Base description which applies to whole site

Art. 7. Apparaat

De complexe wereld, waar onveiligheid ons steeds vaker direct hier raakt, kunnen we niet begrijpen en beïnvloeden zonder kennis, netwerk en aanwezigheid. Onze ambities kunnen we alleen waarmaken met een sterke, professionele en moderne diplomatieke dienst. En diplomatie is vooral mensenwerk: informatie vergaren, netwerken opbouwen, gesprekspartners beïnvloeden, overheden aanspreken, partnerorganisaties steunen en scherp houden, kansen zien en benutten. Dat kan alleen met een wendbare organisatie en uitstekende diplomaten. De middelen ter uitvoering van deze taken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn op dit artikel opgenomen. Het omvat de apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en vak-attachés van andere ministeries.

Het ambtelijk personeel betreft de algemene ambtelijke leiding van het departement, de beleidsdirecties, de ondersteunende diensten, het uitgezonden personeel op de ambassades en het lokaal aangenomen personeel op de ambassades. Ook worden in dit artikel de buitenlandvergoedingen aan uitgezonden personeel, overige vergoedingen, diverse overige personele uitgaven en de uitgaven voor het post-actieve personeel verantwoord. De materiële uitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor de exploitatie van en investeringen in het departement in Den Haag en de vertegenwoordigingen in het buitenland. Hieronder vallen onder andere de uitgaven voor huur van kanselarijen, residenties, personeelswoningen en het ministerie aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag, beveiligingsmaatregelen, automatisering en communicatiemiddelen, klein onderhoud en bouwkundige projecten.

Niet-beleidsartikel 7 Apparaat (x EUR 1.000)
 

Realisatie 2012

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Vastgestelde begroting 2016

Verschil 2016

Verplichtingen

817.218

688.056

655.015

721.813

753.500

714.489

39.011

                 

Uitgaven

818.372

694.372

664.790

723.644

744.579

704.257

40.322

                 

7.1.1

Personeel

 

454.208

433.085

446.145

477.859

442.571

35.288

 

waarvan eigen personeel

 

445.153

422.691

437.645

465.921

434.571

31.350

 

waarvan inhuur extern

 

9.055

10.394

8.500

11.938

8.000

3.938

 

waarvan overige personeel

   

0

0

0

0

0

                 

7.1.2

Materieel

 

240 164

230.388

237.259

266.720

261.686

5.034

 

waarvan ICT

 

37.820

56.868

41.458

44.758

55.000

– 10.242

 

waarvan bijdragen aan SSO's

 

32.032

32.114

53.417

74.017

77.000

– 2.983

 

waarvan overige materiele uitgaven

 

170.312

141.406

142.384

147.945

129.686

18.259

                 

7.2

Koersverschillen

   

1.317

40.240

0

0

0

                 
                 

Ontvangsten

24.666

65.591

43.112

37.228

48.102

21.450

26.652

                 

7.10

Diverse ontvangsten

24.666

44.290

43.112

37.228

44.267

21.450

22.817

                 

7.11

Koersverschillen

 

21.301

 

0

3.835

0

3.835

E: Toelichting op de instrumenten

Uitgaven en verplichtingen

  • Personeelskosten: De uitgaven voor personeel zijn gestegen doordat als gevolg van het kabinetsbesluit om Nederland kandidaat te stellen voor de VN-Veiligheidsraad, incidenteel HGIS middelen aan de personeelsbegroting zijn toegevoegd. Het betreft extra middelen voor medewerkers die bij de voorbereiding en tijdens het lidmaatschap betrokken zijn bij de organisatie. Daarnaast zijn middelen vanuit de HGIS toegevoegd voor gestegen loonkosten die het gevolg zijn van de loon-en prijsontwikkeling. Ten slotte zijn de uitgaven voor lokaal personeel in een fors aantal landen toegenomen als gevolg van de gestegen koers van met name de USD.

  • ICT: De ICT uitgaven zijn afgenomen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat enkele uitgaven zijn doorgeschoven naar 2017 maar ook omdat een deel van de oorspronkelijk geraamde ICT uitgaven via SSO’s wordt verrekend.

  • Bijdragen aan SSO’s: Het betreft uitgaven die via een shared service organisatie (rijksbreed samenwerkingsverband) uitgevoerd worden. Daarbij gaat het met name om ICT diensten (via SSO-ICT), uitgaven voor facilitaire dienstverlening via FM Haaglanden en huisvesting van het departement via het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

  • Overige materiele uitgaven: De overige materiële uitgaven nemen per saldo toe. Enerzijds zijn meer middelen nodig voor de bedrijfsvoering in het buitenland als gevolg van de gestegen koers van de USD. Dit geldt ook voor de vaste uitgaven aan huisvesting in het buitenland. Ook is een deel van de geraamde uitgaven voor Shared Service Organisaties (SSO) uiteindelijk niet via deze lijn besteed waardoor de uitgave onder overige materiele uitgaven valt. Hier staat een daling tegenover van de uitgaven voor onderhoud en investeringen in panden in het buitenland.

Ontvangsten

Zoals opgenomen in de eerste en tweede suppletoire begroting stijgen de ontvangsten omdat verkopen op roerende goederen op ambassades en consulaten-generaal hogere ontvangsten genereren. Daarnaast nemen de uitgaven toe als gevolg van de verkoop van onroerend goed in het buitenland (zie ook onder ontwikkelingen huisvestingsfonds) en ontvangen huren van andere landen op co-locaties. Ten slotte een toename vanwege de doorbelasting van personeelskosten die gemaakt zijn voor andere ministeries.

