Base description which applies to whole site

4.3 Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.

Tabel 13 Budgettaire gevolgen van de uitvoering art. 3 Exploitatie, onderhoud en vervanging (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2018

2019

2020

2021

2022

2022

2022

 

Verplichtingen

173.942

179.822

138.955

222.293

268.281

230.593

37.688

1

Uitgaven

207.793

194.722

143.892

229.412

261.437

232.337

29.100

 

3.01 Exploitatie

7.294

7.411

7.458

7.809

8.028

7.634

394

 

3.01.01 Exploitatie watermanagement

7.294

7.411

7.458

7.809

8.028

7.634

394

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

7.294

7.411

7.458

7.809

8.028

7.634

394

 

3.02 Onderhoud en vernieuwing

200.499

187.311

136.434

221.603

253.409

224.703

28.706

 

3.02.01 Onderhoud waterveiligheid

141.412

135.784

91.761

177.644

144.350

111.076

33.274

2

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

141.412

135.784

91.761

177.644

144.350

111.076

33.274

 

3.02.02 Onderhoud zoetwatervoorziening

20.219

27.744

29.190

34.797

99.251

97.102

2.149

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

20.219

27.744

29.190

34.797

99.251

97.102

2.149

 

3.02.03 Vernieuwing

38.868

23.783

15.483

9.162

9.808

16.525

‒ 6.717

3

3.09 Ontvangsten

0

0

 

0

4.714

0

4.714

 

Onderstaand wordt op het niveau van artikelonderdeel en de verplichtingen een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie. Zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De per saldo hogere verplichtingen (€ 37,7 miljoen) is het gevolg van:

    • Kasschuif van 2023 naar 2022 (€ 22,3 miljoen). Om tekorten op beheer en onderhoud tot en met 2023 op te lossen, is er in de begroting 2022 € 300 miljoen van de jaren 2031-2033 naar 2023 geschoven. Van de € 300 miljoen is reeds € 100 miljoen in 2022 benodigd. Voor het Deltafonds bedraagt het aandeel € 22,3 miljoen;

    • Middelen voor de kosten door het hoogwater in Limburg in juli 2021 (€ 12,8 miljoen);

    • Loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 12,5 miljoen);

    • Bijdrage van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aan het programma Windenergie op zee (€ 10,6 miljoen). RWS werkt samen met EZK aan het realiseren van de doelstelling in de Routekaart windenergie op zee 2030;

    • Binnen de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 is een extra opdracht op het Hoofdwatersysteem afgesproken. Deze opdracht betreft groot onderhoud IJmuiden en Schellingwoude, klimaatadaptatie, bestuurlijke afspraken Wadden, toezegging Chinese riviercommissie, zeer zorgwekkende stoffen en thermische energie (€ 9,9 miljoen);

    • Schuif van verplichtingenbudget van 2021 naar 2022 voor Vervanging bediening besturing Maas, Landelijk meetnet water (€ 4,2 miljoen)

    • Overboeking op basis van de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 voor het overboeken van Onderhoud naar Overige Netwerkgebonden kosten de zogeheten Landelijke Taken (€ -32,4 miljoen);

    • Diverse kleinere mutaties per saldo (€ -2,2 miljoen).

  • 10. De hogere realisatie op Onderhoud Waterveiligheid (€ 33,3 miljoen) is het gevolg van:

    • Kasschuif van 2023 naar 2022 (€ 22,3 miljoen). Om tekorten op beheer en onderhoud tot en met 2023 op te lossen, is er in de begroting 2022 € 300 miljoen van de jaren 2031-2033 naar 2023 geschoven. Van de € 300 miljoen is reeds € 100 miljoen in 2022 benodigd. Voor het Deltafonds bedraagt het aandeel € 22,3 miljoen;

    • Middelen voor de kosten door het hoogwater in Limburg in juli 2021 (€ 12,8 miljoen);

    • Overboeking op basis van de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 voor het overboeken van Onderhoud naar Overige Netwerkgebonden kosten de zogeheten Landelijke Taken (€ -18,7 miljoen);

    • Binnen de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 is een extra opdracht op het Hoofdwatersysteem afgesproken. Deze opdracht betreft groot onderhoud IJmuiden en Schellingwoude, klimaatadaptatie, bestuurlijke afspraken Wadden, toezegging Chinese riviercommissie, zeer zorgwekkende stoffen en thermische energie (€ 9,9 miljoen);

    • Loon- en prijsbijstelling (€ 7,5 miljoen);

    • Diverse kleinere mutaties per saldo (€ -0,5 miljoen).

  • 17. Het project Gemaal IJmuiden is vertraagd omdat het voorbereiden van de aanschaf van de pomp vanwege de complexiteit van het gemaal en de opgelopen levertijden vanwege de gewijzigde marktsituatie meer tijd vraagt dan voorzien. Een deel van het budget dat voor 2022 gereserveerd stond schuift daarom door naar 2023 (€ -5,2 miljoen). Diverse kleinere mutaties per saldo € -1,5 miljoen.

