Base description which applies to whole site

Artikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

A Algemene doelstelling

Het ondersteunen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten bij het verbeteren van het bestuur, de rechtszekerheid, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de overheidsfinanciën.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het stellen van randvoorwaarden die de rechtmatigheid en doelmatigheid van de inzet van middelen uit hoofdstuk IV van de Rijksbegroting garanderen. Aruba, Curaçao en Sint Maarten blijven volledig verantwoordelijk voor het beleid op de terreinen waarop de samenwerkingsprogramma’s met Nederland van toepassing zijn.

C Beleidsconclusies

De samenwerkingsprogramma’s zijn in uitvoering. Tijdens ambtelijke en bestuurlijke overleggen wordt regelmatig aandacht gevraagd voor de duurzaamheid van de samenwerkingsprogramma’s, dat wil zeggen op welke wijze de landen een vervolg willen geven aan de programma’s in hun eigen begroting en beleid. In 2013 zijn met de landen afspraken gemaakt over de afwikkeling van de nog lopende samenwerkingsprogramma’s. In Curaçao heeft dat onder meer tot een herprioritering van middelen geleid.

De overheidsfinanciën van Curaçao ontwikkelden zich in 2013 in de goede richting, wat niet gezegd kan worden van de overheidsfinanciën op St. Maarten. Continuering van het financieel toezicht blijft noodzakelijk. In 2013 is besloten tot enige (tijdelijke) uitbreiding van de personele capaciteit op het gebied van financieel toezicht, evaluatie van beleid en financieel beheer.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2.1 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners
           

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

(x € 1.000)

2009

2010

2011

2012

2013

2013

2013

Verplichtingen

620.010

3.593.418

151.728

64.066

39.846

20.149

19.697

                 

Uitgaven:

556.984

1.688.040

378.666

373.839

247.217

213.131

34.086

2.1

Apparaat

11.617

20.513

11.674

9.869

9.077

9.151

– 74

 

Personeel

     

6.928

7.230

6.521

709

 

Eigen personeel

     

3.661

6.887

3.573

3.314

 

Externe inhuur

     

814

49

0

49

 

Overig personeel

     

2.452

294

2.948

– 2.654

 

Materieel

     

2.941

1.847

2.630

– 783

 

Overig materieel

     

2.941

1.847

2.630

– 783

                 

2.2

Duurzame economische ontwikkeling

102.943

129.460

90.816

65.775

19.932

9.998

9.934

 

Subsidies

     

0

979

0

979

 

IUCN

     

0

979

0

979

 

Opdrachten

     

3.239

96

0

96

 

Overig

     

3.239

96

0

96

 

Inkomensoverdracht

     

4.240

4.244

5.009

– 765

 

Pensioenen

     

4.240

4.244

5.009

– 765

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

     

58.296

14.613

4.989

9.624

 

Samenwerkingsprogramma`s

     

58.296

14.613

4.989

9.624

                 

2.3

Raden en commissies

4.176

1.490

294

183

0

0

0

 

Opdrachten

     

4

0

0

0

 

Overig

     

4

0

0

0

 

Personeel

     

179

0

0

0

 

Eigen personeel

     

179

0

0

0

                 

2.4

Schuldsanering

438.248

1.536.577

275.882

298.011

218.208

193.982

24.226

 

Leningen

     

294.461

218.208

193.982

24.226

 

Lopende inschrijving

     

294.427

218.208

193.982

24.226

 

Tijdelijke leenfaciliteit

     

34

0

0

0

 

Bijdragen aan medeoverheden

     

3.550

0

0

0

 

Schuldsanering

     

3.550

0

0

0

                 

Ontvangsten

125.192

1.162.967

45.794

105.805

34.705

28.013

6.692

E Toelichting op de financiële instrumenten

2.1 Apparaat

De verschillen op het niveau van financieel instrument tussen oorspronkelijke begroting in realisatie zijn grotendeels het gevolg van een administratieve fout.

Personeel

Eigen personeel

In 2013 is besloten tot enige (tijdelijke) uitbreiding van de personele capaciteit op het gebied van financieel toezicht, evaluatie van beleid en financieel beheer. De financiële gevolgen hiervan zijn pas in 2014 zichtbaar.

Overig personeel

Het verschil met de oorspronkelijk vastgestelde begroting is de tegenhanger van de onderschrijding van eigen personeel. De uitgaven voor lokaal personeel op Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn ten onrechte onder materiële uitgaven begroot.

Materieel

Overig materieel

Het verschil met de oorspronkelijk vastgestelde begroting is de tegenhanger van de overschrijding van de personele uitgaven. De uitgaven voor lokaal personeel op Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn ten onrechte onder materiële uitgaven begroot.

