Base description which applies to whole site

nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN (XIII)

Aangeboden 19 mei 2010

Omvang gerealiseerde verplichtingen, uitgaven en ontvangsten 2009 per beleidsartikel van het Ministerie van Economische Zaken

Gerealiseerde verplichtingen 2009 (in mln €)(totaal € 4 744,2 mln)

kst-32360-XIII-1-1.gif

Gerealiseerde uitgaven 2009 (in mln €)(totaal € 2 805,9 mln)

kst-32360-XIII-1-2.gif

Gerealiseerde ontvangsten 2009 (in mln €)(totaal € 9 833,5 mln)

kst-32360-XIII-1-3.gif

Inhoudsopgave blz.

A. Algemeen 7
  Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot decharge- verlening 9
  Leeswijzer 11
     
B. Beleidsverslag 13
  Beleidsprioriteiten 13
     
  Beleidsartikelen 36
  1. Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa 36
  2. Een sterk innovatievermogen 46
  3. Een concurrerend ondernemingsklimaat 65
  4. Doelmatige en duurzame energiehuishouding 81
  5. Internationale economische betrekkingen 97
  8. Economische analyses en prognoses 108
  9. Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken 110
  10. Elektronische communicatie en post 114
     
  Niet-beleidsartikelen 129
  21. Algemeen 129
  22. Nominaal en onvoorzien 132
  23. Afwikkeling oude verplichtingen 133
     
  Bedrijfsvoeringsparagraaf 134
     
C. Jaarrekening 136
  De verantwoordingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken 136
  Saldibalans en toelichting 137
  De samenvattende verantwoordingsstaat van de baten-lastendiensten 148
  Toelichting bij de baten-lastendiensten 149
  Topinkomens 174
     
D. Bijlagen 175
  Toezichtrelaties ZBO’s / RWT’s 175
  Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel 179
  Lijst met afkortingen 181

A. ALGEMEEN

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Economische Zaken aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het departementale jaarverslag over het jaar 2009 van het Ministerie van Economische Zaken aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Economische Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2009 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administratie;

c. de financiële informatie in het jaarverslag;

d. de betrokken saldibalans;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2009;

b. het voorstel van de slotwet over het jaar 2009, die met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2009 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2009 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2009, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2009 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Economische Zaken, 

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

LEESWIJZER

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

1. Opbouw jaarverslag;

2. Groeiparagraaf;

3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens;

4. Resultaatverantwoordelijkheid versus systeemverantwoordelijkheid;

5. Toerekening van apparaatuitgaven aan de beleidsartikelen.

1. Opbouw jaarverslag

Het jaarverslag bevat een beleidsverslag en een jaarrekening. Het beleidsverslag bevat informatie over het gevoerde EZ beleid. In de jaarrekening worden de financiële gevolgen van het gevoerde beleid verantwoord. Het jaarverslag 2009 is daarbij grotendeels een spiegel van de begroting 2009. Daar waar de begroting 2009 afwijkt van de rijksbegrotingsvoorschriften volgt het jaarverslag 2009 de begroting 2009.

De beleidsmatige conclusies die getrokken worden op basis van dit jaarverslag, zijn verwerkt in zowel het beleidsprioriteitendeel als in de beleidsartikelen. Resultaten van beleid worden zo veel mogelijk met prestatiegegevens toegelicht. Deze prestatiegegevens zijn terug te vinden in het beleidsartikelendeel van het beleidsverslag. Dit geldt ook voor de prestatiegegevens van beleid dat door agentschappen wordt uitgevoerd.

2. Groeiparagraaf

In het voortdurende streven naar verbetering in de VBTB-begroting en naar aanleiding van signalen uit de Eerste en de Tweede Kamer en van de Algemene Rekenkamer heeft EZ bij het opstellen van begroting 2009 naar de mogelijkheid van bredere toepassing van prestatie-indicatoren gekeken. Dit heeft geleid tot opname van meer prestatie-indicatoren in de begroting 2009 en jaarverslag 2009 in vergelijking met 2008. In afwijking van begroting 2009 is er in dit jaarverslag ook voor gekozen om de betreffende prestatiegegevens niet aan het einde van de operationele doelstellingen te presenteren, maar om deze zoveel mogelijk onder de bijbehorende toelichtingen van de instrumenten of activiteiten te plaatsen. Dit vergroot de leesbaarheid en de samenhang tussen de prestatiegegevens en de toelichtingen.

Daarnaast is verder invulling gegeven aan de motie Pechtold over het beter controleerbaar en afrekenbaar maken van kabinetsdoelen, door in het beleidsprioriteitendeel van het jaarverslag een nieuwe tabel op te nemen.

3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens

Het jaarverslag bevat zowel financiële als niet-financiële gegevens. Deze gegevens zijn aan verschillende controlenormen onderhevig. De controle van financiële informatie is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de CW 2001 en de RBV 2010. De controle van beleidsinformatie en informatie over de bedrijfsvoering is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid (RPE) en het Referentiekader Mededeling over de Bedrijfsvoering. Ter borging van de betrouwbaarheid van de informatie inzake de prestatiegegevens in de begroting en het Jaarverslag, heeft de AD net als in voorgaande jaren een audit uitgevoerd.

4. Resultaatverantwoordelijkheid versus systeemverantwoordelijkheid

De missie van EZ is om in een open wereldeconomie de condities te realiseren voor een welvarend, duurzaam en ondernemend Nederland. De minister van Economische Zaken zet zich in voor goed functionerende markten, een ondernemingsklimaat waarin bedrijven zich kunnen ontwikkelen tot sterspelers in binnen- en buitenland en een energiehuishouding die betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam is. Doelstellingen waarbij EZ een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en /of te borgen, maar waarbij het uiteindelijke resultaat mede afhankelijk is van externe factoren waar EZ geen of beperkt invloed op heeft. Voor deze doelstellingen geldt dan ook dat er niet altijd een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en het uiteindelijke resultaat en dat sprake is van een systeemverantwoordelijkheid in plaats van een resultaatverantwoordelijkheid. Dit compliceert het louter met prestatie-indicatoren verantwoording af te leggen over de bijdrage van EZ bij de realisatie van beleidsdoelstellingen. Waar mogelijk zijn in de begroting 2009 en daarmee ook in het jaarverslag 2009 prestatie-indicatoren opgenomen die hier direct inzicht in geven. Omdat dit veelal niet goed mogelijk was, is een combinatie van prestatiegegevens opgenomen van kengetallen die inzicht bieden in relevante ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein en prestatie-indicatoren die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten op instrument-/activiteitenniveau.

5. Toerekening van apparaatuitgaven aan de beleidsartikelen

De personele uitgaven van het kernministerie EZ die direct verband houden met beleidsuitgaven zijn verbijzonderd naar de betreffende artikelen. De personele uitgaven voor de Directoraten-Generaal die onder het kernministerie vallen, zijn geraamd bij de beleidsartikelen 1 tot en met 5 en 10. De personele uitgaven worden verantwoord op basis van de personele bezetting (in fte’s) en de gemiddelde loonsom per fte. Als verdeelsleutel over de artikelen is het aantal fte’s per beleidsartikel gehanteerd.

De in dit opzicht als indirect te beschouwen personele uitgaven van het kernministerie (algemene leiding, stafdirecties) worden verantwoord op artikel 21 Algemeen. De materiële uitgaven van het kernministerie en de overige apparaatsuitgaven van het ministerie worden eveneens verantwoord op artikel 21 Algemeen. Er heeft geen toerekening van deze uitgaven aan de beleidsartikelen plaatsgevonden.

Voor de diensten van EZ (de Consumentenautoriteit, NMa, SodM, CPB) geldt dat de integrale apparaatsuitgaven zijn verantwoord op de betreffende beleidsartikelen (respectievelijk de artikelen 1, 1, 4 en 8).

Voor de baten-lastendiensten (SenterNovem, EVD en Octrooicentrum Nederland1 en Agentschap Telecom) geldt een andere systematiek. De vergoedingen van EZ aan deze baten-lastendiensten worden verantwoord op de beleidsmatig daarvoor in aanmerking komende artikelen. De paragrafen inzake de baten-lastendiensten geven inzicht in de apparaatsuitgaven van SenterNovem, EVD en Octrooicentrum Nederland en Agentschap Telecom.

De bijdragen van EZ aan de zelfstandige bestuursorganen CBS en OPTA worden verantwoord op artikel 9, respectievelijk 10.

B. BELEIDSVERSLAG

BELEIDSPRIORITEITEN

Hoewel de Nederlandse economie inmiddels weer voorzichtig groeit, stond het jaar 2009 in belangrijke mate in het teken van de crisis. Op diverse terreinen werkte EZ aan het dempen van de effecten van de crisis op korte termijn door het aanpakken van knelpunten voor bedrijven, met tegelijkertijd aandacht voor het duurzaam economisch groeivermogen op de langere termijn. EZ heeft een aantal maatregelen genomen om de gevolgen van de crisis voor de financiering van het bedrijfsleven op te vangen, waaronder de (tijdelijke) uitbreiding en aanpassing van een aantal garantieregelingen. Daarnaast is in het kader van het Aanvullend Beleidsakkoord de economie gestimuleerd, onder andere door een extra impuls in innovatie en R&D-activiteiten. Deze bedrijfsactiviteiten – die tijdens een financiële crisis extra onder druk kunnen komen te staan – kunnen tegelijkertijd bijdragen aan het groeivermogen op de langere termijn.

Naast de specifieke maatregelen in het kader van de crisis is er in 2009 onverminderd doorgewerkt aan economische structuurversterking. De acties en resultaten van EZ in 2009 kunnen worden gerangschikt naar de drie prioriteiten uit de missie van EZ. EZ zorgt ervoor dat:

1. bedrijven meer ruimte krijgen om te ondernemen en te vernieuwen;

2. consumenten sterker staan en hun recht kunnen laten gelden;

3. onze energie schoon en zeker is en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar.

In dit stuk vindt u – na een kort overzicht van de economische ontwikkelingen in het afgelopen jaar – een schets van de belangrijkste beleidsresultaten van EZ aan de hand van deze drie prioriteiten (paragraaf 1 t/m 3). Ook wordt aandacht besteed aan belangrijke afwijkingen van het voorgenomen beleid en de belangrijkste beleidsconclusies en lessen die zijn getrokken.

De invulling van de drie overkoepelende EZ-prioriteiten valt grotendeels samen met het realiseren van de doelstellingen van het Beleidsprogramma van het inmiddels demissionaire kabinet: Samen werken, samen leven. De prestaties van EZ in 2009 zijn daarom zo veel mogelijk gerangschikt naar de meest relevante kabinetsdoelstelling.

Economie in 2009: einde recessie, broos herstel maar effecten nog lang voelbaar

Uit voorlopige cijfers van het Centraal Planbureau blijkt dat de Nederlandse economie in 2009 is gekrompen met 4%, hoofdzakelijk als gevolg van een scherp teruggevallen uitvoer. Dat is niet vreemd gezien de sterke afname van de wereldhandel. Maar ook investeringen en consumentenbestedingen liepen in 2009 fors terug. Sinds begin 2009 is er ook sprake van een forse daling van de werkgelegenheid in de marktsector. Gemeten in arbeidsjaren bedroeg de daling in 2009 2,75%. In 2010 zal de afname van de werkgelegenheid met circa 3,5% nog groter zijn. Gemiddeld werken er in de marktsector in 2010 naar verwachting ruim 250 000 personen minder dan in 2008.

Door werkgelegenheidsgroei in sommige publieke sectoren (met name zorg) en doordat bepaalde groepen zich niet aanbieden op, of terug trekken van, de arbeidsmarkt stijgt de werkloosheid minder snel dan de werkgelegenheid in de markt afneemt. De cijfers zijn nog niet definitief, maar de werkloosheid komt in 2009 gemiddeld uit op 5% en zal naar verwachting in 2010 en 2011 verder oplopen naar een gemiddeld niveau van 6,5%, waarmee Nederland het in internationaal opzicht nog relatief goed doet.

De economische krimp zoals Nederland die in 2009 heeft ervaren (minus 4%) is van een historisch ongekend niveau en de gevolgen voor de overheidsfinanciën, mede als gevolg van de maatregelen van het kabinet om de negatieve effecten van de financiële en economische crisis zo veel mogelijk te beperken, zijn substantieel. Het begrotingstekort bedroeg in 2009 naar verwachting 4,6% en loopt in 2010 volgens het Centraal Planbureau (CPB) op naar 6,1% van het bruto binnenlands product; voor 2011 is de laatste prognose van het tekort 4,7%. Het goede nieuws is dat de productie in Nederland sinds het derde kwartaal van 2009 weer toeneemt, na krimp in de vier daaraan voorafgaande kwartalen. Daarmee kwam een einde aan de diepste na-oorlogse recessie in termen van economische groei en, naar het zich laat aanzien, blijft er in de komende periode sprake van kwartaal-op-kwartaal groei.

Voor het jaar 2010 wordt een economische groei verwacht van 1,5%, die in 2011 oploopt naar 2%. Daarmee lijkt duidelijk te worden dat de Nederlandse economie verder uit het dal klimt. Dat neemt niet weg dat de effecten van de crisis, gezien het verwachte werkloosheidspercentage van 6,5% en de toegenomen druk op de overheidsfinanciën, nog lang voelbaar zullen zijn.

In het vervolg van dit beleidsverslag kunt u lezen wat EZ in 2009 heeft gedaan om de negatieve effecten van de crisis aan te pakken en om het groeivermogen van de Nederlandse economie op de langere termijn duurzaam te versterken.

Overzichtstabel beleidsprioriteiten 2009
Nr. Kabinetsdoelstelling/-project Omschrijving Nr. Beleidsartikel/Operationeel Doel Realisatie in 2009 op betreffende OD (verplichtingen in mln €)1 Behaalde tussenresultaten 2009(mede o.b.v. delivery overzicht AZ)
Prioriteit I: EZ zorgt dat bedrijven meer ruimte krijgen om te ondernemen en te vernieuwen
9 Betere dienstverlening aan Nederlandse burgers en bedrijven in het buitenland. 5, OD 2 94,6 – 16 economische missies– Visiedocumenten voor prioriteitslanden– Economische clustervorming en integrale aansturing posten– Vereenvoudiging instrumentarium Internationaal Ondernemen
10 Betere dienstverlening aan internationale organisaties en buitenlandse bedrijven die zich in Nederland willen vestigen. 5, OD 3 42,9 – 155 buitenlandse investeringsprojecten, € 3,14 miljard aan investeringen en 3 887 directe arbeidsplaatsen (inclusief behoud)– Start Holland Gateway– Opzet Strategische Acquisitie Unit
14 Het versterken van het innovatief vermogen van de Nederlandse economie. 2, OD 2, 3 868,5 – Gestimuleerde private R&D-uitgaven: € 1,17 mld door WBSO, € 111 mln door innovatiekredieten, € 23,3 mln door innovatievouchers– 623 MKB-bedrijven werken samen in IPC’s, in totaal circa 4 000 deelnemers in innovatieprogramma’s– 2 066 kenniswerkers/onderzoekers dankzij crisismaatregel kenniswerkers aan het werk
15 Meer zelfstandige ondernemers met personeel en meer snelle groeiers in 2011. 3, OD 2 915,4 – Via BMKB in totaal € 556 mln aan garanties verstrekt– MKB-winstvrijstelling naar 10,5%– 610 microkredieten verstrekt– Groeiversneller: twee groepen gestart met 65 bedrijven. Feb. 2010 start 3e groep– 28 netwerken voor ondernemerschapsonderwijs opgezet– 69 nieuwe samenwerkingsverbanden Beroepsonderwijs in Bedrijf
16 Minder regels, minder instrumenten, minder loketten 3, OD 2 915,4 – 11% netto reductie van administratieve lasten (eind 3e kwartaal 2009)– Antwoord voor Bedrijven had 1,7 miljoen bezoekers– Realisatie Dienstenloket voor bedrijven– Agentschap NL van start– Subsidie-instrumentarium gestroomlijnd
17 Een slagvaardige aanpak van economische ontwikkeling in top- en grensregio’s 3, OD 3 226,7 – Alle programma’s overtekend met aanvragen– € 846 mln aan uitgelokte investeringen, 2 228 betrokken partijen, 157 grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden
23 Het bevorderen van een tijdig en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor kwalitatief goed ingepaste bedrijfslocaties en 80–100 duizend nieuwe woningen per jaar 3, OD 3 226,7 – € 11 mln voor realisatie van 5 Topprojecten herstructurering– Convenant met provincies en gemeenten over nieuwe aanpak bedrijventerreinen
project Nederland Ondernemend Innovatieland 2, OD 310, OD 3 710,445,2 – 4 Maatschappelijke Innovatie Agenda’s (MIA’s) in uitvoering, 2 nieuwe MIA’s gemaakt– 29 projecten i.k.v. Small Business Innovation Research in uitvoering/afgerond
Prioriteit II: EZ zorgt ervoor dat consumenten sterker staan en hun recht kunnen laten gelden
Met vertrouwen de markt op 1, OD 1, 2, 3 18,9 – ConsuWijzer: website 2 miljoen x bezocht, 106 000 directe contacten
Extra ondersteuning van consumenten waar nodig 4, OD 110, OD 1 33,19,0 – Realisatie Bel-me-niet-register– Overstapdrempels internet verlaagd– Openstelling postmarkt
Prioriteit III: EZ zorgt ervoor dat onze energie schoon en zeker is en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar
22 Het stimuleren van duurzame consumptie en productie 4, OD 3 1 722,2 – Tweede openstelling SDE– Plan van Aanpak windenergie– Meerjaren Afspraak ETS-bedrijven
project Schoon en Zuinig 4, OD 3 1 722,2 – Additionele impuls voor energie-innovatie
Zekerstellen van voldoende betaalbare energie 4 OD 1, 2 135,0 – Rijkscoördinatieregeling van toepassing op energieprojecten nationaal belang– Afronding splitsing energiebedrijven– Invoering capaciteitstarief
Veilige en betrouwbare elektronische communicatie 10, OD 2, 3 45,2 – New Regulatory Framework EU klaar– Nederland Open in Verbinding op koers– Frequentieveiling 2,6 GHz voorbereid– Frequentievergunningen digitale radio/omroep verleend

1 De bedragen in deze tabel illustreren het financieel belang van een kabinetsdoel of -project.

De begroting is ingericht op beleidsartikelen en niet op kabinetsdoelen. De in dit overzicht gepresenteerde bedragen worden daarom ook steeds op het niveau van het samenhangende operationele doel gegeven. Het is dus mogelijk dat een bedrag ten goede komt aan meerdere kabinetsdoelstellingen en dus meerdere keren wordt genoemd.

Beleidsprioriteit I: EZ zorgt dat bedrijven meer ruimte krijgen om te ondernemen en te vernieuwen

Ondernemerschap en innovatie, nationaal en over onze landsgrenzen heen, zorgen voor de noodzakelijke dynamiek van de economie en zijn de motor achter de groei van de arbeidsproductiviteit, die samen met de groei van de werkgelegenheid bepalend is voor de economische groei. In 2009 is het innovatieve vermogen van het midden- en kleinbedrijf (MKB) verder versterkt, is het internationaal ondernemen gestimuleerd en is een aantrekkelijker ondernemingsklimaat bewerkstelligd, onder meer door het wegnemen van onnodige regels en administratieve lasten.

Beleidsprogramma

Doelstelling 9: Betere dienstverlening aan Nederlandse burgers en bedrijven in het buitenland

Beleidsresultaten

Binnen het instrumentarium ter bevordering van internationaal ondernemen blijken economische missies onder leiding van een bewindspersoon de Nederlandse economie het meest op te leveren en zeer effectief te zijn om buitenlandse deuren geopend te krijgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. In 2009 vonden acht economische missies plaats onder leiding van de staatssecretaris van EZ. Hoogtepunten vormden het bezoek met het kroonprinselijk paar aan de Golfregio, de missie in het kader van 400 jaar vriendschapsbetrekkingen tussen Nederland en de Verenigde Staten (NY400) en de grote missie naar China. De minister van EZ legde acht bilaterale bezoeken af, onder meer naar Angola, Noorwegen, Rusland en Singapore.

In 2009 is het aantal subsidieregelingen voor ondersteuning van bedrijven bij hun internationale activiteiten teruggebracht tot twee (Internationaal Ondernemen en Internationaal Excelleren) en in lijn gebracht met de overige subsidieregelingen van EZ. Door deze «stroomlijning» is een meer toegankelijk pakket aan subsidiemogelijkheden ontstaan waarop bedrijven een beroep kunnen doen wanneer zij op een buitenlandse markt (gaan) opereren.

De mondiale economische neergang en de daaraan gekoppelde krimp van de internationale handel hebben geleid tot een economisch klimaat waarin de roep om protectionisme van verschillende kanten luider wordt. Nederland heeft in 2009 in WTO-, OESO- en G20-verband onverminderd ingezet op het tegengaan van protectionistische tendensen. Het bleek helaas niet mogelijk om tot een definitief akkoord te komen in de onderhandelingen in de WTO Doha ronde. Wél werd in 2009 met het akkoord tussen de EU en de bananenexporterende landen een belangrijk struikelblok voor het bereiken van een Doha akkoord weggenomen. Het belangrijkste succes op het terrein van de bilaterale handelsakkoorden in 2009 was het afsluiten van de vrijhandelsovereenkomst met Zuid-Korea. Dit akkoord biedt nieuwe afzetmogelijkheden en zekerheden aan het Nederlandse bedrijfsleven.

De economische crisis belemmerde het bedrijfsleven bij zijn internationale activiteiten. Gezien de ontstane behoefte aan kredietverstrekking bij bedrijven werd in 2009 de Tijdelijk Aanvullende Staatskredietverzekering (TASK) ingesteld. Tevens werd de Exportkredietverzekering (EKV) uitgebreid en het EKV-landenbeleid versoepeld.

Beleidsconclusies en consequenties

Het internationaal opererende Nederlandse bedrijfsleven is – naast andere dienstverlening van EZ – in de huidige context van crisis en mondiaal verschuivende machtsverhoudingen meer dan ooit gebaat bij actieve economische diplomatie (bilateraal en multilateraal) om protectionisme tegen te gaan en barrières op individuele buitenlandse markten te slechten. Economische diplomatie levert daarmee een belangrijke bijdrage aan verbetering van het klimaat voor internationale handel en investeringen en vergroting van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie.

Beleidsprogramma

Doelstelling 10: Betere dienstverlening aan internationale organisaties en buitenlandse bedrijven die zich in Nederland willen vestigen.

Beleidsresultaten

Vestigingen van buitenlandse bedrijven in Nederland dragen bij aan economische groei, zijn goed voor substantiële directe en indirecte werkgelegenheid, versterken de Nederlandse innovatiekracht en geven ons land aansluiting op internationale netwerken van bedrijvigheid. In 2009 is er ondanks de economische crisis een goed resultaat behaald bij het aantrekken en behouden van buitenlandse bedrijvigheid. In totaal werden door de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) 155 investeringsprojecten naar Nederland gehaald met een record investeringsbedrag van € 3,14 mld en 3 887 directe arbeidsplaatsen (waarvan 2 870 nieuw en 1 017 behoud). Het betrof met name investeringen van Aziatische en Amerikaanse bedrijven. Het hoge investeringsbedrag werd vooral bepaald door enkele zeer kapitaalintensieve projecten in de energiesector. De internationale implicaties van de crisis zijn vooral zichtbaar geworden in de terugloop van het aantal projecten uit Japan. Het aantal actieve investeringsprojecten van buitenlandse bedrijven, dat per ultimo 2009 bij de NFIA in portefeuille is, bedraagt 566.

In 2009 werden voorbereidingen getroffen voor de uitvoering van de pilot Strategische Acquisitie Unit, die gericht is op het aantrekken van 15 toonaangevende kennisintensieve investeringen in de komende 2–3 jaar. Deze pilot, die voortvloeit uit aanbevelingen van het Innovatie Platform, kent een actieve inschakeling van bedrijfsleven en kennisinfrastructuur bij de werving van kennisintensieve activiteiten van buitenlandse bedrijven, in eerste instantie in de sectoren Food & Nutrition en Chemie. In 2009 ging ook Holland Gateway officieel van start. Holland Gateway is een business centrum op Schiphol dat tot doel heeft om buitenlandse ondernemingen en kenniswerkers welkom te heten en wegwijs te maken in Nederland. Voorts werd in 2009 een nieuw NFIA kantoor in Turkije geopend.

Beleidsconclusies en consequenties

Buitenlandse bedrijven tonen, ondanks de economische crisis, nog altijd een grote belangstelling om in Nederland te investeren. Dat is een belangrijke constatering, omdat de werving van buitenlandse bedrijvigheid op een zeer directe wijze bijdraagt aan het creëren en behouden van werkgelegenheid en het bevorderen van dynamiek en innovatie. In 2010 zal daaraan, met de Strategische Acquisitie Unit en extra aandacht voor de werving van kennisintensieve buitenlandse bedrijvigheid, een nieuwe impuls worden gegeven. Ook een actieve benadering van reeds in ons land gevestigde buitenlandse bedrijven, die zich gegeven de economische situatie bezinnen op herstructurering van hun buitenlandse activiteiten, blijft van groot belang.

Beleidsprogramma

Doelstelling 14: Het versterken van het innovatief vermogen van de Nederlandse economie

Beleidsresultaten

De economische crisis zet de R&D-inspanningen van veel bedrijven onder druk. Omzetten lopen terug waardoor innovatie-uitgaven zwaarder drukken op de bedrijfsbudgetten. Het risico bestaat dat bedrijven daarbij kiezen voor bezuinigen op de R&D-uitgaven, maar daarmee hun positie op de langere termijn verzwakken. Om dit te voorkomen, heeft het kabinet in 2009 in het Aanvullend Beleidsakkoord € 580 mln aan extra middelen vrijgemaakt voor behoud van de innovatiecapaciteit van het bedrijfsleven. Het pakket bestaat over 2009/2010 uit extra fiscale aftrek op loonkosten van onderzoekers (€ 300 mln), tijdelijke extra ondersteuning voor R&D op het vlak van hightech systems en automotive (€ 100 mln) en behoud van bedrijfsonderzoekers door ze tijdelijk te detacheren bij kennisinstellingen (€ 180 mln, samen met het ministerie van OCW). Dankzij de laatste maatregel zijn al 1 875 kenniswerkers en 191 jonge onderzoekers uit het bedrijfsleven tijdelijk aan het werk bij de kennisinfrastructuur.

De Nederlandse economie is in de toekomst alleen concurrerend als het bedrijfsleven voldoende investeert in nieuwe producten en productieprocessen. De private uitgaven voor R&D in Nederland blijven echter achter op concurrerende landen. Vooral in het MKB is nog veel potentieel voor vernieuwing aanwezig, hetgeen EZ in 2009 via het basispakket voor innovatie verder heeft gestimuleerd.

Ondanks de crisis is er in 2009 meer gebruik gemaakt van de innovatie-instrumenten van EZ. Dit blijkt onder meer uit de cijfers voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) en de Innovatie Prestatie Contracten (IPC’s). Het aantal participerende bedrijven in de WBSO is in 2009 gegroeid naar 16 620 (was 13 450 in 2008). Daarbij is het aantal aanvragers dat gebruik maakt van de startersfaciliteit gegroeid naar 3 430. Het budget voor de WBSO werd in 2009 in verband met de crisis verhoogd met € 150 mln. De definitie van speur- en ontwikkelingswerk werd uitgebreid, waardoor de ontwikkeling van nieuwe programmatuur voor innovatieve diensten ook in aanmerking komt. Deze verbreding leidde in 2009 tot bijna tweeduizend WBSO-projecten op dit gebied.

In 2009 zijn 24 IPC’s goedgekeurd waaraan in totaal 623 MKB-bedrijven deelnemen. Uit de monitoring blijkt dat de deelnemers zeer tevreden zijn over de samenwerking met andere bedrijven en kennisleveranciers. Bijna driekwart van de deelnemende bedrijven geeft aan dat men het innovatieplan niet of in mindere mate zou hebben uitgevoerd zonder de IPC.

Ook het innovatiekrediet en de innovatievouchers zijn onverminderd populair. In 2009 zijn alle 8 177 innovatievouchers uitgegeven aan bedrijven. In 2009 was het – dankzij een pilot – voor het eerst mogelijk om vouchers te laten besteden bij private kennisleveranciers. De verzilvering van de vouchers is in 2009 verbeterd, maar ligt voorlopig (62%) wel lager dan de streefwaarde van 70%.

Innovatieprogramma’s zorgen op de terreinen, waar Nederland internationaal echt meedoet, voor een stimulans van R&D investeringen en het oplossen van knelpunten. Sinds 2006 zijn binnen de door het Innovatieplatform aangewezen sleutelgebieden negen innovatieprogramma’s gestart, met het innovatieprogramma Logistiek & Supply Chains als nieuwkomer in 2009. Circa 4 000 bedrijven, kennisinstellingen en koepelorganisaties draaien mee in de netwerken, waarvan er ruim 1 400 meedoen aan een (gesubsidieerd) project. De voortgang van de sleutelgebieden aanpak is in 2009 geëvalueerd ten behoeve van het Innovatieplatform. De belangrijkste conclusies luiden dat de aanpak goed werkt en dat het van belang is dat er ruimte blijft voor vernieuwing en dynamiek in de sleutelgebieden. De Mid Term Review van de programmatische aanpak van het innovatiebeleid toont aan dat de innovatieprogramma’s in hun huidige aanpak leiden tot het gewenste resultaat: krachtenbundeling en versterking van de focusgebieden.

Het Innovatieplatform (IP) heeft in 2009 opnieuw een belangrijke bijdrage geleverd aan de operationele doelstellingen op innovatiegebied. Mede op verzoek van de Tweede Kamer bracht het IP het crisisadvies «Sterker uit de Storm» uit, met als centrale boodschap het belang van het behouden en versterken van de kennisbasis. Het IP heeft in 2009 ook adviezen uitgebracht over slimmer werken en de versterking van internationale scholen.

Beleidsconclusies en consequenties

Het is nog niet duidelijk hoe de crisis heeft uitgewerkt op de innovatie-inspanningen van bedrijven. Daarvoor zijn nog geen officiële statistieken beschikbaar. Wel laten cijfers zien dat er in 2009 meer gebruik is gemaakt van de innovatie-instrumenten van EZ, waaronder de WBSO. Ook van de crisismaatregelen Kenniswerkers en High Tech Topprojecten is goed gebruik gemaakt. Het versterken van het innovatief vermogen ligt in 2010 dan ook voor een belangrijk deel in de verdere implementatie van de maatregelen die het kabinet heeft genomen in het kader van de crisis en de incidentele intensiveringen van de innovatiekredieten en innovatieprestatiecontracten.

Hoewel de verzilvering van de innovatievouchers elk jaar licht stijgt, is het zaak om het percentage verder omhoog te krijgen richting de 70%.

Om een hogere verzilvering te bereiken, wordt de begeleiding van ondernemers bij het realiseren van een match met kennisinstellingen verder versterkt. Een actieve benadering van ondernemers (direct mailings, telefonisch contact) door Syntens en Agentschap NL is hiervan onderdeel.

Beleidsprogramma

Doelstelling 15: Meer zelfstandige ondernemers met personeel en meer snelle groeiers in 2011

Beleidsresultaten

Het ondernemerschap in Nederland zit in de lift. De ondernemersquote, het aantal zelfstandige ondernemers als percentage van de werkzame beroepsbevolking, stijgt gestaag: van ruim 10% in 2002 tot 12,3% in 2009. Daarmee beweegt Nederland zich inmiddels rond het EU- en OESO-gemiddelde. Door de economische crisis is het zorgen voor voldoende financiering voor ondernemers een belangrijk aandachtspunt geweest. In 2009 heeft EZ diverse financieringsinstrumenten ingezet om ervoor te zorgen dat gezonde bedrijven over voldoende financiering kunnen beschikken om te (blijven) investeren.

De Borgstellingsregeling voor het MKB (BMKB) zorgt ervoor dat ondernemers een borgstelling kunnen krijgen voor een gedeelte van hun krediet. Daardoor kunnen zij bij de bank meer lenen dan zij op basis van hun onderpand zouden krijgen. In 2009 is het garantieplafond van de BMKB verder verhoogd naar € 745 mln. Daarvan is € 556 mln (75%) benut voor 2 442 garanties van de overheid voor bancaire financiering aan het bedrijfsleven. De benutting is daarmee onder de streefwaarde van 80% (€ 596 mln) uitgekomen, wat vooral samenhangt met de conjuncturele neergang.

Via de Groeifaciliteit wordt risicovol vermogen toegankelijker voor starters en doorgroeiers. In 2009 was een budget beschikbaar van € 119 mln voor garanties op risicovolle leningen. Daarvan is bijna € 10 mln daadwerkelijk benut. Het gebruik van de faciliteit bleef in 2009 mede als gevolg van de crisis sterk achter bij de verwachtingen en de streefwaarde voor 2009 (€ 20 mln effectieve benutting). Het instrument is in december 2009 tijdelijk aangepast, waarbij het risicoprofiel van de te accepteren aanvragen is verbreed en het maximale garantiebedrag is verhoogd van € 2,5 mln naar € 12,5 mln.

In maart 2009 werd als tijdelijke crisismaatregel de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) geïntroduceerd. Doel daarvan is de bancaire financiering aan in de kern gezonde bedrijven op gang te houden. Het gaat hierbij om kredieten van maximaal € 150 mln, waarbij de overheid 50% garant staat. De invoering door de banken kostte enige aanlooptijd, maar inmiddels zijn 56 kredietvoorstellen van banken voor een totaal van € 484 mln1 gefiatteerd.

In 2009 zijn diverse initiatieven genomen om microfinanciering voor startende en doorgroeiende ondernemers sneller mogelijk te maken. Via de nieuw opgerichte Qredits-organisatie en de lokaal uitgevoerde borgstellingsregeling zijn in 2009 610 kredieten verstrekt. Het aantal ondernemerspunten voor microfinanciering, die verspreid over Nederland voorlichting en begeleiding over microfinanciering verzorgen, groeide naar 35. De website www.eigenbaas.nl, gericht op (startende) ondernemers, is in 2009 56 000 keer bezocht.

Om meer scholieren in aanraking te laten komen met ondernemerschap zijn in 2009 28 onderwijsnetwerken van primair tot middelbaar beroepsonderwijs van start gegaan, die gericht zijn op de verankering van ondernemerschap in het onderwijs. In het kader van de regeling Beroepsonderwijs in Bedrijf zijn er in 2009 69 nieuwe samenwerkingsprojecten gestart, waardoor het totaal nu uitkomt op 165 samenwerkingsverbanden met circa 850 bedrijven en 363 onderwijsinstellingen.

Beleidsconclusies en consequenties

Als gevolg van de economische crisis is het voor bedrijven moeilijker geworden om aan financiering te komen. In 2009 heeft EZ diverse financieringsinstrumenten ingezet om ervoor te zorgen dat gezonde bedrijven over voldoende financiering beschikken. Nu een voorzichtig economisch herstel lijkt op te treden en bedrijven weer willen gaan investeren, is het van belang dat ondernemers hiervoor voldoende financiering kunnen krijgen. Tegen deze achtergrond worden de intensiveringen in het financieringsinstrumentarium in 2010 voortgezet inclusief de nauwe dialoog tussen EZ en de banken om een vinger aan de pols te houden.

Met microkredieten stimuleert de overheid ondernemerschap. Na de start van het initiatief (pilots Qredits en borgstelling in landsdelen) is gebleken dat de feitelijke behoefte aan microkredieten groot is. Het instrumentarium zal in de komende periode worden voortgezet, waarbij het van belang is dat het netwerk microfinanciering zelfstandig gaat functioneren. De verdere verankering van ondernemerschap in het onderwijs is nauwelijks beïnvloed door de crisis. De recessie heeft wel gevolgen voor de arbeidsmarkt en leidt tot een tijdelijk ruimere arbeidsmarkt. Bedrijven komen dus makkelijker aan personeel. Dit kan leiden tot minder urgentie om deel te nemen aan samenwerkingsprojecten of netwerken, maar in de praktijk zijn er geen problemen ontstaan.

Beleidsprogramma

Doelstelling 16: Minder regels, minder instrumenten, minder loketten

Beleidsresultaten

EZ is samen met het Ministerie van Financiën verantwoordelijk voor de rijksbrede coördinatie van de vermindering van regeldruk voor bedrijven. Hiervoor is de Regiegroep Regeldruk ingericht die de Tweede Kamer halfjaarlijks (mei en november) integraal informeert over de realisatie van de verschillende maatregelen voor bedrijven. Voor een specifiek overzicht van de gerealiseerde maatregelen op de verschillende beleidsterreinen in 2009 wordt verwezen naar deze rapportages.1 Het programma van de regiegroep ligt vrijwel volledig op schema.

Antwoord voor Bedrijven (AvB) heeft als doel om hét overheidsloket te zijn voor alle (startende) ondernemers. AvB valt onder de verantwoordelijkheid van EZ, maar is een overheidsbreed loket. AvB, van start gegaan in 2008, is in 2009 conform planning verder ontwikkeld: alle informatie over wet- en regelgeving van de landelijke en lokale overheid is voor (startende) ondernemers elektronisch toegankelijk gemaakt. Dat geldt ook voor informatie over subsidies van Rijk, provincies en waterschappen. Ook het Meldpunt Regeldruk is gesitueerd bij AvB en daarmee een structureel onderdeel van de dienstverlening aan ondernemers. De website www.antwoordvoorbedrijven.nl is in 2009 meer dan 1,6 miljoen keer bezocht. Het bedrijvencontactcentrum van AvB heeft in 2009 in totaal 17 500 vragen en meldingen behandeld. In december 2009 werd bij AvB – als eerste in Europa – het Dienstenloket voor bedrijven in de dienstensector geopend, dit in het kader van de EU-dienstenwet. Daarmee voldoet Nederland ruim op tijd aan zijn Europese verplichtingen in dit verband. Alle EU-ondernemers kunnen vanaf 2010 op één plaats basisinformatie vinden over de Nederlandse regels en alle zaken met de overheid, die onder de Dienstenwet vallen, elektronisch afhandelen met de betrokken overheidsdiensten.

In 2009 is het programma Slim Geregeld, Goed Verbonden (SGGV) van start gegaan. Het programma beoogt een substantiële bijdrage te leveren aan de vermindering van regeldruk, door de verplichte gegevensuitwisseling tussen ondernemers en overheden (toezichthouders, gemeenten, uitvoeringsorganisaties) eenvoudiger en efficiënter te maken met de inzet van innovatieve ICT-oplossingen. In 2009 is aan zeven cases gewerkt.

EZ heeft zelf per 1 januari 2009 een flinke stap voorwaarts bij het toegankelijker en uniformer maken van het subsidie-instrumentarium. Vanaf 1 januari zijn vier regelingen op het gebied van ondernemen en innovatie in werking getreden, onder het nieuwe Kaderbesluit EZ-subsidies. Voorheen waren er 21 aparte regelingen. Tegelijkertijd is een aantal oude regelingen ingetrokken. Voor bedrijven betekent dit meer transparantie en een vermindering van de administratieve lasten bij het aanvragen van subsidies. In de loop van 2009 zijn aanvullende stappen gezet. Zo is het aantal regelingen ter ondersteuning van bedrijven bij hun internationale activiteiten teruggebracht tot twee (Internationaal Ondernemen en Internationaal Excelleren) en zijn bijna alle instrumenten op het gebied van energie en duurzaamheid ondergebracht in één regeling. Ook zijn SenterNovem, EVD en Octrooicentrum Nederland vanaf 1 januari 2010 samengevoegd tot het nieuwe Agentschap NL.

In 2009 is gewerkt aan een aangepast wetsvoorstel voor de nieuwe Aanbestedingswet. Het conceptwetsvoorstel is in het voorjaar ter consultatie aangeboden en in november 2009 aangenomen in de Ministerraad en voor advies aangeboden aan de Raad van State.

Het wetsvoorstel heeft tot doel het verbeteren van de toegang van ondernemers tot overheidsopdrachten, de uniformering van de aanbestedingspraktijk en verlaging van de administratieve lasten bij aanbesteding.

Beleidsconclusies en consequenties

De voortgang van dit beleidsdoel ligt op koers. Bij goedkeuring van de nieuwe Aanbestedingswet door het parlement in 2010 kunnen ook op het terrein van de aanbesteding van overheidsopdrachten de ambities voor een betere toegang, eenduidige regels en minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven verder worden ingevuld.

Beleidsprogramma

Doelstelling 17: Een slagvaardige aanpak van economische ontwikkeling in top- en grensregio’s

Beleidsresultaten

Het gebiedsgerichte economische beleid van EZ is gericht op ruimtelijk economische structuurversterking ter verbetering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De agenda ligt vast in het programma Pieken in de Delta. De instrumenten die hiervoor worden ingezet zijn de subsidieregeling Pieken in de Delta, de enveloppe Sterke Regio’s van het Fonds Economische Structuurversterking (FES) en de Europese structuurfondsen (EFRO), inclusief de grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s. De aanpak is gericht op clusters van bedrijven en kennisinstellingen die (in potentie) internationaal concurrerend zijn.

De uitvoering van het Pieken in de Delta programma, waarmee gebiedsgerichte (innovatie-) projecten worden ondersteund, ligt op koers. In 2009 werden voor vijf gebieden twee tenders georganiseerd. In de eerste tenderronde van 2009 zijn 41 projecten gehonoreerd. Voor deze tender werd het beschikbare budget van € 23,5 mln opgehoogd met € 3,5 mln tot een totaal bedrag van € 27 mln. Dit is gedaan om – juist in deze tijd – te voorkomen dat kwalitatief goede projecten buiten de boot zouden vallen. In de tweede tender van 2009 zijn 86 aanvragen ingediend, waarbij weer sprake is van overvraging van het beschikbare budget. Er is voor deze tweede tender € 24 mln beschikbaar. Besluitvorming over deze tweede tender vindt plaats begin 2010. In noord Nederland, waar de regeling het gehele jaar open staat en het programma wordt uitgevoerd met het Samenwerkingsverband Noord Nederland, werden in 2009 12 projecten gehonoreerd met een totale rijksbijdrage van € 22,5 mln. De gemiddeld per project uitgelokte investering door bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen is € 1,7 mln.

Vanuit de enveloppe Sterke Regio’s wordt geïnvesteerd in majeure projecten op het gebied van fysieke en/of kennisinfrastructuur in vier toonaangevende regio’s. Bijvoorbeeld projecten rondom logistieke knooppunten (zee- en luchthavens) en kennisintensieve bedrijventerreinen. Goedgekeurde projecten in 2009, met een totale subsidiebijdrage van € 55 mln, zijn: High Tech Factory in Twente (gedeelde onderzoeks- en productiefaciliteiten), CAT-AgroFood in Wageningen (’verhuur’ van micro- en nanotechnologie apparatuur voor de voedingssector), Vaargeul Eemshaven (verdieping vaargeul Eemshaven-Noordzee voor grotere schepen waaronder vloeibaar gastransport), alsmede projecten voor gedeelde huisvesting en laboratoria op de High Tech Automotive Campus in Helmond, de High Tech Campus in Eindhoven en de Chemelot Campus in Sittard-Geleen.

De Europese fondsen voor gebiedsgericht beleid, die een sterke samenhang kennen met deLissabon-agenda en het ruimtelijk economisch beleid op nationaal en lokaal niveau, kregen in 2009 – net als de programma’s Pieken in de Delta en Sterke Regio’s – een boven verwachting grote toestroom aan projectvoorstellen te verwerken. Vooral voor projecten op innovatiegebied bestond veel belangstelling.

De financiering van de projecten komt voor de helft uit de Europese structuurfondsen, de andere helft moet worden opgebracht door de Nederlandse overheid of bedrijven. In november 2009 is de website www.europaomdehoek.nl gelanceerd, waarop alle projecten te vinden zijn die middelen hebben ontvangen uit de Europese structuurfondsen. In 2009 is goede voortgang geboekt met het Nationaal Actieplan voor de structuurfondsprogramma’s, dat tot doel heeft de controle en het beheer op de middelen te verbeteren.

Beleidsconclusies en consequenties

Hoewel sommige regio’s met vooral technologiegedreven sectoren momenteel zware klappen te verduren krijgen, heeft dit niet tot minder belangstelling voor de programma’s geleid.

De twee tenders in de Pieken in de Delta subsidieregeling zijn voor alle regio’s overvraagd en ook voor het EFRO-programma is nog steeds veel belangstelling. Verwacht wordt dat ook in 2010 veel projecten worden ingediend voor de diverse programma’s. De enveloppe Sterke Regio’s levert, met zijn investeringen in onze fysieke en kennisinfrastructuur, een belangrijke bijdrage aan duurzame versterking van de Nederlandse concurrentiepositie en ons vestigingsklimaat. Juist nu tonen deze instrumenten hun waarde omdat belangrijke investeringen – ondanks de crisistijd – doorgang vinden en er tegelijkertijd gewerkt wordt aan economische structuurversterking op de langere termijn.

Beleidsprogramma

Doelstelling 23: Het bevorderen van een tijdig en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor kwalitatief goed ingepaste bedrijfslocaties en 80 000 tot 100 000 nieuwe woningen per jaar

Beleidsresultaten

In vervolg op het kabinetsstandpunt over het advies van de Taskforce (Her)ontwikkeling Bedrijventerreinen (Noordanus) is de nieuwe aanpak voor bedrijventerreinen in 2009 verder ingevuld. Deze is nader uitgewerkt in het Convenant Bedrijventerreinen 2010–2020 dat in november 2009 met provincies en gemeenten is ondertekend. Naast afspraken over regionale samenwerking zijn hierin ook afspraken opgenomen over de ruimtelijke planningsopgave en herstructurering van bedrijventerreinen. Doelstelling is om de herstructurering van 6 500 hectares in 2013 in uitvoering te hebben. In totaal stelt het Rijk € 400 mln beschikbaar voor de herstructureringsopgave. Ook is in 2009 de Handreiking Uitvoeringsstrategie Bedrijventerreinen opgesteld door Rijk, provincies en gemeenten. Deze bevat concrete handvatten voor het uitvoeren van de afspraken uit het convenant door provincies en gemeenten.

Met de toekenning van FES-middelen voor «Nota Ruimte»-projecten, projecten in het kader van de motie «Van Heugten» en het Topper-budget, kreeg de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen in 2009 een forse impuls.

Beleidsconclusies en consequenties

In 2009 heeft EZ in nauwe samenwerking met VROM grote voortgang geboekt bij het tot uitvoering brengen van de nieuwe kabinetsaanpak. De implementatie ligt op koers. Om te kunnen realiseren dat in 2013 6 500 hectares herstructurering in uitvoering zijn, zullen provincies in samenwerking met (regionaal samenwerkende) gemeenten voor 1 april 2010 deze landelijke herstructureringsopgave uitwerken in provinciale herstructureringsprogramma’s.

De decentralisatie van de middelen op de begroting van EZ (€ 107,6 mln) is hieraan gekoppeld. Met de financiële impuls voor de herstructurering kunnen decentrale overheden de publieke onderdelen van herstructureringsprojecten naar voren halen. Dit biedt dus kansen voor de herstructurering in tijden van economische crisis. Tegelijkertijd zijn er wel negatieve signalen: beleggers en ontwikkelaars nemen minder risico, gemeenten moeten bezuinigen en veel ondernemers voeren een overlevingsstrijd. Dit legt een druk op de grondopbrengsten die nodig zijn om herstructurering te financieren.

Beleidsprogramma

Project Nederland Ondernemend Innovatieland

Beleidsresultaten

De interdepartementale programmadirectie Kennis en Innovatie is ingesteld om uitvoering te geven aan het project Nederland Ondernemend Innovatieland. Met dit project bevordert het kabinet de benutting van kennis en ondernemerschap in uiteenlopende sectoren. Het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en het versterken van economische concurrentiekracht staat centraal.

In 2009 zijn de Maatschappelijke Innovatieagenda’s (MIA’s) voor energie, gezondheid, veiligheid en water in uitvoering genomen. Met uiteenlopende initiatieven, zoals innovatievouchers, prijsvragen, tenderregelingen en subsidies, krijgen organisaties en ondernemingen kansen om met nieuwe producten, diensten en technologieën oplossingen voor maatschappelijke problemen te ontwikkelen. Ook zijn in 2009 twee nieuwe MIA’s opgezet: voor onderwijs en voor duurzame agro- en visserijketens.

Het project Nederland Ondernemend Innovatieland houdt zich ook bezig met het aanpakken van generieke knelpunten voor innovatie die dwars door alle maatschappelijke sectoren heen lopen. Zo is in 2009 de Landelijke Commissie Valorisatie opgericht, waarin partijen zich hebben verenigd voor de uitvoering van de agenda «Kennis moet circuleren».

Voorts wordt met de Taskforce Technologie, Onderwijs en Arbeidsmarkt gewerkt aan het verminderen van het tekort aan arbeidskrachten in de techniek; na een positieve evaluatie van de bestaande regionale initiatieven, zijn in 2009 vier nieuwe regio’s toegevoegd.

Maatschappelijke innovaties worden ook gestimuleerd door de overheid in te zetten als klant of vragende partij, door innovatiegericht inkopen te bevorderen en met inzet van het Small Business Innovation Research (SBIR) programma. In 2009 werd, in reactie op de motie Aptroot Besselink1, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin 20 voorbeelden van innovatiegericht inkopen zijn gepresenteerd en een toelichting is gegeven op de rijksbrede indicator innovatiegericht inkopen, die is opgenomen in de begroting 2010. In de periode 2004–2009 zijn er 19 SBIR’s opgestart. Eind 2009 waren reeds 10 SBIR’s voor 2010 in voorbereiding. Dit zet de SBIR-teller op 29. De verwachting voor 2010 is nog vier additionele SBIR’s. Hieruit blijkt dat het MKB goed wordt bereikt.

Beleidsconclusies en consequenties

De voortgang van dit beleidsprogramma ligt op koers. In 2009 zijn alle voorgenomen resultaten gerealiseerd.

Beleidsprioriteit II: EZ zorgt ervoor dat consumenten sterker staan en hun recht kunnen laten gelden

EZ draagt via een goede marktordening, adequaat mededingingsbeleid en een stevig markttoezicht bij aan een verbetering van de werking van markten in Nederland en Europa. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de positie van de consument. EZ is actief betrokken bij de ontwikkeling van het Europese consumentenbeleid en zet met de Consumentenautoriteit en andere toezichthouders in op nationaal consumentenbeleid. Ook is EZ verantwoordelijk voor de consumentbelangen op specifieke markten zoals de energie- en telecommarkt.

Doelstelling: Met vertrouwen de markt op

Beleidsresultaten

ConsuWijzer is het gezamenlijk informatieloket van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), Onafhankelijke Post en Telecom Autoriteit (OPTA) en de Consumentenautoriteit (CA). Het loket heeft als doel consumenten op een laagdrempelige manier goed te informeren over hun rechten en plichten bij de aankoop van producten en diensten. In 2009 zijn er ruim 106 000 directe contacten geweest tussen consumenten en ConsuWijzer per telefoon, email of post. Bezoekers van ConsuWijzer geven het loket gemiddeld een 7,3 als waardering voor de geboden informatie en verleende service. De website van ConsuWijzer is in 2009 ruim twee miljoen keer bezocht, waarbij de voorbeeldbrieven voor consumenten 235 000 maal zijn geraadpleegd. Via Postbus 51 is ConsuWijzer in het voorjaar van 2009 vier weken lang onder de aandacht gebracht van het Nederlandse publiek.

De Consumentenautoriteit (CA) houdt toezicht op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming, inclusief de Wet oneerlijke handelspraktijken, en treedt op tegen collectieve inbreuken op consumentenrechten. Zij heeft daarvoor in januari 2009 haar agenda met prioritaire aandachtsgebieden openbaar gemaakt.1 In 2009 legde de CA vijf bestuursrechtelijke sancties op, onder meer voor overtreding van de regels door aanbieders van SMS-diensten. Ook zijn 14 verzoekschriftprocedures bij de rechtbank gevoerd om inbreuken op het consumentenrecht te beëindigen en zijn door bedrijven drie openbare toezeggingen gedaan om bepaalde gedragingen te beëindigen. De meeste overtredingen worden via informele handhaving beëindigd. In 2009 zijn in totaal 112 toezichtsonderzoeken gestart, waarvan 40% naar aanleiding van verzoeken uit het buitenland. In 2009 werden 115 onderzoeken afgerond.

Beleidsconclusies en consequenties

In de tweede helft van 2009 is de beperkte evaluatie van de Wet handhaving consumentenbescherming gestart. Deze richt zich op de ervaringen met het zogenaamde duale stelsel, waarbij de CA sommige wettelijke bepalingen door middel van het bestuursrecht moet handhaven en andere langs civielrechtelijke weg. Ook wordt een voorstel tot wijziging van de wet voorbereid om het toezichts- en handhavingsinstrumentarium van de CA aan te scherpen, met name om agressieve en/of misleidende wervingsmethoden van bedrijven beter te kunnen bestrijden.

Doelstelling: Extra ondersteuning van consumenten waar nodig

Beleidsresultaten

In 2009 zijn belangrijke stappen gezet om de positie van de consument op de telecommarkt te versterken. Sinds juli 2009 is het voor consumenten eenvoudiger om over te stappen naar een andere aanbieder. Door een wijziging in de Telecommunicatiewet zijn aanbieders van telecommunicatie en digitale en analoge televisie verplicht om consumenten na de initiële contractperiode een opzegtermijn van maximaal één maand aan te bieden.

In oktober is het wettelijke «Bel-me-niet-register» ingevoerd, welke door consumenten is gekozen als beste product van 2009 in de jaarlijkse verkiezing van de Consumentenbond. Het register moet ertoe leiden dat er een einde komt aan de overlast van ongevraagde telefoontjes. Consumenten die in het register zijn ingeschreven, mogen niet langer worden gebeld door bedrijven of organisaties die hun producten of diensten aanbieden. Sinds de start hebben al meer dan 1 miljoen mensen zich laten registreren. Samen met de mensen die al stonden ingeschreven bij de Stichting Infofilter, stond de teller van het register aan het eind van 2009 al op ruim 4 miljoen mensen. OPTA kan bedrijven en organisaties die zich niet houden aan de nieuwe regels voor telemarketing een boete opleggen van maximaal € 450 000.

Met de telecomsector zijn afspraken gemaakt om de overstapdrempels bij breedband internet aan te pakken.

Daarbij zou het eind 2008 zo ver zijn dat in minimaal 95% van de gevallen de overstap plaatsvindt op de afgesproken dag en er maximaal 24 uur sprake is van dienstonderbreking. Deze doelstelling is, ondanks inspanningen van de sector, nog niet gehaald. Wel is er volgens OPTA en TNO, dat onderzoek heeft gedaan naar de klanttevredenheid, een daling van het aantal klachten. In het tweede kwartaal van 2010 komt de sector met een tweede meting van de prestaties bij de overstap.

Consumentenproblemen rond het gebruik van 0900-nummers zijn in 2009 verder aangepakt, met onder meer een verplichte geschillencommissie die in juli 2009 van start is gegaan. Over de aanpak van deze problemen is de Tweede Kamer in september jl. geïnformeerd.1

Op 1 april 2009 is de nieuwe Postwet in werking getreden, waarmee ook het laatste deel van de postmarkt – voor brieven tot 50 gram – is opengesteld voor andere postvervoerbedrijven dan TNT. Door de opheffing van dit monopolie nemen de keuzemogelijkheden voor burgers, bedrijven en goede doelen organisaties toe, kunnen zij goedkoper post versturen en ontstaan kansen voor nieuwe bedrijven. Een belangrijke voorwaarde voor volledige opening van de postmarkt was het zeker stellen van aanvaardbare arbeidsvoorwaarden in de postsector. Het kabinet heeft hiertoe voorzien in een Algemene Maatregel van Bestuur. Deze geeft de ruimte aan sociale partners om onder eigen verantwoordelijkheid de arbeidsvoorwaarden te regelen, maar werkt als stok achter de deur in het geval dat dit niet gebeurt.

Beleidsconclusies en consequenties

In 2009 is de gedragscode SMS-diensten geëvalueerd, waaruit blijkt dat de code niet goed werkt en aanscherping behoeft. In aanvulling op een door de sector aan te scherpen gedragscode wordt wetgeving voorbereid, waarin voorwaarden worden verbonden aan de mogelijkheid van operators om voor derden, bijvoorbeeld sms-contentaanbieders, de incassofunctie te vervullen. De Tweede Kamer is begin 2010 geïnformeerd over de aanpak van deze problematiek.2

Beleidsprioriteit III: EZ zorgt ervoor dat onze energie schoon en zeker is en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar

EZ is binnen het kabinet hoofdverantwoordelijk voor de sectoren energie en telecom. Deze netwerksectoren zijn van vitaal belang voor het functioneren van de Nederlandse economie.

