Base description which applies to whole site

9.1 Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

Tabel 22 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap aCBG over het jaar 2022 (bijdragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2021 (4)

Baten

    

- Omzet

63.340

62.976

‒ 364

58.457

waarvan omzet moederdepartement

9.152

7.167

‒ 1.985

4.002

waarvan omzet overige departementen

1.270

1.506

236

1.184

waarvan omzet derden

52.918

54.303

1.385

53.271

Rentebaten

78

78

Vrijval voorzieningen

14

14

39

Bijzondere baten

Totaal baten

63.340

63.068

‒ 272

58.496

     

Lasten

    

Apparaatskosten

62.131

60.977

‒ 1.154

56.303

- Personele kosten

49.303

48.224

‒ 1.079

43.209

waarvan eigen personeel

40.867

40.274

‒ 593

38.098

waarvan inhuur externen1

7.080

6.425

‒ 655

3.867

waarvan overige personele kosten

1356

1525

169

1244

- Materiële kosten

12828

12753

‒ 75

13094

waarvan apparaat ICT

4.282

4.660

377

5.101

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

8.546

8.093

‒ 453

7.993

ZBO College

736

669

‒ 67

659

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

473

430

‒ 43

378

- Materieel

473

430

‒ 43

378

waarvan apparaat ICT

453

429

‒ 24

376

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

20

1

‒ 19

2

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

860

860

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

860

860

0

Totaal lasten

63.340

62.936

‒ 404

57.340

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

132

132

1.156

1

Het begrip externe inhuur in dit overzicht heeft een ruimere definitie dan het begrip van externe inhuur dat gehanteerd wordt voor de berekening van de procentuele norm ‘maximaal toegestane externe inhuur’.

Toelichting op de staat van baten en lasten

Opmerking vooraf

Het aCBG is een tariefgefinancierde organisatie en is sterk afhankelijk van aanvragen vanuit de farmaceutische industrie. Bij het indienen van de begroting in het voorjaar is er nog geen volledig zicht op dit werkaanbod. Zodra het aCBG in het najaar het jaarplan indient, is er een betere inschatting te maken van het verwachte werk. Op basis van deze latere inschatting is het jaarplan 2022 opgesteld dat door de pSG in december is goedgekeurd. Ook daarna kan het werkaanbod nog fluctueren. Het gevolg daarvan is dat realisatie en begroting soms grote verschillen kunnen vertonen.

Covid-19

De COVID-19 pandemie heeft ook in 2022 een noemenswaardige impact gehad op de hoeveelheid werk binnen het aCBG. Dit extra werk zat vooral in de beoordeling van nieuwe en aangepaste middelen in de bestrijding van het coronavirus, en het informeren van het grote publiek over de werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit van deze middelen. Het extra werk heeft gezorgd voor een verhoogde werkdruk voor medewerkers van het aCBG. Ter dekking van de kosten van de genoemde extra werkzaamheden heeft het aCBG in 2022 een bijdrage van het ministerie van VWS ontvangen van € 1,1 miljoen

Verhuizing Utrecht Science Park (USP)

Op USP is een pand gebouwd waar het RIVM en het aCBG in gehuisvest zouden worden. Door de groei van het RIVM heeft deze organisatie onvoldoende aan de voor haar bestemde etages. Daarom heeft de plaatsvervangend Secretaris Generaal in 2022 besloten dat het aCBG niet zal verhuizen naar het nieuwe pand op USP. Om de etages die bestemd waren voor het aCBG op haar wensen aan te passen zijn kosten gemaakt. Een deel van deze kosten zal het RIVM in rekening brengen bij het aCBG. Het betreft een bedrag van € 0,9 miljoen.

