I De Koning
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in de begroting van de Koning.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister-President, Minister van Algemene ZakenH.W.M.Schoof
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 55.901.000

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.831.000

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van de Koning.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,M. Rutte
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van de Koning (I).
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,H.W.M.Schoof
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
De Minister-President, Minister van Algemene ZakenM.Rutte
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1 Leeswijzer
Gelet op de omvang van de begroting worden alle mutaties toegelicht.
1 Leeswijzer
In navolgende paragraaf 2 worden de voorgestelde mutaties toegelicht.
1 Leeswijzer
In navolgende paragraaf 2 worden de voorgestelde mutaties toegelicht.
2 Niet-Beleidsartikelen
2 De Koning
2 Niet-beleidsartikelen
2.1 Artikel 1 Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis
Toelichting
In de ontwerpbegroting van de Koning 2024 is voor de A-component, het feitelijke inkomen van de grondwettelijke uitkeringen in 2024, rekening gehouden met de cao-ontwikkeling zoals vastgelegd in de cao afspraken van de sector Rijk van 2022 tot en met juni 2024. Voor de berekening van de raming van de A-component voor de tweede helft van 2024 is gebruik gemaakt van de loonindexatie 2024 zoals opgenomen in de raming van het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2023. Voor de B-component, de vergoeding voor personele en materiële uitgaven van de grondwettelijke uitkeringen, is de raming van de personele uitgaven ook voor de helft geïndexeerd op basis van de cao-ontwikkeling van de sector Rijk 2022-2024 en voor de tweede helft op basis van de loonverwachting van het CEP van maart 2023. De materiële uitgaven zijn geraamd op basis van de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De verhoging van de uitgaven van het inkomen (A-component) en de personele kosten binnen de B-component van de grondwettelijke uitkeringen over het jaar 2024 als gevolg van het onderhandelingsresultaat CAO Rijk 2024-2025 geldend per juli 2024, is bij suppletoire begroting september gecorrigeerd.
Rekening houdend met de begrotingsmutaties bij de suppletoire begroting september is de hogere realisatie van € 148 duizend vrijwel geheel het gevolg van de hogere consumentenprijsindex (CPI) van het CBS. Conform de Wet financieel statuut Koninklijk Huis (WFSKH) is op basis van de CPI het materiele gedeelte van de B-component hoger vastgesteld.
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
Artikelnummer | Uitgaven 2024 | Uitgaven 2025 | Uitgaven 2026 | Uitgaven 2027 | Uitgaven 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2024 | 55.901 | 55.889 | 55.877 | 55.877 | 55.877 | |
1) Loon- en prijsbijstelling 2024 | 2 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 1.738 |
2) Loon- en prijsbijstelling 2024 | 3 | 417 | 417 | 416 | 416 | 416 |
3) Eindejaarsmarge 2023 Kabinet van de Koning | 3 | 30 | 0 | 0 | 0 | 0 |
4) overige | 3 | ‒ 1 | ||||
Stand 1e suppletoire begroting 2024 | 58.085 | 58.044 | 58.031 | 58.031 | 58.031 |
Toelichting
1. De tranche 2024 van de loon- en prijsbijstelling is toegevoegd aan de begroting van de Koning.
2. Dit is een doorbelasting van de loon-en prijsbijstelling 2024 zoals deze bij het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Rijksvoorlichtingsdienst als onderdeel van het ministerie van Algemene Zaken (AZ) heeft plaatsgevonden. Tevens betreft dit de doorbelasting van de loon- en prijsbijstelling 2024 zoals deze bij het Militaire Huis als onderdeel van het ministerie van Defensie heeft plaatsgevonden.
3. Doorbelasting van de eindejaarsmarge 2023 zoals deze bij het KvdK als onderdeel van het ministerie van AZ heeft plaatsgevonden.
4. Doorbelasting van een overboeking naar het ministerie van BZK in verband met Rijksbrede ICT-voorzieningen 2024 voor het KvdK.
2.1 Artikel 1 Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis
Budgettaire gevolgen van beleid
Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties Suppletoire begroting Prinsjesdag (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | |
|---|---|---|---|
Verplichtingen | 11.640 | 255 | 11.895 |
Uitgaven | 11.640 | 255 | 11.895 |
Institutionele Inrichting | 11.640 | 255 | 11.895 |
Ontvangsten | 1.831 | 39 | 1.870 |
Toelichting
Naar aanleiding van de CAO ontwikkeling 2024-2025 is op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis de grondwettelijke uitkering aan de leden van het Koninklijk Huis voor het jaar 2024 bijgesteld.
Tevens zijn de ontvangsten voor het jaar 2024 bijgesteld. Het betreft de bijstelling van de terugstorting van de uitkering die de Prinses van Oranje in 2024 ontvangt.
2.2 Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning
Budgettaire gevolgen van beleid
Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties Suppletoire begroting Prinsjesdag (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | |
|---|---|---|---|
Verplichtingen | 38.406 | 0 | 38.406 |
Uitgaven | 38.406 | 0 | 38.406 |
Institutionele Inrichting | 38.406 | 0 | 38.406 |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Er zijn geen mutaties voor artikel 2.
