Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

nr. 2MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave blz.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL 2

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten) 2

Wetsartikel 2 (begroting baten-lastendienst) 2

B. DE BEGROTINGSTOELICHTING 3

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingen die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor het jaar 2006 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2006. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2006.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten voor het jaar 2006 vastgesteld. De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begroting baten-lastendienst)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut en Rijkswaterstaat voor het jaar 2006 vastgesteld.

De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel de paragraaf inzake de baten-lastendiensten.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

B. DE BEGROTINGSTOELICHTING

INHOUDblz.
   
1.Leeswijzer en toelichting4
   
2.De beleidsagenda7
   
3.Afkortingenlijst25
   
4.De beleidsartikelen29
   
5.De niet-beleidsartikelen129
   
6.De bedrijfsvoeringsparagraaf137
   
7.Baten-lastendiensten139
   
8.Verdiepingshoofdstuk151
   
9.Conversietabel175
   
10.Bijlage Moties en toezeggingen195
   
11.Bijlage Lijst van ZBO's en RWT's215

1. LEESWIJZER EN TOELICHTING

Inleiding: een begroting met een nieuw gezicht

Voor u ligt de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW) voor 2006. Wat de vaste lezer waarschijnlijk opvalt, is dat deze begroting niet alleen beknopter is dan voorheen, maar ook een andere opbouw kent. Beide vernieuwingen hebben hetzelfde doel: meer transparantie. Bij wijze van inleiding is het nuttig om de veranderingen hier allereerst kort toe te lichten.

Ten eerste is besloten naar aanleiding van het overleg van de minister van Financiën met de Tweede Kamer over de evaluatie VBTB besloten om de begrotingsartikelen compacter en beter leesbaar te maken. Dit heeft geleid tot nieuwe vormvoorschriften en veel minder tekst. Het compacter maken van de begroting heeft echter nadrukkelijk niet geleid tot een verlies aan relevante informatie.

De tweede vernieuwing – de andere begrotingsindeling – is primair ingegeven door de ontwikkeling die VenW doormaakt van een projectenministerie naar een bestuursdepartement met een sterke externe oriëntatie en een duidelijke focus op samenhang en samenwerking, zowel binnen als buiten het departement. Deze ontwikkeling sluit nauw aan bij de «Veranderopgave» van VenW, waarin zaken als concerndenken en ontkokering centraal staan. VenW ziet de begroting als een belangrijk instrument om dit proces te ondersteunen.

De kern is dat VenW met de nieuwe begrotingsindeling herkenbaarder wordt. De buitenwereld associeert VenW vooral met brede inhoudelijke thema's als mobiliteit, waterbeleid en verkeersveiligheid. De «oude» indeling van de begroting was echter geënt op de organisatorische verdeling van dossiers over de drie beleidsdirectoraten-generaal van VenW (Personenvervoer, Transport en Luchtvaart, Water). Daardoor ontstond regelmatig een versnipperd beeld. Verkeersveiligheid heeft bijvoorbeeld zowel te maken met personenvervoer als goederenvervoer. In de nieuwe indeling zijn de beleidsprioriteiten duidelijker zichtbaar, meer geïntegreerd en meer gespecificeerd omschreven. De indeling van de productbegroting van het Infrastructuurfonds sluit hierop aan. (Zie ook de brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 12 april 2005; Kamerstukken II, 2004–2005, 29 949, nr. 16)

Het effect van de nieuwe indeling is dat nu nog beter en op artikelniveau kan worden beoordeeld welk beleid VenW heeft geformuleerd en hoeveel geld daarmee is gemoeid. Daarmee ontstaan ook meteen meer mogelijkheden voor betere politieke sturing en verantwoording en voor meer focus in de dialoog met het parlement.

De Kamer heeft in een technische briefing op 27 april 2005 positief gereageerd op de nieuwe begrotingsindeling van VenW.

Leeswijzer

De begroting opent met de beleidsagenda. Die beschrijft de beleidsprioriteiten van VenW voor 2006. In aansluiting op de nieuwe begrotingsindeling, heeft VenW er ook in de beleidsagenda voor gekozen om sterker te focussen op een aantal politiek-maatschappelijk relevante thema's. Daarmee vormt de beleidsagenda meteen de eerste aanzet voor de discussie over de VenW-begroting 2006. De herkenbaarheid en begrijpelijkheid van de kernboodschap uit de beleidsagenda is getest in focusgroepen van burgers.

Na de beleidsagenda komen de beleidsartikelen (31 t/m 38) aan bod. Die bieden systematisch inzicht in doelstellingen en de producten waarmee die worden gerealiseerd, de hoeveelheid geld die daarmee is gemoeid en de manier waarop de evaluatie plaatsvindt. Uitgaven die niet zinvol of doelmatig kunnen worden toegerekend aan de beleidsartikelen, zijn verantwoord onder de niet-beleidsartikelen (39 t/m 41).

Deze begroting bevat verder:

• een bedrijfsvoeringsparagraaf. Deze paragraaf gaat in op de belangrijkste bedrijfsvoeringsontwikkelingen bij het departement,

• een paragraaf baten-lastendiensten, waarin de relevante financiële gegevens van de agentschappen KNMI en RWS zijn opgenomen,

• een verdiepingshoofdstuk, waarin de opbouw van de beschikbare bedragen per begrotingsartikel duidelijk wordt,

• een conversietabel van de «oude» begrotingsindeling 2005–2010 naar de nieuwe begrotingsindeling 2006, waaruit direct te herleiden is waar budgetten vandaan komen en waar zij naar toe zijn gegaan1. De tabel is voorzien van een kwalitatieve toelichting,

• een bijlage met een lijst van moties en toezeggingen en een bijlage met zelfstandige bestuursorganen (ZBO) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT).

De begroting van VenW is ook digitaal beschikbaar op www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie waar nuttig en mogelijk hyperlinks aangebracht naar achterliggende documenten.

Ontwikkeling prestatiegegevens

Naar aanleiding van de motie-Douma c.s. (Kamerstukken II, 2004–2005, 29 949, nr. 11), die is aangenomen bij de behandeling van de evaluatie VBTB in de Tweede Kamer, heeft elke minister in juni 2005 een brief aan de Kamer gezonden waarin aangegeven is in hoeverre aan de beleidsartikelen in zijn of haar begroting concrete doelstellingen zijn gekoppeld. In die gevallen waar dat (nog) niet mogelijk is, is door de desbetreffende minister aangegeven wat daarvan de reden is.

VenW heeft de Tweede Kamer op 17 juni 2005 geïnformeerd (FEZ/2005/517; Kamerstukken II, 2004–2005, 29 949, nr. 30). In de VenW-begroting doet de beschreven situatie zich voor bij drie operationele doelstellingen: bestuurlijke organisatie en instrumentatie (artikel 31), bescherming tegen moedwillige verstoring (artikel 33) en (inter)nationale ruimtevaartprogramma's (artikel 37). Volstaan wordt met een verwijzing naar de betreffende brief.

Onderbouwing in producten en integrale uitgaven

VenW heeft de artikelen in de begroting 2006 volledig onderbouwd in producten en die geraamd tegen integrale uitgaven. VenW loopt daarmee rijksbreed voorop. Werken met integrale uitgaven is immers (nog) niet in de regelgeving van de Comptabiliteitswet beschreven.

Dit houdt concreet in dat VenW in de begroting niet langer spreekt over instrumenten, maar over producten. Het betekent ook dat het onderscheid tussen programma- en apparaatuitgaven binnen een artikel niet langer meer wordt gehanteerd. De apparaatuitgaven, maar ook de agentschapbijdragen, worden vanaf nu toegerekend aan verschillende producten. Daarmee wordt helder wat de integrale kosten per product zijn. Overigens blijft in de tabel «budgettaire gevolgen van beleid», die bij elk artikel is opgenomen, wel zichtbaar wat op artikelniveau wordt geraamd aan programma-uitgaven, apparaatuitgaven en agentschapsbijdragen.

Vorming baten-lastendienst RWS

Per 1 januari 2006 is Rijkswaterstaat (RWS) een baten-lastendienst. Dit heeft gevolgen voor de hele bedrijfsvoering van VenW. De bedrijfsvoeringparagraaf besteedt daar afzonderlijk aandacht aan. Hier stippen we kort de gevolgen voor de inrichting van de begroting aan.

Voor RWS is in de VenW-begroting 2006 een baten-lastendienstbegroting opgenomen. Onderdeel hiervan zijn onder andere de initiële openingsbalans en de staat van baten en lasten. Voor het financieren van investeringen maakt RWS gebruik van de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën. RWS lost de lening af en betaalt hierover rente. Per saldo belast de omvorming naar een baten-lastendienst het budgettaire beeld van de VenW-begroting niet.

Voor de inrichting van de VenW-begroting heeft de omvorming van RWS tot een baten-lastendienst echter wel consequenties. Zo is het aparte artikel voor de uitvoeringsorganisatie RWS op begrotingshoofdstuk XII komen te vervallen. De uitgaven op dat RWS-artikel hadden met name betrekking op overhead, exploitatiebijdragen, anticiperend onderzoek, en beleidsvoorbereiding en -evaluatie. Voor deze budgetten is in overleg met de beleidsdirectoraten-generaal beoordeeld aan welk beleidsartikel welk deel van deze uitgaven een bijdrage gaat leveren. Die bedragen zijn overgeheveld naar de beleidsartikelen en dus ook toegekend aan producten.

2. BELEIDSAGENDA: CONSISTENT UITVOEREN – STRATEGISCH VERNIEUWEN

2006 is voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW) een «scharnierjaar» tussen uitvoering en vernieuwing.

VenW blijft herkenbaar als «departement met de hand aan de schop», dat jaarlijks ongeveer 5,5 miljard euro uitgeeft aan aanleg, beheer en onderhoud. Bij de start van het kabinet-Balkenende 2 heeft het kabinet een aantal concrete doelen geformuleerd die duidelijk maken waar deze investeringen in 2007 toe moeten leiden. De uitvoering van dat beleidsprogramma is in volle gang. 2006 en 2007 zijn belangrijke uitvoeringsjaren, met name voor het inlopen van achterstallig onderhoud. Tegelijkertijd zijn er na het begin van deze kabinetsperiode met de nota's Ruimte en Mobiliteit, het verlengde Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) en de vorderingen op PPS-gebied nieuwe beleidsvragen en -perspectieven ontstaan. De speerpunten uit de Nota Mobiliteit zoals de aanleg van ontbrekende schakels, prijsbeleid en de netwerkbenadering hebben weliswaar grotendeels betrekking op de periode na 2007. Maar om de doelstellingen van de Nota Mobiliteit te halen, moet de besluitvorming wel vanaf nu plaatsvinden. Op deze manier werkt VenW continu aan nieuwe evenwichten tussen doelstellingen op korte en lange termijn en tussen de belangen van mobiliteit, economie, veiligheid, ruimte en duurzaamheid.

Het motto van deze beleidsagenda is daarom: «consistent uitvoeren – strategisch vernieuwen». In paragraaf 2.2 en 2.3 staat beschreven hoe VenW dat motto vertaalt in de twee kernfuncties van het ministerie: mobiliteit en water. Daaraan voorafgaand (paragraaf 2.1) passeert echter eerst een aantal dossieroverstijgende vernieuwingen in de taakopvatting en werkwijze van VenW de revue.

2.1 VenW als andere overheid

Tegen de achtergrond van het rijksbrede Programma Andere Overheid en de eigen «Veranderopgave» kiest VenW voor nieuwe manieren van werken. Zoals ook in de Nota Mobiliteit verwoord kan en hoeft niet alles opgelost te worden met infrastructuur. Het departement zit midden in een strategische vernieuwingsslag die erop gericht is systematischer een breder scala aan beleids-, uitvoerings- en toezichtsinstrumenten te hanteren dan voorheen, van decentralisatie en «meer markt» tot meer samenwerking op alle fronten en diverse vormen van innovatie. Het einddoel voor 2007 is een bestuursdepartement dat beleid voert op hoofdlijnen, regie heeft op de uitvoering – dus niet alles zelf meer doet –, het toezicht op een moderne en efficiënte manier heeft ingericht en de administratieve lastendruk substantieel verlaagd heeft. Burgers, bedrijven en regionale en lokale overheden krijgen in dat proces meer ruimte, maar ook meer verantwoordelijkheid. De vernieuwingsslag moet tot een formatiereductie leiden van bijna 2 800 fte in de periode 2003–2007. Eind 2004 stond de teller al op bijna 1 800, wat aangeeft dat VenW op de goede weg is om de reductie te realiseren.

Onder het motto «minder regels, meer kwaliteit», ligt in 2006 de nadruk op drie vernieuwingsthema's: «de markt tenzij», «verlaging regeldruk en administratieve lasten» en «innovatie en kennis».

2.1.1 De markt tenzij

Het uitgangspunt «de markt tenzij» betekent dat VenW niet langer wil doen wat anderen net zo goed, beter of sneller kunnen doen. Dat heeft vooral consequenties voor Rijkswaterstaat (RWS), dat per 1 januari 2006 als baten-lastendienst gaat werken. De belangrijkste randvoorwaarde is in alle gevallen dat de publieke belangen zeker zijn gesteld. Een ander belangrijk element in de nieuwe relatie met de markt is het thema integriteit. RWS stelt daarvoor samen met de marktpartijen een gedragscode op.

Het aantal innovatieve aanbestedingen (Design-Build-Finance-Maintenance of een variant daarop) neemt snel toe. Uit een tussenstand uit de zomer van 2004 blijkt dat inmiddels meer dan 70% van alle contracten innovatief wordt aanbesteed. De eerste resultaten van de Taskforce PPS uit het voorjaar van 2005 geven aan deze ontwikkeling een extra stimulans. Markt en overheid hebben gezamenlijk een groot aantal kansrijke PPS-projecten aangewezen. Het doel is om deze projecten in tijd naar voren te halen. Zo wordt voor de Tweede Coentunnel (start aanbesteding 2005) en de A4 Delft-Schiedam (start aanbesteding begin 2006) bijvoorbeeld een DBFM-contract gesloten. Voor de projecten A2 Maastricht (start aanbesteding 2005), Ring Utrecht (start marktbenadering 2006) en A27 Breda-Utrecht (start marktbenadering in 2007) wordt de markt al in de fase van de conceptontwikkeling gevraagd met oplossingen te komen. Ten slotte heeft VenW in mei 2005 het bedrijfsleven gevraagd om vanaf het begin mee te denken bij de verdere ontwikkeling van het hoofdwegennet tussen Rotterdam en Antwerpen. Medio 2006 zal VenW oordelen welke ideeën kansrijk zijn.

Ook de Inspectie VenW benut waar mogelijk de markt. Een goed voorbeeld van de manier waarop de Inspectie in 2005 en 2006 concreet werkt aan een moderner en efficiënter toezicht door inschakeling van de markt, zijn de afspraken op het terrein van de koopvaardij. De kern is dat de Inspectie VenW in het zogeheten «toezichtarrangement koopvaardij» de uitvoerende inspectietaken overdraagt aan de klassebureaus, particuliere dienstverlenende organisaties op het terrein van de koopvaardij. De Inspectie houdt toezicht op de klassebureaus. Een belangrijk onderdeel van het arrangement is de afspraak met de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Reders om de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren en de regelgeving toegankelijker te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het expliciet maken van de normen die de Inspectie bij het toezicht hanteert. In 2006 zal de overdracht van taken aan de markt in de koopvaardijsector worden afgerond.

2.1.2 Verlaging regeldruk en administratieve lasten

Een belangrijke doelstelling van het kabinet is verlaging van de administratieve lasten voor burgers en bedrijven. VenW werkt daaraan via drie programma's:

Ten eerste is er een programma gericht op bedrijven. VenW reduceert in deze kabinetsperiode de administratieve lasten voor bedrijven met 30%. Per 1 januari 2005 is daarvan de helft al gerealiseerd. Voorbeelden van aandachtsgebieden in 2006 zijn de digitalisering van de vergunningverlening en het terugdringen van de meet- en registratieverplichtingen voor de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Ook worden de vergunningen die ondernemers nodig hebben voor handelingen in het watersysteem, zoals lozen en onttrekken, goedkoper. Per saldo levert dat op jaarbasis een kleine € 32 miljoen besparing op voor het bedrijfsleven vanaf 2006.

Het tweede programma richt zich op burgers en heeft als doelstelling een reductie van administratieve lasten van ruim 14% in uren en ruim 22% in directe kosten. Het gaat daarbij onder meer om vermindering van de bureaucratie bij het verkrijgen en verlengen van rijbewijzen (voorbereiding in 2006, realisatie in 2007) en om vereenvoudiging en verbetering van de APK-keuring, die daardoor ook goedkoper kan worden (realisatie in 2006).

Het derde programma heet «Beter Geregeld» en is gericht op een structurele vereenvoudiging van nieuwe en bestaande regelgeving op VenW-terrein. In dit programma toetst VenW regelgeving die in de maak is scherp op noodzaak en effecten op bedrijven en burgers. Daarnaast vindt een systematische doorlichting plaats van alle regelgeving van VenW. Voor de domeinen Zeevaart, Luchtvaart en Water is deze doorlichting afgerond. Op grond van de conclusies moderniseert VenW bijvoorbeeld het Schepenbesluit. Het oude Schepenbesluit telde ruim 130 afzonderlijke regelingen en bijna 1 500 artikelen. Bij de afronding van de vernieuwing in 2005 telt het nog maximaal 8 regelingen en ongeveer 250 artikelen. Op dit terrein verminderen de lasten daardoor met 65% ten opzichte van het peiljaar 2004. In 2006 volgt een soortgelijke operatie voor de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, die per 1 januari 2007 wordt ingevoerd.

De Inspectie VenW levert een belangrijke bijdrage aan de verlaging van administratieve lasten door digitalisering van het toezicht, een voorbeeld van e-government. De doelstelling is om eind 2007 65% van de dienstverlening via de elektronische snelweg te laten verlopen. Dat omvat in ieder geval het afgeven van vergunningen en certificaten en waar mogelijk ook handhavingstaken. Voorbeelden zijn de digitalisering van het afgeven van vliegbrevetten en taxipassen en het «weigh in motion»-systeem dat automatisch de overbelading van vrachtwagens meet met behulp van lussen in het wegdek. De Inspectie VenW werkt verder aan een digitale kennisbank, die relevante regelgeving voor burgers en bedrijven beter toegankelijk maakt. In dat verband is het systeem I-check ontwikkeld, waarmee de scheepvaartsector gemakkelijker toegang heeft tot specifieke (internationale) regels. Dit systeem zal ook toegepast gaan worden op andere terreinen.

Op de beleidsterreinen van VenW is sprake van veel internationale interactie en regelgeving, vooral op de terreinen goederenvervoer en luchtvaart. De inzet van Nederland daarbij is: nationaal doen wat kan en Europees doen wat nodig of nuttig is, vroegtijdig en met een scherp oog voor de lasten voor burgers, bedrijfsleven en overheid. Kernbegrippen daarbij zijn bescherming van het level playing field en terughoudendheid bij het opleggen van nationale verplichtingen boven op internationale regels.

2.1.3 Innovatie en kennis

Bij de structurele versterking van innovatie in de VenW-sectoren heeft VenW vooral een verbindende en stimulerende rol: de markt innoveert, de overheid verbindt en faciliteert.

Met de groeiprognoses uit de Nota Mobiliteit tot 2020 in het achterhoofd (20% meer personenvervoer en 40 tot 80% meer goederenvervoer) en met de toenemende behoefte aan meervoudig ruimtegebruik is het duidelijk dat innovatie in alle VenW-sectoren van groot belang is. De «meer van hetzelfde»-aanpak werkt niet meer. Het scala aan innovatieprogramma's omvat inmiddels de onderwerpen Luchtkwaliteit, Geluid, Mobiliteitsmanagement, Water, Transportbesparing, en ICT en de Mobiliteitssector. Ook het aantal praktijkgerichte pilots neemt snel toe. Voorbeelden zijn de integratie van verkeers- en OV-informatie, compact rijden, een automatisch meld- en volgsysteem voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, intelligente snelheidsadaptie, vermindering van transport door logistieke verbeteringen, en innovatieve waterkeringsconcepten. In al deze programma's en pilots werkt VenW nauw samen met bedrijven, kennisinstellingen en medeoverheden (EU, andere departementen, provincies en gemeenten).

Behalve aan concrete innovaties, werkt VenW ook intensief aan structurele versterking van innovatie en kennis in de VenW-sectoren. Het hiervoor opgerichte VenW-Beraad wordt verbreed met de «Club van Maarssen», een gezamenlijk initiatief van VenW, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Op 1 november 2005 worden tijdens een gezamenlijke manifestatie concrete afspraken gemaakt over de gezamenlijke innovatieagenda en concrete projecten, die worden uitgevoerd in 2006. Zowel binnen als buiten VenW klinkt de roep om betere vraagsturing en het maken van meer systematische overzichten van trends, prognoses, en bijbehorende beleidsopties. Met de zogeheten kenniskamers scherpt VenW vanaf oktober 2005 zijn strategische kennisvragen aan in debat met planbureaus, andere overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. In 2006 worden deze kennisvragen verder uitgewerkt. Daarbij ligt het accent op een prominentere rol voor duurzaamheid in het mobiliteits- en waterbeleid, nieuwe interbestuurlijke en publiek-private arrangementen, en het veiligheidsbeleid.

Kansen voor innovatie liggen nadrukkelijk ook in Europa. In aansluiting op de Lissabon-agenda heeft de Europese Commissie bijvoorbeeld in mededeling i2010 het onderwerp «veilig en schoon transport» benoemd als «flagship initiative». VenW zal door pro-actief optreden in Brussel en slimme samenwerking in Nederland het Europees beleid beïnvloeden en Europees geld uit het zevende Europees kaderprogramma voor onderzoek en technologieontwikkeling benutten voor het realiseren van eigen beleidsdoelen.

2.2 Mobiliteit en maatschappij

VenW beschouwt mobiliteit als een drager van economische groei. Daarmee is mobiliteit een belangrijke voorwaarde om meer mensen aan het werk te krijgen en te laten participeren in de samenleving. Zoals ook in de Nota Mobiliteit verwoord, wil VenW de vraag naar mobiliteit om die reden niet afremmen, maar in goede banen leiden. Vanuit die opvatting werkt VenW aan schone, betrouwbare, veilige en toekomstvaste netwerken.

2.2.1 Schone netwerken

Luchtkwaliteit is in 2005 acuut als een groot probleem op de agenda gekomen. Daarbij is het wel goed dat we ons blijven realiseren dat de luchtkwaliteit in Nederland de afgelopen decennia door Europese en nationale bronmaatregelen aanzienlijk is verbeterd, ook al groeide het verkeer in deze periode flink. Als het Europees bronbeleid zich voortvarend blijft ontwikkelen, moet het haalbaar zijn dat vanaf 2015 nieuwe auto's in Europa geen problemen meer geven voor de luchtkwaliteit, en dat nog eens 10 à 15 jaar later het gehele Europese wagenpark «schoon» is.

Dit positieve lange termijnperspectief laat onverlet dat Nederland niet overal tijdig aan de EU-normen voor fijn stof (PM10 in 2005) en stikstofdioxide (NO2 in 2010) voldoet. Dit leidt tot risico's voor de volksgezondheid en legt juridische blokkades voor nieuwe ruimtelijke ingrepen, zoals de aanleg van infrastructuur, bedrijventerreinen en woningbouw. Daarom heeft verbetering van de luchtkwaliteit in 2006 absolute prioriteit.

Eind 2006 moeten concrete stappen gezet zijn voor de verdere aanscherping van Europese emissienormen voor voer- en vaartuigen, want bronbeleid is onbetwist het meest effectieve spoor in de aanpak van luchtkwaliteitsproblemen. Nationaal laat het Platform Duurzame Mobiliteit zijn eerste resultaten zien. In dat platform werken Rijk en markt samen om schone en innovatieve technieken zo snel mogelijk op de markt te krijgen. In 2006 zullen op verschillende plaatsen in het land grootschalige pilots worden uitgevoerd, gericht op de introductie van schone brandstoffen (bijvoorbeeld aardgas en ethanol) en schone voertuigtechnologie (bijvoorbeeld hybride auto's en auto's met brandstofcel). Ook moet het bestaande wagenpark schoner worden en ontwikkelt het kabinet een aanpak voor de verbetering van de luchtkwaliteit bij andere modaliteiten, zoals de luchtvaart, de binnenvaart, de zeescheepvaart en de zeehavens. Zo stelt het kabinet per 1 januari 2006 een subsidieregeling voor de zeevaartsector beschikbaar om innovatieve verbeteringen op het vlak van milieu en veiligheid tot stand te brengen. In het verband van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) neemt het kabinet initiatieven gericht op aanscherping van NOx normen voor scheepsmotoren, een verdere verlaging van het zwavelgehalte in brandstof en de ontwikkeling van een fijnstofnorm voor scheepsmotoren.

Voor de generieke aanpak van de luchtkwaliteit hebben VenW en VROM een pakket ontwikkeld met de meest kosteneffectieve en uitvoerbare maatregelen op nationaal niveau, dat inmiddels door het kabinet is vastgesteld. Prioriteiten zijn onder andere continuering van de Euro 4/5 stimuleringsregeling voor vrachtwagens, uitbreiding van de stimulering van roetfilters tot nieuwe bestelauto's en taxi's, het schoner maken van bestaande voer- en vaartuigen met voornamelijk roetfilters (vrachtauto's, bestelauto's, personenauto's, mobiele machines, binnenvaartschepen, locomotieven), en schonere (bestaande en nieuwe) OV-bussen en overheidsvoertuigen.

Aanpak van de luchtkwaliteit vergt daarnaast lokaal maatwerk. In 2006 werkt VenW verder aan gebiedsgerichte oplossingen, die moeten helpen om mogelijke blokkades voor maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen op te lossen. Het gaat daarbij vooral om pilotprojecten langs snelwegen uit het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit. Een voorbeeld hiervan is een proef op de A20 bij Rotterdam, waar een coating van titaniumdioxide op geluidsschermen de afbraak van NO2 ter plekke moet bevorderen.

In Europees verband is de inzet erop gericht om de evaluatie van de EU-luchtkwaliteitsrichtlijnen aan te grijpen om te pleiten voor beter uitvoerbare normen in combinatie met een ambitieuzer Europees bestrijdingsbeleid (emissienormen). Ook zal Nederland er voor pleiten, ter voorkoming van gezondheidsschade, toepassing van de normen vooral te concentreren op gebieden waar mensen verblijven. Voorts pleit Nederland voor uitstel van de termijnen waarop aan de normen voldaan moet worden.

Ten slotte werkt het kabinet onder leiding van VROM aan herziening van het wettelijk kader voor luchtkwaliteit. Dat voorstel gaat naar verwachting nog in 2005 naar de Tweede Kamer.

2.2.2 Betrouwbare netwerken

In het streven naar betrouwbare netwerken staan in 2006 drie thema's centraal: -1- beheer en onderhoud, -2- een optimale benutting van de infrastructuur, -3- stedelijke bereikbaarheid.

Beheer en onderhoud

In de begroting 2004 is het inlopen van achterstallig onderhoud als topprioriteit aangewezen voor deze kabinetsperiode. De grote inhaalslag, met name voor de weg, wordt in 2006 en 2007 gemaakt. Op het hoogtepunt van het onderhoudsprogramma zullen er zo'n 60 wegprojecten tegelijkertijd in uitvoering zijn. Dat is op zichzelf goed nieuws voor de automobilist, want goed onderhoud voorkomt nieuwe problemen zoals de «gladde wegen» eind 2004. Maar tijdelijke overlast is onvermijdelijk. Om te zorgen dat de weggebruiker hier zo min mogelijk hinder van ondervindt, zorgt RWS voor een goede centrale planning van de werkzaamheden. In aansluiting op de ontwikkeling van RWS naar een zakelijke en publieksvriendelijke klantendienst investeert de organisatie tijdens de onderhoudswerkzaamheden extra in informatieverstrekking en samenwerking met andere netwerkbeheerders.

De inzet van de gereserveerde middelen voor de 2e fase van het Herstelplan spoor, ondermeer gericht op het structureel herstel van het spoor en faciliteren van de te verwachten groei, wordt in 2006 conform afspraak verder uitgewerkt. Dat gebeurt mede op basis van de aangekondigde mid-term review. Daarbij wordt ook de vervanging van het beveiligingssysteem betrokken. VenW bekijkt in hoeverre deze vervangingen opgenomen kunnen worden in de 2e fase Herstelplan spoor, zonder de ambities voor betrouwbaarheid en punctualiteit los te laten.

Onderhoudsprogramma: stand van zaken

Weg: Het kabinetsdoel voor eind 2007 is een vermindering van het achterstallig wegonderhoud met circa 45% ten opzichte van 2003. Eind 2005 is daarvan 11% gerealiseerd, eind 2006 26%.

Spoor: Het kabinetsdoel voor eind 2007 is circa 35–40% minder storingen dan in 2000. In 2004 was het aantal storingen met 19% gedaald. Zoals in de vorige begroting aangekondigd, heeft ProRail deze doelstelling in het beheerplan vertaald in een prestatie-indicator voor klanthinder (een product van het aantal storingen, hersteltijd en drukte). Het beheerplan bevat verder afspraken over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de hoofdspoorweginfrastructuur, de reinheid, de toegankelijkheid en sociale veiligheid van de transfervoorzieningen, de kwaliteit van de bijsturing, de kwaliteit van de capaciteitsverdeling, en de kwaliteit van de informatievoorziening.

Vaarweg: Het onderhoudsprogramma voor de rijkswaterwegen is vastgelegd in het Plan van Aanpak Beheer en Onderhoud bij de begroting van 2004. Een aantal grootschalige baggerwerkzaamheden is in 2004 en 2005 gerealiseerd en/of gestart. De werkzaamheden aan het Noordzeekanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal, het Kanaal Gent-Terneuzen en het Buiten-IJ zijn in 2004 en 2005 gestart en deels ook al afgerond. In uitvoering zijn de werkzaamheden aan de Haringvlietsluizen en de renovatie van de Prins Bernhard- en Prinses Irenesluizen in het Amsterdam Rijnkanaal/Lek. In 2006 starten baggerwerkzaamheden in de Waal, Merwede en de Oude Maas.

Beter benutten: verkeersmanagement

De inmiddels «klassieke» instrumenten voor een betere benutting van de weginfrastructuur via verkeersmanagement bestaan uit zaken als verkeerscentrales, signaalgevers, toeritdoseerinstallaties en spitsstroken en plusstroken. Behalve in deze «hardware» investeert VenW in toenemende mate ook in de «software» van samenwerking met andere wegbeheerders, politie, bedrijven en andere partijen. Om lokaal en regionaal maatwerk te kunnen leveren in verkeersmanagement, zijn brede coalities nodig. Een goed voorbeeld is het tijdelijke programma dat in 2005 werd opgezet om de doorstroming op de Gaasperdammerweg/A9 op peil te houden tijdens grootschalige wegwerkzaamheden. Daarnaast komen er in de stedelijke gebieden ook steeds meer structurele samenwerkingsverbanden in de geest van de aanbevelingen van de commissie-Luteijn, bijvoorbeeld in de regio Haaglanden, de regio Rotterdam en Noord-Brabant. In 2006 brengt VenW een evaluatie uit die voor de stedelijke netwerken in beeld brengt of de verbetering van de toegang tot de stad in de spits door deze aanpak op gang komt en of alle partijen, inclusief het bedrijfsleven, inderdaad aan dit proces deelnemen.

VenW gaat deze samenwerkingsinitiatieven in 2006 verder aanvullen met gerichte innovaties. Het Innovatieprogramma Mobiliteitsmanagement is opgezet met het doel om innovatieve reisvormen of diensten te ontwikkelen en toe te passen die een bijdrage leveren aan het terugbrengen van de reistijd van deur tot deur. Een concreet voorbeeld is de pilot integrale reisinformatie weg/OV die momenteel loopt in Haaglanden. Daarmee krijgen reizigers de mogelijkheid om hun reis van deur tot deur te plannen en eventueel hun reisplannen aan te passen. De pilot is het resultaat van een open uitvraag naar de markt rond dienstverlening op het gebied van reisinformatie. De winnende marktpartij ontwikkelt deze dienstverlening en krijgt 2 jaar de tijd de ontwikkelde producten toe te passen. Eind 2005 worden vier instrumenten opgeleverd die vanaf 2006 aangeboden worden:

1. een internet-routeplanner op basis van actuele verkeersgegevens voor auto en OV,

2. multimodale reisinformatie via de mobiele telefoon,

3. halfuurlijkse regionale radio-verkeersbulletins met actuele reisinformatie voor auto en OV,

4. een SMS service.

Het uitgangspunt blijft dat de overheid moet zorgen voor kwalitatief goede gegevens. Het Rijk blijft daarom investeren in kwaliteitsverbetering van de gegevens over verkeer op het hoofdwegennet en, samen met andere wegbeheerders en de industrie, in de vertaling van deze data naar zinvolle informatie voor weggebruikers. In 2006 zal hiervoor een nationale databank voor verkeer en vervoer beschikbaar komen. Op basis van deze databank zet VenW in 2006, samen met publieke en private partners, een grootschalige proef op gericht op het beter informeren van de weggebruiker en het sturen van verkeersstromen.

Een kansrijke vernieuwing is het zogeheten «compacte rijden», dat mogelijk wordt door het versmallen van rijstroken in combinatie met dynamische wegstrookmarkering en snelheidsverlaging. Compact rijden is niet alleen goed voor de doorstroming, maar ook voor de verkeersveiligheid en de luchtkwaliteit. RWS rondt begin 2006 een onderzoek af naar de effecten op de luchtkwaliteit, de veiligheid én de bereikbaarheid van een snelheidsverlaging tot 80 km/uur op autosnelwegen rond de vier grote steden. Dat onderzoek wordt gecombineerd met een onderzoek naar compact rijden.

Vaak ontstaan files door pechgevallen en ongelukken. Sinds eind jaren '90 wordt op het hoofdwegennet gewerkt met een stelsel van afspraken onder de noemer «incident management». Politie, bergers en andere hulpdiensten werken hierbij samen om de plaats van het incident zo snel mogelijk vrij te maken voor het verkeer. Op dit punt zijn nog verbeteringen mogelijk door weginspecteurs van Rijkswaterstaat in bepaalde gevallen politietaken te laten uitvoeren. Na succesvolle pilots in Amsterdam en Noord-Brabant wordt dit in 2006 landelijk ingevoerd. Het gaat concreet om 100 inspecteurs extra. In de pilots bleek de inzet van deze inspecteurs de aanrijtijden van hulpdiensten bijvoorbeeld aanzienlijk te verkorten. In de pilot bij Eindhoven ging het concreet om een daling van meer dan 25% (van 15 naar 11 minuten). VenW onderzoekt verder met welke nieuwe methoden de weg sneller vrij kan worden gemaakt na ongevallen met vrachtwagens. Waar mogelijk zal VenW ook initiatieven stimuleren om op het onderliggend wegennet een vorm van incident management in te voeren. Ook op de vaarwegen zet RWS vanaf najaar 2005 extra verkeersinspecteurs in.

Benuttingsprogramma: stand van zaken

Weg: De uitvoering van het Fileplan ZSM heeft als doel vóór 2007 een capaciteitsvergroting van de rijkswegen door de aanleg van 150 kilometer spits- en 160 kilometer plusstroken. Eind 2005 is naar verwachting 82 km spits- en 20 km plusstroken beschikbaar en eind 2006 136 km spits- en 65 km plusstroken. De doelstelling is niet volledig haalbaar omdat projecten zijn stilgelegd na de uitspraken van de Raad van State over het niet voldoen aan de Europese eisen voor de luchtkwaliteit. Doel van het Fileplan ZSM is een vermindering van de filezwaarte met minimaal 30% op plaatsen waar projecten zoals spitsstroken zijn uitgevoerd. Deze effecten zijn vanaf een jaar na ingebruikname van de desbetreffende stroken goed meetbaar (voor het eerst eind 2005).

Spoor: Doelstelling is een punctualiteit van de NS van 87–89% in 2007. NS heeft deze doelstelling overgenomen in het vervoerplan. Daarvoor moet NS met ProRail afspraken maken over te nemen maatregelen voor 2006 en 2007. Eind 2004 reed 86% van de treinen op tijd. Het vervoerplan bevat daarnaast prestatieafspraken voor zitplaatskansen, reinheid, sociale veiligheid en informatievoorziening bij vertragingen. Ook geeft NS in het vervoerplan aan hoe het spoorvervoer bijdraagt aan de bereikbaarheid van de landsdelen en aan reizigersgroei. Extra aandacht gaat in 2006 uit naar het opstellen van de dienstregeling 2007.

Stedelijke bereikbaarheid

In 2006 komen de resultaten beschikbaar van negen netwerkanalyses voor de nationale stedelijke netwerken uit de Nota Ruimte. Het doel van deze netwerkanalyses is om op basis van een gedeeld probleembesef maatregelpakketten te ontwikkelen. Het in beeld brengen van de kosteneffectiviteit is hierbij belangrijk. Er is daarbij veel aandacht voor de wisselwerking tussen hoofdwegennet en de toegang tot de grote steden, tussen hoofdwegennet en onderliggend wegennet en voor de positie van het Openbaar Vervoer. Het Rijk trekt de drie analyses in de Randstad, de regionale overheden trekken de zes analyses buiten de Randstad (incl. Leeuwarden). Het resultaat zijn door alle partijen gedragen, uitvoeringsgerichte pakketten van maatregelen, met een prioriteitstelling naar urgentie, haalbaarheid, fasering in de tijd en duidelijkheid over de verantwoordelijkheid voor verdere uitwerking. De resultaten van de netwerkanalyses worden gebruikt bij de MIT-besprekingen in 2006 en zijn een bouwsteen voor de herijking van de Brede Doeluitkering in 2007.

Vanwege het multimodale karakter van de netwerkanalyses is het OV een belangrijk onderdeel bij de analyses. In deel 3 van de Nota Mobiliteit is als ambitie voor het OV geformuleerd dat het een reëel, aantrekkelijk en betrouwbaar vervoerproduct biedt voor de groeiende mobiliteit van, naar en binnen de stedelijke netwerken. Daarnaast moet het OV maatwerk leveren op tijden met een geringe en gespreide vervoervraag en moet het zorgen voor een basis-bereikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen. Generieke doelstellingen voor OV-groei passen niet meer, omdat die geen rekening houden met verschillen tussen gebieden. De ervaring leert dat een grootse overstap van auto naar OV weinig realistisch is en dat ook de vervoersontwikkeling sterk verschilt per gebied. Goede overstapmogelijkheden (binnen het OV zelf, maar ook tussen OV en auto en fiets) zijn belangrijk. Daar zullen de netwerkanalyses expliciet aandacht aan besteden. Verder hebben een betere benutting van de bestaande vervoerscapaciteit en een efficiëntere inzet van productiemiddelen prioriteit.

Een ander probleem is dat op diverse plaatsen in Nederland problemen spelen met spoordoorsnijdingen in stedelijk gebied, zoals in Delft. Meestal gaat het daarbij niet om een vervoerskundig, maar om een ruimtelijk probleem of om de leefbaarheid. VenW inventariseert nog in 2005, samen met VROM, welke problemen waar optreden en wat het kost om die problemen van de steden op te helpen lossen. In deze begroting wordt een bedrag van € 300 miljoen beschikbaar gesteld (periode 2005–2020) als bijdrage in de aanpak van de belangrijkste knelpunten. De verdere invulling vindt plaats op basis van de uitkomsten van de VenW/VROM-inventarisatie.

De bereikbaarheid van (binnen)steden is rechtstreeks van invloed op de bevoorrading van winkels en bedrijven. Het probleem is dat er lokaal en regionaal te weinig wordt samengewerkt, waardoor vaak een lappendeken aan regels ontstaat en vervoerders gedwongen worden om in korte tijd verschillende kernen in een regio te «bedienen». De Commissie Stedelijke Distributie gaat in 2006 gemeentebesturen, producenten, verladers, vervoerders en detailhandel adviseren over de beste vorm van regionale samenwerking. Zonodig treedt zij daarbij arbitrerend op. In aanvulling daarop komt de commissie begin 2006 met een advies over nut en noodzaak van bovenregionale afstemming en over het vergroten van de noodzakelijke betrokkenheid van met name de kleine detailhandel.

2.2.3 Veilige netwerken

Veiligheid is maatschappelijk, en dus ook voor VenW, een topprioriteit. Het streven naar een veiliger Nederland omvat vanuit VenW-oogpunt diverse aspecten van safety en security. Deze paragraaf geeft aan waar in 2006 de accenten liggen. Kernelementen in de veiligheidsvisie van VenW zijn: streven naar permanente verbetering, een expliciete en transparante afweging van maatregelen, voorbereid zijn op onvermijdelijke restrisico's en de realisatie van veiligheidsmanagement en een veiligheidscultuur.

Aansluitend bij het kabinetskader Nuchter omgaan met risico's stelt VenW in 2006 een risicobeschouwing op door onderlinge vergelijking van de VenW-risicoterreinen. Daarin staat de balans tussen inhoudelijke rationaliteit, politiek-bestuurlijke realiteit en de beleving en waardering van burgers en bedrijven centraal. Op basis van een vergelijking tussen veiligheidsterreinen wil VenW verder invulling geven aan de gewenste koers om verantwoordelijkheden daar neer te leggen waar de afwegingen het best gemaakt kunnen worden: bij de rijksoverheid, bij de decentrale overheid of bij burgers en bedrijven. Zo'n vergelijking maakt het ook mogelijk om een brede afweging te maken over het nut, de noodzaak en de mogelijkheden om risico's te differentiëren.

Verkeersveiligheid

De verkeersveiligheidsdoelstelling voor 2010 is maximaal 900 verkeersdoden en 17 000 ziekenhuisgewonden. In 2003 vielen er 1 066 doden en waren er 18 420 ziekenhuisgewonden. In 2004 is het aantal doden sterk gedaald tot 881. Het is nog niet duidelijk of deze sterke daling incidenteel is, of dat er sprake is van een trend. Vooralsnog hanteert VenW daarom voor 2007 een tussendoel van maximaal 962 doden en 17 533 ziekenhuisgewonden. Als bij het bekend worden van de cijfers over 2005 echter blijkt dat er sprake is van een trend, stelt VenW de doelen naar beneden bij.

Uitgangspunt van het verkeersveiligheidsbeleid is dat de overheid niet alles kan regelen. Burgers hebben de verantwoordelijkheid voor hun eigen gedrag. Uit diverse publieksonderzoeken blijkt dat weggebruikers zich in hoge mate ergeren aan het verkeersgedrag van anderen. Dat blijft daarom in 2006 een belangrijk thema in de verkeersveiligheidscampagnes van VenW: respect tonen voor elkaar, met name door gewoon de verkeersregels na te volgen. Daarnaast legt het kabinet die verantwoordelijkheid in 2006 meer bij burgers en bedrijven neer via concrete gedragsmaatregelen. Denk daarbij aan het puntenrijbewijs. Andere maatregelen die in 2006 van kracht worden of waaraan gewerkt wordt, zijn een beperkt alcoholpromillage voor de beginnend bestuurder, herziening van het rijbewijsstelsel, het bromfietsrijbewijs, demonstratieprojecten met snelheidsregulerende voorzieningen in bestelwagens en detectiesystemen rondom vrachtwagens ter bescherming van fietsers en voetgangers. Voor het bestelverkeer is in 2005 met de brancheorganisaties een convenant afgesloten dat, naast demonstratie van snelheidsregulerende voorzieningen, gericht is op stimulering van de veiligheidscultuur en aanvullende rijstijltrainingen. In 2006 worden de eerste resultaten van het convenant zichtbaar.

Internationaal participeert VenW in twee Europese pilots voor een Intelligente SnelheidsAssistent (ISA). ISA helpt de automobilist bij het kiezen van de juiste snelheid door middel van in car apparatuur die is verbonden met systemen buiten het voertuig, zoals een database met de snelheidslimieten. VenW maakt in 2006 samen met de andere wegbeheerders en de industrie een digitale snelhedenkaart om het gebruik van ISA te faciliteren.

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen

Met het eind 2005 vast te stellen beleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, wordt langs twee lijnen de spanning tussen ruimte en het vervoer van gevaarlijke stoffen gemanaged. Ten eerste komt er een basisnet dat grenzen stelt aan de vervoersontwikkeling en een ruimtelijke veiligheidszone rondom de infrastructuur vastlegt. Hiermee wordt helderheid geboden over het externe veiligheidsbeleid en de acceptatie van restrisico's. In 2006 zal VenW het basisnet vastleggen voor alle modaliteiten, te beginnen met het basisnet spoor. Ten tweede richt het beleid zich op permanente verbetering van de veiligheid van de bedrijfsprocessen van vervoerders, verladers en ontvangers en stimuleert het rijk betrokken partijen hun verantwoordelijkheid te nemen.

Vergunningverlening luchtvaartmaatschappijen

De problemen met enkele low-cost luchtvaartmaatschappijen in het voorjaar van 2005 heeft de veiligheid van het vliegverkeer in het middelpunt van de belangstelling gezet. Met de vestiging van het Europese Veiligheidsagentschap staat in 2006 een harmonisatie van de voorwaarden voor veilige vluchtuitvoering op de agenda. Deze voorwaarden vormen de basis waarop in Europa veiligheidsvergunningen worden verstrekt. Luchtvaartmaatschappijen, ook low-cost ondernemingen, moeten daaraan voldoen, alvorens vluchten te kunnen uitvoeren. In 2006 treedt ook de richtlijn in werking voor verscherpte controles op vluchten van ondernemingen uit niet EU-landen. In Europees verband zullen verdergaande afspraken worden gemaakt over de geharmoniseerde aanpak van deze inspecties. Ook komen er maatregelen om in te kunnen grijpen in situaties waarin zich onverantwoorde veiligheidsrisico's voordoen. Ten slotte ontwikkelt VenW beleid om in de toekomst passagiers zo goed mogelijk te informeren over de veiligheidsprestaties van de luchtvaartmaatschappijen waarmee zij reizen.

Security

Sinds 9/11 is het securitybeleid in een stroomversnelling geraakt. Het kabinet ontwikkelt beleid om eventuele verstoringen voor te zijn en om voorbereid te zijn als er toch iets gebeurt. Centraal staat het project «Vitaal». Daarin brengt het kabinet de kwetsbaarheid van de Nederlandse infrastructuur in kaart, om die zo te kunnen verminderen. De mainports Schiphol en Rotterdam zijn aangewezen als vitale knoopunten. Vitale objecten zijn bijvoorbeeld de Maeslantkering en het sluizencomplex IJmuiden. Voorbeelden van concrete maatregelen in 2006 zijn het beperken van publieksinformatie over en publieke toegang tot deze objecten en systemen, cameratoezicht en een aangescherpt screeningsbeleid van personeel en aannemers. In het platform security spoor werken kabinet en sector voor het personenvervoer per spoor aan een visie op het gewenste beschermingsniveau van kwetsbare spooronderdelen.

Met de mainport Rotterdam als wereldhaven en Schiphol als vierde luchthaven van Europa is Nederland een belangrijk internationaal logistiek centrum. Daarom wil het kabinet zijn doelstelling nadrukkelijk ook in internationaal verband realiseren, omdat alleen op die manier het beveiligingsniveau kan worden verhoogd met behoud van een level playing field. Bovendien stopt terrorisme niet bij landsgrenzen. In 2006 wordt de EU-Richtlijn tot de beveiliging van de gehele zeehaven ingevoerd, in aanvulling op de EU-Verordening ter beveiliging van schepen en havenfaciliteiten. In het verlengde hiervan werkt VenW mee aan de totstandkoming van de EU-Verordening ter beveiliging van de intermodale vervoersketen, die ook modaliteiten afdekt die nog geen securityregime kennen, en het internationale level playing field bevordert. In 2006 wordt ook de herziene EU-Richtlijn op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart ingevoerd.

2.2.4 Toekomstvaste netwerken

De ontwikkeling van de mainports en de grote investeringen in de toekomstige mobiliteit staan terecht in het brandpunt van de maatschappelijke en politieke belangstelling. Tegen de achtergrond van de uitgangspunten van de Nota Ruimte en de Nota Nobiliteit (ruimte voor ontwikkeling, mobiliteit als drager van economische groei) legt VenW de beleidsaccenten in 2006 vooral op Schiphol en op enkele grote investeringsprojecten zoals de Noordvleugel en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR).

Schiphol

Het kabinet heeft met de Kamer afgesproken dat het Schipholbeleid zoals vastgelegd in de Schipholwet en de twee Luchthavenbesluiten binnen drie jaar na inwerkingtreding moet zijn geëvalueerd. Deze evaluatie wordt in februari 2006 afgerond en aan de Kamer aangeboden. De evaluatie omvat niet alleen de technische aspecten, maar ook de ervaringen van betrokkenen. Zo wordt er niet alleen gekeken naar vliegtuiggeluid uitgedrukt in decibellen, maar ook naar de beleving daarvan door omwonenden. In lijn daarmee heeft het kabinet iedereen uitgenodigd om verbetervoorstellen in te dienen. Indien nodig of gewenst, ondersteunt het projectbureau dat de evaluatie uitvoert de betrokkenen hierbij. De evaluatie is erop gericht om de feiten en ervaringen van alle betrokkenen op een open, onafhankelijke en transparante wijze op een rij te zetten.

