Base description which applies to whole site

BIJLAGE 4. INDICATOREN

Leeswijzer indicatorentabel

In de onderstaande tabel zijn de ambities voorzien van een aantal kwantitatieve doelen. Per indicator zijn bijbehorende streefwaarden opgenomen, passend bij de beleidsambities. Ten behoeve van een consistente monitoring zijn doelen en ambities van de beleidsverslag 2016 zoveel mogelijk overgenomen uit de beleidsagenda 2016. Op het volgende punt is de indicatorentabel gewijzigd:

  • door verbeteringen afgelopen jaar in de bron en/of de meetmethode zijn de basis- en streefwaarde van enkele indicatoren gewijzigd. De wijzigingen worden per indicator in een voetnoot toegelicht.

Eindjaar per doelstelling

Per streefwaarde wordt voor zover mogelijk een eindjaar vermeld (kabinetsperiode of horizon van de betreffende afspraken met de sector. Bij enkele indicatoren zijn geen streefwaarden opgenomen. Bij deze indicatoren zijn afspraken op het niveau van de instelling gemaakt, die niet vertaald worden naar een streefwaarde op landelijk niveau. Opgenomen zijn de gerealiseerde landelijke waarden, bedoeld als signalering voor de voortgang op het stelselniveau. Zij dienen als onderbouwing bij de analyse of bijstelling van beleid noodzakelijk is.

Tabel Indicatoren

Doelstelling/indicator

Sector

Basiswaarde (jaartal)

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Streefwaarde(jaartal)

Art.nr.

reden opname1

Bron

1

Ambitieus onderwijs dat alle leerlingen en studenten uitdaagt

a)

Alle leerlingen en studenten worden uitgedaagd

               
 

Aandeel scholen dat leerlingen begeleidt in het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten

po

47% (2015)

47%

67%

100% (2020)

1

SA

Enquêtes Bestuursakkoord PO Regioplan

 

Aandeel toptalentleerlingen dat zich vaak of bijna altijd verveelt omdat de lesstof te makkelijk is of omdat hij/zij eerder klaar is dan de rest

vo

56% (2014)

24% (2015)

25% (2018)

3

SA

Toptalenten in het onderwijs

 

Aandeel scholen dat aandacht heeft voor toptalenten in de vorm van uitdagend aanbod of talentprogramma’s

vo

82% (2015)

82% (2015)

100% (2018)

3

SA

Toptalenten in het onderwijs

 

Percentage studenten in het mbo dat zich uitgedaagd voelt

mbo

34% (2010–2011)

34% (2012/2013)

35% (2013/2014)

Verbetering

4

C

ROA

 

Percentage studenten dat tevreden is over uitdagend onderwijs

ho

(2010–2011)2

(2014–2015)

(2015–2016)

3

6/7

C

Studentenmonitor Hoger Onderwijs

hbo: 58%

hbo: 54%

hbo:55%

Hoger

wo: 68%

wo: 66%

wo:67%

Hoger

 

Aandeel thuiszittende leerlingen dat drie of meer maanden thuis zit zonder passend onderwijsaanbod

po

0,07% (2014–2015)

0,07% (2014–2015)

0,08% (2015–2016)

0% (2020)

1

SA

Leerplichttelling 2015–2016

vo

0,17% (2014–2015)

0,17% (2014–2015)

0,19% (2015–2016)

0% (2020)

3

SA

b)

Vergroten studiesucces

               
 

Aandeel leerlingen dat het referentieniveau voor lezen behaalt4

po

99% (2015–2016)

99% (2015–2016)

Niet benoemd

1

SA

College voor Toetsen en Examens

   

Aandeel leerlingen dat het referentieniveau voor taalverzorging behaalt

po

95% (2015–2016)

95% (2015–2016)

Niet benoemd

1

SA

   

Aandeel leerlingen dat het referentieniveau voor rekenen behaalt

po

87% (2015–2016)

87% (2015–2016)

Niet benoemd

1

SA

 

Aandeel zittenblijvers

 

(2012–2013)

(2014–2015)

(2015–2016)5

(2020)

   

DUO

po

2,2%

1,9%

1,8%

1,5%6

1

SA

vo

5,9%

5,5%

5,7%

3,9%

3

SA

 

Percentage mbo-deelnemers per niveau dat met diploma de instelling verlaat, jaarresultaat per niveau

mbo

(2008)

(2014)

(2015)

 

4

 

