Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.1 Belastingen

A. Algemene doelstelling

Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering van die wet- en regelgeving zorgen ervoor dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering op het terrein van de belastingen. Het beleid is gericht op een eenvoudig, solide en fraudebestendig belastingstelsel. Een belastingstelsel dat begrijpelijk is en dat de administratieve lasten voor burgers en bedrijven en de uitvoeringskosten voor de Belastingdienst waar mogelijk reduceert. Een belastingstelsel dat een solide belastingopbrengst oplevert, zonder willekeurige schommelingen. Een eerlijk belastingstelsel waarbij uitholling van de belastinggrondslag effectief kan worden bestreden zodat ieder zijn deel bijdraagt.

C. Beleidsconclusies

Compliance moet zorgen voor de borging van de continuïteit van belastingopbrengsten en de rechtmatige betaling van toeslagen. De Belastingdienst bevordert compliance door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen. De hieraan gerelateerde doelstellingen zijn grotendeels gerealiseerd. De doelstellingen voor Intensivering Toezicht en Invordering (ITI) zijn niet volledig gehaald; de opbrengst blijft in 2015 met € 430 miljoen achter bij de streefwaarde van € 570 miljoen. Ook de doelen met betrekking tot de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon en het tijdig afdoen van bezwaren zijn niet gehaald.

Om te zorgen dat de Belastingdienst ook in de toekomst de compliance van burgers kan beïnvloeden en belastingopbrengsten kan generen, is de Brede Agenda uit 2014 uitgewerkt in een Investeringsagenda. In de Investeringsagenda Belastingdienst zijn maatregelen aangekondigd om de portalen, gericht op een gedeelde informatiepositie van burgers en bedrijven, door te ontwikkelen en zo de interactie via de BelastingTelefoon en bezwaarschriften op termijn aanzienlijk terug te brengen. Hierdoor kunnen medewerkers van dienstverlening zich concentreren op die inhoudelijke vragen waarvoor relevante hoogwaardige kennis nodig is. Andere speerpunten zijn: informatiegestuurde handhaving en de ontwikkeling van systematische managementinformatie.

Met de uitvoering van de Investeringsagenda wordt ook invulling gegeven aan de aanbevelingen van de beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst die in 2015 is uitgevoerd12. Deze luiden dat de Belastingdienst veel meer gebruik moet maken van de informatie die hij al in huis heeft over belastingplichtigen. Zodra er meer data bekend zijn over wie welke kanalen gebruikt en waarom, is het ook beter mogelijk om een strategie te formuleren die compliant gedrag sorteert. Een tweede aanbeveling uit deze beleidsdoorlichting is het verkrijgen van beter inzicht in de klantbeleving van burger en bedrijf om hiermee de verwachtingen beter te kunnen managen.

Concentratiebeweging Belastingen

In 2015 heeft het onderdeel Belastingen van de Belastingdienst de concentratie van werk en huisvesting succesvol afgerond. Het betrof:

  • Kostenreductie als het gaat om huisvesting. De Belastingdienst heeft eind 2015 16 locaties verlaten. De laatste twee volgen nog in juli 2016 en begin 2020.

  • Efficiency als gevolg van procesverbeteringen. Sinds 2011 is er een lichte reductie van de inzet van capaciteit: 0,6%. Voor de processen administratie, klantbeheer en dienstverlening is sprake van een daling van de capaciteit. Bij de processen invordering en toezicht is een stijging te zien, die logischerwijs gerelateerd is aan de extra inzet voor ITI. Ook bij het proces bezwaar is een stijging te zien. Dit heeft te maken met het feit dat extra capaciteit nodig was voor massale bezwaren en ITI.

Compliance wordt afgemeten aan de mate waarin burgers en bedrijven tijdig, juist en volledig aangifte doen en tijdig betalen. Om het nalevingstekort te meten doet de Belastingdienst steekproeven in de segmenten Particulieren en Midden- en kleinbedrijf. De onderzochte aangiften worden aselect zonder voorafgaande risicoselectie getrokken en leveren inzicht in de populatie, alsmede kennis over de houding en het fiscaal relevante gedrag van belastingplichtigen en over mogelijke nalevingstekorten. De meest recente stand van de compliancefactoren zijn in de volgende tabel opgenomen.

Compliance

Realisatie meetbare gegevens (kengetal) bij de algemene doelstelling1

Kengetal (in %)

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Percentage aangiften omzetbelasting tijdig ontvangen

95,8

N.v.t.

95,3

95,1

95,3

Percentage aangiften loonheffingen tijdig ontvangen

98,2

N.v.t.

99,1

99,2

99,2

Juist en volledig aangifte doen; percentage nalevingstekort op basis van de steekproef Particulieren (uitgedrukt als percentage van de totale belastingopbrengst voor dit segment)2

2,5

N.v.t.

1,1

N.v.t.

1,1

Juist en volledig aangifte doen; percentage nalevingstekort op basis van de steekproef Midden- en kleinbedrijf (uitgedrukt als percentage van de totale belastingopbrengst voor dit segment)

5,8

N.v.t.

4,4

N.v.t.

6,0

Percentage aanslagen op tijd betaald

86

84

833

82

82

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

1

Het jaartal is het jaar waarin de uitkomsten van de metingen worden gerapporteerd.

2

Exclusief IB-aangiften van ondernemers en partners van ondernemers.

3

Het cijfer van 2013 is gecorrigeerd in verband met een gewijzigde definitie.

Toelichting

De tijdigheid van het aangiftegedrag voor de omzetbelasting en loonheffing laat over de afgelopen jaren geen bijzondere ontwikkeling zien. De uitkomsten van de steekproef Particulieren en Midden- en kleinbedrijf hebben respectievelijk betrekking op de onderzoeksjaren 2013 en 2012. De uitkomsten mogen niet worden verabsoluteerd aangezien het om een schatting gaat. De uitkomst van de steekproef Midden- en kleinbedrijf is hoger in vergelijking met 2013. De oorzaak hiervan ligt in de betere representativiteit en kwalitatieve behandeling van de onderzoeken.

Belastingmoraal

Realisatie meetbare gegevens (kengetal) bij de algemene doelstelling

Kengetal (in %)

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Belastingontduiking is onaanvaardbaar

93

93

92

92

93

Zelf belasting ontduiken is uitgesloten

88

88

88

87

90

Belasting betalen betekent iets bijdragen

34

37

35

37

35

Ervaren kans op ontdekking

84

81

80

82

83

Bron: Fiscale monitor.

