Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

8.2 Saldibalans Ministerie van Financiën IXB

Saldibalans Ministerie van Financiën (IXB) per 31 december 2015 (bedragen x € 1.000)

Activa

     

Passiva

 
   

31-12-2015

31-12-2014

   

31-12-2015

31-12-2014

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

7.932.335

10.565.880

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

127.884.754

129.199.098

3)

Liquide middelen

6.006

3.227

       

4)

Rekening-courant RHB

120.204.036

118.904.285

       

5)

Rekening-courant RHB-begrotingsreserve

258.498

246.209

5a)

Begrotingsreserves

258.498

246.209

6)

Uitgaven buiten begrotingsverband (=intra-comptabele vorderingen)

1.579

17

7)

Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)

259.202

274.311

 

Subtotaal

128.402.454

129.719.618

 

Subtotaal

128.402.454

129.719.618

               

9)

Openstaande rechten

20.205.956

18.976.575

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

20.205.956

18.976.575

10)

Extra-comptabele vorderingen

5.899.526

6.990.069

10a)

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

5.899.526

6.990.069

11a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

0

546.983

11)

Extra-comptabele schulden

0

546.983

12)

Voorschotten

14.512.894

14.633.274

12a)

Tegenrekening voorschotten

14.512.894

14.633.274

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

190.840.128

190.173.779

13)

Garantieverplichtingen

190.840.128

190.173.779

14a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

3.169.584

1.665.736

14)

Openstaande verplichtingen

3.169.584

1.665.736

15)

Deelnemingen

47.549.567

49.645.831

15a)

Tegenrekening deelnemingen

47.549.567

49.645.831

 

Totaal

410.580.109

412.351.865

 

Totaal

410.580.109

412.351.865

Algemene toelichting

Alle bedragen zijn opgenomen tegen nominale waarden en vermeld in duizenden euro’s tenzij anders vermeld. Door afronding van bedragen op duizenden euro’s, kunnen totaaltellingen niet aansluiten bij de som der delen. In de tabellen zijn specificaties cursief weergegeven. Belangrijke posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden.

Specifieke toelichting per saldibalanspost

1. Uitgaven ten laste van de begroting

Deze post bevat de nog niet met het Ministerie van Financiën (Rijkshoofdboekhouding) verrekende begrotingsuitgaven 2015. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Deze post betreft de nog niet met het Ministerie van Financiën (Rijkshoofdboekhouding) verrekende begrotingsontvangsten 2015. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

3. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij kasbeheerders aanwezige kasgelden.

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2015 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

5. en 5a. Begrotingsreserves

In de praktijk worden dit ook wel interne begrotingsreserves genoemd. Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant wordt aangehouden. Het gaat om een interne budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor elke begrotingsreserve wordt in de administratie van de Rijkshoofdboekhouding een afzonderlijke rekening-courant aangehouden.

De interne begrotingsreserve Seno-Gom bedraagt ultimo 2015 ruim € 25 miljoen. De Seno-Gomportefeuille (onderdeel van de ExportKredietverzekering, EKV) wordt afbeheerd.

In 2010 heeft Tennet de overname van het transportnet van E.ON (Transpower) definitief afgerond. Om deze overname te financieren heeft de staat een garantie van € 300 miljoen aan de Stichting beheer doelgelden afgegeven. De premie die voortvloeit uit de garantie wordt jaarlijks in de per 1 januari 2010 opgerichte begrotingsreserve afgestort. De stand hiervan is 25,6 miljoen ultimo 2015. Eventuele betalingen vloeien eveneens voort uit deze reserve.

In overeenstemming met het garantiekader voor risicoregelingen is er een begrotingsreserve voor de exportkredietverzekering opgericht. Ultimo 2015 bedraagt de stand van deze reserve ruim 207,9 miljoen.

6. Uitgaven buiten begrotingsverband (= intra-comptabele vorderingen)

Onder de uitgaven buiten begrotingsverband zijn posten opgenomen, die met derden moeten worden verrekend.

7. Ontvangsten buiten begrotingsverband (= intra-comptabele schulden)

Onder de ontvangsten buiten begrotingsverband zijn de posten opgenomen, die aan derden moeten worden betaald. De stand ultimo 2015 heeft grotendeels betrekking op in het verleden ontvangen bedragen die nog verrekend moeten worden uit hoofde van provinciale opcenten, afdrachten ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) en afdrachten loonheffing. Ultimo 2015 bevatte de consignatiekas ongeveer € 71,1 miljoen.

