J Deltafonds
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 2.065,5 miljoen.

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 168,0 miljoen.

Figuur 3 Gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2027–2040 (bedragen x € 1 mln.). Totaal gemiddeld € 1.969,5 miljoen.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
De Minister van Infrastructuur en WaterstaatV.P.G.Karremans
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Structuur
De opzet en de structuur van de begroting voor het Deltafonds zijn gebaseerd op de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.
– Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Deltafonds voor het jaar 2027 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.
– In de Deltafondsagenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 begint.
– Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.
– In de artikelsgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is: - van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen; - van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2026. Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2027. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht.
– In de verdiepingsbijlage (paragraaf 4.1) is door middel van een meerjarige mutatietabel (voor gehele looptijd van het fonds) op artikelniveau, net zoals bij de eerste sup, de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand in de Ontwerpbegroting 2027. De grootste mutaties worden tevens in de verdiepingsbijlage toegelicht (bijlage 1);
– De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting, zoals de instandhoudingsbijlage, of betreffen overzichtsconstructies.
Normering
Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:
– Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 5 |
=> 1000 | 5 | 5 |
– Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2040.
– Voor Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding) is een aparte bijlage 3 opgenomen.
Kasschuiven
In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van12 oktober 2016 is uitgebreid met de Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegrotingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fondsbegrotingen en op welke plek de doorgevoerde kasschuiven in de begroting 2027 worden toegelicht.
Op de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit blijft aansluiten op de geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van de begrotingen zijn de kasschuiven in de begroting 2027 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u aan in het hoofdstuk Deltafondsagenda.
Overzichten geschatte budgetflexibiliteit
Gezien het specifieke karakter en samenhang van de begrote uitgaven op het Mobiliteitsfonds wordt de budgetflexibiliteit op de volgende manier berekend. Als juridisch verplichte uitgaven worden beschouwd: realisatieprojecten en programma’s, DBFM-contracten, apparaatsuitgaven en Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding). De projecten en programma’s die in de planuitwerkings- en verkenningsfase zitten, worden gezien als bestuurlijk gebonden. (Risico)reserveringen zijn beleidsmatig gereserveerd. De generieke investeringsruimte wordt aangemerkt als vrij te besteden/niet juridisch verplicht.
Groeiparagraaf
Artikel 6 bijdragen andere begrotingen Rijk
Sinds de Begroting 2026 zijn de voedingsartikelen op de begrotingsfondsen (artikel 19 Mobiliteitsfonds, artikel 6 Deltafonds) en op de beleidsbegroting HXII (artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen) afgeschaft. Hierdoor worden de begrotingsfondsen direct gefinancierd vanuit de schatkist en worden interdepartementale overhevelingen rechtstreeks aan de betreffende artikelen op de fondsen toegevoegd. In afstemming met het ministerie van Financiën is daarom ook besloten de voedingsartikelen en hun realisaties niet langer op te nemen in de Begroting 2027.
Taakstelling Kabinet Jetten - Slagvaardige Overheid
In het coalitieakkoord van Kabinet Jetten I is een apparaatstaakstelling gepresenteerd. Deze is bij de 1e suppletoire begroting 2026 technisch in de begrotingen van IenW verwerkt. Met deze begroting is hier nu een inhoudelijke invulling aan gegeven. Zie onderdeel 2. paragraaf Slagvaardige overheid voor de nadere toelichting hierover.
Verdiepingsbijlage
In de Ontwerpbegroting 2026 was aangegeven dat op het Deltafonds de verdiepingsbijlage voor het laatst werd gepresenteerd (conform de Rijksbegrotingsvoorschriften). Tijdens het Wetgevingsoverleg Begrotingsonderzoek (WGO) over de IenW begrotingen 2026 heeft de vorige minister toegezegd om dit voorjaar 2026 met de minister van Financiën in overleg te treden over de terugkeer van de verdiepingsbijlage. Conform de Toezegging bij Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat | Tweede Kamer der Staten-Generaal is met het ministerie van Financiën afgesproken om de verdiepingsbijlage op artikelniveau te presenteren voor de fondsen. Deze toezegging is al opgepakt bij de eerste suppletoire begroting 2026 en wordt ook toegepast bij de Ontwerpbegroting 2027.
Financiële risico's en onzekerheden
In verschillende onderdelen van de begroting van het Deltafonds wordt stil gestaan bij financiële risico's en onzekerheden.
– In onderdeel 2 wordt het risico op een voordelig saldo en daarop genomen beheersmaatregelen in de vorm van overprogrammering toegelicht.
– In onderdeel 2 wordt de flexnorm in beeld gebracht. Dit geeft aan in welke mate de begroting van het Deltafonds planflexibel is om tekorten en financiële risico's op te vangen.
– In onderdeel 3.1 bij artikelonderdeel 5.03 wordt toegelicht hoe de investeringsruimte op het Deltafonds ervoor staat en welke ruimte resteert om mogelijke risico's op te vangen.
– In de onderdelen 3.2 t/m 3.7 wordt de stand van zaken op de instandhoudingsprogramma's en aanlegprojecten en -programma's toegelicht. Hier wordt ook stil gestaan bij mogelijke financiële risico's en onzekerheden.
– In bijlage 3 wordt bij instandhouding van alle IenW-netwerken stil gestaan en toegelicht wat mogelijke financiële risico's en onzekerheden zijn.
2. Uitvoeringsagenda Deltafonds
Werken aan waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit vraagt continu inspanningen en investeringen. Deze worden verantwoord in het Deltafonds. Het aantal mensen en de waarde van het te beschermen goed veranderen onder invloed van economische en demografische ontwikkelingen. Ook water en bodem veranderen in de loop van de tijd; de zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Door de klimaatverandering wordt het warmer en zullen rivierafvoeren en regenval grotere extremen vertonen.
Het Deltaprogramma is het nationale programma waarin Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samenwerken om Nederland veilig en aantrekkelijk te houden en goed te blijven voorzien van zoetwater. Zo kan onze economie blijven profiteren van de gunstige ligging in de delta.
Het Deltaprogramma heeft als doel ons land nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde te houden.
Mijlpalen en resultaten 2027
Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 start.
Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
In 2027 gaat IenW meerdere activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitvoeren zoals bediening en besturing maasobjecten. Voor de start van een project wordt in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten. Veiligheid staat daarbij voorop. Het afweegproces hiervoor is voor de zomer aan de Tweede Kamer aangeboden en vormt de basis voor de prioritering en de programmering.
Water | Project |
|---|---|
Maas | 2 stuwen in de Maas worden vernieuwd of gerenoveerd. |
Noordzeekanaal | Het gemaal IJmuiden wordt vernieuwd of gerenoveerd. |
Maas | De bediening en besturing op afstand van de Maasobjecten wordt vernieuwd en/of gerenoveerd. |
Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt verwezen naar bijlage 3 Instandhouding van deze begroting.
Aanleg
In 2027 wordt voortvarend gewerkt aan het verbeteren van de waterveiligheid, onder andere door het uitvoeren van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma, het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de Maaswerken. Hieronder volgen de mijlpalen die IenW in 2027 bij deze programma’s wil behalen:
Programma | Mijlpaal | Project |
HWBP | Start realisatie | Culemborgse Veer-Beatrix Sluis (CUB) |
Salmsteke Schoonhoven (SAS) | ||
Irenesluis - Culemborgse Veer | ||
Nieuwegein | ||
Helderse Zeewering | ||
Haven dijk | ||
Cuijk - Ravenstein, excl. uitwisselingsbijdr dijkversterking rivierverruiming | ||
Zwolle-Olst II | ||
KLM Groen Dijk - Zwarte Haan, Holwerd, Peazemerlannen (28F+28G) | ||
Dijkversterking Roerdelta | ||
Streefkerk Ameide Fort Everdingen (SAFE) | ||
Thorn (19H) | ||
Monnickendam Zeedijk | ||
Lob van Gennep | ||
Venlo 't Bat | ||
Oplevering | Koppelstuk Markermeerdijk | |
IJsseldijk Gouda (VIJG) spoor 2 | ||
KLM Koehool – Zwarte Haan | ||
Zettingsvloeiing V3T | ||
Lauwersmeer - Vierhuizergat | ||
Zuidermeerdijk-MSNf | ||
Belfeld (19Q) | ||
Katwoude 11a en 12a | ||
Katwoude 12b Nieuwendam | ||
HWBP-2 | Oplevering | Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam |
Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor de lopende programma’s wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, de voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer, het Deltaprogramma 2027 en het MIRT Overzicht 2027. Het Deltaprogramma is te vinden op de website www.deltaprogramma.nl.
Begroting op hoofdlijnen
De belangrijkste mutaties op hoofdlijnen t.o.v. de vastgestelde begroting 2026 worden hieronder uitgesplitst en toegelicht. De mutaties uit de 1e Suppletoire Begroting 2026 zijn reeds toegelicht in de Memorie van Toelichting op de 1e Suppletoire Begroting 2026. Zie hiervoor kamerstukken II 2025-2026. 36 915 J, nr. 2.
art. | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2039 | 2040 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2026 | 1.924.064 | 2.218.147 | 1.932.946 | 1.758.458 | 1.801.440 | 1.928.296 | 15.723.886 | |||
Belangrijkste mutaties 1e suppletoire begroting 2026 | 130.364 | ‒ 154.141 | 7.591 | 9.198 | ‒ 15.651 | ‒ 34.394 | ‒ 168.588 | |||
Kader relevante mutaties: | ||||||||||
1. Saldo 2025 Uitgavenartikelen | ‒ 150.579 | |||||||||
2. Overboekingen ministeries | div. | 1.736 | ‒ 1.655 | ‒ 660 | ‒ 405 | ‒ 276 | ‒ 293 | ‒ 2.344 | ||
3. Overboeking hoofdstuk XII | div. | ‒ 4.932 | ‒ 3.171 | ‒ 2.271 | ‒ 2.338 | ‒ 671 | ‒ 367 | ‒ 1.186 | ||
4. Desalderingen | div. | 16.241 | 25.681 | ‒ 16.608 | ‒ 3.046 | ‒ 19.458 | ‒ 38.409 | ‒ 193.264 | ||
5. Kaderaanpassing Voorjaarsbesluitvorming | div. | 225.000 | ‒ 225.000 | |||||||
6. CA Efficiency taakstelling | art 5 | 0 | ‒ 1.843 | ‒ 3.627 | ‒ 5.385 | ‒ 7.008 | ‒ 7.008 | ‒ 56.064 | ||
CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst | art 5 | 0 | 0 | 0 | ‒ 6.403 | ‒ 15.813 | ‒ 15.813 | ‒ 126.504 | ||
7. Prijsbijstelling 2026 | art 5 | 41.313 | 50.310 | 29.250 | 25.277 | 26.099 | 26.031 | 199.419 | ||
Loonbijstelling 2026 | art 5 | 1.585 | 1.537 | 1.507 | 1.498 | 1.476 | 1.465 | 11.355 | ||
Niet kader relavante mutaties: | ||||||||||
8. KRW- reservering naar KRW uitvoering | art 7 | 41.000 | 21.000 | 20.000 | ||||||
art 5 | ‒ 41.000 | ‒ 21.000 | ‒ 20.000 | |||||||
9. Instandhouding excessieve prijsstijgingen/tegenvallers | art 3 | 104.812 | ||||||||
art 5 | ‒ 104.812 | |||||||||
Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 2.054.428 | 2.064.006 | 1.940.537 | 1.767.656 | 1.785.789 | 1.893.902 | 15.555.298 | |||
Belangrijkste mutaties ontwerpbegroting 2027 | ‒ 8.400 | 1.490 | 24.653 | 14.000 | 34.908 | 207.435 | 229.593 | |||
Kaderrelevante mutaties Deltafonds | ||||||||||
1. Extrapolatie 2040 | Div | 1.987.296 | ||||||||
- Bijdragen aan DF | 1.791.134 | |||||||||
- Ontvangsten derden | 196.162 | |||||||||
2. Loon- en prijsbijstelling 2026 | Div | 731 | 709 | 695 | 692 | 681 | 676 | 5.284 | 663 | |
3. Overboekingen andere begrotingen | Div | ‒ 4.718 | 2.942 | 5.661 | 5.322 | 4.953 | 6.427 | 43.908 | 5.326 | |
4. Overboeking Hoofdstuk XII | Div | 5.299 | ‒ 110 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 2.080 | ‒ 260 | |
5. Desalderingen | ‒ 9.712 | ‒ 2.717 | 20.233 | 8.217 | 24.097 | 42.951 | 240.135 | ‒ 6.201 | ||
6. CA Efficiency taakstelling | 666 | 1.301 | 1.589 | 1.840 | 1.840 | 14.720 | 1.840 | |||
CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst | 1.465 | 3.597 | 3.597 | 28.776 | 3.597 | |||||
7. AP Instandhouding | art 3 | 155.179 | ||||||||
8. CA Efficiency taakstelling aanvullend | art 5 | ‒ 2.977 | ‒ 3.025 | |||||||
CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst aanvullend | art 5 | ‒ 2.975 | ‒ 101.150 | ‒ 14.875 | ||||||
Niet kader relavante mutaties: | ||||||||||
9. Ruimte voor de Rivier 2.0 | art. 1 | 9.841 | 709 | 1.328 | 376 | 48.540 | 97.778 | 541.009 | 80.000 | |
art. 5 | ‒ 9.841 | ‒ 709 | ‒ 1.328 | ‒ 376 | ‒ 48.540 | ‒ 97.778 | ‒ 541.009 | ‒ 80.000 | ||
Stand ontwerpbegroting 2027 | 2.046.028 | 2.065.496 | 1.965.190 | 1.781.656 | 1.820.697 | 2.101.337 | 15.784.891 | 1.977.386 |
Toelichting
1. Extrapolatie 2040: Bij de begroting 2027 wordt de looptijd van het Deltafonds met een jaar verlengd tot en met 2040. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2039 stand begroting 2026 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2040 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten – een ruimte van circa € 2,0 miljard beschikbaar op het Deltafonds. Deze ruimte wordt bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. Hiervoor is in 2040 circa € 1,7 miljard benodigd. De ruimte die in 2040 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen bedraagt circa € 0,3 miljard en wordt toegevoegd aan de investeringsruimte.
2. Loon- en prijsbijstelling 2026: Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2026.
3. Overboekingen andere begrotingen: de omvangrijkste betreft een overboeking van € -3,9 miljoen in 2026 naar KGG met betrekking tot de uitvoering van beheertaken Net op Zee voor Routekaart 2040.
4. Overboeking Hoofdstuk XII: de omvangrijkste betreft een overboeking van hoofdstuk XII voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2026 voor de water- en bodemopgaven.
5. Desalderingen: Deze mutatie betreft een aanpassing van de ontvangsten. De aanpassing betreft met name een actualisatie van de bijdragen derden die gerelateerd zijn aan het hoogwaterbeschermingprogramma.
6. In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de grondslag van FIN verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen. Hiervoor hebben overboekingen plaats moeten vinden van HXII naar het DF oplopend tot € 5,4 miljoen structureel.
7. In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het DF betreft dit € 155 miljoen. Dit bedrag gaat naar RWS ten behoeve het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 55 miljoen) en Vernieuwing (€ 100 miljoen).
8. De in het regeerakkoord van Jette-1 Efficiencytaakstelling en de Taakstelling Vernieuwing Rijksdiensten, beide verwerkt in de Voorjaarsnota 2026, worden verhoogd. De efficiencytaakstelling wordt verhoogd met € -3 miljoen in 2031 oplopend naar structureel € -15,0 miljoen in 2035. De taakstelling vernieuwing Rijksdiensten wordt voor de jaren 2028 en 2029 verhoogd met € -3,0 miljoen per jaar.
9. Het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van beleidskeuzes voor een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied ten behoeve van de vijf rivierfuncties: veilige waterafvoer, bevaarbaarheid, zoetwatervoorziening, natuur en ecologie en ruimtelijke economische ontwikkeling. Om de uitvoering mogelijk te maken worden met deze mutatie de gereserveerde middelen overgeboekt naar het uitvoeringsartikel.
Het Deltafonds is een productbegroting. Op het Deltafonds worden dus voor een groot deel investeringsuitgaven gedaan voor het uiteindelijk realiseren van projecten. De programmering van projecten wordt doorlopend geactualiseerd op basis van de laatst beschikbare informatie. De kasramingen van de projecten in de begroting worden op de reguliere begrotingsmomenten aangepast. De afgelopen jaren heeft bijvoorbeeld de stikstofproblematiek bij meerdere projecten geleid tot (kas)vertraging. De kasramingen in de begroting zijn hier vervolgens op aangepast.
Het instrument overprogrammering wordt als instrument ingezet om te voorkomen dat programmavertragingen direct tot een voordelig saldo leiden en zorgt ervoor dat de beschikbare budgetten voor het investeringsprogramma zo veel mogelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich op portfolio-niveau altijd voordoet. Overprogrammering houdt in dat de programmering in de eerste jaren hoger is dan het beschikbaar budget. Over de planperiode zijn beiden in evenwicht.
Overprogrammering kan alleen worden ingezet voor beheersing van reguliere ramingsonzekerheden. Onzekerheden van exogene aard, bijv. juridische ontwikkelingen of krapte op de arbeidsmarkt, kunnen hiermee niet (volledig) opgevangen worden. De hoogte van de overprogrammering wisselt van jaar op jaar binnen een bepaalde marge en hangt af van bijvoorbeeld het risicobeeld van de onderliggende programmering. Over de maximale hoogte hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Financiën afspraken gemaakt.
Over de begrotingsperiode tot en met 2031 is per saldo sprake van een overprogrammering van € 1.125 miljoen op het Deltafonds.
Deltafonds | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2026-2031 | 2032-2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Artikel 1.02.02 Aanleg waterveiligheid | ‒ 111 | ‒ 514 | ‒ 261 | ‒ 210 | ‒ 37 | 8 | ‒ 1.125 | 1.125 |
Artikel 3.02.03 Vernieuwing | ‒ 11 | ‒ 12 | 4 | 6 | 12 | 0 | 0 | |
Totaal | ‒ 122 | ‒ 527 | ‒ 256 | ‒ 203 | ‒ 25 | 8 | ‒ 1.125 | 1.125 |
Toelichting
– In de Voorjaarsnota 2025 is, in het kader van een pilot, de overprogrammering verhoogd om te bezien of dit leidt tot betere uitputtingscijfers en daarmee tot een realistischer begroting. Bij deze pilot is geen sprake geweest van het remmen in productie, oftewel verschuiven van programmering.
– In 2025 was sprake van een nadelig saldo op het Mobiliteitsfonds, doordat de realisatie hoger was dan het beschikbare kasbudget. De Kamer is bij het Financieel Jaarverslag 2025 hierover geinformeerd.
– Bij de eerste suppletoire begroting 2026 is de programmering op het Deltafonds meerjarig geactualiseerd op basis van de beschikbare informatie over de ontwikkeling van de projectramingen.
– Als gevolg daarvan is er, in het kader van realistisch ramen een kaderaanpassing doorgevoerd in de eerste suppletoire begroting 2026 op het DF. Met deze kaderaanpassing is € 225 miljoen vanuit 2027 naar 2026 verschoven.
– Bij Ontwerpbegroting 2027 is de programmering geactualiseerd op basis van de laatste uitvoeringsinformatie van de diensten. Hiermee zijn de laatste programma-actualisaties gedaan.
– Bovengenoemde actualiseringen leiden tot een overprogrammering van € 122 miljoen in 2026 en € 527 miljoen in 2027. Dit betekent dat mogelijke programma-vertragingen van € 122 miljoen in de laatste maanden van 2026 niet leiden tot aanpassing van het uitgavenkader op het Deltafonds.
– Bij Voorjaarsnota 2027 worden de beschikbare budgetten voor 2027 en verder in de juiste verhouding tot de programmering gezet op basis van onder andere de laatste informatie van de uitvoeringsorganisaties.
Flexnorm
In de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbudgetten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.
In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2027 conform hierboven geschetste flexnorm flexibel zijn om bij nieuwe planvorming te betrekken.
Artikelonderdeel | Omschrijving | Budgetten t/m 2040 (x € 1 miljoen) |
|---|---|---|
5.03 | Investeringsruimte | 849 |
5.04 | Reserveringen | 2.074 |
Totaal | 2.923 | |
Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte) | 10% | |
Slagvaardige overheid
in miljoenen euro's | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord | 0 | 0 | ‒ 10 | ‒ 21 | ‒ 80 | ‒ 163 | ‒ 163 |
Efficiencytaakstelling | 0 | 0 | ‒ 10 | ‒ 21 | ‒ 34 | ‒ 46 | ‒ 46 |
Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 46 | ‒ 117 | ‒ 117 |
* Dit betreft de taakstelling voor heel IenW die verdeeld is over de 3 hoofdstukken: XII, Mobiliteitsfonds en Deltafonds.
Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot € 163 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
Hierbij worden de kaders gehanteerd zoals opgenomen in de Kamerbrief Actieagenda Slagvaardige Overheid op de vier actielijnen:
1. Fundamentele vereenvoudiging van beleid en regelgeving;
2. Realiseren van uitstekende (digitale) dienstverlening;
3. Vernieuwing en productiviteitsverhoging van de Rijksdienst;
4. Doorbreken van de Haagse Muren.
De vermindering van het aantal ambtenaren en de externe inhuur wordt hierbij betrokken conform het regeerakkoord.
De taakstelling zal op hoofdlijnen worden ingevuld met productiviteitsverbetering, vermindering van regels, het vereenvoudigen van processen, inzet van mogelijkheden van automatisering, AI en prioritering van taken.
IenW zal net als vorig jaar zijn bijdrage leveren aan het ambitieuze doel van het kabinet om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, en zich inspannen om de concrete reductiedoelstellingen die het voor 1 oktober 2026 van de Taskforce Slagvaardige Overheid krijgt, te realiseren. In alle werkvelden van IenW wordt gekeken waar onnodig ingewikkelde regels voor zowel het bedrijfsleven als mensen en professionals vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden, waarbij het conform kabinetsbeleid niet de bedoeling is dat de vermindering van regeldruk ten koste gaat van wezenlijke beleidsdoelen, zoals de bescherming van mens en milieu. Hierbij worden ook uitvoeringsorganisaties en andere stakeholders, zoals het bedrijfsleven, betrokken.
Tot eind 2030 wordt geleidelijk gewerkt aan de reductie van de omvang van het apparaat over de gehele organisatie voor zowel inzet van externe inhuur als eigen personeel en overhead. Afgezien van nieuwe taken wordt voor de huidige inzet gestuurd op verlaging van het aantal fte en deze afbouw wordt periodiek gemonitord.