Beleidsprogramma

Doelstelling 22: Het stimuleren van duurzame consumptie en productie & Project Schoon en Zuinig:

Beleidsresultaten

De ministeries van VROM en EZ zijn tezamen verantwoordelijk voor de uitvoering van het werkprogramma Schoon en Zuinig. In dit werkprogramma zijn drie milieudoelen geformuleerd: 30% reductie van CO2-emissies ten opzichte van 1990, een aandeel van 20% duurzame energie in 2020 en een besparingstempo van 2% per jaar vanaf 2010. EZ is met het Ministerie van V&W verantwoordelijk voor de realisatie van het aandeel duurzame energie en is sectoraal verantwoordelijk voor energiebesparing in de sectoren industrie en energie.

In 2009 is de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) voor de tweede keer opengesteld, waarbij ook het nuttig gebruik van warmte voor het eerst expliciet wordt gestimuleerd. Eind 2009 is conform het aanvullend beleidsakkoord extra budget uitgetrokken windenergie op zee, waarbij grote windparken met grotere en «near shore» turbines worden ondersteund. In 2009 zijn subsidies toegekend voor een totaalproductie van 604 Megawatt aan duurzame energie, wat overeenkomt met het jaarlijkse energiegebruik van zo’n 700 000 huishoudens.

Gebleken is dat de vergunningverlening voor windprojecten niet snel genoeg van de grond komt. In juni 2009 is daarom het nationaal plan van aanpak windenergie gepubliceerd, gericht op versnelling van de vergunningverlening. Ook het wegnemen van knelpunten die voortvloeien uit rijksregelgeving (zoals radarverstoring, geluidsoverlast) en verbetering van de informatievoorziening over windenergie worden in het plan van aanpak geadresseerd. Een concreet resultaat van het plan is het feit dat projecten boven de 100 Megawatt onder de Rijkscoördinatieregeling vallen, wat voor de realisatie een tijdwinst oplevert van 1 tot 2 jaar. Met het voorstel voor de nieuwe crisis- en herstelwet zullen in de toekomst ook projecten tussen de 5 en 100 Megawatt onder de provinciale coördinatieregeling vallen wanneer de gemeente en de initiatiefnemer er niet uit komen.

Met bedrijven zijn middels Meerjaren Afspraken Energiebesparing (MJA’s) afspraken gemaakt om energiebesparing te bevorderen. Voor middelgrote bedrijven is het MJA3 van kracht, terwijl voor de kleine bedrijven ondersteuning is geregeld via het energiecentrum MKB.

In oktober 2009 is de MJA getekend met de bedrijven die vallen onder het emissiehandelssysteem (ETS): de MJA-ETS.

Binnen het project Schoon en Zuinig is ook aandacht voor energie-innovatie. Naast de «reguliere» Energie Onderzoekstrategie (EOS) geeft het kabinet in de periode 2008–2012 een additionele impuls van € 438 mln voor de introductie van duurzame energietechnologie in de markt. Hiervoor is een aantal thematische programma’s voor energie-innovatie ingesteld met een totaal budget van € 284 mln. In 2009 zijn regelingen opengesteld voor de ondersteuning van onder meer biobased economy, elektrisch rijden, procesintensificatie, duurzame warmte, wind op zee, aardwarmte en procesvernieuwing in de staalproductie. Het resterende budget wordt in 2010 ingezet op 4 programma’s: biobased economy, gebouwde omgeving, industriële energiebesparing en wind op zee.

Beleidsconclusies en consequenties

Uit recent onderzoek door de bureau’s ECN en PBL blijkt dat de (tussentijdse) resultaten achterblijven bij de milieudoelstellingen van het werkprogramma Schoon en Zuinig:

– Het aandeel duurzame energie bedraagt in 2020 circa 15,5% in plaats van de beoogde 20%. De Europese doelstelling voor Nederland (14% conform de EU-definitie voor duurzame energie) wordt naar verwachting wel gerealiseerd.

– Er is een beleidstekort van circa 70 petajoules bij energiebesparing in de sector industrie.

– De CO2-reductie bij niet-ETS bedrijven wordt bij de nationale doelstelling – minus 30% ten opzichte van 1990 – niet gehaald. De EU-doelstelling wordt wel gerealiseerd.

Bezien moet worden op welke kosteneffectieve wijze het aandeel duurzame energie (EU-doel) bij voorkeur kan worden behaald. Daarbij zal ook de SDE-regeling in haar huidige vorm moeten worden betrokken. De in het Aanvullend Beleidsakkoord afgesproken nieuwe financiering van de SDE, via een opslag op de energieprijzen, dient nader te worden bezien. Door de grote complexiteit en de benodigde politieke besluitvorming lijkt invoering van de opslag per 1 januari 2011 niet langer haalbaar.

Doelstelling: Zekerstellen van voldoende betaalbare energie

Beleidsresultaten

Voor het energiebeleid van het kabinet zijn – naast schoon – betrouwbaar en betaalbaar de trefwoorden. De liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt was een belangrijke stap naar betaalbaarheid. In 2009 is de beoordeling van de splitsingsplannen van de energiebedrijven afgerond en heeft EZ zich ingezet om de markten dusdanig nader te ordenen dat afnemers (burgers en bedrijven) profiteren van effectieve concurrentie. Ruim 9% van de huishoudens stapte in 2008 over naar een andere energieleverancier, in 2006 was dat nog zo’n 5%. Volgens de Energiekamer zette deze stijging in 2009 door.

Per 1 januari 2009 is het capaciteitstarief ingevoerd, een van de maatregelen om de werking van de gas- en elektriciteitsmarkt structureel te verbeteren. Dit tarief is ingevoerd, omdat met name de capaciteit van de geïnstalleerde aansluiting de kosten voor het netwerkbedrijf bepaalt. Ook wordt de administratie op deze manier eenvoudiger en is er minder dataverkeer nodig tussen de netbeheerder en de leverancier.

Voorzieningszekerheid is een belangrijke doelstelling van het energiebeleid. Omdat in toenemende mate energie uit het buitenland geïmporteerd wordt, zijn goede relaties op overheidsniveau met de leveranciers essentieel. In 2009 is weer veel aandacht besteed aan bilaterale energiediplomatie, het ging met name om de landen Algerije, Angola, China, Egypte, Kazachstan, Noorwegen, Rusland, Turkije en de Verenigde Staten. Met diverse van deze landen werden in 2009 samenwerkingsverbanden en Memoranda of Understanding op energiegebied afgesloten. In EU-verband werd in 2009 de tweede Strategic Energy Review (SER-2) besproken. De gascrisis tussen Oekraïne en Rusland heeft geleid tot meer aandacht voor een goede energie-infrastructuur met financiële steun vanuit Europese middelen. Daarnaast is met Oekraïne en Moldavië overeengekomen dat zij lid worden van de Energiegemeenschap zodra hun binnenlandse gaswetgeving is aangepast. Europees overleg heeft in 2009 verder geresulteerd in een «early warning mechanism» tussen Rusland en de EU.

In de energiefora op multilateraal niveau heeft Nederland een actieve rol vervuld. In 2009 werd Nederland gekozen tot «co-host» van de ministeriële bijeenkomst van het International Energy Forum (IEF) in Koeweit in 2012. Dit betekent dat Nederland na de eerstvolgende ministeriële bijeenkomst in Mexico zal toetreden tot de «executive board» van het IEF. Het IEF is de enige organisatie waar producerende en consumerende landen met elkaar spreken over ontwikkelingen op de energiemarkt. Binnen het International Energy Agency (IEA) liep in 2009 een strategische discussie over het nauwer betrekken van opkomende economieën als China, India en Rusland. Er is een actieprogramma aangenomen waarin internationale samenwerking bij de verduurzaming van de economie, ook met het oog op klimaatdoelstellingen, een belangrijke plaats inneemt. In 2009 is ook Nederland waarnemend lid geworden van het «Gas Exporting Countries Forum» dat gericht is op het delen van kennis en ervaring met andere gasproducerende landen.

Ook op nationaal niveau zijn belangrijke stappen gezet met het oog op voorzieningszekerheid. Het tijdig realiseren van voldoende energie-infrastructuur (hoogspanningsverbindingen, gaswinning, gasleidingen etc.) en productiecapaciteit is daarbij essentieel. Dankzij een wijziging van de Elektriciteits-, Mijnbouw- en Gaswet is sinds 1 maart 2009 de Rijkscoördinatieregeling van toepassing op energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang. Dit betekent dat bij grote projecten op een efficiëntere en snellere manier besluiten kunnen worden genomen, zonder dat dit de rechtsbescherming aantast. In 2009 heeft EZ de regie gevoerd over vier ruimtelijke ontwikkelingstrajecten voor de aanleg van hoogspanningsnetwerken: Randstad 380kV, Borssele-Geertruidenberg, Noord Nederland en Doetinchem-Wesel. Dat houdt in dat EZ zorg draagt voor de ruimtelijke besluitvorming, een gecoördineerde vergunningverlening en een integrale afweging van publieke belangen. In 2009 is ook het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening vastgesteld, waarmee op hoofdlijnen ruimte is gereserveerd voor hoogspanningsverbindingen en productielocaties voor elektriciteitscentrales van 500 MW en meer.

EZ zet zich in voor de ontwikkeling van de Gasrotonde met de ambitie om van Nederland een centrale handelsplaats voor gas te maken. In 2009 werd de Tweede Kamer in een voortgangsrapportage geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van de Gasrotonde.1 In 2009 zijn, via aanpassingen in de Gas-, Elektriciteits- en Mijnbouwwet, maatregelen genomen om de werking van de gasmarkt te verbeteren en investeringen in gasopslagcapaciteit te stimuleren. Om een grotere diversificatie te bereiken in de aanvoerroutes en leveranciers, is in 2009 gekozen voor meer focus op de relatie met gasproducerende landen als Rusland, Algerije, Angola en Kazachstan. In 2009 is onder de Rijkscoördinatieregeling de eerste stap gezet voor gasopslag onder het Bergermeer.

Beleidsconclusies en consequenties

In 2009 zijn de onderhandelingen over het derde Brusselse energiepakket afgerond. In september 2009 zijn de nieuwe energierichtlijnen gepubliceerd, die gericht zijn op een beter werkende interne markt voor gas en elektriciteit. Belangrijke doelen zijn meer keuzevrijheid voor consumenten en bedrijven, het stimuleren van nieuwe bedrijvigheid en bevordering van grensoverschrijdende handel. In 2010 wordt verder gewerkt aan omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving.

Doelstelling: Veilige en betrouwbare elektronische communicatie

Beleidsresultaten

Uit internationale benchmarkstudies blijkt dat het kabinet goed op weg is om de ambities uit de in 2008 gepresenteerde ICT Agenda 2008–2011 te realiseren.1 Nederland behoort tot de internationale top waar het de beschikbare ICT-infrastructuur, de toepassing van ICT door consumenten en bedrijven en het zakelijk gebruik van internet (bankieren, e-shoppen) aangaat. Ook de overheid kan een belangrijke bijdrage leveren, bijvoorbeeld als«launching customer». In 2009 is gestart met het eFactureren aan de overheid op basis van een open standaard. De eerste digitale factuurstromen aan de overheid komen daarmee op gang, maar het blijkt dat overheden eFactureren in een laag tempo doorvoeren. Daarom zijn aanvullende interventies voorbereid die in 2010 worden uitgevoerd.

Het EU-regelgevend kader voor de elektronische communicatiesector bepaalt in belangrijke mate het nationale regelgevend kader. Eind 2009 is overeenstemming bereikt tussen de Raad en het Europees parlement over de noodzakelijke wijzigingen in de regelgeving voor de elektronische communicatiesector. Belangrijke onderwerpen zijn flexibilisering van het spectrumbeleid, versterking van de harmonisatie van beleid en toezicht en betere bescherming van consumenten. De wijzigingen moeten voor mei 2011 worden geïmplementeerd in de Telecommunicatiewet.

In 2009 heeft het programmabureau «Nederland Open in Verbinding» (NOiV) overheidsorganisaties volop gesteund en gefaciliteerd bij uitvoering van het gelijknamige actieplan. De resultaten van het actieplan worden gemeten via een monitor die eind 2009 voor de tweede keer uit kwam. Daaruit blijkt dat er belangrijke voortgang is geboekt. Bijna 50% van de overheidsorganisaties heeft of ontwikkelt een implementatiestrategie voor «open source software»; bij ministeries is dat zelfs 100%.

Om meer ruimte te creëren voor mobiel breedband, is EZ in 2009 gestart met de aanvraagprocedure voor de 2,6 GHz-veiling. Met de frequenties in dit bereik kunnen (nieuwe) marktpartijen tal van (extra) diensten aanbieden zoals mobiel breedband internet (WIMAX). Ook kunnen de frequenties gebruikt worden voor LTE (Long Term Evolution), een snelle variant van UMTS. In oktober 2009 zijn de veilingregels gepubliceerd.

De commerciële vergunningen voor zowel de FM als de middengolf (AM) – die in september 2011 aflopen – worden met 6 jaar verlengd. Hieraan is wel de voorwaarde verbonden om in deze periode ook uit te zenden via de zogenaamde TDAB-frequenties (etherruimte voor mobiele digitale radio en televisie). In februari 2009 zijn ook twee frequentievergunningen verleend voor digitale omroep via TDAB. Met dit beleid wordt de digitalisering van de etherradio mogelijk gemaakt.

In 2009 werd de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven in de strijd tegen cybercrime versterkt. In het door EZ aangestuurde NICC-programma (Nationale Infrastructuur ter bestrijding van Cybercrime) werkten banken en de overheid nauw samen bij de aanpak van «phishing sites» en is de kiem gelegd voor de gedragscode «Notice-and-Take-down», die partijen nu hanteren om illegale sites te verwijderen. Vanuit het Nationaal Continuïteitsoverleg Telecommunicatie is de aansluiting van de telecomsector op het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding en het Informatieknooppunt Cybercrime gerealiseerd. Eind 2009 werd het publiek-private Platform Internetveiligheid gelanceerd. De Wet bewaarplicht telecommunicatie is in september 2009 in werking getreden. Deze wet ondersteunt de criminaliteitsbestrijding door de overheid en daarmee indirect ook de internetveiligheid.

Beleidsconclusies en consequenties

Het aspect van privacy blijkt in veel toepassingen van ICT in een netwerk van samenwerkende partijen de nodige aandacht te vragen. Dit vergt per definitie veel afstemming en sturing, maar ook een goed gezamenlijk beeld van waar samen aan wordt gewerkt. Daarom zal EZ zich in de komende periode blijven inzetten voor een goede discussie rondom privacy-onderwerpen die een relatie hebben met ICT. Onderzocht zal worden welke instrumenten bij concrete toepassingen ingezet kunnen worden. Dit om beter te kunnen bepalen wat de mogelijke gevolgen zijn voor de privacy en hoe deze kunnen worden afgewogen tegen de voordelen die met de invoering van het product of de dienst worden beoogd. Daarbij zal ook de communicatie over de verantwoordelijkheden van zowel gebruikers als aanbieders van diensten aan de orde komen.

Kerncijfers 2009

Macro-economische ontwikkelingen
  2007 2008 2009
Feitelijke groei BBP      
Bron: CPB, CEP, Voorlopige ramingscijfers 2010 en 2011 3,5% 2% – 4%
Arbeidsproductiviteit per gewerkt uur in de marktsector (groei)      
Bron: CPB, CEP, Voorlopige ramingscijfers 2010 en 2011 1,8% 0,9% – 2,6%
Groei bedrijfsinvesteringen      
Bron: CPB, CEP, Voorlopige ramingscijfers 2010 en 2011 4,8% 7% – 17,5%
Het Nederlandse bedrijfsleven
  2007 2008 2009
Totaal aantal bedrijven in Nederland      
Bron: EIM, kennissite MKB en Ondernemerschap 810 049 830 155* 832 253*
Aantal starters **      
Bron: EIM, kennissite MKB en Ondernemerschap 69 633 79 263* 75 271*
Aantal bedrijfsbeëindigingen      
Bron: EIM, kennissite MKB en Ondernemerschap 49 796 50 567* 61 626*
Percentage MKB bedrijven dat de laatste drie jaar nieuwe producten op de markt heeft gebracht      
Bron: EIM, kennissite MKB en Ondernemerschap 33% 27% 30%*
Aantal internationaal opererende bedrijven in Nederland (Ondernemingen die importeren en/of exporteren.)      
Bron: Agentschap NL 113 987 121 279 118 081

* Voorlopige cijfers (stand medio februari 2010)

** Definitie volgens het EIM: het beginnen van een nieuwe economische activiteit door een man/vrouw die nog geen onderneming heeft.

Inzet EZ

Innovatie (beleidsartikel 2)
  2007 2008 2009
Aantal verstrekte innovatievouchers      
Bron: Agentschap NL 5 800 8 000 8 177
Verzilveringspercentage van in voorafgaande jaar verstrekte vouchers      
Bron: Agentschap NL 56% 58% 62%
Aantal IPC’s      
Bron: Agentschap NL 3 29 24
Aantal deelnemende bedrijven IPC’s      
Bron: Agentschap NL 65 718 623
Aantal verstrekte innovatiekredieten      
Bron: Agentschap NL nvt 10 (€ 19 mln) 26 (€ 38 mln)
Aantal bedrijven dat gebruik maakt van WBSO      
Bron: Agentschap NL 13 030 13 450 16 620
Innovatieprogramma’s: deelnemende bedrijven en instellingen      
Bron: Agentschap NL 1 000 1 500 2 500
Aantal gestarte SBIR-projecten      
Bron: Agentschap NL 19 46 8
Financiering (beleidsartikel 3)
  2007 2008 2009
Aantal verstrekte garanties BBMKB      
Bron: Agentschap NL 3 376 2 915 2 442
Bedrag aan garanties Groeifaciliteit      
Bron: Agentschap NL € 10 mln € 23 mln € 10 mln
Regionale economische structuurversterking (beleidsartikel 3)
  2006 2007 2008 2009
Aantal projecten Pieken in de Delta        
Bron: Agentschap NL   68 77 41 (1e tender)
Realisatie geherstructureerde bedrijventerreinen per 31 december (cumulatief)*        
Bron: Nicis Institute, Voortgang bedrijventerreinenbeleid over het jaar 2008 (2009) 499 hectare (14% van einddoel) 835 hectare (24% van einddoel) 1 547 hectare (44% van einddoel) Nog niet bekend
Realisatie nieuwe bedrijventerreinen per 31 december (cumulatief)*        
Bron: Nicis Institute, Voortgang bedrijventerreinenbeleid over het jaar 2008 (2009) 356 hectare (5% van einddoel) 279 hectare** (4% van einddoel) 815 hectare (12% van einddoel) Nog niet bekend

* De cijfers voor 2006, 2007 en 2008 zijn geactualiseerd. De cijfers voor 2009 zijn in april 2010 beschikbaar.

** De daling in het aantal gerealiseerde projecthectaren van nieuwe terreinen over het jaar 2007 wordt veroorzaakt door ontwikkelingen rond het terrein Kloosterstraat te Den Bosch. Na aankoop is het 77 ha grote terrein als gerealiseerd opgevoerd bij de monitor over 2006. De bestemming van het aangekochte terrein is door de gemeenteraad in 2007 veranderd in natuurgebied, waarna het niet meer kon worden opgevoerd bij de monitor over 2007.

Aantal bezoeken Antwoord voor Bedrijven maart 2008 – december 2009 (beleidsartikel 3)

kst-32360-XIII-1-4.gif

Bron: Antwoord voor Bedrijven

Duurzame energie (beleidsartikel 4)
  2007 2008 2009
Toegekende SDE-subsidies      
Bron: TK 2008–2009, 31 239, nr.43 www.ecn.nl Niet van toepassing 215 Megawatt 640 Megawatt1

1. Betreft SDE 2009. Hiervan is per medio februari 2010 circa 210 MW gecommitteerd en is 430 MW nog in behandeling.

Internationaal (beleidsartikel 5)
  2007 2008 2009
Aantal economische missies      
Bron: Agentschap NL 6 16 16
Aantal bedrijven dat dankzij Programma Starters Buitenland (PSB) internationaal is gaan ondernemen      
Bron: Agentschap NL 335 349 434
Omvang aangetrokken investeringen (NFIA)      
Bron: Agentschap NL € 578 mln (155 projecten) € 667 mln (182 projecten) € 3 140 mln (155 projecten)
Aantal unieke Nederlandse bedrijven dat in het klantenbestand van de EVD staat ingeschreven en één of meer producten afneemt      
Bron: Agentschap NL 42 018 51 018 58 016
ICT (beleidsartikel 10)
  2007 2008 2009
Aantal projecten Maatschappelijke sectoren en ICT      
Bron: Actieprogramma M&ICT 10 22 16

BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa

Algemene beleidsdoelstelling

Het versterken van het duurzaam economisch groeivermogen in Nederland, door bevordering van het functioneren van de economie en markten.

Tijdens de crisis was ondersteuning van de economische conjunctuur van essentieel belang. Op verschillende terreinen werkte EZ aan het dempen van de effecten van de crisis op korte termijn door het aanpakken van knelpunten voor bedrijven, met tegelijkertijd aandacht voor duurzaam economisch groeivermogen op lange termijn.

Bij al deze initiatieven heeft de aanpak van bedrijfstakbrede problemen centraal gestaan en is steun aan individuele bedrijven vermeden conform de visie, die EZ in 2009 heeft geformuleerd. Knelpunten zijn aangepakt via generiek beleid om de bedrijvigheid op gang te houden en het groeivermogen van de economie – en daarmee onze welvaartsontwikkeling en grondslag voor sociale voorzieningen – te versterken.

Naast de focus op de crisis bleven ook uitdagingen voor Nederland op de langere termijn bestaan. EZ heeft ter bevordering van de mededinging een aantal wijzigingen in de Mededingingswet doorgevoerd en gewerkt aan een wetsvoorstel nieuwe Aanbestedingswet. Daarnaast heeft EZ de positie van de consument versterkt onder andere door uitvoering te geven aan de Agenda Telecomconsument en te investeren in uitbreiding van het aantal geschillencommissies. EZ heeft in interdepartementaal overleg mede vorm gegeven aan de maatregelen uit het Aanvullend Beleidsakkoord die bijdragen aan duurzame welvaartsgroei en de houdbaarheid van ons sociaal stelsel.

Externe factoren

Ondanks de vele maatregelen, die de overheid heeft getroffen heeft de mondiale crisis toch een zware wissel getrokken op de economische ontwikkeling in 2009. De wereldhandel zakte in en de werkloosheid nam geleidelijk toe. Hierdoor werd het jaar 2009 gekenmerkt door een ongekende terugval van het bbp en een sterk oplopend begrotingstekort. Mede dankzij de door tal van overheden genomen stimuleringsmaatregelen werd een verdere economische verslechtering echter in de loop van het jaar een halt toegeroepen. De wereldhandel en de industriële productie lieten eind 2009 een beginnend herstel zien, maar het ingezette herstel bleef broos.

De uitvoering van de Lissabonstrategie op Communautair niveau en in andere lidstaten draagt indirect bij aan het verwezenlijken van duurzame economische groei in Nederland. Dit gaat onder meer om de inzet van lidstaten ten aanzien van het behalen van de Lissabondoelstellingen. De Lissabonstrategie heeft een tweeledig positief effect gehad op de algemene doelstelling. De relatieve achterstand op het terrein van investeringen in R&D is ten opzichte van de VS en Japan verminderd. Dit heeft een positief effect op het duurzaam economisch groeivermogen van Nederland, ondanks dat de resultaten in de Europese landen nog steeds achterblijven bij de doelstelling en, vooral in de private sector, ver achterblijven bij de VS, Japan en Korea.

Ook wordt de economische groei indirect positief beïnvloed door de voortgang op Communautair niveau ten aanzien van de Lissabonstrategie. Zo is het afgelopen jaar, mede dankzij inzet van Nederland, op onder meer drie terreinen vooruitgang geboekt. Ten eerste bij de uitvoering van de Commissie agenda voor betere regelgeving, met name met het beperken van onnodige administratieve lasten. Ten tweede is er een besluit genomen over het EU-octrooi, wat een goede basis is voor een algeheel politiek akkoord. Een kwalitatief goed en goedkoop EU-octrooi en een goede, efficiënte octrooirechtspraak is cruciaal voor de verbetering van het innovatieve klimaat voor bedrijven. Ten slotte heeft de Europese Raad ook de Europese Blue Card, een werkvergunning voor hoogopgeleide arbeidskrachten van buiten de EU, aangenomen. Daarmee is een verdere stap gezet bij de stroomlijning van legale migratie in de Europese Unie. Al deze beleidsmaatregelen op nationaal en communautair niveau dragen bij aan het verhogen van het structurele groeivermogen van de EU, en dus indirect aan dat van Nederland.

Prestatiegegevens
    Realisatie Begroting
Kengetal 2008 2009 Ambitie 2009
Potentiële economische groei      
Bron: Ambitie: CPB, Actualisatie Economische Verkenning 2008–2011, september 2007 en CPB, Economische Verkenning 2008–2011, september 2006      
Realisatiecijfers: OESO Economic Outlook 86, januari 2010 2,3% 1,8% 2,25%

Toelichting

De ambitie voor de potentiële groei van de totale economie bedraagt 2¼% voor ieder jaar in deze kabinetsperiode. Zij is gebaseerd op de middellange termijn-raming in de economische verkenning van het CPB (MLT) en bestaat uit een structurele productiviteitsgroei van 1¾% per jaar en een structurele groei van de werkgelegenheid van ½% per jaar. De gerealiseerde structurele groei in 2009 is door de kredietcrisis achtergebleven bij de raming. De gevolgen van de kredietcrisis op de structurele groei zijn overigens nog met grote onzekerheid omgeven. In maart 2010 publiceert het CPB een nieuw MLT.

Budgettair gevolgen van het beleid

Artikel 1: Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 74 781 76 631 74 879 79 986 81 320 – 1 334
Programma gerelateerde verplichtingen 22 058 18 698 18 017 18 853 20 509 – 1 656
Markt en spelregels            
OD 2 Optimale marktordening en mededinging bevorderen            
– Bijdrage Metrologie 14 631 14 689 14 779 15 024 14 634 390
– Raad Deskundige Nationale Standaard 56 203 65 68 57 11
– Markt en Overheid         900 –  900
– Bijdrage diverse instituten 2 404 1 334 1 353 1 316 1 329 –  13
OD 3:Positie van de consument versterken            
– Prijzenwet 1 505          
Algemeen            
– Onderzoek en Opdrachten DG Economische Politiek (DGEP) 3 462 2 472 1 820 2 445 3 589 – 1 144
             
Apparaat gerelateerde verplichtingen 52 723 57 933 56 863 61 131 60 811 320
– Personeel DG EP 7 574 7 564 7 797 8 031 9 238 – 1 207
– Apparaatsuitgaven NMa/Dte 41 093 45 288 44 191 47 602 45 078 2 524
– Apparaatsuitgaven Consumentenautoriteit 4 056 5 081 4 875 5 498 6 495 –  997
             
Uitgaven (totaal) 66 933 79 271 77 264 80 377 82 964 – 2 587
             
Ontvangsten (totaal) 147 204 26 028 33 626 19 319 70 504 – 51 185
– Ontvangsten NMa 144 617 22 191 28 549 1 638 41 000 – 39 362
– High Trust       13 391 22000 – 8 609
– Apparaatsontvangsten NMa       230   230
– Ontvangsten Dte 2 576 2 619 2 727 2 855 4 719 – 1 864
– Fees NMa   1 105 1 933 1 197 2 785 – 1 588
– Diverse Ontvangsten DGEP 11 25 47      
– Ontvangsten Consumentenautoriteit   88 371 9   9

Apparaatsuitgaven NMa/Dte

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is met name ontstaan door de uitdeling van de loon- en prijsbijstelling (€ 1,6 mln), toevoeging van middelen in 2009 voor uitvoering van nieuwe wettelijke taken zoals de Warmtewet (€ 1,8 mln), de Wet Marktmodel Elektriciteit en Gas (€ 0,8 mln), het Besluit Energiefacturering (€ 0,7 mln), de Beleidsregel private netten (€ 0,2 mln) en het Besluit Financieel Beheer Netbeheerders (€ 0,6 mln). Deze middelen zijn binnen de EZ-begroting vrijgemaakt. Hiermee kwam het beschikbare budget bij tweede suppletore begroting uit op € 50,8 mln.

Ten opzichte van het beschikbare budget is, zoals toegelicht in de Slotwet, een onderuitputting gerealiseerd omdat de bezetting van de NMa tijdelijk lager was dan geraamd als gevolg van later dan verwachte inwerkingtreding van nieuwe wettelijke taken zoals de Warmtewet (budget is voor het hele jaar toegekend). Tevens was sprake van moeilijk te vervullen vacatures.

Ontvangsten NMa

De lagere realisatie is onder andere het gevolg van een correctie in de ontvangstenraming bij eerste suppletore in verband met een dubbeltelling. Bij het toekennen van de high trustraming, is de raming van verwachte boetes aan de EZ-begroting toegevoegd, maar de reeks van reeds opgelegde boetes (wat tot dan toe in de begroting stond) niet verlaagd. Met een bijstelling van € 29,3 mln in 2009 is de dubbeltelling in de ontvangstenbegroting gecorrigeerd.

Tevens is in 2009 de raming van eerder opgelegde, nog niet ontvangen boetes in de bouwsector verlaagd (€ 10,3 mln). De verwachting is dat deze boetes grotendeels ontvangen zullen worden, zij het later dan verwacht als gevolg van trager verlopende beroeps- en hoger beroepsprocedures.

High Trust

Op basis van de verwachte boeteontvangsten in 2009 van de gezamenlijke EZ-toezichthouders uit hoofde van «high trust», is de raming bij najaarsnota 2009 neerwaarts bijgesteld (€ 7,9 mln).

Markt en spelregels

Operationele doelstelling 1: Bevorderen van een stabiele macro-economische omgeving en versterken van de Interne Markt

In 2009 heeft EZ zich gericht op het aanpakken van de problemen veroorzaakt door de financiële crisis en het geven van een impuls aan de duurzame ontwikkeling van de Nederlandse economische structuur.

De Europese maatregelen en de maatregelen van andere landen zijn op de voet gevolgd. De Europese Raad heeft expliciet bekrachtigd dat de beleidsmaatregelen als gevolg van het Europees Economisch Herstelplan tijdig, tijdelijk en doelgericht moeten zijn en op lange termijn bijdragen aan het structureel versterken van de economie. Voor het behouden en versterken van de welvaartspositie van Nederlandse (open) economie, zowel binnen en buiten Europa, was het van belang om in deze tijden vast te houden aan de Interne Markt en Staatssteunregels en inzet te tonen tegen het opspelen van protectionisme. Mede op instigatie van Nederland heeft de Europese Raad deze belangen onderstreept. Daarnaast was de EU, mede dankzij Nederland, in staat tijdens de economische neergang beslissingen te versnellen. Zo is grote vooruitgang geboekt bij de uitvoering van de energie- en duurzaamheidsprojecten uit het Europees Economisch Herstelplan. Dit alles heeft bijgedragen aan het versterken van het groei en concurrentievermogen van en binnen de EU.

De open Nederlandse economie maakt dat de Nederlandse burger veel profijt heeft van de Interne Markt. In 2009 heeft veel nadruk gelegen op de implementatie van de Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn is gericht op het scheppen van een vrije dienstenmarkt en bevordert de concurrentie, economische groei en werkgelegenheid in Europa, en daarmee in Nederland.

Instrumenten en activiteiten

Specifieke beleidsacties op Europees niveau ten aanzien van de crisis

Om de lidstaten de mogelijkheid te geven adequaat te kunnen reageren op de uitzonderlijke crisissituatie heeft de Europese Commissie in 2009 de mogelijkheden voor ondersteuning van het bedrijfsleven via staatssteun tijdelijk iets verruimd. Zo heeft Nederland gebruik gemaakt van de mogelijkheid tijdelijke beperkte staatsteun te verlenen (€ 0,5 mln). Daarnaast heeft het kabinet in de Europese Raden (onder andere in de Europese Raad en de Raad voor Concurrentievermogen) zich tegen protectionisme uitgesproken en het belang van een open wereldmarkt uitgedragen. Deze belangen zijn door de Europese Raden onderstreept.

Lissabonstrategie

In oktober 2009 hebben de EU-lidstaten een nieuw voortgangsrapport op het nationale Hervormingsprogramma in het kader van de Lissabonstrategie ingediend bij de Europese Commissie.1. De minister van Economische Zaken is coördinerend bewindspersoon van deze Nederlandse Lissabonrapporten. Naar aanleiding van de voortgang in de lidstaten neemt de Raad op voorstel van de Commissie per lidstaat aanbevelingen en aandachtspunten aan voor verdere duurzame ontwikkeling. Aanbeveling voor Nederland is vergroting van het arbeidsaanbod, inclusief het aantal gewerkte uren en aandachtspunt is verhoging van de R&D-uitgaven. De lidstaten hebben in het voortgangsrapport ook aandacht besteed aan maatregelen gericht op het tegengaan van de negatieve effecten van de economische crisis.

In juni 2009 heeft het kabinet het advies op de opvolger van de Lissabonstrategie van de Sociaal Economische Raad (SER) ontvangen. De kabinetsreactie op dat advies2 is besproken met de Tweede Kamer.

Interne markt en de Dienstenrichtlijn

In 2009 lag de nadruk bij het versterken van de interne markt op twee zaken. Allereerst is met veel inspanning door de interdepartementale Projectgroep Implementatie Dienstenrichtlijn (EZ, BZK en Justitie) samen met zo’n 600 centrale en decentrale overheden bereikt dat de Dienstenrichtlijn volledig en tijdig geïmplementeerd is. EZ is eindverantwoordelijk voor dit project en heeft ondermeer gezorgd voor het tot stand komen van de Dienstenwet, de Aanpassingswet, en onderliggende lagere regelgeving. Deze bevatten maatregelen die het voor dienstverleners gemakkelijker maken om te ondernemen. Daarnaast hebben overheden zelf, waaronder alle gemeenten, hun wet- en regelgeving doorgelicht en waar mogelijk geschrapt of gewijzigd om administratieve belemmeringen op te heffen en administratieve lasten te verlagen. Tevens maakt de Dienstenwet het mogelijk voor dienstverleners om via het Dienstenloket, gebouwd door EZ en ondergebracht bij Antwoord voor Bedrijven, elektronisch procedures en vergunningen af te wikkelen tussen ondernemers en overheid. Tenslotte maakt de Dienstenrichtlijn het mogelijk dat overheden in de Europese Unie via het Interne Markt Informatiesysteem met elkaar kunnen communiceren, waardoor beter en efficiënter toezicht mogelijk is.

Verder hebben de lidstaten op grond van de Verordening inzake wederzijdse erkenning, die in mei in werking is getreden, een productcontactpunt ingesteld waar bedrijven informatie kunnen krijgen over de nationale eisen die worden gesteld aan goederen. Ook het Nederlandse productcontactpunt is ondergebracht bij Antwoord voor Bedrijven.

EU-begrotingsevaluatie

De Europese Commissie heeft afgezien van de EU-begrotingsevaluatie die voor 2009 was voorzien. EZ heeft samen met FIN en LNV het bureau Copenhagen Economics de optimale prioritering van de EU-begroting laten onderzoeken. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in de inzet van Nederland bij de komende EU-begrotingsevaluatie.

Operationele doelstelling 2: Optimale marktordening en mededinging bevorderen

Goed functionerende markten kunnen in belangrijke mate bijdragen aan economische groei. Daarom bevordert EZ marktwerking en mededinging met onder meer de Mededingingswet, Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en Aanbestedingswet als belangrijke instrumenten. De Mededingingswet beoogt de mededinging in Nederland te bevorderen mede met het oog op het belang van de consument. De NMa houdt toezicht op de naleving van de Mededingingswet en enkele sectorspecifieke wetten1.

Daarnaast beogen specifieke wetten waaronder de Aanbestedingswet op de betreffende terreinen mededinging te bevorderen en nemen zij drempels weg die de optimale marktordening zouden kunnen verstoren. Tevens heeft de Aanbestedingswet effectieve besteding van het belastinggeld ten doel. In 2009 is de Mededingingswet aangepast en een nieuw wetsvoorstel Aanbestedingswet opgesteld. Ook werkt EZ samen met andere departementen aan het verbeteren van de werking van specifieke markten zoals zorg en pensioenen.

Instrumenten en activiteiten

Mededinging

In 2009 lag de nadruk op mededingingsterrein op een aantal aanpassingen van de Mededingingswet of daarbij horende lagere regelgeving. Ten eerste is de aanscherping van de scheiding tussen beleid en uitvoering afgerond. Daartoe zijn de Richtsnoeren clementie en de Boetecode 2007 van de NMa vervangen door Beleidsregels van de minister van Economische zaken (zie brief aan TK van 23 september 2009, Kamerstukken II 2009–2010, 24 036, nr. 365). In de Beleidsregels boetes is ook de high trust benadering voor de NMa ingevuld: de mogelijkheid voor de NMa om hogere boetes op te leggen, is verruimd. Daarnaast is in 2009 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat beoogt het recht van de minister tot afkeuring van uitvoeringsregels van de NMa indien deze strijdig zijn met de beleidsmatige koers, in de Mededingingswet te regelen. Nu is dat recht nog opgenomen in onderlinge werkafspraken tussen EZ en de NMa (het Relatiestatuut).

Ten tweede zijn in 2009 Beleidsregels van de minister van Economische Zaken voor combinatieovereenkomsten in werking getreden. Deze bieden – door middel van voorbeelden – de door marktpartijen gewenste duidelijkheid over de (on)toelaatbaarheid van combinatieovereenkomsten.

Ten derde is naar aanleiding van de toezegging aan de Tweede Kamer samen met het Ministerie van Justitie gewerkt aan een wetsvoorstel dat de bestuursrechtelijke handhaving van de Mededingingswet aanvult met een mogelijkheid van strafrechtelijke handhaving. De NMa krijgt dan de mogelijkheid om op eigen initiatief zaken ter vervolging aan het OM voor te leggen.

Ten slotte is in 2009 het wetsvoorstel aanpassing Mededingingswet ter invoering van gedragsregels voor de overheid door de Eerste Kamer in behandeling genomen en in het najaar is de Memorie van Antwoord naar aanleiding van het voorlopig verslag aan de Eerste Kamer gezonden. Doel van het wetsvoorstel is het voorkomen van concurrentievervalsing in die gevallen waarin overheden economische activiteiten verrichten in concurrentie met particuliere ondernemingen.

Aanbesteden

Het conceptwetvoorstel voor de nieuwe Aanbestedingswet is in het voorjaar van 2009 ter consultatie aangeboden. In november is het wetsvoorstel aangenomen in de Ministerraad en aangeboden aan de Raad van State voor advies. Het wetsvoorstel heeft als doel het verbeteren van de toegang van ondernemers tot overheidsopdrachten, de uniformering van de aanbestedingspraktijk en verlaging van administratieve lasten bij aanbesteden. Het wetsvoorstel biedt een eenvormig kader en komt daarmee tegemoet aan de grootste bezwaren van het vorige wetsvoorstel nieuwe Aanbestedingswet dat in 2008 door de Eerste Kamer verworpen is.

In 2009 is tevens het wetsvoorstel implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira) ingediend bij en aangenomen door de Tweede Kamer. De Wira verbetert de rechtsbescherming van ondernemers bij aanbestedingen. De Eerste Kamer heeft de Wira eind november 2009 in behandeling genomen.

TenderNed beoogt de toegankelijkheid voor ondernemers tot aanbestedingen te verbeteren. De bouw van TenderNed heeft vertraging opgelopen1, vanwege de complexiteit van de vele technische aspecten. Inmiddels is er een verbetertraject ingezet.

Winkeltijdenwet

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Winkeltijdenwet is op 24 november 2009 aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wijzigt de toerismebepaling, op grond waarvan gemeenten vrijstelling kunnen verlenen van het verbod om winkels op zondag open te stellen in verband met de toeristische aantrekkingskracht in die gemeente. Vanwege het onderzoek naar de economische gevolgen van het wetsvoorstel op verzoek van de Tweede Kamer duurde behandeling in de Tweede Kamer langer dan voorzien. Daardoor zal de plenaire behandeling in de Eerste Kamer in 2010 plaatsvinden.

Pensioenen

In 2009 heeft EZ samen met de ministeries van SZW en Financiën gewerkt aan de gefaseerde introductie van de Algemene Pensioeninstelling (API) ter verbetering van de werking van de pensioenmarkt. In 2009 is in de uitvoeringsregel NMa pensioenfondsen nadere duidelijkheid verschaft over het mededingingstoezicht op pensioenfondsen. De uitvoeringsregel bevestigt de toepasselijkheid van het mededingingsrecht op pensioenfondsen en geeft nadere invulling aan het concentratietoezicht op pensioenfondsen.

Prestatiegegevens
  Realisatie Begroting
Kengetal 2006 2007 2008 2009 Ambitie 2009
Concurrentie en de mate waarin overheidsbeleid concurrentie versterkt of beperkt.          
Bron: World Competitiveness Yearbook (IMD), Global Competitiveness Report (World Economic Forum), website EU 6 4 5 3 Top 5 (in selectie van 13 landen)

Toelichting

Nederland nam in 2009 wereldwijd de 3e positie in op de lijst van landen met het meest concurrentieversterkende beleid. Alleen Denemarken en Finland gaan ons voor. Doordat enkele onderliggende brongegevens niet beschikbaar waren, is de onderliggende berekening op die onderdelen gewijzigd. Hierdoor is de positie ten opzichte van voorgaande jaren niet volledig vergelijkbaar. Wanneer de ontbrekende brongegevens in de berekening voor 2008 eveneens worden weggelaten was Nederland in 2008 evengoed op de 5e plaats geëindigd. Nederland is in 2009 dus daadwerkelijk gestegen ten opzichte van de andere dertien landen en is Zweden en Nieuw-Zeeland voorbij gestreefd. Nederland scoort relatief goed op de effectiviteit/kwaliteit van het mededingingsbeleid en regulering. Met name de effectiviteit van het mededingingsbeleid is toegenomen en heeft geleid tot een substantiële verbetering van concurrentie in markten.

Operationele doelstelling 3: Positie van de consument versterken

Goed geïnformeerde en zelfbewuste consumenten kunnen zich met vertrouwen op de markt bewegen. Consumenten die weten wat hun rechten en plichten zijn en die met eerlijke informatie weloverwogen keuzes kunnen maken, houden ondernemers scherp. Dat komt de werking van (deel) markten ten goede en draagt bij aan de welvaart van consumenten. Daarom zet EZ zich in om de positie van consumenten te versterken. Hiertoe is in 2009 onder meer geïnvesteerd in het uitbreiden van het aantal geschillencommissies, het versterken van consumentenbescherming en de informatieverstrekking via het informatieloket ConsuWijzer. Daarnaast is in 2009 is extra aandacht geweest voor de geliberaliseerde markten, met name telecom en energie.

Instrumenten en activiteiten

Consumentenautoriteit

De Consumentenautoriteit heeft effectief toezicht gehouden op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming, inclusief de Wet oneerlijke handelspraktijken, en handhavend opgetreden tegen collectieve inbreuken op het consumentenrecht. Zij heeft daarvoor in januari 2009 haar agenda met prioritaire aandachtsgebieden openbaar gemaakt1. In 2009 heeft de Consumentenautoriteit 5 bestuursrechtelijke sancties opgelegd voor in totaal € 418 250. Tevens heeft zij 14 verzoekschriftprocedures bij de rechtbank Den Haag gevoerd met het doel bepaalde inbreuken op het consumentenrecht te beëindigen. Daarnaast zijn door bedrijven 3 openbare toezeggingen gedaan waarin wordt aangegeven dat een bepaalde gedraging wordt beëindigd. De meeste overtredingen worden door middel van informele handhaving beëindigd. In totaal zijn in 2009 ruim 112 toezichtsonderzoeken gestart. Ruim 40% van die onderzoeken betreft internationale verzoeken om informatie of verzoeken om bijstand van collega toezichthouders uit het buitenland. Er zijn 115 onderzoeken in 2009 afgerond, sommigen daarvan waren in eerdere jaren reeds gestart. Voor de bijdrage van de Consumentenautoriteit aan de (operationele) doelstellingen van EZ wordt verwezen naar de Terugblik van de Consumentenautoriteit die voor 1 juni 2010 aan de Tweede Kamer wordt gezonden.

Evaluatie en aanpassing Wet handhaving consumentenbescherming

In de tweede helft van 2009 is een beperkte evaluatie van de Wet handhaving consumentenbescherming gestart. Het gaat hier om een onderzoek naar de ervaringen met het zogenaamde duale stelsel waarbij de Consumentenautoriteit bepaalde wettelijke bepalingen door middel van het bestuursrecht dient te handhaven en andere bepalingen via de civielrechtelijke route.

In 2009 is veel aandacht uitgegaan naar mogelijk agressieve en/of misleidende wervingsmethoden door bedrijven. Mede met het oog daarop zijn werkzaamheden gestart voor een voorstel tot wijziging van de Wet handhaving consumentenbescherming. Dit moet leiden tot grotere mogelijkheden voor toezicht en handhaving door de Consumentenautoriteit, om in te grijpen bij dergelijke praktijken.

Richtlijn consumentenrechten

In 2009 is intensief onderhandeld over het voorstel van de Europese Commissie voor een Richtlijn consumentenrechten. Het richtlijnvoorstel voegt vier bestaande richtlijnen samen tot één nieuw Europees kaderinstrument. Het belangrijkste doel hiervan is het realiseren van een interne markt voor consumenten, waarbij naar een evenwicht wordt gezocht tussen een hoog beschermingsniveau van de consument en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven. De onderhandelingen vinden nog op alle onderdelen van het voorstel plaats. Het advies van de Commissie Consumenten Aangelegenheden van de SER is medio 2009 gepubliceerd en biedt goede aanknopingspunten voor het Nederlandse standpunt.

Geschillencommissies

Het vertrouwen van consumenten is erbij gebaat als zij weten dat zij bij individuele geschillen met ondernemers op een laagdrempelige manier gebruik kunnen maken van instanties die onafhankelijk kunnen oordelen over een geschil. Hetzij via systemen van zelfregulering, hetzij via de rechter. Om consumenten op een laagdrempelige manier hun geschillen met ondernemers te laten beslechten, is in 2009 geïnvesteerd in de uitbreiding van het aantal geschillencommissies. In het najaar is met de meest betrokken marktpartijen zoals consumentenorganisaties en brancheorganisaties gevierd dat 11 nieuwe commissies van start zijn gegaan. Het totaal aantal geschillencommissies (www.degeschillencommissie.nl) bedraagt inmiddels 46.

Agenda Telecomconsument

In het kader van de agenda Telecomconsument hebben verschillende activiteiten plaatsgevonden. Zoals het verlagen van de overstapdrempels bij breedband internet, een aanscherping van het beleid rondom sms-diensten en het wettelijke «Bel-me-niet-register». Deze worden toegelicht onder artikel 10.

Prestatiegegevens
    Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2009 Streefwaarde 2009
Klanttevredenheid Informatieloket (ConsuWijzer)      
Bron: Synovate, Klanttevredenheid ConsuWijzer 2009 in opdracht van ConsuWijzer, Consumentenautoriteit en Rijksvoorlichtingsdienst; juni 2009 7 7,3 7

Toelichting

Met ingang van 2007 wordt tweejaarlijks onderzocht of consumenten tevreden zijn over de verkregen informatie via ConsuWijzer. In 2007 is een zogenaamde nulmeting gehouden. In 2009 geven bezoekers van ConsuWijzer (het informatieloket van NMa, Opta en Consumentenautoriteit) dit loket gemiddeld een 7,3 als waardering voor de geboden informatie en de verleende service via de email, telefoon, post of website. In 2009 zijn er ruim 106 000 directe contacten, dus per telefoon, email of post, tussen consumenten en ConsuWijzer geweest. De website van ConsuWijzer is in 2009 twee miljoen maal bezocht. De op de website vermelde voorbeeldbrieven voor consumenten zijn daarbij 235 000 keer geraadpleegd. Via Postbus 51 is ConsuWijzer in het voorjaar gedurende 4 weken onder de aandacht van het Nederlandse publiek gebracht.

Overzicht afgeronde onderzoeken
Soort onderzoek Onderwerp OD Start Afronding Vindplaats
Effectenonderzoek ex post Mededingingswet 1.2 2009 2010  
Effectenonderzoek ex post Wet Handhaving Consumentenbescherming 1.3 2009 2010  

De evaluatie over de Wet Handhaving Consumentenbescherming zal medio 2010 worden afgerond.

Artikel 2. Een sterk innovatievermogen

Algemene beleidsdoelstelling

Een sterker innovatievermogen van de Nederlandse economie.

De economische crisis in 2009 heeft de innovatie-inspanningen van veel bedrijven onder druk gezet. Orders liepen terug of werden ingetrokken waardoor de omzet sterk is gedaald. Hierdoor drukten R&D-kosten steeds zwaarder op de bedrijfsbudgetten en sommige bedrijven zagen zich genoodzaakt om R&D-personeel te ontslaan.

Om te voorkomen dat een tijdelijke crisis structurele schade aan het innovatievermogen van de Nederlandse economie toebrengt, heeft het kabinet in het Aanvullend Beleidsakkoord € 580 mln beschikbaar gesteld voor behoud van de R&D-capaciteit van het Nederlandse bedrijfsleven. Dit komt bovenop de oorspronkelijke intensivering in het beleidsprogramma voor kennis, innovatie en ondernemerschap. Ook andere landen onderkenden het belang van kennis en maakten in hun stimuleringspakket substantieel middelen hiervoor vrij.

Het valt op dit moment nog niet te zeggen hoe de R&D-uitgaven van de publieke en private sector zich in 2009 hebben ontwikkeld ten opzichte van 2008, omdat de cijfers nog niet beschikbaar zijn. Wel laten cijfers zien dat er in 2009 meer gebruik is gemaakt van de innovatie-instrumenten van EZ. Dit blijkt onder andere uit het aantal aangevraagde R&D-arbeidsjaren binnen de WBSO.

De gerealiseerde R&D uitgaven in de publieke en private sector tot en met 2008 blijven achter bij de Barcelona-ambities van respectievelijk 1% en 2% van het Bruto Binnenlands Product.

Externe factoren

De meest relevante externe factor in 2009 was de crisis. Het is nog niet geheel duidelijk hoe de crisis heeft uitgewerkt op de innovatie-inspanningen van bedrijven. Enerzijds heeft de crisis een negatieve invloed op de innovatie-inspanningen van bedrijven vanwege een teruglopende omzet. Anderzijds geeft de crisis ook prikkels aan bedrijven om hun positie ten opzichte van andere bedrijven te versterken, wat een compenserende invloed kan hebben op de omvang van de innovatie-inspanningen.

Prestatiegegevens
          Realisatie
Kengetallen 2005 2006 2007 2008 2009
Positie van Nederland in European Innovation Scoreboard (EU-25 landen)1          
Bron: Europese Commissie (European Innovation ScoreBoard); betreft positie van Nederland in rangorde van EU-25 landen) 11 11 11 11 11
R&D uitgaven private sector als % van het BBP 2          
Bron: CBS en OECD 1,01(EU-25: 1,12) 1,01(EU-25: 1,15) 0,97(EU-25: 1,17) 0,89 (voorlopig) (EU-25: nog niet beschikbaar) Nog niet beschikbaar
R&D uitgaven publieke sector als % van het BBP3          
Bron: CBS en OECD Nog niet beschikbaar(EU-25: 0,64) Nog niet beschikbaar(EU-25: 0,64) 0,85 voorlopig(EU-25: 0,64) 0,87voorlopig(EU-25: nog niet beschikbaar) Nog niet beschikbaar

1 De methodiek in het European Innovation Scoreboard is gewijzigd ten opzichte van de methodiek die gold ten tijde van de begroting voor 2009. In de begroting voor 2009 werd voor 2006 en 2007 (als destijds meest recente jaren in het European Innovation Scoreboard) nog uitgegaan van respectievelijk een 10e plaats en een 9e plaats.

2 De cijfers over 2007 en 2008 zijn voorlopig. Bij het cijfer over 2008 geldt dat zowel de omvang van de R&D-uitgaven in de teller als de omvang van het BBP in de noemer nog voorlopig is. Bij het cijfer over 2007 is alleen het BBP in de noemer nog voorlopig.

3 De methodiek bij de berekening van de R&D-uitgaven in de publieke sector door het CBS is gewijzigd ten opzichte van de methodiek die gold ten tijde van de begroting voor 2009. Dit betreft met name een hogere inschatting van de R&D-uitgaven in de universitaire medische centra als onderdeel van de R&D-uitgaven in de publieke sector. In de begroting voor 2009 werd voor 2006 (als destijds meest recente jaar waarover R&D-cijfers beschikbaar waren) nog uitgegaan van een CBS-cijfer van 0,71% voor de R&D-uitgaven in de publieke sector. Cijfers voor de jaren voorafgaand aan 2007 volgens de nieuwe methodiek zijn nog niet beschikbaar. Voorafgaand aan de herziening van de cijfers door het CBS waren als cijfers voor de jaren 2004–2007 beschikbaar: 0,75% van het BBP in 2004, 0,72% in 2005 , 0,70% in 2006 en 0,67% in 2007. Die cijfers zijn niet vergelijkbaar met de cijfers die volgens de herziene methodiek beschikbaar zijn voor 2007 en 2008. Die beschikbare cijfers over 2007 en 2008 zijn voorlopig. Bij het cijfer over 2008 is zowel de omvang van de R&D-uitgaven in de teller als de omvang van het BBP in de noemer nog voorlopig. Bij het cijfer over 2007 is alleen het BBP in de noemer nog voorlopig.

Toelichting

In het European Innovation Scoreboard van de Europese Commissie heeft Nederland een 11e positie. Daarbij komt Nederland iets boven het EU-gemiddelde uit, waarmee Nederland tot de innovatievolgers wordt gerekend. Nederland scoort bovengemiddeld bij onder andere het aantal aangevraagde octrooien, de publieke R&D-uitgaven, het aantal innovatieve bedrijven met samenwerkingsverbanden binnen het MKB, het aantal geregistreerde handelsmerken en het aantal geregistreerde industriële ontwerpen. Nederland scoort benedengemiddeld bij onder andere de private R&D-uitgaven, de overige innovatie-uitgaven van bedrijven, het aantal MKB-bedrijven dat een marketing- en/of organisatorische innovatie heeft doorgevoerd en de omzet van bedrijven met nieuwe en verbeterde producten. Deze sterktes en zwaktes sporen met het beeld van eerdere jaren. Kenmerkend daarbij is dat Nederland goed scoort bij aantallen octrooien als resultaat van R&D, maar relatief zwak bij het omzetaandeel dat bedrijven bereiken met nieuwe en verbeterde producten als uiteindelijke outputindicator van innovatie. Verder zijn vooral de relatief lage private R&D-uitgaven in Nederland een belangrijke zwakte. Die relatief lage private R&D-uitgaven zijn deels toe te schrijven aan de sectorstructuur van Nederland (een relatief laag aandeel van hoogtechnologische sectoren in het BBP). Daarnaast is een belangrijke verklaring dat de R&D-uitgaven van buitenlandse bedrijven in Nederland aanzienlijk lager zijn dan verwacht zou mogen worden op grond van de sterke openheid van de Nederlandse economie.

