Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2 Krediet- en Europese schuldencrisis

Als gevolg van de krediet- en Europese schuldencrisis zijn door de Minister van Financiën maatregelen getroffen om de financiële stabiliteit binnen en buiten Nederland te borgen. Deze maatregelen zijn verwerkt in verschillende beleidsartikelen van de begroting van het Ministerie van Financiën. Het totaalbeeld van de verschillende maatregelen, de budgettaire consequenties daarvan en een verwijzing naar de relevante passages in dit jaarverslag, worden in deze paragraaf weergegeven. Tenslotte wordt inzicht gegeven in de ontwikkelingen die in 2015 hebben plaatsgevonden.

In aanvulling op onderstaande tabel en de toelichtingen wordt in het FJR een uitgebreider overzicht van de maatregelen weergegeven.

Lopende maatregelen kredietcrisis

De budgettaire gevolgen van de lopende maatregelen van de kredietcrisis (bedragen x € 1 miljoen)1 2 3 4
 

2008–2013

2014

2015

Bron jaarverslag

A.

ABN AMRO

       
           

1.

ABN Amro Group

21.663

0

– 3.828

Paragraaf 4.3

2.

Stand ABN Amro Group

21.663

21.663

16.681

Saldibalans

3.

Dividend ABN AMRO group

– 650

– 325

– 625

Paragraaf 4.3

4.

Overbruggingskrediet ABN AMRO

44.341

Paragraaf 4.8

5.

Aflossingen overbruggingskrediet ABN AMRO

– 40.591

– 200

– 1.650

Paragraaf 4.8

6.

Stand overbruggingskrediet ABN AMRO

3.750

3.550

1.900

Saldibalans

7.

Renteontvangst overbruggingskrediet ABN AMRO

– 1.798

– 98

– 84

Paragraaf 4.8

 

toerekenbare rentelasten investering ABN AMRO

3.516

544

402

 
 

toerekenbare rentelasten overbruggingskrediet ABN AMRO

1.786

81

48

 
           
 

ASR

       
           

8.

ASR

3.650

3.650

3.650

Saldibalans

9.

Dividend ASR

– 159

– 99

– 139

Paragraaf 4.3

 

toerekenbare rentelasten

628

92

73

 
           
 

RFS

       
           

10.

RFS

2.642

2.642

2.642

Saldibalans

11.

Dividend en repatriëring kapitaal RFS

– 6

0

0

Paragraaf 4.3

 

toerekenbare rentelasten

430

69

57

 
 

Δ staatsschuld 2015

29.092

– 722

– 6.326

 
           

B.

Verwerving SNS Reaal

       
           

12.

Kapitaalinjectie SNS Bank

1.900

   

Paragraaf 4.3

13.

Stand geïnjecteerd kapitaal SNS Bank

1.900

1.900

1.900

Saldibalans

14.

Aankoop SNS Bank (onderdeel van SNS Holding B.V.)

   

2.700

Saldibalans

15.

Vordering SNS Reaal op staat vanwege aankoop SNS Bank

   

1.598

Saldibalans

16.

Kapitaalinjectie SNS Reaal Holding N.V.

300

   

Paragraaf 4.3

17.

Stand geïnjecteerd kapitaal SNS Reaal Holding N.V.

300

300

300

Saldibalans

18.

Overbruggingskredieten SNS Reaal Holding N.V.

1.100

0

– 1.100

Paragraaf 4.3

19.

Stand overbruggingskredieten SNS Reaal Holding N.V.

1.100

1.100

0

Saldibalans

20.

Rente overbruggingskrediet

– 7

– 21

– 12

Paragraaf 4.3

21.

Kapitaalinjectie Propertize

500

Paragraaf 4.3

22.

Stand geïnjecteerd kapitaal Propertize

500

500

500

Saldibalans

23.

Garantie Propertize

4.166

– 566

– 977

Paragraaf 4.3

24.

Stand verleende garantie Propertize

4.166

3.600

2.623

Saldibalans

25.

Premieontvangsten garantie Propertize

 

– 2

– 9

Paragraaf 4.3

26.

Resolutieheffing

 

– 1.005

0

Paragraaf 4.1

 

toerekenbare rentelasten

93

76

53

 
 

Δ staatsschuld 2015

3.793

– 1.028

– 21

 
           

F.

