Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3. Beleidsprioriteiten

Voor Nederland, wereldwijd

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zet zich in voor Nederland, wereldwijd. Dit jaarverslag blikt terug op 2020, en op de vraag in hoeverre het ministerie in staat is geweest om de ambities die in de begroting 2020 zijn opgeschreven, te behalen.

2020 stond in het teken van de wereldwijde COVID-19-uitbraak, die een grote stempel drukte op het werk van het ministerie afgelopen jaar. Op consulair gebied was dit het meest zichtbaar voor de Nederlander: een massale repatriëringsoperatie van gestrande Nederlanders in de lente van 2020, en daarna een steeds wisselend pallet aan reisadviezen en grensmaatregelen. Maar ook op andere gebieden had het ministerie een belangrijke rol in de bestrijding van het virus. Dichtbij huis, via intensieve samenwerking met buurlanden die andermaal het belang van goede bilaterale relaties aantoonden, en in de Europese Unie, die een grote rol speelt in de gezamenlijke coronabestrijding. Bilateraal kon het kabinet, dankzij het programma ondersteuning buitenlands beleid (POBB), aan de hand van concrete voorstellen gericht steun bieden aan derde landen in hun strijd tegen de pandemie.

Ondanks de COVID-19 pandemie stond de wereld niet stil. Verschillende onderhandelingen in Europa en crises in verschillende delen van de wereld raakten Nederlandse belangen direct. In Europa zette Nederland zich in voor een Brexit-akkoord dat de Europese interne markt zeker stelt, maar waar ook oog is voor de vele gedeelde belangen die wij met het VK hebben. Het in de laatste dagen van 2020 gesloten akkoord tussen het VK en de EU was het hoogst haalbare. Binnen de EU werd ook een nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK) vastgesteld, met als belangrijk deel daarvan een nieuw herstelfonds om de economische gevolgen van de COVID-19-crisis te ondervangen, en werd in december 2020 een akkoord bereikt over een ambitieuzer klimaatdoel voor 2030.

Buiten Europa laten de ontwikkelingen aan de flanken van de EU en aan de rand van het Koninkrijk het belang zien van blijvende aandacht voor deze gebieden. In de landen van de voormalige Sovjet-Unie vroegen spanningen en conflicten, onder meer in Belarus, de Zuidelijke Kaukasus, evenals de vergiftiging van de Russische oppositieleider Navalny, om extra inspanningen, zowel bilateraal als in Europees verband. In Libanon werden de meervoudige crises verder verergerd door een grote explosie in de haven, en liepen de spanningen tussen Iran en zijn buren, evenals met de VS, verder op naar aanleiding van de aanslag op een hoge militaire commandant begin van dat jaar. En ook de zich verdiepende politieke, economische en humanitaire crisis in Venezuela vroeg in 2020 veel aandacht, met name met betrekking tot de gevolgen op de Caribische Koninkrijksdelen. 2020 stond bovenal ook in het teken van de groeiende rivaliteit tussen de VS en China. De pandemie werkte in 2020 als trendversneller van geopolitieke en geo-economische verschuivingen en legde ongewenste afhankelijkheden en kwetsbaarheden bloot.

In het afgelopen jaar is daarom des te meer het belang van een actieve, effectieve en slagvaardige inzet van de EU onderstreept. Daarbij is samenwerking met gelijkgezinde partners als de VS, Canada en met landen in de Azië-regio steeds belangrijker. We delen hierbij gezamenlijke uitgangspunten: het in stand houden van het multilateralisme/internationale rechtsorde, maritieme en digitale veiligheid, het belang van open en veilige vaarroutes, open en eerlijke handel binnen een op regels gebaseerd handelssysteem en bescherming van het klimaat.

2020 was ook het jaar dat Nederland middels de aansprakelijkheidsstelling Syrië kracht bijzette op onze inzet voor gerechtigheid voor de slachtoffers van mensenrechtenschendingen door het Syrische regime, behaalde het kabinet een belangrijk resultaat met de instelling van het EU mensenrechtensanctieregime en wist Nederland met de organisatie van de World Press Freedom Conference de rol van journalisten wereldwijd weer onder de aandacht te brengen. Met Suriname werden de diplomatieke banden hersteld.

Ondanks de beperkingen die het diplomatieke werk tijdens de coronapandemie kent, blijven Nederlandse diplomaten medewerkers in Den Haag zich 24 uur per dag, 7 dagen per week inzetten. Voor Nederland en Nederlanders wereldwijd.

Buitenlandspolitieke ontwikkelingen

De VS is en blijft voor Nederland de belangrijkste niet-Europese bondgenoot en een essentiële partner voor de vrede, veiligheid en welvaart. In het afgelopen jaar werkten Nederland en de VS in multilateraal verband onder meer samen ter bevordering van de vrijheid van religie en geloofsovertuiging (FoRB). Ook is samen met de VS verdere invulling gegeven aan de strategische dialoog over cyber en sensitieve technologie en heeft Nederland het initiatief voor een gezamenlijke strategische dialoog over wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie genomen. De sterke bilaterale relatie maakt het mogelijk om met elkaar te spreken over kwesties waar geen overeenstemming over is. Het opheffen van de sancties tegen ICC-medewerkers (International Criminal Court), terugkeer van de VS naar de World Health Organisation (WHO) en de Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) en de multilaterale samenwerking rondom Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) zijn hier enkele voorbeelden van. In EU-verband maakte het kabinet zich sterk voor een proactieve Europese inzet voor verdere versterking van de trans-Atlantische betrekkingen.

De versneld toegenomen rivaliteit tussen China en de VS is voelbaar op vele dossiers en stelt ons voor nieuwe uitdagingen en moeilijke keuzes. In de China-notitie stelde het kabinet doelstellingen voor de nieuwe balans die Nederland in haar relatie met China nastreeft. Het China Kennisnetwerk, met als doel de kennis over en bewustwording van China bij Rijksambtenaren en decentrale overheden te vergroten, heeft in 2020 goed vorm gekregen. Het netwerk heeft zeven beleidsrelevante en interdepartementale onderzoeken gefinancierd bij verschillende denktanks in binnen- en buitenland.

Om een eigen koers te kunnen blijven varen, is een meer actieve inzet van de EU wereldwijd een must. Zo ook met landen in Azië. Het kabinet stelde daarom de beleidsnotitie Indo-Pacific: een leidraad voor versterking van de Nederlandse en EU-samenwerking met partners in Azië op, onder meer in voorbereiding op de ontwikkeling van een EU-strategie vis-à-vis de Indo-Pacific. De Nederlandse belangenbehartiging vraagt om gerichte intensivering van de samenwerking met (gelijkgezinde) landen in deze regio op basis van een brede agenda. Het kabinet verwelkomde dan ook de EU-India top die in juli 2020 plaatsvond. Tevens is Nederland, conform kabinetswens, recentelijk door de 10 ASEAN-landen geïnformeerd toe te mogen treden tot het Southeast Asia Treaty of Amity and Cooperation.

