Base description which applies to whole site

V Buitenlandse Zaken

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. Berendsen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Eerste suppletoire begroting 2026 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

Hoofdstuk 2 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Na de tabel ‘budgettaire gevolgen van beleid’ wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel (tabel 1) conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de vorige stand op artikelniveau.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 en < 1000

5

10

=> 1000

10

20

2 Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1 Versterkte Internationale Rechtsorde

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Versterkte Internationale Rechtsorde (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

114.660

0

114.660

     
 

Uitgaven

128.287

0

128.287

     

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

59.613

0

59.613

 

Subsidies (regelingen)

1.550

0

1.550

 

Internationaal recht

1.550

0

1.550

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

58.063

0

58.063

 

Verenigde Naties

40.150

0

40.150

 

OESO

9.673

0

9.673

 

Internationaal Strafhof

5.240

0

5.240

 

Internationaal recht

3.000

0

3.000

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

51.463

0

51.463

 

Subsidies (regelingen)

18.681

0

18.681

 

Mensenrechtenfonds

18.681

0

18.681

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

32.782

0

32.782

 

Mensenrechtenfonds

25.282

0

25.282

 

Mensenrechten multilateraal

7.500

0

7.500

1.3

Gastandbeleid internationale organisaties

17.211

0

17.211

 

Subsidies (regelingen)

15.276

0

15.276

 

Carnegiestichting

7.316

0

7.316

 

Vredespaleis

7.960

0

7.960

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.935

0

1.935

 

Internationaal Strafhof

725

0

725

 

Nederland Gastland

1.210

0

1.210

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting

Op artikel 1 zijn geen significante mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen conform de staffel van de Rijksbegrotingsvoorschriften.

2.2 Artikel 2 Veiligheid en Stabiliteit

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Veiligheid en Stabiliteit(bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

248.920

1.605

250.525

     
 

Uitgaven

284.451

1.605

286.056

     

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

32.352

305

32.657

 

Subsidies (regelingen)

7.276

324

7.600

 

Atlantische Commissie

874

0

874

 

Veiligheidsfonds

6.402

324

6.726

 

Opdrachten

0

11

11

 

Veiligheidsfonds

0

11

11

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

25.076

‒ 30

25.046

 

NAVO

18.500

0

18.500

 

WEU

845

0

845

 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

160

0

160

 

Veiligheidsfonds

5.571

‒ 30

5.541

2.2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

1.054

0

1.054

 

Subsidies (regelingen)

884

0

884

 

Anti-terrorisme instituut

161

0

161

 

Contra-terrorisme

250

0

250

 

Cyber security

473

0

473

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

170

0

170

 

Contra-terrorisme

170

0

170

2.3

Wapenbeheersing

11.699

0

11.699

 

Opdrachten

547

0

547

 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

547

0

547

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

11.152

0

11.152

 

IAEA

7.592

0

7.592

 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

1.560

0

1.560

 

CTBTO

2.000

0

2.000

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

143.363

‒ 1.531

141.832

 

Subsidies (regelingen)

40.653

‒ 494

40.159

 

Nederland Helsinki Comité

28

0

28

 

Stabiliteitsfonds

35.800

‒ 494

35.306

 

Training buitenlandse diplomaten

3.325

0

3.325

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

1.500

0

1.500

 

Opdrachten

2.000

‒ 1.000

1.000

 

Makandra

2.000

‒ 1.000

1.000

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

100.710

‒ 37

100.673

 

OVSE

5.883

0

5.883

 

Stabiliteitsfonds

34.254

‒ 37

34.217

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

60.267

0

60.267

 

Tegengaan internationale georganiseerde criminaliteit

306

0

306

 

Nog te verdelen

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

29.733

531

30.264

 

Subsidies (regelingen)

19.240

531

19.771

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

13.348

494

13.842

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

5.892

37

5.929

 

Opdrachten

3.199

0

3.199

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

3.199

0

3.199

 

Bijdrage aan agentschappen

1.054

0

1.054

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

700

0

700

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

354

0

354

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

6.240

0

6.240

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

6.085

0

6.085

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

155

0

155

2.6

Oekraine (V)

66.250

2.300

68.550

 

Subsidies (regelingen)

7.425

0

7.425

 

Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine

500

0

500

 

Accountability Oekraïne

925

0

925

 

Humanitaire ontmijning

5.000

0

5.000

 

Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

1.000

0

1.000

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

58.825

2.300

61.125

 

