XIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
2. de begrotingsstaat inzake het agentschap NVWA van dit ministerie;
3. de begrotingsstaat voor het begrotingsfonds Diergezondheidsfonds.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.Van Essen
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 en < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
2 Beleid
2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Uitgaven 2026 | ||
|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2026 | 4.263.755 | |
Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 4.029.902 | |
Belangrijkste suppletoire mutaties | Artikelnummer | |
1) Kasschuif Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) | 21 | ‒ 180.749 |
2) Kasschuif Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) | 21 | ‒ 81.200 |
3) Kasschuif projecten mestbeleid | 21 | ‒ 55.521 |
4) Compensatie Ecoregeling | 21 | ‒ 50.000 |
5) Decentrale uitkeringen provincies | 22 | ‒ 41.665 |
6) Kasschuif Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp) | 21 | ‒ 38.650 |
7) Kasschuif SWiG-regeling | 21 | ‒ 35.454 |
8) Overige mutaties | ‒ 194.770 | |
Stand suppletoire begroting september 2026 | 3.351.893 |
Ontvangsten 2026 | ||
|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2026 | 104.163 | |
Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 219.596 | |
Belangrijkste suppletoire mutaties | Artikelnummer | |
1) Terugontvangsten Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG) | 21 | 9.430 |
2) Overige mutaties | 1.594 | |
Stand suppletoire begroting september 2026 | 230.620 |
Toelichting
Uitgaven
Kasschuif Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem)
Er wordt € 180,7 mln. voor de Sem doorgeschoven naar 2029. Vanwege relatief weinig inschrijvingen tot nu toe, wordt de openstellingsperiode van deze regeling verlengd zodat boeren het nieuwe stikstofpakket kunnen meewegen in hun beslissing om deel te nemen.
Kasschuif Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)
Er wordt € 81,2 mln. doorgeschoven voor de Lbv-plus zodat er voldoende middelen in 2027, 2028 en 2029 beschikbaar zijn om de aangegane verplichtingen te kunnen voldoen. Ondernemers vragen veelal later dan verwacht hun tweede deelbetaling aan waardoor deze pas later in de tijd kan worden uitbetaald door de RVO.
Kasschuif projecten mestbeleid
Er vindt een kasschuif plaats van € 55,5 mln. voor projecten mestbeleid. Het betreft onder andere middelen voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn dat is vertraagd (van 1-1-2026 naar 1-7-2027). Omdat mestbeleid wordt gefinancierd op basis van actieprogramma's en de huidige middelen ter beschikking zijn gesteld tot en met 2029, worden deze middelen doorgeschoven naar 2030 en 2031.
Compensatie Eco-regeling
Er wordt € 50,0 mln. overgeboekt naar het Provinciefonds om de provincies te compenseren voor budget dat vanuit een provinciale Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) regeling (te weten het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer) naar een landelijke GLB regeling (de Eco-regeling) is verschoven.
Decentrale uitkeringen provincies
Vanaf het opdrachtenbudget Natuur en biodiversiteit op land worden verschillende decentrale uitkeringen (DU's) naar het Provinciefonds overgemaakt van in totaal € 41,7 mln. Het betreft DU's voor:
– Natuurbeheer (€ 16,0 mln.) in verband met sterk gestegen kosten van het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL).
– Bosrevitaliseringsmaatregelen (€ 8,0 mln.) voor het revitaliseren van bossen in Nederland die onder druk staan door droogte en verzuring.
– Intensivering aanpak invasieve exoten (€ 7,9 mln.) waaronder de aanpak van invasieve waterplanten.
– Natuurbrandpreventie en -mitigatie (€ 5,2 mln) voor maatregelen die bijdragen aan het voorkomen en beperken van natuurbranden.
– Uitvoering van de Landelijke Agenda Wolf (€ 3,2 mln.).
– Vismigratierivier Kornwerderzand (€ 1,2 mln.).
Kasschuif Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp)
Er wordt € 38,7 mln. doorgeschoven naar latere jaren voor de Lvvp. Deze regeling staat open tot eind 2027. Door uitdagingen in de uitvoering van de Lvvp zijn er in 2026 minder beschikkingen afgegeven dan voorheen voorzien. Verwacht wordt dat dit in de loop van het jaar verbetert. Het grootste deel van de beschikkingen zal naar verwachting echter in 2027 en 2028 worden afgegeven.
Kasschuif SWiG-regeling
Voor de regeling Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG) wordt € 35,5 mln. doorgeschoven naar latere jaren. De warmte-infrastructuurprojecten hebben te maken met lange voorbereidingstijden en vertragingen, onder andere veroorzaakt door de afhankelijkheid van warmtebronnen, door vergunningsprocessen en door onzekerheid over mogelijke beprijzing van de glastuinbouw. Daardoor zijn nieuwe aanvragen vertraagd. Het openstellingsbudget voor 2026 is voor ruim de helft benut en de verwachting is dat aanvragen doorschuiven naar latere jaren.
Ontvangsten
Terugontvangsten Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG)
Er wordt € 9,4 mln. terugontvangen van een eerdere openstelling van de SWiG-regeling. De kasuitgaven van de SWIG wordt gelijkelijk opgehoogd.
