Base description which applies to whole site

XII Infrastructuur en Waterstaat

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G.Karremans

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Algemeen

De opzet en structuur van de onderliggende suppletoire begroting voor Hoofdstuk XII is gebaseerd op de Rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR) (Kamerstukken II, 2014–2015, 31 865, nr. 66) zijn in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 de onderstaande uniforme ondergrenzen opgenomen, die worden gehanteerd bij het toelichten van de budgettaire gevolgen van beleid. De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter dan of gelijk aan onderstaande tabel worden op het niveau van de totale verplichtingen en de financiële instrumenten toegelicht. Dit houdt in dat financiële instrumenten waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht, tenzij deze beleidsmatig toch relevant zijn.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

2 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties van de Suppletoire Begroting September 2026 weer. Een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel is te vinden bij de budgettaire gevolgen van beleid in paragraaf 3 Beleidsartikelen en paragraaf 4 Niet-beleidsartikelen.

Tabel 2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Suppletoire begroting September) (bedragen x €1.000)
  

Artikel

Uitgaven 2026

 

Vastgestelde begroting 2026

 

3.987.518

 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

4.167.485

 

Belangrijkste suppletoire mutaties

  

1.

Overboekingen Ministeries

 

‒ 3.594

2.

Kasschuiven

Diversen

‒ 69.900

3.

Overboekingen HXII/Fondsen

 

2.842

 

- Mobiliteitsfonds

Diversen

8.141

 

- Deltafonds

Diversen

‒ 5.299

4.

Compensatie fiscale derving

15

‒ 8.104

5.

Aanvullende loonbijstelling

Diversen

2.169

6.

Overboeking Aanvullende Post PBNI

17

152

7.

Overige mutaties

Diversen

9.425

 

Stand suppletoire begroting september 2026

 

4.100.475

Toelichting

  • 1. Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken binnen de Rijksbegroting. De grootste zijn:

    • Een overboeking van LVVN voor de bijdrage aan de aanvullende programma's, evaluaties en lopende Wageningen University & Research (WUR) projecten van € 2,1 miljoen.

    • Een overboeking naar Defensie van € 3,0 miljoen voor de Seabed Security Experimentation Centre (SeaSEC).

    • een overboeking naar EZ voor de decentralisatie uitkering voor de Moerdijkregeling van € 1,4 miljoen.

  • 5. Er hebben verschillende kasschuiven plaatsgevonden op HXII. Hieronder worden de grootste kasschuiven toegelicht:

    • Grinwis: € -12,0 miljoen wordt doorgeschoven naar 2028. Een deel van de middelen die beschikbaar is gesteld voor betaalbaarheid van het OV wordt ingezet op bredere systeemtaken waarmee het OV ook op lange termijn betaalbaar blijft.

    • Moerdijkregeling: IenW schuift € 7,1 miljoen door naar 2028. IenW heeft samen met EZK in het najaar van 2025 toegezegd € 8,5 miljoen bij te dragen aan het ophogen van de Moerdijkregeling. Uit prognoses blijkt dat er dit en volgend jaar vanuit IenW € 1,4 miljoen nodig is om hier aan bij te dragen en dit wordt dit jaar overgeboekt aan EZ, de overige € 7,1 miljoen schuift door naar 2028.

    • VTH: Een kasschuif VTH van € 7 miljoen vanuit 2026 naar de jaren 2027, 2028, 2029, 2030 en 2031 voor de implementatiekosten van omgevingsdiensten voor programma's ten behoeve van de digitalisering VTH. Deze kosten waren voorzien in 2026 maar zijn opgeschoven naar 2027 doordat er pas gestart kon worden na goedkeuring van het programma in het kernberaad. Deze goedkeuring is medio 2026 gekomen.

    • Elektrisch varen: Er schuift € 5,9 miljoen uit 2026 naar latere jaren om de middelen aan te sluiten bij de prognoses.

  • 10. Per saldo is € 22,8 miljoen overgeboekt vanuit het Mobiliteitsfonds en Deltafonds naar hoofdstuk XII. Dit komt met name door de volgende 2 overboekingen:

    • Er wordt € 30,8 miljoen overgeboekt van het Mobiliteitsfonds naar HXII Decentraal Spoor voor de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2026. Dit bedrag zal in 2026 aan provincies worden beschikt via een SPUK. Het gaat om de provincies Overijssel (€ 14,2 miljoen), Drenthe (€ 2,8 miljoen), Limburg (€ 7,4 miljoen) en Utrecht (€ 6,4 miljoen)

    • Er wordt € 6,1 miljoen overgeboekt van HXII naar het Deltafonds voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2026 voor de water en bodemopgaven. Voor deze uitvoering geeft RWS een programmasubsidie af conform de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling).

    • Duurzame Vliegtuigbrandstof (SAF): Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds van in totaal € 45 miljoen euro in de jaren 2027-2029, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Dit betreft de overboeking van het aandeel van HXII naar het Mobiliteitsfonds waar de bijdrage integraal wordt gefaciliteerd.

  • 14. Middels deze boeking wordt de compensatie voor misgelopen fiscale derving door Vrachtwagenheffing teruggegeven aan het generale beeld. Door de invoering van de Vrachtwagenheffing loopt de schatkist een deel fiscale derving op MRB mis. Met de 1e suppletoire begroting 2026 heeft de harmonisatie van de MRB-classificaties met de EU-voertuigclassificaties plaatsgevonden waardoor de ontvangsten en uitgaven van Vrachtwagenheffing zijn toegenomen. Hierdoor loopt de schatkist nog een deel fiscale derving mis wat hiermee wordt teruggeboekt naar het generale beeld.

  • 15. Loon- en prijsbijstelling: Naar aanleiding van de CAO-onderhandeling is er 0,3% procentpunt loonbijstelling ontvangen voor de begroting van IenW.

  • 16. Dit betreft de overboeking vanuit de Aanvullende Post voor het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI).

  • 17. De overige middelen hangen samen met de hieronder toegelichte ontvangstenmutaties.

Tabel 3 Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Suppletoire begroting September) (bedragen x €1.000)
    
 

Vastgestelde begroting 2026

 

582.204

 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

602.213

 

Belangrijkste suppletoire mutaties

  

1.

Eindafrekening RVO

Diversen

5.675

2.

Terugvordering Maritiem Masterplan

18

3.297

3.

Overige mutaties

Diversen

453

    
 

Stand suppletoire begroting September 2026

 

611.638

Toelichting

  • 1. Eindafrekening RVO: Voor verschillende onderwerpen die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd door RVO hebben we een eindafrekening ontvangen. De eindafrekeningen vallen € 5,7 miljoen lager dan aan RVO betaald is. Dit bedrag ontvangt IenW in 2026 weer terug.

  • 2. Terugvordering Maritiem Masterplan: Voor de inzet op NGF subsidieregeling Maritiem Masterplan had een deel van het budget nog niet aan RVO ter beschikking gesteld mogen worden en wordt teruggevorderd.

  • 3. Dit betreft diverse kleinere mutaties.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 11 Integraal Waterbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Integraal Waterbeleid (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

74.995

‒ 5.145

69.850

     
 

Uitgaven

103.733

‒ 3.188

100.545

     

11.1

Algemeen waterbeleid

56.037

‒ 167

55.870

 

Opdrachten

15.428

‒ 274

15.154

 

Partners voor Water (HGIS)

9.963

1.652

11.615

 

Regie Innovatie

1.060

‒ 350

710

 

Overige opdrachten

4.405

‒ 1.576

2.829

 

Subsidies (regelingen)

16.048

‒ 1.988

14.060

 

Incidentele subsidie

1.105

‒ 1.105

0

 

Overige HGIS subsidies

2.000

0

2.000

 

Partners voor Water 5 (HGIS)

1.417

495

1.912

 

NGF NL2120

10.840

‒ 1.988

8.852

 

Overige subsidies

686

610

1.296

 

Bijdrage aan agentschappen

17.211

2.300

19.511

 

Bijdrage aan agentschap RWS

16.607

2.275

18.882

 

Bijdrage aan agentschap KNMI

604

25

629

 

Bijdrage aan medeoverheden

6.600

‒ 155

6.445

 

NGF NL2120

6.145

0

6.145

 

Overige bijdragen

455

‒ 155

300

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

750

‒ 50

700

 

Overige bijdragen

750

‒ 50

700

11.2

Waterveiligheid

3.229

‒ 830

2.399

 

Opdrachten

3.229

‒ 830

2.399

 

Waterveiligheid

3.129

‒ 1.075

2.054

 

Overige opdrachten

100

245

345

11.3

Grote oppervlaktewateren

1.857

‒ 469

1.388

 

Opdrachten

1.857

‒ 469

1.388

 

RWS Zuid-Westelijke Delta

1.368

‒ 513

855

 

Overige opdrachten

489

44

533

11.4

Waterkwaliteit

42.610

‒ 1.722

40.888

 

Opdrachten

7.180

‒ 1.152

6.028

 

Noordzee en oceanen

1.201

‒ 122

1.079

 

Overige opdrachten

5.979

‒ 1.030

4.949

 

Subsidies (regelingen)

33.274

0

33.274

 

NGF UPPWater

29.839

0

29.839

 

Overige subsidies

3.435

0

3.435

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.156

‒ 570

1.586

 

Overige bijdragen

2.156

‒ 570

1.586

     
 

Ontvangsten

452

273

725

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 5,2 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en de volgende verplichtingenmutaties:

  • Verplichtingenschuif NGF NL2120: Verplichtingenschuif van € 3,0 miljoen voor het NGF NL2120 omdat de berekende subsidie lager is dan initieel begroot door het vertragen van de regeling hotspot en omdat de human capital regeling is vervangen door een subsidie.

  • Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (€ 2,2 miljoen).

