Base description which applies to whole site

3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RIVM over het jaar 2015 (bedragen x € 1.000)

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RIVM over het jaar 2015 (bedragen x € 1.000)
 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3 = 2–1)

Realisatie 2014

Omzet moederdepartement

241.660

245.963

4.303

156.798

Omzet overige departementen

58.280

70.500

12.220

64.229

Omzet derden

23.516

19.461

– 4.055

115.370

Rentebaten

1

1

57

Vrijval uit voorzieningen

913

913

740

Bijzondere baten

Totaal baten

323.456

336.838

13.382

337.194

Lasten

     

Apparaatskosten

321.096

326.941

5.854

335.364

– personele kosten

116.952

122.527

5.575

121.174

waarvan eigen personeel

99.738

105.697

5.959

98.707

waarvan externe inhuur

11.082

9.295

– 1.787

15.390

waarvan overige personele kosten

6.132

7.535

1.403

7.077

– materiële kosten

204.144

204.414

270

214.190

waarvan apparaat ICT

5.041

14.214

9.173

10.677

waarvan bijdrage aan SSO’s

4.126

9.193

5.067

8.829

waarvan overige materiële kosten

194.977

181.007

– 13.970

194.684

Rentelasten

1

1

0

Afschrijvingskosten

2.360

3.236

876

2.991

– immaterieel

30

24

– 6

38

– materieel

2.330

3.212

882

2.953

Overige lasten

1.035

1.035

1.619

– dotaties voorzieningen

1.035

1.035

1.619

– bijzondere lasten

Totaal lasten

323.456

331.213

7.757

339.974

Saldo van baten en lasten

5.625

5.625

– 2.780

Toelichting op de staat van baten en lasten

Algemeen

De vergelijkende cijfers 2014 in de staat van baten en lasten zijn aangepast omdat na afronding van de jaarrekeningcontrole is gebleken dat een bijdrage van de eigenaar van € 2,2 miljoen geboekt is als omzet moederdepartement. De bijdrage betrof de kosten van organisatieontwikkeling 2013 en had daarom in 2014 verwerkt moeten worden als een storting in het eigen vermogen. De correctie heeft geen effect op de stand van het eigen vermogen ultimo 2014.

Resultaat

Over 2015 is een positief resultaat behaald van € 5,6 miljoen. De belangrijkste elementen die tot dit resultaat hebben geleid zijn:

  • het resultaat uit de normale bedrijfsvoering van per saldo € 6,1 miljoen;

  • een negatief resultaat op projecten van € 1,1 miljoen;

  • een dotatie aan de voorzieningen van € 1,0 miljoen en een vrijval van € 0,9 miljoen;

  • baten € 0,7 miljoen uit overige activiteiten binnen het RIVM waarvan € 1,0 miljoen het resultaat behaald door de eenheid SSC-Campus binnen het RIVM.

Het positieve resultaat komt ten gunste van de exploitatiereserve. Het RIVM stuurt op een sluitende dekking vanuit de normale bedrijfsvoering. Het realiseren van de met de eigenaar afgesproken declarabiliteitsnorm en voldoende dekking voor de laboratoriumactiviteiten is hiervoor een voorwaarde.

Baten

De gerealiseerde omzet moederdepartement omvat de bijdrage van VWS als eigenaar voor het programma strategisch onderzoek en enkele specifieke bedragen (€ 18,6 miljoen) en de bijdrage van VWS-opdrachtgevers inclusief de bijdrage voor het rijksvaccinatieprogramma (€ 227,4 miljoen). De gerealiseerde omzet moederdepartement is circa € 4,3 miljoen hoger dan geraamd.

In de omzet overige departementen zijn begrepen de bijdragen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (DG Milieu en Internationaal; Inspectie Leefomgeving en Transport) voor de reguliere onderzoeks- en adviesprogramma’s en voor verstrekte additionele opdrachten (€ 54,8 miljoen), de bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken voor het reguliere onderzoeks- en adviesprogramma (€ 9,7 miljoen) en de bijdrage van overige departementen voor uitgevoerde werkzaamheden (€ 6,0 miljoen). De feitelijk uitgevoerde werkzaamheden hebben geleid tot de gerealiseerde omzetten. De gerealiseerde omzet overige departementen is € 12,2 miljoen hoger dan geraamd, voornamelijk door een hogere omzet vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ten opzichte van de begroting is € 15,0 miljoen meer gerealiseerd onder andere als gevolg van additionele opdrachten naast de reguliere programma’s (€ 5,9 miljoen) en opdrachten buiten de programma’s die niet waren begroot (€ 9,1 miljoen, waarvan € 5,2 miljoen maatwerk SSC-Campus aan het KNMI en € 1,5 miljoen COGEM en diverse kleinere projecten).

