Base description which applies to whole site

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 2.065,5 miljoen.

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 168,0 miljoen.

Figuur 3 Gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2027–2040 (bedragen x € 1 mln.). Totaal gemiddeld € 1.969,5 miljoen.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en WaterstaatV.P.G.Karremans

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Structuur

De opzet en de structuur van de begroting voor het Deltafonds zijn gebaseerd op de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.

  • Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Deltafonds voor het jaar 2027 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.

  • In de Deltafondsagenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 begint.

  • Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.

  • In de artikelsgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is: - van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen; - van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2026. Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2027. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht.

  • In de verdiepingsbijlage (paragraaf 4.1) is door middel van een meerjarige mutatietabel (voor gehele looptijd van het fonds) op artikelniveau, net zoals bij de eerste sup, de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand in de Ontwerpbegroting 2027. De grootste mutaties worden tevens in de verdiepingsbijlage toegelicht (bijlage 1);

  • De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting, zoals de instandhoudingsbijlage, of betreffen overzichtsconstructies.

Normering

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:

  • Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:

Tabel 1 Norm bij te verklaren verschillen

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

5

=> 1000

5

5

  • Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2040.

  • Voor Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding) is een aparte bijlage 3 opgenomen.

Kasschuiven

In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van12 oktober 2016 is uitgebreid met de Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegrotingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fondsbegrotingen en op welke plek de doorgevoerde kasschuiven in de begroting 2027 worden toegelicht.

Op de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit blijft aansluiten op de geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van de begrotingen zijn de kasschuiven in de begroting 2027 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u aan in het hoofdstuk Deltafondsagenda.

Overzichten geschatte budgetflexibiliteit

Gezien het specifieke karakter en samenhang van de begrote uitgaven op het Mobiliteitsfonds wordt de budgetflexibiliteit op de volgende manier berekend. Als juridisch verplichte uitgaven worden beschouwd: realisatieprojecten en programma’s, DBFM-contracten, apparaatsuitgaven en Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding). De projecten en programma’s die in de planuitwerkings- en verkenningsfase zitten, worden gezien als bestuurlijk gebonden. (Risico)reserveringen zijn beleidsmatig gereserveerd. De generieke investeringsruimte wordt aangemerkt als vrij te besteden/niet juridisch verplicht.

Groeiparagraaf

Artikel 6 bijdragen andere begrotingen Rijk

Sinds de Begroting 2026 zijn de voedingsartikelen op de begrotingsfondsen (artikel 19 Mobiliteitsfonds, artikel 6 Deltafonds) en op de beleidsbegroting HXII  (artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen) afgeschaft. Hierdoor worden de begrotingsfondsen direct gefinancierd vanuit de schatkist en worden interdepartementale overhevelingen rechtstreeks aan de betreffende artikelen op de fondsen toegevoegd. In afstemming met het ministerie van Financiën is daarom ook besloten de voedingsartikelen en hun realisaties niet langer op te nemen in de Begroting 2027.

Taakstelling Kabinet Jetten - Slagvaardige Overheid

In het coalitieakkoord van Kabinet Jetten I is een apparaatstaakstelling gepresenteerd. Deze is bij de 1e suppletoire begroting 2026 technisch in de begrotingen van IenW verwerkt. Met deze begroting is hier nu een inhoudelijke invulling aan gegeven. Zie onderdeel 2. paragraaf Slagvaardige overheid voor de nadere toelichting hierover.

Verdiepingsbijlage

In de Ontwerpbegroting 2026 was aangegeven dat op het Deltafonds de verdiepingsbijlage voor het laatst werd gepresenteerd (conform de Rijksbegrotingsvoorschriften). Tijdens het Wetgevingsoverleg Begrotingsonderzoek (WGO) over de IenW begrotingen 2026 heeft de vorige minister toegezegd om dit voorjaar 2026 met de minister van Financiën in overleg te treden over de terugkeer van de verdiepingsbijlage. Conform de Toezegging bij Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat | Tweede Kamer der Staten-Generaal is met het ministerie van Financiën afgesproken om de verdiepingsbijlage op artikelniveau te presenteren voor de fondsen. Deze toezegging is al opgepakt bij de eerste suppletoire begroting 2026 en wordt ook toegepast bij de Ontwerpbegroting 2027.

Financiële risico's en onzekerheden

In verschillende onderdelen van de begroting van het Deltafonds wordt stil gestaan bij financiële risico's en onzekerheden.

  • In onderdeel 2 wordt het risico op een voordelig saldo en daarop genomen beheersmaatregelen in de vorm van overprogrammering toegelicht.

  • In onderdeel 2 wordt de flexnorm in beeld gebracht. Dit geeft aan in welke mate de begroting van het Deltafonds planflexibel is om tekorten en financiële risico's op te vangen.

  • In onderdeel 3.1 bij artikelonderdeel 5.03 wordt toegelicht hoe de investeringsruimte op het Deltafonds ervoor staat en welke ruimte resteert om mogelijke risico's op te vangen.

  • In de onderdelen 3.2 t/m 3.7 wordt de stand van zaken op de instandhoudingsprogramma's en aanlegprojecten en -programma's toegelicht. Hier wordt ook stil gestaan bij mogelijke financiële risico's en onzekerheden.

  • In bijlage 3 wordt bij instandhouding van alle IenW-netwerken stil gestaan en toegelicht wat mogelijke financiële risico's en onzekerheden zijn.

2. Uitvoeringsagenda Deltafonds

Werken aan waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit vraagt continu inspanningen en investeringen. Deze worden verantwoord in het Deltafonds. Het aantal mensen en de waarde van het te beschermen goed veranderen onder invloed van economische en demografische ontwikkelingen. Ook water en bodem veranderen in de loop van de tijd; de zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Door de klimaatverandering wordt het warmer en zullen rivierafvoeren en regenval grotere extremen vertonen.

Het Deltaprogramma is het nationale programma waarin Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samenwerken om Nederland veilig en aantrekkelijk te houden en goed te blijven voorzien van zoetwater. Zo kan onze economie blijven profiteren van de gunstige ligging in de delta.

Het Deltaprogramma heeft als doel ons land nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde te houden.

Mijlpalen en resultaten 2027

Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 start.

Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

In 2027 gaat IenW meerdere activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitvoeren zoals bediening en besturing maasobjecten. Voor de start van een project wordt in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten. Veiligheid staat daarbij voorop. Het afweegproces hiervoor is voor de zomer aan de Tweede Kamer aangeboden en vormt de basis voor de prioritering en de programmering.

Tabel 2 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Water

Project

Maas

2 stuwen in de Maas worden vernieuwd of gerenoveerd.

Noordzeekanaal

Het gemaal IJmuiden wordt vernieuwd of gerenoveerd.

Maas

De bediening en besturing op afstand van de Maasobjecten wordt vernieuwd en/of gerenoveerd.

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt verwezen naar bijlage 3 Instandhouding van deze begroting.

Aanleg

In 2027 wordt voortvarend gewerkt aan het verbeteren van de waterveiligheid, onder andere door het uitvoeren van het tweede Hoogwaterbe­schermingsprogramma, het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de Maaswerken. Hieronder volgen de mijlpalen die IenW in 2027 bij deze programma’s wil behalen:

Tabel 3 Aanleg

Programma

Mijlpaal

Project

   

HWBP

Start realisatie

Culemborgse Veer-Beatrix Sluis (CUB)

  

Salmsteke Schoonhoven (SAS)

  

Irenesluis - Culemborgse Veer

  

Nieuwegein

  

Helderse Zeewering

  

Haven dijk

  

Cuijk - Ravenstein, excl. uitwisselingsbijdr dijkversterking rivierverruiming

  

Zwolle-Olst II

  

KLM Groen Dijk - Zwarte Haan, Holwerd, Peazemerlannen (28F+28G)

  

Dijkversterking Roerdelta

  

Streefkerk Ameide Fort Everdingen (SAFE)

  

Thorn (19H)

  

Monnickendam Zeedijk

  

Lob van Gennep

  

Venlo 't Bat

   
 

Oplevering

Koppelstuk Markermeerdijk

  

IJsseldijk Gouda (VIJG) spoor 2

  

KLM Koehool – Zwarte Haan

  

Zettingsvloeiing V3T

  

Lauwersmeer - Vierhuizergat

  

Zuidermeerdijk-MSNf

  

Belfeld (19Q)

  

Katwoude 11a en 12a

  

Katwoude 12b Nieuwendam

   

HWBP-2

Oplevering

Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor de lopende programma’s wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, de voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer, het Deltaprogramma 2027 en het MIRT Overzicht 2027. Het Deltaprogramma is te vinden op de website www.deltaprogramma.nl.

Begroting op hoofdlijnen

De belangrijkste mutaties op hoofdlijnen t.o.v. de vastgestelde begroting 2026 worden hieronder uitgesplitst en toegelicht. De mutaties uit de 1e Suppletoire Begroting 2026 zijn reeds toegelicht in de Memorie van Toelichting op de 1e Suppletoire Begroting 2026. Zie hiervoor kamerstukken II 2025-2026. 36 915 J, nr. 2.

Tabel 4 Belangrijkste beleidsmatige uitgaven mutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2039

2040

Stand ontwerpbegroting 2026

  

1.924.064

2.218.147

1.932.946

1.758.458

1.801.440

1.928.296

15.723.886

 

Belangrijkste mutaties 1e suppletoire begroting 2026

  

130.364

‒ 154.141

7.591

9.198

‒ 15.651

‒ 34.394

‒ 168.588

 

Kader relevante mutaties:

          

1. Saldo 2025 Uitgavenartikelen

  

‒ 150.579

       

2. Overboekingen ministeries

 

div.

1.736

‒ 1.655

‒ 660

‒ 405

‒ 276

‒ 293

‒ 2.344

 

3. Overboeking hoofdstuk XII

 

div.

‒ 4.932

‒ 3.171

‒ 2.271

‒ 2.338

‒ 671

‒ 367

‒ 1.186

 

4. Desalderingen

 

div.

16.241

25.681

‒ 16.608

‒ 3.046

‒ 19.458

‒ 38.409

‒ 193.264

 

5. Kaderaanpassing Voorjaarsbesluitvorming

 

div.

225.000

‒ 225.000

      

6. CA Efficiency taakstelling

 

art 5

0

‒ 1.843

‒ 3.627

‒ 5.385

‒ 7.008

‒ 7.008

‒ 56.064

 

CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst

 

art 5

0

0

0

‒ 6.403

‒ 15.813

‒ 15.813

‒ 126.504

 

7. Prijsbijstelling 2026

 

art 5

41.313

50.310

29.250

25.277

26.099

26.031

199.419

 

Loonbijstelling 2026

 

art 5

1.585

1.537

1.507

1.498

1.476

1.465

11.355

 
           

Niet kader relavante mutaties:

          

8. KRW- reservering naar KRW uitvoering

 

art 7

41.000

21.000

20.000

     
  

art 5

‒ 41.000

‒ 21.000

‒ 20.000

     
           

9. Instandhouding excessieve prijsstijgingen/tegenvallers

 

art 3

 

104.812

      
  

art 5

 

‒ 104.812

      
           

Stand 1e suppletoire begroting 2026

  

2.054.428

2.064.006

1.940.537

1.767.656

1.785.789

1.893.902

15.555.298

 

Belangrijkste mutaties ontwerpbegroting 2027

  

‒ 8.400

1.490

24.653

14.000

34.908

207.435

229.593

 
           

Kaderrelevante mutaties Deltafonds

          

1. Extrapolatie 2040

 

Div

       

1.987.296

- Bijdragen aan DF

         

1.791.134

- Ontvangsten derden

         

196.162

2. Loon- en prijsbijstelling 2026

 

Div

731

709

695

692

681

676

5.284

663

3. Overboekingen andere begrotingen

 

Div

‒ 4.718

2.942

5.661

5.322

4.953

6.427

43.908

5.326

4. Overboeking Hoofdstuk XII

 

Div

5.299

‒ 110

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 2.080

‒ 260

5. Desalderingen

  

‒ 9.712

‒ 2.717

20.233

8.217

24.097

42.951

240.135

‒ 6.201

6. CA Efficiency taakstelling

   

666

1.301

1.589

1.840

1.840

14.720

1.840

CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst

     

1.465

3.597

3.597

28.776

3.597

7. AP Instandhouding

 

art 3

     

155.179

  

8. CA Efficiency taakstelling aanvullend

 

art 5

  

‒ 2.977

‒ 3.025

    

CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst aanvullend

 

art 5

     

‒ 2.975

‒ 101.150

‒ 14.875

Niet kader relavante mutaties:

          

9. Ruimte voor de Rivier 2.0

 

art. 1

9.841

709

1.328

376

48.540

97.778

541.009

80.000

  

art. 5

‒ 9.841

‒ 709

‒ 1.328

‒ 376

‒ 48.540

‒ 97.778

‒ 541.009

‒ 80.000

           

Stand ontwerpbegroting 2027

  

2.046.028

2.065.496

1.965.190

1.781.656

1.820.697

2.101.337

15.784.891

1.977.386

Toelichting

  • 1. Extrapolatie 2040: Bij de begroting 2027 wordt de looptijd van het Deltafonds met een jaar verlengd tot en met 2040. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2039 stand begroting 2026 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2040 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten – een ruimte van circa € 2,0 miljard beschikbaar op het Deltafonds. Deze ruimte wordt bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. Hiervoor is in 2040 circa € 1,7 miljard benodigd. De ruimte die in 2040 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen bedraagt circa € 0,3 miljard en wordt toegevoegd aan de investeringsruimte.

  • 2. Loon- en prijsbijstelling 2026: Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2026.

  • 3. Overboekingen andere begrotingen: de omvangrijkste betreft een overboeking van € -3,9 miljoen in 2026 naar KGG met betrekking tot de uitvoering van beheertaken Net op Zee voor Routekaart 2040.

  • 4. Overboeking Hoofdstuk XII: de omvangrijkste betreft een overboeking van hoofdstuk XII voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2026 voor de water- en bodemopgaven.

  • 5. Desalderingen: Deze mutatie betreft een aanpassing van de ontvangsten. De aanpassing betreft met name een actualisatie van de bijdragen derden die gerelateerd zijn aan het hoogwaterbescherming­programma.

  • 6. In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de grondslag van FIN verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen. Hiervoor hebben overboekingen plaats moeten vinden van HXII naar het DF oplopend tot € 5,4 miljoen structureel.

  • 7. In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het DF betreft dit € 155 miljoen. Dit bedrag gaat naar RWS ten behoeve het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 55 miljoen) en Vernieuwing (€ 100 miljoen).

  • 8. De in het regeerakkoord van Jette-1 Efficiencytaakstelling en de Taakstelling Vernieuwing Rijksdiensten, beide verwerkt in de Voorjaarsnota 2026, worden verhoogd. De efficiencytaakstelling wordt verhoogd met € -3 miljoen in 2031 oplopend naar structureel € -15,0 miljoen in 2035. De taakstelling vernieuwing Rijksdiensten wordt voor de jaren 2028 en 2029 verhoogd met € -3,0 miljoen per jaar.

  • 9. Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van beleidskeuzes voor een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied ten behoeve van de vijf rivierfuncties: veilige waterafvoer, bevaarbaarheid, zoetwatervoorziening, natuur en ecologie en ruimtelijke economische ontwikkeling. Om de uitvoering mogelijk te maken worden met deze mutatie de gereserveerde middelen overgeboekt naar het uitvoeringsartikel.

Het Deltafonds is een productbegroting. Op het Deltafonds worden dus voor een groot deel investeringsuitgaven gedaan voor het uiteindelijk realiseren van projecten. De programmering van projecten wordt doorlopend geactualiseerd op basis van de laatst beschikbare informatie. De kasramingen van de projecten in de begroting worden op de reguliere begrotingsmomenten aangepast. De afgelopen jaren heeft bijvoorbeeld de stikstofproblematiek bij meerdere projecten geleid tot (kas)vertraging. De kasramingen in de begroting zijn hier vervolgens op aangepast.

Het instrument overprogrammering wordt als instrument ingezet om te voorkomen dat programmavertragingen direct tot een voordelig saldo leiden en zorgt ervoor dat de beschikbare budgetten voor het investeringsprogramma zo veel mogelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich op portfolio-niveau altijd voordoet. Overprogrammering houdt in dat de programmering in de eerste jaren hoger is dan het beschikbaar budget. Over de planperiode zijn beiden in evenwicht.

Overprogrammering kan alleen worden ingezet voor beheersing van reguliere ramingsonzekerheden. Onzekerheden van exogene aard, bijv. juridische ontwikkelingen of krapte op de arbeidsmarkt, kunnen hiermee niet (volledig) opgevangen worden. De hoogte van de overprogrammering wisselt van jaar op jaar binnen een bepaalde marge en hangt af van bijvoorbeeld het risicobeeld van de onderliggende programmering. Over de maximale hoogte hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Financiën afspraken gemaakt.

Over de begrotingsperiode tot en met 2031 is per saldo sprake van een overprogrammering van € 1.125 miljoen op het Deltafonds.

Tabel 5 Overprogrammering Deltafonds (bedragen x € 1 miljoen)

Deltafonds

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2026-2031

2032-2040

Artikel 1.02.02 Aanleg waterveiligheid

‒ 111

‒ 514

‒ 261

‒ 210

‒ 37

8

‒ 1.125

1.125

Artikel 3.02.03 Vernieuwing

‒ 11

‒ 12

4

6

12

 

0

0

Totaal

‒ 122

‒ 527

‒ 256

‒ 203

‒ 25

8

‒ 1.125

1.125

Toelichting

  • In de Voorjaarsnota 2025 is, in het kader van een pilot, de overprogrammering verhoogd om te bezien of dit leidt tot betere uitputtingscijfers en daarmee tot een realistischer begroting. Bij deze pilot is geen sprake geweest van het remmen in productie, oftewel verschuiven van programmering.

  • In 2025 was sprake van een nadelig saldo op het Mobiliteitsfonds, doordat de realisatie hoger was dan het beschikbare kasbudget. De Kamer is bij het Financieel Jaarverslag 2025 hierover geinformeerd.

  • Bij de eerste suppletoire begroting 2026 is de programmering op het Deltafonds meerjarig geactualiseerd op basis van de beschikbare informatie over de ontwikkeling van de projectramingen.

  • Als gevolg daarvan is er, in het kader van realistisch ramen een kaderaanpassing doorgevoerd in de eerste suppletoire begroting 2026 op het DF. Met deze kaderaanpassing is € 225 miljoen vanuit 2027 naar 2026 verschoven.

  • Bij Ontwerpbegroting 2027 is de programmering geactualiseerd op basis van de laatste uitvoeringsinformatie van de diensten. Hiermee zijn de laatste programma-actualisaties gedaan.

  • Bovengenoemde actualiseringen leiden tot een overprogrammering van € 122 miljoen in 2026 en € 527 miljoen in 2027. Dit betekent dat mogelijke programma-vertragingen van € 122 miljoen in de laatste maanden van 2026 niet leiden tot aanpassing van het uitgavenkader op het Deltafonds.

  • Bij Voorjaarsnota 2027 worden de beschikbare budgetten voor 2027 en verder in de juiste verhouding tot de programmering gezet op basis van onder andere de laatste informatie van de uitvoeringsorganisaties.

Flexnorm

In de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbudgetten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.

In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2027 conform hierboven geschetste flexnorm flexibel zijn om bij nieuwe planvorming te betrekken.

Tabel 6 Flexnorm

Artikelonderdeel

Omschrijving

Budgetten t/m 2040 (x € 1 miljoen)

5.03

Investeringsruimte

849

5.04

Reserveringen

2.074

Totaal

 

2.923

Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte)

10%

Slagvaardige overheid

Tabel 7 Overzicht Slagvaardige Overheid

in miljoenen euro's

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

0

0

‒ 10

‒ 21

‒ 80

‒ 163

‒ 163

Efficiencytaakstelling

0

0

‒ 10

‒ 21

‒ 34

‒ 46

‒ 46

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

0

0

0

0

‒ 46

‒ 117

‒ 117

* Dit betreft de taakstelling voor heel IenW die verdeeld is over de 3 hoofdstukken: XII, Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot € 163 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Hierbij worden de kaders gehanteerd zoals opgenomen in de Kamerbrief Actieagenda Slagvaardige Overheid op de vier actielijnen:

  • 1. Fundamentele vereenvoudiging van beleid en regelgeving;

  • 2. Realiseren van uitstekende (digitale) dienstverlening;

  • 3. Vernieuwing en productiviteitsverhoging van de Rijksdienst;

  • 4. Doorbreken van de Haagse Muren.

De vermindering van het aantal ambtenaren en de externe inhuur wordt hierbij betrokken conform het regeerakkoord.

De taakstelling zal op hoofdlijnen worden ingevuld met productiviteitsverbetering, vermindering van regels, het vereenvoudigen van processen, inzet van mogelijkheden van automatisering, AI en prioritering van taken.

IenW zal net als vorig jaar zijn bijdrage leveren aan het ambitieuze doel van het kabinet om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, en zich inspannen om de concrete reductiedoelstellingen die het voor 1 oktober 2026 van de Taskforce Slagvaardige Overheid krijgt, te realiseren. In alle werkvelden van IenW wordt gekeken waar onnodig ingewikkelde regels voor zowel het bedrijfsleven als mensen en professionals vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden, waarbij het conform kabinetsbeleid niet de bedoeling is dat de vermindering van regeldruk ten koste gaat van wezenlijke beleidsdoelen, zoals de bescherming van mens en milieu. Hierbij worden ook uitvoeringsorganisaties en andere stakeholders, zoals het bedrijfsleven, betrokken.

Tot eind 2030 wordt geleidelijk gewerkt aan de reductie van de omvang van het apparaat over de gehele organisatie voor zowel inzet van externe inhuur als eigen personeel en overhead. Afgezien van nieuwe taken wordt voor de huidige inzet gestuurd op verlaging van het aantal fte en deze afbouw wordt periodiek gemonitord. 

