Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3. BELEIDSPRIORITEITEN

INLEIDING

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu staat voor een leefbaar, bereikbaar en veilig Nederland. In 2015 heeft IenM volop gewerkt aan oplossingen voor de grote uitdagingen waar Nederland voor staat, zoals klimaatverandering, waterveiligheid, milieu, ruimtelijke inrichting en bereikbaarheid. In dit beleidsverslag worden de belangrijkste resultaten uit 2015 toegelicht.

WATER

Deltaprogramma

Het kabinet heeft het rijksbeleid dat voortvloeit uit de voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën opnieuw verankerd in het tweede Nationaal Water Plan, dat eind december 2015 door het kabinet is vastgesteld. In het Deltaprogramma 20161 is uitgebreid verslag gedaan van de voortgang op de deelprogramma’s.

Waterveiligheid

In 2015 hebben bestuurlijke en internetconsulatie van het wetsvoorstel Nieuwe normering primaire waterkeringen plaatsgevonden. De consultatiereacties zijn verwerkt in het wetsvoorstel dat voor advies is voorgelegd aan de Raad van State. Begin 2016 zal het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Zoetwater

Om tot afspraken te komen over de beschikbaarheid en de verdeling van water zijn 2015 de dialogen gestart van Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en gebruikers. Overeenstemming over het voorzieningenniveau zoetwater geeft de watergebruiker duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van de overheid in normale en droge situaties. Alle regio's en het Rijk hebben plannen van aanpak opgesteld om tot voorzieningenniveaus zoetwater te komen.

Adaptatie

In 2015 is gestart met de transitie naar klimaatbestendig handelen vanaf 2020, zoals aangekondigd in de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie uit 2014. Deze transitie wordt gemaakt door alle partijen die ofwel het Bestuursakkoord Deltaprogramma hebben getekend (overheden), ofwel de Intentieverklaring Ruimtelijke Adaptatie hebben onderschreven (overheden en maatschappelijke partijen). Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie ondersteunt deze transitie, onder andere met het driejarige Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie (2015–2017). Verder is de evaluatie van de pilots Meerlaagsveiligheid gestart. Belangrijkste doel is verbetering van de waterrobuuste inrichting om de mogelijke gevolgen van overstromingen zoveel mogelijk te beperken. Tevens is de aanpak gestart van de overstromingsrisico’s van de nationale vitale en kwetsbare functies. Ook hierbij is het streven om uiterlijk in 2020 in beleid en regelgeving vast te leggen dat uiterlijk in 2050 deze functies beter bestand zijn tegen overstromingen.

Waterkwaliteit

De uitvoering van de maatregelen uit de stroomgebiedbeheerplannen 2010–2015 voor Rijn, Maas, Schelde en Eems is in 2015 vrijwel geheel afgerond. De stroomgebiedbeheerplannen 2016–2021 voor Rijn, Maas, Schelde en Eems zijn in 2015 vastgesteld, na inspraak en een Plan-MER. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de definitieve plannen2. Uit de beleidsdoorlichting waterkwaliteit over de periode 2010–20143 is gebleken dat het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest en dat het beleid heeft bijgedragen aan de verbetering van de waterkwaliteit.

Op 27 mei 2015 vond in Amersfoort een brede conferentie plaats over waterkwaliteit. Daar werd duidelijk dat er nog opgaven liggen die alleen in goede samenwerking van alle partijen kunnen worden bereikt. Dit heeft geresulteerd in een werkprogramma voor waterkwaliteit4. Het Werkprogramma Schoon Water is complementair aan de stroomgebiedbeheerplannen.

Het draagt er aan bij dat de gemaakte afspraken voor het beleid ten aanzien van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen worden nagekomen en dat er een impuls wordt gegeven aan het beleid ten aanzien van nieuwe stoffen als geneesmiddelen en microplastics en problemen in specifieke gebieden, zoals kleine wateren en drinkwaterwinningen.

MILIEU

Klimaatagenda en SER-energieakkoord

Nederland heeft zich in 2015 in Europees en mondiaal verband ingezet voor een ambitieus en realistisch klimaatakkoord. Op 18 december is de Tweede Kamer per brief5 op hoofdlijnen geïnformeerd over de succesvolle uitkomst van Parijs met een nieuw mondiaal klimaatakkoord dat in 2020 in werking treedt en dat geldt voor alle landen. In en om Parijs vond veel activiteit plaats voor concrete internationale klimaatcoalities die een waardevolle aanvulling vormen op de acties uit het Parijs-akkoord. Nederland heeft zich aangesloten bij verschillende klimaatcoalities met betrekking tot onder andere transport, koolstofbeprijzing en weerbare steden.

