Base description which applies to whole site

V Buitenlandse Zaken

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 17.734

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.776

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken T.B.W Berendsen

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Deze leeswijzer gaat in op de opbouw van de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de overige onderdelen van de begroting.

Algemeen

Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa en in het Caribisch gebied (zowel de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alsmede de autonome Landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Waar deze begroting spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap, ontwikkelingssamenwerking, NAVO-lidmaatschap en Nederlandse beleidsuitvoering.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is een Koninkrijksministerie en de Minister is een Koninkrijksminister. Dat betekent dat niet alleen de belangen van Nederland behartigd dienen te worden, maar ook van de Caribische delen van het Koninkrijk. Het is dan ook de inzet van Buitenlandse Zaken, inclusief het postennet, om de belangen van alle delen van het Koninkrijk op het gebied van buitenlandse betrekkingen zo optimaal mogelijk te incorporeren in het bredere buitenlandbeleid van het Koninkrijk.

BeleidsagendaIn de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s is van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van kabinet zijn opgenomen in een tabel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken. De hoofddoelen en risico’s zijn nader uitgewerkt in de beleidsartikelen, met daarbij ook nadere toelichting op de voornemens op dat specifieke beleidsterrein.

De beleidsagenda wordt gevolgd door de openbaarheidsparagraaf, een overzicht van de meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen en sluit af met een overzicht van de risicoregelingen en de toelichting hierop.

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de volgende onderdelen per begrotingsartikel verder uitgewerkt:

A. Algemene doelstelling

Elk beleidsartikel begint met de algemene doelstelling (titel van het beleidsartikel) met een korte toelichting.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De rol en de verantwoordelijkheid van de Minister wordt beschreven aan de hand van de volgende categorieën: stimuleren, financieren, regisseren en uitvoeren.

Volgens het uitgangspunt van verantwoord begroten zijn er alleen kwantitatieve indicatoren bij resultaatverantwoordelijkheid. Een indicator onderbouwt de resultaatverantwoordelijkheid van de Minister voor een deel van de consulaire dienstverlening (beleidsartikel 4). Op de overige beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken heeft de Minister een stimulerende of financierende rol, en in sommige gevallen een regisserende rol. De mogelijkheden voor kwantitatieve effectmeting voor de meeste beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken zijn dan ook beperkt. Kenmerkend is de internationale context waarin veel spelers en factoren de doelbereiking beïnvloeden. Vaak is er een gezamenlijke inspanning waarbij het weinig zinvol is (een deel van) de resultaten toe te rekenen aan Nederland, dat een deel van de input heeft verzorgd. Kwaliteitsbewaking van de beleidsuitvoering vindt plaats door middel van periodieke beleidsdoorlichtingen.

C. Beleidswijzigingen

Dit is een overzicht van belangrijke wijzigingen als gevolg van nieuw regeringsbeleid, evaluatie of voortschrijdend inzicht. Daar waar sprake is van beleidswijzigingen die in beleidsnotities zijn verschenen, is verwezen naar de betreffende notitie met het Kamerstuk.

D1. Budgettaire gevolgen van beleid

In het kader van «verantwoord begroten» presenteren departementen de financiële inzet op instrumentniveau. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inclusief het postennet is aanzienlijk. In sommige gevallen zijn de instrumenten nog niet bekend, omdat de programma’s na het verschijnen van de begroting starten en dan duidelijk wordt hoe financiering plaatsvindt. Voor deze onderdelen is het verwachte instrument gekozen. Daarnaast geldt voor de gehele BZ-begroting dat er niet gestuurd wordt op instrumenten maar op te bereiken resultaten. Dit kan betekenen dat de gebruikte instrumenten (subsidies, bijdragen etc.) voor hetzelfde instrumentonderdeel van jaar tot jaar kunnen verschillen. Dit is bij een aantal artikelen zichtbaar. Tevens betekent dit ook dat voor hetzelfde instrumentonderdeel meerdere instrumenten mogelijk zijn.

Per beleidsartikel is een tabel budgettaire gevolgen van beleid opgenomen. Na deze tabellen wordt een toelichting op de mutaties gegeven. Hierbij worden per artikel de mutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht. De wijzigingen van de verplichtingen worden alleen toegelicht wanneer ze groter zijn dan 10% ten opzichte van de stand in de 1e suppletoire begroting op artikelniveau.

Tabel: Ondergrenzen conform Rijksbegrotingsvoorschriften

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

D2. Budgetflexibiliteit

Conform de rijksbrede begrotingsvoorschriften is per begrotingsartikel aangegeven welk percentage van de programmauitgaven juridisch is vastgelegd, welk percentage bestuurlijk is gebonden, het percentage dat beleidsmatig is gereserveerd almede het percentage dat nog niet is ingevuld/vrij te besteden. De peildatum hiervooris 1 januari 2026. Daarnaast wordt het onderdeel juridisch verplicht op het niveau van Financieel Instrument toegelicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Per artikelonderdeel wordt inzicht gegeven in de financiële instrumenten, zoals die zijn opgenomen in de tabel onder D1.

Overige onderdelen van de begroting

Na de vier beleidsartikelen volgen de drie niet-beleidsartikelen. Deze zijn artikel 5, «geheim», artikel 6 «nog onverdeeld» waarin de reserveringen voor loon- en prijsindexatie binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) staan opgenomen en artikel 7 «apparaat» waarin een splitsing is aangebracht tussen personele- en materiële uitgaven. Ten slotte volgen twee bijlagen: (1) het subsidieoverzicht en (2) en de Strategische Evaluatie Agenda.

De relatie met de HGIS-nota

Samen met de departementale begrotingen wordt ook de HGIS-nota aan de Staten-Generaal gepresenteerd. Deze omvat naast de HGIS uitgaven en ontvangsten van Buitenlandse Zaken ook buitenlanduitgaven en ontvangsten van de andere Ministeries. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. De nota over de HGIS bevat een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven voor het buitenlandbeleid, waaronder een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS en bijlagen die alle buitenlanduitgaven overzichtelijk presenteren, zoals een totaaloverzicht van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbevelingen.

Groeiparagraaf

In zowel de begroting als het jaarverslag wordt in de leeswijzer onder het kopje «Groeiparagraaf» kort aangegeven wat de belangrijkste verbeteringen in de begroting zijn ten opzichte van het vorige jaar. In dit onderdeel wordt dus niet vooruit gekeken naar nog te realiseren verbeteringen. Er zijn dit jaar geen ontwikkelingen hierop.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Optimistisch en realistisch buitenlandbeleid

De wereld verandert snel en de geopolitieke situatie blijft onverminderd in flux. Dit onderstreept het belang van een breed, geïntegreerd buitenlandbeleid om onze veiligheid, welvaart en vrije manier van leven te beschermen. In de beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 heeft het kabinet de hoofdlijnen van het Nederlandse buitenlandbeleid uiteen gezet: een realistische koers, sterk verankerd in onze normen en waarden, met een samenhangende inzet van doelen en instrumenten: diplomatie, handel, ontwikkelingssamenwerking en defensie.

Tegen de achtergrond van de Russische agressieoorlog in Oekraïne pakken Europa en Nederland meer de regie voor de eigen veiligheid en worden significante stappen gezet om de Europese militaire slagkracht en de weerbaarheid van onze samenleving te versterken. In een situatie waarin China en Rusland steeds inniger samenwerken, hebben de VS en Europa een groter wederzijds belang bij sterke trans-Atlantische banden. 

Nederland speelt een voortrekkersrol om Europa binnen de NAVO sterker te maken door de opbouw van Europese defensiecapaciteiten en een betere, effectievere Europese samenwerking binnen de NAVO. De rol van de EU om met andere Europese NAVO-partners structureel bij te dragen aan NAVO-doelstellingen is cruciaal. Binnen de EU en de NAVO vormt Nederland kopgroepen om sneller meer gedaan te krijgen en samenwerking binnen de NAVO en de EU door vraagbundeling, coproductie en standaardisatie verder te brengen. Nederland streeft ernaar dit breed te verankeren door openheid voor samenwerking met de NAVO-bondgenoten VK, Noorwegen, Canada, VS en Turkije. Ook partnerschappen met landen als Japan, Zuid-Korea en Australië kunnen daarbij een rol spelen.

De oorlog in Oekraïne blijft onverminderd onze aandacht opeisen en Nederland gaat dan ook door met de militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne. Dat blijft in ons belang, ook om na een eventueel bestand mogelijke toekomstige agressie af te schrikken. Andere sporen van onze inzet zijn ondersteuning van het streven naar gerechtigheid via onder meer het agressietribunaal.

Hoe sterk we kunnen opereren als Nederland en EU hangt af van hoe sterk we zelf staan. Dat vraagt om het versterken van ons verdienvermogen en tegelijkertijd om het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden op onder meer het gebied van veiligheid, energie, kritieke grondstoffen en (digitale) technologie1. De Europese meerjarenbegroting – het Meerjarig Financieel Kader – moet gemoderniseerd worden en gericht zijn op de strategische prioriteiten: het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid, defensie en innovatie, terwijl de Nederlandse netto-betalingspositie niet moet verslechteren.

Veiligheid in het Koninkrijk is onlosmakelijk verbonden met de stabiliteit in de rest van de wereld, zoals geïllustreerd wordt door het Iran-conflict en de veiligheidssituatie in Venezuela en het Caraïbisch gebied. Instabiliteit in Afrika, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika raakt ons door irreguliere migratie, terrorisme en ondermijnende criminaliteit, en vraagt om die reden ook onze aandacht. Nederland verdiept partnerschappen met landen in het mondiale Zuiden omwille van wederzijdse veiligheids- en economische belangen, en beoogt zodoende tegenwicht te bieden tegen andere machtsblokken.

Machtspolitiek is volop terug en het internationale recht wordt daarbij gemakkelijk terzijde geschoven. Samen met gelijkgestemde landen werkt Nederland aan het versterken van democratische krachten, het beschermen van de open wereldeconomie en het bevorderen van de internationale rechtsorde. Opkomen voor onze belangen doen we vanuit onze waarden – democratie, rechtstaat en individuele vrijheden – en in de wetenschap dat niet elke partner altijd al onze waarden geheel zal delen. In 2027 is het Koninkrijk voorzitter van de Raad van Europa, de organisatie bij uitstek om invloed uit te oefenen op de versterking van deze waarden en de naleving van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens binnen Europa. Onze diplomatieke vertegenwoordigingen reflecteren de prioriteiten voor Nederland in de wereld. Met de aangekondigde intensivering in het postennet investeert het kabinet in steviger strategische partnerschappen op het gebied van veiligheid, in economische groeimarkten, bij het afbouwen van afhankelijkheden en bij verbetering van mensenrechten, democratie en rechtsstaat. Tegelijkertijd zullen er posten worden gesloten als gevolg van de taakstelling van het vorig kabinet.

Het Koninkrijk in de wereld

Onverminderde steun voor Oekraïne

Nederland steunt Oekraïne moreel, militair, financieel, humanitair en sociaaleconomisch onverminderd en meerjarig. De kern van de Nederlandse inzet is tweeledig: het blijven steunen van Oekraïne op militair en niet-militair vlak en het opvoeren van de druk op Rusland. Nederland roept internationaal op tot burden sharing en zet in op meer steun aan Oekraïne via de EU. De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa. Een sterk Oekraïne is de beste verdediging tegen Russische agressie. Daarmee draagt Oekraïne ook bij aan de Nederlandse en Europese veiligheid. Nederland vervult een voortrekkersrol door het verder versterken van de ontwikkeling en naleving van de EU-sancties tegen Rusland en zet zich onder andere in voor het aanpakken van de schaduw­vloot en het tegengaan van sanctieomzeiling. Met inwerkingtreding van de nieuwe wet internationale sanctiemaatregelen wordt ook het Centraal Meldpunt Sancties opgericht. De oprichting van een Europese sanctie-instelling om de effectiviteit van sancties EU-breed te vergroten heeft prioriteit. Een belangrijk moment in de bilaterale relatie met Oekraïne is de jaarlijkse Lviv-conferentie, die in het teken staat van het EU-toetredings­proces van Oekraïne en zich onder andere richt op rechtsstaat en accounta­bility, energie, sociale zaken en landbouw. Waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap voor het neerhalen van vlucht MH17 worden voortgezet.

Europese veiligheid

Het kabinet zet in op versterkte Europese veiligheid via de NAVO, EU en partnerschappen. Het kabinet wil een voortrekkersrol spelen bij het toewerken naar een sterker Europa in de NAVO, met een gelijkere lastenverdeling onder bondgenoten en een grotere rol van Europa binnen de collectieve afschrikking en verdediging van de NAVO. Het NAVO-bondgenootschap blijft de hoeksteen van de Europese veiligheid. De EU heeft een belangrijke rol in het bevorderen van defensiegereedheid via financiering, wetgeving en coördinatie. Nederland streeft naar het doorbreken van nationale focus en naar een Europese defensie-industrie die concurrerend en innovatief samenwerkt met internationale partners. Openheid voor derde landen zoals het VK, Canada, Noorwegen, Turkije, Oekraïne en de VS is daarbij cruciaal. Het versterken van de Europese defensiecapaciteiten draagt ook bij aan een grotere Europese rol binnen de NAVO, waarbinnen Europa op termijn zelfstandiger militair kan optreden.

Trans-Atlantische relatie

De betrekkingen tussen de VS en Nederland zijn belangrijk voor onze veiligheid en welvaart. De VS is een belangrijke bondgenoot binnen de NAVO. De economische banden tussen de VS en Nederland zijn sterk en veelzijdig. Voor het Nederlandse bedrijfsleven en verdienvermogen is de Amerikaanse markt van groot belang en biedt veel kansen voor verdere intensivering. Nederland zoekt samenwerking met de VS in multilaterale organisaties, waar we elkaar vinden in onze gedeelde inzet voor een veiligere, welvarender en rechtvaardiger wereld. Het kabinet wil de goede relatie met Canada verder verdiepen. Op onderwerpen als veiligheid, defensie en internationale rechtsorde hebben Canada en Nederland veel gedeelde belangen. Daarnaast bieden de voorraden kritische grondstoffen en energiebronnen in Canada kansen voor versterkte economische en technologische samenwerking met Nederland en Europa.

Iran, het Midden-Oosten en de Golf-regio

Nederland blijft inzetten op diplomatieke onderhandelingen om te komen tot een duurzaam einde van het Iran-conflict – ook in het licht van zorgen rondom het nucleaire programma van Iran en diens destabiliserende rol in de regio. Ook blijft Nederland aandacht vragen voor bescherming van de Iraanse bevolking als onderdeel van een vredesdeal.

Het Iran-conflict en de voortdurende belemmering van de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz hebben grote gevolgen voor de stabiliteit in de Golfregio. Nederland is solidair met de Golfpartners en hun legitieme veiligheidsbehoefte in deze crisis.

Het kabinet blijft zich inzetten voor een tweestatenoplossing, te weten een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig Israël. Nederland draagt bij aan het lenigen van de humanitaire noden in Gaza en draagt in multilateraal verband bij aan het vroeg herstel van Gaza. Het kabinet hanteert een combinatie van dialoog en druk om de Israëlische regering van koers te doen veranderen, onder meer ten aanzien van kolonistengeweld en om de uitbreiding van illegale nederzettingen tegen te gaan. Het kabinet werkt aan een nationaal verbod op handel in goederen afkomstig uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Het kabinet werkt aan een nationaal verbod op handel in goederen afkomstig uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Hiervoor heeft het kabinet op 22 mei 2026 besloten een sanctiebesluit voor te leggen aan de Raad van State voor een spoedadvies.

Veiligheidssituatie in Venezuela en het Caraïbisch gebied

Een stabiel Venezuela is van belang voor de veiligheid en stabiliteit van het Koninkrijk. Het kabinet blijft monitoren op relevante indicatoren en heeft nauw overleg met de Caraïbische delen van het Koninkrijk. Verdere stappen richting herstel van de rechtsstaat en democratie in Venezuela zijn noodzakelijk, ook om de sociaaleconomische situatie duurzaam te verbeteren.

Azië

Strategische samenwerking met landen in de Azië-regio biedt kansen voor economische groei, handhaving van de internationale rechtsorde en het aandragen van gezamenlijke oplossingen zoals voor klimaatverandering. Daarnaast spelen veiligheidsbelangen een belangrijke rol. Toenemende spanningen, o.a. in de Zuid-Chinese Zee, de Straat van Taiwan en in de Golfregio, hebben effect op de stabiliteit van de regio en mondiale waardenketens, vanwege cruciale zeevaartroutes die door de regio lopen. Door actief in te zetten op partnerschappen in deze regio kan Nederland zijn positie in de wereld versterken, afhankelijkheden diversifiëren en bijdragen aan een duurzame toekomst. Constructief engagement met China, op basis van Nederlandse en Europese belangen, blijft onverminderd belangrijk. Het kabinet zet tevens in op het beschermen van onze vrijheden en economische en kennisveiligheid.

Afrika

Het Afrikaanse continent is een belangrijke nabuur van Europa en zal de komende decennia in zowel economisch als politiek gewicht verder toenemen. De snelle bevolkingsgroei en het arbeidspotentieel in Afrika bieden kansen om ontwikkeling op het continent te versnellen, mits overheid en markt samen investeren in mensen, duurzame economische ontwikkeling, handel en infrastructuur. Zoals uiteengezet in de Afrikastrategie (2023), zet Nederland in Afrika in op brede en gelijkwaardige partnerschappen met belangrijke handel- en investeringspartners en regionale zwaargewichten als Zuid-Afrika, Kenia, Nigeria en Egypte. De Nederlandse inzet richt zich op een veelheid van samenwerking waaronder versterking van handel en economie, migratie en terugkeer, veiligheid, politiek en cultuur. Ook zijn we gelijkgezind op thema’s zoals mensenrechten, gendergelijkheid en staan we voor het multilaterale systeem.

Samenwerken met partners

Een slagvaardige en onafhankelijke EU

De EU staat voor onze veiligheid, onze welvaart en voor het behoud van onze Europese waarden als democratie en rechtsstaat. Voor een sterkere interne markt, digitalisering, de klimaat- en energietransitie en (economische) veiligheid blijft Nederland zich inzetten voor een innovatieve en concurrerende EU. Essentieel voor het Nederlandse verdienmodel zijn de groene transitie, duurzame en innovatieve productie in Europa en het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden waaronder op het gebied van (digitale) technologie en fossiele brandstoffen.

Het kabinet zet zich ervoor in dat het Europees Concurrentievermogenfonds en Horizon Europe – als onderdeel van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) – de Europese productiviteitsgroei verhogen en dat de focus komt te liggen op de meest strategische technologieën en sectoren. Het MFK moet zich richten op strategische prioriteiten: het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie, en innovatie en onderzoek. Het is daarbij voor het kabinet essentieel dat lidstaten voldoen aan de rechtsstaatbeginselen en de grondrechten om middelen te kunnen ontvangen uit de EU-begroting. De Nederlandse netto-afdrachtenpositie mag niet verslechteren.

Om het Nederlands verdienvermogen te vergroten en Nederland weerbaar te maken tegen schokken van buitenaf, spoort het kabinet de Commissie aan tot het sluiten van nieuwe handels- en investeringsverdragen, met goede afspraken over handel en duurzaamheid, en over toegang tot kritieke grondstoffen.

Om de geopolitieke uitdagingen waarmee de EU wordt geconfronteerd het hoofd te kunnen bieden, zet het kabinet in op het versterken en versnellen van de besluitvormingsprocedures binnen het Gemeenschappelijk Buitenland- en Veiligheidsbeleid (GBVB) en pleit het samen met gelijkgezinde lidstaten voor gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming.

Het kabinet zet zich in EU-verband in voor een modern, streng en menswaardig migratiemodel en voor strategische partnerschappen met derde landen, waarin migratie integraal is meegenomen. Doel is irreguliere migratie te beperken, migranten te beschermen, terugkeer te bevorderen en opvang in de regio te versterken, met inachtneming van internationaal en Europees recht en mensenrechten. Het kabinet blijft inzetten op uitvoering van het Asiel- en Migratiepact, verbetering van terugkeer en innovatieve partnerschappen met derde landen, waaronder terugkeer- en transithubs.

Het kabinet bereidt zich voor op toekomstige uitbreiding van de EU, en zet daarom in op: (1) een strikt, fair en betrokken EU-uitbreidingsbeleid, in combinatie met geleidelijke integratie; (2) stevige waarborgen in nieuwe toetredingsverdragen en (3) hervormingen die de EU toekomstbestendig houden.

Internationale orde

In de verschuiving naar een meer geopolitiek geïntegreerd buitenlandbeleid worden multilateralisme en mensenrechten, democratie en internationale rechtsorde nadrukkelijk ingezet als onderdeel van een breder pakket aan instrumenten om veiligheid, strategische autonomie en verdienvermogen van Nederland en de EU te versterken. Het Rijksbrede beleidskader Mondiaal Multilateralisme is daarin instrumenteel met de drieslag van het beschermen van de fundamentele beginselen van de internationale orde, het versterken en verbreden van de samenwerking binnen de EU en daarbuiten, en het hervormen van het multilaterale stelsel om het effectief en inclusief te maken.

De VN blijft – ondanks de druk op het multilaterale systeem – het belangrijkste mondiale platform waar landen elkaar treffen, posities worden uitgesproken en normerende afspraken worden gemaakt. In dat verband zet Nederland in op partnerschappen met bijvoorbeeld Indonesië door het organiseren van een Peace Keeping Ministeriele bijeenkomst, met Japan op o.a. het terrein van accountability, en met China in de aanpak van mondiale klimaat- en duurzaamheidsuitdagingen.