2.2 Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning
Toelichting
Indien rekening wordt gehouden met de suppletoire begrotingsmutaties is er geen bijstelling op artikel 2. De suppletoire begrotingsmutaties zijn toegelicht in de eerste suppletoire begroting, de tweede suppletoire begroting en in de de suppletoire begroting september 2024.
2.3 Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Budgettaire gevolgen van beleid
Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties Suppletoire begroting Prinsjesdag (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | |
|---|---|---|---|
Verplichtingen | 8.039 | 83 | 8.122 |
Uitgaven | 8.039 | 83 | 8.122 |
Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 8.039 | 83 | 8.122 |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Militair Huis
Dit betreft de eindafrekening van het in 2023 verstrekte voorschot aan het Ministerie van Defensie voor het Militaire Huis. Het Militair Huis heeft te maken met voorschotverstrekkingen en afrekeningen van deze voorschotten in het daarop volgende begrotingsjaar. De afrekening van het voorschot aan het Militair Huis voor 2023 is gepresenteerd in het Jaarverslag 2023 en wordt verrekend in de suppletoire begroting september 2024 (€ 13 duizend).
Kabinet van de Koning
Betreft de doorbelasting van een overboeking van het ministerie van BZK aan het Kabinet van de Koning in verband met een structurele verhoging van het budget voor informatiehuishouding (€ 70 duizend).
2.3 Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Toelichting
Indien rekening wordt gehouden met de suppletoire begrotingsmutaties is bij de Rijksvoorlichtingsdienst sprake van een onderuitputting van € 11 duizend en bij het Kabinet van de Koning van een geringe onderuitputting van € 73 duizend.
3 Niet-beleidsartikelen
3.1 Artikel 1 Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis
Ontwerpbegroting 2024 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2025 | Mutatie 2026 | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 11.640 | 0 | 11.640 | 0 | 11.640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 11.640 |
Uitgaven | 11.640 | 0 | 11.640 | 0 | 11.640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 11.640 |
Institutionele Inrichting | 11.640 | 0 | 11.640 | 0 | 11.640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Extrapolatie | 11.640 | |||||||||
Ontvangsten | 1.831 | 0 | 1.831 | 0 | 1.831 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.831 |
Extrapolatie | 1.831 |
Extrapolatie
Met de extrapolatiemutaties worden de begrotingsstanden in het extrapolatiejaar 2029 toegevoegd aan de begroting van de Koning.
3.2 Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning
Ontwerpbegroting 2024 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2025 | Mutatie 2026 | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 36.668 | 0 | 36.668 | 1.738 | 38.406 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 38.406 |
Uitgaven | 36.668 | 0 | 36.668 | 1.738 | 38.406 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 38.406 |
Institutionele Inrichting | 36.668 | 0 | 36.668 | 1.738 | 38.406 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 1.738 | 1.738 |
Extrapolatie | 36.668 | |||||||||
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Loon- en prijsbijstelling
De meerjarige uitgavenmutaties op artikel 2 betreffen de loon- en prijsbijstelling voor 2024 van € 1,7 miljoen.
Extrapolatie
Met de extrapolatiemutaties worden de begrotingsstanden in het extrapolatiejaar 2029 toegevoegd aan de begroting van de Koning.
3.3 Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Ontwerpbegroting 2024 (1) | Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2) | Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2) | Mutaties 1e suppletoire begroting (4) | Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4) | Mutatie 2025 | Mutatie 2026 | Mutatie 2027 | Mutatie 2028 | Mutatie 2029 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 7.593 | 0 | 7.593 | 446 | 8.039 | 417 | 416 | 416 | 416 | 7.985 |
Uitgaven | 7.593 | 0 | 7.593 | 446 | 8.039 | 417 | 416 | 416 | 416 | 7.985 |
Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 7.593 | 0 | 7.593 | 446 | 8.039 | 417 | 416 | 416 | 416 | 416 |
Extrapolatie | 7.569 | |||||||||
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting
Dit betreft de doorbelasting van de in de begroting van het ministerie van AZ opgenomen loon- en prijsbijstelling voor 2024 voor het Kabinet van de Koning en Commmunicatie Koninklijk Huis (€ 283 duizend), de loon- en prijsbijstelling voor het Militair Huis (€ 134 duizend) en de uitkering van de eindejaarsmarge 2023 bij het Kabinet van de Koning (€ 30 duizend).
Extrapolatie
Met de extrapolatiemutaties worden de begrotingsstanden in het extrapolatiejaar 2029 toegevoegd aan de begroting van de Koning.
