Base description which applies to whole site

XIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

  • 2. de begrotingsstaat inzake het agentschap NVWA van dit ministerie;

  • 3. de begrotingsstaat voor het begrotingsfonds Diergezondheidsfonds.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J.Van Essen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 en < 1000

5

10

=> 1000

10

20

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 2 Overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (suppletoire begroting september) (bedragen x € 1.000)
  

Uitgaven 2026

Vastgestelde begroting 2026

 

4.263.755

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

4.029.902

Belangrijkste suppletoire mutaties

Artikelnummer

 

1) Kasschuif Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem)

21

‒ 180.749

2) Kasschuif Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)

21

‒ 81.200

3) Kasschuif projecten mestbeleid

21

‒ 55.521

4) Compensatie Ecoregeling

21

‒ 50.000

5) Decentrale uitkeringen provincies

22

‒ 41.665

6) Kasschuif Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp)

21

‒ 38.650

7) Kasschuif SWiG-regeling

21

‒ 35.454

8) Overige mutaties

 

‒ 194.770

Stand suppletoire begroting september 2026

 

3.351.893

Tabel 3 Overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (suppletoire begroting september) (bedragen x € 1.000)
  

Ontvangsten 2026

Vastgestelde begroting 2026

 

104.163

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

219.596

Belangrijkste suppletoire mutaties

Artikelnummer

 

1) Terugontvangsten Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG)

21

9.430

2) Overige mutaties

 

1.594

Stand suppletoire begroting september 2026

 

230.620

Toelichting

Uitgaven

Kasschuif Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem)

Er wordt € 180,7 mln. voor de Sem doorgeschoven naar 2029. Vanwege relatief weinig inschrijvingen tot nu toe, wordt de openstellingsperiode van deze regeling verlengd zodat boeren het nieuwe stikstofpakket kunnen meewegen in hun beslissing om deel te nemen.

Kasschuif Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus)

Er wordt € 81,2 mln. doorgeschoven voor de Lbv-plus zodat er voldoende middelen in 2027, 2028 en 2029 beschikbaar zijn om de aangegane verplichtingen te kunnen voldoen. Ondernemers vragen veelal later dan verwacht hun tweede deelbetaling aan waardoor deze pas later in de tijd kan worden uitbetaald door de RVO.

Kasschuif projecten mestbeleid

Er vindt een kasschuif plaats van € 55,5 mln. voor projecten mestbeleid. Het betreft onder andere middelen voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn dat is vertraagd (van 1-1-2026 naar 1-7-2027). Omdat mestbeleid wordt gefinancierd op basis van actieprogramma's en de huidige middelen ter beschikking zijn gesteld tot en met 2029, worden deze middelen doorgeschoven naar 2030 en 2031.

Compensatie Eco-regeling

Er wordt € 50,0 mln. overgeboekt naar het Provinciefonds om de provincies te compenseren voor budget dat vanuit een provinciale Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) regeling (te weten het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer) naar een landelijke GLB regeling (de Eco-regeling) is verschoven.

Decentrale uitkeringen provincies

Vanaf het opdrachtenbudget Natuur en biodiversiteit op land worden verschillende decentrale uitkeringen (DU's) naar het Provinciefonds overgemaakt van in totaal € 41,7 mln. Het betreft DU's voor:

  • Natuurbeheer (€ 16,0 mln.) in verband met sterk gestegen kosten van het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL).

  • Bosrevitaliseringsmaatregelen (€ 8,0 mln.) voor het revitaliseren van bossen in Nederland die onder druk staan door droogte en verzuring.

  • Intensivering aanpak invasieve exoten (€ 7,9 mln.) waaronder de aanpak van invasieve waterplanten.

  • Natuurbrandpreventie en -mitigatie (€ 5,2 mln) voor maatregelen die bijdragen aan het voorkomen en beperken van natuurbranden.

  • Uitvoering van de Landelijke Agenda Wolf (€ 3,2 mln.).

  • Vismigratierivier Kornwerderzand (€ 1,2 mln.).

Kasschuif Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp)

Er wordt € 38,7 mln. doorgeschoven naar latere jaren voor de Lvvp. Deze regeling staat open tot eind 2027. Door uitdagingen in de uitvoering van de Lvvp zijn er in 2026 minder beschikkingen afgegeven dan voorheen voorzien. Verwacht wordt dat dit in de loop van het jaar verbetert. Het grootste deel van de beschikkingen zal naar verwachting echter in 2027 en 2028 worden afgegeven.

Kasschuif SWiG-regeling

Voor de regeling Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG) wordt € 35,5 mln. doorgeschoven naar latere jaren. De warmte-infrastructuurprojecten hebben te maken met lange voorbereidingstijden en vertragingen, onder andere veroorzaakt door de afhankelijkheid van warmtebronnen, door vergunningsprocessen en door onzekerheid over mogelijke beprijzing van de glastuinbouw. Daardoor zijn nieuwe aanvragen vertraagd. Het openstellingsbudget voor 2026 is voor ruim de helft benut en de verwachting is dat aanvragen doorschuiven naar latere jaren.

