Base description which applies to whole site

3.4 Overzicht risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Nr.

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2016

Verleend 2017

Vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond 2017

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

1

Belastingen

Garantie procesrisico's

235

243

241

237

400

2

Financiële markten

Terrorismeschades (NHT)

50.000

50.000

50.000

3

Financiële markten

WAKO (kernongevallen)

9.768.901

9.768.901

9.768.901

4

Financiële markten

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

146

29

175

175

5

Financiële markten

NBM

2.500

2.500

2.500

6

Financiële markten

Waarborgfonds motorverkeer

2.500

2.500

2.500

7

Financiële markten

Single Resolution Fund

4.163.500

4.163.500

4.163.500

8

Financiële markten

DGS BES-eilanden

135.000

135.000

135.000

1.000

9

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

DNB winstafdracht

5.700.000

5.700.000

5.700.000

10

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Garantie Propertize

11

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

398.504

59.200

339.304

339.304

35.200

12

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

FMO

5.779.000

286.000

5.493.000

n.v.t.

13

Internationale financiële betrekkingen

EFSF

34.154.159

34.154.159

34.154.159

14

Internationale financiële betrekkingen

EFSM

2.820.000

2.820.000

2.820.000

15

Internationale financiële betrekkingen

ESM

35.445.400

35.445.400

35.445.400

16

Internationale financiële betrekkingen

EIB-kredietverlening in ACP en OCT

49.110

337

49.447

49.447

17

Internationale financiële betrekkingen

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2.350.000

2.350.000

2.350.000

18

Internationale financiële betrekkingen

MIGA

31.784

3.848

27.936

27.936

19

Internationale financiële betrekkingen

Wereldbank

4.922.827

596.136

4.326.691

4.326.691

20

Internationale financiële betrekkingen

EBRD

589.100

589.100

589.100

21

Internationale financiële betrekkingen

EIB

9.895.547

9.895.547

9.895.547

22

Internationale financiële betrekkingen

DNB – IMF

31.198.068

13.610.000

2.158.988

42.649.080

42.649.080

23

Internationale financiële betrekkingen

AIIB

782.658

94.757

687.901

687.901

24

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Regeling Investeringsverzekeringen

154.657

385

60.794

94.247

453.780

25

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

MIGA – herverzekering

150.000

26

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Exportkredietverzekering

15.758.816

5.160.562

4.199.824

16.719.554

10.000.000

389.726

 

Totaal

 

164.017.412

18.906.556

7.459.788

175.464.179

10.604.180

153.157.141

425.926

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Nr.

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2016

Ontvangsten 2016

Saldo 2016

Uitgaven 2017

Ontvangsten 2017

Saldo 2017

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2016 en 2017

1

Belastingen

Garantie procesrisico's

216

– 216

156

– 156

2

Financiële markten

Terrorismeschades (NHT)

900

900

875

875

3

Financiële markten

WAKO (kernongevallen)

609

609

611

611

4

Financiële markten

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

5

Financiële markten

NBM

6

Financiële markten

Waarborgfonds motorverkeer

7

Financiële markten

Single Resolution Fund

8

Financiële markten

DGS BES-eilanden

1.000

9

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

DNB winstafdracht

10

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Garantie Propertize

7.800

7.800

4.053

4.053

11

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

5.715

5.715

5.281

5.281

9.600

12

Financieringsactiviteiten publiek-private sector

FMO

13

Internationale financiële betrekkingen

EFSF

14

Internationale financiële betrekkingen

EFSM

15

Internationale financiële betrekkingen

ESM

16

Internationale financiële betrekkingen

EIB-kredietverlening in ACP en OCT

17

Internationale financiële betrekkingen

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

18

Internationale financiële betrekkingen

MIGA

19

Internationale financiële betrekkingen

Wereldbank

20

Internationale financiële betrekkingen

EBRD

21

Internationale financiële betrekkingen

EIB

22

Internationale financiële betrekkingen

DNB – IMF

23

Internationale financiële betrekkingen

AIIB

24

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Regeling Investeringsverzekeringen

700

700

554

554

25

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

MIGA – herverzekering

26

Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Exportkredietverzekering

13.897

329.558

315.662

37.865

237.232

199.367

181.872

 

Totaal

 

14.113

345.282

331.170

38.021

247.731

210.585

192.472

Toelichting per risicoregeling

Garantieregelingen groter dan € 5 mln. worden toegelicht. Garantieregelingen onder de algemene faciliteit voor het schatkistbankieren worden niet opgenomen in het overzicht risicoregelingen.

