C Provinciefonds
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2014 te wijzigen.
Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 3 (verplichtingenbedrag bedoeld in artikel 5 van de Financiële-verhoudingswet)
Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 6, vierde lid van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet, hebben de provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering c.a. is opgenomen van € 299.469.000.
Ingevolge artikel 5, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet, hebben de provincies gezamenlijk recht op de bedragen die in de begroting als verplichting voor het totaal van de integratie-uitkeringen en het totaal van de decentralisatie-uitkeringen zijn opgenomen van respectievelijk € 40.330.000 en € 907.527.000.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2014 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten samen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2014. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2014.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2014 vastgesteld. Het begrotingsartikel dat in de begroting van het provinciefonds is opgenomen wordt in onderdeel B. van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 3
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 6, vierde lid van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet, hebben de provincies gezamenlijk recht op het bedrag dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkering is opgenomen. Het in dit wetsartikel opgenomen bedrag is niet rechtstreeks uit de begrotingsstaat af te leiden. Het bedrag wordt nader onderbouwd in paragraaf 2.2.4. van deze memorie.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
De Staatssecretaris van Financiën, F.H.H. Weekers
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2014 te wijzigen.
Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
Wetsartikel 3
Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 6, vierde lid van de Invoeringswet Financiële-verhoudingswet, hebben de provincies gezamenlijk recht op een bedrag van € 306.946.000 dat in de begroting als verplichting voor het totaal van de algemene uitkeringen is opgenomen. De verplichtingenbedragen bedoeld in artikel 5, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet ter zake integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen zijn respectievelijk € 40.330.000 en € 942.228.000.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2014 te wijzigen.
Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie toegelicht.
Wetsartikel 3 (verplichtingenbedrag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Fvw)
Ingevolge artikel 5, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet wordt in dit wetsartikel het bedrag vermeld dat als verplichting geldt voor het totaal van de algemene uitkeringen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes
B. BEGROTINGSTOELICHTING
Onderdeel uitgaven, verplichtingen en ontvangsten
Uitgaven
In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing gegeven van de totstandkoming van het uitgavenbedrag van het provinciefonds. Ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2014 is het uitgavenbedrag van het provinciefonds met € 6 210 700 gewijzigd. De in de tabel weergegeven mutaties worden onder de tabel nader verklaard.
| Stand uitgavenbedrag vastgestelde begroting 2014 | 1.171.987 | |
| Stand uitgavenbedrag 1e suppletoire begroting 2014 | 1.247.354 | |
| Stand uitgavenbedrag 2e suppletoire begroting 2014 | 1.289.532 | |
| Voorgestelde mutaties bij slotwet 2014: | ||
| 1) Natuur (decentralisatie-uitkering) | 6.200 | |
| 2a) DU Ontwikkel / OEM variabel (algemene uitkering) | 40.356 | |
| 2b) DU Ontwikkel / OEM variabel (decentralisatie- uitkering) | – 40.356 | |
| 3) Realisatie Kosten Financiële-verhoudingswet | – 100 | |
| 4) Wijziging betalingsverloop integratie-uitkeringen 2014 | 0 | |
| 5) Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2014 | – 2 | |
| 6) Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2014 | 113 | |
| Totaal mutaties bij slotwet | 6.211 | |
| Stand uitgavenbedrag slotwet begroting 2014 | 1.295.743 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet | 0 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Algemene uitkeringen | 347.342 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Integratie-uitkeringen | 40.330 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Decentralisatie-uitkeringen | 908.071 |
De wijziging van het uitgavenbedrag is het saldo van een aantal mutaties:
1) Natuur: programmatische aanpak stikstof (decentralisatie-uitkering)
Het Ministerie van Economische Zaken stelt in 2014 een bedrag beschikbaar van € 6,2 miljoen voor onder andere het oplossen van een aantal knelpunten die het ontstaan van ontwikkelingsruimte tegenhouden. De provincie Zeeland ontvangt € 2 miljoen, de provincie Zuid-Holland € 2,7 miljoen, de provincie Utrecht € 1 miljoen en de provincie Overijssel € 0,5 miljoen.
2a en 2b) DU Ontwikkel / OEM variabel
In het verdeelmodel van het provinciefonds per 1 januari 2012 wordt onderscheid gemaakt tussen beheer- en ontwikkeltaken, omdat beide andere verdeelcriteria vragen. Het beheerdeel omvat de vaste jaarlijks terugkerende kosten, bijvoorbeeld het betalen van de salarissen, onderhoud provinciehuis, wegen, groen, etc. Het ontwikkeldeel van het provinciefonds betreft taken zoals aanleg van nieuwe wegen, integrale gebiedsontwikkeling in het landelijk gebied, natuur en bodemsanering, maar ook taken met betrekking tot buitengewone groei en krimp. Om verdeeltechnische redenen is er voor gekozen om een deel van het bedrag dat gemoeid is met de ontwikkeltaken via een decentralisatie-uitkering (DU Ontwikkel/OEM variabel) uit te betalen aan de provincies.
In het verdeelmodel wordt er ook rekening mee gehouden dat provincies in staat zijn een deel van hun taken (ijkpunten) te financieren met eigen inkomsten uit de zogenaamde «overige eigen middelen» (OEM). De OEM in het nieuwe verdeelmodel wordt samengesteld uit twee onderdelen. Er is een vast deel van 5,48% dat wordt verondersteld voor alle provincies. Dit vaste deel is op voorhand in mindering gebracht op alle maatstaven en op de nieuwe decentralisatie-uitkering. Voor het variabele deel is gekozen om 35% van de inkomsten uit energiebedrijven (geraamde situatie in 2016) mee te nemen met een fictief rendement van 3%. Dit deel wordt in mindering gebracht op de bovenstaand beschreven bedragen van de decentralisatie-uitkering.
De op deze manier ontstane «DU Ontwikkel / OEM variabel» bedraagt in 2014 € 377,5 miljoen. Dat is € 40,4 miljoen minder dan in de 2de suppletoire begroting 2014 (Tweede Kamer, 2014–2015, 34 085, nr. 2) is vermeld.
3) Realisatie Kosten Financiële-verhoudingswet
Het gerealiseerde bedrag komt door de slotwetmutatie – € 100.000 lager uit dan na de stand 2de suppletoire begroting 2014 werd geraamd.
4 en 5) Wijziging betalingsverloop integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen 2014
Vastgesteld is hoe de in 2014 gerealiseerde betalingen voor de decentralisatie-uitkeringen (DU) en integratie-uitkeringen (IU) aan de provincies zich verhouden tot het bedrag dat bij de 2de suppletoire begroting 2014 voor de betalingen is geraamd. Daarbij is gebleken dat er in totaal lagere betalingen zijn gedaan dan bij 2de suppletoire begroting 2014 werden verwacht. Het gaat hierbij om een verschil van € 0 bij de integratie-uitkeringen en – € 2.300 (negatief) bij de decentralisatie-uitkeringen. In onderstaande tabel wordt een specificatie gegeven van deze bedragen. Deze onderdelen zullen bij 1ste suppletoire begroting 2015 opwaarts worden bijgesteld. Deze mutaties in de uitgaven bij 1ste suppletoire begroting 2015 hebben dus nog betrekking op het begrotingsjaar 2014.
| Budget na NJN | Slotwet | Budget totaal | Uitgegeven | Verschil | |
|---|---|---|---|---|---|
| Integratie-uitkeringen | |||||
| Natuur | 40.330 | 40.330 | 40.330 | 0 | |
| TOTAAl IU | 40.330 | 0 | 40.330 | 40.330 | 0 |
| Decentralisatie-uitkeringen | |||||
| Afsluitdijk | 500 | 500 | 500 | 0 | |
| Asbestdaken | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 0 | |
| Bedrijventerreinen | 10.611 | 10.611 | 10.611 | 0 | |
| Bedrijventerreinen (Toppergelden) | 11.977 | 11.977 | 11.977 | 0 | |
| Bodemsanering | 65.691 | 65.691 | 65.691 | 0 | |
| DU Ontwikkel / OEM variabel | 417.899 | – 40.356 | 377.543 | 377.543 | 0 |
| Erfgoed en ruimte | 1.695 | 1.695 | 1.695 | 0 | |
| Externe veiligheid | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 0 | |
| Green Deal | 4.512 | 4.512 | 4.512 | 0 | |
| Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing | 55.456 | 55.456 | 55.456 | 0 | |
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg | 1.950 | 1.950 | 1.950 | 0 | |
| Monumenten | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 0 | |
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 38.598 | 38.598 | 38.598 | 0 | |
| Natuur | 205.000 | 205.000 | 205.000 | 0 | |
| Oversampling WoonOnderzoek Nederland | 37 | 37 | 37 | 0 | |
| Programmatische Aanpak Stikstof | 6.200 | 6.200 | 6.200 | 0 | |
| Regionale luchthavens | 934 | 934 | 933 | – 1 | |
| Sterke regio's | 1.700 | 1.700 | 1.700 | 0 | |
| Waddenfonds | 38.690 | 38.690 | 38.690 | 0 | |
| Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2013 | 1 | 1 | – 1 | ||
| Zuiderzeelijn REP-middelen | 44.778 | 44.778 | 44.778 | 0 | |
| Zwemwaterrichtlijn EU | 1.200 | 1.200 | 1.200 | 0 | |
| TOTAAL DU | 942.229 | – 34.156 | 908.073 | 908.071 | – 2 |
| TOTAAL | 982.559 | – 34.156 | 948.403 | 948.401 | – 2 |
6) Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2014
Vastgesteld is hoe de in 2014 gerealiseerde betalingen aan de provincies zich verhouden tot het bedrag dat bij de 2de suppletoire begroting 2014 voor de betalingen is geraamd. Daarbij is gebleken dat er hogere uitbetalingen zijn gedaan dan bij 2de suppletoire begroting 2014 werden verwacht. Het gaat hierbij om een verschil van € 113.000.
De reden van het verschil ligt in het feit dat zolang de uitkeringsfactor1 niet definitief is de omvang van betalingen aan de provincies kan afwijken ten opzichte van wat in de begroting vermeld staat. De oorzaak ligt bij het verschil tussen raming van de verdeelmaatstaven voor de bepaling van voorlopige uitkeringsfactor en de verdeelmaatstaven die bij de betalingen worden gebruikt. Indien bij de betalingen de definitieve verdeelmaatstaven niet beschikbaar zijn, worden de gegevens van het vorige jaar gebruikt. Op het moment dat de definitieve gegevens beschikbaar komen, kan het gat tussen begroting en betaling gedicht worden door de uitkeringsfactor aan te passen. Het onderdeel wijziging betalingsverloop algemene uitkering zal bij 1ste suppletoire begroting 2015 dan ook met dit bedrag neerwaarts worden bijgesteld. Deze mutatie bij 1ste suppletoire begroting 2015 heeft dus nog betrekking op het begrotingsjaar 2014.
Verplichtingen
In de volgende tabel wordt ter toelichting een nadere uitsplitsing gegeven van de totstandkoming van het verplichtingenbedrag van het provinciefonds.
