 met de instelling van het stortverbod in Duitsland zullen worden gemonitord. In het najaar wordt de Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen en over het overleg met de sector hierover.AO Afval, 17 maart 2005Kamer wordt in najaar 2005 geïnformeerd over ontwikkelingen na instelling Duits stortverbod en over het overleg met de sector erover.
Toezegging Besluit LandbouwAls VROM het eens kan worden met Financiën dan kan een deel van het 8.40-traject nog deze Kabinetsperiode gerealiseerd worden, met inbegrip van de intensieve veehouderij. Denklijn hierbij nog bezien: onderscheid wel/geen IPPC-bedrijf.AO TK Ontwerp-Besluit Landbouw, 26 januari 2005Medio 2006 wordt het ontwerp voor een gewijzigd Besluit landbouw milieubeheer in de inspraak gebracht.
Biotechnologie De CBD, de COGEM en de CCMO zullen eens in de 2 jaar een trendmatige analyse makenTK AO Biotechnologie 05-11-2003, TK 2003–2004, 27 428, nr. 44Op 22 juni 2005 is de kamer op de hoogte gesteld van het verstrekken van de opdracht voor de volgedne trendanalyse. Deze zal in 2007 gereed zijn en tesamen met het kabinetsstandpunt aan de TK worden gestuurd.
Toezegging BouwstoffenbesluitTK AO jaren '90in het jaar 2007

A. OVERZICHT VAN DE MOTIES WONEN

OmschrijvingKamerstuknummerStand van Zaken
De regering wordt verzocht de corporatiesector op te roepen om binnen zes maan- den met ambitieuze en sluitende voorstel- len te komen om de vermogensoverschot- ten via verevening te activeren, zodat de middelen van relatief rijke corporaties kunnen worden ingezet voor de volkshuis- vestingsopgave van corporaties in het bestaand stedelijk gebied; De regering wordt verzocht hierover uiterlijk in juni 2003 aan de Kamer te rapporteren, en deze rapportage gepaard te laten gaan van een voorstel tot wijziging van het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting waarin een regeling wordt voorgesteld om bedoelde overschotten te verevenen.28 600 XI, nr. 38 
Betreft besteding ISV gelden21 062, nr. 119Afgedaan met Nota n.a.v. Verslag wetswijziging stedelijke vernieuwing (TK 2004–2005, 29 619, nr. 6)
Verzoekt de regering om dit jaar te streven naar een reële huurstijging van nul27 926 Nr. 16 
Verzoekt de regering in overleg met vertegenwoordigers van huurders en verhuurders te treden met als inzet een maximaal (gemiddelde) huurstijging per 1 juli 2004 van 2,2%27 926 Nr. 18 
Verzocht wordt om een proef te doen in de twee van de meest problematische achterstandswijken, te weten Kanalen-eiland in Utrecht en de tarwewijk in Rotterdam, door het invoeren van investeringszones. In deze proefprojecten dienen te worden meegenomen: afschaffing van de OVB voor WOM's of tijdelijke verlaging van de BTW, benefit sharing en bedrijven die van deze regeling gebruik maken dienen 30% van de werknemers uit de wijk in dienst te nemen, bij voorkeur jongeren. De motie wordt aangehouden als het advies van het kabinet voor 1 februari wordt vernomen29 800 XI nr. 58 
Verzoekt de regering, in aansluiting op monitoren zoals die onder andere in Groningen en Utrecht worden ontwikkeld, de verantwoordelijkheid op zich te nemen om tot de ontwikkeling van een landelijke monitor te komen. De motie nr. 47 wordt ingetrokken onder de voorwaarde dat wordt gekomen tot een landelijke monitor. Dit wordt meegenomen in het WBO als integraal onderdeel van het totale WBO. Toegezegd wordt dat op niet al te lange termijn een brief aan de TK wordt gestuurd waarin wordt aangegeven wanneer het in het kader van het WBO wordt ingebed.29 800 XI nr. 47 
constaterende dat het kraken van panden regelmatig tot schade aan deze panden en ontoelaatbare situaties wat betreft de veiligheid leidt; overwegende dat het kraken van panden een ernstige aantasting van het eigendomsrecht vormt;voorts overwegende dat langdurige leegstand van woningen en kantoren langs andere wegen kan en moet worden tegengegaan, onder meer door middel van het beperken van de huurbescherming bij tijdelijke verhuur; verzoekt de regering, binnen vier maanden aan de Kamer te rapporteren over: – welk aanvullend instrumentarium nodig is om gemeenten in staat te stellen langdurige leegstand van woningen en kantoren en speculatie op de woningmarkt effectief tegen te gaan, waardoor de bestaande wettelijke basis voor het kraken van langdurig leegstaande woon- en bedrijfspanden kan komen te vervallen;- de stand van zaken met betrekking tot wijziging van de huurbescherming bij tijdelijke verhuur,29 800 XI, nr. 51Brief (DBO2005037626) is d.d. 15 juni 2005, vóór AO Illegale Bewoning d.d. 16 juni 2005, aan TK verzonden.
De regering wordt verzocht om over de effectuering van de doelstellingen uit de Nota Wonen meerjaren-afspraken te maken met gemeenten en corporaties, de verkoop van sociale huurwoningen en de bouw van sociale koopwoningen in de Woonwet als apart prestatieveld op te nemen, en de verkoop te volgen en zonodig aanvullende maatregelen te nemen of belemmeringen weg te nemen. Gedacht kan worden aan een financiële heffing (bijv. Fonds Nota Wonen).27 559 XI nr. 24 
Verzoekt de regering om de huurbescherimg voor tijdelijke verhuur sterk te beperken en zo nodig de voor de bewoning geldende eisen voor tijdelijke verhuur te versoepelen27 926 Nr. 17Afgedaan met: Brief DBO2005037626 is 15 juni 2005 vóór AO illegale bewoning d.d. 16 juni 2005 aan TK verzonden
Verzoekt de regering om een integrale notitie op te stellen over het eigen woningbezit, waarbij o.m. gedacht wordt aan een versterkte rol van woningcorporaties29 200 XI nr. 38De reactie van het Kabinet op het VROM-Raad-advies ligt bij de Minister van VROM. Onduidelijk is of de Kabinetsreactie voor of pas na het zomerreces 2005 verzonden wordt.
Geconstateerd wordt dat het belangrijk is dat corporaties gebruik kunnen maken van de projectsteun van het CFV en dat het gebruik van de projectsteun nog steeds onvoldoende is geoptimaliseerd. Toegezegd wordt dat optimalisering voor 1 mei zal worden gerealiseerd omdat het uitgangspunt ondersteuning betekent voor het beleid. De motie nr. 43 wordt ingetrokken na voornoemde toezegging.29 800 XI nr. 43 
Verzoekt de regering om in overleg met betrokken belangenorganisaties zo spoedig mogelijk met voorstellen te komen om de overheidsregelgeving met betrekking tot woningcorporaties te verminderen binnen een nog nader te bepalen kader van taakuitoefening, sturing en lange-termijn huurbeleid29 383, nr. 5 
Betr. Bewonersparticipatie: In de loop van 2005 wordt de Kamer geïnformeerd over het initiatiefrecht voor huurders en over bewonersparticipatie.21 062, nr. 121 
De regering wordt verzocht op de kortst mogelijke termijn in het BBSH dan wel in de Wet Stedelijke vernieuwing te veran- keren dat bewoners die gedwongen moeten verhuizen, recht hebben op een onkostenvergoeding van minimaal 5000 euro.28 600 XI, nr. 35 
constaterende dat illegale (onder)verhuur van woonruimte een negatieve invloed heeft op de leefbaarheid in wijken en uitbuiting met zich meebrengt; verzoekt de regering om verhuurders van woon- ruimte te verplichten om jaarlijks steek- proefsgewijs minimaal 10% van hun woningen te controleren op illegale verhuur en onderhuur; verzoekt de regering om de verhuurders van woon- ruimte inzicht te geven in de gegevens uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) die betrekking hebben op hun eigen woningen, om te controleren of de juiste huurder staat ingeschreven; verzoekt de regering om verhuurders te verplichten bij de gemeenten te melden hoeveel bewo- ners in een woning kunnen wonen als voorwaarde om de woning, kamer of bed te mogen verhuren; verzoekt de regering om de gemeenten op te dragen deze gegevens te koppelen aan de gegevens van de Sociale Dienst en de Gemeentelijke Basis Administratie, om zo verdachte panden in beeld te krijgen,29 800 XI, nr. 41De TK is over de Kabinetsreactie geïnformeerd bij brieven van de Minister van VROM d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99) en de Minister van Justitie d.d. 14 juni 2005 (....). De Minister heeft hierover met de TK gesproken in de AO's op 10 maart en 21 juni 2005. Op 9 juni 2005 is een circulaire uitgegaan naar gemeenten en particuliere verhuuders, waarin gemeenten en particuliere verhuurders worden verzocht actief gebruik te maken van de mogelijkheden van bestandsvergelijking (o.a. GBA) om onrechtmatige bewoning op te sporen.
constaterende dat de illegale (onder)verhuur van woonruimte een negatieve invloed op de leefbaarheid in wijken; voorts constaterend dat de huidige vormgeving van de huurbescherming een obstakel vormt om onderhuur effectief aan te pakken; overwegende dat de illegale onderhuur een vorm van uitbui- ting met zich meebrengt en een voordringen op de woningmarkt is; voorts over- wegende dat de onderhuurder onder de huidige huurbescherming recht heeft om het huurcontract van de oorspronkelijke huurder ongewijzigd over te nemen; verzoekt de regering om de bewijslast bij onderhuur onder voorwaarden om te draaien, zodat de huurder moet aantonen dat er geen sprake is van illegale onder- huur indien een verhuurder een gegronde reden (zoals informatie uit GBA) heeft om te vermoeden dat hiervan wel sprake is; verzoekt de regering om de huurbescherming voor onderhuur zo aan te passen dat bestrijding van illegale onderverhuur door de verhuurder bevorderd wordt en de verhuurder de mogelijkheid krijgt de onderhuurder een nieuw contract aan te bieden,29 800 XI, nr. 42De TK is over de Kabinetsreactie geïnformeerd bij brieven van de Minister van VROM d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99) en van de Minister van Justitie d.d. 14 juni 2005 (....). Tevens is op 9 juni 2005 een circulaire aan de gemeenten en particuliere verhuurders gezonden.
overwegende dat in woonbuurten span- ningen kunnen ontstaan door notoire overlastveroorzakers; voorts overwegende dat deze spanningen vaak onnodig lang duren omdat de enige sanctie het zware instrument van de huisuitzetting is; voorts overwegende dat een versnelde uitzetting wel degelijk escalatie van het probleem kan voorkomen; constaterende dat uitzetting op straat evenwel geen duur- zame oplossing is en enkel het verplaatsen van het probleem naar elders in de samenleving betekent; verzoekt de regering een voorstel uit te werken waarbij een wettelijk verankerde snelle uitzettingsprocedure wordt gekoppeld aan het recht op opvang op een «lagere trede op de woonladder», bijvoorbeeld sociaal pension, begeleid wonen et cetera,29 800 XI, nr. 45De TK is bij brief van de Minister van VROM d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99) geïnformeerd over de wijze waarop zij met deze motie omgaat. Daarnaast is de TK bij brief van VWS d.d. 4 juli 2005 geïnformeerd over de maatregelen die het Kabinet neemt met betrekking tot huisvesting voor specifieke groepen.
overwegende dat op de «woonladder» een aantal treden ontbreekt tussen de straat en het reguliere wonen; overwegende dat woningbouwcorporaties hierin een wettelijke taak te vervullen hebben; verzoekt de regering met de woningbouwcorporaties resultaat-afspraken te maken over de te leveren prestaties in het bouwen voor de onderste reden van de woonladder,29 800 XI, nr. 46De TK is brief van de Minister van VROM d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99) geïnformeerd over de wijze waarop zij met deze motie omgaat. Daarnaast is de TK bij brief van VWS d.d. 4 juli 2005 geïnformeerd over de maatregelen die het Kabinet neemt met betrekking tot huisvesting voor specifieke groepen.
overwegende dat diverse deelprojecten van het omvangrijke herstructureringsproject Hart van Zuid te Hengelo volgend jaar uitvoeringsgereed zijn, maar dat voor dat jaar nog een bijdrage van het Rijk nodig is om daadwerkelijk van start te kunnen gaan;voorts overwegende dat spoedige uitvoering van het project met het oog op de werkgelegenheidsproble- matiek in de regio en meer in het bijzon- der de sluiting van vliegbasis Twente van groot belang is; verzoekt de regering, uit de knelpuntenpot binnen het impulsbudget van het ISV-2 volgend jaar 4 mln beschikbaar te stellen voor het herstructureringsproject Hart van Zuid te Hengelo,29 800 XI, nr. 52 
constaterende dat het woningbouwcorporaties op dit moment niet is toe- gestaan om grond te verwerven op locaties waarop nog geen bouwbestem- ming rust en waarop niet binnen een termijn van ongeveer vijf jaar zal kunnen worden gebouwd (zie MG 2001–26, bijlage nevenactiviteiten, punt 7), waardoor corporaties in een nadeliger positie verkeren dan bijvoorbeeld projectontwikkelaars; overwegende dat door deze beperkingen in het grondaankoopbeleid het bouwen van voldoende woningen door woningbouwcorporaties kan worden belemmerd; voorts overwegende dat opheffing van deze beperking een bijdrage zou kunnen leveren aan het oplossen van de EMU-problematiek in relatie tot de lagere overheden; verzoekt de regering, zo spoedig mogelijk de betreffende wet- en regelgeving zodanig aan te passen dat:- de termijn waarbinnen met de bouw van woningen kan of moet worden begonnen, in geval door een corporatie grond wordt aangekocht waarop nog geen bouwbestemming ligt, sterk wordt verruimd;- elke aankoop aan de minister van VROM en het Centraal Fonds voor Volkshuisvesting dient te worden gemeld, zodat de externe toezichthouders voldoende zicht houden op de financiële risico's die woningbouwcorporaties nemen;verzoekt de regering voorts, bij het beoordelen van het grondaankoopbeleid van individuele woningbouwcorporaties zorgvuldig te kijken naar de relatie tussen grondaankopen en het voldoen aan de kerntaken op het terrein van wonen,29 800 XI, nr. 53 
overwegende dat de regering recentelijk de «Code interbestuurlijke verhoudingen» is overeengekomen met IPOen VNG; overwegende dat daarin gestreefd wordt naar vermindering van het verticaal toezicht; verzoekt de regering, te komen tot een substantiële vermindering van het rijkstoezicht op gemeenten door de VROM-inspectie inzake milieu- en ruimtelijkeordeningstaken,29 800 XI, nr. 54 
overwegende dat de taakstellingen van woningbouwprogramma's in het kader van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing 2 (ISV-2) onbedoeld worden geremd door milieubudgetten die uitgaan van een lagere woningbouwproductie; van mening dat het niet wenselijk is dat de gewenste woningbouwproductie van ambitieuze steden wordt belemmerd door financiële tekorten voor bodemsanering;verzoekt de regering voor genoemde knelpunten in het ISV-2-programma extra budget beschikbaar te stellen uit de knelpuntenpot binnen het Impulsbudget van het ISV-2,29 800 XI, nr. 57Afgedaan met: UB [26-11-2004] schriftelijke antwoorden op vragen n.a.v. BegrotingsonderzoekVROM
constaterende dat het intern toezicht bij de corporaties niet goed is geregeld, mede omdat de directeur ook bestuurder is; overwegende dat corporaties bedrijven zijn met een maatschappelijke opdracht; voorts overwegende dat corporaties het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden van een organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van de beleidsdoelstellingen, alsmede het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbenden, moeten realiseren; verzoekt de regering binnen twee maanden de code Tabaksblat van toepassing te verklaren op de corporaties en de invoering binnen een jaar te controleren. 29 800 XI, nr. 59 
constaterende de eerdere steun van de Kamer aan de motie van het lid Visser cs. bij het notaoverleg over de Illegalennota (21 juni 2004, 29 537, nr. 10); overwegende dat een effectievere aanpak van illegale verhuur door verbeurdverklaringen niet alleen bij verhuur aan illegalen, maar in alle voorkomende gevallen wenselijk is; verzoekt de regering, beleid te ontwikkelen waarmee het Openbaar Ministerie aan de hand van artikel 33 van het Wetboek van Strafrecht effectiever op kan treden in geval woonruimte doelbewust op illegale wijze wordt verhuurd29 800 XI, nr. 60De TK is over de Kabinetsreactie geïnformeerd bij brieven van de minister van VROM d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99) en van de minister van Justitie d.d. 14 juni 2005 (....). De minister heeft hierover gesproken met de TK in de AO's op 10 maart en 21 juni 2005. Op 9 juni 2005 is een circulaire (MG 2005–09) uitgegaan naar gemeenten en particuliere verhuurders waarin zij worden verzocht actief gebruik te maken van de mogelijkheden van bestandsvergelijking (o.a. GBA) om onrechtmatige bewoning op te sporen.
overwegende dat het huidige systeem van aanschrijven en dwangsommen traag werkt; van mening dat er sneller en harder opgetreden moet worden tegen malafide verhuurders en eigenaren; verzoekt de regering, bestuurlijke boetes mogelijk te maken bij de aanpak van illegale (onder)- verhuur29 800 XI, nr. 60De TK is over de Kabinetsreactie geïnformeerd bij brieven van de Minister van VROM d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99) en van de Minister van Justitie d.d. 14 juni 2005 (....). De Minister heeft hierover met de TK gesproken in de AO's op 10 maart en 21 juni 2005. Op 9 juni 2005 is een circulaire(MG 2005–09) uitgegaan naar gemeenten en particuliere verhuurders waarin zij worden verzocht actief gebruik te maken van de mogelijkheden van bestandsvergelijking (o.a. GBA) om onrechtmatige bewoning op te sporen.
overwegende dat gewoon wonen niet voor iedereen is weggelegd; overwegende dat het onwenselijk is dat deze huishoudens op straat belanden en dat ook in deze suboptimale woonbehoefte moet worden voorzien:overwegende dat regelgeving, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het Bouwbesluit, wellicht in de weg staat aan dit suboptimale bouwen; verzoekt de regering, te inventariseren welke regelgeving mogelijk in de weg staat van het suboptimale bouwen en voorstellen te ontwikkelen hoe hier door middel van vrijstellingsmogelijkheden van kan worden afgeweken29 800 XI, nr. 62De motie wordt uitgevoerd door een onderzoek/inventarisatie te laten uitvoeren naar de verschillende mogelijkheden voor specifieke woonvoorzieningen voor bijvoorbeeld daklozen of ten gevolge van overlastsituaties (dit zijn echt de »laagste sporten op de woonladder»). Bij dit onderzoek worden de reeds bestaande diverse woonvoorzieningen, zoals studentenkamers, demontabele gebouwen (COA) etc. meegenomen.
overwegende dat de woningnood groot is, terwijl de leegstand op de kantorenmarkt juist is gegroeid tot 5,5 vierkante meter; voorts overwegende dat een deel van de leegstaande kantoorpanden omgezet kan worden in woonruimte en dat verschillende ontwikkelaars en corporaties hiermee al succesvol hebben geëxperimenteerd; constaterende dat ook de regering streeft naar meer woningen in kantoorpanden, waarbij een streefcijfer van 25 000 woningen in vijf jaar is genoemd;van mening dat de ombouw van leegstaande kantoorpanden tot woonruimte nog meer gestimuleerd moet worden; verzoekt de regering een plan van aanpak op te stellen voor de realisatie van meer woningen in voormalige kantoorpanden, waarin onder meer de volgende opties worden besproken: – fiscale stimuleringsmaatregelen zoals vrijstelling van overdrachtsbelasting en een duurzame-investeringsaftrek; – vereenvoudiging van de bouwregel- geving;– wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, opdat een bestemmingswijziging van «werken» naar «wonen» eenvoudiger wordt;-– de inzet van gemeenten en woningcorporaties;– het vrijmaken van stimuleringspremies binnen het IPSV29 800 XI, nr. 69 
De regering wordt verzocht in overleg met Aedes, VNGen andere partijen een hand- vest inzake richtlijnen voor een deugdelijk overleg met wijkbewoners bij herstruc-tureringsprojecten op te stellen en de Kamer hierover te rapporteren.26 884 XI, nr. 26 
De regering wordt verzocht voorstellen te doen om het particulier opdrachtgeverschap voor alle groepen van bewoners mogelijk te maken.27 400 XI, nr. 22In de woningbouwafspraken2005 tot 2010 zijn concrete stimuleringsmaatregelen opgenomen om particulier opdrachtgeverschap te bevorderen.
Betreft publicatie salarissen van directieleden van woningcorporaties21 062, nr. 120 
De regering wordt verzocht op de kortst mogelijke termijn in het BBSH dan wel in de Wet Stedelijke vernieuwing te veran- keren dat bewoners die gedwongen moeten verhuizen, recht hebben op een onkostenvergoeding van minimaal 5000 euro. 21 062, nr. 121 
De regering wordt verzocht komend jaar te rapporteren over de effecten van de afschaffing van de fiscale vrijstellingen voor corporaties.28 600 XI, nr. 42 
overwegende dat woningbouw-corpora- ties een stevige maatschappelijke verant- woordelijkheid hebben waar het de leefbaarheid van buurten betreft; consta- terende dat de preventie van overlast nog lang niet bij alle corporaties die aandacht krijgt die het onderwerp verdient; verzoekt de regering in overleg met de corporaties een protocol te ontwikkelen waarin wordt vastgelegd welke minimuminzet van woningbouwcorporaties mag worden verwacht bij overlast alvorens tot uitzetting mag worden overgegaan,29 800 XI, nr. 48VROM zal in overleg treden met Justitie en BZK om te bezien in hoeverre de pilot «Ik doe normaal contracten» overeenkomsten heeft met het verzoek in de motie nr. 48 (ingediend bij de behandeling van de VROM-begroting 2005 in november 2004 (over het opstellen van een protocol met een minimuminzet van sociale verhuurders bij overlast alvorens tot uitzetting over te gaan). Daarnaast zal overleg met Aedes worden gevoerd over het opstellen van een protocol bij overlast.
De regering wordt verzocht om de toepas- singsmogelijkheden van «labeling» nader te bestuderen en onder de aandacht te brengen van gemeenten en verhuurders. De motie wordt door de Minister overgenomen. 29 800 XI nr. 70 
Motie Baarda c.s. De regering wordt verzocht z.s.m. te komen tot een uitwer- king van de AMvB uit art. 22, vierde lid, in die zin dat mogelijkheden worden geopend voor tussenvormen van koop en huur25 309, nr. 46e 
Biesheuvel/DuivesteijnDe regering wordt verzocht bij de verdere onderhandelingen over het NAW tot concrete afspraken te komen over het oplossen van de groei- kernenproblematiek, en daarbij de mogelijkheid van huurverlaging ineens te betrekken. 27 559, nr. 10 
Verzoekt de regering om bij de herziening van het BBSH vergroting van niet vrijblij- vende zeggenschap van bewoners, maat- schappelijke organisaties en gemeenten over de prestaties van woningbouwcorporaties als vertrekpunt te kiezen.29 383, Nr. 6 