Stabiliteitsmechanisme

       
           

27.

Garantieverlening NL-aandeel EU-begroting

2.790

– 12

39

Paragraaf 4.4

28.

Stand openstaande garanties

2.790

2.778

2.817

Saldibalans

29.

Garantieverlening NL-aandeel EFSF

49.640

0

Paragraaf 4.4

30.

Stand openstaande garanties

49.640

49.640

49.640

Saldibalans

31.

Deelneming SPV (EFSF)

2

0

 

Paragraaf 4.4

32.

Stand deelneming SPV (EFSF)

2

2

2

Saldibalans

33.

Garantieverlening NL-aandeel ESM

35.445

0

Paragraaf 4.4

34.

Stand openstaande garanties

35.445

35.445

35.445

Saldibalans

35.

Deelneming ESM

3.658

915

 

Paragraaf 4.4

36.

Stand deelneming ESM

3.658

4.573

4.573

Saldibalans

 

toerekenbare rentelasten

101

94

84

 
           

G.

Garantie DNB

       
           

37.

Garantie DNB

19.310

   

Paragraaf 4.3

38.

Crisisgerelateerde winst

– 905

– 754

– 552

Paragraaf 4.3

39.

Stand openstaande garanties

19.310

19.310

19.310

Saldibalans

 

toerekenbare rentelasten

– 12

– 29

– 35

 
 

Δ staatsschuld 2015

2.755

161

– 552

 
           

H.

IJsland

       
           

40.

Uitkeringen depositogarantiestelsel Icesave

1.428

   

Paragraaf 4.2

41.

Uitvoeringskosten IJslandse DGS door DNB

7

– 6

 

Paragraaf 4.2

42.

Vordering op IJslandse DGS

1.491

0

0

Saldibalans

43.

Opgebouwde rente op vordering

143

159

0

Saldibalans

44.

Afboeking vordering n.a.v. schikking IJsland

   

– 164

Saldibalans

45.

Correctie n.a.v. nieuw voorgestelde overeenkomst

– 64

   

Saldibalans

46.

Ontvangsten lening IJsland (i) aflossing

– 811

– 617

 

Paragraaf 4.2

47.

Ontvangsten lening IJsland (ii) rente

0

0

 

Paragraaf 4.2

48.

Schikking IJsland

   

– 58

Paragraaf 4.2

 

toerekenbare rentelasten

188

11

3

 
           

I.

Griekenland

       
           

49.

Lening Griekenland

3.198

   

Paragraaf 4.4

50.

Vordering Griekenland

3.198

3.198

3.198

Saldibalans

51.

Ontvangsten lening Griekenland (i) aflossing

0

0

0

Paragraaf 4.4

52.

Ontvangsten lening Griekenland (ii) rente & servicefee

– 212

– 14

– 13

Paragraaf 4.4

53.

Uitkeringen rente aan Griekenland

152

125

0

Paragraaf 4.4

 

toerekenbare rentelasten

262

73

59

 
 

Δ staatsschuld 2015

3.762

– 512

– 71

 
           
 

Overige gevolgen

       
           

54.

Uitvoeringskosten en inhuur externen

74

3

10

Paragraaf 4.3

55.

Terug te vorderen uitvoeringskosten inhuur externen

3

5

0

Paragraaf 4.3

56.

Ontvangen uitvoeringskosten externen

– 28

– 8

– 1

Paragraaf 4.3

 

Δ staatsschuld

 

– 2.101

– 6.970

 
 

Staatsschuld

39.402

37.301

30.331

 
 

Toerekenbare rentelasten

6.992

1.011

744

 
1

De totale uitgaven aan ABN AMRO van € 21.663 miljoen minus de opbrengst van de beursgang van € 3.828 miljoen komen niet overeen met de stand in de saldibalans zoals in «A.2» weergegeven. Dit heeft te maken met de waarderingsgrondslag op basis waarvan ABN AMRO in de saldibalans is opgenomen.

2

In het jaarverslag over 2015 is in tegenstelling tot voorgaande jaren een uitsplitsing opgenomen voor ABN AMRO, ASR, FCI en RFS. Deze uitsplitsing is toegelicht in de saldibalans.