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Deze memorie van toelichting betreft de begroting van de Koning voor het jaar 2024. De begroting bevat naast de grondwettelijke uitkering aan vier leden van het Koninklijk Huis (de Koning, Koningin Máxima, de Prinses van Oranje en Prinses Beatrix) ook de uitgaven ten behoeve van de constitutionele Koning als staatshoofd. De wijze van uitputting van de begroting vindt plaats via de verstrekking van voorschotten aan de Dienst van het Koninklijk Huis en aan het Ministerie van Defensie. Voor artikel 1 vindt de afrekening nog in het lopende begrotingsjaar plaats; bij de artikelen 2 en 3 zal de afrekening niet eerder dan in het volgende jaar kunnen plaatsvinden. De raming van de ontvangsten bij artikel 1 betreft het terug storten van de uitkering van de Prinses van Oranje. De raming van de ontvangsten bij de artikelen 2 en 3 is op nihil gesteld en zal alleen betrekking hebben op ontvangsten uit hoofde van de afrekeningen van voorgaande jaren. De begrotingsartikelen die worden opgenomen in deze begroting hebben het karakter van een niet-beleidsartikel.
2. Niet-beleidsartikelen
2.1 Artikel 1 Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis
Het verstrekken van de grondwettelijke uitkeringen krachtens artikel 1 van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH).
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning (artikel 4.3 lid 1, Comptabiliteitswet 2016).
Niet van toepassing.
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 10.869 | 10.985 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 |
Uitgaven | 10.869 | 10.985 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 |
Institutionele Inrichting | 10.869 | 10.985 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 |
Ontvangsten | 1.818 | 1.727 | 1.831 | 1.831 | 1.831 | 1.831 | 1.831 |
Budgetflexibiliteit
Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 100% juridisch verplicht.
Uitgaven
Dit begrotingsartikel bevat de grondwettelijke uitkeringen krachtens de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH), zoals deze wet luidt met ingang van 1 januari 2009.1
De Koning is het staatshoofd en zet zich in voor de bevolking van het Koninkrijk der Nederlanden. De Koning heeft daarbij een samenbindende, vertegenwoordigende en aanmoedigende rol.
In artikel 1 van de WFSKH staat beschreven welke leden van het Koninklijk Huis een grondwettelijke uitkering ontvangen. In 2024 ontvangen de Koning, de echtgenote van de Koning, de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan en de vermoedelijke opvolger van de Koning een grondwettelijke uitkering. De Minister-President heeft op 11 juni 2021 de Tweede Kamer geïnformeerd (Kamerstukken II 2020/21, 35570 I, nr. 15) over het besluit van de Prinses van Oranje dat zij tot het einde van haar studie de A-component terug zal storten. De B-component zal zij tevens terug storten, zolang zij geen hoge kosten zal maken in haar functie als beoogd troonopvolger.
De uitkeringen bestaan uit een A-component, die het feitelijke inkomen vormt, en een B-component voor personele en materiële uitgaven. De personele uitgaven hebben met name betrekking op de hofhouding en een aantal andere personeelsleden die hun instructie rechtstreeks van de uitkeringsgerechtigde leden ontvangen. Tot de hofhouding behoren het management van de Dienst van het Koninklijk Huis en adviseurs. De materiële uitgaven hebben betrekking op activiteiten met een hoog representatief karakter die samenhangen met de functie van de Kroondrager. Het bedrag van de uitkering en de wijze van indexering van de uitkering zijn in de WFSKH bepaald.
Voor de indexering van het inkomen van de leden van het Koninklijk Huis, de A-component, wordt de ontwikkeling van het netto inkomen van de vicepresident van de Raad van State gevolgd. De bedragen in de begroting zijn gebaseerd op een raming van de inkomensontwikkeling van de vicepresident. De cao-ontwikkeling van de sector Rijk is hierbij het uitgangspunt. Jaarlijks vindt afrekening plaats op basis van de werkelijke inkomensontwikkeling.
De indexering van de B-component, de vergoeding voor personele en materiële uitgaven, is gebaseerd op de loonontwikkeling van de sector Rijk en de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De helft van de B-component volgt de loonontwikkeling van de sector rijk. Om een raming op te stellen voor het volgende begrotingsjaar wordt de cao-ontwikkeling van de sector Rijk gebruikt. De andere helft van de B-component volgt de consumentenprijsindex van het CBS. Om een raming op te stellen voor het volgende begrotingsjaar wordt uitgegaan van de verwachte ontwikkeling van de consumentenprijsindex zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2023. Ook voor de B-component vindt jaarlijks afrekening plaats op basis van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling.
In de brief aan de Kamer van 5 oktober 2021 aangaande de motie van de leden Sneller en Kuiken (Kamerstukken II 2021/2022, 35 925 I, nr. 5) is beschreven op welke wijze de B-component wordt bestemd en hoe binnen de organisatie van de Dienst van het Koninklijk Huis de interne verantwoordingsprocessen ten aanzien van de controle op de uitgaven zijn ingericht en gewaarborgd. Tevens is in deze brief een beschrijving opgenomen van het controle framework waarin is vastgelegd hoe de controle op de uitgaven van de begroting van de Koning is ingericht.