Ten opzichte van de 2de suppletoire begroting 2014 is het verplichtingenbedrag met € 6.100.000 gewijzigd.
| Stand verplichtingenbedrag vastgestelde begroting 2014 | 1.171.987 | |
| Stand verplichtingenbedrag 1e suppletoire begroting 2014 | 1.247.426 | |
| Stand verplichtingenbedrag 2e suppletoire begroting 2014 | 1.289.604 | |
| Voorgestelde mutaties bij slotwet 2014: | ||
| 1) Natuur (decentralisatie-uitkering) | 6.200 | |
| 2a) DU Ontwikkel / OEM variabel (algemene uitkering) | 40.356 | |
| 2b) DU Ontwikkel / OEM variabel (decentralisatie- uitkering) | – 40.356 | |
| 3) Realisatie Kosten Financiële-verhoudingswet | – 100 | |
| Totaal mutaties bij slotwet | 6.100 | |
| Stand verplichtingenbedrag slotwet begroting 2014 | 1.295.704 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet | 0 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Algemene uitkeringen | 347.302 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Integratie-uitkeringen | 40.330 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Decentralisatie-uitkeringen | 908.072 |
De wijziging van het verplichtingenbedrag is het saldo van een aantal mutaties. Voor de verklaringen van de in de tabel weergegeven mutaties 1 t/m 3 wordt verwezen naar de verklaringen bij de overeenkomende mutaties van de «uitgaven».
Ontvangsten
Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de 2de suppletoire begroting voor 2014 worden de ontvangsten met € 6.210.700 gewijzigd.
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
Leeswijzer
Bij de eerste suppletoire begroting ligt de nadruk niet op de beleidsprioriteiten, zoals in de ontwerpbegroting 2014, maar op de mutaties ten opzichte van deze ontwerpbegroting. De terugkoppeling over het gevoerde beleid in relatie tot de beleidsprioriteiten, zal centraal staan in de financiële verantwoording over 2014.
De indeling van deze suppletoire begroting is als volgt. Paragraaf 1 start met het beschrijven van de beleidsmutaties. Kort zal worden toegelicht wat de omvang en de reden van de uitgavenmutaties is. Vervolgens wordt in paragraaf 2 («het beleidsartikel»), ingegaan op de «budgettaire gevolgen van beleid». Deze paragraaf geeft inzicht in de integrale uitgaven die samenhangen met de hoofdbeleidsdoelstelling. Hierin worden de veranderingen op artikelonderdeel-niveau belicht. Tot slot, in paragraaf 3 en 4, een overzicht van de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen.
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1. LEESWIJZER
Bij een suppletoire begroting ligt de nadruk niet op de beleidsprioriteiten, zoals in de ontwerpbegroting 2014, maar op de mutaties ten opzichte van deze ontwerpbegroting. De terugkoppeling over het gevoerde beleid in relatie tot de beleidsprioriteiten, zal centraal staan in de financiële verantwoording over 2014.
De indeling van deze suppletoire begroting is als volgt. Paragraaf 2.1. start met het beschrijven van de beleidsmutaties. Kort zal worden toegelicht wat de omvang en de reden van de uitgavenmutaties is. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2. («het beleidsartikel»), ingegaan op de «budgettaire gevolgen van beleid». Deze paragraaf geeft inzicht in de integrale uitgaven die samenhangen met de hoofdbeleidsdoelstelling. Hierin worden de veranderingen op artikelonderdeel-niveau belicht. In paragraaf 3.1. worden de mutaties in de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven vanaf de 1e suppletoire begroting. De mutaties die nog niet eerder zijn opgenomen in een begrotingshoofdstuk worden vervolgens toegelicht in paragraaf 3.2. Tot slot wordt in de paragrafen 3.3. en 3.4. ingegaan op respectievelijk de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen.
1. Het beleid
Overzicht uitgavenmutaties:
In de onderstaande overzichtstabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zich in de periode vanaf de ontwerpbegroting 2014 tot en met de eerste suppletoire begroting 2014 hebben voorgedaan in de uitgaven. De weergegeven mutaties (€ 75.367.000) worden onder de tabel afzonderlijk toegelicht.
| 2014 | ||
|---|---|---|
| Stand uitgavenbedrag ontwerpbegroting 2014 | 1.171.987 | |
| Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk: | ||
| 1a) | Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2013 | 1 |
| 1b) | Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2013 | – 73 |
| 2) | Compensatie IBT-taak provincies | 1.254 |
| 3a) | Natuur (integratie-uitkering) | 5 |
| 3b) | Natuur (integratie-uitkering) | – 105.000 |
| 3c) | Natuur (decentralisatie-uitkering) | 105.000 |
| 3d) | Natuur (decentralisatie-uitkering) | 100.000 |
| 4) | VTH-taken | – 40.758 |
| 5) | Regionale omroepen | – 1.500 |
| 6a) | Accres tranche 2013 (incidenteel) | 1.947 |
| 6b) | Accres tranche 2013 (structureel) | 12.538 |
| 7) | Erfgoed en ruimte (decentralisatie-uitkering) | 1.695 |
| 8) | Asbestdaken (decentralisatie-uitkering) | 1.000 |
| 9) | Green Deal (decentralisatie-uitkering) | 613 |
| 10) | Friese taal | 65 |
| 11) | Bodem (decentralisatie-uitkering) | – 75 |
| 12) | Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering) | 18.000 |
| 13) | Accres tranche 2014 | – 19.345 |
| Totaal nieuwe mutaties | 75.367 | |
| Stand 1ste suppletoire begroting 2014 | 1.247.354 | |
Toelichting op de beleidsmutaties:
1a en b) Wijziging betalingsverloop algemene uitkering, integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen 2013
In het Jaarverslag en Slotwet is vastgesteld hoe de in 2013 gerealiseerde uitbetalingen voor de algemene-uitkering (AU), en integratie-uitkeringen (IU) en decentralisatie-uitkeringen (DU) aan de provincies zich verhouden tot het bedrag dat bij de 2e suppletoire begroting 2013 voor de uitbetalingen is geraamd. Daarbij is gebleken dat er hogere uitbetalingen zijn gedaan dan bij Najaarsnota 2013 werden verwacht. Het gaat hierbij om een verschil van € 73.000 (positief) voor de algemene uitkering, € – 1.000 (negatief) voor de decentralisatie-uitkeringen. Voor een verklaring van deze verschillen wordt verwezen naar de slotwet van het provinciefonds (Kamerstukken II, 2013–2014, 33 930 C, Nrs. 3 en 4). Bij Voorjaarsnota 2014 worden de algemene uitkering met € – 73.000 neerwaarts en de decentralisatie-uitkeringen met € 1.000 opwaarts bijgesteld.
2) Compensatie IBT-taak provincies
Vanaf 2013 is aan de algemene uitkering van het provinciefonds een bedrag van structureel € 1,254 miljoen toegevoegd in verband met de inwerkingtreding van de Wet revitalisering generiek toezicht op 1 oktober 2012. Met de inwerkingtreding van deze wet is het interbestuurlijk toezicht op gemeenten voor de uitvoering van het omgevingsrecht gedecentraliseerd van Rijk naar provincies. Het bedrag dient ter compensatie van de bestuurskosten bij de uitvoering van deze taak.
3a) Natuur (integratie-uitkering)
Via deze mutatie wordt aangesloten bij de verdeling zoals opgenomen in de decembercirculaire provinciefonds 2012.
3b t/m d) Natuur (decentralisatie-uitkering)
In de Ontwerpbegroting 2014 van het provinciefonds (Tweede Kamer, 2013–2014, 33 750 C nrs. 1 en 2) is een structurele toevoeging van € 105 miljoen vanaf 2014 opgenomen voor voor het beheer van de EHS. Deze middelen waren als integratie-uitkering opgenomen. Omdat echter nog niet vaststaat wanneer deze middelen overgaan naar de algemene-uitkering dienen deze middelen opgenomen te worden als decentralisatie-uitkering.
Inmiddels heeft het kabinet ook een besluit genomen over de extra middelen uit het Regeerakkoord. De middelen zijn onderdeel van het decentralisatieakkoord Natuur en de afspraak uit het Regeerakkoord om te komen tot een robuust natuurnetwerk, wat in de hoofdlijnennotitie voor ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland verder is uitgewerkt. Deze middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering natuur, waarvan € 100 miljoen in 2014.
4) VTH-taken (integratie-uitkering)
Vanwege de overdracht van taken aan gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) bij provinciale inrichtingen wordt voor de jaren 2014 tot en met 2017 een bedrag van € 40,8 miljoen en vanaf 2018 structureel € 46,7 uitgenomen uit het provinciefonds. In de bedragen is rekening gehouden met de bij provincies achterblijvende wettelijke taak betreffende de coördinatie van de handhavingssamenwerking binnen de provincie en de regie op de kwaliteitscriteria. Het lagere bedrag voor de jaren 2014 tot en met 2017 wordt veroorzaakt door een verrekening van de transitiekosten van de Regionale Uitvoeringsdiensten. De overdracht van taken heeft namelijk gevolgen voor de mate waarin gemeenten en provincies hun transitiekosten kunnen terugverdienen.
5) Regionale omroepen
De bezuiniging op de publieke omroep wordt onder andere ingevuld door een efficiencytaakstelling bij het centraliseren van het budget voor de regionale omroepen. Hiervoor heeft een uitname uit het provinciefonds plaatsgevonden per 2014 van € 142 miljoen. Naar aanleiding van een onderzoek gedaan naar de actuele uitgaven van provincies aan de regionale omroepen en na bestuurklijk overleg over de uitkomsten van het onderzopek is besloten vanaf 2014 € 1,5 miljoen extra uit te nemen uit het provinciefonds.
6a en b) Accres tranche 2013
Het definitieve accres over begrotingsjaar 2013 wordt berekend op basis van de stand van het Financieel Jaarverslag Rijk en wordt verwerkt in deze 1e suppletoire begroting 2014 van het provinciefonds. Voor 2013 wordt het accres ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2013 verhoogd met € 1,947 miljoen. Het totale accres voor 2013 wordt daarmee – € 3,074 miljoen. Daarnaast wordt de structurele doorwerking van het accres 2013 verwerkt in deze 1e suppletoire begroting 2014 van het provinciefonds. Dit is de som van het geboekte accres 2013 in de 2e suppletoire begroting 2013 (€ 10,591 miljoen) en het geboekte accres 2013 in deze 1e suppletoire begroting 2014 (€ 1,947 miljoen).
7) Erfgoed en ruimte (decentralisatie-uitkering)
Voor diverse projecten in het kader van de nota Visie Erfgoed en Ruimte ontvangen een aantal provincies in 2014 in totaal € 1,695 miljoen.
8) Asbestdaken (decentralisatie-uitkering)
Voor de vervanging van asbestdaken van bedrijfsgebouwen in Overijssel door duurzame en energiezuinige daken ontvangt de provincie Overijssel in 2014 € 1 miljoen.
9) Green Deal (decentralisatie-uitkering)
Ter uitvoering van de Green Deal afspraken met de provincie Utrecht wordt in 2014 een bedrag van € 400.000 toegevoegd aan het provinciefonds. Dit betreft een bijdrage voor de door de provincie opgerichte aanjaagfaciliteit die initiatiefnemers van energieprojecten ontzorgt bij de uiteindelijke financiering. Daarnaast wordt ter uitvoering van de Green Deal afspraken met de provincie Noord-Holland in 2014 een bedrag van € 88.000 toegevoegd aan het provinciefonds. Dit betreft de tweede tranche van de betaling die bedoeld is voor de Metropoolregio Amsterdam ten aanzien van het projectplan Electrisch Vervoer. Ten slotte wordt aan de provincie Zuid-Holland € 125.000 ter beschikking gesteld voor de uitwerking van een warmtestrategie.
10) Friese taal
Het Ministerie van OCW heeft voor de algemene uitkering van de provincie Fryslân een bedrag van € 65.000 beschikbaar gesteld voor de materiële instandhouding van het Fries in het voortgezet onderwijs. Dat bedrag is gebaseerd op een vast bedrag per leerling, vermenigvuldigd met het totaal aantal eersteklassers in het voortgezet onderwijs in de provincie Fryslân. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Bestuursafspraak Friese Taal en Cultuur 2013–2018.
