Base description which applies to whole site

IV Koninkrijksrelaties

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV).

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties;

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTWETMUTATIES)

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. BELEIDSARTIKELEN

Beleidsartikel 1. Waarborgfunctie

Er is voor circa € 56 mln. meer aan verplichtingen gerealiseerd en voor circa € 0,9 mln. meer ontvangen.

Toelichting

De overschrijding op de verplichtingen wordt veroorzaakt doordat in 2014 zowel de verplichting Kustwacht 2014 als de verplichting Kustwacht 2015 is vastgelegd. Ook is er een verplichting vastgelegd voor de Koninklijke Marechaussee (KMar) voor de jaren 2015–2019.

De hogere ontvangsten komen door meerontvangsten bij de Kustwacht.

Beleidsartikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijksrelaties

Er is voor circa € 6,8 mln. meer aan verplichtingen gerealiseerd. Tevens is er voor circa € 8,2 mln. meer uitgegeven en zijn er voor circa € 3,6 mln. meer aan ontvangsten gerealiseerd.

Toelichting

De hogere uitgaven en verplichtingen hangen samen met de lopende inschrijving van Sint Maarten. De meerontvangsten worden veroorzaakt door hogere aflossingen en rentebetalingen.

1. LEESWIJZER

Algemeen

Dit begrotingshoofdstuk valt onder het regime voor «kleine begrotingen» en heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven zijn opgenomen onder artikel 2.

Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt het beleid voor het komende jaar uiteengezet. In de beleidsagenda is ook de integrale planning van beleidsdoorlichtingen opgenomen. Door de planning van de beleidsdoorlichting aan te passen op de evaluaties die op instrumentniveau worden uitgevoerd, krijgt de beleidsdoorlichting een logische positie in de tijd. Hierdoor kan er meer gebruik gemaakt worden van de uitkomsten van de evaluaties en beleidsdoorlichtingen in het beleidsvormingsproces. Dit komt de kwaliteit en zeggingskracht van de beleidsdoorlichting ten goede.

De beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting Koninkrijksrelaties is opgebouwd uit twee beleidsartikelen. Het eerste beleidsartikel is de waarborgfunctie, de tweede is de bevordering autonomie Koninkrijkspartners.

Het onderstaande schema geeft de opbouw van de beleidsartikelen weer.

Opbouw (beleids)artikelen

A Algemene doelstelling

B Rol en verantwoordelijkheid

C Beleidswijzigingen

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

D2 Budgetflexibiliteit

E Toelichting op de instrumenten

Het niet-beleidsartikel

In hoofdstuk 4 wordt het niet-beleidsartikel toegelicht. Dit is de tabel nominaal en onvoorzien.

Bijlagen

In de verdiepingsbijlage wordt (in de vorm van tabellen) gedetailleerd weergegeven hoe de meerjarenramingen zijn opgebouwd sinds de vorige ontwerpbegroting.

In bijlage 5.2 Moties en toezeggingen wordt aan de Tweede Kamer per motie en toezegging de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering aangegeven.

In bijlage 5.3 Evaluatie- en overig onderzoek is een overzicht opgenomen van alle evaluatieonderzoeken die op de begroting van Koninkrijksrelaties zijn gestart en gaan plaatsvinden.

Bijlage 5.4 is een overzicht van de subsidies.

De laatste bijlage betreft de lijst met afkortingen.

Budgetflexibiliteit

In de begroting is de informatie over de budgetflexibiliteit opgenomen in de tabellen betreffende de budgettaire gevolgen van beleid. Van uitgaven wordt vermeld – in percentages – welk deel daarvan juridisch is verplicht voor het jaar 2014. Onder de tabellen is een toelichting opgenomen. Dit jaar wordt de juridische verplichting toegelicht op het niveau van financieel instrument als geheel. Dit komt voort uit de toezegging van de Minister van Financiën tijdens het Algemeen Overleg over Verantwoord Begroten van 6 maart 2013 (TK, vergaderjaar 2012–2013, 31 865, nr. 50).

1. Leeswijzer

De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting 2014. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de ontwerp begroting 2014 opgebouwd.

Dit begrotingshoofdstuk valt onder het regime voor «kleine begrotingen» en heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven zijn opgenomen onder artikel 2.

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid is alleen een inhoudelijke toelichting gegeven bij de mutaties boven € 1 miljoen.

De gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is de stand per 1 maart 2014.

1. Leeswijzer

De tweede suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2014.

De stand van de tweede suppletoire begroting wordt opgebouwd door middel van de mutaties vanaf de stand van de vastgestelde begroting 2014.

Dit begrotingshoofdstuk valt onder het regime voor «kleine begrotingen» en heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven zijn opgenomen onder artikel 2.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid worden alle mutaties opgenomen, zowel beleidsmatige als technische. Bij de tabel is alleen een inhoudelijke toelichting gegeven bij de mutaties boven € 1 miljoen.

De gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is de stand per 1 oktober 2014.

2.1 Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Waarborgfunctie

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Stand ontwerp begroting 2014

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2015

Mutaties 2016

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Verplichtingen:

61.821

52

61.873

– 270

– 270

– 270

– 270

                 

Uitgaven:

61.821

52

61.873

– 270

– 270

– 270

– 270

 

Waarvan juridisch verplicht

86%

 

91%

       
                 

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

61.821

52

61.873

– 270

– 270

– 270

– 270

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

61.821

52

61.873

– 270

– 270

– 270

– 270

 

Grensbewaking

0

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

 

Kustwacht

0

35.400

35.400

35.402

38.502

35.402

35.402

 

Kustwacht en grensbewaking

41.500

– 41.500

0

– 41.502

– 44.602

– 41.502

– 41.502

 

Recherchecapaciteit

15.968

– 270

15.698

– 270

– 270

– 270

– 270

 

Rechterlijke macht

4.353

322

4.675

0

0

0

0

                 

Ontvangsten:

4.857

0

4.857

0

0

0

0

Toelichting

1.1. Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Grensbewaking / Kustwacht / Kustwacht en grensbewaking

De mutatie omvat een administratieve aanpassing. De regeling «Kustwacht en grensbewaking» is gesplitst in een regeling «Kustwacht» en een regeling «Grensbewaking».

Beleidsartikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Stand ontwerpbegroting 2014

Mutaties via NvW en amendement

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2015

Mutaties 2016

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Verplichtingen:

22.230

– 1.000

7.235

28.465

3.757

2.333

2.127

2.088

                   

Uitgaven:

193.709

– 1.000

7.235

199.944

3.757

2.333

2.127

2.088

 

Waarvan juridisch verplicht

100%

   

93%

       
                   

2.1

Apparaat

8.647

0

1.229

9.876

1.186

1.092

873

834

 

Personeel

5.738

0

2.534

8.272

694

594

396

358

 

Eigen personeel

5.488

0

2.510

7.998

694

594

396

358

 

Externe inhuur

0

0

24

24

0

0

0

0

 

Overig personeel

250

0

0

250

0

0

0

0

 

Materieel

2.909

0

– 1.305

1.604

492

498

477

476

 

Overig materieel

2.909

0

– 1.305

1.604

492

498

477

476

                   

2.2

duurzame economische ontwikkeling

12.583

– 1.000

5.661

17.244

2.226

896

909

909

 

Subsidies

954

0

0

954

0

0

0

0

 

IUCN

954

0

0

954

0

0

0

0

 

Inkomensoverdracht

5.009

0

0

5.009

0

0

0

0

 

Pensioenen

5.009

0

0

5.009

0

0

0

0

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

6.620

– 1.000

5.661

11.281

2.226

896

909

909

 

Samenwerkingsprogramma`s

6.620

– 1.000

5.661

11.281

2.226

896

909

909

                   

2.4

Schuldsanering

172.479

0

345

172.824

345

345

345

345

 

Leningen

172.479

0

345

172.824

345

345

345

345

 

Lopende inschrijving

172.479

0

0

172.479

0

0

0

0

 

Tijdelijke leenfaciliteit

0

0

345

345

345

345

345

345

                   

Ontvangsten:

27.358

0

4.437

31.795

737

737

737

737

Toelichting

2.1. Apparaat

Personeel

Eigen personeel

De formatie van Koninkrijksrelaties wordt deels tijdelijk, deels structureel versterkt. Tijdelijk is extra inzet nodig voor onder andere de staatkundige evaluatie van Caribisch Nederland, de afwikkeling samenwerkingsmiddelen en de versterking van het financieel beheer. Structureel wordt er geïntensiveerd op het financieel toezicht en de coördinatie van Caribisch Nederland. Dekking is voorzien uit nog beschikbare middelen op artikel 3 Nominaal en onvoorzien.

De overige mutaties betreffen een verdeling van het totaal beschikbare apparaatsbudget over eigen personeel en materieel.

Materieel

Overige materieel

De departementale taakstelling uit het begrotingsakkoord van 2013 is per abuis op het apparaatsbudget geboekt. Met deze correctie wordt de taakstelling overgeboekt naar het programmabudget.

De overige mutaties betreffen een verdeling van het totaal beschikbare apparaatsbudget over eigen personeel en materieel.

2.2 Duurzame economische ontwikkeling

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Samenwerkingsprogramma’s

Solidariteitsfonds

De laatste betaling aan het Solidariteitsfonds in 2010 is door onzekerheid over de toekomst van het Solidariteitsfonds niet uitgekeerd. Deze laatste bijdrage is meegenomen in de vaststelling van de boedelscheiding door de vereffeningscommissie. Doordat het eindrapport van de vereffeningscommissie in 2014 wordt verwacht, zal ook de betaling aan het Solidariteitsfonds in 2014 plaatsvinden.

Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) / Stichting Antilliaanse Medefinancierings Organisatie (AMFO)

Eind 2012/begin 2013 heeft Nederland de laatste samenwerkingsmiddelen ten behoeve van Curaçao en Sint Maarten overgemaakt. In 2013 heeft de eindafrekening met de uitvoerende stichting AMFO plaatsgevonden. Het is de bedoeling tot een eindafrekening te komen met de uitvoerende stichting SONA per ultimo 2014. Conform afspraken wordt een aantal reeds lopende beleidsprogramma’s gecontinueerd op Curaçao dat gefinancierd wordt vanuit de vrijgekomen middelen uit de tussenafrekening met SONA.

Kasschuif AMFO

Het is wenselijk dat een aantal beleidsprogramma’s gecontinueerd wordt op Curaçao. Er is overeengekomen (een deel van) de vrijvallende middelen van de stichtingen SONA en AMFO gebruikt mag worden voor de uitvoering van deze programma’s, onder voorwaarde dat ook de regering van Curaçao middelen vrijmaakt voor deze uitvoering.

Integrale middelen BES

Integrale middelen dienen vanuit de begroting van Koninkrijksrelaties te worden verstrekt. Daarom wordt het budget bijzonder uitkeringen van het BES-fonds naar de begroting van Koninkrijksrelaties verplaatst.

De overige mutaties zijn bijdragen vanuit Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Wonen en Rijksdienst (WenR).

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen middelen die bij de eindafrekening van stichting AMFO en de tussenafrekening van stichting SONA zijn vrijgekomen. Volgens afspraak worden deze middelen hergebruikt om enkele reeds lopende beleidsprogramma’s op Curaçao te continueren.

2.2 Het niet-beleidsartikel

Beleidsartikel 3 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Stand ontwerpbegroting 2014

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2015

Mutaties 2016

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Verplichtingen:

1.223

– 895

328

– 439

– 348

– 139

– 119

                 

Uitgaven:

1.223

– 895

328

– 439

– 348

– 139

– 119

                 

3.1

Loonbijstelling

103

– 69

34

– 73

– 17

33

33

3.2

Prijsbijstelling

726

– 620

106

– 366

– 331

16

12

3.3

Onvoorzien

394

– 206

188

0

0

– 188

– 164

Toelichting

3.1 Loonbijstelling

Het resterende budget is ingezet voor de versterking van de formatie van Koninkrijksrelaties. Zie artikel 2.1 Apparaat.

3.2 Prijsbijstelling

Een deel van het budget is ingezet voor de versterking van de formatie van Koninkrijksrelaties. Zie artikel 2.1 Apparaat.

De prijsbijstelling betreft de resterende tranche 2014.

3.3 Onvoorzien

Een deel van het budget is ingezet voor de versterking van de formatie van Koninkrijksrelaties. Zie artikel 2.1 Apparaat.

2. BELEIDSAGENDA

Het Koninkrijk wordt gevormd door de landen Nederland, Aruba, Curaçao, en Sint Maarten; deze landen behartigen zelfstandig hun eigen belangen en beslissen gezamenlijk over door het Statuut benoemde Koninkrijksaangelegenheden.

De verandering van de autonome status van de landen in 2010 heeft geleid tot een andere verdeling van verantwoordelijkheden en een andere vorm van samenwerking. De nieuwe verhoudingen worden na 5 jaar geëvalueerd. De komende maanden wordt de opzet van de evaluatie vastgesteld.

Gelet op de staatkundige veranderingen per 10 oktober 2010 en de technologische ontwikkelingen zoals videoconferencing, is een terughoudend reisgedrag van bestuurders en ambtenaren van toepassing. Ook bij de implementatie van Nederlandse wetten op de openbare lichamen (BES) geldt een legislatieve terughoudendheid.

De ambitie van Nederland is om binnen de nieuwe staatkundige verhoudingen te streven naar samenwerkingen die voor ieder van de landen van voordeel zijn, en uiteindelijk het leven van mensen verbeteren.

Caribisch Nederland

Na de transitie van 10 oktober 2010 is gebleken dat de relatie tussen Nederland en de openbare lichamen versterkt moest worden. Belangrijke thema’s zijn en blijven de ontwikkeling van de eilanden (voorzieningenniveau en ontwikkelplannen), de evaluatie van de Rijkswetten, de legislatieve terughoudendheid en de financiën van de openbare lichamen. Een belangrijk instrument daarin is de zogenaamde Caribisch Nederland-week (CN-week) georganiseerd rond het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen BES (Bofv). Deze week, ingesteld in 2010 na de transitie, vindt tweemaal per jaar plaats. De week biedt de mogelijkheid aan de besturen van Bonaire, Saba en Sint Eustatius om op gezette tijden en op basis van een lopende agenda te overleggen met de departementen in Den Haag. De week draagt inmiddels bij aan een goede relatie en samenwerking tussen de Rijksoverheid en de drie eilandbesturen.

Samenwerkingsbeleid

De samenwerkingsprogramma’s waarmee Nederland de afgelopen jaren Caribisch Nederland, Aruba, Sint Maarten en Curaçao op een groot aantal terreinen heeft ondersteund, worden beëindigd. Dit betekent ondermeer dat in 2014 en 2015 door middel van (externe) evaluaties, (tussentijdse) verantwoordingen en financiële afrekeningen een eindoordeel kan worden gevormd over de doelmatige en rechtmatige besteding van de samenwerkingsgelden. Om de afsluiting zo goed mogelijk te laten verlopen, zal Nederland hierover afspraken maken met de landen in het Caribische deel van het Koninkrijk en de betrokken stichtingen Fondo Desaroyo Aruba (FDA), Antilliaanse Medefinancierings Organisatie (AMFO) en de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA).

Met de afbouw van het samenwerkingsbeleid, ontwikkelt Nederland met de landen in het Caribische deel van het Koninkrijk een nieuwe vorm van samenwerking die gericht is op gelijkwaardigheid waar beide landen van kunnen profiteren.

De Nederlandse regering hecht met name aan (bestuurlijke) integriteit, een goed justitieel stelsel en financiële en economische deugdelijkheid in alle landen van het Koninkrijk.

Waarborgfunctie

Een belangrijke taak is de «invulling» van de waarborgfunctie van het Koninkrijk (artikel 43 van het Statuut). De afzonderlijke landen zijn verantwoordelijk voor de rechtszekerheid, deugdelijk bestuur en de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van hun inwoners. Het Koninkrijk vervult een waarborgfunctie: als de landen niet zelfstandig kunnen voldoen aan deze verantwoordelijkheid, komt de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk in beeld. Het Statuut geeft het Koninkrijk de instrumenten om deze verantwoordelijkheid in te vullen.

Dit komt vooral tot uitdrukking in de aandacht voor rechtshandhaving en goed bestuur binnen het Koninkrijk. In het kader van de waarborgfunctie wordt ingezet op duurzame ondersteuning van de structurele samenwerkingsverbanden: het Recherche Samenwerkingsteam (RST), de Kustwacht, inzet vanuit de flexibele pool van de Koninklijke Marechaussee en de ondersteuning van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie.

Financieel Toezicht

De verantwoordelijkheid voor de overheidsfinanciën ligt bij de autonome landen zelf. De rol van het College financieel toezicht (Cft) vloeit voort uit de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Staatsblad 2010, nr. 344) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Staatsblad 2010, nr. 365). Het Cft oefent het financieel toezicht uit op basis van de Algemene Maatregel van Rijksbestuur (AMvRB) financieel toezicht (Staatsblad 2010, nr. 334).

De taken van het Cft zijn gericht op het verbeteren van het begrotingsproces en het financiële beheer van de landen. Op grond van artikel 16 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft Nederland onder nauwkeurig in de Rijkswet omschreven voorwaarden een lopende inschrijving op alle openbare en onderhandse geldleningen. De Rijksministerraad wordt halfjaarlijks geïnformeerd over het financieel toezicht op de landen door het Cft.

Voorbereiden op grote evaluaties

In de slotakkoorden uit 2006 is afgesproken dat de staatkundige positie van de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen 6 jaar na de staatkundige ontmanteling van het land Nederlandse Antillen, wordt geëvalueerd en de definitieve staatkundige structuur van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt vastgesteld. De criteria en de thema’s voor de evaluatie worden begin 2014, in overleg met de Openbare Lichamen, definitief vastgesteld.

Daarnaast is in de Rijkswet Financieel Toezicht en in de vier rijkswetten op het terrein van Veiligheid en Justitie (Openbaar Ministerie, Gemeenschappelijk Hof, Politie en de Raad voor de Rechtshandhaving) bepaald dat deze wetten in 2015 geëvalueerd moeten worden door een evaluatiecommissie. De Rijkswet Financieel Toezicht schrijft voor hoe de evaluatie van de Rijkswet Financieel Toezicht moet worden ingericht. Voor de Rijkswetten op het terrein van Veiligheid en Justitie worden in 2014 gezamenlijk met de landen de criteria en thema’s voor de evaluatie vastgesteld.

Waarborging Plannen van Aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten

Curaçao en Sint Maarten hebben in 2010 de status van land binnen het Koninkrijk gekregen. Er zijn plannen van aanpak vastgesteld om de resterende knelpunten daarbij op te lossen. Deze richten zich op een aantal landstaken, waarvan voor beide landen de politie en het gevangeniswezen de belangrijkste zijn. De plannen van aanpak lopen tot 10 oktober 2014.

De voortgang van de uitvoering van de plannen van aanpak wordt bewaakt door een voortgangscommissie, die periodiek rapporteert aan de Ministers-Presidenten van Curaçao en Sint Maarten en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Staten-Generaal en de Staten van de landen worden over de voortgang geïnformeerd.