Overigens is de B-component van het inkomen van de Koning nader toegelicht in een recent adviesrapport van de Raad van State van 5 juli 2023 met kenmerk W01.22.00147/1 en de Kamerbrief Voorlichting Afdeling advisering van de Raad van State over de B-component van het inkomen van de Koning van 10 juli 2023 (Kamerstukken II 2022/2023, 36 200-I, nr. 12).
De raming over 2024 is als volgt samengesteld:
A | B | Totaal | |
|---|---|---|---|
Inkomen | Personele en materiële uitgaven | ||
De Koning | 1.086 | 5.709 | 6.795 |
De echtgenote van de Koning | 431 | 743 | 1.174 |
De vermoedelijke opvolger van de Koning | 322 | 1.509 | 1.831 |
De Koning die afstand heeft gedaan van het Koningschap | 614 | 1.226 | 1.840 |
Totaal | 2.453 | 9.187 | 11.640 |
Ontvangsten
De uitkering die de Prinses van Oranje in 2024 ontvangt wordt teruggestort.
2.2 Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning
Het verrichten van uitgaven die functioneel met het koningschap samenhangen krachtens artikel 3 van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH).
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning (artikel 4.3 lid 1, Comptabiliteitswet 2016).
Niet van toepassing.
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 32.188 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 |
Uitgaven | 32.188 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 |
Institutionele Inrichting | 32.188 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 100% juridisch verplicht.
Begrotingsartikel 2 bevat de functionele uitgaven die te relateren zijn aan de uitoefening van het koningschap. Deze uitgaven worden op declaratiebasis door de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) namens de Koning ingediend bij de Minister-President en komen ten laste van deze begroting. Het begrotingsartikel bestaat uit een personele component, een materiële component en de dotatie aan de bestemmingsreserves. De uitputting van dit begrotingsartikel vindt plaats via de verstrekking van voorschotten aan de Dienst van het Koninklijk Huis. Na afloop van het jaar wordt de definitieve declaratie door een externe accountant voorzien van een controleverklaring.
De primaire taak van de Dienst van het Koninklijk Huis is de ondersteuning van Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, de Prinses van Oranje, Prinses Beatrix en overige leden van het Koninklijk Huis bij hun werkzaamheden. De Dienst van het Koninklijk Huis bestaat uit het Civiele Huis en het Militaire Huis. De diverse hofdepartementen van het Civiele Huis kennen ieder hun eigen discipline. Leden van het Militaire Huis ondersteunen de coördinatie en de uitvoering van evenementen en diverse veiligheidsaspecten rondom het Koninklijk Huis. In onderstaande tabel wordt de opbouw van begrotingsartikel 2 nader uitgesplitst.
Personeel Dienst van het Koninklijk Huis | 21.369 |
|---|---|
Materieel Dienst van het Koninklijk Huis | 12.399 |
Dotatie bestemmingsreserves | 2.900 |
Totaal | 36.668 |
Personele uitgaven
De personele uitgaven hebben betrekking op gemiddeld 245 fte. Dit is exclusief de leden van de hofhouding die worden betaald uit de vergoeding voor personele uitgaven van de grondwettelijke uitkeringen. Dit is structureel 15 fte minder dan voorgaande jaren. Deze maatregel is onder andere genomen om een deel van de autonome stijging van ICT- en beveiligingsuitgaven te kunnen opvangen binnen het totaal beschikbare begrotingskader.
Materiële uitgaven
De materiële uitgaven hebben betrekking op uitgaven voor de diverse hofdepartementen, uitgaven voor faunabeheer, uitgaven voor bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk en uitgaven voor luchtvaartuigen.
In verband met de sterk gestegen kosten van ICT en informatiebeveiliging, gemaakt door de dienst van het Koninklijk Huis, wordt het budget van de dienst met € 2,5 miljoen structureel opgehoogd. Hierbij is rekening gehouden met de reeds getroffen efficiencymaatregelen, waaronder de eerder genoemde inkrimping van de organisatie.
Dotatie bestemmingsreserves
De Dienst van het Koninklijk Huis heeft bestemmingsreserves voor langetermijninvesteringen. Door te reserveren kan de Dienst van het Koninklijk Huis een planmatig financieel beleid voeren en worden incidentele hoge uitgaven bij langetermijninvesteringen voorkomen. Jaarlijks vinden dotaties aan en onttrekkingen van de bestemmingsreserves plaats waaraan een investeringsplan ten grondslag ligt. Ieder jaar vindt hierop controle plaats door een accountant met daarop een review door de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
Hieronder worden de diverse posten binnen de materiële uitgaven, waaronder de werkzaamheden van de hofdepartementen, nog nader toegelicht.
Departement Intendance
De Intendance verzorgt het dagelijks beheer en het onderhoud van de aan het Staatshoofd ter beschikking gestelde Koninklijke Paleizen. Ook het in de paleizen aanwezig meubilair en het onderhoud aan de tuinen en parken, vallen onder verantwoordelijkheid van de Intendance. De Intendance werkt nauw samen met het Rijksvastgoedbedrijf. De formatie van dit departement betreft circa 19 fte.
