Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

III Toelichting op de saldibalans per 31 december 2020

Uitgaven ten laste van de begroting (debet 11.150.628 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

   

Uitgaven ten laste van de begroting

11.150.628

10.552.421

Onder deze post zijn de gerealiseerde uitgaven op de begroting van BZ in het jaar 2020 opgenomen. Splitsing van de uitgaven heeft plaatsgevonden o.b.v. de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk.

Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

Ontvangsten ten gunste van de begroting (credit 862.718 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

   

Ontvangsten ten gunste van de begroting

862.718

805.175

Onder deze post zijn de gerealiseerde ontvangsten in het jaar 2020 opgenomen. Splitsing van de ontvangsten heeft plaatsgevonden o.b.v. de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

De liquide middelen omvatten girale en chartale gelden, alsmede gelden onderweg en hebben betrekking op het Departement en de Vertegenwoordigingen in het buitenland. Het treasury beleid is er, met betrekking tot de gelden van Hoofdstuk V van de Rijksbegroting, op gericht te komen tot een optimale beheersing van de geldomvang en een kostenminimalisatie ten aanzien van bankkosten en rentederving. Hierbij spelen aspecten als liquiditeitenbeheer, valutarisicobeheer, debiteuren- en crediteurenbeheer een grote rol.

Omdat de administratie en de liquide middelen stroom voor beide begrotingen via één administratief systeem verlopen, is er voor gekozen alle lopende rekeningen op te nemen op de balans van BZ en het saldo van de uitgaven m.b.t. BHOS achteraf middels een intern verrekenstuk tussen de RHB-rekeningen van BZ en BHOS te verrekenen.

Liquide middelen (debet 66.439 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

3.1 Kassaldi

5.695

4.442

3.2 Banksaldi

60.853

47.994

3.3 Gelden onderweg

‒ 109

533

Totaal

66.439

52.969

3.1 Kassaldi
Kassaldi (debet 5.695 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Reguliere kassaldi

2.617

1.583

Noodreserve posten

3.078

2.859

Totaal

5.695

4.442

Uit oogpunt van een adequaat liquiditeitenbeheer wordt ernaar gestreefd de hoogte van de kassaldi zoveel mogelijk te beperken en kasbetalingen te beperken. Naast de normale kassaldi worden op diverse Vertegenwoordigingen contanten in voorraad gehouden in verband met eventuele calamiteiten.

Enkele Vertegenwoordi­gingen worden regelmatig voorzien van contanten, omdat giraal bankverkeer niet mogelijk is. Het merendeel van de kassaldi wordt in vreemde valuta aangehouden.

Als gevolg van COVID-19 zijn de kassaldi in 2020 verhoogd ten opzichte van andere jaren. Reden hiervoor is om een back-up te creëren voor het geval posten niet meer bij banken terecht zouden kunnen voor kasgeld en om kosten van repatriëring van Nederlanders op te kunnen vangen.

3.2 Banksaldi

Het aanwezige banksaldo ontstaat merendeels door bankrekeningen die BZ aanhoudt in het buitenland, in beheer bij de Nederlandse Vertegenwoordigingen.

Banksaldi (debet 60.853 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Banksaldo

60.853

47.994

3.3 Gelden onderweg
Gelden onderweg (credit 109 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Kruisposten

21

791

Betalingsopdrachten Vertegenwoordigingen

‒ 130

‒ 258

Totaal

‒ 109

533

Betalingsopdrachten Vertegenwoordigingen betreffen uitgegeven cheques die per 31 december nog niet zijn afgeschreven van de bankrekeningen van de Vertegenwoordigingen en de Kruisposten bevat eventueel uit Nederland overgemaakte gelden welke nog niet op lokale bankrekeningen zijn bijgeschreven per 31 december.

Rekening-courant RHB (credit 10.348.688 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Rekening-courant RHB

10.350.387

9.792.906

Te verrekenen tussen BZ en BHOS

‒ 1.699

‒ 218

Totaal

10.348.688

9.792.688

Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Het ver­schuldigde saldo op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is in overeenstemming met de opgave van de RHB. Door de splitsing van de balans tussen BHOS en BZ is er een te verrekenen bedrag tussen de twee balansen noodzakelijk om evenwicht te creëren. Het te verrekenen bedrag ontstaat doordat er ná de verrekening van de maand december nog correcties plaatsvinden die invloed hebben op de verhouding BZ en BHOS. De verrekening van dit bedrag heeft bij de RHB plaatsgevonden met verrekenstukken in het komende jaar.

Onder deze post zijn de vorderingen opgenomen, die zijn ontstaan als gevolg van uitgaven ten behoeve van derden.

