XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport
A. ALGEMEEN
1 Gerealiseerde uitgaven en ontvangsten
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 34.830,4

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en nietbeleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 1.309,2

1 2 Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
Aan de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik, mede namens de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
d. de totstandkoming van de niet financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
b. het voorstel van de Slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,SophieHermans
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
3 Leeswijzer
1. Inleiding
Voor u ligt het departementale jaarverslag 2025 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Het onderdeel Algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.
Het jaarverslag is opgebouwd uit zeven onderdelen:
– De beleidsprioriteiten. Deze paragraaf gaat in op de belangrijkste resultaten van het ministerie van VWS over het afgelopen jaar. Het gaat om de hoofdlijnen van het beleid en de beleidsprioriteiten.
– De beleidsartikelen. Hierin wordt per artikel de algemene doelstelling vermeld en wat de rol en verantwoordelijkheden zijn van de minister. Daarnaast bevat elk beleidsartikel beleidsconclusies waarin een oordeel wordt gegeven over de uitvoering van beleid in het afgelopen jaar. Tevens is per artikel een budgettaire tabel opgenomen inclusief een toelichting op de belangrijkste bestedingen van middelen en op de opmerkelijke verschillen tussen de begrote en gerealiseerde uitgaven en ontvangsten.
– De niet-beleidsartikelen. Deze artikelen bestaan uit een budgettaire tabel en een toelichting op de verschillen tussen de begrote en gerealiseerde uitgaven en ontvangsten.
– De bedrijfsvoeringsparagraaf. Deze paragraaf geeft informatie op het gebied van rechtmatigheid, de totstandkoming van beleidsinformatie, financieel en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.
– De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat, de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de jaarverantwoordingen van de agentschappen, de saldibalans en het overzicht van de topinkomens.
– In hoofdstuk D zijn de premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Langdurige Zorg (Wlz), de uitgaven voor Wmo beschermd wonen uit het gemeentefonds en de middelen op de Aanvullende Post (AP) bij Financiën opgenomen en toegelicht. Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen een toelichting op de financiële cijfers en de voorlopige realisatie over het jaar 2025.
– Tot slot bevat het jaarverslag een aantal bijlagen, te weten: de toezichtrelaties op Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s) en de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s), afgerond evaluatie- en overig onderzoek, inhuur externen, en een budgettair overzicht Oekraïne.
2. Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen 2024. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.
3. Groeiparagraaf
Ten opzichte van het jaarverslag 2024 zijn, conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschrfiten 2026, de volgende wijzigingen aangebracht:
– De Tweede Kamer heeft het thema «Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» aangeweze als focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2025. Dit onderwerp is opgenomen als onderdeel van de beleidsprioriteiten.
– Bij de beleidsprioriteiten wordt in een afzonderlijke paragraaf ingegaan op brede welvaart.
– De bijlagen Caribisch Nederland en het Nationaal Groeifonds worden gecentraliseerd opgenomen bij de beleidsverantwoordelijke ministeries. De bijlage Caribisch Nederland is opgenomen bij het ministerie van BZK en de bijlage Nationaal Groeifonds bij het ministerie van EZK.
– Bij de suppletoire begroting september VWS 2025 zijn de Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18-, de Rijksbijdrage voor de kosten van korting (BIKK) en de Rijksbijdrage Wlz vanuit artikel 2 en artikel 3 overgeheveld naar artikel 8.
– Bijlage moties en toezegingen wordt niet meer opgenomen in de departementale begrotings- en verantwoordingsstukken. Deze bijlage is daarmee komen te vervallen.
4. Toelichting Budgettaire tabel
Afzonderlijke posten in de budgettaire tabellen in de beleidsartikelen worden toegelicht als de mutaties groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel conform de Rijksbegrotingsvoorschriften.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 en < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
5. Motie Schouw
In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.
6. Focusonderwerp
Elk jaar wordt er in het jaarverslag aandacht besteed aan het focusonderwerp. Voor de verantwoording over 2025 heeft de Tweede Kamer «Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» als focusonderwerp aangewezen. De informatie hierover is opgenomen in de beleidsprioriteiten (paragraaf 4.17)
7. Staat van Volksgezondheid en Zorg
De Staat van Volksgezondheid en Zorg presenteert sinds 2016 actuele en eenduidige cijfers over de verschillende domeinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS): volksgezondheid, zorg, maatschappelijke ondersteuning en jeugd. Ook sport komt aan bod, voor zover het samenhangt met volksgezondheid en zorg. De Staat van Volksgezondheid en Zorg wordt gemaakt door een kennisconsortium met onder andere RIVM, Nivel, het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), onder regie van het RIVM en met VWS als opdrachtgever.
Het maken van de Staat van Volksgezondheid en Zorg is een dynamisch proces. De kerncijfers van de Staat van Volksgezondheid en Zorg vormen een dynamische basis en kunnen worden aangevuld om duiding, een goed beeld en meer inzicht te krijgen in de staat van de zorg in Nederland.
B. BELEIDSVERSLAG
4. Beleidsprioriteiten
4.1 Thema 1: Een gelijkwaardige toegang tot zorg
Het eigen risico
Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan de afspraken in het aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord over het doen van onderzoek naar welke elementen en maatregelen van o.a. triage bijdragen aan een gelijkwaardige toegang tot zorg. Conform het regeerprogramma is het eigen risico bevroren op € 385 in 2025 en 2026. Vanwege de demissionaire status van het kabinet Schoof op het moment dat het wetsvoorstel verlaging eigen risico en de amvb tranchering eigen risico zouden worden ingediend in de Tweede Kamer, heeft het kabinet ervoor gekozen om het wetsvoorstel en de amvb aan te houden.1
Voor de jaren 2025 en 2026 is een lastenverlichting van € 2,5 miljard beschikbaar gesteld voor burgers. In 2025 zijn de maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord om de lastenverzwaring door de stijgende zorgpremie te compenseren deels uitgevoerd. De inkomstenbelasting voor burgers is verlaagd en de AOF-premie voor kleine werkgevers is aangepast. Daarnaast is de zorgtoeslag verhoogd en de inkomensgrens verruimd, zodat de betaalbaarheid van zorg voor lagere inkomens wordt ondersteund.
Een heldere zorgverzekering
In het afgelopen jaar zijn verschillende stappen gezet om meer transparantie rond contractering tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders te creëren, met als doel het verbeteren van de informatievoorziening voor verzekerden bij de start van het overstapseizoen. Voor dit contracteerproces is onder meer ingezet op uniforme informatievoorziening vanuit zorgaanbieders. Hierdoor weten verzekerden in het overstapseizoen in hoeverre de zorg volledig vergoed wordt ook als er (nog) geen contract is. De NZa is op dit moment bezig met een herijking van de handvatten, die zijn opgesteld als hulpmiddel voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders, zodat het contracteerproces voorspelbaarder is waardoor de contractering soepeler en sneller kan verlopen. Deze herijkte handvatten worden in het voorjaar gepubliceerd en gaan gelden voor de contracten die ingaan op 1 januari 2027 of een latere datum. Ondanks de afspraken dat partijen er naar streven dat de contracten op 12 november worden afgerond kan het zijn dat dit in sommige situaties niet mogelijk is omdat dit anders ten koste gaat van de kwaliteit van het contract. De NZa publiceert jaarlijks in mei een informatiekaart Zorgverzekeringen waarbij het gehele contracteerseizoen geëvalueerd wordt.2
Beschikbaarheid geneesmiddelen
In 2025 zijn belangrijke stappen gezet om geneesmiddelentekorten beter te voorkomen en te beheersen. Tekorten worden nu eerder en systematischer gesignaleerd, waardoor er sneller kan worden gezocht naar alternatieven voor patiënten. In samenwerking met behandelaren zijn zoveel mogelijk vervangende geneesmiddelen beschikbaar gesteld, en import uit het buitenland is ingezet wanneer nodig. Door een wetswijziging kunnen bij ernstige tekorten geneesmiddelen uit het buitenland worden geïmporteerd onder vrijstelling.3 Daarnaast is gewerkt aan het aantrekkelijker maken van de Nederlandse markt voor fabrikanten. Ook zijn er extra voorraden aangelegd van de meest noodzakelijke geneesmiddelen om tijdelijke productiestoringen of verhoogde vraag op te vangen.4
Beschikbaarheid medische hulpmiddelen
Op het gebied van medische hulpmiddelen zijn er het afgelopen jaar verschillende mijlpalen gehaald. Zo geldt er onder andere sinds 10 januari 2025 een Europese meldplicht voor fabrikanten van medische hulpmiddelen bij (dreigende) leveringsonderbrekingen. In lijn met deze Europese meldplicht is een wetswijziging ingediend die het mogelijk maakt om basisinformatie van de meldingen openbaar beschikbaar te stellen voor het hele zorgveld. Zo zorgen we ervoor dat alle partijen tijdig op mogelijke tekorten van medische hulpmiddelen kunnen anticiperen.5
4.2 Thema 2: Afwenden van een onbeheersbaar arbeidsmarkttekort
De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het efficiënter inzetten van zorgpersoneel. Het is onacceptabel dat essentiële zorg — acute, chronische, langdurige of sociale — in gevaar komt doordat structureel onvoldoende personeel beschikbaar is.
In 2025 is hieraan gewerkt langs verschillende lijnen: halvering van administratietijd in 2030, de juiste inzet van medewerkers en het vergroten van vakmanschap en werkplezier.
Halvering van administratietijd in 2030Zorgverleners besteden een groot deel van hun werktijd aan het bijhouden van administratie. Deze tijd kunnen ze niet aan de patiënt of cliënt besteden. Daarom is de inzet van het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) om de administratietijd per 2030 tot maximaal 20% van de werktijd van een zorgverlener te verminderen.6
Een belangrijke stap om dit te realiseren is de samenwerking van alle betrokken partijen binnen de Regiegroep Aanpak Regeldruk. Via een gezamenlijk plan van aanpak en individuele werkagenda’s wordt gewerkt aan verschillende maatregelen en aan de afspraken voortkomend uit het IZA en daarop aanvullend het AZWA. Deze richten zich onder meer op het opschalen van doorbraakprojecten, het verminderen van regeldruk als gevolg van machtigingen en verklaringen en het terugdringen van verschillen in inkoop- en verantwoordingseisen.
Daarnaast wordt ingezet op het opschalen van AI-toepassingen in de zorg zodat AI (met name voor het verlichten van administratieve lasten) veilig en verantwoord kan landen in zorgprocessen via de doorbraakmiddelen en afspraken in het AZWA. In 2025 zijn in de praktijk al concrete AI-toepassingen in de zorg zichtbaar, zoals spraakgestuurd rapporteren en capaciteitsplanning. Om implementatie en opschaling verder te ondersteunen heeft VWS de regie gevoerd via diverse Ronde Tafels, is via ZonMw stevig ingezet op de validatie van AI-toepassingen door het RIGH:T-consortium en is er op Europees niveau actief bijgedragen aan een met andere lidstaten meegeschreven vraag- en antwoorddocument over de samenhang tussen de MDR, IVDR en de AI-verordening. Tegelijkertijd laat 2025 ook zien dat AI-geletterdheid van organisaties en adoptie(vermogen) van AI sterk verschillen, databeschikbaarheid/-kwaliteit en interoperabiliteit blijven beperkend, en er is behoefte aan betere validatie en heldere governance om vertrouwen en veiligheid te borgen.
Een belangrijk instrument dat in 2025 is ingezet om de implementatie en opschaling van digitale en hybride ondersteuning van gezondheid, zorg en welzijn te versnellen is de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ). De STOZ is gericht op het bieden van ondersteuning bij het gebruik van digitale en hybride processen om zorg- en ondersteuningsmedewerkers substantieel minder in te zetten (arbeidsverlichting), of mensen langer thuis te laten wonen. In 2025 konden organisaties in zorg en welzijn in de tweede ronde van de STOZ een subsidie aanvragen voor het opstarten van projecten. Voor aanvragen in 2025 gold een subsidieplafond van € 54 miljoen en er zijn bijna 1.300 aanvragen ontvangen voor een totaalbedrag van € 124 miljoen.
Gezien de grote rol van digitale en hybride toepassingen in de zorg, is het noodzakelijk dat de professionals in zorg en welzijn de juiste (digi)vaardigheden hebben, passend bij hun functie en in lijn met de toekomstige ontwikkelingen. Ook in 2025 heeft het Ministerie van VWS daarom de Coalitie Digivaardig in de Zorg door middel van cofinanciering ondersteund om in de praktijk invulling te geven aan de ontwikkeling en verbetering van digitale vaardigheden van professionals. Via de Coalitie is onder meer ook bijgedragen aan een onderzoek dat Hogeschool Windesheim in samenwerking met Deltion College en de Coalitie heeft verricht naar de digitale vaardigheden van mbo-studenten in de zorg. De resultaten van dit onderzoek zijn in 2025 met de Tweede Kamer gedeeld.7
Vergroten van vakmanschap en werkplezierEén van de elementen die bijdragen aan meer werkplezier is een goede balans tussen werknemers in loondienst en zelfstandigen. Het terugdringen van het aantal schijnzelfstandigen is hierbij van belang. Om dit te bereiken heeft VWS, aanvullend op het algemene kabinetsbeleid, in 2025 ingezet op het vergroten van duidelijkheid over wanneer in de zorg met en als zelfstandige gewerkt kan worden. VWS heeft samen met SZW en de Belastingdienst door het veld ingediende casusposities beoordeeld. Deze casusposities dragen bij aan meer duidelijkheid over de beoordeling van arbeidsrelaties in de zorg, doordat ze handvatten bevatten op grond waarvan werkverschaffers en werkenden in de zorg hun eigen samenwerking kunnen beoordelen. In gevallen waarin de inzet van zzp’ers niet aannemelijk is in lijn met wet- en regelgeving is met brancheorganisaties gekeken naar alternatieven. Focus hierbij was het vormgeven van een flexibele schil in loondienst en daarbij in te zetten op regionaal werkgeverschap. In 2025 zijn diverse opties voor een btw-vrijstelling bij het uitwisselen van personeel samen met het veld uitgewerkt. Een deel van deze informatie is beschikbaar gemaakt via de website van het samenwerkingsverband van werkgeversorganisaties in de zorg Regioplus, waar ook een link te vinden is naar de regionale informatiepunten. Deze verschillende vormen van regionaal werkgeverschap bieden niet alleen een flexibele schil in loondienst, maar kunnen ook bijdragen aan meer werkplezier doordat zij werknemers meer autonomie, flexibiliteit en loopbaanontwikkeling bieden.
Om te onderzoeken of het kennisniveau over dit onderwerp is toegenomen is in het tweede kwartaal een peiling gedaan. Het onderzoek laat zien dat zowel werkenden als werkgevenden beter bekend zijn met de term schijnzelfstandigheid en handhaving dan in 2024. Het aantal werkenden dat nadenkt over zzp-schap is afgenomen en werkgevers krijgen minder vragen over mogelijkheden tot zzp-schap. Daarnaast blijkt uit de cijfers van het CBS programma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn8 dat er een afname is van het aantal zzp’ers. Tegelijkertijd is sprake van een toename van het totaal aantal werkenden en het aantal werknemers in zorg en welzijn.
Ook zijn in 2025 initiatieven ondersteund die gericht waren op het voorkomen van en omgaan met agressie tegen medewerkers en vergroten we de zeggenschap en professionele autonomie van zorgverleners door bijvoorbeeld praktische initiatieven te faciliteren die bijdragen aan het duurzaam verankeren van zeggenschap, bijvoorbeeld met de financiering van de projectorganisatie ‘Landelijk Actieplan Zeggenschap’ en met financiering voor de Landelijke Monitor Zeggenschap. Daarnaast is in 2025 ingezet op de borging van zeggenschap op landelijk niveau door professionals te betrekken in beleid- en besluitvorming. Eén van de instrumenten om deze betrokkenheid te organiseren is de online community ‘Zorg en Welzijn Denkt Mee’. Sinds mei 2025 geven ruim 250 zorg- en welzijnsprofessionals via de online community ‘Zorg en Welzijn Denkt Mee’ hun input op allerlei actuele (beleids)onderwerpen die invloed hebben op het werk van professionals in de praktijk. In 2025 zijn diverse vraagstukken behandeld, zoals scholing en ontwikkeling, duurzame zorg en de vormgeving van een nieuw loopbaanplatform. Aanvullend is in 2025 het evenement ‘VOICE III’ georganiseerd waar meer dan 200 zorg- en welzijnsprofessionals bij aanwezig waren om mee te denken over (arbeidsmarkt)beleid van VWS.
Daarnaast heeft VWS in 2025 het Preventieplan zorg en welzijn ondersteund. Dit is een initiatief van PGGM, IZZ en FWG om het werkplezier te vergroten en daarmee verzuim en verloop omlaag te brengen. De aanpak is beschreven in een handzaam rapport dat zo breed mogelijk is verspreid in de sector. Een groot deel van de medewerkers in zorg en welzijn heeft een of meerdere keren per jaar te maken met (verbale) agressie. In juni 2025 is er een publiekscampagne tegen agressie geweest.9 Ten slotte heeft VWS een initiatief gesubsidieerd van de KNMG om een handelingskader te ontwikkelen voor zorgverleners die te maken krijgen met agressie.
4.3 Thema 3: Aanvullend hoofdlijnenakkoord voor een toegankelijker zorglandschap
Om de zorg toegankelijk te houden in tijden van arbeidsmarkttekorten heeft het toenmalige kabinet in 2022 het Integraal Zorgakkoord (IZA) gesloten met dertien zorg- en welzijnspartijen.10 Met het IZA is een belangrijke beweging in gang gezet naar meer passende zorg en betere samenwerking binnen regio’s en over de domeinen heen. Om deze beweging te versterken en versnellen heeft het kabinet in 2025 een Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA) gesloten met de IZA-partijen, aangevuld met Sociaal Werk Nederland, GGD GHOR Nederland en MIND.11 Het nieuwe akkoord, dat loopt tot en met 2028, richt zich op het verbeteren van toegang tot zorg en welzijn en op het afwenden van het toenemende tekort aan zorgprofessionals.
Het AZWA bevat aanvullende afspraken om de zorg toekomstbestendiger te maken. Zo wordt sterk ingezet op passende zorg, preventie en samenwerking tussen het medisch en sociaal domein. Zorg en welzijn moeten beter op elkaar aansluiten, zodat mensen tijdig de juiste ondersteuning krijgen en zwaardere zorg voorkomen kan worden. Er is afgesproken dat zorgverzekeraars, gemeenten en zorgorganisaties gezamenlijk investeren in regionale samenwerking en digitale ondersteuning. Ook komt er een landelijke digitale infrastructuur voor gegevensuitwisseling tussen zorgverleners en ondersteuning van patiënten bij digitale zorgtoegang. Daarnaast wordt ingezet op het verminderen van administratieve lasten en het vergroten van de werkplezier en behoud van zorgprofessionals door efficiëntere werkprocessen en de inzet van technologie, zoals spraakherkenning en kunstmatige intelligentie.
Zo wordt, in dit akkoord, bijna € 70 miljoen per jaar vrijgemaakt voor medische preventie en bijna € 400 miljoen per jaar voor voorzieningen en samenwerking op het snijvlak van het sociaal medisch domein. Ook is in dit nieuwe akkoord afgesproken dat verzekeraars gericht gaan investeren in regio’s en wijken waar de (verwachte) tekorten aan huisartsenzorg het grootst zijn en waar deze investeringen de meeste impact hebben. Ook is in 2025 gewerkt aan het versterken van de samenwerking binnen de eerstelijnszorg. Daarvoor is in het AZWA € 70 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Het doel is dat mensen dichtbij huis laagdrempelige toegang hebben tot goede eerstelijnszorg. Zo moet in de wijk in ieder geval de huisarts, wijkverpleegkundige, apotheker en het lokale team van de gemeente elkaar makkelijk en goed kunnen vinden.
Lange wachttijden in de spoedzorg
Voor complexe behandelingen worden patiënten doorverwezen naar hooggespecialiseerde ziekenhuizen. Terugverwijzing naar regionale of kleinere ziekenhuizen na de behandelingen waarborgen de continuïteit van zorg en de nabijheid voor familie. Om de samenwerking tussen grote en kleinere ziekenhuizen te bevorderen, zijn in 2025 afspraken gemaakt over ondersteuning en het behoud van volwaardige streekziekenhuizen. Deze aanpak verbetert de toegankelijkheid van zorg en vermindert de reisafstand voor patiënten.
Daarnaast is in het AZWA gewerkt aan structurele afspraken met zorgverzekeraars over meerjarige financiering van ziekenhuizen, waardoor financiële zekerheid wordt geboden en de continuïteit van zorg en personeel wordt gewaarborgd. Tegelijkertijd zijn in het AZWA maatregelen genomen om de beschikbaarheid van spoedeisende zorg en acute verloskunde in alle regio’s te verbeteren, waarbij samenwerking en coördinatie tussen aanbieders centraal staan.
Met het IZA is een belangrijke beweging ingezet: naar passende zorg, betere samenwerking in de regio en tussen domeinen, de beweging naar de voorkant met een cruciale rol voor de eerstelijnszorg en wijkverpleging en het realiseren van gegevensuitwisseling. Ook in 2025 is door partijen hard gewerkt aan het uitvoeren van de IZA-afspraken. Inmiddels zijn 287 van de 445 IZA-acties volledig afgerond, en zijn er nog eens 146 in gang gezet.12
Enkele mijlpalen die in 2025 zijn behaald:
– De (volume)normen voor de geselecteerde oncologische en vaatchirurgische interventies zijn vastgesteld. Deze krijgen, afhankelijk van de regio, vanaf 2026 of 2027 een plek in de contracten.
– Binnen alle ROAZ-regio’s vindt nu structureel overleg plaats om de benodigde geboortezorg te coördineren en de beschikbare capaciteit zo optimaal mogelijk in te zetten.
– Sinds 1 mei 2025 is de nieuwe betaaltitel ‘PatiëntenGroepsgebonden Afstemming binnen Zvw-verzekerde Zorg (PGAZ)’ van kracht.
– De handreiking contractering Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s) is gepubliceerd. Vanaf 2027 is voor de RESV’s structurele financiering beschikbaar via zorgverzekeraars. De handreiking biedt regio’s handvatten om de benodigde stappen richting contractering te zetten.
– Er is een gezamenlijke intensiveringsagenda digitale en hybride zorg opgesteld.
– Er zijn middelen toegekend aan in totaal 178 transformatieplannen. De transformatiemiddelen zijn daarmee beschikbaar gesteld.13
– In september 2025 is de website zorgakkoorden.nl gelanceerd, waarmee er een centraal loket is waar informatie wordt gedeeld met en tussen regio’s en waar regio’s terecht kunnen voor vragen.
Gegevensuitwisseling
Op het gebied van gegevensuitwisseling is in 2025 verder gewerkt aan een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelsel, zodat burgers regie houden over hun eigen gezondheidsgegevens en deze op het juiste moment beschikbaar zijn voor zorgverleners.
De implementatie van de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) is voortgezet, waarbij zorgaanbieders stap voor stap verplicht worden tot elektronische uitwisseling van gegevens volgens uniforme standaarden. Begin juni 2025 heeft uw Kamer de wetsvoorstellen Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) en Cyberbeveiligingswet (Cbw) ontvangen. Met de sectorale ministeriële regeling Cbw wordt ingezet op een stelsel waarin de sector zorg (waaronder de zorgaanbieders) hun netwerk- en informatiebeveiliging aantoonbaar op orde moeten hebben. Op basis van de sectorale ministeriële regeling Wwke zal de Minister van VWS organisaties in de zorg aanwijzen als kritieke entiteiten met als doel dat zij zich voorbereiden op grootschalige incidenten en fysieke rampen.
Daarnaast zijn voorbereidingen gestart voor de inwerkingtreding van de European Health Dataspace-verordening (EHDS), waarbij de nadruk ligt op privacybescherming en veilige, patiëntgestuurde opt-outmechanismen. Door deze maatregelen wordt de veiligheid van medische gegevens versterkt en wordt een basis gelegd voor de verdere inzet van digitale en AI-toepassingen in de zorg. Het afgelopen jaar zijn werkzaamheden verricht die betrekking heeft op het voornemen voor het opzetten van een nieuw zbo die de taken van de Autoriteit Digitale Gezondheid en de Health Data Access Body zal uitvoeren. Het programma HDAB-NL heeft voortvarend de digitale business capabilities van de HDAB ontwikkeld. Alle toegezegde opleveringen aan de Europese Commissie zijn gerealiseerd. Daarnaast is actief gecommuniceerd in het veld om de EHDS uit te leggen. Tenslotte zijn de eerste voorbereidingen getroffen t.a.v. de implementatie van de rechten van burgers incl. de opt-out.
ActiZ, De Nederlandse ggz, Federatie Medisch Specialisten, In Een, Landelijke Huisartsen Vereniging, De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Patiënten federatie Nederland, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Verpleeg kundigen & Verzorgenden Nederland, Zelfstandige Klinieken Nederland, Zorgverzekeraars Nederland en Zorgthuisnl
4.4 Thema 4: Hoofdlijnenakkoord onderdeel ouderenzorg
In 2025 is stevig ingezet op het versterken van de kwaliteit van leven van ouderen en het toekomstbestendig maken van de ouderenzorg. De vergrijzing blijft toenemen, en daarmee ook de vraag naar zorg en ondersteuning. In 2025 is verder gewerkt aan het verbeteren van de samenhang tussen de verschillende zorgwetten (Wlz, Zvw en Wmo), met als doel de zorgtoegang voor ouderen eenvoudiger en minder versnipperd te maken.14 In het kader van het programma WOZO (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen) heeft het kabinet samen met uitvoeringsorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars verschillende trajecten in gang gezet om knelpunten in wet- en regelgeving te verminderen.
Het in 2024 aangekondigde traject richting een Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg heeft in 2025 geleid tot afronding van gesprekken met de sector, waarna het akkoord op 4 juni 2025 is ondertekend.15Het akkoord richt zich op het terugdringen van de arbeidsmarkttekorten door het vergroten van werkplezier, het verminderen van regeldruk en het stimuleren van opleidings- en zij-instroomtrajecten. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over regionale personeelsplanning en het benutten van technologie ter ondersteuning van het zorgproces.
Om de inzet van AI in de Nederlandse zorg- en welzijnssector veilig en verantwoord te versnellen is in 2025 het Programma Realisatie AI in de zorg gestart. Dit programma is aansluitend op de afspraken van het AZWA. Het programma legt focus op het verlichten van de administratieve lasten in de zorg met AI. Tegelijkertijd bereiden zorgpartijen zich voor op de bredere uitrol van AI in de zorg en zorgt het programma voor de randvoorwaarden voor de bredere adoptie van AI in de zorg.16 Ook is er in september 2025 een bijeenkomst gehouden door de Regiegroep Aanpak Regeldruk, waarbij vertegenwoordigers vanuit het Ministerie van VWS, Nictiz en Digizo aanwezig waren. In de bijeenkomst ging het over digitalisering als middel om de regeldruk en administratieve lasten te verlagen, met nadruk op verpleeghuizen en ouderenzorg.17
Daarnaast was een van de doelen om in 2025 verbetervoorstellen te doen zoals het beëindigen van het systeem van herindicaties voor mensen die in een verpleeghuis wonen. In het HLO is vastgesteld dat in 2025 de herziening van het herindicatieproces plaatsvindt in samenwerking met veldpartijen. Ook is in 2025 mogelijk gemaakt om per 2026 om met terugwerkende kracht een Wlz-indicatie af te geven. Daarmee wordt het mogelijk om cliënten die vanwege bijzondere omstandigheden vanuit de thuissituatie met spoed worden opgenomen in een instelling een juist zorgprofiel te geven.
Nationale Dementiestrategie
Onderdeel van het HLO is de Nationale Dementiestrategie (NDS) 2021-2030. De strategie richt zich op drie samenhangende pijlers: onderzoek naar dementie, mensen met dementie laten meedoen in de samenleving en passende ondersteuning en zorg gedurende het leven met dementie. Er zijn belangrijke stappen gezet in wetenschappelijk onderzoek naar dementie, de samenleving is dementie vriendelijker geworden en zorg en ondersteuning zijn beter op elkaar afgestemd. Daarnaast heeft in 2025 het Nationale dementiecongres heeft plaatsgevonden; heeft de Gezondheidsraad in november advies uitgebracht over risicoreductie en vroegdiagnostiek; is de doelstelling bereikt dat ruim 750.00018 mensen de online training Samen Dementievriendelijk hebben gevolgd; is er een Kamerbrief verstuurd over de toekomstbestendigheid van casemanagement dementie en is er een nieuwe aanbesteding voor Dementie in Kaart gestart. 19
Het jaar 2025 stond ook in het teken van de actualisatie van de NDS. Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Alzheimer Nederland, ActiZ, GGD GHOR Nederland, Sociaal Werk Nederland, Dementie Netwerk Nederland (DNN), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), Verenso en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW), ZonMw en Zorgstandaard Dementie zijn de thema’s en doelen voor de periode 2026-2030 herijkt. De actualisatie is op 29 januari 2026 naar de Kamer gestuurd.
Palliatieve en terminale zorg
In 2025 is belangrijke voortgang geboekt rond palliatieve en terminale zorg. In het kader van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II), is gewerkt aan IZA-transformaties in de regio, waarbij het Kwaliteitskader Palliatieve Zorg wordt geïmplementeerd, om zo palliatieve zorg structureel onderdeel te maken van de reguliere zorg. Ook is gewerkt aan maatschappelijke bewustwording via de publiekscampagne ‘Leven tot het laatst’ en de zorgverlenerscampagne ‘Zorg tot het laatst. Je doet het samen’. Verder is de Handreiking financiering palliatieve zorg 2025 geactualiseerd. Belangrijke wijzigingen omvatten onder andere een nieuwe betaaltitel voor proactieve zorgplanning in medisch-specialistische zorg, verhoging van het tarief voor eerstelijns verblijf (ELV) en afspraken over dagtarieven in bijna-thuis-huizen. Ook is er via het NPPZ II extra aandacht gegeven aan scholing van zorgmedewerkers en docenten. En is er in het kader van het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) een eenmalige subsidie beschikbaar gekomen voor strategische bij- en nascholing op het gebied van palliatieve zorg. Verder is een werkconferentie georganiseerd met stakeholders uit zorg en onderwijs om concrete afspraken te maken over wie welke acties gaat ondernemen om palliatieve en levenseindezorg een structurele plek te geven binnen bestaande zorgopleidingen en bij- en nascholing.
Daarnaast zijn in het AZWA afspraken gemaakt over proactieve zorgplanning in de palliatieve fase. Bovendien is in 2025 een bedrag oplopend tot € 17 miljoen extra per jaar toegevoegd aan de subsidieregeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis. Dit is bedoeld om maatschappelijk kapitaal en inzet van vrijwilligers te blijven stimuleren. De inzet van vrijwilligers zorgt er namelijk voor dat mensen in de laatste fase van hun leven ondersteuning ontvangen, steeds vaker in de vertrouwde omgeving van hun eigen huis. Dit vergroot de kwaliteit van leven en sterven voor patiënten. Daarnaast verlichten vrijwilligers de druk op mantelzorgers en zorgverleners. We stimuleren op deze manier een samenleving waarbij zorg en aandacht voor mensen in de laatste levensfase een gedeelde verantwoordelijkheid wordt.
Toegankelijke informatie
Er is in 2025 ingezet om de zorg toegankelijk te houden voor mensen die moeite hebben met digitalisering, zoals laaggeletterden en ouderen met slechthorendheid of slechtziendheid. Middelen uit het IZA en regionale Wlz-budgetten via zorgkantoren zijn ingezet om de digitale vaardigheden van deze groepen te versterken. Een belangrijk instrument om de implementatie en opschaling van digitale en hybride ondersteuning van gezondheid, zorg en welzijn te versnellen is de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ). De STOZ is gericht op het bieden van ondersteuning bij het gebruik van digitale en hybride processen om zorg- en ondersteuningsmedewerkers substantieel minder in te zetten (arbeidsverlichting), of mensen langer thuis te laten wonen. Tot 30 september jl. konden partijen in de tweede ronde van de STOZ een subsidie aanvragen voor het opstarten van projecten. Voor aanvragen in 2025 geldt een subsidieplafond van € 54 miljoen. Dat plafond zal naar verwachting worden bereikt. De RVO werkt momenteel hard aan het verwerken van de aanvragen en hanteert daarbij het principe van ‘first come, first serve’.
Onafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging (Zvw)
In 2025 is door het ministerie voorbereidend werk gedaan voor de beoogde wettelijke verplichting tot onafhankelijke indicatiestelling voor ongecontracteerde zorgaanbieders in de wijkverpleging. Doel van deze maatregel is om het verschil in doelmatigheid tussen gecontracteerde en ongecontracteerde wijkverpleging terug te dringen.20
Dak- en thuisloosheid
In 2025 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) voortgezet als blauwdruk voor de landelijke aanpak van dak- en thuisloosheid. Vanuit het Rijk en samen met gemeenten, zorg- en woningcorporaties is verder gewerkt aan preventie, huisvesting en ondersteuning voor kwetsbare groepen. Lokale overheden zijn ondersteund bij het opzetten van woonzorgvisies en het vertalen van het ‘Wonen Eerst’-principe. Er is ook gewerkt aan het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma dat met de Wet versterking regie volkshuisvesting verplicht wordt voor gemeenten. Via landelijke bijeenkomsten werden gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen ondersteund bij de voorbereidingen voor deze programma’s, inclusief thema’s als huisvesting voor aandachtsgroepen, zoals mensen die uitstromen uit zorginstellingen en (dreigend) dakloze mensen.21
4.5 Thema 5: Zorg voor jongeren die dit het meest nodig hebben
Op 30 januari 2025 heeft de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd haar advies uitgebracht. Naar aanleiding hiervan worden de maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda geïntensiveerd, worden aanvullende maatregelen genomen en heeft het kabinet in dit kader besloten cumulatief circa € 3,7 miljard extra toe te voegen in de jaren 2025 ‒ 2027 aan het Gemeentefonds.
Dit jaar is het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg aangenomen door de Eerste Kamer. De wet zal per 1 januari 2026 (deels) in werking treden. Ondertussen wordt in de praktijk hard gewerkt aan het versterken van de lokale teams die – in samenwerking met andere partijen – steeds meer hulp zelf gaan bieden. Om de beoogde beweging te ondersteunen, zijn afspraken gemaakt tussen de VNG, Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Jeugdartsen Nederland (AJN) en het ministerie van VWS met als doel om kinderen en gezinnen sneller passende hulp te bieden.
In 2025 is een belangrijke stap gezet in het proces om te komen tot minder administratieve lasten en beter inzicht in de werking van het stelsel door het vaststellen van de hoofdindeling van de productstructuur op basis waarvan partijen informatie over specialistische hulp moeten gaan registreren.
In 2025 is ook verder gewerkt aan het voorkomen van uithuisplaatsingen door het stelsel van jeugd- en gezinsbescherming te vereenvoudigen en te verbeteren. Het Rijk, de VNG en partnerorganisaties zetten hierbij gezamenlijk in op een eenduidige visie en werkwijze, waarbij professionals vanuit verschillende organisaties effectief samenwerken op verschillende plekken in het land.2223 Vanuit het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is het werkpakket Werken aan veiligheid ontwikkeld.24
4.6 Thema 6: Naar een gezonder, sportiever en fitter Nederland
In 2025 heeft het kabinet maatregelen genomen om de gezondheid van alle Nederlanders te beschermen en te bevorderen, hiervoor is een preventiestrategie uitgewerkt met thema’s zoals het schermgebruik en sociale media, problematisch alcoholgebruik, voeding en overwicht. Ook is er specifieke aandacht voor mentale gezondheid.
Preventie
Het doel is een gezonde generatie in 2040, onder andere door de stimulatie van een gezondere leef- en schoolomgeving. Voor kinderen en jongeren is het niet altijd makkelijk, of soms zelfs niet mogelijk om een gezonde keuze te maken. Daarom is er in 2025 gewerkt aan de Samenhangende preventiestrategie, waarbij de focus ligt op zeven omgevingen waarin kinderen en jongeren opgroeien, zich ontwikkelen en worden beïnvloed. Met de preventiestrategie zetten we ons in om in deze omgevingen tot acties, maatregelen en doelen te komen en de gezonde keuze vanzelfsprekender te maken. Een voorbeeld hiervan is dat gewerkt is aan monitoring van het verkoopaandeel Schijf van Vijf producten in supermarkten, mede ter voorbereiding op te maken afspraken met supermarkten over toename van dit verkoopaandeel.
In 2025 is de handhaving op illegale vapes verder versterkt. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) heeft hiervoor structureel extra middelen ontvangen, aangevuld met nieuwe wettelijke bevoegdheden en de mogelijkheid tot het opleggen van hogere boetes. Daarnaast heeft het Trimbos-instituut in 2025 extra financiering gekregen om stoptrajecten beter aan te laten sluiten op de behoeften van jongeren, en is de campagne ‘Nee tegen vapen’ gestart die ouders van extra informatie voorziet over de gevaren van vapen. Dit is onderdeel van het Actieplan tegen vapen dat in maart 2025 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Verder zijn in 2025 voorbereidingen getroffen voor de maatregel dat vapes zo snel als mogelijk uitsluitend nog in speciaalzaken verkocht mogen worden. Op het terrein van alcohol is gewerkt aan het aanscherpen van de regelgeving voor de (online) verkoop van alcohol en zijn er voor gemeenten regiosessies georganiseerd om hen te ondersteunen met een preventie- en handhavingsplan. Ook is voortzetting gegeven aan de sociale normcampagne NIX18 en aan bewustwordingscampagnes als «IkPas» en 'Proost op je Gezondheid?! van gezondheidsorganisaties. Naast dat aan de wetgeving over kindermarketing is gewerkt, is op het thema overgewicht in 2025 ingezet op programma’s als gezonde school, gezonde kinderopvang, gezonde buurten en de JOGG-aanpak. Ook is ingezet op de ketenaanpakken overgewicht en obesitas voor volwassenen en kinderen, implementatie van het leefstijlscreeningsinstrument en het programma 2Diabeat.
Samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid is in 2025 gewerkt aan het voorkomen van drugsgebruik en een strengere aanpak van drugscriminaliteit, onder andere door specifieke doelgroepgerichte voorlichting, het beperken van het aanbod van drugs, het versterken van handhaving en het voorkomen dat jongeren in de drugscriminaliteit belanden. Daarbij is als pilot ook een gerichte publiekscampagne gestart die de onzichtbare gevolgen van drugsgebruik onder de aandacht brengt.
Daarnaast is er in 2025 volop aandacht geweest voor de mentale gezondheid van jongeren en studenten. Wij hebben bijvoorbeeld ingezet op het concept Praatpower, wat het gesprek over mentale veerkracht aanjaagt en jongeren, ouders, professionals en onderwijs concrete handvatten geeft om gezond opgroeien samen te versterken. Daarnaast is het online jongerenplatform In je Bol gelanceerd, waarbij Laagdrempelige hulp wordt aangeboden aan jongeren die vastlopen en waarbij de mentale gezondheid bespreekbaar wordt gemaakt.
Vanwege de complexiteit om investeringen in preventie vooraf te koppelen aan toekomstige besparingen, is in 2025 gewerkt aan de ontwikkeling van een investeringsmodel voor preventie. In juni 2025 vond een werkconferentie plaats met zo’n 200 experts uit onder meer de zorg, gemeenten, onderzoek en financiën om input te leveren voor het investeringsmodel.25 In het model zullen de volgende vier pijlers gehanteerd worden: passend bewijs, een afwegingskader, financiële besluitvorming en monitoring van gegevens om publieke gezondheidsinterventies beter te onderbouwen.26 Afgelopen oktober is de richtlijn passend bewijs preventie naar de Kamer gestuurd.27 Deze richtlijn vormt de eerste pijler van het investeringsmodel voor preventie en stelt een standaard voor de kwaliteit van het bewijs over de effecten van preventieve maatregelen. Daarnaast heeft de Kamer in december een brief over de voortgang van alle pijlers van het investeringsmodel ontvangen, namelijk het afwegingskader dat het RIVM ontwikkelt (pijler 2) om de inschatting van de aard en omvang van de effecten verder te onderbouwen, de financiële besluitvorming (pijler 3) en monitoring en evaluatie (pijler 4).
Vaccins
In 2025 zijn verschillende stappen gezet om mensen in Nederland door vaccinatie beter te beschermen tegen ernstige infectieziekten en om de gedaalde vaccinatiegraden tegen te gaan.
Sinds het najaar wordt immunisatie tegen het RS‑virus aangeboden via het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). In andere Europese landen heeft dit geleid tot een daling van ongeveer 80% in ziekenhuisopnames van baby’s. Ook in Nederland lijkt er direct sprake te zijn van een daling in ziekenhuisopnames van zuigelingen.28 Daarnaast is in het najaar van 2025 gestart met het aanbieden van een nieuw pneumokokkenvaccin aan 60-jarigen en mensen van 78 jaar en ouder. Dit nieuwe vaccin is effectiever en beschermt langer dan het vaccin dat eerder werd gebruikt.29 Tot slot is er in 2025 gestart met het doorvoeren van wijzigingen in het schema van het RVP. Met deze wijzigingen wordt het RVP geoptimaliseerd en zijn kinderen in Nederland beter beschermd tegen ernstige infectieziekten.30
Op basis van de nieuwste RIVM-cijfers is vastgesteld dat de vaccinatiegraad in bepaalde wijken en gebieden nog achterblijft.31Met de aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ en de wijkgerichte aanpak is gewerkt aan het verhogen van de vaccinatiegraden van het RVP. Deze aanpak is gericht op het volgen en bewaken van het vertrouwen in vaccinaties, het verbeteren van de informatievoorziening en het vergroten van de toegankelijkheid van het Rijksvaccinatieprogramma.32Onderdeel van deze aanpak is bijvoorbeeld dat de organisaties die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren en het RIVM zich in samenwerking met het ministerie van VWS inzetten om doelgroepen beter te bereiken.
Sport en Bewegen
Voldoende sporten en bewegen draagt bij aan een gezonde leefstijl en een verhoging van ons welzijn. In 2025 is aandacht besteed aan het toegankelijk maken van sport en bewegen voor iedereen die dat wil. In september 2025 is de internetconsultatie van het wetsvoorstel ‘Wet Integere Sport’ gestart, om één onafhankelijk integriteitscentrum op te richten: Integere Sport Nederland (ISN).33 Het ISN zal gaan bijdragen aan het eerlijker en veiliger maken van sport. Daarnaast wordt gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de sportinfrastructuur, omdat zonder maatregelen de beschikbare ruimte voor sportvoorzieningen zal afnemen.34Bovendien is in 2025 verder gewerkt aan de ondersteuning van VWS bij (top)sport en evenementen.35
Sportverenigingen spelen een belangrijke rol voor gezondheid en sociale verbondenheid. In 2025 is gewerkt aan het verlagen van energielasten en het versterken van de financiële positie, zodat contributies betaalbaar blijven. Amateursportverenigingen konden daartoe subsidie aanvragen voor energiebesparende maatregelen via de BOSA-regeling.36
In 2025 zijn stappen gezet om de concrete Aanpak Regeldruk die de voormalige staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg (LMZ), samen met de Staatssecretaris Rechtsbescherming, minister van Financiën en staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, door te vertalen naar de sportsector. Hierbij wordt gewerkt aan het verminderen van de tien wettelijke verplichtingen die de meeste regeldruk veroorzaken bij vrijwilligers binnen de sportsector.
Gezondheidsbevordering
In 2025 zijn verschillende stappen gezet om gezondheid en leefomgeving integraal te verbeteren. Het kabinet lanceerde de Hitte-aanpak 2025, met maatregelen voor hittebestendige woningen, vergroening van stedelijke gebieden en bescherming van kwetsbare groepen.37 Gemeenten namen concrete stappen om hun leefomgeving beter voor te bereiden op hitte, en er werd gewerkt aan bewustwording via campagnes en de eerste nationale Heat Action Day.38 Ook is eind september de Ontwerp-Nota Ruimte door het kabinet uitgebracht over de ruimtelijke opgaven waarvoor we richting 2050 staan. Daarin wordt ook aandacht besteed aan de kwaliteit van de gezonde leefomgeving.
Mentale gezondheid
Een goede (mentale) gezondheid versterkt de weerbaarheid en helpt de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. In 2025 is een werkagenda «Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening» gepresenteerd, waaraan verschillende partijen, waaronder VWS, zorgaanbieders, cliënten en gemeenten, hebben meegewerkt. De agenda richt zich op passende, toekomstbestendige zorg en ondersteuning voor mensen met langdurige psychische aandoeningen. Met deze werkagenda is er ingezet op drie actielijnen: beter zicht op doelgroep en behoeften; verbetering van ondersteuning en zorg; en passende zorg in complexe situaties.39
Per 1 januari 2025 is een vierjarig experiment gestart, waarmee zorgverleners de kosten van een verkennend gesprek kunnen declareren40Dit draagt bij aan de ontwikkeling van een landelijk dekkend netwerk van mentale gezondheidsnetwerken. Ook is er in 2025 gestart met een gezamenlijke aanpak voor hulp aan verwarde personen.41 Bij deze integrale aanpak werken verschillende ministeries nauw samen. Tenslotte is eind 2025 de Versterkingsagenda Mentale Gezondheid en GGZ uitgebracht. Deze agenda maakt werk van de thema’s mentale veerkracht, wachttijdondersteuning, overgang jeugdhulp – naar volwassenen-ggz en vrouwengezondheid.
Er is een ondersteuningsprogramma suïcidepreventie van start gegaan door de VNG in samenwerking met Stichting 113 Zelfmoordpreventie en GGD GHOR Nederland om gemeenten voor te bereiden/te equiperen voor het vormgeven van suïcidepreventiebeleid.De hulplijn is gratis bereikbaar voor de beller. Naast het nummer 0800-0113, dat al kosteloos was, is nu ook het nummer 113 gratis voor de beller.
Kansrijke Start
De eerste 1000 dagen – de omstandigheden vóór de zwangerschap, tijdens de zwangerschap en na de geboorte - bepalen in grote mate de kansen voor later. Het landelijk actieprogramma Kansrijke Start is in 2018 gelanceerd vanuit de overtuiging dat ieder kind een goede start verdient. In de afgelopen jaren is er landelijk, regionaal en lokaal een grote beweging in gang gezet voor een kansrijke start tijdens de eerste 1000 dagen. In november 2025 heeft uw Kamer de structurele aanpak Kansrijke start en de actieagenda voor de periode 2026 t/m 2030 ontvangen. Daarin is de inzet voor de komende jaren uiteengezet.
Landelijke nota gezondheidsbeleid
De landelijke nota gezondheidsbeleid is een wettelijke verplichting vanuit de Wpg (artikel 13) en wordt één keer in de 4 jaar opgesteld. De nota is in december gepubliceerd met daarin de richting en prioriteiten ten aanzien van publieke gezondheid voor de periode 2025-2028 welke als basis dienen voor lokale nota’s gezondheid die gemeenten dienen op te stellen. De landelijke nota is onder andere gebaseerd op de uitkomsten van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) van het RIVM en heeft specifiek aandacht voor de dalende vaccinatiegraad, seksuele gezondheid en suïcidepreventie.
AZWA
In de zomer van 2025 is het Aanvullende Zorg en Welzijn Akkoord gesloten met diverse zorg- en welzijnsorganisaties met een focus op het terugdringen van zorgkosten beperken van inzet zorgpersoneel. Daarvoor zijn onder andere afspraken gemaakt ten aanzien van het verbeteren van de samenwerking tussen het zorg en sociaal domein. Met het AZWA hebben gemeenten middelen voor de uitvoering van de zogeheten basisfunctionaliteiten. Dat zijn aanpakken die op het snijvlak liggen van het zorg en sociaal domein, die zorgkosten terugdringen. Daarnaast investeren gemeenten in de basisinfrastructuur zodat er stevige netwerken en voorzieningen ontstaan in de wijken en buurten die randvoorwaardelijk zijn voor het samenwerken tussen zorg en sociaal domein.
Volksgezondheid
In 2025 is verder gewerkt aan het versterken van de volksgezondheid, waarbij samenwerking met gemeenten, zorgverzekeraars en maatschappelijke partners centraal stond. Er is ingezet op het inzichtelijk maken van de effecten van preventie en gezondheidsmaatregelen, en op het bevorderen van gezondheid, sport en bewegen, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen.
Recente rapporten van de RVS42, de IGJ43 en het Verwey-Jonker Instituut44 pleiten voor structurele versterking van de publieke gezondheid. In april 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de taskforce ‘Gezond geweten’ waarin experts uit het veld en de wetenschap input leveren voor de lange termijn van de publieke gezondheid in Nederland . De taskforce is gestart in november 2025 en geeft input op vier thema’s:
1. Gezamenlijk beeld lange termijn
2. Verkennen gezondheidsdoelen
3. Verkenning lange termijn basispakket
4. Verkenning benodigde wijzigingen in stelsel en governance
Tevens is voor de bestuurlijke afstemming over toekomstig beleid op publieke gezondheid een Bestuurlijk Overleg Publieke Gezondheid (BO PG) ingesteld met VWS en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) waarin de beleidsontwikkeling van het stelsel van publieke gezondheid bestuurlijk besproken wordt en de samenhang tussen de verschillende prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid wordt geborgd. Op de agenda staan bijvoorbeeld ‘gezondheid in alle beleidsterreinen’, mentale gezondheid, gezondheid & leefomgevingsvraagstukken, het investeringsmodel preventie of andere relevante thema’s die bestuurlijk commitment en agendering behoeven.
4.7 Thema 7: Zorgvuldige afweging medisch-ethische wetgeving
In 2025 heeft het kabinet de wettelijke kaders rondom abortus en euthanasie ongewijzigd gehouden. In het eerste kwartaal van 2025 heeft de regering een wetsvoorstel tot wijziging van de Embryowet aangeboden aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van de derde evaluatie van deze wet. De schriftelijke behandeling van dit wetsvoorstel heeft reeds plaatsgevonden.45Bij dit wetsvoorstel is expliciet aandacht besteed aan het behouden van de juiste balans tussen de beschermwaardigheid van beginnend leven en de ruimte voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Voorts heeft de regering een tweede nota van wijziging bij het Wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal aan de Kamer aangeboden.
Bescherming van de medisch-ethische balans
Het kabinet blijft zich bewust van de gevoeligheid van medisch-ethische thema’s, rond leven en dood, lichamelijke autonomie en waardigheid. Er wordt vastgehouden aan zorgvuldigheid, respect voor diversiteit van opvattingen en betrokkenheid van beroepsgroepen bij mogelijke wetswijzigingen.
4.8 Thema 8: Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog
In de periode van 12 september 2024 tot 15 augustus 2025 herdacht en vierde Nederland dat het tachtig jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam. Tijdens dit lustrumjaar stond het besef centraal dat Nederland sinds 1945 in vrijheid leeft binnen een democratische rechtsstaat. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseerde, in samenwerking met provincies, gemeenten en lokale comités, een landelijk programma rond vijf nationale thema’s:
– Bevrijding van Zuid-Nederland (september-oktober 2024)
– Herdenking van de Holocaust (januari 2025)
– Bevrijding van Noordoost-Nederland (april 2025)
– Nationale Herdenking en Bevrijdingsdag (4 en 5 mei 2025)
– Einde van de oorlog in Nederlands-Indië en Azië (15 augustus 2025)
Het lustrumjaar draagt bij aan de ambitie van het kabinet om ervoor te zorgen dat alle inwoners van Nederland, in iedere levensfase, op een kwalitatief hoogwaardige wijze in aanraking komen met het brede verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. In alle provincies vonden honderden lokale en regionale activiteiten plaats, waaronder tentoonstellingen, schoolprojecten en ontmoetingen met ooggetuigen en nazaten. De deelname aan herdenkingen en bevrijdingsfestivals was breed en divers.
In 2025 is uitvoering geven aan het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie. Dit plan heeft tot doel de kennis over de Holocaust te vergroten en het bewustzijn te versterken over de gevolgen van antisemitisme, racisme en discriminatie. In april 2025 vond de eerste landelijke werkconferentie Holocausteducatie plaats, waaraan ruim tweehonderd docenten, museummedewerkers en onderwijsprofessionals deelnamen. Daarnaast is een landelijke peiling uitgevoerd naar de ondersteuningsbehoefte van docenten bij het lesgeven over de Holocaust. Uit dit onderzoek blijkt dat leraren vooral behoefte hebben aan toegankelijke lesmaterialen, nascholing en meer kennisdeling tussen scholen en herinneringsinstellingen.46
Om het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog zichtbaar te houden voor toekomstige generaties en Holocausteducatie verder te versterken, is in 2025 structureel ruim € 6 miljoen beschikbaar gesteld voor de versterking van WOII-sector. Daarnaast is in totaal € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor de jaren 2026 en 2027 voor de vernieuwing van Herinneringscentrum Kamp Westerbork.47
Met deze middelen kan de vernieuwing gefaseerd van start gaan. Daarnaast is in 2025 ook het Nationaal Programma Herdenking 80 jaar Vervolging Sinti en Roma van start gegaan, gecoördineerd door Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Dit programma vormt een belangrijke stap richting structurele erkenning en verankering van de geschiedenis van de Sinti- en Romagemeenschappen in Nederland. Daarnaast bleef de collectieve erkenning van de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in 2025 een belangrijk speerpunt. Het Indisch Herinneringscentrum en WO2NET hebben de website onsland.nl verder vormgegeven. Hier vind je diepgaande informatie over het gedeelde Nederlands-Indonesisch verleden. Het omvat onder meer gedigitaliseerde historische bronnen uit archieven en musea, oral history, en een educatie pagina. Tijdens de Nationale Herdenking op 15 augustus 2025 is uitgebreid stilgestaan bij de oorlogservaringen in voormalig Nederlands-Indië en de doorwerking daarvan in latere generaties.
4.9 Thema 9: Betere bedrijfsvoering daar waar sprake is van fraude of de kwaliteit van zorg in geding komt
Fraude met zorggelden is ontoelaatbaar. De aanpak van zorgfraude vergt een ketenbrede inspanning; van preventie tot aan de inzet van handhavingsmiddelen zoals controle, toezicht, opsporing en vervolging. In 2025 zijn diverse verbeteringen in gang gezet om zorgfraude aan te pakken, alsook de criminaliteit in de zorgketen.
Op 1 januari 2025 is de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) in werking getreden. Deze wet lost belangrijke knelpunten in de gegevensuitwisseling op, waardoor ketenpartners zorgfraude beter kunnen aanpakken. Ook is, op enkele uitzonderingen na48, per 1 januari 2025 de vergunningplicht uitgebreid naar alle aanbieders die zorg verlenen op grond van de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg. Met de middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is in 2025 een noodzakelijke stap gezet om de aanpak van zorgfraude daadwerkelijk te kunnen verstevigen. Uitgebreide informatie over de voortgang van de aanpak van zorgfraude en de criminaliteit in de zorgketen is gegeven in recente Kamerbrieven.49
Private equity in de zorg
In de Kamerbrief van 5 maart 202550 is aangegeven dat er geen algemeen verbod komt op private equity. Een algeheel verbod zou de continuïteit en toegankelijkheid van zorg in gevaar brengen. In plaats van een algeheel verbod is ingezet op aangescherpte regulering. Hiervoor is aanvullende wetgeving naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit betreft het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz).51 Met deze wet worden extra weigerings- en intrekkingsgronden gecreëerd voor zorgaanbieders met dubieuze bedrijfsvoering. Daarnaast moet deze wet helpen om excessieve winstuitkeringen en onverantwoorde winstgedreven overnames, waaronder bij/door private-equity partijen, tegen te gaan. In de Kamerbrief van 11 december 202552 is aangegeven dat een herbezinning plaatsvindt op hoe dit wetsvoorstel kan worden aangescherpt. Daarbij wordt onder andere gekeken naar aanscherpingen die zien op (private) investeerders met niet zuivere intenties. Daarnaast wordt er op dit moment gewerkt aan de aanscherping van de zorgspecifieke fusietoets van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om fusies en overnames meer inhoudelijk te kunnen toetsen.
4.10 Thema 10: Weerbare zorg
Het terugdraaien van de eerdere intensiveringen op het publieke gezondheid, gericht op pandemische paraatheid over de volle breedte van het zorgveld, conform het hoofdlijnenakkoord van Kabinet-Schoof is in 2025 beleidsmatig ingevuld door onder andere de SPUK voor de GGD te verlagen en de inzet op kennis en innovatie te verminderen. Dit betekent dat in 2025 de voorgenomen vergroting van personele capaciteit bij de GGD’en niet is uitgevoerd en dat een aantal voorgenomen (onderzoeks)trajecten, zoals rond het verbeteren van de modellering van infectieziekte uitbraken niet van start is gegaan
Daarnaast is in 2025 gewerkt aan het voorkomen dat op korte termijn onomkeerbare schade optreedt bij uitvoerders van de publieke gezondheidszorg en het ROAZ. Voor een aantal onderdelen is in het kader van weerbare zorg incidentele financiering beschikbaar gesteld. In juli 2025 heeft uw Kamer de stand van zaken brief omtrent weerbare zorg ontvangen waarin dit nader is toegelicht.
4.11 Thema 11: Duurzaamheid en gezondheidszorg
In 2025 is gewerkt aan het verduurzamen van de gezondheidszorg. Het Uitvoerings-programma verduurzaming (publieke) zorg en welzijn en de Green Deal Samen werken aan Duurzame Zorg 2023-2026 vormen hiervoor de basis. De Tweede Kamer is in april 2025 geïnformeerd over de voortgang hiervan.53
Zorgorganisaties signaleren en verminderen verspilling, besparen energie en grondstoffen, en maken processen efficiënter zonder in te leveren op kwaliteit.54 Zij zijn daar in 2025 bij ondersteund met kennis en praktische hulpmiddelen. Bijvoorbeeld met haalbare en direct toepasbare tips voor energiebesparing in operatiekamers, met aanbevelingen voor duurzamer vaccineren of met een toolkit ‘Samen duurzaam’ voor patiënten en cliënten in de langdurige zorg.55 Ook is het platform ‘De Groene Z’ gelanceerd. Dit platform biedt professionals in de zorg praktische handvatten om circulaire (inkoop)keuzes voor medische hulpmiddelen te maken. Een tweede ronde voor initiatieven voor duurzame zorg binnen de Innovatie- en Opschalingsregeling, onderdeel van Zorg voor Innoveren, sloot wegens groot succes voortijdig.56 Met het beschikbare budget zijn 39 aanvragen voor implementatie van duurzaamheidsinitiatieven gehonoreerd. Landelijke campagnes zoals «Zorg voor Energie57» en «Zorg zonder Afval58» en het derde Groene Zorgfestival bereikten een groot aantal zorginstellingen en zorgverleners.
De Green Deal is inmiddels door meer dan 650 partijen ondertekend.59 Onder andere met ‘proudly copied from’, netwerkbijeenkomsten en een bedrijventafel over circulariteit van medische hulpmiddelen is onderlinge uitwisseling van kennis en goede voorbeelden tussen ondertekenaars ondersteund. Een ‘nulmeting’ vormt de basis voor structureel inzicht in CO₂-uitstoot en andere milieu-indicatoren in de zorg.60
Mede dankzij inzet van Nederland is op Europees niveau nu toegestaan dat medische hulpmiddelen voor professioneel gebruik met een digitale in plaats van papieren gebruiksaanwijzing mogen worden geleverd in heel Europa. Dit scheelt veel papier. Daarnaast heeft Nederland een ontheffing gekregen voor een nationale pilot met digitale bijsluiters voor intramurale geneesmiddelen. Ook dit zal significant bijdragen aan verminderen van papiergebruik in de zorg.
4.12 Thema 12: Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking
In 2025 is voortgebouwd aan de uitvoering van de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking (2022–2026). Het overkoepelende doel hiervan: een samenleving waarin iedereen met een beperking kan meedoen en een betekenisvol leven kan leiden. Een belangrijke stap dit jaar was de aanpassing van de bekostiging voor zorgprofielen voor kwetsbare doelgroepen.
Om bij te dragen aan beschikbare en goede zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking en een complexe zorgvraag zijn in 2025 47 zorgaanbieders ondersteund vanuit het ontwikkelprogramma complexe zorg.61 Voor deze doelgroep was een belangrijke stap dit jaar ook de aanpassing van de bekostiging. Aan het verder toekomstbestendig maken van zorg en ondersteuning draagt de Toekomstagenda bij door de inzet van zorgtechnologie en het gebruik van data te stimuleren. De innovatieroute heeft in 2025 een update gehad. Ervaringsdeskundigen van de Landelijke Federatie Belangenverenigingen Onderling Sterk (LFB) lieten tijdens gastlessen zien op mbo en hbo-scholen en bij zorgaanbieders hoe technologie bijdraagt aan hun zelfredzaamheid.
Ook is inzet gepleegd om zorg en ondersteuning in de Wmo voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking beter passend, onder meer door het beperken van administratieve lasten voor mensen met een beperking en naasten. We ondersteunden gemeenten om met een (langere) beschikkingsduur te werken passend bij de (levenslange) ondersteuningsbehoefte van mensen met een beperking in de Wmo2015. Door middel van het opleveren van een handreiking, stappenplan, magazine en organiseren van webinars en workshops.
Ook is de door de branche-erkende opleiding Ervaringsdeskundige Verstandelijke Beperking door ontwikkeld en is in 2025 de herziene opleiding aan alle STERKplaatsen in Nederland aangeboden en uitgevoerd. Dit zijn concrete acties om ervoor te zorgen dat er meer kansen en mogelijkheden komen voor mensen met een beperking om zichzelf te ontplooien.
Het RIVM heeft in 2025 een plan van aanpak gemaakt voor de monitoring en evaluatie van de Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking. Het plan van aanpak voor monitoring en evaluatie is aan de Tweede kamer gestuurd met de voortgangsrapportage Toekomstagenda 28 maart 2025.62
Ook is de formalisering gestart van de eerste vijfjarige rijksbrede werkagenda in het kader van het VN-verdrag Handicap63, opgesteld samen met mensen met een beperking en hun naasten. Dit is een belangrijke stap richting een toegankelijke en ontvankelijke samenleving
Persoonsgebonden budgetten
In het kader van gebruiksvriendelijker maken van het persoonsgebonden budget (pgb) is ook in 2025 verder gewerkt aan de transitie naar het zogeheten PGB Portaal: dit digitale portaal moet het beheer van pgb-zaken, van het opstellen van zorgovereenkomsten tot declaraties, centraliseren en toegankelijker maken voor budgethouders en zorgverleners. In 2025 zijn ook afspraken gemaakt met gemeenten, VNG en de Sociale verzekeringsbank (SVB) om voorbereidingen te treffen om gemeenten vanaf 2026 te laten aansluiten op dit portaal. Daarnaast is de wetswijziging Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) voorbereid, is een verkenning gestart naar andere financieringsmogelijkheden waaronder het Vlaams model en wordt samen met de pgb-keten verkend hoe het werkgeverschap voor budgethouders én uitvoerders makkelijker gemaakt kan worden.
4.13 Thema 13: Geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling
In 2025 zijn stappen gezet in de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel ten behoeve van de implementatie van de EU-Richtlijn ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Ook wordt samen met gemeenten gewerkt aan lokale versterking van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. In het verlengde daarvan heeft het kabinet in 2025 besloten om vanaf 2026 € 12 miljoen per jaar beschikbaar te stellen voor extra opvangplaatsen in de vrouwenopvang waarmee de capaciteit wordt vergroot en tekorten aan opvangplekken worden aangepakt. Daarnaast is in 2025 ingezet op verstevigen van Veilig Thuis onder andere door de lancering van het digitale platform. Als onderdeel van de uitvoering van het plan van aanpak Stop Femicide! is gewerkt aan de doorontwikkeling van risicotaxatie instrumenten en is samen met het veld gewerkt aan deskundigheidsbevordering voor professionals.
Binnen het Nationaal Actieprogramma Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag en Seksueel Geweld is ingezet voor een integrale en preventieve aanpak, samen met OCW, SZW en JenV. Er zijn trainingen en ondersteuningsprogramma's ontwikkeld voor onderwijs, zorg, werk en sport, gericht op vroegsignalering en het creëren van een veilige cultuur.
Het Actieplan Samen tegen Mensenhandel is in 2025 verder uitgevoerd. Via voorlichting en scholing van zorgprofessionals is gewerkt aan het vergroten van bewustwording en meldingsbereidheid, zodat signalen van mensenhandel eerder worden herkend en gemeld.64 In samenwerking met ketenpartners is gewerkt aan de ontwikkeling van een landelijk verwijzingsmechanisme, dat slachtoffers binnen 36 uur toegang moet bieden tot passende zorg en opvang. 65 Het netwerk van regionale zorgcoördinatoren is verder versterkt en de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners verbeterd. Daarnaast is bijgedragen aan monitoring en kennisontwikkeling om te komen tot een samenhangende en slachtoffergerichte aanpak van mensenhandel.
4.14 Thema 14: Caribisch Nederland
In 2025 is de zorg en ondersteuning in Caribisch Nederland verder versterkt, met speciale aandacht voor de uitdagingen die de kleinschaligheid van de eilanden met zich meebrengt. De Commissie Zorg Caribisch Nederland is opgericht om de bevindingen uit het Health in Transition (HiT)-rapport te duiden en op basis daarvan aanbevelingen te formuleren om toe te werken naar een zorgstelsel in Caribisch Nederland dat op een gelijkwaardig niveau functioneert als in Europees Nederland, rekening houdend met de specifieke context van de eilanden. De strategische aanbevelingen richten zich op meerdere thema’s, waaronder preventie en gezondheidsbevordering, kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg en de arbeidsmarkt voor zorgprofessionals. In 2025 is het aansprakenpakket voor Caribisch Nederland aangepast. In lijn met Europees Nederland is het aansprakenpakket uitgebreid en verduidelijkt, onder meer door het aanpassen van voorwaarden voor revalidatie- en oefentherapie en het verduidelijken van bepaalde medisch-specialistische aanspraken. Daarnaast zijn binnen het aansprakenpakket specifieke aanpassingen doorgevoerd die gelden binnen de context van Caribisch Nederland. Deze betreffen onder andere wijzigingen rond medische uitzendingen, begeleiders en enkele beoordelingscriteria. Tot slot is het door werkgevers te betalen premiepercentage voor de zorgverzekering per 1 januari 2025 met 2,4% verlaagd. Het wettelijk minimumloon is verhoogd naar 1.750 USD en de premieverlaging is bedoeld om de werkgevers tegemoet te komen.66
Voorts is per 1 januari 2025 regelgeving voor maatschappelijke ondersteuning in werking getreden. Vanaf dat moment doorlopen inwoners de beschreven procedure voor hun aanvraag. De openbare lichamen zijn ondersteund bij de doorontwikkeling van hun algemene voorzieningen en het aanbod van maatwerkvoorzieningen is verder uitgebreid. Dezelfde regelgeving voorziet tevens in een verplichte beschermingscode huiselijk geweld en kindermishandeling.67
In 2025 hebben de beschermingscode-plichtige organisaties ondersteuning ontvangen bij de implementatie hiervan en heeft er een publiekscampagne plaatsgevonden om bewustzijn te vergroten. De extra middelen die in 2025 meerjarig zijn toegekend om de zorg voor jongeren met complexe problematiek te verbeteren, zijn ingezet voor het versterken van het pedagogisch klimaat en van de organisatie bij een instelling voor residentiële jeugdzorg op Bonaire. Op het gebied van sport en spelen zijn er speelakkoorden gesloten met de drie openbare lichamen om meer en betere speelruimte te creëren voor kinderen en jongeren en heeft van 21 tot en met 23 november 2025 op Curaçao de tweede editie plaatsgevonden van de Special Olympics Kingdom Games.
Tenslotte wordt er gewerkt aan versterking van preventie en samenwerking tussen zorg, welzijn en lokale overheden via de Health Deal Caribisch Nederland, met aandacht voor chronische ziekten en gezonde leefstijl. In 2025 is de eerste basis hiervoor gelegd en zal in 2026 verder worden gecontinueerd.68
4.15 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen
Toelichting
Conform de opbouw van de verantwoording ligt in deze passage de focus op de voortgang van de Periodieke Rapportages (PR) en eerdere Beleidsdoorlichtingen als onderdeel van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) van VWS. Een Periodieke rapportage geeft elke 4 ‒ 7 jaar voor ieder SEA-thema een totaalbeeld van de bereikte doeltreffendheid, doelmatigheid en de voorwaarden hiervoor. De opgenomen beleidsdoorlichting is de resultante van het evaluatieprogramma zoals deze tot en met 2017 door VWS werd gehanteerd, waarbij in 2019 de laatste doorlichting is afgerond.
Vanaf 2018 is deze agenda vervangen door eerst het Meerjarenprogramma van de pilot Lerend evalueren van VWS. Het doel van de pilot was om werkende weg het inzicht in de kwaliteit van het beleid te verbeteren. Het jaarverslag over 2023 van VWS bevat een uitgebreid overzicht van de uitgevoerde evaluaties ten tijde van de pilot lerend evalueren over de planperiode 2018-2023. De nieuwe programmering is niet begrensd door de begrotingsindeling van VWS, daar waar dat aan de orde is worden ook betreffende premiegefinancierde zorguitgaven meegenomen. Deze aanpak heeft een belangrijke impuls gegeven aan de lancering van het instrument SEA waarbij 2021-2023 overgangsjaren waren voor de invoering ervan.
BD/PR | Thema | Artikel(en) | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | Kamerstuk |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
BD | Zorgbreed beleid | 4 (delen) | x | |||||||
PR | Arbeidsmarkt en opleidingen zorg | 4 (deel) | x | Periodieke rapportage ‘Arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn’ (TK nr. 29282-616) | ||||||
PR | Geneesmiddelen en medische technologie | Premiegefinanceerde zorguitgaven (PZ) | x | Zie onderstaande toelichting |
Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op de site van Rijksfinancien.nl. In de verantwoording over de SEA 2025, staan in dit deel de uitvoering van de ingeplande Periodieke rapportages centraal. Voor de realisatie van de in 2025 afgeronde (evaluatie)onderzoeken wordt verwezen naar de bijlage 2. Afgerond evaluatie- en overig onderzoek.
Periodieke rapportage Arbeidsmarkt- en Opleidingsbeleid
In de Periodieke rapportage is onderzocht op welke wijze de doeltreffendheid en doelmatigheid van het arbeidsmarkt- en opleidingsbeleid kan worden vergroot, rekening houdend met de rol die het ministerie van VWS hierin kan en hoort te spelen. Geconcludeerd wordt dat het opleidingsbeleid vaak potentieel doeltreffend is, maar dat er nog een gebrek is aan harde metingen. De doelmatigheid is potentieel beperkt door het risico van overcompensatie en verdringing van private investeringen. Wat betreft het arbeidsmarktbeleid is er door een gebrek aan samenhang en systematische evaluatie geen oordeel mogelijk.
De onderzoekers bevelen aan om de verantwoordelijkheid voor opleiden en goed werkgeverschap (deels) bij het veld zelf neer te leggen. Hier horen alternatieve instrumenten naast subsidies bij. VWS zou het arbeidsmarkt en opleidingen-beleid primair moeten richten op het scheppen van de juiste randvoorwaarden om de arbeidsmarkt en het opleidingsstelsel binnen de zorg goed te laten functioneren. Verder dient VWS de faciliterende rol die het de laatste jaren ten aanzien van de arbeidsmarkt heeft aangenomen, te bestendigen en voorlopers te ondersteunen bij de toepassing van technologie en nieuwe werkvormen om zo een cultuuromslag richting meer innovatie binnen de sector te realiseren. Wat betreft het evaluatiebeleid is de aanbeveling om bij toekomstig te ontwikkelen beleid concrete, meetbare doelstellingen te formuleren die voortkomen uit een expliciete beleidstheorie. Vervolgens dient aan de voorkant helder te worden gemaakt hoe het nieuwe beleid wordt geëvalueerd. Daar waar resultaten van beleid met min of meer eenduidige indicatoren te vatten zijn, zou het streven moeten zijn om het instrument (of samenhang van instrumenten) door een onafhankelijke partij te evalueren middels een (quasi-experimenteel) effectonderzoek (zoals een verschil-in-verschilanalyse) in plaats van alleen op basis van kwalitatieve percepties van partijen die baat hebben bij de betreffende regeling.
Toelichting status Periodieke rapportage geneesmiddelen en medische technologie
De einderesultaten van de Periodieke rapportage zijn in Q4 2025 opgeleverd. De Kamerbrief met (beleids)reactie is in voorbereiding en zal in Q1 2026 naar de Tweede Kamer worden gestuurd. De vertraging is mede het gevolg van de demissionaire status van het vorige kabinet.
Programmering Periodieke rapportages VWS 2026-2031
In de begroting 2026 zijn ten aanzien van de programmering en planning een aantal onderbouwde aanpassingen in de SEA doorgevoerd. Voor een eenduidige toelichting zijn deze actualisaties ook in onderstaande toelichting verwerkt:
Begrotingsartikelen | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Thema / Periodieke rapportage | Eerstvolgende Periodieke rapportage | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | PZ |
Volksgezondheid, Sport en Bewegen | 2028 | x | ||||||||
Curatieve 1e en 2e lijnszorg | 2027 | x | ||||||||
Geestelijke gezondheidszorg | 2028 | x | x | x | ||||||
Geneesmiddelen en medische technologie | 2031 | x | ||||||||
Jeugd | 2030 | x | ||||||||
Maatschappelijke ondersteuning | 2026 | x | ||||||||
Ouderenzorg en palliatieve zorg | 2028 | x | ||||||||
Gehandicaptenzorg | 2027 | x | ||||||||
Arbeidsmarkt en opleidingen zorg | 2031 | x | ||||||||
Overig, stelsel en sturing, zoals: | n.v.t. | |||||||||
* OHW | x | |||||||||
* Zorgtoeslag | x | |||||||||
* Carbisch / BES | x | x |
4.16 Risicoregelingen
Artikel | Omschrijving | Uitstaande garanties 20241 | Verleend 2025 | Vervallen 2025 | Uitstaande garanties 2025 | Garantie-plafond | Totaal plafond | Totaalstand risico-voorziening |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Artikel 2. Curatieve zorg | Voorzieningen tbv De Hoogstraat (WFZ) | 3.880 | 0 | 833 | 3.047 | 3.047 | ||
Artikel 2. Curatieve zorg | Voorzieningen tbv ziekenhuizen (WFZ) | 58.566 | 0 | 13.703 | 44.863 | 44.863 | ||
Artikel 3. Langdurige zorg en ondersteunig | Voorzieningen tbv verpleeghuizen (WFZ) | 2.071 | 0 | 533 | 1.538 | 1.538 | ||
Artikel 3. Langdurige zorg en ondersteunig | Voorzieningen tbv psychiatrische instellingen (WFZ) | 4.937 | 0 | 1.172 | 3.765 | 3.765 | ||
Artikel 3. Langdurige zorg en ondersteunig | Voorzieningen tbv zwakzinnigen inrichtingen (WFZ) | 708 | 0 | 181 | 527 | 527 | ||
Artikel 3. Langdurige zorg en ondersteunig | Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten (WFZ) | 4.672 | 0 | 1.027 | 3.645 | 3.645 | ||
Artikel 3. Langdurige zorg en ondersteunig | Voorzieningen tbv zwakzinnigen-inrichtingen (WFZ) | 1.862 | 0 | 222 | 1.640 | 1.640 | ||
Artikel 3. Langdurige zorg en ondersteunig | Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten (WFZ) | 20.594 | 1.138 | 3.428 | 18.304 | 18.304 | ||
Artikel 2. Curatieve zorg | Garantie NRG Petten2 | 27.978 | 1.231 | 0 | 29.209 | 29.209 | ||
Artikel 1. Volksgezondheid | Garantie Bestuurlijke aansprakelijkheid SON | 2.500 | 0 | 0 | 2.500 | 2.500 | ||
Totaal | 127.768 | 2.369 | 21.099 | 109.038 | 0 | 109.038 | 0 |
Toelichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ)
Doel en werking garantieregeling
De in de tabel vermelde verstrekte garanties komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.
Beheersing risico’s en versobering
De Rijksgarantieregelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van het ministerie van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. De aflossingen in 2025 bestaan voor € 19,8 miljoen uit reguliere aflossingen en voor € 0,1 miljoen uit vervroegde aflossingen, waardoor de stand per 31-12-2025 € 77,3 miljoen is. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen, wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de minister van VWS.69 Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt het ministerie van VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over. Dit betekent dat een schade niet ineens hoeft te worden uitgekeerd, maar ook verspreid over de resterende looptijd van de lening kan worden betaald.
Premiestelling en kostendekkendheid
Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.
2024 | 20251 | |
|---|---|---|
Achterborgstelling (incl. failliete deelnemers) | 5.779,4 | 5.638,7 |
Bufferkapitaal | 297,8 | 302,0 |
Obligo | 173,0 | 170,3 |
Toelichting
Doel en werking garantieregeling
De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren '90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaalbedrag aan uitstaande verplichtingen is volgens de raming van het WFZ € 5,6 miljard in 2025.
Beheersing risico’s en versobering
De risico’s voor het ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden.
Premiestelling en kostendekkendheid
Het ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaandegaranties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.
Begrotingsreserve
Het is nog nooit nodig geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.
Toelichting verstrekte garantie t.b.v. NRG Petten
Aan NRG Pallas BV voorheen Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is door het ministerie van EZK een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR). Het ministerie van VWS staat voor 40% garant voor deze lening. De € 1,2 miljoen toevoeging bestaat uit rentebijschrijving.
Toelichting verstrekte garanties t.b.v. Bestuurlijke aansprakelijkheid SON
Stichting Open Nederland (SON) die testcapaciteit voor toegangstesten heeft georganiseerd om de samenleving zoveel mogelijk open te houden, heeft een verzekering voor bestuurdersaansprakelijkheid gevonden die met terugwerkende kracht per 21 april 2021 ingaat. Deze verzekering dekt niet alles. Het ministerie van VWS heeft daarom een garantie verstrekt met een plafond van € 2,5 miljoen voor mogelijke juridische kosten en claims die niet gedekt worden door de verzekering. De Stichting heeft dit nodig om de leden van de raad van toezicht en de leden van het bestuur de zekerheid te kunnen bieden dat zij geen persoonlijke schade kunnen ondervinden van hun functie. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage van de achtste incidentele suppletoire begroting 2022.
4.17 Focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld
Het verkrijgen van inzicht in de belangrijkste risico’s voor de effectieve en doelmatige inzet zijn nodig om beter te sturen op de beheersing van die risico’s in de verantwoording. In deze paragraaf wordt ingegaan op drie concrete gesignaleerde risico’s, budgettair omvangrijke en/of strategisch belangrijke programma’s. Deze risico’s vragen om een voldoende mate van beheersing zodat nu of in de toekomst grote negatieve maatschappelijke impact wordt voorkomen. Voor de drie gesignaleerde risico’s worden de maatregelen beschreven die in 2025 worden ingezet om het risico procesmatig te beheersen. Deze risico's sluiten aan bij eerder gerapporteerde risico's aan de Tweede Kamer (TK)70. De uitkomsten van de getroffen maatregelen en de beheersing van deze risico’s zijn onderdeel van de bedrijfsvoeringsparagraaf (paragraaf 6.1).
Externe inhuur – naleving Wet DBA
Begin 2025 worden binnen VWS (inclusief Agentschappen) ruim 1.000 medewerkers extern ingehuurd. Deze medewerkers vallen allemaal onder de Wet DBA. Na de aankondiging van de belastingdienst in 2024 dat vanaf 1 januari 2025 deze Wet actief zal worden gehandhaafd is hier een risico gesignaleerd voor VWS. Zowel voor de naleving, dossier fiscaal op orde, als op het gebied van het voorbeeld wat het Rijk moet stellen aan de maatschappij.
Eind 2024 is in samenwerking tussen bedrijfsvoering Personeel en Organisatie, Inkoop en Fiscaal Coördinator een werkgroep opgestart onder aansturing van een stuurgroep. De werkgroep heeft een nulmeting uitgevoerd op alle aanwezige externe inhuurdossiers per 1 januari van VWS kern, de onderdelen hebben zelfstandig een nulmeting gedaan. De externe inhuurdossiers waar sprake was van een zzp-er is een beoordeling gedaan aan de hand van een beslisboom om een oordeel te geven of er sprake is van schijnzelfstandigheid (directe en indirecte inhuur).
Op basis van de uitgevoerde nulmeting was het fiscale dossier op orde gebracht en was de conclusie dat het risico in het kader van de Wet DBA beperkt zijn (bedrijfsvoeringsparagraaf 6.1). Vanwege de complexiteit van de wetgeving en de interpretatie die hierin schuilt is wel verder gewerkt aan procesoptimalisatie rondom de externe inhuur en de verrijking van de beslisboom. Beide stappen dragen bij aan het begrip en uitwerking van de Wet DBA zodat ook uniformiteit en objectiviteit in de beoordeling van schijnzelfstandigheid wordt bevorderd.
Herstel- en Veerkrachtplan
Op 8 juli 2022 heeft het Kabinet het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) ingediend bij de Europese Commissie. VWS is verantwoordelijk voor de uitvoering van drie maatregelen binnen het HVP: de Stimuleringsregeling E-Health Thuis COVID-19, IC-opschaling en de Tijdelijke extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd. Deze maatregelen vormen de volledige verantwoordelijkheid van VWS binnen het HVP.
Binnen VWS zijn deze maatregelen gecentreerd onder de directie Financieel Economische Zaken (FEZ) zodat directe sturing op deze mijlpalen en doelstellingen kan plaatsvinden. De wet- en regelgeving rondom de verantwoording van de bestede gelden is helder geformuleerd. Daarbij is zowel nationale als Europese wet- en regelgeving van toepassing, wat maakt dat een gestructureerde manier van werken essentieel is. Daarnaast is goede afstemming noodzakelijk om te waarborgen dat de verantwoording correct en volledig plaatsvindt. De dossiervorming en verantwoordingsinformatie zijn daarom binnen FEZ belegd bij één functionaris die als actiehouder verantwoordelijk is voor dit dossier. Het werken met één actiehouder, één werkwijze en heldere mijlpalen maakt dat de verantwoording van HVP beheersbaar gemaakt is (bedrijfsvoeringsparagraaf 6.1). Naast afstemming binnen VWS zijn ook op verschillende momenten afstemmingen met andere departementen omdat deze opgave ook Rijksbreed is aangegaan.
Pallas
Gedurende het verantwoordingsjaar 2025 zijn diverse veranderingen opgetreden in de aansturing van het PALLAS nieuwbouwprogramma. Binnen VWS is dit programma gecentreerd onder de Programmadirectie Medische Isotopen (PMI). Vanwege de financiële omvang en het risicoprofiel van het PALLAS-nieuwbouwprogramma, heeft de Tweede Kamer begin januari dit programma aangewezen als een groot project conform de Regeling Grote Projecten. Deze regeling kent een aantal belangrijke waarborgen die de risico’s beter beheersbaar maken. Op deze waarborgen bestaat voor VWS de verplichting om periodiek een voortgangsrapportage aan te bieden aan de Tweede Kamer. Vanaf 2026 wordt dit halfjaarlijks gestuurd.
Deze regeling brengt daarnaast met zich mee dat de Auditdienst Rijk (ADR) aan de Tweede Kamer rapporteert over de door VWS aan de Kamer aangeboden (voortgang)rapportages. De rapportage van de ADR ziet enerzijds toe op assurance ten aanzien van historische financiële informatie in de voortgangsrapportages en anderzijds een ‘overige opdracht’ in termen van de standaarden van de NBA, waarbij de ADR aansluit bij de wensen die volgen uit de informatiebehoefte van de Tweede Kamer. De door de ADR gerapporteerde constateringen en aanbevelingen worden in het audit committee besproken. de aanbevelingen worden door PMI gewogen en waar nodig geacht opgevolgd teneinde het Pallas-nieuwbouwprogramma adequaat te kunnen beheersen.
4.18 Openbaarheidsparagraaf
Inleiding
In de samenleving en binnen het Rijk groeit de behoefte aan gerichte informatie en transparantie. De overheid streeft ernaar om een open overheid te zijn. Door informatie actief openbaar te maken, krijgt de samenleving beter zicht op keuzes van de overheid en afwegingen hierbij. Ook is er bij een open overheid meer ruimte om samen met burgers beleid te maken. Een goede digitale informatiehuishouding is hierbij een randvoorwaarde.
Binnen het ministerie van VWS lopen trajecten in het kader van een open overheid. Daaronder ook het vijf jaar durende programma VWS Open op Orde (2021-2026).
Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo legt het ministerie van VWS de verplichting op van zowel passieve als actieve openbaarmaking. Bij passieve openbaarmaking (op verzoek) gaat het om Woo-verzoeken waarbij een verzoek ingediend wordt om informatie openbaar te maken binnen een vaste termijn. Bij actieve openbaarmaking is VWS verplicht om bepaalde categorieën informatie (cf. koninklijk besluit) en uit eigen beweging openbaar te maken.
Om openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren is het van belang dat de informatiehuishouding van VWS op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. Sinds de inwerkingtreding van de Woo is het aantal verzoeken overheidsbreed toegenomen en wordt de uitvoering complexer. Hierbij loopt VWS tegen diverse uitvoeringsproblemen aan. Dit betekent dat VWS haar organisatie zodanig moet inrichten dat actieve en passieve openbaarmaking op verzoek zo optimaal mogelijk gerealiseerd kunnen worden. Niet alleen op grond van de Wet open overheid (Woo), maar ook naar aanleiding van parlementaire enquêtes. Dit geldt in het bijzonder voor de parlementaire enquête COVID-19.
Actieve openbaarmaking
Beslisnota’s bij Kamerstukken over beleidsvorming, wetgeving, voortgang, kennisdeling, begroting en internationale en Europese onderhandelingen worden meegestuurd naar de Kamer.
Sinds 1 november 2024 zijn de eerste informatiecategorieën verplicht die vallen onder actieve openbaarmaking van de Woo. Het kerndepartement van VWS voldoet aan de verplichtingen van deze tranche 1, eveneens als de meeste concernonderdelen. Kennis is en wordt verspreid om ervoor te zorgen dat alle onderdelen gaan voldoen aan deze verplichting.
Sinds 1 juli 2025 worden adviesaanvragen aan formeel ingestelde adviescolleges en -commissies actief openbaar gemaakt door VWS-kern. Adviezen en adviesaanvragen over individuele gevallen zijn uitgezonderd. De Directie Open Overheid faciliteert en ontzorgt bij het lak- en publicatieproces om informatie verantwoord openbaar te maken. De komende tijd zullen meer informatiecategorieën actief openbaar gemaakt gaan worden.
Passieve openbaarmaking
Met ingang van 1 april 2025 behandelt de centrale directie Open Overheid (DOO) alle reguliere Wet open overheid verzoeken van VWS én alle Wob/Woo-verzoeken, die betrekking hebben op de COVID-19 periode. De directie voert met ingang van 1 juli 2025 ook de Bezwaar en Beroepzaken voor de Woo uit.
De centrale directie Open Overheid is binnen VWS de proceseigenaar en kadersteller voor een zorgvuldig proces van openbaarmaking. Zorgvuldig, omdat ook het beschermen van mensen, gegevens en de Staat van belang is hierbij. VWS hecht eraan dat de openbare stukken goed vindbaar en doorzoekbaar zijn. Daarvoor heeft VWS ten tijde van de corona-crisis het platform open.minvws.nl ontwikkeld. Inmiddels plaatst VWS daar alle stukken die onder de Woo openbaar gemaakt worden.
Op deze manier krijgen journalisten en geïnteresseerde burgers inzicht in de beleidsvorming van het kerndepartement en de afwegingen die daarbij zijn gemaakt. Zo worden zij in staat gesteld om geïnformeerd te worden, VWS te controleren en indien nodig tot verantwoording te roepen. Het houdt het departement scherp en draagt daarom bij aan de werking van ons democratisch stelsel.
Innovatie
Het ministerie van VWS ontwikkelde ten tijde van- en na de coronacrisis instrumenten om de grote hoeveelheden documenten en informatie voor verzoekers vindbaar, begrijpelijk en doorzoekbaar te maken.
De directie Open Overheid bouwt voort op wat in crisistijd is gestart. VWS levert daarmee haar bijdrage aan het realiseren van de strategieën geformuleerd in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (2025). De innovaties van DOO maken het makkelijker om overheidsinformatie digitaal te verwerken, categoriseren, archiveren, anonimiseren en (actief) openbaar te maken. Deze innovaties stelt VWS ter beschikking aan ander overheidsinstanties. Voorbeelden hiervan zijn:
– Het Publicatieplatform met chatbot-functionaliteit en persoonlijke link;
– Een Ontdubbelings-mechanisme voor chatberichten;
– De Excel Standardiser om Excel-bestanden leesbaar, bruikbaar actief openbaar te maken;
– Autoredactieregels in ZyLAB
– Het Zaakvolgsysteem waarmee de voortgang en status van Woo-verzoeken en bezwaar- en beroepszaken wordt gevolgd.
– De Datalek-detecteertool die geautomatiseerd datalekken opspoort;
– Persoonlijk dossier ZyLAB. Een persoonlijk dossier is een gepersonaliseerde en gecategoriseerde webpagina waarmee alle documenten in de persoonlijke omgeving door verzoekers te raadplegen zijn.
– Actieve openbaarmaking van tijdlijnen coronacrisis.
Verbetering van de informatiehuishouding
Om informatie (actief) beschikbaar te kunnen stellen, te kunnen verantwoorden en de bedrijfsprocessen goed te laten verlopen is het belangrijk om overheidsinformatie goed op te slaan. Als we onze informatie op orde hebben, kunnen we als ministerie van VWS goed samenwerken, open, transparant en betrouwbaar zijn.
Vanuit de actielijn Informatieprofessionals is enerzijds aandacht voor capaciteit en opleiding van de informatieprofessionals en anderzijds richt zich het op het informeren van de medewerkers in het gehele departement over goed informatiebeheer. Hiervoor zijn bij VWS binnen actielijn 1 diverse activiteiten ontwikkeld, waaronder een campagne bij VWS kern ten behoeve van bewustwording en gedragsverandering voor alle medewerkers.
Vanuit de actielijn Volume en Aard van de informatie is er in 2025 aandacht geweest voor de rijksbreed lopende trajecten rondom het archiveren van chatberichten en het archiveren van e-mailberichten en sociale media en websitearchivering. Tevens zijn er bij concernonderdelen belangrijke stappen gezet in het vaststellen van de informatiebeheerplannen en is het informatiebeheerplan bij VWS kern vastgesteld.
Vanuit de actielijn Informatiesystemen wordt er ingezet op de verbetering van architectuur, systemen en applicaties. Vanuit deze actielijn moet er meer aandacht komen voor ‘archiving by design’ waar aan de voorkant wordt gekeken naar de duurzame toegankelijkheid van informatie over de hele levenscyclus. VWS is één van de deelnemers departementen aan het programma VWS is één van de deelnemers departementen aan het programma Beter Samen Werken (BSW) dat als doel heeft het creëren van een optimale digitale werkomgeving voor de rijksambtenaar, die informatiehuishouding, samenwerking en openbaarmaking beter moet gaan ondersteunen. Vanuit de actielijn Bestuur en naleving wordt ingezet op het versterken van de onderlinge samenwerking op het gebied van informatiehuishouding binnen het concern en in aansluiting op de rijksbrede ontwikkelingen. In 2025 is de kennisdeling binnen het concern gecontinueerd via bijeenkomsten met de programmamanagers Open op Orde. Daarnaast werkt VWS toe naar structurele inbedding van de informatiehuishouding in en een verantwoordingscyclus.
4.19 Onderuitputting
Bij het jaarverslag van 2023 besteedden departementen, op verzoek van de Tweede Kamer, aandacht aan resultaatbereik in relatie tot onderuitputting. Voor dit focusonderwerp werd een bijlage voorgeschreven. Vanwege de politieke actualiteit moet het onderwerp onderuitputting sinds 2024 verplicht worden opgenomen in het beleidsverslag bij het jaarverslag.
Aan de hand van onderstaande tabel wordt de totale onderuitputting gepresenteerd. Daarbij worden de grootste en belangrijkste meevallende realisaties toegelicht. De netto-begroting bevat de stand van de ontwerpbegroting exclusief de instrumenten «bekostiging» en 'inkomensoverdrachten'.
Omschrijving onderuitputting | Bedragen in miljoenen euro | Als % v.d. vastgestelde netto-begroting 2025 |
|---|---|---|
Hogere ontvangsten sport (artikel 6) | ‒ 50,1 | ‒ 0,8% |
Begrotingsreserve stimuleringsregeling wonen (artikel 3) | ‒ 50,0 | ‒ 0,8% |
Meevaller verhuiskosten RIVM (artikel 9) | ‒ 41,3 | ‒ 0,6% |
Meevaller ontvangsten (artikel 4) | ‒ 35,2 | ‒ 0,5% |
Meevaller apparaatskosten VWS (artikel 10) | ‒ 30,5 | ‒ 0,5% |
Meevaller subsidies (artikel 4) | ‒ 29,6 | ‒ 0,5% |
Hogere ontvangsten SPUK IZA (artikel 3) | ‒ 25,5 | ‒ 0,4% |
Meevaller ZonMw uitvoering project PharmaNL (artikel 2) | ‒ 21,1 | ‒ 0,3% |
Meevaller IOHVV-middelen (artikel 4) | ‒ 19,1 | ‒ 0,3% |
Meevaller opdrachten (artikel 4) | ‒ 16,1 | ‒ 0,2% |
Meevaller ZonMw (artikel 1) | ‒ 16,0 | ‒ 0,2% |
Bekostiging zorg BES-eilanden (artikel 4) | ‒ 14,3 | ‒ 0,2% |
Hogere ontvangsten betalingsachterstand zorgpremie (artikel 2) | ‒ 12,9 | ‒ 0,2% |
Afrekening bijdragen RIVM 2022 en 2023 (artikel 1) | ‒ 12,3 | ‒ 0,2% |
Ruimte SOV-regeling (artikel 2) | ‒ 11,6 | ‒ 0,2% |
Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (artikel 3) | ‒ 10,5 | ‒ 0,2% |
Overige meevallers en tegenvallers | 32,3 | 0,5% |
Totaal | ‒ 363,7 | ‒ 5,6% |
Hogere ontvangsten sport
Door vaststelling en afrekeningen op diverse regelingen vond incidenteel in 2025 hogere ontvangsten plaats op artikel 6. Dit betreft onder andere de SPUK Meerkosten Energie Openbare Zwembaden (MEOZ), de Tegemoetkoming Amateur Sport Organisaties (TASO), de regeling voor topsportcompetities en -evenementen (STIK) en de Stimulering Sport. De ontvangstraming is daarom met € 35 miljoen naar boven bijgesteld.
Daarnaast vond er door vaststellingen en afrekeningen op diverse subsidies en regelingen in 2025 incidenteel € 15,1 miljoen aan hogere ontvangsten plaats op artikel 6.
Tezamen resulteert dit in een verlaging van de uitgaven van € 50,1 miljoen.
Begrotingsreserve stimuleringsregeling wonen
Vanwege de afbouw van de begrotingsreserve van de stimuleringsregeling wonen en zorg werd de ontvangstenraming met € 50 miljoen verhoogd in 2025. Een ophoging van de ontvangsten resulteert in een netto verlaging van de uitgaven.
Meevaller verhuiskosten RIVM
Het begrote bedrag voor de dubbele huisvestingskosten van € 20,2 miljoen werd in 2025 niet meer uitgegeven. De bevoorschotting aan het RIVM voor dit bedrag werd teruggedraaid. Hierdoor kwam het geld opnieuw beschikbaar binnen de VWS-begroting, waardoor dit per saldo resulteerde in een ophoging van € 20,2 miljoen van de uitgaven. Daarnaast stond er al een bedrag op de begroting gereserveerd van circa € 20 miljoen, waardoor het totale bedrag dat gereserveerd was voor de verhuiskosten van het RIVM uitkwam op € 40,2 miljoen. Aangezien er op dit bedrag niet gerealiseerd is doordat de verhuizing niet doorging, is dit bedrag vrijgevallen.
Meevaller ontvangsten artikel 4
De hogere ontvangsten op artikel 4 worden voor het grootste gedeelte (€ 31,3 miljoen) verklaard doordat een aantal subsidies, waaronder Sectorplanplus, uiteindelijk lager zijn vastgesteld.
Tezamen met wat klenere mutaties is er in totaal € 35,2 miljoen meer gerealiseerd aan ontvangsten.
Meevaller apparaatskosten VWS
Op artikel 10 is een meevaller van € 30,5 miljoen op de apparaatskosten van het kerndepartement, waarvan € 10,3 miljoen op eigen personeel en € 23,4 miljoen op externe inhuur. De meevaller op externe inhuur wordt mede verklaard door inhuur op iRealisatie, veroorzaakt door te late facturering in december en doordat de contractwaarden vaak te hoog zijn vastgesteld. In totaal bedraagt dit een bedrag van € 7,8 miljoen.
Daarnaast zijn er aanzienlijk minder juristen extern ingehuurd waardoor er voor € 4,7 miljoen onderuitputting is.
Tezamen met wat kleinere mutaties resulteert dit in een verlaging van de apparaatskosten van VWS in 2025 met € 30,5 miljoen.
Meevaller subsidies artikel 4
Op artikel 4 is er een meevallende realisatie op de subsidies van in totaal € 29,6 miljoen. Door vertraging in de uitvoering van een project op het Nationaal Groeifonds is het beschikbare budget voor 2025 niet volledig benut. Van de € 29,5 miljoen die beschikbaar was, is circa € 15,9 miljoen niet benut.
Ook is € 3,5 miljoen van het budget voor pandemische paraatheid niet ingezet. Dit betreft onder andere de opleiding Basis Acute Zorg (BAZ), waarmee medisch personeel wordt getraind in handelen tijdens crisissituaties, en de Nationale Zorgreserve (NZR), een netwerk van zorgprofessionals dat kan worden ingezet bij crises.
Daarnaast is er € 3 miljoen minder besteed van de middelen voor het opleiden van artsen maatschappij en gezondheid dat gefinancierd werd uit de regeerakkoordmiddelen. Dit werd veroorzaakt door een lagere instroom dan verwacht, en uitval gedurende de opleiding.
Tezamen met wat kleinere meevallers resulteert dit in een verlaging van de realisaties op subsidies op artikel 4 in 2025 met € 29,6 miljoen.
Hogere ontvangsten SPUK IZA
De ontvangstenraming werd in 2025 naar beneden bijgesteld met € 25,5 miljoen, naar aanleiding van de vaststelling SPUK IZA 2023 en de afbouw van het begrotingsreserve van de stimuleringsregeling wonen en zorg.
Meevaller ZonMw uitvoering project PharmaNL
De lagere uitgaven aan bijdragen ZBO’s en RWT’s op artikel 2 worden veroorzaakt doordat er € 21,1 miljoen minder nodig was bij ZonMw voor uitvoering van het project PharmaNL.
Meevaller IOHVV-middelen
Doordat er minder beroep is gedaan dan verwacht op de regeling Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verpleegkundigen (IOHVV) viel er in 2025 incidenteel budget vrij ter waarde van € 19,1 miljoen.
Meevaller opdrachten artikel 4
Doordat geplande activiteiten rondom Generieke functies, PGO en Landelijk dekkend netwerk vertraging hebben opgelopen valt er € 12,8 miljoen vrij.
Tezamen met wat kleinere mutaties resulteert dit in een meevaller van € 16,1 miljoen.
Meevaller ZonMw
Vanuit verschillende opdrachtgevende budgetten vanuit het gehele ministerie is er onderuitputting en/of vertraging opgetreden in de opdrachten richting ZonMw, waardoor het budget voor 2025 verlaagd is met € 16 miljoen.
Bekostiging zorg BES-eilanden
De middelen die zijn bedoeld voor de bekostiging van de zorg op de BES-eilanden zijn per saldo met € 14,3 miljoen verlaagd. De zorguitgaven vielen voor € 6 miljoen lager uit als gevolg van de wisselkoerseffecten. Daarnaast is € 8,3 miljoen ongerealiseerd gebleven, doordat uitgekeerde loon- en prijscompensatie niet meer in 2025 kon worden ingezet.
Hogere ontvangsten betalingsachterstand zorgpremie
De ontvangsten van burgers met een betalingsachterstand in de bestuursrechtelijke premieregeling betalingsachterstand zorgpremie (BAZ) waren in 2025 hoger dan eerder geraamd, waardoor de uitgaven verlaagd zijn met € 12,9 miljoen.
Afrekening bijdragen RIVM 2022 en 2023
In 2022 en 2023 zijn voorschotten verstrekt aan het RIVM voor het uitvoeren van verschillende programma's. Bij de vaststellingen in 2025 bleek dat het vooral gaat om het Covid-vaccinatieprogramma en de pneumokokkenvaccinaties, waarvoor te hoge bedragen waren bevoorschot die in 2025 zijn teruggestort. In totaal bedraagt dit een meevaller van € 12,3 miljoen.
Ruimte SOV-regeling
Het doel van de SOV is het vergoeden van zorgkosten die aanbieders maken voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde (verwarde) personen. Uit een bijgestelde prognose van het CAK voor de SOV regeling bleek dat er in 2025 € 11,6 miljoen minder nodig was dan vooraf verwacht.
Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg
Daarnaast heeft een deel van de uitgaven in 2025 voor de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ) niet plaatsgevonden. Dit kwam voornamelijk doordat subsidieaanvragen later binnenkwamen en daardoor ook later zijn beschikt. Hierdoor is een deel van de middelen niet in 2025 verleend en valt er € 10,5 miljoen vrij.
Overige meevallers en tegenvallers
Tezamen met wat kleinere mee- en tegenvallers resulteert dit in een totale onderuitputting van € 363,7 miljoen in 2025.
4.20 Brede welvaart
Brede welvaart omvat de levenskwaliteit hier en nu, de kwaliteit van leven op middellange termijn (ongeveer 8 jaar), en voor toekomstige generaties en mensen elders in de wereld. Op Verantwoordingsdag 2026 zal het CBS wederom per ministerie een Factsheet publiceren. Deze Factsheet zal de brede welvaartsresultaten visualiseren die relevant zijn voor de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Een belangrijke maatstaf voor brede welvaart is goede gezondheid en welzijn, omdat gezondheid een grote invloed heeft op de levenskwaliteit. De monitor brede welvaart & SDG’s 2025, gepubliceerd door het CBS, toont dat 76,6% van de bevolking in 2024 de eigen gezondheid als (zeer) goed ervaart.71 Daarnaast neemt het aandeel rokers van 15+ af. Ook is een daling te zien in het percentage mensen dat ernstige langdurige beperkingen ervaart in het dagelijks leven door gezondheidsproblemen. Anderzijds stijgen de wachttijden in de specialistische zorg polikliniek. Ook neemt het ziekteverzuim onder werknemers in de zorgsector toe en stijgt het aantal vacatures per 1.000 banen in de gezondheids- en welzijnszorg.72 Daar staat tegenover dat het aandeel instroom in zorgopleidingen toeneemt en het aandeel gewerkte uren per inwoner in de zorg stijgt. De bredewelvaartsindicatoren laten ontwikkelingen in de zorg en welzijn zien, dit weerspiegelt wat van waarde is voor mensen en de maatschappij als geheel.
Het ministerie van VWS draagt vooral bij aan SDG 3 (goede gezondheid en welzijn), en heeft raakvlakken met diverse andere SDG’s, zoals SDG 5 (gendergelijkheid), SDG 8 (waardig werk en economische groei), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie) en SDG 16 (veiligheid).73
5. Beleidsartikelen
5.1 Artikel 1 Volksgezondheid
Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.
1980 | 2000 | 2010 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. Absolute levensverwachting in jaren:1 | ||||||||||||
- mannen | 72,5 | 75,5 | 78,8 | 79,9 | 80,1 | 80,2 | 80,5 | 79,7 | 79,7 | 80,1 | 80,3 | 80,5 |
- vrouwen | 79,2 | 80,6 | 82,7 | 83,1 | 83,3 | 83,3 | 83,6 | 83,1 | 83,0 | 83,1 | 83,3 | 83,3 |
2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:2 | ||||||||||||
- mannen | - | 61,5 | 63,9 | 64,9 | 65,0 | 64,2 | 64,8 | 66,4 | 65,4 | 63,2 | 64,1 | 63,5 |
- vrouwen | - | 60,9 | 63,0 | 63,3 | 63,8 | 62,7 | 63,2 | 65,8 | 65,1 | 62,3 | 62,4 | 62 |
Een belangrijke beleidsopgave voor de minister is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.
De minister vervult de volgende rollen:
Stimuleren: van het maken van gezonde keuzes, van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie over gezonde keuzes, en van een gezonder aanbod van voeding.
Financieren: van (bevolkings-)onderzoeken/screeningen, van diverse nationale programma’s, projecten en organisaties die zich bezig houden met de bescherming en bevordering van de gezondheid van burgers en preventie van ziekten.
Regisseren: het opstellen van wettelijke kaders om op verschillende manieren burgers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.
AZWA
Op 8 september 2025 is het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) ondertekend door de IZA-partijen74 aangevuld met MIND, Sociaal Werk Nederland en GGD GHOR Nederland. Het AZWA bouwt voort op het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). In het AZWA zijn onder meer afspraken gemaakt over:
– De inzet van arbeidsbesparende maatregelen, zoals medische technologie, hulpmiddelen en kunstmatige intelligentie (AI).
– Investeringen in opleidingen, vooral in delen van zorg en welzijn met de grootste personeelstekorten.
– Inzicht in wachtlijsten en proactieve zorgbemiddeling door zorgverzekeraars in de msz en de ggz.
– Verdere versterking van de ‘beweging naar de voorkant’, onder andere door investeringen in medische preventie en samenwerkingsafspraken tussen het zorgdomein en het sociaal domein.
Opvolgen GR adviezen
De GR heeft in 2023 geadviseerd over vaccinatie van ouderen tegen pneumokokken. De kern van dit advies is om mensen van 60 jaar en ouder eenmalig het vaccin PCV20 aan te bieden, omdat dit meer gezondheidswinst oplevert dan herhaaldelijk vaccineren met het huidige (PPV23) vaccin. Dit advies is overgenomen en in 2025 is gestart met het aanbieden van het PCV20 vaccin aan de doelgroep (in 2025 zijn dit alle mensen van 60 jaar en alle mensen van 78 jaar en ouder).
De GR heeft in 2024 geadviseerd om op korte termijn alle kinderen in hun eerste jaar te beschermen tegen het RS-virus via het RVP. Dit advies is overgenomen; sinds september 2025 is de RSV-immunisatie van start. Ook adviseerde de GR in 2025 om het 9-valente vaccin in te zetten in het HPV-vaccinatieprogramma. Dit advies is ook overgenomen en vanaf najaar 2026 zal met dit vaccin gevaccineerd worden.75
Weerbare zorg
In het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof is de eerdere intensivering op publieke gezondheid, gericht op pandemische paraatheid over de volle breedte van het zorgveld, volledig terugdraaid (oplopend naar structureel € 300 miljoen). In 2025 bedroeg deze ombuiging € 50 miljoen en is deze beleidsmatig ingevuld door onder andere de SPUK voor de GGD te verlagen en de inzet op kennis en innovatie te verminderen. Gevolg van deze bezuiniging is verlies aan kennis, werkwijzen en functionaliteiten die ten tijde van Covid-19 nodig bleken en die nu geconsolideerd worden voor de reguliere infectieziektebestrijding. De budgettaire korting zal de kwaliteit en effectiviteit van de reguliere preventie en bestrijding van infectieziekten en daarmee de paraatheid en weerbaarheid van de publieke gezondheidzorg beperken.
Counseling 20 wekenecho
In 2025 is verder uitvoering gegeven aan het overhevelen van de prenatale screening van de Zorgverzekeringswet naar de Rijksbegroting, conform het advies van Zorginstituut uit 2017. Counseling maakt onderdeel uit van het aanbod prenatale screening en is bedoeld om zwangeren en hun partners te begeleiden bij het maken van een geïnformeerde keuze over prenatale screening. De counseling is per 1 januari 2025 overgeheveld van de Zorgverzekeringswet naar de Rijksbegroting. Deze wijziging heeft niet tot knelpunten in de uitvoering geleid. Met deze wijziging worden alle onderdelen van de prenatale screening nu gefinancierd vanuit de Rijksbegroting (via subsidie aan de Regionale Centra Prenatale screening).
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 6.907.739 | 3.769.283 | 3.768.488 | 2.032.035 | 2.357.426 | 1.605.662 | 751.764 |
Uitgaven | 7.633.717 | 5.286.291 | 2.797.819 | 2.401.551 | 2.335.822 | 2.271.801 | 64.021 | |
1.10 | Gezondheidsbeleid | 567.514 | 562.906 | 926.551 | 1.008.062 | 977.950 | 936.478 | 41.472 |
Subsidies (regelingen) | 23.389 | 19.516 | 48.885 | 49.698 | 47.908 | 57.696 | ‒ 9.788 | |
(Lokaal) gezondheidsbeleid | 22.770 | 19.516 | 48.885 | 49.698 | 47.908 | 57.696 | ‒ 9.788 | |
Overige | 619 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 3.154 | 3.484 | 3.187 | 1.581 | 1.308 | 5.950 | ‒ 4.642 | |
(Lokaal) gezondheidsbeleid | 3.154 | 3.484 | 3.187 | 1.581 | 1.308 | 5.950 | ‒ 4.642 | |
Bijdrage aan agentschappen | 139.527 | 141.420 | 170.160 | 199.492 | 192.000 | 174.727 | 17.273 | |
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit | 109.466 | 111.528 | 133.628 | 155.657 | 151.140 | 143.111 | 8.029 | |
RIVM: Wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed | 29.591 | 29.657 | 36.232 | 43.535 | 40.560 | 30.138 | 10.422 | |
Overige | 470 | 235 | 300 | 300 | 300 | 1.478 | ‒ 1.178 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 393.924 | 388.362 | 396.230 | 449.474 | 426.258 | 390.076 | 36.182 | |
ZonMw: Programmering | 393.924 | 388.362 | 396.230 | 449.029 | 425.871 | 390.076 | 35.795 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 445 | 387 | 0 | 387 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 7.520 | 10.124 | 308.089 | 307.817 | 310.476 | 308.029 | 2.447 | |
Lokale aanpak | 7.520 | 10.124 | 308.089 | 307.817 | 310.476 | 307.874 | 2.602 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 155 | ‒ 155 | |
1.20 | Ziektepreventie | 6.907.201 | 4.546.347 | 1.676.929 | 1.184.416 | 1.144.988 | 1.132.307 | 12.681 |
Subsidies (regelingen) | 553.921 | 496.471 | 388.879 | 446.098 | 445.789 | 433.924 | 11.865 | |
Ziektepreventie | 325.828 | 234.164 | 88.187 | 127.694 | 93.509 | 74.982 | 18.527 | |
Bevolkingsonderzoeken | 134.113 | 164.839 | 197.036 | 246.568 | 271.904 | 248.402 | 23.502 | |
Bevolkingsonderzoeken | 17.473 | 19.640 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Vaccinaties | 76.507 | 77.828 | 103.656 | 71.836 | 80.376 | 110.540 | ‒ 30.164 | |
Opdrachten | 3.899.557 | 1.695.575 | 163.295 | 13.536 | 11.137 | 94.101 | ‒ 82.964 | |
Ziektepreventie | 3.899.557 | 1.695.433 | 149.593 | 5.723 | 9.116 | 83.139 | ‒ 74.023 | |
Pandemische paraatheid | 0 | 142 | 13.702 | 7.813 | 2.021 | 10.962 | ‒ 8.941 | |
Bijdrage aan agentschappen | 541.372 | 508.049 | 586.009 | 535.327 | 580.273 | 449.409 | 130.864 | |
RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra | 354.557 | 337.199 | 408.814 | 376.634 | 367.161 | 173.749 | 193.412 | |
RIVM: Bevolkingsonderzoeken | 45.535 | 43.880 | 50.060 | 58.774 | 62.003 | 59.226 | 2.777 | |
RIVM: Vaccinaties | 141.280 | 126.970 | 127.135 | 99.919 | 151.109 | 149.534 | 1.575 | |
Pandemische paraatheid | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 66.887 | ‒ 66.887 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 13 | ‒ 13 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 529.113 | 88.392 | 1.133 | 0 | 0 | 0 | |
LCCB | 0 | 529.113 | 88.392 | 1.133 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 1.818.867 | 1.274.469 | 450.354 | 167.803 | 107.789 | 141.563 | ‒ 33.774 | |
Pandemische paraatheid | 0 | 0 | 49.708 | 50.868 | 42.117 | 71.533 | ‒ 29.416 | |
Overige | 1.818.867 | 1.274.469 | 400.646 | 116.935 | 65.672 | 70.030 | ‒ 4.358 | |
Garanties | 93.234 | 42.670 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 93.234 | 42.670 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
(Schade)vergoeding | 250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 250 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Vermogensverschaffing/-onttrekking | 0 | 0 | 0 | 20.519 | 0 | 13.310 | ‒ 13.310 | |
Afwikkeling Intravacc | 0 | 0 | 0 | 20.519 | 0 | 13.310 | ‒ 13.310 | |
1.30 | Gezondheidsbevordering | 129.197 | 149.303 | 160.916 | 165.139 | 166.964 | 160.044 | 6.920 |
Subsidies (regelingen) | 108.043 | 85.175 | 92.824 | 90.112 | 87.372 | 76.577 | 10.795 | |
Preventie van schadelijk middelengebruik | 17.786 | 24.557 | 31.786 | 31.925 | 32.071 | 29.213 | 2.858 | |
Gezonde leefstijl en gezond gewicht | 26.115 | 30.776 | 31.581 | 32.294 | 32.205 | 26.981 | 5.224 | |
Letselpreventie | 5.024 | 6.783 | 8.138 | 9.014 | 8.614 | 5.132 | 3.482 | |
Bevordering van seksuele gezondheid | 58.200 | 22.106 | 20.313 | 15.827 | 13.217 | 12.326 | 891 | |
Overige | 918 | 953 | 1.006 | 1.052 | 1.265 | 2.925 | ‒ 1.660 | |
Opdrachten | 5.708 | 7.693 | 9.080 | 6.325 | 8.544 | 13.137 | ‒ 4.593 | |
Gezondheidsbevordering | 5.708 | 7.693 | 9.080 | 6.325 | 8.544 | 13.137 | ‒ 4.593 | |
Bijdrage aan agentschappen | 443 | 162 | 1.378 | 2.300 | 3.187 | 2.823 | 364 | |
Overige | 443 | 162 | 1.378 | 2.300 | 3.187 | 2.823 | 364 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 876 | ‒ 876 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 876 | ‒ 876 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 15.003 | 56.273 | 57.634 | 66.402 | 67.861 | 66.631 | 1.230 | |
Heroïnebehandeling op medisch voorschrift | 15.003 | 14.496 | 15.216 | 15.531 | 15.836 | 16.711 | ‒ 875 | |
Seksuele gezondheid | 0 | 41.777 | 42.418 | 50.871 | 52.025 | 49.920 | 2.105 | |
1.40 | Ethiek | 29.805 | 27.735 | 33.423 | 43.934 | 45.920 | 42.972 | 2.948 |
Subsidies (regelingen) | 27.106 | 25.425 | 30.221 | 38.418 | 41.544 | 37.925 | 3.619 | |
Abortusklinieken | 17.797 | 17.039 | 23.771 | 26.968 | 26.932 | 23.784 | 3.148 | |
Medische ethiek | 9.309 | 8.386 | 6.450 | 11.450 | 14.612 | 14.141 | 471 | |
Opdrachten | 182 | 57 | 472 | 1.346 | 1.605 | 2.399 | ‒ 794 | |
Medische ethiek | 182 | 57 | 472 | 1.346 | 1.605 | 2.399 | ‒ 794 | |
Bijdrage aan agentschappen | 2.517 | 2.253 | 2.730 | 4.170 | 2.771 | 2.648 | 123 | |
CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek | 2.517 | 2.253 | 2.730 | 4.170 | 2.771 | 2.648 | 123 | |
Ontvangsten | 59.074 | 485.260 | 181.311 | 207.410 | 246.677 | 102.059 | 144.618 | |
Verplichtingen
In 2025 is het verplichtingenbudget per saldo € 751,8 miljoen verhoogd voor onder andere het aangaan van verplichtingen voor 2026 en verder. Om zo uitvoering te kunnen geven aan lopend beleid in 2026 en verder.
Dit betreft het verhogen van het verplichtingenbudget voor onder andere:
– Het vastleggen van meerjarige verplichtingen van ZonMw-programma's (€ 385 miljoen);
– Verhoging van het verplichtingenbudget van het RIVM met € 327 miljoen. Dit in verband met de verstrekking van de opdrachtbrief 2026;
– In verband met de verstrekkingen van de SPUK Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG) voor 2026 is € 26 miljoen toegevoegd aan de verplichtingenruimte in 2025;
– Verhoging brede spuk (€ 43 miljoen);
– Voor de bijdrage aan de NVWA in 2026 (€ 70,5 miljoen);
– Verplichtingenbudget voor subsidies Gezond Gewicht, Voeding en schadelijke middelen en letselpreventie (€ 33,1 miljoen);
– Nieuwe verplichtingen voor SPUK VGGD 2025 (€ 41 miljoen).
1.10 Gezondheidsbeleid
Bijdrage aan agentschappen
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
De totale realisatie op het budget van de NVWA bedroeg in 2025 € 151,1 miljoen, dat is € 8,0 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting in 2025. Hiervan betreft € 1,2 miljoen doorschuif van extern geoormerkte budgetten (EGB’s) uit 2024. Vervolgens is bij de eerste suppletoire begroting € 1,9 miljoen toegevoegd voor het versterken van de huidige handhaving op illegale vapes. Bij de tweede suppletoire begroting is er een aanvullende loon- en prijsbijstelling toegekend van € 4,0 miljoen. De overige mutaties bedragen per saldo € 0,9 miljoen.
RIVM: Wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed.
Het verschil met de ontwerpbegroting bedraagt € 10,4 miljoen. Voor de uitvoering van verschillende programma’s zijn er middelen overgeheveld naar dit budget, onder andere voor de kennisbasis duurzame zorg (€ 1 miljoen). Verder is op dit budget LPO toegekend (€ 1,1 miljoen) en is er geld toegekend vanuit het programma Open en op Orde (€ 1,5 miljoen) . De overige mutaties zijn kleinere bedragen en tellen per saldo op tot € 6,8 miljoen.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
ZonMw: programmering Op de bijdrage aan ZBO's/RWT’s is een verschil te zien van € 36,2 miljoen.
Dit betreft voor € 35,8 miljoen bijdragen aan ZonMw.
Binnen artikel 1 Volksgezondheid betreft het middelen voor:
– Programma preventie (€ 1,6 miljoen)
Vanuit artikel 2 Curatieve Zorg zijn in 2025 middelen overgeheveld voor:
– Programma Voor Elkaar (€ 4,1 miljoen)
– Programma Thuisarts.nl (€ 3,8 miljoen)
Daarnaast zijn vanuit artikel 3 Langdurige Zorg en ondersteuning middelen overgeheveld voor:
– Programma Zorg voor innoveren (€ 1,4 miljoen)
– Programma Digitale zorg (€ 1 miljoen)
– Voucherregeling wijkscans (€ 0,8 miljoen)
Daarnaast is er in 2024 teveel budget ingeleverd door het programma Kwaliteitsgelden. Het budget is daarom in 2025 weer verhoogd met € 5,2 miljoen.
Vanuit het ministerie van SZW zijn middelen overgeheveld voor het programma Innovatieve Arbozorg (€ 4,7 miljoen) en vanuit het ministerie van I&W voor het programma Fietsveiligheid Voorop (€ 0,2 miljoen) en voor het programma Microplastics (€ 1,3 miljoen)
Het budget is met € 9,2 miljoen loonbijstelling opgehoogd. De overige kleine mutaties bedragen per saldo € 2,3 miljoen.
Micro-organismen | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
|---|---|---|---|---|---|
Campylobacter | 1.800 | 1.300 | 1.400 | 1.400 | 1.400 |
STEC O157 | 56 | 59 | 61 | 56 | 56 |
L. monocytogenes | 140 | 140 | 410 | 270 | 260 |
Salmonella | 510 | 400 | 470 | 440 | 830 |
B. cereus toxine | 29 | 29 | 29 | 29 | 30 |
C. perfringens toxine | 180 | 180 | 180 | 180 | 180 |
S. aureus toxine | 190 | 190 | 190 | 190 | 190 |
Hepatitis-A virus | 8 | 6 | 10 | 6 | 9 |
Hepatitis-E virus | 63 | 54 | 43 | 41 | 53 |
Norovirus | 310 | 140 | 240 | 330 | 400 |
Rotavirus | 150 | 50 | 120 | 190 | 130 |
C. parvum | 15 | 4 | 7 | 10 | 28 |
G. lamblia | 29 | 7 | 13 | 19 | 29 |
T. gondii | 1.000 | 1.100 | 1.100 | 1.100 | 1.000 |
Totaal | 4.600 | 3.600 | 4.200 | 4.300 | 4.700 |
1.20 Ziektepreventie
Subsidies
Ziektepreventie
Vanuit het budget Bijdrage aan medeoverheden is € 31 miljoen naar het instrument subsidies overgeboekt voor de subsidie aan GGD-GHOR voor het IV-programma infectieziektebestrijding. Daarnaast is € 5 miljoen overgeboekt naar de G4 voor de pilot Wijkgerichte aanpak en is € 6 miljoen minder uitgegeven aan GGD-GHOR voor de landelijk coördinerende taken voor de Covid-19 vaccinaties. Samen met enkele kleinere mutaties geeft dit in totaal een verhoging van het budget met € 18.5 miljoen.
Bevolkingsonderzoeken
Er is sprake van een verschil op subsidies voor bevolkingsonderzoeken van € 23,5 miljoen. Het budget is met € 13,8 miljoen verhoogd door de loonbijstelling. Het overige deel van de extra besteding is te verklaren door een herstructurering van middelen tussen het artikel en de ontvangsten kant.
Vaccinaties
Voor de vaccinatie van ouderen tegen pneumokokken is € 24 miljoen overgeheveld van het instrument subsidies naar het instrument bijdrage aan agentschappen. Dit vaccinatieprogramma valt onder het RIVM en wordt door hen uitgevoerd. Daarnaast is er € 5,5 miljoen overgeboekt naar Subsidie Bevolkingsonderzoeken, tezamen met een aantal kleinere mutaties wordt het budget met € 30,2 miljoen verlaagd.
2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Rijksvaccinatieprogramma1 | 91,2% | 90,2% | 90,2% | 90,8% | 91,3% | 90,6%1 | 84,2% | 83,7% | 86% |
Nationaal Programma Pneumokokkenvaccinatie Volwassenen (NPPV)10 | 73% | 74,1% | 63% | 56,4% | 45,4% | ||||
Nationaal programma Grieppreventie2 | 49,9% | 51,3% | 52,6% | 54,0% | 58,3% | 56,8% | 55,2% | 54,2% | |
Deelname bevolkingsonderzoek borstkanker3 | 76,9% | 76,9% | 76,0% | 64,0% | 68,3% | 66,7% | 66,7% | 65,3% | |
Deelname bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker4 | 57,0% | 57,1% | 55,6% | 49,2% | 54,3% | 45,7% | 49,7% | 54,4% | |
Deelname bevolkingsonderzoek darmkanker5 | 73,0% | 73,0% | 71,8% | 72,0% | 70,8% | 68,4% | 66,5% | 67,1% | |
Deelname hielprik6 | 99,2% | 99,1% | 99,3% | 99,4% | 99,2% | 98,9% | 98,8% | 98,7% | |
Deelname aan NIPT7 | 41,1% | 46,3% | 48,3% | 52,0% | 55,3% | 57,8% | 67,8% | ||
Deelname 20 weken echo8 | 82,1% | 82,8% | 86,6% | 86,4% | 85,7% | 85,6% | 86,6% | ||
Deelname bloedonderzoek bij zwangere vrouwen9 | 99,0% | 100% | 99,0% | 100% | 99,0% | 99,0% | 100% |
Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2018 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.
Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de GR in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.
Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.
Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen.
Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker. De doelgroep van dit bevolingsonderzoek bestaat uit 55-75-jarige personen.
Opdrachten
Ziektepreventie
Voor de aanschaf van COVID-19 vaccins door het RIVM is € 42,2 miljoen overgeheveld naar het instrument Bijdrage aan agentschappen RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra. Daarnaast is er bij de BUR €4,5 miljoen aan ruimte ingeleverd. Een verlaging van € 27 miljoen door vertraging rechtzaken covid-19 vaccinatie, en enkele kleine mutaties geeft in totaal een verlaging van het budget met € 74 miljoen.
Bijdrage aan agentschappen
Op de bijdrage aan agentschappen is er een verschil van € 130,9 miljoen. Hieronder wordt dit verschil per onderdeel nader toegelicht.
RIVM: opdrachtverlening aan kenniscentra
Op de post RIVM: opdrachtverlening aan kenniscentra is een verschil van € 193,4 miljoen tussen de begroting en de realisatie. Voor de uitvoering van verschillende programma’s zijn er middelen over geheveld naar dit budget.
Het betreft hier onder andere de programma’s Infectieziektebestrijding (€ 16,8 miljoen), Pandemische Paraatheid (€ 33,8 miljoen) en de Landelijke Functionaliteit Infectieziekten (€ 15,9 miljoen) en een bedrag van € 37 miljoen voor de aanschaf, opslag en beheer van RS vaccins.
Voor het RIVM Covid-19 vaccinatieprogramma en het RIVM Rioolsurveillance programma is er respectievelijk € 32,3 miljoen en € 4 miljoen overgeheveld naar het instrument Bijdrage aan agentschappen RIVM: opdrachtverlening aan kenniscentra.
De loon- en prijsbijstelling betrof € 5,3 miljoen. Verder is er op dit artikel sprake van een ophoging door de eindejaarsmarge 2024 met € 10 miljoen.
Pandemische paraatheid
Voor de uitvoering van de RIVM programma’s Infectieziektebestrijding (€ 33,8 miljoen), het IV-programma infectieziektebestrijding (€ 16,8 miljoen) en Landelijke Functionaliteit Infectieziekten (LFI) (€ 15,9 miljoen) is in totaal € 66,9 miljoen overgeheveld naar RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra.
Bijdrage aan medeoverheden
Pandemische paraatheid
Het IV-programma Infectieziektebestrijding wordt uitgevoerd door het RIVM en de GGD-GHOR. Het deel van de GGD-GHOR wordt verstrekt middels een subsidie. Deze middelen (€ 31,0 miljoen) zijn daarom overgeboekt naar het instrument subsidies. Samen met enkele kleinere mutaties geeft in totaal een verlaging van het budget met € 29,4 miljoen.
Vermogenverschaffing/-onttrekking
Afwikkeling Intravacc
Bij de verkoop van Intravacc aan FDI is overeengekomen dat ook een bedrag aan Intravacc B.V. als vermogensverschaffing wordt overgemaakt. Aangezien deze bijdrage in 2024 is geëffectueerd, valt het budget van € 13,3 miljoen in 2025 vrij.
1.30 Gezondheidsbevordering
Schadelijk middelen gebruik | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Roken (volwassenen)1 | 26,3% | 24,1% | 23,1% | 22,4% | 21,7% | 20,2% | 20,6% | 18,9% | 19,0% | 18,2% |
Roken (jongeren)2 | 10,6% | 7,8% | 7,7% | 9,5% | 8,5% | |||||
Roken (zwangere vrouwen)3 | 8,6% | 7,4% | 7,7% | 6,3% | ||||||
Overmatig alcohol gebruik (volwassenen)4 | 9,5% | 8,8% | 9,2% | 8,2% | 8,5% | 6,9% | 7,3% | 6,5% | 6,7% | 5.5% |
Alcohol gebruik onder jongeren 12 t/m 16 jaar5 | 25,5% | 25% | 26,2% | 27,8% | 22,0% |
Dit kerncijfer betreft het percentage van 18 jaar of ouder in de bevolking dat aangeeft wel eens te roken.
Dit kerncijfer betreft het percentage jongeren van 12 tot en met 16 dat aangeeft in in de maand voorafgaand aan het onderzoek sigaretten of shag te hebben gerookt.
Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen dat op enig moment tijdens de zwangerschap heeft gerookt. Enig moment tijdens de zwangerschap betreft vrouwen die tijdens één of meerdere trimesters van de zwangerschap hebben gerookt.
Ontvangsten
In totaal zijn de ontvangsten met € 144,6 miljoen verhoogd.
Vanuit de afrekening Covid-activiteiten in eerdere jaren zijn middelen teruggevloeid naar het ministerie van VWS. Het betreft onder meer de afrekeningen van de SPUK Covid GGD'en, subsidie Covid IV GGD GHOR, de SPUK versterking GGD'en en de afrekeningen van de rioolwatersurveillance door waterschappen. Tezamen bedraagt dit € 128 miljoen.
Ook zijn er in 2022 en 2023 voorschotten verstrekt aan het RIVM voor het uitvoeren van verschillende programma's. Hieronder vallen bijvoorbeeld het Covid vaccinatie programma en het vaccinatie programma pneumokokken. Bij de vaststelling zijn te hoge bedragen bevoorschot die nu terugvloeien, dit betreft € 45,4 miljoen die terug zijn gevloeid via de afrekening.
Daarnaast is er een verlaging van ontvangsten door minder ontvangsten op bestuurlijke boetes (€ 3,8 miljoen), minder ontvangsten dan geraamd op subsidies artikel 1 (€ 24,8 miljoen) en een aantal kleinere verlagingen van ontvangsten, die geven bij elkaar een verlaging van ontvangsten met € 28,8 miljoen.
In totaal zijn de ontvangsten met € 144,6 miljoen verhoogd.
ActiZ, De Nederlandse ggz, Federatie Medisch Specialisten, In Een, Landelijke Huisartsen Vereniging, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Patiëntenfederatie Nederland, UMCNL, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, Zelfstandige Klinieken Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, Zorgthuisnl en het Ministerie van VWS
Kamerstukken II 2025/26, 32 793, nr. 868
5.2 Artikel 2 Curatieve zorg
Een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar aanbod voor curatieve zorg.
Dit kerncijfer geeft het totaal aantal ziekenhuisopnamen per 10.000 personen weer met als hoofddiagnose astma of COPD(Chronic Obstructive Pulmonary Disease (Chronische Obstructieve Long Ziekte)).
De minister is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor de curatieve zorg. De Zvw vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), de wettelijke basis van dit stelsel. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:
Stimuleren van kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve zorg, de beschikking over de benodigde materialen, de toegankelijkheid en betaal baarheid van de curatieve zorg, de werking van het zorgverzekerings-stelsel en informatievoorziening over het zorgverzekeringsstelsel.
Financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar, van diverse onderzoeken en initiatieven binnen de curatieve zorg en van initiatieven op het gebied van ICT-infrastructuur en van de risicoverevening binnen het stelsel.
Het onderhouden van wet- en regelgeving op gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen, bloedvoorziening en registers.
Veelbelovende zorg
In 2025 is de Subsidieregeling Veelbelovende zorg voortgezet met een verlaagd budget van € 39 miljoen. De regeling kende in 2025 de laatste openstellingsrondes. Lopende projecten konden in 2025 regulier worden voortgezet, zodat onderzoeken naar de (kosten)effectiviteit van veelbelovende zorg kunnen worden afgerond. De resultaten uit deze laatste ronde leveren input voor toekomstige besluitvorming over de inzet van innovatieve zorg.
Genees- en medische hulpmiddelen
In 2025 is er verder ingezet op het versterken van de beschikbaarheid en leveringszekerheid van genees- en hulpmiddelen.
Het Meldpunt Geneesmiddelentekorten en -defecten (dat bestaat uit het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft meerdere keren maatregelen genomen om geneesmiddelentekorten te voorkomen of om de impact van een tekort te verzachten. Dit gaat bijvoorbeeld om toestemming voor een tijdelijke afwijkende verpakking uit het buitenland of import van alternatieven uit het buitenland tijdens een ernstig tekort middels een vrijstellingsbesluit. Om dit laatste mogelijk maken is in 2025 de Geneesmiddelenwet en Regeling Geneesmiddelenwet gewijzigd. Tevens wordt door publicatie van de beleidsregel over de meldplicht tijdelijke leveringsonderbrekingen meer duidelijkheid geboden aan handelsvergunningshouders wanneer zij een melding moeten doen bij het Meldpunt.
Door middel van een subsidie zijn de farmaceutische groothandels in staat gesteld extra voorraden van de meest kritieke geneesmiddelen aan te leggen. Deze aanvullende voorraden zijn bedoeld als buffer om tijdelijke leveringsonderbrekingen te overbruggen en de impact van tekorten op patiënten en zorgverleners te verminderen.
Daarnaast wordt op Europees niveau ingezet op het verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelen. In 2025 heeft de Europese Raad zijn standpunt vastgesteld over het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening kritieke geneesmiddelen. Nederland heeft actief bijgedragen aan dit standpunt. Dit voorstel bevat maatregelen ter ondersteuning van productie binnen Europa en voorziet in mogelijkheden voor gezamenlijke en publieke inkoop van kritieke geneesmiddelen.
In 2025 is de bilaterale samenwerking met India, een groot producerend land, versterkt via een hoogambtelijk werkbezoek van VWS en een Memorandum of Understanding is gesloten met het Department of Pharmaceuticals.
Ook op het gebied van medische hulpmiddelen zijn belangrijke stappen gezet. Sinds januari 2025 geldt een Europese meldplicht voor (dreigende) leveringsonderbrekingen, waardoor tekorten eerder zichtbaar worden. Daarnaast wordt onderzocht hoe eventuele structurele voorraadvorming voor medische hulpmiddelen kan worden ingericht om risico’s beter op te vangen. Daarnaast is er in Europees verband gekeken hoe voorraden en/of productietekorten beter voorkomen kunnen worden. Zo heeft Nederland bijgedragen aan de strategie van de Europese Commissie met betrekking tot medische tegenmaatregelen en de samenwerking van verschillende Europese lidstaten om een strategie voor (nood)voorraden te inventariseren. Tot slot is gestart met de evaluatie van de Europese wet- en regelgeving van medische hulpmiddelen: de Medical Device Regulation (MDR) en de In-Vitro Diagnostics Regulation (IVDR). Hierin zijn verschillende voorstellen gedaan die de beschikbaarheid van bijvoorbeeld weeshulpmiddelen (hulpmiddelen die gebruikt worden door een kleine patiëntenpopulatie) verbeteren en voorstellen om de certificering van hulpmiddelen efficiënter in te richten.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 3.387.494 | 3.496.633 | 3.961.390 | 4.262.619 | 1.951.260 | 5.099.190 | ‒ 3.147.930 |
Uitgaven | 3.476.461 | 3.444.812 | 3.719.608 | 4.094.044 | 867.541 | 4.288.749 | ‒ 3.421.208 | |
2.10 | Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg | 472.376 | 369.291 | 351.983 | 529.524 | 239.425 | 533.338 | ‒ 293.913 |
Subsidies (regelingen) | 202.405 | 256.248 | 302.835 | 440.493 | 193.399 | 214.985 | ‒ 21.586 | |
Medisch specialistische zorg | 78.851 | 83.435 | 79.199 | 82.520 | 84.947 | 75.106 | 9.841 | |
Curatieve ggz | 22.433 | 25.439 | 9.472 | 11.438 | 10.476 | 13.511 | ‒ 3.035 | |
Eerstelijnszorg | 14.140 | 31.082 | 9.342 | 4.124 | 4.146 | 9.386 | ‒ 5.240 | |
Lichaamsmateriaal | 23.946 | 25.297 | 25.469 | 25.076 | 25.914 | 24.566 | 1.348 | |
Medische producten | 63.035 | 90.995 | 179.353 | 317.335 | 67.916 | 92.416 | ‒ 24.500 | |
Opdrachten | 237.542 | 93.797 | 12.053 | 14.956 | 13.567 | 23.551 | ‒ 9.984 | |
Medisch specialistische zorg | 725 | 990 | 1.449 | 6.966 | 7.874 | 12.514 | ‒ 4.640 | |
Curatieve ggz | 685 | 301 | 1.402 | 647 | 815 | 2.136 | ‒ 1.321 | |
Eerstelijnszorg | 1.210 | 1.208 | 1.920 | 593 | 127 | 1.661 | ‒ 1.534 | |
Lichaamsmateriaal | 433 | 923 | 349 | 317 | 524 | 2.205 | ‒ 1.681 | |
Medische producten | 234.489 | 90.375 | 6.933 | 6.433 | 4.227 | 5.035 | ‒ 808 | |
Bijdrage aan agentschappen | 25.105 | 18.000 | 25.115 | 47.728 | 26.713 | 24.086 | 2.627 | |
aCBG | 4.150 | 8.354 | 8.504 | 13.531 | 7.761 | 6.103 | 1.658 | |
aCBG | 2.166 | 300 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
CIBG | 17.847 | 8.096 | 15.579 | 33.272 | 18.623 | 17.733 | 890 | |
Overige | 942 | 1.250 | 1.032 | 925 | 329 | 250 | 79 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 10.957 | 25.131 | 4.716 | 4.716 | 0 | |
Overige | 0 | 0 | 10.957 | 25.131 | 4.716 | 4.716 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 0 | 1.000 | 1.000 | 1.180 | 1.030 | 1.000 | 30 | |
Overig | 0 | 1.000 | 1.000 | 1.180 | 1.030 | 1.000 | 30 | |
Garanties | 7.324 | 246 | 23 | 36 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 7.324 | 246 | 23 | 36 | 0 | 0 | 0 | |
Vermogensverschaffing/-onttrekking | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 265.000 | ‒ 265.000 | |
Kapitaalverschaffing Pallas | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 265.000 | ‒ 265.000 | |
2.34 | Ondersteuning van het zorgstelsel | 3.004.085 | 3.075.521 | 3.367.625 | 3.564.520 | 260.791 | 3.755.411 | ‒ 3.494.620 |
Subsidies (regelingen) | 107.210 | 139.233 | 163.388 | 152.607 | 135.591 | 146.983 | ‒ 11.392 | |
Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen | 1.251 | 1.361 | 1.445 | 1.614 | 1.783 | 1.816 | ‒ 33 | |
Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden | 44.500 | 69.842 | 88.579 | 111.470 | 102.808 | 96.640 | 6.168 | |
Regeling veelbelovende zorg | 6.956 | 21.691 | 33.441 | 28.848 | 23.956 | 26.807 | ‒ 2.851 | |
Medisch specialistische zorg | 6.364 | 11.405 | 8.260 | 5.194 | 6.061 | 199 | 5.862 | |
Medisch specialistische zorg | 35.753 | 27.647 | 12.889 | 351 | 0 | 440 | ‒ 440 | |
Curatieve ggz | 2.352 | 565 | 0 | 0 | 172 | 0 | 172 | |
Eerstelijnszorg | 10.034 | 6.722 | 1.232 | 2.528 | 141 | 11.230 | ‒ 11.089 | |
Overige | 0 | 0 | 17.542 | 2.602 | 670 | 9.851 | ‒ 9.181 | |
Bekostiging | 2.844.186 | 2.883.377 | 3.139.543 | 3.367.001 | 66.991 | 3.467.308 | ‒ 3.400.317 | |
Rijksbijdrage 18- | 2.796.500 | 2.831.900 | 3.078.200 | 3.303.300 | 0 | 3.397.700 | ‒ 3.397.700 | |
Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen | 47.055 | 51.477 | 61.343 | 63.701 | 66.991 | 69.608 | ‒ 2.617 | |
Overige | 631 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Inkomensoverdrachten | 25.323 | 27.948 | 20.007 | 21.922 | 36.823 | 20.530 | 16.293 | |
Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel | 25.229 | 27.853 | 19.919 | 21.832 | 36.731 | 20.430 | 16.301 | |
Overige | 94 | 95 | 88 | 90 | 92 | 100 | ‒ 8 | |
Opdrachten | 13.160 | 11.633 | 11.142 | 4.883 | 3.320 | 101.255 | ‒ 97.935 | |
Risicoverevening | 1.494 | 1.278 | 1.662 | 1.346 | 1.753 | 2.580 | ‒ 827 | |
Uitvoering zorgverzekeringsstelsel | 644 | 771 | 301 | 180 | 69 | 11.308 | ‒ 11.239 | |
Medisch specialistische zorg | 9.416 | 6.521 | 1.070 | 409 | 3 | 370 | ‒ 367 | |
Curatieve ggz | 446 | 1.874 | 1.395 | 1.317 | 765 | 1.173 | ‒ 408 | |
Eerstelijnszorg | 202 | 238 | 598 | 0 | 0 | 115 | ‒ 115 | |
Passende Zorg | 0 | 0 | 40 | 3 | 415 | 84.133 | ‒ 83.718 | |
Overige | 958 | 951 | 6.076 | 1.628 | 315 | 1.576 | ‒ 1.261 | |
Bijdrage aan agentschappen | 7.504 | 7.287 | 25.834 | 9.108 | 9.254 | 8.917 | 337 | |
CJIB: Onverzekerden en wanbetalers | 7.504 | 7.287 | 8.291 | 9.108 | 9.254 | 8.917 | 337 | |
Overige | 0 | 0 | 17.543 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 6.702 | 6.043 | 7.711 | 8.999 | 8.812 | 10.418 | ‒ 1.606 | |
Sociale Verzekeringsbank: Onverzekerden | 5.760 | 5.535 | 7.510 | 8.258 | 8.682 | 7.966 | 716 | |
Overige | 942 | 508 | 201 | 741 | 130 | 2.452 | ‒ 2.322 | |
2.50 | NRG Pallas | 0 | 0 | 0 | 0 | 367.325 | 0 | 367.325 |
Leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 23.654 | 0 | 23.654 | |
Pallas nieuwbouw programma | 0 | 0 | 0 | 0 | 23.654 | 0 | 23.654 | |
Vermogensverschaffing/-onttrekking | 0 | 0 | 0 | 0 | 343.671 | 0 | 343.671 | |
Pallas nieuwbouw programma | 0 | 0 | 0 | 0 | 267.410 | 0 | 267.410 | |
Instandhouding NRG | 0 | 0 | 0 | 0 | 76.261 | 0 | 76.261 | |
Ontvangsten | 133.534 | 138.158 | 121.077 | 92.936 | 102.099 | 78.701 | 23.398 | |
Verplichtingen
De verplichtingenrealisatie is in totaal circa € 3,2 miljard lager dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van het overhevelen van de Rijksbijdrage Zorgverzekeringswet 18- van artikel 2 naar artikel 8.
Subsidies medisch specialistische zorg:
In de Veegbrief 2024 is voor subsidies medisch specialistische zorg aanvullend € 33 miljoen aan verplichtingenbudget naar voren gehaald. Het verplichtingenbudget voor 2025 is bij de eerste suppletoire begroting hierdoor met € 33 miljoen verlaagd. Gelijktijdig is hiervoor weer gecorrigeerd met een verhoging van € 23,6 miljoen, door verplichtingenbudget uit 2030 te schuiven naar 2025.
Subsidies medisch specialistische zorg:
Er is bij de suppletoire begroting september 2025 voor € 69,6 miljoen aan verplichtingenruimte van 2026 naar 2025 gehaald. Dit was nodig om de instellingssubsidies in het voorafgaande jaar te kunnen verstrekken.
Opdrachten medisch specialistische zorg
VWS werkt met het veld aan een Nationale Zorgreserve. Hiervoor is in 2025 een meerjarige opdracht gesloten. Omdat in een eerder stadium geen verplichtingenruimte naar voren gehaald is, wordt dit bij de Slotwet gecorrigeerd door € 10 miljoen aanvullend aan verplichtingenruimte beschikbaar te stellen.
2.10 Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg
Subsidies (regelingen)
Medische producten
De uitgaven aan subsidies medische producten zijn € 24,5 miljoen lager uitgevallen door meerdere oorzaken. De belangrijkste oorzaak is de vertraging in de uitvoering van subsidies, dit geldt onder andere voor medicatieoverdracht (€ 10,1 miljoen), VIPP Farmacie (€ 2,5 miljoen) en meerdere kleinere subsidies. Daarnaast is er een ijklijn (overheveling van begroting naar premie) geweest voor de pilot Uitzonderen van AMR-middelen van de GVS-limiet (€ 3,0 miljoen).
Sociale media | 2017 | 2019 | 2021 | 2023 |
|---|---|---|---|---|
Problematisch gebruik sociale media | 3,8% | 3,3% | 5,3% | 4,8% |
Dit kerncijfer betreft het percentage patiënten met borstkanker dat na 5 jaar nog in leven is, vergeleken met het percentage personen uit de algemene bevolking dat na 5 jaar nog in leven is.
Dit kerncijfer betreft de foetale sterfte, dat wil zeggen het aantal overledenen vóór of tijdens de geboorte bij een zwangerschapsduur van 24 weken of meer. Deze sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- of doodgeborenen.
2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
GGZ: aantal patienten curatieve GGZ | 1.426.581 | 1.402.548 | 1.428.907 | 1.437.526 | 1.498.620 | 1.544.288 |
Vermogensverschaffing/ onttrekking
Kapitaalverschaffing Pallas
In 2025 zijn alle middelen die beschikbaar zijn voor kapitaalverschaffing aan NRG PALLAS B.V. verplaatst naar een separaat artikelonderdeel om de uitgaven aan het Pallas-nieuwbouwprogramma beter inzichtelijk te maken.
De uitgaven in 2025 zijn hoger uitgevallen vanwege een eenmalige kapitaalstorting ter hoogte van € 76,3 miljoen ten behoeve van de instandhouding van de liquiditeitspositie van NRG Pallas. Deze eenmalige uitgave staat los van het nieuwbouwprogramma.
Voorts zijn enkele kasschuiven gedaan, onder meer vanwege de schuivende planning van het project.
2.34 Ondersteuning van het zorgstelsel
Subsidies (regelingen)
Eerstelijnszorg
Zoals reeds aangegeven bij de suppletoire begroting september, vallen de uitgaven op dit budget € 11 miljoen lager uit. Dit is te verklaren door de onderstaande aanpassingen:
– Als gevolg van het opheffen van het instrument subsidies eerstelijnszorg onder het artikelonderdeel Ondersteuning van het zorgstelsel, wordt een bedrag van € 6,6 miljoen overgeboekt naar Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg.
– Daarnaast is meerjarig € 9,5 miljoen, waarvan € 3,8 miljoen in 2025, overgeboekt naar artikel 1 Volksgezondheid ten behoeve van het ZonMw-programma voor digitale zelfzorgmiddelen.
Tezamen met een aantal kleinere mutaties verspreid over de verschillende begrotingsmomenten is het subsidiebudget voor Eerstelijnszorg met € 11,2 miljoen verlaagd.
Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden
De uitgaven voor de reguliere SOV (exclusief uitgaven voor zorg aan Oekraïense ontheemden) zijn € 14,4 miljoen hoger dan in de begroting geraamd. De SOV-uitgaven ten behoeve van zorg aan Oekraïense ontheemden zijn € 8,2 miljoen lager dan in de begroting geraamd; er was € 15,0 miljoen geraamd terwijl de werkelijke kosten € 6,8 miljoen bedroegen. De totale SOV-uitgaven zijn in 2025 per saldo € 6,2 miljoen hoger dan geraamd.
Bekostiging
Rijksbijdrage 18-
De Rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor kinderen tot 18 jaar is in 2025 overgeheveld van artikel 2 naar artikel 8. De gerealiseerde uitgaven op artikel 2 zijn daarom gelijk aan 0. De uitgavenrealisatie voor de Rijksbijdrage in 2025 wordt toegelicht op artikel 8.
Inkomensoverdrachten
Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel
Zoals vermeld bij de suppletoire begroting september, zijn de nabetalingen voor de vaststellingen op de FLO/VUT regeling hoger uitgevallen dan geraamd. Hiervoor wordt dit budget met € 14,5 miljoen verhoogd in 2025.
Tezamen met een aantal kleinere mutaties is het budget voor de overgangsregeling FLO/VUT regeling met € 16,3 miljoen verhoogd.
Opdrachten
Uitvoering zorgverzekeringsstelsel
Een deel van de in de begroting geraamde middelen (€ 9,4 miljoen) is overgeboekt naar het ministerie van EZK ten behoeve van het programma Coalitie Leefstijl in de Zorg. Tezamen met een aantal in omvang geringe mutaties vallen de uitgaven per saldo € 11,2 miljoen lager uit.
2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Aantal onverzekerden1 | 57.965 | 31.681 | 28.740 | 29.454 | 24.269 | 22.960 | 17.424 | 24.205 | 24.870 | 20.260 | 23.876 | 25.024 | 28.584 | 25.821 | 19.560 |
Passende zorg
Om de uitgaven van het programma in het juiste kasritme te zetten, heeft er een kasschuif plaatsgevonden van € 39,0 miljoen naar latere jaren. Omdat in de komende jaren niet het hele budget benodigd blijkt, is er in 2025 € 20,0 miljoen vrijgevallen. Daarnaast is € 21,9 miljoen overgeboekt naar artikel 1 "ZonMw Programmering" ten behoeve van de uitvoering van de beleidsdoelstellingen op het gebied van Passende Zorg.
Tezamen met een aantal in omvang geringe mutaties zijn de uitgaven voor passende zorg € 83,7 miljoen lager dan in de begroting geraamd.
2022-2 | 2022-3 | 2022-4 | 2023-1 | |
|---|---|---|---|---|
Basis ggz: gemiddelde wachttijd in weken | 12,3 | 12,5 | 14,9 | 14,1 |
2015-4 | 2016-4 | 2017-4 | 2018-4 | 2019-4 | 2020-4 | 2021-4 | 2022-4 | 2023-4 | 2024-4 | 2025-4* | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Aantal wachtenden op Wlz-zorg in de ggz1 | 88 | 64 | 48 | 11 | 13 | 59 | 573 | 800 | 673 | 653 | 638 |
Wacht op voorkeur / Niet-actief wachtend1 | 47 | 39 | 29 | 2 | 1 | 6 | 358 | 536 | 477 | 450 | 429 |
Totaal urgent plaatsen1 | 6 | 2 | 6 | 13 | 5 | ||||||
Totaal actief plaatsen1 | 206 | 262 | 190 | 190 | 204 | ||||||
Totaal actief wachtenden1 | 41 | 25 | 19 | 9 | 12 | 53 | 3 |
2.50 NRG Pallas
Lening
In 2025 zijn de voor Pallas beschikbare middelen verplaatst naar een separaat artikelonderdeel om de uitgaven aan Pallas beter inzichtelijk te maken. Hiernaast zijn enkele kasschuiven gedaan, onder meer vanwege de schuivende planning van het project.
Vermogensverschaffing/ - onttrekking
In 2025 zijn de voor Pallas beschikbare middelen verplaatst naar een separaat artikelonderdeel om de uitgaven aan Pallas beter inzichtelijk te maken. De uitgaven in 2025 zijn hoger uitgevallen vanwege een eenmalige kapitaalstorting ten behoeve van de instandhouding van de liquiditeitspositie van NRG Pallas. Deze uitgaven staan los van het nieuwbouwprogramma. Hiernaast zijn enkele kasschuiven gedaan, onder meer vanwege de schuivende planning van het project.
Ontvangsten
De door het CAK (en het CJIB) gerealiseerde ontvangsten van burgers met een betalingsachterstand in de premiebetaling Zvw zijn € 5,4 miljoen hoger dan in de begroting geraamd. Dit komt voornamelijk doordat het aantal wanbetalers in 2025 hoger was dan waar eerder rekening mee was gehouden.
De algemene subsidieontvangsten binnen de Curatieve Zorg vielen € 7 miljoen lager uit dan geraamd. Deze tegenvaller is budgettair verwerkt bij de tweede suppletoire begroting.
Tezamen met enkele andere kleinere mutaties zijn de ontvangsten met € 23,3 miljoen verhoogd.
Dit kerncijfer betreft het percentage van de bevolking van 18 jaar en ouder dat in de voorgaande 12 maanden wel eens heeft afgezien van één of meer vormen van zorg vanwege de kosten.
5.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning
Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat:
1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en
2. wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt.
Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
Wlz zorg in percentages | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024* |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Aandeel mensen met wlz zorg | 1,72% | 1,73% | 1,71% | 1,73% | 1,78% | 1,80% | 1,95% | 2,01% | 2,07% | 2,10% |
Aandeel mensen met wlz zorg met verblijf3 | 1,23% | 1,20% | 1,17% | 1,18% | 1,18% | 1,16% | 1,23% | 1,23% | 1,24% | 1,23% |
Aandeel mensen met wlz zorg zonder verblijf, met volledig pakket thuis4 | 0,05% | 0,05% | 0,06% | 0,07% | 0,08% | 0,08% | 0,10% | 0,12% | 0,14% | 0,17% |
Aandeel mensen met wlz zorg zonder verblijf met modulair pakket thuis5 | 0,18% | 0,17% | 0,18% | 0,21% | 0,24% | 0,26% | 0,30% | 0,33% | 0,35% | 0,36% |
Uitsluitend pgb6 | 0,15% | 0,18% | 0,18% | 0,19% | 0,19% | 0,21% | 0,23% | 0,24% | 0,24% | 0,25% |
Geen Wlz zorg7 | 0,11% | 0,12% | 0,12% | 0,09% | 0,09% | 0,09% | 0,09% | 0,09% | 0,09% | 0,10% |
Gebruik van Wlz-zorg met verblijf. Dit is zorg in bijvoorbeeld een verpleeghuis of verzorgingshuis, een instelling voor gehandicapten of een instelling voor personen met langdurige psychische problemen.
De minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland.
Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen. Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wmo 2015.
Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wlz beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
De minister is verantwoordelijk voor:
Stimuleren:
– en aanjagen van een adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.
– van de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.
Financieren:
– van de Wmo 2015 en de Wlz.
– van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel.
Regisseren:
– vaststellen van de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz en sturen door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.
– monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.
Doe onbeperkt mee/coördinatie implementatie VN-verdrag handicap
In 2025 heeft het kabinet de werkagenda VN-verdrag Handicap 2025-2030 vastgesteld. Met deze werkagenda zet de Rijksoverheid stappen in het bereiken van de doelen in de nationale strategie VN-verdrag Handicap. VWS werkt vanuit deze werkagenda onder andere aan het verbeteren van de toegang en beschikbaarheid van hulpmiddelen, passende beschikkingsduur en het verbeteren van de toegang tot zorg en ondersteuning,
Daarnaast is in 2025 verder gewerkt aan de Toekomstagenda Zorg en Ondersteuning voor mensen met een beperking. Deze agenda richt zich op nieuwe manieren van werken en organiseren, die moeten leiden tot meer passende zorg en ondersteuning.
Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, en de algemene bevolking in 2023 (percentages)

