VI Justitie en Veiligheid
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 19.902

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.593

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting worden, op grond van artikel 2.3 eerste lid van de Comptabiliteitswet 2016, elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis), de Justitiële Informatiedienst (Justid) en de Justitiële ICT organisatie (JIO) voor 2027 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in B5 Begroting agentschappen.
Wetsartikel 3
De rechtspraak is, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk voor het eigen beheer. Op grond van de bevoegdheidsverdeling is de Minister niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie. Wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid. Conform artikel 93 van de Wet op de rechtelijke organisatie kan Onze Minister algemene aanwijzingen geven ten aanzien van de taken zoals genoemd in artikel 91, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.
In deel B is naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen. In dit hoofdstuk wordt de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2027 gegeven.
De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Deze leeswijzer gaat onderstaand kort in op de hoofdonderdelen van de begroting.
Hoofdstuk 2: Beleidsagenda
In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van JenV voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s is van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van kabinet zijn opgenomen in tabel belangrijkste beleidsmatige mutaties. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s.1, Hoogeveen2 en Van der Lee c.s. 3 over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken. De hoofddoelen en risico’s zijn nader uitgewerkt in de beleidsartikelen, met daarbij ook nadere toelichting op de voornemens op dat specifieke beleidsterrein.In de beleidsagenda is daarnaast onder andere opgenomen de veiligheidsagenda, een overzicht met de meerjarige planning voor de strategische evaluaties en een overzicht van de risicoregelingen die vallen onder dit ministerie. In de openbaarheidsparagraaf wordt weergegeven hoe het ministerie van Justitie en Veiligheid invulling geeft aan de beleidsvoornemens over de uitvoering van de Wet open overheid (Woo).
Hoofdstuk 3 en 4: Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen
In de (niet)beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven.Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (Hoge Raad), 33 (Openbaar Ministerie) en 34 (Raad voor de Kinderbescherming) worden opgenomen.
Hoofdstuk 5: Begroting agentschappen
De begroting van JenV kent een aantal baten-lasten-agentschappen, waarbij in de begroting van een aantal van deze agentschappen een afwijkende lastencategorie is opgenomen, namelijk de categorie «(materiële) programmakosten». Onder deze categorie zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van deze agentschappen. De betreffende kosten worden niet als apparaatskosten gekwalificeerd.
Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak
In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en het baten-lastenstelsel. In de begroting van JenV is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 7: Wetgevingsprogramma
Het wetgevingsprogramma geeft een overzicht van de fase waarin de totstandkoming van de wetten zich bevindt. Hierbij worden negen fasen onderscheiden van interne voorbereiding tot bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding.
Motie Schouw
In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen.
Overzichtsconstructies
Het Ministerie van JenV levert een bijdrage aan de interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie voor de eerste overzichtsconstructie is in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS.
Kamerstukken II 2025-2026 36740, nr. 7
Kamerstukken II 2025-2026 36945, nr. 17
Kamerstukken II 2025-2026 36740, nr. 8
2. Beleidsagenda
2.1 Beleidsprioriteiten
Inleiding
De politieagent ’s avonds op het uitgaansplein, de BOA in de wijk, de rechter die onafhankelijk rechtspreekt, de reclasseringsmedewerker op gesprek in de gevangenis, zij werken allemaal aan een veilig Nederland. Dat werk gaat dag en nacht door. Het heeft resultaat: Nederland blijft één van de veiligste landen van de wereld met een robuuste rechtsstaat.
Tegelijk mogen we niet achterover leunen. De laatste vijf jaar is sprake van een negatieve ontwikkeling: zowel de criminaliteit als het gevoel van onveiligheid stijgen weer in ons land. Ondermijning erodeert de rechtsstaat. Als we om ons heen kijken vinden er grootschalige oorlogshandelingen plaats op en rond het Europese continent en zien we veel buitenlandse inmenging in Nederland. In onze eigen samenleving loopt de temperatuur op. Instituties van de rechtsstaat worden publiekelijk ter discussie gesteld. Het demonstratierecht wordt aangegrepen om te rellen.
Er is dus werk aan de winkel. Het veiligheidsgevoel moet terugkeren in Nederland. Het gezag moet worden hersteld, ook in kwetsbare wijken. De overheid normeert, beschermt en handhaaft wanneer dat moet. Geweld tegen vrouwen, rellen, vernielingen: we tolereren het niet. Zo simpel is het. We leggen passende straffen op aan mensen die over de schreef gaan. Met het deltaplan voor de strafrechtketen willen we slachtoffers sneller duidelijkheid geven en daders sneller vervolgen.
Maar daarmee zijn we er niet. Of het nu gaat om het voorkomen van diefstal, respect voor elkaars mening of de zorg voor onze buren bij een ramp: veiligheid en de rechtsstaat gaan ons allemaal aan – en niet alleen de agent of andere hulpverleners. Om die reden werkt JenV samen met andere partijen. Daarbij is voorkomen beter dan genezen. Het is beter om jongeren uit het criminele circuit te houden dan ze te moeten straffen. Het is effectiever om digitale systemen goed te beveiligen dan om de gevolgen van cyberaanvallen te moeten repareren. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven zijn daarbij cruciaal. We doen het samen.
Tot slot: we leven in een tijd van enorme en snelle maatschappelijke ontwikkelingen met grote impact op ons land. Denk aan de impact van digitalisering op de rechtsstaat of de invloed van buitenlandse actoren op onze veiligheid. JenV kijkt vooruit, om de veiligheid en de rechtsstaat van Nederland ook in de toekomst te borgen.
1. Veiligheid thuis, op straat en online
Investeren in de politie
De politie zet zich elke dag in voor de veiligheid van ons allemaal, maar wordt te vaak geconfronteerd met geweld. Het kabinet staat voor onze politiemensen en werkt aan het herstel van het gezag. Het is belangrijk dat de hele samenleving hier haar schouders onder zet, ieder vanuit eigen verantwoordelijkheid. Het kabinet investeert extra in een financieel duurzame politieorganisatie. Doel daarbij is om de zichtbaarheid en de operationele slagkracht van de politie te vergroten.
Zichtbare politie
We investeren in meer agenten in de wijk. Bij de gebiedsgebonden politiezorg (GGP) draait het om zichtbaarheid, bereikbaarheid en nabijheid van politie, zowel fysiek als digitaal. De wettelijke norm van één wijkagent op 5.000 inwoners wordt gehaald. De politie richt zich op het beter kennen van de wijk en wat daar speelt, het verbeteren van het contact met de burger, aandacht voor het slachtoffer en het vernieuwen van de incidentafhandeling zodat meer ruimte ontstaat voor proactief lokaal politiewerk. De zichtbaarheid van politie wordt deels gerealiseerd door politieposten en agenten die aanwezig zijn in de wijk. De politie zet daarnaast ook in op alternatieve manieren van dienstverlening, zoals het gebruik van online kanalen (o.a. politie.nl en Chatbot Wout), pilots zoals het Smart Police Station en de uitbreiding van digitale aangifte.
Uitbreiding van ME-middelen en bevoegdheden voor de politie
De Mobiele Eeenheid (ME) krijgt extra middelen om rellen en andere grootschalige verstoringen van de openbare orde te beheersen. De ME-inzet vraagt veel capaciteit. Iedere politieagent die voor de ME moet worden ingezet is weer een politieagent minder op straat.Daarnaast breiden we de bevoegdheden van de politie uit om gegevens te vergaren om de openbare orde te kunnen handhaven. Het wetsvoorstel waarmee de politie – onder gezag van de burgemeester – met het oog op de handhaving van de openbare orde onder voorwaarden gegevens kan vergaren uit publiek toegankelijke bronnen is inmiddels aangeboden aan de Raad van State.
Veiligheidsagenda 2027-2030
JenV stelt in nauw overleg met het Openbaar Ministerie (OM), de regioburgemeesters en de politie landelijke beleidsdoelstellingen vast voor de taakuitvoering van de politie. Op 1 januari 2027 treedt de Veiligheidsagenda 2027-2030 in werking. Inmiddels zijn de volgende thema’s vastgesteld: ondermijning en georganiseerde criminaliteit, cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit (waaronder online seksueel kindermisbruik), relationeel geweld en geweld in afhankelijkheidsrelaties (met name geweld tegen vrouwen, waaronder femicide) en mensenhandel.
Toekomstbestendige organisatieontwikkeling
De operationele slagkracht van de politie moet ook in de toekomst optimaal zijn. Om dat te borgen maken we gedifferentieerde instroom van operationeel politiepersoneel verder mogelijk, ondersteund door passende opleidingen. We werken aan het versterken van het leiderschap binnen de politieorganisatie met een focus op eerstelijns leidinggevenden, dicht op de werkvloer. Tenslotte stimuleren we de doorontwikkeling van de personeelsstrategie van de politie. Een specifiek onderdeel hiervan is de impact van militaire dreiging op politiepersoneel en -organisatie.
Internationale samenwerking
De implementatie van EU wet- en regelgeving, zoals de Interne Veiligheidsstrategie en de Preparedness Union Strategy4, brengen grote opgaven met zich mee voor de politie. Ze behelzen de integratie van politiesystemen met Europese informatiesystemen, de (technische) aanpassing van applicaties en de wijziging van werkprocessen. Dit speelt bijvoorbeeld ook bij de nieuwe Europol Verordening, de herziening van het Kaderbesluit in de strijd tegen Georganiseerde Misdaad en de bestrijding van online seksueel kindermisbruik. Gezien de druk op de politieorganisatie (en specifiek de IV daarvan) zal dit keuzes vragen bij de implementatie van wetgeving.
Doorontwikkeling meldkamers
In 2027 wordt onverminderd ingezet op een robuust stelsel van meldkamers. Veiligheid vereist dat hulpverleners 24/7 snel ter plaatse zijn en hun werk veilig kunnen uitvoeren. Dat vereist continuïteit van de 112-keten en de meldkamervoorzieningen. Daarnaast ontwikkelen we in 2027 een nieuwe koers voor de inrichting van de 112-keten naar 2040.
Goede communicatievoorzieningen
De politie, brandweer, ambulancezorg en Koninklijke Marechaussee moeten kunnen rekenen op een goede communicatievoorziening. Daarom werken we aan nieuwe contracten voor C2000, zodat de dienstverlening geborgd blijft. Ook blijven we doorgaan met het verbeteren van de radiodekking, en zoeken we innovatieve manieren om het huidige C2000 robuust en betrouwbaar te houden tot de opvolger in gebruik is genomen.
In het licht van de huidige (geo)politieke en maatschappelijke ontwikkelingen is missiekritische communicatie extra belangrijk. Per januari 2026 is het programma VMX overgegaan naar de ontwerpfase. De afgelopen tijd is een model opgesteld om te starten met de nieuwe missiekritische communicatievoorziening VMX. Dit wordt getoetst bij de verschillende betrokken partijen. Op dit moment is mijn ministerie, met deze kennis, dit model aan het doorrekenen en de consequenties in kaart aan het brengen.
Effectieve aanpak criminaliteit
In 2027 is blijvende inzet nodig voor de bestrijding van criminaliteit met hoge impact op slachtoffers, zoals overvallen, straatroof en geweld, inclusief de aanslagen met explosieven. Het kabinet werkt in de aanpak van high impact crimes samen met publieke en private partners. Zo gaan we door met het stimuleren van preventie door burgers en bedrijven zelf. We faciliteren trainingen ‘overvallen en geweld’ voor medewerkers bij bedrijven. We informeren senioren over wat zij tegen criminaliteit kunnen doen. Ook nemen we maatregelen om de afzetmarkt voor gestolen goederen te frustreren, zoals bij de aanpak van heling.
Daarnaast ondersteunt het kabinet gemeenten met de aanpak van aanslagen met explosieven en we zorgen dat kennis van het Landelijk Kwaliteitskader beter toepasbaar is. JenV werkt verder aan de (door)ontwikkeling en bredere inzet van kansrijke en bewezen effectieve interventies, van secundaire preventie tot en met re-integratie, en ondersteunt en stimuleert gemeenten deze in te zetten. Een voorbeeld is ‘Alleen jij bepaalt wie bent’: we willen op die manier jaarlijks 3.500 tot 4.000 kinderen een veilige en positieve vrijetijdsbesteding bieden. Deze aanpak hanteren we ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
In de jeugdstrafrechtketen staat voorkomen van recidive centraal. Samen met de ketenpartners (Halt, politie, OM, rechtspraak, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)) werken we aan het zo effectief mogelijk inzetten van de beschikbare interventies. Op basis van wetenschappelijk onderzoek is de pedagogische aanpak effectiever gebleken in het voorkomen van verder afglijden in criminele activiteiten of terugvallen in oud gedrag dan vergelding. We focussen daarbij specifiek op het - vanuit het belang van het kind - optimaliseren van het huidige systeem van buitenstrafrechtelijke afdoeningen, naar aanleiding van het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) hierover. DJI zoekt daarbij - in het licht van het capaciteitstekort – naar een nieuwe en realistische balans voor de justitiële jeugdinrichtingen tussen kwaliteit (zorg en veiligheid) en de benodigde randvoorwaarden om deze te garanderen.
Geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling
Het tegengaan van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling is één van de grootste prioriteiten van dit kabinet. We gaan slachtoffers beter beschermen en pakken daders aan om escalatie en dodelijk geweld te voorkomen. Het kabinet heeft hiervoor structureel € 10 mln. extra beschikbaar gemaakt in het Coalitieakkoord. Dit hangt samen met de inzet van het kabinet om de hulp en bescherming van kinderen en volwassenen sneller te verbeteren met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.Vanaf 2027 krijgt dit bij de politie extra prioriteit in de Veiligheidsagenda 2027-2030. Ook het OM versterkt de inzet om dodelijk geweld tegen vrouwen tegen te gaan. Bovendien worden landelijke maatregelen doorgevoerd, zoals het aanpassen van wet- en regelgeving: psychisch geweld wordt strafbaar gesteld, de EU-richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld wordt geïmplementeerd en in 2027 werken we (wets)voorstellen uit om een Nederlandse variant van Clare’s Law in te voeren. Verder werken we gefaseerd toe naar de landelijke inzet van het slachtofferdevice in 2027 en verkennen we preventieve beschermingsmaatregelen tegen vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en andere schadelijke praktijken. Ook doen we in 2027 op basis van nu uitgevoerde pilots concrete voorstellen hoe het tijdelijk huisverbod beter kan worden ingezet. We bereiden daar wijziging van wet- en regelgeving op voor.
We werken aan de veiligheid van vrouwen op straat door samenwerking met gemeenten en kennisbundeling. Ook geven we de handhaving van de strafbaarstelling van seksuele intimidatie verder vorm.
Aanpak cybercrime en digitale rechtshandhaving
Online criminaliteit groeit en maakt veel slachtoffers. Een op de twee jongeren tussen 12 en 25 jaar krijgt ooit te maken met online seksueel misbruik of online seksuele intimidatie. De impact op burgers en het bedrijfsleven is groot, net als de maatschappelijk schade. Bovendien kan cybercrime, waaronder ransomware en datadiefstal, een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid en de maatschappij ernstig ontwrichten. Daarom helpen we burgers en bedrijven om weerbaarder te worden, bijvoorbeeld door voorlichtingscampagnes. Daarnaast werken we aan de inrichting van een Anti-Phishing Shield, een technische vorm van preventie waardoor klikken op frauduleuze links geen gevolgen meer heeft. Ook zal een deel van de middelen voor de politie worden geïnvesteerd in de aanpak van online criminaliteit.
We zetten verdere stappen in de aanpak van bad hosting, onder andere door de problematiek op EU niveau te agenderen (bijvoorbeeld via een verplicht Know Your Customer beleid). Conform het coalitieakkoord zetten we in op verhoging van de strafmaxima voor ernstige cyberdelicten. Daarnaast worden cybercriminelen vaker op de EU sanctielijst geplaatst. Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit worden als landelijke prioriteit in de Veiligheidsagenda 2027-2030 opgenomen.
Internationale regelgeving voor het grensoverschrijdend verkrijgen van digitaal bewijs wordt geïmplementeerd. Daarnaast treffen we voorbereidingen om het VN Cybercrime verdrag te ratificeren. In EU verband dragen we bij aan de totstandkoming van regels ter verbetering van digitale rechtshandhaving. We ondersteunen onderzoek naar schadelijke online gedragingen en zetten in op gestroomlijnde handhaving van strafrechtelijke en niet-strafrechtelijke online gedragingen.
Discriminatie en racisme
Discriminatie en racisme zijn onaanvaardbaar. Voor het tegengaan van antisemitisme heeft het kabinet, in afstemming met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 geformuleerd: een integrale en samenhangende aanpak. De minister van JenV is de coördinerende bewindspersoon. De aanpak wordt in 2027 geëvalueerd. JenV is vanuit de beleidsverantwoordelijkheid ook in 2027 nauw betrokken bij diverse lopende anti-discriminatietrajecten.Op dit moment wordt gewerkt aan de uitvoering van de versterkte aanpak Lhbtiq+ veiligheid door de betrokken departementen, waaronder JenV en OCW. Daarnaast zet het departement zich in voor de veiligheid van alle minderheden in Nederland. Voor de uitvoering van het plan van aanpak voor online discriminatie zijn er structureel extra middelen beschikbaar gesteld aan het OM en de politie. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan het onderbrengen van het Meldpunt Online Discriminatie (MOD) binnen het nieuwe stelsel van antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s).
Sekswerk
De minimumleeftijd voor sekswerk wordt stapsgewijs wettelijk verhoogd naar 21 jaar. Hiermee trachten we te voorkomen dat jongvolwassen personen in de sekswerkbranche worden blootgesteld aan misstanden. Ook onderzoeken we de mogelijkheden om met een zogeheten «pooierverbod» malafide exploitanten in de (illegale) sekswerkbranche strafrechtelijk te vervolgen. We bespreken dit met betrokken partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, gemeenten en sekswerkers. Doel daarbij is ook mensenhandel tegen te gaan.
Om het toezicht op de sector door gemeenten te verbeteren wordt het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) ingediend bij de Tweede Kamer. Dit regelt onder meer dat gemeenten gegevens van sekswerkers kunnen verwerken ten behoeve van de naleving van vergunningsvoorschriften door exploitanten, het toezicht daarop en de handhaving daarvan. Het is de verwachting dat dit wetsvoorstel in 2027 in werking treedt.
Ook bezien we met betrokken partijen hoe we de rechtspositie van sekswerkers verder kunnen versterken. Daarbij betrekken we de WODC-evaluatie van de Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers. Die wordt begin 2027 verwacht.
Verbetering kind- en gezinsbescherming
Iedereen moet veilig kunnen opgroeien en leven in de eigen thuissituatie. Het kabinet zet zich met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in om de hulp en bescherming van kinderen en volwassenen sneller te verbeteren. In 2027 werken we samen met lokale teams, Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en andere organisaties aan de doorbraakacties uit de veranderstrategie Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De strategie richt zich op verandering in de cultuur, de werkwijze en de organisatie van de kind- en gezinsbescherming. We versterken bijvoorbeeld de lokale teams met de kennis en expertise van de veiligheidspartners, we ontwikkelen eenduidige werkwijzen waarin (complexe) onveiligheid door verschillende disciplines gezamenlijk en beter kan worden beoordeeld. Ook werken we aan de harmonisatie van werkwijzen en een gedeelde basis in grondhouding, vakkennis en rechtsbescherming. De acties worden in de praktijk ontwikkeld. In 2027 gaan we deze landelijke aanpak verbreden van de proeftuinen naar alle 25 regio’s. Daarnaast werken we de centralisering van de jeugdreclassering uit. Bij dit alles bewaken we de samenhang met de acties uit de Hervormingsagenda Jeugd. Het wetsvoorstel Verbetering rechtsbescherming in de jeugdbescherming wordt in 2027 in de Kamer behandeld.
Risico’s van kansspelen
Het kabinet wil mensen beschermen tegen de risico’s van kansspelen, met in het bijzonder aandacht voor minderjarigen en jongvolwassenen. Daarbij zijn de nieuwe visie op kansspelen uit 2025 en de meerjarenagenda gokschadepreventie belangrijke richtsnoeren. We blijven investeren in het verhinderen van deelname aan illegaal gokken en het bestrijden van illegaal aanbod. We brengen een nieuw wetsontwerp voor kansspelen op afstand in consultatie. Daarin verstevigen we, in lijn met het coalitieakkoord, de zorgplicht van online gokaanbieders en komen er instrumenten om illegale goksites harder aan te pakken en stellen we een reclameverbod in voor online gokken. Op basis van daartoe strekkend onderzoek wordt beslist of het aantal vergunningen voor online goksites moet worden beperkt.
2. Sterke rechtsstaat
De rechtsstaat vormt het fundament van onze democratische samenleving. Het vertrouwen van burgers in de overheid en in elkaar is ook afhankelijk van het goed functioneren van instituties. De doorlooptijden in de strafrechtketen zijn daarbij al enkele jaren een zorg. De capaciteitsproblemen in gevangenissen zijn dat ook. Daarnaast stelt de toegenomen digitalisering van de samenleving en de overheid ons voor nieuwe vraagstukken. Het kabinet investeert daarom extra in de rechtsstaat en de toegang tot het recht. Het doel daarbij is om de rechtsstaat te versterken, rechten verder te waarborgen en de rechtsstaat weerbaarder te maken.
Deltaplan voor de strafrechtketen
De doorlooptijden bij de afhandeling van strafzaken zijn te lang en de werkvoorraden zijn groot. We willen slachtoffers sneller duidelijkheid geven en daders sneller vervolgen. Dit heeft niet alleen de aandacht van de Tweede Kamer, maar ook van de Algemene Rekenkamer, die hier in recente verantwoordingsonderzoeken kritisch over heeft gerapporteerd, met name op de coördinatie en regie binnen de keten.
We werken aan een deltaplan voor de gehele strafrechtketen. Daarbij wordt het functioneren van de strafrechtketen breder bekeken dan alleen doorlooptijden, om knelpunten en mogelijke oplossingen beter in beeld te brengen. Hierover werd in juni een brief5 aan de Tweede Kamer gestuurd. Met deze aanpak is de verwachting dat de prestaties op termijn zullen verbeteren.
Een prioriteit binnen de strafrechtketen is de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Dit is een omvangrijk wetgevingsprogramma, bestaande uit vaststellingswetten en aanvullingswetten. De vaststellingswetgeving, met daarin de nieuwe Boeken 1 tot en met 8, is in maart 2026 gepubliceerd6. De noodzakelijke aanvullingswetten bevatten wijzigingen en aanvullingen op die vaststellingswetgeving. De eerste aanvullingswet is in maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer7. Het streven is om de tweede aanvullingswet en de invoeringswet in 2027 aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Onafhankelijke rechtspraak
We versterken de rechtspraak en de borging van zijn onafhankelijkheid. We bereiden een wijziging voor van de benoemingsprocedure van leden van de Raad voor de rechtspraak waarbij we de benoeming onafhankelijk maken van de minister. We verwachten het wetsvoorstel eind 2026 in consultatie te kunnen brengen.
De rechtspraak krijgt een aparte begroting. We verkennen de vormgeving daarvan. We zullen de Kamer informeren over verschillende scenario’s.
Het demonstratierecht
Het demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van onze democratie. We moeten dit recht waarborgen. Tegelijk mag het demonstratierecht niet misbruikt worden. Om dit te waarborgen wordt samen met het ministerie BZK onder andere gewerkt aan een aanpassing van de Gemeentewet. Zo is het kabinet voornemens om voor burgemeesters een bevoegdheid te creëren voor het verplaatsen van demonstranten en andere groepen van personen die de wet overtreden.
Vereenvoudiging van regelgeving en goede rechtsbescherming
De tweede editie van de Staat van de Wetgeving is gepland voor het najaar van 2026 en focust op de toenemende complexiteit van wetgeving. In het voorjaar van 2027 ontvangt uw Kamer de kabinetsbrede Agenda wetgevingskwaliteit met initiatieven van verschillende bewindspersonen voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving. Deze Agenda geeft invulling aan ambities uit het coalitieakkoord.
Wat betreft bestuursrecht is het van belang snelle besluitvorming te realiseren voor uitvoering van urgente maatschappelijke behoeften, zoals woningbouw, zonder de rechtsbescherming uit te hollen. Dit vergt een goede balans tussen de betrokken belangen. Er wordt een interdepartementaal afwegingskader ingevoerd om inzicht te geven in de effecten van alternatieve vormen van bestuursrechtspraak. We breiden het aantal bestuursrechtzaken waarvoor een verkorte afdoening mogelijk is uit om de behandeltijd van enkele bestuursrechtelijke beroepen in te korten. Tevens wordt het werk voortgezet om te zorgen voor transparantie bij het gebruik van algoritmes door bestuursorganen bij het nemen van een besluit.
Constitutionele toetsing
We versterken de rechtsbescherming door constitutionele toetsing aan klassieke grondrechten in onze Grondwet mogelijk te maken. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Ministerie van BZK, dat verantwoordelijk is voor de wijziging van artikel 120 van de Grondwet. Het grondwetsvoorstel is voor advies bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk aanhangig gemaakt.
Toegang tot het recht
Iedereen in Nederland moet toegang tot het recht hebben - ongeacht afkomst, inkomen of positie. Iedereen moet daarbij kunnen beschikken over objectieve en betrouwbare informatie, advies en ondersteuning, waaronder rechtshulp en rechtsbijstand. Dat doen we bijvoorbeeld door de griffierechten te verlagen, met uitzondering van de griffierechten voor hoge vorderingen. Zo blijft de stap naar de rechter toegankelijk.
Voor de toegang tot het recht is het voor burgers met een kleine portemonnee van groot belang dat ze aanspraak kunnen maken op een sociaal advocaat. In aanvulling op eerder genomen maatregelen werken we verder aan plannen voor het behoud van de sociale advocatuur, door hier vanaf 2027 structureel € 10 mln. extra per jaar voor vrij te maken. Dit doen we in afstemming met de NOvA en de Raad voor Rechtsbijstand.
Inmiddels heeft het visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur tot een pakket met aanvullende maatregelen geleid zoals opgenomen in de brief8 aan de Tweede Kamer van 24 april 2026.
Rechtzoekenden ervaren het procederen bij de civiele rechter nu als ingewikkeld. Daarom zetten wij in op vereenvoudiging van het procesrecht. In 2027 onderzoeken we waar de complexiteit voor burgers in zit. Zo komen we tot een gedegen basis voor verbeteringen. Waar mogelijk, wordt het digitaal procederen in civielrechtelijke procedures verder gefaciliteerd. De E-justice verordening geeft hieraan een impuls. We implementeren bovendien een vernieuwd kader voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting voor consumenten (de herziene ADR-richtlijn).
Uitvoering van sancties
De samenleving en in het bijzonder slachtoffers mogen van de overheid verwachten dat daders niet alleen worden opgespoord, vervolgd en berecht, maar ook dat zij de straf die de rechter heeft opgelegd volledig ondergaan. Het is van fundamenteel belang voor het rechtssysteem dat die verwachting waar wordt gemaakt. Volgens het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) is de verwachting dat de komende jaren meer plaatsen voor TBS en gevangeniswezen nodig zijn. Daarnaast staat DJI voor een grote uitdaging om bestaande capaciteit te renoveren, teneinde deze veilig, leefbaar en werkbaar te houden. Voor het beschikbaar houden en uitbreiden van celcapaciteit wordt geld beschikbaar gesteld vanuit het Coalitieakkoord: € 75 mln. in 2027 en € 100 mln. vanaf 2028. Daarnaast zal oplopend tot € 50 mln. structureel beschikbaar komen vanuit het amendement van het lid Coenradie.
Samen met DJI en andere ketenpartners voeren we het «Ruimte voor recht: meerjarig actieplan gevangenissen» uit om perspectief te bieden om uit de capaciteitsproblematiek te komen. Gelet op de omvang van het tekort en de verschillende oorzaken ervan, zetten we in op een samenhangend pakket aan maatregelen, waarbij we enerzijds investeren in extra capaciteit en een doelmatiger inzet van personeel, en anderzijds straffen effectiever uitvoeren en meer ruimte voor re-integratie scheppen. Het pakket is opgebouwd langs zes actielijnen. We zetten in op 1) de vergroting en behoud van capaciteit en 2) een doelmatiger inzet van personeel door de introductie van twee nieuwe detentieconcepten. Dit betreft een sober regime voor de eerste fase in detentie en een apart regime voor beperkt risico gedetineerden. Ook de doorstroom naar de forensische zorg krijgt een plek. Verder werken we aan 3) het bevorderen van de doorstroom door in te zetten op detentiefasering en re-integratie voor langer gestraften. Ook wordt met het actieplan gewerkt aan 4) maatregelen die gericht zijn op een toereikend personeelsbestand, en 5) maatregelen die het capaciteitstekort op korte termijn opvangen. Maatregelen die 6) de instroom beperken zullen we monitoren – we hebben daar vaak geen invloed op maar andersom hebben deze wel invloed op de capaciteit.
Rechtvaardig stelsel van civiele invordering
In lijn met het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden «Naar een beter werkende schuldenketen» stellen we debiteuren en schuldeisers in staat om in een vroege fase een betalingsachterstand op te lossen door het verder uitwerken van het collectief afbetalingsplan. We veranderen de rol van de gerechtsdeurwaarder door hen een verwijzende rol te geven in de schuldenproblematiek en hen instrumenten van de-escalatie te geven. Beide maatregelen worden in wetgeving geformaliseerd. Daarnaast werken we aan de governance van de Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders (SNG) en verbetering van de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki). Uit de invoeringstoets blijkt dat deze in de praktijk complex werkt. We verkennen mogelijke oplossingen in 2027.
Gegevensbescherming
Bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht. Sinds mei 2018 geldt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), met als doel de bescherming van persoonsgegevens en het waarborgen van het vrije verkeer van gegevens binnen de EU. In Nederland zijn nationale keuzes nader uitgewerkt in de Uitvoeringswet AVG (UAVG). Naast de AVG is er een aparte Europese richtlijn voor gegevensbescherming door politie en justitie (RGR).
Het kabinet werkt aan een herziening en vereenvoudiging van de AVG in Europees verband en in de toepassing van de huidige AVG in Nederland. Daarbij voorzien wij een revisie van de Nederlandse Uitvoeringswet AVG (UAVG). Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de gegevensdeling tussen organisaties. In de praktijk bestaat soms handelingsverlegenheid waardoor de mogelijkheden die de AVG biedt, onvoldoende worden benut en noodzakelijke gegevensdeling niet tot stand komt. Naar aanleiding van een aangenomen motie9wordt onderzocht waar de knelpunten zitten en hoe deze kunnen worden geadresseerd.
Gegevensdeling in de strafrechtketen
Het ministerie werkt in 2027 met alle partijen in de strafrechtketen aan het borgen van rechtmatige, zorgvuldige en effectieve gegevensdeling. Waar nodig passen we de wetgeving aan, zoals de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (WJSG). Ketenpartijen werken gezamenlijk aan het herstellen van fouten uit het verleden en een gedragen afsprakenstelsel voor gegevensdeling en -kwaliteit. Dit speelt specifiek bij onjuiste tenaamstelling van vonnissen, bij persoonsverwisseling of als gevolg van identiteitsfraude. Onze prioriteit ligt bij ernstige zaken en zaken waarin onschuldige burgers zijn benadeeld of daders mogelijk aan straf ontkomen. Ook bij actuele gegevensdelingen worden fouten opgespoord, gecorrigeerd en hersteld.
Het departement helpt de organisaties binnen en buiten de keten, zoals de IND, met het toegang krijgen tot het justitieel documentatiesysteem (JDS), tot de strafrechtketen databank (SKDB) en/of de basisvoorziening identiteitsvaststelling (BVID). Voor de Politie en buitengewoon opsporingsambtenaren maken we een mobiele identificatie mogelijk. Voor reclasserings-organisaties realiseren we een vernieuwde verificatie-oplossing. Er worden ook functionaliteiten ontwikkeld om de communicatie met de burger te verbeteren.
We brengen naast landelijke ook regionale afspraken, oplossingen en voorzieningen tot stand. Dit met implementatie-ondersteuning van bijvoorbeeld een regio- of ketencoördinator. We zetten daarbij de kennis en kunde van de mensen in de regio zelf centraal, ook als dit Caribisch Nederland betreft.
3. Ondermijning door georganiseerde criminaliteit
We moeten de georganiseerde misdaad hard aanpakken. Ondermijning heeft nu al grote gevolgen voor onze veiligheid. Op lange termijn is het als betonrot: het tast de fundamenten van onze samenleving en rechtsstaat aan. Nederland is daarbij extra kwetsbaar door onze open economie. Het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland (DON) geeft inzicht in de schade die ondermijning door georganiseerde criminaliteit in ons land berokkent en de manier waarop criminelen kwetsbaarheden in onze maatschappij misbruiken. Het DON laat zien dat de huidige integrale aanpak op de juiste punten ingrijpt en dat we extra kunnen inzetten op de dreigingen die het DON identificeert10. In mei 2026 jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over de meerjarige koers van het kabinet.
Taskforce Ondermijning
De Taskforce Ondermijning vervult een agenderende en aanjagende rol, waarin relevante partijen de krachten bundelen om iedereen te activeren die een rol en verantwoordelijkheid heeft bij de bestrijding van ondermijning. Om criminelen hard te raken en een vuist te maken tegen ondermijning, wordt binnen de Taskforce Ondermijning ingezet op een aantal thema’s die het verschil maken, zoals de brede inzet op preventie, de aanpak van corruptie, een integere economie en een krachtig internationaal offensief.
Prioriteit 1: Veilige en integere economie
De economische schade door georganiseerde, ondermijnende criminaliteit is groot. Het DON laat zien dat criminelen kwetsbaarheden in onze infrastructuren misbruiken en uitbuiten. Dit gebeurt bij medeoverheden, bedrijven en burgers. Het is daarom essentieel dat we deze kwetsbaarheden structureel zien en reduceren. Dat vergt gerichte samenwerking tussen overheden onderling en met het bedrijfsleven. We mobiliseren actoren in het (economische) speelveld en stimuleren dat zij hun verantwoordelijkheid nemen. Zo is met de mainportsaanpak crimineel misbruik van een belangrijk onderdeel van de Nederlandse logistieke infrastructuur onaantrekkelijker gemaakt voor criminelen. In de mainport Rotterdam wordt bijvoorbeeld gewerkt met het Gatekeeper-protocol. Hiermee kunnen bedrijven onder strenge voorwaarden incidenten melden bij Stichting Gatekeeper, om ervoor te zorgen dat criminelen niet elders weer aan de slag gaan. In 2027 wordt dit landelijk uitgerold. De lessen uit de Italiaanse aanpak nemen wij mee in de aanpak. Zo versterken we de weerbaarheid en integriteit van organisaties en hun werknemers, om te voorkomen dat zij slachtoffer worden van criminelen.
Het is cruciaal om ondermijning snel te signaleren en te bestrijden. Daarom werkt het kabinet aan een (wets)voorstel om de rol van de Kamer van Koophandel te versterken. Ook verhogen we de weerstand tegen crimineel geld, onder andere door de implementatie van het Europese anti-witwaspakket medio 2027. Wij pakken ondergronds bankieren aan en brengen de rol van cryptovaluta in het verplaatsen en verhullen van crimineel geld in kaart. Daarnaast versterken we de internationale samenwerking om criminele geldstromen en vermogen in het buitenland te traceren en af te pakken.
Prioriteit 2: Het tegengaan van corruptie
Het DON laat zien hoe belangrijk corrupte handlangers, bij de overheid en het bedrijfsleven, voor criminelen zijn bij het bemachtigen van informatie of producten. Samen met de minister van BZK pakken wij de grootste kwetsbaarheden aan: bij de Rijksoverheid, bij medeoverheden maar ook in de private sector. Dan gaat het om maatregelen zoals het uitvoeren van risicoanalyses, autorisatiebeheer en het bewust maken van medewerkers. In 2027 implementeren we de Europese anti-corruptierichtlijn.
Prioriteit 3: Internationale aanpak
Het kabinet zet de internationale aanpak van ondermijning door georganiseerde criminaliteit onverkort door. Door nauw samen te werken met bron-en transitlanden van cocaïne en het weerbaar maken van de havens binnen de EU voorkomen we dat deze drugs via ons land naar afzetmarkten elders kunnen worden gesmokkeld.
Nederland speelt een prominente rol bij de verdere ontwikkeling van de coalitie van acht Europese landen tegen georganiseerde criminaliteit (C8). In 2027 gaan we verder met het ontwikkelen van deze coalitie en organiseren we in Nederland een ministeriële bijeenkomst. Samen hebben wij meer impact in Latijns-Amerika (o.a. in EL-PACCTO11), de Cariben en de West-Afrikaanse regio. Wij leren van onze partnerlanden en delen onze best practices met hen, bijvoorbeeld onze mainportsaanpak. Specifiek in West-Afrika speelt Nederland samen met Ghana een aanjagende rol bij het versterken van de nodige regionale samenwerking tegen georganiseerde drugscriminaliteit. Alle landen in de regio sloegen eind 2025 de handen in elkaar met de ‘Accra-call-to-action’, hetgeen in 2027 verder moet worden opgevolgd met concrete activiteiten. Naast de gezamenlijke aanpak wordt er strategisch ingezet op het verbeteren van de bilaterale strafrechtelijke samenwerking met prioritaire derde landen om rechtshulp en uitlevering te bevorderen.
Ondermijning door georganiseerde criminaliteit in de grensregio’s pakken wij aan in diverse verbanden, waaronder de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s), het Euregionaal Informatie- en Expertisecentrum (EURIEC) en uitvoeringspartners van de buurlanden. Essentieel hierin is de inzet van de bestuurlijke aanpak. Wij spannen ons bij de Europese Commissie en andere Europese landen in om de grensoverschrijdende informatie-uitwisseling voor bestuurlijke doeleinden te bevorderen.
Brede maatschappelijke aanpak
De bestrijding van ondermijning door georganiseerde criminaliteit ontwikkelt zich tot een steeds bredere maatschappelijke aanpak, waarin we georganiseerde criminaliteit en de schadelijke gevolgen die daarbij horen van alle kanten bestrijden. Met de inzet van het programma Preventie met Gezag voorkomen we dat jongeren afglijden of doorgroeien in de georganiseerde criminaliteit of slachtoffer worden van criminele uitbuiting. In 2027 gaan we door met deze preventieve en wijkgerichte aanpak om jongeren een beter toekomstperspectief en bestaanszekerheid te bieden. We helpen mensen in kwetsbare posities om criminele verleidingen te weerstaan. Dat doen we onder andere door jongerenwerk, een veilige schoolomgeving en specialistische gedragsinterventies. Zo wordt in de jeugdstrafrechtketen in het kader van (recidive)preventie door de jeugdreclassering gewerkt met de werkwijze Straatkracht. Daarnaast verstevigen we het gezag in de wijk, dat schrikt criminelen af.
Wij blijven inzetten op preventie van drugsgebruik. Dit de vraag terug te dringen, het verdienmodel van drugscriminelen te verstoren en de schade aan maatschappij en volksgezondheid te beperken. In 2027 zetten we de campagne over de negatieve gevolgen van drugsgebruik door.
Gegevensdeling tussen partners is belangrijk bij de bestrijding van ondermijning door georganiseerde criminaliteit. We werken aan een structurele verbetering van de gegevensdeling tussen de partners in het justitie-domein. In 2027 zorgen we voor structurele borging van deze samenwerking.
De inzet van het strafrecht is belangrijk om te normeren wanneer strafrechtelijke grenzen overschreden worden. Samen met partners werken wij aan de invoering van de kroongetuigenregeling. In 2027 wordt gestart met de invoeringstoets naar de in 2025 geïmplementeerde aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie12 . Daarbij kijken we ook of er aanvullende maatregelen nodig zijn om risico’s vanuit deze doelgroep verder te verminderen. We investeren in het tegengaan van voortgezet crimineel handelen vanuit detentie. DJI treft maatregelen om dreigingen van buiten de Penitentiaire Inrichting (PI) tegen te gaan, zoals apparatuur om contrabande en drones te detecteren en onschadelijk te maken. Daarbij streven we ernaar dat DJI in 2027 beschikt over de bevoegdheid om zelf drones neer te halen. In 2027 gaan we door met de werkzaamheden rondom de uitbreiding van het aantal plekken op de Afdeling Intensief Toezicht (Lelystad ‒ 2029 / Vlissingen 2030) en de tweede EBI in Vlissingen (2030).
Op lokaal niveau gaan wij door met het beschermen van politieke ambtsdragers door hen weerbaarder te maken. We versterken het bestuurlijk instrumentarium, de kennis en slagkracht van gemeenten om ondermijning tegen te gaan.
4. Nationale veiligheid
Vrede en veiligheid zijn in de huidige geopolitieke context niet meer vanzelfsprekend. Nederland moet goed voorbereid zijn op militaire en hybride dreigingen, maar ook op andere crises of rampen zoals overstromingen of pandemieën. Ons doel is om Nederland weerbaarder te maken tegen digitale, hybride en maatschappelijke veiligheidsdreigingen.
Maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en (statelijke) hybride dreigingen
In 2027 blijven we ons inzetten voor het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Daarbij richten we ons onder andere op de weerbaarheid van vitale processen, op het verhogen van de weerbaarheid en zelf-en samenredzaamheid van het algemene publiek en het bevorderen van sociaal-maatschappelijke cohesie en veerkracht. Dat doen we onder meer door intensieve overheidscommunicatie en de publiekscampagne ‘Denk vooruit’ en het versterken van onze economische veiligheid.
Uitval, verstoring of manipulatie van onze kritieke infrastructuur heeft grote gevolgen voor het functioneren van onze samenleving en economie. Daarom verhogen we de weerbaarheid ervan met de uitvoering van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en het versterken van de ondersteuning aan kritieke entiteiten, onder coördinerende verantwoordelijkheid van JenV.
Ook in 2027 blijft het verkleinen van de scheefgroei tussen de digitale dreiging en de weerbaarheid voor het kabinet een belangrijke opgave. We zetten in op de coördinatie van het cybersecuritystelsel op het gebied van incidenten, beleidsontwikkeling- en implementatie, waaronder die rondom de Cyberbeveiligingswet. Om digitale dreigingen van staten en criminelen (meer) proactief tegen te kunnen gaan werken we de beleidsaanpak van actieve cyberverdedigingsmaatregelen verder uit. Daarnaast zorgen we voor een snelle en gerichte uitwisseling van informatie tussen publieke en private partners, onder andere met het programma Cyclotron en de oprichting van het House of Cyber.
Het versterken van de civiel-militaire samenwerking is en blijft een belangrijk speerpunt voor het kabinet. Nederland hanteert hierin een ‘whole-of-society’ en whole-of government’ benadering. Dat betekent een verbeterde samenwerking tussen Defensie, overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke middenveld.
Als maatschappij moeten we ervoor zorgen dat we militaire operaties en de NAVO kunnen ondersteunen wanneer dat nodig is. Dit betekent dat we onze planvorming, structuren en capaciteiten goed op elkaar moeten afstemmen. In 2027 wordt deze verbeterde samenwerking geoefend tijdens de grote NAVO Crisis Management Excercise (CMX). Daarnaast zetten we in 2027 in op opbouw van een breder schaarste-instrumentarium met een stevigere inzet op crisispreparatie en capaciteitsmanagement. Dat doen we onder andere door het opbouwen van een kennisbasis gericht op kansrijke en proportionele handelingsopties. Ook sluiten we aan bij Europese initiatieven waaronder de Europese stockpiling-strategie.
Daarnaast blijft de opdracht om statelijke inmenging (ook wel: ongewenste buitenlandse inmenging, OBI) tegen te gaan. Met de oprichting van de Vertrouwenslijn Buitenlandse Inmenging wordt de mogelijkheid gecreëerd om veilig en anoniem signalen te delen over statelijke inmenging. Niet alleen kan hiermee handelingsperspectief worden geboden aan burgers, maar ook wordt de effectiviteit en integraliteit in de aanpak van statelijke inmenging bevorderd door centrale en tijdige (fenomeen)signalering en informatie-uitwisseling tussen samenwerkingspartners.
Het versterken van een weerbare samenleving en van de crisisbeheersing in den brede is ook een van de drie pijlers in de Landelijke agenda Crisisbeheersing. Belangrijk onderdeel is het versterken van de voorbereiding en paraatheid door de realisatie en actualisatie van landelijke crisisplannen (LCP’s). In 2027 wordt mede op basis van de komende Rijksbrede Risicoanalyse gewerkt aan een inhoudelijke actualisatie van de Landelijke Agenda.
Contraterrorisme
Het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van juni 2026 laat zien dat de terroristische dreiging in Nederland nog steeds substantieel is en de kans op een terroristische aanslag reëel is. Zowel nationaal als internationaal moet de veiligheidsketen voortdurend scherp blijven. Ondanks dat er minder aanslagen in Nederland en Europa plaatsvinden, geven diverse arrestaties aan dat Jihadisten Nederland nog steeds als doelwit zien. Geopolitieke ontwikkelingen kunnen de kans op een aanslag in Nederland vergroten, zoals de oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran. Snelle online radicalisering blijft een groeiende trend in het dreigingsbeeld. Er zijn toenemende zorgen over nihilistisch geweld vanuit een internationaal online milieu en de normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed.
Het voorkomen en aanpakken van terrorisme en gewelddadig extremisme in Nederland vraagt om samenwerking tussen alle betrokken partners. Komend jaar zal de Nationale Contraterrorismestrategie in werking treden voor de periode 2027 ‒ 2030.
Radicalisering vindt grotendeels online plaats, verloopt zeer snel en betreft steeds vaker jongeren. We zetten in op preventie en het zo vroeg mogelijk signaleren van radicaliseringsprocessen. De Versterkte Aanpak Online wordt doorontwikkeld. De dialoog en samenwerking met online platforms is daarbij belangrijk. Daarnaast breiden we het wettelijk instrumentarium uit. We versterken de (lokale) aanpak en investeren in het faciliteren van professionals, zowel op lokaal als landelijk niveau. Deze intensivering maakt vroegtijdige signalering en ingrijpen mogelijk. Bovendien kunnen we jeugd- en adolescenteninterventies verbeteren voor terrorismeverdachten in en na detentie.
Terrorisme en gewelddadig extremisme vormen een structurele bedreiging voor de democratische rechtsorde en de nationale veiligheid. In 2027 ligt de beleidsmatige focus op het versterken van het juridisch instrumentarium. We zetten in op het wetsvoorstel tot strafbaarstelling van verheerlijking van terrorisme en het openlijk betuigen van steun aan terroristische organisaties, de permanentmaking van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en de permanentmaking van de bevoegdheid tot intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid (artikel 14, vierde lid Rijkswet op het Nederlanderschap). Ten aanzien van de mogelijkheden om organisaties, die een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsorde door banden te hebben met terroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderen en door geweld te verheerlijken, in een zo vroeg mogelijk stadium te verbieden, onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om een ‘bestuurlijk model’ in te voeren met concrete en duidelijke gronden. Naast het juridisch instrumentarium dient maximaal zicht gehouden te worden op de terroristische dreiging en de groep die daarvoor verantwoordelijk wordt geacht. Ook in 2027 zullen er per jaar enkele vrijlatingen volgen van terrorismeveroordeelden met een hoog risicoprofiel. De NCTV zal in samenwerking met ketenpartners een coördinerende rol opnemen wanneer de dreiging daarnaar vraagt.
Bewaken en beveiligen
De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het vernieuwen van het taakveld bewaken en beveiligen, wat onder meer het stelsel Beveiligen van Personen bevat. Deze veranderingen zijn inmiddels geborgd in de Circulaire Bewaken en Beveiligen 2026.
Binnen het stelsel Beveiligen van Personen heeft de NCTV de rol in de uitvoering van het gezag in de uitvoering en voor het opstellen van zgn. Geïntegreerde Dreigingsbeelden, gebaseerd op informatie van de politie en inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In 2027 worden de wettelijke verankering en gefaseerde implementatie verder afgerond. Dan is onder andere de Dreigingsanalysefunctie ingericht en zijn de versterkingstrajecten bij politie en Defensie grotendeels geëffectueerd. In het nieuwe stelsel kan het werk efficiënter en effectiever worden vormgegeven, zodat de operationele druk op dit domein verlicht wordt.
Regionale en lokale crisisbeheersing
We verhogen de regionale en lokale weerbaarheid door de stapsgewijze ontwikkeling van een landelijk netwerk van noodsteunpunten. Het netwerk heeft onder meer tot doel om de samenredzaamheid van burgers te verhogen door informatie te verschaffen als dat via de normale manieren niet meer mogelijk is. In 2026 heeft in elke veiligheidsregio een pilot plaatsgevonden. Op basis van de opgedane ervaringen vindt in 2027 besluitvorming plaats over de inrichting en verdere ontwikkeling van het landelijk netwerk. Ook werken we in 2027 verder aan de vormgeving van georganiseerde burgerhulp bij rampenbestrijding en crisisbeheersing. We denken daarbij bijvoorbeeld aan buurtcrisisteams.
In 2027 zetten we in op doorontwikkeling van de mogelijkheden om de bevolking te alerteren, ter voorbereiding op rampen en crises van de toekomst, waaronder (hybride) militaire dreiging. In aanvulling op NL-Alert werken we aan de ontwikkeling van een nieuw (centraal en decentraal te bedienen) sirenenetwerk dat onder andere onderdeel zal zijn van een in te richten civiel militaire waarschuwingsketen, passend bij de wensen van tegenwoordig. Het huidige waarschuwings- en alameringssysteem (WAS) is end-of-life en zal worden uitgefaseerd. De Noodcommunicatievoorziening (NCV) blijft een belangrijke voorziening voor communicatie tussen publieke en private partijen bij uitval van reguliere telecommunicatienetwerken. In 2027 staat de continuïteit van de NCV centraal. De in 2026 nieuw ingevoerde functies, waaronder de beveiligde videofunctie, worden verder uitgerold. Samen met crisispartners verkennen we een voorkeursoplossing voor noodcommunicatie na 2030.
We ontwikkelen een Knooppunt Coördinatie Rijk Regio (KCR2). Dit KCR2 verzorgt de coördinatie en ondersteuning van operaties in Nederland, inclusief Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, en ondersteunt waar nodig de Caribische landen van het Koninkrijk. In 2026 wordt gewerkt aan de besluitvorming over de status van de rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT-status). Daarbij wordt ook bezien hoe de doorontwikkeling van de landelijke voorziening crisisbeheersing (LVCb) en het landelijk crisismanagementsysteem (LCMS) beter bij kan dragen aan de uitvoering van de KCR2-taken zodat bestaande middelen slimmer en efficiënter worden ingezet. Bij een positief besluit in juni starten twee parallelle trajecten: parlementaire goedkeuring en instemming van de 25 veiligheidsregio’s. Als deze stappen succesvol worden doorlopen, kan KCR2 naar verwachting in 2027 formeel van start gaan als rechtspersoon met een wettelijke taak.
Het kabinet moderniseert de Wet Veiligheidsregio’s. Voor de eerste tranche van de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s en de Veiligheidswet BES is de internetconsultatie afgerond. Tevens wordt voor de eerste tranche een beperkte Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) uitgevoerd waarin de impact van het wetsvoorstel voor de veiligheidsregio’s en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt bezien. De inbreng van deze consultatie wordt op dit moment verwerkt in het wetsvoorstel. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in de loop van 2026 aan Raad van State en vervolgens aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. Parallel wordt er in 2026 en 2027 gewerkt aan de tweede tranche wetgeving.
In 2027 wordt verder gewerkt aan de modernisering van het staatsnoodrecht. Gelet op het huidige dreigingsbeeld is ervoor gekozen om de nadruk te leggen op de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. De laatste wordt in 2027 in consulatie gebracht. Met de beleidsagenda JenV Beleidsagenda Caribisch Nederland wordt richting gegeven aan de verdere versterking van JenV-beleid in Caribisch Nederland.
5. Risico’s in het JenV-domein
De Tweede Kamer heeft gevraagd om meer zicht op de risico’s voor de effectieve en doelmatige inzet van middelen13. Onderstaande selectie van risico’s heeft verder plaatsgevonden aan de hand van het jaarverslag van JenV, de jaarplannen van de onderliggende organisaties, de rode draden die hieruit naar voren zijn gekomen en incidenten die in 2025 hebben plaatsgevonden.
ICT-kwetsbaarheden
De ICT-inbreuk bij het OM heeft niet alleen de kwetsbaarheid van overheidsorganisaties laten zien, maar ook de afhankelijkheid van ICT om werkprocessen doorgang te laten vinden. Het sharen van ICT maakt organisaties kwetsbaar bij een inbreuk bij een andere organisatie. Om deze kwetsbaarheid te mitigeren wordt door ICT-dienstverleners compartimentering toegepast. Afhankelijk van het type inbreuk bestaat het risico van uitval van systemen of beschadigde of corrupte data. Dit risico doet zich voor bij alle beleidsdoelen op de JenV-begroting. Andere risico’s op dit terrein zijn hacks waarbij personeelsgegevens worden gestolen, data wordt gegijzeld, gecorrumpeerd of gestolen. We beperken de kans daarop door tijdige installatie van patches en het vergroten van het bewustzijn bij medewerkers van de gevaren.
Legacy en arbeidsmarkt
Veel organisaties hebben verouderde systemen voor informatievoorziening. Dit vraagt vaak specialistische kennis. Vanwege de krappe arbeidsmarkt is het een uitdaging deze specifieke functies in te vullen. We zetten in op verambtelijking om minder afhankelijk te zijn van externe inhuur. Dit leidt tot een verschuiving van externe inhuur naar eigen personeel en daarmee tot verlaging van de kosten. Het risico van de krappe arbeidsmarkt is dat noodzakelijke vernieuwing van IV-systemen vertraagt en leidt tot uitval van systemen.
Complexiteit regelgeving
De uitvoering van de taken door JenV-organisaties is in de afgelopen jaren complexer en in sommige gevallen meer belastend geworden. Eén van de oorzaken daarvan is EU-regelgeving. Er zijn diverse EU-richtlijnen die implementatie behoeven en EU-verordeningen waar wij ons aan te houden hebben, zoals de Implementatiewet voorkoming witwassen en terrorismefinanciering en de EU-richtlijn Huiselijk geweld. Veelal blijkt pas bij implementatie in de Nederlandse regelgeving welke financiële en personele capaciteit dit vraagt. Hoewel het belang van regulering vanuit de eigen JenV-opgaven van cybersecurity, gegevensbescherming en rechtvaardige AI en digitalisering onomstreden is, wordt de uitvoering in het algemeen complexer door aanvullende regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn regelgeving op het gebied van AI en digitalisering, gegevensbescherming en cyberweerbaarheid (zoals de AI-verordening, Prüm-II en NIS2). Het risico hierbij is dat dit leidt tot oplopende doorloop- en wachttijden waardoor burgers langer moeten wachten op een besluit.
Bovenstaande drie risico’s zijn belangrijk, maar het zijn niet de enige die zich voordoen binnen het JenV-domein. Nationale en internationale ontwikkelingen zijn lange tijd niet zo spannend en ook dreigend geweest. De temperatuur in onze samenleving loopt op, en ook statelijke actoren buiten onze grenzen ondermijnen onze veiligheid. Om die reden werkt JenV samen met andere departementen aan grotere alertheid op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Zodat we snel kunnen handelen als dat nodig is. De veiligheid, rechtsstaat en weerbaarheid van Nederland vragen actie nu, en zicht op de toekomst. Aan de slag.
Stb. 2026, 56 en 57
Kamerstukken II, 2026-2025 31753, nr. 315
Kamerstukken II, 2024–2025 36264, nr. 14
Kamerstukken II, 2025-2026 29911, nr. 505
Kamerstukken II, 2025-2026 31865, nr 284.
2.2 Veiligheidsagenda
De minister van JenV stelt eenmaal in de vier jaar landelijke beleidsdoelstellingen vast ten aanzien van de taakuitvoering van de politie. Dat doet hij in afstemming met het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters. Deze landelijke doelstellingen worden opgenomen in de Veiligheidsagenda. In de huidige Veiligheidsagenda zijn de landelijke doelstellingen voor de periode 2023 t/m 2026 opgenomen. In maart 2026 is de Kamer geïnformeerd14 over de thema’s waarop landelijke doelstellingen voor de periode 2027 t/m 2030 zullen worden geformuleerd. Momenteel wordt gewerkt aan het formuleren van die doelstellingen en aan de tekst van de nieuwe Veiligheidsagenda. In het najaar van 2026 wordt de Kamer over de uitkomst daarvan separaat geïnformeerd.
Kamerstukken II 2025-2026 29 628, nr. 1318
2.3 Belangrijkste beleidsmatige mutaties
De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste mutaties voor respectievelijk de uitgaven en ontvangsten sinds de begroting 2026. De mutaties die groter zijn dan € 10 mln. worden toegelicht en indien politiek relevant worden ook kleinere mutaties toegelicht.
Artikelnummer | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2026 (inclusief NvW, AW) | 18.596.347 | 18.875.559 | 18.827.979 | 18.835.030 | 18.585.421 | 35.000 | ||
Belangrijkste mutaties | ||||||||
Voorjaarsnota 2026/ eerste suppletoire begroting 2026 | ||||||||
Mutaties coalitieakkoord | ||||||||
1 | Maatregel 26 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) | 34 | 0 | 30.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 |
2 | Maatregel 61 Efficiencytaakstelling | 32 t/m 92 | 0 | ‒ 4.299 | ‒ 8.303 | ‒ 15.355 | ‒ 22.218 | ‒ 22.218 |
3 | Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid | 32 t/m 92 | 0 | 0 | 0 | ‒ 25.591 | ‒ 64.009 | ‒ 64.009 |
4 | Maatregel 63 Subsidietaakstelling | 31 t/m 36, 92 | 0 | ‒ 1.700 | ‒ 1.700 | ‒ 1.700 | ‒ 1.700 | ‒ 1.700 |
Belangrijkste suppletoire mutaties | ||||||||
5 | Recherche Samenwerkingsteam ondermijningsgelden en reguliere middelen | 31 | 16.260 | 0 | 22.700 | 22.700 | 0 | 0 |
6 | Raad voor Rechtsbijstand (van AenM) | 32 | ‒ 8.823 | 1.828 | 8.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 |
7 | Raad voor de rechtspraak (van AenM) | 32 | 17.835 | 28.236 | 28.000 | 28.000 | 28.000 | 28.000 |
8 | Ramingsbijstelling | 32 t/m 36, 92 | ‒ 96.777 | ‒ 82.166 | ‒ 62.087 | ‒ 32.088 | ‒ 39.221 | ‒ 38.700 |
9 | Kasschuif uitwerking dreigingsbeeld ondermijning Nederland | 33 | ‒ 13.000 | 3.000 | 5.000 | 5.000 | 0 | 0 |
10 | Kasschuif incidentele kosten invoering AML pakket | 33 | ‒ 20.600 | 7.500 | 6.800 | 4.800 | 1.500 | 0 |
11 | Kasschuif Preventie met Gezag (PmG) | 33 | ‒ 21.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 0 | 0 |
12 | Kasschuif Beslag Informatie Systeem (BIS) | 33 | 0 | ‒ 13.000 | 3.000 | 2.500 | 3.750 | 3.750 |
13 | Kasschuif Vlissingen | 34 | 0 | 0 | ‒ 37.500 | ‒ 37.500 | 37.500 | 37.500 |
14 | Kasschuif Expertisecentrum Interlandelijke adoptie | 34 | 0 | 0 | ‒ 10.600 | 3.600 | 3.500 | 3.500 |
15 | Regeling tegemoetkoming waterschade (WTS) | 36 | 11.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
16 | Computer Security Incident Response Team (CSIRT) | 91 | 22.001 | 28.401 | 0 | 0 | 0 | 0 |
17 | EU-regelgeving | 92 | 11.515 | 21.582 | 32.730 | 34.342 | 32.330 | 32.508 |
18 | Kasschuif: incidentele problematiek | 92 | ‒ 128.910 | 0 | 0 | 64.455 | 64.455 | 0 |
19 | Diverse ICT- problematiek | 92 | 22.186 | 42.119 | 22.970 | 12.358 | 6.370 | 6.192 |
20 | Vervanging systeem Leonardo | 92 | 0 | 0 | 0 | 5.000 | 19.540 | 0 |
21 | Kasschuif artikel 92 | 92 | 2.858 | ‒ 23.000 | 3.000 | 3.000 | 7.000 | 7.142 |
22 | Eindejaarsmarge 2025 | 92 | 179.285 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
23 | Loonbijstelling 2026 | 92 | 432.615 | 437.859 | 437.447 | 437.671 | 432.250 | 432.289 |
24 | Prijsbijstelling 2026 | 92 | 105.527 | 106.640 | 74.813 | 73.462 | 72.674 | 67.174 |
25 | Dekking uit eindejaarsmarge | alle | ‒ 179.285 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
26 | Extrapolatie | alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 18.564.755 |
Overige mutaties | 182.030 | 11.573 | 24.543 | 13.197 | 9.219 | 6.319 | ||
Mijoenennota 2027/ Ontwerpbegroting 2027 | ||||||||
27 | Klimaatfonds Rijksvastgoed tranche III | 31 | 0 | 24.121 | 0 | 0 | 0 | 0 |
28 | Terugvordering bijdragen 2025 | 31 | 132.737 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
29 | Kasschuif middelen VMX | 31 | ‒ 26.500 | ‒ 20.000 | 15.000 | 20.000 | 11.500 | 0 |
30 | Coalitie-middelen Nationale veiligheid en rechtsstaat | 31 t/ 91 | 0 | 345.000 | 468.000 | 557.000 | 655.000 | 655.000 |
31 | Kasschuif Law Delta Zeeland | 32 | 0 | 0 | ‒ 17.577 | ‒ 17.577 | 17.577 | 17.577 |
32 | Productie vreemdelingenzaken | 32 | 0 | 23.180 | 18.730 | 16.290 | 17.760 | 17.760 |
33 | EU - regelgeving | 32 t/m 34, 91 | 12.500 | |||||
34 | ICT/ IV -problematiek | 32 t/m 34, 91 | 12.500 | |||||
35 | Dekking Van de Meer II maatregelen | 32, 92 | 0 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 15.000 |
36 | ICT- middelen OM | 33 | 0 | 25.000 | 17.000 | 8.000 | 0 | 0 |
37 | Kasschuif AML-pakket en confiscatierichtlijn | 33 | ‒ 38.000 | 0 | 0 | 15.000 | 11.000 | 12.000 |
38 | Kasschuif extra plekken licht beveiligde afdeling | 34 | 0 | ‒ 10.026 | 1.893 | 4.847 | 3.286 | 0 |
39 | Kasschuif middelen amend. 36800VI 128 Coenradie | 34 | ‒ 10.000 | 0 | 0 | 10.000 | 0 | 0 |
40 | DJI Actieplan sanctiecapaciteit | 34 | 0 | 0 | 22.500 | 22.500 | 22.500 | 22.500 |
41 | Toekomstscenario jeugd en gezin | 34 | 0 | 15.000 | 15.000 | 15.000 | 0 | 0 |
42 | Pilot crisisteam kindveiligheid | 34 | 0 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 0 | 0 |
43 | Civiel Militaire Waarschuwingsketen | 36 | 50.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
44 | Kasschuif: middelen Civiel Militaire Waarschuwingsketen | 36 | ‒ 50.000 | 17.500 | 32.500 | 0 | 0 | |
45 | EU -voorzitterschap 2029 | 36 | 0 | 12.991 | 13.002 | 13.002 | 13.002 | 13.002 |
46 | Weerbaarheid: Luchtbeveiliging | 36 | 0 | 0 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 |
47 | Herverkaveling apparaatsuitgaven AenM-JenV | 91 | 0 | 31.779 | 24.293 | 22.250 | 21.556 | 21.555 |
48 | Vervanging financiele systeem Leonardo | 91 | 0 | 0 | 0 | 4.876 | 19.664 | |
49 | Kasschuif ramingsbijstelling t.b.v. vervanging Civiel Militaire Waarschuwingsketen | 92 | ‒ 8.700 | ‒ 10.300 | 0 | 19.000 | 0 | 0 |
50 | Desaldering Rechtsbijstand en OPF DJI | 92 | 136.084 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
51 | Kasschuif artikel 92 | 92 | ‒ 122.297 | 40.367 | 83.834 | ‒ 4.829 | ‒ 29.777 | 32.702 |
52 | Verdeling loon- en prijsbijstelling | alle | 549.763 | 556.308 | 524.049 | 522.941 | 516.482 | 511.052 |
53 | Aanvullende taakstelling Rijk 2031 tot en met 2035 | alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 12.448 |
54 | Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid | alle | 0 | 0 | ‒ 12.305 | ‒ 12.340 | 0 | 0 |
55 | Overige mutaties | ‒ 588.751 | ‒ 629.032 | ‒ 595.994 | ‒ 576.586 | ‒ 571.214 | ‒ 545.274 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 | 19.180.900 | 19.901.520 | 20.050.717 | 20.191.755 | 19.959.697 | 19.917.928 |
Toelichting Voorjaarsnota 2026 / eerste suppletoire begroting 2026
1. Maatregel 26 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)
Bij het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voor het beschikbaar houden van cellencapaciteit. Deze post betreft de overheveling van een deel van deze middelen vanaf de Aanvullende Post op de Rijkbegroting naar de begroting van het ministerie van JenV. Dit geldt wordt nu beschikbaar gesteld zodat DJI de opdracht kan geven voor diverse renovaties en hier geen vertraging wordt opgelopen. Dit betreft € 30 mln. in 2027 en € 40 mln. structureel. Uw Kamer ontvangt voorafgaand aan de begrotingsbehandeling de integrale onderbouwing van de DJI‑uitgaven behorend bij mutaties 1, 30 en 40, conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1).
2. Maatregel 61 Efficiencytaakstelling
Een efficiencytaakstelling wordt doorgevoerd binnen de rijksoverheid, naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoeringsor-ganisatie, met als doel de structurele vermindering van de apparaatsuitgaven. De volgende begrotingsonderdelen op de JenV-begroting zijn uitgezonderd van deze taakstelling: de politie, DJI, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Rechtspraak, de Raad voor Rechtsbijstand, de Hoge Raad der Nederlanden, het College voor de Rechten van de Mens en de NAVO-toerekenbare uitgaven.
3. Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid Aanvullend op de efficiencytaakstelling wordt een extra taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde manier verdeeld als de efficiencytaakstelling.
4. Maatregel 63 Subsidietaakstelling
De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd met € 189 mln. Deze taakstelling wordt verdeeld naar rato van de subsidie-uitgaven per departement. Voor JenV betekent dit een structurele verlaging van € 1,7 mln. per jaar.
5. Recherche Samenwerkingsteam (RST) ondermijningsgelden
Op basis van het Convenant Financieringssystematiek recherchesamen-werkingsteam d.d. 4 juli 2019 worden de voor het Recherche Samen-werkingsteam beschikbare ondermijningsmiddelen overgeheveld van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties naar begrotingshoofdstuk VI Justitie en Veiligheid. In aanvulling op de reeds beschikbare middelen ontvangt JenV in 2026 een bedrag van € 16,3 mln. voor het tegengaan van ondermijning en in 2028 en 2029 € 22,7 mln. regulier budget voor het RST.
6. Raad voor Rechtsbijstand
Vanuit begrotingshoofdstuk XX Asiel en Migratie worden middelen overgeheveld voor de Rechtsbijstand van asielzaken, deels vanuit de Coalitieakkoord-middelen voor stabiele financiering en aanvullend ten behoeve van de Meerjaren Productie Prognose. Het budget voor Raad voor Rechtsbijstand wordt in 2026 verlaagd met € 8,8 mln, in 2027 verhoogd met € 1,8 mln. en vanaf 2028 meerjarig verhoogd met € 8 mln.
7. Raad voor de rechtspraak
Vanuit de begroting Asiel en Migratie (begrotingshoofdstuk XX) worden middelen overgeheveld naar de Raad voor de rechtspraak, deels vanuit de Coalitieakkoord-middelen voor stabiele financiering en aanvullend ten behoeve van de Meerjaren Productie Prognose. Het budget wordt in 2026 verhoogd met € 17,8 mln, in 2027 met € 28,2 mln. en vanaf 2028 meerjarig met € 28 mln.
8. Ramingsbijstelling
Op basis van de onderuitputting van de afgelopen jaren wordt een ramingsbijstelling doorgevoerd om kosten van EU-verordeningen en stijgende ICT-kosten binnen de JenV-begroting te dekken.
9. Kasschuif uitwerking dreigingsbeeld ondermijning Nederland
Op basis van de risicoschatting uit de uitwerking van het dreigingsbeeld ondermijning Nederland, zal JenV het ondermijningsbeleid bijsturen via multidisciplinaire samenwerking. Een deel van de middelen die in 2026 voor deze samenwerking zijn gereserveerd, zal pas in latere jaren tot uitgaven leiden. Het budget wordt door middel van een kasschuif in de jaren gezet waarin de uitgaven zullen plaatsvinden.
10. Kasschuif incidentele kosten invoering AML-pakket
De gereserveerde incidentele middelen voor de implementatie van
het nieuwe Europese Anti-Money Laundering (AML) wetgevingspakket zullen niet geheel in 2026 besteed worden. Via deze kasschuif worden de middelen in het juiste kasritme geplaatst.
11. Kasschuif Preventie met Gezag (PmG)
Per 1 juni 2026 start de nieuwe SPUK (specifieke uitkering) Preventie met Gezag die loopt tot en met december 2029. Omdat hiermee halverwege het jaar wordt gestart, is een kasschuif benodigd om het budget weer aan te sluiten op de benodigde middelen. Deze middelen worden gebruikt voor het bieden van handelingsperspectief aan de partners in de aanpak van ondermijnende criminaliteit, waaronder het (door) ontwikkelen van interventies. Daarnaast worden ze ingezet voor het borgen van de werkwijze van PmG in de bestaande structuren van JenV en de partners.
12. Kasschuif Beslag Informatie Systeem (BIS)
Het Beslag Informatie Systeem (BIS) is een project van het Openbaar Ministerie (OM) voor het beheer en de registratie van in beslag genomen goederen. Het budget voor het project beslag informatiesysteem wordt door middel van deze kasschuif in overeenstemming gebracht met de uitgaven.
13. Kasschuif Vlissingen
Vanwege de vertraging in de oplevering van Justitieel Complex Vlissingen worden de middelen via een kasschuif doorgeschoven van de jaren 2028 en 2029 naar 2030 en 2031.
14. Kasschuif Expertisecentrum Interlandelijke adoptie
Ten behoeve van het expertisecentrum interlandelijke adoptie zijn extra middelen beschikbaar gesteld op basis van de aanbevelingen van de commissie Joustra. De middelen worden via een kasschuif beschikbaar
gesteld in de jaren waarin de uitgaven naar verwachting zullen plaatsvinden.
15. Regeling tegemoetkoming waterschade (WTS)
Om financiële verstrekkingen te kunnen bieden aan gedupeerden die onvoldoende middelen hebben om de kosten te dragen, die het gevolg zijn van de extreme wateroverlast in juli 2021 in Limburg (zogenaamde schrijnende gevallen), zijn middelen vrijgemaakt. Voor de uitvoering van de Regeling tegemoetkoming waterschade (WTS) wordt € 11,5 mln. aan het budget toegevoegd via de eindejaarsmarge in verband met de afrekening met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die de regeling uitvoert.
16. Computer Security Incident Response Team (CSIRT)
Het NCSC voert in opdracht van diverse departementen (BZK, FIN, IenW, EZK, LVVN en KGG) de sectorale CSIRT-taken uit in het kader van de NIS2-richtlijn/ Cyberbeveiligingswet. Hiervoor wordt in 2026 totaal € 22 mln. en in 2027 totaal € 28,4 mln. door de departementen overgeheveld naar de begroting van JenV.
17. EU-regelgeving
Binnen de JenV-begroting worden middelen vrij gemaakt voor de implementatie van diverse EU-verordeningen, waaronder voor het Europese Anti-Money Laundering (AML) wetgevingspakket.
18. Kasschuif incidentele problematiek
Om de JenV-problematiek te dekken wordt het kasritme aangepast via een kasschuif. Dit betreft de in 2026 gereserveerde incidentele middelen op de JenV-begroting.
19. Diverse ICT- problematiek
Er zijn middelen beschikbaar gesteld voor noodzakelijke investeringen om de ICT en Informatievoorziening (IV) op orde te brengen.
20. Vervanging systeem Leonardo
Er zijn middelen beschikbaar gesteld voor de vervanging van het financieel informatiesysteem Leonardo.
21. Kasschuif artikel 92
Om de middelen in de juiste jaren beschikbaar te stellen, wordt het kasritme aangepast via een kasschuif.
22. Eindejaarsmarge 2025
De eindejaarsmarge 2025 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd.
23. Loonbijstelling 2026
De tranche loonbijstelling 2026 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd.
24. Prijsbijstelling 2026
De jaarlijkse prijsbijstelling wordt met deze mutatie toegevoegd aan de JenV-begroting.
25. Dekking uit eindejaarsmarge
De eindejaarsmarge 2025 is ingezet ter dekking van de kaseffecten van overlopende verplichtingen en overige tekorten.
26. Extrapolatie Dit zijn de standen van het jaar 2030 die nu ook voor 2031 zijn opgenomen (ook wel extrapolatiestanden genoemd).Toelichting Miljoenennota 2027 / Ontwerpbegroting 2027
27. Klimaatfonds Rijksvastgoed Vanuit de begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wordt voor 2027 € 24,1 mln. overgeboekt naar de JenV-begroting ten behoeve van de klimaatfonds Rijksvastgoed tranche III.
28. Terugvordering bijdragen 2025 Dit betreft de terugvordering van verschillende bijzondere bijdragen aan de politie over het jaar 2025 die niet volledig zijn besteed. Het gaat hierbij om niet-bestede middelen als gevolg van projecten die inmiddels zijn afgerond, of van projecten waarvan wordt ingeschat dat de kosten op termijn niet meer worden gemaakt. Deze middelen worden via desaldering toegevoegd aan het uitgavenbudget en deels teruggestort op onder andere het budget ‘Aanpak ondermijning’.
29. Kasschuif middelen Vernieuwing Missie Kritische Communicatie (VMX) Door vertraging in het programma Vernieuwing Missie Kritische Communicatie worden de middelen via een kasschuif doorgeschoven van de jaren 2026 en 2027 naar de jaren 2028, 2029 en 2030, om ze in het juiste kasritme te plaatsen.
