Base description which applies to whole site

7.4 BALANSEN PER 31 DECEMBER 2011 VAN DE BATEN-LASTENDIENSTEN VAN HET MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

KONINKLIJK NEDERLANDS METEOROLOGISCH INSTITUUT
Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2011 Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

(4)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2011

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Baten

       

Omzet moederdepartement

52 357

39 488

– 12 869

38 089

Omzet overige departementen

112

1 099

987

887

Omzet derden

18 209

18 082

– 127

18 878

Rentebaten

25

115

90

1

Vrijval voorzieningen

 

77

77

223

Bijzondere baten

     

2

Totaal baten

70 703

58 860

– 11 843

58 080

Lasten

       

Apparaatskosten

       

* Personele kosten

30 710

33 206

2 496

34 326

* Materiële kosten

37 536

24 316

– 13 220

21 675

Afschrijvingskosten

       

* Immaterieel

       

* Materieel

2 330

2 318

– 12

2 036

Overige Lasten

       

* Dotaties voorzieningen

       

* Rentelasten

264

210

– 54

152

* Bijzondere lasten

     

152

Totaal lasten

70 840

60 050

– 10 790

58 189

Saldo van baten en lasten

– 137

– 1 190

– 1 053

– 109

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Baten

Opbrengst moederdepartement

De belangrijkste oorzaak voor de lagere realisatie is een verlaging van de begroting voor Aardobservatie (€ 9,5 mln.). Daarnaast werden net als vorig jaar voor het Deltaplan en het NMDC bijdragen ontvangen van het moederdepartement. Deze bijdragen waren echter niet gelijk aan de hiervoor door het KNMI gemaakte kosten. Het «teveel» ontvangen bedrag wordt niet als opbrengst verantwoord maar wordt gereserveerd voor toekomstige jaren. Omdat de kosten van het Deltaplan en NMDC lager zijn uitgevallen zijn ook de verantwoorde opbrengsten zoveel lager dan begroot (respectievelijk € 1,7 mln. en € 2,4 mln.).

Daarnaast is voor de dienstverlening aan de BES eilanden € 0,65 mln. ontvangen.

Opbrengst overige departementen

De bij opbrengsten derden begrote opbrengsten voor werkzaamheden voor het ministerie van Defensie zijn uitgekomen op een bedrag van € 0,87 mln.

Opbrengst derden

De projectopbrengsten (subsidies) zijn € 1,4 mln. hoger dan begroot. Vooral door het uitvoeren van meer projecten dan begroot.

Voor de opbrengsten uit de luchtvaartmeteorologische dienstverlening is de realisatie € 0,4 mln. lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door lagere projectkosten.

De opbrengsten van Defensie (€ 0,87 mln.) zijn verantwoord onder de opbrengsten overige departementen.

Vrijval voorzieningen

Er is € 0,07 mln. op de voorziening voor het Vernieuwingsprogramma vrijgevallen omdat de loonstijging in 2011 lager is uitgevallen dan begroot.

Opbrengsten per productgroep

De opbrengsten gespecificeerd naar productgroep zijn:

Bedragen x € 1 000
 

Begroot 2011

Realisatie 2011

Totaal

52 357

58 860

Weer

19 894

28 736

Klimaat

11 897

18 806

Seismologie

1 516

1 999

Aardobservatie

19 050

9 127

Rentebaten

 

115

Vrijval voorzieningen

 

77

Lasten

Personele lasten

De personele kosten zijn circa € 2,5 mln. hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere sociale lasten (hogere pensioenpremie, hogere WIA en hogere bijdrage ziektekostenverzekering circa (€ 0,5 mln.), afkoop van medewerkers die met pensioen zijn gegaan (€ 0,2 mln.), niet gerealiseerde (financiële) taakstellingen en hogere inhuur (€ 1,4 mln.). Deze inhuur is voor circa € 0,8 mln. gedekt door additionele financiering.

Materiële lasten

Door vertraging bij het opstarten van nieuwe programma’s zijn de opgevraagde en betaalde contributies in het kader van aardobservatie € 9,8 mln. lager dan begroot. Daarnaast zijn door vertragingen in het Deltaplanproject de kosten € 1,7 mln. minder dan geraamd. De betalingen aan de partners van het NMDC worden niet als kosten geboekt, maar waren wel als kosten begroot. Dit zorgt voor een daling van € 2,4 mln. van de kosten.

Tenslotte is er € 1,5 mln. gerealiseerd aan niet begrote kosten voor «inhousing» van medewerkers van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn conform de begroting.

Saldo van baten en lasten

Het negatieve resultaat zal ten laste van het Eigen Vermogen worden gebracht. Toekomstige verliezen zullen worden voorkomen door bezuinigingen en een verhoging van de opbrengsten.

Balans per 31 december 2011 van Baten Lastendienst KNMI Bedragen x € 1 000
 

Balans 2011

Balans 2010

Activa

   

Immateriële activa

398

 

Materiële activa

   

* grond en gebouwen

6 501

625

* installaties en inventarissen

4 156

2 677

* overige materiële vaste activa

2 947

2 891

* in ontwikkeling

2 215

2 450

Onderhanden projecten

1 497

1 277

Debiteuren

2 515

3 512

Nog te ontvangen

1 020

1 844

Liquide middelen

17 129

19 350

Totaal activa

38 377

34 626

Passiva

   

Eigen Vermogen

   

* exploitatiereserve

1 801

1 911

* verplichte reserves

   

* onverdeeld resultaat

– 1 190

– 109

Leningen bij het MvF

9 070

6 964

Voorzieningen

656

1 109

Crediteuren

2 331

1 427

Nog te betalen

25 709

23 324

Totaal passiva

38 377

34 626

Toelichting op de balans

Immateriële activa

De investering 2011 in immateriële vaste activa is € 0,4 mln. en is nog in ontwikkeling.

Materiële activa

In 2011 is het nieuwe computercentrum opgeleverd. Dit is een investering geweest van € 5,9 mln. (grond en gebouwen). Daarnaast is in 2011 het nieuwe massaopslagsysteem opgeleverd (€ 2,4 mln.). Dit betreft installaties en inventarissen. De activa in ontwikkeling bestaat voor het grootste deel uit uitgaven voor de Rekenserver (€ 2,1 mln.).

Nog te ontvangen

De ontvangen bedragen bestaan voor € 0,3 mln. uit nog te ontvangen bedragen en voor € 0,7 mln. uit vooruitbetaalde (jaar)bedragen. De nog te ontvangen bedragen betreffen voornamelijk nog te ontvangen bedragen van de luchtvaart.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit het saldo op de rekening courant bij de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het ministerie van Financiën en een deposito met een waarde van € 10 mln.

Nog te betalen

In 2011 zijn bedragen ontvangen waarvan de kosten niet in hetzelfde jaar vallen als de ontvangsten. De ontvangsten waar nog geen kosten tegenover staan worden niet als opbrengst verantwoord, maar als vooruitontvangen (onder de post «Nog te betalen») ter dekking van toekomstige kosten. Zodra de kosten worden gemaakt worden de opbrengsten verantwoord en de vooruitontvangen bedragen verminderd. Het gaat vooral om ontvangsten in het kader van Aardobservatie, Deltaplan en het NMDC (Nationaal Modellen en Data Centrum).

Zie ook onderstaande tabel:

 

Per 1-1-2011

2011

   

Per 31-12-2011

 

Vooruitontvangen

Ontvangen bijdrage

kosten/opbrengsten

Vooruit ontvangen

Vooruit ontvangen

Aardobservatie

9 518

9 370

9 127

243

9 761

Deltaplan

2 910

2 198

519

1 679

4 589

NMDC Vooronderzoek

67

 

67

– 67

0

NMDC

1 441

3 000

2 622

378

1 819

Voorzieningen

De voorzieningen zijn afgenomen van € 1,1 mln. naar € 0,7 mln. De belangrijkste mutaties zijn een onttrekking van € 0,371 mln. wegens reguliere FPU+ uitgaven en een vrijval van € 0,07 mln. voornamelijk vanwege het niet verhogen van de FPU+ uitkeringen. Beide met betrekking tot het Vernieuwingsprogramma.