De omzet derden (gezamenlijk € 19,5 miljoen) bestaat onder andere uit projecten ten behoeve van en gefinancierd door andere nationale en internationale opdrachtgevers, zoals de EU en de WHO. De omzet derden is € 4,1 miljoen lager dan begroot door het wegvallen van dienstverlening richting BBIO (€ 6,3 miljoen). Door de overgang van het facilitair bedrijf zijn ook de met deze dienstverlening gemoeide kosten verdwenen. In de begroting 2015 (voorjaar 2014) is hier onvoldoende rekening mee gehouden. In 2014 werd onder de omzet derden nog de bijdrage voor het rijksvaccinatieprogramma verantwoord (onderdeel van de AWBZ-financiering). Vanaf 2015 maakt dit programma onderdeel uit van de financiering door moederdepartement VWS.

Rentebaten en vrijval uit voorzieningen zijn niet begroot in verband met het incidentele karakter van de betreffende posten. Zie voor het verloop van de voorzieningen onderstaande toelichting onder de balans per 31 december 2015.

Lasten

De personele kosten (€ 122,5 miljoen) komen in 2015 € 5,6 miljoen hoger uit dan de begroting vooral door de toename van kosten voor eigen personeel (€ 6,0 miljoen) als gevolg van een toename van het aantal werkzame fte binnen het RIVM (van circa 1.380 per jaareinde 2014 tot 1.487 per jaareinde 2015). Deze toename van medewerkers hangt samen met de overheveling van taken, zoals NANoREG, vanuit het Ministerie IenM (circa 12 fte' en het KNMI vanwege de start van SSC-Campus (circa 25 fte), het omzetten van externe inhuur naar een (tijdelijk) ambtelijk dienstverband en tot slot de toename in het werkpakket dat door eigen medewerkers wordt uitgevoerd. Per jaareinde zijn als gevolg van gewijzigd beleid binnen het RIVM circa 16 Aio’s, Promovendi, Epiets, etc. in dienst van het RIVM. De externe inhuur is als gevolg van de toename in personeel € 1,8 miljoen lager dan begroot (8,1%).

De materiële kosten € 204,4 miljoen liggen in lijn met de begroting.

De afschrijvingskosten € 3,2 miljoen zijn door investeringen in 2015 circa € 0,9 miljoen hoger dan was voorzien in de begroting, onder andere als gevolg van overgenomen activa van het KNMI in het kader van de vorming van SSC-Campus.

De rentelasten en voorzieningen zoals gevormd in 2015 zijn niet begroot. Zie voor het verloop van de voorzieningen onderstaande toelichting onder de balans per 31 december 2015.

Balans per 31 december 2015 van het baten-lastenagentschap RIVM
(bedragen x € 1.000)
 

Balans per 31-12-2015

Balans per 31-12-2014

Activa

 

Immateriële activa

18

42

Materiële activa

4.712

5.899

– grond en gebouwen

– installaties

255

367

– overige materiële vaste activa

4.457

5.532

Voorraden

27.003

41.596

Debiteuren

10.973

5.976

Nog te ontvangen

15.949

25.952

Liquide middelen

57.763

34.148

Totaal activa

116.418

113.613

Passiva

   

Eigen vermogen

14.522

17.822

– Exploitatiereserve

8.897

20.602

– Onverdeeld resultaat

5.625

– 2.780

Voorzieningen

7.755

10.340

Leningen bij het Ministerie van Financiën

Crediteuren

4.666

4.584

Nog te betalen

89.475

80.867

Totaal passiva

116.418

113.613

Toelichting op de balans

Activa

De voorraden in bovenstaande opstelling betreft de voorraad vaccins binnen het RIVM ten behoeve van het Rijksvaccinatieprogramma. Ten opzichte van 2014 zijn de voorraden met € 14,6 miljoen gedaald. De voorraadpositie per balansdatum is een momentopname en afhankelijk van zowel verbruik als levering van vaccins. De daling van de voorraden past echter in het eerder ingezette beleid om de voorraden structureel te verlagen om onnodig kapitaalbeslag en expiratie van vaccins te voorkomen.

De stijging van de debiteurenpositie van € 5,0 miljoen is vooral te relateren aan de mutatie in openstaande rekeningen gericht aan Rijksopdrachtgevers, waarvan IenM de grootste is (circa 60%) en verder door een stijging en daling van diverse debiteuren.