9. Openstaande rechten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Belastingvorderingen

19.815.157

18.424.509

     

Vorderingen Domeinen Roerende Zaken

376.982

546.099

     

Btw-compensatiefonds

11.946

5.942

Overige

1.871

25

Totaal

20.205.956

18.976.575

Toelichting openstaande rechten

Belastingvorderingen

De belangrijkste posten van de ultimo 2015 openstaande belastingvorderingen zijn vorderingen inzake:

(€ x 1 mld.)
 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Vennootschapsbelasting

5,2

4,5

Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen

5,1

4,5

Omzetbelasting

2,6

2,3

Erf- en schenkbelasting

0,8

0,9

Loonbelasting/premies volksverzekeringen

1,8

1,9

Totaal

15,5

14,1

Het volgende overzicht geeft aan in welk jaar de belastingvorderingen zijn ontstaan.

Belastingvorderingen in procenten

Belastingvorderingen in procenten

Van het totale te vorderen bedrag zal uiteindelijk een aanzienlijk gedeelte niet inbaar zijn. Bij 46% van de openstaande vorderingen is de betalingstermijn verstreken. Van deze achterstandsposten is 35% aan te merken als betwist, bijvoorbeeld omdat een bezwaarschrift is ingediend. Ook van de niet-betwiste rechten met een betalingsachterstand zal een gedeelte niet of moeilijk inbaar zijn, bijvoorbeeld als gevolg van faillissementen.

Verloop van de belastingvorderingen
 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Ultimo vorig jaar

18.424.509

17.606.039

Conserverende aanslagen en rechten BCN vorig jaar

– 3.360.800

– 3.465.541

Ontstane rechten

74.949.476

71.734.211

     

Vervallen rechten:

   

– ontvangsten en overloop

– 10.286.838

– 2.390.236

– verleende verminderingen en negatieve aanslagen

– 59.569.533

– 65.442.813

– oninbaarlijdingen en kwijtscheldingen

– 2.111.159

– 1.961.047

– overloop

– 1.150.590

– 1.016.904

– rechten Belastingdienst Caribisch Nederland

42.736

54.165

– conserverende aanslagen lopend jaar IB/PVV

2.758.200

3.156.180

– conserverende aanslagen Erf- en schenkbelasting

119.156

150.455

Totaal

19.815.157

18.424.509

Naast de niet direct invorderbare conserverende aanslagen (€ 2,9 miljard) zijn als rechten de openstaande belastingvorderingen (€ 16,9 miljard) opgenomen. Dit betreft het nominale bedrag van de in de debiteurenadministraties van de Belastingdienst geregistreerde openstaande invorderingsopdrachten. Deze zijn gecorrigeerd voor de betalingen die ultimo 2015 waren ontvangen maar nog niet waren verwerkt in de debiteurenadministraties.

Vorderingen DRZ

De vorderingen van DRZ bestaan voor 99,99% uit strategische verkopen van roerende zaken.

In 2015 is € 9,2 miljoen aan strategische debiteuren vervallen.

De ouderdom van de vorderingen van DRZ is als volgt:

Ontstaan in 2015

517

Ontstaan in 2014

258.917

Ontstaan in 2013

96.472

Ontstaan in 2012

4.055

Ontstaan vóór 2012

17.021

Totaal

376.982

10. Extra-comptabele vorderingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering

562.648

605.750

Overige vorderingen exportkredietverzekering

361.219

271.519

Leningen

0

45.000

Diverse toeslagen Belastingdienst

1.707.208

1.520.617

Overige

70.071

90.038

Subtotaal

2.701.146

2.532.924

Ontstaan als gevolg van de kredietcrisis

   

Overbruggingskrediet SNS REAAL N.V.

0

1.100.000

Vordering IJslandse DGS

0

158.765

Lening Griekenland

3.198.380

3.198.380

Subtotaal

3.198.380

4.457.145

Totaal

5.899.526

6.990.069

Toelichting extra-comptabele vorderingen

Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering

Verreweg het grootste deel van de geconsolideerde vorderingen (exclusief consolidatierente) ad € 0,56 miljard is opgenomen in consolidatie-overeenkomsten in het kader van de Club van Parijs. Vorderingen begrepen in consolidatie-overeenkomsten zijn door landen erkende schulden waar een betalingsregeling voor geldt en kunnen derhalve worden beschouwd als recuperabel. Landen zijn echter niet altijd in staat de betalingsverplichtingen uit hoofde van zo’n regeling na te komen. In die gevallen worden doorgaans herconsolidaties afgesloten. Hierdoor verschuift de geplande ontvangst van provenuen naar de toekomst. In de Club van Parijs wordt de kwijtschelding van schulden van de allerarmste landen vorm gegeven (in het kader van het Heavily Indebted Poor Countries(HIPC)-initiatief). Als gevolg hiervan zullen deze landen in aanmerking komen voor verdergaande kwijtschelding van hun schulden uit hoofde van de exportkredietverzekering.

Leningen

Het bedrag van de leningen had betrekking op Kliq. Kliq is ontstaan uit het voormalige re-integratiebedrijf van de Arbeidsvoorziening (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), dat in 2002 is verzelfstandigd. In december 2005 is Kliq failliet gegaan. De lening is uiteindelijk in 2015 door middel van een schikking met de rechtspersonen teruggebracht naar nul.