Het streven is in 2014 de plannen van aanpak succesvol af te ronden, zodat Curaçao en Sint Maarten goed in staat zijn de eigen landstaken naar behoren uit te voeren.

Vereffening boedel voormalig Nederlandse Antillen

In 2011 is de vereffeningcommissie van start gegaan om te adviseren over de toedeling van activa en passiva uit de boedel van het per 10 oktober 2010 opgeheven land Nederlandse Antillen. De commissie adviseert de Ministers van Financiën van Curaçao en Sint Maarten en de Nederlandse Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de verdeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland.

De onderliggende regeling vervalt op 1 januari 2014, maar kan door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij gezamenlijk besluit steeds met een jaar verlengd worden. De commissie heeft aangegeven dat een jaar verlenging nodig zal zijn om te komen tot afronding. Eind 2013 wordt in bestuurlijk overleg bepaald of een verlenging gewenst en noodzakelijk is.

Beleidsdoorlichtingen

Beleidsdoorlichtingen

Agendering beleidsdoorlichtingen

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Artikel

(realisatie)

(planning)

1. Waarborgfunctie

 

       

 

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

         

   

De beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 2 wordt, in tegenstelling tot hetgeen in de begroting 2013 werd vermeld, niet in 2014 uitgevoerd. De stichtingen AMFO en SONA hebben in 2012 en FDA begin 2013 de laatste stortingen uit dit begrotingshoofdstuk ontvangen. De komende jaren vindt de uitvoering en afronding van de laatste projecten die binnen de samenwerkingsprogramma’s worden uitgevoerd, plaats. Na het beëindigen van de verschillende samenwerkingsprogramma’s zullen inhoudelijke eindevaluaties van deze programma’s opeenvolgend in 2014–2016 plaatsvinden. De beleidsdoorlichting bouwt, als synthese-onderzoek, voort op deze evaluaties en zal in 2016 worden gerealiseerd. De plannen van aanpak voor de eindevaluaties van de samenwerkingsprogramma’s zijn wel in 2014 gereed.

In bijlage 5.3 bij dit begrotingshoofdstuk treft u de evaluatie- en overige onderzoeken die, naast de beleidsdoorlichtingen, op het terrein van Koninkrijksrelaties zijn en worden uitgevoerd.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Bedragen x € 1.000

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

art. nr.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

 

277.543

257.087

256.526

239.989

272.941

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

14.056

103

106

109

– 895

 
               

Nieuwe mutaties:

             

a. NPMNA/Investering Kustwacht

1

5.156

         

b. Kasschuif Kustwacht

1

– 5.156

   

1.000

4.156

 

c. Overlopende verplichtingen

2

2.600

         

d. SONA

2

1.300

         

e. Solidariteitsfonds

2

1.600

         

f. Eindejaarsmarge 2013

3

– 5.800

         
               

Overige mutaties

 

– 200

– 437

– 472

– 969

– 545

257.797

Stand ontwerpbegroting 2014

 

291.099

256.753

256.160

240.129

275.657

257.797

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

art. nr.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

 

32.870

32.215

31.758

31.758

31.758

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

           
               

Nieuwe mutaties:

             

g. NPMNA/Investering Kustwacht

2

5.156

         
               

Overige mutaties

 

0

0

0

0

0

31.758

Stand ontwerpbegroting 2014

38.026

32.215

31.758

31.758

31.758

31.758

Toelichting

a. en g. Nederlandse Participatie Maatschappij Nederlandse Antillen (NPMNA)/Investering Kustwacht

De NPMNA-portefeuille van deelnemingen wordt afgebouwd conform de geldende exit-strategie. NPMNA heeft een beargumenteerde inschatting gemaakt van de reserve die noodzakelijk is ter afdekking van mogelijke risico’s in de portefeuille. Met de teruglopende omvang neemt ook de reserve af met € 5,1 mln. De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

b. Kasschuif Kustwacht

De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

c. Overlopende verplichtingen

Een aantal overlopende verplichtingen uit 2012 betreffende de samenwerkingsmiddelen, komen in 2013 tot betaling. Het betreft de laatste betaling aan Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) voor de Zeekabel (€ 1,3 mln.), de afhandeling van de deelnemingen in verband met de verkoop van de AIB-bank (€ 0,4 mln.), de rentekosten leningen Aruba (€ 0,6 mln.) en overige facturen (€ 0,3 mln.). Dit wordt gefinancierd uit de beschikbare eindejaarsmarge.

d. Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA)

In 2012 is de laatste tranche voor de beheerskosten en de managementvergoeding voor SONA niet uitgekeerd in verband met de nog openstaande vorderingen van BZK op SONA. De samenwerkingsmiddelen liepen in 2012 af. Met het SONA-bestuur is in november 2012 afgesproken de openstaande vorderingen alsnog te voldoen. SONA heeft de vorderingen niet volledig voldaan. Met SONA is nu de afspraak gemaakt de openstaande vorderingen te verrekenen met de laatste tranche voor de beheerskosten en de managementvergoeding. Dit resulteert in een nettobedrag van € 1,3 mln. Dit wordt gedekt uit de beschikbare eindejaarsmarge.

e. Solidariteitsfonds

De laatste betaling aan het Solidariteitsfonds in 2010 is door onzekerheid over de toekomst van het Solidariteitsfonds niet uitgekeerd. Deze laatste bijdrage is meegenomen in de vaststelling van de boedelscheiding door de vereffeningscommissie. Doordat het eindrapport van de vereffeningscommissie eind 2013 wordt verwacht, zal ook de betaling aan het Solidariteitsfonds in 2013 plaatsvinden. Deze overlopende verplichting is sinds 2010 (buiten de eindejaarsmarge om) meegenomen, in afwachting van de vaststelling van de boedelscheiding.

f. Eindejaarsmarge 2013

Verdeling van de eindejaarsmarge 2013.

2. Het beleid

2.1. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

Art. nr.

2014

Stand ontwerpbegroting 2014

 

255.753

     

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

6.392

     

Nieuwe mutaties:

 

165.072

Lopende inschrijving

2.4

165.072

     

Overige mutaties

 

– 358

Stand 2e suppletoire 2014

 

426.859

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

Art. nr.

2014

Stand ontwerpbegroting 2014

 

32.215

     

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

4.437

     

Nieuwe mutaties:

   
     

Overige mutaties

 

4.249

Stand 2e suppletoire 2014

 

40.901

Lopende inschrijving

De landen Curaçao en Sint Maarten hebben in het kader van de rijkswet financieel toezicht de mogelijkheid om, indien het College financieel toezicht (Cft) een positief advies geeft, via een lopende inschrijving leningen aan te gaan voor investeringen. Een voorwaarde hierbij is dat Nederland zelf inschrijft. Voor Curaçao is een leenaanvraag van Naf 250,0 mln. (€ 104,5 mln.) voor de bouw van het nieuwe ziekenhuis ingewilligd. Voor Sint Maarten zijn een drietal leenverzoeken ingediend van totaal Naf 145,4 mln. (€ 60,5 mln.) voor investeringen 2011/2012 (Naf 45,4 mln.), voor investeringen 2014 (Naf 60,0 mln.) en voor de afkoop van het regeringsgebouw (Naf 40,0 mln.). Op 2 juni 2014 is de inschrijving geëffectueerd. De kosten en uiteindelijke ontvangsten vallen onder de verantwoordelijkheid van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties.

2.2 De beleidsartikelen

Artikel 1 Waarborgfunctie

Beleidsartikel 1 Waarborgfunctie

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Stand vastgestelde begroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

Verplichtingen:

61.821

61.873

6

61.879

           

Uitgaven:

61.821

61.873

6

61.879

 

Waarvan juridisch verplicht

     

98%

           

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

61.821

61.873

6

61.879

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

61.821

61.873

6

61.879

 

Grensbewaking

0

6.100

0

6.100

 

Kustwacht

0

35.400

358

35.758

 

Kustwacht en grensbewaking

41.500

0

0

0

 

Recherchecapaciteit

15.968

15.698

0

15.698

 

Rechterlijke macht

4.353

4.675

– 652

4.023

 

Technische Bijstand Waarborgfunctie

0

0

300

300

           

Ontvangsten:

4.857

4.857

358

5.215

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Beleidsartikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Stand vastgestelde begroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire

begroting

Stand 2e

supple-

toire

begroting

Verplichtingen:

21.230

28.465

164.896

193.361

           

Uitgaven:

192.709

199.944

164.896

364.840

 

Waarvan juridisch verplicht

     

97%

           

2.1

Apparaat

8.647

9.876

0

9.876

 

Personele uitgaven

5.738

8.272

-363

7.909

 

Eigen personeel

5.488

7.998

-416

7.582

 

Externe inhuur

0

24

53

77

 

Overig personeel

250

250

0

250

 

Materiële uitgaven

2.909

1.604

363

1.967

 

Overig materieel

2.909

1.604

363

1.967

           

2.2

duurzame economische ontwikkeling

11.583

17.244

-176

17.068

 

Subsidies

954

954

20

974

 

IUCN

954

954

0

954

 

Subsidies Caribisch Nederland

0

0

20

20

 

Inkomensoverdracht

5.009

5.009

-639

4.370

 

Pensioenen

5.009

5.009

-639

4.370

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

1.871

1.871

 

Sociaaleconomische initiatieven BES

0

0

1.871

1.871

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

5.620

11.281

-1.428

9.853

 

Samenwerkingsprogramma`s

5.620

11.281

-1.428

9.853

           

2.4

Schuldsanering

172.479

172.824

165.072

337.896

 

Leningen

172.479

172.824

165.072

337.896

 

Lopende inschrijving

172.479

172.479

165.072

337.551

 

Tijdelijke leenfaciliteit

0

345

0

345

           

Ontvangsten:

27.358

31.795

3.891

35.686

2.2. Duurzame economische ontwikkeling

Bijdragen aan medeoverheden

Sociaaleconomische initiatieven BES

Om de middelen voor sociaaleconomische initiatieven in Caribisch Nederland in de begroting inzichtelijk te maken heeft er een technische overboeking plaatsgevonden vanuit het budget van de samenwerkingsprogramma’s.

