Base description which applies to whole site

K Defensiematerieelbegrotingsfonds

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Geraamde uitgaven begrotingshoofdstuk K 2027 (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 14,1 miljard

Geraamde ontvangsten begrotingshoofdstuk K 2027 (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 163,4 miljoen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Defensie,D. Yeşilgöz-Zegerius

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

Het ministerie van Defensie heeft twee begrotingen:

  • 1. De reguliere defensiebegroting (Hoofdstuk X van de Rijksbegroting);

  • 2. De fondsbegroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF; Hoofdstuk K van de Rijksbegroting).

Het DMF zorgt voor de financiering en de bekostiging van de investeringen en de instandhouding van het materieel, de infrastructuur, het vastgoed en de IT-middelen van Defensie. Met een apart fonds voor het defensiematerieel wordt voorzien in een meerjarig integraal beheer van de financiering en de bekostiging van de ontwikkeling, de verwerving, de instandhouding en de afstoting van het materieel, de infrastructuur, het vastgoed en de IT-middelen van het ministerie van Defensie teneinde te komen tot een meer schokbestendige begroting.

1. LEESWIJZER

Structuur

De begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) is gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het ministerie van Financiën; dit geldt ook voor de memorie van toelichting. De leeswijzer volgt vervolgens de opbouw van de memorie van toelichting. De memorie van toelichting is de uitleg bij het hierboven beschreven wetsvoorstel.

De memorie van toelichting van het DMF begint met de Defensiematerieelagenda. De Defensiematerieelagenda behandelt de prioritaire projecten waarbij zoveel mogelijk de samenhang met de beleidsdoelstellingen uit de Defensiebegroting wordt aangegeven. Ook wordt inzicht gegeven in de overprogrammering, het realisatievermogen en de instandhouding. Waar mogelijk zal verwezen worden naar integrale documenten die eerder aan uw Kamer zijn gestuurd.

Na de Defensiematerieelagenda komen de begrotingsartikelen aan bod. De begroting van het DMF kent acht artikelen. De eerste vier artikelen geven inzicht in de projecten en instandhouding van het Defensiematerieel. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen materieel dat Defensiebreed ingezet wordt (artikel 1), maritiem materieel (artikel 2), land materieel (artikel 3) en lucht materieel (artikel 4). De artikelen 5 en 6 behandelen respectievelijk het vastgoed en de IT van Defensie. Het DMF werd tot dusverre gevoed via de Defensiebegroting; de voeding verliep via artikel 7. Sinds Prinsjesdag 2024 wordt budget direct overgeheveld van de Defensiebegroting en de begrotingen van andere departementen naar de betreffende artikelen op het DMF. De overige uitgaven en ontvangsten zijn terug te vinden in artikel 8.

Het DMF bevat twee bijlagen. Dit zijn de instandhoudingsbijlage voor het vastgoed en de lijst met gehanteerde afkortingen.

Opzet DMF

De Defensiebegroting (hoofdstuk X) bevat het voorgenomen Defensiebeleid. De begroting van het DMF bevat de uitwerking van dat beleid in concrete projecten, inclusief de instandhouding. Om het inzicht in de investeringen te vergroten, worden per artikel in de tabel "budgettaire gevolgen van beleid" de verplichtingen, uitgaven en eventuele ontvangsten met betrekking tot investeringen en instandhouding voor een periode van vijftien jaar gepresenteerd.

Investeringen

Alle nieuwe investeringsprojecten waarvoor een A-brief is verzonden met een projectbudget van meer dan € 250 miljoen worden apart benoemd. Daarnaast worden alle projecten in realisatiefase met een projectbudget van meer dan € 50 miljoen per artikel in een tabel opgenomen die inzicht geeft in de budgetreeksen op projectniveau. In de (reguliere) budgettaire tabel wordt een onderscheid gemaakt naar drie fasen: de voorbereidingsfase, de onderzoeksfase en de realisatiefase. Het projectbudget bestaat uit de onderzoekskosten, de basisraming en de risicoreservering. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt. Er is in de voorbereidingsfase nog sprake van flexibiliteit in de programmering van de projecten; voor de besteding van deze budgetten zijn nog geen juridisch of bestuurlijk bindende afspraken gemaakt. Voor de Defensie Materieelproces (DMP) plichtige projecten worden de A-brieven naar de Kamer verzonden. De kern van de A-brief is een functionele beschrijving van de capaciteit die Defensie wil verwerven.

Voor projecten in de onderzoeksfase geldt dat de behoeftestelling is onderkend, maar nog wordt onderzocht hoe invulling gegeven wordt aan de behoefte. Voor DMP-plichtige projecten geldt dat de A-brieven zijn aangeboden aan de Kamer. In de onderzoeksfase (B-fase) wordt de verwervingsstrategie vastgesteld, dat wil zeggen de manier waarop Defensie het materieel wil verwerven. Daarnaast worden eventuele alternatieven onderzocht, een planning en een financiële onderbouwing verder gespecificeerd. Defensie informeert de Tweede Kamer aan het einde van de B-fase middels de B-brief. De C-fase (vervolgonderzoek) is uitsluitend aan de orde als Defensie tijdens de B-fase concludeert dat een (verder) ontwikkelingstraject nodig is om in de behoefte te voorzien. In de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase) kiest Defensie een product (of dienst) en een leverancier. Defensie informeert de Kamer hierover in de D-brief.

Voor projecten in de realisatiefase betekent dat de opdracht voor verwerving is gegeven aan de uitvoeringsorganisatie. Zij starten de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase). Voor grote materieel- en IT-projecten is dat het Commando Materieel en IT (COMMIT) en voor grote Vastgoed en Infra projecten gaat dit om het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO).

Deze werkwijze komt overeen met het Defensie Projectenoverzicht (DPO). Informatie over investeringsprojecten die jaarlijks in het DPO wordt gepubliceerd, is op hoofdlijnen geïntegreerd in het DMF. De Kamer ontvangt het DPO op Verantwoordingsdag in mei. Het DPO omvat meer gedetailleerde informatie over alle projecten gelijk aan of boven de € 50 miljoen die in onderzoek of realisatie zijn.

Instandhouding

Instandhoudingsuitgaven zijn de uitgaven die nodig zijn om het materieel operationeel te houden. De instandhoudingsuitgaven in de begrotingsartikelen zijn bij verschillende Defensieonderdelen belegd. Deze uitgaven kunnen ook uitgaven ten behoeve van andere Defensieonderdelen bevatten als gevolg van het assortimentsgewijs werken (AGW). Het AGW beoogt de logistieke keten van een aantal artikelen centraal te beleggen, dus bij één Defensieonderdeel. Dat Defensieonderdeel wordt dan ook budgettair belast met de uitgaven van voor andere Defensieonderdelen verworven artikelen.

Defensienota 2026

De minister van Defensie heeft de Defensienota 2026 opgemaakt. De doelstellingen van Defensie voor de aankomende kabinetsperiode worden hierin gepresenteerd. Zodoende gelden de volgende bijzonderheden voor de begroting:

  • Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor defensie-investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar tranchegewijs overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen;

  • In de beleids- en materieelagenda worden de investeringen die betrekking hebben op 2027 nader toegelicht;

  • In de artikelen benoemen we tevens de investeringen die in 2027 van toepassing zijn, zonder daarbij de beleids- en materieelagenda te herhalen.

Groeiparagraaf

In de begroting 2027 is ten opzichte van de begroting 2026 de volgende wijziging doorgevoerd:

  • De tabel ‘vastgoed’ in hoofdstuk 3.5, artikel 5 Infrastructuur en vastgoed, is in deze begroting niet langer opgenomen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het verzoek van uw Kamer om informatie zoveel mogelijk te bundelen. Toelichtingen op bestaande projecten zijn opgenomen in de Stand van Defensie en/of in verzamelbrieven aan uw Kamer.

2. DEFENSIEMATERIEELAGENDA

Inleiding

Een sterke krijgsmacht begint bij onze mensen, maar hun slagkracht is afhankelijk van materieel. Onze militairen moeten tijdig kunnen beschikken over betrouwbare, kwalitatief hoogwaardige en innovatieve wapensystemen en bijbehorende uitrusting. Dit is cruciaal voor de krijgsmacht om te kunnen afschrikken, en - wanneer het erop aankomt - het gevecht aan te gaan en te winnen. Naast het juiste materieel is het essentieel dat de krijgsmacht beschikt over de benodigde IT en fysieke infrastructuur.

Met het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) zorgt Defensie voor een goed meerjarig en integraal beheer van de financiering en de bekostiging van de ontwikkeling, verwerving, instandhouding en afstoting van het materieel, IT en de fysieke infrastructuur van Defensie. Defensie werkt onverminderd door aan de realisatie van het doorlopende investeringsprogramma voor materieelprojecten, digitalisering en vastgoed.

Ondanks het toegenomen Defensiebudget is het een uitdaging om het geschikte materieel, IT en vastgoed te verwerven en in stand te houden. De internationale vraag naar defensiematerieel en IT is groot, productieketens staan onder druk en technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Daarom zet Defensie in op versnelling waar dat kan en op internationale samenwerking waar dat mogelijk en verstandig is, ook op industrieel gebied. Bijvoorbeeld voor de internationale samenwerking op onbemenste systemen, zoals drones, en de opbouw van een Nederlands ecosysteem voor onbemenste systemen.

Het investeringsprogramma van Defensie (Defensie Lifecycle Plan) is gericht op het versterken, uitbreiden en innoveren van capaciteiten die daarin cruciaal zijn. Het investeringsprogramma uit het DMF betreft wapensystemen, operationele en gevechtsondersteuning, digitalisering en investeringen in vastgoed en munitie. Innovatie, versterking en uitbreiding van onze krijgsmacht is alleen mogelijk door de samenwerking met onze strategische partners te intensiveren. Door slim samen te werken met zowel publieke partners, kennisinstellingen als het bedrijfsleven maken wij innovatie en opschaling versneld mogelijk. Eind 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de herziening van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII).

Nieuwe materieelprojecten en mijlpalen

De NAVO-capaciteitsdoelstellingen en de belangen van het Koninkrijk spelen een sturende rol in de keuzes die Defensie voor de investeringen in de verwerving van materieel maakt.

Met het beschikbare budget voegt Defensie nieuwe capaciteiten toe. Ook wordt oud materieel vervangen en moderniseert Defensie capaciteiten, bijvoorbeeld door het uitvoeren van upgrades en midlife updates van materieel. In 2027 start Defensie met enkele grote nieuwe projecten. Dit zijn in het bijzonder:

  • De vervanging en uitbreiding van het mobiele straalzendersysteem Mobile Radio Relay Station (MRRS). Dit is een verplaatsbaar communicatiesysteem dat radiosignalen opvangt en versterkt over langere afstanden;

  • De behoeftestelling voor een strike-capaciteit voor de Orka-klasse onderzeeboten;

  • In het kader van Integrated Air and Missile Defence (IAMD) de behoeftestelling ‘Verwerving Multi Way Effectors’;

  • De behoeftestelling voor 'One Way Effectors' in het kader van Deep Precision Strike (DPS). Hiervoor worden relatief goedkope Unmanned Aircraft Systems (UAS) en langeafstandswapens aangeschaft;

  • De uitbreiding en update van het geniedoorbraak systeem (Kodiak). Dit ondersteuningsvoertuig kan zeer zware werkzaamheden onder gevechtsomstandigheden uitvoeren.

Defensie verwacht in 2027 voor diverse projecten contracten te sluiten met leveranciers. Defensie informeert uw Kamer met een D-brief over de keuze voor het product en de leverancier. Na parlementaire behandeling zal Defensie de overeenkomst met de leverancier bekrachtigen. Voorbeelden van deze projecten zijn:

  • Bewapening maritieme lucht- en raketverdediging;

  • Maritieme kinetische Counter-UAS.      

In 2027 wordt verder gewerkt aan lopende projecten waarvan concrete leveringen worden verwacht, zoals:

  • Voortzetting van de levering van de Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS) gevechtskleding;

  • Levering van Multi Missie Radars van Thales-Nederland als onderdeel van het project ‘C-RAM en Class 1-UAV detectiecapaciteit’;

  • Levering van gemodificeerde Infanterie CV90 gevechtsvoertuigen die hun midlife update (MLU) hebben ondergaan bij de Nederlandse firma van Halteren;

  • Levering van de mijnenjager Zr.Ms. Scheveningen;

  • Levering van de laatste gemoderniseerde Apache-helikopters vanuit het project 'Remanufacture Apache';

  • De uitlevering van de militaire radio's van het programma Foxtrot.