3. Productartikelen

3.1 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel Investeren in waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 1 Investeren in waterveiligheid (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

1.381.093

1.435.210

1.039.089

1.042.401

933.193

294.753

485.967

Uitgaven

875.590

684.247

454.127

622.028

495.086

681.760

557.975

1.01 Grote projecten waterveiligheid

112.899

36.271

15.925

158.887

7.333

352

8.766

1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten

110.931

21.564

10.592

154.563

   

1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten

689

1.401

237

2.664

   

1.01.03 Ruimte voor de rivier

446

2.017

816

1.523

393

  

1.01.04 Maaswerken

833

11.289

4.280

137

6.940

352

8.766

1.02 Ontwikkeling waterveiligheid

743.716

603.232

401.401

428.087

460.915

659.738

528.996

1.02.01 Planning waterveiligheid

51.158

28.636

22.105

26.391

25.802

57.437

130.465

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

2.088

1.544

621

632

632

519

519

1.02.02 Aanleg waterveiligheid

692.558

574.596

379.296

401.696

435.113

602.301

398.531

1.03 Studiekosten

18.975

44.744

36.801

35.054

26.838

21.670

20.213

1.03.01 Studie en onderzoekskosten

18.975

44.744

36.801

35.054

26.838

21.670

20.213

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

10.373

11.538

     
 

0

0

0

0

   

Ontvangsten

174.703

181.067

164.411

186.255

195.020

197.956

218.440

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

174.703

181.067

164.411

186.255

195.020

197.956

218.440

1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWBP-2

4.891

0

     

1.09.03 Ontvangsten waterschappen HWBP

165.927

179.360

164.262

186.235

195.020

197.956

218.440

1.09.04 Overige ontvangsten HWBP

1.053

10

     

1.09.05 Overige aanleg ontvangsten

2.832

1.697

149

20

   

Geschatte budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

87%

Bestuurlijk gebonden

13%

Beleidsmatig gereserveerd

 

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

 

1.01 Grote projecten waterveiligheid

Motivering

Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over de programmering in 2027 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT Overzicht 2027, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2027.

Producten

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Omgevingsregeling. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II 2007–2008, 27 625 nr. 103 en Kamerstukken II 2000-2001, 18 106, nr. 103).

Vanuit het HWBP-2 worden subsidies verstrekt aan de waterschappen voor de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen en worden de maatregelen aan de rijkskeringen betaald. Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en finan­ciering. Met het afsluiten van het Bestuursakkoord Water (2011) dragen de waterschappen bij aan de financiering van het HWBP-2 en het HWBP. In bijlage 2 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken ten aanzien van de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s (HWBP-2 en HWBP) opgenomen.

Van de 87 geprogrammeerde projecten is er nog één project in uitvoering (project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam). Oplevering van dit project staat gepland in 2027.

Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een Voortgangsrapportage: in het voorjaar 2027 Voortgangsrapportage 29 en in het najaar 2027 Voortgangsrapportage 30.

Meetbare gegevens

Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Per 31 december 2023 (meest recente beoordelingsronde) voldoen 86 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Er is nog één project in uitvoering. Dit is het project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam.

Tabel 10 Projectoverzicht Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

          

2027

2027

HWBP-2 Rijksprojecten

170

170

169

1

        

HWBP-2 Waterschapsprojecten

2.679

2.674

2.492

21

11

155

      

Overige projectkosten (programmabureau)

40

40

37

  

3

      

Afrondingen

   

1

 

‒ 1

      

Programma

2.889

2.884

2.698

23

11

157

0

0

0

0

  

Budget (DF 1.01.01/02)

   

23

11

157

0

0

0

0

  

Ruimte voor de Rivier

Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van  Ruimte voor de Rivier beëindigd. Het laatste project dat bijdraagt aan de  doelstelling van de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de  Rivier is het project Reevesluis, als onderdeel van het project IJsseldelta, fase 2. Dit project is binnen de overeengekomen scope en conform afspraken uitgevoerd. Alle objecten en gebieden zijn overgedragen aan de beheerders. Decharge is verleend.

Tabel 11 Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Project RvdR

          

2019

2019

Projecten Nationaal

            

Ruimte voor de Rivier

2.242

2.242

2.237

2

1

2

      

Programma Realisatie

2.242

2.242

2.237

2

1

2

0

0

0

0

  

Budget (DF 1.01.03)

   

2

1

2

0

0

0

0

  

Maaswerken

Maaswerken (Zandmaas en Grensmaas) is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.

Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Zandmaas en Grensmaas beëindigd. De rapportage over de voortgang en afronding van het programma vindt plaats als onderdeel van het MIRT- overzicht (overstromingskans kleiner dan 1/250e per jaar).

Tabel 12 Indicatoren Maaswerken

Indicator

Grensmaas

Zandmaas

Hoogwaterbeschermings-programma

100% in 2017 (gerealiseerd)

100 % in 2016

Natuurontwikkeling

(94,9%) 1.147 ha

(100%) 427 ha

Grind

ten minste 35 miljoen ton

 

Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling

De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De gerealiseerde deellocaties van de Zandmaas zijn overgedragen aan de eindbeheerders (zijnde Waterschap Limburg, gemeenten, natuurbeheerorganisaties en beheer RWS) de afgelopen jaren. De financiële afwikkeling loopt. De afronding van het realiseren van 1:250 beschermingsniveau kades (Roermond, Venlo, Gennep, kades en sluitstukkades) loopt nog door in 2026, afronding in 2027.

De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas is 1.208 ha. Het Ministerie van LVVN neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (Kamer­stukken II, 2014–2015, 18 106, nr. 230). De natuuropgave binnen de Grensmaas is nagenoeg gerealiseerd. Grensmaas heeft tot eind 2027 de inspanningsverplichting om zoveel mogelijk onvergraven natuur aan te kopen.

De doelstelling van 35 miljoen ton grind is inmiddels behaald.

Grensmaas: Zoals gemeld aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2018-2019, 18 106, nr. 247) is toestemming verleend om drie jaar langer grind te winnen. Hiermee wordt de mijlpaal verlengd met drie jaar tot 2027.

Tabel 13 Projectoverzicht Maaswerken; realisatie (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Project Maaswerken

            

Projecten Zuid-Nederland

            

Grensmaas

122

121

98

11

4

   

9

 

2017/2027

2017/2027

Zandmaas

391

391

383

1

  

7

   

2021

2021

Afrondingen

   

‒ 1

        

Programma Realisatie

513

512

481

11

4

0

7

0

9

0

  

Budget (DF 1.01.04)

   

11

4

0

7

0

9

0

  

Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenW die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s.

Figuur 4 Maatregelen waterveiligheid

1.02 Ontwikkeling waterveiligheid

Motivering

Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

1.02.01 Planning waterveiligheid

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen- en planuitwerkingsfase bevinden.

Tabel 14 Projectoverzicht Planning waterveiligheid (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Oplevering

 

Projectomschrijving

Huidig

vorig

Huidig

Oplevering

 

Projecten Nationaal

     

Reservering Areaalgroei

27

25

   

Ruimte voor de Rivier 2.0

940

159

2029

2029

1)

Projecten Noordwest-Nederland

     

EPK planning waterkwaliteit

9

10

   

Projecten Zuid-Nederland

     

Rivierverruiming Rijn en Maas

93

280

  

2)

Projecten Oost-Nederland

     

IJsseldelta 2e fase

117

120

2026

2026

3)

afronding

     

Totaal programma planuitwerking en verkenning

1.186

594

   

Budget DF 1.02.01

1.186

594

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. Om de uitvoering van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 mogelijk te maken wordt de beleidsreservering voor dit programma vanuit de beleidsreservering op artikel 5 overgeboekt. Hiermee is in de periode t/m 2040 een bedrag van € 771 miljoen gemoeid. Daarnaast heeft een verhoging van het projectbudget plaatsgevonden als gevolg van een correctieoverheveling (€ 8,3 miljoen), omdat dit bedrag abusievelijk aan het projectbudget was ontrokken in plaats van het beleidsreserveringsbudget. Tevens is het projectbudget verhoogd door toegezegde middelen voor onderzoek naar erosie op de Maasbodem (€ 1,1 miljoen) en onderzoek naar het meergeulenconcept bij de Zuidelijke Waaldijk Oost (€ 0,8 miljoen).

  • 2. De verlaging van het projectbudget voor Rivierverruiming Rijn en Maas veroorzaakt doordat dit projectbudget is overgegaan naar de realisatiefase en het budget is overgeheveld naar realisatiebudgetten. Zie 1.02.02 Realisatieprogramma.

  • 3. De verlaging van het projectbudget betreft een teruggave aan de investeringsruimte Deltafonds (€2,3 miljoen) omdat de middelen niet meer besteed zullen worden na afronding van dit project.

IJsseldelta 2e fase

In 2025 is het MIRT-4 besluit genomen voor dit project. In 2026 worden de laatste zaken ter afronding afgewikkeld.

Ruimte voor de Rivier 2.0 (voorheen Integraal Riviermanagement, IRM)

Rivieren zijn van groot belang voor Nederland, voor goederenvervoer per binnenvaart, zoetwaterbeschikbaarheid, waterberging en -afvoer, regionale economische ontwikkeling, natuur en recreatie. Daarbij is bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen een uitgangspunt. Door klimaatverandering zullen hoog- en laagwater vaker voorkomen en door een steeds meer uitslijtende rivierbodem wordt de rivier minder bevaarbaar en de wenselijke zoetwaterverdeling over Nederland belemmerd. Ook treedt verdroging op in de uiterwaarden en binnendijkse gebieden met consequenties voor o.a. de landbouw. Met het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 worden maatregelen voor de korte en lange termijn uitgewerkt en neemt het kabinet besluiten over de aanpak en uitvoering hiervan zodat ruimte wordt gemaakt voor de rivier en haar functies.

Het Programma IRM is in het voorjaar van 2025 vastgesteld en vormt de basis voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Met dit programma zet het kabinet in op een rivierengebied dat klaar is voor de toekomst. Voor 2027 worden besluiten voorbereid over het herstel van rivierbodems en ruimte voor hoge rivierafvoeren.

Binnen het budget voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 zijn middelen opgenomen voor projecten die de afgelopen jaren onder de voorloper Integraal Riviermanagement zijn opgestart. Dit zijn de projecten Lob van Gennep, Vierwaarden en Zuidelijk Maasdal.

Rivierverruiming Rijn en Maas

Deze middelen zijn gereserveerd voor de Rijksopgaven van de rivierverruimingsprojecten langs de Maas. Specifiek gaat het om de Rijksbijdrage aan de planuitwerking en realisatie van de rivierverruimingsprojecten Meanderende Maas, Well, Oeffelt, Thorn-Wessem, Baarlo-Hout-Blerick en Contelmo. Binnen deze projecten worden dijkverlegging gecombineerd met dijkversterking vanuit het hoogwaterbeschermingsprogramma.

1.02.02 Aanleg waterveiligheid

Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de Rijkswateren.

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en IenW. Het programma heeft als doel in 2050 alle primaire waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Minimaal 1x per 12 jaar worden de keringen beoordeeld door de beheerder: waterschappen en Rijkswaterstaat. De laatste beoordelingsronde liep tot 2023. Tot 2050 lopen er nog 2 beoordelingsrondes. Als er sprake is van een versterkingsopgave kan dit opgenomen worden in het HWBP en is er mogelijk financiering beschikbaar. Dit wordt beoordeeld en begeleid door de programmadirectie HWBP. Als er sprake is van beheer en onderhoud wordt dit door de beheerder zelf opgepakt (zorgplicht). Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. Het overige deel is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking binnen de alliantie wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders benut.

Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het programma plaatsvindt en er 12 jaar vooruit wordt gekeken. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat flexibel in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.

De prioritering van de jaarlijks uit te brengen programmering is gebaseerd op urgentie. De programmering 2027–2038 wordt gelijktijdig met deze begroting aan de Kamer aangeboden als onderdeel van het Deltapro­ gramma 2027 (paragraaf 3.3). In het Deltaprogramma 2027 is tevens een uitgebreide beschrijving van de voortgang van het HWBP opgenomen.

Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Afsluitdijk (renovatie bestaande spuimiddelen)

Op 12 juli 2022 is middels een vaststellingsovereenkomst besloten om de renovatie van de bestaande spuimiddelen bij Den Oever en Kornwerderzand uit de scope van het DBFM-contract Afsluitdijk te halen. De aanpak van de bestaande spuimiddelen moet opnieuw worden bepaald, op dit moment wordt levensduur verlengend onderhoud voorbereid.

Afsluitdijk

De oplevering van de renovatie van monument «De Vlieter» is voorzien voor 2027. 

Tabel 15 Projectoverzicht Aanlegprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

 
 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten Nationaal

             

Programma HWBP

          

2050

  

HWBP Rijksprojecten

780

780

91

22

49

21

83

101

54

359

  

1)

HWBP Overige projectkosten (programmabureau)

259

248

83

18

12

11

11

11

11

102

   

HWBP Waterschapsprojecten

9.166

8.349

3.017

572

745

523

468

442

257

3.142

   
              

Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium 2035

45

45

33

7

5

        

Zandhonger Oosterschelde

11

11

11

          

Landelijk Verbeterprogr. Regionale Rijksk.

196

15

4

3

20

32

38

43

42

14

2032

 

2)

Kennisprogramma zeespiegelstijging

11

10

9

1

1

        

Meanderende Maas

9

9

1

2

6

        

Projecten Noord-Nederland

             

Afsluitdijk

19

18

14

2

3

     

2026

  

Afsluitdijk Bestaande Spuisluis

9

9

6

2

1

        

Projecten Oost-Nederland

             

Kribverlaging Pannerdensch Kanaal

29

29

28

 

1

     

2023

2023

 

IJsseldelta 2e fase (Reevesluis)

93

93

93

       

2021

2021

 

Monitoring Langsdammen Waal

5

5

3

1

1

     

2028

  

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Overige onderzoeken en kleine projecten

88

88

88

          

Dijkversterking en herstel steenbekleding

828

828

826

2

         

Projecten Zuid-Nederland

             

Beekdalen

310

310

25

7

15

15

18

20

25

185

  

3)

Rivierverruiming Maas

191

  

48

35

60

26

22

     

Afrondingen

   

‒ 1

‒ 1

1

1

1

‒ 1

    

Programma Realisatie

12.049

10.847

4.332

686

893

663

645

640

388

3.802

   

Budget (DF 1.02.02)

   

575

379

402

435

602

399

5.086

   

Overprogrammering (-)

   

‒ 111

‒ 514

‒ 261

‒ 210

‒ 38

11

1.284

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. De toename van het projectbudget op de HWBP rijks-, waterschaps- en overige projecten is veroorzaakt door de prijsbijstelling 2026 en het verlengen van de begrotingsperiode.

  • 2. De toename van het projectbudget voor het Landelijk Verbeterprogramma Regionale Rijkskeringen komt door het overhevelen van € 181 miljoen vanuit de beleidsreservering ten behoeve van het uitvoeringsprogramma voor de versterkingsopgave van regionale rijkskeringen.

  • 3. Het projectbudget van Rivierverruiming Maas (€ 191 miljoen) in de aanlegfase is nieuw in het projectenoverzicht Aanleg, omdat het project is overgaan van planuitwerking naar realisatiefase.

1.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.

Producten Studie- en onderzoekskosten Deltaprogramma

Hieronder vallen studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken). Het Deltaprogramma (DP) is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de korte, middellange en lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Voor een nadere toelichting over deze onderzoeken wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2027. Op dit onderdeel worden vooral de onderzoeken voor waterveiligheid verantwoord.

Uitvoering gebiedsagenda

Het Rijk werkt samen met de regionale partners in het kader van het Platform IJsselmeergebied 2050 aan de activiteiten die zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst IJsselmeergebied 2024-2028 (zie Staatscourant 2024, 10666). Onderdeel daarvan is het uitvoeren van onderzoek in het kader van het Deltaprogramma IJsselmeergebied.

Thema water, klimaatadaptatie en maritiem

In het kader van het missie-gedreven innovatiebeleid heeft IenW missies opgesteld op het terrein van waterveiligheid, klimaatadaptatie, waterkwaliteit en beheer van de grote wateren. IenW stelt middelen beschikbaar om voor deze missies kennis, innovatie en netwerkvorming te realiseren in publiek-privaat gefinancierde samenwerkingsverbanden. Dit doet IenW samen met TKI Watertechnologie en Deltatechnologie, specifiek op de raakvlakken tussen de IenW opgaven en andere departementen, markten en technologieën.

Strategisch onderzoek

In samenwerking met NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en overheden wordt strategisch onderzoek ontwikkeld voor actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals droogte en klimaatadaptatie in de stad.

Water4All

Het doel van het Europese kennisprogramma Water4All (2022-2029) -Water Security for the Planet- is om oplossingen te vinden voor de waterproblematiek rond te veel, te weinig en te vuil water. De activiteiten zijn gericht op onderzoeken en demonstratieprojecten rond kennis en innovatie. De uitvoering van de projecten van de tweede fase in 2025-2027 zijn vooral gericht op «Water and the circular economy» en «Water and health». Het onderzoeksprogramma heeft een looptijd van 8 jaar. De bijdrageverlening zal plaatsvinden via het ministerie van OCW.

Klimaatadaptatie

Een belangrijke manier om Nederland voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering is om te werken aan een klimaatbestendige inrichting. Dit wordt gestimuleerd vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie via een stappenplan waarin alle overheden gezamenlijk de kwetsbare onderdelen van de ruimtelijke inrichting onderzoeken en aanpakken. Conform deze aanpak is in 2025 een tweede cyclus gestart waarvoor procesondersteuning wordt geboden met name om in dialogen de balans te zoeken tussen het gebruik van het water- en bodemsysteem, technische of ruimtelijke maatregelen en bewustwording van klimaatrisico’s. Verder wordt kennis beschikbaar gesteld via klimaatadaptatienederland.nl, de klimaateffectatlas.nl en via het netwerk Samen Klimaatbestendig. In de Klimaateffectatlas zijn ook voor zover mogelijk de meeste recente KNMI-klimaatscenario’s doorvertaald. Het werk voor het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt uitgevoerd in samenhang met de uitvoering van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie. Met het PBL wordt gewerkt aan een monitoringsystematiek om de voortgang van de uitvoering van het nationale klimaatadaptatiebeleid te kunnen volgen.

Nationale Aanpak Wateroverlast

Naar aanleiding van de extreme regen in 2021, die in Limburg overstromingen tot gevolg had, is de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater ingericht. De Beleidstafel leverde in december 2022 haar eindadvies op. In de afgelopen periode heeft IenW, met input van RWS, UvW, IPO, SMWO, Waterveiligheid en Ruimte Limburg, aan de hand van vijf rapportages, de voortgang van de 21 aanbevelingen en 80 acties gemonitord.

In de Wateroverlastbriefvan oktober jl. is aangekondigd dat we zullen werken aan het opstellen van een Nationale Aanpak Wateroverlast (NAW). Het voorstel is de voortgangsrapportages over de Beleidstafel hiermee af te ronden. De nog niet afgeronde acties vanuit de Beleidstafel zullen worden geborgd in de NAW. De gebeurtenis in Limburg leerde ons dat wateroverlast en schade door extreme regen niet altijd te voorkomen is en ook in andere delen van Nederland tot grote impact kan leiden. Voorkomen kan niet, voorbereiden wel. We richten ons op weerbaarheid en veerkracht om de gevolgen te beperken. In de NAW staat het principe van meerlaagsveiligheid centraal, waarbij maatregelen uit iedere laag worden ingezet: waterbewust handelen, preventie, gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting, crisisbeheersing en herstel. Waarbij we een aanpak hanteren die een balans zoekt in het vasthouden van water, bergen en alleen afvoeren wanneer dat nodig is. In de afgelopen periode zijn vanuit het traject van de bovenregionale stresstesten grootschalige neerslag, waterbeelden opgeleverd. In de komende periode wordt door provincies, waterschappen en veiligheidsregio’s gewerkt aan gevolgenbeelden en worden risico dialogen gevoerd.

Regionale keringen

De regionale keringen in beheer van het Rijk zijn door Rijkswaterstaat getoetst. In 2023 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het aangepaste uitvoeringsprogramma, met een voorlopige programmering tot 2032 (Kamerstuk 27 625, nr. 659). RWS bereidt de nodige versterkingsmaatregelen voor om op 1 januari 2032 aan de normen te voldoen. De voortgang wordt in het jaarlijkse MIRT ­overzicht gerapporteerd.

Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI)

In het programma Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI) wordt gewerkt aan kennisontsluiting en de (door)ontwikkeling van het instrumentarium voor beoordelen en ontwerpen. Het programma bouwt voort op het WBI2017 en het BOI2023, het Ontwerp Instrumentarium (OI) 2014 en de bestaande Technische Leidraden en voegt hier nieuw ontwikkelde kennis en functionaliteit aan toe, zodat het instrumentarium aansluit op de actuele kennis en de ervaringen die in de eerste beoordelingsronde (2017-2023) zijn opgedaan. In 2026 en 2027 wordt gewerkt aan de gefaseerde oplevering van de geactualiseerde hydraulische belastingen, die keringbeheerders gebruiken om hun dijken kunnen beoordelen en ontwerpen. Verder is gestart met het vernieuwde BOI-programma om te komen tot instrumenten die nog beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. Het instrumentarium wordt continu doorontwikkeld op basis van belangrijke nieuwe inzichten en vervolgens worden aangeboden aan de waterkeringbeheerders.