*De cijfers zijn berekend op basis van standaardpopulaties van de betreffende groep in Nederland.
*Dagbesteding is alleen gemeten voor mensen met een verstandelijke beperking.
**Cijfers voor politieke participatie door mensen met een verstandelijke beperking konden niet betrouwbaar geschat worden vanwege het kleine aantal mensen dat hierop participeert.
*< 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.
***Training, cursus of opleiding is voor mensen met een verstandelijke beperking berekend voor mensen onder de 65 jaar, omdat dit in onze steekproef niet wordt gedaan door mensen in de categorie 65+.
Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2023
Programma Eén tegen eenzaamheid
Met de in 2022 gelanceerde vervolgaanpak van het programma Eén tegen eenzaamheid is in 2025 voortgang geboekt in het verminderen van eenzaamheid. De drie actielijnen zijn verder verdiept en verankerd.76Er is meer bewustwording in de samenleving over eenzaamheid gecreëerd. Uit de evaluatie van de publiekscampagne Eén tegen eenzaamheid in 2025 blijkt onder andere dat meer mensen iets samen hebben gedaan met iemand anders en meer mensen hebben contact gezocht met iemand die ze kennen. 77Daarnaast zijn tijdens de Week tegen Eenzaamheid in 2025 honderden activiteiten georganiseerd door het hele land en waren ruim 800 deelnemers en Zijne Majesteit de Koning aanwezig bij de netwerkconferentie Landelijke opening Week tegen Eenzaamheid.
Ook heeft in 2025 de Wetenschappelijke Adviescommissie van het actieprogramma een laatste advies uitgebracht over ‘eenzaamheidsbeleid’. Daarnaast is Movisie in 2025 gestart met de begeleiding van tien eenzaamheidsinterventies bij hun (her)beoordeling voor de databank Erkende Sociale Interventies. In 2025 is verder ingezet op het uitbouwen van duurzame samenwerkingen en het professionaliseren van de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid. Er is een kernteam en diverse werkgroepen gevormd om met concrete thema’s aan de slag te gaan. Ook is in 2025 vanuit het Trimbos-instituut een handreiking gemaakt voor onderwijsprofessionals over wat zij kunnen doen om eenzaamheid onder kinderen en jongeren te voorkomen en verminderen. In 2025 is circa 80% van alle gemeenten aangesloten bij Eén tegen eenzaamheid. Daarvan werkt ruim 80% met een lokale coalitie tegen eenzaamheid. Het actieprogramma richtte zich in 2025 op het verduurzamen van de bestaande lokale aanpakken.
Toekomstbestendige Wmo
Samen met veldpartijen is gewerkt aan de verbetering van de houdbaarheid van de Wmo 2015 om zo de beschikbaarheid van voorzieningen in de toekomst te kunnen (blijven) waarborgen, met name voor de meest kwetsbare groepen. Het houdbaarheidsonderzoek is in november 2025 opgeleverd.78 Dit onderzoek is een gezamenlijk traject van gemeenten (VNG) en het Rijk om een beeld te schetsen van hoe de Wmo 2015 nu functioneert en wat er in de nabije toekomst nodig is om de Wmo 2015 houdbaar te houden.
Aanpak Dakloosheid
Met het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2022-2030) 79(hierna: NAD) wordt ingezet op een omslag van opvang naar passende huisvesting met begeleiding, preventie van dakloosheid en het versterken van de financiële bestaanszekerheid met als doel het beëindigen van dakloosheid in 2030. In 2025 is de eerste 2,5 jaar van de uitvoering van het NAD geëvalueerd. Deze evaluatie en een eerste reactie van het (demissionaire) kabinet zijn op 17 december 2025 naar de TK gestuurd.80 Gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en belangenbehartigers zijn in de regio hard aan de slag, door bijv. uitstroom uit verblijfsinstellingen te versnellen en het sociaal domein beter te verbinden met het fysieke domein, om de doelen uit het NAD te behalen. Tegelijkertijd laat de evaluatie zien dat extra inzet nodig is om dakloosheid daadwerkelijk te beëindigen.
Wonen met zorg
In 2025 werd verdere uitwerking gegeven aan de inzet van de vanaf 2027 beschikbare € 600 miljoen in de enveloppe voor betere ouderenzorg, waaronder de uitbreiding van zorg- en verpleegplekken. Een (incidenteel) deel van deze enveloppe op de Aanvullende Post is inmiddels ingezet voor afspraken in het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO). In 2027 en 2028 gaat het om respectievelijk € 229 miljoen en € 148 miljoen. Daarnaast wordt er in 2027 € 65 miljoen ingezet ter (intertemporele) dekking van de motie Dobbe en Westerveld om de tariefmaatregel meerjarig contracteren in de gehandicaptenzorg en de langdurige ggz voor 2026 niet in te laten gaan.81 Ook wordt er € 4,4 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 7,7 miljoen ingezet voor het toevoegen van twee doelgroepen in de aanspraak op gespecialiseerde langdurige zorg (traject ‘laag volume hoog complex’ (LVHC)). Ter dekking van structurele problematiek op de Rijksbegroting wordt structureel € 150 miljoen vanaf 2027 ingezet. Er resteerde een bedrag van € 8 miljoen in 2027, € 320 miljoen in 2028/2029 en € 470 miljoen structureel vanaf 2030. In he nieuwe coalitieakkoord is deze reservering komen te vervallen.
Wet zorg en dwang
Om de uitvoering van de Wet zorg en dwang (Wzd) te verbeteren en de rechtsbescherming van cliënten te versterken, is gewerkt aan een wijzigingswet die in samenhang wordt voorbereid met aanpassingen in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Deze integrale benadering beoogt de uitvoerbaarheid te vergroten en de kwaliteit van de wettelijke waarborgen te versterken. In het voorjaar van 2025 is het wetsvoorstel van de wijziging van de Wvggz en de Wzd online ter consultatie aangeboden. Daarnaast zijn, zoals het beleidskompas voorschrijft, ten aanzien van dit wetsvoorstel verschillende uitvoeringstoetsen gedaan en adviezen over het wetsvoorstel gegeven. De uitkomsten van de consultatie, de adviezen en de toetsen worden betrokken bij de verdere uitwerking van het conceptwetsvoorstel.82
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 14.790.146 | 15.459.398 | 32.366.506 | 23.066.078 | 816.986 | 18.961.576 | ‒ 18.144.590 |
Uitgaven | 12.186.970 | 13.655.535 | 29.589.725 | 21.617.993 | 881.800 | 19.852.599 | ‒ 18.970.799 | |
3.10 | Participatie en zelfredzaamheid van kwetsbare groepen | 165.522 | 139.465 | 305.460 | 334.752 | 377.732 | 481.683 | ‒ 103.951 |
Subsidies (regelingen) | 64.234 | 47.557 | 60.186 | 70.417 | 96.395 | 44.398 | 51.997 | |
Toegang tot zorg en ondersteuning | 9.286 | 8.658 | 7.633 | 7.939 | 20.244 | 8.630 | 11.614 | |
Passende zorg en levensbrede ondersteuning | 25.182 | 13.626 | 13.151 | 14.422 | 3.069 | 2.454 | 615 | |
Inclusieve samenleving | 14.734 | 6.053 | 20.464 | 26.104 | 35.901 | 23.964 | 11.937 | |
Kennis en informatiebeleid | 11.571 | 11.149 | 14.765 | 17.780 | 37.181 | 9.109 | 28.072 | |
Overige | 3.461 | 8.071 | 4.173 | 4.172 | 0 | 241 | ‒ 241 | |
Opdrachten | 57.504 | 62.862 | 67.995 | 82.025 | 77.529 | 140.013 | ‒ 62.484 | |
Bovenregionaal gehandicaptenvervoer | 48.948 | 52.645 | 58.025 | 69.646 | 67.579 | 64.090 | 3.489 | |
Toegang tot zorg en ondersteuning | 187 | 3.663 | 53 | 113 | 0 | 2.369 | ‒ 2.369 | |
Passende zorg en levensbrede ondersteuning | 2.933 | 3.342 | 2.091 | 3.229 | 0 | 4.854 | ‒ 4.854 | |
Inclusiviteit | 2.747 | 1.865 | 7.078 | 7.639 | 0 | 48.329 | ‒ 48.329 | |
Kennis, informatie en innovatiebeleid | 170 | 0 | 233 | 98 | 0 | 1.649 | ‒ 1.649 | |
Aanbesteden sociaal domein | 1.146 | 28 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 1.373 | 1.319 | 515 | 1.300 | 9.950 | 18.722 | ‒ 8.772 | |
Bijdrage aan agentschappen | 16.891 | 3.100 | 6.774 | 9.016 | 11.645 | 24.929 | ‒ 13.284 | |
Overige | 16.891 | 3.100 | 6.774 | 9.016 | 11.645 | 24.929 | ‒ 13.284 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 11.280 | 15.267 | 16.385 | 18.299 | 20.723 | 14.581 | 6.142 | |
Doventolkvoorzieningen | 11.280 | 15.267 | 16.385 | 18.299 | 20.723 | 14.581 | 6.142 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 8.313 | 10.512 | 153.816 | 154.235 | 171.440 | 178.712 | ‒ 7.272 | |
Overige | 8.313 | 10.512 | 153.816 | 154.235 | 171.440 | 178.712 | ‒ 7.272 | |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 7.300 | 167 | 304 | 760 | 0 | 79.050 | ‒ 79.050 | |
Stimuleringsregeling wonen en zorg | 7.300 | 167 | 304 | 760 | 0 | 79.050 | ‒ 79.050 | |
3.21 | Langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten | 12.021.448 | 13.516.070 | 29.284.265 | 21.283.241 | 504.068 | 19.370.916 | ‒ 18.866.848 |
Subsidies (regelingen) | 159.281 | 154.481 | 176.350 | 214.022 | 254.248 | 299.005 | ‒ 44.757 | |
Zorg merkbaar beter maken | 77.359 | 69.928 | 85.798 | 112.749 | 143.428 | 190.128 | ‒ 46.700 | |
Kennis, informatie en innovatiebeleid | 37.129 | 33.403 | 28.000 | 26.794 | 30.045 | 30.059 | ‒ 14 | |
Palliatieve zorg en ondersteuning | 44.793 | 51.150 | 62.552 | 74.479 | 80.775 | 78.818 | 1.957 | |
Bekostiging | 11.681.043 | 13.184.000 | 28.923.125 | 20.852.200 | 0 | 18.816.800 | ‒ 18.816.800 | |
Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) | 4.101.700 | 4.234.000 | 4.823.800 | 5.302.200 | 0 | 6.016.800 | ‒ 6.016.800 | |
Bijdrage Wlz | 7.579.343 | 8.950.000 | 9.650.000 | 15.550.000 | 0 | 12.800.000 | ‒ 12.800.000 | |
Overige | 0 | 0 | 14.449.325 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 31.566 | 25.938 | 14.052 | 15.401 | 21.268 | 26.987 | ‒ 5.719 | |
Zorgdragen voor langdurige zorg | 31.566 | 25.938 | 14.052 | 15.401 | 21.268 | 26.987 | ‒ 5.719 | |
Bijdrage aan agentschappen | 427 | 865 | 476 | 811 | 778 | 718 | 60 | |
Algemeen | 427 | 865 | 476 | 811 | 778 | 718 | 60 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 148.007 | 150.112 | 165.003 | 183.954 | 202.088 | 200.406 | 1.682 | |
Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank | 42.317 | 43.222 | 43.603 | 45.146 | 52.348 | 56.541 | ‒ 4.193 | |
Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg | 105.690 | 106.890 | 121.400 | 138.808 | 149.740 | 143.865 | 5.875 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 1.124 | 674 | 5.259 | 16.853 | 25.686 | 27.000 | ‒ 1.314 | |
Overige | 1.124 | 674 | 5.259 | 16.853 | 25.686 | 27.000 | ‒ 1.314 | |
Ontvangsten | 10.547 | 6.606 | 12.943 | 31.330 | 86.429 | 8.376 | 78.053 | |
Verplichtingen
De verplichtingenrealisatie is in totaal circa € 18,1 miljard lager dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van het overhevelen van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen en de Bijdrage Wlz van artikel 3 naar artikel 8.
3.10 Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen
Subsidies
Toegang tot zorg en ondersteuning
Door een technische schuif van budgetten binnen artikel 3 wordt het budget voor dit subsidieonderdeel opgehoogd. Het budget betreft onder andere subsidies verleningen met betrekking tot sociale basis, toegankelijkheid en geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Inclusieve samenleving
Door een technische schuif van budgetten binnen artikel 3 wordt het budget voor dit subsidieonderdeel opgehoogd. Hieronder vallen subsidies als de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg (STOZ), Fonds Woon coöperaties, Leefomgeving. Digitale vaardigheden burgers en subsidieinitiatieven met betrekking tot het VN-verdrag Handicap.
Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer.

Bron: Klantervaringsonderzoek Valys 2025
pkb = persoonlijk kilometer budget
Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.
Kennis en informatiebeleid
Door een technische schuif van budgetten binnen artikel 3 wordt het budget voor dit subsidieonderdeel opgehoogd. Hieronder vallen subsidies zoals werkplaatsen sociaal domein, instellingsubsidies Movisie, luisterlijn, VNG ketenbureau en stimuleringsprogramma sociaalwerk.
Opdrachten
Inclusiviteit
Dit betreft een reservering voor de meerkosten in het sociaal domein voor Oekraïense ontheemden en een technische schuif binnen de VWS-begroting.
Bijdrage aan agentschappen
Overige
Door een technische schuif van budgetten binnen artikel 3 wordt het budget verlaagd. De realisatie betreft de bijdragen voor het CIBG, RVO en Justis.
Storting/onttrekking begrotingsreserve
Stimuleringsregeling wonen en zorg
Een bedrag van € 79,1 miljoen in 2025 is overgeheveld naar de juiste plek in de begroting. Deze middelen hebben voornamelijk betrekking op de subsidieregeling Zorggeschikte Woningen en behoren toe aan artikel 3 begrotingsonderdeel «Langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten».
3.21 Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten
Subsidies
Zorg merkbaar beter maken
Voor de subsidieregeling Groninger Zorgakkoord (GZA) was er in 2025 € 81 miljoen beschikbaar. In 2025 is er voor € 50 miljoen aan subsidieaanvragen binnengekomen. De totale onderbesteding komt daarmee uit op € 31 miljoen. Een groot gedeelte van het budget (€ 50 miljoen) is doorgeschoven naar de jaren 2027 en 2028.
Voor de subsidieregeling Zorggeschikte woningen is bij voorjaarsnota 2025 € 68 miljoen beschikbaar. In 2025 heeft er een kasschuif plaatsgevonden van in totaal € 50 miljoen naar de jaren 2027 en 2028. Daarmee resteerde er nog € 18 miljoen aan budget, waarvan voor € 7 miljoen de betalingen achter lopen op de verplichtingen. De totale besteding voor 2025 komt op € 11 miljoen. Ook is met € 10 miljoen het budget opgehoogd voor het waarborgen van de continuïteit van zorg in de gehandicaptenzorgsector. Deze is niet tot besteding gekomen in 2025.
Door vertraging in de bevoorschotting van de subsidieregelingen Gespecialiseerde Cliënt Ondersteuning en Vilans waren er in 2025 drie kasschuiven nodig naar de jaren 2027 en 2028 met in totaal een omvang van € 21,2 miljoen.
Verder hebben er in 2025 verschillende kleinere mutaties plaats gevonden, zoals de invulling van de taakstelling op subsidies (€ 3,6 miljoen), meerdere interne overboekingen (totaal € 4 miljoen), een amendement subsidieregeling palliatieve zorg (€ 3 miljoen) en is er € € 3 miljoen aan subsidiegelden nog niet tot besteding gekomen.
Bekostiging
De Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) en de Rijksbijdrage Wlz aan het Fonds langdurige zorg zijn in 2025 overgeheveld van artikel 3 naar artikel 8. De gerealiseerde uitgaven op artikel 3 zijn daarom voor beide Rijksbijdragen gelijk aan 0. De uitgavenrealisaties voor de BIKK en de Rijksbijdrage Wlz in 2025 worden toegelicht op artikel 8.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank
De uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de trekkingsrechten pgb en aanverwante opdrachten vallen € 4,2 miljoen lager uit dan begroot. Dit komt voornamelijk door het later aansluiten van gemeenten op het PGB 2.0 systeem.
Ontvangsten
Vanwege de afbouw van de begrotingsreserve van de stimuleringsregeling wonen en zorg wordt de ontvangstenraming met € 50 miljoen verhoogd. Daarnaast betreft dit terugontvangsten van de SPUK IZA van € 25,5 miljoen. Na beoordeling van de jaarrekening CIZ wordt het teveel van € 3,9 miljoen aan bevoorschotting over 2024 terugbetaald. Tezamen met een aantal kleinere mutaties zijn de ontvangsten € 78,1 miljoen hoger dan oorspronkelijk geraamd.
5.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid
Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel verder te optimaliseren zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger gewaarborgd blijft.
De minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan. Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de minister dat deze belangen worden behartigd.
De minister is verantwoordelijk voor:
Stimuleren: van een stevige positie van de cliënt in het zorgstelsel en transparantie van zorg, een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag en van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel (het aantal werkenden minder meer laten groeien, om ook voldoende mensen beschikbaar te hebben voor andere maatschappelijke sectoren en via behoud van de huidige zorgmedewerkers door goed werkgeverschap en zeggenschap), van andere manieren van werken en voldoende opleidingsplaatsen, van innovaties en (digitale) vaardigheden in de zorg en de ontwikkeling hiervan, alsmede betrouwbaar informatiebeleid en van vertrouwen in datagebruik in de zorg, en van een gezonde leefstijl voor de mensen woonachtig in Caribisch Nederland.
Financieren: de minister draagt bij aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door middel van het financieren van organisaties gemoeid met patiënten, zoals gehandicaptenorganisaties en ZBO’s of agentschappen. Tevens financiert de minister projecten en onderzoeken uitgevoerd door ZonMw, opleidings- en bijscholingsinstrumtenten, de zorg in Caribisch Nederland, en financiert instrumenten voor PGO's om het gebruik te stimuleren.
Regisseren: van wet- en regelgeving die zorgen voor een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel, verlagen van de regeldruk in de zorg, voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg, regisseren van een duurzaam informatiestelsel.
Subsidieregeling strategisch opleiden medisch specialistische zorg / SectorplanPlus / Stagefonds
In 2025 heeft VWS concreet uitvoering gegeven aan de gemaakte beleidskeuzes rond opleiding en ontwikkeling in zorg en welzijn. Met de verlenging van SectorplanPlus tot en met 2025 en de continuering van de subsidieregelingen Stagefonds en strategisch opleiden medisch-specialistische zorg (SO-MSZ) werd gewaarborgd dat instellingen in zorg en welzijn én medisch-specialistische zorg in 2025 voldoende ruimte hadden voor het opleiden en bij- en nascholen van zorgmedewerkers. In 2025 zijn in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) afspraken gemaakt over het verkennen van hoe de financiering van opleiden en bij- en nascholing in de toekomst structureel geborgd kan worden en zijn er middelen vrijgemaakt om vanaf 2026 te investeren in opleiden buiten de medisch-specialistische zorg.
Basis Acute Zorg (BAZ)
In 2025 heeft VWS de aangekondigde transitie van de bekostiging van de BAZ-opleidingsmodules doorgezet. Vanaf 1 januari 2025 kunnen de modules van de BAZ-opleiding bekostigd worden onder het modulaire bekostigingssysteem voor ziekenhuisopleidingen83. De wijziging maakt het mogelijk om de bekostiging beter af te stemmen op maatwerk in opleidingstrajecten, doordat ook afzonderlijke Entrustable Professional Activities (EPA’s) van de BAZ-opleiding vanaf 2025 direct bekostigd kunnen worden. Op die manier kunnen zorgmedewerkers losse modules volgen, waarna zij sneller ingezet kunnen worden voor taken in de acute zorg waar om deze kennis en vaardigheden wordt gevraagd.
Structurele bekostiging opleiden in de wijkverpleging (IOW)
In 2025 heeft VWS een belangrijke stap gezet om het opleidingspotentieel in de wijkverpleging beter te benutten. Naar aanleiding van de afspraken uit het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging84 en het onderliggende onderzoeksrapport Zorg voor de leerling (2024, SEO)85 is vanaf het jaar 2025 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar voor een bijdrage in de werkgeverskosten voor het opleiden in de wijkverpleging.
Hiervoor is in 2025 de subsidieregeling Werkgeverskosten Opleiden Wijkverpleging (WOW) ontwikkeld. Op basis van deze regeling kunnen aanbieders van wijkverpleging in 2026 subsidie aanvragen voor opleidingsactiviteiten in 2025 en in 2027 voor opleidingsactiviteiten in 2026. In 2025 is ook de subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verpleegkundigen (IOHVV) in werking getreden waarmee zorg-, welzijn- en onderwijsinstellingen gestimuleerd worden om vernieuwde opleidingsstructuren te ontwikkelen zodat er meer, samen en anders opgeleid kan worden.
Slavernijverleden
VWS heeft in 2025 concreet uitvoering gegeven aan de beleidsinzet om de negatieve doorwerking van het slavernijverleden op gezondheid en welzijn tegen te gaan. Voor de periode 2025–2028 is hiervoor in totaal € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld. In 2025 zijn de volgende acties ondernomen.
– VWS is in het eerste kwartaal van 2025 een verkennend onderzoek gestart naar mogelijke invloeden van het slavernijverleden op gezondheid en zorg. De resultaten van het onderzoek, getiteld ‘Gezondheidseffecten van slavernij’ zijn eind januari 2026 naar de Tweede Kamer verstuurd. Uit het onderzoek blijkt dat de doorwerking van het slavernijverleden gevolgen heeft voor de mentale en fysieke gezondheid van nazaten van tot slaaf gemaakten en de gezondheidszorg.
– Als vervolg op het onderzoek is adviesbureau IZI Solutions eind 2025 gestart met de opdracht om een denktank van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen op te richten. Deze denktank zal de komende 3 jaar in nauwe samenwerking met VWS-stakeholders aanbevelingen geven voor gezondheidsinterventies.
Tarieven van BIG-producten en -diensten
Zoals op 31 mei 202486 aan uw Kamer toegezegd, is in 2025 verkend in hoeverre de door het CIBG gehanteerde BIG-tarieven voor specifieke producten en diensten meer kostendekkend gemaakt kunnen worden en hoe de kosten voor de afgifte van andere BIG-producten en diensten gedragen kunnen worden door de aanvrager. Zoals op 25 november 2025 aan de Tweede Kamer gemeld87 heeft KPMG in dit kader in de afgelopen periode onderzoek uitgevoerd met betrekking tot alle BIG-producten en diensten. De Tweede Kamer heeft het rapport met beleidsreactie op 26 november jl. ontvangen. Hierin is toegezegd om de bestaande tarieven voor BIG-producten en diensten per 1 januari 2027 te gaan verhogen en om tarieven in te voeren voor BIG-producten en diensten die nog geen tarieven kennen.
Gegevensuitwisseling
Het kunnen uitwisselen en kunnen beschikken over de juiste gegevens is cruciaal om goede zorg te verlenen. In lijn met de Nationale Visie en Strategie Gezondheidsinformatiestelsel (NVS) zijn er in 2025 stappen gezet om databeschikbaarheid voor passende zorg te bevorderen.
Zo is er verder gewerkt aan de ontwikkeling van persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO's). Er is een selectie gemaakt van kwalitatief goede en gebruiksvriendelijke aanbieders van PGO’s. De geselecteerde PGO‑ontwikkelpartners hebben samengewerkt aan de actualisatie van de «MedMij‑Roadmap», waarmee de infrastructuur voor veilige en betrouwbare uitwisseling van gezondheidsgegevens verder wordt uitgerold.88 Daarnaast is voortgang geboekt in de ontwikkeling van de publieke dienst: Mijn Gezondheidsoverzicht (MGO). Hiermee krijgt elke inwoner van Nederland de mogelijkheid om via een vertrouwde authenticatiedienst toegang te krijgen tot eigen gezondheidsgegevens, verspreid over verschillende zorgaanbieders en instellingen. 89
Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat de ambitie «databeschikbaarheid voor iedereen» niet vanzelf leidt tot direct volledige en gebruiksvriendelijke toegang voor alle burgers. In een advies van het Adviescollege ICT-toetsing is in januari 2025 geconcludeerd dat de huidige aanpak nog niet voldoende is om de beoogde verbeterde inzage voor burgers te garanderen. De minister heeft op dit advies gereageerd en erkent dat er extra inspanning nodig is op gebied van coördinatie, regie en wettelijke kaders. 90
Stichting Informatieknooppunt zorgfraude
In 2025 is de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) in werking getreden, waarmee de wettelijke basis is gelegd voor intensievere samenwerking en gegevensuitwisseling tussen instanties in de zorgketen ten behoeve van het tegengaan van fraude91. De oprichting van de Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude (hierna: St. IKZ) per 1 januari 2025 markeert een belangrijke stap. St. IKZ vervangt het voormalige samenwerkingsverband en is een onafhankelijke rechtspersoon met wettelijke taak voor het verzamelen, verrijken en analyseren van signalen van vermoedelijke zorgfraude.92 Tot en met 1 september 2025 heeft de St. IKZ 440 signalen ontvangen, waarmee het aantal meldingen al het totaal over geheel 2024 overtreft. Inmiddels is ruim de helft van alle gemeenten aangesloten bij St. IKZ.93
Caribisch Nederland
Het beleid van Zorg en Jeugd op Caribisch Nederland is nog volop in ontwikkeling en het streven is om de Nederlandse burgers van de eilanden uiteindelijk een gelijkwaardig voorzieningenniveau te kunnen bieden. Dat is een geleidelijk proces waarbij kwaliteit en kwantiteit bij de door ZJCN gefinancierde zorgaanbieders centraal staat.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 2.152.935 | 1.290.647 | 1.216.181 | 1.612.834 | 1.462.031 | 1.371.010 | 91.021 |
Uitgaven | 2.154.091 | 1.312.176 | 1.410.440 | 1.401.042 | 1.311.179 | 1.539.901 | ‒ 228.722 | |
4.10 | Positie cliënt en transparantie van zorg | 75.897 | 71.741 | 57.285 | 68.734 | 62.352 | 86.068 | ‒ 23.716 |
Subsidies (regelingen) | 34.299 | 36.298 | 38.587 | 50.963 | 48.108 | 71.730 | ‒ 23.622 | |
Patiënten- en gehandicaptenorganisaties | 16.369 | 16.896 | 18.315 | 29.135 | 31.186 | 44.275 | ‒ 13.089 | |
Transparantie van zorg | 17.830 | 18.952 | 19.622 | 16.078 | 11.206 | 27.455 | ‒ 16.249 | |
Overige | 100 | 450 | 650 | 5.750 | 5.716 | 0 | 5.716 | |
Opdrachten | 34.472 | 27.524 | 9.071 | 7.944 | 3.082 | 4.154 | ‒ 1.072 | |
Ondersteuning cliëntorganisaties | 3.998 | 3.999 | 3.991 | 333 | 0 | 0 | 0 | |
Transparantie van zorg | 780 | 1.104 | 612 | 1.489 | 2.186 | 1.696 | 490 | |
Overige | 29.694 | 22.421 | 4.468 | 6.122 | 896 | 2.458 | ‒ 1.562 | |
Bijdrage aan agentschappen | 7.126 | 7.919 | 9.627 | 9.827 | 11.162 | 10.184 | 978 | |
CIBG | 7.126 | 7.919 | 9.627 | 9.827 | 11.162 | 10.184 | 978 | |
4.20 | Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 1.457.625 | 666.439 | 758.847 | 672.079 | 534.568 | 665.972 | ‒ 131.404 |
Subsidies (regelingen) | 1.398.135 | 645.466 | 736.236 | 647.405 | 508.377 | 630.370 | ‒ 121.993 | |
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 1.144.561 | 336.049 | 445.723 | 334.949 | 318.548 | 444.313 | ‒ 125.765 | |
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 253.574 | 309.417 | 287.500 | 305.688 | 179.594 | 174.001 | 5.593 | |
Overige | 0 | 0 | 3.013 | 6.768 | 10.235 | 12.056 | ‒ 1.821 | |
Opdrachten | 6.732 | 7.125 | 6.469 | 8.946 | 8.930 | 17.379 | ‒ 8.449 | |
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 6.732 | 7.125 | 6.304 | 8.928 | 8.930 | 17.159 | ‒ 8.229 | |
Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 20 | ‒ 20 | |
Overige | 0 | 0 | 165 | 18 | 0 | 200 | ‒ 200 | |
Bijdrage aan agentschappen | 14.093 | 13.632 | 16.038 | 15.373 | 16.860 | 16.185 | 675 | |
Overig | 14.093 | 13.632 | 16.038 | 15.373 | 16.860 | 16.185 | 675 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 38.628 | 124 | 0 | 0 | 0 | 1.978 | ‒ 1.978 | |
Overig | 37.380 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1.978 | ‒ 1.978 | |
SVB | 1.248 | 124 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 37 | 92 | 104 | 355 | 401 | 60 | 341 | |
OECD | 37 | 92 | 104 | 355 | 401 | 60 | 341 | |
4.30 | Informatiebeleid | 104.868 | 97.033 | 90.651 | 112.684 | 133.008 | 253.149 | ‒ 120.141 |
Subsidies (regelingen) | 32.299 | 36.631 | 44.446 | 64.518 | 85.175 | 86.008 | ‒ 833 | |
Informatiebeleid | 21.358 | 27.334 | 33.041 | 58.465 | 78.969 | 79.900 | ‒ 931 | |
Maatschappelijke diensttijd | 1.000 | ‒ 423 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 9.941 | 9.720 | 11.405 | 6.053 | 6.206 | 6.108 | 98 | |
Opdrachten | 38.111 | 42.802 | 31.526 | 21.282 | 23.600 | 147.994 | ‒ 124.394 | |
Informatiebeleid | 34.792 | 40.280 | 25.768 | 20.916 | 23.010 | 142.726 | ‒ 119.716 | |
Overige | 3.319 | 2.522 | 5.758 | 366 | 590 | 5.268 | ‒ 4.678 | |
Bijdrage aan agentschappen | 34.458 | 17.600 | 14.679 | 25.948 | 24.140 | 18.340 | 5.800 | |
Informatiebeleid | 34.458 | 17.600 | 14.679 | 25.948 | 24.140 | 18.340 | 5.800 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 0 | 0 | 0 | 936 | 93 | 807 | ‒ 714 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 936 | 93 | 807 | ‒ 714 | |
4.40 | Inrichting zorgstelsel | 279.300 | 276.255 | 305.682 | 329.939 | 338.180 | 309.146 | 29.034 |
Subsidies (regelingen) | 735 | 1.039 | 400 | 217 | 0 | 0 | 0 | |
Programma's zorgstelsel | 735 | 1.039 | 400 | 217 | 0 | 0 | 0 | |
Opdrachten | 1.218 | 872 | 548 | 621 | 609 | 619 | ‒ 10 | |
Programma's zorgstelsel | 661 | 460 | 15 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 557 | 412 | 533 | 621 | 609 | 619 | ‒ 10 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 277.347 | 274.344 | 304.734 | 329.101 | 337.571 | 308.527 | 29.044 | |
CAK | 129.743 | 124.075 | 136.553 | 149.201 | 157.099 | 143.743 | 13.356 | |
NZa | 66.131 | 69.053 | 76.701 | 80.874 | 80.775 | 76.393 | 4.382 | |
ZiNL | 79.873 | 79.616 | 89.880 | 97.526 | 94.206 | 87.004 | 7.202 | |
CSZ | 1.600 | 1.600 | 1.600 | 1.500 | 1.500 | 1.387 | 113 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.991 | 0 | 3.991 | |
4.50 | Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland | 236.401 | 200.708 | 197.975 | 217.606 | 243.071 | 225.566 | 17.505 |
Subsidies (regelingen) | 3.182 | 3.864 | 4.023 | 4.733 | 5.230 | 4.366 | 864 | |
Algemeen | 3.182 | 3.864 | 4.023 | 4.733 | 5.230 | 4.366 | 864 | |
Bekostiging | 228.364 | 184.929 | 184.068 | 199.853 | 225.625 | 211.679 | 13.946 | |
Jeugd, Welzijn en Sport | 98.320 | 39.932 | 14.589 | 3.236 | 5.928 | 16.231 | ‒ 10.303 | |
Zorg | 130.044 | 144.997 | 169.479 | 196.617 | 219.697 | 195.448 | 24.249 | |
Opdrachten | 0 | 0 | 3.134 | 3.857 | 1.199 | 97 | 1.102 | |
Zorg | 0 | 0 | 344 | 999 | 412 | 97 | 315 | |
Welzijn | 0 | 0 | 2.790 | 2.858 | 787 | 0 | 787 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 4.855 | 11.915 | 6.750 | 9.163 | 11.017 | 9.424 | 1.593 | |
Overige | 4.855 | 11.915 | 6.750 | 9.163 | 11.017 | 9.424 | 1.593 | |
Ontvangsten | 41.434 | 30.656 | 321.843 | 44.564 | 74.998 | 31.574 | 43.424 | |
Verplichtingen
Zoals gemeld bij 2e suppletoire begroting is het verplichtingenbudget verhoogd om verplichtingen voor 2026 aan te kunnen gaan. Deze ophoging heeft geen consequenties voor de geraamde uitgaven in 2025. De verhoging is noodzakelijk om tijdig verplichtingen te kunnen aangaan die benodigd zijn voor de uitvoering van lopend beleid in 2026 en verder.
Het betreft onder meer een verhoging van € 12,5 miljoen voor het vastleggen van verplichtingen voor instellingssubsidies aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, € 111,7 miljoen voor het tijdig aangaan van zorgcontracten op de BES-eilanden en een herschikking van de verplichtingenruimte van het CAK ter hoogte van € 77 miljoen.
Tezamen met een aantal kleinere mutaties leidt dit per saldo tot een verhoging van het verplichtingenbudget met € 91,0 miljoen.
4.10 Positie cliënt en transparantie van zorg
Subsidies
Patiënten en gehandicaptenorganisaties
Voor de uitvoering van de ZonMw-programma Voor Elkaar 2024-2028 is € 4,1 miljoen overgeheveld naar artikel 1 (onderdeel 1). De instellingssubsidie van € 5,7 miljoen aan Involv (voorheen PGO-support) is verantwoord onder Overige subsidies in plaats van subsidies patiënten- en gehandicaptenorganisaties. Een gereserveerd budget van € 1,5 miljoen voor gezondheidsvaardigheden viel vrij vanwege een latere start van een projectsubsidie. Verder heeft een herschikking van € 1,8 miljoen plaatsgevonden naar artikelonderdeel 4.4. Tezamen met een aantal kleinere mutaties leidt dit tot € 13,1 miljoen lager uitgaven dan de oorsporkelijk vastgestelde begroting.
Transparantie van zorg
De gezamenlijke planvorming met de HLA-partijen voor de implementatie van Uitkomstgerichte Zorg (UZ) duurt lang. Het programma UZ heeft in fase I (2018-2023) zogenoemde uitkomstensets ontwikkeld. Deze sets vormen de basis voor uitkomstgericht werken met uitkomsten. In de praktijk blijkt dat het lastig of niet mogelijk is om deze uitkomstensets te implementeren. Een van de oorzaken hiervan is het gefragmenteerde ICT landschap in de msz-instellingen.
Daarnaast zeggen de msz-partijen naar een implementatiefase te willen op andere onderdelen uit het programma UZ, zoals samen beslissen in de spreekkamer. Het maken van de onderliggende keuzes en afhankelijkheden en afstemmingen met andere programma’s vergen veel tijd en hebben daarom ook tot vertraging in de uitvoering geleid. Een gereserveerd budget van € 12,3 miljoen viel hierdoor vrij. Voor de hosting van het Linnean initiatief en activiteiten uitkomstgerichte zorg door Nictiz is een bedrag van totaal € 1,1 miljoen overgeheveld naar andere onderdelen binnen dit artikel. Verder heeft een herschikking van € 2,8 miljoen plaatsgevonden naar artikelonderdeel 4.4. Tezamen met een aantal kleinere mutaties leidt dit tot € 16,2 miljoen lagere uitgaven dan de oorsporkelijke vastgestelde begroting.
4.20 Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt
Opleiden
Subsidies (regelingen)
Werkgeverskosten kwalificerende beroepsopleidingen en bij- en nascholing in zorg en welzijn
Met de subsidieregeling Stageplaatsen zorg II (het Stagefonds Zorg) worden zorgaanbieders gestimuleerd tot het aanbieden van kwalitatief goede stageplaatsen. In 2025 was oorspronkelijk een bedrag van € 127,6 miljoen beschikbaar voor stages in het opleidingsjaar 2024-2025. Dit is in het kader van de overheidsbijdrage in de arbeidsmarktontwikkeling (OVA) verhoogd naar € 132,6 miljoen. Dit bedrag is volledig besteed.
Met de regeling Strategisch Opleiden Medisch Specialistische Zorg (SO-MSZ) zijn middelen beschikbaar gesteld om ziekenhuizen en UMC’s te stimuleren om strategischer te investeren in het opleiden en scholen van personeel. In 2025 is hiervoor oorspronkelijk een bedrag van € 119,2 miljoen beschikbaar gesteld. In het kader van de overheidsbijdrage in de arbeidsmarktontwikkeling (OVA) is dit verhoogd naar € 123,6 miljoen. Dit bedrag is volledig besteed.
In 2025 is voor een bedrag van € 93,5 miljoen aan voorschotten uitgekeerd aan RegioPlus voor het project SectorplanPlus, waarmee een zorg- en welzijnsbrede impuls wordt gegeven aan opleiding, training en ontwikkeling. Dit betrof € 91,9 miljoen voor opleidingstrajecten van SectorplanPlus 2024-2025 en € 1,6 miljoen aan uitvoeringskosten voor dat project en de afwikkeling van SectorplanPlus 2023-2024. Daarnaast is bij de eerste suppletoire begroting door middel van een kasschuif een bedrag van € 2,3 miljoen naar 2026 en 2027 geschoven in verband met de uitvoeringskosten voor de afwikkeling van SectorplanPlus 2024-2025.
Medische- en GGZ-vervolgopleidingen
In 2025 was initieel een bedrag van € 42,0 miljoen beschikbaar voor medische vervolgopleidingen in het kader van de Wet publieke gezondheidszorg. Het betreft de opleidingen tot jeugdarts, arts infectieziektenbestrijding, arts medische milieukunde, arts tuberculosebestrijding en donorarts. Hiervan is een bedrag van € 41,9 miljoen als voorschot uitgekeerd.
Voor ggz-vervolgopleidingen bij jeugdhulpinstellingen was oorspronkelijk een bedrag van € 3,7 miljoen beschikbaar. Hiervan is een bedrag van ca. € 3,6 miljoen als voorschot uitgekeerd.
Opleiden tot Physician Assistants en Verpleegkundig Specialisten
Voor de werkgeverskosten van het opleiden van verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) was in 2025 een bedrag van € 38,0 miljoen beschikbaar. Door uitval gedurende de opleiding is uiteindelijk voor € 35,6 miljoen aan voorschotten uitgekeerd. Daarnaast was er € 2,0 miljoen beschikbaar voor een aanvullende subsidie voor het opleiden van VS en PA in de huisartsenzorg. Hiervan is een bedrag van € 1,0 miljoen als voorschot uitgekeerd. Het restant van ca. € 3,4 is bij Slotwet vrijgevallen.
Investeringsakkoord Opleiden in de Wijkverpleging (IOW)
Met de eerste suppletoire begroting is het volledige voor 2025 beschikbaar gestelde budget van € 60,0 miljoen voor de subsidieregeling Werkgeverskosten Opleiden in de Wijkverpleging (WOW) met een kasschuif naar 2027 geschoven. Hiermee is het mogelijk gemaakt om de subsidieregeling zo vorm te geven dat de subsidie na afloop van de activiteiten wordt uitgekeerd. Dit bevordert de doelmatigheid en doeltreffendheid van de regeling.
Voor het investeren in vernieuwde opleidingsstructuren voor het opleiden van helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen in de wijkverpleging was een bedrag van € 49,1 miljoen beschikbaar. Op dit budget is eerder een bedrag van € 41,7 miljoen vrijgevallen. Het resterende bedrag van € 7,4 miljoen is volledig besteed aan de subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verpleegkundigen (IOHVV) en een projectsubsidie voor het opleiden van extra verpleegkundig specialisten.
Arbeidsmarkt
Versterking regionaal arbeidsmarktbeleid
In 2025 was oorspronkelijk € 18,0 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van het beleidsprogramma Samenwerken en Innoveren in de Regio (SIR) door RegioPlus. Hiermee is door VWS geïnvesteerd in de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Bij de eerste suppletoire begroting is dit bedrag met € 1,4 miljoen opgehoogd vanuit een ander begrotingsartikel om binnen het programma aanvullend te kunnen investeren in de aanpak van regeldruk. Het totale bedrag van € 19,4 miljoen is volledig als voorschot uitgekeerd.
Arbeidsbesparende innovatie
Bij eerste suppletoire begroting is met een kasschuif een bedrag van € 9,5 naar de jaren 2026, 2027 en 2028 geschoven ten behoeve van de Stimuleringsregeling technologie in ondersteuning en zorg (STOZ). Vanuit artikel 3 worden er met deze subsidieregeling middelen beschikbaar gesteld aan aanbieders in zorg en welzijn voor het anders organiseren van zorg via de inzet van digitale processen. Hiervoor is bij tweede suppletoire begroting een bedrag van € 18,4 miljoen overgeboekt naar artikel 3. De totale uitgaven aan deze regeling worden onder dat artikel verantwoord.
Zeggenschap
In 2025 was in totaal € 3,9 miljoen gereserveerd voor de financiering van het meerjarenplan zeggenschap, waaronder voor de subsidieregeling veerkracht en zeggenschap, een subsidie voor de organisatie van het landelijk actieplan zeggenschap (LAZ) en de monitor zeggenschap. Dit bedrag is volledig besteed. Daarnaast is bij eerste suppletoire begroting een bedrag van € 2,4 miljoen met een kasschuif naar 2026 en 2027 geschoven voor het uitvoeren van de subsidieregeling.
Overig
Nationaal Groeifonds project DUTCH
In 2025 was oorspronkeijk € 16,8 miljoen beschikbaar voor het Nationaal Groeifonds-project DUTCH, dat gericht is op innovatie bij het opleiden van zorgprofessionals via digitale training en simulatieonderwijs. Bij de eerste suppletoire begroting is een kasschuif gedaan van 2026 naar 2025 met een omvang van € 7,6 miljoen. Bij tweede suppletoire begroting is een bedrag van € 5 miljoen aan ontvangsten uit de subsidie voor DUTCH in 2024 opnieuw beschikbaar gesteld voor dit project. Van dit totale budget van € 29,4 miljoen is een bedrag van € 13,6 miljoen aan voorschotten uitgekeerd.
Duurzaamheid en gezondheid
Voor het stimuleren van de implementatie van de afspraken in de Green Deal Duurzame Zorg was in 2025 in totaal € 13,0 miljoen beschikbaar. Hiervan is bij eerste en tweede suppletoire een bedrag van in totaal € 2,3 miljoen overgeboekt naar andere begrotingsartikelen voor opdrachten en subsidies die vanuit daar worden gefinancierd, bijvoorbeeld bij het RIVM. Van het resterende budget is € 10,2 miljoen als voorschot uitgekeerd. Bij slotwet is een bedrag van € 0,5 miljoen vrijgevallen.
Opdrachten
Nationale Zorgreserve
In 2025 was budget beschikbaar voor het inrichten in in stand houden van een Nationale Zorgreserve. Bij eerste suppletoire begroting is een bedrag van € 3,0 miljoen overgeheveld naar een ander begrotingsartikel omdat de financiering van de Nartionale Zorgreserve per medio 2025 vanaf dit artikel geschied. In aanvulling hierop is bij tweede suppletoire nogmaals € 0,67 miljoen overgeboekt naar dat artikel. De uitgaven vanaf artikel 4 in het eerste deel van 2025 betroffen ca. € 2,1 miljoen. Het resterende budget van € 2,8 miljoen is vrijgevallen bij Slotwet.
Bijdrage aan agentschappen
CIBG
In 2025 was budget beschikbaar voor het CIBG voor werkzaamheden in het kader van het beheer van het BIG-register, de uitvoering van diverse besluiten en regelingen met betrekking tot de uitoefening van medische beroepen op de BES-eilanden, de erkenning van buitenlandse diploma's en handhaving van de Wet Normering Topinkomens (WNT) en informatieverstrekking hieromtrent. Bij eerste suppletoire begroting is aanvullend hierop € 2,4 miljoen extra beschikbaar gesteld. In totaal is in 2025 € 18,6 miljoen uitgegeven.
2017-4 | 2018-4 | 2019-4 | 2020-4 | 2021-4 | 2022-4 | 2023-4 | 2024-4 | 2025-4 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Uitstroompercentage uit de sector zorg en welzijn exclusief pensionering in meest recente kwartaal per jaar1 | 8,7% | 8,6% | 8,3% | 7,8% | 8,5% | 9,7% | 9,5% | 8,8% | 8,4%2 |
Aandeel ZZP'ers werkzaam in zorg en welzijn (%)1 | 7,2% | 6,7% | 7,3% | 8,4% | 7,4% | 8,3% | 9,0% | 9,2% | 8,1% |
Ziekteverzuim1 | 5,6% | 5,8% | 5,9% | 6,9% | 7,5% | 7,9% | 7,6% | 7,4% | 7,9% |
Vacaturegraad in laatst bekende kwartaal per jaar (openstaande vacatures per 1.000 banen)1 | - | 25 | 27 | 25 | 37 | 41 | 41 | 42 | 413 |
Percentage medewerkers binnen zorg en welzijn dat (zeer) tevreden is1 | - | - | 77,7% | 80,9% | 76,8% | 76,6% | 77,9% | 78,8% | 77,3%4 |
Deeltijdfactor1 | 0,68 | 0,68 | 0,68 | 0,68 | 0,68 | 0,69 | 0,69 | 0,68 | 0,685 |
4.30 Informatiebeleid
Opdrachten
Informatiebeleid
Op Informatiebeleid is € 119,7 miljoen minder aan opdrachten uitgegeven ten opzichte van de vastgestelde begroting. Op CA middelen is bij de eerste suppletoire een meevaller van € 6,0 miljoen ingeboekt met betrekking op dossier Landelijk dekkend netwerk. Bij het loketmoment Augustusbrief is € 20,2 miljoen via een technische mutatie anders ingezet en € 77,6 miljoen via een kasschuif doorgeschoven naar toekomstige jaren. Dit betreft met name de dossiers Generieke functies € 30,1 miljoen, Landelijk dekkend netwerk € 26,7 miljoen, PGO € 17,0 miljoen, Identificatie en Authenticatie € 15,8 miljoen, EHDS € 5,8 miljoen en in totaal € 2,4 miljoen aan kleinere mutaties op overige dossiers. Met jaareinde is de kasruimte € 10,5 miljoen, dit komt met name doordat op de dossiers Generieke functies € 4,2 miljoen, PGO € 2,9 miljoen, Landelijk dekkend Netwerk € 2,0 miljoen, Eenheid van Taal € 0,8 miljoen en EHDS € 0,6 miljoen minder aan opdrachten is uitgezet.
Daarnaast is op de reguliere middelen, bij het loketmoment Augustusbrief, € 1,6 miljoen als meevaller ingeboekt doordat duidelijk werd dat veel opdrachten niet op tijd weggezet zouden kunnen worden. Ook hebben er gedurende het jaar € 1,5 miljoen aan interne opdrachten plaatsgevonden en via het kasbudget verwerkt. Met jaareinde is de kasruimte € 2,3 miljoen, dit wordt met name verklaard door dossier Cyber € 1,4 miljoen en € 0,9 miljoen op overige dossiers.
Bijdrage aan agentschappen
Informatiebeleid
De bijdrage aan agentschappen valt € 5,8 miljoen hoger uit dan de vastgestelde begroting. Dit komt met name doordat bij de eerste suppletoire € 5,6 miljoen, middels een technische mutatie, overgeheveld is ten behoeve van de ontwikkelingskosten DIAZ 2025-2026.
4.40 Inrichting Zorgstelsel
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
CAK
De uitvoeringskosten van het CAK waren in 2025 € 13,4 miljoen hoger dan in de begroting geraamd. De belangrijkste oorzaken zijn de extra uitvoeringskosten in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire (€ 1,0 miljoen) en de voorbereidingskosten van de inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage Wmo (ivb 2027, € 5,0 miljoen). Tenslotte waren de uitvoeringskosten € 6,8 miljoen hoger als gevolg van prijs- en volumeverschillen in de reguliere uitvoering.
4.50 Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland
Bekostiging
Zorg
Bij de 1e suppletoire begroting is circa € 24,2 miljoen beschikbaar gesteld om tegenvallers in de hogere zorgkosten op te vangen, namelijk € 15,1 miljoen voor ongunstige wisselkoersverschil en € 2,1 miljoen voor renovatie van de zorgcentrum in St. Eustatius en € 6,0 miljoen aan eindejaarsmarge. Verder is € 1,0 miljoen beschikbaar gesteld voor het versterken van de huisartsenzorg en screeningsprogramma’s op de BES-eilanden. Tot slot heeft een instrumentwijziging plaatsgevonden van € 8,5 miljoen van bekostiging jeugd, welzijn en sport naar bekostiging zorg. Deze middelen waren bedoeld voor twee zorgcontracten die vanuit het Besluit Zorgverzekering BES worden uitgevoerd en vanuit het instrument bekostiging zorg worden gefinancierd.
Bij de suppletoire begroting september is er € 8,3 miljoen beschikbaar gesteld om hogere loon en prijsontwikkelingen op te vangen. Daarnaast is er €1,5 miljoen is vanwege een gunstige wisselkoers vrijgevallen. Tot slot is € 1,3 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld in het kader van het verduurzamen van de zorginstellingen. Tevens is bij de 2e suppletoire begroting € 14,3 miljoen aan meevallers ingediend, namelijk € 6,0 miljoen voor een gunstige wisselkoers en € 8,3 miljoen aan uitgekeerde loon en prijsontwikkeling die niet ingezet kon worden in 2025 bij de zorginstellingen.
Bij de suppletoire begroting september is er € 0,2 miljoen beschikbaar gesteld om hogere loon en prijsontwikkelingen op te vangen voor digitalisering. Verder is er middels een kasschuif €4,0 miljoen budget voor digitalisering overgeheveld naar het boekjaar 2026 omdat de middelen in 2025 niet tijdig meer konden worden ingezet bij zorginstellingen.
Op het instrument bekostiging zorg is voor € 24,3 miljoen meer gerealiseerd vanwege hogere zorgkosten. Per saldo is er voor digitalisering in 2025 € 4,1 miljoen minder uitgegeven dan initieel begroot was. Totaal is op het instrument bekostiging zorg € 28,4 miljoen meer gerealiseerd dan initieel beschikbaar was.
Jeugd, welzijn en sport
Bij de 1e suppletoire begroting 2025 is per saldo minus € 7,5 miljoen budget aan mutaties overgeheveld, minus € 8,5 miljoen aan instrumentwijziging naar het instrument bekostiging zorg bedoeld voor twee zorgcontracten die vanuit het Besluit Zorgverzekering BES worden uitgevoerd. Daarnaast is er € 0,6 miljoen aan eindejaarsmarge beschikbaar gesteld en € 0,3 miljoen voor ongunstige wisselkoers. In de 2e suppletoire begroting is er € 0,7 miljoen beschikbaar gesteld om hogere loon en prijsontwikkelingen op te vangen van onder andere jeugdinstellingen. In de 2e suppletoire begroting 2025 en 2e suppletoire begroting 2026 is per saldo € 2,7 miljoen overgeheveld naar andere instrumenten. Per saldo is er € 10,3 miljoen minder gerealiseerd dan initieel begroot was omdat de middelen middels andere instrumenten zijn ingezet. Bij Slotwet is er € 0,8 miljoen aan budget vrijgevallen.
Ontvangsten
De ontvangstenrealisatie is hoger uitgevallen dan oorspronkelijk begroot. Een van de hogere ontvangsten (€ 1,3 miljoen) betreft een terugontvangst van het Waarborgfonds voor de zorgsector voor een in het verleden door VWS verstrekte initiële storting.
Verder zijn de ontvangsten hoger dan geraamd doordat een aantal subsidies van onder andere Sectorplanplus lager zijn vastgesteld. Tezamen met een aantal kleinere mutaties leidt dit per saldo tot een verhoging van het ontvangstenbudget met € 43,4 miljoen.
5.5 Artikel 5 Jeugd
Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op.
Ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders, met waar nodig hulp van hun ondersteunende sociale netwerk, dat niet of niet alleen kunnen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen wiens veiligheid in het geding is of die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende bescherming krijgen.
Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De ministers van VWS en Justitie en Veiligheid (JenV zijn verantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp, waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).
De minister is verantwoordelijk voor:
Regisseren: van het wettelijk kader. De Jeugdwet bevat regels voor de inrichting van het jeugdstelsel waaraan gemeenten, jeugdhulpaanbieders en andere betrokken partijen moeten voldoen. Onder andere is dit op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie. De minister voert bestuurlijk overleg met de relevante actoren gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie van Justitie en Veiligheid (JenV) zijn verantwoordelijk voor onafhankelijk toezicht op aanbieders van jeugdhulp. De Jeugdautoriteit heeft de taak risico’s met betrekking tot de continuïteit van cruciale zorg voor jeugdigen te signaleren, waar mogelijk te voorkomen en op te kunnen vangen. De minister is bovendien verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel.
Financieren: van de gemeenten via het gemeentefonds en uitkeringen om hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet waar te kunnen maken. Daarnaast ook het uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten en diverse andere subsidies om jeugdzorg te voorkomen of betere hulp te organiseren voor de meest kwetsbare kinderen.
Stimuleren: de minister werkt integraal samen binnen de Rijksoverheid en met partijen aan het voorkomen van jeugdzorg en het bevorderen dat de jeugdhulp kwalitatief goed, tijdig en passend is voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. Daarnaast zorgt de minister voor verbetering van de samenhang tussen beleid en uitvoering van jeugdzorg binnen het bredere kader van het sociaal domein. Als laatste zorgt hij voor een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en implementatie.
Hervormingen jeugdzorg
Op 30 januari 2025 heeft de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd haar advies uitgebracht. Naar aanleiding hiervan zijn de maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda geïntensiveerd en worden aanvullende maatregelen genomen. Daarnaast heeft het kabinet in dit kader besloten cumulatief circa € 3,7 miljard extra toe te voegen in de jaren 2025 ‒ 2027 aan het Gemeentefonds.
De uitvoering van de op 19 juni 2023 vastgestelde Hervormingsagenda is ondertussen volop gaande.
Dit jaar is het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg aangenomen door de Eerste Kamer. De wet zal per 1 januari 2026 (deels) in werking treden.
Aanbieders hebben o.a. in dit kader een Norm voor Opdrachtnemerschap vastgesteld waarin is aangegeven hoe de rol van aanbieders t.a.v. de regio’s wordt versterkt en verduidelijkt. Ook gaan zij in op de wijze waarop gemeenten en aanbieders hun opdrachtgever- en opdrachtnemerschap zodanig invullen dat specialistische expertise dichtbij de lokale teams is gepositioneerd.
In de praktijk wordt hard gewerkt aan het versterken van de lokale teams die – in samenwerking met andere partijen – steeds meer hulp zelf gaan bieden. Om de beoogde beweging te ondersteunen, zijn afspraken gemaakt tussen de VNG, Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Jeugdartsen Nederland (AJN) en het ministerie van VWS met als doel om kinderen en gezinnen sneller passende hulp te bieden. Het voornemen is in het wetsvoorstel reikwijdte – waaraan in 2025 is gewerkt – de rol en taken van de lokale teams te verankeren evenals de verplichting voor gemeenten en huisartsen m.b.t. de onderlinge samenwerking.
Daar waar het gaat om de transformatie van de gesloten jeugdhulp, werken we toe naar zo dichtbij mogelijk nul gesloten plaatsingen in 2030. Daarnaast was de ambitie dat in 2025 alle gesloten jeugdhulpinstellingen kleinschalig zouden werken. Instellingen voor gesloten jeugdhulp hebben groepen verkleind en werken met groepsgroottes van maximaal 6 jeugdigen. De laatste monitor van de Jeugdautoriteit laat zien dat op 1 oktober 2025, 405 jongeren verbleven in de gesloten jeugdhulp.94 Om het aantal plekken verder te af te bouwen wordt ingezet op het éérder passende hulp bieden aan jeugdigen en hun gezin om (gesloten) residentiële hulp waar mogelijk te voorkomen, en op het uitbreiden van alternatieven voor gesloten jeugdhulp. Gemeenten en zorgaanbieders worden hierbij ondersteund door het programmateam Transformatie Gesloten Jeugdhulp.
Om de administratieve lasten in de jeugdzorg fors te kunnen terugdringen en het inzicht in het stelsel te vergroten, is het nodig om te komen tot een landelijk uniforme en gelimiteerde set aan producten en productcodes, begrippen en onderliggende standaarden. In 2025 is hierin een belangrijke stap gezet met het vaststellen van de hoofdindeling van de beoogde productstructuur voor de specialistische jeugdzorg.
Tot slot is de Leeragenda Kwaliteit en Blijvend vastgelegd. Deze bevat een uitwerking op de volgende vijf prioritaire thema’s: jeugdhulp die werkt, samenwerken met gezin en alle betrokkenen onderling, sociale basis, kwaliteit en leren in lokale teams en lerend werken aan transformatie residentiële jeugdhulp.
Jeugdigen en gezinnen goed beschermd
In 2025 is verder gewerkt aan het voorkomen van uithuisplaatsingen door het stelsel van jeugd- en gezinsbescherming te vereenvoudigen en te verbeteren. Het Rijk, de VNG en partnerorganisaties zetten hierbij gezamenlijk in op een eenduidige visie en werkwijze, waarbij professionals vanuit verschillende organisaties effectief samenwerken op verschillende plekken in het land.9596 Vanuit het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is het werkpakket Werken aan veiligheid ontwikkeld.97 Het is een hulpmiddel voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties om een passende opdracht aan het lokale team te geven die gericht is op het werken aan veiligheid.
Daarnaast zijn in 2025 stappen gezet om de rechtsbescherming van ouders en kinderen te versterken wanneer er zorgen bestaan over de veiligheid in het gezin. Het klachtrecht in het jeugdzorgdomein is een belangrijke vorm van rechtsbescherming voor jeugdigen en/of ouders. Het opgeleverde rapport ‘Onderzoek klachtbehandeling bij organisaties in het jeugdzorgdomein’98 geeft een overkoepelend en actueel overzicht van de uitvoeringspraktijken van interne klachtprocedures bij organisaties in het jeugdzorgdomein99100. Ook is het rapport «Veilig zijn en veilig voelen - Onderzoek naar veiligheidsbeleving in jeugdhulp met verblijf» opgeleverd.101 De huidige manier van onderzoek is niet effectief genoeg om het gewenste objectieve beeld op te halen. We beraden ons hoe onderzoek naar veiligheidsbeleving in de toekomst ingevuld moet worden.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 206.492 | 105.723 | 150.768 | 198.430 | 234.354 | 203.753 | 30.601 |
Uitgaven | 217.167 | 101.156 | 108.317 | 216.358 | 175.090 | 203.753 | ‒ 28.663 | |
5.30 | Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel | 217.167 | 101.156 | 108.317 | 216.358 | 175.090 | 203.753 | ‒ 28.663 |
Subsidies (regelingen) | 74.910 | 59.526 | 67.461 | 78.656 | 85.724 | 157.175 | ‒ 71.451 | |
Kennis en informatiebeleid | 12.282 | 13.937 | 15.248 | 19.766 | 25.434 | 14.383 | 11.051 | |
Jeugdbeleid | 24.962 | 14.831 | 18.716 | 19.450 | 24.792 | 110.449 | ‒ 85.657 | |
Jeugdstelsel | 37.666 | 30.758 | 33.497 | 39.440 | 35.498 | 32.343 | 3.155 | |
Opdrachten | 8.596 | 11.484 | 8.229 | 4.962 | 3.449 | 11.126 | ‒ 7.677 | |
Kennis en informatiebeleid | 1.318 | 1.484 | 1.595 | 1.542 | 1.363 | 2.572 | ‒ 1.209 | |
Jeugdbeleid | 6.536 | 9.507 | 6.492 | 3.207 | 1.907 | 7.912 | ‒ 6.005 | |
Jeugdstelsel | 742 | 493 | 142 | 213 | 179 | 642 | ‒ 463 | |
Bijdrage aan agentschappen | 1.714 | 1.721 | 1.863 | 2.035 | 2.336 | 1.598 | 738 | |
Overige | 1.714 | 1.721 | 1.863 | 2.035 | 2.336 | 1.598 | 738 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 131.947 | 28.425 | 30.764 | 130.705 | 83.581 | 33.589 | 49.992 | |
Overige | 131.947 | 28.425 | 30.764 | 130.705 | 83.581 | 33.589 | 49.992 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 265 | ‒ 265 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 265 | ‒ 265 | |
Ontvangsten | 11.559 | 3.244 | 8.015 | 5.464 | 6.730 | 2.400 | 4.330 | |
Verplichtingen
De verplichtingenstand volgt grotendeels de bijbehorende verlaging van de uitgavenbudgetten. De realisatie van het verplichtingenbudget is € 30,6 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt voornamelijk door het ophogen van het verplichtingenbudget met € 31 miljoen voor het verlenen van de specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp voor de jaren 2025 en 2026. De overige mutaties leiden tot een mutatie van per saldo -€ 0,4 miljoen.
5.30 Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel
Subsidies
Kennis in informatiebeleid
De realisatie is circa € 11,1 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. In het kader van kwaliteit blijvend lerend (KBL) is € 7 miljoen aan subsidie verstrekt. KBL is een netwerkorganisatie waarin betrokkenen uit de jeugdhulp samenwerken aan het duurzaam verhogen van de kwaliteit van de jeugdhulp. Verder zijn middelen vanuit andere onderdelen van de begroting naar dit hoofdbudget overgeboekt en zijn ingezet voor diverse subsidie rondom het thema kennis en informatiebeleid.
Jeugdbeleid
De realisatie is € 85,7 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp ondersteunt coördinerende gemeenten om de gesloten jeugdhulp af te bouwen en tot een passend alternatief te komen. Hiervoor is € 51,7 miljoen overgeheveld naar het instrument bijdrage medeoverheden. De resterende middelen van € 16,4 miljoen, die beschikbaar zijn gesteld voor de frictiekosten van de transformatie van de gesloten jeugdhulp, zijn vanwege vertraging van geplande activiteiten niet tot besteding gekomen en zijn middels een kasschuif beschikbaar gesteld voor de jaren 2026 en 2027. Daarnaast is in het kader van Kwaliteit Blijvend Leren € 7 miljoen overgeboekt naar de subsidie Kennis en Informatiebeleid.
Circa € 2,2 miljoen van de Hervormingsagenda middelen zijn overgeheveld naar de algemene uitkeringen van het Gemeentefonds. Verder zijn in het kader van (inter)departementale samenwerkingen op het terrein jeugdhulp ca. € 3,8 miljoen overgeheveld naar andere departementen en artikelen van VWS voor onder andere de projectsubsidie nderwijs(zorg)consulenten en de projectsubsidie ketenbureau. De overige mutaties en interne herschikkingen leiden tot een mutatie van per saldo € 4,6 miljoen.
Opdrachten
Jeugdbeleid
De realisatie is € 6,0 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Een deel van de mutatie betreft herschikking van middelen naar andere instrumenten binnen artikel 5. Daarnaast is een deel van het programmabudget jeugd vrijgevallen als gevolg van vertraging van geplande activiteiten.
Bijdrage aan medeoverheden
Overige
De realisatie is € 50,0 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. In het kader van de specifieke uitkering transformatie gesloten jeugdhulp is circa € 51,7 miljoen toegekend aan de coördinerende gemeenten. De overige mutaties en interne herschikkingen leiden tot een mutatie van per saldo minus € 1,7 miljoen.
2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal jeugdhulp gebruik | 410 875 | 424.665 | 416.740 | 453.200 | 461.870 | 476.415 | 478.655 |
Totaal jeugdhulp zonder verblijf | 392.035 | 405.710 | 397.680 | 433.835 | 443.695 | 458.900 | 461.890 |
Totaal jeugdhulp met verblijf | 42.770 | 43.345 | 42.470 | 45.580 | 43.630 | 43.015 | 41.255 |
Totaal begonnen jeugdhulptrajecten | 335.695 | 281.810 | 269.020 | 304.760 | 309.615 | 326.450 | 323.860 |
Jeugdhulptrajecten zonder verblijf (%) | 93,3 | 93,1 | 93,1 | 93,8 | 94 | 94,3 | 94,8 |
Jeugdhulptrajecten met verblijf (%) | 6,7 | 6,9 | 6,9 | 6,2 | 6,0 | 5,7 | 5,2 |
Herhaald beroep bij start traject (%) | 27,4 | 28,5 | 23,6 | 26,1 | 25,9 | 25,5 | 26,0 |
passende jeugdhulp 43(trajecten voortijdig door cliënt beëindigd) | 2,4 | 3,0 | 3,3 | 1,0 | 1,1 | 1,2 | 1,1 |
5.6 Artikel 6 Sport en bewegen
Een sportieve samenleving waarbij plezier in sport en bewegen belangrijk is, waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en topsport mensen inspireert en samenbrengt.
De minister is verantwoordelijk voor het landelijke sportbeleid. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van de schoolprestaties en het verminderen van schooluitval. Daarnaast erkent de minister de intrinsieke waarde van sport en het belang van sportevenementen. Vanuit die verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:
Stimuleren: van samenwerking tussen relevante partijen om op lokaal niveau sportmogelijkheden te bewerkstelligen, van bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.
Financieren: van programma’s die bijdragen aan voor iedereen passende en veilige sport- en beweeginfrastructuur, van internationaal aansprekende sportevenementen, van topsport vanuit een gezamenlijke strategie met betrekking tot het zichtbaar maken en vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport, van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.
Regisseren: het bijeenbrengen van gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en provincies om tot een gezamenlijke beleidsagenda te komen.
Eind 2022 is een meerjarig akkoord gesloten genaamd Sportakkoord II: ‘Sport versterkt’. Met dit akkoord wordt niet alleen de sport de komende jaren versterkt, maar ook de bijdrage van sport aan de Nederlandse samenleving. Om dit te bereiken, zijn drie ambities geformuleerd:
1. Het versterken van het fundament van de sport
2. Het vergroten van het bereik
3. Het vergroten van de zichtbaarheid en betekenis van sport.
Ook in 2025 zijn weer stappen gezet op dit akkoord. Vanaf april 2025 kwam er opnieuw budget beschikbaar om services uit het akkoord aan te vragen. In 2025 was er € 1,0 miljoen beschikbaar, en in 2026 nog € 0,4 miljoen. Dit budget kan onder andere ingezet worden voor verduurzaming, maar ook voor het verbeteren van de sociale veiligheid en inclusiviteit.102Uit een voortgangsrapport dat eind 2025 verscheen, bleek dat de meeste gemeenten de randvoorwaarden voor de ambities van het akkoord hadden gerealiseerd. Hierdoor kregen meer kinderen de kans om zichzelf te ontwikkelen binnen de sport. Op het gebied van inclusie en het stimuleren van een structureel bewegende jeugd waren echter nog stappen nodig.103
Voor het Sportakkoord II was in 2025 via de Brede Specifieke Uitkering een uitvoeringsbudget voor gemeenten beschikbaar van € 12,9 miljoen, waarmee zij konden werken aan de uitvoering van lokale sportakkoorden.
In 2023 is het actieplan ‘Nederland beweegt’ opgezet, dat eind 2025 afliep. Het actieplan stimuleert mensen die nu weinig of niet bewegen om actiever te worden en bevordert een gezonde, beweegvriendelijke leefomgeving. Daarbij is het doel om de gezondheidswinst te behalen door beweging een vast onderdeel van het dagelijks leven te maken. In 2025 lag de nadruk bij het actieplan voornamelijk op evaluatie en voorbereiding van vervolgstappen. Zo is er eind januari een rapport uitgekomen over de voortgang van het actieplan in 2024. Dit rapport liet zien dat er al eerste stappen zijn gezet om bewegen onder de aandacht te brengen bij organisaties en dat het actieplan heeft geleid tot de aansluiting van meer dan 400 organisaties bij de Beweegalliantie. Daarnaast werken steeds meer partijen samen om bewegen te stimuleren. Tegelijkertijd concludeerde het rapport dat het stimuleren van beweging in Nederland een structurele, langdurige aanpak vereist, die niet gebonden is aan een specifieke regeringsperiode of een kortlopend programma.104
Om de sport betaalbaar te houden, is de verduurzaming binnen de sportinfrastructuur van groot belang. Zo is in 2025 de Subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) verruimd, waardoor ook de sportsector er gebruik van kon maken. Ook is er een nieuwe handreiking Integraal Huisvestingsplan Sport en Bewegen beschikbaar, dat gemeenten, sportbonden en verenigingen helpt bij het plannen en realiseren van toekomstbestendige en duurzame sportaccommodaties.105
Daarnaast is er in 2025 samen met de ministeries van EZ en BZK gekeken hoe de bevindingen uit het rapport ‘Amateursport fit voor de toekomst’ kunnen worden toegepast om de verduurzaming van de amateursport te bevorderen. Het Nationaal Klimaat Platform (NKP) heeft in zijn rapportage drie sleutels gegeven voor de versnelling van de verduurzaming van amateursportclubs. In de Najaarsbrief van 2024106 is aangegeven hoe de belangrijkste aanbevelingen worden overgenomen:
1. Ontzorging: Ontzorgingstrajecten ondersteunen eigenaren van sportaccommodaties bij verduurzamingsmaatregelen. Energiecoaches adviseren en begeleiden. De continuïteit is geborgd met middelen uit het Klimaatfonds tot en met 2030.107
2. Gebiedsgerichte aanpak betekent dat niet naar één sportaccommodatie of één beleidsdoel gekeken wordt, maar naar het geheel van opgaven binnen een bepaald gebied of wijk. Dit is onderdeel van de beoogde integrale huisvestingsplannen.
3. Financiering: Geschikte financieringsbronnen zijn een essentiële sleutel tot versnelling.
Bovendien zijn de tweede en derde sleutel uitgelicht in het beleidsplan Toekomstige sportinfrastructuur en ruimte voor sport en bewegen, dat op 31 oktober 2025 naar de Kamer is gestuurd.108
In september 2025 is de internetconsultatie van het wetsvoorstel ‘Wet Integere Sport’ gestart, waarmee het onafhankelijk Integriteitscentrum Integere Sport Nederland (ISN) wordt opgericht om bij te dragen aan een eerlijkere en veiligere sportomgeving.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 678.620 | 438.868 | 731.363 | 444.107 | 464.920 | 387.167 | 77.753 |
Uitgaven | 685.680 | 469.573 | 617.544 | 479.271 | 452.969 | 429.207 | 23.762 | |
6.10 | Passend sport- en beweegaanbod | 338 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Subsidies (regelingen) | 338 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Passend sport- en beweegaanbod | 338 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
6.40 | Sport verenigt Nederland | 685.342 | 469.573 | 617.544 | 479.271 | 452.969 | 429.207 | 23.762 |
Subsidies (regelingen) | 235.001 | 190.003 | 231.029 | 235.829 | 225.560 | 208.655 | 16.905 | |
Sportakkoord | 161.763 | 114.645 | 139.159 | 107.344 | 137.883 | 119.679 | 18.204 | |
Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties | 63.136 | 64.146 | 79.384 | 113.687 | 73.140 | 74.272 | ‒ 1.132 | |
Kennis en innovatie | 10.102 | 11.212 | 12.486 | 14.798 | 14.537 | 14.704 | ‒ 167 | |
Inkomensoverdrachten | 15.850 | 15.732 | 18.691 | 20.231 | 0 | 18.375 | ‒ 18.375 | |
Financiële voorziening topsporters | 15.850 | 15.732 | 18.691 | 20.231 | 0 | 18.375 | ‒ 18.375 | |
Opdrachten | 1.391 | 1.197 | 5.912 | 12.270 | 2.654 | 5.452 | ‒ 2.798 | |
Sportakkoord | 1.046 | 571 | 5.700 | 11.854 | 2.153 | 5.202 | ‒ 3.049 | |
Kennis en innovatie | 228 | 413 | 212 | 253 | 460 | 250 | 210 | |
Overige | 117 | 213 | 0 | 163 | 41 | 0 | 41 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 2.928 | 3.043 | 3.221 | 3.953 | 4.674 | 4.677 | ‒ 3 | |
Dopingautoriteit | 2.928 | 3.043 | 3.221 | 3.953 | 4.674 | 4.677 | ‒ 3 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 430.110 | 259.204 | 358.198 | 206.257 | 219.440 | 191.475 | 27.965 | |
Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties | 187.072 | 192.170 | 358.129 | 206.257 | 219.440 | 191.475 | 27.965 | |
Sportakkoord | 243.038 | 67.034 | 69 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 0 | 332 | 484 | 572 | 556 | 500 | 56 | |
Dopingbestrijding | 0 | 332 | 484 | 527 | 556 | 500 | 56 | |
Organisaties in de sport | 0 | 0 | 0 | 45 | 0 | 0 | 0 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 62 | 62 | 9 | 159 | 85 | 73 | 12 | |
Sportakkoord | 62 | 62 | 9 | 159 | 85 | 73 | 12 | |
Ontvangsten | 64.869 | 75.054 | 72.491 | 59.980 | 143.680 | 60.627 | 83.053 | |
Verplichtingen
Op de oorspronkelijke verplichtingraming van € 387,2 miljoen heeft in 2025 een veelheid aan mutaties plaatsgevonden. De mutaties zijn divers van aard en hebben plaatsgevonden om de uitgaven zoals hieronder apart toegelicht mogelijk te maken.
Zo is er voor een bedrag van € 121,9 miljoen geschoven voor het administratief kunnen vastleggen van meerjarige verplichtingen. Het betreft een budget van € 59,5 miljoen op diverse subsidiebudgetten, het Stipendium van € 28,4 miljoen, de BOSA-regeling van € 1,0 miljoen en een technische desaldering in verband met nabetalingen op de SPUK Stimulering Sport ter waarde van € 33,0 miljoen. Daarnaast is de verplichtingruimte opgehoogd met een bedrag van € 3,6 miljoen voor loonbijstellingen.
Daarnaast is voor minus € 0,9 miljoen tussen departementen en voor minus € 1,0 miljoen binnen VWS tussen directies de verplichtingenruimte verschoven om uitvoering te geven aan beleid. Hier gaat het onder andere om overheveling en toevoeging aan diverse programma's zoals ZonMw, RIVM, Koningspelen en de Sportpas.
Tevens heeft een aantal mutaties plaatsgevonden met een totale omvang van € 5,6 miljoen. Het gaat hierbij om bijstellingen in het kader van overloop van posten uit 2024 naar 2025, een bijdrage schoolpleinen en verplichtingruimte die eind 2025 niet is besteed.
Ten slotte is een verplichtingbedrag van € 51,5 miljoen administratief dubbel vastgelegd. Hiervoor heeft een correctie plaatsgevonden.
Tezamen is er voor € 77,8 miljoen meer aan verplichtingenruimte gerealiseerd dan begroot.
6.40 Sport verenigt Nederland
Subsidies
SportakkoordVanuit de verschillende deelthema’s van het Sportakkoord is in 2025 via subsidies ingezet op: Inclusief sporten, Vaardig in bewegen, de Beweegalliantie, Vitale sport aanbieders, Topsportevenementen, het Topsportprogramma en Veilige en Integere sport. Het betreft een voortzetting van bestaande activiteiten. Hiertoe is boven op de oorspronkelijke raming van € 119,7 miljoen in 2025 een aantal mutaties uitgevoerd, waarbij de realisatie € 18,2 miljoen hoger is uitgevallen dan begroot.
Bij de 1e suppletoire begroting heeft een aantal mutaties van en naar andere begrotingshoofdstukken (amendement Sporthulpmiddelen, Koningspelen, zwemmen, dansdossier en loopstimulering), andere artikelonderdelen binnen VWS (Gezonde school, bewegen, VeiligheidNL), en tussen financiële instrumenten binnen het artikel Sport en Bewegen plaatsgevonden. Daarnaast is via de Eindejaarsmarge een budgettaire bijstelling ingeboekt voor het doen van nabetalingen uit 2024. Hierdoor zijn de subsidies vallend onder het Sportakkoord per saldo met € 0,6 miljoen verlaagd in 2025.
Bij de incidentele Septemberbegroting is het budget met € 1,1 miljoen verhoogd. Dit is het onder andere het gevolg van toekenning van loonbijstelling.
Bij de 2e suppletoire begroting heeft een positieve bijstelling plaatsgevonden. Zo wordt voortaan de bijdrage in het kader van het Stipendium en de Kostenvergoeding Topsporters binnen artikel 6 Sport en Bewegen verantwoord onder het financiële instrument Subsidie in plaats van Inkomensoverdracht. Tezamen met enkele andere kleine mutaties is het budget verhoogd met € 16,6 miljoen.
Ten slotte is op de verschillende deelthema's van het Sportakkoord € 1,1 miljoen niet tot besteding gekomen.
Inkomensoverdrachten
Financiële voorziening topsportersOp de oorspronkelijke begroting van € 18,4 miljoen heeft in de 2e suppletoire begroting een negatieve mutatie plaatsgevonden. Zo wordt voortaan de bijdrage in het kader van het Stipendium en de Kostenvergoeding Topsporters binnen artikel 6 Sport en Bewegen verantwoord onder het financiële instrument Subsidie in plaats van Inkomensoverdracht. Hierdoor is het budget met € 18,4 miljoen verlaagd in 2025.
Bijdrage aan medeoverheden
Duurzame en toegankelijke sportaccommodatiesDe realisatie is € 28,0 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Zo heeft om de vaststellingen van de SPUK-regeling Stimuleren Sport 2023 af te ronden, een ophoging plaatsgevonden vanuit de hogere ontvangstenraming (€ 33,0 miljoen). De melding hiervan heeft reeds in de 1e suppletoire begroting plaatsgevonden. Ook is een bedrag van € 2,5 gemuteerd in het kader van de Najaarsnota VWS.
Ten slotte is een bedrag van € 2,6 miljoen op de SPUK-regeling Stimuleren Sport niet tot besteding gekomen. De reden hiervan is dat in de raming rekening gehouden werd met een nabetaling aan een gemeente. Die is echter komen te vervallen.
2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Zitgedrag (uren) 1 | |||||||||
Geslacht: mannen/jongens | ‒ | 9,2 | ‒ | 9 | ‒ | 9,3 | ‒ | 9,3 | - |
Geslacht: vrouwen/meisjes | ‒ | 8,8 | ‒ | 8,8 | ‒ | 8,9 | ‒ | 9,0 | - |
Voldoet aan de beweegrichtlijn (%)2 | |||||||||
Geslacht: mannen | 44,8% | 48% | 49,2% | 51,1% | 55,1% | 49,2% | 45,8% | 47,7% | 49,4% |
Geslacht: vrouwen | 43,6% | 45,1% | 44,5% | 47% | 50,4% | 45,2% | 42,9% | 42,5% | 43% |
Sport wekelijks (%)3 | |||||||||
Geslacht: mannen | 53,8% | 56,2% | 54,3% | 54,6% | 56% | 56% | 54,6% | 57,0%. | 58,3% |
Geslacht: vrouwen | 50,9% | 53,3% | 52,6% | 52,9% | 53,5% | 52,1% | 50,8% | 54,3% | 55% |
Dit kerncijfer betreft het gemiddelde aantal uren dat Nederlanders van 4 jaar en ouder zitten op een gemiddelde dag in de week.
2016 | 2017 | 2018 | 2020 | 2022 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Sportfan via bezoek (maandelijks of vaker %) | ||||||
Geslacht: mannen/jongens | 23 | - | 23 | 12 | 20 | 20 |
Geslacht: vrouwen/meisjes | 16 | - | 18 | 10 | 13 | 15 |
Ontvangsten
De realisatie is € 83,1 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De vaststellingen op de SPUK Stimulering Sport vindt jaarlijks plaats waaruit enerzijds terugvorderingen en anderzijds nabetalingen (zie toelichting Bijdrage aan medeoverheden) volgen. De financiële afwikkeling hiervan in de vorm van realisatie op de terugvorderingen heeft in 2025 plaatsgevonden. Hierdoor is de ontvangstenraming met € 33,0 miljoen verhoogd. De bijstelling is reeds toegelicht in de 1e suppletoire Wet.
Door vaststelling en afrekeningen op diverse regelingen vindt incidenteel in 2025 hogere ontvangsten plaats op artikel 6. Dit betreft onder andere de SPUK Meerkosten Energie Openbare Zwembaden (MEOZ), de Tegemoetkoming Amateur Sport Organisaties (TASO), de regeling voor topsportcompetities en -evenementen (STIK) en de Stimulering Sport. In totaal zijn de ontvangsten in 2025 verhoogd met € 50,1 miljoen.
Tezamen is een bedrag van € 143,7 miljoen aan ontvangsten gerealiseerd.
5.7 Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II
De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.
Het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2025 geeft aan dat zowel de Nationale Herdenking als Bevrijdingsdag nog steeds door het grootste deel van de Nederlandse bevolking belangrijk of heel belangrijk worden gevonden. Maar liefst 80% van de Nederlanders geeft aan de Nationale Herdenking (heel) belangrijk te vinden. Als het gaat om Bevrijdingsdag is dat 73%. Vergeleken met vorig jaar is het belang dat men hecht aan de Nationale Herdenking iets gedaald. Mensen vinden Bevrijdingsdag iets belangrijker dan vorig jaar. De herdenking en Bevrijdingsdag worden belangrijk gevonden vanwege voornamelijk de volgende redenen: men is van mening dat het belangrijk is om stil te staan bij de vrijheid en diegenen die daarvoor hun leven hebben gegeven; omdat de dagen een gevoel van saamhorigheid geven; en omdat het belangrijk is ons te realiseren dat zoiets als de Tweede Wereldoorlog niet meer zou mogen plaatsvinden. Motieven die zijn gerelateerd aan angst voor oorlog, zijn belangrijker geworden: 64% herdenkt uit angst dat zoiets als de Tweede Wereldoorlog weer kan gebeuren (tegenover 58% in 2024).
Nationaal Vrijheidsonderzoek 2025