2. Terrorismeschades (NHT)

De Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT) is in 2003 opgericht, nadat herverzekeraars en verzekeraars terrorismerisico’s niet meer wilden (her)verzekeren. Binnen de NHT leveren verzekeraars, herverzekeraars en de Staat gezamenlijk een dekkingscapaciteit van € 1 mld. per jaar. De Staat heeft een garantie afgegeven voor de laatste € 50 mln. van deze dekkingscapaciteit.

3. WAKO (Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen)

De WAKO regelt de aansprakelijkheid van exploitanten van nucleaire installaties voor kernongevallen. De exploitant is verantwoordelijk voor schade bij kernongevallen. De exploitant is verplicht deze aansprakelijkheid te verzekeren tot een maximumbedrag van € 1,2 mld. Voor de staatsgarantie betaalt de exploitant jaarlijks een vergoeding aan de Nederlandse Staat.

Het doel van deze risicoregeling is tweeledig: enerzijds schadeloosstelling van slachtoffers indien zich een ernstig kernongeval in Nederland voordoet en anderzijds het internaliseren van kosten die met het gebruik van kernenergie samenhangen. De Staat staat voor 5 installaties garant voor een maximaal bedrag van € 1,5 mld. per ongeval en voor de kerncentrale Borssele voor maximaal € 2,3 mld. per ongeval. Het totaalrisico voor deze installaties bedraagt € 9,8 mld.

7. Single Resolution Fund (SRF)

De tweede pijler onder de bankenunie betreft het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor banken (Single Resolution Mechanism of SRM). In dat kader is een afwikkelingsfonds (Single Resolution Fund of SRF) opgericht. Gedurende de overgangsperiode (2016–2023) zal het SRF worden opgebouwd tot minimaal 1% van de gedekte deposito’s van alle banken(groepen) in de bankenunie. Op dit moment is de minimale omvang van het SRF bepaald op € 55 mld., waarvan Nederlandse banken € 4,16 mld. zullen bijdragen.

Tijdens de Ecofin-raad (Economic and Financial Affairs Council) van 18 december 2013 is afgesproken dat voor de periode tot en met 2023, wanneer het SRF nog niet gevuld is, voorzien zal worden in een systeem waarbij in laatste instantie een beroep kan worden gedaan op brugfinanciering. Deze brugfinanciering bestaat uit garanties (of kredietlijnen) van de lidstaten aan de Single Resolution Board (SRB) voor een bedrag van maximaal de hoogte van het aandeel van die lidstaat in het fonds (voor Nederland € 4,16 mld.). Er kan alleen in laatste instantie een beroep worden gedaan op deze garantie als een Nederlandse bank(engroep) in afwikkeling wordt geplaatst.

Brugfinanciering is noodzakelijk aangezien zich situaties kunnen voordoen waarbij de aanwezige middelen in het SRF ontoereikend zijn om de kosten voortkomend uit een afwikkelingscasus mee te financieren en vervolgens niet (voldoende) ex-postbijdragen bij banken in de betreffende lidstaat kunnen worden geïnd. Voor de geloofwaardigheid is het van cruciaal belang dat het SRF effectief en voldoende gefinancierd is.

8. DGS BES-eilanden

Het Depositogarantiestelsel (DGS) voor Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES-eilanden, Caribisch Nederland) is ingesteld om de depositohouders op de betreffende eilanden te beschermen en de stabiliteit van het financiële stelsel te vergroten. In de Wet financiële markten BES is bepaald dat de aan het DGS deelnemende kredietinstellingen de kosten van het DGS dragen. Gezien de situatie van de kredietinstellingen op de BES-eilanden is gekozen voor een model waarbij de sector ex post indien mogelijk het DGS financiert maar de Staat de uitkering zo nodig voorfinanciert. De onmiddellijke uitkering uit het DGS komt dan ten laste van de schatkist om vervolgens, in door DNB vast te stellen termijnen, door de sector te worden terugbetaald. In 2017 heeft geen uitkering onder deze risicoregeling plaatsgevonden. Het Rijk heeft de jaarlijkse premie van € 1 mln. afgestort in een begrotingsreserve bij het Ministerie van Financiën.