3

Financiën en de Algemene Rekenkamer (ARK) zijn gekomen tot een gezamenlijke systematiek met betrekking tot de toerekenbare rentelasten. Het grootste verschil met de eerder gebruikte systematiek wordt veroorzaakt door de samengestelde interest waarmee wordt gerekend.

4

Met ingang van het jaarverslag 2015 worden de toerekenbare rentelasten per crisismaatregel inzichtelijk gemaakt.

Toelichting op de mutaties

A. ABN AMRO en ASR

Op vrijdag 20 november 2015 is ABN AMRO naar de beurs gegaan. De omvang van de toegewezen certificaten van de eerste plaatsing is vastgesteld op 20%, oftewel 188 miljoen certificaten. De prijs per certificaat is vastgesteld op € 17,75. De beursgang van ABN AMRO heeft geresulteerd in een bruto verkoopopbrengst van € 3,3 miljard. Van dit bedrag zijn de geraamde kosten voor de inhuur van financieel, juridisch en communicatief advies van € 9,5 miljoen afgetrokken, waardoor de staat een netto bedrag heeft ontvangen van € 3.327,5 miljoen. Op 24 november heeft de juridische afwikkeling van de verplichtingen plaatsgevonden en zijn de certificaten geleverd tegen de betaling, de zogenaamde settlement.

De begeleidende zakenbanken hebben na de beursintroductie de greenshoe-optie uitgeoefend. De totale omvang van de eerste plaatsing is hiermee uitgekomen op 23%. De additionele opbrengst bedraagt circa € 500 miljoen. De totale opbrengst van de beursgang van ABN AMRO komt uit op iets meer dan € 3,8 miljard.

ABN AMRO heeft over het boekjaar 2014 € 275 miljoen aan slotdividend en over het boekjaar 2015 € 350 miljoen aan interimdividend uitgekeerd aan de staat. ASR heeft over het boekjaar 2014 € 139 miljoen aan slotdividend uitgekeerd aan de staat.

B. Verplaatsing SNS Bank en Propertize

In 2015 heeft SNS REAAL Holding (SRH) VIVAT Verzekeringen (REAAL N.V., hierna «VIVAT») verkocht aan de Chinese verzekeraar Anbang. De staat heeft SNS Bank op 30 september 2015 gekocht van SRH (het toenmalige SNS Reaal) en onder een nieuwe holding, SNS Holding N.V., gehangen. Aan deze verplaatsing komen initieel geen kasstromen te pas. De staat heeft SNS Bank verkregen voor € 2,7 miljard door: het eerder aan SRH verstrekte overbruggingskrediet van € 1,1 miljard te verrekenen en het restant van de koopprijs van € 1,6 miljard (€ 2,7 miljard – € 1,1 miljard) schuldig te blijven aan SRH die een vordering op de staat verkrijgt.

Door het verrekenen van het overbruggingskrediet met de aankoopprijs van SNS Bank betaalt SRH sinds 30 september 2015 geen rente meer over het overbruggingskrediet. De in de tabel opgenomen € 12 miljoen aan renteontvangsten zien op de verplichting van SRH over de eerste 9 maanden van 2015. De nog door SRH verschuldigde rente van € 1,95 miljoen over het overbruggingskrediet is verrekend met de verplichting die de staat vanwege de verplaatsing jegens SRH heeft.

Het kabinet heeft in oktober 2015 het voornemen kenbaar gemaakt om Propertize te verkopen. Het kabinet heeft twee voorbehouden gemaakt in het verkoopproces. Ten eerste gaat de verkoop niet door als de verkoopopbrengst niet voldoet aan de verwachtingen. Hierbij zal de verkoopopbrengst worden afgezet tegen de risico’s die de staat loopt bij een verkoop van Propertize met het huidige afbouwscenario. Het tweede voorbehoud ziet op de door de staat aan Propertize afgegeven garantie. Het risico dat hiermee gepaard gaat moet afnemen of gelijk blijven ten opzichte van het risico dat de staat nu loopt. De maximale omvang van deze garantie was inclusief de verschuldigde rente aan het einde van 2015 € 2,6 miljard.