2.2 Duurzame economische ontwikkeling

Subsidies

IUCN

In 2006 is door de toenmalige Minister van BZK een subsidie toegezegd voor de duur van 10 jaar aan de Stichting International Union for the Conservation of Nature Nederlands Comité (IUCN NL). De subsidieverlening is bedoeld voor het veiligstellen van het natuurbeheer op de eilandgebieden van het «Caribisch deel van het Koninkrijk». In de oorspronkelijke begroting was deze subsidie abusievelijk onder bijdrage aan (inter)nationale organisaties opgenomen.

IUCN stelt de subsidie ter beschikking aan de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), de overkoepelende organisatie van de natuurparken in het «Caribisch deel van het Koninkrijk».

Inkomensoverdracht

Pensioenen

Conform de vaste verrekenkoersregeling Antilliaanse en Arubaanse pensioenen zijn de voor pensioengerechtigden nadelige koersverschillen als gevolg van wisselkoersfluctuatie tussen NAF en euro gecompenseerd. Door vertraging in declaraties is enige onderuitputting van het budget opgetreden.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Samenwerkingsprogramma’s

In januari 2013 is het laatste Nederlandse voorschot voor de stichting Fondo Desaroyo Aruba (FDA) gestort. De laatste stortingen voor de stichting SONA en de Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie (AMFO) zijn eind 2012/begin 2013 overgemaakt. De storting van het voorschot aan FDA is bij 1e suppletoire begroting geregeld (€ 7,6 mln.). Dit verklaart voor een belangrijk deel het verschil tussen de oorspronkelijke begroting en de realisatie.

Om de afsluiting van de samenwerkingsprogramma’s in goede banen te leiden zijn de landen en stichtingen in juli 2013 schriftelijk geïnformeerd over de afspraken die hierover eerder gemaakt zijn. Tevens is aandacht gevraagd voor duurzaamheid, dat wil zeggen voortzetting van de resultaten van de samenwerkingsprogramma’s in het beleid en in de begroting van de landen. Het gaat concreet om het samenbrengen van de afspraken die in beheersovereenkomsten, protocollen en addenda daarop met elkaar zijn afgesproken. Daarnaast is in een aantal gevallen de frequentie van voortgangsverslagen en contactmomenten verhoogd. Zo zijn er met de Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie (AMFO) een aantal extra videoconference overleggen ingepland om de afsluiting zo soepel mogelijk te laten verlopen.

In Curaçao stond 2013 voor wat betreft de samenwerkingsprogramma’s in het teken van een herprioritering. NAF 9 miljoen is herverdeeld waarvan NAF 3 miljoen (€ 1,2 mln.) beschikbaar is gekomen voor financiering non-gouvernementele organisaties in 2014 (bijlage bij TK 2013–2014, 33 750-IV nr. A). Om de uitvoering van de samenwerkingsprogramma’s te versnellen, is door de Stichting Overheidsaccountantsbureau (SOAB) en de stichting SONA eind 2013 een voorstel gedaan tot het oprichten van een programmabureau. Dit zal in 2014 zijn beslag krijgen.

Onderwijs en Jongeren Samenwerkingsprogramma (OJSP)

Zowel in Sint Maarten als in Curaçao is in 2013 verder gewerkt aan de uitvoering van de actieplannen voor het Onderwijs en het Jongeren Samenwerkingsprogramma. Het feit dat ook dit jaar in Curaçao sprake was van ministeriële wisselingen – en wisselingen in de ambtelijke top – bij het verantwoordelijke Ministerie van Onderwijs, heeft niet bijgedragen aan het behalen van de onder het OJSP-programma geformuleerde doelstellingen in Curaçao. Wel zijn in 2013 alle projecten vastgelegd in verplichtingen, waardoor 2014 volledig benut kan worden voor de uitvoering van de projecten. Ook is men in 2013 gestart met het maken van een berekening welke middelen op de eigen begroting en welke capaciteit nodig is om de behaalde resultaten van het OJSP-programma te verduurzamen. De eerste stappen zijn gezet om de sociale vormingsplicht te integreren in zowel de reguliere onderwijsstructuur als in de reguliere zorgstructuur. Dit moet leiden tot een teruggang van het aantal «drop outs» van het programma. Door de huisvesting van een vooruitgeschoven post van het Ministerie van OCW en de gemeente Amsterdam bij de Vertegenwoordiging van Nederland in Willemstad, wordt afstemming van verschillende initiatieven op het gebied van leerplicht en schooluitval gebundeld.