Toelichting

De cijfers over de belastingmoraal zijn stabiel over de jaren. Over het algemeen zijn de scores voor 2015 iets hoger dan in 2014 met uitzondering van «Belastingen betalen betekent iets bijdragen». In de webrapportage www.fiscalemonitor.nl zijn ook de overige resultaten van de Fiscale monitor 2015 te bekijken.

D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Beleidsartikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2011

2012

2013

2014

2015

2015

2015

Verplichtingen

3.528.988

3.357.051

3.273.683

2.933.935

3.259.300

3.222.131

37.169

               

Uitgaven (1) + (2)

3.394.668

3.268.814

3.187.000

3.210.167

3.190.076

3.222.131

– 32.055

             

(1) Programma-uitgaven

592.293

445.016

241.860

229.451

199.670

392.664

– 192.994

waarvan:

             

Rente

             

Belasting- en invorderingsrente

587.867

440.182

236.375

223.783

193.420

379.750

– 186.330

Rentevergoeding depotstelsel

0

0

0

7.000

– 7.000

               

Bekostiging

 

4.834

5.485

5.668

6.250

5.914

336

Proceskosten

 

3.872

3.749

3.865

4.677

3.536

1.141

Overige programma-uitgaven

4.427

962

1.736

1.803

1.573

2.378

– 805

             

(2) Apparaatsuitgaven

2.802.374

2.823.798

2.945.140

2.980.716

2.990.406

2.829.467

160.939

waarvan uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

     

13.211

17.897

13.000

4.897

               

Personele uitgaven

 

2.063.064

2.105.757

2.235.931

2.216.312

2.102.492

113.820

waarvan: Eigen personeel

 

1.877.434

1.875.697

1.995.071

2.019.909

1.961.505

58.404

waarvan: Inhuur externen

 

185.630

230.060

240.860

196.403

140.987

55.416

               

Materiële uitgaven

 

760.734

839.382

744.785

774.093

726.975

47.118

waarvan: ICT

 

232.263

247.976

237.586

249.311

212.880

36.431

waarvan: Bijdrage SSO's

 

222.993

228.255

211.555

204.720

208.640

2.915

               

Ontvangsten (3) + (4)

109.815.639

105.863.956

108.151.202

116.225.745

117.090.239

115.547.130

1.543.109

             

(3) Programma-ontvangsten

105.838.010

108.124.386

116.204.039

117.069.316

115.521.508

1.547.808

waarvan:

             

Belastingontvangsten

108.883.363

105.037.894

107.503.003

115.402.186

116.240.772

114.549.910

1.690.862

               

Rente

             

Belasting- en invorderingsrente

511.029

432.004

255.029

372.452

367.668

546.000

– 178.332

               

Boetes en schikkingen

             

Ontvangsten boetes en schikkingen

394.396

168.749

167.381

218.885

257.964

218.322

39.642

               

Bekostiging

             

Kosten vervolging

 

199.363

198.973

210.516

202.912

207.276

– 4.364

               

(4) Apparaatsontvangsten

26.851

25.946

26.816

21.706

20.923

25.622

– 4.699

Verplichtingen (€ 37 miljoen)

Voor een toelichting op de verplichtingen wordt verwezen naar de toelichting op de uitgaven. Het verschil tussen het totaal van de gerealiseerde verplichtingen en de gerealiseerde uitgaven wordt verklaard door een hogere stand van de openstaande betalingsverplichtingen ultimo 2015.

Uitgaven (– € 32 miljoen)

Belasting- en invorderingsrente

De uitgaven zijn lager dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste reden hiervoor is dat in de oorspronkelijke raming het budgettaire effect van de introductie van de belastingrente nog onvoldoende duidelijk was, met name de verdeling over ontvangsten en uitgaven. Inmiddels is deze verdeling duidelijk. Daarnaast hoeft de Belastingdienst minder rente te vergoeden bij het vaststellen van definitieve aanslagen, omdat de gerealiseerde grondslag lager is dan oorspronkelijk geraamd.

Rentevergoeding depotstelsel

De in de begroting opgenomen reeks voor de rentevergoeding onder het depotstelsel is vervallen. De transitie van G-rekeningen naar het depotstelsel zal namelijk niet plaatsvinden.

Bekostiging

Het gebruik van de vergoedingsregeling is hoger dan geraamd. Daarentegen zijn de overige programma-uitgaven lager uitgevallen.

Apparaatuitgaven Belastingdienst

Bij de eerste en tweede suppletoire begrotingen zijn per saldo extra middelen toegekend aan de Belastingdienst ad € 165 miljoen voor onder andere uitvoeringskosten van fiscale wet- en regelgeving, uitgaven om systemen en processen robuuster te maken, middelen in het kader van de Investeringsagenda Belastingdienst en ontvangen loon- en prijscompensatie (een nadere toelichting op is opgenomen in de betreffende suppletoire begrotingen). Rekening houdend met deze aanvullende middelen, komt de realisatie € 4 miljoen lager uit.

Oorspronkelijk was voor de Investeringsagenda in 2015 een bedrag begroot van € 76 miljoen. Daarvan is bij Najaarsnota met een kasschuif € 38 miljoen naar 2016 geschoven. Van het resterende budget ad € 38 miljoen is € 34,5 miljoen gerealiseerd. Dit bedrag is onder andere besteed aan ICT-uitgaven ten behoeve van een gegevensplatform met bijbehorende licenties (€ 15 miljoen). De uitgaven aan inhuur in het kader van gegevensverzameling en -analyse bedroegen € 8 miljoen. De uitgaven voor het gespecialiseerde financiële adviesbureau Oliver Wyman waaraan het realiseren van een aantal producten op verschillende verandergebieden in het kader van de Investeringsagenda is uitbesteed, bedroegen € 10 miljoen; het gaat dan onder andere om doorontwikkeling van data-analyse, sturingsmodellen, verantwoordingsprotocollen en effectmetingsmechanismen. Aangezien het over geleverde producten gaat, is de dienstverlening van Oliver Wyman in dit jaarverslag verantwoord als uitbesteding.

Ontvangsten (+ € 1.543 miljoen)

Belasting- en invorderingsrente

De ontvangsten zijn lager dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste reden hiervoor is dat in de oorspronkelijke raming van het budgettaire effect van de introductie van de belastingrente nog onvoldoende duidelijk was wat de verdeling over ontvangsten en uitgaven was. Inmiddels is deze verdeling duidelijk. Daarnaast is sprake van snellere indiening en behandeling van aangiften, waardoor het verschuldigde rentebedrag daalt. Ook kiezen bedrijven voor het betalen van een hogere voorlopige belastingaanslag, waardoor bij de vaststelling van de definitieve aanslag minder rente is verschuldigd.

