Base description which applies to whole site

4.7 Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.

Een grote meerderheid van de ondervraagden vindt de Nationale Herdenking (heel) belangrijk (83%). Dit geldt ook voor Bevrijdingsdag, al is dit aandeel net iets minder groot (75%). Ten opzichte van 2023 zien we een hele lichte daling in het aandeel dat de Nationale Herdenking heel belangrijk vindt (van 46% naar 41%). Men heeft op verschillende manieren stilgestaan bij de Nationale Herdenking. Op 4 mei heeft een zeer grote groep twee minuten stilte in acht genomen (84%) en de Nationale Herdenking gevolgd op radio, tv of online (68%). De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat men wil stilstaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en bij de vrijheid die we nu ervaren (94%). Verder staat men stil bij de Herdenking uit dankbaarheid voor de mensen die voor de vrijheid van de Nederlanders hebben gevochten (92%) en omdat de Tweede Wereldoorlog een belangrijk deel is van ons verleden (92%). Ook vindt men het erg belangrijk dat de Tweede Wereldoorlog niet wordt vergeten (92%). De belangrijkste reden waarom sommige mensen niet stilstaan bij de Nationale Herdenking op 4 mei (11% van de ondervraagden), is dat men vindt dat de activiteiten en rituelen op deze dag niet aanspreken (64%). In 2024 hebben we voor het eerst de stelling voorgelegd: Om te kunnen herdenken is basiskennis over de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog noodzakelijk. Hier is 68% van de ondervraagden het mee eens. Dit duidt nogmaals op het belang van één van de taken van het Nationaal Comité: namelijk het aanbieden van educatief materiaal over deze thema’s.

Nationaal Vrijheidsonderzoek 2024

De minister is verantwoordelijk voor de continuïteit, kwaliteit, effectiviteit en toekomstgerichtheid van specifieke zorg en het stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II. Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: van het blijvend betekenis laten houden aan de herinnering aan WO II10.

Financieren: van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen en van instellingen die de herinnering aan de WO II levend houden.

Regisseren: het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II te garanderen en de herinnering aan WO II blijvend betekenis te laten houden en het actueel houden van de wet- en regelgeving voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Uitvoeren: opdrachtgever en toezichthouder van diverse ZBO’s en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

In 2024 is het lustrum 80 jaar vrijheid van start gegaan met de Bevrijding van Zuid-Nederland (Kamerstuk2023/2024, 20 454 nr. 2023). Tijdens dit lustrum vieren we dat we in vrijheid leven en ons beschermd weten in een democratische rechtsstaat. We staan stil bij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder de Holocaust. De WOII-sector organiseert of financiert hiervoor verschillende herdenkingen en activiteiten door het hele land. Met de aanwezigheid van het kabinet bij de vele lustrumactiviteiten dragen wij het belang uit waar dit lustrum voor staat: de herinnering aan de slachtoffers, verzetsdeelnemers en veteranen en de waarde van vrijheid en democratie. Het lustrum loopt door tot en met 15 augustus 2025. De dag dat de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië ten einde kwam.

In 2024 alles gereed gemaakt om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) per 1 januari 2025 digitaal toegankelijk te maken voor het brede publiek. In dit grootste oorlogsarchief zitten de dossiers van verdachten van collaboratie met de nazi’s, met veel informatie van getuigen over slachtoffers, omstanders en gebeurtenissen. Echter, na een waarschuwingsbrief van de Autoriteit Persoonsgegevens over mogelijke privacy-schendingen is de digitale openstelling uitgesteld. Dossiers uit het archief zijn wel op locatie in te zien door familieleden van verdachten, nabestaanden van slachtoffers en onderzoekers. 

De kennis over de Holocaust onder Nederlanders neemt af. Daarom is in 2024 in samenwerking met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie aan de Kamer aangeboden. (Kamerstuk II 2023/2024, 36 272 nr. 17). Onderdeel van dit plan is het bevorderen van bezoek aan authentieke locaties zoals de Nationale Herinneringscentra WOII en het Nationale Holocaustmuseum. In dit kader is in 2024 al een verkenning gestart naar van de kosten die gepaard gaan met het bezoek van scholieren aan een dergelijke locatie. Ook is besloten de educatieve functie van deze ‘ontvangende’ instellingen te versterken. Verder is er een impactanalyse opgezet van het educatief materiaal dat ontwikkeld is door de brede herinneringssector.