In Sint Maarten zijn moderne klaslokalen, gymzalen en computerruimtes gerealiseerd. Daarnaast is er geïnvesteerd in moderne lesmethodes, in de bij- en nascholing van leraren, is een leerlingvolgsysteem in alle scholen gerealiseerd en is de Onderwijsinspectie versterkt.

Subsidiering van non-gouvernementele organisaties

De AMFO heeft in 2013 voor het laatst NGO-projecten in Curaçao en Sint Maarten gefinancierd, gericht op de thema’s jeugd, ouderen, zieken en gehandicapten, tienermoeders en integrale wijkaanpak. Op 31 december 2013 zijn de projecten op alle eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen formeel afgesloten. In 2014 volgt nog een administratieve afsluiting van AMFO door middel van een definitieve subsidievaststelling, de eindafrekening en het jaarverslag 2013. Met Curaçao zijn in het kader van de eerder genoemde herprioritering in het najaar van 2013 afspraken gemaakt om de financiering van NGO’s vanaf 2014 uit te laten voeren door een door Curaçao aangewezen stichting (bijlage bij TK 2013–2014, 33 750-IV nr. A). Het Land Curaçao zal hiervoor zowel in 2014 als in 2015 en verder geld reserveren op de eigen begroting. In Sint Maarten is het Sint Maarten Development Fund (SMDF) opgericht voor de NGO-financiering. Het Land Sint Maarten heeft de Minister van BZK verzocht restmiddelen van AMFO beschikbaar te stellen aan het SMDF. In 2014 zal hierover nader overleg worden gevoerd.

Samenwerkingsprogramma Sociaal-economische ontwikkeling (SEI)

Op Curaçao en Sint Maarten is eind 2013 nog maar een klein deel van het budget voor het SEI-programma niet tot besteding gekomen. Voor de uitvoering van een aantal projecten is meer tijd gegeven. In 2013 is de ondertekening van het addendum op het SEI protocol voor Curaçao gerealiseerd, waardoor een aantal projecten die in 2012 stil lagen nu weer tot uitvoering zijn gekomen. In Sint Maarten is in het kader van de wederopbouw van de wijk Belvedere na de orkaan Luis een basisschool gebouwd die in het eerste kwartaal 2014 opgeleverd zal worden. De uitvoering van het SEI zal nog tot eind 2014 lopen.

Samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking van de Bestuurskracht (IVB)

In Curaçao is in 2013 voor ruim NAF 5 miljoen aan middelen geherprioriteerd binnen het IVB programma. Dit heeft er onder meer toe geleid dat het verbeteren van het financieel beheer en het vergunningenloket meer aandacht krijgen. De regie over het programma onder het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening is in 2013 versterkt door een goed functionerend programmabureau dat de voortgang van de uitvoering van het programma monitort en waar nodig bijstuurt en ondersteunt. Projecten om de Rekenkamer en de communicatie door de Ombudsman te versterken zijn succesvol uitgevoerd.

Met Sint Maarten is eind 2012 afgesproken dat tot uiterlijk 30 september 2013 nog nieuwe verplichtingen mochten worden aangegaan. Dit betekent dat er sinds oktober 2013 alleen nog verschuivingen tussen verplichtingen plaats mogen vinden. In Sint Maarten is onder andere het archief van Burgerzaken opgeschoond en is een bureau Intellectueel Eigendom opgericht. Daarnaast is er gewerkt aan het opzetten van een public service centrum in Simpson Bay om de dienstverlening aan burgers te vergroten en hebben alle scholen nu een leerlingvolgsysteem dat aangesloten zal worden op het vanuit IVB ontwikkelde Educational Management Information System (EMIS) dat managementinformatie aan de overheid van Sint Maarten verschaft. Het IVB programma zal nog tot eind 2014 lopen.

Tijdens de voortgangsoverleggen over het IVB wordt regelmatig aandacht gevraagd voor het duurzaam borgen van de resultaten van het samenwerkingsbeleid in het reguliere beleid en de eigen begroting van Curaçao en Sint Maarten.

FDA

In juni 2013 hebben Nederland en Aruba twee addenda ondertekend (de addenda V en VI bij het Protocol van afspraken inzake de samenwerking tussen Aruba en Nederland vanaf het jaar 2000, d.d. 15 mei 2000) waarin onder meer afspraken zijn gemaakt over de herprioritering van projecten en het afsluiten van eerdere Meerjarenprogramma’s (TK 2012–2013, 33 400 IV, nr. 36). In december zijn de beheersovereenkomst, het controleprotocol en de procedureregels van FDA aangepast zodat deze recht doen aan de nieuw afgesproken voortgangsrapportages. Met het oog op de afsluiting van de samenwerkingsprogramma’s is zoals eerder vermeld een behoefte ontstaan om de frequentie van de voortgangsrapportages te verhogen naar eenmaal per kwartaal in plaats van tweejaarlijks. In het bestuurlijk overleg van 5 december 2013 is daarnaast opnieuw gesproken over het belang van een duurzame borging van de resultaten van FDA en is het belang van een goede kinderrechtensituatie in het Caribische deel van het Koninkrijk kort aan de orde gekomen.

