Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.5 Realisatie beleidsdoorlichtingen

Tabel 3.5 Realisatie beleidsdoorlichtingen1

Nummer en naam artikel

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Wanneer gepland

Geheel artikel?

Behandeling in Tweede Kamer

1 Arbeidsmarkt

 

X 2, X 3

X 4

X

       

2011, 2012, 2013

Nee2 3 4

Betrokken bij overleg (AO, wetgevingsoverleg)

2 Bijstand, Participatiewet, Toeslagenwet en Sociale Werkvoorziening

X 5

             

2010

Nee5

Betrokken bij overleg (wetgevingsoverleg)

3 Arbeidsongeschiktheid

 

X 6

   

X

   

X7

2011, 2014, 20177

Nee

Betrokken bij overleg (AO)

4 Jonggehandicapten

             

X

2017

Ja

Nog in behandeling

5 Werkloosheid

           

X

 

2016

Ja

Nog in behandeling

6 Ziekte en zwangerschap

             

X

2017

Ja

Nog in behandeling

7 Kinderopvang

         

X

   

2015

Ja

Betrokken bij overleg (AO)

8 Oudedagsvoorziening

X 5

   

X

       

2010, 2013

Nee

Schriftelijk overleg of schriftelijke vragen met antwoorden voor kennisgeving aangenomen

9 Nabestaanden

X 5

   

X

       

2010, 2013

Ja

Betrokken bij overleg (AO)

10 Tegemoetkoming ouders

     

X

       

2013

Ja

Betrokken bij overleg (wetgevingsoverleg)

11 Uitvoering

         

X

   

2015

Ja

Betrokken bij overleg (AO)

12 Rijksbijdragen8

               

Nvt

Nvt

Nvt

13 Integratie en maatschappelijke samenhang

             

X 9

20169

Ja

Nog in behandeling

1

Zie het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen. Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek» (bijlage E2).

2

Deze doorlichting besloeg het toenmalige artikel 42 van de begroting van SZW, arbeidsparticipatie.

3

Deze doorlichting besloeg het toenmalige artikel 41 van de begroting van SZW, inkomensbeleid.

4

Deze doorlichting besloeg het toenmalige artikel 44 van de begroting van SZW, gezond en veilig werken.

5

Deze doorlichting besloeg het toenmalige artikel 49 van de begroting van SZW, en behandelde de AOW, Anw, Toeslagenwet en aanvullende bijstand.

6

Deze doorlichting besloeg operationele doelstelling 46.2 van de toenmalige begroting van SZW, inkomensbescherming met activering (WIA).

7

Oorspronkelijk stond de beleidsdoorlichting artikel 3 (arbeidsongeschiktheid) gepland in 2017. Uiterlijk 1 april 2017 wordt het IBO (Interdepartementaal BeleidsOnderzoek) Arbeidsongeschiktheid opgeleverd. Voor wat betreft de onderwerpen die in het IBO aan de orde komen (WIA), komt het IBO in de plaats van de beleidsdoorlichting. Een aantal relatief kleine onderwerpen (onder andere WAZ) komt in afzonderlijke evaluaties aan de orde.

8

Het artikel Rijksbijdragen is een technisch artikel. Er wordt op basis van dit artikel geen specifiek beleid gevoerd. Om die reden wordt dit artikel niet doorgelicht. De evaluatie van het beleid waarvoor deze rijksbijdragen zijn bedoeld vindt plaats wanneer de artikelen waar dit beleid onderdeel van is worden doorgelicht.

9

Deze doorlichting stond gepland voor 2016 maar is in januari 2017 naar de Tweede Kamer verstuurd.

3.5.1 Nieuwe artikelindeling en dekkendheid

Toelichting

Mede vanwege de nieuwe artikelindeling die in de SZW-begroting 2013 is geïntroduceerd is een aantal artikelen niet volledig doorgelicht (zie tabel 3.5, kolom «geheel artikel?»). Hieronder volgt een toelichting op de dekkendheid van de doorlichtingen uit het verleden en een tijdspad voor de dekkendheid in de toekomst.

  • Artikel 1 zal in 2020 doorgelicht worden. Eerdere beleidsdoorlichtingen bestreken enkele onderdelen, zoals die in de toenmalige artikelindeling pasten. De overige onderdelen, waaronder de later ingevoerde Wet Werk en Zekerheid en de diverse arbeidswetten, worden in 2020 doorgelicht.

  • Artikel 2: de beleidsdoorlichting van artikel 49 in 2010 bestreek het deel van het huidige artikel 2 waar het de Toeslagenwet en de aanvullende bijstand betreft. Daarmee kwamen de overige instrumenten, waaronder de later ingevoerde Participatiewet, niet aan de orde. Het voornemen is om deze instrumenten in een volgende beleidsdoorlichting over artikel 2 aan de orde te laten komen.

  • Artikel 3: de beleidsdoorlichtingen over artikel 3 (eerder 46.2) behandelen beurtelings de WIA en de WAO, waardoor ze samen artikeldekkend zijn.

  • Artikel 8: van de oudedagsvoorziening zijn de afgelopen jaren de eerste pijler (AOW, 2010) en de tweede pijler (collectieve pensioenen, 2013) doorgelicht. Het is de bedoeling om in 2019 het integrale artikel door te lichten.