De VN-hervormingsagenda heeft een impuls gekregen met de lancering van het UN80-initiatief. Nederland zet zich in EU-verband in voor nauwere coördinatie om het strategisch Europees belang bij effectief multilateralisme beter te behartigen en Europese bijdragen aan multilaterale samenwerking in te zetten voor grotere politieke invloed. Het kabinet zet verder in op het effectiever en representatiever maken van internationale instellingen zoals de VN inclusief de VN-Veiligheidsraad, o.a. als covoorzitter van het onderhandelingsproces voor VN-veiligheidsraadhervormingen.

Bilaterale partnerschappen

Partners in Europa

We bouwen aan een slagvaardig en onafhankelijk Europa. Binnen de EU vormen Duitsland en Frankrijk het anker. Zo blijft Duitsland de belangrijkste handelspartner van Nederland en vormt het economische hart van Europa. Nederland en Duitsland werken nauw samen op thema’s als infrastructuur, defensie-industrie, energie en grensoverschrijdende samenwerking. Bovendien kennen Nederland en Duitsland gezamenlijke veiligheidsuitdagingen, en is er geen land waarmee Nederland verder geïntegreerd is op defensiesamenwerking (1GNC). In de relatie met Frankrijk zijn economische weerbaarheid en technologische soevereiniteit belangrijke speerpunten, evenals het investeren in een gebalanceerde relatie met de VS en het versterken van de banden met opkomende wereldmachten en gelijkgezinde landen. Op veiligheidsgebied werken Nederland en Frankrijk actief samen binnen de NAVO, onder andere met het oog op het ontwikkelen van eigenstandige Europese defensiecapaciteiten, en wordt een strategische dialoog over Europese nucleaire en conventionele afschrikking gevoerd.

Met een land als Polen verdiept Nederland de strategische relatie. Op het gebied van Europese veiligheid is Polen een essentiële partner als logistieke hub voor Nederlandse en NAVO-steun aan Oekraïne en de verdediging van de NAVO-oostflank. Ook werken Nederland en Polen nauw samen in E6-verband t.a.v. het versterken van het concurrentievermogen en de interne markt van de EU. Op EU-dossiers waar Nederland en Polen niet altijd gelijkgezind zijn zoals het MFK en het Emission Trading System (ETS) zoekt Nederland actief de dialoog op om tot oplossingen te komen. De Utrecht Conferentie blijft het strategische forum voor bilaterale consultaties.

Met landen als Spanje en Italië zijn er goede bilaterale en handelsrelaties. Nederland en Spanje werken nauw samen op het gebied van de bestrijding van ondermijnende criminaliteit, economische integratie, en financieel-economische samenwerking. Op energie en klimaat zijn Nederland en Spanje gelijkgezind, en zorgen over de negatieve gevolgen van het gebruik van sociale media en kunstmatige intelligentie worden gedeeld. Op het gebied van migratie en concurrentievermogen is de inzet van Italië grotendeels in lijn met Nederland. De bilaterale relatie tussen Nederland en Italië wordt onderstreept door onder andere de Van Wittel-Vanvitelli dialoog. Dit biedt kansen om verdere samenwerking op te zoeken en bruggen met zuidelijke EU-lidstaten te slaan in zowel EU- als bilateraal verband.

Met België en Luxemburg werkt Nederland, onder andere via de Benelux Unie, zeer nauw samen op het gebied van onder meer grensoverschrijdende samenwerking, justitie, politiesamenwerking, concurrentievermogen, energie en crisisparaatheid. In 2027 zal, in aansluiting op het Nederlands voorzitterschap in 2026, nadruk liggen op economische samenwerking en versterking van de interne markt, veiligheid en weerbaarheid en duurzame transitie, alsook de rol van de Benelux als proeftuin voor Europese samenwerking. De Scandinavische en Baltische partners zijn bijvoorbeeld belangrijke gelijkgestemde partners ten aanzien van de NAVO, de trans-Atlantische relatie en een stevigere Europese verantwoordelijkheid op veiligheid en steun aan Oekraïne. De Scandinavische landen spelen een centrale rol in het Europese deel van het Noordpoolgebied, onder andere op het gebied van veiligheid.

Ook zet Nederland nadrukkelijk in op het verdiepen van relaties met landen die geen lid zijn van de EU. Zo stelt Nederland zich op als bruggenbouwer tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Een ander voorbeeld is Noorwegen, een NAVO-partner met wie Nederland nauw samenwerkt op veiligheidsgebied. Turkije is een NAVO-bondgenoot en voor Nederland en de EU een belangrijke strategische samenwerkingspartner op terreinen als veiligheid, economie en migratie. Zwitserland is voor Nederland een belangrijke, gelijkgezinde partner met vergelijkbare uitdagingen en een sterke innovatiekracht, waarmee Nederland nauw samenwerkt ten behoeve van de welvaart en concurrentievermogen in Europa. Nederland blijft een actieve partner van de zes landen in de Westelijke Balkan, met name op het gebied van veiligheid en stabiliteit, rechtsstaat en economische samenwerking. Nederland helpt landen als Armenië en Moldavië bij het tegengaan van Russische inmenging en bij het bestendigen van mensenrechten, democratie en rechtstaat.

Partners in het Westelijk Halfrond

De betrekkingen tussen de VS en Nederland zijn essentieel voor onze veiligheid en welvaart, binnen de NAVO en multilaterale organisaties. Met Canada wil het kabinet de goede relatie verder verdiepen op onderwerpen als veiligheid, defensie en internationale rechtsorde. Daarom werkt Nederland werkt aan een strategisch partnerschap op het gebied van defensie(-industrie), energie en kritieke grondstoffen. Op diverse terreinen werkt Nederland samen met strategische en gelijkgestemde partners in de regio Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (LAC), waaronder met Brazilië – een van de belangrijkste partners in de regio. De bescherming van multilateralisme en internationale rechtsorde, het bevorderen van duurzame handel en investeringen alsook het tegengaan van (de ondermijnende effecten van) grensoverschrijdende criminaliteit staan centraal. Zowel bilateraal als multilateraal is Brazilië op veel prioritaire mensenrechtenthema’s gelijkgestemd.

Partners in de Indo-Pacific

In de Azië-regio zet Nederland in op versterkte samenwerking met gelijkgezinde landen, zoals de Indo-Pacific4 (IP4) – Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, Zuid-Korea – en strategische middenmachten als India en Indonesië. Met Singapore zet Nederland in op een Focused Partnership om in tijden van groeiende concurrentie onze sterke positie te behouden. De samenwerkingspartnerschappen met Vietnam richten zich op terreinen zoals water, kritieke grondstoffen en landbouw. Het Development Partnership met ASEAN biedt mogelijkheid om op diverse thema’s regionaal samen te werken. Nederland steunt de EU-inzet op versterkte partnerschappen met de regio zoals de recente Veiligheids-en Defensiepartnerschappen met India en Australië en de vrijhandelsakkoorden met Indonesië, India en Australië.

Partners in Afrika en het Midden Oosten

Nederland heeft een strategisch partnerschap met Marokko, waarbij de grote diaspora (van meer dan 400.000 personen) een belangrijke factor is. Marokko is van groot belang bij het voorkomen van instabiliteit in West-Afrika en de Sahel en voor de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit en contra-terrorisme. Daarnaast is Marokko een essentiële partner op het migratiedossier. Als stabiele democratie in Noord-Afrika is het van belang met Marokko te blijven engageren. Ten slotte is Marokko voor Nederland een belangrijke partner vanwege het verdienvermogen en de economische kansen die er liggen.

Een ander voorbeeld is de strategische relatie met G20-lid Saoedi-Arabië en de bredere Golfregio, belangrijke partners op het gebied van energiezekerheid en -transitie, handel en investeringen. Ook heeft de regio groeiend geopolitiek gewicht en speelt het een belangrijke rol ten behoeve van stabiliteit in het Midden-Oosten. De EU en de Golfregio delen belang bij het beschermen van de vrije doorvaart in o.a. de Straat van Hormuz en de Rode Zee. Voor wat betreft Syrië blijft de situatie, na geweldsescalaties in maart en juli 2025 en gevechten in noordoost Syrië in januari 2026, volatiel. Nederland zet in op een inclusieve politieke transitie, bescherming van alle Syrische gemeenschappen, accountability en wederopbouw en heeft in dit kader de formele diplomatieke contacten met de Syrische regering hervat. Deze inspanningen dragen bij aan de Nederlandse belangen op het gebied van duurzame stabiliteit, veiligheid en migratie/terugkeer. Het kabinet beziet op welke manier de presentie van Nederland in Syrië te vergroten om de Nederlandse belangen daar effectief te vertegenwoordigen.

Samenwerken en vaart maken

Een veilig Nederland in een sterk Europa

Een agressief Rusland, een steeds assertiever China, hybride dreigingen en de competitie over nieuwe technologieën, in combinatie met een veranderende opstelling van de VS, plaatsen Nederland en Europa voor een grote veiligheidsopgave. We zetten ons in voor een veilig Nederland via de NAVO, EU en partnerschappen. Vanaf de oprichting van de NAVO en de Europese Unie vormt Nederland een belangrijke motor van de economische grootmacht Europa. Nederland heeft de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid om mee aan het stuur te zitten in Europa zodat onze veiligheid, welvaart en vrije manier van leven beschermend kunnen worden. Nederland heeft geopolitiek en geo-economisch besef nodig op alle terreinen en een presentie in de wereld die gebaseerd is op zelfvertrouwen én realisme.

Onze vrijheden zijn de basis voor veiligheid en welvaart

Zoals uiteengezet in de beleidsbrief 2026 zet Nederland in op een op waarden gebaseerd en realistisch buitenlandbeleid voor de belangen van het Koninkrijk in de wereld. Nederland komt op voor zijn belangen vanuit zijn waarden – democratie, rechtsstaat en individuele vrijheden – en in de wetenschap dat niet elke partner deze waarden altijd zal delen. Nederland zet zich zowel bilateraal als in multilateraal verband in voor deze waarden waarbij de beleidsnota Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde als leidraad geldt.

Voor inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging zijn structureel middelen vrijgemaakt voor de Speciaal Gezant van de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging (SGRL) conform de motie-Ceder c.s.2om te borgen dat de functie zelfstandig en volwaardig kan bestaan. De SGRL, net als de Mensenrechtenambassadeur, beheert geen eigen programmabudget maar kan gebruikmaken van bestaande instrumenten. Hieronder vallen o.a. het Mensenrechtenfonds en het FOCUS-programma.

Nederland heeft als gastland van een aantal belangrijke internationale organisaties een belangrijke verantwoordelijkheid bij het onderhouden van de internationale rechtsorde, en zet zich nadrukkelijk in voor het beschermen van de onafhankelijkheid, veiligheid en operationele continuïteit van internationale instellingen. Dit betreft in het bijzonder het Internationaal Strafhof en het op te richten Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne (STCA) en onze voortrekkersrol op accountability.

We ondersteunen onze burgers waar dat nodig is

Consulaire processen, zoals publieksinformatie en klantcontact, paspoort- en visumverlening en consulaire crisiscoördinatie worden verder doorontwikkeld met inzet van nieuwe (digitale) technologieën. Klantgerichtheid, de menselijke maat voor consulaire doelgroepen en de geldende kaders blijven daarbij leidend. Ook zet Nederland in op een gecoördineerde aanpak van repatriëringen van EU-burgers uit conflictgebieden.

Nederland zet bij het EU-visumbeleid in op het effectief tegengaan van fraude en misbruik, evenals op het bevorderen van terugkeersamenwerking en internationale handel met derde landen. Nederland pleit voor het sneller inzetten van gerichte visumbeperkingen bij verslechteringen in de politieke of veiligheidssituatie, onvoldoende samenwerking op het gebied van terugkeer, of in reactie op vijandige acties. Daarnaast zet Nederland zich in voor verdere modernisering van het visumproces, met name voor online aanvragen via een aanvraagportaal, e-visa en grens- en veiligheidsvraagstukken.

Met kunst en cultuur zet Nederland zich in om een positieve bijdrage te leveren aan versterkte bilaterale relaties. Met het vierjarig kader internationaal cultuurbeleid (ICB 2025-2028) wordt deze verbinding met name gezocht in de relaties met Europese landen en handelsbevordering voor de creatieve industrie. Daarbij omvat culturele samenwerking ook het beschermen van identiteit en culturele objecten in gewapend conflict, het stabiliseren van beschadigd erfgoed, training van professionals ter bescherming van cultuurobjecten, en museale samenwerking met herkomstlanden op cultuurgoederen uit een koloniale context.

Buitenlandbeleid voor onze toekomst

Met de aangekondigde intensivering in het postennet investeert het kabinet in steviger strategische partnerschappen op het gebied van veiligheid, in economische groeimarkten, bij het afbouwen van afhankelijkheden en bij verbetering van mensenrechten, democratie en rechtsstaat

Postennet: openen en sluiten postenTen aanzien van ons fysieke postennetwerk van ambassades, consulaten en permanente vertegenwoordigingen zet het kabinet gerichte stappen om dit netwerk nog beter in te zetten in een veranderende geopolitieke context. Daarbij houden we voortdurend rekening met onze ambities, ons handelingsperspectief en de beschikbare middelen. De te openen en nog te sluiten posten zijn uiteengezet in Kamerbrief d.d. 15 september 2026 als onderdeel van het bestedingsvoorstel van de intensivering op het postennet.

Postennet: versterking bestaand netwerkVoor het postennet zal de economische en diplomatieke aanwezigheid op bestaande posten waar mogelijk worden versterkt, daar waar de Nederlandse belangen vragen om extra inzet. Hierin wordt ook de ondersteuning van het postennet op het departement in Den Haag meegenomen, voor het realiseren van zo groot mogelijke impact van het postennet.

Slagvaardige Overheid

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een Rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot EUR 13,7 mln. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Tabel 1 Overzicht Slagvaardige Overheid

Overzicht Slagvaardige Overheid

       

in miljoenen euro’s

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

       

Efficiencytaakstelling

0

0

0

0

1,2

2,5

2,5

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

0

0

0

0

4,5

11,3

11,3

De Efficiencytaakstelling uit het Coalitieakkoord (maatregel 61) van EUR 1,2 miljoen in 2029 en EUR 2,5 miljoen structureel vanaf 2030 dient binnen BZ nog inhoudelijk ingevuld te worden.

De invulling van de taakstelling Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid uit het Coalitieakkoord (maatregel 62) van EUR 4,5 miljoen in 2029 en EUR 11,3 miljoen structureel vanaf 2030 is conform grondslag verdeeld over de artikelen. Over de definitieve invulling van de taakstelling zal nadere besluitvorming plaatsvinden.

Interdepartementaal zetten we in op verdergaande samenwerking als één Overheid. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor het internationale domein en het postennet zet BZ zich in om de dienstverlening voor de Internationale Functie van het Rijk verder te versterken. Voor Nederland, wereldwijd. We zijn constructief ten aanzien van de beoogde doorontwikkeling van de Rijksbrede bedrijfsvoering gericht op verdere standaardisatie en centralisatie waar dat voordelen oplevert. Wel vraagt het internationaal domein en de zorg voor onze bedrijfscontinuïteit, ook vanwege de toegenomen druk op (informatie)veiligheid van ons een kritische afweging in hoeverre BZ mee kan gaan in de stroom van standaard dienstverlening en waar een noodzaak bestaat om de dienstverlening als specialty te (blijven) organiseren, zo nodig ook ten behoeve van andere departementen.

1

Zoals ook uiteengezet in de Nederlandse Internationale AI strategie verschenen op 3/7/2026

2

Kamerstuk 36 800 V, nr. 76

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand begroting 2026

 

16.647.656

16.588.786

18.292.316

18.799.814

19.326.955

0

        

Totaal mutaties eerste suppletoire begroting 2026

 

479.925

1.392.892

1.236.540

1.227.001

1.291.301

21.271.950

Mutaties coalitieakkoord

       

Maatregel 61: Efficiencytaakstelling

div.

0

‒ 5

‒ 11

‒ 1.262

‒ 2.478

‒ 2.478

Maatregel 62: Vernieuwing Rijksdienst: slagvaardige overheid

div.

   

‒ 4.521

‒ 11.312

‒ 11.312

Maatregel 63: Subsidietaakstelling

div.

 

‒ 915

‒ 915

‒ 915

‒ 915

‒ 915

        

Mutaties Eerste suppletoire begroting

       

Makandra

2.4

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

 

Afdrachten aan de Europese Unie

3.1

‒ 113.832

360.580

276.696

455.316

569.276

683.566

Europese Vredesfaciliteit

3.5

197.781

     

Invoerrechten aan de Europese Unie

3.6

500.465

1.016.475

1.013.346

879.839

901.024

1.143.024

HGIS prijsbijstelling

6.1

‒ 23.464

‒ 54.465

‒ 89.214

‒ 118.751

‒ 151.279

‒ 181.718

Apparaat; personeel (LPB)

7.1

35.721

9.030

    

Apparaat; materieel (huisvesting) middelenafspraak

7.1

‒ 25.400

‒ 35.000

‒ 35.000

‒ 35.000

‒ 35.000

‒ 30.000

Voorzitterschap Raad van Europa

div.

1.185

7.704

620

   

Mutaties Nota van Wijziging

div.

‒ 152.000

83.000

36.000

33.000

  

Extrapolatie

      

19.652.960

Overige mutaties

div.

57.469

4.488

33.018

17.295

19.985

18.823

        

Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027

 

‒ 108.327

‒ 247.642

‒ 474.644

‒ 757.364

‒ 1.216.436

‒ 1.657.774

1) Afdrachten aan de EU

3.1

‒ 352.090

‒ 611.285

‒ 778.024

‒ 1.042.924

‒ 1.246.054

‒ 1.511.257

2) Invoerrechten aan de EU

3.6

230.614

271.314

197.366

103.082

‒ 11.125

‒ 179.699

3) Opvolging excuses Slavernijverleden

4.4

0

44.635

9.000

1.665

0

0

4) EU-voorzitterschap

3.4

0

9.400

28.200

119.100

0

0

5) Oekraine (V)

2.6

‒ 2.700

19.700

18.000

18.000

0

0

6) Bevordering Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (inclusief amendement Dassen-Piri)

2.5

531

5.626

13.000

7.000

10.000

10.000

7) Mensenrechtenfonds

1.2

0

2.000

6.000

5.000

5.000

0

8) Apparaat: intensivering postennet

7.1

0

33.400

32.500

31.500

30.200

28.800

9) Apparaat: loonbijstelling CAO Rijk

7.1

1.078

1.172

1.133

1.140

1.134

1.149

10) Augustusbesluitvorming maatregel 69: Aanvullende taakstelling Rijk

div.

0

0

0

0

0

‒ 2.835

11) Augustusbesluitvorming maatregel 70: Versnellen slagvaardige overheid

div.

0

0

‒ 2.577

‒ 2.646

0

0

12) Overige mutaties

div.

14.240

‒ 23.604

758

1.719

‒ 5.591

‒ 3.932

Stand ontwerpbegroting 2027

 

17.019.254

17.734.036

19.054.212

19.269.451

19.401.820

19.614.176

Toelichting

  • 1. Afdrachten aan de Europese Unie:DAB 1 2026

    In de eerste aanvullende begroting (DAB1) verwerkt de Commissie het verschil tussen de inkomsten en uitgaven (het surplus) van 2025 in de Europese begroting van 2026. Voor Nederland leidt het surplus tot circa EUR 134 miljoen lagere EU-afdrachten in 2026.

    DAB 2 2026 (lenteraming)

    In de tweede aanvullende begroting (DAB2) actualiseert de Commissie de begroting onder meer op basis van de Lenteraming met de meest recente economische ramingen voor de eigen middelen. De cijfers zijn vastgesteld in het Advisory Committee on Own Resources (ACOR). Dit heeft een effect op de raming van de invoerrechten en de plastic-, btw- en bni-afdracht op EU-niveau.

    Het Nederlandse bni-aandeel daalt van 6,4% naar 6,2%, wat leidt tot lagere verwachte bni-afdracht in de Nederlandse raming. Dit resulteert in een structurele meevaller van 402 miljoen in 2026 oplopend tot 499 miljoen in 2031, met een uitschieter van 567 miljoen in 2027. Deze uitschieter wordt veroorzaakt door een bijgestelde verwachting van de economische groei in 2027 ten opzichte van eerdere projecties.

    De Nederlandse grondslagen voor de btw- en plastic-afdracht liggen hoger dan eerder verwacht, wat leidt tot een stijging van de btw-afdracht met EUR 15 miljoen in 2026 oplopend tot EUR 19 miljoen in 2031. De stijging van de plastic-grondslag bedraagt circa EUR 2 miljoen vanaf 2026.

    In DAB2 is het betalingenniveau van de EU-begroting in 2026 met EUR 8 miljard naar boven bijgesteld waardoor de bni-afdracht stijgt (ca. EUR 63 miljoen). Daar staat tegenover dat de verwachte Nederlandse VK-bijdrage uit hoofde van het Terugtrekkingsakkoord en de overige ontvangsten (boete-inkomsten) zorgen voor lagere bni-afdracht (EUR 65 miljoen in 2026).Naar verwachting wordt de Europese begroting in 2026 omhoog bijgesteld. Voor het restant van 2026 wordt hierom marge in de raming van de Nederlandse EU-afdrachten verwerkt om mogelijke ophogingen van het betalingenniveau op te vangen. Dit resulteert in een tegenvaller van 168 miljoen euro.

    Verwerking technische aanpassingen en Europese ontwerpbegroting 2027

    De raming van de Nederlandse EU-afdrachten voor 2027 is gebaseerd op het maximale MFK-betalingenplafond en de maximale inzet van de speciale instrumenten bij het MFK. In de technische aanpassing en voorstel voor de EU-begroting 2027 worden het plafond en inzet speciale instrumenten aangepast. Doordat deze stijgen, stijgt ook de geraamde Nederlandse bni-afdracht met EUR 175 miljoen in 2027.