B. OVERZICHT VAN DE TOEZEGGINGEN WONEN

OmschrijvingVindplaatsStand van Zaken
Korte termijn: voor de korte termijn ervaart de huursubsidieontvanger een huurverhoging van gemiddeld 2,1%, overige huurders gemiddeld 2,9%. Daarmee is sprake van een substantieel gebaar t.o.v. situatie najaar 2003. Indien één van beide afspraken niet wordt nagekomen zullen partijen daar op worden aangesproken.21-04-2004 AO huurbeleidAfgedaan met: brief aan de Tweede Kamer 19 maart 2004, (II, 2003–2004, 27 926, nr. 22)
Korte termijn: In het najaar zal gesproken worden over en de daadwerkeijk gerali- seerde huurverhogingen en eventuele compensatie.21-04-2004 AO huurbeleidBij brief 22-11-04 TK 27 926 nr. 38 is onderzoek gerealiseerde huurverhogingen aan TK verzonden
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03; illegale bewoning De minister zal nagaan of effectief optreden tegen illegalen bevorderd kan worden door het bieden van hulp aan illegalen (aanbieden van woonruimte) strafbaar te maken. Dit ism de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. TK 24–1660 d.d. 21-11-2002Afgedaan met: Illegalennota van V&I d.d. 23 april 2004
Studentenhuisvesing, aanspreken gemeenten. De minister zegt toe de niet-actieve gemeenten (op het gebied van studentenhuisvesting) aan te spreken tijdens de verstedelijkingsronde en de resultaten van de pilot (gehouden in Utrecht) voor te leggen.28 600 XI nr. 8 blz. 6 d.d. 03-10-2002 
De minister zendt het antwoord op de openstaande vragen uit dit debat schiftelijk naar de kamer.21-04-2004 AO corporaties en stedelijke vernieuwingAfgedaan met: brief Minister d.d. 17 mei 2004 (21 062 nr. 118)
De minister zal de Kamer nader informeren over de argumenten voor de voorge- stelde verdeling van de ISV-2 middelen en over de definitieve verdeling.03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructureringAfgedaan met: Brief aan de TK (Kamerstuk, II, 2003–2004, 21 062, nr. 118)
De regering wordt verzocht te onderzoeken op welke wijze kan worden bevorderd dat in restrictief beleidsgebieden en plattelandsgemeenten c.q. kleine kernen een adequaat woningaanbod kan worden gewaarborgd met name voor starters die geen hoog inkomen hebben.17-11-99 Kamerstukken II 26 800 XI, nr. 30 (Begroting VROM 2000)De TK wordt bij de kaders van de nieuwe Huisvestingswet hierover geïnformeerd.
Lange termijn: minister zal bij de brief ook op de ideeën van de Vernieuwde Stad reageren (n.a.v. verzoek Hofstra).21-04-2004 AO huurbeleid 
Zodra het kabinetsstandpunt over het rapport van de commissie Dijkstal er is, zal de minister haar positie bepalen over de openbaarheid van beloning van corpo-bestuurders.15-06-2004 VAO ISV 
Er zal een gesprek plaatsvinden met de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties over de overhead en de beloning van bestuurders.03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructurering 
De minister zal deze groep specifiek onder de aandacht brengen in het overleg met de VNG over de huisvesting van statushouders04-02-2004 AO Huisvestingsbesluit TK 27 111 nr. 14Afgedaan met: brief aan de Tweede Kamer. (d.d. 2-7-2004 27 111 nr. 15)
De minister streeft naar een handtekening onder het KB in april04-02-2004 AO Huis- vestingsbesluit TK 27 111 nr. 14Afgedaan met: brief TK 2004–2005, 29 619, nr. 6
De minister zal overleggen met de gemeenten en de koepels van opvanghuizen en daarna de stand van zaken aangeven richting Kamer en koepels04-02-2004 AO HuisvestingsbesluitTK 27 111 nr. 14Afgedaan met: brief aan de Tweede Kamer. (d.d. 2-7-2004 27 111 nr. 15)
Bij het afsprakenkader zal de minister aangeven dat slecht een zeer beperkt percentage van het geld aan plannenmakerij kan worden besteed.15-06-2004 VAO ISVAfgedaan met: Zie gekoppelde brief.
Bij het maken van afspraken met gemeenten zal de minister nadrukkelijk de kosten voor plannenmakerij aan de orde stellen. Die moeten zo laag mogelijk zijn.15-06-2004 VAO ISVAfgedaan met: brief d.d. 27 september 2004
Het doorrekenen is bedoeld om na te gaan wat dit betekent voor de opbouw van de woningvoorraad en de toegankelijkheid daarvan voor de verschillende inkomensgroepen. Het resultaat daarvan kan ik eind oktober, als ik zicht heb op de effecten die het Centraal Planbureau zal aangegeven, aan de Kamer voorleggen. Afgedaan met: aanbiedingbrief 19-11-04 + CPB-rapport + ABF-rapport en brief 04-02-05 onderzoek segregatie van companen
Wat betekent het voorstel voor bepaalde grote steden. Het Centraal Planbureau rekent dit nog een keer door. Het gebruikt het rekenmodel en gaat na wat de effecten zijn.14-10-2004 Debat over de invulling van het HuurbeleidAfgedaan met: aanbieding brief 19-11-04 + CPB-rapport + ABF-rapport en brief 04-02-05 onderzoeksegregatie van companen
Ik zeg de Kamer toe na de doorrekening door het CPB een brief te zullen sturen. Die brief zal zij eind oktober kunnen ontvangen. Daarna ontvangt zij ook een uitgewerkte huurbrief voor de langere termijn.14-10-2004 Debat over de invulling van het HuurbeleidAfgedaan met: aanbieding brief 19-11-04 + CPB-rapport + ABF-rapport en brief 04-02-05 onderzoek segregatie van companen
In mei 2004 volgt nadere informatie over de vormgeving van de VROM-vergunning11-02-2004 Nota Overleg Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgevingTK 29 383 nr. 9 
Lange termijn: het doel van de modernisering is huurwoningen voor burgers, zowel qua betaalbaarheid als kwaliteit. De beweging op de woningmarkt moet dat bewerkstelligen.21-04-2004 AO huurbeleidAfgedaan met: Zie brief 04-06-04, TK 27 926, nr. 25 en notitie woningmarktontwikkelingen en huurbeleid
Lange termijn: thema's daarbij zijn: liberalisatiegrens, woningwaardering (WOZ) (aansluiten bij koopmarkt) en jaarlijkse huurverhogingsruimte. Toets- punten daarbij zijn de effecten voor de woningmarkt, betaalbaarheid (quotes/huursubsidieontwikkeling), effecten segregatie en investeringen.21-04-2004 AO huur- beleidAfgedaan met: Zie brief aan TK over Huurbeleid dd 19-11-04, TK 27 926, nr. 39 en brief dd 04-02-05, TK 27 926, nr. 42
Ik zal u schriftelijk nog nader informeren over de aantallen, maar op dit moment is de voorraad aan huurwoningen in de sociale sector voldoende.27-04-2004 Begrotingsbehandeling VROM EKAfgedaan met: Zie brief aan TK over huurbeleid d.d. 19-11-2004, TK 27 926, nr. 39
De minister zegt toe dat de uitwerking van de voorstellen m.b.t. het huurbeleid, o.a. over de vormgeving van de berekening van de liberalisatiegrens, in de zomer aan de Kamer zal worden toegezonden.24-06-2004 AO Huur- beleid TK 27 926, nr. 30Afgedaan met: Zie brief aan TK over huurbeleid d.d. 19-11-2004, TK 27 926, nr. 39
Na het zomerreces zal de uitwerking van het voorgenomen huurbeleid aan de Kamer worden voorgelegd. Daarbij zal onder meer ingegaan worden op een geschillenregeling ten behoeve van zittende huurders, de gevolgen van de verlaging van de liberalisatiegrens voor zittende huurders die nu huursubsidie ontvangen, de gevolgen van het voor- genomen huurbeleid voor de koopkracht, de reallocatie van middelen tussen corporaties en commerciële verhuurders en de vraag op grond waarvan de regio- nale afspraken over de aantallen wonin- gen in de goedkope en middeldure segmenten worden gemaakt. De Kamer zal de komende jaren worden geïnformeerd over de voortgang van de woningbouwproductie.29-06-2004 AO Huur- beleid TK 27 926, nr. 31Afgedaan met: Zie brief aan TK over huurbeleid d.d. 19-11-2004, TK 27 926, nr. 39
Ik wil dat nieuwe huurbeleid juist met de betrokken partijen uitwerken. Dat proces is nog niet afgerond.14-10-2004 Debat over de invulling van het HuurbeleidAfgedaan met: Zie brief aan TK over huurbeleid d.d. 19-11-2004, TK 27 926, nr. 39
Mocht blijken dat segregatie onvoldoende wordt tegengegaan met het huurbeleid, de nieuwbouw en de herstructurering, dan zal ik op dat punt een duidelijk voorstel doen.14-10-2004 Debat over de invulling van het HuurbeleidAfgedaan met: Zie brief aan TK over huurbeleid d.d. 19-11-2004, TK 27 926, nr. 39 en brief aan TK over huurbeleid dd 04-02-2005, TK 27 926, nr. 42
Na twee jaar volgt een evaluatie van de effecten van EOS11-02-2004 Nota Overleg Meerjarenprogramma herijking van de VROM- regelgeving TK 29 383 nr. 9Is afgehandeld bij brief d.d. 23 november 2004 aan de Tweede Kamer «jaarverslag, evaluatie en actuele stand van zaken huursubsidie».
De Minister zegt toe dat ze de Tweede Kamer voor het eind van het jaar zal informeren over de verbetering van de gegevensuitwisseling GBA/Belastingdienst/VROM.Vragenuurtjes in de Tweede Kamer op 14-04-2004Is afgehandeld bij brief d.d. 23 november 2004 aan de Tweede Kamer «jaarverslag, evaluatie en actuele stand van zaken huursubsidie».
Warmtepompen. Toegezegd wordt dat gekeken zal worden of er voldoende stimulerende werking van uit gaat dat warmtepompen in de EPN en EPA zijn meegenomen en dat warmtepompen via de Regeling energiepremies financieel worden gestimuleerd.26 603 nr. 38 d.d. 11-04-2002 AO Klimaatbeleid 
De evaluatie Wet bevordering eigenwoningbezit komt versneld naar de Kamer (alvorens het voorstel tot intrekken wordt ingediend)11-02-2004 Nota Overleg Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgevingTK 29 383 nr. 9Afgedaan met: Brief Minister VROM aan TK, Kamerstuk II, 29 800 XI, nr. 11
Er zal contact worden gelegd met het COA om te bezien of aanvullende opvang in COA-complexen mogelijk is.04-02-2004 AO HuisvestingsbesluitTK 27 111 nr. 14Afgedaan met: brief van VWS.
De regering wordt verzocht om in overleg met Aedes, VEH en de Woonbond tot een spoedige uitwerking van de AMvB (art. 22) te komen en de Kamer daar uiterlijk bij de indiening van de begroting 2001 over te informeren.22-06-00 Kamerstukken II 27 071, nr. 10 Wetsvoorstel Bevordering Eigenwoningbezit (novelle)Afgedaan met: brief aan de TK, Kamerstuk II 29 800 XI, nr. 11 d.d. 16 november 204
BEW en Schuldenproblematiek. Toegezegd wordt dat de BEW tussentijds op de schuldenproblematiek bezien zal wordenKamerstukken II 27 559 d.d. 19-03-2001 Notaoverleg Nota WonenAfgedaan met: brief aan de TK, 29 800 XI, nr. 11
Energie prestatie coëfficiënt. Toegezegd wordt dat de EPC voor nieuwe woningen eventueel per 1-1-2004 wordt aangescherpt van 1,0 naar 0,8 mits de kosteneffectiviteit daarvan verbeterd is.26 603 nr. 38 AO Klimaatbeleid d.d. 11-04-2002Toezegging is wel uitgevoerd, brief Modernisering Bouwregelgeving 23 mei 2005 naar de TK gestuurd.
De minister heeft toegezegd alle studen- tensteden te zullen vragen om aan te geven wat de lokale oplossingen zijn voor de lokale tekorten aan studentenhuisvesting04-02-2004 AO studen- tenhuisvesting (29 453 nr. 9) 
Zodra dat kan zal de minister de Kamer informeren over de IPSV-projecten 200403-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructureringAfgedaan met: (d.d. 29-12-2004, 29 800 XI nr. 98)
Lange termijn: minister zal de komende tijd een ronde maken langs verschillende corporaties en daarbij verschillende corporaties aanspreken.21-04-2004 AO huur- beleid 
Sloop is geen doel op zichzelf. Het is goed om deze cijfers er nog eens naast te hebben bij wat ik zelf aan de orde heb. Ik zal u nog nader over de voorraad informeren.27-04-2004 Begrotingsbehandeling VROM EK 
Als gevolg van de afspraken rond het huurbeleid zal er scherpere jaarlijkse info zijn over de prestaties van corporaties.03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructurering 
De minister zal de Kamer informeren over «de weg over de dijk in Delfzijl», waarbij ook de relatie met het IPSV wordt geëxpliciteerd.03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructurering 
De minister zal, naast corporaties die financieel minder gezond zijn, ook de corporatie die té gezond zijn (oversolvabiliteit) in de jaarlijkse CFV-rapportage opnemen. 03-06-2004 AO (3e termijn) woning- bouwproductie en herstructurering 
De minister zal het signaal natrekken (van kamerlid Depla) dat in gevallen té uitgebreid over het ISV moet worden verantwoord aan VROM. Zonodig onderneemt zij stappen, mogelijk ook VROM-intern.15-06-2004 VAO ISV 
De minister herhaalt haar toezegging indringed te spreken over de corporatie-salarissen (met VvToezichthouders en met Aedes, op basis van informatie van het CFV)15-06-2004 VAO ISV 
Het kabinet kiest ervoor om niet aan de hypotheekrenteaftrek te tornen. De inzet is om de nieuwbouw en de bouwactiviteiten te stimuleren. Vergroting van het aanbod en bevordering van doorstroming is hard nodig.09-09-2004 AO Toekomst van de Hypotheekrenteaftrek TK 29 80 IXB, nr. 10 
Huurbeleid Het kabinet een plan van aanpak voor het tegengaan van illegale bewoning zal maken04-02-2004 AO Huurbeleid TK 27 926, nr. 20In de Illegalennota (2003–2004, 29 537, nr. 2) is het plan van aanpak voor het tegengaan van illegale bewoning aan de TK gepresenteerd.
Voor de realisatie van projecten van de studentenhuis-vesting in Utrecht en DUO zijn twintig rijke corpora-ties aangesproken. Resultaat is dat voor de SSH Utrecht € 15 mln en voor DUO € 5 mln. is toege- zegd. Een aantal andere corporaties beraden zich nog op de afronding van de besluitvorming. De TK zal in januari hierover nader worden ingelicht.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2013 
Grondbeleid. Toegezegd wordt dat de toezeggingen in de Nota grondbeleid nagekomen zullen worden (in dit geval onderzoek naar het loskoppelen van bouwrecht en eigendomsrecht), maar wel in de juiste prioriteit.22-11-01 Kamerstukken II, 28 000 XI(Begroting VROM 2002)22 en 27-11-2001De TK wordt naar verwachting in het najaar 2005 geïnformeerd.
In overleg met SZW wordt gewerkt aan het inzichtelijk maken van de koopkrachteffecten van het nieuwe huurbeleid. Dat wordt betrokken in de actualisdatie voor 2005. Daarover wordt de Tweede Kamer bericht voor het overleg van januari 2005Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2006Afgedaan met: Ja
Toegezegd wordt een onderzoek te laten verrichten naar de effecten van het huur- beleid op de segregatie door externe deskundigen voor het AO van 20-01-2005Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2008Afgedaan met: brief aan TK d.d. 4 februari 2005
De minister zal een «graadmeter» ontwikkelen voor het weergeven van prestaties van corpo's (en gemeenten?) in de 56 wijken.03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructurering 
CSS: evaluatie. Over anderhalf jaar zal er een evaluatie van de werking van het College Sluitend Stelsel plaatsvinden. De wettelijke bepaling van de heffingsmoge- lijkheid zal bij de evaluatie van het college sluitend stelsel in 2002 betrokken worden. Daarnaast zullen mogelijke alternatieven in beeld gebracht worden.11-11-99 AO huurbeleid. Kamerstukken 26 247 nr. 2 
Woonzorg Nederland en vastgoedfonds Lieven de Key Er wordt een analyse gemaakt van taken en bevoegdheden van het CFV; de uitkomst daarvan zal aan de Kamer worden gezonden;02-09-2003 AO TK 28 691, nr. 5Afgedaan met: Brief over toezicht naar de Tweede Kamer gezonden (d.d. 1-2-2005 29 453 nr. 9)
De minister zal eind dit jaar de toezichthoudende rol van het CFV bekijken. 21-04-2004 AO corporaties en stedelijke vernieuwingAfgedaan met: brief d.d. 19-04-2005 aan TK 2004–2005, 29 453, 28 691, nr. 14
De autoriteit financiële markten zal advies uitbrengen over het voorstel over het financieel toezicht corporaties.11-02-2004 Nota Overleg Meerjarenprogramma herijking van de VROM- regelgeving TK 29 383 nr. 9 
Begin januari komt er een kader voor een debat op hoofdlijnen over de nieuwe huisvestingswet07-09-2004 AO HuisvestingswetTK 29 624, nr. 2De TK wordt dit jaar (2005) geïnformeerd.
De minister kan de huisvesting van mishandelde vrouwen uit voorzorg opnemen in het Huisvestingsbesluit. Mochten gemeenten onvoldoende maatregelen nemen, zal de minister per 2 april 2005 in actie komen.07-09-2004 AO Huisvestingswet TK 29 624, nr. 2Afgedaan met: brief van de Minister van VROM d.d. 14 juni 2005 (27 111, nr. 16)
De Kamer wordt op de hoogte gesteld van het onderzoek naar de consequenties in de praktijk van het maken van onderscheid in de activiteiten van de corporaties.27-10-2004 AO BBSH TK 29 800 XI, nr. 74 
In de loop van 2005 wordt de Kamer geïnformeerd ovwer het initiatiefrecht voor huurders en over bewonersparticipatie.27-10-2004 AO BBSH TK 29 800 XI, nr. 74Commissie Versterking zeggenschap positie huurders(orga- nisatie) is gestart. Advies wordt in augustus verwacht.
Het plan van Dhr. Depla met concrete acties tegen illegale verhuur en huisjesmelkers spreekt zeer aan. Omdat de reactie op een aantal punten vrij technisch is wordt binnenkort schriftelijk meer in detail op het plan gereageerd.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1993Afgedaan met: brief aan de TK d.d. 27 januari 2005, 29 800 XI, nr. 99, motie 42
Verzoek van de VVD om het plan van de VVD-fractie in Den Haag uit te voeren. Dit plan betreft op welke wijze de gemeenten de aanpak van huisjesmelkers concreet kunnen invullen. Echter verbeurdverklaring is een strafrechtelijke aangelegenheid dat met Justitie zal worden besprokenBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI r. 30 pag. 1993 
Overlastveroorzakende bewoners kunnen moeilijk aangepakt worden. Voor het aanpakken van dit soort bewoners is een pakket van maatregelen geschetst waar- van de VNG op de hoogte zal worden gesteld. De Minister zal met de VNG onderzoeken of er knelpunten zijn die opgelost kunnen worden.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1994Met de VNG is overlegd mede in het kader van de onderste trede van de Woonladder.
Binnen vier maanden wordt een reactie gegeven op de motie Van As om leeg- stand en kraken tegen te gaan.Tevens zal verslag worden gedaan van een nader onderzoek of aanvullend instrumentarium nodig is t.b.v. gemeenten. Het feit dat huurbescherming soms een belemmering vormt om een gebouw weer geschikt te maken voor de oorspronkelijke functie wordt hierbij betrokken. Het gaat om de drie elementen kraken, huurbescherming en versoepeling van de geldende eisen bij tijdelijke huur.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1996Brief aan TK wordt vóór AO illegale bewoning d.d. 16-06-2005 verzonden
Er is een brief in voorbereiding over hoeveel er moet worden geïnvesteerd in nieuwbouw, wat te doen met herstructurering en welke aantallen gerealiseerd moeten worden. Er ligt een motie van Dhr. Ten Hoopen.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1997Zie de brief inzake de woningbouwafspraken en de brief inzake de 56 wijken aanpak.
Een jaar geleden is een belangrijk uitgangspunt door de Kamer uitgesproken, namelijk dat het recht op kraken de omgekeerde wereld is en dat dit in ieder geval dient te veranderen. Toegezegd wordt dat hierover een kabinetsstandpunt komt.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1997Brief aan TK wordt vóór AO illegale bewoning d.d. 16-06-2005 verzonden
Zodra alle woningbouwafspraken zijn getekend wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over het eindresultaatBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1998 
Over de EPC vindt overleg plaats met de Staatssecretaris aangaande de vraag waarom de verlaging van de norm niet in 2006 kan worden gerealiseerd. De Stas zal deze vraag beantwoordenBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1999 
Van As: Maar liefst 45% van de sociale huurwoningen wordt bewoond door mensen die in relatie tot de huur een te hoog inkomen hebben. Zonder huurtoeslag komt de doorstromingecht niet op gang en zijn er ook geen woningen om toe te wijzen.De Minister zegt toe zich over dit probleem te buigenBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2006 
de Minister stuurt voor 1 april 2005 een notitie over het instrumentarium ter voorkoming van leegstand, waarbij ook de onderwerpen kraken en ombouwen van kantoorruimten naar woningen worden meegenomen (dit naar aanleiding van de motie op de stukken nrs. 51 en 69);Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112Brief aan TK wordt vóór AO illegale bewoning d.d. 16-06-2005 verzonden
de Minister zal binnen een maand met de minister van Justitie overleggen over een eventuele versnelling van het wetgevingstraject met betrekking tot bestuurlijke boetes en de Kamer hierover informeren (inwerkingtreding wordt nu verwacht in 2007);Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112De resultaten van het overleg met Justitie zijn in een brief aan de gemeente Den Haag, in afschrift aan de TK, opgenomen. (Brief minister van Justitie d.d. 14 juni 2005,........)
Het aanbod/tekort in de studentensteden zal jaarlijks worden gemonitord04-02-2004 AO studentenhuisvesting 
Bouwvergunningen: evaluatie. Toegezegd wordt dat na drie jaar i.p.v. vier jaar een evaluatie plaatsvindt van de wet en AMvB's. Daarbij zullen de zaken die van de zijde van de Kamer zijn aangevoerd, betrokken worden, zoals burenrecht, wenselijkheid excessenregeling, gebieds- gerichte beperkingmogelijkheid voor gemeenten, effect van vergunningsvrij bouwen op de omgeving van monumenten, ervaring met de stadsbouwmeester20-02-2001 Kamerstukken II 26 734 Wijziging van de Woningwet (bouwvergunningsprocedure en welstandstoezicht)Afgedaan met: 30 juni 2005 is er namens de minister van VROM een brief naar de TK gestuurd, kamerstuknummer 29 392 nr. 10
Wijziging Woningwet: Buren-infomatie- plicht Welstand in jaren '20-'30 wijken, Stadsbouwmeester. Toegezegd wordt dat het aspect van het informeren van de buren, de ontwikkelingen rond het functio- neren van de stadsbouwmeester en rond het type «jaren 20 en 30»- wijken meege- nomen zullen worden bij de evaluatie van de wet en eventueel bij de eerstvolgende wetswijziging03-10-2001 Kamerstukken I 26 734 Wijziging van de Woningwet (bouwvergunningsprocedure en welstands-toezicht)Afgedaan met: brief van de minister van VROM naar de TK d.d. 30 juni 2005 kamerstuknummer 29 392 nr. 9
Woningwet: vergunningvrij bouwen. Toegezegd wordt dat de wijziging van de Woningwet na 2,5 à 3 jaar geëvalueerd zal worden en dat de EK daarvan op de hoogte gesteld zal worden. De effecten op de verhoudingen tussen buren zullen daarin meegenomen worden, ingegaan zal worden op de vraag hoe gemeentebesturen omgaan met hun bevoegdheden, en of ze niet alleen van het minimalistische model uitgaan (qua omgevingsbeleid), maar ook wat ruimer kijken dan het wetsvoorstel toestaat15-01-2002 EK-behan- deling Concept-AmvB bouwvergunningvrije en lichtvergunningplichtige bouwwerkenBrief namens de minister van VROM naar de TK gestuurd, begin 2006 zal evaluatie plaatsvinden.
6-4-2005 Uitvoering van de motie Giskes (ingediend bij de behandeling van het Belastingplan 2004)waarin de regering wordt gevraagd om een integrale visie op de woningmarkt in relatie tot het finan- cieel instrumentarium.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30–1987 
de Minister zal via een ministeriële regeling de termijn waarbinnen woningcorporaties grondposities mogen behou- den in afwachting van de bouwbestem- ming, oprekken van vijf naar tien jaar (motie op stuk nr. 53);Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112 
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte: dwingende bepalingen. Toegezegd wordt dat in het kader van de uitwerking van de Nota Wonen de regering met voorstellen komt inzake het afwijken van dwingende bepalingen (bijv. standaardregeling van een lagere huur bij een slecht onderhouden woning).26-03-01 Kamerstukken II26 090, 26 089. Uitvoe- ringswet Huurprijzen Woonruimte en titel 7.4 BWAfgedaan met: Afgehandeld
Handvest Bewonersparticipatie. Toegezegd wordt dat de kamer het Handvest Bewonersparticipatie toegestuurd zal krijgen zodra er overeenstemming is.29-11-01A.O. over ISV, overdrachtsbelasting en betonschade Zaanstad 28 000 XI nr. 44 
De minister zegt een uitwerking van de effecten van het huurbeleid, de huursubsidie en de oopkrachtontwikkeling aan de TK toe. 23-11-2004 Verslag van een wetge- vingsoverleg (begro- tingsonderzoek) 29 800 XI, nr. 90Brief aan Tweede Kamer d.d. 4-2-2005 (27 926, 29 800 XI nr. 42)
De minister zegt de TK informatie over de OZB toe; is het niet maandag, dan later23-11-2004 Verslag van een wetgevingsoverleg (begrotingsonderzoek) 29 800 XI, nr. 90 
Studentenhuisvesting, campushuur-contracten Wetswijziging is in voorbereiding op dit gebied. De minister hoopt het wetsvoorstel terzake het komend voorjaar aan de ministerraad te kunnen voorleggen. Bij de invoering van een campuscontract valt de beëindiging van het contract samen met de beëindiging van de studie. Het betreft hier wel het BW03-10-0228 600 XI, nr. 8, blz. 7Wacht op behandeling in Tweede Kamer
De minister zegt de TK nadere schriftelijke informatie over de huurbevriezing toe. 23-11-2004 Verslag van een wetgevingsoverleg (begrotingsonderzoek) 29 800 XI, nr. 90 
De minister zegt de TK een schriftelijke toelichting op de AWIR n.a.v. de tabel op blz. 219 toe. 23-11-2004 Verslag van een wetgevingsoverleg (begrotingsonderzoek) 29 800 XI, nr. 90Afgedaan met: UB [26-11-2004] schriftelijke antwoorden op vragen n.a.v. Begrotingsonderzoek VROM
Huurwet. De minister zal een brief zenden aan de TK; over reorganisatie huurcommissies en de fundamentele herziening huurcommissies. Een afschrift zal hij zenden aan de EK.12-11-02 Verslag 6e vergadering EK, blz. 138–165Na overleg met het Landelijk Overleg Huurders/Verhuurders en consultatie van de voorzitters van de huurcommissies is de Kamer geïnformeerd over de voornemens met betrekking tot de toekomstige organisatie van de huurgeschillenbeslechting (brief van 24 juni 2005, Krst. II, 2004–2005, 27 926, nr. 77).
De minister zal de Kamer blijven informeren over de afhandeling bij de huurcommissies. 23-11-2004 Verslag van een wetgevingsoverleg (begrotingsonderzoek) 29 800 XI, nr. 90De behandeltermijnen zijn betrokken in de brief over de voornemens met betrekking tot de toekomstige organisatie van de huurgeschillenbeslechting. (brief van 24 juni 2005, Krst. II, 2004–2005, 27 926, nr. 77).
Over de IPSV-aanvraag van Delfzijl krijgt de Kamer binnen 2 weken bericht.23-11-2004 Verslag van een wetgevingsoverleg (begrotingsonderzoek) 29 800 XI, nr. 90 
De TK informeren over de uitkomst besprekingen met VWS over brandveiligheid gezondheidszorggebouwen (VROM, BZK);07-12-2004 AO BouwregelgevingMen is bezig met een conceptbrief waarin de toelichting op de figerende regelgeving wordt gegeven. Deze brief gaat naar alle gemeenten, brandweer en zorginstellingen over de tekst heeft nog geen overeenkomst met VWS plaatsgevonden.
De TK informeren hoe om te gaan met APK brandveiligheid en gebouwdossier (VROM, BZK: nog nader afstemmen hoe we dit gaan doen);07-12-2004 AO BouwregelgevingOPB heeft eind mei 2005 haar advies met de Minister besproken, op korte termijn (juni) wordt er een brief aan de kamer gestuurd.
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03; illegale bewoning. De minister zal de particuliere verhuurders erop wijzen dat zij de gemeentenkunnen aanspreken op het gebied van informatievoorziening over de status van hun huurders mbv GBA21-11-02 TK 24–16602 Afgedaan met: MG 2005–09 d.d. 9 juni 2005
De minister zal kijken naar de circa 130 circulaires.11-02-2004 Nota Overleg Meerjarenprogramma herijking van de VROM- regelgevingTK 29 383 nr. 9 
De minister informeert de Tweede Kamer schriftelijke over wat Rotterdam wenst bovenop de mogelijkheden in de huidige Huisvestingswet07-09-2004 AO HuisvestingswetTK 29 624, nr. 2De Wbmgp (Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek) ligt nu bij de TK. Op 22 juni 2005 vindt een Hoorzitting plaats.
Nieuwe gegevens en argumenten die voortkomen uit de discussie met het veld worden meegewogen t.b.v. de wijziging van het BBSH. Na het advies van de Raad van State zal de minister een afweging maken, waarna zij de Kamer kenbaar maakt of de wijziging van het BBSH wordt meegenomen in de integrale herziening van het BBSH.27-10-2004 AO BBSHTK 29 80 XI, nr. 74 
In de loop van 2005 wordt de Kamer geïnformeerd ovwer het initiatiefrecht voor huurders en over bewonersparticipatie27-10-2004 AO BBSHTK 29 80 XI, nr. 74Advies Commissie Versterking Zeggenschap en Positie Huurdersorganisatie wordt na de zomer verwacht. Daarna reaktie naar TK
De Kamer wordt schriftelijk geïnformeerd over de argumenten waarom corporaties niet integraal onder de Vennotschapsbelasting zijn gebracht, en waarom is gekozen voor een verplichting voor de dochterondernimingen om een BV of NV te zijn.27-10-2004 AO BBSHTK 29 80 XI, nr. 74Afgedaan met: Brief gezonden aan TK dd 14 maart 2005, TK 2004–2005, 29 453 nr. 12
De minister zal een brief zenden aan de corporaties om deze op te roepen de verhuiskostenvergoeding reeds te verstrekken conform de voorgenomen regeling. 27-10-2004 AO BBSHTK 29 80 XI, nr. 74 
5-4-2005 VROM vergunning TK informeren over resultaten verbreding VROM-vergunning (afstemming andere departementen)Begrotingsbehandeling TK Milieu 29/11/2004 
6-4-2005 Samen met de Woonbond zal een commissie worden ingesteld die zich gaat buigen over de vraag hoe de positie van de huurders kan worden versterkt (omdat het functioneren van de woningmarkt gediend is met een sterke positie van verhuurders en vooral ook huurders)Begrotingsbehandeling VROM d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30–1989Advies Commissie Versterking Zeggenschap en Positie Huurdersorganisatie wordt na de zomer verwacht. Daarna reaktie naar TK
6-4-2005 Na zal worden gegaan of er al een onderzoek is gedaan naar de kosteneffectiviteit van sloop/nieuwbouw in relatie tot renovatie, alsmede hoe actueel het onderzoek is. Als dat het geval is zal dat beschikbare onderzoek het uitgangspunt zijn. Is er geen onderzoek gedaan dan zal worden nagegaan of het alsnog moet worden verricht. Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30–1991 
6-4-2005 In de brief van Stas Wijn wordt aangeboden de fiscale belemmeringen voor stedelijke vernieuwing, bijv. de meervoudige heffing van overdrachtsbelasting, nader te bezien. Tevens zal de suggestie van een pilot van een paar weken alsmede welke andere fiscale maatregelen er mogelijk zijn worden nagegaan (verwijzing naar het met instemming van de Europese Commissie toepassen van een verlaagd BTW-tarief in Zweden).Begrotingsbehandeling 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1991Brief aan TK d.d. 30 mei 2005 inzake 56 wijken (kamerstuknr. nog niet bekend)
6-4-2005 Nieuw Crooswijk (een oude wijk in Rotterdam) wordt grotendeels gesloopt, terwijl dit wel een mooie wijk is. Wat ervoor in de plaats komt is onduidelijk volgens mevr. Van Velzen. De Minister kent dit plan niet maar zal het plan/ de plannen dienaangaande nader onderzoeken.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1992 
6-4-2005 Vorig jaar is toegezegd dat de projectensteun zou worden geoptimaliseerd, zodat het instrumentarium op orde zou zijn als vrijwillige matching en de interventie van de Minister niet zouden helpen.Is de projectensteun inmiddels gemoderniseerd en kan deze ingezet worden als de drie maanden voorbij zijn? Toegezegd wordt dat als de drie maanden voorbij zijn en men aan de voorwaarden voldoet de verantwoordelijk-heid wordt genomen en als een verdergaande maatregel nodig is die ook zal worden getroffen. Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1993Zie tekst bij motie 39
6-4-2005 In de brochure van Centrada staat dat het Ministerie de plannen ondersteunt en dat ze financieel deugdelijk zijn. Nu moet het onderzocht worden. De Minister heeft toen «ja» gezegd en er moet nu worden doorgezet, hetgeen zal worden gedaan als dit zo is.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1993 
Pilot voor de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen, op te zetten in Oost-Nederland. Er zal in contact worden getreden met de betrokken bestuurders. Wellicht is het mogelijk om bij die pilot de ladder van Verdaas ook werkelijk in de praktijk uit te werken.De motie van Verdaas wordt aangehouden tot er nader bericht volgt hoe de pilot verder wordt uitgewerkt.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1995 
Er zijn meer dan 2000 gezinnen dakloos. Nagegaan wordt welke oplossingen er geboden kunnen worden voor deze specifiekek gropen aan de onderkant, waarbij het om eenvoudiger woonruimte gaat (zie ook het plan van Dhr. Verdaas). Er zal met gemeenten en corporaties worden overlegd omdat zij dat in handen hebbenBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1995Bij brief van VWS d.d. 4 juli 2005 is de TK geïnformeerd over de maatregelen die het Kabinet neemt met betrekking tot huisvesting voor specifieke groepen.
De Minister stimuleert de eigen bouw door in het BLS een bepaald bedrag te reserveren voor gemeenten die daar de mogelijkheid toe bieden. Verzoek van Dhr.Depla is om eenzelfde bijdrage als in de initiatiefwet van Hofstra en Duivesteijn, maar dan voor zelfbouwers. De toezegging is dat het enig nadenken zal vergen voordat hierop een heel duidelijk antwoord kan worden gegeven. Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 1999Buiten wat terzake in de woninbouwafspraken en het BLS is geregeld, is VROM niet van plan om uitvoering te geven aan het verzoek van de heer Depla.
Dhr. Depla verzoekt om de effecten van het huurbeleid op de segregatie wetenschappelijk te laten onderzoeken,waarbij alle (complexe en veelvormige) aspecten in beschouwing kunnen worden geno- men. De Minister zegt toe de vinger aan de pols te willen houden aangaande de lokale partijen bij het maken van verantwoorde politieke keuzesBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 200819-5-2005 Afgedaan met: PA [02-06-2005] Voortzetting AO Huurbeleid
Vervolgonderzoek met de Belastingdienst naar fraude met huursubsidieBegrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2008 
Toezicht op corporaties: kunnen de taken die nu bij het Centraal Fonds zijn belegd niet bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw worden ondergebracht (mevr. Sterk/Veenendaal)?. Toegezegd wordt na te gaan of in de relatie Rijk/coprporaties de rol van het WSW die van extern toezicht kan zijn.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2011Wordt betrokken in beleidsproces n.a.v. advies Commissie De Boer (rijk-corporaties)
De onderzoeken naar het BBSH wordt als eerste gedaan en er wordt bekeken hoe de relatie tussen overheid en corporaties wordt verhelderd/geregeld. Daarna wordt bekeken welk fiscaal regiem daarbij past.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2012Afgedaan met: Wordt betrokken in beleidsproces n.a.v. advies Commissie De Boer (rijk-corporaties)
de Minister zal, na geïnformeerd te zijn door het lid Depla over de juridische praktijk rond illegale onderhuur, opnieuw kijken naar de mogelijkheden voor het omkeren van bewijslast;Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112De TK is hierover bij brief van de Minister van Justitie mede namens de Minister van VROM geïnformeerd. (brief d.d. 14 juni 2005.
de Minister stuurt de Kamer een schrifte- lijke reactie over de verbeurdverklaringenVerslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112 
de Minister zal kijken naar de inhoud van de code die Aedes zelf ontwikkelt en overleggen met de Vereniging van Toezichthouders, dit naar aanleiding van de motie op stuk nr. 59 over de code-TabaksblatVerslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112 
de Minister stuurt een schriftelijke reactie naar de Kamer over de dilemma's rond onderhuur voor beginnend samenwonenden (de «problematiek van verliefde stelletjes»).Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112Is meegenomen in de brief aan de TK over leegstand en kraken.
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03. Grondexploitatievergunning. De minister wil de corporaties stimuleren zich actiever op te stellen op dit gebied.21-11-02 TK 24–1687Raad van State-advies wordt verwerkt. Het wetsvoorstel gaat zo spoedig mogelijk via de MR naar de TK.
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03. Particulier opdrachtgeverschap. De minister zal in de definitieve verstede- lijkingsronde, volgend jaar, zeker aandacht besteden aan het particuliere opdracht- geverschap. Initiatieven op dit vlak worden gestimuleerd. Er is een budget van 1.3 mln voor een informatiecentrum. In het voorstel aan TK inzake de grond- exploitatievergunning naast het element sociale woningbouw het element particu- lier opdrachtgeverschap zal verwerken.21-11-02 TK 24–1686Het Informatiecentrum is gereed (zie bij motie Schoenmaker/Ravestein).Convenant kavelbouw en Grondexploitatiewet zijn in voorbereiding.Zie ook motie van Gent/Duivesteijn inz. PO voor alle groepen bewoners; en toezegging inz. Grondbeleid en kwaliteit. Grondexploitatiewet: planning: najaar 2004 naar Raad van State is meegenomen bij woningbouwafspraken en BLS regeling.
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03; illegale bewoning. De minister gaat na of de huisjesmelkerij tegen kan worden gegaan door hier dezelfde systematiek toe te passen als bij drugspanden.21-11-02 TK 24–1660Afgedaan met: Is overlap met andere toezeggingen.
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03; illegale bewoning. De minister zal indien nodig extra bepalingen in de Huisvestingswet opnemen om de controle-mogelijkheden voor de gemeenten op illegale bewoning verder te verbeteren.21-11-02 TK 24-1660Afgedaan met: brief aan TK d.d. 7-12-2004 in het kader van de begroting 2005.
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03; illegale bewoning. De minister wijst de gemeenten erop dat indien zij werken met een huisvestingsvergunning, zij regelmatig moeten nagaan of de vergun- ninghouder de betreffende woning daadwerkelijk bewoont21-11-02 TK 24–1660Afgedaan met: brief aan TK d.d. 7-12-2004 en 27-1-2005 in het kader van de begroting 2005
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03, illegale bewoning. De minister gaat na of het Besluit beheer sociale huursector gewijzigd moet worden om zonodig de corporaties, die op welk punt niet of onvoldoende actief zijn, aanwijzingen te kunnen geven.21-11-02 TK 24–1660afgedaan met brief d.d. 27 januari 2005 (29 800 XI, nr. 99)
Huurcommissies: toezicht. Het toezicht op de huurcommissies komt terug bij het IHH-II-traject.11-05-99 Kamerstukken I 25 445 Wetsvoorstel Wijziging Huurprijzenwet WoonruimteHet IHH-II traject heeft niet geleid tot wijzigingen ten aanzien van het toezicht. Toezicht op ZBO's is per 17 mei 2005 binnen VROM bij één toezichtsorgaan, TopZo, geconcentreerd. Het toezicht zal gezien de voorgenomen omvorming van de huidige ZBO's huurcommissies naar één nieuwe ZBO-organisatie, zoals voorgesteld aan de Kamer bij brief van 24 juni 2005 (Krst II, 2004–2005, 27 926, nr. 77), bij het Rijk blijven. AFGEHANDELD
Huurgeschillen. Toegezegd wordt dat de Kamer rond de zomer een notitie zal krijgen over de toekomst van de huurgeschillenbeslechting. Daarin zullen een aantal oplossingsrichtingen worden aangegeven, met voor- en nadelen, zodat de Kamer een fundamentele discussie over de lange termijn kan voeren. Meegenomen zullen worden de modellen die door de Kamer naar voren zijn gebracht, zoals de vorming van een agentschap, en de modellen die door de Huurdersfederatie Emmen zijn genoemd.06-02-02 AO Huurcommissies 28 000 XI nr. 49Na overleg met het Landelijk Overleg Huurders/Verhuurders en consultatie van de voorzitters van de huurcommissies is een brief opgesteld omtrent de voornemens met betrekking tot de toekomstige organisatie van de huurgeschillenbeslechting (Krst II, 2004–2005, 27 926, nr. 77).
De minister zal de Kamer informeren over haar reactie op het rapport van de Woon- bond inzake bewonersparticipatie. Die reactie kan de Kamer kort na het zomer- reces verwachten03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructureringWordt meegenomen in het advies over versterking Zeggenschap en positie huurders(organisatie) dat na de zomer komt.
Het RIGO-onderzoek van eind november 2004 zal nader worden bestudeerd. (Hierin staat o.a. dat de afspraken met de corpo- raties over het huurbeleid leiden tot een woningproductie in 2005–2006 die 30% lager is dan het gemiddelde van de afgelopen jaren.BegrotingsonderzoekVROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 800 XI nr. 30 pag. 2012Afgedaan met: Afgehandeld bij beantwoording kamervragen huurbeleid februari 2004 (204 vragen)
de minister zal een circulaire doen uitgaan naar de gemeenten om hen nogmaals op hun verantwoordelijkheden te wijzen, opdat informatie uit de GBA ook bijdraagt aan de aanpak van onrechtmatige bewoning bij particuliere verhuurders;Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112Afgedaan met: Circulaire
Grondbeleid en kwaliteit. Toegezegd wordt dat de relatie tussen kwaliteit en gemeentelijk grondbeleid de komende tijd via onderzoek nader verduidelijkt zal worden19-10-00 Kamerstukken II 27 400 XI(Begroting VROM 2001Het voornemen is dat VROM, NEPROM, NVB en VNG in oktober 2005 komen met een gemeenschappelijk voorstel over de wijze waarop het convenant grondprijsbeleid, mede op basis van de monitor en de evaluatie, een vervolg krijgt.
Wet stedelijke vernieuwing/ISV: sancties. Toegezegd wordt dat indien er sancties worden getroffen tegen een gemeente (vaststellen lager bedrag), de Kamer hierover geïnformeerd wordt.26-06-00 Kamerstukken II 26 884 Wetgevings-overleg Wetsvoorstel Stedelijke Vernieuwing 
Interne controle bij corporaties. Toegezegd wordt dat de Kamer op de hoogte zal worden gesteld over de uitwerking en invoering van de afspraken met Aedes inzake het interne toezicht en de administratieve organisatie bij corporaties.20-06-02 AO huurbeleid en huurcommissies (huuraangelegenheden) 27 926 nr. 11 
Grondbeleid Marktselectie er komt een handreiking voor gemeenten voor het toepassen van marktselectieAO GrondbeleidKamerstukken n.n.b. 
Interpellatiedebat Woonzorg / CFV. Het BBSH wordt aangepast op het punt van het aanscherpen van de regels voor het uitsluiten van risicovolle beleggingen door corporaties De minister zal dit de TK presenteren03-12-02 Interpellatie Woningcorporatie Woonzorg Nederland TK28–2029Afgedaan met: Wacht op beslissing over wel/niet meenemen n.a.v. advies Commissie De Boer
Na ommekomst van het rapport over de gestegen beheerskosten bij corpo's zal de minister dit rapport aan de kamer zenden en bezien of er maatregelen genomen moeten worden inzake de hoogte van salarissen bij corpo's.21-04-2004 AO corpo- raties en stedelijke vernieuwingAfgedaan met: Medio 2005 gereed
Bij de monitoring van het ISV-2 zal gekeken worden naar de kosten van plannemakerijk, zowel tussen rijk en gemeentenals binnen gemeenten.03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructureringAangegeven is dat het niet past in de ISV-systematiek. Wel is aan gemeenten en provincies bij brief van 27 september 2004 verzocht de kosten van plannen maken zo laag mogelijk te houden.
De minister zal de Kamer informeren over haar reactie op het rapport van de Woon- bond inzake bewonersparticipatie. Die reactie kan de Kamer kort na het zomerreces verwachten03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructureringWordt meegenomen in het advies over versterking Zeggenschap en positie huurders(organisatie) dat na zomer komt.
In april 2008 wordt getoetst of aan de woningbouw-afspraken op regionaal niveau is voldaan. Door vanaf 2005 intensief bij de voortgang betrokken te zijn wordt direct een beeld van de knelpunten verkregen, wat deze zijn en wie daaraan een bijdrage kan leveren. Op deze wijze worden we niet in 2008 voor een voldongen feit gesteld.Begrotingsbehandeling VROM 2005 d.d. 1-12-2004 29 80 XI nr. 30 pag. 2004 
De minister zal de Kamer informeren over de mogelijkheden het eigenwoningbezit te bevorderen (anders dan door de BEW) en over haar voornemens m.b.t. de BEW en het verdere traject03-06-2004 AO (3e termijn) woningbouwproductie en herstructureringAfgedaan met: afgedaan met brief aan de TK d.d. 16 november 2004
In november 2004 vindt de afronding plaats van het overleg met de regio over prestatieafsprakeninzake woningbouw07-09-2004 AO Huisvestingswet TK 29 624, nr. 2Afgedaan met: UB [03-06-2005] Aanbieding Woningbouwafspraken 2005 tot 2010 en eindrapport: Inventarisatie bestemmings- en streek- plancapaciteit voor woningbouw 2004.
Interpellatiedebat Woonzorg/CFV Het BBSH zal worden aangepast om treasurybepalingen op te nemen in de statuten van corporaties. De TK zal daarover schriftelijk geïnformeerd worden.Interpellatie Woningcorporatie Woonzorg Nederland TK28–2027Afgedaan met: Wacht op beslissing over wel/niet meenemen n.a.v. advies Commissie De Boer
Interpellatiedebat Woonzorg/CFV Het BBSH wordt aangepast op het punt van het aanscherpen van de regels voor het uitsluiten van risicovolle beleggingen door corporaties. De minister zal dit de TK presenteren.03-12-02Interpellatie Woningcorporatie Woonzorg Nederland TK28–2029 
De minister zal de mogelijkheid van toepassing van minder plaatsgebonden karakter van het zelfrealisatierecht onderzoeken.AO Grondbeleid 1 februari 2005 
Na de ISV-evaluatie verstrekt de minister een overzicht en analyse met de voor- en nadelen van de gehanteerde beandering van het ISV 1.21-04-2004 AO corpo- raties en stedelijke vernieuwingDe TK wordt in 2006 geïnformeerd over de evaluatie van ISV1 (2000–2004)
GrondbeleidMarktselectie In 2005 wordt een 0-meting gehouden, in 2007 volgt een tussenrapportage en in 2009 een eind- rapportage (inclusief een soort benchmark tussen gemeenten). AO GrondbeleidKamerstukken n.n.b. 

