Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2 Uitgavenplafond Sociale Zekerheid

Deze paragraaf presenteert een totaaloverzicht van de uitgaven onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid (SZ) voor het jaar 2020. Eerst wordt de opbouw van de totale uitgaven onder het SZ-plafond weergegeven, onderverdeeld naar begrotings- en premiegefinancierde uitgaven. Daarna wordt inzicht gegeven in de onderverdeling van de uitgaven onder het SZ-plafond naar de verschillende regelingen. Ten slotte worden de uitgavenmutaties sinds de begroting 2020 gegroepeerd weergegeven en vindt toetsing van de SZ-uitgaven aan het plafond plaats. Om een goede vergelijking te maken tussen begrote en gerealiseerde uitgaven zijn de uitgaven van de begroting 2020 (prijzen 2019) omgerekend naar prijzen 2020. Daarnaast worden in deze paragraaf de ontvangsten in mindering gebracht op de uitgaven (netto SZ-uitgaven). Om deze twee redenen wijken de gepresenteerde uitgaven af van de uitgaven zoals opgenomen in de beleidsartikelen.

Uit tabel 5 is af te leiden dat de totale uitgaven onder het SZ-plafond € 17,1 miljard hoger zijn uitgekomen dan voorzien bij de begroting 2020. De uitgaven onder het SZ-plafond bestaan uit begrotingsgefinancierde uitgaven en premiegefinancierde uitgaven. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden uit belastinginkomsten betaald, de premiegefinancierde uitgaven worden voornamelijk door middel van premies gefinancierd. Het merendeel van de uitgaven op de SZW-begroting valt onder het uitgavenplafond SZ.

Tabel 5 SZ-uitgaven 20201 (x € 1 mln)
 

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2020

2020

2020

Totaal uitgaven begrotingsgefinancierd

59.902

40.126

19.777

-/- Correctie dubbeltelling rijksbijdragen

20.639

16.902

3.737

-/- Uitgaven R-plafond

610

663

‒ 53

-/- Correctie ontvangsten begrotingsgefinancierd

509

590

‒ 81

A. SZ-uitgaven begroting

38.145

21.970

16.174

    

Totaal uitgaven premiegefinancierd

62.399

61.600

799

-/- Correctie ontvangsten premiegefinancierd

227

260

‒ 33

B. SZ-uitgaven premie

62.172

61.340

832

    

C. Integratie-uitkering sociaal domein

1.957

1.893

63

    

Totaal SZ-uitgaven (A + B + C)

102.274

85.204

17.070

1

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Op de totaaltelling van de uitgaven vindt een correctie plaats om dubbeltelling te voorkomen die ontstaat doordat sociale fondsen voor een deel gefinancierd worden uit begrotingsmiddelen. Deze zogeheten rijksbijdragen worden verantwoord op artikel 12 van dit jaarverslag. Dit betreft hoofdzakelijk een bijdrage aan het Ouderdomsfonds. De opbrengsten van de AOW-premie zijn namelijk onvoldoende om de ouderdomsuitgaven (AOW) te dekken.

De apparaatsuitgaven en enkele andere uitgaven, waaronder subsidies en opdrachten, behoren tot de uitgaven onder het plafond Rijksbegroting en zijn daarom niet relevant voor het SZ-plafond. Deze uitgaven worden in mindering gebracht op de totaaltelling.

Voor het gedeelte van de ontvangsten dat tot de niet-belastingontvangsten wordt gerekend, wordt eveneens gecorrigeerd. De gerealiseerde begrotingsontvangsten onder het SZ-plafond wijken af van de totale ontvangsten van SZW. De ontvangsten onder uitgavenplafond Rijksbegroting en de niet-plafondrelevante ontvangsten (voornamelijk werkgeversbijdragen kinderopvangtoeslag) worden immers niet onder het SZ-plafond meegenomen.

Rekening houdend met deze correcties bedragen de begrotingsgefinancierde uitgaven onder uitgavenplafond SZ in 2020 € 38,1 miljard, de premiegefinancierde uitgaven bedragen € 62,4 miljard.

Uitgavenontwikkeling

Tabel 6 toont een onderverdeling van de uitgaven die vallen binnen het SZ-plafond naar de verschillende regelingen. Wederom is het startpunt de begroting 2020. Ontvangsten worden in mindering gebracht op de uitgaven.

