Base description which applies to whole site

8. SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2017 en toelichting Ministerie van Buitenlandse Zaken Begroting Buitenlandse Zaken (V)

I Saldibalans per 31 december 2017

ACTIVA

x EUR 1.000

 

PASSIVA

x EUR 1.000

   

2017

2016

     

2017

2016

Intra-comptabele posten

         

1

Uitgaven ten laste van de begroting

8.363.823

10.106.291

 

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

3.865.610

1.239.473

3

Liquide middelen

57.771

46.804

 

4a

Rekening-courant RHB

4.560.984

8.912.650

4

Rekening courant RHB

0

0

 

5a

Begrotingsreserves

116.033

118.775

5

Rekening courant RHB Begrotingsreserve

116.033

118.775

         

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

101.147

97.900

 

7

Schulden buiten begrotingsverband

96.147

98.872

Subtotaal

     

Subtotaal

   

Intra-comptabele posten

8.638.774

10.369.770

 

Intra-comptabele posten

8.638.774

10.369.770

                 

Extra-comptabele posten

         

10

Vorderingen

13.489

6.153

 

10a

T.r. vorderingen

13.489

6.153

11a

T.r. schulden

132

204

 

11

Schulden

132

204

12

Voorschotten

333.871

474.739

 

12a

T.r. voorschotten

333.871

474.739

14a

T.r. Andere verplichtingen

1.773.075

1.973.384

 

14

Andere verplichtingen

1.773.075

1.973.384

Subtotaal

     

Subtotaal

   

Extra-comptabele posten

2.120.567

2.454.480

 

Extra-comptabele posten

2.120.567

2.454.480

                 

Overall totaal

10.759.341

12.824.250

 

Overall totaal

10.759.341

12.824.250

II Inleiding

1. Algemeen

De saldibalans is een financiële staat waarop de standen van de intra- en extracomptabele rekeningen van de begroting van Buitenlandse Zaken worden verantwoord.

Het intracomptabele deel van de saldibalans geeft inzicht in de kasstromen. Het gaat hier voornamelijk om de uitgaven en ontvangsten van dienstjaar 2017, die nog met het Ministerie van Financiën moeten worden verrekend. Na goedkeuring van de Rijksrekening vindt de verrekening plaats. De tegenrekening van de uitgaven en ontvangsten is de post «Rijkshoofdboekhouding» (RHB), de rekening-courant tussen de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën.

Onder het intracomptabele deel zijn alle liquide middelen van het Ministerie opgenomen (m.u.v. de RHB- rekening van BH&OS). De uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband, die met derden zullen worden verrekend en niet ten laste c.q. ten gunste van de begroting zijn gebracht, zijn verantwoord onder de intracomptabele vorderingen en schulden.

Het extracomptabele deel van de saldibalans geeft enerzijds inzicht in de standen van de uitstaande vorderingen en voorschotten die in het verleden tot kasstromen hebben geleid (ten laste van de begrotingen van BZ in voorgaande jaren). Anderzijds bevat dit deel van de saldibalans de post openstaande verplichtingen. Deze post geeft inzicht in de toekomstige kasstromen. Openstaande verplichtingen kunnen leiden tot uitgaven ten laste van begrotingen van volgende jaren. De extracomptabele rekeningen worden met behulp van diverse tegenrekeningen in evenwichtsverband geboekt.

2. Waarderingsgrondslagen

De uitgaven en verplichtingen in vreemde valuta worden gedurende het jaar met behulp van een vaste koers (corporate rate) omgerekend. De corporate rate 2017 van de USD was vastgesteld op 1 USD = 0,90 EUR. Voor 2018 is deze 0,88 EUR.

De liquide middelen en extracomptabele vorderingen, voorschotten en openstaande verplichtingen worden per 31 december gewaardeerd tegen de corporate rate van het volgende boekjaar. De herwaardering die hieruit voortvloeit is verwerkt in de kas- en verplichtingenstroom van het afgelopen jaar. Bij intracomptabele vorderingen wordt de spotrate toegepast.

Met ingang van het verslagjaar 2017 zijn de grondslagen voor de extra comptabele vorderingen gewijzigd. Extra comptabele vorderingen zijn de per balansdatum bestaande rechten om geldmiddelen te ontvangen van een wederpartij die niet tot het Rijk behoort. Extra comptabele vorderingen op het Rijk worden niet langer gepresenteerd in de saldibalans.

Voor de geconditioneerde vorderingen geldt de nominale waarde.

