Base description which applies to whole site

Artikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

2.1 Algemene doelstelling

Het ondersteunen van Curaçao, Sint Maarten en Aruba bij het verbeteren van het bestuur, de rechtszekerheid, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de overheidsfinanciën.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

In het kader van de nieuwe staatkundige verhoudingen zijn op 10-10-’10 schulden van Curaçao en Sint Maarten gesaneerd. In combinatie met financieel toezicht kregen de landen daardoor een sterk verbeterde financiële situatie. Conform de doelstelling zijn in 2012 door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de laatste samenwerkingsmiddelen verstrekt aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

De overheidsfinanciën van Curaçao en Sint Maarten ontwikkelen zich echter niet positief. In 2012 werd daarom duidelijk dat het financieel toezicht een effectief middel is om het inzicht te vergroten in de ontwikkeling van de overheidsfinanciën van Curaçao en Sint Maarten.

Externe factoren

Curaçao, Sint Maarten en Aruba zijn op basis van het Statuut zelf verantwoordelijk voor goed bestuur, rechtszekerheid, economische ontwikkeling, onderwijs, gezondheidszorg en overheidsfinanciën. De ontwikkelingen op deze gebieden worden derhalve met name bepaald door het eigen beleid van de landen. Er is sprake van een spanningsveld tussen de wens van grote autonomie van de Koninkrijkspartners en de wens van Nederland om de waarborgtaak van het Koninkrijk te concretiseren via het samenwerkingsbeleid. Er wordt steeds gezocht naar een voor alle partijen aanvaardbare balans tussen de gewenste mate van autonomie van de landen en de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

411.392

620.010

3.593.418

151.728

64.066

68.372

-4.306

waarvan garantieverplichtingen

11.880

54.411

   

21.000

   
                 

Uitgaven:

436.813

556.984

1.688.040

378.666

373.839

362.799

11.040

                 

2.1

Apparaat

8.564

11.617

20.513

11.674

9.869

9.056

813

2.2

Bevordering autonomie koninkrijkspartners

417.821

102.943

129.460

90.816

65.775

57.794

7.981

2.3

Bevorderen staatkundige relaties

10.428

4.176

1.490

294

183

522

-339

2.4

Schuldsanering

0

438.248

1.536.577

275.882

298.012

295.427

2.585

                 
 

Ontvangsten

9.338

125.192

1.162.967

45.794

105.805

28.497

77.308

Financiële toelichting

2.2 Bevordering autonomie koninkrijkspartners

Door een fluctuerende koers heeft de bijdrage aan SONA gezorgd voor een tegenvaller van € 3,7 miljoen. Daarnaast is er in 2012 al een eerste tranche aan de Rijksdienst Caribisch Nederland uitgekeerd, voor de aanleg van de zeekabel tussen Saba en Sint-Eustatius in 2013. De storting aan Aruba voor de samenwerkingsmiddelen vindt begin 2013 plaats.

Ten behoeve van de aanleg, beheer en exploitatie van de Zeekabel is op 17 september 2012 op initiatief van de Rijksdienst Carabisch Nederland de besloten vennootschap Saba Statia Cable System (SSCS) opgericht. Over het voornemen tot oprichting is de Tweede Kamer in 2010 geïnformeerd.

2.4 Schuldsanering

Op het BES-fonds doet zich eveneens een wisselkoerstegenvaller voor. Deze wordt gedekt door de meerontvangsten uit de begroting Koninkrijksrelaties (IV). Hierdoor is er meer uitgegeven dan geraamd.

2.2 Operationele doelstellingen
2.2.1 Operationele doelstelling

Samenwerken met Curaçao, Sint Maarten en Aruba om daar de bestuurskracht, de rechtsorde, de economie en het onderwijs te versterken.

Doelbereiking

Het Nederlandse samenwerkingsbeleid voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland wordt in de navolgende jaren geëvalueerd. Uit de evaluatie moet de daadwerkelijke doelbereiking volgen. Belangrijke onderdelen van de evaluatie zijn de financiële verantwoording, de doel- en rechtmatigheid en de projectresultaten.