Vorderingen buiten begrotingsverband (debet 86.952 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

6.1 Ministeries

6.328

9.806

6.2 Persoonlijke rekeningen

482

1.077

6.3 Externe debiteuren

72.412

72.729

6.4 Overige vorderingen

7.730

7.201

Totaal

86.952

90.813

Onderstaand overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de intracomptabele vorderingen en de ouderdom.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2020

2019

2018

2017 en ouder

Direct opeisbaar ministeries

6.328

6.274

27

0

27

Direct opeisbaar persoonlijke rekeningen

344

75

71

74

124

Direct opeisbaar externe debiteuren

3.552

2.958

222

79

292

Direct opeisbaar overige vorderingen

4.417

2.857

477

647

437

Totaal direct opeisbare vorderingen

14.641

12.164

797

800

880

Op termijn opeisbare vorderingen

72.173

    

Geconditioneerde vorderingen

138

    

Totaal

86.952

    
6.1 Ministeries
Ministeries (debet 6.328 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Ingevorderd

1.769

5.067

In te vorderen

4.559

4.739

Totaal

6.328

9.806

Het ingevorderde bedrag per ministerie is als volgt verdeeld:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

240

16

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

10

10

Infrastructuur en Waterstaat

330

571

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

44

10

Economische Zaken en Klimaat

22

1.021

Algemene Zaken

1

17

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

395

1.788

Financiën

110

94

Defensie

617

1.087

Justitie en Veiligheid

0

453

Totaal

1.769

5.067

Het in te vorderen bedrag per ministerie is als volgt verdeeld:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

8

12

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

34

47

Infrastructuur en Waterstaat

0

85

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

22

22

Economische Zaken en Klimaat

3.195

2.441

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

153

554

Financiën

54

79

Defensie

694

961

Justitie en Veiligheid

399

538

Totaal

4.559

4.739

6.3 Externe debiteuren

Deze categorie vorderingen heeft betrekking op derden zoals particulieren, bedrijven en dergelijke. Deze vorderingen ontstaan zowel op het De­partement als op de Vertegen­woordigingen in het buitenland.

Externe debiteuren (debet 72.412 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

In te vorderen externe debiteuren

294

707

Ingevorderd ICC

68.861

70.634

Ingevorderd overige

3.257

1.388

Totaal

72.412

72.729

Het bedrag bij Ingevorderd ICC betreft de lening die verstrekt is ten behoeve van de nieuwbouw van het International Criminal Court. De vordering is een 2,5% annuïteitenlening met een looptijd tot en met 2046.

6.4 Overige vorderingen

Onder deze categorie worden vorderingen opgenomen die niet in de overige categorieën vallen. Hieronder vallen ook vorderingen ontstaan naar aanleiding van een uitgave, die ter plaatse op de Vertegen­woordiging verrekend wordt.

Overige vorderingen (debet 7.730 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Te vorderen BTW (buitenland)

4.418

3.677

Ter plaatse te verrekenen uitgaven buitenland

3.312

3.524

Totaal

7.730

7.201

Hieronder vallen schulden ontstaan door ontvangsten en inhoudingen die met derden verrekend zullen worden.

Schulden buiten begrotingsverband (credit 92.613 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Nog af te dragen loonheffing en premies

0

10.638

Af te lossen ICC-lening

75.705

78.789

Ter plaatse te verrekenen

211

299

Silent partnerships

11.202

7.535

Ministeries

623

535

Diverse overige schulden

4.872

544

Totaal

92.613

98.340

Van het Ministerie van Financiën is een lening ontvangen ter financiering van de nieuwbouw van het International Criminal Court. De lening wordt tot en met 2039 in de vorm van een 3,56% annuïteitenlening afgelost. Zie de toelichting bij 6.3 inzake de verstrekte lening aan het ICC.

Navolgend overzicht geeft inzicht in de mate van ouderdom van de intracomptabele schulden.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2020

2019

2018 en ouder

Intracomptabele schulden

92.613

5.768

6.412

80.433

Dit betreffen vorderingen die reeds ten laste van de begroting zijn gebracht en extracomptabel worden bewaakt. Deze vorderingen hebben vaak een langdurig karakter.

Vorderingen (debet 9.127 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Diverse extracomptabele vorderingen

9.127

8.961

Totaal

9.127

8.961

Navolgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de extracomptabele vorderingen en de ouderdom.

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2020

2019

2018

2017 en ouder

Direct opeisbaar overige vorderingen

4.839

2.721

2.115

3

0

Geconditioneerde vorderingen

4.288

    

Totaal

9.127

    

Diverse extracomptabele vorderingen

De post diverse extracomptabele vorderingen bestaat uit:

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

(Huur) Waarborgsommen

4.050

4.098

Buiteninvordering gestelde vorderingen

311

63

Voorschot op ontslaguitkeringen

238

242

Overige

4.528

4.558

Totaal

9.127

8.961

Schulden (credit 10 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Diverse extracomptabele schulden

10

230

Totaal

10

230

De extracomptabele schuld bestaat uit het te verrekenen bedrag uit de reis- en vertaalenveloppe van het EU Raadsbudget en wordt in zijn geheel verantwoord op de balans van BZ.