Resultaat

Het aCBG heeft over 2022 een positief resultaat behaald van € 0,1 miljoen. Dit wordt verklaard door € 0,3 miljoen lagere baten en € 0,4 miljoen lagere kosten dan begroot. Deze verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Baten

De € 0,3 miljoen lagere opbrengsten zijn vooral te verklaren door € 2 miljoen lagere bijdragen vanuit het ministerie van VWS. In de begroting was rekening gehouden met een bijdrage vanuit VWS voor publieke taken van € 3,4 miljoen. Deze bijdrage is uiteindelijk € 1,4 miljoen geworden. Ook de begrote bijdrage voor Informatiehuishouding op Orde is lager uitgevallen dan begroot: € 0,7 miljoen in plaats van € 2 miljoen. Daar staat tegenover dat het CBG een bijdrage van € 1,2 miljoen in het kader van Werk aan Uitvoering (WaU) heeft ontvangen, terwijl deze activiteiten niet begroot waren.

Verder is de omzet vanuit procedures en jaarvergoedingen € 1,3 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de opnieuw sterk toegenomen instroom van procedures die zijn ingediend via het Europees Medicijnagentschap: een stijging ten opzichte van de begroting van € 2,1 miljoen. Op andere procedures is de omzet lager uitgevallen dan begroot.

Verder is de omzet vanuit andere departementen is € 0,3 miljoen hoger uitgevallen door een hogere bijdrage van het ministerie van LNV voor het programma Nieuwe Veterinaire Verordening.

Lasten

Door de krapte op de arbeidsmarkt heeft het aCBG moeite met het aantrekken van (externe) medewerkers en dit is de oorzaak van € 1,1 miljoen. lagere personele kosten. Hierbij vallen de kosten van extern ingehuurd personeel vooral lager uit (€ 0,7 miljoen). Desalniettemin komt het percentage inhuur conform begroting uit boven de inhuurnorm van 10% als gevolg van het grote aantal projectmatige activiteiten met tijdelijke financiering. Om aan te sluiten bij de richtlijnen ten aanzien van classificering van personele kosten, heeft ten opzichte van voorgaande jaren een verschuiving plaatsgevonden van een deel van de externe inhuur naar kosten eigen personeel. De vergelijkende cijfers – begroting 2022 en realisatie 2021 – zijn hier op aangepast.

Tegenover deze lagere kosten staan de exitkosten van € 0,9 miljoen voor het pand op Utrecht Science Park. Deze kosten waren niet begroot.

De materiële kosten zijn ongeveer uitgekomen op het begrote bedrag. Wel zijn de ICT-kosten € 0,4 miljoen hoger en de overige materiële kosten € 0,4 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De hogere ICT-kosten zijn veroorzaakt door een verschuiving van externe inhuur naar apparaat ICT, doordat prestatiecontracten zijn afgesloten in plaats van contracten op basis van personele inzet. De lagere overige materiële kosten worden verklaard door een aantal kleinere mutaties.

Tabel 23 Balans per 31 december 2022 van het baten-lasten agentschap aCBG (bedragen x € 1.000)
 

Balans 31-12-2022

Balans 31-12-2021

Activa

  

Vaste activa

495

838

Materiële vaste activa

495

838

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan installaties en inventarissen

495

838

Overige materiële vaste activa

0

0

Immateriële vaste activa

0

0

Vlottende activa

26.257

23.181

Voorraden

0

0

Debiteuren

6.308

5.819

Overige vorderingen en overlopende activa

1.188

1.237

Liquide middelen

18.761

16.125

Totaal activa:

26.752

24.019

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

2.923

3.003

Exploitatiereserve

2.791

1.847

Onverdeeld resultaat

132

1.156

Langlopende schulden

0

0

Voorzieningen

0

0

Leningen bij het ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

23.829

21.016

Crediteuren

1.408

1.093

Overige schulden en overlopende passiva

22.421

19.923

Totaal passiva

26.752

24.019

Toelichting op de balans

Materiële vaste activa

In 2022 is er nauwelijks geïnvesteerd, maar alleen op de bestaande activa afgeschreven. Hierdoor zijn de materiële vaste activa in 2022 gedaald.

Debiteuren

De hogere omzet van procedures heeft zich vertaald in een hoger debiteurensaldo van € 0,5 miljoen. De debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde, waarbij rekening is gehouden met een voorziening voor mogelijke oninbaarheid (€ 0,4 miljoen).