Het kabinet kreeg bij het bespreken van de Kamerbrief over Rusland steun van de Kamer om het beleid van gecombineerde druk en selectieve samenwerking op een realistische en koersvaste manier voort te zetten. De NAVO en de EU zijn voor Nederland daarvoor steevast de voornaamste kanalen. Tevens nam het kabinet, daar waar nodig gepaste maatregelen, onder meer door de inzet van het cybersanctieregime. Nederland onderkent dat Rusland een wereldspeler blijft van invloed op de veiligheid en stabiliteit, maar ook op de economie, het klimaat en de wereldwijde energievoorziening. Waar nodig en mogelijk blijft het kabinet daarom inzetten op pragmatische samenwerking. Als gevolg van de uitbraak van de COVID-19 crisis hebben consultaties Rusland niet kunnen plaatsvinden. De mensenrechtenambassadeur en de speciaal gezant religie en geloofsovertuiging hebben hun reis naar Rusland moeten uitstellen. Maar zelfs al kwam een wezenlijke dialoog niet altijd van de grond, deze is wel noodzakelijk.

In de relatie met Rusland staat het neerhalen van vlucht MH17 bovenaan. Op 9 maart 2020 startte het strafproces tegen vier verdachten voor hun rol bij het neerhalen van de vlucht. Het strafproces vindt plaats in Nederland, ingebed in internationale steun en samenwerking. Het mobiliseren en behouden van internationale steun blijft voor het kabinet prioriteit. Om de nabestaanden maximaal te ondersteun en diende het kabinet op 10 juli 2020 een interstatelijke klacht in tegen Rusland bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Rusland nam in oktober 2020 eenzijdig het besluit de trilaterale onderhandelingen tussen Australië en Nederland enerzijds en de Russische Federatie anderzijds te staken. Het kabinet blijft met steun van partners Rusland oproepen de onderhandelingen te hervatten, met als doel tot een oplossing te komen die recht doet aan het enorme leed en de toegebrachte schade voor het neerhalen van vlucht MH17.

Eind 2020 kwam de Europese Raad (ER) overeen over te gaan tot opleggen van beperkende maatregelen onder het sanctieregime voor Turkije. De ER besloot hier toe naar aanleiding van de aanhoudende unilaterale en provocerende acties van Turkije in het Oostelijke-Middellandse-Zee gebied. Nederland drong cf. de motie-Van der Graaf c.s., aan op gerichte en effectieve sancties.

Nederland en de EU hebben zich ingezet tegen het Israëlische voornemen om delen van de Westelijke Jordaanoever te annexeren. Die plannen werden internationaal breed van de hand gewezen. Uiteindelijk besloot Israël de plannen niet uit te voeren als deel van de afspraken met de Verenigde Arabische Emiraten om de relaties te normaliseren. Nederland en de EU verwelkomden dit en de andere akkoorden tussen Israël en Arabische landen om de relaties te normaliseren. Het kabinet drong er bij Israël op aan definitief af te zien van mogelijke eenzijdige annexatie.

Afgelopen jaar werd in Soedan het vredesakkoord getekend. Als lid van de Friends of Sudan groep heeft Nederland het afgelopen jaar Soedan met woord en daad gesteund voor op het welslagen van deze democratische transitie, met specifieke aandacht voor samenwerking met het internationaal strafhof.

Europese samenwerking

COVID-19 in Europees verband: De COVID-19 pandemie zorgde voor de nodige uitdagingen op het gebied van de Europese samenwerking. De Europese Unie heeft beperkte bevoegdheden op het terrein van de volksgezondheid, maar het virus vraagt een grensoverschrijdende aanpak. Door goede samenwerking tussen lidstaten zijn daarom op Europees niveau veel maatregelen tot stand gekomen om het virus te bestrijden, waarbij de Europese vrijheden en verworvenheden zo goed mogelijk zijn beschermd. In onderlinge afstemming werd de gemeenschappelijke buitengrens grotendeels gesloten om im- en export van het virus te voorkomen. Na de zomer werden, mede dankzij Nederlandse inzet, reisrestricties afgebouwd op basis van objectieve gezondheidscriteria. Daarnaast werden, om de interne markt te waarborgen, zogenaamde «green lanes’’ opgezet om het vrachtverkeer doorgang te laten vinden, en werkten lidstaten samen bij de repatriëring van hun onderdanen uit derde landen. Ook op gezondheidsgebied werken lidstaten nu meer samen in de EU: het Europese centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC, Engelse afkorting) kreeg een centrale rol in de gezamenlijke crisisbestrijding, het Europees Medicijnagentschap (EMA) beoordeelt vaccins voor toelating tot de markt en de Europese Commissie kocht namens alle lidstaten vaccins en beschermingsmiddelen in. Tenslotte hielpen landen ook elkaar ook op economisch gebied, o.a. d.m.v. een herstelfonds, waarover hieronder meer.

Samenwerking met buurlanden, inclusief de gevolgen van COVID-19: De coronacrisis leidde tot intensivering van de interdepartementale en grensoverschrijdende samenwerking. De Cross-Border Corona Taskforce met Nederland, België, Noordrijn-Westfalen, Nedersaksen en Rijnland-Palts heeft er mede voor gezorgd dat de grens tussen Nederland en Duitsland gedurende de coronacrisis steeds open is gebleven. Dankzij de corona-werkgroep in Benelux-verband onder Nederlands voorzitterschap kon Nederland tijdig reageren op mogelijke grensoverschrijdende effecten van voorziene maatregelen in deze buurlanden. Daarnaast zijn er in Benelux-verband twee samenwerkingsverbanden opgezet over crisisbeheersing en volksgezondheid.

Op een aantal Europese onderwerpen boekte de Nederlandse inzet in 2020 daarnaast de volgende concrete vooruitgang:

  • In december 2020 werd in de triloog een akkoord bereikt over het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027, het Herstelinstrument in reactie op de COVID-19 crisis, het Eigenmiddelenbesluit en de MFK-rechtsstaatverordening. Het bereikte onderhandelingsresultaat komt op voor Nederland prioritaire elementen in grote mate overeen met de kabinetsinzet.

