Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

11. Saldibalans

De saldibalans per 31 december 2019 geeft de financiële posten weer die bij de afsluiting van de begrotingsboekhouding aan het einde van 2019 bestonden en meegenomen worden naar volgende begrotingsjaren.

Tabel 111 Saldibalans per 31 december 2019 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (bedragen x € 1.000)

Activa

 

31-12-2019

31-12-2018

 

Passiva

 

31-12-2019

31-12-2018

Intra-comptabele posten

  

Intra-comptabele posten

  

01

Uitgaven ten laste van de begroting

13.662.268

12.814.041

02

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1.645.509

2.278.536

03

Liquide middelen

52

97

    

04

Rekening Courant RHB

0

0

04a

Rekening Courant RHB

11.297.779

9.904.449

05

Rekening Courant RHB Begrotingsreserve

12.225

102.841

05a

Begrotingsreserves

12.225

102.841

06

Vorderingen buiten begrotingsverband

42.973

39.442

07

Schulden buiten begrotingsverband

762.004

670.595

        

Subtotaal intra-comptabel

13.717.518

12.956.421

Subtotaal intra-comptabel

13.717.518

12.956.421

        

Extra-comptabele posten

  

Extra-comptabele posten

  

09

Openstaande Rechten

12.789

25.418

09a

Tegenrekening openstaande rechten

12.789

25.418

10

Vorderingen

1.422.074

1.371.817

10a

Tegenrekening vorderingen

1.422.074

1.371.817

12

Voorschotten

2.397.004

2.127.006

12a

Tegenrekening voorschotten

2.397.004

2.127.006

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

2.368.295

2.359.139

13

Garantieverplichtingen

2.368.295

2.359.139

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

1.370.844

1.342.638

14

Andere verplichtingen

1.370.844

1.342.638

        

Subtotaal extra-comptabel

7.571.006

7.226.018

Subtotaal extra-comptabel

7.571.006

7.226.018

        

Overall Totaal

21.288.524

20.182.439

  

21.288.524

20.182.439

Hieronder worden de onderdelen van de saldibalans nader toegelicht. De cijfers die tussen haken achter de tabeltitels staan, verwijzen naar de desbetreffende post op de saldibalans.

Tabel 112 Begrotingsuitgaven (1) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Uitgaven ten laste van de begroting 2019

13.662.268

 

Uitgaven ten laste van de begroting 2018

 

12.814.041

Totaal

13.662.268

12.814.041

Tabel 113 Begrotingsontvangsten (2) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2019

1.645.509

 

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2018

 

2.278.536

Totaal

1.645.509

2.278.536

Onder de post uitgaven en ontvangsten ten laste van de begroting zijn de gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten van het jaar 2019 opgenomen waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Staten-Generaal is goedgekeurd.

Tabel 114 Liquide middelen (3) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Kas

52

97

Saldo liquide middelen

52

97

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden die aanwezig zijn in de kluizen van de kasbeheerders. De daling van de kassen wordt veroorzaakt door het opheffen van de kassen bij het Openbaar Ministerie en JustID. Daarnaast is de digitalisering van betalingen doorgezet in 2019. De saldi per 31/12/2019 bestaan uit voornamelijk uit de kassen voor de Griffierechtontvangsten (€ 36.239) en Dienst Terugkeer & Vertrek (€ 14.366).

Tabel 115 Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (4 en 4a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Rekening-courant RHB

11.297.779

9.904.449

Totaal

11.297.779

9.904.449

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met de schatkist van het Rijk geadministreerd weer. Dit saldo sluit aan met het laatst verstuurde saldobiljet van de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het Ministerie van Financiën (MvF).

Tabel 116 Begrotingsreserve (5 en 5a) (bedragen x € 1.000)

Naam begrotingsreserve

Saldo 31-12-2018

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2019

Artikel

Asielreserve

102.841

12.084

102.700

12.225

37

Voor onderbouwing en nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel 37, paragraaf asielreserve.