11) Bodem (decentralisatie-uitkering)
De Stuurgroep van het convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties is overeengekomen dat de projectmiddelen binnen het Uitvoeringsprogramma voor het jaar 2014 op basis van de verdeelsleutel «Apparaatskostenvergoeding» binnen de originele budgetverdeling in mindering worden gebracht op de individuele bevoegde gezagen Wbb. Het betreft een totaalbedrag voor de provincies van € 75.000.
12) Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering)
In het kader van het decentralisatiebeleid wordt het budget van € 18 miljoen voor het Nota Ruimte project IJsselsprong vanuit het Deltafonds gedecentraliseerd naar het Provinciefonds. Het bedrag wordt uitgekeerd via de decentralisatie uitkering Nationale gebiedsontwikkelingen aan de provincie Gelderland.
13) Accres tranche 2014
Het accres 2014 is onderdeel van de normeringssystematiek. Als gevolg van mutaties in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven wordt het accres 2014, ten opzichte van de stand miljoenennota, verlaagd met € 19,345 miljoen.
1. LEESWIJZER
De provinciefondsbegroting maakt onderdeel uit van de Rijksbegroting maar heeft daarbinnen een eigen karakter. Zo kent de provinciefondsbegroting in tegenstelling tot een departementale begroting slechts één beleidsartikel: het provinciefonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. Voorts zijn de fondsbeheerders systeemverantwoordelijk voor het provinciefonds en niet voor de resultaten die provincies met hun budget uit dit fonds realiseren. Provincies zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het provinciefonds. De begroting van het provinciefonds bevat geen output- en/of outcomegegevens. Deze worden door de provincies in hun begrotingen gepresenteerd.
De voorliggende toelichting bij de begroting 2014 van het provinciefonds kent de volgende indeling.
Na dit hoofdstuk met de leeswijzer start hoofdstuk 2 met de beleidsagenda van het provinciefonds, waarin onder meer de belangrijkste beleidsmutaties worden beschreven. Vervolgens wordt ingezoomd op het beleidsartikel: het provinciefonds. Hierin komen de met het beleid samenhangende algemene beleidsdoelstelling, de rol en verantwoordelijkheid van de minster, de beleidswijzigingen, de budgettaire gevolgen van beleid en de toelichting op de uitgavencategorieën aan bod.
Hoofdstuk 3 is het verdiepingshoofdstuk. In dit hoofdstuk wordt de opbouw aangegeven van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 naar de stand ontwerpbegroting 2014. In hoofdstuk 3 wordt ook ingegaan op de ontwikkeling van de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Verder wordt in dit hoofdstuk het provinciefonds in een breder kader geplaatst, waarbij nader wordt ingegaan op de opbrengst van lokale heffingen. Daarna volgen de bijlagen.
Tot slot van deze leeswijzer verdienen de apparaatuitgaven enige aandacht. De apparaatuitgaven in de zin van materiële en personele uitgaven van de medewerkers bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën die betrokken zijn bij het fondsbeheer, zijn niet in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid opgenomen. Deze kosten worden in de respectievelijke departementale begrotingen verantwoord. Dit geldt eveneens voor het algemene beleid inzake decentrale overheden als gemeenten en provincies, waarbij deze uitgaven zijn terug te vinden in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. DE BELEIDSMUTATIES
2. Het beleidsartikel
In onderstaande tabel worden voor de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven die samenhangen met de samengestelde beleidsdoelstelling (het nastreven van een adequate omvang van het provinciefonds en het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de provincies) inzichtelijk gemaakt.
| Stand ontwerp-begroting 2014 (1) | Mutaties 1ste suppletoire begroting 2014 (2) | Stand 1ste suppletoire begroting 2014 (3)=(1+2) | Mutatie 2015 | Mutatie 2016 | Mutatie 2017 | Mutatie 2018 | Mutatie 2019 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 1.171.987 | 75.439 | 1.247.426 | 52.254 | 252.254 | 252.254 | 146.312 | 146.247 | |
| Uitgaven: | 1.171.987 | 75.367 | 1.247.354 | 52.254 | 252.254 | 252.254 | 146.312 | 146.247 | |
| Opdracht | |||||||||
| 1. | Kosten Financiële- verhoudingswet | 100 | 0 | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | |||||||||
| 1. | Algemene uitkering c.a. | 345.268 | – 45.872 | 299.396 | – 47.746 | – 47.746 | – 47.746 | – 53.688 | – 53.753 |
| 2. | Integratie-uitkeringen | 145.325 | – 104.995 | 40.330 | – 105.000 | – 105.000 | – 105.000 | – 105.000 | – 105.000 |
| 3. | Decentralisatie-uitkeringen | 681.294 | 226.234 | 907.528 | 205.000 | 405.000 | 405.000 | 305.000 | 305.000 |
| Ontvangsten: | 1.171.987 | 75.367 | 1.247.354 | 52.254 | 252.254 | 252.254 | 146.312 | 146.247 | |
Toelichting
Mutaties 1ste suppletoire begroting
Verplichtingen
In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen van het provinciefonds voor het jaar 2014 met € 75.439.000 te muteren en te brengen op € 1.247.426.000. De mutaties worden hieronder in tabel B3 opgesomd. De toelichting bij de mutaties die onderdeel vormen van het totaalbedrag dat in deze tabel is vermeld is reeds gegeven in § 1.
| Stand verplichtingenbedrag ontwerpbegroting 2014 | 1.171.987 | |
|---|---|---|
| Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk: | ||
| Compensatie IBT-taak provincies | 1.254 | |
| Natuur (integratie-uitkering) | 100.005 | |
| VTH-taken | – 40.758 | |
| Regionale omroepen | – 1.500 | |
| Accres tranche 2013 (incidenteel) | 1.947 | |
| Accres tranche 2013 (structureel) | 12.538 | |
| Erfgoed en ruimte (decentralisatie-uitkering) | 1.695 | |
| Asbestdaken (decentralisatie-uitkering) | 1.000 | |
| Green Deal (decentralisatie-uitkering) | 613 | |
| Friese taal | 65 | |
| Bodem (decentralisatie-uitkering) | – 75 | |
| Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering) | 18.000 | |
| Accres tranche 2014 | – 19.345 | |
| Totaal nieuwe mutaties: | 75.439 | |
| Stand verplichtingenbedrag bij 1ste suppletoire begroting 2014 | 1.247.426 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag algemene uitkering | 299.469 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag integratie-uitkeringen | 40.330 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag decentralisatie-uitkeringen | 907.527 |
Uitgaven
In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds met € 75.367.000 te muteren en te brengen op € 1.247.354 000. De mutaties worden in tabel B4 opgesomd. De mutaties die plaatsvinden met betrekking tot de verplichtingen zijn ook van toepassing op de uitgaven. Er zijn echter nog twee mutaties, die wel effect hebben op het uitgavenbedrag 2014, maar niet op het verplichtingenbedrag 2014. Het gaat om de «wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2013» en «wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2013». De toelichting bij de mutaties die onderdeel vormen van het totaalbedrag dat in deze tabel is vermeld is reeds gegeven in § 1.
| Stand uitgavenbedrag ontwerpbegroting 2014 | 1.171.987 | |
| Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk: | ||
| Saldo mutaties in de verplichtingen (verplichtingen=uitgaven) (zie tabel B3) | 75.439 | |
| Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2013 | 1 | |
| Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2013 | – 73 | |
| Totaal nieuwe mutaties: | 75.367 | |
| Stand uitgavenbedrag bij 1ste suppletoire begroting 2014 | 1.247.354 | |
| Waarvan uitgavenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | |
| Waarvan uitgavenbedrag algemene uitkering | 299.396 | |
| Waarvan uitgavenbedrag integratie-uitkeringen | 40.330 | |
| Waarvan uitgavenbedrag decentralisatie-uitkeringen | 907.528 |
Ontvangsten
Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de ontvangsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van het provinciefonds voor 2014 worden de ontvangsten, analoog aan de uitgaven, met € 75.367.000 gewijzigd tot € 1.247.354.000.
2. HET BELEID
2.1. Overzicht beleidsmutaties
| 2014 | |
|---|---|
| Mutaties opgenomen in Ontwerpbegroting 2015 als Voorlopige Uitkomsten 2014: | |
| DU Ontwikkel/OEM variabel (algemene uitkering) | 9.898 |
| DU Ontwikkel/OEM variabel (decentralisatie-uitkering) | – 9.898 |
| Zuiderzeelijn REP-middelen | 32.519 |
| Accres tranche 2014 | – 2.421 |
| Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | – 36 |
| Totaal | 30.062 |
| Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk: | |
| Oversampling WoonOnderzoek Nederland (decentralisatie-uitkering) | 37 |
| Nationale gebiedsontwikkeling (decentralisatie-uitkering) | 6.700 |
| Green Deals (decentralisatie-uitkering) | 3.899 |
| Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 1.480 |
| Totaal nieuwe mutaties | 12.116 |
| Totaal mutaties (uitgaven = verplichtingen) | 42.178 |
2.1. De beleidsagenda
Regeerakkoord Rutte II
Om Nederland sterker uit de huidige crisis te laten komen, is een solide beleid nodig om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Het Regeerakkoord vraagt van iedereen een bijdrage, ook van provincies. De keuzes zijn niet eenvoudig, maar de omstandigheden bieden ook kansen om zaken anders te organiseren, zoals bijvoorbeeld door decentralisatie van taken. Voor de provincies bevat het Regeerakkoord naast de doorwerking van de normeringssystematiek ook enkele generieke ombuigingen.
EMU-saldo
Op 23 april 2013 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Houdbare overheidsfinanciën. De Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof) stelt dat de decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren bij het streven om te voldoen aan de Europese begrotingsdoelstellingen. De wet kwantificeert deze gelijkwaardige inspanning echter niet maar stelt dat deze wordt ingevuld door na aanvang van een nieuw kabinet in een bestuurlijk overleg een EMU-saldopad voor de gezamenlijke decentrale overheden af te spreken. Op 18 januari 2013 hebben het Rijk en de decentrale overheden een financieel akkoord gesloten (Tweede Kamer, 2012–2013, 33 400 B, nr. 7), waarin genoemd saldopad voor het EMU-macrosaldo voor de gezamenlijke decentrale overheden is vastgesteld.
In het financieel akkoord is onderscheid gemaakt tussen een genormeerd saldopad en een saldo-ambitie. De saldo-ambitie sluit aan bij de CPB-raming ten tijde van het Regeerakkoord, die laat zien waarop het saldo van de medeoverheden volgens de modellen van het CPB zou uitkomen door uitvoering van het Regeerakkoord. De saldo-ambitie is:
-
• 2013: – 0,5% bbp.
-
• 2014: – 0,3% bbp.
-
• 2015: – 0,3% bbp.
-
• 2016: – 0,2% bbp.
-
• 2017: – 0,2% bbp.
De norm voor het saldo is ruimer, omdat er t.o.v. de ambitie een marge is ingebouwd. Als de ambitie dus onverhoopt niet gerealiseerd wordt, hoeven de decentrale overheden niet direct maatregelen te nemen. De afgesproken tekortnorm voor deze kabinetsperiode betreft:
-
• 2013 t/m 2015: – 0,5% bbp.
-
• 2016: – 0,4% bbp.
-
• 2017: – 0,3% bbp.