    • Ten opzichte van het MFK 2014-2020 komt er inhoudelijk een sterkere nadruk op onderzoek en innovatie, klimaat, vergroening, migratie en veiligheid.

    • Bovendien beschikt de EU met de MFK-rechtsstaatverordening voor het eerst over een mechanisme dat een directe koppeling legt tussen de ontvangst van middelen uit de EU-begroting, inclusief het Herstelinstrument, en de eerbiediging van de beginselen van de rechtsstaat.

    • Door het bereikte onderhandelingsresultaat nemen de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting over de periode van het volgende MFK als geheel niet meer toe dan reeds in de Rijksbegroting was voorzien.

    • Nederland ontvangt in het MFK 2021-2027 een hogere jaarlijkse lumpsumkorting op de EU-afdrachten van EUR 1,921 miljard (in prijzen van het jaar 2020) en de vergoeding voor de inning van de invoerrechten wordt verhoogd.

    • De oprichting van het Herstelinstrument en de Recovery and Resilience Facility (RRF) was oorspronkelijk niet voorzien. Op aandringen van Nederland en in nauwe samenwerking met andere lidstaten is het gelukt om steun te koppelen aan de uitvoering van structurele hervormingen en is aan de besluitvorming binnen de RRF een noodremprocedure toegevoegd om in het uiterste geval te kunnen ingrijpen als lidstaten onvoldoende voortgang boeken bij de uitvoering van hervormingen.

  • Brexit: op kerstavond jl. hebben de onderhandelaars van de EU en het VK de handels- en samenwerkingsovereenkomst gepresenteerd. Dit akkoord over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK is gebalanceerd, beschermt de EU-belangen, verzekert eerlijke concurrentie, respecteert EU-standaarden en regelt de visserij als integraal onderdeel van het handelsakkoord. Het akkoord is het hoogst haalbare resultaat, gerealiseerd door hechte interdepartementale en nauwe Europese samenwerking, op alle niveaus, in Brussel, in de hoofdsteden en op de posten. Het akkoord heeft de schade voor Nederland beperkt en, mede dankzij de goede voorbereiding van meest betrokken stakeholders, gezorgd voor een zo soepel mogelijke overgang naar de nieuwe relatie met het VK.

  • Door de inzet van Nederland en 9 gelijkgezinde lidstaten is het gelukt onder Duits voorzitterschap een akkoord te bereiken over een aantal maatregelen die de wetgevingstransparantie in de Raad verbeteren, waaronder de praktijk van trilogen. Tevens is tijdens het Duits voorzitterschap een politiek akkoord bereikt over het introduceren van een interinstitutioneel transparantieregister.

  • Het instrumentarium van de EU op gebied van Rule of Law is zowel aan de preventieve kant, met een nieuw jaarlijks Rule of Law rapport, inclusief de dialoog hierover in de Raad Algemene Zaken en de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, als aan de handhavende kant met de MFK-rechtsstaatverordening (zie hierboven onder MFK) het afgelopen jaar, dankzij de inzet van Nederland, gelijkgestemde lidstaten en het Europees Parlement, aanzienlijk versterkt.

  • Discussie in Europees verband over zorgen over de rechtsstaat in een aantal EU-lidstaten en bovenstaand instrumentarium leidde in sommige gevallen tot verscherpte tegenstellingen, die ook hun weerslag hadden op de bilaterale relaties. Voor zover mogelijk tijdens de coronacrisis zijn consultaties en/of landenconferenties georganiseerd om het gedeeld belang bij goede samenwerking te onderstrepen.

  • Nederland heeft het afgelopen jaar ingezet op een veilige, stabiele en welvarende situatie in de buurlanden van de Unie. Hierbij werd met name ingezet op het versterken van de rechtsstaat, bestrijding van corruptie en verbeteren van de veiligheidssituatie. Mede dankzij Nederlandse inspanningen zijn de Partnership Priorities voor het Zuidelijk Nabuurschap eind 2020 verlengd. Daarnaast heeft Nederland samen met gelijkgezinde landen actief bijgedragen aan de totstandkoming van EU-sancties tegen schenders van mensenrechten en het VN-wapenembargo in Libië en nieuwe sancties tegen Belarus na de onrechtmatig verlopen verkiezingen in augustus.

  • Het EU-uitbreidingsbeleid blijft strikt, fair en betrokken. Nederland heeft zich het afgelopen jaar, samen met Frankrijk en Denemarken, actief ingezet voor een herziening van de uitbreidingsmethodologie. Door de nieuwe methodologie en de voortgang op hervormingsterrein kon Nederland in maart van dit jaar instemmen met het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië. Voor Albanië werd hier op voorspraak van Nederland wel een aantal voorwaarden aan verbonden.

Klimaat

Nederlandse diplomatieke inzet om wereldwijd hogere klimaatambities te realiseren leidde tot verschillende tastbare resultaten:

  • In Europa droeg Nederland in een kopgroep van EU-landen actief bij aan het bereiken van het akkoord om in 2030 de emissies met 55% te hebben verminderd en om 30% van de EU meerjarenbegroting te reserveren voor klimaatactie.

  • Ook buiten Europa droegen Nederlandse inspanningen bij aan het verhogen van nationale klimaatambities. Onder andere Chili en Zuid-Korea kondigden daartoe aangemoedigd nieuwe reductiedoelen aan.

  • Onder Nederlands co-voorzitterschap van het NDC Partnership (NDCP) werd het zgn. Climate Action Enhancement Package (CAEP) uitgerold, op basis waarvan 63 ontwikkelingslanden konden worden ondersteund om hun klimaatbeleid en ambities onder het Parijsakkoord verder te verhogen. Bovendien assisteerden economische adviseurs van het NDCP 30 landen in het nemen van groene herstelmaatregelen in antwoord op de COVID-19 crisis.

  • Via Partnering for Green Growth (P4G), een internationaal initiatief om bij te dragen aan groene economische groei en het behalen van de Sustainable Development Goals (SDGs) en de Parijsdoelstellingen in ontwikkelingslanden, worden met actieve Nederlandse inbreng inmiddels 50 publiek-private partnerschappen gesteund.

  • Bij de Wereldbank en andere multilaterale ontwikkelingsbanken speelde Nederland met gelijkgezinde landen een leidende en aanjagende rol voor vergroening en uitfasering van fossiele financieringen. Daartoe aangemoedigd, spraken meer dan 300 Nederlandse bedrijven zich uit voor duurzaamheid als hoeksteen voor COVID-19 herstelplannen wereldwijd.

