Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.4 Internationale financiële betrekkingen

A. Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een financieel gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Nederlandse economie wordt door zijn openheid en relatief beperkte grootte sterk beïnvloed door internationale financieel-economische ontwikkelingen waaronder ontwikkelingen in de lidstaten van de EU. Verreweg het grootste deel van de Nederlandse export en import gaat naar of komt uit andere Europese landen. Een sterke Europese economie heeft daarmee een directe weerslag op de Nederlandse economie. Mede om die reden is Nederland gebaat bij een gezonde financieel-economische ontwikkeling en een stabiele budgettaire en monetaire ontwikkeling in de EU en haar lidstaten, waarbij ook de financiële stabiliteit binnen de eurozone gewaarborgd is.

De Minister van Financiën speelt op dit gebied een regisserende rol in Nederland en maakt daarbij gebruik van een aantal instrumenten. In de eerste plaats neemt de Minister actief deel aan internationale overleggen (onder andere de Ecofin (Economic and Financial Affairs) raad en de Eurogroep) ter bevordering van de begrotingsdiscipline van de lidstaten van de EU en een stabiele macro-economische omgeving in de eurozone. In de eerste helft van 2016 zat de Minister van Financiën de Ecofinraad voor, aangezien Nederland voorzitter was van de Raad van de Europese Unie. Daarnaast heeft de Minister in zijn rol als voorzitter van de Eurogroep, de functie die hij sinds januari 2013 bekleedt, de mogelijkheid om uitvoering te geven aan de gezamenlijke Europese inzet.

Verder neemt de Minister van Financiën besluiten over het Nederlandse oordeel over aanvragen voor het European Exchange Rate Mechanism (ERM) II en over toetreding van nieuwe landen tot de eurozone. Tevens draagt de Minister van Financiën het Nederlandse standpunt over de EU-begroting uit. De Minister ziet er op toe dat deze EU-begroting volgens de afspraken van het Meerjarig financieel kader (2014–2020) wordt vormgegeven.

In internationaal verband zijn maatregelen getroffen om de wereldeconomie minder gevoelig te maken voor financieel-economische crises en te zorgen dat de gevolgen, mocht een dergelijke crisis toch plaatsvinden, zo beperkt mogelijk blijven. De Minister van Financiën draagt bij aan het beheer van stabilisatiemechanismen zoals de European Financial Stability Facility (EFSF) en het European Stability Mechanism (ESM) ten behoeve van het bewaken van de financiële stabiliteit in de eurozone.

Internationale financiële instellingen beïnvloeden economische ontwikkelingen in hun rol bij het financieel-economische beleidstoezicht enerzijds en als financieel vangnet in geval van een crisis anderzijds. Goed beleid van deze instellingen draagt daarom bij aan een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling en de ontwikkeling van lage- en middeninkomenlanden. De Minister draagt hieraan bij door toezicht te houden op de uitvoering van de taken van de Internationale Financiële Instellingen (IFI’s) en hun financiële soliditeit. Daarnaast levert de inbreng van de Minister bij discussies in internationale fora en de verschillende IFI’s een bijdrage aan de beïnvloeding van de internationale beleidsdiscussie en beleidsrespons, naast de directe invloed die de Minister heeft op het beleid via de verschillende raden van Europese instellingen en IFI’s.

C. Beleidsconclusies

In 2016 heeft Nederland zich bij de IFI’s ingezet voor het vergroten van de effectiviteit en efficiëntie, en heeft Nederland door samen op te trekken met gelijkgezinde landen en actieve betrokkenheid bij discussies kunnen bijdragen aan verbeteringen.

Zo heeft Nederland bij de 18e middelenaanvulling van IDA (International Development Association), het financieringsloket voor lage inkomenslanden van de Wereldbank, ingezet op het innovatief en efficiënter gebruik maken van de financiële bijdragen van donoren. Nederland heeft zich er samen met andere donoren succesvol sterk voor gemaakt dat IDA vanaf 2017 voor het eerst obligaties uitgeeft op de kapitaalmarkt op basis van de nieuw verkregen triple A-rating. Door deze transformatie kan de ontwikkelingsimpact van elke ingelegde donor-euro sterk worden vergroot. Nederland vindt het van belang dat de Wereldbank een leidende positie blijft spelen en voor alle landen een relevante ontwikkelingspartner blijft. Door tijdens de discussies rondom de nieuwe Wereldbank-strategie tot aan 2030 niet alleen aandacht te hebben voor de thematische focus van de Wereldbank, maar ook in te zetten op maatregelen die de Wereldbank slagvaardiger maken, heeft Nederland relatief veel invloed op de uitkomst uitgeoefend.