De private R&D-uitgaven in verhouding tot het BBP zijn in Nederland volgens voorlopige cijfers van het CBS gedaald van 0,97% in 2007 naar 0,89% in 2008. De oorzaak van deze daling is niet bekend. Bij de publieke R&D-uitgaven is volgens voorlopige cijfers van het CBS sprake van een stijging van 0,85% in 2007 naar 0,87% in 2008. Bij de private R&D-uitgaven blijft Nederland achter bij het EU-gemiddelde, terwijl Nederland bij de publieke R&D-uitgaven een grote voorsprong heeft ten opzichte van het EU-gemiddelde. Zowel Nederland als de EU in totaliteit blijven sterk achter bij de in Europees verband geformuleerde Barcelona-ambitie om in 2010 in totaal 3% van het BBP aan R&D te besteden. De publieke R&D-uitgaven zijn volgens de laatste cijfers van het CBS sterk hoger dan eerder werd gedacht. Met name door een betere meting van de R&D-uitgaven in de universitaire medische centra zijn de R&D-uitgaven in de publieke sector sterk opwaarts bijgesteld door het CBS. De omvang van de bijstelling bedraagt voor het jaar 2007 (het jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn volgens zowel de oude als de nieuwe methodiek) 0,18% van het BBP.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 2: Een sterk innovatievermogen (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 636 937 513 623 580 719 955 149 648 999 306 150
Programma gerelateerde verplichtingen 570 666 438 643 504 167 873 917 584 027 289 890
Basispakket            
OD 2: Meer bedrijven die meer (technologische) kennis            
ontwikkelen en benutten            
– Innovatievouchers / IPC’s 33 715 29 120 71 957 65 131 40 359 24 772
– TechnoPartner 31 322 25 292 21 210 19 500 31 579 – 12 079
– Eurostars     2 951 2 812 2000 812
– Innovatiekredieten     19 255 37 500 40 000 – 2 500
– Bijdrage aan Syntens 53 943 32 678 32 856 33 174 32 419 755
Programmatisch pakket            
OD 3: Topprestaties op innovatiethema’s            
– Innovatieomnibus 31 319 72 718 700 1 500 36 383 – 34 883
– Innovatieprogramma’s:            
– Water 5 000 9 214 12 910 7 932 10 100 – 2 168
– IP Maritiem   6 798 6 185 6 185 7 695 – 1 510
– Point One 109 952 59 822 66 366 166 072 74 895 91 177
– Food and Nutrition Delta 10 426 26 662 27 037 25 243 26 483 – 1 240
– Automotive   3 539 8 042 8 315 9 350 – 1 035
– Life Sciences en Gezondheid 3 174 6 689 12 445 37 378 35 613 1 765
– Polymeren Innovatieprogramma (PIP)     12 253 10 702 12 700 – 1 998
– Scheidingstechnologie 367 1 607 3 828 6 380 3 420 2 960
– Materialen (M2i)     10 752 8 700 9 035 –  335
– Logistiek       340   340
– Diensten       50   50
– Innovatieve onderzoeksprogramma’s (IOP’s) 19 678 12 516 19 222 13 206 13 845 –  639
– Detachering Kenniswerkers / High Tech Topprojecten       138 642   138 642
– Besluit Subsidies Investering Kennisinfrastructuur (BSIK)     360      
– Diversen technologische vernieuwing (incl. STT) 37 14 39      
– IS internationaal 35 836 14 371 12 435 9 063 9 778 –  715
– IS opkomende markten 5 906 5 758 5 901 5 600 6 056 –  456
– Bijdrage aan STW 8 609 30 962 20 510 21 050 20 512 538
– Creative Challenge Call 2 964   4 011 225   225
– Uitdagerskredieten (voorheen uitdagersfaciliteit) 5 227 12 200 2 459 426   426
– Projectdirectie Innovatieplatform 55 1 027 3 411 2 632 3 500 –  868
– Actieplan beta-techniek/Casimir            
– Bijdrage aan TNO en GTI’s 35 659 6 223 63 972 35 906 34 884 1 022
– Civiele luchtvaartontwikkeling 4 990 4 990 4 990   4 990 – 4 990
– Luchtvaartkredietfaciliteit 70 000          
– Bijdrage aan NIVR 5 619 24 404 4 506 1 033 4 615 – 3 582
– Ruimtevaart 91 645 45 224 48 656 188 335 106 143 82 192
– Nanotechnologie     112 3 076   3 076
– Nanolab       14 600   14 600
– Bijdrage aan instituten 180 459 446 445 464 –  19
– Overige kredieten         2 563 – 2 563
– Overige uitgaven 152 1 882 1 582   1 092 – 1 092
Algemeen            
– Onderzoek en beleidsexperimenten 4 888 4 474 2 812 2 760 3 554 –  794
             
Apparaat gerelateerde verplichtingen 66 271 74 984 76 552 81 232 64 972 16 260
– Personeel Innovatie 8 533 7 661 6 215 5 678 7 636 – 1 958
– Uitgaven TWA-netwerk 3 057 2 961 195      
– Bijdrage aan agentschappen 34 416 46 136 50 405 54 348 41 386 12 962
– Bijdrage aan OCNL, WIPO en EOB 20 166 18 118 19 737 21 100 15 852 5 248
– Materiele uitgaven Eureka-secretariaat 99 108   106 98 8
             
Uitgaven (totaal) 502 416 504 716 552 026 673 344 664 395 8 949
             
Ontvangsten (totaal) 149 174 141 249 172 151 197 737 171 803 25 934
– Terugontvangsten SenterNovem 2 905 157 201 1 554   1 554
– Ontvangsten Uitdagersfaciliteit       234   234
– Ontvangsten Rijksoctrooiwet 27 076 27 681 32 053 33 394 28 212 5 182
– Diverse ontvangsten OCNL 2 252 1 900 1 342 400   400
– Ontvangsten TOP 13 100 12 200 18 669 8 069 18 802 – 10 733
– Ontvangsten Seed-regeling   1 33 172   172
– Ontvangsten uit Fes 98 371 93 313 114 899 152 178 122 791 29 387
– Ontvangsten EET 2 985 3 115 1 470 925 410 515
– Diverse ontvangsten 2 485 2 882 3 484 811 1 588 –  777

Innovatievouchers / IPC’s

Het verschil tussen ontwerpbegroting en jaarverslag wordt verklaard door de extra inzet van Innovatie Prestatiecontracten. Als gevolg van het grote beroep op de regeling is voor deze regeling € 35 mln aan extra middelen vrijgemaakt bij eerste en tweede suppletore, dit mede op verzoek van de Tweede Kamer.

Technopartner

De ingediende projectvoorstellen hadden, mede als gevolg van de crisis, moeite om te voldoen aan de programma-eisen. Daarnaast is in 2009 besloten kennisvalorisatie niet langer via de SKE-regeling (onderdeel van Technoparter) te laten lopen, maar via een nieuwe regeling die nog in ontwikkeling is. De hiervoor in 2009 gereserveerde middelen zijn daardoor onbesteed gebleven.

Innovatiekredieten

Het verschil tussen ontwerpbegroting en de realisatie is met name het gevolg van een overheveling naar het onderdeel «bijdrage aan Agentschappen» ter dekking van de uitvoeringskoste van het Innovatiekrediet.

Innovatieomnibus

Het verschil wordt grotendeels verklaard doordat uit deze algemene reservering voor innovatieprogramma’s € 32,4 mln is overgeheveld naar de programma’s Point One (Phase 2) en Logistiek.

Innovatieprogramma Water

Door vertraging bij de totstandkoming van de InnoWATOR-garantiefaciliteit (gepubliceerd op 4 september 2009) kan een deel van het budget niet meer in 2009 worden benut.

Innovatieprogramma Point One

Het verschil met de oorspronkelijke begroting wordt verklaard door de overheveling van middelen uit het onderdeel Innovatieomnibus naar het Point One programma voor de tweede fase van Point One. Daarnaast is verplichtingenruimte vanuit latere jaren naar 2009 gehaald voor de ondersteuning van internationale R&D projecten en de committering van het restantprogramma van het Holst Center (onderdeel Point One).

Innovatieprogramma Polymeren

Aan het Dutch Polymer Institute (DPI) is op basis van het projectplan voor 2009 een lager bedrag gecommitteerd dan geraamd.

Scheidingstechnologie

Voor de financiering van het vervolgprogramma Scheidingstechnologie, waarvan DSTI uitvoerder is, is een FES-bijdrage van in totaal € 17,4 mln ter beschikking gesteld. Hiervan heeft € 2,3 mln betrekking op het jaar 2009.

Kenniswerkers / High Tech Topprojecten

Vanuit het Aanvullend Beleidsakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld op de begrotingen van EZ en OCW voor de regelingen Kenniswerkers en High Tech Topprojecten.

Civiele Luchtvaartontwikkeling

Tot 2009 werd het budget voor het Strategic Research Programma (SRP) voorafgaand aan het jaar aan het NIVR verleend. Als gevolg van de integratie van het NIVR in SenterNovem, tegenwoordig Agentschap NL, is deze werkwijze gewijzigd. Het budget voor 2010 wordt in 2010 verleend, in plaats van in 2009.

Bijdrage aan NIVR

Het verschil wordt veroorzaakt doordat het budget voor de uitvoeringskosten van het NIVR naar het artikelonderdeel voor Bijdrage aan agentschappen is overgeheveld, als gevolg van de integratie van het NIVR in SenterNovem (Agentschap NL).

Ruimtevaart

Het verschil wordt verklaard doordat Nederland bij de ministeriële conferentie van ESA eind 2008 heeft ingeschreven op enkele langlopende programma’s. Om deze inschrijving mogelijk te maken is bij eerste suppletore verplichtingenruimte uit latere jaren naar 2009 gehaald.

Nanotechnologie

In 2009 zijn aan de EZ-begroting de bijdragen van de deelnemende departementen voor de uitvoering van het actieprogramma Nanotechnologie toegevoegd en verplicht.

Nanolab

Het kabinet heeft besloten het voorstel voor Nanolab gedeeltelijk te honoreren met een FES-bijdrage van € 14,6 mln. Vanuit het FES zijn de bijbehorende middelen naar de EZ-begroting gehaald en in 2009 verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

De realisatie is hoger uitgevallen doordat de uitvoeringskosten voor een aantal programma’s nog was opgenomen onder de programmagerelateerde verplichtingen. Daarnaast is het budget voor de uitvoeringskosten van het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) naar dit onderdeel overgeheveld, als gevolg van de integratie van het NIVR in SenterNovem (Kamerstukken II 2007–2008, 24 446, nr. 37).

Bijdrage aan OCNL, WIPO en EOB

De regeling voor de vergoeding aan oud-medewerkers van het Europees Octrooibureau voor een deel van de ingehouden inkomstenbelasting op hun pensioen, is met ingang van 1 januari 2009 gestopt, maar de afwikkeling van de vergoeding over 2008 kwam nog ten laste van de EZ-begroting 2009.

Ontvangsten Rijksoctrooiwet

Voornamelijk als gevolg van het nieuwe octrooitaksenstelsel zijn in 2009 meer octrooien aangevraagd met navenant hogere ontvangsten.

Ontvangsten TOP

De hoogte van de ontvangsten is afhankelijk van het commerciële succes van de projecten en daarmee moeilijk te voorspellen.

Ontvangsten Fes

Voor het Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur (BSIK) is ruim € 20 mln meer aan kasuitgaven gerealiseerd dan oorspronkelijk geraamd, als gevolg van het grote aantal declaraties op deze regeling. Voor het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) is meer dan € 16 mln meer uitgegeven dan in de Ontwerpbegroting was opgenomen. Zowel BSIK als CTMM worden volledig uit het FES gefinancierd, zodat de hogere uitgaven ook een ontvangstmutatie tot gevolg heeft

Markt en Spelregels

Operationele doelstelling 1: Kennisbescherming

Kennisbescherming is een belangrijke voorwaarde om optimaal rendement te halen uit de gedane investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Ondanks de economische crisis is het aantal aangevraagde Nederlandse octrooien gestegen. Bovendien zijn de contouren van een systeem voor het beslechten van Europese octrooigeschillen vastgesteld. Daarmee kan 2009 worden beschouwd als een succesvol jaar voor kennisbescherming in Nederland.

Prestatiegegevens
          Realisatie
Kengetal 2005 2006 2007 2008 2009
Aangevraagde Europese octrooien per miljoen personen van de beroepsbevolking          
Bron: European          
Patent Office (Annual Reports) en EuropeseCommissie (AMECO database) voor cijfers over de omvang van de beroepsbevolking NL: 903EU-25:261 NL: 844EU-25: 266 NL: 802EU-25: 274 NL: 813EU-25: 285 Nog niet beschikbaar

1 De hier weergegeven cijfers over 2005–2007 wijken in geringe mate af van de cijfers die eerder in de begroting voor 2009 zijn weergegeven. De reden hiervoor is dat de cijfers over de omvang van de beroepsbevolking in 2005–2007 en de cijfers over het aantal aangevraagde Europese octrooien in 2007 licht zijn bijgesteld in respectievelijk de AMECO-database en het Annual Report 2007 van de European Patent Office.

Toelichting

De cijfers laten zien dat Nederlandse bedrijven en instellingen, mede door de in Nederland gevestigde hoofdkantoren, relatief veel Europese octrooien aanvragen in vergelijking met andere EU-landen. De cijfers over 2009 komen naar verwachting in april 2010 beschikbaar.

Instrumenten en activiteiten

Octrooicentrum Nederland (OCNL)

2009 is het eerste volledige jaar waarin de wijzigingen in de Rijksoctrooiwet 1995 die medio 2008 van kracht zijn geworden, zichtbaar zijn geworden. Belangrijk resultaat daarvan is een forse stijging van het aantal behandelde verzoeken voor nationaal onderzoek naar de stand der techniek. De prognose daarvan, op basis van halfjaarcijfers, bedraagt 800 tegenover 361 in 2008. Hoewel het slechts cijfers over één jaar betreft, is de indruk dat de met de wetswijziging beoogde verbetering van de kwaliteit van het nationale octrooisysteem onder gelijktijdige verhoging van de toegankelijkheid voor het MKB lijkt te worden bereikt. Het extern verrichte klanttevredenheidsonderzoek voor OCNL leverde voor 2009 een 7,8 als rapportcijfer op.

Prestatiegegevens
          Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2005 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Klanttevredenheid OCNL (schaal van 1–10)            
Bron: Klanttevredenheidsonderzoek OCNL 7,3 7,7 7,8 (voorlopig cijfer) 7,5

Box: EU-regelgeving

Verlaging Kosten Europees Merk

Bij verordening (EG)355/2009 zijn de tarieven voor de verkrijging van een gemeenschapsmerk per 1 mei 2009 met 40% verlaagd. Dit betekent een aanzienlijke kostenreductie voor het Europese bedrijfsleven, waardoor innovatiebudgetten bij bedrijven anders kunnen worden besteed.

Communautaire octrooistrategie

Op 4 december 2009 nam de Raad voor Concurrentievermogen een algemene oriëntatie aan over de Verordening EU-octrooi en werden Raadsconclusies aangenomen over de contouren van een systeem voor de beslechting van octrooigeschillen in Europa. Daarmee is een belangrijke stap voorwaarts gezet in de verbetering van het Europese octrooisysteem.

Basispakket

Operationele doelstelling 2: Meer bedrijven die meer (technologische) kennis ontwikkelen en benutten

Het jaar 2009 was een moeilijk jaar voor de kennisontwikkeling. Krimpende onderzoeksbudgetten hebben de onderzoeksinspanningen flink onder druk gezet. DE keuze van het Kabinet voor uitbreiding van het basisinstrumentarium (w.o. WBSO en IPC’s) heeft een dempende werking gehad op de teruggang in investeringen in kennisontwikkeling. De verwachting is dat dit tot uitdrukking zal komen in het aandeel innoverende bedrijven in het MKB.

Instrumenten en activiteiten

Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO)

In het kader van het Aanvullende Beleidsakkoord is in verband met de crisis het budget voor 2009 (en 2010) verhoogd met € 150 mln. In 2009 is de definitie van S&O uitgebreid waarbij de ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur voor de ontwikkeling van innovatieve diensten tevens in aanmerking komt. In 2009 zijn 1970 van dergelijke nieuwe projecten ingediend. Dit zijn 470 projecten meer dan verwacht. De bovenstaande definitieverruiming en de allocatie in het aanvullend beleidsakkoord zijn ingegeven door de evaluatie van de WBSO in 20071, waarin is geconcludeerd dat de WBSO een goed functionerende regeling is, die de private uitgaven aan speur-en ontwikkelingswerk bevordert.

Prestatiegegevens
          Realisatie  
Kengetal 2005 2006 2007 2008 2009  
Gebruik van de WBSO in arbeidsjaren            
Bron: Agentschap NL 55 500 57 800 59 700 62 400 67 600  
          Realisatie Begroting
Prestatie-indicatoren 2005 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Aantal aanvragers met toegekende WBSO            
Bron: Agentschap NL 12 870 13 670 13 030 13 450 16 620 13 500
Aantal aanvragers met toegekende WBSO dat van de startersfaciliteit gebruik maakt            
Bron: Agentschap NL 2 410 2 450 2 390 2 550 3 430 2 450

Innovatievouchers

In 2009 zijn er 8 177 innovatievouchers verstrekt, waarmee MKB-ers gestimuleerd worden een kennisvraag te laten beantwoorden door een kennisinstelling naar keuze. Uit de evaluatie1 blijkt dat 80% van de onderzoeken zonder voucher niet of later gedaan zou zijn. Ook blijkt dat ondernemers de bijdrage van de kennisinstellingen waarderen. Een pilot met 1000 innovatievouchers maakte het mogelijk vouchers te laten besteden bij private kennisleveranciers. Uit een eerste analyse blijkt dat met de private vouchers een nieuwe doelgroep van minder innovatieve MKB-ers wordt bereikt. Op basis van die resultaten is besloten om vanaf 2010 private vouchers structureel in de regeling op te nemen. Ook is in 2009 nadrukkelijk aandacht geschonken aan het verder verhogen van de verzilvering door middel van voorlichting, begeleiding door Syntens en het delen van best practices. Bij deze activiteiten is aandacht besteed aan thema’s als duurzaamheid, ICT en sociale innovatie.

Het verzilveringspercentage vouchers is in 2008 gestegen en bedraagt voorlopig 62%. Na het aanvragen van een voucher heeft men 1 jaar recht op verzilvering. Dat wil zeggen dat vouchers die zijn aangevraagd in 2008 voor een deel pas verzilverd worden in 2009. Het verzilveringscijfer van de voucherregeling 2008 is nu pas bekend en kan nog veranderen vanwege de laatste verzilveringsverzoeken. De streefwaarde voor vouchers 2009 is 70%.

Prestatiegegevens
          Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2005 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Verzilveringspercentage innovatievouchers            
Bron: Agentschap NL 56% 58% 62% Nog niet beschikbaar 70%

Innovatie Prestatie Contract (IPC)

In navolging van 2008 is in 2009 het IPC budget verhoogd van € 10 mln naar € 34,7 mln. Er zijn in 2009 24 IPC’s met een totaal budget van € 33,7 mln goedgekeurd. Het betreft 596 MKB bedrijven die hiermee aan een IPC deelnemen. Voorts zijn 8 pre-IPC’s toegekend met een totaal budgetbeslag van € 1 mln. De streefwaarde voor 2009 is met een realisatie van 623 bedrijven dus ruimschoots bereikt en in lijn met de verhoging van het budget. In de afgelopen periode is de monitoring van de IPC regeling opgezet en uitgevoerd. De resultaten van deze monitoring zijn positief. 72,6% van de ondernemers geeft aan dat men het innovatieplan niet of in mindere mate zou hebben uitgevoerd zonder IPC. De deelnemende bedrijven zijn erg tevreden over de samenwerking met andere bedrijven en kennisleveranciers. Zie ook de publicatie Kennis maken, Kennis delen. (http://www.senternovem.nl/ipc/voorbeelden/index.asp)

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Aantal betrokken bedrijven bij gestarte IPC’s          
Bron: Agentschap NL, http://www.senternovem.nl/ipc/voorbeelden/index.asp Pilot 65 (opstartfase) 718 623 185

Technopartner

• De tender van de Seed capital regeling is in 2009 succesvol verlopen. Er zijn zes nieuwe fondsen gehonoreerd. Dit betekent dat er nu 28 investeringsfondsen, met een gezamenlijk investeringsbudget van ruim € 189 mln, actief investeren in technostarters. In 2009 zijn vanuit deze investeringsfondsen 20 investeringen verricht in technostarters met een een totale investeringsomvang van € 9,5 mln. Het totaal aantal investeringen is hiermee gekomen op 99. Het sterk gewijzigde economische klimaat in 2009 heeft wel invloed gehad op de investeringsmogelijkheden in de venture capital markt, waardoor het aantal participaties via de seed capital regeling is afgenomen en daardoor de streefwaarde niet is gehaald.

• 2009 zijn maatregelen genomen om het mogelijk te maken dat investeringsfondsen gericht op de «creative industry» kunnen deelnemen aan de tender van 2010.

• 2009 zijn 93 aanvragen voor het Technopartner Label ingediend. Aan 73 starters met een label is door de bank een krediet verleend met een totale waarde van € 27,3 mln. Gemiddeld wordt per starter € 0,4 mln aan krediet verstrekt. De overige goedgekeurde labels zijn nog in behandeling bij de bank.

• In 2009 is in afwachting van het Programma Valorisatie geen budget beschikbaar gesteld voor nieuwe SKE-aanvragen. Er zijn 21 projecten in beheer (18 SKE, 3 I-Crea projecten) met een totale omvang van € 75,4 mln. Een aantal SKE-projecten bevindt zich in het eindstadium van hun projectperiode. Om de aansluiting op het nieuwe Programma Valorisatie mogelijk te maken is de looptijd verlengd en is additioneel budget voor de overbruggingsperiode beschikbaar gesteld.

Prestatiegegevens
          Realisatie
Kengetal 2005 2006 2007 2008 2009
Totale door technostarters gerealiseerde omzet          
Bron: EIM, De economische prestaties van technostarters, januari 2010 € 1,51 mld € 1,61 mld € 1,85 mld € 1,93 mld € 1,85 mld(voorlopig cijfer)

Toelichting

Het EIM heeft eerdere cijfers over 2007 en 2008 bijgesteld. In 2009 is een nauwkeuriger en uitgebreidere meting uitgevoerd, wat heeft geleid tot correctie van de voorlopige waarden van 2007 en 2008. Dat geldt ook voor 2005 en 2006.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Aantal nieuwe starters dat voortkomt uit de SKE regeling          
Bron: Technopartner 100 144 197 Nog niet beschikbaar 180
Aantal participaties dat vanuit de Seed fondsen wordt gedaan in technostarters          
Bron: Technopartner 11 34 33 20 30

Toelichting

Het aantal nieuwe technostarters dat voortkomt uit de SKE regeling wordt vastgesteld op basis van de voortgangsrapportages over de 18 SKE-projecten. De realisatiecijfers voor 2009 zijn nog niet beschikbaar, maar er zijn geen aanwijzingen dat de streefwaarde van 180 niet gehaald gaat worden.

Syntens

Syntens is het landelijk netwerk dat als doel heeft het MKB aan te zetten tot succesvol innoveren. Syntens geeft voorlichting, activeert en ondersteunt op het gebied van innovatie. Syntens heeft in 2009 6 609 bedrijven geactiveerd en 17 268 bedrijven voorlichting gegeven. In 61% van de gevallen ging het om een nieuwe klant. Er is een kleine 300 000 uur aan basisinzet geleverd. In 2009 is wederzijds actief geparticipeerd in de offertetrajecten van Agentschap NL en Syntens, dit om een goede aansluiting van Syntens op het Agentschap NL te bewerkstelligen. In 2010 zal deze samenwerking verder worden geïntensiveerd.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Klanttevredenheid Syntens (schaal 1–10)          
Bron: Klanttevredenheidsonderzoek Syntens, Jaarrapport 2009, januari 2010 7,9 7,9 7,9 7,9 8,0

Toelichting

Syntens stapt in 2010 over op een verbeterde meting van de klanttevredenheid; met als belangrijkste verandering een Klanttevredenheidsonderzoek (KTO) over de gehele dienstverlening in plaats van alleen de intensieve activeringsstrajecten. Op basis van deze nieuwe aanpak is de uitkomst een 7,9 bij een streefwaarde van 8,0. Rekening houdend met de fundamentele afwijkingen in de reikwijdte van het «nieuwe» KTO kan worden geconcludeerd dat Syntens in 2009 op het gebied van klanttevredenheid tenminste even goed heeft gepresteerd als in 2008.

Box: De overheid als opdrachtgever voor Innovatie

Small Business Innovation Research Programma (SBIR)

Voor de maatschappelijke innovatie programma’s bieden de SBIR methoden goede mogelijkheden om tot nieuwe oplossingen te komen voor maatschappelijke problemen Het aantal SBIR projecten is in 2009 toegenomen. Er zijn nu 21 SBIR’s in uitvoering danwel afgerond, waarmee een stijging van 8 ten opzichte van 2008 is gerealiseerd. Monitoring van de tenders laat zien dat het MKB goed wordt bereikt. Verder zijn vele deelnemers bedrijven van 5 jaar of jonger.

Launching customer (LC)/Innovatiegericht Inkopen

De term Launching customer is veranderd in Innovatiegericht Inkopen. In 2009 is een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, ter beantwoording van de motie Aptroot/Besselink (Kamerstukken II, 2008–2009, 27 406 nr. 127. In deze brief worden 20 voorbeelden van Innovatiegericht Inkopen gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op de indicator Innovatiegericht Inkopen. Deze rijksbrede indicator is opgenomen in de begroting 2010. Verder is een expertisenetwerk Innovatiegericht Inkopen opgericht, dat in 2010 verder zal worden uitgebouwd.

Innovatiekrediet

Het Innovatiekrediet is een financieringsinstrument dat zich richt op het stimuleren van economisch interessante ontwikkelingsprojecten (producten, processen en diensten), waaraan substantiële technische en daaruit voortvloeiende financiële risico’s zijn verbonden en die voor hun financiering niet of onvoldoende terecht kunnen op de kapitaalmarkt. Het budget van het Innovatiekrediet is in 2009 geïntensiveerd van € 19 mln naar € 38 mln. Van de 85 aanvragen zijn 26 voorstellen gehonoreerd met een totale omvang aan kredieten van 38 mln. Met deze € 38 mln wordt 35% van de totale R&D uitgaven gefinancierd. Ondanks de volledige benutting van het beschikbare budget is de streefwaarde niet volledig gehaald omdat bij het bepalen van de streefwaarde geen rekening gehouden is met de uitvoeringskosten, waardoor dit bedrag € 111 mln is geworden.

Prestatiegegevens
  Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2009 Streefwaarde 2009
Omvang participaties van de private R&D- uitgaven ondersteund met een innovatiekrediet    
Bron: Agentschap NL €  111 mln € 114 mln

Netwerk Technisch Wetenschappelijk Attachés (TWA’s)

De TWA’s hebben in 2009 aandacht besteed aan maatschappelijk relevante thema’s als nanotechnologie, biobased-economy en life-sciences. Daarbij wordt groot belang gehecht aan de aansluiting op en internationalisering van de innovatieprogramma’s.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Klanttevredenheid TWA Netwerk (schaal 1–10)        
Bron: Klanttevredenheidsonderzoek TWA netwerk 7,5     7,5

Toelichting

Het onderzoek naar de klanttevredenheid van het TWA-netwerk wordt meegenomen in het klanttevredenheidsonderzoek voor «NL EVD Internationaal», dat in 2010 zal plaatsvinden.

Prestatiegegevens
          Realisatie
Kengetallen 2002 2004 2006 2008 2009
Aandeel innoverende bedrijven in het MKB 19% 24% 24% 24% (voorlopig) Nog niet beschikbaar
Aandeel innoverende bedrijven in het MKB dat de laatste drie jaar technologisch heeft samengewerkt met publieke en /of private partijen          
Bron:CBS (uitkomsten van innovatie-enquetes, de cijfers komen tweejaarlijks beschikbaar, over de even jaren) 31% 36% 34% 36% (voorlopig) Nog niet beschikbaar

Toelichting

Het percentage bedrijven in het MKB dat innoveert is in 2008 stabiel gebleven ten opzichte van 2006. Binnen de innoverende bedrijven in het MKB is het percentage dat de laatste drie jaar technologisch heeft samengewerkt met publieke of private partijen in 2008 licht gestegen ten opzichte van 2006.

De cijfers over 2008 hebben nog een voorlopig karakter. Het betreft hier eerste resultaten van de innovatie-enquête over 2008, die nog kunnen worden bijgesteld door het CBS.

Programmatisch pakket

Operationele doelstelling 3: Topprestaties op innovatiethema’s

In het operationeel doel topprestaties op innovatiethema’s is de focus gericht op die organisaties, met name bedrijven maar ook kennisinstellingen, die excellente prestaties leveren. Wat betreft de bedrijven gaat het om een relatief beperkte groep die zelf innoveert. In de afgelopen jaren zijn de netwerken van zulke bedrijven en kennisinstellingen gegroeid en ook krachtiger geworden. De participatie in innovatieprogramma’s is eind 2008 als volgt: ruim 900 partijen doen mee in een project, terwijl ruim 1 400 partijen kennis uitwisselen in de innovatieprogramma’s. In 2008 is het netwerk met ruim 50% gegroeid.1 Eind 2009 is het aantal deelnemers gestegen tot circa 4 000. Meer cijfers over 2009 worden opgenomen in de Voortgangsrapportage innovatieproramma’s 2010. Daarmee worden inmiddels veel bedrijven uit de doelgroep bereikt. De nadruk zal verder moeten liggen op de versterking van de netwerken zodat bijvoorbeeld ook de internationale slagkracht, onder meer in EU-programma’s, verder kan worden uitgebouwd.

Instrumenten en activiteiten

Innovatieprogramma’s

In 2009 zijn zowel de sleutelgebieden als de programmatische aanpak onderzocht op relevantie en effectiviteit. De belangrijkste conclusie voor de sleutelgebieden is dat de huidige aanpak goed werkt en dat het Innovatieplatform open moet blijven staan voor dynamiek in sleutelgebieden. (www.Innovatieplatform.nl/publicaties, 21 januari 2009). Uit de Mid Term Review van de programmatische aanpak van het innovatiebeleid2 blijkt dat de innovatieprogramma’s en de bijbehorende aanpak leiden tot de beoogde effecten: krachtenbundeling en het versterken van de focusgebieden. Voor het vergroten van de concurrentiekracht zijn de programma’s nog te kort geleden gestart om een definitief oordeel te vellen. Bij de evaluatie, die in 2012 wordt afgerond, zal hier meer inzicht in worden verkregen. De beide tussentijdse evaluaties geven op hoofdlijn steun aan het ingezette beleid. Een selectie van aansprekende ontwikkelingen in 2009 wordt onderstaand weergegeven.

Point One

In maart 2009 is aanvullend € 153 mln subsidie beschikbaar gesteld voor fase 2 van het Innovatieprogramma Point-One (2009–2012). Op grond van de positieve tussentijdse evaluatie uit 2008 is dit vervolgprogramma ontwikkeld. Hierin zijn de technologiegebieden mechatronica en robotica toegevoegd en is een geactualiseerde R&D agenda opgenomen, en het vernieuwde programma staat open voor nieuwe partijen en richt zich nadrukkelijker dan voorheen op thema’s als energie en gezondheid.

Watertechnologie

In september 2009 is de garantiefaciliteit opengesteld. Deze regeling richt zich op het verlagen van risico’s bij een eerste praktijktoepassing van een innovatieve watertechnologie. Met deze faciliteit wordt ondersteuning gegeven aan Nederlandse leveranciers van innovatieve watertechnologie die worden geconfronteerd met herstelkosten, indien na eerste levering aan een klant onverhoopt technologiefalen optreedt. Zo beoogt deze garantiefaciliteit potentiële kopers van innovatieve technologieën over de streep te trekken.

Logistiek & Supply Chains

In april 2009 werd het startsein gegeven voor een door de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken gezamenlijk (mede)gefinancierd innovatieprogramma Logistiek and Supply Chains. De ambitie is dat Nederland in 2020 marktleider in Europa is voor de aansturing van transnationale stromen, die één of meer Europese landen aandoen, met centrale regie door marktpartijen. Dat zou een verdrievoudiging betekenen van de toegevoegde waarde. Onderzoek, ontwikkeling en kennis worden gebundeld in het Topinstituut Logistiek & Supply Chains (Dinalog), dat zich in Breda zal vestigen.

Diensteninnovatie en ICT

In december 2009 is € 12,5 mln gereserveerd voor 2 jaar voor een pilot-innovatieprogramma Diensteninnovatie en ICT. Dit programma richt zich op de creatieve- en financiële sector. ICT speelt in deze sectoren een cruciale rol bij innovaties. De ambitie van het programma is om van Nederland het centrum voor slimme informatie- en mediadiensten te maken en het Europees kenniscentrum van financiële logistiek te worden. Het programma wordt na 2 jaar geëvalueerd. Op basis van de evaluatie zal worden besloten of het programma met 2 jaar wordt verlengd met wederom een bijdrage van € 12,5 mln.

Creatieve industrie

In september 2009 hebben de ministers van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Brief Cultuur en Economie 2009 (kamerstukken II, 2008–2009, 27 406, nr. 141) aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin geeft het kabinet aan welke rol zij ziet voor de creatieve industrie en voor de overheid bij het verder versterken van de creatieve industrie. Ter ondersteuning van besluitvorming over een innovatieprogramma is een verkenning uitgevoerd van de creatieve industrie. Momenteel werkt de creatieve industrie aan een eigen visie en strategie die in 2010 aan de Strategische Advies Commissie (SAC) van de innovatieprogramma’s zal worden voorgelegd.

Box: Internationaal innoveren

Communautaire en intergouvernementele programma’s voor onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie (KP7, CIP, Eureka)

Kaderprogramma’s

In 2009 is onder het 7e kaderprogramma een groot aantal nieuwe oproepen voor projectvoorstellen voor grensoverschrijdende onderzoekssamenwerking en technologische ontwikkeling geplaatst. Nederland heeft de relatief grote participatie in het kaderprogramma weten te handhaven. Deelname van het bedrijfsleven binnen het kaderprogramma blijft echter een punt van aandacht, zowel in Nederland als binnen de gehele EU.

Concurrentievermogen en Innovatie (CIP)

Voor het kaderprogramma Concurrentievermogen en Innovatie (CIP), dat in 2007 is gestart, is in 2009 het eerste overzicht van toegekende contracten eco-innovatie beschikbaar gemaakt door de Europese Commissie. Hieruit blijkt dat 17 Nederlandse partijen een grant gekregen hebben, met een totaal EU co-financiering van € 2,8 mln (10% van totale EU co-financiering aan Eco-innovatie projecten).

Gezamenlijk Programmeren

Nadat in 2008 is gestart met het gezamenlijk programmeren rond het gezondheidsthema «Neurodegenererende ziektes/Alzheimer» is dit initiatief in 2009 uitgebreid met de thema’s:

Landbouw, voedselzekerheid en klimaatverandering, Cultureel erfgoed, Gezondheid, voedsel en het voorkomen van dieet-gerelateerde ziektes. Geïnteresseerde EU-lidstaten gaan bij deze thema’s hun onderzoeksinspanningen coördineren.

Eureka/Eurostars

De samenwerking tussen EU en Eureka via het Eurostarsprogramma is in 2009 succesvol gegroeid. Meer landen nemen deel en ook hebben diverse landen hun budget verhoogd. Projectvoorstellen met Nederlandse partijen hebben in 2009 zeer goed gescoord. Op het gebied van samenwerking tussen Eureka en niet-Europese landen is in 2009 een belangrijke stap gezet door het toekennen van de status van geassocieerd Eureka-lid aan Zuid-Korea.

Luchtvaart

Wat betreft Civiele luchtvaartontwikkeling zijn er in 2009 26 onderzoeksvoorstellen gehonoreerd. Daarbij zijn 4 kennisinstellingen en 19 bedrijven betrokken. De meeste onderzoeken hebben betrekking op technologiegebieden die onderdeel uitmaken van het Memorandum of Understanding (MoU) van het luchtvaartcluster met Airbus. Met betrekking tot de Luchtvaartkredietfaciliteit is, om het cluster in staat te stellen te participeren in vliegtuigbouwprogramma’s van Airbus, in totaal € 70 mln. beschikbaar voor kredietverstrekking. In 2009 zijn 5 aanvragen ingediend, waarvan 1 ultimo 2009 nog in behandeling is en 4 zijn gehonoreerd met een totaal krediet van € 17,2 mln.

In 2008 is besloten om het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) te integreren in het Agentschap NL om daarmee bundeling van alle ruimtevaartactiviteiten in het nieuwe Netherlands Space Office (NSO) mogelijk te maken. NSO is per 1 september 2009 operationeel. De luchtvaartactiviteiten zijn ondergebracht in de divisie NL Innovatie.

In september heeft de luchtvaartsector een kennis- en innovatieagenda gepubliceerd, die vervolgens betrokken is bij de in december 2009 gestarte evaluatie van het lopende beleid met betrekking tot het luchtvaartcluster.

Ruimtevaart

De Nederlandse inschrijvingen voor 2009–2012 in R&D programma’s bij de ministersconferentie 2008 van European Space Agency (ESA) in Den Haag zijn in 2009 binnen ESA-kaders nader uitgewerkt. In 2009 is gestart met het uitwerken van een nationaal programma voor stimulering van het gebruik van ruimtevaart voor aardse toepassingen. ESA heeft in 2009 bekend gemaakt dat de Nederlandse astronaut André Kuipers in november 2011 zijn 2e vlucht zal maken naar het Internationale ruimtestation ISS.

In 2009 zijn in totaal 27 onderzoeksvoorstellen gehonoreerd in het kader van de regeling Prekwalificatie ESA Programma’s (PEP) voor een totaal subsidiebedrag van € 5,9 mln. Deze voorstellen hebben bijvoorbeeld betrekking op nieuwe ontwikkelingen voor wetenschappelijke instrumenten, zonnepanelen, structuurdelen voor toekomstige Ariane 5 raketten, toepassingen van aardobservatiedata en componenten voor standregeling en warmtehuishouding van satellieten.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Ruimtevaart geo-return          
Bron: ESA 1,18 1,15 1,16 1,15 1,0

Toelichting

De indicator ruimtevaart geo-return betreft opdrachten van ESA aan de Nederlandse industrie en kennisinstellingen. Deze vloeien voort uit de Nederlandse contributies aan diverse ESA R&D-programma’s. ESA garandeert een return van 0,85 (85%) van de Nederlandse bijdrage. In 2009 heeft Nederland weer een overreturn gerealiseerd Deze overreturn is in belangrijke mate het resultaat van werkzaamheden die ESTEC binnen ESA-programma’s verricht.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Klanttevredenheid cofinanciers bij kennis ontwikkeling TNO (schaal 1–10)          
Bron: Klanttevredenheidsonderzoek, TNO rapport sp 0173, Managementrapportage 2008 Rijksbijdrage Ministerie Economische Zaken, 4 juli 2009 7,0 7,3 6,6 Nog niet bekend 8,0

Toelichting

De streefwaarde voor de indicator klanttevredenheid TNO in 2009 was 8,0. De gerealiseerde score in 2008 (6,6) viel erg tegen. Inmiddels zijn verbetermaatregelen genomen om de score omhoog te krijgen. De realisatiewaarde van de prestatie-indicator komt rond 1 mei 2010 beschikbaar.

Nederland Ondernemend Innovatieland

Met het rijksbrede project Nederland Ondernemend Innovatieland verbindt dit kabinet het oplossen van maatschappelijke vraagstukken met het versterken van economische concurrentiekracht. Centraal staat een betere benutting van kennis en vernieuwend ondernemerschap in uiteenlopende maatschappelijke sectoren. In 2009 zijn de Maatschappelijke Innovatieagenda’s voor Energie, Gezondheid, Veiligheid en Water in uitvoering genomen. Met uiteenlopende initiatieven, zoals innovatievouchers, prijsvragen, tenderregelingen en subsidies, krijgen organisaties en ondernemingen kansen om met nieuwe producten, diensten en technologieën oplossingen voor maatschappelijke problemen te ontwikkelen. Ook zijn in 2009 twee nieuwe Maatschappelijke Innovatieagenda’s gemaakt, voor Onderwijs en voor Duurzame Agro- en Visserijketens (Kamerstukken II, 2008–2009, 27 406 nr. 146 en Kamerstukken II, 2008 -2009, 29 675 nr. 80). Dwars door alle maatschappelijke sectoren heen zijn enkele hardnekkige belemmeringen voor innovatie zichtbaar. Waar zulke belemmeringen rijksbreed aan te pakken zijn gebeurt dat in het project Nederland Ondernemend Innovatieland. Er is in 2009 een Landelijke Commissie Valorisatie opgericht waarin partijen de valorisatieagenda «Kennis moet circuleren» uit voeren. Ook is het zoeken van oplossingen voor tekorten aan arbeidskrachten in de techniek ter hand genomen via de Taskforce Technologie, Onderwijs en Arbeidsmarkt. Na een positieve evaluatie van de bestaande regionale initiatieven, zijn vier nieuwe regio’s toegevoegd. Verder is via het project Nederland Ondernemend Innovatieland een impuls gegeven aan het uitlokken van innovaties door gebruik te maken van de overheid als klant of vragende partij, bijvoorbeeld door het gebruik van de SBIR methode te vergroten en door innovatiegericht inkopen te bevorderen.

Innovatieplatform

Het Innovatieplatform heeft in 2009 bijgedragen aan de doelstelling Topprestaties op innovatiethema’s. Er is opnieuw een momentopname gemaakt van de uitvoering van de Kennisinvesteringsagenda, en de coalities van de daarbij betrokken maatschappelijke partijen verder uitgebreid. Mede op verzoek van de Tweede Kamer (Motie Hamer c.s. Kamerstukken II, 31 371, nr. 71) heeft het IP het Crisisadvies «Sterker uit de storm» uitgebracht, met als centrale boodschap de kennisbasis te behouden en te versterken. (www.Innovatie.nl/ publicaties, 12 maart 20 009). Het Innovatieplatform heeft steun gegeven aan de extra investeringen in kennis (WBSO, Kenniswerkers, High Tech Topprojecten Wind op zee en duurzaam ondernemen) en organisatorische versterking van het acquisitiebeleid, gericht op het aantrekken van buitenlandse kennisintensieve bedrijvigheid, waartoe het kabinet heeft besloten.

Het IP heeft in 2009 de sleutelgebiedenaanpak geëvalueerd en pleit voor handhaving van het op sleutelgebieden gerichte beleid. (www.Innovatieplatform.nl/publicaties, 21 januari 2009).

Het heeft adviezen uitgebracht over Slimmer werken, versterken internationale scholen en het aantrekken van buitenlandse PhD’s (www.Innovatieplatform.nl/publicaties, van 13 juli 2009 (2x) en 9 september 2009). Eind 2009 heeft het Innovatieplatform het evenement Vrienden van Wetenschap georganiseerd, met het oogmerk bredere maatschappelijke belangstelling te wekken voor investeringen in de kennisbasis en optimale kennisbenutting. In 2010 zal het IP het kabinet hierover nader adviseren. Tevens zal het IP een concurrentiekrachtagenda 2020 uitbrengen met een perspectief op de concurrentiekracht van Nederland in 2020: waar verdient Nederland zijn geld mee en welke maatregelen zijn nodig om Nederland in de mondiale top-5 te brengen.

Overzicht afgeronde onderzoeken
Soort onderzoek Onderwerp OD Start Afronding Vindplaats
Effectenonderzoek ex post Bijdrage aan Stichting Nederland Maritiem Land (NML) 2.3 2009 2009  
Effectenonderzoek ex post Programma Cultuur en Economie (incl. creative challenge call) 2.3 2008 2009 Kamerstukken II, 2008–2009, 27 406, nr. 141
Effectenonderzoek ex post Regieorgaan ICT 2.3 2009 2010  
Overig evaluatieonderzoek SBIR (tussenevaluatie) 2.2 2009 2010  
Overig evaluatieonderzoek Innovatieprogramma’s (midterm review) 2.3 2008 2009 Kamerstukken II, 2008–2009, 31 700XIII, nr. 63

Artikel 3. Een concurrerend ondernemingsklimaat

Algemene beleidsdoelstelling

Scheppen van een concurrerend ondernemingsklimaat voor bestaande bedrijven en nieuwe ondernemers.

Uit de meest recente monitor1 blijkt dat de fundamenten van het Nederlandse ondernemingsklimaat ten opzichte van het buitenland goed op orde zijn en de afgelopen jaren op onderdelen verbeterd. Zo kent Nederland een relatief hoge arbeidsproductiviteit en arbeidsparticipatie, een relatief hoog opgeleide beroepsbevolking en een lage werkloosheid. Verder zit het ondernemerschap in Nederland in de lift. Zo is het aantal personen dat zelfstandig ondernemer is geworden in Nederland de afgelopen jaren toegenomen en ook verbeterd ten opzichte van het buitenland.

De structureel goede ontwikkeling van het ondernemingsklimaat in de laatste jaren, laat onverlet dat de economische crisis diepe sporen heeft nagelaten die grote impact hebben op het ondernemend Nederland. Als gevolg van de wereldwijde vraaguitval in combinatie met de financiële crisis hebben veel bedrijven het moeilijk. De financiële crisis heeft er vooral ook toe geleid dat het lastiger is geworden voor bedrijven om aan de noodzakelijke bedrijfsfinanciering te komen. Mede als gevolg hiervan en de relatief grote omvang van de gespecialiseerde financiële sector in Nederland is de positie van Nederland op de ranglijst van het World Economic Forum (WEF)2 in 2009 gedaald van een 8e naar een 10e plaats.

De economische crisis heeft verschillend uitgepakt per landsdeel. De zuidelijke provincies met naar verhouding meer conjunctuurgevoelige bedrijvigheid (internationaal georiënteerd, industrie, transport & logistiek) zijn relatief snel en hard geraakt. Later werden ook de effecten in de Randstad zichtbaar, vooral in en rondom de mainports.

Externe factoren

Het behalen van de doelstellingen op het vlak van een concurrerend vestigingsklimaat is mede afhankelijk van de bereidheid en het vermogen van andere overheden daaraan bij te dragen. Bij de subsidieregeling Pieken in de Delta bijvoorbeeld is cofinanciering vanuit decentrale overheden een noodzakelijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor een rijksbijdrage. In 2009 zijn er geen tekenen dat door de financiële en economische crisis kwalitatief goede projecten niet gehonoreerd konden worden vanwege het onvoldoende kunnen bijdragen door decentrale overheden. Tevens hebben decentrale overheden, net als het Rijk, maatregelen op het vlak van vestigingsklimaat genomen naar aanleiding van de crisis. De economische en financiële crisis heeft de kredietmogelijkheden voor het bedrijfsleven onder druk gezet. In nauw overleg met het bedrijfsleven en de banken heeft het kabinet daarom in 2009 maatregelen genomen om de kredietverlening aan het bedrijfsleven op peil te houden. Daarnaast heeft de economische crisis de urgentie van het bewaken van een eerlijk speelveld vergroot. Net als andere lidstaten heeft Nederland via diverse stimuleringsmaatregelen gebruik gemaakt van de tijdelijk door de Europese Commissie verruimde mogelijkheden voor staatssteun aan bedrijven.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Kengetallen 2007 2008 2009 Ambitie 2009
Global Competitiveness Index:        
Bron: World Economic Forum: Global Competitiveness Report 2009–2010 pp. 13 10e 8e 10e Op lange termijn een top-5-positie
Investeringsquote van bedrijven:        
Bron: CPB 14,7% 15,2% 13,25%  

1. In het Global Competitiveness Report van World Economic Forum worden landen onderling op vele aspecten van het ondernemingsklimaat en het concurrentievermogen vergeleken. Na een stijging in 2008 is Nederland in 2009 gedaald van de 8e naar de 10e plaats. Dit is voornamelijk veroorzaakt door een verminderde waardering van de financiële sector, waarop Nederland de vorige jaren juist heel goed scoorde.

2. De investeringsquote is de afgelopen jaren gestegen. Door de crisis investeren ondernemers echter minder. Het CPB raamt (per september 2009) dan ook een daling van bijna 2%-punt voor 2009. Voor 2010 verwacht het CPB een verdere daling tot 12¼%.

3. De Growth competitiveness index en Business competitiveness index zijn inmiddels opgegaan in de Global competitiveness index. Hierdoor zijn recentere cijfers dan in de begroting niet meer voorhanden.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 3: Een concurrerend Ondernemingsklimaat (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 783 675 839 188 1 143 996 1 183 684 2 135 749 – 952 065
Waarvan garantieverplichtingen 587 294 624 518 624 488 862 412 1 915 000 – 1 052 588
Programma gerelateerde verplichtingen 765 263 820 899 1 121 802 1 155 409 2 118 804 – 963 395
OD 1: Bevorderen level playing field            
– Bijdrage Scheepsbouwindustrie (TROS) 356     549   549
– Borgstellingsregeling Scheepsnieuwbouw (garantieverplichting) 15 000       1 000 000 1 000 000
– Innovatieregeling Scheepsbouw   10 928 8 607 10 761 20 000 – 9 239
Basispakket            
OD 2: Stimuleren meer en beter ondernemerschap            
– BBMKB (garantieverplichting) 572 294 614 063 601 255 555 439 745 000 – 189 561
– Groeifinancieringsfaciliteit/GO (garantieverplichting)   10 455 23 233 306 973 170 000 136 973
– Microkredieten     16 575 2 777 5 000 – 2 223
– Actieplan veilig ondernemen 2007 1 302 53 14 685 12 044 2 641
– Bijdragen aan instituten 7 162 8 356 8 826 7 693 5 360 2 333
– Bevorderen Ondernemerschap 4 053 9 978 4 541 10 237 7 590 2 647
– Beroepsonderwijs in bedrijf   6 954 17 134 12 861 12 700 161
– Onderwijs & Ondernemerschap     16 809 4 000 7 500 – 3 500
– Regiegroep Regeldruk 756 1 297 588 764 736 28
Programmatisch pakket            
OD 3: Benutten van gebiedsgerichte economische kansen            
– Gebiedsgerichte economische programma’s 64 372 62 447 62 797      
– Cofinanciering EZ in EFRO-programma’s 763 3 944 292 643 2 472 7 203 – 4 731
– BSRI 46 957 31 490 16 021 4 511 12 500 – 7 989
– Stadseconomie 1 278     718 1 938 – 1 220
– PID       89 210 69 725 19 485
– Bijdrage aan ROM’s 7 280 8 761 7 369 31 916 7 648 24 268
– Bedrijventerreinen 17 842 29 030 18 642 11 218 14 166 – 2 948
– Zuiderzeelijn       10 000   10 000
– Nota Ruimte       33 824   33 824
– Sterke Regio’s       24 600   24 600
– Bijdrage NBTC 19 099 18 105 16 967 17 053 16 704 349
– Overig Toerisme 815 775 639 918 1 000 –  82
– Bijdrage UNWTO 202 196 200 211 219 –  8
Algemeen            
– Onderzoek en vernieuwingsprogramma’s Ondernemen 3 580 2 818 8 825 1 915 1 771 144
– Algemene crisisbeheersing 54          
– Eerste lijn bedrijven 1 394          
– Apparaat Microkredieten     78 103   103
             
Apparaat gerelateerde verplichtingen 18 412 18 289 22 192 28 275 16 945 11 330
– Personeel Ondernemen 12 502 12 234 12 318 13 122 13 309 –  187
– Bijdrage DG OI aan Agentschappen 5 910 6 055 9 874 15 153 3 636 11 517
             
Uitgaven (totaal) 247 107 236 692 319 739 415 862 364 160 51 702
             
Ontvangsten (totaal) 44 546 36 393 40 215 56 109 70 689 – 14 580
– Terugontvangsten agentschappen 80 952 1 737 54   54
– Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid 1 807 608 2 282 3 247   3 247
– Ontvangsten ROM’s 15 000     7 789   7 789
– BBMKB 22 326 26 884 26 753 20 106 24 890 – 4 784
– Groeifinancieringsfaciliteit   704 556 2 382 14 000 – 11 618
– Garantieregeling scheepsbouw         10 000 – 10 000
– Ontvangsten uit het Fes 4 351 3 399 2 645 19 816 16 110 3 706
– Ontvangsten JSF         4 200 – 4 200
– Diverse ontvangsten 983 3 846 6 241 2 716 1 489 1 227

Garantieregeling Scheepsbouw

In 2009 hebben de banken de regeling niet benut. In overleg met de banken zijn de voorwaarden inmiddels aangepast, maar nog niet in werking getreden. Hierdoor zijn ook geen premies in 2009 ontvangen.

Innovatieregeling Scheepsbouw

Het budget voor de scheepsbouwregeling heeft ondanks de crisis toch nog behoorlijk belangstelling genoten in 2009, vergelijkbaar met 2008, maar met grotere projecten. Desondanks niet voldoende aanvragen om het volledige budget uit te putten.

BMKB

Door de economische/financiële crisis werd 2009 gekenmerkt door een beperkte kredietenvertrekking door banken aan het MKB. Dit heeft ook geresulteerd in een lager dan geraamd beroep op de BMKB-regeling, waardoor ook de ontvangen premies lager zijn dan oorspronkelijk geraamd.

Groeifinancieringsfaciliteit/GO

Door de economische/financiële crisis werd 2009 gekenmerkt door een beperkte kredietenvertrekking door banken. Om hieraan het hoofd te bieden heeft EZ in 2009 tijdelijk de GO-regeling geïntroduceerd met een garantieplafond van € 1 mrd. Door de verwerkingstijd binnen de banken van de verruiming van de Groeifinancieringsfaciliteit en de nieuwe GO in het laatste half jaar van 2009 is beperkt gebruik gemaakt van de faciliteiten. Hierdoor zijn er ook minder provisies ontvangen. In 2009 is een interne begrotingsreserve gecreëerd voor de GO-regeling waar€ 46,4 mln is gestort. Dit is ter afdekking van de risico’s, aangezien naar verwachting de ontvangsten (premies) en uitgaven (uit te keren schades) op jaarbasis niet gelijk zullen lopen.

Microkredieten

Het verschil wordt verklaard doordat in het najaar van 2008 € 5 mln verplichtingenruimte van 2009 naar voren is gehaald om de lening aan de stichting Microkrediet vast te leggen. Daarnaast is in 2009 € 2,5 mln overgeheveld door SZW ten behoeve van de verstrekking van micro-krediet door de stichting.

Actieplan Veilig Ondernemen

Bij de eerste suppletore begroting 2009 zijn de in 2008 niet benutte middelen aan de begroting toegevoegd (€ 11 mln). Als gevolg van het succes van de pilot-subsidieregeling Veiligheid kleine bedrijven (VKB) is bij 2e suppletore begroting nog € 2,7 mln extra aan de regeling toegevoegd. Doordat het merendeel van de aanvragen voor de landelijke regeling pas in december binnenkwam, kon een groot deel hiervan (€ 7,7 mln) echter niet meer in 2009 worden gecommitteerd.

Bijdragen aan instituten

Het verschil wordt met name verklaard door de bijdragen van andere departementen voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, Regieraad Bouw en Nicis-instituut, waarvan de committeringen ten laste van dit onderdeel zijn gebracht.

Bevorderen Ondernemerschap

De overschrijding in de verplichtingen is veroorzaakt door de vastlegging van de verplichtingen van een aantal projecten die begin 2010 zijn gestart.

Onderwijs en Ondernemerschap

De uitputting voor Onderwijs en Ondernemerschap verloopt zowel qua verplichtingen als uitgaven minder snel dan geraamd omdat een aantal samenwerkingsverbanden vertraging hebben opgelopen bij de start van de projecten.

Cofinanciering EZ in EFRO-programma’s

In 2008 is op basis van de nieuwe co-financieringsregeling voor de gehele looptijd van het programma het beschikbare budget voor cofinanciering van het EFRO-programma, doelstelling III, gecommitteerd aan de managementautoriteiten (totaal € 23,75 mln). Deze mutatie betreft de doorwerking van die mutatie in 2009.

BSRI

In 2009 is van alle binnengekomen aanvragen voor de BSRI maar een klein aantal projecten in staat geweest om de financiering (tijdig) rond te krijgen. Hierdoor kon een groot deel van het budget niet worden gecommitteerd.

Pieken in de Delta

De hogere verplichtingenrealisatie wordt veroorzaakt door het doorschuiven van de middelen die voor de tenders in 2008 stonden geraamd, maar niet zijn verplicht, doordat de tenders te laat in het jaar sloten. In 2009 zijn overigens niet alle beschikbare middelen weggezet, doordat er nog steeds enige vertraging zit in het programma Noord-Nederland (als gevolg van de latere start in 2008) en de beschikbare (tender)budgetten van het programma Noordvleugel niet volledig zijn benut. Bij eerste suppletore begroting 2010 zal worden voorgesteld het verplichtingen budget in 2010 met € 27 mln te verhogen.

Bijdrage aan ROM’s en Ontvangsten ROM’s

In 2009 is € 15 mln aanvullend kapitaal gereserveerd voor een kapitaalstorting voor de regionale ontwikkelingsmaatschappijen Oost NV en BOM. De aanvullende storting is, mede in het licht van de stimulerende werking die er vanuit gaat tijdens de crisis, gewenst om de participatietaken van de beide ROM’s op niveau te kunnen houden. Tevens is in 2009 overeenstemming bereikt over de aanwending van de overliquiditeiten LIOF. Na afstorting door LIOF aan EZ zijn deze middelen opnieuw gecommiteerd voor de financiering van economische projecten in Limburg via het Nedermaas fonds.

Bedrijventerreinen

Het verschil met de ontwerpbegroting wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bedrijventerreinmiddelen nog niet konden worden overgeheveld naar het Provinciefonds. Het convenant bedrijventerreinen 2010–2020, dat de basis hiervoor vormt, is pas in het najaar van 2009 ondertekend. Na opstelling van de provinciale herstructureringsprogramma’s zullen de middelen worden overgeheveld. De midden zijn daarom gebruikt om in 2009 nog enkele reeds ingediende Topperprojecten uit te voeren.

