Base description which applies to whole site

XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII);

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het jaar 2014 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten vormen samen de Rijksbegroting voor het jaar 2014. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2014.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2014 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

Dit wetsartikel geeft uitvoering aan artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Comptabiliteitswet 2001.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII);

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2014 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII);

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Voorstel van Wet

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven van de begroting 2014 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) met EUR 122,7 miljoen te verlagen.

1. Voorstel van wet

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven van de begroting 2014 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) met EUR 50,3 miljoen te verhogen.

1. Voorstel van wet

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven van de begroting 2014 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) met EUR 94,2 miljoen te verhogen en de ontvangsten met EUR 23,6 miljoen te verhogen.

1. LEESWIJZER

Deze leeswijzer gaat in op de totstandkoming van de nieuwe begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de opbouw van de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de overige onderdelen van de begroting.

Algemeen

Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, alsmede de Nederlandse openbare lichamen in het Caribisch gebied (Bonaire, Sint Eustasius en Saba). Waar deze begroting spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap en ontwikkelingssamenwerking.

Nieuwe begroting

Dit is de eerste programmabegroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS). In december 2012 is via de Nota van Wijziging op de begroting 2013 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een tweede begrotingsstaat gecreëerd (hoofdstuk XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking). Binnen de 2e begrotingsstaat zijn vervolgens de programmamiddelen voor Buitenlandse Handel, welke voorheen op de begroting van het Ministerie van Economische Zaken stonden, geplaatst. De bijbehorende apparaatsmiddelen zijn overgeheveld naar de begroting van Buitenlandse Zaken (V). De begroting van Buitenlandse Zaken is per Incidentele Suppletoire Begroting1 in februari 2013 gesplitst op basis van de bestaande artikelindeling. Per begrotingsartikel is vastgesteld welke budgetten moesten worden overgeheveld naar de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Vanwege het splitsen van de begroting was er aanleiding om de beide begrotingen opnieuw in te delen. In de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 27 juni 20132 is de Kamer geïnformeerd over de nieuwe begrotingsindeling. De begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bestaat uit vijf nieuwe beleidsartikelen, die de beleidsdoelen van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking weerspiegelen:

  • 1. Duurzame handel en investeringen;

  • 2. Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water;

  • 3. Sociale vooruitgang;

  • 4. Vrede en Veiligheid voor ontwikkeling;

  • 5. Versterkte kaders voor ontwikkeling.

Voor de uitvoering van het programma maakt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gebruik van het apparaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Groeiparagraaf

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» 3 in de Tweede Kamer behandeld. De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In de voorliggende begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften.

Bezuinigingen

Het nieuwe beleid vindt plaats tegen de achtergrond van krimpende budgettaire kaders. Uit het Regeerakkoord volgt dat het ODA-budget in 2014, 2015 en 2016 met EUR 750 miljoen en vervolgens structureel met EUR 1 miljard afneemt.

Tegelijk heeft het Kabinet besloten geld vrij te maken voor het Budget Internationale Veiligheid en het (revolverende) Dutch Good Growth Fund. Zoals toegezegd in «Wat de Wereld verdient»4 wordt in deze begroting de invulling van de bezuinigingen op instrumentenniveau zichtbaar gemaakt in onderdeel E van de beleidsartikelen.

Open data

Nederland heeft zich met 56 andere landen aangesloten bij het Open Government Partnership en het Internationale Aid Transparancy Initiative (IATI). Het toegankelijk maken en beschikbaar stellen van informatie horen daarbij. Sinds 2012 publiceert het Ministerie van Buitenlandse Zaken periodiek actuele gegevens over ontwikkelingssamenwerking. Met deze open data kunnen toepassingen of apps worden ontwikkeld. Overheden, hulporganisaties en burgers kunnen met deze apps snel zien hoeveel Nederland aan hulp besteedt in een land of aan een project. Daarnaast wordt in dit kader binnenkort een webpagina gelanceerd waarmee inzicht wordt gegeven in de budgetten en activiteiten voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Beleidsagenda

De beleidsagenda bevat de politieke hoofdlijnen van het beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van de regering. Om de koppeling tussen de beleidsagenda en de beleidsartikelen te duiden, is de agenda in twee delen opgesplitst. In het eerste deel is het algehele kader weergegeven en in het tweede deel de meer specifieke beleidsinzet ingedeeld conform de opzet en volgorde van de beleidsartikelen. De beleidsagenda wordt afgesloten met een overzichtstabel van de beleidsdoorlichtingen en de belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2013.

Beleidsartikelen

De beleidsagenda bevat de politieke hoofdlijnen van het buitenlandse handel- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de regering. In de beleidsartikelen staat de financiële en beleidsinformatie over de voorgenomen uitgaven. Met verantwoord begroten wordt niet langer gewerkt met operationele doelstellingen. De financiële instrumenten zijn geclusterd naar artikelonderdelen. De indeling per beleidsartikel is als volgt.

A: Algemene doelstelling

Elk beleidsartikel begint met de algemene doelstelling (titel van het beleidsartikel).

B: Rol en verantwoordelijkheid

De rol en de verantwoordelijkheid van de minister wordt beschreven aan de hand van de volgende categorieën: stimuleren, financieren, regisseren en uitvoeren.

Volgens het uitgangspunt van verantwoord begroten zijn er alleen kwantitatieve indicatoren bij resultaatverantwoordelijkheid. Op de beleidsterreinen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de minister een stimulerende, faciliterende of regisserende rol en slechts in sommige gevallen een uitvoerende rol. De mogelijkheden voor kwantitatieve effectmeting voor de meeste beleidsterreinen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zijn dan ook beperkt. Kenmerkend is de internationale context waarin veel spelers en factoren de doelbereiking beïnvloeden. Vaak is er een gezamenlijke inspanning waarbij het weinig zinvol is (een deel van) de resultaten toe te rekenen aan Nederland, dat een deel van de input heeft verzorgd. In artikel 1 zijn twee indicatoren opgenomen voor de instrumenten Starters International Business (SIB) en Partners for International Business (PIB), die inzicht geven in het bereiken van de specifieke resultaten van deze instrumenten.

C: Beleidswijzigingen

Dit is een overzicht van belangrijke wijzigingen als gevolg van nieuw Kabinetsbeleid, evaluatie of voortschrijdend inzicht. Daar waar sprake is van beleidswijzigingen die in beleidsnotities zijn verschenen, is verwezen naar de betreffende notitie met het kamerstuk.

D1: Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

In het kader van «verantwoord begroten» wordt rijksbreed de financiële inzet op instrumentniveau gepresenteerd. De financiële instrumenten zijn onderverdeeld naar onder andere de volgende categorieën: subsidies, leningen, garanties, bijdragenovereenkomsten, opdrachten, bijdragen aan baten-lastendiensten en bijdragen aan (inter)nationale organisaties.

Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, inclusief het postennet, is aanzienlijk. Om de leesbaarheid te waarborgen worden daarom alleen de financiële instrumenten die meer dan 3 procent van het artikelonderdeel uitmaken, opgenomen in de financiële tabel. Dat betekent dat er geen uitputtende opsomming is van de financiële instrumenten per artikelonderdeel. In sommige gevallen zijn de instrumenten nog niet bekend, omdat de programma’s na het verschijnen van de begroting worden gestart en dan duidelijk wordt via welk instrument financiering plaats vindt. De instrumenten worden alleen voor het lopende begrotingsjaar opgenomen.

D2: Budgetflexibiliteit

Op artikelniveau wordt aangegeven welk percentage van de begroting juridisch is vastgelegd. Als onderdeel van verantwoord begroten wordt alleen de juridische verplichting voor het begrotingsjaar opgenomen. In dit onderdeel wordt, indien nodig, een kwantitatieve toelichting gegeven.

E: Toelichting op de instrumenten

Hierin wordt per artikelonderdeel inzicht geboden in de financiële instrumenten, zoals in de tabel onder D zijn opgenomen.

Overige onderdelen van de begroting

Na de vijf beleidsartikelen volgen vijf bijlagen: het verdiepingshoofdstuk geeft informatie over de budgettaire begrotingsaansluiting tussen de 1e Suppletoire Wet 2013 en de begroting van 2014, de lijst met moties en toezeggingen aan de Kamer, het subsidieoverzicht, de evaluatie- en onderzoekstabel en de lijst met afkortingen.

De relatie met de HGIS-nota

De HGIS omvat naast de uitgaven van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ook buitenlanduitgaven van de andere ministeries. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. De HGIS-nota bevat een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven voor het buitenlandbeleid, waaronder een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS en bijlagen die alle buitenlanduitgaven overzichtelijk presenteren, zoals een totaaloverzicht van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren.

Daarnaast bevat de HGIS-nota een overzicht dat inzicht geeft in de verwerking van de ODA-taakstelling en de BNP-aanpassing over de verschillende thema’s en artikelen. In de HGIS-nota wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de internationale klimaatfinanciering 2014.

2. Leeswijzer

De voorliggende Slotwet bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Tweede Suppletoire Begroting 2014 van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking.

In de toelichting worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) toegelicht.

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet van 2001 dienen de opmerkelijke verschillen tussen de vorige (Tweede Suppletoire Begroting) en huidige raming te worden toegelicht. Op uitgavenniveau is voor deze toelichting een norm gehanteerd waarbij voor de beleidsartikelen (1–5) afwijkingen van 10% of meer, met een minimum van EUR 2 miljoen, ten opzichte van de stand van de Tweede Suppletoire Begroting 2014 op sub-artikel niveau zijn opgenomen. Voor verplichtingen wordt de norm van 10% op artikel niveau aangehouden.

Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1

Verplichtingen:

Zoals aan uw Kamer gemeld in december 2014 is het verplichtingenbudget voor de Private sector ontwikkeling gedaald. Deze verlaging is technisch van aard en vloeit voort uit overheveling van budgetten binnen het beleidsartikel van o.a. ORIO, IDF en versterkt privaat ondernemerschap.

Beleidsartikel 2

Verplichtingen:

Binnen het artikelonderdeel Toename van voedselzekerheid (art. 2.1) wordt budget overgeheveld naar de programma’s van IDG en Solidaridad (art. 1.3) omdat zij inhoudelijk (verduurzaming handelsketens) beter onder private sector ontwikkeling passen. Het betreft daarom technische mutaties. Daarnaast zijn op het gebied van Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie (art. 2.2) voor de landen Kenia en de Palestijnse Autoriteit minder verplichtingen aangegaan dan voorzien. Ook zijn de centrale waterbeheerprogramma lager dan gepland vanwege vertraging bij de start van deze programma’s. Ten slotte is het verplichtingenbudget voor klimaat (art 2.3) verlaagd omdat de start van een aantal activiteiten, onder het centrale klimaatbudget voor hernieuwbare energie en klimaat, is doorgeschoven naar 2015.

Uitgaven:

Zoals aan uw Kamer gemeld in december 2014 zijn de uitgaven voor Duurzame Ontwikkeling, Voedselzekerheid en Water gestegen omdat de betaling voor de zesde middelenaanvulling van het Global Environment Fund (GEF), die aanvankelijk was gepland voor 2015, reeds geheel in 2014 is voldaan. Hiermee is voor 2015 de benodigde budgettaire ruimte gecreëerd om de vertraging in het Grote Meren-programma (die eerder is gemeld in de Tweede Suppletoire Begroting) op te vangen.

Beleidsartikel 4

Verplichtingen:

Het verplichtingenbudget voor noodhulp is verlaagd omdat een deel van het uitgegeven kasbudget al was vastgelegd op eerder aangegane verplichtingen. Daarnaast zijn enkele verplichtingen voor «Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie» om technische redenen verlaagd. Hier staat tegenover dat, zoals in december 2014 is gemeld aan uw Kamer, binnen dit artikelonderdeel een nieuwe meerjarige committering is aangegaan voor het Afghanistan Reconstruction Trust Fund (ARTF), zoals gemeld in de artikel 100-brief over de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan van 1 september jl. (kenmerk 29 521, nr. 254).

Beleidsartikel 5

Verplichtingen:

Het verplichtingenbudget voor Versterkte kaders voor ontwikkeling is gedaald omdat geen nieuwe verplichting hoefde te worden aangegaan voor het onderdeel schuldverlichting en omdat de lopende verplichting voor garanties op multilaterale banken en fondsen is verlaagd naar het totale uitgavenniveau. Ten slotte is voor de uitgaven voor voorlichting op het terrein van ontwikkelingssamenwerking gebruik gemaakt van al lopende verplichtingen en hoefden geen nieuwe te worden aangegaan.

Uitgaven:

De stijging van de uitgaven is met name het gevolg van het parkeerkarakter van dit artikel en is technisch van aard. Wijzigingen in het totale ODA-budget (BNP-cijfers) evenals aanpassingen in de toerekeningen (o.a. eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen) worden op dit artikel opgevangen. In 2014 was dit een neerwaartse BNP-bijstelling, die in de realisatie wegvalt. Als gevolg hiervan valt de realisatie op het artikel hoger uit.

Ontvangsten:

De toename van de ontvangsten wordt veroorzaakt doordat restituties door de NIO van garantiebetalingen uit voorgaande dienstjaren pas in de realisatie op de begroting zijn opgenomen. In eerdere ramingen is hiermee geen rekening gehouden. Daarnaast zijn er meer restituties op afgeronde OS projecten ontvangen dan eerder geraamd. De raming betrof een stelpost. Ten slotte wordt de stijging van de ontvangsten veroorzaakt als gevolg van de bijdrage die de EU heeft gedaan bij de inzet voor de bestrijding van Nederland bij de Ebola-epidemie.

2. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2014 van hoofdstuk XVII van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Per artikel is een tabel opgenomen met de mutaties. De toelichting per beleidsartikel heeft betrekking op de kolom mutaties suppletoire begroting. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is aanzienlijk. Om de leesbaarheid te waarborgen worden daarom alleen de financiële instrumenten die meer dan 3 procent van het artikelonderdeel uitmaken opgenomen in de financiële tabel. Dat betekent dat er in sommige gevallen geen uitputtende opsomming is van de financiële instrumenten per artikelonderdeel.

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet van 2001 dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Op uitgavenniveau is voor deze toelichting een norm gehanteerd waarbij voor de beleidsartikelen afwijkingen van 10% of meer, met een minimum van EUR 2 miljoen, ten opzichte van de stand van de Eerste Suppletoire Begroting 2014 op sub-artikel niveau zijn opgenomen. Voor verplichtingen wordt de norm van 10% op artikel niveau aangehouden.

2. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2014 van hoofdstuk XVII van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking toegelicht. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Per artikel is een tabel opgenomen met de mutaties. De toelichting per beleidsartikel heeft betrekking op de kolom mutaties suppletoire begroting. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is aanzienlijk. Om de leesbaarheid te waarborgen worden daarom alleen de financiële instrumenten die meer dan 3 procent van het artikelonderdeel uitmaken opgenomen in de financiële tabel. Dat betekent dat er in sommige gevallen geen uitputtende opsomming is van de financiële instrumenten per artikelonderdeel.

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet van 2001 dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Op uitgavenniveau is voor deze toelichting een norm gehanteerd waarbij voor de beleidsartikelen afwijkingen van 10% of meer, met een minimum van EUR 2 miljoen, ten opzichte van de stand van de Ontwerpbegroting 2014 op sub-artikel niveau zijn opgenomen. Voor verplichtingen wordt de norm van 10% op artikel niveau aangehouden.

2. BELEIDSAGENDA

Inleiding

De missie van Buitenlandse Zaken is om het Koninkrijk veiliger en welvarender te maken. Daarbij steunt het Nederlanders in het buitenland en zet de regering zich samen met haar partners in voor een rechtvaardige wereld. Hiertoe wordt een geïntegreerd buitenlandbeleid gevoerd. De begrotingen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking dienen dan ook in nauwe samenhang te worden bezien. Daarnaast komt de inzet op het Nederlands buitenlandbeleid tot uitdrukking in de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Door deze bundeling wordt de onderlinge samenhang geïllustreerd en samenwerking en afstemming binnen de betrokken ministeries bevorderd.

Nederland in de wereld en met de wereld

Snelle groei in Azië, Afrika en Latijns-Amerika

Deze eerste begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) is opgesteld tegen een achtergrond van snel verschuivende internationale machtsverhoudingen. Landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika zijn de aanjagers van de wereldeconomie, terwijl de economische groei in de EU nagenoeg stilligt door de crisis. Hierdoor veranderen de politieke verhoudingen in de wereld. Landen als China en India hebben hun plek aan de internationale onderhandelingstafels opgeëist. Ook armoedepatronen veranderen. Ruim driekwart van de armen woont nu in een middeninkomensland. Parallel aan deze ontwikkelingen nemen gezamenlijke mondiale uitdagingen toe. Mondiale publieke goederen als veiligheid, voedselzekerheid en klimaat staan onder druk. Dit vereist nieuwe allianties tussen landen en tussen landen en het bedrijfsleven. Hulpontvangende landen stellen zich assertiever op en zuid-zuid samenwerking neemt toe, met nieuwe spelers als China, India en Brazilië. Het hulpbudget krimpt en de private inkomsten van arme landen nemen toe. Veel (voormalige) ontwikkelingslanden intensiveren hun handelsrelatie met Nederland. De samenvoeging van handel, investeringen en ontwikkelingssamenwerking in één portefeuille en op één begroting is een logisch gevolg van deze ontwikkelingen.

Nederland in de wereld

Nederland is één van de meest open landen ter wereld. We zijn afhankelijk van de ontwikkeling van anderen voor ons welzijn en onze welvaart. Nederland is een handelsland en heeft een open houding tegenover buitenlandse investeerders. We verdienen een groot deel van ons inkomen in het buitenland. We zijn de vijfde exporteur van de wereld en de negende investeerder in het buitenland. Buitenlandse handel en investeringen creëren werkgelegenheid en zorgen voor nieuwe kennis en innovaties. De weg uit de crisis zal vooral via het buitenland lopen. Nederland is ook een land dat solidair is met de armen in de wereld. Ook nu het economisch minder gaat blijven veel Nederlanders hierbij actief betrokken: door bewust te consumeren, deelname aan acties en campagnes en steun aan goede doelen en kleinschalige initiatieven. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen zijn actief betrokken bij de zoektocht naar oplossingen voor mondiale vraagstukken zoals voedselzekerheid en water. Maatschappelijke organisaties zetten zich onverminderd in voor bijvoorbeeld gelijke rechten van burgers en goede arbeidsomstandigheden van werknemers in lage- en middeninkomenslanden.

Het opbouwen van nieuwe relaties met landen en regio’s

Nederland onderscheidt drie soorten relaties met landen: hulp-, overgangs- en handelsrelaties. We bouwen de komende jaren met veel lage- en middeninkomenslanden een handelsrelatie op. Dat betekent niet dat we stoppen met hulp. We blijven investeren in de speerpunten water, voedselzekerheid, veiligheid en rechtsorde en vrouwenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). We doen mee aan een nieuwe mondiale agenda voor armoedebestrijding en aan noodhulp tornen we niet. Als onderdeel van een ambitieus klimaatbeleid steunen we ontwikkelingslanden om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen en hun economieën te vergroenen. We zetten ons in voor duurzaamheid en gelijke kansen voor een ieder. Want ondanks economische groei in veel lage- en middeninkomenslanden, zijn er nog steeds veel mensen – vooral vrouwen – die daar onvoldoende van profiteren. Nederland zal ook gebruik maken van de mogelijkheden voor trilaterale samenwerking; samenwerking tussen Nederlandse partners en partners uit opkomende economieën en uit ontwikkelingslanden.

Investerings- en handelsactiviteiten die werkgelegenheid creëren, goed zijn voor mens en milieu en gepaard gaan met de overdracht van kennis en vaardigheden, dragen bij aan ontwikkeling. Hier liggen kansen voor Nederlandse bedrijven. Zij hebben een goede internationale reputatie op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en veel kennis in huis om eigentijdse oplossingen aan te dragen voor uitdagingen waar lage- en middeninkomenslanden voor staan. Voor bedrijven die op een verantwoorde manier met hun omgeving omgaan en hun productie verduurzamen, liggen belangrijke groeimarkten in het verschiet. De groeiende wereldeconomie en -bevolking dwingen immers iedereen om zuinig om te springen met schaarse hulpbronnen. Ook bij nieuwe uitdagingen zoals klimaatverandering hebben we de kennis van de private sector hard nodig. Nieuwe markten bieden nieuwe kansen. Het is dan wel van belang dat Nederlandse bedrijven hierop inspelen. De handelsstatistieken laten zien dat bedrijven zich nog sterk concentreren op de nabije EU markten. Nederland heeft juist ook – mede door onze langdurige hulprelaties – goede contacten met landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika, waar markten zich sterk ontwikkelen. Deze contacten moeten we dan ook benutten bij het opbouwen van volwassen economische relaties. Hulp en handel gaan zo hand in hand. Waar hulp en handel elkaar raken, handelen we zowel uit solidariteit als uit welbegrepen eigenbelang. Waar soms sprake is van uiteenlopende motieven kunnen spanningen ontstaan. In die gevallen wegen wij belangen zorgvuldig af, met duurzame en inclusieve groei als leidend principe.

Europa

Nederland realiseert een deel van zijn inzet via de EU, bijvoorbeeld bij het sluiten van vrijhandelsakkoorden en het zorgen voor beleidscoherentie voor ontwikkeling. Daarbij helpt het dat de Nederlandse en Europese uitgangspunten convergeren. De EU zet in op private sector ontwikkeling, democratisering, mensenrechten en goed bestuur en het gebruik van innovatieve financiële instrumenten. Prioriteiten die Nederland van harte ondersteunt. Nederland zal erop letten dat deze prioriteiten terugkomen in de landenprogrammering van de EU, die in 2014 van start gaat. Onze eigen bilaterale programmering wordt in het kader geplaatst van gezamenlijke programmering van EU en lidstaten, om hiermee versnippering van hulp tegen te gaan en efficiency winst te bewerkstelligen. Nederland benut de EU ook in gebieden waar wij zelf niet vertegenwoordigd zijn. Daarnaast sluit Nederland waar mogelijk aan op Europese en op internationale initiatieven om onze impact te vergroten.

We zetten ons in EU verband in voor nieuwe handelsakkoorden om de toegang tot buitenlandse markten te vergroten en daarmee handel en investeringen te bevorderen. Zo zijn onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord met de VS gestart in juli 2013. De handel tussen de EU en de VS bedraagt EUR 455 miljard per jaar en de verwachting is dat een akkoord de economische relatie verder zal versterken. Ook met o.a. Japan (3e economie van de wereld), Canada, India en diverse ASEAN-landen (Vietnam, Thailand) lopen onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden. Nederland zet er in alle vrijhandelsakkoorden op in dat de markten voor onze belangrijke exportsectoren worden geopend en handelsbarrières worden beslecht, met oog voor duurzaamheid en het effect op ontwikkelingslanden.

Investeren in ontwikkeling

Nederland blijft solidair met de allerarmsten. De armoede in de wereld neemt gestaag af, maar wereldwijd leven nog altijd 900 miljoen mensen onder de armoedegrens en staan rechten van vrouwen en werknemers onder druk. Voor het uitbannen van extreme armoede in één generatie, zal op deze terreinen vooruitgang moeten worden geboekt. Nederland kan hier verschil maken. We hebben op deze terreinen veel kennis en ervaring opgedaan. De Nederlandse topsectoren agri&food, tuinbouw en uitgangsmaterialen, logistiek en water, waarin overheden, bedrijven en kennisinstellingen samenwerken, kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het wereldwijd zekerstellen van water- en voedselzekerheid. De raakvlakken tussen water, voedsel, klimaat, energie en ecosystemen, vereisen een integrale en duurzame aanpak. Productiemiddelen als land, water, arbeid en energie dienen zo efficiënt mogelijk gebruikt te worden. Nederland investeert in ontwikkeling via de speerpunten water, voedselzekerheid, SRGR en vrouwenrechten en veiligheid en rechtsorde. Deze speerpunten komen ook terug in de Mondiale Ontwikkelingsagenda, de opvolger van de Millenniumdoelen.

Water

Waterzekerheid is één van de grootste en snelst groeiende sociale, politieke en economische uitdagingen in de wereld. Samen met Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties en in overleg met de topsector water richten we ons de komende jaren vooral op efficiëntere waterproductiviteit in de landbouw; verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’s; en drinkwater- en sanitaire voorzieningen voor de armsten. Adaptatie aan klimaatverandering vormt daarbij een belangrijke doelstelling, evenals het betrekken van vrouwen bij besluitvorming, uitvoering en beheer van voorzieningen. We zullen de synergie versterken tussen hulp en handel, tussen publieke en private partijen, en tussen het speerpuntprogramma en het bedrijfsleveninstrumentarium. Activiteiten gefinancierd met ODA laten we in beleidsmatig opzicht zoveel mogelijk aansluiten op de handelsagenda en andere relevante beleidsterreinen, zodat er sprake is van geïntegreerd waterbeleid. Met het oog op de toenemende druk op het beschikbare water en de groeiende behoefte aan financiering, vormen het beprijzen van (vuil) water en innovatieve financiering van waterbescherming belangrijke uitdagingen.

Voedselzekerheid

Samen met kennisinstellingen en bedrijven uit de agro en food, tuinbouw, logistieke en financiële sector en maatschappelijke organisaties maken we ons sterk voor duurzame voedselproductie en het vergroten van de toegang tot goede voeding. Daarnaast richt onze inzet zich op een betere werking van markten en een aantrekkelijk ondernemingsklimaat. De komende jaren zal meer aandacht uitgaan naar de toegang tot voedsel en het gebruik en de kwaliteit van voedsel onder de meest kwetsbare groepen, het verduurzamen van ketens, de logistiek rondom de voedselproductie en de financiering en ondersteuning van agrarische ondernemers. Ook besteden we specifieke aandacht aan kwetsbare boeren in lage- en middeninkomenslanden, die zich moeten aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.

SRGR en vrouwenrechten

De komende jaren wordt, in samenhang met het mensenrechtenbeleid zoals opgenomen in de begroting van Buitenlandse Zaken, de inzet op gelijke rechten en kansen voor vrouwen geïntensiveerd. Nederland richt zich op het uitbannen van geweld tegen vrouwen, het vergroten van politieke participatie en economische zelfstandigheid, en het versterken van de rol van vrouwen in conflictbeslechting. Integratie van vrouwenrechten in de speerpunten is daarbij van groot belang. Binnen het SRGR-beleid staan meer kennis bij en keuzevrijheid van jongeren over hun seksualiteit, meer toegang tot voorbehoedmiddelen en medicijnen, betere gezondheidszorg rond zwangerschap en bevalling (inclusief veilige abortus) en meer respect voor seksuele en reproductieve rechten van groepen aan wie deze rechten worden onthouden, centraal. We richten ons nadrukkelijker dan voorheen op het snijvlak van vrouwenrechten en SRGR, bijvoorbeeld op de thema’s kindhuwelijken en seksueel geweld tegen vrouwen. Als het gaat om kindhuwelijken richten we ons zowel op het voorkomen van kindhuwelijken als op het bestrijden van de negatieve gevolgen daarvan. Nederland zal zich de komende jaren sterk maken voor het toekomstbestendig maken van vrouwenrechten en SRGR. Dat betekent nog harder dan voorheen werken aan draagvlak, aandacht vragen voor ongelijkheid en inzetten op beleid en (financiële) middelen van landen zelf om ongelijkheid tegen te gaan. Daarbij ondersteunen wij maatschappelijke organisaties gericht in hun rol van waakhond en pleitbezorgers voor effectief beleid. Ook zet Nederland steviger in op het smeden van internationale allianties en consolideren van bondgenootschappen met vooral niet-Westerse progressieve landen om verandering in standpunten ten aanzien van SRGR en vrouwenrechten in landen te bewerkstelligen.