Diverse toeslagen Belastingdienst

Deze vorderingen hebben betrekking op terugvorderingen van verstrekte toeslagen (kindgebonden budget, huur-, kinderopvang- en zorgtoeslag). De Belastingdienst heeft in 2015 op deze vorderingen € 1.977 miljoen ontvangen. Een gedeelte van de toeslagvorderingen zal uiteindelijk niet of moeilijk inbaar zijn. In 2015 is voor € 46 miljoen aan toeslagvorderingen buiteninvordering gesteld.

Ouderdomsoverzicht van de vorderingen

De ouderdom van de vorderingen exclusief de geconsolideerde en overige vorderingen van de exportkredietverzekeringen, is als volgt:

Ontstaan in 2015

275.714

Ontstaan in 2014

477.711

Ontstaan in 2013

381.935

Ontstaan in 2012

219.924

Ontstaan vóór 2012

3.620.375

Totaal

4.975.659

Overbruggingskrediet SNS REAAL N.V.

Om te voorzien in de liquiditeitsbehoefte van SNS REAAL N.V. heeft de staat bij de nationalisatie een overbruggingskrediet van € 1,1 miljard aan de holding verstrekt. De staat heeft in 2015 de aandelen SNS Bank van SNS REAAL gekocht. Door deze transactie is de staat direct 100% aandeelhouder geworden van SNS Bank. Aan deze verplaatsing komen initieel geen kasstromen te pas. De staat heeft € 1,1 miljard van het aankoopbedrag gefinancierd door het inbrengen van het eerder aan SNS REAAL verstrekte overbruggingskrediet. Hiermee is de vordering van de staat op SNS REAAL N.V. komen te vervallen.

Vordering IJslandse DGS

In 2008/2009 heeft De Nederlandsche Bank na het faillissement van Landsbanki een bedrag uitgekeerd van € 1,6 miljard aan de depositohouders. Hiervan namen de Nederlandse banken € 208 miljoen voor hun rekening en de Nederlandse staat € 1,4 miljard. Nadat in 2014 de volledige hoofdsom is gerecupereerd, is in 2015 een schikking getroffen met het DGS over rente en uitvoeringskosten. De kern van de schikking is dat het IJslandse DGS een bedrag van omgerekend € 48,6 miljoen aan Nederland heeft betaald. Tevens is een onderdeel van de schikking dat € 12 miljoen aan IJslandse kronen die op een geblokkeerde rekening stonden zijn geconverteerd en overgeboekt naar een rekening buiten IJsland. Deze schikking heeft de Nederlandse staat ongeveer € 61 miljoen opgeleverd. Op deze opbrengst worden de juridische en proceskosten die vanaf 2011 zijn gemaakt in mindering gebracht. Het nettoresultaat bedraagt ruim € 58 miljoen. Door deze schikking is de rechtszaak tegen het IJslandse DGS over de vergoeding van rente- en uitvoeringskosten beëindigd. De vordering op de balans met betrekking tot de opgebouwde rente komt hiermee eveneens te vervallen. Het bedrag van deze vordering was gebaseerd op het akkoord dat eerder in een referendum door IJsland was verworpen, maar dat tot nader order in de saldibalans als uitgangspunt werd genomen voor de berekening van de rente.

Lening Griekenland

In 2010 had Griekenland als eerste land van de eurozone problemen om zichzelf te blijven financieren op de markt. Als gevolg besloten de lidstaten van de eurozone samen met het IMF tot het verlenen van financiële steun door het verstrekken van bilaterale leningen. Deze zogenaamde Greek Loan Facility (GLF) bestond oorspronkelijk uit € 80 miljard aan bilaterale leningen van de landen van de eurozone en € 30 miljard van het IMF. In juli 2011 is besloten om de nog niet uitgekeerde leningen uit de GLF over te hevelen naar het EFSF. Vanuit de GLF is € 52,9 miljard uitgekeerd aan Griekenland. In 2012 zijn geen nieuwe leningen meer verstrekt aan Griekenland. Het Nederlandse aandeel in de GLF is daarmee in totaal € 3,2 miljard.

Opeisbaarheid van de vorderingen

Het volgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de extra-comptabele vorderingen.