Ontvangsten

Terugontvangsten Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG)

Er wordt € 9,4 mln. terugontvangen van een eerdere openstelling van de SWiG-regeling. De kasuitgaven van de SWIG wordt gelijkelijk opgehoogd.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 21: Land- en tuinbouw

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 21 Land- en tuinbouw (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.466.888

‒ 824.574

642.314

     
 

Uitgaven

1.480.113

‒ 502.803

977.310

     

21.1

Agrarisch ondernemerschap

227.813

‒ 45.047

182.766

 

Subsidies (regelingen)

123.757

‒ 35.701

88.056

 

Verdienvermogen

123.757

‒ 35.701

88.056

 

Garanties

1.805

0

1.805

 

Verliesdeclaraties borgstellingskrediet

1.805

0

1.805

 

(Schade)vergoeding

8.506

‒ 4.000

4.506

 

PAS-melders

8.506

‒ 4.000

4.506

 

Opdrachten

6.172

‒ 2.400

3.772

 

Verdienvermogen

6.172

‒ 2.400

3.772

 

Bijdrage aan agentschappen

34.046

‒ 2.946

31.100

 

Rijksvastgoedbedrijf t.b.v. Nationale Grondbank

34.046

‒ 2.946

31.100

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

53.527

0

53.527

 

Storting begrotingsreserve apurement

52.500

0

52.500

 

Storting begrotingsreserve borgstellingskrediet

1.027

0

1.027

21.2

Agroketens

1.103.787

‒ 396.579

707.208

 

Subsidies (regelingen)

1.012.067

‒ 371.544

640.523

 

Veehouderij en dierlijke ketens

30.499

‒ 1.274

29.225

 

Glastuinbouw

99.777

‒ 44.922

54.855

 

Plantaardige ketens

26.608

‒ 14.354

12.254

 

Vrijwillige beëindiging, verplaatsing en extensivering

838.183

‒ 300.599

537.584

 

Doelsturing

17.000

‒ 10.395

6.605

 

Leningen

63.112

‒ 15.000

48.112

 

Investeringsfonds Duurzame Landbouw

40.000

0

40.000

 

Overige leningen

23.112

‒ 15.000

8.112

 

Opdrachten

11.018

‒ 9.410

1.608

 

Plantaardige ketens

1.500

0

1.500

 

Doelsturing

9.518

‒ 9.410

108

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

16.543

422

16.965

 

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

4.941

64

5.005

 

Raad voor de Plantenrassen

1.174

26

1.200

 

Keuringsdiensten

10.428

332

10.760

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.047

‒ 1.047

0

 

Specifieke uitkeringen

1.047

‒ 1.047

0

21.3

Mestbeleid

74.945

‒ 57.113

17.832

 

Subsidies (regelingen)

74.945

‒ 57.113

17.832

 

Aanpak mestmarkt

74.945

‒ 57.113

17.832

21.4

Diergezondheid en dierenwelzijn

48.470

‒ 2.459

46.011

 

Subsidies (regelingen)

5.592

2.646

8.238

 

Dierenwelzijn

5.592

2.646

8.238

 

Opdrachten

29.134

‒ 5.148

23.986

 

Diergezondheid

7.549

‒ 1.263

6.286

 

Dierenwelzijn

21.585

‒ 3.885

17.700

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.554

43

2.597

 

Centrale Commissie Dierproeven

2.554

43

2.597

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

11.190

0

11.190

 

Diergezondheidsfonds

11.190

0

11.190

21.5

Voedselbeleid

25.098

‒ 1.605

23.493

 

Subsidies (regelingen)

7.015

‒ 111

6.904

 

Integraal voedselbeleid

7.015

‒ 111

6.904

 

Opdrachten

6.767

‒ 394

6.373

 

Integraal voedselbeleid

6.767

‒ 394

6.373

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

11.316

‒ 1.100

10.216

 

FAO en overige contributies

11.316

‒ 1.100

10.216

     
 

Ontvangsten

59.680

11.724

71.404

     
Tabel 5 Uitsplitsing ontvangsten artikel 21 Land- en tuinbouw (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Ontvangsten

59.680

11.724

71.404

     

21.1

Agrarisch ondernemerschap

39.758

794

40.552

 

Ontvangsten

39.758

794

40.552

 

Ontvangsten ZBO's/RWT's

2.300

0

2.300

 

Provisies borgstellingskrediet

1.800

0

1.800

 

Onttrekking begrotingsreserve borgstellingskrediet

25.000

0

25.000

 

Onttrekking begrotingsreserve landbouw

0

700

700

 

Verkoop gronden Nationale Grondbank

5.000

94

5.094

 

Overige ontvangsten

5.658

0

5.658

21.2

Agroketens

513

10.930

11.443

 