  • Via het We Are Tomorrow-programma steunt Nederland in 9 landen het werk van de Jonge Klimaat Beweging om ook jongeren actiever te betrekken bij het opstellen van klimaatbeleid.

Internationale veiligheid

In april 2020 verscheen de tussenrapportage van de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheids-strategie (GBVS). Deze concludeert dat de veiligheidsuitdagingen waar NL voor staat groter, complexer en veelomvattender zijn dan voorheen. De verharding van internationale geopolitieke verhoudingen stellen oude zekerheden ter discussie terwijl nieuwe strategische uitdagers zich nadrukkelijk aandienen. Nieuwe dreigingen grijpen rechtstreeks in op onze samenleving, ons verdienvermogen en onze waarden.

De GBVS biedt de strategische kaders voor de geïntegreerde wereldwijde inzet van het Rijksbrede instrumentarium voor een veilig Nederland. De GBVS is nauw gelinkt aan aanpalende beleidsbrieven zoals de in oktober jongstleden verschenen Defensievisie 2035, de Defensienota, de BHOS-nota en de Nationale Veiligheid Strategie, inclusief de onlangs verschenen mid-term review.

Voorkomen

De Nederlandse inzet is geordend langs drie pijlers: voorkomen, verdedigen en versterken. Ter voorkoming van dreigingen zette Nederland onder meer haar internationale aanjagersrol van systematische, data-gedreven Early Warning Early Action (EWEA) voort. Hiermee kunnen (veiligheids) dreigingen eerder worden geïdentificeerd en geadresseerd. De organisatie van het EU EWEA Forum samen met het Duits EU voorzitterschap, de Data for Peace and Security Conferentie (D4PS) in Den Haag en de ontwikkeling van systematische, data-gedreven tools voor EWEA zijn hiervan concrete resultaten. Laatstgenoemde is een van de initiatieven in de interdepartementale Operatie Inzicht in Kwaliteit.

Ook zette het kabinet zich onverminderd in voor het maken, verbeteren en afdwingen van internationale afspraken over nucleaire en andere massavernietigingswapens. De Non-proliferatieverdrag Toetsingsconferentie (mei 2020) werd vanwege COVID-19 uitgesteld naar augustus 2021. Nederland zette als covoorzitter van het voorzitterschapsbureau de voorbereidingen voort. Ook was Nederland actief in het ministeriële Stepping Stones initiatief en binnen het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) om momentum voor de toetsingsconferentie te behouden.

2020 kenmerkte zich door verdere verslechtering in de implementatie van het JCPOA door de voortzetting van een less for less benadering door Iran, mede in reactie op de geleidelijke herintroductie van sancties door de VS. Nederland zette zich samen met Europese bondgenoten in voor behoud van het JCPOA, o.a. door begin 2020 formeel toe te treden als aandeelhouder van INSTEX (Instrument in Support of Trade Exchanges). Doel van Nederlandse deelname aan dit special purpose vehicle was om bij te dragen aan het faciliteren van betalingsverkeer tussen Europese en Iraanse bedrijven. Tegelijk heeft Nederland Iran aangemoedigd terug te keren naar implementatie van afspraken onder het JCPOA.

Het kabinet bleef zich in 2020 ook inzetten voor effectieve internationale afspraken en een kritische uitvoering van het wapenexportbeleid. Voorbeelden hiervan zijn de aanpassing van het wapenexportbeleid ten aanzien van Hongkong, strikte monitoring van het aangescherpte wapenexportbeleid voor Turkije en door in de Arms Trade Treaty en de Mensenrechtenraad meer aandacht te vragen voor het effect van wapenleveranties aan betrokken partijen op het conflict in Jemen. Ook pleitte Nederland in Europese fora voor een moratorium op het leveren van wapens aan Turkije die ingezet zouden kunnen worden in Nagorno-Karabach, maar ook in Libië en Syrië.

Vanuit het besef dat ruimtevaart risico’s voor Nederland oplevert, introduceerde het kabinet eind 2020 nieuw beleid voor veiligheid van de ruimte. Nederland zet hierin via drie kerninitiatieven (ruimte­­­­­veiligheids­bewustzijn, verbinding met bestaande beleidstrajecten en space situational aware­ness voor diplomatiek gebruik) op vermindering van de kwetsbaarheid van de ruimte en draagt rechtstreeks bij aan de versterking van de internationale rechtsorde, internationale samenwerking, en veiligheid en stabiliteit.

In december publiceerde het kabinet de nieuwe Nederlandse Polaire Strategie 2021-2025 «Beslagen ten ijs». Hiermee beoogt het kabinet actieve invulling aan het polaire beleid. Tevens werd de Dutch Arctic Circle geherlanceerd, een netwerkorganisatie van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen, NGO’s en vertegenwoordigers van diverse ministeries.

Verdedigen

De NAVO blijft de hoeksteen voor het verdedigen van onze veiligheid. Eind 2019 besloten regeringsleiders tot een toekomstgericht reflectieproces ter (verdere) versterking van de politieke dimensie van de NAVO. Binnen een van de sporen onder dit proces verscheen in december 2020 het eindrapport van de NAVO Reflectiegroep. De Groep bepleit onder andere een update van het Strategisch Concept uit 2010, omdat na 10 jaar delen achterhaald zijn geraakt. Nederland besteedde in 2020 volgens de NAVO naar verwachting 1,48% van het bbp aan defensie-uitgaven. Deze toename ten opzichte van 2019 wordt voornamelijk veroorzaakt door economische krimp als gevolg van de coronacrisis. Langs de lijnen van het AIV-advies «Nederland en de wereldwijde aanpak van COVID-19» droeg het kabinet haar fair share van EUR 1 miljoen aan steunverzoeken via de NAVO.

Op het gebied van contra-terrorisme en terugkeerders vervulde Nederland een actieve rol als covoorzitter van de Foreign Terrorist Fighters-werkgroep van de anti ISIS-coalitie en als lid van de Core7 landen die berechting van foreign terrorist fighters in de regio voorstaan. Nederland was aanjager binnen deze groep van zeven Europese landen en in de contacten met de Iraakse regering om te komen tot berechting van Foreign Terrorist Fighters (FTF) in Irak. Berechting van FTFs in de regio blijft hierdoor nadrukkelijk op de internationale agenda staan. In Europees verband had Nederland een katalyserende rol bij aanname van de Europese Raadsconclusies contraterrorisme met aandacht voor respect van mensenrechten en Rule of Law in Europees CT-beleid. Samen met Marokko en de VN lanceerde Nederland een initiatief binnen het Global Counter Terrorism Forum over het tegengaan van terrorismefinanciering, met inachtneming van de bewegingsvrijheid voor NGO’s conform de Nederlandse kabinetsinzet.

