Base description which applies to whole site

A Mobiliteitsfonds

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 10.737,9 miljoen

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 337,9 miljoen

Figuur 3 Gemiddelde jaarlijkse uitgaven (+) en ontvangsten (-) per productartikel in de periode 2026–2040 (bedragen x € 1 miljoen). Gemiddelde Uitgaven: € 10.016 miljoen en Gemiddelde Ontvangsten: ‒ € 336 miljoen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat V.P.G.Karremans

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Voor u ligt de Ontwerpbegroting 2027 van het Mobiliteitsfonds (A).

Structuur

De opzet en structuur van de begroting voor het Mobiliteitsfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.

  • Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2027 opgenomen in het Voorstel van Wet. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld;

  • In hoofdstuk 2 'Uitvoeringsagenda Mobiliteit' is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 begint;

  • Paragraaf 2.2 «Begroting op Hoofdlijnen» verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan in één oogopslag de inhoud van dit wetsvoorstel worden gezien;

  • In de artikelgewijze toelichting (hoofdstuk 3) bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT-tabellen met de realisatieprojecten, reserveringen, vernieuwingsprogramma's alsmede de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT-tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is: 1) van een wijziging (anders dan door de verwerking van loon- en prijsbijstelling ) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen; 2) van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand vorig betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2026. Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2027. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht;

  • In de verdiepingsbijlage (paragraaf 4.1) is door middel van een meerjarige mutatietabel (voor gehele looptijd van het fonds) op artikelniveau, net zoals bij de eerste sup, de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand in de Ontwerpbegroting 2027. De grootste mutaties worden tevens in de verdiepingsbijlage toegelicht (bijlage 1);

  • De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting, zoals de instandhoudingsbijlage, of betreffen overzichtsconstructies.

Normering

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:

  • Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:

Tabel 1 Normering

Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen)

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

≥ 50 en < 200

2

4

≥ 200 < 1000

5

5

≥ 1000

5

5

  • Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2040.

  • Voor Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding) is voor Rijkswaterstaat en ProRail een aparte bijlage 3 opgenomen.

Kasschuiven

In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 (ook laatst bij het Wetgevingsoverleg Ontwerpbegroting 2026 op 15 januari 2026) is uitgebreid met de Kamer gesproken over kasschuiven op de begrotingsfondsen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de begrotingsfondsen en op welke plek de doorgevoerde kasschuiven in de begroting 2027 worden toegelicht.

Op de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven blijft het beschikbare kasbudget per jaar en per modaliteit aansluiten op de geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van het Mobiliteitsfonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2027 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante (generale) kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen.

Overzichten geschatte budgetflexibiliteit

Gezien het specifieke karakter en samenhang van de begrote uitgaven op het Mobiliteitsfonds wordt de budgetflexibiliteit op de volgende manier berekend. Als juridisch verplichte uitgaven worden beschouwd: realisatieprojecten en programma’s, DBFM-contracten, apparaatsuitgaven en Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding). De projecten en programma’s die in de planuitwerkings- en verkenningsfase zitten, worden gezien als bestuurlijk gebonden. (Risico)reserveringen zijn beleidsmatig gereserveerd. De generieke investeringsruimte wordt aangemerkt als vrij te besteden/niet juridisch verplicht.

Groeiparagraaf

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Sinds de Begroting 2026 zijn de voedingsartikelen op de begrotingsfondsen (artikel 19 Mobiliteitsfonds, artikel 5 Deltafonds) en op de beleidsbegroting HXII (artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen) afgeschaft. Hierdoor worden de begrotingsfondsen direct gefinancierd vanuit de schatkist en worden interdepartementale overhevelingen rechtstreeks aan de betreffende artikelen op de fondsen toegevoegd. In afstemming met het ministerie van Financiën is daarom ook besloten de voedingsartikelen en hun realisaties niet langer op te nemen in de Begroting 2027.

Bijlage DBFM-conversies

De bijlage DBFM-conversies wordt niet langer meer opgenomen in de Begroting 2027. Voor een toelichting op de DBFM-conversies en de DBFM-projecten wordt verwezen naar Bijlage 3: Instandhouding.

Beleidsdoorlichting Wegen en Verkeersveiligheid

In de «Beleidsdoorlichting artikel 14 (HXII) Wegen en Verkeersveiligheid 2016 – 2022» is de volgende aanbeveling opgenomen: «Gegeven de grote omvang van de bedragen bevelen we aan in de toekomst de verantwoording van de uitgaven op de onderdelen Aanleg en Onderhoud en Vernieuwing een niveau dieper uit te splitsen.» Hieraan is als volgt invulling gegeven:

  • Aanleg en Vernieuwing. In aansluiting op de budgettaire tabel bevat artikel 12 Hoofdwegennet verdiepende projectoverzichten behorende bij 12.03.01 (Aanleg), 12.03.02 (Planning en Studies) en 12.03.03 (Optimalisering gebruik)). In deze overzichten zijn alle onderliggende projecten gepresenteerd en toegelicht in aansluiting op de budgetten, zoals opgenomen in de budgettaire tabel. Voor wat betreft Vernieuwing zijn in het overzicht behorende bij 12.02.04 (Vernieuwing) de projecten intelligente wegkantsystemen en brandwerendheid tunnels, als onderdeel van het programma Vernieuwing, apart weergegeven.

  • Onderhoud. Het basiskwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het onderhoud van de Rijkswaterstaat-netwerken. Onderhoud van de netwerken op het basiskwaliteitsniveau is erop gericht om de prestaties van de netwerken op peil te houden met hiertoe beschikbaar gestelde middelen. In figuur 5 zoals opgenomen in artikel 12 is een verdieping van de onderhoudskosten van het hoofdwegennet opgenomen. Verder biedt de bijlage Instandhouding een overkoepelend beeld in de werkwijze voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing inclusief de hiervoor geraamde budgetten en afgesproken prestaties.

Taakstelling Kabinet Jetten - Slagvaardige Overheid

In het coalitieakkoord van Kabinet Jetten I is een apparaatstaakstelling gepresenteerd. Deze is bij de 1e suppletoire begroting 2026 technisch in de begrotingen van IenW verwerkt. Met deze begroting is hier nu een inhoudelijke invulling aan gegeven. Zie onderdeel 2.5 Slagvaardige overheid voor de nadere toelichting hierover.

Verdiepingsbijlage

In de Ontwerpbegroting 2026 was aangegeven dat op het Mobiliteitsfonds de verdiepingsbijlage voor het laatst werd gepresenteerd (conform de Rijksbegrotingsvoorschriften). Tijdens het Wetgevingsoverleg Begrotingsonderzoek (WGO) over de IenW begrotingen 2026 heeft de vorige minister toegezegd om dit voorjaar 2026 met de minister van Financiën in overleg te treden over de terugkeer van de verdiepingsbijlage. Conform de Toezegging bij Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat | Tweede Kamer der Staten-Generaal is met het ministerie van Financiën afgesproken om de verdiepingsbijlage op artikelniveau te presenteren voor de fondsen. Deze toezegging is al opgepakt bij de eerste suppletoire begroting 2026 en wordt ook toegepast bij de Ontwerpbegroting 2027.

Financiële risico's en onzekerheden

In verschillende onderdelen van de begroting van het Mobiliteitsfonds wordt stil gestaan bij financiële risico's en onzekerheden.

  • In onderdeel 2.3 wordt het risico op een voordelig saldo en nadelig saldo en daarop genomen beheersmaatregelen in de vorm van het instrument overprogrammering toegelicht.

  • In onderdeel 2.4 wordt de flexnorm in beeld gebracht. Dit geeft aan in welke mate de begroting van het Mobiliteitsfonds planflexibel is om tekorten en financiële risico's op te vangen.

  • In onderdeel 3.1 bij artikelonderdeel 11.04 wordt budgettair weergegeven wat de resterende investeringsruimte en de totale risicoreserveringen zijn op het Mobiliteitsfonds. Hiermee wordt ook duidelijk hoeveel ruimte, tot en met einde looptijd van het Mobiliteitsfonds, beschikbaar is voor tegenvallers en risico's.

  • In de onderdelen 3.2 tot en met 3.7 wordt de stand van zaken op de instandhoudings-, aanleg- en planuitwerkingsprojecten en -programma's toegelicht. Hier wordt ook stil gestaan bij mogelijke financiële risico's en onzekerheden.

  • In bijlage 3 wordt bij instandhouding van alle IenW-netwerken stil gestaan en toegelicht wat de mogelijke financiële risico's en onzekerheden zijn voor ProRail en Rijkswaterstaat.

2. Uitvoeringsagenda Mobiliteit

2.1 Mijlpalen en Resultaten

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt, welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 start.

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

In 2027 gaat IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitvoeren.

Tabel 2 Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing

Mijlpaal

 

Project

Hoofdwegen

Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare route- en reisinformatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

 

Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

 

Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Spoorwegen

Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.

 

Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.

 

Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.

Hoofdvaarwegen

Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

 

Uitvoering van vernieuwingsprojecten op de vaarwegen (sluizen en bruggen)

 

Onderhoud om o.a. de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te kunnen laten functioneren.

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2027.

Ontwikkeling

Hieronder zijn de mijlpalen voor 2027 per modaliteit opgenomen.

Tabel 3 Hoofdwegennet

Mijlpaal

 

Project

Openstelling

n.v.t.

Start aanleg

n.v.t.

Tabel 4 Spoorwegen

Mijlpaal

 

Project

Indienststelling

Diverse deelprojecten bij de landelijke programma’s (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak, ERTMS en Meerjarenprogramma geluidsanering Spoor)

 

Spoorcapaciteit 2030: diverse deelprojecten

 

Maaslijn

 

TEV-maatregelen MerwedeLingelijn

 

Beschermingsmaatregelen GSMR interferentie

 

Multimodale knoop Schiphol: Stijg en daalpunten trein-bus

 

Traject Oost: Maarsbergen

 

PHS Tilburg 4e perronspoor

 

Sporendriehoek Noord Nederland: Hoogeveen snelheidsverhoging

 

Maastricht Lanaken

 

ATO (Automatic Train Operation)

 

Klimaatbestendige & Circulaire Infraprojecten

 

Beter benutten last mile spoor (Fase 2)

Start aanleg

Diverse deelprojecten bij de landelijke programma’s (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak, ERTMS en Meerjarenprogramma geluidsanering Spoor)

 

Spoorcapaciteit 2030 diverse deelprojecten

 

Meppel: Spoor en perroncapaciteit (gefaseerde uitvoering, diverse deelprojecten)

Tabel 5 Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

 

Project

Openstelling

n.v.t.

Start aanleg

n.v.t.

2.2 Begroting op Hoofdlijnen

De belangrijkste mutaties op hoofdlijnen t.o.v. de vastgestelde begroting 2026 worden hieronder uitgesplitst en toegelicht. De mutaties uit de 1e Suppletoire Begroting 2026 zijn reeds toegelicht in de Memorie van Toelichting op de 1e Suppletoire Begroting 2026. Zie hiervoor kamerstukken II 2025-2026. 36 915 A, nr. 2.

Tabel 6 Belangrijkste kaderrelevante uitgavenmutaties(bedragen x € 1.000)
 

Kaderrelevante mutaties Mobiliteitsfonds

Artikel

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2039

2040

 

Stand ontwerpbegroting 2026

 

10.468.556

10.851.889

10.682.793

10.869.572

10.872.770

9.782.684

75.668.775

 
 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2026 (Incl. ISB, Amendementen en NvW's)

 

401.934

‒ 58.267

‒ 320.784

‒ 147.680

123.070

88.283

1.209.663

 

1

Bijdragen Derden

 

‒ 59.968

471

1.910

‒ 11.500

1.956

 

‒ 2.079

 

2

DBFM-conversie

 

‒ 17.577

‒ 718.122

‒ 321.262

4.774

16.049

17.976

628.042

 

3

Overboekingen andere begrotingshoofdstukken

 

‒ 134.527

121.749

85.483

‒ 35.315

‒ 26.434

‒ 24.798

‒ 73.256

 
 

- Beleidsbegroting IenW (XII)

 

‒ 79.734

119.422

86.991

‒ 37.622

‒ 29.851

‒ 32.540

‒ 69.866

 
 

- Deltafonds

 

‒ 800

       
 

- Overige Ministeries

 

‒ 53.993

2.327

‒ 1.508

2.307

3.417

7.742

‒ 3.390

 

4

Actualisering Ontvangsten

 

3.174

8.206

‒ 7.043

‒ 181

592

‒ 4.139

‒ 609

 

5

Kaderaanpassing Voorjaarsbesluitvorming

 

300.000

250.000

‒ 275.000

‒ 275.000

    

6

Loon- en prijsbijstelling

 

274.505

285.539

207.370

209.254

208.739

177.076

1.280.221

 
 

- Loonbijstelling

 

31.282

30.906

29.887

29.925

28.916

28.504

222.035

 
 

- Prijsbijstelling

 

243.223

254.633

177.483

179.329

179.823

148.572

1.058.186

 

7

Saldo 2025 uitgaven

 

36.327

       

8

Taakstellingen Voorjaarsbesluitvorming

  

‒ 6.110

‒ 12.242

‒ 39.712

‒ 77.832

‒ 77.832

‒ 622.656

 
 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

10.870.490

10.793.622

10.362.009

10.721.892

10.995.840

9.870.967

76.878.438

 
 

Belangrijkste mutaties Mobiliteitsfonds Ontwerpbegroting 2027

         

1

Loonbijstelling 2026

 

2.372

2.352

2.349

2.331

2.325

2.315

18.094

2.254

2

Bijdragen derden

 

6.116

20.704

19.318

23.365

35.601

48.646

1.320.195

163.700

 

- Wegen

12

7.410

15.277

17.598

22.033

34.124

47.196

1.318.211

163.700

 

- Spoorwegen

13

528

       
 

- Vaarwegen

15

2.763

4.100

      
 

- Megaprojecten

17

‒ 4.585

1.327

1.720

1.332

1.477

1.450

1.984

 

3

Extrapolatie

        

8.967.037

 

- Bijdrage aan MF

        

8.666.569

 

- Ontvangsten derden

        

300.468

4

Actualisering Ontvangsten

  

1.136

‒ 1.136

     

5

Kaderaanpassingen Mobiliteitsfonds Miljoenennota 2027

 

300.513

‒ 100.405

‒ 15.922

‒ 122.761

‒ 46.624

‒ 14.801

 
 

- Spoorwegen

 

185.405

‒ 185.405

      
 

- Vernieuwing Hoofdwegen

 

54.573

 

1.078

‒ 5.761

‒ 35.089

‒ 14.801

  
 

- Woningbouwmiddelen

  

85.000

 

‒ 85.000

    
 

- Zuidasdok

 

60.535

 

‒ 17.000

‒ 32.000

‒ 11.535

   

6

Overboekingen beleidsbegroting IenW (XII)

 

‒ 8.141

‒ 6.896

‒ 24.567

92.456

‒ 49.814

‒ 29.410

‒ 235.648

‒ 29.533

 

- Nadeelcompensatie Vuurwerkverbod

   

‒ 30.000

‒ 30.000

‒ 20.000

   
 

- PBNI

  

‒ 4.620

‒ 4.835

‒ 5.309

‒ 4.564

‒ 5.433

‒ 43.464

‒ 5.433

 

- Herverdeling Taakstellingen

  

‒ 336

‒ 810

‒ 9.159

‒ 20.489

‒ 20.489

‒ 163.912

‒ 20.489

 

- Decentraal Spoor

 

‒ 30.797

       
 

- Terugbetaling Vrachtwagenheffing

   

27.483

151.946

    
 

- European Maritime Single Window Environment (EMSWE)

   

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 16.000

‒ 2.000

 

- Overboeking SAF-incentive

 

20.000

       
 

- Overige overboekingen XII

 

2.656

‒ 1.940

‒ 14.405

‒ 13.022

‒ 2.761

‒ 1.488

‒ 12.272

‒ 1.611

7

Overboeking ministeries

 

‒ 16.503

63

14.822

21.050

49.708

76.099

528.263

72.813

 

- BTW-afdracht Regeling Impuls

 

‒ 12.269

       
 

- Klimaatfonds: Elektrificatie Spoor

 

700

700

2.700

8.700

4.700

2.000

  
 

- Wind Op Zee 3e tranche

   

12.759

12.770

48.668

77.339

540.943

72.813

 

- Overige overboekingen ministeries

 

‒ 4.934

‒ 637

‒ 637

‒ 420

‒ 3.660

‒ 3.240

‒ 12.680

 

8

Overboekingen Deltafonds

 

1.169

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

14.720

1.840

9

Taakstellingen Kabinet

   

‒ 10.001

‒ 10.145

 

‒ 10.211

‒ 347.174

‒ 51.055

 

- Extra Tranches Efficiencytaakstelling

      

‒ 10.211

‒ 347.174

‒ 51.055

 

- Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid

   

‒ 10.001

‒ 10.145

    

10

Intensiveringen Kabinet

   

100.000

300.000

500.000

500.000

3.400.000

300.000

 

- Incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave

    

100.000

200.000

200.000

1.000.000

 
 

- Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur

   

100.000

200.000

300.000

300.000

2.400.000

300.000

11

Opvragen Middelen Aanvullende Post (AP)

 

386

25.470

759.230

762.510

13.930

973.881

35.520

4.700

 

- Beheer en onderhoud (AP)

      

944.821

  
 

- Partiële Herziening Noordzee (AP)

 

386

2.320

2.380

2.510

3.930

4.060

35.520

4.700

 

- Prioritaire infrastructuurprojecten (AP)

   

750.000

750.000

    
 

- Stikstof (AP)

  

23.150

6.850

10.000

10.000

25.000

  

Stand ontwerpbegroting 2027

 

11.156.402

10.737.886

11.207.942

11.792.538

11.502.806

11.419.326

81.612.408

9.431.756

Toelichting

Kaderrelevante mutaties MF: Dit zijn mutaties die het (meerjarige) kader op het MF veranderen ten opzichte van de vorige begrotingswet (eerste suppletoire begroting).

  • 1. Additionele Loonbijstelling Tranche 2026: Naar aanleiding van de CAO-onderhandeling is er nog een extra tranche aan loonbijstelling (0,3% procentpunt) ontvangen vanuit het ministerie van Financiën.

  • 2. Bijdragen Derden: Dit betreft de wijziging van diverse bijdragen van derden aan het Mobiliteitsfonds. In de artikelgewijze toelichting en verdiepingsbijlage worden deze bijdragen per modaliteit nader toegelicht.

  • 3. Extrapolatie 2040: Bij de Ontwerpbegroting 2027 wordt de looptijd van het Mobiliteitsfonds beleidsarm met een jaar verlengd tot en met 2040. Het niveau van extrapolatie is in principe gelijk aan het jaar 2039 in de begroting 2026 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2040 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten van derden – een ruimte van circa € 9 miljard beschikbaar op het Mobiliteitsfonds. Deze ruimte wordt met voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die benodigd zijn voor de instandhouding van het huidige areaal en het opvangen van risico's en tegenvallers in de uitvoering.

  • 4. Actualisering Ontvangsten: In deze begroting zijn de programma-ramingen aan zowel de uitgaven- als de ontvangstenkant geactualiseerd. De actualisering van de ontvangsten valt binnen de periode 2026-2031.

  • 5. Kaderaanpassingen Mobiliteitsfonds Miljoenennota 2027: Om de beschikbare budgettten in een realistischere ritme te zetten ten aanzien van de programmering, hebben er generale kaderaanpassingen plaatsgevonden in deze begroting. Onderstaand zijn deze kaderaanpassingen toegelicht.

    • Openbaar vervoer en spoor: Dit betreffen de generale kasschuiven vanuit 2027 naar 2026 toe. OVS kan in 2026 versnellen op het aanlegprogramma personenvervoer, verkenning en planuitwerking personenvervoer, ERTMS en PHS. Er wordt € 185,4 miljoen verschoven uit 2027 naar 2026.

    • Vernieuwing Hoofdwegen: Om te voorkomen dat er vertraging optreedt bij de betaling van verschillende vernieuwingstunnels (de Noordtunnel en Drechttunnel. In 2026 vindt een kaderaanpassing plaats van € 54,6 miljoen uit latere jaren naar 2026 toe.

    • Woningbouwmiddelen: om aan juridische en bestuurlijke verplichtingen te kunnen voldoen voor de ontsluiting van woningbouw, vindt er een kaderaanpassing plaats van € 85,0 miljoen uit 2029 naar 2027.

    • Zuidasdok: omdat het zwaartepunt van de werkzaamheden van de aannemer in 2026 zit, is er meer budget nodig dan oorspronkelijk geraamd was in dit jaar. Er schuift dus € 60,5 miljoen vanuit latere jaren naar 2026 toe.

  • 10. Overboekingen HXII: Voor de uitvoering van diverse projecten en programma's op het MF is tot en met 2040 in totaal € 311,6 miljoen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII. De grootste overboekingen betreffen:

    • Nadeelcompensatie Vuurwerkverbod: dit betreft een overboeking voor de regeling Nadeelcompensatie Vuurwerkverbod. De Tweede Kamer heeft met het amendement van het lid Michon-Derkzen opgeroepen tot het dekken van deze regeling binnen de begrotingen van IenW. Om uitvoering te geven aan het breed aangenomen amendement en de nadrukkelijke wens daarin om de dekking te vinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een belangrijk deel binnen het Mobiliteitsfonds ingeboekt bij de KCI strategie van ProRail op artikel 13.02 Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing Spoorwegen.

    • Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI): conform Amendement Stoffer vindt vanaf 2027 een jaarlijkse overboeking plaats naar HXII. Hiervoor wordt een beroep gedaan op de reservering op het MF. Dit betreft zowel opdrachten als personele uitgaven en inhuur.

    • De specifieke uitkering Decentraal Spoor (€ 30,8 miljoen in 2026).

    • Terugbetaling Vrachtwagenheffing: dit betreft de resterende kosten voor de Vrachtwagenheffing. Hiermee is de minregel opgeheven.

    • Herverdeling taakstelling: In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de Rijksbrede grondslag verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen.Voor het aandeel van RWS en ProRail hebben overboekingen plaats moeten vinden naar HXII van per saldo oplopend tot € 20,5 miljoen structureel.

    • Implementatie van European Maritime Single Window environment (HXII) (€ 26 miljoen).

    • Overboeking SAF-incentive: Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Er wordt hiervoor op het MF € 45 miljoen als (beleids)reservering gereserveerd (art. 11.03) in de jaren 2027-2029. Dit betreft de bijdrage van HXII aan deze reservering.

  • 18. Overboekingen ministeries: Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken voor de periode 2026 tot en met 2040. In totaal gaat het om € 730,5 miljoen. De grootste overboeking komt vanuit EZK. In de periode 2028 tot en met 2040 is vanuit het ministerie van EZK, circa € 765,3 miljoen overgeboekt voor Wind Op Zee. Daarnaast vindt er een overboeking plaats vanuit het Klimaatfonds voor Elektrificatie spoor. Vanuit het Klimaatfonds is een aanvullende bijdrage toegekend aan de verduurzaming (elektrificatie) van de regionale spoorlijn Zutphen-Hengelo-Oldenzaal.

  • 19. Overboekingen Deltafonds: Dit betreft een overboeking vanuit het Deltafonds voor Cybersecurity.

  • 20. Taakstellingen Kabinet:

    • Extra Tranches Efficiencytaakstelling: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte efficiencytaakstelling van het kabinet Jetten I, is verhoogd. Het gaat om een bedrag van € 10,2 miljoen in 2031 oplopend tot een structureel bedrag van € 51,1 miljoen voor de jaren 2035 en verder. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 van het MF.

    • Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte taakstelling op Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid van het kabinet Jetten I, wordt versneld met in totaal € 20,1 miljoen voor de jaren 2028 en 2029. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 van het MF.

  • 23. Intensiveringen Kabinet: Tijdens de augustusbesluitorming heeft het kabinet besloten om extra te investeren in de infrastructuur. De volgende middelen worden toegevoegd aan het MF:

    • Incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave: Het kabinet heeft incidenteel circa € 1,5 miljard vrijgemaakt voor de herprioriteringsopgave op het MF. De middelen worden ingezet om de instandhoudingsopgave aan te pakken. Deze budgetten worden in de jaren 2029 tot en met 2035 overgeboekt naar het MF.

    • Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur: Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en structureel € 300 miljoen vanaf 2030.

  • 26. Opvragen Middelen Aanvullende Post (AP):

    • Beheer en Onderhoud infrastructuur: Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen).

    • Partiële Herziening Noordzee: er wordt € 55,8 miljoen overgeboekt naar het MF vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën, om de scheepvaartveiligheid te kunnen waarborgen.

    • Prioritaire infrastructuurprojecten: In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).

    • Stikstof: voor de regeling Schoon Emissieloos Bouwen en voor paarse Milieuzones met gemeentelijke compensatieregeling wordt in totaal € 75 miljoen overgeboekt.

Tabel 7 Belangrijkste uitgavenmutaties onder het kader (bedragen x € 1.000)
 

Mutatie onder kader Mobiliteitsfonds

Artikel

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2039

2040

1

Kaderruilen Mobiliteitsfonds

         
  

12

32.000

     

‒ 32.000

 
  

13

        
  

15

‒ 32.000

     

32.000

 
  

17

        

2

Tegenvallers Mobiliteitsfonds

11

  

0

0

0

0

0

‒ 18.800

 

- HSL en Suïcidepreventie spoor

13

       

8.800

 

- Wilhelminakanaal Sluis II

15

       

10.000

Toelichting

Mutaties onder kader MF: Dit zijn mutaties die het (meerjarige) kader op het MF niet veranderen ten opzichte van de vorige begrotingswet (eerste suppletoire begroting).

  • 1. Kaderruilen Mobiliteitsfonds: In de beantwoording rondom de schriftelijke Kamervragen van de 1e suppletoire begroting Mobiliteitsfonds 2025 is door IenW benoemd dat, indien van toepassing, de kaderruilen ook in de begrotingsstukken zouden worden toegelicht. Een kaderruil is een overboeking van kasbudget tussen twee artikelen die in een later jaar tegenovergesteld wordt geboekt. In principe kan het kasoverschot op een artikel het kastekort oplossen op een ander artikel, maar moet daarmee over de hele fondsperiode budgetneutraal zijn. Er vindt een kaderruil plaats tussen artikelen 12 en 15 tussen de jaren 2026 en 2032. Daarnaast heeft er een kaderruil plaatsgevonden tussen artikel 12 en artikel 15. Deze kaderruil bevindt zich tussen de jaren 2032 en 2034, waardoor deze in tabel 7 op 0 sluit. In de artikelsgewijze toelichtingen wordt hier nader op ingegaan.

  • 2. Dekking tegenvallers: De vrije investeringsruimte op het Mobiliteitsfonds die ontstaan is na de extrapolatie van het fonds wordt beschikbaar gehouden voor het dekken van tegenvallers en risico’s in het lopende jaar. Met de Ontwerpbegroting 2027 zijn een aantal tegenvallers opgetreden. Deze tegenvallers zijn gedekt uit de generieke investeringsruimte en zijn in de desbetreffende jaren (zoals aangegeven in tabel 7) overgeboekt. Het betreft de volgende posten:

    • Voorbereiding van inbeheername HSL door ProRail (€ 6,0 miljoen).

    • Voortzetting suïcidepreventie spoor (€ 2,8 miljoen).

    • Tegenvaller op huidige projectbudget Wilhelminakanaal Sluis II (€ 10,0 miljoen).

2.3 Overprogrammering

Het Mobiliteitsfonds is een productbegroting en wijkt af van een reguliere beleidsbegroting. De tijdshorizon voor het maken van plannen en ramen van uitgaven is t+13 jaar (inclusief het extrapolatiejaar). Op het Mobiliteitsfonds worden dus voor een groot deel investeringsuitgaven gedaan om uiteindelijk een project te realiseren. De programmering van projecten wordt doorlopend geactualiseerd op basis van de meest actuele ramingen en informatie. De kasramingen van de projecten in de begroting worden op de reguliere begrotingsmomenten aangepast.

Het MF kent een 100% eindejaarsmarge. Het instrument overprogrammering wordt als instrument ingezet om te voorkomen dat programmavertragingen direct tot een voordelig saldo leiden en zorgt voor extra druk op de begrotingsrealisatie. Overprogrammering betekent dat in de eerste begrotingsjaren meer projecten worden geprogrammeerd dan er in die jaren formeel aan budget beschikbaar is. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich op portfolio-niveau altijd voordoet.

Overprogrammering kan alleen worden ingezet voor beheersing van reguliere ramingsonzekerheden. Onzekerheden van exogene aard, bijvoorbeeld juridische ontwikkelingen, krapte op de arbeidsmarkt, of schokken in de economie, kunnen hiermee niet (volledig) opgevangen worden. De hoogte van de overprogrammering wisselt van jaar op jaar binnen een bepaalde marge en hangt af van bijvoorbeeld het risicobeeld van de onderliggende programmering. Over de maximale hoogte hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Financiën afspraken gemaakt.

Tabel 8 Overprogrammering Mobiliteitsfonds (bedragen x € 1 miljoen)

Artikel

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2026-2031

2032-2040

12 Hoofdwegennet

‒ 378

‒ 211

‒ 580

‒ 371

‒ 343

‒ 627

‒ 2.510

2.510

- Vernieuwing

‒ 30

‒ 110

‒ 127

‒ 135

‒ 194

‒ 77

‒ 673

673

- Aanleg

‒ 201

‒ 75

‒ 219

3

150

‒ 53

‒ 394

394

- Planning en studies

‒ 148

‒ 27

‒ 234

‒ 239

‒ 299

‒ 497

‒ 1.443

1.443

13 Spoorwegen

‒ 199

‒ 272

‒ 359

‒ 322

‒ 388

‒ 582

‒ 2.122

2.122

- Aanleg

‒ 158

‒ 241

‒ 306

‒ 295

‒ 262

‒ 339

‒ 1.601

1.601

- Planning en studies

‒ 41

‒ 31

‒ 53

‒ 27

‒ 126

‒ 243

‒ 521

521

15 Hoofvaarwegennet

‒ 86

‒ 142

‒ 213

‒ 70

‒ 40

‒ 214

‒ 765

765

- Vernieuwing

‒ 78

‒ 79

‒ 53

‒ 29

‒ 85

‒ 36

‒ 360

360

- Aanleg

‒ 7

‒ 45

‒ 10

‒ 4

5

‒ 53

‒ 113

113

- Planning en studies

‒ 1

‒ 18

‒ 150

‒ 36

40

‒ 126

‒ 291

291

17 Megaprojecten

‒ 140

‒ 667

‒ 582

‒ 657

‒ 388

‒ 434

‒ 2.866

2.866

- Aanleg

‒ 138

‒ 668

‒ 576

‒ 658

‒ 346

‒ 357

‒ 2.743

2.743

- Planning en studies

‒ 1

1

‒ 6

2

‒ 42

‒ 76

‒ 123

123

Totale overprogrammering

‒ 803

‒ 1.292

‒ 1.733

‒ 1.420

‒ 1.159

‒ 1.857

‒ 8.263

8.263

Toelichting

  • In de Voorjaarsnota 2025 is, in het kader van een pilot, de overprogrammering verhoogd om te bezien of dit leidt tot betere uitputtingscijfers en daarmee tot een realistischer begroting. Bij deze pilot is geen sprake geweest van het remmen in productie, oftewel verschuiven van programmering.