Departement Hofmaarschalk
Het departement van de Hofmaarschalk geeft vorm aan het Koninklijk onthaal en de logistieke uitvoering bij alle evenementen en ontvangsten in binnen- en buitenland waar leden van het Koninklijk Huis gastheer zijn. Ook zorgt het departement voor de dagelijkse operatie van de particuliere Koninklijke huishouding. De formatie van dit departement betreft circa 121 fte.
Koninklijk Staldepartement
Het Koninklijk Staldepartement zorgt voor het vervoer van de leden van het Koninklijk Huis. Dit gebeurt deels in eigen beheer, terwijl een ander deel wordt verzorgd in nauwe samenwerking met partners. De formatie van dit departement betreft circa 39 fte. Binnen dit departement worden ook de kosten verantwoord die betrekking hebben op de uitgaven voor luchtvaartuigen. De uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis mogen, zoals bepaald in het Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht, gebruik maken van het regeringsvliegtuig.
Uren | Tarief per uur | Bedrag | |
|---|---|---|---|
Inzet regeringsvliegtuig | 70 | 8.036 | 562.520 |
Inzet Gulfstream KLu | 15 | 2.786 | 41.790 |
Inhuur civiele helikopters | variabel | 25.000 | |
Inhuur Tickets/ civiele vliegtuigen | variabel | 250.690 | |
Totaal | 880.000 |
Departement Koninklijke Verzamelingen
Onder de Koninklijke Verzamelingen wordt verstaan het geheel aan cultureel erfgoed dat in de afgelopen eeuwen is bijeengebracht door en aangeboden aan leden van het Huis Oranje-Nassau. Hieronder vallen beeldende kunst en kunstnijverheid, maar ook fotografie en bibliotheek- en archiefbestanden. Het Departement Koninklijke Verzamelingen beheert de meeste collecties van het Huis Oranje-Nassau en draagt zorg voor de door diverse stichtingen, familieleden en de Staat toevertrouwde collecties. Daarnaast heeft het departement een taak bij het ontsluiten van de archieven, collecties en paleizen voor publiek. De formatie van dit departement betreft circa 14 fte.
Departement Informatie en Communicatie Technologie
Het Departement Informatie- en Communicatietechnologie verzorgt de digitale informatievoorziening en de informatie- en communicatietechnologie voor de Koning zelf, de Dienst van het Koninklijk Huis, Kroondomein Het Loo en het Kabinet van de Koning. De formatie van dit departement betreft circa 11 fte.
Departement Faunabeheer
Binnen het departement Faunabeheer wordt een bedrag geraamd van € 195.000, met name voor het onderhoud van de wegen en de wildrasters, de zogenoemde infrastructurele kosten van het Kroondomein Het Loo. Daarnaast wordt een bedrag geraamd van € 92.000 voor de exploitatie van de terreinauto’s en een bedrag van € 16.000 aan materiële uitgaven voor reiskosten, opleidingen, accountantskosten, etc. De formatie van dit departement betreft circa 6 fte. De personeelsuitgaven voor deze zes faunabeheerders bedragen € 510.000.
Overige ondersteunende Departementen
Tot de overige ondersteunende departementen behoren het Bureau van de Grootmeester, het Algemeen Secretariaat, de Thesaurie en de stafafdeling P&O. Deze onderdelen zijn onder andere verantwoordelijk voor de algemene dagelijkse leiding, de invulling van het programma van de leden van het Koninklijk Huis, de coördinatie van (staats)bezoeken en evenementen en ondersteuning op het gebied van financiën en HRM. De formatie van deze departementen betreft in totaal circa 31 fte. Het geheel van alle hofdepartementen valt onder de verantwoordelijkheid van de Grootmeester.
De uitgaven van € 80.000 die samenhangen met bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk in de vorm van reis- en verblijfkosten (inclusief de vliegkosten) vormen ook een deel van de materiële uitgaven die binnen dit begrotingsartikel worden geraamd.
2.3 Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Het toerekenen van de uitgaven die niet via de Dienst van het Koninklijk Huis lopen, maar wel deel uitmaken van de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap.
Deze uitgaven ontstaan (en worden betaald) onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende minister. De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Koning (artikel 4.3 lid 1, Comptabiliteitswet 2016) en zorgt voor een adequate toerekening.
Niet van toepassing.
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 6.970 | 7.965 | 7.593 | 7.581 | 7.569 | 7.569 | 7.569 |
Uitgaven | 6.970 | 7.965 | 7.593 | 7.581 | 7.569 | 7.569 | 7.569 |
Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen | 6.970 | 7.965 | 7.593 | 7.581 | 7.569 | 7.569 | 7.569 |
Ontvangsten | 108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Omdat de uitgaven op artikel 3 vooral apparaatsuitgaven betreffen vindt er geen verdere uitsplitsing plaats naar geschatte budgetflexibiliteit.