30. Middelen CoalitieakkoordDe resterende in het coalitieakkoord voor JenV beschikbaar gestelde middelen voor 25 (Nationale) veiligheid, 26 DJI en 27 Rechtsstaat die tijdelijk geparkeerd waren op de Aanvullende Post van de Rijksbegroting worden overgeheveld naar de begroting van Justitie en Veiligheid. Voor 26 DJI is met de Eerste Suppletoire Begroting 2026 al € 30 mln. overgeheveld voor 2027 en vanaf 2028 structureel € 40 mln. Voor overig veiligheidsbeleid is hiervoor incidenteel € 20 miljoen gedekt uit een ramingsbijstelling die bij Voorjaarsnota is verwerkt.De middelen uit het Coalitieakkoord worden ingezet voor diverse uitgaven. Voor de uitgaven waarvoor een onderbouwing conform Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1) is vereist, ontvangt uw Kamer de onderbouwingen voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. Dit betreft: 1) de financiële problematiek bij de politie, 2) meer agenten in de wijk, 3) de aanpak van online criminaliteit, 4) DJI actieplan (integrale onderbouwing van de DJI‑uitgaven behorend bij mutaties 1, 30 en 40) en 5) rechtsstaat.
Figuur 3

31. Kasschuif Law DeltaDe middelen voor Law Delta Zeeland zijn vanaf 2025 structureel toegevoegd aan het budget van de Raad voor de rechtspraak. Naar verwachting wordt het Justitieel Complex Vlissingen pas in 2030 opgeleverd en de EBZ (Extra Beveiligde Zittingslocatie) in Lelystad in 2031. Gelet op de langere doorlooptijd en de begrotingshorizon wordt een kasschuif doorgevoerd van 2028 en 2029 naar 2030 en 2031 om het budget in overeenstemming te brengen met de verwachte uitgaven.
32. Productie vreemdelingenzakenHet aantal vreemdelingenzaken bij de Raad voor de Rechtspraak wordt vanaf 2027 hoger ingeschat dan eerder was begroot. Daarom wordt het budget in 2027 opgehoogd met € 23,2 mln. aflopend naar € 17,8 miljoen. Deze middelen worden overgeheveld vanuit de begroting van AenM
33. EU -regelgevingEr wordt in 2026 € 12,5 mln. vrijgemaakt voor het dekken van de kosten van EU-regelgeving. De middelen worden onder andere ingezet voor de nieuwe Europese anti-witwaswetgeving (het Anti-Money Laundering -wetgevingspakket (voorkoming witwassen en terrorisme financiering), hierna: AML-pakket), de implementatie van de EU-richtlijn inzake het bestrijden van huiselijk geweld en de implementatie van de EU-richtlijn over openbaarmaking winstbelasting.
34. ICT/IV-problematiek Er is in 2026 € 12,5 mln. vrijgemaakt voor problematiek op het gebied van ICT/IV (informatievoorziening). De middelen worden aangewend voor het uitfaseren van oude (legacy) systemen, de vernieuwing van verouderde IT-infrastructuur en implementatie van logging en monitoring.
35. Dekking Van de Meer II maatregelenEr vindt vanaf 2027 een structurele budgetoverheveling van € 15 mln. plaats van artikel 92 naar het budget Toevoegingen Rechtsbijstand, ter uitvoering van de maatregelen van de Commissie Van der Meer. Dit betreft het restantbedrag van de bijdrage voor de effecten die voortvloeien uit de Commissie Van der Meer.
36. ICT-middelen OM Met deze mutatie wordt het ICT-budget bij het Openbaar Ministerie aangevuld uit de eindejaarsmarge om het tekort in het ICT-plan van het OM te dekken.
37. Kasschuif AML-pakket en confiscatierichtlijnBetreft de dekking van de implementatiekosten van de nieuwe Europese verordening AML-pakket en de incidentele IT-kosten voor de implementatie van de Europese richtlijn inzake bevriezing en confiscatie. Het budget wordt door middel van een kasschuif verschoven naar de jaren waarin de uitgaven naar verwachting zullen plaatsvinden.
38. Kasschuif extra plekken licht beveiligde afdelingOm het budget voor extra plekken op licht beveiligde afdelingen (amendement 36600-VI, nr. 121) in lijn te brengen met het verwachte uitgavenpatroon, vindt een kasschuif plaats van 2027 naar 2028, 2029 en 2030.
39. Kasschuif middelen amendement 36800-VI, nr. 128 CoenradieDe middelen uit amendement 36800, VI, nr. 128 Coenradie (capaciteit DJI) komen in 2026 niet tot besteding. Via een kasschuif worden deze middelen doorgeschoven naar 2029, waarin naar verwachting ook de uitgaven zullen plaatsvinden.
40. DJI Actieplan sanctiecapaciteitDeze middelen worden ingezet om de maatregelen uit het meerjarig actieplan gevangeniswezen te dekken. De maatregelen die hierin genoemd staan betreffen o.a. het verruimen van het penitiair programma, werving personeel en het verruimen van de criteria van de BBA (Beperkt Beveiligde Afdeling). Uw Kamer ontvangt voorafgaand aan de begrotingsbehandeling de integrale onderbouwing van de DJI‑uitgaven behorend bij mutaties 1, 30 en 40, conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1).
41. Toekomstscenario jeugd en gezinMet deze mutatie wordt voor de jaren 2027 tot en met 2029 jaarlijks € 15 mln. beschikbaar gesteld. Deze middelen worden ingezet voor de veranderstrategie van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.
42. Pilot crisisteam kindveiligheid
Voor een driejarige pilot met een crisisteam kindveiligheid wordt € 5 mln. beschikbaar gesteld in 2027, 2028 en 2029.
43. Civiel Militaire WaarschuwingsketenNederland krijgt een nieuw sirenenetwerk, als onderdeel van een keten die militaire dreigingen kan detecteren en burgers kan waarschuwen. Het sirenenetwerk vervangt het huidige waarschuwingssysteem, dat aan vervanging toe is. Het nieuwe systeem wordt gekoppeld aan een detectiesysteem van Defensie. Hiervoor wordt € 50 mln. overgeboekt van de begroting van Defensie naar de begroting van Justitie en Veiligheid (JenV). Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer voorafgaand aan de begrotingsbehandeling de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).
44. Kasschuif middelen Civiel Militaire WaarschuwingsketenDe middelen voor de civiel-militaire waarschuwingsketen (zie post 43) komen in 2026 niet tot besteding. Er wordt € 50 mln. van 2026 doorgeschoven en verdeeld over de jaren 2028 en 2029.
45. EU-voorzitterschap 2029Op basis van de begrotingsafspraken worden voor het EU-voorzitterschap in 2029 de uitgaven over de departementen verdeeld. De uitgaven voor bewaken en beveiligen lopen via het ministerie van JenV en maken deel uit van de organisatiekosten voor het EU-voorzitterschap van het ministerie van BZ.
46. Weerbaarheid: LuchtbeveiligingHet kabinet stelt vanaf 2028 tot en met 2035 incidenteel 12 miljoen euro beschikbaar voor luchtbeveiliging.
47. Herverkaveling apparaatsuitgaven AenM naar JenVAls gevolg van het besluit om het Ministerie van AenM op te heffen[1], zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement van het voormalige Ministerie van AenM met ingang van 2027 structureel overgeheveld naar de begroting van Justitie en Veiligheid (JenV), als onderdeel van de uitgaven kerndepartement Ministerie van JenV.
48. Vervanging financiële systeem Leonardo Deze middelen worden in de periode 2029-2030 ingezet voor de uitvoering van het programma Toekomst Financiële Administratie, ten behoeve van de migratie naar een ERP (Enterprise Resource Planning) oplossing.
49. Kasschuif ramingsbijstelling t.b.v. vervanging Civiel Militaire WaarschuwingsketenOm de gereserveerde middelen voor de vervanging van het luchtalarm in de juiste jaren beschikbaar te stellen, wordt via een kasschuif het kasritme aangepast.
50. Desalderingen Rechtsbijstand, OPF DJI- De Raad voor Rechtsbijstand betaalt (€ 108,1) over het boekjaar 2025, conform de afspraak met JenV, het liquiditeitsoverschot terug aan het moederdepartement. - Conform de outputfinancieringssystematiek wordt een bedrag van € 28 mln. over 2025 door DJI terugbetaald aan het moederdepartement.
51. Kasschuif artikel 92Om de middelen in de juiste jaren beschikbaar te stellen, wordt het kasritme met een kasschuif aangepast.
52. Verdeling loon- en prijsbijstellingDe toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 wordt met deze mutatie verdeeld over de desbetreffende budgetten.
53. Aanvullende taakstelling Rijk 2031 tot en met 2035De efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid uit het coalitieakkoord (maatregel 61) loopt op tot en met 2030. In aanvulling daarop wordt vanaf 2031 een aanvullende, oplopende taakstelling opgelegd. De aanvullende taakstelling wordt naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoeringsorganisatie verdeeld, met als doel de structurele vermindering van de apparaatsuitgaven. De volgende begrotingsonderdelen op de JenV-begroting zijn uitgezonderd van deze taakstelling: de politie, DJI, het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Rechtspraak, de Raad voor Rechtsbijstand, de Hoge Raad der Nederlanden, het College voor de Rechten van de Mens, de NAVO-toerekenbare uitgaven.
54. Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheidIn het coalitieakkoord is afgesproken dat een taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt versneld ingevoerd. Deze taakstelling wordt op dezelfde manier verdeeld als de aanvullende taakstelling (zie post 53).
55. Overige mutatiesDe post ‘overige mutaties’ bestaat voornamelijk uit technische mutaties en mutaties van minder dan € 10 mln. De grootste mutatie betreft de tegenboeking van de mutatie ‘verdeling loon- en prijsbijstelling’ op artikel 92.
Artikelnummer | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vastgestelde begroting 2026 (inclusief AW) | 1.843.526 | 1.906.453 | 1.944.610 | 1.981.985 | 2.017.682 | 35.000 | ||
Belangrijkste mutaties | ||||||||
Voorjaarsnota 2026/ eerste suppletoire begroting 2026 | ||||||||
1 | Afpakken | 33 | ‒ 284.360 | ‒ 284.360 | ‒ 284.360 | ‒ 284.360 | ‒ 284.360 | ‒ 284.360 |
2 | Boeten en Transacties | 33 | ‒ 48.685 | ‒ 32.195 | ‒ 47.657 | ‒ 60.792 | ‒ 73.671 | ‒ 50.117 |
3 | Extrapolatie | alle | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.982.682 |
Overige mutaties | 7.442 | 2.959 | 3.102 | 2.789 | 2.261 | 2.261 | ||
Miljoenennota 2027/ Ontwerpbegroting 2027 | ||||||||
4 | Terugvordering bijdragen | 31 | 132.737 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
5 | Desaldering Rechstbijstand | 32 | 108.062 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
6 | Desaldering outputfinanciering DJI | 34 | 28.022 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
7 | Overige mutaties | 3.942 | 450 | 6.012 | 6.010 | 6.000 | 5.857 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 | 1.790.686 | 1.593.307 | 1.621.707 | 1.645.632 | 1.667.912 | 1.691.323 | ||
Toelichting voorjaarsnota 2026 / eerste suppletoire begroting 2026
1. Afpakraming
De raming afpakken wordt meerjarig neerwaarts bijgesteld op basis van realisaties van de afgelopen jaren. De raming afpakken ziet op de incassoresultaten van Strafrechtelijk afpakken. De raming was gebaseerd op een aantal eenmalige grote schikkingen die in het verleden zijn gerealiseerd.
2. Boeten en Transacties
De Boeten en Transacties ontvangsten zijn geraamd voor de periode 2026-2031. De raming laat voor deze periode een daling zien van de geraamde ontvangsten in het kader van de WAHV ten opzichte van de begroting 2026. Hierbij is rekening gehouden met de benodigde
vervangingen van flitspalen en het gegeven dat enkele trajectcontroles komende jaren aan het eind van hun levensduur komen.
3. Extrapolatie Dit zijn de standen van het jaar 2030 die nu ook voor 2031 zijn opgenomen (ook wel extrapolatiestanden genoemd).Toelichting miljoenennota 2027 / Ontwerpbegroting 2027
4. Terugvordering bijdragen 2025Dit betreft de terugvordering van verschillende bijzondere bijdragen aan de politie over het jaar 2025 die niet volledig zijn besteed. Het gaat hierbij om niet-bestede middelen als gevolg van projecten die inmiddels zijn afgerond, of van projecten waarvan wordt ingeschat dat de kosten op termijn niet meer worden gemaakt. Deze middelen worden via desaldering toegevoegd aan het uitgavenbudget en deels teruggestort op onder andere de artikelonderdelen ‘Aanpak ondermijning’ en NCTV. Zie ook de uitgaven.
5. Desaldering RechtsbijstandOp basis van de afspraken met het moederdepartement wordt de niet-benodigde liquiditeit van de Raad voor Rechtsbijstand via desaldering toegevoegd aan het budget van het moederdepartement.
6. Desaldering outputfinanciering DJI Conform de outputfinancieringssystematiek wordt een bedrag van € 28 miljoen over 2025 door DJI terugbetaald aan het moederdepartement.
7. Overige mutaties
De post ‘Overige mutaties’ bestaat voornamelijk uit technische mutaties en uit mutaties van minder dan 10 miljoen euro, waaronder taakstellingen met een saldo van minder dan een miljoen euro.
2.4 Openbaarheidsparagraaf
Openbaarheidsparagraaf JenV
Met de Wet open overheid (hierna: Woo) is sinds 2022 een belangrijke stap gezet naar een open en transparantere overheid. Hoofdonderdelen van de Woo zijn: openbaarmaking op verzoek, openbaarmaking uit eigen beweging en het op orde brengen van de informatiehuishouding. Openbaarmaking op verzoek wordt ook wel ‘passieve’ openbaarmaking genoemd: de documenten waar om is gevraagd, worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking uit eigen beweging, of wel ‘actieve’ openbaarmaking, houdt in dat het ministerie zelf proactief informatie openbaar maakt - ook als daar (nog) niet om is gevraagd.
Om dit te kunnen doen, is een adequate en toegankelijke informatievoorziening nodig; en die leunt op zijn beurt op een gezonde informatiehuishouding. Het in de begroting aandacht schenken aan de beleidsvoornemens over de uitvoering van de Woo is ook één van de verplichtingen. In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna JenV) hier invulling aan geeft.
Openbaarmaking
Sinds 2024 zorgt de centrale directie Openbaarmaking (DO) voor een tijdige en kwalitatief hoogwaardige afhandeling van Woo-verzoeken. Deze directie adviseert ook de taakorganisaties van JenV op het gebied van de Woo, zowel op het gebied van openbaarmaking op verzoek als openbaarmaking uit eigen beweging. Hiervoor worden er verschillende beleidsproducten ontwikkeld. Zo is er voor het Bestuursdepartement een visie op openbaarmaking opgesteld en wordt er verder toegewerkt naar het leggen van een solide fundering voor kwalitatief hoogwaardige openbaarmaking; nu nog voor het Bestuursdepartement en in de toekomst ook voor de taakorganisaties.
De afhandeling van Woo-verzoeken, het implementeren van de verplichte informatiecategorieën als ook het vormgeven en uitvoeren van de inspanningsverplichting én de ondersteuning van de Parlementaire Enquête Corona (ook ondergebracht bij DO) worden uitgevoerd met de huidige capaciteit op het Bestuursdepartement. Omdat de vraag om (actieve) openbaarmaking toeneemt, is het belangrijk om voldoende te investeren in digitale hulpmiddelen en mogelijk ook AI-toepassingen.
JenV zet hiermee niet alleen in op een adequate uitvoering van de Woo maar wil zo ook de transparantie van de organisaties in het JenV-domein verder bevorderen. Tenslotte participeert JenV vanuit haar Woo-deskundigheid in de interdepartementale overleggen, waaronder het onderzoek naar de uitvoerbaarheid, kosten en (benodigde) capaciteit van de Woo en de wetsevaluatie van de Woo.
Verbetering informatiehuishouding
Het JenV-programma Open op Orde startte in 2021, met als scope het (inmiddels) JenV-brede concern en de opdracht om gestructureerd te werken aan een verbetering van de informatiehuishouding (hierna: IHH). Daarbij hebben de Politie en Rechtspraak op basis van hun rechtstatelijke positie een eigen programma. Sindsdien zijn flinke stappen gezet met het oplossen van een aantal generieke uitdagingen bij de JenV-organisaties. Het volwassenheidsniveau is verder gestegen van 2,4 naar 2,515.Het geactualiseerde transitieplan richt zich op hoe JenV in de volle breedte kan blijven groeien in volwassenheid. Het streven blijft om eind 2026 volwassenheidsniveau 3 te bereiken.
Meerjarig portfolio met vier actielijnen
Het programma werkt aan een meerjarig portfolio dat is opgebouwd langs de vier rijksbrede actielijnen ‘Professionals’, ‘Volume en aard van informatie’, ‘Systemen’ en ‘Sturing en naleving’:
Actielijn 1 Professionals
JenV geeft invulling aan de structurele uitbreiding van capaciteit en het vergroten van het ambtelijk vakmanschap. De pilot voor een strategisch ontwikkelplan ter bevordering van de IHH-deskundigheid is succesvol gebleken en opgeschaald. In lijn hiermee wordt ook in 2026 en 2027 begeleiding aangeboden bij het opzetten van Strategische Personeelsplanningen voor IHH. Het stimuleren van het Digitaal Vakmanschap is ondergebracht in de lijn, als thema onder de JenV i-Strategie.Het Traineeship Gegevensmanagement is in volle gang en inmiddels is ook de tweede lichting gestart waarbij ook andere departementen hebben ingeschreven voor het afnemen van een trainee. De jaren 2026 en 2027 zullen worden gebruikt om te zien of het traineeship elders kan worden ondergebracht zodat het voor nog meer departementen toegankelijker is.
Actielijn 2 Volume en aard van de informatie
JenV zet de inspanningen voort op het digitaliseren van de papieren archieven. Voor het verder wegwerken van de papieren achterstanden voorziet het programma in middelen om onder andere de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te continueren bij de scanstraten van de Justitiële Informatiedienst en het Nederlands Forensisch Instituut.Door onder andere inzet van recordmanagement tools wordt het inzicht in de informatie op netwerkschijven vergroot. Om deze informatie structureel beter en sneller toegankelijk te maken voor een grotere groep medewerkers wordt gebruik gemaakt van een op AI gebaseerde digitale archivaris die grote verzamelingen informatieproducten voorziet van de juiste metadata. Door het toevoegen van deze metadata is de informatie duurzaam toegankelijk en is JenV beter in staat om te voldoen aan de eisen van het selectiebeleid.
Actielijn 3 Informatiesystemen
In het kader van rationalisatie en uniformiteit bij de JenV-organisaties stimuleert het programma (ook financieel) de eenduidige inrichting en de aansluiting op bestaande documentmanagement- en recordmanagementsystemen. Zo worden organisaties financieel gestimuleerd om aan te sluiten op het digitale depot van JenV (CDD+). Hierbij is ook aandacht voor de beheerste ontsluiting van informatie conform de Woo via CDD+ o.a. door - samen met Justid - te werken aan een technische oplossingen om toegang derden mogelijk te maken. Door middel van quick scans wordt in kaart gebracht wat JenV-organisaties zowel organisatorisch als technisch moeten doen om op de centrale Woo-voorziening van de overheid aan te kunnen sluiten.Ook is er aandacht voor de kwaliteit van gegevens. In dit licht is door JenV een eigen gegevensboekhouding ontwikkeld. Hieraan worden nieuwe functionaliteiten toegevoegd en bij meerdere organisatieonderdelen worden geïmplementeerd.
Actielijn 4 Sturing en naleving
De overdracht naar en inbedding van het programma en de programmaresultaten in de staande organisatie heeft voortdurend aandacht. Er is een dashboard ontwikkeld en alle werkzaamheden zijn zorgvuldig vastgelegd in een portfolio applicatie. In 2026 - het laatste jaar van het programma - wordt de programmaorganisatie verder afgebouwd en wordt de regie overgedragen aan het IHH-Office. Steeds meer initiatieven die het programma in gang heeft gezet worden naar staande organisatieonderdelen overgebracht.
Rijksbrede en JenV-brede prioriteiten
Vanuit de Regeringscommissaris Informatiehuishouding zijn prioriteiten meegegeven aan alle departementen. JenV werkt hier aan door onder andere door zoveel als mogelijk aan te sluiten op de rijksbreed ontwikkelde voorzieningen, zoals voor de archivering van websites en chatberichten. Jaarlijks wordt de IHH-volwassenheidsmeting uitgevoerd en wordt daarover gerapporteerd. De volwassenheidsmetingen worden gebruikt om prioritering aan te brengen bij de uitvoering van de verbeteracties en de actualisatie van het al eerder genoemde JenV-eigen transitieplan.
Naast de Rijksbrede prioriteiten heeft JenV eigen prioriteiten: het verwerken van papieren en digitale achterstanden, de ontwikkeling van selectiebeleid en het toepassen van de selectielijst, en het verbeteren van de gegevenskwaliteit in nauwe samenwerking met het CDO Office.
2.5 Strategische Evaluatie Agenda (SEA)
De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is in 2021 geïntroduceerd als één van de instrumenten van het herziene Rijksbrede evaluatiestelsel. Sindsdien werkt het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) aan het verbeteren van de kwaliteit ervan. Daarbij heeft het in de loop van de jaren het accent op verschillende zaken gelegd. Dit jaar is gestart met het hanteren van een format voor de SEA om de uniformiteit en kwaliteit te bevorderen. Ook is er sinds 2025 aandacht voor het versterken van de onderbouwing van de benodigde inzichten. Om deze inzichtsbehoeften zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen, is het essentieel om de beleidstheorie in kaart te brengen. Hiermee zijn diverse beleidsdirecties aan de slag gegaan. Dit is een intensief proces waarvoor JenV een groeimodel hanteert. De komende jaren zal het reconstrueren van de beleidstheoriën verder worden doorgezet, wat de kwaliteit van de evaluatieagenda verder zal verbeteren.
Thema/Periodieke rapportage | Eerstvolgende Periodieke rapportage | Begrotingsartikelen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
31 | 32 | 33 | 34 | 36 | ||
Kritische communicatie en veiligheidprocessen | 2029 | 31.3 | 36.2 | |||
Beleid t.o.v. de continuïteit van de politieorganisatie | 2030 | 31.2 | ||||
Politiestelsel (wetten) | 2028 | 31.2 | ||||
Rechtsbestel | 2028 | 32.2, 32.3 | ||||
Veiligheid en lokaal bestuur | 2027 | 33.2 | ||||
Georganiseerde ondermijnende criminaliteit (subthema's: Aanpak drugssmokkel via mainports, Aanpak Outlaw Motercycle Gangs en Strafrechtelijke aanpak) | 2027 | 33.3 | ||||
Georganiseerde ondermijnende criminaliteit (subthema's: Preventie met Gezag, Terugdringen vraag en aanbod van illegale drugs, Anti-corruptie aanpak en Criminele geldstromen) | 2030 | 33.3 | ||||
Genoegdoening aan slachtoffers en samenleving | 2028 | 34.3, 34.4 | ||||
Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag (subthema: Forensische Zorg) | 2026 | 34.2, 34.3, 34.5 | ||||
Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag (subthema: Kansspelen) | 2026 | 34.2 | ||||
Beschermen van kinderen | 2027 | 34.1, 34.5 | ||||
Nationale Veiligheid (Bewaken en beveiligen; Crisisbeheersing; Cybersecurity; Statelijke Dreigingen) | 2027 | 36.2 | ||||
In «Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda» worden de thema's en bijbehorende subthema's op de Strategische Evaluatie Agenda toegelicht en wordt een overzicht gegeven van alle geplande onderzoeken en evaluaties per thema. Voor het meest recente overzicht van de realisatie van periodieke rapportages (voorheen beleidsdoorlichtingen) klik op deze link: Status periodieke rapportages.
2.6 Overzicht risicoregelingen
Art. | Omschrijving | Uitstaand garanties 2025 | Geraamd te verlenen 2026 | Geraamd te vervallen 2026 | Uitstaand garanties 2026 | Geraamd te verlenen 2027 | Geraamd te vervallen 2027 | Uitstaande garanties 2027 | Totaal plafond |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
33 | Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst Justis | 16.410 | 5.604 | 3.995 | 18.019 | 5.604 | 3.995 | 19.628 | 19.628 |
34 | Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's | 15.143 | 0 | 910 | 14.233 | 0 | 944 | 13.289 | 15.143 |
34 | Garantieregeling Forensische Zorg | 0 | 0 | 0 | 0 | 180.000 | 0 | 180.000 | 300.000 |
totaal | 31.553 | 5.604 | 4.905 | 32.252 | 185.604 | 4.939 | 212.917 | 334.771 |
` | Omschrijving | Uitgaven 2025 | Ontvang- sten 2025 | Stand risico- voorziening 2025 | Saldo 2025 | Uitgaven 2026 | Ontvang- sten 2026 | Stand risico- voorziening 2026 | Saldo 2026 | Uitgaven 2027 | Ontvang- sten 2027 | Stand risico- voorziening 2027 | Saldo 2027 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
33 | Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst Justis | 2.523 | 0 | 0 | ‒ 2.523 | 2.400 | 0 | 0 | ‒ 2.400 | 2.400 | 0 | 0 | ‒ 2.400 |
34 | Garantieregeling Forensische Zorg | 0 | 0 | 24.000 | 0 | 0 | 0 | 24.000 | 0 | 0 | 0 | 24.000 | 0 |
Faillissementscuratoren
De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt curatoren de mogelijkheid om in faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn, toch onderzoek te kunnen doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. Bij de uitgaven in het «overzicht uitgaven en ontvangsten garanties» betreft het de opdrachten tot betaling.
Hypothecaire leningen aan JJI's
Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantieverlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaallasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.
Garantieregeling Forensische Zorg
Om tbs-klinieken te stimuleren om capaciteit in stand te houden danwel uit te breiden, wordt een garantieregeling ingericht. De garantieregeling voor FPC’s (Forensisch psychiatrisch centra) is bedoeld voor leningen die particuliere FPC’s nodig hebben om capaciteit uit te breiden, dan wel in stand te houden. Door als overheid garant te staan voor een deel van de lening, kunnen deze FPC’s naar verwachting tegen een lagere rente een lening afsluiten voor de beoogde uitbreiding. Dat maakt het voor particuliere FPC’s aantrekkelijker om te investeren in uitbreiding en/of renovatie. Ten behoeve van de garantieregeling is in 2025 ten laste van artikel 34 een bedrag van € 24 mln. gestort in een begrotingsreserve bij het ministerie van Financien.Als de garantieregeling gereed is (schatting ultimo 2026) kan een realistische inschatting van het jaarlijkse te verlenen en te vervallen garantiebedrag worden gemaakt. Tevens kan dan ook een samenhangende raming van de provisie-inkomsten/disagio in de begroting worden opgenomen.
2.7 Slagvaardige Overheid
Aan de invulling van de taakstelling wordt op dit moment gewerkt. Daarbij is sprake van Rijksbrede samenwerking en uitwerking onder leiding van de Taskforce slagvaardige overheid. Daarnaast worden de gevolgen van de taakstelling ook uitgewerkt door de budgethouders die de taakstelling opgelegd hebben gekregen. Daarbij wordt in lijn met het CA gekeken naar vereenvoudiging van bedrijfsprocessen, bedrijfsvoering en de regelgeving. Ook zetten we in op het gebruik van AI. Tegelijkertijd is duidelijk dat er ook keuzes nodig zijn in de taakuitvoering door de diverse organisaties. Deze worden de komende periode verder uitgewerkt. In onderstaande tabel is de taakstelling weergegeven uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord.
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|
Efficiency | ‒ 4,3 | ‒ 8,3 | ‒ 15,5 | ‒ 22,4 | ‒ 22,4 |
Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid | ‒ 25,9 | ‒ 64,8 | ‒ 64,8 | ||
Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord | ‒ 4,3 | ‒ 8,3 | ‒ 41,4 | ‒ 87,2 | ‒ 87,2 |
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 31 Politie

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politie.
De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie en de politieacademie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:
– De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel en van het opleidingsstelsel voor de politie.
– De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister16 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de formatie. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt en legt verantwoording af aan de Minister. Die verantwoording betreft tevens de mensen en middelen die de korpschef om niet ter beschikking stelt aan de Politieacademie. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven.
– Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.
De Minister heeft ten aanzien van het politiekorps en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.17
Veiligheidsagenda 2027-2030
Elke vier jaar worden door de Minister van Justitie en Veiligheid, in nauw overleg met OM, regioburgemeesters en politie, landelijke beleidsdoelstellingen vastgesteld ten aanzien van de taakuitvoering van de politie. Op 1 januari 2027 moeten nieuwe landelijke beleidsdoelstellingen in werking treden.
Coalitieakkoord «Aan de slag»
In het coalitieakkoord «Aan de slag» is voor nationale veiligheid extra geld gereserveerd vanaf 2027. Vanuit de envelop voor nationale veiligheid in het coalitieakkoord is een bedrag dat oploopt naar structureel € 462 mln. vanaf 2030 bestemd voor de politie.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 8.924.143 | 9.245.864 | 9.380.395 | 9.456.767 | 9.520.232 | 9.545.852 | 9.529.105 |
Uitgaven | 8.931.202 | 9.253.702 | 9.388.233 | 9.456.767 | 9.520.232 | 9.545.852 | 9.529.105 | |
31.2 | Bekostiging politie | 8.634.769 | 8.940.234 | 9.076.727 | 9.112.226 | 9.171.155 | 9.205.280 | 9.200.297 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 8.598.798 | 8.902.724 | 9.038.119 | 9.073.649 | 9.133.181 | 9.167.306 | 9.162.335 | |
Politie | 8.596.285 | 8.900.134 | 9.035.531 | 9.071.068 | 9.130.601 | 9.164.726 | 9.159.756 | |
Politieacademie | 2.513 | 2.590 | 2.588 | 2.581 | 2.580 | 2.580 | 2.579 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 35.971 | 37.510 | 38.608 | 38.577 | 37.974 | 37.974 | 37.962 | |
Brandweer- en politiekorps (BES) | 35.971 | 37.510 | 38.608 | 38.577 | 37.974 | 37.974 | 37.962 | |
31.3 | Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers | 296.433 | 313.468 | 311.506 | 344.541 | 349.077 | 340.572 | 328.808 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 270.617 | 286.802 | 292.111 | 326.155 | 331.416 | 322.911 | 311.152 | |
Internationale Samenwerkingsoperaties | 27.777 | 30.700 | 30.696 | 30.662 | 30.661 | 30.661 | 30.655 | |
Beheer meldkamers | 241.344 | 251.409 | 250.222 | 249.946 | 250.215 | 250.210 | 249.983 | |
Programma Nieuwe Missie Kritische Communicatiesysteem | 0 | 3.175 | 9.675 | 44.531 | 49.525 | 41.025 | 29.499 | |
Overige Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 1.496 | 1.518 | 1.518 | 1.016 | 1.015 | 1.015 | 1.015 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 977 | 135 | 154 | 153 | 152 | 152 | 152 | |
Bijdrage in het kader van de kwaliteit van de politiezorg | 977 | 135 | 154 | 153 | 152 | 152 | 152 | |
Subsidies (regelingen) | 13.733 | 14.774 | 7.509 | 7.261 | 6.419 | 6.419 | 6.418 | |
Opsporing | 2.817 | 2.803 | 2.751 | 2.759 | 2.732 | 2.732 | 2.731 | |
Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie | 3.355 | 3.520 | 3.500 | 3.290 | 3.180 | 3.180 | 3.180 | |
Overige Subsidies | 7.561 | 8.451 | 1.258 | 1.212 | 507 | 507 | 507 | |
Opdrachten | 11.106 | 11.757 | 11.732 | 10.972 | 11.090 | 11.090 | 11.086 | |
Providers | 7.937 | 9.207 | 9.282 | 9.018 | 9.114 | 9.114 | 9.111 | |
Overige Opdrachten | 3.169 | 2.550 | 2.450 | 1.954 | 1.976 | 1.976 | 1.975 | |
Ontvangsten | 39.387 | 139.237 | 6.500 | 6.500 | 6.500 | 6.500 | 6.500 | |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 100% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 0% |
nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Het juridisch verplichte deel van de bijdragen aan ZBO’s/RWT’s heeft betrekking op uitgaven voor de politie en de Politieacademie op grond van wetgeving, de beheersovereenkomst met de politie voor de jaarlijkse exploitatiekosten van C2000 en de uitgaven voor internationale samenwerking. De juridisch verplichte opdrachten omvatten onder andere de meerjarige contracten met de telecomaanbieders in verband met tapkosten.
31.2 Bekostiging politie
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Politie
De politie levert een belangrijk aandeel aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe, op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012, algemene en bijzondere bijdragen. De doelstelling is het beschikbaar stellen van personeel en materieel ten behoeve van een effectieve taakuitvoering en adequaat beheer van de politie.
De algemene bijdrage wordt jaarlijks als lumpsumbedrag ter beschikking gesteld aan de politie en komt volledig ten gunste van de reguliere politietaken. Het beleid is erop gericht de politie de nodige flexibiliteit te geven om de middelen zo doelmatig en doeltreffend als mogelijk in te zetten en de afgesproken doelstellingen te realiseren.
Realisatie | Begroting | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
Bijdrage | 8.757 | 8.556 | 9.383 | 9.440 | 9.504 | 9.505 | 9.501 |
Bron: Begroting en beheerplan politie 2027-2031
Bijzondere bijdragen worden toegekend voor specifiek omschreven doelen, bijvoorbeeld het versterken van het stelsel bewaken en beveiligen, de digitalisering en cybercrime.
Daarnaast heeft de politie nog andere taken zoals het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden of het beheer van de meldkamerorganisatie. Deze en verdere taken worden apart begroot en verantwoord als onderdeel van het artikelonderdeel 31.3 «Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers».
Besteding bijdragen
De bijdragen vanuit de JenV-begroting worden door de politie aangewend voor de in de Politiewet opgenomen taken. Tabel 10 geeft op hoofdlijnen een meerjaig inzicht in de bestedingsrichting van de aan de politie ter beschikking gestelde middelen.
De politiebegroting 2027-2031 is meerjarig sluitend. In de vorige politiebegroting was sprake van structurele financiële problematiek. Hiervoor zou de personele bezetting moeten worden begrensd. Het kabinet heeft ervoor gekozen om een oplopende reeks naar structureel € 348 mln. vanaf 2030 ter beschikking te stellen om de financiële opgave in te vullen, waarmee de slagkracht van de politie (ook in Caribisch Nederland) wordt verbeterd. Vervolgens blijft er een oplopende reeks naar structureel €114 mln. vanaf 2030 van de coalitieakkoordmiddelen over voor de intensiveringen die in het coalitieakkoord staan voor de politie. Dit is nog niet opgenomen in de politiebegroting2027-2031, en zal worden geïnvesteerd in de volgende posten (bedragen zijn structureel vanaf 2030, inclusief keteneffecten):
– Meer agenten in de wijk (structureel € 41 mln.)
– Aanpak online criminaliteit (structureel € 44,5 mln.)
– Aanpak online seksuele misdrijven (structureel € 15 mln.)
– Nieuwe hybride dreigingen (structureel € 5 mln.)
– Implementatie EU verordeningen AI en Prüm II (structureel € 6,5 mln.)
– Wet veilige jaarwisseling (structureel € 2 mln.)
Realisatie | Begroting | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
Personeel | 6.523 | 6.180 | 6.861 | 6.911 | 6.943 | 6.917 | 6.908 |
Rente en soortgelijke kosten | ‒ 52 | 17 | 16 | 34 | 41 | 47 | 52 |
Huisvesting | 464 | 476 | 488 | 488 | 489 | 489 | 489 |
Vervoer | 268 | 257 | 261 | 260 | 259 | 258 | 258 |
Informatievoorziening | 854 | 918 | 996 | 974 | 999 | 1.019 | 1.019 |
Overige operationele en beheerkosten | 625 | 733 | 776 | 773 | 773 | 775 | 775 |
Totaal exploitatiekosten | 8.682 | 8.581 | 9.398 | 9.440 | 9.504 | 9.505 | 9.501 |
Resultaat uit normale bedrijfsvoering | 75 | ‒ 25 | ‒ 15 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Inzet Eigen Vermogen | ‒ | 25 | 15 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Exploitatie resultaat | 75 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Bron: Begroting en beheerplan politie 2027-2031
De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden. In de begroting van de politie wordt per post nader ingegaan op de wijze waarop de aan de politie beschikbaar gestelde middelen worden ingezet.
In onderstaande tabellen is informatie opgenomen over de meerjarige formatie en over de lasten voor 2027 (tabel 11), de bezetting voor 2027 (tabel 12) en de meerjarige formatie per werksoort (tabel 13) die in algemene zin te relateren is aan de beleidsdoelstellingen. De bezetting en formatie van de politie en de opleidingen zijn belangrijke onderwerpen. Deze zijn onder de tabel kort toegelicht.
Realisatie Bezetting | PrognoseFormatie | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Formatie (fte)1 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
OS Regionale eenheden (incl. RST) | 42.416 | 44.106 | 43.901 | 43.938 | 43.938 | 43.941 | 43.941 |
OS landelijke eenheden | 5.344 | 5.983 | 6.180 | 6.186 | 6.186 | 6.186 | 6.186 |
OS korpsleiding, LMS, NSOC en ondersteunende diensten | 721 | 102 | 676 | 676 | 676 | 676 | 676 |
TOTAAL OS excl. asp | 48.480 | 50.192 | 50.757 | 50.800 | 50.800 | 50.803 | 50.803 |
Aspiranten | 4.883 | 4.680 | 4.680 | 4.680 | 4.680 | 4.680 | 4.680 |
TOTAAL OS incl. asp | 53.363 | 54.872 | 55.437 | 55.480 | 55.480 | 55.483 | 55.483 |
NOS excl. LMS | 12.778 | 12.633 | 12.602 | 12.588 | 12.588 | 12.587 | 12.587 |
NOS LMS | 517 | 491 | 530 | 535 | 535 | 535 | 535 |
TOTAAL Niet OS | 13.295 | 13.124 | 13.132 | 13.124 | 13.124 | 13.123 | 13.123 |
Lasten (in %) | |||||||
Personeel | 75% | 72% | 73% | 73% | 73% | 73% | 73% |
Rente en soortgelijke kosten | ‒ 1% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 1% |
Huisvesting | 5% | 6% | 5% | 5% | 5% | 5% | 5% |
Vervoer | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% |
Informatievoorziening | 10% | 11% | 11% | 10% | 11% | 11% | 11% |
Overige operationele en beheerkosten | 7% | 9% | 8% | 8% | 8% | 8% | 8% |
Bron: Begroting en beheerplan politie 2027-2031
Realisatie | Prognose | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bezetting (fte) | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
Operationele sterkte excl. Aspiranten | 47.629 | 47.070 | 49.426 | 50.006 | 50.485 | 50.698 | 50.727 |
Aspiranten | 4.858 | 4.815 | 4.806 | 4.335 | 3.681 | 3.406 | 3.399 |
Niet-operationele sterkte | 13.286 | 13.071 | 13.111 | 13.055 | 13.010 | 12.989 | 12.980 |
Totale sterkte | 65.774 | 64.956 | 67.343 | 67.396 | 67.175 | 67.094 | 67.106 |
Formatie per werksoort (fte) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|
GGP | 22.030 | 22.030 | 22.030 | 22.035 | 22.035 |
Opsporing | 11.795 | 11.797 | 11.797 | 11.797 | 11.797 |
Beveiliging | 3.041 | 3.041 | 3.041 | 3.041 | 3.041 |
Informatiefunctie | 4.412 | 4.441 | 4.441 | 4.441 | 4.441 |
I&S en Meldkamer | 5.571 | 5.572 | 5.572 | 5.572 | 5.572 |
Overige operationele functies | 3.088 | 3.100 | 3.100 | 3.098 | 3.098 |
Aspirant | 4.680 | 4.680 | 4.680 | 4.680 | 4.680 |
Leiding | 816 | 816 | 816 | 816 | 816 |
NOS | 12.602 | 12.588 | 12.588 | 12.587 | 12.587 |
De verstrekte bijdragen vanuit de JenV-begroting zijn primair ter financiering van de formatie. De formatie is binnen de politie conform het Inrichtingsplan en 'Besluit verdeling sterkte en middelen politie' verdeeld over de regionale eenheden, landelijke eenheid, de ondersteunende dienst Politieacademie, Politie Dienstencentrum en staf korpsleiding. Het is de verantwoordelijkheid van de korpschef om de bezetting van de formatie te realiseren.
De FIU-Nederland maakt onderdeel uit van de rechtspersoon de Staat der Nederlanden en is beheersmatig ondergebracht bij de Nationale Politie als een zelfstandige en operationeel onafhankelijke opererende entiteit. Beleidsmatig valt de FIU-Nederland onder het ministerie van Justitie en Veiligheid.
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Begroting 2026 | Begroting 2027 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Aantal FIU-verzoeken | 773 | 824 | 860 | 945 | 1.200 | 1.200 |
Aantal Eigen onderzoeksdossiers | 2.693 | 2.877 | 2.994 | 2.537 | 2.500 | 2.500 |
Politieacademie - Politieonderwijs
Het zelfstandig bestuursorgaan Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de examinering daarvan en de uitvoering van wetenschappelijk onderwijs waarmee invulling wordt gegeven aan de kennisfunctie. De ZBO Politieacademie ontvangt een eigen budget waarmee onder andere de personele kosten van de directeur en zijn plaatsvervanger worden betaald en de kosten voor extern wetenschappelijk onderzoek. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef om niet ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, voor de uitvoering van haar wettelijke taken, vindt plaats via een bijzondere bijdrage politieacademie waarmee voor de Politieacademie een bedrag binnen de begroting van de politie voor de Politieacademie wordt gealloceerd. De aanwending van de bijzondere bijdrage legt de Minister van JenV jaarlijks vast in een brief Sterkte en Middelen.
Bijdragen medeoverheden
Brandweerkorps en Politiekorps Caribisch Nederland
De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van Caribisch Nederland.
31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Internationale samenwerkingsoperaties
In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. Die activiteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op de visie internationale politiesamenwerking en de bijbehorende strategische agenda.
Beheer meldkamers
Voor het beheer van de meldkamers ten behoeve van de hulpdiensten van politie, brandweer, ambulance en KMar, wordt jaarlijks een bijzondere bijdrage aan de politie verstrekt. Dit is een multidisciplinaire financiële bijdrage die tot stand is gekomen uit een bijdrage van alle hulpdiensten. Het beheer is ondergebracht bij het organisatieonderdeel Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) van de politie. Het beheer heeft betrekking op facilitaire dienstverlening, huisvesting en het beheer van de ICT voorzieningen voor de meldkamers, waaronder het C2000 netwerk en het gemeenschappelijk meldkamersysteem. In de regeling hoofdlijnen van beleid en beheer meldkamers is de multidisciplinaire governance en de beleids- en beheercyclus beschreven. Binnen deze multidisciplinaire governance vinden aan de hand van het jaarlijks vast te stellen beleids- en bestedingsplan voor het beheer van de meldkamers integrale afwegingen plaats over de inzet van het beschikbare budget.
Programma Nieuw Missiekritisch Communicatiesysteem
Het C2000-systeem is aan vervanging toe. Hiervoor wordt een nieuw missiekritisch communicatiesysteem ontwikkeld.
Subsidies
Meld Misdaad Anoniem
Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting Meld Misdaad Anoniem voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.
Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)
SAOP, het AO fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister van JenV. Daarnaast wordt de vakbondsbijdrage gefinancierd. Er wordt jaarlijks gekeken of de bijdrage die wordt verstrekt nog wel voldoet aan de eisen die hiervoor door de Minister zijn gesteld. Op deze wijze houdt de Minister controle op de juistheid (rechtmatigheid e.d.) van de toekenning.
Opdrachten
Providers
De Staat heeft, op grond van de Regeling kosten aftappen en gegevensverstrekking, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd.
Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.
Veiligheidswet BES (Stb. 2010, 362)
3.2 Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.
Als stelselverantwoordelijke schept de Minister optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:
– Een financierende rol voor de rechtspraak en houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht.
– Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand en het Bureau Financieel Toezicht.18 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren.
– Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.19
In 2027 zijn geen beleidswijzigingen voorzien anders dan wijzigingen genoemd in de beleidsagenda. In de beleidsagenda worden de volgende onderwerpen genoemd:
– Onafhankelijke rechtsspraak;
– Toegang tot het recht en adequate rechtsbescherming;
– Rechtvaardig stelsel van civiele invordering;
– Een versterkte justitiële strafrechtketen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 2.487.663 | 2.500.866 | 2.574.897 | 2.596.374 | 2.596.970 | 2.615.496 | 2.612.649 |
Uitgaven | 2.437.117 | 2.500.962 | 2.574.897 | 2.596.374 | 2.596.970 | 2.615.496 | 2.612.649 | |
Apparaatsuitgaven | 45.431 | 44.867 | 45.229 | 44.757 | 44.563 | 44.549 | 44.542 | |
32.1 | Apparaat Hoge Raad | 45.431 | 44.867 | 45.229 | 44.757 | 44.563 | 44.549 | 44.542 |
Personele uitgaven | 39.974 | 39.905 | 39.908 | 39.536 | 39.524 | 39.531 | 39.529 | |
Eigen personeel | 37.868 | 37.085 | 37.115 | 36.819 | 36.807 | 36.814 | 36.812 | |
Externe inhuur | 2.106 | 2.820 | 2.793 | 2.717 | 2.717 | 2.717 | 2.717 | |
Materiële uitgaven | 5.457 | 4.962 | 5.321 | 5.221 | 5.039 | 5.018 | 5.013 | |
ICT | 2.635 | 2.184 | 2.541 | 2.408 | 2.244 | 2.244 | 2.242 | |
SSO's | 485 | 646 | 646 | 645 | 628 | 605 | 604 | |
Overig materieel | 2.337 | 2.132 | 2.134 | 2.168 | 2.167 | 2.169 | 2.167 | |
Programmauitgaven | 2.391.686 | 2.456.095 | 2.529.668 | 2.551.617 | 2.552.407 | 2.570.947 | 2.568.107 | |
32.2 | Adequate toegang tot het rechtsbestel | 703.043 | 714.925 | 744.406 | 759.257 | 766.525 | 752.055 | 751.011 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 44.808 | 53.780 | 56.743 | 56.526 | 56.377 | 56.318 | 56.120 | |
Raad voor Rechtsbijstand | 34.094 | 42.180 | 42.002 | 42.495 | 43.086 | 43.686 | 43.670 | |
Bureau Financieel Toezicht | 10.714 | 11.600 | 14.741 | 14.031 | 13.291 | 12.632 | 12.450 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 603 | 603 | 603 | 0 | 0 | 0 | |
Overige Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 603 | 603 | 603 | 0 | 0 | 0 | |
Subsidies (regelingen) | 59.395 | 69.903 | 66.469 | 66.313 | 66.864 | 66.864 | 66.860 | |
Stichting de Geschillencommissie | 1.204 | 1.344 | 1.343 | 1.342 | 1.342 | 1.342 | 1.342 | |
Juridisch Loket | 56.640 | 64.803 | 65.104 | 64.953 | 65.003 | 65.003 | 64.999 | |
Overige Subsidies | 1.551 | 3.756 | 22 | 18 | 519 | 519 | 519 | |
Opdrachten | 598.840 | 590.639 | 620.591 | 635.815 | 643.284 | 628.873 | 628.031 | |
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen | 7.456 | 7.452 | 7.868 | 7.841 | 7.850 | 7.850 | 7.843 | |
Toevoegingen rechtsbijstand | 588.970 | 574.603 | 601.684 | 625.494 | 626.439 | 617.510 | 617.709 | |
Mediation in Strafrecht | 1.899 | 2.530 | 2.230 | 2.227 | 2.097 | 2.097 | 2.097 | |
Overige Opdrachten | 515 | 6.054 | 8.809 | 253 | 6.898 | 1.416 | 382 | |
32.3 | Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel | 1.688.643 | 1.741.170 | 1.785.262 | 1.792.360 | 1.785.882 | 1.818.892 | 1.817.096 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 79.616 | 84.511 | 79.894 | 76.824 | 74.190 | 71.726 | 71.154 | |
Autoriteit Persoonsgegevens | 56.834 | 59.991 | 56.833 | 54.184 | 51.766 | 49.407 | 48.876 | |
College voor de Rechten van de Mens | 12.700 | 14.157 | 12.762 | 12.416 | 12.306 | 12.306 | 12.304 | |
Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen | 2.461 | 2.346 | 2.311 | 2.274 | 2.218 | 2.163 | 2.143 | |
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak | 6.057 | 6.126 | 6.121 | 6.113 | 6.112 | 6.112 | 6.111 | |
Overige Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 1.564 | 1.891 | 1.867 | 1.837 | 1.788 | 1.738 | 1.720 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 1.591.662 | 1.640.860 | 1.691.718 | 1.703.316 | 1.697.876 | 1.733.550 | 1.733.130 | |
Bijdragen Rechtspleging | 0 | 2 | 53 | 53 | 53 | 53 | 53 | |
Caribisch Nederland (BES) | 18.173 | 15.746 | 9.198 | 8.663 | 8.026 | 8.026 | 8.024 | |
Raad voor de rechtspraak | 1.572.713 | 1.619.972 | 1.666.434 | 1.658.449 | 1.653.483 | 1.679.157 | 1.678.740 | |
Overige Bijdrage aan medeoverheden | 776 | 5.140 | 16.033 | 36.151 | 36.314 | 46.314 | 46.313 | |
Subsidies (regelingen) | 12.218 | 11.673 | 10.273 | 9.430 | 9.111 | 9.111 | 9.109 | |
Rechtspleging | 666 | 688 | 677 | 673 | 672 | 672 | 672 | |
Wetgeving | 1.184 | 1.435 | 1.332 | 1.228 | 1.189 | 1.189 | 1.189 | |
Perspectief herstelbemiddeling | 2.849 | 3.530 | 3.491 | 3.476 | 3.476 | 3.476 | 3.475 | |
Overige Subsidies | 7.519 | 6.020 | 4.773 | 4.053 | 3.774 | 3.774 | 3.773 | |
Opdrachten | 5.147 | 4.126 | 3.377 | 2.790 | 4.705 | 4.505 | 3.703 | |
Opdrachten en onderzoeken rechtspleging | 80 | 547 | 338 | 190 | 1.430 | 1.430 | 1.429 | |
Caribisch Nederland (BES) | 529 | 290 | 290 | 350 | 432 | 432 | 432 | |
Overige Opdrachten | 4.538 | 3.289 | 2.749 | 2.250 | 2.843 | 2.643 | 1.842 | |
Ontvangsten | 256.572 | 314.467 | 243.619 | 245.567 | 246.881 | 246.867 | 246.861 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 98% |
bestuurlijk gebonden | 2% |
beleidsmatig gereserveerd | 0% |
nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Juridisch verplicht zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand en de bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) zijn volledig juridisch verplicht.
De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de subsidierelaties met Stichting de Geschillencommissie (SdG), het Juridisch Loket (hJL), de Nederlandse Vereniging voor de rechtspraak (NVvR), de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.
De bestuurlijk gebonden uitgaven hebben voor het grootste gedeelte betrekking op de toevoegingen rechtsbijstand.
32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad
Hoge Raad (HR)
De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof — en in voorkomende gevallen de rechtbank — in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.
32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Raad voor Rechtsbijstand (RvR)
Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.
Bureau Financieel Toezicht (BFT)
Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).
Subsidies
Stichting de Geschillencommissie Stichting de Geschillencommissie (SdG) behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. Onder de SdG vallen in totaal 85 verschillende geschillencommissies, waaronder 47 die consumentenzaken behandelen in vele sectoren, en 8 klachtenloketten. De SdG ontvangt voor een deel van de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenVen levert met de laagdrempelige werkwijze een belangrijke bijdrage aan duurzame geschiloplossing.
Stichting het Juridisch LoketHet Juridisch Loket (hJL) verleent rechtshulp zoals omschreven in de Wet op de rechtsbijstand. Rechtzoekenden kunnen hier terecht voor informatie, advies en hulp bij juridische vragen en problemen. Hiermee draagt het Juridisch Loket bij aan een goede toegang tot het recht.
Overige subsidies
Dit betreffen subsidie uitgaven in het kader van Toegang tot het Recht en groene boa's.
Opdrachten
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)
Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de WSNP-bewindvoerder die een schuldsanering naar behoren afwikkelt.
Toevoegingen Rechtsbijstand
De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen.
In tabel 17 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad voor Rechtsbijstand en van het Juridisch Loket over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.
De begrotingsraming is gebaseerd op de verwachte uitgaven na opvolging per 2026 van de aanbevelingen van de commissie-Van der Meer II op het terrein van puntenaantallen en toeslagen, het punttarief en de reiskostenvergoeding voor mediators.
20251 | 20262 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Strafzaken (ambtshalve) | |||||||
Aantal afgegeven toevoegingen | 50.569 | 52.061 | 52.061 | 52.061 | 52.061 | 52.061 | 52.061 |
Uitgaven (mln.) | 117,2 | 98,5 | 106,8 | 106,8 | 106,8 | 106,8 | 106,8 |
Strafzaken (regulier) | |||||||
Aantal afgegeven toevoegingen | 73.181 | 74.275 | 74.275 | 74.275 | 74.275 | 74.275 | 74.275 |
Uitgaven (mln.) | 75,4 | 73,7 | 74,6 | 74,6 | 74,6 | 74,6 | 74,6 |
Civiele zaken | |||||||
Aantal afgegeven toevoegingen | 159.560 | 163.907 | 161.504 | 161.504 | 161.504 | 161.504 | 161.504 |
Uitgaven (mln.) | 193,0 | 203,7 | 211,2 | 211,2 | 211,2 | 211,2 | 211,2 |
Bestuur | |||||||
Aantal afgegeven toevoegingen | 55.934 | 53.662 | 53.662 | 53.662 | 53.662 | 53.662 | 53.662 |
Uitgaven (mln.) | 56,0 | 52,5 | 56,8 | 56,8 | 56,8 | 56,8 | 56,8 |
Piketdiensten | |||||||
Aantal piketdeclaraties | 105.697 | 107.372 | 107.372 | 107.372 | 107.372 | 107.372 | 107.372 |
Uitgaven (mln.) | 55,0 | 58,2 | 58,8 | 58,8 | 58,8 | 58,8 | 58,8 |
Lichte adviestoevoeging | |||||||
Aantal afgegeven toevoegingen | 13.406 | 13.168 | 13.168 | 13.168 | 13.168 | 13.168 | 13.168 |
Uitgaven (mln.) | 4,1 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 | 4,4 |
Asiel | |||||||
Aantal afgegeven toevoegingen | 36.318 | 40.088 | 40.616 | 44.076 | 44.075 | 43.084 | 43.093 |
Uitgaven (mln.) | 71,4 | 77,6 | 82,0 | 86,7 | 86,7 | 85,4 | 85,4 |
Het Juridisch Loket | |||||||
0800-gesprek | 350.000 | 350.000 | 350.000 | 350.000 | 350.000 | ||
Informatie of direct advies | 95.000 | 95.000 | 95.000 | 95.000 | 95.000 | ||
Direct advies met uitzoekwerk | 67.500 | 67.500 | 67.500 | 67.500 | 67.500 | ||
Uitgebreid advies | 51.000 | 51.000 | 51.000 | 51.000 | 51.000 | ||
Uitgebreid advies met hulp | 10.500 | 10.500 | 10.500 | 10.500 | 10.500 | ||
Totaal aantal klantencontacten3 | 873.906 | 873.906 | 574.000 | 574.000 | 574.000 | 574.000 | 574.000 |
Uitgaven (mln.) | 60,5 | 64,8 | 65,1 | 65,0 | 65,0 | 65,0 | 65,0 |
Overige (mln.)4 | € 10,8 | € 10,2 | € 17,7 | € 36,7 | € 37,7 | € 30,1 | € 30,3 |
Bron: Raad voor Rechtsbijstand, het Juridisch Loket, Prognosemodel Justitiële Ketens 2027
De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel bij realisatie wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.
Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv), ECC, ODR en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.
Het Juridisch Loket behandelt juridische vragen op verschillende manieren, afhankelijk van de complexiteit van het probleem en de persoonlijke situatie van de rechtzoekende. Er worden vijf typen producten onderscheiden met verschillen in tijdsbesteding en inspanning. Dit bekostigingsmodel is in ontwikkeling; hierdoor wijkt het totaal aantal klantencontacten vanaf 2027 af.
Overige opdrachten
De post overige opdrachten bestaat voornamelijk aan uitgaven omvattende de incidentele gelden Toegang tot het Recht (€ 1,4 mln.) en de implementatie van de conclusies interdepartementaal beleidsonderzoek Problematische schulden (€ 7,3 mln.). De Toegang tot het Recht-gelden worden verstrekt aan verscheidene uitvoeringsorganisaties, ketenpartners en beroepsorganisaties om de toegang tot het recht in brede zin te verbeteren. De IBO Problematische Schulden-gelden worden ingezet onder andere voor het versterken van de zorgplicht van deurwaarders en het implementeren van een sociaal tarief.
32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Autoriteit Persoonsgegevens (AP)
In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Europese Richtlijn voor gegevensbescherming bij rechtshandhaving (RGR) staat dat elke lidstaat van de Europese Unie (EU) een gegevensbeschermingsautoriteit heeft die onafhankelijk toezicht houdt op de verwerking van persoonsgegevens. In Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De taken en bevoegdheden van de AP staan in de AVG respectievelijk de RGR en zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringswet AVG (UAVG) alsmede de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). De AP houdt toezicht, doet onderzoek, geeft adviezen (bijvoorbeeld over nieuwe wet- en regelgeving die gaat over de verwerking van persoonsgegevens), geeft voorlichting, verstrekt informatie en verschaft helderheid over de uitleg van wettelijke normen. De AP is bij de uitvoering van haar taken gehouden aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Binnen de AP is in een aparte directie de coördinerend algoritmetoezichthouder ondergebracht. Deze directie werkt aan vroegtijdige, overkoepelende risicosignalering en heeft de coördinatie van het toezicht op algoritmes en AI met bijzondere aandacht voor transparantie, discriminatie en willekeur. De Minister van BZK is politiek verantwoordelijk voor dit specifieke onderdeel. Daarnaast wordt de AP in de uitvoeringswet AI-verordening aangewezen als markttoezichtautoriteit voor verboden AI-praktijken, de transparantieverplichtingen voor bepaalde AI-systemen en het grootste deel van de bijlage III AI-systemen. Het markttoezicht op de AI-verordening zal binnen de AP op een zelfstandige, nevengeschikte en zichtbare manier ingericht worden ten opzichte van de bestaande taken van de AP.
College voor de Rechten van de Mens
Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijke toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensen-rechten in zowel Europees als Caribisch Nederland. Daartoe voert het College de taken uit die bij de Wet College voor de rechten van de mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert de regering en het parlement, rapporteert aan internationale comités, geeft voorlichting, bevordert mensenrechteneducatie en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Het College is tevens toezichthouder voor het VN-verdrag handicap. Het rapporteert jaarlijks over de manier waarop dat verdrag in Nederland wordt uitgevoerd en nageleefd.
Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD)
Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)
De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade.
Bijdrage medeoverheden
Caribisch Nederland (BES)
Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in Caribisch Nederland en de andere landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage vanuit Nederland ten behoeve van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (via de Beheerraad) en het OM wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Bijzonderde aandacht gaat uit naar de Koninkrijksbrede aanpak van ondermijnende criminaliteit.De juridische dienstverlening op de BES is geborgd door de juridische beroepsgroepen, zoals door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Er is eind 2025 een laagdrempelige fysieke faciliteit ingericht voor het verschaffen van kosteloze rechtsbijstand aan onvermogenden op alle drie de eilanden in Caribisch Nederland. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint-Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de Rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren.
Raad voor de rechtspraak (Rvdr)De Minister bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Rvdr is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.
Prijsafspraken
In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van JenV. Er zijn met de Rvdr prijsafspraken gemaakt voor de periode 2026-2028.
Instroom, financiering en productie
Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Rvdr zijn begrotingsvoorstel ingediend bij de Minister voor Rechtsbescherming op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens, op basis van de prijzen zoals zijn vastgelegd in het Prijsakkoord 2026-2028.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Instroom totaal aantal (x 1.000) | 1.468 | 1.561 | 1.573 | 1.586 | 1.602 | 1.615 | 1.625 |
Jaarlijkse mutatie | 0% | 6% | 1% | 1% | 1% | 1% | 1% |
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begroting 2026 | 1.565.010 | 1.581.803 | 1.577.095 | 1.573.168 | 1.570.357 | 1.570.357 | |
Mutatie | 54.962 | 84.631 | 81.354 | 80.315 | 83.629 | 83.222 | |
Begroting 2027 | 1.572.713 | 1.619.972 | 1.666.434 | 1.658.449 | 1.653.483 | 1.653.986 | 1.653.579 |
Met deze bijdrage is onderstaande productieafspraak met de Raad voor de rechtspraak gemaakt.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Productie totaal aantal (x 1.000) | 1.452 | 1.569 | 1.604 | 1.576 | 1.575 | 1.575 | 1.576 |
Jaarlijkse mutatie | 1% | 8% | 2% | ‒ 2% | 0% | 0% | 0% |
Toelichting
In de mutatie in de bijdrage aan de Rvdr zijn onder meer compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (loon- en prijsbijstelling) verwerkt en een verhoging vanwege een geraamde toename van het aantal vreemdelingenzaken (Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen). De financiering bij belastingzaken blijft achter bij de instroomverwachtingen van de Rechtspraak. Dit kan leiden tot hogere doorlooptijden van zaken.
Subsidies
Subsidie Rechtspleging
De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).
Subsidie Wetgeving
De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid (Academie voor Wetgeving en Academie voor Overheidsjuristen) en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten (NJCM).
Ontvangsten
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Ontvangsten | 256.572 | 314.467 | 243.619 | 245.567 | 246.881 | 246.867 | 246.861 |
Bureau Financieel Toezicht (BFT) | 6.399 | 5.981 | 5.981 | 5.981 | 5.981 | 5.981 | 5.981 | |
Autoriteit Persoonsgegevens | 120 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | |
Raad voor de rechtspraak | 3.110 | 2.666 | 2.666 | 2.666 | 2.666 | 2.666 | 2.666 | |
Griffierechten | 173.470 | 187.567 | 225.425 | 227.381 | 228.711 | 228.711 | 228.711 | |
Overige ontvangsten | 73.473 | 113.253 | 4.547 | 4.539 | 4.523 | 4.509 | 4.503 |
Griffierechten
Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten.
3.3 Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Een veiligere samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.
Opsporing en vervolging
Het Ministerie van JenV bevordert en draagt bij aan een rechtvaardige, effectieve en integrale rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding (preventief en repressief) op lokaal, regionaal, landelijk en internationaal niveau. Binnen de rechtstatelijke kaders stelt het Ministerie van JenV het opsporings- en vervolgingsapparaat zo goed als mogelijk in staat om zijn taak uit te oefenen. Doel is een veiliger Nederland, met structureel dalende criminaliteitscijfers.
De Minister heeft een regisserende rol en is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI).
Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechterlijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.
Veiligheid en lokaal bestuur
Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol en is hij belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit. Dat doet hij in nauwe samenwerking met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die verantwoordelijk is voor de versterking van de weerbaarheid van decentrale politieke ambtsdragers, ambtenaren en hun organisaties tegen (online) agressie, intimidatie, bedreiging en ondermijning (programma weerbaar bestuur).
Inspanningen zijn erop gericht het lokaal bestuur en het bedrijfsleven zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de veiligheid te vergroten en weerbaar te maken tegen onveiligheid en criminaliteit met een integrale en preventieve aanpak. Het Ministerie van JenV is verantwoordelijk voor de (wettelijke) toerusting van de burgemeester en de gezaghebbers in Caribisch Nederland ten aanzien van zijn openbare orde taak en ondersteunt publieke en private partners bij het tegengaan van criminaliteit. Onder andere door het beschikbaar stellen van instrumenten voor het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob).
Het Ministerie van JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan gastvrij en veilig betaald voetbal en de jaarwisseling. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG en gemeenten.
Binnen het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing wordt door overheid en bedrijfsleven intensief samengewerkt om criminaliteit te voorkomen en terug te dringen. Het Ministerie van JenV stimuleert deze publiek-private samenwerking op nationaal, regionaal en lokaal niveau met een sleutelrol voor de Platforms Veilig Ondernemen. Daarbij ligt de focus op de aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven en het (on)bewust faciliteren van criminaliteit door het bedrijfsleven. In dit actieprogramma staan geprioriteerd: de aanpak preventie cybercrime voor het bedrijfsleven, de aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit en de gebiedsgerichte aanpak van (vermogens)criminaliteit.
Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17
De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 heeft in Nederland plaatsgevonden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe is nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2027 worden de laatste internationale juridische procedures afgerond en wordt de afronding van de evaluatie van de politionele taken in de MH17-zaak verwacht.
In 2027 worden aanvullend op de beleidsagenda de volgende beleidswijzigingen voorzien:
– High impact crimes en explosieven: intensivering integrale aanpak en publiek-private samenwerking;
– Versterking opsporing en vervolging aangaande geweld tegen vrouwen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.856.767 | 1.463.092 | 1.618.838 | 1.592.901 | 1.706.077 | 1.612.799 | 1.609.091 |
Uitgaven | 1.486.856 | 1.565.108 | 1.750.876 | 1.724.939 | 1.778.115 | 1.612.799 | 1.609.091 | |
Apparaatsuitgaven | 936.977 | 952.485 | 959.609 | 935.749 | 935.356 | 936.519 | 936.377 | |
33.1 | Apparaat Openbaar Ministerie | 936.977 | 952.485 | 959.609 | 935.749 | 935.356 | 936.519 | 936.377 |
Personele uitgaven | 746.965 | 767.768 | 737.810 | 729.434 | 730.511 | 733.686 | 733.660 | |
Eigen personeel | 677.821 | 699.994 | 667.113 | 666.582 | 668.004 | 671.179 | 671.153 | |
Externe inhuur | 67.591 | 65.948 | 68.871 | 61.026 | 60.681 | 60.681 | 60.681 | |
Overig personeel | 1.553 | 1.826 | 1.826 | 1.826 | 1.826 | 1.826 | 1.826 | |
Materiële uitgaven | 190.012 | 184.717 | 221.799 | 206.315 | 204.845 | 202.833 | 202.717 | |
ICT | 43.627 | 35.214 | 73.420 | 65.943 | 65.939 | 65.938 | 65.918 | |
SSO's | 67.363 | 55.334 | 55.323 | 55.064 | 53.609 | 51.599 | 51.553 | |
Overig materieel | 79.022 | 94.169 | 93.056 | 85.308 | 85.297 | 85.296 | 85.246 | |
Programmauitgaven | 549.879 | 612.623 | 791.267 | 789.190 | 842.759 | 676.280 | 672.714 | |
33.2 | Bestuur, informatie en technologie | 88.869 | 118.401 | 44.801 | 29.425 | 28.642 | 28.642 | 28.633 |
Bijdrage aan medeoverheden | 63.194 | 77.248 | 11.206 | 10.530 | 10.276 | 10.110 | 10.106 | |
Regionale Informatie en Expertise Centra | 62.898 | 67.832 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Uitstapprogramma's prostituees | 0 | 500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige Bijdrage aan medeoverheden | 296 | 8.916 | 11.206 | 10.530 | 10.276 | 10.110 | 10.106 | |
Subsidies (regelingen) | 23.541 | 39.028 | 32.561 | 18.225 | 17.794 | 17.794 | 17.789 | |
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid | 4.679 | 3.808 | 3.532 | 3.260 | 3.155 | 3.155 | 3.154 | |
Platform Veilig Ondernemen | 11.951 | 12.668 | 11.363 | 11.384 | 11.270 | 11.270 | 11.267 | |
Overige Subsidies | 6.911 | 22.552 | 17.666 | 3.581 | 3.369 | 3.369 | 3.368 | |
Opdrachten | 2.134 | 2.125 | 1.034 | 670 | 572 | 738 | 738 | |
Overige Opdrachten | 2.134 | 2.125 | 1.034 | 670 | 572 | 738 | 738 | |
33.3 | Opsporing en vervolging | 458.722 | 492.637 | 745.781 | 759.765 | 814.117 | 647.638 | 644.081 |
Bijdrage aan agentschappen | 189.396 | 196.257 | 173.064 | 168.512 | 164.995 | 161.685 | 160.345 | |
NFI | 121.322 | 130.687 | 120.611 | 117.188 | 115.093 | 113.087 | 112.261 | |
Justid | 37.296 | 32.833 | 21.617 | 20.977 | 20.308 | 19.743 | 19.536 | |
Justis | 30.778 | 32.737 | 30.836 | 30.347 | 29.594 | 28.855 | 28.548 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 7.452 | 7.654 | 7.071 | 6.959 | 6.771 | 6.580 | 6.510 | |
Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) | 7.452 | 7.654 | 7.071 | 6.959 | 6.771 | 6.580 | 6.510 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 86.534 | 93.313 | 291.509 | 292.626 | 328.080 | 319.976 | 317.951 | |
Aanpak ondermijning | 81.763 | 74.507 | 262.051 | 260.424 | 294.517 | 285.813 | 283.679 | |
Overige Bijdrage aan medeoverheden | 4.771 | 18.806 | 29.458 | 32.202 | 33.563 | 34.163 | 34.272 | |
Subsidies (regelingen) | 9.078 | 9.828 | 5.052 | 4.772 | 4.591 | 4.591 | 4.590 | |
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid | 88 | 1.036 | 528 | 487 | 472 | 472 | 472 | |
Overige Subsidies | 8.990 | 8.792 | 4.524 | 4.285 | 4.119 | 4.119 | 4.118 | |
Opdrachten | 163.565 | 183.151 | 266.651 | 284.466 | 307.250 | 152.376 | 152.255 | |
Schadeloosstellingen | 40.793 | 24.178 | 24.173 | 23.994 | 23.987 | 23.986 | 23.954 | |
Onrechtmatige Detentie | 6.987 | 7.465 | 7.464 | 7.409 | 7.406 | 7.406 | 7.396 | |
Gerechtskosten | 41.938 | 45.632 | 45.621 | 45.840 | 46.106 | 46.106 | 46.097 | |
Restituties ontvangsten voorgaande jaren | 768 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Verkeershandhaving OM | 41.531 | 46.357 | 42.745 | 38.866 | 38.858 | 38.227 | 38.191 | |
Bewaring, verkoop en vernietiging ibg voorwerpen | 19.003 | 21.046 | 23.808 | 23.631 | 23.623 | 23.623 | 23.591 | |
Overige Opdrachten | 12.545 | 38.473 | 122.840 | 144.726 | 167.270 | 13.028 | 13.026 | |
Garanties | 2.697 | 2.434 | 2.434 | 2.430 | 2.430 | 2.430 | 2.430 | |
Faillissementscuratoren | 2.697 | 2.434 | 2.434 | 2.430 | 2.430 | 2.430 | 2.430 | |
33.4 | Vervolging en berechting MH17-verdachten | 2.288 | 1.585 | 685 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Opdrachten | 2.288 | 1.585 | 685 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Vervolging en berechting MH17-verdachten | 2.288 | 1.585 | 685 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 1.265.346 | 1.146.964 | 1.187.947 | 1.213.836 | 1.235.907 | 1.258.725 | 1.282.279 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 67% |
bestuurlijk gebonden | 33% |
beleidsmatig gereserveerd | 0% |
nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan de agentschappen NFI, Justid en Justis, aan Domeinen Roerende Zaken, Centrale Opvang Slachtoffers van Mensenhandel en het CIOT en aan de ZBO’s College Gerechtelijk Deskundigen en Autoriteit terroristische content en kinderpornografische materiaal (ATKM). Daarnaast zijn de subsidiebedragen en de gerechtskosten juridisch verplicht. De niet juridische verplichte budgetten voor (opdrachten) schadeloosstellingen en onrechtmatige detentie worden op basis van rechtelijke uitspraken uitgeput en zijn derhalve niet vrij besteedbaar.
33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie
Openbaar Ministerie (OM)
Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket.
Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM. Het verschil ten opzichte van 2026 wordt grotendeels verklaard door de loon- en prijsontwikkelingen en daarnaast door enkele aanvullende investeringen ten behoeve van de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en de aanpak van femicide en huiselijkgeweld.
Het OM realiseert naar verwachting de hieronder genoemde productie.
Realisatie | Prognose | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
WAHV beroep-, kanton- en appèlzaken | 578.903 | 679.728 | 583.872 | 589.471 | 594.487 | 599.618 | 599.560 |
Overtredingszaken | 176.487 | 187.957 | 163.103 | 164.421 | 165.741 | 167.216 | 167.199 |
Misdrijfzaken | 200.494 | 199.246 | 193.515 | 192.516 | 193.163 | 195.243 | 195.214 |
Eenvoudige misdrijfzaken | 58.253 | 42.999 | 36.935 | 37.289 | 37.607 | 37.931 | 37.927 |
Interventie/ZSM zaken | 108.556 | 120.487 | 120.548 | 119.166 | 119.365 | 120.853 | 120.831 |
Onderzoekszaken* | 23.922 | 25.318 | 25.729 | 25.833 | 26.015 | 26.282 | 26.278 |
Ondermijningszaken | 9.763 | 10.442 | 10.303 | 10.228 | 10.177 | 10.176 | 10.177 |
Appèlzaken | 19.401 | 24.115 | 24.432 | 24.702 | 24.820 | 24.827 | 24.823 |
Bron: OM fact factory
De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken en de in de begroting verwerkte budgettaire reeksen als gevolg beleidsaanpassingen. De PMJ-raming ligt iets hoger voor wat betreft de feitgecodeerde zaken en iets lager voor wat betreft de overige zaken. De PMJ heeft niet tot een aanpassing van het budgettaire kader geleid.
In 2027 beoordeelt het OM naar verwachting circa 584.000 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV). Deze aantallen zaken zijn in eerdere jaren sterk gestegen door de stijging van het aantal beroepszaken die worden aangespannen door professioneel gemachtigden. Door de aanpassing van de proceskostenvergoeding per 1 januari 2024 is de instroom niet verder gestegen.
Verder neemt het OM in bijna 164.000 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen.