3. Productartikelen
3.1 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid
Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel Investeren in waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 1.381.093 | 1.435.210 | 1.039.089 | 1.042.401 | 933.193 | 294.753 | 485.967 |
Uitgaven | 875.590 | 684.247 | 454.127 | 622.028 | 495.086 | 681.760 | 557.975 |
1.01 Grote projecten waterveiligheid | 112.899 | 36.271 | 15.925 | 158.887 | 7.333 | 352 | 8.766 |
1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten | 110.931 | 21.564 | 10.592 | 154.563 | |||
1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten | 689 | 1.401 | 237 | 2.664 | |||
1.01.03 Ruimte voor de rivier | 446 | 2.017 | 816 | 1.523 | 393 | ||
1.01.04 Maaswerken | 833 | 11.289 | 4.280 | 137 | 6.940 | 352 | 8.766 |
1.02 Ontwikkeling waterveiligheid | 743.716 | 603.232 | 401.401 | 428.087 | 460.915 | 659.738 | 528.996 |
1.02.01 Planning waterveiligheid | 51.158 | 28.636 | 22.105 | 26.391 | 25.802 | 57.437 | 130.465 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 2.088 | 1.544 | 621 | 632 | 632 | 519 | 519 |
1.02.02 Aanleg waterveiligheid | 692.558 | 574.596 | 379.296 | 401.696 | 435.113 | 602.301 | 398.531 |
1.03 Studiekosten | 18.975 | 44.744 | 36.801 | 35.054 | 26.838 | 21.670 | 20.213 |
1.03.01 Studie en onderzoekskosten | 18.975 | 44.744 | 36.801 | 35.054 | 26.838 | 21.670 | 20.213 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 10.373 | 11.538 | |||||
0 | 0 | 0 | 0 | ||||
Ontvangsten | 174.703 | 181.067 | 164.411 | 186.255 | 195.020 | 197.956 | 218.440 |
1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid | 174.703 | 181.067 | 164.411 | 186.255 | 195.020 | 197.956 | 218.440 |
1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWBP-2 | 4.891 | 0 | |||||
1.09.03 Ontvangsten waterschappen HWBP | 165.927 | 179.360 | 164.262 | 186.235 | 195.020 | 197.956 | 218.440 |
1.09.04 Overige ontvangsten HWBP | 1.053 | 10 | |||||
1.09.05 Overige aanleg ontvangsten | 2.832 | 1.697 | 149 | 20 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 87% |
Bestuurlijk gebonden | 13% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Nog niet ingevuld/vrij te besteden |
1.01 Grote projecten waterveiligheid
Motivering
Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over de programmering in 2027 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT Overzicht 2027, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2027.
Producten
Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)
Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Omgevingsregeling. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II 2007–2008, 27 625 nr. 103 en Kamerstukken II 2000-2001, 18 106, nr. 103).
Vanuit het HWBP-2 worden subsidies verstrekt aan de waterschappen voor de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen en worden de maatregelen aan de rijkskeringen betaald. Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Met het afsluiten van het Bestuursakkoord Water (2011) dragen de waterschappen bij aan de financiering van het HWBP-2 en het HWBP. In bijlage 2 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken ten aanzien van de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s (HWBP-2 en HWBP) opgenomen.
Van de 87 geprogrammeerde projecten is er nog één project in uitvoering (project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam). Oplevering van dit project staat gepland in 2027.
Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een Voortgangsrapportage: in het voorjaar 2027 Voortgangsrapportage 29 en in het najaar 2027 Voortgangsrapportage 30.
Meetbare gegevens
Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Per 31 december 2023 (meest recente beoordelingsronde) voldoen 86 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Er is nog één project in uitvoering. Dit is het project Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam.
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Projecten Nationaal | 2027 | 2027 | ||||||||||
HWBP-2 Rijksprojecten | 170 | 170 | 169 | 1 | ||||||||
HWBP-2 Waterschapsprojecten | 2.679 | 2.674 | 2.492 | 21 | 11 | 155 | ||||||
Overige projectkosten (programmabureau) | 40 | 40 | 37 | 3 | ||||||||
Afrondingen | 1 | ‒ 1 | ||||||||||
Programma | 2.889 | 2.884 | 2.698 | 23 | 11 | 157 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Budget (DF 1.01.01/02) | 23 | 11 | 157 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Ruimte voor de Rivier
Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Ruimte voor de Rivier beëindigd. Het laatste project dat bijdraagt aan de doelstelling van de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier is het project Reevesluis, als onderdeel van het project IJsseldelta, fase 2. Dit project is binnen de overeengekomen scope en conform afspraken uitgevoerd. Alle objecten en gebieden zijn overgedragen aan de beheerders. Decharge is verleend.
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Project RvdR | 2019 | 2019 | ||||||||||
Projecten Nationaal | ||||||||||||
Ruimte voor de Rivier | 2.242 | 2.242 | 2.237 | 2 | 1 | 2 | ||||||
Programma Realisatie | 2.242 | 2.242 | 2.237 | 2 | 1 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Budget (DF 1.01.03) | 2 | 1 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Maaswerken
Maaswerken (Zandmaas en Grensmaas) is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.
Op 22 januari 2019 heeft de Tweede Kamer de Groot Project Status van Zandmaas en Grensmaas beëindigd. De rapportage over de voortgang en afronding van het programma vindt plaats als onderdeel van het MIRT- overzicht (overstromingskans kleiner dan 1/250e per jaar).
Indicator | Grensmaas | Zandmaas |
|---|---|---|
Hoogwaterbeschermings-programma | 100% in 2017 (gerealiseerd) | 100 % in 2016 |
Natuurontwikkeling | (94,9%) 1.147 ha | (100%) 427 ha |
Grind | ten minste 35 miljoen ton |
Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling
De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De gerealiseerde deellocaties van de Zandmaas zijn overgedragen aan de eindbeheerders (zijnde Waterschap Limburg, gemeenten, natuurbeheerorganisaties en beheer RWS) de afgelopen jaren. De financiële afwikkeling loopt. De afronding van het realiseren van 1:250 beschermingsniveau kades (Roermond, Venlo, Gennep, kades en sluitstukkades) loopt nog door in 2026, afronding in 2027.
De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas is 1.208 ha. Het Ministerie van LVVN neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (Kamerstukken II, 2014–2015, 18 106, nr. 230). De natuuropgave binnen de Grensmaas is nagenoeg gerealiseerd. Grensmaas heeft tot eind 2027 de inspanningsverplichting om zoveel mogelijk onvergraven natuur aan te kopen.
De doelstelling van 35 miljoen ton grind is inmiddels behaald.
Grensmaas: Zoals gemeld aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2018-2019, 18 106, nr. 247) is toestemming verleend om drie jaar langer grind te winnen. Hiermee wordt de mijlpaal verlengd met drie jaar tot 2027.
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Project Maaswerken | ||||||||||||
Projecten Zuid-Nederland | ||||||||||||
Grensmaas | 122 | 121 | 98 | 11 | 4 | 9 | 2017/2027 | 2017/2027 | ||||
Zandmaas | 391 | 391 | 383 | 1 | 7 | 2021 | 2021 | |||||
Afrondingen | ‒ 1 | |||||||||||
Programma Realisatie | 513 | 512 | 481 | 11 | 4 | 0 | 7 | 0 | 9 | 0 | ||
Budget (DF 1.01.04) | 11 | 4 | 0 | 7 | 0 | 9 | 0 | |||||
Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid
De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van IenW die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s.
Figuur 4 Maatregelen waterveiligheid

1.02 Ontwikkeling waterveiligheid
Motivering
Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.
1.02.01 Planning waterveiligheid
Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen- en planuitwerkingsfase bevinden.
Budget | Oplevering | ||||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | Huidig | vorig | Huidig | Oplevering | |
Projecten Nationaal | |||||
Reservering Areaalgroei | 27 | 25 | |||
Ruimte voor de Rivier 2.0 | 940 | 159 | 2029 | 2029 | 1) |
Projecten Noordwest-Nederland | |||||
EPK planning waterkwaliteit | 9 | 10 | |||
Projecten Zuid-Nederland | |||||
Rivierverruiming Rijn en Maas | 93 | 280 | 2) | ||
Projecten Oost-Nederland | |||||
IJsseldelta 2e fase | 117 | 120 | 2026 | 2026 | 3) |
afronding | |||||
Totaal programma planuitwerking en verkenning | 1.186 | 594 | |||
Budget DF 1.02.01 | 1.186 | 594 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Om de uitvoering van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 mogelijk te maken wordt de beleidsreservering voor dit programma vanuit de beleidsreservering op artikel 5 overgeboekt. Hiermee is in de periode t/m 2040 een bedrag van € 771 miljoen gemoeid. Daarnaast heeft een verhoging van het projectbudget plaatsgevonden als gevolg van een correctieoverheveling (€ 8,3 miljoen), omdat dit bedrag abusievelijk aan het projectbudget was ontrokken in plaats van het beleidsreserveringsbudget. Tevens is het projectbudget verhoogd door toegezegde middelen voor onderzoek naar erosie op de Maasbodem (€ 1,1 miljoen) en onderzoek naar het meergeulenconcept bij de Zuidelijke Waaldijk Oost (€ 0,8 miljoen).
2. De verlaging van het projectbudget voor Rivierverruiming Rijn en Maas veroorzaakt doordat dit projectbudget is overgegaan naar de realisatiefase en het budget is overgeheveld naar realisatiebudgetten. Zie 1.02.02 Realisatieprogramma.
3. De verlaging van het projectbudget betreft een teruggave aan de investeringsruimte Deltafonds (€2,3 miljoen) omdat de middelen niet meer besteed zullen worden na afronding van dit project.
IJsseldelta 2e fase
In 2025 is het MIRT-4 besluit genomen voor dit project. In 2026 worden de laatste zaken ter afronding afgewikkeld.
Ruimte voor de Rivier 2.0 (voorheen Integraal Riviermanagement, IRM)
Rivieren zijn van groot belang voor Nederland, voor goederenvervoer per binnenvaart, zoetwaterbeschikbaarheid, waterberging en -afvoer, regionale economische ontwikkeling, natuur en recreatie. Daarbij is bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen een uitgangspunt. Door klimaatverandering zullen hoog- en laagwater vaker voorkomen en door een steeds meer uitslijtende rivierbodem wordt de rivier minder bevaarbaar en de wenselijke zoetwaterverdeling over Nederland belemmerd. Ook treedt verdroging op in de uiterwaarden en binnendijkse gebieden met consequenties voor o.a. de landbouw. Met het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 worden maatregelen voor de korte en lange termijn uitgewerkt en neemt het kabinet besluiten over de aanpak en uitvoering hiervan zodat ruimte wordt gemaakt voor de rivier en haar functies.
Het Programma IRM is in het voorjaar van 2025 vastgesteld en vormt de basis voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Met dit programma zet het kabinet in op een rivierengebied dat klaar is voor de toekomst. Voor 2027 worden besluiten voorbereid over het herstel van rivierbodems en ruimte voor hoge rivierafvoeren.
Binnen het budget voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 zijn middelen opgenomen voor projecten die de afgelopen jaren onder de voorloper Integraal Riviermanagement zijn opgestart. Dit zijn de projecten Lob van Gennep, Vierwaarden en Zuidelijk Maasdal.
Rivierverruiming Rijn en Maas
Deze middelen zijn gereserveerd voor de Rijksopgaven van de rivierverruimingsprojecten langs de Maas. Specifiek gaat het om de Rijksbijdrage aan de planuitwerking en realisatie van de rivierverruimingsprojecten Meanderende Maas, Well, Oeffelt, Thorn-Wessem, Baarlo-Hout-Blerick en Contelmo. Binnen deze projecten worden dijkverlegging gecombineerd met dijkversterking vanuit het hoogwaterbeschermingsprogramma.
1.02.02 Aanleg waterveiligheid
Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de Rijkswateren.
Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)
Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en IenW. Het programma heeft als doel in 2050 alle primaire waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Minimaal 1x per 12 jaar worden de keringen beoordeeld door de beheerder: waterschappen en Rijkswaterstaat. De laatste beoordelingsronde liep tot 2023. Tot 2050 lopen er nog 2 beoordelingsrondes. Als er sprake is van een versterkingsopgave kan dit opgenomen worden in het HWBP en is er mogelijk financiering beschikbaar. Dit wordt beoordeeld en begeleid door de programmadirectie HWBP. Als er sprake is van beheer en onderhoud wordt dit door de beheerder zelf opgepakt (zorgplicht). Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. Het overige deel is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking binnen de alliantie wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders benut.
Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het programma plaatsvindt en er 12 jaar vooruit wordt gekeken. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat flexibel in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.
De prioritering van de jaarlijks uit te brengen programmering is gebaseerd op urgentie. De programmering 2027–2038 wordt gelijktijdig met deze begroting aan de Kamer aangeboden als onderdeel van het Deltapro gramma 2027 (paragraaf 3.3). In het Deltaprogramma 2027 is tevens een uitgebreide beschrijving van de voortgang van het HWBP opgenomen.
Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.
Afsluitdijk (renovatie bestaande spuimiddelen)
Op 12 juli 2022 is middels een vaststellingsovereenkomst besloten om de renovatie van de bestaande spuimiddelen bij Den Oever en Kornwerderzand uit de scope van het DBFM-contract Afsluitdijk te halen. De aanpak van de bestaande spuimiddelen moet opnieuw worden bepaald, op dit moment wordt levensduur verlengend onderhoud voorbereid.
Afsluitdijk
De oplevering van de renovatie van monument «De Vlieter» is voorzien voor 2027.
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Projecten Nationaal | |||||||||||||
Programma HWBP | 2050 | ||||||||||||
HWBP Rijksprojecten | 780 | 780 | 91 | 22 | 49 | 21 | 83 | 101 | 54 | 359 | 1) | ||
HWBP Overige projectkosten (programmabureau) | 259 | 248 | 83 | 18 | 12 | 11 | 11 | 11 | 11 | 102 | |||
HWBP Waterschapsprojecten | 9.166 | 8.349 | 3.017 | 572 | 745 | 523 | 468 | 442 | 257 | 3.142 | |||
Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium 2035 | 45 | 45 | 33 | 7 | 5 | ||||||||
Zandhonger Oosterschelde | 11 | 11 | 11 | ||||||||||
Landelijk Verbeterprogr. Regionale Rijksk. | 196 | 15 | 4 | 3 | 20 | 32 | 38 | 43 | 42 | 14 | 2032 | 2) | |
Kennisprogramma zeespiegelstijging | 11 | 10 | 9 | 1 | 1 | ||||||||
Meanderende Maas | 9 | 9 | 1 | 2 | 6 | ||||||||
Projecten Noord-Nederland | |||||||||||||
Afsluitdijk | 19 | 18 | 14 | 2 | 3 | 2026 | |||||||
Afsluitdijk Bestaande Spuisluis | 9 | 9 | 6 | 2 | 1 | ||||||||
Projecten Oost-Nederland | |||||||||||||
Kribverlaging Pannerdensch Kanaal | 29 | 29 | 28 | 1 | 2023 | 2023 | |||||||
IJsseldelta 2e fase (Reevesluis) | 93 | 93 | 93 | 2021 | 2021 | ||||||||
Monitoring Langsdammen Waal | 5 | 5 | 3 | 1 | 1 | 2028 | |||||||
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||||||||||
Overige onderzoeken en kleine projecten | 88 | 88 | 88 | ||||||||||
Dijkversterking en herstel steenbekleding | 828 | 828 | 826 | 2 | |||||||||
Projecten Zuid-Nederland | |||||||||||||
Beekdalen | 310 | 310 | 25 | 7 | 15 | 15 | 18 | 20 | 25 | 185 | 3) | ||
Rivierverruiming Maas | 191 | 48 | 35 | 60 | 26 | 22 | |||||||
Afrondingen | ‒ 1 | ‒ 1 | 1 | 1 | 1 | ‒ 1 | |||||||
Programma Realisatie | 12.049 | 10.847 | 4.332 | 686 | 893 | 663 | 645 | 640 | 388 | 3.802 | |||
Budget (DF 1.02.02) | 575 | 379 | 402 | 435 | 602 | 399 | 5.086 | ||||||
Overprogrammering (-) | ‒ 111 | ‒ 514 | ‒ 261 | ‒ 210 | ‒ 38 | 11 | 1.284 | ||||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. De toename van het projectbudget op de HWBP rijks-, waterschaps- en overige projecten is veroorzaakt door de prijsbijstelling 2026 en het verlengen van de begrotingsperiode.
2. De toename van het projectbudget voor het Landelijk Verbeterprogramma Regionale Rijkskeringen komt door het overhevelen van € 181 miljoen vanuit de beleidsreservering ten behoeve van het uitvoeringsprogramma voor de versterkingsopgave van regionale rijkskeringen.
3. Het projectbudget van Rivierverruiming Maas (€ 191 miljoen) in de aanlegfase is nieuw in het projectenoverzicht Aanleg, omdat het project is overgaan van planuitwerking naar realisatiefase.
1.03 Studiekosten
Motivering
Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.
Producten Studie- en onderzoekskosten Deltaprogramma
Hieronder vallen studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken). Het Deltaprogramma (DP) is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de korte, middellange en lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Voor een nadere toelichting over deze onderzoeken wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2027. Op dit onderdeel worden vooral de onderzoeken voor waterveiligheid verantwoord.
Uitvoering gebiedsagenda
Het Rijk werkt samen met de regionale partners in het kader van het Platform IJsselmeergebied 2050 aan de activiteiten die zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst IJsselmeergebied 2024-2028 (zie Staatscourant 2024, 10666). Onderdeel daarvan is het uitvoeren van onderzoek in het kader van het Deltaprogramma IJsselmeergebied.
Thema water, klimaatadaptatie en maritiem
In het kader van het missie-gedreven innovatiebeleid heeft IenW missies opgesteld op het terrein van waterveiligheid, klimaatadaptatie, waterkwaliteit en beheer van de grote wateren. IenW stelt middelen beschikbaar om voor deze missies kennis, innovatie en netwerkvorming te realiseren in publiek-privaat gefinancierde samenwerkingsverbanden. Dit doet IenW samen met TKI Watertechnologie en Deltatechnologie, specifiek op de raakvlakken tussen de IenW opgaven en andere departementen, markten en technologieën.
Strategisch onderzoek
In samenwerking met NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en overheden wordt strategisch onderzoek ontwikkeld voor actuele maatschappelijke ontwikkelingen, zoals droogte en klimaatadaptatie in de stad.
Water4All
Het doel van het Europese kennisprogramma Water4All (2022-2029) -Water Security for the Planet- is om oplossingen te vinden voor de waterproblematiek rond te veel, te weinig en te vuil water. De activiteiten zijn gericht op onderzoeken en demonstratieprojecten rond kennis en innovatie. De uitvoering van de projecten van de tweede fase in 2025-2027 zijn vooral gericht op «Water and the circular economy» en «Water and health». Het onderzoeksprogramma heeft een looptijd van 8 jaar. De bijdrageverlening zal plaatsvinden via het ministerie van OCW.
Klimaatadaptatie
Een belangrijke manier om Nederland voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering is om te werken aan een klimaatbestendige inrichting. Dit wordt gestimuleerd vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie via een stappenplan waarin alle overheden gezamenlijk de kwetsbare onderdelen van de ruimtelijke inrichting onderzoeken en aanpakken. Conform deze aanpak is in 2025 een tweede cyclus gestart waarvoor procesondersteuning wordt geboden met name om in dialogen de balans te zoeken tussen het gebruik van het water- en bodemsysteem, technische of ruimtelijke maatregelen en bewustwording van klimaatrisico’s. Verder wordt kennis beschikbaar gesteld via klimaatadaptatienederland.nl, de klimaateffectatlas.nl en via het netwerk Samen Klimaatbestendig. In de Klimaateffectatlas zijn ook voor zover mogelijk de meeste recente KNMI-klimaatscenario’s doorvertaald. Het werk voor het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt uitgevoerd in samenhang met de uitvoering van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie. Met het PBL wordt gewerkt aan een monitoringsystematiek om de voortgang van de uitvoering van het nationale klimaatadaptatiebeleid te kunnen volgen.
Nationale Aanpak Wateroverlast
Naar aanleiding van de extreme regen in 2021, die in Limburg overstromingen tot gevolg had, is de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater ingericht. De Beleidstafel leverde in december 2022 haar eindadvies op. In de afgelopen periode heeft IenW, met input van RWS, UvW, IPO, SMWO, Waterveiligheid en Ruimte Limburg, aan de hand van vijf rapportages, de voortgang van de 21 aanbevelingen en 80 acties gemonitord.
In de Wateroverlastbriefvan oktober jl. is aangekondigd dat we zullen werken aan het opstellen van een Nationale Aanpak Wateroverlast (NAW). Het voorstel is de voortgangsrapportages over de Beleidstafel hiermee af te ronden. De nog niet afgeronde acties vanuit de Beleidstafel zullen worden geborgd in de NAW. De gebeurtenis in Limburg leerde ons dat wateroverlast en schade door extreme regen niet altijd te voorkomen is en ook in andere delen van Nederland tot grote impact kan leiden. Voorkomen kan niet, voorbereiden wel. We richten ons op weerbaarheid en veerkracht om de gevolgen te beperken. In de NAW staat het principe van meerlaagsveiligheid centraal, waarbij maatregelen uit iedere laag worden ingezet: waterbewust handelen, preventie, gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting, crisisbeheersing en herstel. Waarbij we een aanpak hanteren die een balans zoekt in het vasthouden van water, bergen en alleen afvoeren wanneer dat nodig is. In de afgelopen periode zijn vanuit het traject van de bovenregionale stresstesten grootschalige neerslag, waterbeelden opgeleverd. In de komende periode wordt door provincies, waterschappen en veiligheidsregio’s gewerkt aan gevolgenbeelden en worden risico dialogen gevoerd.
Regionale keringen
De regionale keringen in beheer van het Rijk zijn door Rijkswaterstaat getoetst. In 2023 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het aangepaste uitvoeringsprogramma, met een voorlopige programmering tot 2032 (Kamerstuk 27 625, nr. 659). RWS bereidt de nodige versterkingsmaatregelen voor om op 1 januari 2032 aan de normen te voldoen. De voortgang wordt in het jaarlijkse MIRT overzicht gerapporteerd.
Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI)
In het programma Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI) wordt gewerkt aan kennisontsluiting en de (door)ontwikkeling van het instrumentarium voor beoordelen en ontwerpen. Het programma bouwt voort op het WBI2017 en het BOI2023, het Ontwerp Instrumentarium (OI) 2014 en de bestaande Technische Leidraden en voegt hier nieuw ontwikkelde kennis en functionaliteit aan toe, zodat het instrumentarium aansluit op de actuele kennis en de ervaringen die in de eerste beoordelingsronde (2017-2023) zijn opgedaan. In 2026 en 2027 wordt gewerkt aan de gefaseerde oplevering van de geactualiseerde hydraulische belastingen, die keringbeheerders gebruiken om hun dijken kunnen beoordelen en ontwerpen. Verder is gestart met het vernieuwde BOI-programma om te komen tot instrumenten die nog beter aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. Het instrumentarium wordt continu doorontwikkeld op basis van belangrijke nieuwe inzichten en vervolgens worden aangeboden aan de waterkeringbeheerders.
