Base description which applies to whole site

4.2 Beleidsartikel 13 Bodem en Ondergrond

Een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. Het doel is de vraagstukken op het gebied van bodemkwaliteit, drinkwatervoorziening, grondwater, bodemdaling, duurzaam bodembeheer in de landbouw, kabels en leidingen en bodemenergie in relatie met de maatschappelijke opgaven als energietransitie en klimaatadaptatie aan te pakken. Daarnaast is het beleid gericht op het tot stand brengen van een betrouwbare en betaalbare drink- en afvalwatervoorziening in Caribisch Nederland.

Het Rijk is enerzijds verantwoordelijk voor het systeem van wet- en regelgeving omtrent beheer en gebruik van bodem, ondergrond en water en stimuleert anderzijds de investeringen en de bescherming daarvan. Daardoor heeft de Minister van IenW een stimulerende en een regisserende rol.

Stimuleren

Voor het onderdeel Bodem en Ondergrond is de algemene doelstelling om te komen tot een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. De (Rijks)structuurvisie Ondergrond vormt een belangrijke basis voor het ordenen van activiteiten met betrekking tot bodem en ondergrond. De aanpak is onder meer beschreven in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 en het Convenant Bodem en Bedrijven 2015. Het Rijk bevordert de investeringen in de kwaliteit van bodem en ondergrond door middel van:

  • Het bevorderen van de duurzame kwaliteit van het doelmatig gebruik van het bodem- en watersysteem.

  • Het Uitvoeringsprogramma van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016 ‒ 2020.

  • Het efficiënt beschermen van drinkwaterbronnen door het landelijk faciliteren/stimuleren van de totstandkoming van gebiedsdossiers.

  • Caribisch Nederland Afvalwatervoorziening Bonaire. Aanpassen van de Wet VROM BES en de Wet FIN-BES met als doel het mogelijk maken van het invoeren van een afvalwaterheffing en de verkoop van gezuiverd afvalwater voor irrigatie en daarmee, in combinatie met een subsidie, de exploitatiekosten van het afvalwaterbeheer te dekken.

Regisseren

De Minister van IenW heeft bij het onderwerp Bodem en Ondergrond een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. De Minister van IenW is vanuit deze rolopvatting verantwoordelijk voor:

  • De opname van de Wet bodembescherming in de Omgevingswet

  • Het proces waarbij de decentrale overheden in staat worden gesteld om uiterlijk in 2030 de bodemverontreiniging-problematiek te beheersen

  • De verdere ontwikkeling van regelgeving en kennis van de bodem en ondergrond. Deze ontwikkeling ondersteunt het beleid in relatie tot maatschappelijke opgaven en faciliteert de toepassing daarvan door de andere overheden.

  • Het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

  • Het beleid (beleidsnota drinkwater), regelgeving (drinkwaterwet) en het uitoefenen van toezicht/handhaving (via de ILT) op de levering van deugdelijk drinkwater,

  • De zorg – samen met andere bestuursorganen – voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (zorgplicht)

  • Drinkwatervoorziening Caribisch Nederland. Wetswijziging Wet elektriciteit en drinkwater BES ter uitvoerbaarheid van de wet om zo de toegankelijkheid van betrouwbaar drinkwater in Caribisch Nederland te garanderen. Door het insulaire karakter, de geringe bevolkingsomvang en het ontbreken van grote zoetwatervoorraden is de drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland niet kostendekkend. Daarom stelt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat subsidies beschikbaar: op Saba voor de transportkosten voor drinkwater; en op Sint Eustatius en Bonaire voor het verlagen van het vaste tarief van drinkwater.

Voor het Meerjarenprogramma Bodem wordt verwezen naar het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 (Stcrt. 2015, 14854). In dit convenant is onder meer beschreven hoe de overheden de focus leggen bij de aanpak van de resterende verontreinigingen. Resterende verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij het risico voor mens, plant en dier het grootst is. In het convenant is afgesproken dat, afhankelijk van de situatie, spoedlocaties uiterlijk in 2020 zijn gesaneerd, dan wel dat de risico’s worden beheerst, dan wel in beeld gebracht en er concrete plannen voor de aanpak zijn gemaakt. De budgetten van het meerjarenprogramma Bodem worden over de bevoegde overheden ex-Wet Bodembescherming (ex Wbb) verdeeld via het Provincie- en Gemeentefonds.

