I De Koning
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het jaar 2015 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2015. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2015 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de begroting van de Koning.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2015 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de begroting van de Koning.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2015 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de begroting van de Koning.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte
B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTWETMUTATIES)
Artikel 1: Grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis
Zoals aangekondigd in de ontwerpbegroting van de Koning 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 I, nr. 1 en 2) werd, naar aanleiding van het loslaten van de nullijn voor ambtenarensalarissen, rekening gehouden met een stijging van de grondwettelijke uitkeringen van € 43.000 in 2015. Deze indexering is budgettair verwerkt in de tweede suppletoire begroting van de Koning 2015 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 350 I, nr. 1). De feitelijke ontwikkeling is gebaseerd op de bezoldiging van de vicepresident van de Raad van State, waarin het Uitvoeringsakkoord sector Rijk (Stcrt. 2015, nr. 15672) en de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk (Stcrt. 2015, nr. 36581) zijn verwerkt. De belangrijkste elementen hieruit betreffen: contractloonstijging van 0,8% met ingang van 1 januari 2015 en 1,25% met ingang van 1 september 2015 en een eenmalige uitkering van € 500 (bruto). Dit werkt ook door naar de personele uitgaven binnen de B-component, op basis van de ontwikkeling in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel. Daarnaast is een hogere consumentenprijsindex van toepassing bij de indexering van het gedeelte voor de materiële uitgaven in de B-component. Deze ontwikkelingen leiden tot een bijstelling van € 39.000 ten opzichte van het bij tweede suppletoire begroting van de Koning 2015 geautoriseerde bedrag.
Artikel 2: Functionele uitgaven van de Koning
Geen bijstelling.
Artikel 3: Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
De uitgavenmutatie is het saldo van onderuitputtingen bij de Rijksvoorlichtingsdienst en het Kabinet van de Koning. Bij de Rijksvoorlichtingsdienst is sprake van een onderuitputting van € 14.000. Dit heeft met name te maken met lagere personele uitgaven dan geraamd. Bij het Kabinet van de Koning is sprake van een onderuitputting van € 34.000. Dit is met name bereikt door strikt financieel management en het later in dienst treden van medewerkers op detacheringsbasis.
De ontvangstenmutatie is technisch van aard in verband met afrondingsvoorschriften.
B. DE BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1. LEESWIJZER
Deze memorie van toelichting betreft de begroting van de Koning voor het jaar 2015. De begroting bevat naast de grondwettelijke uitkering aan drie leden van het Koninklijk Huis (de Koning, de Koningin en Prinses Beatrix) ook de uitgaven ten behoeve van de constitutionele Koning als staatshoofd. De wijze van uitputting van de begroting vindt plaats via de verstrekking van voorschotten aan de Dienst van het Koninklijk Huis en aan de desbetreffende ministeries. Voor artikel 1 vindt de afrekening nog in het lopende begrotingsjaar plaats; bij de artikelen 2 en 3 zal de afrekening niet eerder dan in het volgende jaar kunnen plaatsvinden. De raming van de ontvangsten bij de artikelen is op nihil gesteld en zal alleen betrekking hebben op ontvangsten uit hoofde van de afrekeningen van voorgaande jaren. In aansluiting op de bepaling zoals die in artikel 8 van de Comptabiliteitswet is opgenomen, hebben de begrotingsartikelen die worden opgenomen in deze begroting het karakter van een niet-beleidsartikel.