De doelen voor de reductie van broeikasgas voor 2020 uit de Klimaatagenda liggen binnen bereik.

In 2020 zal de totale broeikasgasuitstoot in Nederland (ETS en niet-ETS) ongeveer 19% lager zijn dan in 1990. Het SER-Energieakkoord leidt bij volledige uitvoering in 2020 tot een emissiereductie van broeikasgassen van 21% ten opzichte van 1990. Uit de voortgangsrapportage van de Borgingscommissie6 blijkt dat de doelen van het Energieakkoord binnen bereik liggen. Vanuit IenM is, als onderdeel van het Energieakkoord, in 2015 de eerste lichting energiebesparingsmaatregelen van de Wet milieubeheer in werking getreden en is de tweede lichting voorbereid. Daarnaast hebben alle provincies windlocaties in hun structuurvisies opgenomen, is de onderliggend wet- en regelgeving voor wind op zee in werking getreden en zijn de ruimtelijke bouwstenen voor warmteplannen gereed gekomen.

De uitspraak van de rechtbank Den Haag in de zaak Urgenda tegen de Staat vormt een nieuwe ontwikkeling ten opzichte van het voorgenomen beleid. De rechtbank heeft bepaald dat de Staat de emissies van broeikasgassen moet beperken tot 25% ten opzichte van 1990. In de reactie op dit vonnis7 heeft het kabinet aangegeven dat voor de uitvoering van het vonnis aanvullende maatregelen nodig zijn en dat reeds lopende onderzoeken, zoals het Interdepartementale Beleidsonderzoek Effectiviteit CO2-reductiemaatregelen hiervoor bouwstenen zullen aandragen. De Staat is tegen het vonnis van de rechtbank in beroep gegaan.

In oktober 2015 is de eerste voortgangsrapportage van de Klimaatagenda aan de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast is een nieuw Lokaal Actieprogramma gepresenteerd8. De Duurzame Brandstofvisie voor de transportsector die in het kader van het SER-energieakkoord is opgesteld, is in juli 2015 aan de Kamer gezonden9. Op basis van deze breed gedragen visie is het bedrijfsleven bereid tot investeren.

Circulaire economie / Van Afval Naar Grondstof (VANG)

Het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) richt zich op meer duurzame producten op de markt, duurzamere consumptie en meer en betere recycling. Doelen zijn halvering van de hoeveelheid afval, betere scheiding van huishoudelijk afval, wegnemen van belemmerende regelgeving en Nederland tot hotspot van de circulaire economie maken. In de 1e voortgangsrapportage VANG10 is de Tweede Kamer uitgebreid bericht over de voortgang die is bereikt op de gestelde doelen. Met het oog op stimulering en versnelling van deze transitie zijn in 2015 de volgende Green Deals gesloten:

  • «Meer en betere recycling»

  • «Afvalvrije festivals»

  • Verbetering afvalbeheer Caribisch Nederland

  • «Afvalreductie en -recycling op treinstations en in treinen»

  • «Duurzaam stortbeheer»

  • Verduurzamen voedselconsumptie

Het afgelopen jaar is veel kennis vergaard over de huidige beschikbare financiële instrumenten in Nederland en vanuit de EU en de Europese Investeringsbank. De beschikbare instrumenten zullen worden toegepast op een aantal relevante ketenakkoorden en Green Deals.

Nationaal heeft het Rijk het initiatief genomen om in de RACE-coalitie (Realisatie Acceleratie Circulaire Economie) met koplopers samen te werken, met als doel de transitie naar een circulaire economie systeem-breed te versnellen. Het onderwerp circular design is opgepakt door het programma CIRCO (Creating business through Circular Design) onder leiding van de TU Delft. De strategieën voor het veranderen van consumentengedrag zijn beschreven in de «aanpak verduurzamen consumentengedrag». Als onderdeel van het convenant «Meer en betere recycling» wordt samen met de afval- en recyclingsector gewerkt aan verbetering van het nascheiden van afval dat wordt ingezameld via milieustraten en bij bouwplaatsen. Op 1 januari 2015 is het uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval van start gegaan. Onderdeel hiervan is de ketenaanpak die zich primair richt op het sluiten van de keten van de producten die in de afdankfase onderdeel uitmaken van het huishoudelijk afval. De ketenaanpak van IenM, VNG en NVRD is in december 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden11. In juni is het onderzoeksrapport van Het Groene Brein naar duurzaamheid in het onderwijs aan de Kamer aangeboden. De beleidsreactie hierop, namens de ministeries IenM, EZ en OCW is in oktober 2015 aan de Kamer gezonden12.