Op dit begrotingsartikel worden de uitgaven toegelicht die niet via de Dienst van het Koninklijk Huis lopen, maar wel deel uitmaken van de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. Het gaat om de uitgaven in het kader van de voorlichting (Rijksvoorlichtingsdienst), het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet van de Koning. De uitgaven worden primair geraamd en verantwoord ten laste van desbetreffende begrotingen en zullen vervolgens door de minister (rechtstreeks) worden doorbelast aan de begroting van de Koning, die daarvoor een raming bevat. Daartegenover ontstaat dan een ontvangstenraming op de desbetreffende begroting.
Rijksvoorlichtingsdienst
De afdeling Communicatie Koninklijk Huis (CKH) van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) verzorgt de communicatie over de Koning en de andere leden van het Koninklijk Huis. Het betreft jaarlijks de volgende activiteiten:
– Advisering over communicatie en organisatorische mediabegeleiding bij ruim 250 nationale en internationale optredens zoals evenementen, werkbezoeken, (digitale) gesprekken, streekbezoeken en staatsbezoeken;
– woordvoering en beantwoording van mediavragen en strategisch communicatieadvies;
– behandeling van interviewverzoeken en begeleiding bij mediaoptredens van leden van het Koninklijk Huis;
– opstellen en uitgeven van circa 300 persberichten over het Koninklijk Huis en
– inhoudelijk beheer van de online communicatieactiviteiten via Instagram, Facebook, Twitter, LinkedIn, YouTube en de website van het Koninklijk Huis.
– het opstellen van het digitale jaaroverzicht in samenwerking met de Dienst van het Koninklijk Huis. Het gedrukte jaaroverzicht dat eerder werd samengesteld door de Dienst van het Koninklijk Huis zal met ingang van het jaaroverzicht 2023 een digitale productie worden in samenwerking tussen de Rijksvoorlichtingsdienst en de Dienst van het Koninklijk Huis en gepubliceerd worden op www.koninklijkhuis.nl.
Militaire Huis
Het Militaire Huis (MH) is een integraal onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH). De activiteiten van het Militaire Huis betreffen onder meer:
– het (mede-)organiseren van evenementen voor en begeleiding van de Koning en de leden van het Koninklijk Huis;
– het coördineren van veiligheidsaspecten binnen de DKH en namens de DKH met externe partners in de veiligheidsketen;
– het onderhouden van de niet-politieke contacten tussen het Koninklijk Huis en het Ministerie van Defensie en
– het verzorgen van het militaire ceremonieel aan het hof.
Het voorschot Militair Huis wordt vanaf 2023 structureel verhoogd met
€ 264 duizend in verband met hogere personeelskosten als gevolg van cao-ontwikkelingen en de opvulling van openstaande vacatures binnen de formatie.
Kabinet van de Koning
Het Kabinet van de Koning (KvdK) ondersteunt als kleine, eigenstandige overheidsorganisatie de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeert als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten. De taken van het Kabinet van de Koning omvatten met name:
– informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, van staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het Koninkrijk en binnenlandse bezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Binnenlandse bezoeken van de Koning omvatten onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;
– aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;
– opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;
– behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden op het Kabinet aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein. Het Kabinet informeert de Koning over de afhandeling van ontvangen verzoekschriften; en
– registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en Koninklijke Besluiten.
3. Bijlagen
Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk
Artikel 1 Grondwettelijke uitkering aan leden van het Koninklijk Huis
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2023 | 10.985 | 10.985 | 10.985 | 10.985 | 10.985 | ‒ |
Mutatie Nota van Wijziging 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutatie amendement 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Nieuwe mutaties | ||||||
Nominale bijstelling grondwettelijke uitkeringen Koning, echtgenote van de Koning, Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap en de vermoedelijke opvolger van de Koning | 0 | 655 | 655 | 655 | 655 | 655 |
Extrapolatie grondwettelijke uitkeringen Koning, echtgenote van de Koning, Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap en de vermoedelijke opvolger van de Koning | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 10.985 |
Stand ontwerpbegroting 2024 | 10.985 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 | 11.640 |
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2023 | 1.727 | 1.727 | 1.727 | 1.727 | 1.727 | ‒ |
Mutatie Nota van Wijziging 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutatie amendement 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Nieuwe mutaties | ||||||
Nominale bijstelling terugstorting grondwettelijke uitkering van de vermoedelijke opvolger van de Koning | 0 | 104 | 104 | 104 | 104 | 104 |
ExtrapolatieTerugstorting grondwettelijke uitkering van de vermoedelijke opvolger van de Koning | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 1.727 |
Stand ontwerpbegroting 2024 | 1.727 | 1.831 | 1.831 | 1.831 | 1.831 | 1.831 |
Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2023 | 32.188 | 32.188 | 32.188 | 32.188 | 32.188 | ‒ |
Mutatie Nota van Wijziging 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutatie amendement 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | 1.980 | 1.980 | 1.980 | 1.980 | 1.980 | 1.980 |
Nieuwe mutaties | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
Extrapolatie | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 32.188 |
Stand ontwerpbegroting 2024 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 | 36.668 |
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2023 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ |
Mutatie Nota van Wijziging 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutatie amendement 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Nieuwe mutaties | ||||||
Stand ontwerpbegroting 2024 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2023 | 6.996 | 6.919 | 6.908 | 6.896 | 6.896 | |
Mutatie Nota van Wijziging 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutatie amendement 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | 705 | 409 | 408 | 408 | 408 | 408 |
Nieuwe mutatie Militair Huis1 | 264 | 264 | 264 | 264 | 264 | 264 |
Additioneel budget IHH | 0 | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |
Extrapolatie | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 6.896 |
Stand ontwerpbegroting 2024 | 7.965 | 7.593 | 7.581 | 7.569 | 7.569 | 7.569 |
2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2023 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ |
Mutatie Nota van Wijziging 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutatie amendement 2023 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Mutaties 1e suppletoire begroting 2023 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Nieuwe mutaties | ||||||
Stand ontwerpbegroting 2024 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de verschillende onderdelen binnen begrotingsartikel 3 over 2024. Het begrotingsartikel bestaat uit een personele en een materiële component.