bron is jaarplan 2026 SVB.
De minister is verantwoordelijk voor de continuïteit, kwaliteit, effectiviteit en toekomstgerichtheid van specifieke zorg en het stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II. Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal.
De minister is verantwoordelijk voor:
Stimuleren: van het blijvend betekenis laten houden aan de herinnering aan WO II109.
Financieren: van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen en van instellingen die de herinnering aan de WO II levend houden.
Regisseren: het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II te garanderen en de herinnering aan WO II blijvend betekenis te laten houden en het actueel houden van de wet- en regelgeving voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.
Uitvoeren: opdrachtgever en toezichthouder van diverse ZBO’s en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
In de periode van 12 september 2024 tot 15 augustus 2025 herdacht en vierde Nederland dat het tachtig jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam. Gedurende dit lustrumjaar vonden door heel Nederland herdenkingen en activiteiten plaats.
Dit jubileumjaar heeft de ambitie versterkt om alle inwoners van Nederland op een betekenisvolle manier in aanraking te laten komen met het verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Ook is een subsidieregeling ontwikkeld die in 2025 in werking is getreden. Deze regeling ondersteunt organisaties bij het realiseren van aansprekende (cultureel-)educatieve en museale activiteiten gericht op de Holocaust en een aantal onderbelichte onderwerpen binnen de WOII-sector.
Daarnaast is met het Nationale Plan Versterking Holocausteducatie extra aandacht besteed aan educatie over de Holocaust. In dit kader wordt vanaf 2025 de educatieve functie van de Nationale Herinneringscentra, het Nationaal Holocaust Museum en de Anne Frank Stichting versterkt. Ook hebben deze partijen in 2025 gezamenlijk aan een plan gewerkt om lerarenopleidingen beter te ondersteunen en aan de ontwikkeling van educatieve kwaliteitsstandaarden.110
Om aandacht te besteden aan de genocide op Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog is in 2024 het Nationaal Programma 80 jaar vervolging Sinti en Roma gestart, dat doorliep in 2025. Het programma omvat tien projecten op het gebied van herdenking, cultuur en erfgoed, educatie en wetenschap. Alle projecten worden uitgevoerd door of in samenwerking met Sinti en Roma. In 2025 is bovendien een wetenschappelijk onderzoekstraject naar de vervolging van Sinti en Roma gestart, dat wordt uitgevoerd door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.
Tot slot is in 2025 bij de Voorjaarsnota besloten tot het instellen van een Backpay voor weduwen111. De Backpay-kwestie betreft ambtenaren en militairen die in dienst waren van het Nederlands-Indisch gouvernement en die tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië/Indonesië geen of niet volledig salaris hebben ontvangen. De regeling wordt momenteel uitgewerkt.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 211.985 | 218.918 | 207.412 | 212.000 | 29.949 | 198.913 | ‒ 168.964 |
Uitgaven | 225.204 | 215.431 | 220.039 | 218.154 | 205.873 | 199.279 | 6.594 | |
7.10 | De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII | 21.896 | 26.532 | 25.415 | 28.784 | 27.444 | 27.073 | 371 |
Subsidies (regelingen) | 21.206 | 26.248 | 25.158 | 28.414 | 27.019 | 25.965 | 1.054 | |
Nationaal Comité | 7.384 | 11.656 | 9.085 | 9.902 | 8.411 | 6.219 | 2.192 | |
Nationale herinneringscentra | 3.088 | 3.468 | 4.571 | 4.171 | 4.820 | 3.136 | 1.684 | |
Herinnering Indisch Molukse Doelgroep | 2.103 | 1.927 | 1.560 | 2.010 | 1.675 | 3.405 | ‒ 1.730 | |
Zorg- en dienstverlening | 5.604 | 5.531 | 5.683 | 5.849 | 6.260 | 7.222 | ‒ 962 | |
Overige | 3.027 | 3.666 | 4.259 | 6.482 | 5.853 | 5.983 | ‒ 130 | |
Bekostiging | 292 | 0 | 0 | 0 | 182 | 400 | ‒ 218 | |
Overige | 292 | 0 | 0 | 0 | 182 | 400 | ‒ 218 | |
Opdrachten | 368 | 229 | 257 | 370 | 154 | 482 | ‒ 328 | |
Overige | 368 | 229 | 257 | 370 | 154 | 482 | ‒ 328 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 30 | 55 | 0 | 0 | 89 | 226 | ‒ 137 | |
Overige | 30 | 55 | 0 | 0 | 89 | 226 | ‒ 137 | |
7.20 | Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeeln. en oorlogsgetroffenen WOII | 203.308 | 188.899 | 194.624 | 189.370 | 178.429 | 172.206 | 6.223 |
Inkomensoverdrachten | 193.743 | 179.740 | 185.135 | 179.854 | 168.422 | 161.817 | 6.605 | |
Wetten/regelingen verzetsdeelnemers/oorlogsgetroffenen | 193.743 | 179.740 | 185.135 | 179.854 | 168.422 | 161.817 | 6.605 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 9.565 | 9.159 | 9.489 | 9.516 | 10.007 | 10.389 | ‒ 382 | |
Sociale Verzekeringsbank | 8.564 | 9.159 | 9.489 | 9.516 | 10.007 | 9.769 | 238 | |
Pensioen- en Uitkeringsraad | 1.001 | 0 | 0 | 0 | 0 | 620 | ‒ 620 | |
Ontvangsten | 3.240 | 1.568 | 3.991 | 1.690 | 2.220 | 3.339 | ‒ 1.119 | |
Verplichtingen
Het verschil op de verplichtingen wordt veroorzaakt doordat een verplichting die voorheen werd aangegaan in jaar t-1, nameijk de verplichting voor de uitkeringen en pensioenen V&O, is aangegaan in 2026 (jaar t). De SVB heeft aangegeven liever één brief vanuit de verschillende directies van VWS te ontvangen. Tijdens de onderlinge afstemming is tijd verloren gegaan, met als gevolg dat de verplichting in januari 2026 is aangemaakt. Hierbij is het verplichtingenbedrag verlaagd met € 177,4 miljoen.
Tezamen met wat kleinere mutaties is er voor € 169,0 miljoen minder aan verplichtingenruimte gerealiseerd dan begroot.
7.10 De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII
Subsidies (regelingen)
Nationaal Comité
Door een technische mutatie is per saldo € 2,2 miljoen meer gerealiseerd op dit subsidiebudget, tegelijkertijd leide dit tot een lagere realisatie bij andere subsidiebudgetten.
7.20 Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII
Inkomensoverdrachten
Wetten/regelingen verzetsdeelnemers/oorlogsgetroffenen
Tijdens de voorjaarsbesluitvorming van 2025 is het budget voor de inkomensoverdrachten van de SVB verhoogd met € 5,6 miljoen, om tot het benodigde budget voor de SVB te komen. Daarnaast is Looncompensatie uitgedeeld ter hoogte van € 7,7 miljoen. Bij de 2e suppletoire begroting is vervolgens een meevaller van € 6,7 miljoen geboekt. Netto geeft dit een verklaring voor het verschil van € 6,6 miljoen.
Kengetal: Uitkeringen aan Oorlogsgetroffenen WO II op basis begroting SVB 2026 (bedragen x €1.000.000)

Prestatie-indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld.

Bron: Tertiaalverslag T2 2025 van de SVB
Kamerstukken II 2020/2021, 35570, nr. 2
5.8 Artikel 8 Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen
De zorg financieel toegankelijk houden.
De zorgtoeslag is een tegemoetkoming om de zorg die geleverd wordt via de Zvw financieel toegankelijk te maken. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van het huishoudinkomen en van de standaardpremie. De standaardpremie is het gemiddelde van de nominale premies die de zorgverzekeraars in rekening brengen, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De Wet op de zorgtoeslag waarborgt dat niemand een groter deel van zijn inkomen aan standaardpremie hoeft te betalen dan wat aan de hand van de wet als aanvaardbaar wordt beschouwd. Het bedrag dat een huishouden geacht wordt aan zorg te betalen, de normpremie, wordt berekend als een percentage van het minimumloon plus een percentage van het inkomen van het huishouden dat het minimumloon te boven gaat. De hoogte van de zorgtoeslag is het verschil tussen de standaardpremie en de normpremie.
De Zorgverzekeringswet en de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) kennen rijksbijdragen ter medefinanciering van respectievelijk de zorgverzekering en de langdurige zorg. Voor de financiering van de zorgverzekeringspremie voor kinderen van 0 tot 18 jaar wordt een premievervangende Rijksbijdrage gestort in het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). De langdurige zorg kent een specifieke Rijksbijdrage aan het Fonds langdurige zorg (Flz) die compenseert voor premiederving door fiscale heffingskortingen. Daarnaast is er sprake van een algemene Rijksbijdrage om de tekorten in het Flz aan te vullen die ontstaan doordat de Wlz-premie op een constant niveau wordt gehouden.
De minister is verantwoordelijk voor:
– financieren van de zorgtoeslag, inclusief het vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag en de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving over de zorgtoeslag;
– financieren van de tegemoetkoming voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen inzetten;
– financieren van de premievervangende Rijksbijddrage voor kinderen van 0 tot 18 jaar aan het Zorgverzekeringsfonds (Zvf);
– financieren van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) aan het Fonds langdurige zorg (Flz);
– financieren van de Rijksbijdrage Wlz aan het Fonds langdurige zorg (Flz).
In 2025 zijn de normpremiepercentages voor de zorgtoeslag vastgesteld op 1,896% (zonder partner) en 4,273% (met partner) voor inkomens tot het minimumloon, en 13,7% voor inkomens boven het minimumloon112.
In de Fiscale Verzamelwet 2025 is het partnerbegrip in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) uitgebreid door het vervallen van de 27-jaarsgrens voor eerstegraads bloed- en aanverwanten als toeslagpartners. Dit heeft ertoe geleid dat meer mensen recht krijgen op zorgtoeslag. Deze extra kosten zijn gedekt binnen het zorgtoeslagbudget.
De percentages voor het inkomen tot aan het minimumloon zijn daardoor structureel verhoogd met 0,002%-punt. Dit betekent dat alle zorgtoeslagontvangers € 0,54 op jaarbasis minder zorgtoeslag hebben ontvangen in 2025.
Het terugdringen van het niet-gebruik van de zorgtoeslag heeft voor VWS prioriteit. Om dit te realiseren wordt samengewerkt met de Dienst Toeslagen. Eind juni 2025 zijn ruim 200.000 huishoudens met een mogelijk recht op zorgtoeslag over 2024 aangeschreven. Van deze groep hebben circa 72.000 (35%) zorgtoeslag over 2024 aangevraagd en zij hebben inmiddels circa € 54 miljoen aan zorgtoeslag uitgekeerd gekregen.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 6.007.175 | 6.347.281 | 8.493.818 | 7.133.988 | 32.455.600 | 7.057.449 | 25.398.151 |
Uitgaven | 6.007.175 | 6.347.281 | 8.493.818 | 7.133.988 | 27.926.800 | 7.057.449 | 20.869.351 | |
8.10 | Tegemoetkoming specifieke kosten | 6.007.175 | 6.347.281 | 8.493.818 | 7.133.988 | 7.455.200 | 7.057.449 | 397.751 |
Inkomensoverdrachten | 6.007.175 | 6.347.281 | 8.493.818 | 7.133.988 | 7.455.200 | 7.057.449 | 397.751 | |
Zorgtoeslag | 5.940.018 | 6.287.790 | 8.391.128 | 7.043.866 | 7.360.240 | 6.969.500 | 390.740 | |
Tegemoetkoming specifieke kosten | 67.157 | 59.491 | 102.690 | 90.122 | 94.960 | 87.949 | 7.011 | |
8.40 | Rijksbijdragen | 0 | 0 | 0 | 0 | 20.471.600 | 0 | 20.471.600 |
Bekostiging | 0 | 0 | 0 | 0 | 20.471.600 | 0 | 20.471.600 | |
Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18- | 0 | 0 | 0 | 0 | 3.397.700 | 0 | 3.397.700 | |
Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) | 0 | 0 | 0 | 0 | 6.073.900 | 0 | 6.073.900 | |
Bijdrage Wlz | 0 | 0 | 0 | 0 | 11.000.000 | 0 | 11.000.000 | |
Ontvangsten | 443.248 | 497.705 | 615.969 | 666.802 | 612.576 | 0 | 612.576 | |
Verplichtingen
De verplichtingenrealisatie is in totaal circa € 25,4 miljard hoger dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van het overhevelen van de Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18- van artikel 2 en van de Rijksbijdrage in de kosten van kortingen en de Bijdrage Wlz van artikel 3 naar dit artikel. Daarnaast zijn de aangegane verplichtingen circa € 4,5 miljard hoger dan de uitgaven in 2025. Dit komt doordat de verplichtingen voor de Rijksbijdragen die in 2026 uitbetaald worden al aan het eind van 2025 zijn aangegaan. De verplichtingen lopen daardoor een jaar vooruit op de kasuitgaven.
8.10 Tegemoetkoming specifieke kosten
Inkomensoverdrachten
Zorgtoeslag
De gehanteerde systematiek is dat in de ontwerpbegroting van VWS de netto uitgaven aan zorgtoeslag worden weergegeven. Dat wil zeggen het saldo van de verwachte uitgaven aan zorgtoeslag en ontvangsten vanwege terugvorderingen. In het jaarverslag worden de uitgaven en de ontvangsten daarentegen afzonderlijk gepresenteerd. Vanaf de ontwerpbegroting 2026 zijn de uitgaven en ontvangsten wel afzonderlijk gepresenteerd.
De gepresenteerde uitgaven van € 7,5 miljard betreft zowel de betalingen aan zorgtoeslag over 2025 als nabetalingen over voorgaande jaren, zijnde circa € 719 miljoen. Er is sprake van een onderuitputting van circa € 222 miljoen over 2025 (saldo van uitgaven en ontvangsten), die wordt verklaard doordat er minder mensen dan verwacht zorgtoeslag over 2025 hebben ontvangen. Dit aantal kan en zal naar verwachting teruglopen door aanvragen in 2026 met terugwerkende kracht of definitieve toekenning waarbij alsnog recht wordt geconstateerd. Omdat de inkomensontwikkeling in 2025 gunstiger was dan vooraf verwacht en de standaardpremie lager is uitgevallen is een lager gebruik van zorgtoeslag te verklaren.
Figuur 3 Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens met een (voorlopige) toekenning.