Kennisontwikkeling Waterveiligheid
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van beleid om het risico van overstromingen in Nederland te beheersen. Dit beleid is in grote mate gebaseerd op (wetenschappelijke) kennis en informatie. Vanuit deze verantwoordelijkheid investeert IenW in het verkrijgen van kennis over het waterveiligheidsdomein. Deze kennis wordt onder andere gebruikt voor de Technische Leidraden waarvan de minister een wettelijk taak heeft (artikel 2.19 lid d van de omgevingswet) deze ter beschikking te stellen ten behoeve van het ontwerp en beheer van onze primaire waterkeringen. De basis voor de kennisontwikkeling en onderzoek is de nationale kennisagenda waterveiligheid. Deze agenda beschrijft ook de kennis die nodig is om het beleid uit te voeren. Kennis wordt doorlopend ontwikkeld. Niet alleen door het Rijk, maar ook in samenwerking met waterschappen, het Hoogwaterbeschermingsprogramma, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De onderwerpen op de kennisagenda worden in verschillende onderzoekprogramma’s uitgewerkt in concrete kennisvragen en geprioriteerd op basis van expliciete criteria, beschikbare budget en planning. De kennisprogrammering binnen de verschillende thema’s wordt jaarlijks geactualiseerd en de voortgang van de onderzoeken wordt bijgehouden. Er wordt nu gewerkt aan de update van de kennisagenda voor de periode 2027-2033.
Kennisprogramma Zeespiegelstijging
Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging focust zich op de onzekerheden en de mogelijke effecten voor korte en lange termijn van een (versnelde) zeespiegelstijging. Dit kennisprogramma is gestart in september 2019 en levert voor de zomer 2027 in een eindrapportage de finale bevindingen op. Het kennisprogramma heeft in 2023 resultaten opgeleverd ten aanzien van de houdbaarheid van de huidige aanpak van de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening, en in 2024 gerapporteerd over mogelijke lange termijn denkrichtingen. De eindrapportage biedt samenhang over de uitgevoerde onderzoeken en besteedt aandacht aan mogelijke ‘adaptatiepaden’ voor zeespiegelstijging. Deze paden geven de timing en volgorde van keuzes in de toekomst weer en laten de samenhang zien van verschillende opties die nu in beeld zijn. Ook wordt gekeken welke onderzoeken in een vervolg nodig zijn om tijdig voor keuzes gesteld te staan.
Bij het KNMI wordt in het verlengde van eerder onderzoek gewerkt aan de modellering van versnelde smelt van Antarctica, gericht op het beter kunnen voorspellen van deze smelt en de daaruit volgende zeespiegelstijging in de toekomst. Ook wordt onderzocht wat de gevolgen zouden zijn van vertragen of stilvallen van de warme golfstroom Atlantic meridional overturning circulation (AMOC) voor de zeespiegel aan de Nederlandse kust.
Toegepast onderzoek naar overstromings- en droogterisicobeheer in grensoverstijgende kleine rivieren in voorbereiding op extreem weer
In 2027 bouwt het JCAR-ATRACE programma de gezamenlijke, grensoverschrijdende kennisbasis voor waterveiligheid en droogtebeheer verder uit. De uitvoeringsagenda richt zich op de doorontwikkeling van grensoverschrijdende stresstesten voor internationale stroomgebieden (waaronder de Roer, Dommel en de Brabantse Delta) en het regionaal versterken van impact-based flood forecasting en early warning. Binnen de JCAR-ATRACE programmering gaat in 2027 specifieke aandacht uit naar verdiepend onderzoek rondom de weerbaarheid van vitale infrastructuur tegen klimaatextremen. Ook wordt ingezet op het intensiveren van de samenwerking via de Vlaamse Blue Deals, het Hochwasserpact van NRW en een vervolg op de waterconferentie met Nedersaksen in Osnabruck. De opgedane inzichten worden via platforms als de Benelux-werkgroep en regionale samenwerkingsverbanden zoals WRL en de Rur Advisory Board direct ontsloten om de bevoegde regionale autoriteiten in België, Duitsland en Nederland beter te faciliteren bij hun ruimtelijk adaptatiebeleid en grensoverschrijdend stroomgebiedbeheer.
Beschermingsaanpak kritieke infrastructuur watersector
De veiligheid en economie van Nederland zijn sterk afhankelijk van het goed functioneren van belangrijke infrastructuur en systemen. Het is cruciaal dat alle kritieke systemen goed beschermd zijn tegen storingen, uitval of (zowel bewuste als onbewuste) manipulatie. Ook in noodsituaties moeten ze blijven werken. Bedrijven en organisaties spelen hierin de hoofdrol, met ondersteuning van de overheid.
Het waarborgen van drinkwatervoorziening en waterbeheer zijn en blijven cruciaal voor de veiligheid en continuïteit van onze samenleving. Daarom werkt IenW in verschillende programma's samen met organisaties om de vitale waterprocessen te verbeteren op het gebied van dreigingsanalyse, risicobeheersing, cybersecurity, fysieke beveiliging, economische veiligheid, integriteit van personeel, crisismanagement en bedrijfscontinuïteit. Dit alles om ervoor te zorgen dat de processen en organisaties die betrokken zijn bij waterbeheer en drinkwatervoorziening beter voorbereid zijn op risico’s en verstoringen. Het proces voor afvalwaterbeheer is onderdeel geworden van deze aanpak. Zo kan de weerbaarheid van de waterketen vanuit een meer integraal perspectief benaderd worden.
De Critical Entities Resilience directive (CER) en de Network and Information systems Security 2 richtlijn (NIS2) verplichten Europese landen om hun vitale infrastructuur en digitale systemen beter te beschermen tegen verstoringen, cyberaanvallen en andere dreigingen. De richtlijnen zijn in Nederland vertaald naar de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten en Cyberbeveiligingswet . De aanvullende verplichtingen voortvloeiend uit de wetten, bieden organisaties een kader om de (digitale) weerbaarheid te verhogen.
Door de veranderende geopolitieke ontwikkelingen en de toename van (digitale) dreigingen, heeft IenW permanente aandacht voor het verhogen van de weerbaarheid van de samenleving. Voor het eerst in lange tijd is het reëel dat Nederland via de collectieve verdedigingsclausule in het NAVO-verdrag (artikel 5) direct betrokken raakt bij een grootschalig gewapend conflict. Daarbij is het logisch dat ook de bescherming van vitale infrastructuur een belangrijk onderwerp is. Daarom wordt bij IenW vol ingezet op het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid tegen dit type dreigingen door het versnellen van de samenwerking met sectorpartijen. Bovendien is er nog meer aandacht gekomen voor specifieke dreigingen zoals drones.
Verhogen digitale weerbaarheid
Waterveiligheid en digitale veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Nederland moet kunnen vertrouwen op een betrouwbaar en zo veilig mogelijk waterbeheer en drink watervoorziening. Hiervoor is het van belang dat het niveau van beveiliging past bij het actuele dreigingsniveau en de gerelateerde cyberrisico’s. Het verhogen van de digitale weerbaarheid van de vitale sectoren staat beschreven in de Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS). Het ministerie ondersteunt en faciliteert de (vitale/kritieke) sectoren bij de uitvoering van het cybersecurity beleid waar zij systeemverantwoordelijk voor is. Hiervoor zijn IenW- brede cyberweerbaarheidsprogramma’s voor opgezet. De programma’s werken samen om activiteiten en handelingsperspectieven te ontwikkelen die aansluiten bij de uitdagingen van de sector organisaties. Er is speciale aandacht voor Operationele Technologie (OT), omdat dit in alle (kritieke) sectoren belangrijk is. De programma’s werken aan de volgende thema’s: samenwerking en expertise, maatregelen, best practices en implementatie, keten en risicomanagement, opleiding, testen, oefenen en monitoring, detectie en incidentresponse.
Het programma ‘Versterken cyberweerbaarheid in de watersector’ draagt bij aan de genoemde NLCS. Onder regie van IenW heeft het programma in 2023 bestuurlijke afspraken gemaakt met drinkwaterbedrijven, gemeenten, provincies en waterschappen. Afgesproken is om de projectmatige aanpak, om de weerbaarheid te verhogen, voort te zetten die de watersector helpt om voorbereid te zijn op aanvullende verplichtingen die voortkomen uit de Cyberbeveiligingswet de Wet Weerbaarheid Kritieke Entiteiten.
1.09 Ontvangsten
Ontvangsten waterschapsprojecten
Conform het Bestuursakkoord Water dragen de waterschappen sinds 2015 structureel € 181 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel, prijspeil 2010) bij aan het HWBP. Deze bijdrage wordt geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het ministerie van Financiën. Vanaf 2027 en verder komt dit bedrag jaarlijks uit op ongeveer € 239 miljoen (inclusief projectgebonden aandeel).
De middelen van de waterschappen worden ingezet voor de resterende waterschapsprojecten van het HWBP-2 en voor de waterschapsprojecten van het HWBP. De per 1 januari 2014 in werking getreden Wijziging van de Waterwet (Kamerstukken II 2012–2013, 33 465, nr. 3) regelt dat het Rijk en de waterschappen jaarlijks elk de helft van de bijdrage aan het HWBP betalen.
In bijlage 2 is een overzicht opgenomen waarin nader is ingegaan op de financiering van het HWBP-2 en het HWBP.
3.2 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening
Op het gebied van zoetwatervoorziening is het beleid gericht op een duurzame zoetwatervoorziening die economisch en maatschappelijk doelmatig is. De uitvoering is gericht op waar mogelijk voorkomen van tekorten in normale jaren en gesteld te staan om beter om te gaan met zoetwatertekorten in droge jaren. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en gebruikers. Het Ministerie van IenW werkt samen met deze partijen in het Deltaprogramma Zoetwater. De maatregelen die in uitvoering worden genomen staan in het Deltaplan Zoetwater.
In periodes van ernstig watertekort (in droge zomers) wordt water verdeeld op basis van de wettelijk verankerde verdringingsreeks.
Op dit artikel worden de producten op het gebied van zoetwatervoorziening verantwoord. De waterkwaliteit maatregelen in het hoofdwatersysteem die niet verbonden zijn aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening worden op artikel 7 van het Deltafonds verantwoord.
Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal waterbeleid op de begroting van Hoofdstuk XII.
Ambities voor zoetwater
Nederland krijgt vaker te maken met droogte en periodes van laagwater in de rivieren. Om de bijdrage van zoetwater aan onze leefomgeving te behouden en onze economie weerbaarder te maken tegen verminderde zoetwaterbeschikbaarheid, is het zaak dat er geanticipeerd wordt op toekomstige trends en ontwikkelingen. In de nationale omgevingsvisie (NOVI) en in het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is daarom een voorkeursvolgorde opgenomen voor (regionaal) waterbeheer om de beschikbaarheid van water zeker te stellen en wateroverlast te voorkomen:
– bij de ruimtelijke inrichting en landgebruik moet meer rekening worden gehouden met waterbeschikbaarheid en wateroverlast;
– alle watergebruikers, waaronder landbouw, industrie en consumenten, zullen zuiniger moeten omgaan met water;
– de waterbeheerders (waaronder waterschappen, provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat, agrariërs en natuurterreinbeheerders) zullen water beter moeten vasthouden, bergen en opslaan;
– De waterbeheerders zullen water slimmer moeten verdelen;
– Bij een natuurlijk fenomeen is nooit alle schade te voorkomen, dus als de inzet toch nog onvoldoende is, dan moeten we als samenleving de (rest)schade accepteren en ons daartoe voorbereiden.
Het Deltaprogramma Zoetwater heeft als overkoepelend doel dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen zoetwatertekorten. Dan moeten alle gebruikers en gebieden goed voorbereid zijn op regelmatig optredende perioden van zoetwatertekorten. Dit hoofddoel bestaat uit vier lijnen.
– Waterbeheerders hebben een gezond en evenwichtig grond- en oppervlaktewatersysteem. Zij streven naar een situatie waarin watervraag en wateraanbod langjarig duurzaam in balans zijn, met behoud van de grondwatervoorraad.
– Gebruikers zetten zich in om water effectief en zuinig te gebruiken en zijn voorbereid om te kunnen omgaan met tekorten en verzilting. Zij zijn geïnformeerd over de te verwachten omstandigheden en hebben zich tijdig en flexibel voorbereid, bijvoorbeeld door te innoveren, de bedrijfsvoering aan te passen of activiteiten te verplaatsen.
– Cruciale maatschappelijke gebruiksfuncties worden zo lang mogelijk beschermd en (onomkeerbare) schade wordt voorkomen. In perioden van schaarste wordt het beschikbare zoetwater zo goed mogelijk verdeeld langs de lijnen van de wettelijk vastgestelde verdringingsreeks hoofdwatersysteem.
– De waterkennis en innovatiekracht in Nederland zijn zodanig ontwikkeld dat alle gebruikers en gebieden weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. We blijven continu investeren in de ontwikkeling van waterkennis en innovatie. De uitkomsten hiervan worden gedeeld tijdens landelijke en regionale bijeenkomsten.
De strategie om deze doelen te bereiken volgt de voorkeursvolgorde van de NOVI.
Van ambities naar uitvoering
Om de zoetwaterdoelen te realiseren worden maatregelen getroffen voor het robuuster maken van het (grond)watersysteem (nationaal en regionaal) en om de gevolgen van langdurige droogte en lage rivierafvoeren ten gevolge van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken.
In het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 hebben het Rijk en de zoetwaterregio’s een maatregelenpakket van € 800 miljoen uitgewerkt. Hiervan is circa € 250 miljoen afkomstig uit het Deltafonds en circa € 550 miljoen vanuit de zoetwaterregio’s. In 2027 wordt het Deltaplan Zoetwater 2028-2033 voorbereid en vastgesteld.
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2027, het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 en het Nationaal Water Programma 2022–2027.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 11.330 | 47.076 | 20.842 | 44.363 | 15.293 | 5.999 | 3.903 |
Uitgaven | 26.578 | 46.530 | 45.284 | 79.157 | 16.289 | 6.467 | 3.903 |
2.02 Ontwikkeling zoetwatervoorziening | 23.359 | 44.163 | 42.673 | 76.595 | 14.289 | 4.467 | 1.903 |
2.02.01 Planning zoetwatervoorziening | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
2.02.02 Aanleg zoetwatervoorziening | 23.359 | 44.163 | 42.673 | 76.595 | 14.289 | 4.467 | 1.903 |
2.03 Studiekosten | 3.219 | 2.367 | 2.611 | 2.562 | 2.000 | 2.000 | 2.000 |
2.03.01 Studie en onderzoekskosten Deltaprogramma | 3.219 | 2.367 | 2.611 | 2.562 | 2.000 | 2.000 | 2.000 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 505 | 456 | |||||
2.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoorzieningen | 150 | 0 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 94% |
Bestuurlijk gebonden | 6% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Nog niet ingevuld/vrij te besteden |
2.01 Planning zoetwatervoorziening
Motivering
Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.
Producten
Er worden op dit artikelonderdeel nu geen projecten verantwoord.
2.02 Aanleg Zoetwatervoorziening
Motivering
Het betreft projecten die de zoetwatervoorziening bevorderen en de kwaliteit waarborgen. Dit zijn maatregelen en voorzieningen van nationaal belang ter voorkoming, en waar nodig beperking van, waterschaarste en ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van opgaven op het gebied van zoetwatervoorziening.
Producten
Aanlegprogramma Zoetwatervoorziening
Deltaplan Zoetwater 2015-2021 (fase 1)
De meeste maatregelen uit de eerste fase van het Deltaplan Zoetwater (2015-2021), met een omvang van € 400 miljoen, waarvan € 150 miljoen uit het Deltafonds, zijn eind 2021 afgerond. Enkele grote complexe maatregelen voor het Hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem hadden nog een doorloop tot 2023.
Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027)
De zoetwaterregio's en het Rijk hebben intensief samengewerkt om tot een goed onderbouwd maatregelenpakket te komen voor het Deltaplan Zoetwater fase 2 (2022-2027). Het Deltaplan 2022-2027 omvat meer dan 150 maatregelen die zijn uitgewerkt in de zoetwaterregio's en voor het hoofdwatersysteem, passend bij de nationale en regionale opgaven. Het maatregelenpakket voor de 2e fase heeft een omvang van circa € 800 miljoen, waarvan circa € 250 miljoen vanuit het Deltafonds en circa € 550 miljoen vanuit de zoetwaterregio’s komt. De investeringen worden gedaan door het Rijk (Deltafonds), waterschappen, provincies, gemeenten, drinkwaterbedrijven en de watergebruikers. Maatregelen in het hoofdwatersysteem worden volledig bekostigd uit het Deltafonds. Regionale maatregelen worden voor 75% door de regio bekostigd; maximaal 25% van de kosten wordt uit het Deltafonds vergoed. Bovenregionale maatregelen en innovatieve maatregelen kunnen in aanmerking komen voor een maximale bijdrage van 50% uit het Deltafonds.
De zoetwaterregio’s werken onder meer aan maatregelen om water beter vast te houden en op te slaan in de ondergrond, minder water te gebruiken, en aan optimalisaties wateraanvoer en -verdeling.
Waterbeschikbaarheid voor het hoofdwatersysteem krijgt invulling via de Strategie Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem. Operationeel watermanagement wordt in samenwerking met regionale en waterbeheerders versterkt middels het programma Slim Watermanagement. Daarnaast wordt er door Rijkswaterstaat invulling gegeven aan het maatregelenpakket DPZW, bestaande uit onderzoeken en realisatieprojecten. In 2026 is opdracht aan RWS verleend voor de planstudie Robuuste Wateraanvoer Twentekanalen via Gemaal Eefde. De planstudie wordt conform planning in 2027 opgeleverd. Realisatie is voorzien in de periode 2028 ‒ 2032.
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Projecten Zoetwatervoorziening | |||||||||||||
Projecten Nationaal | |||||||||||||
Deltaplan Zoetwater Fase 1 | 80 | 78 | 65 | 4 | 7 | 4 | 2026 | 2026 | |||||
Deltaplan Zoetwater Fase 2 | 243 | 243 | 88 | 37 | 32 | 70 | 10 | 4 | 2 | 2027 | 2027 | ||
Impulsregeling ruimtelijke adaptie | 167 | 167 | 167 | ||||||||||
Waterbewust leven | 7 | 7 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | ||||||
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||||||||||
Ecologische maatregelen Markermeer | 10 | 10 | 8 | 2 | 2023 | 2023 | |||||||
Besluit Beheer Haringvlietsluizen | 85 | 85 | 78 | 1 | 1 | 1 | 4 | 2018/2030 | 2018/2030 | ||||
Afrondingen | ‒ 1 | ||||||||||||
Programma Realisatie | 592 | 590 | 407 | 44 | 43 | 77 | 14 | 4 | 2 | 0 | |||
Budget (DF 2.02.02) | 44 | 43 | 77 | 14 | 4 | 2 | 0 | ||||||
2.03 Studiekosten
Motivering
Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van zoetwatervoorziening.
Producten
Op dit onderdeel van de begroting staan de studie- en onderzoekskosten ten behoeve van het Deltaprogramma die betrekking hebben op zoetwatervoorziening.
Ten behoeve van Deltaprogramma Zoetwater (DPZW) wordt onder andere onderzoek gedaan naar de verbinding van de waterketen met watersystemen, de gevolgen en het handelingsperspectief ten aanzien van verzilting voor de landbouwsector, natuur en aquatische ecologie, en de ontwikkeling van statistieken en indicatoren voor de evaluatie van droogtejaren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de doorontwikkeling van het Nationaal Water Model, zodat betere inschattingen gemaakt kunnen worden van de effecten van (toekomstige) droogte op verschillende sectoren en functies. Ook de adviezen van het Expertise Netwerk Zoetwater en Droogte (ENZD), een onafhankelijke wetenschappelijke adviescommissie voor droogtebeleid en waterbeheer, worden op dit begrotingsonderdeel vergoed.
In 2026 zijn sociaal-economische analyses uitgevoerd op de verschillende maatregelen aangedragen voor uitvoering in Fase 3 van het Deltaprogramma Zoetwater (2028-2033). Medio 2026 worden de uitkomsten van de analyses opgeleverd. Deze analyses worden begin 2027 meegewogen om te komen tot een doelmatig en doeltreffend pakket van uitvoeringsmaatregelen. Daarnaast wordt dit jaar gestart met de ontwikkeling van een routekaart voor Fase 4 van het Deltaprogramma.
3.3 Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft exploitatie (watermanagement), onderhoud en vernieuwing. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.
Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 411.468 | 496.721 | 698.932 | 545.084 | 542.153 | 474.275 | 642.118 |
Uitgaven | 419.052 | 490.301 | 590.893 | 525.176 | 531.687 | 467.228 | 740.006 |
3.01 Exploitatie | 8.558 | 15.153 | 18.051 | 17.818 | 17.578 | 17.929 | 20.606 |
3.01.01 Exploitatie Watermanagement | 8.558 | 15.153 | 18.051 | 17.818 | 17.578 | 17.929 | 20.606 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 8.558 | 15.153 | 18.051 | 17.818 | 17.578 | 17.929 | 20.606 |
3.02 Onderhoud en vernieuwing | 410.494 | 475.148 | 572.842 | 507.358 | 514.109 | 449.299 | 719.400 |
3.02.01 Onderhoud Waterveiligheid | 354.613 | 325.000 | 372.663 | 284.028 | 286.440 | 282.062 | 339.150 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 354.613 | 325.000 | 372.663 | 284.028 | 286.440 | 282.062 | 339.150 |
3.02.02 Onderhoud Zoetwatervoorziening | 34.579 | 106.355 | 109.511 | 108.524 | 105.896 | 106.448 | 147.781 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 34.579 | 106.355 | 109.511 | 108.524 | 105.896 | 106.448 | 147.781 |
3.02.03 Vernieuwing | 21.302 | 43.793 | 90.668 | 114.806 | 121.773 | 60.789 | 232.469 |
Ontvangsten |
Geschatte budgetflexibiliteit
De budgetten in 2027 voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing zijn juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 100% |
Bestuurlijk gebonden | |
Bestuurlijk gebonden |
3.01 Exploitatie
Met exploitatie streeft IenW naar:
– Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;
– Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;
– Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.
Met betrekking tot exploitatie worden de volgende activiteiten uitgevoerd:
– Monitoring waterkwantiteit (waterstanden, afvoer), waterkwaliteit en informatievoorziening;
– Crisisbeheersing en -preventie;
– Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
– Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);
– Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).
De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.
De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:
– Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
– Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiks functies.
Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het water systeem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming. Daarnaast is er ook de reguliere waterkwaliteit monitoring (chemie, biologie), en beoordeling en informatieverstrekking over de toestand van het watersysteem.
3.01.01 Exploitatie Watermanagement
Meetbare gegevens
Omvang areaal | Eenheid | Realisatie 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 | Budget 2027 (x € 1.000) |
|---|---|---|---|---|---|
Watermanagement | km2 water | 90.019 | 90.020 | 90.019 | 18.051 |
Toelichting
In 2027 is er enerzijds door de overdracht van het Merwedekanaal (Utrecht) een afname in wateroppervlak voorzien. Anderzijds is er een kleine toename voorzien door KRW maatregelen. Netto resulteert dit in een kleine afname.
Indicator | Realisatie 2025 | Streefwaarde 2026 | Streefwaarde 2027 |
|---|---|---|---|
Betrouwbaarheid informatievoorziening | 97% | 95% | 95% |
Waterhuishouding op orde | 100% | 100% | 100% |
Toelichting
Toelichting indicator Betrouwbaarheid Informatievoorziening
Deze indicator geeft aan in hoeverre gebruikers van het hoofdwatersysteem tijdig en juist geïnformeerd zijn over ijsgang, hoogwater, stormvloed en verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2025 aan de norm.