Tot slot is eind 2024 het vervolg van het beleid van de collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen aangekondigd (Kamerstuk 2024/2025, 20 454 nr. 209). De twee prioriteiten voor de aankomende vijf jaar zijn: het bestendigen van de belangrijkste resultaten van het beleid en verbinding via projecten vanuit de gemeenschappen.

Tabel 41 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 7 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2020

2021

2022

2023

2024

2024

2024

Art.

Verplichtingen

229.165

211.985

218.918

207.412

212.000

199.728

12.272

         
 

Uitgaven

246.889

225.204

215.431

220.039

218.154

202.039

16.115

         

7.10

De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII

28.804

21.896

26.532

25.415

28.784

29.188

‒ 404

 

Subsidies (regelingen)

27.480

21.206

26.248

25.158

28.414

28.101

313

 

Nationaal Comité

6.357

7.384

11.656

9.085

9.902

5.960

3.942

 

Nationale herinneringscentra

3.836

3.088

3.468

4.571

4.171

3.004

1.167

 

Herinnering Indisch Molukse Doelgroep

2.417

2.103

1.927

1.560

2.010

5.386

‒ 3.376

 

Zorg- en dienstverlening

5.635

5.604

5.531

5.683

5.849

6.921

‒ 1.072

 

Overige

9.235

3.027

3.666

4.259

6.482

6.830

‒ 348

 

Bekostiging

0

292

0

0

0

400

‒ 400

 

Overige

0

292

0

0

0

400

‒ 400

 

Opdrachten

189

368

229

257

370

461

‒ 91

 

Overige

189

368

229

257

370

461

‒ 91

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.135

30

55

0

0

226

‒ 226

 

Overige

1.135

30

55

0

0

226

‒ 226

7.20

Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII

218.085

203.308

188.899

194.624

189.370

172.851

16.519

 

Inkomensoverdrachten

208.455

193.743

179.740

185.135

179.854

162.769

17.085

 

Wetten/regelingen verzetsdeelnemers/oorlogsgetroffenen

208.455

193.743

179.740

185.135

179.854

162.769

17.085

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

9.630

9.565

9.159

9.489

9.516

10.082

‒ 566

 

Sociale Verzekeringsbank

8.250

8.564

9.159

9.489

9.516

9.432

84

 

Pensioen- en Uitkeringsraad

1.380

1.001

0

0

0

650

‒ 650

         
 

Ontvangsten

3.483

3.240

1.568

3.991

1.690

3.339

‒ 1.649

         

Verplichtingen

Het verschil op verplichtingen is veroorzaakt door de bijboeking tijdens de 1e en 2e suppletoire wet, dit wordt verder toegelicht onder punt 2, inkomensoverdrachten.

Uitgaven

2. Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII

Inkomensoverdrachten

De realisatie in 2024 is € 16,5 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dat is onder andere veroorzaakt door een bij-boeking van € 8,8 miljoen voor 2024 tijdens de 1e suppletoire wet. Dit omdat de oorlogspensioenen op grond van de Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen (V&O) wetten en regelingen zijn gekoppeld aan het minimumloon. Door de verhoging van het mininumloon in 2023 zijn de uitgaven door de SVB hoger geraamd. Doordat het sterftecijfer daalt, stijgen de uitgaven voor deze post. Dit verklaart ook het verschil van € 11,1 miljoen op de verplichtingen.

Daarnaast is voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling 2024 € 6,5 miljoen bijgeboekt. Dit verklaart het totale verschil.

Kengetal: Uitkeringen aan Oorlogsgetroffenen WO II (bedragen x €1.000.000) (Bron SVB begrotingsrapport 2026 geprognoticeerde uitgaven alle wetten tesamen)

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Prestatie-indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld.

De doorlooptijd van de eerste aanvragen (97%) ligt boven de norm (95%), het betreft 4 aanvragen die buiten de gestelde termijn lopen. Het aantal nieuwe «eerste» aanvragenper jaar is in 2018 483, in 2019 410, in 2020 306, in 2021 189 in 2022 139, in 2023 180 en in 2024 128.

10

Kamerstukken II 2020/2021, 35570, nr. 2

Licence