Om het beleid voor Schiphol op langere termijn vorm te kunnen geven, verkent het kabinet in het Project Mainport Schiphol de ontwikkelingen in de internationale luchtvaart en de betekenis daarvan voor Schiphol en de omgeving. Het project brengt de kennis bij elkaar die nodig is om de baten en lasten van de mainport in termen van economie, internationale concurrentiepositie, veiligheid, leefbaarheid en milieu inzichtelijk te maken. Op basis van deze analyses en de evaluatie van de Schipholwet zal het kabinet in 2006 het beleid voor Schiphol afwegen.

Grote investeringsprojecten

Grote investeringsprojecten vragen om een zakelijke en transparante besluitvorming en goede informatievoorziening, zowel van VenW en andere betrokken departementen als van de Tweede Kamer. Dat is misschien wel de belangrijkste les die te trekken valt uit de conclusies van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI). Om voor de toekomst een open en transparante afweging van projecten te garanderen zal voor nieuwe grote infrastructuurprojecten als eerste onderdeel van het besluitvormingsproces een structuurvisie worden opgesteld. In 2006 moet bij de projecten in de Noordvleugel, waaronder de Zuiderzeelijn, blijken of de afspraken voldoen.

Behalve op de reeds in gang gezette organisatiewijzigingen (scheiding van beleid, uitvoering en handhaving) en vernieuwingen in de werkwijze van VenW in het kader van de Veranderopgave en het Programma Andere Overheid, ligt de nadruk verder op: de noodzaak om te komen tot een integrale afweging van projecten, het belang van heldere en gefaseerde besluitvorming met duidelijke go/no-go-besluiten en nauwe betrokkenheid van de kamer en een betere projectbeheersing met actief risicomanagement in alle fases. De kunst zal zijn om niet elk (deel)project even zwaar te «belasten» met procedureafspraken. Sommige projecten zijn immers minder complex dan andere, bijvoorbeeld waar het gaat om nut en noodzaak. Er moet dus ruimte zijn voor maatwerk.

Een en ander heeft inmiddels bijvoorbeeld voor het Project Mainport Rotterdam tot een aanpak geleid waarin de Tweede Kamer na het herstel van PKB+ deel 3 in 2006 een expliciet afweegmoment krijgt voorgelegd. Voor de behandeling in de Kamer geeft VenW aan hoe de uitkomsten van TCI doorwerken in de fasering en projectbeheersing van PMR, waaronder inbegrepen een integraal risicoprofiel.

Het streven naar een integrale benadering komt vooral goed tot uitdrukking in de programma-aanpak uit de uitvoeringsagenda bij de Nota Ruimte die het kabinet voorstaat. VenW trekt het gebiedsgerichte programma uit de Nota Ruimte voor de Noordvleugel. Daarin worden veel projecten integraal afgewogen vanuit een breed ruimtelijk perspectief en op basis van een PPS-aanpak. De belangrijkste projecten zijn de corridor Schiphol/A6/A9/Almere, de Zuidas en de Zuiderzeelijn. De richtinggevende uitspraken die medio 2005 zijn gedaan (bijvoorbeeld over de groei van Almere) bevatten nog veel marges en scenario's. Eind 2005 en begin 2006 volgt verdere concretisering. Een paar belangrijke elementen in 2006 zijn: keuze voorkeurstracé voor de Planstudie Weg Schiphol-Almere, standpunt Zuidas (dok of dijk?), groeiscenario Almere met ontsluiting, het al dan niet aanleggen van een IJmeerverbinding. Ten slotte komt er een integrale structuurvisie voor de Zuiderzeelijn op basis waarvan een geactualiseerde nut- en noodzaakdiscussie kan worden gevoerd. Dan volgt een go/no go besluit voor de Zuiderzeelijn. Bij «go» wordt bepaald welke alternatieven worden uitgewerkt.

2.3 Integraal waterbeheer: de volgende fase

De uitvoering van het Waterbeleid 21e eeuw is in volle gang. De uitdaging nu is om deze uitvoering te combineren met een gezonde sociaal-culturele, ruimtelijke en economische ontwikkeling van Nederland. Kernthema's zijn: veiligheid, koppeling van ruimtelijke belangen, vereenvoudiging van het bestuurlijk instrumentarium en internationaal denken. Het beleid wordt ook in 2006 ondersteund door de voorlichtingscampagne «Nederland leeft met water». Die zal in 2006 gericht zijn op concrete maatregelen, wat ze betekenen voor de burgers, bedrijven, belangengroepen en overheden, en wat ze betekenen voor de regio waarin men woont of werkt.

2.3.1 Water en veiligheid: naar een nieuwe risicobenadering

De overheid moet bescherming bieden tegen overstromingen, maar op welk niveau en tegen welke prijs? Om die afweging en die keuze te kunnen maken, is het nodig om waterveiligheid in termen van economische en sociale risico's te beschrijven. Dat gebeurt in het studieproject Veiligheid van Nederland in Kaart (VNK). Hierin brengt VenW, samen met de provincies en waterschappen, volgens een nieuwe methode de kansen op en -voor het eerst- ook de gevolgen van overstromingen van de dijkringen in kaart. De eerste fase van VNK – voor 16 dijkringen – is in 2005 afgerond. Vanaf 2006 worden deze uitkomsten en die van het vervolgtraject gebruikt in de discussie over een nieuwe veiligheidsbenadering. Daarin staan het omgaan met overstromingsrisico's en een mogelijke verdere differentiatie van de veiligheid in Nederland centraal. Dit kan op termijn leiden tot een heroverweging van de huidige normen, bijvoorbeeld een hoger beschermingsniveau voor dichtbevolkte gebieden en een wat lager beschermingsniveau voor dunner bevolkte gebieden. Hierbij past een gedegen communicatietraject over de garanties die het Rijk wel en niet kan bieden.

Gelet op de schaarse ruimte in Nederland kan bouwen en wonen aan de randen van de grote rivieren en in buitendijkse gebieden van meren en delta's op meer plaatsen in Nederland mogelijk worden, zij het onder strikte voorwaarden en voor eigen risico. In de toekomst moet dan wel meer aandacht besteed worden aan risicobeheersing in termen van slachtoffers en schade. Dat kan bijvoorbeeld door goede waarschuwingssystemen en innovatieve manieren van bouwen waardoor waterschade aan gebouwen beperkt wordt. VenW onderzoekt de mogelijke introductie van hoogwaterschadeverzekeringen en overstromingsrisicokaarten. Die kunnen een belangrijke rol spelen in het informeren en stimuleren van burgers, bedrijven en andere partijen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Bescherming tegen overstromingen, wateroverlast en excessieve droogte: stand van zaken

Maaswerken: Na een intensieve voorbereiding is inmiddels een start gemaakt met de uitvoering van de Zandmaas (einddatum realisatie 2015). In 2006 ligt de nadruk op de uitvoering van kadeversterkingen in stedelijk gebied. Voor de Grensmaas (einddatum realisatie 2017) hebben de provincie Limburg, de ministeries van LNV en VenW en het Consortium Grensmaas in 2005 de uitvoeringsovereenkomst getekend. De provincie heeft ook het streekplan vastgesteld. De uitvoering kan in 2006 van start gaan.

Ruimte voor de rivier (Rijntakken): In 2005 heeft het kabinet deel 1 van de PKB Ruimte voor de Rivier (einddatum realisatie 2015) vastgesteld en samen met de milieueffectrapportage ter inzage gelegd. De PKB deel 2 bevat de inspraakreacties, waarna het kabinet in deel 3 een definitief standpunt inneemt. Na de parlementaire behandeling volgt deel 4 naar verwachting medio 2006. De uitvoering kan daarna beginnen.

Nationaal Bestuursakkoord Water: De tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast (de zogenaamde «100 miljoen-regeling») is per 1 april 2004 in werking getreden en snel daarna geheel belegd met projecten. In totaal zijn 66 uitvoeringsplannen goedgekeurd, met daarin 310 projecten van 43 gemeenten en 23 waterschappen. In alle provincies worden minimaal twee uitvoeringsplannen ondersteund: Gelderland (10), Zuid-Holland (10) en Noord-Brabant (9) scoren het hoogst. De meeste projecten (204) zullen in bebouwd gebied gerealiseerd worden. In 2004 is een bedrag van € 1,4 miljoen uitgegeven. In 2005 loopt dat op naar € 10,7 miljoen. Het doel is om in 2010 de laatste subsidies uit te keren.

2.3.2 Water en ruimte: koppeling van belangen

Waterbeleid is in de Nota Ruimte als één van de sturende principes voor ruimtelijke ordening opgenomen. Om de kansen die het water biedt ook daadwerkelijk te kunnen verzilveren, zal deze ordenende werking van water de komende jaren meer en meer zichtbaar moeten worden in het landschap.

In 2006 treedt de PKB Ruimte voor de Rivier in werking. In dit project wordt geëxperimenteerd met een andere aanpak. In plaats van de traditionele manier van werken stelt VenW zich meer kaderstellend op. De overheid is niet meer de allesbepalende ordenaar en regelaar, maar door interactie met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en burgergroepen komen de verschillende belangen, juist ook op regionaal en lokaal niveau, maximaal tot hun recht. Eigen initiatief wordt in de PKB nadrukkelijk gestimuleerd. Dit leidt tot integrale projecten die passen binnen de veiligheidsdoelstelling, gedragen zijn door de omgeving en waarin kansen voor medefinanciering worden benut (PPS). In enkele koploperprojecten wordt ervaring opgedaan met deze nieuwe manier van werken. Eén daarvan is het project Overdiepse polder, waarin burgers, bedrijfsleven en de verschillende overheden samen werken aan concrete uitvoeringsplannen. Op voorspraak van de bewoners wordt een terpenplan uitgewerkt. Het landbouwgebied loopt dan gemiddeld één keer per 25 jaar onder water, maar de huizen en boerderijen blijven droog omdat ze op terpen staan.

Bij de ontwikkeling van de kustzone werkt VenW op een soortgelijke manier. Binnen door VenW gestelde kaders werken alle betrokken partijen aan het verbeteren van de bescherming en innovatieve functiecombinaties van versterking van de waterkering met recreëren, natuur en wonen. De versterking van de zwakke schakels in de kust moet tussen 2007 en 2020 worden uitgevoerd. De betrokken provincies stellen de planstudies op. In 2006 presenteren zij hun voorkeursvarianten en leggen die ter beoordeling aan het Rijk voor. Daarna volgt (2007) uitwerking van de gekozen variant, waarna de uitvoering kan starten. De regio's hebben al aangegeven dat zij voortvarend met projecten aan de slag willen. Daarom stelt VenW met deze begroting van het totale beschikbare bedrag van € 743 miljoen een kleine € 100 miljoen versneld beschikbaar voor de periode 2007–2010.

De koppeling tussen water en ruimte is relatief nieuw en veel vragen liggen nog open. Daarom investeert VenW ook in kennisontwikkeling. Het gaat dan om onderzoeksthema's als het benutten van kansen en het omgaan met spanningsvelden tussen de verschillende gebruiksfuncties, het kwantificeren van maatschappelijke kosten en baten van ruimte-voor-water-maatregelen, en de economische betekenis van water. Bij de beantwoording van deze kennisvragen speelt het kennisplatform rond het Nationaal Bestuursakkoord Water een belangrijke rol.

2.3.3 Vereenvoudiging van het bestuurlijke instrumentarium

Om recht te doen aan verschillende maatschappelijke belangen en een soepele samenwerking mogelijk te maken tussen verschillende publieke en private partijen, moet de waterregelgeving helder, gestroomlijnd, eenvoudig en effectief zijn. Daarom werkt VenW aan een Integrale Waterwet, om de huidige, versnipperde, acht wetten terug te brengen naar één wet. De nieuwe Waterwet betekent ook minder bureaucratie aan de kant van alle waterbeherende overheden en meer besluitkracht op regionaal en lokaal niveau, dicht bij burgers. Het ontwerp van de nieuwe wet gaat in 2006 naar het parlement. Daarin staat welke voordelen we vanaf 2008 realiseren door eenvoudiger regels, meer samenhang en meer duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is.

Ook het ontwerp van de nieuwe Waterschapswet gaat in 2006 naar de Tweede Kamer. Deze wet verbetert de financiering en organisatie van het regionale waterbeheer, onder meer door één geïntegreerde waterschapsheffing en een gemoderniseerd kiesstelsel voor waterschappen.

Het werk aan deze nieuwe wetgeving wordt in 2006 aangevuld met een aantal concrete maatregelen dat ook gericht is op een eenvoudiger en transparanter bestuurlijk instrumentarium. Voor mensen die werken in het waterbeheer of daar mee te maken krijgen komt er vanaf 2006 één loket voor al hun vragen: de Helpdesk Water. Ten slotte neemt VenW in 2006, op basis van een advies van de waterschappen, een besluit over de normering van wateroverlast. Dat geeft duidelijkheid aan de burger over wat hij kan verwachten van de overheid.

2.3.4 Internationalisering van stroomgebieden

Nederland heeft in 2004 in Europees verband het initiatief genomen om voor hoogwaterbescherming verplichtende afspraken te maken over een stroomgebiedsbenadering in Europa. Daar zet Nederland de komende jaren zwaar op in. Projecten als Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken en de Rampenbeheersingsstrategie Rijn en Maas bevatten weliswaar maatregelen op Nederlands grondgebied, maar kennen ook allemaal een sterke internationale component. In 2006 zullen de Europese afspraken nader geconcretiseerd worden.

De Europese Kaderrichtlijn Water houdt een fors takenpakket in, maar levert Nederland per saldo ook een schoner en ecologisch gezonder watersysteem op doordat alle vervuilingen, ook bovenstrooms en over de grens, fundamenteel worden aangepakt. In 2006 bepaalt VenW, in overleg met andere betrokken departementen, samen met provincies, gemeenten en waterschappen, per stroomgebied (Eems, Schelde, Maas en Rijn) de hoofdlijnen voor de aanpak van de waterkwaliteit. Dit als opmaat naar de definitieve stroomgebiedbeheersplannen, die in 2009 klaar moeten zijn. Dan is er ook meer duidelijkheid over de kosten en de baten van de doelstellingen die we in 2015 willen halen. Door middel van een formele inspraakprocedure kunnen belanghebbenden en maatschappelijke organisaties daar gedurende het proces invloed op uitoefenen.

De begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabellen geven de belangrijkste wijzingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletore begroting 2005. Het betreft hier tevens een aantal belangrijke technische mutaties. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in het Verdiepingshoofdstuk.

Uitgaven

Uitgaven (x € 1 000)
 Art.200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 6 539 7597 127 9087 022 0877 001 1907 111 6287 310 682
I Belangrijkste beleidsmatige mutaties – 47 976– 5 779– 13 773– 6 427– 8 012– 7 789
1.Herinrichting begrotingDiv.69 99568 86464 81465 34765 19865 229
 40– 184 396– 171 788– 163 368– 162 608– 162 542– 161 473
 39.01100 58490 09787 55186 25886 30885 385
2.Pilot chipkaart32– 7 7903 984    
3.Sociale veiligheid32– 800800    
4.Overheveling BDU (XII)34/39.01– 26 217– 30 168– 133 335– 28 335– 28 335– 28 335
 39.0226 21730 168133 33528 33528 33528 335
5.Regeling De Boer3491 000   – 15 895– 15 895
 39.01– 91 000   15 89515 895
6.Introductie chipkaart34 4 3202 070   
7.Aflossing kapitaallasten metro34  – 18 021   
8.CO2-gelden36– 1 8472 5363 3813 5763 0243 070
9.GIS PRI raming36– 23 722– 5 5926 8001 000  
10.Isolatie MAA36 1 0003 000   
II Overige mutaties – 15 766– 22 993– 11 640– 8 401– 3 432– 14 202
Stand ontwerpbegroting 2006 6 476 0177 099 1366 996 6746 986 3627 100 1847 288 691

Ad 1. Deze verschuivingen volgen uit de conversie van de begroting van HXII en het Infrafonds wat resulteert in een meer transparante beleidsbegroting respectievelijk productbegroting. In dit kader worden de meer beleidsgerichte uitgaven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. Ook vanuit het Infrafonds vindt een beperkte overboeking plaats naar H XII, specifiek voor beleidsvoorbereiding in de natte sector. Een nadere onderbouwing van de boekingen per artikel is opgenomen in het Verdiepingshoofdstuk.

Ad 2. Deze mutatie heeft betrekking op een deel van de middelen van het amendement Dijksma (Kamerstukken II, 28 600 XII, nr. 21). Een deel van deze middelen is al tot betaling gekomen in 2004, terwijl het restant tot betaling komt in 2006.

Ad 3. Deze mutatie betreft een aanpassing van het kasritme van de gelden die overeenkomstig de motie 31 Haersma Buma (Kamerstukken II, 29 200 XII, nr. 31) in de begroting 2005 beschikbaar zijn gesteld voor sociale veiligheid (totaal € 5 mln.). Op basis van de afgesloten contracten, is de verwachting dat een deel van de in 2005 voorziene betalingen in 2006 zal plaatsvinden.

Ad 4. Het gaat om overheveling in het kader van de BDU, waaronder compensatie voor het ziekteverzuim vanaf 2008, compensatie gebruiksvergoeding voor het jaar 2005 voor de gedecentraliseerde lijnen, opname van de tijdelijke regeling metro onderhoud en de bijdrage in uitgaven voor CVOV.

Ad 5. Dit betreft een noodzakelijke kasschuif voor de betaling aan regionale overheden conform het betalingsregime van de regeling de Boer (Extra investeringsimpuls Infrastructuur in het Stads- en Streekvervoer 1996–2000).

Ad 6. Dit betreft de middelen die voor pilot chipcard worden vrijgemaakt voor de launch Rotterdam en de communicatiekosten voor landelijk introductie.

Ad 7. Deze mutatie houdt verband met de aflossing in 2004 van de annuïteit voor de afkoop kapitaallasten metro (zie Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 A, nr. 16).

Ad 8. Het betreft hier verscheidene mutaties voor het CO2-programma. Het gaat dan om het opvragen van in voorgaande jaren onbesteed gebleven gelden uit de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën en kasschuiven daarop.

Ad 9. Deze mutaties betreffen het bijstellen van het Geluidsisolatieproject Schiphol naar aanleiding van nieuwe PRI-ramingen.

Ad 10. Het betreft hogere uitgaven voor het isolatieproject Maastricht Aachen Airport. Op grond van het nieuwe aanwijzingsbesluit dat in januari 2005 van kracht is geworden, zullen extra woningen moeten worden (bij)geïsoleerd.

Ontvangsten

Ontvangsten (x € 1 000)
  200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 107 457116 124115 918118 374116 90187 008
I Belangrijkste beleidsmatige mutaties – 13 130– 12 854– 10 94810 948– 10 948– 10 948
1.Vorming BLD RWS – 13 130– 12 854– 10 948– 10 948– 10 94810 948
II Overige mutaties 1 4883 422– 771– 1 096– 1 202– 17 208
Stand ontwerpbegroting 2006 95 815106 692104 199106 330104 75158 852

Ad 1. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

3. AFKORTINGENLIJST

A.  
ABP=Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
AGOR=Actuele grond- en oppervlaktewater regime
AKI=Automatische Knipperlichtinstallaties
AMVB=Algemene Maatregel van Bestuur
APK=Algemene periodieke keuring
ATB=Automatische treinbeïnvloeding
ATB-V=Arbeidstijdenbesluit Vervoer
AVV=Adviesdienst Verkeer en Vervoer
   
B.  
BDU=Brede Doeluitkering
BKL=Basiskustlijn
BLD=Baten-lastendienst
BLS=Baten-lastenstelsel
BuZa=Ministerie van Buitenlandse Zaken
BZK=Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
   
C.  
CBR=Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
CBS=Centraal Bureau voor de Statistiek
CCR=Centrale Commissie voor de Rijnvaart
CEMT=Conferentie van Europese Transportministers
CenD=Centrale Diensten
Cf=Conform
CO2=Kooldioxide
CPV=Collectief Personenvervoer Vergunningen
   
D.  
dB=Decibel
DBFM=Design-Build-Finance-Maintenance
DG=Directeur Generaal
   
E.  
EASA=European Aviation Safety Agency
EBIT=Energiebesparing in Transport
ECAC=European Civil Aviation Conference
EU=Europese Unie
EZ=Ministerie van Economische Zaken
ETCS=European Train Control System
ERTMS=European Rail Traffic Management System
EP=Europees Parlement
ECE=Economic Commission for Europe
ESA=European Space Agency
EUMESTAT=European Organisation for the Exploration Meteorological Satellites
   
F.  
FAA=Federal Aviation Administration
FES=Fonds Economische Structuurversterking
   
G.  
GGOR=Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime
GIS=Geluidsisolatieproject Schiphol
GVB=Gemeentelijke Vervoerbedrijven
GTI=Grote Technologische Instituten
GMES=Global Monitoring for Environment and Security
   
H.  
HSL=Hogesnelheidslijn
HGIS=Homogene Groep Internationale Samenwerking
HOI=Havenontvangst Installatie
HRN=Het Nieuwe Rijden
HSA=High Speed Alliance
HWN=Hoofd Wegennet
   
I.  
IBN=Integrale Beheersplan Noordzee
ICAO=International Civil Aviation Organization
ICES=Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking
ICT=Informatie en Communicatie Technologie
IDON=Interdepartementaal overleg beleid Noordzee
IF=Infrastructuur Fonds
ILO=International Labour Organization
IMO=International Maritime Organisation
IPCC=Intergovernmental Panel on Climate Change
IPG=Innovatieprogramma Geluid
IPK=Innovatieprogramma Klimaat
ISA=Intelligente SnelheidsAssistent
IT=Informatie Technologie
IVM=Integrale Verkeninningen Maas
IVW=Inspectie Verkeer en Waterstaat
   
K.  
KNMI=Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
KNRM=Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij
KpVV=Kennisplatform Verkeer en Vervoer
KRW=(Europese) Kaderrichtlijn Water
Kton=Kiloton (miljoen kilo)
   
L.  
LIB=Luchthavenindelingbesluit
LNV=Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
LVB=Luchthavenverkeerbesluit
LVNL=Luchtverkeersleiding Nederland
LRIT=Long Range Identification and Tracking
LZV=Langere, Zwaardere Vrachtwagens
LDen=Day-evening-night level
   
M.  
MAA=Maastricht Aachen Airport
MARIN=Stichting Maritiem Research Instituut Nederland
MER=Milieu Effect Rapportage
MIA=Milieu Investeringsaftrek
MIT=Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport
MJPO=Meerjarenprogramma Ontsnippering
Mton=Miljard kilo
MTR=Maximaal Toelaatbaar Risico
N.  
NAVO=Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
NBW=Nationaal Bestuursakkoord Water
NGO=Niet Gouvernementele Organisatie
NLR=Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium
NNI=Nederlands Normalisatie Instituut
NOMO=Nota Mobiliteit
NOx=Stikstofoxiden
NO2=Stikstofoxide
NS=Nederlandse Spoorwegen
NSR=NS-Reizigers
NV=Naamloze vennootschap
NW4=Vierde nota Waterhuishouding
   
O.  
OAG=Official Airline Guide
OSPAR=Oslo-Parijs
OV=Openbaar vervoer
   
P.  
PAGE=Plan van Aanpak Goederen Emplacementen
PKB=Planologische Kernbeslissing
PMR=Project Mainportontwikkeling Rotterdam
PPS=Publiek-private samenwerking
PVVP=Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan
   
R.  
RDW=Rijksdienst voor het Wegverkeer
RHB=Rijkshoofdboekhouding
RIKZ=Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Kust en Zee
RIS=Rivier Informatie Systemen
RIVM=Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
ROM=Ruimtelijke Ordening en Milieu
Ro/Ro=Roll-on/Roll-off
RRKL=Regeling Regionale en Kleine Luchthavens
RVVP=Regionaal Verkeers- en Vervoersplan
RWS=Rijkswaterstaat
   
S.  
SES=Single European Sky
SESAME=Single European Sky Implementation Programme
SO2=Zwaveldioxide
SSO=Shared Services Organisatie
SSZ=Stil, schoon, zuinig
STS=Stoptonend Sein
SWOV=Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid
SZW=Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
   
T.  
TCI=Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten
TK=Tweede Kamer
TRG=Totaal Risicogewicht Grenswaarde
TVG=Totaal Volume Geluid
V.  
3VO=Verenigde Verkeers Veiligheids Organisatie
VACS=Veiligheid Advies Commissie Schiphol
VenW=Ministerie van Verkeer en Waterstaat
VOS=Vluchtige Organische Stoffen
VN=Verenigde Naties
VNK=Veiligheid van Nederland in Kaart
VROM=Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VS=Verenigde Staten
   
W.  
WB21=Waterbeleid 21e eeuw
WGR=Wet gemeenschappelijke regelingen
WMO=Wereld Meteorologische Organisatie
   
Z.  
ZBO=Zelfstandig Bestuursorgaan
ZSM=Zichtbaar, slim en meetbaar

4. BELEIDSARTIKELEN

31 Integraal Waterbeleid

Het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Omschrijving

Om de vitale functies in het landelijk en stedelijke gebied zoals veiligheid, economie, wonen, landbouw, recreatie en natuur, te waarborgen.

Bijdrage

VenW draagt zorg voor een gezamenlijke aanpak van de nationale waterproblematiek door de verschillende publieke en private partijen.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook de uitvoering van het integrale waterbeleid.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

• De acceptatie en juiste implementatie van Europese regelgeving op het gebied van water door de lidstaten.

• De acceptatie en juiste implementatie van het waterbeleid door provincies, waterschappen en gemeenten.

• Structurele ontwikkelingen als klimaatontwikkeling, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking en toename van economische waarden.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
31. Integraal Waterbeleid2004200520062007200820092010
Verplichtingen81 22865 52860 10959 78560 27860 28660 653
Uitgaven63 71470 58465 87464 94764 25061 53660 653
31.01   Bestuurlijke Organisatie en instrumentatie16 42529 78826 18824 90023 38120 79119 744
31.01.01 Algemene strategie en beleidsvorming9 17910 96310 23410 1869 8579 84710 050
31.01.02 HGIS Partners voor Water6 12713 38610 5949 6949 6949 6949 694
31.01.03 Leven met Water1 1015 4395 3605 0203 8301 2500
31.02   Veiligheid10 19210 5699 97110 87111 24911 07811 093
31.02.01 Hoogwaterbescherming8 2608 6097 9988 9049 2829 1139 153
31.02.02 Kust1 9321 9601 9731 9671 9671 9651 940
31.03   Waterkwantiteit3 3403 2603 3793 3683 3623 3613 346
31.03.01 Waterbeleid 21e eeuw3 3403 2603 3793 3683 3623 3613 346
31.04   Waterkwaliteit33 75726 96726 33625 80826 25826 30626 470
31.04.01 Europese kaderrichtlijn water28 95923 13022 64522 10522 52322 57122 749
31.04.02 OSPAR/Europese Mariene Strategie4 7983 8373 6913 7033 7353 7353 721
Van totale uitgaven:       
–Apparaatsuitgaven 5 5545 2685 1305 1305 1305 130
–Agentschapsbijdrage 24 08823 21022 58023 07722 94320 012
–Restant 40 94237 39637 23736 04333 46335 511
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%51%48%45%40%33%
31.09 Ontvangsten547454454454454454454

31.01 Bestuurlijke organisatie en instrumentatie

Motivering

Om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium van het waterbeleid te verbeteren.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Groepering van activiteiten ter realisatie van een heldere rolen verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheden onderling en tussen publieke en private partijen, waarin tevens wordt aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de wateropgave voor Nederland voor de 21e eeuw te realiseren.

HGIS Partners voor Water

Interdepartementaal samenwerkingsverband van de ministeries van VenW, BuZa, EZ, LNV en VROM gericht op bevordering van de samenwerking binnen de Nederlandse watersector (overheid, bedrijfsleven, kennisinstituten en NGO's) om de internationale positie van de sector te verbeteren.

Leven met Water

Gezamenlijk programma van het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen (co-financiering) gericht op het verkrijgen van strategische kennis ten behoeve van het waterbeleid, versterking van de relatie tussen het ministerie van VenW en de externe kennisinfrastructuur en het versterken van het innovatief vermogen op het gebied van waterbeleid en -beheer. Het programma valt onder de derde investeringsimpuls in de kennisinfrastructuur (ICES/KIS-3).

Activiteiten

Algemene strategie en beleidsvorming

– implementatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). In 2006 stellen de betrokken partijen de omvang van de wateropgave vast voor de periode 2007–2015 met een doorkijk naar 2050;

– invoering van een Integrale Waterwet ten behoeve van het watersysteembeheer. Het ontwerp van de integrale waterwet zal medio 2006 aan de Tweede Kamer worden aangeboden;

– de vereenvoudiging van de financieringsstructuur van het regionale waterbeheer en de modernisering van het waterschapsbestuur;

– ontwikkeling en implementatie van het ruimtelijk waterbeleid gebaseerd op het principe «meebewegen met en anticiperen op water» zoals vastgelegd in de Nota Ruimte.

HGIS Partners voor Water

– uitvoeren van het interdepartementale programma Partners voor Water II. Deze uitgaven worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd.

Leven met Water

– subsidiëring van het programma Leven met Water.

Doelgroepen

Tot de doelgroep behoort de maatschappij in de volle breedte, d.w.z. bewoners en bedrijven in de door overstroming en wateroverlast bedreigde gebieden alsmede de directe gebruikers van één of meerdere functies van het watersysteem (scheepvaart en visserij, land- en tuinbouw, huisvesting en ruimtelijke ordening, economie, natuur, recreatie, drinkwatervoorziening, etc.).

Verwijzingen beleidsstukken

– Jaarverslag en slotwet ministerie van Verkeer en Waterstaat 2004, Kamerstuk 2004–2005, 30 100, nr. 1

– 4e Nota Waterhuishouding, Kamerstuk 1998–1999, 26 401, nr. 1

– Kabinetsstandpunt Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154

– Nationaal Bestuursakkoord Water incl. voortgangsrapportages, Kamerstuk 2003–2005, 27 625, nrs. 28, 46 en 50

– Hoofdlijnennotitie Integratie Waterwetgeving, Kamerstuk 2004–2005, 29 694, nr. 1

– Kabinetsstandpunt IBO Bekostiging Regionaal Waterbeheer, Kamerstuk 2003–2004, 29 428, nr. 1

– Rijksvisie Waterketen, Kamerstuk 2002–2003, 28 966, nr. 1

– Beleidsbrief Regenwater en Riolering, Kamerstuk 2003–2004, 28 966, nr. 2

– Nederland leeft met water: De communicatie-effecten van de publiekscampagne worden in de periode 2003–2007 jaarlijks door RVD/NIPO gemeten en vergeleken met de behaalde resultaten van andere overheidscampagnes, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 43

– Water in Beeld 2005, voortgangsrapportage over het waterbeheer in Nederland, Kamerstuk 2004–2005, 27 625, nr. 51

– Partners voor Water: Verslag van een algemeen overleg, Kamerstuk 2003–2004, 29 200 XII, nr. 111

– Partners voor Water: de TK wordt in het HGIS jaarverslag 2004 op de hoogte gebracht van de voortgang van dit interdepartementale programma, Kamerstuk 2004–2005, 29 233, nr. 4

– Leven met Water: Brief aan 2e kamer over kabinetsbesluit derde investeringsimpuls in de kennisinfrastructuur (ICES/KIS-3), Kamerstuk 2003–2004, 25 017, nr. 45

31.02 Veiligheid

Motivering

Om de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en rivierengebied volgens het wettelijk niveau te waarborgen; alsmede de kustlijn op het niveau van 2001 (basiskustlijn) dynamisch te handhaven.

Producten

Hoogwaterbescherming

Programma t.b.v. bescherming door primaire waterkeringen, conform de in 1996 in de Wet op de Waterkering vastgelegde normen, van de dijkringgebieden in Nederland die aan buitenwater grenzen (zee, rivieren, grote meren).

Kust

Programma t.b.v. voorkoming van structurele kustachteruitgang langs de Nederlandse kust.

Activiteiten

Hoogwaterbescherming

– het met kracht voortzetten van het hoogwaterbeschermingsbeleid met als uitgangspunt «ruimte voor water», o.a. door vaststelling van het hoogwaterbeschermingsprogramma tot 2010 n.a.v. de resultaten van de tweede toetsing van de primaire waterkeringen 2006;

– vaststellen van de Besluitvorming over de Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier;

– opstarten vervolgtraject Rampenbeheersingsstrategie;

– ontwikkelen van een nieuwe veiligheidsbenadering op basis van de eind 2005 te presenteren resultaten van het studieproject De Veiligheid van Nederland in Kaart (VNK).

Kust

– in 2007 worden de planstudies Zwakke Schakels Kust opgeleverd, ten einde in 2007 met de uitvoering te starten;

– het realiseren van het jaarlijkse zandsuppletieprogramma op basis van de jaarlijkse toetsing van de basiskustlijn.

Doelgroepen

Tot de doelgroep behoort de maatschappij in de volle breedte, d.w.z. bewoners en bedrijven in de door overstroming bedreigde gebieden.

Prestatie-indicatoren

Hoogwaterbescherming

Het percentage waterkeringen ten opzichte van het totaal aan primaire waterkeringen (in kilometers) in Nederland, waarvan de gemiddelde kans per jaar op een overstroming door bezwijken kleiner of gelijk is aan de voor deze waterkering geldende wettelijke norm.

kst-30300-XII-2-1.gif

Toelichting:

Als gevolg van de in de Wet op de Waterkering vastgelegde methodiek van 5-jaarlijkse toetsing van de waterkeringen, kunnen niet voor elk jaar nieuwe streefwaarden worden opgenomen. De 1e toetsing heeft plaatsgevonden in 2001, de resultaten van de 2e toetsing worden bekend in 2006. Het streefpercentage voor 2011 is mede afhankelijk van het resultaat van de 2e toetsing in 2006. De streefwaarde voor het jaar 2016 is op < 100% gesteld, omdat er uit kosteneffectiviteit voor is gekozen om pas maatregelen te treffen als een waterkering na toetsing niet meer volledig blijkt te voldoen aan de norm.

Basiskustlijn (BKL)

Het percentage raaien waar op het moment van toetsing sprake is van een structurele landwaartse overschrijding van de BKL norm (niveau 2001).

kst-30300-XII-2-2.gif

Het gedeelte van de Nederlandse kust waar de zee (de kustlijn) structureel verder landwaarts ligt dan de te handhaven norm (Basiskustlijn 2001). De methodiek wordt samengevat in het jaarlijks door Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) uitgegeven Kustlijnkaartenboek (ook beschikbaar op http://www.rikz.nl/projecten/kustlijnkaart).

Basiswaarden, streefwaarden en planning

Prestatie-indicatorBasiswaarde 2001Peil- datumStreefwaarde 2006PlanningPeriodeStreefw 2015
Hoogwaterbescherming50%5-jaarlijksBekend na 2e toetsing in 20062016 (4e toetsing)< 100%*
Basiskustlijn10–15%jaarlijks10–15%structur eel10–15%

Verwijzingen beleidsstukken

– Resultaten 1e toetsingsronde primaire waterkeringen, Kamerstuk 2002–2003, 18 106, nr. 124

– Ruimte voor de Rivier, 5e voortgangsrapportage, Kamerstuk 2004–2005, 18 106, nr. 159

– Veiligheid Nederland in Kaart, stand van zaken inzake het project, Kamerstuk 2004–2005, 29 800, nr. 49

– Kabinetsstandpunt Rampenbeheersing overstromingen Rijn en Maas, Kamerstuk 2003–2004, 29 384, nrs. 1 t/m 4

– Tussenbesluit Noodoverloopgebieden, Kamerstuk 2003–2004, 29 384, nr. 5

– Procesplan zwakke schakels in de Nederlandse kust, Kamerstuk, 2003–2004, 27 625, nr. 34, 49

– Nieuwe inzichten in de golfbelasting langs de kust (bijlage) 27 625, nr. 34

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven veiligheid waterbeleid op het Infrastructuurfonds (x € 1 000)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
11.02.01 Basispakket B&O Waterkeren106 336115 551102 883111 222100 816101 318
11.03.01 Realisatie Waterkeren133 78291 11690 370112 933159 552187 290
11.05.02 Planstudies waterkeren4 7943 16751 96764 810103 92892 334
16.02   Ruimte voor de Rivier61 6226 02427 316100 203206 821254 051
16.03   Maaswerken43 20563 23230 11234 14137 38716 078

31.03 Waterkwantiteitsbeheer

Motivering

Om de juiste hoeveelheid water te hebben op het juiste moment, op de juiste plaats voor de vereiste gebruiksfuncties.

Producten

Waterbeleid 21e eeuw

Een programma gericht op het op orde brengen van het hoofd- en regionale watersysteem, met als basisstrategie: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte vrijmaken voor water naast technische maatregelen, en hantering van de volgorde vasthouden, bergen, afvoeren bij wateroverlast.

Activiteiten

Waterbeleid 21e eeuw

– voorkomen en bestrijden van wateroverlast en watertekort in rijkswateren en regionale wateren door het nemen van anticiperende maatregelen, het maken van ruimte voor water en het vasthouden van het water op de plaats van ontstaan van de problematiek;

– integreren van verdrogingsbestrijding in onder andere de deelstroomgebiedsvisies uit de Nota Waterbeleid 21e eeuw;

– reconstructie en implementatie van de Kaderrichtlijn Water.

Doelgroepen

Tot de doelgroep behoort de maatschappij in de volle breedte, d.w.z. bewoners en bedrijven in de door wateroverlast bedreigde gebieden alsmede de directe gebruikers van één of meerdere functies van het watersysteem (scheepvaart en visserij, land- en tuinbouw, huisvesting en ruimtelijke ordening, economie, natuur, recreatie, drinkwatervoorziening, etc.).

Prestatie-indicatoren

Voorkomen van (regionale) wateroverlast (buitengewone omstandigheden)

Het aantal hectaren van het door waterschappen beschermde Nederlandse grondgebied, ten opzichte van het totaal aantal hectaren Nederlands grondgebied dat door waterschappen wordt beschermd waarbij de vastgestelde kans op wateroverlast kleiner of gelijk is aan de vastgestelde regionale norm voor wateroverlast.

Toelichting:

De opgave voor wateroverlast en -tekort is, zoals blijkt uit het NBW een nationaal belang, waarin alle bestuurslagen een rol vervullen. Het Rijk is als wetgever verantwoordelijk voor het stellen van regels voor het waterbeheer, alsmede voor het voeren van de regie op nationaal niveau. De operationele verantwoordelijkheid ligt bij de waterschappen en gemeenten met veelal een regierol voor de provincies. Informatie ten aanzien van deze prestatie-indicatoren inclusief streefwaarden en planning dient derhalve in de periode 2006–2010 in overleg met de andere overheden te worden vastgesteld.

Handhaven van juiste grond- en oppervlaktepeil (normale omstandigheden)

Het aantal hectaren ten opzichte van het totaal aantal hectaren Nederlands beheergebied van waterschappen, waarbij het actuele grond- en oppervlaktewaterregime (AGOR) zich tenminste x% per jaar heeft bevonden binnen de marges van het gewenste grond- en oppervlaktewaterregiem (GGOR).

Toelichting:

De rol van het Rijk is hier dezelfde als bij het voorkomen van wateroverlast. De indicator Handhaven van het juiste grond- en oppervlaktewaterpeil is nog in ontwikkeling. In het NBW (art 5.14) is overeengekomen dat de provincies uiterlijk 2005 de kaders voor het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) vaststellen, die ontleend zijn aan de provinciale beleids- en streekplannen. Daarnaast coördineren en bewaken de provincies de procesgang voor het opstellen van het GGOR. Het waterschap stelt in de periode 2005–2010 het GGOR op in nauwe samenwerking met gemeenten, grondwaterbeheerders en belanghebbenden. Het GGOR wordt uiterlijk in 2010 uitgewerkt in het waterbeheerplan. Uit een recente inventarisatie blijkt dat de meeste provincies de deadline van 2005 gaan halen. Deze kaders dienen in nauwe samenwerking met gemeenten, de grondwaterbeheerders en belanghebbenden uiterlijk in 2010 nader te zijn uitgewerkt in de waterbeheersplannen van de waterschappen.

Verwijzingen beleidsstukken

– Kabinetsstandpunt Waterbeleid in de 21e eeuw, Kamerstuk 2000–2001, 27 625, nr. 1

– Nationaal Bestuursakkoord Water, Kamerstuk 2002–2003, vw03000480

– Evaluatienota Waterbeheer Aanhoudende Droogte 2003, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 38

– Voortgangsbericht Droogtestudie, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nr. 42

– Voortgangsrapportage NBW 2004–2005, Kamerstuk 2004–2005, 27 625, nr. 50

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven waterkwantiteit op het Infrastructuurfonds (x € 1 000)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
11.01 Basispakket watermanagement76 40670 35368 92479 15782 10481 860

31.04 Waterkwaliteit

Motivering

Om een goede ecologische en chemische kwaliteit te bereiken in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en de Noordzee.

Producten

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)

Bescherming van oppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater conform de KRW moet ertoe leiden dat:

• Aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed.

• Verbetering van het aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozingen en emissies.

• Duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn.

• Er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

ICP/OSPAR/Europese Mariene Strategie

Het OSPAR-Verdrag, dat in 1992 mede is ondertekend door Nederland, vormt een overkoepelend juridisch kader voor de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijke deel van de Atlantische oceaan (incl. de Noordzee). Het verdrag heeft als belangrijkste doel het voorkomen en beëindigen van de verontreiniging van het mariene milieu en het beschermen van het zeegebied tegen de nadelige effecten van menselijke activiteiten.

• Internationaal beleid en regelgeving.

• Dit wordt doorvertaald in Nederlands beleid en wetgeving.

• Inbreng van Nederlands standpunt in internationaal kader.

• Mede aansturing en inbreng expertise in internationaal onderzoek.

• Politiek commitment voor bescherming mariene milieu.

Activiteiten

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)

– implementatie van de KRW, o.a. door het opstellen van de zgn. December nota's 2006 en 2007 als basis voor de Nota Waterhuishouding en de stroomgebiedbeheersplannen voor Rijn, Maas Schelde en Eems die in 2009 gereed moeten zijn.

ICP/OSPAR/Europese Mariene Strategie

De activiteiten gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen ter bescherming van het mariene milieu omvatten de volgende elementen:

– uitwerking van een samenhangend beleid voor het mariene milieu door de geleidelijke invoering van een aanpak die op de ecosysteembenadering is gebaseerd en die voortbouwt op de bestaande beleidslijnen;

– verbetering van de tenuitvoerlegging en geïntegreerde toepassing van bestaande en nieuwe wetgeving;

– invoering van mechanismen en acties ter stroomlijning van de coördinatie van deze maatregelen en van de werkzaamheden van de verschillende organisaties en betrokken partijen;

– lancering van initiatieven om de kennis te vergroten inzake de afgelopen en (verwachte) toekomstige evolutie van de kwaliteit van de Europese zeeën, alsook over de procedures en methodologieën om deze informatie te evalueren;

– zorgdragen voor uitvoering van verplichte maatregelen en monitoring activiteiten;

– versterking en verbetering van de coördinatie tussen de verschillende financieringsinstrumenten ter bevordering van de bescherming van het mariene milieu;

– Noordzee ministersconferentie mei 2006;

– inbreng Nederlands standpunt in internationaal overleg (uitkomst van interdepartementaal overleg) en kennis nemen van standpunten betrokken partnerlanden;

– aansturen kennisinstituten die participeren in deze gremia;

– interdepartementaal overleg beleid Noordzee (IDON) t.b.v afstemming over het beheer van de ruimte op de Noordzee.

Doelgroepen

Tot de doelgroep behoort de maatschappij in de volle breedte, d.w.z. alle directe gebruikers van één of meerdere functies van het watersysteem (scheepvaart en visserij, land- en tuinbouw, huisvesting en ruimtelijke ordening, economie, natuur, recreatie, drinkwatervoorziening, etc.).

Prestatie-indicatoren

Realiseren goede waterkwaliteit

Het oppervlak waterlichamen (in hectaren) ten opzichte van het totaal oppervlak waterlichamen waarvan de gemeten waarden (chemische en ecologische parameters) voldoen aan de geldende normen van KRW en Mariene Strategie.

kst-30300-XII-2-3.gif

Toelichting:

In voortgangsrapportages over het waterbeheer, zoals Water in Beeld, werd tot nu toe getoetst aan de MTR (maximaal toelaatbaar risico) waarden voor de zoete oppervlaktewateren, en aan de (aanzienlijk strengere) streefwaarden voor de zoute wateren. De normen uit de Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren zijn, een enkele uitzondering daargelaten, voor de zoete en zoute wateren gelijk aan de oorspronkelijke MTR-waarden voor zoete oppervlaktewateren. De toetsingscriteria voor de zoute wateren zijn vanwege de Regeling minder streng geworden. Dit verklaart het volledig (100%) voldoen aan de normen voor de Noordzee.

Ongehinderd gebruik waterfuncties

Het oppervlak waterlichamen (in hectaren) t.o.v. het totaal oppervlak waterlichamen waarvan de actuele waterkwaliteit voldoet aan de geldende normen die zijn gesteld aan de bestemde gebruiksfuncties.

kst-30300-XII-2-4.gif

Toelichting:

In de begroting van 2006 kan de indicator worden ingevuld voor zwemwater, viswater en oppervlaktewater voor de drinkwaterbereiding. Voor een volledige rapportage in de begroting 2007 inclusief schelpdierwater zal de gegevensinwinning (CIW-enquête) worden uitgebreid.

Basiswaarden, streefwaarden en planning

Prestatie-indicatorBasiswaarde 1990PeildatumStreefwaardePlanningPeriodeStreefw
Realiseren goede water- kwaliteitEems: ca 70%Maas: ca 60%Noordzee: nvtRijn: ca 80%Schelde: ca 80%JaarlijksPM (de KRW nor- men voor 2015 worden in 2008 vastgesteld)2015100%
Ongehinderd gebruik waterfunctiesZwemwater: 0–10%Opp.water: ca 100%Viswater: ca 75%Schelpdierwater: nvtjaarlijksPM (de KRW nor- men voor 2015 worden in 2008 vastgesteld)2015100%

Verwijzingen beleidsstukken

– Europese Kaderrichtlijn Water, richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327)

– Pragmatische implementatienota KRW, Kamerstuk 2003–2004, 28 808, nr. 12

– Implementatiewet Kaderrichtlijn Water, Kamerstuk 2002–2003/2003–2004/2004–2005, 28 808, nrs. 1 t/m 38

– Aanbiedingsbrief bij KRW-art 5-rapportages, Kamerstuk 2004–2005, 28 808, nr. 24

– Water in Beeld, Kamerstuk 2004–2005, 27 625, nr. 51

– Saneringsprogramma waterbodem rijkswateren 2005–2010, Kamerstuk 2003–2004, 27 625, nrs. 27, 39 en 44

– Integraal Beheerplan Noordzee 2015, Kamerstuk 2004–2005, 30 195, nr. 1

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domein water) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Domein Waterbeheer6 8546 467

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven waterkwaliteit op het Infrastructuurfonds (x € 1 000)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
11.02.05 Basispakket B&O waterbeheer95 46470 39555 02153 03154 57166 139
11.02.08 Groot variabel onderhoud waterbeheer3 1295 91123 80233 23831 82823 327
11.03.02 Realisatie Waterbeheer130 397109 686116 491130 13898 57573 901
11.05.03 Planstudies waterbeheer7 1426 4696 8006 2535 8935 892

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Veiligheidsbeleid KustlijnhandhavingA: 2005 B: 20051990–2004Bepalen van de bijdrage van zandsuppleties aan de kustveiligheid.Ex-post
Kustbeleid (3e kustnota)A: 2006 B: 20062000–2006Evaluatie 3e Kustnota.Ex-post
2e toetsing primaire waterkeringenA: 2003B: 2006t/m 2005Nagaan of de primaire waterkeringen aan de norm voldoen.Ex-post/Ex-ante
Beleid benodigde versterkingen primaire waterkeringenA: 2005B: 2006t/m 2005Beleidsaanpak voor de benodigde versterkingen.Ex-ante
Integrale Verkenning Maas (IVM)A: 2000B: 2010nvtIn de IVM worden de kosten en baten van een aantal alternatieve strategieën voor rivierverruiming en dijkversterking geanalyseerd. Uitgangspunt is de situatie na reali- satie van de Maaswerken (2015).Ex-ante
Veiligheidsfilosofie (inclusief VNK)A: 2004B: 2007t/m 2005Verkenning van de veiligheid in Nederland.Ex-ante
WaterverkenningenA: 2009B: 20092004–2015In het KRW traject is het voornemen om in 2009 een beleidsnota «stroomgebiedbeheersplan» uit te brengen, waarin een adequaat uitvoerings-programma is opgenomen.Ex-ante
Tijdelijke stimulerings-regeling verwerking baggerspecie (SVB)A: 2003B: 20062002–2006De effectiviteit van de regeling wordt jaarlijks geëvalueerd (start 1 jaar na inwerkingtreding).Ex-post
Proef Grootschalige Verwerking Baggerspecie (GVB)A: 2004B: 20092004–2009Deze grootschalige proef heeft tot doel op praktijkschaal aan te tonen wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en tegen welke prijs grootschalige verwerking gerealiseerd kan worden. Er vindt na de aanbesteding een tussentijdse evaluatie plaats (medio 2004). Vervolgens zal de proef aan het eind van de looptijd worden geëvalueerd (2009).Ex-post
Beleidsregels ABR/ABMA: 2004B: 20072004–2007Vaststellen of beleidsregels Actief Bodem-beheer Rijntakken (ABR) en Actief Bodem-beheer Maas (ABM) functioneren, goed worden benut, lacunes of achterhaaldheden bevatten.Ex-post/Ex-ante
Verspreidingsbeleid zoute baggerA: 2004B: 20062002–2006Het huidige verspreidingsbeleid voor zoute bagger evalueren met het oog op de ontwik- keling van een duurzame toekomstvisie.Ex-post
Project MER's ScheldeA: 2005B: 2006n.v.t. Toetsing van milieueffecten van geselecteerde projecten binnen het Schelde estuarium.Ex-ante
Evaluatie WatertoetsA: 2006B: 20062003–2006Evaluatie van de doorwerking van de watertoets.Ex-post
Nationaal bestuursakkoord waterA: 2006B: 20062003–2006Evalueren van de afspraken uit het NBW. Naar aanleiding hiervan besluiten partijen over bijstelling en/of aanpassing van het huidige akkoord, dan wel het sluiten van een vervolgakkoord.Ex-post
KRWA: 2004B: 20082009–2015MKBA/multicriterium afweging van maat- regelen en kosten voor de uitvoering van de KRW.Ex-ante

32 Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit

De veiligheid van personen op de weg en over het spoor, alsmede de sociale veiligheid in het OV, permanent verbeteren.