De daling van de nog te ontvangen middelen (€ 10,0 miljoen) hangt grotendeels samen met een vereffening € 8,9 miljoen van de onder deze post opgenomen vordering op het moederdepartement met het eigen vermogen dat samenhangt met de financiering van de vaccinvoorraad.

Zie voor analyse van de liquide middelen het kasstroomoverzicht 2015.

Passiva

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:

Verloopstaat eigen vermogen (bedragen x € 1.000)

Stand per 31-12-14

17.822

Uitkering aan het moederdepartement

– 8.925

Resultaat 2015

5.625

Stand per 31-12-15

14.522

Het resultaat 2015 van € 5,6 miljoen bevat het saldo van baten en lasten over het exploitatiejaar 2015. Dit saldo wordt met toestemming van de eigenaar toegevoegd aan de exploitatiereserve. Op basis van de gemiddelde omzet van het RIVM over de afgelopen 3 jaar bedraagt het maximaal toegestane eigen vermogen € 16,8 miljoen. Het RIVM heeft daarmee per ultimo 2015 een lager eigen vermogen dan maximaal toegestaan.

Het verloop van de post voorzieningen is als volgt:

Verloopstaat voorzieningen (bedragen x € 1.000)
 

Reorganisatie

Personeel

Projecten

Diversen

Totaal

Stand voorzieningen per 31-12-14

2.000

3.029

6.318

15

11.362

Dotatie t.l.v. exploitatie

465

570

1.035

Onttrekkingen

– 707

– 2.175

– 7

– 2.889

Vrijval

– 698

– 158

– 856

Mutaties

– 940

– 1.763

– 7

– 2.710

Totaal

2.000

2.089

4.554

8

8.652

Waarvan kortlopend

888

8

896

Stand voorzieningen per 31-12-15

2.000

1.201

4.554

– 

7.755

De voorziening voor personeel omvat de toekomstige verplichtingen als gevolg van rechten op balansdatum van voormalige werknemers. De voorziening voor reorganisatiekosten betreft het voorziene bedrag vanwege de kosten voor overdracht van pensioenrechten van overgenomen medewerkers. De reorganisatievoorziening is gebaseerd op berekeningen op moment van overkomst (2008) waardoor bij feitelijke overdracht mogelijk een lagere of hogere uitstroom van middelen kan volgen. Vanwege administratieve doelmatigheid is gekozen om van herberekening af te zien. De ontoereikende dekkingsgraad van de pensioenfondsen verhindert de feitelijke overdracht en afrekening. Tot slot vormt de voorziening ten behoeve van projecten het bedrag aan voorziene tekorten op in uitvoering zijnde projecten. Op totaalniveau is de lagere stand van voorzieningen voornamelijk terug te voeren op de lagere voorziening projecten door afwikkeling van een groot deel van de Europese projecten met de EU. Onder de overlopende passiva is een bedrag van € 0,9 miljoen opgenomen voor het kortlopende deel van de in totaal € 8,7 miljoen aan voorzieningen.

De post nog te betalen kosten stijgt met circa € 8,6 miljoen. Deze stijging is terug te voeren op nog te verrekenen bedragen voor medecontracten, Nanoreg en Prosafe (€ 3,0 miljoen) en een hoger saldo (€ 4,2 miljoen) aan vooruit ontvangen termijnen (nog uit te voeren werkzaamheden voor de verschillende projecten/opdrachtgevers).

Per 31-12-2015 hebben de volgende vorderingen/schulden betrekking op ministeries en agentschappen: vorderingen voor € 18,5 miljoen en schulden voor een bedrag van € 53,4 miljoen.

Kasstroomoverzicht over 2015 van het baten-lastenagentschap RIVM (bedragen x € 1.000)
   

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3) = (2) – (1)

1.

Rekening-courant RHB 1–1–2015 + stand depositorekeningen

69.328

34.148

– 35.180

2.

Totaal operationele kasstroom

3.837

34.566

30.729

 

Totaal investeringen (-/-)

– 14.360

– 2.030

12.330

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

4

4

3.

Totaal investeringsstroom

– 14.360

– 2.026

12.334

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

– 8.925

– 8.925

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

 

Aflossing op leningen (-/-)

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

12.000

– 12.000

4.

Totaal financieringskasstroom

12.000

– 8.925

– 20.925

5.

Rekening-courant RHB 31-12-2015 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

70.805

57.763

13.042

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Opgenomen zijn de standen van de rekeningcourant met de Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën.