MBO Raad

Niveau 1: 66%

73%

72%

Hoger

Niveau 2: 62%

78%

70%

Hoger

Niveau 3: 63%

73%

70%

Hoger

Niveau 4: 65%

72%

71%

Hoger

Totaal: 64%

73%

70%

Hoger

 

Bachelor studiesucces (n+1) van herinschrijvers na het eerste jaar2

ho

(2010–2011)

(2014–2015)

(2015–2016)

7

6/7

 

DUO

hbo: 65,7%

60,5%

61,0%

wo: 57,3%

72,8%

74,0%

 

Uitval in het eerste jaar2

ho

(2010–2011)

(2014–2015)

(2015–2016)

6

6/7

T

DUO

hbo: 27,9%

27,8%

26,7%

wo: 18,8%

15,9%

16,1%

 

Switchen na het eerste jaar2

ho

(2010–2011)

(2014–2015)

(2015–2016)

6

6/7

T

DUO

hbo: 8,7%

8,5%

8,5%

wo: 9,1%

8,6%

8,8%

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren en schoolleiders die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

a)

Vergroten kwaliteit leraren en schoolleiders

               
 

Aandeel lessen dat wordt gegeven door daartoe bevoegde en benoembare leraren

vo

84,1 (2013)

94,1% (2014)

94,8% (2015)

100% (2020)

3

SA

IPTO

 

Aandeel leraren met een afgeronde wo-bachelor of hbo-/wo masteropleiding

po

20% (2013)

21% (2014)

21% (2015)

30% (2020)

1

SA, LA

Onderwijs werkt; Regioplan en DUO

 

Aandeel leraren met een afgeronde hbo of wo masteropleiding

vo

33% (2013)

36% (2014)

37% (2015)

50% (2020)

3

SA, LA

CentERdata, DUO & IPTO

Bovenbouw vwo8

53% (2013)

65% (2014)

63% (2015)

80–85% (2020)

3

SA, LA

CentERdata, DUO & IPTO

Aandeel hbo-docenten met een afgeronde master- of Phd-opleiding

hbo

66,2% (2011)

72,2% (2013)

75,2% (2015)

80% (2016)

6/7

 

Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (2016)

 

Aandeel leraren dat de algemeen didactische vaardigheden beheerst9

 

(2013)

(2015)

(2016)

(2020)

     

po

85%

84%

10

100%

1

SA, LA

Inspectie van het Onderwijs

vo

76%

64%

67%

100%

3

SA, LA

Inspectie van het Onderwijs

 

Aandeel leraren dat de differentiatie vaardigheden beheerst11

 

(2013)

(2015)

(2016)

(2020)

     

po

56%

56%

12

100%

1

SA, LA

Inspectie van het Onderwijs

vo

34%

34%

33%

100%

3

SA, LA

Inspectie van het Onderwijs

b)

Verbetercultuur

               
 

Aandeel leraren dat deelneemt aan peer review13

 

(2014)

(2015)

(2016)

(2020)

 

LA, T

 

po

62%

57%

74%

100%

1

Onderwijs werkt; Regioplan, (2014–2015) POMO; BZK, (2016)

vo

63%

63%

68%

100%

3

Onderwijs werkt; Regioplan, (2014- 2015) POMO; BZK, 2016

 

Aandeel leraren dat is ingeschreven in het Lerarenregister14

po/vo/mbo

8% (2014)

15% (2015)

28% (2016)

100% (2019)

1, 3 en 4

SA, LA, T

Lerarenregister

 

Aandeel schoolleiders dat is geregistreerd in het schoolleidersregister

po

31% (2015)

31% (2015)

50% (2016)

100% (2018)

1

SA

Schoolleidersregister

c)

Veilig leerklimaat

               
 

Aandeel leerlingen dat zich veilig voelt

 

(2012)

(2014)

(2016)

(2020)

 

T

 

po

95%

Geen meting verricht

97%

Stabiel of hoger

1

Praktikon, sociale veiligheid in en rond scholen

vo

93%

94%

95%

Stabiel of hoger

3

Praktikon, sociale veiligheid in en rond scholen

3

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties

 
 

Aandeel scholen dat Vensters volledig heeft ingevuld15

 

(2014)

(2015)

(2016)

(2017)

 

SA, T

 

po

5,3%

Niet bekend

21%

100%

1

PO-Raad/Schoolinfo

vo

94%

94%

92%

100%

3

VO-raad

 

Aandeel scholen dat op alle indicatoren van kwaliteitszorg voldoende scoort16

po

38% (2012–2013)

41% (2014–2015)

17

Hoger (2020)