Omschrijving

Om risico's voor verkeersdeelnemers te verminderen zodat het aantal verkeersslachtoffers op de weg en het aantal slachtoffers op en rond het spoor permanent daalt en om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren.

Bijdrage

VenW treft samen met andere overheden, spoorsector, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven maatregelen op het gebied van gedragsbeïnvloeding, maatregelen aan de infrastructuur en maatregelen aan het voertuig. Verkeershandhaving is, naast educatie en communicatie, hierbij een belangrijk instrument om veilig verkeersgedrag te bevorderen.

Verantwoordelijkheid

De Minister is samen met provincies, gemeenten en waterschappen verantwoordelijk voor de uitvoering van het verkeersveiligheidsbeleid. Dit betekent betrokkenheid bij (EU) wetgeving, vaststellen van nationale kaders voor de verkeersveiligheid en het vaststellen van de nationale doelstelling in goed overleg met decentrale overheden.

Ten aanzien van de veiligheid op en rond het spoor is de systeemverantwoordelijkheid vastgelegd d.m.v. de concessies.

Ten aanzien van sociale veiligheid heeft de minister een coördinerende en stimulerende functie. De monitoring valt daaronder. Uitvoering vindt plaats door OV-autoriteiten en OV-bedrijven voor het stads- en streekvervoer en voor het hoofdrailnet via de concessies.

Succesfactoren

Om de doelstelling te behalen is het nodig dat:

• In de periode tot en met 2010 de toename van het absolute aantal slachtoffers, veroorzaakt door de toename van de mobiliteit, teniet wordt gedaan door autonome verbeteringen, met name: auto's worden veiliger en verkeersdeelnemers leren beter met verkeer om te gaan;

• De verschillende overheden leveren hun bijdrage aan de afgesproken doelstelling;

• De transportsector en spoorsector pakken de eigen verantwoordelijkheid op en geven daar invulling aan;

• In EU-verband wordt een forse stap gezet op het gebied van voertuigtechnologie.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
32. Optimale Veiligheid2004200520062007200820092010
Verplichtingen35 99542 63919 90328 56729 07528 97729 077
Uitgaven112 48931 86532 73628 81929 17529 07729 077
32.01  Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen55 51027 85927 43428 34728 70328 60528 605
32.01.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling1 2341 5801 5091 5701 6221 6241 624
32.01.02 Vereisten aan voertuig en technologie8 2744 3364 3414 7535 1075 0575 057
32.01.03 Gedragsbeinvloeding17 52721 94321 58422 02421 97421 92421 924
32.01.04 Aanpassingen aan weginfrastructuur28 475      
32.02  Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen502463434388388388388
32.02.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling285263234188188188188
32.02.02 Kadernota Railveiligheid «Veiligheid op de rails»217200200200200200200
32.03   Sociale veiligheid OV verbeteren56 4773 5434 86884848484
32.03.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling68262626262626
32.03.02 Uitvoeren beleidskader Sociale Veiligheid OV56 4093 5174 84258585858
Van totale uitgaven:       
–Apparaatsuitgaven 2 5982 4312 3862 3852 3852 385
–Agentschapsbijdrage 672705766818820820
–Restant 28 59529 60025 66725 97225 87225 872
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 98%70%32%0%3%0%
32.09 Ontvangsten1 199000000

32.01 Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen

Motivering

Om het aantal verkeersslachtoffers op de weg te verminderen. Het maatschappelijk leed als gevolg van verkeersongevallen is groot. Daarnaast zijn de maatschappelijke kosten (medische kosten, productieverlies, materiële kosten en afhandelingskosten) die daarmee gemoeid zijn hoog.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van veiligheid op de weg.

Vereisten aan voertuig en technologie

Verbeteringen aan de wegvoertuigen richten zich op het voorkomen van ongevallen (actieve veiligheid) en het verminderen van de ernst van het ongeval (passieve veiligheid). Ook de veiligheid voor de aangereden partij (botscompatibiliteit en voetgangerveiligheid). Daarnaast is er aandacht voor een veilige mens/machine-interface.

Gedragsbeïnvloeding

Een belangrijke sleutel tot meer verkeersveiligheid is een veilig verkeersgedrag van verkeersdeelnemers. Het overgrote deel van de ongevallen en slachtoffers is namelijk (mede) het gevolg van menselijk handelen, vaak onopzettelijk (inschattingsfouten, onvermogen), maar ook wel opzettelijk handelen.

Het gedragsbeleid richt zich zowel op preventieve als repressieve maatregelen. Verkeershandhaving is naast educatie en communicatie een belangrijk instrument om veilig verkeersgedrag te bevorderen.

Volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) zijn zware voertuigen en bestelauto's disproportioneel betrokken bij dodelijke ongevallen. Daarom is er speciale aandacht voor onder meer het bestel- en goederenverkeer.

Aanpassingen aan weginfrastructuur

VenW is verantwoordelijk voor een veilig hoofdwegennet; het onderliggend wegennet is in beheer bij provincies, gemeenten en waterschappen.

VenW werkt aan een veilig hoofdwegennet door:

– het aanleggen van veilige nieuwe wegen;

– het veilig maken en houden van bestaande wegen via beheer en onderhoud;

– het aanpakken van specifieke knelpunten.

Ombouw, uitbouw en beheer en onderhoud (B&O) vallen onder het Infrastructuurfonds (IF). Hiervoor wordt verwezen naar de begroting IF.

Activiteiten

Algemene strategie en beleidsvorming

– opstellen en doen uitvoeren van een jaarlijks onderzoeksprogramma;

– verstrekken van doelsubsidie aan de SWOV;

– kennisdeling t.a.v. maatregelen met decentrale overheden (KpVV, maatregelwijzer goederenvervoer);

– zorgen voor internationale afstemming;

– invulling geven aan de regiefunctie op het gebied van verkeersveiligheid; in de tweede fase Duurzaam Veilig wordt samengewerkt aan het gezamenlijk met decentrale overheden behalen van de nationale doelstelling inzake verkeersveiligheid;

– beschikbaar stellen van de rijksbijdrage voor regionaal en lokaal verkeersveiligheidsbeleid aan de decentrale overheden via de Brede Doeluitkering (BDU) beschikbaar stellen;

– toezicht houden op een aantal uitvoerende organisaties (RDW, CBR, Innovam);

– stimuleren dat maatschappelijke partijen en bedrijfsleven eigen verantwoordelijkheid nemen.

Vereisten aan voertuig en technologie

– stimuleren van ontwikkeling van veiliger voertuigen;

– actief participeren in het EU wetgevingsproces omtrent voertuigen;

– deelnemen in (Europese) overleggen over de ontwikkelingen in de voertuigindustrie (Ertrac, eSafety);

– stimuleren van de verkoop van veilige voertuigen middels Euro-NCAP;

– aanpassen van de nationale wetgeving, b.v. de kentekening van brom- en snorfietsen;

– bevordering van rondomdetectiesystemen op vrachtwagens, ter voorkoming van ongevallen met kwetsbare verkeersdeelnemers;

– bevordering van snelheidsregulerende voorzieningen op bestelauto's.

Gedragsbeïnvloeding

Onder gedragsbeïnvloeding vallen de volgende activiteiten:

– bijdragen aan kosten van onderzoeken naar rijgeschiktheid door CBR;

– actief participeren het in EU-wetgevingstraject omtrent rijbewijzen;

– opstellen van regelgeving betreffende rijbevoegdheid en rijgeschiktheid;

– uitvoering Meerjarenprogramma Campagnes Verkeersveiligheid;

– bevordering van een veiligheidscultuur in transportbedrijven (bv Safety Scan);

– verstrekken van subsidies aan a. maatschappelijke organisaties (3VO, Team Alert) en b. wetenschappelijk onderzoek (SWOV).

Doelgroepen

Naast algemeen beleid is er specifiek doelgroepenbeleid voor onder andere jongeren, kwetsbare verkeersdeelnemers en goederenvervoer. Reden hiervoor is:

• Jongeren: jongere bestuurders lopen een relatief hoog risico in het verkeer vergeleken met andere leeftijdsgroepen. Verkeersongevallen zijn voor jongeren de belangrijkste doodsoorzaak.

• Kwetsbare verkeersdeelnemers: dit zijn verkeersdeelnemers die bij een ongeval relatief ernstiger letsel oplopen. Het gaat met name om voetgangers, fietsers, kinderen, ouderen en mensen met een handicap.

• Goederenvervoer: zware voertuigen en bestelauto's zijn disproportioneel betrokken bij dodelijke ongevallen.

Prestatie-indicatoren

1. aantal verkeersdoden

2. aantal ziekenhuisgewonden

Basiswaarden

Basisjaar is 2002: 1 066 verkeersdoden en 18 420 ziekenhuisgewonden

Streefwaarden/planning

Maximaal 900 verkeersdoden en 17 000 ziekenhuisgewonden in 2010 en 640 doden en 13 500 ziekenhuisgewonden in 2020 (zie nota Mobiliteit 2004; pag. 100–101). Bij invoering van Anders betalen voor mobiliteit volgens het volledige scenario Nouwen kan het aantal doden in 2020 op 580 doden uitkomen en het aantal ziekenhuisgewonden op 12 250. De discussie over anders betalen voor mobiliteit moet nog worden gevoerd. Het tussendoel voor 2007 is maximaal 960 doden en maximaal 17 500 ziekenhuisgewonden. Gelet op de gunstige ongevalcijfers over 2004 (881 dodelijke verkeersslachtoffers) worden medio 2006 de doelstellingen 2010 en 2020 opnieuw bekeken. Indien uit de dan bekende ongevalcijfers 2005 een trendbreuk blijkt, kunnen deze doelstellingen nog in deze kabinetsperiode ambitieuzer worden gemaakt.

Ontwikkeling aantal verkeersdoden

kst-30300-XII-2-5.gif

Ontwikkeling aantal ziekenhuisgewonden

kst-30300-XII-2-6.gif

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit (verkeersveiligheid) Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Kamerstuk II, 19 482, 2003–2004 – nieuwe leerdoelen rij-instructeurs

– Kamerstuk II, 29 398, 2003–2004, nr. 1 – rijbewijsvernieuwing

– Kamerstuk II, 29 398, 2003–2004, nr. 15 – stand van zaken verkeersveiligheidsbeleid

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domeinen goederenvervoer over de weg, digitale tachograaf en bestuurlijke boete) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Goederenvervoer (over de weg)12 51011 736
Digitale tachograaf12 2306 480
Bestuurlijke boete1 3001 300

Verwijzing Brede Doeluitkering (BDU)

De Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU) op artikel 39.02 draagt deels bij aan de doelbereiking op dit terrein. Omdat het grootste deel van de BDU middelen betrekking heeft op artikel 34.4 Netwerk decentraal/regionaal vervoer is de extra-comptabele verwijzing geheel bij dat operationele doel opgenomen. De systematiek van de BDU brengt met zich mee dat de bijdrage niet afzonderlijk kan worden toegerekend.

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

De veiligheidscomponent is geïntegreerd in de reguliere aanleg en beheer en onderhoud budgetten.

32.02 Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen

Motivering

Om de railveiligheid continue te verbeteren, conform de uitwerking in de Kadernota «Veiligheid op de Rails», tweede kadernota voor de veiligheid van het railvervoer in Nederland (2004). Hierbij moet altijd de afweging worden gemaakt van de effectiviteit en de haalbaarheid van de maatregelen in relatie tot de kosten.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van veiligheid op het spoor.

Kadernota railveiligheid «veiligheid op rails»

Betreft het vervolg op de Kadernota Railveiligheid uit 1999. Het beleid is erop gericht het hoge veiligheidsniveau duurzaam te bestendigen door te streven naar permanente verbetering van de veiligheidssituatie van het railvervoer.

Activiteiten

Kadernota railveiligheid «veiligheid op rails»

– actualiseren Beleidskader Verbetering Veiligheid op Overwegen;

– werken aan de implementatie van het Normenkader Veilig werken aan Infrastructuur door de spoorsector;

– werken aan de implementatie door de spoorsector van het plan van aanpak STS: Rijden door Stoptonend Sein;

– toepassen van beproefde maatregelen door Prorail om aantal zelfdodingen te verminderen;

– beïnvloeden in- en uitstappen reizigers, zelfdodingen spoor, (her)scholing personeel en veiligheidsmanagement vervoerbedrijven;

– ontwikkelen van een normenkader waaraan nieuwe vervoerssystemen moeten voldoen: normenkader Lightrail is inmiddels aan de Tweede Kamer aangeboden. Een verdere uitwerking van dit concept gebeurt aan de hand van een aantal lopende Lightrail-projecten. In het verlengde hiervan worden te hanteren waarden ontwikkeld voor het maatschappelijk risico van het railverkeer;

– realiseren van een afwegingskader voor tunnelveiligheid;

– invoeren en uitbreiden van de volgende (nieuwe) technologische systemen voor de beveiliging en de beheersing van het railverkeer;

– Automatische Treinbeïnvloeding (ATB);

– European Rail Traffic Management System (ERTMS)/European Train Control System (ETCS);

– verbetering beveiliging overwegen.

Doelgroepen

De doelgroepen zijn de zogenaamde risicodragers, te weten: de reizigers, het personeel, de overweggebruikers, de onbevoegden op het spoor, de omwonenden en de bijzondere categorie van suïcides op het spoor.

Prestatie-indicatoren

• aantal doden en gewonden onder reizigers;

• aantal doden en gewonden onder personeel;

• aantal doden en gewonden onder overweggebruikers;

• aantal doden en gewonden onder onbevoegden op het spoor;

• aantal doden en gewonden onder suïcides.

Streefwaarden/Basiswaarden/Planning

– risiconorm reizigers: 1,5 dodelijk slachtoffer per 10 mld. reizigerskilometers;

– risiconorm personeel: 1 dodelijk slachtoffer op 10 000 werknemers in 2010;

– risiconorm overweggebruikers: maximaal 24 dodelijke slachtoffers in 2010;

– risiconorm onbevoegden op het spoor: maximaal 1,5 dodelijke slachtoffers per jaar.

Dit is overeenkomstig de Kadernota railveiligheid.

Overzicht dodelijke slachtoffers Spoor
 2001200220032004Risiconorm
Reizigers21001,5 dodelijk slachtoffer per 10 mld. reizigerskilometers
Personeel (baanwerkers, rangeerders)11221 dodelijk slachtoffer op 10 000 werknemers in 2010
Overweggebruikers20172817maximaal 24 dodelijke slachtoffers in 2010
Onbevoegden op het spoor3473maximaal 1,5 dodelijke slachtoffers per jaar

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Kadernota Veiligheid op de Rails, Kamerstuk 2004–2005, 29 893, nrs. 1 en 2 – streefdoelen op het gebied van railveiligheid tot 2010)

– Overwegen-nota, Kamerstuk 2004–2005, 29 893, nr. 4

– Trendanalyse Railveiligheid (IVW, jaarlijks)

– Plan van Aanpak STS'en, Kamerstuk 2004–2005 29 893, nr. 9

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Infrastructuurfonds

Het AKI-programma op artikel 13 van IF wordt ingezet voor de verbetering van de beveiliging van overwegen.

Overzicht uitgaven veiligheid personenvervoer op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
Art. 13 Automatische Knipperlicht Installatie (AKI)303033413030
Art. 13.02.02 Stoptonend Sein (STS) 131314  

32.03 Sociale veiligheid openbaar vervoer verbeteren

Motivering

Sociale veiligheid is onderdeel van het kabinetsbeleid «naar een veiliger samenleving» en voor reizigers en personeel belangrijk. Gestreefd wordt naar een verbetering van het veiligheidsgevoel en naar een vermindering van het aantal incidenten in en rond het openbaar vervoer.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van sociale veiligheid.

Uitvoeren beleidskader Sociale Veiligheid OV

De taak van het ministerie van Verkeer en Waterstaat is in afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Justitie, verder zorgdragen voor de uitvoering en monitoring van het Aanvalsplan sociale veiligheid OV.

Activiteiten

Uitvoeren beleidskader Sociale Veiligheid OV

– afronden en publiceren van de in 2005 gestarte evaluatie;

– meten van en rapporteren over het gevoel van sociale veiligheid van reizigers en personeel en het meten van en rapporteren over het aantal incidenten. Meten van en rapporteren over zwartrijdpercentages in concessies van stad- en streekvervoer waar het percentage in de publicatie van april 2005 hoger lag dan 3%;

– afronding van een beperkt aantal acties die aanvullend op het Aanvalsplan zijn geformuleerd;

– bezien van noodzaak voor nader beleid op basis van de evaluatie van het Aanvalsplan en op basis van de ervaringen met de proeftrajecten chipkaart;

– toezicht houden op naleving van de zorgplicht ten aanzien van sociale veiligheid door NS respectievelijk ProRail, zoals belegd in de verstrekte vervoer- en beheerconcessie, en nader uitgewerkt in de jaarlijks vast te stellen vervoer- en beheerplannen.

– aan de decentrale overheden via de Brede Doeluitkering (BDU) middelen beschikbaar stellen voor sociale veiligheid in het OV.

Doelgroepen

Decentrale overheden, vervoersbedrijven, reizigers.

Prestatie-indicatoren

1. Veiligheidswaardering van reizigers en personeel

2. Gemelde incidenten

Zie voor de prestatie-indicatoren veiligheid voor het spoorgedeelte op basis van de vervoersconcessie artikel 34.03.

Streefwaarden

Voor de waardering van het veiligheidsgevoel van reizigers in voertuigen van regionaal OV is het doel een rapportcijfer van 7,5 in 2008 op basis van een gewogen gemiddelde. Dit cijfer wordt beschouwd als een richtwaarde voor decentrale overheden en de Minister van VenW (inspanningsverplichting).

Voor een overzicht van de prestatie- of effectindicatoren «verbeteren sociale veiligheid» over de afgelopen jaren wordt verwezen naar de onderstaande gegevens uit de verantwoording VenW 2004.

Overzicht van prestatie- of effect indicatoren verbeteren sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer1
 20012002200320042doel 2008
Waardering veiligheidsgevoel in het voertuig als rapportcijfer     
–Reizigers7,37,27,37,87,5
–Personeel36,06,26,16,5 
Onveiligheidsincidenten in en rond het OV in %     
–Reizigers428272227 
–Personeel561666258 

1 Alle gegevens in de tabel hebben alleen betrekking op het stads- en streekvervoer. Voor de reizigersgegevens zijn dat in 2001 t/m 2003 alleen de bus-, tramen metroreizigers, in 2004 zijn de regionale treinreizigers (gedecentraliseerde treintrajecten) toegevoegd.Voor het personeel zijn dat alle jaren de medewerkers van de bus, tram, metro en regionale trein.

2 Voor de gegevens m.b.t. de reiziger is de vergelijkbaarheid tussen 2004 en voorgaande jaren beperkt. Dit vanwege aanpassingen in de onderzoeksmethodiek en in het aantal vragen dat gesteld wordt over sociale veiligheid. Hierdoor wordt echter een betere weergave van de werkelijkheid bereikt De cijfers 2001 tot en met 2003 zijn wel onderling vergelijkbaar. De gegevens m.b.t. het personeel zijn ook vergelijkbaar in de tijd.

3 Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel zowel in als rond het voertuig.

4 Dit is het ongewogen gemiddelde van de bus-, tram-, metro- en (per 2004) regionale trein reizigers, die ooggetuige en/of slachtoffer zijn geweest van één of meerdere incidenten. Percentage per modaliteit is in 2004: bus 19%, tram 32%, metro 33% en regionale trein 22%.

5 Dit is het percentage van het personeel dat één of meerdere keren slachtoffer is geweest van een incident.

Overzicht van prestatie- of effect indicatoren verbeteren sociale veiligheid bij de NS1
 2001200220032004
Waardering veiligheidsgevoel reiziger in het voertuig als rapportcijfer16,76,86,97,0
Het percentage reizigers dat de sociale veiligheid met een 7 of hoger beoordeelt35%33%28%26%
Reizigers die slachtoffer/ooggetuige zijn geweest van tenminste één incident30%31%27%32%
Het percentage NSR-medewerkers dat zijn of haar gevoel van veiligheid overdag in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt   83%
Het percentage NSR-medewerkers dat zijn of haar gevoel van veiligheid 's avonds in de werkomgeving met een 7 of hoger beoordeelt   46%
Het percentage NSR-medewerkers dat 1 of meerdere incidenten meegemaakt heeft2   65%

1 Deze cijfers en percentages wijken af van de cijfers uit het Vervoerplan 2005, omdat in deze cijfers ook de contractsectorlijnen zijn meegenomen terwijl het Vervoerplan alleen betrekking heeft op hoofdrailnet. De cijfers zijn niet vergelijkbaar met de cijfers voor het stads- en streekver voer, wegens verschillen in onderzoeksmethodiek.

2 Dit cijfer wijkt af van het cijfer uit het Vervoerplan 2005 (63%), omdat dit cijfer betrekking heeft op het rijdend personeel van NS (NSR). Het cijfer uit het Vervoerplan 2005 heeft betrekking op het gehele personeel van NS.

Verwijzingen beleidsstukken

– Aanvalsplan Sociale Veiligheid OV, Kamerstuk 2002–2003, 28 642, nr. 1

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Verantwoording VenW 2004, Kamerstuk 2004–2005, 30 100 XII, nr. 1

– Beheerplan 2006 (wordt eind 2005 aan de TK gezonden)

– Vervoerplan 2006 (wordt eind 2005 aan de TK gezonden)

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Overall Evaluatie SV beleidA. Medio 2005B. Medio 20062002–2005Doel van de evaluatie is tweeledig:inzicht in ontwikkelingen in relatie tot het uitgevoerde beleid op het gebied van sociale veiligheid;onderzoek welke aanpak goed en welke aanpak minder goed werkt.Beleidsdoorlichting
Voorrang fietsers van rechts20052001–2004Nagaan van verkeersveiligheidseffecten van voorrang fietsers van rechts.Ex-post
Evaluatie beleidsonderzoekA. Maart 2005B. Sept. 20052002–2003Beter inzicht te krijgen in nut en noodzaak van beleidsonderzoek. Inzicht krijgen in het gebruik van de resultaten van beleidsonder- zoek. Verhoging van de efficiëntie van beleidsonderzoek.Ex-post
Subsidieregeling vereniging 3VOA. Jan 2005B. Aug. 20052002–2005Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie.Ex-post
Invoering GAIK20062002–2005Heeft GAIK geleid tot minder fraude? Kan GAIK nog verbeterd worden?Ex-post
Subsidie SWOVA. Jan 2005B. Juli 20062002–2006Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie.Ex-post
Verkeersveiligheid goederenvervoer20082002–2007Inzicht krijgen in effectiviteit van beleid.Ex-post
Kentekening aanhangwagensA. Sept 2005B. Dec. 20052003–2005Nagaan doeltreffendheid en effecten van de kentekening.Ex-post
Meerjarenvoorlichtingscampagne verkeersveiligheid20062003–2005Tussentijdse evaluatie naar de effecten uitgevoerde campagne op het verkeersgedrag t.b.v. besluitvorming periode na 2007.Ex-post
Meerjarenvoorlichtingscampagne verkeersveiligheid20082003–2007Evaluatie van het totale programma. Nagaan van de effecten uitgevoerde campagne op het verkeersgedrag en nagaan van de mate van samenwerking met en van de betrokkenheid partners.Ex-post
APK (art 71 t/m 91 WVW 1994)A. 2008B. 20092003–2008Nagaan doeltreffendheid en effecten van de APK.Ex-post
Aanpak benzinediefstalA. Juni 2005B. Sept. 20052004–2005Beantwoording van de vragen: Heeft aanpak geleid tot minder diefstal? Hoe veel procent valse kentekens? Hoe veel bezwaren en wat kan daar tegen gedaan worden?Ex-post
Kentekening brom- en snor fietsen20092007–2009Nagaan doeltreffendheid en effecten van de kentekening.Ex-post
Klantenbarometer CVOV Personeelsmonitor SVOVIncidentregistratiemetho- de SV van OV-bedrijvenJaarlijksJaarlijksInzicht in de trendmatige ontwikkeling m.b.t. de problematiek SV in het OV, specifiek voor reizigers en personeel van het regionaal OV.Monitoring
Spoorveiligheid personenN.v.t. Jaarlijks, betreft een langlopend trendonderzoekMonitoring van de ontwikkelingen in de spoor veiligheid.Monitoring

33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's

Het verkleinen van veiligheidsrisico's.

Omschrijving

Om de kans op letsel bij personen en schade aan goederen, infrastructuur en milieu als gevolg van ongevallen door goederenvervoer en luchtvaart te beperken.

Bijdrage

Verkeer en Waterstaat stelt kaders voor de verbetering van de veiligheid door het stellen van regels ter beheersing van veiligheidsrisico's. Verkeer en Waterstaat houdt toezicht op de naleving hiervan. Verkeer en Waterstaat helpt en motiveert betrokken partijen hun verantwoordelijkheid voor veiligheid te nemen en hierin samen te werken.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

• Het stellen van voorwaarden via wet- en regelgeving aan de veiligheid van het goederenvervoer- en luchtvaartsysteem.

• Het houden van toezicht en het uitvoeren van inspecties op het nalevingsgedrag.

• Het bijdragen aan en implementeren van internationale afspraken op het gebied van extern veiligheidsbeleid.

• Het leveren van een bijdrage aan de maatschappelijke aandacht voor het leveren van een bijdrage aan de aandacht voor het permanent verbeteren van de veiligheid.

Succesfactoren

Behalen van de doelstelling hangt af van de betrokkenheid van en samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven, de internationale ontwikkelingen en de verhouding met andere ruimtelijke behoeften en ontwikkelingen in Nederland.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
33. Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's2004200520062007200820092010
Verplichtingen24 35228 04620 52420 92021 33019 04217 431
Uitgaven20 39528 14224 82423 19923 49321 19717 431
33.01   Externe veiligheid6 51511 2348 4427 5458 3777 5193 755
33.01.01 Verbeteren veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen3 1014 4613 4763 3643 2543 2903 289
33.01.02 Externe veiligheid luchthavens1 7432 1161 966466466466466
33.01.03 Aankoop LIB veiligheidssloopzones Schiphol1 6714 6573 0003 7154 6573 7630
33.02   Veiligheid goederenvervoer scheepvaart8 79410 3778 0637 9177 8797 9497 947
33.02.01 Verbeteren veiligheid zeevaart4 6005 4924 4174 5974 5564 6224 622
33.02.02 Verbeteren veiligheid zeehavens2 0522 4192 1542 3792 3822 3862 384
33.02.03 Verbeteren veiligheid binnenwateren1 7482 0501 076525525525525
33.02.04 IMO (HGIS)349416416416416416416
33.03   Veiligheid luchtvaart3 9165 2486 9166 3345 8344 3264 326
33.03.01 Verbetering veiligheid luchtvaart2 2183 0563 0542 9722 4721 4641 464
33.03.02 ICAO en EASA (HGIS)7821 3453 0152 5152 5152 0152 015
33.03.03 Internationaal916847847847847847847
33.04   Bescherming tegen moedwillige verstoring1 1701 2831 4031 4031 4031 4031 403
33.04.01 Beveiliging scheepvaart en zeehavens818689809809809809809
33.04.02 Beveiliging luchtvaart289536536536536536536
33.04.03 Beveiliging infrastructuur hoofdwegen63585858585858
33.04.04 Beveiliging infrastructuur spoorwegen       
Van totale uitgaven:       
Apparaatsuitgaven 5 8585 3445 1715 1715 1715 171
–Agentschapsbijdrage 1 9581 9722 0682 0722 0782 075
–Restant 20 32617 50815 96016 25013 94810 185
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%45%28%13%16%21%
33.09 Ontvangsten1 426333333333333

33.01 Externe Veiligheid

Motivering

Om vervoer van personen en goederen blijvend mogelijk te maken terwijl in de omgeving van dit vervoer ook op een maatschappelijk verantwoorde wijze veilig kan worden gewoond en gewerkt.

Producten

Verbeteren veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen

Het treffen van maatregelen in nationaal en internationaal verband om vervoer van gevaarlijke stoffen zo veilig mogelijk te laten afwikkelen.

Externe veiligheid luchthavens

Voor Schiphol is de externe veiligheid onderdeel van de Schiphol regelgeving. Deze regelgeving wordt geëvalueerd. Voor de overige luchthavens wordt een wetgevingsproces doorlopen.

Aankoop LIB veiligheidssloopzones

Het aankopen en slopen van 67 woningen en 14 woonboten binnen de veiligheidssloopzone van het LIB2004. De uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt bij de omringende (deel)gemeenten.

Activiteiten

Verbeteren veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen

– uitbrengen van nota vervoer gevaarlijke stoffen;

– vaststellen basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;

– verdere uitvoering PAGE (externe veiligheid goederenemplacementen; zie ook 36.2.2);

– deelname aan internationaal overleg over actualisering internationale veiligheidsregelgeving;

– het aanzetten tot het gebruik van kwaliteitszorgsystemen;

– subsidiëren Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) (€ 9 000).

Externe veiligheid luchthavens

– de evaluatie van de Schipholregelgeving, inclusief de beleidsevaluatie van groepsrisicobeleid voor Schiphol;

– het implementeren van wetgeving en interim-beleid externe veiligheid voor de regionale en kleine luchtvaartterreinen;

– het ontwikkelen en verbeteren van rekenmodellen voor externe veiligheid luchtvaart;

– infrastructurele maatregelen ten behoeve van variabel baangebruik Maastricht Aachen Airport (MAA).

Aankoop LIB veiligheidssloopzones

Naar verwachting zullen er in 2006 vijf woningen worden aangekocht.

Doelgroepen

Omwonenden, decentrale overheden en bedrijven.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Jaarlijkse TRG-score voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit

Het streven is dat het totale risicogewicht (TRG) van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar niet meer dan 9,724 ton bedraagt (de grenswaarde). Het TRG is het product van het aantal vliegbewegingen en de ongevalskans met het maximale startgewicht van deze vliegtuigen.

kst-30300-XII-2-7.gif

Bron: Inspectie Verkeer en Waterstaat

2. Aantal op basis van keuzevrijheid van bewoners aan de woonbestemming reeds onttrokken en nog te onttrekken woningen en woonboten in de veiligheidssloopzones rond Schiphol

Het streven is uiteindelijk alle woningen en woonboten aan te kopen en te slopen of te verwijderen.

Het aantal aangekochte en aan te kopen woningen en woonboten in de veiligheidssloopzone Schiphol gecumuleerd over de jaren

kst-30300-XII-2-8.gif

Bron: Rijkswaterstaat Noord-Holland, mei 2005

3. Aantal goederenemplacementen dat nog niet voldoet aan de risiconormen

Het streven is om in 2008 geen goederenemplacementen meer te hebben die niet voldoen aan de veiligheidsnormen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen.

kst-30300-XII-2-9.gif

Bron: Rijkswaterstaat AVV

4. Effectgegevens ruimtebeslag in km2 van het gebied langs transportroutes binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6per jaar

Dit is het gebied waarbinnen de kans op een dodelijke situatie ten gevolge van een ernstig ongeval met vervoer van gevaarlijke stoffen hoger is dan 1 op het miljoen per jaar. Dit geldt voor zowel weg als spoor en binnenvaart.

ModaliteitenRuimtebeslag in m2 binnen de risico-contour 10-6 incl. breedte van infrastructuur
Weg9 015 307 m2
Spoor5 702 309 m2
Water (excl. Westerschelde)801 956 m2

Noot: Ten opzichte van de risico-atlassen zijn nieuwe invoergegevens (op basis van vervoeromvang 2002) en een nieuwe berekeningsmethode gebruikt.

Bron: Rijkswaterstaat/AVV 2005

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Plan van Aanpak Goederen Emplacementen, Kamerstuk 1998–1999, 26 200, nr. 31

– Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen, Kamerstuk 1995–1996, 24 611, nr. 1

– KB Schiphol en Omgeving, Kamerstuk 1994–1995, 23 552

– Luchthavenverkeerbesluit Schiphol, Kamerstuk 2003–2004, 26 959, nr. 83

– Beleidsagenda Luchtvaartveiligheid, Kamerstuk 2004–2005, 24 804, nr. 28

33.02 Veiligheid scheepvaart

Motivering

Om het aantal ongevallen met doden, gewonden en grote schade op zee en binnenwateren in 2010 door permanente verbetering van de veiligheid niet op een hoger niveau te laten uitkomen dan in 1998. Wanneer zich op het water een incident voordoet, zijn de gevolgen voor mens en milieu vaak groot. Omvangrijke ladingen, hogere snelheden en grote aantallen passagiers vormen aanzienlijke risico's.

Producten

Verbeteren veiligheid zeevaart

Mede gezien de toenemende grootte van de schepen richt het beleid zich vooral op het terugdringen van het risico van het optreden van ongevallen.

De veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer op de Noordzee behoudt, mede naar aanleiding van rampen (Estonia, Erika, Prestige), zowel op nationaal als op Europees niveau, de nodige aandacht.

Verbeteren veiligheid zeehavens

De voor de veiligheid verantwoordelijke Rijkshavenmeester zoveel mogelijk zelfstandig laten opereren. Het doel hiervan is om binnen een pakket van verkeersmanagement maatregelen te komen tot een optimale mix van maatregelen, zoals vaarwegmarkering, verkeersbegeleiding, routering, beloodsing, verkeersmaatregelen en informatieverlening.

Verbeteren veiligheid binnenwateren

Het voorkomen van onveiligheid door de toename van het verkeer, snellere en grotere schepen, schepen met gevaarlijke stoffen en bouwwerken op de oever.

IMO (HGIS)

Deelname aan de International Maritime Organization (IMO), die vanwege zijn bijzondere status als het mondiale (VN)forum voor een veilige zeescheepvaart, inclusief milieuveiligheid en security, als een afzonderlijk begrotingsproduct is gepositioneerd. Deze uitgaven worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd.

Activiteiten

Verbeteren veiligheid zeevaart

– voortgang op IMO- en EU-veiligheidsdossiers, zoals EU-richtlijn 2002/59 ter monitoring van het zeevaartverkeer, rampen- en incidentbestrijdingbeleid, beleid rond zogenaamde toevluchtsoorden op zee (places of refuge) en de uitbreidingsmaatregelen binnen Erika-3/Maritime Safety Package;

– het veiligheidsbeleid scheepvaart op het Nederlandse deel van de Noordzee wordt onder meer opgenomen in het in ontwikkeling zijnde gemeenschappelijk beleidskader voor het Integrale Beheersplan Noordzee (IBN) 2015;

– aanpassen bestaande wetgeving als gevolg van wijzigingen in veiligheidsomstandigheden en internationale regels, tevens ter reductie van administratieve lasten;

– subsidiëren Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), om werkzaamheden uit te voeren waartoe Nederland verdragsrechtelijk verplicht is (€ 23 000);

– bijdragen aan diverse internationale organisaties, waartoe Nederland verdragsrechtelijk verplicht is, zoals de Noord-Atlantische IJspatrouilledienst en de secretariaatskosten van Port State Control;

– waarborgen permanente beschikbaarheid van een bergingsvaartuig (inclusief bemanning) voor de veiligheid op zee en de bescherming van het milieu;

– ontwikkelen van security/piracy-voorzieningen, zoals opleidingen, access control, Long Range Identification and Tracking (LRIT) en selfassessment.

Verbeteren veiligheid zeehavens

– continueren van vervanging en modernisering van walradarsystemen voor de scheepvaart. Deze investeringen worden verantwoord op het Infrastructuurfonds;

– ontwikkelen van pakket nautische maatregelen voor de Westerschelde (mede ten behoeve van externe veiligheid), zoals een methode van verkeersbegeleiding ter voorkomen van ongewenste ontmoetingen met risicoschepen;

– aanpassen van de Scheepvaartverkeerswet en Loodsenwet om de loodsplicht te flexibiliseren. Het doel hiervan is dat kwaliteits- en efficiencyprikkels binnen het loodswezen zullen ontstaan. Dit betreft de Implementatie van kabinetsbesluiten van 11 april 2003 en 18 juni 2004 inzake de invoering van loodsplicht op maat;

– ontwikkelen toezichtskader met betrekking tot de taken die de havenmeester van Rotterdam namens de minister van Verkeer en Waterstaat verricht. Inclusief wijzigen bestuurlijk deel van de Scheepvaartverkeerswet. Deze sturingsfilosofie zal waar nodig ook gelden voor de andere rijkshavenmeesters.

Verbeteren veiligheid binnenwateren

– realiseren van Rivier Informatie Systeem («intelligente vaarweg»; RIS) ter verbetering van de verkeersbegeleiding op knooppunten, ter verkorting van reactietijden bij calamiteiten en vermindering van wachttijden bij sluizen;

– formuleren van gebruik van ruimte langs de vaarweg met het oog op een veilige transportfunctie van de binnenvaart (relatie met 33.1).

IMO (HGIS)

– betalen jaarlijkse contributie aan de International Maritime Organization (IMO).

Doelgroepen

Verkeersdeelnemers, vervoerders en lading belanghebbenden.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

Aantal ongevallen met uitgebreide registratie op de Noordzee en op de binnenwateren

Het streven is het aantal ongevallen op de binnenwateren niet te laten stijgen, ondanks een toename van het verkeer en vervoer op de binnenwateren. Voor het Nederlandse deel van de Noordzee is de streefwaarde vastgesteld op maximaal 25 ongevallen in 2010.

Aantal ongevallen met uitgebreide registratie op de Noordzee (Nederlands deel continentaal plat) en op de binnenwateren
 199920002001200220032004
Aantal ongevallen Noordzee19212320815
Aantal ongevallen binnenwateren163185191172222*224*

Bron: Kustwachtcentrum (Noordzee) en Rijkswaterstaat/AVV (binnenwateren)

* Door een nieuwe meetmethode zijn deze waarden niet te vergelijken met waarden van voorgaande jaren.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Voortgangsnota Scheepvaartverkeer Noordzee (1996)

– Kabinetsbesluiten van 11 april 2003 en 18 juni 2004 v.w.b. het beleid inzake loodsen

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domeinen koopvaardij, binnenvaart en visserij) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Domein Koopvaardij14 89614 054
Domein Binnenvaart7 5097 085
Domein Visserij2 8392 678

33.03 Veiligheid Luchtvaart

Motivering

Om de veiligheid in de luchtvaartsector verder te verbeteren en voortdurend aandacht te vragen voor deze verbetering.

Producten

Verbetering veiligheid luchtvaart

Gestreefd wordt naar een permanente verbetering van de veiligheid. In de beleidsagenda luchtvaartveiligheid (april 2005) is hiervoor tot aan 2010 een actieprogramma opgenomen.

ICAO en EASA (HGIS)

Luchtvaart is een mondiale aangelegenheid. Nederland levert een belangrijke bijdrage in de totstandkoming van beleid, regelgeving, harmonisatie en uniformering op het gebied van safety en security. Deze uitgaven worden gefinancierd via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Internationaal

Nederland tracht via internationale organisaties haar eigen beleid te versterken. Participatie bij de totstandkoming van regelgeving, de implementatie en uitvoering dient ondermeer ook om een level playing field met de buitenlandse concurrenten te waarborgen. Op dit product worden uitgaven verantwoord die niet via de HGIS worden gefinancierd.

Activiteiten

Verbetering veiligheid luchtvaart

– uitvoeren van de maatregelen uit de Beleidsagenda Luchtvaartveiligheid;

– uitvoeren van diverse onderzoeken waaronder veiligheidsonderzoek Luchtvaart Nederland, gate to gate, belevingsonderzoeken, veiligheidsprestaties luchtvrachtverkeer en kleine luchtvaart;

– Project Stroomlijning Overheidsinterventies Luchtvaart;

– ontwikkelen van een causaal model voor luchtvaartveiligheid;

– ontwikkelen van beleidsvisie veiligheid grondafhandelingen;

– ontwikkelen van beleid om in de toekomst passagiers te informeren over de veiligheidsprestaties van luchtvaartmaatschappijen.

ICAO en EASA (HGIS)

– betalen van de contributie van Nederland aan de International Civil Aviation Organization (ICAO);

– oprichten trainingscentrum voor de European Aviation Safety Agency (EASA) in Hoofddorp (training van aangesloten lidstaten);

– bevorderen van uniformering van internationale regelgeving.

Internationaal

– verlenen van technische ondersteuning op het gebied van luchtvaartveiligheid aan andere landen (AVIASSIST);

– ontwikkelen en opzetten van een publiek informatiesysteem van veiligheidsprestaties van luchtvaartmaatschappijen.

Doelgroepen

Burgers, andere departementen, buitenlandse staten en bedrijven.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Wereldwijde ongevalsratio (ongevallen per miljoen vlieguren)

De Europese ongevalsratio is representatief voor de situatie in Nederland, omdat het veiligheidssysteem in Nederland in hoge mate gelijk is aan dat in de andere Europese landen. De wereldwijde ongevalsratio is relevant omdat ook niet-Europese luchtvaart gebruik maakt van het Nederlandse luchtruim en van Nederlandse luchthavens. Uit onderstaande grafiek blijkt dat de veiligheid van de luchtvaart nog steeds toeneemt. Nederland heeft geen directe invloed op het wereldwijde ongevalsratio. Derhalve is er geen specifieke streefwaarde voor Nederland te benoemen. De doelstelling die westerse landen met elkaar zijn overeengekomen is niet meer dan 0,5 ongevallen per miljoen vliegbewegingen.

Aantal fatale ongevallen per miljoen vluchten

kst-30300-XII-2-10.gif

Bron: Inspectie Verkeer en Waterstaat

2. Het aantal ernstige incidenten en ongevallen dat gemeld wordt bij de Onderzoeksraad voor veiligheid

Om permanente verbetering in de veiligheid zichtbaar te maken is het streven dat het aantal ernstige incidenten en ongevallen (en daarmee het aantal meldingen) niet toeneemt.

Aantal ernstige incidenten en ongevallen in 2004 in Nederland en met Nederlandse luchtvaarttuigen in het buitenland
VliegtuigtypeAantal ongevallenErnstige incidentenDodelijke slachtoffers(Zwaar) gewonden
Commerciële verkeersvluchten42505
Helikopters0100
Privé/zakenluchtvaart9575
Zweefvliegtuigen1000
Heteluchtballonnen0100

Bron: Onderzoeksraad voor veiligheid

Verwijzingen beleidsstukken

– Beleidsagenda Luchtvaartveiligheid, Kamerstuk 2004–2005, 24 804, nr. 28

– Toezegging causaal model, Kamerstuk 2003–2004, 23 552 en 26 959, nr. 84

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domein luchtvaarttechnische bedrijven) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Domein Luchtvaarttechnische bedrijven7 9087 935

33.04 Bescherming tegen moedwillige verstoring

Motivering

Om de beveiliging van het verkeers- en vervoersysteem te optimaliseren teneinde de maatschappelijke en economische aspecten van de logistieke functie van Nederland in Europa blijvend te waarborgen en te versterken. De internationale dreiging van het terrorisme neemt toe en Nederland staat daar als open en internationaal gerichte samenleving nadrukkelijk aan bloot.

Producten en Activiteiten

Beveiliging scheepvaart en zeehavens

– periodiek rapporteren aan de EU Commissie over implementatie van EU Verordening 725/2004;

– input leveren voor EU onderzoek naar de beveiligingskosten en implementatie van Verordening 725/2004;

– bilaterale alternatieve beveiligingsovereenkomsten voor o.a. short sea shipping en veerdiensten;

– implementeren EU Richtlijn beveiliging hele haven in Nederland;

– overleg in EU raadswerkgroepen inzake een ontwerp Verordening beveiliging intermodale keten.

Beveiliging luchtvaart

– in samenwerking met het Ministerie van Justitie bevorderen dat het beveiligingsniveau van andere landen met luchtverbindingen naar de EU, gemeenschappelijk door de EU beoordeeld wordt;

– in samenwerking met het Ministerie van Justitie goedkeuren van (jaarlijkse) beveiligingsplannen van exploitanten van luchthavens en luchtvaartmaatschappijen.

Beveiliging infrastructuur hoofdwegen

– vaststellen gewenst beveiligingsniveau van prioritaire vitale en kwetsbare objecten. Op basis hiervan wordt dan een adequate afweging mogelijk van maatregelen met grote financiële consequenties;

– implementeren maatregelen voor prioritaire vitale en kwetsbare objecten.

Beveiliging infrastructuur spoorwegen

Opstellen spoor security plan met beleidsvisie op gewenst beschermingsniveau van kwetsbare onderdelen van het spoorsysteem. Op basis van dit plan kan vervolgens besloten worden of en zo ja welke aanvullende security maatregelen gewenst zijn, en wie daarvoor de verantwoordelijkheid heeft (implementatie en bekostiging).

Doelgroepen

Zeescheepvaartsector, havensector, verladers, gemeenten, luchtvaartsector en continentale modaliteiten.

Verwijzingen beleidsstukken

– EU Verordening 725/2004, Pb-EU L129 d.d. 29 april 2004

– Havenbeveiligingswet met Memorie van Toelichting, Kamerstuk 2003–2004, 29 468 en Staatsblad 2005, 341 d.d. 15 juli 2004 en 341 d.d. 22 juli 2004

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Risiconormering Vervoer Gevaarlijke StoffenA. Oktober 2003B. Augustus 20051996–2002Werking van de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen.Ex-post
Nota vervoer gevaarlijke stoffenA. 2010B. 20102005–2009Werking en gevolgen van het instellen van het basisnet.Ex-post
Scheepvaartverkeer binnenwaterenA. 2006B. 20062001–2005Effecten van het gevoerde beleid evalueren.Ex-post
Flexibilisering loodsplichtJaarlijksIeder jaarBestuurlijke organisatorisch en veiligheidseffecten van de wijziging van het loods- plichtbesluit.Ex-post
EV beleid SchipholwetA. 2003B. 2005Inwerkingtreding vanaf februari 2003 tot evaluatiemomentEnerzijds de gelijkwaardigheid van het stelsel ten opzichte van de PKB evalueren én anderzijds de effectiviteit van het nieuwe instrumentarium bezien.Ex-post/Beleidsdoor- lichting
Pilot gebiedsgerichte benaderingA. 2004B. 20062004–2006Toepasbaarheid voor groepsrisicobeleid.Ex-ante
Beleidsagenda LuchtvaartveiligheidA. 2010B. 20102005–2009Evaluatie van de effecten van de implementatie van de beleidsagenda zoals opgesteld in 2005.Ex-post
Onderzoek naar interfaces in de luchtvaart (gate to gate)A. 2004B. 20062004–2006Inzicht in de interactie van de verschillende luchtvaartgebieden binnen de veiligheidsketen ter verdere verbetering van de veiligheid.Ex-ante
Veiligheidsonderzoek NederlandA. April 2005B. December 20052000–2004Onderzoek naar werking van de veiligheidbeleidsketen in Nederland waarbij zowel overheid als sector beschouwd wordt.Ex-post
Ontwikkeling inzicht in causale relatiesA. na afronding ontwikkeling; verwacht 2008Na 2008Inzicht in de veiligheidsketen ter verdere verbetering van de veiligheid.Ex-ante
Causaal modelA. 2006B. 20062005–2006Ontwikkeling van causaal model.Ex-post

34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden

Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden realiseren.

Omschrijving

Om de economie en de internationale concurrentiepositie van Nederland te versterken, waarvoor een goed functionerend systeem voor personen- en goederenvervoer met voorspelbare reistijden en een goede bereikbaarheid van deur tot deur essentieel zijn.