9. DNB winstafdracht

Doel en werking garantieregeling

Het Ministerie van Financiën heeft in 2013 een garantie afgegeven om risico’s op de balans van DNB af te dekken die voortvloeien uit de steunmaatregelen aan de crisislanden. DNB is door deze steunmaatregelen tijdelijk blootgesteld aan grotere risico’s op haar balans. DNB betaalt geen premie aan de Staat voor de afgegeven garantie, maar heeft sinds het afgeven van de garantie conform de statuten 95% van de winst aan de Staat uitgekeerd. De rente die DNB ontving op de steunmaatregelen maakte onderdeel van deze uitgekeerde winsten uit. Door de afspraken die het Ministerie van Financiën en DNB in maart 2016 hebben gemaakt over het opbouwen van een voorziening is het de verwachting dat DNB een groot gedeelte van de winsten die voortvloeien uit de steunmaatregelen ook aan de voorziening zal toevoegen11. Toevoegingen aan de voorziening gaan ten koste van de winstafdracht aan de Staat.

Beheersing risico’s

De in 2013 afgegeven overheidsgarantie is afgelopen in maart 2018. DNB informeert het Ministerie van Financiën periodiek over de ontwikkeling van de risico’s van de gekwalificeerde activa.

Premiestelling en kostendekkendheid

DNB betaalt geen premie voor de garantie. DNB heeft de afgelopen jaren 95% van de winst afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Deze middelen zijn niet gestort in een begrotingsreserve. Er heeft geen uitkering plaatsgevonden door de Staat aan DNB onder deze garantieregeling, waardoor de regeling kostendekkend is.

10. Garantie Propertize

Op 27 september 2016 heeft de Staat Propertize (voorheen SNS Property Finance) verkocht aan Lone Star/JP Morgan. Bij deze transactie heeft de Staat de gehele gegarandeerde schuld van Propertize overgenomen. De garantie is daarmee volledig komen te vervallen. In 2017 heeft Propertize de garantiepremie over de laatste periode betaald.

11. Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

Doel en werking garantieregeling

De Staat heeft garanties en vrijwaringen afgegeven aan verschillende instellingen die het gevolg zijn van de verkoop van staatsdeelnemingen. Aan Fortis Corporate Insurance (€ 5,5 mln.) en de koper van Koninklijke Nederlandse Munt (Group Heylen; € 2,7 mln.) zijn garanties en vrijwaringen verstrekt. Bij de verkoop van een belang kan het voorkomen dat de koper bepaalde garanties vraagt voor niet in de balans verwerkte posten. Dit is gebruikelijk bij fusies en overnames. Op deze manier wordt het risico van de acquisitie voor de koper verminderd, waardoor voorkomen wordt dat er een overeenkomst gesloten wordt tegen een lagere prijs. In dit kader is in het verleden ook een garantie aan de SDU (€ 30 mln.) verstrekt; deze is in 2017 komen te vervallen.

Daarnaast heeft de Staat specifieke garanties en vrijwaringen verstrekt om de financiering van staatsdeelnemingen NS (€ 30 mln.), NWB Bank (€ 1,1 mln.) en TenneT (€ 300 mln.) mogelijk te maken. De Staat heeft in 2010 een garantie verstrekt van maximaal € 300 mln. ten behoeve van de Stichting Beheer Doelgelden Landelijk Hoogspanningsnet. Hierdoor kon de stichting de overname van Transpower door TenneT Holding financieren, zonder dat de gelden die de Stichting ter beschikking heeft voor het investeren in interconnectiecapaciteit in het geding kwamen. De middelen uit deze Stichting dienen namelijk altijd direct beschikbaar te zijn. Daarnaast garandeert de Staat leningen die NS heeft afgesloten via Eurofima. Eurofima is een multilaterale bank, opgericht op basis van een Europees verdrag, die zich specialiseert in de financiering van rollend materieel. Alle nationale Europese spoorvervoerders kunnen onder deze regeling financiering aantrekken onder garantie van het land van herkomst. In 2018 wordt de laatste lening van NS bij Eurofima afgelost.

Beheersing risico’s

Voor de beheersing van de risico’s is een eindtermijn en maximumbedrag opgenomen. De garanties en vrijwaringen lopen de komende jaren af, het laatste deel in 2020. De premieontvangsten van TenneT worden afgestort in een begrotingsreserve. Ultimo 2017 was de omvang van de begrotingsreserve € 35,2 mln.