Het OM zet de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. De capaciteit van het OM is er op gericht om ruim 37.000 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feitgecodeerde misdrijven te behandelen. Bij de circa 120.000 interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd.
De bijna 26.000 onderzoekszaken en circa 10.300 ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk.
Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier naar verwachting om ruim 24.000 zaken.
33.2 Bestuur, Informatie en Technologie
Bijdragen aan medeoverheden
Overige bijdragen medeoverheden
Dit betreffen onder meer bijdragen in het kader van de beleidsthema’s digitale meldplicht, bestuurlijke aanpak Cariben, sekswerkbeleid, BOA’s, criminaliteitspreventie, matchfixing, experiment gesloten coffeeshopketen en Bibob.
De bijdrage aan RIEC/LIEC wordt vanaf de Ontwerpbegroting 2027 verantwoord onder artikelonderdeel 33.3, aanpak ondermijning.
Subsidies
Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)
Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV de professionals in de veiligheidsketen bij uitvoering van rijksbeleid op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid. Dat de subsidie voor het CCV uit twee delen bestaat, komt voort uit de verschillende doelstellingen van het Ministerie van JenV. De eerste reeks op het artikelonderdeel 33.2 is gericht op veiligheid en lokaal bestuur en de tweede reeks op artikelonderdeel 33.3 is gericht op opsporings- en vervolgingsbeleid. Gezamenlijk vormen deze twee reeksen de (basis)subsidie van het CCV.
Het CCV draagt op deze manier bij aan de uitvoering van een groot aantal activiteiten ter ondersteuning en realisatie van beleidsdoelstellingen van het Ministerie van JenV. Onder andere op het gebied van ondermijnende criminaliteit, cybercriminaliteit, mensenhandel, buurtbemiddeling en de preventieve aanpak van jeugd in kwetsbare wijken. Het beleid dat het Ministerie van JenV uitvoert op het gebied van criminaliteitspreventie, wordt voor een belangrijk deel door het CCV vormgegeven. Het CCV zorgt ervoor dat beleid dat op het departement wordt ontwikkeld, ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd door gemeenten, bedrijven en burgers.
Platform Veilig Ondernemen
Het CCV zet de structurele bijdrage aan het Platform Veilig Ondernemen (PVO) uit. Het PVO-bestel bestaat uit 10 regionale PVO’s en een landelijk expertisecentrum (PVO-NL) dat de regionale platforms ondersteunt en de verbinding zoekt met publieke partners en landelijke branches. Via publiek-private samenwerking worden veiligheidsproblemen die ondernemers raken op regionaal niveau in kaart gebracht, bepaald welke inzet nodig is om ondernemers en het bedrijfsleven weerbaar te maken tegen criminaliteit en overlast, en worden vervolgens concrete acties ondernomen. Het nemen van preventieve maatregelen is daarbij het uitgangspunt.
Overige subsidies
Dit betreffen onder meer subsidies in het kader van de beleidsthema’s wapens en jongeren, voetbal, lokaal bestuur, criminaliteit tegen het bedrijfsleven (waaronder voor cybercriminaliteit), BOA’s, sekswerkbeleid en de (gemeentelijke) aanpak van mensenhandel.
Opdrachten
Overige opdrachten
Dit betreffen onder meer uitgaven voor Bibob, experiment gesloten coffeeshopketen, matchfixing, digitale meldplicht, de veiligheidsmonitor en de monitor online criminaliteit en criminaliteit tegen het bedrijfsleven, online openbare orde, de Wet regulering sekswerk (Wrs), evaluaties, gastvrij en veilig betaald voetbal, overlast, maatschappelijke onrust, lokaal bestuur en BOA’s.
33.3 Opsporing en vervolging
Bijdragen aan agentschappen
Nederlands Forensisch Instituut (NFI)
Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen. Een meer gedetailleerde toelichting vindt u in de agentschapsparagraaf van het NFI.
Justitiele informatiedienst (Justid)
De Justitiële Informatiedienst (Justid) is opgericht om cruciale justitiële informatie eenvoudig en snel te delen binnen overheidsinstanties. Ze werkt daarbij intensief samen met diverse partners binnen de strafrecht-, migratie- en jeugdketen zowel in Nederland als op Europees niveau .Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van Justid.
Dienst Justis
Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.De uitvoeringskosten en de ontvangen leges van de producten van Justis worden op het begrotingsartikel van de betreffende opdrachtgever verantwoord. Voor de uitvoeringskosten ontvangt Justis een kostendekkende bijdrage van de opdrachtgever. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van Justis.
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Autoriteit terroristische content en kinderpornografisch materiaal (ATKM)
De ATKM geeft uitvoering aan EU-verordening 2021/784 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud, de uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud en de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal.
Bijdragen aan medeoverheden
De kengetallen met betrekking tot FIU-Nederland zijn opgenomen bij artikel 31, bij de toelichting op de financiele instrumenten(tabel 13).
Ondermijning
De aanpak van ondermijnende criminaliteit richt zich op het tegengaan van de dreigingen van georganiseerde criminaliteit voor de samenleving en de schade die door deze vorm van criminaliteit wordt veroorzaakt. Dat ondermijning door georganiseerde criminaliteit de samenleving aantast en de nationale veiligheid onder druk zet blijkt uit het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland dat in mei 2026 door het Strategisch Kennis Centrum Ondermijnende Criminaliteit is uitgebracht. De minister van JenV heeft namens het kabinet mede op basis van het Dreigingsbeeld de koers van de aanpak van ondermijnende criminaliteit aangescherpt20[1]. De brede, gezamenlijke en samenhangende aanpak die de afgelopen jaren op ondermijning is ontwikkeld wordt krachtig voortgezet en verbreed. We zetten in op het versterken van de samenhang, door uiteenlopende partners bij elkaar te brengen en de verbinding te leggen, zowel in eigen land als over de grenzen heen. We werken goed samen, van de politie tot en met banken, van Marokko tot en met Colombia.
Samen met partners zorgen we ervoor dat de aanpak inspeelt op veranderende omstandigheden en nieuwe vormen van ondermijnende criminaliteit. De Taskforce Ondermijning vervult een agenderende en aanjagende rol, waarin we samen de krachten bundelen om het volledige ondermijningsveld te mobiliseren. De brede aanpak tegen de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit wordt ook in 2027 langs vier lijnen voortgezet en vormgegeven: voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. Een veilige en integere economie, het tegengaan van corruptie en de internationale aanpak gelden daarbij als prioriteiten.
In de afgelopen jaren zijn reeds structurele middelen ter beschikking gesteld aan partners voor de uitvoering van bovenstaande aanpak. Deze middelen worden opgenomen in de begroting van de partnerorganisaties en zijn dus geen onderdeel van deze begroting.
De onderstaande opgaven zijn onderdeel van de begroting Ondermijning zoals deze in tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij artikel 33 is weergegeven.
Preventie met Gezag
Preventie met Gezag (PmG) is integraal onderdeel van de ondermijningsaanpak. Doel van PmG is voorkomen dat kinderen, jongeren en (jong)volwassenen afglijden of doorgroeien in criminele organisaties. Hierbij gaan preventieve en repressieve inzet hand in hand. In 2027 wordt de wijkgerichte aanpak voortgezet in de 27 PmG-gemeenten, mede in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) in 19 van deze gemeenten. Op artikel 33 staat hiervoor in 2027 € 101 mln. begroot, welke grotendeels via de Specifieke Uitkering Preventie met Gezag 2026 ‒ 2029 al verplicht is. Het overige budget voor Preventie met Gezag in 2027 is overgedragen aan de begroting van de partnerorganisaties.
Terugdringen vraag en aanbod drugs
Voor de verdere implementatie van de wetswijziging Opiumwet met als doel het tegengaan van de productie van en de handel in nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) staan de middelen voor de uitvoeringsorganisaties gereserveerd op artikel 33. Deze zullen begin 2027 verstrekt worden aan de uitvoeringsorganisaties op basis van inzichten uit de invoeringstoets en de draagkracht van de hele keten.
Daarnaast staat er € 1,5 mln. gereserveerd voor de decentralisatie uitkering aan het gemeentefonds en provinciefonds als bijdrage voor de kosten van het opruimen van drugsafval. Dit betreft een gezamenlijke decentralisatie uitkering met het ministerie van IenW, dat eveneens € 1,5 mln. beschikbaar stelt. De VNG bepaalt de verdeelsleutel over de gemeenten en provincies op basis van de aanvragen die bij de VNG worden aangeleverd.
Aanpak logistieke knooppunten
In 2027 is € 43,7 mln. beschikbaar voor de uitvoering van de mainportsplannen met het doel de drugssmokkel via grote logistieke knooppunten significant terug te brengen. Naast overkoepelende maatregelen om de aanpak in de breedte te versterken, vindt ondersteuning plaats van de aanpak op vijf grote knooppunten, waarvoor een maximaal bedrag beschikbaar is per mainport per jaar. Het voornemen is de toekenning van deze budgetten plaats te laten vinden via een specifieke uitkering (SPUK) Mainports voor de periode 2027-2030, conform de systematiek 2024 ‒ 2026. Zie Tabel 25 voor de gereserveerde maximale bedragen 2027 per mainport vanuit deze nieuwe SPUK.
Mainport | Gemeente | 2027 |
|---|---|---|
Haven Rotterdam | Rotterdam | 18.621 |
Havens Zeeland - West-Brabant | Borsele | 3.790 |
Havens Noordzeekanaalgebeid | Amsterdam / Velsen / Zaanstad | 2.495 |
Luchthaven Schiphol | Haarlemmermeer | 3.878 |
Bloemenveilingen (weerbare sierteelt) | Westland | 1.707 |
Totaal | 30.490 |
Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC's)
Het RIEC/LIEC-bestel bestaat uit 10 RIEC’s en het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (LIEC). De RIEC’s zijn regionale samenwerkingsverbanden van bestuursorganen (o.a. gemeenten en provincies), politie, OM, Belastingdienst en andere partners en hebben tot doel om de georganiseerde ondermijnende criminaliteit integraal aan te pakken. Dit betekent dat strafrechtelijke, fiscale en bestuurlijke maatregelen in samenhang met elkaar worden ingezet. De RIEC-bureaus ondersteunen de samenwerkingspartners hierbij door te fungeren als knooppunt voor informatie, kennis en expertise. Alle RIEC’s hebben een beheergemeente. In 2027 ontvangen deze ten behoeve van de RIEC-samenwerkingsverbanden specifieke uitkeringen van in totaal maximaal € 66,462 miljoen. Deze structurele algemene Rijksbijdrage voor de RIEC’s is bestemd voor het in lijn met de geldende RIEC-convenanten uitvoeren van de basiswerkzaamheden en integrale versterkingsprogramma's. Daarnaast kunnen de RIEC’s de structurele algemene Rijksbijdrage inzetten ten behoeve van regionale prioriteiten.
De basiswerkzaamheden betreffen:
1. het ontwikkelen, onderhouden en delen van kennis en expertise met samenwerkingspartners;
2. het bieden van juridische en bestuurlijke ondersteuning aan partners ten aanzien van de aanpak van ondermijning (inclusief advies over toepassing van de Wet Bibob);
3. het vergroten van de operationele slagkracht van samenwerkingspartners;
4. het vergroten van de bewustwording en bestuurlijke weerbaarheid bij samenwerkingspartners;
5. het ondersteunen en adviseren van samenwerkingspartners bij het opbouwen van een sterke en veilige informatiepositie in de regio;
6. het begeleiden van samenwerkingspartners bij het proces van signaal tot interventies;
7. het leveren van een bijdrage aan het positioneren en functioneren van het RIEC/LIEC-bestel als geheel en de landelijke samenwerking.
De versterkingsprogramma’s dienen de regionale aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit duurzaam te versterken en de gezamenlijke slagkracht van de samenwerkingspartners in de regio te vergroten. De regionale aanpak staat in het verlengde van de brede aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit op basis van landelijke en internationale fenomenen. Om de benodigde focus te creëren is het centrale uitgangspunt de aanpak van de illegale drugsindustrie, de daarmee gepaard gaande ondermijnende effecten op de samenleving en het criminele verdienmodel.
Regionale prioriteiten zijn door de Regionale Stuurgroep RIEC bepaalde en in het meerjarenbeleidsplan uitgewerkte werkzaamheden, thema's, verschijningsvormen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en handhavingsknelpunten waarop het RIEC - in aanvulling op wat hier en in RIEC/LIEC-convenant is bepaald - inzet zal plegen.
Regio | structurele algemene rijksbijdrage 2027 |
|---|---|
RIEC Noord Nederland t.n.v. gemeente Leeuwarden | 6.600 |
RIEC Oost Nederland t.n.v. gemeente Enschede | 7.062 |
RIEC Oost-Brabant t.n.v. gemeente Eindhoven | 6.600 |
RIEC Zeeland West-Brabant t.n.v. gemeente Tilburg | 6.600 |
RIEC Midden Nederland t.n.v. gemeente Utrecht | 6.600 |
RIEC Limburg t.n.v. gemeente Maastricht | 6.600 |
RIEC Noord Holland t.n.v. gemeente Haarlem | 6.600 |
RIEC Den Haag t.n.v. gemeente Den Haag | 6.600 |
RIEC Rotterdam t.n.v. gemeente Rotterdam | 6.600 |
RIEC Amsterdam Amstelland t.n.v. gemeente Amsterdam | 6.600 |
Totaal | 66.462 |
Aanpak criminele geldstromen en verdienmodellen
Op 10 juli 2027 treedt het Europese pakket ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (AML-pakket) in werking. Dit pakket bestaat uit een tweetal Europese verordeningen met directe werking, te weten de AMLR (2024/1624) en de AMLAR (2024/1620) alsmede de zesde anti-witwasrichtlijn AMLD6 (2024/1640). Deze richtlijn wordt nationaal geïmplementeerd door middel van de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt). Daarmee wordt ook de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) per bovengenoemde datum ingetrokken.
Binnen de aanpak criminele geldstromen is onder andere € 7 mln. gereserveerd voor de implementatie in beleid en wetgeving van dit Europese anti-witwaspakket en de EU Confiscatierichtlijn. Dit betreft het budget dat nog niet aan partners is verstrekt.
Strategisch Kennis Centrum (SKC)
Het SKC levert strategische dreigingsbeelden waarmee binnen de ondermijningsaanpak een strategische prioritering kan worden gemaakt, en lokale en landelijke partners beter in staat worden gesteld om effectieve interventies te ontwikkelen. Het budget voor het SKC is structureel € 7,8 mln. en is opgenomen op het niet beleidsartikel 91.
Overige bijdrage aan medeoverheden
Dit betreffen onder meer bijdragen voor de Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM) en overige aanpak van mensenhandel, het Europees Strafregister Informatiesysteem (ECRIS), vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), de adviescommissie herziening Wet Wapens en Munitie, Platform Interceptie Decryptie & Signaalanalyse (PIDS), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel in Caribische delen van het Koninkrijk, het passagiersnamen register systeem (TRIP), wetsvoorstel rijden onder invloed en de Veiligheidsmonitor.
Subsidies
Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)
Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.
Dat de subsidie voor het CCV uit twee delen bestaat, komt voort uit de verschillende doelstellingen van het Ministerie van JenV. De eerste reeks op het artikelonderdeel 33.2 is gericht op veiligheid en lokaal bestuur en de tweede reeks op artikelonderdeel 33.3 is gericht op opsporings- en vervolgingsbeleid. Gezamenlijk vormen deze twee reeksen de (basis)subsidie van het CCV.
Overige subsidiesDit betreffen ondermeer subsidies voor het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha), de Fraudehelpdesk, het Meldpunt Online Discriminatie (MOD) en Offlimits (voorheen EOKM).
Opdrachten
Schadeloosstellingen
Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.
Onrechtmatige Detentie
Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.
Gerechtskosten
Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.
Verkeershandhaving OM
Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen en andere vormen van geautomatiseerde handhaving zoal bijvoorbeeld flexflitsers. Het grillige karakter van de budgettaire reeks in de begroting voor de verkeershandhaving hangt samen met het kasstelsel dat door het OM wordt gevoerd. Hierdoor leiden (vervangings-)investeringen zoals vervanging van digitale flitspalen of trajectcontrolesystemen in sommige jaren tot hogere uitgaven dan in andere jaren. Daarnaast is er sprake van een intensivering van de geautomatiseerde verkeershandhaving.
Afpakken
Misdaad mag niet lonen. Het doorbreken van criminele netwerken en handels- en geldstromen, onder meer door de anti-witwasaanpak te intensiveren en de mogelijkheden voor het afpakken van crimineel vermogen te verruimen, is een van de prioriteiten van het kabinet. De middelen zijn voor een belangrijk deel opgenomen onder de aanpak ondermijning.
Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen
De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen.
Overige opdrachten
De implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering vergt grote inspanning van de strafrechtketen. Het betreft onder andere het aanpassen van digitale systemen, het opnieuw inrichten van werkprocessen en het opleiden van professionals in de keten.
Garanties
Faillissementscuratoren
De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel de Minister een garantiestelling kunnen vragen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te kunnen stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur». Dit stelt curatoren in faillissementen in staat om een procedure te beginnen en vermogen (activa) terug te halen voor boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken.
33.4 Vervolging en berechting van MH17-verdachten
In deze zaak is de kans gering dat de schadevergoedingsmaatregel (volledig) door de veroordeelde(n) zal worden betaald. Uitgaande van de onherroepelijke datum van het vonnis, hebben de nabestaanden van de MH17-slachtoffers recht op een voorschot. Er is sprake van een geweldsmisdrijf, waardoor een ongemaximeerd voorschot aan de nabestaanden zal worden uitbetaald.In 2027 worden de laatste internationale juridische procedures afgerond en wordt de afronding van de evaluatie van de politionele taken in de MH17-zaak verwacht.
Ontvangsten
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Ontvangsten | 1.265.346 | 1.146.964 | 1.187.947 | 1.213.836 | 1.235.907 | 1.258.725 | 1.282.279 |
Openbaar Ministerie | 9.547 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | |
Afpakken | 184.910 | 100.000 | 100.000 | 100.000 | 100.000 | 100.000 | 100.000 | |
Boeten en Transacties | 1.045.706 | 1.026.592 | 1.067.575 | 1.093.464 | 1.115.535 | 1.138.353 | 1.161.907 | |
Overige ontvangsten | 25.183 | 10.372 | 10.372 | 10.372 | 10.372 | 10.372 | 10.372 |
Openbaar Ministerie
De ontvangsten die geraamd zijn voor het Openbaar Ministerie betreffen ontvangsten die voortvloeien uit de bedrijfsvoering, waar tegenover ook uitgaven geraamd zijn.
Afpakken
De ontvangsten voor het strafrechtelijk afpakken betreffen een raming en kennen een generale behandeling. De raming bestaat uit twee delen: een raming voor afpakopbrengsten uit het criminele circuit die naar de schatkist vloeien en een raming in geval van grote schikkingen.
Boetes en Transacties (BenT)
Naast de ontvangsten uit gerechtelijke boetes en transacties van het Openbaar Ministerie bestaat het dossier met name uit inkomsten uit de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), die de administratieve afhandeling van verkeersovertredingen regelt. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere rijden onder invloed, rijden door rood licht en het niet dragen van een autogordel. Voor verkeersboetes kunnen vervolgens geldsomtransacties worden opgelegd. De oploop van de ontvangsten hangt samen met de intensivering van de geautomatiseerde verkeershandhaving. De ontvangsten uit BenT worden aangemerkt als een generaal dossier, hetgeen inhoudt dat de BenT-ontvangsten op de begroting van JenV staan, maar afwijkingen in de geraamde ontvangsten geen last of voordeel vormen voor de begroting van JenV.
Kamerstukken II, 2025 ‒ 2026, 29911, nr. 505
3.4 Artikel 34 Straffen en beschermen

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.
Dit doen wij door het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.
De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten, brancheorganisaties en andere publieke en private partners, bijvoorbeeld met de politie, het OM en uit het onderwijs en de zorg, betreffende de aanpak van High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling, waarbij het Landelijk kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies voor de inzet van middelen niet vrijblijvend is.
Met betrekking tot preventie:
– draagt de Staatssecretaris stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid, met als doel dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen;
– stimuleert de Staatssecretaris preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten;
– is de Staatssecretaris verantwoordelijk voor de landelijke aanpak van jeugdcriminaliteit, met bijzondere aandacht voor de preventie van daderschap en herhaald daderschap, samen met de betrokken ketenpartners zoals de (jeugd)reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming.
De Staatssecretaris heeft verantwoordelijkheden ten aanzien van preventie, slachtofferzorg en jeugdbescherming. Met betrekking tot slachtofferbeleid draagt de Staatsecretaris beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid. Ook heeft de staatssecretaris een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg.
Ten aanzien van Jeugdbescherming21 heeft de Staatsecretaris:
– een regisserende rol en daarmee stelselverantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en –reclassering (de uitvoering en financiering zijn per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten);
– een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK);
– verantwoordelijkheid voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.
Daarbij heeft de Staatsecretaris:
– een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI, de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI en van geldelijke sancties door het CJIB;
– een regisserende rol bij de forensische zorg. De staatssecretaris is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;
– een regisserende rol bij toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen. Regie en opleggen van financiële sancties. De uitvoering is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.
In de beleidsagenda zijn diverse onderwerpen beschreven waarvoor het Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen een regierol speelt. Onderstaand is geen extensieve uiteenzetting van alle activiteiten en voorgenomen beleidswijzigingen die vallen onder het artikel Straffen en Beschermen zodat overlap met de beleidsagenda wordt voorkomen. De Kamer wordt periodiek over alle relevante ontwikkelingen geïnformeerd, door middel van onder andere voortgangsbrieven.
De komende jaren slaan we met de Werkagenda aansluiting reguliere en forensische zorg een brug voor mensen met verward of onbegrepen gedrag met een hoog veiligheidsrisico. Met elf maatregelen voorkomen we dat zij tussen wal en schip vallen, onder meer via een extra wettelijke zorgmogelijkheid binnen het strafrecht, betere doorstroom naar gemeenten en vaste, domeinoverstijgende begeleiding.
Het systeem van interlandelijke adoptie wordt in zes jaar afgebouwd. Na 1 mei 2030 kunnen lopende procedures niet meer worden voortgezet en werkzaamheden van de vergunninghouders zullen eindigen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 4.484.022 | 4.708.939 | 5.114.091 | 5.064.053 | 5.089.541 | 4.974.076 | 4.981.982 |
Uitgaven | 4.485.246 | 4.693.359 | 4.928.701 | 5.004.053 | 5.029.541 | 4.974.076 | 4.981.982 | |
Apparaatsuitgaven | 266.290 | 267.114 | 264.968 | 256.526 | 248.872 | 236.948 | 234.428 | |
34.1 | Apparaat Raad voor de Kinderbescherming | 266.290 | 267.114 | 264.968 | 256.526 | 248.872 | 236.948 | 234.428 |
Personele uitgaven | 205.669 | 215.843 | 211.015 | 207.329 | 200.999 | 190.411 | 188.409 | |
Eigen personeel | 198.077 | 209.186 | 204.787 | 201.306 | 195.183 | 184.758 | 182.816 | |
Externe inhuur | 6.894 | 5.034 | 4.615 | 4.435 | 4.271 | 4.151 | 4.107 | |
Overig personeel | 698 | 1.623 | 1.613 | 1.588 | 1.545 | 1.502 | 1.486 | |
Materiële uitgaven | 60.621 | 51.271 | 53.953 | 49.197 | 47.873 | 46.537 | 46.019 | |
ICT | 27.525 | 22.237 | 25.005 | 20.707 | 20.149 | 19.585 | 19.371 | |
SSO's | 20.252 | 18.652 | 18.647 | 18.384 | 17.889 | 17.390 | 17.193 | |
Overig materieel | 12.844 | 10.382 | 10.301 | 10.106 | 9.835 | 9.562 | 9.455 | |
Programmauitgaven | 4.218.956 | 4.426.245 | 4.663.733 | 4.747.527 | 4.780.669 | 4.737.128 | 4.747.554 | |
34.2 | Preventieve maatregelen | 80.341 | 77.742 | 62.510 | 62.382 | 60.952 | 58.324 | 57.997 |
Bijdrage aan agentschappen | 33.824 | 39.537 | 33.053 | 32.544 | 31.692 | 30.835 | 30.513 | |
Dienst Justis | 33.824 | 39.537 | 33.053 | 32.544 | 31.692 | 30.835 | 30.513 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 290 | 290 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Integriteit en kansspelen | 0 | 290 | 290 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 30.965 | 21.764 | 12.788 | 15.885 | 15.999 | 14.228 | 14.228 | |
Aanpak criminaliteitsfenomenen | 30.965 | 21.641 | 12.665 | 15.763 | 15.877 | 14.106 | 14.106 | |
Overige Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 123 | 123 | 122 | 122 | 122 | 122 | |
Subsidies (regelingen) | 12.301 | 5.447 | 5.263 | 4.850 | 4.794 | 4.794 | 4.792 | |
Aanpak criminaliteitsfenomenen | 10.991 | 4.150 | 4.060 | 3.740 | 3.719 | 3.719 | 3.718 | |
Overige Subsidies | 1.310 | 1.297 | 1.203 | 1.110 | 1.075 | 1.075 | 1.074 | |
Opdrachten | 3.251 | 10.704 | 11.116 | 9.103 | 8.467 | 8.467 | 8.464 | |
Aanpak criminaliteitsfenomenen | 1.012 | 6.009 | 6.171 | 6.226 | 6.291 | 6.291 | 6.289 | |
Overige Opdrachten | 2.239 | 4.695 | 4.945 | 2.877 | 2.176 | 2.176 | 2.175 | |
34.3 | Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties | 3.721.614 | 3.898.379 | 4.111.942 | 4.157.110 | 4.192.103 | 4.170.833 | 4.181.877 |
Bijdrage aan agentschappen | 3.351.130 | 3.529.258 | 3.736.298 | 3.775.921 | 3.808.318 | 3.784.849 | 3.795.886 | |
DJI - gevangeniswezen | 1.682.950 | 1.783.811 | 1.984.038 | 2.021.319 | 2.058.799 | 2.041.346 | 2.054.435 | |
DJI - Forensische zorg | 1.440.929 | 1.506.629 | 1.533.564 | 1.554.985 | 1.558.148 | 1.558.053 | 1.557.910 | |
CJIB | 227.251 | 238.818 | 218.696 | 199.617 | 191.371 | 185.450 | 183.541 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 320.079 | 346.866 | 336.503 | 333.895 | 332.236 | 332.236 | 332.159 | |
Reclassering Nederland | 196.727 | 211.983 | 202.813 | 201.315 | 201.648 | 201.648 | 201.610 | |
Leger des Heils | 29.479 | 31.219 | 30.911 | 30.396 | 30.418 | 30.418 | 30.409 | |
Stichting Verslavingsreclassering GGZ | 93.873 | 103.664 | 102.779 | 102.184 | 100.170 | 100.170 | 100.140 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 4.808 | 4.810 | 4.805 | 4.806 | 4.806 | 4.805 | |
Intra- en extramurale sanctie uitvoering | 0 | 4.808 | 4.810 | 4.805 | 4.806 | 4.806 | 4.805 | |
Subsidies (regelingen) | 5.584 | 11.979 | 11.206 | 10.486 | 10.317 | 10.412 | 10.509 | |
Intra- en extramurale sanctie uitvoering | 2.939 | 9.615 | 8.975 | 8.264 | 8.097 | 8.192 | 8.290 | |
Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES) | 2.645 | 2.364 | 2.231 | 2.222 | 2.220 | 2.220 | 2.219 | |
Opdrachten | 20.821 | 5.468 | 22.675 | 31.853 | 36.276 | 38.530 | 38.518 | |
Intra- en extramurale sanctie uitvoering | 20.821 | 5.468 | 22.675 | 31.853 | 36.276 | 38.530 | 38.518 | |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 24.000 | 0 | 450 | 150 | 150 | 0 | 0 | |
Garantieregeling Forensische Zorg | 24.000 | 0 | 450 | 150 | 150 | 0 | 0 | |
34.4 | Slachtofferzorg | 102.056 | 111.601 | 119.785 | 120.962 | 122.130 | 122.352 | 122.172 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 76.521 | 82.938 | 83.974 | 84.210 | 83.819 | 83.477 | 83.321 | |
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven | 14.702 | 14.582 | 13.561 | 13.256 | 12.880 | 12.538 | 12.404 | |
Slachtofferhulp Nederland | 61.819 | 68.356 | 70.413 | 70.954 | 70.939 | 70.939 | 70.917 | |
Subsidies (regelingen) | 488 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige Subsidies | 488 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 25.047 | 28.663 | 35.811 | 36.752 | 38.311 | 38.875 | 38.851 | |
Slachtofferzorg | 688 | 3.958 | 10.762 | 11.163 | 12.129 | 12.693 | 12.693 | |
Schadefonds Geweldsmisdrijven | 23.643 | 22.961 | 23.237 | 23.702 | 24.211 | 24.211 | 24.189 | |
Voorschotregelingen schadevergoedingsregelingen | 716 | 1.744 | 1.812 | 1.887 | 1.971 | 1.971 | 1.969 | |
34.5 | Veiligheid jeugd | 314.945 | 338.523 | 369.496 | 407.073 | 405.484 | 385.619 | 385.508 |
Bijdrage aan agentschappen | 253.798 | 272.402 | 275.087 | 310.651 | 310.637 | 310.636 | 310.574 | |
DJI - jeugd | 253.798 | 272.402 | 275.087 | 310.651 | 310.637 | 310.636 | 310.574 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 18.483 | 19.030 | 19.228 | 19.312 | 19.104 | 19.005 | 18.964 | |
LBIO | 4.266 | 4.380 | 4.332 | 4.264 | 4.037 | 3.938 | 3.900 | |
Halt | 14.217 | 14.650 | 14.896 | 15.048 | 15.067 | 15.067 | 15.064 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 3.054 | 3.108 | 3.054 | 2.780 | 2.778 | 2.814 | 2.814 | |
Jeugdbescherming en jeugdsancties | 913 | 353 | 353 | 352 | 352 | 352 | 352 | |
Voogdijraad Caribisch Nederland (BES) | 2.141 | 2.755 | 2.701 | 2.428 | 2.426 | 2.462 | 2.462 | |
Subsidies (regelingen) | 30.352 | 35.398 | 20.848 | 17.841 | 15.805 | 15.457 | 15.454 | |
Jeugdbescherming en jeugdsancties | 30.352 | 35.398 | 20.848 | 17.841 | 15.805 | 15.457 | 15.454 | |
Opdrachten | 9.258 | 8.585 | 51.279 | 56.489 | 57.160 | 37.707 | 37.702 | |
Taakstraffen/erkende gedragsinterventies | 4.941 | 4.436 | 4.435 | 4.472 | 4.525 | 4.525 | 4.522 | |
Jeugdbescherming en jeugdsancties | 4.317 | 4.149 | 46.844 | 52.017 | 52.635 | 33.182 | 33.180 | |
Ontvangsten | 167.407 | 171.248 | 142.735 | 143.400 | 144.216 | 143.977 | 143.944 |
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 4.484.022 | 4.708.939 | 5.114.091 | 5.064.053 | 5.089.541 | 4.974.076 | 4.981.982 |
waarvan garantieverplichtingen | ‒ | ‒ | 180.000 | 60.000 | 60.000 | ‒ | ‒ |
waarvan overige verplichtingen | 4.484.022 | 4.708.939 | 4.934.091 | 5.004.053 | 5.029.541 | 4.974.076 | 4.981.982 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 99% |
bestuurlijk gebonden | 1% |
beleidsmatig gereserveerd | 0% |
nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Artikel 34 kent nagenoeg geen budgetflexibiliteit in 2027. Dit wordt met name veroorzaakt doordat verreweg het grootste deel van het budget wordt besteed aan de financiering van de taakorganisaties: DJI, Justis en CJIB. Daarnaast bestaat het juridisch verplichte deel ook uit subsidiëring/bijdrage aan organisaties als Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven, de drie Reclasseringsorganisaties, Halt, LBIO, FIOM en het centrum van Internationale Kinderontvoering.
34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming
De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. JenV financiert de RvdK voor het grootste deel op basis van de PMJ-ramingen (pxq) en voor het overige deel op basis van een lumpsumbedrag.
De voorgenomen meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel. De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de in de begroting verwerkte budgettaire reeksen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bescherming Regulier | 14.522 | 14.173 | 13.341 | 13.462 | 13.435 | 13.584 | 13.634 |
Bescherming Toetsing | 6.865 | 6.909 | 7.251 | 7.172 | 7.092 | 7.092 | 7.092 |
Gezag en omgangszaken | 4.279 | 4.133 | 3.938 | 3.970 | 4.000 | 4.010 | 4.100 |
Adoptiegerelateerde zaken | 1.826 | 1.932 | 2.045 | 2.096 | 2.152 | 2.152 | 2.152 |
Strafonderzoek LIJ | 6.027 | 5.799 | 5.609 | 5.610 | 5.647 | 5.598 | 5.457 |
Strafonderzoek + aanvulling | 2.821 | 3.161 | 3.677 | 3.626 | 3.730 | 3.580 | 3.431 |
Actualisatie straf | 524 | 530 | 541 | 539 | 536 | 536 | 536 |
Strafonderzoek GBM | 24 | 20 | 17 | 17 | 17 | 17 | 17 |
Onderzoeken Schoolverzuim | 1.374 | 1.583 | 1.775 | 1.738 | 1.702 | 1.702 | 1.702 |
Coördinatie taakstraffen | 5.612 | 6.155 | 7.187 | 7.229 | 7.329 | 7.239 | 7.329 |
34.2 Preventieve maatregelen
Bijdragen aan agentschappen
Dienst Justis
Screeningsautoriteit Justis doet onderzoek om inzicht te krijgen in de justitiële antecedenten van personen en organisaties en relateert deze aan de (beoogde) werkzaamheden van die personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat, de veiligheid in en van de samenleving en de resocialisatie van ex-justitiabelen.
Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van de Dienst Justis.
Bijdragen aan medeoverheden
Aanpak criminaliteitsfenomenen
In 2027 zet JenV, mede ter uitvoering van het regeerakkoord 2021, in op preventieve dadergerichte en slachtoffergerichte aanpak van (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit in den brede (waaronder expressief geweld, overvallen, ram- en plofkraken, woninginbraken, straatroof en online/hybride criminaliteit), ook binnen het Koninkrijk. In 2027 wordt stevig ingezet op de aanpak van (georganiseerde en) ernstige vormen van geweld, met de focus op de aanpak van aanslagen met explosieven door het Offensief Tegen Explosies en online (en hybride) geweld. Delicten die grote impact op slachtoffers en op de samenleving hebben, worden aangepakt door strategische inzet van een mix van slachtoffergerichte (versterking weerbaarheid), dadergerichte en situationele preventieve én repressieve maatregelen (secundaire en tertiaire preventie) en op het voorkomen en bestrijden van vermogensdelicten en overige high impact crime (HIC) fenomenen in het publieke en semipublieke domein.
Zoals in het regeerakkoord 2021 is opgenomen, wordt de aanpak van deze vormen van high impact criminaliteit versterkt, van preventie tot en met nazorg na detentie, en blijft er ingezet worden op maatregelen en gedragsinterventies die jongeren effectief uit de (zware) criminaliteit houden. Dit wordt onder andere vorm gegeven door structureel te investeren in de (door)ontwikkeling en inzet van kansrijke en bewezen effectieve interventies, mede op basis van het Landelijk kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies. Deze gedragsinterventies worden ingezet in gemeenten met hoge aantallen ernstige vormen van vermogenscriminaliteit en geweld (de high impact crimes), maar ook in de 27 gemeenten met de structurele aanpak van jeugdcriminaliteit en de 20 aanvullende gemeenten met een incidentele preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit voor maximaal drie jaar, kortweg de Preventie met Gezag-gemeenten.
Samenwerken met private en (semi-)publieke partners, zoals andere departementen, gemeenten op het gebied van innovatie, preventie, onderzoek en het terugdringen van recidive door het bieden van perspectief staan hierbij centraal. Blijvende aandacht en nieuwe ontwikkelingen zijn nodig om de in de afgelopen jaren geboekte resultaten vast te houden ten behoeve van tegenhouden (van potentiële daders), voorkomen (van (herhaald) slachtofferschap en daderschap), opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg.
Subsidies
Aanpak criminaliteitsfenomenen
Het voorkomen en aanpakken (van risicofactoren) van geweld en overige high impact crime fenomenen is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere (semi)maatschappelijke instanties. Continue aandacht voor de weerbaarheid van en vanuit deze partijen is noodzakelijk om de geboekte resultaten binnen het Koninkrijk te verduurzamen en pas te houden met en in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Publiek-private samenwerking is in 2027 weer onderdeel van de aanpak van high impact crimes en het programma van het Offensief Tegen Explosies. Deze subsidies worden verstrekt aan organisaties en stichtingen op het gebied van de aanpak van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling, online criminaliteit, expressief en online/hybride geweld, inclusief aanvallen met explosieven, en gedragsinterventies. Voorbeeld van een subsidieontvanger is Stichting Laureus Nederland in het kader van «Alleen jij bepaalt wie je bent».
Overige subsidies
Deze middelen worden ingezet voor subsidies in het kader van het beleidsonderwerp filantropie.
Filantropie
Nederland kent van oudsher een grote rijkdom aan maatschappelijke betrokkenheid en filantropische initiatieven. JenV is het coördinerend beleidsdepartement op filantropie en zet zich in voor borging en versterking van het maatschappelijk belang van filantropie. Dit gebeurt aan de hand van een combinatie van formele wetgeving en zelfregulering vanuit de sector. De drie Rijksbrede speerpunten zijn: het stimuleren van geefgedrag, het bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid van de sector en het bevorderen van de samenwerking tussen overheid en filantropie. JenV subsidieert daartoe verschillende initiatieven en activiteiten waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de beleidsuitgangspunten, waaronder de toezichthoudende werkzaamheden van het CBF – Toezicht op Goeddoen en het tweejaarlijkse onderzoek ‘Geven in Nederland’ van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Opdrachten
Aanpak criminaliteitsfenomenen
JenV zet in op het vasthouden en verduurzamen van de afgelopen jaren geboekte resultaten binnen het Koninkrijk met opdrachten die een bijdrage leveren aan de aanpak (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit (waaronder expressief geweld, inclusief aanvallen met explossieven, overvallen, ram- en plofkraken, straatroof en online/hybride geweld) en overige fenomenen (zoals vermogensdelicten). Verder worden onder deze post uitgaven opgenomen ter ondersteuning van ontwikkeling gericht op de versterking van de verbinding tussen de domeinen onderwijs, zorg en veiligheid, onder andere gericht op de specifieke, complexe high impact crime doelgroep. Het betreft opdrachten die een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken rondom het versterken van de aanpak van geprioriteerde casussen en multiproblematiek, alsmede de ontwikkeling van praktische instrumenten en trainingen voor de aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken, zoals bijvoorbeeld in het zorg- en veiligheidsdomein (top-X).
Overige opdrachten
Deze middelen worden ingezet voor opdrachten in het kader van de beleidsonderwerpen integriteit en kansspelbeleid.
Integriteit
We werken aan het verbeteren van het instrument Verklaring Omtrent het Gedrag en een meer uniforme en risicogerichte toepassing daarvan. Daartoe financieren wij onderzoeken, specifieke trajecten in de uitvoering, projectmanagement en bijeenkomsten.
Kansspelbeleid
Onder deze post worden de uitgaven geraamd voor opdrachten en onderzoeken (waaronder monitoringsinstrumenten en effectmetingen) ten behoeve van de ontwikkeling van het kansspelbeleid, het uitwerken van voorstellen voor wet- en regelgeving en diverse beleidsonderzoeken.
34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties
Bijdragen aan agentschappen
Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)
DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.
De Staatssecretaris geeft een bijdrage22 aan DJI voor Gevangeniswezen regulier en Forensische zorg.
Productie 2027 | Aantal | Dagprijs in € |
|---|---|---|
Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar) | 10.062 | 506 |
FPC-capaciteit | 1.938 | 873 |
In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.
Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)
Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid. Het heeft twee kerntaken. Allereerst is het belast met de tenuitvoerlegging van geldelijke sancties. Daarnaast is het CJIB het administratie- en informatiecentrum voor de executieketen (AICE) met betrekking tot de uitvoering van strafrechtelijke beslissingen. Met zijn activiteiten levert het CJIB een bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, te vinden.
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Reclasseringsorganisaties
In Europees Nederland zijn drie erkende reclasseringsorganisaties (3RO) actief: Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugd bescherming en Reclassering (LJR). In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, met elk hun eigen aandachtsgebied:
– De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;
– Het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;
– Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.
De reclasseringsorganisaties kennen vier hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten, werkstraffen en elektronische monitoring. De geraamde productie voor 2027 van de vier productgroepen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel. De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de in de begroting verwerkte budgettaire reeksen als gevolg van de PMJ-ramingen (gecorrigeerd met een ingroeipad tot en met 2028 om tot een realistische raming te komen).
Productgroep | Aantal | Gemiddelde Prijs | |
|---|---|---|---|
Instroom adviezen | 49.820 | € 1.444,71 | |
Instroom toezichten * | 8.846 | € 30,56 | ** |
Instroom elektronische monitoring * | 1.496 | € 28,14 | * |
Instroom werkstraffen | 32.058 | € 1.413,25 | ** |
* Bekostiging geschiedt op basis van het aantal toezichtsdagen | |||
** In het nieuwe kostprijsmodel geldt voor toezichten een iets andere kostprijs voor RN dan voor SVG en LJ&R. In de tabel is daarom een benadering weergegeven. | |||
Bijdragen aan medeoverheden
Intra- en extramurale sanctie uitvoering
Deze post betreft met name de bijdragen aan gemeenten in het kader van nazorg aan ex-gedetineerden. Zij benutten deze bijdrage om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren.
Subsidies
Intra- en extramurale sanctieuitvoering
JenV verstrekt subsidies aan een aantal (vrijwilligers-)organisaties die verschillende activiteiten verrichten om de kans op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Daarnaast worden deze middelen ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid en forensische zorg.
Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN)
Deze middelen worden ingezet voor de erkende reclasseringsorganisatie Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN). De SRCN richt zich op de reclasseringstaak in Caribisch Nederland.
Opdrachten
Dit betreffen onder andere opdrachten op het terrein van forensische zorg, sanctie-uitvoering en het terugdringen van recidive.
Zo is op 1 januari 2020 de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB) in werking getreden, waarmee de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen is overgegaan van het Openbaar Ministerie naar de Minister van JenV. Het duurzaam bestendigen van de wet USB heeft de komende jaren onverminderd aandacht nodig, evenals het realiseren van verbeteringen in het functioneren van de executieketen. In 2027 is er aandacht voor verdere digitalisering, verduurzaming en waar nodig herijking van de nieuwe werkwijze voortvloeiend uit de wet USB.
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Garantieregeling Forensische Zorg
Om capaciteitsuitbreiding en instandhouding van de tbs-plekken te stimuleren, wordt een garantieregeling ingericht. De garantieregeling voor particuliere Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s) is bedoeld voor leningen die particuliere FPC’s nodig hebben om capaciteit uit te breiden, dan wel in stand te houden. Door als overheid garant te staan voor een deel van de lening, kunnen deze centra naar verwachting tegen een lagere rente een lening afsluiten voor de beoogde uitbreiding. Dat maakt het voor particuliere FPC’s aantrekkelijker om te investeren in uitbreiding en/of renovatie. Ten behoeve van de garantieregeling is in 2025 een bedrag van € 24 mln. gestort in een begrotingsreserve bij het ministerie van Financiën. Het streven is om de garantieregeling op 1 januari 2027 in werking te laten treden. Deze startdatum is afhankelijk van het vinden van een uitvoerende partij, de verdere uitwerking van de regeling, de contractsdocumentatie en de afstemming met het veld.
Voor het verloop van de verstrekte garanties en de overzicht van de uitgaven op de verstrekte garanties wordt verwezen naar 2.6 Overzicht risicoregelingen.
34.4 Slachtofferzorg
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven
De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage van JenV voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële uitkering aan slachtoffers van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.
Slachtofferhulp Nederland (SHN)
Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit en krijgt hiervoor een bijdrage van JenV.
Opdrachten
Slachtofferzorg
De focus ligt op het zo goed mogelijk tot uitvoering brengen van de slachtofferrechten en -voorzieningen die het afgelopen decennium zijn geïntroduceerd en voorgenomen versterkingen uit het coalitieakkoord en de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2025-2028.
Schadefonds Geweldsmisdrijven
Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers van opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijven die hierdoor ernstig lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen, geraamd indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen
Als de rechter een schadevergoedingsmaatregel oplegt en veroordeelde niet binnen acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis (volledig) aan zijn betalingsverplichting voldoet, treedt de voorschot-regeling in werking. Dit houdt in dat de Staat het resterende bedrag uitkeert aan slachtoffers en nabestaanden. De Staat zet de inning op de dader voort. Deze voorschotregeling is gemaximeerd tot € 5.000,- maar ongemaximeerd bij gewelds- en zedenmisdrijven. Als blijkt dat de vordering op de veroordeelde oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.
34.5 Veiligheid Jeugd
Bijdragen aan agentschappen
DJI-Jeugd
DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis en van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, die door de rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging in principe plaats in een justitiële jeugdinrichting of in een kleinschalige voorziening justitiële jeugd. In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capaciteit en financiën voor de justitiële jeugd uitgebreider en meerjarig toegelicht.
Productie 2027 | Aantal | Dagprijs in € |
|---|---|---|
Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar) | 656 | 1.147 |
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)
Het LBIO verricht in opdracht van JenV wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie). JenV financiert het LBIO op basis van vastgestelde normaantallen en prijzen per product. De normaantallen worden tegen een vaste prijs vergoed en de meer- of minderproductie wordt tegen het variabele kostendeel afgerekend.
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|
Aantallen producten | |||||
Alimentatie | 22.150 | 22.150 | 22.150 | 22.150 | 22.150 |
Internationale alimentatie | 3.950 | 3.950 | 3.950 | 3.950 | 3.950 |
Kosten per geïnde euro (€) | |||||
Alimentatie | 0,15 | 0,15 | 0,15 | 0,15 | 0,15 |
Internationale alimentatie | 0,21 | 0,21 | 0,21 | 0,21 | 0,21 |
Bronvermelding: LBIO meerjarenbeleidsplan 2026-2030
Stichting Halt
Stichting Halt (Het Alternatief) voorziet in opdracht van JenV in de landelijke coördinatie en uitvoering van de zogenoemde Halt-afdoening. De Halt-afdoening is een kortdurende buitenstrafrechtelijke maatwerkinterventie met als doel om grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan slachtoffers en maatschappij. Hierbij sluit Stichting Halt aan bij de leefwereld van de jongeren.
Bijdragen aan medeoverheden
Jeugdbescherming en jeugdsancties
Via het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt in opdracht van JenV, VWS en de VNG gewerkt aan verbetering en vereenvoudiging van het stelsel voor jeugdbescherming. Proeftuinen en andere regio’s worden gestimuleerd en ondersteund om anders te werken zodat kinderen en gezinnen beter en sneller worden geholpen.
Voogdijraad Caribisch Nederland
De BES Voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in Caribisch Nederland. Daarnaast vervult de BES Voogdijraad ook de rol van de Centrale Autoriteit in Caribisch Nederland.
Subsidies
Jeugdbescherming en jeugdsancties
Deze middelen zet JenV onder meer in voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering en voor Fiom23 en INEA24 onder meer met het oog op de nazorg van adoptie. Daarnaast wordt een deel van deze middelen ingezet voor mogelijke erkenningsmaatregelen voor belanghebbenden n.a.v. de aanbevelingen van de onafhankelijke Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie. Verder vraagt de afbouw van interlandelijke adoptie de komende jaren om financiering, in lijn met het vastgestelde afbouwplan. Ook wordt een project uitgevoerd met als doel om de binnenlandse afstands- en adoptiedossiers en de interlandelijke adoptiedossiers zoveel mogelijk over te brengen naar het Nationaal Archief en toegankelijk te maken.
Iedereen moet veilig kunnen opgroeien en leven in de eigen thuissituatie. Het kabinet zet zich met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in om de hulp en bescherming van kinderen en volwassenen sneller te verbeteren. In 2027 werken we samen met lokale teams, Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, Raad voor de Kinderbescherming en andere organisaties aan de doorbraakacties uit de veranderstrategie Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De strategie richt zich op verandering in de cultuur, de werkwijze en de organisatie van de kind- en gezinsbescherming.
Via het programma Ondersteuning Uithuisplaatsingen gedupeerden Kinderopvangtoeslag (UHP KOT) in opdracht van JenV, FIN, VWS en de VNG wordt uitvoering gegeven aan een aanpak voor door de toeslagaffaire getroffen ouders en hun kinderen die te maken hebben (gehad) met een uithuisplaatsing. Het Ondersteuningsteam (OT) staat naast ouders en kinderen, brengt met hen de situatie en wensen in kaart en begeleidt de ouders en kinderen bij het zetten van de noodzakelijke vervolgstappen. Daarnaast leveren de gecertificeerde instellingen en de RvdK extra inzet om de getroffen gezinnen te ondersteunen.
Het kabinet heeft in de Kamerbrief van 30 juni 2025 (TK, 2024/2025, 31839-1094) n.a.v. het rapport Erfenis van onrecht expliciet erkend dat kinderen die zijn getroffen door de toeslagenaffaire én uit huis zijn geplaatst extra zijn geraakt door een stapeling van overheidsingrepen. Daarom werkt het kabinet, naast bovengenoemde ondersteuning, onder meer aan een erkennings- en excuustraject, een voorziening voor onderwijs en ontwikkeling, en de mogelijkheid tot begeleide dossierinzage.
Vanuit het programma ‘Preventie met gezag’ wordt structureel geïnvesteerd in preventie en aanpak van jeugdcriminaliteit. Samen met diverse betrokken partners (waaronder de RvdK, GI's, OM en rechtspraak) wordt ingezet op een brede domeinoverstijgende preventieve aanpak om te voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot 27 jaar in aanraking komen met criminaliteit of daarin verder doorgroeien.
Gemeenten en hun lokale, regionale en justitiële partners vervullen hierin een sleutelrol. Een onderdeel van het programma Preventie met gezag betreft de versterking van de jeugdstrafrechtketen. Bijzondere aandacht is nodig voor personen met meervoudige problematiek. Zij zijn namelijk oververtegenwoordigd in de strafrechtketen en hebben vaak problemen op meerdere gebieden die elkaar versterken, zoals een licht verstandelijke beperking (LVB), schulden, psychiatrie en verslaving. Door in te zetten op zowel de brede doelgroep met multiproblematiek als op mensen met een LVB, helpt JenV het risico op criminaliteit en recidive te verminderen.
Er zijn ook middelen beschikbaar voor het actualiseren van het naamrecht en in het bijzonder voor de regeling kosteloze naamswijziging voor nazaten van tot slaafgemaakten.
Opdrachten
Taakstraffen/erkende gedragsinterventies
In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de Raad voor de Kinderbescherming opdrachten voor erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies bij de betrokken jeugdigen.
Jeugdbescherming en jeugdsancties
De middelen worden ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid, waaronder herstelrecht (mediation) in jeugdstrafzaken.
Daarnaast worden voorbereidingen getroffen voor de uitvoering van het wetsvoorstel rondom draagmoederschap (zoals een register hiervoor) en ingezet op het waarborgen van de belangen van kinderen en ouders in verschillende gezinsvormen. Die ziet onder andere op het versterken van de toegang tot afstammingsinformatie.
Ook worden middelen ingezet voor de aanpak van complexe scheidingen. Dit ziet op het verspreiden en borgen van ontwikkelde kennis en methodes onder professionals en op lokaal niveau. Ook wordt ingezet op het kindvriendelijker inrichten van juridische procedures bij scheiding en gezag en omgangszaken. Tot slot wordt de aandacht voor veiligheidsrisico’s bij organisaties die een rol spelen bij gezag- en omgangsbeslissingen versterkt.
Mede op basis van aanbevelingen van de Commissie Rechtsbescherming en Rechtsstatelijkheid in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (Kamerstukken II 2023-2024 31839, nr. 1018), wordt verder geïnvesteerd in verbetering van de rechtsbescherming van ouders en kinderen die een traject in de jeugdbescherming doorlopen. Hieronder vallen onder meer kosteloze rechtsbijstand en wettelijk verankering van het perspectiefbesluit. Medio 2026 is het wetsvoorstel voor advies voorgelegd aan de Raad van State, waarna naar verwachting eind 2026 de parlementaire behandeling kan plaatsvinden.
De activiteiten bij het programma UHP-KOT, zoals beschreven bij subsidies jeugdbescherming en jeugdsancties, worden ook via opdrachten gerealiseerd.
Ontvangsten
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Ontvangsten | 167.407 | 171.248 | 142.735 | 143.400 | 144.216 | 143.977 | 143.944 |
Leges Dienst Justis | 53.356 | 48.011 | 48.909 | 49.075 | 49.140 | 49.140 | 49.140 | |
Verhaal administratiekosten CJIB | 63.567 | 84.603 | 84.900 | 85.749 | 86.588 | 86.588 | 86.588 | |
Overige ontvangsten | 50.484 | 38.634 | 8.926 | 8.576 | 8.488 | 8.249 | 8.216 |
De ontvangsten bestaan voornamelijk uit de door het CJIB ontvangen administratiekostenvergoedingen en ontvangsten van de Dienst Justis uit leges (voornamelijk de leges i.v.m. VOG).
De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden op het terrein van jeugdbescherming en jeugdsancties zijn de jeugdwet, artikel 77 Wetboek van Strafrecht en artikel 553 Wetboek van Strafvordering. De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden op het terrein van adoptie is opgenomen in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka).
3.5 Artikel 36 Contraterrorisme, nationale veiligheid en crisisbeheersing

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, zorg te dragen dat Nederland voorbereid is op crises, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.
De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.25De Minister coördineert de totstandkoming van de rijksbrede analyse op het gebied van nationale veiligheid en de strategische aanpak die daarop volgt. Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.26
De Minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Minister verstrekt aan de veiligheidsregio’s een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de Minister een bijdrage aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen. De openbare lichamen ontvangen jaarlijks een bijzondere uitkering als bijdrage in de kosten van de organisatie van rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de brandweerzorg op grond van het Kostenbesluit Veiligheidswet BES.
De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet 2012 de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. In de komende jaren wordt het stelsel bewaken en beveiligen herzien tot het nieuwe stelsel beveiligen van personen. Met dit nieuwe stelsel krijgt de Minister ook de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van personen die ernstig bedreigd worden vanuit de fenomenen zware, ondermijnende criminaliteit, geradicaliseerde eenlingen, statelijke actoren en terrorisme.27 Het ministerie van JenV heeft middelen overgeheveld naar het ministerie van Defensie voor deze beveiligingstaken. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.
De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.28
Nationale veiligheid
De belangrijkste beleidswijzigingen in 2027 op het gebied van nationale veiligheid, in aanvulling op de teksten in de beleidsagenda, worden hieronder toegelicht.
Bewaken en beveiligen
De beleidsmatige en operationele kaders van het nieuwe stelsel beveiligen van personen zijn afgerond en de meerwaarde van alle wijzigingen laat zich nu zien. De versterkingstrajecten bij politie en Defensie zijn grotendeels geëffectueerd. De gezagsrol van de NCTV staat en de uitvoering van de integrale dreigingsanalyse functie loopt. In 2027 ronden we de wettelijke verankering en gefaseerde implementatie af. De beoogde effecten zijn dat met het neerzetten van de fundamenten in het nieuwe stelsel het werk efficiënter en effectiever kan worden vormgegeven, zodat de operationele druk op dit domein verlicht kan worden. De beleidsdoorlichting van artikel 36 zal hier ook deels naar kijken.
Contraterrorisme
Het voorkomen en aanpakken van terrorisme en gewelddadig extremisme in Nederland vraagt om brede samenwerking tussen alle betrokken partners. Dit is vastgelegd in de Nationale Contraterrorismestrategie (NCTS). Komend jaar zal een nieuwe NCTS in werking treden voor de periode 2027 ‒ 2030. De nieuwe NCTS bouwt voort op de vier interventiegebieden: voorkomen, verwerven, voorbereiden en vervolgen.
Aanpak (online) extremisme en terrorisme bij jongere doelgroep
Radicalisering vindt grotendeels online plaats, verloopt zeer snel en betreft steeds vaker jongeren. Komend jaar wordt ingezet op preventie en het zo vroeg mogelijk signaleren van radicaliseringsprocessen. De Versterkte Aanpak Online wordt verder doorontwikkeld, zo worden dialoog en samenwerking met platformen geïntensiveerd en het wettelijk instrumentarium uitgebreid. Tevens wordt de (lokale) aanpak versterkt en geïnvesteerd in het faciliteren van professionals, zowel op lokaal als landelijk niveau. Specifiek met aandacht voor radicaliserende jongeren, vroegsignalering en informatiedeling. De intensivering draagt bij aan de verdere versterking om vroegtijdige signalering en ingrijpen mogelijk te maken, en jeugd- en adolescenteninterventies voor terrorismeverdachten in en na detentie met jeugdreclassering te verbeteren. Er wordt ingezet op samenwerking en vergroten van bewustwording voor het onderwerp ‘online radicalisering van jongeren’ en op de verbetering van signalering, enezerzijds met ‘preventieve’ partners en anderzijds met partners uit het veiligheidsdomein.
Wetgeving terrorismebestrijding
Terrorisme en extremisme vormen een structurele bedreiging voor de democratische rechtsorde en de nationale veiligheid. In 2027 ligt de beleidsmatige focus op het verder versterken van het juridisch instrumentarium ter bestrijding van terroristische misdrijven. Daartoe wordt ingezet op het wetsvoorstel tot strafbaarstelling van verheerlijking van terrorisme en het openlijk betuigen van steun aan terroristische organisaties, de permanentmaking van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en de permanentmaking van de bevoegdheid tot intrekking van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid (artikel 14, vierde lid Rijkswet op het Nederlanderschap). Tot slot wordt onderzocht met welke concrete en duidelijke gronden een ‘bestuurlijk model’ kan worden ingevoerd op basis waarvan organisaties, die een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsorde door banden te hebben met terroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderen en door geweld te verheerlijken, in een zo vroeg mogelijk stadium verboden kunnen worden.
(Coördineren) aanpak terrorismeveroordeelden die vrijkomen uit detentie met een verhoogd dreigingsprofiel.
Om Nederland te beschermen voor terroristische dreigingen en aanslagen dient maximaal zicht te worden gehouden op de dreiging en de groep die daarvoor verantwoordelijk wordt geacht. Vanaf 2027 zullen er per jaar enkele terrorismeveroordeelden met een hoog dreigingsprofiel vrijkomen. Dergelijke vrijlatingen kunnen de terroristische dreiging in de komende jaren verhogen. De NCTV zal een coördinerende rol opnemen wanneer de dreiging daarom vraagt. Er wordt ingezet op het ontwikkelen van een actueel en dynamisch beeld van terrorismeverdachten en terrorismeveroordeelden die de Nederlandse belangen bedreigen, een uniforme taxatie van de mogelijke risico’s die van hen uitgaan en coördinatie op maatregelen en interventies ter bescherming van de nationale veiligheid en verhoging van de weerbaarheid.
Statelijke dreigingen en cybersecurity
Onze opdracht in 2027 blijft het tegengaan van statelijke inmenging (ook wel: ongewenste buitenlandse inmenging, OBI, genoemd) in de Nederlandse samenleving, waaronder richting diasporagemeenschappen. Door de oprichting van de Vertrouwenslijn Buitenlandse Inmenging wordt de mogelijkheid gecreëerd om veilig en anoniem melding te doen en signalen te delen over statelijke inmenging. Niet alleen kan hiermee handelingsperspectief worden geboden aan burgers, maar ook wordt de effectiviteit en integraliteit in de aanpak van statelijke inmenging bevorderd door centrale en tijdige (fenomeen)signalering en informatie-uitwisseling tussen samenwerkingspartners. Hiervoor heeft het kabinet structureel circa 1 miljoen euro beschikbaar gesteld vanaf 2027.
Uitval of verstoring van vitale processen en essentiële diensten, zoals water, energie en telecommunicatie, heeft grote gevolgen voor de Nederlandse samenleving. De dreigingen tegen deze processen en diensten nemen echter toe en stapelen zich op. Om de weerbaarheid tegen deze uiteenlopende dreigingen te vergroten, versterkt het kabinet in 2027 de ondersteuning aan kritieke entiteiten. Hierbij zet het kabinet in op versterkte informatie-uitwisseling, kennisdeling en capaciteitsopbouw. Hiermee streeft het kabinet ernaar dat kritieke entiteiten beter dreigingsinformatie kunnen omzetten in handelingsperspectief, en zo de weerbaarheid van hun kritieke infrastructuur kunnen vergroten.
Om inzicht te krijgen in de effecten van de Nederlandse Cybersecurity Strategie 2022-2028, daarvan te leren en om verantwoording af te kunnen leggen over de uitvoering ervan, wordt deze tussentijds geëvalueerd. Over de uitkomsten hiervan, inclusief een eventuele herijking van het actieplan, wordt uw Kamer in 2027 geïnformeerd. Daarnaast wordt in 2027 het programma Cyclotron verder ingebed binnen de reguliere werkzaamheden van het NCSC met aandacht voor de samenhang met het House of Cyber. Door het verslechterende dreigingslandschap is er meer nodig om cyberaanvallen te voorkomen en aan te pakken. Daarom wordt om de digitale dreiging (meer) proactief tegen te kunnen gaan op basis van een verkenning naar actieve cyberverdedigingsmaatregelen de beleidsaanpak hiervoor verder vormgegeven in samenwerking met partners.
Verder werken we aan de implementatie van de beleidsvraagstukken uit de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten die in werking is getreden.
Crisisbeheersing
In 2027 zal er vanuit crisisbeheersing worden ingezet op:
LCP’s en Afsprakenkader LCP’s
We ontwikkelen en actualiseren in nauwe samenwerking met andere ministeries, veiligheidsregio’s, het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) en crisispartners landelijke crisisplannen (LCP’s). In 2027 wordt onder andere gewerkt aan het opleveren van het Koninkrijkscrisisplan Militaire Dreigingen Caribisch Nederland, het Landelijk Crisisplan (LCP) Straling, het LCP Digitaal en het LCP Extreem Geweld en Terrorisme. Daarnaast ligt in 2027 de focus op het implementeren van het afsprakenkader voor LCP’s, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de brede wens om de integraliteit en uniformiteit van de voorbereiding op risico’s met een landelijke betekenis te versterken. Het kader bevat afspraken over de onderwerpkeuze en -prioritering van LCP’s, en een beschrijving van de werkwijze van het proces van totstandkoming, implementatie en beheer van LCP’s en van de inrichting van LCP’s inclusief het communicatieaspect. In de implementatiefase wordt het kader breed onder de aandacht gebracht bij relevante crisispartners en worden producten, zoals templates, handboeken en communicatiemiddelen, ontwikkeld.
Schaarste-instrumentarium
Het dreigingslandschap is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd en wordt in toenemende mate gekenmerkt door geopolitieke spanningen en een complexiteit en veelvoud van dreigingen. In deze veranderende context vormt schaarste van capaciteiten (mensen en middelen) een steeds groter wordend risico gelet op de verbondenheid en intersectorale afhankelijkheden van processen die essentieel zijn voor het functioneren van de maatschappij. In 2027 worden de eerste instrumenten van het schaarste-instrumentarium, waaronder het afwegingskader voor prioritering bij schaarste, getest gedurende de Crisis Management Exercise (CMX). Bovendien wordt in 2027 wordt ingezet op de opbouw van een breder schaarste-instrumentarium waarbij preparatie op schaarste centraal staat. Dit vereist gecoördineerde crisisvoorbereiding en -beheersing en een verschuiving van reactief prioriteren naar het tijdig identificeren, mitigeren en beheersen van potentiële schaarste. Hierbij is specifiek aandacht voor de benodigde sectorale crisispreparatie en de samenhang met Europese initiatieven ten behoeve van schaarste.
Deelnemen en uitvoering geven aan grootschalige EU en NAVO-initiatieven
De Europese Unie intensiveert haar inzet op het terrein van civiele weerbaarheid en crisisbeheersing. Met de EU Preparedness Union Strategy als overkoepelend kader worden lidstaten opgeroepen tot een substantieel hogere mate van voorbereiding op grootschalige, grensoverschrijdende crises — van natuurrampen tot hybride dreigingen en pandemieën.
Onder dit kader komen meerdere concrete initiatieven tot stand waaraan Nederland actief bijdraagt: zoals bijvoorbeeld de herziening van het Union Civil Protection Mechanism (UCPM), de ontwikkeling van een Europese Stockpiling Strategy voor strategische voorraden, de totstandkoming van een Comprehensive Risk Assessment and Threat Analysis op EU-niveau, en de verdere uitwerking van afspraken rond civiel-militaire samenwerking en crisiscoördinatie via instrumenten als het Geïntegreerde regeling politieke crisisrespons-systeem (IPCR)en rescEU. Dit zijn voorbeelden; het EU-beleidslandschap op dit terrein is volop in beweging en zal naar verwachting ook in 2027 nieuwe initiatieven voortbrengen.
Nederland neemt actief deel aan de Europese beleidsvorming op dit terrein, onder meer via de PROCIV-werkgroep29 van de Raad. In 2027 zetten wij in op het vertalen van nieuwe EU-verplichtingen naar nationale uitvoering en op het borgen van Nederlandse belangen en capaciteiten in de vormgeving van dit groeiende EU-instrumentarium. Dit vraagt om structurele ambtelijke inzet op zowel de onderhandelings- als de implementatiefase, en om nauwe afstemming met andere departementen en uitvoeringsorganisaties.
Voor 2027 wordt in NAVO verband de grootste inzet gepleegd op de Crisismanagement Exercise (CMX). Dit is tweejaarlijkse grootschalige stafoefening voor alle 32 NAVO-landen, de strategisch-militaire NAVO-hoofdkwartieren en het NAVO hoofdkwartier. Tijdens de oefening wordt de crisisbesluitvorming op strategisch politiek-militair niveau beoefend, evenals de nationale crisisstructuren van de lidstaten. In Nederland wordt gedurende een week interdepartementaal met een Artikel 5-scenario geoefend vanuit de nationale crisisstructuur, tot en met met niveau van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb). Bij de CMX’27 worden tevens vertegenwoordigers van onder andere de veiligheidsregio’s en diensten zoals de nationale politie betrokken.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 419.000 | 479.077 | 580.396 | 621.159 | 640.228 | 610.550 | 610.235 |
Uitgaven | 412.471 | 491.580 | 583.744 | 622.428 | 640.728 | 610.750 | 610.235 | |
36.2 | Contraterrorisme, nationale veiligheid en crisisbeheersing | 395.191 | 473.595 | 565.972 | 604.935 | 623.702 | 594.193 | 593.849 |
Bijdrage aan agentschappen | 2.256 | 2.433 | 2.419 | 2.380 | 2.316 | 2.251 | 2.227 | |
Overige Bijdrage aan agentschappen | 2.256 | 2.433 | 2.419 | 2.380 | 2.316 | 2.251 | 2.227 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 61.040 | 62.230 | 60.072 | 58.372 | 57.235 | 56.213 | 56.008 | |
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) | 61.040 | 62.230 | 60.072 | 58.372 | 57.235 | 56.213 | 56.008 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 297.072 | 373.562 | 426.251 | 440.895 | 444.483 | 448.561 | 448.479 | |
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding | 276.281 | 276.775 | 293.719 | 293.051 | 293.025 | 293.023 | 292.904 | |
Bewaken en beveiligen | 0 | 33.648 | 39.750 | 43.113 | 43.454 | 43.454 | 43.454 | |
Oekraïne accountability | 0 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | |
Overige Bijdrage aan medeoverheden | 20.791 | 50.039 | 79.682 | 91.631 | 94.904 | 98.984 | 99.021 | |
Subsidies (regelingen) | 11.844 | 6.833 | 4.656 | 4.298 | 4.158 | 4.158 | 4.156 | |
Nederlands Rode Kruis | 4.456 | 2.994 | 1.431 | 1.322 | 1.278 | 1.278 | 1.278 | |
Korpora | 635 | 674 | 587 | 541 | 523 | 523 | 522 | |
Overige Subsidies | 6.753 | 3.165 | 2.638 | 2.435 | 2.357 | 2.357 | 2.356 | |
Opdrachten | 22.979 | 28.537 | 72.574 | 98.990 | 115.510 | 83.010 | 82.979 | |
Crisiscommunicatie | 3.968 | 3.507 | 3.744 | 27.284 | 42.348 | 9.848 | 9.843 | |
NCSC | 1.427 | 1.000 | 58.722 | 61.926 | 63.169 | 63.169 | 63.148 | |
Covid-19 | 24 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Regeling tegemoetkoming schade 2021 | 932 | 11.500 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige Opdrachten | 16.628 | 12.530 | 10.108 | 9.780 | 9.993 | 9.993 | 9.988 | |
36.3 | Onderzoeksraad Voor Veiligheid | 17.280 | 17.985 | 17.772 | 17.493 | 17.026 | 16.557 | 16.386 |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 17.280 | 17.985 | 17.772 | 17.493 | 17.026 | 16.557 | 16.386 | |
Onderzoeksraad Voor Veiligheid | 17.280 | 17.985 | 17.772 | 17.493 | 17.026 | 16.557 | 16.386 | |
Ontvangsten | 8.494 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 67% |
bestuurlijk gebonden | 32% |
beleidsmatig gereserveerd | 1% |
nog niet ingevuld / vrij te besteden | 0% |
Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage NIPV alsmede op een doorlopende subsidieregeling. Het bestuurlijk gebonden gedeelte heeft met name betrekking op de bijdragen medeoverheden in het kader van de nationale veiligheid en terrorismebestrijding
36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding
Bijdragen aan agentschappen
Overige Bijdragen
De Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) en van artikel 55 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr; kosten rampbestrijding en bijdrage in bijstandskosten). Het op dit instrument begrote bedrag betreft met name de kosten die voor RVO voortvloeien uit het paraat houden van de organisatie voor uitvoering van de Wts en Wvr en het in voorkomend geval afhandelen van aanvragen.
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)
Het NIPV (voorheen genaamd: Instituut Fysieke Veiligheid) verricht taken op het terrein van brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing. Die taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-) materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Het NIPV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen NIPV een lumpsumbijdrage.
Los van de bijdragen van JenV voor wettelijke taken en de incidentele bijdragen, verricht het NIPV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).
Bijdragen aan medeoverheden
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)
De BDuR is een bijdrage die wordt verleend aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. De bijdrage kan onder voorwaarden worden verleend. De wettelijke taken betreffen onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):
– de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
– het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.
Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s. Op basis van bestuurlijke afspraken met het Veiligheidsberaad en de VNG wordt de BDuR per 2027 structureel opgehoogd in het kader van de versterking van de regionale en lokale weerbaarheid. Hiermee investeert het kabinet onder andere in een landelijk netwerk van noodsteunpunten en de versterking van de veiligheidsregio’s waar het weerbaarheid betreft.
Het landelijk netwerk van noodsteunpunten heeft onder meer tot doel om de samenredzaamheid te verhogen door tenminste informatie te verschaffen als dat via de normale manieren niet meer mogelijk is. Het netwerk zal bestaan uit lokale noodsteunpunten met bijbehorende coördinatiepunt(en). In 2026 hebben in elke veiligheidsregio pilots plaatsgevonden. Mede op basis van de uitkomsten van de evaluatie van de pilots zullen de veiligheidsregio’s met de inliggende gemeenten in 2027 verdergaan met de stapsgewijze ontwikkeling van het landelijk netwerk noodsteunpunten.
Bewaken en Beveiligen
Het taakveld Bewaken en Beveiligen is een belangrijk instrument in het beschermen van de democratische rechtsstaat en in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. De Kamer is de afgelopen jaren op verschillende momenten periodiek geïnformeerd over de veranderingen op dit taakveld, specifiek de inrichting van het stelsel Beveiligen van Personen. Voor het versterken van de capaciteit en de vernieuwing van het stelsel zijn extra middelen beschikbaar gesteld.
Oekraïne en accountability
Er zijn middelen beschikbaar gesteld voor het verzekere van accountability voor Oekraïne. Dit is een belangrijke pijler van de Nedeerlandse steun aan Oekraïne. Het betreft kosten voor object-, persoons- en woonhuisbeveiliging en kosten inzake beschermde getuigen. Alsmede de veiligheidskosten voor de hoven en tribunalen die zich richten op de agressie tegen Oekraïne en die Nederland op dit moment huisvest en voornemens is te huisvesten.
Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding
De bijdragen met betrekking tot de gemeentelijke aanpak contraterrorisme in het kader van de versterking van de veiligheidsketen worden jaarlijks op dit instrument verantwoord. Ook de middelen met betrekking tot de verdere inrichting van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL) worden op dit instrument verantwoord.
Subsidies
Nederlands Rode Kruis
Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taak door ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is (restring family links). Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.
Stichting Korpora
Stichting Korpora concentreert zich op het beheer van het cultureel erfgoed betreffende politie, brandweer en crisisbeheersing. Het exposeren van dat erfgoed vindt plaats in overleg met betrokken partijen in genoemde sectoren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding
Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Kaderwet overige JenV-subsidies.
Opdrachten
Crisiscommunicatie
NL-Alert is het landelijk alarmeringssysteem voor het alarmeren en informeren van de bevolking bij rampen, crises en andere ernstige incidenten. De veiligheidsregio's alarmeren en informeren met dit systeem mensen over een acute crisis per mobiele telefoon (cell broadcast), apps, digitale vertrekborden en reclamezuilen, en andere kanalen. Hierbij kunnen aan burgers handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor bekostiging van het beheer en de doorontwikkeling van NL-Alert. De Landelijke Meldkamersamenwerking (LMS) is verantwoordelijk voor het reguliere onderhoud van NL-Alert. Per 2026 is de bijdrage hiervoor verantwoord vanaf de regeling Beheer meldkamers op artikel 31 en is het bijbehorende budget naar dit artikel overgeboekt.
Onder «Crisiscommunicatie» valt tevens de bekostiging van het beheer en de doorontwikkeling van de Noodcommunicatievoorziening (NCV), waarvoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid eveneens verantwoordelijk is. De NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door belangrijke overheidspartijen, private en maatschappelijke partijen tijdens een ramp of crisis als internet en/of het reguliere openbare (mobiele) telecommunicatienetwerk overbelast raakt of uitvalt. Daarnaast wordt een verkenning naar de toekomstige inrichting van noodcommunicatie bekostigd van waaruit implementatie van een mogelijk nieuw noodcommunicatiesysteem volgt.
Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)
Het NCSC werkt aan de digitale weerbaarheid van Nederland. Dat doet het NCSC in opdracht van meerdere ministeries. Het ministerie van JenV is namens deze de verschillende ministeries coördinerend opdrachtgever voor het NCSC. Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet wordt de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) ingetrokken. De Cyberbeveiligingswet versterkt de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Bovendien wordt hiermee de zorgplict, de meldplicht en de registratieplicht voor circa 8000 essentiële en belangrijke organisaties evenals bepaalde overheidsinstanties wettelijk verankerd. De Cyberbeveiligingswet, de Cyber Resilience Act (CRA), Network code on cybersecurity (NCCS), de wet weerbaarheid kritieke entiteiten (WWke) en de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (Wbdwb) vormen samen het wettelijk kader voor het NCSC. Het NCSC vervult 4 essentiële rollen om uitvoering te gaven aan haar wettelijke taken en om de digitale weerbaarheid van Nederland te versterken, namelijk Uitvoeringscoördinator waarmee het de publiek-private samenwerking coördineert, kennis en expertisecentrum, nationaal CSIRT30 voor het coördineren en afhandelen van grootschalige cyberincidenten en sectorale CSIRT voor specifieke ondersteuning en incident respons voor bepaalde sectoren.
Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding
Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.
De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de veranderingen aan het taakveld Bewaken en Beveiligen, specifiek de inrichting van het stelsel Beveiligen van Personen. Het doel blijft hetzelfde: om ernstig bedreigde personen goed te kunnen beveiligen.
Binnen het stelsel heeft de NCTV de rol van het gezag in de uitvoering en voor het opstellen van zogenoemde Geïntegreerde Dreigingsbeelden, gebaseerd op informatie van de politie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In 2025 zijn de beleidsmatige kaders voor het nieuwe stelsel gereed gemaakt en in 2026 en 2027 wordt de wettelijke verankering en de gefaseerde implementatie afgerond. Dan is onder andere de Dreigingsanalysefunctie ingericht en zijn de versterkingstrajecten bij politie en Defensie grotendeels geëffectueerd. De beoogde effecten zijn dat met het neerzetten van de fundamenten in het nieuwe stelsel het werk efficiënter en effectiever kan worden vormgegeven, zodat de operationele druk op dit domein verlicht kan worden.
36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid
Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s
Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)
De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart).
De verantwoordelijkheid van de Minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het Koninklijk Besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding).
Besluit van 14 december 2005, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter, Stb. 2005, nr. 662.
Kamerstukken II 2022-2023 29911, nr. 395.
Voor de meest recente versies wordt verwezen naar respectievelijk: brief integrale aanpak Jihadisme (Kamerstukken II 2017-2018 29754, nr. 419); Brief dreigingsbeeld cyber security (kamerstukken II 2017-2018 26643 nr. 540), Voortgangsbrief Crisisbeheersing (Kamerstukken II 2023-2024 29517, nr. 251).
3.6 Artikel 38 Inburgering
De Minister van JenV was enkel in 2025 belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van inburgering. Tot en met 2024 en vanaf 2026 ligt deze taak bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 494.527 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitgaven | 494.527 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
38.2 | Inburgering | 494.527 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage aan agentschappen | 31.222 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
DUO | 31.222 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 33.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
COA | 33.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 384.346 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Inburgeringsvoorziening | 364.702 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Onderwijsroute | 19.644 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Subsidies (regelingen) | 14.188 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Vroege integratie | 10.494 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 3.694 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 5.247 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Inburgering en integratie | 5.247 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Leningen | 26.524 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
DUO | 26.524 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 103.080 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 91. Apparaat kerndepartement
Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement van Justitie en Veiligheid weergegeven. Het betreft hier de verplichtingen en uitgaven voor zowel personeel (waaronder ambtelijk personeel en inhuur externen) als materieel (waaronder ICT-uitgaven en SSO’s).Als gevolg van de besluitvorming om het Ministerie van AenM op te heffen31, zijn de apparaatsuitgaven van het voormalige kerndepartent van het Ministerie van AenM met ingang van 2027 opgenomen bij de uitgaven kerndepartement Ministerie van JenV.
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 639.918 | 650.811 | 635.235 | 567.331 | 554.687 | 533.966 | 507.743 |
Uitgaven | 621.548 | 653.186 | 637.728 | 569.949 | 542.785 | 533.966 | 507.743 | |
91.1 | Apparaatsuitgaven kerndepartement | 621.548 | 653.186 | 637.728 | 569.949 | 542.785 | 533.966 | 507.743 |
Personele uitgaven | 436.930 | 409.888 | 381.892 | 354.462 | 337.758 | 332.504 | 319.964 | |
Eigen personeel | 347.714 | 354.022 | 346.380 | 324.116 | 307.534 | 296.864 | 293.654 | |
Externe inhuur | 78.220 | 47.527 | 27.763 | 23.634 | 23.726 | 29.128 | 19.865 | |
Overig personeel | 10.996 | 8.339 | 7.749 | 6.712 | 6.498 | 6.512 | 6.445 | |
Materiële uitgaven | 184.618 | 243.298 | 255.836 | 215.487 | 205.027 | 201.462 | 187.779 | |
ICT | 41.404 | 62.291 | 66.105 | 48.228 | 42.110 | 35.881 | 33.929 | |
SSO's | 104.295 | 128.627 | 127.497 | 113.374 | 113.244 | 116.538 | 106.357 | |
Overig materieel | 38.919 | 52.380 | 62.234 | 53.885 | 49.673 | 49.043 | 47.493 | |
Ontvangsten | 21.766 | 16.770 | 10.506 | 10.404 | 10.128 | 9.843 | 9.739 | |
Toelichting op de financiële instrumenten
De uitgaven in het jaar 2026 ten opzichte van het jaar 2025 en verder wordt voornamelijk veroorzaakt door de volgende mutaties:
– Het NCSC verricht in opdracht van diverse departementen (BZK, Fin,IenW, EZK, LVVN, KGG) de sectorale CSIRT-taken in het kader van de NIS2-richtlijn/Cyberbeveiligingswet. Hiervoor is in 2026 in totaal € 22 mln. en in 2027 totaal € 28,4 mln. door de departementen overgeheveld naar de begroting van JenV.
– Er wordt totaal € 16,5 mln. aan eindejaarsmarge toegekend voor o.a. de volgende onderdelen:
• Uitvoering project Toekomst Financiële Administratie Informatievoor-ziening 2027-2028 € 5,4 mln.
• Amendement Van Kent € 5,1 mln.
• Raad van Voorzitterschap Raad van Europa € 2,4 mln.
• Vervanging audiovisuele voorzieningen € 1 mln.
– Een budgetoverheveling van het ministerie van EZ naar JenV. Het betreft middelen voor het Digital Trust Center (onderdeel EZ) naar het NCSC. Om als ministerie van EZ de taken voortvloeiend uit de Wet bevordering digitale weerbaarheid van bedrijven (Wbdwb) uit te kunnen blijven voeren, zal het ministerie van EZ op jaarlijkse basis het NCSC voor deze taken aanschrijven. Hiervoor is in 2026 € 6,2 mln. en vanaf 2027 € 5,7 mln. aan budget overgeheveld naar de begroting van JenV.
– Om te kunnen voldoen aan de verdragsrechtelijke verplichtingen als gastland en te voorkomen dat Europol haar taken niet meer naar behoren kan uitvoeren, wordt het budget meerjarig verhoogd met € 6,3 mln. vanuit de JenV-begroting om op korte termijn aan een aantal verplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast is voor 2026 en 2027 voor elk jaar € 6,3 mln. vanuit HGIS beschikbaar gesteld.
– De NCTV verstrekt € 49,1 mln. aan het NCSC voor het uitvoeren van diverse taken ter voorkoming of beperking van de uitval van de beschik-baarheid of het verlies van integriteit van de systemen van rijksover-heidsorganisaties en vitale aanbieders en ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Dit op basis van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.
– Een administratieve correctieboeking van artikel 91 naar artikel 36 betreffende weerbaarheid.
– Een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen (maatregel 61 uit het coalitieakkoord). Het apparaatsbudget voor het kerndepar-tement wordt in 2029 verlaagd met € 2,7 mln. oplopend naar € 5,3 mln. vanaf 2030.
– De verlaging van het apparaatsbudget vanaf 2030 wordt voornamelijk verklaard door de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid. Er wordt een additionele taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid (maatregel 62 uit het coalitieakkoord). Het budget wordt in 2029 verlaagd met € 9,6 mln. en vanaf 2030 met € 24,1 mln.
– De toekenning van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026-2031 wordt op dit artikelonderdeel verantwoord: in 2026 € 7,5 miljoen, aflopend tot € 6 miljoen vanaf 2031.
– Een bijdrage van € 6 miljoen aan het NFI voor JusticeLink in 2026 voor een veilige en efficiente data-analyse ten behoeve van het JenV-domein.
– Middelen ten behoeve van het fysiek scheiden van de verschillende ICT-omgevingen binnen JIO om de informatiebeveiliging te verbeteren, worden in 2026 € 5 miljoen, in 2027 € 7 miljoen en in 2028 € 5 miljoen beschikbaar gesteld.
– In 2026 is aan JIO € 5 miljoen beschikbaar gesteld (zie de bovenstaande post) om de omgevingen van verschillende gebruikers te segmenteren. De middelen die hiervoor in 2026 zijn gereserveerd, zullen pas in latere jaren tot besteding komen. Het budget wordt via een kasschuif overgeheveld naar de jaren waarin de uitgaven naar verwachting zullen plaatsvinden.
– De efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid uit het coalitieakkoord (maatregel 61) loopt op tot en met 2030. In aanvulling daarop wordt vanaf 2031 een aanvullende, oplopende taakstelling opgelegd. De aanvullende taakstelling wordt naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoeringsorganisatie verdeeld, met als doel de structurele vermindering van de apparaatsuitgaven. In 2031 betreft dit € 5,2 miljoen op artikel 91.
– In het coalitieakkoord is afgesproken dat een taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt versneld ingevoerd. Deze taakstelling wordt op dezelfde manier verdeeld als de aanvullende taakstelling (zie hierboven). Het betreft € 5,2 miljoen in 2028 en € 5,1 miljoen in 2029.
– Het restant saldo betreft diverse kleinere mutaties.
B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten
Bij het onderstaande overzicht van de totale apparaatskosten is een onderscheid gemaakt naar de apparaatskosten van het ministerie, de agentschappen en de begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Openbaar Ministerie | 936.977 | 952.485 | 959.609 | 935.749 | 935.356 | 936.519 | 936.377 |
Raad voor de rechtspraak | 1.380.119 | 1.491.797 | 1.531.492 | 1.519.739 | 1.507.912 | 1.529.758 | 1.527.308 |
Raad voor de Kinderbescherming | 266.290 | 267.114 | 264.968 | 256.526 | 248.872 | 236.948 | 234.428 |
Hoge Raad | 45.431 | 44.867 | 45.229 | 44.757 | 44.563 | 44.549 | 44.542 |
Kerndepartement | 621.548 | 653.186 | 637.728 | 569.949 | 542.785 | 533.966 | 507.743 |
waarvan Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) | 7.331 | 7.775 | 7.840 | 7.927 | 7.818 | 7.601 | 7.520 |
waarvan Nat. Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen | 2.138 | 2.396 | 2.283 | 2.260 | 2.197 | 2.136 | 2.113 |
waarvan Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) | 101.457 | 153.243 | 218.208 | 235.982 | 236.636 | 236.430 | 235.938 |
waarvan Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) | 78.477 | 100.930 | 51.765 | 22.945 | 21.493 | 21.188 | 21.023 |
waarvan Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) | 2.251 | 4.379 | 3.420 | 3.590 | 2.067 | 2.010 | 1.988 |
waarvan Adviescollege Verloftoetsing tbs (AVT) | 1.640 | 1.389 | 1.378 | 1.365 | 1.329 | 1.291 | 1.277 |
waarvan Inspectie JenV | 18.440 | 18.510 | 16.445 | 16.273 | 15.836 | 15.400 | 15.244 |
waarvan Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) | 14.908 | 15.756 | 15.574 | 15.251 | 14.844 | 14.434 | 14.285 |
Totaal apparaatsuitgaven ministerie | 3.250.365 | 3.409.449 | 3.439.026 | 3.326.720 | 3.279.488 | 3.281.740 | 3.250.398 |
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Dienst Justitiële Inrichtingen | 2.140.686 | 2.140.686 | 2.254.080 | 2.271.544 | 2.256.458 | 2.229.700 | 2.243.658 |
Centraal Justitieel Incasso Bureau | 240.504 | 284.040 | 244.680 | 225.601 | 217.355 | 211.434 | 209.525 |
Nederlands Forensisch Instituut | 98.742 | 101.729 | 109.002 | 105.527 | 100.134 | 97.540 | 96.856 |
Dienst Justis | 72.348 | 72.373 | 87.928 | 92.598 | 97.025 | 100.727 | 100.727 |
Justitiële Informatiedienst | 0 | 92.214 | 100.800 | 100.800 | 100.800 | 100.800 | 100.800 |
Justitiële ICT organisatie | 0 | 202.873 | 221.300 | 221.300 | 221.300 | 221.300 | 221.300 |
Totaal apparaatskosten Agentschappen | 2.552.280 | 2.598.828 | 2.695.690 | 2.695.270 | 2.670.972 | 2.639.401 | 2.650.766 |
Nationale Politie | 8.596.285 | 8.900.134 | 9.035.531 | 9.071.068 | 9.130.601 | 9.164.726 | 9.159.756 |
Politieacademie | 2.513 | 2.590 | 2.588 | 2.581 | 2.580 | 2.580 | 2.579 |
Raad voor Rechtsbijstand | 34.094 | 42.180 | 42.002 | 42.495 | 43.086 | 43.686 | 43.670 |
Bureau Financieel Toezicht | 10.714 | 11.600 | 14.741 | 14.031 | 13.291 | 12.632 | 12.450 |
Autoriteit Persoonsgegevens | 56.834 | 59.991 | 56.833 | 54.184 | 51.766 | 49.407 | 48.876 |
College voor de Rechten van de Mens | 12.700 | 14.157 | 12.762 | 12.416 | 12.306 | 12.306 | 12.304 |
College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten | 1.565 | 1.826 | 1.802 | 1.791 | 1.744 | 1.676 | 1.676 |
College Gerechtelijk Deskundigen | 2.461 | 2.346 | 2.311 | 2.274 | 2.218 | 2.163 | 2.143 |
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak | 6.057 | 6.126 | 6.121 | 6.113 | 6.112 | 6.112 | 6.111 |
Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) | 7.452 | 7.654 | 7.071 | 6.959 | 6.771 | 6.580 | 6.510 |
Raad voor de rechtshandhaving | 308 | 308 | 308 | 308 | 308 | 308 | 308 |
Reclasseringsorganisaties (cluster): | |||||||
* Reclassering Nederland | 196.727 | 211.983 | 202.813 | 201.315 | 201.648 | 201.648 | 201.610 |
* Leger des Heils | 29.479 | 31.219 | 30.911 | 30.396 | 30.418 | 30.418 | 30.409 |
* Stichting Verslavingsreclassering GGZ | 93.873 | 103.664 | 102.779 | 102.184 | 100.170 | 100.170 | 100.140 |
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven | 14.702 | 14.582 | 13.561 | 13.256 | 12.880 | 12.538 | 12.404 |
Slachtofferhulp Nederland | 61.819 | 68.356 | 70.413 | 70.954 | 70.939 | 70.939 | 70.917 |
LBIO | 4.266 | 4.380 | 4.332 | 4.264 | 4.037 | 3.938 | 3.900 |
Halt | 14.217 | 14.650 | 14.896 | 15.048 | 15.067 | 15.067 | 15.064 |
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) | 61.040 | 62.230 | 60.072 | 58.372 | 57.235 | 56.213 | 56.008 |
Onderzoeksraad voor Veiligheid | 17.280 | 17.985 | 17.772 | 17.493 | 17.026 | 16.557 | 16.386 |
Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's | 9.224.386 | 9.577.961 | 9.699.619 | 9.727.502 | 9.780.203 | 9.809.664 | 9.803.221 |
C. Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal
Onderstaand worden de apparaatsuitgaven van het kerndepartement in tabelvorm waar mogelijk onderverdeeld naar Directoraat Generaal.
organisatieonderdeel | bedrag |
|---|---|
DG Ondermijning Politie en Veiligheidsregio´s | 33.128 |
DG Rechtspleging en Rechtshandhaving | 67.391 |
DG Migratie | 32.294 |
DG Straffen en Beschermen | 40.321 |
NCTV en NCSC | 112.935 |
Inspectie JenV | 16.445 |
SG en HDBV cluster | 335.214 |
Totaal Apparaat | 637.728 |
Inspectie JenV
Op artikel 91 worden ook de uitgaven voor de Inspectie JenV verantwoord.
Het werkprogramma wordt separaat aan het parlement aangeboden. De Inspectie JenV kent onder gezag van de Inspecteur-Generaal, de volgende indeling in toezichtgebieden en een beheerdirectie:
– Directie Beschermen, Straffen en Handhaving (BSH);
– Directie Politie, Security en Crisisbeheersing (PSenC);
– Directie Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering (SKenB).
Met deze indeling wordt een substantieel deel van de taakuitvoering door JenV-uitvoeringsorganisaties gedekt met toezicht om zo de kwaliteit van de taakuitvoering en de naleving van regels en normen inzichtelijk te maken. Met haar toezicht kijkt de Inspectie JenV periodiek naar het functioneren van organisaties en de ketens en netwerken waarin zij samenwerken. Zo ontstaat een breed en evenwichtig inzicht in de (uit)werking van de maatschappelijke opgaven van JenV: een weerbare samenleving, bescherming en perspectief waaronder een rechtvaardig migratiebeleid en een veilige samenleving. De Inspectie benoemt daarbij leerpunten, formuleert aanbevelingen en signaleert kansen en risico’s.
4.2 Artikel 92. Nog onverdeeld
De grondslag voor het in de begroting opnemen van het niet-beleidsartikel «Nog onverdeeld» staat in artikel 2, lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW). Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het tijdelijk plaatsen van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 0 | 6.980 | 33.640 | 72.534 | 79.712 | 63.086 | 63.456 |
Uitgaven | 0 | 19.301 | 33.640 | 72.534 | 79.712 | 63.086 | 63.456 | |
92.1 | Nog onverdeeld | 0 | 19.301 | 33.640 | 72.534 | 79.712 | 63.086 | 63.456 |
Nog te verdelen | 0 | 19.301 | 33.640 | 72.534 | 79.712 | 63.086 | 63.456 | |
Nog onverdeeld | 0 | 19.301 | 33.640 | 72.534 | 79.712 | 63.086 | 63.456 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Uitgaven
Op artikel 92 staan diverse bedragen die op een later moment worden toebedeeld aan de beleidsartikelen.
4.3 Artikel 93. Geheim
De grondslag voor het in de begroting opnemen van geheime uitgaven staat in artikel 2, lid 8 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW).
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 2.945 | 3.702 | 3.701 | 3.673 | 3.672 | 3.672 | 3.667 |
Uitgaven | 2.945 | 3.702 | 3.701 | 3.673 | 3.672 | 3.672 | 3.667 | |
93.1 | Geheim | 2.945 | 3.702 | 3.701 | 3.673 | 3.672 | 3.672 | 3.667 |
Geheim | 2.945 | 3.702 | 3.701 | 3.673 | 3.672 | 3.672 | 3.667 | |
Geheim | 2.945 | 3.702 | 3.701 | 3.673 | 3.672 | 3.672 | 3.667 | |
Ontvangsten | 108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
5. Begroting agentschappen
5.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)
De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk bestaan op te bouwen.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 3.582.549 | 3.680.853 | 3.692.206 | 3.715.399 | 3.654.178 | 3.650.472 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 273.253 | 406.457 | 477.634 | 470.132 | 523.899 | 540.563 |
waarvan bijdrage capaciteit | 3.411.949 | 3.510.253 | 3.521.606 | 3.544.799 | 3.483.578 | 3.479.872 |
waarvan overige bijdrage | 170.600 | 170.600 | 170.600 | 170.600 | 170.600 | 170.600 |
Rentebaten | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 | 12.000 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 3.867.802 | 4.099.310 | 4.181.840 | 4.197.531 | 4.190.077 | 4.203.035 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 2.140.686 | 2.254.080 | 2.271.544 | 2.256.458 | 2.229.700 | 2.243.658 |
- Personele kosten | 1.815.686 | 1.929.080 | 1.946.544 | 1.931.458 | 1.904.700 | 1.918.658 |
waarvan eigen personeel | 1.668.686 | 1.782.080 | 1.799.544 | 1.784.458 | 1.757.700 | 1.771.658 |
waarvan inhuur externen | 140.000 | 140.000 | 140.000 | 140.000 | 140.000 | 140.000 |
waarvan overige personele kosten | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 |
- Materiële kosten | 325.000 | 325.000 | 325.000 | 325.000 | 325.000 | 325.000 |
waarvan apparaat ICT | 185.000 | 185.000 | 185.000 | 185.000 | 185.000 | 185.000 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 70.000 | 70.000 | 70.000 | 70.000 | 70.000 | 70.000 |
waarvan overige materiële kosten | 70.000 | 70.000 | 70.000 | 70.000 | 70.000 | 70.000 |
Materiële programmakosten | 468.084 | 575.300 | 625.300 | 655.300 | 680.300 | 679.300 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 1.202.432 | 1.212.330 | 1.227.396 | 1.228.173 | 1.222.477 | 1.222.477 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 12.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 |
- Materieel | 12.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 |
waarvan apparaat ICT | 800 | 800 | 800 | 800 | 800 | 800 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 11.200 | 12.200 | 12.200 | 12.200 | 12.200 | 12.200 |
- Immaterieel | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
Overige lasten | 44.500 | 44.500 | 44.500 | 44.500 | 44.500 | 44.500 |
waarvan dotaties voorzieningen | 44.500 | 44.500 | 44.500 | 44.500 | 44.500 | 44.500 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 3.867.802 | 4.099.310 | 4.181.840 | 4.197.531 | 4.190.077 | 4.203.035 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsaandeel VPB-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten
Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of dienstenOnder de categorie waarvan bijdrage capaciteit betreft dit de bijdrage vanuit het moederdepartement die DJI ontvangt gekoppeld aan de capaciteit. Deze post is gebaseerd op de huidige kostprijzen en de opgenomen productieaantallen (zie onderdeel doelmatigheidsindicatoren). Dit omvat tevens de bijdrage die DJI ontvangt vanuit de begroting van Asiel en Migratie voor vreemdelingenbewaring.
Daarnaast ontvangt DJI onder de post waarvan overige bijdragenontvangsten van het Europees Sociaal Fonds (ESF), de externe opbrengst van de arbeid en de winkels ten behoeve van de gedetineerden, de externe dienstverlening (waaronder bewakings- en beveiligsdiensten van de DV&O), de exploitatievergoeding voor de VN-bewaring, Kosovo Specialist Chambers (KSC) en de opbrengst van het Internationaal Strafhof.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 3.582,5 | 3.680,9 | 3.692,2 | 3.715,4 | 3.654,2 | 3.650,5 |
waarvan bijdrage t.a.v. capaciteitsbehoefte | 3.411,9 | 3.510,3 | 3.521,6 | 3.544,8 | 3.483,6 | 3.479,9 |
Operationele sanctiecapaciteit (incl.res.+ in stand te houden cap. GW/VB) | 1.806,1 | 1.867,6 | 1.861,9 | 1.876,5 | 1.817,4 | 1.813,7 |
Extramurale sanctiecapaciteit | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 |
Forensische zorgplaatsen in het GW (PPC's) | 211,7 | 213,6 | 212,9 | 214,7 | 215,6 | 214,8 |
Tbs-capaciteit | 605,3 | 617,5 | 638,7 | 647,4 | 647,3 | 647,8 |
Intramurale inkoopplaatsen For. Zorg | 429,9 | 427,1 | 425,4 | 421,5 | 419,3 | 420,2 |
Vreemdelingenbewaring | 100,2 | 100,6 | 79,2 | 79,3 | 78,9 | 78,9 |
Justitiële jeugdinrichtingen (incl. reserve en in stand te houden cap.) | 255,7 | 280,7 | 300,5 | 302,3 | 302,1 | 301,5 |
waarvan overige bijdrage | 170,6 | 170,6 | 170,6 | 170,6 | 170,6 | 170,6 |
baten vanuit moederdepartement | 69,1 | 69,1 | 69,1 | 69,1 | 69,1 | 69,1 |
baten vanuit overige departementen | 24,8 | 24,8 | 24,8 | 24,8 | 24,8 | 24,8 |
baten vanuit partijen anders dan departementen | 76,7 | 76,7 | 76,7 | 76,7 | 76,7 | 76,7 |
Baten als tegenprestatie voor levering van inputDit betreffen bijdragen die buiten de kostprijzen vallen. Dit omvat onder andere de bijdrage ten behoeve vande capaciteit in Caribisch Nederland, de inkoop van ambulante forensische zorg en de bijdrage ten aanzien van het meerjarig actieplan gevangeniswezen32.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten als tegenprestatie voor levering van input | 273,3 | 406,5 | 477,6 | 470,1 | 523,9 | 540,6 |
Inkoop ambulante forensische zorg | 179,6 | 187,3 | 187,1 | 187,1 | 187,1 | 187,1 |
Capaciteit Caribisch Nederland (BES) | 22,6 | 22,4 | 22,4 | 22,4 | 22,4 | 22,4 |
Vlissingen | 0,5 | 0,0 | 16,0 | 22,5 | 75,2 | 76,9 |
SBF | 36,7 | 36,7 | 36,7 | 36,7 | 36,7 | 36,7 |
vreemdelingen veldzicht | 11,7 | 11,7 | 11,7 | 11,7 | 11,7 | 11,7 |
Amendement Elian extra plekken licht beveiligde afdeling | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Aanpak voortgezet crimineel handelen vanuit detentie | 13,3 | 16,0 | 16,0 | 16,0 | 16,0 | 16,0 |
migratie en ontvlechting (segmentatie) ICT | 6,0 | 7,0 | 5,0 | 1,0 | 2,0 | 2,0 |
zorgmachtiging in detentie | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 |
BBA CN | 0,1 | 0,1 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
actieplan GW | 0,0 | 125,0 | 182,5 | 172,5 | 172,5 | 187,5 |
Overige niet bij p*q inbegrepen | 2,5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
RentebatenOp basis van liquiditeitspositie van DJI en de rentestand worden er voor aankomende jaren rentebaten verwacht.
Lasten
Personele kostenOnderstaand een overzicht van het aantal fte's en de loonkosten daarvan aangevuld met de overige personeelskosten. De totale personele kosten van eigen personeel bestaan uit de kosten van ambtelijk personeel.
Externe inhuurDJI maakt o.a. gebruik van inhuur van beveiligingspersoneel, inhuur van ICT-deskundigen en zorgpersoneel.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Eigen personeel | ||||||
Kosten | 1.668.686 | 1.782.080 | 1.799.544 | 1.784.458 | 1.757.700 | 1.771.658 |
Aantal fte | 17.655 | 18.855 | 19.040 | 18.880 | 18.597 | 18.745 |
Externe inhuur | ||||||
Kosten | 140.000 | 140.000 | 140.000 | 140.000 | 140.000 | 140.000 |
Overige personeelskosten | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 |
Totale kosten | 1.815.686 | 1.929.080 | 1.946.544 | 1.931.458 | 1.904.700 | 1.918.658 |
Materiële kosten
Onder deze post zijn de materiële kosten opgenomen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van DJI. Dit betreft met name exploitatiekosten en bureaukosten. Verder vallen onder deze post ook de bijdragen aan verschillende Rijksdiensten (shared service organisaties) voor onder andere de huisvesting van het hoofdkantoor DJI, landelijke (ondersteunende) diensten en diverse interne diensten (shared service center) van DJI. De post materiële kosten; waarvan apparaat ICT betreft onder andere de bijdrage van DJI aan het baten-lastenagentschap de Justitiële ICT Organisatie.
Materiële programma kosten
Hieronder vallen kosten samenhangend met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen. Hieronder vallen onder andere de RVB gebruikersvergoeding ten behoeve van de vestigingen.
Materiële programmakosten | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Gebruikersvergoeding RVB programma | 190.000 | 240.000 | 280.000 | 310.000 | 335.000 | 335.000 |
Overige huisvestingskosten programma | 130.000 | 155.000 | 155.000 | 155.000 | 155.000 | 155.000 |
Kosten justitieel ingeslotenen | 115.000 | 115.000 | 115.000 | 115.000 | 115.000 | 114.500 |
Materiële kosten arbeid justitiabelen | 33.000 | 33.000 | 33.000 | 33.000 | 33.000 | 32.500 |
Overige exploitatiekosten programma | 84 | 32.300 | 42.300 | 42.300 | 42.300 | 42.300 |
Totaal | 468.084 | 575.300 | 625.300 | 655.300 | 680.300 | 679.300 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Onder deze post zijn kosten opgenomen die betrekking hebben op opdrachten ten behoeve van de primaire taak en extern ingekochte diensten en daarmee samenhangende materiaal- en overheadkosten ten behoeve van de primaire taak, anders dan externe inhuur. Een belangrijk onderdeel vallend onder deze post betreft de inkoop van forensische zorg.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Financiering particuliere instellingen Jeugd | 85.000 | 85.000 | 85.000 | 85.000 | 85.000 | 85.000 |
Inkoop forensische zorg | 1.080.000 | 1.090.000 | 1.105.160 | 1.106.045 | 1.100.392 | 1.100.392 |
Subsidies en overige bijdragen | 3.932 | 3.830 | 3.736 | 3.628 | 3.585 | 3.585 |
Kosten arrestanten politiebureaus | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 |
Overig | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 | 30.000 |
Totaal | 1.202.432 | 1.212.330 | 1.227.396 | 1.228.173 | 1.222.477 | 1.222.477 |
Afschrijvingskosten
De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.
Overige lasten
De jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op dotaties in het kader van de kosten substantieel bezwarende functies (SBF).
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 643.585 | 642.222 | 616.222 | 590.222 | 564.222 | 538.222 | 512.222 |
2 | +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 3.554.161 | 3.867.802 | 4.099.310 | 4.181.840 | 4.197.531 | 4.190.077 | 4.203.035 |
– /– totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 3.561.324 | ‒ 3.882.802 | ‒ 4.114.310 | ‒ 4.196.840 | ‒ 4.212.531 | ‒ 4.205.077 | ‒ 4.218.035 | |
Totaal operationele kasstroom | ‒ 7.162 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | ‒ 15.000 | |
3 | – /– totaal investeringen | ‒ 14.067 | ‒ 12.000 | ‒ 12.000 | ‒ 12.000 | ‒ 12.000 | ‒ 12.000 | ‒ 12.000 |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 109 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |
Totaal investeringsstroom | ‒ 13.958 | ‒ 11.000 | ‒ 11.000 | ‒ 11.000 | ‒ 11.000 | ‒ 11.000 | ‒ 11.000 | |
4 | – /– eenmalige uitkering aan moederdepartement | ‒ 21.290 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 41.048 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
– /– aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal financieringskasstroom | 19.758 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
5 | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 642.222 | 616.222 | 590.222 | 564.222 | 538.222 | 512.222 | 486.222 |
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.
In het kasstroomoverzicht zijn financieringsafspraken met het moederdepartement verwerkt.
Investeringskasstroom
Het betreffen hier de voorgenomen investeringen die worden gepleegd in de materiële vaste activa. In hoofdzaak betreft het investeringen in inventaris.
Financieringskasstroom
De bedragen in 2025 betreffen de afroming van het eigen vermogen van DJI. Daarnaast heeft het bedrag ten aanzien van eenmalige storting door moederdepartement onder andere betrekking op een vermogensmutatie ten behoeve van kosten voor substantieel bezwarende functies (SBF).
Doelmatigheid
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Saldo baten en lasten als % totale baten | ‒ 1,7% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Gevangeniswezen | |||||||
- Operationele capaciteit - structureel | 9.810 | 9.793 | 9.793 | 9.793 | 9.793 | 9.793 | 9.793 |
- Operationele capaciteit - tijdelijk | 67 | 269 | 308 | 260 | 60 | ‒ | |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag | 474 | 499 | 506 | 502 | 508 | 503 | 505 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 1.695,7 | 1.795,7 | 1.857,0 | 1.850,9 | 1.865,6 | 1.809,0 | 1.804,8 |
- Extramurale sanctiecapaciteit | 16 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1) | 164 | 166 | 166 | 166 | 166 | 166 | 166 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 1,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 |
Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra | |||||||
- Operationele capaciteit | 494 | 558 | 558 | 468 | 468 | 468 | 468 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1) | 447 | 492 | 494 | 463 | 464 | 462 | 462 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 80,5 | 100,2 | 100,6 | 79,2 | 79,3 | 78,9 | 78,9 |
- Reserve capaciteit gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring | 520 | 520 | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag | 63 | 55 | 49 | 50 | 50 | 38 | 40 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 11,9 | 10,4 | 10,7 | 11,0 | 10,9 | 8,4 | 8,9 |
- Verhuur tribunalen capaciteit | 96 | 96 | 96 | 96 | 96 | 96 | 96 |
- In stand te houden capaciteit GW/VB | 1.051 | 990 | 990 | 990 | 990 | 990 | 990 |
Forensische zorg | |||||||
Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC’s) | 727 | 739 | 739 | 739 | 739 | 739 | 739 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1) | 769 | 785 | 792 | 789 | 796 | 799 | 796 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 204,1 | 211,7 | 213,6 | 212,9 | 214,7 | 215,6 | 214,8 |
- TBS-capaciteit | 1.683 | 1.891 | 1.938 | 2.012 | 2.037 | 2.037 | 2.037 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1) | 860 | 877 | 873 | 870 | 871 | 871 | 871 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 528,6 | 605,3 | 617,5 | 638,7 | 647,4 | 647,3 | 647,8 |
Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg | |||||||
- Klinische behandelplaatsen forensische zorg | 922 | 791 | 791 | 791 | 791 | 791 | 791 |
- Klinische behandelplaatsen voor gedetineerden | 4 | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 | 15 |
- Gem. prijs per plaats per dag (x € 1) | 811 | 877 | 874 | 871 | 867 | 865 | 866 |
- Beschermd wonen capaciteit | 2.029 | 1.894 | 1.894 | 1.894 | 1.894 | 1.894 | 1.894 |
- Gem. prijs per plaats per dag (x € 1) | 250 | 249 | 246 | 245 | 241 | 238 | 239 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 458,9 | 429,9 | 427,1 | 425,4 | 421,5 | 419,3 | 420,2 |
- Inkoop ambulante forensische zorg (x € 1 mln.) | 162,1 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Operationele capaciteit justitiële jeugdinrichtingen | |||||||
- Rijksjeugdinrichtingen capaciteit | 320 | 338 | 338 | 339 | 339 | 339 | 339 |
- Particuliere jeugdinrichtingen capaciteit | 276 | 284 | 318 | 358 | 366 | 366 | 366 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1) | 1.002 | 1.107 | 1.147 | 1.164 | 1.159 | 1.158 | 1.153 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 217,9 | 251,4 | 274,6 | 296,2 | 298,1 | 297,9 | 296,8 |
- Reserve/wissel capaciteit jeugd | 103 | 77 | 113 | 72 | 64 | 64 | 64 |
- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1) | 156 | 155 | 148 | 165 | 181 | 181 | 202 |
- Omzet (x € 1 mln.) | 5,9 | 4,4 | 6,1 | 4,3 | 4,2 | 4,2 | 4,7 |
- In stand te houden capaciteit JJI | 36 | 36 | 36 | 36 | 36 | 36 | 36 |
Toelichting
In bovenstaande tabel staat de gefinancierde capaciteit.
Bij het gevangeniswezen is dit jaar een splitsing gemaakt in structureel gefinancierde capaciteit en tijdelijk gefinancierde capaciteit. De capaciteitseffecten ten aanzien van meerjarig actieplan gevangeniswezen33zijn in afwachting van nadere uitwerking nog niet tot uitdrukking gebracht in bovenstaand overzicht. Met name door loon- en prijsontwikkelingen zijn de kostprijzen geactualiseerd vanaf het jaar 2026 ten opzichte van de gerealiseerde kostprijzen in 2025.
Kamerstukken II 2025-2026 24587 VI, nr. 1134
Kamerstukken II 2025-2026 24587 VI, nr. 1134
5.2 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)
Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van JenV die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | |||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 189.642 | 194.233 | 174.684 | 173.666 | 171.900 | 170.159 | 169.484 |
Moederdepartement - P*Q | 169.555 | 173.186 | 152.296 | 151.279 | 149.512 | 147.772 | 147.097 |
Overige departementen - P*Q | 11.609 | 12.843 | 12.011 | 12.011 | 12.011 | 12.011 | 12.011 |
Derden - P*Q | 8.478 | 8.204 | 10.377 | 10.377 | 10.377 | 10.377 | 10.377 |
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 48.919 | 103.807 | 89.547 | 71.486 | 65.006 | 60.826 | 59.592 |
Moederdepartement - Projectfinanciering | 21.040 | 28.758 | 34.497 | 19.511 | 16.260 | 15.260 | 15.260 |
Moederdepartement - Overig | 27.879 | 75.049 | 55.050 | 51.975 | 48.746 | 45.566 | 44.332 |
Rentebaten | 2.442 | 2.750 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 | 1.500 |
Vrijval voorzieningen | 576 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 241.579 | 300.790 | 265.731 | 246.652 | 238.406 | 232.485 | 230.576 |
Lasten | |||||||
Apparaatskosten | 240.504 | 284.040 | 244.680 | 225.601 | 217.355 | 211.434 | 209.525 |
- Personele kosten | 196.344 | 236.622 | 195.759 | 176.680 | 168.434 | 162.513 | 160.604 |
waarvan eigen personeel | 130.522 | 165.479 | 164.304 | 145.225 | 136.979 | 131.058 | 129.149 |
waarvan inhuur externen | 57.966 | 59.334 | 7.725 | 7.725 | 7.725 | 7.725 | 7.725 |
waarvan overige personele kosten | 7.856 | 11.809 | 23.730 | 23.730 | 23.730 | 23.730 | 23.730 |
- Materiële kosten | 44.160 | 47.418 | 48.921 | 48.921 | 48.921 | 48.921 | 48.921 |
waarvan apparaat ICT | 17.003 | 17.700 | 18.833 | 18.833 | 18.833 | 18.833 | 18.833 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 8.853 | 7.400 | 8.732 | 8.732 | 8.732 | 8.732 | 8.732 |
waarvan overige materiële kosten | 18.304 | 22.318 | 21.356 | 21.356 | 21.356 | 21.356 | 21.356 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 10.902 | 12.947 | 16.766 | 16.766 | 16.766 | 16.766 | 16.766 |
Rentelasten | 173 | 116 | 200 | 200 | 200 | 200 | 200 |
Afschrijvingskosten | 3.286 | 3.688 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | 4.084 |
- Materieel | 3.147 | 3.688 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | 4.084 |
waarvan apparaat ICT | 2.969 | 3.510 | 3.930 | 3.930 | 3.930 | 3.930 | 3.930 |
waarvan overige materiele kosten | 178 | 178 | 154 | 154 | 154 | 154 | 154 |
- Immaterieel | 139 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 254.865 | 300.790 | 265.731 | 246.652 | 238.406 | 232.485 | 230.576 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | ‒ 13.286 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsaandeel VPB-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | ‒ 13.286 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten
Omzet moederdepartement
Voor een aantal producten krijgt het CJIB een bijdrage van JenV. Zie onderstaande tabel voor een nadere uitsplitsing voor 2026.
Prijs | Hoeveelheid | Omzet (* € 1.000) | |
|---|---|---|---|
Transacties | € 352,70 | 2.262 | € 798 |
Vrijheidsstraffen | € 459,43 | 35.381 | € 16.255 |
Taakstraffen | € 135,59 | 35.325 | € 4.790 |
Voorlopige hechtenis | € 338,98 | 16.839 | € 5.708 |
Schadevergoedingsmaatregelen | € 881,81 | 13.230 | € 11.666 |
Ontnemingsmaatregelen | € 12.644,00 | 927 | € 11.721 |
Jeugdreclassering | € 207,92 | 4.996 | € 1.039 |
V.I. | € 2.020,23 | 1.335 | € 2.697 |
Toezicht | € 204,45 | 12.014 | € 2.456 |
Geldboetes | € 9,00 | 9.432.661 | € 84.894 |
Projectfinanciering | € 34.497 | ||
Overig | € 65.322 | ||
Totaal | € 241.843 |
De overige opbrengsten bestaat uit onder meer doorbelastingen, project- en inputfinanciering.
Omzet overige departementen
Dit betreft de opbrengsten van andere overheidsorganisaties voor de inning van bestuurlijke boetes.
Opdrachtgever | Q | Departement | Bedrag (x€1.000) |
|---|---|---|---|
Tijdelijke Tolheffing | IenW | 8.603 | |
Dienst uitvoering onderwijs | 70.060 | OCW | 2.340 |
Diplomaten | 7.500 | BuZa | 389 |
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 5.700 | LVVN | 205 |
Inspectie Leefomgeving en transport | 3.000 | IenW | 108 |
Nederlandse arbeidsinspectie | 2.400 | SZW | 86 |
Rijksdienst voor ondernemende nederland | 1.500 | LVVN | 50 |
Uitvoeringsinstuur werknemersverzekering | 550 | SZW | 18 |
Dienst Einancieel Economisch Integriteit | 475 | Fin | 17 |
Rijksinspectie digitale infrastructuur | 170 | EZ | 6 |
Belastingdienst | 150 | Fin | 5 |
Inspectie gezondheidszorg en jeugd | 100 | VWS | 4 |
Douane | Fin | 3 | |
Overige inkomsten/bijdrages | Diversen | 177 | |
Totaal | 91.605 | 12.011 |
Omzet derden
In deze post zijn de baten opgenomen voor de taken die het CJIB uitvoert ten behoeve van het CAK en Clustering Rijksincasso.
Lasten
Personele kosten
Onderstaand een overzicht van het aantal fte's en de loonkosten daarvan. Het CJIB heeft als beleid om een deel van zijn personeel flexibel aan te trekken. Deze kosten zijn onder Externe inhuur opgenomen. De inhuur van (automatiserings)deskundigen ten behoeve van projecten is separaat onder de externe inhuur opgenomen.
Door diverse taakstellingen nemen de beschikbare middelen de komende jaren af. Dit vertaalt zich in een daling van de personele inzet (fte) en externe inhuur.
Personele kosten | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Formatie | 1.594 | 1.729 | 1.815 | 1.693 | 1.641 | 1.603 | 1.591 |
- Ambtelijk | 1.594 | 1.631 | 1.755 | 1.634 | 1.582 | 1.544 | 1.532 |
- Niet-ambtelijk | 72 | 98 | 59 | 59 | 59 | 59 | 59 |
-Eigen personeel | |||||||
Kosten | 130.522 | 141.546 | 164.304 | 145.225 | 136.979 | 131.058 | 129.149 |
aantal fte | 1.591 | 1.631 | 1.755 | 1.634 | 1.582 | 1.544 | 1.532 |
-Externe inhuur | 57.966 | 59.334 | 26.593 | 26.593 | 26.593 | 26.593 | 26.593 |
- Uitzendkrachten primair proces | 8.091 | 8.335 | 4.555 | 4.555 | 4.555 | 4.555 | 4.555 |
aantal fte | 90 | 98 | 59 | 59 | 59 | 59 | 59 |
- P-kosten Portfolio | 42.008 | 33.069 | 18.869 | 18.869 | 18.869 | 18.869 | 18.869 |
- Overige externe inhuur | 7.867 | 17.931 | 3.169 | 3.169 | 3.169 | 3.169 | 3.169 |
-Post-actief personeel | |||||||
Kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Aantal fte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
-Overige P-kosten | 7.856 | 11.809 | 4.862 | 4.862 | 4.862 | 4.862 | 4.862 |
- Overige P-kosten | 7.856 | 11.809 | 4.862 | 4.862 | 4.862 | 4.862 | 4.862 |
Totale kosten | 196.344 | 212.688 | 195.759 | 176.680 | 168.434 | 162.513 | 160.604 |
Materiële kostenOnder deze post zijn alle reguliere exploitatiekosten van het CJIB opgenomen.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
Dit betreft o.a. de kosten voor de inschakeling van gerechtsdeurwaarders in het incassotraject, zowel met betrekking tot de inning van de OM-producten (€ 11,9 mln.) als de inning voor andere opdrachtgevers buiten het domein van JenV (€ 4,9 mln.).
Rentelasten
Dit betreft de te betalen rente als gevolg van het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in (im)materiële vaste activa. De gemiddelde rente voor 2027 over de stand van de leningen bedraagt 2,1%.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.
Dotaties aan voorzieningen
Op de balans van het CJIB staan momenteel een reorganisatievoorziening en een RVU-voorziening. De omvang van beide voorzieningen bedraagt op 1-1-2026 € 1,0 mln. Van de voorzieningen is een bedrag van € 0,7 mln. als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken, waarvan € 0,4 mln. langer dan vijf jaar. Dotaties aan de voorziening zijn niet voorzien.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen | 98.476 | 94.791 | 94.894 | 94.448 | 94.352 | 94.618 | 95.014 |
2. | Totaal ontvangsten operationele kasstroom | 255.117 | 300.790 | 265.731 | 246.652 | 238.406 | 232.485 | 230.576 |
Totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 270.193 | ‒ 297.102 | ‒ 261.647 | ‒ 242.568 | ‒ 234.322 | ‒ 228.401 | ‒ 226.492 | |
Totaal operationele kasstroom | ‒ 15.076 | 3.688 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | 4.084 | |
3. | Totaal investeringen (-/-) | ‒ 3.188 | ‒ 5.250 | ‒ 1.863 | ‒ 5.953 | ‒ 3.145 | ‒ 1.653 | ‒ 5.233 |
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
Totaal investeringskasstroom | ‒ 3.188 | ‒ 5.250 | ‒ 1.863 | ‒ 5.953 | ‒ 3.145 | ‒ 1.653 | ‒ 5.233 | |
4. | Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Eenmalige storting door moederdepartement (+) | 14.182 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Aflossing op leningen (-/-) | ‒ 2.878 | ‒ 3.585 | ‒ 4.531 | ‒ 4.180 | ‒ 3.819 | ‒ 3.688 | ‒ 3.644 | |
Beroep op leenfaciliteit (+) | 3.275 | 5.250 | 1.863 | 5.953 | 3.145 | 1.653 | 5.233 | |
Totaal financieringskasstroom | 14.579 | 1.665 | ‒ 2.668 | 1.772 | ‒ 674 | ‒ 2.035 | 1.589 | |
5. | Rekening Courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (= 1+2+3+4) | 94.791 | 94.894 | 94.448 | 94.352 | 94.618 | 95.014 | 95.455 |
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Investeringen | Bedrag | Termijn |
|---|---|---|
- Hardware | 1.637.500 | 3 / 5 jaar |
- Software | 225.000 | 3 / 5 jaar |
Totaal | 1.862.500 |
Doelmatigheid
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
CJIB-totaal: | |||||||
fte-totaal | 1.591 | 1.631 | 1.755 | 1.634 | 1.582 | 1.544 | 1.532 |
Saldo van baten en lasten in % | ‒ 5,7% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Geldboetes | |||||||
Aantal | 6.752.810 | 9.399.645 | 9.432.661 | 9.432.661 | 9.432.661 | 9.432.661 | 9.432.661 |
Kostprijs (x €1) | 9,00 | 9,00 | 9,00 | 9,00 | 9,00 | 9,00 | 9,00 |
Omzet (p * q) | 60.775.287 | 84.596.806 | 84.893.949 | 84.893.949 | 84.893.949 | 84.893.949 | 84.893.949 |
% geïnde zaken binnen 1 jaar | 88,6 | 91,3 | 88,4 | 88,4 | 88,4 | 88,4 | 88,4 |
Transacties | |||||||
Aantal | 1.138 | 2.254 | 2.262 | 2.262 | 2.262 | 2.262 | 2.262 |
Kostprijs (x €1) | 4408,85 | 1121,72 | 352,70 | 348,70 | 337,60 | 326,66 | 322,42 |
Omzet (p * q) | 5.017.269 | 2.528.716 | 797.800 | 788.765 | 763.650 | 738.908 | 729.309 |
% geïnde zaken binnen 1 jaar | 64,6 | 55,0 | 64,6 | 64,6 | 64,6 | 64,6 | 64,6 |
Vrijheidsstraffen*1 | |||||||
Aantal | 31.002 | 35.114 | 35.381 | 35.381 | 35.381 | 35.381 | 35.381 |
Kostprijs (x €1) | 472,53 | 321,02 | 459,43 | 454,25 | 439,77 | 425,51 | 419,98 |
Omzet (p * q) | 14.649.461 | 11.272.278 | 16.255.138 | 16.071.819 | 15.559.623 | 15.055.015 | 14.859.263 |
Taakstraffen* | |||||||
Aantal | 45.236 | 34.729 | 35.325 | 35.325 | 35.325 | 35.325 | 35.325 |
Kostprijs (x €1) | 257,85 | 124,57 | 135,59 | 134,19 | 130,30 | 126,46 | 124,97 |
Omzet (p * q) | 11.664.174 | 4.326.281 | 4.789.595 | 4.740.351 | 4.602.763 | 4.467.213 | 4.414.630 |
Voorlopige hechtenis | |||||||
Aantal | 18.366 | 16.685 | 16.839 | 16.839 | 16.839 | 16.839 | 16.839 |
Kostprijs (x €1) | 503,95 | 357,10 | 338,98 | 335,15 | 324,47 | 313,95 | 309,87 |
Omzet (p * q) | 9.255.466 | 5.958.218 | 5.708.031 | 5.643.658 | 5.463.800 | 5.286.605 | 5.217.867 |
Schadevergoedingsmaatregelen | |||||||
Aantal | 11.836 | 12.828 | 13.230 | 13.230 | 13.230 | 13.230 | 13.230 |
Kostprijs (x €1) | 1241,91 | 1197,66 | 881,81 | 860,68 | 834,86 | 809,42 | 799,56 |
Omzet (p * q) | 14.699.755 | 15.364.183 | 11.666.288 | 11.386.816 | 11.045.218 | 10.708.680 | 10.578.127 |
% geïnde zaken binnen 10 jaar | 83,8 | 80,0 | 79,9 | 79,9 | 79,9 | 79,9 | 79,9 |
Ontnemingsmaatregelen | |||||||
Aantal | 1.003 | 943 | 927 | 927 | 927 | 927 | 927 |
Kostprijs (x €1) | 12.047,89 | 13.600,00 | 12.644,32 | 12.252,54 | 11.845,18 | 11.443,86 | 11.288,17 |
Omzet (p * q) | 12.084.033 | 12.825.740 | 11.721.284 | 11.358.106 | 10.980.485 | 10.608.458 | 10.464.137 |
% geïnde zaken binnen 10 jaar | 72,9 | 67,0 | 67,0 | 67,0 | 67,0 | 67,0 | 67,0 |
Voorwaardelijke invrijheidstelling | |||||||
Aantal | 1.330 | 1.319 | 1.335 | 1.335 | 1.335 | 1.335 | 1.335 |
Kostprijs (x €1) | 5.214,17 | 2.923,91 | 2.020,23 | 1.997,45 | 1.933,79 | 1.871,08 | 1.846,75 |
Omzet | 6.934.841 | 3.856.785 | 2.697.007 | 2.666.592 | 2.581.610 | 2.497.886 | 2.465.408 |
Routeren Toezicht | |||||||
Aantal | 13.026 | 12.243 | 12.014 | 12.014 | 12.014 | 12.014 | 12.014 |
Kostprijs (x €1) | 476,81 | 305,86 | 204,45 | 202,15 | 195,70 | 189,36 | 186,89 |
Omzet | 6.210.977 | 3.744.559 | 2.456.282 | 2.428.581 | 2.351.184 | 2.274.934 | 2.245.354 |
Jeugdreclassering | |||||||
Aantal | 5.109 | 5.037 | 4.996 | 4.996 | 4.996 | 4.996 | 4.996 |
Kostprijs (x €1) | 1090,70 | 551,95 | 207,92 | 205,76 | 199,73 | 193,79 | 191,49 |
Omzet | 5.572.402 | 2.780.090 | 1.038.759 | 1.027.980 | 997.865 | 968.195 | 956.685 |
Bestuurlijke boetes | |||||||
Aantal | 13.026 | 15.842 | 15.842 | 15.842 | 15.842 | 15.842 | 15.842 |
Tarief (x €1) | 27,84 | 32,41 | 23,94 | 23,94 | 23,94 | 23,94 | 23,94 |
Omzet (p * q) | 362.584 | 513.364 | 379.203 | 379.203 | 379.203 | 379.203 | 379.203 |
Overheidsincasso | |||||||
Omzet | 10.456.949 | 20.538.792 | 22.392.601 | 22.392.601 | 22.392.601 | 22.392.601 | 22.392.601 |
Omzet-diversen/input | |||||||
Omzet | 83.895.456 | 106.552.000 | 100.934.162 | 82.872.679 | 76.393.151 | 72.212.454 | 70.978.568 |
Totaal | 241.578.654 | 274.857.810 | 265.730.101 | 246.651.101 | 238.405.101 | 232.484.101 | 230.575.101 |
5.3 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)
Het NFI is een onafhankelijk overheidsinstituut en levert kwalitatief hoogwaardige forensische diensten aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn:
– het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, digitaal, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein,
– het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken,
– het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 131.770 | 144.454 | 141.918 | 132.655 | 130.620 | 129.833 |
waarvan bijdrage capaciteit | 128.438 | 133.846 | 130.423 | 128.297 | 126.262 | 125.475 |
waarvan overige bijdragen | 3.332 | 10.608 | 11.495 | 4.358 | 4.358 | 4.358 |
Rentebaten | 760 | 860 | 860 | 860 | 860 | 860 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 132.530 | 145.314 | 142.778 | 133.515 | 131.480 | 130.693 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 101.729 | 109.002 | 105.527 | 100.134 | 97.540 | 96.856 |
- Personele kosten | 94.574 | 100.012 | 96.777 | 91.473 | 89.040 | 88.389 |
waarvan eigen personeel | 86.564 | 87.467 | 85.448 | 82.181 | 80.618 | 80.293 |
waarvan inhuur externen | 5.462 | 9.444 | 8.310 | 6.304 | 5.490 | 5.175 |
waarvan overige personele kosten | 2.548 | 3.101 | 3.019 | 2.988 | 2.932 | 2.921 |
- Materiële kosten | 7.155 | 8.990 | 8.750 | 8.661 | 8.500 | 8.467 |
waarvan apparaat ICT | 2.785 | 2.301 | 2.240 | 2.217 | 2.176 | 2.167 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 720 | 937 | 912 | 903 | 886 | 883 |
waarvan overige materiële kosten | 3.650 | 5.752 | 5.598 | 5.541 | 5.438 | 5.417 |
Materiële programmakosten1 | 23.115 | 27.066 | 26.796 | 22.955 | 22.473 | 22.373 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 0 | 691 | 673 | 666 | 654 | 651 |
Rentelasten | 0 | 500 | 480 | 400 | 300 | 300 |
Afschrijvingskosten | 7.656 | 8.025 | 9.272 | 9.330 | 10.483 | 10.483 |
- Materieel | 7.656 | 8.025 | 9.272 | 9.330 | 10.483 | 10.483 |
waarvan apparaat ICT | 2.130 | 2.262 | 2.609 | 2.625 | 2.946 | 2.946 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 5.526 | 5.763 | 6.663 | 6.705 | 7.537 | 7.537 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
waarvan dotaties voorzieningen | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 132.530 | 145.314 | 142.778 | 133.515 | 131.480 | 130.693 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten
Baten als tegenprestatie voor levering van input Onder de categorie «waarvan bijdrage aan capaciteit» gaat het om de bijdrage die het NFI ontvangt op basis van capaciteit. Deze post is berekend op de actuele kostprijzen en de begrote productieaantallen.
Daarnaast ontvangt het NFI onder de post «waarvan overige bijdragen», bijdragen die buiten de kostprijzen vallen. Dit omvat onder andere een bijdrage voor werkzaamheden die het NFI doet voor Binnenlandse Zaken (BZK), evenals een bijdrage van het moederdepartement voor de WVW (Wegenverkeerswet) en de WMG (Wet Middelenonderzoek Geweldsplegers), bestemd voor onderzoek dat wordt uitbesteed aan particuliere laboratoria.
De taakstellingen uit het coalitieakkoord van Kabinet Jetten zijn vanaf 2027 verwerkt in de meerjarenbegroting door deze in mindering te brengen op de baten als tegenprestatie voor levering van input.
Rentebaten De rentebaten bestaan uit de renteontvangsten op de rekening courant die wordt gehouden bij de Rijkshoofdboekhouding (als onderdeel van het ministerie van Financiën).
Vrijval voorzieningen Onder deze post worden onder andere vrijval van de voorziening van dubieuze debiteuren en de voorziening voor vaststellingsovereenkomsten (VSO’s) opgenomen.
Bijzondere baten Hieronder worden bijvoorbeeld het boekresultaat van desinvesteringen, vrijval als gevolg van niet volledig uitgenutte reserveringen vanuit afgesloten VSO’s en de kosten van afhandeling van een schadezaak opgenomen.
Lasten
Personele kosten
De kosten voor het ambtelijk personeel nemen naar verwachting in 2027 toe, onder meer door CAO-verhogingen en toegenomen aantal FTE als gevolg van verdere verambtelijking van het personeel. De begroting voor 2027 e.v. is meer in lijn gebracht met de realisatie. Vanwege moeilijk vervulbare vacatures is extern personeel nodig voor de uitvoering van de taken. Het NFI heeft het beleid om het personeel waar mogelijk te verambtelijken. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de personele kosten. Omdat in eerdere jaren een voorziening voor wachtgeld is gevormd, zijn er geen kosten opgenomen voor postactief personeel.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Eigen personeel | ||||||
Kosten | 86.563 | 87.467 | 85.448 | 82.181 | 80.618 | 80.293 |
Aantal fte's | 780 | 774 | 756 | 727 | 713 | 711 |
Externe inhuur | ||||||
Kosten | 5.462 | 9.444 | 8.310 | 6.304 | 5.490 | 5.175 |
Aantal fte's | 24 | 42 | 37 | 28 | 24 | 23 |
Overige personele kosten | 2.548 | 3.101 | 3.019 | 2.988 | 2.932 | 2.921 |
Totale personele kosten | 94.573 | 100.012 | 96.777 | 91.473 | 89.040 | 88.389 |
Materiële kosten
Onder de materiële kosten zijn de kosten verantwoord die betrekking hebben op de bedrijfsvoering en bestaan uit een diverse kostenposten zoals reis- en verblijfkosten, bureaukosten, documentatiekosten etc. Onder de overige materiële kosten vallen onder meer de kosten van het laboratorium (onderhoudskosten laboratoriumapparatuur en aanschaf van zaken die op het laboratorium worden gebruikt zoals chemicaliën en gassen), de huisvesting en de ICT.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.
Rentelasten
De rentelasten vloeien voort uit de leningen die nodig zijn voor de aanschaf van de materiële vaste activa.
Overige lasten
De overige lasten bestaan uit de dotaties aan de voorzieningen voor VSO’s en RVU’s en transitievergoedingen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 32.212 | 33.716 | 33.241 | 33.241 | 33.242 | 33.242 | 33.243 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 139.137 | 137.667 | 145.314 | 142.778 | 133.515 | 131.480 | 130.693 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 139.715 | ‒ 130.011 | ‒ 137.289 | ‒ 133.506 | ‒ 124.185 | ‒ 120.997 | ‒ 120.210 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | ‒ 577 | 7.656 | 8.025 | 9.272 | 9.330 | 10.483 | 10.483 |
-/- totaal investeringen | ‒ 7.693 | ‒ 7.200 | ‒ 10.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 7.678 | ‒ 7.200 | ‒ 10.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | ‒ 3.911 | ‒ 8.131 | ‒ 8.025 | ‒ 9.271 | ‒ 9.330 | ‒ 10.482 | ‒ 10.482 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 7.632 | 7.200 | 10.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | 7.000 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 3.721 | ‒ 931 | 1.975 | ‒ 2.271 | ‒ 2.330 | ‒ 3.482 | ‒ 3.482 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 27.678 | 33.241 | 33.241 | 33.242 | 33.242 | 33.243 | 33.244 |
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.
Investeringskasstroom
De investeringskasstroom bestaat grotendeels uit vervangingsinvesteringen die worden gepleegd in de materiële vaste activa (met name laboratoriumapparatuur en ICT-middelen).
Financieringskasstroom
De financieringskasstroom bestaat uit het geraamde saldo van het beroep op de leenfaciliteit (direct verband met voorgenomen investeringen) en de aflossingen op bestaande leningen bij het Ministerie van Financiën.
Doelmatigheid
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Kerntaak 1 zaaksonderzoek – per productgroep | |||||||
Medisch onderzoek - productie (st.) | 786 | 950 | 1.015 | 1.015 | 1.015 | 1.015 | 1.015 |
- productie-uren | 36.063 | 25.200 | 25.400 | 25.400 | 25.400 | 25.400 | 25.400 |
Toxicologie - productie (st.) | 982 | 1.120 | 1.130 | 1.130 | 1.130 | 1.130 | 1.130 |
- uitbestede productie | 28.312 | 21.000 | 29.500 | 29.500 | 29.500 | 29.500 | 29.500 |
- productie-uren | 18.031 | 17.900 | 18.600 | 18.600 | 18.600 | 18.600 | 18.600 |
Verdovende middelen - productie (st.) | 22.167 | 23.500 | 23.900 | 23.900 | 23.900 | 23.900 | 23.900 |
- declarabele uren | 3.781 | 3.800 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 |
- productie-uren | 22.305 | 20.100 | 22.400 | 22.400 | 22.400 | 22.400 | 22.400 |
DNA-typering - productie (st.) | 33.221 | 37.200 | 38.400 | 38.400 | 38.400 | 38.400 | 38.400 |
- productie-uren | 82.415 | 95.400 | 86.800 | 86.800 | 86.800 | 86.800 | 86.800 |
Explosieven - productie (st.) | 19 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 | 20 |
- declarabele uren | 5.397 | 4.400 | 3.800 | 3.800 | 3.800 | 3.800 | 3.800 |
- productie-uren | 6.172 | 7.000 | 6.600 | 6.600 | 6.600 | 6.600 | 6.600 |
Schotrestenonderzoek - productie (st.) | 2 | 11 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
- declarabele uren | 2.935 | 3.900 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 | 2.500 |
- productie-uren | 2.951 | 4.300 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | 3.900 |
Wapens en werktuigen - productie (st.) | 595 | 600 | 595 | 595 | 595 | 595 | 595 |
- productie-uren | 11.489 | 13.500 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 | 13.100 |
Digitale technologie - productie-uren | 17.835 | 29.500 | 19.500 | 19.500 | 19.500 | 19.500 | 19.500 |
Big Data Analyse - productie-uren | 9.855 | 8.300 | 12.500 | 12.500 | 12.500 | 12.500 | 12.500 |
Biometrie - productie (st.) | 724 | 740 | 745 | 745 | 745 | 745 | 745 |
- declarabele uren | 2.651 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 | 3.600 |
- productie-uren | 12.640 | 17.800 | 18.700 | 18.700 | 18.700 | 18.700 | 18.700 |
Hansken - productie-uren | 70.052 | 59.400 | 59.200 | 59.200 | 59.200 | 59.200 | 59.200 |
DNA Databank - productie-uren | 6.925 | 13.900 | 8.850 | 8.850 | 8.850 | 8.850 | 8.850 |
Overige producten - productie (st.) | 993 | 1.000 | 1.010 | 990 | 925 | 910 | 905 |
- declarabele uren | 4.043 | 2.700 | 3.260 | 3.200 | 2.990 | 2.940 | 2.920 |
- productie-uren | 82.056 | 89.800 | 95.000 | 88.100 | 63.100 | 57.600 | 55.500 |
Totaal aantal productieve uren K1 | 378.789 | 402.100 | 390.550 | 383.650 | 358.650 | 353.150 | 351.050 |
Aantal productieve uren NFI | |||||||
Kerntaak 1 zaaksonderzoek | 378.789 | 402.100 | 390.550 | 383.650 | 358.650 | 353.150 | 351.050 |
Kerntaak 2 research | 172.124 | 171.000 | 211.000 | 207.000 | 193.000 | 190.000 | 189.000 |
Kerntaak 3 onderwijs en kennis | 39.206 | 29.600 | 35.000 | 34.000 | 32.000 | 32.000 | 32.000 |
Uren, omzet en uurtarief NFI | |||||||
Productie-uren | 590.118 | 602.700 | 636.550 | 624.650 | 583.650 | 575.150 | 572.050 |
Totale omzet (x € 1.000) * | 142.354 | 131.770 | 144.454 | 141.918 | 132.655 | 130.620 | 129.833 |
Indicatief uurtarief (€) | 235 | 214 | 221 | 221 | 221 | 221 | 221 |
Generieke indicatoren | |||||||
Saldo van baten en lasten (% van baten) | 1,13% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,00% |
Aantal fte (inclusief extern personeel) | 738 | 804 | 816 | 793 | 755 | 737 | 734 |
% op tijd | 96% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
Toelichting
Binnen de productie van zaaksonderzoek (K1) wordt onderscheid gemaakt tussen stuksproducten en urenproducten. Dit vertaalt zich vervolgens naar het aantal productie-uren, waarbij voor stuksproducten vaste normtijden gelden.
Daarnaast hanteert het NFI declarabele uren, waarin alleen uren zijn begrepen die rechtstreeks aan een product gerelateerd zijn.
De meerjarige begrote productie is mede gebaseerd op de Service Level Agreement (SLA) die met ketenpartners is gesloten. De SLA 2026, welke eind 2025 is gesloten met ketenpartners, vormt de basis van de begrote productieaantallen voor 2027 e.v.
De opgelegde taakstelling uit het coalitieakkoord van Kabinet Jetten is onder de meerjarenreeks van overige producten verwerkt (K1), en in evenredigheid met de K2 (research) en de K3 (onderwijs en kennis).
Naast het zaaksonderzoek (K1) verricht het NFI ook research (K2) en onderwijs en kennisdeling (K3). De gemaakte uren voor deze twee kerntaken zijn ook weergegeven in de tabel onder «Aantal productieve uren NFI».
De productie-uren in de tabel onder «Uren, omzet en uurtarief NFI» is een optelling van de productie-uren K1, K2 en K3.
Het NFI ontvangt een aparte vergoeding voor uitbesteding van werk aan particuliere laboratoriums (WVW en WMG).
Het NFI is met het Openbaar Ministerie (OM) en de Nationale Politie (NP) een prestatienorm overeengekomen van 95% leverbetrouwbaarheid.
5.4 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)
Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving. Justis screent op terreinen waarvan politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis individuele belangen van personen en organisaties af tegen het collectieve belang, met als doel kwetsbare belangen te beschermen en risico’s te verminderen.
Toelichting op de meerjarige begroting van baten en lasten
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 67.522 | 79.977 | 85.647 | 90.074 | 93.776 | 93.776 |
Baten als tegenprestatie voor levering van input | 4.851 | 6.951 | 6.951 | 6.951 | 6.951 | 6.951 |
Rentebaten | 0 | 1000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 72.373 | 87.928 | 92.598 | 97.025 | 100.727 | 100.727 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | ||||||
- Personele kosten | 45.862 | 54.494 | 55.494 | 56.494 | 57.494 | 57.494 |
waarvan eigen personeel | 33.825 | 44.881 | 45.881 | 46.881 | 47.881 | 47.881 |
waarvan inhuur externen | 12.037 | 10.213 | 10.213 | 10.213 | 10.213 | 10.213 |
waarvan overige personele kosten | 0 | ‒ 600 | ‒ 600 | ‒ 600 | ‒ 600 | ‒ 600 |
- Materiële kosten | 26.511 | 33.434 | 37.104 | 40.531 | 43.233 | 43.233 |
waarvan apparaat ICT | 1.265 | 1.657 | 1.657 | 1.657 | 1.657 | 1.657 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 7.863 | 7.983 | 7.983 | 7.983 | 7.983 | 7.983 |
waarvan overige materiële kosten | 17.383 | 23.794 | 27.464 | 30.891 | 33.593 | 33.593 |
Materiële programmakosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Materieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiele kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 72.373 | 87.928 | 92.598 | 97.025 | 100.727 | 100.727 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten
De baten van Justis als tegenprestatie voor output stijgen in 2027 met 17% ten op zichte van 2026. Dit is voor het grootste deel een volume-effect (8%). Daarnaast is er een prijseffect vanwege toegenomen IV-lasten en het nieuwe O&F (5%), verder zijn er in 2027 nieuwe producten opgenomen (4%).
In de baten van externe opdrachtgevers is de bijdrage opgenomen van overige departementen buiten JenV. Hier is de bijdrage vanuit het Ministerie van VWS voor de VOG-vrijwilligers (300.000) van € 5,6 mln. opgenomen. Verder betreft het bijdragen vanuit de Ministeries van SZW en IenW voor de continue screening van de Kinderopvang en Taxibranche (€ 0,9 mln). Daarnaast is de geraamde omzet van de bij derden (bedrijven) in rekening te brengen tarieven voor het product GVA (Gedragsverklaring aanbesteding) opgenomen ter waarde van € 0,7 mln.
In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing van de baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten voor 2027 weergegeven.
Opdrachtgever | 2027 |
|---|---|
DGSenB | 40.681 |
DGRR | 34.161 |
Externe opdrachtgevers | 12.086 |
Totaal | 86.928 |
Baten als tegenprestatie voor de levering van inputDit betreft onder andere de bijdrage vanuit DGRR voor het BIBOB register en voorlichting. Verder is er een incidentele bijdrage voor IV-investeringen. Daarnaast is de bijdrage opgenomen voor de consequenties van het rapport over de kinderopvangtoeslagaffaire (POK-WAU) en het project Toekomstvaste Informatievoorziening.