3 Beleidsartikelen
3.1 Artikel 21: Land- en tuinbouw
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.466.888 | ‒ 824.574 | 642.314 |
Uitgaven | 1.480.113 | ‒ 502.803 | 977.310 | |
21.1 | Agrarisch ondernemerschap | 227.813 | ‒ 45.047 | 182.766 |
Subsidies (regelingen) | 123.757 | ‒ 35.701 | 88.056 | |
Verdienvermogen | 123.757 | ‒ 35.701 | 88.056 | |
Garanties | 1.805 | 0 | 1.805 | |
Verliesdeclaraties borgstellingskrediet | 1.805 | 0 | 1.805 | |
(Schade)vergoeding | 8.506 | ‒ 4.000 | 4.506 | |
PAS-melders | 8.506 | ‒ 4.000 | 4.506 | |
Opdrachten | 6.172 | ‒ 2.400 | 3.772 | |
Verdienvermogen | 6.172 | ‒ 2.400 | 3.772 | |
Bijdrage aan agentschappen | 34.046 | ‒ 2.946 | 31.100 | |
Rijksvastgoedbedrijf t.b.v. Nationale Grondbank | 34.046 | ‒ 2.946 | 31.100 | |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 53.527 | 0 | 53.527 | |
Storting begrotingsreserve apurement | 52.500 | 0 | 52.500 | |
Storting begrotingsreserve borgstellingskrediet | 1.027 | 0 | 1.027 | |
21.2 | Agroketens | 1.103.787 | ‒ 396.579 | 707.208 |
Subsidies (regelingen) | 1.012.067 | ‒ 371.544 | 640.523 | |
Veehouderij en dierlijke ketens | 30.499 | ‒ 1.274 | 29.225 | |
Glastuinbouw | 99.777 | ‒ 44.922 | 54.855 | |
Plantaardige ketens | 26.608 | ‒ 14.354 | 12.254 | |
Vrijwillige beëindiging, verplaatsing en extensivering | 838.183 | ‒ 300.599 | 537.584 | |
Doelsturing | 17.000 | ‒ 10.395 | 6.605 | |
Leningen | 63.112 | ‒ 15.000 | 48.112 | |
Investeringsfonds Duurzame Landbouw | 40.000 | 0 | 40.000 | |
Overige leningen | 23.112 | ‒ 15.000 | 8.112 | |
Opdrachten | 11.018 | ‒ 9.410 | 1.608 | |
Plantaardige ketens | 1.500 | 0 | 1.500 | |
Doelsturing | 9.518 | ‒ 9.410 | 108 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 16.543 | 422 | 16.965 | |
College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden | 4.941 | 64 | 5.005 | |
Raad voor de Plantenrassen | 1.174 | 26 | 1.200 | |
Keuringsdiensten | 10.428 | 332 | 10.760 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 1.047 | ‒ 1.047 | 0 | |
Specifieke uitkeringen | 1.047 | ‒ 1.047 | 0 | |
21.3 | Mestbeleid | 74.945 | ‒ 57.113 | 17.832 |
Subsidies (regelingen) | 74.945 | ‒ 57.113 | 17.832 | |
Aanpak mestmarkt | 74.945 | ‒ 57.113 | 17.832 | |
21.4 | Diergezondheid en dierenwelzijn | 48.470 | ‒ 2.459 | 46.011 |
Subsidies (regelingen) | 5.592 | 2.646 | 8.238 | |
Dierenwelzijn | 5.592 | 2.646 | 8.238 | |
Opdrachten | 29.134 | ‒ 5.148 | 23.986 | |
Diergezondheid | 7.549 | ‒ 1.263 | 6.286 | |
Dierenwelzijn | 21.585 | ‒ 3.885 | 17.700 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 2.554 | 43 | 2.597 | |
Centrale Commissie Dierproeven | 2.554 | 43 | 2.597 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 11.190 | 0 | 11.190 | |
Diergezondheidsfonds | 11.190 | 0 | 11.190 | |
21.5 | Voedselbeleid | 25.098 | ‒ 1.605 | 23.493 |
Subsidies (regelingen) | 7.015 | ‒ 111 | 6.904 | |
Integraal voedselbeleid | 7.015 | ‒ 111 | 6.904 | |
Opdrachten | 6.767 | ‒ 394 | 6.373 | |
Integraal voedselbeleid | 6.767 | ‒ 394 | 6.373 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 11.316 | ‒ 1.100 | 10.216 | |
FAO en overige contributies | 11.316 | ‒ 1.100 | 10.216 | |
Ontvangsten | 59.680 | 11.724 | 71.404 | |
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Ontvangsten | 59.680 | 11.724 | 71.404 |
21.1 | Agrarisch ondernemerschap | 39.758 | 794 | 40.552 |
Ontvangsten | 39.758 | 794 | 40.552 | |
Ontvangsten ZBO's/RWT's | 2.300 | 0 | 2.300 | |
Provisies borgstellingskrediet | 1.800 | 0 | 1.800 | |
Onttrekking begrotingsreserve borgstellingskrediet | 25.000 | 0 | 25.000 | |
Onttrekking begrotingsreserve landbouw | 0 | 700 | 700 | |
Verkoop gronden Nationale Grondbank | 5.000 | 94 | 5.094 | |
Overige ontvangsten | 5.658 | 0 | 5.658 | |
21.2 | Agroketens | 513 | 10.930 | 11.443 |
Ontvangsten | 513 | 10.930 | 11.443 | |
Terugontvangen subsidievoorschotten | 0 | 10.930 | 10.930 | |
Overige ontvangsten | 513 | 0 | 513 | |
21.3 | Mestbeleid | 6.709 | 0 | 6.709 |