Premiestelling en kostendekkendheid

Er worden premies betaald over de garanties die zijn afgegeven vanwege het belang om financiering van staatsdeelnemingen mogelijk te maken. Voor de garantie van TenneT ontvangt de Staat een premie van € 4,8 mln. op jaarbasis. NS heeft in totaal € 30 mln. aan leningen bij Eurofima, waarvoor de Staat in 2017 een garantiefee van € 481.000 heeft ontvangen. De ontvangen premies van TenneT worden in een begrotingsreserve gestort; dit geldt niet voor de ontvangen premies van NS. Aangezien er tot op heden geen uitkeringen zijn geweest onder deze garantieregelingen is de regeling tot op heden kostendekkend.

12. FMO

Doel en werking garantieregeling

De Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) is in 1970 opgericht om duurzame economische groei in ontwikkelingslanden te bevorderen, door het verschaffen van eigen vermogen of leningen voor projecten die impact creëren en voldoen aan FMO’s standaarden op het gebied van sociale omstandigheden, milieu en «good governance». Hierbij gaat het alleen om projecten die niet door marktpartijen gefinancierd kunnen worden, voornamelijk vanwege het hoge risico dat zij associëren met onder meer het investeren in ontwikkelingslanden. FMO verschaft het eigen vermogen en de leningen aan private partijen in die landen. Door de private sector in ontwikkelingslanden te versterken wil de Staat een bijdrage leveren aan het terugdringen van armoede.

In de overeenkomst uit 1998 tussen de Staat en FMO is een garantie van de Staat richting FMO opgenomen. De garantie bestaat uit twee onderdelen:

  • 1. De Staat zal de verliezen uit de bedrijfsvoering dekken, die volgen uit activiteiten van FMO, voor zover deze verliezen niet zijn of worden gedekt door waardecorrecties en/of schadevergoedingen en/of uitkeringen uit hoofde van verzekeringen. Voorts geldt als voorwaarde voor de garantie dat een dergelijk verlies de reserve voor algemene risico’s overstijgt en dat de verliezen het resultaat zijn van niet-normale bedrijfsrisico’s.

  • 2. Daarnaast heeft de Staat zich verplicht om situaties te voorkomen waarin FMO niet in staat is om bepaalde verplichtingen te voldoen, namelijk de verplichtingen die op FMO rusten uit hoofde van:

    • a. op de kapitaalmarkt opgenomen leningen;

    • b. op de geldmarkt opgenomen korte financieringsmiddelen met een looptijd gelijk aan of minder dan twee jaar;

    • c. swap-overeenkomsten met uitwisseling van hoofdsom en rentebetaling;

    • d. swap-overeenkomsten zonder uitwisseling van hoofdsom met rentebetaling;

    • e. valuta-termijncontracten en Future Rate Agreements;

    • f. optie- en future-contracten;

    • g. combinaties van de hiervoor bedoelde producten (a t/m f);

    • h. garanties door de FMO aan derden verstrekt ten behoeve van de financiering van private ondernemingen in ontwikkelingslanden, en

    • i. die voortvloeien uit het onderhouden van een adequaat apparaat.

De garantie wordt ook toegelicht in de saldibalans (zie hoofdstuk 8). Omdat het gaat om een instandhoudingsverplichting is de omvang van de garantie in theorie onbeperkt. In bovenstaand overzicht is, omwille van transparantie, de garantie gekwantificeerd. Het vreemd vermogen van FMO ultimo 2017 is gebruikt als inschatting van het uitstaande risico. De letterlijke tekst van de overeenkomst is leidend voor de interpretatie.

Beheersing risico’s

FMO neemt actief risico’s die voortvloeien uit het verschaffen van leningen en eigen vermogen aan ontwikkelingslanden om daarmee haar doelstelling te bereiken: het bevorderen van de private sector in ontwikkelingslanden. Hiervoor is het van essentieel belang dat FMO een adequaat risicomanagementsysteem heeft om financiële risico's te identificeren, te meten, te volgen en te beperken. Ten grondslag hieraan ligt de risicobereidheid van FMO. Dit is het risico dat FMO bereid is om te aanvaarden in het nastreven van toegevoegde waarde. De risicobereidheid van FMO wordt minstens een keer per jaar herzien.