Veiligheid en rechtsorde

Nederland werkt aan de verdere versteviging van de geïntegreerde benadering ten behoeve van veiligheid en rechtsorde in fragiele staten. In samenspraak met de minister van Buitenlandse Zaken en in samenwerking met Defensie en Veiligheid en Justitie draagt Nederland in Mali, Somalië, het Grote Merengebied en Afghanistan, met specifieke programma’s, bij aan de bevordering van vrede en veiligheid. Voorbeelden hiervan zijn de hervorming van politie en leger en civiel toezicht hierop in Burundi, het wederopbouwprogramma in Kunduz, en de rechtsstaatontwikkeling in Rwanda. Door deze samenwerking, die gebruik maakt van relatief snelle en flexibele inzet van mensen en programma’s, heeft Nederland meerwaarde te bieden. Wij werken aan het dichten van hiaten die vaak ontstaan wanneer noodhulp niet meer nodig is en structurele hulp op gang dient te komen. De komende jaren leggen we meer nadruk op de inzet van expertise op terreinen als hervorming van de veiligheidssector, gender – VNVR resolutie 1325 –, het versterken van de rechtsorde, inclusieve politieke processen en werkgelegenheid. De ruimte tussen humanitaire hulp en wederopbouw krijgt extra aandacht – ook in financiële zin – en er zal meer focus worden gelegd op strategische partnerschappen op het gebied van vredesopbouw en conflictpreventie. In 2014 komt er een nieuw budget voor vrede en veiligheid (BIV), dat zich onder meer richt op de bescherming van de burgerbevolking, het voorkomen of beheersen van menselijke crises en het bevorderen van duurzame veiligheid en stabiliteit in arme landen. Deze geïntegreerde aanpak voor vrede en veiligheid geven we vorm op basis van geleerde lessen in onder andere Afghanistan en Burundi. De instelling van het BIV benadrukt het belang dat het kabinet hecht aan de 3D-benadering (defence, diplomacy, development).

Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen over grenzen heen

Internationale handel is de grootste kracht van de Nederlandse economie en de aanjager voor economisch herstel. Naast de reguliere inspanningen om het bedrijfsleven te ondersteunen bij hun internationale activiteiten wordt een stimuleringspakket gelanceerd, dat bedrijven een extra steun in de rug biedt in deze economisch moeilijke tijd. Dit pakket bestaat uit maatregelen om de internationale oriëntatie van het midden- en kleinbedrijf, waaronder start-ups, te stimuleren; de samenwerking en het internationale profiel van ketens te versterken; publiek-private partnerschappen op het gebied van duurzaam ondernemen te intensiveren en door meer strategische inkomende missies te organiseren.

De Nederlandse overheid behartigt de belangen van Nederlandse ondernemers die internationaal aan de weg timmeren. We stellen ons actief op in de WTO en werken aan een gelijk speelveld voor onze bedrijven in het buitenland. Op Europees niveau sluiten we vrijhandelsakkoorden af en investeren we in goede bilaterale betrekkingen om de toegang tot buitenlandse markten te vergroten. In dit kader zetten we onder andere in op actieve Nederlandse betrokkenheid bij het realiseren van een vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS (TTIP, Transatlantic Trade & Investment Partnership). Voor een optimale regie in productie- en handelsketens is een goede dienstverlening essentieel. Nederland is van oudsher sterk in het bieden van slimme logistieke oplossingen, snelle financiële dienstverlening en hoogstaande distributiediensten. Met het bedrijfsleven zal actie worden ondernomen om de internationalisering van de Nederlandse dienstensector te stimuleren. Nederlandse bedrijven, vooral het midden- en kleinbedrijf, worden aangespoord om vaker over de grens te kijken. Het midden- en kleinbedrijf speelt een belangrijke rol in de Nederlandse economie, maar is ook kwetsbaar, omdat het relatief sterk afhankelijk is van de Nederlandse markt. We lanceren daarom zogenoemde internationaliseringsvouchers om een extra impuls te geven aan de integratie van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf in internationale productie- en handelsketens. Deze vouchers kunnen worden ingezet voor allerlei vormen van ondersteuning van activiteiten gericht op export én import. Want niet alleen de export is belangrijk voor Nederland. Nederland moet het ook hebben van de import van hoogwaardige producten en nieuwe technologieën om te profiteren van de kennis en technologie die elders in de wereld ontwikkeld is. Om hoogwaardige buitenlandse investeringen aan te trekken wordt onder meer in overleg met topsectoren strategische acquisitie gepleegd. We brengen de kwaliteit van Nederlandse producten en diensten op een meer effectieve manier onder de aandacht van buitenlandse partijen door strategischer te kijken naar inkomende missies. We nodigen onder andere topsectoren uit om met voorstellen te komen voor de gezamenlijke organisatie daarvan. Om de internationale profilering van ketens te verbeteren worden ook extra inspanningen gepleegd waarbij aangesloten wordt op het instrument Partners in International Business.

Ook kunnen bedrijven blijven rekenen op ondersteuning vanuit de posten, de organisatie van economische missies en bescherming van investeringen in het buitenland.

Het opbouwen van nieuwe handelsrelaties

Ook stimuleren we ondernemers om hun blik te verbreden naar nieuwe opkomende markten in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Het is zaak voor Nederland goed aan te sluiten op deze snelgroeiende markten. Meer handel met deze landen is goed voor ons en goed voor hen mits iedereen van de groei kan profiteren en duurzaamheid voorop staat. Daarom is het goed om hulp, handel en investeringen in samenhang te bezien. Wanneer lage inkomenslanden zich voorspoedig blijven ontwikkelen gaan we steeds meer van een hulp- naar een handelsrelatie.

Het opbouwen van een handelsrelatie begint met het openstellen van markten. Voor lage- en middeninkomenslanden willen we de toegang tot internationale en regionale markten vergroten, bijvoorbeeld door op Europees niveau zogenaamde Economic Partnership Agreements af te sluiten. Nederland treedt daarbij op als honest broker om de wensen van de EU en lage- en middeninkomenslanden dichterbij elkaar te brengen. Ook stimuleren we import uit lage- en middeninkomenslanden en verlenen technische assistentie en know how bij het op orde brengen van randvoorwaarden voor succesvol ondernemerschap, zoals een goed functionerende rechtsstaat, een adequate infrastructuur en toegang tot financiering. Daar hebben niet alleen de lokale, maar ook de Nederlandse ondernemers profijt van. Zo moderniseren wij de ORIO-regeling, waardoor Nederlandse bedrijven eenvoudiger kunnen deelnemen aan ontwikkelingsrelevante infrastructuurprojecten in lage- en middeninkomenslanden. Om bedrijven een extra steun in de rug te bieden wordt een nieuwe ronde voor het indienen van voorstellen voor het PPP-fonds voor Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid versneld. Dit succesvolle fonds stimuleert publiek-private samenwerking op het gebied van voedselzekerheid en private sectorontwikkeling in lage- en middeninkomenslanden.

Steun aan ondernemers en maatschappelijke verantwoordelijkheden

We gaan ondernemers beter ondersteunen door het vereenvoudigen van onze regelingen en door loketten in te richten die hen helpen makkelijker hun weg te vinden. Er komt een nieuw fonds: het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Dit fonds biedt financiering voor ontwikkelingsrelevante activiteiten van ondernemers in lage- en middeninkomenslanden en van Nederlandse ondernemers. Ook Nederlandse ondernemers die op zoek zijn naar financiering voor export naar lage- en middeninkomenslanden kunnen een beroep doen op dit fonds.

Ondernemers die deelnemen aan missies of gebruik maken van regelingen moeten de OESO-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven. Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen is essentieel voor het bevorderen van duurzame en inclusieve groei. Uitgangspunt is dat Nederlandse bedrijven die in het buitenland actief zijn vooral zelf verantwoordelijkheid nemen en er bijvoorbeeld op toe zien dat de arbeidsomstandigheden goed zijn en er geen sprake is van uitbuiting. Nederlandse bedrijven hebben een goede reputatie op dit gebied, maar er kunnen en moeten verdere stappen gezet worden. We ondersteunen bedrijven daarin bijvoorbeeld door het uitvoeren van een Sector Risico Project, waarin geanalyseerd zal worden in hoeverre grote potentiële risico’s ten aanzien van mens en milieu reeds worden aangepakt door bedrijfssectoren. Met sectoren waar op dit vlak nog grote voortgang nodig is, zal de overheid in gesprek gaan. Als er ondersteuning van de overheid nodig is, kunnen afspraken de vorm krijgen van een convenant.

Ambities

We willen extreme armoede in één generatie uitbannen, we willen succes voor het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland en we willen bijdragen aan duurzame en inclusieve groei. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maakt zich sterk voor deze ambities door in te zetten op:

  • Duurzame handel en investeringen;

  • Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water;

  • Sociale vooruitgang;

  • Vrede en veiligheid voor ontwikkeling;

  • Versterkte kaders voor ontwikkeling.

Duurzame handel en investeringen

Deze inzet brengt de synergie tussen handel en ontwikkelingssamenwerking tot uitdrukking. Het omvat de versterking van internationale handelssystemen, de Nederlandse handelspositie, de private sectorontwikkeling in ontwikkelingslanden en het Dutch Good Growth Fund.

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor MVO

In de verdergaande globalisering is het internationaal handelssysteem de basis. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zet zich in voor een eerlijk en modern handelssysteem, waarin ook de verduurzaming van (voedsel)ketens en de toegang van producten uit ontwikkelingslanden op ontwikkelde markten een plaats krijgen.

In het bilaterale handels- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid worden, via technische assistentie programma’s, douanes en belastingdiensten versterkt en ketens sluitend en duurzaam gemaakt. Op het multilaterale terrein van handelspolitiek spant de Minister voor BH&OS zich in 2014 in om in EU-verband bilaterale handelsakkoorden af te sluiten met in economisch opzicht interessante landen en regio’s. De onderhandelingen met de VS (TTIP, Transatlantic Trade & Investment Partnership) zijn gestart. Met Canada worden de onderhandelingen naar verwachting afgerond, opdat dit akkoord in 2014 in werking kan treden. Daarnaast zijn er in 2014 lopende onderhandelingen met India, Japan, Maleisië, Thailand en Vietnam. Ook wordt actief mede vorm gegeven aan een toekomstgericht, effectief EU investeringsbeleid met derde landen, ter voorkoming van juridische lacunes voor het Nederlandse bedrijfsleven.

BH&OS zorgt ervoor dat de export van wapens vanuit Nederland geen bedreiging vormt voor de vrede en veiligheid in de wereld door een effectieve en evenwichtige controle. De inzet is gericht op verdere harmonisatie, transparantie en een uniforme en strikte toepassing van de Europese toetsingscriteria voor het wapenexportbeleid. De Minister van Buitenlandse Zaken geeft bij de export van militaire goederen aan de hand van deze Europese criteria buitenlandspolitiek advies aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De regering behoudt haar eigen verantwoordelijkheid voor het Nederlandse wapenexportbeleid. Tegelijkertijd wordt beoogd het level playing field voor het Nederlandse bedrijfsleven binnen de EU verder te versterken. Met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Financiën (belastingdienst/douane) wordt een nieuw systeem voor geautomatiseerde dataverwerking voor vergunningverlening, advisering en rapportage ingevoerd.

Ook gaan in 2014 de Europese Partnerschaps Akkoorden (EPA)-onderhandelingen een nieuwe fase in. Per 1 oktober 2014 vallen landen die geen stappen hebben gezet hun (interim) EPA te ratificeren en implementeren, terug van volledig tariefvrije toegang tot de EU-markt naar het voor hen geldende regime binnen het Algemeen Preferentieel Stelsel (APS). Nederland wil daarom als honest broker de wensen van de EU en de ACS-landen dichter bij elkaar brengen om de impasse in de onderhandelingen te doorbreken.

Wij versterken internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) en ketenverantwoordelijkheid door het bevorderen van (de implementatie van) de daarvoor relevante kaders, zoals de OESO-richtlijnen voor Multilaterale Ondernemingen, de VN Guiding Principles on Business and Human Rights en de Voluntary Principles on Security and Human Rights in the Extractive Industry. In 2014 worden op basis van een Sector Risico Analyse MVO-convenanten gesloten met een aantal Nederlandse, internationaal opererende sectoren.

Versterkte NL handel- en investeringspositie en economische naamsbekendheid

De Minister voor BH&OS versterkt de positie van het Nederlandse bedrijfsleven, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de Topsectoren, in opkomende markten en ontwikkelingslanden. Wij bieden hiervoor verschillende ondersteuningsmogelijkheden, gericht op het wegnemen van belemmeringen op buitenlandse markten. De ondersteuning richt zich o.a. op het bieden van informatie en vraagbeantwoording, economische missies, een programma voor het positioneren van clusters van bedrijven op buitenlandse markten (PIB, Partners for International Business) en een programma om het MKB te ondersteunen bij de eerste stappen naar export (SIB, Starters in International Business). Ook op het terrein van financiering wordt ondersteuning geboden, zoals voor een financieringsgarantie (Faciliteit Opkomende Markten) en co-financiering (FIB,Finance for International Business). De Nederlandse export naar vooral de opkomende markten wordt verder gestimuleerd door mogelijkheden te bieden voor export kredietverzekering (EKV) en export kredietgarantie (EKG). De Minister van Financiën is budgetverantwoordelijk voor de EKV en EKG. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is mede-beleidsverantwoordelijk voor het verstrekken van de verzekeringen. Ook bieden wij subsidies aan voor haalbaarheidsstudies, demonstratieprojecten en de inhuur van een deskundige, die het bedrijf adviseert en begeleidt in het positioneren in opkomende markten. In voormalige partnerlanden Vietnam, Colombia en Zuid-Afrika wordt de in 2012 gestarte transitiefaciliteit gecontinueerd om de overgang van een OS naar een economische relatie te ondersteunen. De uit de transitiefaciliteit geleerde lessen worden benut voor de koppeling van handel en OS in de acht overgangslanden van «Wat de wereld verdient»5. Voor deze landen zal een aanpak ontwikkeld worden.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is verantwoordelijk voor de economische reisagenda. Door de economische reisagenda met de vertegenwoordigers van de topsectoren vorm te geven verbetert de regering de effectiviteit en strategische inzet van economische missies van zowel de rijks- als decentrale overheden, inclusief inkomende missies. Voor de goede afstemming van de bezoeken met decentrale overheden en bedrijfsleven speelt de Dutch Trade Board (DTB) een belangrijke rol. Economische diplomatie wordt ook ingezet om buitenlandse bedrijven naar Nederland te halen. Dat wordt samen met het Ministerie van Economische Zaken en de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) opgepakt. De nadruk ligt op het aantrekken van hoogwaardige, strategische investeringen in de topsectoren, met speciale aandacht voor hoofdkantoren en R&D-centra. De NFIA heeft in 2014 als doel om voor EUR 900 miljoen strategische investeringen naar Nederland te halen.

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

Via private sector ontwikkeling draagt Nederland bij aan het creëren van een goed ondernemingsklimaat, waardoor economische groei kan ontstaan en armoede wordt bestreden. Het programma bestaat uit vijf pijlers. 1) Versterking van economische wet- en regelgeving: o.a. programma’s gericht op economische beleidsadvisering, hervorming van procedures voor ondernemers, bevorderen van effectieve en transparante belastingstelsels en helpen ontwikkelen van heldere wetgeving op het gebied van landrechten. 2) Versterking van economische instituties en bedrijven, inclusief MVO: programma’s specifiek gericht op het versterken van economische instanties als douane, belastingdienst, voedsel- en warenautoriteit, kadaster, inspectie voor de volksgezondheid, consumentenbond, maar ook de versterking van het economisch middenveld zoals vakbonden, werkgevers- en producentenorganisaties. 3) Versterking van de financiële sector: programma’s binnen deze pijler zijn gericht op technische assistentie van banken aan banken en op het kapitaliseren van banken in ontwikkelingslanden. Andere programma’s betreffen hervorming van de financiële sector, verzekeringen, het oprichten van coöperatieve financieringsinstellingen of het afdekken van valutarisico’s. 4) Aanleg fysieke infrastructuur: Aanleg van infrastructuur is een dure aangelegenheid. Daarom is gekozen om onze krachten te bundelen in programma’s die vanwege hun ontwikkelingsrelevantie, mate van innovatie, slagkracht en politieke betekenis toonaangevend zijn, zoals de Private Infrastructure Development Group (PIDG) en de Public-Private Infrastructure Advisory Facility (PPIAF). Daarnaast bestaat er een apart Nederlands programma om de aanleg van ontwikkelingsrelevante infrastructuur te financieren (ORIO). 5) Toegang tot markten, ketenontwikkeling en handel: Op het terrein van toegang tot markten, ontwikkeling en verduurzaming van ketens en handel bestaat een veelheid aan (vaak kleinere) programma’s, variërend van het trainen en juridisch ondersteunen van beleidsmakers uit ontwikkelingslanden in de WTO en handelspolitiek tot programma’s ter verbetering van logistiek en grenzen tot het grote programma van het Centrum ter Bevordering van Import uit Ontwikkelingslanden (CBI).

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

Het DGGF is een revolverend fonds dat financiering verschaft aan bedrijven en investeringsfondsen, in Nederland en in lage- en middeninkomenslanden, ten behoeve van ontwikkelingsrelevante investeringen en exporttransacties, waar reguliere marktpartijen tekort schieten. Het doel van het DGGF is de intensivering van ontwikkelingsrelevante investeringen in – en handel met – lage- en middeninkomenslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven. De focus ligt op het MKB. Hiermee worden zowel de economie in de lage- en middeninkomenslanden als die in Nederland versterkt. Het DGGF zal begin 2014 operationeel worden. Het uitgangspunt daarbij is een zorgvuldige opbouw en fasering van het DGGF. Gestreefd wordt het DGGF als geheel revolverend te laten zijn, waarbij rekening wordt gehouden met individuele verlieslatende activiteiten, vanwege het risicovolle karakter van innovatieve investeringen in (deels) onontgonnen markten.

Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Toename van voedselzekerheid

Voedselzekerheid speelt een rol binnen alle drie vormen van internationale samenwerking die in «Wat de wereld verdient» 6 worden onderscheiden. In 2014 zal Nederland blijven bijdragen aan vergroting van de voedselzekerheid door te investeren in duurzaam geproduceerd voedsel, verhoging van werkgelegenheid, en verbetering van koopkracht en toegang tot gezond en nutriëntenrijk voedsel. Vernieuwing wordt gezocht in duurzame ketens. Ook wordt verkend wat de mogelijkheden zijn voor betere regionale integratie. Regionale economische integratie draagt bij aan vergroting van markten waardoor handels- en investeringskansen voor lokale en Nederlandse bedrijven toenemen. Verder komt er meer aandacht voor logistiek, verwerking en naoogstverliezen. Tenslotte is Inclusive Finance een steeds belangrijker wordend onderwerp. Ondernemerschap in lage- en middeninkomenslanden is veelal agrarisch ondernemerschap. Ontwikkeling van agrarisch ondernemerschap draagt direct bij aan voedselzekerheid. Een goed werkende financiële sector met toegang voor ondernemers en huishoudens, met name vrouwen, is hiervoor een essentiële randvoorwaarde. Capaciteitsontwikkeling en kennisdeling zijn belangrijke onderdelen van het voedselzekerheidsbeleid. BH&OS streeft naar het katalyseren van ontwikkelingsrelevante private en publieke investeringen. De triple helix benadering bundelt de krachten van overheid, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappelijke organisaties. Zo kunnen de topsectoren agri&food, tuinbouw- en uitgangsmaterialen en logistiek een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van deze doelstellingen.

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

Nederland zet in op een verbeterde waterproductiviteit in de landbouw, verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’s, en drinkwater- en sanitaire voorzieningen voor de armsten. Waar mogelijk zal Nederlandse kennis en kunde van bedrijven en kennisinstellingen – zoals de topsector water – worden betrokken bij zowel ontwikkeling als uitvoering van programma's en zullen activiteiten gefinancierd uit ODA in beleidsmatig opzicht aansluiten bij de handelsagenda en andere relevante beleidsterreinen, zodat er sprake is van geïntegreerd waterbeleid. Op basis van de bevindingen van een omvangrijke IOB studie naar drinkwater en sanitatie worden in nieuwe samenwerkingsovereenkomsten clausules opgenomen die de duurzaamheid van voorzieningen garanderen, ook op termijn.

In 2014 wordt een groot programma uitgevoerd in de Sahel en de Hoorn van Afrika. Dit programma levert een belangrijke bijdrage aan een verbeterde waterzekerheid, de regeneratie van gedegradeerde gronden en het zekerstellen van de landbouwproductiviteit. In het kader van verbeterd stroomgebiedbeheer zullen programma’s worden ondersteund die bijdragen aan grensoverschrijdend waterbeheer en het voorkomen van conflicten. Een voorbeeld hiervan is het Cooperation on International Water in Africa, een programma van de Wereldbank. In het kader van de inzet op het vergroten van de toegang tot drinkwater en sanitatie worden programma’s uitgevoerd die zich richten op de allerarmsten, waaronder in fragiele staten. Zowel klimaatadaptatie als gender, vormen belangrijke aandachtsgebieden in watersectorprogramma's.

Synergie tussen hulp en handel wordt nagestreefd in waterprogramma’s waarin Nederland zijn sterke reputatie en innovatieve kracht kan laten zien en die naast armoedebestrijding ook een economische groeidimensie hebben. Voorbeelden zijn veilige delta’s, stedelijke afvalwaterzuivering, remote sensing en building with nature concepten.

Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

Klimaatverandering, milieuvervuiling, schaarse grondstoffen en verlies aan biodiversiteit vormen een risico voor wereldwijde handel en veiligheid en raken ook de Nederlandse economie. Om lange termijn voorzieningszekerheid van energie en grondstoffen te waarborgen, zet Nederland in 2014 in op duurzaamheid en een mondiale dialoog over toegang en verdeling, ook vanuit het oogpunt van conflictpreventie. Daarnaast wordt gewerkt aan verdere ontwikkeling en gebruik van normen en standaarden en het verduurzamen van handelsketens.

Het jaar 2014 is een belangrijk voorbereidingsjaar voor nieuwe akkoorden op het gebied van duurzaamheid (Rio +20, post-2015) en klimaat (UNFCCC). Nederland zal aandacht vragen voor de positie van de armste landen in deze processen. Tegelijkertijd zal in 2014 de Nederlandse klimaatfinanciering nader vorm krijgen. De dwarsverbanden tussen klimaat, water, voedselzekerheid en ecosystemen zullen centraler in de programmering komen te staan. Daarbij wordt ook het bedrijfsleven betrokken. Nederland wil ontwikkelingslanden ondersteunen om te komen tot een duurzame inclusieve groei. Daartoe zal worden bijgedragen aan het versterken van de hernieuwbare energie sector via het gezamenlijke initiatief van de secretaris generaal van de VN Ban Ki Moon en de president van de Wereld Bank, Jim Kim. De lessen die zijn getrokken uit andere programma’s die Nederland op dit gebied financierde, zullen daarin worden meegenomen. Met voorlopers in de private sector zal worden samengewerkt bij de ondersteuning van initiatieven op het terrein van klimaatmitigatie door het tegengaan van ontbossing vanuit handelsketens. Met het Initiatief Duurzame Handel wordt in 2014 bekeken hoe de duurzame ketenbenadering kan worden benut om de gevolgen van klimaatverandering voor ecosystemen in de productiegebieden tegen te gaan.

Activiteiten gericht op adaptatie (aanpassing aan klimaatverandering) zullen vooral plaatsvinden binnen de thema’s voedselzekerheid en water. Daarnaast wordt in 2014 gewerkt aan integratie van klimaat in de de speerpunten voedselzekerheid en water. Bij de vormgeving van investeringen moet rekening worden gehouden met de (gevolgen van) klimaatveranderingen. Ook wordt meer aandacht besteed aan rampenparaatheid. Activiteiten die belangrijk zijn in het kader van de weerbaarheid tegen klimaatverandering en die substantieel bijdragen aan klimaatfinanciering, krijgen komend jaar meer aandacht. Nederland zet bijvoorbeeld in op duurzaam beheer van ecosystemen die fungeren als natuurlijke bescherming tegen overstromingen en duurzaam gebruik van bossen of watergebieden die belangrijk zijn bij de opname van CO2 uit de lucht. Dit doen we in samenwerking met de EU, multilaterale organisaties zoals Wereldbank en UNEP en de private sector. Sleutelorganisaties in de multilaterale financieringsarchitectuur voor milieu en klimaat (zoals GEF of UNEP) worden in 2014 blijvend ondersteund. Internationaal groeit bij de publieke en de private sector het inzicht dat voor een inclusieve duurzame groei kennis over de economische waarde van ecosysteemdiensten en natuurlijk kapitaal van belang is. Nederland zal in aanvulling op de al bestaande samenwerking met de Wereldbank extra inzetten op ondersteuning van initiatieven vanuit de private sector.

Sociale vooruitgang

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids

2014 wordt een cruciaal jaar voor de Cairo7-agenda: Nederland zet in op een vooruitstrevend resultaat van zowel de VN Commission on Population and Development als de speciale sessie van de VN over ICPD beyond 2014. Nederlands doel is om SRGR een solide plaats in de post-2015 agenda te geven.

Met Nederlandse inbreng wordt een gezamenlijk actieplan (met maatschappelijke organisaties, VN, Zuidelijke overheden, andere donoren) voor het tegengaan van kindhuwelijken afgerond en in werking gesteld. Nederlandse financiering is beschikbaar gesteld voor opschaling van activiteiten.

De nieuwe fase van het Global Programme to enhance Reproductive Commodity Security (met UNFPA) is van start gegaan. In 41 landen worden kritieke knelpunten op het gebied van toegang tot voorbehoedmiddelen aangepakt. Er worden via onder meer het Nederlands bedrijfsleveninstrumentarium concrete samenwerkingsverbanden opgezet met het bedrijfsleven ten behoeve van SRGR. Op basis van de evaluatie van de huidige Product Development Partnerships wordt een nieuw subsidiekader opgezet voor productontwikkeling op het gebied van SRGR.

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

Het programma voor gelijke rechten en kansen voor vrouwen richt zich op politieke participatie en leiderschap van vrouwen, economische zelfredzaamheid van vrouwen, en het uitbannen van geweld tegen vrouwen. Steun aan de uitvoering van de VN-Veiligheidsraadresolutie 1.325 over vrouwen, vrede en veiligheid maakt daar deel van uit. Nederland werkt aan het behoud van gendergelijkheid (naast SRGR) als zelfstandige doelstelling in de post-2015 ontwikkelingsagenda. Nederland zal zich hiervoor met name inzetten tijdens de VN Commission on the Status of Women waar deze agenda ter discussie staat. NL organiseert een internationale conferentie over VNVR 1325 waarin best practices worden uitgewisseld. In 2015 komt Funding Leadership Opportunities for Women (FLOW) tot afronding. Daarmee is 2014 een sleuteljaar om een bredere en innovatieve grondslag te bereiken voor de financiering van internationale vrouwenorganisaties en INGO’s met een gendergelijkheidsdoel.

Versterkt maatschappelijk middenveld

Het MFS komt in 2016 tot een eind, alsook de huidige subsidierelatie met SNV en het Vakbondsmedefinancieringsprogramma. In 2014 worden beleid en instrumenten ontwikkeld voor de versterking van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden vanaf 2016, op een wijze die de inclusiviteit en duurzaamheid van economische groei bevordert.

In 2014 worden de inspanningen geïntensiveerd om de afnemende politieke ruimte voor maatschappelijke organisaties in het Zuiden te adresseren. Hiertoe wordt verdere samenwerking met de EU gezocht, veelal op landenniveau. Tevens wordt door het co-voorzitterschap van het TaskTeam on CSO Development Effectiveness and Enabling Environment deze agenda internationaal en in multistakeholderverband geïntensiveerd.

Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

In 2014 zal fase 2 van het beurzenprogramma in 50 landen worden uitgerold met een divers aanbod van korte cursussen, master- en PhD opleidingen gericht op de vier speerpunten en private sector ontwikkeling. De tweede fase van het NICHE-programma zal in 12 landen van start gaan ter versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen ondersteunend aan de speerpunten water, voedselzekerheid, SRGR en veiligheid & rechtsorde. In 2014 zal de verantwoorde afbouw van programma’s voor basisonderwijs worden voortgezet.

Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Humanitaire Hulp

Humanitaire hulp richt zich op het verzorgen van de eerste levens(reddende) behoeften voor mensen in acute en chronische crisissituaties. Dit gebeurt ongebonden, zonder onderscheid tussen personen en via kanalen waarvan de integriteit en onafhankelijkheid niet ter discussie staat. Waar mogelijk gebeurt het onder algemene coördinatie van de VN en/of het Rode Kruis, die samen met de betrokken partijen de prioriteiten bij de hulpverlening bepalen. Uitgangspunt is dat in acute situaties middelen beschikbaar worden gesteld binnen 30 dagen en in chronische situaties uiterlijk 4 maanden na begin van het kalenderjaar middelen worden toegezegd.

Voorkomen en terugdringen van conflictsituaties

Onze inzet richt zich op de partnerlanden Afghanistan, Burundi, Mali, Jemen, Rwanda, Zuid-Sudan en de Palestijnse Gebieden. Ook wordt in het Grote Merengebied en de Hoorn van Afrika, vanuit regionaal perspectief, een lichte intensivering voorzien met het oog op stabiliteit in Oost-Congo en Somalië. Daarnaast wordt gericht ingezet op landen in de MENA-regio, m.n. Syrië, vanwege de noden daar en het strategisch belang van deze dichtbij gelegen regio.