Digitale weerbaarheid is een steeds groter wordend aspect van internationale veiligheid. Nederland zette zich in 2020 dan ook onverminderd hard in voor de bestendiging van internationale rechtsorde in het digitale domein. Onder meer door het creëren in VN-kader van draagvlak voor ideeën die gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat internationaal recht landen in staat stelt zich te verweren tegen cyberdreigingen. Met gelijkgezinde landen heeft Nederland in VN-onderhandelingen tegenwicht geboden aan landen die uitgaan van een autocratische visie op het internet. Daarnaast heeft Nederland het draagvlak voor voorstellen ter bescherming van de publieke kern van het internet, verkiezingen en medische sector geconsolideerd. Het kabinet zette zich in voor mensenrechten online en het voorkomen van een splinternet. Nederland verbond ook consequenties aan normoverschrijdend gedrag. De Nederlandse voortrekkersrol bij de totstandkoming van het EU cybersanctieregime (2019) werd in 2020 succesvol voortgezet bij de implementatie van het regime, met als resultaat dat de eerste cybersancties onder dit nieuwe regime juli jl. zijn aangenomen (onder andere betrokken bij de cyberoperatie tegen de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) (2018) op de sanctielijst en betrokken bij de cyberaanval op de Bondsdag in 2015). Daarnaast heeft Nederland in 2020 meerdere malen publiekelijk steun uitgesproken voor landen die slachtoffer werden van cyber-aanvallen.

Het belang van economische veiligheid heeft in 2020 een vlucht genomen. Het afgelopen jaar lag de focus van het kabinet op de vertaling van specifieke casuïstiek naar een meer systematische en proactieve aanpak van wat we in het kader van de nationale veiligheid moeten beschermen op gebied van bijvoorbeeld vitale infrastructuur, hoogwaardige technologie of kennis. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zorgde in 2020 dat nationale discussies hierover internationaal zijn ingebed, bijvoorbeeld in EU, bilateraal of like-minded verband.

Versterken

De derde pijler van het Nederlandse veiligheidsbeleid betreft het versterken van ons veiligheidsfundament. De Nederlandse opstelling over de rol van de EU hierin is in de afgelopen jaren geëvolueerd en ambitieuzer geworden. Het kabinet staat voor een én-én-benadering, waarbij zowel het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van de EU als de NAVO worden versterkt. Via de kabinetsreacties op het AIV-advies (Adviesraad Internationale Vraagstukken) inzake Europese Veiligheid en op de IOB-evaluatie (Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie) van het GVDB, heeft het kabinet haar visie op de Europese veiligheidsarchitectuur nader toegelicht. Deze zal een weg moeten vinden richting het Strategisch Kompas van de EU, waarvoor in 2020 het startschot werd gegeven. Ook werden de onderhandelingen over de verordening voor het Europees Defensiefonds afgerond, waarbij Nederland met succes gepleit heeft voor deelname van grensoverschrijdende midden-en kleinbedrijven aan het Europees Defensiefonds zodra het fonds operationeel wordt. Nederland droeg constructief bij aan de onderhandelingen voor een nieuw financieel instrument, de Europese Vredesfaciliteit, die de slagkracht van het EU veiligheidsbeleid vanaf 2021 ten goede zal komen.

In opvolging van de motie Koopmans t.b.v. het versterken van een internationaal normatief kader voor autonome wapens en bewapende Unmanned Aerial Vehicles (UAVs) bracht NL samen met Duitsland, Finland, Tsjechië, en Zweden een politieke verklaring uit met onder meer aankondiging van een strategisch EU proces over het verantwoord militaire gebruik van nieuwe technologieën, waaronder Artificial Intelligence (AI) en defensie-gerelateerde innovatie.

Gezien de druk op de internationale rechtsorde en de instabiliteit in de regio’s rond Europa investeerde Nederland in vredesmissies en crisisbeheersingsoperaties. Hierbij hanteerde NL waar mogelijk een geïntegreerde benadering: geïntegreerde inzet van ontwikkelingssamenwerking, diplomatieke activiteiten, en defensie- en justitie- en politie-inspanningen van de civiele en militaire missies op het gebied van conflictpreventie en het bevorderen van duurzame vrede. Ter bevordering van de maritieme veiligheid in de Golfregio leverde Nederland tot en met juni 2020 een artikel-100 bijdrage aan de missie EMASoH (European-led Mission Awareness Strait of Hormuz) met fregat Zr. Ms. De Ruyter, een boordhelikopter en een aantal stafofficieren voor het Frans geleide hoofdkwartier in Abu Dhabi. Complementair hieraan leverde Nederland een Senior Civilian Representative voor het diplomatieke spoor van de missie.

De strijd tegen ISIS bleef centraal aan de veiligheidsinzet van het kabinet. Naast de beëindiging van de Nederlandse trainingsmissie in Erbil, leverde Nederland nieuwe bijdragen aan adviesteams van de anti-ISIS-coalitie, nieuwe strategische uitzendingen naar de NAVO-missie in Irak en nieuwe artikel 100-inzet in de vorm van force protection-bijdragen aan de Belgische F-16-missie in Jordanië en aan de internationale luchthaven in Erbil in Irak, vanaf waar de anti-ISIS coalitie een belangrijk deel van het werk in Noord-Irak ontplooit. Het kabinet besloot om de VN-missie MINUSMA in Mali vanaf 2021 te ondersteunen met de inzet van een transportvliegtuig. Ook besloot het kabinet tot steun aan het Franse initiatief voor Taakgroep Takuba in de Sahel met deelname van twee stafofficieren. Het mede door Nederland gefinancierde en getrainde grensbewakingsteam van de Nigerese politie werd in 2020 operationeel.

Mensenrechten en internationale rechtsorde

Nederland zette zich in 2020 onverminderd in voor de mensenrechten wereldwijd. Het kabinet kijkt met succes terug op de samen met UNESCO georganiseerde jaarlijkse World Press Freedom Conference. Tijdens deze volledig digitale conferentie stond de vrijheid en onafhankelijkheid van journalisten wereldwijd centraal. Aan de ministeriële bijeenkomst namen op uitnodiging van de minister van Buitenlandse Zaken 53 collegaministers deel.

In december vorig jaar besloot de Raad van de Europese Unie tot instelling van het EU-mensenrechtensanctieregime, waarmee mensenrechtenschenders wereldwijd op de EU-sanctielijst geplaatst kunnen worden. Nederland heeft zich jaren hiervoor hard gemaakt en heeft door effectieve Europese samenwerking en coalitievorming dit resultaat weten te bereiken.