Boetes en schikkingen

In 2015 was sprake van meevallende realisaties met name veroorzaakt door de hogere boetetarieven binnen de motorrijtuigenbelasting.

Kosten vervolging

Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn de aan burgers en bedrijven doorbelaste kosten vervolging lager uitgevallen.

Apparaatontvangsten

De realisatie ligt lager dan de oorspronkelijke raming. Tegenover deze lagere ontvangsten staan minder uitgaven. Het betreft met name de vergoeding voor het verrichten van diensten aan derden.

E. Toelichting op de instrumenten

Fiscaal beleid en wetgeving

E.1. Genereren van inkomsten – fiscale wet- en regelgeving

Het genereren van inkomsten ten behoeve van uitgaven voor de rijksbegroting, de sociale fondsen en de zorgverzekeringen door middel van het ontwikkelen van solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving die ook in internationale context werkbaar is.

Op Prinsjesdag 2014 heeft het kabinet zijn brief «Keuzes voor een beter belastingstelsel» aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Ten aanzien van de fiscaliteit heeft het kabinet twee doelstellingen. Allereerst wil het kabinet de lasten op arbeid verder verlagen en zo de werkgelegenheid en economische groei bevorderen. Verder wil het kabinet de belastingwetgeving begrijpelijker en beter uitvoerbaar maken. Omdat gebleken is dat er op dit moment geen draagvlak is voor een aantal verdergaande stappen om het stelsel te vereenvoudigen, is het doel om ieder jaar bij het Belastingplan beheerste, goed gekozen stappen te zetten om het belastingstelsel beter uitvoerbaar te maken.

Belastingplan 2016

Het pakket Belastingplan 2016 bevatte in totaal vijf wetsvoorstellen. Het wetsvoorstel Belastingplan 2016, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2016, het wetsvoorstel Wet vrijstelling uitkeringen Artikel 2-fonds, het wetsvoorstel Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) en het wetsvoorstel Wet implementatie wijzigingen Moeder-dochterrichtlijn 2015. In het Belastingplan 2016 zijn maatregelen opgenomen die per 1 januari 2016 een budgettair effect hebben, waaronder een aantal maatregelen die voortvloeien uit de gesprekken die in het kader van het vijfmiljardpakket zijn gevoerd, welke positief bijdragen aan de werkgelegenheid. Tevens zijn maatregelen opgenomen die leiden tot een vereenvoudiging van de uitvoering voor de Belastingdienst. Daarnaast is in het Belastingplan 2016 een herziening van het forfaitaire rendement in box 3 opgenomen. Deze herziening treedt in werking per 1 januari 2017. Verder bevat het Belastingplan 2016 een verlaging van het tarief voor energiebelasting in de eerste schijf voor elektriciteit en een gelijktijdige verhoging van het tarief voor energiebelasting in de eerste schijf voor aardgas. Met deze verschuiving ontstaat in de energiebelasting een betere balans in relatie tot de CO2-uitstoot en energie-inhoud.

In tegenstelling tot vorig jaar, maar in overeenstemming met daaraan voorafgaande jaren, is ervoor gekozen om een wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM) op te nemen in het pakket Belastingplan 2016. In deze wet zijn maatregelen opgenomen ten behoeve van het noodzakelijke onderhoud en andere maatregelen die meer technisch van aard zijn en die geen budgettaire gevolgen hebben. In 2015 bevatte OFM vernieuwingen in het formele fiscaal procesrecht, zoals de introductie van de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen.

De Wtl is een kaderwet voor tegemoetkomingen in het loondomein en leidt tot een nieuw instrument, waardoor bijvoorbeeld de huidige premiekortingen grotendeels worden vervangen door een andere vorm van tegemoetkomingen (de LoonKostenVoordelen (LKV’s) voor specifieke groepen; inwerkingtreding per 1 januari 2018). In de Wtl worden tegelijkertijd het Lage InkomensVoordeel (LIV) en de loonkostenvoordelen voor specifieke groepen opgenomen. De inwerkingtreding is per 1 januari 2017. Daarnaast is in het pakket Belastingplan 2016 een wetsvoorstel opgenomen ten aanzien van zogenaamde Artikel 2-fondsuitkeringen met betrekking tot uitkeringen aan Joodse slachtoffers van vervolging ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

De Wet implementatie wijzigingen Moeder-dochterrichtlijn 2015 bevat de implementatie van twee wijzigingen in de Moeder-DochterRichtlijn (MDR). Met de eerste wijziging van de MDR wordt beoogd situaties tegen te gaan waarin de vergoeding voor een geldverstrekking in het ene land aftrekbaar is en in het andere land niet wordt belast zoals bij een mismatch in geval van hybride leningen. Een dergelijke mismatch doet zich voor als lidstaten de vergoeding op de lening verschillend kwalificeren. Met de tweede wijziging van de MDR wordt beoogd misbruik van de MDR te bestrijden en in de verschillende lidstaten een consistentere toepassing van nationale of verdragsrechtelijke bepalingen ter bestrijding van misbruik te bewerkstelligen.

Common Reporting Standard

De Wet uitvoering Common Reporting Standard (CRS) regelt de implementatie in nationale wetgeving van Richtlijn 2014/107/EU en van de door de OESO ontwikkelde CRS. Implementatie vindt plaats in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en daarop gebaseerde regelgeving. Financiële instellingen zullen worden verplicht bepaalde financiële gegevens, zoals bijvoorbeeld saldi van door in het buitenland wonende personen aangehouden bankrekeningen, te verstrekken aan de Belastingdienst. De Belastingdienst wisselt deze gegevens vervolgens uit met de (lid)staat waar (in dit voorbeeld) de houder van de rekening woont. Bij het vaststellen of er sprake is van een rekening waarover moet worden gerapporteerd, worden financiële instellingen verplicht om de in de CRS en Richtlijn 2014/107/EU voorgeschreven identificatievoorschriften toe te passen.

Autobrief II

In de Autobrief II13 schetst het kabinet een pakket aan maatregelen voor de periode van 2017 tot en met 2020. De conclusie van de Autobrief II is dat zowel het primaire doel van de autobelastingen (de opbrengst) als het secundaire doel (efficiënt milieubeleid) op dit moment zwaar onder druk staan. Met de Autobrief II beoogt het kabinet het tij te keren en te komen tot een financieel verantwoord en duurzaam stelsel van autobelastingen in Nederland. De Autobrief II kondigt geen omwenteling ineens aan, maar vooral beheerste stappen in de goede richting. Die richting is meer eenvoud, soberder maar beter gerichte en effectievere fiscale stimulering, resulterend in stabielere inkomsten.