Ontvangsten | 6.709 | 0 | 6.709 | |
Monitoring en handhaving mestbeleid | 6.709 | 0 | 6.709 | |
21.4 | Diergezondheid en dierenwelzijn | 12.700 | 0 | 12.700 |
Ontvangsten | 12.700 | 0 | 12.700 | |
Identificatie en Registratie | 6.300 | 0 | 6.300 | |
Ontvangsten ZBO's/RWT's | 500 | 0 | 500 | |
Overige ontvangsten | 5.900 | 0 | 5.900 |
Toelichting
Veplichtingen
Het verplichtingenbudget neemt af met € 824,6 mln. Het grootste deel van de verplichtingenmutaties is gelijk aan de kasmutaties die onder Uitgaven worden toegelicht. De grootste verplichtingenmutaties (die tevens groter zijn dan de bijbehorende kasmutaties) betreffen:
– de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem). Voor de Sem wordt € 584,3 mln. aan verplichtingenbudget doorgeschoven naar 2027. Gedurende de eerste weken van de openstelling zijn nog relatief weinig inschrijvingen ontvangen. De openstellingsperiode wordt verlengd zodat boeren ook het nieuwe stikstofpakket kunnen meewegen in hun beslissing al dan niet in te schrijven voor de Sem. Na de subsidiebeschikking ontvangen deelnemers drie jaar lang een subsidiebedrag. Het totaal aan kasuitgaven dat wordt doorgeschoven is daarom aanzienlijk kleiner dan de verplichtingenschuif.
– de regeling Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG). Voor de SWiG wordt € 48,0 mln. aan verplichtingenruimte doorgeschoven naar latere jaren. Het openstellingsbudget voor 2026 is voor ruim de helft benut en de verwachting is dat aanvragen doorschuiven naar latere jaren.
– de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr). Voor de Vbr wordt € 20,0 mln. aan verplichtingenruimte doorgeschoven naar 2027. De openstelling van de regeling is later dan voorzien. Verwacht wordt dat de eerste subsidiebeschikkingen begin 2027 zullen worden afgegeven.
Uitgaven
21.1 Agrarisch Ondernemerschap
Subsidies
Verdienvermogen
Het subsidiebudget voor Verdienvermogen wordt met € 35,7 mln. verlaagd. Dit is de som van enkele verhogingen en verlagingen. De twee grootste onderliggende mutaties worden hier toegelicht.
– Er wordt € 50,0 mln. overgeboekt naar het Provinciefonds om de provincies te compenseren voor budget dat vanuit een provinciale Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) regeling (te weten het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer) naar een landelijke GLB regeling (de Eco-regeling) is verschoven.
– Er wordt daarnaast € 15,0 mln. toegevoegd voor de Subsidieregeling Emissieloze Landbouwwerktuigen (SEL) omdat deze regeling ruim is overtekend. Dit bedrag is reeds bij Nota van Wijziging op de 1e suppletoire begroting aan de begroting toegevoegd en wordt hierbij op het juiste instrument geplaatst.
21.2 Agroketens
Subsidies
Glastuinbouw
Het subsidiebudget voor Glastuinbouw wordt verlaagd met € 44,9 mln. Het betreft voornamelijk kasschuiven waarvan de grootste twee hieronder worden toegelicht.
– Voor de regeling Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG) wordt € 35,5 mln. doorgeschoven naar latere jaren. De warmte-infrastructuurprojecten hebben te maken met lange voorbereidingstijden en vertragingen, onder andere veroorzaakt door de afhankelijkheid van warmtebronnen, door vergunningsprocessen en door onzekerheid over mogelijke beprijzing van de glastuinbouw. Daardoor zijn nieuwe aanvragen vertraagd. Het openstellingsbudget voor 2026 is voor ruim de helft benut en de verwachting is dat aanvragen doorschuiven naar latere jaren. Daarnaast wordt € 9,4 mln. aan de regeling toegevoegd. Het betreft terugontvangsten uit eerdere jaren.
– Voor de EG-regeling wordt € 21,4 mln. doorgeschoven naar latere jaren. Door de vertraagde openstelling van de vernieuwde EG regeling worden minder kasuitgaven verwacht in 2026. Tevens wordt na een aantal jaren met hoge uitputting nu een aantal jaren met gelijkmatiger uitputting verwacht. Veel technieken waarvoor de regeling gebruikt kan worden, zijn inmiddels breed in de sector geïmplementeerd.