Ook maakte het kabinet in september 2020 bekend Syrië onder internationaal recht aansprakelijk te stellen voor grove mensenrechtenschendingen en foltering in het bijzonder. Het tegengaan van straffeloosheid is een prioriteit binnen het Nederlandse buitenland- en mensenrechtenbeleid.

Het Koninkrijk is sinds januari 2020 lid van de VN-Mensenrechtenraad. In dit jaar droeg het Koninkrijk onder meer bij aan versterking van het normstellend kader voor toegang tot informatie en aan verbreding van het draagvlak voor een verplichte verantwoording in de Algemene Vergadering bij de Verenigde Naties (AVVN) van kandidaten die het lidmaatschap van Mensenrechtenraad ambiëren.

Mede dankzij de onverminderde inzet van Nederland en gelijkgezinden in de Mensenrechtenraad, is in oktober 2020 het mandaat van de Group of Eminent experts, die onderzoek doet naar oorlogsmisdrijven in Jemen, wederom met een jaar verlengd. Conform de Nederlandse inzet werd in deze resolutie ook tekst opgenomen met een oproep aan landen om het leveren van wapens die vervolgens worden ingezet in het conflict in Jemen tegen te gaan (arms transfers).

Nederland maakte zich hard voor de in juni door de Mensenrechtenraad opgerichte Fact Finding Missie voor Libië, die onderzoek zal doen naar mensenrechtenschendingen in het land. In 2020 trad Nederland toe tot de International Follow-up Committee for Libya (IFCL), het platform dat toeziet op de naleving en implementatie van de in januari 2020 gemaakte internationale afspraken omtrent Libië, dankzij co-voorzitterschap van de International Humanitarian Law & Human Rights (IHL/HR) werkgroep van de IFCL. Samen met covoorzitters Zwitserland en de VN, wordt gewerkt aan het bevorderen van mensenrechten en respect voor internationaal recht in Libië t.b.v. een duurzame en vreedzame politieke oplossing voor het conflict.

Nederland sloot zich aan bij de International Religious Freedom and Belief Alliance (IRFBA), een Amerikaans initiatief voor de bevordering van vrijheid van religie en levensovertuiging wereldwijd. Proactieve Nederlandse deelname, middels de Speciaal Gezant Religie en Levensovertuiging, resulteerde in het Nederlands lidmaatschap van de Informal Steering Committee. Deelname aan IRFBA sluit aan bij de intensivering van een van de mensenrechtenprioriteiten.

In de Raad van Europa zette het kabinet zich actief in voor een hechtere Europese waarden-gemeenschap. In het Comité van Ministers, dat onder meer toeziet op naleving van uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), speelde Nederland een actieve rol. Naast de jaarlijkse contributie aan de Raad van Europa, droeg Nederland – als voorzitter en als donateur - ook weer actief bij aan het Human Rights Trust Fund waaruit projecten worden gefinancierd die de lidstaten ondersteunen in het tenuitvoerleggen van EHRM-uitspraken.

Gastland voor internationale organisaties en diplomatieke vertegenwoordigingen

Nederland was ook in 2020 een aantrekkelijk gastland voor internationale organisaties en diplomatieke missies, inclusief de in Den Haag gevestigde internationale tribunalen en gerechtshoven. Nederland voorziet daarin d.m.v. heldere regelgeving en professionele uitvoering daarvan/communicatie daaromtrent. Ook in crisistijd slaagde het gastland erin om eenduidige en heldere communicatie vanuit de rijksoverheid met IO’s en diplomatieke missies te voeren. Hierdoor konden belangrijke Internationale Organisaties zoals het Europees Medicijnagentschap en de OPCW ondanks COVID-19-beperkingen goed blijven functioneren. Ook konden bij internationale rechtszaken bij o.a. het Internationaal Strafhof en het Kosovo-Tribunaal – ondanks de geldende inreisbeperkingen – belangrijke verdachten en getuigen gehoord blijven worden.

Als gevolg van regelmatige monitoring/signalering van verkeersovertredingen begaan door personen die in Nederland diplomatieke immuniteit genieten en versterkte voorlichting door het gastland hierover is het aantal verkeersovertredingen in 2020 gedaald met 50%. Daarmee droeg Nederland ook in 2020 bij aan het functioneren van Internationale Organisaties binnen de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.

Het Conferentiebureau, dat de organisatie van wereldwijde conferenties in Nederland faciliteert, vormde zich snel om van organisator van fysieke congressen naar ontwerper/facilitator van hybride en digitale conferenties. Het technisch zeer vooruitstrevende Youth at Heart Virtual Forum en de World Press Freedom Conference zijn daar succesvolle resultaten van.

Migratie

In 2020 werd de diplomatieke inzet op grondoorzaken en beheersing van irreguliere migratie bestendigd in West-Afrika/Sahel, de Hoorn van Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De gevolgen van COVID-19, zoals de wereldwijd opgelegde reisbeperkingen, hebben niet alleen impact gehad op migratiestromen, maar ook op de situatie van gestrande migranten en de mogelijkheden kwetsbare groepen te assisteren. Lopende programma’s hebben vertraging opgelopen.

Nederland heeft, o.a. ter uitvoering van de motie Kuik/Voordewind, verder geïnvesteerd in bestrijding van mensenhandel en –smokkel, onder meer door het versterken van de capaciteit van verschillende herkomst en transitlanden om mensenhandel en –smokkel te voorkomen, onderzoeken en vervolgen. Verder heeft Nederland bilateraal en in EU-verband gewerkt aan de brede programma’s met landen zoals Nigeria, Irak en Tunesië.

Naar aanleiding van de COVID-19-crisis heeft Nederland als voorzitter van het Khartoum Proces het werkplan van deze internationale migratiedialoog moeten aanpassen. Geplande thematische bijeenkomsten over migratiesamenwerking zijn uitgesteld. Wel zijn virtuele bijeenkomsten georganiseerd over de gevolgen en impact van COVID-19 voor migratie in de Hoorn van Afrika.

De irreguliere aankomsten in Europa zijn in 2020 wederom gedaald ten opzichte van 2019. Uit cijfers van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX, Franse afkorting van Frontières extérieures) blijkt dat in 2019 sprake was van ruim 119.000 irreguliere aankomsten en in 2020 was dat gedaald naar ruim 89.000. Ook zijn in 2020 4.815 migranten met Nederlandse ondersteuning vrijwillig vanuit transitlanden teruggekeerd naar het land van herkomst.