Naast bovengenoemde investeringen brengt Defensie de voorraden munitie beter op peil door te investeren in de ophoging van de inzetvoorraden en de uitbreiding van de opslagcapaciteit. Hiermee verhoogt Defensie de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht.

In 2027 verwacht Defensie verschillende leveringen van munitie te ontvangen, waaronder PAC-3 raketten voor het Patriot grond-luchtverdedigingssysteem, Deep Precision Strike-munitie voor de F-35, chaff en flares voor de F-35, en 30mm munitie. Daarnaast zal Defensie in 2027 orders plaatsen voor de levering van NAVO-genormeerde Battle Decisive Munitions (BDM) en non-Battle Decisive Munitions (non-BDM).

Defensie zet in op meer gezamenlijke aanschaf en productie van munitie. Hiervoor maakt Defensie waar mogelijk gebruik van vraagbundeling met partnerlanden of verwerving via de NATO Supply and Procurement Agency (NSPA), bijvoorbeeld voor de aanschaf van het Carl Gustav M4 anti-tank wapen. Daarnaast heeft Defensie de ambitie om munitieproductiecapaciteit in Nederland te realiseren via samenwerking met de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstituten. In het kader van het project Ballista worden de mogelijkheden verkend voor (co-)productie van kapitale munitie en dronemunitieproductie in Nederland. Het streven is om deze productielijn in Q1 2029 operationeel te hebben (Kamerstuk 27 830, nr. 490).

Internationale samenwerking en interoperabiliteit

Europa moet zelfstandiger worden op defensiegebied. Dit vergt investeringen in prioritaire capaciteitsgebieden, vraagbundeling bij de aanschaf van wapens en munitie, en opschaling van de productie en het innoverend vermogen. Het kabinet heeft hiervoor streefpercentages opgenomen in het coalitieakkoord. De internationale coördinatie en afstemming op materieelgebied verloopt via overleggen in de NAVO en de EU en rechtstreeks tussen Europese bondgenoten. Een belangrijke rol vervullen internationale materieelorganisaties zoals het NSPA, het European Defence Agency (EDA) en de Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement (OCCAR). Gezamenlijke ontwikkeling en aanschaf via deze organisaties bevordert de vraagbundeling en standaardisatie, vergroot orders voor de industrie en biedt schaalvoordelen bij het opzetten en beheren van multinationale programma’s.

NSPA beheert de gezamenlijke vloot tanker- en transportvliegtuigen van het Multi Role Tanker Transport (MRTT)-programma, die opereert vanaf vliegbasis Eindhoven. Afgelopen jaar zijn Zweden en Denemarken formeel toegetreden tot het MRTT-programma, waaraan nu in totaal acht Europese landen deelnemen. De vloot wordt verder uitgebreid met extra Airbus-toestellen. NSPA geeft tevens uitvoering aan het vervangingsprogramma voor de AWACS-vliegtuigen, waarover de besluitvorming binnen de NAVO nog gaande is. De midlife update MRTT wordt in opdracht gegeven door het NSPA, met betrokkenheid van Nederland en de andere Multinational MRTT Unit (MMU)-landen. Naast deze in het oog springende programma’s, werkt Defensie in verschillende kleinere samenwerkingsverbanden aan capaciteitsprojecten via het EDA en de gezamenlijke ontwikkeling van negen door de EU vastgestelde Priority Capability Areas (PCA's). Nederland heeft hierbij een coördinerende rol op de PCA drones en counter-dronesystemen, en de PCA militaire mobiliteit. Nederland is voorts nauw betrokken bij de uitwerking van voorstellen voor European Defence Projects of Common Interest (EDPCI) waarover in het najaar van 2026 besluitvorming is voorzien. Dit zijn grotere projecten waarmee belangrijke tekortkomingen op Europees niveau worden geadresseerd en waarvoor fondsen beschikbaar worden gesteld. Nederland hecht eraan dat deze trajecten leiden tot concrete operationele output en gezamenlijke capaciteiten waarmee versneld invulling wordt gegeven aan de nationale- en EU-capabilty tekortkomingen en NAVO-capaciteitsdoelstellingen.

Een succesvol project dat via OCCAR als samenwerkingspartner loopt, betreft de ontwikkeling en verwerving van het Boxer pantserwielvoertuig. Op dit moment heeft OCCAR nieuwe projecten in voorbereiding waaraan Defensie wil meedoen. Afhankelijk van parlementaire goedkeuring kan Nederland nog in 2026 toetreden tot OCCAR, waardoor we als lid beter zijn gepositioneerd om mee te beslissen over de uitwerking van deze projecten en de betrokkenheid van de industrie daarbij. Daarnaast is Nederland in gesprek met meerdere Europese landen over toetreding tot het Common Armoured Vehicle System (CAVS) programma. Deelname aan het CAVS-programma zorgt ervoor dat Defensie gebruik kan maken van het pantserwielvoertuig dat voldoet aan de behoefte in de krijgsmacht. Bovendien kan Defensie hierdoor kostenvoordelen realiseren door gezamenlijke inkoop en de Europese defensie- en NAVO-samenwerking versterken.

Niet in alle gevallen hoeft de verwerving tot stand te komen via internationale materieelorganisaties om met verschillende landen toch hetzelfde materieel aan te schaffen. Defensie draagt in Europees verband uit dat meer gebruik kan worden gemaakt van elkaars contracten en het aansluiten op reeds lopende projecten. Defensie biedt partners proactief de mogelijkheid om aan te sluiten bij Nederlandse projecten en maakt zelf actief gebruik van de verwerving door (Europese) NAVO-landen. Wanneer Nederland samenwerkt met partners voor de verwerving van materieel, wordt in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken actief de betrokkenheid van de Nederlandse industrie bevorderd.

Defensie-industrie

De verslechterde veiligheidssituatie en de groeiende behoefte aan militaire gereedheid vragen om een sterke, innovatieve en schaalbare defensie-industrie. Defensie versterkt daarom in 2027 de samenwerking met Nederlandse en Europese bedrijven en kennisinstellingen om de krijgsmacht sneller te voorzien van moderne, schaalbare capaciteiten en om het voortzettingsvermogen en de leveringszekerheid te vergroten. Een aansprekend voorbeeld in 2027 is dat Defensie via industrieversterkend inkopen en publiek-private samenwerking bedrijven eerder betrekt bij de ontwikkeling en productie van militaire capaciteiten. Via onder meer challenges -gerichte innovatievraagstukken waarbij Defensie operationele behoeften uitzet en bedrijven en kennisinstellingen oplossingen ontwikkelen en demonstreren- wordt het voor nieuwe en hoog-innovatieve bedrijven, waaronder het MKB, eenvoudiger om aan te sluiten op het Defensie-ecosysteem en technologie sneller richting toepassing te brengen. Hierbij zet Defensie in op gezamenlijke ontwikkeling, productie en verwerving van capaciteiten, met specifieke aandacht voor technologiegebieden waarin Nederland internationaal onderscheidend is.

In 2027 wordt verder uitvoering gegeven aan de versterking van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. Daarbij richt Defensie zich op het versterken van Nederlandse Defensie ecosystemen, het opschalen van productiecapaciteit en het versnellen van innovatie en capability-ontwikkeling. Defensie zet hierbij gericht in op de Nederlandse technologiegebieden waarin Nederland internationaal onderscheidend kan zijn: Quantum, Sensoren, Intelligente Systemen, Ruimtetechnologie, Slimme Materialen en Maritiem. Een concrete stap hiervan in 2027 is het versterken van publiek-private samenwerking via Defport, het verder vergroten van productiecapaciteit en het benutten van co-productie met Oekraïense bedrijven waar dit bijdraagt aan ondersteuning van Oekraïne, versterking van leveringsketens en het benutten van lessen uit een defensiesector die zich onder operationele omstandigheden snel ontwikkelt.

Daarnaast werkt Defensie samen met overheid, kennisinstellingen, financiële instellingen en bedrijfsleven aan het verbeteren van randvoorwaarden voor innovatie en industriële opschaling, onder andere via Defport, het SecFund en gerichte investeringen in productiecapaciteit, technologieontwikkeling en toeleveringsketens.

Vastgoed, energie en ruimte

Vastgoed, energie en ruimte zijn cruciaal om de groei en gereedstelling van de organisatie te accommoderen en te faciliteren. Voor onze medewerkers is vastgoed nodig om te kunnen werken, opleiden en oefenen. Materieel en munitie moeten worden opgeslagen en kunnen worden onderhouden. Voor de vastgoedopgave van Defensie is een fundamenteel andere manier van werken gekozen, zodat Defensie, de markt en het Rijksvastgoedbedrijf gezamenlijk sneller meer vastgoed realiseren. Hiervoor is de Commandopost Vastgoed opgericht met de opdracht de realisatie te versnellen. Er wordt gestreefd naar langdurige partnerships met marktpartijen en innovatieve samenwerkings- en contractvormen, waarbij de keten de behoefte functioneel specificeert en de oplossing aan de markt overlaat (Kamerstuk 36 592, nr. 58).

Voor energiezekerheid kiest Defensie het uitgangspunt dat gevechtskracht voorop staat en dat duurzaamheid daaraan bijdraagt. Voor vastgoed investeert Defensie in de versterking van de energiezekerheid van 68 defensielocaties in Nederland tot en met 2043 door eigen opwekking en opslag van energie (DN2026, Kamerstuk 36 975, nr. 1).

Uw Kamer is eind 2025 geïnformeerd over het definitieve Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) (Kamerstuk 36592, nr. 55). Defensie zet de komende jaren in op het realiseren van het NPRD. Defensie werkt ook aan een aantal andere uitbreidingsprojecten, zoals het concentreren van eenheden in Soesterberg en omgeving en een nieuwe kazerne voor het Korps Commandotroepen.

Digitalisering

Het belang van de digitale transformatie van Defensie neemt toe. Digitalisering speelt een sleutelrol bij de ontwikkeling van militair vermogen. De ingezette digitale transformatie stelt Defensie in staat om – beter dan de tegenstander – geïntegreerde effecten te bereiken, informatie- en beslisdominantie te bereiken en continue nieuwe en huidige technologieën om te zetten in gevechtskracht.

Het programma Grensverleggende IT (GrIT) vervangt de IT infrastructuur van Defensie en vormt daarmee een belangrijke basis. Dit programma levert met opeenvolgende releases functionaliteiten op, waarbij de prioriteit ligt op IT-middelen voor ontplooid operationeel gebruik en de oplevering van het Private Cloud Platform in 2027. Vanuit het wapensysteemgebonden IT-programma Foxtrot zet Defensie stappen in de aanschaf van radiomiddelen en voertuignetwerken in het operationele veld ter vervanging van de huidige communicatiemiddelen. Hierdoor wordt de digitale transformatie in het mobiele domein mogelijk gemaakt.

Met het programma Roger vervangt Defensie de huidige software voor de bedrijfsprocessen door SAP S/4HANA. Hierbij ligt de focus op de continuïteit van de bedrijfsvoering, in het bijzonder ter ondersteuning van inzet in het kader van Hoofdtaak 1.  

Het programma Defensie Open op Orde (DOO) realiseert de inrichting voor de defensiebrede informatiehuishouding en ondersteunt de defensieonderdelen om de volwassenheid van de informatiehuishouding en informatiegereedheid te verhogen. De implementatie van het nieuwe documentmanagementsysteem DefDoc is daarbij een cruciaal onderdeel van de integrale transformatie van de informatiehuishouding. In 2027 wordt Defdoc verder in gebruik genomen door de hele defensieorganisatie.

Kennis en Innovatie

In lijn met de Defensienota 2026 en de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) 2025-2029 blijft Defensie investeren in het innovatief vermogen van de Defensieorganisatie, door in te zetten op een sterke kennisbasis, technologieontwikkeling en het experimenteren met de nieuwste (dual-use) technologie in defensieomgeving.

Dit wordt gerealiseerd in samenwerking met de industrie, kennisinstellingen en civiele partners (zoals universiteiten, regionale partners en provincies) en andere departementen. Met de beschikbare middelen in 2027 geeft Defensie invulling aan het in stand houden van de tien basisgebieden in de D-SII, wordt gewerkt aan technologieontwikkeling op basis van de prioritaire NLD-gebieden en de maritieme sector. Daarmee blijven we de basis voor kennis, innovatie en productie van militair materieel en technologie verder versterken.