Plantaardige ketens
Het subsidiebudget voor Plantaardige ketens wordt verlaagd met € 14,4 mln. De grootste mutaties betreffen het doorschuiven naar latere jaren van € 7,4 mln. voor de regeling Vergroten afzet van biologische landbouwproducten (Vabiola) en het doorschuiven van € 5,2 mln. voor plantgezondheid en het vergroten van het aanbod aan duurzamere gewasbeschermingsmiddelen. Deze mutaties worden hieronder verder toegelicht.
– De regeling Vabiola wordt in totaal vier keer opengesteld (2026-2029). Bij de eerste openstelling in 2026 bleek de regeling al snel en ruimschoots overtekend. Naar aanleiding van het amendement Bromet en Grinwis (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 29) is het plafond voor de eerste openstelling verhoogd met € 8,0 mln tot € 11,7 mln. Deze kasschuif zet het budget voor de vier openstellingen plus de ophoging in het juiste ritme.
– Er wordt € 3,0 mln. voor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) op verzoek van het Ctgb in een ander kasritme geplaatst. Het betreft middelen bedoeld voor de uitvoering van het amendement lid Podt en lid Bromet (TK 36800-XIV-21) dat beoogt om met extra middelen voor menskracht bij het Ctgb de beschikbaarheid van biologische gewasbeschermingsmiddelen te versnellen en te vergroten. Voor de uitvoering van het praktijkprogramma plantgezondheid door LTO naar aanleiding van het amendement Flach (TK 36800-XIV-22) wordt € 2,2 mln. doorgeschoven in verband met onvoldoende personele capaciteit bij LTO in 2026.
Vrijwillige beëindiging, verplaatsing en extensivering
Het subsidiebudget voor Vrijwillige beëindiging, verplaatsing en extensivering wordt verlaagd met € 300,6 mln. Het betreft drie grote kasschuiven op de volgende regelingen: Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem), de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) en de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp).
– Er wordt € 180,7 mln. voor de Sem doorgeschoven naar 2029. De openstellingsperiode van deze regeling is verlengd zodat boeren het nieuwe stikstofpakket kunnen meewegen in hun beslissing om deel te nemen.
– Er wordt € 81,2 mln. doorgeschoven voor de Lbv-plus zodat er voldoende middelen in 2027, 2028 en 2029 beschikbaar zijn om de aangegane verplichtingen te kunnen voldoen. Ondernemers vragen veelal later dan verwacht hun tweede deelbetaling aan waardoor deze pas later in de tijd kan worden uitbetaald door de RVO.
– Er wordt € 38,7 mln. doorgeschoven voor de Lvvp. Deze regeling staat open tot eind 2027. Door uitdagingen in de uitvoering van de Lvvp zijn er in 2026 minder beschikkingen afgegeven dan voorheen voorzien, verwacht wordt dat dit in de loop van het jaar verbetert. Het grootste deel van de beschikkingen zal naar verwachting echter in 2027 en 2028 worden afgegeven.
Doelsturing
Het subsidiebudget voor Doelsturing wordt verlaagd met € 10,4 mln. Vanwege uitstel van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is het ingroeipad doelsturing waterkwaliteit vertraagd, waardoor niet alle middelen in 2026 worden uitgegeven en € 7,5 mln. wordt doorgeschoven naar 2030. Pas na vaststelling van het 8e actieprogramma kan doelsturing waterkwaliteit volledig in de sector worden doorgevoerd. In 2026 is sprake van een aanloopperiode waarbij op grote schaal wordt gestart met metingen (conform motie Grinwis c.s., TK 33 037 nr. 631). Daarnaast wordt door bestuurlijke vertraging € 2,5 mln. van de voor doelsturing gereserveerde middelen niet meer uitgegeven.
Leningen
Overige leningen
Het budget onder Overige leningen wordt verlaagd met € 15,0 mln. Het betreft budget voor de ophoging van de SEL dat wordt overgeheveld naar het juiste instrument (zie de toelichting hierboven onder 21.1 Agrarisch Ondernemerschap, subsidiebudget Verdienvermogen).
21.3 Mestbeleid
Subsidies
Aanpak mestmarkt
Het subsidiebudget Aanpak mestmarkt wordt met € 57,1 mln. verlaagd. De belangrijkste onderliggende mutatie betreft een kasschuif van € 55,5 mln. voor projecten mestbeleid. Het betreft onder andere middelen (€ 28,5 mln). voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn dat is vertraagd (van 1-1-2026 naar 1-7-2027). Omdat mestbeleid wordt gefinancierd op basis van actieprogramma's en de huidige middelen ter beschikking zijn gesteld tot en met 2029, worden deze middelen doorgeschoven naar 2030 en 2031. Verder betreft de kasschuif middelen voor RENURE (€ 12,5 mln.) en mestvergisting (€ 11 mln.). Het grootste deel van deze middelen is toegevoegd bij 1e suppletoire begroting en de Nota van Wijziging hierop. Met de recente toelating van RENURE en de beschikbare extra middelen zal zowel de productie van RENURE-producten als mestvergisting verder worden gestimuleerd. Hiervoor worden momenteel regelingen uitgewerkt. Gezien de doorlooptijd van dit proces zullen de middelen pas vanaf 2027 uitgegeven worden.