De maatregelen opgenomen in de Autobrief II worden uitgewerkt in het wetsvoorstel Wet uitwerking Autobrief II. Dit wetsvoorstel is in januari 2016 bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt.

Modernisering vennootschapsbelasting(vpb)plicht overheidsondernemingen

In de afgelopen jaren is verkend hoe het verschil in fiscale behandeling van overheidsondernemingen (veelal niet belast) en particuliere ondernemingen (wel belast) kan worden weggenomen, teneinde een gelijk speelveld te creëren en concurrentieverstoring tegen te gaan. Hiertoe is in 2014 het wetsvoorstel Modernisering vpb-plicht overheidsondernemingen ingediend. Op 26 mei 2015 is de Wet modernisering vpb-plicht overheidsondernemingen aangenomen door de Eerste Kamer.

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

Op 22 september 2014 is een wetsvoorstel ingediend voor de vervanging van de Verklaring ArbeidsRelatie (VAR) door de Beschikking Geen Loonheffingen (BGL). Van verschillende kanten zijn kritische vragen gesteld over de BGL. Daarnaast hebben verschillende organisaties voorstellen voor alternatieven voor de BGL gedaan. Naar aanleiding hiervan is door middel van een nota van wijziging op 18 mei 2015 een alternatief gepresenteerd voor de BGL: het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Het alternatief houdt in dat belangenorganisaties van opdrachtgevers of belangenorganisaties van opdrachtnemers, en ook individuele opdrachtgevers of opdrachtnemers, overeenkomsten kunnen voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan geven over de overeenkomst. Partijen kunnen hieraan zekerheid ontlenen omtrent de loonheffingen. De Belastingdienst zal beoordeelde overeenkomsten (voor zover mogelijk) openbaar maken, zodat deze door andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden gebruikt. Deze overeenkomsten zijn op de website van de Belastingdienst onderverdeeld in sectorale voorbeeldovereenkomsten en individuele overeenkomsten. Daarnaast zijn op de website van de Belastingdienst algemene modelovereenkomsten gepubliceerd die mede door de Belastingdienst zijn opgesteld en die in meerdere sectoren gebruikt kunnen worden. Het wetsvoorstel is op 2 februari 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. De wet zal in werking treden met ingang van 1 mei 2016.

Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst

De Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst is versneld door de Staten-Generaal behandeld. Deze wet werd op 29 april 2015 bij de Tweede Kamer ingediend en op 13 oktober 2015 aangenomen door de Eerste Kamer. De maatregelen in deze wet dienen ertoe om het berichtenverkeer tussen belastingplichtigen, toeslaggerechtigden en belastingschuldigen (per berichtenstroom) uitsluitend langs elektronische weg te laten plaatsvinden. Met de inzet van uitsluitend digitale communicatiemiddelen wil het kabinet komen tot eenvoudigere en eenduidigere contacten tussen belastingplichtigen enerzijds en de Belastingdienst anderzijds. Ook is hiermee een grote besparing (€ 60 miljoen per jaar) gemoeid. Tot het moment van inwerkingtreding van de maatregelen uit deze wet betrof de digitalisering vooral berichten van belastingplichtigen aan de Belastingdienst. De verdergaande digitalisering biedt ook de mogelijkheid om het berichtenverkeer van de Belastingdienst naar de belastingplichtige elektronisch te laten plaatsvinden. In dit wetsvoorstel is daartoe de grondslag gecreëerd. Het streven is om het berichtenverkeer tussen de belastingplichtige, toeslaggerechtigde of belastingschuldige en de Belastingdienst in 2022 uitsluitend nog langs elektronische weg te laten plaatsvinden. Om dit doel te bereiken is afgelopen jaar via verschillende kanalen gecommuniceerd dat «de blauwe envelop verdwijnt».

Belastingverdragen

De Nederlandse overheid onderhandelt voortdurend met andere landen over (nieuwe) belastingverdragen. In 2015 heeft Nederland onder meer gesprekken gevoerd met België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Ierland, Irak Senegal en Zuid-Afrika. Doel van de onderhandelingen is een nieuw of gewijzigd belastingverdrag. Daarnaast heeft het kabinet reeds in 2013 aangekondigd om 23 ontwikkelingslanden waarmee Nederland een belastingverdrag heeft, of waarmee onderhandelingen lopen, aan te bieden om anti-misbruikmaatregelen in die verdragen op te nemen. In 2015 zijn in dit kader onderhandelingen afgerond met Zambia en Kenia en is onderhandeld met Egypte, Oeganda en Kirgizië.

Internationaal belastingrecht

Op 5 oktober 2015 heeft de OESO de resultaten van het BEPS-project opgeleverd aan de G20. Het verschijnen van de BEPS-rapporten is een mijlpaal voor het internationale belastingrecht. De rapporten bevatten een groot aantal voorstellen om misbruik en belastingontwijking tegen te gaan. Ook de ontwikkelingslanden krijgen nieuwe instrumenten aangereikt die hen helpen bij het tegengaan van belastingontwijking. Naast de OESO wordt ook binnen Europees verband gewerkt aan internationale (bindende) afspraken om belastingontwijking te voorkomen. Tegelijkertijd moeten eerlijke concurrentie en behoud van banen in Nederland zekergesteld worden. De conclusies in de BEPS-rapporten zijn in verschillende vormen neergelegd, die ieder een eigen mate van consensus kennen en de betrokken landen niet allemaal in dezelfde mate binden. Het meest vergaand zijn de conclusies die zijn vastgelegd in een minimumstandaard. Landen, waaronder ook Nederland, hebben zich hieraan gecommitteerd. Minimumstandaarden zijn opgesteld voor:

  • het tegengaan van schadelijke belastingpraktijken door:

    • aanpassing van patentboxen;

    • uitwisseling van informatie over rulings;

  • het tegengaan van verdragsmisbruik;

  • het implementeren van country by country reporting;

  • het verbeteren van geschilbeslechting;

  • aanpassing in de OESO Transfer pricing guidelines en

  • aanpassing in de vaste inrichtingscriteria in het OESO-modelverdrag.

Er zullen voor de toepassing van deze minimumstandaarden een aantal aanpassingen doorgevoerd moeten worden. Conclusies uit rapporten met een minder mate van bindendheid behoeven verdere opvolging, bijvoorbeeld door een gecoördineerde aanpak binnen Europa zodat er bindende afspraken ontstaan.