Met middelen uit het DMF zullen technologieontwikkelingsprojecten en kort cyclische innovatie worden gefinancierd. Met deze projecten werkt Defensie aan beproeving en implementatie van nieuwe ideeën, werkwijzen en producten voor gebruik door de krijgsmacht. Deze worden geïnitieerd door defensieonderdelen en uitgevoerd door de innovatiecentra van Defensie, vaak in samenwerking met externe partijen.

In het kader van kort-cyclische innovatie investeert Defensie in een groeiende reeks projecten. Deze en vergelijkbare projecten dragen bij aan het verkrijgen en behouden van een technologische voorsprong in het gevecht van de toekomst. Door financiering vanuit het DMF aan het NATO Innovation Fund (NIF) en het Defence Innovation Accelerator for the North Atlantic (DIANA) draagt Defensie ook internationaal actief bij aan het versterken van het financierings- en ondernemersklimaat voor start- en scale-ups en MKB die iets kunnen betekenen voor de Defensiemarkt met hun innovatieve (dual-use) technologie.

Valutakoersontwikkelingen

Met de inwerkingtreding van de Wet financiële defensieverplichtingen is in het kabinet afgesproken dat de bestaande generale compensatieregeling voor de valutakoersontwikkelingen is komen te vervallen. Uw Kamer is hierover met de Voorjaarsnota 2025 (bijlage 5) geïnformeerd. Defensie gaat de mee- en tegenvallers die ontstaan als gevolg van de schommelingen van de wisselkoersen zelf in de begroting opvangen. Uit analyse van het valutarisico blijkt dat de kans op een mee- en tegenvaller gelijkmatig is verdeeld. Op de regel Reserve Valutaschommelingen wordt een valutareservering aangemaakt waarbij de tegenvallers met meevallers worden opgevangen. Op deze manier wordt het valutarisico beheersbaar gemaakt. Valutameevallers kunnen in beginsel niet voor andere begrotingsproblematiek of nieuwe plannen worden ingezet. In het geval dat valutategenvallers niet met meevallers kunnen worden opgevangen, worden die in de begroting opgelost.

Overprogrammering

Als gevolg van interne en/of externe factoren kunnen investeringsprojecten vertragen ten opzichte van de raming, bijvoorbeeld door de huidige krapte op de defensiemarkt als gevolg van schaarse strategische grondstoffen. Defensie hanteert daarom het instrument ‘overprogrammering’ om het toegewezen totaalbudget in het DMF tijdig te realiseren, ondanks de te verwachten vertragingen in de realisatie van individuele projecten. Bij overprogrammering worden in de eerste jaren meer plannen gestart dan passen binnen het budgettaire kader van deze jaren. Over de gehele planperiode van 15 jaar sluit de programmering aan op het totaal beschikbare budget.

De overprogrammering wordt vastgesteld op basis van het toegewezen DMF-budget per jaar en mag in elk begrotingsjaar maximaal 30% van het toegewezen budget zijn. In het kader van de noodzaak van een versnelde gereedheid, is met het ministerie van Financiën afgesproken dat, net als in 2026, in 2027 de overprogrammering tijdelijk 40% mag bedragen. Deze hogere overprogrammering maakt het mogelijk om nieuwe en bestaande investeringen die bijdragen aan een versnelde gereedheid te realiseren.

Daarnaast wordt in het kader van een versnelde gereedheid ook gekeken naar herprioritering in tijd bij projecten (DMF) en/of op de exploitatie (Defensiebegroting) in het geval er onderuitputting dreigt te ontstaan. Gedurende het jaar kan bijvoorbeeld op basis van actuele informatie afkomstig van producenten een project vertragen (of versnellen). Dit biedt dan ruimte gedurende het jaar om urgente en nog onvoorziene uitgaven te financieren (nieuwe projecten dan wel bestaande projecten vergroten). Het budget voor de vertraagde projecten wordt dan tijdelijk ingezet voor een versnelde gereedheid waarna deze bij het volgende begrotingsmoment worden aangevuld vanuit de nog niet verplichte budgetten in het DMF in latere jaren. Uw Kamer wordt hierin uiteraard in meegenomen.

Figuur 1 Over-/onderprogrammering

2.1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x miljoenen)
 

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand begroting 2026 (inclusief NvW)

 

13.525

13.982

14.718

14.617

13.738

13790

Belangrijkste mutaties

       

Totaal mutaties eerste suppletoire begroting

 

216

252

326

654

509

757

Kasschuif actualisatie investeringsprojecten

diversen

‒ 437

‒ 55

55

437

0

0

Eindejaarsmarge 2025

diversen

574

0

0

0

0

0

Kasschuif valutareserve

 

‒ 266

266

0

0

0

0

Overboeking Aanvullende post

 

0

‒ 266

0

0

0

0

Prijs- en volumebijstelling

8

489

492

502

506

797

1.032

Overboekingen met Defensiebegroting

diversen

‒ 151

‒ 188

‒ 230

‒ 288

‒ 286

‒ 273

Bijstelling programmering Investeringen

diversen

871

290

‒ 64

‒ 61

‒ 497

1.297

Aanpassing over-/onderprogrammering

diversen

‒ 871

‒ 290

64

61

497

‒ 1.297

Overige mutaties

diversen

7

0

0

0

0

0

Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027

 

‒ 615

‒ 103

3304

5194

8576

10278

Defensienota 2026

diversen

0

331

3745

5433

9122

10865

Budgetoverhevelingen

diversen

‒ 305

‒ 425

‒ 439

‒ 494

‒ 555

‒ 596

Interdepartementale budgetoverhevelingen

diversen

‒ 63

‒ 20

‒ 8

0

3

3

Kasschuif actualisatie investeringbudget

1, 2, 4

‒ 250

0

0

250

0

0

Aanpassing over-/onderprogrammering

 

556

‒ 137

‒ 1048

‒ 1140

‒ 1932

‒ 601

Bijstelling programmering Investeringen

 

‒ 556

137

1048

1140

1932

601

Overige mutaties

1, 2, 8

3

10

5

5

5

5

Stand ontwerpbegroting 2027

 

13.126

14.131

18.347

20.465

22.823

24.825

Toelichting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Kasschuif actualisatie investeringsprojecten

Via meerdere kasschuiven wordt het kasritme van enkele projecten geactualiseerd om tot een realistischer ritme te komen.

Eindejaarsmarge 2025

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025 van per saldo € 574,0 miljoen aan het DMF, waaronder € 266,0 miljoen voor vrijval op de valutareserve.

Kasschuif valutareserve

De toegevoegde middelen van de valutareserve 2025 worden via een kasschuif geschoven van 2026 naar 2027.

Overboeking Aanvullende Post

Dit betreft het overhevelen van € 266,0 miljoen in 2027 naar de Aanvullende Post ter dekking van de maatregel uit het coalitieakkoord voor onverminderde steun aan Oekraïne.

Prijs- en volumebijstelling

Er is sprake van een wettelijke koppeling tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. De reservering voor 2% prijsontwikkeling van het bbp is geplaatst op de Aanvullende Post en wordt jaarlijks in tranches uitgekeerd en toegevoegd aan de begroting.

Overboekingen met de Defensiebegroting

Dit betreft diverse overboekingen tussen de Defensiebegroting en het DMF.

Bijstelling programmering Investeringen

De ramingen van de investeringen in de periode van 2026-2040 in het Defensie Lifecycle Plan (DLP) zijn aangepast.

Aanpassing over-/onderprogrammering

Voor het gebruik van het begrotingsinstrument overprogrammering wordt gebruik gemaakt van een limiet van 40% per begrotingsjaar in de jaren 2026 en 2027.

Mutaties begroting 2027

Defensienota 2026

Het kabinet investeert met de Defensienota 2026 in de verdere versterking van de krijgsmacht. Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar tranchegewijs overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen.

Een deel van de maatregelen is geboekt op de diverse artikelen van de Defensiebegroting en het andere deel op diverse artikelen van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF).

Interdepartementale budgetoverhevelingen

Deze budgetoverhevelingen tussen ministeries vinden plaats wanneer de verantwoordelijkheid voor een taak, project of uitgavebij een ander ministerie komt te liggen, of wanneer een andere ministerie de uitvoering van bepaalde werkzaamheden op zich neemt. Hieronder valt onder andere de bijdrage van € 50 miljoen aan Justitie & Veiligheid voor het nieuwe Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS).

Budgetoverhevelingen

Niet alleen heeft Defensie te maken met interdepartementale budgetoverhevelingen, maar ook met departementale budgetoverhevelingen waarbij budget wordt overgeheveld van de Defensiebegroting naar het DMF.

Kasschuif actualisatie investeringsbudget

Defensie heeft het investeringsbudget geactualiseerd. Het kasritme is aangepast door een kasschuif door te voeren voor een aantal projecten. Het betreft naast een aantal niet DMP-plichtige projecten onder andere het programma «Vervanging onderzeeboten» vanwege het aanpassen van het betaalschema en het project «Vervanging MK46 Lightweight Torpedo» vanwege een verschuiving van de start van de leveringen. Dit leidt niet tot een vertraging van het programma zelf of tot een verschuiving van de einddatum voor het gehele project respectievelijk.

Aanpassing over-/onderprogrammering

Voor het gebruik van het begrotingsinstrument overprogrammering wordt gebruik gemaakt van een limiet van 40% per begrotingsjaar in de jaren 2026 en 2027.

Bijstelling programmering investeringen

De ramingen van de investeringen in de periode 2026-2040 in het Defensie Lifecycle Plan (DLP) zijn aangepast.

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x miljoenen euro's)
 

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand begroting 2026 (inclusief NvW)

 

155

146

166

154

153

144

Belangrijkste mutaties

       

Totaal mutaties eerste suppletoire begroting

 

14

7

0

0

0

0

Technisch

2

14

7

0

0

0

0

Overige mutaties

 

0

0

0

0

0

0

Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027

 

‒ 3

‒ 10

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

Overige mutaties

1, 2

‒ 3

‒ 10

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

Stand ontwerpbegroting 2027

 

166

143

161

149

148

139

Mutaties 1e suppletoire begroting

Technisch

Het budget is toegenomen als gevolg van hogere ontvangsten door steunverlening aan derden en royalties.

Mutaties begroting 2027

Overige mutaties

Dit betreft meer ontvangsten op het artikel maritieme instandhouding.

3. ARTIKELEN

3.1 Artikel 1: Defensiebreed materieel

Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van Defensiebreed materieel en het instandhouden van overwegend Defensiebreed materieel uitgevoerd door COMMIT. Dit betreft materieel dat door alle operationele commando's wordt ingezet en niet specifiek gericht is op maritiem, land- of luchtoptreden.

Verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Daarnaast vallen de bekostiging van kennis en innovatie, reserve valutaschommelingen voor al het Defensiematerieel en over-/ onderprogrammering en ontvangsten van Defensiebreed materieel onder artikel 1. Kennis en innovatie is onderverdeeld in Duurzaamheid, klimaat en veiligheid, Kennisopbouw, Technologieontwikkeling, Kennisgebruik, Kort cyclische innovatie.

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van Defensiebreed materieel, de instandhouding van Defensiematerieel en afstoting van overtollig Defensiematerieel. Ook is de minister verantwoordelijk voor de bekostiging van kennis en innovatie van Defensie.

Voor de versterking en opschaling van de krijgsmacht moet Defensie over het juiste en voldoende materieel beschikken. Defensie investeert aanzienlijk in het materieel ter versterking van de gereedheid, ondersteuning en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Zo heeft Defensie sinds de verzending van de ontwerpbegroting van afgelopen jaar de DMP A-brief ‘Verwerving gewondentreinen’ (Kamerstuk 27 830, nr. 479) verzonden voor dit artikel. Ook wordt significant geïnvesteerd in het ophogen van de inzetvoorraden en opslagcapaciteit aan de hand van het Beleidskader Inzetvoorraden (BKI). Hiermee worden de voorraden munitie, kleding en uitrusting en Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair (CBRN) op peil gebracht door de bestaande contracten uit te breiden.

Daarnaast wordt ter versterking van de gevechtskracht geïnvesteerd in meer en modern domeinoverstijgend materieel. Zo verwacht Defensie uw Kamer eind 2026 met een B/D-brief te informeren over de vervanging van het aanvalsgeweer. Om effectief op het moderne gevechtsveld te opereren, zet Defensie met de Defensienota 2026 bijvoorbeeld fors in op onbemenste systemen en de verdediging daartegen. Hierbij worden lessen uit het conflict in Oekraïne meegenomen. Met het Defensie Projectenoverzicht (DPO) geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende defensiebrede projecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489).