Maatschappelijk verantwoord inkopen door overheden (MVI) kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bevorderen van een circulaire economie. De ministeries van IenM, BZK, EZ, SZW en Buza hebben daarom in afstemming met medeoverheden en maatschappelijke organisaties een Plan van Aanpak MVI13 opgesteld om tot een duurzame en innovatiegerichte inkoop te komen.

Veiligheid: Safety Deals

Naar analogie van de Green Deals zijn in 2015 zes Safety Deals gesloten om de omgevingsveiligheid te verhogen. Deze hebben voor een belangrijk deel betrekking op de chemische industriesector, maar bijvoorbeeld ook over de inzet van LNG als brandstof in de transportketen is een deal gesloten. De chemieketen is in 2015 een proces gestart om de eigen veiligheidscultuur te versterken en heeft hiertoe een position paper en een meerjarenplan aan de Staatssecretaris van IenM aangeboden. Drie Safety Deals bieden rechtstreeks ondersteuning aan de uitvoering van het meerjarenplan.

BEREIKBAARHEID

Nieuwe aanpak bereikbaarheid

In 2015 is voortgang geboekt bij de zes brede MIRT-onderzoeken en twee MIRT-verkenningen rond bereikbaarheidopgaven op (middel)lange termijn. Het betreft onder meer de MIRT verkenning Amsterdam – Hoorn, de goederenvervoercorridors Oost en Zuid en het MIRT onderzoek Rotterdam – Den haag. In de kwartiermakersfase van de onderzoeken is, samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen, gewerkt aan verbreding van de initiële bereikbaarheidsopgave met gerelateerde ruimtelijk-economische opgaven. Daarbij wordt op basis van de gebiedsagenda MIRT breed gekeken naar de ambitie van het gebied en welke opgaven er spelen. Naast bereikbaarheid is er ook aandacht voor o.a. woningbouw, economie en natuur in het gebied.

Daarbij worden OV, spoor, weg en water benaderd als één bereikbaarheidssysteem en staan burgers en hun reisgedrag centraal. Beoogd wordt om gezamenlijk slimme, creatieve en effectieve oplossingen te vinden en te komen tot een breder palet beleidsmaatregelen dan alleen nieuwe infrastructuur. Bij de nieuwe aanpak wordt gebruik gemaakt van de werkwijze en ervaringen van het programma Meer Bereiken, Beter Benutten en van de opbrengsten van het programma Connecting Mobility. Daarbij werken publieke en private partners samen aan effectiever en efficiënter verkeersmanagement en -informatie. Zo heeft het OV baat bij het bouwen van nieuwe woningen in de buurt van stations zoals nu bijvoorbeeld in Amsterdam en Utrecht binnenstedelijk is afgestemd en wordt gepland. Verder hebben proeven plaatsgevonden met innovatieve verkeerssystemen en zijn demonstraties met zelfrijdende voertuigen gehouden. Om de ontwikkelingen op het gebied van smart mobility mogelijk te maken en te versnellen zijn ronde tafelgesprekken georganiseerd op het gebied van Intelligente Transport Systemen. Daarnaast is de Innovatiecentrale van Rijkswaterstaat geopend en heeft aanpassing van wet- en regelgeving het mogelijk gemaakt om grootschalig te testen met zelfrijdende voertuigen op de openbare weg. Tenslotte zijn in 2015 voorbereidingen getroffen om tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie het onderwerp «smart mobility» op de Europese politieke agenda te zetten.

Voor vaarwegen is in lijn met het eind 2015 naar de kamer gestuurde «Toekomstperspectief bediening», gewerkt aan meer samenwerking in bediening met provincies en gemeenten en met bedrijven over precieze logistieke behoeftes. Hierdoor kon meer logistiek maatwerk worden geleverd, terwijl er tegelijkertijd efficiencywinst in bedieningsprocessen mogelijk was (o.a. ook door bediening op afstand). Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkelde bedienafspraken in Twente en de betere afstemming van brugbediening in Noord-Holland, waar de doorvaartijden aanzienlijk zijn verkort. (Inter)nationaal corridormanagement wordt binnen het project Verkeerscentrale van Morgen en het Europese project CoRISMa verder ontwikkeld.

Aanleg wegen

In 2015 is weer een belangrijk deel van het MIRT programma gereed gekomen met de openstellingen van de A4 Burgerveen-Leiden, de A4 Delft-Schiedam, de A4 Dinteloord-Bergen op Zoom en de A15 Maasvlakte-Vaanplein. Daarnaast is het ontwerp tracébesluit voor de Blankenburgverbinding vastgesteld. Het tracébesluit verschuift naar 2016 vanwege afstemming met de regio en het ingewikkelde ontwerpproces. Van groot belang om het netwerk op orde te brengen zijn daarnaast de ontwerp tracébesluiten A13/16 en Via15 die in 2015 zijn vastgesteld. Het laatste MIRT onderzoek volgens de aanpak van «meer bereiken», over de bereikbaarheid Den Haag-Rotterdam is gestart. Het voorkeursalternatief voor de N65 verschuift naar 2016 als gevolg van de inbreng van nieuwe wensen vanuit de regio. Voor de A58 is het voorkeursbesluit wel genomen. Dit maakt deel uit van de afspraken over het programma bereikbaarheid Zuid Nederland waar in 2015 met de regio afspraken over zijn gemaakt. De tolwet is in 2015 door de beide Kamers vastgesteld.