Accountability Oekraine

15.575

‒ 2.700

12.875

 

Humanitaire ontmijning

5.000

5.000

10.000

 

NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF

25.000

0

25.000

 

Versterken cyberweerbaarheid Oekraïne

10.000

0

10.000

 

Democratie en rechtstaat

2.250

0

2.250

 

Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

1.000

0

1.000

 

Nog te verdelen

0

0

0

     
 

Ontvangsten

1.000

0

1.000

     

Toelichting

Artikelonderdeel 2.6

Voor accountability Oekraïne wordt er een kasschuif verwerkt voor een beperkt deel (EUR 2,7 mln) van de programmamiddelen van 2026 naar 2027. Dit sluit beter aan op de verwachte liquiditeitsbehoefte voor meerjarige projecten in het kader van capaciteitsversterking.

De bijdrage van EUR 5 mln voor humanitaire ontmijning is overgeheveld vanuit de BHO-begroting. Het budget blijft ODA.

2.3 Artikel 3 Effectieve Europese Samenwerking

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Effectieve Europese Samenwerking(bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

15.205.334

‒ 121.718

15.083.616

     
 

Uitgaven

15.522.855

‒ 121.718

15.401.137

     

3.1

Afdrachten aan de Europese Unie

9.681.724

‒ 352.090

9.329.634

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

9.681.724

‒ 352.090

9.329.634

 

BNI-afdrachten

7.905.759

‒ 390.196

7.515.563

 

BTW-afdrachten

1.563.347

14.843

1.578.190

 

Plastic-grondslag

212.618

23.263

235.881

3.2

Europees Ontwikkelingsfonds

33.500

0

33.500

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

33.500

0

33.500

 

Europees Ontwikkelingsfonds

33.500

0

33.500

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

24.426

‒ 242

24.184

 

Opdrachten

442

‒ 242

200

 

Raad van Europa

442

‒ 242

200

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

23.984

0

23.984

 

Raad van Europa

16.723

0

16.723

 

Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank

7.261

0

7.261

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

7.213

0

7.213

 

Subsidies (regelingen)

348

0

348

 

EIPA

348

0

348

 

Opdrachten

1.815

0

1.815

 

Europa College beurzenprogramma

380

0

380

 

EU-sanctiebeleid

1.435

0

1.435

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

5.050

0

5.050

 

Benelux bijdrage

5.050

0

5.050

3.5

Europese Vredesfaciliteit

320.991

0

320.991

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

320.991

0

320.991

 

Europese Vredesfaciliteit

320.991

0

320.991

3.6

Invoerrechten aan de Europese Unie

5.455.001

230.614

5.685.615

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

5.455.001

230.614

5.685.615

 

Invoerrechten

5.455.001

230.614

5.685.615

     
 

Ontvangsten

4.287.547

57.744

4.345.291

     

Toelichting

Uitgaven

Artikelonderdeel 3.1

Actualisatie grondslagen eigen middelen

De nationale afdrachten en invoerrechten worden conform de afspraken in het eigenmiddelenbesluit (EMB) geactualiseerd voor het jaar t en t+1 op basis van de meest recente macro-economische ontwikkelingen. Het betreft een technische jaarlijkse exercitie, waarbij de grondslagen voor de eigen middelen (ofwel de nationale afdrachten en invoerrechten) worden geactualiseerd en vastgesteld in het Advisory Committee on Own Resources (ACOR). Ook wordt de meerjarige economische ontwikkeling geactualiseerd waarop de Nederlandse raming van de afdrachten voor de latere jaren is gebaseerd. Hiermee gaat het op EU-niveau niet om meer afdrachten voor de EU-begroting. Het betreft een herverdeling van afdrachten tussen lidstaten.

Het Nederlandse bni-aandeel daalt van 6,4% naar 6,2% in de jaren 2026 en 2027. Daarnaast stijgen de geraamde douanerechten op EU-niveau wat een dempend effect heeft op de bni-afdracht omdat de bni-afdracht de sluitpost van de Europese begroting is. Dit tezamen zorgt voor een daling van de bni-afdracht van circa EUR 402 miljoen in 2026.

De btw- en plastic-afdracht vallen iets hoger uit dan eerder in de Nederlandse raming voorzien. De toename op de btw-afdracht is EUR 15 miljoen in 2026. De toename in de plastic-grondslag bedraagt circa EUR 2 miljoen in 2026. Daarnaast is er een technische correctie van EUR 21 miljoen op de plastic-afdracht omdat de mutatie als gevolg van de nacalculatie bij de 1e suppletoire begroting 2026 per abuis onder BNI-afdrachten was opgenomen.