Ontvangsten

513

10.930

11.443

 

Terugontvangen subsidievoorschotten

0

10.930

10.930

 

Overige ontvangsten

513

0

513

21.3

Mestbeleid

6.709

0

6.709

 

Ontvangsten

6.709

0

6.709

 

Monitoring en handhaving mestbeleid

6.709

0

6.709

21.4

Diergezondheid en dierenwelzijn

12.700

0

12.700

 

Ontvangsten

12.700

0

12.700

 

Identificatie en Registratie

6.300

0

6.300

 

Ontvangsten ZBO's/RWT's

500

0

500

 

Overige ontvangsten

5.900

0

5.900

Toelichting

Veplichtingen

Het verplichtingenbudget neemt af met € 824,6 mln. Het grootste deel van de verplichtingenmutaties is gelijk aan de kasmutaties die onder Uitgaven worden toegelicht. De grootste verplichtingenmutaties (die tevens groter zijn dan de bijbehorende kasmutaties) betreffen:

  • de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem). Voor de Sem wordt € 584,3 mln. aan verplichtingenbudget doorgeschoven naar 2027. Gedurende de eerste weken van de openstelling zijn nog relatief weinig inschrijvingen ontvangen. De openstellingsperiode wordt verlengd zodat boeren ook het nieuwe stikstofpakket kunnen meewegen in hun beslissing al dan niet in te schrijven voor de Sem. Na de subsidiebeschikking ontvangen deelnemers drie jaar lang een subsidiebedrag. Het totaal aan kasuitgaven dat wordt doorgeschoven is daarom aanzienlijk kleiner dan de verplichtingenschuif.

  • de regeling Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG). Voor de SWiG wordt € 48,0 mln. aan verplichtingenruimte doorgeschoven naar latere jaren. Het openstellingsbudget voor 2026 is voor ruim de helft benut en de verwachting is dat aanvragen doorschuiven naar latere jaren.

  • de Landelijke vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr). Voor de Vbr wordt € 20,0 mln. aan verplichtingenruimte doorgeschoven naar 2027. De openstelling van de regeling is later dan voorzien. Verwacht wordt dat de eerste subsidiebeschikkingen begin 2027 zullen worden afgegeven.

Uitgaven

21.1 Agrarisch Ondernemerschap

Subsidies

Verdienvermogen

Het subsidiebudget voor Verdienvermogen wordt met € 35,7 mln. verlaagd. Dit is de som van enkele verhogingen en verlagingen. De twee grootste onderliggende mutaties worden hier toegelicht.

  • Er wordt € 50,0 mln. overgeboekt naar het Provinciefonds om de provincies te compenseren voor budget dat vanuit een provinciale Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) regeling (te weten het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer) naar een landelijke GLB regeling (de Eco-regeling) is verschoven.

  • Er wordt daarnaast € 15,0 mln. toegevoegd voor de Subsidieregeling Emissieloze Landbouwwerktuigen (SEL) omdat deze regeling ruim is overtekend. Dit bedrag is reeds bij Nota van Wijziging op de 1e suppletoire begroting aan de begroting toegevoegd en wordt hierbij op het juiste instrument geplaatst.

21.2 Agroketens

Subsidies

Glastuinbouw

Het subsidiebudget voor Glastuinbouw wordt verlaagd met € 44,9 mln. Het betreft voornamelijk kasschuiven waarvan de grootste twee hieronder worden toegelicht.

  • Voor de regeling Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG) wordt € 35,5 mln. doorgeschoven naar latere jaren. De warmte-infrastructuurprojecten hebben te maken met lange voorbereidingstijden en vertragingen, onder andere veroorzaakt door de afhankelijkheid van warmtebronnen, door vergunningsprocessen en door onzekerheid over mogelijke beprijzing van de glastuinbouw. Daardoor zijn nieuwe aanvragen vertraagd. Het openstellingsbudget voor 2026 is voor ruim de helft benut en de verwachting is dat aanvragen doorschuiven naar latere jaren. Daarnaast wordt € 9,4 mln. aan de regeling toegevoegd. Het betreft terugontvangsten uit eerdere jaren.

  • Voor de EG-regeling wordt € 21,4 mln. doorgeschoven naar latere jaren. Door de vertraagde openstelling van de vernieuwde EG regeling worden minder kasuitgaven verwacht in 2026. Tevens wordt na een aantal jaren met hoge uitputting nu een aantal jaren met gelijkmatiger uitputting verwacht. Veel technieken waarvoor de regeling gebruikt kan worden, zijn inmiddels breed in de sector geïmplementeerd.

Plantaardige ketens

Het subsidiebudget voor Plantaardige ketens wordt verlaagd met € 14,4 mln. De grootste mutaties betreffen het doorschuiven naar latere jaren van € 7,4 mln. voor de regeling Vergroten afzet van biologische landbouwproducten (Vabiola) en het doorschuiven van € 5,2 mln. voor plantgezondheid en het vergroten van het aanbod aan duurzamere gewasbeschermingsmiddelen. Deze mutaties worden hieronder verder toegelicht.