Sociale Vormingsplicht Aruba

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt voor de duur van drie jaar maximaal € 1 mln. per jaar bij aan het Sociale Vormingstraject Aruba (SVA). Het SVA is bedoeld voor werkloze, niet naar schoolgaande jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar. Het traject bestaat uit twee delen: een trainingtraject van vier maanden dat op militaire leest geschoeid is en een opleidingstraject van zes maanden. Tot nu toe zijn 4 lichtingen geselecteerd. De 2e lichting heeft op 26 maart 2013 het traject afgerond. De 3e lichting is op 7 januari 2013 van start gegaan. De 4e lichting is in augustus 2013 begonnen en de 5e lichting in januari 2014. Het totaal aantal geselecteerde deelnemers t/m september 2013 is 112. De hiermee gemoeide kosten zijn lager dan het beschikbare budget. In 2013 is ruim € 0,3 mln. besteed.

Solidariteitsfonds

De middelen voor het solidariteitsfonds zijn in 2013 onbenut gebleven omdat de vereffening in het kader van de boedelscheiding nog niet is afgerond. Dit verklaart een deel van de onderschrijding van de uitgaven op de «regeling» samenwerkingsprogramma’s. Het hiermee gemoeide budget wordt doorgeschoven naar 2014.

Glasvezelkabel

In 2013 is € 1 mln. aanvullend budget ter beschikking gesteld om de zeekabel te onderhouden door de aanschaf van vervangingsonderdelen en een bijdrage aan een consortium dat een kabelreparatieschip opereert. De aanleg tussen Saba, Sint Eustatius en Sint Kitts is inmiddels voltooid. Ook Sint Maarten heeft toestemming gegeven voor de aanleg en recent is de aanlanding gerealiseerd. De belangrijkste operators op Saba (Satel) en Sint Eustatius (Eutel) hebben nu de benodigde capaciteit op de zeekabel beschikbaar. Inmiddels is het internetgebruik gemeten in volume verkeer verdrievoudigd. Het prijsniveau per eenheid verkeer is tot een derde van het oorspronkelijke niveau teruggebracht.

Uitvoeringskosten plannen van aanpak

De kosten van de uitvoering van de plannen van aanpak op grond van de Algemene Maatregel van Rijksbestuur Waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten (Staatsblad 2010, nr. 344) komen in beginsel voor rekening van de landen Sint Maarten en Curaçao. Voor Sint Maarten geldt dat gedurende enige tijd arbeidscapaciteit uit Nederland nodig is, waarmee kosten gemoeid zijn. In het kader van de toegezegde ondersteuning van Sint Maarten zijn de kosten, voor zover zij volgen uit de uitvoering van de plannen van aanpak, ten laste van Hoofdstuk IV gebracht. Door vertraging in de declaraties is enige onderuitputting opgetreden. De regeling waarop dit is gebaseerd, de zogenaamde meerkostenregeling, is per 1 november 2013 geëindigd.

2.4 Schuldsanering

Leningen

Lopende inschrijving

De sanering van schuldtitels en betalingsachterstanden is afgerond. Op grond van art. 16 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft Nederland onder nauwkeurig in de Rijkswet omschreven voorwaarden een lopende inschrijving op alle openbare en onderhandse geldleningen van de landen Curaçao en Sint Maarten. De geldleningen waarop wordt ingeschreven moeten passen binnen de normen en criteria uit de Rijkswet. Het College financieel toezicht ziet hierop toe.

In 2013 heeft Curaçao een nieuwe lening afgesloten van ruim € 25 mln. Dit verklaart het verschil met de oorspronkelijke begroting.

Ontvangsten

De reguliere rente en aflossingen op leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden hier verantwoord. In 2013 is bovendien € 5,2 mln. ontvangen van de Nederlandse Participatie Maatschappij Nederlandse Antillen (NPMNA) als gevolg van het afronden van de belastingclaim van de NPMNA op CREOF (de koper van Plant Hotel NV in 2006). Dit zal grotendeels worden aangewend voor investeringen in de Kustwacht in de komende jaren. Dit verklaart voor een belangrijk deel het verschil met de oorspronkelijke begroting.

Over 2013 realiseerde het BES-fonds een negatief wisselkoersresultaat. Deze wordt gedekt door de meerontvangsten uit de begroting Koninkrijksrelaties.

Licence