1. Suppletoire mutaties
De uitgavenmutaties die voor 2015 op de eerste suppletoire begroting van de Koning staan, zijn in relatie tot de Rijksbegroting budgetneutraal. De Rijksbegroting gaat dus als geheel niet omhoog, wel vinden er enkele budgettaire verschuivingen plaats binnen de Rijksbegroting t.b.v. de begroting van de Koning. Deze worden onderstaand afzonderlijk toegelicht.
| Art. nr. | Uitgaven | |
|---|---|---|
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015 | 40.085 | |
| Suppletoire mutaties: | ||
| 1. Loon- en prijsbijstelling 2015 | 2 | 103 |
| 2. Loon- en prijsbijstelling 2015 | 3 | 23 |
| 3. Communicatie Koninklijk Huis | 3 | 86 |
| 4. Eindejaarsmarge 2014 Kabinet van de Koning | 3 | 23 |
| 5. Overboeking Kabinet van de Koning | 3 | – 2 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2015 | 40.318 |
Toelichting
Ad 1 en 2. Vanuit de aanvullende posten arbeidsvoorwaarden en prijsbijstelling is budget overgeheveld als tegemoetkoming voor de extra uitgaven als gevolg van de loonkostenontwikkeling en prijsstijgingen.
Ad 3. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) verzorgt de communicatie over de leden van het Koninklijk Huis en de mediabegeleiding bij publieke optredens van de leden in binnen- en buitenland. De mutatie houdt verband met een intensivering van de personele inzet als gevolg van het toegenomen aantal publieke optredens van de Koning en Koningin in binnen- en buitenland en de intensivering van het gebruik van sociale media voor de communicatie over het Koninklijk Huis (zoals Twitter en Facebook). De personele formatie van de RVD wordt niet uitgebreid als gevolg van deze actie; wel wordt binnen de RVD personele inzet verschoven naar de communicatie over het Koninklijk Huis. De mutatie is daarmee intern gedekt op de AZ-begroting en leidt daar tot hogere ontvangsten, als gevolg van de doorbelasting naar de begroting van de Koning. De Rijksbegroting als geheel gaat per saldo dus niet omhoog.
Ad 4 en 5. Dit betreft de doorbelasting van uitgavenmutaties die op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning op begroting III hebben plaatsgevonden. Deze mutaties worden als uitgaaf en ontvangst van die begroting toegelicht.
| Art. nr. | Ontvangsten | |
|---|---|---|
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015 | nihil | |
| Suppletoire mutaties: | ||
| 1. Eindafrekening Militaire Huis 2014 | 3 | 57 |
| Stand 1e suppletoire begroting 2015 | 57 |
Toelichting
De eindafrekening van het in 2014 verstrekte voorschot aan het Ministerie van Defensie voor het Militaire Huis vindt plaats in het volgende begrotingsjaar. Het verschil tussen het verstrekte voorschot aan het Ministerie van Defensie en de goedgekeurde einddeclaratie over 2014 leidt tot een ontvangst van € 57.000.
1. LEESWIJZER
In paragraaf 2 zullen de voorgestelde mutaties worden toegelicht.
2. Toelichting niet-beleidsartikelen
| Stand ontwerpbegroting 2015 (1) | Mutaties via NvW en amende-menten (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (3) | Stand 1e suppletoire begroting (4) = (1+2+3) | Mutatie 2016 | Mutatie 2017 | Mutatie 2018 | Mutatie 2019 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 40.085 | – | 233 | 40.318 | 210 | 210 | 210 | 210 | |
| Uitgaven | 40.085 | – | 233 | 40.318 | 210 | 210 | 210 | 210 | |
| 1 | Grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis | 7.659 | – | – | 7.659 | – | – | – | – |
| 2 | Functionele uitgaven van de Koning | 26.826 | – | 103 | 26.929 | 103 | 103 | 103 | 103 |
| 3 | Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 5.600 | – | 130 | 5.730 | 107 | 107 | 107 | 107 |
| Ontvangsten | nihil | – | 57 | 57 | – | – | – | – | |
| 1 | Grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis | nihil | – | – | – | – | – | – | – |
| 2 | Functionele uitgaven van de Koning | nihil | – | – | – | – | – | – | – |
| 3 | Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | nihil | – | 57 | 57 | – | – | – | – |
Toelichting
De meerjarige uitgavenmutaties op artikel 2 en 3 betreffen de loon- en prijsbijstelling 2015, de personele inzet ten behoeve van de communicatie over het Koninklijk Huis en de overboeking vanuit het Kabinet van de Koning, zoals toegelicht in paragraaf 1.