    De korting die Nederland en enkele andere lidstaten ontvangen op de bni-afdracht is geactualiseerd op basis van de meest recente deflator voor het bbp, zoals vastgelegd in het Eigenmiddelenbesluit. Dit levert meevallers op in 2027 (EUR 24 miljoen) en 2028 (EUR 8 miljoen), en tegenvallers in latere jaren (EUR 34 miljoen in 2029, oplopend tot EUR 120 miljoen in 2031).

    Tot slot actualiseert de Commissie ook de overige ontvangsten (inclusief boete-inkomsten) voor 2027. Hierdoor daalt de geraamde Nederlandse bni-afdracht met circa EUR 24 miljoen in 2027.

    Actualisatie rentekosten van NextGenerationEU (NGEU) vanaf 2028

    Vanaf 2028 zijn de aflossingen en rentebetalingen van het coronaherstelfonds NGEU opgenomen in de raming van de Nederlandse EU-afdrachten. De rentekosten zijn gestegen en leiden tot een structurele tegenvaller van EUR 64 miljoen in 2028 aflopend naar EUR 38 miljoen in 2031.Afboeken prijsreservering: Dit betreft een overboeking van de prijsoploop van EU-afdrachten en invoerrechten naar het hoofdstuk Prijsbijstelling op de Aanvullende Post. Er is besloten om de prijsoploop voortaan separaat te presenteren omdat daardoor het verloop van de EU-afdrachten beter inzichtelijk wordt en hiermee de vergelijkbaarheid met andere begrotingen wordt vergroot. Dit betreft alleen een wijziging van presentatiewijze en heeft dus geen effect op de totale omvang van de EU-afdrachten.

  • 2. Invoerrechten: Alle douanerechten die door de lidstaten worden geheven op producten die afkomstig zijn van landen buiten de EU, worden na aftrek van de vergoeding voor de inningskosten (25%) afgedragen aan de EU. Deze douanerechten worden ook wel de Traditionele Eigen Middelen (TEM) genoemd en zijn onlosmakelijk verbonden met de douane-unie. Hoewel de EU ook de ontvangsten uit de TEM raamt, wordt voor artikel 3.6 uitgegaan van de nationale raming van de douanerechten. Deze raming wordt drie keer per jaar geactualiseerd.

  • 3. Het volledige budget voor de opvolging van de excuses voor het Nederlandse slavernijverleden is overgeheveld naar Buitenlandse Zaken aangezien de programma's hiervoor in uitvoering zijn. Deze middelen zijn bestemd voor de programma's die voor opvolging van de excuses in Suriname zorgen.

  • 4. In 2029 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken coördineert en organiseert dit voorzitterschap. Hiervoor zijn de benodigde middelen geraamd op EUR 156,7 miljoen voor de centrale project organisatie door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Aanvullend heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid EUR 65 miljoen begroot voor de veiligheidskosten van het EU-Voorzitterschap. Hiervoor hevelt het ministerie van Buitenlandse Zaken van 2027-2031 jaarlijks EUR 1,2 miljoen over.

  • 5. Voor accountability mbt Oekraine wordt er een kasschuif verwerkt voor een beperkt deel (EUR 2,7 mln) van de middelen van 2026 naar 2027. Dit is afgestemd op de verwachte liquiditeitsbehoefte voor meerjarige projecten in het kader van capaciteitsversterking voor accountability. Verder vindt er een overheveling plaats van EUR 17 miljoen in 2027 en 18 miljoen in 2028 en 2029 van de BHOS- naar de BZ-begroting t.b.v. humanitaire ontmijning (ODA), versterking democratie en rechtstaat (non-ODA) en herstel van cultureel erfgoed (non-ODA):Met aanvullende bijdragen van EUR 10 miljoen per jaar in de jaren 2027, 2028 en 2029 en daarna wordt verder geïnvesteerd in het vrijmaken van landbouwgrond, economische infrastructuur en woongebieden van explosieven. Daarbij wordt, op expliciet verzoek van Oekraïne zelf, steeds meer ingezet op versterking van Oekraïense capaciteit, zodat het land over de middelen en kennis beschikt om de enorme opgaven op dit terrein in de komende decennia zo goed mogelijk zelf aan te kunnen.Het budget voor democratie en rechtsstaat wordt EUR 6 miljoen in 2027 en EUR 7 miljoen in 2028 en 2029. Met dit budget zal Nederland doelgericht zowel hervormingsprogramma’s van de Oekraïense overheid en activiteiten van het maatschappelijk middenveld ondersteunen, gericht op de prioritaire thema’s democratie, rechtsstaat, goed bestuur, anti‑corruptie en onafhankelijke media.De Nederlandse inzet op cultureel erfgoed bedraagt EUR 1 miljoen in de jaren 2027, 2028 en 2029 en zal nader worden bepaald op basis van eerdere ervaring en expertise van de organisaties.

  • 6. Het Matra-programma wordt verhoogd met EUR 2 miljoen in 2027, EUR 5 miljoen in 2028 en EUR 4 miljoen vanaf 2029 structureel. Het Shiraka-programma wordt verhoogd met EUR 2 miljoen in 2027, EUR 8 miljoen in 2028 en EUR 6 miljoen vanaf 2029 structureel. Dit betreffen ODA-middelen vanuit de intensivering Ontwikkelingssamenwerking van de coalitie, zodat de gezamenlijke ambities uit het regeerakkoord, de beleidsbrief (2026D20093) en Kamerwensen (onder meer motie-Piri c.s.) geïntegreerd kunnen worden uitgevoerd.

  • 7. Ook het Mensenrechtenfonds wordt in de jaren 2027-2030 verhoogd met ODA-middelen vanuit de intensivering Ontwikkelingssamenwerking van de coalitie.

  • 8. Het kabinet heeft besloten om een deel van de EUR 35 miljoen uit de aanvullende post over te hevelen naar de BZ-begroting wat ten goede komt aan het versterken van het postennet. Dit is verdeeld over Personeel en Materieel. Het restant blijft op de aanvullende post staan ten behoeve van het postennet en wordt in voorjaar van 2027 verder ingevuld.

  • 9. Betreft resultaat van de CAO-onderhandelingen, wat onder meer resulteerde in een brede loonsverhoging van 2,7% en een compensatie van 0,3%.

  • 10. De Rijksbrede taakstellingen uit de Augustusbesluitvorming (69. Aanvullende taakstelling Rijk en 70. Versnellen slagvaardige overheid) zijn verdeeld over de apparaatsartikelen en de uitgaven aan uitvoering. Voor het apparaat van BZ is het postennet uitgezonderd.

  • 11. Zoals toegelicht onder nummer 10.

  • 12. Overige mutaties. Dit betreft de som van overige kleine mutaties, waaronder opgenomen: dekking van de onvoorziene kosten gepaard met de naleving van de sancties tegen de schaduwvloot wordt een maximale reservering van EUR 1 miljoen per jaar in 2027 en 2028 gemaakt. Deze zijn gericht op mogelijke incidentele kosten van interventies tegen de schaduwvloot in afwachting van structurele dekking/waarborging in lijn met de aangepaste wetgeving. De overige kosten worden gedragen door IenW, JenV en Def.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand begroting 2026

 

4.731.716

1.403.410

1.448.000

1.503.833

1.540.637

0

Belangrijkste mutaties

       

Totaal mutaties eerste suppletoire begroting

 

‒ 111.484

272.719

272.337

238.960

244.256

1.825.693

1) Diverse ontvangsten EU

3.10

125.116

254.119

253.337

219.960

225.256

285.756

2) Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

4.2

4.400

0

0

0

0

0

3) Diverse ontvangsten apparaat

7.1

‒ 241.000

18.600

19.000

19.000

19.000

0

4) Extrapolaties

div.

     

1.539.937

        

Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027

 

57.744

100.000

114.701

124.420

133.250

127.880

1) Invoerrechten EU

3.10

1.600

     

2) Perceptiekostenvergoeding

3.10

56.000

100.000

115.500

125.250

133.250

128.750

3) Overige mutaties

div.

144

 

‒ 799

‒ 830

 

‒ 870

Stand ontwerpbegroting 2027

 

4.677.976

1.776.129

1.835.038

1.867.213

1.918.143

1.953.573

Toelichting

  • 1. Er zijn meerdere nabetalingen voor Traditionele Eigen Middelen (TEM) aan de Europese Unie gedaan, opgeteld 6,6 miljoen euro. Deze middelen zijn na aftrek van perceptiekostenvergoeding van 1,6 miljoen euro overgeheveld vanaf de reservering op de Aanvullende Post naar de BZ-begroting. De 1,6 miljoen euro is het deel van de Traditionele Eigen Middelen (25%) dat Nederland als vergoeding voor het innen van de middelen mag behouden.

  • 2. Verder als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de MEV-cijfers (EUR 55,5 miljoen in 2026) stijgt de perceptiekostenvergoeding en daarmee de ontvangsten. De bijstelling van de raming heeft ook een meerjarig effect dat verwerkt is in de begroting

  • 3. Overige mutaties. Dit betreft de som van overige kleine mutaties

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Het ministerie van Buitenlandse Zaken maakt informatie openbaar waar dat kan en houdt deze vertrouwelijk waar nodig. Een belangrijk deel van het werk van BZ verhoudt zich niet goed tot openbaarheid. De veranderende wereldorde en ingrijpende technologische ontwikkelingen maken dat het anno 2026 ook goed uitlegbaar is dat informatie vertrouwelijk moet blijven om bijvoorbeeld de diplomatieke betrekkingen met landen en organisaties te beschermen. Daar is het ministerie transparant over. BZ moet zich immers via die kanalen effectief inzetten voor (inter)nationale veiligheid en andere belangen van het Koninkrijk.

Met openbaarmaking leggen we beleidskeuzes uit en verantwoorden we deze aan de Kamer en maatschappij. Vanaf het najaar 2026 gebruikt het ministerie hiervoor OpenBZ, een eigen versie van het geprezen publicatieplatform van VWS, OpenVWS, voor openbaarmaking op verzoek, actieve (verplichte) openbaarmaking en de inspanningsplicht ‘betekenisvolle openbaarmaking’. Het platform is gebruiksvriendelijk en draagt bij aan een toegankelijkere en transparantere overheid voor burgers en samenleving.

Openbaarmaking op verzoek

Van de wettelijke kaders voor openheid en transparantie vraagt de Woo verreweg het meest van de organisatie. Het ministerie zet in op het structureel versnellen en versimpelen van de behandeling van Woo-verzoeken. Sinds 2024 zijn al grote stappen gezet. De doorlooptijd van Woo-verzoeken is verkort naar gemiddeld 84 dagen in 2025, in 2024 was dit nog 128 dagen. In 2024 deed BZ 14% van de WOO-verzoeken af binnen de wettelijke termijn, in 2025 steeg dat percentage naar 44%.

Verdere procesoptimalisatie en de inzet van technologie bespoedigen tijdige afhandeling van Woo-verzoeken. Op OpenBZ komt een Woo-formulier dat helpt bij het specificeren van de informatiebehoefte van verzoekers. In ontwikkeling zijnde AI-tooling verbetert het stellen van gespecificeerde – en daarmee beter uitvoerbare – zoekvragen en de toegankelijkheid van openbaar gemaakte informatie. Lichtere interne afstemming ontzorgt de organisatie en bespoedigt publicatie op OpenBZ. Door Woo-verzoeken te beantwoorden met de meest relevante documenten, die inzicht geven in beleids- en besluitvorming, stelt het ministerie de informatiebehoefte van verzoeker én de uitvoerbaarheid voor de organisatie centraal.

Actieve (verplichte) openbaarmaking

Het ministerie gaat OpenBZ ook gebruiken voor publicatie van de zeventien categorieën die bestuursorganen verplicht openbaar moeten maken op grond van artikel 3.3 van de Woo. Het doel is medio 2027 alle verplichte categorieën decentraal gepubliceerd te hebben.

Betekenisvolle openbaarmaking als inspanningsplicht

Parallel aan de voorbereidingen voor openbaarmaking op verzoek en actieve (verplichte) openbaarmaking op OpenBZ, gaat het ministerie ook voor betekenisvolle openbaarmaking op grond van artikel 3.1 van de Woo gebruik maken van dit publicatieplatform. Met onder andere de Nederlandse hulp aan Oekraïne en de economische reisagenda geeft het ministerie al invulling aan de inspanningsplicht. Met OpenBZ moet het voor het departement en de vertegenwoordigingen in het buitenland in 2027 makkelijker worden om informatie die daarvoor geschikt is, proactief openbaar te maken.

2.4 Planning Strategische Evaluatie Agenda

Planning Strategische Evaluatie Agenda

Thema/Periodieke rapportage

Eerstvolgende Periodieke rapportage

Begrotingsartikelen

  

1

2

3

4

Versterkte internationale rechtsorde

uiterlijk 2031

x

   

Veiligheid en stabiliteit

uiterlijk 2031

 

x

  

Effectieve Europese Samenwerking

uiterlijk 2031

  

x

 

Consulaire dienstverlening en uitdragen nederlandse waarden

2028

   

x

Voor een verdere onderbouwing van de strategische evaluatie agenda zie «Bijlage 2: Strategische Evaluatie Agenda»

2.5 Overzicht risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2025

Geraamd te verlenen 2026

Geraamd te vervallen 2026

Uitstaande garanties 2026

Geraamd te verlenen 2026

Geraamd te vervallen 2027

Uitstaande garanties 2027

Garantie-plafond (jaarlijks)

Totaal plafond

3 Effectieve Europese Samenwerking

Raad van Europa

287.446

0

0

287.446

0

0

287.446

0

287.446

 

Totaal

287.446

0

0

287.446

0

0

287.446

0

287.446

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Stand risico voorziening 2025

Saldo 2025

Uitgaven 2026

Ontvangsten 2026

Stand risico voorziening 2026*

Saldo 2027

Uitgaven 2027

Ontvangsten 2027

Stand risico voorziening 2027*

Saldo 2027

3 Effectieve Europese Samenwerking

Raad van Europa

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde

Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid. De Beleidsnota Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde vormt hiervoor de basis. Een sterke internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak, naleving en waar nodig aanvulling van de internationale wet- en regelgeving en voortdurende inzet tegen straffeloosheid voor de meest grove mensenrechtenschendingen en het voorkomen van deze schendingen. Omdat de mensenrechten het best worden gewaarborgd in goed functionerende democratieën, zet Nederland zich in om het krimpen van de democratische ruimte wereldwijd tegen te gaan. Binnen het mensenrechtenbeleid hanteert het kabinet de volgende prioriteiten: gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, gelijke rechten voor LHBTIQ+-personen, vrijheid van religie en levensovertuiging, vrijheid van meningsuiting online en offline en bescherming van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke ruimte.

Nederland versterkt als gastland (en diplomatiek knooppunt) de internationale rechtsorde door bij te dragen aan de weerbaarheid en effectiviteit van internationale instellingen. Dit betreft i) het borgen van Nederland als vestigingsplaats voor internationale gerechtshoven, tribunalen en organisaties die internationale rechtsontwikkeling dragen (waaronder Internationaal Gerechtshof, Internationaal Strafhof en Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens); ii) het beschermen van de onafhankelijkheid, veiligheid en operationele continuïteit van internationale instellingen; en iii) het investeren in aantrekkelijk vestigings- en werkklimaat voor internationale organisaties en diplomatieke missies.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Van een effectief stelsel van internationale organisaties, inclusief financiële bijdrage, om een stabiele internationale omgeving te scheppen en de internationale rechtsorde te versterken;

  • Van naleving van internationale wet- en regelgeving, en het waar nodig aanvullen van deze wet- en regelgeving; 

  • Van het tegengaan van straffeloosheid voor de meest grove mensenrechtenschendingen en het voorkomen van deze schendingen;

  • Van het proces van VN-hervormingen ter versterking van de VN mensenrechtenpilaar. Het kabinet draagt actief voorstellen aan en steunt hervormingen en versterking van de VN-mensenrechtenpilaar, o.a. in het kader van het VN80-Initiatief;

  • Van het tegengaan van de krimpende democratische ruimte;

  • Van een betere mensenrechtensituatie mede door het financieren en uitvoeren van projecten via bilaterale en multilaterale kanalen ter bevordering van prioritaire mensenrechtenthema’s;

  • Van de internationaal toonaangevende positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties door het bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor Internationale Organisaties alsmede voor het gastlandbeleid ten aanzien van in Nederland gevestigde diplomatieke missies.

Regisseren:

  • Interdepartementale coördinatie ten behoeve van een coherente en consistente Nederlandse inzet in internationale organisaties ter bevordering van de internationale rechtsorde en mensenrechten;

  • Waarborgen van nauwe Rijksbrede samenwerking bij de uitvoering van gastlandbeleid, inclusief de uitvoering van zetelverdragen; waarborgen van eenduidige en heldere communicatie vanuit de Rijksoverheid met Internationale Organisaties en diplomatieke missies.

  • Het ontwikkelen en uitvoeren van het gastlandbeleid voor internationale organisaties en diplomatieke missies in Nederland.

  • Het waarborgen van passende privileges en immuniteiten conform internationale verdragen.

  • Coördinatie met nationale en lokale partners (gemeenten, veiligheidsdiensten, uitvoeringsorganisaties) voor veiligheid en effectieve vestigingsvoorwaarden voor internationale organisaties.

  • Faciliteren van uitbreiding, huisvesting en duurzame vestiging van internationale organisaties.

Financieren

  • Bijdragen ten behoeve van goed functionerende internationale instellingen;

  • Bijdragen ter bescherming en bevordering van mensenrechten;

  • Bijdragen ten behoeve van goed functioneren van in Nederland gevestigde Internationale Organisaties en diplomatieke missies en aan de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van Internationale Organisaties.

  • De bezuinigingen op de non-ODA middelen leidt tot afnemend budget voor het Mensenrechtenfonds, overige programma’s zoals Shelter City en de opvolger van het subsidiebeleidskader Safety for Voices.

  • Nederland is in 2027 niet meer lid van de Peace Building Commission, maar blijft diplomatiek en middels onverminderde financiële steun aan de VN Vredes- en Veiligheidspilaar de rol van het multilaterale systeem op vrede en democratische rechtsorde versterken.

  • Nederland verkent of het samen met Indonesië een ministeriële bijeenkomst over VN vredesoperatie in Indonesië kan organiseren in 2027, met als doel tot concrete aanbevelingen te komen om vredesoperatie van de VN toekomstbestending te maken.

  • Op voordracht van Nederland is voor de periode 2027-2030 een Nederlandse kandidaat verkozen in het VN Comité voor Mensenrechten. Dit comité van 18 onafhankelijke deskundigen draagt bij aan de zorgvuldige uitvoering van het VN-verdrag aangaande Burgerlijke en Politieke Rechten, een van de belangrijke pijlers onder het mensenrechtenbeleid. Nederland is ook vertegenwoordigd bij International Tribunal for the Law of the Sea (ITLOS) voor de periode 2026-2035.

  • Versterking steun voor het tegengaan van straffeloosheid, ook in de Hoorn van Afrika, door in te zetten op het versterken van accountabilitymechanismen (incl. door steun aan OHCHR).

  • Intensivering steun aan diverse internationale onderzoeksmechanismen te intensiveren, o.a. via partnerorganisaties die detacheringen mogelijk maken. Het betreft hier VN-onderzoeksmechanismen (fact finding missions etc.), maar ook het werk van internationale hoven en tribunalen.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Versterkte internationale rechtsorde (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

121.787

114.660

122.714

132.284

107.331

97.584

90.055

         
 

Uitgaven

129.426

128.287

119.179

117.985

116.767

116.624

115.071

         

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

57.128

59.613

59.109

58.833

58.882

58.882

58.882

 

Subsidies (regelingen)

912

1.550

1.046

770

819

819

819

 

Internationaal recht

912

1.550

1.046

770

819

819

819

 

Opdrachten

45

0

0

0

0

0

0

 

Internationaal recht

45

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

56.171

58.063

58.063

58.063

58.063

58.063

58.063

 

Verenigde Naties

39.592

40.150

40.150

40.150

40.150

40.150

40.150

 

OESO

8.792

9.673

9.673

9.673

9.673

9.673

9.673

 

Internationaal Strafhof

5.316

5.240

5.240

5.240

5.240

5.240

5.240

 

Internationaal recht

2.471

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

55.923

51.463

46.947

48.945

51.050

50.945

45.982

 

Subsidies (regelingen)

19.923

18.681

17.857

20.799

20.567

20.743

15.268

 

Mensenrechtenfonds

19.923

18.681

17.857

20.799

20.567

20.743

15.268

 

Opdrachten

38

0

0

0

0

0

0

 

Mensenrechtenfonds

38

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

35.962

32.782

29.090

28.146

30.483

30.202

30.714

 

Mensenrechtenfonds

27.012

25.282

22.018

21.874

24.073

23.792

24.304

 

Mensenrechten multilateraal

8.950

7.500

7.072

6.272

6.410

6.410

6.410

1.3

Gastandbeleid internationale organisaties

16.375

17.211

13.123

10.207

6.835

6.797

10.207

 

Subsidies (regelingen)

14.669

15.276

11.788

8.872

5.500

5.462

8.872

 

Carnegiestichting

7.049

7.316

7.254

4.338

4.338

4.338

4.338

 

Vredespaleis

7.620

7.960

4.534

4.534

1.162

1.124

4.534

 

Leningen

700

0

0

0

0

0

0

 

Internationaal Strafhof

700

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

86

0

0

0

0

0

0

 

Nederland Gastland

86

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

193

0

0

0

0

0

0

 

Vredespaleis

4

0

0

0

0

0

0

 

Nederland Gastland

189

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

727

1.935

1.335

1.335

1.335

1.335

1.335

 

Internationaal Strafhof

0

725

725

725

725

725

725

 

Nederland Gastland

727

1.210

610

610

610

610

610

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 5 Budgetflexibiliteit art. 1 Versterkte internationale rechtsorde

Artikel 1

 

Juridisch verplicht

88%

Bestuurlijk gebonden

0%

Beleidsmatig gereserveerd

12%

Vrij te besteden

0%

De uitgaven voor het artikelonderdeel «goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak» zijn grotendeels vastgelegd aangezien de bijdragen aan internationale organisaties (verdragscontributies) juridisch verplicht zijn. Subsidies aan initiatieven in het kader van internationaal recht zijn voor het merendeel beleidsmatig gereserveerd. De programma’s van het artikelonderdeel «bescherming en bevordering van mensenrechten» kennen een juridisch verplicht percentage van 88%. Door het in 2022 afgeronde subsidiebeleidskader dat tot en met 2027 loopt zijn de uitgaven voor het centrale Mensenrechten Fonds voor een groot deel juridisch vastgelegd. Daarnaast zullen de posten conform het nieuw ingezette mensenrechtenfondsbeleid vanaf 2026 veelal meerjarige verplichtingen aangaan. Tot slot is er een verhoging van het budget van het Mensenrechtenfonds met EUR 5 miljoen aan ODA-middelen, zodat Nederland sterker kan bijdragen aan democratisering, versterking van de rechtsstaat en steun aan het maatschappelijk middenveld wereldwijd.