Gedurende de Convenantsperiode rapporteert het gezamenlijke uitvoeringsprogramma over de bereikte resultaten. In de systematiek van deze monitoring wordt onder andere gekeken naar het aantal spoedlocaties die in uitvoering zijn, hoeveel er afgerond zijn, hoeveel er nog niet gestart zijn, en de kosten van de aanpak. In 2020 is het monitoringsverslag over 2019 beschikbaar gekomen. De algemene conclusie is dat de convenantspartijen goede inspanningen verrichten om de saneringen in uitvoering te krijgen, de risico’s te beheersen en de locaties met onaanvaardbare risico’s af te handelen. De doelen van het convenant met betrekking tot de geïdentificeerde locaties met onaanvaardbare risico’s zijn daarmee waarschijnlijk bereikbaar. Tegelijkertijd moet – net als voorgaande jaren - worden vastgesteld dat de definitieve beheersing van de risico’s en afhandeling van een deel van de locaties zal worden gefinaliseerd na 2020, of zelfs eeuwigdurend is. Ook op het gebied van nazorg, diffuse verontreinigingen, gebiedsgericht grondwaterbeheer, waterbodems en nieuwe verontreinigingen hebben verschillende overheden een opgave die na 2020 doorloopt.

Doel van het beleid op Caribisch Nederland ten aanzien van drinkwater ligt bij de toegankelijkheid van betrouwbaar drinkwater voor eenieder. Gelet op de grote sociaaleconomische effecten in verband met COVID-19, zijn er, in aanvulling op de structurele subsidies, extra subsidies afgegeven die de drinkwatertarieven voor de gebruikers tijdelijk verlagen (Kamerstukken II, 2020/2021, 35420, nr. 25). De subsidies zijn verstrekt op basis van een wettelijke gepubliceerde grondslag, te weten Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire.

Het doel van het beleidsartikel Bodem en Ondergrond is een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. Met de aanpak van de bodemproblemen met grote risico’s richting de omgeving zijn door de medeoverheden, zoals is vastgelegd in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 (Stcrt. 2015, 14854) goede vorderingen gemaakt. Overheden zijn aan de slag gegaan met de inventarisatie van bronnen van PFAS in hun beheergebied (Monitoringsverslag UitvoeringsProgramma 2019). In juli 2020 is het tweede geactualiseerde tijdelijk handelingskader PFAS gepubliceerd (Kamerstukken II, 2019/20, 35 334, nr. 116). Op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten kon een ruimere toepassing van PFAS-houdende grond en baggerspecie worden toegestaan dan in de voorgaande handelingskaders. Zo werd een toepassingswaarde voor vrijliggende diepe plassen geïntroduceerd en is het mogelijk om grond op dezelfde wijze als baggerspecie in oppervlaktewater toe te passen. Daarnaast is een landelijke achtergrondwaarde PFAS afgeleid, waardoor lokaal meer ruimte voor toepassingen kon ontstaan.

In het najaar van 2020 zijn de rapporten van Kuijken (evaluatie granuliet en kwalibostelsel, Kamerstukken II, 2020/21, 30 015, nr. 80) en Riedstra (evaluatie PFAS, Kamerstukken II, 2020/21, 35 334, nr. 123) naar de Tweede Kamer verzonden. Naar aanleiding van deze rapporten is er in 2020 een taskforce opgericht om te komen tot een plan van aanpak voor verbeteringen in het bodemstelsel. Ook is in 2020 gewerkt aan het komen tot een opvolging van het bodemconvenant Bodem en Ondergrond (2016-2020).

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 13 Bodem en Ondergrond (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

 

Verplichtingen

119.401

160.868

30.388

25.560

35.953

16.533

19.420

1

Uitgaven

114.623

136.527

22.459

34.025

35.188

30.784

4.404

 

13.01 Ruimtelijk Instrumentarium

8.261

10.786

8

0

0

0

0

 

13.01.01 Opdrachten

7.472

9.220

8

0

0

0

0

 

- Wabo

0

0

0

0

0

0

0

 

- Architectonisch Beleid

1.933

2.285

0

0

0

0

0

 

- Overige opdrachten

5.539

6.935

8

0

0

0

0

 

13.01.02 Subsidies

789

1.376

0

0

0

0

0

 

13.01.03 Bijdragen aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

 

13.01.04 Bijdragen aan medeoverheden

0

190

0

0

0

0

0

 

13.02 Geo-informatie

47.809

33.717

0

0

0

0

0

 

13.02.01 Opdrachten

3.087

5.329

0

0

0

0

0

 