  • De regeling Vabiola wordt in totaal vier keer opengesteld (2026-2029). Bij de eerste openstelling in 2026 bleek de regeling al snel en ruimschoots overtekend. Naar aanleiding van het amendement Bromet en Grinwis (Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 29) is het plafond voor de eerste openstelling verhoogd met € 8,0 mln tot € 11,7 mln. Deze kasschuif zet het budget voor de vier openstellingen plus de ophoging in het juiste ritme.

  • Er wordt € 3,0 mln. voor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) op verzoek van het Ctgb in een ander kasritme geplaatst. Het betreft middelen bedoeld voor de uitvoering van het amendement lid Podt en lid Bromet (TK 36800-XIV-21) dat beoogt om met extra middelen voor menskracht bij het Ctgb de beschikbaarheid van biologische gewasbeschermingsmiddelen te versnellen en te vergroten. Voor de uitvoering van het praktijkprogramma plantgezondheid door LTO naar aanleiding van het amendement Flach (TK 36800-XIV-22) wordt € 2,2 mln. doorgeschoven in verband met onvoldoende personele capaciteit bij LTO in 2026.

Vrijwillige beëindiging, verplaatsing en extensivering

Het subsidiebudget voor Vrijwillige beëindiging, verplaatsing en extensivering wordt verlaagd met € 300,6 mln. Het betreft drie grote kasschuiven op de volgende regelingen: Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem), de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) en de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp).

  • Er wordt € 180,7 mln. voor de Sem doorgeschoven naar 2029. De openstellingsperiode van deze regeling is verlengd zodat boeren het nieuwe stikstofpakket kunnen meewegen in hun beslissing om deel te nemen.

  • Er wordt € 81,2 mln. doorgeschoven voor de Lbv-plus zodat er voldoende middelen in 2027, 2028 en 2029 beschikbaar zijn om de aangegane verplichtingen te kunnen voldoen. Ondernemers vragen veelal later dan verwacht hun tweede deelbetaling aan waardoor deze pas later in de tijd kan worden uitbetaald door de RVO.

  • Er wordt € 38,7 mln. doorgeschoven voor de Lvvp. Deze regeling staat open tot eind 2027. Door uitdagingen in de uitvoering van de Lvvp zijn er in 2026 minder beschikkingen afgegeven dan voorheen voorzien, verwacht wordt dat dit in de loop van het jaar verbetert. Het grootste deel van de beschikkingen zal naar verwachting echter in 2027 en 2028 worden afgegeven.

Doelsturing

Het subsidiebudget voor Doelsturing wordt verlaagd met € 10,4 mln. Vanwege uitstel van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is het ingroeipad doelsturing waterkwaliteit vertraagd, waardoor niet alle middelen in 2026 worden uitgegeven en € 7,5 mln. wordt doorgeschoven naar 2030. Pas na vaststelling van het 8e actieprogramma kan doelsturing waterkwaliteit volledig in de sector worden doorgevoerd. In 2026 is sprake van een aanloopperiode waarbij op grote schaal wordt gestart met metingen (conform motie Grinwis c.s., TK 33 037 nr. 631). Daarnaast wordt door bestuurlijke vertraging € 2,5 mln. van de voor doelsturing gereserveerde middelen niet meer uitgegeven.

Leningen

Overige leningen

Het budget onder Overige leningen wordt verlaagd met € 15,0 mln. Het betreft budget voor de ophoging van de SEL dat wordt overgeheveld naar het juiste instrument (zie de toelichting hierboven onder 21.1 Agrarisch Ondernemerschap, subsidiebudget Verdienvermogen).

21.3 Mestbeleid

Subsidies

Aanpak mestmarkt

Het subsidiebudget Aanpak mestmarkt wordt met € 57,1 mln. verlaagd. De belangrijkste onderliggende mutatie betreft een kasschuif van € 55,5 mln. voor projecten mestbeleid. Het betreft onder andere middelen (€ 28,5 mln). voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn dat is vertraagd (van 1-1-2026 naar 1-7-2027). Omdat mestbeleid wordt gefinancierd op basis van actieprogramma's en de huidige middelen ter beschikking zijn gesteld tot en met 2029, worden deze middelen doorgeschoven naar 2030 en 2031. Verder betreft de kasschuif middelen voor RENURE (€ 12,5 mln.) en mestvergisting (€ 11 mln.). Het grootste deel van deze middelen is toegevoegd bij 1e suppletoire begroting en de Nota van Wijziging hierop. Met de recente toelating van RENURE en de beschikbare extra middelen zal zowel de productie van RENURE-producten als mestvergisting verder worden gestimuleerd. Hiervoor worden momenteel regelingen uitgewerkt. Gezien de doorlooptijd van dit proces zullen de middelen pas vanaf 2027 uitgegeven worden.