Uitgaven

Artikel 11.1 Algemeen Waterbeleid

Subsidies (regelingen)

De verlaging van het subsidiebudget met € 2,0 miljoen wordt veroorzaakt door:

  • Kasschuif NGF NL2120: Dit betreft een kasschuif van € 2,0 miljoen voor het NGF NL2120. De hotspotregeling is vertraagd en voor de human capital regeling is een herallocatie van de middelen naar lager beoogde subsidies. IenW heeft vanwege beperkte capaciteit RVO ingeschakeld als uitvoerder van deze regeling. De laatste NL2120 inzichten in de hotspotregeling zijn verwerkt in recent gepubliceerde Nature Based Sulutions (NBS-)prioriteiten.

Bijdrage aan agentschappen

De verhoging van de agentschapsbijdrage met € 2,3 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Indexatietarief: Het structureel aanvullen van de Beleidsondersteuning en Advies (BOA) via de agentschapsbijdrage aan RWS. Het BOA protocol was al vastgesteld eind 2025, alleen was dit nog niet geheel budgettair gedekt. Middels deze bijdrage is er genoeg budget beschikbaar om het BOA protocol uit te voeren.

  • Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (€ 0,4 miljoen)

Artikel 11.2 Waterveiligheid

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Artikel 11.3 Grote oppervlaktewateren

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Artikel 11.4 Waterkwaliteit

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Wettelijke grondslag subsidieverlening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in de regel Verplichtingen dergelijke subsidieverplichtingen voor het jaar 2026 opgenomen. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek in onderstaande tabel (tabel 5) worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.

Tabel 5 Wettelijke grondslagen subsidieverleningen artikel 11

Maximum bedrag

Ontvanger

Toelichting

Artikelonderdeel

€600.000

WTEX10-programma

De subsidie betreft een bijdrage aan de Water Alliance ten behoeve van het WTEX10-programma. Water Alliance is een platformorganisatie en door de verbinding van het WTEX10-programma met het Industriebeleid voor Watertechnologie ontstaat een kans om bij te dragen aan duurzame en autonome industriële groei waarin water efficiënt(er) gebruikt wordt. De subsidie wordt omgezet van een incidentele subsidie naar een begrotingssubsidie.

11.01 Algemeen waterbeleid

€155.000

Omgevingsberaad Waddengebied (OBW)

De subsidie betreft een jaarlijkse bijdrage aan de provincie Friesland voor het Omgevingsberaad Waddengebied (OWB). Hierbij gaat het om een verhoging van € 10.000 van de grondslag van 2026 van € 145.000 naar € 155.000.

11.01 Algemeen Waterbeleid

€10.350.000

International Program for Deltas and Coastal Areas (IPDC)

Het betreft de wijziging van de juridische grondslag in verband met verlenging van de looptijd van de subsidie van 10.350.000 aan Deltares voor het International Program for Deltas and Coastal Areas (IPDC).

11.01 Algemeen Waterbeleid

3.2 Artikel 13 Bodem en Ondergrond

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 Bodem en Ondergrond (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

156.548

11.851

168.399

     
 

Uitgaven

119.735

1.287

121.022

     

13.4

Ruimtegebruik bodem

119.735

1.287

121.022

 

Opdrachten

16.538

7.989

24.527

 

Bodem en STRONG

11.974

8.741

20.715

 

RWS Leefomgeving

975

‒ 125

850

 

Fysieke Leefomgeving Omgevingswet (FLOW)

825

0

825

 

Overige opdrachten

2.764

‒ 627

2.137

 

Subsidies (regelingen)

19.398

‒ 135

19.263

 

Bedrijvenregeling

8.697

0

8.697

 

Subsidie Caribisch Nederland

10.451

‒ 385

10.066

 

Overige subsidies

250

250

500

 

Bijdrage aan agentschappen

11.702

24

11.726

 

Bijdrage aan agentschap RWS

6.091

0

6.091

 

Bijdrage aan agentschap RIVM

5.611

24

5.635

 

Bijdrage aan medeoverheden

72.097

‒ 6.591

65.506

 

Meerjarenprogramma Bodem

72.097

‒ 6.591

65.506

     
 

Ontvangsten

168

657

825

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 11,9 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en de volgende verplichtingenmutaties:

  • Herschikking Meerjarenprogramma Bodem: Betreft een herschikking van de budgetten voor afdeling Bodem van € 10,5 miljoen. Hiermee worden de budgetten in lijn gebracht met de meest actuele prognose voor onder andere het EMK-terrein, staalslakken en EU richtlijn waarbij extra middelen nodig zijn. Het gaat om aanvullende onderzoeken op de effecten van staalslakken op mens en milieu dat door RIVM zal worden uitgevoerd.

  • Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (€ 1,4 miljoen).

Uitgaven

Artikel 13.4 Ruimtegebruik bodem

Opdrachten

Het opdrachtenbudget wordt in 2026 met € 8,0 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

  • Herschikking Bodem & STRONG: Dit betreft een herschikking van de budgetten voor afdeling Bodem van € 5,7 miljoen. 2026 is een krap budgettair jaar. Er zijn op alle drie de grote bodembudgetten financiële tegenvallers. Voornamelijk vanuit de lopende sanering van het EMK-terrein. Daarnaast zijn er een aantal posten op het meerjarenprogramma waarbij de realisatie de afgelopen jaren tegenviel maar die dit jaar wel tot realisatie komen (kennis en kwaliteitsimpuls).

  • Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (€ 2,3 miljoen).

Bijdrage aan medeoverheden

De verlaging van de bijdrage aan medeoverheden met € 6,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Herschikking Meerjarenprogramma Bodem: Dit betreft een herschikking van de budgetten voor afdeling Ruimtelijk gebruik Bodem die door middel van temporisering van activiteiten worden ingepast, bijvoorbeeld door middel van incidentele SPUKs. Daarmee wordt de bijdrage aan medeoverheden met € 5,7 miljoen wordt verlaagd.

  • Het restant wordt verklaard door diverse kleine mutaties (€ 0,9 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

3.3 Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

425.719

‒ 11.592

414.127

     
 

Uitgaven

313.520

‒ 300

313.220

     

14.1

Netwerk

21.643

‒ 140

21.503

 

Opdrachten

8.328

‒ 810

7.518

 

Wegverkeersbeleid

2.955

‒ 55

2.900

 

Voertuigen en Digitale Infrastructuur

3.194

‒ 670

2.524

 

Overige opdrachten

2.179

‒ 85

2.094

 

Bijdrage aan agentschappen

8.735

54

8.789

 

Bijdrage aan agentschap RWS

8.657

54

8.711

 

Overige bijdragen

78

0

78

 

Bijdrage aan medeoverheden

4.580

105

4.685

 

Bijdrage aan Caribisch Nederland

4.580

105

4.685

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

511

511

 

Overige bijdragen

0

511

511

14.2

Verkeersveiligheid

20.129

438

20.567

 

Opdrachten

6.438

‒ 295

6.143

 

Opdrachten Verkeersveiligheid

3.931

‒ 295

3.636

 

Overige opdrachten

2.507

0

2.507

 

Subsidies (regelingen)

11.087

419

11.506

 

Veilig Verkeer Nederland (VVN)

4.032

167

4.199

 

Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV)

4.456

178

4.634

 

Overige subsidies

2.599

74

2.673

 

Bijdrage aan agentschappen

586

7

593

 

Bijdrage aan agentschap RWS

586

7

593

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.018

57

2.075

 

Bijdrage aan CBR

2.018

57

2.075

 

(Schade)vergoeding

0

250

250

 

Stint

0

250

250

14.3

Slimme en duurzame mobiliteit

271.748

‒ 598

271.150

 

Opdrachten

46.412

1.137

47.549

 

Innovatie en Intelligente Transportsystemen

10.473

26

10.499

 

Klimaatakkoord

5.273

‒ 2.717

2.556

 

Verkeersemissies

464

‒ 300

164

 

Programma Vergroening Reisgedrag

2.320

0

2.320

 

Verduurzaming logistiek

5.020

300

5.320

 

NGF: Dutch Metropolitan Innovations (DMI)

4.586

8.000

12.586

 

KF: Laadinfra bouw

4.499

‒ 4.499

0

 

KF: Zero-emissie zones

1.832

0

1.832

 

Overige opdrachten

11.945

327

12.272

 

Subsidies (regelingen)

180.513

‒ 1.882

178.631

 

Duurzame Mobiliteit

15.150

0

15.150

 

Elektrisch Vervoer

21.830

0

21.830

 

Laad en AanZET

42.406

0

42.406

 

Bronmaatregelen Stikstof

28.549

‒ 120

28.429

 

KF: Laadinfra wegvervoer

50.948

0

50.948

 

KF: Laadinfra Bouw

7.500

0

7.500

 

Vergroenen reisgedrag

2.500

0

2.500

 

KF: SWIM

6.516

0

6.516

 

KF: inruilregeling

1.708

‒ 1.708

0

 

Overige Subsidies

3.406

‒ 54

3.352

 

Bijdrage aan agentschappen

29.620

93

29.713

 

Bijdrage agentschap RWS

3.924

17

3.941

 

Bijdrage agentschap NEA

5.462

52

5.514

 

Bijdrage agentschap RVO

18.097

6

18.103

 

Bijdrage aan agentschap RIVM

487

2

489

 

Overige bijdragen aan agentschappen

1.650

16

1.666

 

Bijdrage aan medeoverheden

13.960

54

14.014

 

Duurzame Mobiliteit

13.960

0

13.960

 

Mobiliteit en Gebieden

0

54

54

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

233

0

233

 

Overige bijdragen

233

0

233

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.010

0

1.010

 

Overige bijdragen

1.010

0

1.010

     
 

Ontvangsten

5.782

0

5.782

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt met € 11,6 miljoen verlaagd. Dit wordt met name verklaard door de volgende verplichtingenmutatie:

  • Vertraging inruilregeling: Het is nog niet duidelijk of de inruilregeling fossiele auto's in 2026 van start kan gaan, vanwege hoge complexiteit in de uitvoering bij de RVO. € 5 miljoen aan verplichtingenbudget wordt daarom van 2026 doorgeschoven naar 2027. Het overige verschil wordt veroorzaakt door diverse kleine mutaties.