Dit betreffen nog openstaande voorschotten, waarvan de uitgaven reeds ten laste van de begroting zijn gebracht. Afwikkeling vindt plaats op basis van ontvangen verant­woordingen.

Voorschotten (debet 1.006.289 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2020

31 december 2019

Voorschotten

366.768

367.024

Voorschot Loyalis

1.028

788

EU-afdracht zonnepanelen

634.140

0

Subtotaal

1.001.936

367.812

Voorschotten RVO

4.353

2.633

Totaal

1.006.289

370.445

In december 2020 is een afdracht onder voorbehoud, van netto EUR 634 miljoen, aan de Europese Commissie gedaan vanwege een geschil met de Commissie over de verschuldigdheid van Traditionele Eigen Middelen over de invoer van zonnepanelen, waarover al dan niet anti-dumpingsheffingen en compenserende rechten geheven moesten worden.

Ouderdomsanalyse voorschotten (x 1.000 EUR)

 

31 december 2020

31 december 2019

Verstrekt in 2013 en ouder

 

850

850

Verstrekt in 2014

 

510

1.176

Verstrekt in 2015

 

1.111

2.404

Verstrekt in 2016

 

3.888

12.071

Verstrekt in 2017

 

18.432

44.496

Verstrekt in 2018

 

56.736

118.933

Verstrekt in 2019

 

101.038

190.515

Verstrekt in 2020

 

823.724

0

Totaal

 

1.006.289

370.445

Opbouw openstaande voorschotten (exclusief voorschotten RVO):

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2020

31 december 2019

Openingsbalans

 

367.812

351.318

Bij: Verstrekte voorschotten

 

834.077

192.264

Af: Verantwoorde voorschotten

 

190.855

181.837

Af: Herwaardering naar nieuwe corporate rate

 

9.098

6067

Eindbalans

 

1.001.936

367.812

De voorschottenstand bestaat uit alle betalingen voor activiteiten waarover verantwoording moet plaatsvinden.

Garantieverplichtingen (credit 176.743 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2020

31 december 2019

Council of Europe Bank (CED)

 

176.743

176.743

Totaal

 

176.743

176.743

De garantieverplichting die uitstaat bij de CED betreft het niet volgestorte aandelenkapitaal. In 2020 is de waarde van de garantieverplichting niet gewijzigd.

Opbouw openstaande verplichtingen:

Andere verplichtingen (credit 970.127 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2020

31 december 2019

Openingsbalans

 

1.291.812

1.555.190

Af: Correctie beginbalans

  

52.443

Bij: Aangegane verplichtingen

 

10.828.943

10.341.486

Af: Tot betaling gekomen verplichtingen

 

11.150.628

10.552.421

Eindbalans

 

970.127

1.291.812

Conform deze toelichting worden de negatieve bijstellingen niet separaat in de toelichting op de saldibalans weergegeven. Overigens worden omvangrijke negatieve bijstellingen op de verplichtingen wel toegelicht bij de financiële toelichting van het beleidsartikel waar de negatieve bijstelling betrekking op heeft.

De post deelnemingen bestaat uit aandelen in internationale instellingen. Voor het niet volgestorte deel (callable capital) is een garantieverplichting verstrekt die onder 13. Garantieverplichtingen is opgenomen.

De deelneming kan als volgt gespecificeerd worden. De laatste kolom van het overzicht vermeldt de voting power ultimo 2020. Naast de omvang van de deelneming in aandelen kan dit percentage ook beïnvloed zijn door bijvoorbeeld de omvang van de middelenaanvullingen.

Deelnemingen (debet 22.070 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2020

31 december 2019

Voting power in %

     

Council of Europe Development Bank

 

22.070

22.070

3,63

Totaal

 

22.070

22.070

 

In 2020 is de waarde van de deelneming niet gewijzigd.

Convenant Ministerie van Defensie

In 2009 is een convenant getekend voor een periode van drie jaar met het Ministerie van Defensie inzake de inzet van KMAR bij de beveiliging van Nederlandse Hoog Risico Vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in het Buitenland. Het convenant wordt ieder jaar stilzwijgend verlengd, tenzij één van de partijen schriftelijk het stilzwijgen doorbreekt. Voor de periode 2018 tot en met 2021 waren de kosten oorspronkelijk geraamd op EUR 15,3 miljoen per jaar. In 2020 is dit structureel verhoogd naar EUR 25,2 miljoen per jaar. De vernieuwing van het convenant is aanstaande. Op begrotingsniveau wordt dit verrekend met het Ministerie van Defensie.

Licence