Artikel 1 Defensiebreed materieel (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

1.971.424

2.696.033

1.959.665

2.304.993

3.707.373

3.552.164

3.874.629

         
 

Uitgaven

961.148

2.178.777

2.601.275

1.397.949

1.461.350

4.367.085

2.926.613

         

1.11

Verwerving

511.437

2.321.353

2.284.630

2.376.367

3.084.432

3.064.344

3.058.422

 

Opdrachten

511.437

2.321.353

2.284.630

2.376.367

3.084.432

3.064.344

3.058.422

 

Verwerving: voorbereidingsfase

0

82

135.971

845.896

1.575.510

1.943.586

1.998.707

 

Verwerving: realisatie

511.437

2.321.271

2.148.659

1.530.471

1.508.922

1.120.758

1.059.715

1.12

Instandhouding

609.960

754.893

969.169

779.781

696.658

624.683

616.060

 

Opdrachten

609.960

754.893

969.169

779.781

696.658

624.683

616.060

 

Instandhouding Materieel

609.960

754.893

969.169

779.781

696.658

624.683

616.060

1.13

Kennis en Innovatie

110.549

280.441

254.142

305.861

324.019

312.002

312.533

 

Opdrachten

110.549

280.441

254.142

305.861

324.019

312.002

312.533

 

Duurzaamheid, klimaat en veiligheid

139

19.936

8.530

18.598

25.102

28.077

60.297

 

Kennisopbouw

15.665

38.675

42.334

81.954

78.342

79.353

76.812

 

Technologieontwikkeling

33.708

48.272

62.412

57.533

71.362

78.909

85.544

 

Kennisgebruik

3.834

9.818

4.738

4.184

4.184

4.184

4.184

 

Kort Cyclische Innovatie

57.203

163.740

136.128

143.592

145.029

121.479

85.696

1.14

Reserve Valutaschommelingen

‒ 270.798

63.945

137.318

277.065

364.451

160.892

98.808

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

‒ 270.798

63.945

137.318

277.065

364.451

160.892

98.808

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

‒ 270.798

63.945

137.318

277.065

364.451

160.892

98.808

1.16

Over-/ onderprogrammering

0

‒ 1.241.855

‒ 1.043.984

‒ 2.341.125

‒ 3.008.210

205.164

‒ 1.159.210

 

Fonds

0

‒ 1.241.855

‒ 1.043.984

‒ 2.341.125

‒ 3.008.210

205.164

‒ 1.159.210

 

Fonds

0

‒ 1.241.855

‒ 1.043.984

‒ 2.341.125

‒ 3.008.210

205.164

‒ 1.159.210

         
 

Ontvangsten

121.316

88.556

85.778

103.778

91.398

89.578

87.298

         
Artikel 1 Defensiebreed materieel (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

3.359.329

3.238.964

3.155.453

3.545.479

4.074.162

3.935.011

3.526.985

3.394.119

3.266.792

5.110.918

            
 

Uitgaven

3.848.656

1.863.660

4.587.078

4.944.169

4.611.485

5.198.857

4.683.008

4.896.205

4.825.759

4.655.819

            

1.11

Verwerving

2.711.494

2.425.419

2.391.351

2.850.149

2.822.696

2.779.894

2.260.875

2.227.568

2.238.441

3.839.692

 

Opdrachten

2.711.494

2.425.419

2.391.351

2.850.149

2.822.696

2.779.894

2.260.875

2.227.568

2.238.441

3.839.692

 

Verwerving: voorbereidingsfase

2.049.707

1.931.515

1.949.919

2.329.679

2.345.227

2.209.740

1.902.519

1.953.584

2.045.809

3.707.450

 

Verwerving: realisatie

661.787

493.904

441.432

520.470

477.469

570.154

358.356

273.984

192.632

132.242

            

1.12

Instandhouding

617.687

600.187

605.141

605.159

609.380

608.074

605.406

604.013

604.201

604.077

 

Opdrachten

617.687

600.187

605.141

605.159

609.380

608.074

605.406

604.013

604.201

604.077

 

Instandhouding Materieel

617.687

600.187

605.141

605.159

609.380

608.074

605.406

604.013

604.201

604.077

            

1.13

Kennis en Innovatie

288.955

267.087

267.087

267.087

267.087

207.799

197.799

131.251

36.065

35.898

 

Opdrachten

288.955

267.087

267.087

267.087

267.087

207.799

197.799

131.251

36.065

35.898

 

Duurzaamheid, klimaat en veiligheid

40.210

28.077

28.077

28.077

28.077

7.560

7.560

7.560

0

0

 

Kennisgebruik

4.184

4.184

4.184

4.184

4.184

0

0

0

0

0

 

Kennisopbouw

73.734

64.879

64.879

64.879

64.879

33.583

23.583

23.583

18.336

18.436

 

Kort Cyclische Innovatie

85.185

84.306

84.306

84.306

84.306

81.015

81.015

14.467

17.729

17.462

 

Technologieontwikkeling

85.642

85.641

85.641

85.641

85.641

85.641

85.641

85.641

0

0

            

1.14

Reserve Valutaschommelingen

105.373

119.067

97.180

94.546

86.153

80.721

99.064

93.061

77.309

95.983

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

105.373

119.067

97.180

94.546

86.153

80.721

99.064

93.061

77.309

95.983

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

105.373

119.067

97.180

94.546

86.153

80.721

99.064

93.061

77.309

95.983

            

1.16

Over-/ onderprogrammering

125.147

‒ 1.548.100

1.226.319

1.127.228

826.169

1.522.369

1.519.864

1.840.312

1.869.743

80.169

 

Fonds

125.147

‒ 1.548.100

1.226.319

1.127.228

826.169

1.522.369

1.519.864

1.840.312

1.869.743

80.169

 

Fonds

125.147

‒ 1.548.100

1.226.319

1.127.228

826.169

1.522.369

1.519.864

1.840.312

1.869.743

80.169

            
 

Ontvangsten

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

‒ 87.298

Tabel 3 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

81,1%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

18,9%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen op artikel 1 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de reserve valutaschommelingen en ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.

Uitgaven

Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 81,1% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 18,9% van dit artikel is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.

Verwerving Defensiebreed materieel

Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van materieel dat door alle operationele commando’s wordt ingezet en dat dus niet specifiek gericht is op maritiem, land- of luchtoptreden en de afstoting van defensiematerieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de Defensiebrede projecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.

Figuur 2 Defensiebreed materieel

De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489). De scope van het project ‘Verwerving onbemenste systemen’ is uitgebreid met onbemenste luchtgebonden doelopsporingssystemen voor de zware gemechaniseerde brigade (HIB) en de medium infanterie brigade (MIB) van de landmacht. Het projectbudget is verhoogd (commercieel vertrouwelijk) en valt in een hogere DMP-bandbreedte (250-1.000). Het programma ‘Vervanging Wissellaadsystemen, Trekker-opleggercombinaties en Wielbergingsvoertuigen (WTB)’ is uitgebreid met een aanvullende behoefte ter versterking van de logistieke ondersteuning van de marine en de HIB en de MIB van de landmacht. Het projectbudget is verhoogd (commercieel vertrouwelijk). Een deel van de exploitatie is overgeheveld naar het projectbudget van het project ‘Defensiebreed Operationeel Kleedsysteem (DOKS)’ (€ 719,5), omdat in 2026 en 2027 meer producten worden afgenomen dan initieel voorzien.

Instandhouding defensiebreed materieel

De geraamde uitgaven voor instandhouding van defensiebreed materieel betreffen voornamelijk de instandhoudingsuitgaven van het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrustingbedrijf (KPU-bedrijf) en het Defensie Munitiebedrijf (DMunB). Ook worden hier de uitgaven voor de normstellende taak van COMMIT voor de wapensystemen verantwoord. In de instandhoudingsfase wordt het wapensysteem door het operationeel commando in gebruik genomen, al dan niet gefaseerd. Het operationeel commando is integraal verantwoordelijk voor gebruik en instandhouding van het materieel. COMMIT Wapensystemen vervult de rol van normsteller voor het materieel dat is overgedragen aan het operationeel commando. Deze norm­stellende rol omvat de volgende gebieden: veiligheid, technische beschikbaarheid, bewaking levensduurkosten ('betaalbaarheid') en waardebehoud. COMMIT vervult deze taak voor maritiem-, land- en luchtmaterieel.

Kennis en Innovatie

Duurzaamheid, Klimaat en Veiligheid

Grondstoffenschaarste en de energietransitie hebben impact op de manier waarop de krijgsmacht moet opereren. In de huidige mondiale veiligheids-context, die wordt gekenmerkt door geopolitieke spanningen en conflict, zet Defensie in het bijzonder in op activiteiten en projecten voor autonoom voortzettingsvermogen en energiezekerheid die de Nederlandse krijgs-macht nu en in de toekomst versterken in de primaire taak: het genereren van gevechtskracht. Dit doet Defensie door middel van investeringen in duurzaam materieel, circulariteit, innovatief onderzoek en expertise op al deze gebieden. 

Verbreding Kennis & Innovatie Samenwerking Nationaal en (inter)Nationaal

Defensie draagt met deze middelen o.a. bij aan het NAVO innovatiefonds. Dit ‘venture capital’ fonds investeert in innovatieve ‘startups’ om de veiligheid en weerbaarheid van onder andere Nederland te verhogen. Ook wordt de (inter)nationale onderzoekssamenwerking verbreedt en geïntensiveerd met deze middelen, bijvoorbeeld door samenwerkingen met civiele kennispartners (rechtstreeks en via OCW) en met denktanks. Defensie kan tot slot met deze middelen bijdragen aan de instandhouding van grote onderzoeksfaciliteiten bij de kennisinstellingen die toegepast onderzoek verrichten.

Technologieontwikkeling

Defensie investeert langs de lijnen van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) 2025-2029 onder andere in kennis en technologieontwikkeling. Daarin neemt versterking van de samenwerking met onze kennis- en innovatiepartners een centrale plaats in. Defensie investeert samen met het Nederlandse bedrijfsleven in technologieontwikkeling voor toekomstige capaciteiten en in het kader van de versterking van de Nederlandse- en Europese Defensie Technologische en Industriële Basis. De focus ligt daarbij op kansrijke technologieën en ecosystemen in Nederland, de zogeheten NLD gebieden.

CODEMO

De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een instrument dat bedoeld is voor innovatieve defensie-specifieke productontwikkeling door met name het nationale MKB. Projectvoorstellen kunnen worden ingediend door Nederlandse bedrijven. Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, maximaal 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie, in de vorm van royalty’s over de verkoop van de ontwikkelde producten, vloeien terug naar de CODEMO-regeling. Ook zijn vanuit de oude CODEMA-regeling, de voorloper van de CODEMO-regeling, royalties toegevoegd aan het budget van € 10 miljoen waar in 2011 mee is gestart, resulterend in een totaal budget van € 11,8 miljoen. In totaal is sinds de start van de regeling voor een bedrag van € 11,8 miljoen aan projectvoorstellen goedgekeurd en uitgegeven.

In 2022 is het laatste voorstel goedgekeurd en sindsdien zijn er geen nieuwe levensvatbare voorstellen meer ingediend.

In navolgende tabel staan de cumulatieve cijfers vanaf de start van de regeling in 2011.

CODEMO (t/m 31 mei 2026)

Ingediende voorstellen

94

Gehonoreerde voorstellen

29

Afgewezen voorstellen

65

Afgeronde voorstellen

29

Kennisgebruik

De toepassing van (met centrale middelen) opgebouwde kennis (zogeheten 'kennisgebruik') wordt primair gefinancierd uit de decentrale budgetten van de defensieonderdelen. Op centraal niveau is er ook budget beschikbaar voor kennisgebruik.

Kort-cyclische innovatie

Onder kortcyclische innovatie vallen uitgaven die worden gedaan in het kader van centraal gestuurde innovatie en het faciliteren van decentrale innovatie door de krijgsmachtdelen, zoals het versterken van de innovatiecentra en innovatie inkoop- en assortimentsmanagement capaciteit. Hiervoor kent Defensie een centrale innovatieorganisatie FRONT (Future Relevant Operations with Next Generation Technology & Thinking) die centraal portfoliomanagement uitvoert. Ook investeert Defensie in ecosystemen en innovatie- en kennisnetwerken. Deze ecosystemen hebben een specifieke thematische oriëntatie, zoals binnen drones, regionale oriëntatie, zoals binnen Brightlands en Brainport en gecoördineerd door ODIN (Orchestration Defence INnovation), een landelijke oriëntatie binnen de 5 NLD-gebieden of een internationale oriëntatie met binnen NAVO en EU, met DIANA en HEDI. Sinds januari 2025 vervult Brainport/BITS de rol van accelerator voor DIANA. Tot slot werkt Defensie aan de innovatiesamenwerking met Oekraïne.