Van de voorzieningen heeft 38% een looptijd langer dan een jaar. Dit wordt met name veroorzaakt door de voor het Vernieuwingsprogramma opgenomen voorziening voor FPU+; deze loopt tot en met 2015.

 

Infrastructuur de Bilt

Flankerend beleid

ARAR99

Vernieuwings-programma

Claims derden

Totaal

Saldo per 1 jan 2011

180

2

9

918

 

1 109

Bij:

           

dotatie

           

Af:

           

vrijval

     

70

 

70

mutaties

 

2

9

371

 

383

Totaal af

 

2

9

442

 

453

Saldo per 31 dec 2011

180

   

476

 

656

Het Eigen Vermogen bedraagt na verwerking van het verlies € 0,6 mln. Dit is 1,1% van de omzet van de afgelopen drie jaar.

Kasstroomoverzicht per 31 december 2011
Bedragen x € 1 000
   

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011 + stand depositorekeningen

13 240

19 348

6 109

2.

Totaal operationele kasstroom

8 766

4 385

– 4 381

3a.

Totaal investeringen (–/–)

– 3 400

– 9 891

– 6 491

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

     

3.

Totaal investeringskasstroom

– 3 400

– 9 891

– 6 491

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

     

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

     

4c.

Aflossingen op leningen (–/–)

– 2 130

– 1 814

316

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

3 400

5 100

1 700

4.

Totaal financieringskasstroom

1 270

3 286

2 016

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

19 876

17 128

– 2 748

 

(maximale roodstand € 0,5 mln.)

     

Toelichting Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is opgebouwd uit afschrijvingskosten (€ 2,3 mln.), afname van de kortlopende vorderingen (€ 1,8 mln.), een toename van de schulden (€ 2,1 mln. waarvan € 1,1 mln. voor de leningen bij het Ministerie van Financiën), afbouw van de voorzieningen (– € 0,5 mln.), toename van het onderhandenwerk (– € 0,2 mln.) en tenslotte het gerealiseerde negatieve resultaat (– € 1,2 mln.).

Investeringskasstroom

De belangrijkste uitgaven in 2011 zijn: € 1 mln. in centrale dataopslagsystemen (totale investering € 2,4 mln.) en de Rekenserver € 2,1 mln. Daarnaast is de verbouwing die nodig was om de verplaatsing van het computercentrum mogelijk maken afgerond. De uitgaven hiervoor zijn € 5,1 mln. (totale investering € 5,9 mln.).

Financieringskasstroom

Er is een beroep op de leenfaciliteit gedaan van € 5,1 mln. De lening is afgeroepen ter financiering van het nieuwe computercentrum. De overige activa met korte looptijd zijn door het KNMI zelf gefinancierd (uit vooruit ontvangsten).

Doelmatigheid
   

Realisatie

   

Raming

Omschrijving generiek deel

 

2009

2010

2011

2011 (index)

Kostprijs in € per eenheid product

       
 

– percentage overhead

20%

17%

19%

95

 

– fte’s overhead

96

101

103

105

           

Tarieven/uur (index)

106

114

127

 
           

Omzet per productgroep

       

– weer

30 078

30 346

28 736

 

– klimaat

17 916

17 673

18 806

 

– seismologie

1943

1926

1999

 

– aardobservatie

6 497

7 909

9 127

 
           

FTE-totaal

447

434

403

89

           

Saldo van baten en lasten (%)

0%

0%

– 2%

 
           

Algemene weersverwachtingen en adviezen

       

– afwijking min. Temperatuur C

– 0,28

– 0,24

– 0,33

 

– afwijking max. temperatuur C

– 0,34

– 0,21

– 0,06

 

– gem. afwijking wind snelheid (m/s)

0,18

0,04

– 0,03

 

Luchtvaartverwachtingen

       

– tijdigdheid TAF Scvhiphol (%)

99

99

99,5

 

Maritieme verwachtingen

       

– tijdigheid marifoonbericht (%)

98,4

99,3

99

 

Toelichting

Percentage Overhead

Het percentage overhead is gestegen ten opzichte van 2010 met 10%. Dit wordt vooral veroorzaakt door incidentele meevallers in de kosten in 2010.

Fte’s overhead

De fte’s overhead worden bepaald op basis van de geschreven uren. Alle uren geschreven op overheadactiviteiten worden daarbij omgerekend naar het corresponderende aantal fte’s.

Het aantal fte’s overhead is gestegen doordat vooral meer uren zijn besteedt aan indirecte activiteiten en management en -ondersteuning.

Tarieven per uur

Het uurtarief wordt bepaald door de totale kosten exclusief kosten direct geboekt op een product te delen door het aantal uren geschreven op de producten.

Er is geen direct oorzakelijk verband tussen de ontwikkeling van het uurtarief en de ontwikkeling van de doelmatigheid. De stijging van het uurtarief wordt veroorzaakt door een daling van het aantal geschreven uren op producten (17% ten opzichte van 2008) in combinatie met een stijging van de kosten (5% ten opzichte van 2008). De stijging van de kosten (vooral in 2011) wordt met name veroorzaakt door het uitvoeren van projecten met additionele financiering (Deltaplan infrastructuur). Een groot deel van de daling van het aantal fte’s wordt veroorzaakt door een verschuiving van fte’s naar de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek KNMI.

INSPECTIE VERKEER EN WATERSTAAT (IVW)

Staat van baten lasten

Gespecificeerde Staat van baten en lasten per 31 december 2011 Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2011

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Baten

       

Opbrengst moederdepartement

82 986

84 764

1 868

89 148

Opbrengst overige departementen

0

0

0

0

Opbrengst derden

6 246

10 096

3 850

13 649

Rentebaten

0

543

543

260

Vrijval voorzieningen

0

2 318

2 318

2 598

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

89 142

97 721

8 579

105 655

Lasten

       

Apparaatskosten:

85 942

85 797

– 145

96 215

– personele kosten

57 738

65 885

8 147

73 426

– materiële kosten

28 204

19 912

– 8 292

22 788

Rentelasten

300

52

– 248

105

Afschrijvingskosten:

   

0

 

– materieel

1 400

642

– 758

595

– immaterieel

1 500

1 869

369

2 122

Overige Lasten

       

– dotaties voorzieningen

0

1 071

1 071

5 519

– bijzondere lasten

0

17

17

13

Totaal lasten

89 142

89 447

305

104 570

Saldo van baten en lasten

0

8 273

8 274

1 085

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de omzet uit hoofde van activiteiten die de Inspectie VenW verricht voor het moederdepartement.

De gerealiseerde agentschapsbijdrage over 2011 wijkt af van de betaalde bijdrage (in kastermen) doordat er middelen, die in voorgaande jaren op de balans zijn gereserveerd, in 2011 zijn gerealiseerd en omdat ontvangen middelen in 2011 beperkt in 2011 zijn aangesproken en daardoor gereserveerd zijn voor 2012. Daarnaast is er sprake van een beperkt aantal mutaties per Voor- en Najaarsnota.

Opbrengst derden

De opbrengsten derden zijn de aan de afnemers van het product «vergunningen» in rekening gebrachte tarieven. Bij de indiening van de oorspronkelijke begroting is er vanuit gegaan dat de overdracht van de uitvoering van een gedeelte (domein Scheepvaart) van de toelatings-en-continueringsactiviteiten naar klassebureaus voor 1 januari 2011 gerealiseerd zou zijn. Gedurende het jaar is een steeds groter deel van de taken overgedragen. De realisatiecijfers over 2011 zijn hierdoor wel hoger dan begroot

Rentebaten

De rentebaten zijn hoger dan geraamd door de hogere stand van de liquide middelen.

Lasten

Personele kosten

Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van een gemiddelde bezetting van 745 fte en een prijs per fte van € 0,08 mln. De uiteindelijke bezetting van de IVW kwam uit op 737 fte maar gemiddeld lag deze hoger hetgeen tot hogere personele kosten heeft geleid. Bovengenoemde prijs per fte hield ook onvoldoende rekening met inhuurkosten en met de kosten voor FPU-ers.