Niet zichtbaar in cijfers, omdat middelen in hetzelfde jaar zijn toegevoegd en overgeheveld naar Gemeente- en Provinciefonds, is dat via dit onderdeel de motie Van Heugten1 is uitgevoerd, waarmee onder andere de financiering van bedrijventerreinprojecten in IJmond, Rijssen, Zutphen, Velsen en de gebiedsontwikkeling van logistiek park Moerdijk is rondgekomen (mede dankzij bijdragen van VROM en V&W).

Zuiderzeelijn

In 2009 zijn de middelen voor het compensatiepakket ZZL aan de EZ-begroting toegevoegd. In 2009 is hiervoor 1 project gecommitteerd te grootte van € 10 mln.

Nota Ruimte

In 2009 zijn door EZ de Nota Ruimte-projecten Apeldoorn Kanaalzone, Eindhoven A2 zone en Groningen Centrale zone goedgekeurd. Financiering heeft plaatsgevonden uit het FES.

Sterke regio’s

In 2009 zijn middelen uit het FES aan de EZ-begroting toegevoegd en verplicht voor 3 Sterke Regio-projecten, namelijk het Bio Sciencepark Leiden, de High Tech Factory Twente en de Internationale Campus Eindhoven.

Bijdrage DGOI aan Agentschappen

Dit onderdeel wordt belast voor de kosten voor uitvoering van regelingen door agentschappen. De overschrijding wordt verklaard doordat een deel van de budgetten voor deze uitvoeringskosten bij Najaarsnota nog niet was overgeheveld vanuit de beleidsbudgetten, omdat op dat moment de precieze omvang van de uitvoeringskosten nog niet bekend was.

Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid

Het verschil met de oorspronkelijke raming betreft met name de ontvangen middelen uit de verkoop door Domeinen van de gronden die eerder waren aangekocht voor de uitbreiding van de luchthaven Maastricht Aken. Daarnaast werd in 2009 ook nog de terugbetaling van de niet bestede middelen in het kader van de regeling IPR-decentraal verwacht, maar doordat de vaststelling pas eind 2009 kon plaatsvinden is deze ontvangst niet meer in 2009 gerealiseerd.

Ontvangsten ROM’s

De afroming van de middelen van het LIOF was aanvankelijk niet in 2009 geraamd, maar in 2008. Doordat toen geen overeenstemming meer werd bereikt, zijn de middelen doorgeschoven.

Ontvangsten JSF

Omdat er nog geen productiegerelateerde omzet door de industrie gedraaid is, heeft de industrie nog geen ontvangsten uit hoofde van de JSF kunnen realiseren en heeft de industrie dus ook dit jaar niets aan het Rijk af kunnen dragen.

Markt en spelregels

Operationele doelstelling 1: Bevorderen Level Playing Field

Om te zorgen voor een eerlijk speelveld (level playing field) heeft EZ gewerkt aan het verhelpen van marktverstoringen als gevolg van het optreden van overheden, bij voorkeur via o.a. de EU en de WTO (zie tevens artikel 1 en 5). Soms is het echter noodzakelijk om de verstoring op nationaal niveau te repareren via gerichte maatregelen. In 2009 gold dit specifiek voor de defensiegerelateerde industrie en de scheepsbouw, waar mede door de specifieke inzet van EZ-instrumenten ongewenste verstoringen in het speelveld van deze sectoren zijn tegengegaan. Hierdoor kon de orderportefeuille in deze sectoren op peil blijven. Voorbeelden uit het stimuleringspakket die een bijdrage hebben geleverd aan een gelijk speeldveld voor het bedrijfsleven zijn de deeltijd WW (als reactie op vergelijkbare regelingen in Duitsland en Belgie) en de sloopregeling voor oude auto’s (als reactie op een vergelijkbare regeling in Duitsland).

Instrumenten en activiteiten

Compensatiebeleid

In 2009 is de streefwaarde van € 450 mln ruimschoots gehaald. Vanwege het projectmatige karakter vertoont de gerealiseerde compensatie een schommeling over opeenvolgende jaren.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen 1        
Bron: Compensatie administratiesysteem EZ 678(532) mln 557(520) mln 552(566) mln(voorlopig cijfer) Minimaal 450 mln

1 De indicator gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen geeft het bedrag weer dat door buitenlandse partijen bij Nederlandse bedrijven wordt besteed ter compensatie van aanschaffingen van buitenlands materieel door het ministerie van Defensie. ( )=5 jaars voortschrijdend gemiddelde.

Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsbouw (SIZ)

In 2009 zijn 9 aanvragen gehonoreerd met een totale subsidie van € 10,8 mln. Hiermee wordt bij de Nederlandse scheepswerven voor € 54,1 mln aan scheepsbouwinnovatieprojecten gerealiseerd. Het aantal projecten is vergelijkbaar met 2008, maar de financiële omvang is toegenomen. Ook de scheepsbouwsector heeft wereldwijd te maken met de negatieve effecten van de economische crisis, maar in het kader van de SIZ vallen de effecten nog mee. Dit komt omdat de aanvragen zich vooral richten op niches die relatief wat minder worden getroffen door de crisis. 7 van de 9 projecten zijn speciale schepen (baggerschepen, werkschepen voor de offshore of superjachten).

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicatoren 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Aantal gerealiseerde scheepsbouwinnovatie-projecten die door de SIZ worden ondersteund        
Bron: Agentschap NL (EVD) 12 9 9 20
Omvang van de door de werven gerealiseerde Research, Develoment en Innovatie (RD&I) die door de SIZ worden gerealiseerd1        
Bron: Agentschap NL (EVD) 55,1 mln 48,1 mln 54,1 mln 97 mln(jaarlijks)

1 De realisatiecijfers voor 2007 en 2008 zijn gecorrigeerd voor aanvragen die vervallen zijn en later opnieuw zijn ingediend.

Borgstellingsregeling Scheepsnieuwbouw

Deze regeling is in 2009 niet door de banken gebruikt. Inmiddels is met de banken overeenstemming bereikt over de voorwaarden rond uitbetaling van eventuele schades en wordt de regeling aangepast. De regeling is in december 2009 aan Brussel voorgelegd ter goedkeuring.

Basispakket

Operationele doelstelling 2: Stimuleren meer en beter ondernemerschap

Het ondernemerschap in Nederland zit in de lift. De ondernemersquote, het aantal personen dat in Nederland een eigen bedrijf heeft, nam gestaag toe in de periode 2002–2009: van ruim 10 tot 12,3 % van de werkzame beroepsbevolking. Daarmee heeft Nederland een inhaalslag gemaakt ten opzichte van andere landen, waardoor Nederland nu ongeveer op het Europees en OESO gemiddelde ligt. Ook op het gebied van aankomend en jong ondernemerschap – bijvoorbeeld het aantal mensen dat bezig is met het opzetten van een bedrijf of degenen die net gestart zijn – heeft Nederland zijn internationale positie verbeterd.1 Deze ontwikkelingen tonen aan dat het ondernemerschapsbeleid van het kabinet dat is gericht op het wegnemen van drempels voor ondernemerschap vruchten afwerpt. Ook in 2009 is gewerkt aan onder andere het stimuleren van ondernemerschap in het onderwijs, het stimuleren van de aansluiting tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven alsmede maatschappelijk verantwoord ondernemen. Als gevolg van de economische crisis, is het zorgen voor voldoende financiering voor ondernemers een belangrijk aandachtspunt geweest. Nederland kent relatief weinig snelle groeiers. Daarom is het positief dat – ondanks de crisis – in 2009 het programma Groeiversneller goed op stoom is gekomen.

Prestatiegegevens
        Realisatie
Kengetal 2006 2007 2008 2009
Ondernemersquote        
Bron: EIM (obv CBS en KvK). Betreft aantal ondernemers excl. landbouw 11,7% 12,3% (voorlopig cijfer) 12,4% (schatting) 12,3%, (schatting)

Instrumenten en activiteiten

BMKB

De borgstellingsregeling MKB vergroot de toegang van het midden- en kleinbedrijf tot bankkrediet als er onvoldoende zekerheidsdekking voor de bank aanwezig is. Het maximale borgstellingskrediet bedraagt € 1,5 mln. In 2009 is het garantieplafond van de BMKB verhoogd van €730 mln naar € 745 mln, waarvan € 556 mln (75%) is benut voor 2 442 garanties. Dit is een daling van € 45 mln ten opzichte van 2008. De benutting is onder de streefwaarde van 80% gebleven. De benutting hangt af van investerings- en overnameplannen van het bedrijfsleven en de start van nieuwe bedrijven, en is daarmee nauw verbonden met de ontwikkeling van de conjunctuur. De daling is dan ook verklaarbaar door het negatieve effect van de kredietcrisis, al trok in de tweede helft van 2009 het gebruik alweer aan. De tweede helft van 2009 toonde zelfs de beste benutting ooit van de BMKB.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
BMKB -Benuttingsgraad          
Bron: Agentschap NL 95% 86% 81% 75% Minimaal 80%

Groeifaciliteit

In 2009 is een budget gepubliceerd van € 119 mln. Daarvan is € 10 mln daadwerkelijk benut. De benutting van de Groeifaciliteit blijft in 2009 mede als gevolg van de kredietcrisis ver achter bij de verwachting en ook bij de indicator voor 2009 (€ 40 mln aan verleende garanties). Het instrument is daarom in december 2009 tijdelijk aangepast. Het risicoprofiel van de te accepteren aanvragen is verbreed en het maximale garantiebedrag is verhoogd van € 2,5 mln naar € 12,5 mln.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Groeifaciliteit – jaarlijks bedrag aan afgesloten financieringscontracten        
Bron: Agentschap NL 10 mln 23 mln 10 mln 40 mln

Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO)

In maart 2009 is als tijdelijke crisismaatregel de Garantie Ondernemingsfinanciering gepubliceerd. Doel hiervan is de bancaire financiering aan, in de kern, gezonde bedrijven op gang te houden. Implementatie door banken kostte enige tijd, sindsdien ontwikkelt het gebruik zich snel. Er zijn nu 56 kredietvoorstellen van banken van in totaal € 484 mln1 gefiatteerd. In het najaar 2009 is de regeling verruimd voor grote kredieten en de zorg en is de regeling inmiddels ook opengesteld voor bankgaranties en de bouwsector.

Microfinanciering

In 2009 zijn er door Qredits 550 kredieten verstrekt en ongeveer 60 via de borgstellingsregeling2, waardoor 610 mensen een onderneming hebben kunnen starten. In 2009 is het aantal microfinancierings-ondernemerspunten verdubbeld tot 35. Deze ondernemerspunten, die zich richten op voorlichting, doelgroepenbenadering en begeleiding, liggen verspreid over Nederland. De website www.eigenbaas.nl, die gericht is op (startende) ondernemers in 2009 56 000 keer bezocht.

Aanpak regeldruk EZ

In 2009 is netto € 34,3 mln reductie van de Administratieve Lasten gerealiseerd (11,8%). In totaal is sinds 2007 netto € 52,3 mln reductie gerealiseerd (18%). Op het gebied van Aanbesteden heeft het gebruik van digitale publicatiemethoden en de invoering en toepassing van de eigen verklaring reeds ruim € 25 mln opgeleverd. Ook zijn de drempelwaarden voor de statistieken van de buitenlandse handel verhoogd, waardoor minder bedrijven opgave hoefden te doen. Dit leverde € 1,3 mln reductie op.

Prestatiegegevens
        Realisatie (cumulatief) Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2011
Administratieve Lasten Vermindering door EZ als vakdepartementen (cumulatief)          
Bron: Eigen registratie   – 0,9% – 6,2% – 18% – 25,5%

Programma Groeiversneller

Het programma, dat zich richt op in Nederland gevestigde bedrijven die de potentie hebben een forse groeiversnelling te realiseren, van enkele miljoenen naar een omzet van ten minste € 20 miljoen per jaar, is in 2009 goed op stoom gekomen. Inmiddels nemen 65 bedrijven deel aan het Programma, waarvan 35 ondernemers in januari 2009 en 30 ondernemers in september 2009 zijn gestart.

Actieplan Veilig Ondernemen

Na een succesvolle pilot vanaf 1 februari 2009 is de subsidie in september landelijk beschikbaar gesteld. In totaal is hiervoor € 21,5 mln beschikbaar gesteld. Hiervan worden circa 3 750 aanvragen gehonoreerd. Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd naar succes- en faalfactoren van winkelstraatmanagement, is een (concept)leidraad opgesteld en is in totaal € 3 mln beschikbaar gesteld waarmee gemeenten winkelstraatmanagers kunnen inhuren ter bevordering van de samenwerking en vergroting van de veiligheid in winkelgebieden. Op 9 december 2009 is het 2e Transportconvenant door 13 private en publieke partijen getekend. Het convenant heeft een looptijd van 4 jaar en bevat 38 acties gericht op het terugdringen van transportcriminaliteit.

Bedrijven Investeringszones (BIZ)

Per 1 mei 2009 is de BIZ van kracht geworden waarmee het voor ondernemers mogelijk wordt om gezamenlijk te investeren in een veilige en aantrekkelijke bedrijfsomgeving waarbij alle ondernemers meebetalen. In 2009 zijn ruim vijftig initiatieven gestart, waarvan er eind 2009 zes gerealiseerd zijn.

Versterken locale economie (wijkeconomie)

In 2009 is de Kamer de voortgangsrapportage wijkenaanpak naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2009–2010, 30 995, nr 75). Het accent ligt inmiddels bij het ondersteunen van gemeenten bij de ontwikkeling van een structurele visie en aanpak. Hierin is in 2009 ook bestuurlijk stevig ingezet, onder meer via het convenant strategische economische samenwerking met de G36. Uit een recente studie van het EIM1 blijkt dat de aandachtswijken hun achterstand met betrekking tot ondernemerschap aan het inlopen zijn.

Actieprogramma Onderwijs en Ondernemen

In 2009 zijn 27 onderwijsnetwerken van het primair tot het middelbaar beroepsonderwijs van start gegaan, zijn 6 HO-studenten – bij wijze van pilot – op ondernemerschapstage in de VS gegaan en werkt het SLO (stichting leerplan ontwikkeling) met 100 docenten aan een scholingsaanbod voor ondernemende docenten. Een tussenevaluatie in 2009 oordeelt positief over de resultaten van de regeling onderwijs en ondernemerschap 2007. De betrokken onderwijsinstellingen besteden meer aandacht aan ondernemerschap en zijn in de meeste gevallen op weg om ondernemerschaponderwijs te verankeren. De gepercipieerde effecten laten zien dat de regeling meer ondernemend gedrag en/of houding weet uit te lokken bij studenten. Van de deelnemende studenten heeft een op de vijf momenteel een bedrijf en nog eens 19% is bezig met het opzetten van een bedrijf.

Beroepsonderwijs in Bedrijf (BiB)

Ook in 2009 is het subsidiebudget van € 12 miljoen volledig besteed. In 2009 zijn 69 BiB samenwerkingsverbanden gestart. Er zijn nu in totaal 165 BiB-samenwerkingsverbanden waar ongeveer 850 bedrijven en 363 opleidingen aan meedoen. De tussenevaluatie in 2009 oordeelt positief over de resultaten en doelmatigheid van de regeling: zowel onderwijsinstellingen als bedrijven vinden dat de regeling bijdraagt aan het versterken van de relatie tussen scholen en bedrijven, en daardoor aan het verbeteren van de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt.

Voorlichting, coaching en begeleiding ondernemers

EZ ondersteunt structureel de activiteiten van de Stichting Ondernemersklankbord waar ondernemers voor advies en begeleiding door deskundige vrijwilligers terecht kunnen. Gewoonlijk helpt Ondernemersklankbord zo’n 2500 ondernemers per jaar waarvan een derde in een intensief traject. Als gevolg van de economische crisis heeft Ondernemersklankbord in 2009 bijna 60% méér intensieve begeleidingstrajecten doorlopen met ondernemers die op de rand van faillissement balanceerden. In 2009 betrof dit ongeveer 1 450 trajecten waarvan 1 op 3 succesvol is geweest zodat daarmee bijna 500 faillissementen zijn afgewend en de betreffende ondernemingen nu goed draaien.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

De vraag naar de kennis en activiteiten van MVO Nederland nam in 2009 aanzienlijk sneller toe dan voorzien. Dit geeft het belang van MVO en duurzaamheid in crisistijd aan. Met de Transparantiebenchmark wordt jaarlijks de voortgang van maatschappelijke jaarverslaggeving gemeten. In 2009 verscheen de 5e editie en werd aangekondigd dat de benchmark in 2010 zal worden herzien: er worden meer bedrijven beoordeeld, de criteria worden herzien en de informatie uit de benchmark wordt interactiever gemaakt1.

Box: Fiscale faciliteiten

In 2009 heeft EZ zich op fiscaal terrein onder meer ingezet voor het stimuleren van investeringen, het bevorderen van deeltijdondernemerschap en het verruimen van liquiditeit. Deze maatregelen zijn opgenomen in het Fiscaal stimuleringspakket en het Belastingplan 2010. Met name het verruimen van liquiditeit geeft ondernemers extra lucht tijdens de economische crisis. Hiertoe zijn in 2009 verschillende maatregelen genomen. Het gaat om de verruiming van de verliesverrekening in de Vennootschapsbelasting en de mogelijkheid BTW per kwartaal af te dragen. Verder is in 2009 de tijdelijke willekeurige afschrijving ingevoerd. Ondernemingen die in 2009 of 2010 investeringen verrichten krijgen de mogelijkheid deze in twee jaar af te schrijven (maximaal 50% per jaar). Tot slot is er een tijdelijke verlaging van het MKB-tarief van de Vennootschapsbelasting ingevoerd.

Programmatisch pakket

Operationele doelstelling 3: Benutten van gebiedsgericht economische kansen

Nederland kent een aantal gebiedsclusters die internationaal concurrerend zijn of de potentie hebben mee te draaien in de internationale top. Door de samenwerking met decentrale overheden, bedrijven en kennisinstellingen zijn gebiedsgericht, kansen optimaal benut en knelpunten weggenomen. Leidraad hierbij is het Pieken in de Delta beleid. Deze filosofie wordt geoperationaliseerd door middel van een samenhangend pakket dat bestaat uit gebiedsgerichte integrale programma’s en beleid gericht op specifieke terreinen. Programmatisch zijn de subsidies vanuit Pieken in de Delta en Structuurfondsen, aangevuld met de enveloppe Sterke Regio’s. Bij deze programma’s is opmerkelijk dat in 2009 ondanks de crisis sprake is van overtekening op tenders en regelingen. Specifieke instrumenten zijn bedrijventerreinenbeleid, toerisme en het Besluit Subsidies Regionale Investeringen (BSRI). De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen vervulden hierbij een ondersteunende rol. Door de ondersteuning van gebiedsgerichte (innovatie) projecten droegen deze instrumenten in 2009 gezamenlijk bij aan het versterken van het vestigingsklimaat in top- en grensregio’s door een (mede door samenwerking met regionale partijen) slagvaardige gebiedsgerichte aanpak.

Instrumenten en activiteiten

Gebiedsgericht economisch beleid

De uitvoering het Pieken in de Delta (PiD) subsidieprogramma ligt op koers. Binnen Pieken in de Delta worden gebiedsgerichte (innovatie) projecten ondersteund. De gemiddelde uitgelokte investering door bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen per project is € 1,7 mln. Het derde jaar van het programma kende voor vijf gebieden twee tenders. In de eerste tender van 2009 zijn 41 gebiedsgerichte projecten gehonoreerd. In de tweede tender van 2009 zijn 86 aanvragen ingediend waarbij in alle programmagebieden sprake is van overvraging van de beschikbare budgetten. Begin 2010 wordt besluitvorming over deze aanvragen afgerond. In Noord Nederland wordt Pieken in de Delta in samenwerking met het Samenwerkingsverband Noord Nederland uitgevoerd. Hier wordt niet gewerkt met een tenderprocedure, maar staat de regeling het gehele jaar open. In 2009 zijn in Noord-Nederland 12 projecten gehonoreerd met een rijksbijdrage van € 22,5 mln. In 2010 wordt het programma geëvalueerd.

Box: Bio-based economy

Synergie Pieken in de Delta-Structuurfondsen: Piek Agribusiness

In Noord-Nederland is het Carbohydrate Competence Center een voorbeeld van toekomstige «bio-based economy». Koolhydraten kunnen bouwstenen zijn voor biobrandstof, chemicaliën en plastic vervangende materialen. De koolhydratenkennis in Nederland is groot, maar versnipperd. Het Carbohydrate Competence Center, dat begin 2009 van start ging is het kenniscentrum op het gebied van koolhydraten in Nederland. Dit centrum wil de aanwezige koolhydratenkennis versterken en uitbouwen naar internationaal topniveau. Ondersteuning in deze fase vindt plaats vanuit de structuurfondsen. De fase hieraan voorafgaand is gefinancierd vanuit Pieken in de Delta.

Piek Procesindustrie

In Zuidwest Nederland is in het gebied Gent-Terneuzen grensoverschrijdend een sterke ontwikkeling ingezet op het vlak van bio-energie. Het grensoverschrijdende samenwerkingsverband «Bio Base Europe» is gericht op de verdere ontwikkeling en toepassing van bio-energie. In de Gentse Kanaalzone komt een grote proeffabriek, waar onderzoek wordt gedaan naar de energiewinning uit afval als stro, maïskolven, houtpallets. Naast deze proeffabriek investeert het project in een opleidingscentrum voor nieuw toekomstig personeel en in een kenniscentrum voor bio-energie. Bij het ROC Westerschelde in Terneuzen wordt het trainingscentrum ondergebracht.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicatoren 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Gevraagde subsidie als percentage van het budget per regio          
Bron: Agentschap NL 242% 233% 110% Nog niet beschikbaar Minimaal 100%
Totale projectkosten als percentage van de totale beschikbare subsidie per regio          
Bron: Agentschap NL 854% 395% 336% Nog niet beschikbaar Minimaal 300%

Toelichting

De waarden 2006 en 2007 zijn ten opzichte van de begroting 2009 geactualiseerd op basis van recentere gegevens.

Structuurfondsen/EFRO-cofinanciering (periode 2007–2013)

De vier landsdelige Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) programma’s en de grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s kennen een sterke samenhang met de Lissabon-agenda en met beleid op nationaal (Pieken in de Delta) en decentraal niveau. Het versterken van de concurrentiekracht door innovatie en samenwerking tussen bedrijven, het MKB en kennisinstellingen te stimuleren is binnen deze programma’s dan ook een belangrijk thema. De andere prioriteiten binnen de programma’s zijn gericht op het vergroten van de aantrekkingskracht van steden en regio’s als vestigingsplaats voor mensen en bedrijven.

Alle regionale programma’s hebben in 2009 een boven verwachting grote toestroom van projectvoorstellen te verwerken gekregen. Vooral voor de innovatieprioriteit bestaat veel belangstelling. Ook de andere thema’s laten een goede voortgang zien. Financiering van de programma’s bestaat voor de helft uit de Europese bijdrage vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Dit wordt onder meer gecofinancierd door EZ. In november is de projectenwebsite www.europaomdehoek.nl gelanceerd. Op deze website zijn alle projecten die middelen uit de Structuurfondsen hebben ontvangen te bekijken.

In 2009 is goede voortgang geboekt op het Nationaal Actieplan voor de structuurfondsprogramma’s 2000–2006 ter verbetering van controle en beheer van de middelen. Medio 2010 vindt de afsluiting van de programma’s uit die periode plaats. Op dat moment wordt tevens de uitvoering van het Nationaal Actieplan afgesloten.

Sterke regio’s en Nota Ruimte Budget

Voor vier regio’s is deze kabinetsperiode € 125 mln beschikbaar gesteld uit het FES, bedoeld voor ambitieuze investeringen die het internationale vestigingsklimaat versterken door beschikbaar stellen van nieuwe technologieën, gezamenlijke faciliteiten of vergroting bereikbaarheid. In 2009 zijn de volgende projecten gehonoreerd, met een subsidiebijdrage van in totaal € 55 mln voor de High Tech Factory in Twente (faciliteit om producten voor de medische sector en de voedingsmiddelenindustrie te testen, maken en verpakken), CAT-AgroFood Wageningen (apparatuur voor micro- en nanotechnologie-onderzoek), 5 campusprojecten Zuid-Oost Nederland (gezamenlijke huisvesting en gezamenlijke laboratorium faciliteiten op de High Tech Automotive Campus Helmond, de High Tech Campus Eindhoven en de Chemelot Campus in Sittard-Geleen) en de Vaargeul Eemshaven (verdieping en verbreding Eemshaven in verband met bereikbaarheid voor grotere schepen.

Ten aanzien van Nota Ruimte Budget is in 2009 de financiële bijdrage voor alle 23 gebiedsontwikkelingsprojecten vastgesteld. EZ was mede namens de Ministeries van VROM, V&W en LNV rijksprojecttrekker voor de projecten Apeldoorn-Kanaalzone, Eindhoven A2 zone, Eindhoven Brainport, Groningen Centrale zone en Nieuw Reijerwaard en Westelijke Dordtse Oever.

Bedrijventerreinen

Het kabinet heeft ten doel om in 2012 3 500 hectare aan bedrijventerreinen te hebben geherstructureerd. EZ heeft in 2009 voor het laatst via de Topperregeling € 11 mln bijgedragen aan de realisering van 5 Topprojecten herstructurering. In totaal heeft EZ sinds 2004 circa € 110 mln bijgedragen aan realisatie van 47 herstructureringsprojecten. In 2009 is de Topper-regeling geëvalueerd die vooral ten doel had bij te dragen aan het in de komende jaren te voeren bedrijventerreinenbeleid. Uit de evaluatie bleek dat het vliegwieleffect van een overheidsbijdrage zo groot mogelijk wordt gehouden bij het vooraf ontwikkelen van een visie op bedrijventerreinen dat als kader dient voor projectuitvoering alsmede het niet versnipperd inzetten van het beschikbare budget.

In aansluiting op het advies van de commissie Noordanus heeft het kabinet met provincies en gemeenten in november 2009 een convenant gesloten over de aanpak van bedrijventerreinen. Doel is het stimuleren van een gezamenlijk succesvol, duurzaam en economisch verantwoord bedrijventerreinenbeleid dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke kwaliteit van Nederland. Met de toekenning van Fes-middelen en zgn. Motie Van Heugten-projecten1 kreeg de herstructurering op een aantal locaties een forse impuls. In een aantal pilots wordt de nieuwe regionale aanpak concreet toegepast.

BSRI

Het budget van € 12,5 mln is bij voorjaarsnota opgehoogd naar € 19,7 mln voor projectvoorstellen die eind 2008 nagenoeg gereed waren. In 2009 zijn 13 subsidieaanvragen ingediend. In relatie tot voorgaande jaren is slechts een zeer beperkt aantal aanvragen gecommitteerd. In totaal zijn drie aanvragen toegekend met een totaal subsidiebedrag van € 4,5 mln. Zes aanvragen kregen de financiering niet tijdig voor elkaar. Vier aanvragen zijn ultimo 2010 nog in behandeling. In 2009 vond een evaluatie plaats van de BSRI, waaruit geconcludeerd wordt dat het positieve effect van de regeling op extra investeringen en arbeidsplaatsen per saldo beperkt is geweest.

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s)

Vanwege de kredietcrisis is het overleg met de ROMs geïntensiveerd: zij geven een regionale doorkijk op ontwikkelingen bij bedrijven en signaleren over kredietverlening aan bedrijven. In 2009 werden 873 aanvragen voor kapitaalverstrekking bij de ROMs ingediend. Dit aantal ligt substantieel (ruim 50%) hoger dan in 2008. Deze toename is vooral toe te schrijven aan (de gevolgen van) de kredietcrisis. Vanwege de crisis hebben de ROMs beschikking gekregen over additionele middelen voor projectontwikkeling in het kader van grensoverschrijdende samenwerking.

Toerisme

Doel van het EZ toerismebeleid is het stimuleren van het inkomend bezoek aan Nederland, en daarmee een toename van de buitenlandse bestedingen in ons land. EZ heeft voor de internationale promotie van Nederland in het buitenland ruim € 50 mln beschikbaar gesteld aan het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC), voor de periode 2008–2010. De cijfers laten zien dat het inkomend toerisme sinds de intrede van de economische crisis in 2008 zijn gedaald. Naast de crisis, heeft ook de dure euro en (medio 2009 afgeschafte) vliegbelasting een ongunstig effect gehad op het inkomend toerisme. Daarmee staan de NBTC doelstellingen onder druk. Om het effect van de crisis zoveel mogelijk te dempen, is het NBTC in samenwerking met het toeristische bedrijfsleven een aantal actiematige campagnes gestart, zoals een Value-for-Money campagne («Nederland biedt waar voor je geld») in Noord-Amerika en West-Europa en een «2=1» en «3=1» (drie voor de prijs van één) campagne in onze buurlanden België en Duitsland. De cijfers voor 2009 zijn medio 2010 beschikbaar.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicatoren 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Inkomend toerisme (aantal buitenlandse bezoekers)          
Bron: CBS 10,7 mln 11,0 mln 10,1 mln Nog niet beschikbaar 11,2 mln
Stedentoerisme (aantal buitenlandse bezoekers)          
Bron: NBTC, CIT 2,1 mln 2,2 mln 2,0 mln Nog niet beschikbaar 2,4 mln
Marktaandeel congresmarkt (percentage)          
Bron: ICCA, UIA 23,1 21,9 22,2 Nog niet beschikbaar 19,0 (in2010)

Grotestedenbeleid/Stadseconomie

In 2010 zal EZ de in het GSBIII gemaakte afspraken 2005–2009 met de steden evalueren, waarna afsluiting plaatsvindt van de economische pijler van GSBIII. De relatie met de steden heeft in 2009 -naast die in Pieken in de Delta verband- verder vorm gekregen door een in oktober gesloten convenant tussen EZ, de G32 en de G4 over strategische economische samenwerking. Naast de GSB aanpak is in relatie tot wijkeconomie een achttal voorbeeldprojecten gefinancierd op het gebied van ondersteuning ondernemerschap en scholing, facilitering ZZP-ers en stimulering private investeringen.

Overzicht afgeronde onderzoeken
Soort onderzoek Onderwerp OD Start Afronding Vindplaats
Effectenonderzoek ex post Kamers van Koophandel 3.2 2009 2010  
Effectenonderzoek ex post Pilot microkredieten (distributie) 3.2 2009 2009 Kamerstukken II, 2009–2010, 31 311, nr. 35
Effectenonderzoek ex post Regieraad Bouw 3.2 2009 2009 Kamerstukken II, 2009–2010, 32 123 XIII, nr. 3
Effectenonderzoek ex post Bedrijventerreinen (Topper) 3.3 2008 2009 Kamerstukken II, 2008–2009, 31 700 XIII, nr. 65
Effectenonderzoek ex post Gebiedsgericht beleid (PiD) 3.3 2009 2010  
Effectenonderzoek ex post ROM’s 3.3 2009 2010  
Effectenonderzoek ex post BSRI 3.3 2009 2009  
Overig evaluatieonderzoek Tussenevaluatie Beroepsonderwijs in Bedrijf* 3.2 2009 2009  
Overig evaluatieonderzoek EIM (Programmaonderzoek MKB en ondernemerschap) 3.2 2009 2009 Kamerstukken II, 2009–2010, 32 123 XIII, nr 48
Overig evaluatieonderzoek Kenniscentrum MVO 3.2 2009 2010  

* Betreft intern onderzoek welke niet in begroting 2009 was opgenomen.

Artikel 4. Doelmatige en duurzame energiehuishouding

Algemene doelstelling

Een doelmatige en duurzame energiehuishouding

Betrouwbaar, betaalbaar en schoon zijn nog steeds de trefwoorden voor het energiebeleid. De liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt was een belangrijke stap naar betaalbaarheid. In 2009 zette EZ zich in om de markten dusdanig te ordenen dat afnemers (burgers en bedrijven) profiteren van een effectieve concurrentie op de gas- en elektriciteitsmarkt. Ruim 9 % van de huishoudens is in 2008 overgestapt op een andere leverancier tegen zo’n 5 % in 2006. Deze stijging zet in 2009 door.1

Aan energiediplomatie en samenwerking met andere landen wordt doorlopend aandacht besteed. Relaties zijn verdiept en uitgebreid. Samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken werkt EZ voorspoedig aan het dossier energievoorzieningszekerheid. Ook het creëren van een gunstig investeringsklimaat door middel van regelgeving en het stroomlijnen en versnellen van de procedures door EZ dragen bij aan de betrouwbaarheid van energieleveringen. In dit verband is sinds 1 maart 2009 de Rijkscoördinatieregeling van toepassing op grote energieprojecten. Deze maakt het mogelijk om bijvoorbeeld windenergie vanaf 100 MW, overige duurzame elektriciteitsproductie vanaf 50 MW of conventionele elektriciteitsproductie vanaf 500 MW sneller te realiseren.

In 2009 is het aandeel duurzame elektriciteitsproductie t.o.v. de totale consumptie toegenomen van 7,5% tot 9%. Van deze toename is 0,5% toe te schrijven aan de afname van de consumptie met 5%. De vraag naar duurzame elektriciteit is gedurende dezelfde periode toegenomen tot 23%, wat betekent dat momenteel 14% moet worden ingevoerd2. Ten behoeve van een schoner energieaanbod stimuleert EZ de productie van duurzame energie, de verbetering van efficiency en een reductie van de CO2-emissie. Hiervoor is, bijvoorbeeld, in de loop van 2009 de inpassing van windenergie op land en op zee in Noordwest Europa duidelijk op de agenda gekomen van het Pentalaterale Energieforum. Met behulp van de Stimuleringsregeling voor Duurzame Elektriciteitsproductie (SDE) is 640 MW aan duurzame elektriciteit gestimuleerd en is een tender gepubliceerd voor wind op zee van € 4,5 mld met een verwachte opbrengst van 900 MW. Ook is met de energie-intensieve industrie de Meerjarenafspraak energie-efficiency ondertekend en zijn met de Energie-Investeringsaftrek (EIA) investeringen in de productiecapaciteit van duurzame energie en investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen gestimuleerd. Voor de EIA kunnen investeringen tot en met april 2010 worden gemeld, dan zal bekend zijn voor welk bedrag aan investeringen is ondersteund.

Externe factoren

De onvoorspelbaarheid van de energietoekomst heeft alles te maken met onzekere factoren als internationalisering, investering in winning van olie en gas en de ontwikkeling van nieuwe (duurzame) technologieën. Maar ook de prijs van energie, die sterk afhankelijk is van internationale ontwikkelingen op de markt voor vraag en aanbod speelt een grote rol. De betaalbaarheid staat hierbij onder druk doordat de winning van olie en gas kostbaarder wordt.

De economische crisis leidde in 2009 tot een verminderde vraag naar elektriciteit. Na sterke fluctuaties in de olieprijs in 2008, daalde aanvankelijk de olieprijs in 2009 om vervolgens weer te stijgen. Een lage prijs voor fossiele brandstoffen leidt tot achterblijvende investeringen in winning en productie en maakt bovendien duurzame alternatieven minder aantrekkelijk. Het uitblijven van een mondiale klimaatcoalitie en onzekerheid over emissiehandel na 2020 leidt tot lage prijzen voor CO2-emissierechten wat in het nadeel van investeringen in duurzame energie en energiebesparing werkt.

Prestatiegegevens
Kengetallen 2003 2004 2005 2006 2007
Energie intensiteit (toe/M€’00) Nederland          
Bron: Eurostat 191 192 185 175 177
Energie intensiteit (toe/M€’00) EU 27          
Bron: Eurostat 188 185 182 176 169
Energie intensiteit (toe/M€’00) Wereld          
Bron: Eurostat 413 416 412 Nog niet beschikbaar Nog niet beschikbaar

Toelichting

De energie-intensiteit geeft inzicht in het energieverbruik en energie-efficiëntie. Het wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het bruto binnenlands energiegebruik (in ton olie equivalenten) en het bruto binnenlandse product (BBP in miljoenen euro’s; constante prijzen 2000). De energie-intensiteit in Nederland kent sinds 2004 een dalende trend die onderbroken is door een lichte toename in 2007. In vergelijking met de rest van de EU is de intensiteit in Nederland hoger dan de EU 27 gemiddelde. Dit is te verklaren door de relatief grote omvang van de energie-intensieve industrieen zoals de petrochemie- en tuinbouwsector. De waarden voor 2008 en 2009 en latere jaren zijn nog niet beschikbaar aangezien de statistieken van Eurostat met enkele jaren vertraging worden gepubliceerd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 4: Doelmatige en duurzame energiehuishouding (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 943 703 1 172 544 1 213 516 1 949 003 1 090 627 858 376
Waarvan garantieverplichtingen     93 440      
Programma gerelateerde verplichtingen 920 498 1 135 533 1 168 359 1 864 495 1 062 915 801 580
Markt en spelregels            
OD 1: Optimale ordening en werking van de energiemarkten            
– Comp. Demkolec/stadsverwarming 14 344 17 686 5 945 33 092 19 500 13 592
OD 2: Energievoorzieningszekerheid op korte en lange termijn            
– Doorsluis COVA-heffing 80 678 84 864 83 334 93 464 73 659 19 805
– Leningen COVA (garantieverplichting)     93 440      
– Beheer Mijnschadestichtingen 92     6 91 –  85
– O&O Bodembeheer 2 283 2 562 3 783 3 298 3 305 –  7
– Bijdrage aan diverse instituten 142 170 148 148 1 076 –  928
Basispakket            
OD 3: Verduurzaming van de energiehuishouding            
– Programma efficiency DG OI-deel     11 035      
– Duurzame Energie (MEP, SDE en Tegemoedkomingsregeling) 690 770 828 089 840 198 1 521 989 831 295 690 685
– Overige uitgaven duurzame energie 12 1 452 351 332 10 369 – 10 037
– Duurzame Warmte     463 17 006   17 006
– CO2-reductieplan / Joint Implementation 5 209 8 980 1 694 30 099 942 29 157
– Carbon Capture and Storage       6 373   6 373
– Energie-innovatie 54 359 53 785 54 418 55 071 70 049 – 14 978
– TransitieManagement 17 902 83 865 18 252 18 269 11 343 6 926
– Bijdrage aan ECN 50 454 42 154 40 361 73 087 31 532 41 555
Algemeen            
– Bijdrage Algemene Energie Raad 348 693 341   87 –  87
– Diverse proggrammauitgaven energie (HFR)   8 200 12 112 8 334 8 112 222
– O&O Energie 3 905 3 033 2 484 3 929 1 555 2 374
             
Apparaat gerelateerde verplichtingen 23 205 37 011 45 155 84 508 27 712 56 796
– Personeel DG ET 6 621 7 302 9 254 9 760 7 903 1 857
– Bijdrage aan agentschappen 12 472 25 025 30 840 69 790 15 296 54 494
– Apparaatuitgaven SodM 4 112 4 684 5 061 4 958 4 513 445
             
Uitgaven (totaal) 967 978 805 980 686 227 1 097 668 1 136 229 – 38 561
             
Ontvangsten (totaal) 4 852 633 5 748 739 8 338 406 9 540 591 11 890 642 – 2 350 051
– Terugontvangsten SenterNovem 1 483 1 031 1 253 247   247
– Ontvangsten COVA 80 678 84 864 83 334 93 464 73 659 19 805
– Aardgasbaten 8 104 217 7 872 195 10 469 653 11 012 889 14 100 000 – 3 087 111
– Bijdrage aan het Fes – 3 379 907 – 2 219 728 – 2 382 980 – 1 724 134 – 2 477 869 753 735
– Ontvangsten zoutwinning 1 998 2 023 2 050 3 831 1 761 2 070
– Ontvangsten Fes 7 421 6 157 116 594 128 176 137 941 – 9 765
– Diverse ontvangsten 36 743 2 195 48 501 26 118 55 150 – 29 032

Comp. Demkolec/stadsverwarming

Jaarlijks wordt een tegemoetkoming verstrekt aan elektriciteitsbedrijven in verband met stadsverwarmingsprojecten. Dit ter compensatie van kosten die door deze bedrijven na liberalisering van de energiemarkt niet meer terug kunnen worden verdiend. In 2009 zijn meer tegemoetkomingen verstrekt dan geraamd. Dit wordt vermoedelijk veroorzaakt door de lage gasprijs omdat bij een lagere gasprijs het compensatiebedrag toeneemt.

Doorsluis COVA-heffing

De COVA-heffing dient ter financiering van de kosten voor het onderhouden van noodvoorraden aardolie door de Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA). Deze middelen komen binnen op het onderdeel ontvangsten COVA en worden één op één via de dit uitgavenonderdeel doorgesluisd naar de stichting. De ontvangsten in 2009 waren hoger dan geraamd omdat het volume waarover de heffing plaatsvond groter is gebleken dan voorspeld. Dit hogere heffingsplichtig volume werd veroorzaakt doordat er meer aardolieproducten zijn ingevoerd dan verwacht.

MEP en SDE

Jaarlijks is ten tijde van het opstellen van de begroting de subsidieregeling SDE voor het betreffende jaar nog in ontwikkeling en de benodigde verplichtingenruimte daardoor nog onbekend. Dit leidt ertoe dat in de begroting 2009 slechts een beperkt deel van de EZ-middelen voor de SDE 2009 was gereserveerd. Bij de eerste suppletore begroting wordt hier jaarlijks verplichtingenruimte uit latere jaren aan toegevoegd om beschikkingen aan te kunnen gaan. Daarnaast is bij tweede suppletore begroting verplichtingenruimte toegevoegd voor het afgeven van beschikkingen op de SDE 2008.

Ook voor de MEP zijn in 2009 nog verplichtingen gerealiseerd door de verwerking van de uitkomsten van Milieusteunkader-toetsen (de subsidiabele periode kan worden verlengd als gevolg van een nieuwe toets aan het milieusteunkader) en de uitkomsten van bezwaar en beroep tegen eerder genomen uitvoeringsbesluiten.

Overige uitgaven duurzame energie

De middelen voor duurzame warmte uit de aanvullende post zijn via dit onderdeel per eerste suppletore begroting overgeheveld naar het onderdeel duurzame warmte.

Duurzame Warmte

Bij de eerste suppletore begroting is, door een FES-bijdrage en overheveling van de Schoon & Zuinig middelen voor zonneboilers en warmtepompen, verplichtingenruimte beschikbaar gemaakt voor dit artikelonderdeel.

Joint Implementation

Na opstellen van de begroting 2009 heeft de mogelijkheid zich voorgedaan tot aankoop van 3Mton CO2 gegroende emissierechten (Assigned Amount Units) van Letland voor het instrument Joint Implementation. Deze middelen zijn per tweede suppletore wet toegevoegd aan de begroting.

Carbon Capture and Storage (CCS)

Bij de tweede suppletore begroting zijn FES-middelen toegevoegd aan dit onderdeel van de Innovatieagenda Energie ten bate van de ontwikkeling van CCS.

Energie-innovatie / Transitiemanagement

Energie-innovatie en transitiemanagement hangen sterk samen. Via beide onderdelen worden door Agentschap NL middelen voor de regeling Energie Onderzoek Subsidie (EOS) verdeeld. De afwijking per saldo wordt met name veroorzaakt door de vertraging van de ondertekening van de meerjarenafspraak energie-efficiency met ETS-bedrijven (bedrijven die vallen onder het Europese emissiehandelssysteem). Daarnaast zijn niet alle geraamde middelen uit de Innovatieagenda (IA) ten bate van het thema ketenefficiency in 2009 toegezegd. Deze lopen over naar 2010.

Bijdrage aan ECN

Om te voorkomen dat ECN beslag legt op een onevenredig deel van de ruimte voor EOS-tenders is ECN uitgesloten voor een deel van de tenders. Ter compensatie wordt er jaarlijks als aanvulling op het reguliere werkprogramma van ECN een aantal EOS voorstellen van ECN toegekend buiten de EOS tenders om. Derhalve is bij tweede suppletore begroting extra budget overgeheveld naar dit onderdeel. Daarnaast zijn bij tweede suppletore begroting voor € 30 mln Fes-middelen toegevoegd aan dit onderdeel voor het project Adem.

O&O Energie

De toename ten opzichte van de vastgestelde begroting wordt met name veroorzaakt door een bijdrage voor 4 jaar aan de Universiteit van Amsterdam ten behoeve van Centrum Energievraagstukken. Verder is er een aantal onderzoeken in opdracht gegeven die niet in de oorspronkelijke raming waren verwerkt.

Bijdrage aan agentschappen

Deze afwijking betreft met name de toezegging van opdrachten in 2010. Met ingang van het afsluiten van de nieuwe overeenkomst met Agentschap NL wordt het budget in het jaar voorafgaand aan de uitvoering verstrekt. Daarnaast zijn bij eerste suppletore begroting de uitvoeringskosten van SenterNovem voor de SDE (€ 6,3 mln), het CO-reductieplan (€ 0,9 mln) en van de Meerjarenafspraken energie-efficiency (€ 2, 4 mln) overgeheveld.

Aardgasbaten

De inkomsten uit aardgasbaten bereikten in 2009 een recordhoogte, vooral door de eindafrekening over 2008 en 2009. Deze recordopbrengst is echter lager dan de oorspronkelijke raming. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een sterk lagere olieprijs in 2009 ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen voor de Miljoenennota 2009. In de ramingen is uitgegaan van 125 dollar per vat, de daadwerkelijke prijs in 2009 was 62,20 dollar per vat.

Bijdrage aan het FES

De bijdrage aan het Fes is lager dan de ramingen omdat door de verschillende departementen minder is opgevraagd dan bij begroting 2009 was voorzien.

Ontvangsten zoutwinning

In 2009 zijn door Nedmag Industries en Frisia Zout afdrachten betaald over eerdere jaren. Hieraan voorafgaand zijn met deze bedrijven gesprekken gevoerd over wijzigingen in het systeem van afdrachten zoals vastgelegd in de overeenkomsten bij beide winningsvergunningen.

Ontvangsten FES

Er zijn in 2009 minder Fes-middelen opgevraagd dan geraamd. Dit is veroorzaakt door een aantal Fes-projecten waaronder het besluit subsidies investering kennisinfrastructuur (BSIK) en energie innovatie projecten waarvan de uitfinanciering trager is verlopen dan verwacht en een aantal projecten waarvan de start vertraging heeft opgelopen.

Diverse ontvangsten

De afwijking heeft de volgende twee oorzaken. De voorgenomen veiling van CO2-emissierechten in 2009 heeft niet plaatsgevonden en wordt uitgesteld tot 2010. Deze vertraging is opgelopen vanwege de einduitspraak van de Raad van State over het geding tussen de elektriciteitsproducenten en de Staat die pas 20 oktober 2009 bekend gemaakt is. Daarnaast zijn in 2009 de ontvangsten in verband met de in het verleden door Novem BV verstrekte bedragen ten behoeve van energiebesparingsprojecten gerealiseerd. Oorspronkelijk zouden deze in 2008 plaatsvinden. Per saldo verklaren deze twee punten de genoemde afwijking.

Markt en spelregels

Operationele doelstelling 1: Optimale ordening en werking van de energiemarkten

De consumentenmarkt ontwikkelt zich steeds meer als een markt die vergelijkbaar is met andere consumentenmarkten en ook op de groothandelsmarkten is belangrijke vooruitgang geboekt. In 2009 bleek dat 79% van de consumenten tevreden of zeer tevreden is over de dienstverlening door de eigen leverancier. Het percentage huishoudens dat overstapt naar een andere leverancier is gestegen van zo’n 5 % in 2006 naar ruim 9% in 2008 en die stijging zet door in 2009. Een belemmering is dat veel consumenten het idee hebben dat een overstap leidt tot administratieve lasten, extra kosten of zelfs het uitvallen van energie. Ook vormt actieve klantenwerving een stijgende bron van irritatie bij consumenten.

De NMa concludeert in haar monitoring dat de groothandelsmarkt voor elektriciteit overwegend een concurrerende markt is. Dit komt met name doordat het Nederlandse energiebeleid ondermeer heeft ingezet op een goed werkend veilingsysteem voor allocatie interconnectiecapaciteit, bevorderen van de actieve handel in lange en korte termijn producten en interconnectiviteit met buurlanden.1 De verbeterende marktwerking is te zien in de dalende trend in de HHI en c3 index, te zien in de volgende tabel.

Belangrijke aandachtspunten blijven het beperkte aantal aanbieders dat stroom produceert en de noodzaak om de bestaande netcapaciteit uit te breiden in verband met mogelijke transportschaarste. De verwachte toename van productievermogen in Nederland en het huidige beleid gericht op het verkrijgen van een Noordwest Europese markt zou een oplossing moeten bieden voor het verlagen van de concentratiegraad.

Instrumenten en activiteiten

Elektriciteits- en Gaswet 1998 die voor aanbieders de voorwaarden voor toegang tot de netten regelt

EZ heeft in 2009 een pakket van aangepaste en nieuwe regels voor de energiesector geformuleerd in de Elektriciteits- en Gaswet aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel2, begin 2010 unaniem aangenomen door de Tweede Kamer, strekt hoofdzakelijk tot de verdere ontwikkeling en verbetering van de energie-infrastructuren, de verbetering van de werking van de gasmarkt en de invoering van voorrang voor duurzaam opgewekte elektriciteit. Deze maatregelen dienen zowel het belang van voorzieningszekerheid, van de positie van de consument, als van (de transitie naar) eenduurzame energiehuishouding.

Warmtewet

Begin 2009 is de Warmtewet aangenomen die zich richt op de bevordering van betrouwbare en betaalbare warmtelevering zoals bij stadsverwarming. Momenteel wordt dit wetsvoorstel verder uitgewerkt in lagere regelgeving. Ten aanzien van de warmtetarieven gaat het daarbij om het bepalen van het «maximum» tarief en het «redelijk» tarief. Het maximumtarief is een prijsplafond dat ervoor zorgt dat een verbruiker van warmte niet meer betaalt dan wanneer deze verbruiker een gasaansluiting had gehad.

Wet Onafhankelijk Netbeheer

De Wet Onafhankelijk Netbeheer splitst energiebedrijven in een onafhankelijk netwerkbedrijf en een energiebedrijf met commerciële energieactiviteiten. Daarmee blijft de overheid 100% eigenaar van de netwerken. Zo zijn de Nederlandse netten veilig gesteld en wordt voorkomen dat commerciële energieactiviteiten ten koste gaan van de Nederlandse netwerken. In 2009 is de beoordeling van de splitsingsplannen van de energiebedrijven afgerond.

Wet marktmodel, gericht op de verbetering van de dienstverlening aan kleinverbruikers in de elektriciteits- en gasmarkt

Per 1 januari 2009 is het capaciteitstarief ingevoerd als één van de maatregelen om de werking van de gas- en elektriciteitsmarkt structureel te verbeteren. Deze maatregel is ingevoerd, omdat met name de capaciteit van de geïnstalleerde aansluiting de kosten bepaalt voor het netwerkbedrijf. Daarnaast wordt de administratie eenvoudiger en het dataverkeer en bijbehorende onderlinge afhankelijkheid tussen de netbeheerder en de leverancier vermindert, waardoor er minder kans is op fouten.

Twee andere onderdelen, de invoering van het leveranciersmodel en de introductie van de op afstand uitleesbare meter, zijn vertraagd omdat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel nog niet is afgerond.

EU-wetgeving met betrekking tot het derde liberaliseringpakket energiemarkt

In 2009 zijn de onderhandelingen over het derde Brusselse energiepakket afgerond. In september 2009 zijn de nieuwe energierichtlijnen gepubliceerd. Met de energierichtlijnen wordt een beter werkende interne markt voor gas en elektriciteit beoogd. Deze interne markt heeft tot doel keuzevrijheid te bieden aan consumenten, zowel particulieren als ondernemingen, nieuwe kansen voor economische groei te creëren en de grensoverschrijdende handel te bevorderen. Dit met het oog op efficiëntieverbetering, concurrerende tarieven, leverings- en voorzieningszekerheid en duurzaamheid van de economie. EZ heeft een actieve rol gespeeld in het onderhandelingsproces en is op belangrijke onderdelen waaronder het beter waarborgen van onafhankelijk netbeheer wegwijzer geweest bij de totstandkoming van dit energiepakket. In het najaar van 2009 is EZ gestart met omzetting van de richtlijn in nationale wetgeving.

De integratie van de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt

Het project om de marktkoppeling tussen Nederland, België, Frankrijk met Duitsland uit te breiden, heeft vertraging ondervonden vanwege de complexiteit van de benodigde handelssystemen in de betrokken landen. Door de netbeheerders en elektriciteitsbeurzen is er een projectorganisatie opgezet en een implementatieplan opgesteld waarin de stappen naar marktkoppeling vanaf begin 2010 zijn uitgewerkt. Tevens is parallel gestart met het uitwerken van de koppeling van Noordwest-Europa met Scandinavië. In 2009 is gewerkt aan het verbeteren van de samenwerking tussen Transmission System Operators (landelijke netbeheerders, TSO’s) onder meer om in de toekomst adequater in te kunnen spelen op stroomstoringen. Het agenderen van het onderwerp «windenergie» heeft eind 2009 tot de ondertekening van de politieke declaratie geleid waarin de tien Noordzeelanden een actieve samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van het Noordzeewindenergienetwerk met elkaar hebben afgesproken.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicatoren 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit: HHI          
Bron: Energiekamer 2295 2 319 2 279 2 225 1 800–2500
Concentratiegraad in de retailsector elektriciteit: C3          
Bron: Energiekamer 82% 82% 81% 80% Daling/lager
Concentratiegraad in de retailsector gas: HHI          
Bron: Energiekamer 2149 2 109 2 104 2029 1 800–2500
Concentratiegraad in de retailsector gas: C3          
Bron: Energiekamer 79% 78% 79% 76% Daling/lager

Toelichting

De C3 is het gezamenlijk marktaandeel van de drie grootste leveranciers. Een markt met een HHI (Herfindahl-Hirschman index) onder de 1 800 punten wordt gezien als een competitieve markt en een markt met een index tussen de 1 800 en 8 000 punten wordt gezien als een geconcentreerde markt. De ontwikkeling van de HHI-index vertoont een gelijke trend als de C3-index. De concentratie is dalende en is voor beide markten het laagst sinds de liberalisering op 1 juli 2004. Ondanks de daling is nog altijd sprake van een geconcentreerde markt. Met betrekking tot de C3 en HHI hanteert de NMa ieder jaar twee meetmomenten, te weten juni en december. De cijfers van 31 december 2009 zijn nog niet bekend. De opgenomen cijfers betreffen die van medio 2009.

Operationele doelstelling 2: Bevorderen van de voorzieningszekerheid

De situatie met betrekking tot voorzieningszekerheid in Nederland is positief. Eindafnemers kunnen erop vertrouwen dat energie beschikbaar en toegankelijk is. Om ook op langere termijn over energie te kunnen beschikken heeft EZ zich ingezet daar waar de marktwerking niet voldoende is en/of problemen op een (inter)nationaal niveau aangepakt moeten worden. In 2009 heeft EZ langs drie internationale lijnen bijgedragen aan de voorzieningszekerheid: bilaterale relaties, Europees energiebeleid en inbreng in multilaterale organisaties. Deze internationale lijnen zijn van belang om dat in toenemende mate energie uit het buitenland geïmporteerd wordt. Goede relaties op overheidsniveau met de leveranciers is essentieel.

Instrumenten en activiteiten

Stimuleren van voorzieningszekerheid via bilaterale relaties

In 2009 ging bijzondere aandacht naar de landen: Algerije, Angola, China, Egypte, Kazachstan, Mexico, Noorwegen, Rusland, Turkije, en de V.S. Met Kazachstan is in 2009 een nieuw samenwerkingsverband aangegaan op het terrein van energie. Met Mexico en China zijn Memoranda of Understanding op het terrein van energie getekend. EZ en het Nederlandse bedrijfsleven hebben afspraken gemaakt met overheden uit Algerije en Angola over de bestendiging van de relaties. De energierelatie met Rusland is verder versterkt door wederzijdse bezoeken van bewindslieden.

Stimuleren van voorzieningszekerheid via Europees beleid

EZ heeft actief en constructief meegewerkt aan onderstaande punten met betrekking tot de vorming van het Europees beleid. Binnen de EU werd in 2009 de «Tweede Strategic Energy Review» (SER-2) besproken. Door de gascrisis tussen Oekraïne en Rusland speelde de (Europese) «Gas Coordination Group» een belangrijke rol. Deze crisis heeft geleid tot een vergrote aandacht voor goede energie-infrastructuur met financiële steun vanuit het «European Economic Recovery Plan». Daarnaast is in 2009 met Oekraïne en Moldavië overeengekomen dat zij lid worden van de Energiegemeenschap zodra hun binnenlandse gaswetgeving is aangepast. Europees overleg heeft in 2009 verder geresulteerd in een «Early Warning Mechanism» tussen Rusland en de EU.