3.01 Exploitatie Watermanagement

Motivering

Met exploitatie streeft IenW naar:

  • Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;

  • Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;

  • Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Over exploitatie worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;

  • Crisisbeheersing en -preventie;

  • Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;

  • Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);

  • Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;

  • Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater , naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Tabel 14 Omvang Areaal

Omvang Areaal

Areaaleenheid

2019

2020

2021

Realisatie 2022

Begroting 2022

Watermanagement

km2 water

90.191

90.189

90.187

90.219

90.190

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

Toelichting

In 2022 is de omvang van het areaal watermanagement toegenomen, met name door verbeterde registratie van het water voor zowel de kust van het Haringvliet en de Maasvlakte als de water- en oeverlijn van de Westerschelde. In de begroting was een toename in 2022 voorzien, met name door de realisatie van de KRW-maatregelen Elster Buitenwaarden en Herwijnsche Bovenwaard. De verwachte realisatie van deze KRW-maatregelen is verschoven naar 2023.

Tabel 15 Indicatoren Watermanagement

Indicatoren

2019

2020

2021

Realisatie 2022

Streefwaarde 2022

toelichting

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

99%

100%

96%

100%

95%

1

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

75%

50%

100%

75%

100%

2

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

Toelichting

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen, voldoende wateraanvoer en bestrijden verzilting.

  • 1. De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2022 aan de norm.

  • 2. De streefwaarde voor ‘Waterhuishouding op orde’ is gesteld op 100%, die gerealiseerd wordt als alle vier onderliggende indicatoren voldoen aan de prestatieafspraak. De totale PIN scoort lager dan 100% zodra overlast ontstaat door het onvoldoende realiseren van afspraken die zijn vastgelegd in Waterakkoorden en Peilbesluiten. In 2022 zijn de streefwaarden van de volgende onderliggende indicatoren gehaald: ‘Peilhandhaving Kanalen en meren’, ‘Wateraanvoer bij droogte’ en ‘Verziltingsbestrijding’. De streefwaarde van de indicator ‘Hoogwaterbeheersing Kanalen’ is niet gehaald. De voornaamste verklaring hiervoor: Het is enkele keren voorgekomen dat het aflaatwerk bij Eefde bij een significante neerslagverwachting niet beschikbaar was door de opstelling van de tijdelijke pompinstallatie. Het heeft niet tot overlast geleid.Ten aanzien van de indicator «Waterhuishouding op orde» is nog het volgende op te merken: - Vanaf 3 augustus 2022 was er sprake van een nationaal «feitelijk watertekort» (niveau 2). Daarvoor zijn talrijke maatregelen ingezet, zoals het zuinig schutten op basis van vraag en aanbod bij sluis Eefde en het doorlaten van zoet water via stuw Hagestein tegen verzilting van de Lek en Hollandsche IJssel. Op 21 september 2022 kon worden afgeschaald naar niveau 2 (dreigend watertekort). In het kader van het Deltaprogramma Zoetwater werkt het Rijk sinds 2015 samen met alle overheden en gebruikers van zoet water aan een betere weerbaarheid van Nederland tegen zoetwatertekort. Doel is dat Nederland in 2050 weerbaar is. - Bij duikinspecties van de stuw van Roermond zijn in september 2022 wederom scheuren ontdekt in een aantal jukken, net als in februari 2022. Daardoor kan het Poirée-gedeelte van de stuw bij hoogwater naar verwachting niet volledig gestreken worden. Dit bevestigt de noodzaak om op korte termijn groot onderhoud aan de stuw uit te voeren tot het moment van vervanging.

3.02 Onderhoud en vernieuwing

Motivering

Het beheer, onderhoud en vervanging omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Producten

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Conform toezegging aan de Tweede Kamer wordt in het jaarverslag aangegeven wat de omvang van het uitgesteld en (eventueel) achterstallig onderhoud aan het einde van het jaar was. Voor het Hoofdwatersysteem beliep het uitgesteld onderhoud per 31 december 2022 € 249 miljoen, daarvan was € 16 miljoen achterstallig. Ten opzichte van 2021 is het achterstallig onderhoud met € 13 miljoen toegenomen.

Voor een overzicht van het uitgesteld en achterstallig onderhoud op alle RWS-netwerken, wordt u verwezen naar de bijlage 1 'Instandhouding netwerken Rijkswaterstaat' bij dit Jaarverslag.

Tabel 16 Uitgesteld en achterstallig onderhoud Hoofdwatersystemen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

 

2019

 

2020

 

2021

2022

 

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwatersysteem

106

8

106

8

159

1

190

3

249

16

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

3.02.01 Onderhoud Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1. Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2017).