DAB 1/2026 en DAB 2/2026

In de eerste aanvullende begroting (DAB 1/2026) verwerkt de Commissie het verschil tussen de inkomsten en uitgaven (het surplus) van 2025 in de Europese begroting van 2026. Voor Nederland leidt het surplus tot circa EUR 134 miljoen lagere EU-afdrachten in 2026.

In de tweede aanvullende begroting (DAB 2/2026) is het betalingenniveau in de EU-begroting voor 2026 met EUR 8 miljard naar boven bijgesteld naar in totaal EUR 198,1 miljard. De verhoging zit met name in de toename van cohesiebetalingen die in de laatste twee weken van 2025 zijn aangevraagd door de lidstaten. Daarnaast wordt ook de landbouwreserve opgehoogd om boeren tegemoet te komen die tegen liquiditeitsproblemen aanlopen door de hogere kosten van meststoffen (EUR 300 miljoen). De Nederlandse raming hield rekening met een marge van EUR 7 miljard in het betalingenniveau. Door de toename van betalingen in DAB 2/2026 komt het betalingenniveau circa EUR 1 miljard hoger uit dan de raming. Hiermee leidt het hogere betalingenniveau tot een stijging van de bni-afdrachten van circa EUR 63 miljoen in 2026.

In de DAB 2/2026 actualiseert de Commissie ook de verwachte VK-bijdrage uit hoofde van het Terugtrekkingsakkoord en de overige ontvangsten (inclusief boete-inkomsten). Dit valt voor 2026 hoger uit dan waar in de raming van de Nederlandse EU-afdrachten rekening mee hield. Dit leidt tot een lagere bni-afdracht van circa EUR 65 miljoen in 2026.

Op basis van beschikbare informatie lijkt het aannemelijk dat de Europese begroting in 2026 verder omhoog wordt bijgesteld. Voor het restant van 2026 wordt een marge in de raming van de Nederlandse EU-afdrachten verwerkt van 2,7 miljard om mogelijke ophogingen van het betalingenniveau op te vangen. Dit resulteert in een tegenvaller van 168 miljoen euro.

Artikel 3.3

Zoals gemeld in de eerste suppletoire begroting is een deel van de gereserveerde middelen voor het Nederlandse Voorzitterschap van het comité van Ministers van de Raad van Europa in 2027 ook voor het ministerie van Justitie en Veiligheid. Van dit budget wordt daarom EUR 242.000 overgeheveld naar de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikelonderdeel 3.6

Als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de MEV-cijfers is de raming voor de EU-invoerrechten met EUR 224 miljoen naar boven bijgesteld voor 2026. Deze bijstelling heeft ook een meerjarig effect dat verwerkt is in de begroting. Daarnaast zijn er enkele nabetalingen gedaan voor de Traditionele Eigen Middelen (TEM). Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de raming met EUR 6,6 miljoen in 2026.

Ontvangsten

Artikelonderdeel 3.10

Als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de MEV-cijfers stijgt de perceptiekostenvergoeding en daarmee de ontvangsten met EUR 56 miljoen in 2026. De bijstelling van de raming heeft ook een meerjarig effect dat verwerkt is in de begroting. De nabetalingen TEM zoals toegelicht bij artikelonderdeel 3.6 zorgt voor een verhoging van de perceptiekosten van EUR 1,6 miljoen.

Op enkele casussen heeft Nederland EUR 0,1 miljoen aan TEM terug ontvangen omdat een onjuist inhoudingspercentage was gehanteerd. Deze bedragen zijn in mindering gebracht op de maandelijkse afdrachten.