Opeisbaarheid

Bedrag

Direct opeisbare vorderingen

1.125.029

Op termijn opeisbare vorderingen

4.774.497

Totaal

5.899.526

Niet uit de balans blijkende vordering

Onderdeel van de afspraken van de Eurogroep is dat de inkomsten van de ECB en de nationale centrale banken uit de Griekse staatsobligaties worden doorgegeven aan Griekenland. Dit betreft de inkomsten uit de SMP-portefeuille en de ANFA-portefeuille. Nederland heeft in juli 2014 aan het ESM de SMP-inkomsten over 2014 (€ 112 miljoen) overgemaakt. Het ESM heeft hiervoor een speciale rekening, waarop lidstaten de SMP-winsten kunnen overmaken. Deze inkomsten zullen door het ESM, na een positief oordeel van de voortgang van het programma (of na een positieve post-programme missie na afloop van het programma), naar Griekenland worden overgemaakt. Omdat de voortgangsmissie niet is afgerond, zijn de SMP-inkomsten over 2014 nog niet naar Griekenland overgemaakt en staan deze nog op deze speciale rekening. Het is onduidelijk wat er met deze gelden zal gebeuren.

Tot de voorwaardelijke vorderingen kan het saldo van de Maintenance Of Value(MOV)-posities worden gerekend (betreft internationale instellingen). De stand van de MOV-posities bedroeg ultimo 2015 € 31,4 miljoen. Het saldo van de MOV-posities kan afhankelijk van wisselkoersfluctuaties een vordering dan wel een verplichting voorstellen. Door de aandeelhouders van de internationale instellingen is echter besloten dat er geen uitkering van de MOV-verplichtingen zal plaatsvinden. Zodoende zullen er geen financiële transacties op basis van de MOV plaatsvinden, tenzij de aandeelhouders besluiten deze bevriezing op te heffen.

11. Extra-comptabele schulden

De schuld vloeide grotendeels voort uit verkopen van strategische goederen door DRZ. De opbrengsten hiervan zouden aan het Ministerie van Defensie moeten worden doorbetaald. Door de overgang van DRZ van het batenlastenstelsel naar het kasstelsel is er geen sprake meer van opbrengsten maar van openstaande rechten. Zie ook saldibalanspost 9. De ontvangsten moeten nog gerealiseerd worden en derhalve is er geen sprake meer van schulden.

12. Voorschotten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Toeslagen

14.215.793

14.297.538

Personeel en materieel

24.603

54.125

Btw-compensatiefonds

154.827

160.232

Overige

117.671

121.379

Totaal

14.512.894

14.633.274

Toeslagen

Deze post bestaat uit kinderopvangtoeslag (€ 2.900 miljoen), huurtoeslag (€ 3.944 miljoen), zorgtoeslag (€ 5.122 miljoen) en kindertoeslag/kindgebonden budget (€ 2.250 miljoen).

De voorschotten van de toeslagen zijn als volgt opgebouwd.

(€ x 1 mln.)

Voorschotten

toeslagjaar

Kinderopvang

Huurtoeslag

Zorgtoeslag

Kindertoeslag/kindgebonden budget

2011 e.o.

257

48

50

11

2012

12

10

5

3

2013

30

19

31

13

2014

651

340

584

220

2015

1.765

3.199

4.021

1.817

2016

185

328

431

186

Totaal

2.900

3.944

5.122

2.250

De uitkering van toeslagen is gevoelig voor M en O, omdat de hoogte van de toeslag afhankelijk is van gegevens die toeslaggerechtigden zelf verstrekken. Het tegengaan van M en O bij de uitvoering van de wet- en regelgeving vormt een geïntegreerd onderdeel van het rechtshandhavingsbeleid.

Personeel en Materieel

Deze post betreft diverse voorschotten aan personeel. Daarnaast hebben deze voorschotten betrekking op betalingen aan diverse crediteuren waarvan de goederen/diensten nog geleverd dienen te worden.

Btw-compensatiefonds

Dit zijn voorschotten die betrekking hebben op bijdragen aan gemeenten, provincies en Wgr (Wet gemeenschappelijke regelingen)-plusregio’s.

Overige voorschotten

Voor € 117,7 miljoen betreft het ambtshalve voorschotten uitbetaald op de Evenredige BijdrageVerdeling (EBV). Deze voorschotten zijn uitbetaald aan burgers bij wie meer dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet is ingehouden. Het gehele bedrag is ontstaan in 2015.

Overzicht van het verloop en de ouderdom van de voorschotten

Dit betreffen voorschotten, waarvan de uitgaven reeds in het jaar van verstrekking ten laste van de begroting zijn gebracht. Het overzicht geeft inzicht in de ouderdom van de voorschotten en tevens is aangeven welk deel in 2015 tot afrekening is gekomen.

 

Stand per 01-01-2015

Verstrekt 2015

Afgerekend 2015

Stand per 31-12-2015

Vóór 2012

1.167.391

 

801.605

365.786

2012

537.841

 

506.624

31.217

2013

1.914.615

 

1.821.916

92.699

2014

11.013.427

 

9.217.637

1.795.790

2015

0

12.701.304

473.902

12.227.402

Totaal

14.633.274

12.701.304

12.821.684

14.512.894

13. Garantieverplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Deelnemingen

65.371.092

61.903.978

IMF

49.761.890

47.503.587

Ontwikkelingsbanken/NWB

15.609.202

14.400.391

     

Kernongevallen (WAKO)

9.768.901

14.023.000

     

Verzekeringen

15.893.346

13.548.687

Exportkredietverzekering

15.728.563

13.373.677

Investeringsverzekering

164.783

175.010

     

Stabiliteitsmechanisme EFSM

2.817.000

2.778.000

Stabiliteitsmechanisme EFSF

49.640.411

49.640.411

     

Garantie SNS Propertize B.V.