  • In 2025 was sprake van een nadelig saldo op het Mobiliteitsfonds, doordat de realisatie hoger was dan het beschikbare kasbudget. De Kamer is bij het Financieel Jaarverslag 2025 hierover geinformeerd.

  • Door het inhouden van de prijsbijstelling, eerdere kasschuiven naar latere jaren (onder meer bij de Ontwerpbegroting 2025 en de Voorjaarsnota 2025), tegenvallers in de uitvoering en het nadelige saldo over 2025, waren de kasbudgetten niet langer in de juiste verhouding met de programmering. Om nieuwe overuitputting in 2026 te voorkomen en het begrotingsritme te stabiliseren, is bij de Voorjaarsnota 2026 circa € 300 miljoen aan kasbudget naar 2026 en circa € 250 miljoen aan kasbudget naar 2027 geschoven. Daarnaast is binnen het Mobiliteitsfonds een deel van de programmering uit deze jaren doorgeschoven naar latere jaren. Hierdoor sluiten budget en programmering beter op elkaar aan en wordt de overprogrammering stapsgewijs teruggebracht tot een beheersbaar niveau.

    De kasschuif voor 2026 en 2027 is uitgevoerd door middelen uit 2028 en 2029. Er wordt geen beroep gedaan op middelen uit de periode 2032 en verder, waardoor het kaskader ook op de lange termijn stabiel blijft. Deze aanpak is in lijn met het coalitieakkoord en biedt meerjarige stabiliteit voor de uitvoeringsorganisaties van het Mobiliteitsfonds: Rijkswaterstaat en ProRail.

  • Bij Ontwerpbegroting 2027 is de programmering geactualiseerd op basis van de laatste uitvoeringsinformatie van de diensten. Hiermee zijn de laatste programma-actualisaties gedaan. In totaal schuift er € 577,8 miljoen uit de periode 2026-2032 weg naar 2033 en later. Het gaat met name om de programma-actualisatie op de Wind op Zee middelen (139 miljoen) en op de generieke investeringsruimte (€ 195 miljoen). Daarnaast gaat het om de aflossing van de minregel Vrachtwagenheffing (€ 100 miljoen) die in 2032 en 2033 afgelost moet worden.

  • Verder hebben er diverse kaderaanpassingen op het Mobiliteitsfonds plaatsgevonden om de beschikbare budgettten in een realistischere ritme te zetten ten aanzien van de programmering. Dit gaat om kaderaanpassingen op de woningbouw-budgetten, Vernieuwing Hoofdwegennet en Zuidasdok. Daarnaast was er een versnelling mogelijk op het aanlegprogramma personenvervoer, verkenning en planuitwerking personenvervoer, ERTMS en PHS op het Spoor-domein. Er is € 185,4 miljoen verschoven uit 2027 naar 2026. Alle kaderaanpassingen zijn toegelicht in de begroting op hoofdlijnen en de verdiepingsbijlage.

  • Bovengenoemde actualiseringen leiden tot een resterende overprogrammering van € 803 miljoen in 2026 en € 1.292 miljoen in 2027. Dit betekent dat mogelijke programma-vertragingen van € 803 miljoen in de laatste maanden van 2026 niet leiden tot aanpassing van het uitgavenkader op het MF.

Figuur 4 Investeringsprogramma en budget (bedragen x € 1.000)

In de bovenstaande grafiek wordt het investeringsprogramma over 15 jaar weergegeven, onderverdeeld naar de MIRT-categorieën. De categorieën: aanleg, geïntegreerde contractvormen (DBFM-contracten), planning en studies vallen onder de budgetten voor ontwikkeling. De categorie vernieuwing valt onder de budgetten voor exploitaite, onderhoud en vernieuwing. Deze categorieën vormen tezamen het investeringsprogramma binnen het Mobiliteitsfonds. De onderliggende projecten komen middels het kas-verplichtingenstelsel tot betaling. Het instrument overprogrammering wordt toegepast op het investeringsprogramma, omdat er sprake kan zijn van kasversnellingen en kasvertragingen als gevolg van geactualiseerde projectramingen. Op het onderhoudsprogramma (exploitatie en onderhoud) vindt geen overprogrammering plaats, eventuele kasversnellingen en –vertragingen hierop worden opgevangen binnen de begroting van de uitvoeringsorganisaties.

De zwarte lijn geeft het totale beschikbare budget weer in het investeringsprogramma en geldt als het vastgestelde uitgavenplafond. De grafiek laat zien dat het investeringsprogramma in de eerste jaren hoger ligt dan het beschikbare budget. Waarbij er dus sprake is van overprogrammering. Vanaf 2033 is sprake van de omgekeerde situatie en ligt het beschikbare budget hoger dan het investeringsprogramma; er is sprake van onderprogrammering. De totale programmering en het budget over de looptijd van het fonds zijn hiermee aan elkaar gelijk, zodat het investeringsprogramma volledig budgettair gedekt is.

2.4 Flexnorm

In de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbudgetten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.

In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2027 conform hierboven geschetste flexnorm budgetflexibel zijn. Voor nadere duiding over de generieke investeringsruimte wordt verwezen naar de toelichting in artikel 11.

Tabel 9 Flexnorm

Artikel onderdeel

Omschrijving

Budgetten t/m 2040 (x € 1 miljoen)

11.01

Verkenningen

8.364

11.03

Reserveringen

8.239

11.04

Generieke investeringsruimte

2.725

Totaal

  

Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte)

12,2%

2.5 Slagvaardige Overheid

Tabel 10 Overzicht Slagvaardige Overheid

in miljoenen euro's

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

0

0

‒ 10

‒ 21

‒ 80

‒ 163

‒ 163

Efficiencytaakstelling

0

0

‒ 10

‒ 21

‒ 34

‒ 46

‒ 46

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

0

0

0

0

‒ 46

‒ 117

‒ 117

* Dit betreft de taakstelling voor heel IenW die verdeeld is over de 3 hoofdstukken: XII, Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Toelichting

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot € 163 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Hierbij worden de kaders gehanteerd zoals opgenomen in de Kamerbrief Actieagenda Slagvaardige Overheid op de vier actielijnen:

  • 1. Fundamentele vereenvoudiging van beleid en regelgeving;

  • 2. Realiseren van uitstekende (digitale) dienstverlening;

  • 3. Vernieuwing en productiviteitsverhoging van de Rijksdienst;

  • 4. Doorbreken van de Haagse Muren.

De vermindering van het aantal ambtenaren en de externe inhuur wordt hierbij betrokken conform het regeerakkoord.

De taakstelling zal op hoofdlijnen worden ingevuld met productiviteitsverbetering, vermindering van regels, het vereenvoudigen van processen, inzet van mogelijkheden van automatisering, AI en prioritering van taken.

IenW zal net als vorig jaar zijn bijdrage leveren aan het ambitieuze doel van het kabinet om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, en zich inspannen om de concrete reductiedoelstellingen die het voor 1 oktober 2026 van de Taskforce Slagvaardige Overheid krijgt, te realiseren. In alle werkvelden van IenW wordt gekeken waar onnodig ingewikkelde regels voor zowel het bedrijfsleven als mensen en professionals vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden, waarbij het conform kabinetsbeleid niet de bedoeling is dat de vermindering van regeldruk ten koste gaat van wezenlijke beleidsdoelen, zoals de bescherming van mens en milieu. Hierbij worden ook uitvoeringsorganisaties en andere stakeholders, zoals het bedrijfsleven, betrokken.

Tot eind 2030 wordt geleidelijk gewerkt aan de reductie van de omvang van het apparaat over de gehele organisatie voor zowel inzet van externe inhuur als eigen personeel en overhead. Afgezien van nieuwe taken wordt voor de huidige inzet gestuurd op verlaging van het aantal fte en deze afbouw wordt periodiek gemonitord. 

3. Productartikelen

3.1 Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Met het artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit in infrastructurele planning (Kamerstukken II 2016-2017, 34 550 A, nr. 5).

Het artikel bevat alle (pla­n)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoel­ stellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII, Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De planflexibele budgetten zijn de budgetten die naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om budgetten voor projecten in de verken­ningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en ze zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten te plaatsen op één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd. Na besluitvorming, zoals een voorkeursbe­slissing, wordt budget overgeheveld naar het desbetreffende productartikel. Het gaat om algemene reser­veringen, de investeringsruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. De budgetten op artikel 11 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de uitvoeringsagenda mobiliteit.

In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze – indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking, maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is vastgelegd in de MIRT- werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van uitvoering artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

0

35.948

207.926

1.492.045

1.689.546

2.600.527

784.721

Uitgaven

0

13.913

146.368

540.293

878.349

1.524.215

1.765.734

11.01 Verkenningen

0

6.499

26.740

205.602

373.739

670.579

899.237

11.03 Reserveringen

0

7.314

74.228

220.639

425.789

752.138

866.497

11.03.01 Gebiedsrogramma's

0

4

0

1.968

1.968

122.466

132.000

11.03.02 Overige reserveringen

0

4.057

24.919

62.549

64.136

119.879

218.216

11.03.03 Reserveringen Coalitieakkoord

0

3.253

49.309

156.122

359.685

509.793

516.281

11.04 Generieke investeringsruimte

0

100

45.400

114.052

78.821

101.498

0

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

11.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Geschatte Budgetflexibiliteit

De budgetten zijn in 2027 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De verkenningen zijn bestuurlijk gebonden, de reserveringen en de risicoreserveringen binnen de generieke investeringsruimte zijn in 2027 beleidsmatig gereserveerd.

Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 11
 

2027

Juridisch verplicht

 

Bestuurlijk gebonden

18%

Beleidsmatig gereserveerd

82%

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

 

11.01 Verkenningen

Motivering

In dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Tabel 13 Projectoverzicht behorende bij 11.01: Verkenningen (bedragen x € 1 miljoen)

Verkenningen (11.01)

Projectbudget

Planning

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

Voorkeursbeslissing

 

Projecten Noord Nederland

    

Verkenning Groningen Suiker

100

98

  

Vaarverbinding Ameland

251

247

2027

 

Nedersaksenlijn

2039

2001

  

N33 Noord (Appingedam - Eemshaven)

257

253

2028

 

Projecten Noordwest-Nederland

    

OV en Wonen in en rond Utrecht

1506

1478

nvt

 

OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer

1282

1258

nvt

 

Verkenning Oude Lijn

1584

1555

nvt

 

A27 Zeewolde-Eemnes

204

200

ntb

 

Projecten Zuidwest-Nederland

    

Verkenning MerwedeLingelijn

58

57

nvt

 

Verkenning Rail Gent Terneuzen

115

113

nvt

 

Verkenning BRT Leiden-Zoetermeer

38

37

nvt

 

A15 Papendrecht -Gorinchem

0

0

ntb

 

Projecten Zuid-Nederland

    

A2/N2 (incl. Brainportlijn en noordwestelijke ontsluiting)

425

417

2027

 

Den Bosch Centraal

253

249

ntv

 

Programma SmartwayZ.NL: A58 Breda-Tilburg

0

0

ntb

 

Projecten Oost-Nederland

    

Verkenning RegioExpress

91

89

ntv

 

Verkenning Eurregiorail

32

33

ntv

 

N35 Wijthmen-Nijverdal

115

113

2026

 

Verkenning Veluwelijn

101

99

ntv

 

Totaal verkenningsprogramma

    

Begroting (MF 11.01)

8.451

8.297

  

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

De verhoging van de projectbudgetten worden veroorzaakt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026.

11.03 Reserveringen

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s. In deze gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt, bijvoorbeeld met een verkenning of ander soortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelonderdeel op artikel 11.

Tabel 14 Projectoverzicht behorende bij 11.03: Reserveringen (bedragen x € 1 miljoen)

Reserveringen (11.03)

Projectbudget

Voorkeursbeslissing

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

huidig

vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

     

Gebiedsprogramma regio Amsterdam

8

8

nvt

nvt

 

Projecten Zuid-Nederland

     

Brainport Eindhoven

718

753

nvt

nvt

1

Projecten Noord-Nederland

     

Reserveringen

     

Exploitatie en Onderhoud Caribisch Nederland

73

69

nvt

nvt

 

Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer

7

7

nvt

nvt

 

ERTMS

1122

1101

nvt

nvt

2

Programma Hoogfrequent Spoor

136

133

nvt

nvt

 

Pakket Zeeland

62

62

nvt

nvt

 

Elektrificatie Friese Waddenveren

51

50

nvt

nvt

 

Schoon Emissieloos Bouwen (rijksdiensten)

1

1

nvt

nvt

 

Robuuste Hoofdvaarwegen

166

163

nvt

nvt

 

Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI)

121

174

nvt

nvt

3

Stikstof

11

11

nvt

nvt

 

Verduurzaming Gebouwen

1

1

nvt

nvt

 

Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur

52

51

nvt

nvt

 

Lelylijn

4

4

   

Ontsluiting Woningbouw

113

111

nvt

nvt

 

Reservering Ontsluiting Woningbouw Regeerakkoord

0

0

nvt

nvt

 

Reservering Instandhouding

374

472

nvt

nvt

4

Reservering Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds

45

0

nvt

nvt

5

Reservering incidentele middelen Infrastructuur

1500

0

nvt

nvt

6

Reservering investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur

3600

0

nvt

nvt

7

Reservering Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI)

20

0

nvt

nvt

8

Totaal reserveringen

8.185

3.171

   

Begroting (MF 11.03)

8.185

3.171

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Brainport Eindhoven: Van de € 87 miljoen Rijksbijdrage die naar aanleiding van het convenant Beethoven bij het BO MIRT 2024 toegekend is aan het project Hoogwaardig Openbaarvervoer Lijn 4 (HOV4), heeft € 43 miljoen betrekking op de aanleg van de tunnelmond in het ondergronds busstation (MMK) en € 44 miljoen op de stedelijke inpassing van HOV4. De € 44 miljoen is overgeboekt naar MF 14.03 waarmee het budget voor HOV4 uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 zijn samengevoegd. Verder is met de regio en spoorpartijen afgesproken dat IenW aan ProRail opdracht geeft voor de planuitwerking van de spoorse scope van Brainport Eindhoven. Betreffende planuitwerking wordt met budget van de MMK (Brainport Eindhoven) gefinancierd en om die reden is € 1,5 miljoen overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven (MF 13). Daarnaast  wordt, om zicht te kunnen houden op gezamenlijke uitwerking van de spoorknoop Eindhoven en de multimodale knoop Eindhoven, aan ProRail in het kader van de verkenning voor de spoorknoop een beschikking afgegeven voor de beperkte onderzoeksopdracht voor nieuwe zijperrons op Eindhoven CS. Deze kosten ter hoogte van € 2,7 miljoen worden eveneens gefinancierd vanuit het budget van de MMK (Brainport Eindhoven) en ook overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven (MF 13).

  • 2. Reservering landelijk uitrol ERTMS: Dit betreft de toevoeging van € 20,9 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.

  • 3. Reservering PBNI: De reservering PBNI is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040. Door extrapolatie 2040 is dit budget met € 16,7 miljoen toegenomen. Er is daarnaast € 73,7 miljoen overgeboekt naar de beleidsbegroting Hoofdstuk XII voor uitvoering in 2027 t/m 2040 van het actieplan Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI), conform Amendement Stoffer.

  • 4. Reservering Instandhouding: De reservering instandhouding is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040 en structureel opgehoogd met de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2026. Om de kosten voor Exploitatie en Onderhoud te dekken van DBFM-contracten die na afloop weer in beheer bij RWS komen te liggen, is vanaf 2040 jaarlijks een structureel bedrag onttrokken. Voor het jaar 2040 gaat dit om € 107 miljoen.

  • 5. Reservering Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds: Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Er wordt hiervoor op het MF € 45 miljoen als (beleids)reservering gereserveerd (art. 11.03) in de jaren 2027-2029.

  • 6. Reservering Incidentele Middelen Infrastructuur: Het kabinet heeft incidenteel circa € 1,5 miljard vrijgemaakt voor de herprioriteringsopgave op het MF. De middelen worden ingezet om de instandhoudingsopgave aan te pakken. Deze budgetten worden in de jaren 2029 tot en met 2035 overgboekt naar het MF.

  • 7. Reservering Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur: Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en structureel € 300 miljoen vanaf 2030.

  • 8. Reservering Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI): Dit betreft de aangemaakte reservering voor het nieuw agentschap genaamd Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). In totaal wordt er bij IenW betreft in totaal € 25 miljoen hiervoor gereserveerd, waarvan € 20 miljoen op MF. De middelen worden overgeboekt uit de generieke investeringsruimte (art. 11.04) naar de beleidsreservering op het MF (art. 11.03).

11.04 Generieke investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2040 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreservering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.

De generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), toekomstb­eelden en Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA). De vrije investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na de bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidige kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.

Het beschikbare budget op artikelonderdeel 11.04 bedroeg in de Ontwerpbegroting 2026, € 3,6 miljard; waarvan € 3,6 miljard gereserveerd voor risicoreserveringen, € 414 miljoen aan vrije investeringsruimte en € 400 miljoen op de minregel Vrachtwagenheffing.

Door de aanpassingen die zijn doorgevoerd bij de 1e suppletoire begroting 2026 en de ontwerpbegroting 2027 is de omvang van de investeringsruimte, € 2,7 miljard tot en met 2040. De investeringsruimte is grotendeels gereserveerd voor risicoreserveringen en risico's (€ 1,9 miljard). De minregel van de vrachtwagenheffing is opgeheven. Er resteert nog een vrije investeringsruimte van € 849,4 miljoen. In de praktijk is deze gereserveerd voor risico's en tegenvallers bij projecten en tegenvallers in het lopende jaar.

Tabel 15 11.04 Generieke Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

Vrije investeringsruimte

0

0

27.483

38.946

0

0

0

0

Risicoreserveringen

100

45.400

86.569

39.875

101.498

0

217.075

184.709

Totaal

100

45.400

114.052

78.821

101.498

0

217.075

184.709

Tabel 16 (vervolg) 11.04 Generieke investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Vrije investeringsruimte

0

0

0

0

0

64.256

718.698

849.383

Risicoreserveringen

208.858

67.883

52.203

49.700

111.515

183.008

527.208

1.875.601

Totaal

208.858

67.883

52.203

49.700

111.515

247.264

1.245.906

2.724.984

Producten

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Loon- en Prijsbijstelling tranche 2026: Het kabinet heeft bij de Ontwerpbegroting 2026 besloten dat een deel van de prijsbijstelling tranche 2026 vanaf 2028 wordt ingehouden ter dekking van Rijksbrede problematiek. De toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is met de Voorjaarsnota 2026 overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds. Met deze Ontwerpbegroting is de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 verdeeld over de verschillende artikelen op het Mobiliteitsfonds.

  • Dekking tegenvallers: Bij de Voorjaarsbesluitvorming 2026 is afgesproken om de vrije investeringsruimte op het Mobiliteitsfonds die ontstaan is na de extrapolatie van het fonds naar 2040 achter de hand te houden voor het dekken dekking van tegenvallers en risico’s in het lopende jaar. Met de Ontwerpbegroting 2027 zijn een aantal tegenvallers opgetreden. Deze tegenvallers zijn gedekt uit de generieke investeringsruimte gedekt. Het betreft de volgende posten:

    • Voorbereiding van inbeheername HSL door ProRail (€ 6,0 miljoen).

    • Voortzetting suïcidepreventie spoor (€ 2,8 miljoen).

    • Tekort op het projectbudget op de Wilhelminakanaal Sluis II (€ 10,0 miljoen).

    • Implementatie van European Maritime Single Window environment (HXII) (€ 26 miljoen).

  • Er zijn daarnaast reserveringen getroffen voor de NADI en SAF. Zie de toelichting bij artikelonderdeel 11.03.

3.2 Artikel 12 Hoofdwegennet

Op dit artikel worden de producten op het gebied van het hoofdwegennet verantwoord. Dit betreft de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/PPS, en netwerkgebonden kosten. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van uitvoering artikel 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

6.290.707

7.372.406

4.757.885

4.145.727

4.272.126

2.926.707

2.907.690

Uitgaven

4.038.276

5.101.334

4.657.548

4.700.358

4.869.765

4.176.641

4.022.861

12.01 Exploitatie

9.939

32.947

21.176

21.534

13.527

8.766

8.115

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

9.939

32.947

21.176

21.534

13.527

8.766

8.115

12.02 Onderhoud en vernieuwing

1.419.841

1.968.944

1.849.201

1.760.897

1.921.966

1.747.592

2.119.424

12.02.01 Onderhoud

1.132.227

1.490.092

1.260.579

1.218.159

1.204.554

1.145.628

1.339.310

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

1.132.227

1.490.092

1.260.579

1.218.159

1.204.554

1.145.628

1.339.310

12.02.04 Vernieuwing

287.614

478.852

588.622

542.738

717.412

601.964

780.114

12.03 Ontwikkeling

787.646

912.038

860.170

365.224

563.004

548.181

190.360

12.03.01 Aanleg

425.856

313.563

294.930

50.463

265.403

408.828

80.000

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

3.200

3.692

1.529

306

306

9

0

12.03.02 Planning en studies

342.010

221.912

191.287

95.473

257.595

126.461

21.167

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

12.051

0

4.248

7.799

10.909

8.624

7.605

12.03.03 Optimalisering gebruik

19.780

376.563

373.953

219.288

40.006

12.892

89.193

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

959.213

1.379.009

1.146.193

1.800.431

1.649.044

1.165.183

1.034.424

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

861.637

808.396

780.808

752.272

722.224

706.919

670.538

12.06.01 Apparaatskosten RWS

720.490

734.015

709.194

690.143

668.520

653.215

643.378

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

720.490

734.015

709.194

690.143

668.520

653.215

643.378

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

141.147

74.381

71.614

62.129

53.704

53.704

27.160

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

141.147

74.381

71.614

62.129

53.704

53.704

27.160

Ontvangsten

151.496

183.020

100.713

91.288

87.948

102.119

157.021

12.09 Ontvangsten

151.496

183.020

100.713

91.288

87.948

102.119

157.021

12.09.01 Ontvangsten

0

45.219

24.682

28.715

23.696

32.700

45.700

12.09.02 Tolheffing

0

137.801

76.031

62.573

64.252

69.419

111.321

Budgetflexibiliteit

Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 12
 

2027

Juridisch verplicht

96%

Bestuurlijk gebonden

4%

Beleidsmatig gereserveerd

 

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

 

Toelichting

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

12.01 Exploitatie

Motivering

Met exploitatie streeft IenW naar een veilig en optimaal gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur op de meest duurzame manier en met oog voor de leefomgeving. Daarmee worden de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in Nederland bevorderd.

Producten

De uitgaven voor de exploitatie hebben betrekking op het verzamelen en verspreiden van verkeersdata en op besturingssoftware voor informatiepanelen en andere apparatuur. Samen met de weginspecteurs van Rijkswa­terstaat (RWS) resulteert dit in:

  • Verkeersbegeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm;

  • Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);

  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van het negeren van rode kruizen en vlucht- strookparkeren;

  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.

De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit zes regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden bekostigd uit het budget voor netwerkgebonden kosten (12.06).

Meetbare gegevens

Tabel 19 Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

Realisatie 2025

Prognose 2026

Prognose 2027

Verkeerssignalering

km op rijbaan

3.036

3.047

3.047

Verkeerscentrales

aantal

6

6

6

Spitsstroken

km

244

244

241

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

Er wordt geen wijziging in de lengte verkeerssignalering voorzien voor 2027.

In 2027 zal de lengte spitsstroken afnemen vanwege de opheffing van één van de spitsstroken op de A10 Zuid in het project Zuidasdok.

Tabel 20 Indicator exploitatie
 

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Levering verkeersgegevens: op alle bemeten wegvakken wordt betrouw­bare reis en routeinformatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders

    

1. beschikbaarheid data voor derden: % van de RWS-meet­locaties dat goed functioneert

91%

92%

90%

90%

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

De indicator beschikbaarheid data voor derden geeft aan in welke mate RWS intensiteit- en snelheidsgegevens van de meetlocaties beschikbaar heeft. Het percentage wordt berekend ten opzichte van het totaal.

12.02 Onderhoud en vernieuwing

Motivering

Door middel van onderhoud en vernieuwing worden het hoofdwegennet en de directe omgeving op orde gehouden, zodat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van veilig, vlot en comfortabel vervoer van personen en goederen met aandacht voor de kwaliteit van het milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier onderhoud enerzijds en vernieuwingen anderzijds.

Producten

Het regulier onderhoud van hoofdwegen omvat maatregelen aan verhar­ dingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoor- zieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales).

In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verant­woordelijkheid van IenW vallen.

Maatregelen

In de Voorjaarsbesluitvorming van 2026 is besloten om voor de resterende periode van de samenwerkingsafspraak instandhouding (t/m 2030) het budget te verhogen met € 34 miljoen per jaar, ter financiering van een aantal teruggedraaide besparingen op het Basiskwaliteitsniveau (zie ook kamerbrief 17 juni 2024, Verhogen productievermogen Rijkswaterstaat netwerken, Kamerstuk 29385 nr. 139). Het gaat hier om verlichting, faunarasters langs de weg tegen groot wild en bermbeheer.

Ook is er budget beschikbaar gesteld ter financiering van een aantal exogene tegenvallers, waaronder extra budget voor herberekeningen van viaducten met tand-nokproblematiek zodat nagegaan kan worden of objecten aan de veiligheidseisen voldoen.

In het coalitieakkoord wordt er voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullend budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.Ondanks deze middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig uitvoerbaar en betaalbaar. Om maximaal te kunnen presteren, moeten er geprioriteerd worden over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur voorop staat, is ook binnen de instandhoudingsopgave een prioritering nodig. Om die reden heeft IenW aan een afweegproces op fondsniveau gewerkt zoals vermeld in de Kamerbrief Prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).

Daarnaast vindt voor Rijkswaterstaat in 2026, in het kader van de meerjarenafspraak instandhouding 2024–2030 tussen IenW en Rijkswaterstaat, een midterm review plaats waarin de financiële reeksen voor instandhouding worden herijkt. In opdracht van IenW worden deze herijkte reeksen door een externe partij gevalideerd en met de Kamer gedeeld. De herijkte reeksen zijn van belang voor het verkrijgen van een gedeeld beeld over de benodigde middelen voor de komende jaren. Op basis van de resultaten wordt bezien of aanpassingen in het budget, basiskwaliteitsniveau en/of prestaties wenselijk zijn of dat er andere afspraken gemaakt moeten worden.

12.02.01 Onderhoud

IenW zet in op veiligheid, beschikbaarheid en betrouw­baarheid van het hoofdwegennet over de hele levenscyclus van de infrastructuur. Die omhelst wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Onderhoud betreft zowel het preventief als het correctief onderhoud.

Bij een prioritering van de instandhoudingswerkzaamheden zullen de constructieve veiligheid en naleving van de wet- en regelgeving in acht worden genomen.

De uitgaven voor het onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:

  • Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan;

  • Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken;

  • Uitgaven voor onderhoud aan (Dynamisch Verkeersmanagement) DVM- systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales;

  • Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting;

  • Uitgaven voor geluidsmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidsproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de onderhoudskosten. De percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde over de periode 2023-2027.

Figuur 5 Onderverdeling van de Onderhoudskosten Hoofdwegennet (HWN)

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Tabel 21 Areaal Rijkswegen1
  

Eenheid

Realisatie 2025

Prognose 2026

Prognose 2027

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.878

5.878

5.871

Rijbaanlengte

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.632

1.645

1.646

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

77,9

77,9

77,9

Areaal asfalt

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

14,9

14,9

15,0

Groen areaal

 

km2

189

189

189

1

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

Voor 2027 wordt er een afname van de lengte hoofdrijbaan voorzien als gevolg van de overdracht van de N18 Varsseveld - Enschede naar de provincie.

In de lengte verbindingswegen en op-en afritten wordt in 2027 een toename voorzien als gevolg van de nieuwe aansluiting Groote Haar binnen het project A27 Houten - Hooipolder.

Het areaal asfalt van de hoofdrijbaan zal iets wijzigen door de overdracht van de N18 Varsseveld - Enschede en door deelopenstellingen van verbredingen op de A9 ter hoogte van de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht. Dit blijft echter binnen de afronding. Ook de toename van het areaal asfalt van de verbindingswegen zal iets wijzigen door de nieuwe aansluiting Groote Haar binnen het project A27 Houten - Hooipolder. Ook dit blijft binnen de afronding.

Tabel 22 Omvang areaal
 

Areaal

Eenheid

Realisatie 2025

Prognose 2026

Omvang 2027

Budget (x € 1.000) 2027

Wegen

Oppervlakte wegdek(Exclusiefverzorgingsbanen)

km2

92,8

92,9

92,8

1.260.579

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

In deze tabel wordt het totale areaal exclusief verzorgingsbanen weergegeven.

In 2027 is er netto een kleine afname als gevolg van de overdracht van de N18 Varsseveld - Enschede, de nieuwe aansluiting Groote Haar binnen het project A27 Houten - Hooipolder en de verbreding van de A9 ter hoogte van Amstelveen in het project A9 Badhoevedorp - Holendrecht.

Tabel 23 Indicatoren onderhoud
 

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onder­houd (1):

7%

9%

10%

10%

Technische Beschikbaarheid: deel van lengte en tijd (%) dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rij- of vluchtstroken zijn afgesloten als gevolg van aanleg of geplande onderhoudswerkzaamheden

99%

98%

90%

90%

Veiligheid (2):

    

a.    voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming)

99,4%

99,7%

99,7%

99,7%

b.    voldoen aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien).

99%

100%

95%

95%

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

  • 1. Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1): Deze indicator betreft de verhouding 'Files door aanleg,  beheer en onderhoud’ ten opzichte van ‘Alle files’. Hierbij worden alleen files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. De overige vertragingen, namelijk die met een snelheid tussen 50 en 100 km/uur en/of over korte lengte, worden niet benoemd als files, maar als congestie.

  • 2. Veiligheid (2): de indicator kent twee aspecten, namelijk:

    a) Het voldoen aan de veiligheidsnormen: dit wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming.b) Het tijdig bestrijden van wintergladheid: dit wordt gemonitord aan de hand van de situaties waarin tijdig preventief dient te worden gestrooid.

12.02.04 Vernieuwing

Op dit artikelonderdeel staan de beschikbare budgetten voor vernieuwing van het hoofdwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Jaarlijks wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar t/m 2040, maar wordt de invulling van het programma op een later moment concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 3 'Instandhouding'. In het MIRT-projectenoverzicht worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt.