Bijdragen aan (inter) nationale organisaties

Samenwerkingsprogramma’s

Om de middelen voor sociaaleconomische initiatieven in Caribisch Nederland in de begroting inzichtelijk te maken heeft er een technische overboeking plaatsgevonden vanuit het budget van de samenwerkingsprogramma’s.

2.4 Schuldsanering

Leningen

Lopende inschrijving

De landen Curaçao en Sint Maarten hebben in het kader van de rijkswet financieel toezicht de mogelijkheid om, indien het College financieel toezicht (Cft) een positief advies geeft, via een lopende inschrijving leningen aan te gaan voor investeringen. Een voorwaarde hierbij is dat Nederland zelf inschrijft. Voor Curaçao is een leenaanvraag van Naf 250,0 mln. (€ 104,5 mln.) voor de bouw van het nieuwe ziekenhuis ingewilligd. Voor Sint Maarten zijn een drietal leenverzoeken ingediend van totaal Naf 145,4 mln. (€ 60,5 mln.) voor investeringen 2011/2012 (Naf 45,4 mln.), voor investeringen 2014 (Naf 60,0 mln.) en voor de afkoop van het regeringsgebouw (Naf 40,0 mln.). Op 2 juni 2014 is de inschrijving geëffectueerd. De kosten en uiteindelijke ontvangsten vallen onder de verantwoordelijkheid van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties.

Ontvangsten

De geraamde renteontvangsten zijn hoger vanwege de leningen die Nederland heeft verstrekt aan Curaçao en Sint Maarten op 2 juni 2014 via de lopende inschrijving. In december 2014 wordt de eerste rentebetaling verwacht. De leningen betalen halfjaarlijks couponrente.

De overige meerontvangsten zijn het gevolg van onder meer de liquidatie van het Sint Maarten Bridging Fund (storting van de Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA)) en de meevallende aflossing en rente op leningen aan Aruba.

2.3 Het niet-beleidsartikel

Artikel 3 Nominaal en onvoorzien

Beleidsartikel 3 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Stand vastgestelde begroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

Verplichtingen:

1.223

328

– 188

140

           

Uitgaven:

1.223

328

– 188

140

           

3.1

Loonbijstelling

103

34

0

34

           

3.2

Prijsbijstelling

726

106

0

106

           

3.3

Onvoorzien

394

188

– 188

0

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Waarborgfunctie

A Algemene doelstelling

Het waarborgen van de rechtszekerheid, deugdelijkheid van bestuur en de mensenrechten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B Rol en verantwoordelijkheid

Elk land in het Koninkrijk heeft de zorg voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. Het waarborgen hiervan is een aangelegenheid van het Koninkrijk. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is op grond van de verantwoordelijkheid voor het Statuut, aanspreekbaar op de waarborgtaak van het Koninkrijk. Vanuit deze verantwoordelijkheid worden de ontwikkelingen met betrekking tot het functioneren van het openbaar bestuur en de verwezenlijking van de mensenrechten en de rechtszekerheid in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten gevolgd. Het feit dat het Koninkrijk de bevoegdheid heeft in het kader van de waarborgfunctie op te treden, sterkt de instituties van de landen in hun taak om de beginselen van de democratische rechtsstaat te realiseren. De Koninkrijksregering kan maatregelen nemen, als er sprake is van ernstige inbreuk op fundamentele rechten en vrijheden in een land of in een situatie waarin rechtszekerheid of deugdelijk bestuur niet langer gewaarborgd zijn en de interne controlemechanismen feitelijk disfunctioneren. Van geval tot geval zal dan moeten worden bezien of ingrijpen in de zin van artikel 43, 50 of 51 Statuut, noodzakelijk is en welke maatregel dan het meest passend is.

C Beleidswijzigingen

Evaluatie Rijkswetten 2015

De vijf consensusrijkswetten1 (Rijkswet politie, Gemeenschappelijk Hof, Openbaar Ministerie, Raad voor de rechtshandhaving en de Rijkswet financieel toezicht) die in het kader van de staatkundige hervormingen in 2010 zijn aangenomen, kennen een bepaling die stelt dat in 2015 door een commissie een evaluatie moet worden uitgevoerd. De Rijkswet financieel toezicht bevat daarnaast bepalingen over de inhoud en inrichting van de evaluatie. De criteria en de thema’s voor de evaluatie van de justitie-rijkswetten zullen in overleg met de landen moeten worden vastgesteld. De Minister van Veiligheid en Justitie is eerstverantwoordelijke voor deze evaluaties. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is eerstverantwoordelijke voor de evaluatie van de Rijkswet financieel toezicht.

In 2014 worden de onderzoeksopdrachten voor de twee evaluatiecommissies geformuleerd, een onafhankelijke commissie ingesteld voor de evaluatie van de justitie-rijkswetten en een onafhankelijke commissie ingesteld voor de evaluatie van de Rijkswet financieel toezicht.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 1.1 Waarborgfunctie

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

51.896

63.607

61.821

61.823

65.922

65.978

61.822

                 

Uitgaven:

57.818

63.607

61.821

61.823

65.922

65.978

61.822

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

86%

       
                 

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

57.818

63.607

61.821

61.823

65.922

65.978

61.822

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

57.818

63.607

61.821

61.823

65.922

65.978

61.822

 

Kustwacht en grensbewaking

40.974

42.281

41.500

41.502

45.602

45.658

41.502

 

Recherchecapaciteit

13.745

16.968

15.968

15.968

15.968

15.968

15.968

 

Rechterlijke macht

3.099

4.358

4.353

4.353

4.352

4.352

4.352

                 
 

Ontvangsten

4.497

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

D2 Budgetflexibiliteit

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken: Van het budget 2014 is 86% juridisch verplicht, de rest is bestuurlijk gebonden als gevolg van met de eilanden afgesproken samenwerkingsprogramma’s. Het betreft de bijdragen aan de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (Kustwacht), de grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee (KMar), het Recherche Samenwerkingsteam (RST) en het Gemeenschappelijke Hof en het Openbaar Ministerie.

E Toelichting op de instrumenten

Artikel 1 richt zich op de rechtszekerheid, deugdelijkheid van bestuur en de mensenrechten in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zowel rechtszekerheid als de waarborging van mensenrechten is afhankelijk van een goed functionerende rechtshandhavingketen. Om concrete invulling te geven aan deze algemeen geformuleerde doelstelling, worden de beschikbare middelen ingezet ten behoeve van instituties die essentieel zijn voor de rechtshandhavingketen.

Het betreft bijdragen aan:

  • de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (Kustwacht);

  • de grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee (KMar);

  • het Recherche Samenwerkingsteam (RST);

  • het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie (Rechterlijke Macht).

1.1. Rechterlijke macht en samenwerkingsmiddelen

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

De Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (Kustwacht)

De Kustwacht is belast met de maritieme rechtshandhaving in het Caribische deel van het Koninkrijk. Drugsbestrijding, de bestrijding van vuurwapensmokkel en de bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en illegale immigratie hebben prioriteit. Daarnaast levert de Kustwacht een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties en visserij-, scheepvaart en milieu-inspecties.

De Kustwacht functioneert op basis van de Rijkswet Kustwacht en het jaarlijks door de Rijksministerraad vast te stellen jaarplan. Dit jaarplan wordt voorbereid door de Kustwachtcommissie die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de landen en één keer per jaar bijeenkomt. Exclusief de inzet van Defensiemiddelen wordt de exploitatie van de Kustwacht voor 69% gefinancierd vanuit de begroting Koninkrijksrelaties. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen respectievelijk 11%, 16% en 4% bij.

In 2013 is besloten invulling te geven aan de taakstelling «Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s» (€ 2,0 mln. in totaal) door € 1,0 mln. te korten op de begroting van de Kustwacht. Deze korting vindt vanaf het begrotingsjaar 2014 plaats.

De grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee (KMar)

Nederland stelt sinds 2005 structureel personeel van de Koninklijke Marechaussee (KMar) beschikbaar ten behoeve van ondersteuning in de rechtshandhaving op Curaçao en Sint Maarten en incidenteel in Caribisch Nederland. Sinds 2008 levert een flexibele pool van 43 fte een bijdrage aan de bestrijding van de geweldscriminaliteit, het grens- en vreemdelingentoezicht, de bestrijding van mensensmokkel en -handel, en de bestrijding van drugssmokkel via de luchthavens. De medewerkers van de KMar functioneren daarbij onder aansturing van de lokale diensthoofden en vallen onder het lokale gezag (Ministers van Justitie). De kosten van de flexibele pool komen ten laste van deze begroting.

Afspraken over de inzet van de KMar vanuit de flexibele pool zijn sinds 2011 vastgelegd in een protocol. Eind 2012 is de inzet geëvalueerd (zie Kamerstukken II, 2012–2013, 30 176 nr. 31). Op basis van de evaluatie zijn door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere afspraken vastgelegd met de KMar over de verantwoording over de inzet binnen de flexpool. De evaluatie bood verder geen aanleiding het huidige protocol te herzien of de omvang van de inzet te wijzigen. Het huidige protocol loopt tot 30 juni 2015.