Verkeersveiligheid

In 2015 is voortgebouwd op het beleid dat in gang is gezet ter uitvoering van het Strategisch Plan verkeersveiligheid en de Beleidsimpuls. In 2014 bedroeg het aantal verkeerdoden 570, evenals in 2013. Het aantal ernstig verkeersgewonden is in die periode gestegen van 18.800 naar 20.700. Het SWOV heeft eind 2015 de tweede verkenning uitgebracht waaruit blijkt dat het gestelde doel voor het aantal verkeerdoden, maximaal 500 in 2020, haalbaar is, maar dat het op basis van het huidige beleid niet zal lukken om de doelstelling voor het aantal ernstig verkeersgewonden, maximaal 10.600 in 2020, te halen. Ernstige verkeersgewonden blijken zich vooral voor te doen op gemeentelijke wegen en onder fietsers. De doelstelling wordt vooralsnog niet aangepast. Wel wordt een traject met de decentrale overheden gestart om de maatregelen en budgetten van decentrale overheden zo effectief mogelijk in te zetten.

Spoor en Openbaar Vervoer

Op 13 november 2015 is het definitief maatregelpakket herijking aan de Tweede Kamer gezonden14. Hierin zijn de keuzes aangegeven en worden de urgente opgaven benoemd waarvoor diverse onderzoeken worden gestart. Dit maatregelpakket is in het Notaoverleg MIRT op 23 november 2015 met de Tweede Kamer besproken en akkoord bevonden. Hiermee is de herijking afgerond. Momenteel vinden diverse studies plaats. De Tweede Kamer heeft naar aanleiding van het Notaoverleg de motie-De Boer c.s.15 aangenomen waarin wordt gevraagd de financiële ruimte met voorrang in te zetten voor vergroting van de capaciteit van station Schiphol en kansrijke grensoverschrijdende verbindingen.

Eind 2014 zijn de nieuwe concessies gegund aan ProRail en NS voor de periode 2015 tot 2025. Met de gunning van deze concessies is de aangekondigde nieuwe sturing van de NS en ProRail16 van start gegaan. Daartoe zijn onder andere beheerprotocollen met NS en ProRail in gebruik genomen en is een ontwikkelagenda opgesteld met een meerjarig perspectief. Daarnaast is een handhavingkader opgesteld waarin beschreven is op welke wijze op de concessies worden gehandhaafd.

De uitvoering van het stop-tonend-sein-verbeterprogramma (STS) is voortgezet. Het aantal treinen dat «door rood rijdt» is daarmee verder teruggedrongen. Het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) ten behoeve van de veiligheid en doorstroming bij spoorwegovergangen is verder uitgevoerd. Via een tweetal rapportages17 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang. Daarnaast is vanuit het LVO € 10 mln. afgezonderd voor de vormgeving van een programma voor de aanpak van Niet Actief Beveiligde Overwegen (NABO).

In het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) hebben partijen constructief samengewerkt en de acties uit de werkagenda 2015 opgepakt. In het NOVB is onder meer de visie op OV-betalen in de toekomst vastgesteld. Deze is in het najaar van 2015 aan de Tweede Kamer gezonden18. Verder is wetgeving die het mogelijk maakt om bij het uitblijven van voortgang regels te stellen door de Eerste en Tweede Kamer aangenomen en is de coöperatie voor Trans Link opgericht.

Luchtvaart

De sterke positie en de hubfunctie maken Schiphol tot een belangrijke motor voor de economie en werkgelegenheid. De Staatssecretaris van IenM heeft samen met de Minister van Economische Zaken in het najaar 2015 het initiatief genomen voor een actieagenda Schiphol 2016–202519. In de actieagenda worden thema’s benoemd om in samenwerking met alle betrokkenen de concurrentiepositie van Schiphol te versterken. Dit is mede ingegeven door de versterkte concurrentie met nieuwe opkomende hubluchthavens.