Kennisontwikkeling Waterveiligheid

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van beleid om het risico van overstromingen in Nederland te beheersen. Dit beleid is in grote mate gebaseerd op (wetenschappelijke) kennis en informatie. Vanuit deze verantwoordelijkheid investeert IenW in het verkrijgen van kennis over het waterveiligheidsdomein. Deze kennis wordt onder andere gebruikt voor de Technische Leidraden waarvan de minister een wettelijk taak heeft (artikel 2.19 lid d van de omgevingswet) deze ter beschikking te stellen ten behoeve van het ontwerp en beheer van onze  primaire waterkeringen. De basis voor de kennisontwikkeling en onderzoek is de nationale kennisagenda waterveiligheid. Deze agenda beschrijft ook de kennis die nodig is om het beleid uit te voeren. Kennis wordt doorlopend ontwikkeld. Niet alleen door het Rijk, maar ook in samenwerking met waterschappen, het Hoogwaterbeschermingsprogramma, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De onderwerpen op de kennisagenda worden in verschillende onderzoekprogramma’s uitgewerkt in concrete kennisvragen en geprioriteerd op basis van expliciete criteria, beschikbare budget en planning. De kennisprogrammering binnen de verschillende thema’s wordt jaarlijks geactualiseerd en de voortgang van de onderzoeken wordt bijgehouden. Er wordt nu gewerkt aan de update van de kennisagenda voor de periode 2027-2033.

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging focust zich op de onzekerheden en de mogelijke effecten voor korte en lange termijn van een (versnelde) zeespiegelstijging. Dit kennisprogramma is gestart in september 2019 en levert voor de zomer 2027 in een eindrapportage de finale bevindingen op. Het kennisprogramma heeft in 2023 resultaten opgeleverd ten aanzien van de houdbaarheid van de huidige aanpak van de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening, en in 2024 gerapporteerd over mogelijke lange termijn denkrichtingen. De eindrapportage biedt samenhang over de uitgevoerde onderzoeken en besteedt aandacht aan mogelijke ‘adaptatiepaden’ voor zeespiegelstijging. Deze paden geven de timing en volgorde van keuzes in de toekomst weer en laten de samenhang zien van verschillende opties die nu in beeld zijn. Ook wordt gekeken welke onderzoeken in een vervolg nodig zijn om tijdig voor keuzes  gesteld te staan.

Bij het KNMI wordt in het verlengde van eerder onderzoek gewerkt aan de modellering van versnelde smelt van Antarctica, gericht op het beter kunnen voorspellen van deze smelt en de daaruit volgende zeespiegelstijging in de toekomst. Ook wordt onderzocht wat de gevolgen zouden zijn van vertragen of stilvallen van de warme golfstroom Atlantic meridional overturning circulation (AMOC) voor de zeespiegel aan de Nederlandse kust.

Toegepast onderzoek naar overstromings- en droogterisicobeheer in grensoverstijgende kleine rivieren in voorbereiding op extreem weer

In 2027 bouwt het JCAR-ATRACE programma de gezamenlijke, grensoverschrijdende kennisbasis voor waterveiligheid en droogtebeheer verder uit. De uitvoeringsagenda richt zich op de doorontwikkeling van grensoverschrijdende stresstesten voor internationale stroomgebieden (waaronder de Roer, Dommel en de Brabantse Delta) en het regionaal versterken van impact-based flood forecasting en early warning. Binnen de JCAR-ATRACE programmering gaat in 2027 specifieke aandacht uit naar verdiepend onderzoek rondom de weerbaarheid van vitale infrastructuur tegen klimaatextremen. Ook wordt ingezet op het intensiveren van de samenwerking via de Vlaamse Blue Deals, het Hochwasserpact van NRW en een vervolg op de waterconferentie met Nedersaksen in Osnabruck. De opgedane inzichten worden via platforms als de Benelux-werkgroep en regionale samenwerkingsverbanden zoals WRL en de Rur Advisory Board  direct ontsloten om de bevoegde regionale autoriteiten in België, Duitsland en Nederland beter te faciliteren bij hun ruimtelijk adaptatiebeleid en grensoverschrijdend stroomgebiedbeheer.

Beschermingsaanpak kritieke infrastructuur watersector

De veiligheid en economie van Nederland zijn sterk afhankelijk van het goed functioneren van belangrijke infrastructuur en systemen. Het is cruciaal dat alle kritieke systemen goed beschermd zijn tegen storingen, uitval of (zowel bewuste als onbewuste) manipulatie. Ook in noodsituaties moeten ze blijven werken. Bedrijven en organisaties spelen hierin de hoofdrol, met ondersteuning van de overheid. 

Het waarborgen van drinkwatervoorziening en waterbeheer zijn en blijven cruciaal voor de veiligheid en continuïteit van onze samenleving. Daarom werkt IenW in verschillende programma's samen met organisaties om de vitale waterprocessen te verbeteren op het gebied van dreigingsanalyse, risicobeheersing, cybersecurity, fysieke beveiliging, economische veiligheid, integriteit van personeel, crisismanagement en bedrijfscontinuïteit. Dit alles om ervoor te zorgen dat de processen en organisaties die betrokken zijn bij waterbeheer en drinkwatervoorziening beter voorbereid zijn op risico’s en verstoringen. Het proces voor afvalwaterbeheer is onderdeel geworden van deze aanpak. Zo kan de weerbaarheid van de waterketen vanuit een meer integraal perspectief benaderd worden.

De Critical Entities Resilience directive (CER) en de Network and Information systems Security 2 richtlijn (NIS2) verplichten Europese landen om hun vitale infrastructuur en digitale systemen beter te beschermen tegen verstoringen, cyberaanvallen en andere dreigingen. De richtlijnen zijn in Nederland vertaald naar de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten en Cyberbeveiligingswet . De aanvullende verplichtingen voortvloeiend uit de wetten, bieden organisaties een kader om de (digitale) weerbaarheid te verhogen.

Door de veranderende geopolitieke ontwikkelingen en de toename van (digitale) dreigingen, heeft IenW permanente aandacht voor het verhogen van de weerbaarheid van de samenleving. Voor het eerst in lange tijd is het reëel dat Nederland via de collectieve verdedigingsclausule in het NAVO-verdrag (artikel 5) direct betrokken raakt bij een grootschalig gewapend conflict. Daarbij is het logisch dat ook de bescherming van vitale infrastructuur een belangrijk onderwerp is. Daarom wordt bij IenW vol ingezet op het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid tegen dit type dreigingen door het versnellen van de samenwerking met sectorpartijen. Bovendien is er nog meer aandacht gekomen voor specifieke dreigingen zoals drones.

Verhogen digitale weerbaarheid

Waterveiligheid en digitale veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Nederland moet kunnen vertrouwen op een betrouwbaar en zo veilig mogelijk waterbeheer en drink watervoorziening. Hiervoor is het van belang dat het niveau van beveiliging past bij het actuele dreigingsniveau en de gerelateerde cyberrisico’s. Het verhogen van de digitale weerbaarheid van de vitale sectoren staat beschreven in de Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS). Het ministerie ondersteunt en faciliteert de (vitale/kritieke) sectoren bij de uitvoering van het cybersecurity beleid waar zij systeemverantwoordelijk voor is. Hiervoor zijn IenW- brede cyberweerbaarheidsprogramma’s voor opgezet. De programma’s werken samen om activiteiten en handelingsperspectieven te ontwikkelen die aansluiten bij de uitdagingen van de sector organisaties. Er is speciale aandacht voor Operationele Technologie (OT), omdat dit in alle (kritieke) sectoren belangrijk is. De programma’s werken aan de volgende thema’s: samenwerking en expertise, maatregelen, best practices en implementatie, keten en risicomanagement, opleiding, testen, oefenen en monitoring, detectie en incidentresponse.

Het programma ‘Versterken cyberweerbaarheid in de watersector’ draagt bij aan de genoemde NLCS. Onder regie van IenW heeft het programma in 2023 bestuurlijke afspraken gemaakt met drinkwaterbedrijven, gemeenten, provincies en waterschappen. Afgesproken is om de projectmatige aanpak, om de weerbaarheid te verhogen, voort te zetten die de watersector helpt om voorbereid te zijn op aanvullende verplichtingen die voortkomen uit de Cyberbeveiligingswet de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten.

1.09 Ontvangsten

Ontvangsten waterschapsprojecten

Conform het Bestuursakkoord Water dragen de waterschappen sinds 2015 structureel € 181 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel, prijspeil 2010) bij aan het HWBP. Deze bijdrage wordt geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het ministerie van Financiën. Vanaf 2027 en verder komt dit bedrag jaarlijks uit op ongeveer € 239 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel).

De middelen van de waterschappen worden ingezet voor de resterende waterschapsprojecten van het HWBP-2 en voor de waterschapsprojecten van het HWBP. De per 1 januari 2014 in werking getreden Wijziging van de Waterwet (Kamerstukken II 2012–2013, 33 465, nr. 3) regelt dat het Rijk en de waterschappen jaarlijks elk de helft van de bijdrage aan het HWBP betalen.

In bijlage 2 is een overzicht opgenomen waarin nader is ingegaan op de financiering van het HWBP-2 en het HWBP.

3.2 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

Op het gebied van zoetwatervoorziening is het beleid gericht op een duurzame zoetwatervoorziening die economisch en maatschappelijk doelmatig is. De uitvoering is gericht op waar mogelijk voorkomen van tekorten in normale jaren en gesteld te staan om beter om te gaan met zoetwatertekorten in droge jaren. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en gebruikers. Het Ministerie van IenW werkt samen met deze partijen in het Deltaprogramma Zoetwater. De maatregelen die in uitvoering worden genomen staan in het Deltaplan Zoetwater.

In periodes van ernstig watertekort (in droge zomers) wordt water verdeeld op basis van de wettelijk verankerde verdringingsreeks.

Op dit artikel worden de producten op het gebied van zoetwatervoorziening verantwoord. De waterkwaliteit maatregelen in het hoofdwatersysteem die niet verbonden zijn aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening worden op artikel 7 van het Deltafonds verantwoord.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal waterbeleid op de begroting van Hoofdstuk XII.

Ambities voor zoetwater

Nederland krijgt vaker te maken met droogte en periodes van laagwater in de rivieren. Om de bijdrage van zoetwater aan onze leefomgeving te behouden en onze economie weerbaarder te maken tegen verminderde zoetwaterbeschikbaarheid, is het zaak dat er geanticipeerd wordt op toekomstige trends en ontwikkelingen. In de nationale omgevingsvisie (NOVI) en in het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is daarom een voorkeursvolgorde opgenomen voor (regionaal) waterbeheer om de beschikbaarheid van water zeker te stellen en wateroverlast te voorkomen:

  • bij de ruimtelijke inrichting en landgebruik moet meer rekening worden gehouden met waterbeschikbaarheid en wateroverlast;

  • alle watergebruikers, waaronder landbouw, industrie en consumenten, zullen zuiniger moeten omgaan met water;

  • de waterbeheerders (waaronder waterschappen, provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat, agrariërs en natuurterreinbeheerders) zullen water beter moeten vasthouden, bergen en opslaan;

  • De waterbeheerders zullen water slimmer moeten verdelen;

  • Bij een natuurlijk fenomeen is nooit alle schade te voorkomen, dus als de inzet toch nog onvoldoende is, dan moeten we als samenleving de (rest)schade accepteren en ons daartoe voorbereiden.

Het Deltaprogramma Zoetwater heeft als overkoepelend doel dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen zoetwatertekorten. Dan moeten alle gebruikers en gebieden goed voorbereid zijn op regelmatig optredende perioden van zoetwatertekorten. Dit hoofddoel bestaat uit vier lijnen.   

  • Waterbeheerders hebben een gezond en evenwichtig grond- en oppervlaktewatersysteem. Zij streven naar een situatie waarin watervraag en wateraanbod langjarig duurzaam in balans zijn, met behoud van de grondwatervoorraad.

  • Gebruikers zetten zich in om water effectief en zuinig te gebruiken en zijn voorbereid om te kunnen omgaan met tekorten en verzilting. Zij zijn geïnformeerd over de te verwachten omstandigheden en hebben zich tijdig en flexibel voorbereid, bijvoorbeeld door te innoveren, de bedrijfsvoering aan te passen of activiteiten te verplaatsen.

  • Cruciale maatschappelijke gebruiksfuncties worden zo lang mogelijk beschermd en (onomkeerbare) schade wordt voorkomen. In perioden van schaarste wordt het beschikbare zoetwater zo goed mogelijk verdeeld langs de lijnen van de wettelijk vastgestelde verdringingsreeks hoofdwatersysteem.  

  • De waterkennis en innovatiekracht in Nederland zijn zodanig ontwikkeld dat alle gebruikers en gebieden weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. We blijven continu investeren in de ontwikkeling van waterkennis en innovatie. De uitkomsten hiervan worden gedeeld tijdens landelijke en regionale bijeenkomsten.

De strategie om deze doelen te bereiken volgt de voorkeursvolgorde van de NOVI.

Van ambities naar uitvoering

Om de zoetwaterdoelen te realiseren worden maatregelen getroffen voor het robuuster maken van het (grond)watersysteem (nationaal en regionaal) en om de gevolgen van langdurige droogte en lage rivierafvoeren ten gevolge van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken.

In het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 hebben het Rijk en de zoetwaterregio’s een maatregelenpakket van € 800 miljoen uitgewerkt. Hiervan is circa € 250 miljoen afkomstig uit het Deltafonds en circa € 550 miljoen vanuit de zoetwaterregio’s. In 2027 wordt het Deltaplan Zoetwater 2028-2033 voorbereid en vastgesteld.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2027, het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 en het Nationaal Water Programma 2022–2027.

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

11.330

47.076

20.842

44.363

15.293

5.999

3.903

Uitgaven

26.578

46.530

45.284

79.157

16.289

6.467

3.903

2.02 Ontwikkeling zoetwatervoorziening

23.359

44.163

42.673

76.595

14.289

4.467

1.903

2.02.01 Planning zoetwatervoorziening

0

0

0

0

   

2.02.02 Aanleg zoetwatervoorziening

23.359

44.163

42.673

76.595

14.289

4.467

1.903

2.03 Studiekosten

3.219

2.367

2.611

2.562

2.000

2.000

2.000

2.03.01 Studie en onderzoekskosten Deltaprogramma

3.219

2.367

2.611

2.562

2.000

2.000

2.000

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

505

456

     

2.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoorzieningen

150

0

     

Geschatte budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 17 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

94%

Bestuurlijk gebonden

6%

  

Beleidsmatig gereserveerd

 

Beleidsmatig gereserveerd

 

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

 

2.01 Planning zoetwatervoorziening

Motivering

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.

Producten

Er worden op dit artikelonderdeel nu geen projecten verantwoord.

2.02 Aanleg Zoetwatervoorziening

Motivering

Het betreft projecten die de zoetwatervoorziening bevorderen en de kwaliteit waarborgen. Dit zijn maatregelen en voorzieningen van nationaal belang ter voorkoming, en waar nodig beperking van, waterschaarste en ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van opgaven op het gebied van zoetwatervoorziening.

Producten

Aanlegprogramma Zoetwatervoorziening

Deltaplan Zoetwater 2015-2021 (fase 1)

De meeste maatregelen uit de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021), met een omvang van € 400 miljoen, waarvan € 150 miljoen uit het Deltafonds, zijn eind 2021 afgerond. Enkele grote complexe maatregelen voor het Hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem hadden nog een doorloop tot 2023.

Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027)

De zoetwaterregio's en het Rijk hebben intensief samengewerkt om tot een goed onderbouwd maatregelenpakket te komen voor het Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027). Het Deltaplan 2022-2027 omvat meer dan 150 maatregelen die zijn uitgewerkt in de zoetwaterregio's en voor het hoofdwatersysteem, passend bij de nationale en regionale opgaven. Het maatregelenpakket voor de 2e fase heeft een omvang van circa € 800 miljoen, waarvan circa € 250 miljoen vanuit het Deltafonds en circa € 550 miljoen vanuit de zoetwaterregio’s komt. De investeringen worden gedaan door het Rijk (Deltafonds), waterschappen, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en de watergebruikers. Maatregelen in het hoofdwatersysteem worden volledig bekostigd uit het Deltafonds. Regionale maatregelen worden voor 75% door de regio bekostigd; maximaal 25% van de kosten wordt uit het Deltafonds vergoed. Bovenregionale maatregelen en innovatieve maatregelen kunnen in aanmerking komen voor een maximale bijdrage van 50% uit het Deltafonds.

De zoetwaterregio’s werken onder meer aan maatregelen om water beter vast te houden en op te slaan in de ondergrond, minder water te gebruiken, en aan optimalisaties wateraanvoer en -verdeling.

Waterbeschikbaarheid voor het hoofdwatersysteem krijgt invulling via de Strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem. Operationeel watermanagement wordt in samenwerking met regionale en waterbeheerders versterkt middels het programma Slim Watermanagement. Daarnaast wordt er door Rijkswaterstaat invulling gegeven aan het maatregelenpakket DPZW, bestaande uit onderzoeken en realisatieprojecten. In 2026 is opdracht aan RWS verleend voor de planstudie Robuuste Wateraanvoer Twentekanalen via Gemaal Eefde. De planstudie wordt conform planning in 2027 opgeleverd. Realisatie is voorzien in de periode 2028 ‒ 2032.

Tabel 18 Projectoverzicht Aanlegprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

 
 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten Zoetwatervoorziening

             

Projecten Nationaal

             

Deltaplan Zoetwater Fase 1

80

78

65

4

7

4

    

2026

2026

 

Deltaplan Zoetwater Fase 2

243

243

88

37

32

70

10

4

2

 

2027

2027

 

Impulsregeling ruimtelijke adaptie

167

167

167

          

Waterbewust leven

7

7

1

2

1

2

1

      

Projecten Zuidwest-Nederland

             

Ecologische maatregelen Markermeer

10

10

8

 

2

     

2023

2023

 

Besluit Beheer Haringvlietsluizen

85

85

78

1

1

1

4

   

2018/2030

2018/2030

 

Afrondingen

      

‒ 1

      

Programma Realisatie

592

590

407

44

43

77

14

4

2

0

   

Budget (DF 2.02.02)

   

44

43

77

14

4

2

0

   

2.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van zoetwatervoorziening.

Producten

Op dit onderdeel van de begroting staan de studie- en onderzoekskosten ten behoeve van het Deltaprogramma die betrekking hebben op zoetwatervoorziening.

Ten behoeve van Deltaprogramma Zoetwater (DPZW) wordt onder andere onderzoek gedaan naar de verbinding van de waterketen met watersystemen, de gevolgen en het handelingsperspectief ten aanzien van verzilting voor de landbouwsector, natuur en aquatische ecologie, en de ontwikkeling van statistieken en indicatoren voor de evaluatie van droogtejaren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de doorontwikkeling van het Nationaal Water Model, zodat betere inschattingen gemaakt kunnen worden van de effecten van (toekomstige) droogte op verschillende sectoren en functies. Ook de adviezen van het Expertise Netwerk Zoetwater en Droogte (ENZD), een onafhankelijke wetenschappelijke adviescommissie voor droogtebeleid en waterbeheer, worden op dit begrotingsonderdeel vergoed.

In 2026 zijn sociaal-economische analyses uitgevoerd op de verschillende maatregelen aangedragen voor uitvoering in Fase 3 van het Deltaprogramma Zoetwater (2028-2033). Medio 2026 worden de uitkomsten van de analyses opgeleverd. Deze analyses worden begin 2027 meegewogen om te komen tot een doelmatig en doeltreffend pakket van uitvoeringsmaatregelen. Daarnaast wordt dit jaar gestart met de ontwikkeling van een routekaart voor Fase 4 van het Deltaprogramma.

3.3 Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft exploitatie (watermanagement), onderhoud en vernieuwing. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van de uitvoering arttikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

411.468

496.721

698.932

545.084

542.153

474.275

642.118

Uitgaven

419.052

490.301

590.893

525.176

531.687

467.228

740.006

3.01 Exploitatie

8.558

15.153

18.051

17.818

17.578

17.929

20.606

3.01.01 Exploitatie Watermanagement

8.558

15.153

18.051

17.818

17.578

17.929

20.606

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.558

15.153

18.051

17.818

17.578

17.929

20.606

3.02 Onderhoud en vernieuwing

410.494

475.148

572.842

507.358

514.109

449.299

719.400

3.02.01 Onderhoud Waterveiligheid

354.613

325.000

372.663

284.028

286.440

282.062

339.150

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

354.613

325.000

372.663

284.028

286.440

282.062

339.150

3.02.02 Onderhoud Zoetwatervoorziening

34.579

106.355

109.511

108.524

105.896

106.448

147.781

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

34.579

106.355

109.511

108.524

105.896

106.448

147.781

3.02.03 Vernieuwing

21.302

43.793

90.668

114.806

121.773

60.789

232.469

Ontvangsten

       

Geschatte budgetflexibiliteit

De budgetten in 2027 voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing zijn juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027.

Tabel 20 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

100%

  

Bestuurlijk gebonden

 

Bestuurlijk gebonden

 

3.01 Exploitatie

Met exploitatie streeft IenW naar:

  • Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;

  • Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;

  • Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Met betrekking tot exploitatie worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Monitoring waterkwantiteit (waterstanden, afvoer), waterkwaliteit en informatievoorziening;

  • Crisisbeheersing en -preventie;

  • Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;

  • Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);

  • Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinan­cierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;

  • Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiks­ functies.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het water­ systeem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwa­liteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming. Daarnaast is er ook de reguliere waterkwaliteit monitoring (chemie, biologie), en beoordeling en informatieverstrekking over de toestand van het watersysteem.

3.01.01 Exploitatie Watermanagement

Meetbare gegevens

Tabel 21 Omvang Areaal

Omvang areaal

Eenheid

Realisatie 2025

Prognose 2026

Prognose 2027

Budget 2027 (x € 1.000)

Watermanagement

km2 water

90.019

90.020

90.019

18.051

Toelichting

In 2027 is er enerzijds door de overdracht van het Merwedekanaal (Utrecht) een afname in wateroppervlak voorzien. Anderzijds is er een kleine toename voorzien door KRW maatregelen. Netto resulteert dit in een kleine afname.