Het Recherche Samenwerkingsteam (RST)

Zoals vastgelegd in de Rijkswet politie en het Protocol Recherche Samenwerkingsteam heeft het Recherche Samenwerkingsteam (RST) als taak de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast verricht het RST de afhandeling van internationale rechtshulpverzoeken op dit gebied. Het RST heeft vestigingen op Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten, waar men werkt onder gezag van de lokale Openbaar Ministeries.

Prioriteiten voor 2014 zijn de aanpak van witwassen, mensenhandel, wapensmokkel, internationale drugshandel en bendevorming. Gemiddeld zijn er bij het RST ongeveer 70 uit Nederland uitgezonden medewerkers werkzaam, die uitgezonden worden voor een periode van 3 tot 5 jaar. Dit aantal wordt in principe aangevuld met 36 medewerkers uit de lokale korpsen en 15 overige lokaal geworven medewerkers. De betrokken Ministers van (Veiligheid en) Justitie van de landen en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen gezamenlijk de jaarstukken van het RST vast in het Justitieel vierpartijenoverleg.

Als gevolg van de taakstelling «Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s» van Rutte I is de begroting van het RST per 2014 verminderd met € 1,0 mln.

De Gemeenschappelijke Voorziening Politie (GVP) zal, zoals is vastgelegd in de Rijkswet politie, op den duur de taken van het RST moeten overnemen. Artikel 57a van de Rijkswet politie bepaalt dat vier jaar nadat de wet in werking is getreden (oktober 2014) en daarna na twee jaar door de ministers gezamenlijk wordt beoordeeld in hoeverre de korpsen van de landen voldoende in staat zijn invulling te geven aan artikel 8, derde lid, van de Rijkswet politie aan de hand van daartoe door de Ministers van Veiligheid en Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde objectieve criteria. Indien dit nog niet voldoende het geval is, wordt per AMvRB een voorziening getroffen zo is in de Rijkswet politie bepaald. De vormgeving van deze beoordeling wordt in 2014 uitgewerkt. De Rijkswet politie wordt in 2015 geëvalueerd.

Het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie

Om een goed niveau van rechtshandhaving en rechtspleging in de drie landen en Caribisch Nederland te garanderen, is volledige bezetting van het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie van groot belang. Omdat bij de landen de personele capaciteit ontbreekt, draagt Nederland hieraan bij. Nederland stelt daarom op verzoek van de landen rechters en Officieren van Justitie ter beschikking. Deze treden in lokale dienst, waarbij een buitenlandtoelage wordt vergoed ten laste van deze begroting. In overleg met het Openbaar Ministerie Nederland, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de landen wordt in 2014 nader onderzocht wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot de duurzaamheid van het beleid van beschikbaarstelling, gebruik makend van de kennis en ervaring van de huidige ter beschikking gestelden.

Ontvangsten

De exploitatie van de Kustwacht, exclusief de inzet van Defensiemiddelen, wordt voor 69% gefinancierd vanuit de begroting Koninkrijksrelaties. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen respectievelijk 11%, 16% en 4% bij. De ontvangsten betreffen de bijdragen van de landen aan de Kustwacht over het voorafgaande jaar.

Artikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

A Algemene doelstelling

Het ondersteunen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten bij het verbeteren van het bestuur, de rechtszekerheid, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de overheidsfinanciën.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het stellen van randvoorwaarden die de rechtmatigheid en doelmatigheid van de inzet van middelen uit hoofdstuk IV van de Rijksbegroting garanderen. Aruba, Curaçao en Sint Maarten blijven volledig verantwoordelijk voor het beleid op de terreinen waarop de samenwerkingsprogramma’s met Nederland van toepassing zijn.

C Beleidswijzigingen

Evaluatie staatkundige positie Caribisch Nederland 2015

In de slotakkoorden uit 2006 is afgesproken dat de staatkundige positie van de Openbaar Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen 6 jaar na de staatkundige ontmanteling van het land Nederlandse Antillen zou worden geëvalueerd en de definitieve staatkundige structuur van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zal worden vastgesteld. Deze evaluatiebepaling is overgenomen in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (art. 239 WolBES) onder verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Wet Financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (art. 102 FinBES) waarvoor de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën verantwoordelijk zijn. Zowel de WolBES als de FinBES bevatten bepalingen over de inhoud en inrichting van de evaluatie. De criteria en de thema’s voor de evaluatie zullen in overleg met de Openbaar Lichamen moeten worden vastgesteld. De evaluaties worden in 2014 voorbereid en in 2015 uitgevoerd. Het kabinetstandpunt over de definitieve staatkundige structuur van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zal begin 2016 worden aangeboden aan de beide Kamers van de Staten-Generaal.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2.1 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

64.066

33.900

22.230

23.978

23.379

23.254

23.115

               

Uitgaven:

373.839

226.882

193.709

193.095

173.308

209.235

195.546

                 
 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

   

100%

       
                 

2.1

Apparaat

9.869

9.451

8.647

8.611

8.612

8.487

8.348

 

Personeel

6.928

6.025

5.738

5.738

5.709

5.654

5.607

 

Externe inhuur

814

0

0

0

0

0

0

 

Overig personeel

2.452

250

250

250

250

250

250

 

Eigen personeel

3.661

5.775

5.488

5.488

5.459

5.404

5.357

 

Materieel

2.941

3.426

2.909

2.873

2.903

2.833

2.741

 

Overig materieel

2.941

3.426

2.909

2.873

2.903

2.833

2.741

                 

2.2

Bevordering autonomie

65.775

23.493

12.583

14.367

13.767

13.767

13.767

 

Subsidies

0

969

954

938

0

0

0

 

IUCN

0

969

954

938

0

0

0

 

Opdrachten

3.239

0

0

0

0

0

0

 

Overig

3.239

0

0

0

0

0

0

 

Inkomensoverdracht

4.240

5.009

5.009

5.009

5.009

5.009

5.009

 

Pensioenen

4.240

5.009

5.009

5.009

5.009

5.009

5.009

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

58.296

17.515

6.620

8.420

8.758

8.758

8.758

 

Samenwerkingsprogramma`s

58.296

17.515

6.620

8.420

8.758

8.758

8.758

                 

2.3

Bevorderen staatkundige relaties

183

0

0

0

0

0

0

                 

2.4

Schuldsanering

298.012

193.938

172.479

170.117

150.929

186.981

173.431

 

Leningen

294.462

193.938

172.479

170.117

150.929

186.981

173.431

 

Tijdelijke leenfaciliteit

34

0

0

0

0

0

0

 

Lopende inschrijving

294.428

193.938

172.479

170.117

150.929

186.981

173.431

 

Bijdragen aan medeoverheden

3.550

0

0

0

0

0

0

 

Schuldsanering

3.550

0

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

105.805

33.169

27.358

26.901

26.901

26.901

26.901

D2 Budgetflexibiliteit

Personeel: Van het budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Voorbeelden hiervan zijn verplichtingen voor salarissen van het ambtelijk personeel.

Materieel: Van het budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Voorbeelden hiervan zijn verplichtingen voor de materiële kosten van het apparaat.

Subsidies: Van het budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van de (tijdelijke) subsidieregeling voor het International Union for Conservation of Nature (IUCN) die tot en met 2015 loopt.

Inkomensoverdracht: Van het budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Conform de vaste verrekenkoersregeling voor de voormalig Nederlands Antilliaanse en Arubaanse pensioenen worden de voor pensioengerechtigden nadelige koersverschillen als gevolg van wisselkoersfluctuatie tussen NAf en euro gecompenseerd uit begrotingshoofdstuk IV.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties: Van het budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de met de eilanden afgesproken samenwerkingsprogramma’s.

Leningen: Van het budget 2014 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de reeks betalingen aan rente en aflossingen door de Landen, die samenhangt met de overname van de restschuld van de voormalige Nederlandse Antillen door Nederland. Over de voorwaarden waarop Nederland schulden saneert zijn afspraken vastgelegd in de toetredings- en overgangsakkoorden.

E Toelichting op de instrumenten

2.1. Apparaat

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van de directie Koninkrijksrelaties opgenomen, inclusief de apparaatsuitgaven voor de Vertegenwoordigingen en het College financieel toezicht. De uitgaven voor personeel laten voor komende jaren als gevolg van de taakstelling een daling zien. De taakstelling wordt deels ingevuld door continuering van de efficiencykorting van 1,5% per jaar in de jaren 2016, 2017 en 2018 (structureel 4,5%).

2.2. Bevordering autonomie koninkrijkspartners

Artikel 2 richt zich op het verder ontwikkelen van de autonomie van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit wordt onder andere vormgegeven door de samenwerkingsprogramma’s en de voltooiing van het staatkundige proces. De volgende instrumenten leveren hier een bijdrage aan:

  • pensioenen;

  • samenwerkingsprogramma’s;

  • schuldsanering en lopende inschrijving.

Inkomensoverdracht

Pensioenen

Conform de vaste verrekenkoersregeling voor de voormalig Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse pensioenen worden de voor pensioengerechtigden nadelige koersverschillen als gevolg van wisselkoersfluctuatie tussen de Antilliaanse gulden (NAf) en de euro gecompenseerd uit begrotingshoofdstuk IV.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Samenwerkingsprogramma’s

De autonome landen binnen het Koninkrijk zijn op basis van het Statuut zelf verantwoordelijk voor goed bestuur, rechtszekerheid, economische ontwikkeling, onderwijs en overheidsfinanciën.