Ontvangsten

21.2 Agroketens

Terugontvangen subsidievoorschotten

Het ontvangstenbudget onder Agroketens wordt opgehoogd met € 10,9 mln. Het betreft € 9,4 mln. terugontvangsten van een eerdere openstelling van de SWiG-regeling en € 1,5 mln. terugontvangsten van een eerdere openstelling van de EG-regeling. Voor beide regelingen worden de kasuitgaven gelijkelijk opgehoogd.

3.2 Artikel 22: Natuur, visserij en landelijk gebied

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 22 Natuur, visserij en landelijk gebied (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.150.815

‒ 105.582

1.045.233

     
 

Uitgaven

1.069.576

‒ 99.347

970.229

     

22.1

Natuur en biodiversiteit

444.681

‒ 54.255

390.426

 

Subsidies (regelingen)

163.331

‒ 18.432

144.899

 

Natuur en biodiversiteit op land

157.674

‒ 18.027

139.647

 

Natuur en biodiversiteit grote wateren

300

0

300

 

Natuur en maatschappij

4.596

‒ 418

4.178

 

Kroondomeinen

761

13

774

 

Leningen

19.755

0

19.755

 

Nationaal Groenfonds

19.755

0

19.755

 

Opdrachten

105.433

‒ 21.590

83.843

 

Natuur en biodiversiteit op land

68.100

‒ 11.638

56.462

 

Natuur en biodiversiteit grote wateren

30.683

‒ 11.409

19.274

 

Natuur en maatschappij

4.240

‒ 1.448

2.792

 

Internationale samenwerking

2.410

2.905

5.315

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

35.609

820

36.429

 

Staatsbosbeheer

35.609

820

36.429

 

Bijdrage aan medeoverheden

118.139

‒ 15.053

103.086

 

Caribisch Nederland

8.349

‒ 53

8.296

 

Specifieke uitkeringen

109.790

‒ 15.000

94.790

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.414

0

2.414

 

Internationale samenwerking

2.414

0

2.414

22.2

Visserij

85.439

‒ 27.748

57.691

 

Subsidies (regelingen)

56.374

‒ 25.166

31.208

 

Duurzame visserij

53.675

‒ 25.278

28.397

 

Europese fondsen visserij

2.699

112

2.811

 

Opdrachten

15.296

‒ 2.933

12.363

 

Duurzame visserij

15.296

‒ 2.933

12.363

 

Bijdrage aan agentschappen

13.769

351

14.120

 

Rijkswaterstaat

13.769

351

14.120

22.3

Landelijk gebied

539.456

‒ 17.344

522.112

 

Subsidies (regelingen)

14.346

‒ 8.497

5.849

 

Toekomst landelijk gebied

14.346

‒ 8.497

5.849

 

Opdrachten

22.885

‒ 9.810

13.075

 

Toekomst landelijk gebied

22.885

‒ 9.810

13.075

 

Bijdrage aan agentschappen

0

514

514

 

Overige agentschappen

0

514

514

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

1.949

1.949

 

Diverse ZBO's

0

1.949

1.949

 

Bijdrage aan medeoverheden

502.225

‒ 1.500

500.725

 

Specifieke uitkeringen

502.225

‒ 1.500

500.725

     
 

Ontvangsten

85.727

‒ 700

85.027

     
Tabel 7 Uitsplitsing ontvangsten artikel 22 Natuur, visserij en landelijk gebied (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Ontvangsten

85.727

‒ 700

85.027

     

22.1

Natuur en biodiversiteit

71.204

0

71.204

 

Ontvangsten

71.204

0

71.204

 

Landinrichtingsrente

18.197

0

18.197

 

Overige ontvangsten natuur

53.007

0

53.007

22.2

Visserij

12.956

‒ 700

12.256

 

Ontvangsten

12.956

‒ 700

12.256

 

Internationale ontvangsten

7.296

0

7.296

 

Overige ontvangsten visserij

3.960

0

3.960

 

Onttrekking begrotingsreserve visserij

1.700

‒ 700

1.000

22.3

Landelijk gebied

1.567

0

1.567

 

Ontvangsten

1.567

0

1.567

 

Diverse ontvangsten

1.567

0

1.567

Toelichting

Veplichtingen

De meeste verplichtingenmutaties zijn gelijk aan de kasmutaties zoals hieronder toegelicht. Voor enkele mutaties geldt een afwijkend verplichtingenbudget, de grootste hiervan worden hieronder toegelicht:

  • Er vindt herverdeling plaats van de middelen voor Sociaal-Economische Begeleiding (SEB). Er wordt een verplichtingenbudget van € 8,5 mln. naar latere jaren geschoven naast € 5,5 mln. aan kasuitgaven. Dit is nodig vanwege enkele wijzigingen in de organisatie en vormgeving van deze regeling. Eind 2026 zal er een subsidieregeling komen in plaats van individuele subsidiebeschikkingen. De eerste projecten onder de subsidieregeling zullen in 2027 beginnen.