13.02.02 Subsidies

10.571

1.967

0

0

0

0

0

 

- Basisregistraties

10.571

1.967

0

0

0

0

0

 

13.02.06 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

34.151

26.421

0

0

0

0

0

 

- Kadaster

34.151

26.421

0

0

0

0

0

 

13.03 Gebiedsontwikkeling

7.671

9.473

0

0

0

0

0

 

13.03.01 Opdrachten

1.160

1.296

0

0

0

0

0

 

13.03.02 Subsidies

72

48

0

0

0

0

0

 

13.03.03 Bijdragen aan agentschappen

0

2.402

0

0

0

0

0

 

Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

2.402

0

0

0

0

0

 

13.03.04 Bijdragen aan medeoverheden

6.439

5.727

0

0

0

0

0

 

- Projecten BIRK

3.889

3.177

0

0

0

0

0

 

- Projecten Nota Ruimte

0

0

0

0

0

0

0

 

Projecten Bestaand Rotterdams Gebied

2.550

2.550

0

0

0

0

0

 

13.04 Ruimtegebruik bodem

25.737

18.723

18.220

30.608

31.841

28.003

3.838

 

13.04.01 Opdrachten

5.531

5.727

6.000

10.804

10.703

17.689

‒ 6.986

2

- Bodem en STRONG

2.026

1.617

1.688

6.360

5.329

12.989

‒ 7.660

 

- RWS Leefomgeving

2.374

3.843

4.269

4.444

5.374

4.700

674

 

- Overige Opdrachten

1.131

267

43

0

0

0

0

 

13.04.02 Subsidies

13.380

7.499

7.303

15.769

10.202

6.756

3.446

3

- Bedrijvenregeling

6.977

1.385

2.311

9.428

2.088

4.545

‒ 2.457

 

- Subsidies Caribisch Nederland

4.372

4.114

4.992

6.341

8.114

2.211

5.903

 

- Programma Commissie MER

2.031

2.000

0

0

0

0

0

 

13.04.03 Bijdragen aan agentschappen

6.826

5.497

3.569

3.795

3.736

3.506

230

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

6.826

5.497

3.569

3.795

3.736

3.506

230

 

13.04.04 Bijdragen aan medeoverheden

0

0

1.348

240

7.200

52

7.148

4

- Meerjarenprogramma Bodem

0

0

1.348

0

7.200

52

7.148

 

- Bijdragen aan Caribisch Nederland

0

0

0

240

0

0

0

 

13.05 Eenvoudig Beter

25.145

63.828

4.231

3.417

3.347

2.781

566

 

13.05.01 Opdrachten

10.582

38.108

743

1.057

202

1.345

‒ 1.143

5

- Eenvoudig Beter

10.582

38.108

2

0

0

0

0

 

- Omgevingswetgeving

0

0

0

0

0

0

0

 

- Overige Opdrachten

0

0

741

1.057

202

1.345

‒ 1.143

 

13.05.02 Subsidies

0

9.000

0

0

0

0

0

 

- Stimuleringsregeling Impl Omgevingswet

0

9.000

0

0

0

0

0

 

13.05.03 Bijdragen aan agentschappen

14.563

16.720

3.488

2.360

3.145

1.436

1.709

6

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

14.563

16.720

3.488

2.360

3.145

1.436

1.709

 

Ontvangsten

23.057

12.248

809

3.202

234

0

234

 

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De hogere realisatie van € 19,4 miljoen op het verplichtingenbudget wordt voornamelijk verklaard door: aangegane meerjarenverplichtingen op het meerjarenprogramma bodem voor bodemsaneringen in Utrecht, Overijssel en Arnhem (€ 9,3 miljoen), subsidieaanvragen bij de Bedrijvenregeling voor meerjarige bodemsaneringsaneringen (€ 0,9 miljoen), subsidieaanvragen voor drink- en afvalwatervoorzieningen Caribisch Nederland (€ 5,9 miljoen), aangegane meerjarenverplichtingen voor het uitvoeringsprogramma bodem voor ontwikkeling van kennis, informatie en regelgeving (€ 2,8 miljoen). Het restant van € 0,4 miljoen wordt verklaard door RWS BOA.

  • De lagere realisatie van de uitgaven wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:

    • overheveling van budget naar het meerjarenprogramma bodem ter financiering van bodemsaneringsprojecten die eerder aanvingen dan aanvankelijk begroot (€ 4,7 miljoen), zoals onder andere: Asbest in Overijssel, Griftpark in Utrecht en een stortwal in Arnhem.

