Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2. LEESWIJZER

In dit jaarverslag wordt het beleid dat in 2010 is gevoerd door de minister(s) belast met het programma Jeugd en Gezin verantwoord. Daarnaast wordt verantwoording afgelegd over het beheer van de begroting Jeugd en Gezin 2010, zoals deze is vastgesteld door de Staten Generaal.

De verantwoording heeft een speciaal karakter omdat het programma Jeugd en Gezin is opgeheven bij aanvang van het kabinet Rutte op 14 oktober 2010. Zie Besluit van 14 oktober 2010, nummer 10 002848.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is sindsdien belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van het kindgebonden budget, de kinderbijslag en de tegemoetkoming ouders thuiswonende gehandicapte kinderen, voor zover deze behartiging voor 14 oktober 2010 was opgedragen aan de Minister voor Jeugd en Gezin.

De Minister van Veiligheid en Justitie is sindsdien belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van Jeugd en Gezin waarmee voor 22 februari 2007 uitsluitend de Minister van Justitie was belast en die van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 behoorden tot het aan de Minister voor Jeugd en Gezin opgedragen programma, behoudens de gesloten jeugdzorg voor jongeren buiten het strafrechtelijk kader.

De andere beleidsterreinen, waaronder de provinciaal gefinancierde jeugdzorg en de Centra voor Jeugd en Gezin, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Experiment Verbetering verantwoording en begroting

De afgelopen jaren deed Jeugd en Gezin mee aan het Experiment Verbetering verantwoording en begroting. Dit experiment is beëindigd. In samenwerking met de Algemene Rekenkamer wordt het experiment door het Ministerie van Financiën geëvalueerd. Volgens planning zal medio 2011 deze evaluatie met de Tweede Kamer worden besproken en zal worden besproken in hoeverre (onderdelen van) deze experimentele werkwijze rijksbrede invoering verdient.

De Slotwet maakt geen deel uit van dit jaarverslag, maar wordt separaat aangeboden.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag bestaat uit een beleidsmatige verantwoording op hoofdlijnen over het jaar 2010.

Begrotingsartikelen

De beleidsartikelen bevatten een volwaardige financiële verantwoording. In de artikelen worden de veranderingen van de begroting en de uitputting ervan toegelicht. Uit de tabellen blijkt bij welke begrotingswet (1e en 2e Suppletoire wet en Slotwet) die veranderingen zich hebben voorgedaan. Alle veranderingen, mutaties in jargon, ten opzichte van de vastgestelde begroting die groter zijn dan € 3 miljoen of groter zijn dan 3% van het budget van een artikel, zijn hierin toegelicht.

Omdat de begroting over het jaar 2008 de eerste begroting was van Jeugd en Gezin, zijn in dit jaarverslag louter realisatiecijfers van de jaren 2008, 2009 en 2010 opgenomen.

Slotwet

De mutaties in de Slotwetstaat betreffen de budgettaire gegevens die geautoriseerd dienen te worden. De toelichting op deze slotwetmutaties is ook opgenomen in de budgettaire tabellen bij de (niet-)beleidsartikelen die het verloop van de vastgestelde begroting tot aan de uiteindelijke realisatie verklaren.

Groeiparagraaf

De structuur van dit jaarverslag is onveranderd ten opzichte van het jaarverslag 2009.

Verantwoordelijkheid, medebetrokkenheid en apparaatsuitgaven

Verantwoordelijkheid Minister voor Jeugd en Gezin

Naast de onderdelen uit de begroting, vielen tot de aanvang van het kabinet Rutte op 14 oktober 2010, beleidsmatig ook de zorg voor jeugd-licht verstandelijk gehandicapten (jeugd-lvg) en de jeugd-geestelijke gezondheidszorg (jeugd-ggz) onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Jeugd en Gezin.

Budgettair gezien vallen deze uitgaven onder het zogenoemde Budgettair Kader Zorg (BKZ). In de premietabellen in artikel 42 Gezondheidszorg en artikel 43 Langdurige zorg van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), maken deze jeugdgerelateerde uitgaven aan lichtverstandelijk gehandicapten en de geestelijke gezondheidszorg integraal onderdeel uit van de aldaar gepresenteerde realisatiecijfers.

Na aantreden van het kabinet Rutte op 14 oktober 2010, vallen deze uitgaven onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Medebetrokkenheid Minister voor Jeugd en Gezin

De Minister voor Jeugd en Gezin was medebetrokken bij een aantal beleidsterreinen waarvoor andere bewindspersonen primair verantwoordelijk waren. Dit is toegelicht in TK 31 001, nr. 3.

Apparaatsuitgaven Jeugd en Gezin

Jeugd en Gezin had geen eigen ambtelijk apparaat. De ambtenaren waren gehuisvest bij de departementen waar de beleidsonderwerpen vóór de oprichting van Jeugd en Gezin waren ondergebracht.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit vier verplichte onderdelen: rechtmatigheid, totstandkoming beleidsinformatie, financieel- en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.

In 2007 is bij alle departementen de kwantitatieve grens voor de rapportering in de bedrijfsvoeringsparagraaf van onrechtmatigheden en onzekerheden per artikel verhoogd. De rapporteringstolerantie is afhankelijk van de realisatie van het artikel. Er is sprake van een glijdende schaal die afneemt van 10% naar 3%. Bij onrechtmatigheden is er nog een aanvullende bepaling. Deze vereist dat wanneer de artikeltolerantie hoger is dan de 1% tolerantie die geldt voor de totale verantwoording de laagste van de twee uitkomsten wordt toegepast bij de bepaling of er sprake is van een verplichte vermelding in de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Omdat bij Jeugd en Gezin een scheiding was aangebracht tussen beleid en uitvoering, worden indien noodzakelijk, fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid en de getrouwe weergave in de beleidsuitvoering toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het ministerie verantwoordelijk voor de uitvoering. In dit jaarverslag staan de hoofdconclusies en wordt volstaan met een verwijzing naar de bedrijfsvoeringsparagraaf van het betreffende uitvoerende ministerie. Het kan voor de beleidsbepalende Minister(s) aanleiding zijn om hierbij vanuit hun verantwoordelijkheid aanvullende opmerkingen te maken.

Licence