In de andere – transitie – landen en regio’s, t.w. Indonesië, Kenia, Ethiopië, Oeganda, Pakistan en Midden-Amerika, worden programma’s op het gebied van veiligheid en rechtsorde geleidelijk afgebouwd of gaan over in een brede relatie. Dit is zichtbaar in de (afname) van hun budgetten voor dit thema. Het budget voor Somalië wordt aan Kenia toegevoegd. Met het nieuwe budget internationale veiligheid (BIV) stelt de regering met ingang van 2014 jaarlijks een bedrag van EUR 250 miljoen ter beschikking voor invulling van het geïntegreerde beleid voor vrede en veiligheid ten behoeve van ontwikkelingslanden. Uitgangspunt is dat onze activiteiten ontwikkelingsrelevant zijn en bijdragen aan het oplossen van de problemen in een land of regio, variërend van bijvoorbeeld de vier categorieën van de Responsibility to Protect (het voorkómen van genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuiveringen), crisisbeheersingsoperaties en vredesmissies tot het monitoren van vredesakkoorden, opleiding en training, herstellen van de orde, hervorming van de veiligheidssector, grensbewaking, het beschermen van goederenstromen, rechtsstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw8. Het BIV biedt ruimte voor de financiering van bestaande activiteiten van Defensie, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Veiligheid en Justitie en Buitenlandse Zaken, evenals voor nieuwe activiteiten. Het eerste jaar, 2014, is een overgangsjaar waarin de belangen en verantwoordelijkheden verder zullen worden uitgewerkt.

Rechtsstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van de overheid en inclusieve processen

Veiligheid en rechtsorde is een van de vier speerpunten van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Het is een leidend thema in tien partnerlanden, Somalië en het Grote Merengebied. In deze landen levert Nederland een belangrijke bijdrage aan het ondersteunen van programma’s die een zekere mate van stabiliteit en rechtsorde terug kunnen brengen. Het speerpunt is vooral gericht op versterking van staatsinstellingen die transparant, responsief, capabel en accountable zijn en op bevordering van betrokkenheid van de bevolking bij -en participatie in- besluitvorming. Ook vanuit een regionaal perspectief wordt ingezet op veiligheid en rechtsorde, omdat de oorzaken en gevolgen van conflict vaak een grensoverschrijdend karakter hebben. Het Stabiliteitsfonds fonds is een belangrijk instrument voor het speerpunt; het financiert ODA en non-ODA-activiteiten in voornamelijk fragiele en post-conflict situaties op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. Het fonds is complementair aan het BIV en is ondergebracht op de begroting van Buitenlandse Zaken.

Versterkte kaders voor ontwikkeling

Versterkte multilaterale betrokkenheid

De algemene doelstelling van de Nederlandse inzet is om te komen tot een stelsel van multilaterale instellingen dat optimaal bijdraagt aan de uitgangspunten van het Nederlandse beleid. Nederland wil het verschil kunnen maken binnen de instellingen waaraan wij bijdragen. In VN kader zal Nederland het proces van One UN ondersteunen en aandringen op verdere toepassing hiervan.

In 2014 wordt in VN-kader verder gewerkt aan de totstandkoming van een agenda voor het post-2015 tijdperk. De Nederlandse inzet in de onderhandelingen is gericht op een goed evenwicht tussen de drie elementen van duurzame ontwikkeling. Er moet één enkel raamwerk voor de periode na 2015 komen, dat zowel de vernieuwde ontwikkelingsagenda als de in Rio aangekondigde duurzame ontwikkelingsdoelen omvat. Nederlandse financiële bijdragen aan multilaterale instellingen zijn in 2014 gebaseerd op de effectiviteit en relevantie van iedere afzonderlijke instelling. Nederland streeft een evenwichtige combinatie na van vrijwillige (core) bijdragen en geoormerkte bijdragen die in het bijzonder zijn gericht op de speerpunten van ons ontwikkelingsbeleid. Een voorbeeld is de core bijdrage aan het IDA loket van de Wereldbank Groep, uit de IOB evaluatie «Working with the Worldbank» kwam naar voren dat dit een zeer effectieve bijdrage is aan ontwikkeling en dat de doelstellingen van dit loket in sterke mate overeen komen met de Nederlandse doelstellingen. Tot slot zal Nederland blijven aandringen op een sober salarisbeleid binnen de internationale instellingen en nieuwe vormen van financiering stimuleren waarin multilaterale instellingen partnerschappen aangaan met de particuliere sector.

Overig armoedebeleid

Nederland zal in 2014 bijdragen aan het verbeteren van de financieel-economische positie van landen met een onhoudbare schuld door middel van schuldverlichting. De Wereldbank, de Club van Parijs en de African Development Bank zijn hierbij belangrijke partners: Nederland zal ook bijdragen aan het in stand houden van een gezonde kapitaalpositie van de regionale ontwikkelingsbanken door deel te nemen aan twee kapitaal aanvullingen.

Nederland wil in 2014 bijdragen aan een versterkte cultuur- en sportsector ten behoeve van een sociale en kansrijke samenleving. Het beleid is gericht op meer capaciteit van lokale sport- en cultuurorganisaties en toename van activiteiten en participatie met name van jongeren en vrouwen. De samenwerking tussen lokale organisaties en Nederlandse, regionale en internationale (kennis)netwerken wordt geïntensiveerd. Ten slotte zal onder dit artikel de subsidierelatie met de NCDO, die eind 2014 afloopt, worden heroverwogen, zowel in relatie tot de beleidsdoelstelling als de afgeleide uitvoering. Hiermee wordt tevens een deel van de bezuinigingsdoelstelling ingevuld.

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

In bilateraal, EU en internationaal kader zet Nederland, als onderdeel van een brede samenwerking met landen en regio’s van herkomst, zich in om de positieve bijdrage van migratie aan ontwikkeling te versterken en negatieve gevolgen tegen te gaan. In 2014 besteedt Nederland versterkt aandacht aan het betrekken van de Diaspora voor ontwikkeling in ontwikkelingslanden.

Ook wordt de institutionele capaciteit voor asiel- en migratiemanagement in ontwikkelingslanden versterkt. In internationaal verband zal Nederland zich sterk maken voor de verlaging van kosten van geldovermakingen en meer aandacht voor het verband tussen migratie, mobiliteit en ontwikkeling, inclusief betrokkenheid van private sector. Tot slot zal Nederland de duurzame terugkeer en herintegratie van asielzoekers blijven ondersteunen. In de voortgangsrapportage migratie en ontwikkeling9 is nader uiteengezet op welke terreinen het migratie- en ontwikkelingsbeleid wordt geoptimaliseerd en/of bijgestuurd. Het beleid wordt in nauwe samenwerking met het Ministerie van Veiligheid en Justitie uitgevoerd.

Tabel beleidsdoorlichting

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de voorgenomen beleidsdoorlichtingen voor de periode 2013–2018.

Artikel / Beleidsdoelstelling

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

 

(realisatie)

(planning)

         

1

Duurzame handel en investeringen

             
 

1

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

             
 

2

Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie en economische naambekendheid

             
 

3

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

 

         
 

4

Dutch Good growth fund: intensivering van

ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met een focus op het MKB

             

2

Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

       

   
 

1

Toename van voedselzekerheid

       

   
 

2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

     

   
 

3

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergroten van de weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering in ontwikkelingslanden

   

       

3

Sociale vooruitgang

     

     
 

1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de spreiding van HIV/aids

 

         
 

2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

   

       
 

3

Versterkt maatschappelijk middenveld in

ontwikkelingslanden

     

     
 

4

Toename van het aantal professionals en versterking van hoger- en beroepsonderwijs-instellingen; en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

             

4

Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

             
 

1

Humanitaire hulp

   

       
 

2

Budget Internationale Veiligheid: Voorkomen en terugdringen van conflictsituaties

             
 

3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

 

 

     

5

Versterkte kaders voor ontwikkeling

             
 

1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

             
 

2

Overig armoedebeleid

         
 

3

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

             

Een nadere toelichting is voorhanden in de evaluatie- en onderzoeksbijlage.

  • 1.1 Laatste beleidsdoorlichting voor dit beleidsterrein is in 2007 naar de Tweede Kamer verzonden. Het beleid van buitenlandse handel is overgegaan van het Ministerie van Economische Zaken naar het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Op grond van nadere verkenning zal met e.v. begroting een planning voor een beleidsdoorlichting van dit beleidsterrein volgen.

  • 1.2 Laatste beleidsdoorlichting voor dit beleidsterrein is in 2010 naar de Tweede Kamer verzonden. Het beleid voor buitenlandse handel is overgegaan van het Ministerie van Economische Zaken naar het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Op grond van nadere verkenning zal met e.v. begroting een planning van een doorlichting van dit beleidsterrein volgen.

  • 1.4 Nadere beleidsvorming vindt plaats in 2013 in samenhang met artikelonderdelen 1.2 en 1.3 op grond waarvan en in lijn met de RPE 2012, een evaluatieprogrammering opgesteld zal worden.

  • 3.4 Het beleid is in 2011 doorgelicht. Onderwijs is een posterioriteit met herdefiniëring en/of uitfasering van programma’s als gevolg. In november 2012 is de TK geïnformeerd over de stand van zaken van de afbouw en overdracht van programma’s in zowel de landen waarmee Nederland de bilaterale OS-relatie beëindigt als huidige partnerlanden.

  • 4.2 Nadere beleidsvorming vindt plaats in 2013. Het Budget Internationale Veiligheid is een nieuw instrument. Deze beleidsdoorlichting zal met de actualisering van de evaluatieprogrammering ingepland worden.

  • 5.1 Als lid van een Internationale Organisatie (IO) heeft Nederland de verplichting (twee)jaarlijks contributie te betalen. Contributies zijn bijdragen in het kader van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen die tussen de Nederlandse staat en een IO zijn afgesloten. Deze uitgaven vallen onder de evaluatiefunctie van de Inspection and Evaluation Division (IED) van het Office of Internal Oversight Services (OIOS), die onafhankelijk inspecties en evaluaties uitvoert namens de UN SG en lidstaten als Nederland.

  • 5.3 In 2011 is de evaluatie van de consulaire dienstverlening 2007–2010 door IOB afgerond. In juni 2011 is aangepast beleid in de brief consulaire dienstverlening in het buitenland (KST 32 734-9) aan de TK gecommuniceerd. Voor de opsplitsing van BZ begroting (in de BZ en BH&OS begroting) was deze BH&OS beleidsdoelstelling samen met de huidige BZ beleidsdoelstelling 4 onderdeel van hetzelfde beleidsartikel.

BELANGRIJKSTE BELEIDSMATIGE MUTATIES TEN OPZICHTE VAN VORIG JAAR

Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar 1

Bedragen x EUR 1.000

2013

2014

2015

2016

2017

Stand ontwerpbegroting 2013

2.981.675

3.148.852

3.291.022

3.326.137

3.624.843

           

1 Duurzame handel en investeringen

52.106

42.228

49.746

235.936

331.900

2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

16.208

– 254.811

– 284.811

– 214.881

– 149.881

3 Sociale vooruitgang

– 13.395

– 75.271

– 132.732

– 235.000

– 340.000

4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

– 16.156

110.000

80.000

80.000

80.000

5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

– 88.582

– 175.322

– 269.647

– 215.759

– 746.183

           

Stand ontwerpbegroting 2014

2.931.856

2.795.676

2.735.578

2.976.433

2.800.679

1

Op basis van geconverteerde nieuwe begrotingsindeling

Toelichting:

Op grond van het Regeerakkoord VVD-PvdA «Bruggen slaan» is het budget voor Buitenlandse Handel toegevoegd aan artikel 1 van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast is het budget voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) toegevoegd aan artikel 1 en wordt het Budget Internationale Veiligheid (BIV) toegevoegd aan artikel 4. 10 Daar staat tegenover dat de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking zijn ingevuld, zoals in de nota «Wat de wereld verdient» is aangekondigd. Ten slotte zijn de correctie op het BNP en het hieraan gekoppelde ontwikkelingssamenwerkingsbudget verwerkt.

3. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2014

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII):

Het voorstel is om de uitgaven voor 2014 te verhogen met EUR 50,3 miljoen. De belangrijkste reden voor deze verhoging zijn de extra middelen die het kabinet heeft vrijgemaakt voor noodhulp (EUR 100 mln in 2014). Tegenover deze verhoging staan diverse verlagingen, met name op de sub-artikelen voor het Budget Internationale Veiligheid (BIV) en het Dutch Good Growth Fund (DGGF).

Onder invloed van de sterk gestegen instroom van asielzoekers heeft het kabinet in 2014 eenmalig EUR 375 mln beschikbaar gesteld ter dekking van de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen die aan het ODA-budget worden toegerekend. Deze ODA-middelen staan op de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en leiden derhalve niet tot een mutatie op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Een eventueel surplus als gevolg van onderuitputting wordt naar 2015 meegenomen via de asielreserve op de begroting van Veiligheid & Justitie.

De verwachte ODA-prestatie komt in 2014 uit op 0,63% (exclusief het Dutch Good Growth Fund).

Hieronder volgt een overzicht van de meest in het oog springende wijzigingen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2014 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII):

Artikel 1

Het budget voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) wordt met EUR 20 mln verlaagd wegens een lagere liquiditeitsbehoefte. Dit bedrag zal in latere jaren weer worden toegevoegd aan het fonds (via de eindejaarsmarge voor het DGGF). Daarnaast is sprake van een onderuitputting op de ODA- en non-ODA programma’s voor internationaal ondernemen.

Artikel 2

De uitgaven voor milieu en klimaat worden met EUR 10 mln verlaagd, met name vanwege vertragingen in een project in de Grote Meren-regio.

Artikel 4

Het reguliere budget voor noodhulp (sub-artikel 4.1) wordt verhoogd met EUR 13,3 mln. Voor de missie van het Nederlandse Joint Support Ship Karel Doorman bij de bestrijding van ebola in West-Afrika is in 2014 EUR 6,8 mln vrijgemaakt. Daarnaast wordt EUR 1,5 mln beschikbaar gesteld voor anti-ebola initiatieven door ambassades in de regio en door de recent benoemde speciale gezant ebola. Tenslotte wordt vanuit sub-artikel 4.3 EUR 5 mln overgeheveld ten behoeve van noodhulp in Zuid-Soedan.

Vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) wordt EUR 22,8 mln overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Defensie ter dekking van de kosten van de missie in Irak (sub-artikel 4.2).

Met het oog op de vele internationale crises besloot het kabinet afgelopen zomer EUR 570 mln extra beschikbaar te stellen voor een noodhulpfonds. Dit fonds is flexibel inzetbaar gedurende de kabinetsperiode (t/m 2017). In 2014 zal EUR 100 mln worden uitgegeven op het nieuwe sub-artikel 4.4.

Artikel 5

De verhoging van dit artikel betreft grotendeels een technische bijstelling. De mutatie wordt verklaard doordat de BNP-korting (die een gevolg is van de koppeling van het ODA-budget aan de geraamde ontwikkeling van het BNP) bij Najaarsnota voor EUR 60 miljoen is ingevuld. De nog te verdelen BNP-korting, die in de BHOS-begroting als een negatief bedrag wordt opgenomen op artikel 5.2, daalt daardoor van EUR 169 miljoen (Voorjaarsnota) naar EUR 109 miljoen (Najaarsnota), hetgeen leidt tot een verhoging van artikel 5.2.

3. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2014

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII):

Het voorstel is om de uitgaven voor 2014 te verlagen met EUR 122,7 miljoen. De belangrijkste reden voor deze verlaging is de overheveling van een deel van de middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar Defensie en Buitenlandse Zaken, conform de daarvoor afgesproken systematiek.

De verwachte ODA-prestatie stijgt in 2014 naar 0,61% (exclusief BIV en DGGF). Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door de toegenomen kosten van eerstejaars asielopvang, die uit het ODA-budget worden betaald. In 2014 wordt bij Voorjaarsnota een stijging van de asielkosten van EUR 88 miljoen verwerkt (van EUR 234 miljoen naar EUR 322 miljoen), die via een kasschuif in 2015 en 2016 uit het ODA-budget zal worden gecompenseerd. De verwachting is dat de asielkosten nog verder oplopen door de sterk stijgende instroom van asielzoekers uit Eritrea; hiervoor moet binnen het kabinet een oplossing worden gevonden. Bij de berekening van de verwachte ODA-prestatie is nog geen rekening gehouden met de nieuwe berekeningswijze van het BNP. Over de mogelijke gevolgen hiervan voor de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de ODA-prestatie zal de Kamer uiterlijk bij Miljoenennota 2015 nader worden geïnformeerd.

In de volgende tabel volgt een overzicht van de meest in het oog springende wijzigingen ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2014 van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII), gevolgd door een toelichting per mutatie.

Bedragen x EUR 1 miljoen

Artikel

 

Mutatie

1

Duurzame handel en investeringen

44,6

2

Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid

– 10,7

4

Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

– 197,8

5

Versterkte kaders voor ontwikkeling

41,5

Toelichting

Artikel 1

Door een kasschuif van 2016 naar 2014 wordt de storting in het Dutch Good Growth Fund (DGGF) in 2014 verhoogd van EUR 50 miljoen naar EUR 100 miljoen. Tevens wordt EUR 5 miljoen overgeheveld naar het mensenrechtenartikel op de begroting van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van de bestrijding van kinderarbeid (onderdeel van het amendement-Voordewind).

Artikel 2

Vanwege de BNP-korting op het ODA-budget worden de uitgaven voor milieu en klimaat met EUR 13 miljoen verlaagd. Hiervan wordt EUR 5 miljoen bezuinigd op de landenprogramma’s van o.a. Indonesië en Rwanda. De resterende bezuiniging van EUR 8 miljoen wordt op centraal niveau ingevuld.

Artikel 4

De uitgaven op dit artikel worden per saldo met EUR 197,8 miljoen verlaagd. Dit saldo bestaat uit een verlaging van artikel 4.2 met EUR 227 miljoen als gevolg van de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar Defensie en Buitenlandse Zaken, alsmede een verhoging van artikel 4.3 met EUR 29,4 miljoen ten behoeve van centrale programma’s op het gebied van wederopbouw.

Artikel 5

De verhoging van dit artikel betreft grotendeels een technische bijstelling. De mutatie wordt verklaard doordat de BNP-korting bij Voorjaarsnota voor EUR 37 miljoen is ingevuld. De nog te verdelen BNP-korting, die in de BHOS-begroting wordt opgenomen op artikel 5.2, daalt daardoor van EUR 206 miljoen (Ontwerpbegroting) naar EUR 169 miljoen (Voorjaarsnota), hetgeen leidt tot een verhoging van artikel 5.2.

3. ARTIKELEN

Artikel 1: Duurzame handel en investeringen

A: Algemene doelstelling

Duurzame handel en investeringen door versterking van het internationaal handelssysteem, met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen(MVO); versterking van de Nederlandse handel- en investeringspositie en economische naamsbekendheid; en versterking van de private sector en het investeringsklimaat in ontwikkelingslanden. Het Dutch Good Growth Fund (DGGF) gaat een instrumentele bijdrage leveren. Dit artikel brengt de synergie tussen handel en ontwikkelingssamenwerking tot uitdrukking.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • Het voeren van financieel instrumentarium op de beleidsterreinen export- en investeringsbevordering, marktfacilitatie en markttoegang.

  • Het ondersteunen van ontwikkelingsrelevante handel en -investeringen met het Dutch Good Growth Fund.

  • Het financieren van diverse programma’s gericht op duurzame economische ontwikkeling, private sectorontwikkeling en armoedevermindering in lage- en middeninkomenslanden.

Regisseren

  • Op basis van Nederlandse belangen bijdragen aan de verdere vrijmaking van het internationale handels- en investeringsverkeer via de World Trade Organisation (WTO)/Doha ronde, vrijhandelsakkoorden en investeringsbeschermingsovereenkomsten.

  • Het versterken van de internationale economische rechtsorde in het kader van de WTO en OESO.

  • Bevorderen van een gelijk speelveld voor Nederlandse ondernemers op MVO door goede afspraken te maken in de OECD Working Party on Responsible Business Conduct. Nederland levert het voorzitterschap via een speciaal vertegenwoordiger voor de OESO Richtlijnen.

  • Het mede vormgeven van een nieuwe WTO onderhandelingsagenda.

  • Het bevorderen van kaders voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen in het kader van de VN, OESO, EU en voluntary principles on security and human rights.

  • Het actief inzetten op het afsluiten van een aantal economic partnership agreements in EU-verband.

  • Het behouden van draagvlak voor globalisering door realistische invulling van ketenverantwoordelijkheid.

  • Het faciliteren van ambities om synergie te bereiken tussen ontwikkelingsdoelstellingen en de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven.

  • Opstellen en bewaken van de afgestemde reisagenda van het kabinet naar economisch belangrijke landen.

  • Opstellen en bewaken van de Nederlandse economische diplomatieke inzet en economische belangen in het buitenland, in samenwerking met de binnenlandse economische partners en in samenwerking met de Minister van Economische Zaken.

  • Het aansturen van het economische deel van het postennet in samenwerking met de Minister van Economische Zaken.

  • Het versterken van de randvoorwaarden voor private sectorontwikkeling en investeringen in lage- en middeninkomenslanden waaronder goed bestuur, goede fysieke en financiële infrastructuur, toegang tot markten en verduurzaming van handelsketens.

  • Het opbouwen van een sterke private sector in ontwikkelingslanden met o.a. de topsectoren Agro & Food, Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, Water en Logistiek en instituten zoals de Nederlandse Belastingdienst en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Stimuleren

  • Actief voorlichtingsbeleid over de OESO-richtlijnen via o.a. het Nationale Contact Punt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, Agentschap NL en MVO Nederland.

  • Het faciliteren van (Nederlandse) bedrijven om zaken te doen op buitenlandse markten, waaronder in ontwikkelingslanden, met behulp van financiering, informatie en advies.

  • Bevorderen van clustergewijze samenwerking van bedrijven op buitenlandse markten.

  • In samenwerking met de private sector, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen wordt, met aandacht voor mensenrechten, gender, milieu en klimaataspecten, het ondernemingsklimaat verbeterd en maatschappelijk verantwoord ondernemen gestimuleerd.

  • Het belang van internationaal ondernemen benadrukken en bedrijven daartoe activeren.

Uitvoeren

  • Het behandelen van klachten van bedrijven over oneerlijke concurrentie waar Nederlandse bedrijven in het buitenland mee te maken hebben.

  • Het vorm en inhoud geven aan economische diplomatie, economische missies en inkomende en uitgaande bezoeken.

  • Het monitoren en bevorderen van markttoegang in derde landen via de EU markttoegangsstrategie.

  • De exportcontrole op strategische goederen en sancties in het kader van de EU, het Wassenaar Arrangement, de Australië groep, de Nuclear Suppliers Group, Organisation of Chemical Weapons en de Missile Technology Control Regime.

  • Het organiseren van strategische economische missies met aandacht voor IMVO.

  • Het in verzekering nemen van exporttransacties samen met de Minister van Financiën.

C: Beleidswijzigingen

  • Economische diplomatie wordt nog steviger verankerd in het buitenlands beleid via een gecombineerde agenda van handel en ontwikkelingssamenwerking. De ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven op en naar buitenlandse markten laat een verdere geografische verschuiving zien naar opkomende markten, waaronder specifiek ook zogenaamde transitie (voormalig OS)landen, mede op basis van de internationaliseringsoffensieven van de topsectoren.

  • Bevorderen van due diligence proces bij bedrijven door een sectoranalyse van risico’s op schade aan mens en milieu en met geselecteerde sectoren in gesprek te gaan over het sluiten van MVO convenanten.

  • Er wordt sterker ingezet op het ondersteunen van het Nederlandse bedrijfsleven op het terrein van financieringen en verzekeringen.

  • Er komt meer ruimte voor diverse financieringsvormen, zoals participaties en garanties.

  • Er wordt budget vrijgemaakt om deelname van topsectoren aan strategische beurzen mogelijk te maken. Het beleid op Holland Branding wordt herzien, van vorm naar inhoud.

  • Nederland gaat een actievere rol spelen in de Europese onderhandelingen voor het afsluiten van economic partnership agreements, via een rol als honest broker.

  • Het handels- en ontwikkelingsbeleid wordt gekoppeld door middel van het ondersteunen van ontwikkelingsrelevante handel en investeringen, onder meer via het Dutch Good Growth Fund en stroomlijning van de programma’s gericht op het faciliteren van (Nederlandse) bedrijven om zaken te doen in ontwikkelingslanden.

  • Er wordt sterker ingezet op het ondersteunen van bedrijven om hun ketenverantwoordelijkheid vorm te geven gezamenlijk met de lokale overheid en maatschappelijke organisaties.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 1 Duurzame handel en investeringen

Bedragen in EUR 1.000

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

 

153.224

401.572

992.055

301.715

548.107

399.052

115.644

                   

Uitgaven:

               
                   

Programma-uitgaven totaal

 

316.842

430.785

463.256

491.830

678.020

773.984

473.055

 

waarvan juridisch verplicht

     

70%

       
                   

1.1

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

2.280

14.743

13.436

13.444

10.770

10.770

10.770

                   
 

Bijdrage (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan WTO en OESO

   

4.870

       
   

waarvan maatschappelijk verantwoord ondernemen

   

5.970

       
                   
 

Opdrachten

               
   

waarvan beleidsondersteuning, eveluaties en onderzoek

   

2.590

       
                   

1.2

Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid

6 223

90.143

81.725

73.597

69.582

60.546

59.617

                   
 

Subsidies

               
   

waarvan Starters International Business (SIB)/ Programma Strategische Beurzen

   

4.940

       
   

waarvan Partners for International Business (PIB)

   

6.300

       
   

waarvan Transitiefaciliteit (TF)/ Demonstratiepojecten, Haalbaarheidsstudies en Kennisverwerving (DHK)

   

15.000

       
   

waarvan Package4growth non-ODA

   

3.000

       
   

waarvan Package4growth ODA

   

5.140

       
   

waarvan Overig Programmatische Aanpak

   

3.340

       
   

waarvan oude programma's (PSO/2g@there)

   

2.710

       
                   
 

Leningen

               
   

waarvan Finance for International Business (FIB)

   

5.870

       
                   
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

               
   

waarvan Agenstchap NL

   

27.560

       
   

waarvan NBSO's (via Agentschap NL)

   

6.580

       
                   

1.3

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

308.339

325.899

268.095

304.789

347.668

402.668

402.668

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan landenprogramma's ondernemingsklimaat

   

22.500

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan transitiefaciliteit

   

9.000

       
   

waarvan ORIO

   

59.380

       
   

waarvan bedrijfsleveninstrumentarium

   

71.540

       
   

waarvan PUM

   

11.820

       
   

waarvan FMO

             
   

waarvan Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

   

9.500

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

waarvan Wereldbank/WTO/Asian Development Bank

   

23.500

       
   

waarvan International Finance Corporation

   

6.630

       
   

waarvan Infrastructuur/PIDG

   

11.600

       
   

waarvan International Labour Organization/partnerprogramma

   

10.040

       
                   
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

             
   

waarvan CBI

   

25.000

       
   

waarvan Agentschap NL

   

7.400

       
                   

1.4

Dutch good growth fund : intensivering van ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met de focus op het MKB

0

0

100.000

100.000

250.000

300.000

0

                   
   

programma's Dutch Good Growth Fund

   

100.000

       
                   
 

Ontvangsten

 

0

14.315

9.315

5.167

8.463

4.815

1.815

                   

1.10

Versterkt internationaal handelssysteem met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

0

14.315

9.315

5.167

8.463

4.815

1.815

D2: Budgetflexibiliteit

Voor het onderdeel versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn de geplande uitgaven volledig juridisch verplicht met uitzondering van beleidsondersteuning. De contributies aan internationale organisaties (WTO en OESO) vloeien voort uit meerjarige internationale afspraken en zijn volledig juridisch verplicht. De programma’s voor versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie en economische naamsbekendheid zijn volledig juridisch verplicht. Voor het onderdeel private sectorontwikkeling is het merendeel juridisch verplicht als gevolg van de meerjarig overeengekomen bijdragen voor ORIO, PSI, PUM, FMO en CBI. De bijdragen aan internationale organisaties zijn eveneens grotendeels juridisch verplicht. Voor het Dutch Good Growth Fund zijn nog geen juridische verplichtingen aangegaan.

E: Artikelonderdelen

1.1 Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

  • De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is beleidsinitiërend en coördinerend op het gebied van de handelspolitiek. Het belangrijkste orgaan hiervoor is de Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek (IRHP). Op basis van de uitkomsten in de IRHP neemt BH&OS deel aan onderhandelingen en officiële besprekingen op bilateraal, communautair en multilateraal niveau (OESO, WTO). Vanuit dit budget worden de jaarlijkse contributies aan de verschillende partijen gefinancierd.