Voor de financiële verantwoording zijn in 2012 al stappen gezet. In juni 2012 is de beheersovereenkomst met SONA ondertekend. Hiermee zijn duidelijke afspraken gemaakt over de rechten en plichten in de subsidierelatie. Een transparante verantwoording is een belangrijk element uit de beheersovereenkomst.

Meer verantwoording over de uitvoering van de diverse samenwerkingsprojecten treft u onderstaand in de toelichting van de instrumenten.

Instrumenten

Samenwerkingsbeleid Curaçao en Sint Maarten

In 2012 is de laatste Nederlandse bijdrage gestort in de stichtingen SONA en de Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie (AMFO). De storting van de laatste bijdrage in het Fondo Desaroyo Aruba (FDA) vindt in 2013 plaats. De uitvoering van het samenwerkingsbeleid zal nog tot en met 2014 doorlopen. Daarna is het aan de landen zelf om het beleid op het terrein van onderwijs, sociaaleconomische ontwikkeling, goed bestuur en veiligheid voort te zetten.

De laatste jaren van het samenwerkingsbeleid staan in het teken van het «verduurzamen» van de resultaten; die maatregelen nemen die ook na afloop van het samenwerkingsbeleid van nut zijn voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten en hiervoor ook voldoende geld reserveren op de begroting van de landen. Het Nederlandse samenwerkingsbeleid ten behoeve van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland zal de komende jaren worden geëvalueerd. Essentiële onderdelen van dit evaluatieonderzoek zijn de financiële verantwoording, de doelmatigheid en rechtmatigheid, en de projectresultaten op hoofdlijnen.

SONA

SONA (voorheen Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen) is de grootste ontvanger van Nederlandse subsidies in het Caribische deel van het Koninkrijk. In juni 2012 is de beheersovereenkomst ondertekend, die de laatste jaren van de subsidierelatie tussen de SONA en de Staat der Nederlanden regelt. Hiermee is duidelijkheid geschapen over de wederzijdse rechten en plichten in het kader van de subsidierelatie. Met deze overeenkomst, inclusief een herzien controleprotocol, de statutenwijziging in 2011 en een nieuw uitvoeringscontract tussen USONA en SONA, zijn ook concrete afspraken gemaakt die goede sturing op resultaten en transparante verantwoording door SONA en BZK mogelijk maken.

Onderwijs en Jongerenproblematiek

In Curaçao en Sint Maarten is in 2012 uitvoering gegeven aan de actieplannen die eind 2011 naar de Kamer zijn gestuurd (Kamerstukken II, 2011–2012, 31 568, nr. 90). Zo is in Curaçao onder meer gewerkt aan een kwaliteitsverbetering van leermiddelen, zijn leraren getraind om met die leermiddelen te werken, zijn er school ontwikkelingsplannen gerealiseerd en is in Curaçao en Sint Maarten gewerkt aan de zorgstructuren in het onderwijs. Hiermee werd opvolging gegeven aan de aanbevelingen uit de mid-term evaluatie (Kamerstukken II, 2010–2011, 31 568, nr. 84). Eind 2012 is geconstateerd dat Sint Maarten en Curaçao voor een beperkt aantal deelprojecten meer ruimte nodig hebben om tot een goede afronding van het programma te kunnen komen. Het gaat onder meer om projecten op het gebied van funderend onderwijs en het Youth Development Program/sociale vormingsplicht. Voor deze projecten kunnen uiterlijk in 2013 verplichtingen worden aangegaan. Dit past binnen de kaders van de afspraken die gemaakt zijn over de afbouw van het samenwerkingsbeleid: eind 2014 zal het samenwerkingsbeleid zijn afgerond. Daarnaast hebben de schoolbesturen in Curaçao een grotere inbreng gekregen in de uitvoering van projecten binnen het Onderwijs en Jongeren Samenwerkingsprogramma (OJSP) door het opstellen van actieplannen door schoolbesturen en door uitvoering te geven aan het zogenaamde Sint Jorisakkoord.