A. OVERZICHT VAN DE MOTIES RUIMTELIJKE ORDENING

OmschrijvingKamerstuknummerStand van Zaken
Van der Ham, Atsma, Slob, Van der Staaij Verzoekt de regering € 800 miljoen in te zetten voor het Waddenfonds. 29 684 XI, nr. 13Afgedaan met: UB [23-06-2005] Voortgangsrapportage Waddendossiers
Snijder-Hazelhoff, Atsma Verzoekt de regering prioriteit te geven aan herstel van het kwelderareaal en het bestrijden van exoten aan te pakken en verzilting te bestrijden; afzien van projecten waarmee zoutwater binnendijks wordt ingelaten, het Lauwersmeer en het Ijsselmeer weer getijdenwerking krijgen en oude Dollard polders onder water worden gezet.29 684 XI, nr. 16Afgedaan met: Brief 24 december 2005, kamerstuk 29 684, nr. 25
Van der Staaij, van der Ham, Slob, Snijder-Hazelhoff, Samson Verzoekt de regering vóór 1 maart 2005 met een nieuwe structuur op hoofdlijnen te komen, waarin een concreet standpunt wordt ingenomen over de voorstellen van de commissie Meijer hierover, en de TK hierover te informeren.29 684 XI, nr. 15 
Snijder-Hazelhoff, Atsma, Van der Staaij Verzoekt de regering middelen vanuit Waddenfonds beschikbaar te stellen voor nader te ontwikkelen projecten van de gemeenten in het noorden van Friesland en Zeeland, die geconfronteerd worden met een grote aanslag op de werkgelegenheid door stopzetting kokkelvisserij.29 684 XI, nr. 17Deze motie wordt betrokken bij het opstellen van het investeringsplan Waddenfonds. Het investeringsplan zal eind 2005 aan de Kamer worden aangeboden.
Atsma Verzoekt de regering de economische ontwikkeling waddengebied bij voorkeur te richten op ontwikkeling en bereikbaarheid waddenhavens in Noord-Holland, Fryslân en Groningen.29 684 XI, nr. 18Deze motie wordt betrokken bij het opstellen van het investeringsplan Waddenfonds. Het investeringsplan zal eind 2005 aan de Kamer worden aangeboden.
Atsma Verzoekt de regering het project Energy Valley als onderdeel van het investeringsplan voor het Waddengebied een hoge prioriteit toe te kennen.29 684 XI, nr. 18Deze motie wordt betrokken bij het opstellen van het investeringsplan Waddenfonds. Het investeringsplan zal eind 2005 aan de Kamer worden aangeboden.
verzoekt de regering om de kennis over EU beleid te vergaren, te bundelen en te vertalen in de beleidsconsequenties ten aanzien van onze ruimtelijke ordening, en deze beschikbaar te stellen aan het totale werkveld85 091VROM heeft hierover met de permanente vertegenwoordiger in Brussel overlegd. Voor het kerstreces ontvangt de kamer nadere informatie over de wijze van aanpak.
verzoekt de regering de Staten-Generaal te voorzien van haar lange termijninvesteringsstrategieën die rekening houden met de zeer lange voorbereidingstijd van grote nationale investeringen, indien nodig verkend met scenario's, vertaald in aanzetten voor beleidsontwikkeling op korte en middellange termijn en vergezeld van een prioritering van de investeringen op basis van een objectief en integraal beoordelingskader85 093Na het zomerreces zal de Eerste Kamer de verkenning ontvangen.
Witteveen-Hevinga Nodigt de regering uit aan het bureau Duurzame Energie te verzoeken om een zogenaamde energiescan te maken, opdat alle potenties voor een duurzame energiehuishouding maximaal worden benut en kunnen worden geïntegreerd in door het gebied reeds genomen initiatieven; verzoekt de regering voorts op basis hiervan een gezamenlijk plan van aanpak samen te stellen en de Kamer daarover vóór eind dit jaar te rapporteren.26 431 XI, nr. 26De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt PKB deel III)verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-Hevinga Verzoekt de regering om samen met de betrokken gemeenten een plan van aanpak te ontwikkelen waarmee openstelling van vuurtorens behouden blijft of hernieuwde opening bevorderd wordt.26 431 XI, nr. 27De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt(PKB deel III)verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-Hevinga Verzoekt de regering onderzoek te doen naar alternatieve vormen van werkgelegenheid op Vlieland, waaronder de plaatsing van simulatoren ten behoeve van militaire opleidingsactiviteiten, sleepdienstactiviteiten, uitbreiding van werkzaamheden met betrekking tot natuurbehoud en met een plan terzake te komen.26 431 XI, nr. 29De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
LuchtenveldVerzoekt de regering op korte termijn in overleg te treden met de regeringen van Denemarken en Duitsland teneinde voorstellen te doen voor een verdere onderlinge afstemming van beleid en het tot stand brengen van een internationaal afwegingskader voor de Waddenzee, en daarbij de commissie-Nijpels, die het Wadden Sea Forum voorbereidt, te betrekken.26 431 XI, nr. 30De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Luchtenveld Verzoekt de regering met de commissie-Nijpels in overleg te treden teneinde te bezien of opstellen van een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelings-perspectief in internationaal kader kan plaatsvinden als onderdeel van de door de commissie op te stellen rapportage ten behoeve van de internationale Waddenconferentie.26 431 XI, nr. 31De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
LuchtenveldVerzoekt de regering met de commissie-Nijpels in overleg te treden teneinde te bezien of opstellen van een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelings-perspectief in internationaal kader kan plaatsvinden als onderdeel van de door de commissie op te stellen rapportage ten behoeve van de internationale Waddenconferentie.26 431 XI, nr. 32De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Luchtenveld Verzoekt de regering de blauwe tekst op pagina 17, onder B, te vervangen door: «Er mogen geen nieuwe haven- en bedrijventerreinen worden aangelegd in of direct grenzend aan de Waddenzee. Bestaande haven- en bedrijventerreinen direct grenzend aan de Waddenzee dienen bij voorkeur landinwaarts te worden uitgebreid. Met toepassing van het afwe- gingskader en onder de voorwaarde dat het Balgzand onaangetast blijft, kan een uitzondering voor zeewaartse uitbreiding bij Den Helder worden gemaakt. Dit maakt ten minste de verplaatsing van de aanlegsteigers van de veerdienst naar Texel mogelijk».26 431 XI, nr. 33De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Van Wijmen Verzoekt de regering de tekst van de PKB (deel 3, blz. 11, vierde bolletje) tewijzigen als volgt: «de landschappelijke kwaliteiten; met name rust, weidsheid, open horizon, natuurlijkheid en duisternis»26 431 XI, nr. 41De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-Hevinga Verzoekt de regering de PKB-tekst zodanig aan te passen dat het rapen van oesters ten behoeve van kleine restaurants/eetge- legenheden in het Waddengebied op beperkte schaal toegestaan is.26 431 XI, nr. 50De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-HevingaVerzoekt de regering «duurzaam sociaal economisch ontwikkelingsperspectief» als beslissing van wezenlijk belang aanmerken; en verzoekt de regering voorstellen te doen voor uitwerking en voorstel voor oprichting Waddenduurzaamheidsmaatschappij.26 431 XI, nr. 51De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt(PKB deel III)verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-Hevinga Verzoekt de regering een samenhangend veiligheidsplan te ontwikkelenen dat in het begin van de komende kabinets-periode aan de Kamer voor te leggen.26 431 XI, nr. 51De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-HevingaVerzoekt de regering in hoofdstuk 3.2 Ruimte voor menselijke activiteiten,onderdeel k, diepe delfstoffen, de volgende teksten met de status«uitspra- ken van wezenlijk belang» te schrappen: «Er mogen in de Waddenzee geen proef- boringen........worden weggenomen.» Deze teksten te vervangen door: «In het Waddengebied zijn nieuwe gasmijnbouwactiviteiten met mogelijke invloed op de Waddenzee uitgesloten», met de status van «beslissing van wezenlijk belang».26 431 XI, nr. 53De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt PKB deel III)verschijnt voorjaar 2006.
Witteveen-Hevinga Verzoekt de regering voorts, aan de eerste alinea van onderdeel p «Visserij» op pagina 20 toe te voegen als beslissing van wezenlijk belang: «en duurzame geïntegreerde visserij. Daartoe wordt een laagdrempelig vergunningensysteem ontworpen». 26 431 XI, nr. 54De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt PKB deel III)verschijnt voorjaar 2006.
Luchtenveld Verzoekt de regering, in afwachting van het op te stellen convenant tussen Rijk, Waddenprovincies en gemeenten, af te zien van een capaciteitsbeleid en slechts een capaciteitsbeleid in werking te stellen indien een convenant in 2004 niet tot stand zou zijn gekomen.26 431 XI, nr. 56De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Augusteijn-Esser Verzoekt de regering, in de blauwe tekst van de PKB onder q. MilitaireActiviteiten op te nemen: verminderingsdoelstelling militaire activiteiten en onderzoek naar verminderen/beëindigen militaire activiteiten na 2010.26 431 XI, nr. 58De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Augusteijn-Esser Verzoekt de regering de PKB tekst op blz. 18 zodanig te wijzigen dat de eerste alinea onder l. Windturbines, als volgt luidt: «Er mogen in de Waddenzee geen windturbines worden geplaatst.»26 431 XI, nr. 59De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.
Van der Steenhoven Verzoekt de regering de tekst over verplaatsing naar De Kooy volledig te schrappen.26 431 XI, nr. 60De kabinetsreactie op deze motie wordt meegenomen in het vervolgtraject van de PKB Derde Nota Waddenzee. Een aangepast kabinetsstandpunt (PKB deel III) verschijnt voorjaar 2006.

B. OVERZICHT VAN DE TOEZEGGINGEN RUIMTELIJKE ORDENING

OmschrijvingVindplaatsStand van Zaken
Grondbeleid NR-motiesBij de schriftelijke beantwoording van de NR-moties zal de minister ingaan op grondbeleidrelevante (onderdelen van deze) moties.AO GrondbeleidKamerstukken n.n.b.Afgedaan met: met kamerstuk 29 435, nr. 104
Waddenfonds In de ministerraad worden de mogelijkheden voor het verhogen van de investeringen in het Waddenfonds besproken.AO Hoofdlijnen WaddenzeebeleidAfgedaan met: UB [23-06-2005] Voortgangsrapportage Waddendossiers
Waddenzee De TK ontvangt in het eerste kwartaal van 2005 een brief van de Minister over het vervolgtraject van de PKB Waddenzee.AO hoofdlijnen Waddenzee-beleidAfgedaan met: UB [23-06-2005] Voortgangsrapportage Waddendossiers
Structuurschema II Militaire Terreinen De minister van VROM en de staatssecretaris van Defensie hebben toegezegd, geza- menlijk met de regio, naar een oplossing te zoeken voor de bouwbeperkingen die de z.g. «obstakelvrije vlakken» voor het militaire luchtvaartterrein bij Eindhoven geeft in bestaande plannen voor de stedelijke ontwikkeling aldaar.AO Tweede Structuurschema Militaire Terreinen Kamerstukken II 2004–2005, 28 114 nr. 9 
Zelfrealisatierecht: onderzoek naar ontkoppeling tussen grondeigendom en het ontwikkelingsrecht, mogelijk gedif- ferentieerd naar tijd en plaats. In samen- hang hiermee: bezien hoe de kwaliteit van projecten beter gewaarborgd kan worden.AO GrondbeleidEr wordt op dit moment onderzoek gedaan naar Zelfrealisatierecht. De resultaten van het onderzoek worden in december 2005 verwacht. De kamer zal in het voorjaar van 2006 een notitie ontvangen waarin dit onderwerp in den breedte aan de orde komt.
Grondbedrijf. Rijksgrond vliegbasis Twente De Minister zal de Kamer infor- meren over hoe het Rijk omgaat met het eventueel afstoten van rijksgrond vlieg- basis Twente en Europese regelgeving m.b.t . staatssteun.AO GrondbeleidAfgedaan met: 29 800 X, nr. 100 d.d. 9 juni 2005
PEC Bouwnijverheid Toegezegd wordt dat er een apart debat over grondbeleid zal volgen: o.a. concur- rentiebevordering e.d. Voor einde 2003 zullen onderzoeken naar bevorderen concurrentie op ontwikkelingslocaties naar de Kamer gestuurd worden.17-04-03 Handelingen II 2002–2003, nr. 64, p. 3815–3859Afgedaan met: kamerstuk 27 581, nr. 19H d.d. 25 oktober 2004
Waddenfonds De TK ontvangt medio 2005 een notitie van de Minister van VROM over het Waddenfonds.AO hoofdlijnen Waddenzee-beleidAfgedaan met: UB [23-06-2005] Voortgangsrapportage Waddendossiers
De Kamer ontvangt van de Stas V&W en Stas VROM een brief met een tijdpad en alle te zetten stappen (inclusief een eventueel Nimby-besluit van kabinet) die moeten leiden tot het uiterlijk in 2007 in een winningsfase brengen van de ont- grondingen Over de Maas en GeertjesgolfAO Voortgangsrapportage Afbouw Regierol kabinet bij bouwgrondstoffenvoorziening,29 maart 2005
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03. De minister kondigt aan dat de gemeente bij het verlenen van een grond- exploitatievergunning ook aandacht moet besteden aan de sociale sector. Bekeken moet worden hoe er op dit gebiedstappen vooruit kunnen worden gemaakt. Dit wordt uitgewerkt21-11-02 TK 24–1681Zie ook Handeling II, 24–1687. In de Wet Ruimtelijke Ordening worden gemeenten bevoegdheden gegeven om eisen te stellen aan de te realiseren sociale woningbouw. Wetsvoorstel grondexploitatiewet wordt in september 2005 naar de Tweede Kamer gestuurd.
GrondbeleidGrondexploitatiewet Afhan- kelijk van het advies RvS gaat wetsvoorstel Grondexploitatiewet vóór de zomer 2005 naar de TK. De kostensoortenlijst zal vroegtijdig openbaar worden gemaakt.AO Grondbeleid van 1 februari 2005Wetsvoorstel grondexploitatiewet wordt in september 2005 naar de Tweede Kamer gestuurd. Tevens wordt de kostensoortenlijst openbaar gemaakt.
Grondbeleid RijksgrondbedrijfDe minister zal de Kamer informeren over de ontwik- keling richting een rijksgrondbedrijf.AO Grondbeleid Kamerstukken n.n.b.Kamer wordt in oktober 2005 geïnformeerd na het kabinetsstandpunt over een eventueel Rijksgrondbedrijf.
Een belangrijk deel van de moeilijkheden die ontstaan door de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) zijn te wijten aan een slordige werkwijze. Het kabinet wil correcte toetsing aan VHR bevorderen en zal andere overheden hiertoe handreikingen geven.AO Voortgangsrapportage Afbouw Regierol kabinet bij bouwgrondstoffenvoorziening, 29 maart 2005 
Nota Grondbeleid De staatssecretaris van VROM zegt toe te bezien welke mogelijkheden er bestaan om de administratieve lasten bij een grondexploitatievergunning zoveel als mogelijk te beperken.Kamerstukken II, 2000–2001, 27 581, nr. 10NOWetsvoorstel grondexploitatiewet wordt in september 2005 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Waddenzee. Zodra er meer bekend is over de stand van zaken met betrekking tot vergunningverlening voor de militaire activiteiten op Vlieland, naar verwachting medio 2005, zal de TK hierover geïnformeerd worden.AO hoofdlijnen Waddenzee-beleid Kamerstukken n.n.b.VROM is in afwachting van de vergunningaanvraag i.h.k.v. de Wet Milieubeheer, van het Ministerie van Defensie. De aanvraag wordt in september 2005 verwacht. De vergunning i.h.k.v. de Wet Oppervlaktewater is begin 2005 verleend.
Grondbeleid Pilot Limburg VROM neemt deel aan de klankbordgroep van de pilot onder verantwoordelijkheid van de provincie Limburg.AO GrondbeleidKamerstukken n.n.b.Het voortouw voor het starten en uitvoeren van de pilot ligt bij de provincie Limburg. Ter zijner tijd wordt de Tweede Kamer geïnformeerd.
Nota Grondbeleid De staatssecretaris van VROM streeft ernaar in 2001 met een eerste proeve van een grondexploitatievergunning te komen, waarop maatschappelijk kan worden gereageerd.Kamerstukken II, 2000–2001, 27 581, nr. 10 NOWetsvoorstel grondexploitatiewet wordt in september 2005 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Nota GrondbeleidDe staatssecretaris zegt toe dat zaken als sociale huur, sociale koop en dubo worden toegevoegd aan de voorwaarden van de brede exploitatievergunning. Dit kan geregeld worden met een Kwalitatief Locatieplan (KLP). Dit zal goed moeten worden afgestemd met de herziening WRO.Kamerstukken II, 2000–2001, 27 581, nr. 10 NOWetsvoorstel grondexploitatiewet wordt in september 2005 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Nota Grondbeleid De staatssecretaris van VROM zegt inzake het openbaar aanbesteden bij de Wvg toe de formule «in beginsel» zodanig in te vullen dat voor een aantal gevallen een uitzonderingsregime kan worden gecreëerd. Daarbij wordt tevens de overweging betrokken om de koppeling van deze voorwaarde met de Wvg te verbreken, zodat in alle gevallen de grond in handen van gemeenten openbaar moet worden aanbesteed.Kamerstukken II, 2000–2001, 27 581, nr. 10 NOAfgedaan met: 25 oktober 2004 door de Minister van VROM naar de Tweede Kamer gestuurd (TK 27 581, nr. 19).
Waddenzee De Minister van VROM zal in contact treden met de Raad voor de Wadden over de betrokkenheid bij het onderwerp bestuurlijke organisatie van het waddengebied.AO hoofdlijnen Waddenzee-beleid Kamerstukken n.n.b.Afgedaan met: mondeling overleg met de Raad voor de Wadden op 5 juli 2005. Afgesproken is dat er nog informeel overleg met de Raad zal volgen.
Nota Ruimte Een brief over regionaal kostenverhaal & verevening en de grondexploitatiewet worden in het najaar aangeboden (de laatste aan de RvS).Hoofdlijnen-debat over Nota RuimteAfgedaan met: Kamerstuk 27 581, nr. 20 d.d. 25–11-2004
PKB Waddenzee De minister van VROM streeft ernaar voor het kerstreces een aangepaste versie PKB deel 3 Waddenzee naar de kamer te sturen.AO hoofdlijnen Waddenzee-beleid Kamerstukken II 2004–2005, 29 684 nr. 26Afgedaan met: UB [23-06-2005] Voortgangsrapportage Waddendossiers
Waddenfonds De minister van VROM zal de Tweede Kamer schriftelijk toelichting verstrekken over het al dan niet koppelen van gasinkomsten aan het investeringsfonds Waddenzee.AO hoofdlijnen Waddenzee-beleid Kamerstukken II 2004–2005, 29 684 nr. 26Afgedaan met: brief aan TK (29 684 nr. 22).
Waddenzee De minister van VROM zal schriftelijk ingaan op de nog niet beantwoorde vragen inzake militaire munitie en milieuvergunningen.Kamerstukken II 2004–2005, 29 684 nr. 26 AO Waddenzee-beleidAfgedaan met: brief van Min VROM aan de TK van 16 (29 684 nr. 22) en 22 november 2004 (26 431 nr. 64).
Nota Ruimte Stankregelgeving De minister van VROM zegt toe samen met min LNV te bezien in hoeverre benutting bestaande bebouwing wordt beperkt door regelgeving en met de provincies een en ander nader te bezien.NO Nota Ruimte Kamerstukken II 2004–2005, 29 435 nr. 105De problematiek wordt meegenomen bij de nieuwe wet Geurhinder en Veehouderij. Het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State.
Nota Ruimte Bedrijventerreinen Naar verwachting zal de minister van VROM medio 2005 de TK op de hoogte stellen van de nieuwe bedrijventerreinprognose.NO Nota Ruimte Kamerstukken II 2004–2005, 29 435 nr. 105De bedrijventerreinprognose wordt in het najaar van 2005 aan de kamer gezonden.
Nota Ruimte buitendijkse gebieden Medio 2005 komt het Rijk met een uitwerking in de vorm van een beleidslijn buitendijkse gebieden.NO Nota RuimteKamerstukken II 2004–2005, 29 435 nr. 105Onderwerp is in mei besproken in het bestuurlijk overleg. Daar is afgesproken dat de regionale partijen naar het onderwerp kijken. De resultaten hiervan worden in het bestuurlijk overleg in september verwacht. De kamer wordt begin 2006 over de stand van zaken geïnformeerd.
Grondbeleid Transparantie gem. grond- exploitatieOnderzoek naar transparantie bij gemeentelijke grondexploitatie («betalen marktwoningen extra voor huurwoningen?»).AO GrondbeleidKamerstukken n.n.b.VROM laat een eenmalige doormeting uitvoeren waarin een representatief aantal gemeentelijke grondexploitaties wordt doorgelicht. De uitkomsten van het onderzoek worden eind 2005 verwacht.
De minister zal onderzoeken of een ontkoppeling tussen het grondeigendom en het ontwikkelrecht, mogelijk gedifferentieerd naar situatie en plaats, wenselijk en haalbaar is.AO Grondbeleid 1 februari 2005Er wordt op dit moment een onderzoek gedaan naar Zelf- realisatierecht. De resultaten van het onderzoekworden in het najaar van 2005 verwacht. De kamer wordt hierover vervolgens geïnformeerd.
de Minister zegt in reactie op de motie op stuk nr. 52 toe, het budgetrecht van de Kamer in acht te nemen en, mits op basis van een goed onderbouwd businessplan, voor het Hart van Zuid een bedrag toe te kennen van maximaal 4 mln en dit op te nemen in het uitvoeringsprogramma Nota RuimteVerslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2005 29 800 XI nr. 112Het businessplan is ontvangen en wordt bestudeerd. In het najaar wordt de kamer geïnformeerd.
De minister van VROM onderzoekt de mogelijkheden voor betere transparantie, voor een beter inzicht in de exploitatie van gemeenten.AO Grondbeleid1 februari 2005 
De minister is bereid te onderzoeken hoe de kwaliteit van projecten beter gewaarborgd kan worden (verzoek lid Duivesteijn).AO Grondbeleid1 februari 2005 
De minister zal terugrapporteren na haar bezoek aan Twente (in verband met bestaande locale twijfels over wijze van afstoten luchthaventerrein en bedrag wat daarmee gepaard gaat).AO Grondbeleid 1 februari 2005Afgedaan met: Kamerstuk 29 800 X, nr. 100 d.d. 9 juni
Wetsontwerp Waddenfonds In de loop van 2005 is het wetsontwerp Waddenfonds gereed. Deze wordt voorzien van een investerings- en uitvoeringsplan (opgesteld in overleg met regionale bestuurders) en dit komt uiterlijk voor het zomerreces 2005 naar de Tweede KamerAO hoofdlijnen Waddenzee-beleid Kamerstukken II 2004–2005, 29 684 nr. 26Afgedaan met: UB [23-06-2005] Voortgangsrapportage Waddendossiers
Nota Ruimte Zuidvleugel/Zuidplaspolder De minister van VROM zegt toe de TK regelmatig te informeren over de voort- gang van de projecten Zuidvleugel en Zuidplaspolder.NO Nota Ruimte Kamerstukken II 2004–2005, 29 435 nr. 105Begin 2006 ontvangt de Kamer een voortgangsrapportage met daarin de programma-aanpak.
De minister zal bij haar schriftelijke beantwoording van de moties Nota Ruimte (eind deze week) ingaan op de vragen over de moties die door de leden naar voren zijn gebracht (o.a. de motie Geluk).AO Grondbeleid1 februari 2005Afgedaan met: Brief bij aanbieding deel 3A Nota Ruimte, kamerstuk nr. 29 435, nr. 153
Zodra meer informatie beschikbaar is over de studie naar het Rijksgrondbedrijf (meer gebiedsgericht maken) in relatie tot de ontwikkelingsmogelijkheden van andere overheden, zal de minister hierop terugko- men.AO Grondbeleid 1 februari 2005Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar Zelfrealisa- tierecht. De resultaten van het onderzoekworden in decem- ber 2005 verwacht. De Kamer zal in het voorjaar 2006 een notitie ontvangen waarin dit onderwerp in den breedte aan de orde komt.

A. OVERZICHT VAN DE MOTIES RIJKSHUISVESTING

OmschrijvingKamerstuknummerStand van Zaken
Verzoekt de regering binnen één jaar na de betrokken partijen gehoord te hebben, de regelgeving met betrekking tot aanbe- stedingen vast te stellen. 28 244, nr. 31Afgedaan met invoering ARW (brief 18 augustus 2004, TK 29 709 nr. 2).
Spreekt als haar oordeel uit dat er in de komende jaren extra geinvesteeerd zal worden in scholing van ambtenaren als het gaat om het kennisniveau met betrekking tot aanbestedingen.28 244, nr. 37Afgedaan met brief van 13 mei 2005 «Voortgang kabinetsacties n.a.v. Parlementaire Enquête bouwnijverheid».
Spreekt uit dat bij het ontwikkelen van een nieuw wettelijk kader voor overheidsbestedingen óók ten aanzien van aanbe- stedingen die niet van rijkswege plaats- vinden, een adequate bescherming tegen het zogenaamde leuren dient te worden geboden.28 244, nr. 40Afgedaan. Zit besloten in Europese regels; opgenomen in toelichting ARW 2004 (TK 29 709 nr. 2)
Verzoekt de regering om voor 1 juli 2003 een actielijst op te stellen waarin alle voorstellen zijn samengebracht, inclusief de tijdsplanning, de verantwoordelijke bewindspersoon en eventuele benodigde extra budgetten. Verzoekt de regering tevens om jaarlijks een voortgangsrapportage aan de kamer te zenden.28 244, nr. 42Afgedaan met brief van 13 mei 2005 «Voortgang kabinetsacties n.a.v. Parlementaire Enquête bouwnijverheid».
Verzoekt de regering per 1 juli 2003 een volledige registratie en analyse van bedoeld meer- en minderwerk in te voeren en de Kamer daarover geregeld te rapporteren via bestaande periodieke rapportages, bijvoorbeeld via de jaarre- kening van de diverse departementen.28 244, nr. 43Afgedaan met brief van 13 mei 2005 «Voortgang kabinetsacties n.a.v. Parlementaire Enquête bouwnijverheid». N.B. Jaarverantwoording is niet gehaald; V&W voorziet aparte rapportage aan TK.
Spreekt als haar oordeel uit dat de overheid door deze passieve houding onvoldoende heeft ondernomen om een eind te maken aan het ondergrondse systeem van illegaal vooroverleg en rpijsafspraken.over passieve houding van de overheid bij signalen over illegale praktijken.28 244, nr. 46Afgedaan met brief van 13 mei 2005 «Voortgang kabinetsacties n.a.v. Parlementaire Enquête bouwnijverheid».
Het nieuwe stelsel in zijn totaliteit te evalueren op een tijdstip bij voorkeur per 1 januari 2004 en bij de evaluatie nadruk- kelijk aandacht besteden aan de marktanaloge aanpak en de «gedwondgen winkelnering» van departementen.25 449 nr. 8Afgedaan met: UB [04-07-2005] Evaluatie stelselherziening rijkshuisvesting(TK 25 449, nr. 11).
Verzoekt de regering onderzoek te doen naar andere methoden van aanbesteding, waarbij zowel een betere marktwerking als een betere projectbeheersing wordt bereikt, en daarbij concrete voorstellen te doen, en daarbij gebruik te maken van ervaringen elders, ook in het buitenland, en daarover de Kamer te rapporteren voor 1 juli 2004. over onderzoek naar andere methoden van aanbesteding.28 244, nr. 44Het onderzoek naar ervaringen in het buitenland is in septem- ber 2004 opgedragen vanuit het Kenniscentrum Aanbesteden i.o. Het onderzoeksrapport zal door het kenniscentrum omge- zet worden in een «best practice» handboek, dat zal worden gebruikt bij de advisering vanuit het kenniscentrum. Rapportage aan de Tweede Kamer wordt voorzien in de tweede helft van 2005.