Toelichting indicator Waterhuishouding op orde
Deze indicator geeft aan in hoeverre de waterhuishouding op orde is. De indicator is gebaseerd op de volgende subindicatoren:
– Peilhandhaving Kanalen en Meren; geeft aan in hoeverre de peilen, zoals afgesproken in Waterakkoorden en Peilbesluiten, binnen de afgesproken marges zijn gebleven.
– Hoogwaterbeheersing Kanalen en Meren; geeft aan in hoeverre de infrastructuur van peilgereguleerde watersystemen (grote rivieren niet meegerekend) beschikbaar was voor hoogwaterafvoer in de tijdvensters met groot waterbezwaar.
– Wateraanvoer bij droogte; geeft aan in hoeverre de infrastructuur voor de wateraanvoer (o.a. stuwen, spuien, sifons en gemalen) beschikbaar was in de tijdvensters met droogte.
– Verziltingsbestrijding; geeft aan in hoeverre zoutindringing kon worden beperkt en of chlorideconcentraties onder de afgesproken maxima zijn gebleven. Afspraken over wateraanvoer en -verdeling en over chloridegehalten zijn vastgelegd in Waterakkoorden.
In 2025 zijn de streefwaarden van alle subindicatoren gehaald.
3.02 Onderhoud en vernieuwing
Motivering
Onderhoud en vernieuwing omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.
Producten
De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.
In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van IenW vallen.
Maatregelen
In 2026 vindt voor Rijkswaterstaat, in het kader van de meerjarenafspraak instandhouding 2024–2030 tussen IenW en Rijkswaterstaat, een ‘midtermreview’ plaats waarin de financiële meerjarenreeksen voor instandhouding worden herijkt. In opdracht van IenW worden deze herijkte reeksen door een externe partij gevalideerd en met de Kamer gedeeld. De herijkte reeksen zijn van belang voor het verkrijgen van een gedeeld beeld over de benodigde middelen voor de komende jaren. Op basis van de resultaten wordt bezien of aanpassingen in het budget, basiskwaliteitsniveau en/of prestaties wenselijk zijn of dat er andere afspraken moeten worden gemaakt.
Daarnaast wordt er in het coalitieakkoord voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken. Ondanks deze middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig uitvoerbaar en betaalbaar. Om maximaal te kunnen presteren, moeten er geprioriteerd worden over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur voorop staat, is ook binnen de instandhoudingsopgave een prioritering nodig. Om die reden heeft IenW aan een afweegproces op fondsniveau gewerkt zoals vermeld in de Kamerbrief Prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het DF betreft dit € 155 miljoen. Dit bedrag gaat naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 55 miljoen) en Vernieuwing (€ 100 miljoen).
Meetbare gegevens
Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. De prestatieafspraken worden verder in lijn gebracht met het BKN. Tot die tijd zijn de huidige prestatieafspraken vanuit de Beheer en Onderhoud (BenO) overeenkomst 2022-2023 van toepassing.
Onderhoud
Indicator | Realisatie 2025 | Streefwaarde 2026 | Streefwaarde 2027 |
|---|---|---|---|
Handhaving kustlijn | 94% | 90% | 90% |
Beschikbaarheid stormvloedkeringen | 67% | 100% | 100% |
Voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied | 93% | 95% | 95% |
Toelichting bij indicator handhaving kustlijn
Figuur 5 toont hoe afgelopen jaren gepresteerd is op dit onderdeel, hoeveel zand er gesuppleerd is en hoeveel zand er naar verwachting in 2026 gesuppleerd zal worden. In 2025 is er 9,7 Mm³ gesuppleerd. De prognose voor 2026 is 8,5 Mm³. In totaal wordt er in het meerjarenprogramma 2024-2027 – in overeenstemming met de meerjarenafspraken – een totaal van 44 Mm³ in 4 jaar gesuppleerd, gemiddeld 11 Mm³/jaar. Van de 11 Mm³/jaar wordt 10 Mm3 gesuppleerd op locaties waar een basiskustlijn is vastgesteld. De overige 1 Mm3 bij de Hondsbossche Duinen en Maasvlakte 2 is per 2025 meegenomen bij deze indicator omdat realisatie nu vanuit programma Kustlijnzorg wordt verzorgd.
Zandsuppletievolumes en prestatie t.a.v. handhaving kustlijn
Figuur 5 Zandsuppletievolumes

Toelichting bij indicator beschikbaarheid stormvloedkeringen
Deze indicator geeft aan in hoeverre de 6 stormvloedkeringen voldoen aan de normen zoals die zijn vastgelegd in de Waterwet. De realisatie op deze indicator is 67% in 2025. Van de zes stormvloedkeringen voldoen er twee niet aan de faalkanseis. Op het peilmoment van 1 oktober 2025 was de betrouwbaarheid van het sluiten van de sluisdeuren van de Hartelsluis, onderdeel van de Hartelkering, onvoldoende wegens een fout in het besturingssysteem. De deuren staan sinds medio januari 2026 standaard in stormvloedkerende stand, tot de fout verholpen is.
Bij de Maeslantkering kon niet aantoonbaar worden gemaakt of deze op het voornoemde peilmoment voldeed. Technische gebreken liggen hieraan ten grondslag. Begin 2026 zijn de problemen nader geanalyseerd om deze vervolgens adequaat te kunnen aanpakken.
In de onderstaande tabel is per kering het prestatieniveau weergegeven.
Stormvloedkeringen | Type norm | Ondergrens (Omgevingswet) | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|
Maeslantkering | kans op niet-sluiten bij sluiting | 1:100 | niet berekend |
Hartelkering | kans op niet-sluiten bij sluiting | 1:10 | 1:4 |
Hollandsche IJsselkering | kans op niet-sluiten bij sluiting | 1:200 | 1:1344 |
Ramspolkering * | kans op niet-sluiten bij sluiting | 1:100 | 1:257 |
Oosterscheldekering ** | faalkans per jaar | 1:10.000 | 1:10.000 |
Haringvlietsluizen ** | faalkans per jaar | 1:1.000 | 1:1.000 |
* De Ramspolkering moet ook buiten het stormseizoen beschikbaar zijn. Daarom is de eis uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (1:100) verdeeld over het stormseizoen (1:173) en het overige seizoen (1:27).
** Hier wordt gewerkt met prestatiepeilen. Een prestatiepeil is het berekende waterpeil dat bij een vooraf afgesproken overschrijdingsfrequentie hoort. Als de prestatiepeilen lager zijn dan de vooraf afgesproken beoordelingspeilen, voldoet de stormvloedkering.
Toelichting bij indicator voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied
Uiterwaarden zijn de plekken tussen rivier en dijk die bij hoogwater overtollig water opvangen. Het water moet daar goed kunnen doorstromen, niet al te zeer afgeremd worden door vegetatie, want daardoor stijgt de waterstand. In de ‘Vegetatielegger’ staat de prestatie-afspraak voor de mate van begroeiing in de uiterwaarden. De score over 2025 ligt onder de streefwaarde. De verwachting is dat de streefwaarde in 2028 door reeds in gang gezette maatregelen gehaald wordt.
Omvang Areaal | Areaaleenheid | Omvang 2025 | Omvang 2026 | Omvang 2027 | Budget 2027 (x € 1 .000) |
|---|---|---|---|---|---|
Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)* | km2 | 2.991 | 2.991 | 2.991 | |
Aantal kunstwerken | stuks | 118 | 128 | 128 | |
Totaal | 109.961 |
* Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.
Toelichting areaal zoetwatervoorziening
In 2027 is er enerzijds door de overdracht van het Merwedekanaal (Utrecht) een afname in wateroppervlak voorzien. Anderzijds is er een kleine toename voorzien door KRW maatregelen. Netto valt dit weg in de afronding. In 2027 worden geen wijzigingen voorzien in het aantal kunstwerken.
3.02.01 Onderhoud waterveiligheid
Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:
1. Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2017).
2. Exploitatie en onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).
3. Exploitatie en onderhoud uiterwaarden.
RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de storm vloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn. De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.
ad 1. Kustlijnhandhaving
Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand, mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Vanaf 2001 wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen deels te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang om structurele kusterosie te bestrijden.
ad 2. Exploitatie en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen
Rijkswaterkeringen
RWS beheert en onderhoudt 202 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de water keringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.
Primaire keringen zijn waterkeringen die onder de Omgevingswet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. De Eerste Landelijke Beoordeling (LBO-1), op basis van de in 2017 aangepaste waterveiligheidsnormen, is uitgevoerd in 2023. De Staten-Generaal is per brief op 8 november 2023 geïnformeerd over de staat van de primaire keringen (Kamerstuk 31710, nr. 82). In 2024 is een nadere analyse uitgevoerd om het aantal te versterken kilometers dijk te concretiseren. Hierbij is de opgave naar beneden bijgesteld (Kamerstukken II 2024-2025, 32 698, nr. 90). Keringen die bij de vorige of lopende inspectie zijn afgekeurd, worden meegenomen in het kader van het HWBP.
Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 508 kilometer niet-primaire waterkeringen (voornamelijk kanaaldijken), meestal aangeduid als regionale keringen. Deze bieden bescherming tegen binnenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies. RWS heeft de toetsing van de regionale keringen afgerond en op 2 juni 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2020-2021, 27 625, nr. 540).
Stormvloedkeringen
Om ons land tegen de zee te beveiligen, is een aantal stormvloedkeringen aangelegd die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloed keringen zijn ook primaire waterkeringen die vallen onder de Omgevingswet. Het Rijk heeft sinds 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen.
ad 3. Exploitatie en Onderhoud uiterwaarden
Het Rijk beheert 5.185 hectare aan uiterwaarden. Exploitatie en onderhoud is erop gericht de wettelijk te beschermen vegetatie te behouden en verbeteren en hoogwater effectief te kunnen afvoeren.
3.02.02 Onderhoud zoetwatervoorziening
Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De Waterwet vereist dat de rijksoverheid om de zes jaar een Nationaal Waterplan voor het nationale waterbeleid en een Beheer- en ontwikkelplan voor het beheer van de rijkswateren (BPRW) opstelt. Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor: Waterverdeling en peilbeheer; Stuwende en spuiende kunstwerken; Natuurvriendelijke oevers, implementatie KRW, implementatie Waterwet en Natura 2000. Deze twee planvormen worden echter onder de nieuwe Omgevingswet samengevoegd tot één programma. Hier is op geanticipeerd door het beleidsplan en het beheerplan in samenhang te beschrijven in één Nationaal Water Programma (NWP) 2022 ‒ 2027. Hiermee wordt voldaan aan de huidige Waterwet en aan de vereisten van de Omgevingswet.
In het kader van het Deltaprogramma Zoetwater doorlopen overheden en watergebruikende sectoren (zoals industrie, drinkwater, natuur, scheepvaart, logistiek, recreatie en landbouw) het proces waterbeschik baarheid. Het doorlopen van dit proces biedt inzicht in de beschikbaarheid van zoetwater (van voldoende kwaliteit) in normale en droge situaties in een gebied. In dialoog komen overheden en watergebruikende sectoren tot gedragen maatregelen die in normale én in droge situaties maatschappelijk en economisch verantwoord zijn. Waar relevant zullen resultaten hiervan hun doorwerking krijgen in volgende begrotingen.
Meetbare gegevens
Onderstaande figuur toont de verdeling van de beheer- en onder houdskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedke ringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde over de periode 2023-2027.
Figuur 6 Onderhoud hoofdwatersystemen

Omvang Areaal | Eenheid | Realisatie omvang 2025 | Prognose omvang 2026 | Prognose omvang 2027 | Budget 2027 (x € 1.000) |
|---|---|---|---|---|---|
Kustlijn | km | 294 | 294 | 294 | 84.985 |
Stormvloedkeringen | stuks | 6 | 6 | 6 | 174.989 |
Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.: | 112.689 | ||||
– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen | km | 202 | 202 | 201 | |
– Niet-primaire waterkeringen/duinen | km | 507 | 507 | 507 | |
– Uiterwaarden in beheer Rijk | ha | 5.186 | 5.187 | 5.189 | |
Totaal | 372.663 |
Toelichting areaal waterveiligheid
In 2027 worden geen wijzigingen voorzien in de lengte van de kustlijn, het aantal stormvloedkeringen en de lengte van de (regionale) waterkeringen.
3.02.03 Vernieuwing
Motivering
Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.
Producten
De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, valt te verwachten dat deze opgave geleidelijk zal toenemen.
Vernieuwingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vernieuwing. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. Voor de start van een vernieuwingsproject wordt in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten. Veiligheid staat daarbij voorop.
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig |
Programma Vernieuwing | 2.872 | 2.533 | 255 | 55 | 103 | 111 | 115 | 49 | 232 | 1.952 | Divers | Divers |
Totaal programma Vernieuwing | 2.872 | 2.533 | 255 | 55 | 103 | 111 | 115 | 49 | 232 | 1.952 | ||
Budget Vernieuwing (DF 03.02.03) | 44 | 91 | 115 | 122 | 61 | 232 | 1.952 | |||||
Overprogrammering (-) | ‒ 11 | ‒ 12 | 4 | 7 | 12 | |||||||
Meetbare gegevens
Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de verschillende werkzaamheden. Voor de start van een project wordt in beeld gebracht waar de grootste risico’s zitten. Veiligheid staat daarbij voorop. Het afweegproces hiervoor is voor de zomer aan de Tweede Kamer aangeboden en vormt de basis voor de prioritering en de programmering.
Water | Project |
|---|---|
Maas | 2 stuwen in de Maas worden vernieuwd of gerenoveerd. |
Noordzeekanaal | Het gemaal IJmuiden wordt vernieuwd of gerenoveerd. |
Maas | De bediening en besturing op afstand van de Maasobjecten wordt vernieuwd en/of gerenoveerd. |
Al deze projecten zijn nog in de planfase. De opleverdata van deze projecten zijn dus nog niet bekend. De oplevermijlpaal wordt pas bepaald bij het uitvoeringsbesluit.
3.4 Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet
De Waterwet voorziet in een zogenoemde experimenteerbepaling die het mogelijk maakt om uit het Deltafonds uitgaven te doen voor maatregelen en voorzieningen op andere beleidsterreinen zoals natuur, milieu of economische ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat deze maatregelen samenhangen met maatregelen ten behoeve van waterveiligheid of zoetwatervoorziening en dat er sprake is van additionele financiering in de vorm van het toevoegen van extra middelen aan het fonds afkomstig van andere begrotingen van het Rijk of derden.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 27.186 | 29.460 | 9.852 | 6.085 | 6.242 | 11.987 | 3.791 |
Uitgaven | 100.459 | 93.998 | 78.448 | 67.538 | 66.196 | 66.515 | 92.596 |
4.02 GIV/PPS | 100.459 | 93.998 | 78.448 | 67.538 | 66.196 | 66.515 | 92.596 |
4.02.01 GIV/PPS | 100.459 | 93.998 | 78.448 | 67.538 | 66.196 | 66.515 | 92.596 |
Ontvangsten |
Geschatte budgetflexibiliteit
De budgetten in 2027 voor GIV/PPS zijn juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 100% |
Bestuurlijk gebonden | |
Bestuurlijk gebonden | |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Nog niet ingevuld/vrij te besteden |
4.01 Experimenteerprojecten
Motivering
Het experimenteerartikel staat ten dienste van een integrale uitvoering van het Deltaprogramma en biedt de mogelijkheid tot integrale bekostiging.
4.02 Geïntegreerde contractvormen
Motivering
Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samenwerking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Finance and Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van bij mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.
Producten
Het project Afsluitdijk is met een DBFM-contract op de markt gezet, realisatie verschillende projecten gereed waaronder de aanleg van nieuwe spuimiddelen voor de waterafvoer. Het project betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van bij mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Projecten Noordwest-Nederland | |||||||||||||
Afsluitdijk | 2.146 | 2.123 | 760 | 94 | 78 | 68 | 66 | 66 | 93 | 921 | 2026 | 2025 | |
Afrondingen | |||||||||||||
Programma Realisatie | 2.146 | 2.123 | 760 | 94 | 78 | 68 | 66 | 66 | 93 | 921 | |||
Budget (DF 4.02.01) | 94 | 78 | 68 | 66 | 67 | 93 | 921 | ||||||
3.5 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven
Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Staf Deltacommissaris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkgebonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommissaris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 412.279 | 396.943 | 379.804 | 427.698 | 401.372 | 443.257 | 646.817 |
Uitgaven | 412.168 | 397.200 | 379.813 | 427.707 | 401.381 | 443.266 | 646.826 |
5.01 Apparaat | 335.063 | 354.584 | 344.805 | 332.702 | 323.989 | 311.313 | 306.429 |
5.01.01 Staf Deltacommissaris | 1.992 | 2.120 | 2.385 | 2.439 | 2.221 | 2.172 | 2.150 |
5.01.02 Apparaatskosten RWS | 333.071 | 352.464 | 342.420 | 330.263 | 321.768 | 309.141 | 304.279 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 333.071 | 352.464 | 342.420 | 330.263 | 321.768 | 309.141 | 301.326 |
5.02 Overige uitgaven | 77.105 | 31.127 | 30.308 | 30.188 | 30.187 | 29.781 | 21.126 |
5.02.01 Overige netwerkgebonden uitgaven | 74.197 | 28.738 | 28.156 | 28.157 | 28.156 | 27.750 | 19.095 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 74.197 | 28.738 | 28.156 | 28.157 | 28.156 | 27.750 | 19.095 |
5.02.02 Programma-uitgaven DC | 2.908 | 2.389 | 2.152 | 2.031 | 2.031 | 2.031 | 2.031 |
5.03 Investeringsruimte | 0 | 1.235 | 200 | 21.460 | 200 | 51.423 | 108.416 |
5.03.01 Programmaruimte | 0 | 1.235 | 200 | 21.460 | 200 | 51.423 | 108.416 |
5.03.02 Beleidsruimte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
5.04 Reserveringen | 0 | 10.254 | 4.500 | 43.357 | 47.005 | 50.749 | 210.855 |
5.04.01 Reserveringen | 0 | 10.254 | 4.500 | 43.357 | 47.005 | 50.749 | 210.855 |
Ontvangsten | 27.797 | ‒ 159.602 | |||||
5.10 Saldo afgesloten rekeningen | 27.797 | ‒ 159.602 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Met uitzondering van de investeringsruimte en reserveringen, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor investeringsruimte en reserveringen zijn beleidsmatig gereserveerd.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 99% |
Bestuurlijk gebonden | |
Beleidsmatig gereserveerd | 1% |
Nog niet ingevuld/vrij te besteden |
5.01 Apparaat
Motivering
In uitzondering op de systematiek van «Verantwoord Begroten» worden op deze begroting ook de apparaatskosten van de Staf Deltacommissaris en RWS gepresenteerd.
Producten
Staf Deltacommissaris
Overeenkomstig de Deltawet heeft de Deltacommissaris een eigen staf ter ondersteuning van zijn taken en een budget voor de aan hem toebedeelde taken. Op dit artikel worden personele en materiële kosten gepresenteerd, die nodig zijn om de taken van de Staf Deltacommissaris te kunnen uitvoeren.
Apparaatskosten Rijkswaterstaat
Dit betreft de apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) voor de programma’s Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, HWBP-2, HWBP, Afsluitdijk, overige aanlegprojecten, verkenningen en planuitwerkingen, exploitatie (watermanagement), onderhoud en vernieuwing, de uitvoering van landelijke taken en inhuur.
5.02 Overige uitgaven
Producten
Overige netwerkgebonden uitgaven
Onder overige kosten zijn de externe kosten verantwoord die niet direct toewijsbaar zijn aan de producten van het Deltafonds. Hiertoe behoren externe kosten voor de landelijke taken basisinformatie, sectorspecifieke ICT, kennisontwikkeling en innovatie, watermanagement, exploitatie en onderhoud en overige.
Programmauitgaven Deltaprogramma actie Staf DC
Deze uitgaven worden gedaan voor het Deltaprogramma en de hoofdtaken van de deltacommissaris. Dit betreffen vooral programma-uitgaven voor: kennis- en strategieontwikkeling, advisering (waaronder uitvoering de voorbereiding geven aan de uitkomsten van de tweede zesjaarlijkse herijking van de deltabeslissingen regionale voorkeursstrategieën en vervolgstappen richting derde zesjaarlijkse herijking Kennisprogramma Zeespiegelstijging), monitoring en evaluatie in het kader van het bewaken van rapportage over de voortgang en samenhang van de uitvoering van het Deltaprogramma, de totstandkoming en het bevorderen van de uitvoering van het jaarlijkse Deltaprogramma en voor het betrekken en informeren van belanghebbenden en publiek (communicatie en Deltacongres).
5.03 Investeringsruimte
Op dit artikel wordt de voor het Deltafonds beschikbare investeringsruimte verantwoord. Het kabinet heeft besloten tot een jaarlijkse verlenging van de investeringsfondsen. In deze begroting betekent dit een verlenging tot en met 2040. Na aftrek van de doorlopende verplichtingen (exploitatie, onderhoud en vernieuwing, apparaats- en netwerkgebonden kosten RWS en het HWBP) betekent dit een toevoeging van € 315 miljoen aan investeringsruimte in 2040. Na de verlenging van het Deltafonds en budgettaire aanpassingen bedraagt de generieke investeringsruimte € 377 miljoen. Het grootste deel van de investeringsruimte is pas vanaf 2040 beschikbaar.
Deze investeringsruimte is beschikbaar voor prioritaire beleidsopgaven binnen de scope van het Deltafonds. De uitwerking van het Deltaprogramma is in volle gang. Gedurende de lopende trajecten, zoals de beoordeling op basis van de nieuwe waterveiligheidsnormen, Integraal Riviermanagement, het Deltaplan zoetwater en de Programmatische Aanpak Grote Wateren zullen de komende jaren deze investeringsmiddelen op adaptieve wijze nader worden geprogrammeerd. De investeringsruimte bevat ook reserveringen voor toekomstige verwachte risico’s. In de investeringsruimte van € 849 miljoen zijn risicoreserveringen opgenomen van in totaal circa € 614 miljoen.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vrije Investeringsruimte | 1.035 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Risicoreserveringen | 200 | 200 | 21.460 | 200 | 51.423 | 108.416 | 54.344 | 48.884 |
Totaal | 1.235 | 200 | 21.460 | 200 | 51.423 | 108.416 | 54.344 | 48.884 |
Vervolg Investeringsruimte | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vrije Investeringsruimte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 34.727 | 199.129 | 234.891 |
Risicoreserveringen | 73.244 | 53.245 | 53.247 | 11.575 | 10.587 | 10.587 | 116.864 | 614.476 |
Totaal | 73.244 | 53.245 | 53.247 | 11.575 | 10.587 | 45.314 | 315.993 | 849.367 |
5.04 Reserveringen
Op artikelonderdeel 5.04 worden uitgaven geraamd voor toekomstige opgaven, waarvoor nog geen startbeslissing is genomen. Op dit moment zijn tot en met 2040, onder voorbehoud van cofinanciering, met name de volgende posten gereserveerd:
– Integraal Rivier Management /Ruimte voor de Rivier 2.0 (t/m 2040 € 780 miljoen): Rivieren zijn van groot belang voor Nederland, voor goederenvervoer per binnenvaart, zoetwaterbeschikbaarheid, waterberging, industrie, natuur en recreatie. Klimaatverandering en uitslijtende rivierbodems belemmeren de gewenste zoetwaterverdeling over ons land, de bevaarbaarheid van de rivieren en leiden ook tot verdroging in de uiterwaarden en het achterland. Daarbij moet het rivierengebied ook beschermd worden tegen hoogwater. In het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 worden maatregelen uitgewerkt voor de korte en waar mogelijk lange termijn gericht op herstel van rivierbodems en ruimte voor hoge rivierafvoeren. In samenhang wordt gezocht naar ruimte, zowel binnen als buiten de dijken, om het toekomstige hoogwater te verwerken. Tevens worden deze - daar waar dit leidt tot synergie - verbonden met urgente regionale opgaven. Lopende projecten dragen bij aan dit doel.