Tabel 6 Uitgaven SZ-plafond 2018-2020 (x € 1 mln)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2018

2019

2020

2020

2020

Arbeidsmarkt

     

NOW/TOFA/comp CN

0

0

13.206

0

13.206

LIV/LKV/Jeugd-LIV

474

799

743

810

‒ 67

      

Werkloosheid

     

WW-uitgaven (werkloosheid)

4.102

3.656

4.061

3.471

590

Macrobudget participatiewetuitkeringen (bijstand)

6.216

6.085

6.378

6.147

231

      

Arbeidsongeschiktheid/Ziekte en zwangerschap

     

WIA/WAO/WAZ/Wajong

12.806

13.302

13.720

13.473

247

ZW/WAZO/Kraamverlof

2.803

3.061

4.296

3.763

533

      

Ouderdom/Nabestaanden

     

AOW

37.195

38.539

40.257

39.198

1.060

Inkomensondersteuning AOW

930

945

977

966

11

Anw

377

356

338

343

‒ 5

      

Kinderopvang en kindregelingen

     

KOT

2.651

3.088

3.647

3.117

530

AKW/WKB

5.273

5.742

6.350

6.324

26

      

Re-integratie/Participatie

     

Re-integratieuitgaven arbeidsongeschiktheid

175

171

170

208

‒ 39

Integratie-uitkeringen sociaal domein

2.556

1.987

1.957

1.893

63

      

Uitvoeringskosten en overige uitgaven

     

Uitvoeringskosten (UWV/SVB etc.)

1.950

1.973

2.373

2.134

239

Tozo/bijstand zelfstandigen

0

0

2.735

11

2.724

Overige uitgaven

1.587

1.055

1.065

1.336

‒ 271

      

Nominale ontwikkeling

0

0

0

2.009

‒ 2.009

      

Totaal SZ-uitgaven

78.622

80.760

102.274

85.204

17.070

Arbeidsmarkt

De uitgaven aan arbeidsmarkt vallen € 13.139 miljoen hoger uit dan begroot. Hoewel de uitgaven aan het Loonkostenvoordeel (LKV) lager waren, zijn de verschillende noodmaatregelen als gevolg van corona pas gedurende het jaar opgezet en daarom niet opgenomen in de stand bij de begroting 2020. De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) en de compensatie voor loonkosten en inkomstenverlies Caribisch Nederland, zorgden voor de overschrijding. De NOW zorgt bijna voor het gehele effect, met € 13.184 miljoen aan uitgaven in 2020.

Werkloosheid en Bijstand

De uitkeringslasten WW komen € 590 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 487 miljoen hoger dan begroot. Als gevolg van de coronacrisis is het gebruik van de WW fors toegenomen ten opzichte van wat eerder werd verwacht.

De uitgaven aan het Macrobudget Participatiewetuitkeringen vallen € 231 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 129 miljoen hoger dan begroot. Ook dit komt met name door een hoger gebruik als gevolg van de coronacrisis.

Arbeidsongeschiktheid en Ziekte en zwangerschap

De uitgaven voor arbeidsongeschiktheid en ziekte en zwangerschap zijn € 780 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening gehouden wordt met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 338 miljoen hoger dan begroot. Het aantal uitkeringen in de IVA is lager en het aantal uitkeringen in de WGA is hoger. Daarnaast is er een lager dan verwachte gemiddelde uitkering, voornamelijk in de WGA. De WAO, WAZ en Wajong komen alle drie lager uit dan begroot.

De ZW komt hoger uit dan begroot. Een belangrijke verklaring voor de hogere ZW-uitgaven zijn de gevolgen van het coronavirus. Dit uit zich onder andere door een sterke toename van het aantal WW-gerechtigden die een beroep doen op de ZW. De uitgaven voor de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid komen ook hoger uit dan begroot. Het grootste deel hiervan wordt verklaard door het terugwerkende krachtgedeelte van de regeling (periode juli 2015 – april 2020). Het gemiddelde dienstverband bij ontslag en daarmee de gemiddelde hoogte van de gecompenseerde transitievergoedingen was aanzienlijk hoger dan geraamd.

Ouderom en nabestaanden

De AOW-uitgaven zijn € 1.065 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling is de realisatie € 98 miljoen lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door een hogere sterfte als gevolg van corona.