2. Suppletoire mutaties
| Uitgaven | Art nr. | |
|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2015 | 40.085 | |
| Mutaties 1e suppletoire begroting 2015 | 233 | |
| Stand 1e suppletoire begroting 2015 | 40.318 | |
| Voorgestelde mutaties 2e suppletoire begroting 2015 | ||
| 1. Actualisering grondwettelijke uitkeringen 2015 | 43 | 1 |
| 2. Eindafrekening DKH 2014 | 500 | 2 |
| 3. Onderhoud Groene Draeck | – 51 | 2 |
| 4. Compensatie loonakkoord | 210 | 2 |
| 5. Kasschuif pensioenlasten | – 34 | 2 |
| 6. Compensatie loonakkoord | 44 | 3 |
| Stand 2e suppletoire begroting 2015 | 41.030 |
Ad 1: Actualisering grondwettelijke uitkeringen 2015
Onder meer als gevolg van het besluit de nullijn voor de ambtenarensalarissen los te laten, wordt rekening gehouden met een aanpassing van de raming voor de grondwettelijke uitkeringen. Het loslaten van de nullijn werkt via de koppeling aan het netto-inkomen van de vicepresident van de Raad van State door naar de grondwettelijke uitkeringen. Zoals reeds is aangekondigd in de ontwerpbegroting van de Koning 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 I, nr. 1 en 2), betreft de geraamde bijstelling voor 2015 € 43.000. Bij de indexering is gebruikgemaakt van de contractloonstijging van 1,1% zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2015. Bij de verantwoording over 2015 zal op basis van de feitelijke ontwikkeling van de ambtenarensalarissen inzicht worden gegeven in de daadwerkelijke gerealiseerde uitkeringen. Indien de uiteindelijke loon- en prijsontwikkeling voor 2015 afwijkt van de verwachting, zal ook de werkelijke uitkering afwijken van het in deze suppletoire begroting genoemde bedrag. Deze afwijking is derhalve als PM aan te merken.
Ad 2: Eindafrekening Dienst van het Koninklijk Huis 2014
Dit betreft de budgettaire verwerking van de reeds in het jaarverslag van de Koning 2014 (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 200 I, nr. 1) en de ontwerpbegroting van de Koning 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 I, nr. 1 en 2) vermelde eindafrekening van de Dienst van het Koninklijk Huis over 2014 voor het bedrag van € 500.000.
Ad 3: Onderhoud Groene Draeck
Naar aanleiding van de evaluatie van de begroting van de Koning (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000 I, nr. 11) worden de onderhoudsuitgaven voor de Groene Draeck niet meer op de begroting van de Koning geraamd, maar op de begroting van het Ministerie van Defensie. Uit de evaluatie is gebleken dat de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting van de Koning sinds de invoering van deze begrotingsopzet correct zijn toegepast, maar dat de uitgaven die samenhangen met het reguliere onderhoud aan de Groene Draeck conform deze uitgangspunten niet meer thuishoren op de begroting van de Koning. De Groene Draeck is verbonden aan de voormalige drager van de kroon en de uitgaven daarvoor kunnen niet meer worden beschouwd als functioneel ten behoeve van de huidige Koning. Het budget van € 51.000 dat op de begroting van de Koning beschikbaar was voor regulier onderhoud, wordt daarom overgeheveld naar de begroting van Defensie, zoals ook reeds is aangegeven in de ontwerpbegroting 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 I, nr. 1 en 2).
Defensie heeft in samenwerking met een externe expert geconstateerd dat het reguliere onderhoudsbudget van € 51.000, dat voorheen op de begroting van de Koning stond, ontoereikend is voor het totale uit te voeren onderhoud tegen actuele tarieven. Meerjarig wordt door Defensie een totaalbedrag van € 95.000 geraamd. Voor het verschil is dekking gevonden binnen de begroting van Defensie, zoals dat ook in afgelopen jaren met hogere uitgaven het geval was. Het Ministerie van Defensie laat onderzoeken of de intensiteit van het uit te voeren onderhoud en de daarmee samenhangende geraamde onderhoudskosten, reëel en marktconform is.