– Deltaplan Zoetwater (t/m 2040 € 516 miljoen): Dit betreft een reservering voor voortzetting van het beleid (vervolg op het 1e en 2e pakket zoetwater) om beter weerbaar te worden tegen droogte en watertekorten. Door droogte was er in 2018 en in 2022 sprake van een feitelijk watertekort en de zomer van 2025 behoorde tot de 5% droogste jaren. De KNMI-Klimaatscenario’s en de Deltascenario’s laten zien dat we te maken krijgen met warmere en drogere zomers en met minder aanvoer van de rivieren. Tegelijkertijd neemt de watervraag in alle sectoren en alle gebieden toe. Dat betekent dat we meer moeten doen om maatschappelijke schade door zoetwatertekorten en verzilting, zoals op de hoge zandgronden en in de Rijn-Maasmonding, zoveel mogelijk te voorkomen. Het gaat om maatregelen zoals het aanpassen van de ruimtelijke inrichting, minder water gebruiken, water beter vasthouden en slimmer verdelen. In het Deltafonds wordt vanaf 2028 gemiddeld ca. €40 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van nationale en regionale maatregelen.
– Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) (t/m 2040 € 501 miljoen): PAGW betreft systeemingrepen (inrichting en transities in gebruik en beheer) gericht op toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. PAGW levert daarmee ook de noodzakelijke uitgangssituatie voor de realisatie van de wettelijke opgaven voor ecologische waterkwaliteit (KRW) en natuur (N2000). Het programma heeft een doorlooptijd tot en met 2050. Voor de opgave in de periode 2034–2039 wordt jaarlijks € 79 miljoen per jaar, € 86 miljoen in 2040 en in de periode 2041-2050 jaarlijks € 66 miljoen aan de beleidsreservering toegevoegd voor de bekostiging van de urgente opgave.
– Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2035 (€ 42 miljoen): Beheerders van primaire waterkeringen (Waterschappen en Rijk) zijn conform de Omgevingswet wettelijk verplicht minimaal iedere twaalf jaar verslag uit te brengen aan de Minister over de waterstaatkundige toestand (omgevingswaarden) van deze keringen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de beoordeling hiervan. Deze regels zijn bekend onder het «Wettelijk beoordelings instrumentarium». De scope van dit programma omvat de (door)ontwikkeling en ontsluiting van instrumenten, technische leidraden, voorschriften, procedures, ondersteuning, beheer en onderhoud. De reservering dient voor het dekken van de benodigde jaarlijkse kosten voor dit programma in de periode 2025–2035.
– IJsselmeergebied € 4,5 miljoen: Samen met de regiopartners werkt IenW in de periode 2023-2026 aan de voorbereiding van de herijking van de voorkeursstrategie en Deltabeslissing IJsselmeergebied in 2026. De komende jaren zal gewerkt worden aan een integrale analyse van kansrijke alternatieven en nieuwe beleidsbesluiten. Vanaf 2030 wordt een beleidsreservering van € 4,5 miljoen aangelegd met een structurele doorwerking. Hiervan zal gebruik gemaakt worden als er meer zicht is op de doorwerking van de deltabeslissing in 2026 en de uitwerking en implementatie van het beleid in de jaren daarna.
– HWBP € 1,0 miljard: Voor de dekking van de middellange termijn tekorten op het HWBP hebben de waterschappen € 1,25 miljard bijeen gebracht. In de begroting 2026 is hiervoor een beleidsreservering van € 1,0 miljard getroffen, onder voorwaarde van de herijking van het HWBP. Op basis van de prestaties van het HWBP de komende jaren wordt bezien of extra rijksmiddelen voor de periode 2030-2036 vrij gemaakt kunnen worden.
3.6 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk
Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting van IenW komen. De doelstellingen van het onderliggend beleid zijn terug te vinden in de Begroting hoofdstuk XII.
Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investeringsfondsen op de Begroting hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontvangsten | 1.580.172 | ||||||
6.09 Ten laste van begroting IenW | 1.580.172 | ||||||
6.09.01 Ten laste van begroting IenW | 1.580.172 |
Motivering
Het gebruik van artikel 6 van het Deltafonds opgeheven. Het Deltafonds werd tot dusverre gevoed via de begroting van Infrastructuur en Waterstaat. Vanaf 2026 wordt het Deltafonds direct gefinancierd vanuit de schatkist en worden overhevelingen van andere departementen rechtstreeks aan de betreffende artikelen op het Deltafonds toegevoegd. Hierdoor wordt de administratieve last verminderd en wordt de verdeling van middelen tussen de begroting van IenW enhet Deltafonds beter inzichtelijk gemaakt.
3.7 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit
Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit in het hoofdwatersysteem ten behoeve van de Europese Kaderrichtlijn Water worden verantwoord op artikelonderdeel 7.01.
Met de Stroomgebiedbeheerplannen wordt gewerkt aan het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), daarnaast zijn er nieuwe uitdagingen om ons water chemisch schoon en ecologisch gezond te krijgen en te houden voor duurzaam gebruik. De prioriteiten daarbij zijn nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen, plastic zwerfafval, opkomende stoffen en medicijnresten in water. Sinds 2023 werken rijk en medeoverheden in het KRW impulsprogramma opgezet aan 7 actielijnen om alles wat mogelijk is te doen om KRW doelbereik te realiseren. Kernpunten zijn stevig sturen op uitvoeren van de afgesproken maatregelen en gezamenlijk aanpakken van de risico’s daarbij, uitwerken van aanvullend benodigde maatregelen op basis van de tussenevaluatie KRW (eind 2024) en de evaluatie van de stroomgebiedbeheerplannen door de Europese Commissie (2025). Er is onder leiding van de minister een Bestuurlijk Overleg KRW ingesteld om dit aan te sturen.
Met uitvoering van de maatregelen komen de doelen van de KRW in beeld voor het hoofdwatersysteem. Voor het behalen van Natura 2000-doelen is meer nodig. Door klimaatverandering en toenemend maatschappelijk gebruik staan de natuur en ecologische waterkwaliteit en daarmee de biodiversiteit van de grote wateren onder druk. Er zijn daarom aanvullende systeemingrepen en een transitie naar duurzaam beheer nodig om een duurzame verbetering te realiseren. Het Rijk wil in 2050 toekomstbestendige grote wateren met hoogwaardige natuur die goed samengaat met een krachtige economie. Via de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), waterzuivering van medicijnresten, waterkwaliteitsprojecten en implementatie van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater wordt invulling gegeven aan deze ambitie. Dit is verantwoord op artikel 7.02. Studiekosten voor de waterkwaliteit worden verantwoord op artikel 7.03.
Het artikel investeren in waterkwaliteit is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 215.865 | 672.272 | 291.314 | 57.817 | 226.844 | 69.301 | 50.043 |
Uitgaven | 108.831 | 333.752 | 516.931 | 243.584 | 271.017 | 155.461 | 60.031 |
7.01Ontwikkeling Kaderrichtlijn water | 67.359 | 204.693 | 394.284 | 167.378 | 66.305 | 30.336 | |
7.01.01 Aanleg Kaderrichtlijn water | 67.359 | 204.693 | 394.284 | 167.378 | 66.305 | 30.336 | |
7.02 Ontwikkeling Waterkwaliteit | 27.091 | 106.410 | 101.477 | 63.551 | 191.926 | 115.187 | 55.843 |
7.02.01 Aanleg waterkwaliteit | 21.542 | 98.214 | 92.491 | 59.125 | 78.950 | 114.719 | 55.390 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 106 | 109 | 109 | 109 | 109 | 109 | 109 |
7.02.02 Planning waterkwaliteit | 5.549 | 8.196 | 8.986 | 4.426 | 112.976 | 468 | 453 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 5.530 | 8.094 | 8.885 | 4.325 | 1.220 | 468 | 453 |
7.03 Studiekosten | 14.381 | 22.649 | 21.170 | 12.655 | 12.786 | 9.938 | 4.188 |
7.03.01 Studiekosten waterkwaliteit | 14.381 | 22.649 | 21.170 | 12.655 | 12.786 | 9.938 | 4.188 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 8.194 | 6.008 | 841 | 575 | 580 | 96 | |
Ontvangsten | 254 | 1.049 | 3.600 | 1.255 | |||
7.09 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit | 254 | 1.049 | 3.600 | 1.255 |
Geschatte budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 94% |
Bestuurlijk gebonden | 6% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Nog niet ingevuld/vrij te besteden |
7.01 Ontwikkeling Kaderrichtlijn water
Motivering
Het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland schoon (drink)water heeft.
Producten
Verbeterprogramma Kaderrichtlijn Water
Het Verbeterprogramma Kaderrichtlijn Water bestaat uit maatregelen in de Rijkswateren Deze maatregelen moeten bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen, zoals de Kaderrichtlijn Water vraagt. Tevens draagt dit bij aan de doelen voor de Drinkwaterrichtlijn, de Zwemwaterrichtlijn, Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie.
Meetbare gegevens
De uitvoering van het verbeterprogramma van Rijkswaterstaat is in een drietal tranches verdeeld. In totaal worden door RWS 550 maatregelen uitgevoerd in en langs de grote wateren. Deze maatregelen zijn divers van aard, bevatten zowel het uitvoeren van onderzoeken als de aanleg van fysieke maatregelen zoals nevengeulen, natuurvriendelijke oevers en vispassages in het rivierengebied. De maatregelen van het verbeterprogramma bevinden zich zowel in de planuitwerking als realisatiefase.
De Tweede Kamer wordt jaarlijks via De Staat van ons Water geïnfor meerd over de uitvoering van alle maatregelen, ook diegene die worden uitgevoerd door de waterschappen en andere partijen, gericht op de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en over de uitvoering gericht op een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grond wateren in de vier stroomgebieden (laatste publicatie: Kamerstukken II, 2026, 27 625 nr. 739). Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planpe riodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de 6 jaar mogelijk. In december 2024 is Tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn Water (KRW) aangeboden aan de Kamer. Deze rapportage geeft inzicht in hoe de waterkwaliteit in Nederland er voor staat, de ontwikkelingen die hierin optreden en de resterende opgaven voor het behalen van de doelen. (Kamerstuk 27 625 Nr. 696).
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Projecten waterkwaliteit | |||||||||||||
Projecten Nationaal | |||||||||||||
KRW 1e tranche | 30 | 30 | 30 | ||||||||||
KRW 2e en 3e tranche | 1.178 | 1.016 | 316 | 205 | 394 | 167 | 66 | 30 | 2027 | 2027 | 1) | ||
Afrondingen | |||||||||||||
Programma Realisatie | 1.208 | 1.046 | 346 | 205 | 394 | 167 | 66 | 30 | 0 | 0 | |||
Budget (DF 7.01.01) | 205 | 394 | 167 | 66 | 30 | 0 | 0 | ||||||
1) Aan het KRW programma wordt € 143,1 miljoen toegevoegd. Met deze middelen, overgeboekt vanuit de investeringsruimte, wordt de budgetspanning op dit programma verlicht. Daarnaast wordt er € 19,5 miljoen aan prijscompensatie toegevoegd
7.02 Ontwikkeling waterkwaliteit
Motivering
Naast het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren ten behoeve van de KRW zijn hieronder de overige aanlegprojecten inzake waterkwaliteit opgenomen.
Producten
Aanleg waterkwaliteit
Projectbudget | Kasbudget | Oplevering | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Waterkwaliteit | |||||||||||||
Projecten Nationaal | |||||||||||||
Bijdrageregeling medicijnresten | 61 | 61 | 27 | 34 | |||||||||
Grote wateren | 613 | 598 | 24 | 58 | 88 | 55 | 79 | 115 | 55 | 139 | 2032 | 2032 | 1) |
Verruiming vaargeul Westerschelde | 26 | 26 | 26 | ||||||||||
Natuurcompensatie Perkpolder | 7 | 7 | 7 | ||||||||||
DAW Projecten (subsidies aan o.a. Kadaster, LTO) | 26 | 26 | 12 | 6 | 4 | 4 | |||||||
Afrondingen | |||||||||||||
Programma Realisatie | 733 | 718 | 96 | 98 | 92 | 59 | 79 | 115 | 55 | 139 | |||
Budget (DF 7.02.01) | 98 | 92 | 59 | 79 | 115 | 55 | 139 | ||||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. De verhoging van het projectbudget Grote wateren betreft met name de toevoeging van prijsindexatie 2026 € 15,9 miljoen.
Grote wateren
De in 2017 uitgevoerde verkenning naar de opgaven voor natuur en water kwaliteit in de grote wateren, laat zien dat er grote systeemingrepen (inrichting en beheer) nodig zijn om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren waardoor de natuur verbetert. Op de manier wordt op een duurzame wijze voldaan aan de opgaven van de Kaderrichtlijn Water en Vogel- Habitatrichtlijn. Voor een toekomstbestendig en klimaatadaptief systeem zijn maatregelen nodig die ruimte bieden aan natuurlijke processen (waaronder terugbrengen van natuurlijke dynamiek), hydro-ecologische verbindingen verbeteren en voor het ecologisch functioneren uitbreiden en verbeteren leefgebieden.
Op grond daarvan hebben de Ministers van IenW en LVVN de ambitie uitgesproken om tot 2050 diverse maatregelen te treffen die gericht zijn op het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de grote wateren, het bevorderen van een stabiel en samenhangend ecologisch netwerk en het creëren van ruimte voor sociaal-economische ontwikkeling.
Om deze ambitie verder te brengen is de Programmatische Aanpak Grote Wateren gestart die waar het kan aansluit op bestaande gebiedsprocessen, waarbij samen met overheden, marktpartijen, natuurorganisaties en stakeholders maatregelen worden uitgevoerd. Na realisatie is er nog 10 jaar exploitatie en onderhoud, monitoring en evaluatie meegenomen in het taakstellend budget.
De komende jaren zullen IenW en LVVN, in de vorm van de programmatische aanpak Grote Wateren, samen met de regio (Gebiedsagenda’s voor de Grote Wateren) en ondersteund door Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en regionale partners de maatregelen uit de eerste, tweede en derde tranche uitvoeren (Kamerstukken II 2019-2020,27 625, nr. 488 en nr. 523; Kamerstukken 2022-2023 27 625, nr. 565 en nr. 595).
De overall ambitie is toekomstbestendige grote wateren, waarin een goede waterkwaliteit en hoogwaardige natuur samengaan met waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en een krachtige economie in de 4 grote wateren in Nederland: de Wadden, Het IJsselmeergebied, het rivierengebied en de Rijn-Maas-Scheldemonding.
De eerste, tweede en derde tranche projecten zitten veelal in de planning- en studiefase en de realisatiefase.
Verder wordt in beide jaren een aantal MIRT-beslissingen verwacht. Een voorkeursbeslissing (MIRT-2) voor Noord-Hollandse Markermeerkust, Friese IJsselmeerkust en Vierwaarden, een projectbesluit (MIRT-3) voor Meanderende Maas en Ketelpolder en een MIRT-4 besluit voor de pilot Buitendijkse Slibsedimentatie en Zandsuppletie Galgeplaat. Ook het project Boschplaat start met de realisatie, maar dit project valt niet onder het MIRT-regime.
Met het in werking treden van de Omgevingswet in 1 januari 2024 vallen verschillende projecten onder een stelsel van vergunningen. Deze zullen daarmee geen projectbesluit meer nemen, maar wel een MIRT-3 besluit.
PAGW project | Fase MIRT | Mijlpaal 2027 |
|---|---|---|
Preverkenning | ||
Grensmaas, achteroevers IJsselmeer en Vogel en Vis | Preverkenning | Start preverkenning |
Biesbosch Rijn Maasmonding | Preverkenning | Afronding preverkenning |
Verkenning | ||
Onderwaternatuur, Ketelpolder, Boschplaat, vierwaarden | Verkenning | Start verkenning |
Noord Hollandse IJsselmeerkust | Verkenning | Afronding verkenning |
Friese IJsselmeerkust | Verkenning en deel realisatie | Verkenning 2e en 3de tranche. Realisatie i.s.m. KRW maatregel Makumer Noordwaard |
Planuitwerking | ||
Wieringerhoek | Planuitwerking | Afronding studie Zoet-zout overgang Den Oever i.c.m. verdrogingsmaatregelen |
Oostvaardersoevers | Planuitwerking | Uitwerking tweede en derde tranche |
Eemszijlen binnendijks | Planuitwerking | |
Galgenplaat | Planuitwerking | Projectbesluit en voorbereiding realisatie: N2000 beheermaatregel |
Meanderende Maas | Planuitwerking | Projectbesluit |
Eemszijlen buitendijks | Planuitwerking | Go/no go moment i.v.m. grondgebruiksissue |
Paddenpol | Planuitwerking | Start realisatie |
Realisatie | ||
Vierhuizengat-Lauwersmeer | Realisatie | In uitvoering |
Beheer en monitoring | ||
Markerwadden | Beheer en monitoring | Monitoring KIMA 2.0 opgeleverd |
Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW)
Sinda juli 2023 is de Tijdelijke Subsidieregeling Uitvoering Maatregelen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer van kracht. Hiermee is aanvullende financiering beschikbaar gekomen voor bovenwettelijke maatregelen op het gebied van agrarisch waterbeheer waar waterschappen en agrariërs samen aan werken. Het volledige budget (€ 21 miljoen) is aangevraagd. De uitvoering loopt door t/m december 2027 en de financiële afronding vindt plaats in 2028.
Waterzuivering medicijnresten
Voor zuivering van medicijnresten wordt bijgedragen aan aanpassing van rioolwaterzuiveringsinstallaties met een vergaande zuivering voor microverontreinigingen. In de bijdrageregeling is een totaal van € 61 miljoen beschikbaar, verdeeld over twee tranches. Op 1 december 2025 is de 2e tranche van de subsidieregeling open gesteld voor een periode van 12 maanden.
Waterkwaliteitsprojecten
Voor het terugdringen van de invloed van nutriënten en gewasbescher mingsmiddelen op het oppervlaktewater wordt middels subsidie-bijdragen aan LTO en middels een bijdrage aan het kadaster uitvoering gegeven aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.
Planning waterkwaliteit
Het planningsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.
Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.
Budget | Oplevering | ||||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | Huidig | vorig | Huidig | Oplevering | |
Projecten Nationaal | |||||
EPK planning waterkwaliteit | 24 | 16 | |||
Projecten Zuid-Nederland | |||||
Grevelingen | 172 | 109 | |||
Totaal programma planuitwerking en verkenning | 196 | 125 | |||
Begroting DF 7.02.02 | 196 | 125 | |||
Toelichting:
Getij Grevelingen
De verhoging van het projectbudget Getij Grevelingen betreft met name een herallocatie van middelen (€ 59,7 miljoen) binnen het Deltafonds ten behoeve van de projecten Getijdenmaas en de aanleg van ooibos in de Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden, en is het gevolg van een toevoeging van prijsindexatie 2026 van € 1,5 miljoen.
7.03 Studiekosten waterkwaliteit
Motivering
Dit betreft de studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT- onderzoeken) en de overige studiekosten op het gebied van waterkwaliteit.
Producten
Aanpak Waterkwaliteit
Speerpunten in de aanpak van waterkwaliteit zijn het terugdringen van de problematiek van nutriënten in het grond- en oppervlaktewater, de vermindering van de belasting van het water door emissies van gewasbeschermingsmiddelen en het verminderen van waterverontreiniging als gevolg van microverontreinigingen zoals medicijnresten, microplastics, PFAS en nieuwe (opkomende) stoffen. Daarbij wordt ook in 2027 ingezet op tijdige implementatie van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. De implementatie in Nederlandse wet- en regelgeving moet 31 juli 2027 afgerond zijn. De uitvoering in de praktijk zal naar verwachting tot een verbetering van de waterkwaliteit gaan leiden door minder belasting vanuit stedelijk afvalwater.
4. Bijlagen
Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk
In het verdiepingshoofdstuk is per productartikel een meerjarige begrotingsmutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.