Ontvangsten
21.2 Agroketens
Terugontvangen subsidievoorschotten
Het ontvangstenbudget onder Agroketens wordt opgehoogd met € 10,9 mln. Het betreft € 9,4 mln. terugontvangsten van een eerdere openstelling van de SWiG-regeling en € 1,5 mln. terugontvangsten van een eerdere openstelling van de EG-regeling. Voor beide regelingen worden de kasuitgaven gelijkelijk opgehoogd.
3.2 Artikel 22: Natuur, visserij en landelijk gebied
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.150.815 | ‒ 105.582 | 1.045.233 |
Uitgaven | 1.069.576 | ‒ 99.347 | 970.229 | |
22.1 | Natuur en biodiversiteit | 444.681 | ‒ 54.255 | 390.426 |
Subsidies (regelingen) | 163.331 | ‒ 18.432 | 144.899 | |
Natuur en biodiversiteit op land | 157.674 | ‒ 18.027 | 139.647 | |
Natuur en biodiversiteit grote wateren | 300 | 0 | 300 | |
Natuur en maatschappij | 4.596 | ‒ 418 | 4.178 | |
Kroondomeinen | 761 | 13 | 774 | |
Leningen | 19.755 | 0 | 19.755 | |
Nationaal Groenfonds | 19.755 | 0 | 19.755 | |
Opdrachten | 105.433 | ‒ 21.590 | 83.843 | |
Natuur en biodiversiteit op land | 68.100 | ‒ 11.638 | 56.462 | |
Natuur en biodiversiteit grote wateren | 30.683 | ‒ 11.409 | 19.274 | |
Natuur en maatschappij | 4.240 | ‒ 1.448 | 2.792 | |
Internationale samenwerking | 2.410 | 2.905 | 5.315 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 35.609 | 820 | 36.429 | |
Staatsbosbeheer | 35.609 | 820 | 36.429 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 118.139 | ‒ 15.053 | 103.086 | |
Caribisch Nederland | 8.349 | ‒ 53 | 8.296 | |
Specifieke uitkeringen | 109.790 | ‒ 15.000 | 94.790 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 2.414 | 0 | 2.414 | |
Internationale samenwerking | 2.414 | 0 | 2.414 | |
22.2 | Visserij | 85.439 | ‒ 27.748 | 57.691 |
Subsidies (regelingen) | 56.374 | ‒ 25.166 | 31.208 | |
Duurzame visserij | 53.675 | ‒ 25.278 | 28.397 | |
Europese fondsen visserij | 2.699 | 112 | 2.811 | |
Opdrachten | 15.296 | ‒ 2.933 | 12.363 | |
Duurzame visserij | 15.296 | ‒ 2.933 | 12.363 | |
Bijdrage aan agentschappen | 13.769 | 351 | 14.120 | |
Rijkswaterstaat | 13.769 | 351 | 14.120 | |
22.3 | Landelijk gebied | 539.456 | ‒ 17.344 | 522.112 |
Subsidies (regelingen) | 14.346 | ‒ 8.497 | 5.849 | |
Toekomst landelijk gebied | 14.346 | ‒ 8.497 | 5.849 | |
Opdrachten | 22.885 | ‒ 9.810 | 13.075 | |
Toekomst landelijk gebied | 22.885 | ‒ 9.810 | 13.075 | |
Bijdrage aan agentschappen | 0 | 514 | 514 | |
Overige agentschappen | 0 | 514 | 514 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 1.949 | 1.949 | |
Diverse ZBO's | 0 | 1.949 | 1.949 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 502.225 | ‒ 1.500 | 500.725 | |
Specifieke uitkeringen | 502.225 | ‒ 1.500 | 500.725 | |
Ontvangsten | 85.727 | ‒ 700 | 85.027 | |
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Ontvangsten | 85.727 | ‒ 700 | 85.027 |
22.1 | Natuur en biodiversiteit | 71.204 | 0 | 71.204 |
Ontvangsten | 71.204 | 0 | 71.204 | |
Landinrichtingsrente | 18.197 | 0 | 18.197 | |
Overige ontvangsten natuur | 53.007 | 0 | 53.007 | |
22.2 | Visserij | 12.956 | ‒ 700 | 12.256 |
Ontvangsten | 12.956 | ‒ 700 | 12.256 | |
Internationale ontvangsten | 7.296 | 0 | 7.296 | |
Overige ontvangsten visserij | 3.960 | 0 | 3.960 | |
Onttrekking begrotingsreserve visserij | 1.700 | ‒ 700 | 1.000 | |
22.3 | Landelijk gebied | 1.567 | 0 | 1.567 |
Ontvangsten | 1.567 | 0 | 1.567 | |
Diverse ontvangsten | 1.567 | 0 | 1.567 |
Toelichting
Veplichtingen
De meeste verplichtingenmutaties zijn gelijk aan de kasmutaties zoals hieronder toegelicht. Voor enkele mutaties geldt een afwijkend verplichtingenbudget, de grootste hiervan worden hieronder toegelicht:
– Er vindt herverdeling plaats van de middelen voor Sociaal-Economische Begeleiding (SEB). Er wordt een verplichtingenbudget van € 8,5 mln. naar latere jaren geschoven naast € 5,5 mln. aan kasuitgaven. Dit is nodig vanwege enkele wijzigingen in de organisatie en vormgeving van deze regeling. Eind 2026 zal er een subsidieregeling komen in plaats van individuele subsidiebeschikkingen. De eerste projecten onder de subsidieregeling zullen in 2027 beginnen.