In 2015 zijn belangrijke stappen gezet om voor 70.000 vliegtuigbewegingen ruimte te maken op Eindhoven Airport en Lelystad Airport. In maart 2015 is het luchthavenbesluit Lelystad genomen en is de operationele uitrol van Lelystad Airport gestart zodat in 2018 de eerste commerciële lijndiensten plaatsvinden. In oktober 2015 heeft het kabinet een besluit genomen over de tweede fase van Eindhoven Airport die daardoor kan doorgroeien naar 43.000 vliegtuigbewegingen de komende vier jaar. Het besluit is genomen op basis van het advies van de heer Alders, die intensief met alle betrokken partijen heeft overlegd. Met het advies en additionele hinderbeperkende maatregelen is het maximale gedaan om de overlast voor de omgeving te beperken en invulling te geven aan de afspraken over de gewenste groei van Eindhoven Airport.

Verder is een voorstel tot wijziging van de Wet Luchtvaart inzake de regulering van de luchthaventarieven van Schiphol aangeboden aan de Tweede Kamer. De parlementaire behandeling van dit voorstel is voorzien in 2016. Dit geldt ook voor het wetsvoorstel over het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel Schiphol (NNHS), dat voorziet in het terugdringen van geluidshinder door zoveel mogelijk de geluidspreferente landingsbanen te gebruiken.

Maritieme Zaken

De maritieme strategie van de Minister van IenM is uitgewerkt in werkprogramma’s voor zeevaart, zeehavens en binnenvaart. Het werkprogramma zeehavens is reeds in 2014 vastgesteld.

In 2015 zijn verschillende vaarwegprojecten opengesteld: het Maxima kanaal (Zuid-Willemsvaart), de nieuwe ligplaatsen bij Lemmer, de verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal bij Zeeburg, de 4e sluiskolk Ternaaien en meerdere binnenhavenprojecten.

Ook zijn er in het MIRT projectbeslissingen genomen over Zeetoegang IJmond, de verbreding van het Julianakanaal, de 2e sluiskolk bij Eefde en de verbetering van de bestaande overnachtingshaven Tuindorp op de Waal. Er is tevens een verdrag met Vlaanderen ondertekend over realisatie van de nieuwe sluis bij Terneuzen. Daarnaast is gestart met de uitvoering van ligplaatsen op de Rijn-Scheldeverbinding en quick winmaatregelen aan de Volkeraksluizen.

Met het oog op versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse zeevloot is in 2015 door de ILT gewerkt aan het verbeteren van het vlagregister, onder andere door het beter inrichten van procedures. Op 4 december 2015 heeft het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer20 een beleidsstandpunt over de inzet van private beveiligers op Nederlandse koopvaardijschepen uiteengezet welke het uitgangspunt vormt voor de op te stellen bijzondere wetgeving. Onder andere zal worden voorzien in een bevoegdheid om, onder strikte voorwaarden, geweld aan te wenden.

In 2015 is inhoudelijk overeenstemming bereikt tussen de Noordzeelanden over het instellen van een NECA (NOx Emission Control Area).

De acties uit het werkprogramma zeehavens zijn in uitvoering gebracht in samenwerking tussen het havenbedrijfsleven, de havenbedrijven, topsector Logistiek en het Rijk. Daarnaast is een aantal studies uit de kennisagenda afgerond. De Tweede Kamer is in juni 2015 geïnformeerd21 over de voortgang.

In het kader van het werkprogramma Binnenvaart is een samenwerking tussen de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en de Europese Commissie tot stand gebracht. Verder zijn vorderingen gemaakt in de voorbereiding van de nieuwe EU-richtlijn beroepskwalificaties. Regelgeving voor het gebruik van LNG als brandstof is afgerond.

Logistiek

De acties van de Topsector Logistiek zijn gericht op het realiseren van minder vrachtwagenkilometers, minder uitstoot van CO2 en op vestiging van logistieke bedrijven in Nederland. In dit verband hebben de ILT, NVWA, ISZW en douane in 2015 een gezamenlijke visie neergelegd op het toezicht in de logistieke sector. Een van de afgesproken acties is het realiseren van één frontoffice voor toezichtactiviteiten aan de buitengrens en het hierbij gebruik maken van logische momenten en plekken in de logistieke keten. Over de vereenvoudiging van wet- en regelgeving is de Tweede Kamer in januari 2015 geïnformeerd met de Maatwerkaanpak Regeldruk Logistiek22. De kwartiermakersfase van de brede MIRT-onderzoeken van de multimodale goederencorridors «Oost» en «Zuid» zijn in 2015 afgerond. De MIRT-onderzoeken worden in de loop van 2016 opgeleverd.