Bijdrage

VenW richt zich op een integrale netwerkbenadering waarbij decentraal gedaan wordt wat decentraal kan en centraal gedaan wordt wat centraal moet.

Daarvoor werkt VenW aan voldoende betrouwbaarheid en capaciteit op de hoofdinfrastructuurnetwerken, verleent en beheert concessies voor het beheer van de spoorinfrastructuur en het vervoer op het hoofdrailnet, werkt samen met decentrale overheden aan verbetering van de regionale bereikbaarheid en zorgt ervoor dat bedrijven en burgers in staat zijn waar mogelijk zelf in hun mobiliteitsbehoefte te voorzien.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

– het goed functioneren van het systeem voor het personen- en goederenvervoer over weg, water en spoor;

– aanleg, beheer en onderhoud van de hoofdinfrastructuurnetwerken voor weg, water en spoor, inclusief verkeersmanagement op deze netwerken;

– het organiseren van «Anders betalen voor mobiliteit»;

– kaders, bevoegdheden, middelen en instrumenten die decentrale overheden in staat stellen om de regionale bereikbaarheid te verbeteren;

– kaders die bedrijven en personen in staat stellen zelf in hun mobiliteit te voorzien, zoals bijvoorbeeld mobiliteitsmanagement.

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

– de ontwikkeling van de mobiliteitsgroei (de in de Nota Mobiliteit gehanteerde verwachting) en van de economie;

– invoering van «Anders betalen voor Mobiliteit» conform de Nota Mobiliteit;

– samenwerking met en tussen decentrale overheden, de spoorsector, maatschappelijke organisaties en bedrijven, onder andere via netwerkanalyses in stedelijke regio's;

– oplossing van de (juridische) knelpunten a.g.v. luchtkwaliteit.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
34. Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijd2004200520062007200820092010
Verplichtingen1 408 284210 110269 632247 424186 546162 540162 536
Uitgaven1 525 410308 792247 555199 847171 387150 170150 166
34.01   Netwerk Weg3 8064 4674 3754 2004 1594 1604 159
34.01.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling1 8382 6252 5192 4442 4032 4042 403
34.01.02 Beheer en onderhoud75797979797979
34.01.03 Anders betalen voor mobiliteit362380380380380380380
34.01.04 Benutting en aanleg537564564564564564564
34.01.05 Verkeersmanagement       
34.01.06 Weginfrastructuur voor het goederenvervoer994819833733733733733
34.02   Netwerk vaarwegen2991 8611 8671 9331 9361 9391 938
34.02.01 Verbeteren kwaliteit vaarwegen2991 8611 8671 9331 9361 9391 938
34.03   Netwerk spoor199 263103 85398 84392 65792 62792 62792 627
34.03.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling1 1651 3301 3021 3021 2721 2721 272
34.03.02 Beheer cf. Spoorwegwet577606606606606606606
34.03.03 Beheer overig28129523867676767
34.03.04 Vervoer cf. Concessiewet197 065101 44396 51890 50390 50390 50390 503
34.03.05 Vervoer overig119125125125125125125
34.03.06 Verbeteren kwaliteit spoorverbindingen goederen vervoer56545454545454
34.04   Netwerk decentraal/regionaal vervoer1 322 042198 611142 470101 05772 66551 44451 442
34.04.01 Algemene strategie- en beleidsontwikkeling8 2187 8787 4507 2686 9576 9686 966
34.04.02 Samenwerking Rijk-Regio's819638638638638638638
34.04.03 Stimulering dec. overheden en maatschap. Organisaties16 2465 9926 5116 1116 1116 1116 111
34.04.04 Stimulering martkwerking OV1 286 935182 391126 15785 32657 24536 01336 013
34.04.05 Stimulering toegankelijkheid OV9 149736747747747747747
34.04.06 Stimulering marktwerking Taxi675976967967967967967
Van totale uitgaven:       
–Apparaatsuitgaven 9 0318 4368 0297 8987 8987 898
–Agentschapsbijdrage 4 1964 2094 3864 3714 3764 376
–Restant 295 565234 910187 432159 118137 896137 892
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%52%2%0%0%60%
34.09 Ontvangsten15 253989898989898

34.01 Netwerk Weg: Reistijden over de weg betrouwbaar en acceptabel maken

Motivering

Om goede bereikbaarheid van de economische kerngebieden, mainports en stedelijke netwerken in Nederland te realiseren, om de economische schade door onbetrouwbaarheid en files te beperken en om de reistijd van deur tot deur waar nodig te verbeteren.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van netwerk weg.

Beheer en onderhoud van weginfrastructuur

Het Rijk beheert het hoofdwegennet, de decentrale overheden beheren het onderliggend wegennet. Het beheer en onderhoud van de hoofdwegen wordt door Rijkswaterstaat uitgevoerd.

Anders betalen voor mobiliteit

Conform de beleidslijn in de Nota Mobiliteit formuleert het Kabinet een standpunt over invoering van «Anders betalen voor mobiliteit».

Benutting en aanleg

Het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet worden als één samenhangend netwerk benaderd. Bij knelpunten zoeken overheden gezamenlijk, in een «MIT-verkenning nieuwe stijl» of als onderdeel van een netwerkanalyse, naar oplossingen. Dit kan benutting of aanleg van infrastructuur zijn op zowel het hoofdwegennet als het onderliggend wegennet. Bij de keuze van oplossingen staat verbetering van de «van deur tot deur bereikbaarheid» voorop.

Verkeersmanagement

De wegbeheerder zorgt voor een goed werkend systeem voor verkeersmanagement, incident management en verkeersinformatievoorziening.

Weginfrastructuur voor het goederenvervoer

Het Kwaliteitsnet Goederenvervoer is een samenhangend netwerk van verbindingen tussen economische centra waarover goederenvervoer op een verantwoorde wijze kan worden afgewikkeld.

Activiteiten

Algemene strategie en beleidsvorming

– uitvoeren van netwerkanalyses in stedelijke netwerken voor het personen- en goederenvervoer, waarin de regionale bereikbaarheid voor alle modaliteiten geïnventariseerd wordt. Er is daarbij veel aandacht voor de wisselwerking tussen hoofdwegennet en de toegang tot de grote steden, tussen hoofdwegennet en onderliggend wegennet en de positie van het Openbaar Vervoer (spoor, stad- en streekvervoer).

Beheer en onderhoud van weginfrastructuur

– verminderen achterstallig onderhoud conform Plan van Aanpak Onderhoud (2003). Deze producten zijn op het Infrastructuurfonds terug te vinden.

– uitvoeren mid-term-review conform Plan van Aanpak Onderhoud (2003);

Anders betalen voor mobiliteit

– voorbereiden van «anders betalen voor mobiliteit» conform de nota Mobiliteit.

Benutting en aanleg

– uitvoeren van het benuttingprogramma ZSM;

– benutten van de mogelijkheden van de markt bij de uitvoering van de plannen in de Nota Mobiliteit;

– uitvoeren van de wegenprojecten in het MIT (zie MIT voor concrete activiteiten in 2006).

Verkeersmanagement

– realiseren van een goed werkend en effectief systeem van verkeersmanagement, incident management en verkeersinformatievoorziening.

Weginfrastructuur voor het goederenvervoer

– ontwikkelen van een handleiding met kwaliteitsaspecten voor het goederenvervoer;

– onderzoeken van de landzijdige bereikbaarheid van de mainports Rotterdam en Schiphol.

Doelgroepen

Burgers, decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

• een acceptabele reistijd: het aantal trajecten waar de streefwaarde voor reistijd wordt gehaald (afgezet tegen het totaal aantal trajecten en opgenomen in een kaart van het HWN); de doelstelling is dat de reistijdnorm (reistijd in spits max. 1,5x reistijd buiten de spits, en op stedelijke ringwegen max. 2x reistijd buiten de spits) uiterlijk 2020 op alle trajecten gehaald wordt, voor zover dit maatschappelijk rendabel is.

• betrouwbaarheidspercentage van reistijd op het hoofdwegennet (streefwaarde: betrouwbaarheid in 2020 is 95%);

• afname achterstallig onderhoud weg t/m 2007 (doel naar aanleiding van Hoofdlijnenakkoord (2003) is een afname van circa 45% ten opzichte van 2003. Eind 2005 is daarvan 11% gerealiseerd, eind 2006 26%);

• aantal kilometer opengestelde rijstrook per jaar (alleen monitoring).

In 2004 zijn de volgende projecten opengesteld:

Spitsstrook en Plusstrook
RwStrookHectometer vanHectometer naarLengte (indicatief)Locatie
2Spitsstrook1561640,8Welschap–kp. De Hogt
2Spitsstrook1641560,8kp. De Hogt–Welschap
28Plusstrook92990,7Zwolle Zuid–Ommen
28Plusstrook99920,7Ommen–Zwolle Zuid
50Spitsstrook1601560,4Heteren–kp. Valburg
67Spitsstrook18240,6De Hogt–kp. Leenderheide
67Spitsstrook24180,6kp. Leenderheid–De Hogt
   4,6 km  
Aanleg
RwProjectkm wegvakaantal rijstrokenkm rijstrook
A2Openstelling Lekbrug 2x3 autosnelweg, Oudenrijn-Everdingen2612
N11Openstelling Alphen N207-Bodegraven, ombouw autoweg van 1x2 naar 2x27,52(4*)15(30*)
A15Openstelling Thomassentunnel (voorheen Callandtunnel), 1x2 en 1x3 rijstrook1(5**)
A15Aansluiting Vondelingenplaat   
A30Openstelling 2x2, Ede Kernhem-knooppunt Maanderbroek3410
A33Appingedam-Spijk, ombouw tot hoogwaardige autoweg13226
A50Openstelling 2x2, Nijnsel-Veghel6424
  totaal: 77

* de weg is Duurzaam Veilig ingericht. Daarbij zijn 4 rijstroken met een totale lengte van 30 km nieuw aangelegd, maar ook 2 stroken en 15 km bestaande weg vervangen. Er is dus sprake van 2 nieuwe rijstroken.

** was 2x2 in Calandtunnel, is nu 1x2 (vanuit Rotterdam) en 1x3 (vanuit Europoort) in de Thomassentunnel.

Planning

– Relatie met tijdshorizon van de Nota Mobiliteit (2020);

– De doelen voor betrouwbare en acceptabele reistijden op het hoofdwegennet gelden voor 2020 en worden in het kader van de Nota Mobiliteit iedere twee jaar gemonitord;

– Planning aanpak achterstallig onderhoud conform plan van Aanpak Onderhoud (2003);

– Realisatie aanleg- en benuttingsprogramma conform het MIT.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– MIT/SNIP projectenboek, http://www.mitprojectenboek.nl

– Nota mobiliteitsmanagement, Kamerstuk 2002–2003, 28 736, nr. 2

– Plan van Aanpak Onderhoud (2003), bijlage bij Kamerstuk 2003–2004, 29 200 XII

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Infrastructuurfonds

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
IF 12 Hoofdwegennet2 0302 5432 7852 9182 6862 798
IF 17.01 Westerscheldetunnel8     
IF 17.04 Anders betalen voor Mobiliteit82    

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domein E-government) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
E-government2 0003 000

Belastinguitgaven

De volgende belastinguitgaven, zoals genoemd in de Miljoenennota, hebben een relatie met deze operationele doelstelling:

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € miljoen), budgettair belang op transactiebasis
Art. Omschrijving200520062007200820092010
34.01 Vervoer van personen508521536555574594
34.01.03 Teruggaaf internationaal gecombineerd vervoer000000

34.02 Netwerk Vaarwegen: Reistijden over het water betrouwbaar en voorspelbaar maken

Motivering

Om een goede en betrouwbare bereikbaarheid over water van de economische kerngebieden in Nederland te realiseren.

Producten

Verbeteren kwaliteit vaarwegen

Dit betreft beheer, onderhoud, benutting, aanleg en verkeersmanagement van vaarweginfrastructuur. Het Rijk beheert en onderhoudt nagenoeg het gehele hoofdvaarwegennet.

Activiteiten

Verbeteren kwaliteit vaarwegen

– verminderen achterstallig onderhoud conform Plan van aanpak Onderhoud (2003) en vervolgens zoveel mogelijk preventief onderhouden van de vaarwegen;

– uitvoeren van benuttingsmaatregelen: verbreden of verdiepen van het vaarwegprofiel, uitbreiden van sluizen, ophogen van bruggen en uitbreiden van ligplaatsen.

Doelgroepen

Decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

Wachttijden bij sluizen

Er wordt gestreefd naar een gemiddelde totale wachttijd in de maatgevende maand van maximaal dertig minuten. Deze prestatie-indicator is in ontwikkeling.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Plan van Aanpak Onderhoud (2003), bijlage bij Kamerstuk 2003–2004, 29 200 XII MIT/SNIP projectenboek, http://www.mitprojectenboek.nl

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Infrastructuurfonds

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
15.03.01 Hoofdvaarwegennet: realisatie1088554403227
15.03.02 Hoofdvaarwegennet: planstudie ná tracebesluit5816223029
15.05.01 Hoofdvaarwegennet: verkenningen1266788
15.05.02 Hoofdvaarwegennet: planstudie voor tracebesluit 15303943117

34.03 Netwerk Spoor: Betrouwbaarheid en capaciteit van het spoornetwerk vergroten

Motivering

Om de kerntaak van het spoor goed uit te voeren: het betrouwbaar vervoeren van grote aantallen mensen in de spits van, naar en binnen stedelijke netwerken, het bijdragen aan de bereikbaarheid van alle landsdelen per spoor en het betrouwbaar vervoeren van goederen op internationale spoorcorridors.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van netwerk spoor.

Beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur

De minister is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het bestaande spoornet vertegenwoordigt een groot maatschappelijk geïnvesteerd kapitaal. Instandhouding van dit goed is de eerste prioriteit. Met de beheerconcessie heeft ProRail tot 1 januari 2015 de zorg gekregen voor een doelmatig en doeltreffend beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur.

Overig beheer

Dit betreft een aantal objecten die niet vallen onder de hoofdspoorweginfrastructuur, maar wel door ProRail worden beheerd en uitgevoerd, zoals fietsenstallingen bij de stations, tankplaten, studies capaciteitsmanagement, transferruimtes en voorbereiding van het in beheer nemen van toekomstig hoofdspoorweginfrastructuur (bijv. HSL-Zuid).

Vervoer conform de concessiewet

De Minister is verantwoordelijk voor personenvervoer per spoor (behoudens de gedecentraliseerde diensten). De NV Nederlandse Spoorwegen heeft tot 1 januari 2015 een concessie voor het vervoer op het hoofdrailnet. NS heeft de zorgplicht voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van deze concessie. Voor 15 contractsectordiensten zijn tijdelijke concessies verleend aan NS en voor één treindienst aan Syntus.

Overig vervoer

Dit betreft met name het toekomstige vervoer over de HSL-zuid door HSA. Voor het toekomstige vervoer op de HSL-Zuid heeft HSA een concessie voor 15 jaar.

Verbetering van de kwaliteit van spoorverbindingen voor het goederenvervoer

In de begroting van het Infrastructuurfonds zijn diverse projecten opgenomen ter vergroting van de spoorcapaciteit voor het goederenvervoer, zoals de Betuweroute en de optimalisering van de railontsluiting van het Sloegebied.

Activiteiten

Algemene Strategie en beleidsvorming

– besluitvorming met betrekking tot overdracht eigendom infrastructuur naar de Staat;

– aanpassen van wet- en regelgeving (zoals AMvB Capaciteit, KB Hoofdspoorwegen) als gevolg van onder andere de HSL-Zuid en de Betuweroute en de de implementatie van het 2e Spoorpakket EU.;

– bijdragen aan beleidsontwikkeling 3e Spoorpakket EU;

– uitvoeren van verkenningen/studies (Schiphol–Almere, Stedenbaan, Brabantstad).

Beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur

– uitvoeren mid-term-review conform Plan van Aanpak Onderhoud Spoor (2003);

– uitvoeren onderzoek naar maatregelen voor structureel herstel (Fase 2 en 3 Herstelplan);

– toezicht houden op de naleving van de Beheerconcessie, het beheerplan en de subsidiebeschikking 2006 door ProRail. Hieronder valt o.a. monitoring uitvoering 1e fase Herstelplan Spoor conform Plan van Aanpak Onderhoud (2003);

– uitvoeren MIT programma Spoor.

Overig beheer

– overdracht HSL Infraprovider contract aan ProRail;

– toevoegen van de HSL-Zuid aan de hoofdspoorweginfrastructuur zodra deze operationeel is.

Vervoer conform de concessiewet

– toezicht houden op de naleving van de Vervoerconcessie voor het Hoofdrailnet en het vervoerplan 2006 door NS.

– toezicht houden op de naleving van de concessies voor de contractsector door NS en Syntus;

– overeenstemming bereiken met decentrale overheden over decentralisatie van treindiensten in de contractsector.

Overig vervoer

– toezicht houden op naleving van de concessieovereenkomst met HSA;

– omzetten privaatrechtelijke concessieovereenkomst met HSA in een publiekrechtelijke concessie conform de Wet Personenvervoer 2000.

Verbetering van de kwaliteit van spoorverbindingen voor het goederenvervoer

– verbeteren van de kwaliteit van goederenpaden op het spoornetwerk, waardoor deze meer en beter gebruikt kunnen worden.

Doelgroepen

ProRail, spoorvervoerders, huidige en potentiële reizigers en verladers.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

Indicatoren infrastructuur ProRail

Binnen de beheerconcessie hanteert ProRail de volgende prestatie-indicatoren die in het beheerplan 2006 zijn opgenomen:

– de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de hoofdspoorweginfrastructuur;

– de reinheid, toegankelijkheid en sociale veiligheid van de transfervoorzieningen;

– de kwaliteit van de bijsturing;

– de kwaliteit van de capaciteitsverdeling;

– de kwaliteit van de informatievoorziening.

Deze prestaties werkt zij in het beheerplan 2006 uit in nadere prestatie-indicatoren met bijbehorende grens- of richtwaarden. Na instemming met deze prestaties door de minister (rond de jaarwisseling 2005/2006) wordt dit beheerplan 2006 ter informatie naar de Tweede Kamer gezonden.

Streefwaarde Betrouwbaarheid

Voor de prestatie op het gebied van betrouwbaarheid van de hoofdspoorweginfrastructuur is de streefwaarde: het realiseren van een reductie van de «klanthinder» van 35–40% in 2007 ten opzichte van het jaar 2000. In het beheerplan 2005 wordt deze klanthinder uitgedrukt als het aantal verstoringen maal de gemiddelde tijd om de verstoring te verhelpen.

Klanthinder20042007
 realisatieplanning
Daling t.o.v. 200019%35–40%

Prestatie-indicatoren personenvervoer hoofdrailnet (HRN)

Op basis van de vervoerconcessie voor het HRN moet NS prestaties leveren op in ieder geval de volgende prestatie-indicatoren, die zij in haar jaarlijkse vervoerplan opneemt:

– het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid ten behoeve van zowel de reizigers als het personeel (zie ook artikel 32);

– punctualiteit (zie hieronder);

– procentuele beschikbaarheidsgarantie van zitplaatsen;

– het zowel op stations als in de trein aan reizigers geboden serviceniveau, te weten reinheid van stations en de informatievoorziening aan de reiziger.

Deze prestaties werkt zij in het vervoerplan 2006 uit in nadere prestatie-indicatoren met bijbehorende grens- of richtwaarden. Na instemming met deze prestaties door de minister (rond de jaarwisseling 2005/2006) wordt dit vervoerplan 2006 ter informatie naar de Tweede Kamer gezonden.

Streefwaarde Punctualiteit reizigersvervoer op het hoofdrailnet

Voor de prestatie op het gebied van punctualiteit op het hoofdrailnet is de streefwaarde: het realiseren van een punctualiteit van 87–89% in 2007 (na uitvoering van 1e fase herstelplan) en het realiseren van een punctualiteit van 89–91% (na uitvoering van de 2e fase herstelplan spoor in de periode 2007–2010).

Punctualiteit; indicatieve cijfers
Realisatie200320042005200620072010
Doelstellingen op basis van Vervoerconcessie/OC II83,5%86%85%85–87%87–89%89–91%

Bron: ProRail, NS en Teamanalyse.

Naar aanleiding van de uitkomsten 2004 zal in het vervoerplan 2006 worden bezien of de cijfers voor 2005 en 2006 aangepast dienen te worden.

Het aantal contractsectordiensten waarover nog een beslissing genomen moet worden

Het doel is dat in 2007 over alle contractsectordiensten een besluit is genomen. Van de oorspronkelijke 33 contractsectordiensten moet nog over 6 treindiensten een besluit genomen worden:

– 13 zijn reeds gedecentraliseerd;

– 5 zijn in het HRN opgenomen;

– 1 wordt na realisatie van de spoorverdubbeling Houten-Houten Castellum in het HRN opgenomen;

– 4 worden in 2006 gedecentraliseerd;

– 4 worden t/m 2014 door NS gereden.

De hiervoor genoemde 6 treindiensten zijn nog onderwerp van bespreking met decentrale overheden

Planning

– Planning aanpak achterstallig onderhoud conform plan van Aanpak Onderhoud (2003);

– Uitvoering beheer- en vervoerconcessie;

– Realisatie aanleg- en benuttingsprogramma conform het MIT.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Spoorwegwet, Kamerstuk 2004–2005, 27 482, nr. 17

– Beheerconcessie ProRail, Kamerstuk 2004–2005, 29 984.

– Vervoerconcessie NS, Kamerstuk 2003–2004, 27 482, nr. 91

– Beheerplan 2006 (wordt eind 2005 aan de TK gezonden)

– Vervoerplan 2006 (wordt eind 2005 aan de TK gezonden)

– Plan van Aanpak Onderhoud (2003), bijlage bij Kamerstuk 2003–2004, 29 200 XII

– Concessiewet Personenvervoer per trein, Kamerstuk 2004–2005, 27 216, nr. 47

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Infrastructuurfonds

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
13 Spoorwegen1 5281 7762 0221 9111 9431 912
17.02.01 Betuweroute: realisatie33032616852 
17.03 Hogesnelheidslijn513312392  
17.05 Zuiderzeelijn115 6214222

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domein Rail) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Rail9 9439 328

Belastinguitgaven

De volgende belastinguitgaven, zoals genoemd in de Miljoenennota, hebben een relatie met deze operationele doelstelling:

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € miljoen), budgettair belang op transactiebasis
Art. Omschrijving200520062007200820092010
34.04 Teruggaaf taxi's282931323436

34.04 Netwerk decentraal/regionaal vervoer: decentrale overheden in staat stellen om een effectief regionaal mobiliteitsbeleid te voeren

Motivering

Om een goede bereikbaarheid binnen de economische kerngebieden in Nederland te realiseren, om de bereikbaarheid van deur tot deur te verbeteren en om ervoor te zorgen dat bedrijven en burgers in staat zijn zelf in hun mobiliteitsbehoefte te voorzien.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Algemene beleidsontwikkeling en -ondersteuning die productoverstijgend is, op het gebied van netwerk decentraal/regionaal vervoer.

Samenwerking tussen het rijk en decentrale overheden

De decentrale overheden maken PVVP's en RVVP's (daarin wordt het beleid vastgelegd op het terrein van infrastructuur, openbaar vervoer, mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid). De BDU Verkeer en Vervoer verschaft hiervoor de financiële middelen.

Daarnaast introduceert het Rijk het instrument netwerkanalyse om de problemen gebiedsgericht op te lossen en om te komen tot een gezamenlijke prioritering van maatregelen. Het rijk wil in elk geval zelf in drie stedelijke netwerken in samenwerking met de betrokken overheden een netwerkanalyse tot stand brengen.

Stimulering van decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

VenW stimuleert decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om effectiever gebruik te maken van infrastructuur en vervoermiddelen, gericht op een betere bereikbaarheid van deur tot deur.

Stimulering marktwerking OV

Aanbesteding van het openbare vervoer is het middel om openbaar vervoer bedrijven marktgericht te laten werken. Met de invoering van de OV-chipkaart kunnen reizigers met één kaart met zowel het stads- en streekvervoer als op het spoor reizen. Wanneer de OV-Chipkaart landelijk operationeel is kan de tariefvrijheid door decentrale overheden beter worden benut.

Stimulering toegankelijkheid van het openbaar vervoer

De intentie is om het spoorvervoer in 2030 en het staden streekvervoer over de weg in 2010 optimaal toegankelijk te laten zijn voor mensen met een functiebeperking.

Stimulering marktwerking taxi

Voor de taximarkt wordt de keuzevrijheid van de consument bevorderd, onder gelijktijdige borging van een basiskwaliteit.

Activiteiten

Samenwerking tussen het rijk en decentrale overheden

– het voortouw nemen bij netwerkanalyses in de randstad; de netwerkanalyses worden medio 2006 afgerond;

– in de stedelijke netwerken buiten de randstad, gezamenlijk met decentrale overheden, knelpunten analyseren, oplossingen selecteren en activiteiten op elkaar afstemmen;

– verstrekken van de BDU verkeer en vervoer;

– ontwikkelen van kaders voor PVVP's en RVVP's;

– voortgang van het nationale beleid zal worden gemonitord via de Monitor van de Nota Mobiliteit.

Stimulering van decentrale overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

– verder aanscherpen van de toepassingsmogelijkheden voor mobiliteitsmanagement van Wet milieubeheer samen met VROM; i.o.m. Financiën bezien van mogelijkheden van aanpassing van het fiscaal instrumentarium;

– subsidiëren Fietsersbond om het fietsbeleid van decentrale overheden te stimuleren, onder andere door uitvoeren van een benchmark;

– stimuleren van het beveiligen van fietsen en activiteiten opzetten die gericht zijn op registratie van gestolen fietsen;

– subsidiëren van een pilot met decentrale overheden voor toepassingsmogelijkheden van mobiliteitsmanagement bij bedrijven;

– uitvoeren van de Stimuleringsregeling Mobiliteitsmanagement en van een innovatief voorbeeldprogramma Mobiliteitsmanagement;

– uitvoeren van het programma ruimte en mobiliteit;

– opnemen van mobiliteitsmanagement bij MIT-spelregels.

Stimulering marktwerking OV

– vasthouden aan de verplichting tot aanbesteding van het openbaar vervoer;

– uitwerken van de resultaten van de evaluatie van de Wet Personenvervoer 2000;

– nemen van een beslissing over de afschaffing van het strippenkaartsysteem en de introductie van de chipcard in het openbaarvervoer;

– bijdragen aan de exploitatie van pontveren over het Noordzeekanaal.

Stimulering toegankelijkheid van het openbaar vervoer

– doorgaan met het beleid om het openbaar vervoer toegankelijk te maken;

– monitoren implementatie stappenplan toegankelijk spoorvervoer;

– stimuleren, ondersteunen en monitoren implementatie stappenplannen toegankelijk stads- en streekvervoer.

Stimulering marktwerking taxi

– introduceren van een eenvoudiger en transparanter tariefsysteem voor het taxivervoer;

– stimuleren van de keuzemogelijkheden van consumenten tussen taxi's, samen met wegbeheerders in grote steden.

Doelgroepen

Reizigers, decentrale overheden, bedrijfsleven.

Prestatie-indicatoren

• aandeel fietsen in korte ritten (monitoring)

• totaal afgelegde afstand per fiets (monitoring)

• percentage aanbesteed regionaal OV (monitoring)

– regionaal OV exclusief spoor en exclusief GVBs grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag)

– gemeentelijk vervoerbedrijven A'dam, R'dam, Utrecht en Den Haag

Overzicht aanbestedingsgraad regionaal openbaar vervoer
 2002200320042005200620072008/9
Regionaal OV excl. Spoor en GVB's (excl de G-4 steden)5%14%18%51%60%100%100%
GVB's (excl de G-4 steden)      100%
G-4 steden (A'dam, R'dam, Utrecht en Den Haag)      100%

Bron: raming intern VenW, vervoer dat wordt verricht met een via aanbesteding verkregen concessie per 1 januari van het jaar.

• aantal reizigerskilometers in het regionaal OV (monitoring)

Overzicht reizigerskilometers (x € 1 mrd)*
 2001200220032004
Kaderwetgebieden3,93,73,73,7
Provincies2,92,92,92,8
Totaal6,86,66,56,5

Bron: WROOV-onderzoek

* De methode is verbeterd en verfijnd. De cijfers wijken daarmee af van voorgaande jaren, vooral op het punt van de studentenkaart omdat tot nu toe altijd is uitgegaan van een te lage raming.

• klanttevredenheid regionaal OV (monitoring)

Klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer
   Realisatie
 2001200220032004
Algemeen oordeel6,856,706,907,2
Informatie en veiligheid   7,5
Rijcomfort   7,3
Tijd en doorstroming   6,3
Prijs   6,2

Bron: KpVV, OV-Klantenbarometer, rapportage onderzoek 2004

Taxi:

• waardering consument taxi: het streven is het realiseren van een voldoende niveau

• prijsontwikkeling taxi: het streven is geen reële prijsstijging

• taxigebruik (monitoring)

Ontwikkeling van de centrale indicatoren
Indicator OutputVerwachte ontwikkelingLandelijke ontwikkeling relatief4 grote steden
1. Waardering consument1 (gebruikers)VerbeteringConstant hoog:iets lager dan het landelijk gemiddelde:
  1999: 7,41999: 7,2
  2000: 7,32000: 7,1
  2001: 7,32001: 6,9
  2002: 7,52002: 7,1
  2003: 7,42003: 7,3 dus loopt na 2001 weer op.
  2004: niet gemeten2004: niet gemeten
2. Prijsontwikkeling (straattaxi)2Prijsdaling2000: + 13% 
  2001: + 2% 
  2002: + 9% 
  2003: + 2,4% 
  2004: + 0,2%2004: + 0,3%

1 De waardering is op zich nu al tamelijk hoog. Gemiddelde waardering periode 2000–2003 landelijk 7,4: in 4 grote steden 7,2

2 De tariefontwikkeling in 2004 van de straattaxi is zeer beperkt gebleven; ten opzichte van de algemene prijsontwikkeling is sprake van een verlaging.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstukken II 2004–2005, 29 644, nr. 6,

– Mobiliteitsmanagement, Kamerstuk 2002–2003, 28 736, nr. 2

– Aanbesteding OV, Kamerstuk 2004–2005, 23 645, nrs. 87 en 82

– Beleidsnotitie over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, Kamerstuk 26 200 XII, nr. 43

– Kabinetsstandpunt evaluatie deregulering taxibeleid – 18 juni 2004 – Kamerstuk 2003–2004, 25 910, nr. 49

– Kabinetsstandpunt inzake transparante tariefstructuur voor straattaxivervoer – 10 september 2005 – Kamerstuk, 2003–2004, 25 910, nr. 51

– Wet Personenvervoer 2000, Kamerstuk 2002–2003, 27 216, nr. 44

– Chipcard OV, Kamerstuk 2004–2005, 23 645, nrs. 78 en 85

– Wet BDU verkeer en vervoer, Kamerstuk 2004–2005, 29 469 nr. A

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Infrastructuurfonds

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
IF 14 regionaal lokale infra231327457328252295

Verwijzing Brede Doeluitkering (BDU)

De onderstaande reeks betreft de gehele reeks op het artikel BDU. De BDU draagt ook bij aan de doelbereiking op artikel 32.01; vanuit zwaartepunt optiek is de reeks echter op dit artikelonderdeel opgenomen. Door de systematiek van de BDU is toerekening niet mogelijk.

Overzicht uitgaven op het artikel BDU (39.02) (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
39.01.02 BDU1 4701 4691 6261 6471 6831 797

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domeinen taxivervoer, busvervoer en tram/metro) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Taxivervoer4 1993 939
Busvervoer3 2303 030
Tram/metro250234

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Programma beleidsevaluaties Netwerk wegen
Spoedwet wegverbreding20062003–2005Doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk.Ex-post
Programma beleidsevaluaties Netwerk Spoor
Ruimte voor de fietsJaarlijks gedurende de looptijd2000–2010Nagaan van de effecten van stallingen op de kwaliteit (tevredenheid, beveiliging).Ex-post
Spoorwegwet/concessiewetJan 2005Dec. 20072005/7Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.Ex-post
Betrouwbaar benutten fase 1 (mid term review)20062004–2005Nagaan van effectiviteit fase 1 en de invulling van fase 2.Ex-post/ex- ante
Beheerconcessie ProRailJan 2007Dec. 20072005–2007Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van deze concessie in de praktijk.Ex-post/ex-ante
Vervoerconcessie NSJan 2005Dec. 20072005–2006–2007Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.Ex-post/ex-ante
Ruimte voor de fietsJaarlijks gedurende de looptijd20002010Nagaan van de effecten van stallingen op capaciteit/aantal reizigers.Monitoring
Programma beleidsevaluaties Netwerk Decentraal regionaal vervoer
Monitor markt ontwikkeling In-carFebr. 2005Juni 20052002–2003Op basis van de ontwikkelingen in de markt op het gebied van in-car, zodanige acties te ontwikkelen waarbij reizigers van deur tot deur over actuele informatie kunnen beschikken. Dit zal ook op internationaal gebied plaatsvinden.Ex-post
Evaluatie WP 2000 (breed) (art 108 lid 1)Juli 2004Dec. 20052001–2005Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van de wet- en regelgeving en verbetering van wet- en regelgeving.Ex-post
Tijdelijke subsidieregeling Stichting Nederlands TelewerkformJuni 2005Juni 20062002–2005Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van de regeling in de praktijk.Ex-post
Tijdelijke Subsidieregeling VMZJuni 2005Juni 20062002–2005Nagaan van doeltreffendheid van de regeling in de praktijk.Ex-post
Tijdelijke subsidieregeling Stichting Gedeeld AutogebruikJuni 2005Juni 20062002–2005Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van de regeling in de praktijk.Ex-post
Subsidieregeling vereniging FietsersbondJan 2006Juni 20062002–2006Nagaan van de doeltreffendheid en de effecten van de regeling in de praktijk. Ex-post
Regeling personenvervoer van Deur tot DeurJuni 2005Juni 20062003–2005Nagaan van de effecten van de regeling.Ex-post
Kennisplatform verkeer en vervoerJan 2007Jan 20082004–2007Nagaan van de doeltreffendheid van het functioneren KPVV.Ex-post
Brede doeluitkering verkeer en vervoer20102005–2009In welke mate komt de verdeling van de middelen voor verkeer en vervoer overeen met de verdeling van de verkeer en vervoer problemen over de regio's in het land (ook op lange termijn).Ex-post

35 Mainports en logistiek

Het versterken van de Nederlandse mainports en realiseren van een efficiënt goederenvervoersysteem en luchtvaartbestel, binnen de randvoorwaarden voor geluid, veiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke ordening.

Omschrijving

Om de Nederlandse samenleving en de Nederlandse economie goed te laten functioneren.

Bijdrage

VenW draagt bij aan het realiseren van een level playing field en zorgt voor het realiseren van de benodigde infrastructuur en voor de regelgeving op het gebied van marktordening, verkeersveiligheid, milieu en security.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor:

– goed functioneren van het systeem voor het goederenvervoer en de luchtvaart;

– ontwikkelen van kaders, bevoegdheden, middelen en instrumenten die de samenwerking met overige bestuurslagen en de bedrijven faciliteren;

– voorbereiden, implementeren en handhaven van de nationale wetgeving op het terrein van het goederenvervoer en de luchtvaart.

Succesfactoren

• Ontwikkelingen in internationale organen, zoals de Europese Unie (EU), Eurocontrol, European Aviation Safety Agency (EASA), International Maritime Organization (IMO), International Civil Aviation Organization (ICAO), International Labour Organization (ILO), Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), Donaucommissie en Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).

• Innovatief vermogen op het gebied van logistiek bij het bedrijfsleven.

• De internationale economische ontwikkeling.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
35. Mainports en logistiek2004200520062007200820092010
Verplichtingen86 80662 75257 95956 84657 24359 77559 650
Uitgaven75 15966 14063 13859 63459 65360 45359 650
35.01   Mainport Schiphol en reg. Luchthavens7 3756 6565 3022 8652 8652 8652 865
35.01.01 Kostenconventant Schiphol1316542670000
35.01.02 Mainport(beleid) Schiphol1 0511 508749294294294294
35.01.03 Evaluatie Schipholbeleid1 1582 0592 267857857857857
35.01.04 Implementatie Schipholwet en luchthavenbesluiten508762562257257257257
35.01.05 Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens4 5271 6731 4571 4571 4571 4571 457
35.02   Mainport Rotterdam en overige zeehavens8 9544 9155 9315 5305 5305 5315 531
35.02.01 Verbetering marktwerking1 5101 1571 1251 0901 0901 0911 091
35.02.02 Formuleren maatschappelijke randvoorwaarden1 3161 155817716716716716
35.02.03 Instandhouden en verbeteren infracapaciteit6 1282 6033 9893 7243 7243 7243 724
35.03  Logistieke efficientie luchtvaart38 47328 56727 92928 40528 42928 42928 429
35.03.01 Kennis luchtvaart en luchthavens31 65622 99522 63522 63522 63522 63522 635
35.03.02 Luchtruim4 6253 1773 0043 5103 5103 5103 510
35.03.03 Marktordening en markttoegang2 1922 3952 2902 2602 2842 2842 284
35.04  Logistieke efficientie goederenvervoer20 35726 00223 97622 83422 82923 62822 825
35.04.01 Vergroting strategische oriëntatie3 1355 8274 5492 9862 9863 7862 986
35.04.02 Logistieke efficiëntie zee- en kustvaart5 3365 0103 7553 5383 5383 5383 538
35.04.03 Logistiek efficientie binnenvaart1 5401 4481 4791 4701 4601 4601 460
35.04.04 Logistieke efficiëntie wegvervoer4 4715 1424 5684 7854 7894 7884 785
35.04.05 Logistieke efficiëntie spoorvervoer5 8758 5759 62510 05510 05610 05610 056
Van totale uitgaven:       
–Apparaatsuitgaven 11 08310 80410 47610 47610 47610 476
–Agentschapsbijdrage 3 9653 9974 1884 2014 2084 205
–Restant 53 42048 33744 97044 97645 76944 969
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%78%14%13%4%2%
35.09 Ontvangsten7 6235 3735 3485 3485 3485 3485 348

35.01 Versterking van de mainport Schiphol en decentralisatie van de regionale luchthavens

Motivering

Om de economie, de internationale concurrentiepositie en bereikbaarheid van Nederland te versterken binnen de randvoorwaarden van geluid, externe veiligheid en leefomgeving.

Producten

Kostenconvenant Schiphol

Het betreft de technische of administratieve afwikkeling van reeds uitgevoerde projecten ten behoeve van de uitbreiding van de luchthaven Schiphol en de verbreding van de Spaarnwoudertocht.

Mainport(beleid) Schiphol

Voor de mainportpositie van Nederland is de netwerkkwaliteit van Schiphol bepalend. Eveneens belangrijk voor de mainport Schiphol is de kwaliteit van de infrastructurele voorziening. Bij het wetsvoorstel in het kader van de beursgang van N.V. Luchthaven Schiphol zijn voorstellen gedaan om het publiek belang van de continuïteit van de luchthaven goed te waarborgen en om, door middel van tariefregulering, misbruik van een machtspositie ten opzichte van luchtvaartmaatschappijen tegen te gaan.

Voor de hub-positie van Schiphol is ook de concurrentiepositie ten opzichte van andere belangrijke Europese luchthavens van groot belang. Bij de fusie tussen Air France en KLM zijn afspraken gemaakt over het behouden en versterken van de hub-positie van Schiphol. Overheidstarieven en -maatregelen hebben ook invloed op deze positie. De luchthavengelden en overheidsheffingen op Schiphol zijn vergelijkbaar met andere grote Europese luchthavens.

Evaluatie Schipholbeleid

Met het parlement is afgesproken dat het Schipholbeleid (Schipholwet en de twee besluiten luchthavenindelingbesluit en het luchthavenverkeerbesluit) binnen drie jaar na inwerkingtreding moet zijn geëvalueerd.

Implementatie Schipholwet en luchthavenbesluiten

Met de invoering van de Schipholwet en de twee bovengenoemde besluiten wordt niet meer op vliegbewegingen gestuurd, maar op effecten van vliegverkeer. Hiermee zijn verantwoordelijkheid en taken van betrokkenen veranderd. VenW zorgt ervoor dat voor alle betrokkenen duidelijk wordt wat het beleid inhoudt en dat eventuele onbedoelde effecten worden gemonitord en hersteld.

Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens

Ontwikkelen van beleid en regelgeving voor regionale en kleine luchthavens.

Activiteiten

Kostenconvenant Schiphol

– Administratief en technisch afwikkelen van het kostenconvenant Schiphol.

Mainport(beleid) Schiphol

– Afronden mainportproject waaronder korte termijn acties ten behoeve van het versterken van de mainport en het doen van lange termijn analyses ten behoeve van het lange termijn beeld van Schiphol;

– Verder implementeren van afspraken die de overheid bij de fusie tussen Air France en KLM heeft gemaakt, waaronder monitoring van de naleving van de garanties die Air France en KLM hebben gegeven inzake netwerkontwikkeling;

– Implementeren besluiten privatisering Schiphol;

Evaluatie Schipholbeleid

– aanbieden en bespreken van het eindrapport van deze evaluatie met de Tweede Kamer;

– voorbereiden besluitvorming over de resultaten van deze evaluatie en ontwikkelen verbetervoorstellen.

Implementatie Schipholwet en luchthavenbesluiten

– verspreiden informatie over wet via website, nieuwsbrieven en brochures;

– overleg met betrokken partijen om hun verantwoordelijkheden en de toepassing van het beleid helder te krijgen;

– onderzoeken of wet en besluiten duidelijk zijn;

– onderzoeken problematiek parallel starten;

– onderzoeken capaciteitsvraagstuk.

Regelgeving Regionale en Kleine Luchthavens

– bespreken wetsvoorstel voor de regionale en kleine luchthavens met de Tweede Kamer;

– starten/vervolgen van een aantal procedures inzake aanwijzingen voor luchthavens.

Doelgroepen

Partijen die belang hebben bij of last hebben van de mainport Schiphol en regionale en kleine luchthavens: andere overheden, omwonenden, Schiphol, regionale en kleine luchthavens, luchtvaartmaatschappijen en luchtverkeersleiding.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Netwerkkwaliteit Schiphol in vergelijking met andere grote Noordwest Europese luchthavens

Het streven is om Schiphol te laten behoren tot de top van de Noordwest Europese luchthavens voor wat betreft netwerkkwaliteit. Het aantal bestemmingen waarnaar wordt gevlogen, het aantal vluchten per week, het aantal passagiers en de hoeveelheid vracht kunnen dienen als indicatoren voor de kwaliteit van het netwerk.

Figuur 1: Aantal bestemmingen waarnaar wordt gevlogen per luchthaven

kst-30300-XII-2-11.gif

Bron: AAS, op basis van OAG-gegevens 2004

Figuur 2: Aantal vluchten per week per luchthaven

kst-30300-XII-2-12.gif

Bron: AAS, op basis van OAG-gegevens 2004

Figuur 3: Aantal passagiers in miljoenen per luchthaven

kst-30300-XII-2-13.gif

Bron: AAS, 2005

Figuur 4: Vrachttonnage per luchthaven (x 1000 ton)

kst-30300-XII-2-14.gif

Bron: AAS, 2005

2. De prestatie-indicatoren die voor regionale en kleine luchthavens worden gehanteerd zijn:

• Het van kracht zijn van wet en AmvB's betreffende decentralisatie en normering in deze kabinetsperiode.

• De mate waarin alle zaken die nog lopen onder de huidige wetgeving (aanwijzingen en beroepsprocedures) zijn afgerond.

Stand van zaken aanwijzingen en beroepsprocedures regionale en kleine luchthavens (huidige wetgeving)
VeldStand van zaken/planning aanwijzing gereedBeslissing Op BezwaarBeroep/RVS
Lelystad fase 1Gereed2006vt
Lelystad fase 220062007vt
BudelGereedNvt 
AmelandGereedNvt 
HoogeveenGereedNvt 
TexelGereedNvt 
TerletGereedNvt 
SeppeGereedNvt 
Noord-Oost polderGeslotenNvt 
TeugeGereedNvt 
MaastrichtGereed2005vt
Midden-ZeelandGereedNvt 
EeldeGereed2005vt
RotterdamGereed2005vt
Rotterdam nieuwe zone20062007vt
HilversumGereed2005vt
DrachtenGereed2005vt

RVS = uitspraak Raad van State

Nvt = niet van toepassing; procedure is afgerond

vt = mogelijk van toepassing; er is nog steeds mogelijkheid van beroep

Bron: HDJZ, juli 2005

Verwijzingen beleidsstukken

– Schipholwet, Kamerstuk 2001–2002, 28 074, nr. 1–2

– Luchthavenindelingsbesluit en luchthavenverkeersbesluit, Kamerstuk 2003–2004, 26 959, nr. 83

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154

– Wijziging Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol, Kamerstuk 2004–2005, 28 074, nr. 9

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domeinen luchthavens en luchtruim) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Domein Luchthavens en luchtruim11 02410 308

35.02 Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Mainport Rotterdam en de overige zeehavens als vervoersknooppunt en vestigingsplaats voor bedrijven

Motivering

Om Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats te laten blijven en de in Nederland gevestigde bedrijven een gunstige internationale concurrentiepositie te geven.

Producten

Verbetering marktwerking

Bevorderen van een gunstig ondernemings- en vestigingsklimaat voor het havenbedrijfsleven.

Formuleren maatschappelijke randvoorwaarden

Rekening houden met het Europese level playing field wanneer maatregelen worden genomen op het gebied van milieueisen, veiligheid en ruimtelijke ordening.

Instandhouden en verbeteren infracapaciteit

Verbeteren van de maritieme toegang en de hoofdverbindingsassen.

Activiteiten

Verbetering marktwerking

– stroomlijnen van overheidsinterventies zodat het havenbedrijfsleven snel, slagvaardig en zonder concurrentieverstoring kan opereren;

– versterken van het innoverend vermogen van de havensector door stimuleringsprogramma's voor de ontwikkeling van kennis door het bedrijfsleven en door het ondersteunen van specifieke kennisontwikkeling op het gebied van verkeer en vervoer;

– vergroten van de transparantie bij overheidsfinancieringen van havenprojecten, met als doel gelijke uitgangsposities in dit opzicht voor alle Europese havens;

– veiligstellen van de continuïteit en kwaliteit bij verzelfstandiging van het havenbeheer, met name wanneer er nationale economische belangen in het geding zijn;

– ondersteunen van grensoverschrijdende samenwerking tussen zeehavens en afstemming van lokaal, regionaal en nationaal beleid, met name in de Schelde-monding en het Eems-Dollardgebied.

Formuleren maatschappelijke randvoorwaarden

– bevorderen van een level playing field door internationale afstemming van regelgeving van en toezicht op de randvoorwaarden waarbinnen de Nederlandse zeehavens en de daar gevestigde bedrijven zich kunnen ontwikkelen;

– internationale afstemming van de belangen van milieu en economie aan de hand van verschillende milieudossiers die de komende jaren van invloed zijn op het functioneren van de zeehavens;

– goede afspraken maken in Europees verband over natuurbescherming en over havenontwikkeling in gebieden die onder de bescherming van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn vallen;

– veiligheid en beveiliging versterken door het vervoer van gevaarlijke stoffen veiliger te maken en waar mogelijk te beperken en door de beveiliging van zeehavens tegen aanslagen in internationaal verband te handhaven en waar nodig uit te breiden;

– voorbereiden (herstelde) PKB+ Mainport Rotterdam;

– subsidiëren ROM-Rijnmond (€ 136 000).

Instandhouden en verbeteren infracapaciteit

– beheren en onderhouden van de zeetoegangen en de hoofdverbindingsassen, waarbij het Rijk een inhaalslag wil maken met het wegwerken van achterstallig onderhoud en knelpunten;

– inventariseren van de noodzaak voor capaciteitsuitbreidingen van zeetoegangen en hoofdverbindingsassen.

De middelen voor de uitvoering van deze activiteiten worden verantwoord op het Infrastructuurfonds.

Doelgroepen

Zeehavenbeheerders, bedrijven in zeehavengebieden, logistieke dienstverleners, importerend en exporterend bedrijfsleven.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Toegevoegde waarde zeehavens

Om de versterking van het netwerk van de Mainport Rotterdam en de overige zeehavens te monitoren wordt als indicator gehanteerd de toegevoegde waarde samenhangend met het haven- en industriële complex. Het streven is om de stijgende lijn van de toegevoegde waarde vast te houden.

Ontwikkeling toegevoegde waarde Nederlandse zeehavens van 1996 tot en met 2003 (in mrd. euro's, prijzen van 1996).
 Toegevoegde waarde
 1996199920022003
Directe toegevoegde waarde zeehavengebieden11,612,513,313,6
In % van het BBP3,7%3,5%3,5%3,6%
Indirecte toegevoegde waarde (toeleveringsrelaties)7,58,18,58,7
In % van het BBP2,4%2,2%2,2%2,3%
Totale zeehavengerelateerde toegevoegde waarde19,120,621,822,3
In % van het BBP6,1%5,7%5,7%5,9%
Bruto binnenlands product (BBP)311,4361,6381,6378,3

Bron: Ecorys/NEI, Economische betekenis van de Nederlandse zeehavens 2003, Rotterdam, november 2004

2. Werkgelegenheid zeehavens

Het streven is de directe werkgelegenheid ten minste in hetzelfde tempo te laten groeien als de nationale werkgelegenheid; de indirecte werkgelegenheid dient behouden te blijven.