Over-/onderprogrammering defensiebreed materieel

In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan dit zich uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.

In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.

Ontvangsten defensiebreed materieel

De ontvangsten bestaan uit de verkoopopbrengsten van materieel en overige ontvangsten. Behalve de afstoting van strategisch materieel wordt op dit budget de planmatige periodieke vernieuwing van niet-strategisch materieel verantwoord. Voorbeelden daarvan zijn de vervanging van een deel van de vloot van niet-operationele dienstvoertuigen. Ook de ontvangsten die voortkomen uit retour ontvangen BTW worden op dit artikel verantwoord.

3.2 Artikel 2: Maritiem materieel

Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het maritiem materieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door CZSK. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 2 (Koninklijke Marine) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering op maritieme projecten en ontvangsten onder dit artikel.

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van maritiem materieel en de instandhouding van materieel uitgevoerd door CZSK.

Op maritiem gebied wordt gewerkt aan het vergroten van de slagkracht en het versterken van het voortzettingsvermogen. De komende vijftien jaar versterkt Defensie de Koninklijke Marine door een grootschalige vlootvernieuwing. Dit betreft investeringen in de vervanging van de onderzeeboten, fregatten voor onderzeebootbestrijding, luchtverdedigings- en commandofregatten, amfibische transportschepen, mijnenbestrijdingsvaartuigen en hulp- en ondersteuningsvaartuigen.

Om de inzet van onbemenste systemen en wapens in het maritieme domein mogelijk te maken, wordt geïnvesteerd in de digitale versterking hiervan. Daarnaast investeert de marine in het versterken van de zelfverdedigingscapaciteit van verschillende platformen, evenals de instandhouding en het verminderen van kwetsbaarheid van de amfibische transportschepen. Zo verwacht Defensie eind 2026 uw Kamer met een B/D-brief te informeren over de aanschaf van een kinetisch afweersysteem tegen de middellange afstand dreiging van onbemenste systemen.

Ook wordt geïnvesteerd in alternatieve navigatiemiddelen voor inzet bij verstoringen, nieuwe materialen en middelen voor het Korps Mariniers, en het verbeteren van de bescherming van het Koninkrijk door permanente aanwezigheid van een Marinierseenheid in het Caribisch gebied. Met het DPO geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende maritieme projecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489). Daarnaast geeft Defensie uw Kamer met voortgangsrapportages ieder half jaar inzicht in de voortgang van het programma vervanging onderzeebootcapaciteit (Kamerstuk 34 225, nr. 79).

Artikel 2 Maritiem materieel (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

4.125.553

3.051.780

1.615.117

931.637

1.660.820

1.671.098

2.429.934

         
 

Uitgaven

1.409.290

1.997.586

2.433.908

3.020.538

2.928.138

2.919.349

4.052.190

         

2.11

Verwerving

1.106.507

2.348.845

3.040.582

3.800.690

3.641.328

3.481.463

4.371.428

 

Opdrachten

1.106.507

2.348.845

3.040.582

3.800.690

3.641.328

3.481.463

4.371.428

 

Verwerving: voorbereidingsfase

0

0

37.833

213.907

522.453

844.200

1.699.667

 

Verwerving: realisatie

1.106.507

2.348.845

3.002.749

3.586.783

3.118.875

2.637.263

2.671.761

2.12

Instandhouding

302.783

376.645

376.924

291.631

284.959

277.617

283.149

 

Opdrachten

302.783

376.645

376.924

291.631

284.959

277.617

283.149

 

Instandhouding Materieel

302.783

376.645

376.924

291.631

284.959

277.617

283.149

2.16

Over-/ onderprogrammering

0

‒ 727.904

‒ 983.598

‒ 1.071.783

‒ 998.149

‒ 839.731

‒ 602.387

 

Fonds

0

‒ 727.904

‒ 983.598

‒ 1.071.783

‒ 998.149

‒ 839.731

‒ 602.387

 

Fonds

0

‒ 727.904

‒ 983.598

‒ 1.071.783

‒ 998.149

‒ 839.731

‒ 602.387

         
 

Ontvangsten

32.136

34.000

26.600

14.684

14.684

14.684

14.684

         
Artikel 2 Maritiem materieel (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

2.201.408

1.979.909

1.918.089

2.251.367

2.857.445

2.571.347

3.221.949

2.469.315

2.154.587

2.467.438

            
 

Uitgaven

3.714.978

4.250.932

3.381.469

3.295.653

2.801.473

2.639.879

3.490.602

2.473.645

2.401.659

64.351

            

2.11

Verwerving

3.428.434

2.882.957

2.091.722

2.198.485

1.935.919

1.705.926

2.245.987

1.591.165

1.217.798

1.212.986

 

Opdrachten

3.428.434

2.882.957

2.091.722

2.198.485

1.935.919

1.705.926

2.245.987

1.591.165

1.217.798

1.212.986

 

Verwerving: voorbereidingsfase

1.540.284

1.418.704

1.409.193

1.760.104

1.627.534

1.295.571

1.725.342

1.238.786

937.992

921.468

 

Verwerving: realisatie

1.888.150

1.464.253

682.529

438.381

308.385

410.355

520.645

352.379

279.806

291.518

            

2.12

Instandhouding

271.217

288.728

308.901

269.908

292.574

278.439

269.921

263.381

269.008

267.633

 

Opdrachten

271.217

288.728

308.901

269.908

292.574

278.439

269.921

263.381

269.008

267.633

 

Instandhouding Materieel

271.217

288.728

308.901

269.908

292.574

278.439

269.921

263.381

269.008

267.633

            

2.16

Over-/ onderprogrammering

15.327

1.079.247

980.846

827.260

572.980

655.514

974.694

619.099

914.853

‒ 1.416.268

 

Fonds

15.327

1.079.247

980.846

827.260

572.980

655.514

974.694

619.099

914.853

‒ 1.416.268

 

Fonds

15.327

1.079.247

980.846

827.260

572.980

655.514

974.694

619.099

914.853

‒ 1.416.268

            
 

Ontvangsten

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

‒ 14.684

Tabel 4 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

99,8%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0,2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen op artikel 2 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.

Uitgaven

Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 99,8% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 0,2% van dit artikel is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.

Verwerving maritiem materieel

Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van maritiem materieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de maritieme projecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.

Figuur 3 Maritiem materieel

De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489). Het project ‘Vervangende Capaciteit Middelzwaar Landingsvaartuig (vLCVP)’ is uitgebreid met de verwerving van een nieuw Littoral Asault Craft (LAC) voor medische doeleinden, ter versterking van de operationele geneeskundige keren. Tevens wordt counter-unmanned aerial systems (C-UAS) capaciteit toegevoegd om de zelfverdediging van maritieme eenheden tegen onbemenste systemen te versterken. Het projectbudget is verhoogd (commercieel vertrouwelijk).

Instandhouding maritiem materieel

De instandhouding van het materieel omvat de ramingen voor de uitgaven die het operationeel houden van de (wapen)systemen met zich meebrengen. Voor dit artikel worden deze vooral door de Directie Materiële Instandhouding van de Koninklijke Marine gedaan. Het betreft zowel de uitbesteding van instandhoudingswerk als de aanschaf van materieel als (reserve-)onderdelen. Het betreft onder andere de instandhoudingsuitgaven voor de Luchtverdedigings- en Commandofregatten, de M-fregatten en de patrouilleschepen.

Over-/onderprogrammering maritiem materieel

In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.

In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.

Ontvangsten maritiem materieel

Dit betreft onder andere ontvangsten voortkomend uit werk voor derden door de Directie Materiële Instandhouding van de Koninklijke Marine. Ook de ontvangsten voortkomend uit retour ontvangen BTW op maritieme instandhoudingsuitgaven worden op dit artikel verantwoord.

3.3 Artikel 3: Land materieel

Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het landmaterieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door CLAS. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten, zoals beschreven in beleidsartikel 3 (Koninklijke Landmacht) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van landmaterieel onder dit artikel.

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van het landmaterieel en de instandhouding van materieel uitgevoerd door CLAS.

Binnen het landdomein wordt aanzienlijk geïnvesteerd in versterkte gevechtskracht, gevechtsondersteuning en instandhouding ter bescherming van het NAVO-verdragsgebied. Zo heeft Defensie sinds de ontwerpbegroting van vorig jaar vier DMP A-brieven verzonden voor dit artikel. Defensie zet met de investeringen uit de Defensienota 2026 een volgende stap en investeert in de invulling van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen voor de zware gemechaniseerde brigade (HIB), de medium infanterie brigade (MIB) en de luchtmobiele brigade (AMB).   Ook wordt met investeringen in het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps (1GNC) een nadrukkelijke stap gezet op weg naar een legerkorps dat grootschalige gevechtsoperaties kan aansturen en ondersteunen binnen het multidomein optreden-context. Daarom wordt onder meer geïnvesteerd in de modernisering van een luchtverdedigingsbataljon.

Binnen het project ‘Verwerving Combat General Purpose Vehicle (CGPV)’ wordt daarnaast overgegaan tot de aanschaf van materieel. Defensie zal de Kamer naar verwachting eind 2026 informeren met de D-brief voor dit project. Met het DPO geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende landprojecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489).

Artikel 3 Land materieel (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

6.045.100

5.969.772

1.758.117

2.064.139

3.247.198

4.124.258

4.322.573

         
 

Uitgaven

2.532.568

2.614.319

3.182.669

5.082.996

6.791.099

5.653.444

5.849.160

         

3.11

Verwerving

2.107.192

3.235.515

3.978.785

4.831.376

6.248.152

7.102.833

6.726.672

 

Opdrachten

2.107.192

3.235.515

3.978.785

4.831.376

6.248.152

7.102.833

6.726.672

 

Verwerving: voorbereidingsfase

0

84

94.170

1.106.285

1.673.220

2.152.543

3.110.044

 

Verwerving: onderzoeksfase

0

0

0

0

3.057

9.088

10.762

 

Verwerving: realisatie

2.107.192

3.235.431

3.884.615

3.725.091

4.571.875

4.941.202

3.605.866

3.12

Instandhouding

425.376

442.427

479.895

486.950

464.350

464.191

476.918

 

Opdrachten

425.376

442.427

479.895

486.950

464.350

464.191

476.918

 

Instandhouding Materieel

425.376

442.427

479.895

486.950

464.350

464.191

476.918

3.16

Over-/ onderprogrammering

0

‒ 1.063.623

‒ 1.276.011

‒ 235.330

78.597

‒ 1.913.580

‒ 1.354.430

 

Fonds

0

‒ 1.063.623

‒ 1.276.011

‒ 235.330

78.597

‒ 1.913.580

‒ 1.354.430

 

Fonds

0

‒ 1.063.623

‒ 1.276.011

‒ 235.330

78.597

‒ 1.913.580

‒ 1.354.430

         
 

Ontvangsten

1.687

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

         
Artikel 3 Land materieel (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

5.060.101

4.546.439

4.841.384

4.944.204

6.589.181

5.853.918

5.321.371

5.217.113

5.372.052

5.381.087

            
 

Uitgaven

5.210.479

6.537.110

5.310.079

5.522.522

5.724.930

5.612.426

4.505.318

4.664.545

4.903.059

5.263.151

            

3.11

Verwerving

6.614.032

4.478.901

4.568.234

4.668.841

4.564.057

3.943.065

3.183.193

3.192.813

3.318.354

4.309.313

 

Opdrachten

6.614.032

4.478.901

4.568.234

4.668.841

4.564.057

3.943.065

3.183.193

3.192.813

3.318.354

4.309.313

 

Verwerving: voorbereidingsfase

3.815.010

3.500.886

3.975.944

4.083.191

4.036.644

3.292.835

2.763.201

2.773.047

2.882.385

3.013.633

 

Verwerving: onderzoeksfase

10.762

10.762

10.762

10.762

10.762

10.762

10.763

10.762

12.871

12.871

 

Verwerving: realisatie

2.788.260

967.253

581.528

574.888

516.651

639.468

409.229

409.004

423.098

1.282.809

            

3.12

Instandhouding

464.899

464.847

463.595

465.592

466.487

466.689

468.562

462.639

462.625

462.504

 

Opdrachten

464.899

464.847

463.595

465.592

466.487

466.689

468.562

462.639

462.625

462.504

 

Instandhouding Materieel

464.899

464.847

463.595

465.592

466.487

466.689

468.562

462.639

462.625

462.504

            

1.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 1.868.452

1.593.362

278.250

388.089

694.386

1.202.672

853.563

1.009.093

1.122.080

491.334

 

Fonds

‒ 1.868.452

1.593.362

278.250

388.089

694.386

1.202.672

853.563

1.009.093

1.122.080

491.334

 

Fonds

‒ 1.868.452

1.593.362

278.250

388.089

694.386

1.202.672

853.563

1.009.093

1.122.080

491.334

            
 

Ontvangsten

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

‒ 2.500

Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

64,7%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

35,3%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen op artikel 3 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.