OMGEVINGSRECHT

Stelselherziening Omgevingsrecht

Het wetsvoorstel Omgevingswet is op 1 juli 2015 vastgesteld door de Tweede Kamer en ligt momenteel voor behandeling voor bij de Eerste Kamer. In 2015 is de uitvoeringsregelgeving van de Omgevingswet nader uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): het Omgevingsbesluit, het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, het Besluit Activiteiten leefomgeving en het Besluit Bouwwerken leefomgeving. Het najaar van 2015 is benut om op basis van concepten van de AMvB’s in gesprek te gaan met de belangrijkste stakeholders zodat hun inbreng tijdig kan worden meegenomen. Op basis van deze concepten zijn ook zogenoemde «botsproeven» uitgevoerd waarin het ministerie en partijen uit het veld testen hoe de regels werken. De AMvB’s worden in 2016 afgerond. Verder is gewerkt aan de Invoeringswet van de Omgevingswet.

Over de implementatie van de Omgevingswet zijn in juli 2015 afspraken gemaakt met de bestuurlijke koepels IPO,VNG en UvW. Dit heeft geresulteerd in een bestuursakkoord implementatie Omgevingswet23. Met dit akkoord onderstrepen de overheden hun gemeenschappelijke ambitie om van de stelselherziening omgevingsrecht een succes te maken. In 2015 zijn verder onder andere de aanpak voor de informatiehuizen en het transitieplan om te komen tot een centraal informatiepunt voor de Omgevingswet verder uitgewerkt.

Onder de noemer «Nu al Eenvoudig Beter» wordt onder andere via pilots de Omgevingswet getoetst aan de praktijk. Zo werkt een aantal gemeenten aan een verbreed bestemmingsplan vooruitlopend op de Omgevingswet. Dit wordt mogelijk gemaakt via de Crisis- en herstelwet (Chw). In 2015 zijn de 9e en 10e tranches AMvB van de Chw in werking getreden. Het ontwerpbesluit 11e tranche is in de Tweede Kamer besproken en ligt nu voor advies bij de Raad van State.

Nationale Omgevingsvisie

In opmaat naar de Nationale Omgevingsvisie is in 2015 gestart met het opstellen van een Nationale Omgevingsagenda. De uitgangspunten voor het proces zijn vastgelegd in een plan van aanpak. Veel aandacht gaat uit naar het faciliteren van de inbreng van anderen. Vanuit vier verschillende velden is inbreng verzameld: maatschappelijk, interbestuurlijk, wetenschappelijk en interdepartementaal. Besluitvorming over de Omgevingsvisie vindt plaats door alle acht betrokken ministeries. Verder zijn met het oog op het maken van de NOVI diverse verkenningen uitgevoerd en zijn adviezen gevraagd aan adviesraden en planbureaus en is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geëvalueerd. Deze evaluatie wordt voorjaar 2016 aan de Kamer toegezonden.

RUIMTE

De Stad

IenM heeft in 2015 bijgedragen aan de ontwikkeling van de Agenda Stad. In de kamerbrief24 is de inzet van IenM vermeld voor de thema’s bereikbaarheid, circulaire economie, klimaatadaptieve stad en gezonde en leefbare stad opgenomen. De gesprekken met de steden over hun voorstellen en kansen voor living labs zijn gestart. Met de regionale overheden en de economic boards uit de Zuidelijke en Noordelijke Randstad, de Brainport Eindhoven en met de ministeries van EZ en BZK wordt een ruimtelijke ontwikkelstrategie geformuleerd ter versterking van de internationale concurrentiepositie van de drie stedelijke regio’s. De analysefase is in 2015 afgerond en nu wordt toegewerkt naar een eerste bestuurlijk overleg waar de opgaven zullen worden vastgesteld.

Jaar van de Ruimte

«Nederland in 2015, daar wordt nu aan gewerkt» was eind jaren tachtig het motto van de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening (VINEX). In 2015 werd op initiatief van een netwerk van ruimtelijke planners 25 jaar terug en vooruit gekeken, mede met steun van IenM. Hiermee is in 2015 een grote groep professionals bereikt en dat het heeft geresulteerd in een breed gedeelde agenda voor de ruimtelijke ontwikkeling in de vorm van het Manifest2040 (zie www.wijmakennederland.nl). Deze toekomstverkenning door onafhankelijke landmakers is een mooie input voor de Omgevingsvisie. Het Manifest2040 gaat niet alleen in op de inhoudelijke opgaven voor de toekomst, maar schetst ook een aantal principes voor het handelen van professionals en overheden in de energieke samenleving. De Minister van IenM lanceerde het O-team (de O staat voor ontwerp), een team van ruimtelijke professionals dat op verzoek komt helpen bij concrete en complexe ruimtelijke opgaven en daarbij ontwerpend onderzoek inzet.