De overige in de saldibalans en de toelichting opgenomen bedragen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

III Toelichting op de saldibalans per 31 december 2017

1 Uitgaven ten laste van de begroting (debet 8.363.823 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Uitgaven ten laste van de begroting

8.363.823

10.106.291

Onder deze post zijn de gerealiseerde uitgaven op de begroting van BZ in het jaar 2017 opgenomen. Splitsing van de uitgaven heeft plaatsgevonden o.b.v. de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk.

Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

2 Ontvangsten ten gunste van de begroting (credit 3.865.610 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Ontvangsten ten gunste van de begroting

3.865.610

1.239.473

Onder deze post zijn de gerealiseerde ontvangsten in het jaar 2017 opgenomen. Splitsing van de ontvangsten heeft plaatsgevonden o.b.v. de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

3 Liquide middelen (debet 57.771 x EUR 1.000)

De liquide middelen omvatten girale en chartale gelden, alsmede gelden onderweg en hebben betrekking op het Departement en de Vertegenwoordigingen in het buitenland. Het treasury beleid is er, met betrekking tot de gelden van Hoofdstuk V van de Rijksbegroting, op gericht te komen tot een optimale beheersing van de geldomvang en een kostenminimalisatie ten aanzien van bankkosten en rentederving. Hierbij spelen aspecten als liquiditeitenbeheer, valutarisicobeheer, debiteuren- en crediteurenbeheer een grote rol.

Omdat de administratie en de liquide middelen stroom voor beide begrotingen via één administratief systeem verlopen, is er voor gekozen alle lopende rekeningen op te nemen op de balans van BZ en het saldo van de uitgaven m.b.t. BH&OS achteraf middels een intern verrekenstuk tussen de RHB-rekeningen van BZ en BH&OS te verrekenen.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

3.1 Kassaldi

4.763

4.581

3.2 Banksaldi

53.157

42.541

3.3 Gelden onderweg

– 149

– 318

Totaal

57.771

46.804

3.1 Kassaldi (debet 4.763 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Reguliere kassaldi

2.132

2.113

Noodreserve posten

2.631

2.468

Totaal

4.763

4.581

Uit oogpunt van een adequaat liquiditeitenbeheer wordt ernaar gestreefd de hoogte van de kassaldi zoveel mogelijk te beperken en kasbetalingen te beperken. Naast de normale kassaldi worden op diverse Vertegenwoordigingen contanten in voorraad gehouden in verband met eventuele calamiteiten.

Enkele Vertegenwoordigingen worden regelmatig voorzien van contanten, omdat giraal bankverkeer niet mogelijk is. Het merendeel van de kassaldi wordt in vreemde valuta aangehouden.

3.2 Banksaldi (debet 53.157 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Banksaldo

53.157

42.541

Het aanwezige banksaldo ontstaat merendeels door bankrekeningen die BZ aanhoudt in het buitenland, in beheer bij de Nederlandse Vertegenwoordigingen.

3.3 Gelden onderweg (credit 149 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Kruisposten

139

701

Betalingsopdrachten Vertegenwoordigingen

– 288

– 1.019

Totaal

– 149

– 318

Betalingsopdrachten Vertegenwoordigingen betreffen uitgegeven cheques die per 31 december nog niet zijn afgeschreven van de bankrekeningen van de Vertegenwoordigingen en eventueel uit Nederland overgemaakte gelden die nog niet op lokale bankrekeningen zijn ontvangen.

4a Rekening-courant RHB (credit 4.560.984 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Rekening-courant RHB

4.560.112

8.919.455

Te verrekenen tussen BZ en BH&OS

872

– 6.805

Totaal

4.560.984

8.912.650

Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Het verschuldigde saldo op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is in overeenstemming met de opgave van de RHB.

Door de splitsing van de balans tussen BH&OS en BZ is er een te verrekenen bedrag tussen de twee balansen noodzakelijk om evenwicht te creëren. Het te verrekenen bedrag ontstaat doordat er ná de verrekening van de maand december nog correcties plaatsvinden en invloed hebben op de verhouding BZ en BH&OS.

De verrekening van dit bedrag zal plaatsvinden bij de RHB met het eerstvolgende verrekenstuk van het komende jaar.

5 Rekening-courant RHB (begrotingsreserve) (debet 116.033 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Begrotingsreserve FOM

44.023

50.200

Begrotingsreserve DGGF

46.974

51.075

Begrotingsreserve DRIVE

12.500

12.500

Begrotingsreserve DTIF

12.536

5.000

Totaal

116.033

118.775

De begrotingsreserves komen in zijn geheel tot uitdrukking op de balans van BZ. Voor toelichting zie hoofdstuk 5a.