Tabel 22 Indicatoren Watermanagement

Indicator

Realisatie 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Betrouwbaarheid informatievoorziening

97%

95%

95%

Waterhuishouding op orde

100%

100%

100%

Toelichting

Toelichting indicator Betrouwbaarheid Informatievoorziening

Deze indicator geeft aan in hoeverre gebruikers van het hoofdwatersysteem tijdig en juist geïnformeerd zijn over ijsgang, hoogwater, stormvloed en verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2025 aan de norm.

Toelichting indicator Waterhuishouding op orde

Deze indicator geeft aan in hoeverre de waterhuishouding op orde is. De indicator is gebaseerd op de volgende subindicatoren:

  • Peilhandhaving Kanalen en Meren; geeft aan in hoeverre de peilen, zoals afgesproken in Waterakkoorden en Peilbesluiten, binnen de afgesproken marges zijn gebleven.

  • Hoogwaterbeheersing Kanalen en Meren; geeft aan in hoeverre de infrastructuur van peilgereguleerde watersystemen (grote rivieren niet meegerekend) beschikbaar was voor hoogwaterafvoer in de tijdvensters met groot waterbezwaar.

  • Wateraanvoer bij droogte; geeft aan in hoeverre de infrastructuur voor de wateraanvoer (o.a. stuwen, spuien, sifons en gemalen) beschikbaar was in de tijdvensters met droogte.

  • Verziltingsbestrijding; geeft aan in hoeverre zoutindringing kon worden beperkt en of chlorideconcentraties onder de afgesproken maxima zijn gebleven. Afspraken over wateraanvoer en -verdeling en over chloridegehalten zijn vastgelegd in Waterakkoorden.

In 2025 zijn de streefwaarden van alle subindicatoren gehaald.

3.02 Onderhoud en vernieuwing

Motivering

Onderhoud en vernieuwing omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Producten

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinan­cierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verant­woordelijkheid van IenW vallen.

Maatregelen

In 2026 vindt voor Rijkswaterstaat, in het kader van de meerjarenafspraak instandhouding 2024–2030 tussen IenW en Rijkswaterstaat, een ‘midtermreview’ plaats waarin de financiële meerjarenreeksen voor instandhouding worden herijkt. In opdracht van IenW worden deze herijkte reeksen door een externe partij gevalideerd en met de Kamer gedeeld. De herijkte reeksen zijn van belang voor het verkrijgen van een gedeeld beeld over de benodigde middelen voor de komende jaren. Op basis van de resultaten wordt bezien of aanpassingen in het budget, basiskwaliteitsniveau en/of prestaties wenselijk zijn of dat er andere afspraken moeten worden gemaakt.

Daarnaast wordt er in het coalitieakkoord voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken. Ondanks deze middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig uitvoerbaar en betaalbaar. Om maximaal te kunnen presteren, moeten er geprioriteerd worden over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur voorop staat, is ook binnen de instandhoudingsopgave een prioritering nodig. Om die reden heeft IenW aan een afweegproces op fondsniveau gewerkt zoals vermeld in de Kamerbrief Prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het DF betreft dit € 155 miljoen. Dit bedrag gaat naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 55 miljoen) en Vernieuwing (€ 100 miljoen).

Meetbare gegevens

Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. De prestatieafspraken worden verder in lijn gebracht met het BKN. Tot die tijd zijn de huidige prestatieafspraken vanuit de Beheer en Onderhoud (BenO) overeenkomst 2022-2023 van toepassing.

Onderhoud

Tabel 23 Indicator Onderhoud Waterveiligheid

Indicator

Realisatie 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Handhaving kustlijn

94%

90%

90%

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

67%

100%

100%

Voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied

93%

95%

95%

Toelichting bij indicator handhaving kustlijn

Figuur 5 toont hoe afgelopen jaren gepresteerd is op dit onderdeel, hoeveel zand er gesuppleerd is en hoeveel zand er naar verwachting in 2026 gesuppleerd zal worden. In 2025 is er 9,7 Mm³ gesuppleerd. De prognose voor 2026 is 8,5 Mm³. In totaal wordt er in het meerjarenprogramma 2024-2027 – in overeenstemming met de meerjarenafspraken – een totaal van 44 Mm³ in 4 jaar gesuppleerd, gemiddeld 11 Mm³/jaar. Van de 11 Mm³/jaar wordt 10 Mm3 gesuppleerd op locaties waar een basiskustlijn is vastgesteld. De overige 1 Mm3 bij de Hondsbossche Duinen en Maasvlakte 2 is per 2025 meegenomen bij deze indicator omdat realisatie nu vanuit programma Kustlijnzorg wordt verzorgd.

Zandsuppletievolumes en prestatie t.a.v. handhaving kustlijn

Figuur 5 Zandsuppletievolumes

Toelichting bij indicator beschikbaarheid stormvloedkeringen

Deze indicator geeft aan in hoeverre de 6 stormvloedkeringen voldoen aan de normen zoals die zijn vastgelegd in de Waterwet. De realisatie op deze indicator is 67% in 2025. Van de zes stormvloedkeringen voldoen er twee niet aan de faalkanseis. Op het peilmoment van 1 oktober 2025 was de betrouwbaarheid van het sluiten van de sluisdeuren van de Hartelsluis, onderdeel van de Hartelkering, onvoldoende wegens een fout in het besturingssysteem. De deuren staan sinds medio januari 2026 standaard in stormvloedkerende stand, tot de fout verholpen is.

Bij de Maeslantkering kon niet aantoonbaar worden gemaakt of deze op het voornoemde peilmoment voldeed. Technische gebreken liggen hieraan ten grondslag. Begin 2026 zijn de problemen nader geanalyseerd om deze vervolgens adequaat te kunnen aanpakken. 

In de onderstaande tabel is per kering het prestatieniveau weergegeven.

Tabel 24 Prestatieniveau stormvloedkeringen op peildatum 1 oktober 2025

Stormvloedkeringen

Type norm

Ondergrens (Omgevingswet)

Realisatie 2025

Maeslantkering

kans op niet-sluiten bij sluiting

1:100

niet berekend

Hartelkering

kans op niet-sluiten bij sluiting

1:10

1:4

Hollandsche IJsselkering

kans op niet-sluiten bij sluiting

1:200

1:1344

Ramspolkering *

kans op niet-sluiten bij sluiting

1:100

1:257

Oosterscheldekering **

faalkans per jaar

1:10.000

1:10.000

Haringvlietsluizen **

faalkans per jaar

1:1.000

1:1.000

* De Ramspolkering moet ook buiten het stormseizoen beschikbaar zijn. Daarom is de eis uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (1:100) verdeeld over het stormseizoen (1:173) en het overige seizoen (1:27).

** Hier wordt gewerkt met prestatiepeilen. Een prestatiepeil is het berekende waterpeil dat bij een vooraf afgesproken overschrijdingsfrequentie hoort. Als de prestatiepeilen lager zijn dan de vooraf afgesproken beoordelingspeilen, voldoet de stormvloedkering.

Toelichting bij indicator voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied

Uiterwaarden zijn de plekken tussen rivier en dijk die bij hoogwater overtollig water opvangen. Het water moet daar goed kunnen doorstromen, niet al te zeer afgeremd worden door vegetatie, want daardoor stijgt de waterstand. In de ‘Vegetatielegger’ staat de prestatie-afspraak voor de mate van begroeiing in de uiterwaarden. De score over 2025 ligt onder de streefwaarde. De verwachting is dat de streefwaarde in 2028 door reeds in gang gezette maatregelen gehaald wordt.

Tabel 25 Areaal Zoetwatervoorziening

Omvang Areaal

Areaaleenheid

Omvang 2025

Omvang 2026

Omvang 2027

Budget 2027 (x € 1 .000)

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)*

km2

2.991

2.991

2.991

 

Aantal kunstwerken

stuks

118

128

128

 

Totaal

    

109.961

* Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.

Toelichting areaal zoetwatervoorziening

In 2027 is er enerzijds door de overdracht van het Merwedekanaal (Utrecht) een afname in wateroppervlak voorzien. Anderzijds is er een kleine toename voorzien door KRW maatregelen. Netto valt dit weg in de afronding. In 2027 worden geen wijzigingen voorzien in het aantal kunstwerken.

3.02.01 Onderhoud waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1. Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2017).

  • 2. Exploitatie en onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).

  • 3. Exploitatie en onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de storm­ vloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn. De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand, mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Vanaf 2001 wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen deels te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Exploitatie en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 202 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de water­ keringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

Primaire keringen zijn waterkeringen die onder de Omgevingswet vallen  omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name  om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. De Eerste Landelijke Beoordeling (LBO-1), op basis van de in 2017 aangepaste waterveiligheidsnormen, is uitgevoerd in 2023. De Staten-Generaal is per brief op 8 november 2023 geïnformeerd over de staat van de primaire keringen (Kamerstuk 31710, nr. 82). In 2024 is een nadere analyse uitgevoerd om het aantal te versterken kilometers dijk te concretiseren. Hierbij is de opgave naar beneden bijgesteld (Kamerstukken II 2024-2025, 32 698, nr. 90). Keringen die bij de vorige of lopende inspectie zijn afgekeurd, worden meegenomen in het kader van het HWBP.

Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 508 kilometer niet-primaire waterkeringen (voornamelijk kanaaldijken), meestal aangeduid als regionale keringen. Deze bieden bescherming tegen binnenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies. RWS heeft de toetsing van de regionale keringen afgerond en op 2 juni 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020-2021, 27 625, nr. 540).

Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen, is een aantal stormvloedkeringen aangelegd die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloed­ keringen zijn ook primaire waterkeringen die vallen onder de Omgevingswet. Het Rijk heeft sinds 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterschel­dekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen.

ad 3. Exploitatie en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.185 hectare aan uiterwaarden. Exploitatie en onderhoud is erop gericht de wettelijk te beschermen vegetatie te behouden en verbeteren en hoogwater effectief te kunnen afvoeren.

3.02.02 Onderhoud zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De Waterwet vereist dat de rijksoverheid om de zes jaar een Nationaal Waterplan voor het nationale waterbeleid en een Beheer- en ontwikkelplan voor het beheer van de rijkswateren (BPRW) opstelt. Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor: Waterverdeling en peilbeheer; Stuwende en spuiende kunstwerken; Natuurvriendelijke oevers, implementatie KRW, implementatie Waterwet en Natura 2000. Deze twee planvormen worden echter onder de nieuwe Omgevingswet samen­gevoegd tot één programma. Hier is op geanticipeerd door het beleidsplan en het beheerplan in samenhang te beschrijven in één Nationaal Water Programma (NWP) 2022 ‒ 2027. Hiermee wordt voldaan aan de huidige Waterwet en aan de vereisten van de Omgevingswet.

In het kader van het Deltaprogramma Zoetwater doorlopen overheden en watergebruikende sectoren (zoals industrie, drinkwater, natuur, scheepvaart, logistiek, recreatie en landbouw) het proces waterbeschik­ baarheid. Het doorlopen van dit proces biedt inzicht in de beschikbaarheid van zoetwater (van voldoende kwaliteit) in normale en droge situaties in een gebied. In dialoog komen overheden en watergebruikende sectoren tot gedragen maatregelen die in normale én in droge situaties maatschappelijk en economisch verantwoord zijn. Waar relevant zullen resultaten hiervan hun doorwerking krijgen in volgende begrotingen.

Meetbare gegevens

Onderstaande figuur toont de verdeling van de beheer- en onder­ houdskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedke­ ringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde over de periode 2023-2027.

Figuur 6 Onderhoud hoofdwatersystemen

Tabel 26 Areaal waterveiligheid

Omvang Areaal

Eenheid

Realisatie omvang 2025

Prognose omvang 2026

Prognose omvang 2027

Budget 2027 (x € 1.000)

Kustlijn

km

294

294

294

84.985

Stormvloedkeringen

stuks

6

6

6

174.989

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

    

112.689

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

202

202

201

 

– Niet-primaire waterkeringen/duinen

km

507

507

507

 

– Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.186

5.187

5.189

 

Totaal

    

372.663

Toelichting areaal waterveiligheid

In 2027 worden geen wijzigingen voorzien in de lengte van de kustlijn, het aantal stormvloedkeringen en de lengte van de (regionale) waterkeringen.

3.02.03 Vernieuwing

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, valt te verwachten dat deze opgave geleidelijk zal toenemen.

Vernieuwingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vernieuwing. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levens­duurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. Voor de start van een vernieuwingsproject wordt in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten. Veiligheid staat daarbij voorop.

Tabel 27 Projectoverzicht Vernieuwing (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

Programma Vernieuwing

2.872

2.533

255

55

103

111

115

49

232

1.952

Divers

Divers

Totaal programma Vernieuwing

2.872

2.533

255

55

103

111

115

49

232

1.952

  

Budget Vernieuwing (DF 03.02.03)

   

44

91

115

122

61

232

1.952

  

Overprogrammering (-)

   

‒ 11

‒ 12

4

7

12

    

Meetbare gegevens

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de verschillende werkzaamheden. Voor de start van een project wordt in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten. Veiligheid staat daarbij voorop. Het afweegproces hiervoor is voor de zomer aan de Tweede Kamer aangeboden en vormt de basis voor de prioritering en de programmering.

Tabel 28 Projecten Vernieuwing

Water

Project

Maas

2 stuwen in de Maas worden vernieuwd of gerenoveerd.

Noordzeekanaal

Het gemaal IJmuiden wordt vernieuwd of gerenoveerd.

Maas

De bediening en besturing op afstand van de Maasobjecten wordt vernieuwd en/of gerenoveerd.

Al deze projecten zijn nog in de planfase. De opleverdata van deze projecten zijn dus nog niet bekend. De oplevermijlpaal wordt pas bepaald bij het uitvoeringsbesluit.

3.4 Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

De Waterwet voorziet in een zogenoemde experimenteerbepaling die het mogelijk maakt om uit het Deltafonds uitgaven te doen voor maatregelen en voorzieningen op andere beleidsterreinen zoals natuur, milieu of economische ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat deze maatregelen samenhangen met maatregelen ten behoeve van waterveiligheid of zoetwatervoorziening en dat er sprake is van additionele financiering in de vorm van het toevoegen van extra middelen aan het fonds afkomstig van andere begrotingen van het Rijk of derden.

Tabel 29 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

27.186

29.460

9.852

6.085

6.242

11.987

3.791

Uitgaven

100.459

93.998

78.448

67.538

66.196

66.515

92.596

4.02 GIV/PPS

100.459

93.998

78.448

67.538

66.196

66.515

92.596

4.02.01 GIV/PPS

100.459

93.998

78.448

67.538

66.196

66.515

92.596

Ontvangsten

       

Geschatte budgetflexibiliteit

De budgetten in 2027 voor GIV/PPS zijn juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027.

Tabel 30 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

100%

Bestuurlijk gebonden

 

Bestuurlijk gebonden

 

Beleidsmatig gereserveerd

 

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

 

4.01 Experimenteerprojecten

Motivering

Het experimenteerartikel staat ten dienste van een integrale uitvoering van het Deltaprogramma en biedt de mogelijkheid tot integrale bekostiging.

4.02 Geïntegreerde contractvormen

Motivering

Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samen­werking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Finance and Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van bij mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.

Producten

Het project Afsluitdijk is met een DBFM-contract op de markt gezet, realisatie verschillende projecten gereed waaronder de aanleg van nieuwe spuimiddelen voor de waterafvoer. Het project betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van bij mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.

Tabel 31 Projectoverzicht Geïntegreerde contractvormen/PPS (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

 
 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

             

Afsluitdijk

2.146

2.123

760

94

78

68

66

66

93

921

2026

2025

 

Afrondingen

             

Programma Realisatie

2.146

2.123

760

94

78

68

66

66

93

921

   

Budget (DF 4.02.01)

   

94

78

68

66

67

93

921

   

3.5 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Staf Deltacommissaris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkgebonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommissaris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen.

Tabel 32 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

412.279

396.943

379.804

427.698

401.372

443.257

646.817

Uitgaven

412.168

397.200

379.813

427.707

401.381

443.266

646.826

5.01 Apparaat

335.063

354.584

344.805

332.702

323.989

311.313

306.429

5.01.01 Staf Deltacommissaris

1.992

2.120

2.385

2.439

2.221

2.172

2.150

5.01.02 Apparaatskosten RWS

333.071

352.464

342.420

330.263

321.768

309.141

304.279

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

333.071

352.464

342.420

330.263

321.768

309.141

301.326

5.02 Overige uitgaven

77.105

31.127

30.308

30.188

30.187

29.781

21.126

5.02.01 Overige netwerkgebonden uitgaven

74.197

28.738

28.156

28.157

28.156

27.750

19.095

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

74.197

28.738

28.156

28.157

28.156

27.750

19.095

5.02.02 Programma-uitgaven DC

2.908

2.389

2.152

2.031

2.031

2.031

2.031

5.03 Investeringsruimte

0

1.235

200

21.460

200

51.423

108.416

5.03.01 Programmaruimte

0

1.235

200

21.460

200

51.423

108.416

5.03.02 Beleidsruimte

  

0

0

0

0

0

5.04 Reserveringen

0

10.254

4.500

43.357

47.005

50.749

210.855

5.04.01 Reserveringen

0

10.254

4.500

43.357

47.005

50.749

210.855

Ontvangsten

27.797

‒ 159.602

     

5.10 Saldo afgesloten rekeningen

27.797

‒ 159.602

     

Geschatte budgetflexibiliteit

Met uitzondering van de investeringsruimte en reserveringen, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor investeringsruimte en reserveringen zijn beleidsmatig gereserveerd.

Tabel 33 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

99%

Bestuurlijk gebonden

 

Beleidsmatig gereserveerd

1%

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

 

5.01 Apparaat

Motivering

In uitzondering op de systematiek van «Verantwoord Begroten» worden op deze begroting ook de apparaatskosten van de Staf Deltacommissaris en RWS gepresenteerd.

Producten

Staf Deltacommissaris

Overeenkomstig de Deltawet heeft de Deltacommissaris een eigen staf ter ondersteuning van zijn taken en een budget voor de aan hem toebedeelde taken. Op dit artikel worden personele en materiële kosten gepresenteerd, die nodig zijn om de taken van de Staf Deltacommissaris te kunnen uitvoeren.

Apparaatskosten Rijkswaterstaat

Dit betreft de apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) voor de programma’s Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, HWBP-2, HWBP, Afsluitdijk, overige aanlegprojecten, verkenningen en planuitwerkingen, exploitatie (watermanagement), onderhoud en vernieuwing, de uitvoering van landelijke taken en inhuur.

5.02 Overige uitgaven

Producten

Overige netwerkgebonden uitgaven

Onder overige kosten zijn de externe kosten verantwoord die niet direct toewijsbaar zijn aan de producten van het Deltafonds. Hiertoe behoren externe kosten voor de landelijke taken basisinformatie, sectorspecifieke ICT, kennisontwikkeling en innovatie, watermanagement, exploitatie en onderhoud en overige.

Programmauitgaven Deltaprogramma actie Staf DC

Deze uitgaven worden gedaan voor het Deltaprogramma en de hoofdtaken van de deltacommissaris. Dit betreffen vooral programma-uitgaven voor: kennis- en strategieontwikkeling, advisering (waaronder uitvoering de voorbereiding geven aan de uitkomsten van de tweede zesjaarlijkse herijking van de deltabeslissingen regionale voorkeursstrategieën en vervolgstappen richting derde zesjaarlijkse herijking Kennisprogramma Zeespiegelstijging), monitoring en evaluatie in het kader van het bewaken van rapportage over de voortgang en samenhang van de uitvoering van het Deltaprogramma, de totstandkoming en het bevorderen van de uitvoering van het jaarlijkse Deltaprogramma en voor het betrekken en informeren van belanghebbenden en publiek (communicatie en Deltacongres).

5.03 Investeringsruimte

Op dit artikel wordt de voor het Deltafonds beschikbare investeringsruimte verantwoord. Het kabinet heeft besloten tot een jaarlijkse verlenging van de investeringsfondsen. In deze begroting betekent dit een verlenging tot en met 2040. Na aftrek van de doorlopende verplichtingen (exploitatie, onderhoud en vernieuwing, apparaats- en netwerkgebonden kosten RWS en het HWBP) betekent dit een toevoeging van € 315 miljoen aan investeringsruimte in 2040. Na de verlenging van het Deltafonds en budgettaire aanpassingen bedraagt de generieke investeringsruimte € 377 miljoen. Het grootste deel van de investeringsruimte is pas vanaf 2040 beschikbaar.

Deze investeringsruimte is beschikbaar voor prioritaire beleidsopgaven binnen de scope van het Deltafonds. De uitwerking van het Deltaprogramma is in volle gang. Gedurende de lopende trajecten, zoals de beoordeling op basis van de nieuwe waterveiligheidsnormen, Integraal Riviermanagement, het Deltaplan zoetwater en de Programmatische Aanpak Grote Wateren zullen de komende jaren deze investeringsmiddelen op adaptieve wijze nader worden geprogrammeerd. De investeringsruimte bevat ook reserveringen voor toekomstige verwachte risico’s. In de investeringsruimte van € 849 miljoen zijn risicoreserveringen opgenomen van in totaal circa € 614 miljoen. 