Bron: Dienst Toeslagen
4. Rijksbijdragen
Het artikelonderdeel «8.40 Rijksbijdragen» is in 2025 toegevoegd. Daarbij is tevens de naam van artikel 8 gewijzigd in «Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen». De middelen op dit artikelonderdeel waren in de ontwerpbegroting 2025 nog opgenomen op artikel 2 en 3. Ze zijn verplaatst naar artikel 8 omdat de aard en de omvang van de Rijksbijdragen aan het Zorgverzekeringsfonds en het Fonds langdurige zorg het financiële beeld op artikel 2 en 3 vertroebelden. Door deze technische wijziging kan meer inzicht worden gegeven in de hoogte van de Rijksbijdragen zelf en in de overgebleven budgetten op artikel 2 en 3. Daarnaast zijn alle niet-comptabele uitgaven nu in één artikel samengebracht, wat zorgt voor een duidelijker onderscheid tussen amendeerbare en niet-amendeerbare uitgaven in de begroting.
Bekostiging
Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18-
Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18-
Kinderen tot 18 jaar betalen geen nominale Zvw-premie aan hun zorgverzekeraar. De Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds 18- voorziet in de financiering van de kosten voor deze verzekerden. Voor 2025 is de rijksbijdrage vastgesteld op € 3,4 miljard. Dit is gelijk aan het bedrag in de ontwerpbegroting 2025.
Rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)
De BIKK is ingesteld bij de belastingherziening in 2001. Fiscale aftrekposten werden daarbij omgezet in heffingskortingen, waardoor de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde. Het Fonds langdurige zorg (voor de Wlz), het Ouderdomsfonds (voor de AOW) en het Nabestaandenfonds (voor de ANW) worden via de BIKK gecompenseerd voor de gevolgen van deze veranderingen in de belasting- en premieheffing. De rekenregels waarmee de hoogte van de BIKK wordt bepaald, zijn vastgelegd in de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Voor 2025 is de BIKK voor de Wlz vastgesteld op € 6,1 miljard. Het vastgestelde bedrag is € 57,1 miljoen hoger dan de raming in de ontwerpbegroting 2025. Het verschil komt door opwaartse bijstellingen van de geraamde groei van de heffingskortingen in 2025 in het Centraal Economisch Plan (CEP 2025) en de Macro Economische Verkenning (MEV 2026) van het Centraal Planbureau.
Bijdrage Wlz
Sinds 2019 wordt het negatieve saldo van het Fonds Langdurige Zorg (Flz) jaarlijks gecompenseerd door middel van een rijksbijdrage aan het Flz. De hoogte van de Rijksbijdrage Wlz wordt zodanig vastgesteld, dat het fondssaldo aan het einde van het jaar naar verwachting op nul uitkomt. De Rijksbijdrage Wlz is ingevoerd om de Wlz-premie op een constant niveau te houden en tegelijkertijd structurele tekorten in het Flz te voorkomen. Voor 2025 is de rijksbijdrage vastgesteld op € 11,0 miljard. Dit is € 1,8 miljard lager dan de raming van de rijksbijdrage in de ontwerpbegroting 2025. De neerwaartse bijstelling in 2025 is het gevolg van de doorwerking van een positief fondssaldo over 2024, dat nog niet bekend was bij het opstellen van de ontwerpbegroting.
Ontvangsten
De gepresenteerde ontvangsten van € 612,6 miljoen betreft zowel de terugvorderingen aan zorgtoeslag over 2025 als terugvorderingen over voorgaande jaren, zijnde circa € 490 miljoen.
6. Niet-beleidsartikelen
5 6.1 Artikel 9 Algemeen
In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 25.343 | 22.480 | 66.262 | 46.380 | 31.763 | 52.294 | ‒ 20.531 |
Uitgaven | 33.426 | 28.029 | 41.973 | 46.246 | 42.021 | 60.662 | ‒ 18.641 | |
9.10 | Internationale samenwerking | 9.841 | 8.377 | 16.073 | 13.900 | 14.700 | 13.989 | 711 |
Bijdrage aan agentschappen | 900 | 1.180 | 1.175 | 1.200 | 1.687 | 1.200 | 487 | |
Overige | 900 | 1.180 | 1.175 | 1.200 | 1.687 | 1.200 | 487 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 8.941 | 7.197 | 14.898 | 12.700 | 13.013 | 12.789 | 224 | |
World Health Organization | 2.968 | 2.688 | 4.299 | 4.296 | 4.573 | 4.648 | ‒ 75 | |
EMA | 4.374 | 4.006 | 3.873 | 3.820 | 3.789 | 3.861 | ‒ 72 | |
Overige | 1.599 | 503 | 6.726 | 4.584 | 4.651 | 4.280 | 371 | |
9.20 | Verzameluitkering | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 105 | ‒ 105 |
Bijdrage aan medeoverheden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 105 | ‒ 105 | |
Overige | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 105 | ‒ 105 | |
9.30 | Eigenaarsbijdrage | 18.585 | 14.652 | 20.900 | 27.346 | 22.321 | 41.568 | ‒ 19.247 |
Bijdrage aan agentschappen | 18.585 | 14.652 | 20.900 | 27.346 | 22.321 | 41.568 | ‒ 19.247 | |
Eigenaarsbijdrage RIVM | 18.585 | 14.652 | 20.900 | 22.079 | 22.321 | 41.568 | ‒ 19.247 | |
Eigenaarsbijdrage CIBG | 0 | 0 | 0 | 5.267 | 0 | 0 | 0 | |
9.40 | Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 0 |
Garanties | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 0 | |
Overige | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 0 | |
Ontvangsten | 2.686 | 8.811 | 1.500 | 8.296 | 22.531 | 0 | 22.531 | |
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 20,5 miljoen lager uitgekomen dan begroot. Dit betreft grotendeels het verschuiven van verplichtingenbudget inzake de dubbele huisvestingslasten van het RIVM naar 2026.
9.10 Internationale samenwerking
Bijdrage aan agentschappen
Overige
De hogere realisatie van € 0,5 miljoen betreft de bijdrage aan het RIVM.
9.30 Eigenaarsbijdrage
Bijdrage aan agentschappen
Eigenaarsbijdrage RIVM
De lagere realisatie eigenaarsbijdrage van € 19,2 miljoen komt door de latere verhuizing van het RIVM en de daarmee samenhangende bijdrage voor de dubbele huisvestingslasten.
Ontvangsten
Bij de 1e suppletoire begroting is het surplus van het eigen vermogen van het RIVM en het CIBG over 2024 afgeroomd. Dit verklaart grotendeels het hogere ontvangstenbudget van € 22,5 miljoen.
6.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement
In dit niet-beleidsartikel wordt ingegaan op de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van VWS.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Verplichtingen | 532.013 | 549.192 | 566.422 | 630.626 | 639.536 | 607.078 | 32.458 |
Uitgaven | 492.661 | 540.244 | 587.193 | 622.433 | 631.261 | 610.596 | 20.665 |
Personele uitgaven | 397.588 | 438.315 | 468.931 | 509.869 | 517.382 | 489.136 | 28.246 |
waarvan eigen personeel | 292.894 | 318.681 | 352.998 | 400.557 | 417.773 | 395.307 | 22.466 |
waarvan inhuur externen | 102.888 | 117.209 | 112.454 | 105.971 | 90.097 | 90.632 | ‒ 535 |
waarvan inhuur deskundigen | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.556 | 0 | 4.556 |
waarvan overige personele uitgaven | 1.806 | 2.425 | 3.479 | 3.341 | 4.956 | 3.197 | 1.759 |
Materiële uitgaven | 95.073 | 101.929 | 118.262 | 112.564 | 113.879 | 121.460 | ‒ 7.581 |
waarvan ICT | 12.669 | 12.320 | 13.809 | 16.958 | 15.988 | 25.264 | ‒ 9.276 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 58.404 | 59.503 | 70.648 | 75.159 | 76.781 | 65.996 | 10.785 |
waarvan overige materiële uitgaven | 24.000 | 30.106 | 33.805 | 20.447 | 21.110 | 30.200 | ‒ 9.090 |
Ontvangsten | 14.657 | 10.874 | 10.512 | 10.552 | 11.233 | 9.171 | 2.062 |
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 532.013 | 549.192 | 566.422 | 630.626 | 639.536 | 607.078 | 32.458 |
Uitgaven | 492.661 | 540.244 | 587.193 | 622.433 | 631.261 | 610.596 | 20.665 | |
10.30 | Kerndepartement | 362.819 | 403.023 | 431.428 | 449.067 | 453.052 | 445.748 | 7.304 |
Personele uitgaven | 293.692 | 327.466 | 343.760 | 363.483 | 368.790 | 355.845 | 12.945 | |
Eigen personeel | 193.441 | 213.402 | 233.356 | 261.325 | 276.105 | 261.585 | 14.520 | |
Eigen personeel | 1.367 | 1.480 | 2.233 | 2.588 | 2.109 | 2.367 | ‒ 258 | |
Externe inhuur | 97.255 | 110.481 | 105.087 | 96.405 | 81.242 | 88.981 | ‒ 7.739 | |
Inhuur deskundigen | 0 | 0 | 0 | 0 | 4.543 | 0 | 4.543 | |
Overige | 1.629 | 2.103 | 3.084 | 3.165 | 4.791 | 2.912 | 1.879 | |
Materiële uitgaven | 69.127 | 75.557 | 87.668 | 85.584 | 84.262 | 89.903 | ‒ 5.641 | |
ICT | 7.733 | 7.890 | 8.658 | 11.135 | 9.994 | 14.337 | ‒ 4.343 | |
Bijdrage SSO's | 49.474 | 51.824 | 60.646 | 63.372 | 64.342 | 61.689 | 2.653 | |
Bijdrage SSO's | 776 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overig | 1 | 0 | 777 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige | 11.143 | 15.843 | 17.587 | 11.077 | 9.926 | 13.877 | ‒ 3.951 | |
10.40 | Inspecties | 101.123 | 105.148 | 119.677 | 131.835 | 135.430 | 124.516 | 10.914 |
Personele uitgaven | 81.096 | 85.463 | 96.607 | 112.395 | 112.885 | 100.378 | 12.507 | |
Eigen personeel | 76.204 | 80.065 | 89.898 | 104.965 | 107.235 | 98.875 | 8.360 | |
Externe inhuur | 4.715 | 5.076 | 6.314 | 7.254 | 5.485 | 1.218 | 4.267 | |
Overige | 177 | 322 | 395 | 176 | 165 | 285 | ‒ 120 | |
Materiële uitgaven | 20.027 | 19.685 | 23.070 | 19.440 | 22.545 | 24.138 | ‒ 1.593 | |
ICT | 2.817 | 2.895 | 2.935 | 3.515 | 4.378 | 9.920 | ‒ 5.542 | |
Bijdrage SSO's | 8.143 | 7.605 | 9.947 | 11.554 | 11.894 | 3.910 | 7.984 | |
Overige | 9.067 | 9.185 | 10.188 | 4.371 | 6.273 | 10.308 | ‒ 4.035 | |
10.50 | SCP en Raden | 28.719 | 32.073 | 36.088 | 41.531 | 42.779 | 40.332 | 2.447 |
Personele uitgaven | 22.800 | 25.386 | 28.564 | 33.991 | 35.707 | 32.913 | 2.794 | |
Eigen personeel | 21.882 | 23.734 | 27.511 | 31.679 | 32.324 | 32.480 | ‒ 156 | |
Externe inhuur | 918 | 1.652 | 1.053 | 2.312 | 3.370 | 433 | 2.937 | |
Inhuur deskundigen | 0 | 0 | 0 | 0 | 13 | 0 | 13 | |
Materiële uitgaven | 5.919 | 6.687 | 7.524 | 7.540 | 7.072 | 7.419 | ‒ 347 | |
ICT | 2.119 | 1.535 | 2.216 | 2.308 | 1.616 | 1.007 | 609 | |
Bijdrage SSO's | 11 | 74 | 55 | 233 | 545 | 397 | 148 | |
Overige | 3.789 | 5.078 | 5.253 | 4.999 | 4.911 | 6.015 | ‒ 1.104 | |
Ontvangsten | 14.657 | 10.874 | 10.512 | 10.552 | 11.233 | 9.171 | 2.062 | |
Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | |
Totaal apparaatskosten agentschappen | 773.814 | 799.094 | 895.777 | 806.862 | 894.683 | 1.040.871 | ‒ 146.188 |
0 | |||||||
Agentschap College Ter Beoordeling van Geneesmiddelen | 56.303 | 63.144 | 68.084 | 76.297 | 76.627 | 78.971 | ‒ 2.344 |
Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg | 105.298 | 112.965 | 122.637 | 118.710 | 110.510 | 117.200 | ‒ 6.690 |
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | 612.213 | 622.985 | 705.056 | 611.855 | 707.546 | 844.700 | ‒ 137.154 |
Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s | 394.605 | 391.937 | 438.758 | 481.044 | 498.438 | 509.478 | ‒ 11.040 |
Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMw) | 6.991 | 6.991 | 8.044 | 13.887 | 17.876 | 20.523 | ‒ 2.647 |
Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) | 105.690 | 106.890 | 121.400 | 134.096 | 143.257 | 147.200 | ‒ 3.943 |
Centraal Administratie Kantoor (CAK) | 129.743 | 124.075 | 136.553 | 147.261 | 154.251 | 157.099 | ‒ 2.848 |
Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) | 1.001 | 0 | 711 | 711 | 483 | 522 | ‒ 39 |
Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische Commissies (METC’s) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) | 66.131 | 69.053 | 76.701 | 79.037 | 80.369 | 80.505 | ‒ 136 |
Zorginstituut Nederland (ZiNL) | 79.873 | 79.616 | 89.880 | 97.702 | 92.949 | 94.293 | ‒ 1.344 |
College Sanering Zorginstellingen (CSZ) | 1.600 | 1.600 | 1.600 | 1.503 | 1.470 | 1.500 | ‒ 30 |
Dopingautoriteit (DA) | 2.928 | 3.043 | 3.221 | 6.159 | 7.071 | 7.073 | ‒ 2 |
College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) | 648 | 669 | 648 | 688 | 711 | 763 | ‒ 52 |
10.30 Toelichting apparaatsuitgaven kerndepartement
Personele uitgaven
Eigen personeel
De personele uitgaven van het kerndepartement zijn met € 12,9 miljoen gestegen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025. De uitgaven aan eigen personeel komen € 14,5 miljoen hoger uit dan begroot. Er is ten opzichte van de vastgestelde begroting € 18,4 miljoen toegevoegd voor uitvoering van de Wet Open Overheid (WOO), daarnaast is een bedrag van € 14,4 miljoen toegevoegd voor de toedeling van de loonbijstelling. Eveneens is een bedrag verschoven van eigen personeel naar externe inhuur en zijn de daadwerkelijke uitgaven lager dan begroot als gevolg van vertraging of het niet invullen van vacatures.
Externe inhuur
De meevaller op externe inhuur wordt mede verklaard door inhuur op iRealisatie, veroorzaakt door te late facturering in december en doordat de contractwaarden vaak te hoog zijn vastgesteld. In totaal bedraagt dit een bedrag van € 7,8 miljoen. Daarnaast zijn er aanzienlijk minder juristen extern ingehuurd waardoor er voor € 4,7 miljoen onderuitputting is. Tezamen met wat kleinere mutaties is op externe inhuur € 7,7 miljoen minder gerealiseerd dan begroot.
10.40 Toelichting apparaatsuitgaven inspecties
Personele uitgaven
Eigen personeel
De uitgaven aan eigen personeel bij de inspecties komt € 12,5 miljoen hoger uit dan de vastgestelde begroting. Een deel hiervan wordt verklaard door hogere uitgaven aan eigen personeel in 2025 dit als gevolg van het overschrijden van de actuele formatie. Op eigen personeel is er in totaal € 8,4 miljoen meer gerealiseerd dan begroot.
6.3 Artikel 11 Nog onverdeeld
Dit niet-beleidsartikel heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.
Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | 2025 | ||
Art. | Verplichtingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 15.046 | 15.046 |
Uitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 15.046 | 15.046 | |
11.4 | Nog onverdeeld | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 15.046 | 15.046 |
Nog te verdelen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 15.046 | 15.046 | |
Prijsbijstelling | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 24 | ‒ 24 | |
Taakstellingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 15.070 | 15.070 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Verplichtingen
In 2025 is het verplichtingenbudget per saldo in totaal met € 15,0 miljoen verhoogd. Deze verhoging hangt samen met de uitgaven op artikel 11.
11.4 Nog onverdeeld
Bij de vaststelling van de begroting is een deel van amendement Bontebal (ter dekking van de OCW begroting) op artikel 11 geboekt. Deze is later toegedeeld naar de juiste artikelen waarna artikel 11 op 0 sluit. Dit verklaart het verschil op artikel 11 met de vastgestelde begroting.
7. Bedrijfsvoeringsparagraaf
Paragraaf 1: Rapportage bedrijfsvoering
1.1 Rechtmatigheid
(1) Rapporteringstolerantie | (2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis) | (3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in € | (4) Bedrag aan fouten in € | (5) Bedrag aan onzekerheden in € | (6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in € | (7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100% |
|---|---|---|---|---|---|---|
Artikel 3 verplichtingen | 816.986 | 40.849 | 67.338 | 25.798 | 93.136 | 11,4 |
Artikel 10 verplichtingen | 639.536 | 31.976 | 48.739 | 3.876 | 52.615 | 8,2 |
Artikel 2 uitgaven | 969.640 | 48.482 | 0 | 64.862 | 64.862 | 6,7 |
Samenvattende staat baten-lastenagentschappen | 1.015.534 | 25.000 | 95.280 | ‒ | 95.280 | 9,4 |
Artikel 3 - Verplichtingen
De overschrijding op dit artikel wordt veroorzaakt door een onzekerheid over de naleving van de Europese staatssteunregels in een spoeddossier en de aanbestedingsregels in een ander dossier (tezamen € 92 miljoen).
Artikel 10 - Verplichtingen
De overschrijding op dit artikel (Apparaat kerndepartement) wordt veroorzaakt door het onrechtmatig afroepen van verplichtingen op rijksbrede mantelcontracten (ad. € 48 miljoen). Het overgrote deel (73%) van deze onrechtmatigheid wordt veroorzaakt door één mantelcontract (overbrugging ad. € 35 miljoen).
Artikel 2 - Uitgaven
De overschrijding op dit artikel (Curatieve Zorg) wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een te vroege betaling aan Pallas (ad. € 64 miljoen).
Samenvattende staat baten-lastenagentschappen
Voor wat betreft de agentschappen wordt er in totaal een onrechtmatigheid van € 95 miljoen geconstateerd. Deze onrechtmatigheid is voornamelijk geïmporteerd en is het gevolg van de onrechtmatige Rijksbrede overbruggingsovereenkomsten ICT Inhuur, financieel advies, audit advies en inkoopadvies bij zowel het RIVM als het CIBG (ad. € 77 miljoen). Daarnaast heeft CIBG een onrechtmatig verwerking van projectgelden (ad. € 15 miljoen).
1.2 Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden. Er wordt voor de indicatoren zoveel als mogelijk aangesloten bij de Staat van Volksgezondheid en het Centraal bureau voor de Statistiek. Wanneer dit niet mogelijk is, komt de informatie uit andere openbare bronnen. De bronvermelding van de indicatoren wordt vermeld in het jaarverslag.
1.3 Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiele bedrijfsvoering
Hieronder worden de voornaamste aandachtsgebieden binnen de bedrijfsvoering beschreven, waaronder die aandachtsgebieden die de Auditdienst Rijk (ADR) en de Algemene Rekenkamer (AR) hebben genoemd in de (verantwoordings-)onderzoeken over het jaar 2024. De voortgang op de verschillende aspecten van het beheer is in 2025 regelmatig besproken, onder andere in het Audit Committee. Ook de Tweede Kamer is in november 2025 over de voortgang geïnformeerd.113
Begrotingsbeheer
Op het gebied van het begrotingsbeheer betreft één van de ontwikkelingen dat wijze waarop is omgegaan met omvangrijke technische mutaties, zoals ook is opgenomen in het auditrapport 2024 van de ADR en het verantwoordingsonderzoek 2024 van de AR. Dit zijn onder andere grote schommelingen in het verplichtingenbudget bij de 1e en 2e suppletoire begroting. Deze schommelingen werden met name veroorzaakt door de Rijksbijdragen (Rijksbijdrage 18-, Rijksbijdrage Wlz en de BIKK). Bij de 2e suppletoire begroting werd het verplichtingenbudget opgehoogd om de verplichting voor het volgende jaar aan te kunnen gaan. Dit werd vervolgens bij de 1e suppletoire begroting weer naar beneden bijgesteld. Om deze grote schommelingen eruit te halen zijn in overleg met het ministerie van Financiën bij 1e suppletoire begroting114 eenmalig de verplichtingen van de Rijksbijdragen in het juiste ritme gezet. Dit heeft als doel om het hele jaar door een realistische en stabieler verplichtingenbudget te hebben.
Een andere ontwikkeling in het begrotingsbeheer betreft de aanpassing van de structuur van de Rijksbijdragen. De Rijksbijdragen zijn geen comptabele uitgaven, maar zijn een administratieve weergave van financiering van de zorg en zijn daardoor niet amendeerbaar. Om meer inzicht te geven in de beschikbare amendeer ruimte zijn de Rijksbijdragen bij de suppletoire begroting september115 verplaatst naar artikel 8. Op deze manier is het zowel in de administratie als in de presentatie zichtbaar welke ruimte niet amendeerbaar is.
Financieel beheer (o.a. subsidiebeheer)
Op het gebied van financieel beheer bevindt VWS zich in de fase van consolidatie en verankering. De programmatische aanpak die in de afgelopen jaren is ingezet om het financieel beheer te versterken is afgerond. De activiteiten die in dit kader zijn ontwikkeld, zijn inmiddels belegd binnen de staande organisatie en maken daarmee onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering. Een belangrijke randvoorwaarde voor de versterking van het financieel beheer was de afronding begin 2025 van de herinrichting van de financiële functie (zie ook paragraaf 3).
Binnen het subsidiebeheer is in 2025 op een aantal kernonderdelen belangrijke verbeteringen gerealiseerd. Ten eerste is op het gebied van beleidslogica en instrumentkeuze het Expertisecentrum Instrumentkeuze (ECIK) opgericht. Dit expertisecentrum adviseert beleidsdirecties over de inzet van passende beleidsinstrumenten, waaronder subsidies, met expliciete aandacht voor doelmatigheid en rechtmatigheid. Vanuit dit gremium en het Expertisecentrum Subsidies (ECS) wordt nadrukkelijk gestuurd op consistent gebruik van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Op het terrein van staatssteun blijkt dat de verscherpte aandacht van de afgelopen jaren ertoe heeft geleid dat het beheer op orde is en dat grotere dossiers met staatssteunrisico’s in 2025 zijn afgerond en opgelost. Hierdoor doen zich in 2025 geen grote onvolkomenheden meer voor op het gebied van staatssteun binnen het subsidiebeheer.Ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) is het beleid verder geprofessionaliseerd. In paragraaf 1.4 wordt uitgebreid ingegaan hoe de opzet, bestaan en werking van het M&O beleid zich heeft ontwikkeld in 2025. Hiermee is het preventieve en corrigerende vermogen van het subsidiebeheer versterkt. Zoals ook uit de rechtmatigheidsparagraaf 1.1 blijkt hebben zich in 2025 geen substantiële onvolkomenheden voorgedaan op subsidiebeheer.
De investeringen van de afgelopen jaren in de financiële administratie leveren daadwerkelijk rendement op. Door de herinrichting van de financiële functie, de gerichte versterking van capaciteit en expertise en de opzet van kenniskringen is de kwaliteit van de financiële administratie structureel verbeterd. Ook is het interne stelsel van controles en monitoring aanzienlijk versterkt, waardoor afwijkingen en fouten steeds vaker vroegtijdig worden onderkend en gecorrigeerd. Hierdoor is VWS beter in staat om tijdig bij te sturen en herstelmaatregelen te treffen voordat fouten doorwerken in de jaarverantwoording. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de zogenaamde P13- en P14-boekingen (correctieboekingen na het sluiten van het boekjaar). Deze zijn significant lager dan in voorgaande jaren. Deze ontwikkeling onderstreept dat VWS zich steeds meer ontwikkelt tot een organisatie die financieel ‘in control’ is.
Materiële bedrijfsvoering (o.a. inkoopbeheer)
2025 stond in het teken van de implementatie van het nieuwe inkoopsysteem, ‘inkoop tot betalen’. Met dit systeem is het inkoopbeheer verder geprofessionaliseerd middels een geformaliseerde digitale werkwijze. Het nieuwe systeem is gekoppeld aan het financieel ERP systeem. Voor het inkoopbeheer geldt dat zich in 2025 geen substantiële onvolkomenheden hebben voorgedaan (zie paragraaf 1.1).
Categoriemanagement raamovereenkomsten
VWS neemt, net zoals alle andere ministeries, deel aan het rijksbrede categoriemanagement stelsel. Er zijn enkele categoriemanagement raamovereenkomsten waarvoor overbruggingsovereenkomsten zijn afgesloten. Als gevolg daarvan worden de verplichtingen onder deze overbruggingsovereenkomsten als onrechtmatig bestempeld. De her-aanbestedingen voor een aantal van deze raamovereenkomsten is vertraagd, als gevolg van juridische bezwaren en rechtszaken door inschrijvers. Over 2025 gaat het voor VWS om circa € 38 miljoen.
Externe inhuur
VWS heeft in 2025 19,2% (2024; 21%) van de personele uitgaven besteed aan de inhuur van externen. Dit is een overschrijding van de zogenaamde Roemer-norm, te weten 9,2 %- punt (de norm bedraagt 10%). Tussentijds is de Tweede Kamer in 2025 naar aanleiding van de motie Sneller/Vermeer116 geïnformeerd over het eerste half jaar van 2025117. VWS heeft tot doel hierbij om in 2026 aan de norm van 10% te voldoen, mede naar aanleiding van motie De Korte.118 Om dit te realiseren, wat een zeer forse opgave is, is aan alle onderdelen van VWS gevraagd om inzicht te geven in de voorgenomen inhuur en hoe dit zal worden afgebouwd.
Naast de Roemer-norm is naar aanleiding van de motie Boon119 mede in het kader van de Wet DBA ook tussentijdse inzicht gegeven in de aantallen externe inhuur. Te zien is dat op alle categorieën een dalende lijn is te zien.
1 januari 2025 | 1 juli 2025 | 1 januari 2026 | |
|---|---|---|---|
Externe inhuur | 1.010 | 946 | 873 |
Externe inhuur waarvan zzp | 501 | 508 | 361 |
Externe inhuur waarvan schijnzelfstandig (indirecte inhuur) | 65 | 34 | 3 |
Externe inhuur waarvan schijnzelfstandig (directe inhuur) | 0 | 0 | 0 |
1.4 Misbruik en oneigenlijk gebruik
VWS heeft als kerntaak het waarborgen van een goed functionerend zorgstelsel dat toegankelijk en betaalbaar blijft voor alle burgers. Een effectief misbruik- & oneigenlijk gebruik beleid (M&O beleid) is daarbij onmisbaar. Dit M&O beleid voorkomt verspilling van publieke middelen, beschermt de zorgkwaliteit en versterkt het vertrouwen van burgers in ons zorgsysteem. Op 8 juli 2025 is het vernieuwd M&O beleid vastgesteld. Dit nieuwe beleid ziet niet enkel toe op subsidies, maar op alle relevante financiële instrumenten, waaronder specifieke uitkeringen (spuk) en inkopen.VWS maakt gebruik van een risicogerichte benadering. Dit houdt in dat beschikbare middelen en controles worden ingezet op die financiële instrumenten en processen waar de kans op misbruik het grootst is en de impact het meest ingrijpend kan zijn. Voor subsidie- en spuk-regelingen wordt over het algemeen een verhoogd M&O risico onderkend. Indien sprake is van nieuwe of gewijzigde regeling is het dan ook verplicht een inschatting van de M&O-risico’s te maken. In 2025 zijn op alle nieuwe en gewijzigde regelingen ook dergelijke analyses uitgevoerd. We hanteren in principe het standpunt dat alle significante restrisico’s afgedekt dienen te zijn. Echter niet altijd is het mogelijk alle restrisico’s geheel te beperken. In dit geval is het aan de bewindspersonen om te beslissen of het restrisico acceptabel is en of de wijziging/ regelgeving doorgevoerd kan worden.
In 2023 zijn vanuit interne controles door het CAK signalen van misbruik & oneigenlijk gebruik geconstateerd bij de Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) en met de regeling Onverzekerbare vreemdelingen (OVV). Op basis hiervan is de Nederlandse Arbeidsinspectie een strafrechtelijk onderzoek gestart. Op 18 december 2024120 is de Tweede Kamer hier voor het eerst over geïnformeerd. Uit de gecontroleerde SOV verantwoording 2025 van het CAK blijkt dat in 2025 ter waarde van € 875.000 uitbetaald is aan dossiers waarbij mogelijke onregelmatigheden geconstateerd zijn, maar die wel voldoen aan de formele eisen in het uitvoeringsproces van het CAK. Voor OVV is in 2025 ter waarde van € 308.000 uitbetaald aan dossiers waar het CAK mogelijke onregelmatigheden heeft geconstateerd. Op de cijfers 2025 van OVV heeft nog geen accountantscontrole plaatsgevonden. Daarnaast lopen nog onderzoeken van de NLA en het OM die nog tot extra (fraude- danwel M&O-) uitkomsten kunnen leiden.
In juli 2025 is een werkgroep gevormd bestaande uit vertegenwoordigers van VWS, het CAK, de Nederlandse Arbeidsinspectie, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Nederlandse Zorgautoriteit en Zorgverzekeraars Nederland. De werkgroep heeft de opdracht om te adviseren over gepaste maatregelen om het frauderisico bij deze regelingen zo klein mogelijk te maken, zowel op korte als lange termijn. De korte termijn maatregelen zien met name toe op het opvragen van aanvullende bewijsstukken en verrichten van aanvullende controles gericht op het voorkomen en detecteren van mogelijke misbruik en oneigenlijk gebruik en/of fraude. Zorgaanbieders moeten voortaan bij de aanvraag van een eerste bijdrage hun KvK-nummer (voor verificatie bij de Kamer van Koophandel) overhandigen en een kopie van een lopend contract met een zorgverzekeraar, Wlz-uitvoerder of gemeente, inclusief een kopie van een declaratie op basis van dat contract en een bankafschrift als bewijs dat deze declaratie daadwerkelijk is ontvangen. Daarnaast moet bij elke declaratie (niet alleen de eerste) voortaan de Algemeen Gegevensbeheer (AGB)-code van de zorgaanbieder worden vermeld. VWS is voornemens om de SOV en OVV te vervangen door een nieuwe wet voor zorgkosten voor onverzekerden, waarbij onder andere kritisch wordt gekeken naar de instrumentkeuze (en bijvoorbeeld de mogelijkheid om over te gaan op algehele contractering), het wettelijke organiseren van een toezichthouder en mogelijkheden om materiële controles mogelijk te maken.
1.5 Overige aspecten van de bedrijfsvoering
Herstel- en Veerkrachtplan
Het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) heeft als doel de Europese economieën veerkrachtiger, duurzamer en digitaler te maken na de COVID-19-crisis. Het plan ondersteunt lidstaten met EU-middelen voor hervormingen en investeringen, gericht op de groene en digitale transities, het versterken van de economie en het verzachten van de sociale gevolgen van de pandemie.VWS is verantwoordelijk voor de uitvoering van drie maatregelen binnen het HVP: de Stimuleringsregeling E-Health Thuis COVID-19, IC-opschaling en de Tijdelijke extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd. Deze maatregelen vormen de volledige verantwoordelijkheid van VWS binnen het HVP. In 2025 is het derde betaalverzoek ingediend door Nederland bij de Europese Commissie, met een omvang van € 551 miljoen. Dit betaalverzoek omvatte twee mijlpalen en doelstellingen voor VWS: Financiële kaders die opleiding in de gezondheidszorg mogelijk maakt en de Nationale zorgreserve: beide vallen onder de maatregel Tijdelijke extra personele capaciteit voor de zorg in crisistijd. De mijlpalen en doelstellingen zijn volgens planning behaald. Voor VWS resteert nog één doelstelling in 2026, waarna de afronding van het HVP-programma kan plaatsvinden.
PALLAS
De Tweede Kamer heeft PALLAS begin januari 2025 aangewezen121 als een groot project conform de Regeling Grote Projecten. Eind oktober 2025 is een tweede basisrapportage aangeboden aan de Kamer122 . Vanaf 2026 wordt halfjaarlijks een voortgangsrapportage aan de Kamer gestuurd. De ADR rapporteert op twee aspecten over deze voortgangsrapportages: ten eerste wordt een controleverklaring verstrekt bij de financiële informatie. Ten tweede wordt onderzoek gedaan naar de governance van het programma, de programmabeheersing (waaronder het risicomanagement), zowel binnen het ministerie als binnen NRG Pallas, de externe en interne informatievoorziening en naar de kwaliteit en volledigheid van de toekomstige financiële en niet-financiële informatie in de voortgangsrapportages. Naar aanleiding van de uitkomsten van een uitgevoerde Gate Review is binnen VWS de governance verbeterd door de rollen van financier, aandeelhouder en beleidsmaker expliciet van elkaar te scheiden.
1.6 Fraude- en corruptierisico’s
Interne fraude en corruptie is een standaard aandachtsgebied binnen de verschillende financiële stromen binnen VWS. Begin 2025 zijn voor de belangrijkste financiële stromen (subsidies, specifieke uitkeringen, inkoop en financiële administratie) zogenaamde interne controleplannen opgesteld. Deze plannen zijn opgesteld aan de hand van een ‘control framework’, dit is een raamwerk waarin de belangrijkste processtappen/ risico’s en interne beheersingsmaatregelen zijn uitgewerkt. In december 2025 zijn deze ‘control frameworks’ herijkt in een tweedaagse risico-sessie. De belangrijkste financiële instrumenten zijn besproken evenals enkele generieke risico’s waaronder interne fraude, M&O en staatssteun.
Bij het behandelproces subsidies is een melding gedaan inzake een mogelijke integriteitsschending. De onregelmatigheden zijn geconstateerd nog voordat er beschikkingen zijn verstuurd en betalingen zijn verricht (regeling Ministerie OCW). Op basis van de melding is een onderzoek ingesteld. Bij het uitvoeringsonderdeel is aanvullend onderzoek gedaan om de reikwijdte van de schending na te gaan, hieruit komen geen andere onregelmatigheden naar voren.
Kamerstukken II 2024/2025 36 725 XVI nr. 2
Kamerstukken II 2025/2026 36 820 XVI nr. 2
Paragraaf 2: Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
2.1 Gebruik open standaarden en open source software
Open Standaarden
Er wordt periodiek rijksbreed onderzoek gedaan naar de compliance op open standaarden (Monitor Open Standaarden). De knelpunten die daarin staan beschreven, waaronder het stagneren van de voortgang, worden ook binnen VWS herkend. Aanvullende verdiepende onderzoeken binnen VWS laten zien dat naast het actief blijven adresseren en aanjagen er ook fundamentelere veranderingen nodig zijn in o.a. het inkoopproces en het contract- en leveranciersmanagement dat daarop volgt. VWS zal zich blijven inspannen om de compliance op open standaarden te verbeteren.
Open source
Open source is binnen VWS een belangrijk thema. VWS werkt hard aan een missie en visie op het onderwerp zodat het thema de komende jaren structureel departement breed op de agenda komt te staan. In de tussentijd worden er vanuit VWS verschillende activiteiten ontplooid om de adoptie van opensourcewerken, zowel binnen het departement als in het veld, te versnellen. Denk daarbij aan rijksbrede kennissessies rond open source die elk kwartaal door VWS worden georganiseerd, het actief delen van kennis en instrumenten over de toepassing van open source en natuurlijk het goede voorbeeld geven door zelf ook een hoge mate van opensourcewerken toe te passen bij inkooptrajecten.
Cloud
Naar aanleiding van recent onderzoek van de Algemene Rekenkamer123 is geconcludeerd dat de rijksoverheid maar beperkt zicht heeft op het gebruik van clouddiensten en er onvoldoende is nagedacht over de risico’s. VWS heeft de onderzoeksresultaten opgevolgd door interne onderzoeken naar cloud uit te breiden en deze controle onderdeel te maken van de reguliere uitvraagcyclus op gebied van informatiebeveiliging, lifecyclemanagement (LCM) en privacy. Hieruit is gebleken dat niet alle VWS concernonderdelen de benodigde risicoanalyses hebben uitgevoerd conform het Rijksbrede cloudbeleid (2022) en het daarbij behorende implementatiekader. Er wordt binnen VWS gewerkt aan een inhaalslag om aan dit beleid te voldoen.Vooruitlopend op besluiten en regelgeving met betrekking tot cloud (waaronder de herziening van het rijksbrede cloudbeleid) en ter voorbereiding op eventuele crisissituaties is extra aandacht gegeven aan risicoanalyses met nieuwe uitvalscenario’s.
2.2 Betaalgedrag
VWS heeft over 2025 96,1% van de facturen binnen 30 dagen betaald. Hiermee heeft het ministerie voldaan aan de rijksbrede norm van 95% om de facturen binnen 30 dagen te betalen.
2.3 Normenkader financieel beheer
Op het gebied van het normenkader financieel beheer voor zelfstandige bestuursorganen en rechtspersonen met een wettelijke taak hebben zich geen beleidsmatige of algemene ontwikkelingen voorgedaan.
2.4 Beheer NGF projecten
Over de Nationaal Groeifonds (NGF) projecten PharmaNL en DUTCH die in 2025 in uitvoering waren namens VWS zijn geen afwijkingen in het financieel beheer te melden. Volgens de daarvoor geldende afspraken is in 2025 niet uitgegeven budget voor PharmaNL door ZonMw (afgerond € 21 miljoen) teruggevloeid naar de VWS-begroting om per 100% eindejaarsmarge weer in volgende jaren beschikbaar te stellen. Ook voor DUTCH wordt een bedrag van € 15,9 miljoen via de 100% eindejaarsmarge opnieuw beschikbaar gesteld in latere jaren.
Paragraaf 3: Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Herinrichting financiële functie
Eind 2024 en begin 2025 is de herinrichting van de financiële functie afgerond. Doel was om een versterking door te voeren voor de mensen die werkzaam zijn binnen het domein van financiën en control. Het ging hier zowel om een reorganisatie van de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ) als een kwantitatieve als kwalitatieve versterking van de financiële medewerkers binnen de overige directies van VWS. Voor de zomer 2025 is de ADR gevraagd om een eerste evaluatie uit te voeren naar de belangrijkste aspecten van deze versterking: 1) de introductie van de functie van DG Controller, 2) het beter in positie brengen van de verschillende rollen bij de directies, onder andere door het aanvullen van de financiële administratieve capaciteit en 3) de uitbreiding van capaciteit en de verandering van rollen bij de directie FEZ. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het tweede kwartaal van 2026 verwacht en aan de Kamer gestuurd. De uitkomsten van het onderzoek zullen worden gebruikt om de financiële functie nog verder te versterken.
Bevorderen sociaal veilige en inclusieve werkomgeving
De in 2024 ingezette verbeteracties om een sociaal veilige werkomgeving binnen VWS te bevorderen zijn in 2025 voortgezet. Binnen het gehele VWS-concern zijn acties uitgevoerd gericht op het verbeteren van de leercultuur, de feedbackvaardigheden, de verbondenheid, het werkplezier en de aanpak van werkdruk. Voorbeelden van interventies zijn de inzet van maatwerktrainingen gericht op inclusie en sociale veiligheid. Ook werden facilitators ingezet om de medewerkersonderzoek (MO)-resultaten te bespreken in de organisatie. Er vonden sessies over sociale veiligheid plaats voor leidinggevenden en medewerkers. Vanuit het cultuurprogramma «Goed Verbonden» vonden lezingen, workshops en dialoogsessies plaats. Het brede MO van oktober 2025 toont een lichte verbetering van de sociale veiligheid op concernniveau.
Daarnaast is in 2025 het instrument risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd waarmee risico’s in kaart zijn gebracht die kunnen leiden tot belasting op de mentale en sociale gezondheid van medewerkers. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar intern ongewenst gedrag. Waar nodig zijn maatregelen geformuleerd en uitgevoerd. Er is een keuzehulp voor medewerkers ontwikkeld, een gedragscode sociale veiligheid in ontwikkeling, een tweede personeelsraadgever aangewezen en de voorbereidingen voor de oprichting van een Bureau Integriteit zijn gestart.
VWS zet in op rijksbrede doelstellingen voor gender- en culturele diversiteit. Voor functies vanaf schaal 15 geldt een streefcijfer van 45-55% vrouwen, voor VWS is dit op 31 december 2025: 54,3% (2024: 50,4%). Hiermee voldoet VWS aan de doelstelling. Voor culturele diversiteit is het streefgetal voor 2026: 16% van de medewerkers met een herkomst buiten Europa in de schalen 11-14 en 12% in de schalen 15+. Monitoring vindt structureel plaats via de CBS Barometer Culturele Diversiteit.
Voor de wetgeving rond de Banenafspraak zet VWS in op de realisatie van het quotum voor VWS. Dit was voor VWS 2,68% in 2025. Ontwikkelingen binnen VWS gedurende het jaar zijn te volgen via de VWS brede Monitor Banenafspraak. De realisatiecijfers over 2025 worden in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025 opgenomen.
In 2025 zijn de rijksbrede maatregelen ‘Breed werven & objectief selecteren’ geïmplementeerd binnen het VWS-kerndepartement. Het doel van deze maatregelen is om bij te dragen aan een eerlijk en inclusief werving- en selectieproces.
Informatiehuishouding
Jaarlijks voert het ministerie van Binnenlandse Zaken een rijksbrede volwassenheidsmeting uit naar de staat van de informatiehuishouding. Hieruit blijkt dat VWS in 2025 gestegen is op de volwassenheidsladder naar 2,38 (op een schaal van 4). Het rijksbrede streven is om op niveau 3 uit te komen. De toename laat zien dat het informatiebewustzijn groeit. Tegelijkertijd laat de geringe groei (0,1 ten opzichte van 2024) zien dat aandacht voor informatiehuishouding en openbaarmaking noodzakelijk blijft. Bij het streven naar verdere verbetering zijn de budgettaire kaders en externe factoren, zoals personeelskrapte en vertraging bij de oplevering en implementatie, randvoorwaarden.
Met het in 2025 vastgestelde Informatiebeheerplan heeft VWS meer grip gekregen op de vindplaats van de bedrijfsprocessen(informatie). Weten waar informatie te vinden is kan bijdragen aan een efficiëntere uitvoering van onderdelen van het Wet open overheid (Woo)-proces.
Informatiehuishouding is een standaard aandachtspunt geworden in het proces van organisatieveranderingen. Op deze wijze kan tijdige advisering en ondersteuning plaatsvinden met het oog op een goede omgang met informatie voorafgaand, gedurende en na een verandertraject.
Binnen VWS is er specifieke aandacht voor de ontwikkeling en implementatie van kaders, protocollen en afspraken als het gaat om de informatiehuishouding tijdens incidenten en in crisissituaties. In dat kader is het «Draaiboek Archivering» begin 2025 opgenomen in het 'Departementaal Handboek Crisisbeheersing'. Dit draaiboek concretiseert functies, rollen en verantwoordelijkheden van de crisisorganisatie voor archivering en bevat werkinstructies voor het uitvoeren van archiveringstaken.
C. JAARREKENING
8. Departementale verantwoordingsstaat
Art. | Omschrijving | Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2) | Verschil (3) = (2) - (1) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen | Uitgaven | Ontvangsten | ||
Totaal | 35.529.046 | 36.498.950 | 296.247 | 40.443.825 | 34.830.356 | 1.309.173 | 4.914.779 | ‒ 1.668.594 | 1.012.926 | |
Beleidsartikelen | ||||||||||
1 | Volksgezondheid | 1.605.662 | 2.271.801 | 102.059 | 2.357.426 | 2.335.822 | 246.677 | 751.764 | 64.021 | 144.618 |
2 | Curatieve zorg | 5.099.190 | 4.288.749 | 78.701 | 1.951.260 | 867.541 | 102.099 | ‒ 3.147.930 | ‒ 3.421.208 | 23.398 |
3 | Langdurige zorg en ondersteuning | 18.961.576 | 19.852.599 | 8.376 | 816.986 | 881.800 | 86.429 | ‒ 18.144.590 | ‒ 18.970.799 | 78.053 |
4 | Zorgbreed beleid | 1.371.010 | 1.539.901 | 31.574 | 1.462.031 | 1.311.179 | 74.998 | 91.021 | ‒ 228.722 | 43.424 |
5 | Jeugd | 203.753 | 203.753 | 2.400 | 234.354 | 175.090 | 6.730 | 30.601 | ‒ 28.663 | 4.330 |
6 | Sport en bewegen | 387.167 | 429.207 | 60.627 | 464.920 | 452.969 | 143.680 | 77.753 | 23.762 | 83.053 |
7 | Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog | 198.913 | 199.279 | 3.339 | 29.949 | 205.873 | 2.220 | ‒ 168.964 | 6.594 | ‒ 1.119 |
8 | Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen | 7.057.449 | 7.057.449 | 0 | 32.455.600 | 27.926.800 | 612.576 | 25.398.151 | 20.869.351 | 612.576 |
Niet-beleidsartikelen | ||||||||||
9 | Algemeen | 52.294 | 60.662 | 0 | 31.763 | 42.021 | 22.531 | ‒ 20.531 | ‒ 18.641 | 22.531 |
10 | Apparaatsuitgaven | 607.078 | 610.596 | 9.171 | 639.536 | 631.261 | 11.233 | 32.458 | 20.665 | 2.062 |
11 | Nog onverdeeld | ‒ 15.046 | ‒ 15.046 | 0 | 0 | 0 | 0 | 15.046 | 15.046 | 0 |
9. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen
Omschrijving | (1) Vastgestelde begroting | (2) Realisatie | (3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting | (4) Realisatie 2024 |
|---|---|---|---|---|
Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen | ||||
Totale baten | 86.826 | 83.765 | ‒ 3.061 | 79.250 |
Totale lasten | 86.826 | 84.284 | ‒ 2.542 | 77.489 |
Saldo van baten en lasten | - | ‒ 519 | ‒ 519 | 1.761 |
Totale kapitaaluitgaven | 650 | 1.314 | 664 | 55 |
Totale kapitaalontvangsten | - | - | - | - |
Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg | ||||
Totale baten | 120.885 | 131.199 | 10.314 | 124.306 |
Totale lasten | 120.885 | 133.641 | 12.756 | 122.040 |
Saldo van baten en lasten | - | ‒ 2.442 | ‒ 2.442 | 2.266 |
Totale kapitaaluitgaven | 5.031 | 13.093 | 8.062 | 14.701 |
Totale kapitaalontvangsten | 5.031 | 1.925 | ‒ 3.106 | 8.396 |
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu | ||||
Totale baten | 852.100 | 800.570 | -51.530 | 703.893 |
Totale lasten | 852.100 | 798.955 | -53.145 | 693.194 |
Saldo van baten en lasten | - | 1.616 | 1.616 | 10.699 |
Totale kapitaaluitgaven | 15.000 | 21.217 | 6.217 | 11.631 |
Totale kapitaalontvangsten | - | - | - | - |
10. Jaarverantwoording agentschap per 31 december 2025
10.1 Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)
Voor de agentschapsverantwoording over boekjaar 2025 is gebruikgemaakt van het geldende model uit de Rijksbegrotingsvoorschriften 2025.
Vastgestelde begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil realisatie -/- begroting | Realisatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|
Baten | ||||
- Omzet | 85.926 | 83.055 | ‒ 2.871 | 78.308 |
waarvan omzet moederdepartement | 14.793 | 10.875 | ‒ 3.918 | 12.736 |
waarvan omzet overige departementen | 885 | 816 | ‒ 69 | 1.083 |
waarvan omzet derden | 70.248 | 71.364 | 1.116 | 64.489 |
Rentebaten | 900 | 710 | ‒ 190 | 924 |
Vrijval voorzieningen | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijzondere baten | 0 | 0 | 0 | 18 |
Totaal baten | 86.826 | 83.765 | ‒ 3.061 | 79.250 |
Lasten | ||||
Apparaatskosten | 78.971 | 76.627 | ‒ 2.344 | 71.948 |
- Personele kosten | 67.648 | 65.642 | ‒ 2.006 | 62.612 |
waarvan eigen personeel | 56.885 | 57.890 | 1.005 | 54.000 |
waarvan inhuur externen | 7.980 | 5.591 | ‒ 2.389 | 6.406 |
waarvan overige personele kosten | 2.783 | 2.161 | ‒ 622 | 2.206 |
- Materiële kosten | 11.323 | 10.985 | ‒ 338 | 9.336 |
waarvan apparaat ICT | 5.458 | 6.043 | 585 | 5.418 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 0 | 0 | 0 | 0 |
waarvan overige materiële kosten | 5.865 | 4.942 | ‒ 923 | 3.918 |
Kst uitbesteed werk en andere ext. kst | 6.438 | 6.226 | ‒ 212 | 4.349 |
ZBO College | 763 | 711 | ‒ 52 | 688 |
Rentelasten | 0 | 0 | 0 | 0 |
Afschrijvingskosten | 654 | 624 | ‒ 30 | 408 |
- Materieel | 654 | 624 | ‒ 30 | 408 |
waarvan apparaat ICT | 650 | 620 | ‒ 30 | 402 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 4 | 4 | 0 | 6 |
- Immaterieel | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige lasten | 0 | 96 | 96 | 96 |
waarvan dotaties voorzieningen | 0 | 96 | 96 | 96 |
waarvan bijzondere lasten | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal lasten | 86.826 | 84.284 | ‒ 2.542 | 77.489 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | 0 | ‒ 519 | ‒ 519 | 1.761 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo van baten en lasten | 0 | ‒ 519 | ‒ 519 | 1.761 |
Om aan te sluiten bij de nieuwe kostenrubricering in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2025 waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen overige materiële apparaatskosten en de kosten van uitbesteed werk en overige programmakosten, zijn de vergelijkende cijfers – begroting 2025 en realisatie 2024 – hierop aangepast.
Toelichting op de staat van baten en lasten
Opmerking vooraf
Het aCBG is een tarief gefinancierde organisatie. Voor zijn omzet is het sterk afhankelijk van aanvragen (procedures) vanuit de farmaceutische industrie. Bij het indienen van de begroting in het voorjaar is er beperkt zicht op het werkaanbod voor het volgende jaar. Op basis van voortschrijdend inzicht is in het najaar van 2024 de financiële paragraaf bij het jaarplan opgesteld. Dit jaarplan is in december door de pSG goedgekeurd. Gedurende het jaar is de in- en uitstroom van procedures gemonitord in relatie tot de beschikbare capaciteit. Waar mogelijk zijn er maatregelen genomen om de werkvoorraad beheersbaar te houden en procedures binnen de daarvoor geldende termijnen af te ronden.
Resultaat
Het aCBG heeft over 2025 een negatief resultaat behaald van € 0,5 miljoen. Dit wordt verklaard door € 3,1 miljoen lagere baten en € 2,6 miljoen lagere kosten dan begroot. Het voorstel is om het negatieve saldo van € 0,5 miljoen ten laste te brengen van het eigen vermogen.
In 2026 zal op vaste momenten gemonitord worden hoe kosten en opbrengsten zich ontwikkelen. Indien nodig worden er maatregelen genomen om een negatief resultaat te voorkomen.
Vastgestelde begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil realisatie-/- begroting | Realisatie 2024 | |
|---|---|---|---|---|
Toevoeging/ onttrekking: | ||||
- Pok/ Wau | 0 | 0 | 0 | 0 |
- Exploitatiereserve | 0 | ‒ 519 | ‒ 519 | 1.761 |
Saldo van baten en lasten | 0 | ‒ 519 | ‒ 519 | 1.761 |
Baten
De € 3,0 miljoen lagere baten ten opzichte van de begroting zijn te verklaren door € 3,9 miljoen lagere bijdrage van het moederdepartement, daar staat € 1,1 miljoen hogere omzet derden tegenover waarvan € 0,5 miljoen uit procedures en € 0,4 miljoen uit jaarvergoedingen en € 0,2 miljoen hogere EU subsidie. Tot slot zijn de rentebaten € 0,2 miljoen lager dan begroot.
De lagere bijdrage moederdepartement van € 3,9 miljoen betreft lagere subsidieopbrengsten voor het programma Werk aan Uitvoering. De begroting 2025 – opgesteld in het voorjaar van 2024 – was gebaseerd op een bijgestelde planning en begroting voor het deelproject Vervanging kernsysteem. De doorlooptijd van de aanbesteding in de tweede helft van 2024 heeft meer tijd gevraagd dan verwacht waardoor de ‘bouwwerkzaamheden’ pas in 2025 zijn gestart. Een deel van de activiteiten en budget schuiven door naar 2026 en verdere jaren. Daarnaast is de integrale WAU programmabegroting herzien op basis van het begin 2025 afgesloten contract met de leverancier van het nieuwe kernsysteem en dit heeft geleid tot lagere kosten en daarmee opbrengsten.
De hogere omzet uit procedures en jaarvergoedingen van € 0,9 miljoen komt voor € 0,4 miljoen voor rekening van hogere omzet uit jaarvergoedingen. De omzet uit procedures valt € 0,5 miljoen hoger uit dan begroot en wordt per saldo verklaard uit enerzijds lagere opbrengsten dan begroot voor nationale procedures (€ 0,1 miljoen) en voor centrale procedures (€ 0,6 miljoen). Het effect van de invoering van de nieuwe Europese tariefregeling per 1 januari 2025 op de instroom en de omzet is anders geweest dan waar ten tijde van het opstellen van de begroting vanuit werd gegaan. Voor de andere productgroepen is de omzet hoger uitgekomen dan begroot: wederzijdse erkenningsprocedures / MRP (€ 0,2 miljoen), decentrale procedures (€ 0,3 miljoen) en diergeneesmiddelen (€ 0,6 miljoen). Ten opzichte van 2024 zijn de opbrengsten uit de procedures gelijk gebleven en zijn de jaarvergoedingen gestegen met € 6,7 miljoen.
Lasten
De kosten eigen personeel zijn € 1,0 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Door verambtelijking van diverse functies en door uitbreiding van de mogelijkheid om IKB-uren te sparen met ingang van 2023 zijn de kosten door de toename van het gespaarde IKB verlof gestegen. De overige personele kosten zijn daarentegen € 0,6 miljoen lager dan begroot, dit zijn voornamelijk lagere scholingskosten € 0,6 miljoen.
De kosten van externe inhuur zijn € 2,4 miljoen lager dan begroot. Voor een deel van de moeilijk in te vullen vacatures is het in de loop van 2024 en 2025 gelukt om ambtelijk medewerkers te werven wat tot een kostendaling heeft geleid. Daarnaast heeft de latere start van projectwerkzaamheden zoals die voor het project Vervanging kernsysteem geleid tot lagere kosten. Voor deze tijdelijke en specialistische werkzaamheden (bijvoorbeeld op ICT gebied) blijft de inzet van externen voor de duur van de diverse programma’s en projecten ook in de toekomst noodzakelijk.
De overige materiële apparaatskosten zijn € 0,9 miljoen lager dan begroot. De verklaring hiervoor is tweeledig. Enerzijds is er prioriteit gegeven aan het project Vervanging kernsysteem dat is gestart in maart 2025). Daarnaast is de voorgenomen verambtelijking succesvol geweest, maar dit heeft impact gehad op inzetbaarheid van de (nieuwe) medewerkers. Als gevolg daarvan zijn intern geplande ICT trajecten, zoals de implementatie van bedrijfsvoering applicaties, doorgeschoven naar 2026. De latere start van het project Vervanging kernsysteem heeft ook geleid tot lagere kosten (€ 0,2 miljoen) voor uitbesteed werk.
Balans
Balans 2025 | Balans 2024 | |
|---|---|---|
Activa | ||
Vaste activa | 1.300 | 632 |
Immateriële vaste activa | ‒ | ‒ |
Materiële vaste activa | 1.300 | 632 |
waarvan grond en gebouwen | ‒ | ‒ |
waarvan machines en installaties | ‒ | ‒ |
waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen | 1.300 | 632 |
waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa | ‒ | ‒ |
waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar | ‒ | ‒ |
Vlottende activa | 35.234 | 33.311 |
Voorraden | ‒ | ‒ |
waarvan grond- en hulpstoffen | ‒ | ‒ |
waarvan onderhanden werk | ‒ | ‒ |
waarvan gereed product en handelsgoederen | ‒ | ‒ |
waarvan vooruitbetaald op voorraaden | ‒ | ‒ |
Vorderingen | 6.606 | 8.769 |
waarvan debiteuren | 4.368 | 6.347 |
waarvan overige vorderingen | 1.371 | 1.512 |
waarvan overlopende activa | 867 | 910 |
Liquide middelen | 28.628 | 24.542 |
Totaal activa: | 36.534 | 33.943 |
Passiva | ||
Eigen Vermogen | 1.703 | 2.222 |
Bestemmingsfonds(en) | ||
Pok / Wau reserve | ||
Exploitatiereserve | 2.222 | 461 |
Onverdeeld resultaat | ‒ 519 | 1.761 |
Voorzieningen | ‒ | ‒ |
Langlopende schulden | ‒ | ‒ |
Leningen bij het Ministerie van Financiën | ‒ | ‒ |
Kortlopende schulden | 34.830 | 31.721 |
Crediteuren | 1.022 | 1.377 |
Belastingen en premies sociale lasten | ||
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën | ||
Overige schulden | 14.069 | 10.146 |
Overlopende passiva | 19.740 | 20.198 |
Totaal passiva | 36.534 | 33.943 |
Toelichting op de balans
Materiële vaste activa
In 2025 zijn laptops, mobiele telefoons en voor de nieuwe vergaderruimtes zijn audiovisuele middelen aangeschaft.
Debiteuren
Er is actief gestuurd op de post (oudere) openstaande debiteuren wat ertoe heeft geleid dat het debiteurensaldo is gedaald.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen bedraagt maximaal 5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen drie jaar. Voor 2025 komt dit neer op een bedrag van maximaal € 3,8 miljoen. Door het negatieve saldo van de exploitatie, € 0,5 miljoen, is het eigen vermogen in 2025 gedaald naar € 1,7 miljoen.
Kortlopende schulden
De post overlopende passiva betreft een bedrag van € 17,0 miljoen voor vooruit gefactureerde beoordelingswerkzaamheden. Dit betreft het onderhanden werk van het aCBG. Het agentschap ontvangt de verschuldigde vergoeding voor een groot deel van de aanvragen voordat de werkzaamheden worden verricht. Het onderhanden werk is in 2025 met € 2,3 miljoen toegenomen. Het saldo vooruit ontvangen subsidies bedraagt € 2,7 miljoen en is afgenomen met € 2,7 miljoen.
De overige schulden zijn met € 3,9 miljoen toegenomen. Er is € 2,3 miljoen toegevoegd aan het saldo verlofuren. Daarnaast is het saldo nog te ontvangen facturen met € 1,2 miljoen toegenomen. Ook staat hier een bedrag van € 0,4 miljoen nog af te dragen aan IGJ voor inspecties.
Omdat jubileumuitkeringen niet materieel zijn en de jaarlijkse lasten in lijn liggen met elkaar is hiervoor (net als voorgaande jaren) geen reservering in de jaarrekening opgenomen.
Onderlinge vorderingen/schulden ministeries en agentschappen
Op 31 december 2025 hebben de volgende vorderingen/schulden betrekking op ministeries en agentschappen:
– Vorderingen: nog te ontvangen VWS € 0,71 miljoen, LVVN € 0,13 miljoen en ABD € 0,01 miljoen.
– Schulden: nog te betalen IGJ € 0,41 miljoen, RIVM € 0,06 miljoen, VWS € 0,05 miljoen en BZK € 0,03 miljoen.
Kasstroomoverzicht over het jaar 2025
Vastgestelde begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil realisatie-/- begroting | ||
|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 19.112 | 24.542 | 5.430 |
totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) | 85.927 | 90.917 | 4.990 | |
totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) | ‒ 85.277 | ‒ 85.517 | ‒ 240 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 650 | 5.400 | 4.750 |
totaal investeringen (-/-) | ‒ 650 | ‒ 1.314 | ‒ 664 | |
totaal boekwaarde desinvesteringen (+) | 0 | 0 | 0 | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 650 | ‒ 1.314 | ‒ 664 |
eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) | 0 | 0 | 0 | |
eenmalige storting door moederdepartement (+) | 0 | 0 | 0 | |
aflossingen op leningen (-/-) | 0 | 0 | 0 | |
beroep op leenfaciliteit (+) | 0 | 0 | 0 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 0 | 0 | 0 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 19.112 | 28.628 | 9.516 |
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Bij het opstellen van de begroting wordt standaard uitgegaan van stabiele uitgaven en ontvangsten. Het beginsaldo rekening courant per 1 januari 2025 is gebaseerd op het beginsaldo 2024. Het werkelijke beginsaldo 2025 was ruim € 5 miljoen hoger. Deze stijging is toegelicht in de jaarrekening 2024.
Het liquiditeitssaldo van het aCBG is in 2025 met € 4,1 miljoen gestegen. Dit wordt verklaard doordat het debiteurensaldo is gedaald met € 1,8 miljoen en het bedrag aan vooruit gefactureerde beoordelingswerkzaamheden eind 2025 € 2,2 miljoen hoger was dan eind 2024.
Er is voor € 1,3 miljoen geïnvesteerd in vaste activa (bestaande uit laptops, mobiele telefoons en audiovisuele middelen voor de nieuwe vergaderruimtes). De afschrijving is € 0,6 miljoen. Daarnaast is het bedrag aan vooruit ontvangen subsidies VWS is met € 2,7 miljoen gedaald.
Het saldo overige schulden zijn gestegen met € 3,6 miljoen en de overige vorderingen zijn gedaald met € 0,2 miljoen.
Een bedrag van € 2,3 miljoen is toegevoegd aan het saldo voor verlofuren. Deze boeking betreft wel kosten maar is geen operationele kasstroom.
Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
Vastgestelde begroting | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | |
Omschrijving Generiek Deel | ||||||
1. Tarieven/uur | 103 | 117 | 111 | 121 | 126 | 122 |
2. Omzet per productgroep (PxQ) | ||||||
- Beoordelen van nationale aanvragen: Humaan | 2.503 | 2.630 | 2.917 | 2.625 | 2.791 | 2.872 |
- Beoordelen van Europese aanvragen: centraal Humaan en Veterinair | 11.999 | 13.060 | 12.014 | 14.765 | 14.093 | 14.671 |
- Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan | 875 | 784 | 618 | 988 | 1.060 | 834 |
- Beoordelen van Europese aanvragen: DCP Humaan | 8.958 | 8.606 | 9.565 | 12.357 | 12.195 | 11.889 |
- Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen | 18 | 35 | 27 | 10 | 3 | 3 |
- Beoordelen veterinaire aanvragen door Bureau Diergeneesmiddelen | 2.517 | 2.339 | 2.985 | 3.095 | 3.727 | 3.100 |
- Jaarvergoedingen Humaan en Veterinair | 25.565 | 26.350 | 28.275 | 30.287 | 36.967 | 36.534 |
- Overig | 6.062 | 9.265 | 10.476 | 15.123 | 12.928 | 16.924 |
totaal baten | 58.496 | 63.068 | 66.876 | 79.250 | 83.765 | 86.826 |
3. FTE-totaal (excl. externe inhuur) | 395 | 424 | 476 | 480 | 499 | 485 |
4. Saldo van baten en lasten (%) | 1,98% | 0,21% | ‒ 3,68% | 2,22% | ‒ 0,62% | 0% |
Kwaliteitsindicatoren | ||||||
Gegronde klachten | 9 | 8 | 2 | 9 | 6 | 15 |
% externe inhuur ten opzichte van totale personele kosten | 12,2% | 13,3% | 11,9% | 10,2% | 8,5% | 11,8% |
% facturen betaald binnen 30 dagen | 98,1% | 98,3% | 98,6% | 98,2% | 98,0% | > 95% |
Toelichting doelmatigheidsindicatoren
Tarieven per uur
Het gemiddelde uurtarief wordt bijgehouden om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde van alle functies van het primaire proces.
Omzet per productgroep
De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de omzet van het aCBG. De totale omzet is in 2025 toegenomen ten opzichte van 2024. Zowel de nationale tariefstijging van 8,8% als de invoering van de nieuwe Europese tariefregeling per 1 januari 2025 zijn zichtbaar in de cijfers. De omzet van nationale aanvragen is licht gestegen. In 2025 heeft de stijgende lijn van 2024 in de hoeveelheid aanvragen van de wederzijdse erkenningsprocedures (MRP / Repeat Use Procedure) zich doorgezet als gevolg van de deadline voor de verplichte Milieu- en effectbeoordeling. Daar staat tegenover dat de omzet Europese procedures ten opzichte van 2024 is afgenomen. In de nieuwe Europese tariefregeling zijn de vergoedingen voor kortlopende procedures verlaagd en die van langlopende procedures verhoogd. Het gevolg hiervan is dat de factuurwaarde van de instroom ten opzichte van 2024 weliswaar is toegenomen met bijna € 1,2 miljoen, maar dit is niet zichtbaar in het resultaat van 2025 omdat de in dit jaar gestarte en gefactureerde langlopende procedures nog niet zijn afgerond. De instroom en omzet van decentrale procedures zijn in 2025 achtergebleven bij de begroting. Het aanbod van dit type procedures blijft onverminderd hoog, tegelijkertijd worden ze complexer en vraagt de beoordeling meer capaciteit. In 2025 is geïnvesteerd in uitbreiding van de personele capaciteit, maar hiervoor was het wel noodzakelijk om de instroom (tijdelijk) te beperken.
Voor de omzet veterinaire procedures (Bureau Diergeneesmiddelen) geldt dat de hoge instroom eind 2024 zich vertaalt in stijging van de omzet in 2025.
De stijging van de omzet uit jaarvergoedingen houdt voor wat betreft de nationale vergoedingen gelijke tred met de jaarlijkse tariefstijging. Voor de centrale vergoedingen (Europese procedures via het EMA) is de sterke stijging het rechtstreekse gevolg van de aangepaste tariefstructuur.
De overige omzet heeft betrekking op bijdragen van het moederdepartement, andere ministeries en Europese subsidies. De VWS-bijdrage voor het totale programma Werk aan Uitvoering (WaU) is € 4,1 miljoen lager dan begroot. De gewijzigde fasering in de uitvoering en het besluit om niet alle interne kosten voor het deelproject Vervanging kernsysteem ten laste te brengen van de subsidie zijn hiervoor de verklaring .
Totaal aantal fte
Dit kengetal betreft het totaal aantal fulltime-equivalenten (fte) dat werkzaam was bij het aCBG per 31 december 2025, exclusief externe inhuur en stagiair(e)s. Het personeelsbestand is in 2025 gestegen met 19 fte ten opzichte van ultimo 2024. Het is in 2025 gelukt om een aantal moeilijk op te vullen vacatures binnen het bedrijfsvoering domein in te vullen.
Saldo van baten en lasten (% van de baten)
De ontwikkeling van het procentuele saldo is een weergave van de realisatie, zoals de afgelopen jaren in de jaarrekening gepresenteerd.
Aantal gegronde klachten
Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. In 2025 zijn 6 klachten gegrond verklaard; dit is een daling ten opzichte van 2024 en blijft ruim binnen de norm van 15.
Percentage externe inhuur
In 2025 is de lijn doorgezet die in 2024 ingezet is; wervingsactiviteiten voor diverse vacatures die eerdere jaren door krapte op de arbeidsmarkt werden ingevuld door externe medewerkers zijn opnieuw succesvol gebleken met als resultaat een stijging van het aantal ambtelijk medewerkers en een daling van het aantal externe medewerkers. Het percentage externe inhuur is hierdoor met 1,7% gedaald ten opzichte van 2024 en is binnen het plafondbedrag van de begroting gebleven. Daarnaast heeft ook de gewijzigde planning van de extern gefinancierde projecten een dempend effect gehad.
Percentage tijdige betaalde facturen
Het percentage facturen dat binnen 30 dagen betaald wordt is al jaren stabiel en met 98,0% ruim boven de norm van 95%.
10.2 Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)
Staat van baten en lasten
Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2) | Verschil (3) = (2) - (1) | Realisatie 2024 (4) | |
|---|---|---|---|---|
Baten | ||||
- Omzet | 88.762 | 98.817 | 10.055 | 86.568 |
waarvan omzet moederdepartement | 43.045 | 46.921 | 3.876 | 40.943 |
waarvan omzet overige departementen | 3.036 | 2.966 | ‒ 70 | 2.978 |
waarvan omzet derden | 42.681 | 48.930 | 6.249 | 42.647 |
Rentebaten | 350 | 651 | 301 | 1.017 |
Vrijval voorzieningen | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Bijzondere baten | 31.773 | 31.731 | ‒ 42 | 36.721 |
Totaal baten | 120.885 | 131.199 | 10.314 | 124.306 |
Lasten | ||||
Apparaatskosten | 117.200 | 110.510 | ‒ 6.690 | 118.710 |
- Personele kosten | 53.391 | 58.192 | 4.801 | 51.609 |
waarvan eigen personeel | 37.706 | 40.186 | 2.480 | 34.277 |
waarvan inhuur externen | 13.642 | 14.354 | 712 | 14.883 |
waarvan overige personele kosten | 2.043 | 3.652 | 1.609 | 2.449 |
- Materiële kosten | 63.809 | 52.318 | ‒ 11.491 | 67.101 |
waarvan apparaat ICT | 11.504 | 12.547 | 1.043 | 12.065 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 8.394 | 8.647 | 253 | 8.130 |
waarvan overige materiële kosten | 43.911 | 31.124 | ‒ 12.787 | 35.374 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | 16.016 | 16.016 | 11.532 | |
Rentelasten | 1 | ‒ | ‒ 1 | ‒ |
Afschrijvingskosten | 3.684 | 3.501 | ‒ 183 | 3.330 |
- Materieel | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan apparaat ICT | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
- Immaterieel | 3.684 | 3.501 | ‒ 183 | 3.330 |
Overige lasten | ‒ | 3.614 | 3.614 | ‒ |
waarvan dotaties voorzieningen | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan bijzondere lasten | ‒ | 3.614 | 3.614 | ‒ |
Totaal lasten | 120.885 | 133.641 | 12.756 | 122.040 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | ‒ | ‒ 2.442 | ‒ 2.442 | 2.266 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Saldo van baten en lasten | ‒ | ‒ 2.442 | ‒ 2.442 | 2.266 |
Toelichting bij de staat van baten en lasten
Algemeen
De totale baten over 2025 bedragen € 131,2 miljoen, waarvan ca. € 8 miljoen betrekking heeft op het programma Digitale Identificatie en Authenticatie in de Zorg (DIAZ) van DI-CIO en € 25 miljoen betrekking op Bureau medicinale cannabis (hierna BMC). De totale lasten bedragen ca. € 133,6 miljoen. Het resultaat voor 2025 is negatief en bedraagt € 2,4 miljoen. Het negatief resultaat ontstaat door de toename van de lasten bij de personele kosten. Dit is grotendeels te wijten aan meer wervingstrajecten, verambtelijken van externe inhuur en openstaande verlofuren. Daarnaast is sprake van bijzondere lasten uit 2024 voor het Programma DIAZ.
Baten moederdepartement
De gerealiseerde baten van het moederdepartement ca. € 46,9 miljoen (2024: € 40,9 miljoen) is € 6 miljoen hoger dan in het verantwoordingsjaar 2024 en € 3,8 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting € 43 miljoen. Bij DI-CIO is sprake van hogere baten van ca. € 8,4 miljoen voor de kosten van het programma DIAZ. Bij GMT is sprake van lagere baten van € 3,6 miljoen doordat frictiekosten voor LCH volledig in de begroting zijn meegenomen terwijl de daadwerkelijke realisatie gespreid worden over meerdere jaren. Bij de start van de begroting wordt een verdeling van projectbijdragen naar rato gedaan omdat op het moment van het opstellen van de begroting niet in te schatten is welke projecten wanneer starten en hoe de realisatie uitpakt.
Producten | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil | Realisatie 2024 |
|---|---|---|---|---|
Patiënt en Zorgordening (PZo) | 7.493 | 7.089 | ‒ 404 | 5.314 |
Informatiebeleid CIO (DI-CIO) | 6.486 | 14.838 | 8.352 | 8.164 |
Publieke Gezondheid (PG) | 3.253 | 3.214 | ‒ 39 | 2.936 |
Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeug (IGJ) | 3.258 | 2.834 | ‒ 424 | 2.594 |
Macro-economische vraagstukken en arbeidsmarkt (MEVA) | 2.954 | 2.581 | ‒ 373 | 2.053 |
Directie Jeugd (DJ) | 2.734 | 2.176 | ‒ 558 | 1.904 |
Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT) | 15.317 | 11.686 | ‒ 3.631 | 16.642 |
Directie Maatschappelijke Ondersteuning (DMO) | 947 | 960 | 13 | 648 |
Langdurige Zorg (LZ) | 603 | 512 | ‒ 91 | 476 |
Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP) | - | - | - | - |
Stichting ICTU | - | 545 | 545 | - |
Wet Open Overheid | - | 486 | 486 | 212 |
Totaal | 43.045 | 46.921 | 3.876 | 40.943 |
Baten overige departementen
De gerealiseerde baten ca. € 3,0 miljoen (2024: ca. € 3,0 miljoen) van overige departementen is in lijn met de begroting.
Producten | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil | Realisatie 2024 |
|---|---|---|---|---|
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) | 3.036 | 2.966 | ‒ 70 | 2.275 |
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) | - | - | 703 | |
Totaal DJ | 3.036 | 2.966 | ‒ 70 | 2.978 |
Baten derden
Onder de baten derden worden inkomsten verantwoord die verkregen zijn vanuit het maatschappelijk verkeer. De gerealiseerde baten van derden over 2025 zijn met ca. € 49 miljoen (2024: € 42,6 miljoen) hoger dan de begroting van € 42,7 miljoen. De belangrijkste verklaringen hiervoor zijn de grotere vraag naar medicinale cannabis (BMC), hogere afname van de UZI passen en meer MH-Notificaties.
Producten | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil | Realisatie 2024 |
|---|---|---|---|---|
20001 - Bureau Medicinale Cannabis | 18.863 | 25.039 | 6.176 | 21.222 |
20027 - UZI | 12.390 | 13.370 | 980 | 9.508 |
20024 - BIG-register | 5.461 | 5.052 | ‒ 409 | 7.005 |
20076 - Landelijke commissie Sociale Hygiene | 1.945 | 1.039 | ‒ 906 | 774 |
20020 - WTZA | 834 | 995 | 161 | 468 |
20006 - Fabrikantenvergunning | 762 | 786 | 24 | 747 |
20016 - Opiaten-In-Uitvoer | 750 | 755 | 5 | 865 |
20008 - Groothandelsvergunning | 711 | 681 | ‒ 30 | 663 |
20028 - Erkenning Buitenlandse Diploma's | 379 | 318 | ‒ 61 | 447 |
20049 - MH-Exportverklaring | 242 | 295 | 53 | 284 |
20007 - Opiumontheffing | 176 | 228 | 52 | 191 |
20017 - Exportverkl Geregistr Geneesm | 90 | 89 | ‒ 1 | 98 |
20013 - MH-Notificaties | 80 | 283 | 203 | 375 |
Totaal | 42.683 | 48.930 | 6.247 | 42.647 |
Bijzondere baten
Bijzondere baten betreffen bijdragen van het moederdepartement ter ondersteuning van baten derden (saldofinanciering), waarbij sprake is van niet kostendekkende en gemaximeerde tarieven. De realisatie over 2025 bedraagt € 31,7 miljoen (2024: € 36,7 miljoen) en is bijna gelijk aan de begroting.
Producten | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Verschil | Realisatie 2024 |
|---|---|---|---|---|
MEVA | 15.257 | 13.916 | ‒ 1.341 | 11.736 |
DI-CIO | 7.270 | 8.844 | 1.574 | 6.443 |
GMT | 3.930 | 3.163 | ‒ 767 | 10.702 |
PZO | 3.996 | 3.809 | ‒ 187 | 4.145 |
VGP | 1.321 | 1.999 | 678 | 2.251 |
Vrijval transitoria | 1.444 | |||
Totaal | 31.774 | 31.731 | ‒ 43 | 36.721 |
Specificatie baten
De nieuwe regeling agentschappen classificeert de omzet in de toekomst naar de aard (input versus outputfinanciering). Het CIBG heeft voor het jaarverslag voor de specificatie baten het model 1.35 van het RBV ingevuld. De inputfinanciering vanuit de VWS en andere departementen voor 2025 bedraagt € 80,7 miljoen en outputfinanciering bedraagt ca. € 48,9 miljoen.
Categorie | Opdrachtgever | Moeder-departement | Overige departementen | Partijen anders | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
BMC | GMT | 334 | - | 25.049 | 25.383 |
Ontheffingen en vergunningen | GMT | 1.116 | - | 2.213 | 3.329 |
VGP | 159 | - | 227 | 386 | |
Overig | GMT | 1.733 | - | 667 | 2.400 |
Registers | DI-CIO | 8.816 | - | 13.370 | 22.186 |
MEVA | 7.670 | - | 5.052 | 12.722 | |
VGP | 1.841 | - | 1.039 | 2.880 | |
Toezicht | MEVA | 6.282 | - | 318 | 6.600 |
PZo | 3.780 | - | 995 | 4.775 | |
Eindtotaal | 31.731 | - | 48.930 | 80.661 |
Categorie | Opdrachtgever | Moeder-departement | Overige departementen | Partijen anders | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
Registers | DJ | 1.213 | - | - | 1.213 |
DMO | 960 | - | - | 960 | |
GMT | 4.652 | - | - | 4.652 | |
IGJ | 1.207 | - | - | 1.207 | |
LZ | 512 | - | - | 512 | |
PG | 3.214 | - | 3.214 | ||
PZo | 2.795 | - | - | 2.795 | |
LVVN | - | 2.966 | - | 2.966 | |
Toezicht | DJ | 963 | - | - | 963 |
GMT | 481 | - | - | 481 | |
IGJ | 1.549 | - | - | 1.549 | |
MEVA | 2.453 | - | - | 2.453 | |
PZo | 4.400 | - | - | 4.400 | |
Uitwisseling gegevens | DI-CIO | 15.412 | - | - | 15.412 |
Prijsvorming | GMT | 5.345 | - | - | 5.345 |
Ontheffingen en vergunningen | GMT | 531 | - | - | 531 |
MEVA | 92 | - | - | 92 | |
Overig | DI-CIO | 486 | 486 | ||
GMT | 656 | - | - | 656 | |
Totaal | 46.921 | 2.966 | - | 49.887 |
Rentebaten
De rentebaten in 2025 ca. € 0,7 miljoen (2024: € 1,0 miljoen) zijn hoger dan begroting van € 0,4 miljoen. Dit is een gevolg van een hogere rente die ontvangen is op onze uitstaande gelden.
Personele lasten
De personele lasten € 58,2 miljoen zijn hoger dan begroot € 53,4 miljoen.
Ten opzichte van vorig jaar is sprake van een toename van de lasten van eigen personeel vanwege een hogere bezetting 447 FTE (2024: 377 FTE) als gevolg van verambtelijken en de effecten van de loonsverhoging vanwege de CAO Rijk uit voorgaande twee jaren. Daarnaast zijn de bovenformatieve functies verminderd door de inzet van outplacement en intensieve begeleiding. De personele lasten die uitgegeven zijn aan inhuur bedraagt € 14,4 miljoen en zijn hoger dan de begroting van € 13,6 miljoen. Externe inhuur wordt voornamelijk ingezet op projecten en het ICT onderdeel. De overige personele lasten € 3,7 miljoen overschrijden de begroting van € 2,0 miljoen als gevolg van een toename van de openstaande verlofuren.
Materiële lasten
De gerealiseerde materiële lasten en kosten uitbesteed werk bedragen € 68,3 miljoen (2024: € 67,1 miljoen) en zijn hoger dan de begroting van € 63,8 miljoen. De hogere kosten worden veroorzaakt door hogere lasten ICT, hogere lasten voor de bijdrage aan SSO’s vanwege hogere indexeringen en hogere kosten overige materiële lasten en uitbesteed werk door meer ICT project- en beheerwerkzaamheden.
Afschrijvingslasten
Het CIBG heeft geen afschrijvingslasten voor materiële activa. Wel zijn er immateriële afschrijvingslasten als gevolg van het afschrijven op applicaties. De applicaties die zijn geactiveerd worden lineair afgeschreven in vijf jaar vanaf het moment van ingebruikname. De afschrijvingslasten bedragen € 3,5 miljoen (2024: € 3,3 miljoen) blijven onder de begroting € 3,6 miljoen. Dit wordt verklaard doordat minder investeringen zijn geactiveerd dan begroot.
Bijzondere lasten
In boekjaar 2025 zijn voor ca. € 3,6 miljoen aan bijzondere lasten voor het programma DIAZ gemaakt.
Rentelasten
Rente is verschuldigd over de leningen die uitstaan bij het ministerie van Financiën. Het CIBG heeft geen uitstaande lening en hierdoor geen rentelast.
Agentschapsdeel Vpb-lasten
Deze lasten komen voort uit de verkoop van medicinale cannabis en de vennootschapsbelasting die als gevolg hiervan dient te worden afgedragen. Over 2025 is er geen resultaat op deze activiteit en geen afdracht aan Vpb.
Balans van het baten-lastenagentschap CIBG per 31 december 2025
Balans 2025 | Balans 2024 | |
|---|---|---|
Activa | ||
Vaste activa | 9.168 | 13.990 |
Immateriële vaste activa | 9.168 | 13.990 |
Materiële vaste activa | 0 | 0 |
waarvan grond en gebouwen | 0 | 0 |
waarvan machines en installaties | 0 | 0 |
waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen | 0 | 0 |
waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa | 0 | 0 |
waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar | 0 | 0 |
Vlottende activa | 35.146 | 48.446 |
Voorraden | 6.567 | 6.043 |
waarvan grond- en hulpstoffen | 0 | 0 |
waarvan onderhanden werk | 0 | 0 |
waarvan gereed product en handelsgoederen | 6.537 | 6.567 |
waarvan vooruitbetaald op voorraaden | 0 | 0 |
Vorderingen | 7.928 | 12.193 |
waarvan debiteuren | 3.056 | 4.390 |
waarvan overige vorderingen | 4.872 | 7.803 |
waarvan overlopende activa | 0 | 0 |
Liquide middelen | 20.651 | 30.210 |
Totaal activa: | 44.314 | 62.436 |
Passiva | ||
Eigen Vermogen | 4.267 | 15.584 |
Bestemmingsfonds(en) | 0 | 0 |
Pok / Wau reserve | 0 | 0 |
Exploitatiereserve | 6.709 | 8.050 |
Onverdeeld resultaat | ‒ 2.442 | 2.267 |
Vermogensstorting | 0 | 5.267 |
Voorzieningen | 0 | 0 |
Langlopende schulden | 0 | 0 |
Leningen bij het Ministerie van Financiën | 0 | 0 |
Kortlopende schulden | 40.047 | 46.852 |
Crediteuren | 5.120 | 2.895 |
Belastingen en premies sociale lasten | 0 | 0 |
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën | 0 | 0 |
Overige schulden | 34.927 | 43.957 |
Overlopende passiva | ||
Totaal passiva | 44.314 | 62.436 |
Toelichting op de balans per 31 december 2025
Immateriële vaste activa
De boekwaarde bedraagt ultimo 2025 ca. € 9,2 miljoen. In 2025 is geïnvesteerd voor een bedrag van € 2,2 miljoen en bedragen de afschrijvingen € 3,5 miljoen. Er hebben geen buitengebruikstellingen of duurzame herwaarderingen plaatsgevonden in 2025.
Voorraden
De voorraden € 6,6 miljoen (2024: € 6,0 miljoen) betreffen de aangekochte cannabis (Bedrocan, Bediol, Bedica, Bedrolite en Bedrobinol) voor de levering (verkoop) aan apothekers en buitenlandse afnemers.
Debiteuren
Het debiteurensaldo ultimo 2025 bedraagt € 3,1 miljoen (2024: € 4,4 miljoen).
Overige vorderingen en overlopende activa
Ultimo van het jaar bedraagt het saldo overige vorderingen en overlopende activa € 4,9 miljoen (2024: € 7,8 miljoen). De grootste posten betreffen vooruitbetaalde licenties KPN, nog te ontvangen aangiftes BTW en nog te ontvangen rente van de rekening courant.
Liquide middelen
Het CIBG maakt gebruik van schatkistbankieren en heeft de liquide middelen als gevolg hiervan ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Ultimo 2025 bedraagt het saldo liquide middelen € 20,7 miljoen (2024: € 30,2 miljoen).
Eigen vermogen
Ultimo 2025 bedraagt het eigen vermogen € 4,3 miljoen (2024: € 15,6 miljoen). Het eigen vermogen ultimo 2025 wordt gevormd door een exploitatiereserve van € 6,7 miljoen (2024: € 8,1 miljoen) en een onverdeeld negatief resultaat van € 2,4 miljoen (2024: positief resultaat € 2,3 miljoen).
Het onverdeelde negatief resultaat over 2025 van € 2,4 miljoen zal aan het eigen vermogen 2026 in de administratie worden verwerkt. Het CIBG blijft binnen de toegestane grens van het eigen vermogen.
Voorgestelde resultaatbestemming | Vastgestelde begroting | realisatie | Verschil | Realisatie 2024 |
|---|---|---|---|---|
(Voorgesteld het resultaat als volgt te verdelen) | ||||
Toevoeging/ onttrekking: | ||||
- Pok/Wau | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
- Exploitatiereserve | ‒ | ‒ 2.442 | ‒ 2.442 | 2.266 |
Saldo van baten en lasten | ‒ | ‒ 2.442 | ‒ 2.442 | 2.266 |
Voorzieningen
Het CIBG neemt, onder verwijzing naar artikel 27 van de Regeling agentschappen, geen voorziening op voor bezwaar & beroep en ambtsjubilea. De lasten hiervoor worden genomen in het jaar dat ze zich voordoen.
Langlopende schulden
Eind 2025 bedraagt het saldo van de langlopende schulden € 0 miljoen (2024: € 0 miljoen).
Kortlopende schulden
De kortlopende schulden ultimo 2025 bedragen € 40 miljoen (2024: € 46,9 miljoen) en bestaan uit de crediteuren en de overige schulden en overlopende passiva.
Crediteuren
Ultimo 2025 bedraagt het saldo van de crediteuren € 5,1 miljoen (2024: € 2,9 miljoen).
Overige schulden en overlopende passiva
Ultimo 2025 bedraagt het saldo overige schulden en overlopende passiva € 34,9 miljoen (2024: € 44,0 miljoen). Hieronder vallen de reservering verlofuren, afrekeningen met opdrachtgevers, tussenrekening of onderhanden werk, nog te ontvangen facturen en vooruit ontvangen BIG inschrijvingen.
Kasstroomoverzicht van het baten-lastenagentschap CIBG over 2025
Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2) | Verschil (3) = (2) - (1) | ||
|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 18.201 | 30.210 | 12.009 |
totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) | 120.885 | 135.464 | 14.579 | |
totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) | ‒ 117.201 | ‒ 133.855 | ‒ 16.654 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 3.684 | 1.609 | ‒ 2.075 |
totaal investeringen (-/-) | ‒ 5.031 | ‒ 2.293 | 2.738 | |
totaal boekwaarde desinvesteringen (+) | ‒ | ‒ | ‒ | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 5.031 | ‒ 2.293 | 2.738 |
eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) | ‒ | ‒ 10.800 | ‒ 10.800 | |
eenmalige storting door moederdepartement (+) | ‒ | 1.925 | 1.925 | |
aflossingen op leningen (-/-) | ‒ | ‒ | ‒ | |
beroep op leenfaciliteit (+) | 5.031 | ‒ | ‒ 5.031 | |
4. | Totaal financieringskasstroom | 5.031 | ‒ 8.875 | ‒ 13.906 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 21.885 | 20.651 | ‒ 1.234 |
Toelichting kasstroomoverzicht
Het saldo aan liquide middelen is in 2025 naar € 20,7 miljoen.
De operationele kasstroom bedraagt € 1,6 miljoen en komt voort operationele activiteiten incl. afschrijvingen en mutaties in schulden en vorderingen. De investeringskasstroom bedraagt €2,2 miljoen. De financieringskasstroom laat per saldo een afname van liquide middelen zien van € 8,9 miljoen. Als gevolg van een hoger dan toegestaan eigen vermogen is € 10,8 miljoen afgedragen aan het kerndepartement. Op grond van de resultaatbestemming WaU 2025 is daarentegen € 1,9 miljoen aan storting in het eigen vermogen ontvangen.
Overzicht doelmatigheidsindicatoren van het baten-lastenagentschap CIBG per 31 december 2025
Realisatie | Vastgestelde begroting | ||||
|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | |
Omschrijving Generiek Deel | |||||
Kostprijzen per product (groep) | |||||
- Beschikking BIG-register | 163 | 190 | 192 | 328 | 334 |
- Vakbekwaamheidverklaring | 4.023 | 6.063 | 4.151 | 25.095 | 4.606 |
- Vergunning Farmatec | 2.484 | 1.802 | 1.198 | 1.714 | 1.832 |
- UZI-pas/certificaat | 370 | 389 | 424 | 382 | 445 |
- Wilsbeschikking donorregister | 10 | 10 | 9 | 8 | 8 |
Omzet per productgroep (PxQ) | |||||
- BIG en herregistratie | 11.779 | 15.874 | 13.796 | 12.569 | 14.684 |
- Vakbekwaamheid | 4.936 | 5.596 | 5.392 | 6.600 | 6.218 |
- Farmatec | 2.497 | 2.404 | 3.242 | 3.738 | 4.062 |
- UZI-pas/certificaat | 14.609 | 15.068 | 15.687 | 18.704 | 19.567 |
- Donorregister | 3.452 | 3.750 | 3.566 | 4.166 | 4.197 |
FTE-totaal (excl. externe inhuur) | 343 | 357 | 377 | 391 | 405 |