5a Begrotingsreserve (credit 116.033 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

Saldo 31 december 2016

Toevoegingen 2017

Onttrekkingen 2017

Saldo 31 december 2017

Verwijzing naar Begrotings- artikel

Begrotingsreserve FOM

50.200

412

6.589

44.023

1.2

Begrotingsreserve DGGF

51.075

1.468

5.569

46.974

1.4

Begrotingsreserve DRIVE

12.500

0

0

12.500

1.4

Begrotingsreserve DTIF

5.000

7.536

0

12.536

1.2

Totaal

118.775

9.416

12.158

116.033

 

Met de Faciliteit Opkomende Markten (FOM) stimuleert BH&OS investeringen van Nederlandse ondernemingen in opkomende markten door het verstrekken van een garantie aan de Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) voor (middel)lange termijnfinancieringen aan lokale dochterondernemingen of joint-ventures van Nederlandse bedrijven. Voor de FOM wordt bij de Rijkshoofdboekhouding een begrotingsreserve aangehouden. Op deze begrotingsreserve worden de aan de Staat verschuldigde provisies en door de Staat ontvangen bedragen (o.a. recuperaties op uitbetaalde schades) gestort. Daarnaast worden de door het Rijk verschuldigde bedragen (schades) onttrokken aan de reserve.

In 2016 is besloten het FOM voor nieuw af te geven garanties stop te zetten ten gunste van het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF). De middelen die niet ter dekking van de garanties in de begrotingsreserve beschikbaar dienden te blijven, zijn in 2016 onttrokken aan de reserve en toegevoegd aan de begroting ter dekking van de uitgaven op het instrument DTIF. Toegevoegd zijn de reeds ontvangen provisies van 0,366 miljoen. en een nog te ontvangen bedrag dat betrekking heeft op 2017. In 2017 is een declaratie ontvangen van EUR 1,59 miljoen. en onttrokken aan de reserve. Daarnaast is EUR 5 miljoen. vanwege de vrijgevallen garanties onttrokken aan de reserve.

De begrotingsreserve DGGF (Dutch Good Growth Fund) is in 2014 ingesteld voor de onderdelen 1 en 3 van het DGGF en heeft betrekking op de te verlenen garanties door RVO en Atradius DSB. Met het DGGF stimuleert BH&OS investeringen van Nederlandse ondernemingen in ontwikkelingslanden. Op deze begrotingsreserve worden de aan de Staat verschuldigde provisies en door de Staat ontvangen bedragen (o.a. recuperaties op uitbetaalde schades) gestort. Daarnaast worden de door het Rijk verschuldigde bedragen (schades) onttrokken aan de reserve.

De afname van de reserve komt door een storting van EUR 1,468 miljoen. van ontvangen premies door RVO en Atradius en een onttrekking van EUR 5,569 miljoen. aan schade-uitkeringen (wisselfinanciering) door Atradius.

Voor DRIVE is een begrotingsreserve gecreëerd. Het saldo in de reserve van EUR 12,5 miljoen. betreft de bodemstorting uit 2015. In 2017 zijn geen transacties tot stand gekomen, waardoor mutaties in de reserve noodzakelijk waren.

Voor DTIF is een begrotingsreserve gecreëerd. De storting in de reserve van EUR 5,0 miljoen. betreft de bodemstorting. In 2017 is op basis van de gerealiseerde en verwachte transacties een storting verricht van EUR 7,5 miljoen.

Hoewel beleidsmatig het instrument begrotingsreserve toe te rekenen valt aan de BH&OS-begroting is er wel voor gekozen deze op te nemen op de BZ balans omdat het hier enkel de liquide middelen van de begrotingsreserve betreft.