    • budgetoverheveling naar artikel 19 ten behoeve van bodemopdrachten uitgevoerd door het RIVM (€ 1,2 miljoen)

    • budgetoverheveling naar artikel 21 ten behoeve van bodemopdrachten uitgevoerd door het Nederlands Normalisatie Instituut met betrekking tot normeringen (€ 0,2 miljoen)

    • overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ten behoeve van afdekking van eventuele schades die voortvloeien uit verruiming van de bestaande Borgstellingsregeling voor MKB-kredieten als gevolg van de problemen in het kader van de PFAS-problematiek (€ 1 miljoen). Het resterende saldo is overgeboekt naar artikel 11 met name ter financiering van Water Action Track (€ 0,6 miljoen).

    • Tot slot was er sprake van een overschrijding omdat de uitvoering van kennisprojecten bij Rijkswaterstaat voorspoediger zijn verlopen en eerder zijn bekostigd dan werd ingeschat (€ 0,7 miljoen).

  • De hogere realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door onderuitputting op de budgetten voor subsidieaanvragen tot vaststelling op de bedrijvenregeling door provincies en gemeenten. Het budget werd afgeboekt in 2020 en ingezet voor het meerjarenprogramma bodem ter financiering van bodemsaneringsprojecten die eerder aanvangen dan begroot (onder andere in Overijssel, Utrecht en Arnhem). De middelen vloeien in 2024 en 2025 terug naar de bedrijvenregeling (€ 2,4 miljoen). Daarentegen was er sprake van overheveling van budget vanaf artikel 11 naar artikel 13 wegens hogere uitgaven voor financiering van betrouwbaar en betaalbaar drinkwater en de zuivering van afvalwater in Caribisch Nederland, inclusief de financiering van coronamaatregelen (€ 5 miljoen), alsmede vanaf het apparaatsbudget op artikel 98 ten behoeve van subsidieverlening voor afvalwater van de rioolwaterzuiveringsinstallatie op Bonaire (€ 1 miljoen).

  • De hogere realisatie wordt voornamelijk verklaard door versnelde uitvoering van bodemsaneringsprojecten op het meerjarenprogramma bodem, te weten: asbest in Overijssel, Griftpark in Utrecht en een stortwal in Arnhem. Deze versnelde uitvoering kon worden uitgevoerd door onvoorziene lagere uitgaven op artikel 13.04 in verband met het vertraagde bodemsaneringsproject EMK Stormpolderdijkterrein te Krimpen a/d IJssel (€ 3,1 miljoen) door een vertraagde aanbestedingsprocedure en uitvoering van kennisprojecten (€ 1,6 miljoen) en lagere uitgaven vanuit de Bedrijvenregeling waarvoor voor een lager bedrag aan subsidieaanvragen werd ontvangen (€ 2,4 miljoen).

  • De lagere realisatie van € 1,1 miljoen wordt voornamelijk verklaard door een bijdrage van € 1,4 miljoen aan RWS voor de kosten die RWS maakt voor de transitie in het kader van de Omgevingswet aan de hand van een leer & ontwikkeltraject omgevingswet en de ontwikkeling van de aansluiting van RWS op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

  • De hogere realisatie van € 1,7 miljoen wordt voornamelijk verklaard door de hierboven beschreven budgetoverheveling.

13.04 Ruimtegebruik bodem

13.04.01 Opdrachten

De opdrachtverlening heeft betrekking op uitbesteding van diverse beleidsinhoudelijke onderzoeksopdrachten en evaluaties aan derden op het gebied van: Bodem, Drinkwater en Waterketen, Caribisch Nederland, Commissie van deskundigen Drinkwaterbesluit, Structuurvisie Ondergrond (STRONG), Bodemenergie, Milieueffectrapportage, PFAS en NEN-regelgeving (drinkwater, bodem, zwemwater). De beleidsevaluatie van het kwaliteitsborgingssysteem voor de bodem (Kwalibo) is in 2020 afgerond. Er zijn diverse onderzoeken en een evaluatie (Rapport-Riedstra) uitgevoerd ten behoeve van het handelingskader voor PFAS. In het kader van de granuliet-discussie is het rapport-Kuijken opgesteld en afgerond. Ook is in 2020 opdracht verstrekt en uitvoering gegeven aan de beleidsdoorlichting voor het beleidsartikel 13.