Tabel 24 Projectoverzicht behorende bij 12.02.04: Vernieuwing Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Vernieuwingsprojecten

9.621

9.055

1.861

465

666

629

741

748

857

3.810

diverse

diverse

 

Intelligente Wegkantsystemen

292

288

66

38

30

40

84

34

0

0

n.v.t.

n.v.t.

 

Brandwerendheid tunnels

153

153

53

5

2

0

27

14

0

52

n.v.t.

n.v.t.

 

Totaal programma Vernieuwing

10.066

9.496

1.979

508

698

669

853

796

857

3.862

  

1

Budget Vernieuwing (MF 12.02.04)

   

479

585

543

721

602

637

4.520

   

Overprogrammering (-)

   

‒ 30

‒ 110

‒ 127

‒ 135

‒ 194

‒ 77

673

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Het budget voor het programma Vernieuwing is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040. Verder is dit budget structureel opgehoogd met de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2026 (€ 149,5 miljoen). In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossiers verambtelijkt. Het budget wordt verlaagd doordat het bijbehorende budget wordt overgeheveld naar de apparaatskosten van RWS (€ 8,5 miljoen). Daarnaast zijn in het coalitieakkoord middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen). Voor het hoofdwegennet betekent dit dat het vernieuwingsbudget in 2031 is verhoogd met € 157,5 miljoen.

12.03 Ontwikkeling

Motivering

Om een betrouwbaar netwerk te realiseren en de verwachte verkeersgroei te faciliteren, worden infrastructuurprojecten voorbereid en uitgevoerd. Zo wordt bereikt dat de noodzakelijke wegcapaciteit beschikbaar is en komt. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

Maatregelen

Voorzieningen Verzorgingsplaatsen

Het wetsvoorstel ‘Voorzieningen Verzorgingsplaatsen’ is in behandeling bij de Tweede Kamer (kamerbrief 2026Z14949). Met deze wet wordt de uitgifte van vergunningen voor laden en shops op verzorgingsplaatsen via veilingen vormgegeven. De ontvangsten uit de veilingen vallen conform begrotingsregels niet onder het uitgavenkader.

Tegelijkertijd investeert het kabinet de komende jaren € 3,1 miljard in de modernisering van verzorgingsplaatsen en de realisatie van toekomstbestendige netaansluitingen, zodat de infrastructuur kan voldoen aan de veranderende en groeiende vraag van de weggebruiker. De kosten voor deze investeringen worden gefinancierd door hiervoor een gedeelte van de veilingopbrengsten in te zetten. Hiervoor is gekozen omdat de investeringen per saldo zorgen voor een hogere netto generale baat dan in het scenario dat niet wordt geïnvesteerd. De hogere baat houdt in dat de investeringen zich meer dan terugverdienen, dus dat de opbrengsten na aftrek van de investeringskosten hoger zijn dan de opbrengst zou zijn zonder investeringen. De netto baat wordt hoger doordat de investeringen in de verzorgingsplaatsen ervoor zorgen dat de kwaliteit van de verzorgingsplaatsen verbetert wat resulteert in hogere biedingen door marktpartijen dan in het scenario dat er geen investeringen plaatsvinden. 

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wet vindt de technische uitwerking plaats in deze begroting. De inrichting en voorbereiding van de veilingen moeten namelijk tijdig worden opgestart.

Het deel van de verwachte opbrengsten dat wordt ingezet voor de investeringen is opgenomen in de raming van het MF aan de ontvangstenkant en deze zijn gelijk aan de geraamde uitgaven. Periodiek wordt de realisatie en de planning geëvalueerd. Het gaat tot en met 2050 om een investering van € 3,1 miljard. Het programma Modernisering Verzorgingsplaatsen loopt door tot 2050.

Verkeersveiligheid Hoofdwegennet

Verkeersveiligheid is één van de prioriteiten van het ministerie van IenW. De ontwikkeling van het aantal verkeersslachtoffers laat zien dat inzet nodig blijft, zowel op landelijke schaal als specifiek op rijkswegen. De drukte op het wegennet neemt verder toe, terwijl de beschikbare middelen beperkt zijn. Hoewel risico’s in het verkeer nooit volledig uit te sluiten zijn, kunnen de risico’s met gerichte maatregelen worden teruggebracht. Met de Strategische Agenda Verkeersveiligheid Rijkswegen (SAVeR) zet het ministerie van IenW een volgende stap in het structureel verbeteren van de verkeersveiligheid op de rijkswegen. 

Met de SAVeR legt het kabinet het fundament voor een structurele verbetering van de verkeersveiligheid op rijkswegen. Dit fundament helpt ons om de komende jaren scherpe en slimme keuzes te maken en de inzet te richten daar waar het veiligheidsrendement het grootst is. In 2026 wordt het verbeterpotentieel van maatregelen op de grootste risico’s en risicolocaties nader uitgewerkt, op basis waarvan een maatregelpakket met kostenindicatie in beeld kan worden gebracht zoals is verzocht met de motie Bikkers c.s. (Kamerstuk 29 398, nr. 1211). De Kamer wordt voor de zomer van 2027 over de uitkomsten van deze vervolgstap geïnformeerd (Kamerstuk 29 398, nr. 1222). De lopende inzet op verkeersveiligheid op rijkswegen op basis van eerder beschikbaar gestelde impulsbudgetten wordt daarbij onverminderd voortgezet, zoals het programma verkeersveiligheid Rijks-N-wegen.

12.03.01 Aanleg

Motivering

Op dit artikel staan de beschikbare budgetten die noodzakelijk zijn voor de (realisatie)activiteiten bij het hoofdwegennet. Voorbeelden zijn uitgaven die worden gedaan voor de uitvoering (bouwfase) van MIRT-projecten.

Mijpalen Aanlegprojecten

Via de reguliere MIRT-brieven wordt de Tweede Kamer twee keer per jaar geïnformeerd over de voortgang van lopende projecten. Daarbij geeft het MIRT Overzicht 2027 een toelichting bij deze begroting over de MIRT-projecten en -programma’s.

Tabel 25 Mijlpalen Aanlegprojecten

Mijlpaal

 

Project

Openstelling

n.v.t.

Start aanleg

n.v.t.

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Producten

Tabel 26 Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Aanleg Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Kleine projecten / Afronding projecten

6.102

6.100

6.017

17

16

11

7

12

21

1

   

Programma aansluitingen

130

129

128

2

         

Quick Wins Wegen

12

12

12

0

         

Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen

40

40

7

4

1

5

7

13

4

   

Projecten Noordwest-Nederland

             

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (Zuidas)

887

870

245

112

73

68

69

83

68

168

2035-2037

2035-2037

1

A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere

1.192

1.189

1.078

36

59

19

    

2027

2027

 

A1 Bunschoten-Knooppunt Hoevelaken

          

2015

2015

 

A2 Holendrecht - Oudenrijn

1.209

1.209

1.209

       

2012

2012

 

A9 Badhoevedorp

289

289

288

1

      

2029

2029

 

N50 Ens - Emmeloord

          

2016

2016

 

Zuidasdok

          

2035-2037

2035-2037

 

Projecten Zuidwest-Nederland

             

A4-A44 Rijnlandroute

543

543

513

  

30

    

regio

regio

 

A4 Burgerveen - Leiden

541

541

541

       

2015

2015

 

A4 Delft - Schiedam

642

642

642

0

      

2015

2015

 

A4 Vlietland / N14

40

40

27

13

      

2020

2020

 

N57/59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

23

22

9

14

         

N61 Hoek-Schoondijke

111

111

111

       

2015

2015

 

Projecten Zuid-Nederland

             

A2 Passage Maastricht

686

686

680

0

    

6

 

2016

2016

 

A4 Dinteloord-Bergen op Zoom

260

260

259

0

    

1

 

2014

2014

 

A76 Aansluiting Nuth

59

59

59

       

regio

regio

 

A2 Het Vonderen-Kerensheide

614

606

159

135

84

71

71

95

  

2025-2029

2025-2029

 

KTM I Randweg Eindhoven

  

1

8

15

11

       

Projecten Oost-Nederland

             

A12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15)

184

184

184

   

1

   

2023 ‒ 2032

2023 ‒ 2032

 

A1 Apeldoorn - Azelo: fase 1 en fase 2a

463

463

460

3

      

2023-2025

2023-2025

 

A1 Apeldoorn Zuid - Beekbergen

29

29

29

       

2017

2017

 

A50 Ewijk - Valburg

269

269

269

       

2017

2017

 

N35 Wijthmen - Nijverdal

25

25

4

15

6

    

2018

2018

 

Projecten Noord-Nederland

             

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2

970

969

910

60

   

2024

2025

 

N31 Leeuwarden (De Haak)

222

222

221

      

2014

2014

 

Overige maatregelen

             

Fileaanpak

70

70

64

4

2

      

Meer kwaliteit leefomgeving

152

152

152

          

Meer veilig

169

169

169

    

     

Afrondingen

             

Totaal aanlegprogramma

15.932

15.900

14.439

428

258

212

152

197

108

173

   

Totaal uitvoeringsprogramma

             

Aanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies

1.167

1.237

           

Programma Aanleg

             

Budget Aanleg (MF 12.03.01)

             

Overprogrammering (-)

             

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. A10 Knooppunt Nieuwe Meer: vanuit exploitatie en onderhoud is € 4,3 miljoen overgeheveld naar het project A10 Knooppunt Nieuwe Meer, omdat het project onder het aanlegproject worden uitgevoerd.

12.03.02 Planning en studies

Motivering

Op dit artikel staan de beschikbare budgetten die noodzakelijk zijn voor de planning en (studie)activiteiten bij het hoofdwegennet. Voorbeelden zijn de gereserveerde realisatiebudgetten voor de projecten in de planning- en studiefase (planuitwerking).

Producten

Tabel 27 Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Planning en Studies Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Planning

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

Tracébesluit

Openstelling

 

Aanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies -projecten

‒ 1.167

‒ 1.237

nvt

nvt

 

Projecten Nationaal

     

Modernisering Verzorgingsplaatsen

1603

0

nvt

ntb

1

Geluidsaneringprogramma – weg

587

580

nvt

nvt

 

Kosten voorbereiding tol

121

118

nvt

nvt

 

Exploitatie tol

577

565

nvt

nvt

 

Reservering voor LCC

417

425

nvt

nvt

 

Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata

141

136

nvt

  

Snelfietsroutes

43

43

nvt

nvt

 

Voorbereiding vrachtwagenheffing

376

376

nvt

nvt

 

Investeringsimpuls Verkeersveiligheid

410

427

nvt

nvt

 

Maatregelen Fietsveiligheid

7

7

nvt

nvt

 

Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen

277

271

nvt

nvt

 

Autonoom rijden

34

34

nvt

nvt

 

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

151

149

nvt

nvt

 

Projecten Noordwest-Nederland

     

A1/A28 Knooppunt Hoevelaken

175

175

ntb

ntb

 

A12/A27 Ring Utrecht

1.231

1.811

nvt

nvt

2

A7/A8 Amsterdam-Hoorn

25

24

ntb

ntb

 

A6 Almere Oostvaarders-Lelystad

157

154

ntb

ntb

 

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

0

0

Regio

Regio

 

Projecten Zuidwest-Nederland

     

A20 Nieuwerkerk a/d IJssel – Gouda

220

216

2028

ntb

 

A4 Burgerveen – N14

2

2

ntb

ntb

 

A4 Haaglanden – N14

36

36

ntb

ntb

 

Westerscheldetunnel

154

151

nvt

nvt

 

A16 Van Brienenoordcorridor

0

0

ntb

ntb

 

Projecten Zuid-Nederland

     

A2 Deil-'s-Hertogenbosch/Vught

0

0

ntb

ntb

 

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

6

6

ntb

ntb

 

N65 Vught – Haaren

173

172

Regio

Regio

 

Programma SmartwayZ.NL: A67 Leenderheide-Geldrop

59

58

ntb

ntb

 

Programma SmartwayZ.NL: InnovA58

594

584

ntb

ntb

3

Programma SmartwayZ.NL: ITS en Smart Mobility

6

6

nvt

nvt

 

Projecten Oost-Nederland

     

A1/A35 Knooppunt Azelo-Buuren

0

0

ntb

ntb

 

A1/A30 Barneveld

12

12

ntb

ntb

 

A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven

0

0

ntb

ntb

 

N35 Nijverdal – Wierden

115

129

ntb

ntb

 

N35 Knooppunt Raalte

27

26

Regio

Regio

 

N50 Kampen – Kampen Zuid

17

17

ntb

ntb

 

A28 Amersfoort-Hoogeveen

35

34

2026

2028

 

Projecten Noord-Nederland

     

Toegangsweg Groningen Airport Eelde

13

13

Regio

Regio

 

N33 Zuidbroek-Appingedam

203

202

ntb

ntb

 

N33 Appingedam-Eemshaven

2

2

ntb

ntb

 

Overige projecten en reserveringen

269

305

   

Projecten in voorbereiding

     

Projecten Nationaal

     

Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken

     

Strategisch plan Verkeersveiligheid

     

Verzorgingsplaatsen van de toekomst

     

Stopcontact op Land

     

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Modernisering Verzorgingsplaatsen: De modernisering van verzorgingsplaatsen en de realisatie van toekomstbestendige netaansluitingen, zodat de infrastructuur kan voldoen aan de veranderende en groeiende vraag van de weggebruiker. Dit is besloten in het wetsvoorstel Voorzieningen Verzorgingsplaatsen, welke in behandeling is bij de Tweede Kamer (Kamerstuk 31 305, nr. 542). Het projectbudget is € 1,603 miljard.

  • 2. A12/A27 Ring Utrecht: De meerkosten voor de Merwedebruggen binnen het project A27 Houten-Hooipolder wordt vooralsnog gedekt vanuit het projectbudget Ring Utrecht waarvan de Raad van State het Tracébesluit heeft vernietigd. De definitieve dekking is onderdeel van het herprioriteringproces van het Mobiliteits- en Deltafonds waar het kabinet nu aan werkt (Kamerstuk 36 800 A, nr. 61).

  • 3. InnovA58: De verhoging van het budget komt door de ontvangen loon- en prijsbijstelling 2026.

De overige budgettaire aanpassingen zijn toevoegingen ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2026.

12.03.03 Optimalisering gebruik

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van infrastructuur op de weg bevorderen. Voorbeelden zijn intelligent verkeersmanagement, informatie over werk in uitvoering en beperkte infrastructurele aanpassing van weginfrastructuur.

Producten

Tabel 28 Projectoverzicht behorende bij 12.03.03 Optimalisering gebruik hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Optimalisering gebruik (12.03.03)

Projectbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

huidig

vorig

 

Digitale Infrastructuur voor Toekomstbestendige Mobiliteit

32

32

nvt

nvt

 

Schoon Emissieloos Bouwen

166

187

nvt

nvt

1

Slim, Veilig, Doelmatig en Duurzaam Gebruik van Mobiliteitsinfrastructuur

168

166

nvt

nvt

 

Ringen draaiende houden WoMo

86

84

nvt

nvt

 

Reservering kleine maatregelen

285

280

nvt

  

Noordwest-Nederland

     

Maatregelenpakket regio Amersfoort

51

50

Regio

Regio

 

Zuidwest-Nederland

     

A4/N211 Harnaschknoop

36

35

Regio

Regio

 

Maatregelenpaket A15 Papendrecht-Gorinchem

16

16

Regio

Regio

 

Maatregelenpakket A4 Haaglanden-N14

16

16

Regio

Regio

 

Zuid-Nederland

     

Reservering VDL

5

5

nvt

nvt

 

Ringen draaiende houden WoMo

21

21

nvt

nvt

 

Quickwins A2 Deil-Vught

14

14

nvt

nvt

 

Maatregelenpakket A2 Deil-Vught

55

54

Regio

Regio

 

Maatregelenpakket A58 Stedelijke regio Breda-Tilburg

23

23

Regio

Regio

 

Multimodaal Metropoolregio Eindhoven (KTM Eindhoven II)

78

76

Regio

  

Maatregelenpakket A67 Leenderheide-Geldrop

21

21

Regio

Regio

 

Projecten Noord-Nederland

     

afronding

0

‒ 1

   

Totaal Optimalisering gebruik

1.074

1.079

   

Begroting (MF 12.03.03)

1.074

1.079

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Schoon Emissieloos Bouwen: Dit betreft een overboeking van € 20 miljoen naar HXII, waar een deel van de regeling via RVO wordt uitgekeerd. Daarnaast vindt er een verhoging van het projectbudget plaatst door de toekenning van de prijsbijstelling.

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en finan­ciering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeenge­komen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na openstelling van het project; tijdens de bouw dient de DBFM- opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financierders op de opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zeker stellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschik­baarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten geraamd worden op het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en Vernieuwing).

Producten

De projecten A9 Badhoevedorp-Holendrecht en A27 Houten - Hooipolder en verkeren in de realisatiefase.

Tabel 29 Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Eind contract

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

  

Projecten Noordwest-Nederland

              

A10 Tweede Coentunnel

2.302

2.288

1.575

67

60

65

60

59

59

357

2013

2013

2037

 

A12 Lunetten - Veenendaal

738

734

527

32

27

26

25

28

25

49

2012

2033

2033

 

A1/A6/A9 SA Badhoevedorp-Holendrecht

1.587

1.565

253

124

134

175

83

82

81

656

2028

2027

2040

 

A1/A6/A9 Schiphol - Amsterdam - Almere (deeltraject A1/A6)

1.970

1.828

997

66

64

63

61

68

59

593

2019

2019

2042

 

A1/A6/A9 Schiphol - Amsterdam - Almere (deeltraject A6 Almere)

413

408

169

18

18

18

17

22

17

134

2019

2019

2040

 

A1/A6/A9 Schiphol - Amsterdam - Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

1.241

1.230

647

51

49

48

48

47

47

304

2020

2020

2038

 

A27/A1 Utrecht-Eemnes-Bunschoten

388

348

132

17

15

15

15

15

17

161

2019

2019

2043

 

Aflossing tunnels

967

966

907

30

1

29

        

Projecten Zuidwest-Nederland

              

A15 Maasvlakte - Vaanplein

2.479

2.468

1.855

101

83

62

60

60

57

200

2015

2015

2035

 

A16 Rotterdam

2.029

1.890

809

94

66

138

63

64

63

732

2025

2025

2043

 

A24 Blankenburgverbinding

2.164

1.987

734

93

81

82

130

82

75

887

2024

2024

2043

 

Projecten Zuid-Nederland

              

A27 Houten-Hooipolder

5.117

2.909

485

347

386

887

1.085

602

415

1.800

2041

2029-2031

 

1

Projecten Oost-Nederland

              

A12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15)

3.408

3.344

274

44

99

111

119

114

83

2.564

2032

2029-2031

2034

 

A12 Ede - Grijsoord

175

174

106

10

10

10

10

10

9

10

2016

2016

2032

 

N18 Varsseveld – Enschede

338

335

169

13

11

13

11

11

11

98

2018

2018

2043

 

Projecten Noord-Nederland

              

N33 Assen - Zuidbroek

376

373

219

18

17

19

17

17

17

52

2014

2014

2034

 

Afrondingen

              

Totaal

25.692

22.846

9.858

1.058

1.062

1.695

1.745

1.221

976

     

Budget (MF 12.04)

25.692

22.846

9858

1058

1062

1695

1745

1221

976

     

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. A27 Houten-Hooipolder: Het projectbudget is gestegen met € 2.098 miljoen door de overhevelingen vanuit de reservering op aanleg (12.03.01) (€ 1.471 miljoen) en het projectbudget Ring Utrecht (€ 570 miljoen) om doorgang van het project (o.a. vernieuwing Hagesteinsebrug en Merwedebrug) mogelijk te maken. Daarnaast is het projectbudget gestegen door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 74 miljoen). Daarnaast is er een verlaging van het projectbudget als gevolg van de Verambtelijking Wet DBA. In het kader van Wet DBA zijn er een aantal individuele dossiers van inhuur verambtelijkt. Het bijbehorende budget wordt hiermee vanuit het project overgeheveld naar de interne kosten (€ 16,7 miljoen). In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).

De overige budgettaire aanpassingen zijn toevoegingen ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2026.

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

12.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijkswegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Het project Tijdelijke Tolheffing betreft de invoering en exploitatie van tolheffing op de A24/Blankenburgverbinding en de ViA15. De A24 is op 7 december 2024 in gebruik genomen. Op dat moment is ook de tolheffing gestart. De ViA15 is momenteel in aanleg en wordt naar verwachting eind 2031 opengesteld voor verkeer.

Het doel van de tolheffing is om een financieringsbehoefte voor de aanleg van de A24 en de ViA15 te dekken. Zonder de tolheffing zou er onvoldoende financiële dekking voor de aanleg van deze verbindingen zijn in het Mobiliteitsfonds en hadden deze verbindingen niet gerealiseerd kunnen worden.

Deze financieringsbehoefte komt tot uiting in een tolopgave van € 416 miljoen voor de A24 en van € 376 miljoen voor de ViA15 (bedragen in prijzen 2026 en in contante waarde). De tolopbrengsten moeten deze tolopgave en de uitvoeringskosten voor tolheffing dekken. Deze uitvoeringskosten bestaan uit de invoeringskosten van tolheffing en de cumulatieve kosten voor exploitatie tijdens de periode waarin tol geheven wordt. Als de tolopgave, inclusief de uitvoeringskosten van tolheffing, is voldaan, zal de tolheffing worden beëindigd.

Hierna volgen de verwachte ontvangsten van tolheffing. Voor een gedetailleerd overzicht van uitgaven en ontvangsten wordt verwezen naar 'Bijlage 4 Tol'.

Producten

Tabel 30 Ontvangsten artikel 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Bijdragen van derden

45

25

29

24

33

46

Geraamde inkomsten tol

138

76

63

64

69

111

Totaal Ontvangsten (MF 12.09)

183

101

91

88

102

157

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten in de investeringen van Rijkswegenprojecten.

Totaal geraamde inkomsten tol

De ontvangsten uit tolheffing zijn het totaal van de ontvangsten uit de tolgelden, plus de ontvangsten uit betalingsherinneringen en uit bestuurlijke boetes.

Voor de A24 en de ViA15 afzonderlijk worden de volgende ontvangsten geraamd:

Tabel 31 Tolontvangsten artikel 12 Hoofdwegennet A24 Blankenburgverbinding (bedragen x € 1 miljoen)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal

138

76

63

64

65

65

Tabel 32 Tolontvangsten artikel 12 Hoofdwegennet ViA15 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal

   

1

5

46

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Er hebben geen significante wijzigingen in het projectbudget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.

3.3 Artikel 13 Spoorwegen

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Tabel 33 Budgettaire gevolgen van uitvoering artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

2.935.927

3.762.759

3.664.201

3.343.628

2.739.451

2.706.837

2.329.503

Uitgaven

3.211.911

3.243.167

3.502.029

3.254.318

3.118.969

2.797.431

2.819.285

13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

2.561.513

2.660.404

2.979.938

2.805.431

2.635.838

2.339.260

2.477.740

13.03 Ontwikkeling

422.166

332.506

257.718

229.600

364.025

353.775

335.545

13.03.01 Aanleg personenvervoer

341.192

228.651

127.299

75.965

159.952

171.351

148.306

13.03.02 Aanleg goederenvervoer

18.756

26.193

55.325

64.363

44.133

23.208

8.513

13.03.03 Optimalisering gebruik

789

2.221

2.220

    

13.03.04 Planning en studies personenvervoer

54.579

57.204

58.315

54.405

92.067

57.910

85.369

13.03.05 Planning en studies goederenvervoer

6.850

18.237

14.559

34.367

67.373

101.306

93.357

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

228.232

250.257

264.373

219.286

119.106

104.396

6.000

13.07 Rente en aflossing

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

210.899

325.482

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

13.09 Ontvangsten

210.899

325.482

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 34 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 13
 

2027

Juridisch verplicht

98%

Bestuurlijk gebonden

2%

Beleidsmatig gereserveerd

 

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

 

13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenW heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In 2024 is de beheerconcessie beleidsneutraal verlengd tot 1 januari 2029. De Tweede Kamer is hierover geinformeerd (Kamerstukken 2024, 29984, nr. 1205). In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI). Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet Mobiliteitsfonds.

De beheerconcessie bevat instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenW te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenW en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenW geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een (addendum op het) twee-jarig(e) beheerplan op en consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het (addendum op het) ontwerp-beheerplan. Vervolgens legt ProRail het beheerplan ter instemming voor aan de Minister van IenW.

Nadat de Minister van IenW heeft ingestemd met het beheerplan, wordt dit toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van de Wet Mobiliteitsfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsactiviteiten van het spoor zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een subsidie van het Rijk. Bij de vaststelling van de subsidie voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten. Nadere informatie over areaal, prestaties en budgetten is opgenomen in bijlage 3 Instandhouding.

Maatregelen

Met het basiskwaliteitsniveau (BKN) Spoor zijn de budgetbehoefte en de beschikbare middelen langjarig tot en met 2037 met elkaar in evenwicht gebracht. Inmiddels is de dekking beleidsneutraal verlengd t/m 2040. Sinds de vaststelling van het BKN hebben zich exogene ontwikkelingen voorgedaan in wet- en regelgeving en zijn bepaalde risico's gematerialiseerd waar eerder geen rekening mee kon worden gehouden. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 heeft dit geleid tot besluitvorming over aanvullende budgettaire kaders. Dit is toegelicht in de voorjaarsnota 2026 (Kamerstuk 36 915 XII, nr. 2).

Vanuit de Aanvullend Post worden middelen toegevoegd aan het BKN Spoor. De ProRail subsidieaanvraag EOV voor instandhouding van het spoor bevat posten (€ 177 miljoen) voor gematerialiseerde risico’s, tegenvallers in de scope en tegenvallers als gevolg van wet- en regelgeving. Het gaat om verschillende posten die IenW beoordeelt in het kader van de subsidieaanvraag en waar bij aankomende voorjaarsbesluitvorming over moet worden besloten. Verder worden de benodigde middelen (€ 45 miljoen) toegevoegd om de bluswaterinstallatie Kijfhoek functioneel te krijgen, waarbij zowel de bestaande, oude blusleidingen als de recent aangebrachte uitbreiding van het blussysteem op elkaar worden aangesloten en hiermee één systeem vormen. Hiermee wordt ProRail compliant aan de vigerende aanwijsbeschikking van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (het bevoegd gezag).

13.03 Ontwikkeling Spoor

IenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door ProRail uit te voeren planningen en studies;

  • door IenW uit te voeren planningen en studies;

  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;

  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Aanlegprogramma personenvervoer spoor

Maatregelen

Tabel 35 Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Aanlegprogramma Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten Nationaal

             

Maatregelenpakket HSL Zuid & Inbeheername

431

347

178

36

17

11

10

30

105

43

divers

divers

1

Benutten Betrouwbaarheid & Capaciteit

             

Geluidsanering Spoorwegen (MJPG)

640

631

171

31

80

60

72

71

73

80

divers

divers

 

Programma Behandelen en Opstellen

194

192

71

24

6

16

42

17

10

8

divers

divers

 

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

27

27

16

0

0

0

4

4

2

0

2011/ 2018- 2028

2011/ 2018- 2027

 

Verbeteraanpak stations

10

10

4

3

1

1

0

0

0

0

divers

divers

 

Spoorcapaciteit 2030

865

851

126

45

54

76

104

145

171

143

divers

divers

2

Innovatieprogramma Spoortrillingen

23

23

19

3

1

0

0

0

0

0

divers

divers

 

Regionale knelpunten

17

17

16

0

0

0

1

0

0

0

divers

divers

 

Stations en stationsaanpassingen

             

Kleine stations

14

13

0

0

0

5

5

4

0

0

divers

divers

 

Toegankelijkheid stations

530

528

421

10

10

22

27

25

15

0

divers

divers

 

Overige projecten/lijndelen etc.

             

Programma ATB-Vv

84

82

10

4

5

5

19

25

13

2

divers

divers

 

Fietsparkeren bij stations

459

455

274

18

32

30

30

23

21

31

divers

divers

 

Kleine projecten Personenvervoer

200

227

 

18

46

37

34

30

27

8

divers

divers

3

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

24

27

 

2

2

2

3

3

3

8

divers

divers

4

Programma Overwegen

947

942

695

52

36

55

40

40

26

2

divers

divers

 

Programma aanpak suïcidepreventie

22

22

12

5

4

2

0

0

0

0

2027

2026

 

Programma kleine functiewijzigingen

402

401

321

9

8

8

9

10

10

28

divers

divers

 

Maaslijn

233

230

50

44

50

39

47

4

0

0

divers

divers

 

Schoon en Emissieloos Bouwen

103

101

2

4

16

20

23

22

9

7

divers

divers

 

Vervanging Donna/TTS

88

0

0

0

0

0

0

0

88

0

divers

divers

5

Projecten Noordwest-Nederland

             

Stations en Stationsaanpassingen

             

Paspoort- en beveiligingsfaciliteiten op A'dam CS

22

22

16

0

6

0

0

0

0

0

divers

divers

 

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Programma Wind in de Zeilen

11

10

4

4

1

1

0

0

0

0

divers

divers

 

Stations en Stationsaanpassingen

             

Emplacement Den Haag centraal

122

121

91

20

6

5

0

0

0

0

2023-2026

2023-2025

 

Projecten Oost Nederland

             

Traject Oost

224

224

211

9

4

0

0

0

0

0

divers

divers

 

Regionale lijnen

17

17

17

0

0

0

0

0

0

0

divers

divers

 

Projecten Noord Nederland

             

Sporendriehoek Noord-Nederland

147

147

133

11

2

1

0

0

0

0

divers

divers

 

Totaal uitvoeringsprogramma

5.856

5.668

2.857

355

389

397

472

452

573

361

   

Planning- en studieuitgaven binnen aanlegprogramma

‒ 296

‒ 224

‒ 102

‒ 21

‒ 24

‒ 18

‒ 19

‒ 19

‒ 86

‒ 8

   

Afrekening voorschotten

329

329

297

32

         

Programma Aanleg

5.888

5.773

3.051

366

365

379

453

434

487

353

   

Aanleg uitgaven binnen planning en studies

89

84

62

20

4

2

1

0

0

0

   

Aanleg uitgaven binnen MF11

1

1

0

0

0

0

       

Overprogrammering (-)

   

‒ 158

‒ 241

‒ 306

‒ 295

‒ 262

‒ 339

1.601

   

Budget Aanleg (MF 13.03.01)

5.978

5.858

3.113

229

127

75

159

171

148

1.954

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Maatregelenpakket HSL & Inbeheername: Dit betreft een deel (€ 75 miljoen) van de delta op de kosten voor inbeheername van de HSL-Zuid door ProRail tot en met 2031, de kosten voor het PPS-contract Infraspeed tot en met 2031, en de beheer- en onderhoudskosten vanaf inbeheername in 2031. Het gaat dus om de benodigde middelen minus de middelen die hiervoor al zijn gereserveerd.