6 Vorderingen buiten begrotingsverband (debet 101.147 x EUR 1.000)

Onder deze post zijn de vorderingen opgenomen, die zijn ontstaan als gevolg van uitgaven ten behoeve van derden.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

6.1 Ministeries

14.529

12.686

6.2 Persoonlijke rekeningen

1.227

816

6.3 Externe debiteuren

78.845

80.743

6.4 Overige vorderingen

6.546

3.655

Totaal

101.147

97.900

Onderstaand overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de intra-comptabele vorderingen en de ouderdom.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2017

2016

2015

2014 en ouder

Direct opeisbaar ministeries

14.529

10.143

4.382

4

0

Direct opeisbaar persoonlijke rekeningen

930

291

634

1

4

Direct opeisbaar externe debiteuren

4.660

2.024

0

71

2.565

Direct opeisbaar overige vorderingen

2.781

2.130

368

227

56

Totaal direct opeisbare vorderingen

22.900

14.588

5.384

303

2.625

Op termijn opeisbare vorderingen

77.912

       

Geconditioneerde vorderingen

335

       

Totaal

101.147

       

6.1 Ministeries (debet 14.529 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Ingevorderd

8.692

8.568

In te vorderen

5.837

4.118

Totaal

14.529

12.686

Het ingevorderde bedrag per ministerie is als volgt verdeeld:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.091

– 

Sociale Zaken

46

– 

Infrastructuur & Waterstaat

9

254

Volksgezondheid Welzijn en Sport

37

– 

Economische Zaken

945

3.919

Algemene Zaken

0

– 

Binnenlandse Zaken

1.902

1.689

Financiën

476

98

Defensie

1.998

1.103

Veiligheid & Justitie

2.188

411

Overigen

– 

1.094

Totaal

8.692

8.568

Het in te vorderen bedrag per ministerie is als volgt verdeeld:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

154

– 

Sociale Zaken

33

– 

Infrastructuur en Waterstaat

47

89

Volksgezondheid Welzijn en Sport

61

– 

Economische Zaken

2.497

857

Algemene Zaken

54

– 

Binnenlandse Zaken

998

– 

Financiën

69

124

Defensie

448

86

Veiligheid & Justitie

1.476

1.880

Overigen

– 

1.082

Totaal

5.837

4.118

6.3 Externe debiteuren (debet 78.845 x EUR 1.000)

Deze categorie vorderingen heeft betrekking op derden zoals particulieren, bedrijven en dergelijke. Deze vorderingen ontstaan zowel op het Departement als op de Vertegenwoordigingen in het buitenland.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

In te vorderen ICC

0

75.169

In te vorderen overige externe debiteuren

762

2.304

Ingevorderd ICC

74.181

0

Ingevorderd overige

3.902

3.270

Totaal

78.845

80.743

Het bedrag bij Ingevorderd ICC betreft de lening die verstrekt is ten behoeve van de nieuwbouw van het International Criminal Court. De vordering is een 2,5% annuïteitenlening met een looptijd tot en met 2046.

6.4 Overige vorderingen (debet 6.546 x EUR 1.000)

Onder deze categorie worden vorderingen opgenomen die niet in de overige categorieën vallen. Hieronder vallen ook vorderingen ontstaan naar aanleiding van een uitgave, die ter plaatse op de Vertegenwoordiging verrekend wordt.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Te vorderen BTW

2.781

2.542

Ter plaatse te verrekenen uitgaven buitenland

3.765

35

Diverse vorderingen

0

1.078

Totaal

6.546

3.655

7 Schulden buiten begrotingsverband (credit 96.147 x EUR 1.000)

Hieronder vallen schulden ontstaan door ontvangsten en inhoudingen die met derden verrekend zullen worden.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Nog af te dragen loonheffing en premies

3.108

8.798

Af te lossen ICC-lening

84.734

87.598

Ter plaatse te verrekenen

907

55

Silent partnerships

5.918

1.617

Ministeries

952

0

Diverse overige schulden

528

804

Totaal

96.147

98.872

Van het Ministerie van Financiën is een lening ontvangen ter financiering van de nieuwbouw van het International Criminal court. De lening wordt tot en met 2039 in de vorm van een 3,56% annuïteitenlening afgelost. Zie de toelichting bij 6.3 inzake de verstrekte lening aan het ICC.

Navolgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de intracomptabele schulden en de ouderdom.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2017

2016

2015 en ouder

Intracomptabele schulden

96.147

11.419

83.988

740

10 Vorderingen (debet 13.489 x EUR 1.000)

Dit betreffen vorderingen die reeds ten laste van de begroting zijn gebracht en extracomptabel worden bewaakt. Deze vorderingen hebben vaak een langdurig karakter.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Diverse extra-comptabele vorderingen

13.489

6.153

Totaal

13.489

6.153

Navolgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de extracomptabele vorderingen en de ouderdom.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2017

2016

2015

2014 en ouder

Direct opeisbaar overige vorderingen

9.011

8.605

15

– 

391

Geconditioneerde vorderingen

4.478

       

