Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Onderdeel 3. Belangrijkste ontwikkelingen en verbeteringen in de IenM bedrijfsvoering

Strengere regelgeving aanbesteden

Per 1 juli van dit jaar is de aanbestedingsregelgeving op onderdelen gewijzigd. Het management en de betrokken medewerkers zijn vooruitlopend op 1 juli over de wijzigingen geïnformeerd en hoe er praktisch mee wordt omgegaan. De veranderingen ten aanzien van de procedurekeuze in de nieuwe aanbestedingswet zijn het grootst bij de inhuur. Dit heeft als gevolg gehad dat Marktplaats – het systeem dat het inhuurproces faciliteert – is vervangen door een Dynamisch Aankoop Systeem (DAS). Dit systeem is op 1 augustus operationeel geworden bij RWS. In de overgangsperiode is een aantal aanvullende maatregelen getroffen.

N.a.v. de ontstane discussie over interpretatie van de Europese aanbestedingswet aangaande het aspect «Objectieve Leveranciersselectie», heeft gedurende 2016 een langdurig bestuurlijk afstemmingstraject tussen enerzijds BZK en EZ met anderzijds de AR en ADR plaatsgevonden. Het daaruit resulterende afsprakenpakket is uiteindelijk pas eind november in het SGO geaccordeerd. Implementatie binnen de IenM inkoopdiensten is op onderdelen al gaandeweg 2016 gestart, zodat men zoveel mogelijk tijdig gesteld staat voor juiste uitvoering. FMC zal waar nog nodig de regie houden op de resterende kaderstelling en invoering en vanuit haar regierol de monitoring daarop. Vanaf 2017 zullen de aspecten uit het afsprakenpakket in ADR-controles worden meegenomen.

Beoogd wordt om op de lange termijn het eigenaarschap van en procedure m.b.t. wijzigingen van de Gids proportionaliteit (die van toepassing is voor alle aanbestedende diensten -niet alleen de centrale overheid-) anders in te gaan vullen. Het wijzigen van de Gids verloopt via de ministerraad, Raad van State en via een voorhangprocedure. Daardoor zal deze niet eerder dan op 1 juli 2017 met het beoogde gewijzigde grensbedrag van € 50.000 voor de procedurekeuze in werking kunnen treden. Per die datum zal DGOO als kadersteller vervolgens ook door middel van een herziene circulaire grensbedragen dit bedrag formaliseren.

Koers/taakstelling en uitvoeringsregels

De ambities van IenM vinden plaats binnen strakker aangehaalde bedrijfsvoeringskaders. Als gevolg van de in werking getreden wet modernisering vennootschapbelastingplicht overheidsondernemingen zal IenM over kalenderjaar 2016 aangifte gaan doen van de vennootschapsbelasting.

Koers IenM 2020

Met de Koers 2020 zet IenM in op een organisatie die snel en passend kan reageren op maatschappelijke en politieke onderwerpen. Een organisatie die meer opgavengericht werkt, wendbaar is en inspeelt op de eisen die de energieke samenleving stelt. Daarbij hoort een andere manier van leidinggeven. De bedrijfsvoering geeft daarbij op een slimme en efficiënte wijze ondersteuning. IenM sluit aan op het rijksbeleid en concentreert waar mogelijk bedrijfsvoeringstaken rijksbreed. IenM werkt ook actief mee aan het ontwikkelen en realiseren van rijksbreed beleid op het terrein van flexibele inzet, mobiliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers. IenM wil ook in vakgebieden waar de arbeidsmarkt schaars is een meer diverse instroom genereren en behouden. Investeren in het vakmanschap van zowel leidinggevenden als medewerkers is essentieel. Een belangrijk speerpunt hierin is omgaan met technologische ontwikkelingen en het gebruik van data op de werkterreinen van IenM.