  • 2. Spoorcapaciteit 2030: Dit betreft de toevoeging van € 13,8 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.

  • 3. Kleine projecten personenvervoer: de realisatie 2025 (€ 5,319 miljoen) wordt niet meer meegenomen in de tabel OB 2027. De binnen deze post geraamde uitgave voor de specifieke uitkering aan de provincies Utrecht, Limburg, Overijssel en Drenthe ter hoogte van € 23,8 miljoen is overgeboekt naar de beleidsbegroting (HXII, artikel 16) en wordt daar verantwoord. Daarnaast is vanuit het projectbudget Veiligheid op Stations € 4,1 miljoen overgeboekt naar HXII ten behoeve van sociale veiligheid.

  • 4. Nazorg gereedgekomen lijnen/halten: de realisatie 2025 (€ 3,495 miljoen) wordt niet meer meegenomen in de tabel OB 2027. De inschatting was dat er geen nazorgwerkzaamheden waren met betrekking tot het project Amsterdam Cuypershal. Bij nader inzien blijkt alsnog € 0,122 miljoen benodigd. Om die reden is dit bedrag overgeboekt vanuit het project PHS Amsterdam van waaruit de resterende scope wordt uitgevoerd.

  • 5. Vervanging Donna/TTS: Donna is een essentieel ICT-systeem bij de verdeling van capaciteit op het spoor. Het is een verouderd systeem en moet vervangen worden en bovendien aangepast om aan geldende wet- en regelgeving te voldoen (scheiding vervoerders en PR). Het opgenomen bedrag (€ 88 miljoen) betreft het tekort op de hiervoor benodigde middelen.

13.03.02 Aanlegprogramma goederenvervoer spoor

Maatregelen

Tabel 36 Projectoverzicht behorende bij 13.03.02: Aanlegprogramma Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten Nationaal

             

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua

172

172

162

0

1

1

1

6

divers

divers

 

Programma Emplacementen op orde

233

233

194

0

5

5

9

12

8

divers

divers

 

Kleine projecten Goederenvervoer

36

36

 

7

9

18

1

1

divers

divers

 

Projecten Zuidwest-Nederland

          

divers

divers

 

Calandbrug

278

276

140

1

3

6

12

35

35

46

divers

divers

 

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

361

356

77

26

43

45

29

20

50

72

divers

divers

 

Projecten Oost Nederland

             

Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov)

146

146

120

2

2

4

15

3

0

0

divers

divers

 

Overige projecten

             

Nazorg gereedgekomen projecten

3

2

 

1

1

1

0

0

0

0

divers

divers

1

Totaal uitvoeringsprogramma

1.229

1.220

694

37

63

79

67

78

94

117

   

Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma

‒ 489

‒ 485

‒ 174

‒ 12

‒ 9

‒ 14

‒ 23

‒ 55

‒ 85

‒ 117

   

Afrekening voorschotten

42

42

42

1

0

        

Programma Aanleg

782

777

562

26

54

64

44

23

9

0

   

Aanleguitgaven binnen planning en studies

2

2

0

0

1

0

0

0

0

0

   

Budget Aanleg (MF 13.03.02)

784

778

562

26

55

64

44

23

9

0

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Nazorg gereedgekomen projecten (0,5 miljoen): naar aanleiding van de afrekening H2-2026 is het projectbudget verhoogd met € 0,5 miljoen.

13.03.03 Optimalisering gebruik

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van infrastructuur bevorderen. Dit zijn maatregelen die door ProRail worden uitgevoerd.

Tabel 37 Projectoverzicht behorende bij 13.03.03 Optimalisering spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

 

Modal shift OVS

11

11

nvt

Totaal Optimalisering gebruik

11

11

 

Begroting (MF 13.03.03)

11

11

 

13.03.04 Planning en studies personenvervoer

Tabel 38 Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planning en studies Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Projecten Nationaal

     

Beter Benutten Decentraal Spoor (fase 2)

11

11

 

divers

 

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

211

146

 

divers

1

Kleine projecten Personenvervoer

77

79

 

divers

 

Reizigerfonds

3

3

 

divers

 

Projecten Zuid-Nederland

     

Spoorknoop Eindhoven

159

212

 

2033

2

Projecten Zuidwest-Nederland

     

Stadionpark Rotterdam

143

140

 

divers

 

Projecten Oost-Nederland

     

Verduurzaming Dieselspoorlijnen

119

98

 

divers

 

Quick scan decentraal spoor Gelderland

12

12

 

divers

 

OV knooppunt Nijmegen Centrumzijde

63

62

 

2033

 

Projecten Noordwest-Nederland

     

Multimodale knoop Schiphol

148

146

 

divers

 

Amsterdam Zuid 3e perron

437

429

   

Projecten Noord Nederland

     

Meppel: Spoor- en perroncapaciteit

183

179

 

divers

 

Lelylijn

5

5

   

HRMK Spoorbrug

83

82

   

Overige projecten en reserveringen

     

Studie en innovatiebudget

46

48

 

divers

 

Totaal planning en studies personenvervoer

1.701

1.652

   

Afrekening voorschotten

39

39

   

Aanleguitgaven binnen planning en studies

‒ 89

‒ 78

   

Programma planning en studies

1.651

1.612

   

Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma

296

224

   

Planning en studieuitgaven op MF 11

60

53

   

Begroting (MF 13.03.04)

2.007

1.889

   
      

Legenda

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Grensoverschrijdend Spoorvervoer: In 2024 is een subsidiebeschikking afgegeven binnen het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer voor de verkenning Enschede-Gronau elektrificatie en doorkoppeling. Deze middelen zijn abusievelijk ten laste gebracht van de binnen dit budget geraamde kosten voor de Berlijntrein, maar hadden ten laste moeten worden gebracht van het verkenningenbudget Eurregiorail. Om die reden is alsnog € 1,8 miljoen overgeboekt naar het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer en toegevoegd aan de geraamde kosten voor de Berlijntrein. Daarnaast zijn de binnen het voormalige programma Toekomstvast Spoor Zuid NL (hernoemd naar Spoorknoop Eindhoven) geraamde kosten voor de aanpassingen op het emplacement Venlo ter hoogte van € 60,4 miljoen toegevoegd aan de binnen het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer geraamde kosten voor de vervanging van de spanningssluis Venlo, aangezien het om dezelfde infrastructuur gaat. Dit levert in de ontwerpfase en in de realisatiefase voordelen op, omdat er daardoor geen afstemming tussen 2 projecten nodig is waardoor er zijn geen desinvesteringen zijn.

  • 2. Brainport Eindhoven: Met de regio en spoorpartijen is afgesproken dat IenW aan ProRail opdracht geeft voor de planuitwerking van de spoorse scope van Brainport Eindhoven. Betreffende planuitwerking wordt met budget van de MMK (Brainport Eindhoven) gefinancierd en om die reden is € 1,5 miljoen overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven. Daarnaast  wordt, om zicht te kunnen houden op gezamenlijke uitwerking van de spoorknoop Eindhoven en de multimodale knoop Eindhoven, aan ProRail in het kader van de verkenning voor de spoorknoop een beschikking afgegeven voor de beperkte onderzoeksopdracht voor nieuwe zijperrons op Eindhoven CS. Deze kosten van € 2,7 miljoen worden eveneens gefinancierd vanuit het budget van de MMK (Brainport Eindhoven) en ook overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven.

13.03.05 Planning en studies goederenvervoer

Tabel 39 Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planning en studies Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Projecten Nationaal

     

Kleine projecten Goederenvervoer

1

2

 

Diversen

1

Overige projecten en reserveringen

     

Programma 740 treinen

132

129

 

Diversen

 

Totaal programma planning en studies goederenvervoer

133

132

   

Afrekening voorschotten

4

4

   

Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma

489

485

   

Programma Aanleg

626

621

   

Aanleguitgaven binnen planning en studies

‒ 2

‒ 2

   

Begroting (MF 13.03.05)

625

619

   

Legenda

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Kleine projecten Goederenvervoer: de realisatie in 2025 (€ 0,876 miljoen) wordt conform de vigerende werkwijze niet meer meegenomen in de tabel OB 2027.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt volgens de contractuele overeenkomst met Infraspeed voor de beschikbaarheid van de HSL-Zuid infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031. Het contractbeheer, inclusief het verrichten van betalingen, wordt uitgevoerd door ProRail, met uitzondering van de rente- en belastingaanpassingen. ProRail ontvangt hiervoor een bijdrage van IenW.

Tabel 40 Projectoverzicht behorende bij 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

         

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

start

einde

 

Beschikbaarheidsvergoeding

3.916

3.775

3.054

240

243

198

98

83

0

0

   

ERTMS-upgrade

150

  

10

22

22

22

22

6

48

  

1

Rente- en belastingaanpassingen

3

3

3

          

Begroting (MF 13.04)

4.069

3.778

3.057

250

264

219

119

104

6

48

0

0

 

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Er is € 150 miljoen overgeboekt vanuit Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing naar 13.04 ten behoeve van de ERTMS upgrade van de HSL (Infraspeed). De middelen zijn bij de eerste suppletoire begroting 2026 vrijgemaakt.

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenW voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02.

Producten

Tabel 41 Ontvangsten artikel 13 Spoorwegen (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Concessievergoedingen

   

24

33

36

HSL-heffing

280

150

153

126

124

124

Terugbetaling voorschotten

44

     

Bijdragen van derden

1

   

6

6

Totaal Ontvangsten (MF 13.09)

325

150

153

150

163

166

3.4 Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en de bereikbaarheidsprogramma's voor ontsluiting van de woningbouw op korte termijn en mobiliteitspakketten toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Tabel 42 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

95.557

1.763.031

196.021

218.945

212.623

255.178

226.409

Uitgaven

486.830

398.803

401.342

500.821

498.259

609.991

665.711

14.01 Regionale infrastructuur

0

23.910

115.778

176.481

195.282

230.946

220.752

14.01.02 Planning en studies prg reg/lok

0

3

111.800

151.005

169.805

195.000

218.299

14.01.03 Aanleg reg/lok

0

23.907

3.978

25.476

25.477

35.946

2.453

14.03 Bereikbaarheidsprogramma's

486.830

374.893

285.564

324.340

302.977

379.045

444.959

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten

0

5

     

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten

0

1

     

14.03.03 Ruimtelijke economisch programma

0

1

     

14.03.04 Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur

142.385

175.131

185.156

196.558

   

14.03.05 Mobiliteitspakketten

344.445

199.755

100.408

127.782

41.364

69.988

82.025

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

14.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 43 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 14
  

2027

Juridisch verplicht

 

72%

Bestuurlijk gebonden

 

28%

Beleidsmatig gereserveerd

  

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

  

14.01 Regionale infrastructuur

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting Hoofdstuk XII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.

Producten

Algemeen

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage aan de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Planning en studies

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart planning- en studieprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De planningen en studies worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planning- en studieprogramma.

Tabel 44 Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planning en studies Regionaal/lokaal (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

 

Overige projecten en reserveringen

     

Rotterdam HOV

715

702

  

1

De Vlietlijn

359

352

   

Randstadrail/Metronet Rotterdam

270

265

   

Projecten in voorbereiding

20

20

   

Overige projecten in voorbereiding

49

55

  

2

Totaal planning en studies

1.413

1.394

   

Planuitwerkingskosten op MF 11

28

28

   

Begroting (MF 14.01.02)

1.442

1.422

   

Legenda

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Rotterdam HOV: Dit betreft de toevoeging van € 13,3 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.

  • 2. Overige projecten in voorbereiding: De exploitatiebijdrage ter hoogte van € 7 miljoen voor twee stoptreindiensten in Limburg is overgeboekt vanuit MF 14.01.02 naar de beleidsbegroting (HXII, artikel 16) en wordt daar verantwoord.

14.01.03 Aanlegprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Tabel 45 Projectoverzicht behorende bij 14.01.03: Aanlegprogramma Regionaal/lokaal (bedragen x € 1 miljoen)
  

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Projecten Zuidwest-Nederland

             

HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn)

 

188

185

70

24

4

25

25

36

2

0

divers

divers

Begroting (MF 14.01.03)

 

188

185

70

24

4

25

25

36

2

0

  

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Er hebben geen wijzigingen in het projectbudget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.

14.03 Bereikbaarheidsprogramma's

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de bereikbaarheidsprogramma’s. In het verleden werd op artikel 14.03 het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP voor Noord-Nederland begroot en verantwoord. Sinds de Ontwerpbegroting 2024 worden binnen dit artikel de budgetten voor bovenplanse infrastructuur en de mobiliteitspakketten begroot en verantwoord. Deze budgetten hebben tot doel nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten en bereikbaar te maken.

Producten

14.03.04 Programma Woningbouw door bovenplanse infrastructuur

Hieronder vallen de middelen die tot doel hebben om gemeenten in staat te stellen bovenplanse infrastructurele voorzieningen te realiseren, zodat op locaties in heel Nederland op korte termijn woningbouw kan plaatsvinden. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO Leefomgeving van 2022 (kamerstuk 35925-A-76) en BO MIRT van 2022 (kamerstuk 36200-A-9).

Tabel 46 Projectoverzicht behorende bij 14.03.04 Programma Woningbouw en Mobiliteit door bovenplanse infrastructuur
  

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Toelichting

Projectomschrijving

 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Woningbouw op korte termijn

 

1.406

1.403

1.247

159

         

Woningbouw op korte termijn 2.0

 

1.241

1.218

 

16

71

101

178

301

353

222

  

1

HOV4 Eindhoven

 

193

147

 

1

34

34

81

0

10

34

  

2

Westflank Groningen

 

93

91

 

0

11

34

40

8

     

HOV Lijn Almere Pampus

 

60

0

 

0

28

28

4

     

3

Begroting (MF 14.03.04)

 

2.993

2.859

1.247

176

144

197

303

309

363

256

   

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

  • 1. Woningbouw op korte termijn 2.0: Dit betreft de toevoeging van de loon-en prijsbijstelling tranche 2026.

  • 2. HOV4 Eindhoven: Betreft samenvoeging budgetten uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 voor € 44 miljoen. Daarnaast is het projectbudget verhoogd door de toekenning van de prijsbijstelling.

  • 3. HOV Lijn Almere Pampus: Dit betreft een overboeking vanuit de reservering Lijn Pampus naar de beleidsartikel 14 voor € 59,9 miljoen conform BO Mirt Afspraak 2022. Daarnaast wordt de verhoging van het project budget veroorzaakt door de toekenning van de prijsbijstelling.

14.03.05 Programma Woningbouw en Mobiliteit: Mobiliteitspakketten en Grootschalige woningbouw

Tabel 47 Projectoverzicht behorende bij 14.03.05 Programma Woningbouw en Mobiliteit: Mobiliteitspakketten en Grootschalige woningbouw
  

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Toelichting

Projectomschrijving

 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Mobiliteitspakketten

 

1.032

1.025

648

196

84

104

       

Grootschalige woningbouwgebieden

 

288

283

 

4

16

23

41

70

82

52

   

Begroting (MF 14.03.05)

 

1.320

1.308

648

200

100

128

41

70

82

52

   

Belangrijkste budgettaire aanpassingen

Mutaties zitten onder de staffel.

3.5 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/Publiek Private Samenwerking (PPS), netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte. De doelstellingen van het onder liggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII en vinden hun oorsprong in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Mobili­teitsfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 48 Budgettaire gevolgen van uitvoering artikel 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

1.253.546

1.998.044

1.888.745

2.674.499

1.536.481

1.573.866

1.561.481

Uitgaven

1.436.677

1.619.776

1.671.651

1.462.064

1.662.288

1.732.894

1.687.444

15.01 Exploitatie

8.902

26.681

28.990

24.717

22.987

22.883

26.182

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.902

26.681

28.990

24.717

22.987

22.883

26.182

15.02 Onderhoud en vernieuwing

763.644

979.902

979.912

841.436

827.291

796.567

1.014.945

15.02.01 Onderhoud

558.879

709.696

548.633

540.997

534.542

529.764

657.208

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

558.194

709.198

548.214

540.696

534.361

529.702

657.146

15.02.04 Vernieuwing

204.765

270.206

431.279

300.439

292.749

266.803

357.737

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

15.03 Ontwikkeling

154.334

118.881

177.164

116.805

336.162

450.047

194.645

15.03.01 Aanleg

145.786

98.206

113.313

106.706

198.224

197.664

96.467

15.03.02 Planning en studies

4.588

14.534

56.415

3.327

135.618

251.575

98.178

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

2.257

1.694

1.874

1.874

1.874

1.874

1.874

15.03.03 Optimalisering gebruik

3.960

6.141

7.436

6.772

2.320

808

0

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

65.740

64.703

55.952

58.186

65.705

54.274

52.825

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

444.057

429.609

429.634

420.920

410.144

409.124

398.847

15.06.01 Apparaatskosten RWS

409.347

413.314

412.229

403.813

393.992

392.733

385.002

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

409.347

413.314

412.229

403.813

393.992

392.733

385.002

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

34.710

16.295

17.405

17.107

16.152

16.391

13.845

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

34.710

16.295

17.405

17.107

16.152

16.391

13.845

Ontvangsten

43.982

20.320

15.683

8.463

9.950

10.617

150

15.09 Ontvangsten

43.982

20.320

15.683

8.463

9.950

10.617

150

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 49 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 15
 

2027

Juridisch verplicht

97%

Bestuurlijk gebonden

3%

Beleidsmatig gereserveerd

 

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

 

15.01 Exploitatie

Motivering

De activiteiten binnen exploitatie worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.

Producten

Bij exploitatie gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten

  • Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;

  • Monitoring en informatieverstrekking;

  • Vergunningverlening en handhaving;

  • Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien (Integrale Mobiliteitsanalyse [2021] en Integrale Mobiliteitsanalyse [2023]), die deels met exploitatie wordt gefaciliteerd, rekening houdend met autonome ontwikkelingen. Daarnaast is de inzet om de betrouwbaarheid en reistijd te verbeteren. Beleidsdoelstellingen op het gebied van exploitatie zijn:

  • Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;

  • Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

In de Kamerbrief Toekomst Binnenvaart die op 30 november 20221 aan de Tweede Kamer is aangeboden, zijn de belangrijkste veranderingen, uitdagingen en kansen geschetst voor de binnenvaart. Voor wat betreft de infrastructuur geldt dat we willen toewerken naar toekomstbestendige vaarwegen: klimaatadaptief en betrouwbaar. In de Kamerbrief modal shift aanpak van 15 november 20222 is de verwachte groei van het goederenvervoer en het groeipotentieel van de vaarwegen gepresenteerd. Om dit groeipotentieel te benutten en/of een reverse modal shift te voorkomen, wordt ernaar toegewerkt om alle huidige vaarwegen optimaal te onderhouden.

Zoals beschreven in de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau RWS-netwerken van 17 maart 2023 (Kamerstuk 29 385, nr. 119)3 wordt ingezet op het instandhouden van het areaal en voorspelbaarheid bij een groeiend gebruik. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om ook de kostenontwikkeling in de hand te houden. Door technologische ontwikkelingen als smart shipping en verdergaande digitalisering kan een deel van de systemen en voorzieningen ten behoeve van de informatieverstrekking en verkeersbegeleiding naar de toekomst toe waarschijnlijk efficiënter worden ingericht. Aanpassingen zullen afgestemd worden op de snelheid van de technologische ontwikkeling en de implementatie ervan bij de gebruikers. Ook wordt in het kader van droogte gekeken naar het ontwikkelen van klimaatadaptieve schepen met minder diepgang of andere vervoersconcepten, waardoor investeringen aan de infrastructuur mogelijk minder groot zullen zijn. Zo wordt bekeken welke vaarwegtrajecten, gegeven de geschetste toekomstige ontwikkelingen ook in aanmerking kunnen komen voor een aanpassing van bedienvensters. Om de vaarwegen toekomstbestendig en betaalbaar te houden, wordt onderzocht waar beperkingen in de bediening en begeleiding mogelijk zijn om de doelen voor de binnenvaart structureel te kunnen behouden. Daartoe wordt onderzoek in gang gezet naar a) opwaardering/afwaardering van vaarwegen; b) de functie en een bijpassend onderhoudsregime oevers; c) het langetermijn verkeersmanagement; d) betaald gebruik van overnachtingsplaatsen voor de recreatievaart; en e) de veiligheidsperspectieven bij een invoering van een verplicht vaarbewijs voor de recreatievaart.

Naast het gastheerschap op de vaarwegen, is ook toezicht van belang. Dit wordt door ILT, politie en RWS uitgevoerd om de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden bekostigd uit het budget voor netwerkgebonden kosten.

Meetbare gegevens

Tabel 50 Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

Realisatie 2025

Prognose 2026

Prognose 2027

Begeleide vaarweg

km

848

848

848

Bediende objecten

stuks

233

233

222

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hier opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend. In 2027 zijn geen wijzigingen voorzien in de begeleide vaarweg.

In 2027 neemt het aantal bediende objecten af met 11 stuks door de voorgenomen overdrachten van enerzijds het Merwedekanaal in Utrecht en anderzijds de Slochtersluis langs het kanaal Lemmer-Delfzijl.

15.02 Onderhoud en Vernieuwing

Motivering

Onderhoud en vernieuwing worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.

Producten

Het regulier onderhoud en vernieuwing van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor exploitatie, zoals verkeerscentrales.

In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van IenW vallen.

Maatregelen

In 2026 vindt voor Rijkswaterstaat in het kader van de meerjarenafspraak instandhouding 2024 ‒ 2030 tussen IenW en Rijkswaterstaat, een 'midtermreview'plaats waarin de financiële meerjarenreeksen voor instandhouding worden herijkt. Dit betreft de werkelijke budgetbehoefte en het maakbare deel ervan voor de instandhouding van de RWS-netwerken. In opdracht van IenW worden deze herijkte reeksen door een externe partij gevalideerd en met de Kamer gedeeld. De herijkte reeksen zijn van belang voor het verkrijgen van een gedeeld beeld over de benodigde middelen voor de komende jaren. Op basis van de resultaten wordt bezien of aanpassingen in het budget, basiskwaliteitsniveau en/of prestaties wenselijk zijn of dat er andere afspraken moeten worden gemaakt.

Daarnaast wordt er in het coalitieakkoord voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van woningbouw aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen beschikbaar. Met dit aanvullende buget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken. Ondanks deze middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig uitvoerbaar en betaalbaar. Om maximaal te kunnen presteren moet er geprioriteerd worden over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen. Hoewel de instandhouding voorop staat, is ook binnen de instandhoudingsopgave een prioritering nodig. Om die reden heeft IenW aan een afweegproces op fondsniveau gewerkt zoals vermeld in de kamerbrief prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).

15.02.01 Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatie vaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden zowel de werkzaamheden binnen onderhoud als werkzaamheden die voortkomen uit het ontwikkelingprogramma goed afgestemd. Binnen onderhoud vallen zowel het preventief als het correctief onderhoud.

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillance vliegtuigen en helikopters.

De Minister van IenW is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 2 'Overzichtsconstructie Kustwacht' aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt o.a. de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe en wegen en paden Texel verantwoord.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de onderhoudskosten. De percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde over de periode 2023-2027.

Figuur 6 Onderverdeling van de onderhoudskosten hoofdvaarwegennet (HVWN)

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Tabel 51 Areaal onderhoud
 

Eenheid

Omvang 2025

Omvang 2026

Omvang 2027

Budget (x € 1.000) 2027

Vaarwegen

km

7.271

7.271

7.264

548.214

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

Het totale areaal is een optelling hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen van in totaal afgerond 3.406 kilometer en van zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal afgerond 3.858 kilometer. Tezamen is dit afgerond 7.264 kilometer.

In 2027 wordt er een afname van 6,4 km overige vaarweg voorzien door de overdracht van het Merwedekanaal in Utrecht.

Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het basiskwaliteitsniveau worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. Daarom wordt in afwachting daarvan in onderstaande tabel nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de Beheer en Onderhoud (BenO) overeenkomst 2022-2023.

Tabel 52 Indicatoren Onderhoud

Indicator

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Geplande stremmingen (gehele areaal)

0,7%

1,1%

0,8%

0,8%

- Hoofdtransportas

0,7%

1,7%

0,8%

0,8%

- Hoofdvaarweg

0,6%

0,4%

0,8%

0,8%

- Overige Vaarweg

0,8%

1,8%

0,8%

0,8%

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

1,2%

0,7%

0,2%

0,2%

- Hoofdtransportas

0,3%

0,2%

0,2%

0,2%

- Hoofdvaarweg

1,1%

0,4%

0,2%

0,2%

- Overige Vaarweg

1,6%

1,2%

0,2%

0,2%

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Toelichting

De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en beweegbare bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren voor het maatgevend schip af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden betreffen de afgesproken maximale waarden. Door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik (o.a. door grotere schepen en zwaarder verkeer) neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe. Dit zien we met name terug in de ongeplande stremmingen, die de streefwaarde 3,5 keer overschrijden, hoofdzakelijk op de overige vaarwegen. Om de groeiende instandhoudingsopgave en de ongeplande stremmingen het hoofd te bieden wordt er meer gepland onderhoud uitgevoerd. Hierdoor wordt de streefwaarde voor geplande stremmingen overschreden voor de Hoofdtransportas en de Overige vaarweg, en voor het gehele areaal.

In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting zijn nog een aantal indicatoren met betrekking tot beschikbaarheid/betrouwbaarheid en veiligheid opgenomen. De indicator Passeertijd sluizen is opgenomen bij beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.

15.02.04 Vernieuwing

Op dit artikel staan de beschikbare budgetten voor vernieuwing (voorheen: vervanging en renovatie) van het hoofdvaarwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet in stand wordt gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 3 'Instandhouding'. In het MIRT-projectenoverzicht worden onder­liggende projecten inzichtelijk gemaakt.

Tabel 53 Projectoverzicht behorende bij 15.02.04: Vernieuwing Hoofdwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Programma Vernieuwing

5.293

4.816

1.108

348

510

353

322

351

394

1.906

Diverse

Diverse

1

Totaal programma Vernieuwing

5.293

4.816

1.108

348

510

353

322

351

394

1.906

   

Budget Vernieuwing (MF 15.02.04)

   

270

431

300

293

267

358

2.266

   

Overprogrammering (-)

   

‒ 78

‒ 79

‒ 53

‒ 29

‒ 85

‒ 36

360

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Het budget voor het programma Vernieuwing is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040. Verder is dit budget structureel opgehoogd met de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2026 (€ 76,4 miljoen). In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossiers verambtelijkt. Het budget wordt verlaagd doordat het bijbehorende budget wordt overgeheveld naar de apparaatskosten van RWS (€ 7,1 miljoen). Daarnaast zijn in het coalitieakkoord middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen). Voor het hoofdvaarwegennet betekent dit dat het vernieuwingsbudget in 2031 is verhoogd met € 94,3 miljoen.

15.03 Ontwikkeling

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de realisatie- en studie activiteiten bij het hoofdvaarwegennet.

Een beweging naar instandhouding en tussen MIRT-projecten

In 2023 is besloten om 17 MIRT-projecten te pauzeren vanwege de opeenstapeling van financiële, stikstof- en personele problematiek, en om de middelen hiervoor in te zetten voor tegenvallers bij lopende projecten en voor intensivering op instandhouding. De laatste stand van zaken van de gepauzeerde projecten is toegelicht in de Kamerbrief van 13 juni 2025 over het MIRT (Kamerstuk 36 600-A, nr. 63). In bijlage 6 hiervan wordt voor onder meer de drie betrokken vaarwegprojecten ingegaan op de actuele stand van zaken. Voor de projecten Volkeraksluizen en Kreekraksluizen is er geen restbudget beschikbaar. Rijk en regio hebben in het BO MIRT 2024 besloten om de wachttijden bij de sluizencomplexen te monitoren en te bekijken of de wachttijd de wettelijke limiet niet overschrijdt. Ook voor Vaarweg IJsselmeer – Meppel (VIJM) is er geen restbudget beschikbaar. Voor dit project is onderzocht of het uitdiepen van de VIJM kan worden opgepakt door de grond te gebruiken bij andere projecten. Dit bleek helaas niet mogelijk.

Wind op zee

Door het kabinet zijn middelen vrijgemaakt voor de uitbreiding van Wind op Zee. Deze middelen hebben onder andere betrekking op de scheepvaartveiligheid op de Noordzee en zullen in 2026 en daarna worden omgezet in concrete maatregelen. Dit betreft een doorlopend proces.

15.03.01 Aanleg

Producten

In 2026 zijn er geen geplande mijlpalen op aanleg in het hoofdvaarwegennetwerk.

Tabel 54 Mijlpalen Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

 

Project

Openstelling

n.v.t.

Start aanleg

n.v.t.

Bron: Rijkswaterstaat 2026

Tabel 55 Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Ontwikkeling Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

             

Beter Benutten

16

16

16

0

      

Geen

Geen

 

Impuls Dynamisch Verkeermanagement

100

100

100

0

      

2018

2018

 

Walradarsystemen

35

35

32

2

1

    

0

divers

divers

 

Regeling Kademuren

11

11

2

2

3

2

2

1

1

0

nvt

nvt

 

Reservering ERTVS

687

631

0

10

28

4

1

1

7

636

  

1

Projecten Noordwest-Nederland

             

De Zaan (Wilhelminasluis)

14

14

10

3

      

2020

2020

 

Lichteren buitenhaven Ijmuiden

84

83

46

0

2

11

25

   

n.t.b.

n.t.b.

 

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

13

13

13

0

0

0

   

0

2022

2022

 

Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwede

7

7

7

 

0

 

0

   

2021

2021

 

Nieuwe Sluis Terneuzen

1.303

1.302

1.236

42

15

0

9

0

0

0

2025

2025

 

Project Mainport Rotterdam

1.148

1.147

1.106

1

0

2

1

1

1

39

2033

2033

 

Projecten Zuid-Nederland

             

Maasroute modernisering fase 2

866

865

830

7

29

0

   

0

2027

2027

 

Zuid-Willemsvaart: aanleg Maximakanaal en opwaarderen tot Veghel

429

429

427

1

0

0

0

1

  

2015

2015

 

Sluis II Wilhelminakanaal

173

97

6

12

33

64

46

2

0

10

n.t.b.

n.t.b.

 

Projecten Oost-Nederland

             

Toekomstvisie Waal

155

154

148

1

3

3

0

0

  

2024

2024

 

Verruiming Twentekanalen fase 2

235

235

231

0

0

 

1

2

 

0

2023

2023

 

Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis)

59

59

59

1

 

0

    

2017

2017

 

Projecten Noord-Nederland

             

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 1: verbreding tot klasse Va

282

282

282

0

  

0

   

2017

2017

 

Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee

39

39

37

0

  

0

 

2

 

2018

2018

 

Sluiscomplex Kornwerderzand

522

513

0

0

5

5

105

160

139

108

n.t.b.

n.t.b.