Uitgaven

Artikel 14.1 Netwerk

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Artikel 14.2 Verkeersveiligheid

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Artikel 14.3 Slimme en Duurzame Mobiliteit

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Wettelijke grondslag subsidieverlening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in de regel Verplichtingen dergelijke subsidieverplichtingen voor het jaar 2026 opgenomen. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek in onderstaande tabel worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.

Tabel 8 Wettelijke grondslagen subsidieverleningen artikel 14

Maximum bedrag

Ontvanger

Toelichting

Artikelonderdeel

€4.634.000

Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid

Voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek als input voor verkeersveiligheidsbeleid van IenW en alle overige stakeholders.

14.02 Verkeersveiligheid

€1.102.000

TeamAlert

Voor het leveren van een actieve bijdrage aan het reduceren van het aantal verkeersslachtoffers onder jongeren.

14.02 Verkeersveiligheid

3.4 Artikel 15 Vrachtwagenheffing

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 15 Vrachtwagenheffing (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

364.279

‒ 18.204

346.075

     
 

Uitgaven

263.779

‒ 18.204

245.575

     

15.1

Fiscale derving

8.104

‒ 8.104

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

8.104

‒ 8.104

0

 

MRB

8.104

‒ 8.104

0

15.2

Exploitatiekosten

68.175

‒ 20.875

47.300

 

Opdrachten

25.375

‒ 20.970

4.405

 

Opdrachten aan ILT

4.600

‒ 4.325

275

 

Programmakosten

20.775

‒ 16.645

4.130

 

Bijdrage aan agentschappen

5.800

95

5.895

 

Bijdrage aan RVO

5.000

0

5.000

 

Bijdrage aan RWS

450

0

450

 

Bijdrage aan CJIB

350

95

445

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

37.000

0

37.000

 

Bijdrage aan RDW

37.000

0

37.000

15.4

Terugsluis

187.500

10.775

198.275

 

Opdrachten

0

10.775

10.775

 

Logistieke efficiëntie

0

10.775

10.775

 

Subsidies (regelingen)

187.500

0

187.500

 

Zero-Emissie Trucks (AanZET)

143.500

0

143.500

 

Private Laadinfrastructuur bij bedrijven

34.000

0

34.000

 

Waterstof in Mobiliteit (SWiM)

5.000

0

5.000

 

Logistieke efficiëntie

5.000

0

5.000

     
 

Ontvangsten

555.064

0

555.064

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget is in 2026 met € 18,2 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de onder uitgaven toegelichte mutaties.

Uitgaven

Artikel 15.1 Fiscale derving

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De verlaging van de bijdragen aan (andere) begrotingshoofdstukken met € 8,1 miljoen wordt veroorzaakt door de overboeking van de compensatie van de fiscale derving naar het Ministerie van Financiën. Dit heeft betrekking op de harmonisatie van de MRB-classificaties met de EU-voertuigclassificaties. De harmonisatie leidt tot een lagere derving op de motorijtuigenbelasting voor het Ministerie van Financiën en komt ten gunste van de terugsluis binnen de Vrachtwagenheffing.

Artikel 15.2 Exploitatiekosten

Opdrachten

Het opdrachtenbudget wordt in 2026 met € 20,9 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

  • Opdrachten aan ILT: een bijdrage van € 4,3 miljoen aan de ILT voor het toezicht dat zij zullen gaan houden vanaf de start van de Vrachtwagenheffing. De middelen worden overgeboekt naar artikel 24 van deze begroting.

  • Programmakosten: het opdrachtenbudget voor de opdrachten die samenhangen met logistieke efficiëntie worden onder artikelonderdeel 15.04 verantwoord omdat deze samenhangen met de terugsluis. Hierdoor wordt het opdrachtenbudget met € 10,8 miljoen verlaagd. Daarnaast wordt het opdrachtenbudget in 2026 met € 5,8 miljoen verlaagd. Deze middelen zullen in 2027 pas tot besteding en worden derhalve aan het budget in 2027 toegevoegd worden.

Artikel 15.4 Terugsluis

Opdrachten

Het opdrachtenbudget wordt in 2026 met € 10,8 miljoen verlaagd. Dit betreft onder 15.02 genoemde herschikking omdat het opdrachtenbudget voor de opdrachten die samenhangen met de opdrachten voor logistieke efficiëntie onder artikelonderdeel 15.04 Terugsluis verantwoord worden.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

3.5 Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

367.041

24.623

391.664

     
 

Uitgaven

385.961

19.244

405.205

     

16.1

OV en Spoor

378.203

19.244

397.447

 

Opdrachten

6.742

‒ 420

6.322

 

OV & Stations

3.120

‒ 542

2.578

 

Overige opdrachten

3.622

122

3.744

 

Subsidies (regelingen)

143.548

101.057

244.605

 

NS Sociale Veiligheid

8.300

‒ 50

8.250

 

NS-concessie

16.139

100.178

116.317

 

Energieschok OV

118.000

0

118.000

 

Overige subsidies

1.109

929

2.038

 

Bijdrage aan agentschappen

1.372

9

1.381

 

Bijdrage aan agentschap RWS

793

9

802

 

Bijdrage aan agentschap KNMI

16

0

16

 

Bijdrage aan agentschap RVO

563

0

563

 

Bijdrage aan medeoverheden

226.439

‒ 81.402

145.037

 

CLU Betuweroute en HSL

2.439

0

2.439

 

Overige bijdragen

224.000

‒ 81.402

142.598

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

102

0

102

 

Overige bijdragen

102

0

102

16.2

Maatregelenpakket OVS

7.758

0

7.758

 

Subsidies (regelingen)

7.758

0

7.758

 

Beschikbaarheidsvergoeding OV-sector

3.204

0

3.204

 

Transitievangnet OV

4.554

0

4.554

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 16 is in 2026 met € 24,6 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door de volgende verplichtingenmutaties:

  • Verplichtingenschuiven Openbaar Vervoer en Spoor: Er zijn op dit artikel verplichtingenschuiven doorgevoerd om de budgetten over de diverse jaren te actualiseren. Per saldo schuift er € 5 miljoen aan verplichtingen naar 2026.

  • Het verschil wordt veroorzaakt door diverse kleine mutaties of de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 16.1 OV en Spoor

Subsidies

Het subsidiebudget is in 2026 met € 101,1 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de subsidie NS-concessie. Er wordt € 100,2 miljoen overgeboekt van bijdrage aan medeoverheden naar subsidie NS-concessie. Dit budget kan in 2026 niet meer worden verplicht en uitgegeven in lijn met de doeleinden zoals bedoeld in het amendement-Grinwis. De middelen worden daarom ingezet om de betaling die voortvloeit uit artikel 77 van de HRN-concessie te bekostigen (€ 100,2 miljoen). De middelen voor het amendement-Grinwis worden bij een volgend begrotingsmoment aangezuiverd, zodat de totale middelen die beschikbaar zijn voor het amendement-Grinwis gelijk blijven.

Bijdrage aan medeoverheden

De verlaging van de bijdrage aan medeoverheden met € 81,4 miljoen wordt veroorzaakt door:

  • HXII SPUK: De bijdrage aan medeoverheden is met € 30,8 miljoen verhoogd. Dat komt door een overboeking van het Mobiliteitsfonds naar HXII Decentraal Spoor voor de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2026. Dit bedrag zal in 2026 aan provincies worden beschikt via een SPUK. Het gaat om de provincies Overijssel (€ 14,2 miljoen), Drenthe (€ 2,8 miljoen), Limburg (€ 7,4 miljoen) en Utrecht (€ 6,4 miljoen).

  • Subsidie NS-concessie: Er wordt € 100,2 miljoen overgeboekt naar het instrument subsidies. Deze overboeking wordt onder dit instrument verder toegelicht.

  • Kasschuiven bijdrage aan medeoverheden: Er vinden kasschuiven plaats op bijdrage aan medeoverheden, omdat de middelen niet meer in 2026 tot besteding zullen komen. In totaal schuift er € 12 miljoen van 2026 naar 2028.

Ontvangsten

Er hebben zich geen ontvangstenmutaties voorgedaan op dit artikel.

Wettelijke grondslag subsidieverlening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in de regel Verplichtingen dergelijke subsidieverplichtingen voor het jaar 2026 opgenomen. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek in onderstaande tabel worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.

Tabel 11 Wettelijke grondslagen subsidieverleningen artikel 16

Maximum bedrag

Ontvanger

Toelichting

Artikelonderdeel

€2.116.000

Trans Link Systems B.V.

Voor de verdere doorontwikkeling en realisatie van de informatiehuishouding van het openbaar vervoer aan Trans Link Systems B.V.

16.01 Openbaar Vervoer en Spoor

€2.048.000

Coöperatieve Vereniging Samenwerkingsverband DOVA (Decentrale Openbaar Vervoer Autoriteit)

Om de gezamenlijke activiteiten voor de Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV), Stationstopologie, Beheer Informatie Standaarden OV Nederland (BISON), Dashboard Deur-tot-Deur en de Staat van het OV optimaal uit te kunnen voeren.

16.01 Openbaar Vervoer en Spoor

€12.000

Stichting CROW, kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Voor de nabetaling over de subsidie die in 2025 is verstrekt voor de uitvoering van de OV Klantenbarometer. De OV-Klantenbarometer is het nationale klanttevredenheidsonderzoek voor het openbaar vervoer in Nederland. Het omvat het regionale stads- en streekvervoer en sinds 2018 ook het personenvervoer op het hoofdrailnet en de Friese Waddenveren.

16.01 Openbaar Vervoer en Spoor

€668.000

Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (Rover)

Voor beleidsondersteuning aan Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (Rover).

16.01 Openbaar Vervoer en Spoor

€494.000

Stichting geschillencommissies voor consumentenzaken

Voor het in stand houden van het tweedelijns OV klachtenloket.

16.01 Openbaar Vervoer en Spoor

€250.000

Verkeersverbund Rhein-Ruhr-exploitatie Regional Express 13

Voor het exploitatietekort dat zich voordoet op Nederlands grondgebied van de Regional Expres 13.