1

SA

Onderwijsverslag Inspectie van het Onderwijs

 

Aandeel scholen dat opbrengstgericht werkt18

vo

47% (2012–2013)

61% (2014–2015)

64% (2015–2016)

100% (2020)

3

SA

Onderwijsverslag, Inspectie van het Onderwijs

 

Aandeel (zeer) zwakke scholen dat zich binnen een jaar verbetert

po

27% (2012–2013)

22% (2013–2014)

36% (2014–2015)

100% (2017–2018)

1

SA

Inspectie van het Onderwijs

Aandeel (zeer) zwakke afdelingen dat zich binnen de gestelde termijn verbetert

vo

72% (2011–2012)

75% (2012–2013)19

67% (2013–2014)

100% (2020)

3

SA

Inspectie van het Onderwijs

Oordeel ouders over betrokkenheid

po

Cijfer 7 (2012)

Cijfer 7 (2014)

geen meting gedaan

Hoger

1

T

Monitor Ouderbetrokkenheid

 

Aantal voortijdig schoolverlaters

vo/mbo

41.800 (2009)

25.622 (2013/2014)

22.948 (2015/2016)

25.000 (2015–2016)

3 en 4

 

DUO

 

Studenten-tevredenheid

mbo

(Rapportcijfer 2014)

(2015)

(2016)

20

4

C

JOB-monitor

Opleiding

7,0

7,1

   

Instelling

6,5

6,5

   
 

(% tevreden over school en studie) 2014: 49%

52%

   
 

Studenten-tevredenheid21

ho

(2010–2011)

(2014–2015)

(2015–2016)

22

6/7

 

Nationale studentenenquete

hbo: 65,6%

hbo: 73,1%

hbo:75,4%

wo: 81,1%

wo: 83,8%

wo: 85,0%

4

Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt verbeteren

 

Aandeel leerlingen in de beroepsgerichte leerweg van het vmbo dat kiest voor techniek

vo

23% (2012)23

27% (2015)

26% (2016)

30% (2017)

3

 

DUO

 

Aandeel mbo-studenten techniek

mbo

25% (2012)

28,0% (2015)

27,3%

(2016)

30% (2016)

4

 

DUO

 

Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen24

ho

       

6/7

   

hbo: 18%

hbo: 19%

hbo: 19%

hbo: 19% (2016)

DUO

wo:21%

wo: 23%

wo: 25%

wo: 22% (2016)

DUO

 

Percentage 25–64 jarigen dat deelneemt aan een leeractiviteit (Leven Lang Leren)

mbo/ho

17% (2010)

18% (2014)

19% (2015)

20% (2020)

4 en 6/7

T

Eurostat, Labour Force

survey (LFS)

 

Percentage gediplomeerden dat aangaf dat de aansluiting van de opleiding met de huidige functie voldoende/goed was

mbo

80% (2012)

77% (2015)

77% (2016)

Hoger

4

T

ROA

Percentage gediplomeerden dat aangaf dat de aansluiting van de opleiding met de huidige functie voldoende/goed was

ho

hbo: 72% (2013)

hbo: 72% (2014)

72% (2015)

Hoger

6/7

HBO monitor25

Percentage gediplomeerden dat aangaf dat de opleiding voldoende basis was om te starten op de arbeidsmarkt

ho

wo: 56% (2011)

wo: 57% (2013)

47% (2015)26

Hoger

NAE27

5

Behoud van kwaliteit wetenschap en wetenschappelijk talent en versterken impact wetenschap

 

Mondiale top-5 positie op basis van citatiescores

owb

2e plaats (2009–201228) 1,52

2e plaats (2010–2013) 1,53

Kleiner of gelijk 5

16

 

Web of Science / CWTS

6

Het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het cultureel erfgoed.

 

Percentage cultuurproducerende instellingen in de BIS (musea en presentatie-instellingen beeldende kunst) dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 21,5%

cultuur

76% (2010–2011)

97%

Realisatie nog niet bekend29

100% (2016)

14

C

Opgave van culturele instellingen

 

Percentage podiumkunstinstellingen en filmfestivals in de BIS dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 25,5%

cultuur

69% (2010–2011)

94%

Realisatie nog niet bekend

100% (2016)

14

C

Opgave van culturele instellingen

b)

Aantal bezoeken

               
 

Aantal bezoeken gesubsidieerde podiumkunsten (inclusief buitenland) BIS

cultuur

2,6 miljoen (2009)

2,4 miljoen (2015)30

Realisatie nog niet bekend

2,2 miljoen (2016)