Materiële kosten

De post uitbesteding is door bezuinigen de afgelopen jaren flink gedaald. Door vertraging in de ict-projecten (BCT en Informatieplan) zijn de materiële kosten ruim achtergebleven.

Rentelasten

De rentelasten zijn lager dan begroot omdat er bij de begroting vanuit werd gegaan dat er voorgaande jaren meer geleend zou worden voor investeringen in het wagenpark en in het Informatieplan; het geleende bedrag is uiteindelijk lager uitgevallen.

Afschrijvingskosten

Een deel van de vervanging van het wagenpark heeft in 2011 plaatsgevonden. Door het late activeringsmoment zijn er echter maar beperkte afschrijvingskosten gemaakt.

Bijzondere lasten

Een aantal auto’s vervangen die nog een kleine boekwaarde had is vervangen.

Balans per 31 december 2011 van Baten Lastendienst IVW
Bedragen in EUR 1 000
 

Balans 2011

Balans 2010

Activa

   

Immateriële activa

3 049

4 611

Materiële activa

   

* grond en gebouwen

   

* installaties en inventarissen

45

37

* overige materiële vaste activa

2 724

1 379

Voorraden

   

Debiteuren

965

832

Nog te ontvangen

2 151

1 430

Liquide middelen

65 384

68 331

Totaal activa

74 318

76 620

Passiva

   

Eigen Vermogen

   

* exploitatiereserve

5 220

4 135

* verplichte reserves

* onverdeeld resultaat

8 273

1 085

Leningen bij het MvF

186

1 357

Voorzieningen

3 848

6 877

Crediteuren

1 964

3 387

Nog te betalen

54 828

59 780

Totaal passiva

74 318

76 620

Toelichting balans

Activa

(Im)materiële activa

Doordat er meer is afgeschreven op (im-)materiële vaste activa dan erin geïnvesteerd is, is een lagere balanswaarde ontstaan ten opzichte van 2010. Een deel van het wagenpark is vervangen hetgeen tot een hogere boekwaarde heeft geleid bij de overige materiële vaste activa.

Debiteuren

Het saldo van de debiteuren en van de bijbehorende voorziening is gestegen door slecht betaalgedrag van vergunningaanvragers als gevolg van de verslechterde economische situatie.

Nog te ontvangen

Deze overlopende activa bestaan uit een aantal kleinere posten zoals onderhanden werk en nog te factureren werkzaamheden.

Liquide middelen

De IVW heeft een rekening-courantverhouding met de Rijkshoofdboekhouding. Van de ruim € 65 mln. die per 31 december op de rekening-courant staat, is precies € 65 mln. als deposito geplaatst bij de Rijkshoofdboekhouding. Het positieve saldo wordt vooral verklaard doordat er voor grote ICT-projecten middelen zijn ontvangen, die in de loop van 2012 en verder tot uitgaven leiden. De activiteiten voor de BES-eilanden hebben in 2011 tot veel kosten geleid. Het restant aan werkzaamheden vindt plaats in 2012.

Passiva

Eigen vermogen

Over 2011 heeft de Inspectie een batig saldo van € 8,273 mln. gerealiseerd. Het eigen vermogen ultimo 2011 bedraagt € 13,493 mln. Op basis van de gemiddelde omzet over de afgelopen jaren is het maximale toegestane eigen vermogen € 7,273 mln.

De eigenaar bepaalt hoe het behaalde resultaat wordt aangewend.

Voorzieningen

Voor werknemers die werkzaam zijn in een zogenoemde substantieel bezwarende functie is, op basis van de FLO-regeling, in het verleden een voorziening getroffen omdat deze werknemers recht hebben om vervroegd uit treden. Door beter zicht op de kans dat de rechten tot kosten voor de IVW leiden, is een deel van de voorziening vrijgevallen (€ 0,818 mln.). De rest van het verschil betreft de onttrekkingen in 2011.

In 2011 is er één nieuwe voorziening getroffen. Het betreft hier de voorziening voor de hpk-ers die aangewezen zijn als gevolg van dubbelfuncties die door de fusie met de VROM-inspectie zijn ontstaan (€ 0,854 mln.).

De huisvestingsbewegingen en andere fusiegerelateerde zaken, die een gevolg waren van de fusie met de VROM-inspectie hebben in 2011 tot de vorming van een voorziening geleid. Gedurende het jaar is er naast onttrekking ook een aantal verwachte kosten gedaald. Het gaat dan voornamelijk om lagere kosten voor de inrichting van de gezamenlijke administratie en om de verlaging van de kosten van de verhuizing in Utrecht als gevolg van naar beneden bijgestelde inrichtingseisen (€ 0,694 mln.)

Tevens heeft de IVW in 2008 een voorziening getroffen voor twee claims als gevolg van verloren rechtszaken (Vrachtunie en een civielrechtelijke claim wegens asbestschade). In 2011 heeft de rechter uitspraak gedaan over het definitief te betalen bedrag van de claim van Vrachtunie. Deze claim is in 2011 uitbetaald. Het verschil is vrijgevallen.

Voor de verplichtingen richting voormalig personeel (oud-wachtgelders) van de V&W is IVW een voorziening gevormd. Het gaat hierbij om nog een persoon die geen deel meer uitmaakt van het huidige personeelsbestand. Maandelijks vindt er een onttrekking plaats in verband met de uitkering aan deze persoon. Er is opnieuw gedoteerd omdat de tijdelijke betrekking van deze oud-werknemer is beëindigd.

Door verslechterd betalingsgedrag is er een dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren gedaan.

Verloopstaat voorzieningen t/m 31 december 2011
Bedragen x € 1 000
 

Reorganisatie

Huisvesting

FLO

Claims

Dub Deb

Wachtgeld

Totale vermogen

Stand begin boekjaar

0

1 910

3 213

1 678

2 132

76

6 877

Dotatie ten laste van het resultaat

854

     

95

122

976

Vrijval ten gunste van het resultaat

 

694

818

745

3

 

2 257

Onttrekking voorziening

 

891

95

693

292

69

1 748

Stand eind boekjaar

854

325

2 300

240

1 932

129

3 848

Nog te betalen

Dit betreft nog niet gerealiseerde middelen voor ICT-projecten (€ 29,087 mln.), de programmagelden voor het Project Koninkrijk (BES) (€ 8,648 mln). Tevens worden onder deze post onder andere de verplichtingen aan eigen personeel en vooruitontvangen bedragen van derden verantwoord.

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2011
Bedragen in EUR 1 000
 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011

45 825

68.327

22.502

2.

Totaal operationele kasstroom

– 30.500

531

31.031

 

Totaal investeringen (–/–)

– 2 500

– 2 312

188

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

 

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 2 500

– 2 312

188

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 4 000

– 1 172

2.828

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

2 5000

0

– 2 500

4.

Totaal financieringskasstroom

– 1 500

– 1 172

– 328

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011 (=1+2+3+4)

11 325

65 374

54 049

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Totaal operationele kasstroom

Het verschil met oorspronkelijk begrote kasstroom komt doordat ontvangen middelen voor ict-projecten en het BES-programma nog niet tot kosten/uitgaven hebben geleid.

Totaal investeringskasstroom

Ten opzichte van de begroting is er minder geïnvesteerd. Het wagenpark is deels vervangen. Een kleiner dan begroot deel van de uitgaven voor zelfontwikkelde software bleek activeerbaar, waardoor deze uitgaven direct als kosten worden verantwoord.

Totaal financieringskasstroom

De financieringskasstroom bestaat uit de maandelijkse aflossingen op leningen. Door de positieve liquiditeitspositie van de IVW is het niet nodig gebleken een lening af te sluiten voor de gepleegde investeringen.