Input | 2027 |
|---|---|
BIBOB register en voorlichting | 3284 |
Bijdrage IV | 2100 |
POK-WAU | 642 |
Toekomstvaste IV | 500 |
Overig | 425 |
Totaal | 6.951 |
Lasten
Personele kosten
De uitgaven voor personeel zullen in 2027 naar verwachting hoger zijn dan in 2026. Dat hangt voor het ambtelijk personeel samen met het nieuwe O&F ter versterking van de top- en stafstructuur van Justis. Anderzijds worden minder uitgaven aan externe inhuur begroot.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Eigen personeel | ||||||
Kosten (x € 1.000) | 33.825 | 44.881 | 45.881 | 46.881 | 47.881 | 47.881 |
Aantal Fte's | 377 | 445 | 455 | 465 | 475 | 485 |
Extern personeel | ||||||
Kosten (x € 1.000) | 12.037 | 10.213 | 10.213 | 10.213 | 10.213 | 10.213 |
Overige P-kosten | ||||||
Kosten (x € 1.000) | 0 | ‒ 600 | ‒ 600 | ‒ 600 | ‒ 600 | ‒ 600 |
Totale kosten (x € 1.000) | 45.862 | 54.494 | 55.494 | 45.862 | 45.862 | 45.862 |
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 21.205 | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 |
2 | +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 123.043 | 72.373 | 87.928 | 92.598 | 97.025 | 100.727 | 100.727 |
– /– totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 137.596 | ‒ 72.373 | ‒ 87.928 | ‒ 92.598 | ‒ 97.025 | ‒ 100.727 | ‒ 100.727 | |
Totaal operationele kasstroom | ‒ 14.553 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
3 | – /– totaal investeringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal investeringsstroom | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
4 | – /– eenmalige uitkering aan moederdepartement | 7.609 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
– /– aflossingen op leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal financieringskasstroom | 7.609 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
5 | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 | 14.261 |
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Risicomeldingen | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 2.350 | 2.350 | 2.350 | 2.350 | 2.350 | 2.350 |
Omzet (x €1.000)1 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Doorlooptijd | n.t.b. | n.t.b. | n.t.b. | n.t.b. | n.t.b. | n.t.b. |
TIV | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 900 | 900 | 900 | 900 | 900 | 900 |
Omzet* (x €1.000) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen | 75% | 75% | 75% | 75% | 75% | 75% |
Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken | 75% | 75% | 75% | 75% | 75% | 75% |
Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 4 maanden | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
GSR | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.100 |
Omzet* (x €1.000) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 12 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
BIBOB | ||||||
Tarief | € 700,00 | € 700,00 | € 700,00 | € 700,00 | € 700,00 | € 700,00 |
Volume | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 |
Omzet* (x €1.000) | € 161 | € 161 | € 161 | € 161 | € 161 | € 161 |
Doorlooptijd: % binnen 8 weken | 60% | 60% | 60% | 60% | 60% | 60% |
Doorlooptijd: % binnen 12 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
Gratie | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 1.000 | 1.200 | 1.200 | 1.200 | 1.200 | 1.200 |
Omzet* (x €1.000) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Doorlooptijd: % binnen 6 maanden | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP) | ||||||
Tarief (via gemeenten) | € 41,35 | € 41,35 | € 41,35 | € 41,35 | € 41,35 | € 41,35 |
Tarief (elektronisch) | € 33,85 | € 33,85 | € 33,85 | € 33,85 | € 33,85 | € 33,85 |
Volume | 1.325.000 | 1.430.000 | 1.501.500 | 1.576.575 | 1.655.404 | 1.738.174 |
Omzet* (x €1.000) | € 45.038 | € 48.405 | € 48.405 | € 48.405 | € 48.405 | € 48.405 |
Doorlooptijd: % binnen 4 weken | 98% | 98% | 98% | 98% | 98% | 98% |
Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTW | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP) | ||||||
Tarief | € 207,00 | € 207,00 | € 207,00 | € 207,00 | € 207,00 | € 207,00 |
Volume | 8.000 | 28.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 | 8.000 |
Omzet* (x €1.000) | € 1.656 | € 5.796 | € 1.656 | € 1.656 | € 1.656 | € 1.656 |
Doorlooptijd: % binnen 8 weken | 98% | 98% | 98% | 98% | 98% | 98% |
Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTW | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
VOG-P | ||||||
Tarief | € 70,00 | € 70,00 | € 70,00 | € 70,00 | € 70,00 | € 70,00 |
Volume | 19.000 | 17.000 | 17.000 | 17.000 | 17.000 | 17.000 |
Omzet overige departementen (x €1.000) | € 1.330 | € 1.190 | € 1.330 | € 1.330 | € 1.330 | € 1.330 |
Gratis VOG | ||||||
Volume | 232.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 |
Omzet overige departementen (x €1.000) | € 3.944 | € 5.100 | € 5.100 | € 5.100 | € 5.100 | € 5.100 |
GVA | ||||||
Tarief | € 75,00 | € 75,00 | € 75,00 | € 75,00 | € 75,00 | € 75,00 |
Volume | 11.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 | 13.000 |
Omzet* (x €1.000) | € 825 | € 975 | € 975 | € 975 | € 975 | € 975 |
Doorlooptijd: % binnen 8 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTW | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
Naamswijziging | ||||||
Tarief | € 835,00 | € 835,00 | € 835,00 | € 835,00 | € 835,00 | € 835,00 |
Volume | 4.000 | 4.500 | 4.500 | 4.500 | 4.500 | 4.500 |
Omzet* (x €1.000) | € 3.340 | € 2.552 | € 2.552 | € 2.552 | € 2.552 | € 2.552 |
Doorlooptijd: % binnen 20 weken | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
WWM beroepen | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 |
Omzet* (x €1.000) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Doorlooptijd: % binnen 26 weken | 85% | 85% | 85% | 85% | 85% | 85% |
WWM ontheffingen | ||||||
Tarief | € 80,00 | € 80,00 | € 80,00 | € 80,00 | € 80,00 | € 80,00 |
Volume | 360 | 360 | 360 | 360 | 360 | 360 |
Omzet* (x €1.000) | € 29 | € 29 | € 29 | € 29 | € 29 | € 29 |
Doorlooptijd: % binnen 13 weken | 85% | 85% | 85% | 85% | 85% | 85% |
BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren) | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 10.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 | 9.500 |
Omzet* (x €1.000) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
BOD (Bijzondere opsporingsdienst) | ||||||
Tarief | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t | n.v.t |
Volume | 700 | 700 | 700 | 700 | 700 | 700 |
Omzet* (x €1.000) | ||||||
Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
WPBR ondernemingen | ||||||
Tarief | € 600,00 | € 600,00 | € 600,00 | € 600,00 | € 600,00 | € 600,00 |
Volume | 1.400 | 1.400 | 1.400 | 1.400 | 1.400 | 1.400 |
Omzet* (x €1.000) | € 840 | € 840 | € 840 | € 840 | € 840 | € 840 |
Doorlooptijd: % binnen 13 weken | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% |
WPBR leidinggevenden | ||||||
Tarief | € 92,00 | € 92,00 | € 92,00 | € 92,00 | € 92,00 | € 92,00 |
Volume | 1.300 | 1.300 | 1.300 | 1.300 | 1.300 | 1.300 |
Omzet* (x €1.000) | € 120 | € 120 | € 120 | € 120 | € 120 | € 120 |
Continue screening | ||||||
Volume Taxi en Kinderopvang | 353.000 | 367.000 | 367.000 | 367.000 | 367.000 | 367.000 |
Omzet (x €1.000) | € 804 | € 931 | € 931 | € 931 | € 931 | € 931 |
Dienst Justis - totaal | ||||||
Fte- totaal (intern personeel) | 347 | 445 | 455 | 465 | 475 | 485 |
Saldo baten en lasten in % van totale baten | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
5.5 Justitiële Informatiedienst (Justid)
De Justitiële Informatiedienst draagt bij aan een veilige en rechtvaardige samenleving. Dit doet Justid door belanghebbenden te voorzien van cruciale informatie uit het domein van Justitie, Veiligheid, Asiel en Migratie. Als publieke dienstverlener zijn wij dé autoriteit in het domein van Justitie, Veiligheid, Asiel en Migratie op het gebied van doelmatige dataverwerking, gericht op cruciale informatie en een passende informatiepositie van gebruikers. Wij geloven in gemeenschappelijke diensten die voldoen aan alle vereisten van informatiebeveiliging, ethiek, privacy en archivering.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
Baten als tegenprestatie voor de levering van goederen en/of diensten | 94.500 | 102.200 | 101.500 | 100.900 | 100.300 | 100.100 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 94.500 | 102.200 | 101.500 | 100.900 | 100.300 | 100.100 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 92.214 | 100.800 | 100.800 | 100.800 | 100.800 | 100.800 |
- Personele kosten | 67.315 | 72.000 | 72.000 | 72.000 | 72.000 | 72.000 |
waarvan eigen personeel | 53.529 | 58.500 | 58.500 | 58.500 | 58.500 | 58.500 |
waarvan inhuur externen | 10.045 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 |
waarvan overige personele kosten | 3.741 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 |
- Materiële kosten | 24.899 | 28.800 | 28.800 | 28.800 | 28.800 | 28.800 |
waarvan apparaat ICT | 16.404 | 18.600 | 18.600 | 18.600 | 18.600 | 18.600 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 500 | 3.650 | 3.650 | 3.650 | 3.650 | 3.650 |
waarvan overige materiële kosten | 7.995 | 6.550 | 6.550 | 6.550 | 6.550 | 6.550 |
Materiële programmakosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Rentelasten | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
Afschrijvingskosten | 2.773 | 2.693 | 2.604 | 2.684 | 2.666 | 2.665 |
- Materieel | 2.773 | 2.693 | 2.604 | 2.684 | 2.666 | 2.665 |
waarvan apparaat ICT | 2.773 | 2.693 | 2.604 | 2.684 | 2.666 | 2.665 |
waarvan overige materiele kosten | ||||||
- Immaterieel | ||||||
Overige lasten | ‒ 587 | ‒ 1.393 | ‒ 2.004 | ‒ 2.684 | ‒ 3.266 | ‒ 3.465 |
waarvan dotaties voorzieningen | ||||||
waarvan bijzondere lasten | ‒ 587 | ‒ 1.393 | ‒ 2.004 | ‒ 2.684 | ‒ 3.266 | ‒ 3.465 |
Totaal lasten | 94.500 | 102.200 | 101.500 | 100.900 | 100.300 | 100.100 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsaandeel VPB-lasten | ||||||
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten
Omzet
De omzet van Justid bestaat uit beheeropdrachten, projectopbrengsten en overige opbrengsten. Deze is na verwachting als volgt onder te verdelen: Baten vanuit moederdepartement € 93,6 mln, baten vanuit overige departementen € 4 mln en baten vanuit partijen partijen anders dan departementen € 4,6 mln. Voor 2026 en verder verwacht Justid een gelijkblijvende omzet.
De totale omzet laat een daling zien, dit betreft de taakstelling van Justid.
Lasten
Personele kosten
Onder de personele kosten zijn zowel de kosten van ambtelijk personeel als externe inhuur opgenomen. Justid maakt gebruik van externe inhuur om een flexibele schil te creëren voor de uit te voeren tijdelijke projectwerkzaamheden. Zoals hierboven vermeld is de verwachting dat de projectwerkzaamheden de komende jaren op niveau blijven, waardoor ook de externe inhuur gelijk zal blijven.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Eigen personeel | ||||||
Kosten | 53.529 | 58.500 | 58.500 | 58.500 | 58.500 | 58.500 |
Aantal fte's | 556 | 556 | 556 | 556 | 556 | 556 |
Gem loonsom | 96.275 | 105.216 | 105.216 | 105.216 | 105.216 | 105.216 |
FTE voor DNO en Overhead | 506 | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
FTE voor Change | 50 | 56 | 56 | 56 | 56 | 56 |
Externe inhuur | ||||||
Kosten | 10.045 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 |
Aantal fte's | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 46 |
Gem kosten p/u (1.692 u per jaar) | 132 | 131 | 131 | 131 | 131 | 128 |
Overige personele kosten | 3.741 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 | 3.500 |
Totale kosten | 67.315 | 72.000 | 72.000 | 72.000 | 72.000 | 72.000 |
Materiële kosten
De materiële apparaat ICT kosten bestaan uit contracten met leveranciers voor onder andere onderhoud van ICT apparatuur (zoals servers en netwerk), ICT middelen (zoals opslagruimtes en multifunctionals) en jaarlijkse licentiekosten voor software. De raming voor de materiële kosten betreft het regulier beheer van ICT infrastructuur en applicatielandschap. Grote wijzigingen, zoals vernieuwing van applicaties als gevolg van end of life of door wetswijzigingen, valt buiten het reguliere beheer en kan Justid niet eigenstandig begroten. Hiervoor zal in nauwe afstemming met opdrachtgevers telkens incidenteel financiering gevonden moeten worden.
De overige materiële kosten bevatten onder andere huisvestingslasten, kosten inbesteding en overige exploitatiekosten.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen op hardware, zoals servers, laptops en telefoons.
Overige lasten
Onder deze post is de verwachte taakstelling voor Justid opgenomen. De taakstelling wordt door Justid nader ingevuld, in het jaarplan zal dit nader worden toegelicht.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 15.225 | 13.942 | 13.668 | 13.544 | 13.331 | 12.598 |
2 | +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 70.688 | 94.500 | 102.200 | 101.500 | 100.900 | 100.300 |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 69.252 | ‒ 92.214 | ‒ 99.507 | ‒ 98.896 | ‒ 98.216 | ‒ 97.634 | |
Totaal operationele kasstroom | 1.436 | 2.286 | 2.693 | 2.604 | 2.684 | 2.666 | |
3 | -/- totaal investeringen | ‒ 2.138 | ‒ 5.143 | ‒ 4.000 | ‒ 3.000 | ‒ 3.000 | ‒ 4.000 |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal investeringsstroom | ‒ 2.138 | ‒ 5.143 | ‒ 4.000 | ‒ 3.000 | ‒ 3.000 | ‒ 4.000 | |
4 | -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | ‒ 2.281 | ‒ 1.917 | ‒ 2.817 | ‒ 2.817 | ‒ 3.417 | ‒ 4.017 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 1.700 | 4.500 | 4.000 | 3.000 | 3.000 | 4.000 | |
Totaal financieringskasstroom | ‒ 581 | 2.583 | 1.183 | 183 | ‒ 417 | ‒ 17 | |
5 | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 13.942 | 13.668 | 13.544 | 13.331 | 12.598 | 11.247 |
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom bestaat uit opbrengsten uit de dienstverlening en uit directe en indirecte kosten exclusief afschrijvingen.
Investeringskasstroom
De investeringen die worden gedaan zijn gerelateerd aan vernieuwing en vervanging van ICT componenten (hardware en software licenties).
Doelmatigheid
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Kostprijzen per product (groep) (* € 1.000) | 94.500 | 102.200 | 101.500 | 100.900 | 100.300 | 100.100 |
Tarieven/uur | 115,00 | 115,00 | 115,00 | 115,00 | 115,00 | 115,00 |
Omzet per productgroep (pxq) (* € 1.000) | 94.500 | 102.200 | 101.500 | 100.900 | 100.300 | 100.100 |
FTE-totaal (excl. externe inhuur) | 556 | 556 | 556 | 556 | 556 | 556 |
Saldo van baten en lasten (%) | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
De voorgeschreven doelmatigheidsindicatoren worden door Justid berekend en via de tertaalrapportages rapporteert Justid hierover aan het bestuursdepartement. Justid werkt in 2026 aan een nieuw kostprijsmodel. In het nieuwe kostprijsmodel is straks inzichtelijk wat de kosten zijn per dienst. In de toekomst kan Justid dan toewerken naar nieuwe doelmatigheidsindicatoren die meer inzicht geven in de doelmatigheid per dienst.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Percentage overhead | 24,5% | 24,5% | 24,5% | 24,5% | 24,5% | 24,5% |
Verhouding directe en indirecte kosten | ||||||
Productiviteit | 72,0% | 72,0% | 72,0% | 72,0% | 72,0% | 72,0% |
Ziekteverzuim | 6,3% | 6,4% | 6,4% | 6,4% | 6,4% | 6,4% |
% Externe inhuur (t.o.v. intern personeel) | 15% | 14% | 14% | 14% | 14% | 14% |
De overhead van Justid bevat de klassieke piofach (of scopafijth) functies en ligt stabiel rond de 24,5%.
Justid streeft naar een verzuimpercentage lager dan 6,4% conform de Handleiding Overheidstarieven 2026. Voor Justid is in de driehoek afgesproken dat de totale kosten van tijdelijk extern personeel niet hoger mogen zijn dan 20% van de totale personele kosten. De externe inhuur is begroot op 14%.
5.6 Justitiële ICT Organisatie
De Justitiële ICT Organisatie zorgt voor het beheer en de (door)ontwikkeling van specifieke en gemeenschappelijke ICT-diensten gericht op de ondersteuning van onderdelen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). De opdrachtgevers zijn onder meer de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, Dienst DI&I, de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
De Justitiële ICT Organisatie staat voor veilige, betrouwbare en vernieuwende ICT en investeert in kennis en expertise van medewerkers en een moderne infrastructuur. De focus ligt in 2027 bij het verder versterken van de digitale weerbaarheid, de kwaliteit van de dienstverlening en het verbeteren van de samenwerking met de opdrachtgevers.
Baten en lasten
In onderstaand overzicht wordt de meerjarenbegroting weergegeven en toegelicht.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | |||||||
Omzet | 190.905 | 221.607 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 |
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 190.905 | 221.607 | 144.957 | 144.957 | 144.957 | 144.957 | 144.957 |
Waarvan voor levering P*Q diensten | 0 | 0 | 105.679 | 105.679 | 105.679 | 105.679 | 105.679 |
Waarvan voor levering uren tegen tarief diensten | 0 | 0 | 39.278 | 39.278 | 39.278 | 39.278 | 39.278 |
-Baten als tegenprestatie voor de levering van input | 0 | 0 | 96.951 | 96.951 | 96.951 | 96.951 | 96.951 |
Rentebaten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal baten | 190.905 | 221.607 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 |
Lasten | |||||||
Apparaatskosten | 171.164 | 202.873 | 219.471 | 219.471 | 219.471 | 219.471 | 219.471 |
- Personele kosten | 97.947 | 106.223 | 107.464 | 107.464 | 107.464 | 107.464 | 107.464 |
waarvan eigen personeel | 62.723 | 67.156 | 67.769 | 67.769 | 67.769 | 67.769 | 67.769 |
waarvan inhuur externen | 32.661 | 34.199 | 34.637 | 34.637 | 34.637 | 34.637 | 34.637 |
waarvan overige personele kosten | 2.563 | 4.867 | 5.058 | 5.058 | 5.058 | 5.058 | 5.058 |
- Materiële kosten | 73.217 | 96.650 | 112.007 | 112.007 | 112.007 | 112.007 | 112.007 |
waarvan apparaat ICT | 57.914 | 75.300 | 84.783 | 84.783 | 84.783 | 84.783 | 84.783 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 400 | 3.607 | 3.634 | 3.634 | 3.634 | 3.634 | 3.634 |
waarvan overige materiële kosten | 14.904 | 17.744 | 23.590 | 23.590 | 23.590 | 23.590 | 23.590 |
Rentelasten | 850 | 912 | 518 | 518 | 518 | 518 | 518 |
Afschrijvingskosten | 18.891 | 17.823 | 21.919 | 21.919 | 21.919 | 21.919 | 21.919 |
- Materieel | 17.058 | 16.655 | 20.325 | 20.325 | 20.325 | 20.325 | 20.325 |
waarvan apparaat ICT | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiele kosten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Immaterieel | 1.833 | 1.167 | 1.594 | 1.594 | 1.594 | 1.594 | 1.594 |
Overige lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 190.905 | 221.607 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Agentschapsaandeel VPB-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten
De omzet wordt verdeeld naar Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten € 106.600 (44%) , Baten als tegenprestatie voor levering van inputomzet derden € 97.100 (40%)en Baten als gevolg van klantvragen € 40.100 (16%).
De begroting en formatie en daarmee ook de omzet van de Justitiële ICT Organisatie zal net als de afgelopen jaren ook dit jaar stijgen als gevolg van zowel volume- als prijsstijgingen. De volumestijgingen zijn het gevolg van uitbreiding van diensten op zowel aantallen als projectmatige werkzaamheden. Wij verwachten dat deze groei, op verantwoorde wijze, ook de komende jaren zal doorzetten. Hiermee doen wij recht aan onze missie om de ICT-dienstverlener te zijn van JenV.
De tarieven worden jaarlijks vastgesteld. In 2027 heeft dit als volgt plaatsgevonden: Voor nieuwe diensten en diensten met een aanpassing in volumes zijn de tarieven gebaseerd op kostprijzen. Voor alle andere diensten geldt het tarief 2026 plus indexatie.
Lasten
Personele kosten
Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal medewerkers (in fte) en de loonkosten daarvan. De personeelskosten betreffen zowel ambtelijke medewerkers in dienst van de Justitiële ICT Organisatie als tijdelijke externe inhuur. Voor 2027 is er rekening gehouden met verdere verambtelijking. In de verambtelijkingsopgave ondervindt de Justitiële ICT Organisatie hinder van de krapte op de arbeidsmarkt, omdat het veel specifieke (IT-) functies nodig heeft, die in de markt veelgevraagd zijn en weinig beschikbaar. De Justitiële ICT Organisatie spant zich in om deze posities zo snel mogelijk in te vullen met eigen personeel.
De personele kosten stijgen door groei in fte's maar wordt gedempt door lagere kosten per fte als gevolg van inschaling.
Extern personeel wordt ingezet voor tijdelijke projecten, specifieke kennis of moeilijk te vervullen functies. Met de stijgende interne en externe bezetting en toenemende resultaatgerichte inkopen, kan de Justitiële ICT Organisatie de dienstverlening borgen en daarmee aan de vraag van de opdrachtgevers voldoen.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Eigen personeel | |||||||
Kosten | 62.723 | 67.156 | 67.769 | 67.769 | 67.769 | 67.769 | 67.769 |
Aantal fte's | 610,6 | 644,7 | 675,9 | 675,9 | 675,9 | 675,9 | 675,9 |
Externe inhuur | |||||||
Kosten | 32.661 | 34.199 | 34.637 | 34.637 | 34.637 | 34.637 | 34.637 |
Aantal fte's | 113 | 171,2 | 167,4 | 167,4 | 167,4 | 167,4 | 167,4 |
Overige personele kosten | 2.563 | 4.867 | 5.058 | 5.058 | 5.058 | 5.058 | 5.058 |
Totale kosten (x € 1.000) | 97.947 | 106.223 | 107.464 | 107.464 | 107.464 | 107.464 | 107.464 |
Materiële kostenDe materiële apparaat ICT kosten bestaan uit contracten met leveranciers voor onder andere onderhoud van ICT-apparatuur (zoals servers en netwerkcomponenten), ICT-middelen (zoals opslagruimtes, multifunctionals etc.) en jaarlijkse licentiekosten voor software.
De overige materiële apparaatskosten bevatten onder andere kosten voor huisvesting, resultaatgericht inkopenen het wagenpark en overige exploitatiekosten.
Rentelasten
De rentelasten betreffen de kosten op de leningen die de Justitiële ICT Organisatie heeft uitstaan bij het Ministerie van Financiën.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen op hardware en software. De investeringen zijn gerelateerd aan onder andere laptops, uitbreiding van netwerk-, server- en opslagcapaciteit en de vernieuwing van werkplekken voor videovergaderingen.
Het kasstroomoverzicht
In het kasstroomoverzicht worden de geldstromen inzichtelijk gemaakt. Op basis van de Jaarrekening 2023 (Slotwet 2023) is de rekening courant op 1 januari 2026 € 34.5 mln.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 18.613 | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 |
2 | +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 190.905 | 221.607 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 | 241.908 |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 172.014 | ‒ 203.785 | ‒ 219.989 | ‒ 219.989 | ‒ 219.989 | ‒ 219.989 | ‒ 219.989 | |
Totaal operationele kasstroom | 18.891 | 17.822 | 21.919 | 21.919 | 21.919 | 21.919 | 21.919 | |
3 | -/- totaal investeringen | ‒ 31.844 | ‒ 30.355 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal investeringsstroom | ‒ 31.844 | ‒ 30.355 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | ‒ 25.684 | |
4 | -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
-/- aflossingen op leningen | ‒ 18.891 | ‒ 17.823 | ‒ 21.919 | ‒ 21.919 | ‒ 21.919 | ‒ 21.919 | ‒ 21.919 | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | 31.844 | 30.355 | 25.684 | 25.684 | 25.684 | 25.684 | 25.684 | |
Totaal financieringskasstroom | 12.953 | 12.533 | 3.765 | 3.765 | 3.765 | 3.765 | 3.765 | |
5 | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 | 34.518 |
Operationele kasstroom
De operationele kasstroom bestaat uit opbrengsten uit de dienstverlening en uit directe en indirecte kosten exclusief afschrijvingen.
Investeringskasstroom
De investeringen die in 2027 nodig zijn bevatten de kosten voor aanschaf van hard- en software en de overige vaste activa op de balans.
Doelmatigheid
Overhead
De overhead van de organisatie is berekend als percentage van de kosten van de PIOFACH- en staffuncties ten opzichte van de totale kosten van de Justitiële ICT Organisatie.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omzet | 190,9 | 221,6 | 241,9 | 241,9 | 241,9 | 241,9 | 241,9 |
Kosten overhead | 38,1 | 40,3 | 38,0 | 38,0 | 38,0 | 38,0 | 38,0 |
Overhead % | 20,0% | 18,2% | 15,7% | 15,7% | 15,7% | 15,7% | 15,7% |
Omzet per productgroep
Algemene diensten betreffen, zoals hierboven is gesteld, de werkplekdiensten. Onder specifieke diensten valt het beheer van applicaties en onder expertise diensten valt de projectenportefeuille.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Algemene diensten | 87,2 | 102,9 | 105,7 | 105,7 | 105,7 | 105,7 | 0,0 |
Specifieke diensten | 79,6 | 85,6 | 97,0 | 97,0 | 97,0 | 97,0 | 0,0 |
Expertise diensten | 24,1 | 33,1 | 39,3 | 39,3 | 39,3 | 39,3 | 0,0 |
Totaal | 190,9 | 221,6 | 241,9 | 241,9 | 241,9 | 241,9 | 241,9 |
Opdrachtgeverstevredenheid
De ambitie is om in een periode van 3 jaar te stijgen naar 7,5. De Justitiële ICT Organisatie meet de opdrachtgeverstevredenheid door middel van een opdrachtgeverstevredenheidsonderzoek. De resultaten van eerdere onderzoeken geven aanleiding om de leverbetrouwbaarheid te verbeteren.
6. Raad voor de rechtspraak
De Raad voor de rechtspraak (Rvdr) is als overkoepelend bestuur van de Rechtspraak de buffer tussen politiek en de rechter. De Rechtspraak bestaat verder uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven en een aantal landelijke diensten. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht.
6.1 Beleidsmatige ontwikkelingen en doelen
De beleidsdoelen vloeien voort uit de Koers 2030 van de Rechtspraak en de prijsafspraken voor de periode 2026 ‒ 2028 tussen de Raad voor de rechtspraak en de thans Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
De Koers 2030 is een vertaling van de missie en visie van de rechtspraak 34 naar de volgende beleidsdoelen:
– Het vertrouwen van rechtzoekenden verhogen. Dit doet de Rechtspraak door het inzetten op deskundigheid en door het verhogen van tijdigheid en toegankelijkheid.
– Het verstevigen van de positie van de Rechtspraak in de rechtsstaat. Dit doet de Rechtspraak door het vergroten van transparantie en openbaarheid en door het versterken van onafhankelijkheid.
– Het verstevigen van de Rechtspraakorganisatie. Dit doet de Rechtspraak door in te zetten op medewerkers en door het verbeteren van besluitvorming en uitvoering.
Voor nadere informatie en verdieping wordt verwezen naar het Begrotingsvoorstel 2027 van de Rechtspraak, dat tegelijkertijd met deze begroting aan het parlement wordt aangeboden, evenals het Jaarplan 2027 van de Rechtspraak wat begin 2027 opgesteld kan worden.
6.2 Financiën
Bekostiging
De bekostiging van de Rechtspraak is gebaseerd op een productiegerelateerde bijdrage en een bijdrage voor de vaste kosten. Met het gesloten prijsakkoord 2026-2028 is er voor de Rechtspraak extra geld beschikbaar gekomen in de vorm van een aantal oplopende financiële reeksen. Voor 2027 zal er ten opzichte van 2026 met name meer geld beschikbaar komen voor het primaire proces, zowel in het algemeen, als specifiek naar aanleiding van nieuwe regelgeving en jurisprudentie.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | |||||||
Bijdrage Ministerie van JenV | 1.579.135 | 1.619.972 | 1.666.434 | 1.658.449 | 1.653.483 | 1.653.986 | 1.653.579 |
Overige bijdrage van Ministerie van JenV | 45.307 | 45.307 | 45.307 | 45.307 | 45.307 | 45.307 | 45.307 |
Overige opbrengsten | 12.956 | 12.956 | 12.956 | 12.956 | 12.956 | 12.956 | 12.956 |
Rentebaten | 741 | 741 | 741 | 741 | 741 | 741 | 741 |
NCC | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |
Toevoeging uit egalisatierekening | |||||||
Bijdrage meer/minder werk | ‒ 32.236 | ||||||
Totaal baten | 1.605.903 | 1.679.976 | 1.726.438 | 1.718.453 | 1.713.487 | 1.713.990 | 1.713.583 |
Lasten | |||||||
Personele kosten | 1.280.467 | 1.336.940 | 1.374.579 | 1.368.090 | 1.364.042 | 1.364.430 | 1.364.083 |
Materiële kosten | 299.485 | 318.445 | 327.252 | 325.738 | 324.797 | 324.892 | 324.815 |
Afschrijvingskosten | 22.138 | 22.138 | 22.138 | 22.138 | 22.138 | 22.138 | 22.138 |
Gerechtskosten | 2.268 | 2.453 | 2.469 | 2.487 | 2.510 | 2.530 | 2.547 |
Totale lasten | 1.604.358 | 1.679.976 | 1.726.438 | 1.718.453 | 1.713.487 | 1.713.990 | 1.713.583 |
Saldo van baten en lasten | 1.545 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten
Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid
De bijdrage bestaat uit een productiegerelateerde bijdrage, een bijdrage voor de vaste kosten, een bijdrage voor gerechtskosten en een bijdrage voor overige taken. Daarnaast bevat de bijdrage middelen voor taken die niet voortvloeien uit de Wet op de rechterlijke organisatie zoals tuchtrecht en de secretariaten van de commissies van toezicht voor het gevangeniswezen.
Overige bijdragen van het ministerie van JenV en overige opbrengsten
Deze posten betreffen bijdragen van het Openbaar Ministerie voor de Informatievoorzieningsorganisatie (IVO) Rechtspraak, het Studiecentrum Rechtspleging (SSR) en bijdragen aan de Rechtspraak van andere departementen.
Netherlands Commercial Court (NCC)
De jaarlijkse lumpsumbijdrage aan de Rechtspraak voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van de Netherlands Commercial Court (NCC) wordt als een vordering op het ministerie opgenomen. Het ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.
Bijdrage meer- en minderwerk
De bijdrage meer- en minderwerk (egalisatierekening van de Rechtspraak) betreft het saldo van meer- en minder- productie ten opzichte van de productie zoals wordt gefinancierd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het meer- en minderwerk wordt afgerekend tegen 70% van de afgesproken productgroepprijzen.
Lasten
Personele kosten
De personele kosten gaan omhoog doordat het aantal zaken stijgt en de personele kosten per zaak zwaarder worden door bijvoorbeeld nieuwe wetgeving. Hierdoor zijn meer rechters nodig om de zaken af te doen. Ook stijgen de personele lasten door gestegen lonen.
Materiële kosten
De materiële kosten stijgen door noodzakelijke investeringen in AI, IT en beveiliging, alsmede door de algehele stijging van prijzen.
Materiële vaste activa | Afschrijvingstermijn |
|---|---|
Hard- en software | 3 jaar |
Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines | 5 jaar |
Audio- en visuele middelen en stoffering | 8 jaar |
Verbouwingen, installaties, bekabeling en meubilair lang | 10 jaar |
Gerechtskosten
De gerechtskosten in civiele en bestuurlijke zaken zijn voor rekening van de gerechten. Het gaat onder andere om kosten voor getuigen, tolken en vertalers en deskundigen. De rechtspraak ontvangt hiervoor een bijdrage op basis van de gerealiseerde kosten.
Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid
In de onderstaande tabel is de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gespecificeerd.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Productiegerelateerde bijdrage | 823.653 | 862.783 | 917.611 | 912.022 | 911.573 | 912.037 | 912.015 |
Bijdrage vaste kosten | 667.779 | 675.254 | 667.478 | 667.457 | 662.930 | 662.943 | 662.550 |
Bijdrage voor overige uitgaven | |||||||
Bijzondere kamers rechtspraak | 18.371 | 19.387 | 18.542 | 18.509 | 18.497 | 18.503 | 18.500 |
College van Beroep v/h bedrijfsleven | 13.326 | 13.984 | 13.970 | 11.894 | 11.894 | 11.894 | 11.893 |
Megazaken | 35.133 | 34.488 | 34.490 | 34.463 | 34.462 | 34.462 | 34.458 |
Gerechtskosten | 2.2681 | 2.453 | 2.469 | 2.487 | 2.510 | 2.530 | 2.547 |
Bijdrage Niet-BFR 2005 taken | |||||||
Tuchtrecht | 3.656 | 3.842 | 3.842 | 3.842 | 3.842 | 3.842 | 3.842 |
Cie. van toezicht | 7.534 | 7.664 | 7.914 | 7.659 | 7.658 | 7.658 | 7.657 |
Overige | 411 | 117 | 117 | 117 | 117 | 117 | 116 |
Bijdrage JenV-begroting | 1.572.131 | 1.619.972 | 1.666.434 | 1.658.449 | 1.653.483 | 1.653.986 | 1.653.579 |
De productiegerelateerde bijdrage is het meest omvangrijke deel van de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage komt tot stand door de productieafspraken tussen Raad en minister te vermenigvuldigen met de afgesproken productgroepprijzen.
De financiering bij belastingzaken blijft achter bij de instroomverwachtingen van de Rechtspraak. Dit kan leiden tot hogere doorlooptijden van zaken. Ook is de ingediende begroting van de Raad voor de rechtspraak voor de secretariaten van de Commissies van Toezicht voor het Gevangeniswezen niet volledig gehonoreerd.
In onderstaande tabel zijn de gefinancierde productieaantallen opgenomen, daarbij uitgaand van de prijzen zoals deze zijn vastgelegd in het Prijsakkoord 2026-2028.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Gerechtshoven | |||||||
Handel | 6.099 | 6.058 | 6.196 | 6.017 | 5.960 | 5.924 | 5.905 |
Familie | 3.813 | 3.655 | 3.758 | 3.647 | 3.611 | 3.588 | 3.580 |
Straf | 25.084 | 30.322 | 28.949 | 30.182 | 30.461 | 30.639 | 30.619 |
Belasting | 6.572 | 8.715 | 6.079 | 6.183 | 6.099 | 6.044 | 5.986 |
Rechtbanken | |||||||
Handel | 59.342 | 62.447 | 65.187 | 64.242 | 64.210 | 64.033 | 63.890 |
Familie | 128.884 | 134.243 | 138.251 | 134.624 | 133.718 | 133.279 | 133.368 |
Straf | 159.744 | 169.981 | 170.972 | 171.159 | 172.636 | 174.256 | 174.552 |
Bestuur (excl. Vreemdelingenkamers) | 40.962 | 41.932 | 43.459 | 42.271 | 42.046 | 42.037 | 42.065 |
Bestuur (Vreemdelingenkamers) | 58.447 | 74.733 | 74.990 | 74.990 | 74.990 | 74.990 | 74.990 |
Kanton | 923.874 | 1.001.578 | 1.029.730 | 1.007.514 | 1.005.555 | 1.005.115 | 1.006.007 |
Belasting | 35.896 | 32.741 | 33.568 | 32.266 | 32.037 | 31.715 | 31.554 |
Bijzondere colleges | |||||||
Centrale Raad van Beroep | 3.213 | 3.089 | 3.148 | 3.149 | 3.184 | 3.190 | 3.230 |
Totaal | 1.451.930 | 1.569.492 | 1.604.287 | 1.576.246 | 1.574.507 | 1.574.808 | 1.575.745 |
Eigen vermogen
De Rechtspraak heeft in 2025 een klein positief resultaat geboekt van € 1,5 mln. (zie ook het Jaarverslag 2025 van de Rechtspraak). Op basis van de thans bekende gegevens is de inschatting dat eind 2026 een nihil resultaat zal worden behaald. Derhalve is de inschatting dat het eigen vermogen van de Rechtspraak op een stand van € 15,8 mln. blijft staan. Dit bedrag wordt ook verwacht voor het jaar 2027.
2025 | 2026 | 2027 | |
|---|---|---|---|
Eigen vermogen per 1-1 | 14.289 | 15.834 | 15.834 |
Prognose resultaat | 1.545 | ‒ | ‒ |
Eigen vermogen per 31-12 | 15.834 | 15.834 | 15.834 |
Aanzuivering eigen vermogen (vordering) |
Kasstroomoverzicht
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Rekening courant RHB 1 januari | 81.108 | 92.006 | 92.807 | 93.858 | 94.659 | 95.260 |
Totaal operationele kasstroom | 29.668 | 22.138 | 22.138 | 22.138 | 22.138 | 22.138 |
-/- totaal investeringen | ‒ 21.472 | ‒ 34.996 | ‒ 24.000 | ‒ 24.000 | ‒ 24.000 | ‒ 24.000 |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | 797 | |||||
Totaal investeringskasstroom | ‒ 20.675 | ‒ 34.996 | ‒ 24.000 | ‒ 24.000 | ‒ 24.000 | ‒ 24.000 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | ||||||
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | ||||||
-/- aflossingen op leningen | ‒ 22.146 | ‒ 21.337 | ‒ 21.087 | ‒ 21.337 | ‒ 21.537 | ‒ 21.637 |
+/+ beroep op de leenfaciliteit | 24.051 | 34.996 | 24.000 | 24.000 | 24.000 | 24.000 |
Totaal financieringskasstroom | 1.905 | 13.659 | 2.913 | 2.663 | 2.463 | 2.363 |
Rekening courant RHB 31 december1 | 92.006 | 92.807 | 93.858 | 94.659 | 95.260 | 95.761 |
De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in eventuele voorzieningen en in mutaties in het netto werkkapitaal.
Investeringen
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Installaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Inventaris | 5.550 | 4.049 | 3.549 | 3.248 | 3.892 | 3.892 |
Computer hardware en software | 18.332 | 11.321 | 12.153 | 12.295 | 11.919 | 11.919 |
Vervoersmiddelen | 1.672 | 2.091 | 2.784 | 2.277 | 1.936 | 1.936 |
Overige materiële vaste activa | 9.442 | 6.539 | 5.514 | 6.180 | 6.253 | 6.253 |
Totaal | 34.996 | 24.000 | 24.000 | 24.000 | 24.000 | 24.000 |
Investeringen verdeeld naar vervanging en uitbreiding | ||||||
Vervanging | 33.037 | 18.070 | 18.829 | 21.568 | 19.359 | 19.359 |
Uitbreiding | 1.959 | 5.930 | 5.171 | 2.432 | 4.641 | 4.641 |
Doorlooptijden
Hieronder is de realisatie van doorlooptijden te zien van door de Rechtspraak afgedane zaken. De doorlooptijd van een zaak is de tijd die verstrijkt tussen het instromen en het uitstromen van een zaak bij een gerechtelijke instantie, uitgedrukt in dagen. De Rechtspraak heeft voor vrijwel alle soorten zaken (maximum) normen ontwikkeld voor doorlooptijden. Dit worden de standaarden genoemd. Het behalen van deze standaarden doet de Rechtspraak niet alleen, hierin werkt de Rechtspraak samen met andere procespartijen.
In de tabel wordt het percentage zaken weergegeven dat in 2025 is uitgestroomd binnen de genormeerde doorlooptijd. De tabel rapporteert per rechtsgebied35 , met nadere specificatie voor een tweetal zaakstroomgroepen onder bestuur.
De mate waarin de genormeerde doorlooptijd wordt behaald, verschilt sterk per soort gerecht en per rechtsgebied. Gerechten streven naar realisatie van de doorlooptijdnormen. Het wegwerken van oudere voorraden kan tijdelijk leiden tot langere doorlooptijden, maar zorgt op de lange termijn voor een jongere werkvoorraad. De aanwezigheid van voldoende rechterlijke capaciteit is een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen halen van de doorlooptijdstandaarden.
Per rechtsgebied | Standaard |
|---|---|
Bestuur | |
Rechtbanken | 37% |
waarvan belastingzaken | 19% |
waarvan vreemdelingenkamer | 59% |
Gerechtshoven (belastingzaken) | 18% |
CBb | 9% |
CRvB | 3% |
Familie- en jeugdrecht | |
Rechtbanken | 69% |
Gerechtshoven | 49% |
Handel/kanton | |
Rechtbanken | 72% |
Gerechtshoven | 28% |
Strafrecht | |
Rechtbanken | 33% |
Gerechtshoven | 23% |
Toezicht | |
Rechtbanken | 64% |
7. Wetgevingsprogramma
Titel | Huidige fase |
|---|---|
Voorstel voor een wijziging van een richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten | 10. Expertfase |
Voorstel voor een richtlijn betreffende de bestrijding van corruptie | 10. Expertfase |
Herschikking EU-Richtlijn kindermisbruik (RL CSA) | 10. Expertfase |
Volwassenenbeschermingsverordening | 10. Expertfase |
Implementatie richtlijn 2024/1654 | 10. Expertfase |
Richtlijn tot wijziging minimumnormen ter voorkoming en tegengaan van mensensmokkel | 10. Expertfase |
Ouderschapsverordening | 10. Expertfase |
Wijziging Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus i.v.m. de aanpassing van het toestemmingsvereiste en de invoering van een persoonsgebonden legitimatiebewijs | 10. Interne voorbereiding |
Wetsvoorstel afschaffen tenuitvoerleggingstermijnen | 10. Interne voorbereiding |
Invoering vijfde generatie mobiele telecommunicatie | 10. Interne voorbereiding |
Verzamelwet strafrecht BES | 10. Interne voorbereiding |
Rijksaanpassingswet Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging Besluit bewapening en uitrusting politie i.v.m. toekenning stroomstootwapen | 10. Interne voorbereiding |
Invoeringswet Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Wet internationaal insolventierecht | 10. Interne voorbereiding |
Wetboek van Strafvordering BES | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 i.v.m. de evaluatie van 2021 | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren i.v.m. CAO Rechterlijke Macht 2021 en 2018-2020 | 10. Interne voorbereiding |
Wetsvoorstel Civiel Effect Universiteiten Curaçao en Aruba | 10. Interne voorbereiding |
Consensusrijkswet harmonisatie gegevensbescherming in het Caribisch deel van het Koninkrijk | 10. Interne voorbereiding |
Invoeringsbesluit Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Invoeringsrijksbesluit Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Eerste aanvullingsbesluit Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Tweede aanvullingsbesluit Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Derde aanvullingsbesluit Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Onwaardigheid in het erfrecht (onwaardige erfgenaam) | 10. Interne voorbereiding |
Wettelijke regeling voor de publicatie van rechterlijke uitspraken | 10. Interne voorbereiding |
Gebruik videoconferentie in het civiele procesrecht | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van de Wet kwaliteit incassodienstverlening in verband met de noodzakelijke grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens | 10. Interne voorbereiding |
Verzamelwet gegevensverwerking politie en justitie | 10. Interne voorbereiding |
Wet Herimplementatie richtlijn EOB | 10. Interne voorbereiding |
Goedkeuring en uitvoering Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake samenwerking internationale misdrijven | 10. Interne voorbereiding |
Wet landelijke tarieven jeugdbescherming en jeugdreclassering | 10. Interne voorbereiding |
Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafrecht BES en andere wetten in verband met het strafbaar stellen van lijkschennis | 10. Interne voorbereiding |
Wet van [datum] tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES, houdende regels welke zijn afgestemd op Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek | 10. Interne voorbereiding |
Wetsvoorstellen tot goedkeuring en uitvoering van het verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht | 10. Interne voorbereiding |
Wetsvoorstel implementatie Europese richtlijn wederzijdse erkenning ontzeggingen van de rijbevoegdheid | 10. Interne voorbereiding |
Implementatiewet Richtlijn verdere uitbreiding en modernisering van het gebruik van digitale instrumenten en processen in het vennootschapsrecht | 10. Interne voorbereiding |
Wetsvoorstel tot implementatie van Richtlijn (EU) 2024/3237 van het Europees Parlement en de Raad van PM tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/413 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen | 10. Interne voorbereiding |
Implementatie tweede aanvullend protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa inzake computercriminaliteit | 10. Interne voorbereiding |
Implementatie EU-Richtlijn bestrijding geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (AMvB) | 10. Interne voorbereiding |
Wet verplaatsing bevolking | 10. Interne voorbereiding |
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba i.v.m. invoering bevelsbevoegdheid en bestuurlijke boete overlast openbare ruimte | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van de Wet Bibob met het oog op de toepasselijkheid in Bonaire, Sint Eustatius en Saba | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in verband het kunnen kwijtschelden van verhogingen bij boetes | 10. Interne voorbereiding |
Wet ter verbetering van de mogelijkheden tot strafrechtelijke samenwerking met door de Verenigde Naties gemandateerde organisaties ten behoeve van de opsporing en vervolging van internationale misdrijven (Wet verbetering strafrechtelijke samenwerking met VN-bewijsvergaringsmechanismen) | 10. Interne voorbereiding |
Wijzigingsbesluit rechtsbijstand | 10. Interne voorbereiding |
Wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eerste lijn, herpositionering van het Juridisch Loket en van de inning van de eigen bijdrage, en enkele andere onderwerpen | 10. Interne voorbereiding |
Besluit vaststelling toepassingsgebied verruimde licentieverlening door Pictoright aan musea | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van het Besluit veiligheidsregio’s, het Besluit informatie inzake rampen en crises, het Besluit van 8 maart 2016, houdende regels inzake de informatieverschaffing bij en ten behoeve van rampenbestrijding en crisisbeheersing, inzake de bedrijfsbrandweerplicht van inrichtingen, alsmede inzake rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en luchtvaartterreinen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, en enige andere besluiten | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Faillissementswet en de Wet op de economische delicten in verband met het vergroten van transparantie bij de ontbinding van rechtspersonen zonder baten en de invoering in dat kader van de mogelijkheid van een civielrechtelijk bestuursverbod | 10. Interne voorbereiding |
Rijkswet goedkeuring rechtshulpverdrag en uitleveringsverdrag Nederland - Colombia | 10. Interne voorbereiding |
Intrekkingsbesluit van de Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen notariaat en de Vergoedingenregeling Commissie van deskundigen gerechtsdeurwaarders | 10. Interne voorbereiding |
Besluit van [datum] tot wijziging van het Besluit geslachtsnaamswijziging in verband met de toepassing in Caribisch Nederland | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van het Besluit beheer politie en enkele andere besluiten in verband met de doorontwikkeling van de organisatie van de landelijke eenheden en enkele andere wijzigingen. | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven in verband met de zaak «Ligue des droits humains» (zaak C 817/19) | 10. Interne voorbereiding |
Wetsvoorstel tot verhoging van de strafmaxima van enkele actuele delictsvormen | 10. Interne voorbereiding |
Besluit tot wijziging van het Besluit van 15 december 2022 tot vaststelling wettelijke rente | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte in verband met actualisering van feitomschrijvingen en indexering van boetebedragen 2027 | 10. Interne voorbereiding |
Implementatiewet richtlijn harmonisatie bepaalde aspecten van het insolventierecht | 10. Interne voorbereiding |
Besluit van [PM] houdende wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de benoeming van topfunctionarissen bij het openbaar ministerie voor bepaalde tijd (Besluit benoeming topfunctionarissen openbaar ministerie voor bepaalde tijd) | 10. Interne voorbereiding |
Voorstel tot vernieuwing Wet consignatie van gelden | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging Besluit bedrag eigen risico aanspraken op het Waarborgfonds Motorverkeer | 10. Interne voorbereiding |
Verzamelwet forensische zorg houdende enkele verbeteringen in de wetgeving inzake de forensische zorg | 10. Interne voorbereiding |
Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met het treffen van een structurele voorziening voor het benoemen van rechters-plaatsvervangers en raadsheren-plaatsvervangers in hun eenenzeventigste levensjaar | 10. Interne voorbereiding |
Herziening kansspelen op afstand | 10. Interne voorbereiding |
Besluit van ..2026 tot wijziging van de bijlage bij het Besluit opsporing terroristische misdrijven in verband met de verhuizing van het parlement | 10. Interne voorbereiding |
Besluit tot aanpassing van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 in verband met de Wet versterking rechtsbijstand in het strafproces | 10. Interne voorbereiding |
Implementatiebesluit richtlijn duurzaamheidsrapportering boekjaren 2024-2026 | 10. Interne voorbereiding |
Besluit houdende bepalingen over Boek 6, Hoofdstuk 6, van het Wetboek van Strafvordering | 10. Interne voorbereiding |
Implementatiebesluit FIU-Nederland en Wijzigingsbesluit Iwt | 10. Interne voorbereiding |
Implementatiebesluit AML-pakket | 10. Interne voorbereiding |
Besluit houdende bepalingen over de schadevergoeding als processuele sanctie | 10. Interne voorbereiding |
Verzamelbesluit JenV | 10. Interne voorbereiding |
Implementatie van Richtlijn (EU) 2026/1021 betreffende de bestrijding van corruptie | 10. Interne voorbereiding |
Voorstel verdrag rechten omroeporganisaties (WIPO) | 10. Onderhandelingen |
Uitleveringsverdrag Koninkrijk der Nederlanden - Colombia | 10. Onderhandelingen |
Aanpassing terrorismeverdrag Raad van Europa | 10. Onderhandelingen |
Rechtshulpverdrag Nederland - Colombia | 10. Onderhandelingen |
Stilzwijgende goedkeuring Overeenkomst inzake de afgifte van meertalige en gecodeerde uittreksels uit en verklaringen van akten van de burgerlijke stand | 10. Onderhandelingen |
Derde aanvullend protocol bij het Europees Rechtshulpverdrag | 10. Onderhandelingen |
Onderhandeling aanvullend protocol Verdrag van Warschau | 10. Onderhandelingen |
Onderhandelingen overeenkomst EU-VS elektronisch bewijsmateriaal | 10. Onderhandelingen |
Onderhandelingen over een ontwerpverdrag van de Verenigde Naties tegen computercriminaliteit | 10. Onderhandelingen |
Goedkeuring Vierde Aanvullend Protocol Europees uitleveringsverdrag | 10. Onderhandelingen |
Terug- en overname Turkije; uitvoeringsprotocol | 10. Totstandkoming |
RvE 216 handel in menselijke organen | 10. Totstandkoming |
VN cybercrime | 10. Totstandkoming |
RvE 212 uitlevering; AP 4 | 10. Totstandkoming |
Aanscherping regels en handhaving kansspelen op afstand | 10. Voorbereiding |
RvE 224 Strafbare feiten ivm elektronische netwerken; tweede aanvulling | 15. Voorportaal, onderraad, ministerraad goedkeuring |
rechtshulp en uitlevering internationale misdrijven (MVRUIM) | 15. Voorportaal, onderraad, ministerraad goedkeuring |
Voorstel voor een verordening ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen | 20. Besluitvormingsfase |
Regels over zoekmiddelen bij urgente persoonsvermissingen waarbij geen sprake is van een verdenking van een strafbaar feit | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit Digitaal opkopersregister en Digitaal opkopersloket | 20. Consultatie en toetsing |
Wet herziening vrijheidsbeneming jeugd | 20. Consultatie en toetsing |
Wet implementatie EPBD IV | 20. Consultatie en toetsing |
Wijziging Beginselenwetten i.v.m. strafbaarstelling onttrekking aan vrijheidsbeneming en elektronisch toezicht | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit bewapening en uitrusting buitengewoon opsporingsambtenaar | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit stroomlijning keten voor derdenbeslag | 20. Consultatie en toetsing |
Wijziging Wet op de rechterlijke organisatie en Wet bescherming klokkenluiders (klokkenluidersregeling rechtspraak) | 20. Consultatie en toetsing |
Wet landelijke toezichthouder advocatuur | 20. Consultatie en toetsing |
Wet grondslag verwerking bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens Nationaal rapporteur mensenhandel | 20. Consultatie en toetsing |
Wet buitengerechtelijk schuldregelen | 20. Consultatie en toetsing |
Wijziging Wet wapens en munitie i.v.m. de invoering van een verbod op de verkoop van gebruiksmessen aan minderjarigen en het dragen daarvan in de openbare ruimte | 20. Consultatie en toetsing |
Tweede aanvullingswet Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit tenuitvoerlegging | 20. Consultatie en toetsing |
Wijzigingsbesluit verwijzingsportaal bankgegevens | 20. Consultatie en toetsing |
Herziening Wet veiligheidsregio’s en Veiligheidswet BES i.v.m. de versterking van de (nationale) crisisstructuur en de brandweerzorg | 20. Consultatie en toetsing |
Wet bescherming vermogen minderjarigen en enige andere onderwerpen in het familierecht van financiële aard | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende regels inzake getuigenbescherming | 20. Consultatie en toetsing |
Wetsvoorstel stelsel beveiligen van personen | 20. Consultatie en toetsing |
Uitvoerings- en implementatiewet Verordening en Richtlijn e-Justice | 20. Consultatie en toetsing |
Aanpassingsbesluit herziene EU-richtlijn mensenhandel | 20. Consultatie en toetsing |
Wijziging Besluit vergoeding affectieschade | 20. Consultatie en toetsing |
Wet houdende regels ter afbouw van interlandelijke adoptie, ter bescherming en ondersteuning van geadopteerden en het bieden van waarborgen voor binnenlandse afstand en adoptie | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit vergoeding affectieschade BES | 20. Consultatie en toetsing |
WIS 2 (Regels over het toezicht op de bedrijfsvoering van o.a. advocaten en notarissen ter naleving van sanctiemaatregelen) | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over heimelijke bevoegdheden uit Boek 2 van het Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over bevoegdheden met betrekking tot voorwerpen en gegevens uit Boek 2 van het Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende regels over de bevoegdheden van bijzondere aard uit het Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende regels inzake de rechten van en voorzieningen voor slachtoffers van strafbare feiten | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over de bevoegdheidsuitoefening door de officier van justitie, bedoeld in artikel 1.3.7 van het Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over processtukken in strafzaken | 20. Consultatie en toetsing |
Wetsvoorstel tot strafbaarstelling van het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties | 20. Consultatie en toetsing |
Wetsvoorstel ter implementatie wijzigingsrichtlijn ADR consumenten | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende wijziging van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken en het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende nadere regels over de reclasseringsinstellingen | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over de overdracht van berichten en het indienen van stukken langs elektronische weg in strafrechtelijke procedures | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende de aanwijzing van andere toezichtmaatregelen in de zin van artikel 8.8.2, eerste lid, onderdeel g, van het Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende algemene bepalingen over videoconferentie in strafzaken | 20. Consultatie en toetsing |
Wetsvoorstel tot strafbaarstelling van vormen van psychisch geweld | 20. Consultatie en toetsing |
Wijziging van verschillende wetten op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid met het oog op vereenvoudiging daarvan (Vereenvoudigingsvoorstellen Justitie en Veiligheid 2027) | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over deskundigenonderzoek, technisch onderzoek in strafzaken en ander specialistisch onderzoek in strafzaken | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over het maken van geluidsopnamen of geluids- en beeldopnamen van verhoren door opsporingsambtenaren | 20. Consultatie en toetsing |
Besluit houdende bepalingen over bevoegdheden met betrekking tot het lichaam uit Boek 2 van het Wetboek van Strafvordering | 20. Consultatie en toetsing |
Wijziging van het Besluit onderzoek in een geautomatiseerd werk in verband met het verbeteren van de keuring van een technisch hulpmiddel | 20. Consultatie en toetsing |
RvE 226 bescherming advocatenberoep | 20. Raad van State |
Strafbaarstelling verheerlijking van terroristische misdrijven | 20. Tweede Kamer |
Strafbaarstelling seksuele intimidatie | 20. Tweede Kamer |
Strafbaarstelling openbaarmaking beeldmateriaal slachtoffers | 20. Tweede Kamer |
Wet online aangejaagde openbareordeverstoring | 20. Tweede Kamer |
Regulering teelt voor coffeeshops en achterdeur van coffeeshops (Wet gesloten coffeeshopketen) | 30. Eerste Kamer |
Terug- en overname Kirgizië | 30. Staten-Generaal behandeling |
Terug- en overname Belize | 30. Staten-Generaal behandeling |
Wet versterking waarborgfunctie Awb | 30. Voorportaal, onderraad en ministerraad |
Wet modernisering pandrecht en cessie | 30. Voorportaal, onderraad en ministerraad |
Wijziging en intrekking van enkele amvb’s n.a.v. enkele technische wijzigingen in de Wet op de rechterlijke organisatie i.v.m. de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Wijziging Besluit controle op rechtspersonen | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Implementatiebesluit richtlijn duurzaamheidsrapportage | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit versterking regie volkshuisvesting (aanwijzen categorieën van woningbouwprojecten als bedoeld in artikel 16.87a Omgevingswet) | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Cyberbeveiligingsbesluit | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Wijziging Besluit boa tot instelling verbod op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging door geüniformeerde boa’s | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Wijziging Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek uit Boek 2 van het Wetboek van Strafvordering | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende regels inzake de kennisgeving van rechten ten behoeve van aangehouden verdachten | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende regels voor de inrichting van en de orde tijdens het politieverhoor waaraan de raadsman deelneemt | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende regels aangaande strafbeschikkingen | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende bepalingen over de rechtspersonen of organen van rechtspersonen met een verplichting tot het doen van aangifte en de mogelijkheid tot het doen van een klacht, bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, langs de diplomatieke weg | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit aanwijzing Halt-feiten | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende regels over de commissie die adviseert over het doen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 5.8.5 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit houdende bepalingen over de uitsluiting van strafbare feiten van de oproepingsprocedure, bedoeld in artikel 4.5.5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Wijziging Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen i.v.m. uitbreiding voorschotregeling | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit indexering verkeersboetes 2027 | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit implementatie EU-richtlijn betreffende structuren met aandelen met meervoudig stemrecht | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Besluit formalisering arbeidsvoorwaardenakkoord sector politie 2025-2027 | 40. Ministerraad akkoord, nog niet bekrachtigd |
Wet verbetering positie werknemer bij een overgang van onderneming in faillissement | 40. Raad van State |
Wet stroomlijning bestuurlijke boetemaxima en termijnen | 40. Raad van State |
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag | 40. Raad van State |
Wijzigingswet verwijzingsportaal bankgegevens | 40. Raad van State |
Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet n.a.v. uitspraak HvJEU («Varkens in Nood») inzake uitleg van de artikelen 6 en 9 van het Verdrag van Aarhus (Reparatiewet Varkens in Nood-arrest) | 40. Raad van State |
Wetsvoorstel verbetering kroongetuigeregeling | 40. Raad van State |
Wet ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming | 40. Raad van State |
Implementatie richtlijn inzake bevriezing en confiscatie | 40. Raad van State |
Implementatie anti-witwasmaatregelen EU | 40. Raad van State |
Implementatie EU-Richtlijn bestrijding geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (wet) | 40. Raad van State |
Wet gegevensvergaring politie openbareordedomein | 40. Raad van State |
Wijziging Wet vergoeding affectieschade | 40. Raad van State |
Wet collectief rechtenbeheer en toezicht | 40. Raad van State |
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de aanscherping van het taakstrafverbod | 40. Raad van State |
Wijziging van de Kaderwet overige JenV-subsidies om te voorzien in een grondslag voor een specifieke uitkering ter bestrijding van ondermijnende criminaliteit | 40. Raad van State |
Novelle verval onverenigbaarheid rechterschap met lidmaatschap gemeenteraad en provinciale staten | 40. Raad van State |
Wijzigingsbesluit tenuitvoerlegging strafonderbreking | 50. Bekendmaking en inwerkingtreding |
Besluit rapportage man-vrouwverhouding in het bestuursverslag van grote naamloze en besloten vennootschappen | 50. Bekendmaking en inwerkingtreding |
Wijziging van het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen | 50. Bekendmaking en inwerkingtreding |
Herziening wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (dataretentie) | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wet regulering sekswerk | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wijziging Wetboek van Strafrecht i.v.m. strafverzwaring belediging | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wijziging van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en het Wetboek van Strafvordering (36753) | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wijziging Algemene wet gelijke behandeling en Wetboek van Strafrecht i.v.m. terminologie seksuele gerichtheid en genderidentiteit | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wijziging Wetboek van Strafrecht ter invoering van de alcoholmeter (36585) | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Verhoging strafmaxima en uitbreiding rechtsmacht mensensmokkel | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Eerste aanvullingswet Wetboek van Strafvordering | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Modernisering Coördinatiewet uitzonderingstoestanden | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Implementatiewet Richtlijn betreffende consumentenkrediet | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wet tot wijziging van de re-integratieverplichtingen in het tweede ziektejaar van werknemers bij kleine en middelgrote werkgevers | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wet versterking rechtsbijstand in het strafproces | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wijziging Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en enige andere wetten in verband met richtlijn (EU) 2018/958 | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wetsvoorstel Internationale Sanctiemaatregelen | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wet personeelsbehoud bij crisis | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Implementatie verordening 2023/1543 en richtlijn 2023/1544 (vergaring van elektronisch bewijsmateriaal in strafprocedures) | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Herzieningswet ambtsmisdrijven Kamerleden en bewindspersonen | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wetsvoorstel implementatie herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wetsvoorstel tot implementatie van de herziene EU-Richtlijn 2011/36/EU ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (36835) | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Voorstel van Rijkswet van PM, houdende regels met betrekking tot uitlevering van Aruba, Curaçao en Sint Maarten | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wetsvoorstel uitvoering verordening overdracht van strafvervolging | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Implementatiewet richtlijn aandelen met meervoudig stemrecht | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Implementatiewet richtlijn herziening productaansprakelijkheid | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Implementatiewet richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Permanentmaking van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES in verband met de strafbaarstelling van het openlijk steun betuigen aan terroristische organisaties en het verheerlijken van terrorisme (Wetsvoorstel strafbaarstelling openlijk steun betuigen aan terroristische organisaties en het verheerlijken van terrorisme) | 50. Tweede Kamer (voorbereiding) |
RvE 108 en RvE 223; verwerking persoonsgegevens | 55. Eerste kamer (voorbereiding) |
Uitlevering Marokko | 55. Eerste kamer (voorbereiding) |
Wet kind, draagmoederschap en afstamming | 60. Tweede Kamer (plenaire) behandeling |
Wetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed | 60. Tweede Kamer (plenaire) behandeling |
Strafmaatverhoging grootschalige in- en uitvoer, grootschalige productie en grootschalig bezit van harddrugs (36705) | 60. Tweede Kamer (plenaire) behandeling |
Wetsvoorstel strafbaarstelling verblijf in door terroristische organisatie gecontroleerd gebied | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Wijziging Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering i.v.m. het verbeteren van de bestrijding van heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Wijziging Wet op de rechterlijke organisatie, Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, Wet op de Raad van State en enige andere wetten i.v.m. enkele wijzigingen in het belang van integere, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, alsmede de regeling van enige andere onderwerpen (36243) | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Cyberbeveiligingswet | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Modernisering strafbaarstelling mensenhandel (artikel 273f Sr) | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Wijziging van de Wjsg ter vastlegging van de doelen van het gebruik van Ecris | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Rijkswet goedkeuring Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende uitlevering | 70. Eerste Kamer (voorbereiding) |
Wetsvoorstel continuïteit ondernemingen I (pre-pack) (HFW) | 80. Eerste Kamer (plenaire) behandeling |
Vaststellingswet Boeken 1 tot en met 6 van het Wetboek van Strafvordering | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Verzamelwet gegevensbescherming | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wetsvoorstel moderniseren NV-recht en vergroten genderdiversiteit in de top van grote bedrijven | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II (relatieve competentie in megazaken (en die van het FP)) | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wijziging Politiewet 2012 i.v.m. regels over de bewapening en uitrusting van buitengewoon opsporingsambtenaren | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Goedkeurings- en Uitvoeringswet HNS-Verdrag | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wet tot wijziging van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van het elektronisch cognossement | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wet versterking auteurscontractenrecht | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wet tot wijziging van Boek 2 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek met het oog op het aanpassen van de regels inzake de digitale algemene vergadering voor rechtspersonen | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Vaststellingswet Boeken 7 en 8 van het Wetboek van Strafvordering | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wet weerbaarheid kritieke entiteiten | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Implementatie RL betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
Wetsvoorstel plan van aanpak witwassen | 90. Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding |
8. Bijlagen
Bijlage 1: ZBO's en RWT's
Organisatie | RWT | ZBO | artikel | Begrotings- ramingen | Hyperlink uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet | Volgende evaluatie ZBO |
|---|---|---|---|---|---|---|
x | 31 | 9.035.531 | geen evaluatieplicht van toepassing | |||
x | x | 31 | 2.588 | 2028 | ||
x | x | 32 | 643.686 | 2026 | ||
x | x | 32 | 14.741 | 2028 | ||
x | 32 | 56.833 | 2029 | |||
x | 32 | 12.762 | 2029 | |||
College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten | x | 32 | 1802 | 2029 | ||
x | 32 | 2.311 | Evaluatie voorzien voor 2026 | 2026 | ||
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) | x | 32 | 6.121 | n.v.t. | ||
x | 33 | 308 | n.v.t | |||
Autoriteit terroristische content en kinderpornografische materiaal (ATKM) | 33 | 7.071 | n.v.t | 2026 | ||
Reclasseringsorganisaties (cluster): | ||||||
x | 34 | 202.813 | ||||
x | 34 | 30.911 | ||||
x | 34 | 102.779 | ||||
x | x | 34 | 36.798 | 2030 | ||
x | 34 | 70.413 | n.v.t. | |||
x | x | 34 | 4.332 | 2028 | ||
x | 34 | 14.896 | ||||
x | x | 36 | 60.072 | n.v.t. | ||
x | x | 36 | 17.772 | 2029 | ||
x | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |||
x | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | |||
x | x | n.v.t. | n.v.t. | 2027 | ||
x | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 2: Specifieke uitkeringen
Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. Deze bijlage bevat een overzicht van specifieke uitkeringen en voornemens tot specifieke uitkeringen.
SiSa nr. | Onderdeel | Toelichting | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
A2 | Naam | Brede doeluitkering rampenbestrijding | 267,1 | 276 | 292,9 | 292,3 | 292,2 | 292,2 |
Korte duiding | Bijdrage aan de veiligheidsregio's in de kosten van de taken van de veiligheidsregio's, genoemd in de Wvr | |||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | Met de bijdrage worden de regio's in staat gesteld uitvoering te geven aan de volgende hoofdtaken: de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing, het instandhouden van de brandweer en geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. | |||||||
Ontvangende partijen | Veiligheidsregio's | |||||||
Artikel | 36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding | |||||||
A17 | Naam | Regeling specifieke uitkering voorkomen georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit 2022 | 45,6 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | specifieke uitkering ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit. | |||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | ||||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten | |||||||
Artikel | 33.3 Opsporing en vervolging | |||||||
A20 | Naam | Specifieke uitkering versterking van de lokale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme 2023-2026 | 5,9 | 5,9 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | Specifieke uitkering versterking van de lokale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme | |||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | Het bestrijden en verzwakken van extremistische bewegingen in Nederland, het voorkomen van nieuwe aanwas en het tegengaan van radicalisering. | |||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten | |||||||
Artikel | 36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding | |||||||
A21 | Naam | Regeling specifieke uitkering ter voorkoming van georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit 2023 | 17,6 | 8,9 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | specifieke uitkering ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit. | |||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | ||||||||
Ontvangende partijen | Gemeenten | |||||||
Artikel | 33.3 Opsporing en vervolging | |||||||
A28 | Naam | Specifieke uitkering Wapens en Jongeren | ||||||
Korte duiding | ||||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | ||||||||
Ontvangende partijen | ||||||||
Artikel | ||||||||
A30 | Naam | Structurele Mainports gelden | 28,7 | 28,7 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | Het bestrijden van georganiseerde drugscriminaliteit bij 5 grote logistieke knooppunten:- Rotterdamse Haven- Schiphol- Noordzee Kanaal Gebied- Havens Zeeland west-Brabant- Bloemenveilingen | |||||||
Juridische grondslag | Artikel 33, 33.3, Rijksbegroting, VI Justitie en Veiligheid | |||||||
Maatschappelijke effecten | Significant terugdringen van drugssmokkel en onze mainports zo onaantrekkelijk mogelijk maken voor drugscriminelen. | |||||||
Ontvangende partijen | 5 Beheergemeenten Mainports | |||||||
Artikel | 33.3. Opsporing en vervolging | |||||||
A31 | Naam | Specifieke uitkering ter voorkoming van jeugdcriminaliteit 2024-2027 | 10 | 10 | 5 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | specifieke uitkering ten behoeve van het treffen van maatregelen ter voorkoming van jeugdcriminaliteit. | |||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | ||||||||
Ontvangende partijen | Gemeente | |||||||
Artikel | 33.2 Bestuur, informatie en technologie | |||||||
A48 | Naam | Theseus project | 0,25 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | Het in beeld krijgen van bedrijventerreinen op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Om weerbaarheid en bewustwording te vergroten is het noodzakelijk om als overheid zichtbaar te zijn op de terreinen en van alle percelen te weten welke activiteiten feitelijk plaatsvinden. | |||||||
Juridische grondslag | Artikel 33, 2.3, Rijksbegroting, VI Justitie en Veiligheid | |||||||
Maatschappelijke effecten | versterking van de aanpak van ondermijning | |||||||
Ontvangende partijen | Provincie Gelderland | |||||||
Artikel | 33.2 Bestuur, informatie en technologie | |||||||
A49 | Naam | Frictiebudget 2025 & 2026 | 7,2 | 5,0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | Tegemoetkoming knelpunten na afronding periode 2022-2024. | |||||||
Juridische grondslag | Artikel 33, 33.3, Rijksbegroting, VI Justitie en Veiligheid | |||||||
Maatschappelijke effecten | Regionale aanpak Ondermijning | |||||||
Ontvangende partijen | 10 Beheergemeenten van de RIEC's | |||||||
Artikel | 33.3. Opsporing en vervolging | |||||||
A50 | Naam | Structurele algemene Rijksbijdrage RIEC's | 61,4 | 65,9 | 65,9 | 65,9 | 0 | 0,0 |
Korte duiding | Periodieke financiering Regionale Informatie Expertise Centra. 2025-2028. | |||||||
Juridische grondslag | Artikel 33, 33.3, Rijksbegroting, VI Justitie en Veiligheid | |||||||
Maatschappelijke effecten | Regionale aanpak Ondermijning | |||||||
Ontvangende partijen | 10 Beheergemeenten van de RIEC's | |||||||
Artikel | 33.3. Opsporing en vervolging | |||||||
A55 | Naam | Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026 ‒ 2029 | 42,4 | 72,3 | 72,3 | 72,3 | ||
Korte duiding | Specifieke uitkering voor de aanpak Preventie met Gezag waarmee een betekenisvolle en merkbare bijdrage aan het voorkomen, terugdringen en aanpakken van diverse vormen van (jeugd)criminaliteit wordt geleverd, in de meest kwetsbare en ondermijnende wijken van Nederland. De aanpak richt zich op kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot 27 jaar. | |||||||
Juridische grondslag | ||||||||
Maatschappelijke effecten | Het verminderen van (jeugd)criminaliteit en versterken van de aanpak van Ondermijning | |||||||
Ontvangende partijen | 27 gemeenten | |||||||
Artikel | 33.3. Opsporing en vervolging | |||||||
A56 | Naam | RIEC Limburg 2025 (EURIEC) | 0,3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Korte duiding | Periodieke financiering RIEC Limburg 2025 (EURIEC). | |||||||
Juridische grondslag | Artikel 33, 33.2, Rijksbegroting, VI Justitie en Veiligheid | |||||||
Maatschappelijke effecten | Regionale aanpak Ondermijning | |||||||
Ontvangende partijen | RIEC Limburg (EURIEC) | |||||||
Artikel | 33.2 Bestuur, informatie en technologie |
Bijlage 3: Subsidieoverzicht
Ar-tikel | Naam subsidie(regeling) | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | Laatste evaluatie-moment | Volgende evaluatie-moment | Einddatum Subsidie |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
31 | 2.817 | 2.803 | 2.751 | 2.759 | 2.732 | 2.732 | 2.731 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
31 | 3.355 | 3.520 | 3.500 | 3.290 | 3.180 | 3.180 | 3.180 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
31 | 7.561 | 8.451 | 1.258 | 1.212 | 507 | 507 | 507 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
32 | 1.204 | 1.344 | 1.343 | 1.342 | 1.342 | 1.342 | 1.342 | 2030 | Zie toelichting | ||
32 | 56.640 | 64.803 | 65.104 | 64.953 | 65.003 | 65.003 | 64.999 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
32 | 666 | 688 | 686 | 682 | 681 | 681 | 681 | 2027 | Zie toelichting | ||
32 | 1.184 | 1.435 | 1.332 | 1.228 | 1.189 | 1.189 | 1.189 | 2027 | Zie toelichting | ||
32 | 2.849 | 3.530 | 3.491 | 3.476 | 3.476 | 3.476 | 3.475 | 2027 | Zie toelichting | ||
32 | Groene Boa's | 4.878 | 4.837 | 2026 | |||||||
32 | Weerbaarheid Juridische Beroepen | 911 | 437 | 2025 | |||||||
32 | Overige subsidies Rechtspleging | 3.281 | 4.502 | 4.786 | 4.062 | 4.284 | 4.284 | 4.283 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting |
33 | 4.679 | 3.808 | 3.532 | 3.260 | 3.155 | 3.155 | 3.154 | 2030 | Zie toelichting | ||
33 | 11.951 | 12.668 | 11.363 | 11.384 | 11.270 | 11.270 | 11.267 | ‒ | 2027 | Zie toelichting | |
33 | 10.708 | 22.552 | 17.666 | 3.581 | 3.369 | 3.369 | 3.368 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
33 | 88 | 1.036 | 528 | 487 | 472 | 472 | 472 | 2030 | Zie toelichting | ||
33 | 1.028 | 1.106 | 952 | 893 | 852 | 852 | 852 | 2028 | Zie toelichting | ||
33 | 1.221 | 1.163 | 1.001 | 930 | 903 | 903 | 903 | 2028 | Zie toelichting | ||
33 | 263 | 270 | 187 | 154 | 139 | 139 | 115 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
33 | Stichting Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM) / Offlimits | 2.681 | 2.788 | 2.370 | 2.192 | 2.125 | 2.125 | 2.125 | Zie toelichting | 2029 | Zie toelichting |
33 | 3.465 | 14 | 116 | 100 | 100 | 123 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | ||
34 | 1.310 | 1.297 | 1.203 | 1.110 | 1.075 | 1.075 | 1.074 | 2027 | Zie toelichting | ||
34 | 10.991 | 4.150 | 4.060 | 3.740 | 3.719 | 3.719 | 3.718 | 2027 | Zie toelichting | ||
34 | 30.352 | 35.398 | 20.848 | 17.841 | 15.805 | 15.457 | 15.454 | 2027 | Zie toelichting | ||
34 | Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) | 2.320 | 2.613 | 2.649 | 2.600 | 2.691 | 2.786 | 2.885 | 2026 | 2027 | Zie toelichting |
34 | Het Gevangenismuseum | 741 | 760 | 619 | 557 | 533 | 533 | 533 | 2026 | 2031 | Zie toelichting |
34 | 1.219 | 6.242 | 5.707 | 5.107 | 4.873 | 4.873 | 4.872 | 2027 | Zie toelichting | ||
34 | Subsidies Slachtofferbeleid | 488 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Zie toelichting | Zie toelichting | |
34 | 2.645 | 2.364 | 2.231 | 2.222 | 2.220 | 2.220 | 2.219 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
36 | 4.456 | 2.994 | 1.431 | 1.322 | 1.278 | 1.278 | 1.278 | Zie toelichting | 2028 | Zie toelichting | |
36 | 635 | 674 | 587 | 541 | 523 | 523 | 522 | Zie toelichting | 2027 | Zie toelichting | |
36 | 6.753 | 3.165 | 2.638 | 2.435 | 2.357 | 2.357 | 2.356 | Zie toelichting | Zie toelichting | Zie toelichting | |
38 | Vroege Integratie en Participatie | 10.494 | |||||||||
38 | Overige subsidies Inburgering | 3.694 | |||||||||
Totaal subsidieregelingen | 194.0631 | 204.863 | 163.837 | 143.476 | 139.853 | 139.600 | 139.677 |
Artikel 31
Opsporing
Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting Meld Misdaad Anoniem voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland. De subsidie wordt jaarlijks toegekend op basis van een door de Minister geaccordeerde begroting voor dat jaar.
Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)
SAOP, het AO fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister van JenV. Daarnaast worst de vakbondsbijdrage gefinancierd. Er wordt jaarlijks gekeken of de subsidie die wordt verstrekt nog wel voldoet aan de eisen die hiervoor door de Minister zijn gesteld. Op deze wijze houdt de Minister controle op de juistheid (rechtmatigheid e.d.) van de toekenning.
Overige Subsidies
Het betreft hier het budget voor incidentele subsidies aan verschillende organisaties. Er wordt jaarlijks gekeken of de subsidie die wordt verstrekt nog wel voldoet aan de eisen die hiervoor door de Minister zijn gesteld. Op deze wijze houdt de Minister controle op de juistheid (rechtmatigheid e.d.) van de toekenning.
Artikel 32
Stichting de geschillencommissie (SdG)
De SdG (voorheen Geschillencommissie consumentenzaken) behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. De SdG heeft op dit moment rond de 70 geschillencommissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen. De SdG ontvangt voor de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenV. De geschillencommissies zijn met hun laagdrempelige werkwijze een goed alternatief voor de gang naar de rechter.
Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR)
Subsidie voor het ondersteunen van de rol van de NVvR als beroepsvereniging voor rechtelijke ambtenaren en als tegemoetkoming aan functionele autoriteiten waarbij rechtelijke ambtenaren werkzaam zijn die werkzaamheden voor de NVvR verrichten.
Juridisch Loket
Het Juridisch loket is een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. Er is nog geen evaluatie voorzien, aangezien de aanpassing op wet en de onderliggende besluiten nog niet in werking zijn getreden.
Subsidies wetgeving
Betreft allereerst de stichting Recht en Overheid. De subsidie is voor bijdrage aan de bedrijfskosten van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen, met als doel het verhogen van de juridische kwaliteit door het bieden van een tweejarig duaal leerwerktraject aan talentvolle, recent afgestudeerde juristen, die meer dan gemiddeld belangstelling hebben voor een juridische functie bij één van de ministeries. Daarnaast wordt voorzien in extra opleidings- en bijscholingsmogelijkheden voor onder meer zittende juristen bij alle ministeries en de Raad van State en andere organisaties. Daarnaast valt de subsidie aan de Stichting Geschillencommissie Auteursrechten onder subsidies van DWJZ. De subsidie is voor de vaste organisatorische kosten van de Geschillencommissie Auteursrechten ten behoeve van de geschillenbeslechting op het gebied van het auteursrecht. Tot slot ontvangt het Nederlandse Juristen-comité voor de mensenrechten (NJCM) subsidie ten behoeve van het ontwikkelen, versterken en beschermen van de mensenrechten op nationaal en internationaal niveau en het vergroten van de kennis van mensenrechten. De subsidie wordt jaarlijks toegekend op basis van een door de Minister geaccordeerde begroting voor dat jaar. Een einddatum is derhalve niet van toepassing.
Perspectief Herstelbemiddeling
De Stichting Perspectief Herstelbemiddeling bemiddelt tussen slachtoffers en daders van misdrijven (en verkeersongevallen) om samen te kijken naar de vragen rondom een misdrijf, de motieven en de gevolgen ervan. Afhankelijk van de behoefte en de mogelijkheden leidt dit tot een gesprek of briefwisseling tussen slachtoffer en dader, onder begeleiding van een bemiddelaar.
Overige subsidies Toegang rechtsbestel/ Rechtspleging
Dit betreft verzamelbudgetten met als grondslag de begroting dat op jaarbasis aan diverse projectsubsidies wordt besteed. Subsidies betreffen voor een groot deel toezicht en handhaving in de buitengebieden (groene boa) en de versterking van weerbaarheid juridische beroepen, inclusief het toezicht daarop. De evaluatie van de subsidies zal grotendeels in de Periodieke rapportage Rechtsbestel (2028) worden meegenomen. Andere subsidieregelingen worden apart geëvalueerd.
Artikel 33
Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV)
Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV de professionals in de veiligheidsketen bij uitvoering van rijksbeleid op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid. Dat de subsidie voor het CCV uit twee delen bestaat, komt voort uit de verschillende doelstellingen van het Ministerie van JenV. De eerste reeks op het artikelonderdeel 33.2 is gericht op veiligheid en lokaal bestuur en de tweede reeks op artikelonderdeel 33.3 is gericht op opsporings- en vervolgingsbeleid. Gezamenlijk vormen deze twee reeksen de (basis)subsidie van het CCV.
Het CCV draagt op deze manier bij aan de uitvoering van een groot aantal activiteiten ter ondersteuning en realisatie van beleidsdoelstellingen van het Ministerie van JenV. Onder andere op het gebied van ondermijnende criminaliteit, cybercriminaliteit, mensenhandel, buurtbemiddeling en de preventieve aanpak van jeugd in kwetsbare wijken. Het beleid dat het Ministerie van JenV uitvoert op het gebied van criminaliteitspreventie, wordt voor een belangrijk deel door het CCV vormgegeven. Het CCV zorgt ervoor dat beleid dat op het departement wordt ontwikkeld, ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd door gemeenten, bedrijven en burgers.
Platform Veilig Ondernemen
Het CCV zet de structurele bijdrage aan het Platform Veilig Ondernemen (PVO) uit. Het PVO-bestel bestaat uit 10 regionale PVO’s en een landelijk expertisecentrum (PVO-NL) dat de regionale platforms ondersteunt en de verbinding zoekt met publieke partners en landelijke branches. Via publiek-private samenwerking worden veiligheidsproblemen die ondernemers raken op regionaal niveau in kaart gebracht, bepaald welke inzet nodig is om ondernemers en het bedrijfsleven weerbaar te maken tegen criminaliteit en overlast, en worden vervolgens concrete acties ondernomen. Het nemen van preventieve maatregelen is daarbij het uitgangspunt.
Overige subsidies veiligheid en bestuur
Dit betreft een verzamelbudget met als grondslag het budget dat in de begroting op jaarbasis beschikbaar is en de kaderwet en/of besluit overige Justitiesubsidies. Het wordt besteed aan diverse projectsubsidies zoals onder andere voor sekswerkbeleid en de (gemeentelijke) aanpak van mensenhandel, voetbal, digitale meldplicht, lokaal bestuur, criminaliteit tegen het bedrijfsleven (waaronder voor cybercriminaliteit), Actieprogramma Veilig Ondernemen (AVO), PPS geïntensiveerd, BIBOB, preventie. de investering in bodycams voor BOA's en de Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven. Een einddatum is derhalve niet van toepassing. De evaluatie van de subsidies wordt meegenomen in de Periodieke rapportage Veiligheid en lokaal bestuur (2027).
CoMensha
CoMensha vervult een centrale rol in het over de afgelopen jaren opgebouwde netwerk ter ondersteuning van slachtoffers mensenhandel. In 2018 is het programma Samen tegen mensenhandel ontwikkeld. CoMensha geeft inzicht in de aard en omvang van mensenhandel in Nederland op basis van de registratie mede ten behoeve van de Nationaal Rapporteur, coördineert de eerste opvang en zorg, ook voor slachtoffers met Multi-problematiek, signaleert knelpunten in de ketenaanpak mensenhandel en zet zo nodig aan tot actie.
Meldpunt online Discriminatie (MOD)
Het meldpunt online discriminatie is het landelijke meldpunt voor strafbare, discriminerende uitingen online. MOD beoordeelt meldingen en stuurt in geval van strafbare content een verwijderverzoek naar de internetpartij. Daarnaast heeft MOD een belangrijke rol in het creëren van bewustwording van online discriminatie en het tegengaan hiervan. Het volgende evaluatiemoment wordt nader bepaald, maar zal uiterlijk in 2030 zijn.
Offlimits
Offlimits is er voor de ondersteuning van mensen die te maken hebben (gehad) met online grensoverschrijdend gedrag en misbruik, in het bijzonder seksueel (kinder-) misbruik en uitbuiting. Met hun initiatieven Meldpunt Kinderporno, Helpwanted en Stop it Now werken ze aan een schoner internet, helpen ze slachtoffers van online grensoverschrijdend gedrag en doen ze aan preventie.
Fraudehelpdesk
De Fraudehelpdesk draagt door middel van verschillende activiteiten bij aan de bestrijding van horizontale fraude (fraude waarvan burgers en bedrijven slachtoffer zijn). Deze activiteiten omvatten onder andere het te woord staan van fraudeslachtoffers, het adviseren en doorverwijzen van melders naar relevante instanties en het op diverse manieren waarschuwen en voorlichten van burgers en bedrijven ter voorkoming van slachtofferschap. De Fraudehelpdesk werkt met diverse partners samen om fraude te bestrijden.
Overige subsidies opsporing en vervolging
Dit betreft een verzamelbudget met als grondslag de begroting dat op jaarbasis aan diverse projectsubsidies wordt besteed zoals onder andere ECPAT, aanpak online content, programma samen tegen mensenhandel VNG, antisemitisme etc. Een einddatum is derhalve niet van toepassing. Het volgende evaluatiemoment wordt nader bepaald, maar zal uiterlijk in 2030 zijn.
Artikel 34
Integriteit en kansspelen
Dit betreft subsidies op het terrein van filantropie en (incidenteel) kansspelen. De doelstelling van de subsidies in het kader van filantropie is het streven naar verdergaande structurele samenwerking. Dit gebeurt aan de hand van drie Rijksbrede speerpunten: stimuleren van geefgedrag, bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid van de sector en bevorderen van samenwerking tussen overheid en de filantropie sector. Dit betreft een verzamelbudget dat op jaarbasis aan diverse projectsubsidies wordt besteed. Een einddatum is derhalve niet van toepassing.
Aanpak criminaliteitsfenomenen
Het doel van subsidies in het kader van preventieve maatregelen is o.a. het terugdringen van overvallen via programma's van de Taskforce Overvallen. Dit betreft een verzamelbudget dat op jaarbasis aan diverse projectsubsidies wordt besteed op het gebied van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling, online criminaliteit, expressief (online) geweld en gedragsinterventies. Een einddatum is derhalve niet van toepassing.
Jeugdbescherming en jeugdsancties
Het betreft een verzamelbudget dat op jaarbasis aan diverse projectsubsidies wordt besteed, o.a. het Centrum Internationale Kinderontvoering en FIOM. Het Centrum Internationale Kinderontvoering biedt actuele informatie, advies en begeleiding aan ieder die in zijn persoonlijke of professionele omgeving in aanraking komt met (dreigende) internationale kinderontvoering. Er wordt jaarlijks gekeken of de subsidie die wordt verstrekt nog voldoet aan de eisen die hiervoor door de Minister zijn gesteld. Op deze wijze houdt de Minister controle op de juistheid (rechtmatigheid e.d.) van de toekenning. FIOM is een stichting ten behoeve van voorlichting aan aspirant adoptiefouders voor het verrichten van taken op het terrein van de behandeling van aanvragen tot beginseltoestemming. Daarnaast is naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Interlandelijke Adoptie (commissie Joustra) een onafhankelijk landelijk expertisecentrum (INEA) opgezet met als doel het steviger en professioneler ondersteunen van geadopteerden.
Het voorkomen en aanpakken van geweld in afhankelijkheidsrelaties is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. JenV subsidieert meerdere projecten op dit terrein. Daarnaast wordt ondersteund bij experimenten in het kader van het terugdringen van multiproblematiek, verbeteren informatiedeling tussen diverse domeinen (straf-zorg-sociaal domein) en de ontwikkeling van nieuwe interventies.
Tot slot is voor jeugdbescherming een subsidiebudget beschikbaar ter ondersteuning van de werkzaamheden van de gecertificeerde instellingen.
Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP)
Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) is opgericht om de wetenschappelijke onderbouwing van de zorg binnen de forensische psychiatrie te versterken, de samenwerking tussen forensische instellingen te bevorderen en de uitwisseling van kennis met GGZ-instellingen, universiteiten en onderzoeksinstituten te stimuleren. Vanuit deze doelstellingen is het programma Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ) ontwikkeld.KFZ richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de forensische zorg door middel van kennisdeling, onderzoek en samenwerking. Het programma subsidieert projecten waarin organisaties binnen de forensische zorg gezamenlijk werken aan het vergroten van de kwaliteit en effectiviteit van interventies, behandelingen en methodieken, met als belangrijkste doelen: betere zorg en een veiliger samenleving.Het subsidiebedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer personeel en materieel, conform de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgestelde indexering.
Het Gevangenismuseum
Het gevangenismuseum biedt informatie over hoe we in Nederland omgaan met misdaad en straf vanaf 1600 tot en met nu. DJI gaat met het Gevangenismuseum een meerjarige subsidierelatie aan.
Intra- en extramurale sanctieuitvoering
Middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid en forensische zorg. Er wordt jaarlijks gekeken of de subsidies die worden verstrekt nog voldoen aan de eisen die hiervoor door de Minister zijn gesteld. Op deze wijze houdt de Minister controle op de juistheid (rechtmatigheid e.d.) van de toekenningen.
Subsidies Slachtofferbeleid
Incidenteel wordt beperkt gebruik gemaakt van het instrument subsidie voor het laten uitvoeren van onderzoek op het gebied van Slachtofferbeleid.
Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)
Met ingang van 2020 is sprake van een zelfstandige subsidierelatie tussen de Stichting Reclassering Caribisch Nederland en het ministerie van JenV. Deze subsidie wordt jaarlijks via verantwoording beoordeeld.
Artikel 36
Nederlands Rode Kruis
Jaarlijks ontvangt het Nederlands Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing, het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is. In 2024 is voor de periode oktober 2024 tot 31 december 2026 een aanvullende subsidie toegekend voor het vervangen van noodhulpteamvoertuigen en pagers. Deze subsidies worden toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.
Stichting Korpora
Stichting Korpora (voorheen het Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI)) concentreert zich op het beheer van het cultureel erfgoed betreffende politie, brandweer en crisisbeheersing. Het exposeren van dat erfgoed vindt plaats in overleg met betrokken partijen in genoemde sectoren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding
Hieronder vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Kaderwet overige JenV-subsidies. Dit betreft meerdere subsidies met verschillende looptijden derhalve is er geen specifieke einddatum. De evaluatie van de subsidies vallen onder de beleidsevaluatie van het programma.
Artikel 37
Met de introductie van een nieuw begrotingshoofdstuk in de rijksbegroting voor Asiel en Migratie (XX) worden de middelen op het gebied van de toegang, toelating en opvang vreemdelingen alsmede de middelen op het gebied van terugkeer vanaf 2025 niet meer verantwoord op het begrotingshoofdstuk van Justitie en Veiligheid (VI).
Artikel 38
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van inburgering voor zover deze voor 2 juli 2024 was opgedragen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De taken van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) worden dienovereenkomstig gewijzigd, hetgeen inhoudt dat enkel voor het jaar 2025 de minister van JenV wordt belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van inburgering.
Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda
In deze bijlage worden de thema's en subthema's van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de bijbehorende onderzoeksprogrammering voor de komende jaren toegelicht. Per thema staan de begrotingsartikelen waarop het thema betrekking heeft en de looptijd van het thema vermeld. Deze looptijd kan afwijken van de onderzoeksperiode van de Periodieke rapportage (PR). Voor de onderzoeksperiode wordt namelijk de vorige beleidsdoorlichting of PR als uitgangspunt genomen en voor de looptijd van het thema het jaar waarin JenV de eerste SEA heeft opgeleverd (2022).
Na een algemene toelichting op het thema wordt ingegaan op de onderscheiden subthema's. Toegelicht worden de scope, de inzichtsbehoefte en de daaruit voorvloeiende onderzoeksprogrammering.
Thema Kritische communicatie en veiligheidsprocessen
Looptijd SEA: 2022 - 2029Begrotingsartikelen: 31.3 en 36.2
Het ministerie van JenV draagt als stelselverantwoordelijke zorg voor de rampenbestrijding, crisisbeheersing, brandweerzorg, missiekritische communicatievoorzieningen en alerteringssystemen. Vanuit de begroting worden bijdragen verstrekt aan de veiligheidsregio’s (de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) en de Landelijke Meldkamer Samenwerking voor hun taken op dat gebied. Ook wordt een bijdrage verstrekt aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen. In die hoedanigheid heeft JenV een kader- en normzettende rol in de governance, maar is zij ook systeemeigenaar van een aantal belangrijke (vitale) communicatiesystemen.
De Periodieke rapportage voor dit thema staat gepland in 2029. In deze rapportage zullen de belangrijkste beschikbare informatiebronnen worden gebruikt om inzicht te bieden in de stand van zaken op de verschillende deelterreinen en (de voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ingezette instrumenten.
Subthema Systeembeheer
Scope
Het doel van het beleid is om te zorgen voor de best mogelijke communicatie tussen en binnen hulpdiensten in geval van incidenten en crisissituaties. Met crisispartners en andere departementen wordt gewerkt aan continuïteit, optimalisatie en innovatie. Zoals reeds in de beleidsagenda toegelicht, neemt de omvang en complexiteit van veiligheidsrisico’s en dreigingen toe. Dit dwingt JenV om samen te verkennen hoe het netwerk van de 10 meldkamers en de 112-keten nog veiliger en robuuster georganiseerd kan worden, mét aandacht voor de meldkamervoorzieningen, alsook voor de samenwerking en uitvoering van de meldkamerfunctie.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Er staat een audit op de planning naar de werking strategisch kader informatiebeveiligingsbeleid meldkamervoorzieningen (afronding 2028). Deze audit is gericht op de opzet, het bestaan en de werking van informatiebeveiligingsmaatregelen voor de hele keten van meldkamersystemen. De werking wordt continue gemonitord. De audit zal een overall beeld schetsen van met name de werking van de maatregelen, waarmee eventueel de regeling of onderliggend beleid kan worden aangescherpt.
Subthema Governance
Scope
Het doel van het beleid is om een adequate en vertrouwenwekkende crisisbeheersing en brandweerzorg te organiseren, die een grote verscheidenheid aan incidenten, nu en in de toekomst, kan beheersen. Het beleid ziet op realisatie van juridische, financiële en beleidsmatige kaders in relatie tot de voorbereiding op en uitvoering van decentrale crisisbeheersing, inclusief weerbaarheid en brandweerzorg. Met de contourennota ‘versterking crisisbeheersing en brandweerzorg (Kamerstuk 29517-225) is richting gegeven aan de ontwikkeling van dit beleid evenals met de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (Kamerstuk 2024D23959) als gezamenlijke richting van beleidsontwikkeling van Rijk en Veiligheidsregio’s op het gebied van crisisbeheersing.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Onder het subthema governance staat een evaluatie van de door de veiligheidsregio’s en NIPV uitgevoerde hernieuwing onderwijsstelsel brandweerzorg en crisisbeheersing op de planning. Vanwege de vertraging die in de invoering van de hernieuwing is ontstaan zal deze evaluatie later worden uitgevoerd (afronding 2028).
Binnen het deelonderwerp brandweerzorg zijn er verder momenteel twee onderzoeken gaande of in voorbereiding. Zo wordt de Aanwijzing bedrijfsbrandweer geëvalueerd. Het onderzoek heeft als doel na te gaan hoe de Aanwijzing bedrijfsbrandweer in de praktijk wordt toegepast, welke resultaten worden behaald en in hoeverre daarmee wordt bijgedragen aan de beoogde doelstelling, namelijk het terugdringen van het publieke risico rondom risicolocaties. Ook is een onderzoek in voorbereiding om de mogelijkheden voor normering en standaarden te verkennen. Het onderzoek moet helpen te komen tot opties voor een samenhangend stelsel van prestatie- en kwaliteitsnormen en bijbehorende governance inzake de publieke taakuitvoering van crisisbeheersing en brandweerzorg.
Ook burgers spelen een rol bij crisisbeheersing. Momenteel loopt er een onderzoek naar de inzet van burgers ten behoeve van hulpverlening. Het onderzoek richt zich met name op lessen die te leren zijn uit ervaringen uit het verleden en uit het buitenland, om zo waardevolle inzichten te bieden voor de ontwikkeling en inrichting van burgerhulpverlening ten behoeve van de rampenbestrijding, crisisbeheersing en weerbaarheid in Nederland.
Ten slotte loopt er een onderzoek naar de verzekerbaarheid tegen (grootschalige) rampen op de BES-eilanden. Een onderdeel van de eerder uitgevoerde evaluatie Wet tegemoetkoming schade (Wts) was de vraag in welke mate en hoe de Wts ook van toepassing kan worden verklaard op de BES-eilanden. De conclusie van de onderzoekers was dat in zijn huidige vorm de Wts niet toepasbaar is op de BES-eilanden en dat een maatwerkregeling passend zou zijn. Hiervoor is het noodzakelijk dat de (huidige) verzekeringsmarkt op de BES inzichtelijk wordt gemaakt en inzicht wordt geboden in de (huidige) verzekerbaarheid aldaar tegen (grootschalige) rampen. Dat onderzoek wordt momenteel uitgevoerd.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2029 | Te starten | Periodieke rapportage met betrekking tot kritische communicatie en veiligheidssystemen. | 31.3 |
Subthema Systeembeheer | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Audit strategisch kader informatiebeveiligingsbeleid meldkamervoorzieningen | Ex durante | 2028 | Te starten | Audit werking strategisch kader informatiebeveiligingsbeleid meldkamervoorzieningen. Deze is in 2023 gepubliceerd en in werking getreden. | 31.3 |
Subthema Governance - veiligheidsregio's, crisisbeheersing en brandweerzorg | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie hernieuwing onderwijsstelsel brandweerzorg | Ex post | 2028 | Te starten | Evaluatie van de door de veiligheidsregio’s en NIPV uitgevoerde hernieuwing onderwijsstelsel brandweerzorg en crisisbeheersing. Vanwege de vertraging die in de invoering van de hernieuwing is ontstaan zal deze evaluatie later worden uitgevoerd (2027/2028). | 36.2 |
Evaluatie Aanwijzing bedrijfsbrandweer | Ex post | 2026 | Lopend | Het onderzoek heeft als doel na te gaan hoe de Aanwijzing bedrijfsbrandweer in de praktijk wordt toegepast, welke resultaten worden behaald en in hoeverre daarmee wordt bijgedragen aan de beoogde doelstelling, namelijk het terugdringen van het publieke risico rondom risicolocaties. | |
Burgerhulpverlening | Ex ante | 2026/27 | Lopend | Het onderzoek richt zich op het verzamelen en analyseren van lessen om van te leren uit het verleden en uit het buitenland, om zo waardevolle inzichten te bieden voor de ontwikkeling en inrichting van burgerhulpverlening ten behoeve van de rampenbestrijding, crisisbeheersing en weerbaarheid in Nederland. | |
Verkennen verzekeringsmarkt en verzekerbaarheid rampen BES-eilanden | Verkenning | 2026/27 | Lopend | Onderzoek moet inzicht bieden in verzekeringsmarkt op de BES-eilanden en de de verzekerbaarheid aldaar tegen rampen. | |
Normen en standaarden voor crisisbeheersing en brandweerzorg | 2027 | Te starten | Het onderzoek helpen te komen tot opties voor een samenhangend stelsel van prestatie- en kwaliteitsnormen en bijbehorende governance inzake de publieke taakuitvoering van crisisbeheersing en brandweerzorg. |
Thema Continuïteit van de politieorganisatie
Looptijd SEA: 2022 ‒ 2030Begrotingsartikel: 31.2
Eén van de centrale opgaven binnen dit thema is ertoe bij te dragen dat de politieorganisatie, nu en in de toekomst, berekend is op haar taak. Het gaat hier onder meer om de kaders die worden gesteld voor politiepersoneel, maar ook om samenwerking op internationaal terrein en de wisselwerking tussen politie en de samenleving. Welke maatschappelijke ontwikkelingen zien we op de politie afkomen en wat betekent dit voor de organisatie?
Binnen dit thema worden de volgende subthema’s onderscheiden; Politiepersoneel en Internationaal. De Periodieke rapportage voor dit thema staat gepland in 2030 en zal beschrijven hoe JenV de genoemde opgave heeft uitgevoerd.
Subthema Politiepersoneel
Scope
Het doel van beleid op het gebied van politiepersoneel is om ervoor te zorgen dat de politie beschikt over passende arbeidsvoorwaarden en goede personeelszorg voor actief dienend en gewezen politiepersoneel. Het beleid is tevens kaderstellend voor het politieonderwijs, en het onderzoek ten behoeve van politieonderwijs en -praktijk en vult noodzakelijke randvoorwaarden in voor het functioneren van de Politieacademie in het politiebestel.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Op 1 april 2025 trad het stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in werking. Drie jaar na inwerkingtreding wordt er een tussentijdse evaluatie uitgevoerd naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werking van het stelsel (afronding 2028). De formele evaluatie van het stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten vindt vijf jaar na inwerkingtreding plaats (afronding 2030).
Om inzicht te krijgen in het functioneren van de Politieacademie staat de evaluatie hiervan op de planning (afronding 2029). De Politieacademie (PA) is een zelfstandig bestuursorgaan vallend onder de kaderwet ZBO's. Deze wet schrijft voor dat eens in de vijf jaar onderzoek moet plaatsvinden naar in ieder geval de doeltreffend- en doelmatigheid van het functioneren van de PA, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen onderwijs, examinering en onderzoek.
In 2019 heeft het Korps in overleg met het ministerie, de Politieacademie en de politievakbonden besloten tot een herziening van de basis politieopleiding. Dit heeft in 2021 geleid tot de invoering van een geheel nieuwe basis politieopleiding op niveau 4 met andere les- en leermethoden en een andere vorm van examinering. De opleiding is met de herziening ook verkort van drie naar twee jaar. De opleiding bestaat nu vijf jaar en gelet op de verantwoordelijkheid van de minister voor het stelsel en de kwaliteit van het politieonderwijs is dit het moment om de invoering van deze opleiding te evalueren. Het doel is om de doorgevoerde veranderingen en vooral de uitwerking ervan op onder meer de kwaliteit van de afgestudeerde aspiranten te evalueren.
Helaas is geconfronteerd worden met geweld ook een onderdeel van het werk van politiepersoneel. Tijdens het plenaire debat op 21 januari 2026 over geweld tegen de politie en hulpverleners is een motie ingediend door de leden Dobbe (SP) et al. om een onderzoek uit te voeren naar de ervaringen met (beleid tegen) geweld tegen hulpverleners in het buitenland. Deze motie is aangenomen. Het onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de lessen die Nederland kan trekken uit het West-Europees beleid om agressie en geweld tegen hulpverleners terug te dringen. De uitkomsten van het onderzoek moeten de betrokken ministeries ondersteunen in hun beleid gericht op het terugdringen van agressie en geweld tegen hulpverleners. Ook kunnen de werkgevers de uitkomsten meenemen in de RI&E om hun werknemers te beschermen tegen agressie en geweld op het werk.
Subthema Internationaal
Scope
Het doel van beleid gericht op de internationale context is het formuleren van kaders en creëren van randvoorwaarden waarbinnen de politie haar internationale taken uitvoert, het mogelijk maken van politiek sensitieve internationale samenwerking en het initiëren van nieuwe samenwerking. Onder meer in Europese wet- en regelgeving en diverse verdragen (Benelux, Enschede) zijn afspraken gemaakt over de samenwerking en internationale informatie-uitwisseling.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Onder het subthema Internationaal loopt een onderzoek naar internationale informatie-uitwisseling (afronding 2026). Het onderzoek betreft de effectiviteit van de internationale informatie-uitwisseling (multi- en bilateraal verband) en hoe deze verbeterd kan worden teneinde de opsporing beter te dienen, binnen de rechtsstatelijke kaders. Deze inzichten kunnen worden ingezet in de gesprekken met internationale partners zoals de buurlanden, de Europese Commissie en andere lidstaten over de verbetering en uitbreiding van de samenwerking. De ex durante evaluatie van het instrument vredesmissies moet bijdragen aan een beter inzicht in de toegevoegde waarde van dit instrument en eventuele verbetermogelijkheden (afronding 2029).
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2030 | Te starten | Periodieke rapportage met betrekking tot de continuïteit van de politieorganisatie. | 31.2 |
Subthema Politiepersoneel | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Tussenevaluatie stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten | Ex durante | 2028 | Te starten | Tussentijdse evaluatie (drie jaar na inwerkingtreding) van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werking van het stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. | 31.2 |
Evaluatie stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten | Ex post | 2030 | Te starten | Formele evaluatie van het stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten (vijf jaar na inwerkingtreding). | 31.2 |
Evaluatie ZBO Politieacademie | Ex post | 2029 | Te starten | De Politieadacemie (PA) is een zelfstandig bestuursorgaan vallend onder de kaderwet ZBO's. Deze wet schijft voor dat eens in de vijf jaar onderzoek moet plaatsvinden naar in ieder geval de doeltreffend- en doelmatigheid van het functioneren van de PA, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen onderwijs, examinering en onderzoek. Gelet op de invoering van de bijzondere bijdrage voor politieonderwijs in 2025 is het wenselijk het onderzoek naar het functioneren van de ZBO PA aan te vullen met een evaluatie naar de invoering van deze bijzondere bijdrage (de geplande afronding is daarom één jaar opgeschoven). De bijzondere bijdrage, die voortkomt uit de nieuwe financieringssystematiek voor politieonderwijs, maakt onderdeel uit van de Politiebegroting. | 31.2 |
Evaluatieonderzoek basispolitieopleiding niveau 4 | Ex post | 2028 | Te starten | De basispolitieopleiding is met ingang van 2021 in zijn geheel vernieuwd en verkort van drie naar twee jaar. De opleiding bestaat nu vijf jaar. Gelet op de verantwoordelijkheid van de minister van JenV voor het stelsel en de kwaliteit van het politieonderwijs en de examinering is dit het moment om de invoering van de basispolitieopleiding te evalueren. | |
Internationale ervaringen met (maatregelen tegen) geweld tegen hulpverleners | Verkenning | 2027 | Te starten | Wat zijn de ervaringen in het buitenland met geweld tegen hulpverleners en wat kunnen we daarvan lereen, met name wat betreft werkzame maatregelen? | |
Subthema Internationaal | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Verkenning werking internationale informatieuitwisseling | Ex ante | 2026 | Lopend | Onderzoek naar rechtsinstrumenten, communicatiekanalen en informatiesystemen die de politie gebruikt om internationaal informatie uit te wisselen. Hoe gaat dat nu, hoe ziet dat er in de toekomst uit? | 31.2 |
Evaluatie beleidskader uitzending politiepersoneel op internationale missies | Ex durante | 2029 | Te starten | Evaluatie beleidskader uitzending politiepersoneel op internationale missies (vijf jaar na inwerkingtreding). Het beleidskader is in 2023 vastgesteld. | 31.2 |
Thema Politiestelsel (wetten)
Looptijd SEA: 2022 ‒ 2028Begrotingsartikelen: 31.2
Het beleid op het gebied van het politiestelsel is gericht op het organiseren van de juiste checks-and-balances in de kaders rondom de vraag hoe de politie dient te worden ingericht, welke bevoegdheden de politie (en eventuele andere organisaties belast met de politietaak) moet hebben, en welke bijbehorende gegevensverwerkingen noodzakelijk zijn. Het politiebestel, waaronder de organisatie van de politie, is geregeld in de Politiewet 2012. De met de politietaak belaste organisaties voeren de politietaak uit in overeenstemming met de daarvoor geldende rechtsregels. Bevoegdheden waarmee deze organisaties inbreuk mogen maken op grondrechten van burgers zijn in de Politiewet 2012 of in bijzondere wetten geregeld, zoals het Wetboek van Strafvordering. Op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de politietaak is de Wet politiegegevens van toepassing.
Het ministerie van JenV draagt als stelselverantwoordelijke zorg voor een goed functionerend politiestelsel. In dat verband wordt bezien hoe het politiebestel effectief en efficiënt kan worden ingericht, alsmede of de bevoegdheden en de kaders rondom gegevensverwerking van deze organisaties toereikend en toekomstbestendig zijn.
Binnen dit thema worden de volgende subthema’s onderscheiden; Bevoegdheden en Politiebestel. De Periodieke rapportage voor dit thema staat gepland in 2028.
Subthema Bevoegdheden
Scope
Om de politietaak goed te kunnen uitvoeren, beschikken de politie en de Koninklijke marechaussee over bevoegdheden, waaronder de politiële geweldbevoegdheid. Het doel van het beleid is het in kaart brengen, het toekennen en het afbakenen van bevoegdheden en het bewaken van een juiste inbedding ervan in de organisatie. Ook worden de kaders voor de politieorganisatie op het terrein van informatievergaring, -verwerking, -deling en -opslag opgesteld en/of bewaakt.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Op de planning staat onder meer een evaluatie van de Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar. Het doel van het onderzoek is te bezien of de wet beantwoordt aan het doel ervan, het creëren van een stelsel voor de beoordeling van geweldgebruik door opsporingsambtenaren in de uitoefening van hun taak, dat beter is toegespitst op de taak en de bevoegdheid van de opsporingsambtenaar (afronding 2027). Ook op de planning staat een evaluatie van de aanpassing van de wet en besluit politiegegevens (afronding 2030).
Verder staat er een evaluatie van de Nederlandse politiemunitie op de planning. Voorafgaand aan de toekomstige vervanging van het huidige dienstpistool, zal de munitie die thans bij de politie in gebruik is, worden geëvalueerd.
Subthema Politiebestel
Scope
Het doel van het beleid met betrekking tot het politiebestel is het zorgen voor een goed werkend politiebestel met de juiste balans in de sturing op de politie, en in de verhouding lokaal, regionaal en landelijk.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Op 1 januari 2013 trad de Politiewet 2012 in werking. In 2017 is een eerste evaluatie uitgevoerd. Op dat moment konden nog geen definitieve uitspraken worden gedaan over in hoeverre de doelstellingen die met de Politiewet 2012 werden beoogd zijn gerealiseerd. Het zich (her)zetten van de politiek-bestuurlijke en organisatie-interne verhoudingen in het nieuwe bestel was nog in volle gang. De commissie Evaluatie Politiewet 2012 deed in haar rapport van 16 november 2017 de aanbeveling om het landelijk politiebestel op basis van de Politiewet 2012 door te ontwikkelen en te verbeteren.
Op de planning staat de vervolgevaluatie van de Politiewet 2012. Hierin worden de aanbevelingen vanuit de eerste evaluatie meegenomen (afronding 2027). De centrale vraag in de vervolgevaluatie is: in hoeverre biedt de Politiewet 2012 in de praktijk de randvoorwaarden voor een ‘gemeenschappelijk bestuurde institutie’ met gedeelde basisprincipes voor sturing en ontwikkeling die toegerust is voor de veiligheidsopgaven van de toekomst? Het gaat hierbij in belangrijke mate om het hanteerbaar maken van de aan het bestel inherente spanningsvelden tussen het landelijke beheer met bijbehorende schaalvoordelen voor een effectieve aanpak van huidige veiligheidsopgaven enerzijds en de lokale verankering en het belang van nabijheid anderzijds.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2028 | Te starten | Periodieke rapportage met betrekking tot het politiestelsel. | 31.2 |
Subthema Bevoegdheden | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Toelichting onderzoek | art. | |
Evaluatie wet en besluit politiegegevens | Ex durante | 2030 | Te starten | Evaluatie Aanpassing wet en besluit politiegegevens (5 jaar na inwerkingtreding). | 31.2 |
Evaluatie Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar | Ex durante | 2027 | Te starten | Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de rechtmatige uitoefening van hun taak en een strafbaarstelling van schending van de geweldsinstructie en wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met het opnemen van een grondslag voor het doen van strafrechtelijk onderzoek naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren. | 31.2 |
Evaluatieonderzoek Nederlandse politiemunitie in het kaliber 9 x 19 mm Luger | Ex post | 2027 | Te starten | Evaluatie munitie politie in het kader van de aanschaf van een nieuw wapen en tevens evaluatie aankoopcriteria | |
Subthema Politiebestel | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie Politiewet 2012 | Ex durante | 2026 | Te starten | Vervolgevaluatie Politiewet 2012: In hoeverre biedt de Politiewet 2012 in de praktijk de randvoorwaarden voor een ‘gemeenschappelijk bestuurde institutie’ met gedeelde basisprincipes voor sturing en ontwikkeling die toegerust is voor de veiligheidsopgaven van de toekomst?Er worden aanvullende onderzoeksvragen voorgesteld ten aanzien van 1) de lokale ruimte, 2) de inzet op toenemende bovenlokale opgaven en 3) het functioneren van de huidige bijstandsbepalingen. | 31.2 |
Thema Rechtsbestel
Looptijd SEA: 2022– 2028Begrotingsartikelen: 32.2, 32.3
Binnen het thema ‘Rechtsbestel’ wordt gewerkt aan het borgen en versterken van een goed en toegankelijk rechtsbestel, zodat burgers en bedrijven sneller, eenvoudiger en beter een passende en duurzame oplossing kunnen vinden voor hun juridische probleem. Een goed en toegankelijk rechtsbestel draagt bij aan het vertrouwen van burgers en bedrijven in de rechtsstaat.
Vanuit de stelselverantwoordelijkheid schept de Minister optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel, met behulp van wet‑ en regelgeving, kwaliteitskaders en financiële bijdragen. Als beleidsverantwoordelijke stimuleert de Minister diverse oplossingsroutes, waaronder alternatieve geschillenbeslechting.
De ontwikkeling en uitvoering van beleid vindt plaats in overleg met keten- en maatschappelijke partners zoals de juridische beroepen, de ADR-instanties, de Raad voor Rechtsbijstand en vele andere organisaties binnen het juridische domein. Ook vindt geregeld overleg plaats met de organisaties van de rechterlijke macht.
De Periodieke rapportage van het hoofdthema Rechtsbestel zal plaatsvinden in 2028. De vorige rapportage werd uitgebracht in 2022. Met een tussenliggende periode van zes jaar is het goed mogelijk de effecten van beleidsmaatregelen te beoordelen.
De Periodieke rapportage moet geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de gekozen beleidsmaatregelen. Doeltreffendheid betreft de mate waarin de kwaliteit en de toegankelijkheid van het rechtsbestel aantoonbaar zijn toegenomen en de signalen dat rechtzoekenden hun weg in het bestel niet kunnen vinden zijn afgenomen dankzij het gevoerde beleid. Doelmatigheid vraagt om zicht op de kosteneffectiviteit van de ingezette instrumenten: welke maatregelen dragen kosteneffectief bij aan een goed en toegankelijk rechtsbestel en waar zijn eenvoudigere of goedkopere alternatieven mogelijk, met behoud van toegankelijkheid en kwaliteit? Momenteel wordt een plan van aanpak voor de rapportage voorbereid, gericht op het inventariseren van reeds opgedane beleidsrelevante inzichten en het identificeren van beleidsthema’s waarvoor aanvullende inzichten nodig zijn.
Dit hoofdthema omvat de volgende twee subthema’s: ‘toegang tot het recht ‘ en ‘strafrechtelijk bestel’.
Toegang tot het recht
Scope
Binnen dit subthema is het doel de toegang tot het recht36 te versterken. Die versterking vindt plaats langs drie pijlers:
1. beschikbaarheid van betrouwbare en begrijpelijke informatie;het gaat hierbij om toegankelijke informatie over rechten, plichten, procedures en beschikbare voorzieningen binnen het civiele en bestuursrecht voor burgers en ondernemers die met een juridisch vraagstuk of geschil worden geconfronteerd;
2. beschikbaarheid van betrouwbaar advies en passende ondersteuning; het betreft laagdrempelige juridische advisering, verwijzing en ondersteuning bij het oplossen van juridische problemen, bijvoorbeeld via het Juridisch Loket, sociaal raadslieden, rechtsbijstandsverleners en andere ketenpartners;
3. beschikbaarheid van een beslissing door een neutrale instantie, met de nadruk op het civielrecht en het bestuursrecht;rechtzoekenden hebben de mogelijkheid hun juridische problemen te laten beoordelen door een onafhankelijke instantie, zoals de rechter of buitenrechtelijke geschillen instanties (ADR-instanties), met nadruk op het civiele en bestuursrecht. Het betreft beslissingen die duidelijkheid bieden over rechten, plichten of de beslechting van een geschil.
De interventies binnen dit subthema37 betreffen onder meer de financiering van- en de samenwerking met de Raad voor Rechtsbijstand, het Juridisch Loket en andere ketenpartners. Ook wordt de ontwikkeling van informatievoorziening gestimuleerd en financieel ondersteund, zoals het verbeteren van de website en het mogelijk maken van gratis bellen naar het Juridisch Loket. De inzet van mediation en andere vormen van passende geschiloplossing wordt gestimuleerd evenals gespecialiseerde ondersteuning bij specifieke situaties of voor mensen met een beperking. Daarnaast worden maatregelen genomen die zijn gericht op de toegankelijkheid en kwaliteit van procedures.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
In de aanloop naar de Periodieke rapportage Rechtsbestel 2028 wordt gewerkt aan het scherp krijgen van zowel de beschikbare kennis als de resterende inzichtbehoefte binnen dit subthema.
De huidige onderzoeksprogrammering levert inzichten op over de volgende beleidsvragen:
– bestaat een samenhang tussen deelname aan Mediation in strafzaken (MiS) en latere recidive?
– welke drempels in de toegang tot het recht ervaren burgers met één of meer juridische problemen, die voor deze problemen geen of in hun beleving onvoldoende passende rechtshulp hebben ontvangen?
– voldoen tekst en uitvoering van de Wet beëdigde tolken en vertalers nog aan de beoogde doelstellingen en zijn die doelstellingen nog actueel, nu zowel de praktijk als de maatschappelijke context sinds inwerkingtreding van die wet in 2009 zijn veranderd?
Strafrechtelijk bestel
Scope
Binnen het subthema Strafrechtelijk bestel schept de Minister vanuit stelselverantwoordelijkheid optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk strafrechtelijk bestel. Daarbij wordt gebruik gemaakt van wet‑ en regelgeving, kwaliteitskaders en financiële bijdragen.
Inzichtsbehoefe en onderzoeksprogrammering
Ook voor dit subthema wordt in de aanloop naar de Periodieke rapportage Rechtsbestel 2028 gewerkt aan het scherp krijgen van zowel de beschikbare kennis als de resterende inzichtbehoefte.
De huidige onderzoeksprogrammering levert inzichten op over de wenselijkheid van een uitbreiding van het werkterrein van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld Tegen Kinderen buiten het Europese deel van Nederland.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2028 | Te starten | Periodieke rapportage met betrekking tot het rechtsbestel. | 32.2, 32.3 |
Subthema Toegang tot het recht | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Onderzoeksprogramma Effecten van mediation in strafzaken | Ex durante | 2028/2029 | Te starten | Meerjarige monitor naar het effect van mediation in strafzaken op recidive, de strafrechtketen en delict verwerking. | 32.2 |
Vervolgonderzoek naar aanleiding van de Geschilbeslechtingsdelta 2024 | Ex ante | 2027 | Te starten | Beter zicht krijgen op achterliggende oorzaken en overwegingen van respondenten in het onderzoek Geschilbeslechtingsdelta 2024 Burgers, om zo de ontwikkelingen en trends beter te kunnen duiden. | 32.2 |
Evaluatie van de Wet beëdigde tolken en vertalers | Ex post | 2027 | Te starten | In hoeverre realiseert de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) haar beoogde doelstellingen, en in hoeverre draagt de uitvoering van de in de wet vastgelegde taken bij aan het behalen van de beoogde doelstellingen? | 32.2 |
Subthema Strafrechtelijk bestel | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie Wet en Besluit normering buitengerechtelijke incassokosten | Ex post | 2026 | Lopend | Evaluatie van doeltreffendheid van de Wet en het Besluit normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK/BIK) | 32.3 |
Vierjaarlijkse evaluatie Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld Tegen Kinderen | Ex post | 2027 | Te starten | Evaluatie van de werkzaamheden en impact van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. | 32.3 |
Thema Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding
Looptijd SEA: 2022 ‒ 2027Begrotingsartikel: 33.3
Er is besloten het thema ‘Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding’ niet langer als afzonderlijk SEA‑thema te hanteren. De financiële omvang is te beperkt en de subthema’s overlappen inhoudelijk onvoldoende om op themaniveau overkoepelende inzichten te genereren. Het geprogrammeerde onderzoek is met ingang van deze SEA ondergebracht onder artikel 33 bij ‘Overig onderzoek’, waarmee de evaluatie en verantwoording aan de Tweede Kamer blijft bestaan.
Thema Veiligheid en Lokaal Bestuur
Looptijd SEA: 2020-2027Begrotingsartikel: 33.2, 34.2
Dit thema richt zich op het vergroten van de sociale veiligheid in gemeenten en draagt hiermee bij aan de overkoepelende JenV doelstelling ‘Een veiliger samenleving door […] de versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden’. Het maatschappelijk doel is dat inwoners en ondernemers zich veiliger voelen en dat criminaliteit en overlast afnemen.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid zet zich in voor het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit. Daarbij vervult het ministerie van Justitie en Veiligheid een stimulerende en sturende rol op het terrein van veiligheid en lokaal bestuur. Binnen het thema Veiligheid en lokaal bestuur worden inspanningen verricht op de volgende zes38 subthema’s: Veilig Ondernemen, Coffeeshopbeleid, Sekswerk en gemeentelijke aanpak mensenhandel, Burgemeestersbevoegdheden, Lokale veiligheid(sgevoelens), overlast in (semi)publieke ruimte en Aanpak criminaliteitsfenomenen. De inspanningen zijn gericht op het (wettelijk) toerusting van de burgemeester ten aanzien van de openbare-ordetaak en het vergroten van de weerbaarheid tegen overlast en criminaliteit van publieke en private lokale partners door middel van integrale en preventieve aanpakken.
Dit doen we met financiering, beleid en wetgeving, agendering, kennis, onderzoek, gedragsbeïnvloeding en het verstevigen en bestendigen van het bestuurlijke netwerk. We doen dit nadrukkelijk niet alleen, maar in nauwe samenwerking met o.a. gemeenten, VNG, politie, brancheorganisaties en individuele particuliere partners, zoals ondernemers en overige maatschappelijke organisaties.
Het ministerie voorziet binnen het thema veiligheid en lokaal bestuur onder andere ook in een infrastructuur tussen lokaal bestuur, ondernemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit zijn de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIECs), het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC), de regionale Platforms Veilig Ondernemen (PVO) en het landelijke Platform Veilig Ondernemen (PVO-NL), accounthouders, en diverse overleggremia met gemeenten (G4, G40 en M50). Daarnaast voert JenV het secretariaat van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) en het Strategisch Beraad Veiligheid (SBV). Ook financiert JenV het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Via deze instrumenten en netwerken faciliteren we de lokale en regionale uitvoering, stimuleren we kennisdeling en professionalisering, en borgen we de samenhang en proportionaliteit van wet- en regelgeving, toezicht en handhaving.
De Periodieke rapportage moet primair inzicht geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid.39 Doeltreffendheid betreft de mate waarin de lokale veiligheid en het veiligheidsgevoel aantoonbaar is toegenomen en overlast en criminaliteit zijn afgenomen dankzij het gevoerde beleid, en in hoeverre de integrale en preventieve aanpak via o.a. RIEC’s/LIEC, PVO’s, de CCV-instrumenten en de bestuurlijke netwerken werkt zoals beoogd. Doelmatigheid vraagt om zicht op de kosteneffectiviteit van de ingezette netwerken en instrumenten: welke onderdelen leveren de meeste veiligheidswinst per euro op en waar zijn eenvoudiger of goedkopere alternatieven mogelijk?
Verder is inzicht nodig in de samenhang en governance van de instrumentmix, de rolzuiverheid tussen Rijk, gemeenten en private partners, en de werking van overleg- en besluitvormingsstructuren. De uitvoerbaarheid en naleving zijn randvoorwaardelijk: hoe worden bijvoorbeeld de administratieve lasten en capaciteitsvraag ervaren, en zijn de wettelijke instrumenten voor burgemeesters uitvoerbaar en handhaafbaar? De rapportage dient tevens onbedoelde effecten (zoals verplaatsing van overlast of criminaliteit en effecten op het ondernemersklimaat) en eventuele risico’s te signaleren. Tot slot vraagt de lerende cyclus om indicatoren en nulmetingen voor lokale veiligheid, overlast, en criminaliteit en een plausibele koppeling van output aan outcomes.
De onderzoeksperiode zal de periode 2020-2026 beslaan. De rapportage sluit daarmee aan op de vorige beleidsdoorlichting die in 2021 is gepubliceerd en betrekking heeft op de periode 2014-2019. Er is gekozen om te rapporteren over een periode van zeven jaar. Dit vanwege de overgang naar een nieuw kader (van beleidsdoorlichting naar Periodieke rapportage) en de benodigde tijd voor het actualiseren van onderliggende beleidstheorieën en het verrichten van aanvullend evaluatieonderzoek.
Subthema Sekswerk en gemeentelijke aanpak mensenhandel
Scope
Het sekswerkbeleid van JenV beoogt een veilige en gezonde werkomgeving voor sekswerkers, met nadruk op versterking van hun sociale en juridische positie, ondersteuning van het lokale domein en veilig werken. Daarnaast houdt het programma zich bezig met het versterken van de gemeentelijke aanpak van mensenhandel en het monitoren van de internationale ontwikkelingen op sekswerkbeleid.
Het beleid werkt vanuit drie samenhangende lijnen: versterking van de sociale en juridische positie en perspectief voor sekswerkers, ondersteuning van het lokale domein en bevordering van veilig werken. JenV stelt het landelijke kader en initieert wet- en regelgeving, terwijl gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, zorg- en hulpverleners en belangenorganisaties de uitvoering vormgeven.
Via subsidies worden onder meer meld- en ondersteuningsplatforms, destigmatiseringstrajecten en uitstapprogramma’s gefinancierd. Verwacht wordt dat laagdrempelig en anoniem melden het risicobewustzijn en de meldbereidheid vergroot en incidenten helpt voorkomen, dat trainingen en sectorstandaarden in onder meer banken, zorg, politie en gemeenten leiden tot aangepast beleid, minder discriminatie en meer vertrouwen, en dat uitstapprogramma’s, gefinancierd via gedecentraliseerde middelen, bijdragen aan duurzame uitstroom, hogere bestaanszekerheid en veiligheid. Daarnaast versterkt JenV via het Landelijk Platform Sekswerk en ondersteuning door het CCV de kennisdeling en beleidsontwikkeling bij gemeenten, en bereidt het wetsvoorstellen voor, onder andere over de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en verhoging van de minimumleeftijd naar 21 jaar. Aangenomen wordt dat deze instrumenten, mits goed geborgd in organisaties en systemen, leiden tot eenduidiger regels, veilige gegevensverwerking, gerichte outreach en datagedreven signalering, waardoor zelfredzaamheid, kennis van rechten en plichten, toegang tot hulp en het terugdringen van dwang verbeteren. Niet gespecificeerd in het document is hoe effecten precies worden gemeten en welke resultaten al zijn bereikt.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Bestaande kennis komt uit praktijkervaringen, meldgegevens en WODC‑onderzoek. Inzichtbehoefte en onderzoeksfocus zijn gericht op: het in kaart brengen van uitvoering en effecten van de Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers binnen een aantal subthema’s, waaronder zakelijke dienstverlening; beter zicht op aard en omvang van sekswerk en advertentieplatforms en de relatie met vergund sekswerk; en het perspectief van sekswerkers en exploitanten op beleid, arbeidsvormen, misstanden en hun mogelijke rol bij het tegengaan van misstanden.
Subthema Coffeeshopbeleid
Scope
Het coffeeshopbeleid beoogt de gezondheids- en veiligheidsrisico’s van cannabisgebruik te beperken door verkoop in coffeeshops onder strikte AHOJG-I-criteria ((geen affichering, harddrugs, overlast, jeugdigen, grote hoeveelheden, niet-ingezetenen, plus alcoholverbod) te gedogen, markten voor soft- en harddrugs te scheiden en overlast te verminderen. Gemeenten beslissen of zij coffeeshops gedogen; de burgemeester is verantwoordelijk voor lokaal beleid en openbare orde.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid stuurt primair via het landelijke kader (OM-richtlijnen Opiumwet), ondersteunt burgemeesters (DVB) bij lokaal coffeeshopbeleid, onderhoudt kennis en contacten met coffeeshopgemeenten en is samen met VWS systeemverantwoordelijk voor het experiment gesloten coffeeshopketen.
Belangrijke interventies zijn gemeentelijk toezicht en handhaving op AHOJG-I-criteria, lokaal maatwerk (bijvoorbeeld I-criterium, vestigingsbeleid, openingstijden, Bibob), de tweejaarlijkse coffeeshopmonitor, kennis- en ondersteuningsproducten (zoals het CCV-webdossier) en gerichte campagnes, zoals in Amsterdam tegen overlastgevende drugstoeristen. Deze maatregelen moeten leiden tot naleving van criteria, beter op de lokale situatie toegesneden beleid, minder overlast, een zekere scheiding van markten en meer kennis bij rijk en gemeenten.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Over doeltreffendheid bestaat vooral kennis over naleving en handhaving van de AHOJG-I-criteria, gemeentelijke keuzes en ontwikkelingen in het aantal coffeeshops via de coffeeshopmonitor, en over enkele aannames (kleine handelsvoorraad blijkt markt niet kleinschalig te houden). De effectrelatie tussen diverse beleidsuitkomsten (zoals geen minderjarigen in coffeeshops, geen harddrugs, lokaal maatwerk) en de uiteindelijke doelen (beperken gezondheidsschade, overlast) is vaak onzeker of moeilijk te onderzoeken.
De belangrijkste inzichtbehoefte betreft het totaalplaatje: in hoeverre bereikt het huidige gedoogbeleid de doelen nog in een groter, professioneler en deels illegaal en online opererend cannabismarktsegment, met nieuwe producten zoals vapes en edibles. Het meerjarige WODC-evaluatieonderzoek binnen het experiment gesloten coffeeshopketen moet inzicht geven in effecten van gereguleerde teelt en verkoop op volksgezondheid, criminaliteit, veiligheid en overlast en mogelijke verbeteringen van het coffeeshopbeleid. Daarnaast loopt een brede ambtelijke verkenning van VWS en JenV naar de schade van drugs op de samenleving als geheel, inclusief online drugshandel en de impact daarvan op de effectiviteit van het coffeeshopbeleid. Nieuwe onderzoeken worden voorlopig beperkt om overlap met deze trajecten te voorkomen.
Subthema burgemeestersbevoegdheden
Scope
De subthema’s bestuurlijke aanpak en burgemeestersbevoegdheden zijn met ingang van deze SEA samengevoegd tot één subthema, omdat beiden gericht zijn op het versterken van lokaal bestuur en gemeentelijke sturing bij (georganiseerde) criminaliteit en overlast, met deels overlappende instrumenten, partners en doelstellingen.
Bestuurlijke aanpak gaat over de informatiepositie van gemeenten en informatiedeling, inclusief beheer en voorwaarden voor het functioneren van het RIEC/LIEC-bestel, een weerbaar lokaal bestuur, en inzet van instrumenten zoals het Bibob-instrumentarium en het boa-stelsel.
Burgemeestersbevoegdheden betreffen de uitoefening van de openbare-ordetaak, met als doel een coherent en uitvoerbaar stelsel, de aanpak van online aangejaagde ordeverstoringen en samenwerking met diverse partners voor een optimale mix van maatregelen rond demonstraties, zowel faciliterend als handhavend.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Er wordt momenteel gewerkt aan een reconstructie van de beleidstheorie van het samengevoegde subthema, met een verwachte afronding eind Q3 2026. Hierbij wordt ook bekeken wat de bestaande en benodigde kennis is over (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van dit subthema. Onderzoeken die momenteel lopen bieden inzicht in de optimalisatie van het RIEC/LIEC‑bestel, effectieve handelingsperspectieven bij online aangejaagde ordeverstoringen en de actuele stand van de gemeentelijke bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Daarnaast wordt gekeken naar de effectiviteit en doelmatigheid van de recent gerealiseerde toegang van boa’s tot het rijbewijzenregister.
Subthema Veilig ondernemen
Scope
Hoofddoelstelling van het subthema Veilig ondernemen is het versterken van de weerbaarheid van ondernemers tegen criminaliteit, criminele inmenging en het (onbewust) faciliteren van criminaliteit door het bedrijfsleven. Om ervoor te zorgen dat ondernemers zelf maatregelen nemen tegen criminaliteit - gebruik makend van meer kennis over crimineel misbruik - en daarmee weerbaar worden, staan in de aanpak vijf interventielijnen centraal, te weten: 1. Ondernemers zijn zich bewust van welke gelegenheden in hun bedrijf criminaliteit mogelijk maken (bewustwording); 2. Ondernemers zijn bekend met de signalen die erop duiden dat criminaliteit plaatsvindt (bewustwording); 3. Ondernemers weten wat ze kunnen doen om criminaliteit zelf tegen te gaan (handelingsperspectief) of vragen hiervoor hulp bij de beschikbare partners; 4. Ondernemers zijn in staat (kunnen) en gemotiveerd (willen) om maatregelen te nemen tegen criminaliteit (handelingsbereidheid); 5. Ondernemers maken melding wanneer criminaliteit alsnog plaatsvindt (meldingsbereidheid).
Het ministerie van JenV vervult een stelsel- en ketenrol door subsidies te verstrekken, netwerken en publiek-private samenwerking (PPS) te organiseren, wet- en regelgeving mede vorm te geven en informatie en onderzoek te laten ontwikkelen en verspreiden.
De interventies binnen dit subthema betreffen o.a. subsidies aan PVO’s, brancheorganisaties, CCV, DTC, TLN, TFOC, Meld Misdaad Anoniem, vertrouwenspersonen; ontwikkeling tools, trainingen, campagnes, barrièremodellen, e-learnings; netwerk- en kennisstructuren (LFT Vastgoed, expertgroepen, Ariadne). Middels deze interventies wordt ingezet op het vergroten van kennis en bewustzijn, bieden van concrete handelingsopties, versterken van de samenwerking tussen publiek-privaat, het stimuleren van het gebruik van wettelijk instrumentarium en het melden van criminaliteit.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Er is al kennis beschikbaar over criminaliteitsfenomenen, risico’s in sectoren, barrièremodellen en de rol van handelings- en meldingsbereidheid. Onderzoeken, zoals de WODC‑studie naar winkeldiefstal, leveren inzicht in aard, omvang, daders en werkwijzen en in mogelijkheden voor efficiëntere afhandeling die de druk op politie en OM verlaagt. Geplande onderzoeken en modules (zoals voor gemeentelijke professionals in vastgoed) moeten bijdragen aan beter gebruik van bestaande instrumenten, scherper zicht op problematiek en effectievere, sectorgerichte interventies.
Subthema Lokale veiligheid(sgevoelens) en overlast in (semi)publieke ruimte
Scope
Dit subthema richt zich op het terugdringen van onveiligheid en het vergroten van veiligheidsgevoel waar burgers mee te maken hebben in de (semi-)publieke ruimte, waaronder uitgaansgebieden, voetbalstadions, straat en woonomgeving. We informeren, adviseren en ondersteunen lokale partners (gemeenten, politie, horeca- en vervoerssector, verenigingen) bij signalering, preventie en aanpak van lokale veiligheidsfenomenen, en agenderen waar nodig nieuwe of opkomende problematiek.
De aanpak omvat kennisdeling, toepassing van bewezen interventies en het versterken van samenwerking. Binnen dit subthema wordt ten behoeve van de Periodieke rapportage specifiek ingezoomd op het beleid rondom voetbal en veiligheid. Dit beleid is één van de twee hoofdonderwerpen binnen het subthema Lokale veiligheid(sgevoelens) en overlast in (semi)publieke ruimte waar de afgelopen jaren veel inspanningen op zijn gedaan. Overige kleinere onderwerpen binnen dit thema zijn of worden inmiddels afgeschaald.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Er wordt momenteel gewerkt aan de beleidstheorie, kennisinventarisatie en bepaling van inzichtbehoeften voor dit onderwerp ten behoeve van de Periodieke rapportage. De verwachting is dat dit in Q3 2026 gereed zal zijn. Eerder onderzoek heeft reeds inzicht gegeven in de werking van de Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast. Huidig geprogrammeerde onderzoeken leveren inzicht op in de werking van de digitale meldplicht bij de handhaving van gebiedsverboden opgelegd aan voetbalvandalen, aard, omvang en impact van vuurwerk in en rondom stadions en er wordt een haalbaarheidsstudie gedaan voor een boetesysteem voor voetbalclubs wanneer politie-inzet nodig is.
Subthema Aanpak criminaliteitsfenomenen
Dit subthema is met ingang van begrotingsjaar 2027 toegevoegd aan het thema Veiligheid en lokaal bestuur en maakte daarom geen deel uit van de Periodieke rapportage 2020–2026; het wordt meegenomen in de volgende beleidscyclus.
Scope
De aanpak van criminaliteitsfenomenen binnen het Koninkrijk richt zich op high impact crimes (HIC). Dit zijn delicten die zwaar ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van mensen. We hanteren een integrale aanpak waarbij we zoveel mogelijk evidence-based maatregelen treffen gericht op het voorkomen van slachtofferschap, tegenhouden van potentiële daders, opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtoffer-/nazorg. Typerend voor de zogeheten HIC-aanpak is de strategische inzet van (een mix van) primaire, secundaire en tertiaire dadergerichte, situationele en slachtoffergerichte preventie en repressieve maatregelen.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Onderzoek naar de beleidsmatige aanpak is ten eerste van belang om zicht te krijgen op de achtergronden van criminele fenomenen, omdat deze aanknopingspunten bieden voor preventief beleid. Ten tweede biedt onderzoek inzicht in de effectiviteit van de ingezette maatregelen en in de aanknopingspunten voor (door)ontwikkeling van die maatregelen. Een van de uitgangspunten van de HIC-aanpak is dat uiteindelijk alleen ingezet wordt op bewezen effectieve maatregelen en interventies, zoals voor de gedragsinterventies voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit uiteengezet is in het Landelijk kwaliteitskader voor effectieve jeugdinterventies.40
De onderzoeksprogrammering levert de volgende kerninzichten op voor beleid en uitvoering: de doelmatigheid, maatschappelijke waarde en opschaalbaarheid van (Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid (IPTA) en de Re‑integratieofficier (RIO); de aard/omvang van meisjescriminaliteit en werkzame preventieve interventies; en de kenmerken/motieven van ronselaars plus de effectiviteit van het beleid tegen aanslagen met explosieven.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2027 | Te starten | Periodieke rapportage met betrekking tot veiligheid en lokaal bestuur. | 33.2 |
Subthema Sekswerk en gemeentelijke aanpak mensenhandel | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Landelijke aansturing en coördinatie van mensenhandel | Ex ante | 2026 | Afgerond | Onderzocht is welke knelpunten in de aanpak van mensenhandel worden veroorzaakt door het niveau waarop ze nu zijn georganiseerd en verkend in hoeverre het aanstellen van een nationaal coördinator mensenhandel een oplossing is. De huidige aanpak is versnipperd, met uiteenlopende werkwijzen, capaciteitstekorten en verschillen tussen regio’s. Een Nationaal Coördinator Mensenhandel zou een verbindende rol kunnen spelen tussen landelijke, regionale en lokale partijen. Experts benoemen vier prioriteiten voor versterking van de aanpak: structurele financiering, betere toegang tot gespecialiseerde opvang en zorg, regionale clustering van expertise en duidelijke landelijke kwaliteitskaders. | 33.2 |
Evaluatie Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers | Ex post | 2027 | Te starten | De Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers bestaat uit vijf subthema's: zakelijke dienstverlening, zorg, politie, gemeenten en communicatie en media. Per subthema zal tijdens de evaluatie bekeke worden of de oplossingsrichtingen uitgevoerd zijn en welk effect dit heeft gehad, dat wil zeggen, is de problematiek die sekswerkers ervaren afgenomen. | 33.2 |
Aard en omvang van de sekswerkbranche (waarvan deelonderzoek sekswerk-advertentieplatforms) | Ex ante | 2027 | Lopend | Met het onderzoek wordt getracht meer zicht te krijgen op de advertentieplatforms - en de sekswerkbranche in het algemeen – om zo mogelijke misstanden te voorkomen. Het onderzoek bestaat uit drie delen: A: het in kaart brengen van de aard en omvang van sekswerkadvertentieplatforms en het daarop aangeboden sekswerk; B: het in kaart brengen van vergund sekswerk; en het samenbrengen van A en B: overkoepelende analyse, conclusies en aanbevelingen. | 33.2 |
Perspectief van exploitanten en sekswerkers in de sekswerkbranche | Ex ante | 2027 | Lopend | Dit onderzoek heeft tot doel om inzicht te krijgen in het perspectief van exploitanten en sekswerkers in de sekswerkbranche op het actuele sekswerkbeleid, op de arbeidsvormen binnen de sekswerkbranche en op mogelijke misstanden. Daarnaast is het doel om in kaart te brengen of, en zo ja, welke rol exploitanten en sekswerkers zouden kunnen spelen bij het tegengaan van misstanden in de sekswerkbranche. | 33.2 |
Subthema Coffeeshopbeleid | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Monitoring + rapportage experimenteerfase experiment gesloten coffeeshopketen, T1, T2 en T3 | Ex durante (monitor) | 2026, 2027 en 2028 | Lopend en te starten | Tijdens de experimenteerfase van het Experiment Gesloten Coffeeshopketen wordt ieder jaar een tussenmeting uitgevoerd. Deze tussenmeting is bedoeld als monitoring van het experiment. Daarbij wordt gekeken naar effecten op criminaliteit, veiligheid en volksgezondheid. Per meting worden de resultaten vastgelegd in een rapport. | 33.2 |
Subthema Veilig ondernemen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Fenomeenanalyse winkeldiefstal | Ex ante | 2026 | Afgerond | Uit onderzoek naar aard en omvang van winkeldiefstal blijkt dat het jaarlijks aantal gepleegde winkeldiefstallen niet nauwkeurig is vast te stellen, in 2024 ligt het volgens een indicatieve schatting tussen de bijna 650.000 en ruim 1.000.000. Dat is veel meer dan de 40.000 winkeldiefstallen die jaarlijks door de politie worden geregistreerd. Als winkeldieven worden betrapt, volgt er in de meeste gevallen geen aangifte. Volgens zowel winkeliers als experts werkt het begroeten of aanspreken van klanten het best om winkeldiefstal te voorkomen. Maar er zijn meer preventieve maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie met AI, of door meer training van winkelpersoneel. Ook het beter registreren van dieven met een winkelverbod en het centraal organiseren van de aangifte van winkeldiefstal kunnen helpen. Er is echter niet één pasklare oplossing voor winkeldiefstal. Wat effectief is, hangt af van het type winkel én het type winkeldief. | 33.2 |
Evaluatie pilots toekomstkader winkeldiefstal | Ex durante | 2027 | Te starten | De politie, het Openbaar Ministerie (OM), branchepartijen van ondernemers (VNO-NCW/ MKB-Nederland, INretail en het Retail Veiligheidsoverleg), het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van JenV hebben een Toekomstkader opgesteld waarbij op een nieuwe manier de strafrechtelijke inzet bij winkeldiefstal wordt geprioriteerd. Het Toekomstkader is een combinatie van civielrechtelijke en strafrechtelijke afdoeningen. In het Toekomstkader wordt beoogd een duidelijk onderscheid te maken tussen taken, rollen en verantwoordelijkheden van betrokkenen, zoals genoemd in het WODC-onderzoek Met vereende krachten?. Er worden twee pilots uitgevoerd om het zogenoemde Toekomstkader te testen. Het onderzoek bestaat uit het evalueren van deze twee pilots. | 33.2 |
Onderzoek handelingsperspectief ondernemers preventieve maatregelen tegen criminaliteit | Ex durante | 2026 | Te starten | Veel beleid richt zich op het stimuleren van preventieve maatregelen tegen criminaliteit en het informeren van ondernemers over potentiële dreigingen voor hun bedrijven. Toch heerst er het beeld dat ondernemers onvoldoende gebruik maken van de geboden preventieve instrumenten. Ondernemers hebben wellicht de intentie om iets te doen, maar handelen er uiteindelijk niet naar. Deze ‘behavior-intention’ gap is al veel bestudeerd. Doel van het huidige project is kennis te bundelen en lessen eruit te trekken. | 33.2 |
Effectiviteit trainingen mkb-ondernemers | Ex durante | 2026 | Lopend | In dit onderzoek zal worden bekeken wat de effectiviteit is van een aantal beleidsinitiatieven, namelijk 1) training beroepsopleiding makelaardij, verhuurbemiddelaars, vastgoedverhuurders, 2) training gebiedsgebonden functies in een logistieke omgeving, 3) Trainingen Platform Veilig Ondernemen. Het gaat daarbij om inzichten over bewustwording, handelingsperspectief en meldgedrag. | 33.2 |
Subthema Burgemeestersbevoegdheden | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie toegang rijbewijzenregister voor boa’s | Ex post | 2029 | Te starten | Samen met het ministerie van IenW wordt eraan gewerkt om de toegang tot het rijbewijzenregister voor boa’s te regelen. Hiervoor moeten een Ministeriele Regeling (MR) en een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) worden aangepast. De toegang tot het rijbewijzenregister voor publieke boa’s uit de domeinen I en II is 1 april 2026 gerealiseerd. Voor de private boa’s uit domein IV wordtde toegang later in 2026 gerealiseerd. Twee jaar na inwerkingtreding zal worden geëvalueerd hoe de toegang en van boa's tot het rijbewijzenregister en het gebruik ervan verloopt. In de evaluatie wordt met name gekeken naar de effectiviteit en de doelmatigheid. Te denken valt aan werkbaarheid, controleerbaarheid van de raadplegingen, hoeveelheid van het gebruik en de consequenties van de toepassing. | 33.2 |
Optimalisatieonderzoek RIEC/LIEC-bestel | Ex post | 2026 | Lopend | Tien Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie- en Expertisecentrum (LIEC) richten zich op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Ze verbinden informatie, expertise en krachten van de verschillende overheidsinstanties. Doel van het onderzoek zal zijn om te verkennen of dit bestel eventueel geoptimaliseerd kan worden. | 33.2 |
Monitor Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit, (i.c.m. update theoretisch kader) | Ex post | 2027 | Te starten | In 2009, 2012, 2016 en 2022 zijn metingen uitgevoerd naar de invulling van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit door gemeenten. De bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit is het geheel van maatregelen en inzet van instrumenten door gemeenten, gericht op het bestrijden, voorkómen, belemmeren en frustreren van criminele activiteiten, al dan niet in samenwerking met andere partners in een (geïntegreerde) aanpak. Doel van het onderzoek zal zijn het inzichtelijk maken van de stand van zaken in de bestuurlijke aanpak en de veranderingen met het oog op aandachtspunten voor de toekomst. Daarnaast zal in dit onderzoek een update worden gemaakt worden van het theoretisch kader dat ten grondslag ligt aan de monitor. | 33.2 |
Toepassing, effecten en gevolgen bevoegdheid artikel 13b Opiumwet | Ex durante | 2026 | Afgerond | Artikel 13b Opiumwet biedt burgemeesters de bevoegdheid een last onder bestuursdwang op te leggen indien in een woning, lokaal of op een daarbij behorend erf soft- of harddrugs worden «verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig» zijn. Het inzetten van deze bevoegdheid kan ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkene(n) en vereist een gedegen afweging.Het huidige onderzoek bestaat uit twee deelonderzoeken. Deelonderzoek A betreft een herhaalmeting van het eerdere onderzoek naar de toepassing van artikel 13b Opiumwet. Deelonderzoek B biedt aanvullend inzicht in de bijdrage en gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet. In samenhang beoogt het onderzoek bij te dragen aan een beter onderbouwde afweging van de toepassing van artikel 13b Opiumwet. | 33.2 |
Internationaal vergelijkend onderzoek (aanpak) online aangejaagde openbare-ordeverstoring | Ex ante | 2026 | Lopend | De Nederlandse maatschappij wordt geconfronteerd met online aangejaagde openbare_x0002_ordeverstoringen. Hiermee worden bedoeld: (dreigende) fysieke verstoringen van de openbare orde die online beginnen of online worden versterkt. Zowel burgemeesters als het Openbaar Ministerie en de politie hebben een taak bij het tegengaan van online aangejaagde openbare ordeverstoringen. Bij hen bestaat de behoefte aan een versterking van het handelingsperspectief. Een onderzoek naar de handelingsperspectieven die in een andere landen bestaan, kan relevante lessen opleveren voor Nederland. | 33.2 |
Subthema Lokale veiligheid(sgevoelens) en overlast in (semi)publieke ruimte | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie experiment digitale meldplicht | Ex durante | 2026 | Lopend | Aan voetbalvandalen die ernstige overlast hebben veroorzaakt kan een gebiedsverbod worden opgelegd. Handhaving van een gebiedsverbod was in de praktijk lastig. Om hierin te voorzien is sinds 2015 ook een digitale meldplicht mogelijk. Hiervoor is een pilot van start gegaan met de digitale meldplicht bij voetbaloverlast in drie gemeenten met betaald voetbalorganisaties (BVO’s): Leeuwarden, Rotterdam en Utrecht. Voor het melden is een apparaat, de ‘Mini ID’, ontwikkeld, waarmee overlastgevers zich moeten melden met een vingerafdruk. De Mini ID checkt met GPS de locatie van de meldplichtige, zodat te controleren is vanaf waar die zich meldt en of die zich aan diens gebiedsverbod houdt.Doel van de evaluatie is om de werking van en ervaringen met de digitale meldplicht van zowel meldplichtigen als gemeenten te achterhalen. Onderzoeksvragen zijn ook of de Mini ID en de gebruikte procedures geschikt zijn om uit te breiden naar alle gemeenten met een BVO en hoeveel geld en capaciteit daarvoor nodig is. | 33.2 |
Boetesysteem voetbalclubs bij politie-inzet in stadions | Ex post | 2026 | Lopend | Onderzoek naar de haalbaarheid van een boetesysteem voor situaties waarbij de politie (ME) wordt ingezet in stadions . | 33.2 |
Vuurwerk in en rondom stadions | Ex durante | 2026 | Lopend | Onderzoek naar de aard, omvang en impact van vuurwerk in en rondom de stadions | 33.2 |
Subthema Aanpak criminaliteitsfenomenen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | art. | |
Maatschappelijke kosten-batenanalyse Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid | Ex durante | 2026 | Lopend | Dit onderzoek naar de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van de Integrale en Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid (IPTA) heeft als doel de economische effecten van de interventie te evalueren. De MKBA zal zowel de directe als indirecte kosten en baten in kaart brengen, zoals de uitgaven voor de uitvoering van de interventie en de ingeschatte besparingen door verhoogde arbeidsparticipatie van de deelnemers. Daarnaast worden de bredere maatschappelijke effecten, zoals verbeterde gezondheid en minder afhankelijkheid van sociale voorzieningen, meegenomen in de analyse. Door de kosten van de interventie af te zetten tegen de behaalde baten, wordt inzicht gegeven in de efficiëntie en de maatschappelijke waarde van IPTA, maar ook van de verbetermogelijkheden op dat punt. Het resultaat van de MKBA zal bijdragen aan het onderbouwen van de duurzaamheid en schaalbaarheid van de interventie. | 34.2 |
Maatschappelijke kosten-batenanalyse werkwijze re-integratieofficier | Ex durante | 2026 | Lopend | Dit onderzoek naar de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van de Re-integratie Officier (RIO) heeft als doel de economische effecten van de interventie te evalueren. De MKBA zal zowel de directe als indirecte kosten en baten in kaart brengen, zoals de uitgaven voor de uitvoering van de interventie en de besparingen dooreen verbeterde re-integratie van de deelnemers. Daarnaast worden de bredere maatschappelijke effecten, zoals verbeterde gezondheid en minder afhankelijkheid van sociale voorzieningen, meegenomen in de analyse. Door de kosten van de interventie af te zetten tegen de behaalde baten, wordt inzicht gegeven in de efficiëntie en de maatschappelijke waarde van RIO, maar ook van de verbetermogelijkheden op dat punt. Het resultaat van de MKBA zal bijdragen aan het onderbouwen van de duurzaamheid en schaalbaarheid van de interventie. | 34.2 |
Vervolgonderzoek meisjescriminaliteit | Ex ante | 2026 | Lopend | Het gaat enerzijds om een vervolgonderzoek naar de aard en de omvang van criminaliteit gepleegd door jonge vrouwen en meisjes, evenals de achtergrondkenmerken van deze groep. Ook de verschillen tussen leeftijdsgroepen en stedelijkheidsniveaus zullen worden meegenomen. Anderzijds zal ook gekeken worden welke werkzame elementen en effectieve interventies er in de Nederlandse context ingezet zouden kunnen worden om meisjescriminaliteit te voorkomen. | 34.2 |
Achtergronden van ronselaars van uitvoerders aanslagen met explosieven | Ex ante | 2026-2027 | Lopend | Dadergericht onderzoek naar de kenmerken, motieven en achtergronden van ronselaars voor aanslagen met explosieven. | 34.2 |
Beleidsevaluatie aanpak aanslagen met explosieven | Ex durante | 2027-2028 | Te starten | Beleidsevaluatie beleid aanslagen met explosieven, zowel op nationaal als lokaal niveau. | 34.2 |
Thema Georganiseerde, ondermijnende criminaliteit
Looptijd SEA: 2022 ‒ 2027/2030,Begrotingsartikel: artikel 33 (ondermijning)
De aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit staat al jaren hoog op de politieke agenda. In de afgelopen jaren is de aanpak geïntensiveerd en is er meer geld beschikbaar gekomen met als doel om het fenomeen zoveel mogelijk te voorkomen en te bestrijden.