3.5.2 Beleidsdoorlichtingen 2014–2016: beleidsconclusies en beleidsacties

In de jaren 2014 en 2015 zijn drie beleidsdoorlichtingen afgerond, in 2016 twee, inclusief de beleidsdoorlichting over artikel 13 die in januari 2017 naar de Tweede Kamer is gestuurd. In deze paragraaf wordt voor de beleidsdoorlichtingen uit 2014 en 2015 ingegaan op de belangrijkste beleidsconclusies, de doelmatigheid en de beleidsacties naar aanleiding van de beleidsdoorlichting. In de bijbehorende begrotingsartikelen (5 en 13) worden de beleidsdoorlichtingen uit 2016 behandeld bij de beleidsconclusies.

  • In 2014 is de beleidsdoorlichting over artikel 3, met focus op de WAO, opgeleverd. De doorlichting constateerde dat er mogelijkheden zijn de activerende werking van de WAO te versterken, maar het kabinet is geen voorstander van maatregelen die alsnog de uitkeringsrechten van WAO’ers aantasten. Het kabinet vindt het huidige beleid ten aanzien van WAO passend, en heeft daarom de regelgeving op dit punt niet aangeapst. Wel vindt het kabinet het belangrijk dat de toegang tot de re-integratieondersteuning behouden wordt om participatie waar mogelijk te ondersteunen. De bijbehorende businesscase, die de mogelijkheden rond het stimuleren van meer re-integratie onder WAO’ers onderzocht, viel niet positief genoeg uit om uit te voeren.

  • De beleidsdoorlichting over artikel 7 (Kinderopvang) is in 2015 naar de Tweede Kamer verstuurd. De doorlichting concludeerde dat de toegankelijkheid van kinderopvang in zowel fysieke als financiële zin op orde is, al zijn de kosten voor ouders als gevolg van bezuinigingen wel toegenomen. De afname van formele kinderopvang door werkende ouders met lage inkomens is een aandachtspunt. Het kabinet gaf aan te willen onderzoeken of de combinatie van arbeid en zorg voor lage inkomens bemoeilijkt wordt. Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd door SCP en naar de Tweede Kamer verstuurd. Een andere conclusie van de beleidsdoorlichting was dat de formele kinderopvang de combinatie van arbeid en zorg eenvoudiger maakt. De huidige vormgeving van de kinderopvangtoeslag is vrij doelmatig in die zin dat het bijdraagt aan de financiële toegankelijkheid en dat de arbeidsparticipatie wordt gestimuleerd. Gelet op het hoge niveau van de huidige arbeidsparticipatie is het lastig om deze verder te verhogen. Desondanks is kinderopvangtoeslag een van de meest effectieve manieren daarvoor binnen het huidige fiscale instrumentarium. Op het terrein van kwaliteit heeft de focus de afgelopen jaren vooral gelegen op het vergroten van de veiligheid, naar aanleiding van het rapport van de Commissie Gunning. Om de effecten van beleid en kwaliteitsinitiatieven in de sector beter in kaart te brengen wordt daarom voortaan jaarlijks het instrument voor kwaliteitsmeting van het Nederlands Consortium Kinderopvang uitgevoerd. Wat betreft gastouderopvang is met de huidige regelgeving een minimumkwaliteitsniveau geborgd, de kwaliteit en begeleiding van gastouders is echter voor verbetering vatbaar. Het kabinet stelt daartoe een plan van aanpak op die onder meer gericht is op verdere professionalisering van de gastouderopvang. Het is de bedoeling de Tweede Kamer rond de zomer van 2017 nader over dit plan te informeren.

  • Ook de beleidsdoorlichting artikel 11 (uitvoeringskosten), verbonden met de evaluatie van de Wet SUWI, is in 2015 naar de Tweede Kamer gegaan. De doorlichting stelde dat de organisatie van het SUWI-stelsel in grote lijnen voldoet aan de doelen van de Wet SUWI. De uitvoering van belangrijke wet- en regelgeving op het terrein van sociale zekerheid verloopt efficiënt en rechtmatig. Wel werd geconcludeerd dat de doelen van het SUWI-stelsel niet in alle gevallen goed geoperationaliseerd zijn. In het kader van de doorontwikkeling van de sturingsrelatie is met de ZBO’s gestart met een traject gericht op aanpassing van indicatoren. Deze nieuwe indicatoren zullen in mei 2017 gereed zijn. De doorlichting constateerde tevens dat als gevolg van bezuinigingen meer is ingezet op digitale dienstverlening. Het kabinet herkende het beeld dat door de digitalisering de responsiviteit van de uitvoering en de mogelijkheden tot maatwerk voor WW-gerechtigden zijn beperkt. Hierop volgend is het structurele budget voor de dienstverlening aan WW gerechtigden vanaf 2017 met € 60 miljoen verhoogd tot € 160 miljoen (budget is volumegerelateerd). Er loopt een effectmeting die de effectiviteit van het nieuwe dienstverleningsmodel meet. De resultaten hiervan zullen in 2019 beschikbaar komen. Uit de doorlichting bleek voorts dat het, na een periode van taakstellingen, reorganisaties en wetswijzigingen, nodig is om de komende jaren meer aandacht te geven aan de toekomstbestendigheid van de uitvoeringsorganisaties. In het UWV-Informatieplan en de veranderagenda hebben het UWV respectievelijk de SVB uitgewerkt op welke wijze zij de continuïteit en toekomstbestendigheid van de ICT gaan verbeteren.

Licence