  • Er wordt € 7,0 mln. aan verplichtingenruimte (naast € 1,5 mln. aan kasuitgaven) overgeboekt naar artikel 23. Het betreft een bijdrage aan het meerjarige project Meetnetwerk Food Valley.

Uitgaven

22.1 Natuur en biodiversiteit

Subsidies

Natuur en biodiversiteit op land

Het subsidiebudget voor Natuur en biodiversiteit op land wordt verlaagd met € 18,0 mln. Het betreft de som van meerdere kleine mutaties waarvan de grootste drie hieronder worden toegelicht.

  • Er wordt € 6,2 mln. investeringsmiddelen voor Agrarisch natuurbeheer (ANB) overgeheveld naar het Provinciefonds ten behoeve van de provincies Drenthe, Limburg, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland in reactie op hun aanvraag voor de septembercirculaire.

  • Er wordt € 3,8 mln. aan middelen voor de Natuurherstelverordening (NHV) doorgeschoven naar 2027. Verschillende benodigde onderzoeken door externe partijen waaronder de PBL evaluatie van het natuurplan, zijn vertraagd of kunnen pas later worden opgeleverd.

  • Er wordt € 2,8 mln. aan ANB-middelen overgeheveld naar het Provinciefonds voor de uitvoering van het ANB door de provincies en BIJ12 conform de contourenbrief Agrarisch natuurbeheer (Kamerstuk 33576/402). Met deze middelen worden provincies in staat gesteld de stapsgewijze uitbreiding van Agrarisch natuurbeheer voor te bereiden.

Opdrachten

Natuur en biodiversiteit op land

Het opdrachtenbudget voor Natuur en biodiversiteit op land wordt verlaagd met € 11,6 mln. Dit is het resultaat van diverse verhogingen en verlagingen. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Er wordt € 16,0 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds zodat provincies de hogere kosten voor het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer kunnen opvangen. De kosten voor het natuurbeheer zijn sterk gestegen doordat de zogenaamde standaard kostprijzen (SKP's) voor goed en passend natuurbeheer eind 2025 verhoogd zijn. Provincies zijn geconfronteerd met een een tekort aan middelen. Natuurbeheer is een provinciale en dus decentrale verantwoordelijkheid, maar het Rijk is systeemverantwoordelijk.

  • Er wordt € 16,0 mln. van 2027 naar 2026 geschoven voor een tweede tranche middelen voor de gestegen kosten van natuurbeheer.

  • Er wordt € 15,0 mln. budget toegevoegd aan het opdrachtenbudget. Het betreft een technische correctie zodat een eerdere mutatie op de juiste plek op de begroting verantwoord wordt.

  • Er wordt € 8,0 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor bosrevitaliseringsmaatregelen. De vitaliteit van bossen in Nederland staat onder druk door droogte en verzuring. In het kader van de bossenstrategie werken Rijk en provincies samen aan het revitaliseren van bos.

  • Er wordt € 7,9 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor de intensivering van de aanpak van invasieve exoten. De maatregelen betreffen de aanpak van invasieve waterplanten (€ 6,5 mln.), intensief beheer van de grensstreek tegen nieuwe instroom van de wasbeer (€ 1,2 mln.) en een landelijke exotenapp en centrale database (€ 0,5 mln.). Deze maatregelen zijn op hoofdlijnen beschreven in het Interprovinciaal ambitiedocument invasieve uitheemse soorten dat onderdeel uitmaakt van het landelijk aanvalsplan invasieve exoten.

  • Er wordt € 5,2 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor natuurbrandpreventie en -mitigatie. LVVN heeft besloten de provincies financieel te ondersteunen, zodat zij samen met natuurbeheerders maatregelen kunnen nemen die bijdragen aan het voorkomen en beperken van natuurbranden.

  • Er wordt € 3,2 mln. overgeheveld naar het Provinciefonds voor de uitvoering van de Landelijke Agenda Wolf. De middelen worden ingezet om een landelijk informatiepunt te onderhouden, een deskundigenteam op te richten en om initiatief ten behoeve van wolfwerende rasters mogelijk te maken.

Natuur en biodiversiteit grote wateren

Het opdrachtenbudget Natuur en biodiversiteit grote wateren wordt met € 11,4 mln. verlaagd. De grootste onderliggende mutatie betreft het doorschuiven van €10,0 mln. voor Natuurcompensatie Voordelta naar 2028. Uitblijven van een definitief besluit door de Europese Commissie over de natuurcompensatie maakt dat er in 2026 geen uitgaven gedaan zullen worden voor daaraan gekoppeld flankerend beleid.

Bijdragen aan medeoverheden

Specifieke uitkeringen

Het budget voor Specifieke uitkeringen wordt met € 15,0 mln. verlaagd. Het betreft een technische correctie zodat een eerdere mutatie op de juiste plek op de begroting verantwoord wordt.