Om dit doel te bereiken, heeft JenV de afgelopen jaren ingezet op een gezamenlijke aanpak met uiteenlopende partners. De afgelopen periode is een stevige brede aanpak neergezet die reikt van voorkomen en doorbreken tot bestraffen en beschermen. Die aanpak wordt doorgezet, waarbij de gehele maatschappij aan zet is om zich te weren tegen de georganiseerde criminaliteit en de schade die zij berokkent.
De onderzoeken op de SEA voor het thema georganiseerde, ondermijnende criminaliteit richten zich op het verkrijgen van (beter) inzicht in de behaalde resultaten van de gezamenlijke aanpak. Omdat deze resultaten pas na enkele jaren zichtbaar zijn, is langdurig onderzoek nodig en is gekozen voor een looptijd van 2022 ‒ 2027/2030 voor dit thema. De volgende subthema’s worden onderzocht:
1. Preventie met Gezag
2. Terugdringen vraag en aanbod van illegale drugs
3. Anti-corruptie aanpak
4. Aanpak drugssmokkel via mainports
5. Criminele geldstromen
6. Aanpak Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s)
7. Strafrechtelijke aanpak
In voorgaande jaren maakte het subthema PPS/Veilig ondernemen ook onderdeel uit van het SEA-thema Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit. Vanwege de overlap met het subthema Veilig Ondernemen, van het thema Veiligheid en lokaal bestuur, waar onder meer het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) en het Actieprogramma Veilig Ondernemen zijn ondergebracht, is besloten dit subthema uitsluitend onder dat thema op te nemen. Ontwikkelingen ten aanzien van het Actieprogramma Veilig Ondernemen en de bijbehorende onderzoeksprogrammering vinden in goede verbinding plaats met het thema Georganiseerd Ondermijnende Criminaliteit.
Bovenvermelde subthema’s verschillen qua aard en aanpak van elkaar. Daarom kiest JenV ervoor om in twee Periodieke rapportages inzicht te geven in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van de aanpak van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. De eerste Periodieke rapportage wordt in 2027 opgeleverd. In die Periodieke rapportage staan de resultaten van de aanpak gericht op de subthema’s aanpak drugssmokkel via mainports, aanpak OMG’s en strafrechtelijke aanpak centraal. Deze subthema’s (met name OMG’s en aanpak drugssmokkel via mainports) zijn beleidsmatig al verder ontwikkeld, wat deze geschikt maakt om te evalueren in een Periodieke rapportage in 2027. In de rapportage zal zowel per subthema worden ingegaan op (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid als geprobeerd worden overkoepelende conclusies en lessen te trekken. In de tweede Periodieke rapportage, waarvan de oplevering in 2030 gepland staat, staan de overige subthema’s centraal. Veel van deze subthema’s kennen een wat kortere beleidsmatige historie, waardoor het wenselijk is nog wat jaren te wachten om hier uitspraken over (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid over te kunnen doen.
Subthema: Preventie met Gezag
Scope
Preventie met Gezag (PmG) is integraal onderdeel van de ondermijningsaanpak. Doel van PmG is voorkomen dat kinderen, jongeren en (jong)volwassenen afglijden of doorgroeien in criminele organisaties. Hierbij gaan preventieve en repressieve inzet hand in hand. Om dit doel te bereiken, investeert JenV samen met gemeenten, justitie-, zorg- en sociale partners (zoals politie, OM, jongerenwerk, school etc.) zeer gericht in de meest kwetsbare wijken van Nederland om de weerbaarheid tegen ondermijning te vergroten. Hier zijn jongeren extra vatbaar voor (jeugd)criminaliteit, doordat de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan. In de 27 gemeenten, die op basis van zowel relatieve als absolute data zijn geselecteerd, wordt structureel ingezet op de wijkgerichte aanpak ‘Preventie met Gezag’, mede in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) in 19 van deze gemeenten. Daarnaast wordt in 20 extra gemeenten met acute en ernstige problematiek geïnvesteerd met incidentele ondersteuning. JenV financiert de uitvoering van deze plannen door middel van een Specifieke Uitkering (SPUK) aan gemeenten.
Preventie met gezag werkt met vier subdoelen: het verhogen van de weerbaarheid van de doelgroep (1), het stellen van grenzen aan de invloed van criminele organisaties (2), het faciliteren van een effectieve en integrale aanpak (3), versterken van het lerend vermogen (4). JenV verricht in dit kader verschillende activiteiten:
1. Voor het verhogen van de weerbaarheid van de doelgroep (wat een taak is van de uitvoeringspartners) beoordeelt JenV elke vier jaar de programmaplannen van gemeenten en justitiepartners. JenV houdt zicht op de voortgang van de uitvoering van de lokale programmaplannen door de jaarlijkse Preventie met Gezag activiteitenmonitor en de Sisa-verantwoording.
2. Voor het stellen van grenzen aan de invloed van criminele organisaties (wat een taak is van de uitvoeringspartners) stelt JenV kaders aan de plannen die lokaal, en m.b.t. justitiepartners op regionaal niveau, worden vastgesteld. Deze plannen hebben als doel om grensoverschrijdend gedrag en criminaliteit in de geselecteerde gebieden aan te pakken. De plannen worden elke vier jaar beoordeeld door JenV. Tevens is het voor effectieve preventie en repressie cruciaal om de doelgroep goed in beeld te krijgen. Daarom stelt JenV binnen elke financieringsperiode het opstellen van een gedegen doelgroepanalyse binnen de lokale aanpak als strikte voorwaarde.
3. Voor het faciliteren van een effectieve en integrale aanpak stelt JenV kaders en kwaliteitsnormen op die richting geven aan de integrale aanpak Preventie met Gezag. Binnen het programma zorgt JenV voor samenhang, prioriteiten en de oplevering van resultaten. Tegelijk ondersteunt JenV uitvoeringspartners met kennis, middelen en coördinatie, zodat de aanpak Preventie met Gezag uniform wordt toegepast en maatschappelijke effecten sneller en effectiever worden gerealiseerd.
4. Voor het versterken van het lerend vermogen biedt JenV ten eerste ondersteuning aan lokale partners bij het ophalen en vertalen van wetenschappelijke kennis naar de praktijk. Ten tweede investeert JenV actief in het bij elkaar brengen van de partners op verschillende thema’s, waarbij zowel de jeugd- als reguliere strafrechtpartners aanwezig zijn. Ten derde neemt JenV een actieve rol in bij het inventariseren van nieuwe inzichten en het actief ophalen van kennis elders. De coördinerende rol van JenV maakt het mogelijk om resultaten die in individuele gemeenten worden bereikt op te halen en de internationale inzet te stroomlijnen. Daarnaast onderhoudt JenV actief een netwerk van onderzoekers en kennisinstellingen om zo snel mogelijk van nieuwe wetenschappelijke inzichten op de hoogte te zijn en deze te verspreiden. Tot slot implementeert JenV monitors, evaluaties en reflecties op voortgang en inzichten.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
Onderzoek laat zien dat jongeren waarbij meerdere risicofactoren aanwezig zijn een groter risico lopen om in de criminaliteit te komen of hier verder in door te groeien. Dit inzicht is van belang voor het inrichten van een effectieve aanpak (doel 3). Daarom zetten veel gemeenten brede interventies in die investeren in de weerbaarheid van jongeren op verschillende leefgebieden (doel 1). De risico- en beschermende factoren zijn geclusterd in vijf leefgebieden: onderwijs, werk en inkomen, persoonlijke ontwikkeling, het sociale netwerk en repressie (doel 2), nazorg en re-integratie. Voor het teweegbrengen van gedragsverandering zijn specialistische interventies nodig die effectief zijn (doel 3), aansluiten bij de huidige wetenschappelijke kennis en praktijk (doel 4), de weerbaarheid verhogen van de doelgroep ter preventie (doel 1), en voldoende repressief zijn (doel 2). Onderzoek naar de inzet en effectiviteit van dergelijke interventies sluiten dus in enige mate aan bij alle vier de gestelde doelen. Hedendaags is het aantal bewezen effectieve interventies beperkt. Een rode draad binnen deze bewezen interventies is de multimodale en intensieve inzet van mentoren.
Door de inzet van de gemeenten goed te monitoren (landelijke monitor – preventie met gezag), wordt meer inzicht verkregen in de status en het bereik van de ingezette interventies. Deze inzichten worden vervolgens gekoppeld aan (nieuwe) wetenschappelijke inzichten over effectiviteit, wat aansluit bij doel 4. Dit maakt het mogelijk om vervolgens de inzet op werkzame bestanddelen te verhogen en niet effectieve interventies en werkwijzen te stoppen. Daarmee sluit deze inzet ook aan bij het doel om een effectieve integrale aanpak te faciliteren. Veel van deze interventies zien ook op het verhogen van de weerbaarheid van de doelgroep (doel 1) en het stellen van grenzen aan de invloed van criminele organisaties (doel 2). Door jaarlijks de inzet van interventies op gemeentelijk niveau te monitoren, maken we inzichtelijk in hoeverre we in de praktijk doeltreffend en doelmatig handelen.
Naast het monitoren van de voortgang van interventies en de impact op de verschillende leefgebieden is er, in het kader van doel 3, meer wetenschappelijk inzicht nodig in de effectiviteit van specifieke gedragsinterventies. Dergelijk onderzoek vergt veel financiële en personele capaciteit. Veel interventies worden per gemeenten aangepast en dus net anders uitgevoerd zodat ze aansluiten bij de lokale context. Daarom wordt momenteel strategisch gekeken naar de evaluatie van een aantal kern interventies (Ondersteuning evaluatie interventies G4), zodat de daaruit opgedane inzichten kunnen worden geëxtrapoleerd naar andere projecten binnen de PmG aanpak. Hiermee sluiten we aan op zowel doel 3 (vaststellen wat effectief is) als 4 (leren van wetenschappelijke inzichten). Met doorwerking van deze onderzoeksresultaten wordt het mogelijk gemaakt om gericht en wetenschappelijk onderbouwd in te zetten op het verhogen van de weerbaarheid van de doelgroep (doel 1) en het effectief stellen van grenzen (doel 2).
Naast inzicht op de voortgang en de effectiviteit van specifieke interventies is er behoefte aan inzicht in de effectiviteit van de aanpak in zijn geheel (Evaluatie Preventie met Gezag – impact). Gezien de omvang en diversiteit binnen het programma is het wetenschappelijk gezien een grote uitdaging om tot één beeld van de effectiviteit te komen. Daarnaast zijn effecten van de aanpak op de criminaliteit of op de sociaaleconomische cijfers op wijkniveau niet op korte termijn te meten, mede door een aantal zeer specifieke interventies (met een kleine N) en de diversiteit van het programma. De wens is daarom om een effectiviteitstudie bij het WODC uit te zetten die rekening houdt met deze uitdagingen. Het directe doel dat we hiermee bereiken is inzicht in de mate van effectiviteit van de aanpak (doel 3), maar om dit te kunnen doen zal geëvalueerd moeten worden of we voldoende gebruik maken van de beschikbare wetenschappelijke kennis (doel 4), voldoende praktijkkennis met elkaar uitwisselen (doel 4), de inzet voldoende de weerbaarheid van de doelgroep verhoogt (doel 1), en we succesvol zijn in het stellen van grenzen aan de invloed van criminele organisaties en daarmee grensoverschrijdend gedrag en criminaliteit in de geselecteerde gebieden aan te pakken (doel 2).
Subthema: Terugdringen vraag naar en het aanbod van illegale drugs
Scope
Drugsgebruik kan grote schade opleveren voor de gezondheid, met soms blijvende gevolgen als verslaving of psychische problemen. Daarnaast draagt de vraag naar drugs bij aan georganiseerde criminaliteit, inclusief alle ondermijnende en schadelijke uitwerkingen daarvan zoals explosies in woonwijken, fraude, corruptie, witwassen, milieuschade en potentiële ontwrichting van onze democratie en rechtsstaat. Het Nederlandse drugsbeleid richt zich op de volksgezondheid en de aanpak van drugscriminaliteit. Het doel van dit beleid is het terugdringen van de vraag en het aanbod van drugs. De rol van JenV is om samen met VWS deze doelstellingen te verwezenlijken door beleidsinitiatieven en interventies in te richten of te ondersteunen. Een voorbeeld van een interventie van JenV om de vraag naar drugs terug te dringen is de opzet van een bewustwordingscampagne over drugsgebruik. Een ander voorbeeld van terugdringing van zowel vraag als aanbod zijn het lachgasverbod (2023) en de inwerkingtreding van de NPS-wet (2025).
Inzicht in drugsgebruik is belangrijk om beleid te ontwikkelen dat bijdraagt aan terugdringing van de vraag naar drugs. Het onderzoek naar denormalisering draagt ook bij aan het terugdringen van de vraag. Inzicht in gedrags- en omgevingsfactoren die bijdragen aan normalisering en de-normalisering is van belang bij de opzet van interventies.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Voor de cijfers over het gebruik van drugs wordt gebruik gemaakt van de Nationale Drug Monitor (NDM). Die geeft een breed beeld van welke drugs er worden gebruikt, door welke leeftijdsgroepen en welke trends hierbij zichtbaar zijn. Om het beeld verder in te vullen en de discussie te voeden met (nog) meer cijfers en inzicht vanuit verschillende perspectieven, zijn, en worden de komende jaren, de volgende onderzoeken gedaan:
1. In november 2025 werd de pilotstudie rioolwateronderzoek drugsgebruik door het RIVM en het Trimbos-instituut afgerond met een eindrapportage. De pilotstudie heeft uitgewezen dat rioolwateronderzoek, in samenhang met andere bronnen, een instrument van toegevoegde waarde is in het generen van een landelijk beeld van drugsgebruik. In navolging van het advies van de onderzoekers geven JenV en VWS het RIVM en Trimbos de opdracht om in 2026 een landelijk rioolwateronderzoek drugsgebruik te starten. Dit zal een jaarlijks terugkerend onderzoek zijn. In de aanpak van ondermijnende, georganiseerde criminaliteit is het terugdringen van drugsgebruik een belangrijke doelstelling. Scherper inzicht in het gebruik van verschillende soorten drugs, geografische verschillen en periodieke trends is dan ook van belang voor beleidsontwikkeling en monitoring bij JenV. Dit betreft een gedeeld beleid met VWS. Het preventiebeleid van VWS staat hierbij voorop. Zoals aangegeven dragen de bewustwordingscampagne en de verboden (lachgas en NPS) van JenV bij aan dit beleid (terugdringen drugsgebruik).
2. Vervolgonderzoek naar denormalisering van drugsgebruik. In februari 2024 heeft de Tweede Kamer de motie Bikker c.s. aangenomen, waarin de regering wordt opgeroepen naar Rotterdams voorbeeld een landelijke campagne te starten waarin drugsgebruikers worden geconfronteerd met de gevolgen van drugsgebruik voor de samenleving. De uitwerking van deze motie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ministeries van JenV en VWS. De doelen van de communicatie-inzet en de effecten op de doelgroep(en) worden geëvalueerd.
Subthema: aanpak anti-corruptie (gezamenlijke aanpak DGO en DRC)
Scope
De beoogde impact van het Nederlandse anticorruptiebeleid bestaat uit een samenleving die weerbaar is tegen corruptie, waarbij er vertrouwen is in het goed functioneren van de overheid en zowel de overheid als private sector integer zijn. Dit draagt bovendien bij aan een internationaal gelijk speelveld.
JenV coördineert – samen met BZK – de brede aanpak van corruptie. Deze aanpak krijgt vorm langs de volgende lijnen: 1) inzetten op de grootste kwetsbaarheden; 2) vergroten van de weerbaarheid van de belangrijkste overheidsprocessen en –systemen; 3) vergroten van de weerbaarheid van de private sector; 4) effectief strafrechtelijk interveniëren. Binnen deze aanpak focust DGO op de preventie van corruptie en criminele inmenging door de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. DRC is verantwoordelijk voor de repressieve aanpak van corruptie en internationale samenwerking in dit kader.
Om corruptie en criminele inmenging te voorkomen, zijn de doelstellingen (beoogde effecten) dat ambtenaren en partners in concrete sectoren zich bewuster zijn van corruptierisico’s, dat de georganiseerde criminaliteit minder mogelijkheden kent voor inmenging in de private sector, dat de werkprocessen en ICT-systemen binnen de overheid weerbaarder zijn en dat corruptiesignalen eerder worden gedetecteerd. JenV draagt hier direct aan bij door o.a. mee te werken aan de ontwikkeling van handreikingen met maatregelen tegen «jobhoppen» en door kennisuitwisseling te stimuleren via het tweejaarlijkse JenV anti-corruptiecongres. Verder zet JenV zich, in het kader van het implementatietraject van de EU Anti-Corruptierichtlijn, in om een anti-corruptietraining voor ambtenaren te (laten) ontwikkelen en beschikbaar te stellen. Ten behoeve van de weerbaarheid van de private sector wordt aangesloten bij het thema PPS/Veilig Ondernemen. Aangezien andere preventieve acties veelal ook liggen bij partners (o.a. vanuit hun werkgeversverantwoordelijkheid), heeft JenV daarbij vooral een agenderende en stimulerende functie.
Het doel van de repressieve aanpak van corruptie is een effectieve en passende bestraffing hiervan. Ten behoeve hiervan investeert JenV structureel in fte en tooling bij de Rijksrecherche, FIOD, het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak. Tevens monitort JenV doorlopend de uitwerking/uitvoering van relevante wet- en regelgeving in de praktijk en voert zij in dit kader gesprekken met partners in de strafrechtketen. Daarnaast zal JenV (samen met andere partners) de EU Anti-Corruptierichtlijn omzetten in nationale wet- en regelgeving.
De doelstelling van de internationale inzet op het anti-corruptiedossier is het verbeteren van de internationale samenwerking op corruptiebestrijding en het realiseren van dezelfde minimumstandaarden tussen landen, waardoor corruptie niet verplaatst naar de plek van de minste weerstand. Ten behoeve hiervan neemt/nam JenV actief deel aan de OESO WGB, VN, EU Anti-Corruption Network, GRECO, G20 ACWG en de EU onderhandelingen over de EU anti-corruptierichtlijn. Ook is JenV medeverantwoordelijk voor de implementatie van de aanbevelingen uit deze anti-corruptiegremia.
Inzichtbehoefte en onderzoeksprogrammering
JenV heeft opdracht gegeven tot drie wetenschappelijke onderzoeken naar corruptie in Nederland - de National Risk Assessment (NRA) Corruptie, de Themastudie Criminele Inmenging en het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland - om binnen de corruptieaanpak evidence-informed op de grootste kwetsbaarheden in te kunnen zetten. Deze onderzoeken geven inzicht in de grootste corruptiedreigingen voor Nederland, en systeemkwetsbaarheden waar in dit kader misbruik van wordt gemaakt door criminelen. De komende periode zal de focus van de corruptieaanpak dan ook liggen op het vergroten van de weerbaarheid van betrokkenen en het dichtzetten van deze kwetsbaarheden. Eerder is bovendien onderzoek verricht naar corruptie/bestuurlijke integriteit in Caribisch Nederland.
Door de NRA periodiek te herhalen, wordt inzicht verkregen in de veranderende corruptiedreigingen en indirect de effectiviteit van de beleidsinzet (wordt het beleidsinstrumentarium meer weerbaar tegen gesignaleerde dreigingen?). Zo zorgen we er ook voor dat de aanpak van corruptie up-to-date blijft en blijft aansluiten bij veranderende omstandigheden. Daarnaast zal ook het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland periodiek worden geüpdatet wat inzicht zal bieden in dreigingen vanuit georganiseerde ondermijnende criminaliteit en systeemkwetsbaarheden die criminele inmenging in onze publieke en private sector faciliteren.
Daarnaast zal, nu voorgaande onderzoeken vooral zijn gericht op of bevindingen bevatten ten aanzien van Nederland, onderzoek worden verricht naar omkoping in het buitenland door Nederlandse bedrijven.
In de beleidstheorie voor corruptie zitten enkele, meer algemene aannames die niet met bovenstaande onderzoeken worden ondervangen. Het betreft:
– Aanname: door betere herkenning van corruptierisico’s en bewustwording hieromtrent, zullen ambtenaren meer weerbaar worden. In opdracht van DGRR wordt onderzoek uitgevoerd naar de vraag waarom ondernemers die zich bewust zijn van bepaalde criminaliteitsrisico’s geen maatregelen nemen, welke drempels in dit kader relevant zijn en hoe beleid hen kan helpen de stap naar gedragsverandering en preventieve maatregelen te nemen.
– Aanname: door corruptie binnen diverse gremia te bespreken - o.a. de Ambtelijke Commissie Aanpak Ondermijning (ACAO) en het Secretarissen- Generaal Overleg (SGO) - wordt bewustzijn vergroot.
Verder geldt de aanname dat meer bewustwording leidt tot betere herkenning van corruptiesignalen, maar dat we weten dat bewustwording met andere strategieën/factoren moet worden gecombineerd om gedragsverandering te bewerkstelligen. Het zal per specifiek beleidsdoel verschillen welke andere factoren moeten worden ingezet.
Subthema: Mainports
Scope
Het doel van de aanpak drugssmokkel via mainport is om drugssmokkel via logistieke knooppunten in Nederland terug te dringen, om Nederland minder aantrekkelijk te maken als hub en de marktplaats-/schakelfunctie die Nederland vervult daarmee kleiner te maken. Daarnaast is het belangrijk dat mensen die in de haven werken, veilig hun werk kunnen blijven doen. Niet alleen om een veilige werkomgeving voor werknemers te waarborgen, maar ook voor de logistieke sector in den brede en de rol die de sector vervult voor de Nederlandse economie.
Het ministerie van JenV financiert de plannen van de vijf mainports plus overkoepelende maatregelen, om bovenstaande doelen te bereiken. Er vindt directe verantwoording aan het ministerie plaats door de partijen die rechtstreeks middelen ontvangen. Het ministerie heeft een rol in het stimuleren van het borgen van integraliteit in de planvorming, zowel tussen de plannen van de knooppunten onderling, als tussen de plannen van de knooppunten en de versterkingen van de landelijke partners, als tussen de lokale en overkoepelende maatregelen. Ook heeft J&V een rol in het oplossen van knelpunten in de aanpak, bijvoorbeeld op gebied van gegevensdeling. Tot slot heeft J&V een rol in het (financieel) bijsturen wanneer nieuwe ontwikkelingen of modus operandi worden gesignaleerd.
JenV richt zich op interventies binnen vier pijlers:
1. Informatiebeeld – Door informatie vanuit verschillende bronnen en organisaties samen te brengen, wordt een actueel en integraal beeld gecreëerd van wat er speelt in en rond de logistieke knooppunten.
2. Weerbaarheid – De weerbaarheid van overheid, bedrijven, medewerkers en jongeren wordt versterkt, zodat zij minder vatbaar zijn voor ronselen, intimidatie en misbruik door criminelen.
3. Barrières – Fysieke, organisatorische en technologische maatregelen maken het criminelen steeds moeilijker om onze logistieke processen te misbruiken.
4. Toezicht, controle, opsporing en handhaving – Door intensief toezicht, effectieve controles en krachtige opsporing wordt de pakkans vergroot en worden criminele netwerken en hun verdienmodellen aangepakt.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Momenteel vindt er via het WODC een uitvoerig evaluatieonderzoek plaats naar de aanpak van drugssmokkel via mainports. De komende periode wordt er geen aanvullende inzichtsbehoefte verwacht voor dit dossier. Met het lopende onderzoek en de onderzoeken die al hebben plaatsgevonden naar de mainportsaanpak, ligt er voldoende informatie om te benutten voor de Periodieke Rapportage in 2027.
Subthema: Criminele geldstromen
Scope
Financieel gewin is het centrale motief van georganiseerde criminaliteit. Geld is ook een machtsmiddel voor drugscriminelen. Er worden nieuwe drugs en wapens mee gekocht en handlangers en financiële facilitators mee betaald. Door crimineel geld wit te wassen en in te zetten in de bovenwereld vergaren criminelen gezag en invloed in de onderwereld. Door het criminele verdienmodel te doorbreken en criminele geldstromen effectief te verstoren en terug te dringen, nemen de ondermijnende effecten van dat geld af. De aanpak van criminele geldstromen draagt zo bij aan de bestrijding van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit en aan de bescherming van de integriteit van ons financiële stelsel, de democratische rechtsorde en de openbare ruimte. De aanpak van criminele geldstromen heeft vijf subdoelen waarop JenV inzet in samenwerking met de betreffende organisaties. Te weten: het voorkomen dat illegaal verdiend geld wordt witgewassen via het legale financiële stelsel; het verstoren van ondergrondse bankiersystemen; het afpakken van crimineel vermogen; afgepakt vermogen maatschappelijk herbestemmen (MaHer) en internationale samenwerking.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
De aanpak van witwassen is van essentieel belang bij het voorkomen en bestrijden van (ondermijnende) criminaliteit. Het verhullen en aanwenden van crimineel vermogen stelt criminelen in staat om drugs en wapens te kopen, dienaars van onze rechtsstaat te bedreigen en kwetsbare jongeren de georganiseerde misdaad in te trekken. Een gezamenlijke en effectieve aanpak van witwassen beperkt de macht en invloed van criminelen op onze samenleving en rechtsstaat. Met betrekking tot de aanpak van witwassen zijn onderstaande evaluatieonderzoeken recent afgerond:
– Het WODC-onderzoek naar ondergronds bankieren dat tot doel heeft actueel inzicht te bieden in de aard van het fenomeen ondergronds bankieren in Nederland, met een specifieke focus op crimineel ondergronds bankieren (ondergronds bankieren met crimineel verkregen geld of ondergronds bankieren met legaal geld voor criminele doeleinden). Dit rapport is afgerond en in september 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Er is onder meer gekeken naar de verschillende verschijningsvormen, de onderlinge relaties en rollen van ondergrondse bankiers(netwerken), de werkwijze, en de relatie tussen ondergronds bankieren en georganiseerde drugscriminaliteit. Ook is nagegaan of een ontwikkeling te zien is in de aard van het fenomeen, bijvoorbeeld in de wijze waarop ondergrondse bankiers te werk gaan.
– Aanvullend is in samenwerking met TNO een project uitgevoerd met als doel de aanpak van ondergronds bankieren te verbreden door de samenwerking met partners te intensiveren en te komen tot aanknopingspunten voor beleid. Hiervoor is een kwalitatieve systeemanalyse van ondergronds bankieren gebouwd en geëxperimenteerd hoe deze analyse het beleidsproces kan ondersteunen. Hierbij is specifiek aandacht besteed aan het formuleren van een gezamenlijk gedragen probleembeeld door JenV en haar partners, inventarisatie van staand beleid en reeds uitgevoerde maatregelen vanuit ketenpartners, en de wijze waarop nieuw beleid en maatregelen effect hebben (en zouden kunnen hebben) op het probleem van ondergronds bankieren.
– Nederland voert periodiek een NRA witwassen en terrorismefinanciering uit om beleid en publieke en private uitvoering te kunnen richten op de grootste witwasrisico’s. De opdracht aan het WODC hiertoe is in afronding en er wordt beoogd dat de NRA in 2027 of eerste helft 2028 wordt gepubliceerd. De ervaringen met de vorige NRA en nieuwe internationale en Europese afspraken worden hier ook in meegenomen. Zo ontstaat meer informatie over mogelijke blinde vlekken en kunnen prioriteiten steeds beter op basis van de NRA worden vastgesteld. Voor een effectieve bestrijding van witwassen, inclusief ondergronds bankieren, is het nodig structureel zicht te hebben en houden op de grootste witwasrisico’s, en hoe die kunnen ontstaan door ontwikkelingen in bijvoorbeeld de financiële markten en economie, (mondiale) standaarden en technologie. Door deze ontwikkelingen, en doordat criminelen blijven zoeken naar mazen in het financieel-economische systeem, is het nodig structureel te zoeken naar inzicht in witwasrisico’s. Bestaande NRA’s witwassen geven inzichten in witwasrisico’s. Nieuwe NRA’s die tot stand komen met betrokkenheid van publieke en private partners zullen dus ook inzicht geven in de risico’s die nodig zijn voor het meer risicogebaseerd werken
– De evaluatie van het Financieel Expertise Centrum (FEC-evaluatie) is uitgevoerd op basis van een afspraak tussen de betrokken partijen in het FEC-convenant. De evaluatie dient iedere drie jaar plaats te vinden. De evaluatie is in maart aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoofddoel van de evaluatie was inzicht krijgen in de wijze waarop FEC-projecten tot stand komen, en of de opbrengsten hiervan in de werkwijze van de FEC-organisaties worden opgenomen. De FEC-partners gaan met de uitkomsten aan de slag.
Een ander belangrijk onderdeel van de aanpak van criminele geldstromen is het afpakken van crimineel verkregen vermogen en het verstoren van criminele verdienmodellen. Het wettelijk instrumentarium daarvoor is in 2022 uitgebreid in de wet Ondermijning I met twee instrumenten: de Maatregel Kostenverhaal (MKV) en het Strafrechtelijk Executieonderzoek (SEO). Er is onderzoek nodig om te kunnen evalueren hoe het MKV en het SEO in de praktijk werken. Daarnaast is inzicht nodig in de vraag of de toepassingsmogelijkheden van de instrumenten verbeterd kunnen worden. Het onderzoek naar deze twee instrumenten wordt waarschijnlijk samen met de andere elementen van Wet Ondermijning I geëvalueerd. De onderzoeken moeten nog verder vormgegeven worden, maar zullen naar verwachting bijdragen aan het inzicht door enerzijds cijfermatig te laten zien hoe de instrumenten gebruikt worden en anderzijds kwalitatief inzicht te geven in de toepasbaarheid en de ervaring van experts. Deze combinatie van kennis draagt bij aan inzicht over de effectiviteit van de instrumenten. Wet ondermijning I wordt nader toegelicht onder het subthema ‘Strafrechtelijke aanpak’.
Subthema:Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s)
Scope
Motorclubs waarvan de leden zich niet aan de wet gebonden voelen, worden ook wel Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) genoemd. Vaak zijn dit broeinesten van (georganiseerde) criminaliteit. Inmiddels zijn verschillende OMG’s civielrechtelijk verboden omdat zij ontwrichtend zijn voor de samenleving en in strijd zijn met de openbare orde. De landelijke integrale aanpak van OMG’s richt zich op het beperken van schade die zij toebrengen aan de maatschappij.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Er is eind 2025 een WODC-onderzoek gepubliceerd naar de effecten van de civiele verboden op OMG’s. Het onderzoek brengt in kaart welke bedoelde en onbedoelde (neven)effecten het civiele verbod op OMG’s heeft voor onder meer de zichtbaarheid van de verboden OMG’s en hun (voormalige) leden in de openbare ruimte of elders, de mate waarin zij lid zijn geworden van ‘voortzettingsvormen’ van verboden OMG’s, niet-verboden OMG’s, nieuw opgerichte OMG’s of ‘brotherhoods’ en het mogelijk continueren van criminele activiteiten.
De resultaten van het onderzoek hebben de vraag opgeworpen of gezien het versnipperde OMG-landschap en de verschillende dreiging per OMG(-lid), een intensieve aanpak op alle OMG’s in Nederland nog noodzakelijk is. De minister heeft in de beleidsreactie daarover aangegeven dat de Landelijke Fenomeentafel per 1 januari 2026 wordt afgeschaald. De intensievere, landelijke aanpak vanuit het ministerie is daarmee kleiner geworden.
Het WODC-onderzoek bestudeerde de periode vanaf de start van de aanpak in 2012 tot aan 2025, en heeft al heel breed onderzocht hoe effectief de aanpak is geweest. Er worden voor dit subthema dus geen onderzoeken meer gepland. Na de PR in 2027 zal dit subthema niet meer worden meegenomen.
Subthema: Strafrechtelijke aanpak
Scope
Het strafrecht vormt het sluitstuk van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. De partners uit de strafrechtketen zorgen dat criminelen worden opgespoord, opgepakt, vervolgd en bestraft. Criminelen maken bij de afweging of zij illegale activiteiten zullen ondernemen een inschatting van de pakkans en de straf die hen boven het hoofd hangt. Voor een impactvolle aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit is het daarom van belang om de pakkans te vergroten en effectief te straffen.
Daartoe is onder meer de Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit op 1 januari 2022 in werking getreden (Wet Ondermijning I). Met deze wet zijn er belangrijke instrumenten toegevoegd aan de strafrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Een belangrijk onderdeel daarvan is de strafbaarstelling van uithalers in havens en luchthavens, waardoor eerder kan worden opgetreden tegen personen die een faciliterende rol spelen in de internationale drugshandel.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
De minister van Justitie en Veiligheid heeft aan de Tweede Kamer toegezegd de Wet Ondermijning I uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding te evalueren. De wet bestaat uit een aantal onderdelen die hieronder kort worden toegelicht.
– Verhoging strafmaat. De strafmaat voor bedreiging is verhoogd en een nieuw lid is geïntroduceerd waarbij bedreiging van personen met een publieke taak extra zwaar kan worden bestraft.
– Uithalerswet. Toegezegd is dat de wijze waarop de Uithalerswet in de praktijk uitwerkt, de jurisprudentie en de ontwikkelingen rondom de cijfers worden gemonitord en na vijf jaar geëvalueerd.
– Precursoren. Sinds de inwerkingtreding van de Wet Ondermijning I is het verboden om drugsprecursoren in te voeren, uit te voeren, te vervoeren of voorhanden te hebben. Geëvalueerd wordt welke effecten het verbod heeft op de productie van synthetische drugs, waarbij in het bijzonder wordt gekeken of het verbod de productie van synthetische drugs heeft bemoeilijkt en/of teruggedrongen. Dit onderdeel van Wet Ondermijning I wordt niet meegenomen in de evaluatie van die wet, maar wordt meegenomen bij de evaluatie binnen het thema ‘terugdringen vraag en aanbod drugs’, waaronder lachgas, NPS en precursoren geëvalueerd zullen worden.
– Maatregel kostenverhaal en strafrechtelijke executie onderzoek. De nieuwe maatregel kostenverhaal en de uitbreiding van het strafrechtelijk executieonderzoek zullen worden gemonitord op kwantiteit (hoe vaak opgelegd) en kwaliteit (welke bedragen ingevorderd). Tussentijds zal worden geëvalueerd of het nodig is om al maatregelen te treffen over de toepasselijkheid van deze instrumenten, indien blijkt dat de praktijk er weinig gebruik van maakt.
Het is belangrijk dat het onderzoek naar Wet Ondermijning I na vijf jaar wordt verricht om inzicht te bieden in onderstaande:
De effectiviteit van de wet:
– In hoeverre helpt de wet daadwerkelijk bij het bestrijden van ondermijnende criminaliteit?
– Worden bijvoorbeeld criminelen effectief bereikt via instrumenten zoals de uithalerswet?
Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de wet:
– Zijn de nieuwe strafrechtelijke instrumenten praktisch toepasbaar door politie, OM en andere betrokken instanties?
– Levert de wet administratieve of operationele problemen op bij de opsporing en vervolging?
Doelbereiking en effecten op de praktijk:
– Zijn de doelen van de wet gehaald, zoals het voorkomen van ondermijnende activiteiten en het vergroten van de maatschappelijke veiligheid?
Jurisprudentie en interpretatie:
– Hoe wordt de wet door de rechter toegepast?
– Zijn er knelpunten in de interpretatie van artikelen, bijvoorbeeld bij de uithalerswet?
Aanbevelingen voor bijstelling:
– Op basis van bovenstaande inzichten geeft de evaluatie aanbevelingen voor eventuele wetswijzigingen of beleidsaanpassingen.
– Dit kan bijvoorbeeld gaan om uitbreiding van strafrechtelijke instrumenten, verbeterde uitvoeringspraktijk of versterking van preventieve maatregelen.
Deze combinatie van kennis draagt bij aan inzicht over de effectiviteit van de nieuwe instrumenten die met deze wet zijn toegevoegd aan de strafrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit.
De wet verstrekking strafrechtelijke aanpak Ondermijnende criminaliteit II is op 1 juni 2026 in z’n geheel in werking getreden en moet na vijf jaar worden geëvalueerd. Dit wetsvoorstel is een opvolger van de Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit en is bedoeld om de bestrijding van georganiseerde criminaliteit structureel te versterken. De maatregelen richten zich onder meer op:
– Strafbaar stellen van verborgen ruimtes in vervoermiddelen;
– Verruiming van de ontnemingsmogelijkheden – mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken;
– Uitbreiding ontzetting uit rechten en beroepsverboden – verruiming om veroordeelden uit bepaalde functies te weren wanneer deze zijn misbruikt voor criminaliteit.
In de evaluatie wordt naar dezelfde punten gekeken als bij Wet Ondermijning I.
In het regeerakkoord zijn maatregelen aangekondigd om zedenzaken met minderjarige slachtoffers sneller achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, en hun namen in grote zedenzaken vaker te coderen. Hier speelt een belangenafweging tussen de externe openbaarheid van strafzittingen en de privacy en veiligheid van minderjarige slachtoffers. Het grondwettelijk vastgelegde uitgangspunt is dat de terechtzitting in de openbaarheid plaatsvindt, onder meer om publieke controle mogelijk te maken. De rechter kan hierop een uitzondering maken en een zitting (deels) achter gesloten deuren gelasten, onder meer in het belang van minderjarigen en de privacybescherming van het slachtoffer (art. 269 Sv). Er zijn ook andere vormen van bescherming mogelijk, zoals het onvermeld laten van de naam van het slachtoffer tijdens de zitting. Met name bij minderjarige slachtoffers van seksuele misdrijven rijst de vraag of de bescherming in de praktijk voldoende is. Naar aanleiding van de eerdere motie van het lid Krul (CDA) is een WODC-onderzoek gestart naar voornoemde belangenafweging. In het onderzoek wordt ook gekeken naar aanknopingspunten om beleid en wetgeving hierover verder te ontwikkelen. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het derde kwartaal van 2026 verwacht. Het WODC-onderzoek raakt direct aan een aspect van ondermijning. In ondermijningszaken (bijv. Marengo) werken rechters, Officieren van Justitie en politieagenten vaak onder nummer en dus afgeschermd. Het WODC is gevraagd hier ook onderzoek naar te doen.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2027 | Te starten | Periodieke rapportage met betrekking tot georganiseerde ondermijnende criminaliteit. In deze Periodieke rapportage staan de resultaten van de aanpak gericht op de subthema’s aanpak drugssmokkel via mainports, aanpak OMG’s en strafrechtelijke aanpak centraal. | 33.3 |
Subthema Preventie met gezag | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Monitor CBS – Preventie met Gezag | Ex durante en ex post | Doorlopend | Lopend | Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft ten behoeve van het programma ‘Preventie met gezag’ gegevens samengesteld die inzicht geven in de criminaliteitsproblematiek onder jongeren in 27 focusgebieden. Dit doorlopende inzicht zal worden uitgebreid met sociaaleconomische factoren die relevant zijn voor de gemeenten. | 33.3 |
Landelijke monitor - Preventie met Gezag | Ex durante | Doorlopend | Lopend (mogelijk uitgebreid) | Dit is de brede monitoring van de landelijke aanpak Preventie met gezag. Hierin wordt gekeken naar de voortgang van de lokale aanpakken en interventies (output). Na 2026 start een nieuwe monitoringcyclus. De monitor zal waar mogelijk en nuttig worden uitgebreid om meer duiding te geven aan de landelijke impact. | 33.3 |
Evaluatie Preventie met Gezag - Impact | Ex durante en ex post | 2027 | Te starten | Er wordt een onafhankelijke evaluatie uitgevoerd over de ‘effectiviteit’/impact van de PMG aanpak als geheel. | |
Methodiekontwikkeling gerichte afschrikking | Ex ante | 2026/2027 | Te starten | Om het handelingsperspectief op doorgroeiers en de harde kern te verstevigen onderzoekt Preventie met Gezag of en hoe en onder welke voorwaarden de methodiek gerichte afschrikking (focused deterrence) effectief in Nederland kan worden geïmplementeerd. | |
Ondersteuning evaluatie interventies – G4 | Ex durante | 2028/2029 | Te starten | Mogelijk worden de G4 ondersteund in het laten uitvoeren van effectstudies naar 2/3 interventies. Het doel is niet zozeer om een harde effectstudie voor alle interventies uit te voeren, maar om de werkzame bestanddelen te isoleren. Aangezien alle gemeenten hun interventies (zoals de persoonsgerichte aanpak) net anders vormgeven, is het de bedoeling van dit onderzoek te weten te komen waaraan de interventies in ieder geval moeten voldoen om ‘aannemelijk effectief’ te zijn. | 33.3 |
Subthema Terugdringen vraag naar en aanbod van illegale drugs | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Landelijk rioolwateronderzoek drugsgebruik | Ex durante | Doorlopend | Te starten in 2026 | In november 2025 is de pilotstudie rioolwateronderzoek drugsgebruik door het RIVM en het Trimbos-instituut afgerond. In navolging van het advies van de onderzoekers geven JenV en VWS het RIVM en Trimbos de opdracht om in 2026 een landelijk rioolwateronderzoek drugsgebruik te starten. Dit zal een jaarlijks terugkerend onderzoek zijn. In de aanpak van ondermijnende, georganiseerde criminaliteit is het terugdringen van drugsgebruik een belangrijke doelstelling. Scherper inzicht in het gebruik van verschillende soorten drugs, geografische verschillen en periodieke trends is dan ook van belang voor beleidsontwikkeling en monitoring bij JenV. Dit geldt ook voor VWS. | |
Evaluatie Wet verbod Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) | Ex durante en ex post | 2028, 2029 | Te starten | Dit traject is een samenwerking tussen JenV en VWS. Het wetsvoorstel NPS zal op 1 juli 2025 in werking treden. Binnen 3 jaar na inwerkingtreding wordt er gerapporteerd over de doeltreffendheid en effecten van deze wet. | 33.3 |
Evaluatie lachgasverbod | Ex durante en ex post | 2027, 2028 | Te starten | Dit traject is een samenwerking tussen JenV en VWS. Het lachgasverbod is in januari 2023 in werking getreden. De regering is voornemens om 3 jaar na de inwerkingtreding (2026) van het besluit een evaluatie van dit besluit mee te laten lopen in de onderzoeksprogrammering van het WODC. | 33.3 |
Subthema Anti-corruptie aanpak | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
National risk assessment (NRA) voor corruptie | Ex durante | 2026 | Afgerond en doorlopend | Dit WODC-onderzoek brengt via kwalitatief onderzoek samen met experts vanuit de publieke en private sector de Nederlandse kwetsbaarheden voor corruptie in kaart en beoordeelt de potentiele impact van geconstateerde corruptiedreigingen en weegt de weerbaarheid van het (beleids)instrumentarium ter preventie en/of repressie van de dreigingen. Elke 2-3 jaar wordt deze NRA herhaald. | |
Themastudie door het Strategisch Kenniscentrum (SKC) «Criminele inmenging: Corruptie, bedreiging en infriltratie door georganiseerde criminaliteit in Nederland» | Ex durante | 2026 | Lopend | De studie toont de systeemkwetsbaarheden voor en ondermijnende effecten van criminele inmenging door georganiseerde criminaliteit in NL. Deze themastudie is een verdiepende studie op het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland (DON) | |
Buitenlandse omkoping door Nederlandse bedrijven | Ex durante | Vermoedelijk eind 2027 | Te starten | Doel van het onderzoek is om in kaart te brengen op welke schaal Nederlandse bedrijven bij zakelijke transacties in het buitenland te maken krijgen met (verzoeken tot) omkoping en onder welke omstandigheden. Door inzicht in de omvang van buitenlandse omkoping door/van Nederlandse bedrijven kan deze, tot op heden vaak onderbelichte,vorm van corruptie gerichter worden aangepakt. Dit moet bijdragen aan de integriteit van de Nederlandse private sector en de buitenlandse publieke en private sectoren, een verhoogde weerbaarheid tegen corruptie in de Nederlandse samenleving en een internationaal gelijk speelveld voor zakelijke transacties. | |
Subthema PPS/Veilig ondernemen (de onderzoeksprogrammering is opgenomen onder het thema Veilig Ondernemen) | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Aanpak dugssmokkel via mainports | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie Mainports | Ex durante | 2026 | Lopend | Het onderzoek beoogt inzicht te verwerven in de beleidslogica, het uitvoeringsproces en de voorlopige resultaten van de mainportsaanpak. De bevindingen zullen worden gebruikt voor de verdere ontwikkeling van de aanpak van drugssmokkel via de Nederlandse mainports. | 33.3 |
Subthema Criminele geldstromen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
National Risk Assessment (NRA) witwassen en terrorismefinanciering Europees deel vh Koninkrijk | Ex durante | 2028 | Te starten | Er dient periodiek een NRA witwassen te worden uitgevoerd. Onderzoeksopzet en voorziene oplevering zijn onderwerp van gesprek, maar zeker is dat er een vervolg komt op de vorige NRA. | 33.3 |
National Risk Assessment (NRA) witwassen en terrorismefinanciering BES-eilanden | Ex durante | 2028 | Te starten | Er dient periodiek een NRA witwassen te worden uitgevoerd. Onderzoeksopzet en voorziene oplevering zijn onderwerp van gesprek, maar zeker is dat er een vervolg komt op de vorige NRA. | 33.3 |
Subthema Outlow Motorcycle Gangs | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Subthema Strafrechtelijke aanpak | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie Wet Ondermijning I | Ex durante en ex post | 2026/2027 | Lopend | In de wet is toegezegd dat 5 jaar na inwerkingtreding alle onderdelen van de wet worden geëvalueerd op doeltreffendheid en effectiviteit. Per onderdeel lopen er momenteel aparte monitoring en evaluatie initiatieven. De Kamer zal 5 jaar na inwerkingtreding (vóór 2027) in een kamerbrief geïnformeerd worden over deze trajecten. | 33.3 |
Thema Genoegdoening aan slachtoffers en samenleving
Looptijd SEA: 2022– 2028Begrotingsartikelen: 34.3, 34.4
Binnen het thema genoegdoening staat de zorg aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit, de uitvoering van het slachtofferbeleid en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke en geldelijke sancties centraal. Beide subthema’s dragen bij aan genoegdoening voor slachtoffers en samenleving na een gepleegd strafbaar feit.
Wat betreft slachtofferbeleid is het doel het zo goed mogelijk tot uitvoering brengen van de slachtofferrechten en voorzieningen die het afgelopen decennium zijn geïntroduceerd om zo de positie van slachtoffers te borgen. Daarbij is het departement verantwoordelijk voor het vorm en richting geven aan het slachtofferbeleid. Daarnaast is het departement opdrachtgever van uitvoering hiervan. Rechtstreeks, als opdrachtgever van onder meer Slachtofferhulp Nederland, het Schadefonds geweldsmisdrijven, alsmede door het vergroten van de slachtofferbewuste taakuitvoering door organisaties met een breder takenpakket zoals de politie en het OM.
Voor het slachtofferbeleid is de meerjarenagenda hierbij leidend. Belangrijke vragen op dit thema zijn onder andere in welke mate maken slachtoffers gebruik van de rechten die zij hebben en welk percentage van de slachtoffers daadwerkelijk worden bereikt voor hulp en ondersteuning?
De laatste beleidsdoorlichting slachtofferbeleid is op 24 september 2021 naar de Kamer verstuurd. De Periodieke rapportage staat gepland voor 2028. Slachtofferbeleid is een relatief jong beleidsterrein. Verwachting van de Periodieke rapportage is om (meer) inzicht te krijgen of in de afgelopen periode doelmatig beleid is gevoerd, om waar nodig en mogelijk bestaand en toekomstig beleid daarop bij te kunnen sturen.
Het subthema strafrechtelijke sancties focust op een zekere, snelle en persoonsgerichte tenuitvoerlegging van verschillende typen sancties, zoals detentie, geldboetes en toezicht. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en de reclasseringsorganisaties zijn verantwoordelijk voor deze uitvoering. Het departement treedt hierbij op als opdrachtgever voor alle partijen en is tevens eigenaar van DJI en CJIB.
De meest recente beleidsdoorlichting, Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en maatregelen, is in 2018 gerealiseerd. Door de wijziging in themaindeling is de eerstvolgende Periodieke rapportage gepland voor 2028. Voor het thema Genoegdoening aan slachtoffers en samenleving worden in 2028 dus twee Periodieke rapportages uitgevoerd.
Subthema Rechten, hulp en schadevergoeding aan slachtoffers
Scope
Slachtoffers verdienen erkenning en ondersteuning bij het te boven komen van de gevolgen van een strafbaar feit. Deze maatschappelijke opgave is actueel en relevant: iedereen kan slachtoffer worden, ongeacht status, opleiding, achtergrond. In 2024 werd éen op de vijf mensen slachtoffer van traditionele criminaliteit en één op circa zes mensen slachtoffer van criminaliteit in de gedigitaliseerde wereld. De impact van een strafbaar feit kan groot zijn en voor sommige slachtoffers en voor nabestaanden geldt dat hun leven er blijvend door verandert. Zij kunnen het vertrouwen in de medemens kwijtraken en het geloof in een rechtvaardige samenleving kan onder druk komen te staan. Slachtofferschap wordt mensen aangedaan, de regie wordt hen ontnomen en ten onrechte ervaren zij soms zelf gevoelens van schuld en schaamte.
Slachtoffers wordt vanuit de overheid erkenning geboden door 1) hen een duidelijke positie in het recht te geven, 2) hen waar nodig te beschermen, 3) te zorgen voor een evenwichtig schadestelsel en 4) hen te ondersteunen bij hun herstel. De overheid is niet in staat alle criminaliteit en de gevolgen daarvan (volledig) ongedaan te maken. Wel zorgt een betrouwbare overheid ervoor dat de aan het slachtoffer toegekende rechten in de praktijk worden gerealiseerd, dat gewekte verwachtingen niet worden beschaamd en 5) dat de ketenpartners slachtofferbewustzijn in hun handelen tot uitdrukking brengen.
Er worden verschillende maatregelen en voorzieningen getroffen om uitvoering te geven aan deze vijf beleidsdoelen. Bestaande slachtofferrechten - met laatstelijk de volledige implementatie van de Wet uitbreiding slachtofferrechten in 2024 - én reeds voorgenomen versterkingen (conform het regeerprogramma, het nieuwe wetboek van Strafvordering en herziene EU-richtlijnen) vormen hiervoor de basis. De maatregelen en voorzieningen die worden getroffen zijn te vinden in de nieuwe Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2025-2028.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Om effectief beleid voor slachtoffers te blijven waarborgen, is meer inzicht nodig in de doeltreffendheid en doelmatigheid van alle maatregelen en voorzieningen die we treffen. Het WODC voert daarom een meerjarig onderzoeksprogramma uit naar behoeften van slachtoffers (oplevering Q2 2026), de omvang van de doelgroep en het gebruik van rechten en voorzieningen door verschillende categorieën slachtoffers (oplevering verwacht in Q4 2026) en de impact en ervaringen op weg naar herstel voor slachtoffers (start Q4 2026 en start Q1 2028). De uitkomsten worden gebruikt om in de toekomst beleidsdoelen aan te scherpen en het huidige beleid waar nodig te herijken. Daarnaast lopen er verschillende onderzoeken op specifieke onderzoeksgebieden waar relevante aanbevelingen zullen worden betrokken bij de beleidsvorming en in de uitvoering. Deze zijn onder te verdelen in verschillende categorieën onderzoeken. Hieronder bevinden zich nulmetingen, evaluatieonderzoeken, resultaats- en effectmetingen en onderzoeksprogramma’s. De uitkomsten van deze onderzoeken zullen worden betrokken in/deel uitmaken van de Periodieke rapportage die in 2028 zal worden opgeleverd.
Subthema strafrechtelijke sancties
Scope
Onder het subthema strafrechtelijke sancties vallen de onderwerpen gevangeniswezen, reclassering en geldelijke sancties.
Sancties dragen bij aan twee belangrijke strategische doelen van JenV: een veilige en rechtvaardige samenleving. De belangrijkste strafdoelen zijn speciale preventie, generale preventie en vergelding. De strafdoelen speciale en generale preventie van criminaliteit dragen bij aan het voorkomen van criminaliteit en daarmee aan veiligheid. Het strafdoel vergelding draagt via het bieden van genoegdoening aan slachtoffer en maatschappij bij aan rechtvaardigheid.
Naast de strafdoelen vraagt het werken aan een veilige en rechtvaardige samenleving via straffen om enkele andere strategische doelen dan strafdoelen alleen. Zo vereist het ten uitvoer leggen van sancties samenhang tussen opdracht, financiering en governance voor de betrokken organisaties. Dit zijn meer stelselgerichte of procesgerichte doelen. Daarnaast is effectief capaciteitsmanagement binnen het gevangeniswezen vereist om vrijheidsbenemende sancties ook op lange termijn uit te kunnen voeren, rekening houdend met de onvoorspelbaarheid van vraag en aanbod naar detentiecapaciteit.
De beleidsmaatregelen in het sanctiedomein dragen vaak bij aan meer dan één strafdoel. Hier zit een zekere spanning in omdat maatregelen soms wel bij dragen aan het ene doel maar daarmee afbreuk lijken te doen aan het andere doel. Zo is dat wat nodig is om personen niet te laten recidiveren voor samenleving en slachtoffer niet altijd in overeenstemming te brengen met de verwachtingen die komen kijken bij genoegdoening en vergelding. Het OM of de rechter bepaalt primair op basis van het delict het type straf en de strafmaat. Binnen deze kaders (type straf en strafmaat, die voortvloeien uit het wetboek van strafrecht) wordt zowel door het OM als de rechter gekeken wat binnen het strafrechtelijk kader mogelijk en nodig is voor deze dader om herhaling te voorkomen. De door het OM of rechter opgelegde straffen en maatregelen bepalen de strafsoort en strafmaat, daarmee beperkt dit SEA subthema zich tot sanctietoepassing.
Het beleid van sanctietoepassing is enerzijds gericht op de tenuitvoerlegging van door OM of rechter opgelegde sancties en anderzijds op het realiseren van randvoorwaarden waaronder sancties zo goed mogelijk het beoogde effect – de strafdoelen- kunnen bereiken. De voorwaarden die de afgelopen jaren centraal hebben gestaan in het beleid zijn snel, zeker, goed geïnformeerd en persoonsgericht. Alle maatregelen van de afgelopen jaren dragen bij aan één of meer van deze voorwaarden die voortkomen uit de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB).
Gevangenisstraf
De belangrijkste beleidsmaatregelen op het terrein van de gevangenisstraf zijn aanpassing van de verlofregeling, versterkte inzet op re-integratie, aanpassing van de voorwaardelijke invrijheidstelling regeling (VI), aanpassing van het penitentiair programma en een versterkte inzet op belonen en straffen. Het instrument voor deze beleidsmaatregelen is de wet straffen en beschermen. Deze wet wordt in 2026 geëvalueerd. De maatregelen hebben als achtergrond het waarborgen van veiligheid van samenleving en slachtoffer en ook vergelding van het delict. Verder zijn de maatregelen gericht op het voorkomen van recidive na vrijheidsbeneming.
Reclassering
Rondom het thema reclassering zijn de belangrijkste beleidsmaatregelen: verhogen van het aantal succesvol afgeronde taakstraffen, vervangende taakstraf bij geldboete, intensivering van advisering, langdurig toezicht en controle van gegevensdragers. De achtergrond van deze maatregelen is het voorkomen van recidive en vrijheidsbeneming als ultiem middel positioneren. In termen van strafdoelen en strategische doelen gaat dit over generale en speciale preventie, vergelding en veiligheid van samenleving en slachtoffers.
Geldelijke sancties
Bij de geldelijke sancties springen drie beleidsmaatregelen in het oog: de gratis betalingsherinnering bij verkeersboetes, het kwijtschelden van de ophogingen van boetes en de implementatie van de CBE-richtlijn. De eerste twee maatregelen zijn bedoeld om schulden te voorkomen en de laatste is om straffeloosheid binnen de EU te voorkomen. Het voorkomen van schulden heeft betrekking op schulden als een risicofactor voor criminaliteit en recidive. Het voorkomen van straffeloosheid betreft het strafdoel vergelding. Tevens dragen de maatregelen bij aan duurzame uitvoering van opgelegde sancties.
Hoewel de maatregelen per domein zijn gegroepeerd, kan de impact van de individuele maatregelen niet los worden gekoppeld van de inzet ook op andere plekken (met andere beleidsmaatregelen). Zo wordt zowel vanuit reclassering, als vanuit gevangeniswezen en via geldelijke sancties gewerkt aan het terugdringen van recidive. Gezien de complexiteit van het aantal factoren dat recidive bepaalt, is er geen lineaire aanpak mogelijk om recidive te verminderen. Op meerdere factoren zal invloed moeten worden uitgeoefend om structureel en duurzaam recidive te verminderen. Ditzelfde geldt voor het vergroten van veiligheid van samenleving en slachtoffer en voor het voorkomen van criminaliteit in algemene zin. Deze complexe maatschappelijke opgaven vragen om lange termijn maatregelen die recht doen aan het samenstel van factoren dat ten grondslag aan het vraagstukken ligt. Voor zulke opgaven is een meervoudige of systemische aanpak passend.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Toch is het zinvol om per maatregel zo goed mogelijk in kaart te brengen welke inzet van mensen en middelen het vraagt en op welke wijze impact te verwachten valt en zichtbaar zal zijn. Door over meerdere jaren de mate van impact per maatregel te volgen, wordt duidelijk of de gepleegde inzet van mensen en middelen gelegitimeerd blijft.
Op het moment dat de beleidstheorie voor sancties verder uitggewerkt is, wordt ook de precieze inzichtsbehoefte en onderzoeksprogramering bepaald.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2028 | Te starten | Er worden twee Periodieke rapportages uitgevoerd een over het subthema Rechten, hulp en schadevergoeding aan slachtoffers en een over het subthema Strafrechtelijke sancties. | 34.3, 34.4 |
Subthema Rechten, hulp en schadevergoeding aan slachtoffers | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Slachtoffers: rechten, beleid en praktijk. De cijfers. (WODC) | Ex durante | 2026 | Te starten | Om de ontwikkelingen van de afgelopen 10-15 jaar te kunnen duiden is het nodig om inzichtelijk te maken wat de omvang is van de doelgroep die (geen) gebruik maakt van rechten en voorzieningen binnen de strafrechtketen, hoe de samenstelling van die groep is en hoe die groep verdeeld is over de verschillende rechten en voorzieningen voor slachtoffers. Denk hierbij aan aantallen over bijvoorbeeld: aangiften, sepots, vervolgingen, beslissingen op schadevergoeding, niet-ontvankelijk verklaring, gebruik van het spreekrecht, etc. Die cijfers zijn uit verschillende bronnen beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan registratiedata van ketenpartners, data van het CBS, de veiligheidsmonitor en de slachtoffermonitor. Echter, al die bronnen schetsen slechts een deel van het totaalplaatje en mist een combinatie van de afzonderlijke bronnen om tot nieuwe inzichten te komen. Dit onderzoek beoogt die data samen te brengen en daarmee de omvang en kenmerken van slachtoffers in Nederland (beter) in kaart te brengen. | 34.4 |
Slachtoffers: rechten, beleid en praktijk. Een literatuurstudie. (WODC) | Ex durante | 2026 | Te starten | Meta-analyse van de (mogelijk veranderde) behoeften van (nieuwe typen) slachtoffers. Ten tijde van de ontwikkeling van wat we nu kennen als het slachtofferbeleid en de doelen die dat beleid dient, speelden vragen als: zitten er, uitgaande van behoeften van slachtoffers, leemten in het slachtofferbeleid? Zijn er verschillen in behoeften of in rangorde tussen slachtoffers van verschillende typen delicten? Wat zijn voor slachtoffers de belangrijkste behoeften? Kan de kwaliteit of het bereik van juist dat deel van het aanbod nog verbeterd worden? (zie ten boom 2008). Mede door de geschetste ontwikkelingen zouden de antwoorden op die vragen herijkt moeten worden in het licht van de huidige tijd. Onderhavig onderzoek brengt in beeld wat behoeften zijn van slachtoffers van zowel traditionele als nieuwe misdrijven en voor zowel slachtoffers die al lange tijd in beeld zijn als ‘nieuwe’ typen slachtoffers. | 34.4 |
Slachtoffers: de gevolgen (WODC) | Ex durante | 2029 | Te starten | Prospectief longditudinaal onderzoek naar de gevolgen die slachtoffers ervaren van een delict. Onderzoek impact van een slachtofferervaring is versnipperd, zeer divers in aanpak en kwaliteit van het onderzoek en daarmee in het type conclusies dat te trekken is. Er is over het algemeen behoorlijk veel onderzoek gedaan naar de impact van huiselijk geweld, partnergeweld en zedenmisdrijven. Onderzoek naar de meeste andere typen delicten is minder breed beschikbaar. Veelal wordt deze impact op (klinisch-)psychologische wijze benaderd. Kennis over de impact op financieel, emotioneel, sociaal en juridisch is ook in mindere mate beschikbaar. Dit onderzoek gaat in op de gevolgen die slachtoffers van een delict ervaren op de korte, middellange en lange termijn op sociaal, financieel, juridisch en psychologisch vlak. Welke persoons- en delictkenmerken dragen eraan bij dat slachtoffers de gevolgen van een delict zelf te boven komen? Welke persoons- en delictkenmerken dragen er aan bij dat slachtoffers zich melden bij voorzieningen voor slachtoffers, zoals Slachtofferhulp Nederland en de slachtofferadvocatuur? | 34.4 |
Slachtoffers: ervaringen (WODC) | Ex durante | 2029 | Te starten | Prospectief longitudinaal onderzoek naar de ervaringen van slachtoffers op de korte en lange termijn. Naast inzicht in de (kwantificeerbare) impact van een slachtofferervaring op het slachtoffer is het ook nodig om zicht te krijgen op de doeltreffendheid van de geïntroduceerde rechten en voorzieningen voor slachtoffers. Oftewel: hoe maken slachtoffers gebruik van slachtofferrechten en voorzieningen en waar lopen zij op weg naar herstel tegenaan. Door in kaart te brengen welke stappen slachtoffers na een delict doorlopen en welke keuzes en bijbehorende afwegingen zij daarbij op elk moment maken kan duidelijk worden waar zij tegenaanlopen. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om tevredenheid met die rechten en voorzieningen. Daarover informeert de slachtoffermonitor voldoende. Onderzocht wordt daarom welke ervaringen slachtoffers hebben met de weg van herstel (in brede zin) na een ingrijpende gebeurtenis? Waar lopen ze tegenaan als het gaat om de uitoefening van hun rechten? Welke overwegingen maken ze bij de verschillende stappen die zij zetten op weg naar herstel? Hoe ervaren ze de ondersteuning die zij ontvangen, zowel op lange als op korte termijn? Hoe voelen zij zich bejegend binnen de verschillende fasen van het strafproces? Ervaren ze secundaire victimisatie? In hoeverre voelen ze zich (niet) erkend in het leed dat hen is aangedaan en wat maakt dat zij zich (niet) erkend voelen? Komt het voor dat er in het strafproces uitval optreedt van slachtoffers en zo ja, in welke fase en waar ligt dit aan? Welk aandeel van de slachtoffers geeft aan de overheid (niet) nodig te hebben op weg naar juridisch, financieel, emotioneel en sociaal herstel? En welke reden hebben zij daarvoor? | 34.4 |
Evaluatie Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WODC) | Ex post | 2027 | Te starten | Effectevaluatie van de Wet uitbreiding slachtofferrechten (Wus). Omdat deze wet gefaseerd in werking treedt wordt bezien hoe de verschillende onderdelen in samenhang het beste geëvalueerd kunnen worden. Het gaat onder meer om de verschijningsplicht van verdachten en het spreekrecht bij tbs/pij-(verlengings)zittingen. In de evaluatie kan gewogen worden wat de toegevoegde waarde van de verschillende onderdelen in de praktijk is voor slachtoffers, verdachten/veroordeelden en de betrokken organisaties. Daarbij worden ook de uitvoeringsaspecten meegenomen. De evaluatie is ook van belang voor de besluitvorming over de inwerkingtreding van de verschijningsplicht voor uitspraakzittingen. | 34.4 |
Zitting achter gesloten deuren (WODC) | Ex ante | 2026 | Lopend | Kwalitatief onderzoek naar de beoordeling van verzoeken van slachtoffers voor een zitting achter gesloten deuren in de praktijk en de mogelijkheden om de privacy van slachtoffers te borgen. | 34.4 |
Vervolgonderzoek Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen (WODC) | Ex durante | 2026 | lopend | Vervolgonderzoek Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen; een verkenning van de visie op en omgang met ervaringen en hulpvragen van slachtoffers. De minister voor Rechtsbescherming heeft in de zomer van 2020 aan de TK toegezegd om het eerdere onderzoek naar seksueel misbruik te laten herhalen om een zo actueel mogelijk beeld van de situatie binnen de gemeenschap te krijgen. Dit onderzoek is juli 2023 gestart door het WODC (met een flinke vertraging omdat het onderzoek niet extern uitgezet kon worden) en is geen exact herhaalonderzoek, maar een breder getrokken vervolgonderzoek naar de Seksueel grensoverschrijdend gedrag in religieuze gemeenschappen; een verkenning van de visie op en omgang met ervaringen en hulpvragen van slachtoffers. De resultaten van dit onderzoek worden begin 2026 verwacht. | 34.4 |
Wensen slachtoffers WLT (WODC) | ex durante | 2026 | Lopend | Onderzoek naar de rechten, belangen en behoeften van slachtoffers en daders bij oplegging van langdurig toezicht op grond van de Wet Langdurig Toezicht (WLT). In 2017 en 2018 zijn de mogelijkheden voor het houden van langdurig toezicht op ex-gedetineerden en (ex)tbs-gestelden in de Wet langdurig toezicht (Wlt) uitgebreid. Dat rekening moet worden gehouden met de belangen van slachtoffers komt duidelijk naar voren in de wetteksten. De behoeften van slachtoffers bij de invulling van een dergelijk toezicht door middel van het stellen van bijzondere voorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedsverbod of contactverbod, zijn niet altijd duidelijk. De rechten en belangen van de dader zijn evenmin altijd duidelijk. Hoe de weging van de verschillende behoeften en belangen van de dader worden afgewogen tegen die van slachtoffers, is evenmin duidelijk. Het onderzoek beoogt hier meer inzicht in te geven. Hierbij zal ook buiten de Wlt gekeken worden, bijvoorbeeld naar internationale verdragen. Het rapport wordt in oktober 2025 opgeleverd. | 34.4 |
Vooronderzoek spreekrecht TBS/PIJ en spreekrecht stieffamilie (WODC) | Ex ante | 2026 | Lopend | Vooronderzoek spreekrecht TBS/PIJ en spreekrecht pleeg/stieffamilie. Het betreft het opstellen van een evaluatiekader ten behoeve van de effectevaluatie twee jaar na inwerkingtreding van het spreekrecht tbs/pij en indien mogelijk een nulmeting van de situatie voor inwerkingtreding. | |
Nulmeting AMvB privacy slachtoffers in strafprocesdossier (WODC) | Ex ante | 2026 | Lopend | Nulmeting algemene maatregel van bestuur (AMvB) ter uitvoering van Amendement van Wijngaarden om persoonsgegevens weg te laten uit het strafprocesdossier. Tijdens de behandeling van Wet uitbreiding slachtoffers in 2021, is het zogenaamde «privacy amendement» (Van Wijngaarden en Van Toorenburg) aangenomen en is het traject gestart ter verbetering van de bescherming van de privacy van slachtoffers in het strafproces. Per 1 juli 2025 treedt het besluit (AMvB) ‘bescherming slachtoffergegevens in processtukken’ in werking. Middels dit besluit worden zowel politie als openbaar ministerie opgedragen om bepaalde persoonsgegevens van slachtoffers onvermeld te laten in de door hen op te stellen stukken, tenzij deze gegevens strafvorderlijk relevant zijn. In deze nulmeting staat de AMvB centraal. Door de praktijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de AMvB in beeld te brengen en vervolgens de effectiviteit van de AMvB tijdig te evalueren, kan worden bijgedragen aan de werking ervan en daarmee de daadwerkelijke privacybescherming die dit voor slachtoffers heeft. De nulmeting is oktober 2025 gereed. | 34.4 |
Uittreding uit gesloten gemeenschappen met een religieus karakter; terminologie en randvoorwaarden voor hulpverlening (WODC) | Ex durante | 2026 | Afgerond | Het onderzoek naar de terminologie en voorwaarden voor hulpverlening aan uittreders van gesloten gemeenschappen is een vervolg op het onderzoek ‘Uitsluiting van ex-leden door religieuze gemeenschappen’ (Van Schaik, Janssen et al., 2023), dat in opdracht van het WODC in 2023 is uitgevoerd. Eind 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming per brief toegezegd de onderzoekers van de Open Universiteit te verzoeken aanvullend onderzoek te doen naar de te gebruiken terminologie en de voorwaarden voor effectieve hulpverlening aan slachtoffers van gesloten gemeenschappen. | 34.4 |
Onderzoeksprogramma Weerbaarheid en preventie slachtofferschap online criminaliteit | 2029 | Te starten | Het is een vierjarig onderzoeksprogramma naar slachtoffers van online criminaliteit. Jaarlijks worden 2 miljoen mensen slachtoffer van online criminaliteit. De impact van deze vorm van criminaliteit is groot. Preventie en herstel zijn essentieel om burgers weerbaard te maken maar er ontbreekt kennis over de aard, omvang en de gevolgen van online slachtofferschap en hoe weerbaarheid structureel kan worden vergroot. Het onderzoeksprogramma, dat wordt gedaan vanuit drie hogescholen, richt daarom op het ontwikkelen van wetenschappelijke en praktische toepasbare kennis die (potentiële) slachtoffers helpt om online slachtofferschap te voorkomen en beter te herstellen na een incident. Het programma kent twee belangrijke hoofdlijnen (kennisontwikkeling en co-creatie) en vijf onderzoekslijnen (aard en omvang slachtofferschap; impact op slachtoffers en hun omgeving; verklarende factoren; weerbaarheid van slachtoffers en handvatten voor professionals). | 34.4 | |
Onderzoek naar kennisname van processtukken | Ex durante | 2027 | Te starten | Op grond van artikel 51b Wetboek van Strafvordering hebben slachtoffers recht op kennisneming van de processtukken die voor hen van belang zijn. Daarnaast kan het slachtoffer op grond van dit artikel verzoeken om een afschrift van de stukken. Ook indien er geen verdachte in beeld is of een verdachte niet wordt vervolgd, kan het slachtoffer de officier van justitie om kennisneming verzoeken. Het doel van het onderzoek is om zicht te krijgen op hoe in de praktijk met de verzoeken van slachtoffers tot kennisneming wordt omgegaan. | 34.4 |
Signalering en gevolgen van seksuee misbruik bij kinderen (GGD en AMC) | Ex durante | 2026 | Lopend | Longitudinaal onderzoek Signalering en gevolgen van seksueel misbruik bij kinderen op korte, middellange en lange termijn. In 2012 zijn de GGD Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum (AMC) een onderzoek gestart naar de Amsterdamse zedenzaak, met de focus op signalen en (langdurige) gevolgen van seksueel misbruik bij zeer jonge kinderen. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in deze specifieke doelgroep, aangezien de wetenschap en de zorgpraktijk momenteel onvoldoende handvatten bieden voor de omgang met deze kinderen en om beter aan te sluiten bij de behoeften van slachtoffers en hun ouders in het hulpaanbod. Dit onderzoek is van groot maatschappelijk belang en kan leiden tot waardevolle en vernieuwende inzichten voor slachtoffers, organisaties en professionals. Het onderzoek liep tot 2018 en zal worden voortgezet tot en met 2025, met financiering van de ministeries van VWS en JenV. | |
Onderzoeksproject T@CKLE (Transdisciplinary Analysis and Co-creation of Knowledge to Lead Efforts against Online and Offline Sexually Transgressive Behaviour and Sexual Violence) | Ex durante | 2030 | Te starten | In het kader van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld zijn er financiële middelen beschikbaar gesteld voor onderzoek. Het grootste deel van deze middelen (€ 1.500.000,-) wordt geïnvesteerd via het onderzoeksprogramma van de Nationale Wetenschapsagenda van NWO. In april 2025 is de aanvraag voor het vijfjarige onderzoeksproject T@CKLE, geleid door hoofdaanvrager Prof. Dr. Daphne van de Bongardt van de Erasmus Universiteit Rotterdam, gehonoreerd. Het consortium bestaat uit diverse partners. T@CKLE pakt het complexe probleem van offline en online seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (SGOG) aan met een integrale aanpak. T@CKLE richt het eerste nationale SGOG-netwerk op om transdisciplinaire samenwerking te versterken en bestaande praktijken te integreren. Wetenschappelijke resultaten worden vertaald naar praktische toolkits, educatie voor professionals en het publiek, en campagnes voor maatschappelijke impact.Het project creëert vijf impactroutes op verschillende sociaal-ecologische en stakeholderniveaus:1. Effectievere preventie van grensoverschrijdend gedrag door daders,2. Beter afgestemde ondersteuning voor slachtoffers,3. Meer professionele aanpak binnen organisaties,4. Minder maatschappelijke acceptatie en verbeterde narratieven,5. Een geïntegreerde en toekomstbestendige aanpak. | 34.4 |
Resultaat en effect-meting nieuwe werkwijze voor de hulp aan slachtoffers van seksueel geweld (nnb) | Ex ante | 2026 | Te starten | JenV en VWS werken samen met ketenpartners en hulporganisaties aan een betere organisatie van de hulp en ondersteuning voor slachtoffers in afhankelijkheidsrelaties. In het kader van het Nationaal actieprogramma seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, (NAP) wordt met actielijn vijf beoogt goede en makkelijk vindbare hulp te bieden aan slachtoffers van seksueel geweld. Samen met politie, OM, CSG, SHN, Veilig thuis en Perpectief Herstelbemiddeling en met betrokkenheid van slachtoffers is een nieuwe manier van samenwerken ontwikkeld, die bestaat uit drie elementen: Slachtoffers of melders ontvangen een goed afgestemd en georganiseerd eerste contact met één van de organisaties. Het maakt niet uit waar zij zich melden (één entree); Slachtoffers komen snel op de juiste plek door doorlopende multidisciplinaire weging en triage (MDT) van casuïstiek; Slachtoffers worden gekoppeld aan een regiehouder die het vaste aanspreekpunt is voor het slachtoffer en zijn/haar (in)directe omgeving en zorgt voor warme overdracht richting instanties.De werkwijze wordt vanaf Q3 2025 getest in de regio’s Den Haag en Oost- Brabant, zodat kan worden vastgesteld of dit ook de gewenste verbetering oplevert voor slachtoffers. | 34.4 |
PHD-project Bereavement in criminal trials (MH17-onderzoek) | Ex durante | 2026 | lopend | Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in het effect van de gebruikmaking van het spreekrecht op de mentale gezondheid van nabestaanden in diverse strafzaken, en op basis van dit inzicht slachtoffers, wetgever en beleidsmakers handvatten te bieden om slachtoffers in strafzaken zo goed en effectief mogelijk van hun spreekrecht gebruik te kunnen laten maken. Dit doen de onderzoekers aan de hand van de volgende vraagstellingen:1.Heeft de gebruikmaking van het spreekrecht in de strafzaken in geval van levensdelicten, dodelijke verkeersongevallen en verliezen door MH-17 ramp een effect op de mentale gezondheid van nabestaanden?2.Welke factoren spelen hierbij een belangrijke rol?3.Wat kan hiervan worden geleerd met betrekking tot strafzaken waarin slachtoffers gebruik kunnen maken van het spreekrecht en hoe kunnen deze lessen in de justitiële en klinische praktijk gebruikt worden? | 34.4 |
Subthema Strafrechtelijke sancties | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Actieonderzoek Huis van Herstel Twente | Ex durante | 2028 | Lopend | Actieonderzoek naar project Huis van Herstel Twente (kleinschalige detentievoorziening bij PI Almelo) | 34.3 |
Recidivemonitor TA | Ex post | Periodiek (volgende ntb) | Lopend | Periodieke monitor recidive en reïntegratie na verblijf op de terroristenafdeling (TA), eerste monitor is in 2022 aan TK gezonden. | 34.3 |
Onderzoek WETS | Ex post | 2026 | Lopend | Toezegging Kamer nav EU-evaluatie kaderbesluit 2008/909/JBZ. Een verkennend onderzoek naar onderdelen van de erkenningsprocedure in het kader van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS). | 34.3 |
Evaluatie Orthodoxe Zendende Instantie | Ex durante | 2026 | Lopend | De Orthodoxen zijn toegekend als voorlopige zendende instantie (ZI) naar aanleiding van een eerder onderzoek. Afsgesproken is om na een proefperiode de voorlopige ZI te evalueren en te beslissen of de toekenning definitief wordt. | 34.3 |
Evaluatiekader maatregelen Voortgezet Crimineel Handelen in Detentie (VCHD) | ‒ | 2026 | Lopend | Onderzoek naar hoe maatregelen die afgelopen jaren zijn genomen om VCHD tegen te gaan gemonitord kunnen worden en de effecten (gewenst en ongewenst) in kaart gebracht. Met als doel om een dashboard te creëren voor monitoring van resultaten. | 34.3 |
Preventieve detentie | Ex ante | 2026 | Lopend | WODC onderzoek nav 41bis beleidsreactie | 34.3 |
Recidivemonitor | Ex post | Periodiek tweejaarlijks (volgende 2026) | Lopend | WODC recidivemonitor | 34.3 |
Agentschapsevaluatie DJI | Ex post | 2029 | te starten | Vijfjaarlijkse evaluatie van het agentschaps waarbij tenminste naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het agentschap gekeken wordt | 34.3 |
Agentschapsevaluatie CJIB | Ex post | 2029 | te starten | Vijfjaarlijkse evaluatie van het agentschaps waarbij tenminste naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het agentschap gekeken wordt | 34.3 |
Monitor nazorg ex-gedetineerden | Ex post | Periodiek tweejaarlijks (volgende 2026) | Lopend | Situatie van ex-gedetineerden op het gebied van werk en inkomen, onderdak en schulden in kaart en derelatie tussen de situatie op basisvoorwaarden en recidive. | 34.3 |
Evaluatie Wet straffen en Beschermen | Ex post | 2026 | Lopend | Evaluatie Wet straffen en Beschermen | 34.3 |
Eindevaluatie Wet langdurig toezicht | Ex post | 2026 | Te starten | Eindevaluatie Wet langdurig toezicht (3125K) | 34.4 |
Wensen en belangen van slachtoffers en daders (Wet langdurig toezicht) | Ex post | 2026 | Afgerond | Wensen en belangen van slachtoffers en daders (3125F) | 34.4 |
Recidivemeting tijdens v.i. (Wet langdurig toezicht) | Ex post | 2026 | Te starten | Recidivemeting tijdens v.i. (3125I) | 34.4 |
Recidivemeting na v.i. (Wet langdurig toezicht) | Ex post | 2026 | Te starten | Recividemeting na v.i. (3125J) | 34.4 |
Toepassingen van de Wlt bij terroristen (Wet langdurig toezicht) | Ex post | 2026 | Te starten | Onderzoek Wlt en terroristen (3125G) | 34.4 |
Evaluatie pilot betalingsherinnering Wahv-boetes | Ex durante/ex post | 2027 | Te starten | Onderzoek naar pilot betalingsherinnering per 1 juli 2026 voor openstaande Wahv-boetes bij het CJIB. Onderzocht wordt of de pilot het beoogde effect heeft, namelijk dat mensen die een keer vergeten te betalen alsnog betalen danwel contact zoeken met het CJIB voor een betalingsregeling. | 34 |
Evaluatie pilot Intensivering advisering (Straffen op maat) | Ex durante / ex post | 2026 | Te starten | In het kader van het traject Straffen op maat is een pilot gestart waarin de advisering door de reclassering wordt geïntensiveerd. De pilot wordt na afloop geëvalueerd. | 34 |
Thema Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag
Looptijd SEA 2022-2026Begrotingsartikelen: 34.2, 34.3, 34.5
Het beleid met betrekking tot dit thema omvat het voorkomen van daderschap en herhaald daderschap. Hieronder vallen de subthema's forensische zorg, screenen, het kansspelbeleid en aanpak jeugdcriminaliteit. Eerder was de aanpak van criminele fenomenen ook onderdeel van dit thema maar dit subthema is sinds de begroting van 2027 ondergebracht bij het thema Veiligheid en Lokaal bestuur.