F. Stabiliteitsmechanisme

Sinds de inwerkingtreding van het European Stability Mechanism (ESM) in oktober 2012, is het ESM het voornaamste noodfonds. Sinds juli 2013 kunnen de tijdelijke noodfondsen, EFSM (European Financial Stabilisation Mechanism) en EFSF (European Financial Stability Facility), geen nieuwe leningen meer aangaan. Het EFSF en EFSM blijven bestaan totdat de laatste leningen zijn afgelost.

Het EFSF heeft in 2015 geen leningen meer verstrekt. Het EFSF-leningenprogramma van Griekenland liep tot 30 juni 2015, maar er zijn geen leningen uitgekeerd omdat de Griekse regering niet voldeed aan de uitvoering van het leningenprogramma. De leningen die nog beschikbaar waren onder het EFSF-leningenprogramma zijn bij het aflopen van het programma niet meer uitgekeerd aan Griekenland. Daarmee is onder het EFSF-programma circa € 13 miljard minder uitgekeerd aan Griekenland dan was voorzien. Ook het IMF (Internationaal Monetair Fonds) heeft in 2015 geen leningen uitgekeerd aan Griekenland. Na een lange periode van onderhandelen, heeft de Raad van gouverneurs van het ESM op 19 augustus 2015 uiteindelijk ingestemd met een derde leningenprogramma van het ESM van drie jaar met een totale omvang van maximaal € 86 miljard voor Griekenland. Het EFSM heeft in juli 2015 een overbruggingskrediet verstrekt aan Griekenland om aan de betalingsverplichting te kunnen voldoen in de periode tussen het tweede en het derde leningenprogramma. Bij aanvang van het derde leningenprogramma op 19 augustus is het overbruggingskrediet afgelost aan het EFSM.

Het ESM heeft in 2015 financiële steun verstrekt aan Cyprus en Griekenland. Aan Cyprus heeft het ESM in 2015 in totaal voor € 600 miljoen aan leningen verstrekt. Het ESM heeft in 2015 in totaal € 21,4 miljard uitgekeerd aan Griekenland, waarvan € 5,4 miljard gebruikt is voor de herkapitalisatie van de Griekse bankensector. Griekenland is reeds begonnen met de aflossing van de IMF-leningen van het eerste leningenprogramma van het IMF. Spanje, Ierland en Portugal hebben de leningenprogramma’s in 2013 en 2014 succesvol afgerond en er worden geen nieuwe leningen meer verstrekt. Zowel Spanje, Ierland als Portugal hebben al een deel van de leningen vervroegd afgelost. Onderstaand een overzicht van de stand van de uitgekeerde leningen door het EFSF, EFSM, ESM en het IMF aan Ierland, Portugal, Griekenland, Cyprus en Spanje eind 2015.

Overzicht uitgekeerde leningen (bedragen x € 1 miljard; stand: 31 december 2015)1
 

Totaal gecommitteerd

NL-aandeel

Afgelost

Uitstaande leningen

Griekenland 1

       

Bilaterale leningen

52,9

3,2

0

52,9

IMF2

22,3

N.v.t.

19,2

3,1

         

Griekenland 2

       

EFSF

130,9

13,3

0

130,9

IMF2

30,3

N.v.t.

0

13,0

         

Griekenland 3

       

ESM

Max. 86,0

N.v.t.

0

21,4

         

Ierland

       

EFSF

17,7

1,8

0

17,7

EFSM

22,5

1,1

0

22,5

IMF2

24,8

N.v.t.

20,0

4,8

Bilaterale leningen

4,8

N.v.t.

0

4,8

         

Portugal

       

EFSF

26,0

2,6

0

26,0

EFSM

24,3

1,2

0

24,3

IMF2

29,2

N.v.t.

8,4

20,8

         

Spanje

       

ESM

41,3

N.v.t.

5,6

35,7

         

Cyprus

       

ESM

9,0

N.v.t.

0

6,3

IMF2

1,1

N.v.t.

0

0,9

1

Zie voor de actuele stand over de uitgekeerde tranches ook de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/economy_finance/eu_borrower/index_en.htm, de website van het IMF: http://www.imf.org/external/country/index.htm, de website van het EFSF: http://www.efsf.europa.eu en de website van het ESM: http://www.esm.europa.eu/.