Tabel 34 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

Vrije Investeringsruimte

1.035

0

0

0

0

0

0

0

Risicoreserveringen

200

200

21.460

200

51.423

108.416

54.344

48.884

Totaal

1.235

200

21.460

200

51.423

108.416

54.344

48.884

Tabel 35 Vervolg Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)

Vervolg Investeringsruimte

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

         

Vrije Investeringsruimte

0

0

0

0

0

34.727

199.129

234.891

Risicoreserveringen

73.244

53.245

53.247

11.575

10.587

10.587

116.864

614.476

Totaal

73.244

53.245

53.247

11.575

10.587

45.314

315.993

849.367

5.04 Reserveringen

Op artikelonderdeel 5.04 worden uitgaven geraamd voor toekomstige opgaven, waarvoor nog geen startbeslissing is genomen. Op dit moment zijn tot en met 2040, onder voorbehoud van cofinanciering, met name de volgende posten gereserveerd:

  • Integraal Rivier Management /Ruimte voor de Rivier 2.0 (t/m 2040 € 780 miljoen): Rivieren zijn van groot belang voor Nederland, voor goederenvervoer per binnenvaart, zoetwaterbeschikbaarheid, waterberging, industrie, natuur en recreatie. Klimaatverandering en uitslijtende rivierbodems belemmeren de gewenste zoetwaterverdeling over ons land, de bevaarbaarheid van de rivieren en leiden ook tot verdroging in de uiterwaarden en het achterland. Daarbij moet het rivierengebied ook beschermd worden tegen hoogwater. In het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 worden maatregelen uitgewerkt voor de korte en waar mogelijk lange termijn gericht op herstel van rivierbodems en ruimte voor hoge rivierafvoeren. In samenhang wordt gezocht naar ruimte, zowel binnen als buiten de dijken, om het toekomstige hoogwater te verwerken. Tevens worden deze - daar waar dit leidt tot synergie - verbonden met urgente regionale opgaven. Lopende projecten dragen bij aan dit doel.

  • Deltaplan Zoetwater (t/m 2040 € 516 miljoen): Dit betreft een reservering voor voortzetting van het beleid (vervolg op het 1e en 2e pakket zoetwater) om beter weerbaar te worden tegen droogte en watertekorten. Door droogte was er in 2018 en in 2022 sprake van een feitelijk watertekort en de zomer van 2025 behoorde tot de 5% droogste jaren. De KNMI-Klimaatscenario’s en de Deltascenario’s laten zien dat we te maken krijgen met warmere en drogere zomers en met minder aanvoer van de rivieren. Tegelijkertijd neemt de watervraag in alle sectoren en alle gebieden toe. Dat betekent dat we meer moeten doen om maatschappelijke schade door zoetwatertekorten en verzilting, zoals op de hoge zandgronden en in de Rijn-Maasmonding, zoveel mogelijk te voorkomen. Het gaat om maatregelen zoals het aanpassen van de ruimtelijke inrichting, minder water gebruiken, water beter vasthouden en slimmer verdelen. In het Deltafonds wordt vanaf 2028 gemiddeld ca. €40 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van nationale en regionale maatregelen.

  • Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) (t/m 2040 € 501 miljoen): PAGW betreft systeemingrepen (inrichting en transities in gebruik en beheer) gericht op toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. PAGW levert daarmee ook de noodzakelijke uitgangssituatie voor de realisatie van de wettelijke opgaven voor ecologische waterkwaliteit (KRW) en natuur (N2000). Het programma heeft een doorlooptijd tot en met 2050. Voor de opgave in de periode 2034–2039 wordt jaarlijks € 79 miljoen per jaar, € 86 miljoen in 2040 en in de periode 2041-2050 jaarlijks € 66 miljoen aan de beleidsreservering toegevoegd voor de bekostiging van de urgente opgave.

  • Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2035 (€ 42 miljoen): Beheerders van primaire waterkeringen (Waterschappen en Rijk) zijn conform de Omgevingswet wettelijk verplicht minimaal iedere twaalf jaar verslag uit te brengen aan de Minister over de waterstaatkundige toestand (omgevingswaarden) van deze keringen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de beoordeling hiervan. Deze regels zijn bekend onder het «Wettelijk beoordelings instrumentarium». De scope van dit programma omvat de (door)ontwikkeling en ontsluiting van instrumenten, technische leidraden, voorschriften, procedures, ondersteuning, beheer en onderhoud. De reservering dient voor het dekken van de benodigde jaarlijkse kosten voor dit programma in de periode 2025–2035.

  • IJsselmeergebied € 4,5 miljoen: Samen met de regiopartners werkt IenW in de periode 2023-2026 aan de voorbereiding van de herijking van de voorkeursstrategie en Deltabeslissing IJsselmeergebied in 2026. De komende jaren zal gewerkt worden aan een integrale analyse van kansrijke alternatieven en nieuwe beleidsbesluiten. Vanaf 2030 wordt een beleidsreservering van € 4,5 miljoen aangelegd met een structurele doorwerking. Hiervan zal gebruik gemaakt worden als er meer zicht is op de doorwerking van de deltabeslissing in 2026 en de uitwerking en implementatie van het beleid in de jaren daarna.

  • HWBP € 1,0 miljard: Voor de dekking van de middellange termijn tekorten op het HWBP hebben de waterschappen € 1,25 miljard bijeen gebracht. In de begroting 2026 is hiervoor een beleidsreservering van € 1,0 miljard getroffen, onder voorwaarde van de herijking van het HWBP. Op basis van de prestaties van het HWBP de komende jaren wordt bezien of extra rijksmiddelen voor de periode 2030-2036 vrij gemaakt kunnen worden.

3.6 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting van IenW komen. De doelstellingen van het onderliggend beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investeringsfondsen op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 36 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontvangsten

1.580.172

      

6.09 Ten laste van begroting IenW

1.580.172

      

6.09.01 Ten laste van begroting IenW

1.580.172

      

Motivering

Het gebruik van artikel 6 van het Deltafonds opgeheven. Het Deltafonds werd tot dusverre gevoed via de begroting van Infrastructuur en Waterstaat. Vanaf 2026 wordt het Deltafonds direct gefinancierd vanuit de schatkist en worden overhevelingen van andere departementen rechtstreeks aan de betreffende artikelen op het Deltafonds toegevoegd. Hierdoor wordt de administratieve last verminderd en wordt de verdeling van middelen tussen de begroting van IenW enhet Deltafonds beter inzichtelijk gemaakt.

3.7 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit in het hoofdwatersysteem ten behoeve van de Europese Kaderrichtlijn Water worden verantwoord op artikelonderdeel 7.01.

Met de Stroomgebiedbeheerplannen wordt gewerkt aan het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), daarnaast zijn er nieuwe uitdagingen om ons water chemisch schoon en ecologisch gezond te krijgen en te houden voor duurzaam gebruik. De prioriteiten daarbij zijn nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, plastic zwerfafval, opkomende stoffen en medicijnresten in water. Sinds 2023 werken rijk en medeoverheden in het KRW impulsprogramma opgezet aan 7 actielijnen om alles wat mogelijk is te doen om KRW doelbereik te realiseren. Kernpunten zijn stevig sturen op uitvoeren van de afgesproken maatregelen en gezamenlijk aanpakken van de risico’s daarbij, uitwerken van aanvullend benodigde maatregelen op basis van de tussenevaluatie KRW (eind 2024) en de evaluatie van de stroomgebiedbeheerplannen door de Europese Commissie (2025). Er is onder leiding van de minister een Bestuurlijk Overleg KRW ingesteld om dit aan te sturen.

Met uitvoering van de maatregelen komen de doelen van de KRW in beeld voor het hoofdwatersysteem. Voor het behalen van Natura 2000-doelen is meer nodig. Door klimaatverandering en toenemend maatschappelijk gebruik staan de natuur en ecologische waterkwaliteit en daarmee de biodiversiteit van de grote wateren onder druk. Er zijn daarom aanvullende systeemingrepen en­ een transitie naar duurzaam beheer nodig om een duurzame verbetering te realiseren. Het Rijk wil in 2050 toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. Via de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), waterzuivering van medicijnresten, waterkwaliteitsprojecten en implementatie van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater wordt invulling gegeven aan deze ambitie. Dit is verantwoord op artikel 7.02. Studiekosten voor de waterkwaliteit worden verantwoord op artikel 7.03.

Het artikel investeren in waterkwaliteit is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting Hoofdstuk XII.

Tabel 37 Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 7 Investeren in waterkwaliteit (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

215.865

672.272

291.314

57.817

226.844

69.301

50.043

Uitgaven

108.831

333.752

516.931

243.584

271.017

155.461

60.031

7.01Ontwikkeling Kaderrichtlijn water

67.359

204.693

394.284

167.378

66.305

30.336

 

7.01.01 Aanleg Kaderrichtlijn water

67.359

204.693

394.284

167.378

66.305

30.336

 

7.02 Ontwikkeling Waterkwaliteit

27.091

106.410

101.477

63.551

191.926

115.187

55.843

7.02.01 Aanleg waterkwaliteit

21.542

98.214

92.491

59.125

78.950

114.719

55.390

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

106

109

109

109

109

109

109

7.02.02 Planning waterkwaliteit

5.549

8.196

8.986

4.426

112.976

468

453

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

5.530

8.094

8.885

4.325

1.220

468

453

7.03 Studiekosten

14.381

22.649

21.170

12.655

12.786

9.938

4.188

7.03.01 Studiekosten waterkwaliteit

14.381

22.649

21.170

12.655

12.786

9.938

4.188

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.194

6.008

841

575

580

96

 

Ontvangsten

254

1.049

3.600

1.255

   

7.09 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit

254

1.049

3.600

1.255

   

Geschatte budgetflexibiliteit

Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.

Tabel 38 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

Juridisch verplicht

94%

Bestuurlijk gebonden

6%

Beleidsmatig gereserveerd

 

Nog niet ingevuld/vrij te besteden

 

7.01 Ontwikkeling Kaderrichtlijn water

Motivering

Het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland schoon (drink)water heeft.

Producten

Verbeterprogramma Kaderrichtlijn Water

Het Verbeterprogramma Kaderrichtlijn Water bestaat uit maatregelen in de Rijkswateren Deze maatregelen moeten bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen, zoals de Kaderrichtlijn Water vraagt. Tevens draagt dit bij aan de doelen voor de Drinkwaterrichtlijn, de Zwemwaterrichtlijn, Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie.

Meetbare gegevens

De uitvoering van het verbeterprogramma van Rijkswaterstaat is in een  drietal tranches verdeeld. In totaal worden door RWS 550 maatregelen uitgevoerd in en langs de grote wateren. Deze maatregelen zijn divers van aard, bevatten zowel het uitvoeren van onderzoeken als de  aanleg van fysieke maatregelen zoals nevengeulen, natuurvriendelijke oevers en vispassages in het rivierengebied. De maatregelen van het verbeterprogramma bevinden zich zowel in de planuitwerking als realisatiefase.

De Tweede Kamer wordt jaarlijks via De Staat van ons Water geïnfor­ meerd over de uitvoering van alle maatregelen, ook diegene die worden  uitgevoerd door de waterschappen en andere partijen, gericht op de  ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de  stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en over de uitvoering  gericht op een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grond  wateren in de vier stroomgebieden (laatste publicatie: Kamerstukken II,  2026, 27 625 nr. 739). Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planpe­ riodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de 6 jaar  mogelijk. In december 2024 is Tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW) aangeboden aan de Kamer. Deze rapportage geeft inzicht in hoe de waterkwaliteit in Nederland er voor staat, de ontwikkelingen die hierin optreden en de resterende opgaven voor het behalen van de doelen. (Kamerstuk 27 625 Nr. 696).

Tabel 39 Projectoverzicht Aanleg Kaderrichtlijn water (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

 
 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Projecten waterkwaliteit

             

Projecten Nationaal

             

KRW 1e tranche

30

30

30

          

KRW 2e en 3e tranche

1.178

1.016

316

205

394

167

66

30

  

2027

2027

1)

Afrondingen

             

Programma Realisatie

1.208

1.046

346

205

394

167

66

30

0

0

   

Budget (DF 7.01.01)

   

205

394

167

66

30

0

0

   

1) Aan het KRW programma wordt € 143,1 miljoen toegevoegd. Met deze middelen, overgeboekt vanuit de investeringsruimte, wordt de budgetspanning op dit programma verlicht. Daarnaast wordt er € 19,5 miljoen aan prijscompensatie toegevoegd

7.02 Ontwikkeling waterkwaliteit

Motivering

Naast het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren ten behoeve van de KRW zijn hieronder de overige aanlegprojecten inzake waterkwaliteit opgenomen.

Producten

Aanleg waterkwaliteit

Tabel 40 Projectoverzicht realisatieprogramma (bedragen x € 1 miljoen)
 

Projectbudget

Kasbudget

Oplevering

 
 

huidig

vorig

t/m 2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

later

huidig

vorig

 

Waterkwaliteit

             

Projecten Nationaal

             

Bijdrageregeling medicijnresten

61

61

27

34

         

Grote wateren

613

598

24

58

88

55

79

115

55

139

2032

2032

1)

Verruiming vaargeul Westerschelde

26

26

26

          

Natuurcompensatie Perkpolder

7

7

7

          

DAW Projecten (subsidies aan o.a. Kadaster, LTO)

26

26

12

6

4

4

       

Afrondingen

             

Programma Realisatie

733

718

96

98

92

59

79

115

55

139

   

Budget (DF 7.02.01)

   

98

92

59

79

115

55

139

   

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • 1. De verhoging van het projectbudget Grote wateren betreft met name de toevoeging van prijsindexatie 2026 € 15,9 miljoen.

Grote wateren

De in 2017 uitgevoerde verkenning naar de opgaven voor natuur en water  kwaliteit in de grote wateren, laat zien dat er grote systeemingrepen  (inrichting en beheer) nodig zijn om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren waardoor de natuur verbetert. Op de manier wordt op een duurzame wijze voldaan aan de opgaven van de Kaderrichtlijn Water en Vogel- Habitatrichtlijn. Voor een toekomstbestendig en klimaatadaptief systeem zijn maatregelen nodig die ruimte bieden aan natuurlijke processen (waaronder terugbrengen van natuurlijke dynamiek), hydro-ecologische verbindingen verbeteren en voor het ecologisch functioneren uitbreiden en verbeteren leefgebieden.

Op grond daarvan hebben de Ministers van IenW en LVVN de ambitie uitgesproken om tot 2050 diverse maatregelen te treffen die gericht zijn op het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de grote wateren, het bevorderen van een stabiel en samenhangend ecologisch netwerk en het creëren van ruimte voor sociaal-economische ontwikkeling.

Om deze ambitie verder te brengen is de Programmatische Aanpak Grote Wateren gestart die waar het kan aansluit op bestaande gebiedsprocessen, waarbij samen met overheden, marktpartijen, natuurorganisaties en stakeholders maatregelen worden uitgevoerd. Na realisatie is er nog 10 jaar exploitatie en onderhoud, monitoring en evaluatie meegenomen in het taakstellend budget.

De komende jaren zullen IenW en LVVN, in de vorm van de programmatische aanpak Grote Wateren, samen met de regio (Gebiedsagenda’s voor de Grote Wateren) en ondersteund door Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en regionale partners de maatregelen uit de eerste,  tweede en derde tranche uitvoeren (Kamerstukken II 2019-2020,27 625, nr. 488 en nr. 523; Kamerstukken 2022-2023 27 625, nr. 565 en nr. 595).

De overall ambitie is toekomstbestendige grote wateren, waarin een goede waterkwaliteit en hoogwaardige natuur samengaan met waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en een krachtige economie in de 4 grote wateren in Nederland: de Wadden, Het IJsselmeergebied, het rivierengebied en de Rijn-Maas-Scheldemonding.

De eerste, tweede en derde tranche projecten zitten veelal in de planning- en studiefase en de realisatiefase.

Verder wordt in beide jaren een aantal MIRT-beslissingen verwacht. Een voorkeursbeslissing (MIRT-2) voor Noord-Hollandse Markermeerkust, Friese IJsselmeerkust en Vierwaarden, een projectbesluit (MIRT-3) voor Meanderende Maas en Ketelpolder en een MIRT-4 besluit voor de pilot Buitendijkse Slibsedimentatie en Zandsuppletie Galgeplaat. Ook het project Boschplaat start met de realisatie, maar dit project valt niet onder het MIRT-regime.

Met het in werking treden van de Omgevingswet in 1 januari 2024 vallen verschillende projecten onder een stelsel van vergunningen. Deze zullen daarmee geen projectbesluit meer nemen, maar wel een MIRT-3 besluit.

Tabel 41 Programmatische Aanpak Grote Wateren

PAGW project

Fase MIRT

Mijlpaal 2027

 

Preverkenning

 

Grensmaas, achteroevers IJsselmeer en Vogel en Vis

Preverkenning

Start preverkenning

Biesbosch Rijn Maasmonding

Preverkenning

Afronding preverkenning

 

Verkenning

 

Onderwaternatuur, Ketelpolder, Boschplaat, vierwaarden

Verkenning

Start verkenning

Noord Hollandse IJsselmeerkust

Verkenning

Afronding verkenning

Friese IJsselmeerkust

Verkenning en deel realisatie

Verkenning 2e en 3de tranche. Realisatie i.s.m. KRW maatregel Makumer Noordwaard

 

Planuitwerking

 

Wieringerhoek

Planuitwerking

Afronding studie Zoet-zout overgang Den Oever i.c.m. verdrogingsmaatregelen

Oostvaardersoevers

Planuitwerking

Uitwerking tweede en derde tranche

Eemszijlen binnendijks

Planuitwerking

 

Galgenplaat

Planuitwerking

Projectbesluit en voorbereiding realisatie: N2000 beheermaatregel

Meanderende Maas

Planuitwerking

Projectbesluit

Eemszijlen buitendijks

Planuitwerking

Go/no go moment i.v.m. grondgebruiksissue

Paddenpol

Planuitwerking

Start realisatie

 

Realisatie

 

Vierhuizengat-Lauwersmeer

Realisatie

In uitvoering

 

Beheer en monitoring

 

Markerwadden

Beheer en monitoring

Monitoring KIMA 2.0 opgeleverd

Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW)

Sinda juli 2023 is de Tijdelijke Subsidieregeling Uitvoering Maatregelen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer van kracht. Hiermee is aanvullende financiering beschikbaar gekomen voor bovenwettelijke maatregelen op het gebied van agrarisch waterbeheer waar waterschappen en agrariërs samen aan werken. Het volledige budget (€ 21 miljoen) is aangevraagd. De uitvoering loopt door t/m december 2027 en de financiële afronding vindt plaats in 2028.

Waterzuivering medicijnresten

Voor zuivering van medicijnresten wordt bijgedragen aan aanpassing van rioolwaterzuiveringsinstallaties met een vergaande zuivering voor microverontreinigingen. In de bijdrageregeling is een totaal van € 61 miljoen beschikbaar, verdeeld over twee tranches. Op 1 december 2025 is de 2e tranche van de subsidieregeling open gesteld voor een periode van 12 maanden.

Waterkwaliteitsprojecten

Voor het terugdringen van de invloed van nutriënten en gewasbescher­ mingsmiddelen op het oppervlaktewater wordt middels subsidie-bijdragen aan LTO en middels een bijdrage aan het kadaster uitvoering gegeven aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.

Planning waterkwaliteit

Het planningsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.

Tabel 42 Projectoverzicht Planning waterkwaliteit (bedragen x € 1 miljoen)
 

Budget

Oplevering

 

Projectomschrijving

Huidig

vorig

Huidig

Oplevering

 

Projecten Nationaal

     

EPK planning waterkwaliteit

24

16

   

Projecten Zuid-Nederland

     

Grevelingen

172

109

   

Totaal programma planuitwerking en verkenning

196

125

   

Begroting DF 7.02.02

196

125

   

Toelichting:

Getij Grevelingen

De verhoging van het projectbudget Getij Grevelingen betreft met name een herallocatie van middelen (€ 59,7 miljoen) binnen het Deltafonds ten behoeve van de projecten Getijdenmaas en de aanleg van ooibos in de Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden, en is het gevolg van een toevoeging van prijsindexatie 2026 van € 1,5 miljoen.

7.03 Studiekosten waterkwaliteit

Motivering

Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT- onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterkwaliteit.

Producten

Aanpak Waterkwaliteit

Speerpunten in de aanpak van waterkwaliteit zijn het terugdringen van de problematiek van nutriënten in het grond- en oppervlaktewater, de vermindering van de belasting van het water door emissies van gewasbeschermingsmiddelen en het verminderen van waterverontreiniging als gevolg van microverontreinigingen zoals medicijnresten, microplastics, PFAS en nieuwe (opkomende) stoffen. Daarbij wordt ook in 2027 ingezet op tijdige implementatie van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. De implementatie in Nederlandse wet- en regelgeving moet 31 juli 2027 afgerond zijn. De uitvoering in de praktijk zal naar verwachting tot een verbetering van de waterkwaliteit gaan leiden door minder belasting vanuit stedelijk afvalwater.

4. Bijlagen

Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk

In het verdiepingshoofdstuk is per productartikel een meerjarige begrotingsmutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.