14

C

Opgave van culturele instellingen

 

Aantal bezoeken gesubsidieerde musea

cultuur

5,7 miljoen (2009)

8,9 miljoen (2015)30

Realisatie nog niet bekend

7,5 miljoen (2016)

14

C

Opgave van culturele instellingen

7

Het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand media-aanbod dat toegankelijk is voor alle lagen van de bevolking

 

31

media

       

15

T

 

8

Het bevorderen van emancipatie32

 

Sociale acceptatie homoseksualiteit onder de bevolking

emancipatie

90% (2010)

92% (2015)

93% (2016)

≥90%

25

C

LHBT-monitor (SCP)

1

SA = Sectorakkoorden, LA = Lerarenagenda, T = Toezegging Minister & Staatssecretaris, C = Opgenomen in verband met consistentie.

2

De cijfers kunnen iets afwijken van eerder gepubliceerde cijfers, vanwege mutaties in de onderliggende dataset.

3

In de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek 2015–2025 «De waarde(n) van meten», die in juli 2015 is gepresenteerd, wordt expliciet aandacht besteed aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en aan uitdagend onderwijs voor studenten.

4

Vanwege een andere meetmethode zijn de in de beleidsagenda van begroting 2017 opgenomen waardes voor 2014–2015 (pilot) niet opgenomen. Het College voor Toetsen en Examens meldt in zijn rapportage «referentieniveaus 2015–2016» overigens dat de vaardigheid van de leerling over de jaren 2014–2015 en 2015–2016 nagenoeg gelijk is gebleven.

5

Het gaat hier om het voorlopige aandeel zittenblijvers.

6

Basis-, tussen- en streefwaarde zijn veranderd t.o.v. begroting 2016 ten gevolge van een andere meetmethode (zie ook Jaarverslag 2015 en Begroting 2017).

7

Hier geen landelijk streefdoel omdat er prestatieafspraken per instelling zijn gemaakt. In november 2016 heeft de eindbeoordeling van de prestatieafspraken in het hoger onderwijs plaatsgevonden. Zie voor meer informatie over de eindbeoordeling de Kamer-brief van 17 november 2016 en voor meer informatie over de voortgang van het proces van profilering en kwaliteitsverbetering in het hoger onderwijs en onderzoek de stelselrapportage 2016.

8

Voor de bovenbouw vwo betreft dit het aandeel leraren met een wo-masteropleiding.

9

De meetmethode voor deze indicator is aangepast ten opzichte van de beleidsagenda 2016. De basiswaarde, realisatiewaarden en streefwaarde betreft de leraren met ten minste 3 jaar ervaring. In het lopend schooljaar 16–17 is sprake van een aangepast kader. Gezien de grote wijzigingen in methode zal worden gekeken naar alternatieve indicatoren bij de volgende begroting.

10

In het basisonderwijs is er een verandering geweest van de categorie minder dan 3 jaar ervaring naar minder dan 4 jaar ervaring. De omvang van de steekproef 15–16 in het basisonderwijs is t.o.v. 14–15 i.v.m. toezichtplanning gereduceerd, daardoor heeft de nauwkeurigheid van de cijfers naar ervaringscategorie grotere marges gekregen. Op aanraden van de Inspectie worden de nieuwe cijfers van po niet vergeleken met de oude in de tabel.

11

Meetmethode voor deze indicator is aangepast ten opzichte van de beleidsagenda 2016. De basiswaarde, realisatiewaarden en streefwaarde betreft de leraren met ten minste 10 jaar ervaring. In het lopend schooljaar 16–17 is sprake van een aangepast kader. Gezien de grote wijzigingen in methode zal worden gekeken naar alternatieve indicatoren bij de volgende begroting.

12

De omvang van de steekproef 15–16 in het basisonderwijs is t.o.v. 14–15 i.v.m. toezichtplanning gereduceerd, daardoor heeft de nauwkeurigheid van de cijfers naar ervaringscategorie grotere marges gekregen. Op aanraden van de Inspectie worden de nieuwe cijfers van po niet vergeleken met de oude in de tabel.

13

De meetmethode voor deze indicator is aangepast ten opzichte van de beleidsagenda 2016. Omdat er sprake is van een nieuwe bron kan er geen betrouwbare vergelijking worden gemaakt met de vorige metingen.

14

In februari 2017 is het wetsvoorstel lerarenregister aangenomen in de Eerste Kamer. Hieruit volgt voor leraren de wettelijke verplichting om per 2019 ingeschreven te staan in het lerarenregister.