B. OVERZICHT VAN DE TOEZEGGINGEN RIJKSHUISVESTING

OmschrijvingVindplaatsStand van Zaken
Toegezegd wordt een referentiebudget op te stellen voor de inrichting van de werk- kamers van bewindsliedenTK 2003–2004 29 200 XI nr. 132Afgedaan met: Het opgestelde referentiebudget zal worden gehanteerd bij de volgende kabinetswisseling.
PEC Bouwnijverheid Toegezegd wordt dat het integriteitsbeleid bij de Rgd aangescherpt zal worden.17-04-03 Handelingen II 2002–2003, nr. 64, p. 3815–3859E.e.a. zal plaatsvinden conform de bevindingen en aanbevelingen van BZK. Tevens zal hierover aan de minister periodiek gerapporteerd worden.
18-11-2004 De minister zegt toe terug te zullen komen op de relatie tussen mede- dinging en omzetgarantie-eisen (in AO Aanbestedingsbeleid)TK 2004–2005, 29 709 nr. 3Afgedaan met: brief van 15 april 2005 van de minister van EZ, mede namens de minister van VROM, TK 29 709 nr. 4. De resultaten van het onderzoek worden betrokken bij de vormgeving van de aanbestedingswetgeving (2006).
Hoge Colleges van Staat De Kamer zal worden geïnformeerd over het onderzoek «_ of en zo ja op welke Hoge Colleges van Staat de nieuwe aanpak van de rijkshuisvesting toegepast kan worden.» Het kabinet zal naar verwachting de Tweede kamer daarover in de loop van dit zittingsjaar informeren.24-02-98 Kamerstukken II, 1997–1998Afgedaan met: UB [04-07-2005] Evaluatie stelselherziening rijkshuisvesting (TK 25 449, nr. 11).
03-06-2004 In antwoord op kamervragen van dhr. De Wit (SP) over de brand in het Catshuis op 15 mei 2004 wordt toegezegd dat de Kamer uiteraard zo spoedig moge- lijk nader geïnformeerd wordt over de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek. TK 2003–2004 Aanhangsel p. 3545Hangende het strafrechtelijk onderzoek van het OM kunnen nog geen mededelingen gedaan worden.

A. OVERZICHT VAN DE MOTIES VROM INSPECTIE

OmschrijvingKamerstuknummerStand van Zaken
Over het verminderen van het rijkstoezicht op de gemeenten door de VI inzake M- en RO-taken29 800 XI, nr. 54Afgedaan met: de beleidsbrief handhaving, p. 3 die 30 mei 2005 naar de Tweede Kamer is verzonden.

B. OVERZICHT VAN DE TOEZEGGINGEN VROM INSPECTIE

OmschrijvingVindplaatsStand van Zaken
Rapportage onrechtmatige bewoningMinister zegt toe resultaten (rapport 2003 VI) uiterlijk april 2004 naar Kamer te sturenVROM040093(brief 03-02-2004)Afgedaan met: brief van 29 oktober 2004 (VI/O/12 342) kamerstuknummer 29 800 XI, nr. 8
Schietrange Vlieland. Kamer zal worden geïnformeerd over vergunning Defensie en wijze van toezicht door Defensie zelf en door VI. AO Handhaving 16 september 2004 29 800 XI, nr. 9Afgedaan met: brief naar TK op 041115 (M 343) kamerstuknummer 29 684, nr. 22
Professionalisering handhaving Stas geeft aan langs welke sporen gewerkt wordt aan de professionalisering van de hand- having en geeft aan dat begin 2003 het wetsontwerp Handhavingstructuur naar de Kamer zal worden verzonden.kamerstukken 2002–2003 22 343, nr. 75 4 december 2002Afgedaan met: Ao TK 8 december 2004
Rapport inventarisatie milieucriminaliteit (UMC) Kamer verzoekt om toezending van het rapportAO Handhaving 26 september 29 800 XI, nr. 9Afgedaan met: Kamer is inmiddels door min. Justitie gein- formeerd (22 343, nr. 99, d.d. 20-12-2004)
HSL-ZUID/SLAK EN AS Staatssecretaris geeft aan dat aanbevelingen rapport belangrijk zijn en dat er nu een team geformeerd wordt om ketenhandhaving vorm te geven (ook voor asbest)kamerstukken 2002–2003 22 343, nr. 754 december 2002Afgedaan met: visiedocument over ketenhandhaving d.d. 16 juli 2004 kamerstuknummer 22 343, nr. 93
Bouwregelgeving: verantwoordelijkheid tijdens bouwproces Minister zegt toe met de bouwsector te overleggen over de coördinatie van het bouwproces (n.a.v. balkons Maastricht)AO Handhaving V en RO 30 oktober 2003: 2920 XI, nr. 66In diverse gremia vindt overleg met bouwpartijen over de verantwoordelijkheidsverdeling plaats. De briefwisseling tussen VBWTN en VROM over de interpretatie van het Biab is afgerond. Een tweede element in de bevordering van de constructieve veiligheid is de afspraak om een aantal akties samen met de markt op een rij te zetten. De Betonvereniging is trekker van dit element en heeft een concept Plan van Aanpak opgesteld. Wanneer het PvA gereed is, zal het aan de minister worden aangeboden. Daarna zal de Kamer hierover gerapporteerd worden.
Bezien hoe om te gaan met de NIBRA-handreiking op de website van BZK. Het CDA wil dat deze handreiking wordt verwijderd.07-12-2004 AO BouwregelgevingAfgedaan met: verwijdering van de handreiking van de website van BZK heeft plaatsgevonden
Nagaan kritiek op VI naar aanleiding van punt Vietsch dat VI aanvullende eisen stelt bij gecertificeerde bouwvergunning bij de gemeenten Soest en Noord-Beveland (VI).07-12-2004 AO BouwregelgevingMinister is nagegaan in hoeverre de kritiek op de VI gerechtvaardigd was. Zij heeft geen aanleiding gezien om hierop nadere actie te ondernemen. De toezegging is hierbij afgedaan.
Schriftelijke beschouwing over de moge- lijke spanning tussen de bestuurlijke handhaving en de rol van het OM.Plenaire behandeling wetsvoorstel hand- havingstructuur(29 285) 8 december 2004Afgedaan met: afgedaan met Jaarrapportage 2004, p. 13
Wetsvoorstel Vaststelling Begrotingsstaat '03; illegale bewoning. De minister zal bij de gemeenten onder de aandacht brengen dat zij particuliere verhuurders kunnen informeren mbv GBA over de status van hun huurders, door middel van het vergelijken van lijsten21-11-02 TK 24–1660Afgedaan met: brief aan TK d.d. 7-12-2004 (29 800XI nr. 80) en 27-1-2005 (29 800XI nr. 99)
Milieuwethandhaving gassingen Stas geeft aan dat de huidige risico's bij gassingen onaanvaardbaar zijn. Er moet nu worden gekozen welke regelgeving het meest effectief ingezet kan worden om het probleem aan te kunnen pakken; hij geeft aan dat er wel handhavend wordt opgetreden Na ambtelijk overleg tussen VROM en SZW is besloten een gezamenlijk handhavingstraject te starten waarin o.m. gekeken wordt op welke rechtsbasis opgetreden kan worden. De resultaten zullen in het najaar van 2005 aan de Tweede Kamer worden gezonden.

12. BIJLAGE 6. LIJST VAN AFKORTINGEN UIT DE BEGROTING 2006 VAN HET MINISTERIE VAN VROM

AIDAlgemene Inspectie Dienst
ALOM/BLOMAmbtelijk / Bestuurlijk Landelijk Overleg Milieuhandhaving
AWIRAlgemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen
AZ(Ministerie van) Algemene Zaken
BANSBestuursaccoord Nieuwe Stijl
BATBest available technique
BbshBesluit beheer sociale-huursector
BeviBesluit Externe Veiligheid Inrichting
BEWWet bevordering eigen woningbezit
BGBevoegd gezag
BiabBesluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning
BIRKBudget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit
BLSBesluit locatiegebonden subsidies
BmwBestrijdingsmiddelenwet
BODBijzondere opsporingsdienst
BPMBelasting voor Personenauto's en Motorrijwielen
BrefBAT reference document
BRZOBesluit risico's zware ongevallen
BsikBesluit Subsidies Kennisinfrastructuur ICES/KIS
CAFEprogramma Clean Air For Europe
CBSCentraal Bureau voor de Statistiek
CFVCentraal Fonds Volkshuisvesting
CLEENChemical Legislation European Enforcement Network
COP/MOPConference of Parties / Meeting of Parties
CORACommissie Opberging Radioactief Afval
CPBCentraal Planbureau
CPRCommissie Preventie Rampen
CSDCommission for Sustainable Development
DEMODemonstratieprojecten Motorvoertuigen
ECEuropese Commissie
ECNEnergieonderzoekcentrum Nederland
EFD (E4D)Conferentie Energy for Development
EMSEuropese Mariene Strategie
EPBDEnergy Performance Building Directive
EPCEnergie PrestatieCoëfficiënt
EUEuropese Unie
EVExterne veiligheid
EVOAEuropese Verordening voor de Overbrenging van Afvalstoffen
F-gassengefluoreerde broeikasgassen
FIODFiscale inlichtingen- en opsporingsdienst
FO-IFacilitaire Organisatie – Industrie
GGO'Sgenetisch gemodificeerde organismen
GHORGeneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen
GIGeo-informatievoorziening
GLAMIProject Glastuinbouw en Milieu '96
GRgroepsrisico
GSBGrotestedenbeleid
HUFHandhaafbaarheid, uitvoerbaarheid, fraudebestendigheid
IAEAInternational Atomic Energy Agency
IBOInterdepartementaal Beleidsonderzoek
ICEBInformatiecentrum Eigen Bouw
ICES/KISInterdepartementale Commissie Economische Structuurversterking / Kennisinfrastructuur
IFDIndustrieel, flexibel en demontabel bouwen
IMOInternational Maritime Organization
IMPELEuropean Union Network for the Implementation and Enforcement of Environmental Law
INECEInternational Network for Environmental Compliance and Enforcement
IPOInterprovinciaal Overleg
ISVInvesteringsbudget Stedelijke Vernieuwing
ITKIndicator Technische Kwaliteit
IVWInspectie Verkeer en Waterstaat
KEWKernenergieWet
KOMPASKwaliteitszorg bij Ondernemingen met Milieu- en Arbozorg Samen
KWRKwalitatieve woningregistratie
LAPLandelijk Afvalbeheer Plan
LIFEL'Instrument Financier pour l'Environnement
LLN-TALandelijk Laboratoriumnetwerk terroristische aanslagen
MNPMilieu-en Natuur Planbureau
M&OMisbruik en oneigenlijk gebruik
MOPMeerjarenontwikkelingsprogramma
MRMinisteriële Regeling
NBCNucleair, biologisch, chemisch
NBWNationaal Bestuursakkoord Water
NEaNederlandse Emissieautoriteit
NECNational Emission Ceilings
NepromVereniging van Nederlandse Projectontwikkelings Maatschappijen
NGONiet-gouvernementele organisatie
NHGNationale hypotheekgarantie
NINKINetto-inkomen na kale woonlasten-index
NLPNationaal Luchtkwaliteitsplan
NLSNalevingsstrategie
NMP4Nationaal Milieubeleidsplan 4
NPKNationaal plan kernongevallenbestrijding
NSPNieuwe Sleutelprojecten
OECDOrganisation for Economic Co-operation and Development (OESO)
OMOpenbaar Ministerie
PAOProgramma Andere Overheid
PIANOoProfessioneel Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers
PIT(Stimulerings-)programma innovatieve technieken
PITProgramma inkooptaakstelling
PRplaatsgebonden risico
RgdRijksgebouwendienst
RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RIZARijksinstituut voor integraal zoetwaterbeheer en afvalwaterbehandeling
ROBReductieplan Overige Broeikasgassen
RTBRegeling Taakverdeling Beheer
SERSociaal Economische Raad
SEVStichting Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting
SHPStichting Habitat Platform
SMBStrategische Milieubeoordeling
SOMSStrategie Omgaan met Stoffen
SVNStimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten
SyswovSysteem woningvoorraad
SZWMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TELITenderregeling Energiebesparing Lagere Inkomens
TKTweede Kamer der Staten Generaal
UNEPUnited Nations Environmental Programme
UNFCCCUN Framework Convention on Climate Change
VACVrouwen Advies Commissies
VIVROM Inspectie
VNVerenigde Naties
VNO/NCWVerbond van Nederlandse Ondernemers/ Nederlands Christelijk Werkgeversverbond
WbbWet bodembescherming
WBOWoningbehoefte onderzoek
WGBH/CZWet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte
WhvbzWet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
WILGWet inrichting landelijk gebied
WmWet milieubeheer
WMLWettelijk minimumloon
WmsWet milieugevaarlijke stoffen
WoONWoononderzoekNederland
WROWet op de Ruimtelijke Ordening
WRRWetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
WvoWet verontreiniging oppervlaktewateren
WwhWet op de waterhuishouding
ZFWZiekenfondswet

13. BIJLAGE 7: TREFWOORDENREGISTER

Aanbestedingsbeleid 117, 244

Aanjaagteams 11, 30

Actieprogramma Herstructurering 28, 35, 36, 41

Actieprogramma Ruimte en Cultuur 115, 117, 118

Administratieve lasten 16, 17, 40, 95, 125, 238

Afvalverwerkende inrichtingen 108, 109

Almere 7, 54, 55

Ammoniak 75, 76, 102, 103, 125, 188, 193, 199, 200

Architectuur 1, 3, 115, 118, 149, 173

Armoedeval 48

Asbestsanering 116, 150, 156, 158

Bagger 70, 199

Bebouwde omgeving 78, 79, 176

Bedrijven 6, 7, 8, 9, 10, 12, 14, 16, 17, 18, 38, 39, 55, 61, 63, 64, 68, 71, 73, 74, 75, 89, 90, 92, 94, 95, 98, 102, 103, 106, 108, 110, 111, 112, 113, 125, 129, 166, 167, 178, 179, 180, 182, 183, 184, 186, 187, 188, 193, 196, 197, 201, 208, 213, 235, 239

Beheerplan nationaal plan kernongevallenbestrijding 112

Belasting 12, 27, 45, 46, 59, 76, 82, 83, 86, 88, 94, 147, 159, 163, 177, 196, 198, 214, 219, 225, 227, 229, 247

Beleid met Burger 95, 100, 112

Belvedere 54, 56, 146

BERK 88

Besluit beheer sociale-huursector 24, 247

Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning 247

Bestaand stedelijk gebied 35, 36, 37, 208

Bestuurlijke handhaving 246

Betaalbaarheid 1, 11, 20, 24, 42, 43, 45, 46, 47, 49, 131, 172, 218, 219

Binnenvaart 58, 65, 83, 146, 186

Biobrandstoffen 14, 82, 206

Biodiversiteit 15, 16, 74, 75, 90, 91, 97, 178

Bodem 1, 9, 19, 21, 68, 69, 70, 71, 72, 75, 77, 88, 98, 108, 110, 147, 153, 162, 163, 172, 174, 176, 187, 188, 189, 195, 196, 197, 199, 200, 201, 202, 204, 213, 249

Bouwbesluit 38, 39, 40, 59, 183, 214

Bouwgerelateerde wet- en regelgeving 30

Bouwregelgeving 18, 27, 28, 38, 39, 40, 41, 220, 226, 245

Bouwregel- 214

Bouwstoffen 70, 88, 183, 188, 191, 197, 207

Bouwtechnische 29, 38, 39, 40, 175, 178, 187

Bouwvergunningprocedure 38, 40

Brandveiligheid 40, 110, 226

Breed Initiatief Maatschappelijke Binding 35

Broeikasgassen 6, 12, 13, 59, 60, 61, 62, 83, 110, 146, 193, 247, 248

Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit 54, 56, 247

Buisleidingen 15, 101, 102, 103, 185, 187

Burgers 6, 7, 9, 10, 12, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 27, 30, 35, 38, 39, 68, 70, 71, 73, 76, 80, 81, 83, 85, 87, 89, 90, 92, 95, 102, 106, 108, 110, 111, 112, 113, 178, 182, 188, 201, 218

CDM 60, 62

CE-markering 39

Communicatieve sturing 22

Compliance assistance 18, 107, 109, 110, 111

Consumenten 66, 73, 173, 178, 187

Criminaliteitsbeelden 113

Crisismanagement 107, 112, 113, 149, 177

Dak- en thuislozen 35, 36, 228

Defensie inrichtingen 107

Doorstroming 10, 21, 27, 30, 32, 42, 221, 224

Dossier Vitaal 112

Drinkwater 29, 41, 68, 73, 74, 112, 129, 144, 176, 197

ECN 65, 247

Eco-efficiënt 3, 12, 94, 191

EfD 96

Emissiehandel 6, 12, 58, 59, 60, 63, 65, 82, 98, 146, 166, 175, 202

Energie Prestatie Coëfficiënt 39

Energie PrestatieCoëfficiënt 247

Energie 12, 13, 19, 23, 27, 29, 38, 39, 40, 41, 59, 66, 88, 96, 116, 117, 123, 129, 144, 149, 163, 175, 195, 203, 204, 220, 234, 247, 249

Energy Performance Building Directive 247

EU 15, 16, 30, 38, 51, 58, 59, 60, 63, 64, 66, 70, 78, 80, 81, 82, 83, 85, 86, 87, 90, 96, 97, 98, 108, 109, 122, 132, 173, 175, 178, 182, 183, 184, 185, 187, 190, 193, 195, 196, 199, 202, 203, 205, 206, 233, 247

Euro 4 14, 65, 82

Europa 6, 15, 88, 182, 203

Evaluatienota klimaatbeleid 62, 204

Externe veiligheid 1, 3, 83, 98, 101, 104, 105, 110, 111, 148, 153, 177, 183, 187, 198, 247

FES 7, 10, 50, 54, 83, 145, 152, 153, 204

F-gassen 59, 60, 247

Financiën 24, 45, 46, 133, 162, 165, 168, 169, 171, 175, 207

Gebied 1, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 16, 17, 18, 23, 25, 44, 53, 54, 55, 56, 57, 59, 68, 69, 71, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 79, 85, 86, 88, 90, 91, 95, 97, 102, 104, 108, 113, 115, 116, 117, 123, 124, 125, 127, 141, 145, 146, 147, 152, 162, 166, 172, 174, 175, 176, 178, 179, 180, 181, 183, 185, 186, 187, 188, 193, 194, 196, 205, 217, 224, 225, 226, 229, 233, 234, 235, 236, 238, 239, 241

Gebouwde omgeving 13, 27, 28, 29, 38, 39, 40, 60, 62, 115, 117, 144

Gebruiksbesluit 17, 39

Gebruikstechnische kwaliteit 38, 40, 41, 175, 178

Gehandicapten 27, 29, 32, 33, 34, 120, 150

Geluid 9, 74, 78, 79, 81, 83, 98, 147, 153, 176, 186, 187, 188, 198, 201

Gemeenten 7, 8, 9, 10, 11, 17, 18, 21, 23, 26, 28, 30, 33, 35, 37, 39, 41, 51, 55, 56, 71, 73, 75, 78, 79, 80, 90, 102, 103, 104, 105, 107, 108, 109, 110, 111, 149, 175, 176, 177, 183, 185, 186, 187, 188, 190, 199, 200, 201, 202, 205, 209, 210, 211, 213, 214, 215, 216, 217, 218, 222, 223, 224, 226, 228, 230, 231, 232, 233, 234, 236, 238, 239, 240, 245, 246, 249

Gemeenteonderzoek 40

Gezondheidskwaliteit 39, 40, 41

Groepsrisico 101, 105, 198, 247

Grondbeleidinstrumentarium 30

Grondbeleid 30, 31, 221, 229, 231, 232, 237, 238, 239, 240, 241

Grondexploitatiewet 7, 11, 30, 51, 229, 238, 239

Grondprijsbeleid 30, 231

Grotestedenbeleid 8, 28, 33, 34, 36, 175, 247

Herstructurering 9, 24, 27, 34, 36, 180, 212, 217, 218, 219, 220, 221, 222, 223, 230, 231, 232

Herstructureringswijken 27, 35

Hout 98, 185, 190, 196, 200, 202

HUF-toets 112

Huisvestingswet 35, 43, 44, 45, 187, 188, 217, 222, 226, 230, 232

Huurcommissies 45, 226, 230, 231

Huurders en huurdersorganisaties 25

Huurgeschillenbeslechting 43, 44, 45, 49, 172, 226, 230

Huurstijging 20, 44, 131, 172, 208

Huursubsidiedruk 46, 48, 49

Huursubsidie 19, 20, 21, 43, 45, 47, 48, 49, 131, 142, 144, 145, 152, 172, 217, 219, 225, 229

Huurtoeslag 10, 11, 19, 20, 21, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 130, 144, 224

ILG 74, 75, 249

Impulsbudget ISV 34

Impulsteams 9, 35

Industrie 41, 58, 60, 62, 65, 66, 72, 73, 81, 93, 98, 99, 108, 109, 112, 148, 168, 178, 188, 197, 199, 247, 248

Internationale netwerken 108

Interreg 16, 54, 132, 146

Interventiestrategie 112

Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing 33, 34, 71, 79, 213, 248

Investeringszones 35, 208

IPO 65, 192, 201, 202, 213, 248

ISV 9, 33, 34, 35, 36, 41, 80, 208, 212, 213, 217, 218, 221, 225, 231, 232, 242, 244, 248

Kennisoverdracht 22, 23, 25, 29, 43, 63, 64, 65, 71, 79, 86, 93, 96, 98, 144, 145, 152

Kennis 8, 21, 22, 23, 26, 30, 33, 35, 51, 64, 71, 73, 79, 82, 86, 87, 93, 94, 96, 104, 105, 106, 124, 125, 141, 144, 145, 151, 152, 178, 179, 183, 204, 233, 242, 243, 247, 248

Kernenergie 14, 89, 108, 182, 183, 184, 185, 186, 195, 204, 248

Ketenhandhavingsprojecten 108, 109

Klimaat voor ruimte 153

Klimaatbeleid 5, 13, 15, 27, 40, 59, 60, 62, 63, 67, 133, 136, 190, 195, 196, 204, 205, 206, 220

Klimaatverandering 1, 8, 12, 13, 58, 59, 62, 63, 104, 146, 168, 173, 174, 175, 196

Koopmansgelden 74, 202

Kosten/baten 94, 95

Kyoto 12, 13, 59, 60, 62, 63, 98, 146, 175, 195

Landbouw 12, 60, 62, 65, 66, 68, 69, 74, 75, 76, 91, 147, 172, 175, 176, 177, 178, 186, 188, 203, 205, 207

Landelijk gebied 54, 56, 72, 74, 75, 146, 149, 176, 249

Lawaai 81, 82, 205

Leefbaarheid van wijken 34, 176

Liberalisatie 27, 44, 219

LNV 60, 75, 99, 105, 175, 176, 177, 178, 179, 180, 181, 199, 200, 202, 239

Loden 29, 40, 41, 73, 129, 144

LPG 103, 105, 125, 188

Luchthaven 83, 101, 102, 183, 186, 198, 240

Luchtkwaliteitsplan 65, 66, 67, 80, 84, 248

Luchtvaart 63, 78, 80, 82, 83, 84, 176, 177, 178, 183, 188, 189, 237

Luchtverontreiniging 1, 13, 58, 59, 65, 66, 78, 84, 96, 146, 168, 173, 174, 175, 182, 186, 187, 188, 189

Mainport Schiphol 54

MER 82

MEV 65, 73, 93

Milieubalans 66, 70, 75, 76, 196

Milieudruk 12, 88, 94

Milieueffecten 39, 41

Millennium Development Goals 96

Minimale kwaliteit van de woning 27

Misbruik en oneigenlijk gebruik 45, 248

MKB 89, 93, 98, 148, 178

MNP 65, 75, 93, 99, 248

Mobiliteit 10, 12, 13, 60, 65, 78, 79, 80, 82, 83, 84, 176, 197

Modernisering huurbeleid 20, 25, 31, 43, 44, 131

Monitoring 10, 18, 23, 39, 50, 56, 59, 61, 70, 72, 73, 74, 75, 88, 90, 145, 191, 198, 231

Monumenten 115, 116, 117, 118, 149, 153, 160, 162

Naleefindicator 111, 112

Nalevingsstrategie 1, 111, 182, 248

Nationale hypotheekgarantie 45, 46, 248

Nationale landschappen 53, 56, 74, 176

Nationale stedelijke netwerken 10, 53, 54, 55, 183

NEa 4, 60, 61, 133, 136, 166, 167, 168, 170, 248

NEC 16, 65, 66, 67, 82, 108, 248

Nederlandse Emissieautoriteit 1, 2, 4, 60, 61, 166, 248

NEN-normen 39

Netto inkomen na kale huurlastenindex 46

Netto-huurquote 46, 47

Nieuwe Hollandse Waterlinie 56

Nieuwe Sleutelprojecten 54, 152, 248

NINKI 46, 47, 248

Nota Ruimte 52

Nota Ruimte 6, 7, 8, 16, 30, 50, 51, 52, 53, 55, 56, 57, 75, 78, 80, 81, 84, 105, 111, 132, 145, 179, 183, 185, 186, 187, 239, 240

Nucleaire installaties 108, 109

Oefenbeleidsplan 112

Onderzoek 4, 9, 10, 15, 22, 23, 24, 26, 29, 30, 36, 40, 41, 43, 46, 49, 52, 54, 57, 63, 65, 67, 72, 73, 75, 77, 84, 86, 87, 89, 90, 91, 93, 94, 97, 100, 102, 105, 109, 110, 111, 113, 116, 117, 119, 120, 125, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 158, 178, 189, 190, 191, 192, 193, 196, 197, 198, 199, 200, 201, 204, 205, 213, 214, 217, 218, 221, 222, 223, 225, 226, 227, 228, 229, 231, 232, 234, 236, 237, 240, 241, 243, 244, 247, 248, 249

Onrechtmatige bewoning 35, 110, 187, 210, 213, 214, 231, 245

Ontkoppeling 3, 12, 83, 94, 237, 240

Ontwikkelingsplanologie 8, 51

Operatie Jong 35

Opsporing 113, 247

Ouderen 10, 27, 29, 30, 32, 33, 34

Ozonlaag 59, 63, 64, 133, 136, 146, 175, 182, 184, 185, 186

Ozon 188

PKB Ruimte voor de Rivier 105

PKB Waddenzee 7, 187, 237, 239

Plaatsgebonden risico 103, 105, 248

Prestatieafspraken 25, 26, 28, 35, 36, 38, 232

Preventieve Toets Bouwbesluitvoorschriften 39

Producenten 60, 64, 83, 87, 89, 185, 186, 191, 199

Provincieonderzoek 110

Provincies 7, 17, 18, 41, 51, 55, 56, 71, 73, 74, 75, 79, 80, 90, 102, 104, 105, 107, 108, 109, 110, 111, 149, 167, 175, 176, 177, 183, 185, 186, 187, 198, 199, 201, 202, 205, 231, 236, 239

Radon 15, 89, 90

Raffinaderij 66

Randstad 7, 54, 185, 186

REACH 15, 16, 86, 87, 97, 203

Regionaal grondbeleid 51

Richtlijn Bouwproducten 39

Rijksbouwmeester 115, 118

Rijksbufferzones 53, 56

Rijkshuisvesting 1, 3, 8, 19, 20, 115, 116, 117, 149, 155, 161, 163, 173, 175, 176, 177, 242, 244

Rijkshuisvestingsstelsel 115, 116, 117, 118, 149, 155, 175, 176, 177

Riolering 72, 73, 200, 205

RIVM 65, 66, 73, 87, 90, 112, 113, 148, 149, 192, 193, 248

Roetfilter 14, 65, 82, 83

Ruimteforum 51

Ruimtelijke plannen 51, 53, 80, 104, 105, 111, 140, 141

Schiphol 55, 81, 83, 84, 186, 188, 189, 205

SGB 74

SKB 71

SMB 94, 95, 100, 249

SOMS 87, 249

Stedelijke herverkaveling 30

Stoffen 1, 12, 14, 39, 58, 63, 64, 65, 72, 75, 76, 83, 85, 86, 87, 88, 91, 98, 99, 101, 102, 104, 105, 108, 110, 111, 112, 120, 125, 133, 136, 141, 147, 151, 172, 174, 177, 182, 183, 184, 185, 186, 187, 188, 193, 194, 195, 197, 199, 200, 201, 236, 237, 238, 247, 249

Strafrechtelijke handhaving 113

Strafrechtelijke onderzoeken 113, 114

Straling 1, 85, 86, 89, 90, 91, 148, 174, 177, 182, 183, 185

Streek- en bestemmingsplancapaciteit 30

Streekplannen 51

Thema-onderzoek 110

Tijdelijk besluit tunnelrichtlijn 38

Toekomstagenda Milieu 12, 93, 94

Transitie 12, 76, 78, 79, 83, 99, 100, 198

Transparantie kwaliteit van woningen 39

Transport 14, 15, 89, 101, 108, 109, 176, 177, 186, 193, 194, 199

UNEP 16, 64, 96, 249

Uniformering gebruiksvoorschriften 39

Utiliteitsgebouwen 110, 111

Valkenburg 54, 55, 181

Veehouderij 74, 75, 76, 188, 205, 207, 239

Vergroening 12

Verkeer 9, 10, 14, 58, 60, 62, 65, 66, 78, 81, 82, 83, 84, 146, 147, 172, 179, 180, 186, 194, 198, 248

Verzuring 58, 59, 65, 66, 84, 146, 175

VNG 202

VNG 18, 65, 192, 199, 201, 202, 213, 215, 218, 223, 231

VROM-vergunning 30, 31, 39, 94, 125, 191, 193, 218, 227

Vuurwerk 105, 108, 185, 187, 202

V&W 10, 60, 68, 82, 83, 104, 105, 126, 179, 180, 181, 190, 194, 237, 242

VWS 33, 178, 203, 211, 220, 226, 228

Waddenfonds 8, 233, 237, 240

Water 1, 14, 68, 69, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 104, 105, 108, 109, 129, 147, 172, 174, 176, 177, 178, 182, 183, 184, 185, 186, 188, 190, 191, 194, 197, 199, 200, 205, 233, 238, 248, 249

Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen 46

Wet bevordering eigen woningbezit 45, 46, 47, 247

Wet op de huurtoeslag 42

Wet Ruimtelijke Ordening 238

Wet voorkeursrecht gemeenten 51

Wind 18, 106, 109, 121, 179, 236, 242, 244

Woningbouwafspraken 11, 29, 30, 31, 32, 41, 44, 110, 180, 181, 215, 223, 229, 232

Woningcorporaties 8, 11, 21, 24, 25, 26, 46, 172, 209, 210, 214, 215, 218, 225

Woningmarkt 1, 10, 11, 12, 21, 22, 23, 26, 27, 29, 30, 42, 172, 209, 211, 218, 219, 225, 227

Woningproductie 11, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 41, 44, 231

Woningtekort 11, 21, 27, 30, 32

Woningwet 18, 24, 38, 40, 41, 183, 187, 224

Woonconsumentenorganisaties 21, 22, 25, 144

Woonconsumenten 21, 25

Zuidvleugel 1, 3, 7, 54, 179, 240

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE blz.