Structuurvisie Ondergrond

In februari 2015 is de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) voor het milieuonderzoek ten behoeve van de Structuurvisie Ondergrond aangeboden aan de Tweede Kamer. Begin juli is de Nota van antwoord aangeboden. Naast de antwoorden op de vragen van de Kamer in het kader van het schriftelijk overleg is hierin ingegaan op de binnengekomen zienswijzen en op het advies van de Commissie m.e.r. Daarmee is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER van de Structuurvisie Ondergrond vastgesteld25.

Parallel hieraan is gewerkt aan de uitvoering van de planMER. Hierin is bijzondere aandacht besteed aan de mogelijkheden voor, en effecten van aanvullende grondwateronttrekkingen voor menselijke consumptie, met het oog op een zorgvuldige verankering van het nationaal belang van de drinkwatervoorziening in de Structuurvisie Ondergrond. Eind 2015 is een agenda opgesteld van onderwerpen waar in de ontwerp Structuurvisie Ondergrond mogelijk uitspraken over zullen worden gedaan. Maatschappelijke organisaties en decentrale overheden worden nadrukkelijk betrokken bij de vertaling van de uitkomsten van de planMER naar de ontwerp Structuurvisie Ondergrond. Door deze brede afstemming zal de ontwerp Structuurvisie in het voorjaar 2016 aan de Tweede Kamer zal worden verzonden. De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is aangenomen door beide Kamers. Publicatie in de Staatscourant heeft plaatsgevonden in oktober 2015.

SMASH

De beleidskeuzes van het Rijksprogramma SMASH zitten in de afrondende fase. De resultaten van het programma worden verwerkt in de beleidsnota Mainport en Metropool en in het wijzigingsbesluit Amvb LIB Schiphol onderdeel externe veiligheid en geluid. Het wijzigingsbesluit Luchthavenindelingsbesluit vliegveiligheid is – na oplossing van de radarproblematiek – vastgesteld en in werking getreden.

Verbreding MIRT

Water en duurzaamheid zijn inmiddels onderdeel van het MIRT en worden vanaf het begin meegenomen in MIRT projecten en vice versa. De nieuwe werkwijze wordt meer en meer in praktijk gebracht. Het Leerplatform MIRT vervult een ondersteunende rol bij het proces van «leren door doen». Voor het tweede achtereenvolgende jaar hebben de Bestuurlijke Overleggen MIRT in een vernieuwde opzet plaatsgevonden: in de regio, met andere partijen (waterschappen, bedrijfsleven) aan tafel, is behalve over projecten ook het gesprek over opgaven gevoerd. Het bedrijfsleven heeft opgaven aangereikt die het voor de komende jaren ziet en waar in gezamenlijkheid aan gewerkt dient te worden. Zie de brief van 13 november 2015 over de uitkomsten van de BO’s MIRT26 voor een uitgebreide weergave van de resultaten.

INTERNATIONAAL

De bewindspersonen van IenM hebben in 2015 handelsgerelateerde bezoeken afgelegd aan Bangladesh, China, Colombia, Egypte en Mexico. Daarnaast bezochten ze diverse malen de VN en de Wereldbank in verband met de waterambitie. Deze missies waren veelal een follow-up van de brede handelsmissies in diezelfde landen onder leiding van de Minister-President of de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Highlevel inkomende bezoekers waren afkomstig uit onder meer Azerbeidzjan, Bangladesh, Iran, Canada, Frankrijk, Brazilië en Myanmar.

Tijdens de VN-conferentie over «Disaster Risk Reduction» in Sendai, Japan, en het Wereldwaterforum in Korea is de Delta Coalitie gepresenteerd; een landenplatform voor deltalanden. Naast initiatiefnemers Nederland, Japan en Colombia hebben ook Bangladesh, Egypte, de Filippijnen, Frankrijk, Indonesië, Mozambique, Myanmar, Vietnam en Zuid-Korea zich aangesloten bij de Delta Coalitie. Het Disaster Risk Reduction (DRR) programma is zeer succesvol gebleken in 2015. Inmiddels zijn er 26 missies naar 21 landen geweest. In 2015 zijn de Sustainable Development Goals (SDG’s) vastgesteld. Mede door de Nederlandse inbreng komt het onderwerp water in meerdere SDG’s aan de orde. Nederland zet zich in voor het bereiken van de SDGs in eigen land en gebruikt ze als leidraad bij de vormgeving van de bilaterale relaties.