Rekening-courant RHB per 31 december 2011

Het positieve saldo per 31 december wordt vooral verklaard doordat er voor grote ICT-projecten middelen zijn ontvangen, die in de loop van 2012 tot uitgaven leiden. De activiteiten voor de BES-eilanden hebben in 2011 al tot veel kosten/uitgaven geleid. Het restant van de werkzaamheden vindt plaats in 2012. Het saldo op de rekening-courant dat hierdoor ter vrije beschikking is gekomen, is grotendeels op kortlopende deposito’s geplaatst (februari en mei 2011) omdat deze middelen snel aangewend zullen worden.

Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving generiek deel

2008

2009

2010

2011

1. Kostprijs in € per eenheid product

       

- Handhaving

43 454

43 086

47 840

45 375

- Vergunningverlening

29 647

27 826

15 059

13 893

         

2. Tarieven/uur (index)

113

113

107

108

– Handhaving

106

109

106

107

– Kennis, advies en berichtgeving

138

133

113

112

         

3. Omzet per produktgroep (pxq)

       

– Handhaving

40 901

43 086

47 840

45 375

– Vergunningverlening

29 227

27 826

15 059

13 893

– Kennis, advies en berichtgeving

26 664

26 275

19 155

17 887

         

4. FTE-totaal ((gemiddeld) excl. externe inhuur)

981,2

916,6

838,6

759,6

         

5. Saldo van baten en lasten

– 4,11%

3,65%

1,03%

8,72%

         

6. Kwaliteitsindicator 1: doorlooptijd vergunningen

     

ntb

         

7. Kwaliteitsindicator 2: ziekteverzuim

4,5

4,2

4,7

4,5

         

Omschrijving Specifiek Deel voor Inspectiediensten

       
         

8. Kostprijs/product:

       

Inspectie

43 454

43 086

47 840

45 375

Vergunningverlening

29 647

27 826

15 059

13 893

Kennis, advies en berichtgeving

28 329

26 275

19 155

17 887

         

9. Kwaliteit Handhaving:

       

Klachten (bezwaar & beroep)

0

0

235

525

Gegrond verklaard (%)

14%

3%

Door een relatief snelle daling van de bezetting van voornamelijk staf-medewerkers zijn de productgroepprijzen gedaald.

NEDERLANDSE EMISSIEAUTORITEIT (NEa)
Gespecificeerde staat van baten en lasten per 31 december 2011
Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

(4)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2011

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Baten

       

Opbrengst moederdepartement

6 585

7 040

455

6 773

Opbrengst derden

0

23

23

4

Rentebaten

2

1

– 1

0

Bijzondere baten

0

0

0

3

Totaal baten

6 587

7 064

477

6 780

Lasten

       

Apparaatskosten:

       

– personele kosten

4 542

4 653

111

4 503

– materiële kosten

1 712

1 997

285

1 761

Rentelasten

42

0

– 42

4

Afschrijvingskosten:

       

– materieel

11

11

0

14

– immaterieel

280

0

– 280

63

Totaal lasten

6 587

6 661

74

6 345

Saldo van baten en lasten

0

403

403

435

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Baten

Opbrengst moederdepartement

De totale omzet is € 0,5 mln. hoger dan begroot. Verderop staan in het overzicht van de doelmatigheidsindicatoren de begrote omzetcijfers voor 2011 per product genoemd en is een verklaring gegeven voor de verschillen.

Opbrengst derden

De opbrengst derden bestaat uit ontvangsten voor uitlening van een NEa medewerker aan het Nederlands Normalisatie Instituut voor zijn bijdrage aan een NEN-norm en uit bijdragen aan voorlichting in Kazachstan en Kroatië in opdracht van AgentschapNL.

Lasten

Apparaatskosten

De personele kosten komen in totaal € 0,1 mln. hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Door de hogere opdracht voor het project Biobrandstoffen is meer inhuur nodig geweest dan oorspronkelijk begroot.

De materiële kosten zijn € 0,3 mln. hoger dan oorspronkelijk begroot. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de departementsbrede materiële- en ICT kosten hoger waren dan de oorspronkelijke begroting. In de overige materiële kosten is een bedrag begrepen van € 49 800,- voor wervings- en aanloopkosten voor het ZBO NEa.

Balans per 31 december 2011 van de baten-lastendienst NEa
Bedragen x € 1 000
 

Balans 2011

Balans 2010

ACTIVA

   

Vaste activa

   

Immateriële vaste activa

2 108

1 155

Materiële vaste activa:

   

– Inventaris

3

14

 

2 111

1 169

     

Vlottende activa

   

Voorraden

8

9

Overige vorderingen

2

0

Overlopende activa

50

1

 

60

10

     

Liquide middelen

3 468

1 353

TOTAAL ACTIVA

5 639

2 532

PASSIVA

   
     

Eigen vermogen

   

Exploitatiereserve

237

237

Onverdeeld resultaat

838

435

 

1 075

672

Langlopende schulden

   

Leenfaciliteit Financiën

800

0

     

Kortlopende schulden

   

Crediteuren

309

315

Overige schulden en overlopende passiva

3 455

1 545

 

3 764

1 860

TOTAAL PASSIVA

5 639

2 532

Toelichting op de balans

Immateriële vaste activa

De waardering van de immateriële vaste activa wordt bepaald door de historische kostprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. Voor deze posten wordt een lineaire afschrijvingstermijn van vijf jaar aangehouden. De restwaarde van de immateriële activa wordt ingeschat op nihil. Deze post bestaat uit het softwaresysteem Arend die de NEa zelf heeft ontwikkeld en die ondersteunend is aan het primaire proces van de NEa. Deze software is in 2010 geheel afgeschreven. De software was gefinancierd door middel van de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën. De lening is in 2010 afgelost.

In 2009 en 2010 is aan een database gewerkt voor informatiegestuurd toezicht (IGT). Deze database is begin 2011 in gebruik genomen en zal uiteindelijk worden geïntegreerd in PAN. In 2010 is gestart met de bouw van het PAN systeem. Dit is een nieuw informatiesysteem dat het oude informatiesysteem moet gaan vervangen. Aan het eind van 2011 is PAN in gebruik genomen.

Op het moment van ingebruikname is voor het eerste deel een beroep op de leenfaciliteit gedaan van het ministerie van Financiën.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen (€ 1 075 000) bestaat uit het saldo van de exploitatiereserve en de saldi van de onverdeelde resultaten van de jaren 2010 en 2011.

Kortlopende schulden

De posten nog te ontvangen facturen en nog te betalen bedragen zijn hoger dan in voorgaand jaar. Deze posten bestaan voornamelijk uit facturen voor ingehuurd personeel en onderhoud ICT. De post vooruitontvangsten betreft het saldo van de afrekening en de vooruitbetalingen van de geleverde producten en diensten met de directie Klimaat en Luchtkwaliteit (K&L). De afrekening met de opdrachtgever wordt berekend, zoals in de raamafspraken tussen de directie K&L en de NEa en de offerte 2011 is overeengekomen.

De af te dragen boetes lijken fors hoger, maar zijn inclusief de boetes van 2010 die met de opdracht over 2011 verrekend worden.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

De huisvesting van de NEa maakt onderdeel uit van de dienstverleningsovereenkomst met het ministerie van IenM. Ten behoeve van de NEa is een onderverhuurovereenkomst getekend tussen het ministerie van EL&I/Agentschap en het ministerie van IenM. Deze overeenkomst is oorspronkelijk per 1 augustus 2005 aangegaan voor een periode van 36 maanden. Na afloop van deze periode wordt de overeenkomst telkenmale stilzwijgend verlengd voor de duur van 1 jaar. De gebruiksvergoeding bedroeg in 2011 € 305 506,- per jaar, inclusief de facilitaire voorzieningen en het inbouwpakket. De gebruiksvergoeding wordt jaarlijks per 1 januari aangepast, conform de Consumentenprijsindex.

Met CapGemini (voorheen Getronics PinkRoccade) is op 18 april 2006 een tweejarig contract afgesloten, met als ingangsdatum 1 mei 2006, voor applicatie- en technisch beheer van de NEa systemen. Het contract kan jaarlijks stilzwijgend worden verlengd met een jaar. Het huidige contract loopt tot 1 mei 2012. De kosten bedragen € 319 328,- per 12 maanden en is jaarlijks opzegbaar.