Tabel 43 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid (bedragen x € 1.000)

1 Investeren in waterveiligheid

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 artikel 1 Investeren in waterveiligheid

 

613.490

683.144

631.632

479.987

616.044

470.692

489.619

541.025

451.429

517.796

575.662

744.587

760.654

503.809

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

24.756

‒ 259.684

‒ 53.949

‒ 62.104

‒ 61.924

‒ 70.240

‒ 31.535

‒ 35.538

‒ 35.471

‒ 37.390

‒ 40.051

931

‒ 21.392

7.535

 

Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in waterveiligheid

 

638.246

423.460

577.683

417.883

554.120

400.452

458.084

505.487

415.958

480.406

535.611

745.518

739.262

511.344

459.226

Bijdrage aan mobiliteitsfonds tbv Cybersecurity

‒ 26.929

‒ 1.169

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

‒ 1.840

Desalderingen

237.308

2.932

2.289

‒ 1.662

‒ 975

18.778

29.883

37.648

37.716

38.539

38.262

40.999

‒ 797

2.732

2.484

‒ 11.520

Kasschuiven Investeren in waterveiligheid

0

30.635

15.618

‒ 11.848

15.470

‒ 4.481

‒ 37.392

‒ 41.116

‒ 41.469

‒ 53.665

‒ 24.193

‒ 23.370

‒ 2.782

‒ 2.865

181.458

 

Overboeking Kennis voor Keringen van artikel 5

6.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

         

Overboeking Rijkskanaaldijken naar uitvoering van artikel 5

181.000

 

12.000

32.000

38.000

43.000

42.000

14.000

        

Overboeking Ruimte voor de Rivier 2.0 van artikel 5

779.581

9.841

709

1.328

376

48.540

97.778

53.962

44.277

73.795

73.795

73.795

73.795

73.795

73.795

80.000

Overboeking Vervolgaanpak Klimaatadaptatie van artikel 5

38.750

  

2.500

3.150

3.500

6.800

6.800

8.000

8.000

      

Prijscompensatie 2026

193.541

622

279

22.635

21.435

18.668

19.554

12.598

12.588

12.166

12.166

12.166

12.166

12.166

12.166

12.166

Diverse kleinere boekingen

1.446

2.140

612

232

587

475

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

‒ 260

Mutaties Miljoenennota 2027

 

46.001

30.667

44.345

77.203

127.640

157.523

81.792

59.012

76.735

97.930

101.490

80.282

83.728

267.803

78.546

Stand Ontwerpbegroting 2027 Investeren in waterveiligheid

 

684.247

454.127

622.028

495.086

681.760

557.975

539.876

564.499

492.693

578.336

637.101

825.800

822.990

779.147

537.772

                 
                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 01.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

 

166.339

145.047

183.885

189.849

193.317

213.898

215.462

199.490

224.246

198.498

204.292

194.065

195.597

189.807

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

24.305

22.081

‒ 17.863

‒ 3.046

‒ 19.458

‒ 38.409

‒ 37.990

‒ 38.059

‒ 38.893

‒ 38.583

‒ 41.574

1.935

‒ 1.630

1.530

 

Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

 

190.644

167.128

166.022

186.803

173.859

175.489

177.472

161.431

185.353

159.915

162.718

196.000

193.967

191.337

211.540

Desalderingen

237.308

2.932

2.289

‒ 1.662

‒ 975

18.778

29.883

37.648

37.716

38.539

38.262

40.999

‒ 797

2.732

2.484

‒ 11.520

Eindafrekening RVO 2025

45

45

              

Kasschuiven Investeren in waterveiligheid

0

‒ 17.873

‒ 10.325

16.576

3.873

 

7.749

         

Prijscompensatie 2026

79.785

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

5.319

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 9.577

‒ 2.717

20.233

8.217

24.097

42.951

42.967

43.035

43.858

43.581

46.318

4.522

8.051

7.803

‒ 6.201

Stand Ontwerpbegroting 2027 Ontvangsten Investeren in waterveiligheid

 

181.067

164.411

186.255

195.020

197.956

218.440

220.439

204.466

229.211

203.496

209.036

200.522

202.018

199.140

205.339

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.

Desalderingen

De ontvangsten en uitgaven worden verhoogd met € 237,3 miljoen. Dit betreft een correctie van de ontvangsten/uitgaven HWBP die in de 1e suppletoire wet 2026 abusievelijk verlaagd zijn.

Kasschuiven

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst.

Rijkskanaaldijken

Om de regionale keringen in beheer bij het Rijk te laten voldoen aan de in het Waterbesluit opgenomen normen is in het Deltafonds een beleidsreservering opgenomen van € 181 miljoen. Rijkswaterstaat heeft op basis van de toetsresultaten een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de versterkingsopgave voor de afgekeurde regionale Rijkskeringen tot 2032. Er wordt gestart met de eerste (voor-)verkenningen voor Amsterdam-Rijnkanaal Noord, Wilhelminakanaal, Noordervaart, Zuid-Willemsvaart en de A2-keringen. Daarnaast worden de definitieve oplossingen getroffen voor het Betuwepand (deel van het Amsterdam-Rijnkanaal).Daar het programma in uitvoering is genomen wordt de beleidsreservering overgeboekt naar het artikel waar de realisatie wordt verantwoord.

Ruimte voor de Rivier 2.0

Het programma RvdR2.0 heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van beleidskeuzes voor een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied ten behoeve van de vijf rivierfuncties: veilige waterafvoer, bevaarbaarheid, zoetwatervoorziening, natuur en ecologie en ruimtelijke economische ontwikkeling. Om de uitvoering mogelijk te maken worden met deze mutatie de gereserveerde middelen overgeboekt naar het uitvoeringsartikel.

Vervolgaanpak Klimaatadaptatie

Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel een klimaatbestendige inrichting van Nederland in 2050. Het DPRA netwerk is belangrijk voor de doorwerking van water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening. Het huidige budget hiervoor loopt af in de jaren 2027-2029. Met deze mutatie wordt het budget doorgetrokken tot 2035.

Kennis voor keringen

Deze mutatie betreft extra middelen voor Kennis voor Keringen om vanuit beleid en de wettelijke taken van de minister sturing en invloed te blijven houden en te kunnen inspelen op hiaten en vragen vanuit de praktijk in het waterveiligheidsdomein.

Bijdrage naar mobiliteitsfonds tbv Cybersecurity

Ter financiering van de kosten cybersecurity wordt t/m 2024 een bedrag van € -26,9 miljoen, waarvan € -1,2 miljoen in 2026 overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds artikel 12 Hoofdwegennet. Na 2040 betreft deze mutatie een structureel vedrag van € -1,8 miljoen per jaar.

Tabel 44 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening (bedragen x € 1.000)

2 Investeren in zoetwatervoorziening

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

 

58.406

57.566

46.081

2.731

14

267

267

267

267

267

267

267

267

267

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

9.035

‒ 6.271

6.123

10.472

3.704

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in zoetwatervoorziening

 

67.441

51.295

52.204

13.203

3.718

267

267

267

267

267

267

267

267

267

267

Kasschuiven Investeren iin zoetwatervoorziening

0

‒ 19.921

‒ 4.612

23.550

  

983

         

Overboeking Beleidsontwikkeling Zoetwater van artikel 5

11.000

  

1.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

       

Prijscompensatie 2026

277

277

              

Diverse kleinere boekingen

2.288

‒ 1.267

‒ 1.399

2.403

1.086

749

653

7

7

7

7

7

7

7

7

7

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 20.911

‒ 6.011

26.953

3.086

2.749

3.636

2.007

2.007

7

7

7

7

7

7

7

Stand Ontwerpbegroting 2027 Investeren in zoetwatervoorziening

 

46.530

45.284

79.157

16.289

6.467

3.903

2.274

2.274

274

274

274

274

274

274

274

                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 02.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoorzieningen

                

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in zoetwatervoorziening

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.

Beleidsontwikkeling Zoetwater

De middelen dienen ter financiering van zoetwatermaatregelen, onderdeel van het Deltaplan Zoetwater. De maatregelen zijn gericht om Nederland uiterlijk in 2050 weerbaar te maken tegen droogte en watertekorten. De middelen worden ingezet voor onder meer:

  • Regionale maatregelen via tijdelijke regeling Zoetwater voor het maximaal vergroten van de beschikbaarheid;

  • Slim Watermanagement. Het optimaliseren van de regionale wateraanvoer en het flexibeler inzetten van het hoofdwatersysteem;

  • Onderzoekopdrachten en analyse. Het onderzoeken en inzetten van alternatieve bronnen, zoals het opslaan van hemelwater in de bodem en het ontzilten van brak water.

Kasschuiven artikel investeren in zoetwatervoorziening

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel betreft de kasschuif met name het Deltaprogramma Zoetwater.

Tabel 45 Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing (bedragen x € 1.000)

3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

                 

Ontwerpbegroting 2026 artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

 

486.928

472.855

513.297

520.010

457.457

570.718

667.901

641.965

666.411

674.114

674.620

679.788

679.786

630.511

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

‒ 6.562

104.021

89

62

59

152

153

152

152

52

0

0

0

0

 
                 

Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

 

480.366

576.876

513.386

520.072

457.516

570.870

668.054

642.117

666.563

674.166

674.620

679.788

679.786

630.511

620.181

Overboeking Verambtelijking Wet DBA naar artikel 5

‒ 24.729

‒ 1.803

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.904

‒ 1.158

‒ 1.158

‒ 1.158

‒ 1.158

‒ 1.158

AP Instandhouding

155.179

     

155.179

         

Prijscompensatie 2026

252.044

13.645

16.371

14.144

14.269

12.366

15.861

18.560

17.840

18.578

18.807

18.820

18.973

18.974

17.605

17.231

Diverse kleinere boekingen

‒ 4.307

‒ 1.907

‒ 450

‒ 450

‒ 750

‒ 750

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2027

 

9.935

14.017

11.790

11.615

9.712

169.136

16.656

15.936

16.674

16.903

17.662

17.815

17.816

16.447

16.073

Stand Ontwerpbegroting 2027 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

 

490.301

590.893

525.176

531.687

467.228

740.006

684.710

658.053

683.237

691.069

692.282

697.603

697.602

646.958

636.254

Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing

Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.

Verambtelijking Wet DBA

In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossier verambtelijkt. Betreft mutatie naar intern kosten beheer en onderhoud.

AP Instandhouding

In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het DF betreft dit € 155 miljoen. Dit bedrag gaat naar RWS ten behoeve het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 55 miljoen) en Vernieuwing (€ 100 miljoen).

Tabel 46 Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet (bedragen x € 1.000)

4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

 

90.242

86.572

61.311

61.525

61.060

59.891

59.771

62.705

62.761

59.905

59.412

56.386

35.120

53.117

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

967

‒ 8.238

5.124

3.590

4.369

31.193

‒ 6.289

‒ 2.814

‒ 3.715

‒ 1.486

‒ 1.816

711

19.469

21.250

 

Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Experimenteren cf. art. III Deltawet

 

91.209

78.334

66.435

65.115

65.429

91.084

53.482

59.891

59.046

58.419

57.596

57.097

54.589

74.367

52.533

Kasschuiven Experimenten cf. art. III Deltawet

0

1.186

‒ 1.186

             

Overboeking financiering de Vlieter van artikel 1

89

89

              

Prijscompensatie 2026

16.344

1.514

1.300

1.103

1.081

1.086

1.512

888

994

980

970

956

948

906

1.234

872

Mutaties Miljoenennota 2027

 

2.789

114

1.103

1.081

1.086

1.512

888

994

980

970

956

948

906

1.234

872

Stand Ontwerpbegroting 2027 Experimenteren cf. art. III Deltawet

 

93.998

78.448

67.538

66.196

66.515

92.596

54.370

60.885

60.026

59.389

58.552

58.045

55.495

75.601

53.405

Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet

Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.

Kasschuiven artikel Experimenteren cf. art. III Deltawet

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel is een kasschuif noodzakelijk vanwege aanvullende kosten bij de Vlieter 0+ variant. oa. door een wisseling van opdrachtgever en de noodzaak voor een zwaardere constructie dan eerder aangenomen. Meerkosten worden gefinancierd uit risicoreservering DBFM Afsluidijk.

Tabel 47 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven (bedragen x € 1.000)

5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

 

421.434

446.095

496.591

482.054

558.703

771.885

643.492

614.195

719.351

716.351

714.192

527.475

525.430

771.622

 

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

29.689

4.418

36.168

57.412

32.785

4.558

2.541

2.649

2.242

3.547

4.361

4.266

4.128

‒ 24.012

 

Uitgavenstand ontwerpbegroting 2026 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

 

451.123

450.513

532.759

539.466

591.488

776.443

646.033

616.844

721.593

719.898

718.553

531.741

529.558

747.610

854.643

AP middelen Transitie Duurzaame energie op zee

37.640

1.290

2.130

2.960

2.980

2.960

2.840

2.750

2.580

2.420

2.580

2.620

2.410

2.200

2.490

2.430

CA Efficiency taakstelling

23.796

 

666

1.301

1.589

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst

41.032

   

1.465

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

3.597

CA Efficiency taakstelling aanvullend

‒ 119.000

     

‒ 2.975

‒ 5.950

‒ 8.925

‒ 11.900

‒ 14.875

‒ 14.875

‒ 14.875

‒ 14.875

‒ 14.875

‒ 14.875

CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst aanvullend

‒ 6.002

  

‒ 2.977

‒ 3.025

           

EZ/KGG: programma NoZ RWS en beheertaken Energie

66.013

 

2.990

4.879

4.820

4.583

5.427

5.361

4.749

4.749

4.749

4.749

4.749

4.736

4.736

4.736

Kasschuiven: Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

0

‒ 27.811

‒ 34.812

9.199

  

45.422

41.116

41.469

53.665

24.193

23.370

2.782

2.865

‒ 181.458

 

Looncompensatie 2026

10.131

731

709

695

692

681

676

676

658

658

658

658

660

658

658

663

Overboeking Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit naar artikel 7

‒ 26.400

  

‒ 3.000

‒ 4.000

‒ 4.000

‒ 5.000

‒ 5.100

‒ 5.300

       

Overboeking Beleidsontwikkeling Zoetwater naar artikel 2

‒ 11.000

  

‒ 1.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

‒ 2.000

       

Overboeking Kennis voor Keringen naar artikel 1

‒ 6.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

         

Overboeking KRW naar artkel 7

‒ 143.100

 

‒ 6.750

‒ 42.500

‒ 63.514

‒ 30.336

          

Overboeking PAGW naar uitvoering naar artikel 7

‒ 59.700

        

‒ 59.700

      

Overboeking Rijkskanaaldijken naar uitvoering naar artikel 1

‒ 181.000

 

‒ 12.000

‒ 32.000

‒ 38.000

‒ 43.000

‒ 42.000

‒ 14.000

        

Overboeking Ruimte voor de Rivier 2.0 naar artikel 1

‒ 779.581

‒ 9.841

‒ 709

‒ 1.328

‒ 376

‒ 48.540

‒ 97.778

‒ 53.962

‒ 44.277

‒ 73.795

‒ 73.795

‒ 73.795

‒ 73.795

‒ 73.795

‒ 73.795

‒ 80.000

Overboeking Verambtelijking Wet DBA van artikel 3

24.729

1.803

1.904

1.904

1.904

1.904

1.904

1.904

1.904

1.904

1.904

1.158

1.158

1.158

1.158

1.158

Overboeking Vervolgaanpak Klimaatadaptatie naar artikel 1

‒ 38.750

  

‒ 2.500

‒ 3.150

‒ 3.500

‒ 6.800

‒ 6.800

‒ 8.000

‒ 8.000

      

Prijscompensatie 2026

‒ 426.678

‒ 19.110

‒ 25.598

‒ 40.270

‒ 36.758

‒ 30.676

‒ 33.770

‒ 28.581

‒ 27.627

‒ 26.815

‒ 26.648

‒ 26.639

‒ 26.784

‒ 26.740

‒ 25.699

‒ 24.963

Diverse kleinere boekingen

1.923

15

1.770

585

288

‒ 735

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 53.923

‒ 70.700

‒ 105.052

‒ 138.085

‒ 148.222

‒ 129.617

‒ 59.149

‒ 39.332

‒ 111.377

‒ 75.797

‒ 77.317

‒ 98.258

‒ 98.356

‒ 281.348

‒ 105.414

Stand Ontwerpbegroting 2027 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

 

397.200

379.813

427.707

401.381

443.266

646.826

586.884

577.512

610.216

644.101

641.236

433.483

431.202

466.262

749.229

                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 05.10 Saldo afgesloten rekeningen

                

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

‒ 159.602

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 
                 

Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Saldo afgesloten rekeningen

 

‒ 159.602

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Mutaties Miljoenennota 2027

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand Ontwerpbegroting 2027 Saldo afgesloten rekeningen

 

‒ 159.602

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Loon- en prijsbijstelling 2026

Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2026.

Rijkskanaaldijken

Om de regionale keringen in beheer bij het Rijk te laten voldoen aan de in het Waterbesluit opgenomen normen is in het Deltafonds een beleidsreservering opgenomen van € 181 miljoen. Rijkswaterstaat heeft op basis van de toetsresultaten een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de versterkingsopgave voor de afgekeurde regionale Rijkskeringen tot 2032. Er wordt gestart met de eerste (voor-)verkenningen voor Amsterdam-Rijnkanaal Noord, Wilhelminakanaal, Noordervaart, Zuid-Willemsvaart en de A2-keringen. Daarnaast worden de definitieve oplossingen getroffen voor het Betuwepand (deel van het Amsterdam-Rijnkanaal).Daar het programma in uitvoering is genomen wordt de beleidsreservering overgeboekt naar het artikel waar de realisatie wordt verantwoord.

CA Efficiency taakstelling/CA Taakstelling vernieuwing rijksdienst

In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de grondslag van FIN verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen. Hiervoor hebben overboekingen plaats moeten vinden van HXII naar het DF oplopend tot € 5,4 miljoen structureel.

CA Efficiency taakstelling/CA Taakstelling vernieuwing rijksdienst aanvullend

De in het regeerakkoord van Jette-1 Efficiencytaakstelling en de Taakstelling Vernieuwing Rijksdiensten, beide verwerkt in de Voorjaarsnota 2026, worden verhoogd. De efficiencytaakstelling wordt verhoogd met € -3 miljoen in 2031 oplopend naar structureel € -15,0 miljoen in 2035. De taakstelling vernieuwing Rijksdiensten wordt voor de jaren 2028 en 2029 verhoogd met € -3,0 miljoen per jaar.

AP middelen Transitie Duurzame energie op zee

De mutatie betreft het opvragen van de Algemene Post middelen voor de transitie naar duurzame energie-inpassing op zee. Dit betreft het RWS Programma Netten op Zee (vanaf 2026 structureel), compensatiekosten zandwinning door RWS (vanaf 2037 structureel) en de RWS Beheertaken Energie op Zee (vanaf 2035 structureel).

EZ/KGG Programma NoZ RWS en beheertaken energie

Dit betreft een overheveling van vanuit EZ/KGG voor de financiering van beleidsondersteunende taken (€ 1,275 miljoen structureel), EMV onderzoek programma Noordzee (€ 0,3 miljoen tijdelijk) Programma Noordzee RWS (€ 1,626 miljoen structureel) en Beheertaken Energie op Zee RWS (€ 2,023 miljoen structureel).

Vervolgaanpak Klimaatadaptatie

Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel een klimaatbestendige inrichting van Nederland in 2050. Het DPRA netwerk is belangrijk voor de doorwerking van water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening. Het huidige budget hiervoor loopt af in de jaren 2027-2029. Met deze mutatie wordt het budget doorgetrokken tot 2035.

Kennis voor keringen

Deze mutatie betreft extra middelen voor Kennis voor Keringen om vanuit beleid en de wettelijke taken van de minister sturing en invloed te blijven houden en te kunnen inspelen op hiaten en vragen vanuit de praktijk in het waterveiligheidsdomein.

Beleidsontwikkeling Zoetwater

De middelen dienen ter financiering van zoetwatermaatregelen, onderdeel van het Deltaplan Zoetwater. De maatregelen zijn gericht om Nederland uiterlijk in 2050 weerbaar te maken tegen droogte en watertekorten. De middelen worden ingezet voor onder meer:

  • Regionale maatregelen via tijdelijke regeling Zoetwater voor het maximaal vergroten van de beschikbaarheid;

  • Slim Watermanagement. Het optimaliseren van de regionale wateraanvoer en het flexibeler inzetten van het hoofdwatersysteem;

  • Onderzoekopdrachten en analyse. Het onderzoeken en inzetten van alternatieve bronnen, zoals het opslaan van hemelwater in de bodem en het ontzilten van brak water.

Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit

Dit betreft financiering om de wettelijke en maatschappelijke taken en het beleid op het gebied van waterkwaliteit te kunnen blijven uitvoeren. De middelen worden beschikbaar gesteld ter financiering van onder meer:

  • De realisatie van de doelen van de KRW. Maatregelen die bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen;

  • Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, opkomende stoffen en het terugdringen van de invloed van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen op het oppervlaktewater.

PAGW

PAGW levert daarmee ook de noodzakelijke uitgangssituatie voor de realisatie van de wettelijke opgaven voor ecologische waterkwaliteit (KRW) en natuur (N2000). Het programma heeft een doorlooptijd tot en met 2050. Met deze mutatie wordt perspectief gehouden op het project Getij Grevelingen door in 2034 een reservering te maken op het PAGW-budget.

Verambtelijking Wet DBA

In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossier verambtelijkt. Betreft mutatie naar intern kosten beheer en onderhoud.

EZ/KGG: Programma NoZ RWS en beheertaken energie

Dit betreft een overheveling van vanuit EZ/KGG voor de financiering van beleidsondersteunende taken DGWB (€ 1,275 miljoen structureel). EMV onderzoek programma Noordzee RWS (€ 0,3 miljoen tijdelijk) Programma Noordzee RWS (€ 1,626 miljoen structureel) en Beheertaken Energie op Zee RWS (€ 2,023 miljoen structureel).

KRW

Aan het KRW programma wordt € 143,1 miljoen toegevoegd. Met deze middelen, overgeboekt vanuit de investeringsruimte, wordt de budgetspanning op dit programma verlicht.

Ruimte voor de Rivier 2.0

Het programma RvdR2.0 heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van beleidskeuzes voor een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied ten behoeve van de vijf rivierfuncties: veilige waterafvoer, bevaarbaarheid, zoetwatervoorziening, natuur en ecologie en ruimtelijke economische ontwikkeling. Om de uitvoering mogelijk te maken worden met deze mutatie de gereserveerde middelen overgeboekt naar het uitvoeringsartikel.

Kasschuiven artikel Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel betreft de kasschuif met name de investeringsruimte, waarbij gelden uit 2039 naar voren worden gehaald.