1.Leeswijzer3
2.Het beleid4
2.1.Overzicht belangrijkste suppletore uitgavenmutaties 2006 (Najaarsnota)4
Artikelsgewijze toelichting5
Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)5
2.2.De beleidsartikelen5
 Artikel  1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt5
 Artikel  2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus6
 Artikel  3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt8
 Artikel  4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging9
 Artikel  5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur10
 Artikel  6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging11
 Artikel  7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem13
 Artikel  8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving14
 Artikel  9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s15
 Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid16
 Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid17
 Artikel 12. Handhaving en toezicht18
 Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur19
2.3. De niet-beleidsartikelen20
 Artikel 14. Algemeen20
 Artikel 15. Nominaal en onvoorzien24
Wetsartikel 2 Begroting Baten- en lastendienst (Rijksgebouwendienst)25

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2006 wijzigingen aan te brengen in:

a. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI).

b. de begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. Winsemius

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

De 2e suppletore begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begroting. De 2e suppletore begroting, gekoppeld aan de Najaarsnota van de Minister van Financiën, is het laatste moment waarop de financiële kaders van de in uitvoering zijnde begroting kunnen worden gemuteerd. Van mutaties wordt geen meerjarige doorwerking opgenomen omdat de 2e suppletore begroting uitsluitend betrekking heeft op het lopende begrotingsjaar.

De opbouw van de 2e suppletore begroting is als volgt:

• Een begrotingsstaat, waarin de mutaties voor uitgaven, verplichtingen en ontvangsten zijn opgenomen;

• Een Memorie van toelichting die de volgende onderdelen bevat:

– Een overzichtstabel waarin de majeure beleidsmutaties worden gepresenteerd;

– Per beleidsartikel een tabel Budgettaire gevolgen van beleid. In deze tabel worden alle mutaties opgenomen. De belangrijke beleidsmatige mutaties worden toegelicht. Alleen technische mutaties van grote omvang worden ook toegelicht.

– De stand van de 2e suppletore begroting wordt opgebouwd door middel van mutaties op de stand van de 1e suppletore begroting 2006. Hierbij wordt aangetekend dat er 2e suppletore mutaties zijn die al in de VROM Ontwerpbegroting 2006 vermeld worden. Dit worden de zogenaamde «Miljoenennota-mutaties» genoemd;

– Als toelichting is een mutatietabel opgenomen waarin mutaties worden gepresenteerd die op het desbetreffende instrument hebben plaatsgevonden. Indien van toepassing zijn ook Miljoenennotamutaties opgenomen. De toelichtingen van de Miljoenennota-mutaties staan in de verdiepingsbijlage van de Ontwerpbegroting 2006.

– Daarnaast worden soms ook nog de uitgaven aan incidentele subsidies vermeld om een wettelijke grondslag te creëren. Deze uitgaven komen niet direct terug in begrotingsmutaties omdat het hier uitgaven in de realisatiesfeer betreft.

Voor het goede begrip wordt de aanduiding «beleidsmatige mutatie» nader toegelicht. Een beleidsmatige mutatie is het gevolg van gevoerd beleid en is dus te beïnvloeden (bijvoorbeeld een bezuiniging, beleidswijzigingen met financiële gevolgen, afwijkingen uit hoofde van behoorlijk bestuur). Niet-beleidsmatige mutaties zijn meer technisch van aard en worden alleen bij grote omvang toegelicht.

2. Het beleid

2.1. Overzicht belangrijkste suppletore uitgavenmutaties 2006 (Najaarsnota)

(bedragen in € 1000)

 UitgavenArtnr.
Stand ontwerpbegroting 20063 416 482 
   
Stand na 1e suppletore begroting 20063 921 929 
Belangrijkste suppletore mutaties:  
   
1. Overschrijdingen huurtoeslag 2006121 0003
2. Nabetalingen 2006 huursubsidie24 5003
3. Actualisatie uitvoeringskosten huursubsidie19 5003
4. FES projecten– 31 8955, 8
5. Overige mutaties7 370 
   
Stand na 2e suppletore begroting 20064 062 404 

Toelichting:

1. Overschrijdingen huurtoeslag

Op basis van de door de Belastingdienst/Dienst Toeslagen toegekende bijdragen huurtoeslag in de afgelopen maanden is op te maken dat voor het resterende jaar een bedrag van € 121 mln additioneel benodigd is.

2. Nabetalingen 2006 huursubsidie

Op basis van definitief vastgestelde inkomens blijkt dat een deel van de huursubsidie ontvangers in de jaren 2004 en 2005 te weinig betaald heeft gekregen. Het definitief vastgestelde inkomen lag lager dan het inkomen waarmee bij de toekenning is gerekend. Dit heeft een nabetaling € 24,5 mln tot gevolg.

3. Actualisatie uitvoeringskosten huursubsidie

De uitvoering van oude coderegelingen blijft langer bij VROM dan eerder was gepland. Daarnaast blijken de werkzaamheden omvangrijker te zijn dan was geraamd. Voor deze uitvoeringswerkzaamheden zijn geen middelen op de VROM-begroting voorhanden. De uitgaven die hiermee gemoeid zijn bedragen in 2006 € 19,5 mln.

4. FES projecten

Over een aantal BIRK projecten wordt op dit moment nog onderhandeld en/of besloten. Dit neemt echter meer tijd in beslag dan verwacht, waardoor er dit jaar minder kasgeld nodig is. Daarom wordt dit budget doorgeschoven.

In de planning van de NSP projecten Breda en Rotterdam zijn wijzigingen opgetreden waarop het kasritme is aangepast.

Artikelsgewijze toelichting

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

2.2. De beleidsartikelen

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:12 45112 5881 33213 920
Uitgaven:17 37818 29654718 843
Programma:15 18016 207– 2 43113 776
 Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt:0 00
  Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt  00
     
 Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties:0000
  Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties0 00
     
 Versterken van de positie van de woonconsument:1 5081 508– 2001 308
  Subsidies woonconsumentenorganisaties1 5081 508– 2001 308
     
 Overige programmabudgetten:13 67214 699– 2 23112 468
  Onderzoek8 88710 433– 2 6717 762
  Experimenten en kennisoverdracht4 7854 2664404 706
  Nader aan te wijzen 000
Apparaat:2 1982 0892 9785 067
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 1 (DGW)2 1982 0892 9785 067
Ontvangsten:0000

Instrument: Onderzoek

Als gevolg van prioriteitstelling voor kennisoverdracht op het gebied van bouwregelgeving wordt € 2,1 mln overgeheveld naar het artikel 2 «Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus».

Op verschillende instrumenten hebben bovendien enkele omboekingen plaatsgevonden ten opzichte van de 1e suppletore begrotingswet 2006. Deze correcties hangen vooral samen met de in de ontwerpbegroting 2006 verwerkte nieuwe artikelstructuur en zijn budgettair neutraal.

Instrument: Apparaat

Op verschillende instrumenten hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden ten opzichte van de 1e suppletore begrotingswet 2006. Deze correcties hangen vooral samen met de in de ontwerpbegroting 2006 verwerkte nieuwe artikelstructuur.

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:56 804138 0687 850145 918
Uitgaven:474 711463 685– 8 110455 575
Programma:462 642453 987– 8 038445 949
 Stimuleren van voldoende woningproductie:122 262122 262– 10 958111 304
  Budget BLS122 262122 262– 16 208106 054
  Planologische en woningbouwknelpunten VINEX en VINAC0000
  Bijdragen nieuwbouw sociale koopwoningen0000
  Bijdragen stimulering woning productie005 2505 250
     
 Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten:0000
  Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten0 00
     
 Bevorderen van de leefbaarheid van de woonwijken:311 280308 030– 550307 480
  Investeringen Stedelijke vernieuwing282 721300 471– 550299 921
  Innovatiebudget Stedelijke vernieuwing25 3834 38304 383
  Stedelijke vernieuwing Lelystad3 1763 17603 176
     
 Garanderen minimale kwaliteit gebouwen en bevorderen hogere kwaliteit:24 33116 42660317 029
  Programma energiebudgetten13 12513 190– 3 6299 561
  Subsidies energiebesparing (CO2 reductie) gebouwde omgeving6 900– 704 8734 803
  Regeling sanering loden drinkwaterleidingen870670– 148522
  Regeling energiebesparing huishoudens met lagere inkomens2 9162 116– 4371 679
  Innovatief bouwen520520– 56464
     
 Overige programmabudgetten:4 7697 2692 86710 136
  Onderzoek3 1033 103– 3302 773
  Kennisoverdracht1 6661 6663 1234 789
  Kosten uitvoeringsorganisaties 2 500742 574
  Nader aan te wijzen  00
Apparaat:12 0699 698– 729 626
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 2 (DGW)12 0699 698– 729 626
Ontvangsten:912 762– 2 318444

Toelichting:

Instrument: Budget BLS

Omdat in een aantal regio’s de gerealiseerde woningbouwproductie lager was dan afgesproken, dient een deel van het BLS budget (€ 8,1 mln) te worden doorgeschoven.

Bij het stimuleringsbudget Eigen Bouw is sprake van een onderschrijding van € 8 mln omdat aan slechts 5 van de 20 regio’s een bijdrage kon worden verstrekt. De overige regio’s hebben lagere aantallen woningen opgeleverd dan in hun eigen bouwdrempel is aangegeven. In overleg met de lokale partners, waaronder de VNG, wordt nagegaan hoe dit stimuleringsbudget effectiever in te zetten.

Instrument: Bijdragen stimulering woningproductie

Aan het operationeel doel «Stimuleren van voldoende woningproductie» van het onderhavige begrotingsartikel 2 wordt een nieuw instrument «Bijdragen stimulering woningproductie» toegevoegd. Op dit instrument worden (incidentele) bijdragen aan lagere overheden, gericht op het bevorderen van de woningbouwproductie, begroot en verantwoord. Daarmee wordt tevens beoogd deze bijdragen te voorzien van een wettelijke grondslag.

Hierop is een mutatie verwerkt die betrekking heeft op een toezegging aan de gemeente Almere ten bedrage van € 5 mln toegezegd om de woningbouwproductie in de periode 2006 tot 2010 te bevorderen. Daarmee wordt beoogd het woningtekort te verlagen, ruimte te creëren voor de stedelijke vernieuwing en het voorzieningenniveau te verbeteren. In een convenant met Almere worden hierover nadere afspraken gemaakt. Dekking voor deze bijdrage wordt gevonden uit de knelpuntenpot BLS beschikbaar in het jaar 2010. Bij ontwerpbegroting 2008 zal het budget beschikbaar in het jaar 2010 hierop worden aangepast.

Instrument: Investeringen Stedelijke Vernieuwing

Een overschrijding bij de toekenningen 2006 van het impulsbudget zal worden gecompenseerd uit de knelpuntenpot in het jaar 2007. Daartegenover staat een aanpassing in de uitfinanciering van de budgetten voor maatwerkafspraken waarmee € 1,4 mln wordt doorgeschoven van 2006 naar 2007.

Instrument: Programma energiebudgetten

In verband met de in 2006 aan te gane tweejarige verplichting voor de «Kompas energiebewust wonen en werken» wordt verplichtingenbudget vanuit 2007 naar voren gehaald. Op basis van een actualisatie van de uitfinanciering van bestaande verplichtingen wordt een deel van het uitgavenbudget 2006 doorgeschoven naar 2007.

Instrument: Subsidies energiebesparing (CO2-reductie) gebouwde omgeving

De eindafrekening van de NUON in het kader van de afwikkeling van de EPR regeling is in het jaar 2005 niet tot stand gekomen en heeft nu plaatsgevonden in dit jaar.

Instrument: Kennisoverdracht

Als gevolg van prioriteitstelling voor kennisoverdracht op het gebied van bouwregelgeving wordt € 2,1 mln overgeheveld van het instrument onderzoek op het artikel 1 «Bevorderen van een goed werkende woningmarkt».

Ontvangsten

De terugvordering van de locatiesubsidie Delft Tanthof wordt verantwoord op het niet beleidsartikel 14 «Algemeen». Daarnaast is een deel van de bijdrage aan de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting gerestitueerd in samenhang met de afwikkeling van de zogeheten opplusregeling. Deze regeling betrof het aanpassen («opplussen») van bestaande woningen en woongebouwen, waardoor de fysieke toegankelijkheid voor ouderen werd vergroot.

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:1 902 9062 071 43198 2792 169 710
Uitgaven:1 929 5062 051 242152 5932 203 835
Programma:1 910 0622 011 301145 7942 157 095
 Garanderen betaalbaarheid voldoende huurwoningen en evenwichtige verdeling:0000
  Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen en een evenwichtige verdeling hiervan (aanbodgericht)0 00
     
 Garanderen betaalbaarheid wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht):1 908 4732 008 412146 6012 155 013
  Huursubsidie en huurtoeslag1 902 0281 957 667145 5002 103 167
  Vangnetregeling5 0009 3001 40010 700
  Eénmalige bijdrage huurbeleid00101101
  Kostenvergoeding verhuurders0000
  Bevorderen eigen woonbezit1 4451 445– 4001 045
  Bijdrage financiering startersleningen 40 000040 000
     
 Overige programmabudgetten:1 5892 889– 8072 082
  Onderzoek7377370737
  Kennisoverdracht4545045
  Kosten uitvoeringsorganisaties 1 30001 300
  Nader aan te wijzen807807– 8070
Apparaat:19 44439 9416 79946 740
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 3 (DGW)19 44421 381– 5 52615 855
  Uitvoering huursubsidie 18 56012 32530 885
Ontvangsten:376 106206 906– 163 00043 906

Toelichting:

Instrument: Huursubsidie en huurtoeslag

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen x € 1000VerplichtingenUitgaven
Mutaties 2e suppletore begroting:  
1. Geraamde overschrijdingen huurtoeslag 200660 000121 000
2. Nabetalingen 2006 Huursubsidie24 50024 500
Totaal84 500145 500

Toelichting:

Ad 1 en 2.

Op basis van de door de Belastingdienst/Dienst Toeslagen toegekende bijdragen huurtoeslag in de afgelopen maanden is op te maken dat voor het resterende jaar een bedrag van € 121 mln additioneel benodigd is.

Op basis van definitief vastgestelde inkomens blijkt dat een deel van de huursubsidie ontvangers in de jaren 2004 en 2005 te weinig betaald hebben gekregen. Het definitief vastgestelde inkomen lag lager dan het inkomen waarmee bij de toekenning is gerekend met een nabetaling € 24,5 mln tot gevolg.

Instrument: Vangnetregeling

Als gevolg van nabetalingen op grond van door gemeenten ingediende einddeclaraties ontstaat een eenmalig tekort van € 1,4 mln.

Instrument: Bevorderen eigen woningbezit

Een lager aantal aanvragen en toekenningen leidt tot een verlaging van het beschikbare budget.

Instrument: Apparaat

Het grootste deel van de mutaties bestaat uit het volgende: Op verschillende instrumenten hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden ten opzichte van de 1e suppletore begrotingswet 2006. Op dit instrument bedraagt de correctie € 2,9 mln. Deze correcties hangen vooral samen met de in de ontwerpbegroting 2006 verwerkte nieuwe artikelstructuur.

Met de gemeenschappelijke dienst is voor € 1,3 mln aan productgebonden kosten verrekend. Zie ook de toelichting bij artikel 14.

Instrument: Uitvoering huursubsidie

Voor de kosten samenhangend met het huursubsidiesysteem wordt een bedrag van € 3,7 mln overgeheveld naar de gemeenschappelijke dienst van VROM waar het beheer van dit systeem plaatsvindt.

De uitvoering van oude coderegelingen blijft langer bij VROM dan eerder was gepland. Daarnaast blijken de werkzaamheden omvangrijker te zijn dan was geraamd. Voor deze uitvoeringswerkzaamheden zijn geen middelen op de VROM-begroting voorhanden. De uitgaven die hiermee gemoeid zijn bedragen in 2006 € 19,5 mln.

Artikel 4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:11 11815 4502 44917 899
Uitgaven:11 97321 9841 30223 286
Programma:5 73412 9821 14714 129
 Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren:5 73412 9821 14714 129
  FES ICES/KIS3506 00006 000
  Monitoring Nota Ruimte1 3281 39301 393
  Subsidies algemeen9161 51301 513
  Overige instrumenten algemeen3 1404 0761 1475 223
Apparaat:6 2399 0021559 157
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 4 (DGR)6 2399 0021559 157
Ontvangsten:07 13507 135

Toelichting:

N.v.t.

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:33 266316 685– 5 364311 321
Uitgaven:42 428224 239– 11 941212 298
Programma:35 005221 396– 12 127209 269
 Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:14 392205 858– 9 634196 224
  FES BIRK 103 077– 26 37076 707
  FES nieuwe sleutelprojecten 93 60016 207109 807
  Onderzoek stedelijk gebied882410241
  Subsidies stedelijk gebied9 5325 0901 0006 090
  Overige instrumenten stedelijk gebied1 1805755291 104
  Interreg3 5923 275– 1 0002 275
     
 Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:20 61315 538– 2 49313 045
  FES BIRK 000
  Onderzoek landelijk gebied 000
  Subsidies landelijk gebied5875110511
  Overige instrumenten landelijk gebied8981 310– 301 280
  Bufferzones16 60111 190011 190
  Belverdere2 5272 527– 2 46364
Apparaat:7 4232 8431863 029
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 5 (DGR)7 4232 8431863 029
Ontvangsten:10 300206 977– 10 163196 814

Toelichting:

Instrument: FES BIRK

Over een aantal BIRK projecten wordt op dit moment nog onderhandeld en/of besloten. Dit neemt echter meer tijd in beslag dan verwacht, waardoor er dit jaar minder kasgeld nodig is. Daarom wordt dit budget doorgeschoven.

Instrument: FES nieuwe sleutelprojecten

In de planning van de NSP projecten Breda en Rotterdam zijn wijzigingen opgetreden. Hierop is het kasritme aangepast.

Instrument: Subsidies stedelijk gebied

Door vertragingen bij de onderhandelingen met de NS worden de bestuurlijke overeenkomsten later vastgesteld waardoor meer proceskosten moeten worden gemaakt. Ook wordt op verzoek van de Minister van VROM een evaluatie NSP gemaakt. Dekking wordt gevonden in het Interreg-budget, waar projecten in 2006 wat vertraagd zijn geraakt.

Instrument: Belvedere

Belvédère is een initiatief van vier ministeries: VROM, OCW, LNV en V&W. Hun streven om cultuurhistorie meer te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen staat verwoord in de Nota Belvédère. Deze nota is in november 1999 in de Tweede Kamer besproken. Met deze mutatie wordt de jaarlijkse bijdrage naar OCW overgeboekt.

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:46 79792 758– 5 20987 549
Uitgaven:85 35782 912– 23 19659 716
Programma:80 80878 411– 23 30855 103
 Realisatie Kyoto klimaatverplichtingen:72 43354 415– 15 42438 991
  Binnenlandse klimaatinstrumenten28 43320 718– 1 92418 794
  Clean Development Mechanism44 00033 697– 13 50020 197
     
 Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken:3 46516 995– 6 13410 861
  Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken3 46516 995– 6 13410 861
     
 Beperken aantasting van de ozonlaag:4 910250– 2500
  Beperken aantasting van de ozonlaag4 910250– 2500
     
 Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging:06 751– 1 5005 251
  Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging06 751– 1 5005 251
Apparaat:4 5494 5011124 613
 Apparaat:  00
  Apparaat artikel 6 (DGR)4 5494 5011124 613
Ontvangsten:011 468– 2 0009 468

Toelichting:

Instrument: Clean Development Mechanism

Door het later contracteren en registreren van CDM-projecten en als gevolg daarvan latere levering van CERs (certified emission reduction) dan oorspronkelijk werd verwacht, wordt het kasbudget in 2006 niet uitgeput.

Instrument: Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken

Ten gevolge van de afhankelijkheid van internationale afspraken wordt het budget dit jaar niet volledig uitgeput. De onderuitputting wordt aangewend voor eenmalige uitgaven t.b.v. de uitbesteding van de uitvoering van het stoffenbeleid aan SenterNovem (artikel 9).

Incidentele subsidies

Aan de onderstaande provincies, alsmede DCMR (Rijnmond) is voor de jaren 2006 en 2007 een aanvullende subsidie verstrekt, als vervolg op de in 2005 verstrekte subsidie voor de ondersteuning van de uitvoering van taken die voortvloeien uit het convenant Benchmarking energie-efficiency, de meerjarenafspraken energiebesparing en het opnemen van energieaspecten in de milieuvergunning (bij elkaar het Project Intensivering Ondersteuning Bevoegd gezag, kortweg PIOB). Bij elkaar betreft het verstrekte subsidiebedrag € 1 096 000, dat als volgt is verdeeld:

Groningen € 76 000

Friesland € 40 000

Drenthe € 49 000

Overijssel € 102 000

Gelderland € 145 000

Utrecht € 18 000

Noord-Holland € 66 000

Zuid-Holland € 81 000

Zeeland € 68 000

Noord-Brabant € 198 000

Limburg € 88 000

DCMR € 165 000

Aan het IEA Greenhouse Gas R&D Programme te Cheltenham (UK) is voor het jaar 2006 een subsidie verstrekt van GBP 33 400 (ca € 22 515) als contributie voor deelname in dit research & development programma, waarin de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek naar alle facetten van CO2-afvang, transport en opslag centraal staat. Deelname van Nederland in dit programma verzekert de eigen opbouw van kennis op de genoemde gebieden.

Aan de Stichting Global Reporting Initiative (GRI) te Amsterdam, is een éénmalige subsidie verstrekt van € 50 000 als financiële bijdrage in de kosten voor het organiseren van de internationale duurzaamheidconferentie «Amsterdam Global Sustainability Reporting Conference» op 4 tot en met 6 oktober 2006.

Aan de Stichting Opgewekt.nu te Amsterdam, is een éénmalige subsidie verstrekt van € 150 000 als financiële bijdrage in de kosten voor het organiseren van de energie-expositie «opgewekt.nu», die zal worden gehouden op het terrein van de voormalige NDSM-werf in Amsterdam.

Aan het Center for Clean Air Policy (CCAP) te Washington (USA) is voor het jaar 2006 een subsidie verstrekt van € 50 000 als vrijwillige bijdrage in de financiering van de CCAP-activiteiten in het kader van de Future Climate Actions Dialogue 2006. Deze activiteiten hebben met name betrekking op de organisatie van informele bijeenkomsten, waar zowel door industrielanden als ontwikkelingslanden gediscussieerd wordt over toekomstige internationale acties met betrekking tot klimaatverandering.

Aan de UN/ECE te Genève is een subsidie verstrekt van USD 87 380 (ca € 112 178) als contributie van Nederland ten behoeve van het Trust Fund for the Cooperative Programme for Monitoring and Evaluation of the Long-range Transmission of Air Pollutants in Europe (EMEP). Deze contributie vloeit voort uit de verplichtingen op grond van het CLRTAP-verdrag.

Aan de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) te Parijs, die het secretariaat voert van de Annex I Expert Groep (AIXG) van de UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change) is, evenals in voorgaande jaren, een subsidie verstrekt als vrijwillige bijdrage in de kosten van de werkzaamheden van de AIXG. De subsidie voor het jaar 2006 bedraagt € 40 000.

Aan EnergieNed te Arnhem is een subsidie verstrekt van maximaal € 31 350 als aandeel van VROM in de kosten voor werkzaamheden met betrekking tot de evaluatie van het convenant «Kolencentrales en CO2-reductie». Genoemd bedrag is 2/3 deel van de totale kosten van de evaluatie ad € 47 000.

Aan het UNON (United Nations Office in Nairobi) is een éénmalige subsidie verstrekt van € 100 000 als financiële bijdrage in de kosten van de organisatie van de internationale conferentie COP 12 en COP/MOP 2 in Nairobi op 6 tot en met 17 november 2006.

Artikel 7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:156 967149 48414 665164 149
Uitgaven:137 465152 5555 365157 920
Programma:133 000148 0085 149153 157
 Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem:1 4362 0693322 401
  Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem1 4362 0693322 401
     
 Saneren van verontreinigde bodems:120 469140 5294 549145 078
  Saneren van verontreinigde bodems120 469140 5294 549145 078
     
 Verbeteren van de milieukwaliteit van water:7631 36401 364
  Verbeteren van de milieukwaliteit van water7631 36401 364
     
 Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied:6 6342 659– 1 955704
  Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied6 6342 659– 1 955704
     
 Bevorderen van duurzame landbouw:3 6981 3872 2233 610
  Bevorderen van duurzame landbouw3 6981 3872 2233 610
Apparaat:4 4654 5472164 763
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 7 (DGM)4 4654 5472164 763
Ontvangsten:014 3007 50021 800

Toelichting:

Instrument: Saneren van verontreinigde bodems

In 2005 is dit budget door VROM ontvangen als lokale bijdrage aan het project Hollandse IJssel, thans kan dit budget van € 2,7 mln worden besteed als onderdeel van de meerjarenplannen bodemsanering.

Instrument: Bevorderen van duurzame landbouw

Dit betreft het beschikbaar stellen van budget t.b.v. schadevergoedingen van € 1 mln n.a.v. de interimwet ammoniak veehouderij.

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:35 06370 2349 27479 508
Uitgaven:40 73379 6084 50484 112
Programma:36 25874 5824 36478 946
 Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden:5 5288 36236 70145 063
  Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden5 5288 36236 70145 063
     
 Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit:0000
  Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit  00
     
 Verminderen van geluidhinder:30 73031 420– 3 53727 883
  Verminderen van geluidhinder30 73031 420– 3 53727 883
     
 Bevorderen van duurzame mobiliteit:034 800– 28 8006 000
  Bevorderen van duurzame mobiliteit 34 800– 28 8006 000
Apparaat:4 4755 0261405 166
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 8 (DGM)4 4755 0261405 166
Ontvangsten:034 8009 78644 586

Toelichting:

Instrument: Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden

Bij de ontwerpbegroting 2007 is 38,586 mln uit FES-middelen toegevoegd aan het instrument t.b.v. maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit (nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit). Daarnaast wordt van dit instrument 3,1 mln overgeboekt naar artikel 10 voor de voorbereidende werkzaamheden t.b.v. de omgevingsvergunning.

Instrument: Verminderen van geluidhinder

Dit betreft de herverdeling tussen provincies van de resterende budgetten voor sanering van industrielawaai (€ 10,250 mln). Bij Ontwerpbegroting 2007 is dit budgettair geregeld, maar de herverdeling bleek niet meer realiseerbaar te zijn in 2006. Daarom wordt deze eerdere mutatie teruggedraaid, en zal dit bij 1e suppletore begroting 2007 definitief worden geregeld.

Instrument: bevorderen duurzame mobiliteit

Dit betreft een kasschuif van FES-middelen ten gevolge van een vertraging. De voornaamste reden voor deze vertraging ligt aan de aanbodzijde, d.w.z. bij de beschikbaarheid van roetfilters. De markt (producenten van roetfilters c.q. daarmee uitgeruste voertuigen) loopt niet vooruit op de subsidieregelingen. De definitieve eisen voor de filters waren namelijk pas gereed op het moment dat de regelingen werden gepubliceerd en pas daarna werden deze geproduceerd en op de markt gebracht.

Artikel 9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:17 60129 2537 96237 215
Uitgaven:38 19637 333– 85936 474
Programma:33 19932 245– 1 03331 212
 Veilig gebruik van chemische stoffen:13 07314 299– 18514 114
  Veilig gebruik van chemische stoffen13 07314 299– 18514 114
     
 Reductie van milieubelasting door afvalstoffen:16 81415 655– 1 12114 534
  Reductie van milieubelasting door afvalstoffen16 81415 655– 1 12114 534
     
 Bescherming tegen straling:1 2211 6134822 095
  Bescherming tegen straling1 2211 6134822 095
     
 Verantwoorde toepassing van ggo’s:2 091678– 209469
  Verantwoorde toepassing van ggo’s2 091678– 209469
Apparaat:4 9975 0881745 262
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 9 (DGM)4 9975 0881745 262
Ontvangsten:02000200

Toelichting:

Instrument: Reductie van milieubelasting door afvalstoffen

Deze mutatie is het resultaat van diverse onderliggende mutaties, waarvan de belangrijkste zijn:

• Invulling van een ramingsbijstelling van € 3 mln (budgettair geregeld bij ontwerpbegroting 2007);

• Het beschikbaarstellen van budget om de uitvoering van het stoffenbeleid door SenterNovem te kunnen compenseren (€ 2,55 mln).

Incidentele subsidies

Aan de UNEP Chemicals Branch te Châtelaine (Zwitserland) is een subsidie toegekend van € 100 000,– voor de verplichte Nederlandse bijdrage ten behoeve van de werkzaamheden van het Secretariaat van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen.

Aan de UNEP Chemicals Branch te Châtelaine (Zwitserland) is een subsidie toegekend van € 100 000,– voor de Nederlandse bijdrage aan het Quick Start Programme dat tijdens de International Conference on Chemicals Management (ICCM) in Dubai (februari 2006) is opgericht.

Aan het Comité Asbestslachtoffers te Hoorn wordt voor de jaren 2006 en 2007 een bedrag toegekend van € 30 000,– per jaar voor de ondersteuning van asbestslachtoffers, die ziek zijn geworden door asbest in het milieu, in hun strijd om erkenning.

Aan het Executive Secretary te Quebec, Canada wordt een bijdrage van € 50 000,– toegekend voor de organisatie van de vergaderingen in het kader van het Cartagena Protocol on Biosafety.

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:85 68375 58512 41487 999
Uitgaven:90 64191 5554 40295 957
Programma:82 13781 7063 41385 119
 Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium:69 99769 1305 30174 431
  Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium69 99769 1305 30174 431
     
 Internationaal milieubeleid:4 8426 388– 106 378
  Internationaal milieubeleid (HGIS-deel)4 8425 42245 426
  Internationaal milieubeleid (niet HGIS-deel)0966– 14952
     
 Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB:7 2986 188– 1 8784 310
  Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB7 2986 188– 1 8784 310
     
 Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling:0000
  Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling0 00
Apparaat:8 5049 84998910 838
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 10 (DGM)8 5045 2361425 378
  Apparaat internationale Zaken (IZ) 4 6138475 460
Ontvangsten:91711 097– 4 0707 027

Toelichting:

Instrument: Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium

VROM draagt samen met het ministerie van LNV de kosten van de Commissie Milieu-effectrapportage (MER) voor € 1,4 mln. Jaarlijks wordt dit budget ter beschikking gesteld.

Eind 2005 is de boedelscheiding tussen het MNP (het Milieu- en Natuurplanbureau) en het RIVM tot stand gekomen. Daartoe werd het MNP organisatorisch en budgettair losgemaakt van het RIVM. Een verlaging van € 1,5 mln betreft de afronding van de budgettaire boedelscheiding tussen beide diensten.

In het kader van het beleid m.b.t. de luchtkwaliteit dient het luchtmeetnet, dat onder beheer van het RIVM staat, uitgebreid en gemoderniseerd te worden. Daartoe hevelt de verantwoordelijke beleidsdirectie budget van € 1,9 mln over naar het RIVM.

Incidentele subsidies

Aan de Stichting Milieukeur (SMK) te Den Haag is een éénmalige subsidie verstrekt van € 253 240 als financiële bijdrage in de kosten voor het project «Voorbereiding en uitvoering testronde gelijkwaardigheid certificatiesystemen voor duurzaam geproduceerd hout».

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:12 897111 90226 273138 175
Uitgaven:14 45428 22910 97339 202
Programma:10 43224 96810 60935 577
 Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties:9045754661 041
  Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties9045754661 041
     
 Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties:8 3337 1766 30813 484
  Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties8 3337 1766 30813 484
   00
 Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties:89616 5184 15020 668
  Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties89616 5184 15020 668
     
 Milieu en veiligheidsaspecten in ruimtelijke planvorming betrekken:299699– 315384
  Overige instrumenten en milieu en veiligheid299699– 315384
  Schadeclaims  00
Apparaat:4 0223 2613643 625
 Apparaat:    
  Apparaat artikel 11 (DGR)1 03380226828
  Apparaat artikel 11 (DGM)2 9892 4593382 797
Ontvangsten:0000

Toelichting:

Instrument: Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties

Bij ontwerpbegroting is deze mutatie toegelicht. Het betreft middelen die van de aanvullende post naar de VROM-begroting zijn overgeboekt t.b.v. saneringen (NH3-koelinstallaties, BRZO- en CPR15-bedrijven), oplossen van knelpunten langs het spoor (incl. Nota vervoer gevaarlijke stoffen), uitbreiding van de hulpverleningscapaciteit in de Drechtsteden en oplossen van knelpunten bij buisleidingen.

Instrument: Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties

Dit betreft een overboeking vanuit de aanvullende post naar de VROM-begroting t.b.v. versterking van de uitvoering en handhaving van het externe veiligheidsbeleid.