Met DECC (Department of Energy and Climate Change) is een overeenkomst aangegaan die de service van het GRETA-systeem regelt. Voor deze service worden UKL 70 000 per jaar berekend.

Kasstroomoverzicht per 31 december 2011

Bedragen x € 1 000
   

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011

1 228

1 353

125

         

2.

Totaal operationele kasstroom

291

2 068

1 777

         

3a

Totaal investeringen (–/–)

– 1 400

– 953

447

3b

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 1 400

– 953

447

         

4a

Eenmalige uitkering aan

0

0

0

 

moederdepartement (–/–)

     

4b

Eenmalige storting door

0

0

0

 

moederdepartement (+)

     

4c

Aflossingen op leningen (–/–)

– 280

0

280

4d

Beroep op leenfaciliteit (+)

1 400

1 000

– 400

4.

Totaal financieringskasstroom

1 120

1 000

– 120

         

5.

Rekening courant RHB 31 december 2011 (=1+2+3+4)

1 239

3 468

2 229

 

(maximale roodstand € 0,5 mln.)

     

Operationele kasstroom

Bij het bepalen van de operationele kasstroom is uitgegaan van het saldo van baten en lasten, dat is gecorrigeerd voor de afschrijvingen en de mutaties in de balansposten kortlopende activa en passiva.

Investeringskasstroom

Onder de investeringskasstroom vallen de investeringen in immateriële vaste activa (€ 1 mln.) voor het PAN systeem en de RGT database.

Financieringskasstroom

Dit betreft het beroep op de leenfaciliteit in 2011 bij het ministerie van Financiën.

Doelmatigheid

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2011

Omschrijving

Prestatie 2009

Prestatie 2010

Prestatie 2011

Begroting 2011

Kostprijzen per product in €:

       

Audits

6 223

7 957

7 131

 

Ad hoc onderzoeken

5 728

7 078

6 814

 

Diepte- en/of thema onderzoeken1

 

Vergunningsaanvragen

4 894

4 029

3 716

3 626

Onderhoud dossier

1 026

852

722

1 162

Helpdesk en registeradministratie2

923

924

832

Infodesk

140

 

Registeradministratie

610

 

Afsluiten Handelsjaar

430

 

Tarieven in €:

       

Laag

84

107

85

85

Midden

127

136

95

95

Hoog

149

139

116

116

Omzet per productgroep (x € 1 000):

       

Reguliere producten en diensten:

       

Vergunningsaanvragen

127

117

63

156

Onderhoud dossier

482

399

334

593

Toezicht en handhaving

     

1 785

Audits

517

923

849

 

Ad-hoconderzoeken

471

630

368

 

Diepte- en themaonderzoeken

307

94

145

 

Juridische procedures

     

204

Handhaving

154

217

190

 

Bezwaren en beroepen

166

94

72

 

Helpdesk en registeradministratie

878

905

1 080

Infodesk

358

 

Registeradministratie

580

 

Registeronderhoud EU/UN

950

769

974

1 370

Advisering en beleidsafstemming

186

203

230

Voorber uitv nwe regelgeving en advisering en beleidsafstemming

325

255

 

Afsluiten handelsjaar

180

215

 

Toewijzing rechten nieuwkomers

158

21

 

Fraudebestrijding

26

139

 

Overige producten en diensten

351

285

297

247

Subtotaal omzet regulier

4 589

5 325

4 860

5 665

         

Projecten:

       

Compliance Forum

98

     

Luchtvaart

323

     

Nieuwkomers

98

     

Update Nox

228

1 019

321

 

Nox opt out/Project Nox opt out

13

26

   

Allocatie fase III

 

119

704

 

Biobrandstoffen

 

284

1 155

 

Subtotaal omzet projecten

760

1 448

2 180

920

Totaal omzet moederdepartement

5 349

6 773

7 040

6 585

         

FTE – totaal (excl externe inhuur)

27,00

35,84

38,10

43,00

         

Saldo van baten en lasten (%)

– 5,92%

6,42%

5,82%

0%

         

Kwaliteitsindicatoren:

       

Validatie en vergunningverlening: % vergunningen verleend binnen wettelijke termijn

95%

97%

100%

>99%

Validatie en vergunningverlening: % meldingen afgehandeld binnen wettelijke termijn

97%

88%

100%

>99%

Validatie en Vergunningverlening: aantal dossiers van bedrijven in onderhoud

474

468

463

510

Registratie Emissiehandel: register CO2 online

98%

99,50%

99,3%

>99%

Registratie Emissiehandel: register NOx online

100%

99,70%

99,9%

>99%

Toezicht en handhaving: aantal uitgevoerde audits bij bedrijven gebaseerd op RGT en nieuwkomers

83

115

113

92

Toezicht en handhaving: aantal uitgevoerde audits bij bedrijven gebaseerd op een steekproef

6

30

Toezicht en handhaving: aantal uitgevoerde audits bij luchtvaartoperators

1

0

17

Toezicht en handhaving: aantal uitgevoerde ad hoc onderzoeken bij bedrijven

84

89

54

80

Toezicht en handhaving: aantal uitgevoerde thema onderzoeken

3

1

1

3

Klanttevredenheid: tevreden stakeholders3

69%

>70%

Klanttevredenheid: ontevreden stakeholders3

8%

<10%

Algemeen: aantal gegronde klachten over uitoefening taken NEa

0

0

0

<3

Algemeen: aantal ongegronde klachten over uitoefening taken NEa

0

0

0

<2

Algemeen: % klachten afgerond binnen wettelijke termijn

nvt

nvt

nvt

100%

 

       

Directe uren primair proces

57%

63%

65%

>56%

1

Vanaf 2009 worden de thema onderzoeken niet meer tegen kostprijs maar tegen werkelijke kosten afgerekend.

2

Met ingang van de opdracht 2011 is dit product gesplitst in de producten Infodesk en registeradministratie

3

In 2011 is geen klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd

In zijn algemeenheid kan worden vastgesteld dat de NEa op een doelmatige wijze haar rol als bevoegd gezag voor emissiehandel binnen Nederland vervult. De doelmatigheidsindicatoren in de bovenstaande tabel laten in een aantal gevallen verbeteringen ten opzichte van 2010 zien. De tarieven zijn ten opzichte van 2010 gedaald.

De begrote en gerealiseerde omzet per product verschilt bij een aantal producten. De audits, ad hoc- en thema onderzoeken zijn achtergebleven bij de oorspronkelijke begroting. De oorzaak van deze afwijking is dat de medewerkers van deze afdeling regelmatig zijn ingezet bij de diverse lopende projecten van de NEa. Bij de projecten is de opdracht voor het project Biobrandstoffen hoger uitgekomen dan oorspronkelijk begroot.

Bij de producten die tegen kostprijs worden afgerekend is een daling in de kostprijzen ten opzichte van die van 2010 zichtbaar.