Ontwikkeling werkgelegenheid Nederlandse zeehavengebieden van 1996 tot en met 2003 (in aantallen werkzame personen).
 Werkgelegenheid
 1996199920022003
Directe werkgelegenheid zeehavengebieden154 600152 100151 800151 600
In % van totale Nederlandse werkgelegenheid2,5%2,2%2,0%2,0%
Indirecte werkgelegenheid (toeleveringsrelaties)109 800117 100113 900113 700
In % van totale Nederlandse werkgelegenheid1,8%1,7%1,5%1,5%
Totale zeehavengerelateerde werkgelegenheid264 400269 200265 700265 300
In % van totale Nederlandse werkgelegenheid4,3%3,9%3,5%3,5%
Totale Nederlandse werkgelegenheid6 171 0006 900 0007 661 0007 562 300

Bron: Ecorys/NEI, Economische betekenis van de Nederlandse zeehavens 2003, Rotterdam, november 2004

3. Positie van de Nederlandse zeehavens in de Hamburg-Le Havre range

Het streven is om het marktaandeel van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range») te handhaven.

Ontwikkeling van het marktaandeel (in tonnen) van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range»).

kst-30300-XII-2-15.gif

Bron: Nationale Havenraad

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota «Zeehavens: ankers van de economie», Kamerstuk 2004–2005, 29 862, nr. 1

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
IF 16.01.02 PMR realisatie51714141311

35.03 Aansluiting op het internationale luchtvaartnet versterken

Motivering

Om de internationale bereikbaarheid van Nederland door de lucht zeker te stellen.

Producten

Kennis luchtvaart en luchthavens

De overheid stimuleert de ontwikkeling van innovatie in het luchtruim. De overheid onderkent daarbij een verantwoordelijkheid ten aanzien van het luchtvaartbedrijfsleven en daarop werkzame instellingen. Daarom subsidieert de overheid het Nationaal Luchten Ruimtevaartlaboratorium (NLR), een van de grote technologische instituten (GTI's) in Nederland en steunt zij het initiatief van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) om een kenniscentrum Air Traffic Management op te richten.

Luchtruim

Nederland neemt het voortouw om te komen tot een meer gemeenschappelijk Europees luchtruim. Het Single European Sky (SES) pakket dat in 2004 in werking is getreden schept een wetgevend kader voor de verdere implementatie hiervan. Vooruitlopend op de Europese implementatie maakt de Nederlandse regering afspraken met de buurlanden om tot een betere indeling van het luchtruimgebruik te komen. Ook wordt bezien hoe het luchtruim en de luchtverkeersleidingsorganisaties van de Benelux en Duitsland meer als een geheel bestuurd kunnen worden. Het Europese innovatieprogramma SESAME zal leiden tot een werkbaar kader voor de luchtverkeersleiding van de toekomst.

Marktordening en markttoegang

De overheid behoudt vanwege het bilaterale luchtvaartstelsel voorlopig de taak om door middel van onderhandelingen landingsrechten buiten Europa te verwerven.

Daarnaast steunt Nederland de initiatieven om tot een open internationale vervoersmarkt te komen, waaronder de verdere ontwikkeling van het externe beleid van de EU. Ook op het gebied van de interne markt van de EU zal Nederland aan nieuwe initiatieven meewerken.

Activiteiten

Kennis luchtvaart en luchthavens

– subsidiëren NLR (€ 22,5 mln. per jaar);

– opdrachten aan kenniscentrum van de LVNL;

– implementeren uitkomsten Commissie Wijffels.

Luchtruim

– actualiseren hoofdstuk luchtverkeer in de Wet luchtvaart om de wetgeving aan te passen aan de internationale afspraken en wetgeving;

– afspraken maken met buurlanden over indeling luchtruim;

– in EU en Eurocontrol streven naar kostenreductie luchtverkeersleiding;

– LVNL positioneren in Europese «markt».

Marktordening en markttoegang

– bilateraal onderhandelen over landingsrechten;

– uitwerken luchtvaartpolitiek beleidskader;

– bijdragen aan ontwikkeling externe EU beleid;

– evalueren verlening exploitatievergunningen;

– onderzoeken verhandelbaarheid slots.

Doelgroepen

Luchtvaartmaatschappijen, luchthavens, militaire gebruikers, overig bedrijfsleven en luchtverkeersleiding.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim

kst-30300-XII-2-16.gif

Bron: Eurocontrol

Het Rijk heeft geen directe invloed op het behalen van deze doelstelling, maar deze indicator geeft wel een beeld van de efficiëntie van het luchtvaartbestel.

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domein luchtvaartoperationele bedrijven) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
Domein Luchtvaartoperationele bedrijven6 3915 976

Belastinguitgaven

De volgende belastinguitgave, zoals genoemd in de Miljoenennota, heeft een relatie met deze operationele doelstelling:

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € miljoen), budgettair belang op transactiebasis
 200520062007200820092010
Vrijstelling luchtvaartuigen127129135142149156

35.04 Logistieke efficiency goederenvervoer verbeteren

Motivering

Om de ontwikkeling en concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven te bevorderen.

Producten

Vergroting strategische oriëntatie

Bevorderen van economische groei en versterken concurrentiepositie. Hiertoe wordt samengewerkt met andere overheden.

Logistieke efficiëntie zee- en kustvaart

Versterken van het maritieme cluster en bevorderen van innovatie in de maritieme sector.

Logistieke efficiëntie binnenvaart

Beschikbaar houden van ruimte voor natte bedrijfsterreinen en bereikbaar houden van deze terreinen via het vaarwegennet.

Logistieke efficiëntie wegvervoer

Verbeteren van randvoorwaarden voor efficiënte logistieke ketens, met inzet op reductie van administratieve lasten.

Logistieke efficiëntie spoorvervoer

Afstemmen van technische standaarden op internationaal niveau.

Activiteiten

Vergroting strategische oriëntatie

– vasthouden en uitwerken van de positie van goederenvervoer en luchtvaart;

– voortzetten project Innovatie Regelgeving en Administratieve Lasten;

– subsidiëren Stichting Nederland Distributieland (€ 227 000).

Logistieke efficiëntie zee- en kustvaart

– aanpassen van bestaande wetgeving voor de zeevaart als gevolg van wijzigingen in marktomstandigheden en internationale regels; tevens ter reductie van administratieve lasten;

– (mede)vormgeven van het Motor Ways of the Sea concept en subsidiëren Voorlichtingsbureau Short Sea Shipping (€ 159 000);

– verder uitwerken van het fiscaal beleid voor de Nederlandse zeevaart in het kader van het internationale level playing field;

– behartigen van het Nederlands belang bij de totstandkoming van het maritieme «super»-verdrag in het kader van de International Labour Organization (ILO);

– uitvoeren van een pilot gericht op het opdoen van ervaring over de mogelijkheden voor doelregelgeving in de zeevaart mede in internationaal verband (goal based standards);

– stimuleren van het maritieme cluster via subsidiëren van Stichting Nederland Maritiem Land (€ 575 000), Leerstoel Rederijkunde Technische Universiteit Delft (€ 4 000), versterking consulentenfunctie Stichting Nederland Maritiem Land (€ 159 000) en Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN) als GTI (€ 680 000).

Logistieke efficiëntie binnenvaart

– aanpassen van de nationale wet- en regelgeving als gevolg van CCR- en EU-regelgeving, waarbij de inzet van Nederland is om regelgeving van CCR waar nodig om te zetten in EU-regelgeving;

– harmonisatie en wederzijdse erkenning van de schipperspatenten van de Donaulanden;

– concipiëren van één Binnenvaartwet (integratie van de Wet vervoer binnenvaart, de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en de Binnenschepenwet, alsmede de bijbehorende uitvoeringsregelgeving en verwante internationale regelgeving);

– subsidiëren Koninklijke Vereniging Schuttevaer (€ 68 000).

Logistieke efficiëntie wegvervoer

– voorbereiden en implementeren (in nationale wetgeving) van Europese regelgeving (o.a. rij-en rusttijden, digitale tachograaf, kentekenen langzame bedrijfsvoertuigen, richtlijn Eurovignet);

– verbeteren logistieke prestaties via onder andere een proef met Langere, Zwaardere Vrachtwagens (LZV), stimuleren boordcomputer en verhogen chauffeursvakbekwaamheid;

– in overeenstemming brengen van Nederlandse regelgeving met Europese regelgeving, onder andere via herziening Wet goederenvervoer over de weg;

– moderniseren van ZBO's in het wegvervoer;

– verbeteren mogelijkheden stedelijke distributie.

Logistieke efficiëntie spoorvervoer

– implementeren EU-regelgeving, bijdragen aan nieuwe EU-regelgeving;

– ontwikkelen systematiek gebruiksvergoeding goederenvervoer;

– optimaliseren internationale spoorcorridors, zodat het goederenvervoer in die corridors ongehinderd en met hoge kwaliteit afgewikkeld kan worden;

– ontwikkelen en uitvoeren kortlopende subsidieregeling om vervoerders steun te bieden bij inbouw van apparatuur voor Europees standaard beveiligingssysteem (ETCS).

Doelgroepen

Producenten, verladers, vervoerders, consumenten en andere ladingbelanghebbenden.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Toegevoegde waarde zeevaart en maritieme sector in constante prijzen (in € miljard, prijzen van 1995)

Het streven is de toegevoegde waarde zeevaart en maritieme sector tot en met 2008 tenminste te handhaven op het niveau van 2001. Deze indicator meet hoe sterk de zeevaart zich ontwikkelt.

Streefwaarde
 1995199619971998199920002001200220032008
Zeevaart0,70,70,80,90,91,01,11,11,11,1
Overige maritieme sector/dienstverlening3,03,03,23,33,33,33,43,43,33,4
Totaal brede maritieme sector3,73,74,04,24,24,34,54,54,44,5

Bron: Ecorys

2. Benuttingsgraad wegvervoer en binnenvaart

 19951996199719981999200020012002
Wegvervoer0,490,490,490,480,470,450,450,43
Binnenvaart0,530,510,480,560,560,550,510,53

Bron: CBS, bewerkt door NEA

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)

De inspanning van de Inspectie m.b.t. dit operationele doel (IVW: domein financiële stimulering binnenvaart) wordt verantwoord op artikel 38 IVW. In onderstaande tabel is aangegeven welke bedragen hieraan worden uitgegeven.

Overzicht budgettaire verdeling naar domeinen (x € 1 000)
Omschrijving20052006
38.04.03 Financiële Stimulering Binnenvaart7 2669 159

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
IF 18.03.01 Intermodaal Vervoer Realisatie7342  

Belastinguitgaven

De volgende belastinguitgaven, zoals genoemd in de Miljoenennota, hebben een relatie met deze operationele doelstelling:

Meerjarenraming van belastinguitgaven (x € miljoen), budgettair belang op transactiebasis
 200520062007200820092010
Willekeurige afschrijving zeeschepen000000
Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting)515253555657
Afdrachtvermindering zeescheepvaart93949498102106
Zeedagenaftrek222222
Vrijstelling communautaire wateren767680848892

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Schipholstelsel: Luchthavenindelingbesluit en LuchthavenverkeerbesluitA. 2003 B. 20062003–2005Evaluatie werking wettelijk stelsel Schiphol. Het betreft de volgende thema's: feiten, beleidseffectiviteit en beleidsverbetering. Ex-post
Hubpositie Schiphol na fusie Air France en KLMA. Oktober 2004B. Juni 20051995–2004Monitoren internationale hubontwikkeling Schiphol en netwerkontwikkeling na fusie Air France/KLM en evalueren welvaartsontwikkeling Nederland.Ex-ante en ex-post
Monitor garanties aan staat i.v.m. fusie Air France/KLM inzake netwerkkwaliteit SchipholA. 2005B. 20122005–2012Monitoren garanties aan staat i.v.m. fusie inzake netwerkkwaliteit Schiphol door periodieke meting en analyse.Ex-post
Herijking luchtvaartpolitiek kaderA. December 2004B. December 20052005–2010Inzichtelijk maken luchtvaartpolitieke beleid Nederland en eventueel opstellen toetsingskader met criteria.Ex-ante
Evaluatie (exploitatie-) vergunningA. Februari 2005B. Juli 20061999–2005Evaluatie verlening vergunningen op basis bestaande EU regels en uitwerken aanbevelingen voor aanpassing.Ex-post
Onderzoek marktwerking in slotallocatieA. 2005 B. 20062005–2006Onderzoek gevolgen eventuele introductie marktwerking in slotallocatie voor netwerkkwaliteit Schiphol.Ex-ante
PKB-herziening Maastricht en Lelystad: MERA. 2007B. 20072002–2006Volledigheid en werking MER.Ex-post
«Decentralisatiewet»5 jaar na inwerkingtreding van de wet: naar schatting 2012naar schatting: 2007–2012Werking evalueren van de wet.Ex-post
Subsidieregeling Haveninterne Projecten (HIP-II)A. Maart 2005B. Juli 20052000–2004Opzet, werking en effecten van subsidieregeling.Ex-post
Luchtvaart en level playing field fase IIA. Maart 2004B. Juni 20052004Vaststellen overheidsinvloed op concurrentiepositie Nederlandse luchtvaart.Ex-post
Wet op de LVNLA. Februari 2005B. Juni 20052000–2004Evaluatie of beoogde doelen van instelling van LVNL en of de bij de vorige evaluatie (1998) voorgestelde aanbevelingen zijn opgevolgd en met welk resultaat.Ex-post
Proef langere en zwaardere vrachtwagensA. 2007B. 20072002–2006Nagaan of langere en zwaardere vrachtwagens op de weg mogelijk zijn.Ex-post

36 Bewaken, waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, gegeven de toename van mobiliteit

Een schoner, zuiniger en stiller verkeer en vervoer realiseren.

Omschrijving

Om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen.

Bijdrage

VenW werkt aan normstelling voor voer- en vaartuigen in nationaal en internationaal verband en aan eerlijke handhaving.

VenW stimuleert systeemvernieuwingen en innovaties om deze normen te realiseren.

VenW beïnvloedt het gedrag van vervoerders en gebruikers.

VenW lost de knelpunten in de ecologische hoofdstructuur op.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VROM is verantwoordelijk voor normstelling en bronbeleid voor emissies CO2, verzurende stoffen en geluid en voor het uitvoeren van innovatieprogramma's voor klimaat, luchtkwaliteit en geluid voor zover deze samenhangen met rijksinfrastructuur (luchthavens, (water)wegen en spoor) en/of het vervoersysteem. Bij knelpunten in de rijksinfrastructuur die samenhangen met lokale luchtkwaliteit en geluid is de Minister van VenW verantwoordelijk. Ook is zij verantwoordelijk voor het oplossen van knelpunten waar rijksinfrastructuur de ecologische hoofdstructuur doorsnijdt. Het klimaatbeleid komt in samenwerking met de ministers van VROM en Economische Zaken tot stand.

Succesfactoren

Het behalen van de doelstelling is afhankelijk van:

• Vervoersgroei conform verwachting NoMo.

• Samenwerking met regionale, nationale en internationale partijen.

• Normstellingen voor voertuigen en brandstoffen op internationaal niveau (EU en VN/ECE).

• Bereidheid en inzet van de private sector ten aanzien van innovatie, gedrag en technologische ontwikkelingen.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
36. Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving2004200520062007200820092010
Verplichtingen63 90255 943112 07778 91772 58489  55077 930
Uitgaven112 09586 787103 78196 10289 72389 55077 930
36.01  Leefomgeving hoofdwegen16 58420 64320 81822 80423 98223 17115 504
36.01.01 Algemene strategie- en beleidsvorming330954944959926973972
36.01.02 Investeringsimpuls voor innovatie2 7483 5054 3256 3258 1657 77575
36.01.03 Maatregelen klimaatbeleid personenvervoer6 9406 6316 7945 8805 4834 9495 027
36.01.04 Maatregelen lokale luchtkwaliteit1 2791 3711 013992992992992
36.01.05 Bevorderen geluidsreducerende oplossingen wegvervoer142149149149149149149
36.01.06 Duurzaam weggoederenvervoer5 1458 0337 5938 4998 2678 3338 289
36.02   Leefomgeving spoorwegen9 1409 1699 1469 1469 1469 1469 146
36.02.01 Algemene strategie- en beleidsvorming64937070707070
36.02.02 Bevorderen geluidsreducerende oplossingen voor personen- en goederenvervoer per spoor       
36.02.03 Bodemsanering NS percelen9 0769 0769 0769 0769 0769 0769 076
36.03   Luchtvaart84 66554 19170 30860 92053 35953 99750 044
36.03.01 Doorstorting heffingen GIS-1 aan Stichting GIS6 5949 83310 46911 13711 84812 59113 368
36.03.02 Geluidsisolatie Schiphol fase 2 (GIS-2)62 85922 77417 294    
36.03.03 Geluidsisolatie Schiphol fase 3 (GIS-3)1593 37819 71521 91521 04720 04813 314
36.03.04 Klachtenafhandeling Geluidsisolatie Schiphol450450300300   
36.03.05 Woonschepen geluidszones Schiphol3 087265332133   
36.03.06 Behandeling en uitbetaling schadeclaims Schiphol2 2634 0888 60114 62513 97714 87117 442
36.03.07 Aankoop LIB geluidsloopzones Schiphol 3 0014 1081 462567567 
36.03.08 Geluidsisolatie regionale luchthavens3 5442 2891 0003 000   
36.03.09 Behandeling en uitbetaling schadeclaims regionale luchthavens2902 0802 4252 425   
36.03.10 Duurzame luchtvaart1 5812 1952 2262 0862 0822 0822 082
36.03.11 Groenvoorziening Schiphol3 8383 8383 8383 8373 8383 8383 838
36.04  Scheepvaart1 7062 7843 5093 2323 2363 2363 236
36.04.01 Duurzame zeevaart811844848843843843843
36.04.02 Duurzame zeehavens187303233233233233233
36.04.03 Duurzame binnenvaart7081 6372 4282 1562 1602 1602 160
Van totale uitgaven:       
– Apparaatsuitgaven 2 7512 5082 4372 4372 4372 437
– Agentschapsbijdrage 1 5571 4111 4161 3931 3961 395
– Restant 82 47999 86292 24985 89385 71774 098
– waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%36%12%12%12%14%
36.09 Ontvangsten32 91148 64256 98258 72860 42862 59242 578
36.09.01 Ontvangsten heffingen GIS-1 9 71510 36411 04311 75412 49714 639
36.09.02 Ontvangsten SGIS klachtenafhandeling GIS-1 695600300   
36.09.03 Ontvangsten heffingen GIS-2 & 3 31 07835 38236 44337 53638 66216 171
36.09.04 Ontvangsten wensvoorzieningen GIS-2 & 3       
36.09.05 Ontvangsten heffingen overige Schiphol projecten 6 60910 21110 51710 83311 15811 493
36.09.06 Ontvangsten heffingen regionale luchthavens 250250250250250250
36.09.07 Overige ontvangsten 295175175552525

36.01 Leefomgeving Hoofdwegen: Uitstoot van schadelijke stoffen en van CO2 verminderen, lokale luchtkwaliteit verbeteren, te hoge geluidsbelastingen door wegvervoer zo veel mogelijk terugdringen en knelpunten door hoofdwegen in de ecologische hoofdstructuur oplossen

Motivering

Om alle nationale en internationale verplichtingen op het gebied van milieukwaliteit na te komen en om op de lange termijn (2030) een transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem te realiseren.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Productoverstijgende beleidsontwikkeling en -ondersteuning op het gebied van leefomgeving hoofdwegen.

Investeringsimpuls voor innovatie

Een experimenteer- en stimuleringsprogramma voor kansrijke innovaties, gericht op schone motorbrandstoffen, schone voertuigen en schoon gebruik door grote groepen consumenten.

Maatregelen klimaatbeleid personenvervoer

Diverse programma's om de CO2-uitstoot door verkeer en vervoer te beperken. Mogelijkheden worden verkend voor een innovatieprogramma klimaat (IPK), gericht op toepassing van oplossingen en uitvindingen voor CO2-reductie. Het IPK voorziet invoering van maatregelen in de periode 2010–2020.

Maatregelen lokale luchtkwaliteit

Hoewel de lokale luchtkwaliteit door bronmaatregelen aanzienlijk is verbeterd, voldoet Nederland niet overal tijdig aan de EU-normen voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit leidt tot afbreukrisico's voor de volksgezondheid en zorgt voor juridische blokkades voor nieuwe ruimtelijke ingrepen. Het kabinet pakt dit probleem aan.

Bevorderen geluidsreducerende oplossingen wegvervoer

De wetgeving rondom geluidhinder wordt herzien om te komen tot een meer uniforme aanpak van geluidsknelpunten Hierbij wordt geëxperimenteerd met geluidsproductieplafonds.

Duurzaam weggoederenvervoer

De inspanningen voor het goederenvervoer over de weg zijn gericht op het verminderen van de emissies van CO2, NO2 en geluid door vrachtverkeer.

Activiteiten

Algemene strategie en beleidsvorming

Het uitvoeren van het MJPO (Meerjarenprogramma Ontsnippering, het kader van het ontsnipperingsbeleid van VenW) voor Hoofdwegen in de periode 2004 t/m 2018.

Investeringsimpuls voor innovatie

– uitvoeren van het programma «Transumo, transitie naar duurzame mobiliteit», een ICES/KIS-3 programma voor duurzame systeeminnovatie;

– deelnemen aan InnovatieBeraad om innovatieve en schone technieken zo snel mogelijk op de markt te zetten.

Maatregelen klimaatbeleid personenvervoer

– uitvoeren van «Het Nieuwe Rijden» (HNR), een energiebesparingprogramma, gericht op het rijgedrag van automobilisten en vrachtwagenchauffeurs;

– implementeren EU-richtlijn voor biobrandstoffen in de sector verkeer en vervoer;

– uitvoeren van het subsidieprogramma CO2-reductie personenvervoer (voor projecten, zoals een reisinformatiesysteem voor automobilisten);

– uitvoeren van het programma Energiebesparing in Transport (EBIT), voor nieuwe instrumenten die invloed hebben op de vraagzijde van mobiliteit, voor onder andere overheden en maatschappelijke organisaties;

– invulling geven aan etikettering van nieuwe personenauto's en energiegebruik c.q. CO2 uitstoot, conform een Europese verplichting.

Maatregelen lokale luchtkwaliteit

– versterken van het EU-bronbeleid: inzetten op verdere aanscherping van Europese emissienormen voor voer- en vaartuigen;

– de uitvoerbaarheid van de EU-luchtkwaliteitrichtlijnen verbeteren en toe spitsen op het beschermen van de gezondheid;

– uitvoeren van generieke maatregelen op nationaal niveau ter verbetering van de luchtkwaliteit (o.a. door stimulering van roetfilters en versnelde introductie van toekomstige Euronormen);

– stimuleren van versnelde marktintroductie van innovatieve brandstoffen en voertuigtechnologie die schoon, stil en zuinig zijn. Dit gebeurt onder andere vanuit het publiek-private Platform Duurzame Mobiliteit en door uitvoering van het programma SSZ (Stil, Schoon, Zuinig);

– nemen van locatiespecifieke maatregelen om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld door terugdringing van de maximum snelheid, zoals reeds is doorgevoerd op de A13 Overschie en per 1 november 2005 wordt doorgevoerd op vier andere knelpuntlocaties;

– uitvoeren pilotprojecten in het kader van het Innovatieprogramma luchtkwaliteit (opgestart in 2004), om met name hardnekkige luchtkwaliteitknelpunten langs snelwegen kosteneffectief op te lossen (financiële inzet vanuit Infrastructuurfonds);

– aanpassen van de nationale luchtkwaliteitregelgeving.

Bevorderen geluidsreducerende oplossingen wegvervoer

– onderzoeken in het Innovatieprogramma Geluid (IPG) met welke nieuwe maatregelen de geluidsproblematiek bij hoofdwegen en spoorwegen kosteneffectief kan worden aangepakt. De middelen voor dit beleid staan op het Infrastructuurfonds;

– ontwikkelen en toepassen van geluidsarm wegdek, zoals tweelaags zeer open asfaltbeton, vergroten van de effectiviteit van geluidsschermen, zogenaamde derde generatie wegdekken (onder andere modulair/stil wegdek) en bronbeleid (banden, motoren en dergelijke).

Duurzaam weggoederenvervoer

– uitvoeren programma Piek, een aanschafsubsidieregeling in 2004–2007 voor het bedrijfsleven om de marktwerking/realisatie van producten voor stillere laad- en losactiviteiten een impuls te geven;

– stimuleren inzet schonere vrachtauto's (Euro 4 en 5) middels fiscale stimulering (MIA regeling) in samenwerking met het ministerie van VROM;

– stimuleren investerings- en kennisoverdrachtprojecten van uitontwikkelde technologieën in het kader van het subsidieprogramma CO2-reductie goederenvervoer;

– uitvoeren van het programma Energiebesparing in Transport (EBIT) voor het goederenvervoer, voor nieuwe instrumenten die invloed hebben op de vraagzijde van mobiliteit, voor onder andere overheden en maatschappelijke organisaties;

– uitvoeren van het programma Transportbesparing.

Doelgroepen

Gemeenten, automobilisten, omwonenden, producenten, vervoerders en verladers.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Emissies NOx, SO2 en VOS in verkeer en vervoer: de uitstoot van schadelijke stoffen door het wegverkeer is in 2010 maximaal 4 kton SO2, maximaal 158 kton NOx, maximaal 55 kton VOS.

2. Emissie CO2 in verkeer en vervoer: in 2010 maximaal 38 mton CO2.

3. De doelstelling voor lokale luchtkwaliteit is dat in 2010 op zoveel mogelijk, en in 2015 op alle locaties langs rijkswegen de grenswaarde voor NO2 gehaald wordt.

4. De geluidsknelpunten langs hoofdwegen (> 65 dB Lden) oplossen, zoals in de Nota Mobiliteit geformuleerd.

5. Het aantal opgeloste MJPO-knelpunten voor hoofdwegen: In 2018 dienen alle MJPO-knelpunten opgelost te zijn.

Aantal opgeloste Rijksinfrastructuur-knelpunten volgens het MJPO
Doelstelling2010
Totaal208
VenW165
LNV43

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Beleidsnota Verkeersemissies, Kamerstuk 2003–2004, 29 667, nr. 1

– NMP-4, Kamerstuk 2000–2001, 27 801, nr. 1

– Nationaal Lucht Kwaliteitsplan, Kamerstuk 2004–2005, 28 663, nr. 32

– Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154

– Meerjarenprogramma Ontsnippering, Kamerstuk 2003–2004, 29 652, nr. 1

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
IF 12.02 (reeks ontsnippering)4,54,54,511,311,311,3
IF 12.03 Innovatieprogramma Geluid11223  11
IF 12.03 Innovatieprogramma Lucht4664  

36.02 Leefomgeving Spoorwegen: te hoge geluidsbelastingen door spoorvervoer zo veel mogelijk terugdringen en knelpunten door spoorwegen in de ecologische hoofdstructuur en in de bodem oplossen

Motivering

Om alle nationale en internationale verplichtingen op het gebied van milieukwaliteit na te komen en om op de lange termijn (2030) een transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem te realiseren.

Producten

Algemene strategie en beleidsvorming

Productoverstijgende beleidsontwikkeling en -ondersteuning op het gebied van leefomgeving spoorwegen.

Bevorderen geluidsreducerende oplossingen voor personen- en goederenvervoer per spoor

De wetgeving rondom geluidhinder wordt momenteel herzien om te komen tot een meer uniforme aanpak van geluidsknelpunten. Hierbij wordt geëxperimenteerd met geluidsproductieplafonds. De uitvoeringsmiddelen staan op het Infrastructuurfonds.

Bodemsanering NS-percelen

Sinds 1996 doneren VenW, VROM en NS jaarlijks geld aan de Stichting Bodemsanering Nederlandse Spoorwegen voor landelijke aanpak van bodemverontreiniging in NS-percelen.

Activiteiten

Algemene strategie en beleidsvorming

Uitvoeren van het MJPO (Meerjarenprogramma Ontsnippering, het kader van het ontsnipperingsbeleid van VenW) voor spoorwegen in de periode 2007 t/m 2018.

Bevorderen geluidsreducerende oplossingen voor personen- en goederenvervoer per spoor

– onderzoeken met het Innovatieprogramma Geluid (IPG) met welke nieuwe maatregelen de geluidsproblematiek bij spoorwegen en emplacementen kosteneffectief kan worden aangepakt.

– ontwikkelen en toepassen van andere remsystemen bij treinen en maatregelen aan de infrastructuur (bijvoorbeeld akoestisch slijpen, raildempers, de «fluistertrein» en gebruik van juiste materialen bij onderhoud);

– nemen van maatregelen om de emplacementen te laten voldoen aan de milieuvergunningen.

Doelgroepen

Gemeenten, omwonenden, vervoerders en verladers, ProRail.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Het aantal geluidsknelpunten langs spoorwegen, boven Lden 70 dB oplossen zoals geformuleerd in de Nota Mobiliteit.

2. Aantal opgeloste MJPO-knelpunten Spoor: In 2018 dienen alle MJPO-knelpunten opgelost te zijn, zoals in de Nota Mobiliteit geformuleerd.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Beleidsnota Verkeersemissies, Kamerstuk 2003–2004, 29 667, nr. 1

– NMP-4, Kamerstuk 2000–2001, 27 801, nr. 1

– Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154

– Meerjarenprogramma Ontsnippering, Kamerstuk 2003–2004, 29 652, nr. 1

– Plan van aanpak Goederen emplacementen, Kamerstuk 1998–1999, 26 200, nr. 31

Extracomptabele verwijzingen

Verwijzing naar het Infrastructuurfonds (IF)

Overzicht uitgaven op het Infrastructuurfonds (x € 1 mln.)
Art. Omschrijving200520062007200820092010
IF 13.03 Ontsnippering   777
IF 13.03 Geluid (incl. Innovatieprogramma Geluid)162645383022

36.03 Duurzame luchtvaart bewerkstelligen en in stand houden

Motivering

Om groei van de luchtvaart mogelijk te maken binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders voor milieu en leefomgeving.

Producten en Activiteiten

Doorstorting heffingen GIS-1 aan Stichting GIS

Storten van – een deel van – de opbrengst uit geluidsheffingen in de Stichting Geluidsisolatie Schiphol (Deze stichting heeft de kosten van het eerste geluidsisolatie project rond Schiphol (GIS-1) gefinancierd).

Geluidsisolatie Schiphol fase 2 (GIS-2)

Op grond van de PKB-Schiphol is in 1997 het project GIS-2 van start gegaan. Dit project betreft het isoleren van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen rondom de luchthaven Schiphol. In 2006 zal het project GIS-2 worden afgerond.

Geluidsisolatie Schiphol fase 3 (GIS-3)

Beoordelen nieuwe objecten voor isolatie, nogmaals beoordelen reeds geïsoleerde objecten en zonodig isoleren als gevolg van het wijzigen van geluidscontouren in het Luchthaven Indelingsbesluit 2004.

Klachtenafhandeling Geluidsisolatie Schiphol

Afronden klacht/garantie regeling GIS-1.

Woonschepen geluidszones Schiphol

Kopen van woonschepen of aanbieden van een alternatieve locatie aan eigenaren van woonschepen. Naar verwachting zullen er in 2006 vijf woonschepen worden aangekocht.

Behandeling en uitbetaling schadeclaims Schiphol

Het Schadeschap luchthaven Schiphol is verantwoordelijk voor de afhandeling van schadevergoedingen die verband houden met de uitbreiding van het luchtvaartterrein Schiphol en wijzigingen in de infrastructuur in de omgeving van Schiphol.

Aankoop LIB geluidsloopzones Schiphol

Aankopen en slopen van 14 woningen binnen de 65 Ke geluidscontour van het LIB2004, en aankopen van 32, niet tegen redelijke kosten te isoleren, woningen binnen de 55–65 Ke geluidscontour.

Naar verwachting zullen er in 2006 twee woningen worden aangekocht.

Geluidsisolatie regionale luchthavens

Opstarten en vervolgen van geluidsisolatieprojecten rondom de regionale luchthavens Maastricht Aachen Airport, Airport Eelde en Rotterdam Airport.

Behandeling en uitbetaling schadeclaims regionale luchthavens

Behandelen en uitbetalen van schadeclaims.

Duurzame luchtvaart

– maken van internationale afspraken die de uitstoot van geur, stoffen en (broeikas)gassen door de luchtvaart beperken;

– vaststellen landelijk kader voor luchtverontreinigende uitstoot in de omgeving van regionale en kleine luchtvaartterreinen;

– stellen van eisen aan de bron en introductie van operationele maatregelen;

– stellen van grenswaarden rond luchtvaartterreinen.

Groenvoorziening Schiphol

Bijdragen aan de Stichting Mainport en Groen.

Doelgroepen

Luchtvaartsector, burgers, maatschappelijke organisaties, medeoverheden en internationale luchtvaart gremia.

Prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden

1. Aantal geïsoleerde en te isoleren objecten GIS-2

Aantal geïsoleerde en te isoleren objecten GIS-2
 t/m 200220032004200520062007 e.vTotaal
Woningen4 1082 07458490066508 331
Studenteneenheden2 5005500040003 450
Scholen0000909
Zorgcentra1100002

Bron: Rijkswaterstaat/Progis

Het aantal objecten is aangepast aan besluitvorming genomen door de Minister van Verkeer en Waterstaat in januari 2005.

Naast isolatie zullen naar verwachting 15 specifieke panden worden vervangen door nieuwbouw.

2. Aantal geïsoleerde en te isoleren objecten GIS-3

Het aantal te beschouwen objecten in het kader van GIS-3 is 5095, waarvan 2623 nieuw zijn. De overige objecten zijn al eerder in het kader van GIS-2 in beschouwing genomen en kunnen in het kader van GIS-3 alsnog in aanmerking komen voor (bij)isolatie. Op grond van ervaringsgegevens is de verwachting dat ca. 2 700 objecten daadwerkelijk (bij)geïsoleerd worden. De fasering is nog niet bekend.

3. Aantal aangekochte en aan te kopen woonschepen in de geluidszones Schiphol

Aantal aangekochte en aan te kopen woonschepen in de geluidszones Schiphol
 t/m 200220032004200520062007 e.v.Totaal
Woonschepen5913845291

Bron: Rijkswaterstaat

4. Aantal aangekochte en aan te kopen woningen in de geluidsloopzones

Aantal aangekochte en aan te kopen woningen in de geluidsloopzones
 t/m 200220032004200520062007 e.v.Totaal
> 65 Ke41051314
55–65 Ke122871232
Totaal1638122546

Bron: Rijkswaterstaat

5. Uitstoot van broeikasgassen door de gehele luchtvaart (tijdens de vlucht)

Ontwikkeling van het brandstofverbruik, de CO2-uitstoot en de NOx-uitstoot voor 2 peiljaren

kst-30300-XII-2-17.gif

Bron: IPCC, 1999

In de figuur is de ontwikkeling weergegeven van het brandstofverbruik, de CO2 uitstoot en de Nox, voor 2 peiljaren zoals berekend door de Verenigde Naties (IPCC, 1999). Voor 2015 zijn de waarden weergegeven die bereikt zullen worden zonder aanvullende beleidsmaatregelen. Het streven is om de toename van de uitstoot te beperken tot minder dan de autonome ontwikkeling.

6. Uitstoot luchtverontreinigende stoffen door de luchtvaart in de omgeving van Schiphol

In het Luchthavenverkeerbesluit zijn grenzen gesteld aan de uitstoot van vijf luchtverontreinigende stoffen; te weten koolmonoxide, stikstofoxides, vluchtige organische stoffen, zwaveldioxide en fijn stof. Deze geïndexeerde emissiegetallen stellen een grens aan het aantal grammen van een stof die uitgestoten mogen worden per ton vliegtuiggewicht. Deze grenswaarden worden aangescherpt in 2005 en nogmaals in 2010 en zijn zo een incentive voor de luchtvaartsector om een minder vervuilende vloot aan te schaffen. Inspectie Verkeer en Waterstaat ziet toe op naleving van voorschriften uit het Luchthavenverkeerbesluit.

De grenswaarden voor de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen in gram per ton Maximum take off weight (MTOW)
Stof2003–20042005–2009Vanaf 2010
CO73,158,155,0
NOx74,674,674,6
VOS15,69,98,4
SO22,12,12,1
PM102,52,52,5

Bron: Luchthavenverkeerbesluit

7. Gemiddeld geluidsniveau van de vloot die Schiphol aandoet

VenW streeft naar een stillere wereldvloot van vliegtuigen, met name voor dat deel dat vluchten uitvoert op de Nederlandse luchthavens.

Gemiddeld geluidsniveau Schipholvloot

kst-30300-XII-2-18.gif

Bron: To70 Aviation and Environment

8. Geluidsbelasting rond de nationale en regionale luchtvaartterreinen in Nederland

In het Luchthavenverkeerbesluit zijn voor de luchthaven Schiphol de volgende grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid geluid (Totaal Volume Geluid, TVG) dat het vliegverkeer in een jaar mag produceren.

PeriodeTVG
Gedurende het gehele etmaal (Lden)63.46 dB(A)
Gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur (Lnight)54.44 dB(A)

Bron: Luchthavenverkeerbesluit

Voor de regionale luchthavens wordt in het wetsvoorstel Regelgeving Burger- en Militaire Luchthavens voorgesteld om de verantwoordelijkheden te decentraliseren naar de provincies. In de toekomst zullen de provincies rondom de luchthaven een beperkingengebied moeten vaststellen. De geluidsbelasting van het vliegverkeer moet worden begrensd met een TVG, eventueel aangevuld met handhavingspunten.

Verwijzingen beleidsstukken

– Geluidsisolatie Schiphol (GIS). Voortgangsrapport 1 (bijlage bij Kamerstuk 2004–2005, 29 750, nr. 9)

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Beleidsnota Verkeersemissies, Kamerstuk 2003–2004, 29 667, nr. 1

– NMP-4, Kamerstuk 2000–2001, 27 801, nr. 1

– Nationaal Lucht Kwaliteitsplan, Kamerstuk 2004–2005, 28 663, nr. 32

– Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154

– Meerjarenprogramma Ontsnippering, Kamerstuk 2003–2004, 29 652, nr. 1

– Luchthavenindelingsbesluit en Luchthavenverkeerbesluit, Kamerstuk 2003–2004, 26 959, nr. 83

36.04 Een milieuvriendelijk goederenvervoersysteem over het water bevorderen

Motivering

Om Nederland aan alle nationale en internationale verplichtingen op het gebied van milieukwaliteit te laten voldoen en om op de lange termijn (2030) een transitie te realiseren naar een duurzaam mobiliteitssysteem.

Producten

Duurzame zeevaart

Realiseren schonere en zuinigere zeevaart door internationale normstelling, financiële prikkels, innovatie en communicatie.

Duurzame zeehavens

Verbeteren leefomgeving in en rondom havens.

Duurzame binnenvaart

Realiseren schonere en zuinigere binnenvaart door internationale normstelling, financiële stimulering, innovatie en communicatie.

Activiteiten

Duurzame zeevaart

– aanpassen bestaande wetgeving ten aanzien van zeevaart als gevolg van wijzigingen in (milieu-)omstandigheden en internationale regels; tevens ter reductie van administratieve lasten;

– uitvoeren van acties (overleg met leveranciers van bunkerolie, pleiten in IMO-verband voor aanscherping van het Maritime pollution verdrag annex VI en uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek invoering airpollution fee, walstroom en weren meest vervuilende schepen) ter verlaging van de aantasting van de (lokale) luchtkwaliteit door de zeevaart;

– boeken van voortgang in diverse lopende internationale milieudossiers zoals milieuvriendelijk slopen van schepen, ballastwaterproblematiek.

Duurzame zeehavens

– voorbereiden normstelling op internationaal niveau;

– implementeren internationale regelgeving, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn;

– voeren van overleg met havenbeheerders en decentrale overheden over locale maatregelen die leiden tot vermindering van emissies;

– leveren van een bijdrage aan de PKB Waddenzee conform Nota Zeehavens;

– voorbereiden en participeren in (harmonisatie) overleg om de uitvoering van de Havenontvangst Installatie-richtlijn (HOI) met Noordzeelanden en Baltische staten af te stemmen.

Duurzame binnenvaart

– voorbereiden normstelling voor motoren en brandstoffen op internationaal niveau (Centrale Commissie voor de Rijnvaart en de Europese Commissie);

– stimuleren innovatie en uitvoeren experimenten om aan te tonen dat milieumaatregelen uitvoerbaar zijn.

– formuleren nationaal (stimulerings)beleid om te kunnen voldoen aan internationale richtlijnen, zoals de Dochterrichtlijnen voor lokale luchtkwaliteit en de Kaderrichtlijn water;

– verbeteren meet- en rekenmethoden voor bepaling van milieuprestatie van de binnenvaart;

– afstemmen inspectietaken ten aanzien van milieu op het water.

Doelgroepen

Omwonenden, producenten, vervoerders en verladers.

Prestatie-indicatoren en streefwaarden

1. Uitstoot luchtverontreinigende stoffen

 NOx-emissies goederenvervoer (x miljoen kg)PM10-emissies goederenvervoer (x miljoen kg)VOS-emissies goederenvervoer (x miljoen kg)SO2-emissies goederenvervoer (x miljoen kg)CO2 – IPCC emissies (x miljard kg)
JaarBinnenvaartaZeevaart (excl. NCP)BinnenvaartaZeevaart (excl. NCP)BinnenvaartaZeevaart (excl. NCP)BinnenvaartaZeevaart (excl. NCP)BinnenvaartaZeevaart (excl. NCP)
200132,921,61,51,54,80,92,211,70,60
200232,021,71,41,54,10,92,111,90,60
200332,022,51,41,64,10,92,112,30,60

a betreft beroepsbinnenvaart, zowel personenals goederenvervoer.

Bron: CBS (Emissies mobiele bronnen, 19 april 2005)

N.B. De emissiefactoren voor de binnenvaart en de zeescheepvaart zijn aangepast. Hierdoor wijken de weergegeven emissiecijfers af ten opzichte van de begroting 2005. Voor zeevaart is deze afwijking fors omdat alleen de binnengaatse emissies zijn opgenomen en niet de emissies op het Nederlands Continentaal Plat (NCP). Alleen deze emissies zijn relevant voor de Nederlandse milieudoelstellingen.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Mobiliteit, Kamerstuk 2004–2005, 29 644, nr. 6

– Beleidsnota Verkeersemissies, Kamerstuk 2003–2004, 29 667, nr. 1

– NMP-4, Kamerstuk 2000–2001, 27 801, nr. 1

– Nota Ruimte, Kamerstuk 2004–2005, 29 435, nr. 154

– Meerjarenprogramma Ontsnippering, Kamerstuk 2003–2004, 29 652, nr. 1

– Nota Zeehavens, ankers van de economie, Kamerstuk 2004–2005, 29 862, nr. 1

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Programma beleidsevaluaties Leefomgeving Hoofdwegen
Meerjarenprogramma ontsnipperingMedio 20082004–2007In kaart brengen van de effectiviteit, doelmatigheid en legitimiteit van de uitvoering van het MJPO.Ex-post (tevens ex-ante voor vervolg)
Innovatieprogramma geluid200120072001–2006Selectie meest kosteneffectieve maatregelen.Monitoring
Innovatieprogramma geluidMedio 20052001–2005Tussenevaluatie van de werking van innovatieprogramma en gewenste markteffecten.Ex-post
Richtlijn luchtkwaliteit (Europese evaluatie)Jan 2004Dec 20052002–2004Nagaan op welke wijze de implementatie in de EU heeft plaatsgevonden.Ex-ante/ex-post
Het Nieuwe RijdenJaarlijks gedurende looptijd HNR1999–2006Evalueren uitvoering programma Het Nieuwe Rijden en bijdrage aan de CO2-reductie.Ex-post
CO2-reductieplan personenvervoerJaarlijks, gedurende de looptijd2003–2005Monitoring uitvoering programma CO2-reductieplan en bijdrage aan de CO2-reductie.Monitoring
Stil en schoon vervoerA: 2008B: 20082004–2008Effectiviteit van pakket van maatregelen.Ex-post
Programma beleidsevaluaties Leefomgeving Spoorwegen
BodemsaneringMedio 20052001–2004Vijfjaarlijkse herijking convenant Stichting Bodemsanering NS.Ex-post
Programma beleidsevaluaties Luchtvaart
Internationaal emissiebeleidA: mei 2005B: oktober 20051998–2004Doeltreffendheidonderzoek naar opstelling van Nederland in het vaststellen van het internationaal beleid.Ex-post
GIS-3  Evalueren derde fase Geluidsisolatieproject Schiphol.Ex-ante

37 Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart

Ten behoeve van de veiligheid, economische ontwikkeling en een duurzaam milieu, het beschikbaar stellen van informatie, kennis en data over weer, klimaat en seismologie en het inzetten van ruimtevaart.

Omschrijving

Aan de veiligheid, de economische ontwikkeling en een duurzaam milieu van Nederland een bijdrage leveren en het voeren van aardobservatiebeleid.

Bijdrage

Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) draagt, als hét nationale instituut voor weer, klimaat en seismologie, zorg voor het onderhouden van de nationale meet- en data-infrastructuur op dit terrein, het beschikbaar maken van een algemeen weerbericht voor de Nederlandse samenleving, het alarmeren bij gevaarlijk weer situaties, het leveren van luchtvaartmeteorologische inlichtingen, het leveren van klimaatverwachtingen en het verrichten van onderzoek op dit gebied.

Verder geeft VenW vorm aan het aardobservatiebeleid, als onderdeel van het totale Nederlandse ruimtevaartbeleid.

Verantwoordelijkheid

De Minister is systeemverantwoordelijk voor de taken van de baten-lastendienst KNMI conform de KNMI-wet van 2001. Verder is de Minister coördinerend bewindspersoon voor het nationale aardobservatiebeleid, dat onderdeel uitmaakt van het nationale ruimtevaartbeleid, dat wordt behartigd door de Minister van Economische Zaken (EZ).

Succesfactoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening en het onderzoek door het KNMI en van de effectiviteit van het aardobservatiebeleid.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
37. Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart2004200520062007200820092010
Verplichtingen56 40637 48137 28742 40241 19042 33842 334
Uitgaven54 33648 01041 74841 29641 65642 33742 334
37.01   Weer, klimaat en seismologie35 50328 91428 88628 28028 52228 95428 951
37.01.01 Weer23 79219 00218 45418 06718 22118 49818 495
37.01.02 Klimaat9 8218 1708 5258 3468 4188 5448 544
37.01.03 Seismologie1 2091 0061 1711 1311 1471 1761 176
37.01.04 Contributie WMO (HGIS)681736736736736736736
37.02   Ruimtevaart18 83319 09612 86213 01613 13413 38313 383
37.02.01 Aardobservatie18 83319 09612 86213 01613 13413 38313 383
Van totale uitgaven:       
–Apparaatsuitgaven       
–Agentschapsbijdrage 28 09728 06927 46327 70528 13728 134
–Restant 19 91313 67913 83313 95114 20014 200
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%92%100%95%59%46%
37.09 Ontvangsten1 749454454454454454454

37.01 Weer, klimaat en seismologie

Motivering

Om tot minder ongelukken te komen, om risicovolle situaties ten gevolge van het weer terug te dringen, om veiligheidsrisico's bij calamiteiten waarbij het weer een rol speelt te beperken, om aan de bestrijding en beperking van (chemische en nucleaire) calamiteiten bij te dragen, om aan «droge voeten» bij te dragen, om antwoord te geven op de cruciale vragen hoe het klimaat is veranderd, waarom het klimaat verandert en hoe het klimaat in de toekomst zal veranderen om aldus de nationale vitale infrastructuur tegen veranderingen in het klimaat te beschermen en tenslotte om de seismische risico's in Nederland te beperken.

Producten/Activiteiten

Weer

– bijdragen aan de internationale waarnemingsinfrastructuur;

– brede verspreiding en steeds meer toegankelijk maken van (historische) weersgegevens;

– uitgeven van een algemeen weerbericht;

– uitgeven van algemene waarschuwingen ten behoeve van de scheepvaart en het verkeersmanagement;

– verstrekken van luchtvaartmeteorologische inlichtingen;

– meteorologische ondersteuning bij calamiteiten waarbij weer een rol speelt;

– waarschuwen voor gevaarlijk weer, voor (levens)bedreigende extreme weeromstandigheden en luchtkwaliteit;

– verrichten van strategisch en toegepast onderzoek op het gebied van weerwaarnemingen en -verwachtingen;

– beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij.