Eigen vermogen

Door het positieve saldo van de exploitatie (€ 0,1 miljoen) en de afroming van het eigen vermogen naar aanleiding van het positieve resultaat over 2021 (€ 0,2 miljoen) is het eigen vermogen in 2022 gedaald met € 0,1 miljoen.

Kortlopende schulden

Het saldo van de post Crediteuren is met € 0,3 miljoen toegenomen.

Onder vooruit gefactureerd/nog te betalen staat een bedrag van € 11,6 miljoen voor vooruit gefactureerde beoordelingswerkzaamheden. Dit betreft het onderhanden werk van het aCBG. Het agentschap ontvangt de verschuldigde vergoeding voor een groot deel van de aanvragen voordat de werkzaamheden worden verricht. Het onderhanden werk is in 2022 met € 0,4 miljoen afgenomen. Daarnaast is er € 0,7 miljoen toegevoegd aan het saldo verlofuren en is het saldo nog te ontvangen facturen met € 0,8 miljoen toegenomen.

Onderlinge vorderingen/schulden ministeries en agentschappen

Op 31 december 2021 hebben de volgende vorderingen/schulden betrekking op ministeries en agentschappen:

  • Vorderingen: nog te ontvangen VWS € 0,2 miljoen, nog te ontvangen LNV € 0,2 miljoen.

  • Schulden: nog te betalen IGJ € 0,04 miljoen, nog te betalen VWS € 0,06 miljoen en nog te betalen RIVM € 1,0 miljoen.

Tabel 24 Kasstroomoverzicht van het baten-lastenagentschap aCBG over 2022 (bedragen x € 1.000)
 

(1) Vastgestelde begroting1

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1. Rekening-courant RHB 1 -1-2020 + stand depositorekeningen

12.914

16.125

3.211

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

63.340

66.574

3.234

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 62.867

‒ 63.639

‒ 772

Totaal operationele kasstroom

473

2.935

2.462

Totaal investeringen (-/-)

‒ 500

‒ 87

413

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

Totaal investeringskasstroom

‒ 500

‒ 87

413

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 212

‒ 212

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

0

‒ 212

‒ 212

5. Rekening-courant RHB 31-12-2020 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

12.887

18.761

5.874

1

Stand inclusief amendementen, moties en NvW

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het liquiditeitssaldo van het aCBG is in 2022 met € 2,6 miljoen gestegen. Dit wordt vooral verklaard doordat het bedrag aan vooruit ontvangen subsidies VWS met € 2,1 miljoen is gestegen. Een groter deel van de uit te voeren projectactiviteiten is doorgeschoven naar het volgende jaar. Daarnaast is € 0,7 miljoen toegevoegd aan het saldo voor verlofuren. Het treffen van deze reservering betreft wel kosten maar zijn geen operationele kasstroom. Hier staat tegenover dat de vooruit ontvangen subsidies van LNV met € 0,4 mln. is gedaald en dat het bedrag aan vooruit gefactureerde beoordelingswerkzaamheden eind 2022 € 0,4 miljoen lager was dan eind 2021.

Tabel 25 Overzicht doelmatigheidsindicatoren van het baten-lastenagentschap aCBG per 31 december 2022
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2019

2020

2021

2022

2022

Generiek

     

1. Tarieven/uur

94

97

103

99

102

2. Omzet per productgroep (bedragen x € 1.000)

     

- beoordelen van nationale aanvragen

1.978

2.324

2.503

2.630

2.942

- beoordelen van Europese aanvragen: centraal

9.861

10.577

11.999

13.060

10.595

- beoordelen van Europese aanvragen: MRP

595

631

875

784

802

- beoordelen DCP's

9.658

9.267

8.958

8.606

9.659

- beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

7

9

18

35

10

bureau diergeneesmiddelen

2.879

2.604

2.517

2.339

2.502

- jaarvergoedingen

23.717

25.266

25.565

26.350

25.829

- overig

5.800

4.482

6.062

9.265

11.001

totaal omzet

54.494

55.160

58.496

63.068

63.340

3. FTE-totaal (excl. externe inhuur)

343

374

395

424

390

4. Saldo van baten en lasten (%)

6,32%

‒ 1,23%

1,98%

0,21%

0%

Kwaliteitsindicatoren

     

1. Aantal gegronde klachten

11

16

9

8

15

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Tarieven per uur

Het gemiddelde uurtarief wordt bijgehouden om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde van alle functies van het primaire proces.