Uitgaven

Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 64,7% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 35,3% van dit artikel is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.

Verwerving landmaterieel

Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van landmaterieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de landprojecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.

Figuur 4 Land materieel

De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489). Een wijziging binnen het project ‘Combat General Purpose Vehicle (CGPV)’ is dat het budget is verhoogd als gevolg van een projectuitbreiding (commercieel vertrouwelijk). Defensie schaft meer gepantserde ondersteunende voertuigen aan als ondersteunende capaciteit van de zware gemechaniseerde brigade (HIB) en de medium infanterie brigade (MIB). De verwervingsvoorbereidingsfase wordt afgerond waarna een D-brief volgt. Daarnaast is het projectbudget van het project ‘Licht Indirect Vurend Systeem (LIVS)’ verhoogd als gevolg van een projectuitbreiding (commercieel vertrouwelijk). Tevens wordt er gezocht naar een geschikt platform voor de mortieroplossing voor zowel de zware gemechaniseerde brigade (HIB) en de medium infanterie brigade (MIB).

Instandhouding landmaterieel

De instandhouding van het landmaterieel omvat de ramingen voor de uitgaven die het operationeel houden van de (wapen-)systemen voor het landoptreden met zich meebrengt. Deze worden vooral door het Materieel Logistiek Commando gedaan. Het betreft zowel de uitbesteding van instandhoudingswerk als de aanschaf van materieel ten behoeve van de logistieke keten voor reservedelen. Dat geldt zowel voor de grondgebonden A-, B-, en C-systemen als voor overige assortimenten, zoals onder andere tenten, werken op hoogte, fysieke inzetbaarheid, geografisch kaartmateriaal, gereedschap en werkplaatsuitrusting.

Over-/onderprogrammering landmaterieel

In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.

In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.

Ontvangsten land materieel

De ontvangsten bestaan uit de verkoopopbrengsten van materieel en overige ontvangsten. Dit betreft onder andere ontvangsten voortkomend uit verkoop van reservedelen aan NAVO-partners. Ook de ontvangsten die voortkomen uit retour ontvangen BTW worden op dit artikel verantwoord.

3.4 Artikel 4: Lucht materieel

Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven van het luchtmaterieel en het instandhouden van materieel door CLRS. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding is gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 4 (Koninklijke Luchtmacht) van de Begroting Hoofdstuk X. Ook vallen de over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van lucht materieel onder dit artikel.

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf van luchtmaterieel en het instandhouden van materieel uitgevoerd door de luchtmacht.

Nederland levert vanuit het luchtdomein een belangrijke bijdrage aan collectieve afschrikking en verdediging. Defensie investeert hiervoor, ook samen met onze bondgenoten, in robuust en geavanceerd materieel. Sinds de ontwerpbegroting van vorig jaar is hiertoe de DMP A-brief ‘Midlife Update Multi-Role Tanker Transport’ (MLU MRTT) verzonden (Kamerstuk 27 830, nr. 486).

Met het oog op de Defensienota 2026 zet Defensie zich in om de operationele capaciteiten in het luchtdomein verder te versterken. Hierbij ligt de focus op het vergaren van inlichtingen en het sneller verwerken en analyseren van data, zodat beslissingen in de luchtdomein sneller en effectiever kunnen worden genomen. Ook de materiële slagkracht wordt versterkt, de tankervloot groeit bijvoorbeeld met een extra MRTT-toestel. Verder wordt gestart met de voorbereidingen op de aanschaf van een aantal F-35's.

Met het DPO geeft Defensie uw Kamer jaarlijks integraal inzicht in de lopende DMP-projecten. Een overzicht van de lopende luchtprojecten is met uw Kamer gedeeld in het meest recente DPO (Kamerstuk 27 830, nr. 489).

Artikel 4 Lucht materieel (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

2.919.927

2.591.973

1.602.375

1.502.970

1.698.436

2.038.105

1.789.120

         
 

Uitgaven

2.142.253

2.134.915

2.227.552

3.201.202

2.889.955

2.494.456

2.101.581

         

4.11

Verwerving

1.457.217

1.909.205

2.377.879

3.056.519

2.774.263

2.876.698

2.278.115

 

Opdrachten

1.457.217

1.909.205

2.377.879

3.056.519

2.774.263

2.876.698

2.278.115

 

Verwerving: voorbereidingsfase

0

0

48.480

232.476

535.173

713.357

742.565

 

Verwerving: realisatie

1.457.217

1.909.205

2.329.399

2.824.043

2.239.090

2.163.341

1.535.550

4.12

Instandhouding

685.036

619.084

748.032

665.658

690.955

693.867

674.964

 

Opdrachten

685.036

619.084

748.032

665.658

690.955

693.867

674.964

 

Instandhouding Materieel

685.036

619.084

748.032

665.658

690.955

693.867

674.964

4.16

Over-/ onderprogrammering

0

‒ 393.374

‒ 898.359

‒ 520.975

‒ 575.263

‒ 1.076.109

‒ 851.498

 

Fonds

0

‒ 393.374

‒ 898.359

‒ 520.975

‒ 575.263

‒ 1.076.109

‒ 851.498

 

Fonds

0

‒ 393.374

‒ 898.359

‒ 520.975

‒ 575.263

‒ 1.076.109

‒ 851.498

         
 

Ontvangsten

12.870

9.840

11.480

13.369

13.469

14.140

7.769

         
Artikel 4 Lucht materieel (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

1.816.464

1.930.219

1.648.015

1.607.723

2.784.099

2.566.546

2.618.844

2.323.021

2.516.868

2.726.252

            
 

Uitgaven

2.689.193

3.257.456

2.541.596

2.441.317

2.936.427

2.554.633

2.779.440

3.089.010

2.953.297

1.251.343

            

4.11

Verwerving

2.018.006

1.838.740

1.524.805

1.312.432

1.627.549

1.377.263

1.478.871

1.335.794

1.519.131

1.773.735

 

Opdrachten

2.018.006

1.838.740

1.524.805

1.312.432

1.627.549

1.377.263

1.478.871

1.335.794

1.519.131

1.773.735

 

Verwerving: voorbereidingsfase

970.061

1.016.217

782.539

772.552

1.010.524

859.521

854.895

715.251

794.446

793.051

 

Verwerving: realisatie

1.047.945

822.523

742.266

539.880

617.025

517.742

623.976

620.543

724.685

980.684

            

4.12

Instandhouding

661.831

651.615

651.474

647.576

650.655

632.594

609.494

621.667

622.451

622.451

 

Opdrachten

661.831

651.615

651.474

647.576

650.655

632.594

609.494

621.667

622.451

622.451

 

Instandhouding Materieel

661.831

651.615

651.474

647.576

650.655

632.594

609.494

621.667

622.451

622.451

            

4.16

Over-/ onderprogrammering

9.356

767.101

365.317

481.309

658.223

544.776

691.075

1.131.549

811.715

‒ 1.144.843

 

Fonds

9.356

767.101

365.317

481.309

658.223

544.776

691.075

1.131.549

811.715

‒ 1.144.843

 

Fonds

9.356

767.101

365.317

481.309

658.223

544.776

691.075

1.131.549

811.715

‒ 1.144.843

            
 

Ontvangsten

‒ 8.007

‒ 900

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

Tabel 6 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

75,6%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

24,4%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen op artikel 4 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.

Uitgaven

Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 75,6% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 24,4% van dit artikel, is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.

Verwerving lucht materieel

Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving van lucht materieel. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de luchtprojecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit (commercieel) vertrouwelijke informatie is.

Figuur 5 Lucht materieel

De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489).

Instandhouding lucht materieel

De geraamde uitgaven voor instandhouding van lucht materieel betreffen de instandhoudingsuitgaven van de luchtmacht. In de instandhoudingsfase wordt het wapensysteem door de luchtmacht in gebruik genomen en in stand gehouden tot en met het einde van de levensduur van het wapensysteem. Naast de (vliegende) hoofdwapensystemen is de luchtmacht ook integraal verantwoordelijk voor gebruik en instandhouding van alle Land- en Grondgebonden wapen- en missie ondersteunend lucht materieel. Het betreft onder andere de instandhoudingsuitgaven voor de jachtvliegtuigen, de gevechts- en transporthelikopters, MQ-9's, C-130's, maar ook de Patriots als Grondgebonden materieel.

Over-/onderprogrammering lucht materieel

In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.

In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.

Ontvangsten lucht materieel

De geraamde ontvangsten bestaan voornamelijk uit de recoupment ontvangsten voor de verkoop van nieuwe F-35 toestellen door de Verenigde Staten. Zo ontvangt Nederland een deel van de bijgedragen F-35 ontwikkelingskosten terug als toeslag van de landen die vallen buiten de groep van oorspronkelijke ontwikkelingspartners.

3.5 Artikel 5: Infrastructuur en Vastgoed

Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven en instandhouden van alle infrastructuur en vastgoed van Defensie. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. De instandhouding wordt daarbij ingezet om het vastgoed in de gewenste kwaliteit en staat te krijgen en behouden. Ook vallen over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van infrastructuur en vastgoed onder dit artikel. Naast de infrastructuur en vastgoed van Defensie wordt ook NAVO-vastgoed in Nederland begroot binnen dit artikel.

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en instandhouding van infrastructuur en vastgoed van Defensie en de afstoting van overtollige infrastructuur en vastgoed. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is de opdrachtnemer voor het uitvoeren van de door Defensie uitgegeven opdrachten.

Vastgoed is randvoorwaardelijk om de krijgsmacht optimaal te ondersteunen om te groeien en de gereedstelling versneld te bewerkstelligen. Voor vastgoed heeft Defensie een omvangrijke opgave. Een aanzienlijk deel is verouderd en past niet bij een toekomstbestendige krijgsmacht. Een deel is aangewezen als monument op basis van Erfgoedwetgeving, waarbij het doel is dat het wordt behouden zonder dat het een beperking vormt voor de operationele inzet.

In 2025 is de Commandopost Vastgoed opgericht om benodigde versnelling te realiseren. Defensie werkt met onder meer andere ministeries en omgevingspartners samen. Dit heeft tot doel om zo slim mogelijk om te gaan met beperkende omgevingsfactoren, zoals stikstofproblematiek en netcongestie.

Om te versnellen, wordt ingezet op gestandaardiseerd en industrieel bouwen. Legeringsgebouwen zijn al op deze manier aanbesteed en worden gerealiseerd. Bij de vernieuwing van onder andere kantoren, leslokalen en magazijnen wordt deze methode eveneens gevolgd. Om het vastgoed te verduurzamen, wil Defensie dat alle kantoorgebouwen in 2027 minimaal energielabel C hebben en in 2029 aan de energiebesparingsplicht voldoen. Over ontwikkelingen op het gebied van vastgoed, leefomgeving en ruimtelijke ordening wordt uw Kamer geïnformeerd via de Stand van Defensie en/of via een verzamelbrief.

Met de Defensienota 2026 gaat Defensie veel extra investeringen doen in vastgoed en infrastructuur. Daarnaast worden er ook extra investeringen in de energiezekerheid van kritieke infrastructuur van Defensie gedaan.