Venezuela / Koninkrijksaangelegenheden

Ondanks de schrijnende humanitaire situatie, het economische verval en grove schendingen van mensenrechten wist het Maduro-bewind aldaar het effectieve gezag te behouden. Nederland speelde een actieve rol binnen de EU en de International Contact Group in de zoektocht naar een politieke oplossing. Het EU-sanctieregime werd met een jaar verlengd en uitgebreid naar 36 individuen gelieerd aan het Maduro-bewind. Nederland steunde in de VN Mensenrechtenraad een resolutie die het mandaat voor de Independent International Fact Finding Mission on Venezuela met twee jaar verlengt.

Doordat de diplomatieke kanalen met het Maduro-bewind open werden gehouden, konden tijdens de COVID-19 pandemie repatriëringsvluchten plaatsvinden en kon de neergestorte NH-90 helikopter van Defensie worden geborgen. Het Koninkrijk trad toe tot de Group of Friends van het Quito-proces, een regionaal initiatief van landen in de regio om te komen tot een eensgezinde en pragmatische aanpak van de Venezolaanse migratiecrisis. Nederland nam deel aan donorconferenties ten behoeve van de vijf miljoen Venezolaanse migranten in de regio en gaf EUR 3 miljoen financiële steun aan VN-programma’s Humanitarian Response Plan (in Venezuela) en Regional Refugee and Migrant Response Plan (t.b.v. Venezolaanse migranten in de regio).

Veel geplande activiteiten en regionale initiatieven werden een halt toegeroepen door de COVID-19-pandemie. BZ heeft, mede dankzij de inzet van het postennet in de Latijns-Amerikaanse en Caribische regio, een actieve rol gespeeld in de repatriëring van Koninkrijksburgers. Ook de Nederlandse zeilers in het Caribisch gebied zijn ondersteund bij het vinden van een veilig onderkomen, of met de overtocht naar Nederland.

Consulaire diplomatie: 24/7 staat BZ voor Nederlandse burgers klaar

In 2020 stond het Ministerie van Buitenlandse Zaken meer dan ooit klaar om consulaire diensten te leveren voor Nederlanders wereldwijd. Het meest in het oog springende element was de repatriëring van gestrande Nederlanders. Nadat eind januari 2020 enkele tientallen Nederlanders werden geëvacueerd uit Wuhan, werd eind maart het convenant Bijzondere Bijstand Buitenland (BBB) gelanceerd t.b.v. de wereldwijde COVID-19-repatriëringsoperatie. Dit was een uniek samenwerkingsverband tussen BZ, reisorganisaties, luchtvaartmaatschappijen en alarmcentrales, waarmee uiteindelijk meer dan 50.000 Nederlanders (consulaire) bijstand hebben ontvangen. In totaal zijn er wereldwijd en i.s.m. EU-partners, 55 BBB-vluchten uitgevoerd, waarmee 12.000 reizigers zijn teruggehaald, zo’n 10.000 Nederlanders en zo’n 2.000 EU burgers.

Daarnaast werden de reisadviezen een belangrijk instrument in de nationale coronabestrijding. De COVID-19-gerelateerde gezondheidsrisico’s werden, op basis van adviezen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), onderdeel van de reisadviezen, en de belangstelling van de Nederlander voor de adviezen nam enorm toe. In 2020 werden de reisadviezen 89,5 miljoen keer geraadpleegd, t.o.v. 3,3 miljoen keer in 2019. Dezelfde tendens was zichtbaar bij het 24/7 contactcentrum: in 2020 zijn 900.000 vragen gesteld, waarvan 90% COVID-19-gerelateerd. Om de toenemende aantallen vragen te verwerken is (flexibele) capaciteit toegevoegd, zodat het Ministerie ook bij toekomstige crises nog beter in de informatiebehoefte bij klanten kan voorzien.

De reguliere consulaire dienstverlening werd in de lente van 2020 grotendeels stilgelegd, n.a.v. grens- en bewegingsbeperkingen die veel landen (waaronder Nederland) instelden. Hoewel de uitgifte van reisdocumenten begin zomer 2020 grotendeels herstart is, kon de visum- en MVV-verlening (machtiging tot voorlopig verblijf) slechts binnen de kaders van de bestaande Europese reisbeperkingen opgestart worden. Het ministerie heeft zich in 2020 ingespannen (en blijft dit doen) om binnen die kaders zo goed als mogelijk in de vraag naar visa te voorzien.

Naast de COVID-19 gerelateerde werkzaamheden heeft het Ministerie ook op het overige consulaire gebied in 2020 veel bereikt:

  • De Caribische visumplicht voor Venezolanen is geïmplementeerd, i.s.m. met ketenpartners, de post in Caracas en de Caribische Koninkrijksdelen. De oorspronkelijke ingangsdatum was april 2020, vanwege COVID-19 is dit uitgesteld naar 15 januari 2021.

  • Op 1 januari 2021 is het vervallen van de vrijstelling op Airport Transit Visa (ATV) geïmplementeerd, het belangrijkste Brexit-gerelateerde thema en een vereiste voor ATV-plichtige vreemdelingen met een Brits visum of verblijfsdocument. Hierdoor wordt ruimte gecreëerd in Brussel om op termijn terug te keren naar de status quo (vrijstelling van de ATV-plicht).

  • Ondanks de COVID-19-crisis is het moderniseringsproces van de consulaire dienstverlening doorgegaan. Met de NOMAD-pilot in Bern, waarmee de burger via nederlandwereldwijd.nl een digitaal loket krijgt voor het aanvragen van een visum of reisdocument, is verdere ervaring opgedaan, die begin 2021 zal leiden tot uitrol van de pilot op nieuwe locaties.

  • Het Project Loket Buitenland heeft grote voortgang geboekt. In 2020 is wederom een groot aantal overheidsproducten en diensten aan de website toegevoegd, waardoor we een stap dichterbij het doel komen om zoveel mogelijk overheidsdiensten voor Nederlanders in het buitenland op een plaats te brengen. Samen met het Ministerie van Algemene Zaken is de bouw gestart van een nieuwe versie van de website, gebaseerd op het prototype 1Overheid.

Bijgaand overzicht laat zien welke consulaire diensten zijn geleverd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken in 2020.