De beheersing van de risico’s wordt verder ondersteund door behoedzame kapitaal- en liquiditeitsposities en sterke diversificatie van de leningen en eigenvermogenportefeuille over regio's en sectoren. Ongeveer 80% van het economisch kapitaal van FMO wordt ingezet voor kredietrisico. Hoewel andere financiële risico's niet altijd voorkomen kunnen worden, vermindert FMO deze zoveel mogelijk. FMO heeft geen handelsposities en is in het algemeen niet geïnteresseerd in valutarisico en renterisico.

Binnen FMO is de afdeling Risicomanagement verantwoordelijk voor het beheren van de risico's in de eigenvermogenportefeuille (emerging market portfolio), de eigen vermogensportefeuille (treasury portfolio) en alle daarmee samenhangende marktrisico's. Daarnaast heeft FMO een Investeringscommissie bestaande uit senior medewerkers van verschillende afdelingen. Deze commissie analyseert financieringsvoorstellen voor nieuwe transacties. Elk financieringsvoorstel wordt beoordeeld in termen van tegenpartijrisico, productrisico en landrisico. De financieringsvoorstellen worden vergezeld van het advies van de kredietafdeling. Deze afdeling is verantwoordelijk voor de beoordeling van de kredietrisico's van zowel nieuwe transacties als de bestaande portefeuille.

FMO heeft een bankvergunning en staat onder toezicht van DNB. De Staat als aandeelhouder is conform de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013 actief betrokken bij staatsdeelnemingen zoals FMO. Relevante (financiële) ontwikkelingen worden onder andere besproken in kwartaaloverleggen, het halfjaarlijkse beleidsoverleg en in bijvoorbeeld de aandeelhoudersvergadering.

Premiestelling en kostendekkendheid

Voor deze garantie wordt geen premie ontvangen, waardoor ook geen middelen worden gestort in een begrotingsreserve. Het grootste deel van de winst van FMO wordt jaarlijks conform de afspraken in de overeenkomst tussen de Staat en FMO toegevoegd aan de reserves van FMO. Een klein deel wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders van FMO. De Staat heeft 51% van de aandelen. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze garantieregeling, waardoor de regeling op dit moment kostendekkend is.

13. EFSF, 14. EFSM en 15. ESM

In 2010 is besloten tot de oprichting van de Europese noodmechanismen European Financial Stability Facility (EFSF) en European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM) en tot de oprichting van een permanent noodmechanisme: European Stability Mechanism (ESM). Deze noodmechanismen zijn opgericht naar aanleiding van de onrust op de Europese kapitaalmarkten die de financiële stabiliteit in het eurogebied bedreigde. De noodmechanismen kunnen onder strikte beleidscondities steun verstrekken aan landen in nood. Op dit moment heeft Nederland een garantieplafond van € 34,2 mld. voor het EFSF en staat voor € 2,8 mld. garant voor het EFSM en voor € 35,4 mld. voor het ESM. De noodfondsen ontvangen rentevergoedingen voor de verstrekte leningen. In 2017 is het Nederlandse aandeel in de garantieplafonds van het EFSF, het EFSM en het ESM niet gewijzigd.

16. EIB-kredietverlening in ACP en OCT

De Europese Investeringsbank (EIB) verricht activiteiten in landen in de regio Sub-Sahara Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (Africa, Caribbean and Pacific; ACP-landen), alsmede Europese overzeese gebieden (Overseas Countries and Territories, OCT-landen). De projecten richten zich op de economische ontwikkeling van deze landen via de ontwikkeling van de private sector en de financiële sector, investeringen in infrastructuur en het verbeteren van het ondernemingsklimaat. Een deel van deze activiteiten wordt bekostigd met een revolverend fonds dat gefinancierd wordt door het European Development Fund (EDF). De EIB financiert daarnaast ook met eigen middelen. Op deze eigen middelen hebben de lidstaten een garantie afgegeven om het politieke risico dat op deze activiteiten wordt gelopen af te dekken. In 2017 bedroeg deze garantie voor Nederland € 49,4 mln.

17. Kredieten EU-betalingsbalanssteun

De Europese betalingsbalansfaciliteit is bedoeld voor niet-eurolanden met feitelijke of ernstig dreigende moeilijkheden met betrekking tot de lopende rekening van de betalingsbalans of het kapitaalverkeer. De EU draagt bij aan de stabiliteit door het verstrekken van leningen via de betalingsbalansfaciliteit. Alleen lidstaten die de euro (nog) niet hebben ingevoerd kunnen aanspraak maken op de betalingsbalansfaciliteit. Om de financiële ondersteuning te kunnen financieren is de Europese Commissie gemachtigd om namens de EU geld aan te trekken op de kapitaalmarkten. Deze leningen worden gegarandeerd door de EU-lidstaten via de EU-begroting. Uit de betalingsbalansfaciliteit kan voor een maximum van € 50 mld. aan leningen worden verstrekt. Het Nederlandse aandeel in deze garantie is circa € 2,35 mld. In 2017 is het Nederlandse aandeel binnen de kredieten EU-betalingsbalanssteun niet gewijzigd.