Klimaat

– bijdragen aan de internationale waarnemingsinfrastructuur, waaronder het ontwikkelen van waarneming- en modelsystemen t.b.v. het produceren van data;

– vastleggen van klimaatverandering;

– verrichten van strategisch en toegepast onderzoek op het gebied van klimaat, met name gericht op het ontwikkelen van modellen;

– opstellen van klimaatverwachtingen op tijdschalen van seizoenen tot eeuwen;

– bijdragen aan de wetenschappelijke basis van het Nederlandse beleid op het gebied van adaptatie en mitigatie van klimaatverandering;

– beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij.

Seismologie

– onderhouden van seismische stations en het ontwikkelen van waarneming- en modelsystemen ten behoeve van het produceren van data;

– plaatsen van een Tsunami/seismologisch bewakingssysteem op de Nederlandse Antillen;

– toezicht op de handhaving van het kernstopverdrag met seismische waarnemingen;

– verrichten van strategisch en toegepast onderzoek op het gebied van seismologie;

– beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij.

Contributie Wereld Meteorologische Organisatie (WMO)

– betalen van de Nederlandse contributie in het kader van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Doelgroepen

Burgers, rampenbestrijders, brandweer, politie, water- en wegbeheerders, luchtvaartsector, bedrijven, onderdelen van de nationale kennisinfrastructuur (universiteiten, grote technologische instituten (GTI's)) en beleidsmakers.

Prestatie-indicatoren

Weer

1. Kwaliteit algemene weersverwachtingen en adviezen: Prestatie-index veiligheidsberichtgeving (PIV's);

2. Kwaliteit luchtvaartverwachtingen: Tijdigheid (TAF en TREND), zicht (TAF/FC) en wolkenbasis (TAF/FC en TREND);

3. Indicatie van het belang van de meteorologische verwachtingen voor de verschillende sectoren van de economie ter voorkoming of beperking van schade voor de economie: Potential Avoidable Damage-index (PAD).

Klimaat en Seismologie

4. De kwaliteit, kwantiteit en kennis van het klimaatsysteem en seismologische data en kennis: aantal gereviewde publicaties.

Streefwaarden/planning

Prestatiegegevens kwaliteit algemene verwachtingen en adviezen
KengetalToelichting200520062007200820092010
PIV: Prestatie Index VeiligheidsberichtgevingHet betreft een gestapelde «Critical Succes Index» waarmee een objectief kwaliteitsoordeel wordt vastgesteld bij het opstellen en uitgeven van verwachtingen en waarschuwingen. Het getalsmatige resultaat ligt tussen 0 (slecht) en 10 (maximale score).777888
Prestatiegegevens kwaliteit luchtvaartverwachtingen
Kengetal200520062007200820092010
Tijdigheid TAF (%)>98>99>99>99>99>99
Tijdigheid TREND (%)>98>99>99>99>99>99
Afwijkingen TAF/FC zicht (%)<=6<=6<=6<=6<=5<=5
Afwijkingen TREND zicht (%)<=3<=3<=3<=3<=3<=3
Afwijkingen TAF/FC Wolkenbasis (%)<6<=5<4<4<=3<=3
Afwijkingen TREND Wolkenbasis (%)<3<2<2<2<=2<=2

Toelichting kwaliteit luchtvaartverwachtingen

• Tijdigheid TAF (Terminal Aerodrome forecast) en TREND

Dit is de tijdigheid waarmee de luchtvaartmeteorologische berichten worden verstrekt; gemeten wordt welk percentage berichten binnen het vastgestelde tijdvenster vallen.

• Afwijkingen TAF/FC zicht en TREND zicht

Dit is de afwijking in de zichtvoorspellingen voor de luchtvaart; gemeten wordt het percentage gevallen waarvoor het opgetreden zicht meer dan 2 klassen van het voorspelde zicht is afgeweken.

• Afwijkingen TAF/FC wolkenbasis en TREND wolkenbasis

Dit is de afwijking in de wolkenbasisvoorspellingen voor de luchtvaart; gemeten wordt het percentage gevallen waarvoor de opgetreden wolkenbasis meer dan 2 klassen van de voorspelde wolkenbasis is afgeweken. De wolkenbasis geeft de wolkenhoogte aan.

Prestatiegegevens potential avoidable damage (PAD) gericht op het voorkomen of beperken van schade voor de economie
KengetalToelichting200520062007200820092010
PAD-index EconomieIndicatie van het belang van de meteorologische verwachtingen voor de verschillende sectoren van de economie ter voorkoming of beperking van schade voor de economie. Het getalsmatige resultaat ligt tussen 0 (slecht) en 10 (maximale score). nog niet operationeel66777
Prestatiegegevens kwaliteit en kwantiteit kennis klimaatsysteem
KengetalToelichting200520062007200820092010
Gereviewde publicatiesHet betreft publicaties in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften en is daarmee een maatstaf voor kwantiteit en kwaliteit van het onderzoek.707070707070
Prestatiegegevens kwaliteit en kwantiteit seismologische data en kennis
KengetalToelichting200520062007200820092010
Gereviewde publicatiesHet betreft publicaties in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften en is daarmee een maatstaf voor kwantiteit en kwaliteit van het onderzoek.333333

Verwijzingen beleidsstukken

– Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut d.d. 1 november 2001 (stb. 2001, 562)

37.02 Ruimtevaart

Motivering

Om te komen tot een optimale inzet van ruimtevaart voor de VenW-doelen op gebied van veiligheid, economische ontwikkeling en milieu.

Product/Activiteiten

Aardobservatie

– voeren van het nationale aardobservatiebeleid;

– ontwikkelen en onderhouden van de infrastructuur op het gebied van aardobservatie, navigatie en plaatsbepaling;

– bijdragen aan internationale ruimtevaartprogramma's, met name EUMETSAT, ESA, GMES en Galileo;

– uitvoeren van het nationale aardobservatieprogramma: eigen instrumentontwikkeling, dataverwerking (bijv. Sciamachy en OMI) en gebruikersondersteuning;

– verzamelen van aardobservatiegegevens voor onderzoek en voor operationeel gebruik.

Doelgroepen

Meteorologen, klimaat- en milieuonderzoekers, kustbewaking, waterbeheerders, vervoerssector en nog meer gebruikers van via satellieten ingewonnen geografische informatie.

Prestatie-indicator

De prestatie-indicator is in ontwikkeling; na afronding van de tussentijdse evaluatie van het aardobservatiebeleid, zal naar verwachting een prestatie-indicator in de begroting 2007 worden opgenomen.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota aardobservatiebeleid, Kamerstuk 2001–2002, 24 446, nr. 15

– Actieplan Ruimtevaart, Kamerstuk 2004–2005, 24 446, nr. 27

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
KNMI-wetA. Januari 2007 B. December 20072002–2006Evalueren van de KNMI-wet, met name de toegankelijkheid van het algemeen weerbericht.Ex-post
AardobservatiebeleidA. Maart 2005 B. December 20052002–2005Tussentijds evalueren van de effectiviteit van het aardobservatiebeleid. Ex-post

38 Inspectie Verkeer en Waterstaat

Een veilig en duurzaam gebruik van land, lucht en water voor het transport van personen en goederen bewaken en bevorderen.

Omschrijving

De Inspectie Verkeer en Waterstaat doet dit uit een streven naar een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland.

Bijdrage

De Inspectie VenW houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Dat doet zij in een twaalftal domeinen van toezicht:

Domeinen Land:1. Taxivervoer2. Busvervoer3. Goederenvervoer (over de weg)4. Rail5. Tram/MetroDomeinen Lucht:6. Luchthavens en Luchtruim7. Luchtvaartope- rationele Bedrij- ven8. Luchtvaarttech- nische BedrijvenDomeinen Water: 9. Koopvaardij10. Binnenvaart11. Visserij12. Waterbeheer

In deze domeinen hanteert de Inspectie VenW drie toezichtinstrumenten:

1. Toelating/continuering: Technische objecten en systemen, evenals bedrijven en personen, worden na toetsing van de wettelijke voorwaarden, door middel van vergunningverlening of certificering, toegelaten tot het domein. Daarna vindt periodiek continuering van de toelating plaats, indien door middel van inspecties is vastgesteld dat nog aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.

2. Inspecties: Inspecties richten zich primair op de vraag of de bedrijven, de personen en technische objecten en systemen (nog) voldoen aan de wettelijke voorschriften.

3. Kennis, Advies en Berichtgeving: De Inspectie VenW beschikt over kennis van zaken om met gezag toezicht te kunnen houden. Die expertise wordt onder meer ingezet ten behoeve van beleidsontwikkeling en samenwerking met andere toezichthouders. Door berichtgeving worden publiek, sector en andere overheidsorganisaties in staat gesteld met kennis van zaken te handelen. De Inspectie publiceert haar bevindingen in het Jaarbericht en publicaties die speciaal op bedrijven of het publiek zijn gericht. Burgers, ondernemers en overheden kunnen ook terecht op de website en bij het informatiecentrum waar vergunningen kunnen worden aangevraagd en waar vragen kunnen worden gesteld over wet- en regelgeving en het toezicht per domein.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het toezien op de naleving van wet- en regelgeving.

Succesfactoren

De samenleving wordt beïnvloed door wet- en regelgeving (en hun bekendheid), toezichtactiviteiten en externe invloeden. De naleving van wet- en regelgeving hangt onder meer samen met kennis, houding en gedrag van burgers en bedrijven én met de kwaliteit en intensiteit van het toezicht. Intensivering van toezichtactiviteiten leidt, vanwege externe invloeden, niet per definitie tot een grotere naleving.

Effectgegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten dat:

• ongelukken, incidenten, milieuvervuiling en overlast minder optreden;

• mogelijkheden voor economische expansie voldoende aanwezig zijn;

• ondernemers en burgers zich daar eveneens verantwoordelijk voor voelen.

Verwijzingen beleidsstukken

– Jaarwerkplan Inspectie VenW 2006 (wordt gelijktijdig aangeboden met deze ontwerpbegroting; derhalve nog geen kamernummer beschikbaar)

– Jaarbericht Inspectie VenW 2004, Kamerstuk, 2004–2005, 30 100, nr. 1

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen (x € 1 000)
38. Inspectie VenW2004200520062007200820092010
Verplichtingen115 924101 96697 47394 00995 54390 11897 021
Uitgaven94 708110 351102 07799 087101 36194 48197 021
38.01   Een veilig en duurzaam gebruik van land30 74830 13328 17626 97726 54426 70026 699
38.01.01 Domeinen Land30 74830 13328 17626 97726 54426 70026 699
38.02   Een veilig en duurzaam gebruik van lucht25 84125 32323 67822 67222 30922 44122 439
38.02.01 Domeinen Lucht25 84125 32323 67822 67222 30922 44122 439
38.03   Een veilig en duurzaam gebruik van water32 75432 09930 28428 93828 47528 64328 640
38.03.01 Domeinen Water32 75432 09930 28428 93828 47528 64328 640
38.04   Algemene strategie en toezichtbeleidsvorming5 36522 79619 93920 50024 03316 69719 243
38.04.01 Digitale Tachograaf3 83012 2306 4803 7813 8584 1466 068
38.04.02 Bestuurlijke boete1 3711 3001 3001 3001 3001 3001 300
38.04.03 Financiele stimulering Binnenvaart1647 2669 1598 41911 87510 45111 875
38.04.04 E-Government 20003 0007 0007 000800 
Van totale uitgaven:       
– Apparaatsuitgaven 84 79580 23980 44579 18773 44172 635
– Restant 25 55621 83818 64222 17421 04024 386
– waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 100%56%52%48%30%30%
38.09   Ontvangsten17 11328 52828 96424 97124 55223 72929 102
38.09.01 Digitale tachograaf 6 4005 4792 7112 2921 4696 842
38.09.02 Bestuurlijke boete 3 4003 4003 4003 4003 4003 400
38.09.03 Overig Inspectie 18 72820 08518 86018 86018 86018 860

38.01 Het bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van land voor het transport van personen en goederen

Motivering

De Inspectie Verkeer en Waterstaat houdt daartoe toezicht op de naleving van wet- en regelgeving, in de volgende domeinen van toezicht:

Taxivervoer en busvervoer: om een betrouwbare, vakbekwame en veilige markt, waarbinnen eerlijke concurrentievoorwaarden gelden, te waarborgen.

Goederenvervoer over de weg: om de interne en externe veiligheid, de duurzame ontwikkeling van de markt en de arbeidsomstandigheden te waarborgen en om schade aan het wegdek door overbelading te voorkomen.

Rail en Tram/Metro: om letsel en schade in en door het rail en tram/metroverkeer te voorkomen en te beperken.

Producten

In de domeinen Land wordt de naleving van wet- en regelgeving bewaakt en bevorderd door de inzet van de drie toezichtinstrumenten Toelating/continuering; Inspecties en Kennis, Advies en Berichtgeving.

Activiteiten

Taxivervoer

– chauffeurspassen met apart kenmerk afgeven voor bepaalde vormen van contractvervoer, indien chauffeurs het verplichte aangepaste examen hebben behaald (Lightpas Taxi);

– de naleving van de regels ten aanzien van de nieuwe tariefstructuur en de tariefkaart extra aandacht geven;

– de invoering van de boordcomputer met smartcard realiseren. Doel: inspecties vereenvoudigen en risico op frauduleuze praktijken minimaliseren;

– structureel overleg voeren met de vier grote steden over inrichting van standplaatsen, handhaving en lik-op-stukbeleid.

Busvervoer

– de omzetting en toetsing van collectief personenvervoer vergunningen (CPV) en de verlenging van de Communautaire vergunningen gelijktijdig plaats laten vinden. Doel: reductie van administratieve lasten voor ondernemers. In 2006 moeten alle vergunninghouders over een CPV beschikken.

Goederenvervoer (over de weg)

– de rol die vermoeidheid speelt bij het optreden van ongevallen onder de aandacht brengen van de transportsector en zoeken naar innovatieve mogelijkheden om het aantal ongevallen, veroorzaakt door vermoeidheid, terug te dringen, in het kader van het Project Bewust Uitgeruste Bestuurder;

– afspraken maken met de transportsector over een andere manier van toezicht op de naleving van de rij- en rusttijdenwetgeving, door gebruik te maken van de transportinformatiesystemen van wegvervoerders. Doel: een reductie van administratieve lasten, een effectievere inrichting van het toezicht en een beter zicht op de vervoersstromen ten behoeve van «risk-based» beleid en toezicht.

Rail

– de veiligheid van de nieuwbouwprojecten Betuweroute en HSL-Zuid beoordelen, en de (toelatings)keuring van het nieuw in te zetten materieel begeleiden;

– de toezichtcapaciteit inzetten waar dat met het oog op veiligheidsrisico's het meest geboden is, op basis van risicoanalyses en de prioriteiten uit de nota Veiligheid op de rails, en in overleg met andere toezichthouders;

– de inzet met name richten op de aanpak van roodseinpassages, de kwaliteit van de infrastructuur en vandalisme op en rond het spoor. Ook het bevorderen van de veiligheid van baanwerkers aan het spoor heeft prioriteit;

– het takenpakket van nationale veiligheidsautoriteit uitvoeren, zoals gegeven door de Spoorwegveiligheidsrichtlijn (2004/49/EG) en de Nederlandse inbreng in het programma van de European Railway Agency coördineren.

Tram/Metro

– een nieuw toezichtarrangement voor het domein tram en metro implementeren, in samenwerking met de vervoersbedrijven en lokale overheden.

Doelgroepen

Personen- en goederenvervoerondernemingen, afzenders en geadresseerden van goederen en gevaarlijke stoffen, chauffeurs/bestuurders/machinisten en passagiers.

Prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden

Taxivervoer

Outputindicatoren taxivervoer2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)9 30345 75031 20018 90018 60018 60025 600
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)4 6584 2654 6004 6254 6254 6254 625
Nalevingindicatoren taxivervoer20032004
Aantal ingetrokken chauffeurspassen1753
Aantal ingetrokken ondernemersvergunningen28970
Aantal wegcontroles4 7673 948
–Overtredingpercentage34%33,5%

Busvervoer

Outputindicatoren busvervoer2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)11 4358 70018 74512 70512 70512 82512 875
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)1 8291 7402 2002 2402 2402 2402 240
Nalevingindicatoren busvervoer20032004
Aantal busvervoerders958982
–Aantal ingetrokken vergunningen Collectief personenvervoer7818
Aantal bedrijfsinspecties103141
–Aantal overtredingen380586
Aantal staandehoudingen besloten en ongeregeld vervoer1 370900
–Overtredingpercentage besloten en ongeregeld vervoer15,6%18,2%
Aantal staandehoudingen internationale lijndiensten100100
–Overtredingpercentage internationale lijndiensten19,4%21,5%
Aantal staandehoudingen pendelvervoer417460
–Overtredingpercentage pendelvervoer12,2%13,6%

Goederenvervoer (over de weg)

Outputindicatoren Goederenvervoer2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)101079 32173 41433 29327 22015 290
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)23 71223 65023 65023 65023 65023 65023 650
Nalevingindicatoren goederenvervoer20032004
Aantal bedrijfsinspecties193268
–Overtredingpercentage57%38,8%
Aantal transportinspecties22 44423 712
–Overtredingpercentage algemeen22,2%19,5%
–Overtredingpercentage rij- en rusttijden9,4%10%
–Overtredingpercentage Wet goederenvervoer over de weg2,2%3,7%
Aantal transportinspecties gevaarlijke stoffen1 2431 620
–Overtredingpercentage gevaarlijke stoffen29,4%31,7%
Aantal gewogen voertuigen2 838849
–Overtredingpercentage overbelading54,8%45,7%

Rail:

Outputindicatoren Rail2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)543488324314310304305
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)844823816816816816816
Onderzoek (aantal uitgevoerde onderzoeken)2 3512 6702 6442 6442 6442 6242 624

Voor de prestatie-indicatoren zoals die worden onderscheiden in de nota Veiligheid op de Rails, ten aanzien van de veiligheidsrisico's voor reizigers, baanwerkers, rangeerders en overweggebruikers, wordt verwezen naar Artikel 32.

Tram/Metro:

Outputindicatoren Tram/Metro2004200520062007200820092010
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)0888888

Voor meer detailinformatie over de prestaties, basiswaarden en streefwaarden in de domeinen Land, wordt verwezen naar het Jaarwerkplan 2006 van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Verwijzingen beleidsstukken

– Jaarwerkplan Inspectie Verkeer en Waterstaat 2006

– Jaarbericht Inspectie Verkeer en Waterstaat 2004, Kamerstuk 2004–2005, 30 100, nr. 1

– Het kabinetsstandpunt Taxi nu en in de toekomst, Kamerstuk 2003–2004, 25 910, nr. 49

– Veiligheid op de rails. Tweede kadernota voor de veiligheid van het railvervoer in Nederland, Kamerstuk, 2004–2005, 29 893, nr. 1

– Rapport Trendanalyse 2004, Trends in de veiligheid van het spoorwegsysteem in Nederland, Kamerstuk, 2004–2005, 29 893, nr. 8

– Brief van de Minister van VenW bij het rapport van de Ambtelijke Commissie Toezicht II betreffende de zelfevaluatie van de Inspectie VenW, divisie Rail, Kamerstuk, 2004–2005, 27 482 en 29 893, nr. 98

– Verordening ter oprichting van het European Railway Agency, 2004/881/EG

38.02 Het bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van lucht voor het transport van personen en goederen

Motivering

De Inspectie Verkeer en Waterstaat houdt daartoe toezicht op de naleving van wet- en regelgeving, in de volgende domeinen van toezicht:

Luchthavens en Luchtruim: om de interne veiligheid op de luchtvaartterreinen en de veiligheid in het luchtruim te waarborgen en waar mogelijk te vergroten. Om de naleving van de milieu- en geluidsvoorschriften en de veilige behandeling van gevaarlijke stoffen te bewaken en te bevorderen. Om de beschikbaarheid van luchthaven- en luchtruimcapaciteit en de adequate uitvoering van luchtvaart navigatiedienstverlening te waarborgen.

Luchtvaartoperationele bedrijven: om een veilige en duurzame luchtvaart op en boven Nederlands grondgebied, en wereldwijd waar het gaat om de operatie van Nederlandse vliegtuigen, met zo weinig mogelijk voorvallen en milieuvervuiling, te bewaken en bevorderen. Daarnaast het bewaken en bevorderen van de vakbekwaamheid van personen werkzaam in de luchtvaart en van de kwaliteit van opleidingsinstellingen.

Luchtvaarttechnische bedrijven: om de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen in de meest brede zin (van ontwerp tot en met onderhoud) te bewaken en te bevorderen, door de veiligheid van luchtvaartproducten en -ontwerpen, de kwaliteit van opleidingsinstellingen en de vakbekwaamheid van onderhouds- en ontwerppersoneel te waarborgen.

Producten

In de domeinen Lucht wordt de naleving van wet- en regelgeving bewaakt en bevorderd door de inzet van de drie toezichtinstrumenten Toelating/continuering; Inspecties en Kennis, Advies en Berichtgeving.

Activiteiten

Luchthavens en Luchtruim

– als meldpunt voor luchtvaartvoorvallen in Nederland fungeren. Meldingen zijn een belangrijk voor verdere verbetering van de veiligheid;

– invulling geven aan het takenpakket van de zogeheten National Supervisory Authority, die toezicht houdt op luchtverkeersleidingorganisaties. Dit op grond van het Europese Single European Sky programma.

Luchtvaartoperationele bedrijven

– er op toezien dat luchtvaartmaatschappijen zich houden aan EU-verordening 261/2004, op grond waarvan reizigers bij vertraging en annulering van vluchten en in geval van instapweigering recht hebben op financiële compensatie en bijstand van de luchtvaartmaatschappij.

Luchtvaarttechnische bedrijven

– invulling geven aan een overeenkomst tussen de EU en de VS (BASA-MIP), waardoor het toezicht op de door de Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) in Nederland erkende onderhouds- en herstelbedrijven (FAR-145) door de Inspectie VenW wordt uitgevoerd. De organisatie van het toezicht van de FAA in Europa wordt overgedragen aan de EU.

Doelgroepen

Exploitanten van luchtvaartterreinen en helikopterlandingsplaatsen, luchtverkeersleidingsdienstverleners, luchtvaartmaatschappijen, personen actief in de luchtvaart, opleidings- en examinering-, en keuringsinstanties, keuringsartsen, eigenaars van trainingshulpmiddelen, organisaties en personen die vliegtuigen en vliegtuigonderdelen ontwerpen, bouwen en onderhouden.

Prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden

Luchthavens en Luchtruim

Outputindicatoren Luchthavens en Luchtruim2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)9311 9211 8891 9351 8851 8881 885
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)3 1813 2303 2873 2943 2873 2753 274
Ongevalmeldingen 2004BurgerluchtvaartHelikoptersPrivé/zakenluchtvaartZweefvlieg-tuigenHetelucht-ballonnen
Ongevallen40910
Dodelijke slachtoffers00700
(Zwaar)gewonden50500

Bron: Jaarbericht Inspectie VenW 2004

Luchtvaartoperationele bedrijven

Outputindicatoren Luchthavens en Luchtruim2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)46 11136 41936 41336 41336 41336 41336 413
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)830837838838822806793
Safety Assessment National Aircraft: bevindingen op basis van veiligheidsinspecties specifiek gericht op Nederlandse maatschappijen.
Jaaraantal inspectiesPercentage inspecties met bevindingen
geen bevindingenCategorie 1Categorie 2Categorie 3
20035547,27%29,09%16,36%7,27%
20045158,82%19,61%11,76%9,80%
Safety Assessment Foreign Aircraft: bevindingen op basis van veiligheidsinspecties specifiek gericht op buitenlandse bezoekende maatschappijen
Jaaraantal inspectiesPercentage inspecties met bevindingen
geen bevindingenCategorie 1Categorie 2Categorie 3
200315428,6%37,7%16,9%16,9%
200417918,4%21,8%35,2%24,6%

Bron: Jaarbericht Inspectie VenW 2004

De bevindingen zijn in te delen in vier categorieën:

0. geen bevindingen

1. kleine opmerkingen

2. grotere opmerkingen; maatschappij en nationale autoriteit worden ingelicht

3. het vliegtuig wordt voor kortere of langere tijd aan de grond gehouden

Safety Assessment General Aviation: bevindingen op basis van veiligheidsinspecties specifiek gericht op de privé- en zakenluchtvaart.
Jaaraantal inspectiesGeen bijzonderhedenAanbeveling aan gezagvoerderInfo aan eigenaarVliegen met restrictieCorrectie voor vertrek
20037149,3%46,5%5,6%2,8%2,8%
20044454,6%38,6%11,4%2,3%4,6%

Bron: Jaarbericht Inspectie VenW 2004

Luchtvaarttechnische bedrijven:

Outputindicatoren Luchtvaarttechnische bedrijven2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)2 9724 1404 4363 6173 2983 3033 308
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)930800865895905915925
Nalevingindicatoren Luchtvaarttechnische bedrijven199920002001200220032004
Niveau 1 bevindingen232963430
Niveau 2 bevindingen1 0358509851 0061 2701 095
Niveau 3 bevindingen220184142184236158

Bron: Jaarbericht 2004

Bij de inspecties bij erkende luchtvaarttechnische bedrijven worden drie niveaus van bevindingen onderscheiden.

1. indien bevindingen niet onmiddellijk worden opgelost, wordt het werk stilgelegd.

2. bevindingen moeten binnen drie maanden worden opgelost.

3. bevindingen zijn verzoeken om nadere informatie. Er geldt geen termijn.

Voor meer detailinformatie over de prestaties, basiswaarden en streefwaarden in de domeinen Lucht, wordt verwezen naar het Jaarwerkplan 2006 van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Verwijzingen beleidsstukken

– Jaarwerkplan Inspectie Verkeer en Waterstaat 2006

– Jaarbericht Inspectie Verkeer en Waterstaat 2004, Kamerstuk 2004–2005, 30 100, nr. 1

– Handhavingrapportage Schiphol 2004, Kamerstuk, Niet-dossierstuk 2004–2005, vw05000064) EU-Richtlijnen Single European Sky: 549, 550, 551, 552/2004

38.03 Het bewaken en bevorderen van een veilig en duurzaam gebruik van water voor het transport van personen en goederen

Motivering

De Inspectie Verkeer en Waterstaat houdt daartoe toezicht op de naleving van wet- en regelgeving, in de volgende domeinen van toezicht:

Koopvaardij/Binnenvaart/Visserij: om het risico op het optreden van ongevallen en incidenten te verkleinen, met het oog op de gevolgen daarvan voor bemanning, bewoners langs de vaarweg, het milieu en de economie. Daarnaast: om een kwalitatief hoogwaardige en veilige koopvaardij-, binnenvaart en visserijsector tot stand te brengen.

Waterbeheer: om voldoende schoon water in Nederland te waarborgen, met het oog op het belang daarvan voor mens, dier en milieu. Daarnaast: om wateroverlast maar ook watertekort te voorkomen, gezien het veranderende klimaat.

Producten

In de domeinen Water wordt de naleving van wet- en regelgeving bewaakt en bevorderd door de inzet van de drie toezichtinstrumenten Toelating/continuering; Inspecties en Kennis, Advies en Berichtgeving.

Activiteiten

Koopvaardij

– minimaal 25% van de buitenlandse schepen die Nederlandse havens aandoen, inspecteren, op grond van het Paris Memorandum on Port State Control;

– ten minste 95% van een specifieke groep schepen (oudere tankers, vrachtschepen en passagiersschepen) uitgebreid inspecteren, conform de EU-richtlijn 2001/106. Nederlandse schepen worden (ook) door buitenlandse autoriteiten bij de havenstaatcontrole geïnspecteerd;

– de overdracht van uitvoerende taken aan marktpartijen (de klassebureaus), waar de Inspectie toezicht op houdt, afronden. Doel: de primaire verantwoordelijkheid beleggen bij burgers en bedrijven, opdat de Inspectie zich toe kan leggen op de handhavingstaken en het systeemgerichte toezicht;

– de afspraak met de vereniging van de Nederlandse Reders om te komen tot kwaliteitsverbetering inzake de dienstverlening en het beter toegankelijk maken van de regelgeving, verder invulling en uitvoering geven.

Binnenvaart

– een nieuw toezichtarrangement vormgeven en implementeren, in samenwerking met de relevante beleid- en handhavingpartners, waarbij wordt aangehaakt op de herziening van de wet- en regelgeving in het kader van Beter Geregeld en mogelijkheden om taken uit te besteden aan de markt.

Visserij

– na de inwerkingtreding van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 komt het Certificaat van Overeenstemming in de plaats van het Certificaat van Deugdelijkheid voor visserschepen groter dan 24 meter. Gedurende de geldigheidsperiode van vijf jaar vinden verplichte periodieke inspecties plaats; aan het eind van de periode vindt een zwaardere inspectie plaats, op basis waarvan een nieuw certificaat wordt afgegeven.

Waterbeheer

– toezicht houden opr de uitvoering van de waterwetten van VenW;

– regelgeving en beleid door provincies verder ontwikkelen, mede door middel van pilots. Vooruitlopend daarop worden reeds werkzaamheden uitgevoerd bij de provincies op het gebied van de vijfjaarlijkse veiligheidstoetsing in het kader van de Wet op de Waterkeringen.

Doelgroepen

Rederijen, bemanning, classificatiebureaus, erkende deskundigenorganisaties, afzenders en geadresseerden van goederen en gevaarlijke stoffen, Rijkswaterstaat, Waterschappen en Provincies.

Prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden

Koopvaardij

Outputindicatoren koopvaardij2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)16 79717 7309 87011 8709 8709 8709 870
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)8 1675 0765 2265 2265 1265 1265 126

Prestatie-indicatoren, basiswaarden en streefwaarden

Naleving door Nederlandse reders*20022003200420052006
Percentage aanhoudingen/inspecties3,8%2,2%2,82%<3%<3%
Positie Nederlandse vloot op internationale ranglijst (white list)767<10<10

* Gegevens zijn gebaseerd op inspecties aan boord van schepen onder Nederlandse vlag door buitenlandse autoriteiten i.k.v. Paris Memorandum of Understanding on Port State Control. Bron: Paris-MOU.

Naleving door buitenlandse reders*20022003200420052006
Percentage inspecties t.o.v. aantal buitenlandse schepen24%23%26%25%25%
Percentage inspecties t.o.v. aantal buitenlandse schepen in risicocategorie92%97%95%95%
Percentage aanhoudingen/inspecties6,7%6,3%5,9%<6%<6%

* Gegevens zijn gebaseerd op inspecties aan boord van buitenlandse schepen door de Inspectie VenW i.k.v. Paris Memorandum of Understanding on Port State Control. Bron: Paris MOU.

Naleving gevaarlijke stoffenwetgeving

In 2004 heeft de Inspectie 2 034 opslaginspecties gedaan, waarvan 1 653 bij containerterminals en 381 bij ro/ro-bedrijven. Het overtredingpercentage ten aanzien van gevaarlijke stoffenwetgeving bedroeg circa 23% bij de stuwadoors en circa 22% bij de ro/ro-terminals.

Aantal aan de Inspectie VenW gemelde ongevallen met of aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen

kst-30300-XII-2-19.gif

Bron: Jaarbericht Inspectie VenW 2004

Binnenvaart:

Outputindicatoren Binnenvaart2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)4 1274 0504 0604 0504 2504 2504 250
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)6 0736 4106 4106 4106 4106 4106 410

Naleving wet- en regelgeving

In 2004 is aan boord van 1 267 binnenschepen een integrale inspectie uitgevoerd. In 421 gevallen werden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het gemiddelde overtredingpercentage bedroeg circa 25% ten aanzien van gevaarlijke stoffen wetgeving en circa 14% ten aanzien van de overige wettelijke voorschriften.

Visserij:

Outputindicatoren Visserij2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)1 6271 7001 8002 3001 6501 6501 650
Inspecties (aantal uitgevoerde inspecties)2 4722 4002 4002 4002 4002 4002 400

Bij de Inspectie VenW geregistreerde ongevallen met of aan boord van Nederlandse vissersvaartuigen

kst-30300-XII-2-20.gif

Bron: Jaarbericht Inspectie VenW 2004

Waterbeheer:

Outputindicatoren Waterbeheer2004200520062007200820092010
Toelating/continuering (aantal vergunningen)90858075757575
Inspecties (aantal inspecties)561515151515
Percentage jaarplan gebaseerd op risicoanalyse70%70%70%70%70%70%70%
Uitvoering conform jaarplan90%90%90%90%90%90%90%
Overtredingen van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo)20032004
Aantal vigerende vergunningen Wvo (door RWS afgegeven)2 7012 578
Aantal controles door RWS7 9477 663
Aantal overtredingen door derden (burgers en bedrijven)1 0171 123
Overtredingen op het terrein van activiteiten «eigen dienst» van RWS20032004
Aantal aan RWS afgegeven beschikkingen «eigen dienst»5780
Aantal overtredingen door RWS4022

Voor meer detailinformatie over de prestaties, basiswaarden en streefwaarden in de domeinen Water, wordt verwezen naar het Jaarwerkplan 2006 van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Verwijzingen beleidsstukken

– Jaarwerkplan Inspectie Verkeer en Waterstaat 2006

– Jaarbericht Inspectie Verkeer en Waterstaat 2004, Kamerstuk 2004–2005, 30 100, nr. 1

– Annual Report Paris Memorandum on Port State Control 2004 (zie www.parismou.org)

38.04 Algemene Strategie en Toezicht beleidsvorming

Motivering

• Om flexibel en gezaghebbend in te kunnen spelen op veranderende wensen van politiek en maatschappij.

• Om antwoord te geven de uitdagingen voor het toezicht zoals geformuleerd in het Hoofdlijnenakkoord, het Actieprogramma Andere Overheid en de Kaderstellende Kabinetsvisie op toezicht.

• Om nieuwe toezichtmethoden, -instrumenten en sanctioneringmogelijkheden te ontwikkelen.

Producten/Activiteiten

Toezicht in Beweging

Een heroriëntatie op de taak en plaats van het toezicht in de maatschappij is noodzakelijk. Met het programma Toezicht in Beweging geeft de Inspectie VenW concreet invulling aan de modernisering van het toezicht. De speerpunten daarbij zijn onder andere: aanpakken van de bureaucratie en reductie van administratieve lasten, stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven, professionaliseren van handhaving door middel van risicoanalyses en nalevingmeting, verder verbeteren van de samenwerking met andere toezichthouders en herinrichten van inspecties en vergunningverlening door middel van digitalisering. Aan de hand van die speerpunten en in overleg met externe stakeholders en collega-toezichthouders, wordt het toezichtarrangement per domein herzien en wordt de organisatie daarvan effectiever en efficiënter ingericht.

Digitale Tachograaf

Nieuwe vrachtwagens en bussen moeten uiterlijk 1 januari 2006 zijn voorzien van een digitale tachograaf. Het doel is om binnen Europa te zorgen voor meer veiligheid op de weg, eerlijke concurrentie tussen vervoerders en gezonde arbeidsomstandigheden, alsmede voor harmonisatie van de handhaving. In Nederland werkt de Inspectie VenW aan de invoering van de digitale tachograaf, samen met de RDW en in overleg met brancheorganisaties. Zij ziet toe op de (in)bouw van de digitale tachograaf en geeft de bijbehorende smartcards uit.

Bestuurlijke Boete

Om de effectiviteit van het toezicht en de handhaving te verbeteren, om het strafrechtelijke sanctiesysteem te ontlasten en om een doelmatigheidsslag op langere termijn te maken, is de bestuursrechtelijke handhaving geïntroduceerd in de Arbeidstijdenwet. De Inspectie VenW is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer (ATB-V). In dat kader worden inspecties uitgevoerd in het beroepsgoederenvervoer, in (delen van) het busvervoer en in het taxivervoer. Wanneer een overtreding wordt geconstateerd, kan worden overgegaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Het is voorstelbaar dat het instrument Bestuurlijke Boete ook in andere wetgeving zal worden geïntroduceerd.

Financiële Stimulering Binnenvaart

Om de capaciteit van de binnenvaartsector beter af te stemmen op de vraag ernaar, is door de Europese Unie onder andere een door de EU beheerd fonds gevormd, dat werd gevoed door verplicht te betalen bijdragen van de branche, dan wel door het aan de markt onttrekken van een overeenkomstige hoeveelheid ladingcapaciteit. De EU heeft de mogelijkheid de ingebrachte fondsen vanaf 2003 weer ter beschikking te stellen aan de branche. Er is door de binnenvaartbranche vooralsnog geen zodanig voorstel bij de EU ingebracht dat daarover al bij unanimiteit kon worden beslist.

E-Government

Onderdeel van de modernisering en efficiëntere inrichting van het toezicht is het streven naar digitalisering van het toezicht. In het kader van het E-government programma werkt de Inspectie VenW aan het digitaliseren van het afgeven van vergunningen en certificaten, aan het waar mogelijk digitaliseren van het handhaven en aan het opzetten van een digitale kennisbank, met behulp waarvan relevante regelgeving voor burgers en bedrijven beter toegankelijk worden gemaakt. Doel is in de periode 2005–2007 65% van de dienstverlening (vergunningverlening) via de elektronische snelweg te realiseren en de administratieve lasten voor het bedrijfsleven in de periode tot en met 2007 met 25% te reduceren.

Verwijzingen beleidsstukken

– Nota Toezicht in Beweging, te vinden op www.ivw.nl

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Evaluatie-onderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Toezichtarrangementen Taxivervoer, Busvervoer, Goederenvervoer, Tram/Metro, Luchtruim, Schiphol, Luchtvaarttechnische bedrijven, Luchtvaartoperationele bedrijven, Binnenvaart, Visserij, Waterbeheer. A: 2004B: 20062004–2006Doorlichting en herziening volgens de uitgangspunten van de nota Toezicht in Beweging (te vinden op www.ivw.nl).Ex-post

5. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

39 Bijdragen IF en BDU

Op dit artikel worden de bijdragen aan het Infrastructuurfonds en de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer verantwoord.

Omschrijving

Om het beleid uit te kunnen voeren op het Infrastructuurfonds en binnen de kaders van de wet BDU Verkeer en Vervoer (dergelijke brede doeluitkeringen zijn niet zinvol toe te rekenen aan de beleidsartikelen).

Bijdrage

VenW levert, door middel van een beschikking BDU, een financiële bijdrage aan de regionale en lokale overheden.

De voeding van het Infrastructuurfonds loopt voor het grootste gedeelte via deze VenW begroting.

Verantwoordelijkheid

De Minister is deels beleids- en deels systeemverantwoordelijk voor de gelden die lopen via het Infrastructuurfonds en zij is systeemverantwoordelijk voor de bijdrage aan de BDU.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
39. Bijdragen aan IF en BDU2004200520062007200820092010
Verplichtingen4 242 0206 834 0346 272 5556 308 9326 231 1726 350 0826 559 285
Uitgaven4 243 4935 500 7786 214 8076 179 5566 207 3796 350 0826 559 285
39.01 Bijdrage aan IF4 243 4934 031 1204 745 4544 553 0804 560 8544 666 6614 762 777
39.02 Bijdrage aan de BDU 1 469 6581 469 3531 626 4761 646 5251 683 4211 796 508

39.01 Bijdrage aan IF

Motivering

Om de in de infrastructuuragenda genoemde uitvoeringsprioriteiten ten behoeve van de bijdrage aan het Infrastructuurfonds te kunnen uitvoeren, waarbij zo veel mogelijk de samenhang met de beleidsdoelstellingen in de begroting van VenW is aangegeven.

Producten

De bijdragen/producten zijn in de begroting van het Infrastructuurfonds zichtbaar.

39.02 Bijdrage aan de BDU

Motivering

Om het mogelijk te maken dat er op decentraal niveau maatwerkoplossingen kunnen worden gemaakt voor verkeers- en vervoervraagstukken.

Producten

Het verstrekken van een beschikking BDU.

Doelgroepen

De provincies en de kaderwetgebieden.

Overzicht beleidsevaluaties

De in artikel 34 in de programmering opgenomen beleidsevaluatie BDU Verkeer en vervoer is gericht op de werking van de wet, dus de effecten van de bundeling van de budgetten en op de invoering van de nieuwe verdeelsleutel die in de komende jaren zal worden ontwikkeld.

40 Nominaal en onvoorzien

40.01 Algemene beleidsdoelstelling

Niet van toepassing op dit artikel.

40.02 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel begrotingsuitgaven artikel 40

Overzicht van budgettaire gevolgen (x € 1 000)
40. Nominaal en onvoorzien2004200520062007200820092010
Verplichtingen 17 8339842 2532 9745714 786
Uitgaven 17 8339842 2532 9745714 786

40.03 Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Niet van toepassing op dit artikel.

40.04 Overzicht beleidsanalyse en onderzoek

Niet van toepassing op dit artikel.

41 Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat

De strategische en uitvoerende besturing- en bedrijfsvoering taken en de ondersteunende diensten continue verbeteren.

Omschrijving

Om op centraal niveau de ambtelijke en politieke leiding te adviseren en te ondersteunen bij de besturing van het departement en om de Directoraten-Generaal te ondersteunen en te adviseren bij de voorbereiding en uitvoering van het beleid.

Om (interne) klanten binnen het verzorgingsgebied op een efficiënte en optimale wijze de basisfaciliteiten te bieden van de uitvoering van de bedrijfsvoering.

Bijdrage

VenW zorgt voor een doelmatige en efficiënte sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen van het departement.

Verantwoordelijkheid

De Minister van VenW is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van het departement.

Succesfactoren

De mate waarin het departement effectief en efficiënt functioneert hangt onder andere af van rijksbrede (organisatie)ontwikkelingen, zoals bijv. shared service concepten en gezamenlijke uitvoerings- en inkooptrajecten.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen (x € 1 000)
41. Ondersteuning functioneren VenW2004200520062007200820092010
Verplichtingen238 805212 108194 390197 756191 914199 939198 851
Uitgaven237 931232 240201 612201 634195 311200 730198 851
41.01   Centrale diensten140 064132 282116 767124 105118 183124 380122 508
41.01.01 Interne en externe communicatie VenW10 37610 0839 3769 1679 1689 1689 169
41.01.02 Bedrijfsvoering VenW44 89634 23829 51029 17529 14129 14229 144
41.01.03 Ondersteuning ambtelijke en politieke leiding5 4566 9806 5856 7756 7766 7766 777
41.01.04 Internationaal beleid VenW3 1043 5393 4723 4183 4193 4193 419
41.01.05 Wetgeving en bestuurlijk-juridische advisering7 5488 5038 4378 1138 1148 1148 115
41.01.06 Financial en operational auditing5 6736 3916 4026 4036 4036 4046 404
41.01.07 Externe oriëntatie en inspraak3 7634 7334 1124 1114 1114 1114 111
41.01.08 HGIS-gelden1 9502 2052 2052 2052 2052 2052 205
41.01.09 Uitgaven tbv algemeen departement en Bijdragen derden57 29855 61046 66854 73848 84655 04153 164
41.02   Shared Service Organisatie74 64677 07663 33954 81654 38453 60853 606
41.02.01 ICT-dienstverlening5 9695 1955 6215 6035 5965 5925 590
41.02.02 Facilitaire dienstverlening46 43246 59435 60830 69032 46332 45332 453
41.02.03 Personele dienstverlening9 83611 7709 3428 9987 8877 1257 125
41.02.04 Financiële dienstverlening3 5663 0212 7362 7362 7362 7362 736
41.02.05 Advies, Innovatie en ontwikkeling8 84310 49610 0326 7895 7025 7025 702
41.03   Alg. uitgaven dep.onderd. 22 88223 22121 50622 71322 74422 74222 737 
41.03.01 Regeringsvliegtuig SSO4 3303 8053 8054 6274 6274 6274 627
41.03.02 Personeel en materieel DGP5 5506 7196 2346 3916 4026 4016 399
41.03.03 Personeel en materieel DGTL10 7458 8637 9828 1478 1638 1628 159
41.03.04 Personeel en materieel DGW2 5963 4953 4853 5483 5523 5523 552
Van totale uitgaven:       
–Apparaatsuitgaven 178 823155 872160 177153 799159 218157 339
–Agentschapsbijdrage 787742762760765762
–Restant 52 63044 99840 69540 75240 74740 750
–waarvan op 1 januari 2006 juridisch verplicht 90%90%85%80%75%75%
41.09 Ontvangsten6 80212 23314 35914 11314 96312 0433 093

41.01 Centrale Diensten

Motivering

Om te zorgen voor een verbetering van de departementale effectiviteit middels een kwalitatief-hoogwaardige ondersteuning en advisering op de gebieden van: Communicatie, Financiën, Personeel, Organisatie en Informatie, Strategie, Politiek-Bestuurlijk, Juridisch, Internationaal, Audit en Control.

Producten/Activiteiten

Interne en externe communicatie VenW

Het voeren van een effectieve en strategische communicatie op de beleidsprioriteiten en de grote projecten van VenW, en het versterken en op elkaar af te stemmen van de identiteit en imago van VenW

– voor de externe communicatie, de brede campagnes zoals «van A naar Beter», «Nederland leeft met water», «Arbeidsmarktcommunicatie» en «Daar kun je mee thuiskomen»;

– voor de interne communicatie, intern strategisch communicatie-advies en omgevingsinformatie en kennis t.b.v. de beleidsontwikkeling.

Bedrijfsvoering VenW

Het realiseren van een integrale concernbrede focus op de gebieden Financiën, Personeel, Informatie en Organisatie.

– het ontwikkelen van bedrijfsvoeringsbeleid en -kaders;

– het integraal adviseren aan management hierover;

– het doen van beleidscontrol;

– control op bedrijfsvoering;

– het houden van evaluaties over de werking en effectiviteit van het concern;

– VenW-brede investeringen en uitgaven van Generieke IT ten behoeve van het departement.

Ondersteuning ambtelijke en politieke leiding

Het ondersteunen van de ambtelijke en politieke leiding.

– intern adviseren door het verbinden van de beleidsprioriteiten met externe politiek-bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen;

– verbinden van de politieke prioriteiten met de departementale producten en processen;

– verbinden van VenW processen met politiek-bestuurlijk en interdepartementale processen;

– tijdig onderkennen van nieuwe strategische vragen;

– zorgdragen voor het logistieke proces, de protocollaire ondersteuning en de directe ondersteuning van de politieke en ambtelijke top.

Internationaal beleid VenW

Het versterken van de samenhang en effectiviteit in het internationale werk en optreden van VenW.

– advisering en ondersteuning politieke en ambtelijke top internationaal;

– opstellen en monitoren internationale beleidsprioriteiten;

– uitvoeren van verkenningen, beleidsontwikkeling en kaderstelling op internationaal terrein;

– vertegenwoordiging in internationale netwerken.

Wetgeving en bestuurlijk-juridisch advisering

Het waarborgen van duurzame en toonaangevende wetgeving en bestuurlijk-juridische advisering die rechtmatig, doelmatig en doeltreffend is.

– het bevorderen van de bestuurlijk-juridische kwaliteit van beslissingen op het beleidsterrein van VenW en het tijdig tot stand brengen van toegesneden bestuurlijk-juridisch instrumentarium;

– het bevorderen van de kwaliteit van de juridische professie en professionals binnen de directie Juridische Zaken en de gehele juridische functie van VenW.

Financial en operational auditing

Het geven van «assurance» en het adviseren op sturingsen beheersingsvraagstukken van de primaire en ondersteunende processen van VenW.

– het verrichten van onderzoeken naar bedrijfsvoering en beleidsvoering;

– het afgeven van accountantsverklaringen.

Externe oriëntatie en inspraak

Het ondersteunen van de externe oriëntatie en inspraak van beleid van VenW. Hieronder vallen de bijdragen aan het apparaat van de volgende advies- en overlegorganen: Nationale Havenraad, Raad voor Verkeer en Waterstaat, Overlegorganen Verkeer en Waterstaat, Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat en Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer.

HGIS gelden

De uitgaven betreffen personele en materiële kosten van verkeersattaché's op een zestal posten in het buitenland. Deze uitgaven worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd

Uitgaven t.b.v. algemeen departement en bijdragen derden

Dit betreft het VenW-deel van rijksbrede uitgaven aan volgende instellingen en organisaties.

• het Koninklijk Huis;

• het Nederland Antarctisch programma, betreft onderzoek naar het (mogelijk) afsmelten van de ijskap en naar de ozonproblematiek;

• de organisatie van de Conferentie van Europese Transportministers (CEMT);

• uitkeringsuitgaven voor VenW post-actieven en wachtgelders bij het UWV en ABP;

• apparaatsuitgaven van de uitvoeringsorganisaties UWV en ABP;

• uitgaven voor Sociaal flankerend beleid van VenW.

Doelgroepen

De VenW organisatie en haar medewerkers en met betrekking tot een deel van de activiteiten, burgers en bij VenW betrokken organisaties.

41.02 Shared Service Organisatie

Motivering

Om (interne) klanten binnen het verzorgingsgebied op een efficiënte en optimale wijze de basisfaciliteiten te bieden van de uitvoering van de bedrijfsvoering.

Producten/Activiteiten

De taken van de SSO hebben een structureel en ondersteunend karakter.