Totaal

13.489

       

Diverse extracomptabele vorderingen

De post diverse extracomptabele vorderingen bestaat uit:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Ingevorderde voorschotten

0

0

(Huur) Waarborgsommen

4.180

3.679

Buiteninvordering gestelde vorderingen

84

84

Voorschot op ontslaguitkeringen

298

220

Overige

8.927

2.170

Totaal

13.489

6.153

11 Schulden (credit 132 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Diverse extracomptabele schulden

132

204

De extracomptabele schuld bestaat uit het te verrekenen bedrag uit de reis- en vertaalenveloppe van het EU Raadsbudget en wordt in zijn geheel verantwoord op de balans van BZ.

12 Voorschotten (debet 333.871 x EUR 1.000)

Dit betreffen nog openstaande voorschotten, waarvan de uitgaven reeds ten laste van de begroting zijn gebracht. Afwikkeling vindt plaats op basis van ontvangen verantwoordingen.

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Voorschotten

333.244

470.249

Voorschot Loyalis

627

688

Aanloopvoorschotten

0

3.802

Totaal

333.871

474.739

Ouderdomsanalyse (x 1.000 EUR)

31 december 2017

31 december 2016

Verstrekt in 2011

0

1

Verstrekt in 2012

8.451

19.884

Verstrekt in 2013

21.708

67.802

Verstrekt in 2014

25.557

85.821

Verstrekt in 2015

36.266

135.836

Verstrekt in 2016

83.956

165.395

Verstrekt in 2017

157.933

0

Totaal

333.871

474.739

Opbouw openstaande voorschotten:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Openingsbalans

474.739

434.298

Bij: Verstrekte voorschotten

180.597

171.461

Af: Verantwoorde voorschotten

317.525

125.723

Af: Herwaardering naar nieuwe corporate rate

3.940

5.297

Eindbalans

333.871

474.739

De voorschottenstand bestaat uit alle betalingen voor activiteiten waarover verantwoording moet plaatsvinden. In 2017 boekt het ministerie wederom voorschotten tussentijds af, terwijl dit voorgaande jaren pas aan het einde van de looptijd van een activiteit plaatsvond. Dit betekent dat de voorschottenstand van voorgaande jaren met terugwerkende kracht is bijgesteld voor activiteiten waarbij in 2017 inhoudelijke en financiële verantwoordingsrapportages zijn beoordeeld en goedgekeurd. Dit is één van de belangrijkste verklaringen waarom er in 2017 een omvangrijke neerwaartse mutatie heeft plaatsgevonden in de voorschottenstand.

14 Andere verplichtingen (credit 1.773.075 x EUR 1.000)

Opbouw openstaande verplichtingen:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2017

31 december 2016

Openingsbalans

1.973.384

2.163.012

Bij: Correctie Openingsbalans

21.454

0

Bij: Aangegane verplichtingen

8.142.059

9.916.663

Af: Tot betaling gekomen verplichtingen

8.363.822

10.106.291

Eindbalans

1.773.075

1.973.384

Conform deze toelichting worden de negatieve bijstellingen niet separaat in de toelichting op de saldibalans weergegeven. Overigens worden omvangrijke negatieve bijstellingen op de verplichtingen wel toegelicht bij de financiële toelichting van het beleidsartikel waar de negatieve bijstelling betrekking op heeft.

Door de overgang van Oracle naar SAP in 2017 is tijdens de conversie van de openstaande verplichtingen geconstateerd dat de hierboven gerapporteerde eindbalans per 31 december 2016 niet correct was. Dit werd veroorzaakt doordat de afgelopen jaren de eindstand werd bepaald door bij de beginstand de mutaties in het betreffende jaar op te tellen. Eventuele fouten werden daardoor naderhand niet geconstateerd.

Niet uit de saldibalans blijkende verplichtingen:

– Convenant Ministerie van Defensie

In 2009 is een convenant getekend voor een periode van drie jaar met het Ministerie van Defensie inzake de inzet van KMAR bij de beveiliging van Nederlandse Vertegenwoordigingen met een hoog risico op veiligheid. Het convenant wordt ieder jaar stilzwijgend verlengd, tenzij één van de partijen schriftelijk het stilzwijgen doorbreekt. Voor periode 2018 tot en met 2021 worden de kosten geraamd op EUR 15,3 miljoen. per jaar. Op begrotingsniveau wordt dit verrekend met het Ministerie van Defensie.

Licence