1 Investeren in waterveiligheid | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikel 1 Investeren in waterveiligheid | 613.490 | 683.144 | 631.632 | 479.987 | 616.044 | 470.692 | 489.619 | 541.025 | 451.429 | 517.796 | 575.662 | 744.587 | 760.654 | 503.809 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 24.756 | ‒ 259.684 | ‒ 53.949 | ‒ 62.104 | ‒ 61.924 | ‒ 70.240 | ‒ 31.535 | ‒ 35.538 | ‒ 35.471 | ‒ 37.390 | ‒ 40.051 | 931 | ‒ 21.392 | 7.535 | ||
Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in waterveiligheid | 638.246 | 423.460 | 577.683 | 417.883 | 554.120 | 400.452 | 458.084 | 505.487 | 415.958 | 480.406 | 535.611 | 745.518 | 739.262 | 511.344 | 459.226 | |
Bijdrage aan mobiliteitsfonds tbv Cybersecurity | ‒ 26.929 | ‒ 1.169 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 | ‒ 1.840 |
Desalderingen | 237.308 | 2.932 | 2.289 | ‒ 1.662 | ‒ 975 | 18.778 | 29.883 | 37.648 | 37.716 | 38.539 | 38.262 | 40.999 | ‒ 797 | 2.732 | 2.484 | ‒ 11.520 |
Kasschuiven Investeren in waterveiligheid | 0 | 30.635 | 15.618 | ‒ 11.848 | 15.470 | ‒ 4.481 | ‒ 37.392 | ‒ 41.116 | ‒ 41.469 | ‒ 53.665 | ‒ 24.193 | ‒ 23.370 | ‒ 2.782 | ‒ 2.865 | 181.458 | |
Overboeking Kennis voor Keringen van artikel 5 | 6.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |||||||||
Overboeking Rijkskanaaldijken naar uitvoering van artikel 5 | 181.000 | 12.000 | 32.000 | 38.000 | 43.000 | 42.000 | 14.000 | |||||||||
Overboeking Ruimte voor de Rivier 2.0 van artikel 5 | 779.581 | 9.841 | 709 | 1.328 | 376 | 48.540 | 97.778 | 53.962 | 44.277 | 73.795 | 73.795 | 73.795 | 73.795 | 73.795 | 73.795 | 80.000 |
Overboeking Vervolgaanpak Klimaatadaptatie van artikel 5 | 38.750 | 2.500 | 3.150 | 3.500 | 6.800 | 6.800 | 8.000 | 8.000 | ||||||||
Prijscompensatie 2026 | 193.541 | 622 | 279 | 22.635 | 21.435 | 18.668 | 19.554 | 12.598 | 12.588 | 12.166 | 12.166 | 12.166 | 12.166 | 12.166 | 12.166 | 12.166 |
Diverse kleinere boekingen | 1.446 | 2.140 | 612 | 232 | 587 | 475 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 | ‒ 260 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | 46.001 | 30.667 | 44.345 | 77.203 | 127.640 | 157.523 | 81.792 | 59.012 | 76.735 | 97.930 | 101.490 | 80.282 | 83.728 | 267.803 | 78.546 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Investeren in waterveiligheid | 684.247 | 454.127 | 622.028 | 495.086 | 681.760 | 557.975 | 539.876 | 564.499 | 492.693 | 578.336 | 637.101 | 825.800 | 822.990 | 779.147 | 537.772 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 01.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid | 166.339 | 145.047 | 183.885 | 189.849 | 193.317 | 213.898 | 215.462 | 199.490 | 224.246 | 198.498 | 204.292 | 194.065 | 195.597 | 189.807 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 24.305 | 22.081 | ‒ 17.863 | ‒ 3.046 | ‒ 19.458 | ‒ 38.409 | ‒ 37.990 | ‒ 38.059 | ‒ 38.893 | ‒ 38.583 | ‒ 41.574 | 1.935 | ‒ 1.630 | 1.530 | ||
Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Ontvangsten investeren in waterveiligheid | 190.644 | 167.128 | 166.022 | 186.803 | 173.859 | 175.489 | 177.472 | 161.431 | 185.353 | 159.915 | 162.718 | 196.000 | 193.967 | 191.337 | 211.540 | |
Desalderingen | 237.308 | 2.932 | 2.289 | ‒ 1.662 | ‒ 975 | 18.778 | 29.883 | 37.648 | 37.716 | 38.539 | 38.262 | 40.999 | ‒ 797 | 2.732 | 2.484 | ‒ 11.520 |
Eindafrekening RVO 2025 | 45 | 45 | ||||||||||||||
Kasschuiven Investeren in waterveiligheid | 0 | ‒ 17.873 | ‒ 10.325 | 16.576 | 3.873 | 7.749 | ||||||||||
Prijscompensatie 2026 | 79.785 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 | 5.319 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 9.577 | ‒ 2.717 | 20.233 | 8.217 | 24.097 | 42.951 | 42.967 | 43.035 | 43.858 | 43.581 | 46.318 | 4.522 | 8.051 | 7.803 | ‒ 6.201 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Ontvangsten Investeren in waterveiligheid | 181.067 | 164.411 | 186.255 | 195.020 | 197.956 | 218.440 | 220.439 | 204.466 | 229.211 | 203.496 | 209.036 | 200.522 | 202.018 | 199.140 | 205.339 |
Artikel 1 Investeren in waterveiligheid
Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.
Desalderingen
De ontvangsten en uitgaven worden verhoogd met € 237,3 miljoen. Dit betreft een correctie van de ontvangsten/uitgaven HWBP die in de 1e suppletoire wet 2026 abusievelijk verlaagd zijn.
Kasschuiven
Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst.
Rijkskanaaldijken
Om de regionale keringen in beheer bij het Rijk te laten voldoen aan de in het Waterbesluit opgenomen normen is in het Deltafonds een beleidsreservering opgenomen van € 181 miljoen. Rijkswaterstaat heeft op basis van de toetsresultaten een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de versterkingsopgave voor de afgekeurde regionale Rijkskeringen tot 2032. Er wordt gestart met de eerste (voor-)verkenningen voor Amsterdam-Rijnkanaal Noord, Wilhelminakanaal, Noordervaart, Zuid-Willemsvaart en de A2-keringen. Daarnaast worden de definitieve oplossingen getroffen voor het Betuwepand (deel van het Amsterdam-Rijnkanaal).Daar het programma in uitvoering is genomen wordt de beleidsreservering overgeboekt naar het artikel waar de realisatie wordt verantwoord.
Ruimte voor de Rivier 2.0
Het programma RvdR2.0 heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van beleidskeuzes voor een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied ten behoeve van de vijf rivierfuncties: veilige waterafvoer, bevaarbaarheid, zoetwatervoorziening, natuur en ecologie en ruimtelijke economische ontwikkeling. Om de uitvoering mogelijk te maken worden met deze mutatie de gereserveerde middelen overgeboekt naar het uitvoeringsartikel.
Vervolgaanpak Klimaatadaptatie
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel een klimaatbestendige inrichting van Nederland in 2050. Het DPRA netwerk is belangrijk voor de doorwerking van water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening. Het huidige budget hiervoor loopt af in de jaren 2027-2029. Met deze mutatie wordt het budget doorgetrokken tot 2035.
Kennis voor keringen
Deze mutatie betreft extra middelen voor Kennis voor Keringen om vanuit beleid en de wettelijke taken van de minister sturing en invloed te blijven houden en te kunnen inspelen op hiaten en vragen vanuit de praktijk in het waterveiligheidsdomein.
Bijdrage naar mobiliteitsfonds tbv Cybersecurity
Ter financiering van de kosten cybersecurity wordt t/m 2024 een bedrag van € -26,9 miljoen, waarvan € -1,2 miljoen in 2026 overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds artikel 12 Hoofdwegennet. Na 2040 betreft deze mutatie een structureel vedrag van € -1,8 miljoen per jaar.
2 Investeren in zoetwatervoorziening | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening | 58.406 | 57.566 | 46.081 | 2.731 | 14 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 9.035 | ‒ 6.271 | 6.123 | 10.472 | 3.704 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in zoetwatervoorziening | 67.441 | 51.295 | 52.204 | 13.203 | 3.718 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | 267 | |
Kasschuiven Investeren iin zoetwatervoorziening | 0 | ‒ 19.921 | ‒ 4.612 | 23.550 | 983 | |||||||||||
Overboeking Beleidsontwikkeling Zoetwater van artikel 5 | 11.000 | 1.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | |||||||||
Prijscompensatie 2026 | 277 | 277 | ||||||||||||||
Diverse kleinere boekingen | 2.288 | ‒ 1.267 | ‒ 1.399 | 2.403 | 1.086 | 749 | 653 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 20.911 | ‒ 6.011 | 26.953 | 3.086 | 2.749 | 3.636 | 2.007 | 2.007 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Investeren in zoetwatervoorziening | 46.530 | 45.284 | 79.157 | 16.289 | 6.467 | 3.903 | 2.274 | 2.274 | 274 | 274 | 274 | 274 | 274 | 274 | 274 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 02.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoorzieningen | ||||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in zoetwatervoorziening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening
Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.
Beleidsontwikkeling Zoetwater
De middelen dienen ter financiering van zoetwatermaatregelen, onderdeel van het Deltaplan Zoetwater. De maatregelen zijn gericht om Nederland uiterlijk in 2050 weerbaar te maken tegen droogte en watertekorten. De middelen worden ingezet voor onder meer:
– Regionale maatregelen via tijdelijke regeling Zoetwater voor het maximaal vergroten van de beschikbaarheid;
– Slim Watermanagement. Het optimaliseren van de regionale wateraanvoer en het flexibeler inzetten van het hoofdwatersysteem;
– Onderzoekopdrachten en analyse. Het onderzoeken en inzetten van alternatieve bronnen, zoals het opslaan van hemelwater in de bodem en het ontzilten van brak water.
Kasschuiven artikel investeren in zoetwatervoorziening
Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel betreft de kasschuif met name het Deltaprogramma Zoetwater.
3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing | 486.928 | 472.855 | 513.297 | 520.010 | 457.457 | 570.718 | 667.901 | 641.965 | 666.411 | 674.114 | 674.620 | 679.788 | 679.786 | 630.511 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ‒ 6.562 | 104.021 | 89 | 62 | 59 | 152 | 153 | 152 | 152 | 52 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing | 480.366 | 576.876 | 513.386 | 520.072 | 457.516 | 570.870 | 668.054 | 642.117 | 666.563 | 674.166 | 674.620 | 679.788 | 679.786 | 630.511 | 620.181 | |
Overboeking Verambtelijking Wet DBA naar artikel 5 | ‒ 24.729 | ‒ 1.803 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.904 | ‒ 1.158 | ‒ 1.158 | ‒ 1.158 | ‒ 1.158 | ‒ 1.158 |
AP Instandhouding | 155.179 | 155.179 | ||||||||||||||
Prijscompensatie 2026 | 252.044 | 13.645 | 16.371 | 14.144 | 14.269 | 12.366 | 15.861 | 18.560 | 17.840 | 18.578 | 18.807 | 18.820 | 18.973 | 18.974 | 17.605 | 17.231 |
Diverse kleinere boekingen | ‒ 4.307 | ‒ 1.907 | ‒ 450 | ‒ 450 | ‒ 750 | ‒ 750 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | 9.935 | 14.017 | 11.790 | 11.615 | 9.712 | 169.136 | 16.656 | 15.936 | 16.674 | 16.903 | 17.662 | 17.815 | 17.816 | 16.447 | 16.073 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing | 490.301 | 590.893 | 525.176 | 531.687 | 467.228 | 740.006 | 684.710 | 658.053 | 683.237 | 691.069 | 692.282 | 697.603 | 697.602 | 646.958 | 636.254 |
Artikel 3 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.
Verambtelijking Wet DBA
In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossier verambtelijkt. Betreft mutatie naar intern kosten beheer en onderhoud.
AP Instandhouding
In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het DF betreft dit € 155 miljoen. Dit bedrag gaat naar RWS ten behoeve het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 55 miljoen) en Vernieuwing (€ 100 miljoen).
4 Experimenteren cf. art. III Deltawet | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet | 90.242 | 86.572 | 61.311 | 61.525 | 61.060 | 59.891 | 59.771 | 62.705 | 62.761 | 59.905 | 59.412 | 56.386 | 35.120 | 53.117 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 967 | ‒ 8.238 | 5.124 | 3.590 | 4.369 | 31.193 | ‒ 6.289 | ‒ 2.814 | ‒ 3.715 | ‒ 1.486 | ‒ 1.816 | 711 | 19.469 | 21.250 | ||
Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Experimenteren cf. art. III Deltawet | 91.209 | 78.334 | 66.435 | 65.115 | 65.429 | 91.084 | 53.482 | 59.891 | 59.046 | 58.419 | 57.596 | 57.097 | 54.589 | 74.367 | 52.533 | |
Kasschuiven Experimenten cf. art. III Deltawet | 0 | 1.186 | ‒ 1.186 | |||||||||||||
Overboeking financiering de Vlieter van artikel 1 | 89 | 89 | ||||||||||||||
Prijscompensatie 2026 | 16.344 | 1.514 | 1.300 | 1.103 | 1.081 | 1.086 | 1.512 | 888 | 994 | 980 | 970 | 956 | 948 | 906 | 1.234 | 872 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | 2.789 | 114 | 1.103 | 1.081 | 1.086 | 1.512 | 888 | 994 | 980 | 970 | 956 | 948 | 906 | 1.234 | 872 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Experimenteren cf. art. III Deltawet | 93.998 | 78.448 | 67.538 | 66.196 | 66.515 | 92.596 | 54.370 | 60.885 | 60.026 | 59.389 | 58.552 | 58.045 | 55.495 | 75.601 | 53.405 |
Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet
Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.
Kasschuiven artikel Experimenteren cf. art. III Deltawet
Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel is een kasschuif noodzakelijk vanwege aanvullende kosten bij de Vlieter 0+ variant. oa. door een wisseling van opdrachtgever en de noodzaak voor een zwaardere constructie dan eerder aangenomen. Meerkosten worden gefinancierd uit risicoreservering DBFM Afsluidijk.
5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven | 421.434 | 446.095 | 496.591 | 482.054 | 558.703 | 771.885 | 643.492 | 614.195 | 719.351 | 716.351 | 714.192 | 527.475 | 525.430 | 771.622 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 29.689 | 4.418 | 36.168 | 57.412 | 32.785 | 4.558 | 2.541 | 2.649 | 2.242 | 3.547 | 4.361 | 4.266 | 4.128 | ‒ 24.012 | ||
Uitgavenstand ontwerpbegroting 2026 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven | 451.123 | 450.513 | 532.759 | 539.466 | 591.488 | 776.443 | 646.033 | 616.844 | 721.593 | 719.898 | 718.553 | 531.741 | 529.558 | 747.610 | 854.643 | |
AP middelen Transitie Duurzaame energie op zee | 37.640 | 1.290 | 2.130 | 2.960 | 2.980 | 2.960 | 2.840 | 2.750 | 2.580 | 2.420 | 2.580 | 2.620 | 2.410 | 2.200 | 2.490 | 2.430 |
CA Efficiency taakstelling | 23.796 | 666 | 1.301 | 1.589 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | |
CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst | 41.032 | 1.465 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | 3.597 | |||
CA Efficiency taakstelling aanvullend | ‒ 119.000 | ‒ 2.975 | ‒ 5.950 | ‒ 8.925 | ‒ 11.900 | ‒ 14.875 | ‒ 14.875 | ‒ 14.875 | ‒ 14.875 | ‒ 14.875 | ‒ 14.875 | |||||
CA Taakstelling Vernieuwing Rijksdienst aanvullend | ‒ 6.002 | ‒ 2.977 | ‒ 3.025 | |||||||||||||
EZ/KGG: programma NoZ RWS en beheertaken Energie | 66.013 | 2.990 | 4.879 | 4.820 | 4.583 | 5.427 | 5.361 | 4.749 | 4.749 | 4.749 | 4.749 | 4.749 | 4.736 | 4.736 | 4.736 | |
Kasschuiven: Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven | 0 | ‒ 27.811 | ‒ 34.812 | 9.199 | 45.422 | 41.116 | 41.469 | 53.665 | 24.193 | 23.370 | 2.782 | 2.865 | ‒ 181.458 | |||
Looncompensatie 2026 | 10.131 | 731 | 709 | 695 | 692 | 681 | 676 | 676 | 658 | 658 | 658 | 658 | 660 | 658 | 658 | 663 |
Overboeking Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit naar artikel 7 | ‒ 26.400 | ‒ 3.000 | ‒ 4.000 | ‒ 4.000 | ‒ 5.000 | ‒ 5.100 | ‒ 5.300 | |||||||||
Overboeking Beleidsontwikkeling Zoetwater naar artikel 2 | ‒ 11.000 | ‒ 1.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | |||||||||
Overboeking Kennis voor Keringen naar artikel 1 | ‒ 6.000 | ‒ 1.000 | ‒ 1.000 | ‒ 1.000 | ‒ 1.000 | ‒ 1.000 | ‒ 1.000 | |||||||||
Overboeking KRW naar artkel 7 | ‒ 143.100 | ‒ 6.750 | ‒ 42.500 | ‒ 63.514 | ‒ 30.336 | |||||||||||
Overboeking PAGW naar uitvoering naar artikel 7 | ‒ 59.700 | ‒ 59.700 | ||||||||||||||
Overboeking Rijkskanaaldijken naar uitvoering naar artikel 1 | ‒ 181.000 | ‒ 12.000 | ‒ 32.000 | ‒ 38.000 | ‒ 43.000 | ‒ 42.000 | ‒ 14.000 | |||||||||
Overboeking Ruimte voor de Rivier 2.0 naar artikel 1 | ‒ 779.581 | ‒ 9.841 | ‒ 709 | ‒ 1.328 | ‒ 376 | ‒ 48.540 | ‒ 97.778 | ‒ 53.962 | ‒ 44.277 | ‒ 73.795 | ‒ 73.795 | ‒ 73.795 | ‒ 73.795 | ‒ 73.795 | ‒ 73.795 | ‒ 80.000 |
Overboeking Verambtelijking Wet DBA van artikel 3 | 24.729 | 1.803 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.904 | 1.158 | 1.158 | 1.158 | 1.158 | 1.158 |
Overboeking Vervolgaanpak Klimaatadaptatie naar artikel 1 | ‒ 38.750 | ‒ 2.500 | ‒ 3.150 | ‒ 3.500 | ‒ 6.800 | ‒ 6.800 | ‒ 8.000 | ‒ 8.000 | ||||||||
Prijscompensatie 2026 | ‒ 426.678 | ‒ 19.110 | ‒ 25.598 | ‒ 40.270 | ‒ 36.758 | ‒ 30.676 | ‒ 33.770 | ‒ 28.581 | ‒ 27.627 | ‒ 26.815 | ‒ 26.648 | ‒ 26.639 | ‒ 26.784 | ‒ 26.740 | ‒ 25.699 | ‒ 24.963 |
Diverse kleinere boekingen | 1.923 | 15 | 1.770 | 585 | 288 | ‒ 735 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 53.923 | ‒ 70.700 | ‒ 105.052 | ‒ 138.085 | ‒ 148.222 | ‒ 129.617 | ‒ 59.149 | ‒ 39.332 | ‒ 111.377 | ‒ 75.797 | ‒ 77.317 | ‒ 98.258 | ‒ 98.356 | ‒ 281.348 | ‒ 105.414 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven | 397.200 | 379.813 | 427.707 | 401.381 | 443.266 | 646.826 | 586.884 | 577.512 | 610.216 | 644.101 | 641.236 | 433.483 | 431.202 | 466.262 | 749.229 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 05.10 Saldo afgesloten rekeningen | ||||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ‒ 159.602 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Saldo afgesloten rekeningen | ‒ 159.602 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Mutaties Miljoenennota 2027 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Saldo afgesloten rekeningen | ‒ 159.602 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven
Loon- en prijsbijstelling 2026
Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2026.
Rijkskanaaldijken
Om de regionale keringen in beheer bij het Rijk te laten voldoen aan de in het Waterbesluit opgenomen normen is in het Deltafonds een beleidsreservering opgenomen van € 181 miljoen. Rijkswaterstaat heeft op basis van de toetsresultaten een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de versterkingsopgave voor de afgekeurde regionale Rijkskeringen tot 2032. Er wordt gestart met de eerste (voor-)verkenningen voor Amsterdam-Rijnkanaal Noord, Wilhelminakanaal, Noordervaart, Zuid-Willemsvaart en de A2-keringen. Daarnaast worden de definitieve oplossingen getroffen voor het Betuwepand (deel van het Amsterdam-Rijnkanaal).Daar het programma in uitvoering is genomen wordt de beleidsreservering overgeboekt naar het artikel waar de realisatie wordt verantwoord.
CA Efficiency taakstelling/CA Taakstelling vernieuwing rijksdienst
In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de grondslag van FIN verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen. Hiervoor hebben overboekingen plaats moeten vinden van HXII naar het DF oplopend tot € 5,4 miljoen structureel.
CA Efficiency taakstelling/CA Taakstelling vernieuwing rijksdienst aanvullend
De in het regeerakkoord van Jette-1 Efficiencytaakstelling en de Taakstelling Vernieuwing Rijksdiensten, beide verwerkt in de Voorjaarsnota 2026, worden verhoogd. De efficiencytaakstelling wordt verhoogd met € -3 miljoen in 2031 oplopend naar structureel € -15,0 miljoen in 2035. De taakstelling vernieuwing Rijksdiensten wordt voor de jaren 2028 en 2029 verhoogd met € -3,0 miljoen per jaar.
AP middelen Transitie Duurzame energie op zee
De mutatie betreft het opvragen van de Algemene Post middelen voor de transitie naar duurzame energie-inpassing op zee. Dit betreft het RWS Programma Netten op Zee (vanaf 2026 structureel), compensatiekosten zandwinning door RWS (vanaf 2037 structureel) en de RWS Beheertaken Energie op Zee (vanaf 2035 structureel).
EZ/KGG Programma NoZ RWS en beheertaken energie
Dit betreft een overheveling van vanuit EZ/KGG voor de financiering van beleidsondersteunende taken (€ 1,275 miljoen structureel), EMV onderzoek programma Noordzee (€ 0,3 miljoen tijdelijk) Programma Noordzee RWS (€ 1,626 miljoen structureel) en Beheertaken Energie op Zee RWS (€ 2,023 miljoen structureel).
Vervolgaanpak Klimaatadaptatie
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel een klimaatbestendige inrichting van Nederland in 2050. Het DPRA netwerk is belangrijk voor de doorwerking van water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening. Het huidige budget hiervoor loopt af in de jaren 2027-2029. Met deze mutatie wordt het budget doorgetrokken tot 2035.
Kennis voor keringen
Deze mutatie betreft extra middelen voor Kennis voor Keringen om vanuit beleid en de wettelijke taken van de minister sturing en invloed te blijven houden en te kunnen inspelen op hiaten en vragen vanuit de praktijk in het waterveiligheidsdomein.
Beleidsontwikkeling Zoetwater
De middelen dienen ter financiering van zoetwatermaatregelen, onderdeel van het Deltaplan Zoetwater. De maatregelen zijn gericht om Nederland uiterlijk in 2050 weerbaar te maken tegen droogte en watertekorten. De middelen worden ingezet voor onder meer:
– Regionale maatregelen via tijdelijke regeling Zoetwater voor het maximaal vergroten van de beschikbaarheid;
– Slim Watermanagement. Het optimaliseren van de regionale wateraanvoer en het flexibeler inzetten van het hoofdwatersysteem;
– Onderzoekopdrachten en analyse. Het onderzoeken en inzetten van alternatieve bronnen, zoals het opslaan van hemelwater in de bodem en het ontzilten van brak water.
Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit
Dit betreft financiering om de wettelijke en maatschappelijke taken en het beleid op het gebied van waterkwaliteit te kunnen blijven uitvoeren. De middelen worden beschikbaar gesteld ter financiering van onder meer:
– De realisatie van de doelen van de KRW. Maatregelen die bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen;
– Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, opkomende stoffen en het terugdringen van de invloed van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen op het oppervlaktewater.
PAGW
PAGW levert daarmee ook de noodzakelijke uitgangssituatie voor de realisatie van de wettelijke opgaven voor ecologische waterkwaliteit (KRW) en natuur (N2000). Het programma heeft een doorlooptijd tot en met 2050. Met deze mutatie wordt perspectief gehouden op het project Getij Grevelingen door in 2034 een reservering te maken op het PAGW-budget.
Verambtelijking Wet DBA
In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossier verambtelijkt. Betreft mutatie naar intern kosten beheer en onderhoud.
EZ/KGG: Programma NoZ RWS en beheertaken energie
Dit betreft een overheveling van vanuit EZ/KGG voor de financiering van beleidsondersteunende taken DGWB (€ 1,275 miljoen structureel). EMV onderzoek programma Noordzee RWS (€ 0,3 miljoen tijdelijk) Programma Noordzee RWS (€ 1,626 miljoen structureel) en Beheertaken Energie op Zee RWS (€ 2,023 miljoen structureel).
KRW
Aan het KRW programma wordt € 143,1 miljoen toegevoegd. Met deze middelen, overgeboekt vanuit de investeringsruimte, wordt de budgetspanning op dit programma verlicht.
Ruimte voor de Rivier 2.0
Het programma RvdR2.0 heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van beleidskeuzes voor een toekomstbestendige inrichting van het rivierengebied ten behoeve van de vijf rivierfuncties: veilige waterafvoer, bevaarbaarheid, zoetwatervoorziening, natuur en ecologie en ruimtelijke economische ontwikkeling. Om de uitvoering mogelijk te maken worden met deze mutatie de gereserveerde middelen overgeboekt naar het uitvoeringsartikel.