Saldo van baten en lasten (%) | 1% | ‒ 1% | 6% | ‒ 2% | 0% |
Productievolume | |||||
- BIG en herregistratie | 100.090 | 142.444 | 51.760 | 38.365 | 44.000 |
- Vakbekwaamheid | 1.227 | 923 | 1.299 | 263 | 1.350 |
- Farmatec | 1.037 | 1.536 | 2.186 | 2.181 | 2.217 |
- UZI-pas/certificaat | 51.410 | 26.864 | 28.757 | 48.956 | 44.000 |
- Donorregister | 318.487 | 314.267 | 396.903 | 537.325 | 555.000 |
Aantal klachten | |||||
- Vakbekwaamheid | 2 | 3 | 2 | 1 | 10 |
- Donorregister | ‒ | 8 | 7 | 1 | 15 |
Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren 2025
Kostprijzen, baten en volumes
De kostprijzen zijn gebaseerd op de werkelijk gerealiseerde lasten en werkelijke outputvolumes.
Klachten en bezwaar en beroep
Als norm voor de klachten en bezwaren wordt gehanteerd de afspraak die met de opdrachtgever is vastgelegd. Het aantal klachten bleef onder de gemaakte afspraken.
10.3 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Staat van baten en lasten
Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2) | Verschil (3) = (2) - (1) | Realisatie 2024 (4) | |
|---|---|---|---|---|
Baten | ||||
- Omzet | 836.600 | 786.754 | ‒ 49.846 | 687.397 |
waarvan omzet moederdepartement | 662.700 | 613.673 | ‒ 49.027 | 526.635 |
waarvan omzet overige departementen | 138.500 | 129.898 | ‒ 8.602 | 127.680 |
waarvan omzet derden | 35.400 | 43.183 | 7.783 | 33.082 |
Rentebaten | 8.000 | 10.590 | 2.590 | 15.865 |
Vrijval voorzieningen | 7.500 | 3.226 | ‒ 4.274 | 631 |
Bijzondere baten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Totaal baten | 852.100 | 800.570 | ‒ 51.530 | 703.893 |
Lasten | ‒ | ‒ | ‒ | |
Apparaatskosten | 844.700 | 707.546 | ‒ 137.154 | 611.855 |
- Personele kosten | 365.300 | 356.361 | ‒ 8.939 | 332.953 |
waarvan eigen personeel | 280.000 | 263.872 | ‒ 16.128 | 243.586 |
waarvan inhuur externen | 72.900 | 79.143 | 6.243 | 76.580 |
waarvan overige personele kosten | 12.400 | 13.346 | 946 | 12.787 |
- Materiële kosten | 479.400 | 351.185 | ‒ 128.215 | 278.902 |
waarvan apparaat ICT | 48.000 | 42.395 | ‒ 5.605 | 39.169 |
waarvan bijdrage aan SSO's | 7.500 | 16.042 | 8.542 | 8.620 |
waarvan overige materiële kosten | 423.900 | 292.748 | ‒ 131.152 | 231.113 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | ‒ | 77.818 | 77.818 | 67.238 |
Rentelasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Afschrijvingskosten | 7.400 | 6.311 | ‒ 1.089 | 6.572 |
- Materieel | 7.400 | 6.305 | ‒ 1.095 | 6.568 |
waarvan apparaat ICT | 5.000 | 4.616 | ‒ 384 | 4.672 |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 2.400 | 1.689 | ‒ 711 | 1.896 |
- Immaterieel | ‒ | 6 | 6 | 4 |
Overige lasten | ‒ | 7.184 | 7.184 | 7.502 |
waarvan dotaties voorzieningen | ‒ | 7.184 | 7.184 | 7.502 |
waarvan bijzondere lasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Totaal lasten | 852.100 | 798.859 | ‒ 53.242 | 693.167 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | ‒ | 1.712 | 1.712 | 10.726 |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | ‒ | 96 | 96 | 27 |
Saldo van baten en lasten | ‒ | 1.616 | 1.616 | 10.699 |
Toelichting op staat van baten en lasten over 2025
Bedragen in duizenden euro’s, tenzij anders aangegeven.
Resultaat
Over 2025 heeft het RIVM een positief resultaat behaald van € 1,6 miljoen. Dit positieve resultaat is gerelateerd aan:
– Een per saldo negatieve impact door een toevoeging (-/-) van € 4,0 miljoen op de voorzieningen;
– Rentebaten (+) van € 10,6 miljoen op de rekening courant van het RIVM; en
– Wat resteert is een per saldo negatief resultaat (-/-) van € 5,0 miljoen. Dit ziet toe op de reguliere bedrijfsvoering, waaronder het uitvoeren van opdrachten, en additionele kosten in verband met de aanstaande verhuizing.
Het positieve resultaat na belastingen wordt toegevoegd aan de exploitatiereserve als onderdeel van het eigen vermogen. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Indien van toepassing worden de bedragen in bestemmingsfondsen niet meegeteld voor de berekening van deze grens van het eigen vermogen. De maximaal toegestane omvang van het eigen vermogen wordt niet overschreden.
Baten
De totale baten van het RIVM zijn € 51,5 miljoen lager dan initieel begroot en € 96,7 miljoen hoger dan in 2024. De belangrijkste reden voor de stijging ten opzichte van vorig jaar is een gestegen omzet moederdepartement in het kader van preventieprogramma’s.
De rentebate op de rekening courant van het RIVM van € 10,6 miljoen is € 2,6 miljoen hoger dan begroot, maar is conform verwachting € 5,3 miljoen lager dan 2024.
Onderstaand worden deze baten verder toegelicht.
Opzet per productgroep
In onderstaande tabel wordt de gerealiseerde omzet (baten exclusief vrijval voorzieningen en rentebaten) per productgroep weergegeven.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Strategisch Programma RIVM | 14.638 | 11.712 |
Onderzoeken o.b.v. uren x tarief en bijbehorende materiële kosten | 502.837 | 474.696 |
Uitvoeringskosten preventieprogramma’s | 254.047 | 182.715 |
ICT-dienstverlening voor andere organisaties dan het RIVM (SSC-Campus) | 15.232 | 18.274 |
Totaal | 786.754 | 687.397 |
Omzet moederdepartement
De omzet moederdepartement is € 49,8 miljoen gedaald ten opzichte van begroting. Dit ziet voor een groot deel toe op de uitgestelde verhuizing. In de begroting werd een groter dan reguliere last door dubbele huisvestingslasten voorzien. In verband met het niet-structurele karakter en de uitzonderlijke omvang zijn deze lasten niet volledig doorberekend in de door het moederdepartement vastgestelde uurtarieven van het RIVM. Door het moederdepartement is daarom een ondersteunende bijdrage van € 20,2 miljoen voor deze incidentele verhuislasten toegezegd. Deze bate is in de begroting onder omzet moederdepartement verantwoord. Met de uitgestelde last is ook de bate uitgesteld.
In onderstaande tabel wordt de gerealiseerde omzet moederdepartement nader gespecificeerd.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten: | 613.673 | 526.635 |
- Strategisch Programma RIVM | 14.638 | 11.712 |
- Cofinanciering voor internationale projecten via eigenaarsbijdrage | 5.797 | 5.721 |
- Opdrachten beleidsdirecties (opdrachtgever) VWS | 593.238 | 509.202 |
Overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement: | - | - |
- Bijdrage ten behoeve van de dekking van de voorbereidingskosten voor de verhuizing | - | - |
Totaal | 613.673 | 526.635 |
De gerealiseerde omzet moederdepartement omvat de bijdrage van VWS als eigenaar (€ 20,4 miljoen) en de bijdrage van de VWS-opdrachtgevers (€ 592,7 miljoen). De bijdrage van eigenaar VWS bestaat voor € 14,6 miljoen uit baten ten behoeve van het SPR-programma, voor € 2,0 miljoen uit cofinanciering vanuit het moederdepartement voor het realiseren van internationale projecten en voor € 3,8 miljoen uit wetenschapsbudget uit het OCW Fonds.
Omzet overige departementen
In de opbrengst van overige departementen is inbegrepen de bijdrage voor de reguliere onderzoeks- en adviesprogramma’s en de bijdrage voor additionele opdrachten voor de hieronder genoemde ministeries.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
I&W | 82.027 | 80.439 |
KGG | - | - |
LVVN | 31.784 | 30.960 |
SZW | 12.115 | 11.768 |
DEF | - | - |
Overige departementen (o.a. J&V, BuZa, OC&W, BZK, DEF, KGG) | 3.972 | 4.513 |
Totaal | 129.898 | 127.680 |
De totale omzet van overige departementen is € 8,6 miljoen lager dan de begroting en € 2,2 miljoen hoger ten opzichte van 2024.
Omzet derden
Naast werkzaamheden in opdracht van het moederdepartement en overige departementen worden projecten en opdrachten uitgevoerd ten behoeve van derden. Bijvoorbeeld projecten voor en gefinancierd door andere nationale en internationale opdrachtgevers zoals de Europese Commissie, de WHO, Europese vrijgifte, Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en overige projecten uitgevoerd door derden. De omzet derden is € 7,8 miljoen hoger dan begroot en € 10,1 miljoen hoger ten opzichte van 2024. Een stijging van de omzet derden ten opzichte van 2024 werd verwacht, zoals ook zichtbaar is in de begroting. In de begroting is deze stijging omzet derden behoedzaam ingeschat. In de realisatie is dit uiteindelijk hoger uitgekomen door onder andere een stijging van werkzaamheden ten behoeve van niet-departementale en internationale opdrachtgevers.
Vrijval voorzieningen
De vrijval van de voorzieningen heeft met name voor € 1,9 miljoen betrekking op het vrijvallen van verplichtingen voor personeel, voor € 0,2 miljoen betrekking op het vrijvallen van verplichtingen voor verlieslatende projecten, voor € 0,1 miljoen betrekking op een lagere verplichting voor mitigerende maatregelen en voor € 0,9 miljoen betrekking op een bijstelling van de verplichting voor herstelkosten.
In de begroting werd een hogere vrijval van de voorzieningen met betrekking tot de huisvesting verwacht, omdat hierbij werd uitgegaan van een uitgestelde verhuizing, maar nog geen verlenging van de huurovereenkomst had plaatsgevonden.
Rentebaten
De rentebaten van € 10,6 miljoen hebben betrekking op ontvangen rente op de rekening courant van het RIVM. De rentebaten waren met € 8,0 miljoen behoedzaam begroot gezien de onzekerheid over de toekomstige rentestand.
Lasten
Personele kosten
De personele kosten van € 356,4 miljoen zijn in 2025 € 8,9 miljoen lager dan opgenomen in de begroting en € 23,4 miljoen hoger dan 2024.
Om aan de blijvend hoge vraag in uren ten behoeve van uitvoerings- en onderzoekstaken te voldoen en in verband met het streven om het percentage externe inhuur te verlagen, is het personeelsbestand verder gegroeid met 35 fte in dienstbetrekking bij het RIVM. De totale omvang van de inhuur externen bedroeg in 2025 € 79,1 miljoen. Het percentage externe inhuur komt hiermee uit op 22,2%. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar (23,0%), maar ligt 2,2% boven de RIVM doelstelling van 20% en 12,2% boven de Roemernorm van 10%. Door op plekken lastig in te vullen functies en kortjarige financiering van sommige opdrachten kan het RIVM daar geen structurele personeelslasten aangaan. Vooral bij de IV-organisatie en bij het domein Preventieprogramma’s en Opschaling voor de Publieke Gezondheid (PPG) is de inhuur blijvend hoog. Voor 2026 streeft het RIVM naar een verdere daling, door daar waar het kan inhuur om te zetten naar vast en/of tijdelijk eigen personeel.
Daarnaast zijn de personeelskosten gestegen als gevolg van aanpassingen in de CAO, waaronder een loonstijging halverwege 2024, waardoor de salarissen in 2025 structureel hoger zijn dan de eerste helft van 2024. Hiervoor is deels compensatie ontvangen vanuit de opdrachtgevers, welke is verantwoord onder de omzet. Tevens is in verband met een stijging van het aantal verlofuren vanuit het Individueel Keuzebudget (IKB) een toevoeging van € 7,7 miljoen op de reservering voor het opgebouwd verlofrecht verwerkt. Omdat de CAO onderhandelingen voor 2026 nog lopen, is bij de bepaling van deze reservering uitgegaan van een nullijn, waar in de begroting een loonsverhoging is voorzien.
Materiële kosten
De materiële kosten van € 351,2 miljoen zijn € 128,2 miljoen lager ten opzichte van de begroting en € 72,3 miljoen hoger dan 2024. De daling ten opzichte van de begroting komt met name doordat in de begroting de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten van € 77,8 miljoen in de materiële kosten zijn verantwoord. In de verantwoording zijn deze kosten apart gerubriceerd, zie ook hieronder.
De resterende daling van overige materiële kosten ten opzichte van begroting wordt onder andere veroorzaakt door een lager dan verwachte stijging van kosten in verband met het uitstellen van de verhuizing en lager dan begrootte materiële kosten uit opdrachten. Ten opzichte van 2024 is sprake van een toename van overige materiële kosten van € 61,6 miljoen, welke met name voortkomt uit een stijging van materiaalkosten uit opdrachten.
De kosten ten behoeve van shared service organisaties (SSO’s) van € 16,0 miljoen zijn € 8,5 miljoen hoger dan begroot en € 7,4 miljoen hoger dan 2024. Dit komt met name door een stijging in materiële kosten voor diensten, waaronder beveiliging, ICT-diensten en ondersteunende diensten in bedrijfsvoering.
De ICT-kosten van € 42,4 miljoen zijn € 3,2 miljoen hoger dan 2024 als gevolg van een stijging van exploitatiekosten voor hardware en software. Deze kosten zijn € 5,6 miljoen lager dan begroot, omdat een grotere stijging van deze exploitatielasten werd verwacht.
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
De kosten uitbesteed werk en andere externe kosten van € 77,8 miljoen zien toe op onderzoek- en advieskosten van € 38,8 miljoen en overige uitbestedingsopdrachten van € 39,0 miljoen. De onderzoek- en advieskosten zijn € 5,7 miljoen hoger en de overige uitbestedingsopdrachten zijn € 4,8 miljoen hoger ten opzichte van 2024.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten zijn € 1,1 miljoen lager dan begroot en € 0,3 miljoen lager dan realisatie. De lager dan begrote afschrijvingskosten zijn met name een gevolg van uitblijven en uitstellen van investeringen.
Dotaties voorzieningen
De dotatie voorzieningen heeft betrekking op aangegane en herberekende verplichtingen voor (voormalige) werknemers van € 3,5 miljoen, op de gevormde voorziening voor uitkeringen aan personeel bij het behalen van een dienstjubileum van € 0,4 miljoen, op ingeschatte toekomstige verliezen op projecten van € 0,7 miljoen, op de voorziening leegstand gebouwen in Bilthoven van € 2,3 miljoen en op de gevormde voorziening voor mitigerende maatregelen van € 0,3 miljoen. De dotatie voorzieningen is niet begroot in verband met het incidentele karakter van de betreffende posten.
Balans per 31 december 2025
Na verwerking van het resultaat. De balans is opgesteld in duizenden euro’s.
Balans 2025 | Balans 2024 | |
|---|---|---|
Activa | ||
Vaste activa | 22.802 | 17.955 |
Immateriële vaste activa | 16 | 6 |
Materiële vaste activa | 22.786 | 17.949 |
waarvan grond en gebouwen | ‒ | ‒ |
waarvan machines en installaties | 52 | 88 |
waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen | 16.736 | 14.666 |
waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa | 5.998 | 3.195 |
waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar | ||
Vlottende activa | 500.004 | 521.267 |
Voorraden | 65.490 | 51.376 |
waarvan grond- en hulpstoffen | ‒ | ‒ |
waarvan onderhanden werk | ‒ | ‒ |
waarvan gereed product en handelsgoederen | 65.490 | 51.376 |
waarvan vooruitbetaald op voorraaden | ‒ | ‒ |
Vorderingen | 33.544 | 40.309 |
waarvan debiteuren | 7.301 | 6.221 |
waarvan overige vorderingen | 403 | 473 |
waarvan overlopende activa | 25.840 | 33.615 |
Liquide middelen | 400.970 | 429.582 |
Totaal activa: | 522.806 | 539.222 |
Passiva | ||
Eigen Vermogen | 35.386 | 43.742 |
Bestemmingsfonds(en) | ‒ | ‒ |
Pok / Wau reserve | ‒ | ‒ |
Exploitatiereserve | 33.770 | 33.043 |
Onverdeeld resultaat | 1.616 | 10.699 |
Voorzieningen | 28.078 | 25.592 |
Langlopende schulden | ‒ | ‒ |
Leningen bij het Ministerie van Financiën | ‒ | ‒ |
Kortlopende schulden | 459.342 | 469.888 |
Crediteuren | 5.825 | 18.120 |
Belastingen en premies sociale lasten | 1.231 | 1.424 |
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën | ‒ | ‒ |
Overige schulden | 48.022 | 42.120 |
Overlopende passiva | 404.264 | 408.224 |
Totaal passiva | 522.806 | 539.222 |
Toelichting op de balans per 31 december 2025
Bedragen in duizenden euro’s, tenzij anders aangegeven.
Activa
De vaste activa zijn ten opzichte van 2024 per saldo gestegen met € 4,8 miljoen, met name door investeringen bestaande uit € 4,3 miljoen aan laboratorium apparatuur en € 2,3 miljoen aan ICT middelen. Daarnaast is voor € 4,5 miljoen geïnvesteerd in activa welke nog niet in gebruik genomen kunnen worden, omdat de installatie nog niet gereed is, maar welke al wel (deels) in ontvangst zijn genomen. Ook dit betreft met name investeringen in ICT middelen en laboratorium apparatuur. Daarnaast is een afschrijvingslast verantwoord van € 6,3 miljoen.
De voorraden betreffen de voorraad vaccins en materialen (naalden en registratiekaarten) binnen RIVM ten behoeve van het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma (€ 61,0 miljoen) en het uitvoeren van het Griepprogramma (1,0 miljoen), het aanhouden van voorraden in het kader van de overige nationale vaccinvoorziening (€ 3,5 miljoen), de aangekochte geneesmiddelen in het kader van COVID-19 (€ 0,3 miljoen) en voorziening van de expirerende voorraad (€ 0,3 miljoen negatief). De stijging van de voorraden van € 14,1 miljoen ziet met name toe op vaccins ten behoeve van het Rijksvaccinatieprogramma.
De debetpositie van de onderhanden projecten van € 7,7 miljoen betreft de nog te factureren omzet aan het moederdepartement voor € 1,5 miljoen, aan overige ministeries voor € 1,6 miljoen en aan derden voor € 4,6 miljoen.
De debiteurenpositie per balansdatum stijgt met € 1,1 miljoen. Het saldo per balansdatum bestaat voor € 0,2 miljoen aan vorderingen op het moederdepartement, € 1,0 miljoen uit vorderingen op overige ministeries en € 6,1 miljoen uit vorderingen op derden (internationale organisaties, ziekenhuizen en diverse overige opdrachtgevers in de publieke sector).
De overige vorderingen betreffen met name verleende voorschotten aan medewerkers in het kader van opleidingen.
De overlopende activa zijn ten opzichte van 2024 gedaald met € 5,1 miljoen en bestaan per balansdatum met name uit nog te ontvangen rente (€ 10,6 miljoen) en vooruitbetaalde kosten voor onder andere licenties, onderhoudscontracten, huren en abonnementen (€ 7,5 miljoen).
Het saldo per balansdatum bestaat voor € 10,6 miljoen uit vorderingen op overige ministeries en € 7,5 miljoen uit vorderingen op derden.
De analyse van de liquide middelen is opgenomen in de toelichting op het kasstroomoverzicht.
Passiva
Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:
31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|
Exploitatiereserve | 43.742 | 35.411 |
Directe vermogensmutaties | ‒ 9.972 | ‒ 2.368 |
Onverdeeld resultaat | 1.616 | 10.699 |
Totaal | 35.386 | 43.742 |
Het positieve saldo van baten en lasten over 2025 wordt toegevoegd aan de exploitatiereserve. Daarnaast is in 2025 € 10,0 miljoen teruggestort aan het moederdepartement, omdat de exploitatiereserve per balansdatum 2024 met dit bedrag boven de norm uitkwam. Hiermee wordt het eigen vermogen € 35,4 miljoen positief.
De omvang van het eigen vermogen per balansdatum overschrijdt niet de grens van 5% van de gemiddelde omzet over 2023 tot en met 2025. Indien van toepassing worden de bedragen in bestemmingsfondsen niet meegeteld voor de berekening van deze grens van het eigen vermogen. De maximaal toegestane omvang van het eigen vermogen bedraagt € 36,5 miljoen.
Het verloop van de post voorzieningen is als volgt:
Personeel | Jubilea | Reorganisatie | Projecten | Subtotaal | |
|---|---|---|---|---|---|
Stand voorziening per 31-12-2024 | |||||
Waarvan kortlopend | 2.622 | 330 | - | - | 2.952 |
Waarvan langlopend | 2.165 | - | 199 | 4.745 | 7.109 |
Totaal | 4.787 | 330 | 199 | 4.745 | 10.061 |
Dotatie | 3.484 | 391 | - | 710 | 4.585 |
Onttrekkingen | ‒ 800 | ‒ 326 | - | ‒ 346 | ‒ 1.472 |
Vrijval | ‒ 1.930 | ‒ 4 | ‒ 86 | ‒ 169 | ‒ 2.189 |
Mutaties | 754 | 61 | ‒ 86 | 195 | 924 |
Stand voorziening per 31-12-2025 | 5.541 | 391 | 113 | 4.940 | 10.985 |
Waarvan kortlopend | 3.093 | 391 | - | - | 3.484 |
Waarvan langlopend | 2.448 | - | 113 | 4.940 | 7.501 |
Totaal | 5.541 | 391 | 113 | 4.940 | 10.985 |
Subtotaal | Leegstand Bilthoven | Mitigerende maatregelen | Herstelkosten Bilthoven | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
Stand voorziening per 31-12-2024 | |||||
Waarvan kortlopend | 2.952 | 6.306 | - | - | 9.258 |
Waarvan langlopend | 7.109 | 3.860 | 837 | 4.528 | 16.334 |
Totaal | 10.061 | 10.166 | 837 | 4.528 | 25.592 |
Dotatie | 4.585 | 2.345 | 254 | - | 7.184 |
Onttrekkingen | ‒ 1.472 | - | - | - | ‒ 1.472 |
Vrijval | ‒ 2.189 | - | ‒ 134 | ‒ 903 | ‒ 3.226 |
Mutaties | 924 | 2.345 | 120 | ‒ 903 | 2.486 |
Stand voorziening per 31-12-2025 | 10.985 | 12.511 | 957 | 3.625 | 28.078 |
Waarvan kortlopend | 3.484 | 6.347 | - | - | 9.831 |
Waarvan langlopend | 7.501 | 6.164 | 957 | 3.625 | 18.247 |
Totaal | 10.985 | 12.511 | 957 | 3.625 | 28.078 |
– De voorziening voor personeel omvat de toekomstige verplichtingen als gevolg van rechten (zoals werkloosheidswet en pensioentoelagen) op balansdatum van voormalige werknemers.
– De voorziening voor uitkeringen aan personeel bij het behalen van een dienstjubileum bestond uit een kortlopende verplichting en is per balansdatum vrijwel volledig onttrokken. De voorziening per balansdatum is volledig gevormd door de dotatie van € 0,4 miljoen voor de verplichting voor verwachte uitkeringen aan personeelsleden in het komend kalenderjaar.
– Voor overdracht van pensioenrechten van overgenomen medewerkers van de voormalige ent-administraties is in 2008 een voorziening getroffen. Vanwege ontoereikende dekkingsgraden van de betrokken pensioenfondsen in het verleden, een langdurig verwerkingstraject en het besluit in 2024 van pensioenuitvoerders om voorlopig met collectieve waardeoverdrachten te wachten tot na de overgang naar de nieuwe pensioenregeling, heeft tot op heden geen overdracht en afrekening kunnen plaatsvinden. De collectieve waardeoverdrachten worden weer opgestart wanneer beide pensioenfondsen over zijn gegaan naar de nieuwe pensioenregeling, wat naar verwachting zal zijn vanaf 2027. Daarmee is de voorziening verantwoord als langlopende verplichting. In 2025 neemt de voorziening verder af in verband met een afname van rechthebbende medewerkers.
– De voorziening ten behoeve van projecten betreft het bedrag aan voorziene nog te produceren verliezen op in uitvoering zijnde projecten.
– De voorziening leegstand Bilthoven is gevormd als gevolg van het lopende contract met betrekking tot huur en exploitatie van de gebouwen en terreinen te Bilthoven. De verhuizing naar het Utrecht Science Park zal gefaseerd plaatsvinden vanaf 2026. Hierdoor zullen dubbele huur- en exploitatielasten ontstaan. Ter dekking van deze dubbele verplichting is een voorziening gevormd. In 2025 is een bedrag ad € 2,3 miljoen gedoteerd aan de voorziening naar aanleiding van indexatie van de huurkosten en bijstelling in verband met verschuiving van de opleverdatum en een in 2025 overeengekomen verlenging van de huurovereenkomst.
– De voorziening mitigerende maatregelen ziet toe op de investeringen die in 2024 en 2025 zijn gedaan door de verhuurder in door het RIVM-gehuurde panden op Utrecht Science Park Bilthoven. De vrijval van € 0,1 miljoen ziet toe op een verlenging van de huurperiode, waardoor de afschrijvingsperiode voor de verhuurder toeneemt en de verwachte verplichting voor de resterende boekwaarde van de gebouwgebonden installaties bij het verlaten van het terrein afneemt. De dotatie van € 0,3 miljoen betreft een additionele investering binnen deze overeenkomst, die leidt tot een verhoging van de verplichting.
– De voorziening herstelkosten Bilthoven is gevormd voor de toekomstige verplichting om bij het verlaten van het terrein en de gebouwen te Bilthoven, de huisvesting in oorspronkelijke staat en bezemschoon op te leveren. Deze voorziening ziet toe op de noodzakelijke kosten voor het uit (laten) voeren van werkzaamheden om aan de verplichting te voldoen. Daarnaast is met de eigenaar van terrein en gebouwen overeenstemming bereikt over een vergoeding voor het niet verwijderen van gebouwgebonden installaties op het moment van verhuizen. De vrijval van € 0,9 miljoen komt voort uit de meest recente inzichten en aannamen ten aanzien van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd en de daarbij behorende onvermijdbare kosten om aan de verplichting te voldoen.
De crediteuren zijn met € 12,3 miljoen lager ten opzichte van 2024. Het saldo bestaat voor € 1,6 miljoen uit schulden aan overige ministeries en voor € 4,2 miljoen uit schulden aan derden.
Het saldo onderhanden projecten heeft voor € 244,9 miljoen betrekking op uitvoering van projecten voor het moederdepartement, voor € 29,6 miljoen op uitvoering van projecten voor overige ministeries en voor € 25,1 miljoen uit uitvoering van projecten voor derden. Voorheen werd deze balanspost onderhanden projecten gesaldeerd gepresenteerd als onderhanden projecten met een saldo van € 383,6 miljoen. Onderhanden projecten welke reeds volledig afgerond zijn en waarvan financiële afwikkeling met de opdrachtgever in het voorgaande uitvoeringsjaar had moeten plaatsvinden zijn geherrubriceerd en worden separaat als overlopende vordering, dan wel overlopende schuld gepresenteerd.
De overige schulden zijn ten opzichte van 2024 met € 5,9 miljoen gestegen. De stijging wordt voornamelijk verklaard door de stijging van het opgebouwd verlofrecht met € 7,7 miljoen, voornamelijk door een stijging van het aantal verlofuren vanuit het Individueel Keuzebudget (IKB). Vanuit het IKB heeft personeel het recht om additionele verlofuren te sparen, waarbij personeel tevens een deel van het maandinkomen kan omzetten in verlofuren. Deze stijging wordt genivelleerd door een daling van de schuld aan medecontractanten. Onder medecontractanten zijn bedragen opgenomen die het RIVM uit hoofde van de functie als intermediair voor gezamenlijk met andere onderzoeksorganisaties aangegane contracten nog moet doorbetalen aan derden.
In de overlopende passiva is € 66,6 miljoen aan nog te factureren onderhanden projecten opgenomen. Dit betreft onderhanden projecten tot en met uitvoeringsjaar 2024124 waarvan de prestatie en verantwoording reeds volledig is geleverd, maar acceptatie door en financiële afwikkeling met de opdrachtgever nog niet heeft plaatsgevonden. Deze werden voorheen gepresenteerd onder de onderhanden projecten.[1] Voor boekjaar 2024 betreft dit nog te factureren onderhanden projecten waarvan de prestatie en verantwoording reeds volledig is geleverd, maar acceptatie door en financiële afwikkeling met de opdrachtgever nog niet heeft plaatsgevonden tot en met uitvoeringsjaar 2023.
De overlopende passiva zijn met € 26,8 miljoen hoger ten opzichte van 2024, met name door een stijging met een bedrag van € 13,7 miljoen van reeds ontvangen goederen en diensten, waarvan de factuur nog niet ontvangen is. Daarnaast heeft in 2025 financiële afwikkeling van onderhanden projecten van voorgaande jaren plaatsgevonden, maar is de balanspost per saldo met een bedrag van € 13,1 miljoen toegenomen door een toevoeging vanuit onderhanden projecten voor nog te factureren programma’s met uitvoeringsjaar 2024.
De overlopende passiva bestaan voor € 66,6 miljoen aan nog te betalen kosten aan het moederdepartement, € 6,7 miljoen aan nog te betalen kosten aan overige departementen en voor € 31,4 miljoen aan nog te betalen kosten aan derden, waarvan het saldo nog te factureren onderhanden projecten voor € 66,5 miljoen bestaat uit terug te betalen gedeclareerde termijnen aan het moederdepartement (2024: € 52,6 miljoen) en € 0,1 miljoen terug te betalen gedeclareerde termijnen aan overige departementen (2024: € 0,7 miljoen).
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld in duizenden euro’s.
Vastgestelde begroting (1) | Realisatie (2) | Verschil (3) = (2) - (1) | ||
|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 344.640 | 429.582 | 84.942 |
totaal ontvangsten operationele kasstroom (+) | 844.600 | 937.879 | 93.279 | |
totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) | ‒ 844.700 | ‒ 945.274 | ‒ 100.574 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | ‒ 100 | ‒ 7.395 | ‒ 7.295 |
totaal investeringen (-/-) | ‒ 15.000 | ‒ 11.245 | 3.755 | |
totaal boekwaarde desinvesteringen (+) | ‒ | ‒ | ‒ | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 15.000 | ‒ 11.245 | 3.755 |
eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) | ‒ | ‒ 9.972 | ‒ 9.972 | |
eenmalige storting door moederdepartement (+) | ‒ | ‒ | ‒ | |
aflossingen op leningen (-/-) | ‒ | ‒ | ‒ | |
beroep op leenfaciliteit (+) | ‒ | ‒ | ‒ | |
4. | Totaal financieringskasstroom | ‒ | ‒ 9.972 | ‒ 9.972 |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 329.540 | 400.970 | 71.430 |
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Standen Rijkshoofdboekhouding
Opgenomen zijn de standen van de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het ministerie van Financiën.
Operationele kasstroom
De kasstroom van de vrije liquide middelen bedraagt in 2025 € 7,4 miljoen negatief. Deze wordt met name gedreven door een resultaat van € 1,6 miljoen, een correctie voor niet-kasstromen in het resultaat van € 7,4 miljoen en een stijging van het netto werkkapitaal van € 16,4 miljoen. De kasstromen uit het positieve resultaat zijn het gevolg van het uitvoeren van opdrachten binnen de reguliere bedrijfsvoering. De mutatie in het werkkapitaal komt voornamelijk voort uit een netto gedaalde onderhandenwerkpositie.
In onderstaande tabel wordt een specificatie gegeven van de operationele kasstroom op basis van het resultaat.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Saldo van baten en lasten | 1.616 | 10.699 |
Correctie voor niet-kasuitgaven en kasstromen uit financieringsactiviteiten | 7.378 | 6.834 |
- Afschrijvingen | 6.311 | 6.572 |
- Mutaties voorzieningen | 3.958 | 6.871 |
- Mutatie verlofreservering | 7.699 | 9.256 |
- Rentebaten | ‒ 10.590 | ‒ 15.865 |
Mutatie werkkapitaal | ‒ 16.389 | 79.040 |
Totaal operationele kasstroom | ‒ 7.395 | 96.573 |
Investeringskasstroom
De investeringen bedragen € 11,2 miljoen en zijn € 3,8 miljoen lager dan de investeringen opgenomen in begroting 2025, maar € 2,0 miljoen hoger ten opzichte van 2024.
De investeringen van 2025 bestaan met name uit € 4,3 miljoen aan laboratorium apparatuur en € 2,3 miljoen aan ICT middelen. Daarnaast is voor € 4,5 miljoen geïnvesteerd in activa welke nog niet in gebruik genomen kunnen worden, omdat de installatie nog niet gereed is, maar welke al wel (deels) in ontvangst zijn genomen. Ook dit betreft met name investeringen in ICT middelen en laboratorium apparatuur.
De investeringen zijn kleiner dan in begroting 2025 als gevolg van uitgestelde investeringen onder andere in verband met de aanstaande verhuizing van het RIVM.
Financieringskasstroom
In 2025 is geen gebruik gemaakt van de begrote leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën vanwege de goede liquiditeitspositie. De gedane investeringen zijn gedaan uit de beschikbare liquide middelen.
In 2025 is € 10,0 miljoen teruggestort aan het moederdepartement, omdat de exploitatiereserve per balansdatum 2024 boven de omvanggrens van het eigen vermogen uitkwam.
Doelmatigheidsindicatoren
Realisatie | Vastgestelde begroting | ||||
|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2025 | |
Omschrijving Generiek Deel | |||||
Kostprijzen per product (groep) | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Tarieven/uur | 124,8 | 135,3 | 148,8 | 159,5 | 162,0 |
Omzet per productgroep (PxQ) | 623.156 | 715.664 | 687.397 | 786.754 | 836.600 |
FTE-totaal (excl. externe inhuur) | 2.184 | 2.296 | 2.491 | 2.526 | 2.610 |
Saldo van baten en lasten (%) | ‒ 0,5% | 1,9% | 1,5% | 0,2% | 0,0% |
Omzet per productgroep | |||||
Strategisch Programma RIVM | 11.457 | 12.152 | 11.712 | 14.638 | Omzet per productgroep niet gesplitst afgegeven in begroting |
Onderzoekingen o.b.v. uren x tarief en bijbehorende materiële kosten | 397.113 | 492.704 | 474.696 | 502.837 | |
Uitvoeringskosten preventieprogramma’s | 200.221 | 195.832 | 182.715 | 254.047 | |
ICT-dienstverlening voor andere organisaties dan het RIVM (SSC-Campus) | 14.365 | 14.976 | 18.274 | 15.232 | |
Kwaliteitsindactoren | |||||
1. Liquiditeit (current ratio) | 1,1 | 1,1 | 1,1 | 1,1 | 1,0 |
2. Solvabiliteit (debt ratio) | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 0,9 | 1,0 |
3. Rentabiliteit eigen vermogen | ‒ 12,0% | 47,4% | 27,0% | 4,1% | 0,0% |
4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten | 24,4% | 26,0% | 22,9% | 22,2% | 20,0% |
5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen | 93,2% | 86,3% | 92,3% | 94,8% | 95,0% |
6. Declarabiliteit % primair proces | 65,6% | 64,8% | 65,0% | 64,7% | 65,0% |
7. FTE overhead als % totaal aantal FTE | 16,2% | 16,5% | 16,7% | 16,8% | 20,0% |
8. Ziekteverzuim | 6,1% | 5,7% | 5,4% | 5,4% | 5,0% |
9. % medewerkers met minimaal één gesprek in de gesprekscyclus | 66,9% | 61,9% | 72,3% | 73,7% | 80,0% |
Toelichting doelmatigheidsindicatoren
Uurtarieven
De uurtarieven worden jaarlijks vastgesteld door de eigenaar. De tarieven zijn ten opzichte van 2024 gestegen met gemiddeld € 10,71 per uur om de ontwikkelingen in prijsstijgingen en in maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen op te kunnen vangen.
Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)
Het RIVM streeft naar een bezetting die in lijn ligt met het opdrachtenpakket. Door een aanhoudend hoog opdrachtenpakket en een streven om het percentage externe inhuur te verlagen is het RIVM in 2025 met 35 fte gegroeid naar 2.526 fte.
Saldo van baten en lasten (% van de baten)
Het positieve percentage ten opzichte van de vastgestelde begroting is volledig toe te schrijven aan het positieve saldo van baten en lasten over 2025.
Liquiditeit/Solvabiliteit/Rentabiliteit
Voor wat betreft de financiële doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren liquiditeit, solvabiliteit en de rentabiliteit van het eigen vermogen. De liquiditeit (current ratio) geeft aan in hoeverre de kortlopende schulden kunnen worden voldaan vanuit de kortlopende activa. Een waarde van boven de 1 wordt over het algemeen als gezond gekenmerkt. Het RIVM voldoet hier met een waarde van 1,1 aan. De solvabiliteit (debt ratio) is door een begrenst eigen vermogen relatief hoog. Ten opzichte van voorgaande jaren is deze nagenoeg niet gewijzigd. De positieve rentabiliteit op het eigen vermogen wordt veroorzaakt door het positieve saldo van baten en lasten.
Percentage inhuur externen ten opzichte van totale personele kosten
De totale omvang van de inhuur externen bedroeg in 2025 € 79,1 miljoen. Het percentage externe inhuur komt hiermee uit op 22,2%. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar (23,0%), maar ligt 2,2% boven de RIVM doelstelling van 20% en 12,2% boven de Roemernorm van 10%. Door op plekken lastig in te vullen functies en kortjarige financiering van sommige opdrachten kan het RIVM daar geen structurele personeelslasten aangaan. Vooral bij de IV-organisatie en bij het domein Preventieprogramma’s en Opschaling voor de Publieke Gezondheid (PPG) is de inhuur blijvend hoog. Voor 2026 streeft het RIVM naar een verdere daling, door daar waar het kan inhuur om te zetten naar vast en/of tijdelijk eigen personeel.
Percentage facturen betaald binnen 30 dagen
Het percentage facturen dat in 2025 is betaald binnen 30 dagen bedraagt 94,8%. Daarmee is het percentage gestegen ten opzichte van 2024 (92,3%) en nadert daarmee de norm en begroting van 95%. Als gevolg van verbeterplannen en -acties in 2025 is het maandelijks percentage structureel gestegen. Verbeteringen worden in 2026 verder doorgezet en de verwachting is dat het maandelijks gemiddelde aan de norm zal voldoen.
Declarabiliteit % primair proces
In 2025 bedraagt het percentage declarabiliteit primair proces 64,7%. Dit is in lijn met de norm van 65%.
Fte overhead als % totaal aantal fte
Het percentage fte overhead ten opzichte van het totaal aantal fte in 2025 is 16,8% en is daarmee in lijn van het percentage 2024 (16,7%). Het percentage is de afgelopen jaren binnen de norm van 20% gebleven.
Ziekteverzuim
Het jaarlijks gemiddelde ziekteverzuim van 5,4% is in lijn met 2024 (5,4%). Het verzuim ligt boven de Verbaan norm van 2,6% en blijft relatief hoog. Naast het kortdurend verzuim, onder andere veroorzaakt door griepvirussen, is werkdruk een belangrijke oorzaak van verzuim. Het verzuimpercentage blijft voor het RIVM een punt van aandacht en naast het in kaart brengen van systemische werkdrukpatronen zijn verbeteracties ingezet.
% medewerkers met minimaal één gesprek in de gesprekscyclus
Het jaarlijks percentage medewerkers met minimaal één gesprek in de gesprekscyclus is 73,7%. Dit is gestegen ten opzichte van 2024, waar het percentage 72,3% was.
11. Saldibalans
ACTIVA | 31-12-2025 | 31-12-2024 | PASSIVA | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Intra-comptabele posten | ||||||||
1) | Uitgaven ten laste van de begroting | 34.830.353 | 38.231.075 | 2) | Ontvangsten ten gunste van de begroting | 1.309.168 | 1.129.025 | |
3) | Liquide middelen | 0 | 0 | |||||
4) | Rekening-courant RHB | 0 | 0 | 4a) | Rekening-courant RHB | 33.522.707 | 37.102.401 | |
5) | Rekening-courant RHB begrotingsreserve | 245.000 | 290.000 | 5a) | Begrotingsreserves | 245.000 | 290.000 | |
6) | Vorderingen buiten begrotingsverband | 5.076 | 3.739 | 7) | Schulden buiten begrotingsverband | 3.554 | 3.388 | |
8) | Kas-transverschillen | 0 | 0 | |||||
Subtotaal intra-comptabel | 35.080.429 | 38.524.814 | Subtotaal intra-comptabel | 35.080.429 | 38.524.814 | |||
Extra-comptabele posten | ||||||||
9) | Openstaande rechten | 0 | 0 | 9a) | Tegenrekening openstaande rechten | 0 | 0 | |
10) | Vorderingen | 1.469.760 | 835.410 | 10a) | Tegenrekening vorderingen | 1.469.760 | 835.410 | |
11a) | Tegenrekening schulden | 0 | 0 | 11 | Schulden | 0 | 0 | |
12) | Voorschotten | 17.253.552 | 17.132.776 | 12a) | Tegenrekening voorschotten | 17.253.552 | 17.132.776 | |
13a) | Tegenrekening garantieverplichtingen | 109.038 | 127.768 | 13) | Garantieverplichtingen | 109.038 | 127.768 | |
14a) | Tegenrekening andere verplichtingen | 31.623.032 | 27.950.100 | 14) | Andere verplichtingen | 31.623.032 | 27.950.100 | |
15) | Deelnemingen | 343.671 | 0 | 15a) | Tegenrekening deelnemingen | 343.671 | 0 | |
Subtotaal extra-comptabel | 50.799.053 | 46.046.054 | Subtotaal extra-comptabel | 50.799.053 | 46.046.054 | |||
Overall Totaal | 85.879.482 | 84.570.868 | Overall Totaal | 85.879.482 | 84.570.868 | |||
Toelichting op de saldibalans
Alle tabellen hebben als peildatum 31 december 2025 tenzij anders aangegeven.
Intra-comptabele posten (financiële posten 1 t/m 8)
Intra comptabele posten zijn de saldi op de grootboekrekeningen die op basis van het bij het Rijk gevoerde begrotings/boekhoudstelsel (verplichtingen-kasstelsel) in een dwingend evenwichtsverband met het kas/ bankboek (inclusief de rekening-courant met Financiën/RHB) worden bijgehouden.
Extra-comptabele posten (financiële posten 9 t/m 15)
Extra-comptabele posten zijn de saldi op de grootboekrekeningen die op grond van het bij het Rijk gevoerde begrotings-/boekhoudstelsel (verplichtingen-kasstelsel) niet in dwingend evenwichtsverband met het intracomptabele deel van het grootboek worden bijgehouden. Er worden extra grootboekrekeningen voor ingericht, die door middel van aanvullende boekingen worden bijgehouden (vandaar extra-comptabel). De tegenrekeningen die daarbij worden gebruikt, zijn nodig om pro forma het evenwichtsverband in stand te kunnen houden. De cijfers in de saldibalans zijn vermeld in duizendtallen en afgerond naar boven. Hierdoor kunnen bij het subtotaal en het totaal afrondingsverschillen optreden.
Ad 1 en 2) Uitgaven ten laste en –ontvangsten ten gunste van de begroting
Onder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten opgenomen. De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een verschillende afrondingssystematiek kunnen kleine afrondingsverschillen ontstaan (maximaal aantal begrotingsartikelen*1 (in duizenden)) tussen de posten ‘Uitgaven en ontvangsten ten laste van de begroting’ en de bedragen in de Verantwoordingsstaat.
Ad 3) Liquide middelen
De post Liquide middelen is opgebouwd uit het saldo van de banken en de contante gelden. Als bedrag voor het banksaldo wordt opgenomen de stand van de bankrekeningen die meelopen in het saldo loos betalingsverkeer via de schatkist van het Rijk. Van dit saldo ontvangen de ministeries een opgave van de RHB. Het ministerie van VWS heeft vanwege saldoregulatie geen saldo op haar bankrekeningen.
Ad 4 en 4a) Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding
Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag per 31 december 2025 is in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.
Ad 5 en 5a) Begrotingsreserves
Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën wordt aangehouden. Het gaat om een budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor de begrotingsreserve WFZ, Pallas en Stimuleringsfonds wonen en zorg wordt een rekening-courant aangehouden bij het Ministerie van Financiën.
Naam begrotingsreserve | Saldo 1-1-2025 | Toevoegingen 2025 | Ontrekkingen 2025 | Saldo 31-12-2025 | Artikel |
|---|---|---|---|---|---|
VWS begrotingsreserveStimuleringsregeling wonen en zorg | 50.000 | 0 | 50.000 | 0 | 3 |
VWS begrotingsreserve Pallas | 200.000 | 0 | 0 | 200.000 | 4 |
VWS begrotingsreserve WFZ | 40.000 | 5.000 | 0 | 45.000 | 9 |
Totaal | 290.000 | 5.000 | 50.000 | 245.000 |
Begrotingsreserve WFZ
In het kader van de verdere beperking van de risico’s rond de achterborgstelling van het Rijk bij het WFZ wordt er vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aangelegd voor eventuele schade.
Begrotingsreserve Stimuleringsregeling wonen en zorg
Dit betreft de stimuleringsregeling woonzorg arrangementen. De stimuleringsregeling bestaat voor een deel uit een borgstellingsregeling. Voor eventuele verliezen worden middelen gereserveerd. Deze begrotingsreserve is in 2025 naar nul afgebouwd.
Begrotingsreserve Pallas
De Staat staat garant voor de ontmantelingskosten van de reactor van Pallas zolang de ontmantelingsreserve van Pallas zelf ontoereikend is. In 2025 hebben geen mutaties plaatsgevonden.
Ad 6) Vorderingen buiten begrotingsverband
Deze post betreft het saldo van de uitgaven waarvan verrekening met derden nog zal plaatsvinden.
Vorderingen buiten begrotingsverband | 31-12-2025 |
|---|---|
Personeel | 218 |
Belastingdienst | 2.665 |
Overig | 2.193 |
Totaal | 5.076 |
De vorderingen buiten begrotingsverband worden hieronder toegelicht:
– Personeel, dit betreffen vooruitbetaalde pensioenpremies en scholingskosten aan medewerkers, nog te vorderen bedragen op medewerkers en vooruitbetaalde salarissen en betalingen aan derden welke moeten verantwoord op de begrotingsuitgaven en moeten worden doorbelast aan de agentschappen.
– Belastingdienst betreft een bedrag aan te vorderen BTW.
– Overige, betreffen diverse posten die nog met derden verrekend moeten worden. Het grootste betreft het saldo van ontvangsten en betalingen door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek voor aanvragen en beoordelingen van onderzoek dat onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) valt. Dit moet vooraf worden getoetst door een onafhankelijke commissie van deskundigen.
Ad 7) Schulden buiten begrotingsverband
Deze post betreft het saldo van de ontvangsten, waarvan verrekening met derden nog zal plaatsvinden.
Schulden buiten begrotingsverband | 31-12-2025 |
|---|---|
Belastingdienst | 29 |
Overig | 3.525 |
Totaal | 3.554 |
De schulden buiten begrotingsverband worden hieronder toegelicht:
– De post afdracht belastingdienst betreft de omzetbelasting.
– Diversen, dit betreft voornamelijk ontvangsten met betrekking tot EU subsidiegelden waar in toekomstige jaren uitgaven tegenover staan.
Ad 8) Kas-transverschillen
Op deze post worden bedragen opgenomen welke zijn verantwoord in de uitgaven en ontvangsten, maar nog niet daadwerkelijk per kas zijn uitgegeven en ontvangen. Deze post is alleen van toepassing op Hoofdstuk 9A (Nationale Schuld).
Ad 9 en 9a) Openstaande rechten
Openstaande rechten zijn vorderingen die niet voortvloeien uit met derden te verrekenen begrotingsuitgaven, maar die op andere wijze zijn ontstaan. Zo kunnen rechten ontstaan doordat conform wettelijke regelingen vastgestelde aanslagen aan derden worden opgelegd (bijvoorbeeld belastingen, college- en schoolgelden). Openstaande rechten doen zich bij het ministerie van VWS niet voor.
Ad 10 en 10a) Vorderingen
Vorderingen kunnen zijn voortgevloeid uit wettelijke heffingen, vorderingen van eerder gedane voorwaardelijke uitgaven en vorderingen uit verkoop of dienstverlening.
Herrubricering in 2025 | 31-12-2025 | |
|---|---|---|
t/m 2021 | 118.246 | 174.694 |
2022 | 62.084 | 72.640 |
2023 | 152.592 | 193.688 |
2024 | 284.301 | 330.340 |
2025 | 114.702 | |
Totaal | 617.224 | 886.065 |
Toelichting herrubricering
In 2025 zijn voorschotten geherrubriceerd naar de vorderingen (zie toelichting voorschotten). Het oorspronkelijke ontstaansjaar van de voorschotten is overgenomen in de bovenstaande tabel «Openstaande vorderingen naar ontstaansjaar».
Het vorderingensaldo (exclusief zorgtoeslag) van € 886,1 miljoen.
De openstaande vorderingen bestaan uit:
– vorderingen voor een bedrag van € 112,3 miljoen. Voornamelijk in verband met afgerekende subsidie-voorschotten. Hiervan bedraagt € 21,0 miljoen vorderingen voortkomend uit de afgerekende voorschotten van de crisis-regelingen (Coronabanen in de Zorg en Bonusregeling). Bekend is dat bij de openstaande vorderingen van de zogenaamde corona-crisisregelingen sprake is van misbruik- en oneigenlijk gebruik.
– vorderingen voor een bedrag van € 773,8 miljoen bestaande uit onder meer:
– vordering van € 43,4 miljoen. Wegens niet nagekomen leveringsplicht van mondkapjes. Er dient rekening gehouden te worden dat een aanzienlijk deel hiervan niet te verhalen zal blijken te zijn.
– vorderingen met betrekking tot het innen van opgelegde bestuurlijke boetes uit hoofde van de Geneesmiddelenwet, Warenwet, Drank- en Horecawet, Tabakswet van € 7,3 miljoen;
– de op termijn opeisbare vorderingen van € 703,6 miljoen. Deze zijn hierna toegelicht;
– overige vorderingen optellend tot € 19,5 miljoen.
Van de vorderingen naar ontstaansjaar van 2021 en ouder bedragen. Een deel van deze vorderingen zijn ingesteld op organisaties waar een faillissementsprocedure op loopt. Er dient rekening gehouden te worden dat een deel hiervan niet te verhalen zal blijken te zijn.
31-12-2025 | |
|---|---|
Direct opeisbaar | 766.150 |
Op termijn opeisbaar | 703.610 |
Geconditioneerd | 0 |
Totaal | 1.469.760 |
Een toelichting op de opeisbaarheid van vorderingen is:
– een vordering die op termijn opeisbaar is, betreft een vordering van € 5,0 miljoen. Van PD-ALT (onderdeel VWS) op de eigenaar van het RIVM terrein (PSP). Deze wordt verrekend met toekomstige verplichtingen rondom het schoon opleveren van het terrein (na verhuizing RIVM naar de nieuwbouw) aan PSP;
– een vordering die op termijn opeisbaar is, betreft een lening aan NRG Pallas B.V. van € 661,5 miljoen;
– vordering die op termijn opeisbaar is, betreft een vordering van € 37,1 miljoen. Bij de oprichting van het Waarborgfonds Zorgsector heeft de overheid € 54,5 miljoen gestort. Het risicovermorgen van het fonds is inmiddels van voldoende omvang waardoor de terugbetalingsregeling in werking is getreden.
Toeslagjaar | Openstaand 1-1-2025 | Ingestelde vorderingen | Ontvangsten | Afboekingen | Openstaand 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|
t/m 2021 | 196.548 | 4.655 | 30.546 | 17.394 | 153.262 |
2022 | 109.103 | 16.716 | 50.992 | 2.466 | 72.361 |
2023 | 209.794 | 68.589 | 148.834 | 5.265 | 124.284 |
2024 | 50.670 | 393.891 | 265.417 | 3.287 | 175.857 |
2025 | 0 | 170.536 | 112.068 | 539 | 57.930 |
Totaal | 566.115 | 654.387 | 607.857 | 28.951 | 583.694 |
In de jaren 2019-2024 heeft VWS leningen verstrekt aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor. In juli 2024 heeft de Europese Commissie aangegeven dat zij geen bezwaren heeft tegen deze steunverlening. Door deze goedkeuring is de steun inhoudelijk rechtmatig geworden (terugwerkend én vooruitwerkend). De steun zelf hoeft dan ook niet te worden teruggevorderd. Desalniettemin is door het verstrekken van de leningen vooruitlopend op de goedkeuring door de Europese Commissie de standstill-bepaling geschonden. Het afgelopen jaar is interdepartementaal besproken of naar aanleiding van deze schending onrechtmatigheidsrente moet worden teruggevorderd bij de Stichting. Uit dit overleg blijkt dat niet kan worden gesteld dat er een verplichting bestaat tot het terugvorderen van onrechtmatigheidsrente. Tevens blijkt dat het bestaan én de omvang van een eventuele rentevordering juridisch onzeker zijn en niet kunnen worden gekwantificeerd op een wijze die voldoet aan de vereisten voor verwerking in de financiële verantwoording.
Ad 11 en 11a) Schulden
Schulden zijn voortgekomen uit ontvangsten ten gunste van de begroting. Het Ministerie van VWS heeft geen schulden.
Ad 12 en 12a) Voorschotten
Onder de post voorschotten zijn per saldo de bedragen opgenomen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op later definitief vast te stellen of af te rekenen bedragen. Het totaal aan openstaande voorschotten exclusief de zorgtoeslag bedraagt € 9,8 miljard.
Openstaand 1-1-2025 | Verstrekt in 2025 | Afgerekend in 2025 | Herrubricering in 2025 | Stand per 31-12-2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
t/m 2021 | 703.620 | 196.054 | 108.000 | 399.566 | |
2022 | 966.070 | 550.842 | 60.000 | 355.228 | |
2023 | 2.938.460 | 1.696.750 | 148.700 | 1.093.010 | |
2024 | 5.453.206 | 2.340.379 | 277.906 | 2.834.921 | |
2025 | 5.197.331 | 89.082 | 5.108.249 | ||
Totaal | 10.061.356 | 5.197.331 | 4.873.107 | 594.606 | 9.790.974 |
Herrubricering
In 2025 is een credit agreement afgesloten tussen het ministerie en NRG Pallas BV voor de bouw van een nieuwe reactor voor de productie van medische isotopen. Onderdeel van deze credit agreement zijn voorschotten die eerder zijn verstrekt als subsidie. Op basis van de voorwaarden in de credit agreement zijn deze voorschotten geherrubriceerd naar de post vorderingen.
Toeslagjaar | Openstaand 1-1-2025 | Verstrekt in 2025 | Afgerekend in 2025 | Stand per 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
t/m 2021 | 11.888 | 0 | 11.428 | 460 |
2022 | 48.646 | 0 | 34.640 | 14.006 |
2023 | 368.975 | 0 | 294.099 | 74.876 |
2024 | 6.094.053 | 120.788 | 5.867.834 | 347.007 |
2025 | 547.858 | 5.943.861 | 0 | 6.491.719 |
2026 | 534.510 | 534.510 | ||
Totaal | 7.071.420 | 6.599.159 | 6.208.000 | 7.462.578 |
Art | Omschrijving | 31-12-2025 |
|---|---|---|
1 | Volksgezondheid | 4.299.687 |
2 | Curatieve Zorg | 564.391 |
3 | Langdurige zorg en ondersteuning | 1.343.025 |
4 | Zorgbreed beleid | 1.866.767 |
5 | Jeugd | 554.499 |
6 | Sport en bewegen | 685.364 |
7 | Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II | 435.074 |
8 | Tegemoetkoming specifieke kosten | 7.462.579 |
9 | Algemeen | 25.713 |
10 | Apparaat Kerndepartement | 16.453 |
Totaal | 17.253.552 |
De voorschotten groter dan € 100,0 miljoen betreffen naast de Zorgtoeslag:
Artikel 1 Volksgezondheid
De openstaande voorschotten hebben met name betrekking op het RIVM (€ 1,4 miljard), ZonMW (€ 425,9 miljoen), de Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid / GGD GHOR (€ 207,3 miljoen), Stichting Bevolkingsonderzoek Nederland (€ 154,3 miljoen), SNPG (€ 152,5 miljoen) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (€ 150,0 miljoen).
Artikel 3 MO en LZ
De openstaande voorschotten hebben met name betrekking op bijdrage aan Centrum Indicatiestelling Zorg (€ 149,7 miljoen) en subsidie aan Stichting Vilans (€ 119,1 miljoen).
Artikel 4 Zorgbreed beleid
De openstaande voorschotten hebben met name betrekking op een subsidie aan de Coöperatief Samenwerkende Regio’s (€ 301,4 miljoen), bekostiging van RCN Zorgcontracten ZJCN voor verschillende organisaties (€ 157,2 miljoen), bijdragen aan het CAK (€ 157,1 miljoen), een subsidie aan Stichting Regioplus Arbeidsmarkt (€ 139,8 miljoen).
Artikel 6 Sport
De openstaande voorschotten hebben met name betrekking op subsidie aan het NOC*NSF (€ 171,6 miljoen).
Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II
De openstaande voorschotten op dit artikel hebben betrekking op de wetten Wereldoorlog II aan de Sociale Verzekeringsbank (€ 366,5 miljoen).
Ad 13 en 13a) Garantieverplichtingen
Onder deze post is het saldo van de garantieverplichtingen opgenomen. Een garantieverplichting wordt gezien als een voorwaardelijke financiële verplichting aan een derde, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Een verschil tussen een garantieverplichting en een andere verplichting is dat de hoofdsom van een garantie veelal niet of slechts gedeeltelijk tot uitbetaling zal komen.
Stand per 1 januari 2025 | 516.287 |
|---|---|
Aanpassing beginstand in verband met de doorlichting van de leningsgegevens door het waarborgfonds voor de Zorgsector. | 0 |
Verleende garanties in het verslagjaar | 1.138 |
Verleende garanties in het verslagjaar als gevolg van herfinanciering | 0 |
Vervallen garanties in het verslagjaar | 78.911 |
Vervallen garanties in het verslagjaar als gevolg van herfinancieringen | 0 |
Stand per 31 december 2025 | 438.514 |
Stand per 1 januari 2025 | 97.290 |
|---|---|
Aanpassing beginstand in verband met de doorlichting van de leningsgegevens door het waarborgfonds voor de Zorgsector en correcties op voorgaande jaren die nog niet waren verwerkt. | 0 |
Stortingen in het verslagjaar (inclusief herfinancieringen) | 1.138 |
Aflossingen/afboekingen in het verslagjaar (inclusief herfinancieringen) | 21.099 |
Stand per 31 december 2025 | 77.329 |
Stand per 1 januari 2025 | 27.978 |
|---|---|
Stortingen in het verslagjaar | 1.231 |
Aflossingen/afboekingen in het verslagjaar | |
Stand per 31 december 2025 | 29.209 |
Aan NRG Pallas BV voorheen Stichting Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) is door het ministerie van EZK een lening verstrekt voor het uitwerken en uitvoeren van een Herstelplan, in algemene zin gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering van NRG en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke financiële, technische, commerciële en organisatorische voorwaarden voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR). Het ministerie van VWS staat voor 40% garant voor deze lening.
Stand in SAP per 1 januari 2025 | 2.500 |
|---|---|
Aangegane verplichtingen | 0 |
Tot betaling gekomen verplichtingen | 0 |
Negatieve bijstellingen | 0 |
Stand per 31 december 2025 | 2.500 |
Stichting Open Nederland (SON) die testcapaciteit voor toegangstesten heeft georganiseerd om de samenleving zoveel mogelijk open te houden, heeft een verzekering gevonden die met terugwerkende kracht per 21 april 2021 ingaat. Deze verzekering dekt niet alles. Het ministerie van VWS heeft daarom een garantie verstrekt met een plafond van € 2,5 miljoen voor mogelijke juridische kosten en claims die niet gedekt worden door de verzekering. De Stichting heeft dit comfort nodig om de leden van de raad van toezicht en de leden van het bestuur de zekerheid te kunnen bieden dat zij geen persoonlijke schade kunnen ondervinden van hun functie. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage van de achtste incidentele suppletoire begroting van 2022.
Ad 14 en 14a) Andere verplichtingen
De post openstaande verplichtingen vormt het saldo van de aangegane verplichtingen, hierop verrichte betalingen en bijstellingen van in eerdere begrotingsjaren aangegane verplichtingen.
Stand per 1 januari 2025 | 27.950.100 |
|---|---|
Aangegane verplichtingen | 40.443.821 |
Tot betaling gekomen verplichtingen | 34.830.353 |
Negatieve bijstellingen | 1.940.536 |
Stand per 31 december 2025 | 31.623.032 |
De specificatie van de openstaande verplichtingen per artikel ultimo 2025 is hieronder opgenomen.
Artikel | Artikel omschrijving | 31-12-2025 |
|---|---|---|
1 | Volksgezondheid | 2.919.792 |
2 | Curatieve Zorg | 1.451.704 |
3 | MO en LZ | 901.808 |
4 | Zorgbreed beleid | 976.044 |
5 | Jeugd | 144.313 |
6 | Sport | 157.489 |
7 | Oorlogsgetroffenen | 22.149 |
8 | Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen | 24.943.300 |
9 | Algemeen | 35.914 |
10 | Apparaatuitgaven | 70.519 |
Eindtotaal | 31.623.032 |
De openstaande verplichtingen groter dan € 100,0 miljoen zijn hieronder toegelicht:
Artikel 1 Volksgezondheid
De grootste openstaande verplichtingen op dit artikel hebben met name betrekking op bijdragen aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (€ 156,2 miljoen), RIVM (€ 494,0 miljoen) en ZonMw (€ 1,5 miljard) en subsidie aan Stichting Bevolkingsonderzoek Nederland (€ 143,8 miljoen),
Artikel 2 Curatieve Zorg
De grootste openstaande verplichtingen op dit artikel hebben betrekking op de subsidie aan Zorginstituut Nederland (€ 109,3 miljoen) en vermogensverschaffing en lening aan NRG PALLAS (€ 994,3 miljoen).
Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning
De grootste openstaande verplichtingen op dit artikel hebben betrekking op bijdrage aan Centrum Indicatiestelling Zorg (€ 153,1 miljoen) en subsidies aan derden via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (€ 105,7 miljoen).
Artikel 4 Zorgbreed beleid
De grootste openstaande verplichting op dit artikel is een bijdrage aan het CAK (€ 144,3 miljoen).
Artikel 8 Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen
De grootste openstaande verplichting op dit artikel hebben betrekking op de Rijksbijdrage tot 18 jaar (€ 3,4 miljard), Rijksbijdrage Wlz (€ 15,1 miljard) en bijdrage kosten in kortingen (€ 6,3 miljard) aan Zorginstituut Nederland.
Negatieve bijstellingen
De rijksbijdrage Wlz aan het Fonds langdurige zorg is in 2025 neerwaarts bijgesteld als gevolg van een lager verwacht fondstekort. De belangrijkste oorzaken zijn het geraamde fondsoverschot van € 1,6 miljard over 2024, zoals toegelicht in het Jaarverslag 2024, en € 1,1 miljard lagere geraamde Wlz-uitgaven in 2025. Samen met de bijgestelde ramingen van de premieontvangsten en van de BIKK over 2025 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het verwachte fondstekort in 2025 met € 1,8 miljard. De rijksbijdrage Wlz is met hetzelfde bedrag verlaagd om ultimo 2025 naar verwachting op een nihil fondssaldo uit te komen.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Achterborg
Het Ministerie van VWS is achterborg voor het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het totaalbedrag aan uitstaande verplichtingen is, volgens informatie van het WFZ, € 5,6miljard. Dit bedrag is de uitstaande restschuld per 2024. Het Ministerie van VWS staat daadwerkelijk borg, indien het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van 3% van het restant geborgde leningen van de deelnemers tezamen niet voldoende is om het WFZ aan zijn verplichtingen jegens geldgevers te laten voldoen. Via renteloze leningen van VWS aan het WFZ wordt in die situatie invulling gegeven aan het borg staan.
Lopende geschillen
De onderstaande lopende juridische geschillen hebben een mogelijke financiële impact:
Staat (VWS) / Connexxion (hoger beroep)
Er loopt een rechtszaak over de gunning in 2012 van een opdracht voor Valys-vervoer. Connexxion Taxi Services B.V. (CTS) vindt dat VWS de opdracht ten onrechte niet aan haar heeft gegund. Bij arrest van 21 november 2025 heeft de Hoge Raad het eerdere vonnis van het Gerechtshof vernietigd. De Hoge Raad heeft bepaald dat VWS in een klempositie verkeerde. Het hof zal opnieuw moeten beoordelen en beslissen of VWS onrechtmatig heeft gehandeld door de Combinatie niet uit te sluiten van de opdracht, en of de opdracht aan CTS gegund had moeten worden. Het hof zal moeten beoordelen of VWS wel of niet aan het evenredigheidsbeginsel mocht toetsen. Hierbij moet het hof het oordeel van de Hoge Raad in acht nemen, met dien verstande dat zij de klempositie waarin VWS verkeerde meeweegt in haar oordeel. Het hof zal niet beslissen over de hoogte van de vordering (ad EUR 89 miljoen). Mocht het hof CTS toch gelijk geven, dan zal in een aparte schadestaatprocedure de schade moeten worden begroot
Staat (VWS) / Breathomix
Breathomix heeft ademtesten aan VWS geleaset en de bijbehorende verbruiksartikelen en diensten geleverd. De ademtest bleek in de praktijk niet de vooraf beloofde en in de overeenkomst vervatte prestaties te kunnen leveren. VWS heeft daarom de overeenkomst met Breathomix ontbonden. Partijen hebben vervolgens geprocedeerd bij de rechtbank, waarbij Breathomix betaling van € 24.713.233,- vermeerderd met de wettelijke rente, heeft gevorderd en VWS op haar beurt betaling van € 17.700.000,- vermeerderd met de wettelijke rente, van Breathomix eist. Op 20 december 2023 heeft de rechtbank Breathomix veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 5.872.625,- aan VWS, te weten het bedrag dat Breathomix in juni 2021 als interim dividend heeft uitgekeerd aan de aandeelhouders (vermeerderd met de wettelijke rente). Breathomix heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, welk hoger beroep nog loopt.
Staat (VWS) / Eurofins Nederlands Moleculair Diagnostisch Laboratorium B.V.
Eurofins heeft ten tijde van de coronapandemie PCR-test analysecapaciteit aan VWS geleverd. Overeengekomen was dat Eurofins een minimum gegarandeerde testcapaciteit per dag beschikbaar had. Voor deze garantie betaalde VWS een vergoeding. VWS had aanwijzingen dat Eurofins de gegarandeerde capaciteit niet werkelijk beschikbaar had en heeft om die reden de betaling van een factuur van Eurofins van € 19.506.400,- opgeschort. Eurofins heeft VWS gedagvaard en vordert betaling van de openstaande factuur, vermeerderd met de wettelijke rente. VWS vordert op haar beurt betaling van een bedrag € 34.325.495,- (de ten onrechte betaalde vergoeding), vermeerderd met de wettelijke rente, tenzij Eurofins kan aantonen dat het de gegarandeerde capaciteit wel heeft gehad. Bij vonnis van 10 april 2024 heeft de rechtbank de vordering van Eurofins toegewezen en die van VWS afgewezen. VWS heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is momenteel aanhangig bij het hof Den Haag.
Schijnzelfstandigheid (wet DBA)
Binnen het Ministerie van VWS zijn is er geen directe inhuur met schijnzelfstandigheid. Meer informatie hierover is opgenomen in de Bedrijfsvoeringsparagraaf.
Deelnemingen
In 2025 is het Ministerie van VWS voor 100% aandeelhouder geworden van NRG PALLAS. Naast de storting van in het kapitaal van 10 aandelen voor een bedrag van € 10.000,00 verstrekt het Ministerie van VWS ook bijdragen ten behoeve van het eigen vermogen van NRG PALLAS. De storting in het kapitaal en de bijdragen ten behoeve van het eigen vermogen vormen samen de waardering van de deelneming.
Stand per 1 januari 2025 | 0 |
|---|---|
Mutaties 2025 | 343.671 |
Stand per 31 december 2025 | 343.671 |
12. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling een - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet. Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het geldende normenkader is te vinden via www.topinkomens.nl, daarbij gaat het onder meer om: de Wet normering topinkomens (WNT), het Uitvoeringsbesluit WNT, de Uitvoeringsregeling WNT, de Regeling Controleprotocol WNT 2025 en de Beleidsregels WNT 2025. Hier kan men ook terecht voor de antwoorden op veelgestelde vragen en een overzicht van de geldende bezoldigingsmaxima.
Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt zoals dit is opgenomen in artikel 2.3 van de WNT bedraagt in 2025 € 246.000.
Naam instelling | Naam topfunctionaris | Functie(s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024) | Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjesa gegevens van 2024) | Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024) | Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024) | Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; >12 kalender-mnd) | Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024) | Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes bedrag 2024) | Motivering en bedrag (indien overschrijding) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
CCMO | Dhr. prof. dr. J.M.A. van Gerven** | Voorzitter (Voorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 15-6-2025 (31-12-2024) | 1,00(1,00) | >12 mnd. | 123.000(233.000) | 0(0) | 123.000(233.000) | 111.205 (233.000) | 11.795 |
CCMO | Dhr. prof. dr. M. Boele van Hensbroek | Voorzitter (Voorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,558(0,222) | nee | 105.807(30.739) | 12.797(4.922) | 118.604(35.661) | 137.268 (51.778) | |
CCMO | Dhr. dr. T.J. Giezen | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-2-2024) | 31-8-2025 (31-12-2024) | 0,111 (0,111) | > 12 mnd | 15.022 (9.808) | 0(0) | 15.022 (9.808) | 18.179 (23.696) | |
CCMO | Dhr. dr. T.J. Giezen | Vicevoorzitter (-) | 1-9-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,222(-) | <=12 mnd. | 8.831(0) | 0(0) | 8.831(0) | 18.254(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. J.J. van Lanschot | Vicevoorzitter (Vicevoorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,222(0,222) | nee | 32.056(30.739) | 908(4.922) | 32.964(35.661) | 54.612 (51.778) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. F.R. Rosendaal | Vicevoorzitter (Vicevoorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 1-6-2025 (31-12-2024) | 0,222(0,222) | nee | 13.357(30.739) | 2.133(4.922) | 15.490(35.661) | 22.593 (51.778) | |
CCMO | Dhr. drs. C.A. van Belkum | Secretaris (Secretaris) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 1,00(1,00) | nee | 154.484(149.704) | 23.067(23.185) | 177.551(172.890) | 246.000 (233.000) | |
CCMO | Mevr. Dr. E.B. Baart | Lid College (-) | 1-7-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | nee | 8.014(0) | 1.280(0) | 9.294(0) | 13.765(0) | |
CCMO | Mevr. prof. dr. K.W.M. Bloemenkamp | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 11.978(11.978) | 0(0) | 11.978(11.978) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. prof. dr. J.G. van der Bom | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. Dr. M.M.M.G. Brands | Lid College (-) | 1-6-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | nee | 9.350(0) | 1.493(0) | 10.843(0) | 16.010(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. M.P.H. van den Broek | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559(2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. Prof. Dr. J. Burggraaf | Lid College (-) | 1-6-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | nee | 9.350(0) | 1.493(0) | 10.843(0) | 16.010(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. J.J. van Busschbach* | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 28.074(13.363) | 0(0) | 28.074(13.363) | 27.306 (25.889) | 768 |
CCMO | Dhr. prof. dr.A.C.G. Egberts | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 13.363(14.711) | 0(0) | 13.363(14.711) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr.W.E. Fibbe | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 0(0) | 16.028(15.369) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. T.van Gelder | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 1-6-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 6.678(15.369) | 1.066( 2.461) | 7.744(17.831) | 11.296 (25.889) | |
CCMO | Mevr. Dr. R. van der Graaf | Lid College (-) | 1-4-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | <=12 mnd. | 3.962(0) | 0(0) | 3.962(0) | 20.573(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. J.B.A.G. Haanen | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. mr. dr. R.E. van Hellemondt | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. dr. W.G.Ista | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr.C.J. Kalkman*** | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 | ||||||||
CCMO | Dhr. prof. dr.J.G.W. Kosterink | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. dr. S.M.J. van Kuijk | Lid College (-) | 1-6-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | nee | 9.350(0) | 1.493(0) | 10.843(0) | 16.010(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. P.H.M. van der Kuy | Lid College (-) | 1-11-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | nee | 2.671(0) | 427(0) | 3.098(0) | 4.563(0) | |
CCMO | Mevr. mr. H.J.M. van Lierop | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 20.527(9.870) | 0(0) | 20.527(9.870) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr.C.N.L. Olivers | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 7.355(14.711) | 0(0) | 7.355(14.711) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. mr. dr.M.C. Ploem | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 14.071(17.589 ) | 0(0) | 14.071(17.589 ) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. S.Repping | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 1-5-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 5.366(30.417 ) | 0(0) | 5.366(30.417 ) | 8.977 (25.889) | |
CCMO | Mevr. dr. G.J.M.W. van Thiel* | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 1-2-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 9.559(18.977) | 0(0) | 9.559(18.977) | 2.319 (25.889) | 7.240 |
CCMO | Mevr. dr. F.H.J. van Tienen | Lid College (-) | 1-2-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | <=12 mnd. | 14.692(0) | 0(0) | 14.692(0) | 24.987(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. D.Tibboel | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 1-4-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 4.007(15.369) | 0(0) | 4.007(15.369) | 6.733 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. ir. R.M. Verdaasdonk | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 14.711(14.711) | 0(0) | 14.711(14.711) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. dr. H. Vermeulen | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. prof. dr.H. Vermeulen | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. dr.J.Y. Vis | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-12-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028 (1.336) | 2.559 (215) | 18.587 (1.551) | 27.306 (2.193) | |
CCMO | Mevr. prof. dr.I.J.M. de Vries | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. prof. dr.M.C. de Vries | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | >12 mnd. | 18.389(11.033) | 0(0) | 18.389(11.033) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. N.de Vries | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 2.559( 2.461) | 18.587(17.831) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Mevr. prof. dr. S.N. de Wildt | Lid College (-) | 1-7-2025 (-) | 31-12-2025 (-) | 0,111(-) | <=12 mnd. | 5.519(0) | 0(0) | 5.519(0) | 13.765(0) | |
CCMO | Dhr. baron mr.H.C.R.M. de Wijkersloothde Weerdesteijn | Lid College (Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,111(0,111) | nee | 16.028(15.369) | 0(0) | 16.028(15.369) | 27.306 (25.889) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. T. van Gelder | Extern adviseur (-) | 1-6-2025 (-) | 1-7-2025 (-) | 0,111(-) | <=12 mnd. | 2.000(0) | 0( 0) | 2.000(0) | 2.244(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. F.R. Rosendaal | Extern adviseur (-) | 1-6-2025 (-) | 1-7-2025 (-) | 0,111(-) | <=12 mnd. | 800(0) | 0(0) | 800(0) | 2.244(0) | |
CCMO | Dhr. prof. dr. D. Tibboel | Extern adviseur (-) | 1-6-2025 (-) | 1-9-2025 (-) | 0,111(-) | <=12 mnd. | 3.800(0) | 0(0) | 3.800(0) | 6.883(0) | |
CBG | Dhr. em. prof. dr. A. de Boer | Voorzitter (Voorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 1,00(1,00) | nee | 149.458 (142.555) | 23.034 (22.150) | 172.492 (164.705) | 246.000(233.000) | |
CBG | Dhr. prof. dr. ir. H. Boersma | Plv voorzitter(Plv voorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,276(0,240) | nee | 45.664(37.520) | 6.354(5.256) | 52.018(42.776) | 67.896(55.368) | |
CBG | Mevr. dr. V.H.M. Deneer | Plv voorzitter(Plv voorzitter) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,250(0,250) | nee | 39.823(37.871) | 5.759(5.538) | 45.582(43.409) | 61.500(58.250) | |
CBG | Mevr. dr. J.N. Belo | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 27.115(25.225) | 3.692(3.550) | 30.807(28.775) | 39.360(37.345) | |
CBG | Mevr. prof. dr. A.M. Bosch | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 26.410(24.990) | 3.692(3.550) | 30.102(28.540) | 39.360(37.345) | |
CBG | Dhr. prof. dr. M.L. Bouvy | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 26.645(25.460) | 3.692(3.550) | 30.337(29.010) | 39.360(37.345) | |
CBG | Dhr. prof. dr. O.M. Dekkers | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 23.120(25.695) | 3.692(3.550) | 26.812(29.245) | 39.360(37.345) | |
CBG | Mevr. dr. A. de Goede | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 27.115(25.460) | 3.692(3.550) | 30.807(29.010) | 39.360(37.345) | |
CBG | Dhr. prof. dr. J.L. Hillege | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-10-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,271(0,271) | nee | 43.143(10.727) | 0(508) | 43.143(11.235) | 66.666(15.895) | |
CBG | Mevr. dr. S.Kersting | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 26.175(25.460) | 3.692(3.550) | 29.867(29.010) | 39.360(37.345) | |
CBG | Dhr. dr. C. van Nieuwkoop | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 26.175(25.225) | 3.692(3.550) | 29.867(28.775) | 39.360(37.345) | |
CBG | Dhr. prof. dr. M.T. Nurmohamed | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 26.645(25.225) | 3.271(3.550) | 29.917(28.775) | 39.360(37.345) | |
CBG | Mevr. dr. C.A.C.M. Pittens | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 25.705 (23.110 ) | 3.692 (3.550) | 29.397 (26.660) | 39.360(37.345) | |
CBG | Mevr. dr. R. Ruiter | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-4-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 27.350(19.450) | 3.692(2.663) | 31.042(22.113) | 39.360(28.060) | |
CBG | Dhr. prof. dr. F.G.M. Russel | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 1-4-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 7.425(24.990) | 923(3.550) | 8.348(28.540) | 9.705(37.345) | |
CBG | Dhr. prof. dr. G.S. Sonke | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 28.055(26.400) | 3.692(3.550) | 31.747(29.950) | 39.360(37.345) | |
CBG | Mevr. dr. A.M.E. Walenkamp | Lid College(Lid College) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 0,160(0,160) | nee | 28.760 (26.400) | 3.692 (3.550) | 32.452 (29.950) | 39.360(37.345) | |
aCBG | Mevr. drs. P.A. Loekemeijer | Directeur (Directeur) | 1-1-2025 (1-1-2024) | 31-12-2025 (31-12-2024) | 1,00(1,00) | nee | 138.821 (144.810) | 23.106(23.210) | 161.927 (168.020) | 246.000(233.000) |
* Deze overschrijding is conform artikel 3, lid 2 van de Uitvoeringsregeling WNT toegestaan, aangezien een deel van de bezoldiging die is uitbetaald in 2025, is toe te rekenen aan werkzaamheden en opdrachtverleningen uit 2024. Van het bezoldigingsmaximum van 2024 was na de betalingen in 2024 nog ruimte beschikbaar. De bezoldiging in 2025 die is toe te rekenen aan 2024 overschrijdt deze ruimte niet.
** De overschrijding van de WNT-norm is het gevolg van een overgangsperiode van twee weken, waarin betrokkene op verzoek van de commissie is aangebleven totdat de opvolger de functie heeft overgenomen. Wanneer rekening wordt gehouden met deze verlenging, wordt de WNT-norm niet overschreden.
*** Topfunctionarissen met een bezoldiging van €2.100 of minder zijn gemarkeerd met ***
Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of hadden moeten plaatsvinden.
Er zijn in 2025 geen bezoldiging geweest van topfunctionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd, maar die op rond van hun voormalige functie nog 4 jaar worden aangemerkt als topfunctionaris.
D. PREMIEGEFINANCIERDE ZORGUITGAVEN
1 Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet Langdurige Zorg (Wlz) en de uitgaven voor Wmo beschermd wonen uit het gemeentefonds toegelicht. Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen een toelichting op de financiële cijfers en de voorlopige realisatie over het jaar 2025. De zorgcijfers in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de meest recente informatie van Zorginstituut Nederland (ZiNL) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Dit zijn voorlopige cijfers, omdat de Zvw bepaalt dat na afloop van het verslagjaar nog twee jaar later declaraties kunnen binnenkomen. Daardoor kunnen er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen nog aanpassingen in de cijfers van het betreffende verslagjaar plaatsvinden.
Vanaf de ontwerpbegroting 2025 is de benaming van het Financieel Beeld Zorg (FBZ) gewijzigd in Premiegefinancierde zorguitgaven (PZ). Dit hoofdstuk heeft vanaf het jaar 2024 een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan. Het kabinet Schoof heeft het advies van de 17e studiegroep begrotingsruimte overgenomen om één uitgavenplafond te hanteren. Bij de start van het kabinet Schoof zijn daarom de deelplafonds afgeschaft, waaronder het Uitgavenplafond Zorg (UPZ). Er is geen plafondtoets UPZ meer en daarnaast wordt het deel van de begrotingsgefinancierde VWS-uitgaven die ook onder het UPZ vielen niet meer opgenomen in dit hoofdstuk. Deze begrotingsgefinancierde zorguitgaven worden voortaan uitsluitend bij de beleidsartikelen van de VWS-begroting gepresenteerd en inhoudelijk toegelicht. In dit PZ-hoofdstuk worden de premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten binnen de Zvw en de Wlz en de uitgaven voor Wmo beschermd wonen uit het gemeentefonds toegelicht.
Het PZ-hoofdstuk bestaat uit de volgende onderdelen:
• Paragraaf 1: Inleiding
Deze paragraaf gaat over de inhoud van het PZ-hoofdstuk en over de wijzigingen in het jaarverslag 2025 ten opzichte van het jaarverslag 2024. Verder is de paragraaf voorzien van een leeswijzer en staafdiagrammen van de premiegefinancierde zorguitgaven en de -ontvangsten van de Zvw en Wlz en de uitgaven van de Wmo beschermd wonen.
• Paragraaf 2: Zorguitgaven in vogelvlucht
In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen ingegaan op het financieel beeld van de ontwikkeling van de totale netto zorguitgaven van de Zvw, Wlz en de Wmo beschermd wonen.
• Paragraaf 3: Verticale ontwikkeling van de zorguitgaven
In deze paragraaf wordt de verticale ontwikkeling van de Zvw, Wlz en de Wmo beschermd wonen in drie aparte subparagrafen toegelicht. De onderdelen van deze subparagrafen zijn:
3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)
Hier worden de verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en –ontvangsten, de ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en –ontvangsten per deelsector en de financiële afspraken in het Integraal Zorgakkoord (IZA) toegelicht.
3.2 Wet langdurige zorg (Wlz)
Hier worden de verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en –ontvangsten, de ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en –ontvangsten per deelsector en de aansluiting van het Wlz-kader op de begroting en het jaarverslag toegelicht.
3.3 Wmo beschermd wonen
Hier wordt de verticale ontwikkeling van de uitgaven Wmo beschermd wonen toegelicht. De uitgaven voor Wmo beschermd wonen zijn de middelen die via een integratie-uitkering vanuit het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Deze middelen staan op de begroting van het gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar vallen onder de zorguitgaven in het PZ-hoofdstuk.
• Paragraaf 4: Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten
In deze paragraaf wordt de ontwikkeling van de premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten van de Zvw en Wlz en de uitgaven voor Wmo beschermd wonen per deelsector weergegeven. Verder wordt in deze paragraaf de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven over meerdere jaren grafisch weergegeven en toegelicht.
• Paragraaf 5: Financiering van de zorguitgaven
Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven.
Verdieping van de zorguitgaven in deelsectoren
Meer informatie is te vinden in het verdiepingshoofdstuk dat integraal als open data beschikbaar is op de website www.Rijksfinanciën.nl (https://www.rijksfinancien.nl/overzicht-datasets). In de inhoudsopgave van de genoemde datasets is deze informatie te vinden in de dataset ‘Premiegefinancierde Zorguitgaven en verdiepings-bijlage WLZ en ZVW (2021-2025)’. Dit verdiepingshoofdstuk presenteert de financiële bijstellingen tussen de ontwerpbegroting 2025 en het jaarverslag 2025 en licht deze per sector nader toe. Ook laat dit hoofdstuk de meerjarige ontwikkeling van de Zvw en Wlz zien.
1.1 Voorlopig gerealiseerde bruto zorguitgaven en ontvangsten
In de onderstaande figuren 1 en 2 zijn de voorlopig gerealiseerde bruto zorguitgaven en de ontvangsten van de premiegefinancierde zorguitgaven van de Zvw en Wlz en de uitgaven van de Wmo beschermd wonen opgenomen.
Figuur 1 Voorlopig gerealiseerde bruto zorguitgaven 2025. Totaal € 106.134,9 (x € 1 miljoen)