Operationele kasstroom:

De operationele kasstroom wordt in basis verklaard door het positieve resultaat 2015 van € 5,6 miljoen. Gecorrigeerd voor afschrijvingen en de mutatie van de voorzieningen, stijgt de operationele kasstroom met € 0,7 miljoen tot € 6,3 miljoen. Daarnaast is er sprake van een mutatie van het werkkapitaal van € 28,3 miljoen negatief waarmee de operationele kasstroom uitkomt op € 34,6 miljoen. De operationele kasstroom bestaat voor € 367,1 miljoen uit ontvangsten en € 343,5 miljoen uitgaven.

Investeringskasstroom:

De werkelijke investeringen van € 2 miljoen zijn lager dan de investeringen opgenomen begroting als gevolg van vertraging in de bouw/ontwikkeling van het nieuwe Praeventis. Investeringen zijn voor € 0,0 miljoen gepleegd in de categorie installaties en voor € 2,0 miljoen in de overige materiële vaste activa.

Financieringskasstroom:

In 2015 heeft afroming van het eigen vermogen plaatsgevonden. Zie tevens verloopstaat eigen vermogen en toelichting bij de post nog te ontvangen middelen. Er is in 2015 geen gebruik gemaakt van de leenfaciliteit. De investeringen zijn betaald uit beschikbare liquide middelen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren van het baten-lastenagentschap RIVM per 31 december 2015
 

2012

2013

2014

2015

Oorspronkelijke begroting 2015

Generiek

         

1. Tarieven/uur

         

– Gewogen uurtarief in €

93

93

99

104

104

– Ontwikkeling uurtarief (2015 = 100)

89,2

89,2

94,5

100

100

2. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

1.457,30

1.344,30

1.380,10

1.487

1.408

3. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

0,76%

– 1,53%

– 0,16%

1,67%

0,00%

           

Specifiek

         

1. Liquiditeit (current ratio; norm: >1,5)

1,4

1,4

1,3

1,2

1,08

2. Solvabiliteit (debt ratio)

0,67

0,76

0,84

0,88

0,89

3. Rentabiliteit eigen vermogen

6,50%

– 12,80%

– 10,20%

34,80%

0,00%

4. Percentage externe inhuur

6,80%

9,30%

13,50%

8,10%

9,50%

5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

96,30%

94,90%

94,90%

93,40%

97,50%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

De uurtarieven worden jaarlijks vastgesteld door de eigenaar. Per 1 januari 2015 is het kostprijsmodel van het RIVM met goedkeuring van de eigenaar herzien. Dit heeft geleid tot aanpassing van de samenstelling van de uurtarieven. Hierbij is een onderscheid gemaakt naar een regulier uurtarief van toepassing voor alle medewerkers van het RIVM en een Basisfinanciering voor de Essentiële Infrastructuur van het RIVM (BEI). Door herijking van het tarief, dat voor 2015 was gesplitst in een basisuurtarief en een labuurtarief, zijn tarieven over de jaren heen niet één op één te vergelijken.

Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

De omvang van de personele bezetting per 31-12-2015 bedraagt 1.487 fte. Zie voor verklaring op dit punt de toelichting onder de personele kosten.

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

De ontwikkeling van het procentuele saldo is een weergave van de realisatie zoals de afgelopen jaren in de jaarrekening gepresenteerd.

Liquiditeit/Solvabiliteit/Rentabiliteit

Voor wat betreft de doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren liquiditeit, solvabiliteit en de rentabiliteit van het eigen vermogen. De current ratio geeft aan in hoeverre de kortlopende schulden kunnen worden voldaan vanuit de kortlopende activa. Een waarde van boven de 1 wordt over het algemeen als gezond gekenmerkt. Het RIVM voldoet hieraan met een waarde van 1,2. De daling van het eigen vermogen zorgt met een lichte stijging van het balanstotaal voor een stijging van de debtratio t.o.v. de voorgaande jaren. De rentabiliteit van 34,8% op het eigen vermogen is het gevolg van het positieve resultaat dat in 2015 is gerealiseerd.

Percentage externe inhuur ten opzichte van de totale personele kosten

De totale externe inhuur bedroeg in 2015 € 9,3 miljoen, dit ligt beduidend lager dan het niveau van 2014 (€ 15,4 miljoen). De belangrijkste oorzaken voor de gedaalde inhuur zijn de strikte sturing op het inhuurcijfer binnen het RIVM en de (tijdelijke) verambtelijking van externe inhuur. Het inhuurpercentage over 2015 komt uit op 8,1%. In 2014 bedroeg het percentage 13,5%. De norm uit de begroting is 9,5%.

Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

Het percentage facturen dat wordt betaald binnen 30 dagen bedraagt over 2015 93,4% en ligt daarmee ruim boven de norm/begroting van 90%. Ten opzichte van 2014 is het percentage licht gedaald.

Licence