Tabel 117 Vorderingen buiten begrotingsverband (6) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Terwee

37.668

30.875

Door te belasten uitgaven

1.907

5.969

Salaris- en studievoorschotten

3.398

2.598

Totaal

42.973

39.442

Terwee

Wet Terwee maakt het voor slachtoffers van een misdrijf mogelijk om zich met een vordering tot schadevergoeding te voegen in het strafproces om op die manier een schadevergoeding te krijgen tegen de dader in plaats van een civiele vordering te starten. De stijging ten opzichte van 2018 wordt veroorzaakt door een toename van de uitbetaalde voorschotten aan slachtoffers en het achterblijven van betalingen door de daders, mede doordat de doorlooptijden van zaken langer zijn geworden. Per saldo stromen meer zaken in dan worden afgedaan of c.q. geïnd.

Door te belasten uitgaven

In 2018 bevond zich onder deze rubriek een onverschuldigde betaling aan SSC ICT van 3,9 mln. die in januari 2019 retour is ontvangen. Na aftrek van deze post is het saldo nagenoeg gelijk aan 2018.

Salaris- en studievoorschotten

Op deze rekeningen worden naast de centrale studievoorschotten J&V breed ook de salarisvoorschotten verantwoord die door de decentrale diensten zijn verstrekt. Het verstrekte voorschot wordt vervolgens op het salaris van de medewerker ingehouden. De stijging wordt veroorzaakt doordat er minder voorschotten worden afgerekend en er anderzijds ook meer voorschotten worden verstrekt.

Tabel 118 Schulden buiten begrotingsverband (7) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Afdracht sociale lasten

57.434

53.101

EU subsidies

21.920

59.604

Werkgeverslasten agentschappen en RvdR via RHB MvF

36.654

32.886

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

212.227

199.382

Af te wikkelen proceskosten

195

245

Strafrechtelijk beslag OM

132.591

117.945

Conservatoir beslag OM

266.642

174.530

Diversen OM

25.739

22.524

Gedeponeerde geldsommen

6.665

5.606

Noodhulp Sint Maarten

0

3.182

Overig

1.938

1.590

Totaal

762.004

670.595

Af te dragen sociale lasten

Dit betreft de afdrachten aan de belastingdienst, UWV en Loyalis over de maand december 2019. Deze zijn voldaan in januari 2020. De stijging bij de afdracht loonheffing is grotendeels veroorzaakt door de cao-stijging.

EU subsidies

De daling van de EU subsidies in 2019 van € 37,7 mln. t.o.v. 2018 wordt hoofdzakelijk verklaart door de volgende DG's. Ten eerste een daling bij DG Migratie van € 23,1 mln. Deze daling betreft bijna in zijn geheel het afrekeningen van oude fondsen (- 30,2 mln.) en het starten van nieuwe projecten (+ 6,5 mln.). Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) heeft nieuwe fondsen (+ 9,6 mln.) en een oud fonds gedeeltelijk afgerekend (- 18,5 mln.). DGRR heeft fondsen in afrekenfase bij EU (-1,4 mln.). De projecten van NCTV zitten eveneens in de afwikkelfase bij EU (- 4,0 mln.).

Door te belasten agentschappen/Raad voor de Rechtspraak (via RHB MvF)

Deze financiële rekeningen worden gebruikt om maandelijks de diverse uitgaven met de agentschappen en de Raad voor de Rechtspraak af te rekenen met een rijksbetaalstuk door tussenkomst van de RHB.

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

Het saldo betreft voornamelijk ontvangen betalingen op vorderingen die het CJIB voor bestuursorganen onder andere Centraal AdministratieKantoor (CAK) en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid incasseert en nog moet worden doorgestort. De CAK zaken betreffen ongeveer 95% van de inningen voor bestuursorganen. Ondanks een dalende instroom aan CAK zaken is er nog steeds sprake van een stijging van de post nog af te dragen gelden. Dit komt doordat er veelal sprake is van deelbetalingen.

Af te wikkelen proceskosten Griffie

Deze rekening geeft het saldo weer van de proceskosten die nog met partijen moet worden afgerekend.

Strafrechtelijk- en Conservatoir beslag

Het creditsaldo op deze rekeningen wordt gevormd door de gelden waarop beslag is gelegd. Het verschil tussen boekjaar 2018 en 2019 voor conservatoir beslag in 2019 wordt voornamelijk veroorzaakt door het beslag in een megazaak (€ 65 mln). Verder bestaat er een stijgende trend.