16.01 Openbaar Vervoer en Spoor

3.6 Artikel 17 Luchtvaart

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 17 Luchtvaart (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

165.281

1.225

166.506

     
 

Uitgaven

115.404

‒ 3.807

111.597

     

17.1

Luchtvaart

115.404

‒ 3.807

111.597

 

Opdrachten

38.169

‒ 3.904

34.265

 

Geluidsisolatie Schiphol

200

908

1.108

 

Caribisch Nederland

229

50

279

 

NGF Project - Luchtvaart in Transitie

307

0

307

 

GIS-4 regeling

10.792

0

10.792

 

Programma Omgeving Luchthaven Schiphol

3.088

‒ 700

2.388

 

Luchtruim Regio Luchthaven

559

25

584

 

Luchtruimherziening

2.296

‒ 500

1.796

 

KF: Luchtvaartverkeer energie

989

251

1.240

 

KF: Alcohol-to-jet en Duurzame Luchtvaartbrandstoffen

59

0

59

 

Overige opdrachten

19.650

‒ 3.938

15.712

 

Subsidies (regelingen)

71.335

0

71.335

 

Tarieven Bonaire

420

0

420

 

Omploegen graanresten

1.500

0

1.500

 

Klimaatbeleid

56

0

56

 

NGF-project Luchtvaart in transitie

67.529

0

67.529

 

Subsidie Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS)

1.078

0

1.078

 

Overige subsidies

752

0

752

 

Bijdrage aan agentschappen

3.140

77

3.217

 

Bijdrage aan agentschap RWS

472

3

475

 

Bijdrage aan agentschap KNMI

35

0

35

 

Bijdrage aan agentschap RVO

1.091

66

1.157

 

Bijdrage aan agentschap RIVM

427

3

430

 

Bijdrage aan agentschap RVO (NGF)

469

0

469

 

Overige bijdragen

646

5

651

 

Bijdrage aan medeoverheden

370

0

370

 

Bijdrage Caribisch Nederland

370

0

370

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.014

0

2.014

 

ICAO (HGIS)

1.455

0

1.455

 

Overige bijdragen

559

0

559

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

376

20

396

 

Overige bijdragen

376

20

396

     
 

Ontvangsten

14.279

125

14.404

     
Tabel 13 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Verplichtingen

165.281

1.365

166.646

waarvan garantieverplichtingen

67.900

0

67.900

waarvan overige verplichtingen

97.381

1.365

98.746

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget is in 2026 met € 1,2 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de onder uitgaven toegelichte mutaties. Daarnaast wordt dit verklaard door een ophoging van het verplichtingenbudget met € 5,0 miljoen omdat een subsidie van het NGF-project Luchtvaart in Transitie eerder wordt vastgelegd, dit budget wordt voornamelijk vanuit 2030 naar voren gehaald.

Uitgaven

Artikel 17.1 Luchtvaart

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 3,9 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

Geluidsisolatie Schiphol: dit budget wordt met € 0,9 miljoen opgehoogd vanwege werkzaamheden in de sloopzone rondom Schiphol.

Programma Omgeving Luchthaven Schiphol: het budget wordt in 2026 met € 0,7 miljoen verlaagd. De uitvoering van een deel van de geplande werkzaamheden binnen het programma loopt vertraging op doordat nadere uitwerking en mogelijke herziening van onderdelen van de MER nodig is. Hierdoor zullen enkele opdrachten naar verwachting pas in latere jaren worden verstrekt en uitgevoerd. De middelen blijven benodigd voor de verdere uitvoering van het programma. Daarnaast worden deze middelen gereserveerd voor een mogelijke Balanced Approach procedure in het kader van maatregelen voor de nachtsluiting, afhankelijk van toekomstige politieke besluitvorming.

Overige opdrachten:

Het overige opdrachtenbudget is met € 3,9 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

  • Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur: dit betreft een overboeking van € 3,0 miljoen aan het Ministerie van Defensie ten behoeve van SeaSEC projecten, die bijdragen aan de kernactiviteiten van PBNI. Daarnaast wordt het budget met € 1,9 miljoen verhoogd door een overboeking van personele uitgaven, omdat er in plaats van inhuur opdrachten vastgelegd worden en bijdrages verstrekt worden.

  • Het budget is verhoogd door het toevoegen van de prijsbijstelling 2026 van € 3,2 miljoen.

  • Nadeelcompensatie: het opdrachtenbudget wordt in 2026 met € 1,0 miljoen verlaagd doordat de uitvoeringskosten van de nadeelcompensatie wegens de wijze van facturatie geheel in 2027 zullen vallen.

  • Bijdrage aan de ILT: in totaal wordt er € 3,2 miljoen overgeboekt naar artikel 24 (ILT) voor de uitvoering van taken op het gebied van luchtvaart. Dit betreft o.a. een bijdrage voor de implementatie van het EMPIC systeem (€ 1,1 miljoen) en taken voor de Europese kaderverordening voor U-Space (€ 0,8 miljoen).

  • Het overige verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

3.7 Artikel 18 Scheepvaart en Havens

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 18 Scheepvaart en Havens(bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

103.785

4.059

107.844

     
 

Uitgaven

175.231

‒ 50.081

125.150

     

18.1

Scheepvaart en havens

175.231

‒ 50.081

125.150

 

Opdrachten

33.789

‒ 4.944

28.845

 

Topsector Logistiek

9.413

‒ 700

8.713

 

Caribisch Nederland

100

125

225

 

NGF Project - Digitale Infrastructuur Logistiek

10.800

‒ 900

9.900

 

NGF Project - Maritiem Masterplan

150

0

150

 

Zeehavens/Zeevaart

1.871

855

2.726

 

KF: Verduurzaming Zeevaart

190

‒ 75

115

 

KF: Verduurzaming Binnenvaart

177

‒ 33

144

 

CER/NIS2

1.054

‒ 714

340

 

Overige opdrachten

10.034

‒ 3.502

6.532

 

Subsidies (regelingen)

122.646

‒ 37.001

85.645

 

Topsector Logistiek

3.550

0

3.550

 

Walstroom

56.150

‒ 25.238

30.912

 

Subsidie verduurzaming binnenvaartschepen

4.125

‒ 4.125

0

 

NGF Project - Zero-emissie binnenvaart batterij-elektrisch

5.965

‒ 1.798

4.167

 

KF - Walstroom

10.000

0

10.000

 

NGF Project - Maritiem Masterplan

34.432

0

34.432

 

KF - Verduurzaming Binnenvaart

2.440

70

2.510

 

Duurzame Scheepvaart

5.910

‒ 5.910

0

 

Overige subsidies

74

0

74

 

Bijdrage aan agentschappen

8.213

51

8.264

 

Bijdrage aan agentschap RWS

4.722

‒ 81

4.641

 

NGF Project - Maritiem Masterplan RVO

359

0

359

 

Overige bijdragen

3.132

132

3.264

 

Bijdrage aan medeoverheden

8.500

‒ 8.500

0

 

Overige bijdrage aan medeoverheden

8.500

‒ 8.500

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.679

473

2.152

 

CCR/ IMO HGIS

1.173

0

1.173

 

Overige bijdragen

506

473

979

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

404

‒ 160

244

 

Overige

404

‒ 160

244

     
 

Ontvangsten

1.360

3.655

5.015

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget is in 2026 met € 4,1 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de onder uitgaven toegelichte mutaties. Daarnaast, neemt het deel toe door de volgende mutaties:

  • Opdrachten zeehavens (€ 3,8 miljoen): voor het uitvoeren van de verkenning van de NOVEX Rotterdamse haven wordt door IenW en andere departementen budget beschikbaar gesteld. Door de overboeking van de andere departementen neemt verplichtingen budget in 2026 toe met € 2,7 miljoen. Het restant betreft diverse kleine mutaties.

  • Overige opdrachten (€ 17,6 miljoen): om de opdracht voor de Europese verordening European Maritime Single Window environment

    (EMSWe) te kunnen gunnen dit jaar aan Portbase is € 17,5 miljoen verplichtingen ruimte uit latere jaren naar 2026 geschoven.

Uitgaven

Artikel 18.1 Scheepvaart en havens

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is in 2026 met € 4,9 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutatie:

  • Overige opdrachten (- € 3,5 miljoen): dit betreft voornamelijk de Digitale Transport Strategie (DTS). In 2026 wordt er voor DTS € 3,2 miljoen minder gerealiseerd. Dit komt omdat er voor € 1,0 miljoen een opdracht is verleend voor het beheren en realiseren van het «electronic Freight Transport Information (eFTI) Regulation» die later pas tot betaling komt. Daarnaast schuift er € 2,1 miljoen naar 2027 als gevolg van vertraging bij de implementatie van EMSWe, een EU-verordening.

Het verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties

Subsidies

Het subsidiebudget is in 2026 met € 37,0 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

  • Walstroom zeehavens (- € 25,2 miljoen): om de middelen aan te laten sluiten op de prognoses van RVO schuift er € 5,5 miljoen van 2026 naar latere jaren. Daarnaast is er ook onterecht € 0,3 verstrekt. Dit bedrag wordt teruggevorderd en opnieuw aan de regeling wordt toegevoegd.

  • Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds van in totaal € 45 miljoen euro in de jaren 2027-2029, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Dit betreft de overboeking van het aandeel van HXII naar het Mobiliteitsfonds waar de bijdrage integraal wordt gefaciliteerd. Verder wordt er € 20,0 miljoen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds voor de reservering SAF. Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds van in totaal € 45 miljoen euro in de jaren 2027-2029, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Dit betreft de overboeking van het aandeel van HXII naar het Mobiliteitsfonds waar de bijdrage integraal wordt gefaciliteerd.

  • Subsidie verduurzaming binnenvaartschepen (- € 4,1 miljoen): om de middelen aan te laten sluiten op de prognoses schuift er budget door naar latere jaren i.v.m. minder aanvragen.