Bijdragen aan sociale ontwikkeling via subsidiering van non-gouvermentele organisaties

De Antilliaanse Medefinancieringorganisatie (AMFO) beheert sinds 2004 de Nederlandse ontwikkelingsgelden, die voor de NGO’s op Curaçao en Sint Maarten zijn bedoeld en ziet toe op een effectieve besteding van deze fondsen. De minister van BZK is in mei 2012 met de Raad van Bestuur van AMFO overeengekomen dat deze stichting per ultimo eind 2013 overgaat tot de volledige afbouw en afronding van de AMFO activiteiten op Curaçao en Sint Maarten. Eind juni vorig jaar is de Begroting Apparaatskosten 2013 en 2014 van AMFO door de minister van BZK goedgekeurd. Op de Begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2013 en 2014 zijn voor deze apparaatskosten echter geen middelen gereserveerd. Die dienen daarom gefinancierd te worden uit de middelen die AMFO voor projectsubsidiering in 2012 ter beschikking heeft gekregen. De minister van BZK heeft in juni 2012 ook concrete afspraken gemaakt over de wijze van verantwoording door de AMFO per land en per project. De laatste projecten in Curaçao en Sint Maarten zijn in 2012 goedgekeurd. De laatste Nederlandse subsidie is eind 2012 aan deze stichting overgemaakt. Het jaar 2013 staat in het teken van het op een verantwoorde wijze afronden van alle AMFO projecten en activiteiten. Het grootste gedeelte van de projecten in Caribisch Nederland en de landen Curaçao en Sint Maarten zijn nog in uitvoering.

Na afloop van het subsidieprogramma wordt eind 2013/begin 2014 een eindevaluatie gehouden.

Sociaal Economische Ontwikkeling

De uitvoering van het samenwerkingsprogramma Sociaal Economisch Initiatief (SEI) op Curaçao en Sint Maarten loopt volgens de planning tot eind 2014. Inmiddels zijn voor het SEI alle middelen toegewezen aan projectvoorstellen en zijn nagenoeg alle projecten in uitvoering. Zowel op Curaçao als op Sint Maarten ligt de uitvoering van verreweg de meeste SEI projecten op schema om uiterlijk 2014 afgerond te kunnen zijn. Een aantal infrastructurele projecten op Curaçao kampt met vertraging. Het tweede addendum op het SEI protocol van Curaçao is in 2012 niet getekend, wat betekent dat sinds het aflopen van het eerste addendum een aantal projecten stil is komen te liggen.

Institutionele versterking en bestuurskracht

In navolging van het actieplan: «Institutionele Versterking en Bestuurskracht» (IVB) van Sint Maarten is in 2012 ook het actieplan IVB Curaçao tot afronding gekomen en aan de Kamer toegezonden (Kamerstukken II, 2011–2012, 31 568, nr. 118). Met de uitvoering van de actieplannen wordt opvolging gegeven aan de aanbevelingen van de mid-term evaluatie die in 2011 heeft plaatsgevonden (Kamerstukken II, 2011–2012, 31 568, nr. 90). Voor Sint Maarten bleek eind 2012 dat voor een beperkt aantal deelprojecten meer ruimte nodig is om tot een goede afronding van het programma te kunnen komen. Het gaat onder meer om de opbouw van de Hoge Colleges van Staat en versterking van het financieel beheer. Voor deze projecten kunnen uiterlijk in 2013 verplichtingen worden aangegaan. Dit past evenals bij OJSP binnen de kaders van de afspraken die gemaakt zijn over de afbouw van het samenwerkingsbeleid: eind 2014 zal het samenwerkingsbeleid zijn afgerond.

Verbetertraject Detentie- en Correctiecentrum Curaçao (DCC)

In 2009 is een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen de toenmalige Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, de staatssecretaris van Justitie en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de situatie in het Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou (SDKK, voorheen Bon Futuro) te verbeteren en aan internationale normen te laten voldoen. Op basis van deze samenwerkingsovereenkomst biedt de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) gedurende drie jaar personele ondersteuning bij de uitvoering van het afgesproken verbetertraject. Dit verbetertraject is vastgelegd in het plan van aanpak dat valt onder de Algemene Maatregel van Rijksbestuur «Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten» (Staatscourant 2010, nr. 344). De medewerkers van DJI hebben in 2012, evenals de drie voorgaande jaren, onder andere een belangrijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van projecten, zoals de realisatie van het voorgebouw waar alle bezoekers, medewerkers en leveranciers gescreend worden voordat ze de inrichting betreden, de bouw van een magazijn en werkzalen. Ook is er in 2012 een start gemaakt met de verbouwing van de strafcellen. Al deze projecten zijn gefinancierd vanuit middelen die al gereserveerd stonden binnen het programma Plan Veiligheid.