RIJKSWATERSTAAT
Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2011
Bedragen in EUR 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

realisatie 2010

Baten

       

Opbrengst moederdepartement

2 136 262

2 197 097

60 835

2 410 095

Opbrengst overige departementen

27 876

38 556

10 680

36 764

Opbrengst derden

81 504

143 116

61 612

110 698

Rentebaten

800

1 838

1 038

838

Bijzondere baten

5 000

4 608

– 392

11 363

Exploitatiebijdrage

       

Vrijval voorzieningen

     

1 099

Totaal baten

2 251 442

2 385 215

133 773

2 570 857

         

Lasten

       

Apparaatskosten

1 036 392

1 031 938

– 4 454

1 080 030

* personele kosten

735 574

754 745

19 171

767 973

* materiële kosten

300 818

277 193

– 23 625

312 057

Onderhoud

1 136 808

1 246 209

109 401

1 398 933

Rentelasten

14 748

8 714

– 6 034

9 035

Afschrijvingskosten

63 494

53 331

– 10 163

52 317

* materieel

60 769

51 547

– 9 222

50 575

* immaterieel

2 725

1 784

– 941

1 742

Dotaties voorzieningen

 

1 479

1 479

 

Bijzondere lasten

 

2 440

2 440

3 804

Totaal lasten

2 251 442

2 344 111

92 669

2 544 119

         

Saldo van baten en lasten

 

41 104

41 104

26 738

         

Dotatie aan reserve Rijksrederij

 

15 185

15 185

 
         

Nog te verdelen resultaat

 

25 919

25 919

12 960

Toelichting op de verantwoordingsstaat

Stelselwijziging

De reserve Rijksrederij met bijbehorende systematiek is met terugwerkende kracht tot de oprichting van de Rijksrederij eind 2009 opgenomen in de verantwoording van Rijkswaterstaat. Deze systematiek betreft een afwijking op de Regeling baten-lastendiensten 2011. Deze en andere afwijkingen ten opzichte van Regeling baten-lastendiensten 2011 vinden plaats met toestemming van het Ministerie van Financien. De vergelijkende cijfers over eerdere jaren zijn op grond van dit besluit aangepast.

Baten

Opbrengst Moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de omzet voor werkzaamheden die Rijkswaterstaat verricht voor het moederdepartement. De opbrengst moederdepartement is een vergoeding voor:

  • het beheer en onderhoud van de infrastructuur en verkeersmanagement;

  • de apparaatskosten (personeel en materieel) van Rijkswaterstaat die verband houden met de aanleg en onderhoud van infrastructuur;

  • capaciteit die Rijkswaterstaat levert in het kader van de kennis- en adviestaken.

De toename van de opbrengsten van het moederdepartement ten opzichte van de begroting zijn grotendeels te verklaren door het in lijn brengen van het budget voor Beheer en Onderhoud met de meerjarige onderhoudsplanning, zoals toegelicht in bijlage 4.2 van de begroting Infrastructuurfonds 2012.

Specificatie opbrengst moederdepartement

Begroting 2011

Begroting na aanpassing bekostigingssystematiek

Realisatie 2011

Hoofdwatersystemen

306 840

360 696

413 485

Hoofdwegen

1 229 448

949 168

981 583

Hoofdvaarwegen

542 158

496 991

492 057

Overig

32 480

329 407

309 972

Totaal

2 136 262

2 136 262

2 197 097

Bron: Rijkswaterstaat

Bij Voorjaarsnota 2011 is de bekostigingssystematiek aangepast van Rijkswaterstaat. Dit heeft geleid tot een verschuiving van budgetten met betrekking tot de apparaatskosten van Rijkswaterstaat. Om te zorgen dat de realisatie en budget op een zelfde wijze worden weergegeven zijn de begrotingscijfers gecorrigeerd voor deze aanpassing. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de leeswijzer in de verantwoording over het Infrastructuurfonds.

Opbrengsten overige departementen

De opbrengst overige departementen heeft betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen voor activiteiten die voor die andere ministeries zijn uitgevoerd. Het belangrijkste deel betreft opbrengsten voor het gebruik van vaartuigen van de in 2009 opgerichte Rijksrederij. De hogere realisatie wordt in belangrijke mate veroorzaakt door bijdragen van andere ministeries aan projecten en vergoedingen voor personeel dat voor andere departementen heeft gewerkt.

Opbrengsten derden

De opbrengsten derden betreffen voor een belangrijk deel vergoedingen voor schades veroorzaakt door (vaar)weggebruikers aan de (water)wegen (€ 27,2 mln.) en opbrengsten in het kader van de Waterwet (€ 22,8 mln.). Ook zijn er vergoedingen ontvangen voor personeel dat voor derden heeft gewerkt (€ 3 mln.). Daarnaast bestaan de opbrengsten grotendeels uit vergoedingen van onder meer provincies en gemeenten voor diverse werkzaamheden, zoals Verkeersmanagement (Verkeerscentrum Nederland). De opbrengsten zijn hoger dan begroot. Dit komt door de genoemde ontvangsten voor personeel en opbrengsten voor leveringen van strooizout (€ 4,1 mln.), die niet waren begroot, en met name door hogere vergoedingen voor beheer en onderhoud van provincies en gemeentes.

Rentebaten

Deze hebben voornamelijk betrekking op vergoedingen over de rekening courant en korte termijndeposito’s die door Rijkswaterstaat worden aangehouden. De rentebaten zijn hoger dan begroot als gevolg van een hoger saldo liquide middelen dan begroot gedurende het jaar.

Bijzondere baten

De bijzondere baten bestaan grotendeels uit boekwinsten uit de verkoop van activa.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten zijn hoger dan begroot. Dit is onder meer het gevolg van de bijstelling van de eindejaarsuitkering eind 2010, welke niet in de begroting was opgenomen. De bezetting is in 2011 gedaald van 9291 FTE naar 8919 FTE, waarmee de gemiddelde bezetting (9103 FTE) lager is dan de begrootte formatie (9179).

Daarnaast waren de kosten van inhuur enigszins hoger als gevolg van vervangende inhuur op vacatures. De kosten van externe inhuur betreffen de inzet van derden op kerntaken van Rijkswaterstaat. De uitgaven inhuur ten behoeve van de Spoedaanpakprojecten zijn lager dan begroot, omdat een deel van de werkzaamheden in 2012 zullen worden uitgevoerd.

Specificatie

Begroting 2011

Realisatie 2011

Aantal FTE

9 179

9 103

Kosten per FTE

74

76

Eigen personeelskosten

680 574

696 244

Kosten Inhuur

55 000

58 501

Totale personele kosten

735 574

754 745

Bron: Rijkswaterstaat

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder meer uit: bureau-, voorlichtings- en huisvestingskosten, kosten voor onderhoud en exploitatie van bedrijfsmiddelen en kosten voor huren en leasen van bedrijfsmiddelen. De lagere realisatie is in belangrijke mate het gevolg van lagere onderhouds- en exploitatiekosten van vaartuigen en daarnaast zijn de kosten voor ICT lager als gevolg het faseren van de aanbesteding betreffende het beheer van de kantoorautomatisering en het implementeren van nieuwe rijksbrede contracten.

Onderhoud

Onderhoud heeft betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door derden (met name aannemers en ingenieursbureaus), die werkzaamheden uit voeren die direct bijdragen aan het beheer en de instandhouding van de infrastructuur. Daarnaast zijn zowel de inhuur op niet-kerntaken in het primaire proces als de investeringen met betrekking tot het beheer van het areaal verantwoord onder de post onderhoud. De hogere realisatie op beheer en onderhoud wordt met name veroorzaakt door het aansluiten van het budget met de meerjarige onderhoudsplanning (zie Opbrengst moederdepartement). Daarnaast is ook de omvang van onderhoudsopdrachten van derden hoger dan geraamd.

Rentelasten

Dit betreft kosten van rentedragende leningen die bij het ministerie van Financiën zijn afgesloten. De kosten zijn lager dan begroot door het terughoudend aangaan van nieuwe investeringen en doordat enkele investeringen zijn gefinancierd met eigen middelen. Hierdoor is voor een kleiner bedrag beroep gedaan op de leenfaciliteit.

Afschrijvingskosten

Dit betreft de reguliere afschrijvingskosten van zowel materiële als immateriële vaste activa. De kosten zijn lager dan begroot door het terughoudend aangaan van nieuwe investeringen.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten bestaan voornamelijk uit boekverliezen op afgeboekte activa (€ 2 mln.) deel uit van de bijzondere lasten.

Dotatie aan reserve Rijksrederij

Deze dotatie bestaat uit het verschil bij de Rijksrederij tussen afschrijvingen op vervangingswaarde (waarop de tarieven zijn gebaseerd) en historische uitgaafprijs (waarop de vaartuigen worden gewaardeerd). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de reserve Rijksrederij, waar dit gereserveerd wordt voor de aanschaf van nieuwe vaartuigen en levensduurverlengend onderhoud.