Artikel 5 Infrastructuur en vastgoed (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

1.559.286

2.133.525

2.407.504

2.336.986

2.128.901

1.862.290

1.748.172

         
 

Uitgaven

1.355.180

1.811.767

1.508.817

2.102.610

1.871.361

1.554.749

2.016.559

         

5.11

Verwerving

706.566

1.767.635

1.406.889

1.825.239

1.529.813

1.809.048

1.175.612

 

Opdrachten

706.566

1.767.635

1.406.889

1.825.239

1.529.813

1.809.048

1.175.612

 

Verwerving: voorbereidingsfase

0

0

501

165.204

304.577

350.940

474.208

 

Verwerving: realisatie

706.566

1.767.635

1.406.388

1.660.035

1.225.236

1.458.108

701.404

5.12

Instandhouding

648.614

745.739

724.541

634.779

642.613

656.573

655.882

 

Opdrachten

648.614

745.739

724.541

634.779

642.613

656.573

655.882

 

Instandhouding Infrastructuur

648.614

745.739

724.541

634.779

642.613

656.573

655.882

5.16

Over-/ onderprogrammering

0

‒ 701.607

‒ 622.613

‒ 357.408

‒ 301.065

‒ 910.872

185.065

 

Fonds

0

‒ 701.607

‒ 622.613

‒ 357.408

‒ 301.065

‒ 910.872

185.065

 

Fonds

0

‒ 701.607

‒ 622.613

‒ 357.408

‒ 301.065

‒ 910.872

185.065

         
 

Ontvangsten

29.144

20.270

20.270

20.270

20.270

20.270

20.270

         
Artikel 5 Infrastructuur en vastgoed (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

1.707.466

1.845.895

2.104.852

2.391.587

2.557.866

2.006.087

1.741.511

1.674.825

1.640.309

1.768.104

            
 

Uitgaven

1.842.627

2.576.539

1.977.425

1.768.163

1.911.480

1.687.160

1.692.326

1.766.343

1.808.319

5.348.529

            

5.11

Verwerving

1.122.561

1.244.401

1.505.303

1.787.973

1.960.397

1.411.128

1.129.856

1.069.722

1.001.071

1.235.136

 

Opdrachten

1.122.561

1.244.401

1.505.303

1.787.973

1.960.397

1.411.128

1.129.856

1.069.722

1.001.071

1.235.136

 

Verwerving: voorbereidingsfase

514.176

770.620

1.027.894

1.399.806

1.546.784

1.143.581

869.829

814.421

751.372

986.763

 

Verwerving: realisatie

608.385

473.781

477.409

388.167

413.613

267.547

260.027

255.301

249.699

248.373

            

5.12

Instandhouding

660.389

660.116

643.510

649.750

607.562

604.961

604.305

596.163

590.541

585.566

 

Opdrachten

660.389

660.116

643.510

649.750

607.562

604.961

604.305

596.163

590.541

585.566

 

Instandhouding Materieel

660.389

660.116

643.510

649.750

607.562

604.961

604.305

596.163

590.541

585.566

            

5.16

Over-/ onderprogrammering

59.677

672.022

‒ 171.388

‒ 669.560

‒ 656.479

‒ 328.929

‒ 41.835

100.458

216.707

3.527.827

 

Fonds

59.677

672.022

‒ 171.388

‒ 669.560

‒ 656.479

‒ 328.929

‒ 41.835

100.458

216.707

3.527.827

 

Fonds

59.677

672.022

‒ 171.388

‒ 669.560

‒ 656.479

‒ 328.929

‒ 41.835

100.458

216.707

3.527.827

            
 

Ontvangsten

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

‒ 20.270

Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

62,0%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

38,0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen op artikel 5 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.

Uitgaven

Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 62,0% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 38,0% van dit artikel, is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.

Verwerving infrastructuur en vastgoed

Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving en afstoting van infrastructuur en vastgoed. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.

De toelichtingen op de reeds bestaande projecten zijn te lezen in de Stand van Defensie en/of verzamelbrieven die met uw Kamer zijn gedeeld. Hier kunnen ook de projecten gevonden worden die origineel in de tabel stonden die bijgevoegd was in dit artikel. Dit is gedaan om informatie te condenseren in zo min mogelijk verschillende bronnen, zoals uw kamer verzocht heeft.

Instandhouding infrastructuur en vastgoed

De geraamde uitgaven dienen voor de instandhouding van het vastgoed en de infrastructuur van Defensie. De omvang van de vastgoedportefeuille van Defensie is bijna 6 miljoen m2 bebouwd vloeroppervlak verdeeld circa 447 locaties in binnen- en buitenland. De portefeuille omvat circa 11.000 gebouwen. Daarnaast bezit Defensie circa 342 miljoen m2 terrein, waarvan circa 260 miljoen m2 aan oefen- en schietterreinen. Defensie gebruikt bovendien ook indirect ruimte: geluidsruimte om te kunnen vliegen en veiligheidszones rondom bijvoorbeeld munitieopslag.

Over-/onderprogrammering infrastructuur en vastgoed

In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen onstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.

In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.

Ontvangsten

De verkoopopbrengsten infrastructuur en vastgoed hebben betrekking op de opbrengsten van de af te stoten objecten. Het overtollig vastgoed wordt in vrijwel alle gevallen eerst op basis van het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) door het RVB ingekocht.

3.6 Artikel 6: IT

Het doel van dit artikel is inzicht bieden in het verwerven en instandhouden van de IT van Defensie. De verwerving wordt nader uitgesplitst in de voorbereidings-, onderzoeks- en realisatiefase. Ook vallen over-/ onderprogrammering en de ontvangsten van IT onder dit artikel.

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en instandhouding van IT materieel binnen Defensie en de afstoting van overtollig IT-materieel.

Digitalisering speelt een sleutelrol bij de ontwikkeling van militair vermogen. De ingezette digitale transformatie stelt Defensie in staat om – beter dan de tegenstander – geïntegreerde effecten te bereiken, informatie- en beslisdominantie te bereiken en continue nieuwe en huidige technologieën om te zetten in gevechtskracht. De Kamer is op 3 juli 2025 geïnformeerd over deze Digitale Transformatie Strategie (Kamerstuk 36 592, nr. 23). In de Defensienota heeft digitalisering een centrale rol gekregen binnen de versterking en vernieuwing van de Krijgsmacht, inclusief passende investeringen. Daarmee wordt er een versnelling ingezet op het gebied van de Digitale Transformatie. Uw Kamer wordt jaarlijks in de Stand van Defensie geïnformeerd over de voortgang van de strategie.

Het programma Grensverleggende IT (GrIT) vervangt de IT-infrastructuur van Defensie en vormt daarmee een belangrijke basis hierbij. Het programma valt onder de Regeling Grote Projecten (RPG). Defensie verstuurt halfjaarlijkse voortgangsrapportages over het programma. De achtste rapportage is verzonden op 1 april 2026 (Kamerstuk 35728, nr. 25). Het programma is herijkt, waardoor de focus ligt op snel implementeren van IT die direct waarde toevoegt voor de operationele eenheden. Zo wordt er met prioriteit gewerkt aan de modules ontplooid binnen het programma, om deze zo snel mogelijk op te leveren.  

Artikel 6 IT (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

2.580.548

2.275.516

2.231.534

2.233.517

2.195.250

2.634.218

2.733.357

         
 

Uitgaven

1.768.753

2.387.687

1.994.922

1.793.926

1.832.012

2.204.946

2.661.756

         

6.11

Verwerving

817.533

1.959.103

1.907.463

1.724.693

1.486.229

1.874.893

2.049.516

 

Opdrachten

817.533

1.959.103

1.907.463

1.724.693

1.486.229

1.874.893

2.049.516

 

Verwerving: voorbereidingsfase

0

29.407

57.497

879.358

1.052.937

1.322.090

1.712.655

 

Verwerving: onderzoeksfase

0

0

7.963

4.057

4.057

822

822

 

Verwerving: realisatie

817.533

1.929.696

1.842.003

841.278

429.235

551.981

336.039

6.12

Instandhouding

951.220

1.016.980

891.999

929.564

996.247

1.035.745

741.697

 

Opdrachten

951.220

1.016.980

891.999

929.564

996.247

1.035.745

741.697

 

Instandhouding IT

951.220

1.016.980

891.999

929.564

996.247

1.035.745

741.697

6.16

Over-/ onderprogrammering

0

‒ 588.396

‒ 804.540

‒ 860.331

‒ 650.464

‒ 705.692

‒ 129.457

 

Fonds

0

‒ 588.396

‒ 804.540

‒ 860.331

‒ 650.464

‒ 705.692

‒ 129.457

 

Fonds

0

‒ 588.396

‒ 804.540

‒ 860.331

‒ 650.464

‒ 705.692

‒ 129.457

         
 

Ontvangsten

15.634

16.769

16.769

16.769

16.769

16.769

16.769

         
Artikel 6 IT (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

3.238.752

2.999.878

3.066.925

3.339.302

3.867.865

3.735.859

3.540.661

3.388.051

3.293.018

3.697.876

            
 

Uitgaven

3.089.024

2.584.225

3.586.227

3.663.775

4.181.668

4.029.793

4.065.088

4.064.755

4.369.853

4.417.532

            

6.11

Verwerving

2.482.372

2.303.344

2.362.185

2.613.869

3.177.211

3.028.058

2.874.323

2.695.874

2.661.951

2.763.315

 

Opdrachten

2.482.372

2.303.344

2.362.185

2.613.869

3.177.211

3.028.058

2.874.323

2.695.874

2.661.951

2.763.315

 

Verwerving: voorbereidingsfase

2.249.647

2.078.919

2.193.363

2.446.440

3.031.078

2.869.750

2.739.497

2.553.111

2.518.826

2.629.146

 

Verwerving: onderzoeksfase

822

822

822

1.028

1.028

1.028

1.131

1.131

1.131

1.131

 

Verwerving: realisatie

231.903

223.603

168.000

166.401

145.105

157.280

133.695

141.632

141.994

133.038

            

6.12

Instandhouding

739.622

729.911

757.364

752.792

725.522

728.768

726.137

747.000

753.583

689.859

 

Opdrachten

739.622

729.911

757.364

752.792

725.522

728.768

726.137

747.000

753.583

689.859

 

Instandhouding Materieel

739.622

729.911

757.364

752.792

725.522

728.768

726.137

747.000

753.583

689.859

            

6.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 132.970

‒ 449.030

466.678

297.114

278.935

272.967

464.628

621.881

954.319

964.358

 

Fonds

‒ 132.970

‒ 449.030

466.678

297.114

278.935

272.967

464.628

621.881

954.319

964.358

 

Fonds

‒ 132.970

‒ 449.030

466.678

297.114

278.935

272.967

464.628

621.881

954.319

964.358

            
 

Ontvangsten

‒ 16.769

‒ 16.769

‒ 16.769

‒ 16.769

‒ 16.769

‒ 16.769

‒ 16.621

‒ 16.621

‒ 16.621

‒ 16.621

Tabel 8 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

60,4%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

39,6%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Verplichtingen

De geraamde verplichtingen op artikel 6 betreffen verplichtingen voor alle instrumenten met uitzondering van de ontvangsten. De raming van de verplichtingen is gebaseerd op het verwachte moment dat in het kader van een DMF-gerelateerde activiteit een overeenkomst wordt getekend. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend of als een juridisch bindende overeenkomst wordt aangegaan, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de reikwijdte en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandelingen met leveranciers, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan bij de begroting is voorzien.

Uitgaven

Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een financiële verplichting is aangegaan die leidt tot toekomstige kasuitgaven. Voor 2027 gaat het naar verwachting om 60,4% van het uitgavenbudget. Het resterende deel, 39,6% van dit artikel, is beleidsmatig gereserveerd voor verwerving en instandhouding, waarvan het aangaan van de juridische verplichting wordt voorbereid.

Verwerving IT

Dit instrument heeft betrekking op de geraamde uitgaven voor de verwerving en afstoting van IT. Projecten boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen volgen het DMP-proces. Voor projecten in voorbereidingsfase wordt de behoeftestelling uitgewerkt waarna een A-brief volgt. Hierna wordt gerelateerd projectbudget overgeheveld naar de (vervolg)onderzoeksfase of realisatiefase.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de IT-projecten boven de € 50 miljoen die zich in de realisatiefase bevinden. Dit betekent dat de opdracht voor verwerving aan de uitvoeringsorganisaties is gegeven. In onderstaande tabel wordt ook weergegeven wat het projectbudget van deze projecten is en hoe dit projectbudget over de jaren verdeeld is, tenzij dit commercieel vertrouwelijke informatie is.

Figuur 6 IT

De toelichtingen over de reeds bestaande projecten zijn te lezen in het DPO dat op Verantwoordingsdag met uw Kamer is gedeeld (Kamerstuk 27 830, nr. 489).