Cultuur

In het jaar waarin werd stilgestaan bij 50 jaar Internationaal Cultuurbeleid (ICB), werden de meeste ICB-activiteiten en -programma’s die na het eerste kwartaal plaatsvonden, noodgedwongen geannuleerd of uitgesteld, waaronder ook de viering van het 50-jarige bestaan van het Erasmushuis, het Nederlandse culturele instituut in Jakarta. Tegelijkertijd heeft (met ondersteuning door de overheid) de grote creativiteit die de culturele sector eigen is een scala aan alternatieve manieren opgeleverd om cultuur vorm te geven en in het buitenland te presenteren. Een aantal meerjarige programma’s waaronder het «Inclusive cities and societies through design» met Turkije, Rusland, Egypte en Marokko, uitgevoerd door het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie werd met succes afgerond. In 2021 zal met een evaluatie over de hele beleidsperiode 2017-2020 worden teruggekeken welke waardevolle inzichten en lessen deze periode heeft voortgebracht.

Postennet

Ook voor onze vertegenwoordigingen in het buitenland was 2020 een bijzonder jaar. Onze medewerkers hebben vanwege COVID-19 onder buitengewoon lastige en uiteenlopende omstandigheden hun werk moeten doen. Samen met lokale partijen en met hulp van diverse instanties in Nederland, is hulp geboden op diverse terreinen door Nederlanders te repatriëren, bedrijven van informatie te voorzien, behulpzaam te zijn bij individuele gevallen, Nederlandse hulporganisaties bij te staan, en daarnaast zoveel als mogelijk de reguliere werkzaamheden door te laten gaan. Daarnaast is een groot aantal posten – tijdelijk – afgeschaald en moest in veel landen veelal vanuit huis worden gewerkt. Ondanks COVID-19 is de uitbreiding van het postennet zoveel mogelijk als gepland doorgegaan. In sommige gevallen konden collega’s vanwege reisbeperkingen pas later aantreden dan gepland.

In het Regeerakkoord 2017 «vertrouwen in de toekomst» is ter versterking en uitbreiding van het postennet extra budget beschikbaar gesteld. Voor 2020 betekent dit dat er EUR 30 miljoen extra beschikbaar is. Daarnaast is bij de behandeling van de begroting voor 2020 een tweetal amendementen aangenomen. Het betreft het amendement Sjoerdsma/Koopmans en amendement Voordewind. Door beide amendementen is in totaal EUR 5 miljoen extra toegevoegd aan het budget.

Op 23 september 2020 heeft de nieuwe Nederlandse ambassadeur in Jerevan zijn geloofsbrieven aangeboden aan de President van de Republiek Armenië waarmee de Nederlandse ambassade in Armenië formeel is geopend. Daarnaast is met de extra middelen het Loket Buitenland verder ingericht en zijn diverse ambassades en andere vertegenwoordigingen in het buitenland uitgebreid met nieuwe functies. Daarbij is verder uitvoering gegeven aan de Kamerbrief uit oktober 2018. Door de extra formatieplaatsen die vanaf 2018 aan het postennet zijn toegevoegd konden extra resultaten worden geboekt. Omdat de posten opereren als «one team» kunnen niet alle resultaten direct aan de versterking worden toegerekend. Desalniettemin rapporteren de posten dat de extra capaciteit op de thema’s waarop is uitgebreid zeker hebben geleid tot meer resultaten.

  • Op het terrein van migratie is met de extra inzet de informatiepositie van Nederland op dit thema versterkt, is een expertmissie vanuit Algiers naar Nederland georganiseerd, is Nederland nauwer betrokken bij de vergaderingen van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en worden regionale programma’s in Tunesië, Algerije en Libië uitgevoerd.

  • Op het terrein van de instabiliteit rondom Europa is de extra inzet gebruikt om extra informatie te verkrijgen voor bijvoorbeeld terugkeerdossiers en is Nederland beter in staat om zijn informatiepositie in b.v. Oekraïne te behouden.

  • De versterking binnen het thema veiligheid levert op dat in bepaalde regio’s op het gebied van cyber nauwer samengewerkt is met EU-partners en met landen ter plaatse.

  • Dankzij de versterkte inzet op Europa is een aantal EU-posten versterkt. Hierdoor is Nederland beter in staat geweest de belangrijke onderhandelingen over onder meer de Brexit en de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie te volgen en te beïnvloeden.

  • Met de extra inzet op economische groeikansen zijn specifieke handelsthema’s voor het voetlicht gebracht met extra aandacht voor topsectoren. Ook zijn diverse handelsmissies (meestal digitaal of hybride) georganiseerd.

  • Ten slotte is ook op een aantal ontwikkelingsthema’s extra geïnvesteerd in menskracht om de uitbreiding van de OS-programma’s in een aantal landen te begeleiden. De thema’s sluiten aan bij de BHOS nota «Investeren in Perspectief».

Realisatie beleidsdoorlichtingen - Buitenlandse Zaken - Hoofdstuk V

Art.

Naam artikel

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Geheel artikel?1

Behandeling Tweede Kamer

1

Versterkte internationale rechtsorde

       

Nee

 

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

  

X2

     

31721-23

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

 

X

      

32735-146

1.3

Gastlandbeleid internationale organisaties

     

X3

  

Zie artikel 4

2

Veiligheid en stabiliteit

       

Nee

 

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

         

2.2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme

         

2.3

Wapenbeheersing

     

X

  

33694-38;

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

  

X4

     

Zie art 1.1

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

     

X5

  

22112-2837

3

Effectieve Europese samenwerking

         

3.1

Afdrachten aan de Europese Unie

X6

       

32721-14

3.2

Europees ontwikkelingsfonds

     

X7

  

22112-2837

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

         

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie

X8

       

Zie art. 3.1

4

Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

     

X

 

Ja

31271-33

1

Tot 2018 was het bij BZ en BHOS gebruikelijk om beleidsdoorlichtingen niet over het gehele beleidsartikel uit te voeren maar één niveau lager, namelijk van beleidsdoelstellingen. Met ingang van 2019 worden beleidsdoorlichtingen van het gehele beleidsartikel geprogrammeerd.

2

Deze beleidsdoorlichting combineert sub-artikel 1.1 en 2.4.

3

Tot 2018 maakte deze beleidsdoelstelling onderdeel uit van beleidsartikel 4. Gastlandbeleid is daarom meegenomen in de doorlichting van beleidsartikel 4 die in 2019 aan de Tweede Kamer is aangeboden.

4

Deze beleidsdoorlichting combineert sub-artikel 1.1 en 2.4

5

Deze beleidsdoorlichting combineert onderdelen van de sub-artikelen 3.2 en 2.5.

6

Deze beleidsdoorlichting combineert sub-artikel 3.1 en 3.4.

7

Deze beleidsdoorlichting combineert onderdelen van de sub-artikelen 3.2 en 2.5.

8

Deze beleidsdoorlichting combineert sub-artikel 3.1 en 3.4

Licence