In het eerste operationele jaar van de AIIB heeft Nederland – mede door het vervullen van de rol van plaatsvervangend bewindvoerder – voor de Eurogroep-kiesgroep een belangrijke rol kunnen vervullen bij de vaststelling en nadere uitwerking van het belangrijkste beleid en de financiering van de eerste projecten. Door efficiënte afstemming binnen de eigen kiesgroep, en met andere gelijkgezinde kiesgroepen, heeft Nederland onder meer haar stempel kunnen drukken op de door de AIIB gehanteerde sociale en milieustandaarden, een solide governance-systeem en een zo sterk mogelijke focus op duurzame energie.

In 2016 hebben de EU-lidstaten een akkoord bereikt over een raadpositie om het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI), dat wordt uitgevoerd door de EIB, te verlengen tot eind 2020 en te vergroten tot € 500 miljard mobilisatie. Nederland heeft zich bij de besluitvorming over deze verlenging ingezet voor een grondige evaluatie van het EFSI nu en in de toekomst, meer focus op additionaliteit zodat de EFSI-middelen effectief worden ingezet en extra aandacht voor het wegnemen van investeringsbelemmeringen.

In 2016 zijn verdere stappen gezet om de Europese economische beleidscoördinatie te versterken. Nederland heeft aangedrongen op stroomlijning en versterking van het Europees semester. Het feit dat de aanbevelingen voor de eurozone nu aan het begin van het semester worden vastgesteld past in deze ambitie van het kabinet. Daarnaast is er onder het Nederlandse EU-voorzitterschap tijdens de Ecofinraad een discussie gevoerd over de implementatie van landenspecifieke aanbevelingen. Ook heeft Nederland tijdens de informele Ecofinraad een bespreking over versimpeling van het Stabiliteits- en groeipact geagendeerd.

Cyprus heeft in maart 2016 het ESM-programma beëindigd. Griekenland rondde in 2016 de eerste voortgangsmissie van het ESM-programma af. De Eurogroep kwam in mei tot afspraken over mogelijke schuldmaatregelen. Implementatie van een aantal maatregelen voor de korte termijn werd in december goedgekeurd. Aan het einde van het programma, in 2018, zal worden bekeken of de overige mogelijke schuldmaatregelen noodzakelijk zijn.

In de brede agenda van de Ecofin zijn er tijdens het actieve Nederlandse voorzitterschap doorbraken bereikt op het terrein van belastingontwijking en de bankenunie. Tegelijkertijd is er goede voortgang gemaakt op het gebied van de kapitaalmarktunie, de EU-begroting en maatregelen tegen terrorismefinanciering.

In 2016 heeft de Minister samen met de Minister van Buitenlandse Zaken een voorzitterschapsconferentie over de toekomst van het Meerjarig financieel kader georganiseerd. Hiermee heeft de Minister de eerste stap gezet naar hervorming van dit kader. Daarnaast heeft de Minister voorstellen gepresenteerd voor een transparantere EU-begrotingssystematiek en beter voorspelbare EU-afdrachten. Dit heeft onder meer geleid tot verbeterde afspraken over de jaarlijkse nacalculatie en tot minder aanvullende begrotingen. De tussentijdse evaluatie van het Meerjarig financieel kader, die de Europese Commissie in 2016 presenteerde, is echter nog niet volledig afgerond. Als laatste heeft de Europese begroting zich binnen de afspraken van het Meerjarig financieel kader ontwikkeld.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 4 Internationale financiële betrekkingen (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie 2016

Vastgestelde begroting 2016

Verschil 2016

Verplichtingen

38.336.697

– 49.193.450

3.649.277

3.729.791

– 33.540.633

268.782

– 33.809.415

Waarvan betalingsverplichtingen

3.585.959

139.000

787.228

195.028

12.218

86.941

– 74.723

EIB

448.222

0

0

0

0

0

0

Lening Griekenland

– 1.505.643

0

0

0

0

0

0

Kapitaal ESM

4.573.600

0

0

0

0

0

0

Kapitaal AIIB

     

189.492

5.562

0

5.562

               

Waarvan garantieverplichtingen:

34.750.738

– 49.332.450

2.862.049

3.534.763

– 33.552.851

181.841

– 33.734.692

Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen

120.110

26.588

725.439

447.175

466.850

181.841

285.009

Garantie aan DNB inzake IMF en BIS

– 825.772

– 1.140.268

2.158.610

2.258.303

– 18.563.822

0

– 18.563.822

Kredieten EU-betalingssteun

5.000

– 35.000

– 10.000

32.500

2.500

0

2.500

EFSM

6.000

– 42.000

– 12.000

39.000

3.000

0

3.000

EFSF

0

– 48.141.770

0

0

– 15.486.252

0

– 15.486.252

ESM

35.445.400

0

0

0

0

0

0

Garantie AIIB

     

757.785

24.873

0

24.873

               

Uitgaven

2.005.213

2.599.623

1.093.524

356.416

597.440

439.981

157.459

               

Deelneming multilaterale (ontwikkelings) banken en fondsen

             

Deelnemingen multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen

158.227

631.183

52.864

355.313

518.329

280.031

238.298

EFSF

0

0

0

0

0

0

0

ESM

1.829.440

1.829.440

914.720

0

0

0

0

Deelname AIIB

       

77.688

73.009

4.679

Uitkering rente aan Griekenland

13.000

139.000

125.000

0

0

85.265

– 85.265

               

Leningen

             

Lening Griekenland

4.546

0

0

0

0

0

0

               

Opdrachten

             

TA kiesgroeplanden

   

940

1.103

1.423

1.676

– 253

               

Ontvangsten

50.131

34.336

19.969

18.702

10.053

22.992

– 12.939

               

Deelneming multilaterale (ontwikkelings) banken en fondsen

             

Ontvangsten IFI's

9.454

8.630

5.951

5.385

4.620

672

3.948

               

Lening

             

Rente en servicefee ontvangsten lening Griekenland

40.677

25.706

14.018

13.317

5.433

22.320

– 16.887

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Deelnemingen multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen (+ € 285 miljoen)

De aanpassing van deze garantieverplichting wordt voornamelijk veroorzaakt door de wisselkoersaanpassing van de garanties afgegeven aan de Wereldbank en omdat door de aankoop van Wereldbank-aandelen (paid-in-kapitaal) ook de garantie ten aanzien van de Wereldbank stijgt (oproepbaar kapitaal), de totale Wereldbankgarantie stijgt € 586,8 miljoen. Daarnaast is de wijze gewijzigd waarop een garantie de EU-lidstaten (waaronder Nederland) afgeven aan de EIB ten aanzien van de politieke en soevereine risico’s die de EIB loopt bij haar activiteiten in de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen), alsmede de Europese Landen en Gebieden Overzee (LGO). Afgelopen jaar is het garantieplafond in het jaarverslag opgenomen, omdat afhankelijk van het exacte bedrag dat de EIB in deze landen heeft geïnvesteerd, deze garantie wijzigt. Vanaf dit jaar is besloten om alleen de uitstaande leningen op 31 december als basis voor de Nederlandse garantieverplichting te nemen, omdat op deze wijze exact wordt aangegeven hoeveel risico de EIB liep op 31 december en voor welk bedrag Nederland garant stond. Dit bedrag is € 121 miljoen lager dan het garantieplafond. Het netto resultaat is een garantieverhoging van circa € 466,9 miljoen.

Garantie aan DNB inzake IMF (– € 18,6 miljard)

In januari 2016 zijn de in 2010 overeengekomen quota- en governancehervormingen formeel in werking getreden. Als gevolg hiervan is de totale garantie van de Staat aan DNB inzake het IMF afgebouwd met SDR 4,45 miljard (circa € 5,67 miljard). Daarnaast heeft het IMF verzocht om middelen voor het PRGT, de speciale faciliteit die het IMF beheert die ter beschikking staat aan lage-inkomenslanden. Deze leningen staan los van de overige IMF-middelen in een niet-revolverend fonds. Om de komende jaren voldoende middelen ter beschikking te kunnen blijven stellen voor PRGT-programma’s heeft het IMF hiervoor nieuwe middelen nodig. Om dit mogelijk te maken heeft de Nederlandse Staat een nieuwe garantie van SDR 500 miljoen (circa € 638 miljoen) verstrekt aan DNB voor een Nederlandse bilaterale lening aan de PRGT. Daarnaast is de bilaterale lening aan het IMF van € 13,6 miljard verlopen en wordt op dit moment gesproken over een nieuwe bilaterale lening die hiervoor in de plaats zou komen. Tot slot was er sprake van wisselkoersfluctuaties (circa € 100 miljoen).