De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. Het Ministerie van Defensie is verantwoordelijk voor het onderhoud. Dit wordt uitgevoerd door het Marinebedrijf, een onderdeel van het Ministerie van Defensie.
Ad 4 en 6: Compensatie loonakkoord
Ter dekking van hogere uitgaven als gevolg van het gesloten loonakkoord en de eenmalige extra uitkering van € 500 voor ambtenaren, wordt een budgettaire compensatie geleverd vanuit de aanvullende post van het Ministerie van Financiën. De Rijksbegroting als geheel gaat niet omhoog.
Ad 5: Kasschuif pensioenlasten
De pensioenlasten van het loonakkoord vallen in 2016. Dit leidt tot een mutatie in de vorm van een kasschuif naar 2016. Ten tijde van de eerste suppletoire begroting 2016 zal dit bedrag budgettair worden verwerkt.
| Ontvangsten | Art. nr. | |
|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2015 | – | |
| Mutaties 1e suppletoire begroting 2015 | 57 | |
| Stand 1e suppletoire begroting 2015 | 57 | |
| Voorgestelde mutaties 2e suppletoire begroting 2015 | – | – |
| Stand 2e suppletoire begroting 2015 | 57 |
Sinds de mutaties in de eerste suppletoire begroting 2015 zijn er geen extra ontvangstenmutaties te melden.
2. NIET-BELEIDSARTIKELEN
Artikel 1: Grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis
Dit begrotingsartikel bevat de grondwettelijke uitkeringen krachtens de aangepaste Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis. De technische aanpassing en actualisering van deze wet, die in 2008 door de Staten-Generaal is aanvaard (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 505) en gepubliceerd in het Staatsblad (Staatsblad 2008, 535), vormt de basis voor de ramingen van dit begrotingsartikel.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 7.614 | 7.614 | 7.614 | 7.614 | 7.614 | ||
| Nieuwe mutaties: | |||||||
| 1. Extrapolatie | 7.614 | ||||||
| 2. Nominale bijstelling | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2015 | 7.463 | 7.614 | 7.659 | 7.659 | 7.659 | 7.659 | 7.659 |
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | |
| Stand ontwerpbegroting 2015 | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil |
De stijging in 2015 ten opzichte van 2014 wordt enerzijds veroorzaakt door de indexering die van toepassing is op de uitkeringen op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis en anderzijds door de consumentenprijsindex die van toepassing is op de materiële uitgaven als onderdeel van de uitkeringen.
Deze uitkeringen bestaan uit een A-component, die het inkomensbestanddeel vormt en een B-component, die betrekking heeft op personele en materiële uitgaven. Voor de A-component is als basis genomen het bedrag genoemd in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis, dat is aangepast in de verhouding waarin de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State in het jaar 2014 afwijkt van de bezoldiging in het jaar 2007. De raming is hiermee gelijk aan het werkelijke uitgavenniveau 2014.
De personele uitgaven hebben betrekking op de personeelsleden, die hun instructie rechtstreeks van de Koning, de echtgenote van de Koning of de Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap ontvangen en/of in de onmiddellijke omgeving van hen verkeren en voor wie het dienstverband zich grotendeels in de familiesfeer voltrekt.
Als basis voor de B-component is genomen het bedrag genoemd in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis. Dit bedrag is voor de helft aangepast in de verhouding waarin de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel in 2014 afwijkt van de bezoldiging in het jaar 2007. De raming is hiermee gelijk aan het werkelijke uitgavenniveau 2014. Voor de andere helft is het bedrag aangepast in de verhouding waarin het algemeen prijspeil van het gezinsverbruik blijkens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex in de maand juni 2013 afwijkt van het prijspeil in de maand juni van het jaar 2007 en vervolgens voor de jaren 2014 en 2015 verhoogd met de verwachte ontwikkeling van de consumentenprijsindex zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2014.