Tevens wordt de saneringsopdracht van het EMK Stormpolderdijkterrein te Krimpen a/d IJssel bekostigd. In 2020 is de voortgang van dit project deels opgeschort vanwege een aantal uitvoeringsknelpunten. Er is daarom een heroriëntatie gestart. 

13.04.02 Subsidies

Bedrijvenregeling

Op grond van de Wet bodembescherming en het Besluit financiële bepalingen bodemsanering, zijn subsidies ten behoeve van saneringsmaatregelen van bedrijven vastgelegd en uitgekeerd in 2020. Jaarlijks kunnen bedrijven via lokale overheden en Stichting Bodembeheer NL verzoeken tot subsidievaststelling indienen van uit te voeren saneringen. Daarnaast kan een beroep worden gedaan op confinanciering. In de periode tot 2008 hebben circa 10.000 bedrijven zich hiervoor aangemeld. Bedrijven hebben tot 2024 de tijd om een onderbouwde aanvraag tot subsidieverlening in te dienen. Het verzoek tot subsidievaststelling dient vervolgens vóór 2030 ingediend te worden.

Caribisch Nederland

De subsidies voor Caribisch Nederland zijn bedoeld om bij te dragen aan de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de drinkwater- en afvalwatervoorzieningen in Caribisch Nederland. Een goede drinkwatervoorziening is van groot belang voor de volksgezondheid, het welzijn en de welvaart van Caribisch Nederland. Vanwege de geringe bevolkingsomvang, het ontbreken van grote zoetwatervoorraden en het insulaire karakter is de drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland niet kostendekkend. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt daarom jaarlijks subsidie beschikbaar om een deel van de kosten te dekken zodat de tarieven voor de inwoners lager zijn dan de kostendekkende tarieven. Daarmee wordt toegankelijkheid tot schoon en veilig drinkwater in Caribisch Nederland bereikt. De betreffende subsidies bedroegen in 2020 € 5 miljoen.

Als onderdeel van het Covid-noodpakket heeft het Kabinet besloten om drinkwater van mei tot en met december 2020 (en in heel 2021) extra te subsidiëren, voor een bedrag van € 1,1 miljoen (Kamerstukken II, 2019-2020, 35 420, nr. 25 & 35420, nr. 105). Daarmee kon op Sint Eustatius en Bonaire het vaste tarief voor alle inwoners tijdelijk op 0 dollar worden gebracht, en kon op Saba de wateropslag vergroot worden zonder dat de kosten daarvan werden doorberekend aan de inwoners.

Afvalwatervoorziening is van belang voor de bescherming van het (marien) milieu. Voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) op Bonaire is in 2020 € 2 miljoen aan subsidie verleend. De RWZI is essentieel om de afvalwaterzuivering op het eiland op orde te houden. En de subsidie is nodig voor een sluitende exploitatie van de RWZI, waaraan ook de teruglevering van irrigatiewater en een afvalwaterheffing moeten gaan bijdragen.

13.04.03 Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft een opdracht aan het agentschap RWS. Concreet gaat het hierbij om het verrichten van uitvoerende wettelijke taken op grond van de Wet bodembescherming en ondersteuning van de beleidsontwikkeling op het gebied van bodem en ondergrond.

13.04.04 Bijdragen aan medeoverheden

Het bodembeleid voor de periode 2016–2020 is opgenomen in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020. Dit convenant is ondertekend door het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen. Dit convenant vormt de basis voor het verstrekken van een bijdrage aan de andere overheden voor de financiering van de uitvoering van het convenant, inclusief de aanpak van verontreinigingen.

In het budget voor 2020 was voorzien voor knelpunten die kunnen ontstaan (artikel 11.4 Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020) en voor benodigde aanvullende financiële middelen voor individuele bevoegde overheden Wet Bodembescherming (Wbb) in verband met de uitvoering van het convenant (artikel 11.3 Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020). Aanvullend zijn voor grote bodemsaneringsprojecten in Overijssel, Arnhem en Utrecht middels een specifieke uitkering (SPUK) aanvullende financiële middelen toegekend aan andere overheden zodat de uitvoering een vervolg kan hebben.

13.05.03 Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft een bijdrage aan Rijkswaterstaat voor de kosten die het agentschap maakt voor de transitie in het kader van de Omgevingswet. 

Ontvangsten

Betreft de verhaalopbrengsten van door het Rijk voorgefinancierde bodemsaneringen die verhaald zijn op de vervuiler.

Licence