De Minister van IenM heeft de preventieve aanpak bij diverse internationale organisaties en bijeenkomsten uitgedragen, zoals de Verenigde Naties, het World Economic Forum, het Wereldwater Forum en de International Water Week in Amsterdam. Partners voor Water 3 wordt als zeer effectief ervaren door de externe partijen. Het programma wordt geëvalueerd. De resultaten komen begin 2016 beschikbaar. Voor het nieuwe Partners voor Water Programma 2016–2021 is in 2015 een programma van eisen vastgesteld. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het NWP hebben een programmavoorstel uitgewerkt. De doelstellingen van het nieuwe Partners voor Water programma worden nauw verbonden met de Internationale Waterambitie en met de prioriteiten van de Internationale Water Conferentie.

In EU-verband hebben in 2015 vier Transportraden en vier Milieuraden plaatsgevonden en twee informele raden over deze onderwerpen. De onderwerpen op de agenda's waren divers. Op de agenda voor Transport stond onder andere het vierde spoorpakket (marktpijler), binnenvaart (technische eisen), TEN-T, veiligheid in het weg- en spoorverkeer, MH17 en luchtvaartstrategie met bijzondere aandacht voor drones, EASA en mandaten voor de golfstaten. Bij Milieu speelden onderwerpen als Nationale Emissie plafonds voor lucht (NEC), het Emissie Handelssysteem (ETS), Circulaire Economie en vooral de voorbereiding voor de Klimaattop in Parijs. Naar aanleiding van de softwarefraude bij Volkswagen is het onderwerp daadwerkelijke vervoeremissies in beide raden aan de orde geweest.

Realisatie Beleidsdoorlichtingen

Artikel Naam artikel(onderdeel)

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Geheel artikel?

Vindplaats

11

Waterkwantiteit

         

X

 

Ja

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442254

12

Waterkwaliteit

   

X

     

X

Ja

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–1.html

                     

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–16.html

13

Ruimtelijke ontwikkeling

         

X

 

Ja

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442256

14

Wegen en verkeersveiligheid:leefomgeving

 

X

         

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–3.html

15

Openbaar vervoer

         

X

 

Ja

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442259

16

Spoor: railveiligheid

 

X

         

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29893–106.html

17

Luchtvaart

                 

18

Scheepvaart en havens: zeehavens

     

X

     

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–2.html

19

Klimaat: sloopregeling, vrachtautozonering

 

X

         

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31305–188.html

20

Geluid en lucht:

verzuringsbeleid

 

X

         

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28663–54.html

   

geluid1

           

X

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–17.html

21

Duurzaamheid

         

X

 

Ja

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-442260

22

Externe veiligheid en risico’s: besluit externe veiligheid inrichtingen

         

X

 

Nee

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32861–4.html

23

Meteorologie, Seismologie en aardobservatie

                 

24

Handhaving en toezicht

                 
1

De beleidsdoorlichting Geluid is op 3 februari 2016 naar de TK gestuurd.

Link naar de meerjarenplanning uit de meest recente begroting: http://www.rijksbegroting.nl/2016/voorbereiding/begroting,kst212297_5.html Voor de realisatie van andere onderzoeken zie de bijlage «afgerond evaluatie- en overig onderzoek» (bijlage 2).

Garanties

Garanties

Het Ministerie van IenM heeft één garantieregeling, te weten de Regeling Bijzondere Financiering (Bodemsanering). Het betreft de mogelijkheid voor een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf, met onvoldoende middelen of te weinig zekerheden voor krediet bij een bank, om een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde budget voor bodemsanering te krijgen. Dit om de aanpak van bodemverontreinigingen op bedrijventerreinen te stimuleren. Om deze stimulans zo groot mogelijk te houden is in de regeling geen premie opgenomen.

Een garantie is een voorwaardelijke financiële verplichting van de overheid aan een derde buiten de overheid, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet.

Invulling aangescherpte garantiekader

In de kabinetreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen is het garantiekader aangescherpt (Kamerstukken II, 2013/14, 33 750, nr. 13). Een van de doelen is het afbouwen van niet-gebruikte plafonds en het stopzetten van slapende regelingen. Bij de Regeling Bijzondere Financiering (Bodemsanering) was sprake van een verplichtingenplafond van € 65,3 miljoen. Gebleken is dat er weinig gebruik wordt gemaakt van deze regeling. Het gebruik steeg van ruim € 60.000 in 2008 tot ruim € 650.000 in 2010, om daarna gestaag af te nemen tot de huidige € 436.000. Vanwege het beperkte gebruik is – in lijn met de kabinetsreactie – het verplichtingenplafond verlaagd naar € 15 miljoen bij 1e suppletoire wet 2014 IenM.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen in € 1.000)

Artikel en naam

Omschrijving

Uitstaande garanties 2013

Verleende garanties 2014

Vervallen garanties 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantie-plafond 2014

Totaal plafond

13 Ruimtelijke ontwikkeling

Regeling Borgstelling MKB

515

0

39

476

0

15.000

 

Totaal

515

0

39

476

0

15.000

Licence