Stimuleren van voorzieningszekerheid via multilaterale organisaties

• Binnen het International Energy Agency (IEA) liep in 2009 een strategische discussie of landen als China, India en Rusland en andere opkomende economieën nauwer bij de organisatie betrokken moeten worden. Er is een actieprogramma aangenomen met een focus op internationale samenwerking bij de verduurzaming van de economie, mede met het oog op de klimaatonderhandelingen. EZ zet zich in voor een open dialoog in IEA verband. In 2009 is Nederland gekozen tot «co-host» van de ministeriële bijeenkomst van het «International Energy Forum» (IEF) in 2012 in Koeweit. Dat betekent dat ons land na de ministeriele meeting in Mexico zal toetreden tot de «Executive Board» van het IEF.

• De dialoog tussen producerende en consumerende landen vindt plaats in het kader van het IEF als de enige organisatie waar producerende en consumerende landen in dialoog gaan over de ontwikkelingen op de energiemarkt.

• In 2009 is Nederland waarnemend lid geworden van het «Gas Exporting Countries Forum». Het doel van het lidmaatschap is om samen met andere gasproducerende landen ontwikkelingen en kennis te delen.

• Ons land heeft door het mede-organiseren van een seminar over het Energie Handvestverdrag (ECT) in Jordanië in 2009 een instrumentele rol gespeeld bij de toetreding van Jordanië tot het ECT en was betrokken bij de toetreding van Indonesië tot het Energie Handvest vanuit zijn verantwoordelijkheid als depositaris van dit Handvest. Het uitbreiden van het ECT lidmaatschap draagt bij aan de versterking van de internationale rechtsorde op het gebied van energie. In 2009 organiseerde Nederland bovendien een bijeenkomst van de Trade en Transit werkgroep, om de onderhandelingen over het Transit Protocol te faciliteren. Nederland hecht belang aan bindende multilaterale regels op het gebied van energiehandel en transport.

Mijnbouwwet

Om ondergrondse voorraden (gas/olie en warmte) op een optimale manier te vinden en te benutten zijn vergunningprocedures, regulering van CCS, voorschriften voor aardwarmte, criteria voor de toelating van nieuwe mijnbouwmaatschappijen en het beleid voor het verwijderen van offshore platforms geïmplementeerd in de Mijnbouwwet. Deze herziening van de mijnbouwwet is eind 2009 bij de Raad van State voorgelegd. Tevens is de wijziging van de Mijnbouwwet in verband met het stimuleren van een actief gebruik van vergunningen voor opsporing, winning en opslag afgerond. In het belang van een optimale benutting van de Nederlandse ondergrond voor de winning van koolwaterstoffen en de opslag van stoffen wordt hiermee beoogd dat delen van vergunningsgebieden die niet of niet meer door de vergunninghouder (zullen) worden benut voor derden beschikbaar komen. Deze wetswijziging treedt op 1 januari 2010 in werking. Een ander onderdeel van de wetswijziging betreft een financiële maatregel waarmee investeringen in de opsporing en winning van marginale voorkomens van aardgas op het Nederlands deel van het continentaal plat wordt gestimuleerd. Dit deel van het wetsvoorstel treedt tegelijkertijd met het met mijnbouwondernemingen beoogde convenant over een actieve benutting van vergunningsgebieden in werking en is afhankelijk van het oordeel van de Europese Commissie over de verenigbaarheid van de maatregel met de staatssteunregels van het EU-Verdrag.

Gasopslag

In het Energierapport 2008 is aangegeven dat Nederland zich wil ontwikkelen tot de gasrotonde van Noordwest-Europa. Dit om de leveringszekerheid in Nederland en omringende landen zeker te kunnen stellen. Onderdeel van de gasrotonde zijn gasopslagen. Gasopslag is een belangrijk onderdeel om er zeker van te zijn dat er ook de komende jaren voldoende gas beschikbaar is. Gas zal de komende jaren nog steeds een belangrijke rol blijven spelen in de energievoorziening. Met het verdwijnen van de flexibiliteit van het Groningengasveld zullen de komende jaren investeringen in nieuwe gasopslagen nodig zijn. In de zomer worden deze gasopslagen dan gevuld met gas dat van buiten Nederland komt om vervolgens in de winter aan de vraag naar gas in Nederland en omringende landen te kunnen blijven voldoen. In dit verband loopt een initiatief van Taqa Energy bv. om een gasopslag te ontwikkelen onder het Bergermeer. Alvorens een veld voor gasopslag gebruikt mag worden moet een bedrijf in het bezit zijn van een opslagvergunning. Taqa beschikt over deze vergunning voor Bergen. Op dit project is de rijkscoördinatieregeling van toepassing. In 2009 is onder de rijkscoördinatieregeling de eerste stap gemaakt richting de daadwerkelijke realisatie van gasopslag onder het Bergermeer. Dit betrof het raadplegen van raden en gemeentebesturen voor het creëren van draagvlag bij het voorontwerp van het Rijksinpassingsplan Bergermeer.

Oliecrisisbeleid dat verstoringen in de olieaanvoer moet opvangen

EZ heeft in 2009 deelgenomen in de Europese discussie over de nieuwe voorraadrichtlijn met het doel dat het Europese oliecrisisbeleid het beleid van de IEA nadert en Nederland is ingebed in een goed internationaal en Europees oliecrisisbeleid. Er is in september 2009 een nieuwe EU richtlijn gepubliceerd, waarin een betere aansluiting op de IEA systematiek wordt verkregen en waarmee een verbetering in rapportage en controle mogelijk wordt.Verder is EZ gestart met de herziening van de Wet Voorraadvorming Aardolieproducten 2001 (WVA 2001) om deze nieuwe Richtlijn en de bevindingen van de evaluatie van de WVA 2001 te implementeren.

Beleid gericht op veiligheid en bescherming van vitale infrastructuur

• Samen met vitale sectoren wordt vastgesteld wat de sectorale afhankelijkheden voor onder andere gas en elektriciteit zijn. Daarnaast heeft EZ de effecten van crisisscenario’s voor olie, elektriciteit en gas bepaald en zullen aan de hand daarvan de benodigde capaciteiten in kaart worden gebracht. Deze zullen in nationale responsplannen worden vastgelegd.

• Er is in 2009 samen met de ons omringende landen een start gemaakt met het implementeren van de EU-richtlijn inzake bescherming vitale infrastructuren.

Regie op ruimtelijke inpassing van nieuwe infrastructuur (buisleidingen, hoogspanningsverbindingen)

• EZ zet zich in om procedurele kant van energie-infrastructuur snel en soepel te laten verlopen. Het is voor dit aspect van leveringszekerheid belangrijk dat het parallel loopt met de vraag vanuit de markt naar deze infrastructuur.

• EZ heeft in 2009 de regie gevoerd over vier ruimtelijke ontwikkelingstrajecten voor de aanleg van hoogspanningsnetwerken (Randstad 380 kV, Borssele-Geertruidenberg, Noord Nederland en Doetinchem-Wesel). EZ draagt hierbij zorg voor de ruimtelijke besluitvorming in de vorm van een rijksinpassingsplan, een gecoördineerde vergunningverlening en een integrale afweging van publieke belangen met het oog op een tijdige realisatie van deze energie-infrastructuurprojecten.

• In 2009 is het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) vastgesteld. Deze structuurvisie zorgt ervoor dat op hoofdlijnen ruimte is gereserveerd voor hoogspanningsverbindingen en productielocaties voor elektriciteitscentrales van 500 MW en meer.

Verdere ontwikkeling van de Gasrotonde

EZ zet zich in voor de ontwikkeling van de Gasrotonde omdat Nederland beoogt een centrale handelsplaats voor gas te worden. In 2009 werd de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd in een voortgangsrapportage over de stand van zaken met betrekking tot en de verdere ontwikkeling van de Gasrotonde1. Er is in 2009 verder gewerkt aan de ontwikkeling van de Gasrotonde door maatregelen gericht op de verbetering van de werking van de gasmarkt en het bevorderen van investeringen in gasopslagcapaciteit. In dit kader is een wijziging van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 aan de Tweede Kamer aangeboden2 en is een wetsvoorstel tot wijziging van de Mijnbouwwet (waarmee de Tweede Kamer op 8 september 2009 heeft ingestemd) gepresenteerd. Binnen het diversificatiebeleid gericht op meerdere aanvoerroutes en leveranciers is in 2009 door EZ gekozen voor meer focus op gasproducerende landen die op termijn belangrijk voor de Gasrotonde kunnen zijn (Rusland, Algerije, Angola en Kazachstan).

Prestatiegegevens
        Realisatie
Kengetallen 2006 2007 2008 2009
1. Gewonnen volume aardgas kleine velden        
Bron: TNO 36 mld m3 38 mld m3 36 mld m3 34 mld m3
2. Aantal boringen exploratie onshore en offshore        
Bron: TNO 17 10 13 15
3. Aantal boringen productie onshore en offshore        
Bron: TNO 23 21 14 28
4. Elektriciteitsstoring in minuten per jaar        
Bron: NMa 36 minuten 33 minuten 22 minuten Nog niet beschikbaar
5. Productie aardgas totaal        
Bron: TNO 71 mld m3 68 mld m3 79 mld m3 74 mld m3
6. Euro/dollarkoers        
Bron: CPB 1,26 1,37 1,47 1,39
7. Olieprijs (dollar/vat)        
Bron: CPB 65,10 72,52 97,0 61,5

Toelichting

• In het kader van voorzieningszekerheid is het van belang dat het aardgas dat zich bevindt in de Nederlandse kleine velden ook wordt gewonnen. Dit omvat zowel het produceren van reeds ontdekte velden (tabel rijen 1,2,3 en 5) als het exploreren van nieuwe velden (kengetal 2). EZ stelt de randvoorwaarden middels een concurrerend mijnbouwklimaat, marktpartijen nemen de productie en exploratie voor hun rekening. Kengetal 1 geeft de totale hoeveelheid gewonnen gas uit kleine velden (onshore en offshore). Hiervan was in 2009, 10 miljard m3 onshore en 22 miljard m3 offshore. Kengetal 5 geeft de totale aardgasproductie in Nederland, dus aardgas gewonnen uit kleine velden en het Groningerveld.

• Het aantal storingsminuten (tabel rij 4) per huishouden per jaar geeft een indicatie van de leveringszekerheid van elektriciteit. In 2007 vond er op 12 december een incident plaats met een Apache-helicopter in de Bommellerwaard. Dit veroorzaakte ongeveer 9 van de 33 minuten storing.

• De bepalende factoren (tabel rijen 5 t/m 7) voor de geraamde aardgasbaten zijn de aardgasprijs, die gerelateerd is aan de prijs van olie in dollars, de euro/dollar koers en het volume van de verkopen. De bron voor de Euro/dollarkoers en de olieprijs is gewijzigd ten opzichte van begroting 2009. De nieuwe bron betreft de jaarlijks door het CPB gepubliceerde Kerngegevenstabel voor Nederland, welke onderdeel uitmaakt van het Centraal Economisch Plan.

Basispakket

Operationele doelstelling 3: Verduurzaming van de energiehuishouding

Duurzaam energiebeleid beoogt klimaatverandering tegen te gaan en de voorzieningszekerheid te borgen tegen de laagst mogelijke kosten. Om klimaatverandering tegen te gaan, staan in principe twee wegen open. De eerste weg is het bevorderen van een CO2-arme energievoorziening. In dit verband is sinds 1 maart 2009 de Rijkscoördinatieregeling van toepassing op grote energieprojecten. De tweede weg is het besparen van energie.1 Zonder CO2 op een adequaat niveau te beprijzen is het kostbaar om beide sporen te bewandelen. Om de voorzieningszekerheid te borgen en minder afhankelijk te worden van import, is de ontwikkeling van alternatieve, duurzame energiebronnen in Nederland en het diversificeren van de energiebronnen, die we uit het buitenland importeren, van belang.

Instrumenten en activiteiten

MEP en SDE

In 2009 is de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE) voor de tweede keer opengesteld. De SDE geeft subsidie aan investeerders in projecten op het gebied van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas. De subsidie wordt verstrekt voor een periode van 12 tot 15 jaar. Met ingang van 2009 wordt via de regeling ook het nuttig gebruik van warmte expliciet gestimuleerd. Eind 2009 is de SDE extra opengesteld voor wind op land, met deze extra openstelling worden grote windparken met near shore turbine’s en grotere turbine’s ondersteund. Totaal wordt verwacht dat in 2009 640 MW duurzame energie gecommitteerd wordt (reeds gecommitteerd en nog in pijplijn), dit komt overeen met de levering van duurzame elektriciteit van ongeveer 700 000 huishoudens per jaar.

Nationaal Plan van Aanpak Windenergie

Windenergie moet een belangrijke bijdrage leveren aan het verduurzamen van de energiehuishouding. Daarom is het Nationaal plan van aanpak windenergie op 15 juni 2009 gepubliceerd. Hierin staan acties geformuleerd om zo snel mogelijk windenergieprojecten in de pijplijn vergund te krijgen, de knelpunten die voortvloeien uit rijksregelgeving zoals radarverstoring, geluidsoverlast, onvoldoende rentabiliteit van projecten op te lossen, de informatievoorziening over windenergie te verbeteren en het draagvlak voor windenergie te vergroten. Concreet is het resultaat dat projecten boven 100 MW onder de Rijkscoördinatieregeling vallen wat een tijdwinst van ca. 1 – 2 jaar oplevert. In de crisis- en herstelwet is opgenomen dat projecten tussen 5 en 100 MW onder de provinciale coördinatieregeling zullen vallen wanneer de gemeente en de initiatiefnemer er niet uit komen. EZ heeft geïntervenieerd bij de ministeries van VROM en Defensie voor het oplossen van de knelpunten voor geluid en radar. In opdracht van het Ministerie van Defensie levert TNO in september 2010 een nieuw toetsingsmechanisme, waardoor er minder fricties zullen zijn.

Subsidieregeling Duurzame warmte bestaande woningen

De regeling ondersteunt de doelstelling uit het werkprogramma Schoon en Zuinig dat in 2011 tenminste 60 000 woningen met duurzame energiemaatregelen zijn uitgerust. Op grond van deze regeling kunnen eigenaren van een bestaande woning subsidie verkrijgen voor zonneboilers, warmtepompen en microwarmtekrachtinstallaties (micro-WKK). De subsidieregeling is gepubliceerd in de Staatscourant van 8 september 2008 met een subsidieplafond van € 20 mln voor 2009. In die publicatie is aangekondigd dat voor de jaren 2010 en 2011 subsidieplafonds van vergelijkbare omvang zullen worden gepubliceerd. In de Staatscourant van 22 december 2009 is het subsidieplafond conform planning opgehoogd met € 20 miljoen en de openstelling verlengd tot en met 31/12/2010. Per 1 januari 2009 is € 17 mln subsidie verstrekt. Hiervan is € 15,5 mln voor zonneboilers en warmtepompen, € 1,3 mln voor micro-WKK en € 0,5 mln voor lucht/water warmtepompen. De regeling loopt achter op schema, daarmee is het de vraag of de doelstelling van 60 000 woningen gehaald gaat worden. Dit blijft echter wel het streven. Veel zal daarbij afhangen van de bereidheid van corporaties om te gaan investeren in duurzame warmte. Vanuit de regeling worden de corporaties nu wel actief benaderd. Redenen voor de vertraging zijn:

• Grote aantallen apparaten zouden via de corporaties moeten worden afgenomen met Meer met Minder als vehikel. Meer met Minder is tot nu toe geen succes en daar heeft deze regeling last van.

• De HRe ketel is in feite onvoldoende ontwikkeld om nu op de markt te komen. die is dus te vroeg in de regeling opgenomen. Hier worden geen grote aantallen van verwacht tot 2012.

• De hybride warmtepomp is nog onvoldoende op gang gekomen, maar de verwachting is dat een bijstelling van de subsidiehoogte leidt tot verbetering.

• Met warmtepompen en zonneboilers op zichzelf loopt het naar wens.

• Er zijn weinig nieuwe toetreders op deze markt, om de eenvoudige reden dat er geen perspectief is op wat er met deze regeling gaat gebeuren na 2011. Dat is onvoldoende basis om te investeren in verdere doorgroei van deze markt.

Meerjaren Afspraken energiebesparing (MJA’s)

In oktober 2009 is het convenant getekend met de ETS-bedrijven, de bedrijven die vallen onder het emissiehandelssysteem; MJA-ETS. Voor de middelgrote bedrijven is er de MJA3 en voor de kleine bedrijven vindt ondersteuning plaats via het energiecentrum MKB. In 2008 is met de MJA-aanpak een energie-efficiënte verbetering van 2,6 % gerealiseerd ten opzichte van 2007. Deze verbetering betreft het productieproces en de inzet van duurzame energie. In 2009 is de eerste tranche energie-efficiency plannen onder MJA3 ingeleverd. Deze plannen bevatten de voorgenomen maatregelen voor de periode tot en met 2012. Het energiecentrum MKB heeft het aantal convenanten met sectoren geïntensiveerd. Ook zijn de eerste routekaarten gestart, waarmee sectoren in beeld gaan brengen hoe in 2030 een reductie van CO2-emissies met 50% mogelijk zou zijn.

Innovatieagenda Energie

Het innovatie-instrumentrium kent een permanente component, de Energie Onderzoekstrategie (EOS), en een additionele impuls van dit kabinet van € 438 mln in de periode 2008–2012. Met deze impuls heeft het kabinet een versnelling in gang gezet bij de introductie van duurzame energietechnologie in de markt. Hiervoor zijn vanuit de Innovatieagenda Energie innovatieprogramma’s voor de zeven transitiethema’s en een aantal doorsnijdende thema’s vastgesteld door het kabinet. In totaal gaat het om 27 deelprogramma’s met een totaal budget van € 284 mln. Er zijn in 2009 subsidieregelingen opengesteld voor onder meer biobased economy, elektrisch rijden, procesintensificatie, duurzame warmte, wind op zee, aardwarmte (garantieregeling) en procesvernieuwing in de staalproductie. De geïnvesteerde € 438 mln zal naar schatting een marktinvestering van zo’n € 3 mld teweeg brengen.

Stimuleren van fundamenteel en industrieel onderzoek voor de (middel) lange termijn met het instrument EOS (Energie Onderzoekstrategie)

Er zijn in 2009 verschillende tenders geweest voor de (middel) lange termijn met het EOS-instrument. In totaal zijn er 280 aanvragen ingediend en 85 gehonoreerd. Het totale subsidiebudget was € 37,7 mln. Twee voorbeelden van innovatieve demonstratieprojecten zijn de CO2-neutrale rondvaartboten in Amsterdam (CO2Zero Canal Cruise) en het duurzaam, comfortabel en flexibel onderwijsgebouw van De Haagse Hogeschool / Technische Hogeschool Rijswijk.

Prestatiegegevens
        Realisatie begroting
prestatie-indicatoren Basiswaarde 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
1. Duurzaam elektriciteitsproductie          
Bron: CBS 6,2% (2005)(gecorrigeerd) 6,0% 7,5% 9% 9% in 2010
2. Duurzaam energieproductie          
Bron: CBS 2,4% (2005) 2,9% 3,4% Nog niet bekend 20% in 2020
3. CO2-uitstoot sectoren industrie/energie          
Bron: Agentschap NL, Nederlands nationaal toewijzingsplan broeikasgasemissierechten 2008–2012 94 Mton (1990) 112 Mton 109,2 Mton 109,2 Mton 109,2 % 2008–2012
waarvan: absoluut plafond sector industrie/energie voor bedrijven die vallen onder het emissiehandelssysteem          
Bron: Agentschap NL, Nederlands nationaal toewijzingsplan broeikasgasemissierechten 2008–2012   79,9 Mton 86,8 Mton 86,8 Mton 86,8 Mton 2008–2012
4. Vermeden CO2-uitstoot voor 2012 via Joint-Implementation (JI) en gegroende Assigned Amount Units (AAU’s)          
Bron: Agentschap NL / de contracten       5,2 Mton 20 Mton periode 2008–2012

Toelichting

1. Het aandeel van het nationale elektriciteitsverbruik dat wordt opgewekt met behulp van hernieuwbare technieken. De basiswaarde 2005 is gecorrigeerd.

2. Het aandeel van het nationale energieverbruik waarvoor hernieuwbare technieken zijn omgezet in secundaire oftewel bruikbare energiedragers.

3. Maximale hoeveelheid broeikasgasemissies in de totale industrie en energiesector in Mton. Een deel van de sector neemt deel in het emissiehandelssysteem (ETS). Het emissieplafond is het maximum aan broeikasgassen in absolute hoeveelheden dat deelnemende inrichtingen gedurende de periode 2008–2012 mogen uitstoten of moeten compenseren ia het emissiehandelssysteem. Met de grote energiegebruikers die niet aan het ETS deelnemen worden convenanten afgesloten. Omdat de reikwijdte van de sector industrie/energie is vergroot, is ook de basiswaarde voor 1990 hoger geworden dan in eerdere jaarverslagen stond gegeven. De reikwijdte is vergroot doordat de definities zijn verruimd en er dus meer installaties onder het ETS vallen dan eerst. Het brondocument is gewijzigd ten opzichte van begroting 2009. Het nieuwe document is het plan als bedoeld in artikel 16.23 van de Wet milieubeheer.

4. JI (Joint Implementation) en gegroende AAU’s (Assigned Amount Units) zijn mechanismen, vastgelegd in het Kyoto Protocol, waarmee geïndustrialiseerde landen kunnen voldoen aan hun doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. JI houdt in dat geïndustrialiseerde landen projecten financieren voor broeikasgasreducties in andere geïndustrialiseerde landen, die eveneens onder het protocol vallen (met name Oost Europese landen). Zij mogen dan de bereikte besparing van hun eigen emissies aftrekken. AAU’s zijn de Kyoto quota die aan landen worden toebedeeld. Sommige landen met een verplichting op grond van het Kyoto protocol hebben emissieruimte over die zij mogen verkopen in de vorm van AAU’s. Bij groene AAU’s wordt de opbrengst van de verkoop op enigerlei wijze voor milieuverbetering aangewend. De doelstelling voor de vermeden CO2-uitstoot is 20 MTon, te realiseren over de periode 2008 – 2012. Het eerste oogstjaar was dus 2008. Over dat jaar zijn 5,2 MT gerealiseerd en geleverd in 2009. Zij zijn op de Nederlandse rekening voor JI die beheerd wordt door de Nederlandse Emissie autoriteit bijgeschreven.

De in eerder genoemde jaarverslagen genoemde waarden voor de periode t/m 2008 zijn in dit verslag weggelaten omdat deze cijfers betrekking hadden op de omvang van de afgesloten koopcontracten. Dat zijn geen «vermeden CO2-reducties» maar afspraken om die CO2 reducties te gaan realiseren. Die periode is nu voorbij, er worden geen nieuwe koopcontracten meer afgesloten. Vanaf 2009 gaat het om de realisatie van die afspraken, dwz. zorgen dat de afgesproken emissiereducties op de Nederlandse JI-rekening bij de Nea bijgeschreven worden.

Prestatiegegevens
          Realisatie
Kengetal 2005 2006 2007 2008 2009
Kwaliteit van het Nederlandse energieonderzoek gemeten als percentage van het zevende EU kaderprogramma thema energieBron Europese Commissie          
Bron:EG Liaison 17% 6,8% 6,9% 8,3% 7,5%(Voorlopig cijfer)

Toelichting

Het percentage van het budget van het zevende EU/kaderprogramma thema energie dat naar energieonderzoek gaat van in Nederland gevestigde instituten en bedrijven. De EU ondersteunt alleen de meest innovatieve en ambitieuze projecten.

Overzicht afgeronde onderzoeken
Soort onderzoek Onderwerp OD Start Afronding Vindplaats
Beleidsdoorlichting Verduurzaming van de energiehuishouding* 4.3 2009 2010  
Overig evaluatieonderzoek Net op Zee** 4.3 2008 2009 Kamerstukken II, 2008–2009, 31 239, nr. 64

* Deze beleidsdoorlichting wordt gecombineerd met de tussenevaluatie van het werkprogramma Schoon en Zuinig.

** Als achtergrond voor de beoordeling van de mogelijkheden om invulling te geven aan de motie Samsom van 5 maart 2008 om TenneT verantwoordelijk te maken voor het stopcontact op zee, is onderzoek uitgevoerd naar een aantal mogelijke netconfiguraties en de kosten daarvan. De bevindingen van dit onderzoek zijn opgenomen in het Hoofdrapport Net op Zee, dat de Minister als bijlage bij haar brief van 12 juni over het net op zee aan de Tweede kamer heeft aangeboden. In het AO van 3 september heeft de minister van Economische Zaken toegezegd om nader te bezien op welke wijze de Elektriciteitswet en de structuur van de nettarieven voor het net op zee zouden moeten worden aangepast.

Artikel 5 Internationale Economische Betrekkingen

Algemene doelstelling

Verbeteren van klimaat voor internationale handel en investeringen om de concurrentiekracht van de Nederlandse economie te vergroten.

Het gecombineerde effect van de financiële en economische crisis en de verschuivende internationaal economische verhoudingen heeft in 2009 duidelijk gemaakt dat de rol van de overheid enkel aan belang heeft gewonnen. Onze open economie is sterk afhankelijk van handel. Bij het verbeteren van het klimaat voor internationale handel en investeringen is dan ook een kerntaak van EZ weggelegd voor economische diplomatie: inzet van (politieke) invloed, kennis en relaties om bedrijven te helpen toegang te krijgen tot buitenlandse markten, falen van markten te adresseren en risico’s en kosten van internationaal zakendoen te verminderen. Economische diplomatie geschiedt zowel bilateraal, om handelsbarrieres met individuele landen weg te nemen, als multilateraal, via interventies in de WTO, de OESO en de G20. In 2009 is daarom extra aandacht uitgegaan naar economische diplomatie om protectionistische maatregelen tijdens de crisis te voorkomen en om voor bedrijven in kansrijke nieuwe markten deuren te openen die anders gesloten zouden blijven.

De Nederlandse inzet op het terrein van Doha blijft onverminderd doorgaan. Toch moet ook met een realistische blik naar afronding van de onderhandelingen worden gekeken. Daarom vindt EZ ook nadere discussie over de mogelijkheden tot regionale handelsakkoorden belangrijk.

De gestage groei en het toenemend belang van opkomende economieën, valt met name nu tijdens de crisis op. De wereldeconomie steunt in belangrijke mate op groei uit landen als China en India. In China, mede door de grote stimuluspakketten, wordt in 2010 naar verwachting zelfs 10% groei gerealiseerd. Hier is door EZ op ingespeeld met o.a. de markttoegangstrategie, deelname aan de wereldtentoonstelling in Shanghai en de regeling Package4Growth specifiek voor India en China.

EZ heeft ingespeeld op de terughoudendheid bij commerciële kredietverleners die het bedrijfsleven belemmerde bij zijn internationale activiteiten. Voor de ontstane behoefte aan kredietverstrekking bij bedrijven werd in 2009 de Tijdelijk Aanvullende Staatskredietverzekering (TASK) ingesteld. Tevens werd de Exportkredietverzekering (EKV) uitgebreid en het EKV-landenbeleid versoepeld. Daarnaast werd via ander instrumentarium van EZ (2xplore en meer budget voor Prepare2Start en CPA) het bedrijfsleven verder tegemoet gekomen.

Externe factoren

In 2009 hebben zowel de uitvoer als de invoer een forse krimp laten zien. De uitvoer daalde met 9,5% en de invoer met 10,5%. De effecten van de wereldwijde economische crisis kwamen in 2009 dus overduidelijk tot uitdrukking in de cijfers voor de handel in goederen, terwijl er in 2008 nog sprake was van bescheiden groei.1

Voor Nederland is met name relevant dat na een daling van 12,5% in de wereldhandel in 2009, voor 2010 volgens de OESO uitgegaan mag worden van 6% groei. Dit heeft meteen betekenis voor onze economie: vuistregel is dat 3% groei van de relevante wereldhandel leidt tot 1% groei BNP.

Met protectionisme is het alleszins meegevallen. Toch moet de komende tijd voor protectionistische maatregelen door handelspartners worden uitgekeken. Nederland heeft tot dusverre met name te lijden gehad van bepaalde maatregelen ingesteld door Rusland, Indonesië en China. Zowel richting Europese Commissie als richting betrokken landen heeft EZ haar ongenoegen geuit over deze en andere handelsverstorende maatregelen.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Kengetallen 2006 2007 2008 2009 Ambitie 2009
De positie van Nederland op de wereldranglijst:          
– Export van goederen 6 6 5 Nog niet bekend Top 10
– Import van goederen 8 8 7 Nog niet bekend Top 10
– Export van diensten 9 11 5 Nog niet bekend Top 10
– Import van diensten 9 10 7 Nog niet bekend Top 10
– Uitgaande stand directe buitenlandse investeringen 5 6 5 Nog niet bekend Top 10
– Inkomende standdirecte buitenlandse investeringen          
Bron: World Investment Report UNCTAD 5 5 6 Nog niet bekend Top 10

Toelichting

Realisatiecijfers over 2009 zijn niet eerder dan in het najaar van 2010 beschikbaar. De opgenomen cijfers zijn de meeste recent bekende cijfers. Door correcties aan de bron wijken de cijfers voor 2007 af van de eerder opgenomen cijfers.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 5: Internationale Economische Betrekkingen (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 154 249 143 261 129 645 150 378 154 194 – 3 816
Waarvan garantieverplichtingen 31 505 12 957 10 080   438 – 438
Programma gerelateerde verplichtingen 145 037 133 871 122 634 144 120 146 951 – 2 831
Markt en spelregels            
OD 1: Het internationale handels- en internationale investeringsverkeer verder vrijmaken en de economische rechtsorde versterken            
– Bijdr.aan div. org. 4 156 4 201 4 176 4 528 4 394 134
Basispakket            
OD 2: Bevorderen internationaal ondernemen            
– Herverzekering SENO/GOM (garantieverplichting) 31 005 10 957 10 080      
– PESP 6 868 6 891 4 854 2 986 2 913 73
– PSB 11 703 11 988 12 481 15 027 9 940 5 087
– Instrumentele uitgaven EVD 6 069 6 715 6 289 7 574 5 753 1 821
– Acquisitie van buitenlandse bedrijven 2 192 2 358 1 186 1 601 6 339 – 4 738
– TA-OM 12 253 440      
– (I)FOM (garantieverplichting) 500 2 000     438 –  438
– Trustfunds 2 500 2 500 1 500 2 541   2 541
– PUM 2 960 2 615 1 962 2 798 1 962 836
– Bijdrage DG BEB aan EVD voor deelopdrachten 25 549 29 453 29 959 33 351 26 086 7 265
– Bijdrage DG BEB aan agentschappen voor financiële       8 839 9 160 –  321
instrumenten 7 542 6 941 7 671      
– Bijdrage DG BEB aan EVD-NFIA 5 972 6 464 13 192 7 115 7 002 113
– Overig (Wereldexpo 2008 en 2010) 490 308 777 10 968   10 968
– Progr. Internationalisering Beroepsonderwijs (PIB)   2 023 3 865 1 819   1 819
Programmatisch pakket            
OD 3: Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten            
– PSOM 36 302 34 754 6 403 7 274 17 639 – 10 365
– Programmatisch Pakket   998 14 630 28 131 31 929 – 3 798
– Faciliteit transitielanden       7 458 22 222 – 14 764
Algemeen            
– Beleidsondersteuning 1 216 2 452 3 169 2 110 1 174 936
             
Apparaat gerelateerde verplichtingen 9 212 9 389 7 011 6 258 7 243 – 985
– Personeel BEB 9 212 9 389 7 011 6 258 7 243 –  985
             
Uitgaven (totaal) 139 628 129 849 128 065 123 101 145 134 – 22 033
             
Ontvangsten (totaal) 14 769 16 351 17 201 5 413 12 315 – 6 902
– Terugontvangsten bijdrage SenterNovem   361        
– Ontvangsten gemengde kredieten 1 903 2000 1 988 1 973 681 1 292
– Ontvangsten uit garanties 9 217 11 101 10 348   10 000 – 10 000
– Ontvangsten EVD   755 825 1 007   1 007
– Ontvangsten Fes   1 190 2 026 892 500 392
– Diverse ontvangsten DG BEB 3 650 944 2 013 1 541 1 134 407

Prepare2start (voorheen Programma Starters op Buitenlandse markten PSB )

Vanwege het onverwacht grote succes van de regeling is bij eerste suppletore het budget structureel verhoogd naar € 15 mln.

Acquisitie van Buitenlandse bedrijven

In tegenstelling tot waar in de raming vanuit is gegaan vindt de committering aan de ROM’s pas in 2010 plaats. Daarnaast heeft in 2009 beleidsontwikkeling plaatsgevonden waardoor niet alle beschikbare middelen zijn benut. De nieuwe Strategische Acquisitieunit (SAU) is inmiddels ingericht voor twee van de vijf beoogde thema’s.

Trustfunds

Bij tweede suppletore begroting is het budget voor de Trustfunds opgehoogd met € 2,5 mln omdat de budgetten van de EZ-trustfunds bij IFC en EBRC voor de uitvoering van het instrument nagenoeg waren uitgeput.

Bijdrage DG BEB aan EVD voor deelopdrachten

Het verplichtingenbudget op de begroting 2009 was bestemd voor het verstrekken van de opdracht 2010 aan de EVD, inmiddels Agentschap NL. Het eerder vastgestelde budget was te laag voor het verstrekken van die opdracht. Daarbij kwam dat in 2009 ten laste van dit budget ook een aantal aanvullende opdrachten aan de EVD werd verstrekt. Het budget is daarom bij tweede suppletore begroting verhoogd om de opdracht mogelijk te kunnen maken.

Overig (Wereldtentoonstelling Shanghai)

In de vastgestelde begroting was hiervoor nog geen bedrag opgenomen. Bij eerste en tweede suppletore begroting zijn bijdragen van departementen voor de Wereldtentoonstelling Shanghai toegevoegd aan de EZ-begroting. De realisatie betreft de bouwopdracht van het paviljoen.

Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM)

In de vastgestelde begroting was nog een bedrag opgenomen ten behoeve van de PSOM. Het programma is echter als gevolg van Hanseland uitspraak1 eind 2008 beëindigd. De realisatie heeft betrekking op de uitfinanciering, onder tijdelijke regeling PSOM, van de onder de oude regeling toegezegde projecten.

Programmatisch Pakket

De stand bij vastgestelde begroting was nog inclusief de te verdelen eindejaarsmarge (EJM). Bij tweede suppletore begroting heeft de gebruikelijke verdeling daarvan plaatsgevonden.

Faciliteit Transitielanden (Package4Growth)

De ontwikkeling van de faciliteit Transitielanden (thans Package4Growth) heeft wat vertraging opgelopen en deze werd pas (medio) 2009 opengesteld. Hierdoor zijn minder aanvragen ingediend dan waar eerder vanuit is gegaan en werd een gedeelte van de aanvragen pas later in het jaar ingediend, waardoor deze niet voor het einde van 2009 konden worden afgehandeld.

Ontvangsten uit garanties

Met ingang van 1 januari 2009 is de regeling Seno/Gom, inclusief de interne reserve, overgeheveld naar het ministerie van Financien. Uit deze reserve mag volgens afspraak € 40 mln (verdeeld over 2009–2012) worden aangewend voor de faciliteit transitielanden. De gerealiseerde uitgaven 2009 lagen op een dusdanig niveau dat in 2009 geen gebruik is gemaakt van deze mogelijkheid.

Markt en spelregels

Operationele doelstelling 1: Een vrijer internationaal handels- en investeringsverkeer en een versterkte, duurzame internationale economische rechtsorde

Het belang van een sterke en duurzame internationale economische rechtsorde is in 2009 in vele facetten duidelijk geworden. De globale economische neergang en de daaraan gekoppelde sterke krimp van de internationale handel hebben bijgedragen aan een economisch klimaat waarin de roep om protectionisme van verschillende kanten steeds luider werd. EZ heeft middels een actieve inbreng zowel in WTO- , OESO- als G20-verband bijgedragen aan het tegengaan van protectionistische tendensen en door consequent een helder standpunt in te nemen als tegenstander van ongeoorloofde marktbescherming. Het WTO-geschillenbeslechtingsmechanisme heeft zijn waarde bewezen.

EZ heeft daarnaast een strategie ingezet met het oog op het vergroten van de markttoegang in landen buiten de Europese Unie.

Hoewel het niet mogelijk bleek tot een definitief akkoord te komen in de onderhandelingen in de WTO Doha ronde, is – zeker gezien de terugval in de wereldhandel – de noodzaak van afronding van deze multilaterale ronde onverkort groot. Nederland heeft hier altijd op aangedrongen bij de Europese Commissie. Wel is een belangrijke stap voorwaarts gezet, namelijk het akkoord tussen de EU en bananenexporterende landen, waarmee een einde is gekomen aan het langstlopende WTO handelsgeschil en een struikelblok voor het bereiken van een Doha akkoord is weggenomen.

Instrumenten en activiteiten

Onderhandelingen over regionale en bilaterale vrijhandelsakkoorden van de EU

Op het terrein van de bilaterale handelsakkoorden zijn grote stappen voorwaarts gezet. Het meest in het oog springt ongetwijfeld het afsluiten van het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea, waarin, door actieve inbreng van EZ, de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven gewaarborgd zijn en aanzienlijk vergrote marktopening is verkregen. Daarnaast zijn conform de Nederlandse inzet in de aan het akkoord gekoppelde samenwerkingsovereenkomst afspraken over mensenrechten vastgelegd. Het akkoord – als eerste in de reeks «nieuwe vrijhandelsakkoorden» – zorgt via onze export en onze functie als «gateway to Europe» voor nieuwe werkgelegenheid en afzetmogelijkheden voor Nederlandse bedrijven en is daarom een belangrijke stap voorwaarts voor de internationale handel als motor van economische groei en voor de toekomst. Naast dit akkoord is progressie geboekt in de vrijhandelsonderhandelingen met tal van landen en regio’s, waaronder India, Oekraïne en Canada.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)

• In 2009 is een onderzoek verricht naar de mogelijke aansprakelijkheid van Nederlandse moederbedrijven voor de betrokkenheid van buitenlandse dochterondernemingen en toeleveranciers bij schendingen van fundamentele internationale mensenrechten, arbeids- en milieunormen. Dit onderzoek beoogde bij te dragen aan duidelijkheid over verplichtingen van Nederlandse bedrijven op het gebied van MVO. Het onderzoek laat zien dat er toegang is tot de Nederlandse rechter als er een in Nederland gevestigd bedrijf betrokken is, maar dat de rechter in de meeste gevallen buitenlands recht zal toepassen. Het onderzoek is goed ontvangen door bedrijven en maatschappelijke organisaties en is met interesse ontvangen door de Europese Commissie en de VN.

• In 2009 is de website van het Nationaal Contact Punt OESO richtlijnen herzien met overzicht van onder andere (behandelde) klachten en verder verbeterd qua toegankelijkheid (www.oesorichtlijnen.nl).

• In OESO verband is de mondelinge terugkoppeling over de Nederlandse inspanningen ter implementatie en uitvoering van het anti-corruptieverdrag zeer goed ontvangen.

Implementeren van de nieuwe nationale exportcontrolewetgeving en de herziene Europese dual use verordening

De nieuwe wetgeving is geïmplementeerd en het Handboek Strategische Goederen is volledig geactualiseerd in het licht van de nieuwe exportcontrolewetgeving en de herziening van de Europese dual-use verordening. Daarnaast is een voorlichtingsbijeenkomst voor het Nederlandse bedrijfsleven georganiseerd waarvoor massale belangstelling bestond. De exportcontrole website en de daarop geplaatste informatie over wetgeving, beleid, procedures en implementatie is volledig vernieuwd en daardoor nu meer toegankelijk voor bedrijven en belanghebbenden. Tenslotte is voor de chemische industrie en handelaren in chemische producten een nieuwe informatiebrochure samengesteld en uitgegeven.

Basispakket

Operationele doelstelling 2: Bevorderen Internationaal Ondernemen (inkomend en uitgaand).

Een actief en internationaliserend bedrijfsleven (uitgaand en inkomend) is van groot belang voor de productiviteit en concurrentiekracht van de Nederlandse economie. Ook in 2009 heeft EZ beleid gevoerd om Nederlandse ondernemers te ondersteunen bij hun internationale activiteiten en buitenlandse bedrijven en investeerders aan te trekken. De nieuwe regeling Internationaal Ondernemen werd gelanceerd. Veel aandacht is uitgegaan naar het brede EZ instrumentarium dat zich richt op het creëren van internationale kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. De overheidsinzet op economische diplomatie kwam onder andere tot uitdrukking in de acht economische missies onder leiding van een bewindspersoon, acht bilaterale buitenlandse bezoeken en de activiteiten van het Crashteam. Om de internationale ambities van het nationale bedrijfsleven beter te ondersteunen zijn verdere stappen gezet in de versterking van de economische dienstverlening door het postennetwerk en in de professionalisering van de aansturingsrelatie met de EVD. De acquisitie van buitenlandse investeringen door het NFIA was – ondanks de crisis – boven verwachting en heeft daarmee een bijdrage geleverd in de verdere internationalisering van het vestigingsklimaat in Nederland.

Instrumenten en activiteiten

Regeling Internationaal Ondernemen: Prepare2Start

Prepare2Start heeft tot doel MKB-bedrijven die over geen of weinig exportervaring beschikken, te ondersteunen bij het betreden van een nieuwe of praktisch nieuwe buitenlandse markt. De ondersteuning bestaat uit advies en begeleiding bij het opstellen en uitvoeren van een internationaliseringsplan en een bijdrage in de kosten van een aantal in het plan genoemde activiteiten. De bijdrage bedraagt per aanvraag 50% van de gemaakte kosten tot maximaal € 11 500. Prepare2start is van toepassing op alle landen in de wereld. Voor 2009 zijn 1 104 aanvragen binnen gekomen waarvan er 1 090 werden goedgekeurd. Hiermee werd het beschikbare budget van € 15 mln bijna volledig uitgeput. Het realisatiecijfer ligt in 2009 lager dan de streefwaarde. Voor de crisis lag de succesratio op 75%. Uit de, onder bedrijven waarvan de aanvraag in 2008 is vastgesteld, gehouden enquête komt de crisis als de meest genoemde oorzaak voor het feit dat men (nog) geen nieuwe export heeft kunnen realiseren.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Prepare2start (PSB) -aantal bedrijven dat o.b.v. PSB- internationaliseringsplan internationaal is gaan ondernemen        
Bron: Agentschap NL, rapportage PSB 331 349 434 500

Crashteam oneerlijke concurrentie

Economische diplomatie speelt een centrale rol in het internationale werk van EZ. Het Crashteam Oneerlijke Concurrentie maakt daar deel van uit. In 2009 ontving het crashteam 23 nieuwe zaken (totaal daarmee 161 sinds oprichting in 2005). Er werden 10 zaken opgelost. Door betere koppeling met de markttoegangstrategie van de Europese Commissie kunnen complexere en meer structurele handelsbelemmeringen beter worden aangepakt.

Strategisch accountmanagement

Nieuw is het strategisch accountmanagement dat in 2009 werd opgezet. Dit bestaat uit halfjaarlijkse gesprekken op hoogambtelijk niveau met grote, toonaangevende bedrijven over de kansen en belemmeringen die zij bij hun buitenlandse activiteiten ervaren. Doel hiervan is meer gerichte overheidsondersteuning te bieden bij verdere internationalisering. Economische diplomatie is ook hierbij de meeste gevraagde vorm van ondersteuning. In verschillende gevallen is gebleken dat de overheid ook voor grote bedrijven meer kan betekenen dan op voorhand werd verondersteld.

Missies

Het is gebleken dat missies onder leiding van een bewindspersoon zeer effectief zijn om deuren geopend te krijgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. In 2009 vonden acht economische missies plaats onder leiding van de staatssecretaris voor Buitenlandse Handel. Hoogtepunten waren het gezamenlijk bezoek met het kroonprinselijk paar aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Oman, de missie in het kader van 400 jaar vriendschapsbetrekkingen tussen Nederland en Amerika (NY400), en de grote missie naar China, waarbij Shanghai, Qingdao, Dalian en Beijing werden bezocht. In Shanghai werd een bezoek gebracht aan het terrein van de Expo2010; hier werd in februari 2009 als een van de eerste de bouw van het Nederlandse paviljoen gestart. De ruwbouw was eind december nagenoeg gereed.

De minister van Economische Zaken legde acht bilaterale bezoeken af, ondermeer aan Angola, Noorwegen, Rusland, China en Singapore.

Versterking van economische dienstverlening door het Nederlandse postennetwerk

• Nederlandse bedrijven die internationale activiteiten willen ontplooien hebben belang bij een goed en efficiënt opererend postennetwerk, dat de voor hen benodigde informatie, advies en assistentie kan verlenen. EZ zet daarbij in op scherpere aansturing van de posten. In 2009 werden voor de 15 prioriteitslanden visiedocumenten ontwikkeld die ingaan op de kansen en belemmeringen voor internationaal zakendoen en de wijze waarop de overheid daarop het beste kan inspelen. Daarnaast werd in 2009 besloten tot invoering van integrale samenwerking via een «economisch cluster» op posten in landen met uitgebreide economische dienstverlening, om meer synergie tussen handel, technisch-wetenschappelijke samenwerking, innovatie en investeringen te bereiken. De posten worden nu tevens integraal aangestuurd door de betrokken onderdelen van EZ en er geldt een gezamenlijke opdrachtverlening aan de EVD.

• Om de bekendheid van de posten bij met name het MKB te vergroten werd in 2009 op initiatief van de Dutch Trade Board (DTB) de communicatiecampagne «Loop eens binnen in het buitenland» gevoerd, die door het bedrijfsleven positief werd ontvangen.

• In 2009 werd besloten tot opening van nieuwe Netherlands Business Support Offices (NBSO’s) in Duitsland (Hamburg en Frankfurt), het Verenigd Koninkrijk (Manchester) en India (Hyderabad en Kolkata). De NBSO’s in Polen (Krakau), Roemenië (Cluj) en Mexico (Monterrey) werden in 2009 gesloten, omdat de vraag naar dienstverlening vanuit het bedrijfsleven op deze plekken sterk is afgenomen.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
EVD bereik algemeen – aantal instellingen in het klantenbestand van de EVD gedeeld door het aantal internationaal actieve bedrijven.        
Bron: rapportages Agentschap NL (EVD) 43% 42% 49% 45%
Kengetallen 2007 2008 2009 Ambitie 2009
PESP – gerealiseerde export (in €) door €1 PESP bijdrage 21 23 Niet meer van toepassing 25
PUM – percentage aanvragen dat heeft geleid tot bedrijfscontacten met Nederlandse onderneming danwel waarvan het contact voorbereid of onderhanden is        
Bron: PUM 43% 40% 40% 31%

Toelichting

• PESP: het Programma Economische Samenwerking Projecten (PESP) is eind 2008 beëindigd. Over 2009 zijn geen prestatiegegevens meer beschikbaar.

• PUM: de realisatie komt de laatste jaren uit boven de streefwaarde. De hoogte van de streefwaarde wordt in het kader van de begrotingsvoorbereiding 2011 in 2010 herzien.

Acquisitie NFIA

• Ondanks de economische crisis was 2009 een goed jaar voor het aantrekken van buitenlandse investeringen via het NFIA, zoals blijkt uit onderstaande tabel. Deels valt dit goede resultaat te verklaren door twee zeer kapitaalintensieve projecten uit de energiesector ter waarde van € 2 mrd respectievelijk € 670 mln. Maar ook zonder het meerekenen van investeringen van meer dan € 10 mln (die een vertekend beeld kunnen geven) bedroeg het gemiddelde aantal arbeidsplaatsen 20 per project (tegenover 18 in 2008) en was per investering een bedrag van € 1,08 mln gemoeid (tegenover iets minder dan € 1 mln per investering in 2008).

• Ruim de helft van de 155 projecten is afkomstig uit Azië (met name Korea en China), gevolgd door Noord-Amerika (ruim 30%). Projecten vanuit Japan bleven in 2009 beduidend achter ten opzichte van 2008.

• In 2009 werd een NFIA kantoor geopend in Turkije, nadat na een tweejarige pilot was gebleken dat er in dit land goede acquisitiekansen liggen voor Nederland.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicatoren 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Aantal getekende verzoeken tot ondersteuning door NFIA          
Bron: Eigen registratiesysteem via web op basis van getekende intake-brieven 395 495 555 566 500
Omvang aangetrokken investeringen / aantal projecten          
Bron: Confirmation letters zoals opgenomen binnen de Project Administratie van het Extranet (Achilles) € 357 mln/ 113 projecten € 578 mln/ 155 projecten € 667,08 mln/ 182 projecten € 3,14 mrd/ 155 projecten € 400 mln / 140 projecten
Werkgelegenheid aangetrokken investeringen buitenlandse bedrijven          
Bron: eigen systeem op basis van Webtechnologie 2 425 3 107 3 300 3 887 2 500

Programmatisch Pakket

Operationele doelstelling 3: Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op zowel binnen- als buitenlandse markten.

De stroomlijning van het instrumentarium naast de regeling Internationaal Ondernemen heeft geleid tot de regeling Internationaal Excelleren, voor meer gerichte ondersteuning van internationaal opererende (groepen) bedrijven. De regeling Internationaal Excelleren bestaat uit 2getthere, Package4Growth en – tijdelijk – 2xplore.

Instrumenten en activiteiten

2getthere

Dit programma is in juni 2009 in nieuwe vorm van start gegaan. Naast subsidies op activiteiten kan bij 2getthere ook Holland Branding, technische samenwerking tussen overheden (G2G) en economische diplomatie worden ingezet. In 2009 werden de twee pilot programma’s op Servië en Panama, die in 2007 zijn gestart, beëindigd. Deze worden geëvalueerd. Er werden zes nieuwe programma’s ontwikkeld en ondertekend: Brazilië (havens), China (groene genetica), Oekraïne (duurzame energie), Turkije (afvalverwerking), Golfregio (olie en gas) en China (Point One). De programma’s Point One en groene genetica op China en het al eerder toegekende automotive programma op India komen voort uit of sluiten aan bij de Innovatieprogramma’s. Deze vallen nog onder de oude 2getthere regeling. Van juni tot en met december 2009 zijn 12 internationaliseringsstrategieën ingediend en 54 vooraanmeldingen. Deze konden niet allemaal binnen het beschikbare budget van € 16 mln worden geaccomodeerd.

Box: voorbeelden programma’s internationaal excelleren

2getthere programma Polen & Oekraïne EK 2012

Dit programma, in 2008 opgezet naar aanleiding van het Europees Kampioenschap voetbal in Polen en Oekraïne in 2012, wil het sportevenement benutten om structurele handelsbetrekkingen met deze landen op te bouwen. Dit programma positioneert Nederland als een excellente leverancier van integrale oplossingen in de private bouwnijverheid en publieke infrastructuur, waarbij ontwerp-, adviesdiensten, toeleveringsindustrie en aannemers gezamenlijk als cluster opereren. In 2009 hebben Nederlandse bedrijven hierdoor voor ruim € 100 mln aan orders binnengehaald op gebied van infrastructuur, bouw en beveiliging. Er wordt gewerkt aan zeer grote opdrachten, bijvoorbeeld het nationale voetbalstadion in Warschau, waar een Nederlandse bedrijf de technologie voor levert. Verder biedt een ander Nederlandse bedrijf een belangrijke bijdrage aan excellente logistieke oplossingen voor de nieuwe luchthavens van Kiev en Kharkov middels contracten afgesloten voor bagageafhandelingssystemen.

De programma doelstelling uit 2008, een stijging van orders van 20% binnen 3 jaar, ligt goed op koers vanwege de steun van het 2getthere programma

2getthere programma VS Water

Dit programma, opgezet naar aanleiding van de ramp met de orkaan Katrina, is zeer succesvol in het positioneren van de Nederlandse watersector, met zijn unique selling points in de VS. De deelnemende bedrijven en kennisinstellingen schatten de exportrealisatie naar aanleiding van dit programma op € 286 mln. Er wordt gewerkt aan zeer grote opdrachten, bijvoorbeeld bij New Orleans van ca 0,5 mld dollar. Er is meer aandacht voor kwesties als stedelijk waterbeheer, wetland restauration en intelligent flood monitoring systems. Ook op politiek niveau in de VS staat Nederland goed in de belangstelling. Senator Mary Landrieu bezoekt in mei 2010 Nederland voor de tweede keer. Haar aandacht voor Nederland straalt uit naar het federaal niveau. De doelstelling van 2007, een jaarlijkse stijging van orders van 10% werd gerealiseerd vanwege de steun van het 2ggethere programma en omvangrijke public diplomacy met free publicity in gerenommeerde media als de Time Magazine en de Washington Post ter waarde van vele miljoenen.

Package 4 Growth (P4G)

Dit is een nieuwe faciliteit (geopend in maart 2009) voor snelle en sterke positionering van Nederlandse bedrijven met onderscheidende kennis, producten en diensten op de snelgroeiende, zeer competitieve markten China en India. Het vergroten van de slagkracht van deze bedrijven is van belang om de Nederlandse internationale concurrentiepositie te behouden. De faciliteit sluit aan bij Nederlandse sterktes en bij de vraag vanuit China en India naar duurzame economische groei. De huidige faciliteit kent een investeringsdeel en een exportfinancieringsdeel. In totaal zijn er in 2009 voor P4G 75 aanvragen (van 64 verschillende bedrijven) ingediend, waarvan er 20 werden goedgekeurd en 16 afgewezen. De resterende aanvragen zijn nog in behandeling.

2xplore

Voor 2009 en 2010 is in het kader van de economische crisis het tijdelijke 2xplore beschikbaar. Consortia van Nederlandse (MKB) bedrijven kunnen hiermee haalbaarheidsstudies laten uitvoeren voor projecten in complexe, opkomende markten. Deze studies moet leiden tot directe Nederlandse export van kapitaalgoederen en diensten. Voor 2009 zijn 29 aanvragen goedgekeurd, waarmee het beschikbare budget van € 3 mln volledig is uitgeput.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
PSOM – succesvolle projecten alspercentage van budget          
Bron: Rapportage PSOM B2B 84% 84% 84% Niet meer van toepassing 85%

Toelichting

Het Programma Samenwerking Opkomende markten (PSO) is eind 2008 beëindigd. Voor 2009 zijn dan ook geen prestatiegegevens meer beschikbaar.

Overzicht afgeronde onderzoeken
Soort onderzoek Onderwerp OD Start Afronding Vindplaats
Beleidsdoorlichting Bevorderen van internationaal ondernemen (inkomend en uitgaand) 5.2 2009 2009  
Beleidsdoorlichting Het aantrekken van investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland 5.2 2009 2009  
Beleidsdoorlichting Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten 5.3 2009 2009  

Betreft één beleidsdoorlichting over 2 operationele doelstellingen die eind 2009 is afgerond en welke in 2010 aan de Kamer zal worden aangeboden.

Artikel 8. Economische analyses en prognoses

Algemene doelstelling

Het Centraal Planbureau (CPB) wil een breed vertrouwde bron van beleidsrelevante economische analyse zijn.

Het CPB heeft in 2009 vele economische analyses verricht en gepubliceerd op uiteenlopende terreinen, met als doel bij te dragen aan de beleidsvorming, zowel nationaal als internationaal. Zoals gebruikelijk is in het voorjaar het Centraal Economisch Plan verschenen en op Prinsjesdag de Macro Economische Verkenning. De CPB Nieuwsbrief is vier maal verschenen met hierin ieder kwartaal de prognoses voor de Nederlandse en internationale economie en artikelen over recent CPB-onderzoek. Naast de aandacht voor de kredietcrisis in de ramingen heeft het CPB ook een boek gewijd aan de kredietcrisis: «De grote recessie». Het CPB-onderzoek in 2009 heeft geresulteerd in 20 CPB documenten, 20 CPB Discussion Papers en 8 bijzondere publicaties. Enkele studies die veel aandacht hebben getrokken betreffen effecten van kredietcrisis op klimaat- en energiebeleid; concurrentie tussen basisscholen; het belang van openbaar vervoer; het belang van open source software van innovatie; arbeidsmarkt ouderen; strategisch Europa: markten en macht; beperking renteafdracht Vpb; koopzondagen; lastenneutraliteit van BPM-ombouw; marginale druk en plaatsingsbonussen bij re-integratie. De analyses en prognoses worden gedragen door de regering, het parlement en overige maatschappelijke organisaties waarmee de doelstelling is bereikt.

Externe factoren

Een belangrijke externe factor waarmee het CPB in 2009 is geconfronteerd, is de financiële crisis. Ook op vele andere terreinen zijn actuele factoren van grote invloed op het CPB-onderzoek geweest. Voorbeelden zijn de discussies over klimaatbeleid en vormgeving van sociale zekerheid.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 8: Economische analyses en prognoses (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 12 974 13 189 13 580 14 586 13 312 1 274
– Apparaatuitgaven CPB 12 974 13 189 13 580 14 586 13 312 1 274
             
Uitgaven (totaal) 13 004 13 189 13 580 14 586 13 312 1 274
             
Ontvangsten (totaal) 1 149 1 876 2 065 2 570 1 643 927

Gegevens inzake formatie en gemiddelde prijs (bedragen in € 1 000)
  Raming 2009 Realisatie 2009
  Formatie Gemiddelde prijs Gemiddelde bezetting* Gemiddelde prijs
CPB-personeel 141,2 75,4 140,9 84,2
CPB- materieel 141,2 16,5 140,9 19,3

* de gemiddelde bezetting is (evenals de formatie) excl. tijdelijk personeel en Young Professionals (5,2 fte) teneinde de vergelijkbaarheid met de formatie te waarborgen.