  • Activiteiten die liggen op het terrein van de beleidsondersteuning en -onderzoek en evaluatie, alsmede incidentele projecten, zoals de Nederlandse deelname op Wereldtentoonstellingen.

  • Programma’s ter ondersteuning van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid

Advisering:

  • Agentschap NL is de centrale uitvoeringsorganisatie voor publieke handelsbevordering. Zij voert het financiële instrumentarium uit en faciliteert netwerken en contacten op het gebied van handels- en investeringsbevordering. Ook neemt Agentschap NL belemmeringen voor het bedrijfsleven weg, via het beschikbaar maken van kennis, informatie en contacten.

  • Het instrument Starters International Business (SIB) biedt startende exporteurs de mogelijkheid om samen met de Kamers van Koophandel en andere organisaties een actieplan voor export op te stellen.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Realisatie 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Aantal adviesvouchers voor bedrijven t.b.v. van een succesvolle en duurzame internationalisering met behulp van een van de producten gericht op (individuele) begeleiding van bedrijven

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

500

2014

AgNL

Partnerschappen:

  • Het instrument Partners for International Business (PIB) ondersteunt de structurele positionering van clusters van Nederlandse bedrijven, met name uit topsectoren, op voor Nederland kansrijke markten. Daarbij geldt als richtlijn, dat clusters van bedrijven (eventueel aangevuld met kennisinstellingen), die een grote en langdurige kans op een buitenlandse markt zien, maar tegen marktbelemmeringen aanlopen, gebruik kunnen maken van de faciliteit.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Realisatie 2012

Streefwaarde

Planning

Bron

Convenanten met clusters van bedrijven (waarvan tenminste 80% binnen de topsectoren en focuslanden)

12

2012

12

20

2014

AgNL

  • De Transitiefaciliteit (TF) wordt ingezet op voormalige OS-partnerlanden Vietnam, Zuid-Afrika en Colombia om de transitie van een bilaterale ontwikkelingsrelatie naar een wederzijds profijtelijke economische relatie mogelijk te maken. De TF-aanpak op de drie transitielanden zal in de huidige vorm naar verwachting in 2015 aflopen. De ervaringen van de TF zullen worden benut voor de ontwikkeling van een aanpak op de acht Overgangslanden 11. De inzet is om in deze landen hulp en handelsactiviteiten zodanig samen te brengen dat zij leiden tot wederzijds voordeel.

  • Met het Programma Strategische Beurzen ondersteunt de overheid de deelname per topsector aan twee internationaal strategische beurzen per jaar.

  • Via de regeling Demonstratieprojecten, Haalbaarheidsstudies of Kennisverwerving (DHK) kunnen Nederlandse bedrijven, die willen exporteren of investeren in opkomende markten, een subsidie ontvangen voor het uitvoeren van demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies of kennisverwerving.

Financiering:

  • Met de Faciliteit Opkomende Markten (FOM) worden investeringen van Nederlandse ondernemingen in opkomende markten gestimuleerd doordat de overheid een garantie verstrekt aan de Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) voor financieringen aan lokale dochterondernemingen of joint-ventures van Nederlandse bedrijven. FMO kan door die garantie financiering verschaffen, daar waar banken of andere kapitaalverschaffers het risico niet kunnen lopen. FOM is daarmee aanvullend aan de markt. Voor de FOM wordt bij de Rijkshoofdboekhouding (RHB) een interne begrotingsreserve aangehouden. Het betreft een kostendekkende regeling. Om een garantie te krijgen moet een premie worden betaald. Daaruit kunnen eventuele schades in latere jaren worden betaald. De begrotingsreserve dient om een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten en uitgaven op te kunnen vangen. De verhouding tussen de reservering en de borgstellingsruimte is 1:2. De stand van de interne begrotingsreserve per 31 december 2012 is EUR 90,1 miljoen. Het borgstellingsbedrag per 31 december 2012 is EUR 54 miljoen.

  • Package4Growth (P4G) is omgevormd naar het instrument Finance International Business. De resterende budgetten dienen ter uitfinanciering van in het verleden aangegane verplichtingen.

  • Het instrument Finance for International Business (FIB) vergroot de beschikbaarheid van financiering voor Nederlandse MKB ondernemingen die investeren in opkomende markten. Met FIB investeert de overheid mee in specifieke proposities van investeringsmaatschappijen en/of banken. De overheid investeert mee als derde partij en benut zo de financiële expertise van de private financier. FIB en FOM pakken ieder een andere belemmering aan die de kredietverschaffing aan het MKB voor directie buitenlandse investeringen in de weg kan staan.

1.3 Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

  • Verbetering van wet- en regelgeving via multi- en bilaterale kanalen, bijvoorbeeld bestrijding van landroof.

  • Toename van de rechtszekerheid, een effectief en transparant belastingstelsel en actieve bestrijding van corruptie leiden onder andere tot een beter investeringsklimaat, hetgeen tot uiting komt in verbeterde scores op de indicatoren van de Doing Business Index en Corruption Perception Index.

  • Toegang tot en gebruik van ontwikkelingsrelevante en betrouwbare infrastructuur leidt tot grotere economische bedrijvigheid. Hier wordt onder andere aan bijgedragen door programma’s als Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling (ORIO) en Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties (ORET, in 2008 omgevormd tot ORIO en sindsdien geen nieuwe activiteiten meer), het Infrastructure Development Fund (IDF) van de FMO en Private Infrastructure Development Group (PIDG).

  • Met het MASSIF programma wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van de financiële sector in ontwikkelingslanden. Verbeterde toegang tot kredieten en verzekeringen vergroten de mogelijkheden om economische initiatieven te ontplooien.

  • Opbouw van kennis en capaciteit bij het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden leidt onder andere tot toename van ondernemerschap en gekwalificeerd personeel, toename van het aantal bedrijven en toename van de overheidsinkomsten door middel van belastingafdrachten. Hieraan wordt onder andere bijgedragen door middel van het PSI programma.

  • Verbeterde toegang van bedrijven in ontwikkelingslanden tot nationale, regionale en internationale markten leidt tot meer handel. Onder andere de inzet van het CBI is hierop gericht.

  • Nederland draagt via het Partnerschapsprogramma met de ILO bij aan het bevorderen van de sociale rechtvaardigheid, het creëren van kansen op de arbeidsmarkt en verbetering van economische- en werkomstandigheden, alsook het bevorderen van de sociale dialoog in ontwikkelingslanden.

Zoals opgenomen in de nota «Wat de wereld verdient» wordt een deel van de bezuinigingen ingevuld op private sector ontwikkeling (EUR 105 miljoen). Daarbovenop komt een korting van EUR 30 miljoen als gevolg van de daling van het BNP. Dit leidt tot een daling van het budget 2014 voor o.a. verbetering van het ondernemingsklimaat in partnerlanden (met name Burundi, Mali en Rwanda), het bedrijfsleveninstrumentarium (ORET/ORIO) en de fondsen voor infrastructuur (IDF).

1.4 Dutch good growth fund: intensivering van ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met een focus op het MKB

  • Het DGGF is een revolverend fonds dat financiering verschaft voor ontwikkelingsrelevante, innovatieve en risicodragende investeringen en exporttransacties. De financiering is additioneel aan wat reguliere marktpartijen kunnen bieden. Het gaat concreet om drie vormen van ondersteuning:

    • bevordering van investeringen door Nederlandse bedrijven, met name het midden- en kleinbedrijf, in lage- en middeninkomenslanden;

    • ondersteuning van investeringen in het midden- en kleinbedrijf in lage- en middeninkomenslanden en Nederland;

    • ondersteuning van ontwikkelingsrelevante export door Nederlandse bedrijven, met name het midden- en kleinbedrijf, in lage- en middeninkomenslanden.

Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

A: Algemene doelstelling

Een toename van voedselzekerheid; verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie; en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, het tegengaan van klimaatverandering en een vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering.

B: Rol en verantwoordelijkheid

In afstemming met de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu draagt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bij aan het zeker stellen dat internationale publieke goederen zoals een stabiel klimaat, gezonde ecosystemen, grondstoffen, voedsel en water beschikbaar blijven voor huidige en toekomstige generaties.

De minister is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • De financiering van diverse programma’s gericht op duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water, uitgevoerd door multilaterale instellingen, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, lokale overheden, centrale programma uitvoerders (zoals FMO, Agentschap NL), samenwerking met andere donoren (DFID, BMZ) en via publiek-private partnerschappen. Op basis van eerdere ervaringen zullen in publiek private samenwerking de beoogde uitkomsten voor zowel bedrijven en ontwikkelingsimpact beter geëxpliciteerd worden.

  • De niet-geoormerkte financiering van verschillende multilaterale instellingen, die een sleutelrol spelen bij de aanpak van vraagstukken op het gebied van deze thema’s.

Regisseren

  • Het regisseren van de Nederlandse aanpak van mondiale problemen op mondiale schaal.

  • Het coördineren van de Nederlandse positie in Brussel en internationale fora voor wat betreft de ontwikkelingsaspecten van het Europese en internationale beleid ten aanzien van duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water.

Stimuleren

  • Het stimuleren van de intensivering van de samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en de private sector.

  • Inzet van Nederlandse deskundigheid bij het realiseren van de ontwikkelingsdoelstellingen.

C: Beleidswijzigingen

  • Naar aanleiding van de nota «Wat de wereld verdient» 12 zal voor voedselzekerheid de focus meer komen te liggen op de smallholder farmer. Het doel hiervan is om de overgang van subsistence farming naar productie voor de markt voor deze groep eenvoudiger te maken, waardoor de kleine boer in staat wordt gesteld over te gaan van de informele naar de formele economie. Een andere beleidswijziging betreft de extra nadruk die op voeding wordt gelegd: meer dan voorheen investeren in toegang, gebruik en kwaliteit van voedsel, vooral onder de meest kwetsbare groepen (extreem armen, moeders met kinderen in de eerste twee levensjaren).

  • Binnen de watersector zal een geleidelijke verschuiving worden gerealiseerd van drinkwater en sanitatie naar waterbeheer.

  • Nederland streeft ernaar EUR 340 miljoen voor klimaatfinanciering te realiseren in 2014. Klimaatfinanciering wordt geïntegreerd met name binnen de speerpunten voedselzekerheid en water door binnen de programmering aandacht te besteden aan het tegengaan van de (gevolgen van) klimaatverandering. De onder het artikelonderdeel 2.3. van de begroting opgenomen budgetten worden ingezet om steun te geven aan veelbelovende initiatieven, die passen binnen de inzet op een ambitieus klimaatbeleid, hiermee wordt de focus verschoven van aandacht op milieu naar inzet op het behoud van het «international public good» klimaat. Daarbij wordt ingezet op het behalen van meervoudige winst: naast klimaatfinanciering tevens inzet op duurzaam gebruik van de productiebasis en versterking van de economie. In dit verband wordt ingezet op het betrekken van de private sector bij klimaatfinanciering; wordt met het bedrijfsleven gesproken over het belang van klimaatrelevante investeringen en wordt dit in internationale fora aan de orde gesteld.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Bedragen in EUR 1.000

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

 

1.541.245

640.191

704.650

555.351

446.032

521.045

597.045

                   

Uitgaven:

               
                   

Programma-uitgaven totaal

 

639.972

717.567

581.953

616.602

686.532

751.532

751.532

 

waarvan juridisch verplicht

     

93%

       
                   

2.1

Toename van voedselzekerheid

277.589

337.105

306.612

321.295

346.295

366.295

366.295

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan landenprogramma's voedselzekerheid

   

162.000

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan internationaal onderwijsprogramma

   

30.000

       
   

waarvan Agriterra

   

12.000

       
   

waarvan Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

   

18.600

       
                   
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

               
   

waarvan financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden

             
   

waarvan Consultative Group on International Agricultural Research

   

23.000

       
   

waarvan initiatief duurzame handel

   

20.000

       
   

waarvan International Fund for Agricultural Development

   

20.000

       
                   

2.2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

139.785

182.640

167.161

173.157

188.157

203.157

203.157

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

Landenprogramma's waterbeheer

   

65.000

       
   

Landenprogramma's drinkwater en sanitatie

   

45.300

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan Fonds Duurzaam Water

   

11.700

       
                   
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

               
   

waarvan stroomgebiedbeheer via Wereldbank

   

6.000

       
   

waarvan UNICEF WASH

   

13.510

       
   

waarvan International Council for Research in Agro Forestery

   

8.000

       
                   

2.3

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

222.598

197.822

108.180

122.150

152.080

182.080

182.080

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan Landenprogramma's klimaatbeleid

   

19.700

       
   

waarvan landenprogramma's milieubeleid

   

11.020

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden

   

14.400

       
                   
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

               
   

waarvan Wereldbank

   

20.000

       
   

waarvan DFID/Climate Development and Knowledge Network

   

4.500

       
   

waarvan UNEP

   

7.100

       
   

waarvan Least Developed Country Fund

   

20.000

       

D2: Budgetflexibiliteit

Het merendeel van de geplande uitgaven is juridisch verplicht. Voor het artikelonderdeel toename van voedselzekerheid zijn nog niet alle landenprogramma’s in uitvoering. Binnen het artikelonderdeel verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie gaat het merendeel om lopende programma’s die in 2013 of eerder zijn gestart. Binnen de landenprogramma’s zijn nog niet alle contracten overeengekomen. Daarnaast zijn ook nog niet de uitgaven voor het Fonds Duurzaam Water juridisch verplicht. Voor het onderdeel duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering zijn de meeste uitgaven juridisch verplicht.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

2.1. Toename van voedselzekerheid

  • Bijdragen aan landenspecifieke programma’s en via multilaterale programma’s als Global Agriculture and Food Security Program (GAFSP) en International Fund for Agricultural Development (IFAD) ter verhoging van duurzame voedselproductie in de partnerlanden (waaronder climate smart agriculture). Deze initiatieven richten zich op verhoging van land- en arbeidsproductiviteit met efficiënt gebruik en duurzaam beheer van schaarse hulpbronnen als land, water, nutriënten, biodiversiteit en energie.

  • Bijdragen via multi- en bilaterale kanalen (GAIN) ter verbetering van de toegang tot voldoende kwalitatief voedsel.

  • Bevordering van efficiëntie van markten, bijvoorbeeld via steun aan 2SCALE. Dit programma verhoogt de beschikbaarheid van voedsel op lokale en regionale markten in acht partnerlanden door handelsbarrières weg te nemen en markttransparantie te vergroten. Ook de bilaterale programma’s zijn hier op gericht. Bijvoorbeeld in Mozambique, waar de handel wordt gestimuleerd door te investeren in de Beira Agricultural Growth Corridor.

  • Verbetering van het (rurale) ondernemingsklimaat via een mix van doelgerichte activiteiten en instrumenten. Met FMO’s MASSIF+, een ontwikkelingsfonds voor de financiële sector, wordt het aanbod van krediet en financiële diensten voor boeren, producentenorganisaties en het micro, midden- en kleinbedrijf (MMKB) in de agro-food sector en/of in rurale gebieden vergroot. Er wordt geïnvesteerd in versterking van land governance via onder andere de International Land Coalition, maar ook via het bilaterale kanaal. Verbetering van het naleven van wetgeving en rechtsgelijkheid wordt nagestreefd in bijvoorbeeld Rwanda, waar wordt ingezet op landadministratie, en in Mozambique, waar lokale gemeenschappen worden geholpen om hun recht op landgebruik beter te beschermen. Kennis en vaardigheden voor rurale ontwikkeling wordt bewerkstelligd door verbetering van beroepsonderwijs relevant voor het vergroten van voedselzekerheid via het publiek private partnerschap Learn4Work en post-secondaire skills development programma’s als Netherlands Initiative for Capacity Development in Higher Education institutions (NICHE) en Netherlands Fellowship Programme (NFP). Boeren en boerinnenorganisaties worden versterkt via Agriterra (Programma Ondersteuning Producentenorganisaties-POP), AgriProFocus en Agricord.

  • Het voedselzekerheidsbeleid wordt ondersteund door een kennisagenda. Er wordt geïnvesteerd in kennisdeling en onderzoek door kennisinstellingen ter ondersteuning van voedselzekerheid in de bilaterale ambassadeprogramma’s en ten behoeve van een beter begrip van de mondiale uitdagingen op voedselzekerheid en private sector ontwikkeling. Daarnaast wordt internationaal landbouwonderzoek gesteund via de Consultative Group on International Agricultural Research (CGIAR).

Een deel van de bezuinigingen wordt ingevuld op voedselzekerheid (EUR 90 miljoen, waarvan EUR 60 miljoen taakstelling en EUR 30 miljoen als gevolg van een lager BNP). Dit betekent een daling van het budget 2014 voor programma’s op het gebied van voedselzekerheid van o.a. International Fertilizer Development Centre (IFDC), Initiatief Duurzame Handel (IDH) en International Finance Corporation (IFC).

2.2. Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

  • Het ondersteunen van programma’s gericht op het verhogen van de waterproductiviteit in partnerlanden, rekening houdend met de klimaatveranderingen.

  • Het leveren van financiële en technische ondersteuning van de ontwikkeling en uitvoering van plannen voor duurzame economische groei en waterveiligheid in minimaal acht stroomgebieden en delta’s (in Bangladesh, Benin, Ghana, Indonesië, Kenia, Mali, Mozambique en Vietnam).

  • Het leveren van een financiële en technische bijdrage aan grensoverschrijdende bemiddeling en gezamenlijk stroomgebiedbeheer in minimaal zeven grote stroomgebieden, grondwatersystemen en delta’s (Brahmaputra, Incomati, Mekong, Senegal, West Bank Aquifer en Zambezi).

  • Toepassing van een integrale benadering van watermanagement en milieu in steden als het kader voor het beheer van drinkwatervoorziening, sanitatie (inclusief vast afval), afvalwater en afwatering.

  • Via inzet van technische assistentie, organisatie van trainingen en workshops bijdragen aan vermindering van de spanning over waterbeheer in vijf stroomgebieden.

  • Verbetering van de regelgeving op het gebied van water in vijf landen (Benin, Kenia, Palestijnse Gebieden, Rwanda en Zuid Sudan).

  • Het opzetten van diverse publiek-private partnerschappen ter verbetering van de samenwerking tussen brede watersector in Nederland en in partnerlanden.

  • Het verbeteren van de samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en de private sector door de brede sector te betrekken bij de vormgeving en uitvoering van bilaterale en multilaterale programma’s.

Zoals opgenomen in de nota «Wat de wereld verdient» wordt een deel van de bezuinigingen ingevuld op water (EUR 50 miljoen). Daarbovenop komt een korting van EUR 15 miljoen als gevolg van de daling van het BNP. Dit betekent o.a. een daling van het budget 2014 voor drinkwater en sanitatie in overgangsrelatielanden en temporisering van enkele grensoverschrijdende stroomgebied-programma’s.

2.3. Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

  • Bijdragen aan de totstandkoming van klimaatallianties (betrekken van het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld).

  • Financieren van kennisinstellingen om de kennis en kunde van deze instellingen te benutten bij het «climate proof» maken van (publieke en private) investeringen.

  • Inzetten van (beperkte) middelen om rampenpreventie en -bestrijding te verbeteren; recente grote natuurrampen tonen aan hoe kwetsbaar mens en have zijn voor de in frequentie en hevigheid toenemende rampen.

  • Bevorderen – samen met uitvoerende partners en internationale instellingen – dat vrouwen de ruimte krijgen om een kracht voor hervormingen te zijn.

  • Via het Promoting Renewable Energy Programme wordt geïnvesteerd in hernieuwbare energie in Sub Sahara Afrika en Indonesië (mitigatie van klimaatveranderingen). Er wordt samengewerkt met multilaterale organisaties, andere donorlanden en met Nederlandse maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstellingen. Beoogd resultaat is het reduceren van CO2 uitstoot en het vergroten van de toegang tot moderne vormen van energie voor armen in ontwikkelingslanden door middel van investeringen in diverse hernieuwbare energie technologieën, marktontwikkeling en – in beperkte mate – capaciteitsopbouw.

  • Via de Global Environment Facility (GEF) wordt uitvoering gegeven aan de internationale milieuverdragen voor klimaat, biodiversiteit, duurzaam landgebruik, internationale wateren en niet-afbreekbare organische giftige stoffen.

  • Bijdrage aan klimaatprogramma’s binnen het mondiale fonds Least Developed Country Fund.

  • Ondersteuning van het United Nations Environment Program (UNEP).

Een deel van de bezuinigingen wordt ingevuld op milieu en klimaat (EUR 100 miljoen). Dit betekent een daling van het budget 2014 voor o.a. de landenprogramma’s op klimaat, en de bijdragen aan een aantal organisaties op het gebied van internationaal milieubeleid, alsmede een aanpassing van het betalingsritme aan het Global Environment Fund.

Artikel 3: Sociale vooruitgang

A: Algemene doelstelling

Menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling ten behoeve van een duurzame en rechtvaardige wereld, door het bijdragen aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt toeroepen aan de verspreiding van HIV/Aids; het bevorderen van gelijke rechten en kansen voor vrouwen; versterking van het maatschappelijk middenveld; en een toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Het bijdragen aan structurele armoedebestrijding en bevorderen van inclusieve groei en ontwikkeling door de mogelijkheden en kansen te vergroten van mannen en vrouwen in ontwikkelingslanden.

  • De Nederlandse inzet voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en hiv-preventie, onder meer in multilaterale fora. Nederland speelt een actieve rol in de voorbereidingen voor ICPD beyond 2014 en de post 2015 agenda, in de bilaterale dialoog in de partnerlanden en in de samenwerking met NGO’s.

  • Werken aan goede internationale kaders voor vrouwenrechten in multilaterale fora (VN, OESO/DAC, EU) en het ondersteunen van lokale vrouwenorganisaties ter versterking van politieke en economische empowerment van vrouwen, en de rol van vrouwen in conflictsituaties. Lokale ervaringen worden ingebracht in multilaterale fora, en vice versa.

  • Ambitieuze maar realistische zelfstandige doelstellingen voor «gender equality» en voor SRGR in de post-2015 ontwikkelingsagenda.

  • De samenwerking met het maatschappelijk middenveld in internationale samenwerking, handel en investeringen.

Financieren

  • Het financieren van programma’s van multilaterale organisaties, niet-gouvernementele organisaties internationaal en lokaal, bedrijven, overheden en kennisinstellingen, die het meest perspectief bieden op het verwezenlijken van de beoogde resultaten.

  • Het financieren van programma’s gericht op het versterken van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden, via onder meer MFS-II, VMP en SNV.

  • De versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen via NICHE en de opleiding van professionals via NFP; het Kennisplatform Development Policies.

C: Beleidswijzigingen

  • Zoals aangekondigd in «Wat de wereld verdient» 13 en «Respect en recht voor ieder mens» 14 zal meer nadruk komen te liggen op het bestrijden van seksueel geweld tegen vrouwen en kindhuwelijken.

  • In 2014 worden de inspanningen geïntensiveerd om de afnemende politieke ruimte voor maatschappelijke organisaties in lage- en middeninkomenslanden te adresseren. Per 2016 eindigen de huidige financieringsrelaties voor het MFS II en SNV, eind 2016 die voor VMP. In 2014 wordt de Kamerbrief over de toekomstige relatie tussen de Nederlandse overheid en het maatschappelijk middenveld van najaar 2013 uitgewerkt in beleidskader en instrumenten voor de versterking van het maatschappelijk middenveld in lage- en middeninkomenslanden vanaf 2016, op een wijze die de inclusiviteit en duurzaamheid van ontwikkeling bevordert.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 3 Sociale vooruitgang

Bedragen in EUR 1.000

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

 

654.984

486.432

453.048

1.313.750

535.250

474.610

508.610

                   

Uitgaven:

               
                   

Programma-uitgaven totaal

 

1.132.182

1.064.757

985.987

945.091

842.823

737.823

737.823

 

waarvan juridisch verplicht

     

91%

       
                   

3.1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids

377.004

382.160

382.756

391.666

416.666

431.666

431.666

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan landenprogramma's SRGR

   

82.540

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan SRGR-fonds

   

42.000

       
   

waarvan Product Development Partnerships

   

12.000

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan Unicef (SRGR)

   

10.000

       
   

waarvan UNAIDS

   

20.000

       
   

waarvan Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis

   

55.000

       
   

waarvan UNFPA

   

35.000

       
   

waarvan Global Programme to Enhance Reproductive Health Commodity Security via UNFPA

   

48.000

       
   

waarvan Global Alliance for Vaccines and Immunisations

   

43.000

       
   

waarvan WHO Partnership programma/WHO-PAHO

   

16.220

       
   

waarvan Health Insurance Fund

   

15.500

       
                   

3.2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

43.508

53.478

44.985

43.279

43.261

43.261

43.261

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan landenprogramma's gelijke rechten en kansen voor vrouwen

   

6.000

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan Funding Leadership and Opportunities for Women

   

28.900

       
   

waarvan Nationaal Actie Plan 1.325

   

4.000

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan UNWOMEN

   

6.000

       
                   

3.3

Versterkt maatschappelijk middenveld

476.685

453.190

451.250

451.250

334.000

219.000

219.000

                   
 

Subsidies

               
   

waarvan Vakbondsmedefinancierings programma

   

12.000

       
   

waarvan SNV programma

   

55.000

       
   

waarvan Medefinancieringsstelsel

   

382.000

       
                   

3.4

Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

234.985

175.929

106.996

58.896

48.896

43.896

43.896

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan landenprogramma's hoger onderwijs

   

4.000

       
   

waarvan landenprogramma's onderwijs algemeen

   

22.300

       
                   
 

Subsidies

               
   

waarvan internationale onderzoekprogramma's

   

9.000

       
   

waarvan internationale hoger onderwijsprogramma's Niche en NFP

   

36.500

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan Global Partnership for Education

   

30.000

       

D2: Budgetflexibiliteit

De uitgaven voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids zijn volledig juridisch verplicht met uitzondering van een aantal (vrijwillige) bijdragen aan WHO, UNAIDS, UNFPA, GFATM en GPERHCS. Voor het artikelonderdeel gelijke rechten en kansen voor vrouwen is het merendeel ook juridisch verplicht. Onder versterkt maatschappelijk middenveld zijn de geraamde uitgaven volledig juridisch verplicht. Het betreft hier meerjarige contracten die lopen tot en met 2015. Voor het onderdeel toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek is het merendeel juridisch vastgelegd. Het betreft lopende programma’s.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

3.1 Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids

  • Toegenomen kennis en keuzevrijheid van jongeren over hun seksualiteit.

  • Verbeterde toegang tot voorbehoedmiddelen en medicijnen.

  • Betere gezondheidszorg rond zwangerschap en bevalling, inclusief veilige abortus.

  • Meer respect voor seksuele en reproductieve rechten van groepen aan wie deze rechten worden onthouden.

3.2 Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

  • Verbetering van veiligheid, economische zelfredzaamheid en politieke participatie van vrouwen via het Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW) programma.

  • Verbeterde positie van vrouwen in conflictgebieden door uitvoering van het Nederlands Nationaal Actieplan 1.325. Dwarsdoorsnijdende thema’s zoals politieke participatie, leiderschap van vrouwen en verbetering van de economische positie van vrouwen worden ondersteund via vredes- en wederopbouwprocessen in zes fragiele staten (Afghanistan, Burundi, Colombia, Democratische Republiek Congo, Sudan en Republiek Zuid-Sudan) en het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

  • Verbeterde kennis bij diplomaten, militairen en civiele experts om genderaspecten te operationaliseren in hun werk in fragiele staten via de bijdrage aan en organisatie van de Spaans-Nederlandse Training A Comprehensive Approach to Gender in Operations.

3.3 Versterkt maatschappelijk middenveld

  • Programma’s van twintig allianties van Nederlandse maatschappelijke organisaties onder het MFS II programma gefinancierd (periode 2011–2015), waarmee het maatschappelijk middenveld wordt versterkt, de capaciteit van maatschappelijke organisaties is versterkt en is bijgedragen aan het realiseren van de MDG’s.

  • Capaciteit van ngo’s, private sector en lokale overheden in ontwikkelingslanden vergroot door de bijdrage aan SNV.

  • Het vakbondsmedefinancieringsprogramma draagt bij aan betere naleving van arbeidsrechten wat leidt tot versterkte capaciteit van vakbonden, verbeterde sociale dialoog en tot verbeterde arbeidsomstandigheden. Door betere aansluiting bij andere samenwerkingsinspanningen die met ODA-middelen worden gefinancierd wordt de effectieve bijdrage aan duurzame ontwikkeling vergroot.