  • Zero Emission Services (ZES) - batterij elektrisch varen (- € 1,8 miljoen): Er zijn in 2026 minder aanvragen binnengekomen dan verwacht, waardoor de middelen worden toegevoegd aan de openstellingen voor 2027.

  • Duurzame zeevaart (- € 5,9 miljoen): er schuift € 5,9 miljoen uit 2026 naar latere jaren om de middelen aan te sluiten bij de prognoses.

Het verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is in 2026 met € 8,5 miljoen verlaagd. Dit komt met name door de volgende mutatie

  • Overige bijdrage aan medeoverheden (- € 8,5 miljoen): IenW heeft samen met EZK in het najaar van 2025 toegezegd bij te dragen aan het ophogen van de Moerdijkregeling. Uit prognoses blijkt dat er dit en volgend jaar vanuit IenW € 1,4 miljoen nodig is om hier aan bij te dragen en dit wordt dit jaar overgeboekt aan EZ, de overige € 7,1 miljoen schuift door naar 2028.

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget is in 2026 met € 3,7 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutatie:

  • Terugvordering Maritiem Masterplan (€ 3,3 miljoen): Voor de inzet op NGF subsidieregeling Maritiem Masterplan is budget aan RVO ter beschikking gesteld waarvan een deel onterecht verstrekt is en wordt teruggevorderd.

Het verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties.

3.8 Artikel 19 Internationaal Beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 19 Internationaal Beleid (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

10.788

‒ 879

9.909

     
 

Uitgaven

11.797

‒ 879

10.918

     

19.2

Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

11.797

‒ 879

10.918

 

Opdrachten

6.796

‒ 1.079

5.717

 

Uitvoering internationaal HGIS

1.502

‒ 27

1.475

 

Uitvoering niet-HGIS

3.728

‒ 902

2.826

 

Overige opdrachten

1.566

‒ 150

1.416

 

Subsidies (regelingen)

5

0

5

 

Overige subsidies

5

0

5

 

Bijdrage aan agentschappen

3.152

100

3.252

 

Bijdrage aan RWS

692

0

692

 

Bijdrage aan RVO

2.348

100

2.448

 

Bijdrage aan RIVM

112

0

112

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.844

100

1.944

 

Bijdrage HGIS

1.844

‒ 430

1.414

 

Bijdrage niet-HGIS

0

530

530

     
 

Ontvangsten

1.199

223

1.422

     

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

Uitgaven

Artikel 19 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 1,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Uitvoering niet-HGIS: Het opdrachtenbudget is met € 0,9 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

    • Een kasschuif van € 0,5 miljoen vanuit 2026 naar 2027 ten behoeve van de bouw van het bezoekerscentrum Galileo Sensor Station (GSS) op Bonaire. De uitgaven waren voorzien in 2026. Echter trad er vertraging op in de bouw van het bezoekerscentrum doordat het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB) in 2026 de eigen financiering nog niet rond heeft. Vanwege deze reden schuiven de middelen door naar 2027.

    • Een herschikking van € 0,5 miljoen vanuit het opdrachtenbudget naar bijdrage aan (inter-)nationale organisaties ten behoeve van een internationale bijdrage aan onder andere de UNEP voor het Global Framework on Chemicals workprogramme en de The Montevideo Environmental Law Programme.

  • Overige opdrachten: Het opdrachtenbudget is verlaagd met € 0,2 miljoen en wordt met name verklaard door:

    • Een kasschuif van € 0,3 miljoen vanuit 2026 naar 2027 voor de verdere ontwikkeling van het langetermijnbeleid voor milieu en een gezonde, schone en veilige leefomgeving in 2050. Het programma is in 2026 vertraagd. In 2027 wordt er verder gewerkt aan de invulling van het NMP, in 2027 wordt dit programma overgeboekt en verantwoord op artikel 20.

    • Een ophoging van € 0,1 miljoen door een ophoging van het uitgave budget met de te ontvangen middelen van RVO als gevolg van de eindafrekening over 2025. RVO heeft in 2025 minder uitgaven gerealiseerd dan verwacht doordat een evenement met stakeholders in het kader van het programma Interreg is uitgesteld naar 2026. De ontvangen middelen worden ingezet voor de financiering van dit desbetreffende evenement.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

3.9 Artikel 20 Lucht en Geluid

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 20 Lucht en Geluid (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

54.670

396

55.066

     
 

Uitgaven

61.022

67

61.089

     

20.1

Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

61.022

67

61.089

 

Opdrachten

13.921

2.653

16.574

 

Geluid- en luchtsanering

5.294

1.148

6.442

 

Waarvan RWS

257

‒ 49

208

 

Waarvan RIVM

6.873

1.200

8.073

 

Overige opdrachten

1.497

354

1.851

 

Bijdrage aan agentschappen

20.747

‒ 1.529

19.218

 

Bijdrage aan agentschap RWS

4.394

‒ 329

4.065

 

Bijdrage aan agentschap KNMI

35

0

35

 

Bijdrage aan agentschap RVO

1.048

0

1.048

 

Bijdrage aan agentschap RIVM

15.270

‒ 1.200

14.070

 

Bijdrage aan medeoverheden

26.317

‒ 1.020

25.297

 

Uitvoering geluidsanering

24.920

‒ 851

24.069

 

Programma NSL en SLA

1.397

‒ 169

1.228

 

Bekostiging

37

‒ 37

0

 

Overige bekostiging

37

‒ 37

0

     
 

Ontvangsten

1.000

0

1.000

     

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

Uitgaven

Artikel 20.1 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

Opdrachten

De verhoging van het opdrachtenbudget met € 2,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Geluid- en lucht sanering: Het opdrachtenbudget is met € 1,1 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

    • Een herschikking van € 1,1 miljoen vanuit de bijdrage aan medeoverheden naar het opdrachtenbudget voor diverse opdrachten in het kader van het programma lucht gericht op de verbetering van de luchtkwaliteit en het bevorderen van een gezonde leefomgeving.

  • Het opdrachtenbudget van de RIVM: Het opdrachtenbudget is met € 1,2 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

    • Een herschikking vanuit de bijdrage aan agentschappen voor de RIVM naar het opdrachtenbudget van de RIVM voor het programma Duurzame Leefomgeving (DLO). Er worden minder fte's ingezet dan voorzien terwijl de programma uitgaven hoger uitvallen dan op basis van de verstrekte jaaropdracht aan het RIVM verwacht wordt.

  • Overige opdrachten: Het opdrachtenbudget is per saldo met € 0,4 miljoen verhoogd en wordt met name verklaard door:

    • De ontvangen prijsbijstelling bedroeg € 0,6 miljoen over het jaar 2026 op artikel 20.

    • Een kasschuif van 2026 naar 2027 van € 0,4 miljoen als gevolg van vertraging op het programma Duurzame Agro. Meetonderzoeken naar de emissies uit pluimvee- en volière stallen zijn vertraagd doordat gesprekken met de sector nog lopen. Deze voorziene uitgave zullen hierdoor grotendeels in 2027 plaatsvinden.

    • Een overboeking van LVVN naar IenW van € 0,2 miljoen voor een aanvullende opdracht aan het Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) in het kader van het programma Vernieuwing Stalbeoordeling.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

3.10 Artikel 21 Circulaire Economie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 21 Circulaire Economie (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

84.689

‒ 1.806

82.883

     
 

Uitgaven

76.991

‒ 5.542

71.449

     

21.5

Duurzame Productketens

76.991

‒ 5.542

71.449

 

Opdrachten

15.723

‒ 2.503

13.220

 

Uitvoering Duurzame productketens

11.035

333

11.368

 

KF - Circulair doen en gedrag

569

‒ 350

219

 

KF - Biobased bouwen

2.753

‒ 2.553

200

 

Overige opdrachten

1.366

67

1.433

 

Subsidies (regelingen)

26.286

‒ 3.917

22.369

 

Subsidies duurzame productketens

12.488

35

12.523

 

KF - DEI + CE

8.805

‒ 4.433

4.372

 

KF - circulair doen en gedrag

2.610

0

2.610

 

KF - Plastics norm

2.283

0

2.283

 

KF - Biobased Bouwen

100

481

581

 

Bijdrage aan agentschappen

31.576

495

32.071

 

Bijdrage aan RWS

18.474

126

18.600

 

Bijdrage aan RVO

12.278

590

12.868

 

Bijdrage aan RIVM

824

‒ 221

603

 

Bijdrage aan medeoverheden

2.844

340

3.184

 

Caribisch Nederland afvalbeheer

2.844

‒ 2.629

215

 

Overige bijdragen

0

2.969

2.969

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

50

50

 

Overige bijdragen

0

50

50

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

562

‒ 7

555

 

Overige bijdragen

562

‒ 7

555

     
 

Ontvangsten

0

1.626

1.626

     

Verplichtingen

De verplichtingen mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

Uitgaven

Artikel 21.5 Duurzame Productketens

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 2,5 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • KF - Biobased bouwen: Het opdrachtenbudget is met € 2,6 miljoen verlaagd. Dit komt met name door een herschikking van € 2,8 miljoen binnen de klimaatfondsmaatregel Biobased Bouwen naar de bijdrage aan medeoverheden voor de te verstrekken bijdrage aan de gemeente Rotterdam. Vanuit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) wil men de toepassing van Biobased asfalt stimuleren. Dit wil men realiseren via een innovatiepartnerschap, de gemeente Rotterdam zal optreden als lead buyer van de opdrachtgeverscoalitie.

Subsidies

De verlaging van het subsidiebudget met € 3,9 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • KF - DEI + CE: Het subsidiebudget is met € 4,4 miljoen verlaagd.

    • Dit wordt met name verklaard door een kasschuif van € 3,7 miljoen naar 2027, 2028, 2029 en 2030. De kasreeks wordt in lijn gebracht met de gewijzigde meerjarenprognose van RVO voor de subsidieregeling demonstratie en innovatietrajecten circulaire economie.