2.623.100

3.600.000

Garantie DNB-winstafdracht

5.700.000

5.700.000

Garantie ESM

35.445.400

35.445.400

     

Overige

3.580.878

3.534.303

Totaal

190.840.128

190.173.779

Toelichting openstaande garantieverplichtingen

Deelnemingen

  • IMF: DNB draagt namens de staat, onder staatsgarantie, bij aan de middelen van het IMF. In 2015 hebben er, anders dan de effecten van de wisselkoers, geen veranderingen plaatsgevonden in de uitstaande garantie voor het IMF.

  • Ontwikkelingsbanken (Wereldbank, EIB, EBRD, MIGA en AIIB) en NWB: dit betreft het garantiekapitaal (de niet volgestorte aandelen) inzake de deelneming van de staat in het kapitaal van de betreffende banken. Slechts indien de banken in ernstige financiële problemen komen, kan om storting (vol- of bijstorting) van het garantiekapitaal worden gevraagd.

WAKO

De staat dient, voor zover de vergoedingen uit anderen hoofde niet toereikend zijn om schade ten gevolge van een kernongeval te vergoeden, aanvullend openbare middelen beschikbaar te stellen. Momenteel zijn er in Nederland zes kerninstallaties in de zin van de WAKO. Afhankelijk van het bedrag waarvoor de onderscheiden kerninstallaties aansprakelijk zijn, is het door de staat maximaal beschikbaar te stellen bedrag € 1.500 miljoen en € 2.269 miljoen per kernongeval.

Verzekeringen

De openstaande garantieverplichting betreft voornamelijk het risico (obligo) van de staat als verzekeraar van exportkredieten (€ 15,7 miljard, dit is inclusief het uitstaande obligo van de oude Seno-Gomportefeuille van € 119,1 miljoen). In 2015 zijn er iets meer exportkredietgaranties verstrekt dan vervallen, waardoor er een netto verhoging van de garantieverplichting van € 2,5 miljard heeft plaatsgevonden. Daarnaast betreft de openstaande verplichting het risico uit hoofde van de RIV (€ 164,8 miljoen).

Stabiliteitsmechanisme EFSM

De lidstaten van de eurozone (en van de EU wat betreft EFSM) hebben in 2010 als onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen ter borging van de financiële stabiliteit de tijdelijke stabiliteitsmechanismen EFSM en EFSF opgericht. Het EFSM is een tijdelijk noodfonds voor alle landen in de EU, waarvoor alle EU-lidstaten via hun aandeel in de Europese begroting garant staan. Via het EFSM is maximaal € 60 miljard beschikbaar voor steun. Voor Nederland gaat het dan om een garantstelling van ongeveer € 3 miljard. In november 2010 heeft Ierland en in april 2011 Portugal een beroep gedaan op het EFSM voor respectievelijk € 22,5 miljard en € 24,3 miljard voor een periode van drie jaar. Sinds juli 2013 kan het EFSM geen nieuwe leningen meer aangaan. Het EFSM verstrekt nog wel de reeds aangegane leningen van Portugal en Ierland. Het EFSM blijft bestaan totdat de laatste leningen zijn afgelost. Tot die tijd kan de exacte hoogte van de Nederlandse garantie nog licht wijzigen als gevolg van een veranderd Nederlands aandeel in de Europese economie.

Stabiliteitsmechanisme EFSF

Het EFSF is een tijdelijk noodfonds voor alle lidstaten van de eurozone, waar alle lidstaten van de eurozone via hun aandeel garant staan. Het Nederlandse aandeel in het EFSF bedraagt circa 6,1%. Het tijdelijke noodfonds EFSF gaat sinds juli 2013 geen nieuwe leningenprogramma’s meer aan. Hierop is besloten eind 2013 om het garantieplafond neerwaarts bij te stellen tot de benodigde geraamde garanties aan het EFSF (garanties op de hoofdsom, overgaranties en rentegaranties) voor de huidige programma’s van Ierland, Portugal en Griekenland en de benodigde geraamde garantie voor het aanhouden van de kasreserve van het EFSF ten behoeve van het rente-uitstel van Griekenland aan het EFSF. Het garantieplafond bedraagt daarmee € 49,6 miljard. Het EFSF verstrekt geen leningen meer, maar blijft bestaan totdat de laatste leningen zijn afgelost. Dat betekent dat de garanties die Nederland afgeeft aan het EFSF ook nodig zijn totdat alle leningen zijn afgelost. In de raming van de garanties aan het EFSF wordt uitgegaan van een gemiddelde maximale looptijd van 32,5 jaar van de leningen aan Griekenland en een gemiddelde maximale looptijd van 21 jaar van de leningen aan Ierland en Portugal. Daarnaast wordt gerekend met een rente van 4% per jaar.