Kinderopvang en Kindregelingen

Het saldo van de uitgaven en ontvangsten Kinderopvangtoeslag is € 530 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 471 miljoen hoger dan de begroting. Ondanks de verslechterde conjunctuur in 2020 is het gebruik van kinderopvang sterker gestegen dan verwacht.

De uitgaven aan AKW en WKB zijn € 26 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 83 miljoen lager dan bij begroting. De inkomenspositie van huishoudens met kinderen is, ondanks de coronacrisis, positiever dan destijds verwacht. Daarnaast sluiten de voorschotten van de WKB beter aan bij de beschikkingen (het recht) dan eerder geraamd. Dit heeft geleid tot minder terugontvangsten.

Re-integratie en Participatie

In 2020 is € 39 miljoen minder uitgegeven aan re-integratie arbeidsongeschikten dan begroot. Dit bestaat uit lagere uitgaven aan re-integratie Wajong (€ 13 miljoen) en lagere uitgaven aan re-integratie WIA/WAO/WAZ (€ 26 miljoen). Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling, is de realisatie € 43 miljoen lager dan begroot. De uitgaven aan de integratie-uitkeringen sociaal domein zijn € 63 miljoen hoger dan verwacht bij de begroting 2020.

Uitvoeringskosten en overige uitgaven

De uitvoeringskosten van onder andere UWV en de SVB komen € 239 miljoen hoger uit dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstellingen, is de realisatie € 197 miljoen hoger dan begroot.

Als onderdeel van het Noodpakket banen en economie is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) ingericht gedurende 2020. Aangezien deze regeling er nog niet was ten tijde van de begroting 2020, levert dit € 2.724 miljoen aan extra uitgaven op voor de bijstand zelfstandigen in vergelijking met de stand bij de begroting.

De overige uitgaven zijn € 271 miljoen lager uitgekomen dan begroot. Dit komt onder andere doordat het grootste deel van de reserveringen op artikel 99 (onvoorzien) à € 160 miljoen is overgeboekt naar de betreffende beleidsartikelen.

Toetsing aan het plafond

Tabel 7 laat de ontwikkeling van het SZ-plafond en de netto SZ-uitgaven zien voor het jaar 2020. De SZ-uitgaven worden getoetst aan het plafond.

Tabel 7 Bijstellingen SZ-uitgaven en ijklijn sinds de indiening van de Miljoenennota 2020 (x € 1 mln)
  

Uitgaven

 

SZ-uitgaven bij indiening Miljoenennota 20201

85.204

Budgettaire mutaties

17.070

SZ-uitgaven jaarverslag 2020

102.274

  

Uitgavenplafond (ijklijn)

 

IJklijn SZ-uitgaven bij Miljoenennota 2020

84.916

IJklijnmutaties

17.102

IJklijn SZ-uitgaven jaarverslag 2020

102.018

  

Kadertoetsing (over-/onderschrijding ijklijn) bij indiening Miljoenennota 2020

288

Kadertoetsing (over-/onderschrijding ijklijn) jaarverslag 2020

256

Uitgaven

De geraamde SZ-uitgaven van € 85,2 miljard ten tijde van de begroting 2020 zijn uitgekomen op € 102,3 miljard bij het jaarverslag 2020. Bovenstaand zijn de grootste mutaties toegelicht.

Uitgavenplafond

Het plafond 2020 is € 17,1 miljard hoger vastgesteld dan in de begroting 2020 is opgenomen. De voornaamste oorzaak is een bijstelling van het plafond als gevolg van de noodmaatregelen in verband met de corona uitbraak. Daarnaast is het plafond bijgesteld vanwege overboekingen tussen de plafonds, statistische correcties, nominale ontwikkeling en voor de niet-beleidsmatige mutaties in de WW en bijstand. Het plafond voor 2020 is uiteindelijk vastgesteld op € 102 miljard.

Toetsing SZ-uitgaven aan uitgavenplafond

Door de hogere SZ-uitgaven ten opzichte van de begroting en de iets minder hoge opwaartse bijstelling van het plafond is er sprake van een grotere overschrijding van het plafond dan bij de begroting. Per saldo is er bij jaarverslag 2020 € 0,3 miljard meer uitgegeven dan het voor 2020 geldende plafond.

Licence