2.4 Artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

74.191

238

74.429

     
 

Uitgaven

73.678

238

73.916

     

4.1

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

15.975

‒ 184

15.791

 

Subsidies (regelingen)

1.560

0

1.560

 

Gedetineerdenbegeleiding

1.560

0

1.560

 

Inkomensoverdrachten

540

0

540

 

Gedetineerdenbegeleiding

540

0

540

 

Opdrachten

13.875

‒ 184

13.691

 

Consulaire bijstand

5.409

‒ 25

5.384

 

Reisdocumenten en verkiezingen

5.332

‒ 159

5.173

 

Consulaire opleidingen

400

0

400

 

Consulaire informatiesystemen

2.734

0

2.734

4.2

Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

13.218

0

13.218

 

Opdrachten

11.518

0

11.518

 

Ambtsberichtenonderzoek

150

0

150

 

Visumverlening

2.858

0

2.858

 

Legalisatie en verificatie

80

0

80

 

Consulaire informatiesystemen

8.430

0

8.430

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.700

0

1.700

 

Bijdragen asiel en migratie

1.700

0

1.700

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.785

0

6.785

 

Subsidies (regelingen)

3.620

0

3.620

 

Internationaal cultuurbeleid

3.620

0

3.620

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

3.165

0

3.165

 

Internationaal cultuurbeleid

3.165

0

3.165

4.4

Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

37.700

422

38.122

 

Subsidies (regelingen)

16.775

104

16.879

 

Instituut Clingendael

1.000

200

1.200

 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

2.970

‒ 96

2.874

 

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

71

0

71

 

Publieksdiplomatie

2.240

0

2.240

 

Onderzoeksprogramma

100

0

100

 

Academische Leerstoel Anton de Kom

280

0

280

 

Opvolging excuses Slavernijverleden

10.114

0

10.114

 

Opdrachten

12.787

318

13.105

 

Adviesraad Internationale Vraagstukken

743

0

743

 

Instituut Clingendael

3.500

81

3.581

 

Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties

1.000

0

1.000

 

Algemene voorlichting

2.783

0

2.783

 

Koninklijk Huis - inkomende en uitgaande bezoeken, officiële ontvangsten

2.500

0

2.500

 

Onderzoeksprogramma

1.761

0

1.761

 

Kennisplatform Oost-Europa

500

237

737

 

Bijdrage aan agentschappen

1.400

0

1.400

 

Verkeersnotificaties

400

0

400

 

Opvolging excuses Slavernijverleden

1.000

0

1.000

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.738

0

1.738

 

Europese bewustwording

250

0

250

 

Publieksdiplomatie

1.488

0

1.488

 

Nog te verdelen

5.000

0

5.000

 

Nog te verdelen

5.000

0

5.000

     
 

Ontvangsten

91.614

0

91.614

     

Toelichting

Op artikel 4 zijn geen significante mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen conform de staffel van de Rijksbegrotingsvoorschriften.

3 Niet-beleidsartikelen

3.1 Artikel 6 Onverdeeld (HGIS)

Tabel 6 Onverdeeld (HGIS) (Bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.327

906

3.233

     
 

Uitgaven

2.327

906

3.233

     

6.1

Nog onverdeeld (HGIS)

2.327

906

3.233

 

Nog onverdeeld (HGIS)

2.327

906

3.233

 

Nog onverdeeld (HGIS)

2.327

906

3.233

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting

Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming bij Voorjaarsnota. Op basis van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt het HGIS non-ODA budget volgens de rijksbrede Loon- en Prijsbijstelling (LPO) geïndexeerd. De indexatie wordt verwerkt op dit artikel. Het geraamde budget op dit artikel is met name bedoeld voor het uitkeren van loon- en prijsbijstelling binnen de HGIS en voor incidentele initiatieven of tegenvallers binnen de HGIS.

3.2 Artikel 7 Apparaat

Tabel 7 Artikel 7 Apparaat (Bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.118.983

7.642

1.126.625

     
 

Uitgaven

1.118.983

7.642

1.126.625

     

7.1

Apparaat

1.118.983

7.642

1.126.625

 

Personele uitgaven

771.743

‒ 2.226

769.517

 

Eigen personeel

616.366

‒ 2.077

614.289

 

Inhuur externen

63.730

0

63.730

 

Overige personele uitgaven

91.647

‒ 149

91.498

 

Materiële uitgaven

347.240

9.868

357.108

 

ICT

68.302

‒ 156

68.146

 

Bijdrage aan SSO's

78.243

0

78.243

 

Overige materiële uitgaven

200.695

10.024

210.719

     
 

Ontvangsten

240.071

0

240.071

     

Toelichting

De uitgaven op apparaat stijgen in 2026 met EUR 7,6 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een kasschuif van EUR 6 miljoen van 2030 en 2031 naar 2026 op het huisvestingsbudget. Daarnaast nemen de uitgaven toe door het onderhandelingsresultaat van CAO Rijk 2026. Dit resulteerde in een brede loonsverhoging van 2,7% en een compensatie van 0,3% (EUR 1,1 miljoen).

Licence