Medio 2012 heeft de toenmalige Minister van Justitie van Curaçao verzocht om verlenging van de samenwerkingsovereenkomst. Dit heeft in juni geresulteerd in de ondertekening van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de Minister van Justitie van Curaçao, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. In deze samenwerkingsovereenkomst ligt vastgelegd dat de ondersteuning van in beginsel vier medewerkers van DJI wordt verlengd tot uiterlijk 31 december 2014. Deze inzet zal geleidelijk worden afgebouwd. De kosten van deze inzet komen ten laste van samenwerkingsmiddelen die al ter beschikking waren gesteld aan Curaçao, maar hiermee een andere bestemming hebben gekregen.

Samenwerkingsbeleid Aruba

De laatste bijdrage voor het samenwerkingsprogramma met Aruba via Fondo Desaroyo Aruba (FDA) wordt begin 2013 gestort. Het FDA financiert projecten om het bestuur, het onderwijs, de rechtshandhaving en de overheidsfinanciën op Aruba te versterken. Nederland stortte tot en met 2009 bijna € 100 mln. in het fonds. Aruba betaalt een vergelijkbaar bedrag van € 70,2 mln. In juni 2010 zijn Nederland en Aruba overeengekomen dat het geld uit het fonds mag worden besteed aan een nieuw meerjarenprogramma. Tot 2014 stort Aruba het geld om de oorspronkelijk geplande projecten alsnog uit te voeren. Het eindpunt van het FDA programma is vastgesteld op eind 2014. Aruba is vooralsnog van plan om na de uittreding van Nederland het FDA voort te zetten en ziet de aanbevelingen in het rapport als een aanmoediging om het functioneren van het FDA waar nodig te verbeteren.

In opdracht van Aruba en Nederland is in de periode van 1 juni tot en met 1 oktober 2012 een evaluatie uitgevoerd van de werking van het FDA en de Meerjarenprogramma’s over de periode 2000 tot en met 2012. Doel van deze evaluatie was om te toetsen in hoeverre afspraken zijn nagekomen en of de aanbevelingen uit een eerdere evaluatie in 2005 zijn opgevolgd. Verder zijn ook de afspraken en procedures tegen het licht gehouden, zodat waar nodig de samenwerking de komende jaren verbeterd kan worden. De onderzoekers concluderen dat de aanbevelingen uit de tussentijdse evaluatie in 2005 «daar waar mogelijk» goed zijn nageleefd. Ook de afgesproken procedures voor FDA betreffende de projectcyclus worden goed gevolgd. Verder wordt in het evaluatierapport vastgesteld dat de oorspronkelijke doelstellingen nog niet zijn gehaald. Wel is er nu sprake van een meer integrale en programmatische aanpak, sturing op kwaliteit en duurzaamheid van projecten. Nederland heeft hierover met Aruba en het FDA verdere vervolgafspraken gemaakt Na afloop van het subsidieprogramma eind 2015 wordt een eindevaluatie gehouden.

National Security Plan

Het samenwerkingsbeleid met Aruba beperkte zich in 2012 nog tot de rechtshandhaving. De vrijgevallen samenwerkingsmiddelen over de periode 2003–2007 worden gebruikt voor een bijdrage aan het National Security Plan Aruba. Bij dit programma ligt de nadruk op de verbetering van het Korps Politie Aruba en de noodzakelijke versterking van de vreemdelingenketen. Oorspronkelijk liep het programma van 2008–2012, maar inmiddels is Aruba met het FDA overeengekomen dat het programma met twee jaar wordt verlengd tot eind 2014. Eind 2012 is de laatste storting ten behoeve van het National Security Plan aan het FDA overgemaakt.

Sociale Vormingsplicht

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt voor de duur van drie jaar maximaal € 1 mln. per jaar bij aan het Sociale Vormingstraject Aruba (SVA). Het SVA is bedoeld voor werkloze, niet naar schoolgaande jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar.