Balans per 31 december 2011 van Baten Lastendienst RWS
Bedragen in EUR 1 000
   

Balans 2011

 

Balans 2010

Activa

       

Immateriële activa

 

5 042

 

4 132

Materiële activa

 

261 044

 

285 519

* grond en gebouwen

129 177

 

131 964

 

* installaties en inventarissen

29 683

 

36 791

 

* overige materiële vaste activa

102 184

 

116 764

 

Financiële vaste activa

 

104 187

 

112 587

Voorraden

       

Onderhanden werk

 

7 547 002

 

9 116 255

Debiteuren

 

33 095

 

45 296

Nog te ontvangen

 

20 983

 

35 996

Liquide middelen

 

262 747

 

424 120

Totaal activa

 

8 234 100

 

10 023 905

Passiva

       

Eigen Vermogen

 

111 503

 

74 782

* exploitatiereserve

60 396

 

47 436

 

* reserve Rijksrederij

25 188

 

14 386

 

* onverdeeld resultaat

25 919

 

12 960

 

Langlopende lening MinFin

 

219 086

 

235 860

Voorzieningen

 

1 684

 

1 875

Op te leveren projecten

 

7 547 002

 

9 116 255

Crediteuren

 

58 283

 

62 682

Nog te betalen

 

296 542

 

532 451

Totaal passiva

 

8 234 100

 

10 023 905

Toelichting op de balans

Activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de bij derden bestede kosten, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen. De toename van de immateriële vaste activa wordt veroorzaakt door investeringen in verschillende softwarelicenties en -upgrades.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen aanschafwaarde, verminderd met de cumulatieve lineaire afschrijvingen. Door terughoudendheid in het investeren in materiele vaste activa is deze post in waarde afgenomen.

Financiële vaste activa

Onder de financiële vaste activa is in afwijking van de Regeling baten-lastendiensten het langlopende deel van de vordering op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu opgenomen, die ontstaan is bij de vorming van de baten en lastendienst in 2006. In 2008 zijn er afspraken gemaakt over de afwikkeling van deze vordering. Resultaat hiervan is dat het restant van de vordering ultimo 2008 in 15 jaar wordt afgebouwd. Het kortlopende deel van deze vordering (aflossing 2012) is opgenomen onder debiteuren.

MIRT-projecten

Onder de post MIRT-projecten is in afwijking op de Regeling baten-lastendiensten de som van de directe productie-uitgaven op lopende MIRT-projecten in het aanlegprogramma tot en met de balansdatum opgenomen. Hierbij zijn projecten die enkel bestaan uit een subsidie van het Rijk, onderzoeksprojecten en projecten waarbij aanleg en onderhoud geïntegreerd worden aanbesteed buiten beschouwing gelaten. Hier tegenover staat aan passivazijde eveneens de post «MIRT-projecten» voor hetzelfde bedrag. In 2011 is een start gemaakt met onder andere de volgende projecten: A2 Den Bosch–Eindhoven, A28 Utrecht–Amersfoort en Vaarweg Meppel–Ramspol. Daarnaast zijn in 2011 onder meer de volgende projecten opengesteld: N57 Veersedam, A2 Oudenrijn–Deil en A9 Alkmaar–Uitgeest.

Debiteuren

De waardering van de post debiteuren vindt plaats tegen nominale (factuur)waarde of lagere waarde als gevolg van mogelijke oninbaarheid. De openstaande bedragen ouder dan 2 jaar zijn 100% voorzien tenzij aannemelijk is gemaakt dat een lagere voorziening volstaat. Overige openstaande bedragen worden afhankelijk van hun ouderdom procentueel voorzien. Het totaal uitstaande bedrag is met circa € 12 mln. afgenomen onder meer door actief debiteurenbeheer.

Nog te ontvangen

«Nog te ontvangen» bestaat uit nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Het bedrag aan uitstaande vorderingen is ten opzicht van vorig jaar gedaald door een verbetering van de beheersing van opbrengstenstromen.

Liquide middelen

De daling is hoofdzakelijk het gevolg van een ontvangst van het moederdepartement ten behoeve van het basispakket beheer en onderhoud, die voorzien was in 2011 maar reeds in 2010 is voldaan.

Passiva

Eigen Vermogen

Het eigen vermogen bestaat naast een exploitatiereserve en een nog onverdeeld resultaat uit de reserve Rijksrederij. Deze reserve is bestemd voor de aanschaf van nieuwe vaartuigen en levensduur verlengend onderhoud van vaartuigen.

Volgens de systematiek na stelselwijziging wordt jaarlijks een bedrag aan deze reserve gedoteerd ter hoogte van de verschillen tussen de doorbelaste rente en afschrijvingskosten voor de schepen van de Rijksrederij op basis van vervangingswaarde en de afschrijvings- en rentekosten op basis van de historische kostprijs.

Investeringen in en levensduur verlengend onderhoud aan de schepen worden direct ten laste gebracht van de reserve Rijksrederij. De Reserve Rijksrederij is in 2011 aangewend voor de aanschaf van drie schepen en een RHIB (Rigid Hull Inflatable Boat) (€ 3,3mln.) en voor € 1,1 miljoen aan levensduurverlengend onderhoud.

Het Eigen Vermogen blijft met 4,5% binnen het maximum van 5% van de gemiddelde omzet voor apparaatskosten en onderhoud van de afgelopen drie jaar.

Ontwikkeling Eigen vermogen

Stand per 31/12/09

Stand per 31/12/10

Stand per 31/12/11

Eigen vermogen

     

– exploitatiereserve

21 816

47 436

60 396

– reserve Rijksrederij

12 044

14 386

25 188

– onverdeeld resultaat

25 619

12 960

25 919

Totaal

59 480

74 782

111 503

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting stelselwijziging

In het onderstaande overzicht zijn de wijzigingen als gevolg van de stelselwijziging terug te vinden.

 

Reserve Rijksrederij

Exploitatie-reserve

Nog te verdelen resultaat

Totaal eigen vermogen

Stand per 1/1/2011

0

59 480

25 597

85 077

Stelselwijziging

       

Dotatie 2009

12 044

– 12 044

0

0

Dotatie 2010

13 778

 

–13 778

0

Onttrekking schepen 2010

– 10 295

   

– 10 295

Onttrekking levensduur verlengend onderhoud 2010

– 1 141

 

1 141

0

Stand per 1/1/2011

14 386

47 436

12 960

74 782

Langlopend vreemd vermogen

Het langlopende vreemd vermogen betreft leningen bij het Ministerie van Financiën in het kader van de leenfaciliteit. Deze leningen zijn gebruikt ter financiering van investeringen in vaste activa. Ten behoeve van investeringen is voor € 23,8 mln. in 2011 geleend bij het Ministerie van Financiën.

Voorzieningen

Bij de vorming van de Rijksrederij in 2009 is de voorziening arbeidsvoorwaardenverschil ontstaan als gevolg van de arbeidsvoorwaardenverschillen voor het personeel dat naar Rijkswaterstaat is overgekomen. In 2011 is € 0,2 mln. onttrokken. De looptijd van deze voorziening is uiterlijk tot en met 2023.

 

Stand 1-1-11

Dotatie 2011

Onttrekking 2011

Vrijval 2011

Stand 31-12-11

Voorziening arbeidsvoorwaardenverschil

1 875

 

190

 

1 684

Bron: Rijkswaterstaat

MIRT-projecten

Voor een toelichting wordt verwezen naar de debet-post MIRT-projecten.

Crediteuren

De lichte afname in 2011 wordt met name verklaard doordat verder gestuurd is op de tijdige betaling van facturen en dus meer facturen voor de jaargrens zijn verwerkt.

Nog te betalen

Onder «nog te betalen» zijn de nog uit te voeren werkzaamheden (€ 97 mln.) en overige schulden en overlopende passiva opgenomen. In afwijking van de regeling baten-lastendiensten 2011 worden de «nog uit te voeren werkzaamheden» op de balans gepassiveerd. Deze werkzaamheden zullen in 2012 worden uitgevoerd. De daling ten opzichte van vorig jaar wordt grotendeels veroorzaakt door een in 2010 ontvangen bijdrage voor Beheer en Onderhoud in 2011 (zie ook toelichting liquide middelen).