E.2. Belastingdienst – Dienstverlening

De Belastingdienst bevordert met passende dienstverlening dat burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Doelbereiking

De bereikbaarheid van de BelastingTelefoon over het jaar 2015 ligt onder de streefwaarde en de afhandeling van bezwaren is niet binnen de Awb(Algemene wet bestuursrecht)-termijn gerealiseerd. De overige realisaties zijn op het gewenste niveau.

Dienstverlening

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Streefwaarde

20151

Realisatie

2015

Bereikbaarheid BelastingTelefoon (BT)

82

82

79

63

80–85

77

Kwaliteit beantwoording fiscale vragen BT

87

86

86

88

80–85

89

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

94

94

93

87

90–95

87

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

96

95

98

93

90–95

97

Klanttevredenheid2:

           

internet

90

90

91

94

80–90

91

balie

76

89

85

92

80–90

88

telefonie

           
 

○ algemeen

82

81

85

79

70–80

84

 

○ intermediairs

82

87

89

83

80–90

89

Bron: Fiscale monitor en Belastingdienst/Centrale Administratie.

1

De streefwaarden van de Belastingdienst worden weergegeven in bandbreedtes. Hiermee geeft de Belastingdienst per prestatie-indicator aan wat de onder- en de bovengrens is.

2

De in de tabel opgenomen realisatie heeft betrekking op klanten die neutraal tot zeer positief scoren.

Bereikbaarheid BelastingTelefoon

Het telefonieaanbod in 2015 was 15,8 miljoen belpogingen ten opzichte van 20,8 miljoen belpogingen in 201414. De bereikbaarheid was in 2015 77%. Door de BelastingTelefoon is vanuit financieel perspectief bewust gestuurd op de onderkant van de norm (80–85%). Het niet halen van de norm heeft onder andere te maken met de invoering van een nieuwe authenticatieprocedure bij dossiergebonden vragen van Ondernemingen vanaf april15 (waardoor de afhandeltijd steeg) en de invoering van het EBV in oktober. De toename van het aantal telefoontjes door de invoering van EBV is opgevangen door extra capaciteit. Daarnaast is het keuzemenu uitgebreid met een aantal mogelijkheden waardoor sommige vragen van burgers en bedrijven al in het keuzemenu kunnen worden beantwoord en er geen contact met een belmedewerker meer nodig is. Omdat deze telefoontjes niet worden meegenomen in het bereikbaarheidscijfer ligt de werkelijke bereikbaarheid hoger dan 77%. De gemiddelde wachttijd bedroeg 111 seconden en is ten opzichte van voorgaande jaren verbeterd (2014: 145 seconden).

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

De tijdige afdoening van bezwaarschriften ligt onder de streefwaarde. Voor de Douane en de belastingmiddelen IH, vpb en LH (LoonHeffing) is de streefwaarde nagenoeg gerealiseerd maar de afhandeling van bezwaren OB (OmzetBelasting) en Toeslagen blijft achter bij de doelstelling. De oorzaak van de niet-tijdige afhandeling van bezwaren OB houdt verband met een gebrek aan capaciteit. In het najaar van 2015 is extra capaciteit vrijgemaakt om de afdoening weer op een aanvaardbaar niveau te brengen. Toeslagen ontving in 2015 een grotere hoeveelheid bezwaren die samenhing met de versnelling van het definitief toekennen. In de laatste vier maanden van 2015 zijn maatregelen getroffen om deze bezwaren af te handelen.

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

Met 97,1% is de streefwaarde voor de Awb-conforme klachten bereikt. De Belastingdienst registreert signalen over EBV niet als «klacht». Deze signalen worden separaat en centraal afgehandeld, omdat het meestal verzoeken zijn om toezending per reguliere post in plaats van toezending via de Berichtenbox. In de periode tot en met eind 2015 hebben ruim 24.000 personen op basis van hun persoonlijke omstandigheden de toezegging gekregen voor een maatwerkoplossing.

Klanttevredenheid

De meest gebruikte kanalen om informatie te zoeken zijn de BelastingTelefoon en het internet (websites Belastingen, Douane en Toeslagen). De mate van tevredenheid over de BelastingTelefoon laat een stijging zien, na een daling in 2014. Er lijkt een relatie met de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon: in 2014 was deze sterk gedaald, wat mogelijk terug is gekomen in de klanttevredenheid. In 2015 is de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon weer gestegen, alsmede de klanttevredenheid.

De klanttevredenheid over internet is sinds 2011 min of meer op gelijk niveau gebleven. De klanttevredenheid over de balie ligt in lijn met voorgaande jaren.

Uitbreiding vooringevulde aangifte

Eén van de maatregelen om de aangifte makkelijker te maken is de VoorIngevulde Aangifte (VIA) waarmee burgers gegevens die al bij de Belastingdienst bekend zijn elektronisch bij de Belastingdienst ophalen. Zij hoeven de gegevens alleen nog te controleren. Het aantal mensen dat gebruik maakt van deze service steeg van 4,1 miljoen in 2012 en 6,2 miljoen in 2014 naar 7,2 miljoen in 2015. De doelstelling om in 2015 aan de vooringevulde aangifte 2014 de gegevens van de kapitaalverzekering box 3 en waardedepots box 3 toe te voegen is gerealiseerd.

Online aangiftevoorziening

Voor burgers is, naast de huidige manier van aangifte doen (via het downloaden van een aangifteprogramma op de eigen pc van de burger), een online aangifte ontwikkeld. Met de online aangifte kan de belastingplichtige plaats- en tijdonafhankelijk zijn aangifte voor de inkomstenbelasting invullen zonder een programma te downloaden. Fiscale kennis is niet nodig en uitzoekwerk overbodig. Het programma bepaalt zelf op basis van antwoorden van de gebruiker op vragen over zijn situatie of gegevens in box 1 of 3 vallen.

Mijnbelastingdienst.nl

De portal Mijn Belastingdienst.nl (MijnBD) is in juni 2014 live gegaan en biedt gaandeweg steeds meer inzicht in voor de burger van belang zijnde gegevens. De portal MijnBD kent in 2015 een aantal vernieuwingen en performanceverbeteringen; voorbeelden zijn de uitbreiding met het dossier Machtigingen, het deels zichtbaar maken van de klantcontacthistorie en de via MijnBD ingediende aangiften. Het portal is ook toegankelijk voor HUBA (HUlp bij BelastingAangifte)-partijen en de BelastingTelefoon, zodat zij burgers kunnen ondersteunen bij het doen van aangifte.