In het bestuurlijk overleg financiele verhouding van het voorjaar 2015 wordt bezien of op basis van de dan beschikbare realisaties de daling in 2016 en 2017 verantwoord en mogelijk is. In de wet is een mogelijkheid voorzien om een maatregel op te leggen als de decentrale overheden niet aan de norm voldoen en afspraken om weer binnen de norm te komen niet worden gerealiseerd. Sancties zijn onderdeel van de wet, maar zullen gedurende deze kabinetsperiode niet worden toegepast, zolang er geen sanctie uit Europa volgt.
BTW-compensatiefonds
In het financieel akkoord dat het Rijk en de decentrale overheden op 18 januari 2013 (Tweede Kamer, 2012–2013, 33 400 C, nr. 7) hebben gesloten heeft het kabinet de gemeenten en provincies een handreiking gedaan door het BCF niet af te schaffen. De taakstellende korting van € 310 miljoen (gemeentefonds) en € 40 miljoen (provinciefonds) vanaf 2015 blijft echter gehandhaafd. Ook komt er een plafond op het BCF door het te koppelen aan de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond is vastgesteld op basis van de raming van het BCF voor 2014, namelijk € 3,1 miljard. Vanaf dat moment groeit het BCF met het accres. Het plafond wordt tevens aangepast voor taakmutaties (zoals de decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. De afgelopen jaren lag de realisatie van het BCF rond de € 2,8 miljard. Als het plafond overschreden wordt, dan wordt er uitgenomen uit het gemeentefonds en provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste aan het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en gezamenlijke provincies in het BCF in gerealiseerde jaar. Naar huidig inzicht zal in 2015 circa € 180 miljoen worden toegevoegd aan het gemeente- en provinciefonds vanwege een onderschrijding van het plafond.
Het Rijk en de VNG/IPO hebben afgesproken dat het effect van de decentralisaties op het BCF nog verkend wordt.
Schatkistbankieren
Eén van de maatregelen in de begroting 2013 die een significante bijdrage levert aan de EMU-schuldverlaging en darnaast financieel risico voor decentrale overheden vermindert, is de invoering van het verplicht schatkistbankieren door decentrale overheden. Dit houdt in dat gemeenten, provincies, waterschappen en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden – met andere woorden hun overtollige middelen – aanhouden in de schatkist. Middelen kunnen worden aangehouden via een rekening-courant of in één of meer deposito’s.
Middels een regeling van de minister van Financiën worden zaken omtrent de uitvoering vastgesteld. Te denken valt aan de uit te zonderen middelen (doelmatigheidsdrempel) en de vaststelling van de rentepercentages. Het wetsvoorstel is op 4-7-2013 aangenomen door de Tweede Kamer. Invoering is voorzien uiterlijk eind 2013.
2.1.1. Beleidsmutaties
Door wijzigingen in beleid van verschillende departementen kan worden overgegaan tot het beleggen of juist weghalen van taken bij provincies. Soms gaat dit gepaard met een toevoeging aan of een uitname uit het provinciefonds. In tabel 2.1.1. worden de mutaties per uitgavencategorie weergegeven als gevolg van de beleidsmutaties. Voor een overzicht van de beleidsmatige mutaties vanaf ontwerpbegroting 2013 wordt verwezen naar bijlage 1. In tabel 3.1.2. wordt vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 een aansluiting gegeven naar de stand ontwerpbegroting 2014. De weergegeven mutaties worden in de verdiepingsbijlage (paragraaf 3) afzonderlijk toegelicht voor zover dit nog niet gebeurd is in een eerder begrotingsstuk.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Opdracht | ||||||
| 1. Kosten Financiële-verhoudingswet | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Bijdragen aan medeoverheden | ||||||
| 1. Algemene uitkering ca en de aanvullende uitkeringen | – 22.497 | – 547.392 | – 164.934 | – 169.934 | – 174.934 | – 179.934 |
| 2. Integratie-uitkeringen | 393.551 | 145.325 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 |
| 3. Decentralisatie-uitkeringen | 20.498 | 442.360 | 5.567 | 500 | 0 | 0 |
| Totaal mutaties (inclusief meerjarige doorwerking 1e suppletoire 2013) | 391.552 | 40.293 | – 54.367 | – 64.434 | – 69.934 | – 74.934 |
2.2. Het beleidsartikel
2.2.1. Algemene beleidsdoelstelling
Via het provinciefonds wordt bewerkstelligd dat de provincies middelen krijgen toebedeeld om hun taken naar behoren uit te voeren. Deze doelstelling valt uiteen in twee beleidsthema’s:
-
1. de provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken;
-
2. een verdeling van de beschikbare financiële middelen over provincies die elk van de provincies in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lastendruk te kunnen leveren.
2.2.2. Rol en verantwoordelijkheid minister
De fondsbeheerders, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Financiën – i.c. de Staatssecretaris van Financiën – zijn op basis van de Financiele verhoudingswet verantwoordelijk voor de financiële verhoudingen tussen Rijk, provincies en gemeenten. Zij dragen daarbij zorg voor een adequate omvang alsmede een goede werking van de verdeelsystematiek van het provinciefonds. De fondsbeheerders zijn niet verantwoordelijk voor de resultaten die provincies met hun bijdrage uit dit fonds realiseren: provincies zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het provinciefonds.
Van tijd tot tijd kunnen vragen opkomen of de provincies als collectiviteit geen andere prioriteiten zouden moeten stellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van gezamenlijk onderschreven prioriteiten van het Rijk. In een dergelijk geval kunnen het Rijk en de provincies bestuurlijke afspraken maken over de accenten in de bestedingsrichting van de provincies. De desbetreffende vakministers spelen hier naast de fondsbeheerders een belangrijke rol. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor resultaten blijft bij de provincies.
Op grond van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) moet elk afzonderlijk begrotingsartikel periodiek (tenminste eens in de 7 jaar) worden geëvalueerd (Artikel 3.1 RPE: Al het beleid dat valt onder de beleidsartikelen in de begroting). In de lopende doorlichting van artikel 1.1 van de begroting van BZK (H7) wordt ingegaan op de bestuurlijke en financiële verhoudingen met de medeoverheden die ten grondslag liggen aan de geldstromen die via de fondsen lopen. Er vindt dan ook geen afzonderlijke beleidsdoorlichting plaats van het gemeente- en provinciefonds.
Voor de realisatie van de in paragraaf 2.1.1. beschreven beleidsthema’s zijn er een aantal instrumenten en activiteiten.
Beleidsthema 1: De provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken.
A) Normeringssystematiek
De omvang van het provinciefonds ontwikkelt zich volgens de normeringssystematiek. De normeringssystematiek houdt in dat het fonds meebeweegt met de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, volgens het principe «samen de trap op, samen de trap af». Op die wijze wordt het jaarlijkse groeipercentage (het zogenaamde accres) bepaald. Deze systematiek werkt sinds 1995 en berust op een bestuurlijke afspraak tussen het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).
B) Artikel 2 Financiële verhoudingswet
Er zijn jaarlijks diverse specifieke taakmutaties die tot toevoegingen en/of onttrekkingen aan het provinciefonds kunnen leiden. Het Rijk heeft een verantwoordelijkheid bij het bepalen van de hoogte van die specifieke uitnamen en/of toevoegingen als gevolg van taakmutaties, waarbij het kabinet handelt conform artikel 2 van de Financiële verhoudingswet. Dit artikel geeft aan dat indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen wordt omkleed en met kwantitatieve gegevens wordt gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn.
C) Bestuurlijk overleg financiële verhouding
Het Bestuurlijk overleg financiële verhouding (Bofv) tussen de fondsbeheerders, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen (UvW) zal twee keer per jaar plaats vinden, rond het verschijnen van de Voorjaarsnota en de Miljoenennota. Iedere partij is gerechtigd om agendapunten in te brengen. Zonodig kunnen ook andere bewindslieden dan de fondsbeheerders aan het overleg deelnemen. Onder andere de vraag of de omvang van het provinciefonds als adequaat kan worden beschouwd, wordt beantwoord in Bofv. Wanneer één van de partijen (Rijk of VNG/IPO) de uitkomsten van de normeringssystematiek op enig moment onredelijk vindt, kan dit in het Bofv aan de orde worden gesteld.
Beleidsthema 2: Een verdeling van de beschikbare financiële middelen over provincies die elk van de provincies in staat stelt om hun inwoners een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten te kunnen leveren.
D) Verdeelmaatstaven
Het budget van de algemene uitkering van het provinciefonds wordt over de provincies verdeeld via een verdeelsysteem van verdeelmaatstaven. De fondsbeheerders zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen en onderhouden van het systeem van verdeelmaatstaven dat de verdeling tot stand brengt. Dit verdeelsysteem heeft als doel provincies in staat te stellen hun voorzieningen op een onderling gelijkwaardig niveau te brengen tegen globaal gelijke lastendruk en rekening houdend met de structuurkenmerken van de provincies.
Zolang voor een uitkeringsjaar de voor de verdeelmaatstaven noodzakelijke statistische gegevens nog niet bekend of definitief zijn, worden de provincies bevoorschot op basis van voorlopige cijfers. Hierbij wordt ernaar gestreefd de voorschotten zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de algemene uitkering waarop een provincie uiteindelijk recht heeft, zoals deze vastgesteld wordt nadat de statistische gegevens definitief zijn vastgesteld. Dit streven geldt ook voor integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Het gedurende en na afloop van het uitkeringsjaar beschikbaar komen van bepaalde definitieve volumegegevens leidt tot bijstellingen in de bevoorschotting. Aangezien voor het provinciefonds de verplichtingen leidend zijn, zullen deze altijd tot uitkering komen.
E) Periodiek onderhoudsrapport
De totstandkoming van het nieuwe verdeelmodel per 1 januari 2012 en de herverdeeleffecten die hiermee samenhangen hebben de vraag opgeroepen of er behoefte is aan een onderhoudssysteem. Bij onderhoud kan een onderscheid gemaakt worden tussen onderwerpen die de komende jaren van belang zijn voor het provinciefonds vanuit veranderingen in het takenpakket of wijzigingen van de verdeelmaatstaven: de onderhoudsagenda. Bij een onderhoudsinstrument kan ook worden gedacht aan een signaleringsfunctie op basis waarvan besluitvorming kan plaatsvinden over het al dan niet uitvoeren van nader onderhoud. Uiteindelijk kan dit leiden tot een aanpassing van het verdeelstelsel. Het doel van de signaleringsfunctie is om te voorkomen dat er in de toekomst grote schoksgewijze aanpassingen in de verdeling noodzakelijk zijn. In 2014 wordt het onderhoud van het provinciefonds verder vorm gegeven.
2.2.3. Beleidswijzigingen
De belangrijkste beleidswijzigingen zijn op het terrein van het EMU-saldo, het BTW-compensatiefonds en schatkistbankieren. Deze wijzigingen worden beschreven in de beleidsagenda (paragraaf 2.1). Naast de doorwerking van de normeringssystematiek bevat het Regeerakkoord Rutte II een aantal generieke ombuigingen. De financiële consequenties van deze ombuigingen staan vermeld in de tabellen 2.1.1 en 3.1.2 en bijlage 1. De toelichting staat in paragraaf 3.1.