  • 2. Beheer en onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).

  • 3. Beheer en onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn. De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Er wordt hier alleen gerapporteerd over het areaal dat in beheer van het Rijk is.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Tevens wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen deels te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

  • Rijkswaterkeringen: RWS beheert en onderhoudt 201 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

  • Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen, omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Voor wat betreft de Rijkskeringen gaat het met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid Holland. In 2022 is de eerste landelijke beoordeling op basis van nieuwe waterveiligheidsnormen (LBO-1) afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het HWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 604 kilometer niet-primaire waterkeringen (voornamelijk kanaaldijken) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies. In 2021 is de toetsing van de regionale Rijkskeringen afgerond en aangeboden aan de Tweede Kamer. In 2022 is een eerste voortrollend versterkingsprogramma voor de regionale keringen opgesteld.

  • Stormvloedkeringen: Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.182 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren.

3.02.02 Onderhoud Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (voorheen Beheerplan voor de Rijkswateren).

Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud aan:

  • Waterverdeling en peilbeheer;

  • Stuwende en spuiende kunstwerken;

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken.

Binnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterverdeling geanalyseerd om knelpunten op te sporen. Dit gebeurt aan de hand van het instrument waterbeschikbaarheid. Door middel van een dialoog met gebruikers zijn de functies voor waterverdeling en de daaraan gekoppelde activiteiten in 2022 en de jaren daarvoor in beeld gebracht en zijn waar mogelijk geoptimaliseerd.

Meetbare gegevens

Beheer en onderhoud

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Tabel 17 Kengetallen waterveiligheid

Omvang Areaal

Eenheid

Realistie omvang 2019

Realistie omvang 2020

Realisatie omvang 2021

Realisatie omvang 2022

Kustlijn

km

293

293

293

293

Stormvloedkeringen

stuks

6

6

6

6

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

     

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

198

195

201

201

– Niet-primaire waterkeringen/duinen

km

646

625

623

604

– Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.351

5.185

5.183

5.182

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

Toelichting

De werkelijke lengte van de waterkeringen is in 2022 overeenkomstig de begroting. De verantwoorde wijzigingen komen voort uit een een administratief verbeterproces. Het verschil tussen de prognose en realisatie 2022 voor de primaire waterkeringen kan verklaard worden doordat in 2021 een hernieuwde inventarisatie is uitgevoerd, zoals reeds gemeld in het jaarverslag 2021. Voor de niet-primaire waterkeringen is dit in twee stappen gegaan, namelijk in 2021 een hernieuwde inventarisatie van de dijken, zoals reeds gemeld in het jaarverslag 2021, en in 2022 een hernieuwde inventarisatie van de duinen. Hierdoor wijkt de realisatie 2022 af t.o.v. de realisatie 2021 en de prognose 2022.

In 2022 is de netto omvang van de uiterwaarden iets afgenomen, onder andere door de verwerking van de eerder opgeleverde Grensmaas projecten Itteren en Nattenhoven in het bronsysteem. In de begroting was ook een afname in 2022 voorzien, met name door de realisatie van de KRW-maatregelen Elster Buitenwaarden en Herwijnsche Bovenwaard. De verwachte realisatie van deze KRW-maatregelen is verschoven naar 2023.

Tabel 18 Indicatoren BenO Waterveiligheid

Indicator

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Streefwaarde 2022

 

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

92%

91%

90%

91%

90%

1.

De zes stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. De Indicator is het percentage van het aantal stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis of het beschermingsniveau.

83%

83%

83%

83%

100%

2.

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

Toelichting bij indicator handhaving kustlijn

  • 1. De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd. Deze kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streefwaarde dat 90 procent van de kustlijn op zijn plaats blijft. Ook in 2022 is deze streefwaarde gehaald.

Toelichting bij indicator beschikbaarheid stormvloedkeringen

  • 2. Deze indicator is erop gericht dat de zes stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken faalkanseis of voldoen aan de toetsing op de wettelijk vastgestelde eis m.b.t. het overstromingsrisico (Oosterscheldekering, Haringvlietsluizen). Realisatie op deze indicator is 83% in 2022. Van de zes keringen voldoet de Ramspolkering niet aantoonbaar aan de maximaal afgesproken faalkanseis per sluitvraag (zie nadere toelichting hieronder).

Tabel 19 Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen

Type norm

Realisatie 2022

Streefwaarde 2022

Norm waterwet

Maeslantkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

1:108

1:100

1:100

Hartelkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

1:10

1:10

1:10

Hollandsche IJsselkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

1:767

1:200

1:200

Ramspolkering

Kans op niet-sluiten bij sluiting

zie toelichting

1:100

1:100

Oosterscheldekering

Faalkans per jaar

1:10.000

1:10.000

1:10.000

Haringvlietsluizen

Faalkans per jaar

1:1.000

1:1.000

1:1.000

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijktrajecten, ook wel aangeduid als het «achterland». Gegeven de veiligheidseis aan het achterland, en de hoogte en sterkte van de waterkerende objecten die het achterland beschermen kan afgeleid worden welke aanvullende veiligheid, in termen van waterstandsverlaging, de keringen moeten borgen. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.