Uitbreiding Standard Business Reporting

De beoogde inkomende informatiestromen (zoals aangiften) en uitgaande informatiestromen (zoals voorlopige aanslagen) tussen fiscale dienstverleners en ondernemingen en de Belastingdienst zijn omgezet naar Standard Business Reporting (SBR16), met uitzondering van de loonheffingen en de functionaliteit Digitalisering uitstelregeling belastingconsulenten (mededelen) waarvoor nog enkele werkzaamheden moeten worden verricht.

Berichtenbox/EBV

Het berichtenverkeer met de Belastingdienst wordt op grond van de Wet EBV geleidelijk gedigitaliseerd. De eerste stap was de digitale verzending van de voorschotbeschikkingen van toeslagen voor 2016. Deze zijn vanaf eind november 2015 in de Berichtenbox op MijnOverheid.nl geplaatst.

Niet-persoonsgebonden website

De niet-persoonsgebonden website is 20 januari live gegaan. Nieuwe start- en themapagina’s (zoals Nabestaanden en Echtscheiden) maken het vinden van de juiste en actuele informatie eenvoudiger. Deze informatie zal steeds meer de basis vormen bij de beantwoording van vragen. Daarbij werkt de BelastingTelefoon er naartoe dat burgers en bedrijven met complexe fiscale vragen strikt worden doorverwezen naar fiscale dienstverleners.

E.3. Belastingdienst – Handhaving

De Belastingdienst oefent adequaat toezicht uit en dwingt, zo nodig, naleving af zodat burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Doelbereiking

De doelstellingen voor fiscaal toezicht zijn grotendeels gerealiseerd. De doelstellingen voor toezicht Toeslagen, toezicht Douane en de FIOD (Fiscale Inlichtingen- en OpsporingsDienst) zijn gerealiseerd.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

Belastingheffing en toeslagen zijn gevoelig voor Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O), omdat de hoogte van de heffing en de verplichting tot betalen afhankelijk zijn van gegevens die belastingplichtigen en toeslaggerechtigden zelf verstrekken. Dit kan van invloed zijn op de volledigheid van de belastingontvangsten en de juiste uitbetaling van toeslagen. Het tegengaan van M&O bij de uitvoering van wet- en regelgeving vormt derhalve een geïntegreerd onderdeel van het rechtshandhavingsbeleid.

De bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik richt zich niet meer uitsluitend op de achterkant van een proces, wanneer het geld al is uitgekeerd, maar steeds meer op de voorkant: bij de aanvraag of de aangifte. Met behulp van data-analyse worden risicovolle posten beoordeeld en geselecteerd. Zowel bij Toeslagen, Belastingen en de Douane is gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van gerichte query’s en risicoclassificatiemodellen om misbruik, oneigenlijk gebruik en fouten te detecteren en tijdig onterechte uitbetalingen te voorkomen. Dat heeft erin geresulteerd dat in 2015 voor € 234 miljoen aan onterechte uitbetalingen IH is voorkomen (2014: € 180 miljoen). Door de jarenlange permanente aandacht voor niet-compliant aangiftegedrag is zichtbaar dat veel personen (circa 60%) in het vervolg de aangifte wel juist invullen17.

Belastingplichtigen die hun vermogen in binnen- of buitenland verborgen hielden voor de Belastingdienst kunnen gebruik maken van de verruimde inkeerregeling. Onder deze regeling hebben zich in 2015 1.034 inkeerders gemeld met een ingekeerd vermogen van € 170 miljoen. Hiermee bedraagt over periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015 het totaal aantal inkeerders 16.696, met een aangegeven ingekeerd vermogen van € 5,9 miljard. De inkeerregeling heeft in 2015 € 450 miljoen aan extra belastinginkomsten opgeleverd. Per 1 juli 2015 is de boete verder verhoogd naar 60%. Ondanks de verhoging hebben zich in 2015 in het tweede half jaar nog 660 inkeerders gemeld. Deze worden in 2016 behandeld.

Belastingdienst/Toeslagen past thematisch toezicht toe op lopende toekenningen. Dit vindt plaats op die situaties waarin het vaak fout gaat, waarin burgers vergeten op cruciale momenten mutaties door te voeren. Afhankelijk van de toeslagsoort is er sprake van meer of minder opbrengst. In 2015 heeft dit bij ruim 250.000 burgers geleid tot een vermindering van ruim € 105 miljoen aan toeslagen. De meest in het oog springende thema's zijn:

  • slechte schatters: bij ruim 61.000 burgers is de toeslag verminderd met ruim € 58 miljoen en

  • kinderopvang 4- en 12-jarigen: bij ruim 13.000 burgers is de toeslag verminderd met bijna € 32 miljoen.

Ter voorkoming van misbruik of oneigenlijk gebruik van toeslagen zijn maatregelen uitgevoerd die toezien op een extra beoordeling van mutaties, voordat een voorschot bij een verhoogd risico wordt uitgekeerd. In 2015 zijn 90.900 mutaties beoordeeld. Bij circa 42.000 heeft dit geleid tot een vermindering van de toeslagen en bij circa 19.700 tot het stopzetten van de toeslagen. Met deze maatregelen is een (bruto) bedrag gemoeid van ruim € 81 miljoen. Netto is (conform de afgesproken rekenmethodiek) een bedrag van € 26,1 miljoen tegengehouden met deze maatregelen.

De FIOD vervult een belangrijke taak in de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, ondermijning en het afpakken van crimineel vermogen. Met het strafrechtelijk afpakken van wederrechtelijk verkregen voordeel was in 2015 een bedrag gemoeid van € 198 miljoen. Verder is voor € 101 miljoen conservatoir beslag gelegd.

ITI (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Streefwaarde 2015

Realisatie 2015

Intensivering

88

169

157

157

Opbrengsten

250

413

533

430

Toelichting

Bij brief van 10 december 2012 van de Staatssecretaris van Financiën aan de Kamer zijn maatregelen voorgesteld om het toezicht te intensiveren. Deze maatregelen betreffen ondermeer de versnelling van de aanslagregeling voor particulieren, de uitvoering van boekenonderzoeken, de uitvoering van controles voor de omzetbelasting en het realiseren van structureel extra opbrengsten uit invordering. Het doel van ITI was om in 2015 met een intensivering van € 157 miljoen in extra toezicht- en handhavingactiviteiten in de Belastingdienst, een extra belastingopbrengst te realiseren van € 533 miljoen.

De extra opbrengsten van 2015 bedragen € 430 miljoen inclusief € 97 miljoen ontvangsten van maatregelen uit 2014 en € 6 miljoen van 2013. Naar verwachting zal een deel van de correctieopbrengsten van 2015 in 2016 alsnog worden geïnd.