Diversen OM

Bedragen die in het kader van het «vrijlaten op borg-tocht» van een verdachte zijn ontvangen, worden op deze rekening verantwoord. Daarnaast wordt op deze rekening onder meer het saldo beheerd van de van het Ministerie van Financiën ontvangen profijtrente. Het betreft de rente over de in beslaggenomen gelden waarover door de rechter in de desbetreffende zaak of door het Openbaar Ministerie nog geen beslissing is genomen.

Gedeponeerde geldsommen

Betreft ontvangsten van partijen in rechtszaken waarvan de rechter een deskundigenonderzoek heeft gelast. De kosten van het deskundigenonderzoek worden hiermee gefinancierd.

Noodhulp Sint Maarten

Op deze derdenrekening stonden gelden van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor noodhulp na orkaan Irma. In 2019 zijn de claims afgewikkeld.

Tabel 119 Openstaande Rechten (9 en 9a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Ontnemingsmaatregelen

€ 10.653

€ 23.773

Schikkingen en transacties

€ 98

€ 154

Profijtrente

€ 2.038

€ 1.491

Totaal

€ 12.789

€ 25.418

De openstaande rechten binnen het Openbaar Ministerie bestaan uit drie categorieën. Namelijk openstaand recht inzake ontnemingsmaatregelen, schikkingen & transacties en profijtrente.Voor 2019 is het aantal zaken waarbij openstaand recht verbandhoudend met geldelijke zaken bestaat opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Van 2020 zal het openstaand recht voor deze zaken in de saldibalans worden opgenomen.

Tabel 120 Vorderingen (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Vorderingen binnen begrotingsverband

1.422.074

1.371.817

Totaal

1.422.074

1.371.817

Tabel 121 Vorderingen onderscheiden naar organisatieonderdeel (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Bestuursdepartement

10.826

8.757

Raad voor de Kinderbescherming

178

160

Openbaar Ministerie

6.418

4.686

JustID

813

1.524

Griffie

18.887

19.171

CJIB

1.384.952

1.337.519

Totaal

1.422.074

1.371.817

De vorderingen bij het Bestuursdepartement (BD), Openbaar Ministerie (OM) en CJIB vertonen een stijgende lijn ten opzichte van 2018. Bij BD betreft het een vordering op het Rijksvastgoedbedrijf van 1,4 mln. die per 31.12.2019 nog open staat. De stijging bij OM wordt veroorzaakt doordat de geregistreerde posten in december 2019 € 1,8 mln. hoger zijn dan de posten met registratiedatum december 2018. Het betreft vorderingen van de Politie ter hoogte van 1,1 mln. en Fiod ter hoogte van € 0,5 mln. De stijging bij het CJIB is vooral gerelateerd door een 4,1% toename van de ontnemingsmaatregelen (€ 61 mln.). Daarentegen zijn de OM afdoeningen bij CJIB gedaald met € 10 mln. door diverse acties, zoals seponering en zaakafsluitingen.

Tabel 122 Vorderingen ingedeeld naar aard (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Salarisvorderingen op ex-personeel

1.066

1.031

Sancties in het kader van Wahv

588.812

572.660

Strafrechtelijke boetes

74.633

93.155

OM-afdoeningen

54.803

64.910

Ontnemingsmaatregelen

666.704

605.196

Overige debiteuren

36.056

34.865

Totaal

1.422.074

1.371.817

In de tabel hierboven zijn de vorderingen naar aard verder uitgesplitst. Het grootste bedrag betreft de vorderingen uit wettelijke rechten. De andere vorderingen bestaan uit de salarisvorderingen op ex-personeel en overige debiteuren. Alle vorderingen zijn direct opeisbaar.