 

Overige Projecten

             

Kleine projecten / afronding projecten

206

205

190

2

2

4

3

4

  

divers

divers

 

Afrondingen

2

‒ 1

        

divers

divers

 

Totaal uitvoeringsprogramma

6.385

6.237

4.778

84

121

94

193

172

149

793

   

Aanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies

145

87

30

20

33

27

27

7

1

0

   

Programma Aanleg

6.530

6.324

4.808

104

154

121

220

179

150

793

   

Uitgaven mbt planning en studies op MF 15.03.02 mbt het programma aanleg

‒ 79

‒ 77

0

 

‒ 2

‒ 12

‒ 25

‒ 1

‒ 1

‒ 38

   

Budget Aanleg (MF 15.03.01)

6.451

6.247

4.808

104

152

109

195

178

149

755

   

Overprogrammering (-)

   

‒ 7

‒ 45

‒ 10

‒ 4

5

‒ 53

113

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Reservering ERTVS: dit wordt veroorzaakt door de toegevoegde prijsbijstelling.

  • 2. Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2: vanuit de reservering bij DGLM is € 52,5 miljoen overgeboekt naar de realisatiefase. Het gaat hier om de projecten Gerrit Krolbrug en 3 Friese bruggen en Kootstertille. Daarnaast is het projectbudget van de Gerrit Krolbrug met € 4,1 mln gestegen door aanvullende ontvangsten vanuit de gemeente Groningen. Het overige deel bestaat uit ruim €1 mln prijsbijstelling.

  • 3. Sluis II Wilhelminakanaal: De gunning van sluis II bij het Wilhelminakanaal is voorzien in het najaar. Uit gesprekken met de aannemer is gebleken dat het huidige budget ontoereikend is. Daarom wordt er nog eens € 10 miljoen extra uit de extrapolatie gehaald en aan het budget toegevoegd. Daarnaast is er bij de vorige begroting per abuis een verkeerde stand opgenomen, dit wordt bij deze gecorrigeerd.

  • 4. Sluiscomplex KWZ: dit wordt veroorzaakt door de toegevoegde prijsbijstelling.

15.03.02 Planning en studies

Tabel 56 Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Planning en studies Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Planning

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

huidig

vorig

Aanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies

‒ 145

‒ 87

nvt

nvt

1

Uitgaven mbt planning en studies op MF 15.03.02 mbt het programma aanleg

79

77

nvt

nvt

 

Projecten Nationaal

     

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

37

32

nvt

nvt

2

Reservering voor LCC

515

471

nvt

nvt

3

Reservering voor scheepvaartveiligheid maatregelen agv Wind op Zee

1222

412

nvt

nvt

4

Projecten Noordwest-Nederland

     

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer

7

7

ntb

2025 ‒ 2027

 

Vaarweg IJsselmeer-Meppel

0

0

ntb

ntb

 

Projecten Zuidwest-Nederland

     

Capaciteit Volkeraksluizen

0

0

ntb

ntb

 

Projecten Oost-Nederland

     

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

43

42

ntb

ntb

 

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

34

33

ntb

ntb

 

Projecten Noord-Nederland

     

Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2

541

527

2024 ‒ 2029

2024 ‒ 2028

5

Overige projecten en reserveringen

533

497

  

6

Projecten in voorbereiding

     

Projecten Zuidwest-Nederland

     

Kreekraksluizen

  

ntb

ntb

 

Projecten Oost-Nederland

     

Verkenning IJssel fase 2

     

Overige projecten in voorbereiding

     

Gesignaleerde risico's

     

Afrondingen

0

0

   

Totaal programma planning en studies

2.866

2.011

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Het verschil wordt veroorzaakt doordat € 45,9 miljoen is overgeboekt van de planstudiefase naar de realisatiefase voor de Gerrit Krolbrug, doordat het projectbudget Gerrit Krolbrug met € 4,1 miljoen is gestegen door aanvullende ontvangsten van de gemeente Groningen en met € 0,2 miljoen is gestegen door een overboeking uit het budget voor externe kosten planuitwerkingen en doordat € 6,6 miljoen is overgeboekt van de planstudiefase naar de realisatiefase voor een Partieel Uitvoeringsbesluit contractvoorbereidingsfase 3 Friese Bruggen en Kootstertille.

  • 2. Bijdrage aan agentschap RWS: door de extrapolatie naar 2040 is de bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen met € 4,8 miljoen toegenomen.

  • 3. Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2040 is de reservering voor LCC met € 34,2 miljoen toegenomen.

  • 4. Reservering voor scheepvaartveiligheid (SVV) maatregelen Wind op Zee (WOZ): Naar het ministerie van Defensie is € 19,2 miljoen overgeboekt voor het project Verkeersbeeld op Zee (VOZ) deel 2 2030 tot en met 2035. Vanuit Klimaat en Groene Groei is in de periode 2028 t/m 2040 € 765,3 miljoen overgeboekt voor de resterende (3e) tranche ter dekking van de structurele kosten aanvullende routekaart WOZ.

    Daarnaast ontvangt IenW nu alvast in totaal € 55,9 miljoen van de aanvullende post bij Financiën voor de voorbereidende werkzaamheden van de Partiële Herziening. Besluitvorming over de routekaart van deze PH vindt plaats in het najaar van 2026. Deze middelen zijn bedoeld om alvast uit te kunnen werken welke scheepvaartveiligheidsmaatregelen er genomen moeten worden om de ambitie van 40GW wind op zee te realiseren.

  • 5. Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2: het projectbudget voor de Gerrit Krolbrug is met € 4,1 miljoen gestegen door aanvullende ontvangsten van de gemeente Groningen en met € 0,2 miljoen door een overboeking uit het budget voor externe kosten planuitwerkingen.

  • 6. Overige projecten en reserveringen: Door de extrapolatie naar 2040 zijn de overige projecten en reserveringen met € 23,8 miljoen toegenomen. Van de reservering robuuste HVWN op artikel 11 is € 100 miljoen overgeboekt naar artikel 15 voor een nieuwe reservering Ruimte voor de Rivier 2.0 bevaarbaarheid. Er is voor het project Sluis II Wilhelminakanaal € 64,2 miljoen overgeboekt naar realisatie en voor het project walstroom rijksligplaatsen is € 34,7 miljoen overgeboekt naar realisatie.

15.03.03 Optimalisering verbruik

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van Infrastructuur op de vaarwegen bevorderen. Dit zijn maatregelen die door IenW worden uitgevoerd. Een voorbeeld is de optimalisatie van logistieke routes om modal shift te bevorderen.

Tabel 57 Projectoverzicht behorende bij 15.03.03 Optimalisering hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Optimalisering hoofdvaarwegennet 15.03.03 (bedragen x € 1 miljoen)

   
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

 

Modal shift van weg naar water

23

23

nvt

Totaal Optimalisering gebruik

23

23

nvt

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Er hebben geen wijzigingen in het projectbudget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, financiering en onderhoud) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheidsvergoeding. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouw fase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervaltaan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikel onderdeel 15.02 Onderhoud en Vernieuwing).

Producten

De projecten Zeetoegang IJmond, Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis en sluis Eefde zijn opengesteld. Er is sprake van een volledige beschikbaarheidsvergoeding. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Tabel 58 Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

             
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Eind contract

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

             

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

453

448

162

16

16

16

15

15

15

199

2019

2019

 

Zeetoegang IJmond

1.313

1.301

695

40

31

34

42

30

29

412

2021

2021

1

Projecten Oost-Nederland

             

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

179

178

72

6

6

6

6

6

6

71

2021

2021

 

Projecten Zuid-Nederland

             

Keersluis Limmel

98

97

39

3

3

3

3

3

3

42

2018

2018

 

afrondingen

             

Totaal

2.043

2.023

968

65

56

58

66

54

53

723

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. De verhoging van de budgetten wordt veroorzaakt door de toegekende loon- en prijsbijstelling.

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZ, Financiën (Douane), IenW, LVVN en JenV en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;

  • Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;

  • Het leveren van kennisintensief adviesop het gebiedvan eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.

Tabel 59 Ontvangsten artikel 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)

Ontvangsten 15.09 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen)

      
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Bijdragen van derden

20

16

8

10

11

0

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Er hebben geen wijzigingen in het ontvangsten budget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.

1

Kamerstuk 31 409, nr. 373

2

Kamerstuk 34 244, nr. 3

3

Kamerstuk 29 385, nr. 119

3.6 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister ten minste halfjaarlijks de Tweede Kamer informeert over de voortgang en verantwoording aflegt via een Voortgangsrapportage.

Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:

  • Programma ERTMS;

  • Zuidasdok;

  • Programma Hoogfrequent Spoorvervoer.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid, 16 Openbaar Vervoer en Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.

Tabel 60 Budgettaire gevolgen van uitvoering artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

1.972.923

533.297

1.483.313

320.348

192.622

291.866

91.085

Uitgaven

674.903

777.602

358.098

749.446

764.908

661.634

458.291

17.07 ERTMS

175.446

172.377

57.169

77.756

124.582

132.015

56.928

17.07.01 Aanleg ERTMS

175.446

172.375

57.169

77.756

124.582

132.015

56.928

17.07.02 Planning en studies ERTMS

0

2

0

    

17.08 Zuidasdok

232.632

389.547

248.656

514.831

516.112

327.462

300.620

17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

266.825

215.678

52.273

156.859

124.214

202.157

100.743

17.10.01 Aanleg PHS

262.105

211.059

46.105

150.632

101.659

158.469

44.918

17.10.02 Planning en studies PHS

4.720

4.619

6.168

6.227

22.555

43.688

55.825

Ontvangsten

95.698

102.943

71.176

92.248

71.454

79.236

77.773

17.09 Ontvangsten

95.698

102.943

71.176

92.248

71.454

79.236

77.773

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 61 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 17
 

2027

Juridisch verplicht

98%

Bestuurlijk gebonden

2%

Beleidsmatig gereserveerd

 

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

 

17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Motivering

De Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 (Kamerstukken II 202/21, 23645, nr. 746) zet erop in lange termijn keuzes voor het OV met bijdragen aan wonen, werken en recreëren in een duurzaam en welvarend Nederland te realiseren. Het digitaliseren van het treinbeveiligingssysteem is een van de bouwstenen om de doelen van Toekomstbeeld OV te bereiken. Het vervangen van het analoge huidige systeem, dat stamt uit de jaren ’50-60, door de digitale Europese standaard wordt vormgegeven binnen het groot project ERTMS. Deze vervanging sluit aan bij het algemene uitgangspunt om prioriteit te geven aan de instandhouding van het bestaande netwerk. Met deze beslissing wordt ook invulling gegeven aan Europese afspraken over de aanleg van ERTMS op de belangrijkste nationale en internationale verbindingen (TEN-T kernnetwerk). Daarnaast biedt ERTMS meer mogelijkheden dan de huidige treinbeveiliging, zoals meer veiligheid, de mogelijkheid om meer treinen te laten rijden, en op termijn automatisch rijden.

Producten

Op 17 mei 2019 heeft het Kabinet de programmabeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2018/19, 33652, n2. 65) genomen en besloten het huidige treinbeveiligingssysteem landelijk te vervangen door ERTMS. Tot en met 2030 worden door ProRail en vervoerders tientallen werkprocessen aangepast om treinen te kunnen laten rijden, circa 1.300 treinen en locomotieven omgebouwd of opgewaardeerd naar ERTMS en tenminste 15.000 gebruikers opgeleid. Ook zal het systeem en de operatie worden beproefd en uiteindelijk 345 km spoor op zeven baanvakken van ERTMS voorzien. Het kabinet heeft in 2019 tevens besloten structureel middelen te reserveren voor de uitrol van ERTMS in de rest van Nederland in de periode 2030-2050. Hiervoor zijn middelen gereserveerd op artikelonderdeel 11.03.

Zoals aangekondigd is gewerkt aan een herijking van de planning en kostenraming (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 33 652, nr. 88). In de herijking zijn ook de effecten van gebeurtenissen als de coronapandemie, de arbeidsmarktkrapte en bewegingen op de leveranciersmarkt (zoals overnames) op het programma meegenomen. Uit de herijking blijkt dat een hoger bedrag en langere tijd nodig zijn om de treinbeveiliging en gerelateerde systemen klaar te maken voor de toekomst. Een commissie van experts op het gebied van de implementatie van ERTMS of vergelijkbare systemen in andere landen heeft een second opinion uitgevoerd die dit beeld ondersteunt. De second opinion is de basis van de nieuwe Tranche-aanpak. Deze aanpak zorgt voor een gefaseerde implementatie met ruimte voor leren en bijsturen. Tijdens de twee proefbaanvakken worden waardevolle lessen opgedaan voor techniek, operatie en samenwerking die bij de rest van de uitrol gebruikt worden. Naast de geleerde lessen wordt er voor nieuwe tranches ook gekeken naar de mogelijkheid om nieuwe innovaties zoals FRMCS en ATO te implementeren. De budgettaire gevolgen van de nieuwe Tranche-aanpak zijn voor de eerste tranche verwerkt in de begroting. De kamer is geïnformeerd over de opgave voor het vervolg bij de 24e voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2025/2026, 33562, nr. 111).

Het programma ERTMS is door de Kamer aangewezen als Groot Project. De Kamer wordt daarom twee keer per jaar door middel van een voortgangsrapportage geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage van de staatssecretaris van IenW betreft de 24e voortgangsrapportage.

Tabel 62 Projectoverzicht behorende bij 17.07 ERTMS (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

ERTMS

          

divers

divers

Aanleg

3466

3459

853

246

350

380

471

386

315

465

  

Planning en studies

90

90

90

0

0

0

0

0

0

0

divers

divers

Programma

3.556

3.549

943

246

350

380

471

386

315

465

  

Afrekening voorschotten

47

47

36

11

        

Overprogrammering (-)

   

‒ 85

‒ 293

‒ 302

‒ 346

‒ 254

‒ 258

1.538

  

Begroting (MF 17.07)

3.603

3.596

979

172

57

78

125

132

57

2.003

  

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

Wegens het niet halen van de deadline voor de seriële ombouw wordt een deel van de toegezegde CEF-subsidie voor het realiseren van een prototype en seriële ombouw in het goederenvervoer niet meer uitgekeerd. Omdat in het budget al rekening was gehouden met de ontvangst van deze subsidie worden zowel de uitgaven als de ontvangsten met € 6,245 miljoen afgeboekt.

Daarnaast is € 25,410 miljoen overgeboekt naar het EOV-programma (MF 13.02), omdat de kosten van instandhouding van het bestaande treinbeveiligingssysteem VPI (Vital Processor Interlocking, een elektronisch rijwegbeveiligingssysteem dat wissels en seinen aanstuurt zodat treinen veilig gebruikmaken van het spoor) op de baanvakken Groningen - Leeuwarden en Groningen - Bad Nieuweschans grens plaatsvindt binnen dit programma.

17.08 Zuidasdok

Motivering

De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam-Zuid toe. De vergroting van de stations capaciteit en kwalitatieve opwaardering van station Amsterdam Zuid is nodig om de groeiende reizigersstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP-kwaliteitsnorm. Om ruimte te bSieden aan de uitbreiding van de ov-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. Een investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie. In de MIRT-brief van 13 januari 2026 is de Kamer geïnformeerd over een nieuw verwacht tekort op het project van € 1.150 ‒ 1300 miljoen (Kamerstuk 36800-A nr. 11). In een bestuurlijk overleg van 5 november 2025 hebben Rijk en regio de scope van Zuidasdok zoals opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok nogmaals bevestigd.

Producten

  • Programmaorganisatie en voorbereiding (inclusief A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, artikel 12.03.01 op het Mobiliteitsfonds);

  • Uitbreiding van de ov-terminal (regionaal ov en ketenmobiliteit);

  • Tunnel en uitbreiding van de wegcapaciteit A10-zuid;

  • Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.

Tabel 63 Projectoverzicht behorende bij 17.08 Zuidasdok (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Zuidasdok

            

Generieke en ruimtelijke inrichting

66

66

66

0

0

0

0

     

Projectorganisatie en voorbereiding

641

635

338

52

27

36

32

29

25

102

  

Tunnel en A10

2.065

1.603

243

150

121

388

443

255

257

208

  

OVT incl. keerspoor

1.206

1.193

530

187

101

90

41

44

19

194

  

Afrondingen

            

Programma

3.978

3.497

1.177

390

249

515

516

327

301

504

2032-2036

2032-2036

Begroting (MF 17.08)

3.978

3.497

1.177

390

249

515

516

327

301

504

  

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Tunnel en A10: In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritarie Infrastuctuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt vanuit de Algemene Post. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok en A27 Houten Hooipolder. De overige € 100 miljoen staat op de reservering op artikel 11.

De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2026.

Overzicht van de bijdragen

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het programma. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).

Tabel 64 Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Totaal

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

Bijdragen Rijk

2.919

705

240

178

440

477

259

224

396

Bijdrage gemeente Amsterdam

446

172

42

39

45

39

43

43

23

Bijdrage Vervoersregio Amsterdam

363

141

31

31

37

32

35

35

21

Bijdrage Provincie Noord Holland

87

87

0

0

0

0

0

0

0

EU-ontvangsten

3

3

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage derden

124

33

16

1

10

0

2

0

62

Totaal programma

3.942

1.141

329

249

532

548

339

302

502

Begroting (MF 17.08)

3.942

1.141

329

249

532

548

339

302

502

17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Motivering

Vanaf 2018 heeft het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer de status van groot project. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven van PHS verantwoord. De basisrapportage, die voortvloeit uit de status van groot project, is in april 2019 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2018-2019, 32 404, nr. 92). Sindsdien zijn er halfjaarrapportages naar de Kamer gestuurd, de laatste betreft de tweede helft van 2025 (VGR 2025-2, Kamerstuk 32404-130). Er wordt volgens de prognoses steeds meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Ook het spoorgoederenvervoer neemt toe. Dat vraagt om een aanpak om meer capaciteit te bieden en een hoogwaardig spoorvervoer mogelijk te maken. Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) heeft tot doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomstvaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan meer treinen rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute nog extra te stimuleren. Het gaat om de volgende corridors en frequenties:

  • Alkmaar-Amsterdam (6 intercity’s en 6 sprinters);

  • Amsterdam-Utrecht-Eindhoven (6 intercity’s op de corridor en 6 sprinters tussen Utrecht en Geldermalsen);

  • Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen (6 intercity’s op de corridor en 4 sprinters tussen Breukelen en Driebergen-Zeist);

  • Den Haag-Rotterdam-Breda (8 intercity’s en 6 sprinters tussen Den Haag en Rotterdam en 4 intercity’s tussen Rotterdam en Breda);

  • Breda-Eindhoven (4 intercity’s en 4 sprinters Breda-Tilburg);

  • Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL) Schiphol-Amsterdam Zuid-Almere-Lelystad (4 intercity’s en 4 sneltreinen tussen Flevoland, via Amsterdam Zuid, en Schiphol, 4 intercity’s tussen Schiphol, via Amsterdam Zuid, en Hilversum, 6 sprinters tussen Almere en Amsterdam Centraal, 4 sprinters tussen Hilversum/Gooi en Amsterdam Centraal);

  • Goederenroutering Zuid-Nederland.

Het PHS-programma en de diverse projecten die hier onderdeel van uit maken moeten de gewenste treinaantallen mogelijk maken in combinatie met een zo goed mogelijke dienstregeling (goede verdeling van de treinen over het uur, goede aansluitingen, combinatie met goederenvervoer e.d.). Daarbij is een belangrijk aandachtspunt dat de PHS-corridors onderdeel vormen van een samenhangend spoorwegnet en treindienstregeling, waarbij er vele afhankelijkheden bestaan en er in de loop der tijd rekening moet worden gehouden met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De uiteindelijke dienstregeling wordt conform de vervoerconcessie van IenW aan NS opgesteld door NS. NS stelt deze vast op basis van de daadwerkelijk beschikbare infrastructuur, de daadwerkelijk marktvraag per traject, overleg met betrokken overheden en consumentenorganisaties. De scope, planning en financiële stand van zaken (peildatum eind 2018) zijn opgenomen in de basisrapportage PHS; deze dient als referentie voor de opeenvolgende voortgangsrapportages over PHS die elk halfjaar verschijnen. PHS is volledig opgenomen in de nieuwe HRN concessie 2025-2033 en zal stap voor stap worden ingevoerd.

Producten

Op 4 juni 2010 (Kamerstukken II 2009-2010, 32 404, nr. 1) heeft het kabinet een voorkeursbeslissing genomen over PHS. Sinds begin 2011 loopt de planuitwerking. PHS is een samenhangend en langlopend programma en wordt stap voor stap gerealiseerd. Gefaseerd zullen de treinfrequenties worden verhoogd, als de benodigde infrastructuur dat mogelijk maakt. Het programma bevindt zich nu grotendeels in de realisatiefase: inmiddels is een belangrijk deel van de projecten uitgevoerd of in uitvoering en worden onderdelen vastgelegd in subsidiebeschikkingen. In het MIRT-overzicht is per onderdeel in realisatie een MIRT-blad opgenomen en is de voortgang van de diverse PHS-onderdelen aangegeven. Elk halfjaar wordt in de opeenvolgende voortgangsrapportages PHS de inhoudelijke en financiële voortgang van PHS en de diverse corridors aangegeven. In de laatste VGR 2025-2 is aangegeven dat het PHS-programma in volop in uitvoering is en meer dan 95% van het budget verplicht is.

Tabel 65 Projectoverzicht behorende bij 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Toelichting

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

           

In dienst gestelde projecten

             

OV-SAAL korte termijn

630

630

630

0

0

0

0

0

0

0

 

gereed

 

OV-SAAL middellange termijn

98

98

98

0

0

0

0

0

0

0

 

gereed

 

PHS: Doorstroomstation Utrecht

253

253

253

0

0

0

0

0

0

0

 

gereed

 

PHS: Spooromgeving Geldermalsen

149

149

149

0

0

0

0

0

0

0

 

gereed

 

PHS: Rijswijk - Rotterdam

351

351

351

0

0

0

0

0

0

0

 

gereed

 

PHS: Ede

76

76

76

0

0

0

0

0

0

0

 

gereed

 

Lopende projecten

             

PHS: Meteren - Boxtel

875

825

197

71

159

145

169

70

46

19

2031

2031

1

PHS: Amsterdam

1174

1160

388

88

127

141

141

117

70

103

2030 ‒ 2032

2030 ‒ 2032

2

PHS: Alkmaar-Amsterdam

308

303

22

14

31

68

64

36

17

56

2030 ‒ 2032

2029 ‒ 2030

 

PHS maatregelen TEV

149

147

54

18

24

23

13

9

4

3

divers

divers

 

PHS: Nijmegen West-Entree

216

213

52

40

45

29

14

6

6

24

2028

2028

 

PHS: Overige maatregelen (projecten < € 50 miljoen)

260

258

144

34

36

17

14

12

1

2

divers

divers

 

Planning en studies

             

Diverse corridors

632

663

        

divers

divers

3

Programma

5.170

5.124

2.413

264

421

424

414

251

145

207

   

Afrekening voorschotten

   

0

0

0

0

0

0

0

   

Overprogrammering (-)

   

‒ 134

‒ 295

‒ 279

‒ 311

‒ 134

‒ 176

1.329

   

Begroting (MF 17.10.10)

5.170

5.124

2.413

131

126

144

103

117

‒ 31

1.536

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. PHS Meteren – Boxtel: het projectbudget is met 37,8 mln verhoogd vanuit het resterende budget op planning en studies, dit om opgetreden markt- en prijseffecten op te vangen en de post onvoorzien aan te vullen tot een niveau dat past bij de fase van het project.

  • 2. PHS Amsterdam: Dit betreft de toevoeging van € 14,7 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.

  • 3. Diverse corridors: zie toelichting 1.

17.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Tabel 66 Ontvangsten artikel 17 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Bijdragen van derden ERTMS

12

     

Bijdragen van derden Zuidasdok

89

71

92

71

79

78

Bijdragen van derden PHS

1

     

Totaal Ontvangsten

103

71

92

71

79

78

Totaal Ontvangsten (MF 17.09)

103

71

92

71

79

78

3.7 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) van de begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 67 Budgettaire gevolgen van uitvoering artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

42

2.045

900

450

0

  

Uitgaven

93

1.807

850

642

0

  

18.06 Externe veiligheid

93

1.807

850

642

0

  

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

       

18.08.03 Afroming Eigen Vermogen Rijkswaterstaat

       

Ontvangsten

0

‒ 163.908

     

18.09 Ontvangsten

0

4

     

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

0

‒ 163.912

     

Budgetflexibiliteit

De budgetten voor externe veiligheid zijn in 2027 juridisch verplicht ­op de peildatum 1 januari 2027. De middelen afroming eigen vermogen Rijkswaterstaat zijn beleidsmatig gereserveerd.

Tabel 68 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 18
 

2026

Juridisch verplicht

100%

Bestuurlijk gebonden

0%

Beleidsmatig gereserveerd

0%

Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden

0%

18.06 Externe Veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS) (Kamerstukken II 2005–2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet.

18.08 Netwerkgebonden kosten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar.

18.09 Ontvangsten

Motivering

Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2023 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Deze middelen zijn in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.

4. Bijlagen

Bijlage 1: Verdiepingsbijlage

Tabel 69 Verdiepingsbijlage artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

 

283.151

674.362

613.681

1.020.085

1.771.557

1.438.709

1.276.413

1.137.048

1.413.781

1.220.138

1.176.199

1.466.501

1.023.188

1.841.131

2.387.902

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

55.018

‒ 268.771

‒ 7.201

‒ 312.862

‒ 513.521

90.672

152.674

‒ 92.018

61.032

122.413

93.277

‒ 420.385

‒ 30.738

‒ 854.763

62.312

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

 

338.169

405.591

606.480

707.223

1.258.036

1.529.381

1.429.087

1.045.030

1.474.813

1.342.551

1.269.476

1.046.116

992.450

986.368

2.450.214

                 

Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten

100.000

  

50.000

50.000

           

Bijdragen Derden

2.490

2.490

              

EZK: Transpect MARIN & Deltares

‒ 300

‒ 300

              

HXII: PBNI

‒ 73.658

 

‒ 4.620

‒ 4.835

‒ 5.309

‒ 4.564

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

‒ 5.433

HXII: Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds

20.000

20.000

              

HXII: Tegenvaller Implementatie van European Maritime Single Window environment

‒ 26.000

  

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

HXII: Terugbetaling Vrachtwagenheffing

179.429

  

27.483

151.946

           

Kabinetsbesluitvorming 2026: Incidentele middelen Infrastructuur

1.500.000

   

100.000

200.000

200.000

200.000

200.000

300.000

300.000

     

Kabinetsbesluitvorming 2026: Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur

3.600.000

  

100.000

200.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

Kasschuif Generaal Woningbouw

0

 

43.687

 

‒ 43.687

           

Kasschuiven 2026 Verkenningen, Reserveringen en Investeringsruimte

0

‒ 164.400

‒ 63.033

‒ 3.921

‒ 79.628

‒ 17.967

‒ 36.275

24.627

171.687

121.383

10.925

‒ 25.728

‒ 37.919

‒ 26.216

115.536

10.929

Loon- en Prijsbijstelling 2026

‒ 2.496.326

‒ 178.281

‒ 203.855

‒ 191.300

‒ 194.866

‒ 184.787

‒ 188.115

‒ 172.499

‒ 202.556

‒ 189.567

‒ 136.525

‒ 126.685

‒ 115.800

‒ 128.617

‒ 153.014

‒ 129.859

Overboeking Herbeplantingsplicht

‒ 11.000

  

‒ 11.000

            

Overboeking HOV4

‒ 44.000

     

‒ 10.000

‒ 12.000

‒ 8.000

‒ 14.000

      

Overboeking Lijn Pampus

‒ 59.948

 

‒ 27.753

‒ 27.753

‒ 4.442

           

Overboeking Ruimte voor de Rivier

‒ 100.000

    

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

      

Overboeking Spoorknop

‒ 4.503

    

‒ 4.503

          

Overboeking Tegenvallers Ontwerpbegroting 2027

‒ 18.800

              

‒ 18.800

Overboeking Terugvloeien DBFM in E&O budgetten

‒ 107.022

              

‒ 107.022

Overige overboekingen

‒ 10.497

‒ 3.765

‒ 3.649

‒ 2.861

‒ 888

 

‒ 1.824

         

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 324.256

‒ 259.223

‒ 66.187

171.126

266.179

236.353

312.695

433.698

490.383

466.967

140.154

138.848

137.734

255.089

47.815

Stand ontwerpbegroting 2027 artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

 

13.913

146.368

540.293

878.349

1.524.215

1.765.734

1.741.782

1.478.728

1.965.196

1.809.518

1.409.630

1.184.964

1.130.184

1.241.457

2.498.029

                 
                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

 

283.151

674.362

613.681

1.020.085

1.771.557

1.438.709

1.276.413

1.137.048

1.413.781

1.220.138

1.176.199

1.466.501

1.023.188

1.841.131

2.387.902

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

 

338.169

405.591

606.480

707.223

1.258.036

1.529.381

1.429.087

1.045.030

1.474.813

1.342.551

1.269.476

1.046.116

992.450

986.368

2.450.214

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

 

13.913

146.368

540.293

878.349

1.524.215

1.765.734

1.741.782

1.478.728

1.965.196

1.809.518

1.409.630

1.184.964

1.130.184

1.241.457

2.498.029

                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten

  

0

 

0

           

Mutaties Voorjaarsnota 2026

                

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten

  

0

 

0

           

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten

  

0

 

0

           

Toelichting

Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten

In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).

Bijdragen Derden

Het betreft diverse kleine bijdragen van derden

EZK: Transpect MARIN & Deltares

Er wordt in totaal € 0,3 miljoen overgeboekt naar EZK.

HXII: Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI)

Voor het actieplan PBNI wordt budget overgeboekt naar de beleidsbegroting HXII. Het gaat om een structurele overboeking, waarvan in totaal € 73,7 miljoen tot en met 2040.

HXII: Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds

Er is op het MF € 45 miljoen als (beleids)reservering gereserveerd (art. 11.03) voor een bijdrage aan het SAF-incentive fonds. In 2026 is hiervoor vanuit HXII € 20 miljoen overgeboekt.

HXII: Tegenvaller Implementatie van European Maritime Single Window environment

De tegenvaller op HXII wordt gedekt vanuit de investeringsruimte van het Mobiliteitsfonds

HXII:Terugbetaling Vrachtwagenheffing

Dit betreft de resterende kosten voor de Vrachtwagenheffing. Hiermee is de minregel opgeheven. Er wordt € 179,4 miljoen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds.

Kabinetsbesluitvorming 2026: Incidentele middelen Infrastructuur

Incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave: Het kabinet heeft incidenteel circa € 1,5 miljard vrijgemaakt voor de herprioriteringsopgave op het MF. De middelen worden ingezet om de instandhoudingsopgave aan te pakken. Deze budgetten worden in de jaren 2029 tot en met 2035 overgboekt naar het MF.