De ARK heeft 11 februari 2016 haar rapport gepresenteerd aan de Tweede Kamer over de uitvoering van de business case Intensivering toezicht en invordering in 2013 en 2014. De belangrijkste conclusie uit het rapport was dat er geen directe relatie kan worden gelegd tussen de toename in belastingontvangsten uit toezicht- en invorderingsactiviteiten en de extra investeringen in toezicht en invordering bij de Belastingdienst. In de kabinetsreactie op dit rapport wordt deze conclusie onderschreven en is ook aangegeven dat met de monitoring de extra ontvangsten wel aannemelijk zijn gemaakt.

Toezicht

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator (aantallen x 1.000)

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Streefwaarde

2015

Realisatie

2015

Aantallen grote ondernemingen onder horizontaal toezicht met een individueel convenant

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

1,75–2,0

1,96

Aantal MKB-ondernemingen onder een horizontaal toezichtconvenant

33

87

89

109

75–100

112,6

Aantallen behandelde aangiften IH

431

855

1.076

1.049

1.000–1.225

1.009

Aantallen behandelde aangiften Vpb

31

28

29

34

29–37

36

Aantallen boekenonderzoeken

37

30

41

38

35,75–38,75

26,3

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Het aantal grote ondernemingen onder Horizontaal Toezicht (HT) met een individueel convenant ligt met 1.956 binnen de bandbreedte van de streefwaarde (1.750–2.000). De Belastingdienst richt zich bij groepsgewijze klantbehandeling in het segment MKB (Midden- en KleinBedrijf) op de klantbehandeling via de fiscaal dienstverlener. De doelstelling voor 2015 is met 112.570 ondernemingen meer dan gerealiseerd.

Het totaal aantal boekenonderzoeken van het MKB is in 2015 niet gehaald. In plaats van de streefwaarde van 35.750–38.750 boekonderzoeken werden 25.355 boekonderzoeken bij MKB-klanten afgerond, en 971 onderzoeken bij grote ondernemingen.

In 2015 is de focus binnen MKB verlegd op posten met een groter fiscaal belang en risico. Dat betekent dat het zwaartepunt bij de uitvoering van boekenonderzoeken is verschoven van het kleinbedrijf naar zwaardere onderzoeken bij het middenbedrijf. Deze boekenonderzoeken kenmerken zich door een hogere tijdsbesteding en hogere opbrengst. In 2015 is een totale correctieopbrengst van bijna € 809 miljoen gerealiseerd. De opbrengst is bijna € 37 miljoen hoger dan in 2014. De gemiddelde correctieopbrengst van een MKB-boekenonderzoek bedraagt ongeveer € 31.000 (2014: € 21.000).

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Streefwaarde

2015

Realisatie

2015

Tijdigheid aangiften:

           

• Percentage bereikte belastingplichtigen na verzuim (OB)

64

69

70

67

50–60

59

• Percentage bereikte belastingplichtigen na verzuim (LH)

93

90

93

94

90–95

91

• Percentage bereikte belastingplichtigen na verzuim (IH niet-winst)

87

74

77

78

65–75

N.b.1

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

1

Het percentage bereikte belastingplichtigen na verzuim (IH niet-winst) kon niet worden berekend omdat de registratie niet up to date is.

Toelichting

Voor de tijdigheid van aangiften wordt sinds jaar en dag een actief beleid gevoerd om zo snel mogelijk contact op te nemen met belastingplichtigen wanneer die verzuimen op tijd aangifte te doen. De doelstellingen voor bereikte belastingplichtigen na verzuim zijn gerealiseerd. Voor aangiften die niet-tijdig zijn binnengekomen heeft de Belastingdienst aanmaningen en ambtshalve aanslagen opgelegd. Ook zijn boetes opgelegd voor het niet-tijdig aangifte doen.

Toeslagen

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Streefwaarde

2015

Realisatie

2015

Rechtmatige toekenning van toeslagen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

De score van fouten en onzeker-heden ligt onder de rapporte-ringsgrens op artikelniveau

Gerealiseerd

Het aantal terug te betalen bedragen onder € 500 als percentage van het totale aantal definitieve toekenningen

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

91%

91,9%

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Rechtmatige toekenning van toeslagen

Voor het rapporteren van fouten en onzekerheden gelden kwantitatieve rapportagegrenzen op artikelniveau die jaarlijks in de Rijksbegrotingsvoorschriften worden vastgelegd. Het streven is dat de score van fouten en onzekerheden onder deze grenzen ligt. De gevonden fouten en onzekerheden bij de steekproeven liggen onder de rapporteringstoleranties op artikelniveau (3% voor fouten en 3% voor onzekerheden).

Terug te betalen bedragen zoveel mogelijk beperken

De Belastingdienst streeft er naar het ontstaan van terug te betalen bedragen bij het definitief toekennen zoveel mogelijk te beperken tot bedragen die inherent zijn aan de systematiek van de inkomensafhankelijke regelingen. De streefwaarde hiervoor is gerealiseerd (< € 500)18.

Douane

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Streefwaarde

2015

Realisatie

2015

Controles op de goederenstromen

342.000

352.000

338.300

357.000

360.000–400.000

386.000

Gecertificeerde goederenstromen

51%

85%

91%

90,7%

> 85%

89%

Controles op passagiersvluchten

12.500

13.100

13.600

15.000

12.000–15.000

13.000

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Controles op de goederenstromen

Op de niet-gecertificeerde goederenstroom (vracht, koeriers, ambulant) voert de Douane controles uit. Daarbij gaat het om scancontroles en fysieke controles. De doelstellingen voor de controles op goederenstromen zijn in 2015 gerealiseerd.

Gecertificeerde goederenstromen

Voor het bepalen van de zwaarte van het toezichtregime wordt rekening gehouden met de mate waarin voor de betrouwbaarheid van de administratie kan worden gesteund op een stelsel van interne beheersingsmaatregelen. Dat kan resulteren in certificeringen of convenanten. Een bedrijf dat het certificaat van authorized economic operator verkrijgt (gebaseerd op Europese wetgeving), voldoet aan een aantal gestelde eisen waardoor een lichter controleregime van toepassing is. Daardoor kan het logistieke proces sneller gaan. Ultimo 2015 is ongeveer 89% van de reguliere goederenstromen (in- en uitvoer) gecertificeerd.

Controles op passagiersvluchten

De Douane gaat bij de controle van passagiersvluchten uit van een gradatie in risico’s op vluchtniveau, met bijbehorende controledichtheid en inzet van handhavingmiddelen. Die controledichtheid varieert van 100% (de hoog-risicovluchten) tot 5% (de laag-risicovluchten). De streefwaarde voor 2015 is gerealiseerd.