Aanpak personele mobiliteit binnen IenM

Het realiseren van meer flexibele inzet en mobiliteit is essentieel voor een toekomstbestendig IenM en zowel in het belang van de organisatie als van haar werknemers. Wanneer hier niet of onvoldoende aandacht aan wordt besteed en/of in wordt geïnvesteerd levert dit risico’s op voor de wendbaarheid en slagvaardigheid van IenM als werkgever, voor de inzetbaarheid van medewerkers nu en op termijn en de tevredenheid van medewerkers over hun baan. IenM heeft deze koers al enige tijd ingezet en hiervoor gebruik gemaakt van bestaande instrumenten zoals onder andere de gesprekscyclus van IenM. In de gesprekken met medewerkers krijgen loopbaan, inzetbaarheid, mobiliteit en persoonlijke ontwikkeling ruime aandacht en zijn faciliteiten beschikbaar om dit te ondersteunen. De visie voor IenM is in lijn met de ontwikkelrichting die geschetst is in de Mobiliteitsbrief van de Minister van Wonen en Rijksdienst. Die mobiliteitsbrief bevat de afspraak dat alle organisaties binnen het Rijk eind 2016 over een meerjarig personeelsplan (MPP) beschikken, inclusief de daaraan gestelde eisen. IenM voldoet daaraan met haar Meerjarig Personeelsperspectief 2016–2020 dd 5 december jl., waarin de opgaven uit de ingezette koers zijn verbonden aan de gestelde kaders en verwachte organisatie om de benodigde acties in te zetten.

Integriteit

Het nieuwe integriteitsbeleid van IenM gaat uit van de vakbekwaamheid en professionaliteit van medewerkers. Integriteit is integraal verbonden met kernbegrippen zoals:«goed ambtenaarschap, zelfmanagement, eigen verantwoordelijkheid en omgevingsbewustheid». In samenwerking met andere partijen geholpen door moderne ICT middelen en Sociale Media en op een wijze zoals door de ambtenaar grotendeels zelf vormgegeven werkt IenM en past het integriteitsbeleid zich op deze ontwikkelingen aan. Rond de zomer 2017 wordt de vervanging van de departementale gedragscode Bewust Integer door de Gedragscode Integriteit Rijk afgerond. In het najaar van 2016 is de procedure voor het melden van integriteitsschendingen geactualiseerd en opnieuw aan de organisatie kenbaar gemaakt. Voor medewerkers is de factsheet «Eerste hulp bij ongewenst en niet integer gedrag» gepubliceerd. Een en ander kan bijdragen aan een grotere meldingsbereidheid. De integriteitsenquete waarmee het integriteitsklimaat binnen de organisatie gemeten wordt en inzicht geeft in de integriteitsrisico’s voor de IenM organisatie wordt in 2017 in gebruik genomen.

Versterking IV functie

Het belang van informatievoorziening voor IenM is toegelicht in de brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 XII, nr. 72). In deze brief heb ik aangegeven dat informatievoorziening (IV) steeds meer een kernelement in de primaire processen van beleid, uitvoering en toezicht is. Zo wordt aan het begin van het beleidsproces al nagegaan hoe IV kan worden ingezet. Niet alleen de primaire processen en relaties met partners, bedrijven en burgers krijgen in toenemende mate een digitale vorm, ook de ondersteunende (bedrijfvoerings)processen worden verder gedigitaliseerd. De brief geeft ook inzicht in een aantal beleidsprioriteiten die leidend zijn voor de ICT-projectenportfolio van IenM, zoals de digitalisering van de Omgevingswet, smart mobility en de basisregistraties. Tenslotte wordt er binnen de organisatie gewerkt aan een versterking van de IV-functie via onder meer de aansturing en beheersing van IV-projecten, het investeren in kennis en kunde van het personeel en het aanstellen van CIO’s bij grote projecten.

ProRail

In het AO Spoor van 27 oktober (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 692) heeft de Staatssecretaris aangegeven dat het kabinet beter wil sturen op ProRail en rechtstreeks aan de Tweede Kamer verantwoording over de prestaties van ProRail wil kunnen afleggen. Door middel van de brief van 9 december (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 139) heeft het kabinet de definitieve keuze kenbaar gemaakt voor een zelfstandig bestuursorgaan. In kalenderjaar 2017 wordt de formele besluitvorming verder voorbereid. Ook zal worden gestart met de ontwikkeling van een toezichtarrangement waarin de IenM werkwijze voor sturing en toezicht worden beschreven. Ook zaken zoals de inrichting van een gebruikersraad zullen hierin worden uitgewerkt.