Kabinetsbesluitvorming 2026: Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur

Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en € 300 miljoen structureel vanaf 2030.

Kasschuiven Verkenningen, Reserveringen en Investeringsruimte

Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven doorgevoerd om de programmering bij de Verkenningen en (Risico)Reserveringen te actualiseren naar het meest realistische ritme.

Kasschuif Generaal Woningbouw

Er heeft een generale kasschuif naar 2027 plaatsgevonden om aan juridische en bestuurlijke verplichtingen te kunnen voldoen voor de ontsluiting van woningbouw

Loon- en Prijsbijstelling 2026

Dit betreft het overboeken van de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 vanuit de generieke investeringsruimte 11.04, naar de beleidsartikelen van het Mobiliteitsfonds.

Overboeking Lijn Pampus

Voor een nieuwe regeling wordt conform de BO MIRT afspraak in totaal € 59,9 miljoen overgeboekt naar artikel 14.

Overboeking HOV4

Het budget van het project Hoogwaardig Openbaarvervoer Lijn 4 (HOV4) wordt overgeboekt naar artikel 14, zodat de budgetten uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 worden samengevoegd.

Overboekingen Herbeplantingsplicht

Dit betreft een overboeking naar artikel 12 voor de wettelijke herbeplantplicht die Rijkswaters heeft voor bomen die gekapt worden op het areaal, zowel bij instandhouding als bij MIRT-projecten. Hiervoor wordt € 11,0 miljoen overgeboekt in 2028.

Overboeking Ruimte voor de Rivier

Er wordt in totaal € 100,0 miljoen overgeboekt vanuit de reservering naar beleidsartikel 15.

Overboeking Spoorknop

Voor een opdracht voor planuitwerking en een verkenning wordt budget overgeboekt naar artikel 13

Overboeking Tegenvallers Ontwerpbegroting 2027

De vrije investeringsruimte op het Mobiliteitsfonds die ontstaan is na de extrapolatie van het fonds wordt beschikbaar gehouden voor het dekken van tegenvallers en risico’s in het lopende jaar. Met de Ontwerpbegroting 2027 zijn een aantal tegenvallers opgetreden. Deze tegenvallers zijn gedekt uit de generieke investeringsruimte

Overboeking Terugvloeien DBFM in E&O budgetten

Het budget wordt vanaf 2040 overgeboekt naar Exploitatie en Onderhoud op artikel 12. Na het aflopen van DBFM-contracten komt de opgave weer bij Rijkswaterstaat te liggen.

Overige overboekingen

Er vinden diverse overboekingen plaats naar andere artikelen.

Tabel 70 Verdiepingsbijlage artikel 12 Hoofdwegennet

12 Hoofdwegennet

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 Hoofdwegennet

 

4.441.264

4.671.362

4.646.650

4.373.178

3.954.851

3.715.186

3.590.295

3.382.298

3.481.160

3.752.738

3.615.898

3.443.744

3.571.201

3.135.406

2.748.672

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

302.435

‒ 213.592

‒ 559.304

‒ 142.226

101.357

‒ 246.185

145.092

265.451

237.764

133.817

265.200

‒ 137.371

123.540

‒ 43.800

110.016

Stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdwegennet

 

4.743.699

4.457.770

4.087.346

4.230.952

4.056.208

3.469.001

3.735.387

3.647.749

3.718.924

3.886.555

3.881.098

3.306.373

3.694.741

3.091.606

2.858.688

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdwegennet

378.873

     

378.873

         

Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten

1.000.000

  

500.000

500.000

           

Aanvullende Post (AP): Stikstofmiddelen

75.000

 

23.150

6.850

10.000

10.000

25.000

         

Bijdragen derden

6.558

6.558

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BZK: Bijdrage College van Rijksadviseurs

‒ 651

‒ 217

‒ 217

‒ 217

            

Correctie Ruimte voor de Rivier 2.0 Sedimentatiesuppleties

‒ 394

‒ 182

‒ 212

             

Deltafonds: Bijdrage Cybersecurity

26.929

1.169

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

EZ: Overboeking TNO

‒ 1.609

‒ 1.609

              

FIN: BTW-afdracht Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur

‒ 1.427

‒ 1.427

              

FIN: BTW-afdracht Strategisch Plan Verkeersveiligheid

‒ 12.269

‒ 12.269

              

Herschikking Aangescherpte Maatregelen SPV

‒ 5.750

 

‒ 1.291

‒ 1.460

‒ 1.672

‒ 1.327

          

Herverdeling Efficiencytaakstelling RWS

138.412

 

1.469

2.766

6.412

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

11.615

HXII: Bestedingsplan Natte laadinfrastructuur

5.328

3.180

2.148

             

HXII: Bijdragen RWS

‒ 24.529

‒ 1.965

‒ 1.621

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

‒ 1.611

HXII: Electronic Freight Transport Information Gate

1.047

1.047

              

HXII: overige overboekingen

‒ 185

‒ 185

              

HXII: SPUK Schoon en Emmissieloos bouwen

‒ 20.000

  

‒ 10.000

‒ 10.000

           

JenV Automated Driving Systems

‒ 1.890

‒ 210

‒ 420

‒ 420

‒ 420

‒ 420

          

Kaderruil 2026 Hoofdwegennet

0

32.000

     

56.000

 

‒ 88.000

      

Kasschuiven Generaal

0

54.573

 

1.078

‒ 5.761

‒ 35.089

‒ 14.801

         

Kasschuiven Hoofdwegennet

0

189.302

76.946

8.992

39.742

19.967

40.076

29.224

‒ 198.339

‒ 119.383

‒ 8.925

27.728

39.919

0

‒ 110.320

‒ 34.929

Loon- en Prijsbijstelling 2026

996.356

87.219

82.986

83.124

86.088

82.758

73.578

82.958

65.811

62.782

57.383

45.151

43.367

43.429

52.040

47.682

OCW: Bijdrage New Horizon Europe

8

8

              

Overboeking Herbeplantingsplicht

11.000

  

11.000

            

Overboeking Terugvloeien DBFM in E&O budgetten

107.022

              

107.022

Overige overboekingen

1.943

643

700

600

            

Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I (Efficiency en Slagvaardige Overheid)

‒ 269.135

0

 

‒ 6.330

‒ 6.405

0

‒ 6.410

‒ 12.820

‒ 19.230

‒ 25.640

‒ 32.050

‒ 32.050

‒ 32.050

‒ 32.050

‒ 32.050

‒ 32.050

Veilingopbrengsten Verzorgingsplaatsen van de Toekomst

1.603.400

 

14.300

16.800

20.600

32.700

45.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

Mutaties Miljoenennota 2027

 

357.635

199.778

613.012

638.813

120.433

553.860

330.906

23.786

5.303

191.952

216.373

226.780

186.923

85.214

263.269

Stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdwegennet

 

5.101.334

4.657.548

4.700.358

4.869.765

4.176.641

4.022.861

4.066.293

3.671.535

3.724.227

4.078.507

4.097.471

3.533.153

3.881.664

3.176.820

3.121.957

                 
                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdwegennet

 

4.441.264

4.671.362

4.646.650

4.373.178

3.954.851

3.715.186

3.590.295

3.382.298

3.481.160

3.752.738

3.615.898

3.443.744

3.571.201

3.135.406

2.748.672

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdwegennet

 

4.743.699

4.457.770

4.087.346

4.230.952

4.056.208

3.469.001

3.735.387

3.647.749

3.718.924

3.886.555

3.881.098

3.306.373

3.694.741

3.091.606

2.858.688

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdwegennet

 

5.101.334

4.657.548

4.700.358

4.869.765

4.176.641

4.022.861

4.066.293

3.671.535

3.724.227

4.078.507

4.097.471

3.533.153

3.881.664

3.176.820

3.121.957

                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten

 

93.024

84.334

72.758

77.102

67.995

109.825

157.229

114.519

103.487

105.247

107.007

108.768

110.530

286.904

57.534

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

82.586

‒ 34

2.068

‒ 11.187

0

0

0

‒ 2.079

0

0

0

0

0

0

 

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten

 

175.610

84.300

74.826

65.915

67.995

109.825

157.229

112.440

103.487

105.247

107.007

108.768

110.530

286.904

57.534

Bijdragen derden

6.369

6.369

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage: Veilingontvangsten Verzorgingsplaats van de Toekomst

1.603.400

 

14.300

16.800

20.600

32.700

45.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

163.700

Kasschuiven Hoofdwegennet

0

 

1.136

‒ 1.136

            

Loon- en Prijsbijstelling 2026

15.780

1.041

977

798

1.433

1.424

1.496

1.847

1.549

1.439

757

758

773

773

715

0

Mutaties Miljoenennota 2027

 

7.410

16.413

16.462

22.033

34.124

47.196

165.547

165.249

165.139

164.457

164.458

164.473

164.473

164.415

163.700

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten

 

183.020

100.713

91.288

87.948

102.119

157.021

322.776

277.689

268.626

269.704

271.465

273.241

275.003

451.319

221.234

                 

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdwegennet

 

93.024

84.334

72.758

77.102

67.995

109.825

157.229

114.519

103.487

105.247

107.007

108.768

110.530

286.904

57.534

Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdwegennet

 

175.610

84.300

74.826

65.915

67.995

109.825

157.229

112.440

103.487

105.247

107.007

108.768

110.530

286.904

57.534

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdwegennet

 

183.020

100.713

91.288

87.948

102.119

157.021

322.776

277.689

268.626

269.704

271.465

273.241

275.003

451.319

221.234

Toelichting

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdvaarwegennet

In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).

Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten

In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).

Aanvullende Post (AP): Stikstof-middelen

Dit betreft het opvragen van de Algemene Post middelen uit de AP van het kabinet Jetten I. Vanuit het Ministerie van LVVN en het Ministerie van Financiën wordt voor de Regeling Schoon Emmissieloos Bouwen € 50,0 miljoen voor extra stikstofmaatregelen mobiliteit en industrie overgeboekt. Daarnaast wordt € 25,0 miljoen overgeboekt door beide ministeries naar IenW voor extra stiktof maatrgelen rondom "Paarse Milieuzones".

Bijdragen derden

Dit betreft voornamelijk de bijdragen van derden voor verschillende projecten hoofdwegennet en Zuidasdok.

BZK: Bijdrage College van Rijksadviseurs

Dit betreft de bijdrage vanuit RWS aan het College van Rijksadviseurs. De Rijksadviseurs worden door EZK, IenW, LVVN, OCW en VRO gezamenlijk betaald.

Correctie Ruimte voor de Rivier 2.0 Sedimentatiesuppleties

Dit betreft de correctieboeking van het Hoofdwegennet naar het Hoofdvaarwegennet ten behoeve van de beheersuppleties Rijn-Boven Waak.

Deltafonds: Bijdrage Cybersecurity

Met het Deltafonds zijn afspraken gemaakt rondom Cybersecurity op de netwerken van RWS. Vanuit het Deltafonds wordt budget overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds zodat het budget op één budgetplaats staat.

EZ: Overboeking TNO

Dit betreft de bijdrage 2026 van RWS aan de Rijksbijdrage TNO ten behoeve van het onderzoeksprogramma Vervanging en Renovatie.

FIN: BTW-afdracht Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur

Dit betreft de afdracht aan het BTW-compensatiefonds in het kader van programma Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur.

FIN: BTW-Afdracht Strategisch Plan Verkeersveiligheid

Dit betreft de afdracht aan het BTW-compensatiefonds in het kader van de Regeling Impuls Strategisch plan Verkeersveiligheid (SPV).

Herschikking Aangescherpte Maatregelen SPV

Dit betreft een herschikking van de restmiddelen SPUK Bermmaatregelen N-wegen wat ingezet wordt voor de aangescherpte aanpak verkeersveiligheid, onderdeel van de strategische plan verkeersveiligheid (SPV), met als doel om de stijgende trendin het aantal verkeersslachtoffers te keren.

Herverdeling Taakstelling Jetten I

In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de Rijksbrede grondslag verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen.Voor het aandeel van RWS en ProRail hebben overboekingen plaats moeten vinden naar HXII van per saldo oplopend tot € 20,5 miljoen structureel.

HXII: Bestedingsplan Natte Laadinfrastructuur

Er wordt opdracht gegeven aan RWS voor het uitvoeren van het bestedingsplan Natte Laadinfrastructuur. Dit bestedingsplan is gericht op laadinfrastructuur voor de inzet van (bijna) emissieloos varend materieel in bouwprojecten.

HXII: Bijdragen RWS

Dit betreft de overhevelingen naar Rijkswaterstaat. Op 12.06 Netwerkgebonden Kosten is er 24,2mln overgemaakt naar Rijkswaterstaat ten behoeve van een overheveling aan het Ministerie van Financiën voor de wijziging van het regiotarief van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast zijn er kleine overboekingen gemaakt aan Rijkswaterstaat.

HXII: Electronic Freight Transport Information Gate

Dit betreft de opdracht voor het realiseren en beheren van 'electronic Freight Transport Information (eFTI) Regulation', Gate voor Nederland. Specifiek is dit de van de opdracht, zoals vereist in EU Verordening 2020-1056.

HXII: SPUK Schoon Emmissieloos Bouwen

Het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) bevat meerdere instrumenten om de bouwsector te ondersteunen met onderandere het reduceren van de stikstofuitstoot. Daarmee draagt SEB bij aan de doorgang van bouwprojecten. Voor één van deze instrumenten, de Specifieke Uitkering (SPUK) SEB voor medeoverheden, staan de beschikbare middelen op het mobiliteitsfonds (MF). Om dit instrument zo effectief mogelijk te blijven inzetten, moet een deel van de middelen voor dit instrument naar HXII worden overgeboekt voor 2027. Door deze overboeking kan de regeling naast infrastructurele projecten ook projecten op het gebied van o.a. woningbouw en waterbouw ondersteunen.

HXII: overige overboekingen

Dit betreft diverse kleine overboekingen naar HXII.

JenV Automated Driving Systems

Voor het Automated Driving Systems (ADS) programma van IenW wordt € 1,89 miljoen overgeboekt naar JenV in het kader van de samenwerking binnen de Nationale ADS-Taskforce met JenV, het OM en de politie.

Kaderruilen 2026 Hoofdwegennet

Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.

Kasschuiven Generaal

Dit betreft een verschuiving naar voren voor meerdere vernieuwingsprojecten bij RWS, het gaat dan met name over de versnelling op de de Noordtunnel en Drechttunnel. Deze kasschuif wordt via het rijksbrede uitgavenplafond opgevangen (generale kasschuif).

Kasschuiven Hoofdwegennet

Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven doorgevoerd om de programmering op het Hoofdwegennet te actualiseren naar het meest realistische ritme.

Loon- en Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2026.

OCW: Bijdrage New Horizon Europe

Dit betreft een bijdrage van OCW voor de inzet van RWS in het kaderprogramma New Horizon Europe.

Overboekingen Herbeplantingsplicht

Dit betreft een overboeking vanuit artikel 11 voor de wettelijke herbeplantplicht die Rijkswaters heeft voor bomen die gekapt worden op het areaal, zowel bij instandhouding als bij MIRT-projecten. Hiervoor wordt € 11,0 miljoen overgeboekt in 2028.

Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I

Het kabinet heeft tijdens de augustusbesluitvorming besloten om de taakstellingen van Jetten I te verhogen. Het gaat om de volgende taakstellingen:

  • Extra Tranches Efficiencytaakstelling: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte efficiencytaakstelling van het kabinet Jetten I, is verhoogd met € 72,3 miljoen voor de jaren 2031-2035. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF

  • Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte taakstelling op Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid van het kabinet Jetten I, wordt versneld met € 30 miljoen voor de jaren 2027, 2028 en 2029. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF.

Terugvloeien DBFM in E&O budgetten

Het budget wordt vanaf 2040 overgeboekt naar Exploitatie en Onderhoud op artikel 12, vanuit artikel 11. Na het aflopen van DBFM-contracten komt de opgave weer bij Rijkswaterstaat te liggen.

Veilingopbrengsten Verzorgingsplaatsen van de Toekomst

Dit betreft een kadercorrectie als gevolg van de veilingopbrengsten verzorgingsplaatsen. Om de meerdere voorbereidende kosten te kunnen dekken worden in overeenstemming met het Ministerie van Financiën de benodigde middelen voor 2026 t/m 2050 geboekt vanuit de veilingsopbrengsten.

Tabel 71 Verdiepingsbijlage artikel 13 Spoorwegen

13 Spoorwegen

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 Spoorwegen

 

3.175.694

3.034.507

2.949.327

2.918.182

2.805.365

2.536.244

2.640.937

2.655.445

2.486.730

2.432.195

2.360.118

2.522.532

2.733.899

2.510.307

2.212.610

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

‒ 20.156

433.704

248.837

164.029

‒ 22.377

‒ 136.514

‒ 78.024

239.129

‒ 12.935

‒ 135.587

‒ 127.525

133.364

86.215

425.083

0

Stand eerste suppletoire wet 2026 Spoorwegen

 

3.155.538

3.468.211

3.198.164

3.082.211

2.782.988

2.399.730

2.562.913

2.894.574

2.473.795

2.296.608

2.232.593

2.655.896

2.820.114

2.935.390

2.212.610

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Donna/TTS

88.000

     

88.000

         

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Inbeheername HSL

75.000

     

75.000

         

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Spoor

222.000

     

222.000

         

Afrekening voorschotten ProRail 2025

528

528

              

CA: Efficiencytaakstelling ProRail

‒ 143.581

 

‒ 2.613

‒ 5.196

‒ 8.348

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

‒ 11.584

CA: Vernieuwing Rijksdienst ProRail

‒ 312.413

   

‒ 10.925

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

‒ 27.408

HXII: compensatie Vuurwerkverbod

‒ 80.000

  

‒ 30.000

‒ 30.000

‒ 20.000

          

HXII: Decentraal Spoor

‒ 23.797

‒ 23.797

              

Kasschuiven Generaal 2026

0

55.880

‒ 55.880

             

Kasschuiven Ontwikkeling 2026

0

502

‒ 2.265

 

1.763

        

28.216

‒ 28.216

 

Klimaat- en energiefonds: Overboeking elektrificatie treinverkeer

19.500

700

700

2.700

8.700

4.700

2.000

         

Loon- en Prijsbijstelling 2026

961.854

53.690

85.717

71.377

73.470

64.232

69.723

58.771

64.031

76.552

58.359

50.408

52.867

59.835

68.081

54.741

Overboeking Faseovergang MerwedeLingelijn

4.912

 

1.763

2.261

888

           

Overboeking inbeheername Prorail HSL Zuid

6.000

              

6.000

Overboeking maatregelen suïcidepreventie

2.800

              

2.800

Overboeking Spoorknoop Eindhoven

4.503

    

4.503

          

Overboeking van ERTMS naar EOV

25.410

 

7.260

16.940

1.210

           

Overboekingen naar Ontwikkeling 2025

3.707

575

1.186

122

  

1.824

         

Overboekingen vanuit Ontwikkeling 2025

‒ 4.549

‒ 449

‒ 2.050

‒ 2.050

            

Mutaties Miljoenennota 2027

 

87.629

33.818

56.154

36.758

14.443

419.555

19.779

25.039

37.560

19.367

11.416

13.875

49.059

873

24.549

Stand ontwerpbegroting 2027 Spoorwegen

 

3.243.167

3.502.029

3.254.318

3.118.969

2.797.431

2.819.285

2.582.692

2.919.613

2.511.355

2.315.975

2.244.009

2.669.771

2.869.173

2.936.263

2.237.159

                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Spoorwegen

 

3.175.694

3.034.507

2.949.327

2.918.182

2.805.365

2.536.244

2.640.937

2.655.445

2.486.730

2.432.195

2.360.118

2.522.532

2.733.899

2.510.307

2.212.610

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Spoorwegen

 

3.155.538

3.468.211

3.198.164

3.082.211

2.782.988

2.399.730

2.562.913

2.894.574

2.473.795

2.296.608

2.232.593

2.655.896

2.820.114

2.935.390

2.212.610

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Spoorwegen

 

3.243.167

3.502.029

3.254.318

3.118.969

2.797.431

2.819.285

2.582.692

2.919.613

2.511.355

2.315.975

2.244.009

2.669.771

2.869.173

2.936.263

2.237.159

                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten

 

300.998

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

168.284

170.284

166.484

183.784

167.484

167.484

167.484

242.784

242.784

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

23.956

              

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten

 

324.954

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

168.284

170.284

166.484

183.784

167.484

167.484

167.484

242.784

242.784

Afrekening voorschotten ProRail 2025

528

528

              

Mutaties Miljoenennota 2027

 

528

              

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten

 

325.482

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

168.284

170.284

166.484

183.784

167.484

167.484

167.484

242.784

242.784

                 

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Spoorwegen

 

300.998

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

168.284

170.284

166.484

183.784

167.484

167.484

167.484

242.784

242.784

Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Spoorwegen

 

324.954

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

168.284

170.284

166.484

183.784

167.484

167.484

167.484

242.784

242.784

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Spoorwegen

 

325.482

150.284

153.284

149.586

163.284

166.284

168.284

170.284

166.484

183.784

167.484

167.484

167.484

242.784

242.784

Toelichting

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Donna/TTS

Donna is een essentieel ICT-systeem bij de verdeling van capaciteit op het spoor. Het is een verouderd systeem en moet vervangen worden en bovendien aangepast om aan geldende wet- en regelgeving te voldoen (scheiding vervoerders en ProRail). Het opgenomen bedrag (€ 88 miljoen) betreft het tekort op de hiervoor benodigde middelen.

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Inbeheername HSL

Dit betreft een deel (€ 75 miljoen) van de delta op de kosten voor inbeheername van de HSL-Zuid door ProRail tot en met 2031, de kosten voor het PPS-contract Infraspeed tot en met 2031, en de beheer- en onderhoudskosten vanaf inbeheername in 2031. Het gaat dus om de benodigde middelen minus de middelen die hiervoor al zijn gereserveerd.

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Spoor

De ProRail subsidieaanvraag EOV voor instandhouding van het spoor bevat posten voor gematerialiseerde risico’s, tegenvallers in de scope en tegenvallers als gevolg van wet- en regelgeving. Het gaat om verschillende posten die IenW beoordeelt in het kader van de subsidieaanvraag en waar bij aankomende voorjaarsbesluitvorming over moet worden besloten. Verder worden de benodigde middelen toegevoegd om de bluswaterinstallatie Kijfhoek functioneel te krijgen, waarbij zowel de bestaande, oude blusleidingen als de recent aangebrachte uitbreiding van het blussysteem op elkaar worden aangesloten en hiermee één systeem vormen. Hiermee wordt ProRail compliant aan de vigerende aanwijsbeschikking van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (het bevoegd gezag).

Afrekening voorschotten ProRail 2025

Het betreft hier de terugbetaling van de te hoge bevoorschotting aan ProRail van het 2e halfjaar van 2025. Dit wordt in 2026 als ontvangst verantwoord. Om het uitgavenbudget in stand te houden zijn tegelijkertijd de uitgaven verhoogd.

CA: Efficiencytaakstelling ProRail

Dit betreft een deel van de efficiency taakstelling uit het coaltieakkoord van Jetten I. Hiermee wordt het budget op MF artikel 13.02 met € 143,6 miljoen verlaagd en vanaf 2040 is de taakstelling structureel met een bedrag van € 11,6 miljoen. Deze taakstelling is onderdeel van het streven naar een productievere Rijksoverheid. Het kabinet wil toewerken naar een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

CA: Vernieuwing Rijksdienst ProRail

Dit betreft een deel van de taakstelling vernieuwing Rijksdienst uit het coaltieakkoord van Jetten I. Hiermee wordt het budget op MF artikel 13.02 met € 312,4 miljoen verlaagd en vanaf 2040 is de taakstelling structureel met een bedrag van € 27,4 miljoen. Deze taakstelling is onderdeel van het streven naar een productievere Rijksoverheid. Het kabinet wil toewerken naar een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

HXII: compensatie Vuurwerkverbod

Dit betreft een overboeking van MF artikel 13 naar HXII artikel 22 ten behoeve van de nadeelcompensatie aan vuurwerkondernemers. Met de invoering van de Wet veilige jaarwisseling en het daaruit voortvloeiende algemene consumentenverbod op vuurwerk kunnen vuurwerkondernemers inkomsten mislopen. Daarom wordt een nadeelcompensatieregeling ingesteld voor zowel de detailhandel als importeurs van vuurwerk. De Tweede Kamer heeft met het amendement van het lid Michon-Derkzen opgeroepen tot het dekken van deze regeling binnen de begrotingen van IenW. Om uitvoering te geven aan het breed aangenomen amendement en de nadrukkelijke wens daarin om de dekking te vinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een belangrijk deel binnen het Mobiliteitsfonds ingeboekt bij de KCI strategie van ProRail en een beperkt deel uit resterende middelen van de Aanvullende Post van Klimaatakkoord Rutte III.

HXII: Decentraal Spoor

Dit betreft een overboeking naar HXII van € 23,8 miljoen ten behoeve van de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2026. In totaal zal in 2027 een bedrag van € 30,8 miljoen aan provincies worden beschikt via een SPUK. Naast deze overboeking wordt € 7 miljoen van deze SPUK gedekt vanuit MF artikel 14. De middelen zijn bestemd voor de provincies Overijssel (€ 14,2 miljoen), Drenthe (€ 2,8 miljoen), Limburg (€ 7,4 miljoen) en Utrecht (€ 6,4 miljoen).

Kasschuiven Generaal 2026

Er wordt op dit artikel circa € 55,9 miljoen aan kasbudget uit 2027 naar 2026 gehaald om de hogere realisatie op de realisatie- en planuitwerkingsprojecten bij spoorwegen in 2026 op te kunnen vangen. Deze kasschuif wordt via het rijksbrede uitgavenplafond opgevangen (generale kasschuif).

Kasschuiven Ontwikkeling 2026

Als gevolg van een actualisatie van het programma binnen de modaliteit, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.

Klimaat- en energiefonds: Overboeking elektrificatie treinverkeer

Dit betreft een aanvullende bijdrage van € 19,5 miljoen vanuit het Klimaat- en energiefonds die wordt toegekend aan de verduurzaming (elektrificatie) van de regionale spoorlijn Zutphen-Hengelo-Oldenzaal. Hiermee wordt het Rijksdeel van de resterende financieringsbehoefte gedekt. De provincies Gelderland en Overijssel onderzoeken de mogelijkheden voor het dekken van het regionale deel van de financieringsbehoefte.

Loon- en Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2026.

Overboeking Faseovergang MerwedeLingelijn

Dit betreft een overboeking van het verkenningsbudget op MF artikel 11 naar MF artikel 13, in verband met een aanvullende subsidieaanvraag voor de MerwedeLingelijn. Uit aanvullend onderzoek naar overbruggingsmaatregelen is gebleken dat een substantieel grotere inzet en werkintensivering nodig is dan bij aanvang van de verkenningsfase werd voorzien. Door deze ontwikkeling is de huidige afgegeven subsidie niet toereikend om de verkenningsfase af te ronden.

Overboeking inbeheername Prorail HSL Zuid

Dit betreft een overboeking van € 6 miljoen vanuit de vrije investeringsruimte op MF artikel 11, ten behoeve van de voorbereidende werkzaamheden voor de inbeheername van de HSL-Zuid door ProRail.

Overboeking maatregelen suïcidepreventie

Dit betreft een overboeking van € 2,8 miljoen vanuit de vrije investeringsruimte op MF artikel 11, ten behoeve van de continuering van de maatregelen voor suïcidepreventie.

Overboeking Spoorknoop Eindhoven

Dit betreft een overboeking van € 4,5 miljoen vanuit de middelen van de multimodale knoop Eindhoven, ten behoeve van Spoorknoop Eindhoven. Met de regio en spoorpartijen is afgesproken dat IenW aan ProRail opdracht geeft voor de planuitwerking van de spoorse scope van Brainport Eindhoven.

Overboeking van ERTMS naar EOV

Er wordt vanuit ERTMS € 25,4 miljoen overgeboekt naar EOV op MF artikel 13.02 omdat de instandhoudingskosten van het bestaande treinbeveiligingssysteem VPI (Vital Processor Interlocking: een elektronisch rijwegbeveiligingssysteem dat wissels en seinen aanstuurt zodat treinen veilig gebruikmaken van het spoor) op de baanvakken «Groningen - Leeuwarden» en «Groningen - Bad Nieuweschans grens» binnen het instandhoudingsprogramma vallen.

Overboekingen naar Ontwikkeling 2025

Dit betreffen verschillend kleinere overboeking naar MF artikel 13.03 (Ontwikkeling) die tezamen € 2,7 miljoen betreffen.

Overboekingen vanuit Ontwikkeling 2025

Dit betreffen verschillend kleinere overboeking vanuit MF artikel 13.03 (Ontwikkeling) die tezamen € 4,5 miljoen betreffen.

Tabel 72 Verdiepingsbijlage artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 

426.854

199.659

231.014

175.726

197.102

219.031

217.593

148.820

70.000

60.000

76.780

    

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

13.908

128.004

234.698

311.524

405.151

426.728

121.338

21.337

113.280

55.815

‒ 45.154

    

Stand eerste suppletoire wet 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 

440.762

327.663

465.712

487.250

602.253

645.759

338.931

170.157

183.280

115.815

31.626

    

HXII: Decentraal Spoor

‒ 7.000

‒ 7.000

              

Kasschuiven 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (Woningbouw)

0

‒ 41.815

41.815

             

Loon- en Prijsbijstelling 2026

72.238

6.856

4.111

7.356

6.567

7.738

9.952

8.345

1.657

6.024

301

13.331

    

Overboeking HOV4

44.000

     

10.000

12.000

8.000

14.000

      

Overboeking Lijn Pampus

59.948

 

27.753

27.753

4.442

           

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 41.959

73.679

35.109

11.009

7.738

19.952

20.345

9.657

20.024

301

13.331

    

Stand ontwerpbegroting 2027 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 

398.803

401.342

500.821

498.259

609.991

665.711

359.276

179.814

203.304

116.116

44.957

    
                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 

426.854

199.659

231.014

175.726

197.102

219.031

217.593

148.820

70.000

60.000

76.780

    

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 

440.762

327.663

465.712

487.250

602.253

645.759

338.931

170.157

183.280

115.815

31.626

    

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's

 

398.803

401.342

500.821

498.259

609.991

665.711

359.276

179.814

203.304

116.116

44.957

    

Toelichting

HXII: Decentraal Spoor

Dit betreft een overboeking naar HXII van € 7 miljoen ten behoeve van de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2026. In totaal zal in 2027 een bedrag van € 30,8 miljoen aan provincies worden beschikt via een SPUK. Naast deze overboeking wordt € 23,8 miljoen van deze SPUK gedekt vanuit MF artikel 13. De middelen zijn bestemd voor de provincies Overijssel (€ 14,2 miljoen), Drenthe (€ 2,8 miljoen), Limburg (€ 7,4 miljoen) en Utrecht (€ 6,4 miljoen).