2.2.4. Budgettaire gevolgen van beleid
In onderstaande tabel worden voor zowel de verplichtingen, de uitgaven als de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen: | 1.529.442 | 1.171.987 | 908.545 | 879.799 | 883.227 | 873.378 |
| Uitgaven: | 1.529.766 | 1.171.987 | 908.545 | 879.799 | 883.227 | 873.378 |
| Waarvan juridisch verplicht | 100% | |||||
| Opdracht | ||||||
| 1. Kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Bijdragen aan medeoverheden | ||||||
| 1. Algemene uitkering ca en de aanvullende uitkeringen | 451.542 | 345.268 | 719.187 | 714.187 | 709.187 | 704.187 |
| 2. Integratie-uitkeringen | 393.551 | 145.325 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 |
| 3. Decentralisatie-uitkeringen | 684.573 | 681.294 | 84.258 | 60.512 | 68.940 | 64.091 |
| Ontvangsten: | 1.529.766 | 1.171.987 | 908.545 | 879.799 | 883.227 | 873.378 |
In tegenstelling tot een departementale begroting zijn bij een fonds als het provinciefonds de verplichtingen leidend. Dit houdt in dat zij, eenmaal geaccordeerd, altijd geheel tot uitbetaling komen. Geld dat in enig jaar nog niet aan provincies wordt uitgekeerd, wordt automatisch aan het volgende begrotingsjaar toegevoegd. Op basis van de Financiële verhoudingswet (voor de uitkeringen aan de gemeenten en provincies) is het percentage juridisch verplicht bijna 100 %. Alleen een deel van de «Kosten Financiële verhoudingswet» is op voorhand niet juridisch verplicht.
Ontvangsten
Wetsartikel 4, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet regelt dat bij (begrotings)wet voor ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen voor het Rijk wordt afgezonderd ten behoeve van het provinciefonds. Op grond van het tweede lid zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het provinciefonds een post Ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet geraamd (zie in tabel 2.2.1.).
Ter informatie geeft figuur 2.2.2. het verloop van de uitkering uit het provinciefonds (totaal Bijdragen aan medeoverheden) per inwoner van 2001–2018 weer. De bedragen 2001 tot en met 2012 zijn op basis van de jaarverslagen. De bedragen 2013 tot en met 2018 zijn op basis van de cijfers in de voorliggende begroting.
Figuur 2.2.2.Uitkering provinciefonds in € per inwoner

De provincies ontvangen in 2014 uit het provinciefonds € 1.171.887.000 (Bijdragen aan medeoverheden). Per inwoner komt de uitkering uit op een landelijk gemiddelde van € 70 per inwoner. Ten opzichte van 2013 betekent dit een mutatie van € – 22 per inwoner, onder andere veroorzaakt door de korting met betrekking tot de publieke omroep en de daling van de integratie-uitkering natuur.
2.2.5. Toelichting op de uitgavencategorieën
In Tabel 2.2.1. Budgetaire gevolgen van beleid staan een aantal uitgavencategorieën. Deze worden hier nader toegelicht.
Kosten Financiële-verhoudingswet
Dit betreft het budget dat elk jaar is gereserveerd voor de uitvoering van onderzoeken op het vlak van de omvang en verdeling van het provinciefonds en het onderhoud van het betaalsysteem.
Algemene uitkering ca en de aanvullende uitkeringen
Dit betreft de uitkering aan alle provincies, die ten goede komt aan de algemene middelen van de provincies. De uitkering is gebaseerd op de artikelen 5 en 6 van de Financiële verhoudingswet.
Integratie-uitkeringen
Dit betreft de uitkering die wordt toegepast als overheveling van een specifieke uitkering of andere middelen naar de algemene uitkering bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang naar de algemene uitkering. De uitkering is gebaseerd op artikel 5 lid 2 van de Financiële verhoudingswet. Voor een overzicht van de integratie-uitkeringen wordt verwezen naar paragraaf 3.2.
Decentralisatie-uitkeringen
Sinds 2008 bestaat binnen het provinciefonds naast de algemene uitkering en de integratie-uitkering ook de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. Voor een overzicht van de decentralisatie-uitkeringen wordt verwezen naar paragraaf 3.3.
2.2. Het beleidsartikel
In onderstaande tabel worden voor de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven die samenhangen met de samengestelde beleidsdoelstelling (het nastreven van een adequate omvang van het provinciefonds en het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de provincies) inzichtelijk gemaakt.
| Stand begroting (1) | Stand suppletoire begroting VJN (2) | Mutaties suppletoire begroting NJN (3) | Stand suppletoire begroting NJN (4)=(2+3) | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 1.171.987 | 1.247.426 | 42.178 | 1.289.604 | |
| Uitgaven: | 1.171.987 | 1.247.354 | 42.178 | 1.289.532 | |
| Opdracht | |||||
| 1. | Kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | 100 | 0 | 100 |
| Bijdragen aan medeoverheden | |||||
| 1. | Algemene uitkeringen | 345.268 | 299.396 | 7.477 | 306.873 |
| 2. | Integratie-uitkeringen | 145.325 | 40.330 | 0 | 40.330 |
| 3. | Decentralisatie-uitkeringen | 681.294 | 907.528 | 34.701 | 942.229 |
| Ontvangsten | 1.171.987 | 1.247.354 | 42.178 | 1.289.532 | |
3. HET VERDIEPINGSHOOFDSTUK
In paragraaf 3.1. wordt de opbouw van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de stand ontwerpbegroting provinciefonds 2013 naar de stand van de voorliggende ontwerpbegroting 2014 beschreven. In paragraaf 3.2. wordt een overzicht van de integratie-uitkeringen gegeven en in 3.3 van de decentralisatie-uitkeringen. In 3.4. wordt ingegaan op de opbrengst van lokale heffingen in 2013.
3. HET VERDIEPINGSHOOFDSTUK
3. Integratie-uitkeringen
In tabel B5 is een overzicht opgenomen van de integratie-uitkeringen.
| Omschrijving | 2014 |
|---|---|
| Integratie-uitkering begroting 2014: | |
| Natuur | 145.325 |
| Subtotaal | 145.325 |
| Nog niet eerder opgenomen in een begroting: | |
| Natuur | 5 |
| Natuur | – 105.000 |
| Subtotaal | – 104.995 |
| Totaal: | 40.330 |
3.1. Opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting
Verplichtingen
Onderstaande tabel geeft de opbouw aan van de verplichtingen van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 naar de stand ontwerpbegroting 2014.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2013 | 1.138.214 | 1.131.694 | 962.912 | 944.233 | 953.161 | 948.312 |
| Mutaties 1e suppletoire begroting 2013 | 389.354 | – 39.087 | – 131.899 | – 141.618 | – 147.118 | – 152.118 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2013 | 1.527.568 | 1.092.607 | 831.013 | 802.615 | 806.043 | 796.194 |
| Nieuwe mutaties | 1.874 | 79.380 | 77.532 | 77.184 | 77.184 | 77.184 |
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 1.529.442 | 1.171.987 | 908.545 | 879.799 | 883.227 | 873.378 |
| Waarvan verplichtingenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Waarvan verplichtingenbedrag algemene uitkering | 451.222 | 345.268 | 719.187 | 714.187 | 709.187 | 704.187 |
| Waarvan verplichtingenbedrag integratie-uitkeringen | 393.550 | 145.325 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 |
| Waarvan verplichtingenbedrag decentralisatie-uitkeringen | 684.570 | 681.294 | 84.258 | 60.512 | 68.940 | 64.091 |
Uitgaven
Onderstaande tabel geeft de opbouw aan van de uitgaven van het provinciefonds vanaf de stand ontwerpbegroting 2013 naar de stand ontwerpbegroting 2014.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2013 | 1.138.214 | 1.131.694 | 962.912 | 944.233 | 953.161 | 948.312 |
| Mutaties 1e suppletoire begroting 2013: | ||||||
| 1) BTW-compensatiefonds | – 25.821 | – 66.160 | – 66.160 | – 66.160 | – 66.160 | |
| 2a) RA A9 Minder provincies | – 5.000 | – 10.000 | – 15.000 | – 20.000 | ||
| 2b) RA I92 Publieke omroep | – 142.000 | – 142.000 | – 142.000 | – 142.000 | – 142.000 | |
| 3) Accres tranche 2014 | 90.858 | 90.858 | 90.858 | 90.858 | 90.858 | |
| Overige mutaties 1e suppletoire begroting 2013 | 389.678 | 37.876 | – 9.597 | – 14.316 | – 14.816 | – 14.816 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2013 | 1.527.892 | 1.092.607 | 831.013 | 802.615 | 806.043 | 796.194 |
| Mutaties nog niet eerder opgenomen in een begrotingsstuk: | ||||||
| 4) Accres tranche 2012 (incidenteel) | – 8.682 | |||||
| 5) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 100 | |||||
| 6) Bedrijventerreinen (Toppergelden) (decentralisatie-uitkering) | 2.100 | 100 | 100 | |||
| 7) Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering) | 8.407 | 146 | 248 | |||
| 8) Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg (decentralisatie-uitkering) | 1.950 | |||||
| 9) Life Sciences Park Oss (decentralisatie-uitkering) | 1.600 | |||||
| 10) Green Deal (decentralisatie-uitkering) | 208 | |||||
| 11a) DU Ontwikkel / OEM variabel (algemene uitkering) | 8.544 | – 427.797 | ||||
| 11b) DU Ontwikkel / OEM variabel (decentralisatie-uitkering) | – 8.544 | 427.797 | ||||
| 12) Natuur (integratie-uitkering) | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | |
| 13a) Accres tranche 2013 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 |
| 13b) Accres tranche 2014 | – 25.957 | – 25.957 | – 25.957 | – 25.957 | – 25.957 | |
| Totaal nieuwe mutaties | 1.874 | 79.380 | 77.532 | 77.184 | 77.184 | 77.184 |
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 1.529.766 | 1.171.987 | 908.545 | 879.799 | 883.227 | 873.378 |
| Waarvan uitgavenbedrag kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Waarvan uitgavenbedrag algemene uitkering | 451.542 | 345.268 | 719.187 | 714.187 | 709.187 | 704.187 |
| Waarvan uitgavenbedrag integratie-uitkeringen | 393.551 | 145.325 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 |
| Waarvan uitgavenbedrag decentralisatie-uitkeringen | 684.573 | 681.294 | 84.258 | 60.512 | 68.940 | 64.091 |
Toelichting op de nieuwe mutaties
Onderstaand worden de mutaties toegelicht voor zover nog niet eerder toegelicht in een begrotingsstuk. De «overige mutaties 1e suppletoire begroting 2013» zijn toegelicht in de 1e suppletoire begroting 2013 (Tweede Kamer, 2012–2013, 33 640 C, nrs. 1 en 2).
1) BTW-compensatiefonds
In het regeerakkoord Rutte II is afgesproken om het BTW-compensatiefonds (BCF) af te schaffen. In het Financieel akkoord tussen Rijk en medeoverheden van 18 januari 2013 (Tweede Kamer, 2012–2013, 33 400 C, nr. 7) is echter overeengekomen dat het kabinet zal afzien van de voorgenomen afschaffing. Daarbij geldt dat de in het regeerakkoord opgenomen korting gehandhaafd blijft. Het bedrag is als volgt opgebouwd:
-
a) Terugdraaien uitname met betrekking tot de btw-correctie in de begroting 2013 van € 5,297 miljoen vanaf 2014 in verband met verhoging van de btw met 2 procentpunt per 1 oktober 2012 (Tweede Kamer, 2012–2013, 33 400 C, nr. 2).
-
b) Een uitname van € 31,118 miljoen vanaf 2014 in verband met de financiering via het provinciefonds van de automatische compensatie via het BCF voor de btw-verhoging.
-
c) Een taakstellende structurele korting van € 40,339 miljoen vanaf 2015, mede als gevolg van de hogere groei van het BCF de afgelopen jaren ten opzichte van de accrespercentages.