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2011
Bedragen in EUR 1 000
   

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2011

108 982

424 111

315 129

         

2.

Totaal operationele kasstroom

50 721

– 126 126

– 176 845

 

Totaal investeringen (–/–)

– 85 000

– 31 908

53 092

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

2 144

2 144

         

3.

Totaal investeringskasstroom

– 85 000

– 29 764

55 236

 

Storting op deposito (–/–)

0

0

0

 

Storting door moederdepartement (+)

12 900

12 900

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 54 672

– 42 173

12 499

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

85 000

23 790

– 61 210

         

4.

Totaal financieringskasstroom

43 228

– 5 483

– 48 711

         

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2011 (=1+2+3+4)

117 931

262 740

144 809

 

(maximale roodstand 0,5 mln. euro)

   

Bron: Rijkswaterstaat

Toelichting Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de inkomsten en uitgaven gedurende 2011 uit de reguliere bedrijfsvoering. De daling van de operationele kasstroom wordt met name veroorzaakt door de in 2010 ontvangen bijdrage voor beheer en onderhoud in 2011 (zie toelichting Liquide middelen) en het saldo van baten en lasten. Daartegenover staat een kleine stijging van de post Nog uit te voeren werkzaamheden.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de verkopen van activa en de nieuwe investeringen. Een belangrijk deel van deze investeringen had betrekking op gebouwen en voertuigen, zoals sneeuwschuivers. Door terughoudendheid in het aangaan van nieuwe investeringen en door desinvesteringen is de investeringskasstroom lager dan begroot.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van het agentschap, te weten:

  • Beroep op de leenfaciliteit € 23,8 mln

  • Aflossingen op leningen € 42,2 mln.

  • Storting door het moederdepartement € 12,9 mln.

Terughoudendheid in het doen van investeringen en het financieren van enkele investeringen uit eigen middelen resulteerden in een lagere financieringskasstroom.

Doelmatigheidsindicatoren

Een doelstelling van de agentschapvorming van Rijkswaterstaat is het verhogen van de doelmatigheid. Om te kunnen beoordelen hoe de doelmatigheid zich ontwikkelt, wordt gebruik gemaakt van een aantal indicatoren. Met de invoering van de verplichte set aan doelmatigheidsindicatoren in het jaarverslag in 2009 zijn een aantal indicatoren nieuw of anders gedefinieerd dan voorheen. Omdat vanuit de historie sommige cijfers niet vergelijkbaar kunnen worden weergegeven, wordt voor deze kengetallen gebruik gemaakt van de toegestane ingroei.

Omschrijving

2008

2009

2010

2011

Apparaatskosten per eenheid areaal

       

Hoofdwegennet

27 898

Hoofdvaarwegennet

25 538

Hoofdwatersystemen

1 173

         

% Apparaatskosten tov omzet

       

% Apparaatskosten tov omzet

24%

23%

22%

22%

         

Tarieven per FTE

       

Kosten per FTE

117 348

119 733

121 120

119 235

Met prijspeilcorrectie

117 348

115 930

116 560

113 396

         

Omzet BLD per product

       

Hoofdwatersystemen

391 432

428 914

381 307

413 485

Hoofdwegen

1 422 386

1 339 801

1 336 103

981 583

Hoofdvaarwegen

545 990

518 546

632 864

492 057

Overig

81 593

40 786

59 821

309 972

TOTAAL

2 441 401

2 328 047

2 410 095

2 197 097

         

Bezetting

       

FTE formatie

9 545

9 566

9 433

9 166

FTE bezetting

9 083

9 202

9 298

9 103

% overhead

16,6%

16,1%

15,6%

14,2%

         

Exploitatiesaldo

       

Exploitatiesaldo

– 1,1%

1,5%

1,0%

1,1%

         

Gebruikerstevredenheid

       

automobilisten landelijk

       

publieksgerichtheid

6,7

6,8

betrouwbare reistijd

6,8

7,1

         

vrachtwagenchauffeurs landelijk

       

publieksgerichtheid

6,9

6,9

betrouwbare reistijd

5,8

1

         

recreatievraart landelijk

       

publieksgerichtheid

7,0

7,0

betrouwbare reistijd

7,2

7,3

         

Ontwikkeling pinwaarde

       

Hoofdwatersystemen

113

116

100

Hoofdwegen

100

99

100

Hoofdvaarwegen

99

98

100

Bron: Rijkswaterstaat

1

geen representatieve meting beschikbaar

Toelichting

Apparaatskosten per eenheid areaal

Deze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van Rijkswaterstaat maakt voor verkeersmanagement en beheer en onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Een dalende trend van de kosten per eenheid areaal geeft een indicatie van een toename in de efficiëntie van de organisatie op het gebied van Beheer en Onderhoud en Verkeersmanagement.

Door de aanpassing van de bekostigingssystematiek van Rijkswaterstaat is de definitie van dit kengetal aangepast, waardoor geen vergelijkbare cijfers uit eerdere jaren beschikbaar zijn.

% Apparaatskosten ten opzichte van omzet

Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (incl GVKA-gelden) van Rijkswaterstaat. Een daling van dit percentage is een indicatie van een toenemende efficiëntie van de organisatie. Dit jaar is dit percentage wederom gedaald.

Tarieven per FTE

Deze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (loonkosten, materiële kosten, rentekosten en afschrijvingskosten) per formatieve ambtelijke FTE. Het betreft daarbij zowel de werkelijke kosten per FTE als de kosten gecorrigeerd voor prijsstijgingen. Gecorrigeerd voor het prijspeil is ten opzichte van 2008 een dalende trend waarneembaar in de kosten per FTE.

Omzet per productgroep

In de onderstaande tabel is de Opbrengst Moederdepartement uitgesplitst naar de verschillende netwerken.

Door de aanpassing van de bekostigingssystematiek van Rijkswaterstaat bij Voorjaarsnota 2011 zijn de bedragen uit 2011 niet vergelijkbaar met de cijfers uit eerdere jaren.

Bezetting

Deze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van Rijkswaterstaat zich ontwikkelt. Op zichzelf zegt dit kengetal niets over de doelmatigheid van de organisatie, maar moet dit worden bezien in relatie tot de omvang van het werkpakket. Gedurende 2011 is gestuurd op afbouw van de bezetting en is de gemiddelde bezetting met 195 FTE afgenomen ten opzichte van 2010.

Percentage overhead

Deze indicator geeft aan welk deel van het ambtelijke personeel (in FTE) binnen Rijkswaterstaat zich bezig houdt met de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering bevat alle processen die ondersteunend zijn aan de organisatie. Het streven is daarbij voortdurend een optimale kwalitatieve en kwantitatieve omvang van de bedrijfsvoering. Sinds 2008 is op dit kengetal een dalende trend waar te nemen.

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het exploitatiesaldo als percentage van de omzet over de afgelopen 4 jaar. Een positief percentage duidt op een positief exploitatiesaldo.

Gebruikerstevredenheid

Jaarlijks laat Rijkswaterstaat de gebruikerstevredenheid toetsen bij gebruikers van de netwerken. De waardering van de gebruikers op een schaal van 1 tot 10 is opgenomen als doelmatigheidsindicator. In 2011 is de tevredenheid van gebruikers van het Hoofdwegennet en het Hoofdvaarwegennet over Rijkswaterstaat toegenomen ten opzichte van 2010.

Ontwikkeling PINwaardes

PINwaardes zijn een weergave van de serviceniveaus van Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud op de netwerken. De cijfers uit eerdere jaren zijn uitgedrukt in een indexcijfer ten opzichte van het verantwoordingsjaar. Op het hoofdwegennet en het hoofdvaarwegennet zijn de PINwaardes gemiddeld hoger geworden. De daling bij Hoofdwatersystemen wordt met name veroorzaakt door de PIN «waterkeringen voldoen aan normen», die onder meer gedaald is als gevolg van aangescherpte normen.

Licence