Artikel 12. Handhaving en toezicht

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:63 34466 862– 5 47761 385
Uitgaven:63 56465 919– 8 07757 842
Programma:21 42822 973– 6 08916 884
 Naleving van nationale en internationale regelgeving bevorderen (Primair toezicht):9 82412 520– 5 3217 199
  Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen (Primair toezicht)9 82412 520– 5 3217 199
     
 Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren (Interbestuurlijk toezicht):1 3211 275981 373
  Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies (Interbestuurlijk toezicht)1 3211 275981 373
     
 Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen):3 0742 972– 7682 204
  Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen)3 0742 972– 7682 204
     
 Crisismanagement organiseren:5 8465 064– 1234 941
  Crisismanagement organiseren5 8465 064– 1234 941
     
 Opsporen en bestrijden van fraude:1 3631 142251 167
  Opsporen en bestrijden van fraude1 3631 142251 167
Apparaat:42 13642 946– 1 98840 958
 Apparaat:  00
  Apparaat artikel 12 (IG)42 13642 946– 1 98840 958
Ontvangsten:8828820882

Toelichting:

Instrument: Primair toezicht

Het project Eenduidig Toezicht waarvoor onlangs door het Kabinet groen licht is gegeven, leidt tot fundamentele veranderingen in de uitvoering van het toezicht en zal onnodige toezichtlast wegnemen. Binnen domeinen zal de toezichtlast voor bedrijven en instellingen met gemiddeld 25% verminderen. Na de opstartfase in 2006 zal een aantal projecten (€ 3,1 mln) in 2007 tot uitgaven leiden. Begin 2007 zijn tenminste drie frontoffices in bedrijf: horeca, ziekenhuizen en primaire sector (landbouw). De andere domeinen zijn in voorbereiding en worden operationeel in de loop van 2007 en 2008.

Van het beschikbare budget voor projecten, waarop gericht toezicht is uitgeoefend op de naleving en uitvoering van regels die het meest worden overtreden en toezicht op regels die bij overtreding de grootste effecten op gezondheid, veiligheid en duurzaamheid hebben, zal € 2 mln in 2006 niet tot uitgaven leiden.

Instrument: Overige instrumenten

Bij het instrument apparaat is een reservering (€ 1,2 mln) inzake de FPU+ regeling structureel overgeboekt naar artikel 34 (Postactieven) van de VROM-begroting en zal € 0,6 mln in 2006 niet tot uitgaven leiden.

Incidentele subsidies:

De Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) ontvangt ten behoeve van en internationaal vergelijkend onderzoek inzake milieuhandhaving een bijdrage ad € 75 000.

Het Institute of Governance and Sustainable Development (IGSD) ontvangt een bijdrage ad € 300 000 voor het ondersteunen en organiseren van wereldwijde handhavingactiviteiten.

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:97 756127 1694 082131 251
Uitgaven:97 756127 169– 5 122122 047
Programma:97 756127 169– 5 122122 047
 Het adviseren en implementeren beleid rijkshuisvestingsstelsel:6 7245 1982625 460
  Beleid (mede) van toepassing op de rijkshuisvesting en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel2 9632 6601832 843
  Onderzoek Rgd57757735612
  Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw2 4121 189431 232
  Energiebesparing rijkshuisvesting7727721773
  Duurzaam bouwen rijkshuisvesting 000
     
 De architectonische kwaliteit stimuleren en monumenten beheren:17 81117 839– 53817 301
  Stimuleren architectonische kwaliteit4 4334 7492174 966
  Beheer monumenten in rijksbezit13 37813 090– 75512 335
     
 Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken:73 221104 132– 4 84699 286
  Onderhoud HCvS/AZ6 3845 850– 4145 436
  Investeringen HCvS/AZ28 15452 192– 6 75345 439
  Huren HCvS/AZ2 5632 794– 1472 647
  Asbestsanering 000
  Paleizen28 51735 6171 53137 148
  Functionele kosten Koninklijk Huis7 6037 6799378 616
Ontvangsten:3574 857 4 857

Toelichting:

Een toelichting op de belangrijkste mutaties binnen dit artikel is terug te vinden in het verdiepingshoofdstuk van de ontwerpbegrotng 2007, zijnde de zogenaamde miljoenennotamutaties.

2.3. De niet-beleidsartikelen

Artikel 14. Algemeen

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:166 084250 93635 141286 077
Uitgaven:370 502465 76529 618495 383
 Programma:205 550268 3121 280269 592
  Betaalbare woonkeuze koop- en huursector24 32624 1671 50025 667
  Budget BWS 1992–1994149 082150 1820150 182
  Woningbouw en duurzame kwaliteit 000
  Huisvesting gehandicapten en woon-zorg16 26719 06722319 290
  Communicatie-instrumenten7 8157 815– 1 0056 810
  Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StaB)4 7594 8171244 941
  Overige vastgoedinformatievoorziening2 0004 000364 036
  Ruimtelijk Planbureau1 3011 301221 323
  Programma/onderzoek Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB)0000
  Programma/onderzoek Milieu en Natuur Planbureau (MNP)0000
  Afkoop subsidies DGW regelingen056 96338057 343
Apparaat:164 952197 45328 338225 791
 Departementsleiding, control, expertdiensten en overige staf:35 70157 3867 77065 156
  Apparaat DGW2 3741 7091311 840
  Apparaat DGR2 4094 369– 5903 779
  Apparaat DGM2 4582 476– 4322 044
  Apparaat Inspectie304099
  Apparaat departementsleiding, control en overig staf22 82221 432– 2 91418 518
  Apparaat Ruimtelijk Planbureau (RPB)5 3345 357– 2215 136
  Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)022 04311 78733 830
     
 Raden:6 9814 9312 3317 262
  VROM-Raad1 9892 036222 058
  Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronzoek1 1339801951 175
  Waddenadviesraad (WAR)6017085713
  Kenniscentrum Aanbesteding bouw (KCAB)2 31601212
  Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA) 000
  Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS)9429421051 047
  Technische Commissie Bodembescherming (TCB)02650265
  Gemeenschappelijk OntwikkelingsBedrijf (GOB)001 9921 992
     
 Postactieven:6 2336 5373 64610 183
  Postactieven DGW2 8762 876792 955
  Postactieven DGR36936910379
  Postactieven DGM1 2701 27051 275
  Postactieven Inspectie03041 2631 567
  Postactieven RPB006363
  Postactieven GD/CSt1 7181 7182 2263 944
     
 Gemeenschappelijke voorzieningen:116 037128 59914 591143 190
  Gemeenschappelijke voorzieningen90 185102 74714 126116 873
  Huurbijdrage aan RGD25 85225 85246526 317
Ontvangsten:22 42426 42437 98364 407

Toelichting:

Instrument: Betaalbare woonkeuze koop- en huursector

Minder intrekkingen dan geraamd bij de oude eigen woningen (EW) regelingen leiden dit jaar tot hogere uitgaven.

Instrument: Budget BWS 1992–1994

Het ligt niet in de verwachting dat de op VROM opgelegde ramingbijstelling op dit instrument kan worden ingevuld.

Instrument: Huisvesting gehandicapten en woon-zorg

Voor de huisvesting van gehandicapten zijn in het verleden bijdragen verstrekt aan de financiering van benodigde aanpassingen. Bij het verbreken van de band met de voorzieningen (bijvoorbeeld als gevolg van een verhuizing) worden verplichtingen afgekocht met de subsidieontvanger. In het jaar 2006 zijn meer bijdragen afgekocht dan geraamd, met een aanpassing van € 1,5 mln tot gevolg. Bij de woon-zorg stimuleringsregeling wordt als gevolg van een langere doorlooptijd van subsidieaanvragen € 2,5 mln aan uitgavenbudget doorgeschoven naar 2007.

Instrument: Afkoop subsidies DGW regelingen

De voorgenomen afkoop van vijf specifieke uitkeringen brengt uitvoeringskosten met zich mee.

Instrument: Communicatie-instrumenten

In 2006 is er € 1,0 mln minder aan communicatie besteed als gevolg van onder meer het geen doorgang hebben van de Postbus 51-campagne «huurbeleid» en een verlate aanbesteding van het distributiehuis.

Instrument: Apparaat departementsleiding, control en overige staf

Intertemporele schuif

Deze mutatie van € 2 mln is een correctie op een mutatie bij de 1ste suppletore begroting 2006 in het kader van de vervanging van een financieel systeem.

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

In 2006 worden voor het project BAG een aantal contracten voor 2007 gesloten. Hiervoor wordt verplichtingenruimte van € 6,5 mln van meerdere jaren naar 2006 gehaald.

Digitale Uitwisseling Ruimtelijke Plannen (DURP)

Het project DURP sluit aan op het Project Digitale Plannen (PDP). PDP is nog niet afgesloten, derhalve loopt het project DURP vertraging op van € 1 mln en kan het niet eerder dan in 2007 gestart worden.

Toekenning financiële prikkel belfubogesprekken

Dit budget wordt door BZK ter beschikking gesteld. De VROM-dienstonderdelen komen in aanmerking voor een deel van dit budget als met alle per 31 december 2005 daar werkzame medewerkers, die langer dan zes maanden werkzaam zijn bij VROM, tenminste één geregistreerd functioneringsgesprek is gevoerd in het jaar 2005. Met deze mutaties wordt het budget over de diensten verdeeld.

Instrument: Programma of Apparaat RPB

Data RPB

Het RPB loopt vertraging op ten bedrage van € 0,3 mln als gevolg van het niet tijdig leveren van data. Het gaat om bestanden die gebruikt worden voor diverse onderzoeken die zij uitvoeren bijvoorbeeld bestanden voor ruimtelijk onderzoek, adres locaties en kaartmateriaal van het Kadaster, bestanden mbt winkellocaties etc. die niet tijdig door de leverancier geleverd kunnen worden, waardoor verplichtingenruimte en uitgavenruimte van het RPB doorgeschoven moeten worden naar 2007.

Ontvangsten via VWS/RIVM

Op basis van van meerjarige afspraken met VWS/RIVM met betrekking tot opdrachten aan MNP voor strategische onderzoeken (SOR) worden extra ontvangsten gerealiseerd van € 4,460 mln. Deze onderzoeken maken deel uit van het werkprogramma MNP. Het betreft o.a. onderzoek naar de kwaliteit van leven, de rol van de natuur in waardeoriëntaties van burgers, en onderzoeken op het gebied van interactie tussen natuur en de voedsel- en energievoorziening.

Vervolgprogramma Klimaatonderzoek [€ – 1 500 vp en kas]

Bij de overgang van het batenlastenstelsel naar een kas – verplichtingenstelsel is het niet mogelijk een financiële reserve aan te houden. Ultimo 2005 had het MNP een financiële reserve om projecten af te ronden, waarvan de financiering al grotendeels was ontvangen; het zogenaamde onderhanden werk. Een belangrijk project binnen het onderhanden werk is het Nederlands Vervolgprogramma KlimaatOnderzoek (NVKO). In dit project is vertraging opgelopen, waardoor een kasschuif naar 2007 van € 1,5 mln noodzakelijk is.

Instrument: Gemeenschappelijke Ontwikkelingsbedrijf

In 2006 is € 2,4 mln nodig voor de personele en materiële uitgaven van het nieuwe opgerichte GOB. Vanaf 2007 is structureel € 2,65 mln beschikbaar gesteld voor de apparaatskosten van het GOB. Voor 2006 heeft VROM zelf budget beschikbaar gesteld.

Instrument: Postactieven GD/CSt

Dit budget is abusievelijk op het verkeerde instrument (Gemeenschappelijke Voorzieningen) geplaatst en wordt nu op de juiste instrumenten voor «postactieven» geplaatst. In de 1ste suppletore begroting 2007 zal de meerjarige reeks eveneens worden overgeheveld naar de juiste instrumenten.

Instrument: Gemeenschappelijke voorzieningen

Herijking protocol Rgd

In 2005 is afgesproken dat de Rgd € 1,4 mln meer zal bijdragen aan de producten en diensten die VROM levert aan de Rgd. Tegenover deze extra ontvangsten staan extra uitgaven, die reeds eerder zijn toegevoegd aan de Gemeenschappelijke Voorzieningen ten laste van het specifieke beeld. Nu de ontvangsten van de Rgd daadwerkelijk worden gerealiseerd kunnen de instrumenten waaruit de uitgaven aanvankelijk zijn voorgeschoten weer worden aangevuld.

Kasschuif Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG]

In 2006 hebben de Belastingdienst en het ministerie van BZK een bijdrage geleverd van totaal € 3,0 mln voor BAG. Het project BAG heeft een deel van deze kasbudgetten pas in 2007 nodig, waardoor het budget van € 1,9 mln verschoven moet worden naar 2007. In 2006 is BAG wel meer verplichtingen aangegaan, waardoor het verplichtingenbudget wel volledig wordt uitgeput.

ICT-projecten, onderhoud gebouwen en P-direct

Een aantal ICT-projecten en investeringen, het onderhoud van gebouwen en de uitvoering van P-direct zijn vertraagd, waardoor een onderuitputting in 2006 wordt gerealiseerd van ca € 4,5 mln. In alle gevallen betreft het projecten die gepland staan in 2007.

Flankerend beleid Matchpoint

In 2006 zijn nog 8 fte aan herplaatsers na de reorganisatie «Zeus» in het project «Matchpoint» aanwezig. Matchpoint heeft tot doel om ww-uitkering te vermijden door flankerend beleid aan te bieden. Voor deze 8 medewerkers vond, gelet op werkzaamheden die ze deden, uitstel plaats waardoor ze in een latere fase herplaatser werden en dus nu pas middelen van € 0,8 mln nodig zijn. Het project loopt in 2007 af (€ 300 in 2007).

Inhuur externen via Gemeenschappelijke Dienst

In het interne sturingsmodel MarktAnaloge Bedrijfsvoering huurt de Gemeenschappelijke Dienst (GD) externen in voor alle onderdelen van VROM. De GD is feitelijk een intermediair en de diensten blijven verantwoordelijke voor de inhuur van de externen. De GD belast deze uitgaven door aan de diensten.

Doorbelasting opleidingen VAED van diverse diensten

De VAED heeft in opdracht van de Diensten opleidingen trainingen verzorgd, die nu aan de diensten in rekening worden gebracht. Conform de gemaakte afspraken binnen VROM in het kader van MarktAnaloge Bedrijfsvoering belast de GD deze uitgaven door aan de diensten. De GD heeft hiervoor zelf geen budget en moet de gemaakte kosten derhalve verhalen op de opdrachtgever.

Communicatie

Vanwege de grote vraag van VROM naar communicatiemedewerkers stellen alle diensten extra budget ter beschikking ter bekostiging van de inhuur van extra medewerkers voor communicatiedoeleinden.

Productgebonden kosten van diverse diensten

In het interne sturingsmodel MarktAnaloge Bedrijfsvoering financiert de Gemeenschappelijke Dienst (GD) uit efficiëntieoverweging zogenaamde «productgebonden kosten» voor. De GD belast deze kosten door aan de diensten, omdat de diensten beschikken over de benodigde budgetten.

Extra ontvangsten Rgd, NEa in verband met productgebonden kosten

De Rgd en de NEa betalen middels een factuur extra kosten ad € 3,2 mln die de GD voor hen maakt in verband met inhuur, productgebonden kosten en opleidingen VAED. Tegenover deze ontvangsten staan reële extra uitgaven.

Inhuur externen via Gemeenschappelijke Dienst

In het interne sturingsmodel MarktAnaloge Bedrijfsvoering huurt de Gemeenschappelijke Dienst (GD) externen in voor alle onderdelen van VROM. De GD belast per 2de suppletore begroting en per Slotwet deze uitgaven door aan de diensten. De GD is feitelijk een intermediair en de diensten blijven verantwoordelijke voor de inhuur van de externen.

Ontvangsten

De volgende grootste mutaties vinden plaats bij de ontvangsten:

Correctie artikelbelasting restitutie LS Delft

De terugvordering van de locatiesubsidie Delft Tanthof wordt verantwoord op dit artikel met een overboeking van het artikel 2 «Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus» tot gevolg.

Terugvorderingen BWS 1992–1994

Uit de eindrapportages van het Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS) voor de jaren 2001–2004 komt naar voren dat niet alle budgetten integraal zijn besteed. Deze niet bestede budgetten worden teruggevorderd. Dit heeft tot gevolg dat een bedrag van € 3,5 mln dit jaar wordt ontvangen. Daarnaast is sprake van enkele incidentele terugvorderingen bij de Woon-zorg stimuleringsregeling ter grootte van in totaal € 1,1 mln.

PIA Inkooptaakstelling op huisvesting

De Rgd is van plan deze efficiencytaakstelling in te vullen door een uitbreiding van het planmatig onderhoud aan gebouwen, waarvoor de te maken additionele apparaatskosten door het agentschap niet (volledig) zullen worden doorberekend. Tot het moment dat dit gerealiseerd is, de opslag apparaat in de gebruiksvergoeding moet nog worden aangepast, is een directe inkomensoverdracht van € 2,7 mln door de Rgd aan het moederdepartement VROM gedaan.

Afwijking regelgeving eindafrekening Besluit Woninggebonden Subsidies

In het Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS) is onder meer de bepaling opgenomen dat de (in het verleden) toegekende budgetten voor 01-01-2005 besteed moeten zijn en dat niet bestede budgetten worden teruggevorderd. Bij de afhandeling van de eindrapportages BWS is bij zes budgethouders geconstateerd dat, als gevolg van gemaakte administratieve fouten, sprake was van een restantbudget.

In afwijking van de regelgeving is besloten het restantbudget van deze budgethouders niet terug te vorderen en de zes regio’s in de gelegenheid te stellen deze gelden in te zetten binnen de doelstelling van het BWS. Het betreft een totaalbedrag van circa € 870 000.

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien

(Bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)(4)=(2+3)
 Stand ontwerp-begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutaties 2e suppletore begroting 2006Stand 2e suppletore begroting 2006
Verplichtingen:– 68216 789– 19 445-2 656
Uitgaven:1 81811 438– 11 524– 86
Programma:1 81811 438– 11 524– 86
 Loonbijstelling:3 7075 235– 5 2350
  Loonbijstelling3 7075 235– 5 2350
     
 Prijsbijstelling:5 8088 378– 8 3780
  Prijsbijstelling5 8088 378– 8 3780
     
 Onvoorzien:3 6841 45271 459
  Onvoorzien3 6841 45271 459
     
 Nog te verdelen:– 11 381– 3 6272 082– 1 545
  Nog nader te verdelen taakstellingen– 8 872– 12 1183 465– 8 653
  Nog nader te verdelen overig– 2 5098 491– 1 3837 108

Toelichting:

Instrument: Loonbijstelling

Dit betreft het laatste gedeelte aan loonbijstelling dat VROM heeft ontvangen van BZK uit het akkoord CAO Rijk 2005–2006. Bij 1e suppletore begroting 2007 wordt de meerjarige reeks 2007 en verdere jaren verdeeld binnen de VROM-begroting.

Instrument: Prijsbijstelling

Zie toelichting bij ontwerpbegroting 2007: Betreft de toebedeling van de prijsbijstelling aan de verschillende instrumenten op de VROM begroting.

Instrument: Nog nader te verdelen taakstellingen

VROM levert voor € 9,8 mln dekking voor de tegenvallers bij de huurtoeslag.

Wetsartikel 2 Begroting Baten- en lastendienst (Rijksgebouwendienst)

De hier gemelde anticiperende handelingen door de Rijksgebouwendienst hebben geen gevolgen voor de begroting van baten en lasten, de staat van kapitaaluitgaven en -ontvangsten en het kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst Rijksgebouwendienst. Om die reden zijn deze cijfermatige overzichten niet opgenomen in deze 2e suppletore begroting.

Anticiperende handelingen door de baten-lastendienst Rijksgebouwendienst

Om de transparantie in de besteding van middelen voor anticiperend handelen te bevorderen is in het Beleidskader anticiperend handelen in vastgoed (Kst 2001–2002, 27 581, nr. 31) vastgelegd dat in de suppletore begrotingswetten of departementale jaarverslagen wordt aangegeven in welek mate anticiperende handelingen zijn verricht. In dat kader worden vier van dergelijke handelingen gemeld.

1. Renovatie kantoorgebouw Westraven in Utrecht.

Er is 12 300 m2 extra ruimte anticiperend gerealiseerd bij de renovatie van het kantoorgebouw «Westraven». Inmiddels is deze ruimte afgenomen door Rijkswaterstaat. Indien voor Rijkswaterstaat elders in deze omgeving vergelijkbare ruimte gerealiseerd had moeten worden, zou dat ruim € 17,5 mln duurder zijn uitgevallen.

2. Aankoop terrein in Roermond

De grond (700 m2) is in 2002 vroegtijdig aangekocht en is inmiddels in gebruik als parkeerterrein voor het ministerie van Justitie. Grote voordeel is dat op deze wijze parkeerfaciliteit direct naast het gebouw is gerealiseerd. Dit komt het interne bedrijfsproces van Justitie aldaar ten goede.

3. Huur van een pand in het centrum van Utrecht

In Utrecht is nabij het Centraal Station het pand «La Vie» anticiperend gehuurd voor een periode van 5 jaar. Het pand is momenteel volledig verhuurd. Gezien de actuele huurprijzen in dit gebied heeft deze anticiperende huur en voordeel opgeleverd van ongeveer € 250 000.

4. Huur enige etages in de Hoftoren in Den Haag

De bovenste etages van het pand «De Hoftoren» zijn anticiperend in eigendom ontwikkeld. Hierdoor is flexibele werk- en vergaderruimte beschikbaar voor overheidsdiensten en internationale organisaties. Dit draagt bij aan een efficiënte bedrijfsvoering van deze diensten. Tot op heden is de exploitatie kostendekkend.

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE blz.

1. Leeswijzer 4

2. Het beleid 4

Overzicht belangrijkste suppletore uitgaven- en ontvangsten mutaties 4

Artikelsgewijze toelichting 6

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten) 6

2.2. De beleidsartikelen 6

Artikel  1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt 6

Artikel  2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus 7

Artikel  3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt 10

Artikel  4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging 14

Artikel  5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur 15

Artikel  6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging 17

Artikel  7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem 18

Artikel  8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving 20

Artikel  9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s 22

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid 23

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid 24

Artikel 12. Handhaving en toezicht 25

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur 26

2.3. De niet-beleidsartikelen 28

Artikel 14. Algemeen 28

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien 31

Wetsartikel 2 (begroting Baten-lastendiensten) 32

3. Baten-lastendienst «Rijksgebouwendienst» 32

4. Baten-lastendienst «Nederlandse Emissieautoriteit» 33

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Bij een wetsvoorstel tot een begrotingswijziging wordt geen algemene toelichting opgenomen. De beleidsinhoudelijke toelichting bij de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2006 wijzigingen aan te brengen in:

a. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI);

b. de begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten van dit ministerie.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Toelichting bij wetsartikel 4

In maart 2005 is door de Minister van Financiën met de Tweede Kamer overleg gevoerd over de uitkomsten van het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) regeldruk en controletoren en de naar aanleiding daarvan door het kabinet in december 2004 gedane voorstellen. Tijdens het algemeen overleg op 2 en 3 maart 2005 en in de brief van 9 maart 2005 (Kamerstukken II, 29 949 en 29 950, nr. 5) is toegezegd de getrouwbeeldverklaring van de departementale auditdiensten parallel aan de gewijzigde bedrijfsvoeringsparagraaf over het verslagjaar 2006 in te voeren. De departementen hebben sindsdien belangrijke voortgang geboekt met het treffen van de hiervoor noodzakelijke maatregelen. Om op het ingroeitraject naar met name de getrouwbeeldverklaring geen wettelijke obstakels te laten ontstaan, dienen enkele bepalingen in de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001) te worden aangepast. Dat zal regulier gebeuren via het moderniseringsproject van die wet dat thans gaande is. Om de getrouwbeeldverklaring al over het jaar 2006 te kunnen toepassen is echter een tijdelijke – op het jaar 2006 gerichte – afwijking van de wet nodig. Dat gebeurt via het onderhavige wetsartikel. Het betreft concreet de aanpasing van artikel 66, vijfde en zesde lid, van de CW 2001. De gewijzigde insteek voor de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag leidt niet tot een aanpassing van de CW 2001. De inhoud van die paragraaf wordt in de Rijksbegrotingsvoorschriften geregeld.

Samengevat komen de wijzigingen in de bedrijfsvoeringsparagraaf en in de accountantsverklaring op het volgende neer.

Over eventuele rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden die de terzake gestelde artikelsgewijze tolerantiegrenzen te boven gaan, zal door de betrokken minister in de bedrijfsvoeringsparagraaf van zijn departementaal jaarverslag worden gerapporteerd. De departementale auditdienst verstrekt bij het aldus opgestelde jaarverslag (en saldibalans) een getrouwbeeldverklaring in plaats van een zogenaamde eisenverklaring. De getrouwbeeldverklaring heeft betrekking op de elementen die onder a tot en met d van het nieuwe zesde lid van artikel 66 in de CW 2001 zijn opgenomen. Daarbij beoordeelt de auditdienst op grond van onderdeel b of de rapportage over de rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering klopt en op grond van onderdeel d of er in het jaarverslag eventueel sprake is van strijdigheid tussen de gepresenteerde financiële informatie en de opgenomen beleidsinformatie.

Om aan te sluiten bij de in artikel 58 gehanteerde terminologie wordt in lid 6 van artikel 66 gesproken van deugdelijke weergave in plaats van de in accountantskring gebruikelijke formulering van getrouwe weergave. Daarmee wordt echter hetzelfde bedoeld. Het is geen bezwaar dat de accountant in zijn verklaring het begrip getrouwe weergave gebruikt.

De oordeelsvorming van de Rekenkamer blijft ten opzichte van het verleden ongewijzigd.

In het oude vijfde lid van artikel 66 kan de reikwijdte van de accountantsverklaring (een verklaring omtrent de financiële informatie in het jaarverslag en de saldibalans) worden geschrapt. De reikwijdte staat thans geheel in het zesde lid.

De formulering van de aanhef van het onderhavige wetsartikel luidende: «.... komt voor de accountantsdienst van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI), voor het jaar 2007 als volgt te luiden» is zodanig gekozen, dat de accountantsdienst de gewijzigde reikwijdte van de verklaring zowel dient toe te passen met betrekking tot het departementale jaarverslag van het betrokken departement als met betrekking tot een eventueel niet-departementaal jaarverslag waarvoor de betrokken minister verantwoordelijk is (zoals bijvoorbeeld een jaarverslag van een begrotingsfonds of van een van de begrotingshoofdstukken I, II, IV of IXA).

Er wordt in de wettekst nog gesproken van accountantsdienst in plaats van auditdienst, omdat die terminologie in de Comptabiliteitswet 2001 nog wordt gehanteerd. Bij de voorziene modernisering van de Comptabiliteitswet zal accountantsdienst worden vervangen door auditdienst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

De suppletore begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting van het lopende jaar en de nieuwe beleidsplannen die het Kabinet wil uitvoeren. De suppletore begroting is bedoeld om (tussentijds) afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting voor te leggen aan de Staten-Generaal. Door onder andere inzicht te verschaffen in de financiële consequenties van beleidsvoornemens wordt aan de allocatie- en autorisatiefunctie tegemoet gekomen. In de artikelsgewijze toelichting worden alle mutaties in de volgorde van de begrotingsartikelen van de begrotingsstaat opgenomen. Technische mutaties c.q. beleidsmatig niet relevante mutaties worden slechts cijfermatig gepresenteerd. Alleen indien er sprake is van een grote omvang worden ook technische mutaties nader toegelicht. De beleidsmatig relevante mutaties worden nader omschreven in de toelichting waarbij het bijbehorende mutatiebedrag wordt genoemd. Een beleidsmatige mutatie is het gevolg van gevoerd beleid en is dus te beïnvloeden (b.v. beleidsintensivering- en extensivering, beleidswijzigingen met financiële gevolgen, afwijkingen uit hoofde van behoorlijk bestuur). De stand 1e suppletore begroting samenhangende met de Voorjaarsnota, wordt opgebouwd door middel van mutaties op de stand ontwerpbegroting. De mutaties worden in de tabel «budgettaire gevolgen van beleid»op instrumentniveau gesaldeerd opgenomen. Indien mutaties worden toegelicht op instrumenten waarbij sprake is van een saldering, worden deze afzonderlijk zichtbaar gemaakt. In tabel «budgettaire gevolgen van beleid» is allereerst een nadere uitsplitsing van de uitgaven naar «apparaats-» en «programmagelden» gemaakt. Het artikelonderdeel «programma» wordt vervolgens uitgesplitst naar operationele doelen welke weer zijn opgebouwd uit (financiële) beleidsinstrumenten. Dit biedt de Kamer beleidsmatig relevante en duidelijke aangrijpingspunten om de begrotingsuitvoering kritisch te volgen en eventueel wijzigingen aan te brengen.Volledigheidshalve wordt vermeld dat in de tabellen een kolom is opgenomen met daarin mutaties die voortvloeien uit een amendement of de Nota van Wijziging.

2. Het beleid

Overzicht belangrijkste suppletore uitgaven- en ontvangstenmutaties

In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletore mutaties weergegeven gevolgd door een korte toelichting. Voor een uitgebreide toelichting wordt u verwezen naar het betreffende artikel.

Uitgaven

(bedragen in € 1 000)

 UitgavenArtikelnr:
Stand Begroting 20063 416 482 
Belangrijkste suppletore mutaties:  
1. Huursubsidie en huurtoeslag55 6393
2. Starters40 0003
3. Uitvoeringskosten huursubsidie18 5903
4. Bijdrage Fonds Economische Structuurversterking277 531diversen
5. Aanvullende post Externe Veiligheid15 00011
6. Samenwerkende Inspecties4 50012
7. Investeringen HCvS/AZ24 03813
8. Paleizen6 30013
9. Afkoop subsidies DGW regelingen56 96314
10. Ramingsbijstelling– 18 000 
11. Overige mutaties24 886diversen
Stand 1e suppletore begroting 20063 921 929 

Toelichting:

1. Het betreft het saldo van verschillende mutaties binnen de huursubsidie/huurtoeslag. Toename is onder andere veroorzaakt door een toename van huishoudens met lage inkomens en een hoger nominaal huurniveau.

2. Om het kopen van een huis voor Starters te ondersteunen wordt een bedrag van € 40 mln gestort in het fonds Stimulering Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn).

3. Voor de afhandeling van oude coderegelingen Huursubsidie door VROM is in 2006 extra budget benodigd.

4. De bijdrage uit het FES t.b.v. projecten van BSIK, BIRK, NSP, Bodemsanering, Luchtkwaliteit, Bio- en milieutechnologie. De bedragen zijn meerjarig naar de VROM-begroting overgeheveld.

5. Het kabinet Balkenende I heeft eind 2002 in het Strategisch Akkoord € 300 mln voor de periode tot en met 2010 beschikbaar gesteld voor het Externe Veiligheid-beleid. Voor het jaar 2006 is € 15 mln naar VROM overgeheveld voor provincies en gemeenten (programmafinanciering).

6. De Tweede Kamer heeft recent geconcludeerd dat de ambities m.b.t. de samenwerking tussen de Rijksinspecties op een hoger plan moeten worden gebracht. De toegekende middelen (€ 4,5 mln) is het totaal van alle betrokken ministeries.

7. De mutaties op dit instrument hangen onder andere samen met de 2e fase in de renovatie en nieuwbouw van huisvesting voor de Raad van State (€ 2,4 mln). Ook is met de gemeente Den Haag is overeengekomen om het opstalrecht van de parkeergarage aan het Plein eeuwigdurend af te kopen in 2006 (€ 8,7 mln). Voorts heeft een actualisatie van kasramingen van investeringsprojecten plaatsgevonden.

8. Paleis Soestdijk en de omliggende paleistuinen worden tijdelijk opengesteld voor het publiek. Om het openstellen van het Paleis voor het grote publiek mogelijk te maken realiseert de Rijksgebouwendienst een aantal voorzieningen (€ 3,8 mln). Voor grondaankoop wordt € 2,5 mln extra ter beschikking gesteld.

9. In het kader van kabinetsstandpunt commissie Brinkman – het terugdringen van de verantwoordingsbureaucratie – wordt een aantal specifieke uitkeringen in het domein van de volkshuisvesting in 2006 afgekocht.

10. VROM levert d.m.v. ramingsbijstellingen en ombuigingsmaatregelen jaarlijks m.i.v. 2006 € 18 mln in.

Ontvangsten

(bedragen in € 1 000)

 OntvangstenArtikelnr:
Stand Begroting 2006411 077 
Belangrijkste suppletore mutaties:  
1. Aanpassing raming restituties subjectsubsidies– 23 20023
2. Correctie a.g.v. vertraging invoering heffingswet– 165 00023
3. Bijdrage Fonds Economische Structuurversterking277 531diversen
4. Overige mutaties27 400diversen
Stand 1e suppletore begroting 2006527 808 

Toelichting:

Ad 1. Voor de restituties voor subsidiejaren, uitgevoerd door VROM is een nieuwe raming opgesteld waarin meer rekening is gehouden met de «invorderbaarheid» van de voorraad vorderingen.