    • Er wordt € 0,2 miljoen herschikt vanuit het subsidiebudget DEI + CE naar het opdrachtenbudget voor de te verstrekken bijdragen aan de gemeente Rotterdam voor de stimulatie van biobased asfalt vanuit de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB).

  • KF-Biobased bouwen: De overige € 0,5 miljoen wordt binnen het subsidie budget herschikt vanuit KF- DEI + CE naar KF - Biobased bouwen voor de te verstrekken opdracht aan het RVO voor de Innovation Impact Challenge Biobased Geotextielen.

Wettelijke grondslag subsidieverlening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat in het algemeen subsidie wordt verleend op grond van een wettelijk voorschrift. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat één van de uitzonderingen hierop subsidies vormen waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in de regel Verplichtingen dergelijke subsidieverplichtingen voor het jaar 2026 opgenomen. Voor de subsidieverplichtingen die specifiek in onderstaande tabel worden vermeld geldt dat deze begrotingsvermelding de wettelijke grondslag vormt zoals bedoeld in artikel 4.23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.

Tabel 18 Wettelijke grondslagen subsidieverleningen artikel 16

Maximum bedrag

Ontvanger

Toelichting

Artikelonderdeel

€400.000

TKI CLICKNL

Voor de stimulering van circulair ontwerpen door middel van het programma Circonnect

21.05 Duurzame productieketens

€100.000

Stichting Repair Café

Voor de ondersteuning van een betere infrastructuur voor repair.

21.05 Duurzame productieketens

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

3.11 Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

102.196

87.077

189.273

     
 

Uitgaven

93.393

‒ 5.085

88.308

     

22.1

Veiligheid chemische stoffen

31.679

‒ 85

31.594

 

Opdrachten

11.981

‒ 499

11.482

 

KF: NVS

300

‒ 152

148

 

Waarvan RWS

75

0

75

 

Waarvan RIVM

4.599

13

4.612

 

Uitvoering Veiligheid

1.881

‒ 465

1.416

 

Uitvoering stoffen en Milieu & Gezondheid

4.238

51

4.289

 

Overige opdrachten

888

54

942

 

Bijdrage aan agentschappen

19.229

3

19.232

 

Bijdrage aan RWS

4.286

0

4.286

 

Bijdrage aan RIVM

14.669

3

14.672

 

Overige bijdragen

274

0

274

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

360

45

405

 

Overig

360

45

405

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

109

366

475

 

Bijdrage aan CTGB

59

‒ 59

0

 

Overige Bijdragen

50

425

475

22.2

Veiligheid biotechnologie

6.806

0

6.806

 

Opdrachten

1.324

0

1.324

 

Veiligheid Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO)

733

0

733

 

Overige opdrachten

591

0

591

 

Bijdrage aan agentschappen

5.482

0

5.482

 

Bijdrage aan agentschap RIVM

3.492

0

3.492

 

Bijdrage aan COGEM

1.990

0

1.990

22.3

Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

54.908

‒ 5.000

49.908

 

Opdrachten

14.356

‒ 6.000

8.356

 

Omgevingsveiligheid

2.995

‒ 763

2.232

 

Asbest

2.489

0

2.489

 

Waarvan RWS

645

75

720

 

VTH-stelsel

4.614

‒ 4.111

503

 

Waarvan RIVM

0

158

158

 

Overige opdrachten

3.613

‒ 1.359

2.254

 

Subsidies (regelingen)

18.826

0

18.826

 

inrichting & transport

4.346

0

4.346

 

Overige subsidies

14.480

0

14.480

 

Bijdrage aan agentschappen

17.187

819

18.006

 

Bijdrage aan RWS

9.890

0

9.890

 

Bijdrage aan RVO

435

849

1.284

 

Bijdrage aan RIVM

6.832

0

6.832

 

Overige bijdragen

30

‒ 30

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

30

30

 

Overige bijdragen

0

30

30

 

Inkomensoverdrachten

4.539

151

4.690

 

Inkomensoverdrachten mesothelioom

4.539

151

4.690

     
 

Ontvangsten

250

1.000

1.250

     

Verplichtingen

Het verplichtingen budget op artikel 22 is met € 87 miljoen verhoogd. Dit komt met name door een verplichtingenschuif van € 88 miljoen vanuit 2027, 2028, 2029 en 2030 naar 2026 voor de nadeelcompensatie vuurwerkverbod. Met de invoering van de Wet veilige jaarwisseling wordt er een nadeelcompensatieregeling ingesteld voor zowel de detailhandel als importeurs van vuurwerk. Deze compensatieregelingen zullen naar huidige inschatting in 2026 worden opengesteld en verplicht. Het overige verschil wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Uitgaven

Artikel 22.03 Veiligheid bedrijven en transport

Opdrachten

De verlaging van het opdrachtenbudget met € 6,0 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • VTH-stelsel: Het opdrachtenbudget is met € 4,1 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door:

    • Een kasschuif VTH van € 7 miljoen vanuit 2026 naar de jaren 2028, 2029, en 2030 voor de implementatiekosten van omgevingsdiensten voor programma's ten behoeve van de digitalisering VTH. Deze kosten waren voorzien in 2026 maar zijn opgeschoven naar latere jaren doordat er pas gestart kon worden na goedkeuring van het programma in het kernberaad. Deze goedkeuring is medio 2026 gekomen.

    • Het opdrachtenbudget is met € 1,1 miljoen verhoogd na de toebedeling van de te ontvangen prijsbijstelling 2026 op artikel 22.

  • Omgevingsveiligheid: Het opdrachtenbudget is met € 0,8 miljoen verlaagd en wordt met name verklaard door een herschikking van € 0,7 miljoen naar de bijdrage aan RVO voor de uitvoerings- en voorbereidingskosten van de geplande nadeelcompensatie vuurwerkverbod.

De verlaging van de overige € 1,1 miljoen wordt veroorzaakt door diverse kleinere mutaties.

Ontvangsten

De ontvangsten mutaties zijn kleiner dan de gehanteerde norm en worden daarom niet toegelicht (zie leeswijzer).

3.12 Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

85.315

1.794

87.109

     
 

Uitgaven

86.255

1.794

88.049

     

23.1

Meteorologie en seismologie

60.069

1.174

61.243

 

Bijdrage aan agentschappen

55.537

1.174

56.711

 

Waarvan bijdragen aan agentschap KNMI

55.537

1.174

56.711

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

4.532

0

4.532

 

Contributie WMO (HGIS)

970

0

970

 

Contributie ECMWF (HGIS)

3.524

0

3.524

 

Overige bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

38

0

38

23.2

Aardobservatie

26.186

620

26.806

 

Bijdrage aan agentschappen

26.186

620

26.806

 

KNMI: Bijdrage voor Aardobservatie

26.186

620

26.806

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

De mutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

3.13 Artikel 24 Inspectie Leefomgeving en Transport

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 24 Inspectie Leefomgeving en Transport (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

241.921

12.123

254.044

     
 

Uitgaven

244.120

12.123

256.243

     

24.1

Personele uitgaven

218.278

9.338

227.616

 

Personele uitgaven

218.278

9.338

227.616

 

Eigen personeel

198.016

12.338

210.354

 

Externe Inhuur

20.262

‒ 3.000

17.262

24.2

Materiële uitgaven

25.842

2.785

28.627

 

Materiële uitgaven

25.842

2.785

28.627

 

ICT

3.346

3.000

6.346

 

Bijdragen aan SSOs

8.692

1.013

9.705

 

overige materiele uitgaven

13.804

‒ 1.228

12.576

     
 

Ontvangsten

16.678

0

16.678

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 24 is in 2026 met € 12,1 miljoen verhoogd. Dit wordt verklaard door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties en het ophogen van het budget met € 3,0 miljoen voor de vastlegging van een aantal grote licenties.

Uitgaven

Artikel 24.1 Personele uitgaven

Personele uitgaven

Het budget voor personele uitgaven is in 2026 met € 9,3 miljoen verhoogd. Dit komt met name door de volgende mutaties:

  • Eigen personeel: Het uitgavenbudget op eigen personeel is met € 12,3 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door:

    • Een bijdrage van € 4,3 miljoen van artikel 15 Vrachtwagenheffing in het kader van de start van de Vrachtwagenheffing. Per 1 juli 2026 start de Vrachtwagenheffing in Nederland, waarvoor de ILT toezicht zal gaan houden.

    • Een bijdrage van € 3,8 miljoen van artikel 17 Luchtvaart voor de uitvoeringstaken op het gebied van luchtvaart en maritieme zaken. Dit betreft o.a. een bijdrage voor de implementatie van het medisch software- en databasesysteem dat de ILT gebruikt voor het registreren en beheren van vliegmedische gegevens in de Nederlandse luchtvaart en taken voor de Europese kaderverordening voor U-Space.

    • De toevoeging van de loon-en prijsbijstelling voor 2026 van € 2,3 miljoen.

    • Een bijdrage van € 1,9 miljoen van artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid in het kader van de compensatie die betaald wordt aan KIWA voor de niet kostendekkende tarieven voor vergunningverlening. KIWA voert een deel van de vergunningverlenende taken uit, dit wordt verantwoord op artikel 24.

  • Externe inhuur: Het uitgavenbudget op externe inhuur is met € 3,0 miljoen verlaagd op het gebied van ICT-inhuur ten behoeve van de overige materiële uitgaven. Deze materiële uitgaven betreffen ICT- kosten voor het vastleggen van een aantal grote licenties.

Artikel 24.2 Materiële uitgaven

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

3.14 Artikel 25 Brede Doeluitkering

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 25 Brede Doeluitkering (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.104.789

70.565

1.175.354

     
 

Uitgaven

1.361.197

43.991

1.405.188

     

25.1

Brede doeluitkering

1.361.197

43.991

1.405.188

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.361.197

43.991

1.405.188

 

Overige bijdragen

1.361.197

43.991

1.405.188

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget op artikel 25 is in 2026 met € 70,6 miljoen verhoogd. Dit wordt met name verklaard door een verplichtingenschuif van de Grinwismiddelen. Er wordt € 26,6 miljoen aan verplichtingen van 2027 naar 2026 geschoven. In 2027 wordt dit bedrag uitgekeerd via de BDU. Aangezien de verplichting moet worden aangegaan in het jaar voorafgaand aan de uitkering van de BDU, is het verplichtingenbudget al in 2026 nodig.