In de afgelopen jaren was het samenwerkingsbeleid voor Curaçao en Sint Maarten erop gericht om de landen te ondersteunen bij het verwezenlijken van hun verantwoordelijkheden op deze terreinen. In de aanloop naar de nieuwe staatkundige verhoudingen op 10 oktober 2010 is daarom onder meer door middel van schuldsanering toegewerkt naar een betere financiële startpositie. Hierdoor kon het samenwerkingsbeleid worden afgebouwd. De samenwerkingsprogramma's worden gesubsidieerd via de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) en de Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie (AMFO).

De beëindiging van het samenwerkingsbeleid via Fondo Desaroyo Aruba (FDA) is in februari 2012 door Aruba en Nederland vastgesteld op eind 2015. Medio 2013 zijn tussen Nederland en Aruba concrete afspraken gemaakt over een verantwoorde afronding en afwikkeling van de projecten die in het kader van de samenwerking met Aruba zijn uitgevoerd. In 2014 zal hier verdere uitvoering aan worden gegeven.

De onder SONA vallende programma’s zijn:

  • Onderwijs en Jongeren samenwerkingsprogramma (OJSP)

    De hoofddoelstelling van het OJSP is de jeugd van de landen Curaçao en Sint Maarten zodanig toe te rusten dat deze na voltooiing van hun schoolloopbaan in staat is deel te nemen aan de arbeidsmarkt en volwaardig te participeren in een voortdurend veranderende samenleving. Het OJSP zal in 2014 evenals het voorgaande jaar in het teken staan van de uitvoering van de projecten zoals die zijn vastgelegd in de actieplannen (Kamerstukken II, 2011–2012, 31 568 nr. 90) die zijn opgesteld naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie (Kamerstukken II, 2010–2011, 31 568 nr. 84). Daarnaast zal in 2014 toegewerkt worden naar een goede afronding, verantwoording en evaluatie van het samenwerkingsprogramma in 2015.

  • Sociaal Economisch Initiatief

    Ter bevordering van de sociaaleconomische ontwikkeling is in 2008 voor de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen het Sociaal Economisch Initiatief (SEI) overeengekomen en vervolgens in de Rijksministerraad bekrachtigd.

    Voorzien is dat de uitvoering van de SEI-programma's voor Curaçao tot en met 2014 zal plaatsvinden.

  • Institutionele Versterking en Bestuurskracht

    Het samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking en Bestuurskracht (IVB) heeft tot doel het bestuur en de bestuurskracht op Curaçao en Sint Maarten te versterken. De tussentijdse evaluaties die in 2012 zijn uitgevoerd voor het programma en naar de Kamer zijn gezonden (Kamerstukken II, 2011–2012, 31 568 nr. 90), vormen het uitgangspunt voor de projecten die evenals in 2013 ook in 2014 in dit samenwerkingsprogramma worden uitgevoerd. Daarnaast zal net als bij de andere samenwerkingsprogramma’s in 2014, toegewerkt worden naar een goede afronding, verantwoording en evaluatie van het samenwerkingsprogramma in 2015.

De AMFO financiert projecten van non-gouvernementele organisaties in Curaçao en Sint Maarten, gericht op de thema’s jeugd, ouderen, zieken en gehandicapten, tienermoeders en integrale wijkaanpak. Doordat Bonaire, Sint Eustatius en Saba per 10-10-2010 bijzondere gemeentes van Nederland zijn geworden, hebben Nederland en de eilandbesturen de verantwoordelijkheid van de werkzaamheden van de AMFO op deze eilanden met ingang van 2011 overgenomen. Lopende projecten van AMFO in Curaçao en Sint Maarten moeten per ultimo 31 december 2013 afgesloten en opgeleverd zijn waarna in 2014 een jaarverslag en jaarrekening zal worden opgesteld. Daarnaast zal na afloop van dit subsidieprogramma in 2014 onderzoek worden gedaan naar de effectiviteit en de doelmatigheid van deze subsidies.

Het FDA financiert projecten om het bestuur, het onderwijs, de rechtshandhaving en de overheidsfinanciën op Aruba te versterken. Het eindpunt van het FDA programma is in februari 2012 vastgesteld op eind 2015. Het in 2010 overeengekomen Meerjarenprogramma is – binnen de kaders – aangepast en de looptijd is verlengd tot 2015. De laatste bijdrage vanuit Nederland is reeds gestort en er zijn concrete afspraken gemaakt over een verantwoorde afronding en afwikkeling van de projecten die in het kader van de samenwerking met Aruba zijn uitgevoerd.

Sociale Vormingsplicht

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt voor de duur van drie jaar maximaal € 1,0 mln. per jaar bij aan het Sociale Vormingstraject Aruba (SVA). Het SVA is bedoeld voor werkloze, vroegtijdige schoolverlaters in de leeftijd van 18 tot 24 jaar. Het traject bestaat uit twee delen: een trainingtraject van vier maanden dat op militaire leest geschoeid is en een opleidingstraject van zes maanden. Het traject is in november 2011 van start gegaan en loopt tot november 2014.

Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten

Nederland ondersteunt de nieuwe landen bij het zo goed mogelijk inrichten van de nieuwe landsorganisaties. Deze ondersteuning wordt verleend op basis van de AMvRB Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten (Staatsblad 2010, nr. 344).

2.4 Schuldsanering

Leningen

Lopende inschrijving

Op grond van art. 16 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft Nederland onder nauwkeurig in de Rijkswet omschreven voorwaarden een lopende inschrijving op alle openbare en onderhandse geldleningen van de landen Curaçao en Sint Maarten. De geldleningen waarop wordt ingeschreven moeten passen binnen de normen en criteria uit de Rijkswet. Het College financieel toezicht ziet hierop toe. Alleen Sint Maarten heeft tot op het moment van schrijven op basis van de Rijkswet gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot lopende inschrijving.

Ontvangsten

De ontvangsten binnen dit artikel hebben betrekking op aflossingen en rentebedragen van uitstaande leningen aan Aruba. Deze leningen lopen af in het jaar 2019.

4. NIET-BELEIDSARTIKEL

Artikel 3. Nominaal en onvoorzien

Tabel 3.1 Nominaal en onvoorzien

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

0

610

1.223

1.242

899

444

429

                 

Uitgaven:

0

610

1.223

1.242

899

444

429

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

             
                 

3.1

Loonbijstelling

0

100

103

106

50

0

0

3.2

Prijsbijstelling

0

431

726

726

439

34

19

3.3

Onvoorzien

0

79

394

410

410

410

410

5. BIJLAGEN

5.1 Verdiepingshoofdstuk

Artikel 1. Waarborgfunctie
Opbouw uitgaven (x € 1.000)

1 Waarborgfunctie

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

63.607

61.821

61.823

64.922

61.822

 

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

63.607

61.821

61.823

64.922

61.822

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

1.000

4.156

 

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

0

0

0

1.000

4.156

 
 

Waarvan:

           
 

a. NPMNA/Investering Kustwacht

5.156

         
 

b. Kasschuif Kustwacht

– 5.156

   

1.000

4.156

 

Stand ontwerpbegroting 2014

63.607

61.821

61.823

65.922

65.978

61.822

1.1

Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

63.607

61.821

61.823

65.922

65.978

61.822

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

Toelichting

a. Nederlandse Participatie Maatschappij Nederlandse Antillen (NPMNA)/Investering Kustwacht

De NPMNA-portefeuille van deelnemingen wordt afgebouwd conform de geldende exit-strategie. NPMNA heeft een beargumenteerde inschatting gemaakt van de reserve die noodzakelijk is ter afdekking van mogelijke risico’s in de portefeuille. Met de teruglopende omvang neemt ook de reserve af met € 5,1 mln. De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

b. Kasschuif Kustwacht

De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

Artikel 2. Bevorderen autonomie koninkrijkspartners
Opbouw uitgaven (x € 1.000)

2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

213.131

194.146

193.567

173.931

209.983

 

2.1

Apparaat

9.151

9.084

9.083

9.235

9.235

 

2.2

Bevordering autonomie

9.998

12.583

14.367

13.767

13.767

 

2.4

Schuldsanering

193.982

172.479

170.117

150.929

186.981

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

7.756

0

0

0

0

 

2.1

Apparaat

0

0

0

0

0

 

2.2

Bevordering autonomie

7.800

0

0

0

0

 

2.4

Schuldsanering

– 44

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

5.995

– 437

– 472

– 623

– 748

 

2.1

Apparaat

300

– 437

– 472

– 623

– 748

 
 

Waarvan:

           
 

a. Departementale bijdrage aan aanvullend pakket

 

– 437

– 472

– 484

– 471

 
 

b. Taakstelling Rutte II

     

– 139

– 277

 

2.2

Bevordering autonomie

5.695

0

0

0

0

 
 

Waarvan:

           
 

c. Overlopende verplichtingen

2.600

         
 

d. SONA

1.300

         
 

e. Solidariteitsfonds

1.600

         

Stand ontwerpbegroting 2014

226.882

193.709

193.095

173.308

209.235

195.546

2.1

Apparaat

9.451

8.647

8.611

8.612

8.487

8.348

2.2

Bevordering autonomie

23.493

12.583

14.367

13.767

13.767

13.767

2.4

Schuldsanering

193.938

172.479

170.117

150.929

186.981

173.431

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

28.013

27.358

26.901

26.901

26.901

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

5.156

0

0

0

0

 
 

f. NPMNA/Investering Kustwacht

5.156

         

Stand ontwerpbegroting 2014

33.169

27.358

26.901

26.901

26.901

26.901

Toelichting

a. Departementale bijdrage aan aanvullend pakket

Invulling van de Departementale bijdrage aan aanvullend pakket.

b. Taakstelling Rutte II

De mutatie betreft de invulling van de maatregel A1 Rijksoverheid (inclusief ZBO’s) uit het regeerakkoord.