22.2 Visserij

Subsidies

Duurzame visserij

Het subsidiebudget voor duurzame visserij wordt verlaagd met in totaal € 25,2 mln. De belangrijkste onderliggende mutatie betreft het doorschuiven van € 23,5 mln. voor een energie-efficiëntieregeling voor de visserij- en schelpdiersector naar latere jaren, hoofdzakelijk naar 2027. De regeling zal in Q3 2026 opengesteld worden maar een groot deel van de middelen zal niet meer in 2026 worden uitbetaald.

3.3 Artikel 23: Kennis en innovatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 23 Kennis en innovatie (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

437.676

20.111

457.787

     
 

Uitgaven

411.571

‒ 12.208

399.363

     

23.0

Kennis en innovatie

411.571

‒ 12.208

399.363

 

Subsidies (regelingen)

233.592

‒ 16.209

217.383

 

Beleidsondersteunend onderzoek (Wageningen Research)

60.895

4.642

65.537

 

Missiegedreven kennis- en innovatiebeleid (Wageningen Research)

53.836

‒ 1.460

52.376

 

Kennis- en innovatieketen

50.315

‒ 6.952

43.363

 

Onderwijs en educatie

9.852

0

9.852

 

Nationaal Groeifonds

58.694

‒ 12.439

46.255

 

Opdrachten

15.168

‒ 1.712

13.456

 

Kennis- en innovatieketen

4.117

‒ 1.978

2.139

 

Programmering RIVM

11.051

266

11.317

 

Bijdrage aan agentschappen

25.523

578

26.101

 

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

25.523

578

26.101

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

137.288

5.135

142.423

 

Wageningen Research

137.288

5.135

142.423

     
 

Ontvangsten

10.539

0

10.539

     

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget neemt toe met € 20,1 mln. Dit is de som van diverse ophogingen en verlagingen. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Voor het Nationaal Groeifonds Project (NGF) Re-Ge-NL wordt € 17,6 mln. doorgeschoven naar latere jaren. Dit hangt samen met de dit jaar gepubliceerde subsidieregeling voor deelnemende boeren. Met name bij deelnemende bedrijven zijn er onzekerheden in de (planning van de) projectuitvoering en daarom worden subsidiebeschikkingen voor deze bedrijven door de RVO in kleinere porties uitgegeven.

  • Er wordt € 16,0 mln. aan verplichtingenruimte toegevoegd in 2026 voor Experimenteerlocaties vanuit latere jaren. Het betreft een correctie van de mutatie die bij 1e suppletoire begroting is uitgevoerd. Hiermee wordt voldoende verplichtingenruimte in 2026 gecreëerd voor de 2e openstelling van de Nationale Regeling Experimenteerlocaties.

  • De verplichtingenruimte voor Wettelijke Onderzoekstaken Wageningen Research (WR) wordt opgehoogd met € 13,0 mln. vanuit latere jaren. Er worden nieuwe wettelijke onderzoekstaken aangegaan vanaf 2027. Het huidige verplichtingenbudget is niet toereikend om de WR-beschikking 2027 voor wettelijke onderzoekstaken aan te gaan.

  • Vanaf artikel 22 wordt € 7,0 mln. verplichtingenruimte toegevoegd voor Meetnetwerk Food Valley.

Uitgaven

23.0 Kennis en innovatie

Subsidies

Kennis- en innovatieketen

Het subsidiebudget voor Kennis- en innovatieketen wordt met € 7,0 mln. verlaagd. Het betreft een som van diverse verhogingen en verlagingen. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Er wordt er € 5,2 mln. toegevoegd vanuit robotiserings- en digitaliseringsbudgetten aan het RVO instrument Transitie Landbouw Digitalisering om zo extra projecten te kunnen bekostigen binnen de succesvolle tweede openstelling.

  • Er wordt € 3,8 mln. naar latere jaren geschoven voor experimenteerlocaties. Hiermee wordt het kasritme gelijkgetrokken conform bevoorschottingsritme subsidieregeling experimenteerlocaties (SREL).

  • Er wordt € 2,8 mln. voor meten en berekenen doorgeschoven naar 2027 en 2028. De meetnetwerken in Foodvalley gaan vertraagd van start. Middelen zijn eerst ingezet zijn voor andere projecten die betrekking hebben op regionale monitoring. Daarnaast is er vertraging in de uitvoering van onderzoeksprojecten Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) als gevolg van onvoldoende onderzoekscapaciteit.

Nationaal Groeifonds

Het subsidiebudget voor Nationaal Groeifonds wordt verlaagd met € 12,4 mln. De belangrijkste onderliggende mutatie betreft het doorschuiven van € 13,0 mln. voor Holomicrobioom naar 2030 en 2031. Het project is later van start gegaan en loopt daarom door in 2031, de middelen worden nu anders verdeeld over de projectjaren.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Wageningen Research

De bijdrage aan Wageningen Research wordt verhoogd met € 5,1 mln. Het betreft hoofdzakelijk de toevoeging van € 4,8 mln. aan loon- en prijsbijstellingsmiddelen voor 2026.