3.4 Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

  • De capaciteit van het hoger (beroeps)onderwijs wordt versterkt via het NICHE-programma en het aantal goed-opgeleide mensen in partnerlanden neemt toe via het NFP.

  • Kennis over duurzame en inclusieve groei in partnerlanden wordt vergroot via kennisplatforms.

  • Verantwoorde afbouw van programma’s voor basisonderwijs.

Zoals opgenomen in de nota «Wat de wereld verdient» wordt een deel van de bezuinigingen ingevuld op onderwijs en onderzoek (EUR 60 miljoen, plus EUR 5 miljoen op de kennisinstellingen op de begroting van OCW). Deze budgetten worden versneld afgebouwd; het beurzenprogramma wordt echter ontzien. Vanwege de neerwaartse aanpassing van het BNP daalt het budget voor SRGR met EUR 15 miljoen.

Artikel 4: Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

A: Algemene doelstelling

Vrede en veiligheid voor ontwikkeling door het verlenen van humanitaire hulp; het voorkomen en terugdringen van conflictsituaties; en het bevorderen van rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en het tegengaan van corruptie.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • De aanwending van middelen uit het budget internationale veiligheid, in overeenstemming met de Ministers van Defensie en van Buitenlandse zaken. Besluitvorming wordt interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Hiermee is het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten uit het BIV geborgd.

  • Bepaling van de indicatieve planning voor ongeoormerkte bijdragen aan internationale, bij humanitaire hulp betrokken organisaties per chronische crisis.

  • Bepaling van bijdragen aan acute crises op basis van de ontstane noden.

  • Financiering van stabiliteit- en rechtsstaatsontwikkelingprogramma’s en partners.

Stimuleren

  • Het ondersteunen van programma’s die stabiliteit en rechtsorde bevorderen in de tien partnerlanden op het gebied van Veiligheid & Rechtsorde en het Grote Merengebied en de Hoorn van Afrika.

Regisseren

  • Effectieve samenwerking met actoren zoals de VN, de EU en NGO’s ter verbetering van de noodhulpketen.

  • Binnen de VN wordt ingezet op betere samenwerking tussen het Bureau of Crisis Prevention and Recovery (BCPR) van UNDP (rechtsstaatsontwikkeling) en het Department for Peacekeeping Operations (DPKO) (veiligheidssector).

  • Via NGO’s wordt vroegtijdig herstel na crises en post-conflict wederopbouw ondersteund als overheden (nog) niet in staat zijn deze taken zelf uit te voeren. Ook ligt er een belangrijke rol voor het maatschappelijk middenveld bij lokale conflictpreventie en bevorderen van participatie van burgers.

C: Beleidswijzigingen

  • In 2014 worden blokallocaties voor de regio’s Hoorn van Afrika en Grote Meren vastgesteld, zodat NGO’s meer duidelijkheid en transparantie hebben over de mogelijkheden voor subsidieverlening.

  • Er wordt invulling gegeven aan het nieuwe budget voor internationale veiligheid (BIV), conform de brief «Budget Internationale Veiligheid» 15 van 12 juli 2013.

  • Er komt meer focus op brede ketenbenadering, inclusief veiligheids- en strafrechtketen, en toegang tot rechtssysteem.

  • Er wordt ingezet op nieuwe netwerken en strategische relaties met NGO’s werkzaam op crises, conflict en vredesopbouw, o.a. via strategische partnerschappen en kennisplatform Veiligheid en Rechtsorde.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

 

701.594

527.250

792.569

630.110

829.293

620.293

784.743

                   

Uitgaven:

               
                   

Programma-uitgaven totaal

 

511.063

509.850

685.469

689.571

689.571

689.571

689.571

 

waarvan juridisch verplicht

     

81%

       
                   

4.1

Humanitaire hulp

 

258.193

216.317

205.767

205.017

205.017

205.017

205.017

                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan UNHCR

   

33.000

       
   

waarvan UN-OCHA/CERF

   

45.000

       
   

waarvan International Committee of the Red Cross

   

25.000

       
   

waarvan Wereldvoedselprogramma

   

36.000

       
   

waarvan UNRWA

   

13.000

       
   

waarvan voor chronische en accute crises

   

50.000

       
                   

4.2

Budget Internationale Veiligheid; voorkomen en terugdringen van conflictsituaties

0

0

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

                   
   

waarvan crisisbeheersingsoperaties, incl. BSB, internationale criminaliteitsbestrijding, enablers, overigen

   

171.000

       
   

waarvan opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

   

36.000

       
   

waarvan veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw

   

43.000

       
                   

4.3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

252.870

293.533

229.702

234.554

234.554

234.554

234.554

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan landenprogramma's goed bestuur en wederopbouw

   

136.070

       
   

waarvan Midden-Amerika programma

   

14.570

       
   

waarvan onderwijs in fragiele staten

   

35.000

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan UNDP (BCPR)

   

8.000

       
 

Subsidies

               
   

waarvan politieke partijen-programma/gemeenteinitiatieven

   

12.400

       

D2: Budgetflexibiliteit

Het budget voor humanitaire hulp kent een deel dat nog niet juridisch verplicht is. De uitgaven voor dit onderdeel zijn afhankelijk van de actualiteit en de behoefte bij de inzet in noodsituaties. De bijdrage aan internationale organisaties is al wel juridisch vastgelegd (ongeoormerkt). Ruim de helft van de uitgaven voor het budget voor internationale veiligheid, voorkomen en terugdringen van conflictsituaties is al juridisch vastgelegd. Het betreft hier voor het grootste deel de uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties en beveiliging civielen in fragiele staten. Ook de programma’s voor rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie zijn nagenoeg allemaal juridisch vastgelegd. Het betreft programma’s die in 2013 of eerder zijn gestart.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

4.1 Humanitaire Hulp

  • Niet-geoormerkte bijdragen aan het wereldwijde VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF), UN-OCHA en het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) ten behoeve van de snelle beschikbaarheid en flexibiliteit van de humanitaire hulp.

  • Ongeoormerkte bijdragen aan UNHCR, UNRWA en WFP, eveneens ten behoeve van snelle beschikbaarheid en flexibiliteit. Bijdragen aan de International Strategy for Disaster Risk Reduction (ISDR) van de VN en de Global Facility for Disaster Risk Reduction (GFDRR) van de Wereldbank; deze organisaties houden zich bezig met vermindering van (effecten van) rampen.

  • Verlichting van noden bij de grote humanitaire crises. Besluitvorming met betrekking tot bijdragen wordt gebaseerd op de inventarisatie van noden door de VN, het zgn. Consolidated Appeals Process (CAP). De bijdragen kunnen worden ingezet via VN-organisaties, gemeenschappelijke landenfondsen (Common Humanitarian Funds), (Internationale) Rode Kruis of NGO’s.

4.2 Budget Internationale Veiligheid; voorkomen en terugdringen van conflictsituaties

  • Financiering van bestaande activiteiten van Defensie, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Veiligheid en Justitie en Buitenlandse Zaken.

  • Activiteiten die gericht zijn op de vier categorieën van Responsibility to Protect (voorkomen van genocide, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en etnische zuiveringen).

  • Monitoren van vredesakkoorden, opleidingen en trainingen, herstellen van de orde, hervorming van de veiligheidssector, grensbewaking, het beschermen van goederenstromen, rechtstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw.

  • Financiering van activiteiten die de inzet in bijvoorbeeld vredesmissies of fragiele staten ondersteunen (waaronder inzet van transportvliegtuigen of beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dit noodzakelijk is).

  • Zoals ook gemeld in de Kamerbrief over het BIV van 5 juli 2013 16, wordt besluitvorming over de aanwending van de middelen uit het BIV interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd.

4.3 Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

  • Middelen voor de landenprogramma’s goed bestuur zoals opgenomen in de MJSP’s.

  • Middelen voor landenprogramma’s wederopbouwprogramma’s zoals opgenomen in de MJSP’s.

  • Activiteiten voor het Midden Amerika programma.

  • Bijdrage aan het UNDP Bureau of Crisis Prevention and Recovery.

  • Onderwijsprogramma’s in fragiele staten via Peacebuilding and Education programma.

  • Politieke partijen programma is bedoeld voor programma’s van zelfstandige Nederlandse of internationale maatschappelijke organisaties, die werken aan de versterking van het functioneren van het democratische bestel, via samenwerking met politieke partijen en bewegingen in DAC-landen, om zo een bijdrage te leveren aan structurele armoedebestrijding.

Een deel van de bezuinigingen wordt ingevuld op veiligheid, rechtsorde en goed bestuur (EUR 140 miljoen, waarvan EUR 125 miljoen taakstelling en EUR 15 miljoen als gevolg van een lager BNP). Dit betekent o.a. dat de landenprogramma’s op goed bestuur en wederopbouw (met name in de overgangsrelatielanden) alsmede het centrale budget voor wederopbouw worden gekort.

Artikel 5: Versterkte kaders voor ontwikkeling

A: Algemene doelstelling

Versterkte kaders voor ontwikkeling door versterkte multilaterale betrokkenheid; de versterking van de cultuur en sportsector in ontwikkelingslanden om een sociale en kansrijke samenleving te stimuleren; het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid in Nederlanden bijdragen aan migratie en ontwikkeling.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • Het bijdragen aan organisaties die een belangrijke systeemfunctie hebben binnen het multilaterale ontwikkelingsarchitectuur.

  • Het plaatsen van structureel circa 75 assistent-deskundigen uit Nederland en ontwikkelingslanden op interessante posities bij multilaterale organisaties.

  • Het verlenen van schuldverlichting in de Club van Parijs, de Wereldbank en de African Development Bank. Het in internationaal verband deelnemen in de kapitaal-aanvullingen van de regionale ontwikkelingsbanken.

  • Het ondersteunen van initiatieven voor versterking van de cultuur en sport sector en voor versterking van het maatschappelijk draagvlak.

  • Het ondersteunen van initiatieven op het vlak van migratie en ontwikkeling.

Stimuleren

  • Het leveren van een bijdrage in relevante fora aan het overleg over de hervorming van de multilaterale ontwikkelingsarchitectuur.

  • Het toezien op de uitvoering door multilaterale organisaties van strategische aanwijzingen die de lidstaten in de VN opstellen.

  • Het bevorderen van meer coherent beleid en samenwerking door multilaterale organisaties op hoofdkantoor- en landenniveau.

  • Het bevorderen dat multilaterale organisaties resultaatgericht werken en hun resultaten zichtbaar maken.

  • Beïnvloeding van de formulering en vaststelling van nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelstellingen in het kader van de post-2015 agenda.

  • Het toezien op de uitvoering van een nieuwe ontwikkelingsagenda door multilaterale organisaties.

    In de betrokken multilaterale instellingen een bijdrage te leveren aan het overleg over schuldhoudbaarheid.

  • Het pleiten voor een gezonde kapitaalpositie van de regionale ontwikkelingsbanken.

  • Het verbinden van culturele en sportieve initiatieven en met onderwerpen van internationaal beleid.

  • Het stimuleren dat er rekening wordt gehouden met het belang van ontwikkelingslanden binnen het rijksbrede migratiebeleid.

  • De positieve bijdrage van migratie aan ontwikkeling bevorderen en de negatieve effecten tegengaan.

Regisseren

  • De coördinatie van de rijksbrede multilaterale inzet op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.

C: Beleidswijzigingen

  • Focus binnen multilaterale instellingen op de prioritaire thema’s van het ontwikkelingsbeleid, zoals geformuleerd in de nota «Wat de wereld verdient» 17.

  • Inzet op een geïntegreerde agenda voor de ontwikkelingsdoelstellingen post-2015, waarin de drie elementen van duurzaamheid samenkomen.

  • Voor sport en cultuur wordt het aantal programmalanden verkleind (van 10 naar 7). Verder wordt de kennisuitwisseling versterkt.

  • In 2014 wordt het beleid ten aanzien van de betrokkenheid van samenleving en burgers tegen het licht gehouden in relatie tot beleidsdoelstellingen, afgeleide uitvoering en veranderingen in de (inter)nationale context. De rol van de NCDO – waarmee de subsidierelatie eind 2014 afloopt en waarvan het lopende programma wordt geëvalueerd – is hier onderdeel van.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

 

514.319

333.503

425.637

33.162

140.112

100.072

138.572

                   

Uitgaven:

               
                   

Programma-uitgaven totaal

 

301.630

198.957

79.011

– 7.516

79.487

– 152.231

84.906

 

waarvan juridisch verplicht

     

100%

       
                   

5.1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

206.977

235.724

189.317

157.817

148.082

144.082

144.082

                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan UNDP

   

27.500

       
   

waarvan UNICEF

   

19.000

       
   

waarvan middelenaanvulling multilaterale banken en fondsen

   

124.500

       
   

waarvan assistent-deskundigen programma

   

9.000

       
                   

5.2

Overig armoedebeleid

 

81.327

– 45.767

– 119.306

– 174.333

– 77.595

– 305.313

– 68.176

                   
 

Bijdragenovereenkomst

               
   

waarvan kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

   

7.000

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan Schuldverlichting

   

46.200

       
                   
 

nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNP en/of toerekeningen

   

– 206.400

       
                   

5.3

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

13.326

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

                   
 

Subsidies

               
   

diversen

   

3.100

       
                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

               
   

waarvan UNHCR

   

2.800

       
                   
 

Bijdragen ZBO

               
   

waarvan Dienst terugkeer en vertrek

   

2.500

       
                   
 

Ontvangsten

 

51.603

88.539

86.715

80.117

75.675

77.337

74.947

                   

5.20

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

 

25.869

57.363

55.539

48.941

44.499

46.161

43.771

                   

5.21

Ontvangsten OS

 

25.734

31.176

31.176

31.176

31.176

31.176

31.176

                   

5.22

Koersverschillen OS

 

0

pm

pm

pm

pm

pm

pm

D2: Budgetflexibiliteit

Alle uitgaven voor versterkte multilaterale betrokkenheid, overige armoedebeleid en migratie en ontwikkeling zijn volledig juridisch verplicht.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

5.1 Versterkte multilaterale betrokkenheid

  • Bijdragen aan de begroting van de Internationale Financiële Instellingen via middelen aanvulling, kapitaalverhogingen en specifieke programma’s of trustfondsen ter bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden over een breed spectrum aan sectoren, o.a. op terrein van economische en sociale sectoren.

  • Nederland ondersteunt een aantal multilaterale systeemorganisaties die, behalve dat zij direct werkzaam zijn op het terrein van armoedebestrijding, ook van groot belang zijn voor het effectief functioneren van het multilaterale kanaal en het versterken van armoedebeleid in ontwikkelingslanden. Het betreft de Wereldbank, UNDP en UNICEF.

  • Het Nederlandse multilaterale assistent-deskundigen programma draagt bij aan capaciteitsopbouw van deskundigen in ontwikkelingslanden en aan het versterken van de invloed van ontwikkelingslanden in internationale organisaties.

Zoals opgenomen in de nota «Wat de wereld verdient» wordt een deel van de bezuinigingen ingevuld op de multilaterale uitgaven buiten de speerpunten (EUR 60 miljoen). Dit betekent o.a. dat de algemene vrijwillige bijdragen aan UNDP en UNICEF worden verlaagd. Ook de budgetten voor de middelenaanvullingen van multilaterale banken en fondsen worden gekort.

5.2 Overig armoedebeleid

  • Compensatie van de Wereldbank (IDA) en regionale ontwikkelingsbanken voor schuldverlichting geeft ontwikkelingslanden de financiële ruimte een sterker eigen armoedebeleid te voeren.

  • Voor culturele activiteiten in ontwikkelingslanden en uitwisseling is een bedrag beschikbaar, dat deels via ambassades in partnerlanden wordt ingezet en deels via Nederlandse cultuur- en ontwikkelingsorganisaties, zoals het Prins Clausfonds, het Hubert Bals Fonds en het Jan Vrijman Fonds.

  • Voorlichting op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.

  • Op dit artikelonderdeel is een negatief bedrag opgenomen waar wijzigingen van het totale ODA-budget al gevolg van BNP-mutaties worden verwerkt evenals aanpassingen in de toerekeningen (o.a. EKI en de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen). In het kader van verantwoord begroten worden de financiële instrumenten opgenomen op de beleidsartikelen. Omdat BNP mutaties een aantal keren per jaar plaatsvinden wordt hiermee geanticipeerd op schommelingen.

De bezuiniging van EUR 5 miljoen op cultuur- en draagvlakactiviteiten, die is aangekondigd in de nota «Wat de wereld verdient», is opgenomen onder het subartikel «Overig armoedebeleid».

5.3 Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

Aan niet-gouvernementele organisaties en interstatelijke organisaties die activiteiten uitvoeren op terrein van migratie en ontwikkeling kunnen subsidies of bijdragen worden verstrekt.

4. Overzicht budgetten hulprelatie-, overgangsrelatie- en exitlanden 2014

Bij de beantwoording van de Kamervragen over de begroting 2012 is toegezegd jaarlijks bij Voorjaarsnota een overzicht te geven van de budgetten van de hulprelaties-, overgangsrelaties- en exit-landen. Voor het jaar 2014 zijn de volgende budgetten goedgekeurd:

Overzicht budgetten hulprelatie-, overgangsrelatie- en exitlanden

Bedragen x EUR 1.000

 

2014

Hulprelatielanden

 

Afghanistan

23.158

Burundi

26.750

Jemen

18.910

Mali

35.610

Palestijnse Autoriteit

15.360

Rwanda

45.430

Zuid-Soedan

pm

Totaal hulprelatielanden

165.218

Overgangsrelatielanden

 

Bangladesh

57.122

Benin

37.154

Ethiopië

60.053

Ghana

24.300

Indonesië

25.863

Kenia

25.460

Mozambique

37.881

Oeganda

23.110

Totaal overgangsrelatielanden

290.943

Regionale programma's

 

Afrika Grote Meren

22.990

Hoorn van Afrika

4.837

Midden Amerika

14.567

Totaal regionale programma's

42.394

Exitlanden

 

Bolivia

0

Bosnië & Herzegovina

4.000

Burkina Faso

0

Colombia

6.740

Congo, Democratische Republiek

1.063

Egypte

280

Georgië

0

Guatemala

258

Kosovo

589

Moldavië

0

Mongolië

100

Nicaragua

0

Pakistan

10.386

Senegal

25

Soedan

470

Suriname

3.962

Tanzania

507

Vietnam

0

Zambia

83

Zuid-Afrika

5.025

Totaal exitlanden

33.488

Totaal

532.043

BIJLAGE 1: VERDIEPINGSHOOFDSTUK

In het verdiepingshoofdstuk wordt informatie gegeven over de budgettaire aansluiting tussen de Eerste suppletoire begroting 2013 en de begroting 2014. Alleen mutaties boven EUR 2 miljoen en mutaties met een structurele doorwerking worden toegelicht.

Artikel 1 Duurzame handel en investeringen

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand 1e suppletoire begroting 2013

 

430 785

399 318

428.031

465.036

512.044

 

nieuwe mutaties 2013

 

0

63.938

63.799

212.984

261.940

 

Stand ontwerpbegroting 2014

316 842

430 785

463.256

491.830

678.020

773.984

473.055

Artikel 1 Duurzame handel en investeringen

Opbouw ontvangsten (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Mutatie 1e suppletoire begroting 2013

 

14.315

9.315

5.167

8.463

4.815

 

nieuwe mutaties 2013

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

0

14.315

9.315

5.167

8.463

4.815

1.815

Toelichting artikel 1

De mutatie wordt veroorzaakt doordat het budget voor het Dutch Good Growth Fund voor een bedrag van EUR 750 miljoen voor de periode 2014–2017 wordt opgenomen op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Hier staat tegenover dat het budget voor versterkte private sector en verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden structureel daalt met EUR 30 miljoen als gevolg van de daling van het BNP. Deze daling was bij eerste suppletoire begroting opgenomen op het parkeerartikel onder artikel 5.2, overige armoedebeleid en is hiermee verwerkt. Daarnaast daalt het budget voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en wordt als gevolg van afspraken uit het regeerakkoord het budget voor subsidies bedrijfsleven beleid en topsectoren verlaagd.

Artikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand 1e suppletoire begroting 2013

 

717.417

626.953

661.602

731.532

796.532

 

nieuwe mutaties 2013

 

150

– 45.000

– 45.000

– 45.000

– 45.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

639.972

717.567

581.953

616.602

686.532

751.532

751.532

Toelichting artikel 2

Het budget voor duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water daalt structureel met EUR 45 miljoen als gevolg van de daling van het BNP en het hieraan gekoppelde budget voor ontwikkelingssamenwerking. Het betreft een mutatie op het budget voor toename voedselzekerheid (EUR 30 miljoen) en verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie (EUR 15 miljoen). Deze daling was bij eerste suppletoire begroting opgenomen op het parkeerartikel onder artikel 5.2, overige armoedebeleid en is hiermee verwerkt.

Artikel 3 Sociale vooruitgang

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand 1e suppletoire begroting 2013

 

1.064.757

1.003.987

960.091

857.823

752.823

 

nieuwe mutaties 2013

 

0

– 18.000

– 15.000

– 15.000

– 15.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

1.132.182

1.064.757

985.987

945.091

842.823

737.823

737.823

Toelichting artikel 3

Het budget voor sociale vooruitgang daalt structureel met EUR 15 miljoen als gevolg van de daling van het BNP en het hieraan gekoppelde budget voor ontwikkelingssamenwerking. Het betreft een mutatie op het budget voor SRGR. Deze daling was bij eerste suppletoire begroting opgenomen op het parkeerartikel onder artikel 5.2, overige armoedebeleid en is hiermee verwerkt. Ten slotte daalt het budget voor onderwijs voor 2014 met een bedrag van EUR 3 miljoen.

Artikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand 1e suppletoire begroting 2013

 

509.100

450.469

454.571

454.571

454.571

 

nieuwe mutaties 2013

 

750

235.000

235.000

235.000

235.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

511.063

509.850

685.469

689.571

689.571

689.571

689.571

Toelichting Artikel 4

De mutatie wordt veroorzaakt doordat het budget voor internationale veiligheid (BIV) voor en bedrag van EUR 250 miljoen wordt overgeheveld vanuit nominaal en onvoorzien op de begroting van Buitenlandse Zaken naar de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Hier staat tegenover dat het budget voor rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie structureel daalt met EUR 15 miljoen als gevolg van de daling van het BNP. Deze daling was bij eerste suppletoire begroting opgenomen op het parkeerartikel onder artikel 5.2, overige armoedebeleid en is hiermee verwerkt.

Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand 1e suppletoire begroting 2013

 

248.891

63.285

– 9.665

– 15.223

– 47.528

 

nieuwe mutaties 2013

 

– 49.934

15.726

2.149

94.710

– 104.703

 

Stand ontwerpbegroting 2014

301.630

198.957

79.011

– 7.516

79.487

152.231

84.906

Artikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Opbouw ontvangsten (EUR 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand 1e suppletoire begroting 2013

 

88.539

86.715

80.117

75.675

77.337

 

nieuwe mutaties 2013

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

51.603

88.539

86.715

80.117

75.675

77.337

74.947

Toelichting artikel 5

De mutatie wordt veroorzaakt doordat het budget voor versterkte multilaterale betrokkenheid daalt met EUR 55 miljoen in 2014 zoals opgenomen in de nota «Wat de wereld verdient». Hier staat tegenover dat het budget voor overig armoedebeleid structureel stijgt met EUR 105 miljoen. De daling van het ODA budget als gevolg van de lagere BNP was bij eerste suppletoire begroting opgenomen op dit parkeerartikel en is hiermee verwerkt.

4. Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1

Beleidsartikel 1 Duurzame handel en investeringen

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting 2014

Mutaties 2e suppletoire begroting 2014

Stand 2e suppletoire begroting 2014

   

(1)

(2)

(3)

(4)=(2+3)

Verplichtingen

 

947.055

995.053

819.374

1.814.427

             

Uitgaven:

         
             

Programma-uitgaven totaal

 

418.256

462.883

– 63.192

399.691

             
             

1.1

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

 

13.436

13.646

– 2.029

11.617

             
 

Bijdrage (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan WTO en OESO

4.870

5.670

0

5.670

   

waarvan maatschappelijk verantwoord ondernemen

5.970

4.870

– 2.276

2.594

             
 

Opdrachten

         
   

waarvan beleidsondersteuning, evaluaties en onderzoek

2.590

3.100

253

3.353

             

1.2

Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid

 

81.725

81.142

– 18.501

62.641

             
 

Subsidies

         
   

waarvan Starters International Business (SIB)/ Programma Strategische Beurzen

4.940

4.940

0

4.940

   

waarvan Partners for International Business (PIB)

6.300

6.300

0

6.300

   

waarvan Transitiefaciliteit (TF)/ Demonstratiepojecten, Haalbaarheidsstudies en Kennisverwerving (DHK)

15.000

15.000

– 4.000

11.000

   

waarvan Package4growth non-ODA

3.000

3.000

0

3.000

   

waarvan Package4growth ODA

5.140

5.140

– 3.140

2.000

   

waarvan Overig Programmatische Aanpak

3.340

3.340

0

3.340

   

waarvan oude programma's (PSO/2g@there)

2.710

1.500

0

1.500

             
 

Leningen

         
   

waarvan Finance for International Business (FIB)

5.870

5.870

– 5.870

0

             
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

         
   

waarvan Agenstchap NL

27.560

27.560

0

27.560

   

waarvan NBSO's (via Agentschap NL)

6.580

6.580

– 5.491

1.089

             

1.3

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

 

273.095

268.095

– 22.662

245.433

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan landenprogramma's ondernemingsklimaat

22.500

22.500

– 10.941

11.559

             
 

Subsidies

         
   

waarvan transitiefaciliteit

9.000

9.000

– 6.450

2.550

   

waarvan ORIO

59.380

59.380

– 10.737

48.643

   

waarvan bedrijfsleveninstrumentarium

71.540

71.540

– 12.972

58.568

   

waarvan PUM

11.820

11.820

– 8.000

3.820

   

waarvan FMO

       
   

waarvan Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

9.500

500

0

9.500

   

waarvan Initiatief Duurzame Handel en Solidaridad

0

0

25.000

25.000

   

waarvan technische assistentie t.b.v. DGGF

0

0

10.000

10.000

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan Wereldbank/WTO/Asian Development Bank

23.500

23.500

– 4.846

18.654

   

waarvan International Finance Corporation

6.630

6.630

– 3.539

3.091

   

waarvan Infrastructuur/PIDG

11.600

11.600

0

11.600

   

waarvan International Labour Organization/partnerprogramma

10.040

10.040

0

10.040

             
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

         
   

waarvan CBI

25.000

25.000

0

25.000

   

waarvan Agentschap NL

7.400

7.400

0

7.400

             

1.4

Dutch good growth fund: intensivering van ontwikkelingsrelevante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met de focus op het MKB

 

50.000

100.000

– 20.000

80.000

             
   

programma's Dutch Good Growth Fund

100.000

100.000

– 20.000

80.000

             
 

Ontvangsten

 

9.315

9.315

– 5.870

3.445

             

1.10

Versterkt internationaal handelssysteem met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

 

9.315

9.315

– 5.870

3.445

Verplichtingen

De stijging is grotendeels toe te rekenen aan het Dutch Good Growth Fund (DGGF) waarvoor de verplichting grotendeels in 2014 wordt aangegaan. Hetzelfde geldt voor de technische assistentie ten behoeve van het DGGF. Verder worden de programma’s van IDG en Solidaridad overgeheveld vanuit artikel 2 (voedselzekerheid) omdat zij inhoudelijk (verduurzaming handelsketens) beter onder private sector ontwikkeling passen.

Uitgaven

Artikel 1.1

De verlaging op dit sub-artikel betreft het budget voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Allereerst is sprake van een lagere behoefte bij de posten aan technische ondersteuning op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarnaast wordt de technische assistentie op het terrein van Fair Trade in het vervolg gefinancierd vanuit het budget voor het CBI.

Artikel 1.2

De verlaging bestaat uit meerdere mutaties. Het budget voor de Netherlands Business Support Offices wordt neerwaarts bijgesteld met EUR 5,6 mln. Dit programma is reeds in 2013 bevoorschot. Tevens is sprake van een lagere liquiditeitsbehoefte (EUR 3,1 mln) voor ODA-programma’s voor internationaal ondernemen via onder meer de IBD en de OESO. De uitgaven voor het (non-ODA) instrument Finance for International Business zijn EUR 5,8 mln lager dan geraamd. Tenslotte wordt EUR 4 mln overgeheveld naar sub-artikel 1.3 voor technische assistentie ten behoeve van het DGGF.