Indien de uiteindelijke loon- en prijsontwikkeling voor 2014 en 2015 afwijkt van de verwachting, dan zal ook de werkelijke uitkering afwijken van het in deze begroting genoemde bedrag. Deze afwijking is derhalve als PM aan te merken.
De raming over 2015 is als volgt samengesteld:
| A | B | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Inkomen | Personele en materiële uitgaven | ||
| De Koning | 823 | 4.495 | 5.318 |
| De echtgenote van de Koning | 326 | 585 | 911 |
| De Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap | 465 | 965 | 1.430 |
| Totaal | 7.659 |
Artikel 2: Functionele uitgaven van de Koning
Begrotingsartikel 2 bevat de functionele uitgaven die te relateren zijn aan de uitoefening van het koningschap en die op declaratiebasis door de Dienst van het Koninklijk Huis namens de Koning worden ingediend bij de Minister-President en ten laste van deze begroting worden betaald. Het begrotingsartikel bestaat uit een personele en een materiële component en overige specifieke uitgaven, betreffende de uitgaven voor de inzet van luchtvaartuigen, het onderhoud van de Groene Draeck en de uitgaven voor de reis- en verblijfkosten die samenhangen met bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 26.779 | 26.779 | 26.779 | 26.779 | 26.779 | ||
| Mutatie eerste suppletoire begroting 2014 | 54 | 47 | 45 | 45 | 43 | 44 | |
| Nieuwe mutaties: | |||||||
| 1. Extrapolatie | 26.779 | ||||||
| Stand ontwerpbegroting 2015 | 27.025 | 26.833 | 26.826 | 26.824 | 26.824 | 26.822 | 26.823 |
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | |
| Mutatie eerste suppletoire begroting 2014 | 65 | ||||||
| Stand ontwerpbegroting 2015 | 293 | 65 | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil |
De personele en materiële uitgaven worden door de Dienst van het Koninklijk Huis verricht en vervolgens in rekening gebracht bij deze begroting. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven
in de verschillende onderdelen binnen dit begrotingsartikel.
| Personeel Dienst van het Koninklijk Huis | 17.026 |
| Materieel Dienst van het Koninklijk Huis | 8.486 |
| Materiële uitgaven faunabeheer | 290 |
| Uitgaven voor luchtvaartuigen | 893 |
| Onderhoud Groene Draeck | 51 |
| Bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk | 80 |
| Totaal | 26.826 |
Personeel Dienst van het Koninklijk Huis
Deze personeelsuitgaven hebben betrekking op 260 fte; dit is exclusief 19 post-actieven. Tevens is dit exclusief de personeelsleden die worden betaald uit de B-component. De uitgaven voor actief personeel betreffen de personeelsinzet ten behoeve van o.a. het Departement van de hofmaarschalk, het Koninklijk Huisarchief, het Koninklijk Staldepartement (chauffeurs/monteurs, koetsiers en onderhoudspersoneel) en de personeelsinzet voor de facilitaire functies voor de in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis aangewezen paleizen (paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam). Omdat na enkele jaren is gebleken dat de oorzaken voor de onderuitputting op het personele budget en de overschrijding op het materiële budget een structureel karakter hebben, is een actualisering van de personele en materiële budgetten binnen de functionele uitgaven doorgevoerd.
Materieel Dienst van het Koninklijk Huis
De materiële uitgaven hebben betrekking op uitgaven voor de instandhouding van het rijtuigenpark (auto’s, paarden en rijtuigen) en voor de gebruikskosten voor de eerdergenoemde paleizen (inclusief de verwarming en verlichting voor de drie hiervoor genoemde locaties). Daarnaast bevatten zij de uitgaven voor telecommunicatie, accountantscontrole, advisering en de uitgaven van facilitaire aard zoals voor bureauvoorzieningen.