15

Meetwaarde is aangepast van 20% naar 21%. De scholen binnen een bestuur kunnen indicatoren publiceren op Scholen op de Kaart. Om de indicatoren van verschillende scholen te kunnen vergelijken is het belangrijk een compleet beeld van de school te hebben. Wanneer 80 procent van deze indicatoren online staan, doet een school actief mee aan Scholen op de Kaart. Deze definitie is ten opzichte van de vorige meting gewijzigd.

16

Onder andere regelmatige evaluatie, planmatig werken aan verbetering, kwaliteitsborging. Opgenomen waarde betreft alleen basisscholen.

17

Meetmethode voor deze indicator is sterk aangepast ten opzichte van de beleidsagenda 2016, waardoor het niet mogelijk is een vergelijking te maken met vorige scores. In het lopend schooljaar (16–17) is wederom sprake van een aangepast kader. Gezien de grote wijzigingen in de meetmethode van de Inspectie zal worden gekeken naar alternatieve indicatoren bij de volgende begroting. Op aanraden van de Inspectie worden de nieuwe cijfers niet vergeleken met de vorige.

18

Dit betreft het aandeel afdelingen dat adequaat fase 1 doorloopt (meten en analyseren van behaalde resultaten van leerlingen). In het lopend schooljaar 16–17 is sprake van een aangepast kader. Gezien de grote wijzigingen in methode zal worden gekeken naar alternatieve indicatoren bij de volgende begroting.

19

Deze waarde is aangepast ten opzichte van het jaarverslag 2015 van 74% naar 75%.

20

Hier geen landelijk streefdoel omdat niet met alle instellingen over deze indicator prestatieafspraken zijn gemaakt en bovendien deze afspraken per instelling zijn gemaakt.

21

De cijfers in tabel kunnen iets afwijken van eerder gepubliceerde cijfers, vanwege mutaties in de onderliggende dataset zoals fusies van opleidingen en instellingen.

22

Hier geen landelijk streefdoel omdat niet met alle instellingen over deze indicator prestatieafspraken zijn gemaakt en bovendien deze afspraken per instelling zijn gemaakt.

23

De waarde verschilt t.o.v. de begroting 2015 omdat de data van DUO wordt gebruikt in plaats van het Platform Bèta en Techniek.

24

De cijfers kunnen iets afwijken van eerder gepubliceerde cijfers vanwege mutaties in de onderliggende dataset.

25

Bron: Vereniging Hogescholen, factsheet «Feiten en cijfers: HBO-Monitor 2015». De indicator betreft de antwoordcategorieën «voldoende/goede aansluiting op de arbeidsmarkt». De HBO-Monitor wordt jaarlijks uitgevoerd.

26

Tijdens de begrotingsbehandeling 2017 is toegezegd de daling in het percentage wo-gediplomeerden dat aangaf dat de opleiding voldoende basis was om te starten op de arbeidsmarkt te onderzoeken. Dit onderzoek zal worden meegenomen in de eerstvolgende Nationale Alumni Enquête, die in het najaar van 2017 plaatsvindt. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt de Kamer uiterlijk juli 2018 geïnformeerd.

27

Bron: VSNU, Nationale Alumni Enquête (NAE, voorheen wo-monitor) 2015, rapport Academici op de arbeidsmarkt. De indicator betreft de antwoord categorieën «in sterke/zeer sterke mate». De NAE wordt eenmaal in de twee jaar uitgevoerd.

28

In het verleden werd het basisjaar, van jaar tot jaar bezien maar vanaf heden wordt deze vastgelegd op 2009–2012. Daarom wijkt dit af van de begroting 2016.

29

De realisatiecijfers 2016 worden eind 2017 door OCW gepubliceerd.

30

In de begroting 2016 waren de realisatiecijfers over 2015 nog niet bekend en zijn de streefwaarden blijven staan. Inmiddels zijn de realisatiewaarden voor 2015 bekend en zijn als zodanig opgenomen in het jaarverslag.

31

Naar aanleiding van de beleidsdoorlichting Media (2014) worden de indicatoren voor artikel 15 herzien. Hierbij wordt aangesloten op de prestatieafspraken met de NPO voor de periode 2016–2020. Omdat de gesprekken over de prestatieafspraken (waaronder de specifieke formuleringen en de streefwaarden) nog lopen, zijn in dit Jaarverslag geen indicatoren media opgenomen.

32

De ontwikkeling van de economische zelfstandigheid wordt gemonitord op de website ocwincijfers.

Licence