2a) RA A9 Minder provincies
Betreft maatregel A9 in het regeerakkoord Rutte II. Korting op het provinciefonds van € 5 miljoen in 2015 oplopend tot € 75 miljoen in 2025 in verband met besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht en vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken door een opschaling van provincies.
2b) RA I92 Publieke omroep
Betreft maatregel I9 in het regeerakkoord Rutte II. De bezuiniging op de publieke omroep wordt onder andere ingevuld door een efficiencytaakstelling bij het centraliseren van het budget voor de regionale omroepen. Hiervoor vindt een uitname uit het provinciefonds plaats per 2014 van € 142 miljoen. Naar aanleiding van een toezegging van de staatssecretaris van OCW aan de Tweede Kamer wordt momenteel onderzoek gedaan naar de actuele uitgaven van provincies aan de regionale omroepen. Over de uitkomsten zal bestuurlijk overleg plaatsvinden tussen IPO en OCW.
3) Accres tranche 2014
Het gemeentefonds en het provinciefonds ontwikkelen zich evenredig met de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU). Nemen de NGRU van jaar op jaar toe, dan neemt ook de algemene uitkering van de fondsen toe. Bij een afname van de NGRU geldt het omgekeerde. De groei of krimp van de fondsen als gevolg van deze normeringssystematiek wordt accres genoemd. Het accres van tranche 2014 bedraagt voor het provinciefonds € 90,858 miljoen.
4) Accres tranche 2012 (incidenteel)
Voor 2012 is het accres verlaagd met € 15,714 miljoen. Voor 2012 is een deel (€ – 7,032 miljoen) reeds verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2013 (Tweede Kamer, 2012–2013, 33 640 C, nrs. 1 en 2). Het restant (€ – 8,682 miljoen) wordt opgenomen in voorliggende begroting.
5) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)
Aan de provincie Noord-Brabant wordt € 100.000 toegekend ten behoeve van de detachering van de informatiemanager.
6) Bedrijventerreinen (Toppergelden) (decentralisatie-uitkering)
In het kader van het convenant Bedrijventerreinen 2010–2020 worden middelen voor de uitvoering van het besluit Topper gedecentraliseerd. In dat kader ontvangt de provincie Noord-Holland voor het project ter verbetering van de interne ontsluiting «De Pijp» in 2013 € 2,1 miljoen en daarnaast € 100.000 in 2014 en 2015.
7) Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering)
De provincie Gelderland ontvangt voor het project «Traverse Dieren» over 2013 t/m 2015 alsnog het ingehouden btw-deel van de decentralisatie-uitkering. Daarnaast ontvangt de provincie Limburg in 2013 in totaal € 8,25 miljoen voor de proceskosten van de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum.
8) Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg (decentralisatie-uitkering)
Voor 2014 is € 16 miljoen beschikbaar voor de invoeringskosten van de decentralisatie van de jeugdzorg. Daarvan is een deel (€ 13,6 miljoen) beschikbaar voor gemeenten en voor onderzoek, congressen, het transitiebureau en andere ondersteunende activiteiten. Aan de provincies wordt in 2014 € 1,95 miljoen beschikbaar gesteld en aan de grootstedelijke regio’s € 0,45 miljoen.
9) Life Sciences Park Oss (decentralisatie-uitkering)
Ten behoeve van de realisatie en exploitatie van het project Life Sciences Park Oss (Pivot Park) ontvangt de provincie Noord-Brabant € 1,6 miljoen in 2013 via een decentralisatie-uitkering uit het provinciefonds.
10) Green Deal (decentralisatie-uitkering)
Ter uitvoering van de Green Deal met de Metropoolregio Amsterdam wordt aan de provincie Noord-Holland in 2013 € 208.000 toegekend.
11a en b) DU Ontwikkel / OEM variabel
In het nieuwe verdeelmodel van het provinciefonds per 1 januari 2012 wordt onderscheid gemaakt tussen beheer- en ontwikkeltaken, omdat beide andere verdeelcriteria vragen. Het beheerdeel omvat de vaste jaarlijks terugkerende kosten, bijvoorbeeld het betalen van de salarissen, onderhoud provinciehuis, wegen, groen, etc. Het ontwikkeldeel van het provinciefonds betreft taken zoals aanleg van nieuwe wegen, integrale gebiedsontwikkeling in het landelijk gebied, natuur en bodemsanering, maar ook taken met betrekking tot buitengewone groei en krimp. Om verdeeltechnische redenen is er voor gekozen om een deel van het bedrag dat gemoeid is met de ontwikkeltaken via een decentralisatie-uitkering (DU Ontwikkel/OEM variabel) uit te betalen aan de provincies.
In het verdeelmodel wordt er ook rekening mee gehouden dat provincies in staat zijn een deel van de hun taken (ijkpunten) te financieren met eigen inkomsten uit de zogenaamde «overige eigen middelen» (OEM). De OEM in het nieuwe verdeelmodel wordt samengesteld uit twee onderdelen. Er is een vast deel van 5,48% dat wordt verondersteld voor alle provincies. Dit vaste deel is op voorhand in mindering gebracht op alle maatstaven en op de nieuwe decentralisatie-uitkering. Voor het variabele deel is gekozen om 35% van de inkomsten uit energiebedrijven (situatie in 2016) mee te nemen met een fictief rendement van 3%. Dit deel wordt in mindering gebracht op de bovenstaand beschreven bedragen van de decentralisatie-uitkering.
De op deze manier ontstane «DU Ontwikkel / OEM variabel» bedraagt in 2013 € 407,805 miljoen. Dat is € 8,544 miljoen minder dan in de 1e suppletoire begroting van 2013 was vermeld. In 2014 bedraagt de uitkering € 427,797 miljoen.
12) Natuur (integratie-uitkering)
In het Onderhandelingsakkoord Decentralisatie Natuur hebben het Rijk en de provincies afspraken gemaakt over de decentralisatie van het natuurbeleid. In het Onderhandelingsakkoord is afgesproken dat de provincies met ingang van 2014 verantwoordelijk zijn voor het beheer van de EHS en daarvoor jaarlijks € 105 miljoen krijgen via het provinciefonds.
13a en b) Accres tranche 2013 en 2014
Het gemeente- en provinciefonds ontwikkelen zich evenredig met de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU). Nemen de NGRU van jaar op jaar toe, dan neemt ook de algemene uitkering van de fondsen toe. Bij een afname van de NGRU geldt het omgekeerde. De groei of krimp van de fondsen als gevolg van deze normeringssystematiek wordt accres genoemd. Het accres van tranche 2013 bedraagt – € 15,612 miljoen. Dat is € 1,859 miljoen minder dan waar bij voorjaarsnota 2013 vanuit werd gegaan. Het accres van tranche 2014 bedraagt € 64,901 miljoen. Dat is € 25,957 miljoen minder dan waar bij voorjaarsnota 2013 vanuit werd gegaan.
3.1. Opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten vanaf de 1 suppletoire begroting
Verplichtingen
In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen van het provinciefonds voor het jaar 2014 met € 42.178.000 te muteren en te brengen op € 1.289.604.000. De toelichting bij de mutaties, welke nog niet eerder zijn opgenomen in een begrotingsstuk, die onderdeel vormen van het bedrag van € 42.178.000 dat in tabel B2 is vermeld, wordt gegeven in paragraaf 3.2.
| 2014 | ||
|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 1.171.987 | |
| Mutaties 1ste suppletoire begroting 2014 | 75.439 | |
| Stand 1ste suppletoire begroting 2014 | 1.247.426 | |
| Mutaties opgenomen in Ontwerpbegroting 2015 als Voorlopige Uitkomsten 2014 | 30.062 | |
| Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk: | ||
| 1) Oversampling WoonOnderzoek Nederland (decentralisatie-uitkering) | 37 | |
| 2) Nationale gebiedsontwikkeling (decentralisatie-uitkering) | 6.700 | |
| 3) Green Deals (decentralisatie-uitkering) | 3.899 | |
| 4) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 1.480 | |
| Subtotaal | 12.116 | |
| Totaal mutaties 2de suppletoire begroting 2014 | 42.178 | |
| Stand 2de suppletoire begroting 2014 | 1.289.604 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Algemene uitkering | 306.946 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Integratie-uitkeringen | 40.330 | |
| Waarvan verplichtingenbedrag Decentralisatie-uitkeringen | 942.228 |
Uitgaven
In de onderstaande tabel B3 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zich in de periode vanaf de ontwerpbegroting 2014 tot en met de tweede suppletoire begroting 2014 hebben voorgedaan in de uitgaven. De weergegeven mutaties, welke nog niet eerder zijn opgenomen in een begrotingsstuk, worden in paragraaf 3.2 afzonderlijk toegelicht.
In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds voor het jaar 2014 met € 42.178.000 te muteren en te brengen op € 1.289.532.000.
| 2014 | ||
|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 1.171.987 | |
| Mutaties 1ste suppletoire begroting 2014 | 75.367 | |
| Stand 1ste suppletoire begroting 2014 | 1.247.354 | |
| Mutaties opgenomen in Ontwerpbegroting 2015 als Voorlopige Uitkomsten 2014 | 30.062 | |
| Mutaties nog niet opgenomen in een begrotingsstuk: | ||
| 1) Oversampling WoonOnderzoek Nederland (decentralisatie-uitkering) | 37 | |
| 2) Nationale gebiedsontwikkeling (decentralisatie-uitkering) | 6.700 | |
| 3) Green Deals (decentralisatie-uitkering) | 3.899 | |
| 4) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 1.480 | |
| Subtotaal | 12.116 | |
| Totaal mutaties 2de suppletoire begroting 2014 | 42.178 | |
| Stand 2de suppletoire begroting 2014 | 1.289.532 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Kosten Financiële-verhoudingswet | 100 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Algemene uitkering | 306.873 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Integratie-uitkeringen | 40.330 | |
| Waarvan uitgavenbedrag Decentralisatie-uitkeringen | 942.229 |
Ontvangsten
Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten op grond van artikel 4 van die wet over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van het provinciefonds voor 2014 worden de ontvangsten, analoog aan de uitgaven, met € 42.178.000 gemuteerd en gebracht op € 1.289.532.000.
3.2. Integratie-uitkeringen
Als een toevoeging aan de algemene uitkering van het provinciefonds in één keer bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten wordt normaliter gesproken een integratie-uitkering toegepast. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang van specifieke uitkering of eigen inkomsten naar de algemene uitkering. Tabel 3.2.1. geeft een overzicht.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2013: | ||||||
| Stand ontwerpbegroting 2012 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 1e suppletoire begroting 2013: | ||||||
| Wijziging betalingsverloop integratie-uitkeringen 2012 | 1 | |||||
| Natuur | 393.550 | 40.325 | ||||
| Stand 1e suppletoire begroting 2013 | 393.551 | 40.325 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Nog niet eerder opgenomen in een begroting: | ||||||
| Natuur | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | |
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 393.551 | 145.325 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 |
3.2. Toelichting op de nog niet eerder opgenomen mutaties:
1) Oversampling WoonOnderzoek Nederland (decentralisatie-uitkering)
In 2014–2015 wordt voor de vierde keer het WoonOnderzoek Nederland (WoON) gehouden. Een aantal provincies ontvangt via een decentralisatie-uitkering een incidentele stimuleringsbijdrage als tegemoetkoming in de kosten van het WoonOnderzoek Nederland.
2) Nationale gebiedsontwikkeling (decentralisatie-uitkering)
In het kader van het decentralisatiebeleid wordt het Nota Ruimte-project Ontwikkeling Zuidplaspolder gedecentraliseerd naar het provinciefonds. De provincie Zuid-Holland ontvangt hiervoor in 2014 een bedrag van € 6,7 miljoen via een decentralisatie-uitkering.