ICT-dienstverlening

Verzorgen van de ICT-dienstverlening, waaronder het faciliteren van een ICT werkplek inclusief het beheer- en onderhoud van de hard- en software;

Facilitaire dienstverlening

Beheer- en onderhoud van de hard- en software; het uitvoeren van facilitaire zaken, waaronder de zorg en exploitatie van de huisvesting en de facilitaire advisering;

Personele dienstverlening

Bestuursneutrale taken op personeel gebied, waaronder beheer- en adviestaken, alsmede het verlenen van specialistische diensten op personeel gebied;

Financiële dienstverlening

Bestuursneutrale taken op financieel gebied, waaronder het verzorgen van de financiële administratie, bedrijfsvoering en contractzaken alsmede de informatievoorziening;

Advies, innovatie en ontwikkelingen

Bestuursneutrale taken voor projecten en taken die veelal gericht zijn op productontwikkeling of de interne bedrijfsvoering van de SSO teneinde de dienstverlening van de SSO aan haar klanten te vernieuwen of te verbeteren;

Doelgroepen

De organisatie en de medewerkers van het departement binnen haar verzorgingsgebied.

Prestatie-indicatoren

Huisvestingsuitgaven bestuurskern (in € x 1 000)
 2004200520062007200820092010
Huisvestingsuitgaven Bestuurskern*35 77735 77735 77735 77735 77735 01535 015

* Onder de huisvestingsuitgaven bestuurskern worden de huurgelden, exploitatie- en inrichtingskosten alsmede de infrastructurele voorzieningen gerekend van centrale diensten, Beleids DG's, IVW en Staf DG-RWS.

41.03 Algemene uitgaven ten behoeve van het departement of derden

Motivering

Hier worden de apparaatsuitgaven van de Bestuurskern verantwoord die niet toe te rekenen zijn aan beleidsdoelstellingen.

Producten/Activiteiten

Deze uitgaven hebben voornamelijk betrekking op de uitgaven verbonden aan de stafondersteuning van de DG Personenvervoer, DG Transport en Luchtvaart en DG Water. Verder worden hier de uitgaven verantwoord van het onderhoud en de exploitatie van het regeringsvliegtuig.

Overzicht beleidsanalyse en onderzoek
EvaluatieonderwerpA. StartdatumB. EinddatumEvaluatie-periodeDoel evaluatieType evaluatie
Nederland leeft met WaterContinuevoor, tijdens (tracking methodiek) en na campagne per doelgroepEffectmeting campagne op de doelgroep.Ex-ante/Ex-post
Van A naar BeterGestopt in 2003Vanaf 1 april 2004 gecontinueerdvoor, tijdens (tracking methodiek) en na campagne per doelgroepEffectmeting campagne op de doelgroep.Ex-ante/Ex-post
ArbeidsmarktcommunicatieGestopt in 2003Vanaf 1 jan 2004 gecontinueerdvoor, tijdens (tracking methodiek) en na campagne per doelgroepEffectmeting campagne op de doelgroep.Ex-ante/Ex-post

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

De «Veranderopgave VenW» is de invulling van VenW van het Hoofdlijnenakkoord Balkenende II en het Actieprogramma Andere Overheid. Deze veranderopgave heeft tot doel het versterken van de externe oriëntatie en professionalisering van de organisatie en werkwijze gericht op de transformatie naar een departement van algemeen bestuur. Een drietal verbindingen staat daarbij centraal: die tussen VenW en de maatschappij, tussen VenW en de politieke omgeving en binnen VenW tussen de beleids-, uitvoerings- en inspectietaken. Hierin past bijvoorbeeld de omvorming van Rijkswaterstaat (RWS) naar een dienst met een baten-lastenstelsel.

In het kader van het rijksbrede programma Andere Overheid zal VenW het komende jaar blijven inzetten op een betere dienstverlening (onder andere door e-government), op een reductie van administratieve lasten en regels (middels het VenW-programma «Beter Geregeld») en op een effectievere en slagvaardiger overheid. De uitkomsten van de departementale takenanalyse bieden voor het laatste een aantal handvatten. De komende twee à drie jaar zijn «doe-jaren» waarin VenW, samen met marktpartijen, decentrale overheden, burgers en politiek zal zoeken naar een rol die past in de nieuwe verhoudingen na decentralisatie en uitbesteding van taken. Tot slot zal de samenwerking met andere ministeries worden versterkt.

De veranderopgave leidt tot verbetering van de sturing en beheersing van de bedrijfsvoering op een meer vereenvoudigde, pragmatische en effectieve wijze door stroomlijning van de bedrijfsprocessen. Dit wordt ondersteund door de invoering van een nieuw geautomatiseerd financieel bedrijfsvoeringsysteem voor het gehele ministerie per 1 januari 2006 – waarvoor reeds in 2005 wordt proefgedraaid – en het verder bundelen van stafondersteuning en bestuursneutrale ondersteunende processen. De veranderopgave is ook aanleiding geweest om de begrotingsstructuur te herzien. De nieuwe artikelindeling moet vooral bijdragen aan meer aangrijpingspunten voor politieke sturing en meer focus bij de dialoog met het parlement.

De instelling van de baten-lastendienst RWS wordt voorzien per 1 januari 2006. Deze beoogt de sturing tussen beleids-DG's en RWS verder te verbeteren door jaarlijkse afspraken te maken over producten en prestaties. Hierbij worden drie sturingswijzen gehanteerd: projectsturing voor de aanlegprojecten conform de spelregelkaders MIT en SNIP, prestatiesturing door middel van Service Level Agreements voor het beheer en onderhoud van de netwerken en capaciteitsturing voor kennis en expertise. Tevens zijn acties ingezet die moeten leiden tot vereenvoudiging en uniformering van de bedrijfsvoering. Dit tegelijkertijd met de ontwikkeling naar een publieksgerichte dienstverlener en het beter zichtbaar kunnen maken van doelmatig werken door de koppeling tussen de hoeveelheid en kwaliteit van de producten en de daarmee samenhangende kosten.

Naar aanleiding van het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI) is in het kabinetsstandpunt aan de Tweede Kamer medegedeeld dat er na de zomer 2005 een nota zal worden verstuurd waarin nadere maatregelen worden aangekondigd ter verbetering van de beheersing van grote projecten. Doel is te komen tot een zelfde wijze van risicomanagement voor projecten in de besluitvormingsfase als nu bij projecten in uitvoering wordt gehanteerd. In directe relatie met de TCI staat de voorgenomen oprichting van een zogenoemd centre of excellence. Deze organisatie zal zich richten op kennismanagement, HRM-management en op de verdere standaardisering en uniformering van werkprocessen bij grote projecten.

De Inspectie Verkeer en Waterstaat (Inspectie VenW) staat de komende jaren voor belangrijke veranderingen. De kern is dat de Inspectie VenW voor de uitdaging staat toe te groeien naar een moderne inspectieorganisatie met meer kwaliteit, meer synergie en minder mensen. Er is sprake van veranderingen in de structuur en de cultuur van de Inspectie VenW. Twee belangrijke ontwikkelingen zijn een grootscheepse reorganisatie, waarbij een centrale directie Bedrijfsvoering een dominante plaats krijgt in de organisatie, en het streven om per 1 januari 2007 de status van baten-lastendienst te verkrijgen. Deze ontwikkelingen vormen kansen voor de organisatie om haar bedrijfsvoering naar een kwalitatief hoogwaardiger niveau te brengen.

Een interdepartementaal traject is gestart rondom de vermindering van inhuur van externen. VenW volgt deze interdepartementale lijn, waarbij gestreefd zal worden naar een meer dan tot nu toe selectieve inzet van externen.

In onderstaande tabel wordt de personele reductie voor VenW zichtbaar gemaakt. De tabel geeft de reductie weer, inclusief taakstellingen Balkenende I/II, die in 2007 geëffectueerd moet zijn. Het gaat hier om de personele reductie zoals in het actieprogramma van de «Veranderopgave VenW» is opgenomen.

Volume ambtelijk Personeel in FTE's
 2004200520062007200820092010
Geraamde begrotingssterkte ministerie van Verkeer en Waterstaat (fte)12 60212 00011 62111 62111 62111 62111 621

7. BATEN-LASTENDIENSTEN

Rijkswaterstaat

Introductie

De minister van Verkeer en Waterstaat heeft aan de Tweede Kamer het voornemen gemeld om het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat per 1 januari 2006 baten-lastendienst te laten worden. Ook als baten-lastendienst blijft Rijkswaterstaat integraal onderdeel uitmaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De missie van Rijkswaterstaat is het zorgen voor:

– droge voeten;

– voldoende en schoon water;

– vlot en veilig verkeer over water en weg;

– bruikbare en betrouwbare informatie.

Het ministerie kent een scheiding tussen beleid, toezicht en uitvoering. Rijkswaterstaat fungeert hierbij als uitvoeringsorganisatie van het ministerie. Het formuleren van beleid is belegd bij de beleids Directoraten-generaal. Dit betekent dat de doelstellingen van de baten-lastendienst afhankelijk zijn van de (lange termijn) beleidsdoelen en kaders welke door Verkeer en Waterstaat worden aangegeven. Deze beleidsdoelen zijn geformuleerd in de beleidsartikelen van de begroting van Hoofdstuk XII.

Producten en diensten

Rijkswaterstaat treedt op als manager van het gebruik van een aantal hoofdinfrastructuur-netwerken (hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdwatersystemen), als beheerder van die netwerken, als realiseerder van uitbreidingen van deze netwerken en als adviseur voor het ten aanzien hiervan te voeren beleid. Rijkswaterstaat voert deze taken uit vanuit een netwerkbenadering. Belangrijkste producten zijn:

Verkeersmanagement:

het inzetten van instrumenten en hulpmiddelen om vraag en aanbod op elk moment zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen en om het verkeersaanbod zo goed mogelijk te af te wikkelen. Het betreft vooral bediening van instrumenten, verstrekken van route-informatie en incident-management.

Watermanagement:

reguleren van de hoeveelheden water in het hoofdwatersysteem en van de kwaliteit daarvan, door het hanteren van de te onderscheiden categorieën «vasthouden/bergen/afvoeren» en «schoonhouden/scheiden/zuiveren».

Beheer, onderhoud en ontwikkeling:

instandhouding van objecten en areaal op een vooruitstrevende, toekomstgerichte manier, gericht op het ook in technische zin steeds verder ontwikkelen van het netwerk of systeem. Dit product voegt dus kwaliteit toe aan het netwerk. Omvat ook investeringen (verbeteringswerken, vervanging van objecten of kunstwerken).

Aanleg:

dit betreft investeringen om de functionaliteit van het netwerk te vergroten. Nieuwe verbindingen of verbreding van bestaande. Sleutelwoord: capaciteitsvergroting.

Beleidsondersteuning en -advisering:

het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsnota's en de uitvoerbaarheid van beleid.

Leveren van kennis en expertise:

ten behoeve van beleidsondersteuning en -advisering, grote (aanleg)projecten en aansturing projecten en uitvoeringsorganisaties, het verstrekken van subsidies en basisinformatie.

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2006 Rijkswaterstaat
Staat van baten en lasten (x € 1 000)20062007200820092010
Baten     
1. Opbrengsten1 953 4961 902 9531 963 0331 919 6242 000 420
1a.Opbrengst moederdepartement1 873 2711 822 6381 882 7921 838 1 201 918 916
1b.Opbrengst overige departementen00000
1c.Opbrengst derden80 22580 31580 24181 50481 504
      
2.Rentebaten800800800800800
      
3.Buitengewone baten5 0005 0005 0005 0005 000
      
4.Exploitatiebijdrage00000
      
Totaal baten1 959 2961 908 7531 968 8331 925 4242 006 220
      
Lasten     
6.Apparaatskosten974 796981 351926 374921 440917 029
6a.Personele kosten732 000729 000705 500705 500705 500
6b.Materiële kosten242 796252 351220 874215 940211 529
      
7.Onderhoud895 544834 907947 350908 095992 627
      
8.Rentelasten11 40012 51613 24513 07912 824
      
9.Afschrijvingskosten75 00677 42979 31480 26081 190
9a.Materiële vaste activa66 82669 08470 89671 93073 019
9b.Immateriële vaste activa8 1808 3458 4188 3308 171
      
10.Dotaties aan voorzieningen2 5502 5502 5502 5502 550
10a.Personele voorziening00000
10b.Materiële voorziening2 5502 5502 5502 5502 550
      
11.Buitengewone lasten00000
      
12.Totaal lasten1 959 2961 908 7531 968 8331 925 4242 006 220
Saldo van baten en lasten00000
Specificatie baten (x € 1 000)20062007200820092010
1. Opbrengsten1 953 4961 902 9531 963 0331 919 6242 000 420
Hoofdwatersystemen353 051309 097341 602344 413356 859
Hoofdwegennet1 212 1451 178 8381 156 4481 094 2721 151 054
Regionaal, lokale infrastructuur3 2443 0683 3733 3143 315
Hoofdvaarwegennet273 410337 528396 112397 434415 651
Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer10 22813 03421 84536 94833 482
Megaprojecten Verkeer en Vervoer59 29519 608575  
Kennis en expertise42 12341 77943 07843 24340 059

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement is een vergoeding voor:

• het beheer en onderhoud dat in opdracht van de beleidsdirecties van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt uitgevoerd in het kader van Hoofdwatersystemen, Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet (Infrafondsartikelen 11, 12 en 15). Afspraken met de opdrachtgever over de te leveren producten en diensten, tarieven en kwaliteitsniveaus worden jaarlijks vastgelegd in Service Level Agreements;

• de apparaatskosten van Rijkswaterstaat die verband houden met infrastructurele projecten (MIT/SNIP) en beheer en onderhoud van de Netwerken; en,

• het beschikbaar stellen van capaciteit in het kader van de kennis- en adviesfunctie.

Als gevolg van schommelingen in de beschikbaarheid van middelen voor beheer en onderhoud door de jaren heen, fluctueert de post opbrengsten van het moederdepartement.

Opbrengst derden

Opbrengsten derden hebben betrekking op vergoedingen van onder meer provincies, gemeenten en de Europese Unie in het kader van het beheer en onderhoud van de infrastructuur en de kennis- en adviesfunctie.

Rentebaten

Rentebaten hebben betrekking op vergoedingen over korte termijn deposito's die worden aangehouden door Rijkswaterstaat.

Buitengewone baten

De begrote buitengewone baten hebben betrekking op verwachte boekwinsten naar aanleiding van de verkoop van buiten gebruik gestelde materiële vaste activa.

Lasten

Het betreft lasten die betrekking hebben op het apparaat en de aanbesteding van het onderhoud. Deze kosten zijn onderverdeeld in de rubrieken personeel, materieel, onderhoud, rente en afschrijvingen.

Personele kosten

De specificatie van de personele kosten is als volgt te geven:

Specificatie personele kosten (x € 1 000)
 20062007200820092010
6a.Personele kosten732 000729 000705 500705 500705 500
6a1.Eigen personeelskosten657 000654 000630 500630 500630 500
6a2.Inhuur75 00075 00075 00075 00075 000
Specificatie fte's
 20062007200820092010
Aantal fte's10 95010 9009 7009 7009 700
Kosten per fte (x € 1 000)6060656565

De personele kosten hebben betrekking op:

• de salariskosten van personeel in dienst van Rijkswaterstaat;

• de kosten van inhuur van externen door Rijkswaterstaat (anders dan aanbesteding);

• de overige personeelskosten.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder andere vanwege:

• bureau-, voorlichtings- en huisvestingskosten;

• kosten voor onderhoud en exploitatie van bedrijfsmiddelen (niet zijnde infrastructuur);

• kosten voor huren en leasen van bedrijfsmiddelen (niet zijnde infrastructuur).

Onderhoud

De post onderhoud heeft betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door aannemers die werkzaamheden uitvoeren voor de instandhouding van de hoofdinfrastructuur (aanbesteding). Daarnaast zijn onder deze categorie kosten begrepen betreffende bijdragen van Rijkswaterstaat aan derden inzake beheer en onderhoud van de hoofdnetwerken.

De inzet van derden voor het uitvoeren van onderhoud fluctueert als gevolg van schommelingen in de beschikbaarheid van middelen voor het uitvoeren van beheer en onderhoud. (Zie ook de toelichting op opbrengsten moederdepartement.)

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit de financiering van de investeringen van Rijkswaterstaat via de leen- en depositofaciliteit van het Ministerie van Financiën. Het rentepercentage waar mee gerekend wordt, bedraagt 3,6%. Dit betreft het gewogen gemiddelde rentepercentage dat gebaseerd is op de looptijd van de te onderscheiden leningcomponenten (peildatum 1 april 2005).

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op de materiële en immateriële vaste activa die door Rijkswaterstaat worden aangehouden voor het in stand houden van het eigen apparaat. De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijn van de activa varieert afhankelijk van het type activa.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:

Categorie activaAfschrijvingstermijn in jaren
Immateriële vaste activa3
Materiële vaste activa0–40
•gronden0
•gebouwen40
•inventaris en installaties5–15
•voer-, vlieg- en vaartuigen5–25
•hardware3–5
•overige materiële vaste activa5–10
Indicatieve openingsbalans per 1 januari 2006 Rijkswaterstaat (x € 1 000)
Balans01.01 2006  01.01 2006
Activa  Passiva 
     
1. Vaste activa  4. Eigen vermogen 
1a. Immateriële vaste activa12 521 4a. Verplichte reserve3 472
1a1. Zelf ontwikkelde software3 472   
1a2. Software (licenties)9 049   
     
1b. Materiële vaste activa294 768 4c. Vrije reserve0
1b1. Gronden en gebouwen142 706  4c1. Exploitatiereserve0
1b2. Inventaris en installaties17 602  4c2. Vermogensontvangsten0
1b3. Voer-, vlieg- en vaartuigen89 491   
1b4. Hardware24 888 4d. Nog te verdelen resultaat0
1b5. Overige materiële vaste activa20 081   
   5. Voorzieningen43 425
1c. Vaste activa in aanbouw0   
   6. Langlopend vreemd vermogen 
1d. Financiële vaste activa44 6a. Leningen o/g0
1d1. Leningen u/g44 6b. Opgenomen leningen MinFin307 289
1d2. Termijndeposito's0   
     
2. Vlottende activa  7. Vlottende passiva 
2a. Onderhanden werk infrastructuur14 500 000 7a. Op te leveren projecten infrastructuur14 500 000
2b. Debiteuren32 980 7b. Crediteuren29 325
2c. Overige vorderingen en overlopende activa123 752 7c. Overige schulden en overlopende passiva80 559
2d. Reeds uitgevoerde werkzaamheden0 7d. Nog uit te voeren werkzaamheden0
2e. Liquide middelen5 7e. Liquide middelen0
3. Totaal activa14 964 070 8. Totaal passiva14 964 070

Toelichting

De indicatieve openingsbalans geeft een prognose van de stand van de balansposten per 1 januari 2006. De definitieve openingsbalans wordt begin 2006 opgesteld en zal worden voorzien van een accountantsverklaring door de Auditdienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze definitieve openingsbalans wordt opgenomen in de 1e suppletore begroting van 2006.

Waardering van activa en passiva

Voor de waardering van activa en passiva zijn de volgende grondslagen gehanteerd:

• De waardering van activa en passiva vindt plaats op basis van historische kosten. Vaste activa worden opgenomen tegen historische aanschafwaarde met aftrek van de lineair bepaalde afschrijvingen, die gebaseerd zijn op de economische levensduur. Vlottende activa (en passiva) worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, dan wel een lagere realisatiewaarde.

• De basis voor de indicatieve openingsbalans per 1 januari 2006 is een inventarisatie van activa en passiva met betrekking tot de BLS-activiteiten naar de stand per 31 december 2004. Om tot de indicatieve openingsbalans per 1 januari 2006 te komen is rekening gehouden met:

• het verwachte niveau van investeringen en afschrijvingen in 2005;

• het verwachte niveau van dotaties aan en onttrekkingen uit de voorzieningen per 1 januari 2006.

Toelichting op de onderscheiden posten van de openingsbalans

Immateriële vaste activa: de immateriële vaste activa bestaan voornamelijk uit aangeschafte licenties, zowel voor kantoorautomatisering als voor productie-applicaties (inclusief de door Rijkswaterstaat ontwikkelde software). Voor de zelf ontwikkelde software wordt een verplichte reserve als onderdeel van het eigen vermogen aangehouden.

Materiële vaste activa: de materiële vaste activa bestaan uit diverse categorieën, waarvan de bedrijfsterreinen en gebouwen en vaartuigen in financiële zin de grootste waarde vertegenwoordigen.

Financiële vaste activa: de financiële vaste activa bestaan uit 1 lening u/g. Deze lening loopt af in de komende jaren.

Onderhanden werk infrastructuur: de post Onderhanden werk infrastructuur betreft de per 01-01-2006 nog niet afgeronde MIT/SNIP-projecten die betrekking hebben op aanlegprojecten. Opgenomen zijn de totale uitgaven (aanbesteding) tot balansdatum. Niet opgenomen zijn dus de totaal gerealiseerde kosten voor de inzet van het eigen apparaat van Rijkswaterstaat.

Debiteuren: de post Debiteuren bestaat uit vorderingen op mede-overheden vanwege verleende diensten en uit vorderingen uit hoofde van schadevaringen en schaderijdingen. Er is voor de schadevorderingen rekening gehouden met een voorziening voor oninbaarheid.

Overige vorderingen en overlopende activa: deze post betreft voornamelijk de vordering op het moederdepartement welke ontstaat door het onderbrengen van vorderingen, schulden en voorzieningen bij de baten-lastendienst Rijkswaterstaat.

Eigen vermogen: in de indicatieve openingsbalans is uitgegaan van een exploitatiereserve die nihil is. Als gevolg van de aan te houden verplichte reserve in verband met de activering van zelf ontwikkelde software is in de openingsbalans een eigen vermogen opgenomen ter grootte van deze reserve.

Voorzieningen: dit betreft voorzieningen voor personeel en materieel en zijn als volgt onder te verdelen:

Personeel

– voorziening verlofsparen;

– voorziening doorlopende kosten post-actieven.

Materieel

– voorziening milieuherstel;

– voorziening groot onderhoud schepen;

– voorziening groot onderhoud gebouwen;

– voorziening historische gebouwen.

• De opgenomen leningen Ministerie van Financiën: dit betreffen rentedragende leningen met een looptijd langer dan een jaar. De leningen dienen ter financiering van de boekwaarde van de (im)materiële vaste activa.

Op te leveren projecten infrastructuur: dit betreft de opleververplichting, welke gerelateerd is aan de post Onderhanden werk infrastructuur.

Overige schulden en overlopende passiva: deze post bestaat uit per 1 januari 2006 bestaande schulden die later tot betalingen zullen leiden. De verplichting aan medewerkers als gevolg van openstaand verlofsaldo is als pm post in de indicatieve openingsbalans opgenomen.

Kasstroomoverzicht Rijkswaterstaat (x € 1 000)
Kasstroomoverzicht20062007200820092010
1.Saldo per 1 januari5190 524180 406195 251188 789
      
2.Operationele kasstroom     
2c.Totaal operationele kasstroom164 34471 03383 88373 97685 431
      
3.Investeringskasstroom     
3a.Investeringen93 756120 67376 57173 78173 511
3b.Desinvesteringen00000
3c.Totaal investeringskasstroom– 93 756– 120 67376 571– 73 78 1– 73 511
      
4.Financieringskasstroom     
4a.Storting door moederdepartement00000
4b.Uitkering aan moederdepartement00000
4c.Beroep op leenfaciliteit93 756120 67376 57173 78173 511
4d.Aflossingen op leningen– 75 006– 77 42979 314– 80 260– 81 190
4e.Totaal financieringskasstroom18 75043 2442 743– 6 479– 7 679
      
5.Saldo per 31 december89 34482 94887 51881 23385 474

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

Als gevolg van de optimalisatie van het treasury beleid wordt in 2006 een verstrekking van de liquiditeitspositie bereikt. Deze versterkte liquiditeitspositie wordt in de daarop volgende jaren gehandhaafd.

Investeringskasstroom

De investeringen hebben betrekking op het in stand houden van de activa van Rijkswaterstaat. Deels betreft het investeringen in activasoorten waarbij de omvang van de jaarlijkse investeringen op een constant niveau ligt (ongeveer € 70 miljoen). Deels hebben de investeringen ook betrekking op specifieke activa die sterk verschillen in aard en omvang. Door de jaren heen veroorzaakt dit schommelingen in de omvang van de jaarlijkse investeringen.

Rijkswaterstaat doet een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën ter financiering van haar investeringen als baten-lastendienst. Daarnaast is in de begroting van de baten-lastendienst rekening gehouden met aflossing op deze leenfaciliteit. Rijkswaterstaat leent en lost dus af bij het Ministerie van Financiën. Dit krijgt haar beslag bij de 1e suppletore begroting van 2006.

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

De bijdrage van het moederdepartement aan de baten-lastendienst KNMI wordt verantwoord op beleidsartikel 37 «Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart» van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Taken en grondslag

Sinds de privatisering van de commerciële taken in 1999 richt het KNMI zich volledig op de publieke taken. Deze taken zijn vastgelegd in de wet op het KNMI, die op 1 maart 2002 in werking is getreden. De daarbij behorende Ministeriële regeling is op 5 juli 2002 in werking getreden.

De taken van het KNMI zijn (Wet op het KNMI, artikel 3, eerste lid):

a het beschikbaar maken, houden en stellen van een algemeen weerbericht voor de Nederlandse samenleving;

b) het beschikbaar maken, houden en stellen van KNMI-gegevens;

c) het beschikbaar maken, houden en stellen van luchtvaartmeteorologische inlichtingen;

d) het verrichten van onderzoek;

e) het adviseren van Onze Minister1 op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen;

f) deel te nemen in internationale organisaties op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen;

g) het onderhouden van de nationale infrastructuur voor de meteorologie en andere geofysische terreinen.

Beleidsdoelstelling

De taken van het KNMI zijn gericht op de algemene beleidsdoelstelling van het KNMI: bijdragen aan veiligheid, economie en duurzaam milieu met informatie, kennis en data op het gebied van weer, klimaat en seismologie.

Producten

Om de bovengenoemde algemene beleidsdoelstelling te bereiken levert het KNMI voortdurend «Informatie, kennis en data op het gebied van weer, klimaat en seismologie». Deze informatie, kennis en data worden permanent «up to date» gehouden volgens de modernste inzichten van wetenschap en techniek.

Informatie, kennis en data moeten ook effectief op de plaatsen terecht komen waar ze daadwerkelijk nodig zijn: burgers, brandweer, politie, water- en wegbeheerders, luchtvaartautoriteiten, bedrijven, beleidsmakers en rampenbestrijders. Daarbij spelen ook de particuliere weerbureaus en de media een belangrijke rol.

Het KNMI heeft zijn producten en diensten ingedeeld in de productgroepen Weer, Klimaat en Seismologie.

De prestatie-indicatoren voor deze drie productgroepen zijn opgenomen in het beleidsartikel 37.

Als doelmatigheidsindicator voor de baten-lastendienst als geheel wordt gehanteerd:

– het percentage gerealiseerde kostprijsdaling bij tenminste gelijkblijvend kwaliteitsniveau ten opzichte van jaar t-1.

De begroting van baten en lasten

De begroting van baten en lasten (x € 1 000) van de baten-lastendienst KNMI
 realisatie 2004200520062007200820092010
Baten       
Opbrengst VenW29 82228 09728 06927 46327 70528 13728 134
Opbrengst overige departementen       
Opbrengst derden15 56016 05815 99815 99815 99815 99815 998
Rentebaten38251510151515
Buitengewone baten1849191919189 
Exploitatiebijdragen       
Totaal baten45 60444 27144 17343 56243 80944 23944 147
Lasten       
Apparaatskosten       
personele kosten28 81428 37127 62327 41427 33927 22027 220
materiële kosten13 84715 67114 25113 77613 78314 27614 276
Rentelasten301197183256321378378
Afschrijvingskosten       
materieel1 7061 9291 9161 9161 9161 9161 827
immaterieel       
Dotaties voorzieningen5 588206200200200200200
Buitengewone lasten106      
Totaal lasten50 36246 37444 17343 56243 55943 99043 901
Saldo van baten en lasten– 4 758– 2 103  250249246

Toelichting op de begroting van baten en lasten

Baten (x € 1 000)

Opbrengsten baten-lastendienst KNMI
 realisatie 2004begroot 2005begroot 2006
Opbrengsten VenW29 82228 09728 069
Opbrengsten luchtvaart9 6199 9989 998
Overige opbrengsten5 9416 0606 000
Rentebaten382515
Buitengewone baten1849191
Totaal opbrengsten45 60444 27144 173

Overige opbrengsten

De overige opbrengsten bestaan hoofdzakelijk uit de inkomsten uit de zogenaamde 2e geldstroomprojecten en inkomsten uit data.

Opbrengst luchtvaart

Voor 2006 worden de opbrengsten van de luchtvaart op het zelfde niveau als 2005 begroot.

Buitengewone baten

Dit betreft de vrijval van de egalisatierekening huisvesting. Tot 2009 jaarlijks € 91 000; in 2009 het restant ad € 89 000.

Lasten

Personeel

In de onderstaande tabel is het aantal fte's (vaste en projectmedewerkers) weergegeven en de gemiddelde prijs per fte (bedragen x € 1 000). De fte's zijn gemiddelde streefcijfers per jaar.

Personeel
 realisatie 2004begroot 2005begroot 2006begroot 2007begroot 2008
Kosten (x € 1 000)28 81428 37127 62327 41427 339
fte476,9466,3460,7457,0456,0
Kosten per fte (x € 1 000)60,460,860,060,060,0

Materiële kosten

De geraamde huisvestingskosten bedragen € 5,6 mln. waarvan € 3,9 mln. huur.

Onderhoudskosten waarneeminstrumenten en computerapparatuur en systemen belopen bij elkaar een bedrag van € 2,3 mln.

Contributies en bijdragen zijn in totaal € 2,0 mln. De overige materiële kosten betreffen kosten voor public relations, communicatie, reiskosten, diensten door derden en algemene kosten (in totaal € 4,3 mln.).

Rentelasten

De rente vloeit voort uit rente- en aflossingsdragend vermogen. Het rentepercentage varieert van 3,72% tot 5,27%.

Afschrijvingskosten materieel

Op grond en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende afschrijvingstermijnen zijn per groep van activa gehanteerd:

• gebouwen 40 jaar;

• installaties en inventaris 3–10 jaar.

De investeringen van het KNMI in voornamelijk computer- en waarneemapparatuur bedragen jaarlijks ca. € 2,0 mln. Door jaarlijks het investeringsniveau constant te houden zijn ook de afschrijvingskosten per jaar € 2,0 mln.

Dotaties voorzieningen

Dit betreft voornamelijk de kosten van sociaal flankerend beleid, met name in het kader van de uitvoering van het Vernieuwingsprogramma, dat deel uitmaakt van de Veranderopgave VenW.

Productgroepen

In onderstaand overzicht zijn de kosten per productgroep opgenomen.

Kosten per productgroep baten-lastendienst KNMI (x € 1 000)
 realisatie 2004begroot 2005begroot 2006
Weer 19 00218 454
Klimaat 8 1708 525
Seismologie 1 0061 171
Voormalige zeven productgroepen34 822  
Totaal productgroepen34 82228 17828 150

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht (in € 1 000) van de baten-lastendienst KNMI
 realisatie 2004200520062007200820092010
1.Rekening courant RHB 1 januari2 2808 7695 0473 5343 9584 6344 994
        
2.Totaal operationele kasstroom4 287– 1741 9161 9162 1662 1662 077
        
3a.-/- totaal investeringen– 740– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000
3b.+/+ totaal desinvesteringen87000000
3.Totaal investeringskasstroom– 653– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000– 2 000
        
4a.-/- eenmalige uitkeringen aan moederdepart.0000000
4b.+/+ eenmalige storting door het moederdepart.5 000000000
4c.-/- aflossingen op leningen– 2 145– 1 548– 1 429– 1 492– 1 491– 1 806– 1 822
4d.+/+ beroep op leenfaciliteit0002 0002 0002 0002 000
4.totaal financieringskasstroom2 855– 1 548– 1 429508509194178
        
5.Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)8 7695 0473 5343 9584 6344 9945 249
(maximale roodstand € 0,5 mln.)       

Toelichting

Investeringskasstroom

Investeringen vinden vooral plaats in waarneemapparatuur en computersystemen. De ruimte om te investeren is in 2002 gesteld op een niveau van € 2,0 mln. per jaar.

Financieringskasstroom

Evenals in 2003 zijn in 2004 de investeringen betaald uit eigen middelen van het KNMI. Er behoefde in die jaren geen beroep op de leenfaciliteit te worden gedaan. Ook voor de jaren 2005 en 2006 zal geen beroep worden gedaan op de leenfaciliteit.

8. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

31 Integraal Waterbeleid

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
31Integraal waterbeleid200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200542 74740 70639 60039 13034 05238 412
Nieuwe mutaties22 78119 40320 18521 14826 23422 241
Stand ontwerpbegroting 200665 52860 10959 78560 27860 28660 653
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
31Integraal waterbeleid200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200547 30343 90143 43242 24239 66238 412
Nieuwe mutaties23 28121 97321 5152200821 87422 241
Stand ontwerpbegroting 200670 58465 87464 94764 25061 53660 653
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1.Loonbijstelling1592020202020
2.Prijsbijstelling211205197197197197
3.Toezicht veiligheidstoetsing WdW – 270– 198– 198– 198– 198
4.Besluitvormingsmemorandum – 19– 11– 12– 13– 14
5.Vorming BLD RWS3 4763 0023 0213 0323 0483 385
6.Beleidsvoorbereiding van IF19 43519 03518 48618 96918 82018 851
 23 28121 97321 5152200821 87422 241

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. In het kader van de Wet op de waterkeringen (WdW) moeten beheerders van primaire waterkeringen iedere vijf jaar toetsen of de aanwezige beveiliging tegen overstroming in hun dijkringgebied voldoet aan de norm. Het toezicht op de uitvoering van de vijfjaarlijkse toets is overgedragen van DGW naar de Inspectie VenW (artikel 38).

Ad 4. De taakstelling elektronische overheid is in de Ministerraad van 8 april 2005 afgesproken. Dit bedrag wordt ingeleverd ten behoeve van rijksbrede uitgaven voor de «electronische overheid», de campagne «Werken bij het Rijk», en Ryxnet.

Ad 5. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

Ad 6. In het kader van de conversie van de begroting van hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds (IF) naar een meer transparante beleidsbegroting c.q. productbegroting worden de meer beleidsgerichte uitgaven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. In lijn hiermee worden met deze mutatie, gelden verbonden aan de beleidsvoorbereiding overgeboekt van het infrastructuurfonds.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
31 Integraal waterbeleid 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 454454454454454454
Stand ontwerpbegroting 2006 454454454454454454

32 Optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
32 Optimale veiligheid 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 49 19318 82927 48727 93927 83927 939
Nieuwe mutaties – 6 5541 0741 0801 1361 1381 138
Stand ontwerpbegroting 2006 42 63919 90328 56729 07528 97729 077
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
32 Optimale veiligheid 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 39 20426 93927 73928 03927 93927 939
Nieuwe mutaties – 7 3395 7971 0801 1361 1381 138
Stand ontwerpbegroting 2006 31 86532 73628 81929 17529 07729 077
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven 200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 2005 1402323232323
2.Prijsbijstelling 2005 369215221225225225
3.Pilot chipkaart – 7 7903 984    
4.Sociale veiligheid – 800800    
5.Vorming BLD RWS 672705766818820820
6.Overboeking van DGTL 707070707070
Totaal – 7 3395 7971 0801 1361 1381 138

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. Deze mutatie heeft betrekking op een deel van de middelen van het amendement Dijksma (TK 28 600 XII nr. 21). Een deel is reeds tot betaling gekomen in 2004, terwijl het restant tot betaling komt in 2006.

Ad 4. Deze mutatie betreft een aanpassing van het kasritme van de gelden die overeenkomstig de motie 31 Haersma Buma (Kamerstukken II, 29 200 XII, nr. 31) in de begroting 2005 beschikbaar zijn gesteld voor sociale veiligheid (totaal € 5 mln.). Op basis van de afgesloten contracten, is de verwachting dat een deel van de in 2005 voorziene betalingen in 2006 zal plaatsvinden.

Ad 5. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

Ad 6. Deze mutatie betreft een overboeking van 1 fte vanuit artikel 35 voor interne verkeersveiligheid spoor.

De ten opzichte van de uitgaven afwijkende verplichtingenmutaties in de jaren 2005/2006 worden veroorzaakt door een aantal technische mutaties, die onder andere samenhangen met de kasschuif voor de pilot chipcard en een correctie in verband met verplichtingen SWOV.

33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
33 veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200522 52519 94919 66519 16216 87619 031
Nieuwe mutaties5 5215751 2552 1682 166– 1 600
Stand ontwerpbegroting 200628 04620 52420 92021 33019 04217 431
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200525 79224 39821 97521 32519 03119 031
Nieuwe mutaties2 3504261 2242 1682 166– 1 600
Stand ontwerpbegroting 200628 14224 82423 19923 49321 19717 431
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 20056788888
2.Prijsbijstelling 2005162140127125117117
3.Tunnelveiligheid250     
4.Aanpassing Aankoop LIB geluidsloopzones – 1 657– 942   
5.Correctie extrapolatiecijfer Aankoop LIB geluidsloopzones     – 3 763
6.Interne overboeking t.b.v. BVE (naar artikel 35)– 50     
7.Taakstelling adviesraden MR 08-04-2005– 37– 37– 37– 37– 37– 37
8.Vorming BLD RWS1 9581 9722 0682 0722 0782 075
Totaal2 3504261 2242 1682 166– 1 600

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. In het kader van de beleidsnota tunnelveiligheid is op interdepartementaal niveau afgesproken dat alle betrokken ministeries (VenW, BZK en VROM) geld vrij zullen maken voor een expertgroep. Op dit artikel wordt het aandeel van VenW verantwoord.

Ad 4. Als gevolg van nieuwe PRI-ramingen, dalen de uitgaven van het project Aankoop LIB geluidsloopzones Schiphol.

Ad 5. Dit betreft een extrapolatiecorrectie voor het project Aankoop LIB geluidsloopzones Schiphol van het jaar 2010. De uitgaven voor 2010 waren abusievelijk geëxtrapoleerd uit 2009, terwijl de uitgaven voor dit project vanaf 2010 op 0 zijn geraamd. Met deze mutatie komt de raming voor dit project in 2010 op 0.

Ad 6. Dit betreft een interne overboeking naar artikel 35 ten behoeve van het beleidsvoorbereiding en -evaluatie programma op dat artikel.

Ad 7. Dit betreft de taakstelling op adviesraden conform Ministerraadbesluit van 8 april welke bij VenW neerslaat bij de Veiligheidscommissie Schiphol en de Raad voor Verkeer en Waterstaat. Deze mutatie betreft de korting op de Veiligheidscommissie Schiphol.

Ad 8. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

De verplichtingenmutaties wijken enigszins af van de uitgavenmutaties als gevolg van technische verplichtingenschuiven.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
33 Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico's200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005995995995995995995
Nieuwe mutaties– 962– 962– 962– 962– 962– 962
Stand ontwerpbegroting 2006333333333333
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1.Overboeking Loodsgelden Westerschelde– 962– 962– 962– 962962– 962
Totaal– 962– 962– 962– 962– 962– 962

Ad 1. Bij de overheveling van de VBS-ontvangsten in de begroting 2005, is de daarmee samenhangende ontvangstenpost voor Loodsgelden Westerschelde abusievelijk buiten beschouwing gebleven. Met deze mutatie worden deze ontvangsten net als de uitgaven overgeheveld naar het Infrastructuurfonds (artikel 15).

34 Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijden

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
34 Betrouwbare netwerken 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 218 043284 522272 938207 540183 743187 268
Nieuwe mutaties – 7 933– 14 890– 25 514– 20 994– 21 203– 24 732
Stand ontwerpbegroting 2006 210 110269 632247 424186 546162 540162 536
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
34 Betrouwbare netwerken 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 216 944252 389230 694194 642187 268187 268
Nieuwe mutaties 91 848– 4 834– 30 847– 23 255– 37 098– 37 102
Stand ontwerpbegroting 2006 308 792247 555199 847171 387150 170150 166
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven 200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 2005 759127127127127127
2.Prijsbijstelling 2005 1 9902 4752 2031 7301 5161 516
3.Overheveling naar BDU – 20 217– 18 324– 22 57028 493– 28 493– 28 493
4.Regeling De Boer 91 000 – 312– 2 262– 15 895– 15 895
5.Aflossing kapitaallasten metro   – 18 021   
6.Chipcard  4 3202 070   
7.Bijdrage dekking soc veiligheid  – 800    
8.Monitoringssysteem HSL   – 400– 400– 400– 400
9.Compensatie gebruiksvergoeding 9 472     
10.Decentralisatie Hofpleinlijn–Zoetermeerlijn  – 1 4882 977– 2 977– 2 977– 2 977
11.Vorming BLD RWS 8 6148 6268 8038 7908 7948 790
12.Beleidsvoorbereiding van IF 23023023023023020
Totaal 91 848– 4 834– 30 847– 23 255– 37 098– 37 102

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. Deze mutatie betreft de overheveling van aantal posten naar de BDU, waaronder compensatie ziekteverzuim vanaf 2008, compensatie gebruiksvergoeding voor het jaar 2005 voor de gedecentraliseerde lijnen, opname van tijdelijke regeling metro onderhoud en bijdrage in uitgaven voor CVOV.

Ad 4. Dit betreft een noodzakelijke kasschuif in verband met de betaling aan regionale overheden conform het betalingsregime van de regeling De Boer (Extra investeringsimpuls Infrastructuur in het Stads- en Streekvervoer 1996–2000).

Ad 5. Deze mutatie houdt verband met de aflossing in 2004 van de annuïteit voor afkoop kapitaallasten metro (zie Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 A, nr. 16).

Ad 6. Dit betreft de middelen die voor pilot chipcard worden vrijgemaakt voor de launch Rotterdam en de communicatiekosten voor landelijk introductie.

Ad 7. Deze mutatie levert de dekking voor mutatie 4 bij artikel 32.

Ad 8. Deze mutatie heeft betrekking op de uitgaven voor een monitoringsysteem specifiek voor de HSL-corridor. Deze uitgaven worden verantwoord op IF 13.1.

Ad 9. Per 1 januari 2005 moeten decentrale vervoerders (Noordnet en Syntus) gebruiksvergoeding gaan betalen aan ProRail. Hierdoor kan de subsidie op IF-artikel 13 aan ProRail worden verlaagd en het bedrag worden overgeboekt naar dit artikel.

Ad 10. Deze mutatie heeft betrekking op de compensatie gebruiksvergoeding voor randstadrail: Hofpleinlijn en Zoetermeerlijn. Omdat de infrastructuur wordt gedecentraliseerd hoeft er geen gebruiksvergoeding aan ProRail betaald te worden, terwijl in de begroting 2005 hiermee wel rekening was gehouden. Door deze overboeking naar artikel IF 13 wordt ProRail gecompenseerd.

Ad 11. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

Ad 12. In het kader van de conversie van de begroting van hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds naar een meer transparante beleidsbegroting c.q. productbegroting worden de meer beleidsgerichte uitgaven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. In lijn hiermee worden met deze mutatie, gelden verbonden aan de beleidsvoorbereiding overgeboekt van het Infrastructuurfonds.

In het kader van de conversie van de begroting van hoofdstuk XI en het Infrastructuurfonds (IF) naar een meer transparante beleidsbegroting c.q. productbegroting worden de meer beleidsgerichte uitgven op de daarvoor bedoelde artikelen verantwoord. In lijn hiermee worden met deze mutatie, de gelden verbonden aan de beleidsvoorbereiding overgeboekt van het Infrastructuurfonds.

De ten opzichte van de uitgaven afwijkende verplichtingenmutatie voor het jaar 2005 wordt veroorzaakt door een aantal technische mutaties, die onder andere samenhangen met de vorming van de BDU, correctie verplichtingen naar aanleiding van de eerste suppletore wet. Daarnaast werkt de kasschuif inzake De Boer alleen door in de uitgavensfeer.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
34 Betrouwbare netwerken 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 989898989898
Stand ontwerpbegroting 2006 989898989898

35 Mainports en logistiek

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
35 Mainports en Logistiek200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200553 28151 83852 34952 72754 44955 137
Nieuwe mutaties9 4716 1214 4974 5165 3264 513
Stand ontwerpbegroting 200662 75257 95956 84657 24359 77559 650
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
35 Mainports en Logistiek200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200561 89356 71755 13755 13755 13755 137
Nieuwe mutaties4 2476 4214 4974 5165 3164 513
Stand ontwerpbegroting 200666 14063 13859 63459 65360 45359 650
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 20054236060606060
2.Prijsbijstelling 2005371339324325325325
3.Evaluatie Schipholbeleid500500    
4.RKKL200     
5.Voorfinanciering bijdage EZ/NLR– 1 300     
6.Propyleennetwerk 1 600  800 
7.Interne overboeking 1 fte veiligheid spoor– 75– 75– 75– 7575– 75
8.Interne overboeking tbv BVE van art. 33/36163     
9.Vorming BLD RWS3 9653 9974 1884 2064 2064 203
Totaal4 2476 4214 4974 5165 3164 513

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2006.

Ad 3. Het gaat om een aanvulling op de begroting van het projectbureau Evaluatie Schiphol als gevolg van de uitbreiding van het onderzoek, naar wens van de Tweede Kamer.

Ad 4. Deze mutatie heeft betrekking op het decentralisatietraject inzake regelgeving regionale en kleine luchthavens (RRKL).

Ad 5. In 2004 zijn uitgaven ten behoeve van het saneringsplan NLR voorgefinancierd uit VenW-brede middelen. Deze middelen zijn bij 2e Suppletore Wet 2004 teruggevloeid naar de begroting van VenW en worden nu weer ingezet voor VenW-brede problematiek.

Ad 6. In het kader van het Strategische Akkoord 2002 zijn gelden gereserveerd voor de aanleg van een propyleennetwerk (uit de enveloppe Externe Veiligheid). Deze mutatie betreft het toevoegen van het overschot uit 2004 aan latere jaren.

Ad 7. Dit betreft een interne overboeking van 1 fte in het kader van veiligheid spoor. Hiervan wordt € 70 000 overgeboekt naar artikel 32; het restant wordt verantwoord op artikel 41.

Ad 8. Dit betreft een interne overboeking vanuit artikel 33 en 36, naar artikel 35 ten behoeve van het beleidsvoorbereiding en evaluatieprogramma (BVE) op dit artikel.

Ad 9. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

De verplichtingenmutaties wijken enigszins af van de uitgavenmutaties als gevolg van technische verplichtingenschuiven.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
35 Mainports en Logistiek 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 3 3313 3063 3063 3063 3063 306
Nieuwe mutaties 2 0422 0422 0422 0422 0422 042
Stand ontwerpbegroting 2006 5 3735 3485 3485 3485 3485 348
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten200520062007200820092010
1.Vorming BLD RWS2 0422 0422 04 22 0422 0422 042
Totaal2 0422 0422 0422 0422 0422 042

Ad 1. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

36 Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
36 Kwaliteit leefomgeving200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200568 260110 92061 74665 13283 68875 988
Nieuwe mutaties– 12 3171 15717 1717 4525 8621 942
Stand ontwerpbegroting 200655 943112 07778 91772 58489 55077 930
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
36 Kwaliteit leefomgeving200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005107 603101 50278 64182 15683 68875 988
Nieuwe mutaties– 20 8162 27917 4617 5675 8621 942
Stand ontwerpbegroting 200686 787103 78196 10289 72389 55077 930
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 20056777777
2.Prijsbijstelling 2005457410384368413413
3.CO2 totaal– 1 8472 5363 3813 5763 1083 142
4.Superbus Ockels– 150     
5.Connekt 27015015030 
6.Extrapolatiecorrecties     – 3 312
7.GIS PRI-raming bijstelling– 22 5981 284– 200   
8.Kasschuiven GIS– 1 124– 6 8767 0001 000  
9.Technische mutaties– 389– 697– 741– 1 872– 2 127– 2 768
10.Isolatie MAA  1 0003 000  
11.Vorming BLD RWS4 4984 4654 4804 4584 4614 460
Totaal– 20 8162 27917 4617 5675 8621 942

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. Het betreft hier verscheidene CO2 mutaties ten behoeve van het CO2-programma.

Ad 4. Het betreft hier de bijdrage aan het ministerie van Economische Zaken ten behoeve van de superbus van Ockels.

Ad 5. Het betreft hier een bijdrage van het ministerie van Economische Zaken aan Connekt

Ad 6. Dit betreft een extrapolatiecorrectie voor GIS van het jaar 2010. De uitgaven voor 2010 waren abusievelijk geëxtrapoleerd uit 2009.

Ad 7. Deze mutaties betreffen het bijstellen van het Geluidsisolatieproject Schiphol naar aanleiding van nieuwe PRI-ramingen.

Ad 8. Dit betreft intertemporele kasschuiven op het Geluidsisolatieproject Schiphol.

Ad 9. Het betreft hier een aantal technische mutaties.

Ad 10. Deze mutatie betreft een verhoging van de uitgaven voor isolatieproject voor Maastricht Aachen Airport. Op grond van het nieuwe aanwijzingsbesluit dat in januari 2005 van kracht is geworden, zullen extra woningen moeten worden (bij)geïsoleerd.