Ook de bijdrage aan het Kantoor van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten (OHCHR) is meerjarig vastgelegd.

Artikel 1.3 Gastlandbeleid internationale organisaties. Het betreft hier met name de gastlanduitgaven voor de huisvesting van het Permanente Hof van Arbitrage, het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis (waarvan de Carnegie Stichting eigenaar en beheerder is) en van de gastlanduitgaven voor het Internationaal Strafhof (ICC), de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) en de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM). Voor dit artikelonderdeel is het geraamde budget voor de exploitatie van de Carnegiestichting beleidsmatig verplicht. In 2027 zal een nieuwe subsidie aangevraagd worden voor een nieuwe termijn. Het budget voor het Vredespaleis is in zijn geheel verplicht.

Artikelonderdeel 1.1: Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

  • Verplichte bijdragen (verdragscontributies) aan de VN waarin de afdrachten aan het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT) zijn inbegrepen.

  • Bijdragen aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

  • Bijdragen aan het Internationaal Strafhof (ISH) en andere hoven en tribunalen.

  • Bijdragen en subsidies voor diverse initiatieven gericht op draagvlakversterking voor het Internationaal Strafhof, de strijd tegen straffeloosheid en ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Artikelonderdeel 1.2: Bescherming en bevordering van mensenrechten

  • Mensenrechtenfonds: inzet van het mensenrechtenfonds centraal en gedelegeerd naar de ambassades ter ondersteuning van de volgende prioritaire thema’s binnen het Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde beleid: gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender, intersekse en queer personen (LHBTIQ+), vrijheid van religie en levensovertuiging , bescherming van vrijheid van meningsuiting online en offline, en bescherming van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke ruimte + accountability. Er is een verdeling tussen de financiële instrumenten subsidies en bijdragen aan (inter)nationale organisaties. Subsidies zijn bedoeld voor inzet van het mensenrechtenfonds binnen Europa en bijdragen aan (inter)nationale organisaties zijn bedoeld voor inzet van het mensenrechtenfonds buiten Europa.

  • Mensenrechten multilateraal: bijdragen aan internationale organisaties ten behoeve van verdere bescherming en bevordering van mensenrechten, met name de jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) van de VN waarbij tevens specifiek wordt ingezet op de ondersteuning van de speciale procedures en verdragscomités, vrijheid van religie en levensovertuiging en accountability.

Artikelonderdeel 1.3: Gastlandbeleid internationale organisaties

  • Bijdrage aan huisvesting van Internationale Organisaties (IO’s) zoals het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en het Permanente Hof van Arbitrage.

  • Bijdragen aan campagnes en lobbyactiviteiten bij acquisitie van IO’s.

  • Bijdragen aan bijeenkomsten van in Nederland gevestigde IO’s en aan bezoeken van hoge functionarissen, voor zover die de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s bevorderen.

  • Financiering van activiteiten met als doel dat de in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies goed kunnen functioneren binnen de kaders van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten, alsmede de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.

  • Bijdrage aan het meerjaren onderhoudsplan voor het Vredespaleis en de asbestverwijdering binnen het Vredespaleis.

3.2 Artikel 2 Veiligheid en stabiliteit

Met een versterkte internationale veiligheidsinzet beschermen we de vrijheid en welvaart in ons Koninkrijk. Met dat doel voor ogen zet dit kabinet de komende jaren in op versterkte Europese veiligheid via de NAVO, de EU en partnerschappen. Het kabinet heeft hierbij de ambitie om een voortrekkersrol te spelen bij het toewerken naar een sterker Europa in de NAVO, waarbij de bondgenoten toewerken naar een gelijkere lastenverdeling en een grotere rol van Europa binnen de collectieve afschrikking en verdediging van de NAVO. Het NAVO-bondgenootschap is de hoeksteen van de Europese veiligheid.

De EU heeft een belangrijke rol in het bevorderen van defensiegereedheid via financiering, wetgeving en coördinatie. Nederland streeft naar het doorbreken van nationale focus en naar een Europese defensie-industrie die concurrerend en innovatief samenwerkt met internationale partners. Openheid voor derde landen zoals het VK, Canada, Noorwegen, de VS en waar mogelijk Turkije is daarbij cruciaal. Het versterken van de Europese defensiecapaciteiten draagt ook bij aan een sterker Europa binnen een sterkere NAVO. De Europese bondgenoten moeten binnen de NAVO de verantwoordelijkheid gaan nemen voor het overgrote deel van de conventionele capaciteiten op het Europees continent. De Amerikaanse nucleaire capaciteiten zijn en blijven essentieel voor de NAVO-afschrikking. In lijn met het coalitieakkoord stelt Nederland zich constructief op tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking.

We zetten onze eigen militaire en financiële steun aan Oekraïne meerjarig en onverminderd voort. De uitkomst van de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne is bepalend voor de toekomst van de Europese veiligheidsarchitectuur, waar Oekraïne deel van uitmaakt en waar Nederland en andere Europese landen van profiteren. We incorporeren de geleerde lessen ten aanzien van moderne oorlogsvoering en innovaties in Oekraïne in het Europese veiligheidsbeleid. Ook dragen we zorg voor het behoud van internationale steun voor gerechtigheid voor Oekraïne middels o.a. het schaderegister en het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne.

De basis voor de inzet van het kabinet op nationale veiligheid ligt besloten in de Internationale Veiligheidsstrategie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hierin worden de strategische doelstellingen voor de periode tot en met 2030 uiteengezet.

De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

Bevorderen en bewaken van de coherentie en consistentie van de Nederlandse inzet in bilateraal en multilateraal verband gericht op Europese veiligheid en duurzame stabiliteit, onder andere door:

  • Nederlandse bijdragen in het kader van de EU, de VN, de NAVO en de OVSE;

  • Het vormgeven van de samenwerking op het gebied van Europese Veiligheid binnen de NAVO, EU en partnerschappen;

  • Internationaal een voorttrekkersrol te vervullen door steun aan Oekraïne op politiek, militair, financieel en humanitair gebied;

  • Het versterken van bestaande coalities (incl. EU, NAVO) en bouwen aan nieuwe internationale coalities om de economische veiligheid van Nederland te versterken;

  • Bijdrage leveren aan beleid gericht op een proactieve aanpak van hybride dreigingen

  • Een constructieve inzet ten opzichte van de Europese nucleaire afschrikking, in combinatie met een actieve rol in het kader van het Biologisch Wapenverdrag (BTWC), het Non-Proliferatieverdrag (NPV) en de Eerste Commissie van de AVVN en als lid van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) en het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), en deelname aan coalities zoals het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) en de Friends of the CTBT (Alomvattend Kernstopverdrag);

  • Internationaal veiligheidsbeleid met een 360-gradenaanpak, waarbij aandacht is voor onder andere grensoverschrijdende en georganiseerde criminaliteit, irreguliere migratie, contraterrorisme, en het bevorderen van vrije doorvaart.

  • Inzet op fysieke veiligheid van burgers via het Nederlandse Mine Action en Clustermunitie Programma;

  • Deelname aan (crisisbeheersings)operaties en capaciteitsopbouwmissies en inzet voor verbetering van de effectiviteit van deze missies en operaties.

  • De veiligheidsbehoeftes van de bevolking centraal te stellen o.a. door conflictpreventie-benadering, en het benadrukken van accountability en good governance via Security Sector Reform (SSR) programma’s.

Regisseren

  • Artikel 100-procedures ter voorbereiding van besluitvorming betreffende wereldwijde inzet van de krijgsmacht in (crisisbeheersings)operaties conform het Toetsingskader 2014, in nauwe afstemming met de Minister van Defensie, de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Justitie & Veiligheid;

  • De toepassing van terrorismesancties/Sanctieregeling 2007 als onderdeel van het sanctiebeleid, uitgevoerd in overeenstemming met de Ministers van Financiën en Justitie & Veiligheid;

  • In het kader van een zorgvuldig en transparant wapenexportbeleid draagt de Minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijkheid voor de buitenlandpolitieke toetsing van Nederlandse vergunningaanvragen voor wapenexporten. De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is eindverantwoordelijk voor het afgeven van de wapenexportvergunningen.

Financieren

  • Bijdragen aan goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid, waaronder aan de NAVO;

  • Steun aan Oekraïne via verschillende kanalen;

  • Bijdragen ter bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband vanuit het Budget Internationale Veiligheid, onder de financiële verantwoordelijkheid van de minister van Defensie, en in samenspraak met de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor BHOS, waaronder bijdragen aan missies en operaties van de VN, de EU, de NAVO en de OVSE en flankerende activiteiten gefinancierd uit het Stabiliteitsfonds;

  • Bijdragen ter bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit, waaronder aan het Integrated Border Stability Mechanism voor West-Afrika, Anti ISIS Coalitie, en beperkt (vier) aantal Regionale Veiligheidscoördinatoren binnen het BZ-postennet;

  • Bijdragen ter bevordering van ontwapening en wapenbeheersing en bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens, waaronder aan het IAEA en de OPCW;

  • Bijdragen aan de bevordering van maatschappelijke transitie in prioritaire gebieden, met name in de ring rond Europa via het in 2016 ingestelde Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Het NFRP bestaat uit het programma voor Maatschappelijke Transformatie (Matra), gericht op het versterken van democratie en rechtsstaat in (potentiële) EU kandidaat-lidstaten en landen van het Oostelijk Partnerschap, en het Shiraka-programma, gericht op de Arabische regio. Ook vanuit het Stabiliteitsfonds worden programma’s in een aantal landen in deze regio’s gefinancierd;

  • Bijdragen aan open en eerlijke verkiezingen door deelname te faciliteren van Nederlandse verkiezingswaarnemers aan verkiezingswaarnemingsmissies van de OVSE en EU;

  • Bijdragen aan normstelling en internationaal recht, bevordering van mensenrechten en capaciteitsopbouw in cyber space; 

  • Bijdrage aan de fysieke veiligheid van mensen via meerjarig Mine Action en Clustermunitie Programma;

  • Bijdragen aan Security Sector Reform (SSR) programma’s ter bevordering van effectiviteit, legitimiteit, oversight en accountability van veiligheidsactoren vanuit het Stabiliteitsfonds;

  • Bijdragen aan (NGO/ATT) programma’s, die regulering en transparantie van de internationale wapenhandel bevorderen.

  • Conform het coalitieakkoord zet Nederland zich in voor het realiseren van een sterker Europa binnen de NAVO. Dit vereist onder andere investeringen in onze eigen veiligheid, het stimuleren van opschaling binnen Europa, en het sluiten van nieuwe strategische samenwerkingen buiten Europa en de VS;

  • Inwerkingtreding EPA (Agressietribunaal) en Oprichtingsverdrag Claimscommissie middels outreach i.s.m. Oekraïne, RvE, EU.

  • De bestaande Matra- en Shiraka-programma’s dragen actief bij aan democratisering, versterking van de rechtsstaat en het steunen van maatschappelijk middenveld in respectievelijk de ring rond de EU en het Midden Oosten en Noord-Afrika en wereldwijd.

    Het Matra-programma wordt structureel per jaar verhoogd met EUR 4 miljoen en het Shiraka-programma met EUR 6 miljoen aan ODA-middelen vanuit de intensivering Ontwikkelingssamenwerking uit het coalitieakkoord, zodat de gezamenlijke ambities uit regeerakkoord, beleidsbrief en Kamerwensen (onder meer motie-Piri c.s.) geïntegreerd kunnen worden uitgevoerd.

  • Voor accountability mbt Oekraine wordt er een kasschuif verwerkt voor een beperkt deel (EUR 2,7 mln) van de middelen van 2026 naar 2027. Dit is afgestemd op de verwachte liquiditeitsbehoefte voor meerjarige projecten in het kader van capaciteitsversterking voor accountability.

  • Nederland maakt in 2026 25 miljoen euro over naar het UCAP trust fund van de NAVO, vanuit de hiervoor beschikbaar gestelde middelen bij de Voorjaarsnota 2025. Daarnaast is er in het fonds nog 12 miljoen euro van eerdere Nederlandse bijdragen nog niet gealloceerd. Dit maakt dat het fonds in totaal 37 miljoen euro aan Nederlands geld beschikbaar heeft voor allocatie in 2026 en 2027. 

  • Er vindt een overheveling plaats van EUR 17 miljoen in 2027 en EUR 18 miljoen in 2028 en 2029 van de BHOS- naar de BZ-begroting t.b.v. humanitaire ontmijning (ODA), versterking democratie en rechtstaat (non-ODA) en herstel van cultureel erfgoed (non-ODA).

    • Met aanvullende bijdragen van EUR 10 miljoen per jaar in de jaren 2027, 2028 en 2029 en daarna wordt verder geïnvesteerd in het vrijmaken van landbouwgrond, economische infrastructuur en woongebieden van explosieven. Daarbij wordt, op expliciet verzoek van Oekraïne zelf, steeds meer ingezet op versterking van Oekraïense capaciteit, zodat het land over de middelen en kennis beschikt om de enorme opgaven op dit terrein in de komende decennia zo goed mogelijk zelf aan te kunnen.

    • Het budget voor democratie en rechtsstaat wordt verhoogd naar EUR 6 miljoen in 2027 en EUR 7 miljoen in 2028 en 2029. Met dit budget zal Nederland doelgericht zowel hervormingsprogramma’s van de Oekraïense overheid en activiteiten van het maatschappelijk middenveld ondersteunen, gericht op de prioritaire thema’s democratie, rechtsstaat, goed bestuur, anti‑corruptie en onafhankelijke media.

    • De Nederlandse inzet op cultureel erfgoed bedraagt EUR 1 miljoen in de jaren 2027, 2028 en 2029 en zal nader worden bepaald op basis van eerdere ervaring en expertise van de organisaties.

  • Voor dekking van de onvoorziene kosten gepaard met de naleving van de sancties tegen de schaduwvloot wordt een maximale reservering van EUR 1 mln per jaar in 2027 en 2028 gemaakt. Deze zijn gericht op mogelijke incidentele kosten van interventies tegen de schaduwvloot in afwachting van structurele dekking/waarborging in lijn met de aangepaste wetgeving. De overige kosten worden gedragen door IenW, JenV en Def.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Veiligheid en stabiliteit (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

418.401

250.525

286.902

312.474

321.331

270.420

269.342

         
 

Uitgaven

367.835

286.056

311.045

325.066

322.253

274.225

273.147

         

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

75.295

32.657

35.621

32.358

31.753

31.677

31.712

 

Subsidies (regelingen)

5.987

7.600

7.820

5.241

5.484

5.408

5.443

 

Atlantische Commissie

913

874

869

869

465

353

353

 

Veiligheidsfonds

5.074

6.726

6.951

4.372

5.019

5.055

5.090

 

Opdrachten

49.626

11

0

0

0

0

0

 

NAVO-top Nederland 2025

49.626

0

0

0

0

0

0

 

Veiligheidsfonds

0

11

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

19.682

25.046

26.801

26.117

26.269

26.269

26.269

 

NAVO

16.549

18.500

21.050

23.350

23.350

23.350

23.350

 

WEU

782

845

860

875

890

890

890

 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

616

160

17

0

0

0

0

 

Veiligheidsfonds

1.735

5.541

4.874

1.892

2.029

2.029

2.029

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

1.000

1.000

0

0

0

 

Veiligheidsfonds

0

0

1.000

1.000

0

0

0

2.2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

5.990

1.054

210

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

5.012

884

210

0

0

0

0

 

Anti-terrorisme instituut

398

161

0

0

0

0

0

 

Contra-terrorisme

2.248

250

169

0

0

0

0

 

Cyber security

1.585

473

41

0

0

0

0

 

Global Forum on Cyber Expertise

781

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

978

170

0

0

0

0

0

 

Contra-terrorisme

262

170

0

0

0

0

0

 

Cyber security

716

0

0

0

0

0

0

2.3

Wapenbeheersing

10.632

11.699

11.699

11.699

11.699

11.699

11.699

 

Opdrachten

704

547

547

547

547

547

547

 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

582

547

547

547

547

547

547

 

Conferentie REAIM en follow up

122

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

9.928

11.152

11.152

11.152

11.152

11.152

11.152

 

IAEA

7.092

7.592

7.592

7.592

7.592

7.592

7.592

 

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

1.182

1.560

1.560

1.560

1.560

1.560

1.560

 

CTBTO

1.654

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

135.781

141.832

172.573

174.909

175.509

175.553

174.459

 

Subsidies (regelingen)

40.580

40.159

31.027

28.298

28.401

28.401

28.401

 

Nederland Helsinki Comité

2

28

4

0

0

0

0

 

Stabiliteitsfonds

36.034

35.306

27.707

26.646

26.646

26.646

26.646

 

Training buitenlandse diplomaten

3.301

3.325

3.316

1.652

1.755

1.755

1.755

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

1.243

1.500

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.628

1.000

2.250

2.250

2.250

2.250

0

 

Makandra

2.628

1.000

2.250

2.250

2.250

2.250

0

 

Bijdrage aan agentschappen

353

0

0

0

0

0

0

 

Makandra

353

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

92.220

100.673

114.066

119.131

119.628

119.672

120.828

 

OVSE

5.921

5.883

5.922

6.000

6.000

6.000

6.000

 

Stabiliteitsfonds

30.448

34.217

25.314

26.920

32.407

32.451

33.607

 

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

55.471

60.267

82.642

86.073

81.073

81.073

81.073

 

Tegengaan internationale georganiseerde criminaliteit

380

306

188

138

148

148

148

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

25.230

25.230

25.230

25.230

25.230

 

Inzet hoog-risico posten

0

0

25.230

25.230

25.230

25.230

25.230

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

32.709

30.264

25.342

29.100

24.292

27.296

27.277

 

Subsidies (regelingen)

14.251

19.771

15.682

22.152

16.564

19.566

18.901

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

11.332

13.842

9.509

10.305

7.023

10.025

10.025

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

2.919

5.929

6.173

11.847

9.541

9.541

8.876

 

Opdrachten

7.438

3.199

3.630

2.540

2.456

2.456

2.456

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

7.438

3.199

3.630

2.540

2.456

2.456

2.456

 

Bijdrage aan agentschappen

1.751

1.054

2.000

1.908

1.772

1.774

1.755

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

971

700

1.635

1.617

1.611

1.617

1.600

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

780

354

365

291

161

157

155

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

9.269

6.240

4.030

2.500

3.500

3.500

4.165

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka

6.428

6.085

4.030

2.500

3.500

3.500

4.165

 

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA

2.841

155

0

0

0

0

0

2.6

Oekraine (V)

107.428

68.550

65.600

77.000

79.000

28.000

28.000

 

Subsidies (regelingen)

1.356

7.425

11.523

24.575

34.500

500

500

 

Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine

438

500

10.400

23.500

33.500

500

500

 

Accountability Oekraïne

918

925

123

75

0

0

0

 

Humanitaire ontmijning

0

5.000

0

0

0

0

0

 

Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

0

1.000

1.000

1.000

1.000

0

0

 

Opdrachten

30

0

0

0

0

0

0

 

Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine

30

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

106.042

61.125

54.077

52.425

44.500

27.500

27.500

 

Accountability Oekraine

10.542

12.875

38.077

35.425

27.500

27.500

27.500

 

Humanitaire ontmijning

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

0

0

 

NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF

75.000

25.000

0

0

0

0

0

 

Versterken cyberweerbaarheid Oekraïne

10.030

10.000

0

0

0

0

0

 

Democratie en rechtstaat

0

2.250

6.000

7.000

7.000

0

0

 

Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine

470

0

0

0

0

0

0

 

Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

0

1.000

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

16.899

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 7 Budgetflexibiliteit art. 2 Veiligheid en stabiliteit

Artikel 2

 

Juridisch verplicht

67%

Bestuurlijk gebonden

5%

Beleidsmatig gereserveerd

27%

Vrij te besteden

1%

Bij het artikelonderdeel «Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid» is 85% van de uitgaven juridisch verplicht. De bijdragen aan de NAVO en de West-Europese Unie (WEU) zijn volledig juridisch verplicht. De uitgaven voor de Atlantische Commissie en het Veiligheidsfonds zijn grotendeels juridisch verplicht waarbij het overige gedeelte beleidsmatig gereserveerd is. Het artikelonderdeel «Wapenbeheersing» is volledig juridisch verplicht. Het betreft verdragsrechtelijke contributies.

Binnen het artikelonderdeel «Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband» is 92% van de uitgaven juridisch verplicht. Dit komt met name door de subsidies die zijn toegekend uit het stabiliteitsfonds in het kader van het Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030. Voor de bijdragen betreft het onder meer projectaanvragen die zijn ingediend vanuit de posten en directies bij het stabiliteitsfonds. Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies) en beveiliging voor de inzet op hoogrisico posten zijn juridisch verplicht.