De gemiddelde prijs per fte op personeel en materieel in 2009 is hoger dan geraamd omdat er meer externe projecten zijn uitgevoerd (€ 2,5 mln) dan oorspronkelijk geraamd (€ 1,6 mln). De hiermee gepaard gaande hogere uitgaven leiden tot een hogere gemiddelde prijs. Hier staan eveneens hogere gerealiseerde ontvangsten uit extern gefinancierde projecten tegenover. Deze extra uitgaven en ontvangsten zijn bij tweede suppletore begroting aan het budget van het CPB toegevoegd. Daarnaast is de gemiddelde prijs per fte op personeel hoger dan geraamd door met name de uitdeling van de loon- en prijsbijstelling in 2009.

Het in 2009 geplande onderzoek van de visitatiecommissie naar economische analyses en prognoses is in januari 2010 gestart en wordt naar verwachting in maart 2010 afgerond.

Artikel 9. Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken

Algemene doelstelling

Het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken.

Het outputprogramma van het CBS zoals opgenomen in het Jaarplan voor 2009 van het CBS is gerealiseerd.

Externe factoren

In eerdere jaren was de beschikbaarheid van basisgegevens uit registraties voor de statistiek niet optimaal. Dat gold ook voor 2009. Dat werd vooral veroorzaakt door aanpassingen in de aanlevering van BTW-gegevens. Vanwege de kredietcrisis werd het bepaalde bedrijven toegestaan elk kwartaal de BTW-aangifte te doen in plaats van elke maand. Het CBS heeft hierdoor een korte tijd extra enquêtes moeten uitzenden om de gevolgen op te vangen. Intensieve nadere analyses op de beschikbare data leidden ertoe dat de extra enquêtering na enige tijd kon worden gestopt.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 9: Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 202 548 176 587 182 467 195 420 184 065 11 355
Waarvan garantieverplichtingen 30 000          
– Bijdrage aan CBS 202 548 176 587 182 467 195 420 184 065 11 355
             
Uitgaven (totaal) 172 548 176 587 182 467 195 420 184 065 11 355
             
Ontvangsten (totaal)            

Bijdrage aan CBS

Het verschil tussen de oorspronkelijk vastgestelde begroting en de realisatie 2009 is ontstaan door de uitdeling van de loon- en prijsbijstelling (€ 7,2 mln), toevoeging van middelen uit het fonds voor Sociaal Flankerend Beleid (€ 1,7 mln), van VROM ontvangen compensatie voor huisvestingskosten (€ 1,0 mln), bijdrage vanuit BZK en Justitie voor de Veiligheidmonitor (€ 0,5 mln), eenmalige toegevoegde middelen voor extra activiteiten in verband met de kredietcrisis (€ 0,5 mln) en voorbereidingskosten in verband met de BES-eilanden (€ 0,5 mln).

Gegevens inzake formatie en gemiddelde prijs (bedragen in € 1 000)
  Raming 2009 Realisatie 2009
  Formatie Gemiddelde prijs Gemiddelde bezetting Gemiddelde prijs
CBS-personeel 2 118 59,7 2 140 64,5
CBS-materieel 2 118 30,6 2 140 32,9

De hogere realisatie op de gemiddelde personele prijs wordt voornamelijk veroorzaakt door de toekenning van de loonbijstelling voor de gestegen loonkosten (CAO-afspraken Rijk 2007–2010).

OD: Het zijn van een toonaangevend kennisinstituut dat kan inspelen op de vraag naar informatie van beleid en wetenschap.

Jaar 2009 Realisatie
Instrumenten  
• Externe publicaties door CBS-medewerkers ja
• Samenwerking met universiteiten, planbureaus en andere (kennis)instituten ja
• Zeven adviesraden, waarin ministeries, planbureaus en wetenschap zijn vertegenwoordigd. Deze adviesraden adviseren de DG c.q. divisiedirecteuren van het CBS ja
• Periodieke internationale benchmark ja
• Systematische contacten met ministeries, planbureaus en onder andere (beleids)gebruikers ten behoeve van de opstelling van het werkprogramma ja
• Het Centrum voor Beleidsstatistiek ten behoeve van maatwerkrapportages voor ministeries en andere beleidsgebruikers ja
• Het ontwikkelen en optimaliseren van voorzieningen voor de analyse van CBS-microdata door wetenschappelijk en beleidsonderzoekers ja
• Gebruikersenquête ja
• Toegankelijk StatLine ja
Activiteiten  
• Samenwerking met wetenschappelijke instellingen, planbureaus, etc. met het oog op publicaties in de pers, tijdschriften en dergelijke. ja
• Raadplegen van adviesraden waarin onder andere ministeries, planbureaus en wetenschap zijn vertegenwoordigd ja
• Vergroten klantenbereik en omzet van het Centrum voor Beleidsstatistiek ja
• Centralisatie en verbetering microdata-faciliteiten (one-stop-shop) ja
• Uitbreiding van faciliteiten op gebied van remote-execution en remote-access ja

Prestatie-indicatoren

In onderstaande tabel staan de prestatie-indicatoren weergegeven voorzien van bijbehorende streefwaarden, zoals opgenomen in de begroting 2009, en de realisatiewaarden.

Prestatie-indicator Definitie Streefwaarde 2009 Realisatie 2008 Realisatie 2009
1. Realisatie van de publica- tie-kalender Realisatie: Percentage op de geplande datum gepubliceerde persberichten en gerealiseerde leveringen aan Eurostat. 90% van publicatiekalender op of voor geplande publicatiedatum gehaald. Persberichten: 93% Eurostat: 88% Persberichten: 92% Eurostat: 93%
2. Aantal formele correcties op publicaties Aantal persberichten dat met een (nieuw) persbericht wordt gecorrigeerd. Maximaal 3 persberichten per jaar met correcties. 0 persberichten met correctie 0 persberichten met correctie
3. Afwijking van voorlopige en definitieve cijfers        
a. economische groei Het aantal keer dat de definitieve kwartaalcijfers voor de economische groei van een jaar meer dan 0,75 procentpunt afwijken van de flash-ramingen voor de kwartalen van dat jaar. Voor minstens drie kwartalen moet de afwijking minder zijn dan 0,75%-punt. 0 kwartalen < 0,75% voor het jaar 2005. 2 kwartalen < 0,75% voor het jaar 2006.
b. internationale handel Het aantal afwijkingen van meer dan 4% tussen de voorlopige en definitieve cijfers van de onderdelen van de 6-weken- versie van de maandcijfers van de internationale handel. 80% van de afwijkingen moet minder zijn dan 4%. 100% afwijkingen < 4% 98% afwijkingen < 4%
c. bevolkingsgroei Deelindicator jaarcijfer: de absolute afwijking van de som van de voorlopi- ge maandcijfers van de bevolkingsgroei met het definitieve jaarcijfer. Deelindicator maandcijfers: het aantal keren dat de definitieve cijfers van de bevolkingsgroei voor de maanden van het voorafgaande kalenderjaar meer dan 4 duizend afwijken van de voorlopige cijfers. Voor minstens 8 maanden moet de afwijking minder zijn dan 4000 én de afwijking van het gecumuleerde jaartotaal moet minder dan 16 000 zijn. 12 maanden met afwijking < 4000Gecumuleerd jaar-totaal: 1117 12 maanden met afwijking < 4000Gecumuleerd jaar-totaal 2008: 800
4. Administratieve lastenverlaging/reductie enquête-druk Uitkomst van de jaarlijkse administratieve lasten zoals gemeten door de «enquêtedrukmeter» (EDM).Basiswaarde: € 23,1 mln (2007) Een administratieve lastendruk van maximaal € 21,3 mln (streefwaarde 2008) Definitief cijfer 2008: € 21,3 mln. (Voorlopig) cijfer 2009: nog niet beschikbaar.

Bron prestatie-indicatoren: Centraal Bureau voor de Statistiek

Toelichting op de prestatie-indicatoren

Afwijking van voorlopige en definitieve cijfers voor economische groei

Cijfers van het CBS over de economische groei worden regelmatig bijgesteld aan de hand van extra en verbeterde informatie. Het streven is een zo volledig mogelijke eerste raming van de economische groei te maken, zodat de bijstellingen bij de opeenvolgende ramingen niet te groot zijn.

Verschillen tussen de eerste ramingen en de definitieve ramingen (2 jaar later) van de economische groei zijn vooral het logische gevolg van de beperkingen in de beschikbare bronnen bij de snelle eerste raming. Analyse van de verschillen voor de periode 2003–2005, die in de afgelopen jaren duidelijk werden, heeft geleid tot verbeteringen in de ramingsmethoden. Daardoor zijn de eerste ramingen (flashramingen) verbeterd. De streefwaarde is voor het jaar 2006 nog niet bereikt, zoals ook al eerder aangekondigd. Beperkingen met betrekking tot de dekking en kwaliteit van de broninformatie alsmede onzekerheden omtrent nieuwe ontwikkelingen blijven een rol spelen bij het opstellen van de flashramingen.

Administratieve lastenverlaging/reductie enquêtedruk

Het CBS volgt de doelstelling van het kabinet om de administratieve lasten te verlagen. Omdat de meting van de administratieve lasten wordt bepaald op basis van opgaven van bedrijven, kan de definitieve lastendruk pas ruim na afloop van het kalenderjaar definitief worden vastgesteld. De gerealiseerde lastendruk over 2009 is daarom op dit moment nog niet beschikbaar (komt medio 2010 beschikbaar). Uit definitieve cijfers blijkt dat de netto enquêtedruk over 2008 is gedaald ten opzichte van 2007 met € 0,4 mln naar € 21,3 mln (– 2%). Dat is binnen de doelstelling voor 2008.

De lastendruk die het CBS in 2009 veroorzaakte is – in een cijfer uitgedrukt – nog niet bekend. Wel zijn weer belangrijke stappen genomen om te komen tot een verdere verlaging. Belangrijk in dit verband is het terugbrengen van het aantal bedrijven dat opgave moet doen van hun activiteiten op het gebied van internationale handel in goederen binnen de Europese Unie. Die opgave hoeft het bedrijf pas te verstrekken zodra de import of export boven een bepaalde drempelwaarde komt. Die drempel was sinds een aantal jaren € 0,4 mln. In 2008 is die drempel voor de export (ICL) verhoogd naar € 0,9 mln, waardoor zo’n 1500 bedrijven deze tijdrovende opgave niet meer hoeven te doen.

Per 1 januari 2009 is nu ook de drempel voor de import uit de Europese Unie (ICV) verhoogd naar € 0,9 mln. Dat betekent dat nog eens zo’n 1000 bedrijven niet meer opgaveplichtig zijn.

De statistiek Eigen vervoer over de weg (grote en kleine vragenlijst) werd tot 2009 gedeeltelijk door het NIWO en gedeeltelijk door het CBS uitgestuurd en verwerkt. Vanaf 2009 zijn de activiteiten van het NIWO op dit gebied overgenomen door het CBS, waardoor de lastendruk per 1 januari 2009 geheel voor rekening van het CBS komt. Dat heeft een verdubbeling van het aantal uitgezonden grote vragenlijsten tot gevolg, maar tegelijkertijd is de uitzending van de kleine vragenlijst gestopt; die vindt nog maar één keer in de vier jaar plaats. De optimalisatie van de enquête door toepassing van een efficiëntere steekproefmethode, de verdere ontwikkeling van het e-waarnemen (zo’n 75% van de waarneming is nu elektronisch) en de verlaging van de uitzendfrequentie van de kleine vragenlijst (van jaarlijks naar één keer in de vier jaar) zorgt voor een daling van de gezamenlijke lastendruk.

Doelmatigheid

De ontwikkeling van de doelmatigheid is positief door het doorvoeren van een ambitieuze herziening van de statistische processen, waarbij sprake is van het meer gebruik maken van generieke instrumenten. De procesherziening speelt onder meer in op het toenemende gebruik van al bestaande externe registraties en administraties, waardoor de eigen waarneming van het CBS afneemt. Waar wel zelf wordt waargenomen, worden de methoden steeds efficiënter (minder papieren enquêtes). Per saldo neemt hierdoor ook de administratieve lastendruk af.

In 2009 is in afstemming met de Centrale Commissie voor de Statistiek een kostprijsmodel gerealiseerd voor de verantwoording van de integrale kosten per productgroep van het CBS.

Artikel 10. Elektronische communicatie en post

Algemene beleidsdoelstelling

Een hoogwaardig en adequaat aanbod van netwerken en diensten voor elektronische communicatie en post.

Uit internationale benchmarkstudies blijkt dat het kabinet goed op weg is de in de ICT-agenda 2008–2011 gestelde ambitie – in 2015 tot de koplopers behoren in het beschikbaar zijn en het gebruik van ICT-toepassingen en nieuwe digitale dienstverleningsconcepten – te realiseren. Voor wat betreft de beschikbaarheid van infrastructuren en het gebruik van ICT-toepassingen door consumenten en bedrijven bijvoorbeeld, staat Nederland aan de internationale top.1 Ook is Nederland sterk op het gebied van internetactiviteiten met een directe economische component, zoals internetbankieren en online winkelen.

Toch is het van belang dat juist in deze periode van economische tegenwind bij overheden en bedrijven, de aandacht van voor innovatie van producten en netwerken, processen en dienstverlening niet verslapt. Juist nu is het moment om over veranderingen na te denken en vernieuwingen door te voeren. ICT kan een zeer belangrijke economische impuls geven, die de productiviteit en dienstverlening verbetert. Gebleken is echter dat de kennis over en het gebruik van ICT bij overheden en MKB achterblijft t.o.v. andere landen waardoor de economische impuls niet ten volle gebruikt wordt. Daarom zijn er in 2009 13 brancheprojecten gestart binnen het programma Nederland Digitaal in Verbinding (NDiV) 2007–2010. Dit programma helpt MKB-ondernemers op weg die slim digitaal willen samenwerken. Tevens is in 2009 het programma Digivaardig & Digibewust gestart dat zich onder andere richt op MKB’ers en professionals en bestuurders binnen de overheid.

Externe factoren

• In oktober 2009 is tussen ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers) en de Amerikaanse overheid een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen, die andere overheden nauwer betrekt bij de publieke vraagstukken (stabiliteit en betrouwbaarheid van het DNS, domeinnamen systeem), die het functioneren van het internet raken. De wijze waarop dit precies vorm krijgt zal in 2010 worden uitgewerkt.

• Het EU-regelgevend kader voor de elektronische communicatiesector bepaalt in belangrijke mate het nationale regelgevend kader. Eind 2009 is er overeenstemming bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement over de noodzakelijke wijzigingen van het regelgevend kader voor de elektronische communicatiesector. Belangrijke onderwerpen zijn flexibilisering van het spectrumbeleid, versterking van de harmonisatie van beleid en toezicht, betere bescherming van consumenten met name ook van gehandicapten. De wijzigingen moeten voor mei 2011 worden geïmplementeerd in de Telecommunicatiewet.

• Op 1 juli 2009 is de Europese verordening met betrekking tot roaming in werking getreden. Deze verordening maximeert de kosten voor bellen en sms’en in het buitenland (binnen de Europese Unie). Voor mobiel internetten in het buitenland zijn de onderlinge verrekentarieven gemaximeerd.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Kengetallen   2007 2008 2009 Ambitie 2009
Plaats van Nederland t.o.v. andere landen op de mondiale Information Society Index ranglijst          
Bron: IDC   Zesde positie Zesde positie Negende positie Stijgend
Positie Nederland t.o.v. andere OESO-landen m.b.t. aantal breedbandaansluitingen per 100 inwoners          
Bron: CBS en TNO   Tweede positie Tweede positie Tweede positie  

Toelichting

• De Information Society Index (ISI) is een breed samengestelde index die de basisvoorwaarden voor informatiemaatschappij meet. De score is gebaseerd op de categorieën PC’s, ICT-uitgaven, internetgebruik, e-commerce, breedband, mobiel, opleidingsniveaus en burgerlijke vrijheden. In 2009 is Nederland gezakt van de 6e naar de 9e positie. Echter, omdat IDC de categorieën heeft aangepast, is het onduidelijk of de daling daardoor is veroorzaakt of dat Nederland echt minder heeft gepresteerd.

• Nederland wil in de top blijven op het gebied van Breedband, zowel op het gebied van netwerken als op het gebied van diensten. Al jaren staat Nederland op de tweede plaats voor wat betreft het aantal breedbandaansluitingen op xDSL, kabel en andere breedbandnetwerken per 100 inwoners, achter Denemarken. In de periode tussen eind 2007 en eind 2008 is het aantal breedbandaansluitingen in Nederland gestegen van 34,8 naar 35,8 per 100 inwoners. Het cijfer voor 2009 is nog niet bekend.

Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 10: Elektronische communicatie en post (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 75 293 79 076 74 355 91 369 79 256 12 113
Programma gerelateerde verplichtingen 60 661 65 147 59 397 65 309 57 971 7 338
Markt en spelregels            
OD 1: Een efficiënt werkende communicatie- en postmarkt            
– Bijdrage aan internationale organisaties 4 560 935 656 1 268 1 249 19
– Bijdrage aan OPTA 12 282 2 863 2 167 6 080 3 655 2 425
Programmatisch pakket            
OD 3: Ontwikkeling van voorzieningen voor elektronische communicatie            
– Programma Implementatie Agenda ICT-beleid (PRIMA) 19 345 21 304 19 982 20 168 20 126 42
– ICT- flankerend beleid en administratieve lasten 3 737 18 075 21 721 25 028 19 052 5 976
– ICT&MKB 650 1 154 3 137 1 657 669 988
– Demonstraties / pilots (Kenniswijk) 193          
Algemeen            
– Beleidsvoorbereiding en evaluaties 19 893 20 816 11 734 11 106 13 220 – 2 114
             
Apparaat gerelateerde verplichtingen 14 632 13 929 14 958 26 060 21 285 4 775
– Personeel Telecom 8 773 8 634 7 332 7 751 9 831 – 2 080
– Toezicht Agentschap Telecom (Secretaris Generaal) 1 870 1 878 2 855 6 565 5 029 1 536
– Bijdrage Agentschap Telecom (Inspectie) 3 989 3 417 4 771 11 505 6 425 5 080
– Bijdrage Agentschap NL       239   239
             
Uitgaven (totaal) 77 197 85 934 66 627 84 788 90 806 – 6 018
             
Ontvangsten (totaal) 25 938 35 771 2 713 254 363 –  109
– Personeel DG ET 82          
– Diversen Telecom 1 009 739        
– Kenniswijk 5 780          
– Ontvangsten OPTA 18 104 915 597 213 163 50
– ICTAL     161      
– HGIS DG ET   107 57 2   2
– Overige ontvangsten 64 29 504 435 39 200 –  161
– Ontvangsten Fes   4 506 1 463      
– Cybercrime 900          

Bijdrage aan OPTA

In 2009 is zowel de bijdrage aan de OPTA voor 2009 als voor 2010 gecommitteerd. Dit was niet geraamd. De subsidieverlening 2010 is aan het einde van 2009 juridisch akkoord bevonden en de OPTA is hiervan in kennis gesteld. Derhalve is de verplichting ten laste van 2009 verantwoord. Door deze begrotingmutatie is sprake van een eenmalige verplichtingenschuif en hiervoor zijn bij eerste suppletore begroting middelen van 2010 naar 2009 gehaald.

ICT-flankerend beleid en administratieve lasten

De hogere realisatie is ontstaan doordat de opdracht aan ICTU voor de werkzaamheden (werkplannen) voor de lopende projecten zoals Slim Geregeld Goed Verbonden, Antwoord voor Bedrijven, Nederland Open In Verbinding, e-Herkenning en EU richtlijnen hoger is dan eerder werd geraamd.

Beleidsvoorbereiding & evaluatie

Door opgelegde taakstellingen en vertraging van diverse onderzoeken is er minder gerealiseerd dan geraamd.

Personeel Telecom

Door verschuiving in de personele bezetting tussen enerzijds de directies Energie & Marktwerking en Energie & Duurzaam en anderzijds de directies ICT & Toepassing en Telecommarkt, is een verschil ontstaan ten opzichte van raming in de vastgestelde begroting. Per saldo is het budget gelijk gebleven.

Bijdrage Agentschap Telecom

In 2009 is zowel de bijdrage aan het Agentschap Telecom voor 2009 als voor 2010 gecommitteerd. Dit was niet geraamd. De subsidieverlening 2010 is aan het einde van 2009 juridisch akkoord bevonden en de het Agentschap Telecom is hiervan in kennis gesteld. Derhalve is de verplichting ten laste van 2009 verantwoord. Door deze begrotingmutatie is sprake van een eenmalige verplichtingenschuif en hiervoor zijn bij eerste suppletore begroting middelen van 2010 naar 2009 gehaald.

Markt en spelregels

Operationele doelstelling 1: Een efficiënt werkende communicatie- en postmarkt

Om consumenten en bedrijven betere keuzemogelijkheden te bieden ten aanzien van aanbieders, producten en diensten, schept de overheid de randvoorwaarden voor een concurrerende communicatie- en postmarkt. Zo is in 2009 de Postwet aangepast waarmee het laatste monopolie van TNT is opgeheven. Daarnaast zijn er wijzigingen in de Telecommunicatiewet doorgevoerd of voorgesteld zoals de verruiming van mogelijkheden voor gemeenten om te participeren in de aanleg van de volgende generatie netwerken.

Instrumenten en activiteiten

Postwet

Op 1 april 2009 is de Postwet aangepast. Op die datum is het laatste deel van de postmarkt – voor brieven tot 50 gram – geopend voor postvervoerbedrijven anders dan TNT. Voor 1 april 2009 had postconcern TNT het alleenrecht op deze markt. Door dit monopolie op te heffen neemt de keus voor bedrijven toe, kunnen zij goedkoper post versturen en ontstaan kansen voor nieuwe bedrijven.

Een belangrijke voorwaarde bij de volledige marktopening van de postmarkt was het tot stand komen van aanvaardbare arbeidsvoorwaarden in de postsector. Het kabinet heeft ter verzekering hiervan voorzien in een Algemene Maatregel van Bestuur. De AMvB geeft aan sociale partners de ruimte om de eigen verantwoordelijkheid voor de arbeidsvoorwaarden op te pakken, en werkt als stok achter de deur in het geval dit niet gebeurt.

OPTA

De Tweede Kamer is op 10 maart 2009 en op 21 december 2009 geïnformeerd over de evaluatie van de OPTA1 en de toekomst van toezicht op elektronische communicatie en media.2 Uit gesprekken met betrokkenen, evaluatierapporten en internationale studies is gebleken dat de inrichting van het toezicht op de markten voor elektronische communicatie en media toekomstbestendig is. Er is geen aanleiding voor een herinrichting deze kabinetsperiode.

De OPTA heeft in 2009 belangrijke stappen gezet voor de implementatie van de marktbesluiten. Ook heeft de OPTA belangrijke stappen gezet om toegang voor andere marktpartijen tot de netwerken van kabelexploitanten te realiseren.

Stimulering Next Generation Netwerken (NGN)

Voor een efficiënt werkende elektronische communicatiemarkt is het van belang dat netwerken toekomstbestendig zijn. Voor huidige netwerken betekent dit de overgang naar de volgende generatie netwerken. Diverse telecomaanbieders hebben in 2009 hierin al fors geïnvesteerd.

In het kader van de Crisis- en herstelwet én met het oog op de beperktere kredietverstrekking door banken is voorgesteld de Telecomwet art. 5.14 zodanig aan te passen dat gemeenten meer ruimte hebben om financieel te participeren (binnen de Europese staatssteunkaders) bij de aanleg van de volgende generatie netwerken («Next Generation Access»). Voorts is eind 2009 een Taskforce NGN benoemd met als opdracht advies uit te brengen hoe de verdere uitrol van breedbandige netwerken door decentrale overheden in samenwerking met ondernemingen en andere partijen kan worden gestimuleerd. Tenslotte heeft de OPTA in beleidsregels lange termijn zekerheid gegeven aan marktpartijen over de regulering van glasvezelnetwerken.

Overstappen

Sinds 1 juli 2009 is het voor consumenten eenvoudiger om over te stappen naar een andere aanbieder. Als gevolg van een wijziging van de Telecommunicatiewet zijn aanbieders van telecommunicatie, digitale televisie en analoge televisie verplicht om consumenten na de initiële contractsperiode een opzegtermijn van maximaal één maand aan te bieden.

Tevens zijn er afspraken gemaakt met de telecomsector om de overstapdrempels bij breedband internet aan te pakken. De belangrijkste afspraak is dat eind 2008 minimaal 95% van de gevallen de overstap moest plaatsvinden op de afgesproken dag. Daarbij mocht er maximaal 24 uur sprake zijn van de dienstonderbreking. Deze doelstelling is, ondanks de inspanningen van de sector, nog niet gehaald. Uit gegevens van onder meer de OPTA en TNO (onderzoek naar de klanttevredenheid) blijkt het aantal klachten af te nemen. In het tweede kwartaal van 2010 komt de sector met een tweede meting.

Visie Mobiele Communicatie

In 2009 is EZ gestart met het project visie mobiele communicatie. Het formuleren en definiëren van beleidsdoelen in een strategische nota mobiele communicatie 2011–2017 biedt voor de langere termijn een basis om als EZ de juiste en door de markt gedragen randvoorwaarde te scheppen ten behoeve van de bevordering van efficiënte markten voor elektronische communicatie waarbij innovatie, voldoende concurrentie, economische groei en keuzemogelijkheid voor de consument gerealiseerd kunnen worden.

Wijziging Hoofdstuk 3 Telecomwet

Op 26 mei 2009 heeft de Staatssecretaris van EZ de nota naar aanleiding van het verslag op het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de Nota frequentiebeleid 20051 aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze wet heeft tot doel het wegnemen en opheffen van drempels voor marktpartijen en het vergemakkelijken van bestemmings- en verdelingsprocedures van frequenties.

Het wetsvoorstel is regelmatig geagendeerd voor plenaire behandeling en uitgesteld. Behandeling van het wetsvoorstel zal nu in maart 2010 plaatsvinden. Inwerkingtreding van het wetsvoorstel en van de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen zal daarom naar verwachting plaatsvinden in 2010.

Herziening R&TTE-richtlijn

De R&TTE-richtlijn heeft betrekking op radio- en randapparatuur en regelt het toelating- en verhandelingsregime voor vrijwel alle telecommunicatieapparatuur op de Europese markt. In de begroting 2009 was voorzien dat in 2009 de Europese Commissie het initiatief zou nemen om de richtlijn te herzien. Hoewel de voorbereidingen al zijn gestart, zal de herziening van de richtlijn pas in 2010 plaatsvinden. Het Nederlandse standpunt is in 2009 al voorbereid en zal in de vorm van een position paper voorafgaande aan de herziening met de Nederlandse belanghebbenden worden gedeeld.

Antennes en zendmasten

Voor het maatschappelijk draagvlak voor de plaatsing en emissies van antennes en daarmee het functioneren van de markt, is het van belang dat er goede afspraken worden gemaakt over deze antennes.

In 2009 zouden de regels omtrent EMV (elektromagnetische velden) emissie van zendmasten worden opgenomen in de Telecommunicatiewet. Dit is nog niet gebeurd. De verwachting is dat de nieuwe regelgeving eind 2011 inwerking zal treden. Hiervoor moeten twee wetten, namelijk de Telecommunicatiewet en de Wet milieubeheer, efficiënt en effectief op elkaar aansluiten.

Tevens bestond het voornemen om eisen aan de vooraankondiging van plaatsing van antennes vast te leggen in wet- en regelgeving. Momenteel wordt echter overwogen of in dit geval volstaan kan worden met zelfregulering op basis van een voorstel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en MoNet, het samenwerkingsverband van mobiele operators. Met dit voorstel wordt verzwaring van de administratieve druk bij gemeenten voorkomen. Onderdeel van dit voorstel is een informatieloket bij MoNet, waardoor burgers worden geïnformeerd over de plaatsing van antennes.

Universele Dienstverlening voor telefonie

De universele dienstverlening is de telecomdienstverlening waarvan is bepaald dat elke burger daar toegankelijk en betaalbaar toegang toe moet hebben, zoals een aansluiting op en toegang tot het openbare telefonienetwerk. De Europese Universele dienstenrichtlijn is het kader voor de wetgeving rond universele dienstverlening in Nederland. De verwachting was dat de Europese Commissie in 2009 een voorstel zou doen voor een eventuele aanpassing van de Universele Dienstverlening (UD) voor telefonie, bijvoorbeeld wat betreft het al dan niet opnemen van toegang tot breedband in de universele dienstverlening. Dit voorstel is uitgesteld. De commissie zal naar verwachting in april 2010 alsnog met eventuele voorstellen voor wijzigingen rond de UD komen. EZ zal dan reageren.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2013
Het aantal vergunningcategorieën ten behoeve van het gebruik van frequentiebanden          
Bron: Het Amadeus informatiesysteem van Agentschap Telecom       46 42

Toelichting

De doelstelling is om het aantal vergunningcategorieën met tien % terug te brengen van 47 (begin 2009) naar 42 in 2013. In 2009 is één vergunningcategorie vervallen. Dit betreft de categorie voor «vaste verbindingen voor landelijke operators». Hiermee is het aantal vergunningcategorieën eind 2009 verminderd tot 46.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Kengetal 2006 2007 2008 2009 Ambitie 2009
Concentratie deelmarkten HHI          
Bron:TNO Mobiele telefonie: 3435 Mobiele telefonie: 3785 Mobiele telefonie: 3763 Mobiele telefonie: 3761 Dalend
  Breedband Internet-toegang: 3556 Breedband internet-toegang: 4065 Breedband internet-toegang: 4014 Breedband internet-toegang: nog niet beschikbaar Dalend

Toelichting

• De Herfindahl Hirschman Index (HHI) geeft de mate van concentratie aan in een markt. De HHI wordt uitgedrukt in een getal tussen 0 en 10 000 en wordt bepaald door middel van de som van de kwadraten van de marktaandelen. Uit marktwerkingoogpunt heeft een situatie waarin niemand een dominante marktpositie heeft, de voorkeur. Dit is het geval bij een waarde van 1 800 of lager. In de hier beschouwde deelmarkten van mobiele telecommunicatie en breedband-internet toegang op retail niveau liggen de waarden significant boven die waarde van 1 800, maar wijzen de meest recente gegevens uit 2008 en 2009 op stabilisatie. De waarde voor 2008 is 3 763, gebaseerd op cijfers ultimo 2008 (in het vorige jaarverslag was de waarde 3 720 gebaseerd op cijfers uit het tweede kwartaal 2008) en voor 2009 3 761 (stand tweede kwartaal 2009).

• Op de mobiele telecommunicatiedeelmarkt zijn na de fusies en overnames van de afgelopen jaren drie partijen actief met een eigen netwerk. De HHI van omstreeks 3 750 weerspiegelt een marktsituatie van één partij met een marktaandeel van 50% en twee andere partijen met marktaandelen van elk omstreeks 25%.

• Voor de deelmarkt van breedband internet toegang wordt gekeken naar de marktaandelen van individuele Internet Service Providers (ISP’s). Gegevens over de HHI zijn voor 2009 nog niet beschikbaar.

Operationele doelstelling 2: Een veilig en betrouwbaar elektronisch en postnetwerk

Voor een goed functionerend elektronisch en postnetwerk is het belangrijk dat burgers en bedrijven met vertrouwen deze markt betreden; dat het internet veilig en toegankelijk is, dat de post tijdig bezorgd wordt en dat de positie van de consument op deze markten sterk is. In 2009 zijn er flinke stappen gezet om de positie van consumenten op de telecommarkt verder te versterken zoals het vergemakkelijken van overstappen en de start van het bel-me-niet register. Om de internetveiligheid van de gebruikers te vergroten is het Platform Internetveiligheid gelanceerd.

Instrumenten en activiteiten

Consumenten op de Telecommarkt

• Sms-diensten: ConsuWijzer heeft in 2009 maandelijks 400 tot 500 meldingen over sms-diensten, zoals ringtones en wallpapers ontvangen. De reclames voor sms-diensten via televisie en internet zijn vaak onduidelijk en verwarrend, zodat ze gratis of éénmalig lijken, terwijl het meestal om een duur abonnement gaat. In 2009 is de gedragscode sms-diensten uit 2008 geëvalueerd. De uitkomst is dat deze code niet goed werkt en dat aanscherping nodig is. Ter ondersteuning en borging van de een nieuwe, door de sector flink aangescherpte gedragscode, wordt nu wetgeving voorbereid. Daarin worden voorwaarden verbonden aan de mogelijkheid van operators om de incassofunctie ten behoeve van derden, zoals sms-contentaanbieders, te mogen vervullen. De Tweede Kamer is begin 2010 met een brief geïnformeerd over de aanpak van deze problematiek1.

• Bel-me-niet-register: sinds 1 oktober 2009 is het wettelijke «Bel-me-niet-register» ingevoerd. Dit register moet ertoe leiden dat er een einde komt aan de grote en niet afnemende irritatie van consumenten over ongevraagde telefoontjes. Consumenten die in dit register zijn ingeschreven mogen niet langer gebeld worden door bedrijven en organisaties die hun producten of diensten telefonisch aanbieden. Sinds de invoering hebben al meer dan 1 miljoen personen zich laten registreren. Samen met de personen die al bij de Stichting Infofilter stonden ingeschreven, telde het Bel-me-niet-register eind 2009 ruim 4 miljoen geregistreerde personen. OPTA ziet toe op de naleving en heeft aan een aantal bedrijven en een callcenter waarschuwingen uitgedeeld vanwege het niet naleven van de telemarketingregels.

• Consumentenproblemen rond het gebruik van 0900-nummers zijn met enkele wettelijke maatregelen aangepakt. Over de aanpak van deze problemen is de Tweede Kamer op 10 september 2009 geïnformeerd2.

• Ook bedrijven hebben geprofiteerd van aanpassingen in de Telecomwet: per 1 oktober 2009 geldt in Nederland een algeheel verbod op het versturen van ongevraagde elektronische berichten, ofwel spam. Voor natuurlijke personen gold al een spamverbod, maar nu worden door een wijziging van de Telecommunicatiewet ook bedrijven beschermd tegen spam.

• Daarnaast is op 1 juli 2009 de Geschillencommissie Informatiedienstaanbieders voor betaalde informatienummers (090x/18xy) opgericht. Via deze nieuwe geschillencommissie kan een consument die een klacht heeft over een gebeld 090x of 18xy-nummer en er met het bedrijf zelf niet uitkomt, op een relatief eenvoudige en goedkope manier zijn recht halen. De telefonieaanbieder mag geen betaling vragen van het betwiste bedrag op de telefoonrekening zolang de klacht of het geschil niet is opgelost.

IPv6

Door het grootschalig gebruik van Internet over de hele wereld en de komst van nieuwe toepassingen dreigt het aantal Internet Protocol (IP)-adressen uitgeput te raken. Door over te gaan van IP versie 4 naar IP versie 6 (IPv6), zal het aanbod weer voldoende zijn om de vraag op te vangen en raakt het Internet niet verstoord. In 2009 is een plan van aanpak voor de invoering van IPv6 bij de Rijksoverheid geschreven. Over de voorstellen uit dit plan van aanpak wordt door de CIO’s (Chief Information Officers) van de Rijksoverheid de komende maanden besloten. Dit moet in de zomer van 2010 resulteren in een rijksbreed plan voor de implementatie van IPv6.

Cybercrime

In 2009 intensiveerde de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven in de strijd tegen cybercrime. In het door EZ aangestuurd programma NICC (Nationale Infrastructuur ter bestrijding van Cybercrime) werkten de banksector en de overheid nauw samen bij de aanpak van phishing sites en werd de kiem gelegd voor de code Notice and Take Down die partijen nu hanteren om illegale sites te verwijderen. Daarnaast is vanuit het NCO-T (Nationaal Continuïteitsoverleg Telecommunicatie) de aansluiting aan het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding gerealiseerd en is de telecomsector aangesloten op het Informatieknooppunt Cybercrime. Eind 2009 is het Platform Internetveiligheid gelanceerd. Dit platform is een publiek-privaat samenwerkingsverband dat is gericht op een structurele verbetering van de internetveiligheid voor de gebruiker. Naast de gedragscode Notice and Take Down zijn onder dit platform ook onderwerpen als de aanpak van botnets en het filteren/blokkeren van kinderpornografie op websites ondergebracht.

Wet bewaarplicht telecommunicatie

De Wet bewaarplicht telecommunicatie is op 1 september 2009 in werking getreden. Deze wet faciliteert de criminaliteitsbestrijding van het Ministerie van Justitie en daarmee indirect ook de internetveiligheid. Vanaf dat moment moeten de zogenaamde NAW-gegevens en verkeersgegevens worden bewaard voor een periode van 12 maanden. Voor internetgegevens ligt nog een wetsvoorstel voor in de Tweede Kamer dat er in voorziet dat internetgegevens maximaal voor een periode van 6 maanden behoeven te worden bewaard. Over de implementatie van de wet is door EZ in oktober een marktbrede informatiebijeenkomst georganiseerd.

ICT Respons Board

Het elektronisch communicatienetwerk is één van de vitale sectoren in onze maatschappij. Voor de betrouwbaarheid van het elektronisch communicatienetwerk is het belangrijk dat uitval van dit netwerk wordt bestreden.

Op het terrein van versterking van de weerbaarheid en respons van alle vitale sectoren tegen grootschalige verstoring van ICT is ondermeer gestart met de opzet van een ICT Respons Board (IRB) passend in de nationale crisismanagementstructuur. Dit is een beoogd samenwerkingsverband tussen private en publieke partijen die samen in staat moeten worden geacht grotere ICT-incidenten snel het hoofd te bieden en eventueel het kabinet te voorzien van een advies over de te nemen maatregelen.

Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION)

Op 1 juli 2008 is de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) in werking getreden. Deze wet zorgt ervoor dat het ondergrondse netwerk aan kabels goed in kaart wordt gehouden en dat er gemeld wordt wanneer er gegraven wordt. Hiermee moeten graafincidenten, waarbij kabels worden beschadigd en daarmee een netwerk verstoord, worden teruggebracht.

Het is sinds medio 2008 mogelijk om gegevens tussen netbeheerders en grondroerders via het Kadaster uit te wisselen. De fase van de verplichte elektronische gegevensuitwisseling via het kadaster is niet in 2009 inwerking getreden. De ingangsdatum voor de elektronische fase is bij partijen geconsulteerd. Op grond daarvan is geconcludeerd dat partijen meer voorbereidingstijd nodig hebben om over te gaan tot de elektronische fase. Dit wordt 1 juli 2010.

In 2009 heeft de Tweede Kamer ook een wetswijziging aangenomen waarmee de huisaansluitingen buiten de WION komen te vallen. In dit wetsvoorstel is ook een bepaling opgenomen waardoor de administratieve lasten voor agrariërs zullen worden gereduceerd.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Kengetal 2007 2008 2009 Ambitie 2009
Overkomstduur brieven        
Bron: OPTA 96,3% 96,2% Nog niet bekend Behoud 95% of meer binnen 24 uur

Toelichting

Een kwaliteitseis die aan de universele dienst wordt gesteld is dat 95% van de brieven binnen 24 uur wordt bezorgd. De OPTA controleert jaarlijks of TNT zich aan deze wettelijke norm houdt. Het percentage voor 2009 is nog niet bekend.

Programmatisch pakket

Operationele Doelstelling 3: Ontwikkeling van innovatieve voorzieningen, producten en diensten voor elektronische communicatie en benutting ervan door de consument, het bedrijfsleven en de (semi-)publieke sector

Om meer economisch en maatschappelijk rendement te behalen met ICT, faciliteert de overheid de ontwikkeling en benutting van voorzieningen, producten en diensten voor elektronische communicatie. In 2009 is sterk ingezet op het versterken van het digitale voorzieningenniveau van de overheid richting bedrijven, onder andere door te werken aan elektronische herkenning en authenticatie en vermindering van regeldruk door middel van het programma Slim Geregeld, Goed Verbonden.

Om digitale diensten beter te benutten door consumenten, bedrijfsleven en de overheid is in 2009 het programma Digivaardig en Digibewust gestart.

Om de ontwikkeling en benutting van innovatieve voorzieningen mogelijk te maken, worden frequenties uitgegeven. Zo zijn in februari 2009 frequenties geveild die het mogelijk maken om bijvoorbeeld mobiel televisie uit te zenden.

Prestatiegegevens
      Realisatie
Kengetallen 2007 2008 2009
Totaalaanbod elektronische overheidsdiensten aan bedrijven en burgers      
Bron: Advies.overheid.nl Bedrijven: 68%Burgers: 66% Niet meer beschikbaar Niet meer beschikbaar
Positie Nederland t.o.v. andere EU-lidstaten m.b.t. gebruik van ICT door het bedrijfsleven      
Bron: European e-business readiness index Tweede positie Tweede positie Nog niet bekend

Toelichting

• Vanaf 2008 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken gekozen voor een andere opzet van het meten van het aanbod van elektronische overheidsdiensten. Daarom zijn er vanaf 2008 geen cijfers meer bekend.

• De ICT-prestaties van het Europese bedrijfsleven worden systematisch gemeten in de «European e-Business Readiness Index». Onderliggende indicatoren zijn onder meer het percentage ondernemingen dat online diensten en producten afneemt; het percentage ondernemingen dat online orders kan ontvangen en het percentage ondernemingen dat factureert zonder gebruikmaking van papier. Het cijfer voor 2009 is nog niet bekend.

Instrumenten en activiteiten

Antwoord voor Bedrijven

De website Antwoord voor bedrijven (AvB) is in 2009 conform planning verder ontwikkeld: alle informatie over wet- en regelgeving van de landelijke en lokale overheid is voor ondernemers en startende ondernemers elektronisch toegankelijk gemaakt. Dat geldt ook voor informatie over subsidies van rijk, provincie en waterschappen. Deze informatie inclusief doorverwijzing naar de relevante overheidsorganisatie, is qua toegankelijkheid getoetst bij brancheorganisaties en in tests bij bedrijven. In 2009 is AvB begonnen met informatie op de site ook beschikbaar te stellen via zogenoemde Stappenplannen. Deze blijken goed bezocht te worden. Op 16 december 2009 is bij Antwoord voor Bedrijven (AvB) het Dienstenloket voor dienstverrichters in het kader van de EU-dienstenwet geopend. Daarmee is de EU-deadline van 28 december 2009 ruim gehaald en voldoet Nederland aan de verplichtingen. EU ondernemers (inclusief uiteraard Nederlanders) kunnen nu op 1 plek basisinformatie vinden over de regels waar ze in Nederland aan moeten voldoen. Via de Berichtenbox op AvB kunnen deze dienstverrichters alle zaken met de overheid, die onder de Dienstenwet vallen, elektronisch met de betreffende overheidsdiensten afhandelen.

Prestatiegegevens
      Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Het aantal bezoeken aan de website www.antwoordvoorbedrijven.nl        
Bron: Antwoord voor Bedrijven n.v.t. 800 000 1 600 000 500 000

Toelichting

De website Antwoord voor bedrijven is na de start in 2008, in 2009 zeer goed bezocht: meer dan 1 600 000 bezoeken. Het cijfer voor 2008 is aangepast t.o.v. de begroting omdat er is overgestapt naar een ander meetsysteem. Het bedrijvencontactcentrum van Antwoord voor bedrijven heeft in 2009 in totaal 17 500 vragen en meldingen behandeld.

Slim Geregeld, Goed Verbonden

In 2009 is het Programma Slim geregeld, goed verbonden (SGGV) van start gegaan. Het programma beoogt een substantiële bijdrage te leveren aan de vermindering van regeldruk. Dit gebeurt door de verplichte gegevensuitwisseling tussen ondernemers en overheden, bijvoorbeeld toezichthouders, gemeenten en uitvoeringsorganisaties, eenvoudiger en efficiënter te maken met inzet van een innovatieve ICT-oplossing. In 2009 is aan zeven casussen gewerkt. Eén casus – asbestverwijdering – is eind 2009 overgedragen aan de ketenpartners. Door de ontwikkelde oplossing, het asbestvolgsysteem, kunnen voortaan alle meldingen – vanaf het melden van een asbestlocatie tot de melding dat de asbest verwijderd is – lopen via het asbestvolgsyseem, via één centraal punt bij de arbeidsinspectie.

Standard Business Reporting

Door middel van het programma Standard Business Reporting – waarvan de regie in 2009 bij EZ is komen te liggen – wordt een technische en bestuurlijke basis gelegd om de aanlevering van verantwoordingsinformatie aan de overheid op een eenduidige en eenvoudige wijze te laten plaatsvinden. Eind 2009 zijn concrete afspraken gemaakt tussen Financiën, BZK, Justitie en EZ over de implementatie en volumes in 2010.

eHerkenning

eHerkenning is de in het NUP (Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-Overheid) opgenomen standaard die de identificatie, authenticatie en machtiging regelt van bedrijven en die de levering van elektronische diensten aan ondernemers door de overheid mogelijk maakt.

Het programma eHerkenning voor bedrijven heeft eind 2009 een versie van een afsprakenstelsel opgeleverd op grond waarvan in de eerste helft van 2010 proefimplementaties zullen worden uitgevoerd. Vervolgens zal later in 2010 eHerkenning voor operationeel gebruik beschikbaar komen. Een belangrijk kenmerk van het afsprakenstelsel eHerkenning is de publiek-private samenwerking, waarbij de marktpartijen actief zijn betrokken bij het tot stand brengen van het afsprakenstelsel en in de operationele situatie de belangrijkste rollen zullen vervullen.

eFactureren

In 2009 is gestart met de implementatie van eFactureren aan de overheid op basis van een open internationale standaard. De eerste e-factuurstromen naar de overheid komen daarmee op gang. Metingen in 2009 wezen uit dat overheden in een laag tempo eFactureren invoeren. Daarom zijn aanvullende interventies voorbereid die in 2010 worden geïmplementeerd.

Nederland Open in Verbinding

In 2009 heeft het programmabureau overheidsorganisaties volop gesteund en gefaciliteerd bij de uitvoering van het actieplan Nederland Open in Verbinding (NOiV). Resultaten van de uitvoering worden gemeten via een monitor die eind 2009 voor de tweede keer uitkwam. Hieruit blijkt dat overheidsorganisaties voortgang boeken in de implementatie van het actieplan. Belangrijke resultaten zijn dat 47% van de overheidsorganisaties een implementatiestrategie voor Open Source Software (ministeries 100%) heeft of aan het ontwikkelen is (2008: 34%). Ook heeft 64% van de organisaties het «pas toe of leg uit principe» voor Open Standaarden formeel vastgelegd of is daar mee bezig (2008: 22%) (bron: www.noiv.nl/resultaten/). Zoals eerder aangekondigd zal in het voorjaar 2010 de voortgangsrapportage NOiV naar de Kamer worden gestuurd.

Nederland Digitaal in Verbinding

Het programma Nederland Digitaal in Verbinding (NDiV) 2007–2010 helpt MKB-ondernemers op weg die slim digitaal willen samenwerken. In 2009 heeft Syntens 13 branche- en 13 RFID-projecten gestart en begeleid. De resultaten hiervan en van de inmiddels meer dan 100 onder begeleiding van Syntens lopende digitale samenwerkingsprojecten zullen in 2010 verder breed uitgedragen worden.

Digitalisering etherradio

In juli 2009 heeft de Tweede Kamer het beleid aanvaard om de commerciële vergunningen voor zowel de FM als de middengolf (AM) – die in september 2011 aflopen – met zes jaar te verlengen en hieraan de voorwaarde te verbinden om in deze periode ook uit te zenden via de zogenaamde TDAB-frequenties (etherruimte voor mobiele digitale radio en televisie). Met dit beleid wordt de digitalisering van de etherradio mogelijk gemaakt.

Digitale Omroep

In februari 2009 zijn er twee frequentievergunningen verleend voor digitale omroep via TDAB (Terrestrial Digital Audio Broadcasting). Deze maken het mogelijk om mobiele multimediale toepassingen zoals mobiele televisie en radio aan te bieden. De frequenties hebben een landelijke dekking.

Digivaardig & Digibewust

Om te zorgen dat digitale diensten echt hun meerwaarde kunnen bewijzen, is het belangrijk dat bedrijven en consumenten genoeg digivaardig en digibewust zijn. Op 1 januari 2009 zijn de programma’s Digibewust en eVaardigheden van het Ministerie van Economische Zaken opgegaan in een integraal programma «Digivaardig & Digibewust 2009–2013». Publieke, private en maatschappelijke partijen werken hierin samen om gebruikers op een veilige manier van de voordelen van internet te laten genieten. Daarom bevordert het programma de ICT-vaardigheden van mensen. Ook wil het programma het bewustzijn van de risico’s van internet vergroten. Hierbij wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht bij bestaande activiteiten.

In 2007 en 2008 zijn ruim 4 000 (de complete oplage) Schoolblikken verspreid, met daarin informatie voor docenten en ICT-coördinatoren om het veilig en verantwoord gebruik van internet op scholen te stimuleren. Binnen het programma Digivaardig&Digibewust is in samenwerking met partners divers materiaal ontwikkeld voor docenten, ouders en leerlingen. Zo zijn in Nederland in samenwerking met UPC 20 000 exemplaren van het eSafety pakket via bibliotheken en scholen bij ouders en docenten terecht gekomen. Ook zijn in 2009 samen met de stichting Mijn Kind Online twee brochures uitgebracht voor ouders en docenten die zich willen verdiepen in online leefwereld van kinderen. In totaal zijn 7 000 van deze brochures verspreid onder met name scholen die de brochure aanvragen voor ouderavonden. Geschat wordt dat in 2007, 2008 en 2009 in totaal ongeveer 5 500 scholen is bereikt. Tot slot is vermeldenswaardig dat met ondersteuning van het programma Digivaardig & Digibewust door de VOO het project Cyberouders is gestart dat streeft naar een landelijk netwerk van betrokken (cyber)ouders die zorgen voor een veilige digitale omgeving voor kinderen, zowel thuis als op school.

Prestatiegegevens
        Realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2006 2007 2008 2009 Streefwaarde 2009
Aantal basisscholen dat via Digibewust is bereikt (cijfer is cumulatief)          
Bron: ECP-EPN.nl   2 000 4 080 5 500 5 000

Uitgifte 3,5 GHz-band

Om mobiel internet mogelijk te maken – en daarmee mobiele internetdiensten – worden in verschillende frequentiebanden frequenties uitgegeven. Eén van die mogelijke frequentiebanden is de 3,5 Ghz-band.

Beschikking 2008/411/EC ziet op harmonisering van de 3400–3800 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronische communicatiediensten kunnen verschaffen in de Europese Gemeenschap. Implementatie van de subband 3400–3600 MHz diende uiterlijk 21 november 2008 te hebben plaatsgevonden. Dit is echter in Nederland niet gebeurd. Door de Nederlandse overheid worden al meer dan 25 jaar satellietsignalen onderschept in de frequentieband 3400–3600 MHz in het kader van taken die de nationale veiligheid raken. Het onbeperkt inzetten van terrestrische systemen die elektronische communicatiediensten (mobiel BWA) kunnen verschaffen zal tot een voor de overheid onacceptabele mate van interferentie leiden. De Europese Commissie is door de regering hierover geïnformeerd. Nader onderzoek dient uit te wijzen of, binnen de door de overheid gestelde beperkingen, commercieel gebruik in de 3,5 GHz-band mogelijk is.

Maatschappelijke Sectoren & ICT

In 2009 zijn vijf prijsvragen afgerond. Hieruit zijn vijftien projectvoorstellen gehonoreerd en gestart. Vanuit het Ministerie van Justitie is tevens 1 project gestart in het kader van Maatschappelijke Sectoren & ICT (M&ICT). Er zijn daarmee in totaal 63 opschalingsprojecten gehonoreerd, waarvan 1 voor de sector mobiliteit, 28 voor onderwijs, 17 voor zorg, 8 voor veiligheid en 9 sectoroverstijgend. Het actieprogramma had een looptijd van 4 jaar (2005–2009), in totaal is er zo’n € 50 mln aan financiële bijdrage verstrekt. Met de afloop van het actieprogramma zijn de gehonoreerde projecten nog niet afgerond. In de periode 2010–2012 vindt om die reden actieve monitoring van de lopende projecten plaats. De eerste tender van de extra impuls Maatschappelijke Domeinen & ICT is voorjaar 2009 toegekend en politiek bekrachtigd. De tweede tender is najaar 2009 geopend en wordt volgens planning begin 2010 afgerond.

Prestatiegegevens
      realisatie Begroting
Prestatie-indicator 2007 2008 2009 Streefwaarde/ambitie 2009
Aantal gestarte opschalingsprojecten        
Bron: Actieprogramma M&ICT 10 22 16 14

Overzicht afgeronde onderzoeken
Soort onderzoek Onderwerp OD Start Afronding Vindplaats
Overig evaluatieonderzoek OPTA 10.1 2008 2009 Kamerstukken II, 2009–2010, 32 123 XIII, nr. 47

NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 21. Algemeen

Dit artikel bevat de apparaatsuitgaven die niet zijn toegekend aan de beleidsartikelen. Het betreft de personele en materiële uitgaven van de stafdiensten (inclusief algemene leiding), de centrale personeelsuitgaven en de facilitaire ondersteuning van het kernministerie, zoals huisvesting, communicatie en ICT. Naar hun aard hebben deze uitgaven een indirecte relatie met de activiteiten en uitgaven zoals geraamd op de beleidsartikelen.

Artikel 21: Algemeen (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 94 710 107 236 112 081 123 414 113 271 10 143
Personeel algemeen            
– Personeel stafdienst 34 995 35 671 35 962 38 006 34 511 3 495
– Regiebureau Inkoop Rijksoverheid 606 1 396 1 379 2 1 947 – 1 945
– Centraal Personeel P&O 2 730 3 391 4 764 3 850 4 289 –  439
– Centraal Personeel EZ 8 769 8 006 7 540 5 843 7 272 – 1 429
– Wachtgelden 5 377 4 390 3 737 2 968 3 716 –  748
– Sociaal plan 4 016 4 255 4 167 3 809 4 166 –  357
– Post actief personeel            
– PIANOo Personeel (incl. TenderNed) 1 235 1 959 2 642 2 394 3 251 – 857
Materieel algemeen            
– ICT 12 205 11 814 11 249 14 658 14 078 580
– Inhuur Auditdienst 534 3 352 1 483 311 231 80
– Materieel diversen 153 222 903 11 775 199 11 576
– Materieel Communicatie 2 753 1 351 1 391 786 1 954 – 1 168
– Materieel kernministerie 16 972 26 105 34 758 30 009 28 463 1 546
– Materieel WJZ 184 279 576 825 736 89
– PIANOo Programma (incl. TenderNed) 4 180 5 043 1 530 8 177 7 512 665
– Parkeerpost         946 –  946
             
Uitgaven (totaal) 107 313 109 869 113 684 119 499 111 807 7 692
             
Ontvangsten (totaal) 4 738 4 546 7 003 10 676 2 610 8 066
– Diverse ontvangsten personeel 3 594 3 072 2 914 2 500 2 300 200
– Diverse ontvangsten materieel 793 763 555 1 467   1 467
– Ontvangsten (buiten)diensten 351 711 3 534 6 709 310 6 399

Personeel Stafdienst

Het verschil tussen de oorspronkelijk vastgestelde begroting en de realisatie is met name ontstaan door de uitdeling van de loonbijstelling (€ 1,5 mln) en overheveling van middelen van de decentrale personeelsbudgetten bij de DG’s naar het centrale budget Personeel Stafdienst, als gevolg van de bundeling van de financiële functie binnen EZ tot één centrale directie FEZ (€ 1,5 mln). Daarnaast zijn middelen overgeheveld van de DG’s naar het centrale personeelsbudget in verband met het zogenaamde Concordaat, een overeenkomst tussen BZK en EZ over het uitwisselen van medewerkers (€ 0,3 mln), en is eenmalig budget toegekend voor projecten in het kader van het project «Eén EZ» (€ 0,2 mln) dat plaatsvindt in verband met de operatie Vernieuwing Rijksdienst.

Regiebureau Inkoop Rijksoverheid

Per 1 september 2008 valt het Regiebureau Inkoop Rijksoverheid niet meer onder EZ, maar onder BZK. Derhalve is bij 1e suppletore begroting 2009 het budget overgeheveld naar BZK.