Het uurtarief is ondanks de cao-verhoging in 2022 lager dan 2021 en dan begroot. Dit komt doordat de kosten van inhuur bij de primair procesafdelingen overall lager zijn dan vorig jaar. De uitbreiding van de bezetting van deze afdelingen heeft geleid tot een toename van de salarislasten, maar omdat dit om medewerkers gaat die relatief laag ingeschaald zijn, dalen de gemiddelde kosten per uur.

Omzet per productgroep

De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de omzet van het aCBG. De totale omzet is in 2022 opnieuw sterk toegenomen. De stijging van de omzet uit jaarvergoedingen houdt gelijke tred met de jaarlijkse tariefstijging. Doordat EMA in 2022 een tariefstijging heeft doorgevoerd – in tegenstelling tot 2021 – zijn de opbrengsten hoger uitgevallen dan begroot. Mede hierdoor is de omzet uit centrale procedures ten opzichte van 2021 ook opnieuw gestegen. Het omzetaandeel van Europese aanvragen centraal is gestegen van 45% in 2021 naar 48% in 2022. Dit is ten koste gegaan van de omzet decentrale procedures, deze is lager dan begroot en de verwachting is dat deze daling de komende jaren doorzet. Bij het opstellen van de initiële begroting 2022 was de omvang van dit effect nog niet voorzien.

De omzet uit nationale aanvragen laat een stabiel beeld zien: de lichte stijging is het gevolg van de tariefstijging. De omzet veterinaire procedures (Bureau Diergeneesmiddelen) is lager dan begroot. In de eerste maanden na de invoering van de nieuwe veterinaire verordening bleef de instroom achter. In de loop van 2022 heeft de instroom zich hersteld, echter, dit zal pas in 2023 tot omzet leiden.

De overige omzet heeft betrekking op bijdragen van het moederdepartement, van andere ministeries en Europese subsidies. De VWS-bijdrage voor publieke taken en voor Informatiehuishouding op Orde zijn respectievelijk € 2 miljoen en € 1,3 miljoen lager dan begroot. Hier staat een bedrag tegenover van € 1,2 miljoen voor activiteiten in het kader van Werk aan Uitvoering (WaU) dat niet begroot was.

Totaal aantal fte

Dit kengetal betreft het totaal aantal fulltime-equivalenten (fte) dat werkzaam was bij het aCBG per 31 december 2022, exclusief externe inhuur en stagiair(e)s.

De blijvende grote instroom van werkzaamheden als gevolg van extra COVID-19 werkzaamheden zorgden in 2020 en 2021 voor een hoge werkdruk en maakte structurele uitbreiding van het aantal medewerkers noodzakelijk. Daarnaast is in 2022 gestart met een aantal (meerjarige) programma’s en projecten (Werk aan Uitvoering, Informatiehuishouding op Orde) die gedurende een lange periode een grote capaciteitsinzet vanuit de organisatie vragen. In eerste instantie is dit deels opgelost met extern ingehuurde medewerkers, maar in de loop van het jaar is een deel van inzet omgezet naar ambtelijk medewerkers. Deze ontwikkeling heeft zich in 2022 doorgezet in de volledige breedte van de organisatie, zowel in de uitvoering, het management, als de stafafdelingen.

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

De ontwikkeling van het procentuele saldo is een weergave van de realisatie, zoals de afgelopen jaren in de jaarrekening gepresenteerd.

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. In 2022 zijn 8 klachten gegrond verklaard. Dit is een daling van 1 ten opzichte van 2021 en 7 minder dan verwacht bij het opstellen van de begroting. De klachten betreffen voornamelijk opmerkingen van registratiehouders over het reguliere/primaire proces van het aCBG en dan vooral het overschrijden van beslistermijnen.

Licence