3) Green deals (decentralisatie-uitkering)
Op basis van afspraken tussen het Ministerie van Economische Zaken en diverse provincies over Green deals ontvangen Zeeland € 1 miljoen, Flevoland € 535 duizend, Overijssel € 600 duizend en Groningen € 1,76 miljoen.
4) Bodemsanering (decentralisatie-uitkering)
In het kader van de decentralisatie-uitkering bodemsanering wordt een bijdrage aan de provincie Zuid-Holland ad € 480 duizend toegekend ten behoeve van het EMK-terrein in de gemeente Krimpen aan den IJssel. De provincie Zeeland ontvangt € 1 miljoen ten behoeve van de bodemsanering van het bedrijf Themphos te Vlissingen.
3.3. Decentralisatie-uitkeringen
De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. In tabel 3.3.1. is een overzicht opgenomen.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ontwerpbegroting 2013: | ||||||
| Bedrijventerreinen | 6.036 | 10.611 | 13.202 | |||
| Bedrijventerreinen (Toppergelden) | 24.919 | 11.877 | ||||
| Bodemsanering | 57.297 | 58.422 | ||||
| DU Ontwikkel / OEM Variabel | 417.377 | |||||
| Externe veiligheid | 20.000 | 20.000 | ||||
| Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing | 60.636 | 55.456 | ||||
| Monumenten | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 |
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 6.584 | 7.785 | 660 | |||
| Regionale luchthavens | 934 | 934 | ||||
| Sterke regio’s | 1.800 | 1.700 | 3.130 | 1.000 | ||
| Waddenfonds | 36.824 | 38.690 | 40.499 | 28.878 | 28.878 | 28.878 |
| Zuiderzeelijn REP-middelen | 10.468 | 12.259 | 10.134 | 20.062 | 15.213 | |
| Zwemwaterrichtlijn EU | 1.200 | 1.200 | 1.200 | |||
| Stand ontwerpbegroting 2013 | 664.075 | 238.934 | 78.691 | 60.012 | 68.940 | 64.091 |
| 1e suppletoire begroting 2013: | ||||||
| Afsluitdijk | 500 | 500 | 500 | 500 | ||
| Beter benutten | 4.080 | |||||
| Bodemsanering | 3.900 | 5.900 | ||||
| DU Ontwikkel / OEM variabel | – 1.028 | |||||
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg | 1.950 | |||||
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 7.222 | 5.967 | 4.719 | |||
| Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2012 | 3 | |||||
| Stand 1e suppletoire begroting 2013 | 680.702 | 251.301 | 83.910 | 60.512 | 68.940 | 64.091 |
| Nog niet eerder opgenomen in een begroting: | ||||||
| Bodemsanering | 100 | |||||
| Bedrijventerreinen (Toppergelden) | 2.100 | 100 | 100 | |||
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 8.407 | 146 | 248 | |||
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg | 1.950 | |||||
| Life Sciences Park Oss | 1.600 | |||||
| Green Deal | 208 | |||||
| DU Ontwikkel / OEM variabel | – 8.544 | 427.797 | ||||
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 684.573 | 681.294 | 84.258 | 60.512 | 68.940 | 64.091 |
In artikel 13, lid 5, van de Fvw wordt bepaald dat jaarlijks, in overleg met de ministers die het aangaat, wordt bezien of een decentralisatie-uitkering kan worden gewijzigd in een integratie-uitkering of een algemene uitkering. In de volgende alinea wordt hiervan verslag gedaan.
In tabel 3.3.1. zien we dat de meeste bij ontwerpbegroting 2013 en 1e suppletoire begroting 2013 opgenomen decentralisatie-uitkeringen niet structureel zijn. Van omzetting naar integratie-uitkering of algemene uitkering is voor die decentralisatie-uitkeringen dan ook vooralsnog geen sprake. Voor de decentralisatie-uitkeringen «Monumenten», «Waddenfonds» en «Zuiderzeelijn» geldt dat deze niet aan alle provincies worden uitgekeerd en/of nu nog niet kunnen worden verdeeld via de maatstaven van de algemene uitkering. Deze decentralisatie-uitkeringen kunnen dan ook nu niet worden omgezet in een algemene uitkering of integratie-uitkering. Van de nog niet eerder in een begroting opgenomen decentralisatie-uitkeringen wordt bij ontwerpbegroting 2015 bezien of ze kunnen worden omgezet naar integratie-uitkering of algemene uitkering.
3.3. Integratie-uitkeringen
Als een toevoeging aan de algemene uitkering van het provinciefonds in één keer bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten wordt normaliter gesproken een integratie-uitkering toegepast. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang van specifieke uitkering of eigen inkomsten naar de algemene uitkering. In tabel B4 wordt een overzicht gegeven van de integratie-uitkeringen in 2014.
| 2014 | |
|---|---|
| Ontwerpbegroting 2014: | |
| Natuur | 145.325 |
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 145.325 |
| 1ste suppletoire begroting 2014: | |
| Natuur | 5 |
| Natuur | – 105.000 |
| Stand 1ste suppletoire begroting 2014 | 40.330 |
| Mutaties opgenomen in Ontwerpbegroting 2015 als Voorlopige Uitkomsten 2014: | |
| 2de suppletoire begroting 2014: | |
| Stand 2de suppletoire begroting 2014 | 40.330 |
3.4. Opbrengst lokale heffingen 2013
Provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting mogen door provincies worden geheven op basis van artikel 222 Provinciewet. De opcenten worden geheven bovenop het rijkstarief van de motorrijtuigenbelasting.
De hoogte van de provinciale opcenten is wettelijk gemaximeerd. De vaststelling van de opcenten geschiedt door Provinciale Staten. Omdat het een algemene belasting betreft komt de opbrengst toe aan de algemene middelen van de provincie.
In 2013 mogen de opcenten ten hoogste 107,3 procent bedragen van het rijkstarief. Geen enkele provincie heft de maximale opcenten daar de opcenten variëren van 67,9% tot 95,0%. In 2013 is de opbrengst € 1,457 miljard.
De ontwikkeling van de opbrengst van de opcenten op de motorrijtuigenbelasting wordt weergegeven in tabel 3.4.1.
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2012–2013 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Provinciale opcenten MRB | 1.432 | 1.456 | 1.457 | 1.457 | 0,0% |
3.4. Decentralisatie-uitkeringen
Binnen het provinciefonds bestaat naast de algemene uitkering en de integratie-uitkering ook de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. In tabel B5 is een overzicht opgenomen van de decentralisatie-uitkeringen in 2014.
| 2014 | |
|---|---|
| Ontwerpbegroting 2014: | |
| Afsluitdijk | 500 |
| Bedrijventerreinen | 10.611 |
| Bedrijventerreinen (Toppergelden) | 11.977 |
| Bodemsanering | 64.322 |
| DU Ontwikkel / OEM variabel | 427.797 |
| Externe veiligheid | 20.000 |
| Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing | 55.456 |
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg | 1.950 |
| Monumenten | 20.000 |
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 13.898 |
| Regionale luchthavens | 934 |
| Sterke regio's | 1.700 |
| Waddenfonds | 38.690 |
| Zuiderzeelijn REP-middelen | 12.259 |
| Zwemwaterrichtlijn EU | 1.200 |
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 681.294 |
| 1ste suppletoire begroting 2014: | |
| Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2013 | 1 |
| Natuur | 105.000 |
| Natuur | 100.000 |
| Erfgoed en ruimte | 1.695 |
| Asbestdaken | 1.000 |
| Green Deal | 613 |
| Bodem | – 75 |
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 18.000 |
| Stand 1ste suppletoire begroting 2014 | 907.528 |
| Mutaties opgenomen in Ontwerpbegroting 2015 als Voorlopige Uitkomsten 2014: | |
| DU Ontwikkel / OEM variabel | – 9.898 |
| Zuiderzeelijn REP-middelen | 32.519 |
| Bodemsanering | – 36 |
| 2de suppletoire begroting 2014: | |
| Oversampling WoonOnderzoek Nederland | 37 |
| Nationale gebiedsontwikkeling | 6.700 |
| Green Deals | 3.899 |
| Bodemsanering | 1.480 |
| Stand 2de suppletoire begroting 2014 | 942.229 |
4. Decentralisatie-uitkeringen
In tabel B6 is een overzicht opgenomen van de decentralisatie-uitkeringen.