Ad 11. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
36 Kwaliteit leefomgeving 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 48 23456 70558 65860 67162 11841 175
Nieuwe mutaties 40827770– 2434741 403
Stand ontwerpbegroting 2006 48 64256 98258 72860 42862 59242 578
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten 200520062007200820092010
1.Connekt 27015015030  
2.Herziening raming GIS 138127– 80– 2734741 403
Totaal 40827770– 2434741 403

Ad 1. Het betreft hier een desaldering van de ontvangsten in verband met de bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken aan Connect.

Ad 2. Jaarlijks wordt een nieuwe raming voor de GIS-ontvangsten opgesteld op basis van de realisatie van de afgelopen 12 maanden en een aanname voor de verwachte jaarlijkse stijging van het aantal vliegbewegingen. Deze mutatie betreft het aanpassen van de ramingen aan deze nieuwe inzichten.

37 Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
37 Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200536 78537 04442 24640 85342 18742 187
Nieuwe mutaties696243156337151147
Stand ontwerpbegroting 200637 48137 28742 40241 19042 33842 334
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
37 Weer, klimaat, seismologie en ruimtevaart200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200545 99742 20141 51041 75342 18742 187
Nieuwe mutaties2 013– 453– 214– 97150147
Stand ontwerpbegroting 200648 01041 74841 29641 65642 33742 334
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 20052092625252525
2.Prijsbijstelling 2005227216183186186186
3.Estec260     
4.Omi1 317– 696– 370– 251  
5.Seismisch bewakinssysteem 90    
6.Rijksbr.uitg.electr.overheid – 89– 52– 57– 61– 64
Totaal2 013– 453– 214– 97150147

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. Dit betreft de eenmalige bijdrage van VenW aan de uitbreiding van ESTEC in Noordwijk.

Ad 4. Deze mutatie betreft een kasschuif ten behoeve van de afronding van de ontwikkeling van het ruimtevaartprogramma OMI.

Ad 5. Er worden middelen toegevoegd ten behoeve van het plaatsen van een seismisch bewakingssysteem voor Tsunami's op de Nederlandse Antillen. Dekking is gevonden door herprioritering binnen de VenW-begroting.

Ad 6. De taakstelling elektronische overheid is in de Ministerraad van 8 april 2005 afgesproken. Dit bedrag wordt ingeleverd ten behoeve van rijksbrede uitgaven voor de «electronische overheid», de campagne «Werken bij het Rijk», en Ryxnet.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
37 Weer, klimaat en seismologie200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005454454454454454454
Stand ontwerpbegroting 2006454454454454454454

38 Inspectie Verkeer en Waterstaat

Opbouw verplichtingen vanaf de stand 1e suppletore begroting (x € 1 000)
38 Inspectie Verkeer en Waterstaat 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 101 16795 73290 07092 72696 96296 596
Nieuwe mutaties 7991 7413 9392 817– 6 844425
Stand ontwerpbegroting 2006 101 96697 47394 00995 54390 11897 021
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
38 Inspectie Verkeer en Waterstaat 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 107 48398 28693 11096 59696 59696 596
Nieuwe mutaties 2 8683 7915 9774 765– 2 115425
Stand ontwerpbegroting 2006 110 351102 07799 087101 36194 48197 021
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven 200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 2005 7018886868686
2.Prijsbijstelling 228174147198198198
3.Huisvesting  293– 1 316– 2 621– 2 158– 2 158
4.Digitale tachograaf  165– 31– 332552 177
5.Besluitvormingsmemorandum  – 180– 106– 117– 124– 130
6.Taakstelling kennis  3654545454
7.Dekking centrale problematiek     – 1 424 
8.Toezicht veiligheidstoetsing WdW  270198198198198
9.Bijdrage aan Balans – 61– 55– 55   
10.E-government 20003 0007 0007  000800 
Totaal 2 8683 7915 9774 765– 2 115425

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. Deze mutatie betreft een wijziging in de huisvesting van het departement.

Ad 4. Deze mutatie heeft betrekking op de gevolgen van de vertraging in de invoering van de digitale tachograaf.

Ad 5. De taakstelling elektronische overheid is in de Ministerraad van 8 april 2005 afgesproken. Dit bedrag wordt ingeleverd ten behoeve van rijksbrede uitgaven voor de «electronische overheid», de campagne «Werken bij het Rijk», en Ryxnet.

Ad 6. In de begroting 2005 heeft de technische verwerking van een kennistaakstelling plaatsgevonden met een aandeel voor de Inspectie VenW. In de definitieve verwerking is dit aandeel ongedaan gemaakt.

Ad 7. Dekking van de centrale problematiek van het departement wordt deels gevonden op dit artikel.

Ad 8. In het kader van de Wet op de waterkeringen moeten beheerders van primaire waterkeringen iedere vijf jaar toetsen of de aanwezige beveiliging tegen overstroming in hun dijkringgebied voldoet aan de norm. Het toezicht op de uitvoering van de vijfjaarlijkse toets is per 1 januari 2005 overgedragen van DGW (artikel 31) naar de Inspectie VenW.

Ad 9. Deze mutatie betreft een interne overboeking van de Inspectie VenW ten behoeve van Balans, een onderdeel van Verkeer en Waterstaat op het gebied van loopbaan, opleiding en arbeidsmarkt.

Ad 10. Dit betreft de interne overboeking van project E-government welke middelen voorheen geraamd waren op artikel 41.

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
38 Inspectie Verkeer en Waterstaat 200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005 28 52828 80526 89226 48526 48526 485
Nieuwe mutaties  159– 1 921– 1 933– 2 7562 617
Stand ontwerpbegroting 2006 28 52828 96424 97124 55223 72929 102
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten 200520062007200820092010
1.Digitale tachograaf  1597967– 7564 617
2.Dubbel geraamde ontvangsten digitale tachograaf   – 2 000– 2 000– 2 000– 2 000
Totaal  159– 1 921– 1 933– 2 7562 617

Ad 1. Deze mutatie heeft betrekking op de gevolgen van de vertraging in de invoering van de digitale tachograaf.

Ad 2. In de begroting 2003 is een raming van de ontvangsten Digitale Tachograaf opgenomen in de reguliere ontvangstentaakstelling van de Inspectie VenW. Daarbij is abusievelijk geen rekening gehouden met de reeds in de reguliere ontvangstentaakstelling opgenomen component voor de ontvangsten Digitale tachograaf. Hierop vindt nu vanaf 2007 een correctie plaats.

39 Bijdragen IF en BDU

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
39 Bijdragen IF en BDU200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 20056 866 7216 130 7156 159 1966 073 0846 170 9186 381 589
Nieuwe mutaties– 32 687141 840149 736158 088179 164177 696
Stand ontwerpbegroting 20066 834 0346 272 5556 308 9326 231 1726 350 0826 559 285
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
39 Bijdragen IF en BDU200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 20055 435 6236 077 1346 035 8206 049 2916 170 9186 381 589
Nieuwe mutaties65 155137 673143 736158 088179 164177 696
Stand ontwerpbegroting 20065 500 7786 214 8076 179 5566 207 3796 350 0826 559 285
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven en verplichtingenVerklaard bij: 200520062007200820092010
         
 H XIIIF      
1.Vorming BLD RWSdiv. 134 651123 759120 721119 911119 812118 418
2.Beleidsvoorbereiding IF/H XII 31, 34 11, 15– 19 664– 19 265– 18 716– 19 199– 19 050– 19 124
3.De Boer34 – 91 000   15 89515 895
4.Loonbijstelling40div.7 2751 0291 0431 011934934
5.Prijsbijstelling40div.25 22327 03428 77027 83427 83927 839
6.Taakstelling voorlichting4012– 150– 150– 150– 150– 150– 150
7.Taakstellingen19div. – 2 515– 6 144– 6 144– 6 144– 6 144
8.Naar VWS: Valys1913 – 10 000– 10 000   
9.A2 MaastrichtM19– 9 000– 9 000– 5 000– 5 000  
10.Gebruiksvergoeding3413– 9 4731 4882 9772 9772 9772 977
11.T.b.v. BDU-boeking IF3914– 6 000– 12 000– 111 000   
12.VBS (loodsgelden) naar IF3315– 962– 962– 962– 962– 962– 962
13.Monitoringsysteem HSL3413  400400400400
subtotaal 39.01.01 bijdrage IF  30 90099 4181 939120 678141 551140 083
14.Overheveling binnen H XII34 20 21718 16822 33528 33528 33528 335
15.Bestuurlijke toezegging Amersfoort 146 0002000    
16.GDU 14  91 000   
17.Ziekteverzuim incid. (uit BR) 17 10 00020 000   
18.Loon- en prijscompensatie408 0388 0878 4629 0759 2789 278
subtotaal 39.01.02 bijdrage BDU  34 25538 255141 79737 41037 61337 613
Totaal  65 155137 673143 736158 088179 164177 696

Om een herhaling aan identieke toelichtingen te voorkomen wordt verwezen naar het artikel dat in de kolom van de bovenstaande tabel onder «verklaard bij:» staat aangegeven.

De verklaringen zijn terug te vinden in het Verdiepingshoofdstuk bij de genoemde artikelen.

40 Nominaal en onvoorzien

Opbouw uitgaven en verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
40 Nominaal en onvoorzien200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005243 492205 611202 112200 406200 361200 361
Nieuwe mutaties– 225 659– 204 627– 199 859– 197 432199 790– 195  575
Stand ontwerpbegroting 200617 8339842 2532 9745714 786
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven en verplichtingen200520062007200820092010
1.Compensatie hogere uitg.– 337– 343– 551– 244– 246– 746
2.Saldering BLS-ontvangsten– 11 088– 8 906– 8 906– 8 9068 906– 8 906
3.Vorming BLS RWS– 173 308– 160 976– 154 462– 153 702– 153 636– 152 567
4.Loon- en prijscompensatie– 49 560– 41 929– 43 54542 804– 42 749– 42 749
5.Taakstelling voorlichting150150150150150150
6.Compensatie binnen Hoofdstuk XII1 0636 3762 0002 9057004 711
7.Overige taakstellingen2833 3776 7686 8026 8256 846
8.Electronische overheid – 2 450– 1 440– 1 580– 1 680– 1 770
9.Loonbijstelling CAO Rijk 20047 088     
10.WW-maatregelen5074127– 53– 248– 544
Totaal– 225 659– 204 627– 199 859– 197 432– 199 790– 195 575

Ad 1. Voor hogere uitgaven binnen Hoofdstuk XII wordt dit artikel verlaagd.

Ad 2. Als gevolg van de status van baten-lastendienst van Rijkswaterstaat worden de ontvangsten gerelateerd aan het apparaat van de baten-lastendienst ontvangen, waardoor evenredig de uitgaven (bijdrage aan de baten-lastendienst) kunnen worden verlaagd.

Ad 3. Deze technische mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer). Bij de conversie van de begroting zijn de uitgaven van het vormalig artikel 22 aan dit artikel toegevoegd (stand Voorjaarsnota). Met deze mutatie worden deze uitgaven en de aan het voormalige artikel 22 gerelateerde mutaties overgeboekt.

Ad 4. Het betreft de verdeling van de bij 1e suppletore wet 2005 aan dit artikel toegevoegde loon- en prijsbijstelling over de artikelen.

Ad 5. Op dit artikel is een taakstelling voorlichting geparkeerd. Thans vindt de definitieve verdeling plaats.

Ad 6. Dit betreft hoofdzakelijk een correctie van een onterechte opgelegde budgetverlaging van Rijkswaterstaat in de begroting 2005 en een kasschuif in de huisvestingsuitgaven.

Ad 7. De kabinetstaakstellingen met betrekking tot de inkoop en adviescolleges, die op dit artikel geparkeerd zijn, worden over de artikelen verdeeld.

Ad 8. Het betreft hier de taakstelling electronische overheid.

Ad 9. Door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is een bedrag voor de Loonbijstelling CAO Rijk 2004 een bedrag aan de begroting van Verkeer en Waterstaat toegevoegd. Het bedrag is voorlopig op dit artikel geparkeerd.

Ad 10. De mutatie betreft de afroming in verband met WW-maatregelen naar aanleiding van SER-advies.

41 Ondersteuning functioneren Verkeer en Waterstaat

Opbouw verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
41 Ondersteuning functioneren VenW200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005188 293191 608188 039186 206188 050186 174
Nieuwe mutaties23 8152 7829 7175 70811 88912 677
Stand ontwerpbegroting 2006212 108194 390197 756191 914199 939198 851
Opbouw uitgaven vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
41 Ondersteuning functioneren VenW200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 2005208 425198 830191 917189 603188 841186 174
Nieuwe mutaties23 8152 7829 7175 70811 88912 677
Stand ontwerpbegroting 2006232 240201 612201 634195 311200 730198 851
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Uitgaven 200520062007200820092010
1.Loonbijstelling 1 221129127127127127
2.Prijsbijstelling 1 2631 2731 2361 2051 1961 196
3.Balans in mobiliteit 398362362   
4.E-government – 2000– 3 000– 7 000– 7 000– 800 
5.Verkeersveiligheid spoor 555555
6.RMNO   190190190190
7.Vorming BLD RWS 1 547414 45010 41510 41610 41710 416
8.Actualisatie veranderopgave 6 700– 9 9004 8001 2001 2001 200
9.Besluitvormingsmemorandum  – 291– 172– 189– 200– 211
10.Taakstelling adviesraden MR 08-04-2005 – 246– 246– 246– 246246– 246
11.VOC 1 000     
Totaal 23 8152 7829 7175 70811 88912 677

Ad 1. Deze mutatie betreft de loonbijstelling tranche 2005.

Ad 2. Deze mutatie betreft de prijsbijstelling tranche 2005.

Ad 3. Deze mutatie betreft een interne overboeking van verschillende VenW onderdelen ten behoeve van Balans, een adviesbureau van Verkeer en Waterstaat op het gebied van loopbaan, opleiding en arbeidsmarkt naar artikel 41.

Ad 4. Dit betreft de interne overboeking van project E-government naar de Inspectie Verkeer en Waterstaat welke middelen voorheen geraamd waren op artikel 41.

Ad 5. Deze mutatie betreft een overboeking ten behoeve van interne verkeersveiligheid spoor.

Ad 6. Het betreft hier de overgang van het budget voor de Regeling Milieu en Natuurontwikkeling van RWS naar de centrale diensten.

Ad 7. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

Ad 8. Het betreft hier de actualisatie van de raming van de kosten van de veranderopgave Verkeer en Waterstaat.

Ad 9. De taakstelling elektronische overheid is in de Ministerraad van 8 april 2005 afgesproken. Dit bedrag wordt ingeleverd ten behoeve van rijksbrede uitgaven voor de «electronische overheid», de campagne «Werken bij het Rijk», en Ryxnet.

Ad 10. Dit betreft de taakstelling op adviesraden conform Ministerraadbesluit van 8 april welke bij VenW neerslaat bij de Veiligheidscommissie Schiphol en de Raad voor Verkeer en Waterstaat.

Ad 11. Betreft een verschuiving van middelen van 2004 naar 2005 in het kader van het project «Vereenvoudigd Opstellen van Contracten».

Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (x € 1 000)
41 Ondersteuning functioneren VenW200520062007200820092010
Stand 1e suppletore wet 200525 36325 30725 06125 91122 99114 041
Nieuwe mutaties– 13 130– 10 948– 10 948– 10 948– 10 948– 10 948
Stand ontwerpbegroting 200612 23314 35914 11314 96312 0433 093
Specificatie nieuwe mutaties (x € 1 000)
Ontvangsten 200520062007200820092010
1.Vorming BLD RWS – 13 130– 10 948– 10 94810 948– 10 948– 10 948
Totaal -13 130– 10 948– 10 948– 10 948– 10 948– 10 948

Ad 1. Deze mutatie komt voort uit de omvorming van Rijkswaterstaat tot een baten-lastendienst (zie leeswijzer).

9. CONVERSIETABEL

In deze paragraaf wordt de relatie tussen de budgetten uit de «oude» begroting 2005 en die uit de onderliggende nieuwe begroting 2006 inzichtelijk gemaakt (op het niveau van artikelonderdeel). Dit meerjarig voor de periode t/m 2010 en op basis van de laatst door de Kamer geautoriseerde begrotingsstand (eerste suppletore begroting 2005).

Af te leiden valt waar het begrotingsgeld in de oude structuur was geraamd en waar dit in de huidige structuur is terug te vinden («was-wordt»). Voor de volledigheid is ook een aparte tabel opgenomen waarbij het omgekeerde getoond wordt («wordt-was»), waardoor in een oogopslag kan worden bezien uit welke oude budgetten het nieuwe is opgebouwd. Bij deze laatste tabel worden de uitgaven niet meer herhaald.

Toelichting

Bij de oude indeling van hoofdstuk XII was sprake van een zogeheten matrix-structuur, waarbij elk Directoraat-generaal (DG) één of meerdere artikelen had die steeds waren te koppelen aan één van de beleidsthema's (veiligheid, netwerken, efficiënte markten en leefbaarheid). De beleidsthema's waren daarmee te koppelen aan een organisatie-onderdeel (maar niet aan één artikel).

In de nieuwe indeling zijn de organieke schotten binnen VenW uit de begroting gehaald en is bij de artikelindeling uitgegaan van (actuele) VenW beleidsthema's. Beleidsthema's en artikelen lopen nu 1:1.

In een schema ziet dat er als volgt uit.

kst-30300-XII-2-21.gif
Tabel WAS-WORDT
WAS:UITGAVENWORDT:UITGAVEN 
Instr. 200520062007200820092010Art. Ond. product200520062007200820092010
01Veilig goederenvervoer               
01.01.01Interne veiligheid wegverkeer12     32.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.0312     
01.01.03Interne veiligheid water6 0854 2443 8303 8303 8303 83033.02Veiligheid goederenvervoer scheepvaart33.02.013 9543 3793 3713 3713 3713 371
          33.02.02684365459459459459
          33.02.031 447500    
01.01.04Externe veiligheid1 80318818818818818833.01Externe veiligheid33.01.01203188188188188188
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.011 600     
01.01.08HGIS41641641641641641633.02Veiligheid goederenvervoer scheepvaart33.02.04416416416416416416
01.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie2 0201 8042 0571 8071 8071 80732.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.03590610700600500500
        33.01Externe veiligheid33.01.01737709597487522522
        33.02Veiligheid goederenvervoer scheepvaart33.02.01307111366326391391
          33.02.02148163234234234234
          33.02.03238211160160160160
01.02Apparaatsuitgaven5 1704 8624 7584 7584 7584 75832.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.03139139139139139139
32.01.02 175175175175175175         
        33.01Externe veiligheid33.01.0120071 6991 6651 6651 6651 665
        33.02Veiligheid goederenvervoer scheepvaart33.02.01843843773773773773
          33.02.02348348348348348348
          33.02.03362362362362362362
        33.03Veiligheid luchtvaart33.03.03447447447447447447
        34.02Netwerk vaarwegen34.02.01269269269269269269
        34.03Netwerk spoor34.03.06545454545454
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.01526526526526526526
02Versterking netwerk goed.vv.               
02.01.01Mainports en zeehavens2 9974 1363 7533 7533 7533 75335.02Mainport R'dam en overige zeehavens35.02.01408454322322322322
          35.02.02403111122122122122
          35.02.032 1863 5713 3093 3093 3093 309
02.01.03Kwaliteit verbindingen1 20287687687687687633.02Veiligheid goederenvervoer scheepvaart33.02.0131800000
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.01784802855876876876
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.041007421000
02.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie1 3071 2171 1741 1741 1741 17435.02Mainport R'dam en overige zeehavens35.02.0227810580808080
          35.02.03115154154154154154
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.01914958940940940940
02.02Apparaatsuitgaven3 8503 8203 7153 7153 7153 7153 3.01Externe veiligheid33.01.02166166166166166166
        33.04Bescherming tegen moedwillige verstoring33.04.02236236236236236236
        35.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.03851851851851851851
          35.01.04257257257257257257
        35.02Mainport R'dam en overige zeehavens35.02.01535535535535535535
          35.02.02452452452452452452
          35.02.03168168168168168168
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.041 0721 042937937937937
          35.04.05113113113113113113
03Eff. Werkend goed.vv. systeem               
03.01.01Marktwerking en -toegang8 3108 8969 2469 2239 2239 22333.01Externe veiligheid33.01.01500200200200200200
        34.01Netwerk weg34.01.06135149149149149149
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.01650581514491491491
          35.04.02505050505050
          35.04.03171717171717
          35.04.056 9587 8998 3168 3168 3168 316
03.01.02Gezonde vervoerssectoren4 2753 3043 3813 3813 3813 38133.04Bes cherming tegen moedwillige verstoring33.04.01366486486486486486
        34.01Netwerk weg34.01.061001000000
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.01090142142142142
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.022 9471 8741 7601 7601 7601 760
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.03385494482471471471
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.04477260511522522522
03.01.03Logistieke efficiency13913913913913913935.02Mainport R'dam en overige zeehavens35.02.03130130130130130130
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.04999999
03.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie1 37724124124124124135.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.0173000000
          35.04.02265134134134134134
          35.04.031022727272727
          35.04.0420000000
          35.04.05303030303030
        36.04Zeevaart36.04.01505050505050
03.02Apparaatsuitgaven4 5014 6684 5584 5584 5584 5583 3.04Bescherming tegen moedwillige verstoring33.04.01323323323323323323
        34.01Netwerk weg34.01.06563563563563563563
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.021 2351 3021 1921 1921 1921 192
          35.04.03739739739739739739
          35.04.051 1571 2571 2571 2571 2571 257
        36.04Zeevaart36.04.01484484484484484484
 
04Duurzaam goed.vv.               
04.01.01Transportpreventie3 0462 8801 5101 5101 5101 5 1036.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.063 0462 8801 5101 5101 5101 510
04.01.02Stil en schoon vervoer4 6804 7195 5716 0716 0716 07133.01Externe veiligheid33.01.011900000
        36.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.063 3442 6423 5424 0424 0424 042
        36.04Zeevaart36.04.01141135135135135135
          36.04.031 1761 9421 8941 8941 8941 894
04.01.04Verantwoord ondernemen1 79281971871871871835.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.02300250250250250250
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.045000000
        36.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.061 382569468468468468
        36.04Zeevaart36.04.016000000
04.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie82282259259259259235.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.04502525252525
          35.04.05707070707070
        36.04Zeevaart36.04.01109179174174174174
          36.04.02223153153153153153
          36.04.03370395170170170170
04.02Apparaatsuitgaven1 5721 3731 2911 2911 2911 29133.03Veiligheid luchtvaart33.03.01200150130130130130
        35.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.05100100100100100100
        35.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.02200150130130130130
          35.03.03300250230230230230
        35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.01838482828282
          35.04.03100100100100100100
          35.04.04200150130130130130
        36.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.06250250250250250250
        36.04Zeevaart36.04.02808080808080
          36.04.03595959595959
05Veilig personenvervoer               
05.01.01Reductie verkeersslachtoffers weg24 01823 75224 50824 90824 90824 90832.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.023 4093 4113 7774 1824 1824 182
          32.01.0420 60920 34120 73120 72620 72620 726
05.01.03Verbeteren sociale veiligheid OV11 870     32.03Sociale veiligheid OV verbeteren32.03.0211 870     
05.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie22623123123123123132.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.01150150150150150150
        32.02Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen32.02.01505555555555
        32.03Sociale veiligheid OV verbeteren32.03.01262626262626
05.02Apparaatsuitgaven2 2322 0902 0442 0442 0442 0443 2.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.01728648648648648648
          32.01.02462462462462462462
          32.01.03555555555555555555
        32.02Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen32.02.0114310963636363
        32.02Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen32.02.02200200200200200200
        32.03Sociale veiligheid OV verbeteren32.03.02865858585858
        33.04Bescherming tegen moedwillige verstoring33.04.03585858585858
 
06Versterking netwerk pers.vv.               
06.01.03Bewuste vervoerswijzekeuze6 1666 0516 0516 0516 0516 05134.04N etwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.035 5316 0515 6515 6515 6515 651
          34.04.046350400400400400
06.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie1 9842 0322 0321 8321 8321 83234.01Netwerk weg34.01.01618636636618618618
        34.03Netwerk spoor34.03.01174204204174174174
        34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.011 1921 1921 1921 0401 0401 040
06.02Apparaatsuitgaven4 4194 0413 9513 9513 9513 95134.01Netwerk weg34.01.01963896831831831831
          34.01.02797979797979
          34.01.03380380380380380380
          34.01.04564564564564564564
        34.03Netwerk spoor34.03.01520463463463463463
          34.03.02606606606606606606
          34.03.0329523867676767
          34.03.04226226226226226226
          34.03.05125125125125125125
        34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01661464610610610610
 
07Klantgerichte pers.vv. markt               
07.01.01Spoorvervoer100 637101 195101 259101 259101 259101 25934.03Netwerk spoor34.03.04100 637101 195101 259101 259101 259101 259
07.01.02Regionaal vervoer94 665130 229109 07473 51366 12966 12934.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01474747474747
          34.04.0493 995129 548108 39372 83265 44865 448
          34.04.05623634634634634634
07.01.03Taxi820820820820820820  34.04.06820820820820820820
07.01.99Bve en voorlichting2 6582 5552 4582 2582 2582 25834.03Netwerk spoor34.03.01336335335335335335
        34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.012 3222 2202 1231 9231 9231 923
07.02Apparaatsuitgaven2 2432 1501 9331 8021 8021 8023 4.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01235680808080
          34.04.02638638639640641642
          34.04.03383383384385386387
          34.04.04940814573442442442
          34.04.05113113113113113113
          34.04.06146146146146146146
08Duurzaam pers.vv.               
08.01.01Luchtkwaliteit9 4825 5724 6214 0374 0374 03736.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.038 1274 7253 7653 1813 1813 181
          36.01.041 355847856856856856
08.01.03Ontsnippering9 0769 0769 0769 0769 0769 07636.02Leefomgeving spoorwegen36.02.039 0769 0769 0769 0769 0769 076
08.01.99Comm. En draagvlak, bve (incl. Transumo)4 0494 9896 9898 9898 63993934.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01567567567607617617
        36.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.01585858585858
          36.01.023 1604 1006 1008 0607 700 
        34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01264264264264264264
08.02Apparaatsuitgaven2 0801 9491 8391 8391 8391 83934.01Netwerk weg34.01.01300300300300300300
        34.03Netwerk spoor34.03.01250250250250250250
        34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01600550200200200200
          34.04.04  300300300300
        36.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.01246231231231231231
          36.01.02757575757575
          36.01.03227161131131131131
          36.01.04166166136136136136
          36.01.05149149149149149149
        36.02Leefomgeving spoorwegen36.02.01676767676767
 
09Veilige luchtvaart               
09.01.01Intern veiligheidsnivo civiele luchtvaart43043043043043043033.03Veiligheid luchtvaart33.03.01230230230230230230
          33.03.03200200200200200200
09.01.02Extern veiligheidsnivo civiele luchtvaart6 1576 1574 6574 6573 7633 76333.01Externe veiligheid33.01.021 5001 5000000
          33.01.034 6574 6574 6574 6573 7633 763
09.01.08HGIS1 3453 0152 5152 5152 0152 01533.03Veiligheid luchtvaart33.03.021 3453 0152 5152 5152 0152 015
09.01.99Anticiperend onderzoek2 5372 5372 5372 0371 0371 03733.01Externe veiligheid33.01.02450300300300300300
        33.03Veiligheid luchtvaart33.03.011 7871 9371 9371 437437437
        33.04Bescherming tegen moedwillige verstoring33.04.02300300300300300300
09.02Apparaatsuitgaven79669965165165165133.03Veiligheid luchtvaart33.03.01796699651651651651
 
10Faciliteren luchtvaartnetwerk               
10.01.01Beschikbaarheid luchthavencapaciteit646264    35.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.01646264    
10.01.02Beschikbaarheid luchtruimcapaciteit23 97322 51622 51622 51622 51622 51635.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.0123 97322 51622 51622 51622 51622 516
10.01.99Bve en anticiperend onderzoek3 8623 1512 0452 0452 0452 04535.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.021 2004500000
          35.01.036009000000
          35.01.045003000000
        35.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.01181818181818
          35.03.021 5441 4832 0272 0272 0272 027
10.02Apparaatsuitgaven1 3901 3391 3151 3151 3151 31535.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.02294294294294294294
        35.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.021 0961 0451 0211 0211 0211 021
 
11Effectief werkend luchtvaartbestel               
11.01.01Aansluiting mondiale luchtvaartnetwerk90909090909036.03Luchtvaart36.03.10909090909090
11.01.02Decentralisatie reg./kleine luchthavens82482482482482482435.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.05524524524524524524
        35.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.02300300300300300300
11.01.99Beleidsvoorber.en eval.1 0961 1081 1251 1481 1481 14835.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.031 0961 1081 1251 1481 1481 148
 schadeclaims2 0802 4252 4250– 2– 236.03Luchtvaart36.03.092 0802 4252 4250– 2– 2
11.02Apparaatsuitgaven1 4901 4351 4081 4081 4081 40835.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.05523523523523523523
        35.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.03967912885885885885
12Duurzame luchtvaart               
12.01.01Beperken uitstoot luchtvaart00000036.03Luchtvaart36.03.10000000
12.01.02Beperken geluidshinder: Aankoop LIB geluidsloopzones3 9931 6001 462567567567  36.03.073 9931 6001 462567567567
 Beperken geluidshindert: schadeclaims Schiphol9 0888 6019 62513 97714 87114 871  36.03.069 0888 6019 62513 97714 87114 871
 Beperken geluidshinder: Doorstorting SGIS10 24110 66011 24911 85611 85611 856  36.03.0110 24110 66011 24911 85611 85611 856
 Beperken geluidshinder: Geluidsis. Reg. luchthavens2 28900000  36.03.082 28900000
 Beperken geluidshinder: GIS-237 80024 7940000  36.03.0237 80024 7940000
 Beperken geluidshinder: GIS-35 84120 00020 00020 00020 00020 000  36.03.035 84120 00020 00020 00020 00020 000
 Beperken geluidshinder: Klachtafhandeling GIS150300300000  36.03.04150300300000
 Beperken geluidshinder: Woonschepen geluidzones434600200000  36.03.05434600200000
12.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie1 7422 2162 9453 4454 4454 44533.03Veiligheid luchtvaart33.03.03200200200200200200
        35.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.05316300300300300300
        36.03Luchtvaart36.03.101 2261 7162 4452 9453 9453 945
12.02Apparaatsuitgaven89177876776776776736.03Luchtvaart36.03.0111810594949494
          36.03.10773673673673673673
 
13Veiligheid water               
13.01.99Overige programma-uitgaven4 5915 1536 2556 2556 2556 25531.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.01661914603398208 
        31.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.01000000
        31.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.0137     
        31.02Veiligheid31.02.013 2613 4894 8525 0075 1545 336
        31.02Veiligheid31.02.02632750800850893919
13.02Apparaatsuitgaven2 0401 9741 9381 9381 9381 93831.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.011 1091 0851 0721 0721 0721 072
        31.02Veiligheid31.02.01745711693693693693
          31.02.02186178173173173173
 
14Waterbeheer               
14.01.07Leven met Water5 4395 3605 0203 8301 250031.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.035 4395 3605 0203 8301 250 
14.01.08Partners voor water13 38610 5949 6949 6949 6949 69431.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.0213 38610 5949 6949 6949 6949 694
14.01.99Overige programma-uitgaven18 39717 55017 35617 35617 35617 35631.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.013 3762 7753 2223 3493 6533 653
        31.03Waterkwantiteitsbeheer31.03.011 2111 4711 5431 6111 6761 676
        31.04Waterkwaliteit31.04.0111 17710 94410 50210 76910 36610 366
          31.04.022 6332 3602 0891 6271 6611 661
14.02Apparaatsuitgaven3 4503 2703 1693 1693 1693 16931.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie31.01.01845782746746744744
        31.03Waterkwantiteitsbeheer31.03.01372356346346348348
        31.04Waterkwaliteit31.04.011 8611 7761 7311 7311 7311 731
          31.04.02372356346346346346
 
16Weer, klimaat en seismologie               
16.01.01Algemene weersverwachtingen80808080808037.01Veiligheid, economie en duurzaam milieu37.01.01808080808080
16.01.08HGIS73673673673673673637.01Veiligheid, economie en duurzaam milieu37.01.04736736736736736736
16.02.00Apparaatsuitgaven28 75127 91327 36327 60628 04028 04037.01Veiligheid, economie en duurzaam milieu37.01.0119 64418 31617 89518 05018 32918 329
          37.01.028 1098 5178 3388 4108 5368 536
          37.01.039981 0801 1301 1461 1751 175
 
17Ruimtevaart               
17.01.01(Inter)nationale ruimtevaartprogramma's16 43013 47213 33113 33113 33113 33137.02(Inter)nationale ruimtevaartprogramma's37.02.0116 43013 47213 33113 33113 33113 331
 
18IVW               
18.01.00Digitale tachograaf12 2116 3033 7973 8703 8703 87038.04Algemene strategie en beleidsvorming38.04.0112 2116 3033 7973 8703 8703 870
 Financ.stimulering7 1779 0468 31511 72811 72811 72838.04Algemene strategie en beleidsvorming38.04.037 1779 0468 31511 72811 72811 728
 Inspectie6 0336 1746 4156 4156 4156 41538.01Land 2 0762 1252 2082 2082 2082 208
        38.02Lucht 1 7451 7861 8551 8551 8551 855
        38.03Water 2 2122 2632 3522 3522 3522 352
18.02Apparaatsuitgaven82 06276 76374 58374 58374 58374 58338.04Algemene strategie en beleidsvorming38.04.021 3001 3001 3001 3001 3001 300
        38.01Land 27 79525 97125 22125 22125 22125 221
        38.02Lucht 23 35921 82621 19621 19621 19621 196
        38.03Water 29 60827 66626 86626 86626 86626 866
 
19Bijdragen aan IF en BDU               
19.01.00Bijdrage aan het IF4 000 2204 646 0364 551 1414 440 1764 525 1104 622 69439.01Bijdrage IF39.01.014 000 2204 646 0364 551 1414 440 1764 525 1104 622 694
19.02Bijdrage BDU1 435 4031 431 0981 484 6791 609 1151 645 8081 758 89539.02Bijdrage BDU39.02.011 435 4031 431 0981 484 6791 609 1151 645 8081 758 895
 
20Nominaal en onvoorzien               
20.01.00Loonbijstelling23 2385 0535 1375 2783 8403 84040.01Nominaal en onvoorzien40.01.0123 2385 0535 1375 2783 8403 840
 Onvoorzien2 383– 4 328– 5 866– 6 868– 5 456– 5 456  40.01.012 383– 4 328– 5 866– 6 868– 5 456– 5 456
 Prijsbijstelling37 44839 36440 91540 03040 00140 001  40.01.0137 44839 36440 91540 03040 00140 001
 
21Algemeen departement               
21.01.01Voorlichting5 6384 8504 6444 6444 6444 64441.01Centrale diensten41.01.015 6384 8504 6444 6444 6444 644
21.01.02Externe oriëntatie20041 7371 7371 7371 7371 73741.01Centrale diensten41.01.0720041 7371 7371 7371 7371 737
21.01.03Departementaal onderzoek en ontwikkeling1 27675475375375375341.01Centrale diensten41.01.02459     
        41.01Centrale diensten41.01.03817754753753753753
21.01.04Internationale zaken1 2541 2251 2251 2251 2251 22541.01Centrale diensten41.01.041 2541 2251 2251 2251 2251 225
21.01.05Bijdragen derden8 8496 7307 0187 1387 1387 13841.01Centrale diensten41.01.098 8496 7307 0187 1387 1387 138
21.01.06Generiek informatiesystemen20 93316 56316 53116 46516 46516 46541.01Centrale diensten41.01.01439439439439439439
          41.01.0215 62712 54712 22912 16312 16312 163
        41.02Shared Service Organisatie41.02.032 9631 6361 6361 6361 6361 636
          41.02.051 9041 9412 2272 2272 2272 227
21.01.08HGIS2 2052 2052 2052 2052 2052 20541.01Centrale diensten41.01.082 2052 2052 2052 2052 2052 205
21.01.10Regeringsvliegtuig3 7573 7574 5694 5694 5694 56941.03Algemene uitgaven departementsonderdelen41.03.013 7573 7574 5694 5694 5694 569
21.02.01Strategische beleids, planningen controltaken80 23683 58583 86083 85983 85981 19241.01Centrale diensten41.01.013 8904 0084 0084 0084 0084 008
          41.01.0217 63916 52916 74316 74316 74316 743
          41.01.036 0725 7975 7975 7975 7975 797
          41.01.042 2572 2382 1842 1842 1842 184
          41.01.058 4008 4028 0788 0788 0788 078
          41.01.066 3136 3756 3756 3756 3756 375
          41.01.072 6732 5872 5872 5872 5872 587
          41.01.0932 99237 64938 08838 08738 08735 420
21.02.02Departementale en facilitaire taken63 23359 45551 30948 94248 17948 17941.02Shared Service Organisatie41.02.015 0565 6405 5995 5995 5995 599
          41.02.0239 33335 74531 51330 91330 91230 912
          41.02.038 3327 2756 9316 2515 4895 489
          41.02.043 0212 7362 7362 7362 7362 736
          41.02.057 4918 0594 5303 4433 4433 443
21.02.03Personeel en materieel DGP6 8886 4966 5856 5856 5856 58534.01Netwerk weg34.01.0110010075757575
        34.03Netwerk spoor34.03.01505050505050
        34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.01100     
          34.04.04 10075757575
        41.03Algemene uitgaven departementsonderdelen41.03.026 6386 2466 3856 3856 3856 385
21.02.04Personeel en materieel DGL00000041.03Algemene uitgaven departementsonderdelen41.03.03      
21.02.05Personeel en materieel DGG8 9178 2238 1588 1588 1598 15941.03Algemene uitgaven departementsonderdelen41.03.038 9178 2238 1588 1588 1598 159
21.02.07Personeel en materieel DGW3 4853 5003 5233 5233 5233 52341.03Algemene uitgaven departementsonderdelen41.03.043 4853 5003 5233 5233 5233 523
 
22Alg. uitvoeringsorganisatie               
22.01.01Exploitatiebijdragen10 10410 10410 10410 10410 10410 10440.01Nominaal en onvoorzien40.01.0110 10410 10410 10410 10410 10410 104
22.01.02Beleidsvoorbereiding en evaluatie16 09316 50717 19617 24617 24617 24640.01Nominaal en onvoorzien40.01.0116 09316 50717 19617 24617 24617 246
22.01.03Anticiperend onderzoek17 56216 88212 88112 88112 88112 88140.01Nominaal en onvoorzien40.01.0117 56216 88212 88112 88112 88112 881
22.01.99Overige programma-uitgaven3 0592 7682 7682 7682 7682 76840.01Nominaal en onvoorzien40.01.013 0592 7682 7682 7682 7682 768
22.02Apparaatsuitgaven133 605119 261118 977118 967118 977118 97740.01Nominaal en onvoorzien40.01.01133 605119 261118 977118 967118 977118 977
Tabel WORDT-WAS
WORDT: Art. Ond. Hfd.productWAS:Instr. 
31Integraal waterbeleid   
   31.01Bestuurlijke organisatie en instrumentatie
  31.01.0113.01.99Overige programma-uitgaven
   13.02Apparaatsuitgaven
   14.01.99Overige programma-uitgaven
   14.02Apparaatsuitgaven
  31.01.0214.01.08Partners voor water
  31.01.0314.01.07Leven met Water
31.02Veiligheid31.02.0113.01.99Overige programma-uitgaven
   13.02Apparaatsuitgaven
  31.02.0213.01.99Overige programma-uitgaven
   13.02Apparaatsuitgaven
31.03Waterkwantiteitsbeheer31.03.0114.01.99Overige programma-uitgaven
   14.02Apparaatsuitgaven
31.04Waterkwaliteit31.04.0114.01.99Overige programma-uitgaven
   14.02Apparaatsuitgaven
  31.04.0214.01.99Overige programma-uitgaven
   14.02Apparaatsuitgaven
     
32Bereiken van optimale veiliigheid in of door mobiliteit   
32.01Aantal verkeersslachtoffers op de weg verminderen32.01.0105.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   05.02Apparaatsuitgaven
  32.01.0205.01.01Reductie verkeersslachtoffers weg
   05.02Apparaatsuitgaven
   01.02Apparaatsuitgaven
  32.01.0305.02Apparaatsuitgaven
   01.02Apparaatsuitgaven
  32.01.0405.01.01Reductie verkeersslachtoffers weg
  32.01.0501.01.01Interne veiligheid wegverkeer
   01.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   01.02Apparaatsuitgaven
32.02Aantal verkeersslachtoffers op het spoor verminderen32.02.0105.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   05.02Apparaatsuitgaven
  32.02.0205.02Apparaatsuitgaven
32.03Sociale veiligheid OV verbeteren32.03.0105.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
  32.03.0205.01.03Verbeteren sociale veiligheid OV
   05.02Apparaatsuitgaven
     
33Veiligheid gericht op beheersing van risico's   
33.01Externe veiligheid33.01.0101.01.04Externe veiligheid
   01.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   01.02Apparaatsuitgaven
   03.01.01Marktwerking en -toegang
   04.01.02Stil en schoon vervoer
  33.01.0202.02Apparaatsuitgaven
   09.01.02Extern veiligheidsnivo civiele luchtvaart
   09.01.99Anticiperend onderzoek
  33.01.0309.01.02Extern veiligheidsnivo civiele luchtvaart
33.02Veiligheid goederenvervoer scheepvaart33.02.0101.01.03Interne veiligheid water
   01.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   01.02Apparaatsuitgaven
   02.01.03Kwaliteit verbindingen
  33.02.0201.01.03Interne veiligheid water
   01.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   01.02Apparaatsuitgaven
  33.02.0301.01.03Interne veiligheid water
   01.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   01.02Apparaatsuitgaven
  33.02.0401.01.08HGIS
33.03Veiligheid luchtvaart33.03.0104.02Apparaatsuitgaven
   09.01.01Intern veiligheidsnivo civiele luchtvaart
   09.01.99Anticiperend onderzoek
   09.02Apparaatsuitgaven
  33.03.0209.01.08HGIS
  33.03.0301.02Apparaatsuitgaven
   09.01.01Intern veiligheidsnivo civiele luchtvaart
   12.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
33.04Bescherming tegen moedwillige verstoring33.04.0103.01.02Gezonde vervoerssectoren
   03.02Apparaatsuitgaven
  33.04.0202.02Apparaatsuitgaven
   09.01.99Anticiperend onderzoek
  33.04.0305.02Apparaatsuitgaven
     
34Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden   
34.01Netwerk weg34.01.0106.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   06.02Apparaatsuitgaven
   08.02Apparaatsuitgaven
   21.02.03Personeel en materieel DGP
  34.01.0206.02Apparaatsuitgaven
  34.01.0306.02Apparaatsuitgaven
  34.01.0406.02Apparaatsuitgaven
  34.01.0603.01.01Marktwerking en -toegang
   03.01.02Gezonde vervoerssectoren
   03.02Apparaatsuitgaven
34.02Netwerk vaarwegen34.02.0101.02Apparaatsuitgaven
34.03Netwerk spoor34.03.0106.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   06.02Apparaatsuitgaven
   07.01.99Bve en voorlichting
   08.02Apparaatsuitgaven
   21.02.03Personeel en materieel DGP
  34.03.0206.02Apparaatsuitgaven
  34.03.0306.02Apparaatsuitgaven
  34.03.0406.02Apparaatsuitgaven
   07.01.01Spoorvervoer
  34.03.0506.02Apparaatsuitgaven
  34.03.0601.02Apparaatsuitgaven
34.04Netwerk decentraal/regionaal vervoer34.04.0106.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   06.02Apparaatsuitgaven
   07.01.02Regionaal vervoer
   07.01.99Bve en voorlichting
   07.02Apparaatsuitgaven
   08.01.99bve (incl. Transumo)
   08.01.99Comm. en draagvlak
   08.02Apparaatsuitgaven
   21.02.03Personeel en materieel DGP
  34.04.0207.02Apparaatsuitgaven
  34.04.0306.01.03Bewuste vervoerswijzekeuze
   07.02Apparaatsuitgaven
  34.04.0406.01.03Bewuste vervoerswijzekeuze
   07.01.02Regionaal vervoer
   07.02Apparaatsuitgaven
   08.02Apparaatsuitgaven
   21.02.03Personeel en materieel DGP
  34.04.0507.01.02Regionaal vervoer
   07.02Apparaatsuitgaven
  34.04.0607.01.03Taxi
   07.02Apparaatsuitgaven
     
35Mainports en logistiek   
35.01Mainport Schiphol en reg. Luchthavens35.01.0110.01.01Beschikbaarheid luchthavencapaciteit
  35.01.0210.01.99Bve en anticiperend onderzoek
   10.02Apparaatsuitgaven
  35.01.0302.02Apparaatsuitgaven
   10.01.99Bve en anticiperend onderzoek
  35.01.0402.02Apparaatsuitgaven
   10.01.99Bve en anticiperend onderzoek
  35.01.0504.02Apparaatsuitgaven
   11.01.02Decentralisatie reg./kleine luchthavens
   11.02Apparaatsuitgaven
   12.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
35.02Mainport R'dam en overige zeehavens35.02.0102.01.01Mainports en zeehavens
   02.02Apparaatsuitgaven
  35.02.0202.01.01Mainports en zeehavens
   02.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   02.02Apparaatsuitgaven
  35.02.0302.01.01Mainports en zeehavens
   02.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   02.02Apparaatsuitgaven
   03.01.03Logistieke efficiency
35.03Logistiek efficiëntie luchtvaart35.03.0110.01.02Beschikbaarheid luchtruimcapaciteit
   10.01.99Bve en anticiperend onderzoek
  35.03.0204.02Apparaatsuitgaven
   10.01.99Bve en anticiperend onderzoek
   10.02Apparaatsuitgaven
   11.01.02Decentralisatie reg./kleine luchthavens
  35.03.0304.02Apparaatsuitgaven
   11.01.99Beleidsvoorber.en eval.
   11.02Apparaatsuitgaven
35.04Logistiek efficiëntie goederenvervoer35.04.0101.01.04Externe veiligheid
   01.02Apparaatsuitgaven
   02.01.03Kwaliteit verbindingen
   02.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   03.01.01Marktwerking en -toegang
   03.01.02Gezonde vervoerssectoren
   03.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   04.02Apparaatsuitgaven
  35.04.0203.01.01Marktwerking en -toegang
   03.01.02Gezonde vervoerssectoren
   03.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   03.02Apparaatsuitgaven
   04.01.04Verantwoord ondernemen
  35.04.0303.01.01Marktwerking en -toegang
   03.01.02Gezonde vervoerssectoren
   03.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   03.02Apparaatsuitgaven
   04.02Apparaatsuitgaven
  35.04.0402.01.03Kwaliteit verbindingen
   02.02Apparaatsuitgaven
   03.01.02Gezonde vervoerssectoren
   03.01.03Logistieke efficiency
   03.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   04.01.04Verantwoord ondernemen
   04.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   04.02Apparaatsuitgaven
  35.04.0502.02Apparaatsuitgaven
   03.01.01Marktwerking en -toegang
   03.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
   03.02Apparaatsuitgaven
   04.01.99Beleidsvoorbereiding en evaluatie
     
36Bewaken, waarborgen, verbeteren kwaliteit leefomgeving   
36.01Leefomgeving hoofdwegen36.01.0108.01.99bve (incl. Transumo)
   08.02Apparaatsuitgaven
  36.01.0208.01.99bve (incl. Transumo)
   08.02Apparaatsuitgaven
  36.01.0308.01.01Luchtkwaliteit
   08.02Apparaatsuitgaven
  36.01.0408.01.01Luchtkwaliteit
   08.02Apparaatsuitgaven
  36.01.0508.02Apparaatsuitgaven
  36.01.0604.01.01Transportpreventie
   04.01.02Stil en schoon vervoer
   04.01.04Verantwoord ondernemen
   04.02Apparaatsuitgaven
36.02Leefomgeving spoorwegen36.02.0108.02Apparaatsuitgaven
  36.02.0308.01.03Ontsnippering
36.03Luchtvaart36.03.0112.01.02Beperken geluidshinder: Doorstorting SGIS
   12.02Apparaatsuitgaven
  36.03.0212.01.02Beperken geluidshinder: GIS-2
  36.03.0312.01.02Beperken geluidshinder: GIS-3
  36.03.0412.01.02Beperken geluidshinder: Klachtafhandeling GIS
  36.03.0512.01.02Beperken geluidshinder: Woonschepen geluidzones Schiphol
  36.03.0612.01.02Beperken geluidshindert: Behandeling en uitbetaling schadeclaims Schiphol
  36.03.0712.01.02Beperken geluidshinder: Aankoop LIB geluidsloopzones Schiphol
  36.03.0812.01.02Beperken geluidshinder: Geluidsisolatie regionale luchthavens
  36.03.0911.01.99schadeclaims
  36.03.1011.01.01Aansluiting mondiale luchtvaartnetwerk
   12.01.01Beperken uitstoot luchtvaart
  </