Artikel 1.4

Het budget voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) wordt met EUR 20 mln verlaagd wegens een lagere liquiditeitsbehoefte. Het bedrag zal in latere jaren weer worden toegevoegd door middel van de eindejaarsmarge van het fonds; de totale omvang van het DGGF (EUR 700 mln) verandert dus niet.

Ontvangsten

Het betreft hier een begrotingsreserve die is gekoppeld aan het bedrijfsleveninstrument Finance for International Business (FIB). In 2014 zijn de uitgaven lager dan oorspronkelijk geraamd. Hierdoor wordt een lager bedrag aan de reserve onttrokken.

Beleidsartikel 2

Beleidsartikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting 2014

Mutaties 2e suppletoire begroting 2014

Stand 2e suppletoire begroting 2014

   

(1)

(2)

(3)

(4)=(2+3)

Verplichtingen

 

709.650

586.199

– 7.711

578.488

             

Uitgaven:

         
             

Programma-uitgaven totaal

 

586.953

576.280

– 29.942

546.338

             
             

2.1

Toename van voedselzekerheid

 

311.612

314.112

– 15.000

299.112

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan landenprogramma's voedselzekerheid

162.000

162.000

– 13.651

148.349

             
 

Subsidies

         
   

waarvan internationaal onderwijsprogramma

35.000

35.000

– 2.300

32.700

   

waarvan Agriterra

12.000

12.000

0

12.000

   

waarvan Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

18.600

18.600

– 5.000

13.600

   

waarvan Producentenorganisaties

0

0

12.900

12.900

   

waarvan International Fertilizer Development Center

0

0

7.000

7.000

   

waarvan Global Agricultural Food Security Programme

0

0

3.400

3.400

   

waarvan Global Land Tool Network

0

0

2.700

2.700

             
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

waarvan financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden

       
   

waarvan Consultative Group on International Agricultural Research

23.000

23.000

2.000

25.000

   

waarvan Initiatief Duurzame Handel en Solidaridad

25.000

25.000

– 25.000

0

   

waarvan International Fund for Agricultural Development

20.000

20.000

0

20.000

   

waarvan Partnerschapsprogramma FAO

0

0

2.500

2.500

             

2.2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

 

167.161

167.161

– 5.003

162.158

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

Landenprogramma's waterbeheer

65.000

55.150

– 18.151

36.999

   

Landenprogramma's drinkwater en sanitatie

45.300

55.150

4.546

59.696

             
 

Subsidies

         
   

waarvan Fonds Duurzaam Water

11.700

11.700

0

11.700

             
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

waarvan stroomgebiedbeheer via Wereldbank

6.000

6.000

0

6.000

   

waarvan UNICEF WASH

13.510

13.510

0

13.510

   

waarvan Water Supply and Sanitation Collaborative Council/UNOPS

0

0

7.125

7.125

             

2.3

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

 

108.180

95.007

– 9.939

85.068

             
             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan Landenprogramma's klimaat- en milieubeleid

30.720

25.720

– 10.428

15.292

             
 

Subsidies

         
   

waarvan financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden

14.400

14.400

– 10.400

4.000

   

waarvan HIVOS

0

4.600

– 1.000

3.600

             
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

waarvan Wereldbank

20.000

23.000

0

23.000

   

waarvan DFID/Climate Development and Knowledge Network

4.500

4.500

0

4.500

   

waarvan UNEP

7.100

7.100

0

7.100

   

waarvan Least Developed Country Fund

20.000

0

0

0

   

waarvan Global Environment Fund

0

0

10.000

10.000

   

waarvan GIZ en DGOS

0

4.227

1.800

6.027

Uitgaven

Artikel 2.3

De uitgaven voor milieu en klimaat worden met EUR 10 mln verlaagd, met name vanwege vertragingen in een project in de Grote Meren-regio. Voorts heeft het Acces to Energy Fund (AEF) van de FMO in 2014 een lagere liquiditeitsbehoefte van EUR 10 mln. Als gevolg van deze teruggave kan de bijdrage aan de zesde middelenaanvulling van het Global Environment Fund (GEF) deels reeds in 2014 worden voldaan.

Beleidsartikel 3

Beleidsartikel 3 Sociale vooruitgang

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting 2014

Mutaties 2e suppletoire begroting 2014

Stand 2e suppletoire begroting 2014

   

(1)

(2)

(3)

(4)=(2+3)

Verplichtingen

 

486.048

649.161

– 16.835

632.326

             

Uitgaven:

         
             

Programma-uitgaven totaal

 

1.018.987

1.018.608

– 2.607

1.016.001

             

3.1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids

 

415.756

415.756

118

415.874

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan landenprogramma's SRGR

82.540

82.540

– 127

82.413

             
 

Subsidies

         
   

waarvan SRGR-fonds

42.000

42.000

0

42.000

   

waarvan Product Development Partnerships

12.000

12.000

2.800

14.800

   

waarvan KPF Aids Fonds

0

0

7.800

7.800

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan Unicef (SRGR)

15.000

15.000

0

15.000

   

waarvan UNAIDS

20.000

20.000

0

20.000

   

waarvan Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis

75.000

75.000

0

75.000

   

waarvan UNFPA

35.000

35.000

0

35.000

   

waarvan Global Programme to Enhance Reproductive Health Commodity Security via UNFPA

48.000

48.000

– 15.000

33.000

   

waarvan Global Alliance for Vaccines and Immunisations

43.000

43.000

0

43.000

   

waarvan WHO Partnership programma/WHO-PAHO

16.220

16.220

0

16.220

   

waarvan Health Insurance Fund

15.500

11.300

4.200

15.500

             

3.2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

 

44.985

44.832

– 252

44.580

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan landenprogramma's gelijke rechten en kansen voor vrouwen

6.000

6.000

– 596

5.404

             
 

Subsidies

         
   

waarvan Funding Leadership and Opportunities for Women

28.900

28.900

0

28.900

   

waarvan Nationaal Actie Plan 1325

4.000

4.000

0

4.000

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan UNWOMEN

6.000

6.000

0

6.000

             

3.3

Versterkt maatschappelijk middenveld

 

451.250

451.024

– 100

450.924

             
 

Subsidies

         
   

waarvan Vakbondsmedefinancierings programma

12.000

12.000

1.000

13.000

   

waarvan SNV programma

55.000

55.000

– 2.000

53.000

   

waarvan Medefinancieringsstelsel

382.000

382.000

1.000

383.000

             

3.4

Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

 

106.996

106.996

– 2.373

104.623

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan landenprogramma's hoger onderwijs

4.000

4.000

1.000

5.000

   

waarvan landenprogramma's onderwijs algemeen

22.300

22.300

– 5.879

16.421

             
 

Subsidies

         
   

waarvan internationale onderzoekprogramma's

9.000

9.000

2.216

11.216

   

waarvan internationale hoger onderwijsprogramma's Niche en NFP

36.500

36.500

0

36.500

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan Global Partnership for Education

30.000

30.000

0

30.000

Beleidsartikel 4

Beleidsartikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting 2014

Mutaties 2e suppletoire begroting 2014

Stand 2e suppletoire begroting 2014

   

(1)

(2)

(3)

(4)=(2+3)

Verplichtingen

 

799.569

632.200

45.459

677.659

             

Uitgaven:

         
             

Programma-uitgaven totaal

 

692.469

494.667

80.502

575.169

             

4.1

Humanitaire hulp

 

212.767

212.767

13.300

226.067

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan UNHCR

33.000

40.000

0

40.000

   

waarvan UN-OCHA/CERF

45.000

45.000

0

45.000

   

waarvan International Committee of the Red Cross

25.000

33.000

0

33.000

   

waarvan Wereldvoedselprogramma

36.000

36.000

0

36.000

   

waarvan UNRWA

13.000

13.000

0

13.000

   

waarvan voor chronische en acute crises

50.000

35.000

13.300

48.300

             

4.2

Budget Internationale Veiligheid; voorkomen en terugdringen van conflictsituaties

 

250.000

22.798

– 22.798

0

             
   

waarvan crisisbeheersingsoperaties, incl. BSB, internationale criminaliteitsbestrijding, enablers, overigen

171.000

21.198

– 21.198

0

   

waarvan opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

36.000

0

0

0

   

waarvan veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw

43.000

1.600

– 1.600

0

             

4.3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

 

229.702

259.102

– 10.000

249.102

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan landenprogramma's wederopbouw

136.070

136.070

– 10.000

126.070

   

waarvan centraal wederopbouw

0

29.400

0

29.400

   

waarvan Midden-Amerika programma

14.570

14.570

0

14.570

   

waarvan onderwijs in fragiele staten

35.000

35.000

0

35.000

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan UNDP (BCPR)

8.000

8.000

0

8.000

 

Subsidies

         
   

waarvan politieke partijen-programma/gemeenteinitiatieven

12.400

12.400

0

12.400

             

4.4

Noodhulpfonds

 

0

0

100.000

100.000

             
 

Ontvangsten

 

0

0

0

0

             

4.20

Ontvangsten Budget Internationale Veiligheid

   

0

 

0

Uitgaven

Artikel 4.2

Ter dekking van de kosten van de missie in Irak wordt EUR 22,8 mln overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Defensie.

Artikel 4.4

Met het oog op de vele internationale crises besloot het kabinet afgelopen zomer EUR 570 mln extra beschikbaar te stellen voor een noodhulpfonds. Dit fonds is flexibel inzetbaar gedurende de kabinetsperiode (t/m 2017). Voor 2014 leidt dit tot een verhoging van EUR 100 mln op dit nieuwe sub-artikel.

Beleidsartikel 5

Beleidsartikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2014

Stand 1e suppletoire begroting 2014

Mutaties 2e suppletoire begroting 2014

Stand 2e suppletoire begroting 2014

   

(1)

(2)

(3)

(4)=(2+3)

Verplichtingen

 

425.637

217.552

200.633

418.185

             

Uitgaven:

         
             

Programma-uitgaven totaal

 

79.011

120.507

65.550

186.057

             

5.1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

 

189.317

191.117

5.459

196.576

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan UNDP

27.500

27.500

0

27.500

   

waarvan UNICEF

19.000

19.000

0

19.000

   

waarvan multilaterale banken en fondsen

124.500

124.500

2.472

126.972

   

waarvan assistent-deskundigen programma

9.000

9.000

0

9.000

             

5.2

Overig armoedebeleid

 

– 119.306

– 79.610

60.091

– 19.519

             
 

Bijdragenovereenkomst

         
   

waarvan kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

7.000

7.000

0

7.000

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan schuldverlichting

46.200

48.200

0

48.200

             
 

nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNP en/of toerekeningen

 

– 206.400

– 168.704

60.000

– 108.704

             

5.3

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

 

9.000

9.000

0

9.000

             
 

Subsidies

         
   

diversen

3.100

3.100

0

3.100

             
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

waarvan UNHCR en IOM

2.800

2.800

0

2.800

             
 

Bijdragen ZBO

         
   

waarvan Dienst terugkeer en vertrek

2.500

2.500

0

2.500

             
 

Ontvangsten

 

86.715

86.715

20.000

106.715

             

5.20

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

 

55.539

55.539

0

55.539

             

5.21

Ontvangsten OS

 

31.176

31.176

20.000

51.176

             

5.22

Koersverschillen OS

 

pm

pm

 

pm

Verplichtingen

De mutatie betreft de Nederlandse bijdrage aan de 13e middelenaanvulling van het African Development Fund van de AfDB.

Uitgaven

Artikel 5.2

De mutatie betreft een technische bijstelling en wordt verklaard doordat de BNP-korting bij Najaarsnota voor EUR 60 miljoen is ingevuld. De nog te verdelen BNP-korting, die in de BHOS-begroting als een negatief bedrag wordt opgenomen op artikel 5.2, daalt daardoor van EUR 169 miljoen (Voorjaarsnota) naar EUR 109 miljoen (Najaarsnota), waardoor het saldo op het artikel stijgt.

Ontvangsten

De mutatie betreft ontvangsten uit restfondsen vanuit trustfunds van de Wereldbank.

5. Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1

Beleidsartikel 1 Duurzame handel en investeringen

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Stand suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

         

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

     

2014

2014

2014

2014

2015

2016

2017

2018

     

(1)

(2)

(3)

(4)= (1+2+3)

       

Verplichtingen

 

992.055

– 45.000

47.998

995.053

18.698

– 140.677

– 5.602

– 25.602

                     

Uitgaven:

                 
                     

Programma-uitgaven totaal

 

463.256

– 45.000

44.627

462.883

52.417

– 74.558

– 19.031

2.098

                     
                     

1.1

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht

                 
 

voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

 

13.436

 

210

13.646

– 200

– 75

452

452

                     
 

Bijdrage (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan WTO en OESO

4.870

 

800

5.670

       
   

waarvan maatschappelijk verantwoord ondernemen

5.970

 

– 1.100

4.870

       
                     
 

Opdrachten

                 
   

waarvan beleidsondersteuning, eveluaties en onderzoek

2.590

 

510

3.100

       
                     

1.2

Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en

                 
 

economische naamsbekendheid

 

81.725

 

– 583

81.142

2.617

5.517

517

1.646

                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan Starters International Business (SIB)/ Programma Strategische Beurzen

4.940

   

4.940

       
   

waarvan Partners for International Business (PIB)

6.300

   

6.300

       
   

waarvan Transitiefaciliteit (TF)/ Demonstratiepojecten, Haalbaarheidsstudies en Kennisverwerving (DHK)

15.000

   

15.000

       
   

waarvan Package4growth non-ODA

3.000

   

3.000

       
   

waarvan Package4growth ODA

5.140

 

0

5.140

       
   

waarvan Overig Programmatische Aanpak

3.340

   

3.340

       
   

waarvan oude programma's (PSO/2g@there)

2.710

 

– 1.210

1.500

       
                     
 

Leningen

                 
   

waarvan Finance for International Business (FIB)

5.870

   

5.870

       
                     
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

                 
   

waarvan Agenstchap NL

27.560

   

27.560

       
   

waarvan NBSO's (via Agentschap NL)

6.580

 

0

6.580

       
                     

1.3

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat

                 
 

in ontwikkelingslanden

 

268.095

5.000

– 5.000

268.095

 

20.000

– 20.000

 
                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

waarvan landenprogramma's ondernemingsklimaat

22.500

   

22.500

       
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan transitiefaciliteit

9.000

   

9.000

       
   

waarvan ORIO

59.380

   

59.380

       
   

waarvan bedrijfsleveninstrumentarium

71.540

   

71.540

       
   

waarvan PUM

11.820

   

11.820

       
   

waarvan FMO

               
   

waarvan Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

9.500

   

9.500

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan Wereldbank/WTO/Asian Development Bank

23.500

   

23.500

       
   

waarvan International Finance Corporation

6.630

   

6.630

       
   

waarvan Infrastructuur/PIDG

11.600

   

11.600

       
   

waarvan International Labour Organization/partnerprogramma

10.040

   

10.040

       
                     
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

                 
   

waarvan CBI

25.000

   

25.000

       
   

waarvan Agentschap NL

7.400

   

7.400

       
                     

1.4

Dutch good growth fund: intensivering van ontwikkelings-relevante investeringen in en handel met ontwikkelingslanden door het Nederlandse en het lokale bedrijfsleven, met de focus op het MKB

 

100.000

– 50.000

50.000

100.000

50.000

– 100.000

   
                     
   

programma's Dutch Good Growth Fund

100.000

   

100.000

       
                     
 

Ontvangsten

 

9.315

   

9.315

2.100

5.000

0

0

                     

1.10

Versterkt internationaal handelssysteem met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

 

9.315

   

9.315

2.100

5.000

   

Verplichtingen

Geen toelichting

Uitgaven

Artikel 1.4

Door een kasschuif van 2016 naar 2014 wordt de storting in het Dutch Good Growth Fund (DGGF) in 2014 verhoogd van EUR 50 miljoen naar EUR 100 miljoen. Tevens wordt EUR 5 miljoen overgeheveld naar het mensenrechtenartikel op de begroting van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van de bestrijding van kinderarbeid (onderdeel van het amendement-Voordewind c.s.).

Ontvangsten

Geen toelichting.

Beleidsartikel 2

Beleidsartikel 2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Stand suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

       

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

     

2014

2014

2014

2014

2015

2016

2017

2018

     

(1)

(2)

(3)

(4)= (1+2+3)

       

Verplichtingen

 

704.650

5.000

– 123.451

586.199

– 110.114

74.337

– 185.865

– 256.865

                     

Uitgaven:

                 
                     

Programma-uitgaven totaal

 

581.953

5.000

– 10.673

576.280

– 22.549

– 4.172

– 45.792

– 45.792

                     
                     

2.1

Toename van voedselzekerheid

 

306.612

5.000

2.500

314.112

2.500

2.500

2.500

2.500

                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

waarvan landenprogramma's voedselzekerheid

162.000

   

162.000

       
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan internationaal onderwijsprogramma

30.000

5.000

 

35.000

       
   

waarvan Agriterra

12.000

   

12.000

       
   

waarvan Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

18.600

   

18.600

       
                     
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

waarvan financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden

               
   

waarvan Consultative Group on International Agricultural Research

23.000

   

23.000

       
   

waarvan initiatief duurzame handel

20.000

   

20.000

       
   

waarvan International Fund for Agricultural Development

20.000

   

20.000

       
                     

2.2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitatie

 

167.161

   

167.161

   

– 10.000

– 10.000

                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

Landenprogramma's waterbeheer

65.000

– 9.850

55.150

       
   

Landenprogramma's drinkwater en sanitatie

45.300

9.850

55.150

       
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan Fonds Duurzaam Water

11.700

   

11.700

       
                     
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
 

waarvan stroomgebiedbeheer via Wereldbank

6.000

   

6.000

       
 

waarvan UNICEF WASH

13.510

   

13.510

       
 

waarvan International Council for Research in Agro Forestery

8.000

   

8.000

       
                     

2.3

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

 

108.180

 

– 13.173

95.007

– 25.049

– 6.672

– 38.292

– 38.292

                     
                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
 

samenvoegen?

waarvan Landenprogramma's klimaat- en milieubeleid

30.720

 

– 5.000

25.720

       
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden

14.400

   

14.400

       
   

waarvan HIVOS

   

4.600

4.600

       
                     
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

waarvan Wereldbank

20.000

3.000

23.000

       
   

waarvan DFID/Climate Development and Knowledge Network

4.500

   

4.500

       
   

waarvan UNEP

7.100

   

7.100

       
   

waarvan Least Developed Country Fund

20.000

 

– 20.000

0

       
   

waarvan GIZ en DGOS

   

4.227

4.227

       

Verplichtingen

Vanwege de BNP-korting die nog moet worden ingevuld, worden minder verplichtingen aangegaan.

Uitgaven

Artikel 2.3

De verlaging is een saldo van verschillende mutaties. Vanwege de BNP-korting met EUR 13 miljoen wordt het artikel verlaagd. EUR 5 miljoen wordt bezuinigd op de landenprogramma’s van o.a. Indonesië en Rwanda. Voor Indonesië is het budget teruggebracht naar een realistisch uitgavenniveau en in Rwanda zal het milieu- en klimaatbeleid geïntegreerd worden in het programma voor voedselzekerheid. Daarnaast vindt de geplande bijdrage aan het Least Developed Country Fund in 2014 geen doorgang. Daartegenover staan toegenomen bijdragen aan o.a. de Wereldbank en HIVOS.

Beleidsartikel 3

Beleidsartikel 3 Sociale vooruitgang

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Stand suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

         

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

     

2014

2014

2014

2014

2015

2016

2017

2018

     

(1)

(2)

(3)

(4)= (1+2+3)

       

Verplichtingen

 

453.048

33.000

163.113

649.161

275.860

117.858

– 157.352

– 134.352

                     

Uitgaven:

                 
                     

Programma-uitgaven totaal

 

985.987

33.000

– 379

1.018.608

1.321

6.438

– 4.875

125

                     

3.1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/aids

 

382.756

33.000

 

415.756

       
           

0

       
 

Bijdragenovereenkomst

       

0

       
   

waarvan landenprogramma's SRGR

82.540

   

82.540

       
           

0

       
 

Subsidies

       

0

       
   

waarvan SRGR-fonds

42.000

   

42.000

       
   

waarvan Product Development Partnerships

12.000

   

12.000

       
           

0

       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

       

0

       
   

waarvan Unicef (SRGR)

10.000

5.000

 

15.000

       
   

waarvan UNAIDS

20.000

   

20.000

       
   

waarvan Global Fund to Fight Aids, Malaria and Tuberculosis

55.000

20.000

 

75.000

       
   

waarvan UNFPA

35.000

   

35.000

       
   

waarvan Global Programme to Enhance Reproductive Health Commodity Security via UNFPA

48.000

   

48.000

       
   

waarvan Global Alliance for Vaccines and Immunisations

43.000

   

43.000

       
   

waarvan WHO Partnership programma/WHO-PAHO

16.220

   

16.220

       
   

waarvan Health Insurance Fund

15.500

 

– 4.200

11.300

       
                     

3.2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

 

44.985

 

– 153

4.832

231

156

125

125

                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

waarvan landenprogramma's gelijke rechten en kansen voor vrouwen

6.000

   

6.000

       
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan Funding Leadership and Opportunities for Women

28.900

   

28.900

       
   

waarvan Nationaal Actie Plan 1325

4.000

   

4.000

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan UNWOMEN

6.000

   

6.000

       
                     

3.3

Versterkt maatschappelijk middenveld

 

451.250

 

– 226

451.024

1.090

1.282

   
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan Vakbondsmedefinancierings programma

12.000

   

12.000

       
   

waarvan SNV programma

55.000

   

55.000

       
   

waarvan Medefinancieringsstelsel

382.000

   

382.000

       
                     

3.4

Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek

 

106.996

   

106.996

 

5.000

– 5.000

 
                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

waarvan landenprogramma's hoger onderwijs

4.000

   

4.000

       
   

waarvan landenprogramma's onderwijs algemeen

22.300

   

22.300

       
                     
 

Subsidies

                 
   

waarvan internationale onderzoekprogramma's

9.000

   

9.000

       
   

waarvan internationale hoger onderwijsprogramma's Niche en NFP

36.500

   

36.500

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan Global Partnership for Education

30.000

   

30.000

       

Verplichtingen

De verhoging is een saldo van verschillende mutaties. Zoals in het jaarverslag 2013 gemeld is het verplichtingenbudget (EUR 165 miljoen) voor het Global Fund to Fight Aids, Tuberculosis and Malaria (GFATM) verschoven van 2013 naar 2014 omdat verplichtingen pas in 2014 worden aangegaan. In aanvulling hierop wordt voor het GFATM nog EUR 20 miljoen verplicht als onderdeel van het amendement-Voordewind c.s. Daarnaast worden o.a. minder verplichtingen aangegaan voor kennisplatforms (EUR 8 miljoen) en voor verplichtingen op het terrein van vrouwen en ontwikkeling (EUR 5 miljoen).

Uitgaven

Geen toelichting.

Beleidsartikel 4

Beleidsartikel 4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Stand suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

         

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

     

2014

2014

2014

2014

2015

2016

2017

2018

     

(1)

(2)

(3)

(4)= (1+2+3)

       

Verplichtingen

 

792.569

7.000

– 167.369

632.200

29.619

– 138.891

– 46.161

– 46.611

                     

Uitgaven:

                 
                     

Programma-uitgaven totaal

 

685.469

7.000

– 197.802

494.667

43.350

0

0

0

                     

4.1

Humanitaire hulp

 

205.767

7.000

 

212.767

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan UNHCR

33.000

 

7.000

40.000

       
   

waarvan UN-OCHA/CERF

45.000

   

45.000

       
   

waarvan International Committee of the Red Cross

25.000

 

8.000

33.000

       
   

waarvan Wereldvoedselprogramma

36.000

   

36.000

       
   

waarvan UNRWA

13.000

   

13.000

       
   

waarvan voor chronische en accute crises

5. 000

 

– 15.000

35.000

       
                     

4.2

Budget Internationale Veiligheid; voorkomen en terugdringen van conflictsituaties

 

250.000

 

– 227.202

22.798

43.350

     
                     
   

waarvan crisisbeheersingsoperaties, incl. BSB, internationale criminaliteitsbestrijding, enablers, overigen

171.000

 

– 149.802

21.198

       
   

waarvan opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

36.000

 

– 36.000

0

       
   

waarvan veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw

43.000

 

– 41.400

1.600

       
                     

4.3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

 

229.702

 

29.400

259.102

       
                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

waarvan landenprogramma's wederopbouw

136.070

   

136.070

       
   

waarvan centraal wederopbouw

   

29.400

29.400

       
   

waarvan Midden-Amerika programma

14.570

   

14.570

       
   

waarvan onderwijs in fragiele staten

35.000

   

35.000

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan UNDP (BCPR)

8.000

   

8.000

       
 

Subsidies

                 
   

waarvan politieke partijen-programma/gemeenteinitiatieven

12.400

   

12.400

       
                     
 

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

25.500

25.500

0

                     

4.20

Ontvangsten Budget Internationale Veiligheid

       

0

 

25.500

25.500

 

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget met EUR 167 miljoen is een saldo van meerdere mutaties. Deze is in belangrijke mate het gevolg van de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar Defensie en Buitenlandse Zaken. Daartegenover staat een verhoging van het verplichtingenbudget voor noodhulp, onder andere voor het Wereldvoedselprogramma (EUR 72 miljoen) en UNHCR (EUR 33 miljoen).

Uitgaven

De uitgaven op dit artikel worden per saldo met EUR 197,8 miljoen verlaagd. Dit saldo bestaat uit een verlaging van artikel 4.2 met EUR 227 miljoen als gevolg van de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) conform de daarvoor afgesproken systematiek en een verhoging van artikel 4.3 met EUR 29,4 miljoen ten behoeve van centrale programma’s op het gebied van wederopbouw.

Artikel 4.1

De bijdrage aan de UNHCR is met EUR 7 miljoen verhoogd ten behoeve van hulp aan vluchtelingen uit Syrië en Soedan. De bijdrage aan het Rode Kruis is verhoogd met EUR 8 miljoen om beter en sneller in te kunnen springen bij acute noodsituaties. De reservering voor acute crises wordt met een gelijk bedrag naar beneden bijgesteld.

Artikel 4.2

Artikel 4.2 is het verdeelartikel voor het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Dit artikel is per saldo verlaagd met EUR 227,2 mln. Dit saldo is als volgt tot stand gekomen:

Bedragen x EUR 1 miljoen

Stand Ontwerpbegroting 2014

EUR 250,0

Toevoeging eindejaarsmarge Defensie

EUR 58,5

Toevoeging eindejaarsmarge Buitenlandse Zaken

EUR 33,8

Kasschuif voor geraamde ontvangsten van de VN voor de bijdrage voor MINUSMA

EUR 25,5

Totaal beschikbaar

EUR 367,8

Van dit bedrag wordt EUR 41,4 miljoen overgeheveld naar de begroting van Buitenlandse Zaken (V) voor activiteiten op het gebied van veiligheidssectorhervormingen, vredesopbouw, training en capaciteitsopbouw. Daarnaast wordt EUR 303,6 miljoen overgeheveld naar de begroting van Defensie voor crisisbeheersingsoperaties, beveiliging civielen in fragiele staten (BSB), training en capaciteitsopbouw, internationale criminaliteitsbestrijding en enablers. Het resterende bedrag van EUR 22,8 miljoen blijft beschikbaar binnen het BIV voor toekomstige activiteiten.

Artikel 4.3

De uitgaven worden met EUR 29,4 miljoen verhoogd ten behoeve van centrale programma’s op het gebied van wederopbouw.

Ontvangsten

In 2016 en 2017 worden teruggaven verwacht vanuit de Verenigde Naties voor kosten die vanuit het BIV worden gemaakt voor de MINUSMA-missie in Mali. Deze teruggaven worden via het Ministerie van Defensie ontvangen.