Tabel 123 Vorderingen ingedeeld naar categorie (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

1. Vorderingen uit wettelijke rechten

1.386.018

1.336.952

2. Vorderingen uit eerder gedane voorwaardelijk uitgaven

0

0

3. Vorderingen uit verkoop of uit dienstverlening

0

0

4. Andere vorderingen

36.056

34.865

Totaal

1.422.074

1.371.817

Tabel 124 Vorderingen ingedeeld naar ouderdom (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

Eindstand 2019

Eindstand 2018

<2012

150.245

181.118

2012

55.338

62.072

2013

33.429

48.437

2014

85.225

111.585

2015

102.856

127.483

2016

149.694

184.342

2017

255.732

302.358

2018

185.646

354.422

2019

403.909

0

Totaal

1.422.074

1.371.817

Tabel 125 Voorschotten (12 en 12a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Voorschotten

2.397.004

2.127.006

Totaal voorschotten

2.397.004

2.127.006

De financiële verhouding met de agentschappen is in 2019 eenmalig als voorschot opgenomen (zie leeswijzer). Het gaat om de volgende bedragen (met tussenhaakjes het overeenkomstige cijfer van 2018). DJI € 43,6 mln. (2018: € 34 mln.), IND € 18,2 mln. (2018: € 24,3 mln.), CJIB € 13,7 mln. (2018: € 10,4 mln.), NFI € 1 mln. (2018: € 0,8 mln) en Justis € 5.3 mln (2018: 1,9 mln.). De stand 2018 is niet op de gewijzigde presentatie aangepast.

Tabel 126 Ouderdom van voorschotten (12) (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

Eindstand 2018

Verstrekt 2019

Afgerekend 2019

Eindstand 2019

2011

1.140

0

0

1.140

2012

805

0

431

374

2013

3.458

0

2.905

553

2014

12.084

0

3.811

8.273

2015

9.937

0

6.843

3.094

2016

25.976

0

17.654

8.322

2017

162.628

0

123.933

38.695

2018

1.898.490

0

1.674.130

224.360

2019

0

2.100.845

1.140

2.099.705

Subtotaal

2.114.518

2.100.845

1.830.847

2.384.516

     

Voorschotten buiten begrotingsverband 2016

5.837

0

0

5.837

Voorschotten buiten begrotingsverband 2017

6.651

0

0

6.651

Voorschotten buiten begrotingsverband 2018

0

0

0

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2019

0

0

0

0

Subtotaal

12.488

0

0

12.488

     

Eindtotaal

2.127.006

2.100.845

1.830.847

2.397.004

Tabel 127 Openstaande voorschotten per artikel (12) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

31 Politie

616.696

524.196

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

457.653

434.372

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

94.094

52.953

34 Straffen en Beschermen

346.394

343.759

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

20.315

15.605

37 Migratie

764.374

741.054

91 Apparaat kerndepartement

114

24

93 Geheim

3.005

2.555

Subtotaal

2.302.645

2.114.518

   

Voorschotten buiten begrotingsverband 2016

5.837

5.837

Voorschotten buiten begrotingsverband 2017

6.651

6.651

Voorschotten buiten begrotingsverband 2018

0

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2019

0

0

Voorschotten agentschappen

81.871

0

Subtotaal

94.359

12.488

   

Totaal openstaande voorschotten per artikel

2.397.004

2.127.006

De verschillen van de openstaande voorschotten per artikel tussen de twee vergelijkende jaren worden hieronder toegelicht:

  • Artikel 31: De stijging van de openstaande voorschotten op artikel 31 wordt veroorzaakt door een stijging van verstrekte voorschotten aan de Nationale Politie van € 93 mln.

  • Artikel 32: Op dit artikel is er een stijging van € 23,3 mln., veroorzaakt door een voorschot aan de Autoriteit Persoonsgegevens van € 20,4 mln. die in 2018 nog niet in de voorschotadministratie voorkwam. Verder is het voorschot 2018 aan het Bureau Financieel toezicht nog niet afgerekend.

  • Artikel 33: In 2019 zijn de voorschotten op artikel 33 met € 41,1 mln. toegenomen. Deze stijging wordt in belangrijke mate verklaard door de extra bevoorschotting aan de RIEC's voor het programma ondermijning (€ 36 mln).

  • Artikel 37: De stijging op artikel 37 in 2019 t.o.v. 2018 is € 23,3 mln. Dit wordt bijna in zijn geheel verklaard door een stijging van verstrekte voorschotten aan het COA van € 25,6 mln., Schiphol Nederland (€ 3,9 mln.), IOM (€ 6 mln.), Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (€ 1 mln.) en een daling bij Stg. Nidos van € 15 mln.