2023 | |
|---|---|
Doorbelaste personele uitgaven | 6.154 |
Doorbelaste materiële uitgaven | 1.439 |
Totaal | 7.593 |
waarvan Rijksvoorlichtingsdienst | 2.041 |
waarvan Militaire Huis | 2.501 |
waarvan Kabinet van de Koning | 3.051 |
Bijlage 2: Moties en toezeggingen
Omschrijving van de motie | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
Motie-Leijten/Wassenberg verzoekt de regering met een algehele herziening te komen van de Wetfinancieel statuut van het Koninklijk Huis | Kamerstukken II 2021/22, 35 925-I, nr. 7. Begrotingsbehandeling 2022, 14 oktober 2021 | Afgehandeld. Brief van 6 oktober 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-I, nr. 4) - Uitvoering van de motie van de leden Leijten en Wassenberg (Kamerstukken II 2021/22, 35925-I, nr. 7) |
Motie-Van Baarle over een grondwetswijziging om de vrijstelling van belastingen voor leden van het Koninklijk Huis af te schaffen (36200-III, nr. 16); | Kamerstukken II 2022/23, 36200-I, nr. 16. Begrotingsbehandeling 2023, 11 oktober 2022 | Afgehandeld. Brief van 2 februari 2023 (Kamerstukken II 2022/23, 36200-III), nr. 23 - Reactie op de motie (Kamerstukken II 2022/23, 36200-I, nr. 16) van het lid Van Baarle |
Omschrijving van de toezegging | Vindplaats | Stand van zaken |
|---|---|---|
Indien de voorlichting van de Raad van State over de vraag of periodieke evaluatie van de B-component verenigbaar is met artikel 41 van de Grondwet hiertoe ruimte geeft, zal dit serieus binnen het kabinet worden besproken. | Begrotingsbehandeling 2023, 11 oktober 2022 | Afgehandeld. Kamerbrief Voorlichting Afdeling advisering van de Raad van State over de B-component van het inkomen van de Koning van 10 juli 2023 (Kamerstukken II 2022/2023, 36 200-I, nr. 12) als reactie op het adviesrapport van de RvSt van 5 juli 2023 met kenmerk W01.22.00147/I. |
Bijlage 3: Extracomptabele bijlage bij de begroting van de Koning 2024
Binnen de Rijksbegroting worden ook op begrotingen van andere ministeries uitgaven geraamd die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd. Het gaat om de begrotingen van Justitie en Veiligheid en Defensie voor de beveiliging, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het ter beschikking stellen van paleizen en Buitenlandse Zaken voor uitgaande staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis en inkomende bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders. De betreffende ministers zijn voor deze uitgaven verantwoordelijk. De begroting van de Koning en deze andere begrotingen vormen het stelsel van te ramen en verantwoorden uitgaven die samenhangen met de uitoefening van het koningschap.
In deze extracomptabele bijlage worden bovengenoemde uitgaven gepresenteerd. Door deze uitgaven op een integrale wijze bij de begroting van de Koning te presenteren, wordt de vindbaarheid van en het inzicht in deze uitgaven vergroot. De extracomptabele bijlage brengt geen verandering in de ministeriële verantwoordelijkheid voor de respectievelijke begrotingsposten.
Naast de uitgaven die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd, zijn ook andere onderwerpen opgenomen in paragraaf 2 ‘Overige onderwerpen’. Dit betreft de uitgaven voor het onderhoud aan de Groene Draeck, de subsidie voor Kroondomein Het Loo en een verwijzing naar de stichtingen die vermogensbestanddelen bevatten die functioneel zijn voor de uitoefening van het koningschap.
1. Geraamde uitgaven die in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd
De voor 2024 geraamde uitgaven worden hieronder per begroting nader toegelicht.
2024 | |
|---|---|
Buitenlandse Zaken | 2.000 |
Voor uitgaven ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis wordt € 2 miljoen geraamd.
2024 | |
|---|---|
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | 17.100 |
Krachtens artikel 4 van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van BZK.