Doorlichting Rijkswaterstaat

In juni 2016 is het doorlichtingsrapport van het agentschap RWS uitgevoerd door het Ministerie van Financiën met medewerking van IenM ambtenaren naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2015–2016, 34 300A, nr 68). RWS is ingesteld als agentschap in 2006. De belangrijkste conclusies van deze doorlichting zijn:

  • Sinds de vorige evaluatie (2010) is er door RWS gewerkt aan professionalisering van de governance.

  • Het financieel beheer bij RWS is op orde en goed geborgd.

  • Het huidige hybride stelsel volstaat voor een gezonde toekomst van RWS, mits een aantal verbeteringen wordt doorgevoerd.

  • Op het vlak van bekostiging valt op dat er ten opzichte van de vorige evaluatie de nodige stappen zijn gezet.

  • Er zijn signalen dat RWS doelmatiger is gaan werken. Zo neemt het aantal FTE van RWS structureel af, terwijl het takenpakket gelijk blijft.

De conclusies en aanbevelingen uit het doorlichtingsrapport bevestigen het beeld dat RWS functioneert conform de intentie van de Regeling agentschappen. Uit de doorlichting volgt een zevental aanbevelingen op het gebied van het financieel beheer, governance, doelmatigheidsbevordering en bekostiging. In de brief aan de TK geeft de Minister aan op welke wijze zij met deze aanbevelingen omgaat.

Duurzame bedrijfsvoering

Het programma Duurzaamheid binnen IBI heeft in 2016 na het behalen van de Lean and Green award (20% CO2 – reductie binnen de bedrijfsvoering) als volgende stap, samen met RWS, de C02 – prestatieladder geïmplementeerd binnen IenM. IenM is per eind 2016 gecertificeerd op trede 3, het bijhorende certificaat wordt uitgereikt aan de Stas; hiermee laat IenM zien structureel te sturen op het verduurzamen van de eigen organisatie. Certificering op het hoogste niveau, trede 5, is voorzien in 2018/2019. Ook heeft programma Duurzaamheid een actieve bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse Klimaattop, waarin is afgesproken in 2030 als rijksbedrijfsvoering klimaatneutraal te zijn, IBI neemt deel aan het interdepartementaal projectteam, het projectplan is goedgekeurd door de ICBR. In mei 2017 brengt IBI/RWS voor het derde jaar het IenM duurzaamheidverslag uit, waarin ook onderwerpen als de Fairphone – pilot, bio based koffiebekers en afvalscheiding opgenomen zijn.

Toezicht ZBO’s

In 2016 is naar aanleiding van een interne evaluatie (2015) van het Toezichtmodel IenM een ontwikkelplan opgesteld. Eind 2015 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de hoofdlijnen van het ontwikkelplan (Kamerstukken II 2015–2016 25 268 nr 130). De belangrijkste conclusie van de evaluatie was dat het toezichtmodel functioneert, maar dat verdere verbetering mogelijk is. De implementatie van het ontwikkelplan heeft een doorlooptijd van 2 jaar.

In 2017 zal aandacht worden besteed aan het bepalen van beleid voor gatewayreviews en audits, het meer risicogestuurd uitvoeren van het toezicht, de actualisatie van het handboek toezicht en de herijking van de toezichtsvisie. Daarnaast loopt de discussie over de normering van het eigen vermogen, de rolverdeling tussen eigenaar en opdrachtgever en het doelmatigheidskader door in 2017.

Bij brief van 21 september 2016 heeft de Minister de Kamer geïnformeerd over de Toezichtvisie IenM-ANVS. In de toezichtvisie worden de verdeling van de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de eigenaar (SG), opdrachtgever/liaison (dgMI) en opdrachtnemer (ANVS) beschreven. De verwachting is dat de ANVS per 1 juli 2017 een zbo zal worden.

Rijnstraat 2017

Medio 2017 zal rijkskantoor Rijnstraat door IenM in gebruik genomen worden. In totaal komen er 4.400 werkplekken voor meer dan 6.000 gebruikers. Voor de energievoorziening en de klimaatbeheersing wordt gebruik gemaakt van de nieuwe duurzame technieken en materialen. In het verslagjaar is gewerkt om de verhuizing ordelijk te laten verlopen.

Licence