Ad 2. De betaalbaarheidsheffing huurwoningen wordt in het jaar 2006 neerwaarts bijgesteld. Dit als compensatie voor derving van inkomsten van verhuurders vanwege wijzigingen in de modernisering van het huurbeleid.

Ad 3. Zie ook uitgaven.

Artikelsgewijze toelichting

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

2.2. De beleidsartikelen

Artikel 1. Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:12 451 13712 588– 376– 441– 421– 422
Uitgaven:17 378091818 296– 901– 966– 771– 422
Programma:15 18001 02716 207– 725– 725– 550– 200
 Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt:00000000
  Scheppen van randvoorwaarden voor een goed werkende woningmarkt0  0    
         
 Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties:00000000
  Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van wooncorporaties0  0    
         
 Versterken van de positie van de woonconsument:1 508001 5080000
  Subsidies woonconsumentenorganisaties1 508  1 508    
 Overige programmabudgetten:13 67201 02714 699– 725– 725– 550– 200
  Onderzoek8 887 1 54610 433    
  Experimenten en kennisoverdracht4 785 – 5194 266– 725– 725– 550– 200
  Nader aan te wijzen   0    
Apparaat:2 1980– 1092 089– 176– 241– 221– 222
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 1 (DGW)2 198 – 1092 089– 176– 241– 221– 222
Ontvangsten:0  0    

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Onderzoek

Een deel van het voor 2005 beschikbare budget voor ondermeer WoOn (Woningbehoefteonderzoek) is doorgeschoven naar 2006 i.v.m. een gewijzigde fasering van de onderzoeksopdrachten.

Artikel 2. Stimuleren van voldoende woningen, een duurzame en gedifferentieerde woningvoorraad en leefbare woonmilieus

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:54 8042 00081 264138 0688 1765 102140511
Uitgaven:472 7112 000– 11 026463 685-25 8994 77317 04924 062
Programma:460 6422 000– 8 655453 987– 23 5337 17119 40926 424
 Stimuleren van voldoende woningproductie:122 26200122 2620000
  Budget BLS122 262  122 262    
  Planologische en woningbouwknelpunten VINEX en VINAC0  0    
         
Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten:00000000
 Verruimen van het aanbod van geschikte woningen voor ouderen en gehandicapten0000    
         
Bevorderen van de leefbaarheid van de woonwijken:311 2800– 3 250308 030– 16 2505 66610 2508 924
 Investeringen Stedelijke vernieuwing282 721 17 750300 471– 13 750– 1 5001 250373
 Innovatiebudget Stedelijke vernieuwing25 383 – 21 0004 383– 2 5007 1669 0008 551
 Stedelijke vernieuwing Lelystad3 176  3 176    
         
Garanderen minimale kwaliteit gebouwen en bevorderen hogere kwaliteit:22 3312 000– 7 90516 426– 9 783– 9956 65915 000
 Programma energiebudgetten13 125 6513 1903 200   
 Subsidies energiebesparing (CO2- reductie) gebouwde omgeving6 900 – 6 970– 70– 13 383– 1 3956 65915 000
 Regeling sanering loden drinkwaterleidingen870 – 200670    
 Regeling energiebesparing huishoudens met lagere inkomens9162 000– 8002 116400400  
 Innovatief bouwen520  520    
         
Overige programmabudgetten:4 76902 5007 2692 5002 5002 5002 500
 Onderzoek3 103  3 103    
 Kennisoverdracht1 666 01 6660   
 Kosten uitvoeringsorganisaties  2 5002 5002 5002 5002 5002 500
 Nader aan te wijzen   0    
Apparaat:12 0690– 2 3719 698– 2 366– 2 398– 2 360– 2 362
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 2 (DGW)12 069 – 2 3719 698– 2 366– 2 398– 2 360– 2 362
Ontvangsten:91 2 6712 762    

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Investeringen Stedelijke Vernieuwing

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Aanpassing budget Impulsregeling 2005–200865 000 
2. Intertemporele schuif; Impulsregeling 14 750
3. Overige mutaties 3 000
Totaal65 00017 750

Toelichting:

Ad 1 en 2:

De definitieve verdeling van het Impulsbudget is in 2005 vastgesteld. Op basis van deze definitieve verdeling is tevens vastgesteld in welk tempo de plannen worden beoordeeld en beschikt en is het kasritme opnieuw bepaald. De mutatie betreft de doorwerking vanuit 2005 welke is verwerkt in de Najaarsnota van dat jaar.

Instrument: Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Aanpassing fasering IPSV-budgetten 2005–2006 2 051
2. Intertemporele schuif IPSV (nav projectplanningen) – 23 051
Totaal – 21 000

Toelichting:

Ad 1 en 2:

Op basis van een inventarisatie van de projectplanningen en daarbij horende uitfinancieringen wordt de fasering van de uitgavenraming van het innovatiebudget stedelijke vernieuwing in de jaren 2006–2010 aangepast.

Instrument: Subsidies energiebesparing (CO2-reductie) gebouwde omgeving

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
1. Aanpassing verplichtingenraming nieuwe CO2-regeling16 250 
2. Intertemporele schuif; implementatie nieuwe CO2-regeling – 6 881
3. Overige mutaties – 89
Totaal16 250– 6 970

Toelichting:

Ad 1 en 2:

Op basis van de in de CO2-reductieregeling 2006 op te nemen bepalingen inzake het toekennen van geldelijke steun wordt de fasering van de meerjarige uitgavenraming aangepast. Dit leidt tot een verschuiving van uitgavenbudgetten van 2006–2008 naar 2009–2010.

Instrument: Kosten uitvoeringsorganisaties

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Herschikking budgetten transitie Senter Novem2 5002 500
Totaal2 5002 500

Toelichting:

Ad 1: Herschikking budgetten transitie Senter Novem

De budgetten voor de uitvoering van subsidieregelingen door SenterNovem worden voortaan begroot en verantwoord bij de Overige Programmabudgetten. Deze middelen zijn afkomstig van het instrument «Apparaat» van dit artikel.

Ontvangsten artikel 2

Instrument: Restituties en overige ontvangsten DGW

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Doorwerking realisatie 20052 671
Totaal2 671

Toelichting:

Ad 1: Doorwerking realisatie 2005

Door de transitie SenterNovem is de terugvordering locatiesubsidie Delft Tanthof niet meer in 2005 gerealiseerd. De terugvordering zal nu in 2006 plaatsvinden.

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:1 902 906 168 5252 071 43154 95050 25153 476– 17 709
Uitgaven:1 929 5060121 7362 051 24224 76325 77522 79213 350
Programma:1 910 0620101 2392 011 30115 89318 64519 62910 187
 Garanderen betaalbaarheid voldoende huurwoningen en evenwichtige verdeling:00000000
  Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen en een evenwichtige verdeling hiervan (aanbodgericht)0  0    
         
 Garanderen betaalbaarheid wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht):1 908 473099 9392 008 41214 39317 14518 1298 687
  Huursubsidie en huurtoeslag1 902 028 55 6391 957 66714 39317 14518 1298 687
  Vangnetregeling5 000 4 3009 300    
  Eénmalige bijdrage huurbeleid0  0    
  Kostenvergoeding verhuurders0  0    
  Bevorderen eigen woonbezit1 445  1 445    
  Bijdrage financiering startersleningen0 40 00040 000    
         
 Overige programmabudgetten:1 58901 3002 8891 5001 5001 5001 500
  Onderzoek737  737    
  Kennisoverdracht45  45    
  Kosten uitvoeringsorganisaties  1 3001 3001 5001 5001 5001 500
  Nader aan te wijzen807  807    
Apparaat:19 444020 49739 9418 8707 1303 1633 163
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 3 (DGW)19 444 1 93721 3818 8707 1303 1633 163
  Uitvoering huursubsidie  18 56018 5600000
Ontvangsten:376 106 – 169 200206 90633 84029 1832 4286 877

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Huursubsidie en huurtoeslag

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Diverse mutaties huursubsidie en huurtoeslag105 34855 639
Totaal105 34855 639

Toelichting:

Ad 1: Diversen mutaties huursubsidie en huurtoeslag

De overschrijding van € 55 mln is in belangrijke mate toe te schrijven aan vier oorzaken, waarvan er twee reeds werden aangemerkt als structureel tekort bij 2e suppletore begrotingswet 2005. Toen is reeds geconstateerd dat het aantal huishoudens met een toekenning hoger was dan waarmee rekening was gehouden. Bovendien was het aandeel huishoudens met lage inkomens onverwacht sterk toegenomen. Het betreft hier een trendbreuk.

De andere twee oorzaken van genoemde overschrijding zijn een gemiddeld hoger nominaal huurniveau vanaf 2005, vanwege de hogere inflatie over 2005 en de extra middelen die de Belastingdienst/Toeslagen zal uitbetalen, omdat vanwege technische beperkingen voor een groep huishoudens een te laag inkomen is geadviseerd. Overigens zullen te hoge huurtoeslagen wel worden teruggevorderd.

De overschrijding laat vanaf 2006 verder een dalend verloop zien, dat met name is toe te schrijven aan effecten van het nieuwe huurbeleid. Verwacht wordt dat er uitstroom zal plaatsvinden als gevolg van verhuizingen. Het gaat hier om de huishoudens met huurtoeslag met een woning in het overgangsgebied, die na verhuizing geen recht hebben op huurtoeslag.

Ook is de raming voor de huurtoeslag aangepast op basis van de actuele macro-inzichten uit het CEP 2006. Dit leidt tot een verlaging van de raming van € 6 mln in 2006, € 18 mln in 2007 en structureel € 17 mln in latere jaren.

Instrument: Vangnetregeling

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Afwikkeling vangnetregeling4 3004 300
Totaal4 3004 300

Toelichting:

Ad 1: Afwikkeling vangnetregeling

Gemeenten, uitvoerders van de regeling (die m.i.v. 1 januari jl. is vervallen a.g.v. de invoering van de AWIR), dienen normaal gesproken tussentijdse declaraties in en na afloop van het subsidietijdvak wordt een einddeclaratie opgemaakt en ingediend. Echter, een groter aantal gemeenten heeft het indienen van tussentijdse declaraties voor zich uitgeschoven. Hierdoor zal in 2006 voor de afwikkeling van de Vangnetregeling tot en met 2005 een groter bedrag zijn gemoeid met de uitbetaling op basis van einddeclaraties.

Instrument: Bijdrage financiering startersleningen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Startersleningen40 00040 000
Totaal40 00040 000

Toelichting:

Ad 1: Startersleningen

Om het kopen van een huis voor Starters te ondersteunen wordt een bedrag van € 40 mln gestort in het fonds Stimulering Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). Uit dit fonds worden subsidies verstrekt voor de stichtingskosten van sociale nieuwbouwwoningen.

Instrument: Apparaat artikel 3 (DGW)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Uitvoeringskosten huurliberalisatie3 5003 500
2. Uitvoeringskosten betaalbaarheidsheffing huurwoningen800800
3. Diverse mutaties– 183– 2 363
Totaal4 1171 937

Toelichting:

Ad 1 en 2:

Met de uitvoering van de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen zijn kosten gemoeid voor de Belastingdienst. Deze uitvoeringkosten worden meegenomen in de heffing aangezien deze nodig zijn om de beoogde opbrengst van de heffing te realiseren (zie ook de betreffende ontvangstenmutatie op dit artikel).

Ad 3: Diverse mutaties

In het streven naar een verdere verkorting van de behandeltermijnen van geschillen en een doelmatig opererende organisatie is voor het secretariaat van de huurcommissies een investeringsplan opgesteld. De noodzakelijke wijzigingen zullen worden doorgevoerd in de jaren 2006 t/m 2008. Dit ook als opmaat voor het te vormen ZBO.

Het nieuwe huurbeleid brengt additionele kosten met zich mee voor de Belastingdienst Toeslagen welke zullen worden overgeboekt naar deze dienst.

Instrument: Uitvoering huursubsidie

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Uitvoeringskosten huursubsidie 200614 59018 590
2. Taakstelling Electronische overheid1 3221 322
3. Overige mutaties– 1 352– 1 352
Totaal14 56018 560

Toelichting:

Ad 1: Uitvoeringskosten huursubsidie 2006

Vooruitlopend op de overgang van de uitvoering huurtoeslag naar de Belastingdienst Toeslagen zijn de middelen hiervoor integraal overgeboekt naar de Belastingdienst Toeslagen. Voor de uitvoering van oude coderegelingen Huursubsidie is in 2006 evenwel nog budget benodigd op de begroting van VROM.

Ad 2: Taakstelling Electronische overheid

Als grondslag voor de verdeling van de taakstelling is het aantal klantcontactpunten gebruikt. Voor de uitvoering van de huursubsidie zijn Huursubsidie-Informatie Punten (HIP) ingericht. Op grond hiervan zou VROM een relatief forse bijdrage aan de taakstelling moeten leveren. Echter, aangezien de budgetten voor de uitvoering van de huursubsidie/huurtoeslag aan Financiën zijn overgedragen, wordt dit deel van de taakstelling vanuit de generale middelen gecompenseerd.

Ontvangsten artikel 3

Instrument: Restituties subjectsubsidies

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Actualisatie raming ontvangsten PVI (Ontvangsten HT)– 24 500
2. Aanpassing raming ontvangsten verhuurders (Ontvangsten HT)– 400
3. Aanpssing raming vorderingen 2006 ev (Ontvangsten HT)1 700
Totaal– 23 200

Toelichting:

Ad 1, 2 en 3:

Voor de restituties voor subsidiejaren, is een nieuwe raming opgesteld waarin meer rekening is gehouden met de «invorderbaarheid» van de voorraad vorderingen. De mate van invorderbaarheid is bepaald op basis van een analyse van de voorraad vorderingen, waarbij onder andere de invorderingsstatus en de ouderdom belangrijk zijn geweest. Dit heeft met name geleid tot een verlaging van de ontvangstenraming in 2006.

Voor de ontvangsten vanaf het berekeningsjaar 2006 is de raming verhoogd op basis van de realisatiecijfers van het subsidiejaar 2004–2005 en als gevolg van een indexatie van de volume- en gemiddelde bijdrage-ontwikkeling.

Instrument: Taakstelling Huursubsidie

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Correctie a.g.v. vertraging invoering modernisering huurbeleid– 165 000
Totaal– 165 000

Toelichting:

Ad 1: Correctie a.g.v. vertraging invoering modernisering huurbeleid

De betaalbaarheidsheffing huurwoningen wordt in het jaar 2006 neerwaarts bijgesteld. Dit als compensatie voor derving van inkomsten van verhuurders vanwege wijzigingen in de modernisering van het huurbeleid.

Instrument: Bijdrage verhuurders hs-plus

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–Ontvangsten
Mutaties 1e suppletore begroting: 
1. Uitvoeringskosten nieuw huurbeleid7 000
2.Diverse mutaties12 000
Totaal19 000

Toelichting:

Ad 1: Uitvoeringskosten nieuw huurbeleid

Met de uitvoering van de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen zijn kosten gemoeid voor de Belastingdienst en de het gebruiken van WOZ-gegegevens. Deze uitvoeringkosten worden meegenomen in de heffing aangezien deze nodig zijn om de beoogde opbrengst van de heffing te realiseren.

Ad 2: Diverse mutaties

De raming van de ontvangsten uit hoofde van de Wet betaalbaarheidsheffing huurwoningen is aangepast op grond van de in het wetsvoorstel opgenomen ramingen en daaraan ten grondslag liggende methodiek en bepalingen.

Artikel 4. Optimalisering van de ruimtelijke afweging

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:11 118 4 33215 4502 7053 3372 5471 528
Uitgaven:11 973010 01121 9848 8179 2996 2061 731
Programma:5 73407 24812 9826 1816 7163 599– 875
 Ruimtelijk instrumentarium ontwikkelen en beheren:5 73407 24812 9826 1816 7163 599– 875
  FES ICES/KIS350 5 6506 0005 7005 7002 692– 300
  Monitoring Nota Ruimte916 4771 393– 275– 166– 48– 24
  Subsidies algemeen3 140 5971 5133823423434
  Overige instrumenten algemeen0 9364 076374840921– 585
Apparaat:6 23902 7639 0022 6362 5832 6072 606
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 4 (DGR)6 239 2 7639 0022 6362 5832 6072 606
Ontvangsten:0 7 1357 1356 0 006 0002 9920

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: FES ICES/KIS

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Bijdrage FES tbv BSIK-project Habiform 6 000
2. Overige mutaties– 300– 350
Totaal– 3005 650

Toelichting:

Ad 1: Bijdrage FES tbv Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur (BSIK)-project Habiforum

De bijdrage uit het FES t.b.v. het BSIK-project Habiforum is meerjarig t/m 2009 naar de VROM-begroting overgeboekt.

Instrument: Overige instrumenten algemeen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Gebiedsontwikkeling890890
2. Overige mutaties3 8483 186
Totaal4 7384 076

Toelichting:

Ad 1: Gebiedsontwikkeling

T.b.v. de gebiedsontwikkeling is een meerjarige reeks tm 2009 aan de begroting toegevoegd van € 890 000,–, die zal worden ingezet ter ondersteuning van lagere overheden bij de uitvoering van het ruimtelijke beleid in het kader van de programma-aanpak, ontwikkelingsplanologie en luchtkwaliteit.

Ad 2: Overige mutaties

Op diverse instrumenten hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden t.o.v. de ontwerpbegroting 2006, omdat de beginstanden na de conversie naar de nieuwe artikelstructuur onjuist bleken te zijn.

Artikel 5. Gebiedsontwikkeling en realisatie Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amendementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:33 266 283 419316 68519 308– 6 198– 3 770– 3 713
Uitgaven:42 4280181 811224 239206 78881 74322 72916 201
Programma:35 0050186 391221 396211 22186 08427 06220 535
 Stedelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:14 3920191 466205 858211 85886 70126 81119 796
  FES BIRK  103 077103 07731 99057 7578 7219 187
  FES nieuwe sleutelprojecten  93 60093 600180 27825 80014 30010 900
  Onderzoek stedelijk gebied88 15324144164646
  Subsidies stedelijk gebied9 532 – 4 4425 090– 2704 2484 455165
  Overige instrumenten stedelijk gebied1 180 – 60557579– 100– 441– 451
  Interreg3 592 – 3173 275– 263– 1 020– 270– 51
         
 Landelijke gebieden van nationaal belang verder ontwikkelen:20 6130– 5 07515 538– 637– 617251739
  FES BIRK   0    
  Onderzoek landelijk gebied   0    
  Subsidies landelijk gebied587 – 76511– 77– 67– 51222
  Overige instrumenten landelijk gebied898 4121 310242252262216
  Bufferzones16 601 – 5 41111 190– 802– 802501501
  Belverdere2 527 02 527    
Apparaat:7 4230– 4 5802 843– 4 433– 4 341– 4 333– 4 334
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 5 (DGR)7 423 – 4 5802 843– 4 433– 4 3414 333– 4 334
Ontvangsten:10 3000196 677206 977212 26883 55723 02120 087

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: FES Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Diverse mutaties FES BIRK80 624103 077
Totaal80 624103 077

Toelichting:

Ad 1: Diverse mutaties FES BIRK

Tot en met 2005 werd jaarlijks de FES-bijdrage voor de BIRK-projecten opgevraagd. Met ingang van 2006 zijn de kasreeksen meerjarig opgevraagd en ontvangen. Als gevolg hiervan is het budget op dit instrument fors gestegen. T.b.v. de nog resterende BIRK-projecten zal in 2006 de verplichting worden aangegaan.

Instrument: FES Nieuwe Sleutelprojecten

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Bijdrage uit FES tbv NSP Breda24 90018 900
2. Bijdrage uit FES tbv NSP Rotterdam57 47810 900
3. Bijdrage uit FES tbv NSP Amsterdam129 100 
4. Overige mutaties 63 800
Totaal211 47893 600

Toelichting:

Ad 1, 2 en 3:

Ook voor de FES-bijdragen ten behoeve van de Nieuwe Sleutelprojecten worden vanaf 2006 kasreeksen meerjarig opgevraagd en ontvangen. T.b.v. de laatste drie Nieuwe Sleutelprojecten (NSP) Breda, Rotterdam en Amsterdam (Zuidas) is bij het FES het verplichtingenbedrag opgevraagd.

Instrument: Subsidies stedelijk gebied

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Intertemporele schuif; Hart voor Dieren – 8 580
2. Overige mutaties– 2134 138
Totaal– 213– 4 442

Toelichting:

Ad 1: Intertemporele schuif; Hart voor Dieren

T.b.v. het project Hart voor Dieren is een kasschuif van in totaal € 8,5 mln naar 2008 en 2009 opgenomen waarmee wordt aangesloten bij de kasbehoefte van dit project.

Instrument: Bufferzones

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Kas- en verplichtingenschuif Bufferzones– 3 909– 3 909
2. Overige mutaties– 1 502– 1 502
Totaal– 5 411– 5 411

Toelichting

Ad 1: Kas en verplichtingenschuif Bufferzones

T.b.v. een actualisering van de bufferzones-aankopen zijn de kas- en verplichtingenreeks aangepast.

Instrument: Apparaat DGR

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
2. Diverse mutaties– 4 480– 4 580
Totaal– 4 580– 4 580

Toelichting

Ad 1: Op diverse instrumenten hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden t.o.v. de ontwerpbegroting 2006, omdat de beginstanden na de conversie naar de nieuwe artikelstructuur onjuist bleken te zijn.

Artikel 6. Beperken van klimaatverandering en grootschalige luchtverontreiniging

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:46 797 45 96192 758-4278389791 256
Uitgaven:85 3570– 2 44582 91214 28018 86821 70016 675
Programma:80 8080– 2 39778 41114 55519 05821 88616 786
 Realisatie Kyoto klimaatverplichtingen:72 4330– 18 01854 415– 1 6486 6739 46210 403
  Binnenlandse klimaatinstrumenten28 433 – 7 71520 718– 9 059– 7 357– 7 259– 7 516
  Clean Development Mechanism44 000 – 10 30333 6977 41114 03016 72117 919
         
 Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken:3 465013 53016 99514 41711 34611 3875 346
  Beperken klimaatverandering door post-Kyoto afspraken3 465 13 53016 99514 41711 34611 3875 346
         
 Beperken aantasting van de ozonlaag:002502500000
  Beperken aantasting van de ozonlaag0 2502500000
         
 Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging:4 91001 8416 7511 7861 0391 0371 037
  Beperken van verzuring en grootschalige luchtverontreiniging4 910 1 8416 7511 7861 0391 0 371 037
Apparaat:4 5490– 484 501– 275– 190– 186– 111
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 6 (DGR)4 549 – 484 501– 275– 190– 186– 111
Ontvangsten:0 11 46811 4688 0006 0006 0410

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Binnenlandse klimaatinstrumenten

Op dit instrument hebben per saldo budgettair neutrale correcties plaatsgevonden t.o.v. de ontwerpbegroting 2006, omdat de beginstanden na de conversie naar de nieuwe artikelstructuur onjuist bleken te zijn.

Instrument: Clean Development Mechanism (CDM)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Ophoging Wereldbank48 000– 6 832
2. Overige mutaties – 3 471
Totaal48 000– 10 303

Toelichting

Ad 1: Ophoging Wereldbank

Ter compensatie van in de markt optredende prijsstijgingen, is een bedrag van € 48 mln toegevoegd aan het budget voor CDM. Hiermee kan de oorspronkelijke doelstelling van 67 Mton CO2-equivalenten gehandhaafd worden. De ophoging van het totaalbudget wordt gecombineerd met een kasschuif binnen de bestaande budgetten, waardoor in 2006 per saldo sprake is van een verlaging van het kasbudget.

Instrument: Beperken klimaatveranderingen door post-Kyoto afspraken

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. FES-middelen BSIK kllimaat voor ruimte 10 000
2. Overige mutaties1 1513 530
Totaal1 15113 530

Toelichting:

Ad 1: FES middelen BSIK klimaat voor ruimte

In 2005 is bij 2e suppletore begroting de eerste tranche voor het BSIK-project Klimaat voor Ruimte aan de begroting toegevoegd. Thans wordt de meerjarige reeks toegevoegd.

Artikel 7. Verbeteren milieukwaliteit van water en bodem

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:156 967 – 7 483149 48424 521– 8 796– 5 1184 628
Uitgaven:137 465015 090152 55511 2798 91712 8954 828
Programma:133 000015 008148 00811 2018 83712 8144 748
 Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem:1 43606332 0691 0731 1051 1051 112
  Verbeteren van de milieukwaliteit van de bodem1 436 6332 0691 0731 1051 1051 112
         
 Saneren van verontreinigde bodems:120 469020 060140 52915 84215 70316 8855 391
  Saneren van verontreinigde bodems120 469 20 060140 52915 84215 70316 8855 391
         
 Verbeteren van de milieukwaliteit van water:76306011 364939920917924
  Verbeteren van de milieukwaliteit van water763 6011 364939920917924
         
 Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied:6 6340– 3 9752 659– 3 297– 5 516– 2 717690
  Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied6 634 – 3 9752 659– 3 297– 5 516– 2 717690
         
 Bevorderen van duurzame landbouw:3 6980– 2 3111 387– 3 356– 3 375– 3 376– 3 369
  Bevorderen van duurzame landbouw3 698 – 2 3111 387– 3 356– 3 375– 3 376– 3 369
Apparaat:4 4650824 54778808180
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 7 (DGM)4 465 824 54778808180
Ontvangsten:0014 30014 30015 10015 00013 500200

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Saneren van verontreinigde bodems

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Van BZK/Provinciefonds t.b.v. apparaatskosten bodemsanering5 2135 213
2. FES toekenning bodemsanering12 50012 500
3. Kostenverhaal bodemsanering 20053 7873 787
4. Overige mutaties– 6 714– 1 440
Totaal14 78620 060

Toelichting:

Ad 1: Van BZK/Provinciefonds t.b.v. apparaatskosten bodemsanering

Er wordt budget overgeheveld van het provinciefonds (onderdeel BZK) naar VROM i.v.m. de verschuiving van apparaatskosten bodemsanering van provincies naar gemeenten. VROM stelt rechtstreeks aan het bevoegd gezag een budget beschikbaar t.b.v. taken op het gebied van bodemsanering, voortvloeiend uit VROM-regelgeving. Taken die voorheen door provincies werden verricht zijn door de rechtstreeks gemeenten overgenomen. Derhalve wordt budget van het Provinciefonds aan de VROM-begroting toegevoegd en daarna toegekend aan de betreffende gemeenten conform de in 2000 gemaakte afspraken.

Ad 2: FES toekenning bodemsanering

Voor de jaren 2006 t/m 2009 wordt vanuit het FES in totaal € 50 mln extra beschikbaar gesteld voor de sanering van spoedeisende gevallen van bodemverontreiniging. Het gaat in al deze gevallen om het versneld wegnemen van ernstige verontreinigingen die economische ontwikkelingen in de weg staan. In concreto gaat het onder andere om projecten gerelateerd aan de ontwikkeling van de Stormpolder in Krimpen a/d IJssel (EMK-terrein), de herinrichting van delen van de Brabantse en Limburgse Kempen en de uitbreiding van een bedrijfsterrein in Olst.

Ad 3: Kostenverhaal bodemsanering 2005

In 2005 zijn in het kader van de uitvoering van het kostenverhaal jegens particulieren, bedrijven en gemeenten ontvangsten verkregen voor een totaalbedrag van € 3,787 mln. Dit bedrag wordt in 2006 weer toegevoegd aan het uitgavenbudget voor bodemsanering.

Instrument: Bevorderen van gebiedsspecifieke milieumaatregelen in het landelijke gebied

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. FES-middelen voor luchtwassers2 2001 800
2. Overige mutaties– 19 307– 5 775
Totaal– 21 507– 3 975

Toelichting:

Ad 1: FES middelen voor luchtwassers

Vanuit het FES is budget overgeheveld naar VROM ten behoeve van onderzoek in de periode 2006–2009 naar het versneld beschikbaar en toepasbaar maken van gecombineerde luchtwassers voor de intensieve veehouderij in het kader van het «programma luchtwassers». Door de inzet van luchtwassers kan de emissie van fijn stof, ammoniak en geur uit stallen sterk worden verminderd.

Incidentele subsidies(Vermelding in 1e suppletore begroting voor wettelijke grondslag)

Aan de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is voor 2006 een subsidie verleend van € 408 402,–. Tussen het ministerie van VROM en de SIKB is een subsidieovereenkomst voor de periode tot en met 2006 afgesloten. Het doel van deze subsidie is het versneld tot stand brengen van een in de bodembeheerssector dekkende structuur van normatieve documenten voor de kwaliteitsborging.

De gemeente Haarlem heeft een bijdrage van € 266 918 gevraagd voor het project Lokale Ambities Bodem. Het resultaat hiervan is het opstellen van een handreiking voor de lokale overheden voor het formuleren van integraal bodembeleid.

Artikel 8. Verbeteren van de milieukwaliteit in de bebouwde omgeving

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:35 063 35 17170 23479 80943 58018 88022 444
Uitgaven:40 733038 87579 60879 80943 58019 41622 980
Programma:36 258038 32474 58279 46443 20019 03522 600
 Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden:5 52802 8348 3622 9502 9502 9502 950
  Geïntegreerd milieubeleid voor andere overheden5 528 2 8348 3622 9502 9502 9502 950
         
 Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit:00000000
  Verbeteren van de lokale luchtkwaliteit  0     
         
 Verminderen van geluidhinder:30 730069031 42011450– 615– 1 250
  Verminderen van geluidhinder30 730 69031 42011450– 615– 1 250
         
 Bevorderen van duurzame mobiliteit:0034 80034 80076 40040 20016 70020 900
  Bevorderen van duurzame mobiliteit  34 80034 80076 40040 20016 70020 900
Apparaat:4 47505515 026345380381380
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 8 (DGM)4 475 5515 026345380381380
Ontvangsten:0 34 80034 80076 40040 20016 70020 900

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Bevorderen van duurzame mobiliteit

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. FES-middelen t.b.v. uitvoering luchtkwaliteit34 80034 800
Totaal34 80034 800

Toelichting:

Ad 1: FES middelen t.b.v. uitvoering luchtkwaliteit

In de brief van 2 november jl. (TK, vergaderjaar 2005–2006, 30 175, nr. 12) is aangegeven welke maatregelen worden genomen t.b.v. bronmaatregelen in het verkeer. Met deze mutatie wordt budget aan de VROM-begroting toegevoegd vanuit het FES t.b.v. maatregelen als roetfilters, retrofit roetfilters en schone vuilniswagens.

Incidentele subsidies (Vermelding in 1e suppletore begroting voor wettelijke grondslag)

De stichting LAOZ heeft een bijdrage van € 100 000 gevraagd voor de Week van de Vooruitgang, die van 16 t/m 22 september 2006 in Nederland gehouden zal worden. Het doel hiervan is het uitvoeren van concrete activiteiten gericht op de verbetering van de duurzaamheid van het mobiliteitsgedrag en van de leefbaarheid van de woonomgeving.

De stichting Natuur en Milieu ontvangt een bijdrage van € 70 000 voor het project Auto van de Toekomst, waarvan de inzendingen tijdens de AutoRAI tentoongesteld en beoordeeld zullen worden. Het doel is om het belang en de mogelijkheden van schonere, stillere en zuiniger auto’s in brede kring aan de orde te stellen.

Artikel 9. Verminderen van risico’s van stoffen, afval, straling en GGO’s

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:19 601– 2 00011 65229 253– 758– 697– 648– 1 769
Uitgaven:40 196– 2 000– 86337 3331 6152 9033 3521 538
Programma:35 199– 2 000– 95432 2451 5282 8133 2611 448
 Veilig gebruik van chemische stoffen:13 07301 22614 2991 1601 1601 1600
  Veilig gebruik van chemische stoffen13 073 1 22614 2991 1601 1601 1600
         
 Reductie van milieubelasting door afvalstoffen:18 814– 2 000– 1 15915 655– 1 514– 1 379– 1 331– 1 284
  Reductie van milieubelasting door afvalstoffen18 814– 2 000– 1 15915 655– 1 514– 1 379– 1 331– 1 284
         
 Bescherming tegen straling:1 22103921 613632632632632
  Bescherming tegen straling1 221 3921 613632632632632
         
 Verantwoorde toepassing van ggo’s:2 0910– 1 4136781 2502 4002 8002 100
  Verantwoorde toepassing van ggo’s2 091 – 1 4136781 2502 4002 8002 100
Apparaat:4 9970915 08887909190
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 9 (DGM)4 997 915 08887909190
Ontvangsten:002002001 2502 4002 8002 100

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Verantwoorde toepassing van ggo’s

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. FES-middelen m.b.t. Biotechnologie200200
2. Overige mutaties9 911– 1 613
Totaal10 111– 1 413

Toelichting:

Ad 1: FES middelen m.b.t. Biotechnologie

Voor de uitvoering van het Ecologisch Onderzoekprogramma Biotechnologie is door de Minister van Economische Zaken een bijdrage toegekend ten bedrage van € 10 mln voor de periode 2006 t/m 2012. Op 23 maart 2006 is met de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een convenant ondertekend om dit onderzoekprogramma uit te voeren.