Garantie SNS Propertize B.V.

De staat garandeert de door SNS Propertize B.V. aangetrokken schuld. Omdat Propertize bezig is met het afwikkelen van haar portefeuille wordt de aangetrokken schuld en bijbehorende garantie elk jaar verlaagd. De maximale omvang van deze garantie was oorspronkelijk € 4,16 miljard. Deze was per december 2014 al afgenomen tot € 3,6 miljard. In 2015 is deze garantie verder in omvang verkleind tot € 2,6 miljard.

Garantie DNB-winstafdracht

Als gevolg van diverse maatregelen (o.a. SMP, OMO (Open Market Operation) en CBPP (Covered Bond Purchase Programma)) waartoe de ECB de afgelopen periode heeft besloten om het functioneren van de eurozone te stabiliseren, zijn de zogenaamde crisisgerelateerde (financiële) risico’s in de balans van nationale centrale banken in de eurozone, en dus ook van DNB (verder) opgelopen. Daarom heeft de staat in 2013 een garantie afgegeven van € 5,7 miljard. Hierdoor wordt het buffervermogen van DNB versterkt.

Stabiliteitsmechanisme ESM

In december 2010 is besloten tot oprichting van een permanent stabiliteitsmechanisme, het ESM. In 2012 hebben de lidstaten van de eurozone de ratificatie van het ESM-verdrag voltooid en op 8 oktober 2012 is het ESM-verdrag en daarmee het permanente noodfonds in werking getreden. Het ESM heeft een effectieve leencapaciteit van € 500 miljard en bestaat voor € 80 miljard uit volgestort kapitaal en € 620 miljard uit oproepbaar kapitaal. Het Nederlandse aandeel bestaat voor € 4,6 miljard uit volgestort kapitaal en € 35,4 miljard oproepbaar kapitaal. Sinds de inwerkingtreding van het ESM, is het ESM het voornaamste noodfonds. Het ESM heeft in 2015 leningen verstrekt aan Cyprus en Griekenland.

Niet in de balans opgenomen garantieverplichting

De staat heeft op grond van haar overeenkomst met de FMO (Nederlandse FinancieringsMaatschaoppij voor Ontwikkelingslanden; overeenkomst staat-FMO van 16 november 1998) instandhoudingsverplichtingen ten opzichte van de FMO na eventuele uitputting van haar Reserverekening Algemene Risico's(RAR)-fonds en bij onvoldoende dekking van bijzondere bedrijfsrisico’s. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in artikel 7 van de overeenkomst staat-FMO. Daarnaast heeft de staat op grond van artikel 8 van haar overeenkomst met FMO nog andere financiële zekerheidsverplichtingen ten opzichte van FMO.

De staat heeft bij het verkopen van deelnemingen een aantal garanties en vrijwaringen afgegeven met betrekking tot de deelneming die verkocht zijn. Het betreft hier meer algemene garanties en vrijwaringen die niet kwantificeerbaar zijn.

14. Openstaande verplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Aankoop SNS Bank

1.598.050

0

Deelnemingen ontwikkelingsbanken

1.170.587

1.331.974

Overige

400.947

333.762

Totaal

3.169.584

1.665.736

Aankoop SNS Bank

Op 30 september 2015 is SNS Bank afgesplitst van de holding SNS REAAL (thans SRH). Aan de verplaatsing van SNS Bank zijn geen kasstromen te pas gekomen. De staat heeft voor de koopprijs van € 2,7 miljard de aandelen in de bank verkregen door de eerder aan SNS REAAL verstrekte overbruggingslening van € 1,1 miljard en de door SNS verschuldigde rente van € 1,95 miljoen op deze lening te verrekenen en het restant van de koopprijs van € 1,598 miljard (€ 2,7 miljard – € 1,102 miljard) schuldig te blijven waardoor SRH een vordering op de staat heeft verkregen ter hoogte van hetzelfde bedrag.

Deelnemingen ontwikkelingsbanken

Per 31 december 2015 zijn er nog openstaande betalingsverplichtingen aan de Wereldbank (met name meerjarige betalingen voor IDA), alsmede een nieuwe betalingsverplichting voor het paid-in capital van de AIIB.

15. Deelnemingen

De post Deelnemingen bestaat uit de aandelen in Nederlandse ondernemingen en de aandelen in internationale instellingen. De deelnemingen zijn als volgt gewaardeerd:

  • Nederlandse ondernemingen: op basis van de historische aanschafwaarde. Voor Tennet, DNB en N.V. Luchthaven Schiphol zijn de historische aanschafwaarden onbekend. Deze zijn dan ook opgenomen tegen de nominale waarde.