In november 2011 is de eerste lichting van 20 man van start gegaan met het SVA. Van deze lichting hebben 9 man het traject volledig doorlopen. Om diverse redenen is er een aantal jongens gedurende het traject afgevallen. Inmiddels zijn de selectiecriteria aangepast en is het programma op een aantal punten gewijzigd, om dit in de toekomst te voorkomen. In maart 2012 is een tweede lichting van 24 man gestart.

Doeluitkeringen Caribisch Nederland

De geldstroom voor een sociaal vangnet om de Openbare Lichamen te ondersteunen wanneer door reorganisatie ambtelijk personeel moet afvloeien is voor Saba en Bonaire in 2012 tot volledige besteding gekomen. De Openbare Lichamen bekostigen hiermee ondermeer de uitvoering van hun reorganisatieplannen. Sint Eustatius heeft in 2012 € 310.000 ontvangen voor haar reorganisatieplan en ondersteunende ICT projecten. In 2013 zal naar planning ook het laatste restant van de doeluitkering gestort worden.

2.2.2 Operationele doelstelling

Het ondersteunen van de nieuwe landen bij het opstellen en uitvoeren van de plannen van aanpak voor de nieuwe landsorganisaties, die op de transitiedatum nog niet of gebrekkig functioneren.

Doelbereiking

Om de plannen van aanpak voor de nieuwe landsorganisaties uit te voeren is bij Algemene Maatregelen van Rijksbestuur een termijn van twee jaar ingesteld met een mogelijke verlenging van nog eens twee jaar. Het gaat voor Curaçao om het Korps Politie en het gevangeniswezen. Op Sint Maarten gaat het om de afdeling burgerszaken, het Korps Politie, de landsrecherche, de gevangenis en de toelatingsorganisatie. Aangezien de plannen van aanpak nog niet (volledig) zijn uitgevoerd, is besloten (Kamerstukken II 2011–2012,31 568, nr. 104) de werking met twee jaar te verlengen tot 2014. Het doel van de plannen van aanpak is derhalve nog niet bereikt.

Instrumenten

De AMvRB

In 2012 was de Algemene Maatregel van Rijksbestuur «Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten» (Staatsblad 2010, nr. 344) van kracht. Curaçao en Sint Maarten hebben verder uitvoering gegeven aan de plannen van aanpak zoals die in 2010 zijn vastgesteld. Het gaat om plannen voor het Korps Politie en de gevangenis op Curaçao en voor Sint Maarten om de afdeling burgerzaken, het Korps Politie, de Landsrecherche, de gevangenis, de toelatingsorganisatie, de afdeling juridische zaken en wetgeving en het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur. Het plan van aanpak voor de toelatingsorganisatie is in 2012 afgerond.

De Voortgangscommissie Curaçao en de Voortgangscommissie Sint Maarten hebben gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van de plannen van Aanpak. Hun rapportages zijn aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer (Kamerstukken II 2011–2012, 33 000 IV, nr. 56; Kamerstukken II 2011–2012, 33 000 IV, nr. 66; Kamerstukken II 2011–2012, 33 000 IV, nr. 74; Kamerstukken II 2011–2012, 33 000 IV, nr. 77; Kamerstukken II 2012–2013, 33 400 IV, nr. 3 en Kamerstukken II 2012–2013, 33 400 IV, nr. 18). Naar aanleiding van deze rapportages hebben er Ministeriële Overleggen tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister-president en de Minister van Justitie van het betreffende land plaatsgevonden. In deze overleggen is gesproken over de voortgang van de uitvoering van de plannen van aanpak en de knelpunten die worden ondervonden bij het opbouwen van de organisaties.

In beginsel was de werking van de Algemene Maatregel van Rijksbestuur «Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten» voorzien voor twee jaar, maar er was in de AMvRB de mogelijkheid opgenomen om de werking met nog eens twee jaar te verlengen. Aangezien de plannen van aanpak nog niet uitgevoerd waren, is per Koninklijk Besluit besloten de werking met twee jaar te verlengen tot oktober 2014 (Kamerstukken II 2011–2012, 31 568, nr. 104).

Licence