Uitgaven

Artikel 25.1 Brede doeluitkering

Bijdrage aan medeoverheden

De verhoging van de bijdragen aan medeoverheden met € 44 miljoen wordt veroorzaakt door:

  • Overige bijdragen: Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2026 ter hoogte van € 44 miljoen.

Ontvangsten

Er hebben zich geen ontvangstenmutaties voorgedaan op dit artikel.

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 97 Algemeen Kerndepartement

Tabel 23 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 97 Algemeen Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

248.403

6.944

255.347

     
 

Uitgaven

115.128

16.816

131.944

     

97.1

Algemeen departement

112.150

16.816

128.966

 

Opdrachten

95.987

16.548

112.535

 

van A naar Beter

1.835

30

1.865

 

Externe juridische advisering

2.019

34

2.053

 

Onderzoeken PBL

2.196

2.968

5.164

 

Onderzoeken ANVS

4.609

111

4.720

 

DCC

9.708

734

10.442

 

Regeringsvliegtuig

17.395

371

17.766

 

Overige opdrachten

58.225

12.300

70.525

 

Subsidies (regelingen)

29

0

29

 

Overige subsidies

29

0

29

 

Bijdrage aan agentschappen

16.134

268

16.402

 

Bijdrage aan agentschap RWS

3.559

33

3.592

 

Bijdrage aan agentschap KNMI

3.319

5

3.324

 

Overige bijdragen

9.256

230

9.486

97.3

Testen reizigers

2.978

0

2.978

 

Opdrachten

2.978

0

2.978

 

Testen COVID-19

2.978

0

2.978

     
 

Ontvangsten

1.101

866

1.967

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget van het artikel Algemeen Kerndepartement wordt in 2026 met € 6,9 miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Het verplichtingenbudget wordt met € 3,1 miljoen verhoogd voor het tijdig aangaan van nieuwe contracten binnen het DCC. De hogere verplichting hangt samen met een grotere opdrachtomvang voor de contracten met het RIVM, KWR en Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). Verder wordt het verplichtingenbudget verhoogd met € 2,1 miljoen als gevolg van de bijdrage van LVVN voor het Werkprogramma 2026 en met € 1,6 miljoen vanwege de financiering van het Kennisprogramma Circulaire Economie 2026 door DGMI.

Uitgaven

Artikel 97.01 Algemeen departement

Opdrachten

De verhoging van het opdrachtenbudget met € 16,5 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • Onderzoeken PBL: verhoging van € 3,0 miljoen als gevolg financiering Kennisprogramma Circulaire Economie 2026 door DGMI, een LVVN-bijdrage werkprogramma 2026 aanvullende programma’s evaluaties en lopende WUR-projecten en door bijdragen vanuit de EU door middel van desaldering.

  • Onderzoeken ANVS: Een verhoging van € 0,1 miljoen door uitgekeerde prijsbijstelling.

  • DCC: Een verhoging van € 0,7 miljoen in verband met een bijdrage van het RIVM voor de uitvoering van NAVO-top activiteiten en ontvangen prijsbijstelling.

  • Regeringsvliegtuig: Een verhoging van € 0,4 miljoen in verband met de toegekende prijsbijstelling.

  • Overige opdrachten: Een verhoging van €12,3 miljoen in 2026 voornamelijk vanwege een kasschuif binnen het budget voor verwachte investeringen in roerende zaken.

Bijdrage agentschappen

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Ontvangsten

De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

4.2 Artikel 98 Apparaat Kerndepartement

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 98 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

509.906

3.689

513.595

     
 

Uitgaven

564.281

692

564.973

     

98.1

Personele uitgaven

422.934

‒ 1.019

421.915

 

Personele uitgaven

422.934

‒ 1.019

421.915

 

Eigen personeel

373.963

1.807

375.770

 

Externe inhuur

48.126

‒ 2.826

45.300

 

Overige personele uitgaven

845

0

845

98.2

Materiële uitgaven

141.347

1.711

143.058

 

Materiële uitgaven

141.347

1.711

143.058

 

ICT

46.439

3.035

49.474

 

Bijdrage aan SSO's

61.887

1.921

63.808

 

Overige materiële uitgaven

33.021

‒ 3.245

29.776

     
 

Ontvangsten

4.880

1.000

5.880

     

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget het artikel Apparaat Kerndepartement voor 2026 wordt met € 3,7 miljoen verhoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties.

Het betreft een overboeking van € 1,6 miljoen van artikel 14 naar artikel 98 voor de dekking van de apparaatskosten van DUMO en door een bijdrage van € 1,6 miljoen van Rijkswaterstaat aan het overgedragen budget van het Ministerie van Financiën in verband met de wijziging van het regiotarief van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast betreft het nog enkele kleine mutaties die optellen tot € 0,5 miljoen.

Uitgaven

Artikel 98.01 Personele uitgaven

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Artikel 98.02 Materiële uitgaven

De uitgavenmutaties zijn lager dan voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

Ontvangsten

De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en worden daarom niet toegelicht (zie normering in de leeswijzer).

4.3 Artikel 99 Nog onverdeeld

Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 99 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

106.403

‒ 106.403

0

     
 

Uitgaven

75.938

‒ 75.938

0

     

99.1

Nog Onverdeeld

75.938

‒ 75.938

0

 

Nog te verdelen

75.938

‒ 75.938

0

 

Nog te verdelen

75.938

‒ 75.938

0

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Verplichtingen

Dit betreft met name het verdelen van de ontvangen loon- en prijsbijstelling tranche 2026 naar de verschillende onderdelen van IenW. Daarnaast is met de eerste suppletoire begroting 2026 de eindejaarsmarge opgevraagd, waarbij zowel kas als verplichtingen is opgevraagd. Een groot deel van het verplichtingenbudget wordt nu afgeboekt aangezien de verplichtingen al wel aangegaan waren in afgelopen jaren.

Uitgaven

Artikel 99.1 Nog Onverdeeld

Nog te verdelen

Dit betreft het verdelen van de ontvangen loon- en prijsbijstelling tranche 2026 naar de verschillende artikelen van IenW.

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Rijkswaterstaat

Tabel 26 Exploitatieoverzicht agentschap Rijkswaterstaat Suppletoire begroting september 2026 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1)+(2)

Baten

   

Baten als tegenprestatie voor levering van input

4.751.750

96.872

4.848.622

waarvan bijdrage aan apparaat (interne kosten)

1.751.303

41.642

1.792.945

waarvan bijdrage aan exploitatie en onderhoud

2.884.524

45.064

2.929.588

waarvan bijdrage aan te verlenen diensten

115.923

10.166

126.089

Baten uit reeds ontvangen bijdragen voor levering van input

156.792

36.097

192.889

waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

37.062

17.972

55.034

waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten

119.730

18.125

137.855

Rentebaten

23.475

1.741

25.216

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

1.500

0

1.500

Totaal baten

4.933.517

134.710

5.068.227

    

Lasten

   

Apparaatskosten

1.764.347

48.105

1.812.452

- Personele kosten

1.365.400

53.849

1.419.249

waarvan eigen personeel

1.241.793

51.701

1.293.494

waarvan inhuur externen

72.000

0

72.000

waarvan overige personele kosten

51.607

2.148

53.755

- Materiele kosten

398.947

‒ 5.744

393.203

waarvan apparaat ICT

70.947

‒ 957

69.990

waarvan bijdrage aan SSO's

87.000

1.864

88.864

waarvan overige materiele kosten

241.000

‒ 6.651

234.349

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

3.174.653

89.291

3.263.944

Rentelasten

3.374

47

3.421

Afschrijvingskosten

21.179

0

21.179

- Materieel

21.084

0

21.084

waarvan apparaat ICT

5.583

0

5.583

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

15.501

0

15.501

- Immaterieel

95

0

95

Overige lasten

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

4.963.553

137.443

5.100.996

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 30.036

‒ 2.733

‒ 32.769

Agentschapsdeel Vpb-lasten

1.300

2.973

4.273

Saldo van baten en lasten

‒ 31.336

‒ 5.706

‒ 37.042

Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij

9.412

0

9.412

Te verdelen resultaat

‒ 40.748

‒ 5.706

‒ 46.454

Toelichting

Baten

Baten als tegenprestatie voor levering van input

Bijdrage aan apparaat

De bijdrage aan apparaat dient ter dekking van de interne kosten van RWS (apparaatskosten inclusief rente- en afschrijvingskosten) die verband houden met exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en beleidsondersteuning en –advisering (BOA).

De hogere bijdrage aan apparaat ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026 (€ 41,6 miljoen) is met name veroorzaakt door:

  • Loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 17,4 miljoen);

  • Verambtelijking (het omzetten van inhuur op programma (niet kerntaken) in eigen personeel) als gevolg van uitvoering van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) (€ 11,2 miljoen);

  • Baten uit vastgoed Ingebruikgeving gronden (IGG) (€ 8,9 miljoen), deze komen voort uit het gebruik van areaal door derden, zoals benzinestations en wegrestaurants;

  • Het saldo van mutaties < € 5 miljoen (€ 4,1 miljoen).

Bijdrage aan exploitatie en onderhoud

De bijdragen aan exploitatie en onderhoud dient ter dekking van de externe kosten die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) voor exploitatie en onderhoud.

De hogere bijdrage aan exploitatie en onderhoud ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026 ad. € 45,1 miljoen is met name veroorzaakt door:

  • Ontvangen prijsbijstelling 2026 (€ 55,7 miljoen);

  • Verambtelijking (het omzetten van inhuur op programma (niet kerntaken) in eigen personeel) als gevolg van uitvoering van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) (€ -7,6 miljoen);

  • Het saldo van mutaties < € 5 miljoen (€ -3 miljoen).