– Er wordt € 7,0 mln. aan verplichtingenruimte (naast € 1,5 mln. aan kasuitgaven) overgeboekt naar artikel 23. Het betreft een bijdrage aan het meerjarige project Meetnetwerk Food Valley.
Uitgaven
22.1 Natuur en biodiversiteit
Subsidies
Natuur en biodiversiteit op land
Het subsidiebudget voor Natuur en biodiversiteit op land wordt verlaagd met € 18,0 mln. Het betreft de som van meerdere kleine mutaties waarvan de grootste drie hieronder worden toegelicht.
– Er wordt € 6,2 mln. investeringsmiddelen voor Agrarisch natuurbeheer (ANB) overgeheveld naar het Provinciefonds ten behoeve van de provincies Drenthe, Limburg, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland in reactie op hun aanvraag voor de septembercirculaire.
– Er wordt € 3,8 mln. aan middelen voor de Natuurherstelverordening (NHV) doorgeschoven naar 2027. Verschillende benodigde onderzoeken door externe partijen waaronder de PBL evaluatie van het natuurplan, zijn vertraagd of kunnen pas later worden opgeleverd.
– Er wordt € 2,8 mln. aan ANB-middelen overgeheveld naar het Provinciefonds voor de uitvoering van het ANB door de provincies en BIJ12 conform de contourenbrief Agrarisch natuurbeheer (Kamerstuk 33576/402). Met deze middelen worden provincies in staat gesteld de stapsgewijze uitbreiding van Agrarisch natuurbeheer voor te bereiden.
Opdrachten
Natuur en biodiversiteit op land
Het opdrachtenbudget voor Natuur en biodiversiteit op land wordt verlaagd met € 11,6 mln. Dit is het resultaat van diverse verhogingen en verlagingen. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:
– Er wordt € 16,0 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds zodat provincies de hogere kosten voor het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer kunnen opvangen. De kosten voor het natuurbeheer zijn sterk gestegen doordat de zogenaamde standaard kostprijzen (SKP's) voor goed en passend natuurbeheer eind 2025 verhoogd zijn. Provincies zijn geconfronteerd met een een tekort aan middelen. Natuurbeheer is een provinciale en dus decentrale verantwoordelijkheid, maar het Rijk is systeemverantwoordelijk.
– Er wordt € 16,0 mln. van 2027 naar 2026 geschoven voor een tweede tranche middelen voor de gestegen kosten van natuurbeheer.
– Er wordt € 15,0 mln. budget toegevoegd aan het opdrachtenbudget. Het betreft een technische correctie zodat een eerdere mutatie op de juiste plek op de begroting verantwoord wordt.
– Er wordt € 8,0 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor bosrevitaliseringsmaatregelen. De vitaliteit van bossen in Nederland staat onder druk door droogte en verzuring. In het kader van de bossenstrategie werken Rijk en provincies samen aan het revitaliseren van bos.
– Er wordt € 7,9 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor de intensivering van de aanpak van invasieve exoten. De maatregelen betreffen de aanpak van invasieve waterplanten (€ 6,5 mln.), intensief beheer van de grensstreek tegen nieuwe instroom van de wasbeer (€ 1,2 mln.) en een landelijke exotenapp en centrale database (€ 0,5 mln.). Deze maatregelen zijn op hoofdlijnen beschreven in het Interprovinciaal ambitiedocument invasieve uitheemse soorten dat onderdeel uitmaakt van het landelijk aanvalsplan invasieve exoten.
– Er wordt € 5,2 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor natuurbrandpreventie en -mitigatie. LVVN heeft besloten de provincies financieel te ondersteunen, zodat zij samen met natuurbeheerders maatregelen kunnen nemen die bijdragen aan het voorkomen en beperken van natuurbranden.
– Er wordt € 3,2 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor de uitvoering van de Landelijke Agenda Wolf. De middelen worden ingezet om een landelijk informatiepunt te onderhouden, een deskundigenteam op te richten en om initiatief ten behoeve van wolfwerende rasters mogelijk te maken.
Natuur en biodiversiteit grote wateren
Het opdrachtenbudget Natuur en biodiversiteit grote wateren wordt met € 11,4 mln. verlaagd. De grootste onderliggende mutatie betreft het doorschuiven van €10,0 mln. voor Natuurcompensatie Voordelta naar 2028. Uitblijven van een definitief besluit door de Europese Commissie over de natuurcompensatie maakt dat er in 2026 geen uitgaven gedaan zullen worden voor daaraan gekoppeld flankerend beleid.