Bron: VWS-cijfers
Figuur 2 Voorlopig gerealiseerde ontvangsten 2025. Totaal € 5.965,1 (x € 1 miljoen)

Bron: VWS-cijfers
1.2 Wijzigingen in het PZ-hoofdstuk
De afschaffing van de uitgavenplafonds vanaf de ontwerpbegroting 2025, zoals opgenomen in de inleiding van dit jaarverslag, is reeds verwerkt in het jaarverslag 2024. Om die reden is dit geen wijziging voor dit jaarverslag ten opzichte van het jaarverslag 2024.
Het PZ-hoofdstuk in het jaarverslag 2025 heeft ten opzichte van het jaarverslag 2024 de onderstaande veranderingen ondergaan:
• Geen
1.3 Leeswijzer
De VWS-begroting bestaat uit begrotingsgefinancierde en de premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten. De leeswijzer geeft uitleg over het onderscheid tussen deze twee soorten uitgaven.
Begrotingsgefinancierde zorguitgaven en ontvangsten
Dit betreft de begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten die op de VWS-begroting in de artikelen 1 tot en met 11 zijn opgenomen. Dit zijn uitgaven voor onder meer preventie, jeugdhulp en sport. Ook zijn er uitgaven om het zorgstelsel goed te laten functioneren, maar die niet direct zijn te relateren aan de zorgverlening en/of ondersteuningsbehoefte. Voorbeelden hiervan zijn de exploitatiekosten van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), zoals de NZa en Zorginstituut Nederland.
Premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten Zvw en Wlz en de uitgaven van de Wmo beschermd wonen in het PZ hoofdstuk.
Premiegefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten Zvw en Wlz
Dit zijn de zorguitgaven en -ontvangsten die vallen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).
Wmo beschermd wonen (gemeentefonds)
De uitgaven voor Wmo beschermd wonen zijn de middelen die via een integratie-uitkering vanuit het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Deze middelen staan op de begroting van het gemeentefonds van het ministerie van BZK, maar vallen onder de definitie zorguitgaven.
Bruto- en netto-zorguitgaven in het PZ-hoofdstuk
Onder de bruto zorguitgaven in het PZ-hoofdstuk vallen de premiegefinancierde zorguitgaven van de Zvw en Wlz en de uitgaven van de Wmo beschermd wonen. Naast de bruto zorguitgaven zijn er ook nog ontvangsten: het eigen risico Zvw en de eigen bijdragen Wlz, die samen worden gerekend tot de niet-belastingontvangsten. De totale bruto zorguitgaven minus deze niet-belastingontvangsten vormen de netto zorguitgaven in het PZ-hoofdstuk.
Financiering van de zorguitgaven en de sociale fondsen
Het grootste deel van de zorguitgaven betreft premiegefinancierde zorguitgaven in het kader van de Zvw en de Wlz. Voor een beperkt deel betreft het de Wmo beschermd wonen.
De collectieve zorguitgaven worden gefinancierd uit premies (nominale Zvw-premie, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw- en Wlz-premie), belastingmiddelen vanuit de begroting (rijksbijdrage voor de financiering van de verzekering voor jongeren onder de 18 jaar, bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) en rijksbijdrage Wlz), het eigen risico in de Zvw en de eigen bijdragen in de Wlz.
De Zvw en de Wlz zijn verzekeringen waar iedere volwassen ingezetene in Nederland verplicht premie voor betaalt en aanspraken aan ontleent. Een deel van de financiering loopt via de sociale fondsen, het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz). Deze fondsen maken geen onderdeel uit van de rijksbegroting, maar behoren wel tot de overheid. Veranderingen in de financiële positie van de fondsen hebben daarom invloed op het EMU-saldo. De fondsen worden gefinancierd met premies die door het kabinet worden vastgesteld (de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de Wlz-premie) en de rijksbijdragen. Een eventueel exploitatietekort in het Zvf of Flz kan worden gezien als financiering van de zorguitgaven. Het exploitatiesaldo van de fondsen telt mee in het EMU-saldo en de EMU-schuld van het Rijk. Het Rijk moet hiervoor (meer of minder) lenen.
De nominale Zvw-premie wordt niet door het kabinet vastgesteld, maar door de zorgverzekeraars zelf en wordt rechtstreeks door burgers aan hen betaald. In paragraaf 5 is wel een raming opgenomen van de nominale premie. Het Zvf werkt als een vereveningsfonds voor zorgverzekeraars, dat moet zorgen voor een gelijk speelveld. Uit het Flz worden de aanspraken betaald die burgers en instellingen hebben op grond van de Wlz. In paragraaf 5 wordt nader ingegaan op de financiering van de zorguitgaven.
2 Zorguitgaven in vogelvlucht
2.1 Financieel beeld op hoofdlijnen
In de onderstaande figuur is de ontwikkeling van de netto zorguitgaven voor de periode 2021 tot en met 2025 opgenomen. De netto zorguitgaven groeien in deze periode naar verwachting met afgerond € 23,1 miljard, van € 77,1 miljard in 2021 naar € 100,2 miljard in 2025.
Figuur 3: Ontwikkeling van de netto zorguitgaven 2021-2025 (in miljarden euro’s) 2

1 Dit betreft de totale netto zorguitgaven in 2021 gecorrigeerd voor de technische boeking van de schadelastdip ggz van ‒ € 1,2 miljard125.
2 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds vanaf het jaar 2024 zijn de begrotingsgefinancierde zorguitgaven vanuit de VWS-begroting en de gereserveerde loon- en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in het PZ-hoofdstuk. Om vergelijkbare cijfers te kunnen presenteren zijn de cijfers voor de jaren 2021 t/m 2023 hiervoor gecorrigeerd. Het gaat hierbij om een bedrag van circa € 0,5 miljard voor elk jaar.
Bron: VWS-cijfers
De groei van de netto zorguitgaven in 2025 ten opzichte van het jaar 2024 is afgerond € 5,6 miljard. In de ontwerpbegroting 2025 werd uitgegaan van een verwachte groei van de netto zorguitgaven van afgerond € 7 miljard.
Deze lagere groei komt voor een groot deel doordat de actualisatiecijfers van de Zvw en Wlz zijn verwerkt voor 2025 en neerwaarts zijn bijgesteld (zie tabel 3 en 6).
In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven. Hierin is zowel de nominale als de reële groei in de afzonderlijke jaren opgenomen en wordt een uitsplitsing gemaakt voor de ontwikkeling binnen de Zvw en de Wlz.
Met ingang van 2022 is een nieuw bekostigingsmodel voor de ggz ingevoerd. In dit nieuwe model wordt voor de bekostiging niet meer gewerkt met Diagnose Behandelcombinatie (DBC’s) en een aparte bekostiging voor de basis-ggz. De DBC’s die zijn geopend in 2021 worden derhalve uiterlijk 31-12-2021 afgesloten; dit geldt ook voor de huidige bekostiging van de basis-ggz. Hierdoor is er in 2021 om technisch-administratieve redenen sprake van eenmalig lagere zorguitgaven in termen van schadelast. Deze technische aanpassing had geen gevolgen voor de hoeveelheid ggz die feitelijk kon worden geleverd of op de omzet van zorgaanbieders. Er is geen sprake van een bezuiniging. Deze technische bijstelling heeft dan ook geen gevolgen voor het EMU-saldo en geen invloed op de premiehoogte.
2.2 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven Zvw, Wlz en Wmo beschermd wonen
In de onderstaande tabel is, vanaf de stand ontwerpbegroting 2025, de ontwikkeling van de netto zorguitgaven Zvw, Wlz en Wmo beschermd wonen op hoofdlijnen te zien.
2025 | ||
|---|---|---|
1 | Netto zorguitgaven ontwerpbegroting 2025 | 102.427 |
2 | Bijstellingen 1e sup 2025 | ‒ 365 |
Zorgverzekeringswet | 5 | |
Wet langdurige zorg | ‒ 458 | |
Wmo beschermd wonen | 87 | |
3 | Netto zorguitgaven stand 1e suppletoire begroting 2025 (= 1+2) | 102.062 |
4 | Bijstellingen ontwerpbegroting 2026 | ‒ 1.759 |
Zorgverzekeringswet | ‒ 978 | |
Wet langdurige zorg | ‒ 781 | |
Wmo beschermd wonen | 0 | |
5 | Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2026 (= 3+4) | 100.302 |
6 | Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025 | ‒ 47 |
Zorgverzekeringswet | ‒ 23 | |
Wet langdurige zorg | ‒ 24 | |
Wmo beschermd wonen | 0 | |
7 | Netto zorguitgaven stand 2e suppletoire begroting 2025 (= 5+6) | 100.255 |
8 | Bijstellingen jaarverslag 2025 | ‒ 85 |
Zorgverzekeringswet | ‒ 83 | |
Wet langdurige zorg | ‒ 3 | |
9 | Netto zorguitgaven stand jaarverslag 2025 (= 7+8) | 100.170 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | ||
Bron: VWS-cijfers | ||
Toelichting
In totaal zijn de premiegefinancierde netto zorguitgaven in dit jaarverslag 2025 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025 afgerond met € 2,3 miljard neerwaarts bijgesteld. Deze bijstellingen hebben met onderstaande wetswijzigingen plaatsgevonden.
– In de 1e suppletoire begroting 2025 zijn de premiegefinancierde netto zorguitgaven 2025 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025 afgerond met € 0,4 miljard neerwaarts bijgesteld.
– In de ontwerpbegroting 2026 zijn de premiegefinancierde netto zorguitgaven 2025 ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2025 afgerond met € 1,8 miljard neerwaarts bijgesteld. Dit bedrag is inclusief een technische correctie van afgerond € 0,5 miljard (zie voetnoot 2 onder figuur 3).
– In de 2e suppletoire begroting 2025 zijn de premiegefinancierde netto zorguitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 neerwaarts bijgesteld met € 47 miljoen.
– In dit jaarverslag zijn de premiegefinancierde netto zorguitgaven ten opzichte van de 2e suppletoire begroting 2025 neerwaarts bijgesteld met € 85 miljoen.
De bijstellingen van de netto premiegefinancierde zorguitgaven zijn opgenomen en toegelicht in paragraaf 3.
3 Verticale ontwikkeling van de Zvw, Wlz en Wmo beschermd wonen
3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)
De verticale toelichting geeft een cijfermatig overzicht van de budgettaire ontwikkelingen in 2025 sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2025.
De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:
– Autonoom: voornamelijk bijstellingen als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van cijfers van Zorginstituut Nederland en de NZa en bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).
– Beleidsmatig: bijstellingen die verband houden met beleidswijzigingen.
– Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen.
In deze paragraaf zijn voornamelijk afzonderlijke posten hoger dan € 10 miljoen toegelicht.
De onderstaande tabel laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2025 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten op grond van de Zvw zien. Onder de tabel is een toelichting op de verschillende posten opgenomen.
2025 | |
Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2025 | 66.761,6 |
Bijstellingen | |
Autonoom | ‒ 1.072,8 |
Actualisatie Zvw-uitgaven (zie tabel 3) | ‒ 1.084,8 |
Tegenvaller RS-vaccinatie | 12,0 |
Beleidsmatig | ‒ 6,0 |
Kasschuiven transformatiemiddelen | 33,0 |
Overboeking transformatiemiddelen | ‒ 10,5 |
Overig beleidsmatig | ‒ 28,5 |
Totaal bijstellingen | ‒ 1.078,7 |
Bruto Zvw-uitgaven jaarverslag 2025 | 65.682,9 |
Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2025 | 3.395,2 |
Bijstellingen | |
Nvt | 0,0 |
Totaal bijstellingen | 0,0 |
Zvw-ontvangsten jaarverslag 2025 | 3.395,2 |
Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2025 | 63.366,4 |
Bijstellingen in de netto Zvw-uitgaven | ‒ 1.078,7 |
Netto Zvw-uitgaven jaarverslag 2025 | 62.287,7 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | |
Bron: VWS-cijfers, Zorginstituut Nederland en NZa. | |
Toelichting
Autonoom
Actualisatie Zvw-uitgaven
Bijstellingen t/m ontwerpbegroting 2026 | Bijstellingen 2e suppletoire begroting 2025 t.o.v. ontwerpbegroting 2026 | Bijstellingen jaarverslag 2025 t.o.v. 2e suppletoire begroting 2025 | Totaal bijstellingen t.b.v. jaarverslag 2025 | |
|---|---|---|---|---|
Huisartsenzorg | ‒ 125,6 | ‒ 3,9 | 13,0 | ‒ 116,5 |
Multidisciplinaire zorgverlening | ‒ 40,2 | ‒ 9,3 | 2,6 | ‒ 46,9 |
Medisch-specialistische zorg | ‒ 205,8 | 63,3 | ‒ 51,7 | ‒ 194,2 |
Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg | 83,8 | 2,1 | ‒ 11,5 | 74,4 |
Wijkverpleging | ‒ 406,7 | ‒ 22,0 | ‒ 2,0 | ‒ 430,6 |
Apotheekzorg en hulpmiddelen | ‒ 170,0 | ‒ 49,3 | ‒ 0,3 | ‒ 219,7 |
Overige Zvw-sectoren | ‒ 122,4 | ‒ 4,1 | ‒ 24,8 | ‒ 151,2 |
Bijstellingen | ‒ 987,0 | ‒ 23,1 | ‒ 74,7 | ‒ 1.084,8 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | ||||
Bron: Zorginstituut Nederland en NZa. | ||||
In tabel 3 is het onderdeel ‘Actualisatie Zvw-uitgaven’ uit tabel 2 uitge splitst. Op basis van gegevens van Zorginstituut Nederland en de NZa zijn de Zvw-uitgaven 2025 geactualiseerd. Voor het jaar 2025 is in de ontwerpbegroting 2026 een neerwaartse bijstelling van circa € 1,0 miljard gerapporteerd en in de 2e suppletoire begroting 2025 een aanvullende neerwaartse bijstelling van € 23,1 miljoen. Ten opzichte daarvan vindt er in dit jaarverslag een verdere verlaging van de geraamde Zvw-uitgaven plaats van € 74,7 miljoen. Bij de IZA-sectoren is sprake van € 49,6 miljoen hogere uitgaven, terwijl bij de niet-IZA-sectoren juist sprake is van € 25 miljoen lagere uitgaven.
Tegenvaller RS-vaccinatie
Door opname van het RS-vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma ontstaat een structurele besparing van € 8 miljoen in het kader apotheekzorg en € 8 miljoen in het kader medisch-specialistische zorg. In de voorjaarsbesluitvorming 2024 is abusievelijk verondersteld dat deze besparingen al in 2025 volledig zouden optreden. Aangezien de vaccinatie in het najaar van 2025 start, treedt er een kleinere besparing van € 2 miljoen in elk kader op in 2025. Hierdoor is in 2025 sprake van een incidenteel besparingsverlies van € 6 miljoen bij zowel apotheekzorg als medisch-specialistische zorg, samen € 12 miljoen.
Beleidsmatig
Kasschuiven transformatiemiddelen
Op basis van de verwachtingen over de inzet van transformatiemiddelen zijn met deze kasschuif de middelen in de juiste jaren geplaatst.
Overboeking transformatiemiddelen
Met deze mutatie wordt een deel van de IZA-transformatiemiddelen dat aanvankelijk was toebedeeld aan de Zvw verschoven naar de begrotingsgefinancierde uitgaven, zodat de SPUK transformatiemiddelen kan worden verhoogd. Zorgverzekeraars kunnen namelijk alleen Zvw-aanbieders financieren voor de uitvoering van transformatieplannen. Bij een aantal transformatieplannen zijn echter ook gemeenten betrokken. Middelen worden overgeheveld op het moment dat die ook daadwerkelijk nodig zijn voor het financieren van gemeenten bij deelname aan transformatieplannen.
Overig beleidsmatig
Deze post is het saldo van kleine beleidsmatige mutaties.
In de onderstaande tabel worden de financiële bijstellingen in 2025 tussen de ontwerpbegroting 2025 en het jaarverslag 2025 per sector weergegeven. Het beeld voor 2025 is geactualiseerd bij de 1e suppletoire begroting 2025, de ontwerpbegroting 2026, de 2e suppletoire begroting 2025 en nu bij het jaarverslag 2025.
In aanvulling op de toelichting op hoofdlijnen in paragraaf 3.1.1 wordt de toelichting op de bijstellingen per sector in het verdiepingshoofdstuk als open data beschikbaar gesteld op: Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl). In de inhoudsopgave van de genoemde datasets staat deze informatie in de map: Premiegefinancierde Zorguitgaven en verdiepingsbijlage WLZ en ZVW (2015-2026). Hierin worden de financiële bijstellingen per sector tussen de ontwerpbegroting 2025 en het jaarverslag 2025 gepresenteerd en toegelicht.
Stand ontwerpbegroting 2025 | Bijstelling | Stand Jaarverslag 2025 | |
|---|---|---|---|
Eerstelijnszorg | 8.544,0 | 211,0 | 8.755,0 |
Huisartsenzorg | 4.470,2 | 106,6 | 4.576,8 |
Multidisciplinaire zorgverlening | 962,2 | ‒ 1,1 | 961,0 |
Tandheelkundige zorg | 1.011,7 | 20,3 | 1.032,0 |
Paramedische zorg | 1.133,8 | 76,4 | 1.210,2 |
Verloskunde | 310,0 | 9,1 | 319,1 |
Kraamzorg | 424,9 | ‒ 12,1 | 412,8 |
Zorg voor zintuiglijk gehandicapten | 231,3 | 11,9 | 243,2 |
Tweedelijnszorg | 34.051,6 | 1.302,0 | 35.353,7 |
Medisch-specialistische zorg | 30.575,1 | 1.170,2 | 31.745,3 |
Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf | 1.417,8 | 63,4 | 1.481,2 |
Beschikbaarheidbijdragen academische zorg | 1.013,6 | 43,4 | 1.057,0 |
Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg | 225,3 | 19,6 | 244,9 |
Overig curatieve zorg | 819,8 | 5,4 | 825,3 |
Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg | 5.558,1 | 352,3 | 5.910,3 |
Apotheekzorg en hulpmiddelen | 8.073,5 | 54,4 | 8.128,0 |
Apotheekzorg | 5.984,9 | 19,6 | 6.004,5 |
Hulpmiddelen | 2.088,6 | 34,8 | 2.123,4 |
Wijkverpleging | 3.494,1 | ‒ 252,1 | 3.241,9 |
Ziekenvervoer | 1.112,5 | 0,4 | 1.112,9 |
Ambulancezorg | 977,7 | 19,1 | 996,8 |
Overig ziekenvervoer | 134,8 | ‒ 18,6 | 116,1 |
Opleidingen | 1.868,5 | ‒ 5,1 | 1.863,4 |
Grensoverschrijdende zorg | 937,0 | 118,8 | 1.055,9 |
Transformatiemiddelen IZA | 232,8 | 29,0 | 261,8 |
Nominaal en onverdeeld Zvw | 2.889,5 | ‒ 2.889,5 | 0,0 |
Bruto Zvw-uitgaven | 66.761,6 | ‒ 1.078,7 | 65.682,9 |
Eigen betalingen Zvw | 3.395,2 | 0,0 | 3.395,2 |
Netto Zvw-uitgaven | 63.366,4 | ‒ 1.078,7 | 62.287,7 |
1Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | |||
Bron: VWS-cijfers, Zorginstituut Nederland en NZa. | |||
Figuur 4: Samenstelling van de bruto Zvw-uitgaven 2025 (in miljarden euro’s).