Bijdrage aan te verlenen diensten

De bijdragen aan te verlenen diensten dient ter dekking van de externe kosten in het kader van planning en studies, Caribisch Nederland, Werken voor en met Partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. 

De hogere bijdrage aan te verlenen diensten ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026 ad. € 10,2 miljoen is met name veroorzaakt door:

  • Aanvullende programmamiddelen voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2026 voor de water en bodemopgaven. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling) (€ 6,1 miljoen).

  • Het saldo van mutaties < € 5 miljoen (€ 4,1 miljoen)

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

Onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN). De huidige prognose geeft het beeld dat RWS meer opdrachten in de markt kan zetten dan het aan baten ontvangt. De geraamde afname bedraagt € 55 miljoen. Dit is een verdere afname van € 18 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026.

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten

Onder dit saldo vallen de baten en lasten in het kader van planstudies, Caribisch Nederland, werken voor en met partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. De huidige prognose geeft het beeld dat uitvoering van de verkregen opdrachten sneller uitvoert ten opzichte van de verwachting bij het opstellen van de 1e suppletoire begroting 2026. De geraamde afname over 2026 bedraagt € 137,9 miljoen. Dit is een verdere afname van € 18,1 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026.

Rentebaten

Voor 2026 zijn de verwachte rentebaten hoger dan waarvan bij 1e suppletoire begroting 2026 is uitgegaan (€ 1,7 miljoen). Dit is het gevolg van aanpassing van het rentepercentage.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de kosten van ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken. Ten opzichte van de 1e suppletoire begroting zijn de personele kosten inclusief overige personele kosten toegenomen (€ 53,8 miljoen). Deze toename komt met name door afspraken in de CAO Rijk 2026. In deze CAO is een loonstijging van 2,7% per 1 juli afgesproken, een eenmalige uitkering in augustus, waarvan de hoogte afhankelijk is van de salarisschaal en een verhoging van de hoge reiskostenvergoeding van 21 naar 23 eurocent per kilometer met ingang van 1 juli tot en met het einde van de looptijd CAO Rijk 2026 (€ 32,3 miljoen). Als gevolg van de cao-afspraken is de reservering van het tot en met 2025 opgebouwde verlofsaldo ook te indexeren. Dit zorgt voor een verwachte extra last aan personele kosten (€ 6,6 miljoen). De personele kosten nemen ook toe als gevolg van verambtelijking (het omzetten van inhuur op programma (niet kerntaken) in eigen personeel) als gevolg van uitvoering van de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) (€ 7,6 miljoen). Het restant betreft mutaties kleiner dan € 5 miljoen (€ 7,3 miljoen).

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit de kosten voor apparaat gebonden ICT-middelen, de bijdrage aan SSO’s die bedrijfsvoeringsdiensten leveren en overige materiële kosten.

De verwachte materiële kosten voor 2026 zijn lager dan ingeschat bij 1e suppletoire begroting 2026 (€ -5,7 miljoen), door verwachte lagere realisatie van kosten als gevolg van het doorvoeren van noodzakelijke besparingen om weer een gezonde organisatie te worden. De lagere realisatie wordt met name verwacht op de ICT uitgaven (€ -1 miljoen) en overige materiële kosten (€ -6,7 miljoen).

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Voor 2026 verwacht RWS een hogere realisatie ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026 (€ 89,3 miljoen). In 2025 is de productie op stoom gekomen en heeft RWS meer gerealiseerd dan aan bijdrage aan exploitatie en onderhoud en bijdrage aan te verlenen diensten is ontvangen. Dit zet ook door in 2026. De hogere realisatie vindt financiële dekking uit de balanspost Saldo Op Ontvangen Bijdragen. Het doel van deze balanspost is het opvangen van fluctuaties in de productie.

Agentschapsdeel VpB-lasten

De hogere VpB-lasten ten opzichte van de 1e suppletoire begroting zijn het gevolg van hogere verwachte energieopbrengsten uit het windmolenpark Maasvlakte II. Voor het opbrengstendeel waarvoor Rijkswaterstaat wordt aangemerkt als ondernemer leidt dit tot een hogere last aan Vennootschapsbelasting.

Te verdelen resultaat

In vergelijking met de 1e suppletoire begroting 2026 valt het resultaat meer negatief uit (€ -5,7 miljoen) waardoor het geprognosticeerde resultaat voor 2026 uitkomt op € -46,5 miljoen.. Deze afname met € 5,7 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Toename van de geprognosticeerde personele kosten met per saldo € 23,9 miljoen. De onder «Personele kosten» genoemde kosten (€ 53,9 miljoen), worden deels gedekt uit aanvullende baten door omzetting wet DBA (€ -11,2 miljoen), ontvangen Loonbijstelling (€ -10,4 miljoen) Ingebruikgeving gronden (€ -8,9 miljoen) en mutaties < € 5 miljoen (€ 0,5 miljoen).

  • Afname van de geprognosticeerde materiële kosten met per saldo € -18,2 miljoen. De onder «Materiële kosten» genoemde afname (€ -5,7 miljoen), aangevuld met baten door Prijsbijstelling (€ -7 miljoen) en mutaties < € 5 miljoen (€ -5,5 miljoen).

Tabel 27 Kasstroomoverzicht agentschap Rijkswaterstaat Suppletoire begroting september 2026 (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2026

1.333.174

 

1.333.174

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

4.776.725

98.613

4.875.338

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 4.943.674

‒ 140.416

‒ 5.084.090

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 166.949

‒ 41.803

‒ 208.752

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 70.116

0

‒ 70.116

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

 

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 70.116

0

‒ 70.116

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 18.403

0

‒ 18.403

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

66.610

0

66.610

4.

Totaal financieringskasstroom

48.207

0

48.207

5.

Rekening courant RHB 31 december 2026 (=1+2+3+4)

1.144.316

‒ 41.803

1.102.513

Toelichting

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering.

De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026 (€ 98,6 miljoen) worden met name veroorzaakt door de hogere bijdragen aan apparaat, exploitatie en onderhoud en te verlenen diensten. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Baten als tegenprestatie voor levering van input».

De hogere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2026 € 140,4 miljoen worden met name veroorzaakt door de hogere personele kosten en kosten uitbesteed werk en andere externe kosten. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Apparaatskosten» en «Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten».

5.2 Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

Tabel 28 Exploitatieoverzicht agentschap KNMI Suppletoire begroting september 2026 (bedragen x € 1.000)
 

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Baten

   

Omzet

134.799

161

134.960

waarvan omzet moederdepartement

81.703

156

81.859

waarvan omzet overige departementen

32.817

5

32.822

waarvan omzet derden

20.279

0

20.279

Rentebaten

400

0

400

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

135.199

161

135.360

   

0

Lasten

  

0

Apparaatskosten

109.400

1.538

110.938

- Personele kosten

62.130

1.225

63.355

waarvan eigen personeel

60.207

1.224

61.431

waarvan inhuur externen

1.924

0

1.924

waarvan overige personele kosten

0

0

0

- Materiele kosten

47.269

314

47.583

waarvan apparaat ICT

19.017

1

19.018

waarvan bijdrage aan SSO's

2.725

0

2.725

waarvan overige materiele kosten

25.526

314

25.840

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

25.761

0

25.761

Rentelasten

150

21

171

Afschrijvingskosten

2.061

0

2.061

- Materieel

1.969

0

1.969

waarvan apparaat ICT

97

0

97

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

1.872

0

1.872

- Immaterieel

92

0

92

Overige lasten

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

137.372

1.559

138.931

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 2.174

‒ 1.397

‒ 3.571

Agentschapsdeel Vpb-lasten

80

0

80

Saldo van baten en lasten

‒ 2.254

‒ 1.397

‒ 3.651

Toelichting

Baten

Bijdrage basis

Geen bijzonderheden.

Bijdrage maatwerk

Geen bijzonderheden.

Bijdrage subsidies

Geen bijzonderheden.

Rentebaten

Geen bijzonderheden.

Lasten

Personele kosten

De kosten voor eigen personeel zijn hoger uitgevallen door de CAO Rijk 2026 en de daaruit volgende loonstijging van 2,7% en een eenmalige uitkering van € 1.000 ‒ 1.400 per werknemer. In totaal stijgen de kosten per saldo met € 1,2 miljoen.

Materiële kosten

De overige materiele kosten zijn gestegen met € 0,3 miljoen door een intensivering op diverse projecten.

Afschrijvingskosten

Geen bijzonderheden.

Overige lasten

Geen bijzonderheden.

Resultaat

Het begrote negatieve resultaat is toegenomen van € 2,3 miljoen naar € 3,7 miljoen. Dit wordt voornamelijk verklaard door de nieuwe CAO Rijk 2026.

Tabel 29 Kasstroomoverzicht agentschap KNMI Suppletoire begroting september 2026 (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties Suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2025

23.687

1

23.688

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

10.164

‒ 819

9.345

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 2.254

‒ 1.397

‒ 3.651

2.

Totaal operationele kasstroom

7.910

‒ 2.216

5.694

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 6.170

‒ 400

‒ 6.570

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 6.170

‒ 400

‒ 6.570

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 1.612

‒ 1

‒ 1.613

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.120

2

4.122

4.

Totaal financieringskasstroom

2.508

1

2.509

5.

Rekening courant RHB 31 december 2025 (=1+2+3+4)

27.935

‒ 2.614

25.321

Toelichting

Rekening-courant RHB 1 januari 2026

Geen bijzonderheden.

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering. De ontvangsten bij de operationele kasstroom dalen vooral door een afname van vooruitontvangsten bedragen van diverse projecten (€ 0,8 miljoen). De uitgaven bij de operationele kasstroom dalen vanwege het hogere negatieve resultaat (€ 1,4 miljoen).      

Investeringskasstroom

Door de intensiveringen bij de uitvoering van projecten zijn de verwachte investeringsuitgaven hoger dan begroot.                                                    

Financieringskasstroom

Geen bijzonderheden.

Licence