Beleidsartikel 5

Beleidsartikel 5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

Bedragen in EUR 1.000

 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Stand suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

Mutaties (+ of –) suppletoire begroting

         

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

VJN

     

2014

2014

2014

2014

2015

2016

2017

2018

     

(1)

(2)

(3)

(4)= (1+2+3)

       

Verplichtingen

 

425.637

0

– 208.085

217.552

– 11.945

46.474

– 71.400

47.100

                     

Uitgaven:

                 
                     

Programma-uitgaven totaal

 

79.011

0

41.496

120.507

– 78.571

– 178.648

– 21.931

– 128.290

                     

5.1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

 

189.317

 

1.800

191.117

1.800

11.800

– 8.200

– 8.200

                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan UNDP

27.500

   

27.500

       
   

waarvan UNICEF

19.000

   

19.000

       
   

waarvan middelenaanvulling multilaterale banken en fondsen

124.500

   

124.500

       
   

waarvan assistent-deskundigen programma

9.000

   

9.000

       
                     

5.2

Overig armoedebeleid

 

– 119.306

 

39 696

– 79 610

– 80 371

– 190 448

– 13 731

– 120 090

                     
 

Bijdragenovereenkomst

                 
   

waarvan kleine activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

7.000

   

7.000

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan Schuldverlichting

46.200

 

2.000

48.200

       
                     
 

nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNP en/of toerekeningen

 

– 206.400

 

37.696

– 168.704

       
                     

5.3

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

 

9.000

   

9.000

       
                     
 

Subsidies

                 
   

diversen

3.100

   

3.100

       
                     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

waarvan UNHCR en IOM

2.800

   

2.800

       
                     
 

Bijdragen ZBO

                 
   

waarvan Dienst terugkeer en vertrek

2.500

   

2.500

       
                     
 

Ontvangsten

 

86.715

   

86.715

0

0

0

0

                     

5.20

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

 

55.539

   

55.539

       
                     

5.21

Ontvangsten OS

 

31.176

   

31.176

       
                     

5.22

Koersverschillen OS

 

pm

   

pm

       

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt verlaagd als gevolg van de kortingen op de bijdragen aan m.n. een aantal multilaterale instellingen. Deze kortingen op verplichtingenniveau waren nog niet verwerkt in de ontwerpbegroting.

Uitgaven

Artikel 5.2

Van de totale mutatie van EUR 39,7 miljoen wordt EUR 2 miljoen verklaard door vertraging in de schuldverlichting aan Myanmar. De resterende mutatie wordt verklaard doordat de nog te verdelen BNP-korting, die in de begroting wordt opgenomen op artikel 5.2, bij Voorjaarsnota voor EUR 37,7 miljoen wordt ingevuld (n.b. de nog te verdelen korting daalt daardoor van EUR 206,4 mln naar EUR 168,7 mln, waardoor het saldo op het artikel stijgt).

Ontvangsten

Geen toelichting.

BIJLAGE 2: MOTIES EN TOEZEGGINGEN IN HET VERGADERJAAR 2012/2013

MOTIES VERGADERJAAR 2012/2013

Datum

Omschrijving

Herkomst

Stand van zaken

09-07-2012

Motie de Lange 32 852 nr. 4: a-biotische grondstoffen

Notaoverleg grondstoffen d.d. 2 juli 2012

Overgenomen door Ministerie van EZ

09-07-2012

Motie de Lange 32 852 nr. 5: implementatie van de actiepunten

Notaoverleg grondstoffen d.d. 2 juli 2012

Verzonden op 4 juli 2013 per brief Ministerie EZ

09-07-2012

Motie de Roon 32 852 nr. 7: bilaterale en multilaterale samenwerking

Notaoverleg grondstoffen d.d. 2 juli 2012

Verzonden op 4 juli 2013 per brief Ministerie EZ

09-07-2012

Motie Van der Werf 32 852 nr. 8: een circulaire economie in Nederland

Notaoverleg grondstoffen d.d. 2 juli 2012

Verzonden op 20 juni 2013 per brief Ministerie I&M

09-07-2013

Motie Van Veldhoven 32 852 nr. 9: een Schengengebied voor hergebruik van grondstoffen

Notaoverleg grondstoffen d.d. 2 juli 2012

Behandeling door Ministerie van I&M

09-07-2012

Motie Ferrier 31 250 nr. 99: wegnemen van obstakels

VAO OS bedrijfsleveninstrumentarium d.d. 4 juli 2012

Verzonden op 2 november 2012 per brief DEC-247/2012

12-10-2012

Motie Klaver 21 501-20, nr 683: het aannemen van de spaartegoedenrichtlijn

Debat over de agenda van de Europese Top d.d. 11 oktober 2012

Verzonden op 18 oktober 2012 DIE-1311/12

12-10-2012

Motie Omtzigt 21 501-20, nr. 686 (gewijzigd)

Debat over de agenda van de Europese Top d.d. 11 oktober 2012

Verzonden op 2 november 2012 per brief DIE-1384/12

15-11-2012

Motie Slob 33 410 nr. 48: vormgeven van een nieuw revolverend fonds voor investeringen in ontwikkelingslanden

Debat over de regeringsverklaring d.d. 14 november 2012

Verzonden op 14 december 2012 per brief DDE-597a/2012

22-11-2012

Motie Verhoeven, Koopmans 31 985 nr. 15: op korte termijn een strategie opstellen waarbij de exportondersteuning zo wordt ingericht dat Nederlandse bedrijven beter in staat zijn naar groeilanden te exporteren

AO Export

Is behandeld in AO Handelsmissies en exportpromotie d.d. 14 maart 2013

22-11-2012

Motie Braakhuis, Voordewind 26 485 nr. 134: in gesprek gaan met Shell en maximale druk uit oefenen om ervoor te zorgen dat Shell uitspraken van het Nigeriaanse hooggerechtshof accepteert. In de toekomst niet mengen in lopende rechtszaken tegen Shell

AO Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Voldaan, in beleid verankerd

22-11-2012

Motie Braakhuis 26 485 nr. 135: in samenwerking met kledingbranche tot afspraken komen over volledige ketentransparantie en het uitbannen van kinderarbeid in de textielketen

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Verzonden op 8 april 2013 per brief DMM/MP – 208/2013

22-11-2012

Motie Koopmans, Verhoeven 31 985 nr. 12: Collectieve promotie

AO Export

Is behandeld in AO Handelsmissies en exportpromotie d.d. 14 maart 2013

22-11-2012

Motie Hachchi 31 250 nr. 94: inzetten voor een betere markttoegang voor de armste landen

VAO Landbouw in ontwikkelingslanden

Staand beleid

22-11-2012

Motie Gesthuizen 33 000 XIII nr. 23: zorgen dat de door Nederlandse overheidsinstanties georganiseerde handelsmissies betaalbaar zijn voor ondernemers uit het kleinbedrijf

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2012

Voldaan tijdens begroting ELI

21-12-2012

Motie Maij 33 400, nr.32: c.s. over een nationaal comité van UN Women in Nederland

W.O. d.d. 17 december 2012

Verzonden op 16 mei 2013 per brief DMM-098/13

21-12-2012

Motie Agnes Mulder 33 400, nr. 35 over de inzet algemene begrotingssteun

W.O. d.d. 17 december 2012

In behandeling

21-12-2012

Motie Sjoerdsma 33 400 nr. 36: over ontwikkelingsrelevant onderzoek

W.O. d.d. 17 december 2012

Ondersteuning beleid

21-12-2012

Motie Sjoerdsma 33 400 nr. 37: c.s. over inzicht in de besteding van de ontwikkelingsgelden

W.O. d.d. 17 december 2012

Staand beleid

21-12-2012

Motie (gewijzigd) Voordewind 33 400 nr. 42: c.s. over social protection

W.O. d.d. 17 december 2012

Motie 33 400, nr 42 (Voordewind, social protection) is meegenomen in de beleidsnota BH&OS 2013

21-12-2012

Motie van Ojik 33 400 nr. 45: c.s. over de bezuinigingen voor OS landen/programma's van het vorige kabinet Rutte

W.O. d.d. 17 december 2012

Ondersteuning beleid

02-01-2013

Motie Ten Broeke/Bonis 33 400-V, nr. 57: over het handhaven van het MATRA-programma

Begrotingsbehandeling d.d. 18-19 december 2012

Meegenomen in Incidentele Suppletoire Begroting

02-01-2013

Motie van der Staaij 33 400-V, nr. 79; c.s. over het stimuleren van geefgedrag

Begrotingsbehandeling d.d. 18-19 december 2012

Ondersteuning beleid

02-01-2013

Motie van der Staaij 33 400-v, nr. 80: gendercide in China

Begrotingsbehandeling d.d. 18-19 december 2012

Verzonden op 14 juni 2013 per brief DMM/451/13

14-02-2013

Motie 25 087 no. 46 (was nr) 42 Omzigt/Merkies over belastingverdragen – Een brief schrijven over welk kader geldt voor ontwikkelingslanden en welke landen als zodanig worden aangemerkt

Internationaal fiscaal verdragsbeleid

Verzonden op 17 mei 2013 per brief DDE-209/13

12-04-2013

Motie Verhoeven/Sjoerdsma 26 485, nr. 157: (gewijzigd) over het niet instellen van een mvo-toezichthouder

VAO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 27 maart 2013

Verzonden op 28 juni 2013 per brief IMH-197451/13

12-04-2013

Motie Agnes Mulder 26 485, nr. 158: stimuleren en ondersteunen van ondernemers

VAO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 27 maart 2013

Verzonden op 28 juni 2013 per brief IMH-197451/13

20-06-2013

Motie Sjoerdsma 29 237, nr. 154: het verstevigen van het draagvlak van het Internationaal Strafhof

VAO Grote Merenregio d.d. 20 juni 2013

In behandeling

27-06-2013

Motie Sjoerdsma 33 625, nr. 8: een actieplan voor de dekking van klimaatfinanciering uit private middelen

VAO Beleidsnota «Wat de wereld verdient»: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen d.d. 20 juni 2013

Ondersteuning (inspanningsverplichting)

27-06-2013

Motie Sjoerdsma 33 625, nr. 11: de naleving van de UN Guiding Principles

VAO Beleidsnota «Wat de wereld verdient»: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen d.d. 20 juni 2013

Ondersteuning beleid

27-06-2013

Motie Voordewind 33 625, nr. 15: aandacht voor social protection binnen het speerpuntenbeleid

VAO Beleidsnota «Wat de wereld verdient»: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen d.d. 20 juni 2013

Ondersteuning beleid

27-06-2013

Motie van der Staaij 33 625, nr. 26: aandacht voor de consequenties van de allerarmsten

VAO Beleidsnota «Wat de wereld verdient»: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen d.d. 20 juni 2013

Ondersteuning beleid

27-06-2013

Motie van der Staaij 33 625, nr. 27: het integreren van het beroepsonderwijs in het speerpuntenbeleid

VAO Beleidsnota «Wat de wereld verdient»: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen d.d. 20 juni 2013

Ondersteuning beleid

27-06-2013

Motie Maij/Van Dijk 33 625, nr. 30: het opnemen van tubercolosebestrijding in het SRGR-beleid

VAO Beleidsnota «Wat de wereld verdient»: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen d.d. 20 juni 2013

Ondersteuning beleid

TOEZEGGINGEN VERGADERJAAR 2012/2013

Datum

Omschrijving

Herkomst

Stand van zaken

05-07-2012

TK nader informeren over Nlse inzet om China bij internationale contactgroep voor Sudan en Zuid-Sudan betrekken

AO Sudan d.d. 4 juli 2012

Mondeling afgehandeld in AO Sudan van 13 december 2012

05-07-2012

TK nader informeren over appreciatie van de benchmarks voor UNMISS

AO Sudan d.d. 4 juli 2012

Verzonden op 10 december 2012 per brief DVB/CV-310/12

05-07-2012

OS-bijdrage voor kleinschalige projecten Kunduz

AO voortgang missie Afghanistan d.d. 27 juni 2012

Toezegging is meegenomen in stand van zaken brief politietrainingsmissie Afghanistan DVB/CV-258/12 op 17 oktober 2012

05-07-2012

Nederlandse rol in verzoeningsproces, informatie over aantallen Afghan Peace and Reintegration Programme

AO voortgang missie Afghanistan d.d. 27 juni 2012

Verzonden per brief d.d. 19 juli 2012 met kenmerk DAO-283/12

11-07-2012

Na de zomer informatie over de plannen voor de 6 focuslanden van het NAP1.325 naar de Kamer

AO Speerpunt Veiligheid en Rechtsorde d.d. 4 juli 2012

Verzonden op 13 februari 2013 per brief DSO/EM-006/13

11-07-2012

De regering informeert de Kamer per brief over de haalbaarheid van een internationaal anti-corruptie strafhof

AO Speerpunt Veiligheid en Rechtsorde d.d. 4 juli 2012

Verzonden op 15 november 2012 per brief DSH-105/2012

10-10-2012

Opbouw salarissen bij Wereldbank ea internationale financiële instellingen en VN organisaties.

AO wereldbank (4 okt)

Aan deze toezegging van toenmalig Stas BZ is door Minister voldaan in het AO Wereldbank d.d. 11 april 2013.

10-10-2012

Standpunt tav landroof en rol van de Wereldbank in dat verband nav zorg over landroof bericht in Oxfam rapport «Our land, our lives»

AO Wereldbank (4 okt)

Verzonden op 19 december 2012 per brief DMM/IF-228/012

12-10-2012

Verhouding toepassing conditionaliteit op Rwanda en Ghana

AO RBZ d.d. 10 oktober 2012

Verzonden op 1 november 2012 per brief DAF-2012. 27 725

12-10-2012

Sudan: vragen over bereik hulp en hoe NL zich hiervoor kan inzetten, evenals uitvoering vredesakkoord

AO RBZ d.d. 10 oktober 2012

Verzonden op 11 oktober 2012 per brief DAF-24475/12.

22-11-2012

(Overgegaan van ELI naar BZ)

Staatssecretaris ELI zal voor 1 september de jaarrapportage wapenexport 2011 «nieuwe stijl» aan de Kamer sturen

AO Wapenexportbeleid d.d. 5 juli 2012

Voldaan met Rapport «het nederlands wapenexport beleid in 2011, 31 oktober 2012

22-11-2012

(Overgegaan van ELI naar BZ)

Staatssecretaris ELI zal de Tweede Kamer voor 12 september informeren als zijn visie op de export van dual use goederen naar India

AO Wapenexportbeleid d.d. 5 juli 2012

Verzonden per brief d.d. 28 juni 2013 met kenmerk IMH-2013– 137567

22-11-2012

Jaarrapportage wapenexport 2012 (verschijnen in 2013). Paragraaf opnemen over dual use goederen

AO Wapenexportbeleid d.d. 5 juli 2012

In behandeling

22-11-2012

(Overgegaan van ELI naar BZ)

Staatssecretaris ELI zal in de GA van de Handelsraden de inzet bij en de gevolgen van vrijhandelsakkoorden, bv voor de werkgelegenheid, opbrengst economie, welke sectoren, kansrijk zijn, systematisch opnemen

AO Raad Buitenlandse Handel

Staand beleid

22-11-2012

Overgegaan van ELI naar BZ

Staatssecretaris ELI zal in september/oktober de Kamer verder informeren over het programma Partners in International Business, de succesindicatoren daarin en de sturing en controle daarop

AO Raad Buitenlandse Handel

Verzonden op 25 april 2013 per brief DGBEB-3240/13

22-11-2012

Minister zal de bekendheid van de OESO-richtlijnen vergroten en de Kamer daarop informeren. Dit geldt ook voor het toezicht op de OESO-richtlijnen

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

Verzonden per brief d.d. 28 juni 2013 met kenmerk IMH-2013/ 197451

22-11-2012

Minister zal de Kamer informeren over het openbaar maken van de rapportages over exportkredietverzekeringen

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

Wachten op reactie van MinFin

22-11-2012

Minister rapporteert eens per jaar over MVO en handelsmissies: hoe er vooraf is gesproken met de bedrijven, wat ermee gedaan is in programma en in het land zelf. Zelfde systematiek geldt voor missies van alle bewindspersonen

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

verzonden op 5 maart 2013 per brief met kenmerk DIO-2013. 2266

22-11-2012

Tweede Kamer informeren over voortgang MVO werkgroep India-Nederland

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

In behandeling

22-11-2012

Staatssecretaris zal twee keer per jaar aan de Kamer rapporteren over MVO

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

staand beleid

22-11-2012

Minister zal de Tweede Kamer informeren over de steenkolendialoog

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

In behandeling

22-11-2012

Minister zal de problematiek rondom het elektronica afval op de juiste plek aankaarten

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

afgehandeld

22-11-2012

Minister zal de lijst risicoproducten ook gebruiken bij handelsmissies

AO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 17 november 2012

staand beleid

13-12-2012

Hoge kosten geldovermakingen aan de orde stellen bij overleg met banksector en de Kamer hierover informeren

AO migratie en ontwikkeling d.d. 12 december 2012

Verzonden op 3 juli 2013 per brief DCM/MA-119/13

13-12-2012

Mogelijkheid onderzoeken voor nieuwe pilot circulaire migratie en Kamer per brief hierover informeren

AO migratie en ontwikkeling d.d. 12 december 2012

Verzonden op 3 juli 2013 per brief DCM/MA-119/13

13-12-2012

Kamer informeren over terugkeer Ghana inclusief gekorte programma's

AO migratie en ontwikkeling d.d. 12 december 2012

Verzonden op 3 juli 2013 per brief DCM/MA-119/13

13-12-2012

Toezenden van Handel en Ontwikkelingssamenwerking notitie, inclusief innovatie en topsectoren

AO Raad Buitenlandse Zaken (handelspolitiek) d.d. 27 november 2012

Verzonden op 5 april per brief BIS-049/13; d.d. 5 april 2013

13-12-2012

Brief over Colombia/Peru vrijhandelsakkoord n.a.v. NGO brief over mensenrechtenafspraken

AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 27 november 2013

Afgehandeld

13-12-2012

Brief over de resultaten Brazilie missie

AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 27 november 2012

Verzonden per brief d.d. 17 december 2012 is mede namens Min OCW verzonden

13-12-2012

Inzetten in Brussel op tarief bio-ethanol en daarover rapporteren

AO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 27 november 2012

Staand beleid

28-12-2012

toezegging minister Ploumen over handelsmissie tijdens WGO op 17 december jl.

WGO op 17 december jl.

verzonden op 18 december 2012 per brief

14-12-2012

Informeren over Darfur: wat zijn de kansen en knelpunten en wat kunnen wij betekenen

AO Sudan en Zuid-Sudan d.d. 13 december 2013

Verzonden op 7 juni 2013 per brief DAF-2013. 173497

15-02-2013

Versnelde rapportage over toetsing aan de 8 criteria van de levering van Cheetah's aan Jordanië

AO Wapenexport d.d. 14 februari 2013

Brief is verzonden DVB/NW-168/13, d.d. 28 maart 2013

15-02-2013

zsm brief over besluitvormingsprocedure wapenexportbeleid (vergunningverlening, overtollig defensiematerieel)

AO wapenexportbeleid d.d. 14 februari 2013

verzonden per brief IMH-2013. 122971, d.d. 27 maart 2013

15-02-2013

Minister gaat na of het in het verleden is voorgekomen, dat een door Nederland afgegeven denial niet door andere EU-lidstaten is overgenomen.

AO wapenexportbeleid d.d. 14 februari 2013

Afgehandeld

05-03-2013

Toezegging Eerste Kamer – Minister zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Smaling (SP), toe de dialoog tussen de EU en de AU verder te intensiveren en zich hiervoor in Brussel in te zetten

Plenaire vergadering EK d.d. 5 maart 2013

In behandeling

15-03-2013

Kamer per brief informeren over het beleid t.a.v. begrotingssteun en de wijze waarop diverse instrumenten (sectorale begrotingssteun, stabiliteitssteun) worden vormgegeven

AO Evaluaties Ontwikkelingssamenwerking d.d. 6 maart 2013

Verzonden op 15 mei 2013 per brief DAF-2013. 159640

15-03-2013

Kamer per brief informeren over de eventuele inzet van stabiliteitssteun in Mali

AO Evaluaties Ontwikkelingssamenwerking d.d. 6 maart 2013

Verzonden op 25 april 2013 per brief DAF-2013. 121972

15-03-2013

In gesprek gaan met het IOB om te bekijken of het mogelijk is beleidsdoorlichtingen per begrotingsartikel uit te voeren en de Kamer hierover schriftelijk te informeren

AO Evaluaties Ontwikkelingssamenwerking d.d. 6 maart 2013

Verzonden op 12 april 2013 per brief FEZ-126/2013

15-03-2013

Kamer een overzicht sturen van het onderzoek naar MVO risico's van Nederlandse bedrijven wereldwijd

AO Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 7 maart 2013

in behandeling

15-03-2013

Nationaal Actieplan Mensenrechten en Bedrijfsleven

AO Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 7 maart 2013

in behandeling M en R

15-03-2013

Minister rapporteert medio 2013 over voortgang resultaat van de steenkolendialoog en Better Coal

AO Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 7 maart 2013

in behandeling

15-03-2013

Kamer zal een verslag ontvangen van de sustainable match missie naar Bangladesh

AO Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 7 maart 2013

niet doorgegaan

15-03-2013

Kamer ontvangt voor de zomer een rapportage over de uitkomsten van het onderzoek inzake het scannen van belastingverdragen met ontwikkelingslanden

AO Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen d.d. 7 maart 2013

In behandeling

18-03-2013

Brief waarin wordt toegelicht waardoor de stijging met 9% van de administratieve uitgaven van de EU wordt veroorzaakt

Plenair uitkomsten Europese Top van 7-8 februari 2013

Verzonden per brief d.d. 19 april 2013 met kenmerk DIE-2013. 143484

19-03-2013

Kamer informeren per brief over instrumenten exportbevordering en exportvergunningen

AO Handelsmissies en exportpromotie d.d. 14 maart 2013

In behandeling

19-03-2013

De Kamer per brief informeren over de wijze waarop lokale overheden worden ondersteund bij activiteiten op het gebied van handelspromotie en exportbevordering

AO Handelsmissies en exportpromotie d.d. 14 maart 2013

Verzonden op 3 juli 2013 per brief DIO-2013. 7323

19-03-2013

Kamer informeren per brief over stand van zaken met betrekking tot EPA's en vrijhandelsakkoorden

AO Handelsmissies en exportpromotie d.d. 14 maart 2013

Verzonden per brief d.d. 17 mei 2013 met kenmerk DBE- 163107

22-03-2013

Kamer informeren of het mogelijk is via de EIB en EBRD politieke conditionaliteiten te stellen aan leningen aan Egypte

Plenair debat Egypte d.d. 13 maart 2013

DIE- 139050, d.d. 12 april 2013; Kamerbrief inzake geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 22 april 2013

29-03-2013

Minister zal bij EU-collega's informeren naar de haalbaarheid van het toevoegen van een opschortende clausule over bescherming van minderheden en vrouwen bij EU-handelsakkoorden

AO Arabische regio d.d. 27 maart 2013

Verzonden per brief d.d. van 16 april

29-03-2013

Uitzoeken of de informatie van de VN over de humanitaire situatie in Kamp Hurriya gebaseerd is op eigen observatie door de VN ter plekke

Goedkeuring partnerschap- en samenwerkingsovereenkomst EU-Irak

Verzonden op 16 april 2013 per brief met kenmerk DAM-2013. 26780

04-04-2013

Kamer na de zomer informeren over monitoring van programma's na 2014

AO Politietrainingsmissie Afghanistan d.d. 21 maart 2013

In behandeling

04-04-2013

Zal na de zomer terugkomen op de vraag of de in Chicago toegezegde bijdrage voor leger en politie ten laste komt van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) en de criteria hiervan.

AO Politietrainingsmissie Afghanistan d.d. 21 maart 2013

In behandeling

04-04-2013

Komt terug op de vraag hoe betrokkenheid en inspanning van donoren ook op lange termijn verzekerd blijft

AO Politietrainingsmissie Afghanistan d.d. 21 maart 2013

In behandeling

12-04-2013

Kamer per brief informeren over de resultaten van het onderzoek van het VK en Zweden naar het beloningsbeleid van de Wereldbank en de Nederlandse strategie om dit onderwerp structureel op de agenda te zetten

AO Wereldbank d.d. 11 april 2013

In behandeling

12-04-2013

Breder ingaan op de Nederlandse visie tav de Wereldbank (inclusief de agendabepaling) in de inzetbrief voor de Voorjaars- en Najaarsbijeenkomst

AO Wereldbank d.d. 11 april 2013

In behandeling

12-04-2013

Minister zal in verslaglegging van werkbezoeken aan fragiele staten rapporteren over geleverde inspanningen om de afstemming over de inzet tussen Wereldbank en partnerlanden te optimaliseren.

AO Wereldbank d.d. 11 april 2013

In behandeling

12-04-2013

Minister informeert de kamer voor 23 mei 2013 per brief over de Nederlandse inzet om landroof tegen te gaan

AO Wereldbank d.d. 11 april 2013

Verzonden op 11 juni 2013 per brief DDE-299/2013

03-05-2013

Minister informeert de Kamer per brief over de nog in ontwikkeling zijnde bilaterale programma's voor het maatschappelijk middenveld in Rwanda op het moment dat de voorbereidingen voor deze bilaterale programma's zijn afgerond

AO Grote Merenregio d.d. 24 april 2013

In behandeling

03-05-2013

Minister informeert de Kamer uiterlijk eind 2013 over de mogelijkheid om (illegaal gewonnen) conflictgrondstoffen van de Europese markt te weren

AO Grote Merenregio d.d. 24 april 2013

Afgehandeld per brief MinEZ, kenmerk DGBI-PDBBE / 13112322.

30-05-2013

Minister onderzoekt de mogelijkheden om toezicht op (I)MVO vorm te geven binnen het kader van de aangenomen motie Verhoeven-Sjoerdsma

AO Beleidsnota «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

Verzonden per IMH-197451/13, d.d. 28 juni 2013

30-05-2013

De Kamer ontvangt binnenkort de resultaten van het onderzoek van de ministeries EZ en BZ naar de impact van de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en Visserijbeleid op ontwikkelingslanden

AO Beleidsnota: «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

Verzonden door EZ, kenmerk DGA/ELV- 13099411

30-05-2013

Minister zal in de brief over de uitwerking van het Dutch Good Growth Fund een technische verduidelijking opnemen m.b.t. de toedeling van middelen en de eventuele mogelijkheden voor temporisering.

AO Beleidsnota: «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

In behandeling

30-05-2013

Kabinetsreactie op resultaten onderzoek belastingontwijking en onderzoek belastingverdragen met ontwikkelingslanden

AO Beleidsnota: «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

In behandeling

30-05-2013

De minister gaat in de brief over modernisering van het bedrijfsleveninstrumentarium ook in op de onderuitputting van fondsen en het Deense model

AO Beleidsnota: «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

In behandeling

30-05-2013

De minister geeft in de brief met resultaatfiches per speerpunt, die de Kamer voor de begrotingsbehandeling ontvangt, ook een overzicht van de financiële bijdrage per kanaal

AO Beleidsnota: «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

In behandeling

30-05-2013

De minister informeert de Kamer per brief over de resultaten van de zgn. 3e country impact assesments die de EC maak voor het afsluiten van handelsakkoorden

AO Beleidsnota: «Wat de wereld verdient» d.d. 29 mei 2013

In behandeling

30-05-2013

Brief Minister over additionele vragen Kamer m.b.t. export glycol

AO Syrie d.d. 29 mei 2013

Verzonden op 14 juni 2013 per brief BEB/IMH-2013. 172140

BIJLAGE 3: SUBSIDIEOVERZICHT

Onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Uitgangspunt voor het overzicht zijn alle lopende subsidies per 20 juni 2013 en de daarbij behorende kasramingen volgens het managementinformatiesysteem van BZ.

Lopende subsidies peildatum 20 juni 2013 (bedragen x 1.000 euro)

Begrotingsartikel

Naam subsidieregeling

Hyperlink naar publicatie regeling in Staatscourant

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aantal verleningen in 2012

Jaar waarin voor het laatst verplichtingen kunnen worden aangegaan

Verval datum regeling

Jaar laatste evaluatie

Jaar volgende evaluatie

Toelichting evaluatie

17U0101

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

322

2.819

2.161

2.120

1.760

386

0

n.v.t.

n.v.t.

2007

2013

Met name subsidies i.h.k.v. maatschappelijk verantwoord ondernemen. Laatste evaluatie MVO in 2007. Volgende evaluatie staat gepland in 2013. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0102

2g@there

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-25793.html

6.254

2.785

1.275

63

2.585

32

2013

2012

n.v.t.

2016

 

17U0102

Finance International Business (FIB)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-14468.html

7.500

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2016

Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0102

Package4Growth

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-22802.html

3.991

1.694

261

65

1.381

8

2013

2012

n.v.t.

2016

 

17U0102

Partners for International Business (PIB)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-3067.html

1.804

2.744

2.948

2.485

697

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2016

Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0102

Programma Economische Samenwerking Projecten (PESP)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-963.html

117

0

2008

2008

n.v.t.

n.v.t.

Betreft een afgesloten programma.

17U0102

Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO)

www.overheid.nl

1.524

1.138

0

2008

2008

n.v.t.

n.v.t.

Betreft een afgesloten programma.