Kasschuiven Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (inclusief woningbouw generaal)

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Daarnaast heeft er een generale kasschuif naar 2027 plaatsgevonden om aan juridische en bestuurlijke verplichtingen te kunnen voldoen voor de ontsluiting van woningbouw

Loon- en Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2025.

Overboeking HOV4

Het budget van het project Hoogwaardig Openbaarvervoer Lijn 4 (HOV4) wordt overgeboekt vanuit artikel 11, zodat de budgetten uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 worden samengevoegd.

Overboeking Lijn Pampus

Voor een nieuwe regeling wordt conform de BO MIRT afspraak in totaal € 59,9 miljoen overgeboekt vanuit artikel 11.

Tabel 73 Verdiepingsbijlage artikel 15 Hoofdvaarwegennet

15 Hoofdvaarwegennet

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdvaarwegennet

 

1.547.487

1.559.839

1.579.244

1.596.726

1.563.052

1.453.166

1.666.929

1.705.953

1.501.634

1.558.430

1.640.758

1.563.322

1.510.749

1.493.428

1.474.491

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

57.233

85.287

‒ 149.595

26.761

68.615

‒ 70.888

‒ 59.951

‒ 39.951

‒ 49.748

‒ 21.919

‒ 21.919

48.081

‒ 21.401

76.573

‒ 28.966

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdvaarwegennet

 

1.604.720

1.645.126

1.429.649

1.623.487

1.631.667

1.382.278

1.606.978

1.666.002

1.451.886

1.536.511

1.618.839

1.611.403

1.489.348

1.570.001

1.445.525

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdvaarwegennet

180.948

     

180.948

         

Aanvullende Post (AP): Wind op Zee

55.806

386

2.320

2.380

2.510

3.930

4.060

4.200

4.200

4.340

4.340

4.340

4.700

4.700

4.700

4.700

Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet

4.373

2.763

4.100

             

EZK: overboeking wind op zee 3 e tranche

765.292

  

12.759

12.770

48.668

77.339

65.650

65.091

70.833

64.938

69.377

72.805

64.963

67.286

72.813

EZK: bijbdrage TNO VenR

‒ 1.287

‒ 1.287

              

DEF: overboeking VoZ deel 2 2030 t/m 2035

‒ 19.160

    

‒ 3.240

‒ 3.240

‒ 3.240

‒ 3.240

‒ 3.240

‒ 2.960

     

Herverdeling Efficiency taakstelling

81.898

0

808

1.620

3.702

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

6.888

HXII: overige overboekingen

‒ 145

‒ 145

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Kaderruil 2026 Hoofdwegennet

0

‒ 32.000

     

‒ 56.000

 

88.000

      

Kasschuiven 2026 Hoofdvaarwegennet

0

16.411

‒ 11.014

‒ 6.207

‒ 3.190

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 27.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

23.000

24.000

Loon- en prijsbijstelling 2026

397.570

27.684

29.225

24.818

26.488

26.804

24.849

23.390

33.773

22.194

22.945

20.807

22.593

28.380

33.930

29.690

Overboekingen departementen onderzoek kustwacht

270

108

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige overboekingen

6.211

954

874

716

261

177

123

123

123

123

123

82

42

0

0

0

Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I (Efficiency en Slagvaardige Overheid)

‒ 159.451

  

‒ 3.671

‒ 3.740

 

‒ 3.801

‒ 7.602

‒ 11.403

‒ 15.204

‒ 19.005

‒ 19.005

‒ 19.005

‒ 19.005

‒ 19.005

‒ 19.005

Ruimte voor de Rivier

100.394

182

212

0

0

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

0

0

0

0

0

0

Wilhelminakanaal Sluis II

10.000

              

10.000

Mutaties Miljoenennota 2027

 

15.056

26.525

32.415

38.801

101.227

305.166

51.409

88.432

191.934

75.269

80.489

86.023

83.926

116.799

129.086

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdvaarwegennet

 

1.619.776

1.671.651

1.462.064

1.662.288

1.732.894

1.687.444

1.658.387

1.754.434

1.643.820

1.611.780

1.699.328

1.697.426

1.573.274

1.686.800

1.574.611

                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdvaarwegennet

 

1.547.487

1.559.839

1.579.244

1.596.726

1.563.052

1.453.166

1.666.929

1.705.953

1.501.634

1.558.430

1.640.758

1.563.322

1.510.749

1.493.428

1.474.491

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdvaarwegennet

 

1.604.720

1.645.126

1.429.649

1.623.487

1.631.667

1.382.278

1.606.978

1.666.002

1.451.886

1.536.511

1.618.839

1.611.403

1.489.348

1.570.001

1.445.525

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdvaarwegennet

 

1.619.776

1.671.651

1.462.064

1.662.288

1.732.894

1.687.444

1.658.387

1.754.434

1.643.820

1.611.780

1.699.328

1.697.426

1.573.274

1.686.800

1.574.611

                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten

 

3.752

2.737

15.491

9.275

9.950

544

150

150

150

150

150

150

150

150

150

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

13.805

8.846

‒ 7.028

675

667

‒ 394

         

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten

 

17.557

11.583

8.463

9.950

10.617

150

150

150

150

150

150

150

150

150

150

Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet

6.863

2.763

4.100

             

Mutaties Miljoenennota 2027

 

2.763

4.100

             

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten

 

20.320

15.683

8.463

9.950

10.617

150

150

150

150

150

150

150

150

150

150

                 

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdvaarwegennet

 

3.752

2.737

15.491

9.275

9.950

544

150

150

150

150

150

150

150

150

150

Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdvaarwegennet

 

17.557

11.583

8.463

9.950

10.617

150

150

150

150

150

150

150

150

150

150

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdvaarwegennet

 

20.320

15.683

8.463

9.950

10.617

150

150

150

150

150

150

150

150

150

150

Toelichting

Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdvaarwegennet

In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).

Aanvullende Post (AP): Wind op Zee

Het kabinet heeft de ambitie opgenomen om voor 2040 40 GW wind op zee te realiseren. Besluitvorming over de routekaart vindt plaats in het najaar van 2026. Voor de voorbereidende werkzaamheden wordt er nu alvast in totaal € 54,7 miljoen overgeboekt van de aanvullende post bij Financiën. Deze middelen zijn bedoeld om alvast uit te kunnen werken welke scheepvaartveiligheidsmaatregelen er genomen moeten worden.

Bijdragen derden

DIt betreffen diverse ontvangsten, waaronder een bijdrage van de regio van € 4,1 miljoen voor de Gerrit Krolbrug.

Defensie : overboeking VoZ deel 2 2030 t/m 2035

Voor de uitvoering van het deelproject Verkeersbeeld op Zee wordt het 2e deel (€ 19,2 miljoen) overgeboekt aan Defensie voor de periode 2030 t/m 2035

EZK: overboeking wind op zee 3e tranche

Voor Wind op Zee boekt EZK het budget (€ 765,3 miljoen) over voor de resterende (3e) tranche dekking ten behoeve van de structurele kosten voor de huidige routekaart inclusief doordewind 2 (23,7GW). Deze middelen zijn bestemt voor het garanderen van de scheepvaartveiligheid bij de uitrol van wind op zee.

EZK: bijdrage TNO VenR

TNO voert namens de Rijksoverheid een onderzoek uit naar vervanging en renovatie. Met deze overboeking boekt RWS zijn aandeel hiervoor over aan TNO.

Herverdeling Taakstelling Jetten I

In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de Rijksbrede grondslag verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen.

HXII: overige overboekingen

Ter afronding van de voorjaarsbesluitvorming wordt er nog € 145K overgeboekt naar HXII voor het kustwacht onderzoek en Zeevaart.

Kaderruilen 2026

Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.

Kasschuiven Hoofdvaarwegennet

Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven ingediend om de programmering sluitend te krijgen.

Loon- en prijsbijstelling 2026

Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de generieke investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.

Overboekingen departementen onderzoek kustwacht

Door de departementen die betrokken zijn bij de kustwacht wordt € 270K bijgedragen aan het onderzoek naar de kustwacht.

Overige mutaties

Dit betreft onder andere een overboeking voor het maritiem informatievoorziening servicepunt op zee (MIVSP) en Walraven.

Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I

Het kabinet heeft tijdens de augustusbesluitvorming besloten om de taakstellingen van Jetten I te verhogen. Het gaat om de volgende taakstellingen:

  • Extra Tranches Efficiencytaakstelling: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte efficiencytaakstelling van het kabinet Jetten I, is verhoogd met € 72,3 miljoen voor de jaren 2031-2035. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF

  • Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte taakstelling op Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid van het kabinet Jetten I, wordt versneld met € 30 miljoen voor de jaren 2027, 2028 en 2029. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF.

Ruimte voor de Rivier

Met voorjaarsnota 2026 is dit budget per abuis op artikel 12 Hoofdwegennet terechtgekomen terecht gekomen. Met deze boeking wordt dit op de juiste plaats gezet. Daarnaast wordt er in totaal € 100 miljoen Van de reservering op artikel 11 overgeboekt naar het beleidsartikel.

Wilhelminakanaal Sluis II

De gunning van sluis II bij het Wilhelminakanaal is voorzien in het najaar. Uit gesprekken met de aannemer is gebleken dat het huidige budget ontoereikend is. Daarom wordt er nog eens € 10 miljoen extra uit de extrapolatie gehaald en aan het budget toegevoegd.

Tabel 74 Verdiepingsbijlage artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

591.006

720.610

670.735

798.175

591.343

434.448

555.924

707.446

608.766

535.620

486.989

272.341

388.287

70.404

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

‒ 5.211

‒ 232.199

‒ 96.719

‒ 207.406

73.345

10.370

‒ 43.437

‒ 198.357

‒ 196.533

7.647

‒ 6.902

531.048

0

348.211

 

Stand eerste suppletoire wet 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

585.795

488.411

574.016

590.769

664.688

444.818

512.487

509.089

412.233

543.267

480.087

803.389

388.287

418.615

 

Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten

400.000

  

200.000

200.000

           

Afrekening EU subsidies ERTMS

‒ 6.245

‒ 6.245

              

Kasschuiven Generaal 2026

0

190.060

‒ 129.525

‒ 17.000

‒ 32.000

‒ 11.535

          

Kasschuiven Megaprojecten, Verkeer en Vervoer

0

     

‒ 1.801

‒ 51.851

53.652

       

Loon- en Prijsbijstelling 2026

129.430

7.905

6.472

9.492

7.349

8.481

15.274

4.025

42.214

25.736

550

0

0

0

1.932

 

Overboeking van ERTMS naar EOV

‒ 25.410

 

‒ 7.260

‒ 16.940

‒ 1.210

           

Overboeking van Exploitatie en Onderhoud naar ZuidasDok

87

87

              

Overboeking van PHS Amsterdam naar Nazorg

‒ 122

  

‒ 122

            

Mutaties Miljoenennota 2027

 

191.807

‒ 130.313

175.430

174.139

‒ 3.054

13.473

‒ 47.826

95.866

25.736

550

0

0

0

1.932

 

Stand ontwerpbegroting 2027 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

777.602

358.098

749.446

764.908

661.634

458.291

464.661

604.955

437.969

543.817

480.087

803.389

388.287

420.547

 
                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

591.006

720.610

670.735

798.175

591.343

434.448

555.924

707.446

608.766

535.620

486.989

272.341

388.287

70.404

 

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

585.795

488.411

574.016

590.769

664.688

444.818

512.487

509.089

412.233

543.267

480.087

803.389

388.287

418.615

 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

777.602

358.098

749.446

764.908

661.634

458.291

464.661

604.955

437.969

543.817

480.087

803.389

388.287

420.547

 
                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten

 

84.434

69.984

90.701

71.291

75.878

80.068

45.381

57.941

1.745

      

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

23.094

‒ 135

‒ 173

‒ 1.169

1.881

‒ 3.745

‒ 1.586

1.341

‒ 364

      

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten

 

107.528

69.849

90.528

70.122

77.759

76.323

43.795

59.282

1.381

      

Afrekening EU subsidies ERTMS

‒ 6.245

‒ 6.245

              

Loon- en Prijsbijstelling 2026

10.950

1.660

1.327

1.720

1.332

1.477

1.450

832

1.126

26

      

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 4.585

1.327

1.720

1.332

1.477

1.450

832

1.126

26

      

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten

 

102.943

71.176

92.248

71.454

79.236

77.773

44.627

60.408

1.407

      
                 

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

84.434

69.984

90.701

71.291

75.878

80.068

45.381

57.941

1.745

      

Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

107.528

69.849

90.528

70.122

77.759

76.323

43.795

59.282

1.381

      

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

 

102.943

71.176

92.248

71.454

79.236

77.773

44.627

60.408

1.407

      
                 

Toelichting

Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten

In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).

Afrekening EU subsidies ERTMS

Het betreft hier een afboeking van de geraamde EU ontvangsten voor ERTMS. Dit wordt in 2026 als een negatieve ontvangst verantwoord. Om het uitgavenbudget in stand te houden zijn tegelijkertijd de uitgaven verlaagd.

Kasschuiven Generaal 2026

Er wordt op dit artikel € 190,1 miljoen aan kasbudget uit 2027 t/m 2030 naar 2026 gehaald om de hogere realisatie op ERTMS, Zuidasdok en PHS in 2026 op te kunnen vangen. Deze kasschuif wordt via het rijksbrede uitgavenplafond opgevangen (generale kasschuif).

Kasschuiven Megaprojecten, Verkeer en Vervoer

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.

Loon- en Pijsbijstelling 2026

Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2026.

Overboeking van ERTMS naar EOV

Er wordt vanuit ERTMS € 25,4 miljoen overgeboekt naar EOV op MF artikel 13.02 omdat de instandhoudingskosten van het bestaande treinbeveiligingssysteem VPI (Vital Processor Interlocking: een elektronisch rijwegbeveiligingssysteem dat wissels en seinen aanstuurt zodat treinen veilig gebruikmaken van het spoor) op de baanvakken «Groningen - Leeuwarden» en «Groningen - Bad Nieuweschans grens» binnen het instandhoudingsprogramma vallen.

Overboeking van Exploitatie en Onderhoud naar ZuidasDok

Er wordt € 0,09 miljoen vanuit het Exploitatie en Onderhoudsbudget op MF artikel 12 overgeboekt naar MF artikel 17 ten behoeve van programmakosten binnen Zuidasdok, voor de projecten Knooppunt Nieuwe Meer en Schinkelbrug.

Overboeking van PHS Amsterdam naar Nazorg

Er wordt € 0,1 miljoen overgeboekt van MF artikel 17.10 (PHS) naar MF artikel 13, ten behoeve van de nazorgwerkzaamheden van het project Amsterdam Cuypershal.

Tabel 75 Verdiepingsbijlage artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)

18 Overige uitgaven en ontvangsten

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid

 

1.000

850

642

            

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

807

              

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid

 

1.807

850

642

            

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid

 

1.807

850

642

            
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten

 

0

0

0

            

Mutaties Voorjaarsnota 2026

                

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten

 

0

0

0

            

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten

 

0

0

0

            
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

        

Mutaties Voorjaarsnota 2026

                

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

        

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

        
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

     

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Voorjaarsnota 2026

                

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

     

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

     

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet

    

0

0

          

Mutaties Voorjaarsnota 2026

                

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet

    

0

0

          

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet

    

0

0

          
                 

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Overige uitgaven en ontvangsten

 

1.000

850

642

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Overige uitgaven en ontvangsten

 

1.807

850

642

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Overige uitgaven en ontvangsten

 

1.807

850

642

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten

                

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

4

              

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten

 

4

              

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten

 

4

              
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

                

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

‒ 163.912

              

Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

 

‒ 163.912

              

Mutaties Miljoenennota 2027

                

Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

 

‒ 163.912

              
                 

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Overige uitgaven en ontvangsten

                

Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Overige uitgaven en ontvangsten

 

‒ 163.908

              

Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Overige uitgaven en ontvangsten

 

‒ 163.908

              

Toelichting

Kasschuiven Externe Veiligheid

Er zijn op dit artikelonderdeel budgetneutrale kasschuiven ingediend om de programmering voor Externe Veiligheid te actualiseren naar het meest realistische ritme.

Bijlage 2: Overzichtsconstructie Kustwacht

De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht, wat betekent dat deze medeverantwoordelijk is voor het opstellen van het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht alsmede voor de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en het daarvan afgeleide Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht waarover de Ministerraad beslist, worden zodanig concreet dat elke minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht.

De overzichtsconstructie is gebaseerd op het «Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht» en wordt door IenW gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht zelf (exploitatie personeel, exploitatie materieel en investering) en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht verrichten (kosten).

Defensie / CZSK / Kustwacht Nederland (uitgaven)

  • Exploitatie personeel: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht voor salarissen en overige personele uitgaven van alle Kustwacht medewerkers in dienst bij Defensie / CZSK.

  • Exploitatie materieel: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht. Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC). Het Kustwachtcentrum is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.

  • Investering: Betreft onder andere de investeringen voor het Maritiem Operatie Centrum (MOC).

Uitgaven bij departementen (kosten):

Justitie en Veiligheid

  • De inzet van de Politie (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, medewerkershandhavingsdesk, medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt en Analisten.

  • De inzet van Politie helikopters (materieel) op planning of afroep voor luchtwaarneming en spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van de Nationale Politie.

Financiën

  • De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers, medewerkers handhavingsdesk, medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt en Analisten.

Defensie

  • De inzet van de Koninklijke Marine (personeel) bestaande uit; medewerker Maritiem Informatie Knooppunt, beheerskosten van Defensie en inzet (materieel) Mijnenbestrijdingsvaartuigen.

  • De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.

  • De inzet van de Defensie Commando Materieel en IT (materieel) bestaande uit; exploitatiebudget voor ICT-middelen van de Kustwacht.

Infrastructuur en Waterstaat

  • De inzet van ILT (personeel) bestaande uit; liaisons en handhavers.

  • De inzet van Rijkswaterstaat (personeel) bestaande uit; liaisons, Aerial officers en Ananlisten.

  • De inzet van Rijkswaterstaat (materieel) bestaande uit; in standhouden vaarwegmarkering, ERTV en betonningsvaartuigen, C2000/P2000 t.b.v. KNRM, BroNs/Pre-SAR. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van Rijkswaterstaat.

  • Bijdrage voor Scheepvaartveiligheid Windenergie op Zee (materieel) om de veiligheid te waarborgen in en om de windenergieparken op de Noordzee.

Klimaat en Groene Groei

  • De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; Liaison, inspecteurs en Analisten.

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

  • De inzet van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers, medewerkers handhavingsdesk en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  • Inzet van Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (personeel) bestaande uit: analisten

  • Bijdrage aan materiele uitgaven bij de Kustwacht, budget wordt overgeboekt naar Defensie/CZSK/KWNL in 2026

Tabel 76 Overzichtsconstructie Kustwacht Nederland (bedragen x € 1.000)

Departement

Begroting

Activiteit

Doel

 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

           

DEFENSIE / KUSTWACHT (Uitgaven):

          

Defensie / Kustwacht NL

X

Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie personeel)

Centrale coördinatie Kustwachttaken

13.509

15.836

15.843

15.837

15.844

15.835

15.835

Defensie / Kustwacht NL

X

Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie materieel)

Centrale coördinatie Kustwachttaken

74.744

70.426

70.424

70.425

70.423

70.314

70.315

Defensie / Kustwacht NL

X

Uitvoering Kustwachttaken (investering)

Investeringen, o.a. t.b.v het MOC (COMMIT/JIVC en DLP)

47.269

31.068

10.156

12.223

12.223

12.223

13.908

Subtotaal eigen uitgaven Kustwacht

 

135.522

117.330

96.423

98.485

98.490

98.372

100.058

           

UITGAVEN BIJ DEELNEMENDE DEPARTEMENTEN (Kosten):

          

Politie

VI

Inzet Politie personeel & helikopter,

Algemene handhaving / wetgeving scheepvaartverkeer / bemanningcontrole

2.410

3.075

3.587

4.082

4.082

4.082

4.082

Financiën

IX

Inzet Douane personeel

Fraudecontrole

1.555

1.857

2.043

2.322

2.322

2.322

2.322

Defensie

X

Inzet KM personeel, beheerskosten, KMar personeel, ICT uitgaven bij COMMIT/JIVC en CZSK-vaartuigen

Uitvoering grensbewaking / beheerskosten Defensie / mijnenbestrijding

7.910

13.778

11.317

11.317

11.317

11.317

11.317

Infrastructuur en Waterstaat

XII

Inzet ILT personeel, RWS personeel, RWS materieel, ERTV/betonningsvaartuigen en Windenergie op Zee.

Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance

7.458

27.687

27.688

27.174

27.324

7.320

7.320

Klimaat en Groene Groei

XIII

Inzet SodM-personeel

Staatstoezicht op de Mijnen

181

193

193

193

193

193

193

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

XIV

Inzet NVWA-personeel

Visserijcontrole

704

807

807

807

807

807

807

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII

Inzet IO&E-personeel en materieel budget.

Beschermen cultureel erfgoed op de bodem van de Noordzee

 

229

229

229

229

229

229

Subtotaal uitgaven bij deelnemende departementen

 

20.218

47.626

45.864

46.124

46.274

26.270

26.270

           

Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht Nederland

 

155.740

164.956

142.287

144.609

144.764

124.642

126.328

Bijlage 3: Instandhouding

Onze infrastructuurnetwerken behoren tot de ruggengraat van onze samenleving. Ze beschermen ons tegen het water, zorgen ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en dragen bij aan de economische ontwikkeling van ons land. Dat goederen en diensten kunnen worden vervoerd en dat Nederland in verbinding staat met de rest van de wereld. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat werken dagelijks aan de ontwikkeling en de instandhouding hiervan.

De realiteit is dat onze infrastructuur veroudert. Veel bruggen, tunnels, sluizen en viaducten zijn gebouwd in de jaren 50 en 60, naderen het einde van de levensduur of hebben deze al overschreden. Bovendien worden onze wegen en vaarwegen intensiever belast met steeds meer en zwaarder verkeer. Instandhouding is onmisbaar om onze netwerken veilig en beschikbaar te houden. Het coalitieakkoord en de recente beleidsbrieven onderstrepen nadrukkelijk het belang van instandhouding. In deze bijlage wordt voor zowel Rijkswaterstaat (RWS) als ProRail ingegaan op de werkwijze voor instandhouding en welke prestatieafspraken en beschikbare middelen tot en met 2040 hieraan gekoppeld zijn.

Instandhouding van de netwerken

Een goede instandhouding van de netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden, borgen het kerndepartement en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus. De netwerken worden, naast het intensieve gebruik, gekenmerkt door inpassing in een sterk verstedelijkte delta. Daardoor omvatten de netwerken diverse uiteenlopende voorzieningen als beweegbare bruggen, tunnels, op- en afritten, geluidschermen, sluizen en stormvloedkeringen. Deze elementen zorgen voor netwerken met een hoog serviceniveau, maar ook voor een grote instandhoudingsopgave. Figuren 7 t/m 10 illustreren de omvang van de vier netwerken.

Figuur 7 Netwerken RWS: Hoofdwegennet

Figuur 8 Netwerken RWS: Hoofdvaarwegennet

Figuur 9 Netwerken RWS: Hoofdwatersysteem

Figuur 10 Netwerk ProRail: Hoofdspoorweginfrastructuur

Scope van instandhouding

Bij instandhouding gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur. De begrippen die hierbij in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden gehanteerd zijn: exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de infrastructuur:

  • Tot het domein van de exploitatie behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding, capaciteitsmanagement, incidentmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;

  • Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;

  • Vernieuwing is gericht op het beginnen van een nieuwe levenscyclus van een object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object. Bij vernieuwing gaat het expliciet om een-op-een vernieuwing. Het betreft dus niet activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies, aanleg van nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).

1. Netwerken Rijkswaterstaat

Werkwijze instandhouding

Exploitatie en onderhoud

Rijkswaterstaat benadert de exploitatie- en onderhoudsopgaven door rekening te houden met de volledige levenscyclus van de infrastructuur. Als eenmaal wordt besloten tot de ontwikkeling van infrastructuur, is op basis van ervaring al bekend wat voor instandhoudingswerkzaamheden aan de diverse objecten gemiddeld per jaar nodig zijn. Dit is vastgelegd in de instandhoudingsregimes. De instandhoudingsregimes, die de jaarlijkse onderhoudsbehoefte per object vastleggen, vormen de basis voor de programmering van werkzaamheden.

Middels een jaarlijkse programmeringscyclus werkt RWS de instandhoudingsopgave uit in een programmering en planning van werkzaamheden voor de komende jaren. Dit betreft een voortrollende programmering. Elk jaar wordt de programmering geactualiseerd en een jaar verder uitgewerkt op basis van de meest actuele inzichten en ontwikkelingen in de instandhoudingsopgave. Zo kan het voorkomen dat een bepaald schadebeeld of een ongeplande gebeurtenis vraagt om tussentijds ingrijpen, zoals het plaatsen van ondersteuningsconstructies als gevolg van tand-nok problematiek bij bruggen en viaducten4 of het uitvoeren van herstelwerkzaamheden als gevolg van scheepsaanvaringen met bruggen. Tussentijdse maatregelen die niet in de totale programmering kunnen worden ingepast, krijgen dan prioriteit boven reeds geprogrammeerde maatregelen. Het onderhoud dat als gevolg daarvan wordt uitgesteld, dient vervolgens opnieuw een plek te krijgen in de instandhoudingsprogrammering.

Afstemming van de programmering met de medeoverheden en ProRail om hinder te beperken en meekoppelkansen te identificeren, is een integraal onderdeel van de programmeringscyclus. Op basis van het Life Cycle Costing (LCC) principe streeft Rijkswaterstaat naar de laagst mogelijke kosten over de gehele levenscyclus van de infrastructuur, met zo min mogelijk verstoringen en hinder voor de gebruikers. Dit doet RWS onder andere door FIT testen uit te voeren. Een FIT test laat zien of het object inclusief de industriële automatisering werkt. In 2024 zijn 155 testen uitgevoerd. De doelstelling is dit niveau vast te houden.

Vernieuwing

De objecten en onderdelen zoals sluizen, bruggen en tunnels, hebben een beperkte levensduur en dienen aan het eind hiervan te worden vernieuwd. Door grootschalige aanleg, met name vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, en het intensievere gebruik is er sprake van een flinke vernieuwingsopgave.

Om de veiligheid en beschikbaarheid van de netwerken op lange termijn te borgen, worden objecten en onderdelen vernieuwd. Deze vernieuwingsopgave wordt voor alle netwerken en onderdelen in kaart gebracht. Allereerst wordt op basis van het ontwerp ingeschat wanneer vernieuwing aan de orde zal zijn. Daarnaast worden de objecten onderworpen aan inspecties en berekeningen. Dit leidt tot het inzicht in, en een prognose van, een termijn van vijf tot vijftien jaar waarin vernieuwing nodig is. Zo worden, steeds vooruitkijkend, objecten en onderdelen geïdentificeerd waarvoor een planfase wordt gestart. In de planfase wordt de uiteindelijke opgave vastgesteld en daarna volgt een definitief besluit over de aanpak van het betreffende object. Dit kabinet heeft als doel gesteld om tot 2030 tenminste 5 tunnels en 17 bruggen aan te pakken. Dit wordt meegenomen in het Programma Vernieuwing. Het Programma Vernieuwing kent een technische aanleiding, namelijk het einde van de technische levensduur van onderdelen en objecten. Een-op-een vernieuwing is binnen vernieuwing het uitgangspunt, waarbij er geen aanvullende wensen of functionaliteiten worden toegevoegd. Omdat het echter gaat om relatief grote ingrepen in het netwerk, wordt waar nodig en mogelijk ook gekeken naar verstandige aanvullende investeringen in het kader van beleidsdoelstellingen als bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het primaire doel blijft echter het borgen van de beschikbaarheid en veiligheid van de Rijksnetwerken.

Basiskwaliteitsniveau en prestaties

Basiskwaliteitsniveau

Met ingang van 2024 werkt RWS op basis van meerjarige instandhoudingsopdracht met een basiskwaliteitsniveau (BKN) als uitgangspunt. In het BKN is voor de netwerken van RWS uitgewerkt waar een weg, vaarweg of waterwerk in de basis aan moet voldoen om de gebruikers en belanghebbenden goed te kunnen blijven bedienen. Een robuust mobiliteitssysteem met basale voorzieningen passend bij de functie van de verschillende netwerken. Het doel van het BKN is om in het hele land een toekomstvast fundament te bieden dat zekerheid geeft aan gebruikers en marktpartijen die betrokken zijn bij aanleg en instandhouding.

Het verouderende areaal en de groeiende instandhoudingsachterstanden vergroten echter de kans op storingen en beperkingen op de netwerken. Hierdoor komt de betrouwbaarheid van de netwerken onder druk te staan, zoals ook blijkt uit de Staat van de Infrastructuur 2024.5

Prestaties

Bij de instandhouding van de RWS-netwerken staan de prestaties die de netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van instandhoudingswerkzaamheden centraal. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en (water)veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers ervaren. Over de te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt het kerndepartement van IenW afspraken met RWS. Deze afspraken vormen de basis van de instandhoudingswerkzaamheden die door RWS jaarlijks wordt uitgevoerd. De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren.

Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het BKN worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. De overige prestatieafspraken worden nog verder in lijn gebracht met het BKN. Tot die tijd zijn de huidige prestatieafspraken uit tabel 77 van toepassing. Toelichting op de indicatoren en de gerealiseerde prestaties zijn te vinden in de Instandhoudingsbijlage bij het Jaarverslag.

Tabel 77 Indicatoren netwerken RWS

Indicator

Streefwaarde1

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

      

Hoofdwegennet

     

Beschikbaarheid

     

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

98%

99%

99%

98%

Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud

10%

3%

4%

7%

9%

Levering verkeersgegevens

     

Beschikbaarheid data voor derden

90%

93%

91%

91%

92%

Veiligheid

     

Voldoen aan norm voor verhardingen

99,7%

99,7%

99,6%

99,4%

99,7%

Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding

95%

99%

99%

99%

100%

      

Hoofdvaarwegennet

     

Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid

     

Stremmingen gepland onderhoud

0,8%

0,9%

0,6%

0,7%

1,1%

Stremmingen ongepland onderhoud

0,2%

2,4%

1,2%

1,2%

0,7%

Tijdig melden ongeplande stremmingen

97%

98%

97%

98%

97%

Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)

     

– Toegangsgeulen

99%

100%

100%

100%

100%

– Hoofdtransportassen

90%

93%

93%

96%

96%

– Hoofdvaarwegen

85%

82%

84%

83%

88%

– Overige vaarwegen

85%

83%

95%

96%

97%

Veiligheid

     

Vaarwegmarkering op orde

95%

89%

94%

96%

97%

      

Hoofdwatersysteem

     

Waterveiligheid

     

Handhaving kustlijn

90%

91%

93%

94%

94%

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

83%

100%

83%

67%

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

100%

75%

100%

100%

100%

Betrouwbaarheid informatievoorziening

95%

100%

99%

96%

97%

Voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied2

95%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

93%

Bron: RWS

     
1

In afwachting van nieuwe indicatoren en streefwaarden wordt nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de Beheer en Onderhoud (BenO) overeenkomst 2022-2023.