De aantallen correcties en processen-verbaal, die voortvloeien uit deze controles, zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Correcties en processen-verbaal VGEM (Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu) en fiscaal (aantallen x 1.000)

Kengetal

2011

2012

2013

2014

2015

Correcties scan- en fysieke controles vracht

3,6

3,6

2,6

6,2

7,8

Correcties koeriers en postzendingen

15

14

15

14

6,5

Correcties passagiers

20

19

18

19

20

Correcties ambulante controles binnen-/buitengrens

1,9

1,7

1,6

1,5

1,1

Correcties administratieve controles

0,7

0,6

0,5

0,7

0,7

Processen-verbaal

25

22

26

27

16

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Het aantal correcties op grond van intellectuele eigendom en reclamerecht bij koeriers en postzendingen is afgenomen. Dit wordt met name veroorzaakt door veranderde wet- en regelgeving. Als gevolg hiervan hoeft bij drie (of minder) stuks namaakartikelen geen bevinding opgemaakt te worden. Bij koers en postzendingen is regelmatig sprake van dergelijke, relatief kleine, vangsten. Deze ontwikkeling is ook de verklaring voor de afname van het aantal processen-verbaal, aangezien er in deze gevallen ook geen sprake meer is van een strafrechtelijk vervolg.

FIOD

Realisatie meetbare gegevens

Prestatie-indicator (in %)

Realisatie

2011

Realisatie

2012

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Streefwaarde

2015

Realisatie

2015

Percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie

84

84

85

83

82–85

82

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

De keuze voor de te vervolgen zaken vindt plaats in het overleg tussen het Openbaar Ministerie (OM), de financiële toezichthouders en de FIOD. In 2015 zijn 466 processen verbaal afgerond. Omdat de verwerking van processen-verbaal vaak enige tijd duurt, hebben nog niet al deze processen-verbaal in 2015 geleid tot een uitspraak. Het OM heeft in 2015 190 FIOD-zaken behandeld, waaronder zaken uit eerdere jaren. Van de 190 zaken zijn 35 zaken geseponeerd. 155 zaken hebben wel tot een veroordeling geleid. Hieruit volgt het percentage van 82%.

Invordering

Realisatie meetbare gegevens

(in %)

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Streefwaarde 2015

Realisatie 2015

Achterstand invordering

2,4

2,3

2,4

2,3

2,5–3,0

2,2

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

De streefwaarde voor de achterstand invordering is in 2015 gerealiseerd. Dit cijfer is stabiel ten opzichte van voorgaande jaren.

E.4. Belastingdienst – massale processen

De Belastingdienst voert zijn massale processen efficiënt uit.

Doelbereiking

De doelstelling wordt afgemeten aan het aantal postzendingen zonder fouten. De doelstelling is gerealiseerd.

Volumeontwikkeling

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het aantal belastingplichtigen en toeslaggerechtigden over de afgelopen jaren weer.

Volumeontwikkeling belastingplichtigen en toeslaggerechtigden (aantallen x 1.000)

Kengetal

2012

2013

2014

2015

Belastingplichtigen IB/IH

8.003

7.845

7.847

8.003

Belastingplichtigen Vpb

853

886

909

925

Inhoudingsplichtigen LB/LH

638

639

647

665

Inhoudingsplichtigen OB

1.571

1.637

1.754

1.784

Toeslaggerechtigden

6.465

6.104

5.829

5.493

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Realisatie meetbare gegevens

(in %)

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Streefwaarde 2015

Realisatie 2015

Postzendingen zonder fouten

100

100

99

100

> 99

100

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Toelichting

Op verschillende plaatsen in het ontvangstproces zijn maatregelen getroffen om er op toe te zien dat belastingplichtigen de juiste berichten en gegevens ontvangen. Grote stromen beschikkingen (aangiften, aanslagen, toeslagen) worden voor verzending systematisch gecontroleerd op juistheid, volledigheid en inhoudelijke (fiscale) kwaliteit. In 2015 zijn 8.768 partijen gecontroleerd. Deze partijen waren in totaal goed voor circa 121,7 miljoen poststukken.

Daarnaast wordt het aantal damages bijgehouden. Een damage is een verstoring in het primaire proces die leidt tot directe gevolgen voor burgers of bedrijven. Het aantal damages is ten opzichte van 2014 toegenomen (76 verstoringen in 2015 tegen 67 in 2014). Op de website van de Belastingdienst is een aparte pagina ingericht waarop direct de verstoringen worden gemeld, inclusief een instructie voor burgers en bedrijven wat te doen.

Steeds meer belastingplichtigen kiezen voor de digitale aangifte. Dit heeft geleid tot een verdere daling van het aantal aangiften op papier.

Ingediende aangiften inkomstenbelasting (belastingjaar t-1; aantal x 1.000)

Kengetal

2011

2012

2013

2014

2015

Ontvangen aangiften:

11.243

10.968

11.148

11.282

11.503

– waarvan digitaal

10.633

10.448

10.705

10.891

11.130

– waarvan papier

610

520

443

391

373

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie.

Tijdige afhandeling aangiften (in %)

Kengetal

2011

2012

2013

2014

2015

Tijdigheid afhandelen aangiften IB

99,3

98,5

99,9

99,4

99,1

Bron: Belastingdienst/Centrale Administratie

Als regel ontvangen degenen die vóór 1 april hun aangifte inkomstenbelasting doen, vóór 1 juli bericht van de Belastingdienst. De doelstelling voor het tijdig afhandelen van aangiften IB (InkomstenBelasting) bedraagt 98–100% en is met 99,1% ruimschoots gerealiseerd.

In 2015 is de aangiftetermijn eenmalig verlengd naar 5 mei om daarmee overbelasting van de website van de Belastingdienst te voorkomen.

12

Kamerstukken II 2015–2016 31 935, nr. 26.

14

Het telefonieaanbod in 2014 was hoger door de invoering van één bankrekeningnummer, wat toen leidde tot meer vragen en herhaalverkeer.

15

De authenticatieprocedure houdt in houdt in dat er aanvullende controlevragen worden gesteld aan ondernemers en intermediairs bij persoons- of bedrijfsgebonden vragen.

16

SBR is een open standaard voor het uitwisselen van financiële informatie.

17

Het is niet bekend of de resterende 40% hun gedrag bewust handhaven of dat de vorige foute aangifte nog niet behandeld is.

18

Voor kinderopvangtoeslag wordt een grens van € 1.000 aangehouden. Bij de toekenningen van kinderopvangtoeslag gaat het veelal om hogere bedragen dan bij andere toeslagen.

Licence