Tabel 48 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit (bedragen x € 1.000)

7 Investeren in waterkwaliteit

Totaal mutatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Ontwerpbegroting 2026 artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

 

253.564

471.915

184.034

212.151

108.162

54.843

67.801

55.198

15.004

789

552

552

446

446

446

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

72.479

11.613

14.036

‒ 234

5.356

‒ 57

‒ 862

‒ 152

‒ 152

‒ 52

0

0

0

0

 

Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in waterkwaliteit

 

326.043

483.528

198.070

211.917

113.518

54.786

66.939

55.046

14.852

737

552

552

446

446

446

Kasschuiven: Investeren in waterkwaliteit

0

‒ 1.962

14.667

‒ 4.325

‒ 11.597

4.481

‒ 1.264

         

Overboeking KRW van artkel 5

143.100

 

6.750

42.500

63.514

30.336

          

Overboeking Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit van artikel 5

26.400

  

3.000

4.000

4.000

5.000

5.100

5.300

       

Overboeking PAGW naar uitvoering van artikel 5

59.700

        

59.700

      

Prijscompensatie 2026

39.315

8.449

12.901

5.304

4.206

3.126

1.509

1.847

1.517

403

17

9

9

6

6

6

Diverse kleinere boekingen

‒ 1.681

1.222

‒ 915

‒ 965

‒ 1.023

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2027

 

7.709

33.403

45.514

59.100

41.943

5.245

6.947

6.817

60.103

17

9

9

6

6

6

Stand Ontwerpbegroting 2027 Investeren in waterkwaliteit

 

333.752

516.931

243.584

271.017

155.461

60.031

73.886

61.863

74.955

754

561

561

452

452

452

                 
                 

Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 07.09 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit

 

225

              

Mutaties Voorjaarsnota 2026

 

959

3.600

1.255

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 
                 

Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in waterkwaliteit

 

1.184

3.600

1.255

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Desalderingen

‒ 135

‒ 135

              

Mutaties Miljoenennota 2027

 

‒ 135

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand Ontwerpbegroting 2027 Ontvangsten Investeren in waterkwaliteit

 

1.049

3.600

1.255

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit

Prijsbijstelling 2026

Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.

Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit

Dit betreft financiering om de wettelijke en maatschappelijke taken en het beleid op het gebied van waterkwaliteit te kunnen blijven uitvoeren. De middelen worden beschikbaar gesteld ter financiering van onder meer:

  • De realisatie van de doelen van de KRW. Maatregelen die bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen;

  • Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, opkomende stoffen en het terugdringen van de invloed van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen op het oppervlaktewater.

Grevelingen

Deze mutatie betreft de verhoging van het projectbudget Getij Grevelingen met name een herallocatie van middelen (€ 59,7 miljoen) binnen het Deltafonds ten behoeve van de projecten Getijdenmaas en de aanleg van ooibos in de Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden.

Kasschuiven artikel Investeren in waterkwaliteit

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel betreft de kasschuif met name het programma Stoffen en Waterketen, DAW en PAGW.

KRW

Aan het KRW programma wordt € 143,1 miljoen toegevoegd. Met deze middelen, overgeboekt vanuit de investeringsruimte, wordt de budgetspanning op dit programma verlicht.

Bijlage 2: Overzicht Hoogwaterbeschermingsprogramma

Tabel 49

Oorspronkelijke financiering

           

Bijdragen

 

Totaal

t/m 2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2040

Waterschappen

Totaal

251

251

0

0

0

0

0

0

0

0

Spoedwet

HWBP-2

239

239

0

0

0

0

0

0

0

0

 

HWBP

4

4

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige bijdrage

HWBP-2

8

8

0

0

0

0

0

0

0

0

Rijk

Totaal

1.055

1.055

0

0

0

0

0

0

0

0

Oorspronkelijke financiering

HWBP-2

1.007

1.007

0

0

0

0

0

0

0

0

 

HWBP

49

49

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal bijdragen oorspronkelijke financiering

 

1.307

1.307

0

0

0

0

0

0

0

0

            

Bestuursakkoord Water

           

Bijdragen

 

Totaal

t/m 2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2040

Waterschappen

Totaal (50%)

6.097

2.172

237

246

246

246

246

246

246

2.213

 

HWBP-2

799

799

0

0

0

0

0

0

0

0

 

HWBP

4.308

1.128

166

179

164

186

195

198

218

1.874

 

Projectgebonden aandeel (10%)

989

245

71

67

82

60

51

48

27

340

Rijk

Totaal (50%)

6.097

1.864

603

491

607

533

288

258

53

1.401

 

HWBP-2

859

556

112

23

11

157

0

0

0

0

 

HWBP

5.239

1.308

491

468

596

375

288

258

53

1.401

Rijksbijdrage Rijkskeringen HWBP

 

780

71

20

22

49

21

83

101

54

359

Totaal bijdragen Bestuursakkoord Water

 

12.974

4.107

859

759

902

799

616

605

354

3.973

            

Totaal bijdragen

 

14.281

5.414

859

759

902

799

616

605

354

3.973

            

Gezamenlijke uitgaven Rijk en Waterschappen

           

Uitgaven

 

Totaal

t/m 2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2040

HWBP-2

Totaal

2.679

2.381

111

22

11

155

0

0

0

0

 

Waterschapsprojecten

2.679

2.381

111

22

11

155

0

0

0

0

HWBP

Totaal (100%)

10.513

2.705

725

711

839

618

531

501

296

3.588

 

Waterschapsprojecten

8.808

2.187

639

546

735

512

458

432

247

3.051

 

Budgetoverheveling rivierverruiming

98

14

0

54

0

25

0

0

0

5

 

Programmabureau

228

61

7

14

10

10

10

10

10

94

 

Innovatie

358

184

7

26

10

10

10

10

10

90

 

HWBP: opleidingen nieuwe normering en MIRT bijdrage

32

14

1

4

2

1

1

1

1

7

 

Projectgebonden aandeel (10%)

989

245

71

67

82

60

51

48

27

340

Totaal gezamenlijke uitgaven Rijk en Waterschappen

 

13.192

5.086

836

732

849

773

531

501

296

3.588

            

Uitgaven Rijk

           

Uitgaven

 

Totaal

t/m 2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032-2040

HWBP-2

Totaal

234

229

1

1

0

3

0

0

0

0

 

Rijksprojecten

170

168

0

1

0

0

0

0

0

0

 

Interne kosten

24

24

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Programmabureau

40

37

0

0

0

3

0

0

0

0

HWBP

Totaal

855

99

23

25

52

24

86

104

57

386

 

Rijksprojecten

780

71

20

22

49

21

83

101

54

359

 

Interne kosten

76

27

4

3

3

3

3

3

3

27

Totaal uitgaven Rijk

 

1.089

328

24

26

53

26

86

104

57

386

            

Totaal uitgaven

 

14.281

5.414

859

759

902

799

616

605

354

3.973

Toelichting bij het extracomptabele overzicht voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma

Conform het wetsvoorstel doelmatigheid en bekostiging Hoogwaterbescherming wordt in de jaarlijkse begroting en verantwoording van het Deltafonds een extra-comptabel overzicht opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de bijdragen van het Rijk en waterschappen zich verhouden tot de uitgaven van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor een nadere toelichting op de bekostigingssystematiek van het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt verwezen naar de memorie van toelichting van het voornoemde wetsvoorstel. Het extracomptabele overzicht is als volgt opgebouwd:

De ontvangsten en bijdragen van de waterschappen respectievelijk het Rijk.

1. De bijdrage van de waterschappen bestaat uit de volgende drie elementen.

  • De jaarlijkse bijdragen van de waterschappen in de periode 2011–2013 aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma die voortvloeien uit de Spoedwet.

  • De bijdragen die voortvloeien uit het Bestuursakkoord Water: totaal € 131 miljoen in 2014 en jaarlijks € 181 miljoen vanaf 2015. Vanaf 2016 worden deze bedragen geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën. De bijdragen van de waterschappen bestaan uit een projectgebonden aandeel voor het HWBP dat door de betreffende beheerder direct wordt betaald en een solidariteitsdeel dat via het Deltafonds wordt verevend. Het projectgebonden aandeel bedraagt 10% van de (bruto) begrote uitgaven voor waterschapsprojecten binnen het HWBP.

  • Incidentele ontvangsten bijvoorbeeld in het kader van de eindafrekening van projecten.

2. De bijdrage van het Rijk bestaat uit de volgende drie elementen:

  • De bijdrage van het Rijk zoals vastgelegd in de bijlage van het Bestuursakkoord Water (nadere toelichting op het onderdeel «Financiering van een beheersbaar programma voor de waterkeringen» van het Bestuursakkoord Water), uitgaande van het toen beschikbare budget binnen de Rijksbegroting voor het Hoogwaterschermingsprogramma.

  • De bijdragen die voortvloeien uit het Bestuursakkoord Water: € 131 miljoen in 2014 en € 181 miljoen vanaf 2015. Vanaf 2016 worden deze bedragen geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën, geïndexeerd met terugwerkende kracht ten opzichte van het prijspeil 2011. Het jaarbedrag prijspeil 2026 bedraagt € 246 miljoen (inclusief project gebonden aandeel).

  • De bijdrage van het Rijk aan de maatregelen voor rijkskeringen.

De uitgaven voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma

De uitgaven ten behoeve van hoogwaterbeschermingsmaatregelen bestaan uit:

  • Waterschapsprojecten: de subsidies (Lees: bij HWBP 100 respectievelijk 90% van de kosten van een sober en doelmatig ontwerp) voor versterkingen van primaire keringen in beheer van de waterschappen.

  • Rijksprojecten: de kosten van versterkingen van primaire keringen in beheer van het Rijk. Deze uitgaven komen voor wat betreft het HWBP volledig ten laste van het Rijk

  • Programmabureau: de kosten van het programmabureau.

  • Het projectgebonden aandeel van 10%: wordt door de betreffende beheerder zelf direct betaald.

  • De interne kosten hebben betrekking op de kosten van de inzet van Rijkswaterstaat-medewerkers binnen de programmabureaus en maken voor de bekostigingssystematiek geen deel uit van de programmabudgetten. Deze kosten vallen onder de 50/50 verdeling en zijn daarom afzonderlijk weergegeven.

  • Innovatie: Betreft innovaties waaronder de projectoverstijgende verkenningen. Deze kosten vallen onder de 50/50 verdeling. De subsidie beschikking betreft hier 100% bijdrage.

De uitgaven die vallen onder a), c) en f) worden door Rijk en waterschappen voor ieder de helft bekostigd.

De kasschuiven die voortvloeien uit de verschillen tussen de geraamde en begrote uitgaven.

De ontvangsten van de waterschappen vormen een deel van de uitgaven voor het HWBP. Het andere deel wordt bekostigd door het Rijk. De uitgaven van het HWBP in de begroting wordt in een bepaald uitgaventempo geraamd. Deze kasplanning komt tot stand op basis van de planningen van de diverse projecten, ingediend door de waterschappen (en RWS). Indien de daadwerkelijke uitgaven afwijken van de geraamde uitgaven of planningen van projecten wijzigen worden de uitgavenbudgetten aangepast door middel van kasschuiven binnen de kaders van de IenW-begroting.

Bijlage 3: Instandhouding

Onze infrastructuurnetwerken behoren tot de ruggengraat van onze samenleving. Ze beschermen ons tegen het water, zorgen ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en dragen bij aan de economische ontwikkeling van ons land. Dat goederen en diensten kunnen worden vervoerd en dat Nederland in verbinding staat met de rest van de wereld. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat werken dagelijks aan de ontwikkeling en de instandhouding hiervan.

De realiteit is dat onze infrastructuur veroudert. Veel bruggen, tunnels, sluizen en viaducten zijn gebouwd in de jaren 50 en 60, naderen het einde van de levensduur of hebben deze al overschreden. Bovendien worden onze wegen en vaarwegen intensiever belast met steeds meer en zwaarder verkeer. Instandhouding is onmisbaar om onze netwerken veilig en beschikbaar te houden. Het coalitieakkoord en de recente beleidsbrieven onderstrepen nadrukkelijk het belang van instandhouding. In deze bijlage wordt voor zowel Rijkswaterstaat (RWS) als ProRail ingegaan op de werkwijze voor instandhouding en welke prestatieafspraken en beschikbare middelen tot en met 2040 hieraan gekoppeld zijn.

Instandhouding van de netwerken

Een goede instandhouding van de netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden, borgen het kerndepartement en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus. De netwerken worden, naast het intensieve gebruik, gekenmerkt door inpassing in een sterk verstedelijkte delta. Daardoor omvatten de netwerken diverse uiteenlopende voorzieningen als beweegbare bruggen, tunnels, op- en afritten, geluidschermen, sluizen en stormvloedkeringen. Deze elementen zorgen voor netwerken met een hoog serviceniveau, maar ook voor een grote instandhoudingsopgave. Figuren 7 t/m 10 illustreren de omvang van de vier netwerken.

Figuur 7 Netwerken RWS: Hoofdwegennet

Figuur 8 Netwerken RWS: Hoofdvaarwegennet

Figuur 9 Netwerken RWS: Hoofdwatersysteem

Figuur 10 Netwerk ProRail: Hoofdspoorweginfrastructuur

Scope van instandhouding

Bij instandhouding gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur. De begrippen die hierbij in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden gehanteerd zijn: exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de infrastructuur:

  • Tot het domein van de exploitatie behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding, capaciteitsmanagement, incidentmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;

  • Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;

  • Vernieuwing is gericht op het beginnen van een nieuwe levenscyclus van een object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object. Bij vernieuwing gaat het expliciet om een-op-een vernieuwing. Het betreft dus niet activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies, aanleg van nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).

1. Netwerken Rijkswaterstaat

Werkwijze instandhouding

Exploitatie en onderhoud

Rijkswaterstaat benadert de exploitatie- en onderhoudsopgaven door rekening te houden met de volledige levenscyclus van de infrastructuur. Als eenmaal wordt besloten tot de ontwikkeling van infrastructuur, is op basis van ervaring al bekend wat voor instandhoudingswerkzaamheden aan de diverse objecten gemiddeld per jaar nodig zijn. Dit is vastgelegd in de instandhoudingsregimes. De instandhoudingsregimes, die de jaarlijkse onderhoudsbehoefte per object vastleggen, vormen de basis voor de programmering van werkzaamheden.

Middels een jaarlijkse programmeringscyclus werkt RWS de instandhoudingsopgave uit in een programmering en planning van werkzaamheden voor de komende jaren. Dit betreft een voortrollende programmering. Elk jaar wordt de programmering geactualiseerd en een jaar verder uitgewerkt op basis van de meest actuele inzichten en ontwikkelingen in de instandhoudingsopgave. Zo kan het voorkomen dat een bepaald schadebeeld of een ongeplande gebeurtenis vraagt om tussentijds ingrijpen, zoals het plaatsen van ondersteuningsconstructies als gevolg van tand-nok problematiek bij bruggen en viaducten1 of het uitvoeren van herstelwerkzaamheden als gevolg van scheepsaanvaringen met bruggen. Tussentijdse maatregelen die niet in de totale programmering kunnen worden ingepast, krijgen dan prioriteit boven reeds geprogrammeerde maatregelen. Het onderhoud dat als gevolg daarvan wordt uitgesteld, dient vervolgens opnieuw een plek te krijgen in de instandhoudingsprogrammering.

Afstemming van de programmering met de medeoverheden en ProRail om hinder te beperken en meekoppelkansen te identificeren, is een integraal onderdeel van de programmeringscyclus. Op basis van het Life Cycle Costing (LCC) principe streeft Rijkswaterstaat naar de laagst mogelijke kosten over de gehele levenscyclus van de infrastructuur, met zo min mogelijk verstoringen en hinder voor de gebruikers. Dit doet RWS onder andere door FIT testen uit te voeren. Een FIT test laat zien of het object inclusief de industriële automatisering werkt. In 2024 zijn 155 testen uitgevoerd. De doelstelling is dit niveau vast te houden.

Vernieuwing

De objecten en onderdelen zoals sluizen, bruggen en tunnels, hebben een beperkte levensduur en dienen aan het eind hiervan te worden vernieuwd. Door grootschalige aanleg, met name vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, en het intensievere gebruik is er sprake van een flinke vernieuwingsopgave.

Om de veiligheid en beschikbaarheid van de netwerken op lange termijn te borgen, worden objecten en onderdelen vernieuwd. Deze vernieuwingsopgave wordt voor alle netwerken en onderdelen in kaart gebracht. Allereerst wordt op basis van het ontwerp ingeschat wanneer vernieuwing aan de orde zal zijn. Daarnaast worden de objecten onderworpen aan inspecties en berekeningen. Dit leidt tot het inzicht in, en een prognose van, een termijn van vijf tot vijftien jaar waarin vernieuwing nodig is. Zo worden, steeds vooruitkijkend, objecten en onderdelen geïdentificeerd waarvoor een planfase wordt gestart. In de planfase wordt de uiteindelijke opgave vastgesteld en daarna volgt een definitief besluit over de aanpak van het betreffende object. Dit kabinet heeft als doel gesteld om tot 2030 tenminste 5 tunnels en 17 bruggen aan te pakken. Dit wordt meegenomen in het Programma Vernieuwing. Het Programma Vernieuwing kent een technische aanleiding, namelijk het einde van de technische levensduur van onderdelen en objecten. Een-op-een vernieuwing is binnen vernieuwing het uitgangspunt, waarbij er geen aanvullende wensen of functionaliteiten worden toegevoegd. Omdat het echter gaat om relatief grote ingrepen in het netwerk, wordt waar nodig en mogelijk ook gekeken naar verstandige aanvullende investeringen in het kader van beleidsdoelstellingen als bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het primaire doel blijft echter het borgen van de beschikbaarheid en veiligheid van de Rijksnetwerken.

Basiskwaliteitsniveau en prestaties

Basiskwaliteitsniveau

Met ingang van 2024 werkt RWS op basis van meerjarige instandhoudingsopdracht met een basiskwaliteitsniveau (BKN) als uitgangspunt. In het BKN is voor de netwerken van RWS uitgewerkt waar een weg, vaarweg of waterwerk in de basis aan moet voldoen om de gebruikers en belanghebbenden goed te kunnen blijven bedienen. Een robuust mobiliteitssysteem met basale voorzieningen passend bij de functie van de verschillende netwerken. Het doel van het BKN is om in het hele land een toekomstvast fundament te bieden dat zekerheid geeft aan gebruikers en marktpartijen die betrokken zijn bij aanleg en instandhouding.

Het verouderende areaal en de groeiende instandhoudingsachterstanden vergroten echter de kans op storingen en beperkingen op de netwerken. Hierdoor komt de betrouwbaarheid van de netwerken onder druk te staan, zoals ook blijkt uit de Staat van de Infrastructuur 2024.2

Prestaties

Bij de instandhouding van de RWS-netwerken staan de prestaties die de netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van instandhoudingswerkzaamheden centraal. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en (water)veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers ervaren. Over de te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt het kerndepartement van IenW afspraken met RWS. Deze afspraken vormen de basis van de instandhoudingswerkzaamheden die door RWS jaarlijks wordt uitgevoerd. De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren.

Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het BKN worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. De overige prestatieafspraken worden nog verder in lijn gebracht met het BKN. Tot die tijd zijn de huidige prestatieafspraken uit tabel 50 van toepassing. Toelichting op de indicatoren en de gerealiseerde prestaties zijn te vinden in de Instandhoudingsbijlage bij het Jaarverslag.

Tabel 50 Indicatoren netwerken RWS

Indicator

Streefwaarde1

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

      

Hoofdwegennet

     

Beschikbaarheid

     

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

98%

99%

99%

98%

Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud

10%

3%

4%

7%

9%

Levering verkeersgegevens

     

Beschikbaarheid data voor derden

90%

93%

91%

91%

92%

Veiligheid

     

Voldoen aan norm voor verhardingen

99,7%

99,7%

99,6%

99,4%

99,7%

Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding

95%

99%

99%

99%

100%

      

Hoofdvaarwegennet

     

Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid

     

Stremmingen gepland onderhoud

0,8%

0,9%

0,6%

0,7%

1,1%

Stremmingen ongepland onderhoud

0,2%

2,4%

1,2%

1,2%

0,7%

Tijdig melden ongeplande stremmingen

97%

98%

97%

98%

97%

Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde)

     

– Toegangsgeulen

99%

100%

100%

100%

100%

– Hoofdtransportassen

90%

93%

93%

96%

96%

– Hoofdvaarwegen

85%

82%

84%

83%

88%

– Overige vaarwegen

85%

83%

95%

96%

97%

Veiligheid

     

Vaarwegmarkering op orde

95%

89%

94%

96%

97%

      

Hoofdwatersysteem

     

Waterveiligheid

     

Handhaving kustlijn

90%

91%

93%

94%

94%

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

83%

100%

83%

67%

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

100%

75%

100%

100%

100%

Betrouwbaarheid informatievoorziening

95%

100%

99%

96%

97%

Voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied2

95%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

93%

Bron: RWS

     
1

In afwachting van nieuwe indicatoren en streefwaarden wordt nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de Beheer en Onderhoud (BenO) overeenkomst 2022-2023.

2

Vanaf 2025 is een streefwaarde toegevoegd voor het voldoen aan de vegetatielegger.

Vergroten productievermogen

De groeiende omvang van de instandhoudingsopgave vraagt om een verhoging van het productievermogen bij Rijkswaterstaat. Met de Kamerbrief van 17 juni 2024, is de Kamer geïnformeerd over de aanpak van IenW om het productievermogen van RWS op het gebied van instandhouding te vergroten.3 Zo heeft bij RWS een verschuiving van financiële middelen en personele capaciteit naar instandhouding plaatsgevonden, is het reeds genoemde BKN voor alle infrastructurele netwerken vastgesteld én er wordt er meerjarig gestuurd op de opgave middels een meerjarenafspraak instandhouding tot en met 2030. Dit kabinet heeft de ambitie uitgesproken dit jaar een door de infrasector gedragen plan voor productiviteitsverhoging te starten.