2

Vanaf 2025 is een streefwaarde toegevoegd voor het voldoen aan de vegetatielegger.

Vergroten productievermogen

De groeiende omvang van de instandhoudingsopgave vraagt om een verhoging van het productievermogen bij Rijkswaterstaat. Met de Kamerbrief van 17 juni 2024, is de Kamer geïnformeerd over de aanpak van IenW om het productievermogen van RWS op het gebied van instandhouding te vergroten.6 Zo heeft bij RWS een verschuiving van financiële middelen en personele capaciteit naar instandhouding plaatsgevonden, is het reeds genoemde BKN voor alle infrastructurele netwerken vastgesteld én er wordt er meerjarig gestuurd op de opgave middels een meerjarenafspraak instandhouding tot en met 2030. Dit kabinet heeft de ambitie uitgesproken dit jaar een door de infrasector gedragen plan voor productiviteitsverhoging te starten.

Het meerjarenplan instandhouding zet de aanpak voor productieverhoging verder uiteen.7 Daarbij roept het plan op tot een productieverhoging in de gehele keten. In de kern komt de aanpak neer op een omslag van projectmatig naar programmatisch werken. De aanpak houdt daarbij rekening met de hoeveelheid beschikbare arbeidskrachten en de capaciteit in de markt. Dit sluit aan op de adviezen uit het rapport ‘Instandhouding voorop!’ van de adviesgroep Ontwikkeling en Instandhouding van Infrastructuur in beheer bij IenW. Het werk wordt integraal geprogrammeerd, er wordt langjarig en efficiënt samengewerkt met de markt, er gaat meer capaciteit naar het primaire productieproces en er wordt geïnvesteerd in vakmanschap en innovatie. De schaal- en efficiëntievoordelen die door deze aanpak ontstaan, maken het mogelijk om meer werk te verzetten. Rijkswaterstaat communiceert de meerjarige programmering met de regionale partners en de inkoopplanning met de markt om de maakbaarheid te vergroten.

Maar er is meer nodig. Via de Staat van de Infrastructuur 2024 is de Kamer geïnformeerd over het feit dat de maakbaarheid bij Rijkswaterstaat inmiddels groter is dan het beschikbare financiële kader.8 Het programmeren van nieuwe vernieuwingsprojecten is inmiddels alleen nog mogelijk door de uitvoering van andere noodzakelijk vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen. Een aanzienlijk deel van de noodzakelijke vernieuwing kan daardoor (nog) niet worden uitgevoerd. Als we niets doen is de verwachting dat het aantal kunstwerken dat voorbij de verwachtte levensduur is, in 2030 is verdubbeld. Dat dit ongewenst is, is evident. Het uitstellen van onderhoud en vernieuwing heeft tot gevolg dat de infrastructuur verder veroudert. Niet alleen leidt dit tot grotere instandhoudingsachterstanden, het zorgt er ook voor dat de kans op storingen en beperkingen op de netwerken verder toeneemt. Er moet op deze wijze de komende jaren steeds meer worden geïnvesteerd in correctief en levensduurverlengend onderhoud, in plaats van planmatig en preventief onderhoud. Dit leidt tot meer kosten en zet daarmee de beschikbare financiële middelen en capaciteit steeds verder onder druk. Deze situatie moet niet te lang aanhouden. Daarom stellen we ons als doel om de negatieve trend van meer en/of langer durende beperkingen als gevolg van achterstanden in het onderhoud deze kabinetsperiode te doorbreken. Dit doen we door onverminderd door te gaan met de voornoemde aanpak op instandhouding middels het meerjarenplan instandhouding.

Budgettair beeld netwerken RWS

In de periode tot en met 2040 zijn de volgende budgetten op de fondsen beschikbaar voor instandhouding van de RWS-netwerken. In de tabellen 78 en 79 zijn de budgetten (exclusief inzet deel balanspost Saldo op Ontvangen Bijdragen exploitatie en onderhoud en ontvangsten) per netwerk weergegeven. Tabel 80 geeft de gereserveerde budgetten voor instandhouding weer (exclusief de nieuwe middelen uit het coalitieakkoord die vanaf 2032 nog op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën staan).

Tabel 78 Budgetten Exploitatie, Onderhoud en Watermanagement netwerken RWS (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Hoofdwegen

                 

MF 12.01

Exploitatie

32.947

21.176

21.534

13.527

8.766

8.115

8.058

8.262

8.034

7.913

7.660

7.536

7.409

7.862

7.756

176.555

MF 12.02.01

Onderhoud

1.490.092

1.260.579

1.218.159

1.204.554

1.145.628

1.339.310

1.112.881

1.145.860

1.145.418

1.145.539

1.144.466

1.132.143

1.148.866

1.148.413

1.249.036

18.030.944

MF 12.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

74.381

71.614

62.129

53.704

53.704

27.160

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

576.485

Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen

1.597.420

1.353.369

1.301.822

1.271.785

1.208.098

1.374.585

1.146.916

1.180.099

1.179.429

1.179.429

1.178.103

1.165.656

1.182.252

1.182.252

1.282.769

18.783.984

                  

Hoofdvaarwegen

                 

MF 15.01

Exploitatie

26.681

28.990

24.717

22.987

22.883

26.182

25.938

25.737

23.671

23.607

23.607

23.607

23.611

23.611

23.388

369.217

MF 15.02.011

Onderhoud

709.198

548.214

540.696

534.361

529.702

657.146

571.595

572.425

574.490

574.554

573.324

575.289

567.015

567.015

562.011

8.657.034

MF 15.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

16.295

17.405

17.107

16.152

16.391

13.845

13.015

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

215.753

Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen

752.174

594.608

582.520

573.499

568.975

697.173

610.548

611.355

611.354

611.354

610.124

612.089

603.819

603.819

598.592

9.242.003

                  

Hoofdwatersysteem

                 

DF 3.01.01

Watermanagement

15.153

18.051

17.818

17.578

17.929

20.606

21.114

20.813

19.380

19.402

18.661

18.661

18.779

18.779

18.779

281.503

DF 3.02.01

Onderhoud Waterveiligheid

325.000

372.663

284.028

286.440

282.062

339.150

297.123

297.289

315.776

318.457

306.211

307.282

309.165

309.165

298.461

4.648.272

DF 3.02.02

Onderhoud Zoetwatervoorziening

106.355

109.511

108.524

105.896

106.448

147.781

134.301

135.329

125.576

125.102

137.622

137.622

135.620

135.608

135.608

1.886.903

DF 5.02.01

Overige netwerkgebonden kosten

28.738

28.156

28.157

28.156

27.750

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

331.907

Totaal budget Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem

475.246

528.381

438.527

438.070

434.189

526.632

471.633

472.526

479.827

482.056

481.589

482.660

482.659

482.647

471.943

7.148.585

                  

Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Watermanagement netwerken RWS

2.824.840

2.476.358

2.322.869

2.283.354

2.211.262

2.598.390

2.229.097

2.263.980

2.270.610

2.272.839

2.269.816

2.260.405

2.268.730

2.268.718

2.353.304

35.174.572

1

Dit budget is exclusief Overdracht Brokx-nat en reservering Kustwacht (luchtsurveillance).

Tabel 79 Budgetten Vernieuwing netwerken RWS (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Hoofdwegen

                 

MF 12.02.04

Vernieuwing

478.852

588.622

542.738

717.412

601.964

780.114

814.405

533.176

533.777

321.263

420.958

397.781

319.432

598.340

595.616

8.244.450

Hoofdvaarwegen

                 

MF 15.02.04

Vernieuwing

270.206

431.279

300.439

292.749

266.803

357.737

272.004

221.837

219.583

220.725

220.262

217.420

250.853

322.183

320.716

4.184.796

Hoofdwatersysteem

                 

DF 3.02.03

Vernieuwing

43.793

90.668

114.806

121.773

60.789

232.469

232.172

204.622

222.505

228.108

229.788

234.038

234.038

183.406

183.406

2.616.381

                  

Totaal budget Vernieuwing netwerken RWS

792.851

1.110.569

957.983

1.131.934

929.556

1.370.320

1.318.581

959.635

975.865

770.096

871.008

849.239

804.323

1.103.929

1.099.738

15.045.627

Tabel 80 Gereserveerde budgetten instandhouding (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Mobiliteitsfonds

                 

MF 12.03.02

Reservering areaalgroei hoofdwegen

6.879

9.377

26.804

26.905

26.905

26.967

32.397

37.773

38.826

42.473

43.695

48.724

48.659

47.264

46.225

509.873

MF 15.03.02

Reservering areaalgroei hoofdvaarwegen

0

0

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.339

34.831

515.170

MF 11.03.031

Reservering instandhouding

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

374.169

374.169

Totaal reserveringen Mobiliteitsfonds

 

6.879

9.377

66.804

66.905

66.905

66.967

72.397

77.773

78.826

82.473

83.695

88.724

88.659

87.603

455.225

1.399.212

                  

Deltafonds

                 

DF 1.02.01

Reservering areaalgroei hoofdwatersysteem

2.299

1.770

1.809

1.809

1.809

1.811

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

27.471

DF 5.04.01

Reservering instandhouding

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal reserveringen Deltafonds

 

2.299

1.770

1.809

1.809

1.809

1.811

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

27.471

                  

Totaal reserveringen

9.178

11.147

68.613

68.714

68.714

68.778

74.193

79.569

80.622

84.269

85.491

90.520

90.455

89.399

457.021

1.426.683

1

De reservering Instandhouding op MF artikel 11 is bestemd voor zowel de netwerken van Rijkswaterstaat als het netwerk van ProRail.

Scherpe keuzes

In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.

Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.

2. Netwerk ProRail

Basiskwaliteitsniveau en prestaties

Basiskwaliteitsniveau

In het najaar van 2024 is het basiskwaliteitsniveau spoor (BKN spoor) definitief vastgesteld en de dekkingsopgave bij de Ontwerpbegroting 2025 ingevuld (Kamerstuk 29984, nr. 1213). Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds in balans zijn. ProRail is in 2025 met de voorbereiding van de implementatie van het BKN spoor gestart. Het basiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaar en maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het BKN spoor biedt langjarige duidelijkheid over de basiskwaliteit in het hele land en creëert daarmee voorspelbaarheid richting ProRail, aannemers, vervoerders en reizigers.

De aansturing van ProRail vindt door het ministerie van IenW plaats door een gecombineerde prestatiesturing op basis van de beheerconcessie en een financiële sturing via de subsidieverlening voor de instandhouding van het spoor. Dat betekent dat de minister van IenW op basis van de beheerconcessie afspraken met ProRail heeft gemaakt over kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en de bijbehorende bodem- en streefwaardes. De Tweede Kamer wordt (half)jaarlijks in een separate brief over de (half)jaarverantwoording van ProRail en de gerealiseerde prestaties geïnformeerd. Als er een aanleiding is, kan er gedeeltelijk worden overgegaan op inputsturing door middel van (verbeter-)programma’s onder de concessie. Hieronder wordt ingegaan op de door ProRail geleverde prestaties, de areaalgegevens, de gerealiseerde budgetten instandhouding en op het uitgesteld en achterstallig onderhoud. 

Binnen het BKN spoor is veiligheid de belangrijkste randvoorwaarde voor spoorvervoer. Het is daarom van belang dat de geldende eisen en protocollen worden nageleefd en onveilige situaties direct worden hersteld. Indien geconstateerd wordt dat de veiligheid voor de gebruikers, eigen medewerkers en opdrachtnemers in het geding is, worden er direct maatregelen genomen om het gebruik van de infrastructuur weer binnen de geldende kaders te laten plaatsvinden. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn (tijdelijke) snelheidsverlagingen ter plaatse, (tijdelijke) gebruiksbeperkingen of fysieke infrastructuurondersteunende maatregelen.

Prestaties

De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatieindicatoren. Over de indicatoren met daarbij horende (streef)waarden worden prestatieafspraken gemaakt tussen IenW en ProRail, en hiervoor worden budgetten beschikbaar gesteld. De actuele prestatieafspraken met ProRail zijn terug te vinden in het (addendum op) het beheerplan van ProRail. De actuele prestaties zijn real-time in te zien op prestaties.prorail.nl. In 2025 heeft ProRail de prestaties gerealiseerd zoals opgenomen in Tabel 81.

Tabel 81 Indicatoren netwerk ProRail

KPI

Bodemwaarde1

Streefwaarde

Realisatie 2025

Klantoordeel reizigersvervoerders

6

7

7

Klantoordeel goederenvervoerders

6

7

6

Reizigerspunctualiteit HRN (3 min.) (met NS)2

84,4%

85,5%

Reizigerspunctualiteit HRN (10 min.) (met NS)

94,5%

95,3%

Betrouwbaarheid regionale series (3 min)

90,7%

93,7%

90,5%

Impactvolle verstoringen

520

450

586

Bron: ProRail Jaarverslag 2025

   
1

Toelichting bodemwaarde: waarde voor het jaarlijks minimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie indicator. In het geval van de prestatie indicator ‘Impactvolle storingen op de infra’ geldt een maximum.

2

Reizigerspunctualiteit HRN 5 min. en Reizigerspunctualiteit HRN 15 min. zijn in 2025 vervangen door Reizigerspunctualiteit HRN 3 min. en Reizigerspunctualiteit HRN 10 min. Er zijn geen streefwaarden tussen IenW en ProRail afgesproken.

Budgettair beeld netwerk ProRail

Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds langjarig tot en met 2037 in balans zijn. Inmiddels is het BKN spoor beleidsneutraal verlengd tot en met 2040. Sinds de vaststelling van het BKN hebben zich exogene ontwikkelingen voorgedaan in wet- en regelgeving en zijn bepaalde risico's gematerialiseerd waar eerder geen rekening mee kon worden gehouden. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 heeft dit tot besluitvorming over aanvullende budgettaire kaders geleid. Dit is toegelicht in de voorjaarsnota 2026 (Kamerstuk 36 915 XII, nr. 2). In tabel 82 is het budget op het Mobiliteitsfonds voor instandhouding van het netwerk van ProRail t/m 2040 weergegeven.

Tabel 82 Budgetten Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing netwerk ProRail (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Hoofdspoorweginfrastructuur

                 

MF 13.02

Exploitatie

400.918

443.863

438.329

385.813

279.347

217.399

216.676

209.271

223.707

226.555

201.932

197.324

221.709

211.205

172.277

4.046.325

MF 13.02

Onderhoud

998.657

969.832

945.557

927.929

870.225

999.975

807.150

787.261

802.841

794.640

821.577

817.891

825.575

836.772

792.963

12.998.847

MF 13.02

Vernieuwing

1.002.384

1.227.231

1.213.362

1.163.798

1.071.266

1.224.476

1.137.671

1.091.045

1.084.478

884.946

996.232

1.102.800

1.344.956

1.355.763

1.224.161

17.124.570

MF 13.02

Overige netwerkgebonden kosten

736.030

824.254

702.202

660.726

608.512

526.097

524.173

541.698

542.455

534.588

507.286

525.920

539.005

549.373

526.336

8.848.654

MF 13.02

Gebruiksheffing vervoerders

‒ 477.585

‒ 485.241

‒ 494.019

‒ 502.428

‒ 490.091

‒ 490.207

‒ 489.321

‒ 489.353

‒ 489.353

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 7.341.230

Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing netwerk ProRail

 

2.660.404

2.979.938

2.805.431

2.635.838

2.339.260

2.477.740

2.196.349

2.139.922

2.164.129

1.951.790

2.038.088

2.154.997

2.442.306

2.464.176

2.226.799

35.677.167

Scherpe keuzes

In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.

Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.

3. DBFM

Een deel van de instandhouding van de netwerken gebeurt via DBFM-contracten (Design-Build-Finance-Maintain). Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een Rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg, sluis, dijk of spoorweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het ontwikkelingsbudget, (ii) het beschikbare exploitatie en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.

Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM-contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten ontwikkel- en exploitatie en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd. De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit ontwikkeling en exploitatie en onderhoud (incl. areaalgroei) worden overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zogenaamde financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM-contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere exploitatie en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsartikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02, voor het hoofdwatersysteem artikel 3.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04, voor het hoofdwatersysteem artikel 4.02) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract wordt het exploitatie- en onderhoudsdeel weer aan de reguliere exploitatie- en onderhoudsbudgetten van RWS toegevoegd. In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten DBFM-contracten zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten is het genoemde exploitatie- en onderhoudsbudget (per jaar) ingezet. Dit komt na afloop van het DBFM-contract weer beschikbaar tegen het dan geldende prijspeil.

In tabel 83 is een overzicht van de DBFM projecten weergegeven.

Tabel 83 Overzicht DBFM-projecten

Project

Areaalinformatie

Einde DBFM-contract

Uitgenomen BenO-budget/jaar

Hoofdwegennet

Baanlengte1

Grote kunstwerken

Wegconfiguratie in M-fase

  

A12 Lunetten–Veenendaal

65 km

 

2x4, 2x3

2033

5,9 mln.

A10 Tweede Coentunnel

39 km

1ste en 2de Coentunnel

2x3+2x2, 2x4

2037

12,0 mln.

N33 Assen–Zuidbroek

105 km

 

2x2

2034

2,8 mln.

A15 Maasvlakte–Vaanplein

129 km

nieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel

2x3+2x2, 2x3, 2x2

2035

31,7 mln.

A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA)

72 km

Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug

2x5+2, 2x4+2

2042

11,9 mln.

A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord

50 km

 

2x3

2032

2,2 mln.

A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA)

41 km

Gaasperdammer-tunnel

2x5+1

2038

14,2 mln.

N18 Varsseveld Enschede

70 km

 

2x2+2x1

2043

1,8 mln.

A27/A1 Utrecht Noord - knpt. Eemnes - Bunschoten

53 km

 

2x3+2x4

2043

3,9 mln.

A6 Almere (SAA)

39 km

 

2x5

2039

3,3 mln.

A24 Blankenburgverbinding

35 km

Maasdeltatunnel, Hollandtunnel

2x3

2044

10,1 mln.

A16 Rotterdam

37 km

Rottemerentunnel

2x2+2x3

2044

7,2 mln.

A9 Badhoevedorp – Holendrecht (Amstelveen)

52 km

Verbrede Schipholbrug, tunnelbakken verdiepte ligging

2x4+1

2040

2,6 mln.

A15/A12 Ressen - Oudbroeken (ViA15)

87 km

Brug over het Pannerdensch kanaal

2x3 + 2x2

2051

9,6 mln.

Hoofdvaarwegennet

Vaarweglengte

Grote kunstwerken

   

Keersluis Limmel

 

Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis

 

2048

0,4 mln.

Beatrixsluis 3e Kolk

4 km

Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal

 

2046

2,8 mln.

Zeetoegang IJmond

 

Nieuwe zeesluis en sluiseilanden

 

2045

2,5 mln.

Sluis Eefde

 

Nieuwe schutsluis inclusief onderhoud voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021)

 

2047

1,0 mln.

Hoofdwatersysteem

 

Grote kunstwerken

   

Afsluitdijk

 

Afsluitdijk, spuicomplexen en keringen Den Oever en Kornwerderzand

 

2047

9,3 mln.

Hoofdspoorweginfrastructuur

Spoorweglengte

Grote kunstwerken

   

HSL

85 km

Tunnel Groene Hart, Doorgaand Spoorviaduct Bleiswijk, Tunnel Rotterdam Noord, Tunnel Oude Maas, Tunnel Dordtse Kil, Brug Hollands Diep

 

2031

N.v.t.

1

Baanlengte omvat: hoofdrijbanen, verbindingswegen en op- en afritten.

4

Problematiek rondom tand-nokconstructies betekent dat de wapening in het beton van dit type constructie kan verzwakken of beschadigen, bijvoorbeeld door indringend vocht en strooizout, waardoor de draagkracht van de constructie afneemt.

5

Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9

6

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, Kamerstuk 29 385, nr. 139

7

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, Kamerstuk 29 385, nr. 143

8

Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9

Bijlage 4: Tol

Scope

Vanwege budgettaire uitdagingen in het Mobiliteitsfonds is er in het verleden besloten dat er op de A24/Blankenburgverbinding en op de ViA15 tol wordt geheven. Zonder tolheffing was er onvoldoende financiële dekking voor de aanleg van deze verbindingen. Met de tolheffing wordt een opgave gedekt van € 416 miljoen voor de A24/Blankenburgverbinding en € 376 miljoen voor de ViA15 (bedragen in prijspeil 2026 en in contante waarde). De tol is tijdelijk en wordt beëindigd als deze opgaves, plus de invoerings- en exploitatiekosten van tolheffing, zijn voldaan.

Op 7 december 2024 is de A24/Blankenburgverbinding geopend. De ViA15 is momenteel in aanleg en wordt naar verwachting eind 2031 opengesteld voor verkeer.

De tolheffing op de A24 en de ViA15 vindt plaats op een basis van een free flow­tolsysteem. De weggebruiker hoeft tijdens de rit niet bij een tolplein te stoppen om te betalen. In plaats daarvan worden voertuigen geregistreerd via automatische nummerplaatherkenning en vindt betaling separaat plaats. De houder (de kentekenhouder van het voertuig) moet voor deze betaling zelf actie ondernemen. Hiervoor zijn twee opties:

– De eerste optie is om een dienstverleningsovereenkomst te sluiten met een private dienstaanbieder, waarmee tolbetalingen automatisch plaatsvinden. Dat biedt gebruiksgemak voor de weggebruiker.

– De tweede optie is een betaling via de website www.e-tol.nl. Indien de betaling via deze website niet binnen 72 uur na passage plaatsvindt, ontvangt de houder van het voertuig een betalingsherinnering. Met ingang van 7 december 2025 zijn hier voor de gebruiker van de A24 administratiekosten van € 9 aan verbonden. Als de herinnering niet tijdig voldaan is ontvangt de houder een bestuurlijke boete, eventueel gevolgd door aanmaningen hierop.

De Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 bevat het wettelijk kader om op beide verbindingen tol te heffen.

Tijdelijke tolheffing wordt door het ministerie van IenW samen met de uitvoeringsorganisaties RDW, CJIB, RWS en ILT onder de naam e-TOL uitgevoerd. De RDW is de centrale uitvoeringsorganisatie en stuurt de andere betrokken uitvoeringsorganisaties aan.

Specificatie uitgaven en ontvangsten

Onderstaande tabellen laten de verwachte totale uitgaven en ontvangsten voor de tolheffing op de A24 en de ViA15 zien tot en met 2034. De uitgaven betreffen de uitgaven voor exploitatie van het tolsysteem op beide verbindingen. Onderdeel van de uitgaven voor de ViA15 zijn ook de uitgaven voor invoering van het tolsysteem. De ontvangsten uit tolheffing zijn het totaal van de ontvangsten uit de tolgelden, plus de ontvangsten uit betalingsherinneringen en uit bestuurlijke boetes.

Deze ramingen volgen uit de basecase TTH. Dit is een rekenmodel dat de kosten en opbrengsten van tijdelijke tolheffing raamt en dat in eigendom is van de bij tijdelijke tolheffing betrokken organisaties (DGMo, RDW, CJIB, RWS en ILT) en waarvan het beheer bij DGMo ligt.

De ramingen van de ontvangsten uit tolheffing zijn gegeven de prille periode van tolheffing nog volledig gebaseerd op veronderstellingen over het verwachte gebruik en betaalgedrag van de weggebruiker voorafgaand aan de start van de tolheffing op de A24. Dit maakt dat het nu nog te vroeg is om conclusies te trekken over de verwachte termijn van tolheffing.

Tabel 84 Geraamde toluitgaven- en ontvangsten A24/Blankenburgverbinding (bedragen x € 1.000, prijspeil 2026)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Uitgaven tolheffing

34.500

29.249

27.442

27.447

27.697

27.788

21.738

25.046

25.045

Bruto ontvangsten

137.768

75.975

62.517

63.566

64.641

64.852

64.899

65.198

65.408

N.B. De verwachte ontvangsten van € 137,8 miljoen in 2026 betreft verwachte ontvangsten voor 2026 inclusief het bij Voorjaarsnota 2026 doorgeschoven bedrag van € 49,7 miljoen van niet-gerealiseerde ontvangsten in 2025.

Tabel 85 Geraamde toluitgaven- en ontvangsten ViA15 (bedragen x € 1.000, prijspeil 2026)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Uitgaven tolheffing

1.237

2.056

2.056

25.366

24.996

27.566

21.656

29.226

28.199

Bruto ontvangsten

33

56

56

686

4.778

46.469

58.023

44.389

39.518

N.B. De ViA15 opent naar verwachting eind 2031. De ontvangstenraming gaat nog uit van openstelling eind 2030. Bij indexatie van uitgaven en ontvangsten van prijspeil 2025 naar 2026 zijn per abuis tolontvangsten op de ViA15 in de periode 2026-2029 verondersteld. Dit wordt gecorrigeerd bij de Voorjaarsnota.

Bij Najaarsnota 2026 worden de uitgaven en ontvangsten van 2026 integraal bezien op basis van de actuele cijfers van het gebruik en het betaalgedrag van de A24. Bij de Voorjaarsnota 2027 worden uitgaven en ontvangsten meerjarig bezien.

Opbouw verwachte ontvangsten tijdelijke tolheffing

Onderstaande tabellen laten in meer detail de opbouw van de verwachte ontvangsten voor de tolheffing op de A24 en de ViA15 tot en met 2034 zien, inclusief de indicatoren hierbij:

Tabel 86 Opbouw ontvangsten tolheffing A24 Blankenburgverbinding (bedragen x € 1.000, prijspeil 2026)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Aantal passages (#)

18.055

18.362

18.674

18.991

19.314

19.386

19.457

19.528

19.599

Ontvangsten uit tijdige tolbetalingen (€)

33.671

35.711

37.866

38.502

39.153

39.269

39.287

39.457

39.573

          

Aantal verzonden betalingsherinneringen (#)

2.760

2.014

1.237

1.258

1.279

1.284

1.289

1.294

1.299

Ontvangsten uit betalingsherinneringen (€)

21.156

15.463

9.546

9.706

9.871

9.907

9.918

9.968

10.004

          

Aantal verzonden bestuurlijke boetes (#)

675

492

302

307

313

314

315

316

317

Ontvangsten uit bestuurlijke boetes (€)

33.203

24.800

15.104

15.358

15.617

15.676

15.694

15.774

15.832

          

Totaal bruto-ontvangsten (€)

137.768

75.975

62.517

63.566

64.641

64.852

64.899

65.198

65.408

N.B. Aantal verzonden boetes exclusief aanmaningen; opbrengsten uit bestuurlijke boetes inclusief aanmaningen.

Tabel 87 Opbouw ontvangsten tolheffing ViA15 (bedragen x € 1.000, prijspeil 2026)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Aantal passages (#)

2.258

10.308

11.352

10.437

10.828

Ontvangsten uit tijdige tolbetalingen (€)

    

4.170

24.545

23.636

23.414

25.213

          

Aantal verzonden betalingsherinneringen (#)

481

1.992

1.708

1.035

706

Ontvangsten uit betalingsherinneringen (€)

    

608

2.270

13.248

8.124

5.586

          

Aantal verzonden bestuurlijke boetes (#)

118

487

417

253

172

Ontvangsten uit bestuurlijke boetes (€)

    

19.654

21.139

12.851

8.719

          

Totaal bruto-ontvangsten (€)

33

56

56

686

4.778

46.469

58.023

44.389

39.518

N.B. Aantal verzonden boetes exclusief aanmaningen; opbrengsten uit bestuurlijke boetes inclusief aanmaningen.

Bijlage 5: Lijst van afkortingen

Tabel 88 Lijst van afkortingen

Afkorting

 

AOV

Achterstallig Onderhoud Vaarwegen

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

APB

Activiteitenplan en Begroting

ATB-Vv

Automatische Treinbeïnvloeding – Verbeterde versie

BBV

Blankenburgverbinding

BCF

Btw-compensatiefonds

BenO

Beheer en onderhoud

BKN

Basiskwaliteitsniveau

BNG

Betalen naar gebruik

BO MIRT

Bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

BRG

Bestaand Rotterdams Gebied

BroNs

Brandweer op Noordzee

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CA

Coalitieakkoord

CID

Central Innovation District

CJIB

Centraal Justitieel Incassobureau

CZSK

Commando Zeestrijdkrachten

DBFM

Design, Build, Finance and Maintain

DF

Deltafonds

DLP

Defensie Lifecycle Plan

DMO

Defensiematerieelorganisatie

DUMO

Duurzame Mobiliteit

DVM

Dynamisch Verkeersmanagement

EOV

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

EPK

Externe productiekosten

ERTMS

European Rail Traffic Management System

ETV

Emergency Towing Vessels

EU

Europese Unie

EZ

Ministerie van Economische Zaken

FES

Fonds Economische Structuurversterking

FIN

Ministerie van Financiën

GF

Gemeentefonds

GIV-PPS

Geïntegreerde contractvorm - Publick Private Samenwerking

HBR

Havenbedrijf Rotterdam

HLA

Hoofdlijnenakkoord

HOV

Hoogwaardig openbaar vervoer

HRN

Hoofdrailnet

HSL

Hogesnelheidslijn

HVWN

Hoofdvaarwegennet

HWN

Hoofdwegennet

HXII

beleidsbegroting XII Ministerie van Infrastructuur en waterstaat

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IenW

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

IMA

Integrale Mobiliteitsanalyse

IRM

Integraal Riviermanagement

JIVC

Joint Informatievoorziening Commando

KGG

Ministerie van Klimaat en Groene Groei

KM

Koninklijke Marine

KNRM

Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij

KPI

Kernprestatie indicatoren

KWC

Kustwachtcentrum

LCC

Life Cycle Costs

LVVN

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

LTSa

Lange Termijn Spooragenda

LVO

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

MF

Mobiliteitsfonds

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

MJPG

Meerjarenprogramma Geluidsanering

MOC

Maritiem Operatie Centrum

NaNov

Na Noord-Oostelijke Verbinding

NDW

Nationaal Dataportaal Wegverkeergegevens

NoMo

Nota Mobiliteit

NOVEX

Nationale Omgevingsvisie Extra

NOVI

Nationale Omgevingsvisie

NS

Nederlandse Spoorwegen

NSL

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

NSP

Nieuwe Sleutelprojecten

NST

Nieuwe Sluis Terneuzen

NUTW

Nog uit te voeren werk

NVGS

Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen

NVWA

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OV

Openbaar Vervoer

OV SAAL

Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad

OVS

Openbaar Vervoer en Spoor

OVT

Openbaar Vervoer Terminal

PB

Projectbesluit

PEGA

Parlementaire Enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Licence