Materieel diversen

Het verschil wordt veroorzaakt door eenmalige toekenning van middelen in 2009 aan SenterNovem (€ 2,9 mln) ten behoeve van investeringen in ICT en E-business en verbeterde dienstverlening aan klanten en lagere administratieve lasten. De agentschappen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem fuseren per 1 januari 2010 tot één Agentschap NL. Voor het realiseren van deze samenvoeging is eenmalig budget voor fusiekosten toegekend aan Agentschap NL (€ 8,6 mln).

Ontvangsten buitendiensten

Op basis van de Regeling baten-lastendiensten 2007 is het eigen vermogen van baten-lastendiensten aan een maximum gebonden. Het surplus aan eigen vermogen van SenterNovem en Octrooicentrum Nederland, is aan EZ afgedragen (€ 6,5 mln). Dit is bij 1e en 2e suppletore begroting 2009 in de raming verwerkt.

Gegevens inzake formatie en gemiddelde prijs
(bedragen in € 1 000) raming 2009 realisatie 2009
  formatie gemiddelde prijs gemiddelde bezetting gemiddelde prijs
Stafdiensten – personeel1, 2 528,0 65,4 510,1 74,5
Kerndepartement – materieel3, 4 1 211,6 40,6 1 154,1 52,9

1 Algemene Leiding/BBR, AD, FEZ, FM, DC, WJZ, P&O, I&A en detacheringspool

2 Betreft decentrale personeelsuitgaven

3 Stafdirecties en DG O&I, EP, BEB en ET

4 Betreft materiële uitgaven die betrekking hebben op kerndepartement: centrale personeelsuitgaven, ICT, materieel diversen, communicatie, materieel kernministerie.

Het verschil tussen de geraamde en de gerealiseerde gemiddelde personele prijs komt ondermeer doordat als gevolg van de CAO-rijk 2007–2010 de loonkosten van de medewerkers zijn gestegen. Daarnaast heeft inhuur van uitzendkrachten plaatsgevonden. Dit telt wel mee in de uitgaven, maar niet in de bezetting, waardoor de gemiddelde prijs toeneemt.

De gerealiseerde gemiddelde materiële prijs is hoger dan geraamd als gevolg van eenmalige bijdragen aan agentschappen, zoals is toegelicht onder «materieel diversen». Abstraherend van deze incidentele uitgaven, komt het gemiddelde cijfer uit op 42,9.

PIANOo (Professioneel en Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers)
  Streefwaarde Realisatie
Prestatie-indicator 2009 2009
Elektronisch aanbesteden: Gebruik elektronisch systeem voor aanbesteden wordt gemeengoed bij de overheid Alle publieke aanbestedingen worden via TenderNed gepubliceerd Functioneel ontwerp van de publicatiemodule is opgeleverd, de bouw van de publicatiemodule loopt.

Toelichting

De nieuwbouw van het elektronisch aanbestedingssysteem TenderNed heeft vertraging opgelopen doordat de ontwikkelaar die in eerste instantie was aangezocht om de bouw van TenderNed te verzorgen, niet tijdig een voldoende robuust systeem kon opleveren. Derhalve is in het najaar van 2009, na een uitvraag binnen de raamcontracten van EZ, aan een marktpartij de opdracht gegund om het systeem te bouwen. Hierdoor is een vertraging ontstaan waardoor de streefwaarde voor 2009 niet is bereikt.

Artikel 22. Nominaal en onvoorzien

Artikel 22: Nominaal en onvoorzien (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal)         – 7 354 7 354
– Loonbijstelling            
– Prijsbijstelling            
– Budget onvoorzien         449 –  449
– Nog te verdelen posten         – 7 803 7 803
             
Uitgaven (totaal)         – 10 453 10 453
             
Ontvangsten (totaal)         3 400 – 3 400
– High Trust boetebeleid         3 400 – 3 400

Nog te verdelen posten

De nog niet ingevulde taakstellingen zijn gedurende 2009 ingevuld binnen het geheel van de begroting.

High Trust boetebeleid

In het Coalitieakkoord (2007) was een boetetaakstelling High Trust opgenomen van € 25 mln in 2008; € 50 mln in 2009; € 75 mln in 2010 oplopend tot € 100 mln vanaf 2011. Deze taakstelling was in eerste instantie op de EZ-begroting geboekt. Vervolgens is in een interdepartementale werkgroep in twee stappen overeenstemming bereikt over de wijze van invulling en verdeling van de boetetaakstelling. Deze taakstelling is in twee stappen verdeeld. Bij eerste suppletore begroting 2008 zijn de tranches 2008 en 2009 verdeeld en verwerkt op de interdepartementale begrotingen en bij eerste suppletore begroting 2009 zijn de tranches 2010 en 2011 verdeeld en verwerkt op de interdepartementale begrotingen. Deze mutatie betreft het afboeken van het restant tranche 2009.

Artikel 23. Afwikkeling oude verplichtingen

Artikel 23: Afwikkeling oude verplichtingen (in € 1000)
  Realisatie 2006 Realisatie 2007 Realisatie 2008 Realisatie 2009 Vastgestelde begroting 2009 Verschil 2009
Verplichtingen (totaal) 2 244 1 849 1 484 1 218 1 485 –  267
– Afwikkeling BBH-regeling (garantieverplichting) 2 244 1 849 1 484 1 218 1 485 –  267
             
Uitgaven (totaal) 2 244 1 849 1 484 1 218 1 485 –  267
             
Ontvangsten (totaal) 1 987 22 2 584 862 872 –  10

Op dit niet-beleidsartikel zijn in 2009 uitgaven verantwoord voor de afwikkeling van in het verleden gevoerd beleid betreffende de regeling Bedrijfs-beëindigingshulp. De ontvangsten betreffen voornamelijk de afdrachten van Volvo voor de verkoop van spareparts op de V400-serie.

BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Als minister van Economische Zaken verklaar ik dat in het verslagjaar 2009 op gestructureerde wijze aandacht is besteed aan de bedrijfsvoering van het ministerie, waaronder het financieel beheer, het materieelbeheer en de daartoe bijgehouden administraties. Een en ander heeft in het verslagjaar 2009 in het algemeen geleid tot beheerste bedrijfsvoeringprocessen. Er is een aantal punten dat mijn aandacht heeft en ten aanzien waarvan verbeteracties zijn of worden uitgevoerd. Deze punten, die geen afbreuk doen aan de mededeling over de bedrijfsvoering, licht ik hieronder toe.

De bovenstaande mededeling over de bedrijfsvoering is gebaseerd op een combinatie van de jaarrapportages en de managementverklaringen van de verschillende dienstonderdelen van EZ en het toezicht van de directie FEZ. De audits van de Auditdienst hebben mij de gevraagde Assurance verschaft over de kwaliteit van de bedrijfsvoering.

Rechtmatigheid

Er zijn geen fouten en geen onzekerheden met betrekking tot de rechtmatigheid of de getrouwheid geconstateerd die de tolerantiegrenzen op het niveau van het begrotingsartikel, van het totaal van de saldibalans, van het totaal van de baten-lastendiensten gezamenlijk of van de gehele departementale verantwoordingsstaat overschrijden.

Totstandkoming beleidsinformatie

De niet-financiële beleidsinformatie in het jaarverslag is tot stand gekomen conform de vereisten in wet- en regelgeving.

Financieel en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering

In het rapport van de Algemene Rekenkamer bij het jaarverslag van Economische Zaken over 2008 werden twee onvolkomenheden geconstateerd: het verantwoordingstraject bij SenterNovem over de besteding van beleidsgelden en het beheer van de transactie-uitgaven (waaronder factuurcontrole en contractbeheer) bij de directie Facilitair Management (inmiddels onderdeel van de directie Bedrijfsvoering).

Het proces van de jaarverantwoording van de beleidsgelden naar de opdrachtgevers door SenterNovem, is in 2009 beheerst verlopen. Er is geïnvesteerd in structurele kwaliteitsbewaking van de betrouwbaarheid van de gegevens, uniformering van het rapportage- en informatiesysteem en periodieke administratieve controles en afstemmingen op basis van uitgebreide draaiboeken.

De naleving van de Europese aanbestedingsregels heeft mijn aandacht. In de loop van 2009 is voor de beheersing van de inkoopactiviteiten (waaronder factuurcontrole en contractbeheer) bij de directie Bedrijfsvoering een voldoende niveau bereikt. In 2010 zullen de inkoopfunctie bij de directie Bedrijfsvoering en de inkoopfunctie bij het Agentschap NL worden samengevoegd tot het Inkoop Expertise Centrum (IEC). Het doel van het IEC is verdere versterking van de inkoopfunctie. Dit zal worden ingevuld door: de borging van een goede aansluiting op de interdepartementale ontwikkelingen, inkoopondersteuning, een EZ-brede analysefunctie, een advies en regiefunctie en een meldpunt Europees aanbesteden. Het IEC wordt ondergebracht bij het Agentschap NL.

Met ingang van 1 januari 2010 is het Agentschap NL als baten-lastendienst ingesteld. Het Agentschap NL wordt gevormd door de samenvoeging van drie al bestaande baten-lastendiensten, te weten SenterNovem, EVD en Octrooicentrum Nederland. Door de samenvoeging ontstaat één sterk agentschap waarin expertise op het gebied van duurzaamheid, innovatie en internationaal ondernemen wordt gebundeld.

Per 1 januari 2009 is de uitvoering van de MEP – duurzaam (regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie) overgedragen van uitvoerder EnerQ BV naar SenterNovem. Daarnaast is per 1 september 2009 de privaatrechtelijke stichting Nederlands Instituut voor vliegtuigontwikkeling en ruimtevaart (NIVR) opgenomen in SenterNovem, nu Agentschap NL. De uitvoering van het ruimtevaartbeleid is ondergebracht bij het Netherlands Space Office (NSO), een organisatieonderdeel binnen het Agentschap NL.

In 2009 is een audit uitgevoerd naar de naleving van betaaltermijnen bij handelstransacties in de maanden januari t/m april. Naar aanleiding van deze audit heeft EZ een plan van aanpak opgesteld om de naleving verder te verbeteren. Dit heeft geleid tot een uniform, EZ-breed kader voor het betaalproces. De voornaamste elementen zijn: een eenduidig begrippenkader, een uniforme procedure m.b.t. ontvangen facturen door betaalorganisaties, registratie- en rappelsystemen bij de betaalorganisaties en het monitoren van betaalgedrag EZ door FEZ.

C. JAARREKENING

VERANTWOORDINGSSTATEN

Departementale verantwoordingsstaat 2009 van het Ministerie van Economische Zaken (XIII)

Departementale verantwoordingsstaat 2009 van het Ministerie van Economische Zaken (XIII)Bedragen in € 1 000
    (1) (2) (3)=(2)-(1)
  Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijkvastgestelde begroting
    Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
  TOTAAL   2 783 904 12 224 841   2 805 863 9 833 531   21 959 – 2 391 310
                     
  Beleidsartikelen   2 681 065 12 217 959   2 685 146 9 821 993   4 081 – 2 395 966
1. Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa 81 320 82 964 70 504 79 986 80 377 19 319 – 1 334 – 2 587 – 51 185
2. Een sterk innovatievermogen 648 999 664 395 171 803 955 149 673 344 197 737 306 150 8 949 25 934
3. Een concurrerend ondernemingsklimaat 2 135 749 364 160 70 689 1 183 684 415 862 56 109 – 952 065 51 702 – 14 580
4. Doelmatige en duurzame energiehuishouding 1 090 627 1 136 229 11 890 642 1 949 003 1 097 668 9 540 591 858 376 – 38 561 – 2 350 051
5. Internationale economische betrekkingen 154 194 145 134 12 315 150 378 123 101 5 413 – 3 816 – 22 033 – 6 902
8. Economische analyses en prognoses 13 312 13 312 1 643 14 586 14 586 2 570 1 274 1 274 927
9. Voorzien in maatschappelijke behoefte aan statistieken 184 065 184 065   195 420 195 420   11 355 11 355  
10. Elektronische communicatie en post 79 256 90 806 363 91 369 84 788 254 12 113 – 6 018 – 109
                     
  Niet-beleidsartikelen   102 839 6 882   120 717 11 538   17 878 4 656
21. Algemeen 113 271 111 807 2 610 123 414 119 499 10 676 10 143 7 692 8 066
22. Nominaal en onvoorzien – 7 354 – 10 453 3 400       7 354 10 453 – 3 400
23. Afwikkeling oude verplichtingen 1 485 1 485 872 1 218 1 218 862 – 267 – 267 – 10

SALDIBALANS EN TOELICHTING

Saldibalans per 31 december 2009 van het Ministerie van Economische Zaken

(bedragen in € mln)
1) Uitgaven ten laste van de begroting 2 805,9   2) Ontvangsten ten gunste van de begroting 9 833,5
             
3) Liquide middelen 4,5        
             
4) Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding 7 169,2   4a) Interne begrotingsreserve Inpres8/Seno/Gom/Scheepsbouw 111,4
             
5) Uitgaven buiten begrotingsverband 15,4   6) Ontvangsten buiten begrotingsverband 50,0
7) Extra-comptabele vorderingen 1 248,3   7a) Tegenrekening extra-comptabele vorderingen 1 248,3
             
8a) Tegenrekening extra-comptabele schulden     8) Extra-comptabele schulden  
             
9) Voorschotten 6 476,3   9a) Tegenrekening voorschotten 6 476,3
             
10a) Tegenrekening garantieverplichtingen 3 344,0   10) Garantieverplichtingen 3 344,0
             
11a) Tegenrekening openstaande verplichtingen 12 072,7   11) Openstaande verplichtingen 12 072,7
             
12) Deelnemingen 1 420,6   12a) Tegenrekening deelnemingen 1 420,6
  TOTAAL 34 556,9     TOTAAL 34 556,9

1) Uitgaven ten laste van de begroting (€ 2 805,9 mln)

Deze post bevat de nog niet met het Ministerie van Financiën verrekende begrotingsuitgaven. Verrekening van de begrotingsuitgaven 2009 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

2) Ontvangsten ten gunste van de begroting (€ 9 833,5 mln)

Deze post betreft de nog niet met het Ministerie van Financiën verrekende begrotingsontvangsten. Verrekening van de begrotingsontvangsten 2009 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

3) Liquide middelen (€ 4,5 mln).

De post liquide middelen is als volgt opgebouwd:

saldo 31–12–09 (x € 1 000)
Saldo liquide middelen kasbeheerder EZ 8
Saldo liquide middelen overige kasbeheerders 3 450
Saldo rekening-courant TWA/CBIN 1 029
Totaal 4 487

4) Rekening-courant RHB (€ 7 169,2 mln)

De rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding geeft de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weer. Het bedrag op de saldibalans is overeenkomstig de saldo-opgave per 31 december 2009 van genoemd Ministerie en is opgebouwd uit het saldo van de reguliere rekening-courant (€ 7 057,8 mln) en het saldo van de rekening-courant betreffende de Interne begrotingsreserve (€ 111,4 mln). Bij de vaststelling van dit saldo is rekening gehouden met de posten die door de Rijkshoofdboekhouding in 2010 zijn verwerkt, maar gevaluteerd zijn op 2009.

4a) Interne begrotingsreserve (€ 111,4 mln)

Onder deze post vallen drie interne begrotingsreserves namelijk reserve SENO/GOM, Garantieregeling Scheepsnieuwbouw en de GO. In 2009 is er in de SENO/GOM reserve € 338,0 mln overgeboekt naar het Ministerie van Financiën, waardoor de stand per ultimo 2009 € 40,0 mln bedraagt. Dit bedrag is conform de afspraken met het Ministerie van Financiën bestemd voor financiering van de faciliteit Package4Growth (een faciliteit die beoogt het Nederlandse bedrijfsleven op snelgroeiende markten zoals India en China sterk en snel te positioneren). In de begroting is uitgegaan van een jaarlijkse overboeking van € 10 mln in de periode 2009–2012.

In de reserve Garantieregeling Scheepsnieuwbouw is in 2009 niet bijgestort, waardoor de stand per ultimo 2009 € 25 mln gebleven is. De reserve is bedoeld ter afdekking van de risico’s van toekomstige schadebetalingen op verstrekte scheepsbouwkredieten, die het bedrag van de jaarlijkse premie-ontvangst te boven gaan. In 2009 is de nieuwe reserve voor de GO gecreëerd waar € 46,4 mln in is gestort. Dit is ter afdekking van de risico’s, daar de ontvangsten (premies) en uitgaven (uit te keren schades) naar verwachting op jaarbasis niet gelijk gaan lopen.

5) Uitgaven buiten begrotingsverband (= intra-comptabele vorderingen) (€ 15,4 mln)

Onder de uitgaven buiten begrotingsverband zijn posten opgenomen, die met derden moeten worden verrekend. De nadere specificatie van deze post is als volgt:

saldo 31–12–09 (in € 1 000)
Vorderingen op andere ministeries 9 232
Intra-comptabele vorderingen EZ m.b.t. beleidsuitgaven 3 684
Intra-comptabele vorderingen EZ m.b.t. apparaatsuitgaven 2 480
Totaal 15 396

Het bedrag van € 9,2 mln onder vorderingen op andere ministeries is met name afkomstig van het Agentschap SenterNovem (€ 8,6 mln) vanwege werkzaamheden i.v.m. voor andere departementen uitgevoerde regelingen.

Het bedrag van 3,7 mln is voornamelijk het saldo van met opdrachtgevers van agentschappen te verrekenen posten.

Het bedrag van € 2,5 mln betreft voornamelijk de openstaande vordering van EZ op het CBS (€ 0,7 mln), overige salarisdebiteuren (€ 0,3 mln) en SenterNovem (€ 0,3 mln).

6) Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra-comptabele schulden) (€ 50,0 mln)

Onder de ontvangsten buiten begrotingsverband zijn de posten opgenomen, die aan derden moeten worden betaald. De specificatie van de onder deze posten opgenomen bedragen is als volgt:

Saldo 31–12–09 (in € 1 000)
Schulden aan andere ministeries 32 880
Intra-comptabele schulden EZ m.b.t. beleidsuitgaven 250
Intra-comptabele schulden EZ m.b.t. apparaatsuitgaven 16 913
Totaal 50 043

Het bedrag van € 32,9 mln betreft met name vooruit ontvangen bedragen van andere ministeries door SenterNovem in verband met werkzaamheden die voor die andere ministeries worden uitgevoerd. Het bedrag van € 16,8 mln bestaat uit de per 31 december 2009 af te dragen loonbelasting (€ 7,2 mln), af te dragen premies € 3,8 mln en een schuld van Octrooicentrum Nederland aan derden (o.a. depothouders) van € 5,7 mln wegens vooruit ontvangen octrooitaxen.

7) Extra-comptabele vorderingen (€ 1 248,3 mln)7a) Tegenrekening extra-comptabele vorderingen (€ 1 248,3 mln)

De extra-comptabele vorderingen worden bij ontvangst ten gunste van de ontvangstenbegroting geboekt. Het verloop van de extra-comptabele vorderingen in 2009 binnen EZ was als volgt:

      (in € 1 mln)
Stand vorderingen eind 2008   1 131,8
Bij: In 2009 ontstane vorderingen 217,5  
  Bijgeschreven dividend/rente 10,8  
      228,3
      1 360,1
Af: Ontvangsten 73,1  
  Ontvangen dividend / rente 1,7  
  Buiteninvorderingstelling c.q. kwijtschelding 37,0  
      111,8
Stand vorderingen eind 2009   1 248,3

Uit het bovengenoemde verloop van de extra-comptabele vorderingen blijkt dat het saldo van de in 2009 ontstane vorderingen € 228,3 mln is.

De ontvangsten (incl. ontvangen dividend en rente) zijn voor € 13,9 mln door de NMa gegenereerd. Op ontwikkelingskredieten is door SenterNovem € 7,1 mln ontvangen alsmede € 3,8 mln op BBMKB. Door SenterNovem is € 9,4 mln ontvangen op andere krediet- en subsidieregelingen. De KASEZ van het voormalige NOVEM leverde € 23,8 mln op. Agentschappen droegen € 3,5 mln af.

De buiteninvorderingstellingen c.q. kwijtscheldingen betreffen voor € 21,1 mln de BBMKB en voor € 13,7 mln de TOK/TOP/MPO/KRE (incl. kwijtschelding van voorwaardelijke rente). De overige € 2,2 mln betreft de overige regelingen.

De extra-comptabele vorderingen zijn per begrotingsartikel, het agentschap SenterNovem, NMa en overige apparaat onderverdeeld naar de mate van liquiditeit (opeisbaarheid) van de vorderingen.

(in € 1 000)
Vorderingsoort direct opeisbaar op termijn opeisbaar op termijn opeisbaar geconditioneerd totaal
Omschrijving   < 1 jaar > 1 jaar    
1 Goed functionerende economie en markten 306,9   352,2   659,1
2 Een sterk innovatievermogen 101,3   33 265,2 10 313,5 43 680,0
3 Concurrerend ondernemingsklimaat 21 006,6 306,3 50 986,5 402 692,0 474 991,4
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding 62,4     119,5 181,9
5 Internationale economische betrekkingen 12,1 1 518,4 10 411,5   11 942,0
8 Economische analyses en prognoses 6,7       6,7
10 Elektronische communicatie en post       539,2 539,2
21 Algemeen 182,3   212,3 1,1 395,7
23 Afwikkeling oude verplichtingen       1 267,2 1 267,2
Overig apparaat         0,4
Buiten begrotingsverband 84,1       84,1
SenterNovem 16 737,5 13 206,4 210 939,1 366 034,3 606 917,4
NMa       107 658,3 107 658,3
Totaal 38 499,9 15 031,1 306 166,8 888 625,6 1 248 323,4

De kolom direct opeisbare vorderingen van het voorgaand overzicht is op artikelniveau gerubriceerd naar ouderdom.

(in € 1 000)
Art. Omschrijving <2008 2008 2009 Totaal
1 Goed functionerende economie en markten     306,9 306,9
2 Een sterk innovatievermogen     101,3 101,3
3 Concurrerend ondernemingsklimaat 554,1 25,3 20 427,2 21 006,6
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding     62,4 62,4
5 Internationale economische betrekkingen     12,1 12,1
8 Economische analyses en prognoses     6,7 6,7
10 Elektronische communicatie en post        
21 Algemeen     182,3 182,3
  Buiten begrotingsverband 60,0   24,1 84,1
  SenterNovem 8 959,6 3 478,9 4 299,0 16 737,5
Totaal   9 573,7 3 504,2 25 422,0 38 499,9

Onderstaand worden per categorie, vorderingen die in verhouding tot het totaal van de vorderingen een grote omvang hebben, nader toegelicht. Per post is aangegeven aan welk artikel de vordering is gekoppeld.

Direct opeisbare vorderingen (in € 1 000)

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa (€ 306,9)

€  306,9 Betreft vordering interim functievervulling bij Ministerie van Justitie.

Artikel 3 Concurrerend ondernemingsklimaat (€ 21 006,6)

€ 554 Betreft terugvordering Scheepsbouwsubsidies.

€ 18 426 Betreft afrekening subsidie decentrale IPR 1992/1999.

€ 1 374 Betreft LIOF dividendbelasting 2007.

€ 320 Betreft afrekening subsidie codemaproject SEASTAR.

Op termijn opeisbare vorderingen (in € 1 000)

Artikel 2 Een sterk innovatievermogen (€ 33 265,2)

Een bedrag van € 6 806,7 is als een renteloze lening aan Marin verstrekt. Zolang de deelnemersovereenkomsten die met het maritieme bedrijfsleven zijn afgesloten in stand blijven is er geen aflossingsverplichting. Een bedrag van € 13 459,5 betreft de deelname van de Staat in de Commanditaire Vennootschap Biopartner.

Een bedrag van € 11 799,0 betreft de kredietfaciliteit CVO aan het NIVR.

In 2010 zal de administratie worden opgeschoond i.v.m. de overgang van het NIVR naar SenterNovem.

Artikel 3 Concurrerend ondernemingsklimaat (€ 50 986,5)

Op dit artikel staan met name leningen aan EIM € 1 154,6 en NESEC € 2 546,8. NESEC lost periodiek af. De aflossingen EIM beginnen medio 2010. Van een renteloze lening aan het LIOF ad € 15 088,2 is de termijn verlengd tot 2012. Een vordering op de NOM ad € 496,5 is n.a.v. het jaarverslag over 2008 bijgesteld.

Aan Investors in People is in 2007/2008 een achtergestelde lening verstrekt van € 255,0. De BOM heeft een renteloze lening van € 3 000,0 waarop de eerste aflossing is ontvangen. De stichting Microkredieten heeft een renteloze lening van € 13 500,0. In 2009 is een lening van € 8 500,0 verstrekt aan Nedermaas Hightech.

Gemeente Eindhoven kreeg in 2009 een lening van € 7 000,0 voor de Campus.

Artikel 5 Internationale economische betrekkingen (€ 10 411,5)

Dit betreft leningen aan Indonesië en Egypte. De leningen worden geadministreerd en beheerd door het NIO. Hierop wordt periodiek afgelost en rente betaald.

Geconditioneerde vorderingen (in € 1 000)

Artikel 2 Een sterk innovatievermogen (€ 10 313,5)

Betreft het revolving fund van het NIVR, waarin aflossing op kredieten en royalties werden gestort. Het revolving fund mocht door het NIVR worden aangewend voor activiteiten. Door de overgang van het NIVR naar ANL valt het fonds toe aan EZ. Naar verwachting zal in 2010 het fonds worden afgerekend met EZ.

Artikel 3 Concurrerend ondernemingsklimaat (€ 402 692,0)

Op dit artikel is onder meer een geconditioneerde vordering vastgelegd op het consortium dat de Nederlandse bijdrage aan de JSF levert ad € 372 100,0.

Daarnaast bestaat dit uit een geconditioneerde vordering inzake rentebaten uit hoofde van EUcofinanciering en decentrale IPR.

Artikel 4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding (€ 119,5)

Betreft nog rente op de KAS-EZ. De afwikkeling van deze vordering wacht nog op het afwikkelen van een pensioenkwestie.

Artikel 10 Elektronische Communicatie en Post (€ 539,2)

Betreft een juridische kwestie met Arrow.

Artikel 23 Afwikkeling oude verplichtingen (€ 1 267,2)

Betreft de lening aan Volvo die wordt afgelost via de opbrengst van reserve onderdelen.

Vorderingen van het agentschap SenterNovem (in € 1 000)

Vorderingen SenterNovem (€ 606 917,4)

Het merendeel van de vorderingen van SenterNovem (€ 252 801,1) heeft betrekking op de Regeling Technische ontwikkelingskredieten en de Regeling Technische Ontwikkelingsprojecten. Deze regelingen worden uitgevoerd door dit agentschap. Het betreft leningen verstrekt met het doel een «nieuw» product te ontwikkelen. De terugbetaling van de lening is afhankelijk van de met het ontwikkelde product verkregen omzet. Er is rente verschuldigd die jaarlijks wordt bijgeschreven. De regelingen zijn inmiddels ingetrokken.

Een bedrag van € 112 056,3 betreft de storting op een rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding ten behoeve van de uitvoering van de investeringsfaciliteit Opkomende Markten door de FMO. Dit is opgenomen als geconditioneerde vordering. In deze categorie valt ook een bedrag van € 115 878,0 i.v.m. de BBMKB-regeling.

Ook zijn in deze vorderingen m.i.v. september 2009 de kredieten opgenomen die het NIVR had verstrekt en waarvan de aflossingen in het revolving fund NIVR werden gestort en omdat NIVR naar SenterNovem is gegaan. Het gaat om ca € 48 mln.

Vorderingen van het NMa (in € 1 000)

Vorderingen NMa (€ 107 658,3)

Dit betreft de door het NMa opgelegde boetes (met name telefonie en bouw) en lasten onder dwangsom.

9) Voorschotten (€ 6 476,3 mln)9a) Tegenrekening voorschotten (€ 6 476,3 mln)

Op deze rekening staat het saldo van de vooruitbetalingen (voorschotten). Deze voorschotten zijn gebaseerd op EZ-subsidieregelingen danwel op door EZ gesloten contracten. Voor wat betreft subsidies wordt in principe betaald op basis van gemaakte en betaalde kosten. De definitieve vaststelling van de subsidie danwel de afwikkeling van het contract geschiedt na indiening van de einddeclaratie. In 2009 is voor € 2 130,3 mln aan voorschotten afgerekend. Bij de MEP-conversie is een bedrag van € 2 099,3 mln aan voorschotten opgeboekt; bij de NIVR-conversie een bedrag van € 41,6 mln (Hiervan staat € 39 mln op artikel 4 02 45 600 en € 2,6 mln buiten begrotingsverband).

Het saldo openstaande voorschotten is als volgt opgebouwd:

Overzicht openstaande voorschotten EZ (in € 1 mln)
  Totaal
Stand per 31 december 2009 2008
ontstaansjaar    
< 2004 256 545
2004 77 222
2005 178 298
2006 245 377
2007 458 976
2008 3 032 1 726
2009 2 230  
Totaal 6 476 4 144

Onderstaand wordt een aantal voorschotten toegelicht die in verhouding tot het totaal een grote omvang hebben. Tevens wordt een aantal voorschotten toegelicht die meer dan vier jaar open staan.

Artikel 2.45 060 BSIK (€124,3 mln)

Vanaf 2004 zijn € 185,5 mln voorschotten verstrekt.

Hierop is in 2009 € 61,2 mln afgerekend.

Artikel 2.45 100 Bijdrage instituten lucht- en ruimtevaart (€ 27,8 mln)

In 2009 is hierop 16,2 mln afgerekend.

Artikel 2.45 600 Ruimtevaart (€ 226,3 mln)

In deze post zijn begrepen de door EZ aan het NIVR verstrekte voorschotten alsmede de door Agentschap NL geconverteerde voorschotten van het NIVR aan derden, te weten € 39 mln.

In 2010 zal de administratie worden opgeschoond i.v.m. de overgang van het NIVR naar SenterNovem, waarmee de dubbeltellingen zullen worden geëlimineerd middels afrekening van deze voorschotten.

Artikel 2.45 705 Innovatieve subsidies: TOK, KREDO MPO (€ 90,6 mln)

Hierop is in 2009 € 77,2 mln afgerekend.

Artikelonderdeel 3.10 200 REONN Kompas voor het Noorden (€ 54,6 mln)

De subsidies op dit artikelonderdeel worden als voorschot uitbetaald op basis van jaarplannen en op programmatische wijze ingezet. De regeling loopt door tot 2011, zodat definitieve afrekeningen de komende jaren zullen gaan plaatsvinden. In 2009 is € 342,5 mln afgerekend.

Artikelonderdeel 3.10 210 Centraal deel IPR (€ 44,1 mln)

Dit betreft voorschotbetalingen in het kader van het centraal deel van de Investeringspremie-regeling. Dit betreft langlopende verplichtingen ter bevordering van bedrijfsinvesteringen in sociaal-economisch zwakkere gebieden. Per ultimo 2009 stonden alleen nog voorschotten open uit 2003 en latere jaren.

Artikelonderdeel 3.10 230 Cofinanciering EFRO (€ 98,4 mln)

Op dit artikel zijn de voorschotten geboekt welke door EZ zijn verleend in het kader van de cofinanciering EFRO. Het betreft het programma 1994–1999 en de programma’s 2000–2006 en 2007–2013. In 2009 is € 21,7 mln afgerekend.

Artikelonderdeel 3.10 510 Stadseconomie (€ 153,4 mln)

Omdat in 2005 binnen het Grote Stedenbeleid voor het onderdeel stadseconomie één budget beschikbaar is gesteld zijn de instrumentsubs Fysieke Stadseconomie (3.10 500) en Niet Fysieke stadseconomie (3.10 510) samengevoegd als Stadseconomie. De voorschotten i.v.m. stadseconomie zijn in 2006 voor € 150,0 mln afgerekend, in 2007 voor € 5,0 mln en in 2008 voor € 11,6 mln. In 2009 zijn alleen € 30,8 mln voorschotten verstrekt en is er niet afgerekend.

Artikelonderdeel 4.01 500 Diverse programma uitgaven Energie (€  20,4 mln)

De openstaande voorschotten op dit artikelonderdeel maken voornamelijk deel uit van het EG programma GCO(Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek). Dit wordt eens in de vier jaar vastgesteld. In 2009 is € 8,3 mln aan voorschotten verstrekt.

Artikelonderdeel 4.05 010 en 011 Tegemoetkoming Demkolec en stadsverwarmingsprojecten (€ 80,1 mln)

Dit onderdeel verloopt via Agentschap NL. In 2009 zijn € 33 mln bevoorschot en € 82 mln afgerekend.

De openstaande voorschotten stammen uit de jaren 2005/2009

Artikelonderdeel 4.20 420 Bijdrage aan ECN (€ 50,1 mln)

Het betreft voorschotten uit de jaren 2008 en 2009.

Er is in 2008 een bedrag van € 96 mln afgerekend.

Artikelonderdeel 4.20 504 Bijdrage MEP SN (€ 2 714,4 mln)

Dit zijn bij de invaring van de MEP in SenterNovem (Agentschap NL) geconverteerde voorschotten, te weten € 2 099,3 mln. Daarbij komen de door SenterNovem in 2009 na de invaring uitbetaalde voorschotten verminderd met de inmiddels afgerekende bedragen.

Per ultimo 2009 zijn de van Enerq overgenomen voorschotten gewaardeerd op € 2 064,8 en opgenomen in dienstjaar 2008.

Artikelonderdeel 9.10 010 Bijdrage aan het CBS (€ 379,9 mln)

Dit voorschot betreft de bijdrage 2008 én 2009 aan het CBS, alsmede enkele kleinere bedragen uit eerdere jaren. De bijdrage over 2008 wordt binnenkort afgerekend.

10) Garantieverplichtingen (€  3 344,0 mln)10a) Tegenrekening garantieverplichtingen (€ 3 344,0 mln)

Dit betreft de garantieverplichtingen die door EZ zijn aangegaan. Het verloop van de garantieverplichtingen in 2009 was als volgt:

(in € 1 mln)
Saldo garantieverplichtingen tot en met 2008 3 301,7
Bij: Aangegane garantieverplichtingen in 2009 +  816,0
Af: Betalingen op garantieverplichtingen in 2009 –/– 57,3
Af: Intrekkingen, terugbetalingen en correcties –/– 716,4
Saldo garantieverplichtingen ultimo 2009 3 344,0

Circa de helft van dit bedrag (€ 1 957,2 mln) betreft de garanties van de borgstellingsregeling BMKB (artikel 3). Het uitstaande garantiebedrag voor deze regeling is verhoogd in verband met afgegeven garanties van ongeveer € 555,4 mln en verlaagd in verband met negatieve bijstellingen van ongeveer € 400,8 mln. Aan verliesafdekking is € 55,6 mln betaald.

De andere helft van het saldo garantieverplichtingen ultimo 2009 bestaat uit voornamelijk in 2009 ontstane garanties Groeifinancieringsfaciliteit € 286,7 mln, COVA (art. 4) € 1 001,0 mln en garanties ten behoeve het CBS en OPTA ad € 99 mln.

De garanties inzake Tennet en Herverzekering Inpres zijn in 2009 vervallen.

In de artikelsgewijze toelichting worden de garanties afzonderlijk toegelicht.

11) Openstaande verplichtingen (€ 12 072,7 mln)11a) Tegenrekening openstaande verplichtingen (€ 12 072,7 mln)

Het verloop van de verplichtingen in 2009 was als volgt:

(in € 1 mln)
Saldo aangegane verplichtingen tot en met 2008 3 739,5
Bij: Aangegane verplichtingen in 2009 +  4 389,6
Af: Betalingen op verplichtingen in 2009 –/– 2 997,0
Bij: Intrekkingen, terugbetalingen en correcties 6 940,6
Saldo verplichtingen ultimo 2009 12 072,7

In 2009 is het saldo verplichtingen voor circa € 6 940,6 mln bijgesteld.

Dit is een saldering van ophogingen van de verplichtingen door de conversie van de MEP-regeling (€ 7 571,4 mln) en de invaring van de NIVR bij Agentschap NL (€ 51,6 mln) en verlagingen van de verplichtingen door het uitvaren van de CTOV-regeling (€ 14,4 mln) en reguliere intrekkingen (€ 633,2 mln op EZ begrotingsartikelen en € 34,7 mln op verplichtingen «buiten begrotingsverband»).

Van het bedrag ad € 51,6 mln m.b.t. de invaring van de NIVR bij Agentschap NL is € 44,1 mln geboekt op artikel 2 en € 7,5 mln op verplichtingen «buiten begrotingsverband». In deze bedragen zitten ook posten die zijn gefinancierd vanuit het revolving fund NIVR.

In 2010 zal de administratie worden opgeschoond voor de overgang van het NIVR naar Agentschap NL waarmee de dubbeltellingen worden geëlimineerd.

Overigens is een begrotingsoverheveling doorgevoerd van Verkeer & Waterstaat naar EZ inzake ESA. De hiermee samenhangende verplichtingen «buiten begrotingsverband» zijn verlaagd met € 15,4 mln en het saldo verplichtingen van EZ is met dit bedrag verhoogd, dus deze wijziging heeft geen invloed op de eindstand van de verplichtingen.

Omvangrijke negatieve bijstellingen.

In onderstaande tabel zijn de reguliere intrekkingen per artikel opgenomen:

In onderstaande tabel zijn de bijstellingen per artikel opgenomen.

Art. Omschrijving (x € 1 mln)
1 Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa  0,0
2 Een sterk innovatievermogen 36,3
3 Concurrerend ondernemingsklimaat 43,9
4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding 524,0
5 Internationale economische betrekkingen 19,9
10 Elektronische communicatie en post 8,4
21 Algemeen 0,7
  Buiten begrotingsverband 34,7
  Totaal 667,9

De negatieve bijstellingen (intrekkingen) hebben met name betrekking op vrijgevallen verplichtingruimte in verband met definitief vastgestelde subsidies en bijdragen. Bij de begrotingsvoorbereiding van de afgelopen jaren is het kaseffect van deze vrijval al verwerkt in de kasramingen.

Een belangrijk deel van de intrekkingen van artikel 2 heeft betrekking op de regelingen die door SenterNovem worden uitgevoerd. Op innovatievouchers is € 18 mln ingetrokken.

De negatieve bijstellingen van artikel 3 hebben voor € 18,2 mln op bedrijventerreinen en € 12,2 mln op BSRI.

De intrekkingen op artikel 4 hebben met name betrekking op CO2 reductie € 10,5 mln, joint implementation € 3,5 mln, transitie € 11,4 mln, overgangsregeling € 48,8 mln , € 376,2 MEP, «wind op land» € 42,5 en vergisting € 28 mln.

De intrekkingen van artikel 5 betreffen voor € 4,4 mln Buitenlandse Markten PSB. Een bedrag van € 9,4 mln viel vrij op Economische Samenwerking PSO.

De intrekkingen op «verplichtingen buiten begrotingsverband» hadden voornamelijk (€ 32,7 mln) betrekking op door EVD resp. SenterNovem voor BUZA , V&W en Rijkswaterstaat uitgevoerde regelingen.

12) Deelnemingen (€ 1 420,6 mln)12a) Tegenrekening deelnemingen (€ 1 420,6 mln)

De toelichting op de deelnemingen is als volgt (x € 1000):

Naam Nominaal Betaald  
  Ultimo 2008 Ultimo 2009 Ultimo 2008 Ultimo 2009 Deeln.%
N.V. NOM 51 879,8 51 879,8 51 879,8 51 879,8 99,9
           
N.V. LIOF 50 373,2 50 373,2 50 373,2 50 373,2 94,4
           
Oost N.V. 19 083,3 26 263,4 27 129,4 35 714,1 65,2
           
N.V. BOM 14 674,8 19 153,6 14 674,8 21 090,2 57,6
           
GasTerra B.V. 18 000,0 18 000,0 18 151,2 18 151,2 10
           
EBN NV 128 137,5 128 137,5 1 243 357,8 1 243 357,8 100
           
NOVEM B.V. 5 073,3 0,0 25 366,3 0,0 0,0
Totaal 287 221,8 293 807,5 1 430 932,5 1 420 566,3  

NOVEM BV is in 2009 geliquideerd en de deelnemingen in de NV BOM alsmede Oost NV zijn uitgebreid.

SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT 2009 INZAKE BATEN-LASTENDIENSTEN VAN HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN (XIII)

Bedragen in € 1 000
  (1) (2) (3)=(2)-(1)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Naam baten-lastendienst totaal baten totaal lasten saldo baten en lasten totaal baten totaal lasten saldo baten en lasten totaal baten totaal lasten saldo baten en lasten
SenterNovem 145 010 144 960 50 169 375 164 454 4 921 24 365 19 494 4 871
EVD 82 846 82 646 200 77 589 77 133 456 – 5 257 – 5 513 256
Agentschap Telecom 29 858 31 097 – 1 239 32 095 31 319 776 2 237 222 2 015
OCNL 15 672 15 599 73 16 749 16 360 389 1 077 761 316
Totaal 273 386 274 302 – 916 295 808 289 266 6 542 22 422 14 964 7 458
Naam baten-lastendienst   totaal kapitaaluitgaven totaal kapitaalontvangsten   totaal kapitaaluitgaven totaal kapitaalontvangsten   totaal kapitaaluitgaven totaal kapitaalontvangsten
SenterNovem   10 191 8 479   9 432 0   – 759 – 8 479
EVD   1 583 0   1 163 0   – 420 0
Agentschap Telecom   3 315 3 000   2 973 4 000   – 342 1 000
OCNL   400 0   1 301 0   901 0
Totaal   15 489 11 479   14 869 4 000   – 620 – 7 479

TOELICHTING BIJ DE BATEN-LASTENDIENSTEN

SenterNovem

Baten en lasten

Verantwoordingsstaat baten en lasten 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie 2008
Baten        
Opbrengst moederdepartement 77 470 91 513 14 043 70 873
Opbrengst VROM 49 790 56 497 6 707 50 519
Opbrengst overige departementen 11 030 15 797 4 767 12 218
Opbrengst derden 6 720 4 848 – 1 872 5 701
Vrijval voorzieningen 683 683
Rentebaten 37 37 290
Bijzondere baten
Totaal baten 145 010 169 375 24 365 139 601
         
Lasten        
Apparaatskosten        
* personele kosten 122 100 137 696 15 596 113 640
* materiële kosten 20 430 20 995 565 18 556
Rentelasten 140   – 140 2
Afschrijvingskosten        
* materieel 2 415 1 902 – 513 2 194
* immaterieel   492 492 366
Vrijval egalisatierekening – 185 – 184 1 – 184
Overige lasten        
* dotaties voorzieningen 60 3 287 3 227 1 879
* buitengewone lasten 4 250 5 266 1 016
Totaal lasten 149 210 169 454 20 244 136 453
         
Saldo van baten en lasten excl. Onttrekking bestemmingreserve Herhuisvesting – 4 200 – 79 4 121 3 148
         
Onttrekking bestemmingsres. Huisvesting 4 250 5 000 750
         
Saldo van baten en lasten incl. Onttrekking bestemmingsreserve herhuisvesting 50 4 921 4 871 3 148

Balans

Balans per 31 december 2009 (vóór resultaatsbestemming, in € 1 000)
  31-12-2009 31-12-2008
Activa    
Immateriële vaste activa 754 531
Materiële vaste activa    
* grond en gebouwen
* installaties en inventarissen 12 080 5 267
* overige materiële vaste activa
Voorraden
Debiteuren 5 330 10 175
Nog te ontvangen 1 383 2 743
Liquide middelen 33 598 23 887
Totaal Activa 53 145 42 603
     
Passiva    
Eigen vermogen    
* exploitatiereserve 6 507 5 851
* bestemmingsreserve 5 000
* onverdeeld resultaat 4 921 3 148
* verplichte reserves
Leningen bij het MvF
Egalisatierekening 671 856
Voorzieningen 7 295 5 069
Crediteuren 11 430 8 586
Nog te betalen kosten 22 322 14 093
Totaal Passiva 53 145 42 603

Kasstroomoverzicht

Tabel Kasstroomoverzicht 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening courant RHB en overige liquide middelen per 1 januari 2009 6 066 23 887 17 821
2. Totaal operationele kasstroom – 2 458 19 143 21 601
  -/- totaal investeringen – 10 019 – 9 432 587
  + totaal boekwaarde desinvesteringen
3. Totaal investeringskasstroom – 10 019 – 9 432 587
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement
  + eenmalige storting door moederdepartement
  -/- aflossingen op leningen – 172 172
  + mogelijk beroep op leenfaciliteit 8 479 – 8 479
4. Totaal financieringskasstroom 8 307 – 8 307
       
5. Rekening courant RHB en overige liquide middelen per 31 december 1 896 33 598 31 702

Toelichting op de opmerkelijke verschillen in de exploitatie

Toelichting op de baten

Algemeen Opbrengst

SenterNovem heeft de afgelopen jaren een groei doorgemaakt. Steeds meer opdrachtgevers zien SenterNovem als organisatie die de uitvoering van overheidsbeleid op het terrein van duurzaamheid en innovatie verricht. Bij het opstellen van de begroting 2009 was uitgegaan van een beperkte volumedaling van 1% als gevolg van de rijksbrede volumetaakstelling. De gerealiseerde opbrengst is hoger ten opzichte van de begroting (16,3%). Deze toename doet zich voor bij nagenoeg alle opdrachtgevers.

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting met 18,1% gestegen. Deze stijging wordt voornamelijk verklaard door het NIVR-programma dat bij SenterNovem is ondergebracht, werkzaamheden in het kader van fusie alsmede tijdelijke opdrachten in het kader van crisispakket maatregelen en uitbreiding van opdrachten SDE, Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), meerjarenafspraken energie-efficiency (MJA) en DEN B. Het aandeel van EZ in de totale opbrengst is 54,3% in 2009.

Opbrengst VROM

De opbrengst van het Ministerie van VROM is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting met 13,5% gestegen. Deze stijging wordt voornamelijk verklaard door nieuwe opdrachten zoals BEW+, Sloopregeling, Isolatieglas en Implementatie regelgeving F-gassen.

Het aandeel in de totale opbrengst bedraagt 33,5%.

Opbrengst overige departementen

Dit betreft de uitvoering van opdrachten voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De opbrengst overige departementen is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting gestegen met 43,2%. De stijging wordt verklaard door de nieuw verworven opdrachten voor het Ministerie van VWS (Innovatie in de zorg en VWS Zorg opdrachten) en voor het Ministerie van LNV (Programmamanagement NME, SBIR, Agro, Greenports), alsmede de uitbreiding van de bestaande opdrachtenpakket bij het Ministerie van BuZA. Het aandeel in de totale opbrengst bedraagt 9,4%.

Overige opdrachtgevers

Dit betreft de opbrengst die buiten de Rijksoverheid wordt gerealiseerd. Deze heeft met name betrekking op opdrachten voor de Europese Unie en provinciale overheden. De opbrengst overige opdrachtgevers is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting gedaald met 27,9%. In vergelijking met 2008 is de opbrengst derden afgenomen met € 0,9 mln. Dit wordt vooral veroorzaakt door een afname van opdrachten van de provincies en van EU-opdrachten. Het aandeel in de totale opbrengst bedraagt 2,8%.

Rentebaten

De rentebaten bedragen per saldo € 37 000. Deze betreffen de ontvangen rentevergoeding over de rekening-courant bij het Ministerie van Financiën.

Toelichting op de lasten

Algemeen

De lasten zijn ten opzichte van de begroting met 13,1% gestegen. Hieronder worden ze toegelicht.

Personele kosten

De hoogte van de personeelskosten wordt bepaald door prijs- en volumeontwikkelingen.

De totale personeelskosten zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting met 12,8% gestegen. Hiervan heeft 13,7% betrekking op de stijging van de loonkosten en een daling van 13,1% op de overige personeelskosten. De stijging van de loonkosten wordt grotendeels verklaard door een toename van het aantal tijdelijke medewerkers, nodig voor het uitvoeren van de aan SenterNovem in opdracht gegeven werkzaamheden in het kader van de crisismaatregelen.

Het gemiddelde aantal fte’s is ten opzichte van de begroting (1 580 fte’s) gestegen met 185 fte’s naar 1 765 fte’s (11,7%). Deze groei komt voornamelijk voort uit een groter aantal inhuurkrachten (+206 fte). Het aantal ambtenaren is gedaald met 21 fte van 1 099 fte naar 1 078 fte.

De gemiddelde loonkosten per fte bedragen in totaal € 75 514, voor ambtenaren € 72 751 en voor inhuurkrachten € 79 850. Dit is gemiddeld hoger dan de begroting.

Materiële kosten

De materiële kosten liggen 2,8% boven de raming. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door hogere kosten van huisvesting, reis- en verblijf, automatisering en de overige kosten. De toename wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van het personeelsbestand.

Afschrijvingskosten

De gerealiseerde afschrijvingskosten liggen ruim 6,9% lager dan in 2008 en 0,9% lager dan de vastgestelde begroting. De daling ten opzichte van 2008 kan verklaard worden doordat de grootschalige investeringen met name plaatsvinden bij de vervangende nieuwbouw in Utrecht en Zwolle. De consequentie op de afschrijvingskosten is hiervan in 2009 nog gering.

De vrijval egalisatierekening betreft de dekking vanuit de egalisatierekening waaruit de investeringen (2003) voor de inrichting van de Haagse vestiging CentreCourt zijn gefinancierd.

De afschrijvingstermijnen bedragen tien jaar voor bouwkundige zaken en installaties, vijf jaar voor meubilair/overig, drie jaar voor hardware en drie of twee jaar voor software. Op de afschrijvingskosten is in mindering gebracht de jaarlijkse vrijval van de egalisatierekening huisvesting, waarmee in het verleden de investeringsuitgaven van de huisvesting te Den Haag zijn gefinancierd.

Buitengewone lasten

Als gevolg van de herhuisvesting is sprake van € 5,266 mln initiële kosten van ingebruikname van de nieuwe panden in Utrecht en Zwolle. Deze eenmalige kosten leiden tot een exploitatieverlies in 2009 omdat deze niet gedekt worden uit de tarieven. Dit verlies wordt gedekt uit een bestemmingsreserve die hiertoe eind 2007 is gevormd met instemming van het Ministerie van Financiën.

Mutaties voorzieningen (in € 1 000)
  Voorzieningen 1 januari 2009 Dotatie Onttrekking Vrijval Voorzieningen 31 december 2009 Waarvan langlopend
Voorziening Ambtsjubilea 4 206 48 – 112 4 142 4 034
Voorziening Verlieslatende contracten/personeel 685 – 133 – 11 541 416
Voorziening Verlieslatende contracten/projecten 2 500 2 500
Voorziening Wachtgelden 178 19 – 85 112 46
Totaal 5 069 2 566 – 330 – 11 7 295 4 496

De mutaties aan de voorzieningen bedragen per saldo € 2,6 mln (exclusief voorziening voor onderhanden werk en dubieuze debiteuren). Dit bestaat voornamelijk uit een dotatie aan de voorziening voor verlieslatende contracten/projecten (€ 2,5 mln) in verband met een juridisch geschil rondom meerwerk en projectfinanciering.

Saldo van baten en lasten

Het positieve resultaat van € 4,9 mln wordt enerzijds verklaard door de groei van de opbrengst (16,3%). Anderzijds is er sprake geweest van beheerste kostenontwikkeling bij de materiële kosten (exclusief afschrijvingen en voorzieningen). De kosten zijn namelijk minder gestegen (13,1%) dan de opbrengsten.

Het vaststellen van de financiële verantwoording en de resultaatbestemming zijn bevoegdheden van de Secretaris Generaal van EZ. Deze beslist na vaststelling van de financiële verantwoording over de resultaatbestemming ten aanzien van het positieve resultaat van € 4,9 mln.

Toelichting eigen vermogen

De exploitatiereserve is gemaximeerd tot 5% van de gemiddelde totale opbrengst berekend over de afgelopen drie jaren. Over de afgelopen drie jaren bedroeg de gemiddelde opbrengst € 151,2 mln. Dit houdt in dat de maximaal toegestane omvang van de exploitatiereserve € 7,6 mln bedraagt. Inclusief het resultaat over 2009 bedraagt het saldo van de exploitatiereserve € 11,4 mln (€ 6,5 mln plus € 4,9 mln). Dit houdt in dat sprake is van een surplus van € 3,9 mln.

Doelmatigheid

Inputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Verhouding direct/indirect personeel in fte’s 1 193fte/224 fte 1 339 fte/ 233 fte 1 504 fte/ 261 fte
Verklarende/achterliggende variabelen      
Personeelskosten per fte € 67 419 € 69 838 € 75 514
Totaal aantal fte’s 1 417 fte 1 572 fte 1 765 fte
Kosten inhuur externen op basis van PAO-definitie (x 1 000) € 37 542 € 37 192 € 54 857
Outputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Uurtarief € 69,25 € 70,88 € 75,82
Reële stijging / daling – 2,8% t.o.v. 2006 – 1,0% t.o.v. 2007 2,4% t.o.v. 2008
Declarabiliteit 77,6% 78,8% 79,4%
Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren 1 653/1 445 1 656/1 452 1 656/1 454
Verklarende/achterliggende variabelen      
Bedrijfsresultaat/omzet (x 1 000) € 2 926/€ 121 568 € 3 148/€ 139 601 € 4 921/€ 168 692
Kwaliteitsindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Klanttevredenheid 7,4 (doelgroepen)7,6 (opdrachtgevers) 7,4 (doelgroepen)Opdrachtgevers in 2008 niet gemeten 7,5 (doelgroepen)Opdrachtgevers in 2009 niet gemeten
Doorlooptijd primaire processen Verleningen: 80,7% binnen wettelijke termijndeclaraties: 94,5% binnen wettelijke termijn Verleningen: 81,7% binnen wettelijke termijndeclaraties: 94,3% binnen wettelijke termijn Verleningen: 86,0% binnen wettelijke termijndeclaraties: 95,5% binnen wettelijke termijn
Gehonoreerde bezwaarschriften 235 (21% van totaal) 404 (30,1% van totaal) 605 (32,3% van totaal)
Aantal klachten 11 24 23
Medewerkertevredenheid 7,2 Niet gemeten 7,5
Verklarende/achterliggende variabelen      
Ziekteverzuim % 4,1% 4,8% 4,3%

Het genoemde cijfer bij inhuur externen is inclusief de structurele inhuur van € 30,1 mln. Structurele inhuur bij de baten-lastendiensten maakt onderdeel uit van de met het Ministerie van Financiën besproken aanpak ten behoeve van adequate en flexibele uitvoering van opdrachten voor EZ en andere ministeries en overheden.

In 2009 is de declarabiliteit onverminderd hoog. De toename van 0,6% punt ten opzichte van 2008 is het gevolg van het verder terugdringen van het aantal indirecte uren. De norm voor declarabele uren is met 1 454 per jaar zeer hoog te noemen. Deze ligt met 90 uren ruimschoots boven de richtlijn volgens de handleiding overheidstarieven van het Ministerie van Financiën.

Klanttevredenheid is voor SenterNovem een belangrijke graadmeter. Uit een bij de doelgroepen gehouden klanttevredenheidonderzoek blijkt dat zij tevreden zijn over SenterNovem (totaal cijfer 7,5). Uit eerder gehouden onderzoeken blijkt dat deze scores een stabiel patroon hebben.

SenterNovem streeft naar een zo efficiënt mogelijke afhandeling van aanvragen, betalingen en bezwaarschriften. Het efficiënt afhandelen van aanvragen en betalingen is dit jaar zwaar op de proef gesteld door het ad hoc invoeren van het pakket crisismaatregelen. Met name de uitvoering van de sloopregeling heeft een grote invloed gehad op de efficiëntie (30% van alle aanvragen). Inclusief de sloopregeling komt de efficiëntie uit op respectievelijk 59,4% en 86%. Belangrijkste verklaring voor deze impact op de efficiëntie is het feit dat aanvragen voor de sloopregeling ingediend konden worden voordat de regeling daadwerkelijk van kracht was en daarmee de doorlooptijden in negatieve zin beïnvloed hebben.

Het aantal klachten bedraagt 23 en is ten opzichte van 2008 met 1 afgenomen. Deze afname is goed te noemen, omdat het aantal beschikkingen (subsidietoezeggingen, betaalde declaraties en fiscale beschikkingen) in vergelijking met 2008 is verdubbeld als gevolg van de toename van het takenpakket.