Bijdragen aan medeoverheden
Specifieke uitkeringen
Het budget voor Specifieke uitkeringen wordt met € 15,0 mln. verlaagd. Het betreft een technische correctie zodat een eerdere mutatie op de juiste plek op de begroting verantwoord wordt.
22.2 Visserij
Subsidies
Duurzame visserij
Het subsidiebudget voor duurzame visserij wordt verlaagd met in totaal € 25,2 mln. De belangrijkste onderliggende mutatie betreft het doorschuiven van € 23,5 mln. voor een energie-efficiëntieregeling voor de visserij- en schelpdiersector naar latere jaren, hoofdzakelijk naar 2027. De regeling zal in Q3 2026 opengesteld worden maar een groot deel van de middelen zal niet meer in 2026 worden uitbetaald.
3.3 Artikel 23: Kennis en innovatie
Budgettaire gevolgen van beleid
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 437.676 | 20.111 | 457.787 |
Uitgaven | 411.571 | ‒ 12.208 | 399.363 | |
23.0 | Kennis en innovatie | 411.571 | ‒ 12.208 | 399.363 |
Subsidies (regelingen) | 233.592 | ‒ 16.209 | 217.383 | |
Beleidsondersteunend onderzoek (Wageningen Research) | 60.895 | 4.642 | 65.537 | |
Missiegedreven kennis- en innovatiebeleid (Wageningen Research) | 53.836 | ‒ 1.460 | 52.376 | |
Kennis- en innovatieketen | 50.315 | ‒ 6.952 | 43.363 | |
Onderwijs en educatie | 9.852 | 0 | 9.852 | |
Nationaal Groeifonds | 58.694 | ‒ 12.439 | 46.255 | |
Opdrachten | 15.168 | ‒ 1.712 | 13.456 | |
Kennis- en innovatieketen | 4.117 | ‒ 1.978 | 2.139 | |
Programmering RIVM | 11.051 | 266 | 11.317 | |
Bijdrage aan agentschappen | 25.523 | 578 | 26.101 | |
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | 25.523 | 578 | 26.101 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 137.288 | 5.135 | 142.423 | |
Wageningen Research | 137.288 | 5.135 | 142.423 | |
Ontvangsten | 10.539 | 0 | 10.539 | |
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget neemt toe met € 20,1 mln. Dit is de som van diverse ophogingen en verlagingen. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:
– Voor het Nationaal Groeifonds Project (NGF) Re-Ge-NL wordt € 17,6 mln. doorgeschoven naar latere jaren. Dit hangt samen met de dit jaar gepubliceerde subsidieregeling voor deelnemende boeren. Met name bij deelnemende bedrijven zijn er onzekerheden in de (planning van de) projectuitvoering en daarom worden subsidiebeschikkingen voor deze bedrijven door de RVO in kleinere porties uitgegeven.
– Er wordt € 16,0 mln. aan verplichtingenruimte toegevoegd in 2026 voor Experimenteerlocaties vanuit latere jaren. Het betreft een correctie van de mutatie die bij 1e suppletoire begroting is uitgevoerd. Hiermee wordt voldoende verplichtingenruimte in 2026 gecreëerd voor de 2e openstelling van de Nationale Regeling Experimenteerlocaties.
– De verplichtingenruimte voor Wettelijke Onderzoekstaken Wageningen Research (WR) wordt opgehoogd met € 13,0 mln. vanuit latere jaren. Er worden nieuwe wettelijke onderzoekstaken aangegaan vanaf 2027. Het huidige verplichtingenbudget is niet toereikend om de WR-beschikking 2027 voor wettelijke onderzoekstaken aan te gaan.
– Vanaf artikel 22 wordt € 7,0 mln. verplichtingenruimte toegevoegd voor Meetnetwerk Food Valley.
Uitgaven
23.0 Kennis en innovatie
Subsidies
Kennis- en innovatieketen
Het subsidiebudget voor Kennis- en innovatieketen wordt met € 7,0 mln. verlaagd. Het betreft een som van diverse verhogingen en verlagingen. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:
– Er wordt er € 5,2 mln. toegevoegd vanuit robotiserings- en digitaliseringsbudgetten aan het RVO instrument Transitie Landbouw Digitalisering om zo extra projecten te kunnen bekostigen binnen de succesvolle tweede openstelling.
– Er wordt € 3,8 mln. naar latere jaren geschoven voor experimenteerlocaties. Hiermee wordt het kasritme gelijkgetrokken conform bevoorschottingsritme subsidieregeling experimenteerlocaties (SREL).
– Er wordt € 2,8 mln. voor meten en berekenen doorgeschoven naar 2027 en 2028. De meetnetwerken in Foodvalley gaan vertraagd van start. Middelen zijn eerst ingezet zijn voor andere projecten die betrekking hebben op regionale monitoring. Daarnaast is er vertraging in de uitvoering van onderzoeksprojecten Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) als gevolg van onvoldoende onderzoekscapaciteit.