3.4 Artikel 24: Uitvoering en toezicht

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 24 Uitvoering en toezicht (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

724.347

5.110

729.457

     
 

Uitgaven

724.347

5.110

729.457

     

24.0

Uitvoering en toezicht

724.347

5.110

729.457

 

Bijdrage aan agentschappen

724.347

5.110

729.457

 

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

367.981

10.110

378.091

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

334.650

‒ 5.000

329.650

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland t.b.v. attachénetwerk

21.716

0

21.716

     
 

Ontvangsten

56.124

0

56.124

     

Toelichting

Verplichtingen

De mutaties voor het verplichtingenbudget zijn gelijk aan de uitgavenmutaties die hieronder worden toegelicht.

Uitgaven

24.0 Uitvoering en toezicht

Bijdrage aan agentschappen

Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA)

De bijdrage aan de NVWA wordt verhoogd met € 10,1 mln. Het betreft hoofdzakelijk € 8,1 mln. aan loon- en prijsbijstellingsmiddelen voor 2026

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

De bijdrage aan RVO wordt verlaagd met € 5,0 mln. Het betreft uitvoeringskosten voor het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn die worden doorgeschoven naar 2027.

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 50: Apparaat Kerndepartement

Tabel 10 Artikel 50 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

280.299

‒ 9.432

270.867

     
 

Uitgaven

280.299

‒ 9.432

270.867

     

50.0

Apparaat

280.299

‒ 9.432

270.867

 

Personele uitgaven

224.709

‒ 8.677

216.032

 

Eigen personeel

210.855

‒ 10.607

200.248

 

Externe inhuur

11.405

1.930

13.335

 

Overige personele uitgaven

2.449

0

2.449

 

Materiële uitgaven

55.590

‒ 755

54.835

 

Bijdrage aan SSO's (exclusief DICTU)

6.755

0

6.755

 

DICTU

24.947

0

24.947

 

Overige materiële uitgaven

23.888

‒ 755

23.133

     
 

Ontvangsten

7.526

0

7.526

     

Toelichting

Verplichtingen

De mutaties voor het verplichtingenbudget zijn gelijk aan de uitgavenmutaties die hieronder worden toegelicht.

Uitgaven

50.0 Apparaat

Personele uitgaven

Eigen personeel

Het budget voor eigen personeel neemt af met € 10,0 mln. Er is besloten om het programma Fusion Cloud stop te zetten. Dit leidt tot kosten voor de afkoop van licenties en voor ureninzet om het lopende project af te wikkelen en te heroriënteren op een nieuw systeem. De verwachting is dat deze kosten in 2027 gaan vallen, het hiervoor gereserveerde bedrag wordt daarom doorgeschoven naar 2027.

4.2 Artikel 51: Nog onverdeeld

Tabel 11 Artikel 51 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Stand eerste suppletoire begroting (incl. amendementen en NvW) (1)

Mutaties suppletoire begroting september (2)

Stand suppletoire begroting september (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

63.996

‒ 59.329

4.667

     
 

Uitgaven

63.996

‒ 59.329

4.667

     

51.0

Nog onverdeeld

63.996

‒ 59.329

4.667

 

Nog onverdeeld

63.996

‒ 59.329

4.667

 

Prijsbijstelling

20.681

‒ 20.681

0

 

Loonbijstelling

19.748

‒ 19.748

0

 

Nog te verdelen

23.567

‒ 18.900

4.667

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Toelichting

Artikel 51 is een technisch artikel dat vooral wordt gebruikt om loon- en prijsbijstelling door te verdelen. Dit wordt deels ingezet om budgetten op de LVVN-begroting in 2027 te indexeren (circa € 20 mln.). Daarnaast wordt een deel van de loon- en prijsbijstelling omgebogen ter dekking van onderwerpen zoals een waarschuwingssysteem voor natuurbranden en natuur in Caribisch Nederland. Tot slot wordt loon- en prijsbijstelling omgebogen ter dekking van het apparaatsbudget in 2031 (€ 27 mln.)

5 Agentschappen

5.1 Agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De mutaties bij het agentschap Nederlands Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn kleiner dan 5% van de oorspronkelijk vastgestelde begroting en de cumulatieve mutaties zijn kleiner dan € 20 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Daarom is conform Rijksbegrotingsvoorschriften geen exploitatie- en kasstroomoverzicht opgenomen.

6 Begrotingsfonds

6.1 Diergezondheidsfonds

De mutaties bij het Diergezondheidsfonds zijn technisch van aard en van zo geringe omvang dat deze conform Rijksbegrotingsvoorschriften niet hoeven te worden toegelicht.

Licence