Op het artikelonderdeel «Bevordering van transitie in prioritaire gebieden» zijn de voorziene uitgaven voor de programma's Matra en Shiraka voor 6% juridisch verplicht. Deze zullen in de loop van het jaar verder worden ingevuld.

Binnen het artikelonderdeel «Oekraïne» is 11% van de uitgaven juridisch verplicht. In de kamerbrief van 17 november 2023 is aangegeven dat Nederland gastland zal zijn voor het agressietribunaal. Hiervan is 19% juridisch verplicht, 58% bestuurlijk gebonden en het overige beleidsmatig gereserveerd. Het overige gedeelte van de uitgaven voor steun aan Oekraïne is beleidsmatig gereserveerd.

Artikelonderdeel 2.1: Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

  • Veiligheidsfonds, voor kleinere activiteiten met een aanjagende werking die het Nederlandse veiligheidsbeleid in het buitenland ondersteunen. Dit behelst onder meer activiteiten op het gebied van cybersecurity, versterken bilaterale partnerschappen, multilaterale wapenbeheersing en ontwapening.

  • Jaarlijkse verplichte bijdrage aan de NAVO.

  • Jaarlijkse bijdrage aan het EU-Satellietcentrum en het Institute for Security Studies ten behoeve van de financiële verplichtingen (uitkering pensioengelden ex-WEU personeel) van de in juli 2011 opgeheven West Europese Unie (WEU).

  • Jaarlijkse subsidie aan de Atlantische Commissie, ter ondersteuning van het draagvlak in Nederland voor collectieve veiligheid in het kader van de NAVO, en het bevorderen van het maatschappelijk debat over de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid.

  • Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) Om versnippering van de door de taakstelling getroffen budgetplaatsen tegen te gaan en om de flexibiliteit te verhogen wordt een aantal budgetplaatsen onder art 2.1. en 2.2, waaronder Programma Ondersteuning Buitenlands (Veiligheids)Beleid, samengevoegd tot de budgetplaats Veiligheidsfonds.

  • Voor dekking van de onvoorziene kosten gepaard met de naleving van de sancties tegen de schaduwvloot wordt een maximale reservering van EUR 1 mln per jaar in 2027 en 2028 gemaakt. Deze zijn gericht op mogelijke incidentele kosten van interventies tegen de schaduwvloot in afwachting van structurele dekking/waarborging in lijn met de aangepaste wetgeving. De overige kosten worden gedragen door IenW, JenV en Def.

Artikelonderdeel 2.2: Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

  • Om versnippering van de door de taakstelling getroffen budgetplaatsen tegen te gaan en om de flexibiliteit te verhogen wordt een aantal budgetplaatsen onder art 2.1. en 2.2, waaronder Cyber Security en Contra-terrorisme, samengevoegd tot de budgetplaats Veiligheidsfonds. Het kleine restant budget betreft oude nog lopende verplichtingen.

Artikelonderdeel 2.3: Wapenbeheersing

  • Jaarlijkse bijdragen aan het IAEA, de OPCW en de CTBTO. 

  • Jaarlijkse bijdrage, via PV OPCW, aan TNO om met name de unieke status van OPCW ‘Designated Lab’ voor biomedische monsters e.a. te behouden.

Artikelonderdeel 2.4: Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

  • Jaarlijkse bijdrage aan de OVSE en OVSE Open Skies Consultative Commission

  • Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies).

  • Bijdragen en subsidies uit het Stabiliteitsfonds op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkelingshulp in landen in conflictsituaties. Het fonds richt zich specifiek op regio’s waar stabiliteit voor Nederland van groot belang is, zoals aan de randen van Europa. Daarnaast worden een aantal lopende activiteiten uit het fonds gefinancierd, zoals training voor Afrikaanse peacekeepers (GPOI) en bijdragen aan de VN op specifieke thema’s. Tevens financiert het stabiliteitsfonds humanitaire ontmijningsactiviteiten via het subsidiebeleidskader «Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030».

  • Er komt een tweede Makandra-programma, zoals aangekondigd tijdens het Staatsbezoek naar Suriname in december 2025. Dit samenwerkingsprogramma (G2G) met de Surinaamse overheid richt zich op capaciteitsversterking en kennisuitwisseling op de voor beide landen prioritaire thema´s in de periode 2026 tot en met 2030.

  • De beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden met een hoog-risicoprofiel. Deze taken worden grotendeels uitgevoerd door Defensie. Daarom worden deze middelen jaarlijks overgeheveld naar de Defensiebegroting.

  • Bijdragen ten behoeve van de trainingen van buitenlandse diplomaten in Nederland.

Artikelonderdeel 2.5: Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

  • Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) heeft als doel democratische processen, institutionele capaciteit en de rechtsstaat te versterken rondom Europa. Het fonds bestaat uit drie onderdelen met elk hun eigen beleidsaccenten: het NFRP MATRA-programma voor (potentiële) EU kandidaat-lidstaten en landen van het Oostelijk Partnerschap, het NFRP Shiraka-programma in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, en het NFRP Politieke Partijen Programma (PPP).

Artikelonderdeel 2.6: Oekraïne

  • Onder dit artikelonderdeel worden de budgetten voor steun aan Oekraïne gebundeld. Hieronder vallen onder andere de thema’s accountability, gastlandschap, niet-militaire veiligheidssteun en humanitair ontmijnen.

  • Bijdragen voor accountability Oekraïne worden aangewend voor capaciteitsversterking van Oekraïense actoren verantwoordelijk voor de nationale opsporing, vervolging en berechting van internationale misdrijven, via gespecialiseerde partnerorganisaties. De financiering wordt ook ingezet voor het faciliteren van internationale coördinatie op accountability voor Oekraïne, voor steun voor harmonisatie wetgeving aan internationale standaarden, voor de waarheidsvinding en feitenonderzoek door internationale organisaties en voor contributies aan (toekomstige) internationale justitie- en compensatiemechanismen.

  • Daarnaast wordt bijgedragen aan het behoud van identiteitsbepalende cultuur in Oekraïne en worden middelen vrijgemaakt om via de Nederlandse ambassade in Kyiv een aantal projecten van het maatschappelijk middenveld in Oekraïne te ondersteunen op de prioritaire hervormingsthema’s democratie, rechtstaat, goed bestuur, anti-corruptie en pers(vrijheid).

3.3 Artikel 3 Effectieve Europese samenwerking

De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om bij te dragen aan een slagvaardige, economisch sterke, weerbare en concurrerende Unie. De EU is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Nederland zal hiertoe nauw samenwerken met internationale partners. Door slagvaardig optreden kan de Europese Unie een antwoord bieden op de geopolitieke uitdagingen waar ons continent momenteel voor staat. Nederland zet zich op constructieve, realistische en optimistische wijze in om vorm te geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.

Binnen de Europese Unie wordt ingezet op een aantal dwarsdoorsnijdende thema’s voor het verder versterken van de Unie, waaronder verbetering van het Europese concurrentievermogen, rechtsstatelijkheid en goed bestuur en positionering van de Unie als geopolitieke speler. Daarbij zullen de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, Europese veiligheid en EU-NAVO complementariteit, het verminderen van strategische afhankelijkheden, de groene en digitale transities, het versterken van de open strategische autonomie, de voorbereiding op toekomstige uitbreiding van de Unie en de onderhandelingen over een nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK) de aandacht vragen. Tot slot zet Nederland zich in voor een slagvaardig gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid (GBVB) en gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB). De jaarlijkse Staat van de Uniebrief bevat de geïntegreerde visie van de regering op de Europese samenwerking en de rol van Nederland daarbij.

De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:

Regisseren

  • Het bevorderen en bewaken van de coherentie en de consistentie van het Nederlandse Europabeleid, zowel voor de bilaterale relaties met landen in Europa als de inzet binnen de Europese Unie. Dit draag er aan bij dat Nederland effectief opereert binnen de EU en impact heeft. 

  • Het onderhouden en intensiveren van de bilaterale relaties met andere Europese landen teneinde het draagvlak voor de Nederlandse ideeën en standpunten over Europees beleid te vergroten en een Europese waardengemeenschap te bevorderen.

  • Voorbereiding van de Europese Raad en horizontale dossiers en het interdepartementaal afstemmen van de Nederlandse inzet in de verschillende, afzonderlijke Raadsformaties;

  • Het vormgeven van het Europese externe beleid ten opzichte van derde landen en het geopolitieke handelingsvermogen van de Unie inclusief de reactie op de oorlog in Oekraïne, uitbreiding van de EU, regio’s en ontwikkelingslanden;

  • De gedachtevorming over de institutionele structuur van de EU;

  • Informatievoorziening over EU-besluitvorming aan het parlement;

  • De minister van Buitenlandse Zaken is coördinerend bewindspersoon op het gebied van sanctienaleving. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de minister van BHOS die opdrachtgever van de Douane is op het gebied van sancties en exportrestricties.

Financieren

  • Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting en aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF);

  • Bijdragen aan een hechtere Europese waardengemeenschap middels een bijdrage aan de Raad van Europa;

  • Bijdragen ter versterking van de Nederlandse positie in de Unie van 27, waaronder aan de Benelux;

  • Bijdragen aan de Europese Vredesfaciliteit (European Peace Facility, EPF) voor de financiering van EU-bijdragen aan vredesoperaties en militaire capaciteitsopbouw in derde landen.

  • Van 1 juli tot en met 31 december 2029 vervult Nederland het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Om tijdig gereed te zijn voor dit voorzitterschap zijn de voorbereidingen gestart. Het voorzitterschap van de EU betreft een verdragsrechtelijke verplichting en is ook een belangrijke strategische kans voor Nederland en de Rijksoverheid om zich binnen Europa te positioneren. De voorbereiding en uitvoering van het voorzitterschap vergen gedurende meerdere jaren een omvangrijke interdepartementale inzet, zowel inhoudelijk, organisatorisch als logistiek, boven op de reguliere taken binnen de huidige begroting. Het ministerie van Buitenlandse Zaken coördineert de voorbereiding van het voorzitterschap voor de gehele Rijksoverheid. Daaronder zijn de departementen verantwoordelijk voor de voorbereidingen en inzet op hun beleidsterreinen.

  • Bij de voorziene inwerkingtreding van het wetsvoorstel internationale sanctiemaatregelen wordt het centraal meldpunt sancties bij BZ opgericht. BZ is coördinerend opdrachtgever en eigenaar, FIN, JenV en EZK zijn mede-opdrachtgevers. In aanvulling hierop brengt BZ interdepartementaal in kaart hoe de Rijksbrede sanctienaleving verder geoptimaliseerd kan worden.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

11.416.516

15.083.616

15.941.513

17.555.383

17.681.479

17.982.219

18.204.186

         
 

Uitgaven

11.531.955

15.401.137

16.150.823

17.564.756

17.825.062

18.023.402

18.245.369

         

3.1

Afdrachten aan de Europese Unie

6.739.444

9.329.634

9.347.843

10.868.961

11.087.568

11.305.141

11.453.652

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

6.739.444

9.329.634

9.347.843

10.868.961

11.087.568

11.305.141

11.453.652

 

BNI-afdrachten

5.004.138

7.515.563

7.527.606

9.020.240

9.212.989

9.405.269

9.537.009

 

BTW-afdrachten

1.499.292

1.578.190

1.610.606

1.644.083

1.674.814

1.704.865

1.726.280

 

Plastic-grondslag

236.014

235.881

209.631

204.638

199.765

195.007

190.363

3.2

Europees Ontwikkelingsfonds

38.316

33.500

21.973

41.000

41.000

41.000

41.000

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

38.316

33.500

21.973

41.000

41.000

41.000

41.000

 

Europees Ontwikkelingsfonds

38.316

33.500

21.973

41.000

41.000

41.000

41.000

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

22.704

24.184

20.023

16.723

16.723

16.723

16.723

 

Opdrachten

0

200

3.300

0

0

0

0

 

Raad van Europa

0

200

3.300

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

22.704

23.984

16.723

16.723

16.723

16.723

16.723

 

Raad van Europa

15.443

16.723

16.723

16.723

16.723

16.723

16.723

 

Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank

7.261

7.261

0

0

0

0

0

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

5.915

7.213

20.226

38.964

129.947

10.921

10.921

 

Subsidies (regelingen)

348

348

235

173

183

183

183

 

EIPA

348

348

235

173

183

183

183

 

Opdrachten

386

1.815

14.941

33.741

124.714

5.688

5.688

 

Europa College beurzenprogramma

190

380

0

0

0

0

0

 

EU-sanctiebeleid

196

1.435

5.541

5.541

5.614

5.688

5.688

 

EU-voorzitterschap

0

0

9.400

28.200

119.100

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

5.181

5.050

5.050

5.050

5.050

5.050

5.050

 

Benelux bijdrage

5.181

5.050

5.050

5.050

5.050

5.050

5.050

3.5

Europese Vredesfaciliteit

69.265

320.991

306.444

48.742

48.742

48.742

48.742

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

69.265

320.991

306.444

48.742

48.742

48.742

48.742

 

Europese Vredesfaciliteit

69.265

320.991

306.444

48.742

48.742

48.742

48.742

3.6

Invoerrechten aan de Europese Unie

4.656.311

5.685.615

6.434.314

6.550.366

6.501.082

6.600.875

6.674.331

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

4.656.311

5.685.615

6.434.314

6.550.366

6.501.082

6.600.875

6.674.331

 

Invoerrechten

4.656.311

5.685.615

6.434.314

6.550.366

6.501.082

6.600.875

6.674.331

         
 

Ontvangsten

2.395.180

4.345.291

1.641.000

1.704.000

1.725.000

1.786.500

1.842.500

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 9 Budgetflexibiliteit art. 3 Effectieve Europese samenwerking

Artikel 3

 

Juridisch verplicht

100%

Bestuurlijk gebonden

0%

Beleidsmatig gereserveerd

0%

Vrij te besteden

0%

De uitgaven op dit artikel zijn (nagenoeg) volledig juridisch verplicht. De belangrijkste uitgaven betreffen de afdrachten en invoerrechten aan de EU, de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), de Europese Vredesfaciliteit (EPF) en bijdragen aan de Benelux, de Raad van Europa en de Council of Europe Development Bank.

Artikelonderdeel 3.1: Nationale Afdrachten aan de Europese Unie

De EU-begroting wordt, onverminderd andere ontvangsten, volledig gefinancierd uit de douanerechten (invoerrechten, ook wel de traditionele eigen middelen genoemd) en drie type nationale afdrachten. De nationale afdrachten aan de EU-begroting zijn onderverdeeld in de bni-, btw- en plastic-afdracht. Dit is vastgelegd in het Eigenmiddelenbesluit (EMB)20. In het EMB is ook de bruto-korting op de bni-afdracht opgenomen en de zogenoemde perceptiekostenvergoeding – dit is de vergoeding voor de kosten aan de lidstaten voor het innen van de douanerechten.

Het uitgangspunt voor de vaststelling van de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting is de omvang van het jaarlijkse uitgavenplafond uit het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) plus de maximale inzet van de speciale instrumenten die boven dit plafond worden gefinancierd21. De nationale afdrachten op basis van bni, btw en niet-gerecycled plasticafval zijn opgenomen op artikel 3.1, de douanerechten die door de Nederlandse douane worden geïnd op artikel 3.6 en de perceptiekostenvergoeding op artikel 3.10.

Bij Miljoenennota 2027 is besloten om de prijsindexatie van de EU-afdrachten en invoerrechten apart te reserveren op het hoofdstuk Prijsbijstelling.

Om wel een integraal beeld te geven van alle geldstromen richting de EU-begroting is hieronder een extracomptabele tabel opgenomen met een totaaloverzicht van:

  • Artikel 3.0 Begroting Prijsbijstelling: prijsindexatie nationale afdrachten en invoerrechten

  • Artikel 3.1: Nationale afdrachten aan de Europese Unie (bni, btw en plastic-afdrachten); 

  • Artikel 3.6: Traditionele eigen middelen (TEM; douanerechten);

  • Artikel 3.10: Perceptiekostenvergoeding

  • Artikel 9 Begroting Financiën: Vertragingsrente betaald aan de Europese Commissie.

Tabel 10 Extracomptabel overzicht van nationale afdrachten, invoerrechten en ontvangsten EU-begroting

Begroting

Artikel

Nederland

2027

2028

2029

2030

2031

  

Nationale afdrachten

9.535

11.308

11.766

12.237

12.646

V (BZ)

3.1

Bni-afdracht

7.528

9.020

9.213

9.405

9.537

V (BZ)

3.1

Btw-afdracht

1.611

1.644

1.675

1.705

1.726

V (BZ)

3.1

Plastic

210

205

200

195

190

Prijsbijstelling

3.0

Prijsindexatie nationale afdrachten1

187

439

679

932

1192

  

Invoerrechten

6.563

6.815

6.899

7.145

7.369

V (BZ)

3.6

Invoerrechten

6.434

6.550

6.501

6.601

6.674

Prijsbijstelling

3.0

Prijsindexatie nationale afdrachten1

129

265

398

544

695

  

Ontvangsten EU

1.641

1.704

1.725

1.786

1.842

V (BZ)

3.10

Perceptiekostenvergoeding

1.641

1.704

1.725

1.786

1.842

V (BZ)

3.10

Overige ontvangsten EU2

0

0

0

0

0

IX (FIN)

9.44.2

Vertragingsrente

Totaal

14.457

16.419

16.940

17.596

18.173

1) Prijsindexatie is bepaald op basis van een standaarddeflator van 2% over het MFK plafond van jaar t. Ieder voorjaar wordt de tranche uitgekeerd om EU-afdrachten van het lopende jaar naar het nieuwe prijspeil bij te stellen.2) Ontvangsten blijven in lopende prijzen op hoofdstuk 5 staan, conform andere ontvangsten op de Rijksbegroting.

De omvang van de Nederlandse afdrachten aan de EU komt als volgt tot stand:

  • Alle douanerechten die door de lidstaten worden geheven op producten die afkomstig zijn van landen buiten de EU, worden na aftrek van de vergoeding voor de inningskosten (25%) afgedragen aan de EU (zie verder art. 3.6).

  • De btw-afdracht bedraagt een uniform heffingspercentage van 0,3% op de geharmoniseerde btw-grondslag van alle EU-lidstaten.

  • Een afdracht op basis van een grondslag voor niet-gerecycled plasticafval. Voor deze grondslag geldt een tarief van 0,80 euro per kilogram niet-gerecycled plasticafval.

  • De bni-afdracht is het sluitstuk van de financiering van de EU-begroting.

Het deel van de EU-begroting dat niet gefinancierd kan worden door de overige inkomsten, de douanerechten, de btw-afdracht en de afdracht op basis van niet-gerecycled plasticafval wordt gefinancierd door de bni-afdracht (bni = bruto nationaal inkomen) van de lidstaten. De totale bni-afdracht van de lidstaten wordt bepaald door de bovengenoemde inkomsten in mindering te brengen op het totaal aan benodigde middelen voor de EU-begroting. Het aandeel van een lidstaat hierin wordt vervolgens bepaald op basis van het eigen bni ten opzichte van het bni van de EU als geheel. Nederland ontvangt op haar bni-afdracht tot en met 2027 een jaarlijkse bruto lumpsum korting van EUR 1.921 miljoen (prijzen 2020).

De uiteindelijke hoogtes van de nationale afdrachten en de douanerechten kunnen afwijken van eerdere verwachtingen. Derhalve kunnen er verschuivingen optreden tussen de verschillende afdrachten en tussen de lidstaten. De grondslagen worden aangepast bij de aanvullende EU-begroting n.a.v. de Lenteraming die normaliter in juli gepubliceerd wordt en achteraf gecorrigeerd bij de nacalculatie die normaliter eind januari gepubliceerd wordt. Het huidige MFK loopt tot en met 2027.

Daarnaast hebben de verwerking van het jaarlijkse surplus van de EU-begroting en de jaarlijkse technische aanpassing effect op de raming van de Nederlandse afdrachten. Bij het surplus (publicatie normaliter medio april) worden onbenutte middelen uit het voorgaande EU-begrotingsjaar verwerkt in het lopende begrotingsjaar. Bij de jaarlijkse technische aanpassing (publicatie normaliter juni) worden, conform artikel 4 van de MFK-verordening, de MFK-plafonds op een aantal punten aangepast. Ten eerste wordt het jaarlijks plafond aangepast op basis van de opbrengsten uit mededingingsboetes van twee jaar geleden toegevoegd aan de Europese begroting en de uitgavenplafonds. Deze afspraak is in 2021 meerjarig verwerkt in de raming van de EU-afdrachten. Afhankelijk van de daadwerkelijke boete-opbrengsten wordt de raming van de Nederlandse afdrachten hier op aangepast. Ten tweede wordt bij de technische aanpassing het enkelvoudige marge-instrument (Single Margin Instrument; SMI) geactualiseerd. Met dit instrument kunnen onbenutte middelen onder het MFK-plafond uit het vorige begrotingsjaar worden toegevoegd aan de plafonds voor de resterende MFK-jaren. Het gaat hierbij dus niet om extra EU-middelen maar een verschuiving van afdrachten over de jaren. Ten derde worden bij de technische aanpassing voor een aantal van de speciale instrumenten onbenutte middelen uit het voorgaande begrotingsjaar overgeheveld naar het lopende begrotingsjaar, wat ook tot een verschuiving van de afdrachten over de jaren zorgt.

De Kamer zal op bovengenoemde momenten en wanneer nog meer van toepassing, zoals gebruikelijk hierover worden geïnformeerd evenals op het moment van verwerking in de nationale begroting.

Zoals toegelicht bij de Ontwerpbegroting 2021 maakt het herstelinstrument «NextGenerationEU’’ (NGEU) onderdeel uit van de afspraken over het huidige MFK. Het budgettaire effect van het subsidiedeel van NGEU (EUR 360 miljard in prijzen 2018) – dit wil zeggen de terug- en rentebetalingen van het herstelinstrument - zijn meegenomen in de raming van de Nederlandse bni-afdracht vanaf 2028. Voor het leningen onderdeel van NGEU is een garantieverplichting opgenomen onder artikel 4 van de begroting van het ministerie van Financiën.