Tabel 128 Garantieverplichtingen (13 en 13a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2019

2018

Garantieverplichtingen

2.368.295

2.359.139

Totaal

2.368.295

2.359.139

Voor het verloop van de garantieverplichtingen wordt verwezen naar tabel 3 (kolom ‘uitstaande garanties 2019’) en tabel 5 (kolom ‘saldo uitstaande leningen 2019’ en kolom ‘rekening courant limiet 2019’. In 2019 zijn in de stand voor het eerst ook de garanties in verband met de leenfaciliteit voor de interne partijen (zoals agentschappen) opgenomen. De stand 2018 is hierop niet aangepast. Als dit wel zou zijn gebeurd zou deze € 105 mln hoger zijn uitgekomen en was de stand 2018 € 2.464 000.

Tabel 129 Andere verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2019

2018

Andere verplichtingen

1.370.844

1.342.638

Totaal

1.370.844

1.342.638

Tabel 130 Verloopstaat verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Andere verplichtingen per artikel

Stand per 31-12-2018

Aangegaan in 2019

Negatieve bijstelling 2019

Tot betaling gekomen in 2019

Stand per 31-12-2019

31 Politie

23.402

6.294.993

873

6.306.608

10.914

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

444.486

1.598.163

1.131

1.574.732

466.786

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

74.840

918.965

16.425

849.256

128.124

34 Straffen en Beschermen

326.299

2.919.091

2.685

2.904.552

338.153

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

235.335

248.480

1.781

256.921

225.113

37 Migratie

135.197

1.260.233

4.213

1.277.149

114.068

91 Apparaat kerndepartement

98.308

497.808

22.326

489.477

84.313

93 Geheim

0

3.573

0

3.573

      

Subtotaal

1.337.867

13.741.306

49.434

13.662.268

1.367.471

      

Verplichtingen buiten begrotingsverband

4.771

0

0

1.398

3.373

      

Eindtotaal

1.342.638

13.741.306

49.434

13.663.666

1.370.844

De eindstand van de openstaande verplichting is in 2019 gestegen met € 12 mln. ten opzichte van 2018. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht:

  • Artikel 31: Daling met € 12 mln. Dit is veroorzaakt door een daling van de openstaande verplichtingen voor de 5 grote telecomproviders met € 9 mln. en een daling voor het Ministerie van Defensie (KMAR) van € 3 mln.

  • Artikel 32: De stijging van € 22 mln. heeft meerdere oorzaken. Stijgingen bij Stg. Juridisch loket (€ 27,8 mln.), Autoriteit Persoonsgegevens (€ 20,4 mln.), Stg. Geschillencommissie (€ 0,8 ml.), Stg. Recht en Overheid (€ 1,1 mln.), Bureau Financieel Toezicht (€ 6,6 mln.), College van Toezicht auteursrechten (€ 1 mln.) en een daling bij de Raad voor de Rechtsbijstand voor 2019 (€ 36,2 mln.).

  • Artikel 33: Stijging met € 54 mln. Dit is gerelateerd aan projecten ondermijning.

  • Artikel 34: Stijging met € 12 mln.: Reclassering Nederland (+ € 6,3 mln.), Verslavingsreclassering (+ € 2,4 mln.), Slachtofferhulp Nederland (+ € 2,7 mln.), Leger des Heils (+ € 0,7 mln.), G4S Cash solutions ( ‒ € 2,2 mln.), LBIO ( + € 0,7 mln.), GGZ Nederland ( ‒ € 1,1 mln.) en RCN ( + € 1,6 mln.)

  • Artikel 36: Daling met € 10 mln. Er zijn dalingen door kwartaalbetalingen aan de Veiligheidsregio’s (€ 11,4 mln.) en RIVM (€ 1,1 mln.). Daarnaast is er een stijging bij Fier.

  • Artikel 37: Daling met € 20,6 mln. Dalingen bij Stg. Nidos (€ 19,7 mln.) en IOM (€ 5,4 mln.) en een stijging bij ICTU (€ 4,2 mln.).