De bijdrage aan het RVB voor huisvesting van het Koninklijk Huis bedraagt € 17,1 miljoen en is opgebouwd uit de volgende componenten:
– Circa € 8,4 miljoen rente en afschrijving voor investeringen die via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB;
– Circa € 7,7 miljoen voor regulier onderhoud. Hiermee worden onder meer technische installaties onderhouden, worden storingen verholpen en worden gebouwen onderhouden en hersteld. Voor het onderhoud aan de paleizen geldt - vanwege het veelal monumentale karakter van de objecten - een hogere norm dan voor kantoren.
– Het restant van circa € 1,0 miljoen betreft betalingen voor met name kleinere investeringen op basis van wet- en regelgeving (onder andere brandveiligheid) en kosten voor kleinere aanpassingen.
Conform een door de Minister-President gedane toezegging bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2016 van de Koning, geeft onderstaande meerjarenplanning inzicht in geplande onderzoeken naar en het meerjarig groot onderhoud en renovatie van de paleizen. Over de wijze waarop zulke projecten gefinancierd worden is de Tweede Kamer geïnformeerd in de brief van 2 december 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 34300 XVIII, nr. 45).
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Onderzoek | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Renovatie/groot onderhoud | |||||||
- Paleis Huis ten Bosch | geen | geen | geen | geen | geen | geen | geen |
- Koninklijk Paleis Amsterdam | geen | Start onderhoud dak | lopend | lopend | lopend | geen | geen |
- Paleis Noordeinde | geen | geen | geen | geen | geen | geen | geen |
De werkzaamheden met betrekking tot het groot onderhoud aan het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam zijn in 2023 gestart. De investeringskosten voor het groot onderhoud zijn begroot op circa € 23 mln. conform de brief aan de Kamer uit maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII, nr. 139). Na oplevering van het groot onderhoud medio 2025 ‒ 2026 worden de kosten geactiveerd, dit betreft een structurele verhoging van de gebruikersvergoeding van ca. € 0,8 miljoen die binnen de bestaande meerjarige begrotingsmiddelen van artikel 9 van de Begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan worden opgevangen.
Justitie en Veiligheid (begroting VI, artikel 36)
De Minister van Justitie en Veiligheid heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.
Defensie (begroting X, artikel 5), uitgaven bewaking koninklijke paleizen
De Minister van Defensie is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de Koninklijke Marechaussee (KMar). De uitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de ministeries van Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie. In artikel 4 van de Politiewet (2012) wordt de KMar onder meer het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen, opgedragen.
2. Overige onderwerpen
Defensie (begroting X, artikel 2), uitgaven Groene Draeck
De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden begroot en verantwoord bij het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. In de planperiode 2021 t/m 2025 is maximaal € 435.000 beschikbaar voor onderhoud, waarbij de daadwerkelijke uitgaven kunnen fluctueren over de jaren heen. Er is voor het benodigde meerjarige groot onderhoud inmiddels € 244.699 aan onderhoudskosten gemaakt. Dit meerjarig onderhoud wordt door tussenkomst van de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) bij een specialistische werf uitgevoerd. Van het totaal beschikbare onderhoudsbudget tot en met 2025 resteert € 190.301. De meerkosten in de planperiode boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.
2021/2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Totaal 2021/2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
Onderhoud Groene Draeck | 245 | 64 | 63 | 63 | 435 |
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (begroting XIV, artikel 22) subsidie Kroondomein Het Loo
Het Loo is een landgoed van circa 10.400 hectare en bestaat uit twee deelgebieden: de Staatsdomeinen bij Het Loo en het eigenlijke Kroondomein. Bij de Staatsdomeinen bij Het Loo zijn de baten en lasten voor rekening van de Staat. Het eigenlijke Kroondomein (6.700 hectare) wordt, zoals is vastgelegd in de Wet op het Kroondomein, geëxploiteerd door de Kroondrager, waarbij alle baten en lasten voor zijn rekening komen. Het juridisch eigendom berust bij de Staat. Het Rijk heeft voor de periode 2022-2027 (Kamerstukken II 2021/22 35 925 I, nr. 14) een subsidie verstrekt aan de Kroondrager voor beheer- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein. Voor deze subsidie is in 2024 € 0,8 miljoen geraamd.
Stichtingen
Op de website van het Koninklijk Huis is een overzicht van stichtingen opgenomen, waarin vermogensbestanddelen zijn ondergebracht die functioneel zijn voor het uitoefenen van het koningschap.
Te denken valt aan de stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau, waarin bijvoorbeeld de Gouden Koets is ondergebracht, en de stichting Koninklijke Geschenken, die de geschenken beheert welke aan de Koning zijn aangeboden bij bijvoorbeeld staatsbezoeken. Voor meer informatie over de stichtingen wordt verwezen naar de rubriek ‘Financiën Koninklijk Huis’ op www.koninklijkhuis.nl. In deze rubriek is informatie beschikbaar over diverse aan het Koninklijk Huis gerelateerde financiële onderwerpen, zoals de begroting van de Koning.