Het meerjarenplan instandhouding zet de aanpak voor productieverhoging verder uiteen.4 Daarbij roept het plan op tot een productieverhoging in de gehele keten. In de kern komt de aanpak neer op een omslag van projectmatig naar programmatisch werken. De aanpak houdt daarbij rekening met de hoeveelheid beschikbare arbeidskrachten en de capaciteit in de markt. Dit sluit aan op de adviezen uit het rapport ‘Instandhouding voorop!’ van de adviesgroep Ontwikkeling en Instandhouding van Infrastructuur in beheer bij IenW. Het werk wordt integraal geprogrammeerd, er wordt langjarig en efficiënt samengewerkt met de markt, er gaat meer capaciteit naar het primaire productieproces en er wordt geïnvesteerd in vakmanschap en innovatie. De schaal- en efficiëntievoordelen die door deze aanpak ontstaan, maken het mogelijk om meer werk te verzetten. Rijkswaterstaat communiceert de meerjarige programmering met de regionale partners en de inkoopplanning met de markt om de maakbaarheid te vergroten.

Maar er is meer nodig. Via de Staat van de Infrastructuur 2024 is de Kamer geïnformeerd over het feit dat de maakbaarheid bij Rijkswaterstaat inmiddels groter is dan het beschikbare financiële kader.5 Het programmeren van nieuwe vernieuwingsprojecten is inmiddels alleen nog mogelijk door de uitvoering van andere noodzakelijk vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen. Een aanzienlijk deel van de noodzakelijke vernieuwing kan daardoor (nog) niet worden uitgevoerd. Als we niets doen is de verwachting dat het aantal kunstwerken dat voorbij de verwachtte levensduur is, in 2030 is verdubbeld. Dat dit ongewenst is, is evident. Het uitstellen van onderhoud en vernieuwing heeft tot gevolg dat de infrastructuur verder veroudert. Niet alleen leidt dit tot grotere instandhoudingsachterstanden, het zorgt er ook voor dat de kans op storingen en beperkingen op de netwerken verder toeneemt. Er moet op deze wijze de komende jaren steeds meer worden geïnvesteerd in correctief en levensduurverlengend onderhoud, in plaats van planmatig en preventief onderhoud. Dit leidt tot meer kosten en zet daarmee de beschikbare financiële middelen en capaciteit steeds verder onder druk. Deze situatie moet niet te lang aanhouden. Daarom stellen we ons als doel om de negatieve trend van meer en/of langer durende beperkingen als gevolg van achterstanden in het onderhoud deze kabinetsperiode te doorbreken. Dit doen we door onverminderd door te gaan met de voornoemde aanpak op instandhouding middels het meerjarenplan instandhouding.

Budgettair beeld netwerken RWS

In de periode tot en met 2040 zijn de volgende budgetten op de fondsen beschikbaar voor instandhouding van de RWS-netwerken. In de tabellen 51 en 52 zijn de budgetten (exclusief inzet deel balanspost Saldo op Ontvangen Bijdragen exploitatie en onderhoud en ontvangsten) per netwerk weergegeven. Tabel 53 geeft de gereserveerde budgetten voor instandhouding weer (exclusief de nieuwe middelen uit het coalitieakkoord die vanaf 2032 nog op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën staan).

Tabel 51 Budgetten Exploitatie, Onderhoud en Watermanagement netwerken RWS (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Hoofdwegen

                 

MF 12.01

Exploitatie

32.947

21.176

21.534

13.527

8.766

8.115

8.058

8.262

8.034

7.913

7.660

7.536

7.409

7.862

7.756

176.555

MF 12.02.01

Onderhoud

1.490.092

1.260.579

1.218.159

1.204.554

1.145.628

1.339.310

1.112.881

1.145.860

1.145.418

1.145.539

1.144.466

1.132.143

1.148.866

1.148.413

1.249.036

18.030.944

MF 12.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

74.381

71.614

62.129

53.704

53.704

27.160

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

25.977

576.485

Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen

1.597.420

1.353.369

1.301.822

1.271.785

1.208.098

1.374.585

1.146.916

1.180.099

1.179.429

1.179.429

1.178.103

1.165.656

1.182.252

1.182.252

1.282.769

18.783.984

                  

Hoofdvaarwegen

                 

MF 15.01

Exploitatie

26.681

28.990

24.717

22.987

22.883

26.182

25.938

25.737

23.671

23.607

23.607

23.607

23.611

23.611

23.388

369.217

MF 15.02.011

Onderhoud

709.198

548.214

540.696

534.361

529.702

657.146

571.595

572.425

574.490

574.554

573.324

575.289

567.015

567.015

562.011

8.657.034

MF 15.06.02

Overige netwerkgebonden kosten

16.295

17.405

17.107

16.152

16.391

13.845

13.015

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

13.193

215.753

Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen

752.174

594.608

582.520

573.499

568.975

697.173

610.548

611.355

611.354

611.354

610.124

612.089

603.819

603.819

598.592

9.242.003

                  

Hoofdwatersysteem

                 

DF 3.01.01

Watermanagement

15.153

18.051

17.818

17.578

17.929

20.606

21.114

20.813

19.380

19.402

18.661

18.661

18.779

18.779

18.779

281.503

DF 3.02.01

Onderhoud Waterveiligheid

325.000

372.663

284.028

286.440

282.062

339.150

297.123

297.289

315.776

318.457

306.211

307.282

309.165

309.165

298.461

4.648.272

DF 3.02.02

Onderhoud Zoetwatervoorziening

106.355

109.511

108.524

105.896

106.448

147.781

134.301

135.329

125.576

125.102

137.622

137.622

135.620

135.608

135.608

1.886.903

DF 5.02.01

Overige netwerkgebonden kosten

28.738

28.156

28.157

28.156

27.750

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

19.095

331.907

Totaal budget Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem

475.246

528.381

438.527

438.070

434.189

526.632

471.633

472.526

479.827

482.056

481.589

482.660

482.659

482.647

471.943

7.148.585

                  

Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Watermanagement netwerken RWS

2.824.840

2.476.358

2.322.869

2.283.354

2.211.262

2.598.390

2.229.097

2.263.980

2.270.610

2.272.839

2.269.816

2.260.405

2.268.730

2.268.718

2.353.304

35.174.572

1

Dit budget is exclusief Overdracht Brokx-nat en reservering Kustwacht (luchtsurveillance).

Tabel 52 Budgetten Vernieuwing netwerken RWS (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Hoofdwegen

                 

MF 12.02.04

Vernieuwing

478.852

588.622

542.738

717.412

601.964

780.114

814.405

533.176

533.777

321.263

420.958

397.781

319.432

598.340

595.616

8.244.450

Hoofdvaarwegen

                 

MF 15.02.04

Vernieuwing

270.206

431.279

300.439

292.749

266.803

357.737

272.004

221.837

219.583

220.725

220.262

217.420

250.853

322.183

320.716

4.184.796

Hoofdwatersysteem

                 

DF 3.02.03

Vernieuwing

43.793

90.668

114.806

121.773

60.789

232.469

232.172

204.622

222.505

228.108

229.788

234.038

234.038

183.406

183.406

2.616.381

                  

Totaal budget Vernieuwing netwerken RWS

792.851

1.110.569

957.983

1.131.934

929.556

1.370.320

1.318.581

959.635

975.865

770.096

871.008

849.239

804.323

1.103.929

1.099.738

15.045.627

Tabel 53 Gereserveerde budgetten instandhouding (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Mobiliteitsfonds

                 

MF 12.03.02

Reservering areaalgroei hoofdwegen

6.879

9.377

26.804

26.905

26.905

26.967

32.397

37.773

38.826

42.473

43.695

48.724

48.659

47.264

46.225

509.873

MF 15.03.02

Reservering areaalgroei hoofdvaarwegen

0

0

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

40.339

34.831

515.170

MF 11.03.031

Reservering instandhouding

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

374.169

374.169

Totaal reserveringen Mobiliteitsfonds

 

6.879

9.377

66.804

66.905

66.905

66.967

72.397

77.773

78.826

82.473

83.695

88.724

88.659

87.603

455.225

1.399.212

                  

Deltafonds

                 

DF 1.02.01

Reservering areaalgroei hoofdwatersysteem

2.299

1.770

1.809

1.809

1.809

1.811

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

27.471

DF 5.04.01

Reservering instandhouding

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal reserveringen Deltafonds

 

2.299

1.770

1.809

1.809

1.809

1.811

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

1.796

27.471

                  

Totaal reserveringen

9.178

11.147

68.613

68.714

68.714

68.778

74.193

79.569

80.622

84.269

85.491

90.520

90.455

89.399

457.021

1.426.683

1

De reservering Instandhouding op MF artikel 11 is bestemd voor zowel de netwerken van Rijkswaterstaat als het netwerk van ProRail.

Scherpe keuzes

In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.

Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.

2. Netwerk ProRail

Basiskwaliteitsniveau en prestaties

Basiskwaliteitsniveau

In het najaar van 2024 is het basiskwaliteitsniveau spoor (BKN spoor) definitief vastgesteld en de dekkingsopgave bij de Ontwerpbegroting 2025 ingevuld (Kamerstuk 29984, nr. 1213). Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds in balans zijn. ProRail is in 2025 met de voorbereiding van de implementatie van het BKN spoor gestart. Het basiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaar en maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het BKN spoor biedt langjarige duidelijkheid over de basiskwaliteit in het hele land en creëert daarmee voorspelbaarheid richting ProRail, aannemers, vervoerders en reizigers.

De aansturing van ProRail vindt door het ministerie van IenW plaats door een gecombineerde prestatiesturing op basis van de beheerconcessie en een financiële sturing via de subsidieverlening voor de instandhouding van het spoor. Dat betekent dat de minister van IenW op basis van de beheerconcessie afspraken met ProRail heeft gemaakt over kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en de bijbehorende bodem- en streefwaardes. De Tweede Kamer wordt (half)jaarlijks in een separate brief over de (half)jaarverantwoording van ProRail en de gerealiseerde prestaties geïnformeerd. Als er een aanleiding is, kan er gedeeltelijk worden overgegaan op inputsturing door middel van (verbeter-)programma’s onder de concessie. Hieronder wordt ingegaan op de door ProRail geleverde prestaties, de areaalgegevens, de gerealiseerde budgetten instandhouding en op het uitgesteld en achterstallig onderhoud. 

Binnen het BKN spoor is veiligheid de belangrijkste randvoorwaarde voor spoorvervoer. Het is daarom van belang dat de geldende eisen en protocollen worden nageleefd en onveilige situaties direct worden hersteld. Indien geconstateerd wordt dat de veiligheid voor de gebruikers, eigen medewerkers en opdrachtnemers in het geding is, worden er direct maatregelen genomen om het gebruik van de infrastructuur weer binnen de geldende kaders te laten plaatsvinden. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn (tijdelijke) snelheidsverlagingen ter plaatse, (tijdelijke) gebruiksbeperkingen of fysieke infrastructuurondersteunende maatregelen.

Prestaties

De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatieindicatoren. Over de indicatoren met daarbij horende (streef)waarden worden prestatieafspraken gemaakt tussen IenW en ProRail, en hiervoor worden budgetten beschikbaar gesteld. De actuele prestatieafspraken met ProRail zijn terug te vinden in het (addendum op) het beheerplan van ProRail. De actuele prestaties zijn real-time in te zien op prestaties.prorail.nl. In 2025 heeft ProRail de prestaties gerealiseerd zoals opgenomen in Tabel 54.

Tabel 54 Indicatoren netwerk ProRail

KPI

Bodemwaarde1

Streefwaarde

Realisatie 2025

Klantoordeel reizigersvervoerders

6

7

7

Klantoordeel goederenvervoerders

6

7

6

Reizigerspunctualiteit HRN (3 min.) (met NS)2

84,4%

85,5%

Reizigerspunctualiteit HRN (10 min.) (met NS)

94,5%

95,3%

Betrouwbaarheid regionale series (3 min)

90,7%

93,7%

90,5%

Impactvolle verstoringen

520

450

586

Bron: ProRail Jaarverslag 2025

   
1

Toelichting bodemwaarde: waarde voor het jaarlijks minimaal te realiseren prestatieniveau op een prestatie indicator. In het geval van de prestatie indicator ‘Impactvolle storingen op de infra’ geldt een maximum.

2

Reizigerspunctualiteit HRN 5 min. en Reizigerspunctualiteit HRN 15 min. zijn in 2025 vervangen door Reizigerspunctualiteit HRN 3 min. en Reizigerspunctualiteit HRN 10 min. Er zijn geen streefwaarden tussen IenW en ProRail afgesproken.

Budgettair beeld netwerk ProRail

Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds langjarig tot en met 2037 in balans zijn. Inmiddels is het BKN spoor beleidsneutraal verlengd tot en met 2040. Sinds de vaststelling van het BKN hebben zich exogene ontwikkelingen voorgedaan in wet- en regelgeving en zijn bepaalde risico's gematerialiseerd waar eerder geen rekening mee kon worden gehouden. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 heeft dit tot besluitvorming over aanvullende budgettaire kaders geleid. Dit is toegelicht in de voorjaarsnota 2026 (Kamerstuk 36 915 XII, nr. 2). In tabel 55 is het budget op het Mobiliteitsfonds voor instandhouding van het netwerk van ProRail t/m 2040 weergegeven.

Tabel 55 Budgetten Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing netwerk ProRail (bedragen x € 1.000)

Artikelonderdeel

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2026-2040

Hoofdspoorweginfrastructuur

                 

MF 13.02

Exploitatie

400.918

443.863

438.329

385.813

279.347

217.399

216.676

209.271

223.707

226.555

201.932

197.324

221.709

211.205

172.277

4.046.325

MF 13.02

Onderhoud

998.657

969.832

945.557

927.929

870.225

999.975

807.150

787.261

802.841

794.640

821.577

817.891

825.575

836.772

792.963

12.998.847

MF 13.02

Vernieuwing

1.002.384

1.227.231

1.213.362

1.163.798

1.071.266

1.224.476

1.137.671

1.091.045

1.084.478

884.946

996.232

1.102.800

1.344.956

1.355.763

1.224.161

17.124.570

MF 13.02

Overige netwerkgebonden kosten

736.030

824.254

702.202

660.726

608.512

526.097

524.173

541.698

542.455

534.588

507.286

525.920

539.005

549.373

526.336

8.848.654

MF 13.02

Gebruiksheffing vervoerders

‒ 477.585

‒ 485.241

‒ 494.019

‒ 502.428

‒ 490.091

‒ 490.207

‒ 489.321

‒ 489.353

‒ 489.353

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 488.939

‒ 7.341.230

Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing netwerk ProRail

 

2.660.404

2.979.938

2.805.431

2.635.838

2.339.260

2.477.740

2.196.349

2.139.922

2.164.129

1.951.790

2.038.088

2.154.997

2.442.306

2.464.176

2.226.799

35.677.167

Scherpe keuzes

In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.

Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.

Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF.  De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.

3. DBFM

Een deel van de instandhouding van de netwerken gebeurt via DBFM-contracten (Design-Build-Finance-Maintain). Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een Rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg, sluis, dijk of spoorweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het ontwikkelingsbudget, (ii) het beschikbare exploitatie en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.

Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM-contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten ontwikkel- en exploitatie en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd. De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit ontwikkeling en exploitatie en onderhoud (incl. areaalgroei) worden overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zogenaamde financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM-contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere exploitatie en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsartikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02, voor het hoofdwatersysteem artikel 3.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04, voor het hoofdwatersysteem artikel 4.02) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract wordt het exploitatie- en onderhoudsdeel weer aan de reguliere exploitatie- en onderhoudsbudgetten van RWS toegevoegd. In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten DBFM-contracten zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten is het genoemde exploitatie- en onderhoudsbudget (per jaar) ingezet. Dit komt na afloop van het DBFM-contract weer beschikbaar tegen het dan geldende prijspeil.

In tabel 56 is een overzicht van de DBFM projecten weergegeven.

Tabel 56 Overzicht DBFM-projecten

Project

Areaalinformatie

Einde DBFM-contract

Uitgenomen BenO-budget/jaar

Hoofdwegennet

Baanlengte1

Grote kunstwerken

Wegconfiguratie in M-fase

  

A12 Lunetten–Veenendaal

65 km

 

2x4, 2x3

2033

5,9 mln.

A10 Tweede Coentunnel

39 km

1ste en 2de Coentunnel

2x3+2x2, 2x4

2037

12,0 mln.

N33 Assen–Zuidbroek

105 km

 

2x2

2034

2,8 mln.

A15 Maasvlakte–Vaanplein

129 km

nieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel

2x3+2x2, 2x3, 2x2

2035

31,7 mln.

A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA)

72 km

Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug

2x5+2, 2x4+2

2042

11,9 mln.

A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord

50 km

 

2x3

2032

2,2 mln.

A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA)

41 km

Gaasperdammer-tunnel

2x5+1

2038

14,2 mln.

N18 Varsseveld Enschede

70 km

 

2x2+2x1

2043

1,8 mln.

A27/A1 Utrecht Noord - knpt. Eemnes - Bunschoten

53 km

 

2x3+2x4

2043

3,9 mln.

A6 Almere (SAA)

39 km

 

2x5

2039

3,3 mln.

A24 Blankenburgverbinding

35 km

Maasdeltatunnel, Hollandtunnel

2x3

2044

10,1 mln.

A16 Rotterdam

37 km

Rottemerentunnel

2x2+2x3

2044

7,2 mln.

A9 Badhoevedorp – Holendrecht (Amstelveen)

52 km

Verbrede Schipholbrug, tunnelbakken verdiepte ligging

2x4+1

2040

2,6 mln.

A15/A12 Ressen - Oudbroeken (ViA15)

87 km

Brug over het Pannerdensch kanaal

2x3 + 2x2

2051

9,6 mln.

Hoofdvaarwegennet

Vaarweglengte

Grote kunstwerken

   

Keersluis Limmel

 

Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis

 

2048

0,4 mln.

Beatrixsluis 3e Kolk

4 km

Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal

 

2046

2,8 mln.

Zeetoegang IJmond

 

Nieuwe zeesluis en sluiseilanden

 

2045

2,5 mln.

Sluis Eefde

 

Nieuwe schutsluis inclusief onderhoud voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021)

 

2047

1,0 mln.

Hoofdwatersysteem

 

Grote kunstwerken

   

Afsluitdijk

 

Afsluitdijk, spuicomplexen en keringen Den Oever en Kornwerderzand

 

2047

9,3 mln.

Hoofdspoorweginfrastructuur

Spoorweglengte

Grote kunstwerken

   

HSL

85 km

Tunnel Groene Hart, Doorgaand Spoorviaduct Bleiswijk, Tunnel Rotterdam Noord, Tunnel Oude Maas, Tunnel Dordtse Kil, Brug Hollands Diep

 

2031

N.v.t.

1

Baanlengte omvat: hoofdrijbanen, verbindingswegen en op- en afritten.

1

Problematiek rondom tand-nokconstructies betekent dat de wapening in het beton van dit type constructie kan verzwakken of beschadigen, bijvoorbeeld door indringend vocht en strooizout, waardoor de draagkracht van de constructie afneemt.

2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9

3

Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, Kamerstuk 29 385, nr. 139

4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, Kamerstuk 29 385, nr. 143

5

Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9

Bijlage 4: Lijst van afkortingen

Tabel 57 Afkortingenlijst

BAW

Bestuursakkoord Water

BenO

Beheer en Onderhoud

BOI

Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium

BOV

Beheer, Onderhoud en Vernieuwing

BPRW

Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren

CA

Coalitieakkoord

CER

Critical Entities Resilience directive

DAW

Delta-aanpak Agrarisch Waterbeheer

DBFM

Design, Build, Finance and Maintain

DF

Deltafonds

DP

Deltaprogramma

DPZW

Deltaprogramma Zoet Water

EHS

Ecologische Hoofdstructuur

HWBP

Hoogwaterbeschermingsprogramma

HWBP-2

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma

IBO

Interdepartementaal beleidsonderzoek

IBOI

Index Bruto Overheidsinvesteringen

IenW

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

IRM

Integraal Rivier Management

IWCS

IenW Cybersecuritystrategie

JCAR-ATRACE

Joint Cooperation programme on Applied scientific ResearchAccelerate Transboundary Regional Adaptation to Climate Extremes

KIJK

Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard

KRW

Kaderrichtlijn Water

LVVN

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

LRT3

Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen

LTO

Land- en Tuinbouworganisatie

MER

MilieuEffectRapportage

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

MKBA

Maatschappelijke Kosten-BatenAnalyse

MSNF

Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland

MTIB

Missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid

NCSA

Nationale Cybersecuritystrategie Agenda

NCTV

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

NenS

Natuur en Stikstof

NGR

Nationale Grondwater Reserves

NIB

Netwerk- en Informatiebeveiligingsrichtlijn

NKWK

Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat

NLCS

Nederlandse Cybersecurity Strategie

NNN

Natuurnetwerk Nederland

NOVI

Nationale Omgevingsvisie

NURG

Nadere Uitwerking Rivieren Gebied

NUTW

Nog uit te voeren werkzaamheden

NWO

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

NWP

Nationaal Water Programma

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OI

Ontwerp Instrumentarium

OT

Operationele technologie

PAGW

Programmatische Aanpak Grote Wateren

PBL

Planbureau voor de Leefomgeving

PFAS

Poly- en perfluoralkylstoffen

PKB

Planologische Kernbeslissing

PPS

Publiek-private samenwerking

RvdR

Ruimte voor de Rivier

RWS

Rijkswaterstaat

SCM

Strategische Capaciteitsmanagement

TTW

Toegepaste en Technische Wetenschappen

VenR

Vernieuwing en Renovatie

VNAC

Versterking van de Nationale aanpak Cybersecurity

WB21

Waterbeleid voor de 21e eeuw

WBI

Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium

Licence