Bron: VWS-cijfers
In het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn voor de medisch-specialistische zorg (MSZ), geestelijke gezondheidszorg (GGZ), wijkverpleging, huisart senzorg en multidisciplinaire zorg (MDZ) budgettaire kaders afgesproken waarbinnen de zorgkosten zich in de periode 2023 t/m 2026 kunnen ontwikkelen.
De beschikbare macrokaders voor 2025 zijn sinds de ontwerpbegroting 2025 aangevuld met een indexatie voor de loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast is bij de MSZ het in paragraaf 3.1.1 toegelichte incidentele besparingsverlies voor de RS-vaccinatie verwerkt en zijn uit het GGZ-kader de uitgaven van de beschikbaarheidbijdrage psychotraumazorg overgeheveld naar het kader beschikbaarheidbijdragen curatieve zorg
Tabel 5 geeft voor de verschillende sectoren de voorlopige stand van de uitgaven in 2025 weer, afgezet tegen de afgesproken financiële kaders op basis van het IZA.
MSZ | Huisartsen2 | MDZ | GGZ | Wijkverpleging | ||
|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Stand kaders IZA-sectoren bij ontwerpbegroting 2025 | 30.575,1 | 4.470,2 | 962,2 | 5.558,1 | 3.494,1 |
Mutaties sindsdien: | ||||||
2 | - Loon- en prijsbijstelling tranche 2025 | 1.358,4 | 223,1 | 45,8 | 283,6 | 178,5 |
3 | Besparingsverlies RS-vaccinatie | 6,0 | ||||
4 | Overheveling beschikbaarheidbijdrage psychotraumazorg naar beschikbaarheidbijdragen curatieve zorg | ‒ 5,7 | ||||
5=1+2+3+4 | Stand kaders IZA-sectoren bij jaarverslag 2025 | 31.939,5 | 4.693,3 | 1.007,9 | 5.835,9 | 3.672,5 |
6 | Voorlopige realisatie IZA-sectoren bij jaarverslag 2025 | 31.745,3 | 4.576,8 | 961,0 | 5.910,3 | 3.241,9 |
7=6-5 | Verschil relevant voor realisatie bestuurlijk akkoord (+Overschrijding / -Onderschrijding) | ‒ 194,2 | ‒ 116,5 | ‒ 46,9 | 74,4 | ‒ 430,6 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | ||||||
2 Conform afspraken met de veldpartijen in het IZA huisartsenzorg worden de ROS-gelden niet opgenomen in het kader en de afrekening. Hiervoor wordt gecorrigeerd in deze tabel. | ||||||
Bron: VWS-cijfers, Zorginstituut Nederland en NZa. | ||||||
De totale onderschrijding van de IZA-sectoren komt uit op € 713,9 miljoen.
De afzonderlijke mutaties en de actuele macrokaders voor de betreffende sectoren zijn terug te vinden in het verdiepingshoofdstuk dat beschikbaar wordt gesteld op: Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl). In de inhoudsopgave van de genoemde datasets staat deze informatie in de map: Premiegefinancierde Zorguitgaven en verdiepingsbijlage Wlz en Zvw (2015-2026).
Stand van zaken transformatiemiddelen
Met het IZA zijn transformatiemiddelen beschikbaar gesteld. Bij de start van het IZA was in totaal € 2,8 miljard beschikbaar voor de periode 2023-2027. Een deel van de transformatiemiddelen IZA is overgeheveld naar de VWS- begroting, omdat in een aantal gevallen financiering via VWS logischer is dan via zorgverzekeraars. Het gaat hierbij intertemporeel om circa € 0,4 miljard. De middelen via de VWS-begroting worden veelal ingezet om randvoorwaarden te creëren voor impactvolle transformaties. Bij het sluiten van het AZWA is besloten om een deel van de transformatiemiddelen in te zetten om afspraken uit het AZWA te financieren.
Om aanspraak te maken op de transformatiemiddelen binnen de Zvw kunnen IZA-partijen plannen voor impactvolle transformaties indienen bij de zorgverzekeraars. Voor vrijwel het volledige budget zijn inmiddels plannen goedgekeurd door zorgverzekeraars.
3.2 Wet langdurige zorg (Wlz)
De verticale toelichting geeft een cijfermatig overzicht van de budgettaire ontwikkelingen in 2025 sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2025.
De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:
– Autonoom: voornamelijk bijstellingen als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van cijfers van Zorginstituut Nederland en de NZa en bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).
– Beleidsmatig: bijstellingen die verband houden met beleidswijzigingen.
– Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen.
In deze paragraaf zijn voornamelijk afzonderlijke posten hoger dan € 10 miljoen toegelicht.
De onderstaande tabel laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2025 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Wlz zien. Onder de tabel is een toelichting van de verschillende bijstellingen opgenomen.
2025 | |
|---|---|
Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2025 | 39.849,7 |
Bijstellingen | |
Autonoom | ‒ 1.137,5 |
Actualisatie Wlz-uitgaven | ‒ 1.071,0 |
Actualisatie Wlz buiten kader | ‒ 54,2 |
Loon- en prijsontwikkeling | 2,5 |
Beheerskosten zorgkantoren | ‒ 14,8 |
Beleidsmatig | ‒ 6,0 |
Overig beleidsmatig | ‒ 6,0 |
Technisch | ‒ 87,2 |
Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen | ‒ 87,2 |
Totaal bijstellingen | ‒ 1.230,7 |
Bruto Wlz-uitgaven jaarverslag 2025 | 38.619,0 |
Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2025 | 2.534,9 |
Bijstellingen | |
Autonoom | 39,4 |
Actualisatie eigen bijdragen Wlz | 39,5 |
Verwerking MLT 2026-2030 | ‒ 0,1 |
Beleidsmatig | ‒ 4,4 |
Afroep AP herstel box 3 | ‒ 9,2 |
Kasschuif doorwerking herstel box 3 | 4,8 |
Totaal bijstellingen | 35,0 |
Wlz-ontvangsten jaarverslag 2025 | 2.569,9 |
Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2025 | 37.314,8 |
Bijstellingen in de netto Wlz-uitgaven | ‒ 1.265,7 |
Netto Wlz-uitgaven jaarverslag 2025 | 36.049,1 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | |
Bron: VWS-cijfers, Zorginstituut Nederland en NZa. | |
Toelichting
Uitgaven
Autonoom
Actualisatie Wlz-uitgaven
In het Wlz-kader voor 2025 was bij de definitieve kaderbrief Wlz 2025 rekening gehouden met een maximale groei en loon- en prijsontwikkeling van afgerond € 3,0 miljard, waarvan € 360 miljoen was gereserveerd als mogelijk op een later moment in te zetten herverdelingsmiddelen (zie Kamerstukken II, 2024–2025, 34 104, nr. 412). Op basis van de februaribrief 2025 van de NZa bleek al dat het niet nodig was om deze herverdelingsmiddelen beschikbaar te stellen. Dit bedrag van € 360 miljoen is daarom afgeboekt bij de Voorjaarsnota 2025. Uit de Julibrief 2025 van de NZa bleek dat ten opzichte van het over de zorgkantoren verdeelde Wlz-zorginkoopkader een additioneel bedrag van € 711 miljoen in 2025 overblijft. Daarmee vallen de uitgaven in 2025 in totaal naar verwachting € 1.071,0 miljoen lager uit. Overigens is het eerder over de zorgkantoren verdeelde Wlz-kader voor 2025 niet aangepast (afgerond € 39 miljard). Darmee is er in het Wlz-kader ten opzichte van 2024 afgerond € 2,7 miljard aan extra middelen beschikbaar, waarvan € 2,0 miljard tot extra uitgaven leidt.
Actualisatie Wlz buiten kader
De geraamde uitgaven voor onderdelen van de Wlz die buiten het vastge-stelde kader vallen, zijn geactualiseerd op basis van recente gegevens van het Zorginstituut en de NZa en vallen in 2025 € 54,2 miljoen lager uit dan verwacht.
Loon- en prijsontwikkeling
De raming van de loon- en prijsontwikkeling is aangepast op basis van de macro-economische inzichten van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB).
Beheerskosten zorgkantoren
De beheerskosten Wlz zijn geactualiseerd en vallen de uitgaven € 14,8 miljoen lager uit dan geraamd.
Beleidsmatig
Overig beleidsmatig
Deze post is het saldo van kleine beleidsmatige mutaties.
Technisch
Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen
Dit betreft het overboeken van de tranche loon- en prijsindexatie 2025 naar het budget voor beschermd wonen in het gemeentefonds.
Ontvangsten
Autonoom
Actualisatie eigen bijdragen Wlz
De geraamde eigen bijdragen Wlz zijn op basis van de kwartaalinformatie van het Zorginstituut geactualiseerd.
Verwerking MLT 2026-2030
De ramingen voor loon-, prijs- en volumeontwikkelingen zijn geactualiseerd op basis van de recente middellange-termijnverkenning (MLT) van het CPB.
Beleidsmatig
Afroep AP herstel box 3
Burgers met een box 3 vermogen kunnen in bepaalde gevallen bezwaar maken tegen hun belastingaangifte, met terugwerkende kracht vanaf 2017 tot aan de invoering van de wet werkelijk rendement, naar verwachting in 2028. Dit leidt tot lagere verzamelinkomens in de betreffende jaren, waardoor Wlz-cliënten ook lagere eigen bijdragen verschuldigd zijn. Hiervoor is de raming van de eigen bijdragen in 2025 met € 9,2 miljoen verlaagd.
Kasschuif doorwerking herstel box 3
Voor de bepaling van de eigen bijdragen wordt gebruik gemaakt van inkomensgegevens van twee jaar eerder. Daarom loopt het effect van de herstel box 3 op de eigen bijdrage Wlz en beschermd wonen Wmo in ieder geval door t/m 2029. Hiervoor is een kasschuif verwerkt.
In de onderstaande tabel worden de financiële bijstellingen in 2025 tussen de ontwerpbegroting 2025 en het jaarverslag 2025 per sector weergegeven. Het beeld voor 2025 is geactualiseerd bij de 1e suppletoire begroting 2025, de ontwerpbegroting 2026, de 2e suppletoire begroting 2025 en nu bij het jaarverslag 2025.
De toelichting op de bijstellingen per sector wordt in het verdiepingshoofdstuk als open data beschikbaar gesteld op: Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl). In de inhoudsopgave van de genoemde datasets staat deze informatie in de map: Premiegefinancierde Zorguitgaven en verdiepingsbijlage WLZ en ZVW (2015-2026). Hierin worden de financiële bijstellingen per sector tussen de ontwerpbegroting 2025 en het jaarverslag 2025 gepresenteerd en toegelicht.
Stand ontwerpbegroting 2025 | Bijstelling | Stand Jaarverslag 2025 | |
|---|---|---|---|
Zorg in natura binnen contracteerruimte | 33.174,2 | 553,5 | 33.727,7 |
Ouderenzorg | 19.156,0 | 618,2 | 19.774,2 |
Gehandicaptenzorg | 11.564,4 | ‒ 25,8 | 11.538,6 |
Langdurige ggz | 2.453,9 | ‒ 38,9 | 2.414,9 |
Persoonsgebonden budgetten | 3.737,0 | 94,7 | 3.831,7 |
Ouderenzorg | 924,4 | ‒ 9,5 | 914,9 |
Gehandicaptenzorg | 2.505,3 | 86,8 | 2.592,1 |
Langdurige ggz | 307,3 | 17,4 | 324,7 |
Buiten contracteerruimte | 2.938,5 | ‒ 1.878,9 | 1.059,6 |
Beheerskosten | 384,7 | ‒ 27,0 | 357,7 |
Overig buiten contracteerruimte2 | 692,8 | 9,1 | 701,9 |
Nominaal en onverdeeld Wlz | 1.861,0 | ‒ 1.861,0 | 0,0 |
Bruto Wlz-uitgaven | 39.849,7 | ‒ 1.230,7 | 38.619,0 |
Eigen bijdragen Wlz | 2.534,9 | 35,0 | 2.569,9 |
Netto Wlz-uitgaven | 37.314,8 | ‒ 1.265,7 | 36.049,1 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | |||
2 Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» onder andere opgenomen de deelsectoren: hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, medisch-specialistische zorg Wlz, overige Wlz, ADL en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz. | |||
Bron: VWS-cijfers, Zorginstituut Nederland en NZa. | |||
Figuur 5: Samenstelling van de bruto Wlz-uitgaven 2025 (in miljarden euro's)

Bron: VWS-cijfers
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt voor ieder kalenderjaar op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), het bedrag vast dat in dat kalenderjaar beschikbaar is voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Dit wordt het Wlz-kader genoemd. Het bedrag voor het Wlz-kader is niet gelijk aan het bedrag dat in de begroting en het jaarverslag is opgenomen voor de Wlz. In deze paragraaf wordt de aansluiting gemaakt tussen het Wlz-kader en het jaarverslag.
Wlz-kader
Het Wlz-kader bestaat uit de contracteerruimte voor zorg in natura en persoonsgebonden budgetten en een geoormerkt budget voor de verbetering van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. De contracteerruimte betreft het budget waarbinnen zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) en zorgaanbieders afspraken maken (zorg inkopen) voor cliënten die gebruik maken van de Wlz. Pgb-houders kopen langdurige zorg (al dan niet ondersteund) zelf in.
Het Wlz-kader 2025 is voor het eerst via de voorlopige kaderbrief Wlz 2025 van 19 juni 2024 (Kamerstuk 34104, nr. 408) gepubliceerd. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) adviseert de minister over de verwachte uitputting van het Wlz-kader. Bij de berekening van het Wlz-kader 2025 is het Wlz-kader 2024 als uitgangspunt genomen. Daarnaast zijn verwachte wijzigingen vanwege de stijgende groeivraag (groeiruimte) en bijvoorbeeld de loon- en prijsbijstelling verwerkt. Op 26 september 2024 (Kamerstuk 34104, nr. 412) is vervolgens de definitieve kaderbrief 2025 verzonden. Gedurende het jaar 2025 hebben er ook wijzigingen in het Wlz-kader plaatsgevonden. Deze wijzigingen zijn gepubliceerd in de reactie op de februaribrief NZa van 19 maart 2025 (Kamerstuk 34104, nr. 430) en in de reacte op de julibrief NZa van 16 september 2025 (Kamerstuk 34104, nr 450).
REKENVOORBEELD
Aansluiting Wlz-kader en VWS-begroting
Om een duidelijke aansluiting te maken tussen het Wlz-kader en begroting/jaarverslag wordt hieronder van een fictief Wlz-kader uitgegaan. Hierdoor kan gerekend worden met vereenvoudigde en afgeronde bedragen en kunnen de wijzigingen in de budgetten beperkt zijn. We gaan uit van een fictief Wlz-kader van € 1.100, uitgesplitst naar een budget voor zorg in natura (€ 1.000) en een persoonsgebonden budget (€ 100). Op basis van de ervaringscijfers van de afgelopen jaren wordt er vanuit gegaan dat het beschikbare budget in het Wlz-kader niet geheel wordt gebruikt; er treedt zogeheten onderuitputting op. Hierdoor is het benodigde budget in begroting/jaarverslag lager dan het Wlz-kader. Bij de contracteerruimte voor zorg in natura is de onderuitputting 0,3% en bij het persoonsgebonden budget (pgb) 14%. Uit onderstaand fictief voorbeeld blijkt dat het ministerie van VWS een budget op de begroting nodig heeft van in totaal € 1.083 om het Wlz-kader voor de NZa en de zorgkantoren te kunnen vaststellen op € 1.100.
Wlz-kader | Onderuitputtings-percentage | Onderuitputting | Benodigd budget op de begroting | |
|---|---|---|---|---|
Contracteerruimte | 1.000 | 0,3% | 3 | 997 |
Persoonsgebonden budget | 100 | 14% | 14 | 86 |
Totaal | 1.100 | 17 | 1.083 |
Wijzigingen in het Wlz-kader
Gedurende het jaar kunnen er wijzigingen en ontwikkelingen in het Wlz-kader optreden. NZa maakt wijzigingen van het Wlz-kader kenbaar via de NZa-adviesbrieven. In deze brieven wordt toegelicht welke ontwikkelingen positieve dan wel negatieve consequenties hebben voor het Wlz-kader. De budgettaire gevolgen worden verwerkt in onze begrotings- en verantwoordingstukken. Zorgkantoren kunnen overigens binnen hun budgettair kader middelen verschuiven tussen de zorg in natura en het pgb. Daarmee kunnen zij inspelen op de voorkeuren van hun cliënten ten aanzien van de verschillende leveringsvormen. Bij het schuiven tussen de budgetten moet echter rekening gehouden worden met de verschillende onderuitputtingspercentages; dit wordt bruteren genoemd. Op die manier wordt voorkomen dat overhevelingen tussen het pgb en zorg in natura leiden tot consequenties voor het totaal benodigde budget op de VWS-begroting. Dit werkt als volgt: een zorgkantoor geeft aan een tekort te verwachten op zijn deelkader voor pgb van € 7 en binnen zijn deelkader voor zorg in natura nog voldoende ruimte over te hebben om middelen over te hevelen om dit tekort zelf te kunnen oplossen. Bij een dergelijke overheveling wordt rekening gehouden met de hiervoor genoemde verschillende onder uitputtingspercentages. Dat betekent dat de verhoging van het deelkader pgb met € 7 vanwege de onderuitputting van 14% een belasting voor de VWS begroting betekent van € 6. Het zorgkantoor kan daarom volstaan met een overheveling van € 6 vanuit zijn deelkader zorg in natura om dit te dekken (de onderuitputting bij zorg in natura van 0,3% is bij deze berekening verwaarloosbaar en daarom niet meegenomen). Het Wlz-kader wordt bij deze fictieve verschuiving per saldo met € 1 verhoogd tot € 1.101 (deelkader pgb € 7 hoger en deelkader zorg in natura € 6 lager). Het benodigd budget op de begroting blijft per saldo gelijk aan € 1.083 (deelkader pgb € 6 hoger en deelkader zorg in natura € 6 lager).
Overheveling Wlz-kader | Nieuw Wlz-kader | Onderuitputtings-percentage | Overheveling op de begroting | |
|---|---|---|---|---|
Contracteerruimte | ‒ 6 | 994 | 0,3% | ‒ 6 |
Persoonsgebonden budget | 7 | 107 | 14% | 6 |
Totaal | 1 | 1.101 | 0 |
Aansluiting definitief Wlz-kader 2025 en jaarverslag 2025
Contracteerruimte | Pgb | |
|---|---|---|
Wlz-kader 2025 (kaderbrief) | 34.635 | 4.349 |
Onderuitputtingspercentage | 0,3% | 14% |
Verwachte onderuitputting | ‒ 104 | ‒ 609 |
Benodigd budget | 34.531 | 3.740 |
Verwerkte meevaller augustusbrief | ‒ 802 | 91 |
Stand jaarverslag 2025 | 33.728 | 3.832 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | ||
Bron: Juli-advies NZa | ||
In tabel 10 is de aansluiting tussen het Wlz-kader 2025 en de stand jaarverslag 2025 gemaakt. Op basis van de augustusbrief in 2025 heeft de NZa aangegeven dat het Wlz-kader ruimschoots toereikend is en heeft VWS een meevaller verwerkt in de begroting. Het Wlz-kader wordt niet naar beneden bijgesteld. De stand jaarverslag komt overeen met de stand in tabel 7 in het hoofdstuk Premiegefinancierde zorguitgaven van dit jaarverslag.
3.3 Wmo beschermd wonen
In de onderstaande tabel wordt de verticale ontwikkeling van de uitgaven Wmo beschermd wonen gepresenteerd en toegelicht.
2025 | |
|---|---|
Netto uitgaven Wmo beschermd wonen ontwerpbegroting 2025 | 1.745,9 |
Bijstellingen | |
Technisch | 87,2 |
Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen | 87,2 |
Totaal bijstellingen | 87,2 |
Netto uitgaven Wmo beschermd wonen jaarverslag 2025 | 1.833,0 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | |
Bron: VWS-cijfers. | |
Toelichting
Loon- en prijsindexatie Wmo beschermd wonen
Dit betreft het toevoegen van de loon- en prijsindexatie 2025 aan het budget voor beschermd wonen in het gemeentefonds.
4 Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten
4.1 Zorguitgaven en -ontvangsten per deelsector
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten op deelsectorniveau (uitgesplitst naar Zvw, Wlz en Wmo beschermd wonen) weergegeven voor de periode 2022-2025
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|
Zvw-uitgaven per (deel) sector | ||||
Eerstelijnszorg | 6.954 | 7.647 | 8.340 | 8.755 |
Huisartsenzorg | 3.580 | 3.966 | 4.392 | 4.577 |
Multidisciplinaire zorgverlening | 714 | 802 | 899 | 961 |
Tandheelkundige zorg | 834 | 921 | 979 | 1.032 |
Paramedische zorg | 1.005 | 1.065 | 1.138 | 1.210 |
Verloskunde | 280 | 302 | 300 | 319 |
Kraamzorg | 348 | 383 | 400 | 413 |
Zorg voor zintuiglijk gehandicapten | 194 | 209 | 232 | 243 |
Tweedelijnszorg | 29.018 | 31.201 | 33.524 | 35.354 |
Medisch-specialistische zorg | 26.262 | 28.095 | 30.189 | 31.745 |
Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf | 1.143 | 1.242 | 1.326 | 1.481 |
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg | 897 | 960 | 1.015 | 1.057 |
Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg | 142 | 215 | 233 | 245 |
Overig curatieve zorg | 574 | 689 | 761 | 825 |
Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg | 4.592 | 5.031 | 5.558 | 5.910 |
Apotheekzorg en hulpmiddelen | 6.942 | 7.206 | 7.705 | 8.128 |
Apotheekzorg | 5.177 | 5.319 | 5.691 | 6.005 |
Hulpmiddelen | 1.765 | 1.886 | 2.014 | 2.123 |
Wijkverpleging | 3.097 | 3.221 | 3.309 | 3.242 |
Ziekenvervoer | 897 | 982 | 1.053 | 1.113 |
Ambulancezorg | 780 | 854 | 925 | 997 |
Overig ziekenvervoer | 117 | 128 | 128 | 116 |
Opleidingen | 1.505 | 1.589 | 1.668 | 1.863 |
Grensoverschrijdende zorg | 1.071 | 813 | 841 | 1.056 |
Transformatiemiddelen IZA2 | 0 | 25 | 137 | 262 |
Nominaal en onverdeeld | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bruto Zvw-uitgaven jaarverslag 2025 | 54.078 | 57.716 | 62.136 | 65.683 |
Eigen risico Zvw | 3.167 | 3.338 | 3.418 | 3.395 |
Netto Zvw-uitgaven jaarverslag 2025 | 50.911 | 54.378 | 58.718 | 62.288 |
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
Wlz-uitgaven per (deel) sector | ||||
Zorg in natura binnen contracteerruimte | 26.390 | 29.097 | 31.993 | 33.728 |
Ouderenzorg | 15.018 | 16.882 | 18.586 | 19.774 |
Gehandicaptenzorg | 9.496 | 10.107 | 11.036 | 11.539 |
Langdurige ggz | 1.877 | 2.108 | 2.371 | 2.415 |
Persoonsgebonden budgetten3 | 2.819 | 3.122 | 3.466 | 3.832 |
Pgb ouderenzorg | 646 | 700 | 800 | 915 |
Pgb gehandicaptenzorg | 1.980 | 2.126 | 2.373 | 2.592 |
Pgb langdurige ggz | 193 | 296 | 292 | 325 |
Buiten contracteerruimte | 1.361 | 947 | 997 | 1.060 |
Beheerskosten | 291 | 307 | 332 | 358 |
Overig buiten contracteerruimte3 | 505 | 572 | 626 | 701,9 |
Nominaal en onverdeeld | 564 | 68 | 38 | 0 |
Bruto Wlz-uitgaven jaarverslag 2025 | 30.570 | 33.166 | 36.455 | 38.619 |
Eigen bijdragen Wlz | 2.115 | 2.233 | 2.328 | 2.570 |
Netto Wlz-uitgaven jaarverslag 2025 | 28.455 | 30.933 | 34.128 | 36.049 |
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
Wmo beschermd wonen 4 | ||||
Wmo beschermd wonen (gemeentefonds) | 1.498 | 1.641 | 1.731 | 1.833 |
Netto Wmo beschermd wonen jaarverslag 2025 | 1.498 | 1.641 | 1.731 | 1.833 |
Totaal zorguitgaven jaarverslag 2025 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
Bruto zorguitgaven | 86.146 | 92.523 | 100.322 | 106.135 |
Ontvangsten | 5.281 | 5.571 | 5.746 | 5.965 |
Netto zorguitgaven | 80.865 | 86.952 | 94.577 | 100.170 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | ||||
2 De transformatiemiddelen IZA (samenhangend met de coalitieakkoord-maatregelen IZA en Juiste zorg op de juiste plek) zijn op een aparte sector opgenomen. | ||||
3 Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» onder andere opgenomen de deelsectoren: hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, medisch-specialistische zorg Wlz, overige Wlz, ADL, zorginfrastructuur (vanaf 2022) en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz. | ||||
4 Vanwege het afschaffen van de deelplafonds vanaf het jaar 2024 zijn de begrotingsgefinancierde zorguitgaven vanuit de VWS-begroting en de gereserveerde loon- en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in de paragraaf PZ. Om vergelijkbare cijfers te kunnen presenteren zijn de cijfers voor de jaren 2021 t/m 2023 ook gecorrigeerd. Het gaat hierbij om een bedrag van circa € 0,5 miljard voor elk jaar. | ||||
Bron: VWS-cijfers, Zorginstituut Nederland en NZa. | ||||
4.2 Horizontale ontwikkeling van de netto zorguitgaven
In deze paragraaf wordt de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven grafisch weergegeven en toegelicht voor de jaren 2021-2025. De horizontale ontwikkeling geeft de jaar-op-jaar groei van de netto zorguitgaven weer. Hierbij wordt een tweetal groeiontwikkelingen onderscheiden:
– Nominale groeiontwikkeling: de groei van de zorguitgaven inclusief de loon- en prijsontwikkeling.
– Reële groeiontwikkeling: de ontwikkeling van de zorguitgaven gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling van het bbp.
In onderstaande figuur is de horizontale groei van de totale netto zorguitgaven (Zvw, Wlz en Wmo beschermd wonen) grafisch weergegeven voor de jaren 2021-2025. De verwachte reële groei van de totale netto zorguitgaven in 2025 is 2,6%.
Figuur 6 Horizontale groei van de totale netto zorguitgaven 2021-2025 (in %)2

1 Dit betreft de totale netto zorguitgaven in 2021 gecorrigeerd voor de technische boeking van de schadelastdip ggz van ‒ € 1,2 miljard.
2Vanwege het afschaffen van de deelplafonds vanaf het jaar 2024 zijn de begrotingsgefinancierde zorguitgaven vanuit de VWS-begroting en de gereserveerde loon- en prijsbijstellingen niet meer opgenomen in het PZ hoofdstuk. Om vergelijkbare cijfers te kunnen presenteren zijn de cijfers voor de jaren 2020 t/m 2023 ook gecorrigeerd. Het gaat hierbij om een bedrag van circa € 0,5 miljard voor elk jaar.
Bron: VWS-cijfers, CPB MEV 2026 en CEP 2026
De lagere nominale groei van de netto zorguitgaven van het jaar 2025 ten opzichte van het jaar 2024 is voornamelijk het gevolg van de neerwaartse bijstelling bij de actualisatie van de Zvw- en Wlz-uitgaven (zie ook figuur 7 en 8) en een beperkt deel door beleidsmatige ontwikkelingen.
Om de reële groei te berekenen, is de nominale groei van de zorguitgaven gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling BBP. De ontwikkeling van de reële groei in de jaren 2021-2023 wordt sterk bepaald door de bijzondere ontwikkeling van de gewogen lonen en prijzen van de nominale zorguitgaven in deze periode. In normale jaren is de gewogen stijging van lonen en prijzen van de nominale zorguitgaven hoger dan de prijsontwikkeling BBP. In 2021-2023 en met name 2022 was de gewogen loon- en prijsstijging van de nominale zorguitgaven lager dan de prijsontwikkeling BBP, waardoor de reële groei van de zorguitgaven gedrukt is door de reële loondaling. (Dit zelfde beeld is ook te zien bij de Zvw-uitgaven in figuur 7 en bij de Wlz-uitgaven in figuur 8).
In onderstaande figuur is de horizontale groei van de netto Zvw-uitgaven grafisch weergegeven voor de jaren 2021-2025. De reële groei van de netto Zvw-uitgaven in 2025 is 2,8%.
Figuur 7: Horizontale groei van de netto Zvw-uitgaven 2021-2025 (in %).

1 Dit betreft de netto Zvw-zorguitgaven in 2021 gecorrigeerd voor de technische boeking van de schadelastdip ggz van ‒ € 1,2 miljard.
Bron: VWS-cijfers, CPB MEV 2026 en CEP 2026
De afname van de nominale groei van de netto Zvw-uitgaven van het jaar 2025 ten opzichte van het jaar 2024 is voornamelijk het gevolg van de neerwaartse bijstellingen bij de actualisatie van de Zvw-uitgaven en een beperkt deel door beleidsmatige ontwikkelingen.
In onderstaande figuur is de horizontale groei van de netto Wlz-uitgaven grafisch weergegeven voor de jaren 2021-2025. De reële groei van de netto Wlz-uitgaven in 2025 is 2,4%.
Figuur 8: Horizontale groei van de netto Wlz-uitgaven 2021-2025 (in %).

Bron: VWS-cijfers, CPB MEV 2026 en CEP 2026
De de lagere nominale groei van de netto Wlz-uitgaven van het jaar 2025 ten opzichte van het jaar 2024 komt voornamelijk door de neerwaartse bijstellingen bij de actualisatie van de Wlz-uitgaven en een beperkt deel door beleidsmatige ontwikkelingen.
5 Financiering van de zorguitgaven
5.1 Ontwikkeling premies voor Zvw en Wlz
Tabel 13 geeft een overzicht van de premies Zvw en Wlz volgens de stand ontwerpbegroting 2025 en volgens de realisatie 2025 in dit jaarverslag.
Ontwerpbegroting | Bijstelling | Jaarverslag | |
|---|---|---|---|
2025 | 2025 | 2025 | |
a | b | c=a+b | |
Zvw | |||
Inkomensafhankelijke bijdrage regulier (in %) | 6,51 | 0,00 | 6,51 |
Inkomensafhankelijke bijdrage laag (in %) | 5,26 | 0,00 | 5,26 |
Nominale premie (jaarbedrag in €) | 1.868 | 8 | 1.876 |
Wlz | |||
procentuele premie (in %) | 9,65 | 0,00 | 9,65 |
1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. | |||
Bron: VWS-cijfers en NZa. | |||
De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB) en de premie Wlz zijn door het kabinet vastgesteld op het percentage zoals in de ontwerpbegroting 2025. De nominale premie voor 2025 is in de ontwerpbegroting 2025 geraamd op € 1.868 per jaar. De zorgverzekeraars hebben hun nominale premie gemiddeld € 8 hoger vastgesteld op € 1.876 per jaar.
5.2 Ontvangsten, uitgaven en vermogens van de zorgfondsen (Zvw, Wlz en AWBZ)
Zorgverzekeringswet (Zvw)
De financiering van de Zvw loopt deels via het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en deels via de zorgverzekeraars. Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van de Zvw uitgesplitst naar het Zvf en naar zorgverzekeraars.
Ontwerpbegroting | Bijstelling | Jaarverslag | |
|---|---|---|---|
2025 | 2025 | 2025 | |
a | b | c=a+b | |
Zorverzekeringsfonds | |||
Uitgaven | 37,2 | 0,0 | 37,1 |
- Uitkering aan verzekeraars | 33,5 | 0,0 | 33,5 |
- Rechtstreekse uitgaven Zvf | 3,7 | ‒ 0,1 | 3,6 |
Inkomsten | 36,7 | 1,0 | 37,8 |
- Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) | 33,3 | 0,9 | 34,2 |
- Rijksbijdrage verzekerden 18- | 3,4 | 0,0 | 3,4 |
- Overige baten | 0,0 | 0,2 | 0,2 |
Exploitatiesaldo | ‒ 0,4 | 1,1 | 0,6 |
Vermogenssaldo Zvf ultimo 2024 | 0,4 | 2,2 | 2,6 |
Vermogenssaldo Zvf ultimo 2025 | 0,0 | 3,3 | 3,3 |
Individuele verzekeraars | |||
Uitgaven | 64,2 | 0,1 | 64,3 |
- Uitgaven voor zorg | 63,1 | ‒ 1,0 | 62,1 |
- Beheerskosten/saldo | 1,1 | 1,2 | 2,2 |
Inkomsten | 64,2 | 0,1 | 64,3 |
- Uitkering van het Zvf | 33,5 | 0,0 | 33,5 |
- Nominale premie/eigen risico | 30,7 | 0,1 | 30,8 |
1 Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal. De meeste cijfers in de kolom jaarverslag 2025 zijn afkomstig of afgeleid van Zorginstituut-cijfers. De raming van de zorguitgaven van zorgverzekeraars is vrijwel volledig gebaseerd op de maartlevering van Zorginstituut Nederland. Dit geldt ook voor de rijksbijdragen en de post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden). Het vermogen per ultimo 2024 is gebaseerd op het jaarverslag 2024 van het Zvf van Zorginstituut Nederland. Voor de IAB is het CPB-cijfer in de EMU-definitie gebruikt. Het vermogenssaldo 2025 is bepaald door het exploitatiesaldo 2025 op te tellen bij het vermogenssaldo 2024. | |||
Bron: VWS-cijfers, CPB, Zorginstituut Nederland en NZa. | |||
Zorgverzekeringsfonds
De uitgaven van het Zvf bestaan uit de uitkering aan zorgverzekeraars (de vereveningsbijdrage) en de rechtstreekse uitgaven vanuit het Zvf. De voorlopige realisatie van de uitkering aan zorgverzekeraars over 2025 is beperkt hoger uitgevallen dan bij de ontwerpbegroting 2025 werd verwacht. Dit komt doordat er meer is uitgegeven aan transformatiemiddelen in 2025. De vergoeding aan verzekeraars voor uitgaven aan transformatiemiddelen worden volledig nagecalculeerd. Dat betekent dat verzekeraars de werkelijke uitgaven aan transformatie-middelen vergoed krijgen via de vereveningsbijdrage en dat hogere uitgaven ten laste komen van het Zvf. De definitieve uitkering aan verzekeraars over 2025 wordt in 2028 vastgesteld. De rechtstreekse uitgaven vanuit het fonds zijn beperkt lager dan begroot.
De ontvangsten van het Zvf bestaan uit de Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB), de rijksbijdrage verzekerden 18- en de overige baten van het fonds126. De ontvangsten uit de IAB worden € 0,9 miljard hoger ingeschat dan in de ontwerpbegroting 2025 werd verwacht. Dat komt doordat de inkomensgrondslag waarover de IAB wordt geheven, hoger is uitgevallen dan eerder verwacht. Omdat het IAB-percentage is vastgesteld op het percentage in de ontwerpbegroting 2025, leidt een hogere grondslag tot een hogere IAB-opbrengst.
Sommige werkgevers hebben tijdens de corona-periode gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot uitstel van betaling van belastingen en premies. Een deel van deze uitgestelde afdrachten is in 2025 ontvangen door het fonds. In de begroting en het jaarverslag van VWS worden deze ontvangsten verantwoord in het jaar waarop deze afdrachten betrekking hebben en niet het jaar waarin deze ontvangen worden. De IAB-opbrengsten in het jaarverslag zijn daarom gecorrigeerd voor deze nabetalingen over eerdere jaren om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de inkomsten behorend bij 2025.
De rijksbijdrage voor verzekerden 18- is onveranderd ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025. De raming van de overige baten van het fonds is € 0,2 miljard hoger uitgevallen. Dit wordt vooral verklaard doordat in 2025 meer rente is ontvangen door het Zvf dan bij de ontwerpbegroting werd verwacht.
Per saldo zijn de uitgaven van het fonds nagenoeg gelijk gebleven en de inkomsten van het fonds € 1,0 miljard hoger uitgevallen. Dit zorgt voor een verbetering van het exploitatiesaldo over 2025 van € 1,1 miljard. Bij de ontwerpbegroting 2025 werd uitgegaan van een negatief exploitatiesaldo over 2025 van € 0,4 miljard, met als doel het wegwerken van het vermogensoverschot in het fonds eind 2024. Door de gerealiseerde meevallers voor het fonds is het exploitatiesaldo over 2025 € 0,6 miljard positief uitgekomen.
Het vermogenssaldo eind 2024 is € 2,6 miljard positief. Dit vermogenssaldo is de resultante van het gerapporteerde fondsoverschot eind 2024 in het fondsjaarverslag van Zorginstituut van € 2,2 miljard en het gehanteerde normvermogen van negatief € 0,4 miljard voor 2024127. Gegeven het positieve vermogenssaldo van € 2,6 miljard eind 2024 en het positieve exploitatiesaldo over 2025 van € 0,6 miljard komt het vermogenssaldo eind 2025 uit op € 3,3 miljard.
Het positieve vermogenssaldo eind 2025 was al grotendeels in beeld bij de ontwerpbegroting 2026 en heeft via een lagere IAB en hogere vereveningsbijdrage geleid tot lagere zorgpremies in 2026. Dit heeft als doel om het vermogenssaldo eind 2026 weer op nihil te krijgen. Meevallers in het fondsvermogen die bekend worden na de ontwerpbegroting 2026 worden meegenomen in de ontwerpbegroting en premies voor 2027.
Individuele verzekeraars
De zorguitgaven van verzekeraars komen naar verwachting € 1,0 miljard lager uit dan bij de ontwerpbegroting verwacht. De post beheerskosten en saldo verzekeraars komt € 1,2 miljard hoger uit. Deze post is technisch berekend als het verschil tussen de inkomsten voor verzekeraars en de uitgaven aan zorg door verzekeraars.
De inkomsten voor verzekeraars zijn € 0,1 miljard hoger dan in de ontwerp-begroting 2025 werd verwacht. Dit komt door de beperkt hogere bijdrage uit het Zvf, zoals hierboven toegelicht, en doordat verzekeraars hun nominale premie € 8 per verzekerde hoger hebben vastgesteld dan waar in de ontwerpbegroting vanuit werd gegaan. Hierdoor hebben verzekeraars € 0,1 miljard meer opgehaald met de nominale premie.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van het Fonds langdurige zorg (Flz). De uitgaven in deze tabel sluiten aan bij de bruto Wlz-uitgaven in tabel 6 van de Premiegefinancierde Zorguitgaven, waarbij de stand ontwerpbegroting 2025 is gecorrigeerd voor de uitgaven aan de loon- en prijsbijstelling en volumegroei voor Wmo beschermd wonen. Deze uitgaven verlopen niet via het Flz maar worden jaarlijks overgeheveld van de VWS-begroting naar het gemeentefonds.
Ontwerpbegroting | Bijstelling | Jaaverslag | |
|---|---|---|---|
2025 | 2025 | 2025 | |
a | b | c=a+b | |
Uitgaven | 39,8 | ‒ 1,1 | 38,6 |
- Zorgaanspraken en subsidies | 39,4 | ‒ 1,1 | 38,3 |
- Beheerskosten | 0,4 | 0,0 | 0,4 |
Inkomsten | 39,8 | ‒ 2,1 | 37,6 |
- procentuele premie | 18,4 | ‒ 0,4 | 18,0 |
- Eigen bijdragen | 2,5 | 0,0 | 2,6 |
- BIKK | 6,0 | 0,1 | 6,1 |
- Rijksbijdrage Wlz | 12,8 | ‒ 1,8 | 11,0 |
- Overige baten | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
Saldo | 0,0 | ‒ 1,0 | ‒ 1,0 |
Vermogen Fonds langdurige zorg 2024 | 0,0 | 2,5 | 2,5 |
Vermogen Fonds langdurige zorg 2025 | 0,0 | 1,5 | 1,5 |
1 Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal. Het vermogen van het Flz ultimo 2024 is overgenomen uit het Financieel Jaarverslag Flz 2024 van Zorginstituut Nederland. De gerealiseerde premieopbrengst 2025 is een raming van het Ministerie van Financiën, evenals de premieopbrengst in de ontwerpbegroting 2025. Uitgavencijfers en eigen bijdragen komen overeen met de realisatiecijfers van NZa en Zorginstituut Nederland, zoals toegelicht in paragraaf 3.2 van de Premiegefinancierde Zorguitgaven. Realisatiecijfers voor de rijksbijdrage BIKK en rijksbijdrage Wlz zijn overgenomen uit de kwartaalrapportage over het 4e kwartaal 2025 van Zorginstituut Nederland en komen overeen met de bedragen die door VWS zijn vastgesteld. | |||
Bron: VWS-cijfers, Ministerie van Financiën, Zorginstituut Nederland en NZa. | |||
Uitgaven
De uitgaven uit het Flz aan de Wlz zijn € 1,1 miljard lager uitgekomen dan geraamd in de ontwerpbegroting.
Inkomsten
De procentuele Wlz-premie heeft € 0,4 miljard minder opgebracht dan geraamd in de ontwerpbegroting 2025. Dit komt hoofdzakelijk doordat een kleiner deel van de totale loon- en inkomensheffingen wordt toegerekend aan de premies volksverzekeringen.
De opbrengst van de eigen bijdragen valt licht hoger uit dan geraamd in de ontwerpbegroting. De BIKK valt € 0,1 miljard hoger uit als gevolg van de bijgestelde ramingen van de ontwikkeling van de heffingskortingen in 2025.
De Rijksbijdrage Wlz voor 2025 is € 1,8 miljard lager vastgesteld dan werd geraamd in de ontwerpbegroting 2025. Dit is het gevolg van de doorwerking van het fondsoverschot uit 2024, dat nog niet bekend was bij het opstellen van de ontwerpbegroting. Daardoor was een lagere Rijksbijdrage nodig om eind 2025 naar verwachting op een nihil fondssaldo uit te komen. De Rijksbijdrage is vastgesteld op het benodigde niveau dat is geraamd in de September suppletoire begroting 2025 van VWS.
Exploitatiesaldo en fondsvermogen
In het Financieel Jaarverslag Flz 2024, dat in december 2025 is vastgesteld door het Zorginstituut Nederland (ZiNL), is sprake van een positief fondsvermogen van € 2,5 miljard ultimo 2024. In de September suppletoire begroting 2025 van VWS werd nog uitgegaan van een geraamd fondsoverschot van € 1,6 miljard ultimo 2024.
Het gerealiseerde fondsoverschot ultimo 2024 schuift door naar 2025. Samen met het verwachte negatieve exploitatiesaldo over 2025 van € 1,0 miljard wordt ultimo 2025 een fondsoverschot geraamd van € 1,5 miljard. De definitieve stand van het fondsvermogen wordt bepaald in het Financieel Jaarverslag Flz 2025, dat naar verwachting eind 2026 wordt vastgesteld door het ZiNL.
In het normvermogen is gecorrigeerd voor maatregelen die leiden tot een ander kasritme van de inkomsten en uitgaven van het fonds zonder dat de onderliggende opbrengsten of zorgkosten veranderen. Deze correctie voorkomt dat een ander kasritme van betalingen leidt tot fluctuaties in de premie. Ten eerste is het normvermogen verlaagd in verband met uitgestelde IAB-afdrachten. Werkgevers konden in de coronacrisis hun belasting- en premie afdrachten uitstellen. Dit zorgt ervoor dat het zorgverzekeringsfonds een deel van de IAB-ontvangsten uit 2020 tot en met 2022 pas ontvangt in de kas in latere jaren. Om stevige fluctuaties in de premie te voorkomen, is in het normvermogen gecorrigeerd voor dit andere kasritme. In het normvermogen is rekening gehouden met dat er vanaf 2025 nog € 658 miljoen aan uitgestelde betalingen kasmatig worden ontvangen. Ten tweede is het normvermogen gecorrigeerd voor kasmatige effecten in de uitgaven sinds de start van de Zvf. Deze correcties zijn het gevolg van de introductie van dbc’s in de ggz in 2008 (-€ 1.637 miljoen), de introductie van dbc’s in de geriatrische revalidatie in 2013 (- € 83 miljoen), het afschaffen van dbc’s in de jeugd-ggz bij overheveling naar de gemeenten in 2014 (+ € 346 miljoen), de dbc-duurverkorting in de MSZ in 2015 (+ € 685 miljoen), de afschaffing van de dbc’s in de ggz in 2021 (+ € 1.247 miljoen) en de kas/transactiehobbel bij de grens overschrijdende zorg in 2022 (- € 270 miljoen). Cumulatief heeft dit een effect van ‒ € 370 miljoen op het normvermogen.
5.3 Wat heeft de gemiddelde burger in 2025 aan zorg betaald?
Een gemiddelde volwassene heeft in 2025 € 7.379 betaald aan collectief gefinancierde zorg, zoals figuur 9 laat zien. Behalve de nominale premie voor de Zvw en de eigen betalingen wordt er ook een fors bedrag betaald aan Wlz-premie en aan de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw (IAB-Zvw). De IAB-Zvw wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald, namelijk door gepensioneerden en zelfstandigen. Het grootste deel wordt betaald door werkgevers voor mensen in loondienst. Het werkgeversdeel van de IAB-Zvw is van invloed op de loonruimte en wordt daarom ook meegenomen in de totale som van de uitgaven van burgers aan collectieve zorg. Behalve via premies betaalt de gemiddelde burger via de belastingen mee aan de zorguitgaven die via de begroting worden gefinancierd, zoals de rijksbijdragen aan het Zorgverzekeringsfonds en het Fonds langdurige zorg en de uitgaven aan zorgtoeslag. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag waarmee de nominale Zvw-premie en het betaalde eigen risico gedeeltelijk worden gecompenseerd. Per saldo heeft de zorgtoeslag geen effect op de totale lasten. Het budget voor de zorgtoeslag wordt via belastingen opgehaald en vervolgens weer teruggegeven aan de burgers.
De gemiddelde lasten in 2025 komen met € 7.379 lager uit dan het bedrag van € 7.453 dat werd verwacht in de ontwerpbegroting. Wat opvalt is, dat de gemiddelde IAB-Zvw hoger is dan in de ontwerpbegroting 2025 werd verwacht. Dat komt doordat de inkomensgrondslag waarover de IAB wordt geheven, hoger is uitgevallen dan eerder verwacht. De gemiddelde uitgaven aan zorg via de algemene belastingen zijn daarentegen lager dan verwacht werd in de ontwerpbegroting. Dit komt hoofdzakelijk doordat de Rijksbijdrage Wlz lager is vastgesteld dan geraamd in de ontwerpbegroting 2025. De lasten van de nominale Zvw-premie vallen hoger uit omdat verzekeraars de premie iets hoger hebben vastgesteld dan werd geraamd in de ontwerpbegroting 2025. Tot slot valt op dat het gemiddelde bedrag aan zorgtoeslag iets lager is dan geraamd. Dit komt doordat de gemiddelde inkomensontwikkeling in 2025 gunstiger was dan vooraf werd verwacht. De uitgaven aan zorgtoeslag zijn daardoor lager dan vooraf werd ingeschat.
Figuur 9: Lasten per volwassene aan zorg in 2025 (in euro's per jaar)1