Binnen de materiële uitgaven worden ook de kosten verantwoord die betrekking hebben op het departement Faunabeheer. Naast de personeelsuitgaven voor 6 faunabeheerders ter grootte van € 385.000, die een onderdeel vormen van de in de vorige alinea genoemde totale personeelsuitgaven, wordt een bedrag geraamd van € 190.000 voor het onderhoud van de wegen en de wildrasters, de zogenoemde infrastructurele kosten van het Kroondomein Het Loo. Daarnaast wordt een bedrag geraamd van € 90.000 voor de exploitatie van de terreinauto’s en een bedrag van € 10.000 aan «materiële» personeelsuitgaven voor reiskosten, opleidingen, etc. De stijging van de raming voor personeelsuitgaven ten opzichte van het in de begroting 2014 opgenomen bedrag betreft een technische correctie van een onvolledige raming in voorgenoemde begroting. De huidige raming is hiermee gelijk aan het werkelijke uitgavenniveau 2014.
Uitgaven voor luchtvaartuigen
De hier begrote uitgaven voor luchtvaartuigen (met uitzondering van staatsbezoeken en werkbezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk) betreffen de uitgaven voor vliegkosten van het Koninklijk Huis. Het betreft zowel de uitgaven voor de inzet van het regeringsvliegtuig en andere luchtvaartuigen in het beheer bij het Rijk alsmede civiele inhuur.
Op grond van het Besluit van de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Minister van Defensie, van 20 december 2013, nr. IENM/BSK-2013/304193, tot wijziging van het Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht in verband met de troonswisseling en de aanpassing van de franchise voor het Koninklijk Huis (Staatscourant 2014, nr. 188), kunnen de zogenaamde uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis gebruikmaken van het regeringsvliegtuig.1 Indien het regeringsvliegtuig niet beschikbaar is of niet aan de gebruikseisen voldoet, kan een beroep worden gedaan op luchtvaartuigen in beheer van het Ministerie van Defensie. Indien zowel het regeringsvliegtuig als de luchtvaartuigen van Defensie niet beschikbaar zijn, draagt de vluchtcoördinator zorg voor civiele inhuur.2
Het bedrag voor de post inzet regeringsvliegtuig voor het jaar 2015 bestaat uit een inschatting van de Dienst van het Koninklijk Huis van het aantal vlieguren van het regeringsvliegtuig (geraamd op 75 uur). Het totaal aantal vlieguren wordt vermenigvuldigd met het tarief dat is vastgesteld voor het regeringsvliegtuig. Het bedrag voor de gebruikmaking van Defensieluchtvaartuigen is gebaseerd op een inschatting van de Dienst van het Koninklijk Huis van het aantal vlieguren (geraamd op 50 uur). Het vervoer wordt uitgevoerd met de Alouette helikopter. Het totaal aantal vlieguren wordt vermenigvuldigd met het vastgestelde tarief dat wordt gehanteerd bij de doorbelasting van de inzet van de luchtvaartuigen aan gebruikers.
| Uren | Tarief | Bedrag | |
|---|---|---|---|
| Inzet regeringsvliegtuig (PH-KBX) | 75 | 5.649 | 423.675 |
| Helikopterinzet van Defensie (Alouette) | 50 | 2.683 | 134.150 |
| Inhuur civiele luchtvaartuigen | 335.000 | ||
| Totaal | 892.825 |
Groene Draeck
De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan de toenmalige kroonprinses geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. Het bedrag dat hiermee samenhangt wordt daarom op deze begroting toegelicht.
De uitgaven aan het reguliere onderhoud aan de Groene Draeck zijn begroot op € 51.000 per jaar en worden jaarlijks geïndexeerd. Deze uitgaven bestaan uit de geraamde kosten van het aantal uren dat door het Marinebedrijf aan onderhoud wordt besteed, de kosten van het benodigde materiaal en voor de rest uit een raming van uit te besteden werkzaamheden.
Bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk
De uitgaven die samenhangen met bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk in de vorm van reis- en verblijfkosten (inclusief de vliegkosten) vormen ook een deel van de uitgaven die binnen dit begrotingsartikel worden geraamd. Indien er in een jaar geen werkbezoek plaatsvindt, zullen deze middelen vrijvallen en in een jaar dat er wel een werkbezoek zal worden afgelegd, zullen de uitgaven in dat jaar via een suppletoire begroting eventueel worden bijgesteld.