Voor stormvloedkeringen met maximaal twee kerende deuren of balgen, kan het effect op de waterveiligheid van het achterland direct worden door vertaald naar de prestatie-eis. Dit geldt voor de Ramspolkering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld per honderd sluitvragen hooguit één keer falen (1:100).

De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 resp. 17 schuiven. Bij deze keringen is het van belang dat de combinatie wordt gemaakt van de verschillende faalscenario’s (partieel falen) en het gecombineerde effect daarvan op de waterveiligheid van het achterland. De kans wordt uitgedrukt in jaren (Bijvoorbeeld 1: 10.000 jaar).

Voor de Ramspolkering kan op dit moment niet aantoonbaar gemaakt worden of de kering voldoet aan de afgesproken faalkanseis vanwege het niet voldoen aan de organisatorische randvoorwaarden voor goed probobalistisch beheer en onderhoud. Inmiddels zijn verbetermaatregelen genomen zoals het op peil brengen van de capaciteit en het kennis- en kwaliteitsniveau van de beheerorganisatie. De verwachting is dat de kering met ingang van het stormseizoen ’23-’24 weer voldoet.

Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden:

Figuur 4 Kustsuppleties

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

Toelichting

Het streven is dat minimaal 90% de kustlijn zeewaarts ligt van de basiskustlijn. In Figuur 3 is weergegeven hoe afgelopen jaren gepresteerd is op dat onderdeel, hoeveel zand er gesuppleerd is en hoeveel zand er naar verwachting in 2023 gesuppleerd zal worden. In 2022 is er 9,4 mln. m³ gesuppleerd. De prognose voor 2023 is dat in totaal 12,7 mln. m³ wordt gesuppleerd.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, is een zandsuppletieprogramma opgesteld en worden meerjarige contracten afgesloten. Het suppletieprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de laatste kustmetingen. De inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang de specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd, is vanaf 2012 een nieuwe marktbenadering gekozen met meerjarige contracten. Binnen het contract hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden.

Tabel 20 Prognose kustsuppleties
 

Realisatie in miljoen m3

Prognose in miljoen m3

Prognose in miljoen m3

 

2021

2022

2023

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

9,4

13,3

12,7

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

Toelichting

De realisatie van 9,4 miljoen m³ ligt lager dan de prognose van 13,3 miljoen m³ die was afgegeven. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat aannemers twee jaar uitvoeringsvrijheid hebben. De reden dat er in 2022 minder is gesuppleerd ligt aan de planning van de aannemers waarbij gebruik gemaakt is van deze uitvoeringsvrijheid. Wat er in 2022 minder gesuppleerd is zal alsnog in 2023 worden gesuppleerd. De prognose voor 2023 is dat in totaal 12,7 miljoen m³ wordt gesuppleerd.

Tabel 21 Areaal zoetwatervoorziening

Areaal Zoetwatervoorziening

Eenheid

Omvang gerealiseerd 2022

Omvang begroot 2022

Gerealiseerd budget 2022 x € 1 mln

Totaal budget 2022 x € 1 mln.

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)1

km2

3.030

3.048

  

Aantal kunstwerken

stuks

115

115

  

Totaal

   

99.251

97.102

Bron: Rijkswaterstaat, 2022

1

Het betreft de totale oppervlakte van alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.

Toelichting

In 2022 is de omvang van het binnenwater afgenomen door een verbeterde registratie van de water- en oeverlijn van het Grevelingenmeer, de Oosterschelde en het Veerse Meer. In de begroting was een toename in 2022 voorzien, met name door de realisatie van de KRW-maatregelen Elster Buitenwaarden en Herwijnsche Bovenwaard. De verwachte realisatie van deze KRW-maatregelen is verschoven naar 2023.

Het aantal kunstwerken is in 2022 met één afgenomen, omdat de classificatie van een kunstwerk is overgegaan van een gemaal naar een waterreguleringswerk. De begroting en de realisatie zijn gelijk, omdat in 2021 het aantal al met één was toegenomen door de ingebruikname van de nieuwe spuisluis bij de Reevesluis.

3.02.03 Vernieuwing

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Meetbare gegevens

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige verantwoordingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de Stuwen Maas, Landelijk Meetnet Water, Sluiscomplex IJmuiden, oa nieuwe pomp, Bediening en Besturing Maasobjecten, Onderzoeksprogramma, Kennisprogramma Natte Kunstweken en Sluisjes ARK.

Licence