  • Artikel 91: Daling met € 12,6 mln. De verplichtingen voor Solvinity (€ 6,1 mln.) , Shuttel (€ 3,6 mln.) en Fujitsu (€ 8 mln.) zijn de grootste veroorzakers van de daling op dit artikel. Voor Metis is er een stijging van € 5,1 mln.

Tabel 131 Niet Uit De Balans Blijkende Verplichtingen (x € 1 mln.)

Omschrijving

(Inschatting)Bedrag

Raad voor de Rechtsbijstand

186,6

Raad voor de Rechtspraak vakantiegelden

21,1

Schikkingen en transacties OM

776,3

Rijkshuisvesting voor specialties

nnb

Claim KBVG

nnb

Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand heeft ultimo 2018 een vordering van € 186.634.831 op het ministerie van JenV die samenhangt met de verplichting in haar balans voor het deel van de afgegeven toevoegingen dat nog niet is vastgesteld. (Bron: Raad voor Rechtsbijstand Jaarrekening 2018). Het cijfer per ultimo 2019 is nog niet beschikbaar.

Raad voor de Rechtspraak vakantiegelden

De Raad voor de Rechtspraak heeft sinds het boekjaar 2005 een vordering op het ministerie inzake de financiering van de te betalen vakantiegelden en sociale lasten. Bij het inwerking treden van het baten-lastenstelsel per 1 januari 2005 is overeengekomen dat ter financiering van deze verplichting op de openingsbalans van de RvdR een separate vordering wordt opgenomen en er door het ministerie van JenV geen aflossing op deze vordering zal plaatsvinden. Het betreft hier louter een boekhoudkundige vordering. De vordering bedraagt € 21,1 mln.

Schikkingen en transacties OM

Grote schikkingen en transacties van het Openbaar Ministerie worden met ingang van het boekjaar 2014 verantwoord op het moment van ontvangst van het kasbedrag. Mocht in de toekomst blijken dat ofwel in het kader van een artikel 12-procedure het OM over zal moeten gaan tot vervolgen en dat de transactie of schikking terugbetaald moet worden, ofwel naar de mening van het OM voldoende vaststaat dat in rechte afdwingbare rechten van derden voorgaan, dan zal het OM het betreffende bedrag onverwijld terugbetalen. Op 31 december 2019 bedroeg het maximale risico van terugbetalen van schikkingen en transacties een bedrag van € 776,3 mln. Dat betreft een grote zaak waarin een hoge transactie is overeengekomen die op 4 september 2018 is gepubliceerd. In betreffende zaak is een artikel 12 procedure gestart. De rechtbank heeft in deze zaak 1 of meerdere belanghebbende ontvankelijk verklaard. Naar verwachting wordt in maart 2020 de zaak inhoudelijk behandeld door de rechtbank.

Rijkshuisvestingsstelsel voor specialties

In het kader van het rijkshuisvestingsstelsel worden alle kantoorlocaties en specialties (locaties specifiek voor bepaald proces) in de balans van het Rijksvastgoedbedrijf opgenomen. Voor de specialties geldt echter dat wanneer een actief wordt afgestoten of wanneer er schade wordt geleden een eventueel verlies voor rekening komt van het ministerie dat op een eerder moment gevraagd heeft om het actief te realiseren. Ingeval van een voordeel is het ook het ministerie dat het pand in gebruik heeft dat hiervan geniet en niet het Rijksvastgoedbedrijf.

In geval van DJI gaat het bij de specialties om de justitiële inrichtingen. Er bestaan naast de situaties die in de balans zijn verwerkt geen voornemens tot afstoten.

Ingeval van het NFI gaat het om het pand aan de Laan van Ypenburg in Den Haag. Er bestaan echter geen voornemens om dit pand af te stoten.

Ingeval van het OM gaat het om een aantal locaties die een specifieke rol vervullen in het primair proces en daarom een zwaardere afscherming vereisen. Er bestaan geen voornemens om het aantal locaties terug te brengen.

Juridische claim KBvG en diverse gerechtsdeurwaarders(kantoren)

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en diverse gerechtsdeurwaarders(kantoren) hebben een procedure aangespannen jegens de Staat in verband met door hen vermeend geleden schade als gevolg van de indexering van de tarieven voor ambtshandelingen («schuldenaarstarieven») gedurende 2013 tot 2016.

Licence