Nationaal Groeifonds
Het subsidiebudget voor Nationaal Groeifonds wordt verlaagd met € 12,4 mln. De belangrijkste onderliggende mutatie betreft het doorschuiven van € 13,0 mln. voor Holomicrobioom naar 2030 en 2031. Het project is later van start gegaan en loopt daarom door in 2031, de middelen worden nu anders verdeeld over de projectjaren.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Wageningen Research
De bijdrage aan Wageningen Research wordt verhoogd met € 5,1 mln. Het betreft hoofdzakelijk de toevoeging van € 4,8 mln. aan loon- en prijsbijstellingsmiddelen voor 2026.
3.4 Artikel 24: Uitvoering en toezicht
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 724.347 | 5.110 | 729.457 |
Uitgaven | 724.347 | 5.110 | 729.457 | |
24.0 | Uitvoering en toezicht | 724.347 | 5.110 | 729.457 |
Bijdrage aan agentschappen | 724.347 | 5.110 | 729.457 | |
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 367.981 | 10.110 | 378.091 | |
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | 334.650 | ‒ 5.000 | 329.650 | |
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland t.b.v. attachénetwerk | 21.716 | 0 | 21.716 | |
Ontvangsten | 56.124 | 0 | 56.124 | |
Toelichting
Verplichtingen
De mutaties voor het verplichtingenbudget zijn gelijk aan de uitgavenmutaties die hieronder worden toegelicht.
Uitgaven
24.0 Uitvoering en toezicht
Bijdrage aan agentschappen
Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA)
De bijdrage aan de NVWA wordt verhoogd met € 10,1 mln. Het betreft hoofdzakelijk € 8,1 mln. aan loon- en prijsbijstellingsmiddelen voor 2026
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
De bijdrage aan RVO wordt verlaagd met € 5,0 mln. Het betreft uitvoeringskosten voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn die worden doorgeschoven naar 2027.
4 Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 50: Apparaat Kerndepartement
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 280.299 | ‒ 9.432 | 270.867 |
Uitgaven | 280.299 | ‒ 9.432 | 270.867 | |
50.0 | Apparaat | 280.299 | ‒ 9.432 | 270.867 |
Personele uitgaven | 224.709 | ‒ 8.677 | 216.032 | |
Eigen personeel | 210.855 | ‒ 10.607 | 200.248 | |
Externe inhuur | 11.405 | 1.930 | 13.335 | |
Overige personele uitgaven | 2.449 | 0 | 2.449 | |
Materiële uitgaven | 55.590 | ‒ 755 | 54.835 | |
Bijdrage aan SSO's (exclusief DICTU) | 6.755 | 0 | 6.755 | |
DICTU | 24.947 | 0 | 24.947 | |
Overige materiële uitgaven | 23.888 | ‒ 755 | 23.133 | |
Ontvangsten | 7.526 | 0 | 7.526 | |
Toelichting
Verplichtingen
De mutaties voor het verplichtingenbudget zijn gelijk aan de uitgavenmutaties die hieronder worden toegelicht.
Uitgaven
50.0 Apparaat
Personele uitgaven
Eigen personeel
Het budget voor eigen personeel neemt af met € 10,0 mln. Er is besloten om het programma Fusion Cloud stop te zetten. Dit leidt tot kosten voor de afkoop van licenties en voor ureninzet om het lopende project af te wikkelen en te heroriënteren op een nieuw systeem. De verwachting is dat deze kosten in 2027 gaan vallen, het hiervoor gereserveerde bedrag wordt daarom doorgeschoven naar 2027.
4.2 Artikel 51: Nog onverdeeld
Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1) | Mutaties suppletoire begroting september (2) | Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 63.996 | ‒ 59.329 | 4.667 |
Uitgaven | 63.996 | ‒ 59.329 | 4.667 | |
51.0 | Nog onverdeeld | 63.996 | ‒ 59.329 | 4.667 |
Nog onverdeeld | 63.996 | ‒ 59.329 | 4.667 | |
Prijsbijstelling | 20.681 | ‒ 20.681 | 0 | |
Loonbijstelling | 19.748 | ‒ 19.748 | 0 | |
Nog te verdelen | 23.567 | ‒ 18.900 | 4.667 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting
Artikel 51 is een technisch artikel dat vooral wordt gebruikt om loon- en prijsbijstelling door te verdelen. Dit wordt deels ingezet om budgetten op de LVVN-begroting in 2027 te indexeren (circa € 20 mln.). Daarnaast wordt een deel van de loon- en prijsbijstelling omgebogen ter dekking van onderwerpen zoals een waarschuwingssysteem voor natuurbranden en natuur in Caribisch Nederland. Tot slot wordt loon- en prijsbijstelling omgebogen ter dekking van het apparaatsbudget in 2031 (€ 27 mln.)
5 Agentschappen
5.1 Agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
De mutaties bij het agentschap Nederlands Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn kleiner dan 5% van de oorspronkelijk vastgestelde begroting en de cumulatieve mutaties zijn kleiner dan € 20 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Daarom is conform Rijksbegrotingsvoorschriften geen exploitatie- en kasstroomoverzicht opgenomen.
6 Begrotingsfonds
6.1 Diergezondheidsfonds
De mutaties bij het Diergezondheidsfonds zijn technisch van aard en van zo geringe omvang dat deze conform Rijksbegrotingsvoorschriften niet hoeven te worden toegelicht.