18. en 19. Wereldbank Groep

De International Bank for Reconstruction and Development (IBRD, oftewel de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) is het Wereldbank-onderdeel dat leningen verstrekt aan middeninkomens-landen. IBRD functioneert als een coöperatieve bank, waarvan lidstaten aandeelhouder zijn. Op basis van ingelegd aandeelkapitaal en garanties verstrekt door aandeelhouders, kan de IBRD financiering aantrekken op de kapitaalmarkt en deze financiering als leningen verstrekken aan klant-landen. De Nederlandse garantie is afgegeven in USD en als gevolg van wisselkoersverandering in 2017 € 596,1 mln. naar beneden bijgesteld.

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) ondersteunt binnen de Wereldbank Groep de private sector bij het verzekeren van buitenlandse investeringen. De activiteiten van MIGA kunnen gefinancierd worden doordat aandeelhouders aandelenkapitaal en garanties hebben verstrekt. De Nederlandse garantie is afgegeven in USD en als gevolg van wisselkoersverandering in 2017 € 3,8 mln. naar beneden bijgesteld.

20. EBRD

De European Bank for Reconstruction and Development (EBRD, oftewel de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling) is opgericht om de landen in Midden- en Oost-Europa en de voormalige Sovjet Unie bij te staan in hun transitie naar een democratie en naar een markteconomie. Inmiddels is het operatiegebied uitgebreid met een aantal Centraal-Aziatische landen en enkele landen in de Zuidoostelijk Mediterrane regio. Het mandaat van de bank is specifiek gericht op de transitie van (aanvankelijk ex-communistische) economieën naar markteconomieën met een robuuste private sector en integratie in de wereldeconomie. De EBRD wordt gefinancierd door aandelenkapitaal, waarvan circa 20% is ingelegd door de lidstaten (paid-in) en de rest wordt verstrekt in de vorm van garanties (callable capital12). In 2017 bedroeg deze garantie voor Nederland € 589,1 mln.

21. EIB

De EIB heeft als taak om met een beroep op de kapitaalmarkten en haar eigen middelen bij te dragen aan een evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de interne markt die in het belang van de EU is. De lidstaten hebben zowel kapitaal als garanties verstrekt aan de EIB. Hierdoor is de EIB in staat kapitaal op te halen, waarmee de EIB investeert in de publieke en private sector. In 2017 bedroeg deze garantie voor Nederland € 9,9 mld.

22. DNB – deelneming in kapitaal IMF

Bij het International Monetary Fund (oftewel het Internationaal Monetair Fonds, IMF) gaat het om een garantie die de Nederlandse Staat aan DNB verleent om het risico te dekken indien het IMF in gebreke blijft. De garantieverstrekking is daarmee dus in feite een nationale aangelegenheid. Deze garantie wordt alleen ingeroepen in het geval dat het IMF niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en een beroep doet op middelen van DNB. Een deel van de garantie is tijdelijk. De bilaterale lening die Nederland in 2012 met het IMF sloot, is in november 2016 verlopen na een looptijd van vier jaar wat heeft geleid tot een verlaging van de totale garantie in 2016. Er zijn nog steeds risico’s in de mondiale economie waardoor voldoende financiële slagkracht voor het IMF belangrijk is om toekomstige crises en financiële schokken het hoofd te bieden. Nederland vindt het daarom van belang dat de middelen van het IMF op voldoende niveau blijven en rekent het ook tot haar verantwoordelijkheid om, samen met een brede groep andere landen, ervoor te zorgen dat het IMF van voldoende middelen blijft voorzien. In 2017 is dan, ook conform het middels Kamerbrief13 aangekondigde voornemen, een nieuwe bilaterale lening met het IMF afgesloten voor hetzelfde bedrag als de voorgaande lening (€ 13,61 mld.). De bilaterale leningen die individuele landen met het IMF afsluiten kunnen pas ingezet worden na de reguliere quota en NAB-middelen (New Arrangements to Borrow) en vormen zodoende een laatste verdedigingslinie. Daarnaast heeft er een wisselkoersbijstelling van de garantieverplichting aan DNB inzake IMF plaatsgevonden (– € 2,16 mld.). De totale wijziging van de garantieverplichting in 2017 bedroeg daarmee € 11,45 mld. De totale garantieverplichting met betrekking tot het IMF bestaat naast de nieuwe bilaterale lening uit de Quotamiddelen, de Special Drawing Right (SDR)-allocatie, de NAB en de middelen voor Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT)-programma’s. De stand ultimo 2017 van deze garantieverplichting bedraagt € 42,6 mld.