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.
Bron: VWS-cijfers, CPB, Zorginstituut Nederland, NZa, Ministerie van Financiën
E. BIJLAGEN
Bijlage 1: Toezichtrelaties ZBO's en RWT's
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
|---|---|---|---|---|---|
Bedrag VWS | 143.743 | 157.099 | ‒ | Nee | |
Bedrag J&V | ‒ | ‒ | ‒ | ||
Bedrag BZK | ‒ | ‒ | ‒ | ||
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | 763 | 711 | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | CBG heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid (Publiekrechtelijk - Onderdeel Staat der Nederlanden) en levert geen eigen jaarrekening op. Begroting en realisatie lopen mee in agenstschap CBG (aCBG). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | Nee | |
Bijzonderheden | CCMO heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid (Publiekrechtelijk - Onderdeel Staat der Nederlanden) en levert geen eigen jaarrekening op (loopt mee in VWS jaarverslag onder VWS-kern). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | 145.318 | 149.690 | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | 1.387 | 1.500 | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | 4.677 | 4.674 | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag VWS | 76.393 | 80.775 | ‒ | ‒ | Nee |
Bedrag J&V | ‒ | ‒ | ‒ | ||
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | 620 | 0 | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | 87.004 | 94.206 | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag VWS | 390.076 | 425.871 | ‒ | Nee | |
Bedrag LNV | ‒ | ||||
Bijzonderheden | Het betreft hier de begrote bijdrage moederdepartement 2024 obv de ontwerpbegroting in kolom 2 en de stand in het jaarverslag in kolom 3 voor de gerealiseerde bijdrage moederdepartement. De jaarrekening 2025 van het zbo wordt uiterlijk 13 maart ingediend (kaderwet zbo's). | ||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | ‒ | ‒ | Nee | ||
Bijzonderheden | |||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | FMMU heeft een opdracht van VWS voor de Indicatiestelling van de Hoge Persoonlijke Kilometer Budgetten voor het Bovenregionaal vervoer. | ||||
Clustering Keuringsinstanties | Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden |
Keuringsinstanties op grond van de Wet op de Medische Hulpmiddelen DEKRA | |||||
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | |||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | |||||
Landelijke examencommissie ex art. 8 lid 5 Drank- en Horecawet | Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden |
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | |||||
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden | |
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | |||||
Registratiecommissies en opleidingscolleges KNMG, KNMP en NMT | Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden |
Bedrag | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | Nee |
Bijzonderheden | |||||
Zorgverzekeraars Zvw (Zie FBZ) | Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden |
Bedrag | ‒ | ‒ | Ja | ||
Bijzonderheden | bedragen in miljarden en de ZBO wordt gefinancierd uit de premie's en niet direct door het departement | ||||
Concessiehouders zorgkantoren (Zie FBZ) | Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT | Begrote bijdrage overige departementen | Gerealiseerde bijdrage overige departementen | Bijzonderheden |
Bedrag | ‒ | ‒ | Ja | ||
Bijzonderheden | bedragen in miljarden en de ZBO wordt gefinancierd uit de premie's en niet direct door het departement | ||||
Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
Leeswijzer:
– EA: ex ante ondezoek;– ED: ex durante evaluatie;– EP: ex post evaluatie.
Thema 1: Volksgezondheid, Sport en Bewegen
Publieke gezondheid | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
Doorlichting RIVM | EP | 2022 | afgerond | art. 1 | |
Evaluatie schema Rijksvaccinatieprogramma | EP | 2022 | afgerond | art. 1 | |
Monitor Kansrijke Start | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Kaderwetevaluatie ZonMw | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Evaluatie subsidieregeling NODOK | ED/EP | 2023 | afgerond | art. 1 | |
GALA-monitor 2025 | ED | 2025 | afgerond | art. 1 | |
Monitor Buurtsportcoach Plus | ED | 2025 | afgerond | art. 1 | |
Monitor Brede Regeling Combinatiefunctionarissen | ED | 2025 | afgerond | art. 1 | |
Programma Gezonde Leefomgeving van start | ED | 2025 | afgerond | art. 1 | |
Preventie | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
Alles is gezondheid ... | ED | 2018-2022 | afgerond | art. 1 | |
Evaluatie lokale en regionale preventieakkoorden | EP | 2022 | afgerond | art. 1 | |
Voortgangsrapportage Nationaal Preventieakkoord (2021) | ED | 2022 | afgerond | art. 1 | |
Tussentijdse evaluatie PrEP-pilot | ED | 2022 | afgerond | art. 1 | |
Toekomstverkenning Regeling aanvullende seksuele gezondheidszorg | EA | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Toekomstverkenning Neonatale Hielprikscreening | EA | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Alcoholverkoop op afstand | EP | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Gemeentelijk preventie- en handhavingsbeleid alcohol | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Evaluatie gezonde school | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Monitor GLI | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
voedselconsumptiepeiling 2019-2021 | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
tussenevaluatie NAPV | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Natrium-, kalium- en jodiumonderzoek in Nederland: stand van zaken omtrent beleidsmaatregelen en monitoring | RIVM | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Geldstromen marketing voeding | EA | 2023 | afgerond | art. 1 | |
onderzoek getrapte verbruiksbelasting alcoholvrije dranken | EA | 2023 | afgerond | art. 1 | |
GR advies richtlijnen goede voeding bij HVZ door atherosclerose | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
GR advies gezonde eiwittransitie | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Evaluatie wetgeving toevoeging aminozuren aan voedingsmiddelen en -supplementen | RIVM | ED | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Advies aanvaardbare bovengrenzen voor vitamines en mineralen GR | EA | 2023 | afgerond | art. 1 | |
onderzoek btw verlaging groente fruit ( formeel opdrachtgever min FIN, VWS intensief betrokken) | EA | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Evaluatie onderzoek JOGG | ED | 2024 | afgerond | art. 1 | |
Doorrekening nationaal preventie akkoord | ED | 2024 | afgerond | art. 1 | |
Bevolkingsonderzoeken | ED | 2024 | afgerond | art. 1 | |
Monitor Kindermarketing voedingsproducten 2024 | ED | 2025 | afgerond | art. 1 | |
Sport | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
Buurtsportcoach | ED | 2022 | afgerond | art. 6 | |
Maatschappelijke waarde van de Nederlandse topsport | EP | 2022 | afgerond | art. 6 | |
Duurzame Sportinfrastructuur 2022 | ED | 2022 | afgerond | art. 6 | |
Sport en corona | ED | 2022 | afgerond | art. 6 | |
«Sport verenigt Nederland» De oogste van het Sportakkoord | EP | 2022 | afgerond | art. 6 | |
Brede Regeling Combinatiesfuncties 2022 | ED | 2022 | afgerond | art. 6 | |
Onderzoek naar de governance en het tuchtrecht voor veilige en integere sport | 2023 | afgerond | art. 6 | ||
Evaluatieonderzoek BOSA en SPUK Stimulering sport | ED | 2023 | afgerond | art. 6 | |
Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)? | Kennis | 2023 | afgerond | art. 6 | |
Schaduwdansen - Een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in het dansen | Kennis | 2023 | afgerond | art. 6 | |
Onderzoek over consequenties van sturen via wetgeving in de sport | Kennis | 2023 | afgerond | art. 6 | |
Monitor Sportakkoord II | ED | 2025 | jaarlijks | art. 6 | |
Topsport in Nederland (TiN) 2025 | ED | 2025 | jaarlijks | art. 6 | |
Monitoring en evaluatie beweegbeleid | ED | 2025 | jaarlijks | art. 6 | |
Evaluatie Sportakkoord | EP | 2026 | lopend | art. 6 | N.v.t. |
Ethiek | |||||
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
Evaluatie Regeling beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen | EP | 2022 | afgerond | art. 1 | |
Wetsevaluatie van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding | EP | 2023 | afgerond | art. 1 | |
Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinancien.nl. Voor het overzicht van de in 2025 afgeronde en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie paragraaf 3.15 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen. Voor de afgeronde Periodieke rapportages als overige (evaluatie)onderzoeken in 2025 is daar waar relevant een korte samenvatting opgenomen.
GALA-monitor 2025
Op 3 februari 2023 is het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) ondertekend met als doel mensen gezonder en actiever laten leven en zo gezondheidsproblemen te voorkomen. VWS, gemeenten, zorgverzekeraars en GGD’en hebben afspraken gemaakt om lokaal en regionaal samen te werken aan zeven (gezondheids)thema's. Voorbeelden zijn een gezonde leefomgeving, een gezonde leefstijl en vitaal ouder worden. Deze (tweede) voortgangsrapportage laat zien hoe in 2024 aan de uitvoering van de gemaakte plannen is gewerkt. De samenwerking tussen partijen in de regio is verbeterd, onder andere omdat het steeds duidelijker is wie wat moet doen. Ook worden gezondheidsthema’s steeds beter aan elkaar gekoppeld, waardoor beleid waarschijnlijk effectiever kan zijn. De betrokken partijen ervaren dezelfde knelpunten als uit de vorige rapportage bleek. Vooral het gebrek aan blijvende financiering en de onduidelijkheid daarover voor de toekomst zet de samenwerking tussen partijen en de uitvoering onder druk.
Monitor Buurtsportcoach Plus
In opdracht van Vereniging Sport en Gemeenten monitort Mulier Instituut de Buurtsportcoach Plus. De belangrijkste conclusies zijn: - De meeste gemeenten geven aan dat de BSC Plus een goede aanvulling is op de reguliere BSC. Onder andere omdat de BSC Plus andere doelgroepen bereikt.
- De meeste BSC Plus leggen verbinding tussen het zorg- en sportdomein.
- Er zijn maar weinig hbo-opgeleide BSC Plus die zelfstandig de GLI uitvoeren. Terwijl dit in eerste instantie wel de bedoeling was van de pilot.
- De opleiding is van meerwaarde door extra kennis op het gebied van gezondheid en leefstijl en over (het bereiken van) specifieke doelgroepen.
Monitor Brede Regeling Combinatiefunctionarissen
Sinds 2019 monitort het Mulier Instituut de Brede Regeling Combinatiefunctionarissen. Uit de monitor128over 2024 blijkt dat ze in vrijwel alle gemeenten werken aan de drie ambities van de BRC: meedoen (96%), sterke aanbieders (92%) en sterke verbindingen (86%). Maar door verschillen in de lokale invulling lopen de opbrengsten soms sterk uiteen.
Programma Gezonde Leefomgeving van start
Het Programma Gezonde Leefomgeving (PGLO) ondersteunt professionals bij het integraal meenemen van gezondheid in het ontwerp, de inrichting en het beheer van de leefomgeving door kennis toegankelijk te maken en praktisch toepasbare instrumenten te bieden. Het is uitgevoerd door het RIVM en ZonMw samen. De statusmeting (ruim 225 professionals en 14 interviews) en de tussenmeting (focusgroepen met adviesbureaus, gemeenten en gemengde doelgroepen) van het RIVM deel laten zien hoe professionals samenwerken aan een gezonde leefomgeving, waar behoefte is aan ondersteuning in samenwerking en instrumentatie en hoe gezondheid een plek krijgt in ruimtelijke planprocessen. De eindevaluatie wordt in Q1 2026 verwacht. Tijdens de evaluatie van het ZonMw programma verzamelde de AWGL, samen met Pharos en Platform31, input via onder meer workshops en leernetwerksessies, wat leidde tot inzichten over brede en domeinoverstijgende samenwerking, bewonersparticipatie en het duurzaam borgen van resultaten en tot zes aanbevelingen voor onderzoekers, GGD’en en gemeenten.
Monitor Kindermarketing voedingsproducten 2024
Deze monitor, uitgevoerd door Panteia, bestaat uit twee onderdelen:
1. Monitor kindermarkteint voedingsproducten: inventariseert in welke mate kinderen van 0-13 jaar met reclame voor voedingsmiddelen in aanraking (kunnen) komen en in hoeverre die reclames voldoen aan de Reclamecode voor Voedingsmiddelen. Ook wordt gekeken in hoeverre de getoonde producten voldoen aan de schijf van vijf. Met de monitor zijn zowel media (televisie, websites, sociale media en YouTube) als de fysieke locaties (op verpakkingsmateriaal, in supermarkten, bioscopen etc.) in beeld gebracht.
2. Monitor alcoholmarketing: Voor alcohol is gekeken in hoeverre jongeren onder de 18 jaar blootgesteld (kunnen) worden aan alcoholreclame en in hoeverre de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken (RvA) en de Reclamecode voor Alcoholvrije alternatieven voor Alcoholhoudende dranken (RvAVA) worden nageleefd. Voor deze monitor is gekeken naar de media (tv, jongerenwebsites, YouTube, TikTok en Instagram) en naar fysieke locaties (supermarkten, sportevenementen, bioscopen, buitenreclame en recreatievoorzieningen).
Monitor Sportakkoord II: Een groter bereik
Het Mulier Instituut voert twee keer per jaar een monitor uit om de voortgang van Sportakkoord II te meten. ‘Een groter bereik’ richt zich op de ambitie om het bereik van de sport te vergroten. Dit betekent dat meer mensen zich aangesproken en uitgenodigd voelen te gaan sporten en sport te beleven. Hieronder vallen de afspraken zoals gemaakt in de thema’s Inclusie & Diversiteit en Vaardig in bewegen van het Sportakkoord II. Uit deze monitor blijkt dat het merendeel van de gemeenten de randvoorwaarden realiseert die nodig zijn voor de ambities van Sportakkoord II. De partners pakken hun rol op om te komen tot meer inclusie en sociaal diverse sportomgevingen. En meer kinderen krijgen de kans vaardig te worden in sporten en bewegen. Aan de andere kant constateren de onderzoekers van dit rapport dat inclusie nog zeker niet de norm is. Ook op het gebied van bewegende jeugd zijn nog veel stappen te zetten.
Topsport in Nederland (TiN) 2025
De monitor Topsport in Nederland (TiN) is een nieuwe programmering van monitoring en onderzoek op het gebied van topsport in Nederland, verzorgd door het Mulier Instituut. Hiervoor wordt in oneven jaren data verzameld bij organisaties die de ‘topsportomgeving’ vormen (zoals de Team-NL centra en gemeenten) en in de even jaren onder doelgroepen in de ‘topsport’ (zoals sporters, coaches en bonden). Uit TiN 2025 blijkt dat de maatschappelijke waardering van topsport licht is gestegen. Daarnaast beoordelen topsporters en coaches hun topsportklimaat positiever dan in 2019. Bijna negen op de tien talentvolle sporters en topsporters voelen zich veilig in hun topsportomgeving. Aandachtspunt is dat een deel van de sporters ongewenst gedrag meemaakt.
Monitoring en evaluatie beweegbeleid
De voortgangsrapportage 2024 van het RIVM laat zien dat er in de eerste anderhalf jaar (van mei 2022 tot en met november 2024) op alle drie de actielijnen van het Actieplan Nederland Beweegt positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn. Zo is er meer bewustwording bij actoren en nieuwe samenwerkingen om bewegen te stimuleren. Ook hebben in één jaar tijd drie keer zoveel partijen zich aangesloten bij de Beweegalliantie, tot ruim 400. Vanuit de alliantie zijn 20 samenwerkingsverbanden begonnen en worden lokale initiatieven over bewegen op verschillende manieren ondersteund. Daarnaast werken steeds meer partijen uit verschillende domeinen samen om bewegen via de leefomgeving te stimuleren, zowel landelijk als lokaal. Deze samenwerking is belangrijk omdat dan het effect van beleid op het beweeggedrag van mensen groter is. Het RIVM concludeert dat blijvende inzet en tijd nodig is om verdere systeemveranderingen te bereiken en het beweeggedrag van mensen te verbeteren. Daarom adviseert het RIVM de ingeslagen weg langer door te zetten, ook na de afronding van het Actieplan.
Evaluatie Sportakkoord
Evaluatie over de gehele periode Sportakkoord I en II. De evaluatie zal inzicht moeten geven in hoe en in welke mate het instrument sportakkoord bijdraagt aan beleidsvorming en -implementatie in de sector. Het doel is om te evalueren in hoeverre Sportakkoord I en Sportakkoord II hebben geleid tot verandering in de wijze waarop sportbeleid (en uitvoering) landelijk en lokaal tot stand komt en in welke mate deze veranderingen duurzaam zijn verankerd. Daarbij ligt de nadruk op het creëren van samenwerking en samenhang. De evaluatie wordt uitgevoerd door Berenschot en naar planning in februari 2026 afgerond.
Thema 2: Curatieve 1e en 2e lijnszorg
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Polisaanbod en betalingsbereidheid verzekerden | EP | 2022 | afgerond | 2 | |
Kenmerken wanbetalers zorgverzekering 2021 | EP | 2022 | afgerond | 2 | |
Terugdringen Bestaansonzekerheid op de gezondheid | EP | 2022 | afgerond | 2 | |
Stand van zaken gecombineerde leefstijlinterventie | ED | 2022 | afgerond | 2 | |
Evaluatie Subsidieregeling Zorgnetwerken ABR | ED | 2023 | afgerond | 2 | |
Evaluatie subsidieregeling borstprothesen transvrouwen | ED | 2023 | afgerond | 2 | |
Monitor Kostenontwikkeling Huisartsenzorg en Multidisciplinaire zorg | ED | 2023 | afgerond | 2 | |
MKBA gegevensuitwisseling acute zorg | EA | 2023 | afgerond | 2 | |
Onderzoek naar vrijwillig eigen risico | EA | 2023 | afgerond | 2 | |
Evaluatie wet Verzekerdeninvloed | ED | 2023 | afgerond | 2 | |
Onderzoek naar de ontwikkeling van het aantal collectiviteiten | EP | 2023 | afgerond | 2 | |
Midterm review IZA | ED | 2024 | afgerond | 2 | |
Eindrapportage Juiste zorg op de juiste plek (JZOJP) | EP | 2024 | afgerond | 2 | |
Kerncijfers acute zorg 2017-2023 | ED | jaarlijks | lopend | 2 | |
Monitor Toegankelijkheid van de zorg | ED | jaarlijks | lopend | 2 | |
Monitor mondgezondheid | ED | jaarlijks | lopend | 2 | |
Evaluatie Wet ambulancezorgvoorziening | ED | 2025 | afgerond | 2 |
Monitor Acute Zorg
De NZa in 2025 de ‘Kerncijfers Acute Zorg 2017-2023’ uitgebracht. Hierin wordt een update van de cijfers uit de monitor acute zorg 2023 gepresenteerd, met extra aandacht voor het acute zorggebruik per leeftijdsgroep. Dit is een geactualiseerd overzicht op basis van de meest recente data (2023). Met de update toont de NZa ook drie opvallende ontwikkelingen aan:
– het aantal ambulance-inzetten daalt in 2023 licht, wat vooral zichtbaar in het aantal ritten naar spoedeisende hulp. Daarnaast worden er meer zorgconsulten ter plaatse verleend door de ambulancediensten;
– het gebruik van de huisarts buiten kantooruren (huisartsenpost) neemt af in 2023; en
– er is een toename van het aantal ouderen op de spoedeisende hulp, maar procentueel (gecorrigeerd voor de bevolkingsgroei), stijgt dit niet.
Monitor Toegankelijkheid van de zorg
De monitor Toegankelijkheid van zorg geeft beeld bij de toegankelijkheid van zorg voor een aantal sectoren. In 2025 zijn drie versies van de monitor gepubliceerd, op 14 maart, 22 juli en 6 november. De toegankelijkheid van zorg blijft volgens de NZa onder druk staan.
Voor de medisch specialistische zorg groeit het aantal behandelingen in ziekenhuizen beperkt, terwijl het aantal patiënten in zelfstandige behandelcentra (zbc’s) sinds de coronaperiode is toegenomen maar in 2025 niet verder stijgt en vergelijkbaar blijft met 2024. De wachttijden voor behandelingen dalen landelijk licht of blijven ongeveer gelijk en verschillen sterk per regio. Ook binnen regio’s zijn duidelijke verschillen zichtbaar tussen wachttijden voor polikliniekbezoeken en behandelingen. Hierdoor blijft de toegankelijkheid van medisch-specialistische zorg in 2025 regionaal wisselend.
Monitor Mondgezondheid
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voert de Monitor Mondgezondheid uit. Met deze monitor krijgen we beter inzicht in de mondgezondheid van de Nederlandse bevolking. Die gegevens zijn belangrijk voor de pakkettoetsing door het Zorginstituut én voor het maken van gerichte beleidskeuzes. Uit de meest recente monitor blijkt dat het grootste deel van de Nederlanders zijn of haar mondgezondheid als (zeer) goed ervaart (72%). Deze cijfers zijn stabiel ten opzichte van de vorige meting. Nieuw in deze monitor is dat driekwart van de bevolking twee keer per dag of vaker hun tanden poetst. Mensen die dit doen, hebben vaker een goede mondgezondheid, minder tand- of kiespijn en bezoeken vaker een mondzorgverlener. Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen inkomens- en opleidingsgroepen. Mensen met een hoger opleidingsniveau of inkomen bezoeken vaker een mondzorgverlener en hebben een betere ervaren mondgezondheid.
Evaluatie Wet ambulancezorgvoorzieningen
In 2020 is de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv) in werking getreden. In de Wazv is bepaald dat de minister van VWS binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wet een verslag zendt aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk.129 De wet is geëvalueerd en op 5 december 2025 is het rapport naar beide Kamers gestuurd.130 In het rapport wordt geconcludeerd dat de Wazv doeltreffend is in het borgen van continuïteit en kwaliteit van ambulancezorg. Met de komst van de Wazv is de bestaande situatie bestendigd, is de continuïteit van ambulancezorg geborgd en is er rust gebracht. Continuïteit is de belangrijkste verdienste van deze wet. Ook richting de toekomst zal dit een belangrijke functie van de wet blijven. Verder is onder de Wazv sprake van hoogwaardige kwaliteit van ambulancezorg. Het kunnen inspelen op ontwikkelingen in de acute zorgketen en ruimte bieden voor innovatie is steeds belangrijker geworden. Voor een toekomstbestendige ambulancezorg is het van belang dat de Wazv hiervoor de benodigde flexibiliteit en ruimte biedt.
Thema 3: Geestelijke gezondheidszorg
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Evaluatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang | ED | 2022 | afgerond | 2 | |
Ketenmonitor WVGGZ | ED | 2023 | afgerond | 2 | |
Zicht en grip op cruciale ggz | ED | 2024 | afgerond | 2 | |
Kerncijfers ggz NZa | ED | periodiek | lopend | 2,3,5 | |
Regiobeeld Psychische Problematiek | ED | periodiek | lopend | 2,3,5 | |
Monitoring wachttijden ggz Nza | ED | periodiek | lopend | 2,3,5 | |
Monitor zorggebruik ggz-wonen cliënten in Wlz | ED | periodiek | lopend | 2,3,5 | |
IBO mentale gezondheid en ggz | EP | 2025 | afgerond | 2,3,5 |
Kerncijfers ggz
De NZa heeft op hun website kerncijfers gedeeld die trends beschrijven in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg (fz) van 2019 tot en met een deel van 2025. De zorgkosten, het aantal patiënten en het aantal zorgaanbieders zijn in deze periode allemaal toegenomen.
Regiobeeld Psychische Problematiek
In opdracht van VWS hebben KPMG, kenniscentrum Phrenos en het RIVM de afgelopen jaren de monitor psychische problematiek ontwikkeld. In 2024 is de website live gegaan en sindsdien verder aangevuld en geactualiseerd. Het Regiobeeld Psychische Problematiek bestaat uit drie perspectieven:
1. Inzicht in de regionale context: De feiten en cijfers geven inzichten over demografische en sociaal-culturele kenmerken.
2. Sociale factoren: Dit op basis van factoren die iets kunnen zeggen over het (verwachte) zorg- en ondersteuningsgebruik in de regio.
3. Aanbod en gebruik: Geven van inzichten over aanbod en gebruik dat vanuit verschillende kaders is georganiseerd Zvw (Zorgverzekeringswet), Wlz (Wet langdurige zorg , Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning , Pw (Participatiewet), etc.
Monitoring wachttijden ggz NZa
De NZa houdt de gemiddelde wachttijden per hoofdiagnosdegroep voor de curatieve ggz bij en publiceert die op hun eigen website. Vanaf 2026 monitort de NZa via declaratiedata de wachttijden voor behandeling en intake, en de instroomaantallen voor de curatieve ggz. Verwachting is dat de eerste resultaten hiervan in de tweede helft van 2026 worden gepubliceerd op www.zichtopzorgaanbieders.nl.
Monitor zorggebruik ggz-wonen cliënten in Wlz
Sinds 2021 hebben mensen met psychische problematiek direct toegang tot de Wlz. Dit kan effect hebben op de toegankelijkheid en betaalbaarheid van langdurige zorg. De NZa brengt periodiek een monitor uit, met wisselende hoofdthema’s. In 2025 publiceerde de NZa de monitor ‘ggz-behandeling voor mensen met een ggz-wonen zorgprofiel’.131 Deze monitor geeft verdiepend inzicht in het gebruik van ggz-behandeling vanuit de Zvw door mensen met een Wlz-indicatie voor ggz-wonen. Daarmee biedt deze monitor waardevolle inzichten in het totale zorggebruik van de doelgroep mensen met een Wlz-indicatie.
IBO Mentale gezondheid en ggz
In het rapport ‘Uit Balans – IBO mentale gezondheid en ggz’ wordt geconstateerd dat de mentale gezondheid verslechtert en dat het stelsel van ondersteuning en zorg voor psychische problematiek in de huidige vorm niet houdbaar is.132 De toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid schieten te kort. Er zijn vier kernoorzaken van de problemen in kaart gebracht:
1. Een gerichte en structurele overheidsaanpak op preventie voor mentale gezondheid ontbreekt;
2. De vraag naar ggz is aanzienlijk groter dan het aanbod;
3. Het benodigde hulpaanbod komt onvoldoende tot stand en ondersteuning en
4. Zorg voor psychische problematiek is sterk versnipperd.
Overkoepelend is geconstateerd dat een primair medische benadering bij een deel van de mensen te beperkt is, en bij een ander deel van de mensen juist niet nodig. Het is nodig om een meer fundamentele hervorming van het stelsel te overwegen, met als doel om de ondersteuning en zorg bij psychische klachten te verbeteren. Bij het uitwerken van de hervorming is het noodzakelijk om de inkoop van in ieder geval de zorg voor mensen met ernstige psychische problematiek te herzien, door de concurrentie in de inkoop in de huidige vorm weg te nemen.
In het IBO zijn 37 beleidsopties uitgewerkt om deze problemen te adresseren. De beleidsopties zijn onderdeel van de bouwblokken Voorkomen, Prioriteren, Sturen en Verbreden. Ook zijn een aantal fundamentele denkrichtingen voor hervormingen van het stelsel uitgewerkt. Een deel van de beleidsopties in het IBO bouwt voort op huidig beleid, zoals hierboven beschreven. Verschillende afspraken uit het IZA en AZWA grijpen ook in op de kernoorzaken van de problemen die in dit IBO zijn geconstateerd. Andere beleidsopties uit het IBO bieden alternatieven. Dit IBO is een waardevol rapport dat de urgentie van de problematiek rondom mentale gezondheid en de ggz onderstreept. De beleidsopties uit het IBO bieden keuzemogelijkheden voor het kabinet.
Thema 4: Geneesmiddelen en medische technologie
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Eindrapportage Verkenning vereenvoudiging hulpmiddelen | EA | 2022 | afgerond | art. 2 | |
Monitor overheveling geneesmiddelen voor de ziekte van Gaucher | ED | 2022 | afgerond | art. 2 | |
Ex post evaluatie geneesmiddelenvisie - Van grip naar greep | EP | 2023 | afgerond | art. 2 | |
Periodieke rapportage Beschikbaarheid medische producten | EP | 2025 | afgerond | art. 2 | Wordt in Q1 2026 aangeboden |
Evaluatie Nederlandse Transplantatie Stichting | ED | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Beleidsmatige evaluatie voorwaardelijke toelating weesgeneesmiddelen | ED | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Samen werken aan medicatieveiligheid | ED | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Knelpunten arbeidsmarkt in de openbare farmacie | ED | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Evaluatie wetswijziging referentielanden Wgp | EP | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Procesmatige evaluatie voorwaardelijke toelating weesgeneesmiddelen | ED | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Evaluatie Transparantieregister Zorg | EP | 2025 | afgerond | art. 2 | |
Medicatieoverdracht | EP | 2025 | afgerond | art. 2 |
Periodieke rapportage Beschikbaarheid medische producten
De beschikbaarheid van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en lichaamsmaterialen staat onder druk en het evalueren van ingezet beleid is van belang om verder te kunnen verbeteren. Daarop aansluitend is voor deze Periodieke rapportage de volgende hoofdvraag nader onderzocht: In welke mate zijn de beleidsinstrumenten ten behoeve van of met een effect op de beschikbaarheid van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en lichaamsmaterialen [medische producten] doeltreffend en doelmatig? Dit in relatie tot de bijdrage die deze beleidsinstrumenten leveren aan de toegankelijkheid, veiligheid, kwaliteit en betaalbaarheid hiervan.
Onderlinge vergelijking tussen de beleidsinzet bij de drie productgroepen laat overlap, maar ook veel verschillen zien. Overlap zit bijvoorbeeld bij de meldpunten voor tekorten van respectievelijk geneesmiddelen en hulpmiddelen. Ook kennen beide productgroepen een gremium waarin ‘the whole system in the room’ vertegenwoordigd is. Opvallende verschillen zijn te zien in het aantal taak- en werkgroepen per gremium; de doelen van de gremia; de keuze voor voorraden bij de productgroep geneesmiddelen versus voor opschaalbare productiecapaciteit bij de productgroep medische technologie; de constatering dat er voor de productgroep lichaamsmaterialen relatief vaak subsidies zijn verstrekt, een instrument dat bij de andere productgroepen minder vaak is ingezet. Dit soort verschillen biedt volgens de onderzoekers mogelijkheden om van elkaar te leren.
Volgens het onderzoeksbureau geeft de beleidsevaluatie van de drie productgroepen aanknopingspunten om het monitoren en evalueren van beleid te verbeteren. Bij het uitvoeren van deze evaluatie is door de onderzoekers opgevallen dat regelmatig bij het in gang zetten van nieuw beleid een concretisering van de beoogde impact ontbreekt. De onderzoekers adviseren het ministerie van VWS daarom om bij alle beleidsontwikkeling het uitgangsprincipe te hanteren om SMART-doelstellingen op te stellen en om de beoogde impact van beleid concreet vast te leggen. Daarbij hoort ook een beschrijving van de benodigde data en de meetmethodiek om de beleidseffecten te monitoren en evalueren. Hiermee kan de voortgang op deze doelstellingen beter worden gemonitord en geëvalueerd, waardoor vaker een feitelijk en kwantitatief beeld van de voortgang en het uiteindelijk bereikte effect kan worden geschetst in evaluaties.
De effectiviteit van de onderzochte beleidsinstrumenten is volgens het onderzoeksbureau vaak positief: het merendeel van de instrumenten dat is ingezet t.b.v. beschikbaarheid heeft hier ook een positieve bijdrage op gehad. Het onderzoeksbureau doet een aantal aanbevelingen om de effectiviteit van de instrumenten verder te verhogen. In de loop van 2026 zal het kabinet een appreciatie van de aanbevelingen uit de rapportage met de Kamer delen. Daarbij zal het kabinet de Kamer tevens informeren over de wijze waarop opvolging aan deze aanbevelingen wordt gegeven.
Evaluatie Nederlandse Transplantatie Stichting
De evaluatie concludeert dat de NTS zowel haar wettelijke als niet-wettelijke taken doeltreffend uitvoert. De taakuitvoering door de NTS draagt bij aan ‘een goed functionerende orgaan- en weefselketen, waarin het donorpotentieel zo optimaal mogelijk wordt benut’.
Beleidsmatige evaluatie voorwaardelijke toelating weesgeneesmiddelen
Deze evaluatie is gericht op de vraag of de doelstellingen van het beleid van voorwaardelijke toelating (VT) worden behaald, of het budget toereikend is om deze doelstellingen te behalen en of er andere ontwikkelingen zijn die aanleiding geven tot aanpassing van het beleid. De VT wordt gezien als een gewenst instrument in het stelsel, maar heeft toe nu toe weinig inpact gehad. In de afgelopen vijf jaar slechts drie VT-trajecten zijn gestart doordat er weinig animo bij firma's was.
Samen werken aan medicatieveiligheid
Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de mate en wijze van implementatie van de aanbevelingen uit het HARM-Wrestling rapport en het Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid, de randvoorwaarden voor implementatie en om te bepalen of er nieuwe aanbevelingen nodig zijn om de medicatieveiligheid zorgbreed te verbeteren. Het onderzoek concludeert dat een groot deel van de aanbevelingen voor medicatieveiligheid nog onvoldoende is geïmplementeerd, vooral bij grote patiëntgroepen, terwijl de potentiële impact groot is. Verbetering vraagt vooral om betere samenwerking tussen zorgverleners op landelijk, regionaal en lokaal niveau, ondersteund door goede gegevensuitwisseling, ICT en beslissingsondersteuning. Daarnaast zijn passende bekostiging en een beter geïnformeerde en actieve patiënt essentieel. Landelijke regie, duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en regionale protocollen zijn nodig om de implementatie te versnellen en medicatieveiligheid structureel te verbeteren.
Knelpunten arbeidsmarkt in de openbare farmacie
Dit onderzoek geeft inzicht in de omvang van het personeelstekort in de apotheeksector en de redenen van uitstroom van personeel. Het laat zien dat driekwart van de apothekers te maken heeft met een personeelstekort en dat zij verwachten dat deze tekorten aanhouden in het komende jaar. Een laag salaris, hoge werkdruk en de negatieve houding van patiënten zijn de meest genoemde redenen door apothekers voor de uitstroom van apothekersassistenten.
Evaluatie wetswijziging referentielanden Wgp
In 2019 is de Wgp gewijzigd, waarbij Noorwegen in plaats van Duitsland is geïntroduceerd als referentieland. Deze evaluatie gaat in op de effecten daarvan. De doeltreffendheid en effecten van de wetswijziging blijken moeilijk te evalueren door de opeenvolgende maatregelen die getroffen zijn na de COVID-19 crisis die samenviel met de wetswijziging. Hoewel maar in beperkte mate harde conclusies getrokken kunnen worden is wel gebleken dat de analyses en assumpties die aan de wetswijziging ten grondslag lagen niet volledig waren.
Procesmatige evaluatie voorwaardelijke toelating weesgeneesmiddelen
De uitvoering van de VT-procedure wordt elke twee jaar geëvalueerd door het Zorginstituut. Het Zorginstituut concludeert opnieuw dat er behoefte is aan een procedure voor voorwaardelijke toelating, maar constateert ook dat er verbeterpunten zijn. Uit de evaluatie volgen aanbevelingen voor het Zorginstituut, en een aantal vervolgacties voor VWS. Kernpunten zijn het scherper afbakenen van de regeling, het gericht inzetten ervan voor geneesmiddelen met onvoldoende marktprikkels, het beperken en eventueel verlengen van de looptijd, en het zoeken naar alternatieven voor ultra-weesgeneesmiddelen. Daarnaast wordt geadviseerd de VT te harmoniseren met bestaande protocollen (ODAP/DAP), rekening te houden met toekomstige indicaties, en beter onderbouwd advies te geven over verlaagde prijzen en het omgaan met evidence gaps. In de komende periode zal VWS deze aanbevelingen verder onderzoeken en uitwerken.
Evaluatie Transparantieregister Zorg
De jaarlijkse evaluatie van het Transparantieregister Zorg (TRZ) betreft de doeltreffendheid (volledig, actueel, juist en toegankelijk) en de effecten van het TRZ. In de verdiepingsslag van 2024 is geïnventariseerd welke andere typen relaties mogelijk relevant kunnen zijn voor opname in een toekomstig (wettelijk) register.
Medicatieoverdracht
Het overkoepelende doel van het onderzoek is om het effect van de implementatie van het Landelijk Programma Medicatieoverdracht inzichtelijk te maken middels een stand van zaken meting en een nameting. De conclusies van het onderzoek laten zien dat medicatiediscrepanties bij zorgtransities nog vaak voorkomen, met name in hoog-risicosectoren zoals ziekenhuiszorg bij opname en ontslag en bij opname in de GGZ. Niet alle aanbevelingen en verbetermaatregelen zijn in de praktijk voldoende geïmplementeerd, terwijl zij grote patiëntgroepen raken en het risico op matige tot ernstige gezondheidsschade aanzienlijk is. Effectieve verbetering van medicatieoverdracht vraagt daarom om betere samenwerking tussen zorgverleners, betrouwbare en volledige gegevensuitwisseling ondersteund door ICT en beslissingsondersteuning, passende bekostiging en een actievere, beter geïnformeerde patiënt. Landelijke regie in combinatie met regionale en lokale afspraken is essentieel om deze verbeteringen duurzaam te realiseren.
Thema 5: Jeugd
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Verschillen in uitstroom Jeugdhulp in 4 gemeenten onderzocht | ED | 2022 | afgerond | 5 | |
CBS-cijfers jeugdhulp 1e halfjaar 2022 | ED | 2022 | afgerond | 5 | |
Samen verder | EA | 2022 | afgerond | 5 | |
Slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2021 | ED | 2022 | afgerond | 5 | |
Gebruik gezinsgericht verblijf in 4 jeugdregio's onderzocht | EP | 2022 | afgerond | 5 | |
Meerkosten door corona in het sociaal domein | EP | 2022 | afgerond | 5 | |
Jongerenperspectief op de Hervormingsagenda Jeugd | ED | 2023 | afgerond | 5 | |
Rapportage onderzoek IV3 jeugd & WMO | ED | 2023 | afgerond | 5 | |
Verkenning verminderen behandelduur in de jeugdzorg | EA | 2023 | afgerond | 5 | |
Jeugdzorggebruik in de Noordelijke Provincies | ED | 2023 | afgerond | 5 | |
Jaarrapport 2024 Landelijke Jeugdmonitor | ED | 2024 | afgerond | 5 | |
uitgavenonderzoek | ED | 2024 | afgerond | 5 | |
Hervormingagenda afsprakenmonitor | ED | 2024 | afgerond | 5 | |
Leefwereldtoets | ED | 2024 | afgerond | 5 | |
Beleidsinformatie Jeugd | ED | Periodiek | afgerond | 5 | |
Jeugdmonitor | ED | Periodiek | afgerond | 5 | |
Adviezen Deskundigencommissie | ED | 2025 | afgerond | 5 |
Jeugdmonitor
In 2024 bleef het welzijn van jongvolwassenen stabiel maar nog onder het niveau van vóór de coronaperiode, al verbeterde hun gezondheid en het vertrouwen in instituties. Tegelijkertijd groeit de druk op de jeugdzorg verder: in 2024 kreeg één op de negen jongeren ondersteuning, vooral doordat meer 12- tot 18-jarigen ambulante ondersteuning kregen. In het onderwijs vallen havo- en vwo-leerlingen vaker uit, terwijl vmbo-leerlingen juist vrijwel allemaal doorstromen. Jongeren vinden daarnaast moeilijk woonruimte en blijven vaker thuis wonen, ondanks stijgende inkomens en een iets lagere lastenquote. De arbeidsparticipatie daalde licht naar 77,7 procent, terwijl de tevredenheid over werk hoog blijft. Positief is dat vapen niet verder toenam en roken onder jongeren verder afnam. De belangrijkste aanbeveling die uit deze ontwikkelingen volgt, is dat beleid sterker moet inzetten op het verlagen van druk en kwetsbaarheid bij jongeren door hun mentale welzijn te versterken, onderwijskansen te verbeteren, de jeugdzorg toegankelijker en lichter te maken, en de woon- en inkomenspositie van jonge mensen te ondersteunen.
Adviezen Deskundigencommissie
Succesvolle hervorming vraagt van de vijfhoekpartners tijd, vertrouwen en erkenning van noodzakelijke veranderingen, en dat hiermee rekening wordt gehouden in de planning. De agenda richt zich te veel op jeugdzorg zelf, terwijl veel oorzaken van instroom liggen in onderwijs, gezin en bestaanszekerheid. Lokale steunstructuren en teams zijn cruciaal, maar moeten professionaliteit en stevigheid winnen om hun rol goed te kunnen vervullen. Door een te krap tijdpad, druk op snelle besparingen en gebrek aan betrouwbare data is het moeilijk om passende oplossingen te organiseren en de voortgang goed te meten. Daarom luidt het centrale advies dat het Rijk en de gemeenten eerst hun basis op orde moeten brengen: samen de tekorten van 2023 en 2024 dragen, dure en complexe casuïstiek beter onderzoeken, en de informatiehuishouding en monitoring structureel verbeteren. Besparingen vanaf 2026 mogen pas worden vastgesteld wanneer meetbare resultaten beschikbaar zijn, en het financiële kader kan niet eerder dan 2028 opnieuw worden bepaald. Om dit alles uitvoerbaar te maken, vraagt de commissie om vóór de zomer van 2025 een duidelijke routekaart op te stellen waarin staat hoe de aanbevelingen worden opgevolgd.
Thema 6: Maatschappelijke ondersteuning
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Vierde meting monitor abonnementstarief Wmo | ED | 2022 | afgerond | 3 | |
Eindrapport: inzet uitvoeringsvarianten in de Wmo | EP | 2024 | afgerond | 3 | |
Onderzoek naar de effecten van open house | EP | 2024 | afgerond | 3 | |
Zien, luister, helpen (SCP) | Kennis | 2024 | afgerond | 3 | |
De sociale basis en de houdbaarheid van de Wmo | Kennis | 2024 | afgerond | 3 | |
Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | EP | 2024 | afgerond | 3 | |
Monitor gemeentelijk sociaal domein | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Data Wmo op orde (Dashboard) | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Jaarrapport Wmo | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Dagbesteding in balans | EP | periodiek | afgerond | 3 | |
Rapportage cliëntervaringsonderzoek Wmo | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Houdbaarheidsonderzoek Wmo | EP | 2025 | afgerond | 3 | |
De uitvoeringspraktijk van de Wmo | EP | 2025 | afgerond | 3 | |
Demografische en andere uitdagingen Wmo | Kennis | 2025 | afgerond | 3 | |
Eén tegen eenzaamheid | EP | 2025 | afgerond | 3 | |
Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | EP | 2025 | afgerond | 3 | |
Doelmatigheid Wmo BPSW | ED | 2026 | lopend | 3 | N.v.t. |
De Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD)
Deze vrijwillige uitvraag bij gemeenten wordt gezamenlijk gefinancierd door gemeenten en VWS en is de basis voor de Landelijke Monitor Wmo. In 2025 hebben 338 gemeenten data aangeleverd, echter niet voor alle categorieën even volledig. Hier valt nog veel winst te behalen.
Data op orde: Dashboard Landelijke Monitor Wmo
Bij deze opsomming over gebruik en kosten 2024, ontbreken data over gebruik en kosten van collectieve voorzieningen en de toegang. De landelijke monitor is wel uitgebreid met data in het dashboard over rolstoelen, vervoersmiddelen en woonvoorzieningen. Ook zijn kwintielen geïntroduceerd i.p.v. absolute inkomenscategorieën, om het inflatie-effect te vermijden. Tenslotte worden de scores van gemeenten onder de knop «toon data» niet meer op alfabetische volgorde getoond, maar van hoog- tot laagscorend. Dit geeft voor het kiezen van gemeenten voor een benchmark een duidelijker beeld.
Jaarrapport Wmo 2025
Dit jaarrapport over 2024 laat zien dat de kosten van maatwerkvoorzieningen harder toeneemt dan het gebruik van maatwerkvoorzieningen. In het rapport worden de scores voor de hoofdcategorieën besproken en krijgt de stand van zaken betreffende data over de sociale basis aandacht. Dagbesteding is een van de weinige maatvoorzieningen die daalt, wat aanleiding was voor een nader benchmark onderzoek. In het jaarrapport zijn de bij het CBS bekende statistieken voor de sociale basis op een rij gezet.
Dagbesteding in balans
Dagbesteding als maatvoorziening is een van de weinige maatwerkvoorzieningen waarvan het gebruik en kosten dalen, al zijn de verschillen in het gebruik van dagbesteding groot. Verklaringsfactoren zijn:
– Verschillen in toegang en werkwijze zijn de belangrijkste verklaring voor verschillen in gebruik van maatwerkdagbesteding.
– De sociale basis en het lokale voorzieningenniveau beïnvloeden de druk op maatwerkdagbesteding.
– Demografische en maatschappelijke trends versterken lokale verschillen.
– Arbeidsmatige dagbesteding kent een eigen dynamiek.
– Verschillen in definities, registratie en inkoopmodellen bemoeilijken vergelijking en sturing.
Rapportage cliëntervaringsonderzoek Wmo
Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verplicht jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek Wmo (ceo Wmo) uit te voeren. Sinds 2021 mogen gemeenten zelf de methode kiezen, mits toegang, kwaliteit en effecten in het onderzoek terugkomen. Voor 2024 leverden 265 van de 342 gemeenten gegevens aan, waarvan de ceo’s afgerond waren. Gemeenten schetsen overwegend een stabiel en positief beeld van de cliënttevredenheid, met weinig schommelingen ten opzichte van vorig jaar. De meeste Wmo-cliënten zijn tevreden over de toegang. Zij weten waar zij terecht kunnen, voelen zich serieus genomen en ervaren de keukentafelgesprekken als positief. De drie belangrijkste verbeterpunten zijn: (1) de bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning (58%), (2) de wachtlijsten (35%) en (3) de bekendheid met de toegang (24%). Over de kwaliteit van de ondersteuning zijn de meeste cliënten tevreden volgens gemeenten. Wel verschilt de waardering vaak tussen voorzieningen: hulpmiddelen, vervoer en woningaanpassingen worden vaak hoger beoordeeld dan huishoudelijke hulp. Ongeveer de helft van de gemeenten ziet geen ruimte voor verbetering op de verschillende aspecten. Een deel van de gemeenten noemt dat de communicatie tussen zorgprofessionals en richting de cliënt beter kan. Een groot deel van de cliënten ervaart volgens gemeenten positieve effecten van de ondersteuning. Hier ziet eveneens ongeveer de helft van de gemeenten geen aanleiding voor verbetering. Verbetering op het aspect zelfredzaamheid wordt het vaakst genoemd (19%), iets meer dan vorig jaar.
Houdbaarheidsonderzoek Wmo
Het Houdbaarheidsonderzoek heeft als doel om een gezamenlijk beeld te vormen van de opgaven in de Wmo 2015 en om VNG en Rijk in staat te stellen gezamenlijk en proactief te sturen op lange termijnvraagstukken. De analyse laat zien dat demografische ontwikkelingen, toenemende complexiteit en de beweging naar de voorkant leiden tot inhoudelijke uitdijing en daarmee tot financiële, personele en maatschappelijke risico’s voor gemeenten. Ook drukken bezuinigingen en knelpunten in andere zorgdomeinen op de uitvoering, versterkt door arbeidsmarktkrapte en de groeiende complexiteit van Wmo-onderdelen. Diverse elementen van de oorspronkelijke beleidstheorie zijn niet waargemaakt: de decentralisatie wordt niet overal aanvaard, burgers blijven de Wmo zien als aanspraak, en jurisprudentie en Rijksingrijpen bemoeilijken het sturen op zelfredzaamheid. Daarnaast beïnvloeden externe factoren zoals bestaanszekerheid, huisvesting, schuldenproblematiek, de ggz en een versnipperde interbestuurlijke vormgeving de werking van de Wmo. Hoewel veel inwoners tevreden zijn, ervaren vooral mensen met een levenslange of levensbrede beperking tekortkomingen in hun ondersteuning.
Het onderzoek vraagt daarom om duidelijke afbakenende keuzes: moet de Wmo worden ingericht als een smalle, afgebakende ondersteuningswet of als een brede maatschappelijke vangnetwet? De eindrapportage benoemt maatregelen gericht op het bepalen van de positie van de Wmo, het versterken van bestaanszekerheid, zelf- en samenredzaamheid, de sociale basis, en het verbeteren van randvoorwaarden zoals data, landelijke kaders, toegang en administratieve lasten. Daarnaast zijn passende woningen, reablement, inkomens- en vermogensafhankelijke bijdragen, ondersteuning van mantelzorgers en aandacht voor de markt van zorgaanbieders noodzakelijk voor een goed functionerend stelsel. Daarmee komt het onderzoek tot de conclusie dat de Wmo 2015 zonder duidelijke afbakening en gerichte keuzes van de landelijke politiek op termijn niet houdbaar is, en de beschikbaarheid en toegankelijkheid van ondersteuning voor kwetsbare inwoners onder ernstige druk zal komen te staan.
De uitvoeringspraktijk van de Wmo
In het kader van het Houdbaarheidsonderzoek is onderzocht hoe gemeenten de Wmo 2015 uitvoeren en welke kosten hiermee gemoeid zijn. In dit onderzoek lag de nadruk op de manier waarop de toegang en lokale (wijk)teams zijn georganiseerd en de manier waarop ondersteuning wordt georganiseerd en ingekocht. Hiermee is in beeld gebracht of de initieel bedoelde diversiteit ook daadwerkelijk tot stand is gekomen in de uitvoeringspraktijk van de Wmo 2015. Grofweg zien gemeenten het gebruik van maatwerkvoorzieningen en de kosten ervan toenemen, maar de mate waarin verschilt per gemeente door vraagzwaarte, inrichting van de toegang en de gekozen uitvoeringsvariant. Landelijk gezien werkt ongeveer de helft van de gemeenten met een inspanningsgericht profiel (P*Q) een derde met een outputgericht profiel (resultaatgericht) en een op de tien met een taakgericht profiel (populatiebekostiging). Gemeenten met een lichtere taakzwaarte werken vaker met een inspanningsgericht profiel. Voordelen hiervan zijn volgens hen de flexibiliteit in het te contracteren aanbod en de keuzevrijheid voor inwoners. Gemeenten met een zwaardere taak werken vaker met een output- of taakgericht profiel. Een reden hiervoor is de nadrukkelijker gevoelde noodzaak om op resultaten of een bredere populatie te sturen vanwege meer langdurigere en/of complexe problematiek. Taakgerichte bekostiging gaat samen met de laagste uitgaven en het kleinst aantal cliënten met maatwerk ondersteuning. Wel zijn de kosten voor de toegang hoger.
Demografische en andere uitdagingen voor de Wmo 2015
In de notitie «Demografische en andere uitdagingen voor de Wmo 2015» is gekeken naar elementen en vraagstukken in de samenleving, buiten de (nauwe) koker van de Wmo 2015 zelf, die wel een effect kunnen hebben op de vraag naar zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015. In 2040 is het aantal 80-plussers met meer dan 70% gegroeid (ten opzichte van nu) bij een binnenlands arbeidsaanbod dat krimpt ten opzichte van de huidige situatie. Het zorg en ondersteuningsaanbod krijgt het steeds moeilijker om de hulp en ondersteuningsvraag tegemoet te komen (dat geldt in alle zorgwetten). Een tweedeling binnen de maatschappij als gevolg hiervan is een denkbaar (maar onwenselijk) scenario: de ‘well to do’ kunnen in de nabije toekomst privaat hun zorg en ondersteuning inkopen, waardoor minder arbeidskrachten overblijven voor collectief gefinancierde zorg en welzijn voor de ‘less to do’. Mensen zullen meer naar elkaar moeten omkijken en mensen zullen in de toekomst ook meer afhankelijk zijn van hun kinderen en/of het netwerk in de wijk.
Eén tegen eenzaamheid
Eenzaamheid en sociaal isolement vormen serieuze maatschappelijke problemen met gevolgen voor gezondheid, participatie en welzijn. Het terugdringen van sterke en chronische eenzaamheid vraagt om een structureel langetermijnbeleid dat gezond sociaal gedrag in de gehele samenleving bevordert en gericht is op alle leeftijden en levensdomeinen, niet uitsluitend ouderen. De commissie constateert dat de huidige aanpak vaak projectmatig en tijdelijk is, waardoor structurele borging ontbreekt. Belangrijke werkzame elementen zijn onder meer: het bevorderen van gemeenschapszin, maatschappelijk vertrouwen, betekenisvol contact, herhaalde ontmoeting, sociaal-emotionele competenties en bestaanszekerheid. De focus ligt op het versterken van sociale verbindingen, het verminderen van sociaal isolement en het vergroten van zelf- en samenredzaamheid. Interventies moeten breed, duurzaam en geïntegreerd worden ingezet in zorg, welzijn, onderwijs, werk en wonen. De commissie adviseert tot slot een consistent en integraal eenzaamheidsbeleid, met brede maatschappelijke inzet en duurzame verankering, om sociale verbondenheid in Nederland effectief te versterken.
Nationaal actieplan dakloosheid
Eind 2022 is het Nationaal Actieplan Dakloosheid (NAD): Eerst een Thuis gepresenteerd. Dit plan zet in op een landelijke paradigmashift, uiterlijk bereikt in 2030, waarbij de oplossing voor dakloosheid niet langer maatschappelijke opvang is, waarbij preventie en wonen voor het eerst centraal staan. In opdracht van VWS en VNG voert het CBS een monitor uit waarmee dakloosheid structureel wordt gemonitord, zowel op regionaal niveau als landelijk. Voor deze monitor zijn in 2024 en 2025 door het CBS in samenwerking met Valente en VNG-realisatie registraties op persoonsniveau over dakloze mensen (inclusief BSN) uitgevraagd. Deze uitvraag vindt zowel plaats onder de centrumgemeenten als onder maatschappelijke opvangorganisaties. Het is belangrijk om eenzelfde definitie van dakloosheid te gebruiken. Daarvoor is er een ETHOS-Light classificatie ontwikkeld en die kent 7 categorieën. De cijfers over het jaar 2025 zijn op het moment van schrijven nog niet gepubliceerd.
Doelmatigheid Wmo
Hier was het de bedoeling om een ZonMw programma te ontwikkelen voor richtlijnen en onderzoek naar bewezen effectieve interventies. Op basis van nadere inzichten is een traject gestart voor de ontwikkeling van richtlijnen door de beroepsgroep van sociaal werkers de BPSW. De Wetenschappelijke AdviesRaad (WAR) van de BPSW adviseerde na een gedegen studie om een wetenschappelijke body of knowledge voor het beroep te ontwikkelen. Dit wordt nu door de BPSW uitgevoerd. Tenslotte wordt Centrum Sociaal Werk ingericht, om de ‘body of knowledge’ van een thuis te voorzien.
Thema 7: Ouderenzorg en palliatieve zorg
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Kennisinfrastructuur Langdurige Zorg | EA | 2022 | afgerond | 3 | |
Onderzoek meerkosten geclusterde woonvormen Wet langdurige zorg (Wlz) | EA | 2022 | afgerond | 3 | |
WOZO monitor | ED | 2023 | afgerond | 3 | |
IBO ouderenzorg - Niets doen is geen optie | EP | 2023 | afgerond | 3 | |
Eindrapportage Waardigheid en trots op locatie | EP | 2024 | afgerond | 3 | |
Rapport tussenevaluatie Nationaal Programma Palliatieve Zorg II | ED | 2024 | afgerond | 3 | |
Monitor Langdurige zorg | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Kerncijfers Langdurige Zorg | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Monitor ouderenzorg: beweging in de samenleving | ED | 2025 | afgerond | 3 | |
Behandeling binnen de ouderenzorg | ED | 2025 | afgerond | 3 | |
Thema Dementie | |||||
Tussentijdse evaluatie Nationale Dementiestrategie | ED | 2024 | afgerond | 3 | |
Monitor Nationale Dementiestrategie | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Tussentijdse evaluatie van de Nationale Dementiestrategie (NDS) | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Hospices in Nederland | Kennis | 2025 | afgerond | 3 | |
GR advies Risicoreductie en vroegdiagnostiek | Kennis | 2025 | afgerond | 3 | |
Monitor ouderenzorg: beweging in de samenleving van het RIVM
Deze monitor is ontwikkeld door het RIVM en geeft aan de hand van 32 indicatoren kwantitatief en kwalitatief inzicht in de ontwikkelingen rondom zorg en ondersteuning voor thuiswonende ouderen in de periode 2015-2023. Dit rapport is ontwikkeld binnen het WOZO-programma waarin de elementen en de beweging naar ‘zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan’ centraal stonden.
De monitor laat zien dat er een stabiele trend is als het gaat om de ervaren zelfredzaamheid en tevredenheid met het leven. In het veld worden nieuwe initiatieven gestart om de beweging tot langerzelfstandig thuis wonen voor ouderen te ondersteunen, bijvoorbeeld; wooninitiatieven of zorgzame buurten. Er zijn ontwikkelingen rondom de inzet van zorgtechnologie en digitale hulpmiddelen en er is een stijging te zien in het aandeel oudere zorggebruikers dat gebruik maakt van digitale zelfhulp en zorgtoepassingen. Deze monitor wordt binnen het HLO geïntegreerd en gecontinueerd.
Behandeling binnen de ouderenzorg
De aanleiding voor het onderzoek is de wens om meer grip en inzicht te krijgen in hoe deze behandelingen georganiseerd zijn, welke variatie bestaat en wat dat betekent voor kwaliteit, doelmatigheid en toekomstbestendigheid. Het rapport is tot stand gekomen op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie, aangeleverd door 21 zorginstellingen. De onderzochte instellingen tonen betrokkenheid, reflectievermogen en bereidheid tot verbetering. In lijn met de uitdagingen zijn er perspectieven. De behandelcomponent binnen de ouderenzorg is daarmee volop in ontwikkeling, met een brede erkenning van de noodzaak tot samenwerking en gezamenlijke verdere inhoudelijke verdieping, met aandacht voor de uitvoerbaarheid en werkbaarheid in de praktijk.
Tussentijdse evaluatie van de Nationale Dementiestrategie (NDS)
In opdracht van VWS heeft Berenschot in 2024 een tussenevaluatie van de Nationale dementiestrategie uitgevoerd. Uit de evaluatie is gebleken dat er op basis van de NDS grote stappen zijn gezet als het gaat om onderzoek naar, zorg voor en de positie van mensen met dementie. De ernst en het hoge aantal mensen dat te maken krijgt met een vorm van dementie, onderstreept het belang en noodzaak voor het voortzetten van de NDS. Wel wordt een aantal aanbevelingen gedaan voor de inhoudelijke focus van de thema’s. Zo wordt er aangegeven dat er in thema 1 meer aandacht moet zijn voor preventie en kwaliteit van leven, dat in thema 2 er meer aandacht moet zijn voor beeldvorming en het verminderen van stigma over mensen met dementie en dat er in thema 3 meer ingezet kan worden op het borgen, verspreiden van kennis en het in stand houden van goede ondersteuning en zorg initiatieven voor mensen met dementie. Ook wordt aanbevolen om meer aandacht te besteden aan culturele diversiteit, te verduidelijken hoe besluiten binnen de governance van de NDS worden genomen en de NDS beter te verbinden met andere beleidsprogramma’s.
Rapport «Hospices in Nederland»
In 2024 een gestructureerd overzicht gemaakt van alle hospices in Nederland middels het project Versterken Hospicezorg. Hierin werd een beeld geschetst van het huidige landschap en de toekomstig benodigde capaciteit (landelijk en regionaal). Hierop voortbouwend is in het rapport Hospices in Nederland de variatie in organisatievormen in het hospicelandschap in kaart gebracht. Het rapport laat zien dat de huidige variëteit aan organisatievormen en bekostigingsstructuren knelpunten oplevert op het gebied van beschikbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van hospicezorg. Er worden aanbevelingen gedaan voor hoe het landschap er over vijf tot tien jaar uit zou kunnen zien.
GR advies Risicoreductie en vroegdiagnostiek
Samenvattend adviseert de Gezondheidsraad vooral in te zetten op risicoreductie en niet op vroegdiagnostiek. Omdat de meerwaarde van de nieuwe methoden voor vroegdiagnostiek vooralsnog beperkt is en er geen effectieve therapeutische behandeling beschikbaar is, moeten de mogelijkheden om toekomstige ziektelast van dementie te verkleinen vooral gezocht worden in het reduceren van het risico op het ontwikkelen van dementie.
Thema 8: Gehandicaptenzorg
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Strategische evaluatie Toekomstagenda gehandicaptenzorg | ED | 2023 | afgerond | 3 | |
Evaluatie maatregelen complexe zorg: Eindrapportage fase 1, 2 en 3 | ED | 2023 | afgerond | 3 | |
Eindrapportage Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg 2019-2022 | EP | 2023 | afgerond | 3 | |
Veilige zorgrelatie in gehandicaptenzorg | ED | 2023 | afgerond | 3 en 4 | |
Rapporten van onderzoek naar de in- en doorstroom van complexe zorg in de gehandicaptenzorg | EP | 2023 | afgerond | 3 | |
Monitor ZZP Gehandicaptenzorg (CBS) | ED | periodiek | afgerond | 3 | |
Toekomstagenda gehandicaptenzorg | EA | 2025 | afgerond | 3 |
Toekomstagenda gehandicaptenzorg
Het RIVM heeft in 2025 een plan van aanpak gemaakt voor de monitoring en evaluatie van de Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking. Het plan van aanpak voor monitoring en evaluatie is aan de Tweede kamer gestuurd met de voortgangsrapportage Toekomstagenda 28 maart 2025 (TK 24170-354). Het RIVM gaat in de overkoepelende monitor van de Toekomstagenda de beweging naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning op twee manieren volgen: allereerst met een set aan indicatoren en door het houden van interviews. Deze monitor wordt tweemaal uitgevoerd en opgeleverd in maart 2026 en maart 2027. De Tweede Kamer ontvangt de eerste monitor in de voortgangsrapportage van de Toekomstagenda in het voorjaar van 2026. Daarnaast voert het RIVM een evaluatie uit. De evaluatie wordt eenmalig uitgevoerd en na afloop van de looptijd van de Toekomstagenda opgeleverd (eind 2027). De evaluatie vindt plaats door middel van kwalitatief onderzoek aan de hand van de volgende onderzoeksvraag: Heeft de Toekomstagenda bijgedragen aan de eventuele beweging naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking? En zo ja, op welke manier?
Thema 9: Arbeidsmarkt en opleidingen zorg
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Evaluatie Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg | EP | 2022 | afgerond | art. 4 | |
Ontwikkel het Stagefonds door. Verkenning vergoeding stagebegeleiding | EP | 2024 | afgerond | art. 4 | |
Monitor arbeidsmarkteffecten (AZW) | ED | periodiek | afgerond | art. 4 | |
Arbeidsmarkt & ontzorgen zorgprofessionals (IZA) | ED | periodiek | afgerond | art. 4 | |
Periodieke rapportage Arbeidsmarkt- en Opleidingsbeleid | EP | 2025 | afgerond | art. 4 | |
Evaluatie subsidieregeling Basis Acute Zorg (BAZ) | EP | 2025 | afgerond | art. 4 | |
Evaluatie subsidieregeling Opleidingen in een Jeugd ggz instelling | EP | 2025 | afgerond | art. 4 | |
Evaluatie subsidieregeling stageplaatsen zorg II | EP | 2025 | afgerond | art. 4 | |
Evaluatie AZW-programma | EP | 2025 | afgerond | art. 4 | |
Evaluatie instellingssubsidie SBOH | EP | 2025 | afgerond | art. 4 |
Monitor arbeidsmarkteffecten (AZW)
De arbeidsmarktmonitor is beschikbaar via het dashboard Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) en wordt bij het beschikbaar komen van nieuwe cijfers steeds geactualiseerd.
Evaluatie van de subsidieregeling opleidingsmodule Basis Acute Zorg (SiRM)
In de periode van juli 2022 tot en met september 2024 heeft het ministerie van VWS met de Subsidieregeling Opleidingsmodule Basis Acute Zorg (BAZ) ziekenhuizen gestimuleerd om verpleegkundigen een BAZ-opleidingsmodule te laten volgen. Verpleegkundigen met het BAZ-certificaat kunnen in geval van crises snel worden ingezet op de acute as van een ziekenhuis, zoals de intensive care of de spoedeisende hulp. De conclusie van de evaluatie is dat de regeling haar primaire functie heeft vervuld door het opleiden van BAZ-gecertificeerden. Het is echter onzeker of de regeling op zichzelf structureel heeft bijgedragen aan dat ziekenhuizen beter voorbereid zijn op toekomstige crises. Dit komt omdat het voor directe inzetbaarheid nodig is dat BAZ-gecertificeerden blijvend ervaring moeten opdoen in de acute zorg, wat door personeelstekort niet altijd kan. Subsidievoorwaarden hadden eisen kunnen stellen dat een structureel effect garandeert, maar omdat de regeling is vormgegeven in de nasleep van de covidpandemie is er wel twijfel of dit haalbaar en wenselijk was. De evaluatie gaat ook in op de onderbenutting van het subsidieplafond in 2023. De verklaring hiervoor wordt gegeven doordat het potentieel aantal BAZ-certificaten vermoedelijk is overschat door afnemende urgentie. Tevens werd de eerste aanvraagperiode relatief laat geopend en was deze complex ingericht, waardoor aanvragers in onzekerheid waren of zij verpleegkundigen moesten opleiden. De aanvraagperiode en het budget voor 2024 zijn op basis van de ervaringen aangepast waardoor het subsidieplafond beter is benut. Vanaf 1 januari 2025 zijn de opleidingsmodules van de BAZ opgenomen in de nieuwe modulaire bekostiging van ziekenhuisopleidingen via de beschikbaarheidbijdrage. De subsidieregeling is daarmee overbodig geworden.
Evaluatie subsidieregeling Opleidingen in een Jeugd ggz instelling
De subsidieregeling Opleidingen in een Jeugd ggz instelling waarborgt de financiering van opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychiater, psychotherapeut, klinisch (neuro)psycholoog en verpleegkundig specialist ggz in instellingen die uitsluitend zorg aan jeugdigen tot 18 jaar bieden en hiermee niet in aanmerking komen voor bekostiging door middel van een beschikbaarheidbijdrage. De subsidieregeling wordt als doeltreffend en doelmatig beoordeeld. De regeling draagt echter maar in beperkte mate bij aan de realisatie van de benodigde opleidingscapaciteit in de gehele sector.
Evaluatie subsidieregeling stageplaatsen zorg II
De evaluatie van de subsidieregeling Stageplaatsen Zorg II (hierna: het Stagefonds) is uitgevoerd binnen het onderzoek voor de periodieke rapportage arbeidsmarkt- en opleidingenbeleid zorg en welzijn, op basis van drie reeds beschikbare rapporten die een duidelijk genoeg beeld geven over de doelmatigheid en doeltreffendheid. De conclusie is dat het Stagefonds zeer waarschijnlijk niet doeltreffend is. De rapportage van de Algemene Rekenkamer (AR) speelt hierbij een cruciale rol, aangezien het Stagefonds hierin als ondoelmatig en ondoeltreffend wordt beoordeeld. Deze bevindingen vormden samen met de taakstelling de basis voor het besluit om het Stagefonds per 2028 te stoppen.
Evaluatie AZW-programma
In het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) werken arbeidsmarktfondsen in zorg en welzijn en het ministerie van VWS sinds 1994 samen met als doel om betrouwbare, onafhankelijke informatie te bieden over de arbeidsmarkt. Dit zodat beleidsmakers en bestuurders op basis van beter begrip van de arbeidsmarkt keuzes kunnen maken, een goed arbeidsmarktbeleid kunnen uitvoeren en problemen kunnen oplossen. Uit de evaluatie blijkt dat de AZW-producten actief worden gebruikt en worden gewaardeerd door gebruikers. Bureau Bartels concludeert dat het programma effectief is, zowel in de organisatie en uitvoering als in het behalen van het beoogde doel. Eenduidige en betrouwbare arbeidsmarktinformatie blijft in de toekomst van belang en Bureau Bartels adviseert om het gebruik van de informatie ten behoeve van beleid verder te stimuleren.
Evaluatie instellingssubsidie SBOH
Een groot deel van de medische vervolgopleidingen betaalt het ministerie van VWS via de beschikbaarheidbijdrage, waarbij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verantwoordelijk is voor de uitvoering van de beschikbaarheidbijdrage. Voor medische vervolgopleidingen in de publieke gezondheidszorg is er geen financiering via een beschikbaarheidbijdrage. Sinds 2019 stelt het ministerie van VWS een instellingssubsidie beschikbaar aan de stichting SBOH om deze opleidingen te financieren en het centraal werkgeverschap te faciliteren voor de aios tijdens de opleidingsperiode. Het gaat hierbij om de opleidingen tot Arts Maatschappij + Gezondheid met de profielen: jeugdgezondheidszorg, infectieziektebestrijding, tuberculosebestrijding, medische milieukunde, donorarts en vertrouwensarts. In de evaluatie is onderzocht hoe doeltreffend en doelmatig de instellingssubsidie is over de periode 2022-2024. Uit de evaluatie blijkt onder andere dat het centraal werkgeverschap de beoogde voordelen met zich meebrengt die de kwaliteit van de opleiding verbetert, zoals meer onafhankelijkheid van de aios ten opzichte van de opleidende partij en makkelijkere/betere mogelijkheden om op meerdere plekken stage te lopen. Ook zorgt centraal werkgeverschap voor gelijkheid tussen de aios. Bovendien is de meerderheid van de aios (zeer) tevreden over SBOH als werkgever. Er zijn echter ook aandachtspunten, zoals het verhogen van de instroom en de behoefte aan meer flexibiliteit in het subsidieproces.
Thema 10: Overige VWS-brede evaluaties
Titel Onderzoek | Type onderzoek | Afronding | Status | Begrotingsartikel(en) | Vindplaats onderzoek |
|---|---|---|---|---|---|
Impactanalyse TNO Quickscan EHDS | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Financiële impactanalyse KPMG | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Juridisch advies over het voorstel voor de EHDS Verordening (Radboud) | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Evaluatie van het subsidieprogramma Voor Elkaar! | EP | 2022 | afgerond | 4 | |
Melius Health Informatics Transitieplan «Van ZIB-compliance naar hergebruik van zorginformatie» | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Model voor stelselregie (Nictiz) | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Rapport marktwerking in de zorg-ICT-markt (Deloitte) | EP | 2022 | afgerond | 4 | |
Naar een geïntegreerd gezondheidsinformatiesysteem in Nederland (OECD) | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Bureau Gateway Reviewrapport Programma Egiz | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Impact assessment Eenheid van Taal (D&A) | EA | 2022 | afgerond | 4 | |
Evaluatie aftrek specifieke zorgkosten | EP | 2022 | afgerond | 4 | |
Evaluatie agenda Goed bestuur in de zorg | EP | 2022 | afgerond | 4 | |
Ex durante evaluatie van de pilot Lerend Evalueren | ED | 2022 | afgerond | 4 | |
Invoeringstoets Wtza | ED | 2023 | afgerond | 4 | |
Kaderwetevaluatie NZa 2018-2022 - «Op weg naar meer stevigheid" | EP | 2023 | afgerond | 4 | |
Onderzoek naar geschilleninstanties Wkkgz | ED | 2023 | afgerond | 4 | |
Technische werkgroep Macrobeheersing Zorguitgaven | EA | 2023 | afgerond | 4 | |
Tussentijdse evaluatierapport Pandemische paraatheid | ED | 2024 | lopend | 1 | |
Nivel-onderzoek naar vertrouwen in databeschikbaarheid van gezondheidsgegevens voor primair en secundair gebruik | EP | 2024 | afgerond | 4 | |
Doorlichting aCBG - agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen | EP | 2024 | afgerond | 4 | |
1-meting van de «beweging van het IZA» | ED | 2025 | afgerond | 2, 4, 5 | |
Evaluatie van het instrument beschikbaarheidbijdrage | EP | 2025 | afgerond | 4 | |
Wetsevaluatie Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) | EP | 2025 | afgerond | 4 | |
Herijking Financiële impactanalyse European Health Data Space | Kennis | 2025 | afgerond | 4 | |
Zbo evaluatie CAK 2019 ‒ 2023 ‘Goed op weg’ | EP | 2025 | afgerond | 4 | |
Evaluatie doeltreffendheid en doelmatigheid PUR | EP | 2025 | afgerond | 4 | |
Advies van het Adviescollege ICT-toetsing Ontwikkeling Mijn Gezondheidsoverzicht en aanbesteding PGO | ED | 2025 | afgerond | ||
Doorlichting CIBG | EP | 2026 | lopend | 4 | n.v.t. |
Kaderwetevaluatie Zorginstituut Nederland | EP | 2026 | lopend | 4 | n.v.t. |
1-meting van de «beweging van het IZA»
Met het Integraal Zorgakkoord (IZA) wordt ingezet op toegankelijke, betaalbare en kwalitatief goede zorg. Om zicht te houden op de ontwikkelingen die worden bewerkstelligen met het IZA is in opdracht van de partijen een brede monitor opgebouwd, ondersteunt door verschillende kennisinstituten. Deze IZA monitor brengt: 1) regelmatig de ontwikkelingen in kaart op het gebied van planvorming en proces via de voortgangsrapportage. Daarnaast worden 2) de cruciale veranderingen in de zorg (‘de beweging’) en 3) de effecten van IZA maatregelen voor de gezondheid van verschillende doelgroepen inwoners en patiënten (‘monitor doelgroepen IZA’) in beeld gebracht. Deze 1-meting bevat nog weinig tot geen grote veranderingen ten opzichte van de 0-meting. Ondanks dat de deelmonitors soms een ‘positief’ of ‘negatief’ effect laten zien van het IZA, kunnen nog niet gesproken worden van een trend, noch causale relatie. Het zijn mogelijk indicaties van eerste effecten waar zicht op zou verkregen kunnen worden.
Evaluatie van het instrument beschikbaarheidbijdrage
Het rapport betreft een evaluatie naar de inzet en de werking van het instrument beschikbaarheidbijdrage sinds de inwerkingtreding van het instrument in 2012. De beschikbaarheidbijdrage is een subsidie op grond van artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg die onder voorwaarden kan worden ingezet om specifieke vormen van zorg beschikbaar te houden. Specifiek heeft VWS gevraagd om onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gebruik van het instrument beschikbaarheidbijdrage.
Het onderzoeksbureau concludeert dat het ministerie van VWS het instrument zorgvuldiger dient toe te passen. Daarnaast wordt aanbevolen het beoordelingskader voor de inzet van het instrument aan te scherpen, zodat duidelijker wordt onder welke voorwaarden inzet passend en gerechtvaardigd is. Deze aanbevelingen raken ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die belast is met de uitvoering van de beschikbaarheidbijdrage. Verder worden specifieke aanbevelingen gedaan ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen en voor academische zorg. Daarbij wordt geconcludeerd dat deze regelingen het risico met zich meebrengen van ongewenste neveneffecten, zoals inefficiëntie en oneerlijke concurrentie. Tegelijkertijd constateert het onderzoeksbureau dat er geen evident bekostigingsalternatief is.
Wetsevaluatie Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz)
Op grond van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz 2018) dient binnen vijf jaar na inwerkingtreding een verslag over de doeltreffendheid en effecten van de Wmcz 2018 in plaats te vinden. De Wmcz geldt voor zorginstellingen, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen en heeft als belangrijkste doelen de positie van cliëntenraden te verstevigen ten opzichte van instellingen, en tegelijkertijd tegemoet te komen aan de wens van instellingsbesturen en cliëntenorganisaties tot grotere ruimte voor maatwerk. Bij de evaluatieopdracht stond de vraag centraal of de doelen die de wetgever voor ogen had met de Wmcz 2018 zijn gerealiseerd. Het onderzoek concludeert onder andere dat de Wmcz 2018 meer juridische basis biedt voor het versterken van de cliëntenraad en ruimte voor maatwerk, maar doet aanbevelingen om het animo bij cliëntenraden te vergroten en een cultuurverandering te bereiken. Daarnaast kan meer verduidelijkt worden wanneer de Wmcz van toepassing is.
Herijking Financiële impactanalyse European Health Data Space
KPMG heeft in 2025 in opdracht van VWS een herijking van de financiële impactanalyse European Health Data Space ('EHDS’) uitgevoerd om de financiële consequenties van de EHDS voor Nederland in kaart te brengen. De analyse maakt zichtbaar welke aanvullende investeringen nodig zijn voor de EHDS en welke kostenposten reeds meelopen met bestaande nationale trajecten als gevolg van overlap.
Zbo evaluatie CAK 2019 ‒ 2023 ‘Goed op weg’
De evaluatie van het onderzoek is in december 2024 opgeleverd en met de Kabinetsreactie in februari 2025 aan de Kamer aangeboden. Het onderzoeksbureau concludeert ten aanzien van de doeltreffendheid dat het CAK de afgelopen jaren de focus heeft gelegd op de kwaliteit en rechtmatigheid van de dienstverlening. Het CAK heeft zich ontwikkeld richting een meer klantgerichte, empathische en wendbare organisatie. Ook heeft het CAK een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt om toe te werken naar het geborgd in control komen. Verder concludeert het rapport dat het CAK meer grip gekregen heeft op de kwaliteit van dienstverlening. Een aantal prestatie-indicatoren blijft een aandachtspunt.
Het rapport concludeert dat de focus de afgelopen jaren meer op de kwaliteit en rechtmatigheid van de dienstverlening lag, dan op de doelmatigheid. Dit is te verklaren door de grote uitdagingen op doeltreffendheid, waardoor er beperkt aandacht voor monitoring en sturing op doelmatigheid was. Het CAK heeft desondanks wel stappen gezet in het versterken van doelmatigheid. Het CAK werkt aan een CAK breed doelmatigheidskader. Hiervoor is helderheid nodig over wanneer het CAK, VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kunnen spreken over een doelmatig CAK. Ten aanzien van de governance concludeert het onderzoek dat de interne en externe checks and balances zijn verbeterd tijdens de evaluatieperiode. De open en transparante houding van het CAK in de afgelopen jaren heeft hier sterk aan bijgedragen.
Evaluatie doeltreffendheid en doelmatigheid Pensioen- en uitkeringsraad
Conform de verplichtingen in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is het functioneren van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) in 2024 geëvalueerd. De einderesultaten van het onderzoek zijn in mei 2025 aan de Kamer aangeboden. Belangrijkste uitkomsten uit de rapportages zijn:
– De PUR heeft doeltreffend gefunctioneerd;
– De komende jaren zijn er voor de PUR, ondanks een dalende trend in het aantal aanvragen, voldoende werkzaamheden die kwalitatief goed moeten worden uitgevoerd;
– Er zijn aandachtspunten die vragen om een verdere verkenning van de toekomstbestendige organisatie van de PUR.
Advies van het Adviescollege ICT-toetsing Ontwikkeling Mijn Gezondheidsoverzicht en aanbesteding PGO
Het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) adviseert de regering en het parlement over verbetering van de beheersing van ICT-projecten en informatiesystemen. Zij hebben een advies uitgebracht over twee onderdelen van het gezondheidsinformatiestelsel, namelijk de ontwikkeling van Mijn Gezondheidsoverzicht en de aanbesteding van de Persoonlijke Gezondheidsomgeving.
Doorlichting CIBG
Het CIBG vertaalt, samen met ketenpartners, beleid in tastbare en toegankelijke uitvoering voor burgers, professionals en organisaties op het gebied van registers, data en informatie. Als agentschap van het ministerie van VWS richt het CIBG zich primair op het VWS beleidsterrein. Uit de Regeling Agentschappen volgt dat agentschappen tenminste eens in de 5 jaar worden geëvalueerd. De meest recente Agentschapsdoorlichting is in 2020 opgeleverd. In 2025 is er een nieuwe evaluatie opgestart. Verwacht wordt dat deze evaluatie in Q2 2026 wordt afgerond.
Kaderwetevaluatie Zorginstituut Nederland
Het Zorginstituut Nederland (ZiNL) werkt aan de toegang tot goede zorg voor iedereen in Nederland. ZiNL is een zelfstandig bestuursorgaan. Conform de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt de organisatie ZiNL elke vijf jaar geëvalueerd. De meest recente Evaluatie van het Zorginstituut is in 2020 uitgevoerd133. In 2025 is er een nieuwe evaluatie opgestart. Verwacht wordt dat de resultaten van de eerstvolgende evaluatie medio 2026 aan uw Kamer aangeboden zal worden.
Kamerstukken II 2025/26, 35471, nr. 43
Kamerstukken 25424, nr. 769
Bijlage 3: Inhuur Externen
Kern | RIVM | CBG | CIBG | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
Programma- en apparaatskosten | |||||
1. Interim-management | 728 | 4.316 | 354 | 5.398 | |
2. Organisatie- en Formatieadvies | 884 | 14.692 | 112 | 15.688 | |
3. Beleidsadvies | 4.326 | 951 | 5.277 | ||
4. Communicatieadvisering | 4.525 | 2.560 | 7.085 | ||
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4) | 10.463 | 22.520 | 0 | 466 | 33.449 |
5. Juridisch Advies | 5.457 | 1.690 | 181 | 7.328 | |
6. Advisering opdrachtgevers automatisering | 60.111 | 45.306 | 10.687 | 116.104 | |
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie | 10.653 | 7.209 | 1.037 | 18.899 | |
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7) | 76.221 | 54.205 | 0 | 11.905 | 142.331 |
8. Uitzendkrachten (formatie & piek) | 3.905 | 2.418 | 5.591 | 1.983 | 13.896 |
Ondersteuning bedrijfsvoering | 3.905 | 2.418 | 5.591 | 1.983 | 13.896 |
Totaal uitgaven inhuur externen | 90.589 | 79.143 | 5.591 | 14.354 | 189.676 |
Verklaring overschrijding norm 10% externe inhuur
VWS heeft in 2025 19,2% van de personele uitgaven besteed aan de inhuur van externen. Dit is een overschrijding van de zogenaamde Roemer-norm (de norm bedraagt 10%). De uitgaven bedroegen aan ambtelijk personeel € 798,9 miljoen en externe inhuur € 189,7 miljoen, het totaalbedrag aan uitgaven eigen personeel € 988,6 miljoen.
Als gevolg van tijdelijkheid van opdrachten, een krappe arbeidsmarkt en benodigde specialistische (IT) kennis hebben RIVM, CIBG, aCBG en directies uit het VWS-kerndepartement te maken gehad met relatief hoge uitgaven voor externe inhuur. Ook is een deel van de inhuur te verklaren doordat reguliere werving van vacatures in de huidige (krappe) arbeidsmarkt. Omdat het lopende activiteiten betrof, is hiervoor ter overbrugging gekozen voor tijdelijke externe inhuur. Voor een toelichting op de overschrijding van de norm van 10% op externe inhuur van de agentschappen wordt verwezen naar C. Jaarrekening 10. Jaarverantwoording agentschap per 31 december 2025.
Inhuur externen buiten raamovereenkomsten
2025 | |
|---|---|
Aantal overschrijdingen maximumuurtarief | 13 |
Toelichting
In 2025 is 13 keer boven het maximumtarief ingehuurd. Het gaat om 2 contracten, die ook al in 2024 liepen en betrof de inzet van specialistische kennis die niet binnen het ministerie van VWS aanwezig is. De gebruikelijke markttarieven voor deze specialistische kennis liggen hoger dan het maximumtarief van € 235.
Bijlage 4: Budgettair overzicht Oekraïne
Art. | Artikelnaam | Maatregel | Verplichtingen 2025 | Uitgaven 2025 | Ontvangsten 2025 | Relevante Kamerstukken |
|---|---|---|---|---|---|---|
2 | Curatieve Zorg | SUB Oekraïne | 6.831 | 6.831 | - | - |
2 | Curatieve Zorg | OPD Oekraïne | 0,5 | 0,5 | - | - |
4 | Zorgbreed Beleid | BZR Beheerkosten CAK | 550 | 550 | - | - |
Toelichting:
Er is in 2025 € 6,8 miljoen gerealiseerd op de subsidie Oekraïne. Samen met een kleine uitgave van € 500 aan opdrachten bedragen de totale uitgaven voor Oekraïne op artikel 2 € 6,8 miljoen.
Daarnaast kunnen de kosten van medisch noodzakelijke zorg voor niet-geregistreerde Oekraïense ontheemden worden gedeclareerd via de SOV. Dit brengt extra uitvoeringskosten voor het CAK met zich mee, ter hoogte van € 0,5 miljoen.
Bijlage 5: Lijst van afkortingen
Afkorting | Uitgeschreven |
|---|---|
aCBG | Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen |
ADR | Auditdienst Rijk |
AGB | Algemeen Gegevensbeheer |
AI | Artificial Intelligence |
AJN | Jeugdartsen Nederland |
AMvB | Algemene Maatregel van Bestuur |
ANVS | Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming |
ANW | Algemene nabestaandenwet |
AOF | Arbeidsongeschiktheidsfonds |
AOW | Algemene Ouderdomswet |
AP | Aanvullende Post |
AR | Algemene Rekenkamer |
AWBZ | Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten |
AWIR | Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen |
AZW | Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn |
AZWA | Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord |
BAZ-opleiding | Basis Acute Zorgopleiding |
BBP | Bruto binnenlands product |
BD | Beleidsdoorlichtingen |
BES-eilanden | Bonaire, Sint Eustatius en Saba |
BIG | (Wet op de) Beroepen in Individuele Gezondheidszorg |
BIKK | Bijdrage in de kosten van kortingen |
BMC | Bureau Medicinale Cannabis |
BO | Bestuurlijk Overleg |
BOSA | Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties |
BPSW | Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk |
BRV | Basisregistratie Voertuigen |
BSC Plus | Buurtsportcoach Plus |
BTW | Belasting Toegevoegde Waarde |
BUR | Begrotings Uitvoerings Rapportage |
BZK | Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van - |
CAK | Centraal Administratie Kantoor |
CAO | Collectieve Arbeidsovereenkomst |
CBd | College van Beroep voor het bedrijfsleven |
CBG | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen |
CBS | Centraal Bureau voor de Statistiek |
Cbw | Cyberbeveiligingswet |
CCMO | Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek |
CEP | Centraal Economisch Plan |
CIBG | Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg |
CIZ | Centrum Indicatiestelling Zorg |
CJIB | Centraal Justitieel Incasso Bureau |
c-MEV | Concept Macro Economische Verkenning |
COPD | Chronic Obstructive Pulmonary Disease |
CPB | Centraal Planbureau |
CSZ | College Sanering Zorginstellingen |
CST | Connexxion Taxi Services B.V. |
CZ | Curatieve Zorg |
DBA | Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties |
DBC | diagnose- behandelcombinatie |
DEF | Defensie |
DIAZ | wet Digitale Identificatie en Authenticatie in de Zorg |
DI-CIO | Directie Informatiebeleid CIO |
DJ | Directie Jeugd |
DMO | Directie Maatschappelijke Ondersteuning |
DNN | Dementie Netwerk Nederland |
DOO | Directie Open Overheid |
DUMAVA | Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed |
DUS-I | Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen |
EA | Ex-ante |
ECIK | Expertisecentrum Instrumentkeuze |
ECS | Expertisecentrum Subsidies |
ED | Ex-durante |
EGB | Extern geoormerkte budgetten |
EHDS | European Health Data Space |
ELV | Eerstelijns verblijf |
EMA | European Medicines Agency (Europees Geneesmiddelenbureau) |
EMU | Economische en Monetaire Unie |
EP | Ex-post |
EPA's | Entrustable Professional Activities |
EU | Europese Unie |
EZK | Economische Zaken en Klimaat, Ministerie van - |
FBZ | Financieel Beeld Zorg |
FEZ | Financieel Economisch Zaken |
FLO | Functioneel Leeftijdsontslag |
Flz | Fonds Langdurige Zorg |
FTE | Fulltime Equivalent |
FWG | Functie Waardering Gezondheidszorg) |
Fz | Forensische zorg |
GALA | Gezond en Actief Leven Akkoord |
GALI | Global Activity Limitation Indicator |
GGD | Gemeentelijke gezondheidsdienst |
GGZ | Geestelijke gezondheidszorg |
GHOR | geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio |
GLI | Gecombineerde Leefstijl Interventie |
GMSD | Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein |
GMT | Geneesmiddelen en Medische Technologie |
GR | Gezondheidsraad |
GZA | Groninger Zorgakkoord |
HA | Hervormingsagenda |
HDAB | Health Data Access Body |
HFR | Hoge Flux Reactor |
HiT | Health in Transition |
HLA | Hoofdlijnenakkoord |
HLO | Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg |
HVP | Herstel- en Veerkrachtplan |
IAB | Inkomensafhankelijke bijdrage |
IBO | Interdepartementaal Beleidsonderzoek |
IC | Intensive Care |
ICT | Informatie- en communicatietechnologie |
IGJ | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd |
IKB | Individueel Keuze Budget |
ISN | Integere Sport Nederland |
IT | Informatietechnologie |
IOHVV | Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verpleegkundigen |
IOW | Investeringsakkoord Opleiden in de Wijkverpleging |
IV | Informatievoorziening |
IVDR | In-Vitro Diagnostics Regulation |
I&W | Infrastructuur en Waterstaat, Ministerie van - |
IZA | Integraal Zorgakkoord |
IZZ | Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke belangen |
JenV | Justitie en Veiligheid, Ministerie van - |
JOGG | Jongeren op Gezond Gewicht aanpak |
JZOJP | Juiste Zorg op de Juiste Plek |
KBL | Kwaliteit blijvend lerend |
KGG | Klimaat en Groene Groei, Ministerie van - |
KNMG | Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst |
LAZ | Landelijk actieplan zeggenschap |
LCCB | Landelijke Coördinatie COVID-19 Bestrijding |
LCM | Lifecyclemanagement |
LFB | Landelijke Federatie Belangenverenigingen Onderling Sterk |
LFI | Landelijke Functionaliteit Infectieziekten |
LHV | Landelijke Huisartsen Vereniging |
LMZ | Langdurige en Maatschappelijke Zorg |
LVHC | Laag volume hoog complex’ |
LVVN | Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Ministerie van - |
LZ | Langdurige Zorg |
MBO | Middelbaar Beroepsonderwijs |
MDR | Medical Device Regulation |
MDZ | Multidisciplinaire Zorg |
MEOZ | Meerkosten Energie Openbare Zwembaden |
MEV | Macro-Economische Verkenning |
MEVA | Macro-Economische Vraagstukken en arbeidsmarkt |
MGO | Mijn Gezondheidsoverzicht |
MO | Medewerkersonderzoek |
M&O | Misbruik- & oneigenlijk gebruik |
MKBA | Maatschappelijke Kosten Baten Analyse |
MLT | middellangetermijnraming |
MSZ | Medisch specialistische zorg |
NAD | Nationaal Actieplan Dakloosheid |
NAPV | Nationale Aanpak Productverbetering |
NDS | Nationale Dementiestrategie |
NGF | Nationaal Groeifonds |
NIPT | Niet Invasieve Prenatale Test |
NIVEL | Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg |
NKP | Nationaal Klimaat Platform |
NOC*NSF | Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie |
NPPV | Nationaal Programma Pneumokokkenvaccinatie Volwassenen |
NPPZ (II) | Nationaal Programma Pallatieve Zorg (II) |
NRG | Nuclear Research and Consultancy Group |
NTS | Nederlandse Transplantatie Stichting |
NVS | Nationale Visie en Strategie Gezondheidsinformatiestelsel |
NVWA | Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit |
NZa | Nederlandse Zorgautoriteit |
NZR | Nationale Zorgreserve |
OCW | Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ministerie van - |
OECD | Organosation for Economic Cooperation and Development |
OHW | Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II |
OM | Openbaar Ministerie |
OVA | Overheidsbijdrage in de arbeidsmarktontwikkeling |
PA | Physician assistant |
PD-ALT | Projectdirectie Antoenie van Leuuwenhoekterrein |
PG | Publieke Gezondheid |
PGAZ | Patiënten Groepsgebonden Afstemming binnen Zvw-verzekerde Zorg |
pgb | Persoonsgebonden budget |
PGO | Persoonlijke gezondheidsomgevingen |
PGGM | Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke belangen |
PGLO | Programma Gezonde Leefomgeving |
PMI | Programmadirectie Medische Isotopen |
PR | Periodieke Rapportages |
PrEP | Pre Expositie Profylaxe (preventieve HIV-medicatie) |
pSG | Plaatsvervangend Secretaris Generaal |
PUR | Pensioen- en Uitkeringsraad |
Pw | Participatiewet |
PZ | Premiegefinancierde Zorguitgaven |
PZo | Patiënt en Zorgordening |
Rdah | Regeling dienstverlening aan huis |
RESV’s | Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden |
RHB | Rijkshoofdboekhouding |
RI&E | Risico-inventarisatie en -evaluatie |
RIVM | Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu |
ROAZ | Regionaal Overleg Acute Zorg |
RvA | Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken |
RvAVA | Reclamecode voor Alcoholvrije alternatieven voor Alcoholhoudende dranken |
RVO | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland |
RVP | Rijksvaccinatieprogramma |
RVS | Raad Volksgezondheid & Samenleving |
RWT | Rechtspersoon met een wettelijke taak |
SCP | Sociaal en Cultureel Planbureau |
SDG | Sustainable Development Goal |
SEA | Strategische Evaluatie Agenda |
SER | Sociaal Economische Raad |
SET | Stimuleringsregeling E-health Thuis |
SIR | Samenwerken en Innoveren in de Regio |
SON | Stichting Open Nederland |
SO-MSZ | Stagefonds en strategisch opleiden medisch-specialistische zorg |
SOV | Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg en onverzekerden |
SPP | SectorplanPlus |
SPUK | Specifieke Uitkering |
SSO | Shared Service Organisatie |
St. IKZ | Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude |
STOZ | Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuning en Zorg |
SVB | Sociale Verzekeringsbank |
SZW | Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ministerie van - |
TASO | Tegemoetkoming Amateur Sport Organisaties |
TiN | Topsport in Nederland |
TK | Tweede Kamer |
TNO | Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Werk |
TRZ | Transparantieregister Zorg |
TTSEO | Tweede Termijn Structureel Echoscopisch Onderzoek |
UMC | Universitair Medisch Centrum |
UPZ | Uitgavenplafond Zorg |
USD | United States Dollar |
UZ | Uitkomtgerichte Zorg |
VGP | Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie |
VN | Verenigde Naties |
VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten |
VRO | Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, ministerie van- |
VS | Verpleegkundig specialisten |
VT | Voorwaardelijke toelating |
VTV | Volksgezondheid Toekomst Verkenning |
VUT | Vervroegde Uittreding |
V&VN | Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland |
VWS | Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van - |
WAR | Wetenschappelijke AdviesRaad |
Wazv | Wet ambulancezorgvoorzieningen |
WaU | Werk aan Uitvoering |
wbsrz | Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg |
Wegiz | Wet op de Elektronische Gegevensuitwisseling |
Wfsv | Wet financiering sociale verzekeringen |
WFZ | Waarborgfonds voor de Zorgsector |
Wgp | Wet geneesmiddelenprijzen |
Wibz | Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders |
Wlz | Wet langdurige zorg |
Wmcz | Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen |
Wmg | Wet marktordening gezondheidszorg |
Wmo | Wet maatschappelijke ondersteuning |
WMO | Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek |
WNT | Wet normering topinkomens |
WO II | Tweede wereldoorlog |
Woo | Wet open overheid |
WOPT | Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens |
WOW | Werkgeverskosten Opleiden Wijkverpleging |
WOZO | Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen |
Wpg | Wet publieke gezondheid |
WTZi | Wet Toelating Zorginstellingen |
Wvggz | Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg |
Wwke | Wet weerbaarheid kritieke entiteiten |
Wzd | Wet zorg en dwang |
ZBO | Zelfstandig bestuursorgaan |
Z-CERT | Computer Emergency Response Team |
ZiNL | Zorginstituut Nederland |
ZJCN | Zorg en Jeugd op Caribisch Nederland |
ZN | Zorgverzekeraars Nederland |
ZonMw | Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen |
Zvf | Zorgverzekeringsfonds |
Zvw | Zorgverzekeringswet |
ZZP | Zelfstandige Zonder Personeel |