Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.1 Algemeen

Staatsschuld

De Staatsschuld die hier behandeld wordt, is exclusief het deel dat betrekking heeft op de Illiquid Assets Back-up Facility (IABF). Dit deel wordt verantwoord in hoofdstuk IXB. De staatsschuld is lager dan in de begroting geraamd en komt uit op € 308 mld. ultimo 2010. De belangrijkste reden voor de lagere schuld is dat het tekort lager is dan verwacht.

Schuldverhouding Fortis Bank Nederland

Een van de maatregelen die getroffen zijn in het kader van de kredietcrisis is de overname van diverse onderdelen van het Fortis consortium (tegenwoordig onderdeel van ABN AMRO). Bij de overname zijn ook leningen overgenomen. Hierdoor is een schuldverhouding met ABN AMRO ontstaan. Deze vordering van de Nederlandse Staat bedraagt per ultimo 2010 € 4,6 mld. Ruim € 1 mld. lager dan waarmee rekening is gehouden in de begroting. Er is in het najaar van 2009 (na het opstellen van de begroting) € 1,3 mld. vervroegd afgelost.

Interne schuldverhouding

Vanwege deelname aan het schatkistbankieren van publieke instellingen is er sprake van een schuldverhouding tussen de Staat en de deelnemende instellingen. Deze interne schuldverhouding is negatief per ultimo 2010. Dit houdt in dat de Staat per saldo een vordering heeft op de deelnemers. Deze schuldverhouding wordt met name veroorzaakt door de ontwikkeling bij de sociale fondsen. De rekening-courant saldi van de sociale fondsen zijn sinds eind 2009 negatief.

Tabel 1: Kerncijfers ontwerpbegroting en realisaties 2010 (in mld. euro's)
 

Realisatie

Ontwerpbegroting

Verschil

EMU-schuld

371

381

– 10

EMU-staatsschuld 1

308

328

– 20

Schuldverhouding met ABN AMRO (voorheen FBNL)

– 4,6

– 5,9

1,3

Interne schuldverhouding 2

– 9.3

– 15,8

6,6

Rentekosten staatsschuld (artikel 1)

9,8

11,1

– 1,3

Rentekosten schuldverhouding ABNAMRO

– 0,2

– 0,2

0

Rentekosten interne schuldverhoudingen (artikel 2)2

– 0.4

– 0,4

0

Rentekosten AOW-spaarfonds (artikel 2)

1.8

1,8

0

Totaal

11,1

12,4

– 1,3

1

exclusief IABF

2

exclusief AOW-spaarfonds

Rentekosten

De rentekosten staatsschuld zijn met € 9,8 mld. lager dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt door het lagere tekort van het Rijk en de lagere rentestanden dan geraamd in de begroting.

Opbouw en dekking financieringsbehoefte

De financieringsbehoefte bedroeg in 2010 € 114,3 mld. Dit is gedekt door uitgifte van langlopende leningen en leningen op de geldmarkt.

Tabel 2. Opbouw en dekking van de financieringsbehoefte van het Rijk in 2010, inclusief de geldmarkt (in mld. euro’s) 1
 

Realisatie

Financierinsgbehoefte:

 

Aflossingen kapitaalmarkt

23,3

Geldmarkt ultimo 2009

62,4

Kassaldo Rijk 2010

28,6

Totaal

114,3

  

Dekking door:

 

Kapitaalmarktuitgifte

55,3

Geldmarkt ultimo 2010

59,0

  

Totaal

114,3

1

In tegenstelling tot de overige tabellen worden in deze tabel cijfers op kasbasis weergegeven.

Licence