23. AIIB

In 2015 is besloten om toe te treden tot de nieuw op te richten Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), welke sinds januari 2016 operationeel is. Op basis van een door de oprichtende aandeelhouders bepaalde verdeelsleutel heeft Nederland een aandeel toegewezen gekregen en zich hierop ingeschreven ($ 1,03 mld.). Dit aandeel bestaat uit een gedeelte ingelegd (paid-in) kapitaal (20%) en een gedeelte garantiekapitaal (80%). Deze verplichting betreft het garantiekapitaal, welke voor Nederland $ 825 mln. bedraagt. Als gevolg van wisselkoersverandering in 2017 is deze met € 94,8 mln. naar beneden bijgesteld.

24. Regeling Investeringsverzekeringen

De Staat kon in 2017 voor maximaal € 454 mln. aan verplichtingen aangaan voor nieuwe investeringsverzekeringen. Via deze verzekeringen kunnen Nederlandse bedrijven die langdurig investeren in het buitenland zich verzekeren tegen het politieke risico dat zij kunnen lopen in het buitenland. In 2017 is € 0,4 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan. De aangegane verplichtingen bedragen ultimo 2017 in totaal € 94,2 mln. Aangezien de investeringsverzekering een van de producten is die de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv-faciliteit) aanbiedt, zal de Regeling Investeringsverzekeringen (RIV) vanaf 2018 worden geïncorporeerd in de Regeling Uitvoering EKI (exportkredietinvesteringen) en zal het aparte garantieplafond vervallen.

25. MIGA – herverzekering

Zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op de beleidsdoorlichting van de exportkredietverzekering (Kamerstukken II 2016–2017, 31 935, nr. 32) is het Memorandum of Understanding met Wereldbank-onderdeel MIGA over herverzekering door de Nederlandse Staat beëindigd. Er is nooit gebruik van deze regeling gemaakt. De vermelding in de begrotingstukken komt hiermee vanaf 2018 te vervallen.

26. Exportkredietverzekering

De Staat biedt exporteurs de mogelijkheid om betalingsrisico’s verbonden aan het handels- en dienstenverkeer met het buitenland te verzekeren. Het productenassortiment van de ekv-faciliteit omvat momenteel onder andere de kapitaalgoederenverzekering, de verzekering voor uitvoering van werken («aannemerijverzekering»), de financieringsverzekering, de koersrisicoverzekering, de werkkapitaaldekking, de exportkredietverzekering en de verzekering van garanties. In 2017 is voor € 5,2 mld. aan verzekeringen afgegeven. Het uitstaande obligo van de ekv bedraagt in totaal € 16,7 mld.

Voor de totale ekv-faciliteit, waaronder de RIV en de MIGA-herverzekeringsfaciliteit, is in 2014 een risicovoorziening ekv opgericht. Ultimo 2017 bedroeg deze voorziening € 389,7 mln. Daarnaast valt de Seno-Gom (Stichting economische samenwerking Nederland Oost-Europa en Garantiefaciliteit opkomende markten) faciliteit onder de ekv. Deze faciliteit wordt afbeheerd en de middelen uit de bijbehorende begrotingsreserve Seno-Gom zijn de afgelopen jaren vrijgevallen. In 2017 is de laatste € 12,5 mln. uit de begrotingsreserve van de Seno-Gomfaciliteit onttrokken.

11

Kamerstukken II 2015–2016, 32 013, nr. 124.

12

Kapitaal dat door een internationale organisatie kan worden ingeroepen, als deze niet kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen. In het geval van Internationale Financiële Instellingen (IFI’s) gaat het vooral om garantiekapitaal wat door deelnemende landen is afgegeven.

13

Kamerstukken II 2016–2017, 21 501-07, nr. 1398.

Licence