c. Overlopende verplichtingen

Een aantal overlopende verplichtingen uit 2012 betreffende de samenwerkingsmiddelen, komen in 2013 tot betaling. Het betreft de laatste betaling aan Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) voor de Zeekabel (€ 1,3 mln.), de afhandeling van de deelnemingen in verband met de verkoop van de AIB-bank (€ 0,4 mln.), de rentekosten leningen Aruba (€ 0,6 mln.) en overige facturen (€ 0,3 mln.). Dit wordt gefinancierd uit de beschikbare eindejaarsmarge.

d. Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA)

In 2012 is de laatste tranche voor de beheerskosten en de managementvergoeding voor SONA niet uitgekeerd in verband met de nog openstaande vorderingen van BZK op SONA. De samenwerkingsmiddelen liepen in 2012 af. Met het SONA-bestuur is in november 2012 afgesproken de openstaande vorderingen alsnog te voldoen. SONA heeft de vorderingen niet volledig voldaan. Met SONA is nu de afspraak gemaakt de openstaande vorderingen te verrekenen met de laatste tranche voor de beheerskosten en de managementvergoeding. Dit resulteert in een nettobedrag van € 1,3 mln. Dit wordt gedekt uit de beschikbare eindejaarsmarge.

e. Solidariteitsfonds

De laatste betaling aan het Solidariteitsfonds in 2010 is door onzekerheid over de toekomst van het Solidariteitsfonds niet uitgekeerd. Deze laatste bijdrage is meegenomen in de vaststelling van de boedelscheiding door de vereffeningscommissie. Doordat het eindrapport van de vereffeningscommissie eind 2013 wordt verwacht, zal ook de betaling aan het Solidariteitsfonds in 2013 plaatsvinden. Deze overlopende verplichting is sinds 2010 (buiten de eindejaarsmarge om) meegenomen, in afwachting van de vaststelling van de boedelscheiding.

f. Nederlandse Participatie Maatschappij Nederlandse Antillen (NPMNA)/Investering Kustwacht

De NPMNA-portefeuille van deelnemingen wordt afgebouwd conform de geldende exit-strategie. NPMNA heeft een beargumenteerde inschatting gemaakt van de reserve die noodzakelijk is ter afdekking van mogelijke risico’s in de portefeuille. Met de teruglopende omvang neemt ook de reserve af met € 5,1 mln. De ontvangst samenhangend met de afname van de risicoreserve wordt grotendeels aangewend voor de ongeraamde vervangingsinvesteringen in de Kustwacht. Vanaf 2016 doet de noodzaak de interceptorcapaciteit te vervangen, zich voor. Het precieze kasritme en beslag van de investeringen is nog onderwerp van besluitvorming.

Artikel 3. Nominaal en onvoorzien
Opbouw uitgaven (x € 1.000)

3 Nominaal en onvoorzien

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

805

1.120

1.136

1.136

1.136

 

3.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

 

3.2

Prijsbijstelling

626

726

726

726

726

 

3.3

Onvoorzien

179

394

410

410

410

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

6.300

103

106

109

– 895

 

3.1

Loonbijstelling

100

103

106

109

105

 

3.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

 

3.3

Onvoorzien

6.200

0

0

0

– 1.000

 
               

Nieuwe mutaties

– 6.495

0

0

– 346

203

 

3.1

Loonbijstelling

0

0

0

– 59

– 105

 
 

Waarvan:

           
 

a.Taakstelling Rutte II

     

– 59

– 105

 

3.2

Prijsbijstelling

– 195

0

0

– 287

– 692

 
 

Waarvan:

           
 

b. Taakstelling Rutte II

     

– 287

– 692

 

3.3

Onvoorzien

– 6.300

0

0

0

1.000

 
 

Waarvan:

           
 

c. Implementatiegelden

– 500

         
 

d. Eindejaarsmarge 2013

– 5.800

         
 

e. Taakstelling Rutte II

       

1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

610

1.223

1.242

899

444

429

3.1

Loonbijstelling

100

103

106

50

0

0

3.2

Prijsbijstelling

431

726

726

439

34

19

3.3

Onvoorzien

79

394

410

410

410

410

Toelichting

a., b. en e. Taakstelling Rutte II

De mutatie betreft de invulling van de maatregel A1 Rijksoverheid (inclusief ZBO’s) uit het regeerakkoord.

c. Implementatiegelden

Dit betreft de ondersteuning voor de eenmalige verlenging van de implementatiegelden Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES).

d. Eindejaarsmarge 2013

Dit betreft de verdeling van de eindejaarsmarge 2013.

5.2 Moties en toezeggingen

A.1 In behandeling zijnde moties

Omschrijving motie

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Van Gent; Verzoekt de regering om in overleg met de lokale autoriteiten te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de kosten die verbonden zijn aan het saneren van de veroorzaakte milieuschade te verhalen op de opeenvolgende eigenaren van de Isla-raffinaderij en daartoe indien mogelijk over te gaan

Kamerdebat 02-12-2009

Plenaire behandeling hoofdstuk IV (Koninkrijksrelaties) begroting 2010

De minister blijft de regering van Curaçao wijzen op haar verantwoordelijkheid om de milieunormen te handhaven voor de Isla raffinaderij en de veroorzaakte milieuschade te saneren. De minister heeft conform de motie Quik-Schuijt (SP) op basis van artikel 36 Statuut hulp en bijstand aangeboden aan de regering van Curaçao. De motie Van Gent is hiermee afgedaan, waarover de Tweede Kamer voor het herfstreces zal worden geïnformeerd.

(Gewijzigde) motie Segers en Heijnen; Verzoekt de regering, in overleg met Bonaire, Sint-Eustatius, Saba en de Rijksvertegenwoordiger concrete doelstellingen en maatregelen te formuleren om de overvloed aan wet- en regelgeving beter te kunnen verwerken, ambtelijke druk te verminderen en inefficiëntie tegen te gaan en de Kamer hierover voor mei 2013 te informeren

Kamerdebat 19-12-2012

Begroting BZK rest

Het onderzoek «Mogelijkheden voor deregulering en taakverlichting Caribisch Nederland» van het onderzoeksbureau Ideeversa is op 4juli 2013 aan de Kamer verzonden. Zoals reeds eerder aan de Tweede Kamer gemeld, komt het kabinet met een reactie op dit rapport in het najaar van 2013

A.2. Uitgevoerde moties

Omschrijving motie

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Bosman c.s.; Verzoekt de regering in overleg met de verschillende landen te onderzoeken hoe de belemmeringen voor personen en goederen binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen worden opgeheven, waarbij de volgende onderwerpen in ieder geval aan de orde moeten komen: – het voorkomen van dubbele invoerheffingen bij de doorvoer van goederen; – de voor- en nadelen van een douane-unie die mogelijk op termijn in werking zou kunnen treden; – harmonisatie van de luchthavenbelasting voor vluchten tussen de eilanden die deel uitmaken van het Caribisch deel van het Koninkrijk; – versnelde afhandeling op de diverse luchthavens voor paspoorthouders met een paspoort van het Koninkrijk der Nederlanden; – de mogelijkheid voor ingezetenen van de eilanden die tot het Caribisch deel van het Koninkrijk behoren om met een identiteitskaart te reizen tussen deze eilanden en/of een versnelde afhandeling van deze ingezetenen op de diverse luchthavens, dan wel een mogelijkheid van «pre-clearance»; – onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een ferryverbinding voor vervoer van personen en goederen tussen Aruba, Curaçao en Bonaire, waarbij ook de aanvoer van toeristen en goederen vanuit de buurlanden uit Zuid-Amerika in overweging wordt genomen

Kamerdebat 29-02-2012

VAO BES-aangelegenheden

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 33 000-IV, nr. 77)

Motie Bosman c.s.; Verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het Cft alle inzicht krijgt in de financiën van de overheids-nv's van Curaçao en Sint-Maarten

Kamerdebat 25-10-2012

Behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties (33 400-IV) rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 november 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 31 568, nr. 123)

Motie Van Gent en Van Bochove; Verzoekt de regering, in goed overleg met de Openbare Lichamen Bonaire, Sint- Eustatius, Saba en de Landen van het Koninkrijk Curaçao, Sint-Maarten en Aruba te bevorderen dat er gewerkt wordt aan de goede verhoudingen,saamhorigheid en het delen van expertise

Kamerdebat 05-07-2012

VAO BES-eilanden

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 maart 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400-IV, nr. 24)

B.1 In behandeling zijnde toezeggingen

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

De minister zegt de Tweede Kamer een reactie toe op de sociale achterstanden in het kader van het bezoek van stas SZW aan de eilanden

Kamerdebat 20-03-2013

BES-aangelegenheden

De minister zal de Tweede Kamer voor het herfstreces over deze toezegging informeren, mits de staatssecretaris van SZW voor die tijd op reis naar Caribisch Nederland is geweest.

De minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de werkzaamheden van de werkgroep geschillenbeslechting die aan de orde zullen komen in de Koninkrijksconferentie in de tweede week van juni 2013 te Aruba. Dit ivm het gevolg geven aan de uitvoering van de in 2010 aangenomen motie Yrausquin/Herdé (Kamerstuk 32 213 (R1903), nr. 14)

Brief van 11 april 2013 «Reactie op de afsprakenlijst van het Interparlementair Koninkrijksoverleg"

De Koninkrijksconferentie in juni 2013 heeft geen doorgang gevonden, maar vindt waarschijnlijk plaats in maart 2014. De Tweede Kamer zal na deze Koninkrijksconferentie worden geïnformeerd over de toezegging.