2

Leningen worden door het IMF uitgegeven in SDR’s (Special Drawing Rights). Door fluctuaties in de SDR-€-wisselkoers kunnen er verschillen zijn in de cijfers van de IMF-leningen. In deze tabel is gerekend met de wisselkoers van 31 december 2015.

G. Garantie DNB-winstafdracht

De staat heeft in 2013 aan De Nederlandse Bank (DNB) een garantie verstrekt van maximaal € 5,7 miljard. Het doel van deze garantie was om expliciete risico’s op de balans van DNB bij de staat te beleggen. In 2015 hebben er geen schade-uitkeringen plaatsgevonden. DNB heeft in 2015 € 552 miljoen aan crisisgerelateerde inkomsten uit hoofde van de Europese steunoperaties als winst aan de staat uitgekeerd1.

H. IJsland

In 2015 kon het dossier Icesave na zeven jaar worden gesloten. Nadat in 2014 de volledige hoofdsom is gerecupereerd, is in 2015 een schikking getroffen met het IJslandse DepositoGarantieStelsel (DGS) over rente en uitvoeringskosten. De kern van de schikking is dat het IJslandse DGS een bedrag van omgerekend € 48,6 miljoen aan Nederland heeft betaald. Tevens is een onderdeel van de schikking dat € 12 miljoen aan IJslandse kronen die op een geblokkeerde rekening stonden zijn geconverteerd en overgeboekt naar een rekening buiten IJsland. Deze schikking heeft de Nederlandse staat ongeveer € 61 miljoen opgeleverd. Op deze opbrengst zijn de juridische en proceskosten die vanaf 2011 zijn gemaakt in mindering gebracht. De netto ontvangst van de schikking bedraagt ruim € 58 miljoen. Door deze schikking is de rechtszaak tegen het IJslandse DGS over de vergoeding van rente- en uitvoeringskosten beëindigd.

De staat heeft oorspronkelijk € 1.428 miljoen uitgekeerd en uiteindelijk is in totaal € 1.492 miljoen gerecupereerd.

I. Griekenland

In 2010 en 2011 hebben de lidstaten van de eurozone bilaterale leningen verstrekt aan Griekenland (Greek loan facility). Nederland heeft in totaal € 3,2 miljard aan leningen verstrekt. De looptijd van de leningen is 30 jaar en er is een aflossingsvrije periode van 10 jaar ingesteld. Griekenland zal daarom in 2020 beginnen met aflossen. Op deze leningen ontvangt Nederland ieder kwartaal rente. Griekenland betaalt momenteel de 3-maands euriborrente plus een renteopslag van 50 basispunten over de bilaterale leningen. Door de lagere rente zijn de ontvangsten op de Griekse lening lager uitgevallen dan eerder geraamd.

De budgettaire gevolgen van de afgeronde maatregelen van de kredietcrisis (bedragen x € 1 miljoen)
 

2008–2013

2014

2015

Bron jaarverslag

A.

Fortis Corporate Insurance

       
           

1.

Aankoop Fortis Corporate Insurance

350

   

Paragraaf 4.3

2.

Verkoop Fortis Corporate Insurance

– 350

   

Paragraaf 4.3

 

toerekenbare rentelasten

9

0

0

 
           
 

ABN AMRO

       
           

3.

Premieontvangsten uit capital relief-instrument

– 193

0

0

Paragraaf 4.3

4.

Stand openstaande garanties

0

0

0

Saldibalans

5.

Garantieverlening geëffectueerd

950

– 950

0

Paragraaf 4.3

6.

Stand openstaande garanties

950

0

0

Saldibalans

7.

Premie-ontvangsten uit garantie

– 104

– 12

0

Paragraaf 4.3

 

toerekenbare rentelasten (zie tabel «Lopende maatregelen kredietcrisis»: ABN AMRO)

       
 

Δ staatsschuld

– 297

– 12

0

 
           

C.

Kapitaalverstrekkingsfaciliteit (€ 20 miljard)

       
           

8.

Verstrekt kapitaal ING

10.000

   

Paragraaf 4.3

9.

Verstrekt kapitaal Aegon

3.000

   

Paragraaf 4.3

10.