In het kader van het kansspelbeleid werkt JenV aan de doorontwikkeling van de Wet kansspelen op afstand. In 2024 is de Wet kansspelen op afstand geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie en de gewijzigde beleidsvisie op kansspelen van 2025 geven aanleiding tot een herziening van de Wet op de kansspelen. In 2026 wordt een Periodieke rapportage Kansspelberleid uitgevoerd. Met betrekking tot de forensische zorg werkt JenV aan een voldoende en passend forensisch aanbod en detentiecapaciteit, in 2026 wordt ook voor forenzische zorg een Periodieke rapportage uitgevoerd. Op het gebied van screenen is in 2025 een nieuwe beleidstheorie voor de Verklaring Omtrent het Gedrag vastgesteld. Voor de aanpak jeugdcriminaliteit wordt nog een beleidstheorie opgesteld aan de hand waarvan de inzichtsbehoeften wordt bepaald.
Voortschrijdend inzicht heeft uitgewezen dat de subthema’s bij dit thema inhoudelijk te veel verschillen waardoor het niet passend is om daar één periodieke rapportage op te maken. De thema-indeling wordt daarom na oplevering van de twee Periodieke rapportages herzien.
Subthema Forensische Zorg
Scope
De forensische zorg kent twee strategische hoofddoelen, conform artikel 2.1 lid 1 Wet forensische zorg:
– Het bevorderen van het herstel van de forensische patiënt.
– Het verkleinen van de kans op recidive en daarmee het vergroten van de veiligheid van de samenleving.
Met de uitvoering van alle activiteiten in de forensische zorg moet worden bijgedragen aan de realisatie van deze strategische hoofddoelen, waardoor de kans op recidive wordt verkleind en daarmee wordt bijgedragen aan verbetering van de veiligheid van de samenleving.
Onder deze strategische hoofddoelen zijn 4 strategische subdoelen gedefinieerd. Deze zijn afgeleid uit de memorie van toelichting van de Wet forensische zorg.41 Deze subdoelen zijn:
1. Goede kwaliteit van zorg, gericht op de veiligheid van de samenleving.
2. Beter passende capaciteit voor de forensische zorg.
3. Betere continuïteit van zorg.
4. Meer patiënten op de juiste plaats.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Het team Forensische Zorg (FZ) heeft samen met het WODC, de RSJ en andere partners in de afgelopen periode waardevolle kennis verzameld over uiteenlopende thema’s binnen de forensische zorg. Dit betreft onder meer doelmatigheid en doeltreffendheid van de zorg, continuïteit van zorg in de keten en innovatie. Daarnaast zijn onderwerpen onderzocht zoals recidive tijdens en na forensische zorg, het effect van langdurige detentie op tbs-behandeling, zorg na afloop van forensische zorg, besluitvorming bij artikel 2.3 van de Wet forensische zorg en wetswijzigingen rond voorwaardelijke beëindiging van tbs. Ook is gekeken naar de geschatte verblijfsduur van tbs-gestelden en gedetineerden (prognosemodel) en de kenmerken van langdurige tbs-verblijvers. Tot slot is de indicatiestelling en plaatsing binnen de Wet forensische zorg geëvalueerd.
Incidenteel zijn ook onderzoeken uitgevoerd door partijen over andere onderwerpen. De komende periode wordt de bestaande kennis geactualiseerd en verder uitgebreid. Nieuwe onderzoeksonderwerpen zijn: de gemaximeerde tbs, middelengebruik in de forensische zorg en de werking van de Beginselenwet verpleging tbs-gestelden. Deze kennisontwikkeling ondersteunt het maken van uitvoerbaar beleid binnen de forensische zorg.
Sinds medio 2025 loopt een Periodieke rapportage Forensische Zorg over de periode 2018–2025. Een onafhankelijk onderzoeksbureau beoordeelt in hoeverre het beleid in deze jaren doeltreffend en doelmatig is geweest. De kwaliteit van zorg is uitgewerkt in het Kwaliteitskader Forensische Zorg. De operationalisering van de andere drie subdoelen uit de wet wordt samen met uitvoerende partijen uitgewerkt (o.a. DJI, reclassering, forensische zorginstellingen en het forensisch netwerk). Hiervoor worden studies en monitors opgezet en werken werkgroepen aan procesafspraken, verantwoordelijkheden en evaluaties. De uitkomsten van de Periodieke rapportage vormen input voor de beleidsontwikkeling en eventuele aanpassingen voor de komende vijf jaar, vanaf de tweede helft van 2026.
Subthema Screenen
Scope
Overheid, vrijwilligers, werknemers en werkgevers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Dit stimuleert het ministerie door het aanbieden van screeningsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). In 2025 is de beleidstheorie voor de inzet van de VOG vastgesteld. In de VOG komen meerdere doelen samen:
1. De samenleving wordt beschermd tegen strafbaar handelen in de rol waarvoor de VOG wordt aangevraagd.
2. De veroordeelde kan na gestraft te zijn weer deelnemen aan de maatschappij – waar dit passend wordt geacht.
3. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager wordt zoveel als mogelijk beperkt.
De doelen worden proportioneel en subsidiair bereikt als de VOG wordt ingezet waar er maatschappelijke risico’s zijn. De hierboven gestelde doelen zouden bereikt moeten worden met de VOG-beoordeling die door screeningsautoriteit Justis wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het ministerie is verantwoordelijk voor het regelgevend kader voor de werking van de VOG en voor de uitvoering daarvan door Justis. Deze vindt plaats binnen de kaders van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en de Beleidsregels VOG-NP-RP 2025. Het is aan vakministers om regels (voor) te stellen ter bescherming van de integriteit in hun sectoren, zoals een verplichting om voor de uitoefening van het beroep een VOG te overleggen. Ook cao’s kunnen aanvullende afspraken en verplichtingen bevatten.
Het instrument wordt doorlopend verbeterd door onder meer toevoeging van nieuwe bronnen voor de VOG-beoordeling en betere communicatie over de VOG. De volgende stap is het toewerken naar een meer uniforme en risico gestuurde inzet van de VOG. Hiervoor is behoefte aan meer inzicht in risico’s en hoe deze gekoppeld kunnen worden aan de verschillende knoppen waarmee gestuurd kan worden in de screening. Het gaat onder meer om de frequentie van de screening, te hanteren terugkijktermijn in justitiële documentatie, te betrekken bronnen en het al dan niet toepassen van een verscherpt toetsingskader. Hiervoor wordt momenteel in samenwerking met TNO gewerkt aan een risicomethodiek. Deze methodiek wordt bijvoorbeeld ook ondersteunend bij het afwegen of een VOG-screening verplicht dient te worden gesteld voor bepaalde functies en hoe deze verplichting het beste vormgegeven kan worden.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Mede in dit kader wordt evaluatieonderzoek gedaan naar de Wet VOG politiegegevens en wordt onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van het standaard betrekken van politiegegevens als zelfstandige weigeringsgrond in de VOG-screening voor functies waarin sprake is van een gezags- of afhankelijkheidsrelatie of op een locatie waar kwetsbare personen zich bevinden. Tevens heeft het WODC een verkenning uitgevoerd om meer inzicht te bieden in resterende recidiverisico’s na specifieke delicten. Met deze elementen komen naar verwachting voldoende bouwblokken beschikbaar om te komen tot een meer uniforme en risico gestuurde inzet van de VOG. Ook wordt het agentschap justis geëvalueerd waarbij specifiek wordt gekeken naar het doelmatig en doeltreffend functioneren van het agentschap.
Subthema Kansspelen
In 2026 wordt het kansspelbeleid aan de hand van een Periodieke rapportage als geheel geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Naar verwachting wordt het rapport in oktober 2026 opgeleverd, waarna het met een beleidsreactie aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. Voorts wordt het beleid op basis van de doelstellingen uit de in 2025 gepubliceerde visie op kansspelen nader uitgewerkt. Tenslotte worden in 2026 de voorgenomen wetswijzigingen voor kansspelen op afstand voorbereid. Verschillende lopende en geplande onderzoeken zijn van belang voor de uitwerking en onderbouwing van de visie en de maatregelen. Dit betreft bijvoorbeeld onderzoek op het gebied van de inrichting en kosten van de vergunde kansspelmarkt(en). Ook worden periodiek monitoringsonderzoeken uitgevoerd om de effecten van het gewijzigde beleid te kunnen vaststellen. Ook wordt onderzoek verricht naar de aard en omvang van het kansspelaanbod en de deelname aan kansspelen in Caribisch Nederland.
Subthema Aanpak Jeugdcriminaliteit
Scope
De aanpak van jeugdcriminaliteit richt zich primair op de stelselverantwoordelijkheid voor de jeugdstrafrechtketen en de ministeriele verantwoordelijkheid over de tenuitvoerlegging. Daarin stuurt het ministerie op een aanpak die juridisch klopt én werkt. Daarbij hoort de financiering en accounthouderschap voor Halt, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), de Gecertificeerde Instellingen (t.a.v. het leveren van jeugdreclassering), de Dienst Justitiële Inrichtingen (betreffende de Justitiële Jeugdinrichtingen en Kleinschalige voorzieningen justitiële jeugd) en de samenwerking en afstemming met het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Rechtspraak. Vanuit het ministerie wordt hierbij gewerkt aan beleid en wetgeving, inclusief de evaluatie daarvan en het faciliteren van kwaliteitsborging en doorontwikkeling.
De doelstelling waar het accent op ligt is het in staat stellen van de jeugdstrafrechtketen om 1) effectief te zijn door interventies in te zetten die recidive terugdringen en te werken vanuit kennis, 2) snel en zorgvuldig te reageren op strafbaar gedrag, 3) consistent te zijn (rechtsgelijkheid met ruimte voor maatwerk), 4) veilig te werken (voor slachtoffers, maatschappij, professionals en de jeugdige justitiabele), en 5) de jeugdige justitiabele als mens te zien (de justitiabele is verantwoordelijk, maar meer dan het delict).
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
In de jeugdstrafrechtketen wordt door de RvdK en de jeugdreclassering gewerkt met het risicotaxatie-instrument Ritax. De kwaliteit van de Ritax is van groot belang voor individuele beslissingen over de jongere, de rechtsgelijkheid van jongeren en een effectieve toepassing van het jeugdstrafrecht in algemene zin.42Daarom wordt voor de Ritax periodiek een interbeoordelaarsbetrouwbaarheids-onderzoek uitgevoerd door het WODC, als onderdeel van de kwaliteitscyclus van het LIJ.
In 2024 zijn nieuwe normen voor doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen vastgesteld. Om inzichtelijk te maken of deze normen worden gehaald, is de monitor doorlooptijden jeugd ontwikkeld. Deze monitor wordt naar verwachting in het najaar 2026 voor het eerst gedeeld met de Tweede Kamer.
Onderzoek geeft aan dat goede nazorg essentieel is om de recidive van jeugdige justitiabelen te kunnen verminderen. De monitor nazorg volwassen ex-gedetineerden wordt daarom uitgebreid met jeugdigen.
In Caribisch Nederland (de BES-eilanden) wordt de aanpak van jeugdcriminaliteit geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar het wettelijke kader en de uitvoering van het jeugdstrafrecht BES.
Het is onbekend of het verblijf in een Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd effectief is. Daarom wordt in opdracht van het WODC onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid van de KVJJ’s.
In 2022 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten dat de gesloten jeugdhulp wordt afgebouwd, dan wel wordt omgebouwd en vervangen door kleinschalige alternatieve zorgvormen of door ambulante hulp. Er zijn gedeelde zorgen over de opbouw van alternatieven, die achterblijft bij de afbouw van gesloten jeugdhulp. Gezien een (gedeeltelijke) overlap in de doelgroep van de gesloten jeugdhulp en de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) heeft dit mogelijk invloed op de benodigde capaciteit van de JJI’s. Middels een WODC-onderzoek worden de mogelijke gevolgen van de transitie op de capaciteitsbehoefte van de JJI’s geprognotiseerd.
De ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit en recidive worden doorlopend gevolgd met de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC) en de Recidivemonitor, om de aanpak steeds te kunnen actualiseren en verder te verbeteren. De MJC staat ook in verbinding met de kennislijn jeugdcriminaliteit van het WODC. Vanuit de MJC wordt naast de monitoring ook verdiepend onderzoek gedaan, zoals momenteel een onderzoek naar gepercipieerde verharding van jeugdcriminaliteit. Verharding blijkt niet uit de cijfers, maar wordt wel ervaren door verschillende betrokken professionals in de jeugdstrafrechtketen. Dit onderzoek moet het verschil tussen beiden verklaren zodat de signalen uit de praktijk kunnen worden geduid.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2026 | lopend | Periodieke rapportage met betrekking tot voorkomen (herhaald) crimineel gedrag, subthema forensische zorg. | 34.2, 34.3 |
Periodieke rapportage | Ex post | 2026 | lopend | Periodieke rapportage met betrekking tot voorkomen (herhaald) crimineel gedrag, subthema kansspelen. | 34.2 |
Subthema Forensische Zorg | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Onderzoek uitstroom FZ naar gemeentelijk domein | Ex durante | 2027 | te starten | ||
Evaluatie ketensamenwerking gemaximeerde tbs | Ex durante | 2026 | lopend | Evaluatie ketensamenwerking gemaximeerde tbs door WODC | 34.2 |
Werktitel: patiëntreis / preventie tbs | Ex post | 2026 | lopend | Het doel van dit onderzoek is om - aan de hand van een analyse van casussen - meer zicht te krijgen op de voorgeschiedenis van tbs-gestelden en aanknopingspunten daarin om escalatie naar een tbs-waardige delict te voorkomen. | 34.3 |
Middelengebruik in de forensische zorg | Ex durante/ex post | 2026 | te starten | In dit advies zal de RSJ ingaan op de vraag hoe meer balans kan worden gebracht in het kader van de rechtspositie van de justitiabele, rekening houdend met zowel een goed verloop van de resocialisatie als de veiligheid van de samenleving en een veilig klimaat binnen de instellingen. | 34.3 |
Onderzoeksprogramma Evaluatie Wet Forensische zorg | Ex post | N.t.b. | lopend (2021 ‒ 2026) | Brede wetsevaluatie door WODC. Bestaat uit verschillende deelprojecten. Twee zien op artikel 2.3 Wfz en zijn in 2021 resp. 2022 opgeleverd. | 34.3 |
Monitoring Wet forensische zorg: Een cijfermatige blik op de forensische zorg | Ex durante | Periodiek | lopend | Deelproject Monitor Wfz door WODC | 34.3 |
Doelbereikingsevaluatie Wfz | Ex durante | 2026 | Te starten | Doelbereikingsevaluatie waarin wordt nagegaan in hoeverre de belangrijkste beoogde doelen worden behaald | 34.3 |
Justitiabelen in de Maatschappelijke Opvang van gemeente Rotterdam | Ex durante | 2026 | Lopend | Onderzoek naar justitiabelen met een wooncomponent die verblijven in de Maatschappelijke Opvang van gemeente Rotterdam. Onderzoek in samenwerking met gemeente Rotterdam. | 34.5 |
Gegevensdeling gemeenten met buitenlandse autoriteiten | Ex ante | 2026 | lopend | Als gemeenten BIJ-meldingen hebben ontvangen, of 18b meldingen dan is nu niet bekend of en zo ja, hoe gegevens mogen worden gedeeld met buitenlandse autoriteiten. Het WODC gaat hiertoe een onderzoek uitvoeren | 34.2 |
Technologische innovaties in de Forensische Zorg | Ex ante | 2026 | Te starten | WODC onderzoek naar de Forensische Variant (incl. 0-meting) | 34.3 |
Maatschappelijke kosten/baten analyse werkagenda | Ex ante | 2026 | Te starten | Maatschappelijke Kosten/Batenanalyse Werkagenda aansluiting forensische zorg en reguliere zorg | 34.3 |
Subthema Screenen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie van de VOG Politiegegevens | Ex durante | 2027 | Lopend | Evaluatie van de Wet van 11 november 2021 tot wijziging van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het mogelijk maken van het in bepaalde gevallen weigeren van afgifte van een verklaring omtrent het gedrag op basis van politiegegevens (kortgezegd de Wet VOG P). De evaluatie van de Wet VOG P bevat twee afzonderlijke evaluaties: een procesevaluatie en een effectevaluatie. | 34.2 |
Gebruik politiegegevens bij screening voor werken in gezags- of afhankelijkheidsrelatie | Ex ante | 2025/2026 | Lopend | Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) wil daarom inzicht krijgen in de voor- en nadelen van het standaard betrekken van politiegegevens als zelfstandige weigeringsgrond in de VOG-screening. Met het oog op de bescherming van kwetsbare personen, gaat het daarbij om de VOG-screening voor functies waarin sprake is van een gezags- of afhankelijkheidsrelatie of op een locatie waar kwetsbare personen zich bevinden. Het betreft de voor- en nadelen ten opzichte van de huidige werkwijze. | 34.2 |
Agentschapsevaluatie Justis | Ex post | 2027 | Te starten | Vijfjaarlijks moeten agentschappen worden doorgelicht. De volgende agentschapsevaluatie van Justis is gepland voor 2027. | 33.3 en 34.2 |
Subthema Kansspelen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Systeemanalyse online kansspelen | Ex ante | 2026 | Lopend | Vervolg op kwalitatieve systeemanalyse van TNO op online kansspelen. Onderzoekt mogelijkheden voor kwantificeren van het systeem om beleidsmaatregelen te toetsen. | 34.2 |
Bingo | Ex ante | 2026 | Lopend | Onderzoek naar de mogelijkheden voor verruiming van de voorwaarden voor aanbod van bingo als klein kansspel | 34.2 |
Deelname aan kansspelen in Nederland: meting 2026 (inc. BES) | Ex durante | 2026 | Lopend | Periodieke monitoring van deelname aan verschillende kansspelen en prevalentie van risico- en probleemspelers volgens de PGSI. Voor het eerst wordt dit jaar ook een meting op de BES-eilanden uitgevoerd | 34.2 |
Meting bedrijfskosten kansspelsector | Ex ante | 2026-2027 | Te starten | Onderzoek om de bedrijfskosten van de kansspelsectoren in beeld te krijgen. Er is behoefte aan een meetinstrumentarium en/of indicatoren om inzicht te krijgen in de totale lastendruk voor vergunde aanbieders bij kansspelen. | 34.2 |
Perspectief van Nederlanders op kansspelen 2026 | Ex durante | 2026 | Te starten | Periodiek panelonderzoek om de perspectieven van deelnemers aan kansspelen in kaart te brengen op diverse onderwerpen, waaronder informatiebehoeften en kennislacunes | 34.2 |
Marktinrichting kansspelen op afstand | Ex ante | 2026-2027 | Te starten | Er ligt een beleidsvoornemen om de wet- en regelgeving met betrekking tot kansspelen op afstand te verbeteren om de doelstellingen van het kansspelbeleid beter te kunnen realiseren op het terrein van online kansspelen. Die doelstellingen zijn het beschermen van burgers tegen gokschade, het tegengaan van kansspelgerelateerde criminaliteit en het verhinderen van deelname aan illegaal spel en bestrijding van illegaal aanbod. Het is de vraag in hoeverre een andere inrichting van de markt dan de thans open markt voor kansspelen op afstand hieraan zou kunnen bijdragen in de context van de reeds voorgenomen maatregelen. | 34.2 |
Kansspelaanbod BES | Ex ante | 2026 | Te starten | Onderzoek naar het bestaande aanbod van kansspelen in Caribisch Nederland | 34.2 |
Subthema Aanpak jeugdcriminaliteit | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheidsonderzoek LIJ (Ritax) | Ex durante | 2027 | Lopend | Doel van het onderzoek is de objectiviteit en reproduceerbaarheid van het gebruik van de Ritax testen, en inzicht verkrijgen in de consistentie van beoordelingen tussen verschillende beoordelaars. | 34.5 |
Doeltreffendheid Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd (KVJJ’s) | Ex post | 2026 | Lopend | Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid van het verblijf in de vijf KVJJ’s. | 34.5 |
Knelpunten binnen het jeugdstrafrecht op de BES-eilanden | Ex ante | 2026 | Te starten | 34.5 | |
Monitor doorlooptijden jeugdstrafrechtketen | Ex durante | Nog niet definitief besloten | Dit onderzoek heeft als doel om te verkennen hoe kwantitatieve wetenschappelijke benaderingen, zoals wachttijdtheorie en operations research, kunnen worden benut om de doorlooptijden binnen de jeugdstrafrechtketen in Noord-Holland te beheersen en te verkorten. Het is nadrukkelijk de bedoeling om daarbij te komen tot praktisch toepasbare oplossingen. Dit is nog een voorgenomen onderzoek. | 34.5 | |
Monitor jeugdcriminaliteit | Ex durante | 2030 | Lopend | Dit is nog een voorgenomen onderzoek. | 34.5 |
Recidivemonitor | Ex post | Periodiek tweejaarlijks | Lopend | De recidivemonitor geeft een beeld van de recidive en criminele carrieres van zowel jongeren als volwassenen, steeds via dezelfde onderzoeksmethode waardoor de de uitkomsten onderling vergelijkbaar zijn | 34.5 |
Monitor nazorg ex-gedetineerden | Ex post | Periodiek tweejaarlijks (volgende 2026) | Lopend | de monitor beschrijft en analyseert de problemen van (ex) gedetineerden op basisvoorwaarden of leefdomen zoals zorg, dagbesteding, onderwijs, werk, inkomen, huisvesting | 34.5 |
Gepercipieerde verharding jeugdcriminaliteit | Ex durante | 2026 | Lopend | dit onderzoek brengt in beeld hoe vanuit literatuur en door professionals wordt aangekeken tegen het begrip verharding (van jeugdcriminaliteit), en hoe signalen uit de praktijk die hierop duiden verklaard kunnen worden. | 34.5 |
Kwantificeren potentieel effect af- en ombouw gesloten jeugdzorg op capaciteitsbehoefte JJI's (erbij) | Ex durante | 2026 | Lopend | Dit onderzoek brengt in beeld wat de potentiele impact is van de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg op de capaciteitsbehoefte in de JJI’s. | 34.5 |
Validering Ritax (LIJ) | Ex durante | 2026 | Nog niet definitief besloten | Tevens onderdeel van de kwaliteitscyclus van het LIJ is het validatieonderzoek voor de Ritax. Deze staat gepland voor 2026/2027. Het verzoek tot onderzoek is ingediend bij het WODC. Het doel van het validatieonderzoek is om een instrument te hebben dat past bij de populatie en het primair proces hierdoor goed ondersteund. Hierbij wordt gekeken naar onder andere de predictieve validiteit e/o construct validiteit, en andere betrouwbaarheid- en kwaliteitsparameters. Dit onderzoek moet handvatten/aanbevelingen geven voor het opnieuw normeren van het instrument. | 34.5 |
Thema Beschermen van kinderen
Looptijd SEA: 2022-2027Begrotingsartikel: 34.5
Scope
Het thema beschermen richt zich met name op de jeugdbescherming. Belangrijk doel is te komen tot een effectiever en efficiënter jeugdbeschermingsstelsel. Tevens werkt JenV aan een het verbeteren van de rechtsbescherming binnen de jeugdbescherming en continuïteit en kwaliteit van gecertificeerde instellingen. Aan de beleidstheorie en inzichtsbehoefte op dit thema is het afgelopen jaar gewerkt. Het strategische hoofddoel van dit beleidsterrein is "Veilig en gezond43 kunnen opgroeien en leven in gezinnen/huishoudens." Dit thema kent drie subdoelen: het komt tijdig aan het licht dat er sprake is van onveiligheid, er wordt tijdig passende hulp en bescherming geboden en tot slot kinderen en volwassenen voelen zich gehoord, geholpen en beschermd.
Om de doelen te kunnen bereiken is een stelsel van kind- en gezinsbescherming ingericht, dat bestaat uit een geheel van publieke en private, centrale en decentrale organisaties die grofweg in een keten werken, van hulpvraag/signaal naar vrijwillige en/of gedwongen hulp en bescherming.
Als stelselverantwoordelijke is het operationele doel van JenV om samen met anderen een beschermingsstelsel vorm te geven dat doeltreffend, doelmatig, proportioneel en betrouwbaar is. De verantwoordelijkheden van het Rijk zijn het stellen van regels(kaders) voor de inrichting van het systeem (wetgeving), het houden van toezicht (monitoren) op de goede uitvoering door actoren, het aanspreken van actoren op hun verantwoordelijkheden en zo nodig en mogelijk ingrijpen in het systeem en periodiek evalueren van het systeem. Het rijk is binnen het decentrale stelsel afhankelijk van gemeenten. Gemeenten moeten zorgen voor een kwalitatief en kwantitatief voldoende van jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdhulp. De inspecties houden toezicht op en handhaven op de kwaliteit van de uitvoering van gecertificeerde instellingen en jeugdhulp. Zij hebben een onafhankelijke positie.
Eerder waren ook de subthema's Veranderende gezinsverbanden en Adoptie en identiteit onder dit thema opgenomen. Deze onderwerpen zijn naar overig onderzoek verplaatst.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Om uitspraken te doen over de doeltreffendheid worden verschillende monitors benut, op het gebied van huiselijk geweld en proeftuinen. Centraal in de beleidsaanpak staat het bevorderen van methoden en werkwijzen volgens een gezins- of systeemgerichte aanpak die gericht is op de oorzaken. Betrouwbaarheid en proportionaliteit maken onderdeel uit van doeltreffendheid. Over de betrouwbaarheid van het stelsel kunnen uitspraken worden gedaan met de GI-monitor. Vanuit JenV ligt in de beleidsaanpak de zorg voor de uitvoeringscapaciteit van GI’s. Om proportionaliteit te monitoren zijn en worden diverse thematische onderzoeken uitgevoerd, zoals naar terugplaatsing na uithuisplaatsing. Ook over doelmatigheid zijn uitspraken te doen vanuit de resultaten monitor proeftuinen Toekomstscenario. Beleidsinzet hier is om tot efficiëntere werkwijzen tussen organisaties te komen en estafettes te vermijden. De monitor van de Hervormingsagenda zal zo worden ingericht dat deze de prestaties meet van de sector Jeugdzorg.
In 2027 zal een Periodieke rapportage op het thema Beschermen van kinderen worden gerealiseerd.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke rapportage | Ex post | 2027 | Te starten | Perioodieke rapportage met betrekking tot het beschermen van kinderen. | 34.1, 34,5 |
Subthema Jeugdbescherming | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling | Ex durante | Lopend | Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (CBS, jaarlijks rapport naar TK, halfjaarlijks vernieuwd op online CBS-dashboard) | 34.5 | |
Preventiemonitor huiselijke geweld en seksueel overschrijdend gedrag | Ex durante | 2026 en 2028 | Lopend en te starten | Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel overschrijdend gedrag (WODC & CBS) | 34.5 |
Beleidsinformatie veilig thuis | Ex durante | Lopend | Beleidsinformatie Veilig Thuis (CBS, halfjaarlijks) | 34.5 | |
Meerjarenonderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling | Ex durante/ex post | 2024 ‒ 2029 | Lopend | Meerjarenonderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling (WODC) | 34.5 |
Jeugdmonitor | Ex durante | periodiek | Lopend | CBS monitor op jeugdhulp, inclusief jeugdbescherming en jeugdreclassering | 34.5 |
Kwantificeren potentieel effect af- en ombouw gesloten jeugdzorg op capaciteitsbehoefte JJI's | Overig | 2027 | Startfase | Onderdeel van het meerjarenonderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling (WODC). Met dit onderzoek worden de gevolgen van de transitie op de capaciteitsbehoefte van de JJI's geprognotiseerd ten behoeve van de beleidsrijke kop van het prognose model justitiele ketens (PMJ). | 34 |
Effect forensische zorg bij HGKM-daders | Overig | 2030 | Lopend | Onderdeel van het meerjarenonderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling (WODC). Onderzoek of forensische zorg effectief is bij huiselijk geweld en het voorkomen van recidive daarbij. | 34 |
Verkenning vrijwillige BORG | Overig | 2027 | Lopend | Onderdeel van het meerjarenonderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling (WODC). Verkenning vroegtijdige inzet BORG-training. | 34 |
Vierjaarlijkse evaluatie Nationaal Rapporteur (NR) | Overig | 2027 | Startfase | Onderdeel van het meerjarenonderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling (WODC). Evaluatie van de nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen over de periode 2021-2025. | 34 |
GI monitor | Ex durante | periodiek | Lopend | JenV monitor op capaciteit, werklast en wachtlijsten van GI’s | 34.5 |
Nieuwe werkwijzen | Ex durante | 2026 | Lopend | Proeftuinen monitor Toekomstscenario en VJI onderzoek | 34.5 |
Evaluatie wet wijziging boek 1 BW | Ex post | 2027 | Te starten | Evaluatie Wet tot wijziging van Boek 1 BW in verband met de introductie van de dubbele geslachtsnaam | 34.2 |
Thema Nationale Veiligheid
Looptijd SEA: 2022-2027Begrotingsartikel: 36.2
De overheid dient zorg te dragen voor de nationale veiligheid en te voorkomen dat de samenleving ernstig wordt geschaad. De Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029 vormt de basis voor de aanpak om dit te realiseren. De NCTV is binnen het netwerk van (veiligheids)partners de verbinder en heeft de verantwoordelijkheid om de inspanningen van het netwerk namens de minister van JenV te coördineren. De NCTV doet dit door fenomenen in beeld te brengen en te helpen zoeken naar de juiste balans tussen de in de Veiligheidsstrategie onderscheiden nationale veiligheidsbelangen die dienen te worden beschermd, de dreigingen die op Nederland afkomen en de manieren waarop we onze weerbaarheid tegen deze dreigingen kunnen versterken.
De verantwoordelijkheden van de NCTV zijn op de SEA in één beleidsthema ondergebracht, namelijk nationale veiligheid, dat voor elk domein een subthema kent: bewaken en beveiligen; contraterrorisme; crisisbeheersing; cybersecurity en statelijke dreigingen. De inzichtsbehoeften die op deze beleidsterreinen spelen, hebben betrekking op de te beschermen nationale veiligheidsbelangen; de aard, omvang en ernst van bestaande en nieuwe dreigingen; en de wijzen waarop de weerbaarheid tegen die dreigingen effectief en efficiënt kan worden verbeterd of aan die dreigingen zelf kan worden afgedaan. In dat kader gaat aandacht uit naar nieuwe methoden en technieken om het zicht op de nationale veiligheidsbelangen, de dreiging en de stand van de weerbaarheid te verbeteren; de randvoorwaarden waaronder de inzet van de beleidsinstrumenten kan plaatsvinden; en de kosten en baten (inclusief eventuele neven- en averechtse effecten) die een toepassing ervan met zich meebrengen alsmede de kansen om deze kosten te verlagen en de baten te vergroten. De Periodieke rapportage van het beleidsthema nationale veiligheid richt zich op deze zaken.
In 2024 is in de Harbersbrief ‘Periodieke rapportage nationale veiligheid contraterrorisme’ uiteengezet waarom er op korte termijn niet één maar twee Periodieke rapportages zouden verschijnen op het beleidsthema nationale veiligheid. In 2026 is vervolgens de Periodieke rapportage contraterrorismebeleid met de Tweede Kamer gedeeld. De Periodieke rapportage die voor 2027 staat gepland, betreft de overige subthema's: bewaken en beveiligen, crisisbeheersing, cybersecurity en statelijke dreigingen. De planning is om vervolgens uiterlijk in 2032 één nieuwe Periodieke rapportage te doen verschijnen die alle subthema’s zal dekken.
Subthema Bewaken en beveiligen
Scope
De overheid heeft een generieke zorgplicht om ‘het recht op leven’ (art. 2 EVRM) van burgers te beschermen. Daartoe heeft de overheid een integraal systeem ingericht en heeft daarmee een brede toolbox aan instrumenten beschikbaar. Een onderdeel van die toolbox, is het taakveld bewaken en beveiligen (voorheen stelsel bewaken en beveiligen). Het taakveld bewaken en beveiligen heeft mede als doel het voorkomen van (terroristische) aanslagen op personen, objecten en diensten. Het taakveld is zodoende een belangrijk instrument in het beschermen van de democratische rechtsstaat.
De NCTV heeft in het taakveld bewaken en beveiligen twee verantwoordelijkheden. Ten eerste is de NCTV stelselverantwoordelijke, wat betekent dat zij belast is met het inrichten, onderhouden en functioneren van het stelsel beveiligen van personen. De NCTV zorgt ervoor dat de taken en rollen goed worden verdeeld en dat de kaders waarbinnen dat gebeurt helder zijn, zodat het stelsel adequaat kan functioneren. Ook evalueert de NCTV samen met alle stelselpartners (OM, politie, KMar en de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten) de werking van het stelsel, als onderdeel van de kwaliteitsbewaking, en zorgt dat tussentijds bijgestuurd kan worden als dat nodig is.
Daarnaast heeft de NCTV een bijzondere (meer operationele) verantwoordelijkheid. De NCTV besluit namens de minister van Justitie en Veiligheid tot het nemen van bewakings- en beveiligingsmaatregelen ten behoeve van de in het stelsel opgenomen personen. Hiertoe verzamelt, beoordeelt en evalueert de NCTV de verkregen informatie(producten) van onder andere het Openbaar Ministerie, de politie, en de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
De afgelopen jaren zijn de zaken binnen het stelsel bewaken en beveiligen complexer, langduriger en extremer in omvang en zwaarte geworden. Dit heeft geleid tot een toenemende druk op het stelsel bewaken en beveiligen. In de kabinetsreactie van 31 maart 2023 op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV), is aangekondigd dat het toenmalige stelsel bewaken en beveiligen fundamenteel vernieuwd zou worden naar een nieuw stelsel beveiligen van personen. De afgelopen jaren stonden dan ook in het teken van grootschalige professionaliseringen, versterkingen en vernieuwingen. Nu zitten we in de fase van implementeren, evalueren, leren en aanpassen, zodat we een flexibel en proactief stelsel blijven houden dat bestand is tegen de verschillende (soms onvoorziene) dreigingen en vraagstukken.
De NCTV is tevens verantwoordelijk voor het opstellen en actueel houden van het beleid en de regelgeving voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, zowel nationaal als internationaal (EU, ICAO en bilateraal met andere landen). De NCTV monitort het beveiligingsniveau op de luchthavens en doet onderzoek naar nieuwe beveiligingsconcepten, -processen en -apparatuur.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
In de kern heeft het versterkingstraject van het stelsel bewaken en beveiligen en de vernieuwing naar het stelsel beveiligen van personen één hoofddoel, namelijk het bieden van zo goed mogelijke bescherming aan personen die ernstig bedreigd worden en de personen opgenomen op de limitatieve lijst. Het uitgangspunt ‘de te beveiligen persoon centraal’ is de afgelopen jaren steeds de leidraad geweest bij alle ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden. Om dit doel te behalen, dient het stelsel beveiligen van personen als lerend systeem te functioneren om blijvend te kunnen meebewegen met ontwikkelingen binnen de samenleving en adequaat te kunnen reageren op dreigingen en risico’s. Hiervoor kent het stelsel beveiligen van personen verschillende maatregelen: 1) De NCTV monitort de kwaliteit in het stelsel om, indien nodig, bij te kunnen sturen. Hiervoor worden een kwaliteitsmonitor en evaluatiefunctie ingericht; 2) De Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht op de wettelijke taakuitvoering in het nieuwe stelsel beveiligen van personen; 3) Het onafhankelijk Adviesorgaan BenB reflecteert op de kwaliteit van het functioneren van het stelsel en over de doorontwikkeling ervan.
Integrale evaluatie van het stelsel beveiligen van personen is vanaf 2027 opportuun. We verwachten volgend jaar inzicht te krijgen of het stelsel werkt conform de beleidsdoelen die zijn geformuleerd, namelijk: 1) heldere inrichting, kaders en uitgangspunten voor het taakveld; 2) krachtige en integrale sturing op de strategie, (dagelijkse) werking en (door)ontwikkeling van het stelsel als geheel; 3) versterken en innoveren van de informatiepositie in het stelsel; 4) het vakgebied bewaken en beveiligen wordt doorlopend ontwikkeld, de kwaliteit van het stelsel is uniform en hoog; 5) efficiënt, flexibel en innovatief gebruikmaken van alle inzetmiddelen (capaciteit, technologie, etc.); 6) de te beveiligen persoon staat centraal. Eventuele evaluatieonderzoeken in dit verband zullen t.z.t. op de SEA verschijnen.
Subthema Contraterrorisme
Scope
De NCTV coördineert de inspanningen van de betrokken ketenpartners in het tegengaan van terrorisme en extremisme. Dit betreft zowel het voorkomen als het aanpakken van deze dreigingen voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. De nationale aanpakken van terrorisme en extremisme zijn opgenomen in de Nationale Extremismestrategie en de Nationale Contraterrorismestrategie, welke in samenwerking tussen de NCTV en de ketenpartners tot stand zijn gebracht. De ketenpartners geven hier binnen de kaders van hun eigen wettelijke bevoegdheden en grondslag in wisselende samenwerkingsverbanden uitvoering aan.
De NCTV zet o.a. in op dialoog en samenwerking met online platforms voor de preventie van online radicalisering. Tevens versterkt de NCTV de (lokale) aanpak en investeert zij in het faciliteren van professionals, zowel op lokaal als landelijk niveau. Dit gebeurt specifiek met aandacht voor radicaliserende jongeren, vroegsignalering en informatiedeling. De NCTV kan een coördinerende rol op zich nemen wanneer terrorismeveroordeelden met een hoog risicoprofiel uit detentie worden vrijgelaten en de dreiging hiertoe aanleiding geeft.
Naast binnenlandse partners, werkt de NCTV ook samen met andere overheden en in internationale organisaties, zoals de Europese Unie en de Verenigde Naties.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Voor 2027 is de inzet gericht op de opstelling en invoering van een nieuwe Contraterrorismestrategie, mede op basis van de uitkomsten van de recent aangeboden Periodieke rapportage contraterrorismebeleid en in het verlengde van de daarin gedane aanbevelingen om (het zicht op de rol van de NCTV in) de effectiviteit en efficiëntie van en de samenhang in het contraterrorismebeleid te versterken. De uitvoering daarvan zal tot de programmering van nieuw evaluatieonderzoek leiden dat t.z.t. op de SEA zal verschijnen.
De huidige onderzoeken op de SEA zien toe op de Mid term review voor de Extremismestrategie en de Wetsevaluatie van de Uitvoeringswet Verordening Terroristische Online Inhoud. De inzichtsbehoefte zien toe op de tussentijdse beoordeling van de voortgang op de strategie en het aansluiten van de strategie bij het huidige dreigingsbeeld en een wetsevaluatie aangaande de doeltreffendheid van de Uitvoeringswet Verordening Terroristische Online Inhoud en een beeld van de wijze waarop de wet in praktijk functioneert.
Subthema Crisisbeheersing
Scope
De minister van Justitie en Veiligheid is de coördinerend minister op het gebied van crisisbeheersing. De minister is verantwoordelijk voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. De meerjarige koers met drie inhoudelijke hoofdbeleidsdoelen is vastgelegd in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing. Ook heeft de minister, in nauwe samenwerking met de andere ministeries, de regie voor het versterken van de nationale veiligheid. De NCTV geeft voor wat betreft de nationale crisisbeheersing invulling aan deze coördinerende verantwoordelijkheid van de minister. De samenwerkingspartners van de NCTV betreffen met name de ministeries, veiligheidsregio’s, gemeenten, politie, vitale infrastructuur, andere landen, het Caribisch deel van het Koninkrijk en internationale organisaties (EU, NAVO). De samenwerkingspartners zijn en blijven verantwoordelijk voor hun eigen crisisbeheersingsbeleid en voor de uitvoering daarvan.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
De Landelijke Agenda Crisisbeheersing van Rijk, veiligheidsregio’s en de openbare lichamen in Caribisch Nederland zet de inhoudelijke beleidskoers uit voor crisisbeheersing voor de periode 2024-2029. Drie hoofddoelen staan voorop: 1) versterking van de voorbereiding en paraatheid; 2) versterken van een weerbare samenleving en 3) bevorderen van kwaliteit en professionaliteit. De Agenda is op 10 juni 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 29517, nr. 255). De minister van JenV rapporteert namens het kabinet jaarlijks op hoofdlijnen over de voortgang. De eerste voortgangsbrief is op 17 juli 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 29517, nr. 272). De tweede voortgangsbrief wordt naar verwachting najaar 2026 aangeboden. Het in de Agenda aangekondigde onderzoeks- en innovatieprogramma wordt de komende jaren ontwikkeld. Het kabinet zet nadrukkelijk in op een versterkte aanpak van de weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Eind september 2025 is de meerjarige publiekscampagne Denk Vooruit gestart, waarbij Nederlanders worden geactiveerd om zich voor te bereiden op een noodsituatie. De Kamer wordt separaat geïnformeerd over een onderzoek van de Inspectie JenV naar risicocommunicatie.
Subthema Cybersecurity
Scope
Het digitale dreigingslandschap wordt steeds diverser en onvoorspelbaarder mede door opkomende nieuwe technologieën zoals AI. Er is een grote verscheidenheid aan aanvallen door statelijke actoren, cybercriminelen en andere kwaadwillenden. Bovendien vertaalt geopolitieke onvoorspelbaarheid zich naar het digitale domein. Statelijke actoren zetten cyberprogramma’s op of breiden deze uit met inzet van niet-statelijke actoren. In het coalitieakkoord 2021-2025 is afgesproken dat het kabinet investeert in een brede meerjarige cybersecurity aanpak. Het doel van de aanpak is om Nederland digitaal veilig te maken. Deze is vorm gegeven in de Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028 (NLCS) waarvoor ook financiële middelen ter beschikking zijn gesteld. Deze aanpak bouwt voort op eerdere strategieën, waaronder de Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA). In de NLCS wordt de visie op de digitaal weerbare samenleving beschreven en wordt de rol van overheid, bedrijven en burgers bij het digitaal veiliger maken van Nederland belicht. Om deze visie te realiseren, zijn er doelen geformuleerd langs vier pijlers:
1. Digitale weerbaarheid van de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties;
2. Veilige en innovatieve digitale producten en diensten;
3. Tegengaan van digitale dreigingen van staten en criminelen;
4. Cybersecurity-arbeidsmarkt, onderwijs en digitale weerbaarheid van burgers.
Voor alle pijlers zijn er acties opgenomen in het Actieplan NLCS 2022-2028. De strategie wordt gecoördineerd door JenV, maar vrijwel alle departementen hebben een rol om bij te dragen aan de realisatie en zijn (mede)eigenaar van acties om die te bereiken.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
Om te kunnen leren en verantwoorden over de inzet op cybersecurity is het noodzakelijk om onderweg en achteraf te evalueren. Dit heeft als doel om lessen op te leveren die kunnen worden meegenomen in de beleidsvorming. De evaluatieonderzoeken en de in 2027 uit te voeren Periodieke rapportage bieden inzicht in de werking van het gekozen beleid en kunnen de basis vormen voor aanpassing van het onderliggende actieplan van de NLCS. De uitkomsten kunnen tevens worden betrokken bij de opstelling van een nieuwe cybersecuritystrategie na 2028. Evaluaties die plaatsvinden op de NLCS 2022 ‒ 2028 zullen op de SEA verschijnen.
Subthema Statelijke dreigingen
Scope
Nederland hanteert een brede aanpak met een integrale benadering (van preventie tot respons en nazorg) op het signaleren en tegengaan van en het versterken van de weerbaarheid tegen statelijke dreigingen. Daarbij wordt gekeken naar hybride dreigingen, economische veiligheid (waaronder kennisveiligheid en vitale infrastructuur) en ongewenste buitenlandse inmenging. Effectieve internationale en Europese samenwerking is hierbij van belang. De aanpak is maatschappijbreed, landenneutraal, en adaptief en maakt gebruik van bestaande initiatieven, samenwerkingsverbanden en informatiestromen. De NCTV heeft hierbij een coördinerende rol, de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de verschillende beleidsdepartementen.
Inzichtsbehoefte en onderzoeksprogrammering
De evaluaties van de aanpak ongewenste buitenlandse inmenging (OBI) zijn in de Kamerbrief over de stand van zaken aanpak OBI van 17 oktober 2024 door het kabinet aangekondigd. De evaluatie geeft naar verwachting meer zicht op de effectiviteit van het beleid en beantwoordt de vraag welke maatregelen met het oog op de verwachtte effecten genomen zouden kunnen worden om de aanpak te versterken.
Ook is een ex ante onderzoek gepland naar cognitieve weerbaarheid. De inzichtsbehoefte in dit onderzoek is tweeledig: allereerst willen we meer kennis opdoen over cognitieve weerbaarheid bij hybride dreigingen als concept. Daaruit volgt de vraag wat gezegd kan worden over de huidige stand van de cognitieve weerbaarheid van Nederland vanuit dit perspectief. Vervolgens richt het onderzoek zich op de vraag welke internationale best-practices bestaan om middels beleidsinstrumenten de weerbaarheid te verhogen en welke toepasbaar kunnen zijn op de Nederlandse context. Deze inzichten voeden o.a. het programma weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigen (WMHD) en de doorontwikkeling aanpak statelijke hybride dreigingen.
Eventuele andere evaluatieonderzoeken zullen t.z.t. op de SEA verschijnen.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Periodieke Rapportage | ex post | 2027 | Gepland | Om inzicht te verweven in de effectiviteit en efficientie van het beleid op het domein van de subthema's bewaken en beveiligen, crisisbeheersing, cybersecurity en statelijke dreigingen zal een periodieke rapportage worden uitgevoerd. | 36.2 |
Midterm Review Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden | ex durante | 2026/2027 | Te starten | Om inzicht te krijgen in de effecten van de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029, daarvan te leren en om verantwoording af te kunnen leggen over de uitvoering ervan, wordt deze tussentijds geëvalueerd. | 36.2 |
Evaluatie Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden | ex post | 2029 | Te starten | Om inzicht te krijgen in de effecten van de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029, daarvan te leren en om verantwoording af te kunnen leggen over de uitvoering ervan, wordt deze geëvalueerd. | 36.2 |
Subthema Bewaken en Beveiligen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Kwaliteitsmonitor en Evaluatiefunctie | ex durante | lopend | doorlopend | Standaard periodieke interne monitor vanuit stelselverantwoordelijkheid om de werking van het syteem te volgen. | 36.2 |
Onderzoeken Inspectie JenV | ex durante | 2026/2027 | Te starten | De Inspectie voert op verschillende onderdelen (die men onafhankelijk op basis van een risicoanalyse ) van «het systeem» een onderzoek uit. | 36.2 |
Adviesorgaan Bewaken en Beveiligen | ex durante | 2027 | Lopend | Het Adviesorgaan voert op verschillende onderdelen een onderzoek uit en adviseert daar over aan de minister. Zo is een advies over de zorgplicht uitgebracht, alsmede de bevoegdheden van de politie. In 2027 worden de verschillende adviesbrieven tot één integrale reflectie op het stelsel samengevoegd. | 36.2 |
Interne vertrouwelijke evaluaties van casuïstiek, werkprocessen en afspraken, en beveiligingsconcepten | ex durante | Lopend | Structureel worden bijzondere casuïstiek, werkprocessen en beveiligingsconcepten intern geëvalueerd. Omdat een vertrouwelijk karakter hebben, worden deze niet openbaar gemaakt. Wel worden de rode draden betrokken bij de beleidsvorming en zal dit ook zijn voor de periodieke rapportage die opgeleverd moet worden. | 36.2 | |
Subthema Contraterrorisme | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie Uitvoeringswet TOI | ex post | 2026 | Gestart | De evaluatie van de uitvoeringswet TOI moet inzichtelijk maken wat de effecten van de maatregelen uit de Uitvoeringswet TOI in de praktijk zijn en in hoeverre de wet met deze effecten aan de beoogde doelen tegemoet komt (doelmatigheid). | 36.2 |
Midterm review Extremisme Strategie | ex durante | 2026 | Lopend | Om inzicht te verkrijgen in de effecten van de Extremisme Strategie daarvan te leren en om verantwoording af te kunnen leggen over de uitvoering ervan, wordt deze tussentijds geëvalueerd. | 36.2 |
Subthema Crisisbeheersing | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Risico-communicatie veiligheidsregio's, NCTV en gemeenten | ex durante | 2026 | Lopend | De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoekt hoe diverse overheidsorganisaties hun risicocommunicatie aan de samenleving onderling afstemmen en of zij met één duidelijke boodschap komen. | 36.2 |
Voorbereiding op landelijke crises door Rijk en veiligheidsregio's | ex durante | 2026 | Lopend | De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoekt hoe Rijk en veiligheidsregio's zich samen voorbereiden op landelijke crises. Het gaat hierbij om landelijke en (inter)regionale plannen en vertaling van plannen naar bestuurlijke keuzes ten aanzien van beschikbare capacititeiten. Dit is het tweede onderzoek in het kader van de monitoring doorontwikkeling crisisbeheersing. | 36.2 |
Subthema Cybersecurity | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Tussentijdse evaluatie Nederlandse Cybersecurity Strategie | ex durante | 2026 | Lopend | Om inzicht te krijgen in de effecten van de Nederlandse Cybersecurity Strategie 2022-2028, daarvan te leren en om verantwoording af te kunnen leggen over de uitvoering ervan, wordt deze tussentijds geëvalueerd. | 36.2 |
Evaluatie van de Nederlandse Cybersecurity Strategie | ex post | 2028 | Te starten | Om inzicht te krijgen in de effecten van de Nederlandse Cybersecurity Strategie 2022-2028, daarvan te leren en om verantwoording af te kunnen leggen over de uitvoering ervan, wordt deze geëvalueerd. | 36.2 |
Subthema Statelijke Dreigingen | |||||
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
Evaluatie aanpak ongewenste buitenlandse inmenging (OBI) | ex durante | 2026 | Gestart | Doel van de evaluatie aanpak ongewentse buitenlandse inmenging is te bezien of de beschreven intensivering van de aanpak uit de Kamerbrief van 6 april 2023 tot een effectieve aanpak van OBI heeft geleid en in hoeverre een eventuele verdere aanscherping van de maatregelen wenselijk is. | 36.2 |
Fenomeenonderzoek cognitieve weerbaarheid | ex ante | 2027 | Gestart | Onderzoek opgezet naar aanleiding van toezegging van MinJenV (9 april 2025) aan de Kamer om onderzoek te doen naar de cognitieve dimensie van hybride dreigingen. | 36.2 |
Onderzoek juridische (on)mogelijkheden evaluatie aanpak OBI | ex durante | 2027 | Te starten (voorgenomen) | In aansluiting op het hierboven beschreven evaluatie-onderzoek van de aanpak OBI is het voornemen een onderzoek naar de juridische (on)haalbaarheid van de aanbevolen maatregelen te laten doen. Dit onderzoek kan pas starten wanneer het evaluatie-onderzoek is afgerond (verwacht rond de zomer van 2026). | 36.2 |
Overig onderzoek
Hieronder volgt een overzicht van evaluatieonderzoeken die niet binnen een beleidsthema van de SEA vallen, maar wel worden uitgevoerd ten behoeve van leren en verantwoorden. Dit is geen uitputtend overzicht, zo staan de ZBO-evaluaties in bijlage 1 van deze begroting en de subsidie evaluaties in bijlage 3.
Titel onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting onderzoek | art. |
|---|---|---|---|---|---|
Artikel 33 | |||||
Straffen in het milieudomein | Ex post | 2026 | Afgerond | Het onderzoek brengt in kaart hoe de strafpraktijk bij milieudelicten functioneert en de eventuele knelpunten die zich daarbij voordoen, teneinde meer zicht te krijgen op welke straf effectief is bij welk type milieudelict. | 33.3 |
Evaluatie Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten | Ex post | 2026 | Lopend | Uit eerder onderzoek blijkt dat het strafklimaat op ernstige verkeersdelicten op zichzelf adequaat is, maar voor een aantal specifieke delicten (zoals rijden onder invloed of doorrijden, ernstig verkeersonveilig gedrag zonder gevolgen en roekeloosheid in het verkeer na een ongeval) aanvullende maatregelen genomen zouden moeten worden zoals het strafmaximum verhogen en verduidelijkingen in de wet. Daartoe is op 1 januari 2020 de wet Aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten in werking getreden. De komende evaluatie is gericht op de opvolging in de praktijk, positieve en negatieve effecten van de wet, hoe het nu met het strafklimaat op ernstige verkeersdelicten gesteld is en, indien mogelijk, wat de effecten van de wet zijn geweest. | 33.3 |
Voorbereiding evaluatie invoering modernisering art. 273f Wetboek van Strafrecht | Ex ante | n.t.b. | Te starten | Het doel van het onderzoek is te komen tot een plan van aanpak t.b.v. de monitoring van de effecten van deze wetgeving. | 33.3 |
Tussentijdse meting van aantal slachtoffers van mensenhandel die in beeld zijn. | Ex durante | 2026/27 | Te starten | Een onderzoek naar het aantal slachtoffers van mensenhandel dat in zicht is in het zorg- en veiligheidsdomein. | 33.3 |
Bad hosting | Ex durante | n.t.b. | Te starten | JenV is verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van de opsporing en vervolging. Bad hosting maakt verschillende vormen van online criminaliteit mogelijk, waaronder ransomware, phishing, verspreiding van kinderporno, cyberpesten etc. Een goede aanpak tegen bad hosting draagt bij de effectiviteit van de opsporingsbevoegdheden in zaken waar online criminaliteit aan de orde is. Ook kan het het cybercriminele ecosysteem verstoren. Het beleid van bad hosting wordt om deze reden al een langere tijd geprioriteerd bij JenV. | 33.3 |
Monitor Financieel-economische misdrijven | Ex durante | 2027 | Lopend | Op basis van strafrechtelijke dossiers doen het OM en WODC onderzoek naar verschijningsvormen van FINEC in Nederland, gehanteerde modus operandi en de daarbij te trekken parallellen en verschillen, de betrokken actoren, relevante criminogene omstandigheden en implicaties van het voorgaande voor de bestrijding van FINEC in Nederland | 33.3 |
Evaluatie handhaving strafbaarstelling seksuele intimidatie (artikel 429ter van het Wetboek van Strafrecht) | Ex post | 2026 | Lopend | evaluatie van de effectiviteit van de handhaving van de strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar door politie en boa's (in pilotgemeenten) | 33.3 |
Wet seksuele misdrijven- procesevaluatie | Ex durante | n.t.b | Te starten | De Wet seksuele misdrijven beoogt te voorzien in een meer adequate en herkenbare strafrechtelijke overheidsreactie op seksueel grensoverschrijdend gedrag, waardoor de veiligheid van burgers, zowel off- als online, wordt vergroot. Van belang is om tijdig te onderzoeken wat de eerste ervaringen zijn met de wet, zodat waar mogelijk nog kan worden bijgestuurd. | 33.3 |
Zelf-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van kinderen tussen van 7 tot 10 jaar | Ex ante | 2027 | Te starten | De aanwezigheid van zelfgemaakte intieme beelden van zeer jonge kinderen op het internet is een zorgwekkende kwestie. Om preventief beleid te kunnen maken is het belangrijk meer inzicht te krijgen in de context waarin jonge kinderen seksuele beelden van zichzelf maken, de onderliggende motieven hiervoor en de factoren die kinderen vatbaarder maken voor slachtofferschap. Dit onderzoek richt zich op het beter begrijpen van de omgeving waarbinnen en de wijze waarop de beelden ontstaan en ze hun weg naar het internet vinden. | 33.3 |
Verhogen aangiftebereidheid van strafbare discriminatie | Ex ante | 2026 | Lopend | Dit onderzoek heeft tot doel om inzicht te krijgen in de factoren die van invloed zijn op de aangiftebereidheid bij strafbare discriminatie. Daarbij wordt gekeken naar drempels die slachtoffers ervaren, verschillen tussen groepen, en mogelijke interventies om aangiftebereidheid te verhogen. Zo kan het onderzoek handvatten bieden voor beleidsmaatregelen binnen het bredere kader van de kabinetsstrategie tegen discriminatie. | 33.3 |
Resocialisatie daders mensenhandel | Ex durante | 2026 | Lopend | Het is van groot belang dat mensenhandel zo veel mogelijk wordt voorkomen. Het gaat hierbij immers om (kwetsbare) slachtoffers. Het is daarom ook belangrijk dat veroordeelde daders niet in herhaling vallen. Adequate resocialisatie kan daaraan bijdragen. Dit onderzoek richt zich daarom op hoe de resocialisatie/re-integratie van veroordeelde daders van mensenhandel nu verloopt. Deze wordt gereconstrueerd en geëvalueerd: in hoeverre worden de doelen van de resocialisatie bereikt (en is het aannemelijk dat recidive wordt voorkomen)? Er wordt concreet gekeken naar wat de sterke/zwakke punten van de huidige aanpak zijn en welke verbeteringen er nodig en/of mogelijk zijn. | 33.3 |
Vergelijkend onderzoek naar de (wettelijke) regulering van niet-noodzakelijke medischebehandelingen bij kinderen met een DSD-conditie | Ex ante | 2027 | Te starten | Een verkenning van de voor- en nadelen van de verschillende opties voor (verdere) regulering. Waar relevant worden ervaringen in het buitenland (Europa) met zelfregulering, wettelijke normering en/of een wettelijk verbod betrokken. | 33.3 |
Agentschapsevaluatie Justid | Ex post | 2027 | Te starten | Vijfjaarlijks moeten agentschappen worden doorgelicht. De volgende agentschapsevaluatie van Justid is gepland voor 2027. | 33.3 |
Agentschapsevaluatie NFI | Ex post | 2027 | te starten | Vijfjaarlijks moeten agentschappen worden doorgelicht. De volgende agentschapsevaluatie van NFI is gepland voor 2027. | 33.3 |
Artikel 34 | |||||
Monitor scheidingsprocedures | Ex durante | 2026 | Lopend | Start in 2026. | 34.5 |
Advies kindvriendelijke juridische procedures bij scheiding | Ex ante | 2026 | Lopend | Waar zijn verbeteringen mogelijk om juridische procedures bij scheiding nog kindvriendelijker te laten verlopen | 34.5 |
Wetsevaluatie Wet introductie gecombineerde geslachtsnaam (WIGG) | Ex post | 2027 | Lopend | Toegezegd de wet 3 jaar na inwerkingtreding te evalueren. | 34.5 |
Agentschapsevaluatie JIO | Ex Post | 2027 | Te starten | Vijfjaarlijks moeten agentschappen worden doorgelicht. De volgende agentschapsevaluatie van JIO is gepland voor 2027. | nvt |
Zie de aanbeveling van 12 juli 2023 door de ‘Council on Access to Justice and People-Centred Justice Systems’ van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( , en de agenda 2030 van de Verenigde Naties (: United Nations 2030 Agenda) met de daarin opgenomen Doelstellingen voor Duurzame Ontwikkeling (‘SDG’), met name SDG 16: to «provide access to justice for all».
Zie ook Kamerstukken II 2025/26, 29 279, nr. 1004
Vanwege overlap tussen de twee eerdere subthema’s bestuurlijke aanpak en burgemeestersbevoegdheden zijn deze samengevoegd tot één subthema onder de voorlopige noemer burgemeestersbevoegdheden. Het subthema Aanpak criminaliteitsfenomenen is aan dit thema toegevoegd. Eerder was het onderdeel van het thema Voorkomen (herhaald) crimineel gedrag.
Kamerstukken II, 2023-2024, 28 684, nr. 733.
Zie Kamerstukken II, 2023-2024, 28 684, nr. 733
Bijlage 5: Lijst van afkortingen
AI | Artificial Intelligence |
|---|---|
AICE | Administratie- en informatiecentrum voor de executieketen |
AML | Anti-Money Laundering |
AP | Autoriteit persoonsgegevens |
ATKM | Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal |
AVG | Algemene Verordening Gegevensbescherming |
BBA | Beperkt Beveiligde Afdeling |
BDuR | Brede doelUitkering Rampenbestrijding |
BenT | Boeten en Transacties |
BES-eilanden | Bonaire, Sint Eustatius en Saba |
BFT | Bureau Financieel Toezicht |
BIBOB | Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur |
BIS | Beslag Informatie Systeem |
BOA | Buitengewoon opsporingsambtenaar |
BOPZ | Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen |
BVID | Basisvoorziening identiteitsvaststelling |
BZK | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
C8 | Coalitie van acht Europese landen tegen georganiseerde criminaliteit |
CA | Coalitieakkoord |
CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
CCV | Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid |
CIOT | Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie |
CJIB | Centraal Justitieel Incasso Bureau |
CMX | Crisis Management Excercise |
CN | Caribisch Nederland |
Comensha | Coördinatiecentrum Mensenhandel |
COSM | Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel |
CRA | Cyber Resilience Act |
CRM | College voor de Rechten van de mens |
CSIRT | Computer Security Incident Response Team |
CVOM | Centrale Verwerking Openbaar Ministerie |
CvTA | College van Toezicht Auteursrechten |
DJI | Dienst Justitiële Inrichtingen |
DO | Directie Openbaarmaking |
DON | Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland |
DTN | Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland |
EBI | Extra Beveiligde Inrichting |
EBZ | Extra Beveiligde Zittingslocatie |
ECRIS | Europees Strafregister Informatiesysteem |
EK | Eerste Kamer der Staten-Generaal |
EOKM | Expertisebureau Online Kindermisbruik |
ERP | Enterprise Resource Planning |
EU | Europese Unie |
EURIEC | Euregionaal Informatie- en Expertisecentrum |
EZK | Ministerie van Economische Zaken en Klimaat |
FIU | Financial Intelligence Unit |
FPC | Forensisch psychiatrisch centrum |
GGP | Gebiedsgebonden politie |
GSR | Garantstellingsregeling faillissementscuratoren |
GW | Gevangeniswezen |
HALT | Het Alternatief |
HGIS | Homogene Groep Internationale Samenwerking |
HIC | High Impact Crimes |
hJL | Het Juridisch Loket |
HR | Hoge Raad |
IBO | Interdepartementale Beleidsonderzoek |
IHH | Informatie huishouding |
IJenV | Inspectie Justitie en Veiligheid |
IND | Immigratie en Naturalisatie Dienst |
JDS | Justitieel documentatiesysteem |
JenV | Justitie en Veiligheid |
JIO | Justitiële ICT organsatie |
JJI | Justitiële Jeugdinrichtingen |
JUSTID | Justitiële Informatiedienst |
Justis | Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening |
KCR2 | Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk |
KMar | Koninklijke Marrechaussee |
Ksa | Kansspelautoriteit |
LBIO | Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen |
LCMS | Landelijk crisismanagementsysteem |
LCP | Landelijke crisisplannen |
LIEC | Landelijk Informatie en Expertise Centrum |
LMS | Landelijke meldkamer samenwerking |
LVCb | Landelijke voorziening crisisbeheersing |
ME | Mobiel Eenheid |
MOD | Meldpunt Online Discriminatie |
NAVO | Noord Atlantische Verdrags Organisatie |
NCAB | Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding |
NCCS | Network code on cybersecurity |
NCSC | Nationaal Cyber Security Centrum |
NCTV | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid |
NCV | Noodcommunicatievoorziening |
NFI | Nederlands Forensisch Instituut |
NIPV | Nederlands Instituut Publieke Veiligheid |
NJCM | Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten |
NOvA | Nederlandse Orde van Advocaten |
NPLV | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid |
NPS | Nieuwe psychoactieve stoffen |
NRGD | Nederlands Regeister Gerechtelijk Deskundigen |
NVvR | Nederlandse Vereninging voor Rechtspraak |
OM | Openbaar Ministerie |
OVV | Onderzoeksraad voor veiligheid |
PA | Politieacademie |
PI | Penitentiaire Inrichting |
PIDS | Platform Interceptie Decryptie & Signaalanalyse |
PmG | Preventie met Gezag |
PMJ | Prognosemodel Justitiële Ketens |
PVO | Platform Veilig Ondernemen |
RCN | Rijksdienst Caribisch Nederland |
RGR | Europese richtlijn voor gegevensbescherming door politie en justitie |
RGR | Europese Richtlijn voor gegevensbescherming bij rechtshandhaving |
RIEC | Regionale Informatie en Expertise Centra |
RN | Reclassering Nederland |
RSJ | Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming |
RST | Recherche Samenwerkingsteam |
RvdK | Raad voor de Kinderbescherming |
Rvdr | Raad voor de rechtspraak |
RVO | Rijksdienst voor ondernemend Nederland |
RvR | Raad voor Rechtsbijstand |
RvS | Raad van State |
RWT | Rechtspersoon met een Wettelijke Taak |
SAOP | Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie |
SdG | Stichting de Geschillencommissie |
SEA | Strategegische Evaluatie Agenda |
SGM | Schadefonds Geweldsmisdrijven |
SHN | Slachtofferhulp Nederland |
SKC | Strategisch Kennis Centrum |
SKDB | Strafrechtketen databank |
SNG | Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders |
SPUK | Specifieke uitkering |
SRCN | Stichting Reclassering Caribisch Nederland |
SRN | Stichting Reclassering Nederland |
STAB | Stichting Advisering Bestuursrechtspraak |
Stb | Staatsblad |
Stcrt | Staatscourant |
SVG | Stichting Verslavingsreclassering GGZ |
SZW | Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
TK | Tweede Kamer der Staten-Generaal |
TRIP | Het passagiersnamen register systeem |
UAVG | Uitvoeringswet AVG |
UDO | Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden |
UHP KOT | Uit Huis Plaatsing Kinder Opvang Toeslag |
USB | Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen |
UWV | Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen |
VMX | Vernieuwing Missie Kritische Communicatie |
VN | Vereningde Naties |
VNG | Vereniging Nederlandse Gemeenten |
VOG | Verklaring Omtrent het Gedrag |
VWS | Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport |
WAHV | Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften |
WAS | Waarschuwings- en alameringssysteem |
WAU | Werk Aan Uitvoering |
Wbni | Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen |
Wgts | Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven |
WJSG | Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens |
Wki | Wet kwaliteit incassodienstverlening |
WODC | Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum |
WOO | Wet Open Overheid |
Wpg | Wet politiegegevens |
Wrb | Wet op de rechtsbijstand |
Wrs | Wet regulering sekswerk |
WSNP | Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen |
WTS | Regeling tegemoetkoming waterschade |
Wvr | Wet veiligheidsregio's |
WWFT | Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme |
Wwke | Wet weerbaarheid kritieke entiteiten |
XX | Hoofdstuk 20 van de rijksbegroting |
ZBO | Zelfstandig Bestuursorgaan |
ZM | Zittende Magistratuur |
3RO | Reclassering Nederland, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) |
IVO | Informatievoorzieningsorganisatie Rechtspraak |
SSR | Studiecentrum Rechtspleging |