Koerseffecten

Om wisselkoersfluctuaties op betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar op te vangen, werkt het Ministerie van Buitenlandse Zaken met een vooraf voor één jaar vastgestelde koers. Dit betreft onder andere betalingen aan VN-instellingen maar ook apparaatsuitgaven zoals huren, nutsvoorzieningen en lokale salarissen. Deze vaste wisselkoers wordt jaarlijks bij Prinsjesdag vastgesteld door het CPB. Vanwege koersontwikkelingen is het afgelopen jaar een positief resultaat ontstaan van EUR 3,8 miljoen met name ten opzichte van betalingen in USD.

Ontwikkelingen op het huisvestingsfonds

Buitenlandse Zaken faciliteert de rijksoverheid in het buitenland met functionele huisvesting. BZ investeert in huisvesting buitenland met als doel deze betaalbaar en passend te houden. Besluitvorming vindt plaats vanuit het perspectief van geld, gebouw en gebruiker. Ambassadekantoren worden functioneel en doelmatig ingericht conform Het Nieuwe Werken en ter ondersteuning van de modernisering van de diplomatie. Panden worden afgestoten conform een op functionaliteit gericht masterplan voor alle residenties en kanselarijen in de komende 10 jaar. Om de doelstellingen te bereiken wordt gebruik gemaakt van een middelenafspraak huisvesting (het zgn. huisvestingsfonds). Hiermee kunnen opbrengsten van verkopen van onroerend goed ook in latere jaren worden ingezet om de huisvestingsportefeuille te rationaliseren en moderniseren. In 2016 zijn panden verkocht in Parijs, Harare en Boedapest voor een totaal van EUR 7,6 miljoen. Deze middelen zullen in latere jaren worden ingezet.

Taakstelling

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is afgesproken om op de rijksoverheid een oplopende taakstelling op het apparaat vanaf 2016 op te nemen. Voor Buitenlandse Zaken is dit EUR 60 miljoen en daarnaast structureel EUR 40 miljoen voor het HGIS-postennet. Naar aanleiding van de motie Sjoerdsma is de taakstelling op het HGIS postennet gehalveerd. Langs de lijnen van de Kamerbrief «Voor Nederland, Wereldwijd» is invulling gegeven aan de bezuinigingen en investeringen. De uitvoering van de taakstelling ligt goeddeels op koers. De maatregelen waarmee invulling wordt gegeven aan de taakstelling zijn inmiddels voor een belangrijk deel geïmplementeerd (incl. de formatieve aanpassingen). Op de onderdelen «consulaire dienstverlening» en «Compacte Rijksdienst» is het nog te vroeg om de exacte opbrengsten in te schatten.

Bij de behandeling van de begroting 2015 van Buitenlandse Zaken is de motie Van Ojik aangenomen. Hierin wordt de regering verzocht extra financiële middelen in te zetten voor de versterking van diplomatieke capaciteit ter bevordering van de internationale rechtsorde en vrede en veiligheid, en de economische positie van Nederland. In de Kamerbrief over de Nederlandse diplomatie is uiteengezet hoe Buitenlandse Zaken de komende jaren de slagkracht gaat versterken. De versterking vindt daar plaats waar het nodig is om de Nederlandse belangen te dienen. Dit gebeurt door inzet op de thema’s veiligheid en stabiliteit, migratie, Europese samenwerking en versterking van de economische positie van Nederland. Op deze terreinen wordt het diplomatieke netwerk, dat bestaat uit personele capaciteit op posten, bij internationale organisaties en in Den Haag, versterkt. Nederland is daarmee beter in staat om zijn rol te spelen, verantwoordelijkheid te nemen en de eigen belangen te behartigen.

Het totaal van de taakstelling is in de hieronder weergegeven tabel opgenomen.

Taakstelling Rutte II (x EUR mln)
 

2015

2016

2017

2018

structureel

Taakstelling Rutte II BZ

0

22,3

49,7

60,8

60,8

Taakstelling Rutte II HGIS Postennet

40

40

40

40

40

Motie Sjoerdsma HGIS postennet

– 20

– 20

– 20

– 20

– 20

           

Motie Van Ojik (versterking diplomatieke capaciteit)

– 8

– 8

– 16

– 20

– 20

Totaal

12

34,3

53,7

60,8

60,8

Kengetallen personeel
 

realisatie

realisatie

Personeel x € 1.000

2016

2015

Loonkosten departement

   

Gemiddelde bezetting (fte)

1.877

1.823

Gemiddelde prijs

87

81

Toegelicht begrotingsbedrag

163.264

147.692

     

Loonkosten posten

   

Gemiddelde bezetting (fte)

886

875

Gemiddelde prijs

95

93

Toegelicht begrotingsbedrag

84.053

81.051

     

Totaal loonkosten ambtelijk personeel (A)

   

Gemiddelde bezetting (fte)

2.763

2.698

Gemiddelde prijs

90

85

Toegelicht begrotingsbedrag

247.317

228.743

     

Vergoedingen uitgezonden personeel (B)

   

Gemiddelde bezetting (fte)

886

875

Gemiddelde prijs

79

78

Toegelicht begrotingsbedrag

69.653

67.971

     

Loonkosten lokaal personeel (C)

   

Gemiddelde bezetting (fte)

2.130

2.137

Gemiddelde prijs

44

40

Toegelicht begrotingsbedrag

94.142

85.166

     

Overige personeelsuitgaven (D)

66.808

64.269

     

Totaal artikel 7.1.1. Personeel (A-D)

477.920

446.149

Licence