De minister zegt toe de Tweede Kamer na de RMR van 15 maart a.s. nader te informeren over Isla, Jan Kok en koraal Oostpunt. Ook het punt vereffening wordt meegenomen

Kamerdebat 12-02-2013 Verzamel algemeen overleg Koninkrijksrelaties

De Tweede Kamer is per commissiebrief van 4 juni 2013 over de «stand van zaken m.b.t. de verontreiniging door de raffinaderij op Curaçao», met BZK-kenmerk 2013–0000325430, over de Isla geïnformeerd.

De Tweede Kamer zal over de andere onderwerpen, Jan Kok, koraal Oostpunt en de vereffening, voor het herfstreces geïnformeerd.

De minister zegt toe er zorg voor te dragen dat de waarborgfunctie te zijner tijd in de RMR wordt besproken en de Kamer hierover schriftelijk te informeren

Kamerdebat 16-04-2013 Verzamel algemeen overleg Koninkrijksrelaties

De Tweede Kamer zal voor het herfstreces over deze toezegging worden geïnformeerd.

De minister zegt toe het tijdpad en de procedure gezamenlijke evaluatie nog dit kalenderjaar naar de Tweede Kamer te zenden (bezien of CBCS moet worden meegenomen)

Kamerdebat 12-02-2013 Verzamel algemeen overleg Koninkrijksrelaties

In het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer op 12 februari 2013 heeft de minister aangegeven de Tweede Kamer voor het einde van dit jaar te voorzien van een opzet en structuur van de evaluatie.

De minister zegt de Kamer een onderzoek toe mbt deregulering inclusief een inhoudelijke reactie en inclusief een reactie op nodeloze wetgeving waarmee de eilanden te maken hebben/krijgen. Kamerleden worden opgeroepen om voorbeelden van nodeloze wetgeving aan te leveren

Kamerdebat 20-03-2013

BES-aangelegenheden

Het onderzoek «Mogelijkheden voor deregulering en taakverlichting Caribisch Nederland» van het onderzoeksbureau Ideeversa is op 4 juli 2013 aan de Tweede Kamer verzonden. Zoals reeds eerder gemeld, komt het kabinet met een reactie op dit rapport in het najaar van 2013

De minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren over de ontwikkelingen nav de brief aan MP Wescot d.d. 8 februari jl.

Kamerdebat 12-02-2013 Verzamel algemeen overleg Koninkrijksrelaties

In zijn brief aan de Tweede Kamer van 18 maart 2013, BZK-kenmerk 2013–0000151282, over de «Stand van zaken diverse onderwerpen Koninkrijksrelaties en Caribisch Nederland» informeert de minister de Tweede Kamer over de brief die hij aan de MP van Sint Maarten heeft verzonden. De onderwerpen die in de brief worden besproken worden in een aantal werkgroepen opgepakt. Zodra er vorderingen zijn gemaakt, zal de minister de Tweede Kamer bij een passende gelegenheid informeren.

De staatssecretaris zegt de Eerste Kamer toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Laurier (GroenLinks), de voortgangsrapportages over de uitvoering van de plannen van aanpak inzake de AMvRB «Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint-Maarten» tweemaal per jaar aan de Eerste Kamer te doen toekomen (T01222)

Plenair overleg d.d. 7 december 2010

Deze toezegging is staand beleid. Sinds het doen van de toezegging tot op heden heeft de Eerste Kamer alle Voortgangsrapportages, die door Sint Maarten en Curaçao zijn gemaakt, toegezonden gekregen. De aanbieding van de voortgangsrapportages komt voort uit de AMvRB die tot 10-10-2012 doorloopt. Onlangs is de duur van de AMvRB, die oorspronkelijk twee jaar was, nog eens met twee jaar verlengd, aangezien de plannen van aanpak niet binnen de gestelde termijn zijn uitgevoerd. De AMvRB loopt nu tot 10 oktober 2014. De Eerste Kamer is daarom verzocht de deadline aan te passen naar 1 januari 2015.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Bijsterveld (CDA), toe bij de eerder toegezegde evaluatie van de nieuwe staatkundige structuur, die zal plaatsvinden vijf jaar na inwerktreding (T01031), ook de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de BES-wetgeving te betrekken (T01224)

Kamerdebat 06-07-2010 Consensus rijkswetsvoorstellen (32 017 t/m 32 020, 32 026, 32 041, 32 178 en 32 179, 32 186, 32 213)

In het Verzamel Algemeen Overleg Koninkrijksrelaties op 12 februari 2013 heeft de minister toegezegd de Tweede Kamer voor het einde van dit jaar te voorzien van een opzet en structuur van de evaluatie, waarna de Eerste Kamer zal worden geïnformeerd.

De minister zegt toe de Tweede Kamer te betrekken en te informeren bij evaluatie BES-wetgeving eind 2015

Kamerdebat 07-09-2010

Debat over het Koninklijk besluit tot inwerkingtreding van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen (31 954, nr. 30)

In het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer op 12 februari 2013 heeft de minister aangegeven de Tweede Kamer voor het einde van dit jaar te voorzien van een opzet en structuur van de evaluatie.

B.2 Uitgevoerde toezeggingen

Omschrijving

Vindplaats

Stand van zaken

De minister zegt toe de brieven over de voorgestelde Grondwetswijziging van de eilandbesturen van Caribisch Nederland voor het zomerreces 2012 aan te bieden aan de Tweede Kamer

Uitgaande brief «Antwoorden Kamervragen over de aanhoudende ontevredenheid op de BES-eilanden» d.d. 27 juni 2012

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 33 131, nr. 6)

De minister zegt toe dat de Rapportage FATF, indien mogelijk, ter inzage bij de griffie van de Tweede Kamer zal worden gelegd

Kamerdebat 26-10-2011

Begroting Koninkrijksrelaties (33 000 IV) rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 november 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 2012D43338)

De minister zegt toe om samen met de staatssecretaris van Financiën (in de RMR) de problemen die de Belastingdienst ondervindt met financiële instellingen op Curaçao aan te kaarten

Kamerdebat 24-10-2012 Behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties (33 400-IV) – 1e termijn

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 januari 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400-IV, nr. 21)

De minister zegt toe de Tweede Kamer te informeren zodra de rapportage van het Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) over Curaçao openbaar is

Kamerdebat 24-10-2012 Behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties (33 400-IV) – 1e termijn

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 20 november 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 2012D43338)

De minister zegt toe de beleidsreactie op de CFT-brief van 8 februari jl. binnen een maand na het Verzamel AO naar de Tweede Kamer te sturen

Kamerdebat 12-02-2013

Verzamel algemeen overleg Koninkrijksrelaties

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 18 maart 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400-IV, nr. 24)

5.3 Overzicht Evaluatie- en overig onderzoek

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Art.

Start

Afronding

Vindplaats

1. Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

         

Beleidsdoorlichtingen

Waarborgfunctie

1

2010

2012

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/03/01/de-waarborgfunctie.html

 

Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

2

2016

2016

 
 

Waarborgfunctie

1

2017

2017

 

2. Overig onderzoek

         
 

Mid-term Evaluatie OJSP

2

2010

2011

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/03/18/onderzoeksrapportage-midterm-evaluatie-ojsp-2008---2012-curacao-en-sint-maarten.html

 

Mid-term Evaluatie SEI

2

2010

2011

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/10/13/eindrapport-sei-curacao.html

 

Mid-term Evaluatie IVB Curaçao

2

2010

2011

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-145306.pdf

 

Mid-term Evaluatie IVB St. Maarten

2

2011

2011

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-145305.pdf

 

Evaluatie flexpool Koninklijke Marechaussee voor ondersteuning politie Curaçao en Sint Maarten

1

2012

2013

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/17/rapport-evaluatie-flexibele-pool-koninklijke-marechaussee.htm

 

Evaluatie Samenwerkingsbeleid AMFO

2

2014

   
 

Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA)

2

2014

   
 

Evaluatie Rijkswet financieel toezicht

1

2015

2016

 
 

Evaluatie samenwerkingsbeleid SONA

2

2015

   
 

Evaluatie staatkundige positie Caribisch Nederland

2

2015

2016

 
 

Evaluatie Samenwerkingsbeleid FDA

2

2016

   

5.4 Subsidies

In deze bijlage wordt de subsidiedefinitie van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gebruikt. Volgens artikel 4.21 van de Awb wordt onder een subsidie verstaan: «De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.»

Volgens deze definitie worden niet als subsidies aangemerkt: de aanspraken op financiële middelen die worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld, en: de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.

Art.

Naam subsidie

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aantal verleningen 2012

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Einddatum

Toelichting indien geen einddatum

2.2

International Union for the Conservation of Nature (IUCN)

1.100

969

954

938

1

 

2016

2015

 
   

1.100

969

954

938

1

       

5.5 Lijst van afkortingen

AMFO

Antilliaanse Medefinancierings Organisatie

AMvRB

Algemene Maatregel van Rijksbestuur

BES

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BOFv

Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CBCS

Centrale Bank voor Curaçao en Sint Maarten

Cft

College financieel toezicht

CN

Caribisch Nederland

FATF

Financial Action Taskforce

FDA

Fondo Desaroyo Aruba

FinBES

Wet Financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

IUCN

International Union for Conservation of Nature

IVB

Institutionele Versterking Bestuur

KMar

Koninklijke Marechaussee

OJSP

Onderwijs en Jongeren Samenwerkingsprogramma

RMR

Rijksministerraad

RST

Recherche Samenwerkingsteam

SEI

Sociaal Economisch Initiatief

SONA

Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen

TK

Tweede Kamer

VAO

Voortgezet algemeen overleg

WolBES

Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

ZBO

Zelfstandig bestuursorgaan

Licence