Garante AIIB (+ € 24,9 miljoen)

Als gevolg van wisselkoersfluctuaties is de garantie aan de AIIB verhoogd.

EU-betalingsbalanssteun (+ € 2,5 miljoen)

Naar aanleiding van een verandering in het Nederlandse aandeel in de EU-begroting is de bestaande garantieverplichting bijgesteld.

EFSM (+ € 3,0 miljoen)

Naar aanleiding van een verandering in het Nederlandse aandeel in de EU-begroting is de bestaande garantieverplichting bijgesteld.

EFSF (– € 15,5 miljard)

Het garantieplafond voor het EFSF is met € 15,5 miljard naar beneden bijgesteld. In 2013 is op basis van toenmalige inschattingen van de uiteindelijke omvang van de toen nog lopende EFSF-programma’s voor Ierland, Portugal en Griekenland een garantieplafond van € 49,6 miljard voor het EFSF vastgesteld. Naar aanleiding van het beëindigen van deze programma’s is het garantieplafond opnieuw bekeken. Het nu vastgestelde garantieplafond is gebaseerd op een maximale schulduitgifte door het EFSF van € 241 miljard, de hoogte van het Guaranteed debt issuance programme. Naast de hoofdsom van EFSF-schuldbewijzen worden ook couponbetalingen gegarandeerd, de zogenaamde rentegarantie. In eerdere berekeningen werd de rentegarantie berekend op basis van de looptijd van de door het EFSF verstrekte leningen. Bij de huidige herziening van het plafond is deze rentegarantie, conform de wijze waarop de garanties verstrekt worden, gebaseerd op de looptijd van de door het EFSF aangetrokken financiering.

Uitgaven

Uitkeringen aan Griekenland (– € 85,3 miljoen)

Onderdeel van het tweede leningenprogramma voor Griekenland was dat de inkomsten van de nationale centrale banken uit de Griekse staatsobligaties (Securities Market Programme, SMP en de Agreement on Net Financial Assets, ANFA), die niet zijn meegenomen in de obligatieomruil van februari 2012, werden doorgegeven aan Griekenland. Het tweede leningenprogramma liep op 30 juni 2015 af en daarmee was deze afspraak komen te vervallen. In 2015 en 2016 hebben er geen uitkeringen plaatsgevonden. Onderdeel van het derde steunprogramma, waar de Raad van Gouverneurs van het ESM op 19 augustus 2015 definitief mee heeft ingestemd, was wel dat de Eurogroep, indien nodig, klaar staat om aanvullende maatregelen te overwegen om de bruto financieringsbehoefte van Griekenland op een houdbaar niveau te houden. Op 24 mei 2016 is de Eurogroep een pakket schuldmaatregelen overeengekomen. Een van de afspraken is dat vanaf het begrotingsjaar 2017 de toekomstige SMP- en ANFA-winsten, conform de afspraak uit het tweede leningenprogramma, weer kunnen worden doorgegeven aan Griekenland.

Deelnemingen multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen (+ € 238,3 miljoen)

Om het uitgavenkader in 2017 te ontlasten is er voor gekozen om circa € 235 miljoen van de voor 2017 geplande IDA-betalingen naar 2016 te verschuiven, daarnaast is de aankoop van Wereldbank-aandelen iets duurder uitgevallen omdat de realisatie van de dollarkoers hoger was dan de origineel gebruikte ramingskoers.

Ontvangsten

Rente-ontvangsten Griekenland (– € 16,9 miljoen)

Door een lagere rente dan tijdens het opstellen van de begroting werd verwacht, zijn de ontvangsten op de bilaterale leningen aan Griekenland lager uitgevallen.

Ontvangsten IFI’s (+ € 3,95 miljoen)

De terugbetalingen van leningen door de EIB en de Wereldbank zijn hoger dan geraamd. Bij de EIB gaat het om leningen aan ACS-landen, en de LGO onder het Europees ontwikkelingsfonds in het kader van de verdragen van Lomé en Cotonou. Bij de Wereldbank gaat het om de EEC Special action account, waarbij in EEG (Europese Economische Gemeenschap)-verband via de Wereldbank speciale kredieten zijn verstrekt op concessionele basis aan ontwikkelingslanden, welke over langere periode worden terugbetaald.

Licence