Verstrekt kapitaal SNS Reaal

750

   

Paragraaf 4.3

11.

Aflossing ING

– 8.500

– 1.500

 

Paragraaf 4.3

12.

Aflossing Aegon

– 3.000

   

Paragraaf 4.3

13.

Aflossing SNS Reaal

– 185

   

Paragraaf 4.3

14.

Stand uitstaand kapitaal ING

1.500

0

0

Saldibalans

15.

Stand uitstaand kapitaal Aegon

0

0

0

Saldibalans

16.

Afboeking uitstaand kapitaal SNS Reaal bij nationalisatie

– 565

   

Saldibalans

17.

Stand uitstaand kapitaal SNS Reaal

0

0

0

Saldibalans

18.

Couponrente ING

– 749

– 90

0

Paragraaf 4.3

19.

Couponrente Aegon

– 177

0

0

Paragraaf 4.3

20.

Couponrente SNS Reaal

– 38

0

0

Paragraaf 4.3

21.

Repurchase fee ING

– 2.032

– 660

0

Paragraaf 4.3

22.

Repurchase fee Aegon

– 910

0

0

Paragraaf 4.3

23.

Repurchase fee SNS Reaal

0

0

0

Paragraaf 4.3

toerekenbare rentelasten

750

– 58

0

 
 

Δ staatsschuld

– 1.841

– 2.250

0

 
           

D.

Back-upfaciliteit ING, €/$-wisselkoers

       
           

24.

Funding fee (rente en aflossing)

18.942

2.778

 

Paragraaf 4.3

25.

Management fee

204

   

Paragraaf 4.3

26.

Incidentele uitgaven

19

   

Paragraaf 4.3

27.

Portefeuille ontvangsten (rente en aflossing)

– 17.598

– 4.231

 

Paragraaf 4.3

28.

Garantiefee

– 448

   

Paragraaf 4.3

29.

Additionele garantiefee

– 479

   

Paragraaf 4.3

30.

Additionele fee

– 228

– 1

 

Paragraaf 4.3

31.

Verhandelbaarheidsfee

– 33

– 1

 

Paragraaf 4.3

32.

Incidentele ontvangst

– 379

   

Paragraaf 4.3

           

Staatsschuld saldo back-upfaciliteit

0

– 1.455

0

Paragraaf 4.3

33.

Meerjarenverplichting aan ING

2.722

– 2.722

0

Saldibalans

34.

Alt A-portefeuille

4.686

– 4.686

0

Saldibalans

 

toerekenbare rentelasten

0

0

0

 
           

E.

Garantiefaciliteit bancaire leningen (€ 200 miljard)

       
           

35.

Garantieverlening (geëffectueerd)

50.275

   

Paragraaf 4.2

36.

Afname voorwaardelijke verplichting (zonder uitgaven)

– 40.382

– 9.893

0

Paragraaf 4.2

37.

Premieontvangsten op basis van garanties bancaire leningen

– 1.284

– 100

0

Paragraaf 4.2

38.

Terugbetaling openstaande fees

5

0

0

Paragraaf 4.2

39.

Stand openstaande fees

9.893

0

0

Saldibalans

40.

Schade-uitkeringen

0

0

0

Paragraaf 4.2

 

toerekenbare rentelasten

– 99

– 32

0

 
 

Δ staatsschuld

– 1.279

– 100

0

 
           
 

Δ staatsschuld

 

– 3.817

0

 
 

Staatsschuld

– 3.417

– 7.234

– 7.234

 
 

Toerekenbare rentelasten

660

– 90

0

 

Toelichting

A. Fortis Corporate Insurance, C. Kapitaalverstrekkingsfaciliteit, D. ING Back-upfaciliteit en E. Garantiefaciliteit bancaire leningen

In 2009 heeft de staat de aandelen in Fortis Corporate Insurance verkocht aan Amlin PLC. In 2014 zijn de kapitaalverstrekkingsfaciliteit, de ING Back-upfaciliteit en de garantiefaciliteit bancaire leningen afgerond. De financiële gevolgen van de afgeronde maatregelen zijn weergegeven in bovenstaande tabel.

1

Crisisgerelateerde winst is gebaseerd op een opgave van DNB, rekening houdend met een uitkeringspercentage van 95%.

Licence