Artikelonderdeel 3.2: Europees Ontwikkelingsfonds

  • Bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit is het instrument waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking met landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de Landen en Gebieden Overzee (LGO) uitvoerde tot 2021. Het grootste deel van het EOF was bestemd voor de financiering van de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma’s gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden. Met ingang van 2021 wordt de steun aan landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan gefinancierd uit het instrument voor het Nabuurschap, Ontwikkeling en Internationale Samenwerking (NDICI) dat onder de EU-begroting valt. Voor de financiering van programma’s in LGO is met ingang van 2021 een apart budget voorzien onder de EU-begroting. De aflopende bijdragen aan het EOF sinds 2022 betreffen betalingen op reeds aangegane verplichtingen vanuit het 10e en 11e EOF.

Artikelonderdeel 3.3: Een hechtere Europese waardengemeenschap

  • Raad van Europa: Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa. In Raad van Europa-verband zet Nederland o.m. in op versterking van de effectiviteit van het toezichtsysteem van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, accountability voor Oekraïne en democratische weerbaarheid. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg speelt daarbij een centrale rol door goede betrekkingen en, indien opportuun, regelmatig overleg met het secretariaat van de Raad van Europa, permanente vertegenwoordigingen van andere lidstaten en met de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee (PACE) van de Raad van Europa. Van mei tot november 2027 is Nederland voorzitter van het comité van Ministers van de Raad van Europa.

  • Bank van de Raad van Europa (Council of Europe Bank – CEB): De Bank van de Raad van Europa is actief in de landen van de Raad. De CEB was een van de eerste multilaterale ontwikkelingsbanken die garanties en leningen uitgaf voor ondersteuning en integratie van ontheemde Oekraïners in buurlanden als gevolg van de Russische oorlog. Deze steun zet de CEB nog altijd voort. In 2023 is Oekraïne lid geworden van de CEB, die daarmee nu 43 leden telt.

Artikelonderdeel 3.4: Versterkte Nederlandse positie in de unie

  • Jaarlijkse bijdrage aan de Benelux Unie. De Benelux Unie dient twee doelen: het vervullen van een voortrekkersrol binnen de Europese Unie en grensoverschrijdende samenwerking, vooral op het gebied van economie, duurzame ontwikkeling en justitie/binnenlandse zaken. Daarnaast werkt Nederland in Benelux-verband ook samen op buitenlandspolitiek terrein.

  • Subsidie aan European Institute for Public Administration (EIPA). Het EIPA heeft als doel het ontwikkelen van de capaciteiten van ambtenaren in het omgaan met EU-aangelegenheden.

  • Europa College beurzenprogramma: vanuit dit programma worden beurzen verstrekt aan Nederlandse studenten die studeren aan het Europacollege. De afgegeven beschikking is voor de jaren 2023-2027.

  • EU-sanctiebeleid: dit programma geeft invulling aan amendement 35924-V14 van dhr. Sjoerdsma inzake het vergroten van de sanctiecapaciteit. In de voorjaarsbesluitvorming 2025 is structureel EUR 36,5 miljoen vrijgemaakt voor de instandhouding en verdere versterking van de sanctienaleving in Nederland. 

  • Coördinatie van het EU voorzitterschap in 2029: Het ministerie van Buitenlandse Zaken coördineert de voorbereiding van het voorzitterschap voor de gehele Rijksoverheid. Hiervoor zijn de benodigde middelen geraamd op EUR 156,7 miljoen voor de centrale project organisatie.

Artikelonderdeel 3.5: Europese Vredesfaciliteit

  • Bijdrage aan de Europese Vredesfaciliteit (EPF) voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten van EU-missies en operaties, EU-bijdragen aan vredesoperaties en militaire capaciteitsopbouw in derde landen inclusief militaire steun aan Oekraïne. De faciliteit dient ter versterking van het EU extern optreden en, conform de Nederlandse inzet, een bijdrage te leveren aan een meer geïntegreerde benadering van conflicten en crises binnen het EU-buitenlandbeleid.

Artikelonderdeel 3.6: Douanerechten

  • Alle douanerechten die door de lidstaten worden geheven op producten die afkomstig zijn van landen buiten de EU, worden na aftrek van de vergoeding voor de inningskosten (25%) afgedragen aan de EU. Deze douanerechten worden ook wel de Traditionele Eigen Middelen (TEM) genoemd en zijn onlosmakelijk verbonden met de douane-unie. Hoewel de EU ook de ontvangsten uit de TEM raamt, wordt voor artikel 3.6 uitgegaan van de nationale raming van de douanerechten. Deze raming wordt drie keer per jaar geactualiseerd.

Artikelonderdeel 3.10: Diverse ontvangsten EU

  • De ontvangsten onder dit beleidsartikel betreffen de zogenaamde perceptiekostenvergoeding die Nederland ontvangt voor de kosten die gemaakt worden bij de inning van de douanerechten. De perceptiekostenvergoeding is 25% van de geïnde douanerechten. Deze ontvangsten zijn begrotingstechnisch niet gekoppeld aan de begroting van de Nederlandse Douane.

Artikelonderdeel 3.11: Europees herstelfonds

  • Nederland kan aanspraak maken op ca. EUR 5,4 miljard vanuit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) inclusief RePowerEU. De middelen vanuit de faciliteit komen als ontvangsten binnen via artikelonderdeel 3.11 Europees Herstelfonds. De middelen worden uitgekeerd bij betalingsverzoeken waarbij aangetoond moet worden dat er voldoende voortgang is geboekt op de in het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan vastgelegde mijlpalen en doelstellingen. Het niet behalen van mijlpalen en doelstellingen zou kunnen leiden tot budgettaire tegenvallers die binnen de vastgelegde uitgavenplafonds gedekt moeten worden.

3.4 Artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Het verlenen van goede consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland, het verstrekken van publieksinformatie over consulaire en andere diensten van de Rijksoverheid aan Nederlanders in het buitenland en niet-Nederlanders die gebruik willen maken van de diensten van de Nederlandse overheid, consulaire crisisbeheersing en paraatheid. Daarnaast levert het kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is het verantwoordelijk voor de verlening van visa kort verblijf (kvv) en de afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (mvv).

Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensenrechtenbeleid, maatschappelijke ontwikkeling en veiligheidsbeleid. Tevens bijdrage aan o.a. economische en maatschappelijke ontwikkeling en bilaterale verhoudingen door het versterken van de internationale sportstrategie.

De strategische inzet van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ heeft als doel begrip en draagvlak te vergroten voor het geïntegreerde buitenlandbeleid (HGIS) en het eenduidig versterken van de beeldvorming over Nederland bij buitenlandse doelgroepen via de publieke band. De aanpak verstevigt het netwerk van beleidsbeïnvloeders die kunnen sturen op de besluitvorming op voor Nederland relevante beleidsterreinen.

De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:

Consulaire dienstverlening

Uitvoeren

  • Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • Afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (mvv’s) op de posten;

  • Afname van inburgeringsexamens buitenland;

  • Bijstand aan Nederlanders in nood in het buitenland;

  • Begeleiding van Nederlanders die in het buitenland gedetineerd zijn;

  • Verstrekken van publieksinformatie over consulaire en andere diensten van de Rijksoverheid aan Nederlanders in het buitenland en niet-Nederlanders die gebruik willen maken van de diensten van de Nederlandse overheid;

  • Uitbrengen van reisadviezen;

  • Consulaire crisisbeheersing en -paraatheid;

  • Afgifte van Nederlandse reisdocumenten in het buitenland en van diplomatieke en dienstpaspoorten;

  • Afgifte van consulaire verklaringen en legalisaties;

  • Verstrekken van DigiD-activeringscodes aan burgers in buitenland.

Indicator als uitvoeringsverantwoordelijke: Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden.

Doorlooptijden visumaanvragen: percentage visumaanvragen kort verblijf dat binnen 15 dagen wordt afgehandeld. De streefwaarde hiervoor is 85%.

De norm voor de doorlooptijd van visumaanvragen (Schengen) bedraagt 15 dagen conform de EU Visumcode (in werking getreden per 2-2-2020). Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd tot 45 dagen.

Groeiende aantallen visumaanvragen brengen uitdagingen met zich mee, o.a. in de vorm van oplopende wacht- en behandeltijden voor een visumaanvraag. Het Ministerie handelt hierin proactief door de wachttijden nauwgezet te monitoren en zich in te zetten om deze binnen de norm te houden.

NB: De doorlooptijd is het aantal dagen vanaf de ontvankelijkheidsverklaring van de ingediende visumaanvraag tot aan het moment van bekendmaken of uitreiken van de beslissing op de aanvraag.

Regisseren

  • Europees visum- en migratiebeleid en Caraïbisch visumbeleid;

  • Bilaterale dimensie van visum- en migratiebeleid.

Stimuleren

  • Van het reisdocumentenbeleid voor Nederlanders in het buitenland.

Nederlandse cultuur

De uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid (ICB) is een gedeelde verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken (bij wie ook de coördinatie ligt), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het beleidskader voor het ICB wordt steeds voor een periode van vier jaar vastgesteld (beleidskader Internationaal Cultuurbeleid 2025–2028)

Stimuleren

  • Promotie van Nederlandse culturele sector in het buitenland en identificatie van internationale kansen en duurzame samenwerking voor de Nederlandse culturele sector en creatieve industrie;

  • Ondersteuning bilaterale relaties met Nederlandse cultuuruitingen op basis van wederkerigheid;

  • Behoud, beheer en ontsluiting van gedeeld cultureel erfgoed, ook in conflictzones (zoals Oekraïne).

Regisseren

  • Beleidsvorming en uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid;

  • Afstemming met Rijkscultuurfondsen, ondersteunende instellingen en culturele organisaties over internationale activiteiten;

  • Ondersteuning van het buitenlandpolitieke en economische beleid door cultuur in te zetten, bijvoorbeeld als instrument in de dialoog over mensenrechten.

Financieren

  • Ondersteuning van Rijkscultuurfondsen, ondersteunende instellingen en culturele organisaties en activiteiten binnen het beleidskader Internationaal Cultuurbeleid (2025–2028);

  • Nederlands-Vlaamse samenwerking (via ondersteuning van Huis DeBuren in Brussel);

  • Bezoekersprogramma’s en (erfgoed gerelateerde) cursussen en onderzoek naar gedeeld verleden;

Publieksdiplomatie

De inzet op het gebied van publieksdiplomatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.

Stimuleren

  • Het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en de communicatieafdeling in Den Haag om de beeldvorming over Nederland in het buitenland eenduidig te versterken en het netwerk van beïnvloeders te verstevigen;

  • Inkomende en uitgaande buitenlandse bezoekersprogramma’s.

Regisseren

  • Ondersteuning van het buitenlandpolitieke en economische beleid door strategische inzet publieksdiplomatie, bijvoorbeeld tijdige inzet van een instrument ter bevordering van de dialoog over persvrijheid of gendergelijkheid;

  • Ondersteuning communicatie tijdens belanghebbenden conferenties en inzet tijdens crises;

  • Ondersteuning programma’s gericht op agendering en bevordering van de Sustainable Development Goals (SDG's).

Financieren

  • Gedelegeerde activiteiten publieksdiplomatie door Nederlandse posten.

Opvolging excuses slavernijverleden

De minister van Buitenlandse zaken heeft de verantwoordelijkheid voor de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor het opvolgen van de excuses voor het Nederlandse slavernijverleden in Suriname.

Stimuleren

  • Het inzetten op ontwikkelen van hoogwaardige en relevante onderwijsprogramma’s, lerarenopleidingen om bewustzijn te verstevigen;

  • Cultureel onderzoek en erfgoed behouden en onderhouden.

Regisseren

  • Afstemming met lokale minderheden om beheer- en promotieplannen voor erfgoedgebied uit te voeren

Financieren

  • Herstel van erfgoed gerelateerde gebouwen;

  • Capaciteitsopbouw van de zorgsector;

  • (Cultureel) onderzoek steunen.

  • Consulair en visumbeleid ongewijzigd.

  • Internationaal Cultuurbeleid ongewijzigd.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

48.336

74.429

85.482

52.646

34.416

40.070

32.309

         
 

Uitgaven

60.825

73.916

88.155

46.218

36.800

34.676

34.693

         

4.1

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

13.069

15.791

12.340

8.901

8.901

8.901

8.901

 

Subsidies (regelingen)

1.487

1.560

1.538

1.538

1.538

1.538

1.538

 

Gedetineerdenbegeleiding

1.487

1.560

1.538

1.538

1.538

1.538

1.538

 

Inkomensoverdrachten

325

540

540

540

540

540

540

 

Gedetineerdenbegeleiding

325

540

540

540

540

540

540

 

Opdrachten

11.257

13.691

10.262

6.823

6.823

6.823

6.823

 

Consulaire bijstand

309

5.384

3.609

409

409

409

409

 

Reisdocumenten en verkiezingen

6.723

5.173

5.339

5.350

5.350

5.350

5.350

 

Consulaire opleidingen

171

400

400

400

400

400

400

 

Consulaire informatiesystemen

4.054

2.734

914

664

664

664

664

4.2

Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

22.814

13.218

10.590

10.590

10.590

10.590

10.590

 

Opdrachten

21.161

11.518

8.890

8.890

8.890

8.890

8.890

 

Ambtsberichtenonderzoek

34

150

150

150

150

150

150

 

Visumverlening

1.898

2.858

2.858

2.858

2.858

2.858

2.858

 

Legalisatie en verificatie

49

80

80

80

80

80

80

 

Consulaire informatiesystemen

19.180

8.430

5.802

5.802

5.802

5.802

5.802

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.653

1.700

1.700

1.700

1.700

1.700

1.700

 

Bijdragen asiel en migratie

1.653

1.700

1.700

1.700

1.700

1.700

1.700

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

6.177

6.785

4.120

3.436

3.853

3.877

3.898

 

Subsidies (regelingen)

2.919

3.620

4.090

2.706

3.153

3.177

3.198

 

Internationaal cultuurbeleid

2.919

3.620

4.090

2.706

3.153

3.177

3.198

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

3.258

3.165

30

30

0

0

0

 

Internationaal cultuurbeleid

3.258

3.165

30

30

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

0

0

700

700

700

700

 

Nederlands Instituut Marokko

0

0

0

700

700

700

700

4.4

Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

18.765

38.122

61.105

23.291

13.456

11.308

11.304

 

Subsidies (regelingen)

5.237

16.879

49.016

12.300

5.695

4.030

4.030

 

Instituut Clingendael

324

1.200

780

780

1.375

1.375

1.375

 

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

3.092

2.874

2.004

1.476

1.567

1.567

1.567

 

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

0

71

48

37

38

38

38

 

Publieksdiplomatie

1.232

2.240

1.318

901

996

996

996

 

Onderzoeksprogramma

30

100

67

50

54

54

54

 

Academische Leerstoel Anton de Kom

101

280

164

56

0

0

0

 

Opvolging excuses Slavernijverleden

0

10.114

44.635

9.000

1.665

0

0

 

Kennisplatform Oost-Europa

458

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

9.490

13.105

10.309

9.492

6.364

5.892

5.892

 

Adviesraad Internationale Vraagstukken

671

743

740

732

732

732

732

 

Instituut Clingendael

3.804

3.581

3.500

3.500

1.000

535

535

 

Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties

575

1.000

682

505

535

535

535

 

Algemene voorlichting

403

2.783

1.898

1.379

1.473

1.466

1.466

 

Koninklijk Huis - inkomende en uitgaande bezoeken, officiële ontvangsten

2.987

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

China-strategie

14

0

0

0

0

0

0

 

Onderzoeksprogramma

951

1.761

781

876

124

124

124

 

Kennisplatform Oost-Europa

0

737

208

0

0

0

0

 

Publieksdiplomatie

85

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

2.560

1.400

398

391

381

370

366

 

Algemene voorlichting

1.841

0

0

0

0

0

0

 

Verkeersnotificaties

719

400

398

391

381

370

366

 

Opvolging excuses Slavernijverleden

0

1.000

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.478

1.738

1.382

1.108

1.016

1.016

1.016

 

Europese bewustwording

0

250

171

126

34

34

34

 

Publieksdiplomatie

1.478

1.488

1.211

982

982

982

982

 

Nog te verdelen

0

5.000

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

5.000

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

97.376

91.614

86.858

82.367

81.542

82.372

81.502

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 12 Budgetflexibiliteit art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

Artikel 4

 

Juridisch verplicht

74%

Bestuurlijk gebonden

5%

Beleidsmatig gereserveerd

21%

Vrij te besteden

0%

Op artikelonderdeel 4.1 zijn de uitgaven aan gedetineerdenbegeleiding, reisdocumenten, verkiezingen en consulaire informatiesystemen juridisch verplicht. De inkoop van de te verstrekken reisdocumenten en de geplande uitgaven voor het samen met (keten-)partners reguleren van het personenverkeer zijn voor het merendeel juridisch verplicht en worden aan de hand van de afgifte van paspoorten en visa bepaald. Hiervoor worden gedurende het begrotingsjaar verplichtingen aangegaan. Voor crisisbeheersing en crisisgereedstelling zijn middelen beleidsmatig gereserveerd. Op artikelonderdeel 4.2 zijn alle uitgaven voor visaverlening en legalisaties juridisch verplicht.

Voor het artikelonderdeel van internationaal cultuurbeleid zijn de uitgaven voor 9% juridisch verplicht en de rest beleidsmatig gereserveerd in het kader van het 2025-2028 beleidskader.

Binnen het artikelonderdeel 4.4 «Uitdragen Nederlandse waarden en belangen» is 75% juridisch verplicht. Dit percentage komt voornamelijk doordat de middelen voor de opvolging van de excuses voor het Slavernijverleden juridisch verplicht zijn. De budgetten voor Clingendael zijn volledig bestuurlijk gebonden. De budgetten voor publieksdiplomatie worden ingezet voor activiteiten op het gebied van de positionering van Nederland in het buitenland, landenprogramma’s ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen, bezoeken van beïnvloeders en journalisten en uitgaven voor programma’s met in Nederland gevestigde partners zoals internationale organisaties. Deze zijn volledig beleidsmatig gereserveerd. De uitgaven voor algemene voorlichting zijn volledig beleidsmatig gereserveerd. De academische leerstoelgroep Anton de Kom is volledig juridisch verplicht. De uitgaven voor Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid zijn voor 9% juridisch verplicht en richten zich op de financiering van activiteiten die de doelstellingen van het Nederlands buitenlandbeleid ondersteunen. De budgetten voor de onderzoeksprogramma's zijn 69% juridisch vastgelegd, de rest is beleidsmatig gereserveerd. De verplichtingen betreffen subsidies voor Progress en opdrachten voor het China Kennisnetwerk en het Oost-Europa/Rusland Kennisplatform. De verkeersnotificaties zijn 20% juridisch verplicht. De uitgaven ten behoeve van het gastlandschap van Nederland, waaronder die van het Koninklijk Huis, VIP bezoeken en het corps diplomatique zijn volledig bestuurlijk gebonden en worden in de loop van 2026 ingevuld.

Artikelonderdeel 4.1: Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

  • (Stille) diplomatie met oog op eerlijke rechtsgang voor Nederlandse gedetineerden. Subsidies ten behoeve van resocialisatie, extra zorg en juridisch advies m.b.t. gedetineerden.

  • Adviseren en ondersteunen van Nederlandse gedetineerden door gedifferentieerde bezoekfrequentie en in bepaalde landen maandelijkse giften aan gedetineerden

  • Verlenen van consulaire bijstand aan Nederlanders in nood.

  • Bijstaan van Nederlanders in geval van crises; en als dat noodzakelijk en mogelijk is, repatriëringen/evacuaties organiseren, al dan niet in samenwerking met andere partijen.

  • Verstrekken van reisdocumenten en opmaken van consulaire akten en verklaringen

  • Verstrekken van reisadviezen.

  • Organiseren van opleidingen gericht op optimalisatie van consulaire werkprocessen.

  • Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen.

  • Informeren van Nederlanders in het buitenland en mensen die naar Nederland willen komen via Nederland WereldWijd.

Artikelonderdeel 4.2: Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

  • Behandelen van aanvragen voor visa kort verblijf en het beleid op dit terrein.

  • Afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (MVV) op de posten.

  • In het kader van versterkte Europese samenwerking maken van afspraken over wederzijdse visumvertegenwoordiging

  • Afnemen van inburgeringsexamens in het buitenland.

  • Verrichten van legalisaties en uitvoeren van verificatieonderzoeken.

  • Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen.

  • Op verzoek van het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden algemene en individuele ambtsberichten opgesteld, waarop zij het toelatings- en terugkeerbeleid baseren.

  • Diplomatie voor het bemiddelen bij terugkeer van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.

  • Samenwerking met instanties in en buiten Nederland, de EU en internationale organisaties.

  • Voor het beschermen van de mensenrechten van migranten, het voorkomen van irreguliere migratie, het tegengaan van mensensmokkel en -handel en het bevorderen van terugkeer en herintegratie is Nederland actief in onder meer de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

Artikelonderdeel 4.3: Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

  • Subsidieverlening via de posten aan Nederlandse cultuurmakers.

  • Subsidieverlening aan (Nederlandse) culturele instellingen ten behoeve van activiteiten en (bezoekers)programma’s.

Artikelonderdeel 4.4: Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

  • Via publieksdiplomatie verstevigt Buitenlandse Zaken het netwerk van beleidsbeïnvloeders die de besluitvorming op voor Nederland relevante beleidsterreinen kunnen beïnvloeden. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de media, het maatschappelijk middenveld en persoonlijke contacten via bijeenkomsten en andere activiteiten. Daarbij worden online kanalen ingezet voor engagement, zoals de website Netherlands and You, het NL platform, Facebook, X en Instagram.