Een wijziging van de reeds bestaande projecten ‘Vervanging ESM-capaciteiten KL EOV-systeem’ (electronische oorlogsvoering) en ‘Joint Electronic Attack (EOV)’ is dat het budget is verhoogd als gevolg van een projectuitbreiding (commercieel vertrouwelijk). Defensie breidt hiermee haar defensieve en offensieve elektronische oorlogsvoering (EOV) capaciteit uit in het elektromagnetisch spectrum (EMS). Tevens heeft Defensie in juni 2026 een contract getekend voor het project ‘Joint Electronic Attack’. Defensie schaft bij de Nederlandse tak van Duitse leverancier Hensoldt de EOV-middelen aan. Onderdeel van het project is ook de aanschaf bij de Duitse leverancier General Dynamics Land Systems (GDELS) van het nieuwe pantserwielvoertuig ‘Piranha-5’ als platform voor de EOV-systemen. Daarnaast heeft Defensie een additionele bestelling geplaatst bij het Amerikaanse L3Harris voor de verwerving van radio’s binnen het deelproject ‘Militaire Transmissie Bouwblok (MTBB)’ van het programma Foxtrot (commercieel vertrouwelijk).

Instandhouding IT

De geraamde uitgaven dienen voor instandhouding van de IT van Defensie. Informatie sneller en slimmer verkrijgen, verwerken en verspreiden, om zo gericht te sturen en succesvol te kunnen zijn in moderne conflicten en crises vormt de kern van informatiegestuurd optreden. Met de Defensienota wordt een aantal gerichte maatregelen van moderne IT toegepast. Dit draagt bij aan een hogere materiële gereedheid, compliance en veiligheid en zicht voor snellere en betere besluitvorming.

Over-/en onderprogrammering IT

In het DMF wordt gewerkt met het instrument overprogrammering. Op de begroting kan zich dit uiten in negatieve standen op het artikelonderdeelniveau. Er vindt geen realisatie plaats op dit instrument. Gedurende het jaar zullen ontstane vertragingen/versnellingen op individuele projecten worden verwerkt op dit instrument.

In de materieelagenda wordt inhoudelijk ingegaan op de over-/onderprogrammering in het DMF.

Ontvangsten

Dit zijn de ontvangsten die rechtstreeks gerelateerd zijn aan IT, bijvoorbeeld als het Joint Informatievoorziening Commando (JIVC) van Defensie diensten levert aan derden.

3.8 Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangsten

Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

0

1.488

182.494

1.747.720

2.690.713

3.628.874

5.216.896

         
 

Uitgaven

0

1.488

182.494

1.747.720

2.690.713

3.628.874

5.216.896

         

8.18

Nader te wijzen uitgaven

0

1.488

182.494

1.747.720

2.690.713

3.628.874

5.216.896

 

Fonds

0

1.488

182.494

1.747.720

2.690.713

3.628.874

5.216.896

 

Fonds

0

1.488

182.494

1.747.720

2.690.713

3.628.874

5.216.896

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         
Artikel 8: Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
  

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

2041

Art.

Verplichtingen

4.367.387

3.872.728

3.445.224

3.317.243

2.799.449

3.204.075

3.743.075

3.930.048

3.783.006

4.050.001

            
 

Uitgaven

4.367.387

3.872.728

3.445.224

3.317.243

2.799.449

3.204.075

3.743.075

3.930.048

3.783.006

4.048.113

            

8.18

Nader te wijzen uitgaven

4.367.387

3.872.728

3.445.224

3.317.243

2.799.449

3.204.075

3.743.075

3.930.048

3.783.006

4.048.113

 

Fonds

4.367.387

3.872.728

3.445.224

3.317.243

2.799.449

3.204.075

3.743.075

3.930.048

3.783.006

4.048.113

 

Fonds

4.367.387

3.872.728

3.445.224

3.317.243

2.799.449

3.204.075

3.743.075

3.930.048

3.783.006

4.048.113

            
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Op dit artikel worden de overige uitgaven en ontvangsten opgenomen. Het betreft uitgaven en/of ontvangsten die op een later moment toegedeeld moeten worden aan de beleidsartikelen van het DMF.

4. BIJLAGEN

4.1 Bijlage instandhouding vastgoed

In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de instandhouding van het vastgoed van Defensie.

1. Instandhouding van het vastgoed

Scope van instandhouding

Onder instandhouding vallen alle activiteiten op het vlak van het onderhouden van het vastgoed in eigendom, de huur van vastgoed en de inrichting van ruimten. Daarnaast vallen ook de Commandanten Voorzieningen (COVO) voor kleine aanpassingen binnen de scope, net als adviesuren van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Aanpassingen aan nieuwe wetgeving en verduurzaming van vastgoed vallen onder investeringen, tenzij deze bij onderhoud gelijk mee te nemen zijn. Door de ruimere definitie van instandhouding is de budgetreeks in onderstaande tabel groter dan die opgenomen in het strategisch vastgoedplan.

Aanpak instandhouding

Voor het onderhoud van het vastgoed wordt onderscheid gemaakt tussen planbaar en niet-planbaar onderhoud. Planbaar onderhoud (PO) wordt gepland op basis van inspecties die worden verzorgd door het RVB. Niet-planbaar onderhoud (NPO) vindt plaats op moment dat storingen optreden. Periodiek worden gebouwen geïnspecteerd om de staat van het vastgoed vast te stellen. Het streven is om gemiddeld genomen een gebouw een keer in de zes jaar te inspecteren.

De bevindingen uit de inspecties worden afgezet ten opzichte van het gevraagde kwaliteitsniveau en worden daarna via het Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) geprioriteerd en afgestemd met de Defensieonderdelen. Hierbij wordt gekeken naar criteria zoals veiligheid, wettelijke verplichting en operationele noodzaak. NPO betreft de herstelwerkzaamheden en reparaties die niet zijn voorzien en niet kunnen wachten om opgenomen te worden in het MJOP. Ook het opheffen van mankementen naar aanleiding van keuringen wordt vanuit het NPO betaald. Voor een gezonde portefeuille zou een verhouding tussen PO en NPO van 80 / 20 verwacht worden. In werkelijkheid is door de achterstanden in onderhoud die verhouding 38 / 62.

Binnen instandhouding kan onderscheid gemaakt worden in de volgende activiteiten die het RVB voor Defensie uitvoert: 

  • Instandhouding Gebouwen

  • Instandhouding Start & Rolbanen

  • Instandhouding ECT (ondergrondse infra, wegen, havens)

  • Instandhouding Schietbanen 

  • Cyclisch Terrein Technisch onderhoud (bos- en groenvoorziening)

  • Vastgoedinformatie

  • Juridisch- en omgevingsbeheer

  • Keuringen 

De scope van het project Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS) is beperkt en het project DBBS is in 2025 beëindigd. Defensie stabiliseert in samenwerking met het RVB nu en voor de komende jaren de huidige beveiligingssystemen, met als uiteindelijk doel voor alle locaties een elektronisch beveiligingssysteem (EBS) op basis van een ‘proven concept’. De instandhouding van beveiligingssystemen voor defensielocaties blijft een taak van het RVB en de continuïteit van huidige en toekomstige beveiligingssystemen blijft geborgd.

Defensie wil modern vastgoed dat optimaal bijdraagt aan de gereedstelling en inzet van de krijgsmacht en heeft daarom behoefte aan kazernes die aantrekkelijk zijn om in te werken en wonen, die duurzaam en betaalbaar zijn en op logische plekken staan in Nederland. Om de vastgoedportefeuille in balans te krijgen zijn ingrijpende keuzes nodig. In de kamerbrief ‘Strategisch Vastgoedplan 2022’ (Kamerstukken II, 2022/23, 36124, nr. 12) zijn de kaders, doelstellingen en aanpak voor het Defensievastgoed nader toegelicht.

Met het RVB worden in een jaaropdracht afspraken gemaakt over de te leveren prestaties en de hiervoor beschikbare middelen. Het RVB is verantwoordelijk voor de uitvoering van de daarbij horende beheer- en onderhoudsregimes. De prestaties van vastgoed en infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De indicatoren leggen de verbinding tussen de sturing op en verantwoording over de prestaties. 

Kengetallen

Defensie heeft met het RVB een afspraak gemaakt over de hoeveelheid te beheren vastgoed en om tenminste 90 procent van de wettelijke keuringen voor installaties tijdig goedgekeurd te hebben. Defensie is met het RVB in overleg over het verbeteren van de informatievoorziening, rapportagesystematiek en meetindicatoren, zoals hersteltijd storingen, projecttevredenheid, inspecties en doelmatigheid.

Tabel 9 Kengetallen per 01-01-2026

Kengetal

Indicator

Hoeveelheid

Bruto Vloer Oppervlakte (x 1.000)

Aantal m2 kantoren, lesgebouwen, restaurants en recreatie

2.006

 

Aantal m2 legering

817

 

Aantal m2 magazijnen, stallingen en bunkers

1.911

 

Aantal m2 werkplaatsen, installaties en facilitair

1.064

 

Aantal m2 overige gebouwen

284

 

Aantal m2 totaal

6.083

Keuringen

% installaties

90%

2. Budgettaire aspecten

In de Kamerbrief ‘Strategisch Vastgoedplan 2022’ (Kamerstukken II, 2022/23, 36124, nr. 12) die in december 2022 met de Kamer is gedeeld, worden de kaders en doelstellingen van het Strategisch Vastgoedplan uiteengezet. Doel is om een vastgoedportefeuille te realiseren die de taakuitvoering optimaal ondersteunt en toekomstbestendig is. Om de transformatie van het vastgoed te kunnen realiseren, is in de Defensienota 2026 het budget voor vastgoed structureel verhoogd.

4.2 Bijlage afkortingen

Tabel 10 Afkortingen

Afkorting

Omschrijving

AGW

Assortimentsgewijs werken

AWR

Afwijkingsrapportage

BTW

Belasting Toegevoegde Waarde

C-130

transportvliegtuig

CEMA

Cyber Electromagnetic Activities

CLAS

Commando Landstrijdkrachten

CLSK

Commando Luchtstrijdkrachten

CODEMA

Commissie Ontwikkeling Defensie Materieel

CODEMO

Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling

COMMIT

Commando Materieel en IT

COTS/MOTS

Commercial/Military Off The Shelf

COVO

Commandanten Voorzieningen

C-RAM

Counter Rockters, Artillery & Mortars

CSS

Combat Support Ship

CV-90

Infanterie Gevechtsvoertuig

CZSK

Commando ZeeStrijdKrachten

DBBS

Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem

DLP

Defensie Lifecycle Plan

DMF

DefensieMaterieelbegrotingsFonds

DMI

Directie Materiele Instandhouding

DMP

Defensie Materieel Proces

DmunB

Defensie Munitiebedrijf

DOKS

Defensie Operationeel Kledingsysteem

DOSCO

Defensie OndersteuningsCommando

DPO

Defensieprojectenoverzicht

DVOW

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen

EDA

European Defence Agency

EDF

Europees Defensie Fonds

ELOT

End Life of Type

EOV

Elektronische Oorlogsvoering

EU

Europese Unie

EZK

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

F-16

Jachtvliegtuig

F-35

Vijfde generatie jachtvliegtuig

FIN

Ministerie van Financiën

FMS

Foreign Military Sales

FOXTROT

Draadloze IT infrastructuur en command- en controlsystemen

FTP

Fast Track Procurement

GPW

Groot Pantserwielvoertuig

GrIT

Grensverleggende Informatie Technologie

HR

Human Resources

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IGO

Informatie Gestuurd Optreden

IGV

Infanterie Gevechtsvoertuig

IP

Instandhoudingsprogramma

IT

Informatietechnologie (incl communicatie)

JenV

Ministerie van Justitie en Veiligheid

JIVC

Joint Informatievoorzieningscommando

JSS

Joint Support Ship

KMar

Koninklijke Marechaussee

KORV

Kader Overname Rijksvastgoed

KPU

Kleding en Persoonlijke Uitrusting

LCF

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

LPD

Landing Platform Dock

MALE UAV

Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle

MARIN

Maritime Research Institute Netherlands

MILSATCOM

Militaire Satelliet Communicatie

MJOP

Meerjarig Onderhoudsplan

MKB

Midden- en KleinBedrijf

MLU

Midlife Update

MMR

Multi MIssie Radar

MQ-9

Male UAV

MRAD

Medium Range Air Defence

NATO

North Atlantic Treaty Organization

NAVO

Noord Atlantische VerdragsOrganisatie

NH-90

Helikopter

NLR

Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

NPO

Niet-planbaar onderhoud

OMS

Onderhoudsmanagementsysteem

OPV

Oceangoing Patrol Vessel

PO

Planbaar onderhoud

RVB

Rijksvastgoedbedrijf

SHORAD).

Short Range Air Defence

SKIA

Strategische Kennis en Innovatie Agenda

SVP

Strategisch Vastgoedplan

TNO

Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

UAV

Unmanned Aerial Vehicle

US

United States

VOSS

Verbeterd Operationeel Systeem Soldaat

Licence