EVD

Baten en lasten

Verantwoordingsstaat baten en lasten 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie 2008
Baten        
Opbrengst moederdepartement 59 615 57 548 – 2 067 52 265
Opbrengst overige departementen 22 525 18 616 – 3 909 23 213
Opbrengst derden 506 1 140 634 741
Rentebaten 200 33 – 167 420
Vrijval uit voorzieningen 0 252 252 232
Bijzondere baten 0 0 0 0
Totaal baten 82 846 77 589 – 5 257 76 871
         
Lasten        
Apparaatskosten        
* personele kosten 31 178 32 913 1 735 29 620
* materiële kosten 50 068 42 450 – 7 618 45 569
Rentelasten 0 0 0 0
Afschrijvingskosten        
* materieel 1 285 912 – 373 829
* immaterieel 0 0 0 0
Overige lasten        
* dotaties voorzieningen 115 858 743 92
* bijzondere lasten 0 0 0 0
Totaal lasten 82 646 77 133 – 5 513 76 110
         
Saldo van baten en lasten 200 456 256 761

Balans

Balans per 31 december 2009 (vóór resultaatsbestemming, in € 1 000)
  31-12-2009 31-12-2008
Activa    
Immateriële activa 0 0
Materiële activa    
* grond en gebouwen 1 348 1 285
* installaties en inventarissen 632 542
* overige materiële vaste activa 1 038 967
Voorraden 0 0
Debiteuren 173 181
Nog te ontvangen 12 985 11 486
Liquide middelen 12 301 10 757
Totaal Activa 28 477 25 218
     
Passiva    
Eigen vermogen    
* exploitatiereserve 2 884 2 123
* verplichte reserve 0 0
* onverdeeld resultaat 456 761
Leningen bij het MvF 0 0
Voorzieningen 1 523 1 375
Crediteuren 2 945 2 548
Nog te betalen 20 669 18 411
Totaal Passiva 28 477 25 218

Kasstroomoverzicht

Tabel Kasstroomoverzicht 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening courant RHB per 1 januari 2009 + stand depositorekeningen 9 177 10 755 1 578
2. Totaal operationele kasstroom 1 285 2 703 1 418
  -/- totaal investeringen – 1 583 – 1 163 420
  + totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 1 583 – 1 163 420
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 0 0
  + eenmalige storting door moederdepartement 0 0 0
  -/- aflossingen op leningen 0 0 0
  + mogelijk beroep op leenfaciliteit 0 0 0
4. Totaal financieringskasstroom 0 0 0
5. Rekening-courant RHB 31 december 2009 + stand depositorekeningen (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen €) 8 879 12 295 3 416

Toelichting op de opmerkelijke verschillen in de exploitatie

Toelichting op de baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement is € 2,1 mln lager dan begroot. De Wereldtentoonstelling Shanghai was in de begroting opgenomen (€ 8,1 mln) als opbrengst, maar is in de realisatie verantwoord als uitgave op beleidsgeld. Hier staat tegenover dat de opdracht voor de Netherlands Business Support Offices (NBSO’s) (€ 5,8 mln) niet in de begroting als opbrengst moederdepartement was meegenomen. De opdracht NBSO’s werd voorheen voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgevoerd. Vanaf 2009 is het opdrachtgeverschap van deze gezamenlijke opdracht belegd bij het Ministerie van Economische Zaken.

Opbrengst overige departementen

De opbrengst overige departementen valt € 3,9 mln lager uit dan begroot. De oorzaak hiervan ligt grotendeels (€ 5,8 mln) bij de opdracht voor de NBSO’s. Deze opdracht werd voorheen voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgevoerd. Vanaf 2009 is het Ministerie van Economische Zaken opdrachtgever voor deze gezamenlijke opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Daarnaast is de omvang van de opdracht Partners voor Water II van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat € 1,5 mln hoger dan in de begroting was voorzien.

Opbrengst derden

De opbrengst derden betreft de omzet die buiten de Rijksoverheid wordt gerealiseerd. Dit heeft betrekking op bijdragen van bedrijven en instellingen aan promotionele activiteiten en de opbrengst uit verkoop van voorlichtingsmateriaal (begroot € 0,5 mln, realisatie € 0,7 mln). Daarnaast is omzet gerealiseerd uit hoofde van een opdracht van de Europese Commissie (€ 0,4 mln).

Rentebaten

De rentebaten zijn lager uitgevallen dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat er een lager percentage rentevergoeding op de uitstaande deposito’s gerealiseerd kon worden dan verwacht. Daarnaast is er in 2009 nauwelijks rente vergoed over het saldo op de rekening courant met het Ministerie van Financiën.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele kosten bedragen in 2009 € 32,9 mln, in de begroting is uitgegaan van € 31,2 mln.

Bij de EVD waren in 2009 gemiddeld 453,5 fte in dienst, exclusief 25,5 ambtelijke fte op buitenlandse posten van NFIA en TWA (270,5 ambtelijke fte en 183 fte inhuur). In de begroting was uitgegaan van 445 fte’s (314 ambtenaren en 131 inhuurkrachten).

De gemiddelde loonkosten zijn per fte € 65 700 voor ambtenaren en € 77 100 voor inhuurkrachten. De loonkosten van de ambtenaren op posten van NFIA en TWA (€ 3,1 mln) zijn verantwoord onder de post «Directe materiële kosten».

Materiële kosten

De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte materiële kosten. Direct zijn de materiële kosten ten behoeve van de uitvoering van opdrachten (realisatie € 36,7 mln, versus begroot € 43,7 mln). Voor de Wereldtentoonstelling Shanghai was € 7,7 mln begroot aan directe materiële kosten. De realisatie hierop is verantwoord als uitgave op beleidsgeld.

Indirecte materiële kosten zijn kosten die niet direct aan een product of opdracht zijn toe te rekenen (realisatie € 5,8 mln versus begroot € 6,3 mln). De grootste post binnen de indirecte materiële kosten betreft huisvestingskosten. De huurprijs van het pand bedraagt € 1,8 mln. De kosten vallen lager uit dan begroot, met name omdat een deel van het pand waar de EVD is gehuisvest nog niet in 2009 gehuurd kon worden.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bedragen € 0,9 mln. Deze bestaan uit afschrijvingskosten op bouwkundige installaties (€ 0,2 mln), installaties en inventarissen (€ 0,3 mln) en overige materiële vaste activa(€ 0,4 mln).

Dotaties aan voorzieningen

In de begroting is uitgegaan van een dotatie aan de voorziening voor wachtgeld van € 0,1 mln. In 2009 is hiervoor € 0,7 mln gedoteerd en € 0,3 mln vrijgevallen. Onvoorzien is de dotatie aan de voorziening voor ambtsjubilea.

(in € 1 000)
  Boekwaarde 1 januari 2009 Dotatie Onttrekking Vrijval Boekwaarde 31 december 2009
Wachtgeld 440 672 182 252 678
Ambtsjubilea 765 116 36 0 845
Reorganisatiekosten 170 0 170 0 0
Totaal 1 375 788 388 252 1 523

Saldo van baten en lasten

De exploitatiereserve is gebonden aan een maximum omvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet ultimo jaar, berekend over de laatste drie jaar. De maximale toegestane omvang van de exploitatiereserve bedraagt € 3,422 mln. Het onverdeelde resultaat over 2009 bedraagt € 0,456 mln. Uitgaande van de maximum omvang kan het gehele resultaat toegevoegd worden aan de exploitatiereserve. Het vaststellen van de financiële verantwoording en de resultaatbestemming zijn bevoegdheden van de Secretaris Generaal van EZ. Deze beslist na vaststelling van de financiële verantwoording over de resultaatbestemming.

Doelmatigheid

Inputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Verhouding direct/indirect personeel in fte’s 307,5 fte61,1 fte 363 fte74 fte 362 fte93 fte
Verklarende/achterliggende variabelen      
Personeelskosten per fte 63 527 67 790 72 552
Totaal aantal fte’s 394,2 464,5 479
Kosten inhuur externen op basis van PAO-definitie (x 1 000) 8 131 10 158 13 930
Outputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Uurtarief € 67,752,55 % reële tariefsverlaging € 70,060,1% reële tariefstijging € 75,663,43% reële tariefstijging
Aantal declarabele uren per fte en totaal 1 434 uren per fte/ 408 855 uren. 1 434 uren per fte/ 490 428 uren 1 434 uren per fte/ 552 090 uren
Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren 2 032 Werkbare uren1 659 bruto1 568 netto 2 032 werkbare uren1 659 bruto1 568 netto 2 032 werkbare uren1 659 bruto1 568 netto
Verklarende/achterliggende variabelen      
Bedrijfsresultaat/omzet (x 1 000) € 0€ 27 716 € 0€ 34 000 € 0€ 42 000
Kwaliteitsindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Klanttevredenheid 7 7 Niet beschikbaar
Doorlooptijd primaire processen Declaraties <50%;17 dagenDeclaraties > 50%;36 dagen Declaraties <50%;20 dagenDeclaraties > 50%;34 dagen Declaraties <50%;23 dagenDeclaraties > 50%;32 dagen
Gehonoreerde bezwaarschriften 3 (9% van totaal) 7 (44% van totaal) 10 (20% van totaal)
Aantal klachten n.n.b. 2 3
Medewerkertevredenheid 7,9 7,9 7,6
Verklarende/achterliggende variabelen      
Ziekteverzuim % 4,2% 4,1% 4%

Inputindicatoren

Het aantal externen is in 2009 gestegen ten opzichte van de twee voorgaande jaren. Dit is onder andere een gevolg van het gegroeide opdrachtenpakket in combinatie met de reeds behaalde taakstelling ambtelijke fte’s 2011. En daarnaast het gevolg van de inzet op de fusie met SenterNovem en OCNL. Deze extra werkzaamheden deed de vraag naar externe inhuur van specialisten stijgen, waardoor ook de personeelskosten per fte stegen naar € 72 552.

De opgaven externe inhuur 2007 en 2008 wijken af van de opgaven in de jaarverslagen. In voorgaande jaren is in het jaarverslag de externe inhuur exclusief de structurele inhuur opgegeven. Dit is in dit jaarverslag aangepast naar externe inhuur inclusief structurele inhuur.

Outputindicatoren

De outputindicatoren betreffen de voorcalculatorische streefwaarden. In de reële voorcalculatorische tariefsstijging 2009 t.o.v. 2008 is rekening gehouden met externe ontwikkelingen, doelmatigheidsverbeterende maatregelen en noodzakelijke investering. De reële tariefsstijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de verslechterde ambtenaren/inhuur verhouding ten gevolge van de ambtelijke taakstelling in combinatie met een groeiend opdrachtenpakket, de invoering van de Rijksbrede huisstijl, initiatie project Strategische Management Informatie en (vervangings-) investeringen in PC’s, kantoorautomatisering en een telefooncentrale.

Kwaliteitsindicatoren

In 2009 is er geen klanttevredenheidsonderzoek gehouden. De doorlooptijd declaraties zijn gebaseerd op de gemiddelde score gedurende het jaar, gemeten per kwartaal. De doorlooptijden in het 4e kwartaal 2009 zijn beneden de normen van respectievelijk 14 en 30 kalenderdagen.

In navolging van 2008 is met behulp van de internetspiegel een onderzoek naar de medewerkertevredenheid gedaan. De score is in 2009 7,6. De norm ligt op 7,5. Het ziekteverzuim is gedaald ten opzichte van 2008 naar 4,0%. Dit is lager dan de streefwaarde van 4,25% voor 2009.

Octrooicentrum Nederland

Baten en lasten

Verantwoordingsstaat baten en lasten 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie 2008
Baten        
Opbrengst moederdepartement 15 372 16 553 1 181 14 619
Opbrengst overige departementen        
Opbrengst derden 250 135 – 115 341
Rentebaten 50 40 – 10 262
Vrijval uit voorzieningen   20 20 132
Bijzondere baten   1 1 25
Totaal baten 15 672 16 749 1 077 15 379
         
Lasten        
Apparaatskosten        
* personele kosten 8 819 9 087 268 8 422
* materiële kosten 6 279 6 897 618 5 507
Rentelasten        
Afschrijvingskosten        
* materieel 293 268 – 25 260
* immaterieel 158 33 – 125 67
Overige lasten        
* dotaties voorzieningen 50 75 25 47
* bijzondere lasten    
Totaal lasten 15 599 16 360 761 14 303
         
Saldo van baten en lasten 73 389 316 1 076

Balans

Balans per 31 december 2009 (vóór resultaatsbestemming, in € 1 000)
  31-12-2009 31-12-2008
Activa    
Immateriële vaste activa 42 42
Materiële vaste activa    
* installaties en inventarissen 85 129
* overige materiële vaste activa 408 429
Debiteuren 5 30
Nog te ontvangen 1 848 903
Liquide middelen 1 689 2 889
Totaal Activa 4 077 4 422
     
Passiva    
Eigen vermogen    
* exploitatiereserve 702 691
* verplichte reserves    
* onverdeeld resultaat 389 1 076
Leningen bij het MvF    
Voorzieningen 645 662
Crediteuren 310 390
Nog te betalen kosten 2 031 1 603
Totaal Passiva 4 077 4 422

Kasstroomoverzicht

Tabel Kasstroomoverzicht 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening courant RHB per 1 januari 2009 + stand depositorekeningen 1 774 2 889 1 115
2. Totaal operationele kasstroom 551 101 – 454
  -/- totaal investeringen – 400 – 236 164
  + totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 400 – 236 164
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 – 1 065 – 1 065
  + eenmalige storting door moederdepartement 0 0 0
  -/- aflossingen op leningen 0 0 0
  + mogelijk beroep op leenfaciliteit 0 0 0
4. Totaal financieringskasstroom 0 – 1 065 – 1 065
5. Rekening-courant RHB 31 december 2009 + stand depositorekeningen (noot: maximale roodstand 0,5 mln €) 1 925 1 689 – 240

Toelichting op de opmerkelijke verschillen in de exploitatie

Toelichting op de baten

Opbrengst moederdepartement

De gerealiseerde opbrengst is per saldo ruim € 1,2 mln hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de productgroepen Kennisbescherming, Kennisontsluiting en de projecten. Bij de productgroep Kennisbescherming wordt dit voornamelijk veroorzaakt doordat er meer stand der techniek onderzoeken zijn uitgevoerd dan begroot. Daarnaast heeft het Europese Octrooibureau meer stand der techniek onderzoeken van het nationale type opgeleverd.

Binnen de productgroep Kennisontsluiting is als gevolg van een grotere vraag naar de producten en diensten op het gebied van Individuele voorlichting en Algemene IE voorlichting meer capaciteit besteed dan begroot. Daarnaast zijn de streefaantallen voor gastcolleges, workshops en presentaties ruimschoots behaald. In 2009 is meer capaciteit ingezet voor het project Soprano dan begroot. Voorts is een vergoeding van € 0,5 mln ontvangen ter dekking van gemaakte kosten voor de implementatie van de «Open Source» omgeving.

Opbrengst derden

De opbrengst derden bestaat voor € 0,07 mln uit de ontvangsten voor het leveren van het Hoofd- en Bijblad en de levering van octrooidocumenten. Deze opbrengsten worden verrekend met de opdrachtsom van EZ. Daarnaast heeft Octrooicentrum Nederland in 2009 «searches & examinations» uitgevoerd voor het Engelse patentbureau (UK Intellectual Property Office). Hiervoor is een bedrag van ruim € 0,07 mln ontvangen. Dit contract is met ingang van mei 2009 beëindigd.

Rentebaten

De rentebaten over 2009 zijn lager dan begroot. Dit verschil wordt veroorzaakt door een lagere rente over het uitstaande saldo en de deposito’s. Daarnaast zijn er in 2009 minder deposito’s afgesloten.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De realisatie van de personele kosten is circa € 0,3 mln hoger dan de oorspronkelijke begroting.

Dit wordt veroorzaakt doordat door CAO-ontwikkelingen de lonen en eindejaarsuitkering voor 2009 zijn gestegen. Daarnaast zijn de uitgaven voor ingehuurd personeel ten opzichte van de begroting gestegen door werkzaamheden voor de projecten Open Source en Soprano.

Het gemiddeld aantal fte’s ambtelijk personeel over 2009 betreft 122 fte (geraamd: 116 fte). De gemiddelde prijs per fte ambtelijk personeel voor 2009 bedraagt circa € 0,069 mln. Daarnaast was er gemiddeld 15 fte externe inhuur (geraamd: 6 fte). De gemiddelde kosten per extern ingehuurde fte bedroeg gedurende 2009 € 0,092 mln. De gemiddelde gerealiseerde loonkosten (ambtelijk en inhuur) bedragen € 0,074 mln (geraamd: € 0,069 mln).

Materiële kosten

De realisatie van de materiële kosten is € 0,6 hoger dan begroot. De materiële kosten bestaan voor 56% (2008: 45%) uit uitvoeringskosten EOB voor het uitbesteden van Nationale en Internationale stand der techniek onderzoeken. Deze kosten zijn hoger uitgevallen (€ 1 mln) doordat er meer vraag is naar stand der technieken onderzoeken vanwege de afschaffing van het zesjarig octrooi.

De huisvestingkosten voor Octrooicentrum Nederland (€ 0,9 mln) bestaan uit de huurkosten RGD en de servicekosten EOB. De realisatie is in 2009 € 0,03 mln hoger uitgevallen dan begroot.

In 2009 zijn ten opzichte van de begroting meer PR-kosten gemaakt (€  0,13 mln) door de viering van het 100-jarig bestaan van de Rijksoctrooiwet. De automatiseringskosten zijn in 2009 lager (€ 0,4 mln) uitgevallen dan begroot, omdat door prioriteitsstelling de budgetten van projecten minder zijn aangesproken.

Afschrijvingskosten

De realisatie van de afschrijvingskosten is € 0,15 mln lager dan begroot. De afwijkingen vallen voornamelijk toe te schrijven aan een dalend investeringsniveau in de afgelopen jaren ten opzichte van de begroting. Verder vallen met name de ICT gerelateerde investeringen lager uit als gevolg van de overgang naar een «Open Source» omgeving voor het primaire proces en voor zover mogelijk ook de ondersteunende processen. Voor inventaris en installaties wordt een afschrijvingstermijn van vijf jaar gehanteerd. De overige materiële en immateriële vaste activa worden afgeschreven in een periode van drie jaar.

Dotaties aan voorzieningen

De dotaties voorzieningen zijn in 2009 € 0,025 mln hoger dan begroot door toename van het aantal ambtelijke aanstellingen binnen de voorziening jubilea, waardoor ook het aantal toekomstige uitkeringen stijgt.

Het verloop van de voorzieningen is als volgt (in € 1 000):

(in € 1 000) Boekwaarde 1-1-2009 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Boekwaarde 31-12-2009
Voorziening reorganisatiekosten 20 0 0 20 0
Voorziening ambtsjubilea 299 73 19 0 353
Voorziening wachtgelden 343 2 53 0 292
  662 75 72 20 645

Saldo van baten en lasten

Het positieve resultaat van € 0,4 mln wordt enerzijds verklaard door de groei van de opbrengst. Anderzijds is er sprake geweest van beheerste kostenontwikkeling bij de personele en materiële kosten (inclusief afschrijvingen). Het vaststellen van de financiële verantwoording en de resultaatbestemming zijn bevoegdheden van de Secretaris Generaal van EZ. Deze beslist na vaststelling van de financiële verantwoording over de resultaatbestemming ten aanzien van het positieve resultaat van € 0,4 mln.

Toelichting eigen vermogen

De exploitatiereserve is gemaximeerd tot 5% van de gemiddelde totale opbrengst berekend over de afgelopen drie jaren. Over de afgelopen drie jaren bedroeg de gemiddelde opbrengst € 15,1 mln. Dit houdt in dat de maximaal toegestane omvang van de exploitatiereserve € 0,755 mln bedraagt. Inclusief het resultaat over 2009 bedraagt het saldo van de exploitatiereserve € 1,091 mln (€ 0,702 mln + € 0,389 mln). Dit houdt in dat sprake is van een surplus van € 0,336 mln.

Doelmatigheid

Inputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Verhouding direct/indirect personeel in fte’s 75fte/ 36 fte 84 fte/ 34 fte 86 fte/ 33fte
Verklarende/achterliggende variabelen   >  
Personeelskosten per fte € 68 000 € 69 000 € 74 000
Totaal aantal fte’s 111 fte 118 fte 119 fte
Kosten inhuur externen op basis van PAO-definitie (x 1 000) 257 1 280 1 435
Outputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Uurtarief € 75,15 € 75,93 € 76,53
Aantal declarabele uren per fte en totaal 125 4441 130 per fte 134 3951 139 per fte 136 3291 146 per fte
Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren 2 032 en 1 663/1 588 2 032 en 1 663/1 592 2 032 en 1 663/1 592
Verklarende/achterliggende variabelen      
Bedrijfsresultaat/omzet (x 1 000) € 1 342 / 14 026 € 1 076 / € 15 247 € 389 / € 16 749
Kwaliteitsindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Klanttevredenheid 7,8 7,7 7,8
Doorlooptijd primaire processen De doorlooptijden van het primaire proces worden behandeld in de daarvoor wettelijk vastgestelde termijnen Idem 2007 Idem 2007
Gehonoreerde bezwaarschriften 78 (<0,1%) 61 (<0,1%) 83 (<0,1%)
Aantal klachten Octrooicentrum Nederland kent naast de bovengenoemde wettelijke verzoeken (vorig herstel, certificaten en adviezen) geen specifieke klachtenregistratie. Idem 2007 Idem 2007
Medewerkertevredenheid 7,0 7,4
Verklarende/achterliggende variabelen      
Ziekteverzuim % 4,06% 5,22% 4,30%

Inputindicatoren

Als gevolg van de inzet aan de projecten «Soprano», «Open Source» en de fusie met SenterNovem en de EVD is de declarabiliteit in 2009 gestegen ten opzichte van de twee voorgaande jaren. Deze extra werkzaamheden naast het reguliere werk in opdracht van Directoraat Generaal Ondernemen & Innovatie deed de vraag naar externe inhuur van specialisten stijgen, waardoor tevens ook de personeelskosten per fte stegen naar € 74 000.

Outputindicatoren

Het aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren, evenals het uurtarief zijn in het najaar van 2008 vastgesteld. Net als bij de inputindicatoren, stijgen zowel het totaal aantal declarabele uren als het aantal declarabele uren per fte ten opzichte van de voorgaande jaren. Het bedrijfsresultaat is lager dan de voorgaande jaren. De hogere omzet en de lagere indirect materiële kosten hebben een positief effect op het bedrijfsresultaat. De hogere personele kosten hebben een negatief effect.

Kwaliteitsindicatoren

In 2009 is het jaarlijkse onderzoek naar de klanttevredenheid gehouden, waarbij de score is uitgekomen op het niveau van 2007 (7,8). Ook is er in navolging op 2007 met behulp van de internetspiegel, onderzoek naar de medewerkertevredenheid gedaan. Deze is gestegen van 7,0 in 2007 naar 7,4 in 2009. Dit ligt 0,1 lager dan het gemiddelde van het ministerie van Economische Zaken in 2009. Het ziekteverzuim is gedaald ten opzichte van 2008 naar 4,3%. Dit is slechts een fractie hoger dan de streefwaarde van 4,25% voor 2009.

Agentschap Telecom

Baten en lasten

Verantwoordingsstaat baten en lasten 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie 2008
Baten        
Opbrengst moederdepartement 11 436 11 885 449 8 723
Opbrengst overige departementen 101 625 524 158
Opbrengst derden 17 987 19 133 1 146 18 356
Rentebaten 34 39 5 244
Vrijval uit voorzieningen 275 275 12
Bijzondere baten 300 138 – 162 223
Totaal baten 29 858 32 095 2 237 27 716
         
Lasten        
Apparaatskosten        
* personele kosten 19 739 19 502 – 237 18 919
* materiële kosten 8 552 9 133 581 8 886
Rentelasten 80 53 – 27 69
Afschrijvingskosten        
* materieel 2 426 2 086 – 340 2 037
* immaterieel 14 14 48
Overige lasten        
* dotaties voorzieningen 300 531 231 959
* bijzondere lasten
Totaal lasten 31 097 31 319 222 30 918
         
Saldo van baten en lasten – 1 239 776 2 015 – 3 202

Balans

Balans per 31 december 2009 (vóór resultaatsbestemming, in € 1 000)
  31-12-2009 31-12-2008
Activa    
Immateriële activa 8 22
Materiële activa    
* grond en gebouwen
* installaties en inventarissen 1 990 2 211
* overige materiële vaste activa 6 534 5 741
Voorraden
Debiteuren 3 466 2 900
Nog te ontvangen 6 528 1 803
Liquide middelen 5 844 33
Totaal Activa 24 370 12 710
     
Passiva    
Eigen vermogen    
* exploitatiereserve 1 453 1 447
* verplichte reserve
* onverdeeld resultaat 776 – 3 202
Leningen bij het MvF 3 076 921
Voorzieningen 1 291 1 825
Crediteuren 824 956
Te verrekenen met vergunninghouders c.a. 4 263 6 471
Nog te betalen 12 687 4 292
Totaal Passiva 24 370 12 710

Kasstroomoverzicht

Tabel Kasstroomoverzicht 2009 (in € 1 000)
  Oorspronkelijk vastgestelde begroting Realisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1. Rekening-courant RHB per 1 januari 2009 708 33 – 675
  + stand depositorekeningen      
2. Totaal operationele kasstroom 1 187 4 784 3 597
  -/- totaal investeringen – 3 000 – 2 658 342
  + totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 3 000 – 2 658 342
  -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 0 0
  -/- eenmalige uitkering aan vergunninghouders 0 0 0
  + eenmalige storting door moederdepartement 0 1 000 1 000
  -/- aflossingen op leningen – 315 – 315 0
  + beroep op leenfaciliteit 3 000 3 000 0
4. Totaal financieringskasstroom 2 685 3 685 1 000
5. Rekening-courant RHB per 31 december 2009 1 580 5 844 4 264
  + stand depositorekeningen      

Toelichting op de opmerkelijke verschillen in de exploitatie

Toelichting op de baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengsten moederdepartement nemen toe door verschuiving van de verdeelprojecten 2,6GHz en beleidsondersteuning Etherradio Analoog en Digitaal van 2008 naar 2009 met hogere opbrengsten tot gevolg. Per saldo is de omzet € 0,4 mln hoger dan begroot.

Opbrengst overige departementen

In de begroting is uitgegaan van opbrengsten voor het kennisplatform Elektromagnetische Velden & Gezondheid (EMV&G). In 2009 zijn extra opbrengsten gerealiseerd uit opdrachten voor VROM, V&W en Justitie (€ 0,5 mln).

Opbrengst derden

De opbrengst derden is hoger dan verwacht doordat er meer vergunningen zijn uitgegeven voor Vaste verbindingen. Dit komt voornamelijk doordat T-Mobile ook een deel van 2009 extra vergunningen nodig had om alle gemigreerde Orange-klanten op het T-Mobile netwerk te kunnen verwerken (ca. € 0,7 mln).

Rentebaten

De rentebaten zijn vrijwel conform begroting maar aanmerkelijk lager dan in 2008. In 2008 is niet geleend voor de investeringen en heeft een forse restitutie aan de vergunninghouders plaatsgevonden. Daardoor is het gemiddelde rekening-courantsaldo afgenomen. Bovendien is de rente in 2009 gedaald.

Over de rekening-courant tegoeden zijn rentes uitgekeerd die varieerden tussen 0,18% en 1,35%.

Vrijval uit voorzieningen

Als gevolg van een gerechtelijke uitspraak is een voorziening opgenomen voor een schadevergoeding. In 2009 is het tot een schikking gekomen. Door de lagere schadevergoeding valt een gedeelte van de voorziening vrij.

Bijzondere baten

Deze post bestaat onder meer uit opbrengsten van gedetacheerd personeel, desinvesteringen, verhuurde parkeerplaatsen en geïnde aanmaningskosten.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De gerealiseerde personeelslasten zijn € 0,2 mln lager dan de begroting. De oorzaak ligt deels in een lagere bezetting en deels in de verschuiving van personele lasten naar materiële lasten door uitbesteding van activiteiten in plaats van inhuur van personeel voor het programma Alles Elektronisch.

Het aantal fte’s was in 2009 266 fte, waarvan 245,5 fte ambtelijk. Er was 282 fte begroot, waarvan 252 fte ambtelijk personeel. De gemiddelde loonkosten per ambtelijk fte waren € 66 705 in 2009 (begroot: € 63 264). Voor de inhuur waren deze ca. € 120 930. Dit is een stijging ten opzichte van de begroting (€ 99 700), maar een daling ten opzichte van 2008 (€ 153 950).

Materiële kosten

Voor het programma Alles Elektronisch is er een verschuiving geweest van personele lasten naar materiële lasten door uitbesteding van activiteiten in plaats van inhuur van personeel. Daarnaast zijn de ICT-kosten hoger dan verwacht als gevolg van nieuwe ICT-toepassingen die in het kader van nieuw beleid worden ontwikkeld, zoals het register voor vrijgestelde toepassingen.

Rentelasten

De rentelasten vloeien overwegend voort uit rente- en aflossingsdragend vermogen. Het betreft leningen voor investeringen met verschillende looptijden, variërend van 3 tot 10 jaar. De rentepercentages variëren van 1,89% tot 5,16%.

Afschrijvingskosten

De gerealiseerde afschrijvingskosten zijn lager dan begroot, omdat enkele investeringen zijn uitgesteld.

Dotaties aan voorzieningen

(in € 1000) Boekwaarde 1-1-2009 Dotaties Onttrekkingen Vrijval Boekwaarde 31-12-2009
Wachtgeld en FLO 1 069 191 299   961
Ambtsjubilea 256 110 36   330
Claims en rechtsgedingen 500   225 275 0
Totaal 1 825 301 560 275 1 291

Op grond van de best mogelijke inschatting van de risico’s per balansdatum is gedoteerd aan de voorzieningen Wachtgeld en FLO en Ambtsjubilea. In beide gevallen op basis van de contante waarde van de benodigde voorzieningen. De voorziening Claims en rechtsgedingen is vervallen, omdat het in 2009 tot een schikking over de schadevergoeding is gekomen.

Het onverdeelde resultaat over 2009 bedraagt € 0,8 mln. Door meevallers in de omzet heeft het negatieve resultaat van € 1,2 mln zoals verwacht bij de begroting zich niet voorgedaan.

Voorgesteld wordt het resultaat ad € 0,8 mln naar rato van de bijdrage in de omzet voor € 0,29 mln toe te wijzen aan het moederdepartement en het restant vanaf 2010 te verwerken in de tarieven. De Secretaris-Generaal van EZ besluit na vaststelling van de financiële verantwoording over de resultaatsbestemming.

Eigen vermogen

Per 31 december 2009 bedraagt het eigen vermogen, inclusief het onverdeelde resultaat, € 2,2 mln.

Doelmatigheid

Inputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Verhouding direct/indirect personeel in fte’s en EUR 167,2 fte / 102,4 fte 172,5 fte / 93,0 fte 175,7 fte / 90,4 fte
  € 12,4 mln / 5,9 mln € 12,6 mln / 6,3 mln € 12,8 mln / 6,4mln
Verklarende/achterliggende variabelen      
Personeelskosten per fte € 67 949 € 71 258 € 73 316
Totaal aantal fte’s 269,6 265,5 266,0
Inhuur externen o.b.v. PAO-definitie € 2,5 mln / 19,6 fte € 3,3 mln / 21,6 fte € 2,5 mln / 20,5 fte
Outputindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Uurtarief (met stijging/daling in reële termen, opgebouwd uit diverse P-en M-kostencomponenten) – 0,43% – 2,65 % – 0,01%
Declarabiliteit (aantal declarabele uren per fte en totaal) 1 450/1698 1 475/1696 1 420/1660
85% 87 % 86%  
Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren werkbaar: 1 829 werkbaar: 1 829 werkbaar: 1 829
  bruto: 1 698 bruto: 1 696 bruto: 1 660
  netto: 1 623 netto: 1 619 netto: 1 578
Verklarende/achterliggende variabelen      
Bedrijfsresultaat/Omzet € -/- 1,6 mln / € 28,3 mln € -/- 3,2 mln / € 27,7 mln € 0,8 mln / € 32,1 mln
Kwaliteitsindicatoren 2007 2008 2009
Kernindicatoren      
Klanttevredenheid:      
– opdrachtgevers Niet in 2007 Niet in 2008 Niet in 2009
– bedrijven 7,2 Niet in 2008 Niet in 2009
       
Doorlooptijd primaire processen:      
Vergunningaanvragen:      
binnen 8 weken 97% 93% 98%
binnen 6 weken 96% 88% 97%
binnen 4 weken 92% 81% 95%
binnen 2 weken 73% 64% 89%
Elektronische aanvraag:      
binnen 10 dagen 95% 99% 99%
Reactietijd storingsklachten:      
Klachten van levensbelang      
binnen 4 uur 100% 100% 100%
Klachten van maatschappelijk belang      
binnen 12 uur 100% 100% 98%
Klachten van individueel belang      
binnen 3 werkdagen 72% 89% 92%
Gehonoreerde bezwaarschriften (aantal en in %) 34 (10 %) 22 (13 %) 18 (11 %)
Aantal klachten 12 4 7
Medewerkertevredenheid 6,1 Niet in 2008 7
Verklarende/achterliggende variabelen      
Ziekteverzuim% 4,1 % 4,2 % 4,7 %

Toelichting op doelmatigheid

Agentschap Telecom streeft naar een zo efficiënt mogelijke ondersteuning van de primaire processen. Mede daarom legt het agentschap bij het realiseren van de taakstelling de nadruk op reductie van het aantal indirecte fte’s. Gevolg daarvan is een nog verder verbeterde verhouding tussen directe en indirecte fte’s en tot een verbetering van het aandeel declarabele uren.

Conform de begrotingsregels en in het kader van de afbouw van de post «te verrekenen met vergunninghouders» zijn in 2009 de uurtarieven onder het kostdekkend niveau gehouden.

De doorlooptijden voor vergunningverlening zitten over het algemeen boven de norm. Dit heeft voornamelijk te maken met de invoering van vergunningvrije toepassingen. Doordat een groot deel van de vergunningen is omgezet in registraties komen de verhoudingen anders te liggen.

Gehonoreerde bezwaarschriften: dit percentage ligt boven de norm met name door facturering van vergunninghouders die vlak voor de opzegtermijn hun vergunningen hebben ingetrokken, waardoor de brieven elkaar hebben gekruist.

Voor heel 2009 streefde Agentschap Telecom naar een integraal verzuimcijfer van maximaal 4,3%. Uiteindelijk is het ziekteverzuim gedaald naar een percentage van 4,7% eind van het jaar nadat dit in het eerste halfjaar nog 5,8% was. Door een gerichte aanpak is het kortdurend en middellang verzuim gedaald ten opzichte van 2008. Het langdurig verzuim is gestegen en veroorzaakt uiteindelijk de stijging in het verzuimpercentage. Het langdurig verzuim wordt veroorzaakt door medische problematiek en is daarom niet beïnvloedbaar.

Topinkomens

Op grond van artikel 6 van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Stb. 2006, 95) dient in het jaarverslag een overzicht opgenomen te worden van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de ministers. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2009 vastgesteld op € 188 000. In 2008 was dit € 181 000. Voor het Ministerie van Economische Zaken is geen sprake van medewerkers met een hoger gemiddeld belastbaar loon dan hiervoor vermeld.

D. BIJLAGEN

BIJLAGE: ZBO’S EN RWT’S

In deze bijlage is een overzicht opgenomen met de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en de rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) die onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken vallen. In geval een ZBO of RWT gefinancierd wordt vanuit de EZ-begroting, wordt het betreffende beleidsartikel aangegeven en het bijbehorende gerealiseerde budgettaire verplichtingenbedrag voor 2009.

Naam ZBO en/of RWT ZBO RWT Functie Begroting (artikel) Bedrag begroting 2009 (in € 1 000) Bedrag realisatie ramingen 2009 (in € 1 000)
Centraal Bureau voor de Statistiekwww.cbs.nl X X Het verzamelen, bewerken en publiceren van statistieken ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap. Naast de verantwoordelijkheid voor de nationale (officiële) statistieken is het CBS ook belast met de productie van Europese (communautaire) statistieken. De wettelijke grondslag voor het CBS is de «Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek». Door LP-bijstelling en een bijdrage voor Sociaal Flankerend Beleid is de realisatie hoger uitgevallen. Artikel 9 184 065 195 420
Centrale Commissie voor de Statistiek X   Het, als onafhankelijke commissie, bewaken van de onafhankelijkheid, onpartijdigheid, relevantie, kwaliteit en continuïteit van het statistische programma van het CBS. De CCS houdt toezicht m.b.t. het CBS op de aanname van werk-voor-derden in verband met concurrentievervalsing, op de hoeveelheid administratieve lasten voor ondernemingen en instellingen bij de verwerving van gegevens en op het beschikbaar stellen van verzamelingen van gegevens (microbestanden) ten behoeve van statistisch of wetenschappelijk onderzoek door het CBS. Geen bijdrage    
Kamers van Koophandel en fabriekenwww.kvk.nl X   Het bevorderen van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening. Taken volgens de Wet op de Kamers van Koophandel en de Handelsregisterwet: voeren van het Handelsregister, het loket voor ondernemers, voorlichting en het stimuleren van de regionale ontwikkeling. Geen bijdrage    
Stichting COVAwww.cova.nl   X Er voor zorgen dat Nederland te allen tijde een minimum voorraad aardolieproducten heeft, om in tijden van crises te kunnen voldoen aan de aardolievraag. Omdat er meer aardolieprodukten zijn ingevoerd, waarover heffing wordt geheven, valt de afdracht en de doorbetaling daarvan aan COVA hoger uit. Voorts is in juli 2009 besloten per 1 augustus 2009 het tarief weer te brengen op € 5,90 zoals bepaald in de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 (Wva)1. Artikel 4 73 659 93 464
NIVRwww.nivr.nl   X Beleidsadviseur, intermediair en uitvoerder van het overheidsbeleid in de lucht- en ruimtevaart. Het NIVR is op 1 september 2009 bij het Agentschap Nederland (AgNL) ondergebracht en de bekostiging verloopt nu via de uitvoeringskosten van AgNL. Artikel 2 4 615 1 033
NMi Van Swinden Laboratoriumwww.nmi.nlwww.hollandmetrology.nl   X Het onderhouden en verwezenlijken van nationale meestandaarden zoals vastgelegd in de Metrologiewet. Op grond van artikel 3 van deze wit is NMi Van Swinden Latoratorium b.v. door de minister van EZ hievoor aangewezen. Artikel 1 Totale bijdrage2 14 634 15 024
VerispectZie onder NMi voor website X X Het uitoefenen van het toezicht op de naleving van de Metrologiewet. Op grond van artikel 27 van deze wet is Verispect door de Minister van EZ hiervoor aangewezen. Daarnaast de uitvoering van het toezicht op de Waarborgwet zoals vastgelegd in de Waarborgwet Artikel 1 Zie NMI Van Swinden Laboratorium  
Aangewezen instanties als bedoeld in art. 12 MetrologiewetZie onder NMi voor website X X Het optreden als onafhankelijke toetsende instantie bij overeenstemmingsbeoordelingen van meetinstrumenten. De werkzaamheden die zij verrichten kunnen per overeenstemmingsbeoordeling verschillen maar omvat o.a. het beoordelen van kwaliteitssystemen, het afgeven van certificaten van typeonderzoek of ontwerponderzoek en het keuren van meetinstrumenten. Geen bijdrage    
WaarborgHollandwww.waarborgholland.nl X X Het keuren van alle gouden, zilveren en platina voorwerpen boven een bepaalde gewichtsdrempel en alvorens zij op de Nederlandse markt worden gebracht, te voorzien van één of meerdere stempelmerken (het waarborgen). Deze taak is vastgelegd in de Waarborgwet 1986. De stempelmerken worden alleen aangebracht nadat het juiste gehalte aan edelmetaal door onderzoek is vastgesteld bij één van de twee onafhankelijke waarborginstellingen: WaarborgHolland in Gouda en Edelmetaal Waarborg Nederland (EWN) uit Joure. Geen bijdrage    
Edelmetaal Waarborg Nederlandwww.ewnederland.nl X X Zie functiebeschrijving Waarborg Holland. Geen bijdrage    
Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA)www.opta.nl X X Het zorgen voor concurrentie en vertrouwen in de communicatiesector in het belang van de consument.De taken van OPTA volgens de Telecommunicatiewet en de Postwet: 1) concurrentiebevordering door het uitvoeren van marktanalyses, het stimuleren van investeringen en innovaties en het garanderen van de bereikbaarheid van diensten en de communicatiemogelijkheden van eindgebruikers onderling; 2) consumentenbescherming door bijv. bewaking van privacy en het vergroten van internetveiligheid; 3) waarborgen van de benodigde randvoorwaarden op de communicatiemarkten, zoals het beheer van nummerplannen en de registratie van marktpartijen.De commitering van de bijdrage aan OPTA voor 2010 is in 2009 vastgelegd. Dit is een technische mutatie; de uitfinanciering zal in 2010 plaatsvinden zie VJN. Artikel 10 3 655 6 080
Raad van Bestuur Nederlandse Mededingingsautoriteit (met ingang van 1 juni 20053www.nmanet.nl X   De uitvoering van de Mededingingswet: toezien op een eerlijke concurrentie in alle sectoren van de Nederlandse economie, handhaving van het verbod op kartels of misbruik van een economische machtspositie en toetsing van fusies en overnames. Daarnaast de uitvoering van het toezicht op de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en sectorspecifiek (mededingings)toezicht op de spoorsector en overig openbaar vervoer als tram-, metro- en busvervoer. Artikel 1 586 703
Examencommissie voor amateurradiozendexamens4 X   Het afnemen van examens ter verkrijging van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen. Geen bijdrage    
Examencommissie van de Orde van Octrooigemachtigdenwww.octrooigemachtigde.nl X   Examineren van octrooigemachtigden in opleiding ten behoeve van opname in het register van octrooigemachtigden. Geen bijdrage    
Examencommissie voor maritieme radiocommunicatie5 X   Het afnemen van de examens ter verkrijging van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van maritieme radiocommunicatie. Geen bijdrage    
Keuringsinstanties als bedoeld in artikel 10.3 Telecommunicatiewet6 X   Het afgeven van rapporten, certificaten of EG-typeverklaringen voor radiozendapparaten en randapparaten. Geen bijdrage    
Examinerende instanties zoals bedoeld in art.19 van de Examenregeling frequentiegebruik 20087   X Het afnemen van examens ter verkrijging van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte. Geen bijdrage    

1 De voorraadheffing COVA is gebaseerd op de «Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001» (Wva) en is bedoeld om de exploitatiekosten van COVA te dekken. In de Wva is enerzijds het tarief bepaald op € 5,90 per 1 000 liter, respectievelijk 1 000 kilogram product en anderzijds bepaald dat dit tarief bij algemene maatregel van bestuur kan worden gewijzigd. In verband met een blijvend en oplopend overschot op de egalisatierekening ten behoeve van de exploitatiekosten van COVA is het tarief in september 2004 verlaagd tot € 5,30 voor de periode 1 oktober 2004 tot 1 oktober 2006. Doel daarvan was het verder oplopen van de egalisatierekening te voorkomen en het als overschot te beschouwen deel af te bouwen. De tariefsverlaging is in oktober 2006 voor onbepaalde tijd verlengd. Door de oplopende kosten is het saldo op de egalisatierekening daarna geleidelijk teruggelopen. In juli 2009 is besloten om de korting per 1 augustus 2009 af te schaffen en het tarief weer te brengen op € 5,90 zoals bepaald in de Wva.

2 Dit bedrag is niet alleen bedoeld voor dit instituut maar omvat ook de bijdrage aan Verispect en de verplichte bijdrage aan de internationale organisaties BIPM,OIML en Welmec.

3 Het toezicht op het ZBO-deel van de NMa vindt plaats aan de hand van wettelijke kaders (ZBO wet NMa). De uitvoeringsorganisatie van de NMa is onderdeel van EZ en het toezicht hierop vindt plaats via de reguliere managementcontrol-systematiek van EZ.

4 Deze ZBO is met inwerkingtreding van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 per 1 augustus 2008 opgeheven.

5 Deze ZBO is met inwerkingtreding van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 per 1 augustus 2008 opgeheven.

6 Het gaat hierbij om het volgende cluster aan ZBO’s: Dare!! Consultancy, Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, Philips Consumer Electronics BV, Thales Nederland BV, TNO Electronic Products and Services BV en TNO Fysisch en Elektronisch Laboratorium.

7 Inwerkingtreding 1 augustus 2008, Ministeriële Regeling; Staatsblad 28 juli 2008, nr. 143. De examinerende instanties vervangen de Examencommissie voor amateurradiozendexamens en voor maritieme radiocommunicatie.

BIJLAGE: OVERZICHT NIET-FINANCIËLE INFORMATIE OVER INKOOP VAN ADVISEURS EN TIJDELIJK PERSONEEL

Ministerie van Economische Zaken

Verslagjaar: 2009

Uitgaven in 2009 (in € 1 000)
  2009
Programma- en apparaatskosten  
1. Interim-management 1 412
2. Organisatie- en Formatieadvies 121
3. Beleidsadvies 4 900
4. Communicatieadvisering 264
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4) 6 697
5. Juridisch Advies 2 075
6. Advisering opdrachtgevers automatisering 6 808
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie 3 128
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7) 12 011
8. Uitzendkrachten (formatie & piek) 68 646
Ondersteuning bedrijfsvoering 68 646
Totaal uitgaven inhuur externen 87 354

Noot: De kosten voor structurele inhuur bij de baten-lastendiensten zijn meegenomen onder 8 (uitzendkrachten). Structurele inhuur bij deze diensten is onderdeel van de aanpak ten behoeve van adequate en flexibele uitvoering van opdrachten voor EZ en andere ministeries/overheden.

Toelichting op het inhuurpercentage 2009

De minister van BZK heeft de Tweede Kamer met de brief van 24 juni 2009 (Tweede kamer 2008–2009, 31 701, nr. 21) geïnformeerd over het sturingsinstrument voor externe inhuur. In de brief is aangegeven dat voor ministeries die in 2008 boven de norm van 13% uitkwamen, gedurende een periode van drie jaar (tot 2011) een afwijkende «comply-or-explain» norm wordt gehanteerd. Voor deze ministeries geldt het inhuurpercentage 2008 als norm, die in drie jaar wordt afgebouwd tot 13% in 2011. Voor het ministerie van Economische Zaken betekent dit concreet dat de «comply-or-explain» norm 19% bedraagt in 2009, 16% in 2010 en uiteindelijk 13% in 2011.

Over 2009 bedragen de inhuuruitgaven als percentage van de totale personele uitgaven van mijn ministerie 25%. De uitgaven voor inhuur waren in 2009 met name omvangrijk vanwege toegenomen uitvoeringstaken bij SenterNovem en de EVD, ondermeer vanwege de maatregelen ter bestrijding van de (krediet) crisis. Hieronder wordt dit percentage toegelicht.

De definitie die ten grondslag ligt aan het sturingsinstrument voor externe inhuur, schrijft voor dat het inhuurpercentage wordt bepaald door de uitgaven aan externe inhuur uit te drukken als percentage uit te drukken van het totaal van de personele uitgaven. De totale personele uitgaven zijn gedefinieerd als de som van de uitgaven voor ambtelijk personeel en de uitgaven voor extern ingehuurd personeel.

Op basis van deze definitie heeft EZ in 2009 een inhuurpercentage van 25% gerealiseerd (2008: 22%). Abstraherend van de baten-lastendiensten SenterNovem en de EVD bedraagt het inhuurpercentage voor EZ 10,2%, hetgeen lager is dan de norm van 19%.

SenterNovem en de EVD maken, naast de vaste ambtelijke bezetting, gebruik van in tijd, samenstelling en omvang wisselende inzet van externe inhuur (de zogenaamde flexibele schil). Hiermee kunnen de diensten het aantal medewerkers en de benodigde kennis en expertise snel en flexibel aanpassen aan veranderingen in de omvang en samenstelling van opdrachten die zij uitvoeren voor EZ en andere ministeries en overheden. Daarnaast is in 2009 het aantal en de omvang van de opdrachten zowel vanuit EZ als andere ministeries en overheden toegenomen om invulling te geven aan de pijlers van het beleidsprogramma en intensiveringen voortkomend uit het aanvullend beleidsakkoord van het kabinet naar aanleiding van de (krediet) crisis (zo is het uitgekeerde beleidsgeld bij SenterNovem toegenomen van € 1,3 mld in 2007, € 2,4 mld in 2008 naar € 3,9 mld in 2009, onder meer ten gevolge van de SDE-regeling). Deze opdrachten komen bovenop de bestaande taken. Dit betekent dat ook meer capaciteit nodig is voor uitvoering ervan. Hierbij wordt, mede vanwege het tijdelijke karakter van een deel van de werkzaamheden, gebruik gemaakt van inhuurkrachten.

Een belangrijk deel van de uitvoering bij SenterNovem en de EVD geschiedt in opdracht van partijen buiten EZ, te weten andere ministeries en derden (EU en andere overheden). In 2009 bestond de gezamenlijke omzet1 van SenterNovem en de EVD voor 61% (2008: 57%) uit bijdragen van opdrachtgevers binnen EZ, voor 22% (2008: 23%) uit bijdragen van opdrachtgevers binnen VROM, voor 14% (2008: 16%) uit bijdragen van andere ministeries en voor 2% (2008: 3%) uit bijdragen van derden (met name provincies en EU).

De behoefte aan flexibel beschikbaar en inzetbaar personeel en het gegeven dat uitvoeringsorganisaties van EZ in belangrijke mate werken voor de gehele rijksdienst, verklaart waarom de uitgaven van EZ voor externe inhuur boven de standaardnorm uitkomen.

BIJLAGE: LIJST MET AFKORTINGEN

AAU’s Assigned Amount Units
AM Middengolf
AMvB Algemene Maatregel van Bestuur
Agentschap NL Agentschap Nederland
API Algemene Pensioeninstelling
AvB Antwoord voor bedrijven
BBMKB Besluit Borgstelling Midden en Kleinbedrijf
BBP Bruto Binnenlands Product
BES Bonaire, Sint Eustatius en Saba
BIB Beroepsonderwijs in Bedrijf
BIZ Bedrijven Investeringszones
BMKB Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf
BPM Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen
BSIK Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur
BSRI Besluit subsidies regionale investeringsprojecten
BTW Bruto Toegevoegde Waarde
BWA Terrestrische systemen die elektronische communicatiediensten kunnen verschaffen
BZK ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CAO Collectieve Arbeids Overeenkomst
CBS Centraal Bureau voor de Statistiek
CCS Carbon Capture and Storage
CIO’s Chief Information Officers
CIP Concurrentievermogen en Innovatie
COVA Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten
CPB Centraal Planbureau
CTMM Center for Translational Molecular Medicine
DG BEB Directoraat Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen
DGEP Directoraat Generaal Economische Politiek
DGET Directoraat Generaal Energie & Telecom
DGOI Directoraat Generaal Ondernemerschap & Innovatie
DIS Defensie Industrie Strategie
DNS Domeinnamen Systeem
DPI Dutch Polymer Institute
DSTI Directie Science, Technology and Industry
DTB Dutch Trade Board
DTE Dienst uitvoering en Toezicht Energie (onderdeel van Nma)
ECN Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland
ECT Energie Handvestverdrag
EDM Enquêtedrukmeter
EET Economie, Ecologie en Technologie
EFRO Europees Fonds Regionale Ontwikkeling
EIA Energie-Investeringsaftrek
EIM Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf
EJM Einde Jaars Marge
EKV Exportkredietverzekering
EMV Elektromagnetische velden
EOB Europees Octrooibureau
EOS Energie Onderzoek Subsidie
EOS Energie Onderzoekstrategie
ESA European Space Agency
ESTEC European Space Research and Technology Centre
ETS Emissiehandelssysteem
EU Europese Unie
EUREKA Netwerk van landen dat internationale technologische samenwerking stimuleert
EVD Economische Voorlichtingsdienst
EZ Economische Zaken
FES Financieel Economisch Structuurfonds
FEZ Financieel Economische Zaken
FIN Ministerie van Financiën
FOM Faciliteit Opkomende Markten
GHz Gigahertz
GO Garantieregeling Ondernemingsfinanciering
GOM Garantiefaciliteit Opkomende Markten
GSB Grote Steden Beleid
GTI Grote Technologische Instituten
HFR Hoge Flux Reactor
HGIS Homogene Groep Internationale Samenwerking
HHI Herfindahl-Hirschman Index
IA Innovatieagenda
ICANN Internet Corporation for Assigned Names and Numbers
ICCA International Congress and Convention Association
ICL Drempel voor de export
ICT Informatie en Communicatie Technologie
ICTAL ICT en Administratieve Lasten
ICTU ICT Uitvoeringsorganisatie
ICV Drempel voor de import uit de Europese Unie
IDC International Data Corporation
IEA International Energy Agency
IEF International Energy Forum
IOP Innovatief Onderzoeks Programma
IP Innovatie Platform
IP Innovatie Programma of IP-adressen Internet Protocol -adressen
IPC Innovatie Prestatie Contract
IPR Investeringspremieregeling
IRB ICT Respons Board
IS Internationale Samenwerking
ISI Information Society Index
ISP’s Internet Service Providers
JI Joint Implementation
JSF Joint Strike Fighter
KTO Klanttevredenheidsonderzoek
KvK Kamer van Koophandel
LC Launching customer
LIOF Limburgse ontwikkelings-maatschappij
LNV ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
MEP Milieukwaliteit Electriciteits Productie
MHz Megahertz
MIA Maatschappelijke Innovatie Agenda
MJA Meerjaren Afspraken
MKB Midden en Klein Bedrijf
MLT Middellange termijn-raming
MoU Memorandum of Understanding
MVO Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
NBSO’s Netherlands Business Support Offices
NBTC Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen
NCO-T Nationaal Continuïteitsoverleg Telecommunicatie
NDiV Nederland Digitaal in Verbinding
NDIV Nederland Digitaal in Verbinding
NFIA Netherlands Foreign Investment Agency
NGN Next Generation Netwerken
NICC Nationale Infrastructuur ter bestrijding van Cybercrime
NICIS Kenniscentrum voert het basisprogramma Grote Steden uit in opdracht van 8 ministeries
NIVR Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart
NIWO Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie
NMA Nederlandse MededingingsAutoriteit
NOiV Nederland Open in Verbinding
NSO Netherlands Space Office
NUP Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-Overheid
OCNL Octrooicentrum Nederland
OCW Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen
OD Operationeel Doel
OECD Organisation for Economic Co-operation and Development
OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OM Openbaar Ministerie
OPTA Onafhankelijk Post en Telecommunicatie Autoriteit
P&O Personeel & Organisatie
PEP Prekwalificatie ESA Programma’s
PESP Programma Economische Samenwerking Projecten
PIANOo Professioneel en Innovatief Aanbesteden, Netwerk voor Overheidsopdrachtgevers
PIB Programma Internationalisering Beroepsonderwijs
PID Regeling Pieken in de Delta
PIP Polymeren Innovatie Programma
PRIMA Programma Implementatie ICT Agenda
PSB Programma Starters op Buitenlandse Markten
PSOM Programma Samenwerking Opkomende Markten
PUM Programma Uitzending Managers
R&D Research & Development
RFID Radio Frequency Identification
ROC Regionaal Opleidingen Centrum
ROM Regionaal Ontwiikelingsmaatschappij
SAC Strategische Advies Commissie
SAU Strategische Acquisitieunit
SBIR Small Business Innovation Research Programma
SDE Stimuleringsregeling voor Duurzame Elektriciteitsproductie
SENO Stichting Economische Samenwerking Nederland Opkomende markten
SER Sociaal Economische Raad
SER-2 Tweede Strategic Energy Review
SEV Structuurschema Elektriciteitsvoorziening
SGGV Slim geregeld, goed verbonden
SIZ Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsbouw
SKE Subsidie- programma KennisExploitatie; onderdeel van Technoparter
LO Stichting Leerplan Ontwikkeling
S&O Speur- & Ontwikkelingswerk
SodM Staatstoezicht op de Mijnen
SRP Strategisch Research Programma
STT Stichting Toekomstbeeld der Techniek
STW Stichting Technische Wetenschappen
SZW ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TA-OM Technische Assistentieregeling Opkomende Markten
TASK Tijdelijk Aanvullende Staatskredietverzekering
TDAB Terrestrial Digital Audio Broadcasting frequenties
TNO Stichting voor Toegepast Natuurkundig Onderzoek
TOP Regeling voor Technologische Ontwikkelingskredieten
TROS Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw
TSO’s Transmission System Operators
TWA Technische Wetenschappelijk Attaché
UD Universele Dienstverlening
UIA Union of International Associations
UNCTAD United Nations Conference on Development and Trade
UNWTO UN World Tourism Organisation
V&W Ministerie van Verkeer & Waterstaat
VAE Verenigde Arabische Emiraten
VKB Veiligheid kleine bedrijven
VROM ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
VS Verenigde Staten
VWS ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WBSO Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk
WEF World Economic Forum
WION Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten
WIPO Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom
WIRA Wetsvoorstel Implementatie Rechtsbeschermingsrichtlijnen Aanbesteden
WJZ Wetgeving & Juridische Zaken
WTO World Trade Organisation
WVA Wet Voorraadvorming Aardolieproducten
ZZL Zuiderzee Lijn
Licence