  • De strategische inzet van Publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ versterkt de reputatie van Nederland bij een buitenlands publiek en daarmee de politieke- en economische positie. Zo waarborgen we de Nederlandse belangen en kunnen we ons waardenstelsel uitdragen.

  • Met de bijdrage aan publieksdiplomatie kunnen Nederlandse ambassades activiteiten ondersteunen of opstarten op het gebied van strategische beleidscommunicatie en beeldvorming over Nederland.

  • Subsidie ten behoeve van Instituut Clingendael voor trilateraal onderzoeksprogramma met Defensie en Justitie en Veiligheid. Daarnaast ook een opdracht ter ondersteuning van het China Kennisnetwerk en het Oost-Europa/Rusland Kennisplatform.

  • Vanuit het Programma Ondersteuning Buitenland Beleid (POBB) worden activiteiten gefinancierd die aansluiten bij de doelstellingen van het Nederlands buitenlandbeleid met het oog op het verbeteren van bilaterale relaties in de veranderende geopolitieke context. Het gaat om activiteiten die katalyserend zijn; dit kan variëren van kleinschalige projecten gericht op het creëren van goodwill in scharnierlanden tot inzet op onderwerpen die thematisch prioritair zijn voor Nederland.

  • Voor bezoeken, ontvangsten en overige uitgaven hoogwaardigheidsbekleders, Corps Diplomatique en internationale organisaties wordt EUR 1 miljoen gereserveerd.

  • Voor uitgaven ten behoeve van staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis wordt EUR 2,5 miljoen gereserveerd.

  • Opdrachtverlening aan CJIB voor verkeersnotificaties (vrijwillige bijdrage) na overtredingen buitenlandse diplomaten in Nederland.

  • De Adviesraad Internationale Vraagstukken adviseert gevraagd en ongevraagd over internationale vraagstukken. Dit betreft met name: Europese samenwerking, mensenrechten, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking en veiligheidsbeleid.

  • De leerstoel Anton de Kom is ingesteld bij de Vrije Universiteit Amsterdam. De leerstoel is gericht op de historische verwerking van het Nederlandse koloniale en slavernijverleden, en hoe dit doorwerkt in het heden, in lijn met het gedachtengoed van Anton de Kom.

  • Het kabinet zet in op kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het slavernijverleden. In dialoog met nazaten en betrokken gemeenschappen in Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Nederland zullen de beschikbaar gestelde middelen worden ingezet om opvolging te geven aan de gemaakte excuses voor het slavernijverleden.

Ontvangsten

  • De ontvangsten onder dit artikel bestaan hoofdzakelijk uit leges voor de afgifte van reisdocumenten, visa en de legalisatie van documenten. Een deel van de consulaire ontvangsten wordt ingezet om een bijdrage te leveren aan de kosten van het consulaire werkproces.

  • Ontvangsten voor verkeersnotificaties, vrijwillige bijdragen van buitenlandse diplomaten in Nederland.

4. Niet-beleidsartikelen

4.3 Artikel 5 Geheim

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 13 Budgettaire gevolgen artikel 5 Geheim (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Op dit artikel worden geheime uitgaven, verplichtingen en ontvangsten verantwoord.

4.4 Artikel 6 Nog onverdeeld (HGIS)

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 14 Budgettaire gevolgen artikel 6 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

0

3.233

3.601

4.998

3.899

2.550

2.430

         
 

Uitgaven

0

3.233

3.601

4.998

3.899

2.550

2.430

         

6.1

Nog onverdeeld (HGIS)

0

3.233

3.601

4.998

3.899

2.550

2.430

 

Nog onverdeeld (HGIS)

0

3.233

3.601

4.998

3.899

2.550

2.430

 

Nog onverdeeld (HGIS)

0

3.233

3.601

4.998

3.899

2.550

2.430

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming ten tijde van de Voorjaarsnota. Op basis van de Rijksbrede indexatiesystematiek wordt het HGIS non-ODA budget bijgesteld. De indexatie wordt verwerkt op dit artikel. Het geraamde budget op dit artikel is met name bedoeld voor het uitkeren van loon- en prijsbijstelling binnen de HGIS en voor incidentele initiatieven of tegenvallers binnen de HGIS.

4.2 Artikel 7 Apparaat

A. Personele en materiële uitgavenDit artikel betreft de apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en attachés van andere Ministeries. Het omvat de verplichtingen voor en uitgaven aan het ambtelijk personeel, de overige personele uitgaven en het materieel.

Personeel:De uitgaven voor eigen personeel vallen uiteen in de volgende categorieën: 1) Uitgaven voor het ambtelijk personeel; dit betreft de algemene ambtelijke leiding van het departement (met uitzondering van de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaals), de beleidsdirecties en de ondersteunende diensten; 2) Uitgaven voor het uitgezonden personeel op de ambassades (zoals salaris, vergoedingen en dienstreizen); 3) Uitgaven voor het lokaal aangenomen personeel op de buitenlandse vertegenwoordigingen van Nederland.

Materieel:De materiële uitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor de exploitatie van en investeringen in het departement in Den Haag en de vertegenwoordigingen in het buitenland. Hieronder vallen onder andere de verplichtingen en uitgaven voor: 1) Huisvesting zoals huur van kanselarijen, residenties, personeelswoningen en het kantoor in Den Haag, klein onderhoud en bouwkundige projecten; 2) Beveiligingsmaatregelen; 3) ICT-uitgaven zoals automatisering en communicatiemiddelen;4) Bedrijfsvoeringsuitgaven. Specifiek wordt van de materiële uitgaven aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op ICT-uitgaven en hoeveel van de uitgaven via een Rijksbrede shared service organisatie (SSO) worden verricht. De ICT-uitgaven die door een SSO worden verricht staan opgenomen onder de categorie «bijdragen aan SSO’s».

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 15 Budgettaire gevolgen artikel 7 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

1.116.942

1.126.625

1.061.233

995.189

964.670

950.343

943.466

         
 

Uitgaven

1.125.350

1.126.625

1.061.233

995.189

964.670

950.343

943.466

         

7.1

Apparaat

1.125.350

1.126.625

1.061.233

995.189

964.670

950.343

943.466

 

Personele uitgaven

769.163

769.517

764.685

732.475

713.043

692.161

688.377

 

Eigen personeel

0

614.289

612.465

589.352

567.617

549.071

545.308

 

Inhuur externen

0

63.730

62.528

60.733

59.186

57.645

57.645

 

Overige personele uitgaven

0

91.498

89.692

82.390

86.240

85.445

85.424

 

Materiële uitgaven

356.187

357.108

296.548

262.714

251.627

258.182

255.089

 

ICT

0

68.146

61.576

59.236

56.580

56.424

56.393

 

Bijdrage aan SSO's

0

78.243

67.542

63.961

63.961

63.961

63.961

 

Overige materiële uitgaven

0

210.719

167.430

139.517

131.086

137.797

134.735

         
 

Ontvangsten

60.354

240.071

47.271

47.671

59.671

48.271

28.571

         

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geen baten-lastendienst of ZBO.

C. Verdeling apparaatsuitgaven naar beleid

De Minister van Financiën heeft de Kamer, in het kader van ‘verantwoord begroten’, toegezegd de apparaatsuitgaven indicatief te verdelen over de beleidsartikelen. Omdat de apparaatsuitgaven niet specifiek toe te rekenen zijn aan beleidsartikelen, kiest het ministerie van Buitenlandse Zaken voor een splitsing naar uitgaven op het kerndepartement en op de posten. Daarbij geldt ook dat voor sommige onderdelen, zoals met name ICT-uitgaven, de exacte verdeling niet te geven is. Het ministerie - bestaande uit kerndepartement in Den Haag en een postennet wereldwijd - werkt als één geheel.

Tabel 16 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

BZ Kerndepartement

427.295

392.095

366.027

359.374

358.577

355.531

BZ Postennet

699.330

669.138

629.162

605.296

591.766

587.935

Totaal Apparaat

1.126.625

1.061.233

995.189

964.670

950.343

943.466

Figuur 3 Verdeling apparaatsuitgaven Kerndepartement EUR 392 miljoen

D. Actuele ontwikkelingen

Informatiebeveiliging en PrivacyInformatie- en toegangsbeveiliging is van cruciaal belang voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit belang wordt door de toename van cyberdreigingen wereldwijd sterk uitgedaagd. Op basis van voorgeschreven normenkaders vanuit Rijk, EU en NAVO worden beveiligingsmaatregelen getroffen die gericht zijn op techniek, gebouw, organisatie én medewerkers. Tevens wordt controle en governance hierop versterkt. BZ zet zich blijvend in om duurzaam en vertrouwelijk om te gaan met (persoons)gegevens. Verder zet BZ ook in op een stijgend volwassenheidsniveau en normenkader op privacy en informatiebeveiliging.

InformatiehuishoudingDe informatiehuishouding is voor het ministerie van Buitenlandse Zaken essentieel voor efficiënte werkprocessen, een sterke informatiepositie en voor openbaarheid en transparantie. In 2025 is het Programma Verbetering Informatiehuishouding BZ in de lijnorganisatie belegd. De directie Informatievoorziening en Digitale Innovatie (IDI) stuurt sindsdien vanuit de lijn op de verdere verbetering van de informatiehuishouding. In 2027 worden activiteiten en initiatieven voor de verbetering van de informatiehuishouding voortgezet, zoals de actieve ondersteuning van dienstonderdelen bij het op orde brengen van hun informatiehuishouding. Daarnaast treedt op 1 januari 2027 de nieuwe Archiefwet in werking. Met ondersteuning van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap gaat BZ aan de slag met de implementatie.

Voor de informatievoorziening van BZ is SSC/ICT een belangrijke dienstverlener. BZ heeft moeten vaststellen dat de specifieke behoeften van BZ niet goed kunnen worden ingevuld in een shared service achtige setting, zoals die door SSC/ICT wordt geboden. Daarom heeft BZ in 2023 besloten om de huidige inrichting van de IT-dienstverlening te heroverwegen. Dit proces is in 2024 gestart, in 2025 is hiervoor een verbeterprogramma ingericht. Na evaluatie in 2026 wordt bezien hoe de samenwerking in 2027 zal worden voortgezet.

Doorontwikkeling digitaliseringDe digitaliseringsvisie 2030 en de daaruit voortvloeiende strategie voor 2026 ‒ 2030 zetten de koers op het gebied van informatievoorziening en digitalisering van het departement en is daarmee het kader voor alle BZ-projecten met een data- en informatiecomponent, experimenten en innovaties met digitale technologie en digitaliseringsactiviteiten van BZ. Om de in de visie geformuleerde doelstellingen te realiseren worden in 2027 meerdere activiteiten uitgevoerd en voortgezet met onder andere aandacht voor de doorontwikkeling van architectuurprincipes, multi-platformmanagement, portfoliomanagement, connectiviteit, een toekomstbestendige digitale werkomgeving, digitale vaardigheden, data governance, inzet van AI, informatiehuishouding en informatieveiligheid.

Toekomstige unilocatie Ministerie van BZOnder aansturing vanuit het Ministerie van BZK zijn de masterplannen voor Rijkskantoorhuisvesting uitgewerkt. In interdepartementaal verband is in juni 2024 een besluit genomen over de unilocatie voor het Ministerie van BZ. De planning voor BZ is vooralsnog ongewijzigd. In 2033 zal BZ naar de volledige verbouwde en vernieuwde Hoftoren (Rijnstraat 50) verhuizen. De voorbereidende regiewerkzaamheden voor BZ zijn in gang gezet

HuisvestingHet Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft met het Ministerie van Financiën de zogenaamde Middelenafspraak voor haar buitenlandse vastgoed. Deze afspraak houdt in dat de ontvangsten uit verkoop van vastgoed (uitsluitend) mogen ingezet worden voor investeringen in vastgoed. De huidige afspraak loopt tot en met 2030. In overleg met Financiën zijn de verantwoordingsmomenten over de ontwikkelingen binnen de huisvestingsportefeuille aangesloten op de geëigende begrotingsmomenten. Hierdoor kan BZ, indien van toepassing, een verzoek indienen om middelen te schuiven tussen de jaren om daarmee de doelmatigheid van de investeringen te bevorderen. Bij de 1e suppletoire begroting 2027 van BZ wordt een CW 3.1 brief meegestuurd over de wijzigingen in de huisvestingsportefeuille.

Tabel 17 Huisvesting

Bedragen x EUR 1.000

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Investeringen

51.940

42.538

30.000

25.000

23.810

24.000

Onderhoud- & exploitatie

145.331

138.097

133.464

130.416

129.997

129.988

Huisvesting totaal

197.271

180.635

163.464

155.416

153.807

153.988

6. Bijlagen

Bijlage 1: Subsidieoverzicht

Subsidies (bedragen x 1.000 euro)

Art

Naam Subsidieregeling (met hyperlink naar vindplaats)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidieregeling (jaartal)

1,1

Subsidieregeling BZ 2006: Internationaal recht

€ 1.550

€ 1.550

€ 1.046

€ 770

€ 819

€ 819

€ 819

2022

2027

2027

1,2

Subsidieregeling BZ 2006: Mensenrechtenfonds

€ 16.722

€ 18.681

€ 17.857

€ 20.799

€ 20.567

€ 20.743

€ 15.268

2022

2027

2027

1,3

Subsidieregeling BZ 2006: Carnegiestichting

€ 7.130

€ 7.316

€ 7.254

€ 4.338

€ 4.338

€ 4.338

€ 4.338

2022

2027

2027

1,3

Subsidieregeling BZ 2006: Vredespaleis

€ 7.922

€ 7.960

€ 4.534

€ 4.534

€ 1.162

€ 1.124

€ 4.534

2022

2027

2027

2,1

Subsidieregeling BZ 2006: Atlantische Commissie

€ 964

€ 874

€ 869

€ 869

€ 465

€ 353

€ 353

2022

2027

2027

2,1

Subsidieregeling BZ 2006: Veiligheidsfonds

€ -

€ 6.726

€ 6.951

€ 4.372

€ 5.019

€ 5.055

€ 5.090

2022

2027

2027

2,2

Subsidieregeling BZ 2006: Anti-terrorisme instituut

€ 500

€ 161

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,2

Subsidieregeling BZ 2006: Contra-terrorisme

€ 1.997

€ 250

€ 169

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,2

Subsidieregeling BZ 2006: Cyber security

€ 3.032

€ 473

€ 41

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,2

Subsidieregeling BZ 2006: Global Forum on Cyber Expertise

€ 250

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,4

Subsidieregeling BZ 2006: Nederland Helsinki Comité

€ 28

€ 28

€ 4

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,4

Subsidieregeling BZ 2006: Stabiliteitsfonds

€ 25.000

€ 35.306

€ 27.707

€ 26.646

€ 26.646

€ 26.646

€ 26.646

2022

2027

2027

2,4

Subsidieregeling BZ 2006: Training buitenlandse diplomaten

€ 3.325

€ 3.325

€ 3.316

€ 1.652

€ 1.755

€ 1.755

€ 1.755

2022

2027

2027

2,4

Subsidieregeling BZ 2006: VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

€ -

€ 1.500

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,5

Subsidieregeling BZ 2006: MATRA

€ 13.040

€ 13.842

€ 9.509

€ 10.305

€ 7.023

€ 10.025

€ 10.025

2022

2027

2027

2,5

Subsidieregeling BZ 2006: Shiraka

€ 4.002

€ 5.929

€ 6.173

€ 11.847

€ 9.541

€ 9.541

€ 8.876

2022

2027

2027

2,6

Subsidieregeling BZ 2006: Accountability Oekraïne

€ 1.064

€ 925

€ 123

€ 75

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,6

Subsidieregeling BZ 2006: Bescherming en herstel van cultureel erfgoed

€ -

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,6

Subsidieregeling BZ 2006: Humanitaire ontmijning

€ -

€ 5.000

€ -

€ -

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

2,6

Subsidieregeling BZ 2006: Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine

€ 1.000

€ 500

€ 10.400

€ 23.500

€ 33.500

€ 500

€ 500

2022

2027

2027

3,4

Subsidieregeling BZ 2006: EIPA

€ 348

€ 348

€ 235

€ 173

€ 183

€ 183

€ 183

2022

2027

2027

4,1

Subsidieregeling BZ 2006: Gedetineerdenbegeleiding

€ 1.550

€ 1.560

€ 1.538

€ 1.538

€ 1.538

€ 1.538

€ 1.538

2022

2027

2027

4,3

Subsidieregeling BZ 2006: Internationaal cultuurbeleid

€ 3.002

€ 3.620

€ 4.090

€ 2.706

€ 3.153

€ 3.177

€ 3.198

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Academische Leerstoel Anton de Kom

€ 220

€ 280

€ 164

€ 56

€ -

€ -

€ -

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Instituut Clingendael

€ 250

€ 1.200

€ 780

€ 780

€ 1.375

€ 1.375

€ 1.375

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Internationale manifestaties en diverse bijdragen

€ 71

€ 71

€ 48

€ 37

€ 38

€ 38

€ 38

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Onderzoeksprogramma

€ 100

€ 100

€ 67

€ 50

€ 54

€ 54

€ 54

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Opvolging excuses Slavernijverleden

€ -

€ 10.114

€ 44.635

€ 9.000

€ 1.665

€ -

€ -

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

€ 3.045

€ 2.874

€ 2.004

€ 1.476

€ 1.567

€ 1.567

€ 1.567

2022

2027

2027

4,4

Subsidieregeling BZ 2006: Publieksdiplomatie

€ 2.147

€ 2.240

€ 1.318

€ 901

€ 996

€ 996

€ 996

2022

2027

2027

Bijlage 2: Evaluatie- en overig onderzoek

Tabel 1.44 Uitwerking Strategische Evaluatieagenda

Uitwerking Strategische Evaluatieagenda Thema Versterkte internationale rechtsorde

     

Alle subthema's

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage

Periodieke rapportage

uiterlijk 2031

te starten

Periodieke rapportage

1.1, 1.2, 1.3,

Subthema Gastland beleid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Evaluatie gastlandbeleid

beleidsevaluatie

2027

lopend

Evaluatie gastlandbeleid NL

1.3

      

Uitwerking Strategische Evaluatieagenda Thema Veiligheid en stabiliteit

     

Alle subthema's

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke rapportage

Periodieke rapportage

uiterlijk 2031

te starten

Periodieke rapportage

2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5

Subthema Internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Beleidsevaluatie veiligheidsbeleid tav NAVO en EU

beleidsevaluatie

2029

te starten

NL inzet op het veiligheidsbeleid tav NAVO en EU

2.1

Subthema Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Beleidsevaluatie hybride dreigingen

beleidsevaluatie

2027

te starten

Nederlandse inzet op het gebied van hybride dreigingen

2.2

Subthema Wapenbeheersing

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Beleidsevaluatie wapenbeheersing

beleidsevaluatie

2028

te starten

Nederlandse inzet wapenbeheersing

2.3

Beleidsevaluatie NL samenwerking op nieuwe technologieën

beleidsevaluatie

2027

te starten

Nederlandse inzet op internationale samenwerking op het gebied van nieuwe technologieën (AI, Quantum, Space, etc)

2.3

Beleidsevaluatie wapenexport

beleidsevaluatie

2028

te starten

Evaluatie wapenexportbeleid

2.3

Subthema inzet missies

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Evaluatie missie Irak

evaluatie

2027

lopend

Nederlandse inzet in Irak

2

Subthema Oekraine

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Evaluatie inzet Oekraine

beleidsevaluatie

2027

lopend

Evaluatie inzet Oekraine (niet-militaire steun)

art. 2.6 BZ + art. 5.3 BHOS

      

Uitwerking Strategische Evaluatieagenda Thema Effectieve Europese Samenwerking

     

Alle subthema's

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke Rapportage

Periodieke rapportage

uiterlijk 2031

te starten

Periodieke rapportage

3.1, 3.2, 3.3, 3.4 (met focus op art. 3.3, hechtere Europese waardengemeenschap

Subthema Een hechtere Europese waardengemeenschap

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Evaluatie Raad van Europa

evaluatie

2028

te starten

Nederlandse inzet Raad van Europa (incl NL voorzitterschap)

3.3

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Evaluatie Voorzitterschap EU 2029

evaluatie

2030 ‒ 2031

te starten

Uitvoering Nederlands EU-voorzitterschap 2029.

3.4

      

Uitwerking Strategische Evaluatieagenda Thema Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

     

Alle subthema's

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Periodieke Rapportage - NLse inzet in crisissituaties

Periodieke rapportage

2028

te starten

Periodieke rapportage - NLse inzet in crisissituaties

4.1, 4.2

Subthema Consulaire Dienstverlening

     

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Beleidsevaluatie crisissituaties

beleidsevaluatie

2028

te starten

Beleidsevaluatie crisissituaties

4.1

Subthema Internationaal Cultuurbeleid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel(en)

Beleidsevaluatie Internationaal Cultuurbeleid (ICB)

Beleidsevaluatie

2026

lopend

Gezamenlijke evaluatie door BZ&OCW van het ICB voor 2021-2024 en eerste jaar huidig beleidskader (2025)

4.3 (evaluatie kijkt ook naar H17 middelen)

Uitwerking

Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn beleidsdirecties zelf verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van regulier ex ante onderzoek, mid-term reviews en methodologisch minder complexe ex post evaluaties. Ex ante onderzoek betreft in de regel geen grote, aanbestede studies en rapporten voor het parlement, maar kleinere voorbereidende onderzoeksanalyses, die in beperkte mate jaren vooruit gepland kunnen worden.

De directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) is bij Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor het verrichten van de Periodieke rapportages (PR) en voert ook methodologisch complexe ex post evaluaties en omvangrijke synthesestudies uit. Beleidsdirecties en IOB overleggen welke strategische vragen daarbij relevant zijn in aanvulling op de voorwaarden waaraan de PR moet voldoen. Uitgangspunt is (1) optimaal eigenaarschap bij de directies van de onderbouwing van en verantwoording over het eigen beleid en tegelijkertijd (2) borging van de onafhankelijke werkwijze en inhoudelijke oordeelsvorming van IOB tijdens het onderzoek. Zowel tijdens de voorbereiding als de uitvoering van het evaluatieonderzoek is er op belangrijke momenten interactie met relevante betrokken partijen. De centrale vraagstelling en de Terms of Reference en in een latere fase de conceptteksten van het rapport worden besproken in een speciaal voor elke evaluatie samen te stellen referentiegroep. Die bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken (beleids-)directies alsmede externe onafhankelijke deskundigen, veelal wetenschappers. Steeds vaker wordt een bredere groep stakeholders geconsulteerd en bij het evaluatieproces betrokken.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft verschillende manieren om aan haar inzicht- en kennisbehoeften tegemoet te komen. Naast de evaluaties door IOB en de directies zelf, wordt er regelmatig nauw samengewerkt met externe kennisinstellingen om beleidsonderzoek uit laten voeren. Voor deze meerjarige onderzoeksprogramma’s wordt direct samengewerkt met universiteiten en denktanks, zoals Clingendael en Wageningen University & Research, maar ook indirect, via NWO en zogenoemde kennisplatforms. Daarnaast zijn er de specifiek aan het Ministerie gekoppelde adviesraden, te weten de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). De Eerste en Tweede Kamer worden separaat ingelicht over de (meerjarige) werkprogramma’s van deze adviesraden.

Thema: Versterkte internationale rechtsorde (SDG 16, 17)

Beschrijving beleidsthema

De algemene doelstelling voor dit thema is het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde, inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid. Een sterke internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak, naleving en waar nodig aanvulling van de internationale wet- en regelgeving en voortdurende inzet tegen straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen en het voorkomen van deze schendingen. Omdat de mensenrechten het best worden gewaarborgd in goed functionerende democratieën, zet Nederland zich in om het krimpen van de democratische ruimte wereldwijd tegen te gaan. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid. De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties (IO’s) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten.

Het beleidsthema is ingedeeld in drie subthema’s die elk samenvallen met een begrotingsdoelstelling: goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak (art 1.1); bescherming en bevordering van mensenrechten (art 1.2); en gastlandbeleid internationale organisaties (art 1.3).

Het beleid voor het subthema goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak is vastgelegd in de beleidsnota ‘Beleidskader Mondiaal Multilateralisme: Positionering van het Koninkrijk in een veranderende Multilaterale Wereldorde' en voor het subthema bescherming en bevordering van mensenrechten in de beleidsnota ’Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde’.

Toelichting inzichtbehoefte en onderzoeksagenda:

PR en onderliggende evaluaties van het begrotingsartikel zijn recent afgerond. In 2026 werd ook de Tussentijdse Review van het Beleidskader Mondiaal Multilateralisme afgerond. Geen nieuwe inzichtbehoeften voor 2027.

Subthema Gastlandbeleid

Evaluatie Gastland beleid

BZ zal het Nederlands gastlandbeleid evalueren. Input uit deze evaluatie zal worden meegenomen in een herziening van de Notitie Gastlandbeleid. Er zal aandacht besteed worden aan de coördinatie van het gastlandbeleid en de werving van nieuwe Internationale Organisaties. De laatste evaluatie dateert van 2018.

Thema: Veiligheid en stabiliteit (SDG 4,10,16)

Beschrijving beleidsthema

De veiligheid van Nederland en Europa staat onder druk. Een agressief Rusland, steeds assertiever China, de veranderende opstelling van de Verenigde Staten in combinatie met hybride dreigingen, de inzet van economie als dwangmiddel en nieuwe technologieën plaatsen Nederland en Europa voor een grote veiligheidsopgave. We moeten opschalen en meer verantwoordelijkheid nemen voor onze veiligheid. Met een versterkte internationale veiligheidsinzet beschermen we de vrijheid en welvaart in ons Koninkrijk. Met dat doel voor ogen zet dit kabinet de komende jaren in op versterkte Europese veiligheid via de NAVO, de EU en partnerschappen. Daarbij horen strategische evaluaties van dat vernieuwde beleid, zodat op basis daarvan lijnen kunnen worden doorgetrokken naar de toekomst.

De nieuwe internationale veiligheidsstrategie, welke de prioriteiten op het gebied van veiligheidsbeleid uiteenzet voor de periode 2026-2030, markeert een paradigmaverschuiving, waarbij de nadruk voor het ministerie van Buitenlandse Zaken komt te liggen op de bevordering van de Europese veiligheid. Dit is de voornaamste opgave tot en met in ieder geval 2030. Dit heeft ook gevolgen voor de keuzes die we moeten maken met betrekking tot evaluaties. Die keuzes worden nader uiteengezet in de bijgevoegde tabellen.

Dit betekent onder meer een focus op het verwezenlijken van een sterker Europa binnen de NAVO. Dat Bondgenootschap is en blijft voor Nederland en Europa de hoeksteen van de Europese veiligheid, met bijbehorende Amerikaanse capaciteiten, maar ook met versterking met Europese partners en Europese verantwoordelijkheden. Ook de evaluaties zullen de verandering van die keuzes dienen te ademen. Ook binnenlands wordt steeds samengewerkt met steeds meer partners, binnen de diverse overheden en daarbuiten. Dat betekent ook een verbreding van de reikwijdte van evaluaties, in een veld waarin de scheidslijnen tussen economisch, buitenland- en veiligheidsbeleid gaandeweg vervagen, met vervlechting van domeinen als defensie, economie, energie en technologie.

Subthema goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

De investering van Nederland op zijn eigen en de bondgenootschappelijke veiligheid kent sinds de NAVO-Top van Den Haag en de mede daarop gebaseerd beleidskeuzes een ongekende verhoging en verbreding. De besteding van die middelen beoogt een verregaande vergroting van militaire capaciteiten, teneinde agressie beter te kunnen afschrikken en uiteindelijk beantwoorden. Ook de EU manifesteert zich steeds meer als een geopolitieke actor op het gebied van veiligheid, gebruikmakend van haar economische gewicht en daarbij behorende machtsmiddelen waaronder sancties en inzet op economische veiligheid. In de respons op de Oekraïne-crisis zijn NAVO en EU verenigd en in hoge mate complementair. Versterkte militaire aanwezigheid en inzet aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied zijn onderdeel van de inzet die mogelijk en nodig wordt gemaakt met de nieuwe investeringen.

In het cyber domein Heeft Nederland internationaal een sterke positie op o.a. normstelling, capaciteitsopbouw en mensenrechten. De aandacht verschuift daarbij deels naar een effectieve respons tegen inbreuken op Nederlandse cyberbelangen, zowel reactief als proactief.

Subthema Defensie-industrie en wapenexportbeleid

Nederland blijft zich inzetten op het versterken van het vermogen van Nederland en Europa om de eigen defensie-industrie te versterken en daarmee minder afhankelijk te zijn van andere landen voor verwerving van militaire capaciteiten en munitie. Het wapenexportbeleid speelt daarbij een rol omdat het vermogen van de industrie om te exporteren naar derdelanden relevant is voor de concurrentiepositie en innovatievermogen. Nederland blijft daarbij scherp letten op het voorkomen dat wapens onbedoeld terechtkomen in conflictgebieden of gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen.

Subthema bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

In het veiligheidsbeleid staat terrorisme minder centraal, maar het blijft zich manifesteren op Europees en Nederlands grondgebied. Nederland richt zich op het onderhouden en versterken van internationale samenwerking bij bestrijding van uitingsvormen en grondoorzaken van terrorisme. De uitdaging bestaat uit het aanpassen van de inzet aan de veranderde prioriteitstelling en het handhaven van de noodzakelijke inzet t.a.v. regionale brandhaarden en het zoveel mogelijk onderhouden van de zo succesvolle internationale samenwerkingsstructuur, met behoud van de inzet van financiële middelen t.b.v. terrorismebestrijding. In zijn CT-beleid blijft Nederland aandacht geven aan mensenrechten en het maatschappelijk middenveld, naast effectieve terrorisme-sancties. BZ speelt een lichte coördinerende rol met betrekking tot de Nederlandse inspanningen om grensoverschrijdende criminaliteit effectief aan te pakken. Hoewel internationale criminaliteit, waaronder drugscriminaliteit, een substantieel veiligheidsprobleem vormt, ligt het handelingsperspectief met name bij andere ministeries.

Subthema Wapenbeheersing

Nederland bevordert een gebalanceerde aanpak van nucleaire ontwapening, wapenbeheersing en non-proliferatie, met als uiteindelijk doel een wereld zonder kernwapens. Ook onder de huidige geopolitieke verhoudingen ziet Nederland het als een plicht om in te blijven zetten op het maken, verbeteren én afdwingen van internationale afspraken, ook op het gebied van politiek-juridische kaders over bezit, gebruik en verspreiding van conventionele en massavernietigingswapens. Afbrokkelende strategische stabiliteit, groeiende kernwapenarsenalen en onverantwoorde Russische nucleaire retoriek vergroten de kans op nucleaire escalatie. In aanvulling op de NAVO en de Amerikaanse afschrikkingscapaciteiten onderzoekt Nederland met relevante partners op welke manier de Europese dimensie van nucleaire afschrikking versterkt kan worden. Nederland neemt verantwoordelijkheid binnen de nucleaire taak van de NAVO en werkt aan concretisering van de samenwerking met Frankrijk op dit gebied.

Illegale wapenhandel in met name kleine en lichte wapens is een groeiend mondiaal probleem. Zo worden ze gebruikt bij terroristische aanslagen binnen en buiten Europa en verergeren ze gewapende conflicten. Nederland zet zich in voor betere toepassing en vernieuwing van de internationaalrechtelijke en politieke kaders. De ontwikkelingen op het gebied van synthetische biologie, kunstmatige intelligentie en de toename van autonomie in wapensystemen vragen om een kritische houding en een doorlopend internationaal debat.

Nederland zet daarnaast in op internationale normstelling en samenwerking op het gebied van nieuwe technologieën, met name daar waar ze het militaire domein raken. Nederland heeft laten zien dat ze het debat een impuls kan geven en politiek draagvlak voor normering kan genereren, zoals bleek uit de succesvolle REAIM-conferentie over gebruik van AI in het militaire domein. Nederland heeft de ambitie om ook op andere nieuwe technologieën een dergelijke rol te pakken.

Subthema bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

Door de druk op de internationale rechtsorde en de instabiliteit in de regio’s rondom Europa investeert het kabinet in vredesmissies en (crisisbeheersings-)operaties, als vorm van vooruitgeschoven verdediging. Het stimuleren van veiligheid en stabiliteit in regio’s zoals de Balkan, de Sahel en het Midden-Oosten is in het veiligheidsbelang van Europa. Waar mogelijk maakt de inzet van de krijgsmacht deel uit van een geïntegreerde aanpak. De geleerde lessen van recente missies, waaronder die in Afghanistan en de Sahel, worden toegepast in het vormgeven van nieuwe missies. De toegenomen inzet van de krijgsmacht op hoofdtaak 1 leidt ertoe dat er minder capaciteiten beschikbaar zijn voor inzet op hoofdtaak 2. Niettemin blijft Nederland, binnen de mogelijkheden, inzetten op deelname aan missies in de genoemde gebieden, waaronder in de komende tijd in EUFOR Althea in de Balkan en op kleinere schaal bij diverse inzet in de Sahel.

Subthema bevordering van transitie in prioritaire gebieden

Nederland zet middels het Nederlands Fonds voor Regionale Partner­schappen (NFRP) in op duurzame vergroting van maatschappelijke veerkracht en stabiliteit in de ring rond Europa. Het NFRP bestaat uit het Matra-programma voor de landen van het Oostelijk Partnerschap (OP) en de pre-accessieregio en het Shiraka-programma dat zich richt op landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Met behulp van Matra-financiering wordt ingezet op rechtsstaatsontwik­keling, goed bestuur en democratisering in de landen van het Oostelijk Partnerschap en de EU pre-accessieregio. De activiteiten komen tot stand in nauwe samenwerking met Nederlandse ngo’s, het maatschappelijk middenveld en overheden in de doellanden. De inzet met Shiraka-financiering in landen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft naast rechtsstaatsontwikkeling, goed bestuur en democratisering ook betrekking op het scheppen van voorwaarden voor economische ontwikkeling, met name gericht op werkgelegenheid en het bieden van perspectief aan jongeren. Met het NFRP Shiraka-programma worden activiteiten ondersteund die zich richten op versterking van overheden, waaronder korte opleidingen voor ambtenaren en ondersteuning van maatschappelijke initiatieven. Nederland ondersteunt met bovengenoemde programma’s de veranderende relatie tussen burger en overheid in de voor Nederland prioritaire regio rondom de Europese Unie, waarbij overheden meer verant­woording afleggen en burgers meer betrokken worden bij het bestuur.

Toelichting inzichtbehoefte en onderzoeksagenda Veiligheid en Stabiliteit

De onderzoeksagenda wordt gevuld met een aantal beleidsevaluaties op de relevante hoofdthema’s van het veiligheidsbeleid.

Daarnaast bestaat er voor missies die onder artikel 100 worden uitgevoerd een evaluatieverplichting per missie, soms aangevuld met aanvullende evaluaties van bredere effecten van opvolgende missies (vgl. Afghanistan). Deze evaluaties zijn deels nog niet concreet te voorzien omdat ze voortvloeien uit toekomstige inzet. De resultaten van deze evaluaties, evenals lopende, nog niet gefinaliseerde evaluaties, vormen input voor de algehele beleidsevaluatie. Hierna volgt een korte beschrijving van de voorgestelde onderzoeken.

Veiligheidsbeleid t.a.v. NAVO en EU

Op de iets langere termijn komt het nuttig voor om een evaluatie te plegen naar de Nederlandse inzet ten aanzien van het veiligheidsbeleid t.a.v. NAVO en EU, alsmede de samenhang tussen die twee beleidsterreinen.

Evaluatie van missies

Evaluaties reeds voorzien als onderdeel van Artikel 100 missies, zowel voor lopende als toekomstige missies, waaronder de inzet in Irak.

Voor deze inzet van de krijgsmacht, met als doel de handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde, is artikel 100 van de Nederlandse grondwet en het Toetsingskader uit 2014 van toepassing. Voor dat soort missies of operaties geldt op basis van het Toetsingskader een verplichting om de inzet na beëindiging onafhankelijk te evalueren (Kamerstuk 27925, nr. AB).

Beleidsevaluatie Nederlandse inzet wapenbeheersing

Nederland is een zeer actieve speler in het domein van wapenbeheersing/ ontwapening/non-proliferatie en probeert met initiatieven en in verschillende innovatieve coalities invloed uit te oefenen. Tegelijk is de internationale context lastig en is het de verwachting dat de scope voor vooruitgang van internationale samenwerking beperkt zal zijn. In dat licht wordt de effectiviteit van de Nederlandse inzet bezien.

Evaluatie Nederlandse inzet op internationale samenwerking op het gebied van nieuwe technologieën (AI, Quantum, Space, etc)

Er zal worden gekeken naar de Nederlands inzet op het gebied van nieuwe technologieën, met speciale aandacht voor de ontwikkeling van samenwerking op diverse nieuwe terreinen.

Evaluatie Nederlands Wapenexport

Er is behoefte aan onderzoek naar nieuwe keuzes in het wapenexportbeleid, de effectiviteit van internationale samenwerking en de gevolgen voor de defensie-industrie.

Evaluatie NL inzet Oekraine

BZ biedt directe steun aan Oekraïne en levert daarnaast een aanzienlijke bijdrage aan verschillende initiatieven van multilaterale organisaties. Deze tussentijdse evaluatie kijkt terug naar behaalde resultaten, de relevantie van de verleende steun voor Oekraïense partners en de coherentie met initiatieven van andere internationale actoren. Op basis daarvan komt de evaluatie met een aantal beleidsaanbevelingen voor toekomstige steun. 

Hybride dreigingen

Hoewel dit een onderwerp is dat op zichzelf overlap met andere beleidsterreinen met zich brengt, bestaat behoefte aan een evaluatie van het beleid tot dusverre op dit gebied.

Thema: Effectieve Europese samenwerking

Beschrijving beleidsthema

De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling van Nederland in het Europese besluitvormingsproces en in de bilaterale relaties met Europese partners is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.

Toelichting inzichtbehoefte en onderzoeksagenda

Begin 2025 is de meest recente Periodieke Rapportage Effectieve Europese Samenwerking opgeleverd. De Periodieke Rapportage richtte zich op de Nederlandse inzet in de Europese Unie.

Nederland is van mei t/m november 2027 voorzitter van het Comité van Ministers van de Raad van Europa (RvE). De RvE-evaluatie wordt over het voorzitterschap heen getild en zal direct erna worden gestart. De evaluatie biedt een goede mogelijkheid om de resultaten van het voorzitterschap te betrekken bij de bredere evaluatie t.a.v. de Raad van Europa. Oplevering verwacht rond 2028.

Nederland is daarnaast in de tweede helft van 2029 voorzitter van de Europese Unie. Ook dit voorzitterschap zal worden geëvalueerd. De evaluatie biedt goede aanknopingspunten om de effectieve Nederlandse beïnvloeding van de Europese agenda te bekijken. Het geeft tevens een goed moment om te bezien of de huidige EU-kennis van de rijksoverheid voldoende is en voldoende geborgd is voor de toekomst. Als laatste biedt het EU-voorzitterschap een goed moment om de opbrengst van het huidig strategisch EU-personeelsbeleid te evalueren. De oplevering van de evaluatie is naar verwachting in de tweede helft 2030.

Het eerdere voornemen was de Europese Vredesfaciliteit (art. 3.5) (EU-instrument, dat in principe niet separaat door de lidstaten wordt geëvalueerd) mee te nemen in een geografische/thematische evaluatie, in dit geval de Oekraine-evaluatie. Dat onderdeel van de evaluatie zou gedaan worden op basis van de evaluatie van de Europese Commissie over de Europese Vredesfaciliteit inzet voor Oekraine. Inmiddels is gebleken dat de evaluatie van de Europese Commissie zich slechts beperkt tot afgeronde steunmaatregelen, d.w.z. dat de steun aan Oekraine niet wordt meegenomen, omdat die nog loopt. I.v.m. het ontbreken van de onderliggende evaluatie door de Europese Commissie is besloten de Europese Vredesfaciliteit niet mee te nemen in de Oekraine-evaluatie.

Thema: Consulaire dienstverlening en uitdragen van Nederlandse waarden (SDG 16)

Beschrijving beleidsthema

Het beleidsthema is ingedeeld in twee subthema’s die elk samenvallen met een indeling in begrotingsdoelstellingen: consulaire dienstverlening (art 4.1 en 4.2) en internationaal cultuurbeleid (art 4.3).

De algemene doelstelling van consulaire dienstverlening is het verlenen van goede consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het Kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is het verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf.

Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensenrechtenbeleid en veiligheidsbeleid.

Toelichting inzichtbehoefte en onderzoeksagenda per subthema

Subthema consulaire dienstverlening

Er is behoefte aan een analyse van het consulair maatschappelijke beleid en dan met name rond de afgelopen jaren veelvuldig voorgekomen consulaire dienstverlening bij crises wereldwijd. Verwachting is dat het aantal crises de komende jaren niet zal afnemen en hoge eisen blijft stellen aan de uitvoering, zoals we de afgelopen jaren al hebben kunnen waarnemen. Bijstand aan Nederlandse burgers in nood is een kerntaak van het ministerie en elke crisis laat zien dat juist op die momenten de Nederlandse burger op snelle en adequate consulaire bijstand rekent. Ook de pers en politiek verdiepen zich dan meer in de consulaire dienstverlening, waardoor deze zich onder de hoge druk die een crisis met zich meebrengt, oplossingsgericht en snel moet inrichten. Een spanningsveld tussen de verwachtingen van deze Nederlandse burger, de mogelijkheden van de Nederlandse overheid, de professionele verantwoordelijkheid van de reisbranche en de eigen verantwoordelijkheid van de burger in het buitenland om goed voorbereid en geïnformeerd vanuit Nederland naar het buitenland te gaan, laat zich goed onderzoeken. Hierbij kunnen alle aspecten aan bod komen, zeker aangezien de afgelopen crises zijn geëvalueerd en lessen zijn geleerd, o.a.:

  • Beleid en beleidskaders t.a.v. consulaire dienstverlening in crisissituaties;

  • Bijbehorende informatiesystemen waaronder crisisregistratie-applicatie en informatieservice;

  • Publiek-private samenwerking en de juiste rol- en taakverdeling daarbij;

  • Voorbereidende werkzaamheden rond consulaire dienstverlening bij crises o.a. via opleiden/trainen/oefenen en consulair crisisplan posten;

  • Samenwerking waaronder strategischere samenwerking met likeminded landen en interdepartementale afstemming;

  • Handboeken en instructies.

Subthema internationaal cultuurbeleid

BZ voert momenteel samen met OCW een evaluatie uit van het Internationaal Cultuurbeleid (‘ICB’) over de periode 2021-2024, en 2025. Deze evaluatie combineert een eindevaluatie van de beleidsperiode 2021-2024 met een tussentijdse evaluatie van het eerste jaar van de huidige beleidsperiode 2025-2028. De evaluatie zal inzicht verschaffen in het functioneren van het ICB en een antwoord te geven op de vraag welke bijdragen ICB-interventies door de uitvoerende partijen van het ICB hebben geleverd aan de realisatie van de drie beleidsdoelstellingen van het ICB 2021-2024 en 2025-2028. Door lering te trekken uit de succesvolle en minder succesvolle onderdelen van het ICB kan de huidige en toekomstige uitvoering van het ICB worden verbeterd.

Licence