| Omschrijving | 2014 |
|---|---|
| Decentralisatie-uitkering begroting 2014: | |
| Afsluitdijk | 500 |
| Bedrijventerreinen | 10.611 |
| Bedrijventerreinen (Toppergelden) | 11.977 |
| Bodemsanering | 64.322 |
| DU Ontwikkel / OEM variabel | 427.797 |
| Externe veiligheid | 20.000 |
| Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing | 55.456 |
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg | 1.950 |
| Monumenten | 20.000 |
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 13.898 |
| Regionale luchthavens | 934 |
| Sterke regio's | 1.700 |
| Waddenfonds | 38.690 |
| Zuiderzeelijn REP-middelen | 12.259 |
| Zwemwaterrichtlijn EU | 1.200 |
| Subtotaal | 681.294 |
| Nog niet eerder opgenomen in een begroting: | |
| Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2013 | 1 |
| Natuur | 105.000 |
| Natuur | 100.000 |
| Erfgoed en ruimte | 1.695 |
| Asbestdaken | 1.000 |
| Green Deal | 613 |
| Bodem | – 75 |
| Nationale gebiedsontwikkelingen | 18.000 |
| Subtotaal | 226.234 |
| Totaal: | 907.528 |
4. BIJLAGEN BIJ DE BEGROTING
BIJLAGE 1: BELEIDSMUTATIES
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijziging betalingsverloop integratie-uitkeringen 2012 | 1 | |||||
| Wijziging betalingsverloop decentralisatie-uitkeringen 2012 | 3 | |||||
| Wijziging betalingsverloop algemene uitkering 2012 | 320 | |||||
| DU Ontwikkel / OEM variabel (algemene uitkering) | 1.028 | |||||
| DU Ontwikkel / OEM variabel (decentralisatie-uitkering) | – 1.028 | |||||
| Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering) | 7.222 | 5.967 | 4.719 | |||
| Beter benutten (decentralisatie-uitkering) | 4.080 | |||||
| Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 5.900 | 5.900 | ||||
| Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 1.000 | 3.000 | ||||
| Natuur (integratie-uitkering) | 393.550 | 40.325 | ||||
| Afsluitdijk (decentralisatie-uitkering) | 500 | 500 | 500 | 500 | ||
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg (decentralisatie-uitkering) | 1.950 | |||||
| Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | – 3.000 | – 3.000 | ||||
| Steunfunctie Monumentenzorg en Archeologie | 183 | 183 | 183 | 183 | 183 | 183 |
| Friese taal | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 | 90 |
| Accres tranche 2012 (incidenteel) | – 7.032 | |||||
| Accres tranche 2012 (structureel) | – 15.714 | – 15.714 | – 15.714 | – 15.714 | – 15.714 | – 15.714 |
| Accres tranche 2013 | 625 | 625 | 625 | 625 | 625 | 625 |
| BTW-compensatiefonds | – 25.821 | – 66.160 | – 66.160 | – 66.160 | – 66.160 | |
| RA A9 Minder provincies | – 5.000 | – 10.000 | – 15.000 | – 20.000 | ||
| RA I92 Publieke omroep | – 142.000 | – 142.000 | – 142.000 | – 142.000 | – 142.000 | |
| Accres tranche 2014 | 90.858 | 90.858 | 90.858 | 90.858 | 90.858 | |
| Accres tranche 2012 (incidenteel) | – 8.682 | |||||
| Bodemsanering (decentralisatie-uitkering) | 100 | |||||
| Bedrijventerreinen (Toppergelden) (decentralisatie-uitkering) | 2.100 | 100 | 100 | |||
| Nationale gebiedsontwikkelingen (decentralisatie-uitkering) | 8.407 | 146 | 248 | |||
| Invoeringskosten decentralisatie jeugdzorg (decentralisatie-uitkering) | 1.950 | |||||
| Life Sciences Park Oss (decentralisatie-uitkering) | 1.600 | |||||
| Green Deal (decentralisatie-uitkering) | 208 | |||||
| DU Ontwikkel / OEM variabel (algemene uitkering) | 8.544 | – 427.797 | ||||
| DU Ontwikkel / OEM variabel (decentralisatie-uitkering) | – 8.544 | 427.797 | ||||
| Natuur (integratie-uitkering) | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | 105.000 | |
| Accres tranche 2013 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 | – 1.859 |
| Accres tranche 2014 | – 25.957 | – 25.957 | – 25.957 | – 25.957 | – 25.957 | |
| Totaal mutaties (inclusief meerjarige doorwerking 1e suppletoire 2013) | 391.552 | 40.293 | – 54.367 | – 64.434 | – 69.934 | – 74.934 |
BIJLAGE 2: MOTIES EN TOEZEGGINGEN VERGADERJAAR 2012-2013
Moties Onderdeel A.1 Afgedaan
| Omschrijving van de motie | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
| Motie Schouw; Verzoekt de regering voor het zomerreces 2013 in kaart te brengen welke alternatieven, bijvoorbeeld het uitstellen van de verkiezingen voor de Provinciale Staten in de drie betrokken provincies, mogelijk zijn voor de dubbele verkiezingen en de Kamer hierover te infomeren | Gemente- en provinciefonds | De Eerste en Tweede Kamer zijn op 4 juli 2013 per brief geïnformeerd |
Moties: Onderdeel A.2 In behandeling
| Omschrijving van de motie | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
| Motie Voortman en Schouw; Verzoekt de regering om tegelijkertijd met de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer in een apart document inzicht te geven in de inhoudelijke agenda, de taken, bevoegdheden en het budget van de nieuw te vormen provincie. | Gemente- en provinciefonds | Er wordt gewerkt aan de inhoudelijke agenda. De minister heeft in het herindelingsontwerp aangekondigd dat hij een stuurgroep opricht die hieraan gaat werken. De provincies nemen deel aan die stuurgroep. Verder is een discussie met de ministeries opgestart over evt. extra taken van de provincies. De Kamer wordt hierover geïnformeerd als het wetsontwerp over de herindeling wordt ingediend bij de Kamer. |
Toezeggingen: Onderdeel B.1 Afgedaan
| Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
| De minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de open overlegfase binnen de procedure tot samenvoeging van de provincies Flevoland, Noord-Holland en Utrecht. | Gemente- en provinciefonds | De Tweede Kamer is op 1 februari 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 047, nr. 6). |
| De minster zegt toe in het nieuwe Beleidskader gemeentelijke herindeling nader in te gaan op het feit dat, indien en voor zover gemeenten het onderling niet eens worden over een gemeentelijke herindeling in de regio, er een taak is weggelegd voor de provincie en de Kamer deze te zullen doen toekomen. | Gemente- en provinciefonds | De Tweede Kamer is op 28 mei 2013 per brief geínformeerd (TK 2012–2013, 28 750, nr. 53). |
Toezegging: Onderdeel B.2 In behandeling
| Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
| De minister zegt toe op verzoek van de heer Schouw (D66) om in de 2de consultatieperiode met de provincies die betrokken zijn bij de vorming van het nieuwe landsdeel Randstad ook een inhoudelijke economische agenda te bespreken. | Gemente- en provinciefonds | Hieraan wordt gewerkt. De toezegging is inmiddels ingehaald door de motie Schouw c.s., waarin de minister gevraagd wordt om tegelijk met de indiening van het wetsontwerp een inhoudelijke agenda voor de nieuwe provincie aan de Kamer te sturen. Indiening van het wetsontwerp bij de TK is voorzien voor eerste helft 2014. |
| De minister zegt toe de provincies (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland) uit te nodigen om zelf een inhoudelijke agenda te formuleren, desgewenst met ondersteuning van BZK, die tegelijk met het herindelingsvoorstel in de Kamer kan worden gepresenteerd. In dat geval krijgt de Kamer zowel het voorstel tot herindeling als een inhoudelijke agenda. | Gemente- en provinciefonds | Er wordt gewerkt aan de inhoudelijke agenda. De minister heeft in het herindelingsontwerp aangekondigd dat hij een stuurgroep opricht die hieraan gaat werken. De provincies nemen deel aan die stuurgroep. Verder is een discussie met de ministeries opgestart over evt. extra taken van de provincies. De Kamer wordt hierover geïnformeerd als het wetsontwerp over de herindeling wordt ingediend bij de Kamer. |
| Op verzoek van de heer Bosma (PVV) zal de minister bekijken in hoeverre hij kostenreducties die provinciale fusies met zich meebrengen nader kan substantiëren. | Gemente- en provinciefonds | Het onderzoek naar de kosten en baten van de provinciale herindeling is afgerond. De uitkomsten van de business case zijn gebruikt ter onderbouwing van het herindelingsontwerp, dat op 17 juni 2013 ter inzage is gelegd. Het definitieve wetsontwerp wordt naar verwachting eerste helft 2014 bij de TK ingediend. De business case zelf is openbaar gemaakt via de site van BZK en aangeboden aan de 3 provincies. |
| De minister zegt toe, op verzoek van het lid Bosma (PVV), te reageren op de frictiekosten samenvoeging provincies. De minister zal in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel van de Noordvleugelprovincie ingaan op de businesscase, inclusief de kosten. | Gemente- en provinciefonds | Er is een business case uitgevoerd die ingaat op onder meer de frictiekosten. Dit onderzoek is afgerond en de uitkomsten, ook die over de frictiekosten, zijn verwerkt in het herindelingsontwerp. Dit herindelingsontwerp ligt nu ter inzage en gaat na verwerking van zienswijzen en na ommekomst Raad van State naar de Tweede Kamer. Indiening bij Kamer moet worden verwacht in de eerste helft van 2014. |
BIJLAGE 3: LIJST MET AFKORTINGEN
| AMvB | Algemene maatregel van bestuur |
| BBV | Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten |
| BCF | BTW-compensatiefonds |
| Bofv | Bestuurlijk overleg financiële verhouding |
| CBS | Centraal Bureau voor de statistiek |
| DU | Decentralisatie-uitkering |
| EMU | Economische en Monetaire Unie |
| FOG | Financieel Overzicht Gemeenten |
| Fvw | Financiële-verhoudingswet |
| GF | Gemeentefonds |
| IPO | Interprovinciaal Overleg |
| IU | Integratie-uitkering |
| MILH | Monitor Inkomsten Lokale Heffingen |
| MRB | Motorrijtuigen belasting |
| NGRU | Netto gecorrigeerde Rijksuitgaven |
| OEM | Overige Eigen Middelen |
| OSU | Onderhoudsrapportage Specifieke Uitkeringen |
| OZB | Onroerende-zaakbelastingen |
| PF | Provinciefonds |
| POR | Periodiek Onderhoudsrapport |
| UvW | Unie van Waterschappen |
| VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten |
BIJLAGE 4: LIJST VAN DE BELANGRIJKE TERMEN EN HUN BETEKENIS
| Accres | Bedrag waarmee het beschikbare bedrag van het provinciefonds jaarlijks wordt aangepast, gebaseerd op een bestuurlijk overeengekomen normeringsystematiek (zie ook normeringsystematiek). |
| Algemene uitkering uit het provinciefonds | Uitkering aan alle provincies die ten goede komt aan de algemene middelen. |
| Cluster | Samenhangend geheel van beleidsterreinen uit oogpunt van kostenoriëntatie en verdeling. |
| Decentralisatie-uitkering uit het provinciefonds | Sinds 2008 bestaat binnen het provinciefonds naast de algemene uitkering (zie algemene uitkering uit het provinciefonds) en de integratie-uitkering (zie integratie-uitkering uit het provinciefonds) ook de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de decentralisatie-uitkering volgt evenmin als de integratie-uitkering de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het provinciefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt de uitkering geschikt voor de overheveling van specifieke uitkeringen, ook als die termijn nog niet bekend is. Ook maakt het de uitkering geschikt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. |
| Financiële-verhoudingswet (Fvw) | Wet waarin is vastgelegd dat er een gemeentefonds en provinciefonds is. De wet regelt daarnaast globaal de wijze van verdeling van het provinciefonds. Sinds 1 januari 1998 maakt de regeling voor het provinciefonds onderdeel uit van de Financiële-verhoudingswet. |
| Integratie-uitkering uit het provinciefonds | Uitkering die wordt toegepast als overheveling van een specifieke uitkering of eigen middelen naar de algemene uitkering bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De integratie-uitkering voorziet dan in een geleidelijke overgang naar de algemene uitkering. |
| IJkpunten | Geobjectiveerde kostennormen per taakgebied, rekening houdend met structuurkenmerken, die voor alle provincies respectievelijk gemeenten beschikbaar zijn. |
| Normeringsystematiek | Bepaling van het accres van het provinciefonds op basis van een norm. De norm is de jaarlijkse procentuele ontwikkeling van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. De netto gecorrigeerde rijksuitgaven zijn de bruto-rijksuitgaven minus de niet-belastingontvangsten van het Rijk gecorrigeerd voor onder meer de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking, de Europese Unie, het gemeentefonds en het provinciefonds. Als de netto gecorrigeerde rijksuitgaven stijgen (dalen), nemen het gemeentefonds en het provinciefonds met hetzelfde percentage toe (af). Deze systematiek staat ook wel bekend onder het principe van «samen de trap op en samen de trap af». |
| Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) | Adviesorgaan op het terrein van de gemeentelijke en provinciale financiën. |
| Uitkeringsbasis | De uitkeringsbasis wordt berekend door de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van een set van verdeelmaatstaven met de bijbehorende gewichten (bedragen per eenheid). |
| Uitkeringsfactor | Via de normeringsystematiek wordt jaarlijks de omvang van het provinciefonds bepaald (voeding). De uitkeringsfactor is de verhouding tussen de voeding en de totale landelijke uitkeringsbasis. De uitkeringsfactor wordt afgerond op 3 decimalen achter de komma. Het derde decimaal achter de komma wordt ook wel een «punt» uitkeringsfactor genoemd. Als de uitkeringsfactor bijvoorbeeld stijgt van 1,253 naar 1,265 is dit een stijging van 12 punten. |
| Uitkeringsjaar | Het kalenderjaar waarover het recht op uitkering ontstaat. |
| Verdeelmaatstaf | Maatstaf ter verdeling van de algemene uitkering die verband houdt met de provinciale behoefte aan algemene middelen. |
| Verdeelreserve | Gedeelte van de algemene uitkering dat niet aan de provincies wordt uitgekeerd, maar als reservering apart wordt gehouden. De verdeelreserve dient om onverwachte effecten bij de meting van maatstaven op te vangen. Op het moment dat maatstaven definitief zijn of geen onverwachte ontwikkelingen meer kunnen doormaken wordt de verdeelreserve verrekend. |