Artikel 3: Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Op dit begrotingsartikel worden de uitgaven geraamd die niet via de Dienst van het Koninklijk Huis lopen, maar wel deel uitmaken van de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. Het gaat om de uitgaven in het kader van de voorlichting (Rijksvoorlichtingsdienst), het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet van de Koning. Deze uitgaven ontstaan (en worden betaald) onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende Minister. De uitgaven worden primair geraamd en verantwoord ten laste van desbetreffende begrotingen en zullen vervolgens door de Minister (rechtstreeks) worden doorbelast aan de begroting van de Koning, die daarvoor een raming bevat. Daartegenover ontstaat dan een ontvangstenraming op desbetreffende begroting.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | 5.594 | 5.596 | 5.593 | 5.576 | 5.560 | ||
| Mutatie eerste suppletoire begroting 2014 | 36 | 10 | 10 | 10 | 9 | 10 | |
| Nieuwe mutaties: | |||||||
| 1. Extrapolatie | 5.560 | ||||||
| 2. Actualisering personele uitgaven RVD | 94 | 94 | 94 | 94 | 94 | ||
| 3. Actualisering personele uitgaven Militaire Huis | – 100 | – 100 | – 100 | – 100 | – 100 | ||
| Stand ontwerpbegroting 2015 | 6.118 | 5.630 | 5.600 | 5.597 | 5.580 | 5.563 | 5.564 |
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2014 | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil | |
| Mutatie eerste suppletoire begroting 2014 | 131 | ||||||
| Stand ontwerpbegroting 2015 | 125 | 131 | nihil | nihil | nihil | nihil | nihil |
Omdat na enkele jaren is gebleken dat de oorzaken voor de onderuitputting en overschrijding op diverse personele budgetten een structureel karakter hebben, is een actualisering binnen de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen doorgevoerd. Deze zijn op desbetreffende begrotingen gecompenseerd, waardoor de Rijksbegroting als geheel niet omhoog gaat. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de verschillende onderdelen binnen begrotingsartikel 3 over 2015. Het begrotingsartikel bestaat uit een personele en een materiële component.
| 2015 | |
|---|---|
| Doorbelaste personele uitgaven | 3.819 |
| Doorbelaste materiële uitgaven | 1.781 |
| Totaal | 5.600 |
| w.v. RVD | 1.488 |
| w.v. Militaire Huis | 1.774 |
| w.v. Kabinet van de Koning | 2.338 |
De personele en materiële uitgaven van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) hebben betrekking op de communicatie over en de begeleiding van publieke optredens van Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix. Bij de communicatie over deze, en eventueel overige, leden van het Koninklijk Huis wordt zorg gedragen voor een goed evenwicht tussen tijdige en feitelijke voorlichting enerzijds en bescherming van de persoonlijke levenssfeer anderzijds. De personeelsinzet voor de uitvoering van deze activiteiten bedraagt 11,5 fte.
Het Militaire Huis is een integraal onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en is belast met het (mede) organiseren van evenementen voor en begeleiding van de Koning en de leden van het Koninklijk Huis. Ook onderhoudt het Militaire Huis de niet-politieke contacten tussen het Koninklijk Huis en het Ministerie van Defensie en is het verantwoordelijk voor het militaire ceremonieel aan het hof. De geraamde personele inzet voor 2015 betreft 15 fte.
Het Kabinet van de Koning heeft tot taak de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken te ondersteunen inzake:
-
a. het verkeer tussen de Koning en de overige leden van de regering;
-
b. contacten met andere organen van de overheid, ontvangsten, bezoeken en overige toegang tot de Koning;
-
c. verzoekschriften aan de Koning;
-
d. de zorg voor het registreren, bewaren en overdragen van wetten, koninklijke besluiten en andere staatsstukken.
De personele inzet voor de uitvoering van deze taken bedraagt 25,5 fte.