Artikel 10. Versterken van het (inter)nationale milieubeleid

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:85 683 – 10 09875 585– 15 387– 17 167– 17 555– 17 583
Uitgaven:90 641091491 555– 10 023– 14 452– 15 205– 17 583
Programma:82 1370– 43181 706– 11 800– 16 302– 17 054– 19 355
 Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium:69 9970– 86769 130– 12 460– 17 094– 17 208– 19 159
  Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium69 997 – 86769 130– 12 460– 17 094– 17 208– 19 159
         
 Internationaal milieubeleid:4 84201 5466 3881 3701 418543193
  Internationaal milieubeleid (HGIS-deel)4 842 5805 422– 447– 449– 449– 249
  Internationaal milieubeleid (niet HGIS-deel)0 9669661 8171 867992442
         
 Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB:7 2980– 1 1106 188– 710– 626– 389– 389
  Gecoördineerd milieubeleid voor industrie en MKB7 298 – 1 1106 188– 710– 626– 389– 389
         
 Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling:00000000
  Overheidsbeleid voor duurzame ontwikkeling0  0    
Apparaat:8 50401 3459 8491 7771 8501 8491 772
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 10 (DGM)8 504 – 3 2685 236– 3 055– 3 137– 3 138– 3 215
  Apparaat internationale Zaken (IZ)  4 6134 6134 8324 9874 9874 987
Ontvangsten:917010 18011 0976 5372 0002 0000

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Strategieontwikkeling en adequaat generiek instrumentarium

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. FES-middelen BSIK-kennisnetwerk KSI02 319
2. FES-middelen Milieutechnologie (ProMT)4 5374 537
3. I.v.m. overdracht MNP– 22 043– 22 043
4. Overige mutaties1 82514 320
Totaal– 15 681– 867

Toelichting:

Ad 1: FES-middelen BSIK-kennisnetwerk KSI

Het kabinet is in 2004 akkoord gegaan om FES-middelen via het BSIK aan te wenden voor bovenvermeld project. De toezegging betrof € 10 mln verdeeld over 5/6 jaar. De uitfinanciering betrof ca. € 2 mln per jaar. In 2005 is t.b.v. dit project € 1,681 mln aan voorschotten verstrekt. Het verschil ad. € 0,319 mln zal als voorschot boven op de jaarlijkse kasverwachting ad € 2 mln in 2006 betaalbaar worden gesteld. Dit bedrag is overeenkomstig de planning van KSI.

Ad 2: FES-middelen Milieutechnologie (ProMT)

De FES-middelen ProMT 2005 ad € 7,403 mln zijn niet volledig uitgeput. Het verschil ad € 3,324 mln is doorgeschoven naar 2006. De uitfinanciering ProMT is gemiddeld drie tot vier jaar, waardoor pas in 2006/2007 de maximale uitgaven gaan plaatsvinden.

Ad 3: Overdracht Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Het kabinet heeft eind 2005 beslist dat het MNP wordt losgemaakt van het RIVM en ondergebracht zal worden bij VROM per 1-1-2006. Hiermee is een bedrag gemoeid van ca 22 mln dat bij VROM centraal is ondergebracht.

Artikel 11. Vergroten van de externe veiligheid

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:12 897 99 005111 902-960– 412– 254– 213
Uitgaven:14 454013 77528 22918 96619 53219 89119 757
Programma:10 432014 53624 96819 60520 19420 02619 892
 Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties:9040– 3295755393809– 31
  Bepalen van de aanvaardbaarheid van risicovolle situaties904 – 3295755393809– 31
         
 Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties:8 3330– 1 1577 176– 425– 40– 1 040400
  Oplossen van niet-aanvaardbare risicovolle situaties8 333 – 1 1577 176– 425– 40– 1 040400
         
 Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties:896015 62216 51819 72219 76920 06119 490
  Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties896 15 62216 51819 72219 76920 06119 490
         
 Milieu en veiligheidsaspecten in ruimtelijke planvorming betrekken:299040069925537219633
  Overige instrumenten en milieu en veiligheid299 40069925537219633
  Schadeclaims   0    
Apparaat:4 0220– 7613 261– 639– 662– 135– 135
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 11 (DGR)1 033 – 231802– 225– 219– 218– 218
  Apparaat artikel 11 (DGM)2 989 – 5302 459– 414– 4438383
Ontvangsten:0  0    

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Preventie tegen nieuwe risicovolle situaties

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Uit aanvullende Post Fin programma financiering EV100 00015 000
2. Overige mutaties– 660622
Totaal99 34015 622

Toelichting

Ad 1: Uit aanvullende Post Fin programma financiering Externe Veiligheid

Het kabinet Balkenende I heeft eind 2002 in het Strategisch Akkoord € 300 mln voor de periode tot en met 2010 beschikbaar gesteld voor het EV-beleid. Van dit bedrag is € 150 mln bestemd voor het versterken van de uitvoering en handhaving van het externeveiligheidsbeleid. Voor de periode 2006 t/m 2010 is jaarlijks € 20 mln, in totaal € 100 mln gereserveerd voor provincies en gemeenten (programmafinanciering). Dit bedrag is bij 1e suppletore aan de VROM begroting toegevoegd.

Artikel 12. Handhaving en toezicht

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:63 344 3 51866 862– 1 362– 1 685– 1 578– 1 654
Uitgaven:63 56402 35565 919– 1 362– 1 685– 1 578– 1 654
Programma:21 42801 54522 973– 2 027– 2 331– 2 331– 2 331
 Naleving van nationale en internationale regelgeving bevorderen (Primair toezicht):9 82402 69612 520– 1 683– 1 647– 1 647– 1 647
  Naleving van nationale en internationale regelgeving vallend onder VROM-toezicht bevorderen (Primair toezicht)9 824 2 69612 520– 1 683– 1 647– 1 647– 1 647
         
 Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren (Interbestuurlijk toezicht):1 3210– 461 275– 70– 70– 70– 70
  Rijkstoezicht handhaven en interbestuurlijk toezicht uitvoeren op gemeenten en provincies ( Interbestuurlijk toezicht)1 321 – 461 275– 70– 70– 7070
         
 Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen):3 0740– 1022 972– 153– 153– 153– 153
  Wettelijke taken prioriteren en relevante maatschappelijke signalen selecteren (Strategie/maatschappelijke signalen)3 074 – 1022 972– 153– 153– 153– 153
         
 Crisismanagement organiseren:5 8460– 7825 064– 51– 391– 391– 391
  Crisismanagement organiseren5 846 – 7825 064– 51– 391– 391– 391
         
 Opsporen en bestrijden van fraude:1 3630– 2211 142– 70– 70– 70– 70
  Opsporen en bestrijden van fraude1 363 – 2211 142– 70– 70– 70– 70
Apparaat:42 136081042 946665646753677
 Apparaat:        
  Apparaat artikel 12 (IG)42 136 81042 946665646753677
Ontvangsten:88200882    

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Naleving van nationale en internationale regelgeving (primair toezicht)

Op dit instrument heeft de volgende mutatie plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Samenwerkende inspecties4 5004 500
2. Overige mutaties– 1 651– 1 804
Totaal2 8492 696

Ad 1: Samenwerkende inspecties

De Tweede Kamer heeft recent gesproken over de samenwerking van de Rijksinspecties en heeft geconcludeerd dat de ambities veel hoger moeten liggen. Gestreefd zal worden per domein naar één loket en één duidelijke sturing van het toezicht. Met deze aanpak per domein, zoals chemische industrie, horeca, wegtransport en aannemers, komen de verschillende ondernemers in de verschillende sectoren centraal te staan. De middelen (€ 4,5 mln) is het totaal van alle betrokken ministeries. De Tweede Kamer verlangt op korte termijn resultaat. Tezamen met het VNO-NCW en MKB Nederland wordt deze opdracht uitgewerkt. De uitwerking omvat onder andere de volgende elementen: het opstellen van vereenvoudigingsvoorstellen voor reductie van de toezichtlast, het ontwerp en de organisatie van de één-loket functie, het meten van de toezichtslast, het verwerven van draagvlak in overleg met bedrijven, inspecties en andere overheden, het monitoren van reducties per domein en aansturing resultaten in de domeinen van toezicht. De insteek is dat de terugdringing van de toezichtslast met 25% of wat redelijkerwijs mogelijk is in de te benoemen domeinen gerealiseerd wordt.

Artikel 13. Rijkshuisvesting en architectuur

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:97 756 29 413127 16916 17618 03131 83513 218
Uitgaven:97 756029 413127 16916 17618 03131 83513 218
Programma:97 756029 413127 16916 17618 03131 83513 218
 Het adviseren en implementeren beleid rijkshuisvestingsstelsel:6 7240– 1 5265 198– 1 442– 1 399– 656– 658
  Beleid (mede) van toepassing op de rijkshuisvesting en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel2 963 – 3032 660– 468– 671– 671– 671
  Onderzoek Rgd577  577    
  Coördinatie rijksopdrachtgeverschap in de bouw2 412 – 1 2231 189– 974– 7281513
  Energiebesparing rijkshuisvesting772  772    
  Duurzaam bouwen rijkshuisvesting   0    
         
 De architectonische kwaliteit stimuleren en monumenten beheren:17 81102817 839190407813752
  Stimuleren architectonische kwaliteit4 433 3164 749478680679663
  Beheer monumenten in rijksbezit13 378 – 28813 090– 288– 27313489
         
 Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken:73 221030 911104 13217 42819 02331 67813 124
  Onderhoud HCvS/AZ6 384 – 5345 850– 150– 159– 158– 172
  Investeringen HCvS/AZ28 154 24 03852 19215 84317 00030 22512 833
  Huren HCvS/AZ2 563 2312 794274276276– 111
  Asbestsanering   0    
  Paleizen28 517 7 10035 6171 3851 8531 281540
  Functionele kosten Koninklijk Huis7 603 767 67976535434
Ontvangsten:357 4 5004 857    

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Investeringen HCvS/AZ

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Herhuisvesting Raad van State2 4002 400
2. Afkoop erfpacht Pleingarage8 7188 718
3. Actualisering ramingen inversteringsprojecten5 0915 091
4. Overige mutaties7 8297 829
Totaal24 03824 038

Toelichting:

Ad 1: Herhuisvesting Raad van State

In 2006 start de 2e fase in de renovatie en nieuwbouw van huisvesting voor de Raad van State ten bedrage van ruim € 66 miljoen. Het resultaat na nieuwbouw en renovatie is een efficiënt ingedeeld complex en beter ruimtelijk gebruik, aangepast aan de (arbo) eisen van deze tijd voor met name veiligheid, flexibele inrichting en klimaatbeheersing.

Ad 2: Afkoop erfpacht Pleingarage

Met de gemeente Den Haag is overeengekomen om het opstalrecht van de parkeergarage aan het Plein eeuwigdurend af te kopen. Voor de afkoop van het deel van de Pleingarage dat door de Binnenhofgebruikers wordt gebruikt is € 8,7 mln benodigd. Verder wordt geïnvesteerd in installaties voor ventilatie, verlichting, brandmelding en omroepen en wordt het wegdek aangepast (€ 0,5 mln in 2006, in totaal € 2,2 mln ten laste van dit artikel).

Ad 3: Actualisering ramingen inversteringsprojecten

De kasramingen van de investeringsprojecten worden periodiek geactualiseerd waardoor kasmiddelen verschuiven tussen de verschillende jaren. Verschuivingen hangen bijvoorbeeld samen met een langere duur van het vergunningentraject van een project dan was voorzien en met de betalingen van het moederdepartement aan de baten- en lastendienst.

Instrument: Paleizen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Tijdelijke bestemming Paleis Soestdijk3 8003 800
2. Grondaankoop Soestdijk2 5002 500
3. Overige mutaties800800
Totaal7 1007 100

Toelichting:

Ad 1: Tijdelijke bestemming Paleis Soestdijk

Paleis Soestdijk en de omliggende paleistuinen worden tijdelijk opengesteld voor het publiek. De openstelling van het paleis en omliggende park is voor de duur van 3 jaar. Het kabinet beslist in deze periode over de definitieve bestemming. Paleis Soestdijk en het bijbehorende park zijn Rijksmonumenten van de hoogste categorie. Om het openstellen van het Paleis voor het grote publiek mogelijk te maken realiseert de Rijksgebouwendienst een aantal voorzieningen. Het betreft aanpassingen ten behoeve van de toegankelijkheid, brandveiligheid en de bescherming van de historische interieurs. Daarnaast wordt het paleis zelf in gereedheid gebracht voor de bezoekers.

Ad 2: Grondaankoop Soestdijk

Voor grondaankoop wordt € 2,5 mln extra ter beschikking gesteld. Met de grondaankoop wordt bewerkstelligd dat een aaneensluitend terrein rondom Paleis Soestdijk, met belangrijke cultuurhistorische waarde, in handen van de Staat komt.

2.3. De niet-beleidsartikelen

Artikel 14. Algemeen

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:166 084 84 852250 93626 12028 51428 49525 322
Uitgaven:370 502095 263465 76522 45925 24024 94621 773
Programma:205 550062 762268 312– 573– 1 360– 455– 4 409
 Betaalbare woonkeuze koop- en huursector24 326 – 15924 167– 5 731– 5 656– 5 612– 5 565
 Budget BWS 1992–1994149 082 1 100150 1821 1001 1001 1001 100
 Woningbouw en duurzame kwaliteit   0    
 Huisvesting gehandicapten en woonzorg16 267 2 80019 0670000
 Communicatie-instrumenten7 815  7 815    
 Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StaB)4 759 584 81758585756
 Overige vastgoedinformatievoorziening2 000 2 0004 0004 0003 1384 0000
 Ruimtelijk Planbureau1 301 01 301    
 Programma/onderzoek Gemeenschappelijk Ontwikkelingsbedrijf (GOB)0       
 Programma/onderzoek Milieu en Natuur Planbureau (MNP)0  0    
 Afkoop subsidies DGW regelingen0 56 96356 963    
Apparaat:164 952032 501197 45323 03226 60025 40126 182
 Departementsleiding, control, expertdiensten en overige staf:35 701021 68557 38622 00224 79422 82823 957
  Apparaat DGW2 374 – 6651 709– 1 317– 1 241– 1 04134
  Apparaat DGR2 409 1 9604 3691 8661 8201 8311 830
  Apparaat DGM2 458 182 47617181818
  Apparaat Inspectie304 – 3040– 304– 9– 304– 304
  Apparaat departementsleiding, control en overig staf22 822 – 1 39021 432– 2962 170290354
  Apparaat Ruimtelijk Planbureau (RPB)5 334 235 357– 7– 7– 9– 18
  Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)0 22 04322 04322 04322 04322 04322 043
         
 Raden:6 9810– 2 0504 931– 2 135– 788171170
  VROM-Raad1 989 472 03654535252
  Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronzoek1 133 – 153980– 162– 166– 162– 162
  Waddenadviesraad (WAR)601 10770816161615
  Kenniscentrum Aanbesteding bouw (KCAB)2 316 – 2 3160– 2 308– 95600
  Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA)  0     
  Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS)942  942    
  Technische Commissie Bodembescherming (TCB)0 265265265265265265
  Gemeenschappelijk OntwikkelingsBedrijf (GOB)0  0    
         
 Postactieven:6 23303046 5373049304304
  Postactieven DGW2 876  2 876    
  Postactieven DGR369  369    
  Postactieven DGM1 270  1 270    
  Postactieven Inspectie0 3043043049304304
  Postactieven RPB0  0    
  Postactieven GD/CSt1 718  1 718    
         
 Gemeenschappelijke voorzieningen:116 037012 562128 5992 8612 5852 0981 751
  Gemeenschappelijke voorzieningen90 185 12 562102 7472 8612 5852 0981 751
  Huurbijdrage aan RGD25 852  25 852    
Ontvangsten:22 424 4 00026 42410 56212 30013 1629 162

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Overig vastgoedinformatievoorziening

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Bijdrage FES tbv BSIK project GEO informatie4 0004 000
2. Overige mutaties– 2 000– 2 000
Totaal2 0002 000

Toelichting:

Ad 1: De bijdrage uit het FES tbv BSIK project GEO informatie is meerjarig t/m 2009 naar de VROM-begroting overgeboekt.

Instrument: Afkoop subsidies DGW-regelingen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Afkoopsom subsidies PHW 198739 15039 150
2. Afkoopsom subsidies PHW 19857 8007 800
3. Afkoop bijdragen stedelijke vernieuwing Lelystad10 00010 000
4. Afkoopsom subsidies VPW 19791313
Totaal56 96356 963

Toelichting:

In het kader van kabinetsstandpunt op het rapport van de commissie Brinkman – het terugdringen van de verantwoordingsbureaucratie – worden de volgende specifieke uitkeringen in 2006 afgekocht:

Ad 1: Afkoopsom subsidies PHW 1987

De mutatie betreft een raming van de afkoopsommen van de ultimo 2006 af te kopen jaarlijkse bijdragen Particuliere Huurwoningen 1987.

Ad 2: Afkoopsom subsidies PHW 1985

De mutatie betreft een raming van de afkoopsommen van de ultimo 2006 af te kopen jaarlijkse bijdragen Particuliere Huurwoningen 1985.

Ad 3: Afkoop bijdragen stedelijke vernieuwing Lelystad

De mutatie betreft een raming van de afkoopsom van de ultimo 2006 af te kopen bijdragen Stedelijke vernieuwing Lelystad.

Ad 4: Afkoopsom subsidies VPW 1979

De mutatie betreft de raming van de afkoopsommen van de ultimo 2006 af te kopen jaarlijkse bijdragen Verbetering Particuliere Huurwoningen 1979.

Instrument: Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. I.v.m. overdracht MNP22 04322 043
Totaal22 04322 043

Toelichting:

Ad 1: Apparaat Milieu en Natuur Planbureau (MNP)

Het Milieu en Natuur Planubureau is per 1 januari 2006 overgekomen van VWS/RIVM naar VROM. De reguliere P&M middelen (ca. € 22 mln per jaar) betreffen uitgaven voor de going concern van het MNP en bestaan uit uitgaven voor ambtelijk personeel (totaal ca. 220 fte).

De totale loonsom bedraagt ca. € 15 mln. Verder betreft het apparaatsuitgaven voor huisvesting, energie, catering, onderhoud, schoonmaak en uitgaven voor ICT licenties en persoonsgebondenuitgaven zoals op opleidingen en reis en verblijfskosten.

Instrument: Gemeenschappelijke voorzieningen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting  
1. Uitvoering opdracht BAG2 0002 000
2. Overige mutaties3 90710 562
Totaal5 90712 562

Toelichting:

Ad 1: Uitvoering basisregistratie voor adressen en gebouwen (BAG)

VROM voert het project uit als onderdeel van Programma Andere Overheid (PAO).

Artikel 15. Nominaal en onvoorzien

(Bedragen x € 1 000,–)(1)(2)(3)(4)=(1+2+3) 
 Stand ontwerp-begroting 2006Mutaties via NvW en amen-dementMutaties 1e sup-pletore begroting 2006Stand 1e suppletore begroting 2006Mutatie 2007Mutatie 2008Mutatie 2009Mutatie 2010
Verplichtingen:– 682 17 47116 7894 2944 3324 31011 867
Uitgaven:1 81809 62011 4384 2944 3324 31011 867
Programma:1 81809 62011 4384 2944 3324 31011 867
 Loonbijstelling:3 70701 5285 235755646670707
  Loonbijstelling3 707 1 5285 235755646670707
         
 Prijsbijstelling:5 80802 5708 3782 5932 3822 1274 137
  Prijsbijstelling5 808 2 5708 3782 5932 3822 1274 137
         
 Onvoorzien:3 6840– 2 2321 452– 2 232– 2 232– 2 232– 2 232
  Onvoorzien3 684 – 2 2321 452– 2 232– 2 232– 2 232– 2 232
         
 Nog te verdelen:– 11 38107 754– 3 6273 1783 5363 7459 255
  Nog nader te verdelen taakstellingen– 8 872 – 3 246– 12 118– 7 822– 7 564– 7 394– 7 033
  Nog nader te verdelen overig– 2 509 11 0008 49111 00011 10011 13916 288

Toelichting relevante mutaties:

Instrument: Nog nader te verdelen taakstellingen

Op dit instrument hebben de volgende mutaties plaatsgevonden:

Bedragen * € 1000,–VerplichtingenUitgaven
Mutaties 1e suppletore begroting:  
1. Tegenboeking taakstelling PIA 2006 ev5 4275 427
2. Ramingsbijstelling– 18 000– 18 000
3. Eindejaarsmarge16 1226 271
2. Overige mutaties1 0563 056
Totaal4 605– 3 246

Toelichting:

Ad 1: Tegenboeking taakstelling PIA

Het kabinet wilde in totaal € 150 miljoen bezuinigen op inkoopactiviteiten. De taakstelling voor VROM loopt uiteindelijk op tot € 8,145 mln per jaar. De taakstelling PIA zal worden gerealiseerd door voor een aantal productgroepen interdepartementaal gecoördineerde inkoop in te voeren. Een klein deel dat betrekking heeft op VROM is uitgedeeld bij Miljoenennota 2005, een deel is uitgedeeld bij Najaarsnota 2005 en het laatste deel nu bij Voorjaarsnota 2006.

Ad 2: Vrom levert d.m.v. ramingsbijstellingen en ombuigingsmaatregelen jaarlijks m.i.v. 2006 € 18 mln in.

Ad 3: Van de totaal uitgekeerde eindejaarsmarge van € 25 mln zal € 6,2 mln dit jaar nog toebedeeld worden aan diverse instrumenten.

Wetsartikel 2 (begroting Baten-lastendiensten)

3. Baten-lastendienst «Rijksgebouwendienst»

Begroting Baten-Lastendienst (Rijksgebouwendienst)

Baten-lastenoverzicht

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting naar de stand van de Voorjaarsnota (bedragen in € * 1 000)

OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingMutaties (+ of –) 1e suppletore begrotingTotaal geraamd
Baten   
Leveren producten/diensten:   
Opbrengst departementen1 125 61473 0001 198 614
Opbrengst moeder97 75629 413127 169
Opbrengst derden9 7619 761
    
Bedrijfsvoering:   
Rentebaten4 0004 000
Overige baten5 0005 000
Totaal baten1 242 131102 4131 344 544
Lasten   
Product Huisvesting:   
Apparaatskosten (netto)56 1852 00058 185
Huren vanuit de markt258 30845 231303 539
Rentelasten296 112– 10 000286 112
Afschrijvingen286 912286 912
Dagelijks onderhoud100 4226 354106 776
Mutaties voorzieningen83 74983 749
Belastingen en heffingen23 0121 00024 012
Investeringen buiten gebruiksvergoedingen78 92654 038132 964
Overige producten:   
Services23 58710 00033 587
Adviezen10 462– 5 0005 462
Beleid10 385– 1 2109 175
Overige lasten5 0005 000
Totaal lasten1 233 060102 4131 335 473
Saldo9 0719 071

Toelichting:

De hogere opbrengst departementen (plus € 73 mln) is met name het gevolg van afspraken die in 2005 al zijn gemaakt met de klanten van de Rijksgebouwendienst. Doordat de bijbehorende kosten (met name huren vanuit de markt, rentelasten, dagelijks onderhoud, investeringen buiten de gebruiksvergoeding en services) in dezelfde mate stijgen, heeft de verhoogde omzet geen invloed op het verwachte resultaat.

De gestegen opbrengst moeder komt met name voort uit niewe investeringsprojecten die worden uitgevoerd voor klanten buiten het huur-verhuurmodel (zie hierover ook artikel 13 «Rijkshuisvesting en architectuur»). Deze stijging van de begrote opbrengsten houdt gelijke tred met de stijging van de begrote kosten voor deze activiteiten.

Begrotingsstaat Rgd Voorjaarsnota

Begrotingsstaat

 Totaal batenTotaal lastenSaldo van baten en lasten
Oorspronkelijk vastgestelde begroting1 242 1311 233 0609 071
Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting   
 Totaal kapitaaluitgaven Totaal kapitaalontvangsten
Oorspronkelijk vastgestelde begroting726 941 510 000
Mutaties (+ of –) 1e suppletore begroting111 405 100 000

Kasstroomoverzicht Rgd

Kasstroomoverzicht per 31 december 2005 bedragen in € * 1 000

OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingMutaties (+ of –) 1e suppletore begrotingStand 1e suppletore begroting
1.  Rekening-courant RHB 1 januari 2006373 905– 102 925270 980
    
2. Operationele kasstroom217 077217 077
    
3a. Investeringen– 500 000– 100 000– 600 000
3b. Desinvesteringen10 00010 000
3. Investeringskasstroom– 490 000– 100 000– 590 000
    
4a. Afdracht– 1 604– 11 405– 13 009
4b. Aflossing– 225 337– 225 337
4c. Beroep op leenfaciliteit500 000100 000600 000
4. Financieringskasstroom273 05988 595361 654
    
5. Rekening-courant RHB 31 dec. 2006374 041– 114 330259 711

Toelichting:

De beginstand van de rekening-courant RHB is aangepast op de realisatie ultimo 2005.

De investeringskasstroom is hoger vanwege nieuwe aankopen en extra nieuwbouwprojecten die leiden tot extra investeringen in 2006. Deze leiden ook tot een extra beroep op de leenfaciliteit in 2006 met € 100 mln. De financieringskasstroom is verder aangepast als gevolg van de afdracht aan het moederdepartement. Het eigen vermogen wordt verlaagd middels de afdracht aan de moeder omdat de maximaal toegestane hoogte van het eigen vermogen het voorgaand jaar is overschreden.

4. Baten-lastendienst «Nederlandse Emissieautoriteit»

Begrotingsstaat 2006 (in € x 1 000)

Totaal batenTotaal lastenSaldo baten en lasten
5 1085 1080
Totaal kapitaaluitgavenTotaal kapitaalontvangsten 
1030 

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 naar de stand van de Voorjaarsnota:

(bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)=(1)+(2)
Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Mutaties (+ of –) 1e suppletore begrotingTotaal geraamd
Baten   
Opbrengst moederdepartement4 3337755 108
Opbrengst overige departementen   
Opbrengsten derden   
Buitengewone baten   
Exploitatiebijdrage   
Totaal baten4 3337755 108
Lasten   
Apparaatskosten:3 9988254 823
– personele kosten2 1245142 638
– materiële kosten1 8743112 185
Rentelasten65– 3530
Afschrijvingskosten   
– materieel270– 2664
– immaterieel 251251
Dotaties voorzieningen   
Buitengewone lasten   
Totale lasten4 3337755 108
Saldo000

Toelichting:

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement wordt bepaald door de afspraken die met de opdrachtgever over de werkzaamheden en taken van de NEa worden gemaakt. Daarvoor worden door de NEa tarieven in rekening gebracht.

Personele kosten

De NEa is een vraaggestuurde organisatie. Dat betekent dat de omvang van het personele bestand bepaald wordt door de taken en werkzaamheden die de NEa moet uitvoeren. Deze mutatie wordt veroorzaakt doordat de NEa meer interne (fte) en externe capaciteit nodig heeft om aan opdracht te kunnen voldoen.

Materiële kosten

Deze mutatie in de materiële kosten hangt direct samen met de mutatie bij de personeelskosten. Dit betreft onder andere de huisvesting, de technische ondersteuning en de bureaukosten.

Materieel en immaterieel

Dit betreft een technische mutatie. In de Begroting 2006 is het totaal aan materieel en immaterieel abusievelijk op de post materieel weergegeven.

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2006:

Opbouw vanaf de stand ontwerpbegroting 2006 naar de stand van de Voorjaarsnota (bedragen in € 1000)

 (1)(2)(3)=(1)+(2)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingMutaties (+ of –) 1e suppletore begrotingStand 1e suppletore begroting
1. Rekening-courant RHB 1 januari 2006000
    
2. Totaal operationele kasstroom358– 103255
    
Totaal investeringen– 1 350239– 1 111
Totaal boekwaarde desinvesteringen   
3. Totaal investeringskasstroom– 1350239– 1 111
    
Eenmalige uitkering aan moederdepartement   
Eenmalige storting door moederdepartement   
Aflossingen op leningen– 27015– 255
Beroep op leenfaciliteit1 350– 2391 111
4. Totaal financieringskasstroom1 080– 224856
    
5. Rekening-courant RHB 31 december 2006 (=1+2+3+4)88– 880
(maximale roodstand 0,5 miljoen euro)   

Toelichting:

Het beroep op de Leenfaciliteit is op basis van voortschrijdend inzicht naar beneden bijgesteld en is als volgt opgebouwd:

a. De financiering van de initiële lening per 1-1-3006 (€ 1 010 806,–), bestaande uit:

• De financiering van de materiële vaste activa (€ 4 667,–);

• De financiering van de immateriële vaste activa (€ 1 006 139,–).

a. Een aanvraag ter financiering van nieuwe investeringen die in de loop van 2006 nodig zijn (€ 100 292,–). Dit zijn zowel vervangingsinvesteringen als nieuwe investeringen voor voornamelijk inventaris en (zelf ontwikkelde) software.

De definitieve openingsbalans per 1 januari 2006

Openingsbalans Baten-lastendienst

Baten-lastendienst Nederlandse Emissieautoriteit 
  
Balans per 1 januari 2006 
Bedragen in EUR 1 0001 januari 2006
  
Activa 
Vaste activa 
Materiële vaste activa5
Immateriële vaste activa1 006
 1 011
Vlottende activa 
Debiteuren/overige vorderingen1 937
Overlopende activa0
 1 937
  
Liquide middelen0
  
Totaal activa2 948
Passiva 
  
Eigen vermogen 
Exploitatiereserves0
Onverdeeld resultaat0
 0
Langlopende schulden 
Lening bij het MvF1 011
 1 011
Kortlopende schulden en overige passiva 
Crediteuren28
Overlopende passiva1 879
Omzetbelasting30
 1 937
  
Totaal passiva2 948

Toelichting

Toegelicht worden de belangrijkste wijzigingen in de definitieve openingsbalans per 1 januari 2006, ten opzichte van de indicatieve openingsbalans zoals gepresenteerd in de Begroting.

Materiële vaste activa

In de indicatieve openingsbalans is een bedrag opgenomen van € 1 350 000,– onder de post installatie en inventarissen. Dit had echter moeten worden verantwoord onder de post immateriële vaste activa. Deze post heeft een directe relatie met de (hoogte van de) lening bij het Ministerie van Financiën.

Debiteuren en exploitatiereserve

De post debiteuren was in de indicatieve openingsbalans opgenomen voor € 88 000,– en had een directe relatie met de post exploitatiereserve waarbij het uitgangspunt was dat dit de zgn. «Bruidschat» betrof. De NEa start echter per 1 januari 2006 zonder eigen vermogen. Overeenkomstig de Regeling Vermogensvoorschriften Baten-lastendiensten 2001 is het mogelijk dat het moederministerie de baten-lastendienst een bedrag meegeeft als steun in de rug om eventuele negatieve exploitatieresultaten op te vangen. Deze dotatie van het moederdepartement is gemaximeerd tot 5% van de verwachte omzet in het startjaar. In dat geval is sprake van een zogenaamde bruidschat.

Bij de besprekingen rond de start van de NEa zijn uiteindelijk geen afspraken gemaakt over een bruidschat. Het onderwerp is overigens wel aan de orde geweest. Vandaar dat deze in eerste instantie was opgenomen in de indicatieve openingsbalans.

Lening bij het Ministerie van Financiën

Op basis van nieuwe inzichten is de lening bij het Ministerie van Financiën van € 1 350 000,– (indicatieve openingsbalans) naar beneden bijgesteld. De initieel af te sluiten lening bij het Ministerie van Financiën per 1 januari 2006 bedraagt € 1 011 (x € 1 000,–). Deze lening is, conform de Regeling Leen- en depositofaciliteit, gelijk aan de boekwaarde van de (im)materiële vaste activa per 1 januari 2006. De lening heeft een maximale looptijd van 5 jaar en wordt afgelost al naar gelang de afschrijving op de gefinancierde activa plaats vindt. Met het afsluiten van de leenovereenkomst wordt het rentepercentage behorende bij de lening bepaald.

Licence