  • Internationale instellingen: op basis van het gestorte kapitaal (oorspronkelijke aankoopprijs) en nog te storten kapitaal uit hoofde van een betalingsverplichting (paid-in capital). Voor het restant dat niet als deelneming is opgenomen, is een garantieverplichting verstrekt (callable capital), die onder saldibalanspost 13 is opgenomen.

De deelnemingen kunnen als volgt gespecificeerd worden. In de laatste kolom van het overzicht is het deelnemingspercentage ultimo 2015 vermeld.

 

Ultimo 2015

Ultimo 2014

Aandeel in %

Nederlandse ondernemingen

     

Nederlandse Gasunie N.V.

10.067.312

10.067.312

100

NS N.V.

1.012.265

1.012.265

100

Tennet B.V.

700.000

700.000

100

De Nederlandsche Bank (DNB)

500.000

500.000

100

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

69.613

69.613

50

N.V. Luchthaven Schiphol

58.937

58.937

69,7

Havenbedrijf Rotterdam

462.500

462.500

29,17

Overige

73.754

112.954

Div.

Subtotaal

12.944.381

12.983.581

 

Na beursgang ABN AMRO

     

ABN AMRO GROUP N.V.

16.681.000

0

77,00

ASR Nederland N.V.

3.650.000

0

100

RFS Holdings B.V.

2.642.000

0

1,251

   

27.955.0002

 
       

SRH N.V.

2.200.000

2.200.000

100

Propertize B.V.

500.000

500.000

100

SNS Holding B.V. (SNS Bank)

2.700.000

0

100

Subtotaal

41.317.381

43.638.581

 

Internationale instellingen

     

Wereldbank (IBRD)

284.414

255.038

1,99

EFSF

1.623

1.623

5,70

ESM

4.573.600

4.573.600

5,70

EIB

969.040

969.040

4,47

EBRD

155.250

155.250

2,51

IFC

51.557

46.233

2,19

MIGA

7.210

6.466

2,16

AIIB

189.492

0

1,05

Subtotaal

6.232.186

6.007.250

 

Totaal

47.549.567

49.645.831

 
1

Na de uitplaatsing van het Nederlandse gedeelte van ABN AMRO is het bedrag van 33,8% terug gebracht naar 1,25%

2

De Staat is voor de aankoop van de Nederlandse onderdelen van Fortis en ABN AMRO in 2008 een prijs van € 16,8 mld. overeengekomen met Fortis. Deze prijs betrof een totaalbedrag voor alle onderdelen die werden gekocht door de Staat. De Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel heeft in haar rapport voorts geconcludeerd dat de bepaling van dit bedrag mede was ingegeven door hetgeen de Belgische autoriteiten aangaven nodig te hebben voor de niet door de Nederlandse Staat gekochte delen. Ook het beschermen van de financiële stabiliteit speelde een rol bij de totstandkoming van dit bedrag, zo concludeerde de Enquête-commissie. Het is dus niet goed mogelijk om terugkijkend op de transactie het bedrag van € 16,8 mld. onder te verdelen naar de waarde van de onderdelen op het moment van de aankoop. Desalniettemin heeft NLFI in haar verkoopadvies een toedeling van deze koopprijs aan de onderdelen willen geven. Dit is nodig om recente inzichten over de waarde van deze onderdelen daar tegen af te zetten. Met het oog hierop wordt ook in het advies van NLFI en in deze brief het bedrag van € 4 mld. als uitgangspunt genomen voor de kapitaaluitgaven voor de verzekeringsentiteiten. Voor de bankonderdelen is het dan resterende bedrag van € 12,8 mld. als uitgangspunt genomen. Deze bedragen zijn ontleend aan het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Financieel Stelsel (zie box 4.14, blz. 156 van het rapport).

Toelichting deelnemingen

ABN AMRO GROUP N.V.

Op vrijdag 20 november 2015 is ABN AMRO naar de beurs gegaan. De omvang van de toegewezen certificaten van de eerste plaatsing is vastgesteld op 20%, oftewel 188 miljoen certificaten. De prijs per certificaat is vastgesteld op € 17,75. De beursgang van ABN AMRO heeft geresulteerd in een bruto verkoopopbrengst van € 3.337 miljoen. Van dit bedrag zijn de geraamde kosten voor de inhuur van financieel, juridisch en communicatief advies van € 9,5 mliljoen afgetrokken, waardoor de staat een netto bedrag heeft ontvangen van € 3.327,5 miljoen. Op 24 november heeft de juridische afwikkeling van de verplichtingen plaatsgevonden en zijn de certificaten geleverd tegen de betaling, de zogenaamde settlement.