17U0102

Programma Samenwerking Opkomende Markten, Presidentsprogramma, Government2Government

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-19872.html

10.072

4.961

590

1.018

5

2013

2013

2010

2016

 

17U0102

Starters International Business (SIB)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-5069.html

6.627

2.590

3.434

306

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2016

Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0102

Transitiefaciliteit

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-12782.html

372

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2015

Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0103

2g@there

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-25793.html

1.380

920

870

3

2013

2012

n.v.t.

2016

 

17U0103

Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-7531.html

664

5.000

9.500

9.500

9.500

6.524

0

2012

2013

n.v.t.

2014

Evaluatie onderdeel van evaluatie PPP's.

17U0103

Private Sector Investeringsprogramma (PSI)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-25805.html

52.894

78.929

49.593

29.049

17.612

4.794

3.565

120

2013

2014

n.v.t.

2015

 

17U0103

Schokland Fonds

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-8030.html

977

588

0

2008

2012

n.v.t.

2013

 

17U0103

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

82.430

81.766

87.497

23.808

3.419

136

8

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2014 2015

Betreft diverse acvtiviteiten gericht op versterking van de private sector (PSD) en verbetering van het investeringsklimaat. Evaluatie PPP's is gepland in 2014. De evaluatie van diverse subsidie-instrumenten zijn opgenomen in het PSD evaluatieprotocol en

17U0201

Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-7531.html

996

10.000

12.400

12.400

12.400

12.400

436

0

2012

2013

n.v.t.

2014

Evaluatie onderdeel van evaluatie PPP's.

17U0201

Schokland Fonds

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-8030.html

3.743

2.921

0

2008

2012

n.v.t.

2013

 

17U0201

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

61.071

131.899

87.918

54.996

16.047

4.772

100

9

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2013 2014 2015

Activiteiten zijn gericht op voedselzekerheid. Deel van de activiteiten zijn PPP's die in de evaluatie van de PPP's zullen worden meegenomen. Verder worden de subsidies meegenomen in de effectenonderzoeken op het gebied van voedsezekerheid (landbouwontwi

17U0202

Fonds Duurzaam Water (FDW)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-6036.html

1.116

5.677

11.673

11.295

8.513

4.561

2.459

0

2012

2013

n.v.t.

2016

 

17U0202

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

23.147

35.012

21.311

15.104

4.809

2.606

1.440

9

n.v.t.

n.v.t.

2012

n.n.b.

Meerendeel activiteiten is gericht op drinkwater en sanitatie. Evaluatie duurrzame toegang tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen is in 2012 afgerond. Volgende evaluatie is nog niet bekend. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzie

17U0203

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

19.541

28.193

28.268

5.174

4.350

2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2014 2015

Activiteiten gericht op milieu en klimaat. Er is ee nbeleidsdoorlichting hernieuwbare energie en ontwikkelingssamenwerking gepland in 2014, waarin deze subsidies zullen worden meegenomen. Een van de grootste subsidies betreft het Access to Energy Fund. De

17U0301

Coordinatie en afstemming NGO's

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-16577.html

500

350

150

0

2011

2016

n.v.t.

n.v.t.

Er is geen evaluatie gepland omdat de opbrengsten niet opwegen tegen de kosten.

17U0301

Fonds Keuzes en Kansen 2011–2014

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-8769.html

8.750

10.000

8.000

2.000

0

2010

2015

n.v.t.

2015

 

17U0301

Fonds Product Development Partnerships 2011–2014

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-8717.html

8.369

17.346

13.476

2.895

0

2010

2015

n.v.t.

2015

 

17U0301

Key Populations Fonds

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-7683.html

6.400

9.200

7.800

3.450

250

0

2011

2016

n.v.t.

2016

 

17U0301

Medefinancieringsstelsel 2006–2010

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-77-p10-SC74727.html

205

0

2010

2011

2009/ 2011

n.v.t.

In 2011 was er een kwaliteitsoordeel over de programma evaluaties van MFS I. De resultaten van de evaluatie zijn verwerkt in de opvolgende subsidiekaders (MFS II)

17U0301

Onderzoek en innovatie

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-108-p10-SC75404.html

1.233

2.809

1.609

0

2012

2013

n.v.t.

n.v.t.

Het programma Onderzoek en innovatie is afgesloten met de introductie van het Standaardkader OS. De activiteiten worden uitgefaseerd. Het programma bestaat uit een groot aantal diverse activiteiten van verschillende instellingen die zich mede vanwege bezu

17U0301

Opstap Fonds

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-14902.html

1.000

1.000

2.000

1.700

300

1

2012

2016

n.v.t.

n.v.t.

Opstapfonds bestaat uit slechts één activiteit. Er is vooralsnog geen aparte evaluatie van de subsidie voorzien. Mogelijk wordt het meegenomen in een volgende beleidsdoorlichting van SRGR en Aids. Een datum voor de volgende beleidsdoorlichting is nog niet

17U0301

Schokland Fonds

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-8030.html

2.397

0

2008

2012

n.v.t.

2013

 

17U0301

Seksuele Rechten en Reproductieve Gezondheidszorg (SRGR)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-352.html

119

68

0

2009

2011

n.v.t.

2012

In 2013 is een beleidsdoorlichting SRGR en Aids gepland. Daaraan voorafgaand wordt in 2012 een effectenonderzoek SRGR uitgevoerd (o.a. Nicaragua, Mali en Bangladesh).

17U0301

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

9.926

25.807

19.985

15.762

937

698

8

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2013

Betreft diverse activiteiten gericvht op SRGR en Aids. Subsidies zullen worden meegenomen in de beleidsdoorlichting SRGR en Aids dat in 2013 wordt afgerond. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0301

SRGR Fonds 2013–2015

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-19209.html

21.762

39.002

42.763

20.494

6.484

12

2012

2016

n.v.t.

2016

 

17U0302

Funding Leadership and Opportunities for Women (FLOW)

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-8466.html

166

652

652

652

489

0

2011

2016

n.v.t.

216

 

17U0302

MDG-3 Fonds

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-43-p8-SC84663.html

426

7

0

2008

2011

n.v.t

2013

 

17U0302

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

2.081

5.096

2.529

2.003

344

11

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2014

Activiteiten hebben betrekking op het thema vrouwen en ontwikkeling. De subsidies zullem worden meegenomen in de beleidsdoorlichting genderbeleid dat in 2014 zal worden afgerond. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum

17U0303

Jonge en Vernieuwende Organisaties

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85695.html

24

0

2008

2012

n.v.t.

n.v.t.

Voor MFS kwalificeren zich allianties waarvan organisaties die zich kwalificeren als jong en vernieuwend deel uitmaken. De verwachte kosten van een evaluatie hiervan wegen niet op tegen de verwachte baten. Er is geen aparte evaluatie.

17U0303

Medefinancieringsstelsel 2011–2015

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-11736.html

383.763

387.164

379.550

331.648

17.178

0

2010

2016

n.v.t.

2015

19 van de 20 allianties hebben gekozen voor een gezamenlijke evaluatie, met twee toetsingsmomenten: een voor de kwaliteit van de nulmeting (2012) en een tweede voor de kwaliteit van de impactmeting (2014)

17U0303

PSO

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-20792.html

11.125

2.000

0

2014

2013

2011

n.n.b.

In 2011 heeft een effectonderzoek plaatsgevonden m.b.t. capaciteitsversterking. Daarin is PSO meegenomen in de case studies. Een volgende evalauatie van PSO is niet voorzien. Er is wel een beleidsdoorlichting gepland oor steun aan het maatschappelijk mi

17U0303

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

65.235

60.014

55.000

55.867

6.761

1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2013

Gaat m.n. om subsidie aan SNV die in 2013 wordt geevalueerd. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden vorozien van een vervaldatum.

17U0303

Twinningfaciliteit Nederland-Suriname

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-218-p9-SC82924.html

1.136

0

2008

2012

n.v.t.

n.n.b.

Betreft een afgesloten subsidieregeling. De kosten van de evaluatie wegen niet op tegen de opbrengsten.

17U0303

Vakbondsmedefinanciering 2009–2012

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-1898.html

9.180

4.027

0

2009

2013

2012

n.v.t.

Het VMP 200–2012 is in februari 2012 geëvalueerd. De evaluatie van de opvolger is nog niet bekend.

17U0303

Vakbondsmedefinanciering 2013–2016

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-6292.html

6.126

12.252

12.252

12.252

3.678

2.451

2

2012

2017

n.v.t.

n.n.b.

Het programma vakbondsmedefinanciering 2009–2012 is in 2012 geëvalueerd. De evaluatie van de opvolger is nog niet bekend.

17U0304

NICHE, NFP EN NFP-MENA

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-22349.html

2.634

11.193

21

234

n.v.t.

n.v.t.

2012

n.n.b.

De subsidieregeling is in 2012 geëvalueerd. Een volgende evaluatie is niet voorzien. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0304

Onderzoek en innovatie

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-108-p10-SC75404.html

6.558

6.744

1.406

0

2012

2013

n.v.t.

n.v.t.

Het programma Onderzoek en innovatie is afgesloten met de introductie van het Standaardkader OS. De activiteiten worden uitgefaseerd. Het programma bestaat uit een groot aantal diverse activiteiten van verschillende instellingen die zich mede vanwege bezu

17U0304

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

32.171

22.596

8.169

780

1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Betreft activiteiten gericht op internationale onderwijsinststituten en internationale onderwijsprogramma's. Financieel belang wordt met name bepaald door susidie aan het KIT. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0401

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

17.448

15.293

7.962

7.417

300

258

9

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2014

Activiteiten betreffen noodhulp. In 2014 is een beleidsdoorlichting gepland van humanitaire hulp. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0401

Wederopbouw 2012–2015

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-22804.html

94

208

210

107

1

2012

2016

n.v.t.

2013

 

17U0403

Fonds Politieke Partijen II 2012–2015

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-13393.html

11.529

4.235

8.000

6.400

1.600

0

2011

2016

n.v.t.

2015

 

17U0403

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

35.438

29.191

14.516

6.482

4.866

1.149

10

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2013

Activiteiten betreffen wederopbouw. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0403

Wederopbouw 2012–2015

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-22804.html

13.781

42.625

34.727

22.888

8.731

781

29

2012

2016

n.v.t.

2013

 

17U0501

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

86

90

4

1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Betreft klein aantal subsidies met klein financieel belang. Een evaluatie is niet oportuun. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0502

Cultuur en ontwikkeling 2012–2016

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-13209.html

4.000

3.750

3.500

3.250

3.000

0

2012

2017

n.v.t.

2014

Subsidie heeft betrekking op Prins Claus Fonds 2012–2016. hiervoor is een evaluatie gepland in 2014.

17U0502

Cultuur en ontwikkeling 2011

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-21090.html

90

10

0

2011

2012

n.v.t.

n.v.t.

Betreft klein aantal subsidies met klein financieel belang.

17U0502

Cultuur en ontwikkelingssamenwerking

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-276.html

892

206

0

2010

2010

n.v.t.

n.v.t.

Betreft een afgesloten programma. Betreft voorloper van Cultuur en Ontwikkeling.

17U0502

Subsidies zonder gepuliceerde beleidsregels en/of plafonds die rechtstreeks onder Subdsideregeling Ministerie van de Buitenlandse Zaken 2006 zijn verstrekt

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2008-95-p10-SC85694.html

5.948

5.250

6.018

2.832

207

5

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2015

Er is een beleidsdoorlichting Nederlandse cultuur in het buitenland gepland in 2015. deze subsidies zullen daarin worden meegenomen. Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0502

Subsidiefaciliteit Burgerschap en Ontwikkelingssamenwerking – SBOS

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-15639.html

17.425

16.580

10.467

4.032

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2015

Voor 1 juli 2014 zal de subsidieregeling worden voorzien van een vervaldatum.

17U0503

Migratie en ontwikkelingsprogramma 2009

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-5903.html

212

1.083

0

2009

2010

2012

n.v.t.

Migratie en ontwikkelingsprogramma 2009 is meegenomen in evaluatie 2012. Het programma 2009 is afgesloten.

17U0503

Migratie en ontwikkelingsprogramma 2011

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-20799.html

429

163

109

0

2011

2012

2012

n.v.t.

Migratie en ontwikkelingsprogramma 2011 is meegenomen in evaluatie 2012. Het programma 2011 is afgesloten.

17U0503

Migratie en ontwikkelingsprogramma 2012

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2011-22649.html

3.947

1.164

1.045

705

127

10

2012

2013

2012

n.n.b.

De evaluatie van het migratie enontwikkelingsprogramma is in 2012 uitgevoerd. Een volgende evaluatie is nog niet bekend.

TOTALEN

938.465

1.161.581

967.885

672.136

136.275

42.213

17.556

837

         

BIJLAGE 4: EVALUATIE- EN ONDERZOEKSTABEL

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Afronding

Vindplaats

1. Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

       

1a. Beleidsdoorlichtingen

       
 

Private Sector Ontwikkeling 1

1

2013

 

Voedselzekerheid1

2

2016

 

Duurzame toegang tot veilig drinkwater en elementaire sanitaire voorzieningen1

2

2012

Rapport

 

Waterbeheer1

2

2016

 

Hernieuwbare energie in ontwikkelingssamen-werking1

2

2014

 

Basic Education1

3

2011

Rapport

 

Steun aan het maatschappelijk middenveld1

3

2015

 

Genderbeleid1

3

2014

 

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, Aids1

3

2013

 

Steun aan fragiele staten1

4

2013

 

Rechtstaatontwikkeling, democratisering en corruptiebestrijding (voorheen veiligheid, rechtsorde en goed bestuur)1

4

2013

 

Beleid Latijns Amerika1

4/5

2013

 

Humanitaire Hulp1

4

2014

 

Begrotingssteun1

5

2012

Rapport

 

Consulaire dienstverlening doorgelicht 2007–20101

5

2011

Rapport

1b. Ander onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

       
 

Faciliteit Opkomende Markten1

1

2016

 

Netherlands Business Support (NBSO) netwerk1

1

2013

 

Economische diplomatie1

1

2015

 

Pre PSD-evaluatieprotocol:

1

   
 

– FMO-CD (capacity development)

 

2011

Rapport

 

– CBI

 

2013

 

– ORET1

 

2014

 

Op basis van PSD-evaluatieprotocol 2012:

1

2015

 
 

– FMO-MASSIF (Access to Finance)

   

 

– FMO-IDF (Infrastructure Development Fund)

   

 

– FMO-AEF (Access to Energy Fund)

   

 

– FMO-OS (Emerging Market Fund)

   

 

– FMO-CD (Capacity Development)

   

 

– ORIO (publieke infrastructuur)

   

 

– PSI (Private Sector Investeringen)

– CBI (Importbevordering uit OS-landen)

   

 

– PUM (uitzending managers)

   

 

– DECP (Employers Cooperation Prog.)

   

 

Publiek Private Partnerschappen

1

2014

 

Investment Climate Facility for Africa

1

2013

 

TradeMark

1

2014

 

Health Insurance Fund

1

2014

 

Voedselzekerheid & landbouwontwikkeling1

2

2015

 

Initiatief Duurzame Handel1

2

2013

 

Op basis van PSD-evaluatieprotocol 2012:

2

 

 

– IDH (Duurzame handel)

 

2015

 
 

– Agriterra (producenten-organisaties)

 

2015

 

Lange termijn effecten

en duurzaamheid OS: casestudy voedselzekerheid1

2

2014

 

Programma Ondersteuning Producentenorganisaties (POP)

2

2014

 

Solidaridad

2

2015

 

Global Alliance for Improved Nutrition (GAIN)

2

2015

 

Water en sanitaire voorzieningen in Benin1

2

2011

Rapport

 

Water en sanitaire voorzieningen in Mozambique1

2

2011

Rapport

 

Aqua for all programma ‘Building bridges connecting water’

2

2014

 

Energieactiviteiten in Rwanda1

2

2014

 

Energieactiviteiten in Indonesië1

2

2014

 

Fonds Duurzame Biomassa

2

2013

 

Daey Ouwens

2

2013

 

Access to Energy Fund

2

2015

 

Energising Development (EnDevII)

2

2014

 

Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (o.a. Nicaragua, Mali, Bangladesh)1

3

2012/2013

Rapport Rapport

 

Keuzes en Kansen

3

2015

 

Fonds Product Development Partnerships

3

2015

 

Key Population Fund

3

2016

 

SRGR Fonds 2013–2015

3

2016

 

Evaluatie gender-programma’s (MDG3 fonds, nationale actieplannen n.a.v. VN VR 1325; activiteiten gericht op bestrijding geweld tegen vrouwen)1

3

2013

 

FLOW (2011–2015)

3

2016

 

Women in the Frontline

3

2016

 

Evaluation of the Dutch support to capacity development: Facilitating resourcefulness (case studies Ghana, SNV, Agriterra, PSO, NCEA) 1

3/5

2010/2011

Rapport

 

Evaluation of Dutch support to capacity development: the case of NIMD1

3

2010/2011

Rapport

 

Evaluatie SNV1

3

2013

 

Lobby en advocacy activiteiten van NGO’s1

3

2014

 

Directe financiering van lokale NGO’s1

3

2013

 

NCDO/SBOS

3

2014

 

Vakbondsmedefinancierings-programma

3

2012

Rapport

 

Basisonderwijs Oeganda1

3

2012

Rapport

 

Basisonderwijs Bangladesh1

3

2011

Rapport

 

Basisonderwijs Bolivia1

3

2011

Rapport

 

Basisonderwijs Zambia

3

2011

Rapport

 

Netherlands Fellowship Programme/ Netherlands Institutional Capacity Development in Higher Education

3

2012

Rapport

 

European Centre for Development Policy Management (ECDPM)

3

2016

 

Haïti noodhulp1

4

2011

Rapport

 

Eindevaluatie ISAF/Uruzgan incl. subsidieregeling ‘Fonds economische opbouw Uruzgan’1

4

2011

Rapport

 

Conflictpreventie en vredesopbouw in DRC (multi-donor)1

4

2011

Rapport

 

Fonds politieke partijen

4

2015

 

Nederlandse inzet bij de Wereldbank1

5

2013

Rapport

 

Deelonderzoek relatie begrotingssteun en armoede (multi-donor): Zambia etc.1

5

2011

Rapport

 

Implementatie van de Paris Declaration1

5

2011

Rapport

 

Wederzijdse belangen-wederzijdse voordelen: Evaluatie van de schuldverlichtingsover-eenkomst van 2005 tussen de Club van Parijs en Nigeria1

5

2011

Rapport

 

Radio Nederland Wereldomroep

5

2015

 

Twinning Suriname1

5

2011

Rapport

2. Overig onderzoek

       
 

Systematic review maatschappelijk verantwoord ondernemen1

1

2013

Rapport

 

Holland Branding

1

2013

 

Publiek Private Partnerschappen1

1

2013

Rapport

 

Schoklandakkoorden

1

2013

 

Transitiefaciliteit

1

2015

 

FMO-A

1

2013

 

International Centre for Trade & Sustainable Development (ICTSD)

1

2015

 

Syntheseonderzoek

Voedselzekerheid1

2

2012

Rapport

 

Evaluatie Rio-verdragen

2

2012

Rapport

 

Evaluatie Interdepartementaal beleidsprogramma

Biodiversiteit

2

2012

Rapport

 

Systematic review hernieuwbare energie

2

2013

 

International Planned Parenthood Federation

3

2011

Rapport

 

Kwaliteitsoordeel programmaevaluaties

MFS I1

3

2011

Rapport

 

Syntheseonderzoek sociale en productieve investeringen1

3

2014

 

Beroepsonderwijs en arbeidsmarkt1

3

2014

 

Early childhood development (UNICEF)

3

2011

Rapport

 

Van noodhulp naar wederopbouw1

4

2013

 

Central Emergency Response (CERF)

4

2011

Rapport

 

Common Humanitarian Funds

4

2011

Rapport

 

Global logistics WFP (multi-donor)1

4

2012

Rapport

 

Samenwerkende hulporganisaties meta-evaluatie

4

2015

 

One UN (Delivering as one)

5

2012

Rapport

 

Multilateral Effectiveness Review1

5

2013

 

Kanaalkeuze en complementariteit1

5

2013

 

Exit strategieën1

5

2014

 

Evaluatie Stichting Duurzame Terugkeer

5

2011

Rapport

 

Pilot Circulaire Migratie

5

2012

Rapport

 

Migratie en Ontwikkeling

5

2012

Rapport

1

IOB onderzoek

Toelichting:

Art 1:

Op grond van nadere beleidsvorming in 2013 zal in de e.v. begroting de planning van beleidsdoorlichtingen op het terrein van duurzame handel en investeringen nader ingevuld worden.

De evaluatie naar CBI is vertraagd vanwege de transitie naar Agentschap NL.

Art 2:

De afronding van de beleidsdoorlichting voedselzekerheid is gepland voor 2016 i.p.v. 2015 vanwege vertraging met de onderliggende baseline- en effectenonderzoeken. Afronding van effectenonderzoek is verschoven van 2014 naar 2015 vanwege vertraging in de voorbereiding, uitbesteding en uitvoering van de baselinestudies.

Het onderzoek naar lange termijn effecten en duurzaamheid (casestudy voedselzekerheid) is vertraagd (2014 i.p.v. 2013), vanwege de voorziene casestudy in Mali en crisis in dat land. De afronding van effectenonderzoek naar energie-activiteiten in Rwanda en Indonesië is voorzien voor 2014 als twee aparte publicaties (n.a.v. systematic review).

De voorbereiding en uitvoering van de evaluatie van het subsidieprogramma Daey Ouwens Fonds kost meer tijd dan eerder voorzien. Het is een complex programma, er zijn uiteindelijk 115 projecten goedgekeurd. De evaluatie wordt in 2013 (i.p.v. 2012) afgerond.

Art 3:

Syntheseonderzoek naar sociale en productieve investeringen wordt afgerond in 2014 n.a.v. herprioritering. Onderzoek naar de relatie tussen interventies gericht op employability en de arbeidsmarkt en werkgelegenheid is eveneens vertraagd met een jaar.

Art 5:

Als lid van een Internationale Organisatie (IO) heeft Nederland de verplichting (twee)jaarlijks contributie te betalen. Contributies zijn bijdragen in het kader van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen die tussen de Nederlandse staat en een IO zijn afgesloten. Deze uitgaven vallen onder de evaluatiefunctie van de Inspection and Evaluation Division (IED) van het Office of Internal Oversight Services (OIOS), die onafhankelijk inspecties en evaluaties uitvoert namens de UN SG en lidstaten als Nederland.

Algemeen:

De vindplaats van alle afgeronde onderzoeken is Rijksoverheid.nl voor de Nederlandstalige rapporten en Government.nl voor de Engelstalige rapporten. De website biedt eveneens een versie van de evaluatieprogrammering met de opbouw van evaluatieonderzoeken per operationele doelstelling binnen een beleidsartikel. Het betreft een weloverwogen evaluatieprogrammering waarin recht wordt gedaan aan zaken als: kosten van het onderzoek in verhouding tot de beleidsuitgaven, fase van het beleidsproces, politieke actualiteit, etc.

BIJLAGE 5 LIJST VAN AFKORTINGEN

ACS

Association of Caribbean States

AEF

Access to Energy Fund

AgNL

Agentschap Nederland

APS

Algemeen Preferentieel Stelsel

BCPR

Bureau of Crisis Prevention and Recovery

BH&OS

Ministerie voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

BIV

Budget Internationale Veiligheid

BMZ

German Federal Ministry for Economic Cooperation and Development

BNP

Bruto Nationaal Product

BZ

Ministerie van Buitenlandse Zaken

CAP

Consolidated Appeals Process

CBI

Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden

CD

Capacity Development

CERF

Central Emergency Response Fund

CGIAR

Consultative Group on International Agricultural Research

CSO

Civil Society Organisation

DAC

Development Assistance Committee

DECP

Dutch Employers Cooperation Programme

DFA

Design, Fashion, Architecture

DfID

United Kingdom Department for International Development

DGGF

Dutch Good Growth Fund

DHK

Demonstratieprojecten, Haalbaarheidsstudies of Kennisverwerving

DPKO

Department of Peacekeeping Operations

DRC

Democratische Republiek Congo

DTB

Dutch Trade Board

ECDPM

European Centre for Development Policy Management

ECN

Energieonderzoek Centrum Nederland

EnDevII

Energising Development

EKI

Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties

EPA

European Partnership Agreements (Europese Partnerschapsakkoorden)

ERP

Enterprise Resource Planning

EU

Europese Unie

FDOV

Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid

FDW

Fonds Duurzaam Water

FIB

Finance for International Business

FLOW

Funding Leadership Opportunities for Women

FMO

Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden

FOM

Faciliteit Opkomende Markten

GAFSP

Global Agriculture and Food Security Program

GAIN

Global Alliance for Improved Nutrition

GAVI

Global Alliance for Vaccination and Immunization

GEF

Global Environment Facility

 

Global Alliance for Vaccination and Immunization

GFATM

Global Fund to fight Aids, Tuberculosis and Malaria

GFDRR

Global Facility for Disaster Risk Reduction

GPERHCS

Global Program to Enhance Reproductive Health Commodity Security

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HIV

Humaan Immunodeficiëntie Virus

HIVOS

Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking

ICPD

International Conference on Population and development

ICRC

International Committee of the Red Cross

ICTSD

International Centre for Trade & Sustainable Development

IDA

International Development Association

IDF

Infrastructure Development Fund

IDH

Initiatief Duurzame Handel

IED

Inspection and Evaluation Division

IFAD

International Fund for Agricultural Development

IFFIm

International Finance Facility for Immunization

ILO

International Labour Organization

IMVO

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

INGO

Internationale Non-Gouvernementele Organisatie

IOB

Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie

IRHP

Interdepartementale Raad voor de Handelspolitiek

IS-academie

Internationale Samenwerking-Academie

ISAF

International Security Stability Force

ISDR

International Strategy for Disaster Risk Reduction

IO

Internationale Organisatie

MASSIF

Ontwikkelingsfonds voor de financiële sector

MDG’s

Milleninium Development Goals (Millennium Ontwikkelingsdoelen)

MENA

Middle East and North Africa

MFS

Medefinancieringsstelsel

MKB

Midden en Klein Bedrijf

MJSP

Meerjarig Strategisch Plan

MVO

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

NBSO

Netherlands Business Support Offices

NCDO

Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling

NCEA

National Certificate of Educational Achievement

NCP

Nationale Contact Punt

NFIA

Netherlands Foreign Investment Agency

NFP

Netherlands Fellowship Programme

NIMD

Netherlands Institute for Multiparty Democracy

NGO

Non-Gouvernementele Organisatie

NICHE

Netherlands Initiative for Capacity Development in Higher Education institutions

ODA

Official Development Assistance (officiële ontwikkelingshulp)

OECD

Organisation for Economic Co-operation and Development

OESO

Organisatie Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OIOS

Office of Internal Oversight Services

OPCAT

Optional Protocol to the UN Convention against Torture, Inhuman and Degrading Treatment

ORET

Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties

ORIO

Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling

OS

Ontwikkelingssamenwerking

PAHO

Pan American Health Organization

PESP

Programma Economische Samenwerking Projecten

PIB

Partners for International Business

PIDG

Private Infrastructure Development Group

POP

Programma Ondersteuning Productenorganisaties

PPIAF

Public-Private Infrastructure Advisory Facility

PSD

Private Sector Development

PSI

Private Sector Investment

PSO

Praktische Sectororiëntatie

PSOM

Programma Samenwerking Opkomende Markten

PUM

Programma Uitzending Managers

P4G

Package for Growth

RHB

Rijkshoofdboekhouding (Ministerie van Financiën)

R&D

Research & Development

SBOS

Subsidiefaciliteit voor Burgerschap en Ontwikkelingssamenwerking

SIB

Starters International Business

SNV

Stichting Nederlandse Vrijwilligers

SRGR

Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten

SSA

Sub Sahara Africa

TB

Tuberculose

TF

Transitiefaciliteit

TK

Tweede Kamer

TTIP

Transatlantic Trade & Investment Partnership

UNAIDS

Joint United Nations Programme on HIV/AIDS

UNDP

United Nations Development Programme

UNEP

United Nations Environment Program

UNESCO

United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization

UNESCO-IHE

UNESCO- Institute for Water Education

UNFCCC

United Nations Framework Convention on Climate Change

UNFPA

United Nations Population Fund

UNHCR

United Nations High Commissioner for Refugees

UNICEF

United Nations Children’s Fund

UNOPS

United Nations Office for Project Services

UNRWA

United Nations Relief and Works Agency

UN SG

United Nations Secretary-General

VN

Verenigde Naties

VNVR

Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

VR

Veiligheidsraad

VS

Verenigde Staten

V&R

Veiligheid & Rechtsorde

WFP

World Food Programme

WHO

World Health Organisation

WTO

World Trade Organization (Wereldhandelsorganisatie)

Licence