Kasschuiven artikel Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven
Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel betreft de kasschuif met name de investeringsruimte, waarbij gelden uit 2039 naar voren worden gehaald.
7 Investeren in waterkwaliteit | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikel 7 Investeren in waterkwaliteit | 253.564 | 471.915 | 184.034 | 212.151 | 108.162 | 54.843 | 67.801 | 55.198 | 15.004 | 789 | 552 | 552 | 446 | 446 | 446 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 72.479 | 11.613 | 14.036 | ‒ 234 | 5.356 | ‒ 57 | ‒ 862 | ‒ 152 | ‒ 152 | ‒ 52 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Uitgavenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in waterkwaliteit | 326.043 | 483.528 | 198.070 | 211.917 | 113.518 | 54.786 | 66.939 | 55.046 | 14.852 | 737 | 552 | 552 | 446 | 446 | 446 | |
Kasschuiven: Investeren in waterkwaliteit | 0 | ‒ 1.962 | 14.667 | ‒ 4.325 | ‒ 11.597 | 4.481 | ‒ 1.264 | |||||||||
Overboeking KRW van artkel 5 | 143.100 | 6.750 | 42.500 | 63.514 | 30.336 | |||||||||||
Overboeking Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit van artikel 5 | 26.400 | 3.000 | 4.000 | 4.000 | 5.000 | 5.100 | 5.300 | |||||||||
Overboeking PAGW naar uitvoering van artikel 5 | 59.700 | 59.700 | ||||||||||||||
Prijscompensatie 2026 | 39.315 | 8.449 | 12.901 | 5.304 | 4.206 | 3.126 | 1.509 | 1.847 | 1.517 | 403 | 17 | 9 | 9 | 6 | 6 | 6 |
Diverse kleinere boekingen | ‒ 1.681 | 1.222 | ‒ 915 | ‒ 965 | ‒ 1.023 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | 7.709 | 33.403 | 45.514 | 59.100 | 41.943 | 5.245 | 6.947 | 6.817 | 60.103 | 17 | 9 | 9 | 6 | 6 | 6 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Investeren in waterkwaliteit | 333.752 | 516.931 | 243.584 | 271.017 | 155.461 | 60.031 | 73.886 | 61.863 | 74.955 | 754 | 561 | 561 | 452 | 452 | 452 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 07.09 Ontvangsten investeringen in waterkwaliteit | 225 | |||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 959 | 3.600 | 1.255 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Ontvangstenstand eerste suppletoire wet 2026 Investeren in waterkwaliteit | 1.184 | 3.600 | 1.255 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Desalderingen | ‒ 135 | ‒ 135 | ||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 135 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Stand Ontwerpbegroting 2027 Ontvangsten Investeren in waterkwaliteit | 1.049 | 3.600 | 1.255 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit
Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de aan het Deltafonds toegekende prijsbijstelling tranche 2026.
Beleidsontwikkeling Waterkwaliteit
Dit betreft financiering om de wettelijke en maatschappelijke taken en het beleid op het gebied van waterkwaliteit te kunnen blijven uitvoeren. De middelen worden beschikbaar gesteld ter financiering van onder meer:
– De realisatie van de doelen van de KRW. Maatregelen die bijdragen aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen;
– Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, opkomende stoffen en het terugdringen van de invloed van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen op het oppervlaktewater.
Grevelingen
Deze mutatie betreft de verhoging van het projectbudget Getij Grevelingen met name een herallocatie van middelen (€ 59,7 miljoen) binnen het Deltafonds ten behoeve van de projecten Getijdenmaas en de aanleg van ooibos in de Uiterwaarden Wamel, Dreumel en Heerewaarden.
Kasschuiven artikel Investeren in waterkwaliteit
Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 Ontwikkeling waterveiligheid onderdeel over/onderprogrammering worden de bedragen in de juiste jaren geplaatst. Op dit artikel betreft de kasschuif met name het programma Stoffen en Waterketen, DAW en PAGW.
KRW
Aan het KRW programma wordt € 143,1 miljoen toegevoegd. Met deze middelen, overgeboekt vanuit de investeringsruimte, wordt de budgetspanning op dit programma verlicht.
Bijlage 2: Overzicht Hoogwaterbeschermingsprogramma
Oorspronkelijke financiering | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bijdragen | Totaal | t/m 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2040 | |
Waterschappen | Totaal | 251 | 251 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Spoedwet | HWBP-2 | 239 | 239 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
HWBP | 4 | 4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige bijdrage | HWBP-2 | 8 | 8 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rijk | Totaal | 1.055 | 1.055 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Oorspronkelijke financiering | HWBP-2 | 1.007 | 1.007 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
HWBP | 49 | 49 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal bijdragen oorspronkelijke financiering | 1.307 | 1.307 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bestuursakkoord Water | |||||||||||
Bijdragen | Totaal | t/m 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2040 | |
Waterschappen | Totaal (50%) | 6.097 | 2.172 | 237 | 246 | 246 | 246 | 246 | 246 | 246 | 2.213 |
HWBP-2 | 799 | 799 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
HWBP | 4.308 | 1.128 | 166 | 179 | 164 | 186 | 195 | 198 | 218 | 1.874 | |
Projectgebonden aandeel (10%) | 989 | 245 | 71 | 67 | 82 | 60 | 51 | 48 | 27 | 340 | |
Rijk | Totaal (50%) | 6.097 | 1.864 | 603 | 491 | 607 | 533 | 288 | 258 | 53 | 1.401 |
HWBP-2 | 859 | 556 | 112 | 23 | 11 | 157 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
HWBP | 5.239 | 1.308 | 491 | 468 | 596 | 375 | 288 | 258 | 53 | 1.401 | |
Rijksbijdrage Rijkskeringen HWBP | 780 | 71 | 20 | 22 | 49 | 21 | 83 | 101 | 54 | 359 | |
Totaal bijdragen Bestuursakkoord Water | 12.974 | 4.107 | 859 | 759 | 902 | 799 | 616 | 605 | 354 | 3.973 | |
Totaal bijdragen | 14.281 | 5.414 | 859 | 759 | 902 | 799 | 616 | 605 | 354 | 3.973 | |
Gezamenlijke uitgaven Rijk en Waterschappen | |||||||||||
Uitgaven | Totaal | t/m 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2040 | |
HWBP-2 | Totaal | 2.679 | 2.381 | 111 | 22 | 11 | 155 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Waterschapsprojecten | 2.679 | 2.381 | 111 | 22 | 11 | 155 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
HWBP | Totaal (100%) | 10.513 | 2.705 | 725 | 711 | 839 | 618 | 531 | 501 | 296 | 3.588 |
Waterschapsprojecten | 8.808 | 2.187 | 639 | 546 | 735 | 512 | 458 | 432 | 247 | 3.051 | |
Budgetoverheveling rivierverruiming | 98 | 14 | 0 | 54 | 0 | 25 | 0 | 0 | 0 | 5 | |
Programmabureau | 228 | 61 | 7 | 14 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 94 | |
Innovatie | 358 | 184 | 7 | 26 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 90 | |
HWBP: opleidingen nieuwe normering en MIRT bijdrage | 32 | 14 | 1 | 4 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 7 | |
Projectgebonden aandeel (10%) | 989 | 245 | 71 | 67 | 82 | 60 | 51 | 48 | 27 | 340 | |
Totaal gezamenlijke uitgaven Rijk en Waterschappen | 13.192 | 5.086 | 836 | 732 | 849 | 773 | 531 | 501 | 296 | 3.588 | |
Uitgaven Rijk | |||||||||||
Uitgaven | Totaal | t/m 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2040 | |
HWBP-2 | Totaal | 234 | 229 | 1 | 1 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rijksprojecten | 170 | 168 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Interne kosten | 24 | 24 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Programmabureau | 40 | 37 | 0 | 0 | 0 | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
HWBP | Totaal | 855 | 99 | 23 | 25 | 52 | 24 | 86 | 104 | 57 | 386 |
Rijksprojecten | 780 | 71 | 20 | 22 | 49 | 21 | 83 | 101 | 54 | 359 | |
Interne kosten | 76 | 27 | 4 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 27 | |
Totaal uitgaven Rijk | 1.089 | 328 | 24 | 26 | 53 | 26 | 86 | 104 | 57 | 386 | |
Totaal uitgaven | 14.281 | 5.414 | 859 | 759 | 902 | 799 | 616 | 605 | 354 | 3.973 |
Toelichting bij het extracomptabele overzicht voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma
Conform het wetsvoorstel doelmatigheid en bekostiging Hoogwaterbescherming wordt in de jaarlijkse begroting en verantwoording van het Deltafonds een extra-comptabel overzicht opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de bijdragen van het Rijk en waterschappen zich verhouden tot de uitgaven van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor een nadere toelichting op de bekostigingssystematiek van het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt verwezen naar de memorie van toelichting van het voornoemde wetsvoorstel. Het extracomptabele overzicht is als volgt opgebouwd:
De ontvangsten en bijdragen van de waterschappen respectievelijk het Rijk.
1. De bijdrage van de waterschappen bestaat uit de volgende drie elementen.
– De jaarlijkse bijdragen van de waterschappen in de periode 2011–2013 aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma die voortvloeien uit de Spoedwet.
– De bijdragen die voortvloeien uit het Bestuursakkoord Water: totaal € 131 miljoen in 2014 en jaarlijks € 181 miljoen vanaf 2015. Vanaf 2016 worden deze bedragen geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën. De bijdragen van de waterschappen bestaan uit een projectgebonden aandeel voor het HWBP dat door de betreffende beheerder direct wordt betaald en een solidariteitsdeel dat via het Deltafonds wordt verevend. Het projectgebonden aandeel bedraagt 10% van de (bruto) begrote uitgaven voor waterschapsprojecten binnen het HWBP.
– Incidentele ontvangsten bijvoorbeeld in het kader van de eindafrekening van projecten.
2. De bijdrage van het Rijk bestaat uit de volgende drie elementen:
– De bijdrage van het Rijk zoals vastgelegd in de bijlage van het Bestuursakkoord Water (nadere toelichting op het onderdeel «Financiering van een beheersbaar programma voor de waterkeringen» van het Bestuursakkoord Water), uitgaande van het toen beschikbare budget binnen de Rijksbegroting voor het Hoogwaterschermingsprogramma.
– De bijdragen die voortvloeien uit het Bestuursakkoord Water: € 131 miljoen in 2014 en € 181 miljoen vanaf 2015. Vanaf 2016 worden deze bedragen geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën, geïndexeerd met terugwerkende kracht ten opzichte van het prijspeil 2011. Het jaarbedrag prijspeil 2026 bedraagt € 246 miljoen (inclusief project gebonden aandeel).
– De bijdrage van het Rijk aan de maatregelen voor rijkskeringen.
De uitgaven voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
De uitgaven ten behoeve van hoogwaterbeschermingsmaatregelen bestaan uit:
– Waterschapsprojecten: de subsidies (Lees: bij HWBP 100 respectievelijk 90% van de kosten van een sober en doelmatig ontwerp) voor versterkingen van primaire keringen in beheer van de waterschappen.
– Rijksprojecten: de kosten van versterkingen van primaire keringen in beheer van het Rijk. Deze uitgaven komen voor wat betreft het HWBP volledig ten laste van het Rijk
– Programmabureau: de kosten van het programmabureau.
– Het projectgebonden aandeel van 10%: wordt door de betreffende beheerder zelf direct betaald.
– De interne kosten hebben betrekking op de kosten van de inzet van Rijkswaterstaat-medewerkers binnen de programmabureaus en maken voor de bekostigingssystematiek geen deel uit van de programmabudgetten. Deze kosten vallen onder de 50/50 verdeling en zijn daarom afzonderlijk weergegeven.
– Innovatie: Betreft innovaties waaronder de projectoverstijgende verkenningen. Deze kosten vallen onder de 50/50 verdeling. De subsidie beschikking betreft hier 100% bijdrage.
De uitgaven die vallen onder a), c) en f) worden door Rijk en waterschappen voor ieder de helft bekostigd.
De kasschuiven die voortvloeien uit de verschillen tussen de geraamde en begrote uitgaven.
De ontvangsten van de waterschappen vormen een deel van de uitgaven voor het HWBP. Het andere deel wordt bekostigd door het Rijk. De uitgaven van het HWBP in de begroting wordt in een bepaald uitgaventempo geraamd. Deze kasplanning komt tot stand op basis van de planningen van de diverse projecten, ingediend door de waterschappen (en RWS). Indien de daadwerkelijke uitgaven afwijken van de geraamde uitgaven of planningen van projecten wijzigen worden de uitgavenbudgetten aangepast door middel van kasschuiven binnen de kaders van de IenW-begroting.
Bijlage 3: Instandhouding
Onze infrastructuurnetwerken behoren tot de ruggengraat van onze samenleving. Ze beschermen ons tegen het water, zorgen ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en dragen bij aan de economische ontwikkeling van ons land. Dat goederen en diensten kunnen worden vervoerd en dat Nederland in verbinding staat met de rest van de wereld. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat werken dagelijks aan de ontwikkeling en de instandhouding hiervan.
De realiteit is dat onze infrastructuur veroudert. Veel bruggen, tunnels, sluizen en viaducten zijn gebouwd in de jaren 50 en 60, naderen het einde van de levensduur of hebben deze al overschreden. Bovendien worden onze wegen en vaarwegen intensiever belast met steeds meer en zwaarder verkeer. Instandhouding is onmisbaar om onze netwerken veilig en beschikbaar te houden. Het coalitieakkoord en de recente beleidsbrieven onderstrepen nadrukkelijk het belang van instandhouding. In deze bijlage wordt voor zowel Rijkswaterstaat (RWS) als ProRail ingegaan op de werkwijze voor instandhouding en welke prestatieafspraken en beschikbare middelen tot en met 2040 hieraan gekoppeld zijn.
Instandhouding van de netwerken
Een goede instandhouding van de netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden, borgen het kerndepartement en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus. De netwerken worden, naast het intensieve gebruik, gekenmerkt door inpassing in een sterk verstedelijkte delta. Daardoor omvatten de netwerken diverse uiteenlopende voorzieningen als beweegbare bruggen, tunnels, op- en afritten, geluidschermen, sluizen en stormvloedkeringen. Deze elementen zorgen voor netwerken met een hoog serviceniveau, maar ook voor een grote instandhoudingsopgave. Figuren 7 t/m 10 illustreren de omvang van de vier netwerken.
Figuur 7 Netwerken RWS: Hoofdwegennet

Figuur 8 Netwerken RWS: Hoofdvaarwegennet

Figuur 9 Netwerken RWS: Hoofdwatersysteem

Figuur 10 Netwerk ProRail: Hoofdspoorweginfrastructuur

Scope van instandhouding
Bij instandhouding gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur. De begrippen die hierbij in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden gehanteerd zijn: exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de infrastructuur:
– Tot het domein van de exploitatie behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding, capaciteitsmanagement, incidentmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;
– Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;
– Vernieuwing is gericht op het beginnen van een nieuwe levenscyclus van een object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object. Bij vernieuwing gaat het expliciet om een-op-een vernieuwing. Het betreft dus niet activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies, aanleg van nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).
1. Netwerken Rijkswaterstaat
Werkwijze instandhouding
Exploitatie en onderhoud
Rijkswaterstaat benadert de exploitatie- en onderhoudsopgaven door rekening te houden met de volledige levenscyclus van de infrastructuur. Als eenmaal wordt besloten tot de ontwikkeling van infrastructuur, is op basis van ervaring al bekend wat voor instandhoudingswerkzaamheden aan de diverse objecten gemiddeld per jaar nodig zijn. Dit is vastgelegd in de instandhoudingsregimes. De instandhoudingsregimes, die de jaarlijkse onderhoudsbehoefte per object vastleggen, vormen de basis voor de programmering van werkzaamheden.
Middels een jaarlijkse programmeringscyclus werkt RWS de instandhoudingsopgave uit in een programmering en planning van werkzaamheden voor de komende jaren. Dit betreft een voortrollende programmering. Elk jaar wordt de programmering geactualiseerd en een jaar verder uitgewerkt op basis van de meest actuele inzichten en ontwikkelingen in de instandhoudingsopgave. Zo kan het voorkomen dat een bepaald schadebeeld of een ongeplande gebeurtenis vraagt om tussentijds ingrijpen, zoals het plaatsen van ondersteuningsconstructies als gevolg van tand-nok problematiek bij bruggen en viaducten1 of het uitvoeren van herstelwerkzaamheden als gevolg van scheepsaanvaringen met bruggen. Tussentijdse maatregelen die niet in de totale programmering kunnen worden ingepast, krijgen dan prioriteit boven reeds geprogrammeerde maatregelen. Het onderhoud dat als gevolg daarvan wordt uitgesteld, dient vervolgens opnieuw een plek te krijgen in de instandhoudingsprogrammering.
Afstemming van de programmering met de medeoverheden en ProRail om hinder te beperken en meekoppelkansen te identificeren, is een integraal onderdeel van de programmeringscyclus. Op basis van het Life Cycle Costing (LCC) principe streeft Rijkswaterstaat naar de laagst mogelijke kosten over de gehele levenscyclus van de infrastructuur, met zo min mogelijk verstoringen en hinder voor de gebruikers. Dit doet RWS onder andere door FIT testen uit te voeren. Een FIT test laat zien of het object inclusief de industriële automatisering werkt. In 2024 zijn 155 testen uitgevoerd. De doelstelling is dit niveau vast te houden.
Vernieuwing
De objecten en onderdelen zoals sluizen, bruggen en tunnels, hebben een beperkte levensduur en dienen aan het eind hiervan te worden vernieuwd. Door grootschalige aanleg, met name vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, en het intensievere gebruik is er sprake van een flinke vernieuwingsopgave.
Om de veiligheid en beschikbaarheid van de netwerken op lange termijn te borgen, worden objecten en onderdelen vernieuwd. Deze vernieuwingsopgave wordt voor alle netwerken en onderdelen in kaart gebracht. Allereerst wordt op basis van het ontwerp ingeschat wanneer vernieuwing aan de orde zal zijn. Daarnaast worden de objecten onderworpen aan inspecties en berekeningen. Dit leidt tot het inzicht in, en een prognose van, een termijn van vijf tot vijftien jaar waarin vernieuwing nodig is. Zo worden, steeds vooruitkijkend, objecten en onderdelen geïdentificeerd waarvoor een planfase wordt gestart. In de planfase wordt de uiteindelijke opgave vastgesteld en daarna volgt een definitief besluit over de aanpak van het betreffende object. Dit kabinet heeft als doel gesteld om tot 2030 tenminste 5 tunnels en 17 bruggen aan te pakken. Dit wordt meegenomen in het Programma Vernieuwing. Het Programma Vernieuwing kent een technische aanleiding, namelijk het einde van de technische levensduur van onderdelen en objecten. Een-op-een vernieuwing is binnen vernieuwing het uitgangspunt, waarbij er geen aanvullende wensen of functionaliteiten worden toegevoegd. Omdat het echter gaat om relatief grote ingrepen in het netwerk, wordt waar nodig en mogelijk ook gekeken naar verstandige aanvullende investeringen in het kader van beleidsdoelstellingen als bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het primaire doel blijft echter het borgen van de beschikbaarheid en veiligheid van de Rijksnetwerken.
Basiskwaliteitsniveau en prestaties
Basiskwaliteitsniveau
Met ingang van 2024 werkt RWS op basis van meerjarige instandhoudingsopdracht met een basiskwaliteitsniveau (BKN) als uitgangspunt. In het BKN is voor de netwerken van RWS uitgewerkt waar een weg, vaarweg of waterwerk in de basis aan moet voldoen om de gebruikers en belanghebbenden goed te kunnen blijven bedienen. Een robuust mobiliteitssysteem met basale voorzieningen passend bij de functie van de verschillende netwerken. Het doel van het BKN is om in het hele land een toekomstvast fundament te bieden dat zekerheid geeft aan gebruikers en marktpartijen die betrokken zijn bij aanleg en instandhouding.
Het verouderende areaal en de groeiende instandhoudingsachterstanden vergroten echter de kans op storingen en beperkingen op de netwerken. Hierdoor komt de betrouwbaarheid van de netwerken onder druk te staan, zoals ook blijkt uit de Staat van de Infrastructuur 2024.2
Prestaties
Bij de instandhouding van de RWS-netwerken staan de prestaties die de netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van instandhoudingswerkzaamheden centraal. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en (water)veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers ervaren. Over de te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt het kerndepartement van IenW afspraken met RWS. Deze afspraken vormen de basis van de instandhoudingswerkzaamheden die door RWS jaarlijks wordt uitgevoerd. De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren.
Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het BKN worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. De overige prestatieafspraken worden nog verder in lijn gebracht met het BKN. Tot die tijd zijn de huidige prestatieafspraken uit tabel 50 van toepassing. Toelichting op de indicatoren en de gerealiseerde prestaties zijn te vinden in de Instandhoudingsbijlage bij het Jaarverslag.
Indicator | Streefwaarde1 | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegennet | |||||
Beschikbaarheid | |||||
Technische beschikbaarheid van de weg | 90% | 98% | 99% | 99% | 98% |
Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud | 10% | 3% | 4% | 7% | 9% |
Levering verkeersgegevens | |||||
Beschikbaarheid data voor derden | 90% | 93% | 91% | 91% | 92% |
Veiligheid | |||||
Voldoen aan norm voor verhardingen | 99,7% | 99,7% | 99,6% | 99,4% | 99,7% |
Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding | 95% | 99% | 99% | 99% | 100% |
Hoofdvaarwegennet | |||||
Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid | |||||
Stremmingen gepland onderhoud | 0,8% | 0,9% | 0,6% | 0,7% | 1,1% |
Stremmingen ongepland onderhoud | 0,2% | 2,4% | 1,2% | 1,2% | 0,7% |
Tijdig melden ongeplande stremmingen | 97% | 98% | 97% | 98% | 97% |
Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde) | |||||
– Toegangsgeulen | 99% | 100% | 100% | 100% | 100% |
– Hoofdtransportassen | 90% | 93% | 93% | 96% | 96% |
– Hoofdvaarwegen | 85% | 82% | 84% | 83% | 88% |
– Overige vaarwegen | 85% | 83% | 95% | 96% | 97% |
Veiligheid | |||||
Vaarwegmarkering op orde | 95% | 89% | 94% | 96% | 97% |
Hoofdwatersysteem | |||||
Waterveiligheid | |||||
Handhaving kustlijn | 90% | 91% | 93% | 94% | 94% |
Beschikbaarheid stormvloedkeringen | 100% | 83% | 100% | 83% | 67% |
Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden | 100% | 75% | 100% | 100% | 100% |
Betrouwbaarheid informatievoorziening | 95% | 100% | 99% | 96% | 97% |
Voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied2 | 95% | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 93% |
Bron: RWS |
Vergroten productievermogen
De groeiende omvang van de instandhoudingsopgave vraagt om een verhoging van het productievermogen bij Rijkswaterstaat. Met de Kamerbrief van 17 juni 2024, is de Kamer geïnformeerd over de aanpak van IenW om het productievermogen van RWS op het gebied van instandhouding te vergroten.3 Zo heeft bij RWS een verschuiving van financiële middelen en personele capaciteit naar instandhouding plaatsgevonden, is het reeds genoemde BKN voor alle infrastructurele netwerken vastgesteld én er wordt er meerjarig gestuurd op de opgave middels een meerjarenafspraak instandhouding tot en met 2030. Dit kabinet heeft de ambitie uitgesproken dit jaar een door de infrasector gedragen plan voor productiviteitsverhoging te starten.