De begeleidende zakenbanken hebben na de beursintroductie de greenshoe-optie uitgeoefend. De totale omvang van de eerste plaatsing is hiermee uitgekomen op 23%. De additionele opbrengst bedraagt circa € 500 miljoen. De totale opbrengst van de beursgang van ABN AMRO komt uit op iets meer dan € 3,8 miljard.

Van de aan ABN AMRO toe te rekenen investering van € 21,7 miljard is het naar de beurs gebrachte percentage (zijnde 23%) afgehaald, waardoor het nog uitstaande bedrag in de saldibalans op € 16,7 miljard uitkomt.

ASR Nederland N.V.

NLFI houdt aandelen in het kapitaal van ASR Nederland N.V. ten titel van administratie. Het betreft 200.000 aandelen, elk met een nominaal bedrag van € 500. NLFI heeft daartegenover certificaten van aandelen met hetzelfde nominale bedrag uitgegeven aan de staat. De aandelen vertegenwoordigen 100% van het aandelenkapitaal van ASR.

In de kamerbrief van november 201533 heeft de Minister van Financiën namens het kabinet bekend gemaakt het verkooptraject om ASR te verkopen, te starten. De kapitaaluitgaven voor ASR bedroegen € 3,65 miljard.

RFS Holdings B.V.

In 2012 is het belang dat de staat houdt in RFS Holdings B.V. overgedragen aan de Stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen (NLFI) tegen uitgifte van certificaten in het kapitaal van de onderneming. Het belang in RFS is verbonden aan de onverdeelde boedel van het in 2007, door het consortium RBS (R), Fortis (F) en Santander (S), overgenomen voormalige ABN AMRO. RBS is door de consortiumpartners gemachtigd om de activa in RFS op ordentelijke wijze te beheren en te verkopen. Er is € 2.642 miljoen toe te wijzen aan RFS. Het grootste activum op de balans van RFS is een belang in de Saudi Hollandi Bank. Het verkoopproces hiervan is gaande. Het is niet mogelijk om uitspraken te doen over de verwachte opbrengst en de termijn waarbinnen de verkoop gerealiseerd zal worden. Als deze transactie is afgerond, kunnen de gedeelde activa voor het grootste deel worden afgewikkeld. Tot op heden heeft de staat circa € 16 miljoen aan overtollig kapitaal uit de Z-share mogen ontvangen.

SRH (voorheen: SNS REAAL N.V.)

In 2015 heeft SNS REAAL Holding (SRH) «VIVAT Verzekeringen» (REAAL N.V., hierna «VIVAT») verkocht aan de Chinese verzekeraar Anbang. Met de verkoop van VIVAT en de verplaatsing van de bank onder de staat, is SRH een holding zonder activiteiten geworden. SRH wordt daarom afgewikkeld. SRH zal de resterende activa verkopen, de crediteuren met die opbrengsten betalen en het restant aan de aandeelhouder uitkeren. Doordat SRH nog lopende verplichtingen heeft zal de ontmanteling van SRH nog enige tijd in beslag nemen.

Propertize B.V.

Propertize B.V., de rechtsopvolger van SNS Property Finance, is sinds de afsplitsing van SNS REAAL op 31 december 2013 een zelfstandige vastgoedbeheerorganisatie. Propertize heeft als doel de vastgoedportefeuille op de middellange termijn zo kostenefficiënt en rendabel mogelijk af te wikkelen. De staat heeft in 2013 € 500 miljoen aan kapitaal geïnjecteerd in Propertize. Momenteel loopt er een onderhands verkoopproces voor Propertize. Hierover is de Kamer per brief op 16 oktober 2015 geïnformeerd.

SNS Holding B.V. (SNS Bank)

De staat heeft SNS Bank N.V. op 30 september 2015 voor € 2,7 miljard gekocht van SRH (het toenmalige SNS Reaal) en onder een nieuwe holding, SNS Holding B.V., geplaatst. De staat heeft SNS Bank verkregen voor € 2,7 miljard. De Minister heeft aangegeven medio 2016 zijn plannen voor de toekomst van SNS Bank bekend te maken.

ESM

Als onderdeel van de gemaakte Europese afspraken neemt Nederland deel in het ESM met een aandeel van 5,7%.

AIIB

In 2015 heeft Nederland besloten deel te nemen aan de oprichting van de AIIB. Daarbij heeft Nederland zich ingeschreven voor 2063 paid-in shares. Deze aandelen representeren per 31 december 2015 een deelneming van € 189,5 miljoen.

Niet in de saldibalans opgenomen «deelnemingen»

Zowel de Staatsloterij als Holland Casino hebben de juridische status van stichting. Het kansspelbeleid met de daaraan gekoppelde vergunningen behoren toe aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het Ministerie van Financiën onderhoudt de financiële betrekkingen. Financiën ontvangt de opbrengsten en houdt toezicht conform de statuten.

33

Kamerstukken II vergaderjaar 2015–2016, 33 532, nr. 51.

Licence