Het meerjarenplan instandhouding zet de aanpak voor productieverhoging verder uiteen.4 Daarbij roept het plan op tot een productieverhoging in de gehele keten. In de kern komt de aanpak neer op een omslag van projectmatig naar programmatisch werken. De aanpak houdt daarbij rekening met de hoeveelheid beschikbare arbeidskrachten en de capaciteit in de markt. Dit sluit aan op de adviezen uit het rapport ‘Instandhouding voorop!’ van de adviesgroep Ontwikkeling en Instandhouding van Infrastructuur in beheer bij IenW. Het werk wordt integraal geprogrammeerd, er wordt langjarig en efficiënt samengewerkt met de markt, er gaat meer capaciteit naar het primaire productieproces en er wordt geïnvesteerd in vakmanschap en innovatie. De schaal- en efficiëntievoordelen die door deze aanpak ontstaan, maken het mogelijk om meer werk te verzetten. Rijkswaterstaat communiceert de meerjarige programmering met de regionale partners en de inkoopplanning met de markt om de maakbaarheid te vergroten.
Maar er is meer nodig. Via de Staat van de Infrastructuur 2024 is de Kamer geïnformeerd over het feit dat de maakbaarheid bij Rijkswaterstaat inmiddels groter is dan het beschikbare financiële kader.5 Het programmeren van nieuwe vernieuwingsprojecten is inmiddels alleen nog mogelijk door de uitvoering van andere noodzakelijk vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen. Een aanzienlijk deel van de noodzakelijke vernieuwing kan daardoor (nog) niet worden uitgevoerd. Als we niets doen is de verwachting dat het aantal kunstwerken dat voorbij de verwachtte levensduur is, in 2030 is verdubbeld. Dat dit ongewenst is, is evident. Het uitstellen van onderhoud en vernieuwing heeft tot gevolg dat de infrastructuur verder veroudert. Niet alleen leidt dit tot grotere instandhoudingsachterstanden, het zorgt er ook voor dat de kans op storingen en beperkingen op de netwerken verder toeneemt. Er moet op deze wijze de komende jaren steeds meer worden geïnvesteerd in correctief en levensduurverlengend onderhoud, in plaats van planmatig en preventief onderhoud. Dit leidt tot meer kosten en zet daarmee de beschikbare financiële middelen en capaciteit steeds verder onder druk. Deze situatie moet niet te lang aanhouden. Daarom stellen we ons als doel om de negatieve trend van meer en/of langer durende beperkingen als gevolg van achterstanden in het onderhoud deze kabinetsperiode te doorbreken. Dit doen we door onverminderd door te gaan met de voornoemde aanpak op instandhouding middels het meerjarenplan instandhouding.
Budgettair beeld netwerken RWS
In de periode tot en met 2040 zijn de volgende budgetten op de fondsen beschikbaar voor instandhouding van de RWS-netwerken. In de tabellen 51 en 52 zijn de budgetten (exclusief inzet deel balanspost Saldo op Ontvangen Bijdragen exploitatie en onderhoud en ontvangsten) per netwerk weergegeven. Tabel 53 geeft de gereserveerde budgetten voor instandhouding weer (exclusief de nieuwe middelen uit het coalitieakkoord die vanaf 2032 nog op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën staan).
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegen | |||||||||||||||||
MF 12.01 | Exploitatie | 32.947 | 21.176 | 21.534 | 13.527 | 8.766 | 8.115 | 8.058 | 8.262 | 8.034 | 7.913 | 7.660 | 7.536 | 7.409 | 7.862 | 7.756 | 176.555 |
MF 12.02.01 | Onderhoud | 1.490.092 | 1.260.579 | 1.218.159 | 1.204.554 | 1.145.628 | 1.339.310 | 1.112.881 | 1.145.860 | 1.145.418 | 1.145.539 | 1.144.466 | 1.132.143 | 1.148.866 | 1.148.413 | 1.249.036 | 18.030.944 |
MF 12.06.02 | Overige netwerkgebonden kosten | 74.381 | 71.614 | 62.129 | 53.704 | 53.704 | 27.160 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 576.485 |
Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen | 1.597.420 | 1.353.369 | 1.301.822 | 1.271.785 | 1.208.098 | 1.374.585 | 1.146.916 | 1.180.099 | 1.179.429 | 1.179.429 | 1.178.103 | 1.165.656 | 1.182.252 | 1.182.252 | 1.282.769 | 18.783.984 | |
Hoofdvaarwegen | |||||||||||||||||
MF 15.01 | Exploitatie | 26.681 | 28.990 | 24.717 | 22.987 | 22.883 | 26.182 | 25.938 | 25.737 | 23.671 | 23.607 | 23.607 | 23.607 | 23.611 | 23.611 | 23.388 | 369.217 |
MF 15.02.011 | Onderhoud | 709.198 | 548.214 | 540.696 | 534.361 | 529.702 | 657.146 | 571.595 | 572.425 | 574.490 | 574.554 | 573.324 | 575.289 | 567.015 | 567.015 | 562.011 | 8.657.034 |
MF 15.06.02 | Overige netwerkgebonden kosten | 16.295 | 17.405 | 17.107 | 16.152 | 16.391 | 13.845 | 13.015 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 215.753 |
Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen | 752.174 | 594.608 | 582.520 | 573.499 | 568.975 | 697.173 | 610.548 | 611.355 | 611.354 | 611.354 | 610.124 | 612.089 | 603.819 | 603.819 | 598.592 | 9.242.003 | |
Hoofdwatersysteem | |||||||||||||||||
DF 3.01.01 | Watermanagement | 15.153 | 18.051 | 17.818 | 17.578 | 17.929 | 20.606 | 21.114 | 20.813 | 19.380 | 19.402 | 18.661 | 18.661 | 18.779 | 18.779 | 18.779 | 281.503 |
DF 3.02.01 | Onderhoud Waterveiligheid | 325.000 | 372.663 | 284.028 | 286.440 | 282.062 | 339.150 | 297.123 | 297.289 | 315.776 | 318.457 | 306.211 | 307.282 | 309.165 | 309.165 | 298.461 | 4.648.272 |
DF 3.02.02 | Onderhoud Zoetwatervoorziening | 106.355 | 109.511 | 108.524 | 105.896 | 106.448 | 147.781 | 134.301 | 135.329 | 125.576 | 125.102 | 137.622 | 137.622 | 135.620 | 135.608 | 135.608 | 1.886.903 |
DF 5.02.01 | Overige netwerkgebonden kosten | 28.738 | 28.156 | 28.157 | 28.156 | 27.750 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 331.907 |
Totaal budget Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem | 475.246 | 528.381 | 438.527 | 438.070 | 434.189 | 526.632 | 471.633 | 472.526 | 479.827 | 482.056 | 481.589 | 482.660 | 482.659 | 482.647 | 471.943 | 7.148.585 | |
Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Watermanagement netwerken RWS | 2.824.840 | 2.476.358 | 2.322.869 | 2.283.354 | 2.211.262 | 2.598.390 | 2.229.097 | 2.263.980 | 2.270.610 | 2.272.839 | 2.269.816 | 2.260.405 | 2.268.730 | 2.268.718 | 2.353.304 | 35.174.572 | |
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegen | |||||||||||||||||
MF 12.02.04 | Vernieuwing | 478.852 | 588.622 | 542.738 | 717.412 | 601.964 | 780.114 | 814.405 | 533.176 | 533.777 | 321.263 | 420.958 | 397.781 | 319.432 | 598.340 | 595.616 | 8.244.450 |
Hoofdvaarwegen | |||||||||||||||||
MF 15.02.04 | Vernieuwing | 270.206 | 431.279 | 300.439 | 292.749 | 266.803 | 357.737 | 272.004 | 221.837 | 219.583 | 220.725 | 220.262 | 217.420 | 250.853 | 322.183 | 320.716 | 4.184.796 |
Hoofdwatersysteem | |||||||||||||||||
DF 3.02.03 | Vernieuwing | 43.793 | 90.668 | 114.806 | 121.773 | 60.789 | 232.469 | 232.172 | 204.622 | 222.505 | 228.108 | 229.788 | 234.038 | 234.038 | 183.406 | 183.406 | 2.616.381 |
Totaal budget Vernieuwing netwerken RWS | 792.851 | 1.110.569 | 957.983 | 1.131.934 | 929.556 | 1.370.320 | 1.318.581 | 959.635 | 975.865 | 770.096 | 871.008 | 849.239 | 804.323 | 1.103.929 | 1.099.738 | 15.045.627 | |
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Mobiliteitsfonds | |||||||||||||||||
MF 12.03.02 | Reservering areaalgroei hoofdwegen | 6.879 | 9.377 | 26.804 | 26.905 | 26.905 | 26.967 | 32.397 | 37.773 | 38.826 | 42.473 | 43.695 | 48.724 | 48.659 | 47.264 | 46.225 | 509.873 |
MF 15.03.02 | Reservering areaalgroei hoofdvaarwegen | 0 | 0 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.339 | 34.831 | 515.170 |
MF 11.03.031 | Reservering instandhouding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 374.169 | 374.169 |
Totaal reserveringen Mobiliteitsfonds | 6.879 | 9.377 | 66.804 | 66.905 | 66.905 | 66.967 | 72.397 | 77.773 | 78.826 | 82.473 | 83.695 | 88.724 | 88.659 | 87.603 | 455.225 | 1.399.212 | |
Deltafonds | |||||||||||||||||
DF 1.02.01 | Reservering areaalgroei hoofdwatersysteem | 2.299 | 1.770 | 1.809 | 1.809 | 1.809 | 1.811 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 27.471 |
DF 5.04.01 | Reservering instandhouding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal reserveringen Deltafonds | 2.299 | 1.770 | 1.809 | 1.809 | 1.809 | 1.811 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 27.471 | |
Totaal reserveringen | 9.178 | 11.147 | 68.613 | 68.714 | 68.714 | 68.778 | 74.193 | 79.569 | 80.622 | 84.269 | 85.491 | 90.520 | 90.455 | 89.399 | 457.021 | 1.426.683 | |
Scherpe keuzes
In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.
Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.
2. Netwerk ProRail
Basiskwaliteitsniveau en prestaties
Basiskwaliteitsniveau
In het najaar van 2024 is het basiskwaliteitsniveau spoor (BKN spoor) definitief vastgesteld en de dekkingsopgave bij de Ontwerpbegroting 2025 ingevuld (Kamerstuk 29984, nr. 1213). Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds in balans zijn. ProRail is in 2025 met de voorbereiding van de implementatie van het BKN spoor gestart. Het basiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaar en maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het BKN spoor biedt langjarige duidelijkheid over de basiskwaliteit in het hele land en creëert daarmee voorspelbaarheid richting ProRail, aannemers, vervoerders en reizigers.
De aansturing van ProRail vindt door het ministerie van IenW plaats door een gecombineerde prestatiesturing op basis van de beheerconcessie en een financiële sturing via de subsidieverlening voor de instandhouding van het spoor. Dat betekent dat de minister van IenW op basis van de beheerconcessie afspraken met ProRail heeft gemaakt over kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en de bijbehorende bodem- en streefwaardes. De Tweede Kamer wordt (half)jaarlijks in een separate brief over de (half)jaarverantwoording van ProRail en de gerealiseerde prestaties geïnformeerd. Als er een aanleiding is, kan er gedeeltelijk worden overgegaan op inputsturing door middel van (verbeter-)programma’s onder de concessie. Hieronder wordt ingegaan op de door ProRail geleverde prestaties, de areaalgegevens, de gerealiseerde budgetten instandhouding en op het uitgesteld en achterstallig onderhoud.
Binnen het BKN spoor is veiligheid de belangrijkste randvoorwaarde voor spoorvervoer. Het is daarom van belang dat de geldende eisen en protocollen worden nageleefd en onveilige situaties direct worden hersteld. Indien geconstateerd wordt dat de veiligheid voor de gebruikers, eigen medewerkers en opdrachtnemers in het geding is, worden er direct maatregelen genomen om het gebruik van de infrastructuur weer binnen de geldende kaders te laten plaatsvinden. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn (tijdelijke) snelheidsverlagingen ter plaatse, (tijdelijke) gebruiksbeperkingen of fysieke infrastructuurondersteunende maatregelen.
Prestaties
De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatieindicatoren. Over de indicatoren met daarbij horende (streef)waarden worden prestatieafspraken gemaakt tussen IenW en ProRail, en hiervoor worden budgetten beschikbaar gesteld. De actuele prestatieafspraken met ProRail zijn terug te vinden in het (addendum op) het beheerplan van ProRail. De actuele prestaties zijn real-time in te zien op prestaties.prorail.nl. In 2025 heeft ProRail de prestaties gerealiseerd zoals opgenomen in Tabel 54.
KPI | Bodemwaarde1 | Streefwaarde | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|
Klantoordeel reizigersvervoerders | 6 | 7 | 7 |
Klantoordeel goederenvervoerders | 6 | 7 | 6 |
Reizigerspunctualiteit HRN (3 min.) (met NS)2 | 84,4% | ‒ | 85,5% |
Reizigerspunctualiteit HRN (10 min.) (met NS) | 94,5% | ‒ | 95,3% |
Betrouwbaarheid regionale series (3 min) | 90,7% | 93,7% | 90,5% |
Impactvolle verstoringen | 520 | 450 | 586 |
Bron: ProRail Jaarverslag 2025 |
Budgettair beeld netwerk ProRail
Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds langjarig tot en met 2037 in balans zijn. Inmiddels is het BKN spoor beleidsneutraal verlengd tot en met 2040. Sinds de vaststelling van het BKN hebben zich exogene ontwikkelingen voorgedaan in wet- en regelgeving en zijn bepaalde risico's gematerialiseerd waar eerder geen rekening mee kon worden gehouden. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 heeft dit tot besluitvorming over aanvullende budgettaire kaders geleid. Dit is toegelicht in de voorjaarsnota 2026 (Kamerstuk 36 915 XII, nr. 2). In tabel 55 is het budget op het Mobiliteitsfonds voor instandhouding van het netwerk van ProRail t/m 2040 weergegeven.
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdspoorweginfrastructuur | |||||||||||||||||
MF 13.02 | Exploitatie | 400.918 | 443.863 | 438.329 | 385.813 | 279.347 | 217.399 | 216.676 | 209.271 | 223.707 | 226.555 | 201.932 | 197.324 | 221.709 | 211.205 | 172.277 | 4.046.325 |
MF 13.02 | Onderhoud | 998.657 | 969.832 | 945.557 | 927.929 | 870.225 | 999.975 | 807.150 | 787.261 | 802.841 | 794.640 | 821.577 | 817.891 | 825.575 | 836.772 | 792.963 | 12.998.847 |
MF 13.02 | Vernieuwing | 1.002.384 | 1.227.231 | 1.213.362 | 1.163.798 | 1.071.266 | 1.224.476 | 1.137.671 | 1.091.045 | 1.084.478 | 884.946 | 996.232 | 1.102.800 | 1.344.956 | 1.355.763 | 1.224.161 | 17.124.570 |
MF 13.02 | Overige netwerkgebonden kosten | 736.030 | 824.254 | 702.202 | 660.726 | 608.512 | 526.097 | 524.173 | 541.698 | 542.455 | 534.588 | 507.286 | 525.920 | 539.005 | 549.373 | 526.336 | 8.848.654 |
MF 13.02 | Gebruiksheffing vervoerders | ‒ 477.585 | ‒ 485.241 | ‒ 494.019 | ‒ 502.428 | ‒ 490.091 | ‒ 490.207 | ‒ 489.321 | ‒ 489.353 | ‒ 489.353 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 7.341.230 |
Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing netwerk ProRail | 2.660.404 | 2.979.938 | 2.805.431 | 2.635.838 | 2.339.260 | 2.477.740 | 2.196.349 | 2.139.922 | 2.164.129 | 1.951.790 | 2.038.088 | 2.154.997 | 2.442.306 | 2.464.176 | 2.226.799 | 35.677.167 |
Scherpe keuzes
In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.
Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.
3. DBFM
Een deel van de instandhouding van de netwerken gebeurt via DBFM-contracten (Design-Build-Finance-Maintain). Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een Rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg, sluis, dijk of spoorweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het ontwikkelingsbudget, (ii) het beschikbare exploitatie en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.
Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM-contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten ontwikkel- en exploitatie en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd. De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit ontwikkeling en exploitatie en onderhoud (incl. areaalgroei) worden overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zogenaamde financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM-contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere exploitatie en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsartikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02, voor het hoofdwatersysteem artikel 3.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04, voor het hoofdwatersysteem artikel 4.02) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract wordt het exploitatie- en onderhoudsdeel weer aan de reguliere exploitatie- en onderhoudsbudgetten van RWS toegevoegd. In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten DBFM-contracten zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten is het genoemde exploitatie- en onderhoudsbudget (per jaar) ingezet. Dit komt na afloop van het DBFM-contract weer beschikbaar tegen het dan geldende prijspeil.
In tabel 56 is een overzicht van de DBFM projecten weergegeven.
Project | Areaalinformatie | Einde DBFM-contract | Uitgenomen BenO-budget/jaar | ||
|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegennet | Baanlengte1 | Grote kunstwerken | Wegconfiguratie in M-fase | ||
A12 Lunetten–Veenendaal | 65 km | 2x4, 2x3 | 2033 | 5,9 mln. | |
A10 Tweede Coentunnel | 39 km | 1ste en 2de Coentunnel | 2x3+2x2, 2x4 | 2037 | 12,0 mln. |
N33 Assen–Zuidbroek | 105 km | 2x2 | 2034 | 2,8 mln. | |
A15 Maasvlakte–Vaanplein | 129 km | nieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel | 2x3+2x2, 2x3, 2x2 | 2035 | 31,7 mln. |
A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA) | 72 km | Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug | 2x5+2, 2x4+2 | 2042 | 11,9 mln. |
A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord | 50 km | 2x3 | 2032 | 2,2 mln. | |
A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA) | 41 km | Gaasperdammer-tunnel | 2x5+1 | 2038 | 14,2 mln. |
N18 Varsseveld Enschede | 70 km | 2x2+2x1 | 2043 | 1,8 mln. | |
A27/A1 Utrecht Noord - knpt. Eemnes - Bunschoten | 53 km | 2x3+2x4 | 2043 | 3,9 mln. | |
A6 Almere (SAA) | 39 km | 2x5 | 2039 | 3,3 mln. | |
A24 Blankenburgverbinding | 35 km | Maasdeltatunnel, Hollandtunnel | 2x3 | 2044 | 10,1 mln. |
A16 Rotterdam | 37 km | Rottemerentunnel | 2x2+2x3 | 2044 | 7,2 mln. |
A9 Badhoevedorp – Holendrecht (Amstelveen) | 52 km | Verbrede Schipholbrug, tunnelbakken verdiepte ligging | 2x4+1 | 2040 | 2,6 mln. |
A15/A12 Ressen - Oudbroeken (ViA15) | 87 km | Brug over het Pannerdensch kanaal | 2x3 + 2x2 | 2051 | 9,6 mln. |
Hoofdvaarwegennet | Vaarweglengte | Grote kunstwerken | |||
Keersluis Limmel | Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis | 2048 | 0,4 mln. | ||
Beatrixsluis 3e Kolk | 4 km | Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal | 2046 | 2,8 mln. | |
Zeetoegang IJmond | Nieuwe zeesluis en sluiseilanden | 2045 | 2,5 mln. | ||
Sluis Eefde | Nieuwe schutsluis inclusief onderhoud voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021) | 2047 | 1,0 mln. | ||
Hoofdwatersysteem | Grote kunstwerken | ||||
Afsluitdijk | Afsluitdijk, spuicomplexen en keringen Den Oever en Kornwerderzand | 2047 | 9,3 mln. | ||
Hoofdspoorweginfrastructuur | Spoorweglengte | Grote kunstwerken | |||
HSL | 85 km | Tunnel Groene Hart, Doorgaand Spoorviaduct Bleiswijk, Tunnel Rotterdam Noord, Tunnel Oude Maas, Tunnel Dordtse Kil, Brug Hollands Diep | 2031 | N.v.t. | |
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, Kamerstuk 29 385, nr. 139
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, Kamerstuk 29 385, nr. 143
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9
Bijlage 4: Lijst van afkortingen
BAW | Bestuursakkoord Water |
|---|---|
BenO | Beheer en Onderhoud |
BOI | Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium |
BOV | Beheer, Onderhoud en Vernieuwing |
BPRW | Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren |
CA | Coalitieakkoord |
CER | Critical Entities Resilience directive |
DAW | Delta-aanpak Agrarisch Waterbeheer |
DBFM | Design, Build, Finance and Maintain |
DF | Deltafonds |
DP | Deltaprogramma |
DPZW | Deltaprogramma Zoet Water |
EHS | Ecologische Hoofdstructuur |
HWBP | Hoogwaterbeschermingsprogramma |
HWBP-2 | Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma |
IBO | Interdepartementaal beleidsonderzoek |
IBOI | Index Bruto Overheidsinvesteringen |
IenW | Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur |
IRM | Integraal Rivier Management |
IWCS | IenW Cybersecuritystrategie |
JCAR-ATRACE | Joint Cooperation programme on Applied scientific ResearchAccelerate Transboundary Regional Adaptation to Climate Extremes |
KIJK | Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard |
KRW | Kaderrichtlijn Water |
LVVN | Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur |
LRT3 | Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen |
LTO | Land- en Tuinbouworganisatie |
MER | MilieuEffectRapportage |
MIRT | Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport |
MKBA | Maatschappelijke Kosten-BatenAnalyse |
MSNF | Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland |
MTIB | Missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid |
NCSA | Nationale Cybersecuritystrategie Agenda |
NCTV | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid |
NenS | Natuur en Stikstof |
NGR | Nationale Grondwater Reserves |
NIB | Netwerk- en Informatiebeveiligingsrichtlijn |
NKWK | Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat |
NLCS | Nederlandse Cybersecurity Strategie |
NNN | Natuurnetwerk Nederland |
NOVI | Nationale Omgevingsvisie |
NURG | Nadere Uitwerking Rivieren Gebied |
NUTW | Nog uit te voeren werkzaamheden |
NWO | Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek |
NWP | Nationaal Water Programma |
OCW | Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap |
OI | Ontwerp Instrumentarium |
OT | Operationele technologie |
PAGW | Programmatische Aanpak Grote Wateren |
PBL | Planbureau voor de Leefomgeving |
PFAS | Poly- en perfluoralkylstoffen |
PKB | Planologische Kernbeslissing |
PPS | Publiek-private samenwerking |
RvdR | Ruimte voor de Rivier |
RWS | Rijkswaterstaat |
SCM | Strategische Capaciteitsmanagement |
TTW | Toegepaste en Technische Wetenschappen |
VenR | Vernieuwing en Renovatie |
VNAC | Versterking van de Nationale aanpak Cybersecurity |
WB21 | Waterbeleid voor de 21e eeuw |
WBI | Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium |